DHG 200 - Verwarming EINHELL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DHG 200 EINHELL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DHG 200 EINHELL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DHG 200 - EINHELL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DHG 200 van het merk EINHELL.
GEBRUIKSAANWIJZING DHG 200 EINHELL
- Veiligheidsinstructies
- Beschrijving van het apparaat
- Reglementair gebruik
- Werkwijze
- Technische gegevens
- Vóór ingebruikneming
- Bediening
- Vervangen van de netaansluitkabel
- Reiniging, onderhoud en bestellen van wisselstukken
- Afvalverwijdering en recyclage
- Aanwijzingen omtrent het verhelpen van fouten
- Schakelschema
- Onderhoud door de dienst naverkoop
- Verhelpen van fouten – aanwijzingen voor de vakman
NL
⚠️ Let op!
Bij het gebruik van toestellen dienen enkele veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees daarom deze handleiding zorgvuldig door. Bewaar deze goed zodat u de informatie op elk moment kunt terugvinden. Mocht u dit apparaat aan andere personen doorgeven, gelieve dan deze handleiding mee te geven. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.
1. Veiligheidsinstructies
- Er mogen geen veranderingen aan de heteluchtgenerator worden uitgevoerd.
●Voor onderhoud en accessoires uitsluitend originele stukken gebruiken.
●Kinderen weghouden van de heteluchtgenerator. - Let op! Gevaar voor brandwonden, het verwarmingsapparaat niet aanraken terwijl het in werking is.
- De heteluchtgenerator nooit in niet verluchte ruimten laten draaien waarin zich voortdurend mensen en dieren ophouden.
- Ontploffingsgevaar: de heteluchtgenerator nooit in ruimten gebruiken waarin er zich licht ontvlambare materialen bevinden.
- De door de fabrikant vooraf ingestelde pompdruk mag niet worden veranderd. Er kan schade aan de heteluchtgenerator worden berokkend, er kunnen branden ontstaan.
●Tijdens het transport dient de heteluchtgenerator tegen wegglijden en kantelen te worden geborgd. - De heteluchtgenerator minstens op 1,25 m afstand van gebouwen of aangesloten toestellen opstellen.
- De heteluchtgenerator op een veilige effen plaats opstellen. Draaien en kantelen of verwisselen van standplaats tijdens het bedrijf is verboden.
●Voor het transport en voor het tanken de heteluchtgenerator steeds uitschakelen en laten afkoelen. - Ervoor zorgen dat bij het tanken geen brandstof wordt verspild.
- Heteluchtgenerator nooit bij regen of sneeuwval gebruiken.
- De heteluchtgenerator nooit met natte handen aanraken.
- Bescherm u tegen elektrische gevaren. Gebruik in open lucht enkel daarvoor toegelaten en overeenkomstig gekenmerkte verlengkabels.
●Bij gebruik van verlengkabels mag de totale
lengte voor 1,5 mm ^2 50m, voor 2,5 mm ^2 100m niet overschrijden.
●Herstel- en afstelwerkzaamheden mogen enkel door geautoriseerd vakpersoneel worden verricht.
- De tank niet in de buurt van open licht, vuur of vonkenregen vullen of leegmaken. Niet roken!
●Raak geen warme onderdelen aan. Verwijder geen beschermende afdekkingen.
- De apparaten mogen niet aan vocht of stof worden blootgesteld. Toegestane omgevingstemperatuur -10 tot +40°C, maximale hoogte boven zeespiegel 1000 m, relatieve luchtvochtigheid: 90% (niet condenserend).
- Let op! Dieselbrandstof of stookolie EL is schadelijk voor de gezondheid. Gebruik veiligheidshandschoenen bij het omgaan met dieselbrandstof of stookolie EL. U dient zich naar behoren te ontdoen van bedrijfsstoffen (doeken, vodden) die doordrenkt zijn met dieselbrandstof of stookolie EL.
- Sluit de heteluchtgeneratoor nooit aan op externe brandstoftanks.
Dit apparaat is niet bedoeld om door personen (inclusief kinderen) met een beperkt fysiek, sensorisch en geestelijk vermogen of door personen, die niet de nodige ervaring en/of kennis hebben, te worden gebruikt, tenzij dit onder toezicht van een persoon gebeurt die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of die hen aanwijst, hoe het apparaat moet worden gebruikt.
Op kinderen moet toezicht worden gehouden om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen.
Let op! Gebruik als brandstof uitsluitend diesel of stookolie EL.
Verpakking:
Het apparaat bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Bewaar de verpakking voor de latere opberging van het apparaat. Mocht u zich toch van de verpakking ontdoen, hou er rekening mee dat het om een grondstof gaat die bijgevolg herbruikbaar is of in de grondstofkringloop kan teruggebracht worden.
⚠ WAARSCHUWING
Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen.
Nalatigheden bij de inachtneming van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of zware letsels tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor de toekomst.
NL
2. Beschrijving van het apparaat (fig. 1)
- Luchtuitlaatopening
- Bovenste helft van de behuizing
- Draaggreep
- Houder voor verlengkabel
- Ventilatorafdekking
- Drukindicator
- Tankaanduiding
- Tankdop
- Netkabel
- Brandstoftank
- AAN/UIT-schakelaar
- Thermostaat - afstelknop
- LED
- Onderste helft van de behuizing
De verplaatsbare op stookolie EL of diesel draaiende heteluchtgenerator is ideaal voor het verwarmen en drogen van goed verluchte ruimten in de industrie, de landbouw, het bouwvak en vrije tijd (camping).
De machine mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of letsel van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk.
Wij wijzen erop dat onze toestellen overeenkomstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij zijn niet aansprakelijk indien het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt.
4. Werkwijze
De heteluchtgenerator is voorzien van een compressor die een onderdruk verwekt voor het aanzuigen van de brandstof uit de tank. De aangezogen brandstof komt terecht bij een branderstraalpijp. Aan de straalpijp ontstaat een lucht/brandstofmengsel. Het lucht/brandstofmengsel wordt in de verbrandingskamer elektrisch ontstoken. De ventilator blaast lucht de verbrandingskamer in die verwarmd naar voren uit wordt geblazen. Met de thermostaatknop kan de gewenste temperatuur worden afgesteld. Na het bereiken van deze temperatuur wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld en, als de temperatuur onder de
afstelwaarde daalt, wordt het terug ingeschakeld.
Een fotocel bewaakt voortdurend de verbranding en schakelt het apparaat bij onregelmatigheden uit. Bij oververhitting slaat het apparaat eveneens af. Neem in dit geval contact op met de dienst naverkoop. De elektrische componenten zijn beveiligd door een dunne zekering (smeltveiligheid). Bij een defect van de dunne smeltveiligheid gelieve de dienst naverkoop te contacteren.
Aansluiting op het net: 230 V \~ 50Hz / 1,5A
Verwarmingsvermogen (Hi) : 20 kW
Verwarmingsstanden: 1
Brandstofverbruik: 2,0
Tankinhoud: 19
Opgenomen vermogen: 170 watt
Luchtdebiet: 400
Luchttemperatuur max.: 393 °C
Afmetingen van het apparaat: 76 x 30,5 x 38 cm
Gewicht van het apparaat: 13 kg
6. Vóór ingebruikneming
- Controleer of de gegevens vermeld op het kenplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet alvorens het apparaat aan te sluiten.
●Plaats het verplaatsbare apparaat altijd op een stevige horizontale ondergrond. - Het apparaat moet altijd horizontaal staan.
●Zorg ervoor dat de minimumafstand tussen apparaat en voorwerpen niet kleiner is dan 2,50 m naar voren, 1,25 naar achteren, aan de zijkanten en boven. - Het apparaat enkel in open lucht of in goed verluchte ruimten opstellen. De te verwarmen ruimte dient te beschikken over luchtinlaatopeningen van 0,02 m² per kW verwarmingsvermogen. Bij een verwarmingsvermogen van 20 kW komt dit overeen met openingen van 0,4 m² in het totaal. Zet te dien einde b.v. ramen en deuren naar buiten open.
6.1 Montage (fig. 2)
●Draai de draaggreep (fig. 2, pos. 3) op de bovenste helft van de behuizing vast (fig. 2, pos. 2).
●Schroef de houder voor de verlengkabel (fig. 1, pos. 4) aan de zijkant vast.
7. Bediening
7.1 Tanken
Aanwijzingen:
- De stookolie EL of diesel die u nodig hebt zeker in een gepaste jerrycan opslaan die duidelijk voorzien is van het opschrift „stookolie EL“ of „diesel“.
- Neem de in uw land geldende voorschriften voor het opslaan van stookolie EL en diesel in acht.
-Geenszins „biodiesel“ gebruiken. -
Het is aan te raden bij temperaturen beneden 5° C winterdiesel te gebruiken om problemen met de brandstofaanzuiging te voorkomen.
●Stookolie EL en diesel verouderen. Daarom resterende voorraden binnen de 6 maanden opgebruiken.
●Enkel in open lucht en bij afgekoeld apparaat bijtanken. -
Neem de tankdop af (fig. 1 / pos. 8).
- Giet langzaam stookolie EL of diesel in de tank tot de tankaanduiding (fig. 1, pos. 7) "F" aangeeft. Het tankvolume bedraagt maximaal 19 liter.
- Breng de tankdop er weer aan.
7.2 Apparaat inschakelen (fig. 3)
Aanwijzingen:
- De heteluchtgenerator kan op elk veiligheidsstopcontact met 230 V wisselstroom worden aangesloten voor wiens beveiliging een leidingbeveiligingsschakelaar voor 10A moet worden voorzien. Het is aan te bevelen het apparaat enkel op een stroomtoevoer aan te sluiten die beveiligd is door een verliesstroom-veiligheidsinrichting (aardlekschakelaar RCD) met een afschakelstroom van maximaal 30 mA.
- Gebruik voor het apparaat enkel intacte aansluitkabels. De aansluitkabel van het apparaat mag niet willekeurig lang zijn (max. 50 m) De aansluitkabel van het apparaat moet een dwarsdoorsnede van minstens 3 x 1,0 mm hebben.
- Het is aan te bevelen de eerste ingebruikneming (ca. 10 minuten) in open lucht uit te voeren om bij de productie ontstane olieresten op plaatonderdelen af te branden.
- Verbind de netstekker met een verlengkabel.
- Stel met de thermostaatknop (pos. 12) de gewenste temperatuur in (bereik +5 °C tot +45 °C).
- Breng de AAN/UIT-schakelaar (pos. 11) naar de stand ON (I) – het apparaat start, de LED (pos. 13) brandt.
Aanwijzing:
●Mocht de verbranding van het verwarmingsapparaat niet op gang komen, regel dan de thermostaat op een hogere temperatuur bij. Mocht de verwarming tegen verwachting toch niet starten, schakel dan het apparaat uit en controleer het aan de hand van de foutenlijst (hoofdstuk 11).
7.3 Uitschakelen
- Breng de AAN/UIT-schakelaar (fig. 3, pos. 11) naar de stand OFF (0) – het apparaat slaat af.
- Trek de netstekker uit het stopcontact.
7.4 Herinschakelen
- Wacht minstens 10 seconden voor het herinschakelen.
- Schakel het apparaat terug in zoals beschreven onder 7.2 en neem alle eerder opgegeven aanwijzingen in acht.
8. Vervangen van de netaansluitkabel
Als de netaansluitkabel van dit apparaat wordt beschadigd, dient deze door de fabrikant of door de dienst na verkoop of een overeenkomstig gekwalificeerde persoon te worden vervangen om te voorkomen dat iemand in gevaar wordt gebracht.
NL
9. Reiniging, onderhoud en bestellen van wisselstukken
Trek vóór alle schoonmaakwerkzaamheden de netstekker uit het stopcontact.
9.1 Reiniging
●Hou de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het motorhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het apparaat met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.
- Het is aan te bevelen het apparaat onmiddellijk na elk gebruik schoon te maken.
●Maak het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep schoon. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen; die zouden de kunststofdelen van het apparaat kunnen aantasten. Zorg ervoor dat geen water binnen in het apparaat terecht kan komen.
9.2. Aan het einde van het seizoen
Maak de brandstoftank via de tankopening leeg en berg het apparaat best in de originele kartonnen verpakking op een droge, stof- en vorstvrije plaats op.
9.3 Onderhoud
Het onderhoud mag alleen door speciaal daarvoor opgeleid personeel worden uitgevoerd. Gelieve zich te wenden tot de dienst naverkoop.
9.4 Bestellen van wisselstukken:
Gelieve bij het bestellen van wisselstukken de volgende gegevens te vermelden:
●type van het toestel
●artikelnummer van het toestel
-identnummer van het toestel
●stuknummer van het gewenste wisselstuk Actuele prijzen en info vindt u terug onder www.isc-gmbh.info
10. Afvalverwijdering en recyclage
Het apparaat bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan in de grondstofkringloop teruggebracht worden. Het apparaat en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b.v. metaal en kunststof. Ontdoe u zich van defecte onderdelen op de inzamelplaats waar u gevaarlijke afvalstoffen mag afgeven. Informeer u in uw speciaalzaak of bij uw gemeentebestuur!
11. Aanwijzingen omtrent het verhelpen van fouten
Als het apparaat naar behoren wordt gebruikt zouden er zich geen storingen mogen voordoen. In geval van problemen gelieve eerst de volgende mogelijkheden na te gaan alvorens de dienst naverkoop te verwittigen.
Storing
De ventilatormotor start niet, de LED knippert niet.
Mogelijke oorzaak
a) Stroomonderbreking
b) Netkabel of netstekker beschadigd
c) Veiligheidstemperatuurbegrenzer heeft gereageerd
Verhelpen
a) Spanning controleren, eventueel wachten tot er weer elektriciteit is.
b) Herstelling door vakbedrijf
c) Oorzaak van de oververhitting vaststellen. Luchtin- en -uitlaatwegen mogen niet afgedekt zijn. Minstens 10 minuutjes wachten tot het apparaat is afgekoeld en herinschakelen. Indien nodig, gelieve zich te wenden tot de dienst naverkoop.
Storing
De ventilatormotor start niet, de LED brandt.
Oorzaak
Thermostaat is te laag afgesteld
Verhelpen
Thermostaat op een hogere temperatuur afstellen
Storing
De ventilatormotor draait, de vlam slaat niet aan, het apparaat wordt na enkele seconden uitgeschakeld en de LED knippert.
Mogelijke oorzaak
a) Te wenig, niet geschikte of vervuilde brandstof in de tank
b) Viscositeit te hoog op grond van de lage temperaturen
Verhelpen
a) Tankinhoud controleren; de tank langzaam met schone stookolie EL of diesel vullen.
b) Winterdiesel gebruiken
12. Schakelschema (fig. 4)
13. Onderhoud door de dienst na verkoop
Onderstaande onderhoudswerkzaamheden mogen enkel door speciaal opgeleid personeel worden verricht.
- Trek vóór alle afstel- en onderhoudswerkzaamheid de netstekker uit het stopcontact.
●Laat het apparaat volledig afkoelen voordat u met onderhoudswerkzaamheden begint. - Let op scherpe randen.
- Gebruik om veiligheidsredenen enkel originele wisselstukken.
- Onvoldoend onderhoud kan leiden tot verhoogde rookgaswaarden, roet, foutieve functies en beschadiging van het apparaat.
Het is aan te bevelen de volgende onderhoudswerkzaamheden met geregelde tussenpozen zoals opgegeven te verrichten:
Brandstoftank
De brandstoftank om de 200 bedrijfsuren of, indien nodig, met schone brandstof uitspoelen. Nooit water gebruiken!
Luchtfilter (fig. 5)
De luchtaanzuigfilter (A) om de 500 bedrijfsuren of, indien nodig, ook vroeger vervangen of met zeepsop reinigen. Na de reiniging de luchtaanzuigfilter laten drogen.
De beide luchtuitgangsfilters (B/C) om de 500 bedrijfsuren of al naargelang het nodig is ook vroeger vervangen. Schroef daarvoor de filterafdekking (D) eraf.
Ventilatorwaaier (fig. 6)
De vleugels van de ventilatorwaaier (E) moeten minstens eenmaal per verwarmingsseizoen of indien nodig ook vaker worden schoongemaakt. Verwijder stof en ander vuil met een zachte doek. Let er wel op dat de vleugels van de waaier niet krom worden gebogen. Draai voor het vervangen van de ventilatorwaaier de schroef (F) los en trek dan de waaier af van de motoras (G).
Brandstofstraalpijp (fig. 7a/7b)
De brandstofstraalpijp (H) moet minstens eenmaal per verwarmingsseizoen of indien nodig ook vaker worden schoongemaakt of vervangen.
Maak de brandstofstraalpijp van voren met perslucht schoon. Om aanhechtend vuil te verwijderen kan het nuttig zijn de brandstofstraalpijp in schone brandstof te dompelen en uit te wassen. Let op dat u de beide slangen (K/L) niet verwisseld.
Benaming van de posities in de fig. 7a/7b:
Pos. K = luchtslang(-aansluiting)
Pos. L = brandstofslang (-aansluiting)
Pos. M = ontstekingskabel
Pos. N = ontstekingselektrode
Pos. P = branderkop
Ontstekingselektrode (fig. 8)
De ontstekingselektrode (N) moet om de 600 bedrijfsuren of indien nodig ook vaker worden schoongemaakt of vervangen. Reinig de ontstekingselektrode (Q) voorzichtig met een draadborstel. Controleer de afstand van de ontstekingscontacten (Q). Hij moet 3,5 mm bedragen.
Fotocel (fig. 9/10)
De fotocel (R) moet minstens eenmaal per verwarmingsseizoen of indien nodig ook vaker worden schoongemaakt of vervangen. Maak de voorzijde van de fotocel met een met alcohol doordrenkte katoenen doek schoon. Let bij het installeren van de fotocel op haar juiste positie.
Brandstofffilter (fig. 11)
Maak de brandstofffilter (S) minstens tweemaal of indien nodig ook vaker per verwarmingsseizoen schoon of vervang hem. De brandstofffilter dient in schone brandstof te worden uitgewassen.
Aanwijzing: Om de brandstofffilter los te maken draait u hem met 90° met de wijzers van de klok mee.
Pompdruk afstellen (fig. 12)
De optimale pompdruk bedraagt 4 psi +/- 10% (0,28 bar). Draai terwijl het apparaat in werking is de afstelschroef (T) met een schroevendraaier tot de manometer (pos. 6) 4 psi aangeeft. Met de wijzers van de klok mee draaien = hogere druk, tegen de richting van de wijzers van de klok in draaien = lagere druk.
NL
14. Verhelpen van fouten – aanwijzingen voor de vakman
Probleem
Vlam slaat aan, het verwarmingsapparaat wordt echter na korte tijd uitgeschakeld, de LED knippert.
Mogelijke oorzaak
- Pompdruk klopt niet
- Luchtfilter vervuild
- Brandstofffilter vervuild
- Brandstofstraalpijp vervuild
- Fotocel vervuild
- Fotocel niet naar behoren gemonteerd
- Fotocel defect
- Gebrekkige elektrische verbinding tussen elektronische printplaat en fotocel
Verhelpen
- Pompdruk afstellen
- Luchtfilter schoonmaken of vervangen
- Brandstofffilter schoonmaken of vervangen
- Brandstofstraalpijp schoonmaken of vervangen
- Fotocel schoonmaken of vervangen
- Fotocel naar behoren installeren
- Fotocel vervangen
- Elektrische verbinding tussen elektronische printplaat en fotocel controleren
Probleem
Verwarmingsapparaat functioneert helemaal niet of ventilatormotor draait enkel voor een korte tijd. De LED knippert.
Mogelijke oorzaak
- Geen brandstof in de tank
- Pompdruk klopt niet
- Gecorrodeerde ontstekingselektrode of foute afstand van de ontstekingscontacten.
- Brandstofffilter vervuild
- Brandstofstraalpijp vervuild
- Vocht / water in de brandstof of brandstoftank
- Gebrekkige elektrische verbinding tussen transformator en elektronische printplaat
- Ontstekingskabel is niet verbonden met de ontstekingselektrode.
- Ontstekingselektrode defect
Verhelpen
- Brandstof tanken
- Pompdruk afstellen
- Ontstekingselektrode schoonmaken of vervangen
- Brandstofffilter schoonmaken of vervangen
-
Brandstofstraalpijp schoonmaken of vervangen
-
Tank reinigen, verse brandstof ingieten
- Alle elektrische verbindingen controleren
- Ontstekingskabel aansluiten op de ontstekingselektrode
- Ontstekingselektrode vervangen
Probleem
De ventilatormotor slaat niet aan. Netspanning is voorhanden, de AAN/UIT-schakelaar staat op ON (I). De LED brandt voortdurend of knippert.
Mogelijke oorzaak
- De thermostaat is op een te lage temperatuur afgesteld
- Elektrische verbinding tussen elektronische printplaat en motor is onderbroken
Verhelpen
- Thermostaatknop op een hogere temperatuur afstellen
- Alle elektrische verbindingen controleren
Probleem
De LED knippert.
Mogelijke oorzaak
Thermostaatschakelaar is defect
Verhelpen
Thermostaatschakelaar vervangen
Probleem
Onvoldoende verbranding en / of roeten
Mogelijke oorzaak
- Vlammen slaan vooraan uit de behuizing
- Te gering verwarmingsvermogen
- Brandstof van slechte kwaliteit
- Algemeen onvoldoend onderhoud
Verhelpen
- Pompdruk verminderen
- Pompdruk verhogen
- Nagaan of de gebruikte brandstof oud of vervuild is
- Apparaat door een vakman laten onderhouden
Probleem
Verwarmingsapparaat slaat niet aan en de LED brandt niet
Mogelijke oorzaak
- Het apparaat is oververhit geraakt en de veiligheidstemperatuurbegrenzer heeft daarom het apparaat uitgeschakeld
-
Geen netspanning
-
Dunne smeltveiligheid defect
- Verbinding tussen thermische beveiliging en elektronische printplaat onderbroken
Verhelpen
- AAN/UIT-schakelaar naar de stand OFF (0) brengen en het apparaat minstens 10 minuutjes laten afkoelen. Daarna de AAN/UIT-schakelaar terug naar de stand ON (I) brengen.
- Stopcontact, netkabel en verlengkabel controleren.
- Dunne smeltveiligheid controleren en, indien nodig, vervangen
- Alle elektrische verbindingen controleren.
E
NL Enkel voor EU-landen
Elektrisch gereedschap hoort niet bij het huisvuil thuis.
Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG op afgedankte elektrische en elektronische toestellen en omzetting in nationaal recht dienen afgedankte elektrische gereedschappen afzonderlijk te worden verzameld en milieuvriendelijk te worden gerecycleerd.
Recyclagealternatief i.p.v. het verzoek het toestel terug te sturen:
In plaats van het elektrische toestel terug te sturen is alternatief de eigenaar van het toestel gehouden mee te werken aan de adequate recyclage als het eigendom wordt opgegeven. Hiervoor kan het afgedankte toestel eveneens bij een inzamelplaats worden afgegeven waar het toestel wordt verwijderd als bedoeld in de wetgeving in zake afvalverwerking en recyclage. Dit geldt niet voor toebehoorstukken en hulpmiddelen zonder elektrische componenten die bij de afgedankte toestellen zijn bijgevoegd.
Nadruk of andere reproductie van documentatie en geleidepapieren van de producten, geheel of gedeeltelijk, enkel toegestaan mits uitdrukkelijke toestemming van ISC GmbH.
E
onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door niet-naleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet.
Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
-
De garantieperiode bedraagt 2 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
-
Om een garantieclaim geldend te maken dient u het defecte apparaat franco op te sturen aan het hieronder vermelde adres. Voeg het originele verkoopbewijs of een ander gedateerd bewijs van aankoop bij. Gelieve daarom de kassabon als bewijs goed te bewaren! Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug.
Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op.