PerfectView CAM604 - Dashcam WAECO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PerfectView CAM604 WAECO in PDF-formaat.
| Producttype | Achteruitrijcamera en verkeersobservatiecamera (Dashcam) |
| Merk | Waeco |
| Model | PerfectView CAM604 |
| Afmetingen (L x H x D) | 83 x 70 x 57 mm (met beugel) |
| Gewicht | Ongeveer 300 g |
| Voeding | 10 - 16 V DC, max. stroomverbruik 6 W |
| Sensor | 1/4" kleuren CMOS-sensor, ca. 5.000.000 pixels (2592 x 1944) |
| TV-systeem | PAL |
| Gevoeligheid | < 1 Lux (zonder LED), 0 Lux (met infrarood LED) |
| Kijkhoek – Ver zicht | 63° horizontaal, 52° verticaal, 83° diagonaal |
| Kijkhoek – Dichtbij zicht | 140° horizontaal, 94° verticaal, 153° diagonaal |
| Microfoongevoeligheid | Ongeveer 42 dB |
| Opslagtemperatuur | -40 °C tot +80 °C |
| Bedrijfstemperatuur | -30 °C tot +70 °C |
| Behuizingsmateriaal | Aluminium |
| Waterdichtheid | Waterdicht (niet gebruiken met hogedrukreiniger) |
| Belangrijkste functies | Schakelen tussen ver en dichtbij zicht, panoramamodus, spiegelweergave, infrarood LED voor nachtzicht, ingebouwde microfoon |
| Leveringsinhoud | Camera, beugel, adapterdoos, montagemateriaal, handleiding |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een vochtige doek; geen scherpe, harde voorwerpen of reinigingsmiddelen gebruiken |
| Veiligheid | Installatie op minimaal 2 m hoogte; stevig bevestigen om loskomen te voorkomen |
| Repareerbaarheid | De camera niet openen; neem contact op met de fabrikant of een erkende dealer voor reparatie |
Veelgestelde vragen - PerfectView CAM604 WAECO
Gebruikersvragen over PerfectView CAM604 WAECO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Dashcam in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PerfectView CAM604 - WAECO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PerfectView CAM604 van het merk WAECO.
GEBRUIKSAANWIJZING PerfectView CAM604 WAECO
Lees deze handleiding voor de montage en de ingebruikname zorg-vuldig door en bewaar hem. Geef de handleiding bij het doorgeven van het product aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen....90
2 Veiligheids- en montage-instructies ..... 90
3 Omvang van de levering 93
4 Accessoires 94
5 Gebruik volgens de voorschriften 94
6 Technische beschrijving. 94
7 Instructies voor de elektrische aansluiting ..... 95
8 Camera monteren 98
9 Camera onderhouden en reinigen 103
10 Garantie 103
11 Afvoer.... 104
12 Technische gegevens 104
1 Verklaring van de symbolen

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot letsel.

LET OP!
Het niet naleven ervan kan leiden tot materiële schade en de werking van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het bedienen van het product.
▶ Handeling: dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste handelingen worden stap voor stap beschreven.
√Dit symbool beschrijft het resultaat van een handeling.
Afb. 1 5, pagina 3: deze aanduiding wijst u op een element in een afbeelding, in dit voorbeeld op „positie 5 in afbeelding 1 op pagina 3”.
2 Veiligheids- en montage-instructies
Neem de veiligheidsinstructies en voorschriften van de fabrikant van het voertuig en het garagebedrijf in acht!
De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade:
● montage- of aansluitfouten
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en overspanningen
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen
Neem daarom de volgende instructies in acht:
- In verband met kortsluitingsgevaar moet voor werkzaamheden aan het elektrisch systeem van het voertuig altijd de minpool worden losgekoppeld.
Bij voertuigen met een extra accu moet ook daar de minpool worden losgekoppeld.
- Ontoereikende leidingverbindingen kunnen tot gevolg hebben dat door kortsluiting
- kabelbranden ontstaan,
– de airbag wordt geactiveerd,
– elektronische besturingsinrichtingen beschadigd worden,
– elektrische functies uitvallen (knipperlicht, remlicht, claxon, contact, licht).
- Gebruik bij werkzaamheden aan de volgende leidingen alleen geïsoleerde kabelschoenen, stekkers en vlaksteker-kabelschoenen:
- 30 (ingang van accu plus direct),
- 15 (geschakelde plus, achter accu),
- 31 (retourleiding vanaf accu, massa),
- 58 (achteruitrijlicht).
Gebruik geen kroonsteentjes.
- Gebruik een krimptang (afb. 1 10, pagina 3) voor het verbinden van de kabels.
● Schroef de kabel bij aansluitingen aan leiding 31 (massa)
- met kabelschoen en getande ring aan een massaschroef van het voertuig of
- met kabelschoen en plaatschroef aan de carrosserieplaat.
Let op een goede massaverbinding!
Bij het loskoppelen van de minpool van de accu verliezen alle vluchtige geheugens van de elektronica voor comfortvoorzieningen de opgeslagen data.
- De volgende data moet u afhankelijk van de voertuiguitrusting opnieuw instellen:
- radiocode
- voertuigklok
- tijdschakelklok
- boordcomputer
- stoelinstelling
Instructies voor het instellen vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing.
Neem bij de montage de volgende aanwijzingen in acht:
- Bevestig de in het voertuig te monteren delen van de camera zodanig, dat deze in geen geval (hard remmen, verkeersongeval) los kunnen raken en tot verwondingen bij de inzittenden van het voertuig kunnen leiden.
- Bevestig onderdelen die afgedekt onder bekledingen moeten worden aangebracht zodanig, dat ze niet losraken of andere onderdelen en leidingen beschadigen en geen functies van het voertuig (besturing, pedalen etc.) kunnen beperken.
- Let er bij het boren op dat er ook achter het te doorboren oppervlak genoeg ruimte is voor de boor, om schade te voorkomen (afb. 2, pagina 4).
- Ontbraam elk boorgat en behandel de boorgaten met antiroestmiddel.
- Neem altijd de veiligheidsinstructies van de fabrikant van het voertuig in acht.
Een aantal werkzaamheden (bijv. aan beveiligingssystemen zoals AIRBAG etc.) mogen alleen door geschoolde vaklui uitgevoerd worden.
Neem bij werkzaamheden aan elektrische onderdelen de volgende instructies in acht:
- Gebruik voor het controleren van de spanning in elektrische leidingen alleen een diodetestlamp (afb. 1 8, pagina 3) of een voltmeter (afb. 1 9, pagina 3).
Testlampen met een lampbehuizing (afb. 1 12, pagina 3) gebruiken te veel stroom, waardoor het elektrisch systeem van het voertuig beschadigd kan raken.
- Let er bij het leggen van de elektrische aansluitingen op dat deze
– niet worden geknikt of verdraaid,
– niet langs randen schuren,
- niet zonder bescherming door doorvoeren met scherpe randen worden gelegd (afb. 3, pagina 4).
- niet worden geknikt of verdraaid, - niet langs randen schuren, - niet zonder bescherming door doorvoeren met scherpe randen worden gelegd (afb. 3, pagina 4).
- Isoleer alle verbindingen en aansluitingen.
- Borg de kabels tegen mechanische belasting met kabelverbinders of isolatieband, bijv. aan de aanwezige leidingen.
De camera is waterdicht. De afdichtingen van de camera beschermen echter niet tegen een hogedrukreiniger (afb. 4, pagina 4). Neem daarom de volgende instructies voor de omgang met de camera in acht:
- Open de camera niet, aangezien hierdoor de dichtheid en werking van de camera beperkt kunnen worden (afb. 5, pagina 4).
- Trek niet aan de kabels, aangezien hierdoor de dichtheid en werking van de camera beperkt kunnen worden (afb. 6, pagina 4).
- De camera is niet voor gebruik onder water geschikt (afb. 7, pagina 4).
3 Omvang van de levering
| Nr. afb. 8, Aantal Omschrijving Artikelnr. pagina 5 |
| 1 1 Camera 9102000071 |
| 2 1 Camerahouder |
| 3 1 Adapterbox 9102200154 |
| - 1 Bevestigingsmateriaal |
| - 1 Inbouw- en bedieningshandleiding |
4 Accessoires
Als toebehoren verkrijgbaar (niet in de leveringsomvang inbegrepen):
Omschrijving Artikelnr.
Aansluitkabel 9102200030
5 Gebruik volgens de voorschriften
De heavy duty kleurencamera met verkeerbewakingsfunctie CAM604 (artikelnr. 9102000071) is met name bestemd voor gebruik in voertuigen. Deze kan worden gebruikt in achteruitrijvideosystemen, die voor het waarnemen van het gebied direct achter het voertuig vanuit de bestuurdersstoel dienen, bijv. bij het rangeren of parkeren.

WAARSCHUWING!
Achteruitrijvideosystemen zijn een hulpmiddel bij het achteruitrijden, het ontslaat u echter niet van de plicht bijzonder voorzichtig te zijn bij het achteruitrijden.
6 Technische beschrijving
De kleurencamera met geïntegreerde microfoon is bevestigd in een aluminium behuizing en geeft beeld en geluid via een kabel door aan een monitor. Door de infrarood-LED's wordt de nachtweergave verbeterd.
De camera kan omschakelen tussen veraf en dichtbij. De modus voor veraf laat de ruimte achter het voertuig zien, alsof u uit een achterruit kijkt. De modus voor dichtbij wordt door schakelen in de achteruitversnelling ingeschakeld en laat de ruimte direct achter het voertuig zien.

INSTRUCTIE
De camera is in de fabriek uitgerust met een weergave in spiegelbeeld. Een aangesloten monitor moet daarom met een functie voor normaal beeld werken.
De camera bestaat uit de volgende elementen:
| Nr. in afb. 9, Omschrijving pagina 5 | |||||||
| 1 6-polige aansluitkabel | |||||||
| 2 Lens | |||||||
| 3 | M | i | c | r | o | f | o |
| 4 Infrarood-LED's | |||||||
7 Instructies voor de elektrische aansluiting
7.1 Kabels aanleggen

LET OP! Gevaar voor beschadiging!
- Bij het boren van gaten altijd van tevoren controleren of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant.
- Het niet-vakkundig aanleggen of verbinden van kabels leidt steeds weer tot storingen of beschadigingen van onderdelen. Het correct aanleggen en verbinden van kabels is een voorwaarde voor een duurzame en storingsvrije werking van de later aangebouwde componenten.
- De kabels mogen niet voor langere tijd met oplosmiddelen zoals bijv. benzine in aanraking komen, omdat oplosmiddelen de kabels beschadigen.
Neem daarom de volgende instructies in acht:
- Gebruik voor de doorvoer van de aansluitkabels indien mogelijk originele doorvoeren of andere doorvoermogelijkheden, zoals bekledingsranden, ventilatieroosters of blinde schakelaars. Indien er geen doorvoeren aanwezig zijn, dient u voor de betreffende kabels bijbehorende gaten te boren. Controleer van tevoren of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant.
- Leg de kabels indien mogelijk altijd binnen in het voertuig aan, want daar zijn ze beter beschermd dan aan de buitenkant van het voertuig. Indien u de kabels toch aan de buitenkant van het voertuig aanlegt, let dan op een veilige bevestiging (door extra kabelverbinders, isolatieband e.d.).
- Houd bij het aanleggen van de kabels altijd voldoende afstand tot hete en bewegende voertuigonderdelen (uitlaatpijpen, aandrijfassen, dynamo, ventilatoren, verwarming e.d.), om beschadigingen aan de kabel te voorkomen. Gebruik voor de mechanische bescherming ribbelbuis of soortgelijke beschermingsmaterialen.
- Schroef de steekverbindingen van de verbindingskabels ter bescherming tegen het binnendringen van water vast (afb. 10, pagina 5).
- Let er bij het leggen van de kabels op dat deze
- niet te sterk worden geknikt of verdraaid,
– niet langs randen schuren, - niet zonder bescherming door doorvoeren met scherpe randen worden gelegd (afb. 3, pagina 4).
- Bevestig de kabel veilig in het voertuig om verstrikken (gevaar om te vallen) te vermijden. Dit kan gebeuren door kabelbinders, isolatieband of door vastplakken met lijm.
- Bescherm iedere doorvoer aan de buitenkant d.m.v. geschikte maatregelen tegen het binnendringen van water, bijv. door de kabel met afdichtingspasta aan te brengen en door de kabel en de doorvoertule in te spuiten met afdichtingspasta.

INSTRUCTIE
Begin met het afdichten van de doorvoeren pas nadat alle instelwerkzaamheden aan de camera zijn voltooid en de benodigde lengtes van de aansluitkabels vastliggen.
7.2 Connector gebruiken
Om loszittende contacten bij de connectors te vermijden, is het belangrijk dat de kabeldiameters bij de connectors passen.
Ga als volgt te werk om de connectors te gebruiken:
Leg de kabel die afgetapt moet worden in de voorste groef van de connector (afb. 11 A, pagina 6).
Leg de nieuwe kabel met het uiteinde tot ca. 3/4 in de achterste groef (afb. 11 B, pagina 6).
▶Sluit de connector en druk met een combinatietang het metalen verbindingsplaatje in de connector, zodat er een stroomverbinding tot stand gebracht wordt (afb. 11 C, pagina 6).
Druk het beschermingskapje naar beneden en laat het bij de connector vastklikken.
▶Controleer de bevestiging van de connector door trekken aan de kabel (afb. 11 D, pagina 6).
7.3 Correcte soldeerverbindingen maken
Ga als volgt te werk om een kabel aan originele leidingen te solderen:
▶ Strip 10 mm van de originele leiding (afb. 12 A, pagina 6).
▶ Strip 15 mm van de aan te sluiten kabel (afb. 12 B, pagina 6).
▶Wikkel de aan te sluiten kabel om de originele leiding en soldeer de beide kabels (afb. 12 C, pagina 6).
▶ Isoleer de kabels met isolatieband (afb. 12 D, pagina 6).
Ga als volgt te werk om twee kabels met elkaar te verbinden:
▶ Strip beide kabels (afb. 13 A, pagina 6).
▶Trek een krimpslang met een lengte van ca. 20 mm over een kabel (afb. 13 B, pagina 6).
Draai de beide kabels in elkaar en soldeer ze aan elkaar (afb. 13 C, pagina 6).
▶Schuif de krimpslang over het soldeerpunt en verwarm hem lichtjes (afb. 13 D, pagina 6).
8 Camera monteren
8.1 Benodigd gereedschap
Voor inbouw en montage heeft u de volgende gereedschappen nodig:
- set boren (afb. 1 1, pagina 3)
- boormachine (afb. 1 2, pagina 3)
● schroevendraaier (afb. 1 3, pagina 3) - set ring- of steeksleutels (afb. 1 4, pagina 3)
● rolmaat (afb. 1 5, pagina 3) - hamer (afb. 1 6, pagina 3)
● center (afb. 1 7, pagina 3)
Voor de elektrische aansluiting en de controle daarvan heeft u de volgende hulpmiddelen nodig:
- diodetestlamp (afb. 1 8, pagina 3) of voltmeter (afb. 1 9, pagina 3)
- krimptang (afb. 1 10, pagina 3)
● isolatieband (afb. 1 11, pagina 3) - evt. kabeldoorvoertules
Voor het bevestigen van de kabels zijn evt. nog meer kabelverbinders nodig.
8.2 Camera monteren

VOORZICHTIG!
Kies de plaats van de camera zo en bevestig hem zo vast, dat in geen geval in de buurt staande personen gewond kunnen raken, bijv. omdat over het dak van het voertuig strijkende takken de camera afbreken.

INSTRUCTIE
Als door de aanbouw van de camera de voertuighoogte of voertuiglengte zoals aangegeven in de voertuigpapieren wordt veranderd, moet er een nieuwe inspectie door de betreffende instanties plaatsvinden (in Duitsland: TÜV, DEKRA etc.).
Laat de nieuwe afname door de betreffende dienst voor wegverkeer in de voertuigpapieren zetten.
Neem bij de montage de volgende aanwijzingen in acht:
- Breng de camera voor een goed perspectief op minstens twee meter hoogte aan.
Zorg bij de montage voor een voldoende stevige werkplek. - Let erop dat de montageplaats van de camera stevig genoeg is (er kunnen bijv. takken die tegen het dak komen in de camera verstrikt raken).
- Monteer de camera horizontaal en in het midden aan de achterkant van het voertuig (afb. 14, pagina 7).
- De veiligste manier van bevestigen zijn schroeven die door de opbouw gaan. Neem hierbij de volgende instructies in acht:
- Achter de gekozen montagepositie moet voldoende vrije ruimte voor de montage voorhanden zijn.
- Elke doorvoer moet door geschikte maatregelen tegen binnenkomend water beschermd worden (bijv. door het aanbrengen van de schroeven met afdichtingspasta en/of door het inspuiten van de buitenste bevestigingsonderdelen met afdichtingspasta).
- De opbouw op de bevestigingsplaats moet voldoende stevigheid bieden, zodat de camerahouder voldoende stevig vastgedraaid kan worden.
- Controleer van tevoren, of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant (afb. 2, pagina 4).
- Als u niet zeker bent over de door u gekozen montageplaats, neem dan contact op met de fabrikant van de opbouw of een vertegenwoordiger hiervan.

INSTRUCTIE
Om corrosie van de schroeven te minimaliseren wordt aanbevolen de schroefdraad in te vetten.
Ga bij de montage als volgt te werk:
Houd de camerahouder op de gekozen montageplaats en markeer minstens 2 verschillende boorpunten (afb. 15, pagina 7).
▶Maak op de voordien gemarkeerde punten met hamer en center een gaatje om het verlopen van de boor te verhinderen.
Als u de camera met plaatschroeven wilt aanbrengen (afb. 16, pagina 7):

LET OP!
De bevestiging met plaatschroeven mag alleen in stalen platen met een minimumdikte van 1,5 mm gebeuren.
▶ Boor op de eerder gemarkeerde punten telkens een gat van ∅ 6 mm.
▶Ontbraam alle boorgaten en behandel ze met antiroestmiddel.
▶ Breng de camerahouder met de plaatschroeven 6 x 20 mm aan.
Als u de camera met tapschroeven door de opbouw wilt bevestigen (afb. 17, pagina 7)

LET OP!
Zorg ervoor dat de moeren bij het vastdraaien niet door de opbouw kunnen trekken.
Gebruik evt. grotere onderlegringen of platen.
▶ Boor op de eerder gemarkeerde punten telkens een gat van ∅ 6,5 mm.
▶Ontbraam alle boorgaten en behandel ze met antiroestmiddel.
▶ Breng de camerahouder met de tapschroeven M6 x 20 aan.
De lengte van de tapschroeven is afhankelijk van de dikte van de opbouw.
Doorvoer voor de aansluitkabel van de camera maken (afb. 18, pagina 8)

INSTRUCTIE
Gebruik voor de doorvoer van de aansluitkabels indien mogelijk reeds aanwezige doorvoermogelijkheden, bijv. ventilatieroosters. Als er geen doorvoeren zijn, moet u een gat van ∅ 16 mm boren.

LET OP! Gevaar voor beschadiging!
Controleer van tevoren, of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant.
▶ Boor in de buurt van de camera een gat van ∅ 16 mm.
▶Ontbraam alle boorgaten die in een metalen plaat zijn gemaakt en behandel ze met antiroestmiddel.
▶Voorzie alle doorvoeren met scherpe randen van een doorvoertule.
Camera bevestigen
▶ Schuif de camera in de camerahouder (afb. 19, pagina 8).

LET OP!
Gebruik voor de montage van de camera in de camerahouder alleen de meegeleverde schroeven. Langere schroeven beschadigen de camera.
▶ Bevestig de camera losjes met de vier schroeven M4 x 6 in de beide andere bevestigingsboringen (afb. 19, pagina 8).
De camera is nu gecentreerd.
Lijn de camera uit, zodat het objectief een hoek van ca. 25° ± 5° met de verticale as van het voertuig vormt (afb. 21, pagina 9).

INSTRUCTIE
De vier schroeven M4 x 6 worden pas vastgedraaid als de camera is uitgelijnd (zie hoofdstuk „Werking controleren en camera instellen” op pagina 103). Hiervoor moet u echter evt. eerst nog een monitor monteren en elektrisch aansluiten.
8.3 Camera aansluiten

INSTRUCTIE
- Plaats de camerakabel zodanig, dat u bij een eventueel noodzakelijke uitbouw van de camera makkelijk bij de stekkerverbinding tussen camera en verlengkabel kunt komen. De demontage wordt daardoor aanzienlijk vereenvoudigd.
- Om corrosie in de stekker te minimaliseren, adviseren wij om een beetje vet, bijv. poolvet, in een van de stekkers aan te brengen.
▶Leid de camerakabel in het voertuig.
▶ Steek de stekker van de camerakabel in de stekkerbus van de verlengkabel (niet bij de levering inbegrepen, afb. 22 1, pagina 9).
▶ Schroef de steekverbinding vast als bescherming tegen het binnendringen van water (afb. 10, pagina 5).
8.4 Aansluitbox aansluiten (afb. 22, pagina 9)
De schakelbox is klaar om te monteren geleverd.
▶Bevestig de schakelbox op een geschikte plaats.

INSTRUCTIE
Verbind de camera-ingang voor dichtbij (achteruitrijcamera) met aansluiting „C1” en de camera-ingang voor veraf met aansluiting „C2”.
▶Sluit de schakelbox elektrisch als volgt aan:
- Sluit de camera-ingangen van de monitor op de aansluitingen „C1“ en „C2“ aan.
- Sluit de systeemkabel van de camera op de aansluiting „CAM“ aan.
De camera wordt via de achteruitversnelling of de camerakeuzetoets aan de monitor in- resp. uitgeschakeld.
8.5 Werking controleren en camera instellen
▶Controleer de werking van de camera na aansluiten van een monitor.
U kunt de camera omschakelen tussen dichtbij en veraf, door tussen de camara-ingangen om te schakelen.
▶Richt de camera indien nodig aan de hand van het monitorbeeld:
het monitorbeeld voor dichtbij moet aan de onderkant van het beeld de achterkant of de bumper van uw voertuig weergeven. Het midden van de bumper moet ook in het midden van het monitorbeeld zijn (afb. 21, pagina 9).
▶Draai de twee bevestigingsschroeven van de camera vast.
Contrast en helderheid e.d. worden op de monitor ingesteld.
9 Camera onderhouden en reinigen

LET OP!
Geen scherpe of harde voorwerpen of reinigingsmiddelen bij het reinigen gebruiken. Dit kan het product beschadigen.
▶Reinig het product af en toe met een vochtige doek.
10 Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, wendt u zich tot het filiaal van de fabrikant in uw land (adressen zie achterkant van de handleiding) of tot uw speciaalzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u de volgende documenten mee te sturen:
- een kopie van de factuur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
11 Afvoer
▶Laat het verpakkingsmateriaal indien mogelijk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw speciaalzaak naar de betreffende afvoervoorschriften.
| PerfectView CAM604 | |
| Art.-nr.: 9102000071 | |
| Beeldsensor: 1/4" Color CMOS | sensor, ca. 5000000 pixels, 2592(H) x 1944(V) |
| TV-systeem: PAL | |
| Gevoeligheid: < 1 lux of | 0 lux met LED |
| Gezichtshoek: Bereik veraf: 63° H, 52° V, 83° DBereik dichtbij: 140° H, 94° V, 153° D | |
| Microgevoeligheid: ca. 42 dB | |
| Opslagtemperatuur: -40 °C tot | +80 °C |
| Bedrijfstemperatuur: | -30 °C tot +70 °C |
| Bedrijfsspanning: | 10–16 V--- |
| Verbruik: | max. 6 W |
| Afmetingen b x h x d (met houder): | 83 x 70 x 57 mm |
| Gewicht: | ca. 300 g |
| Certificaten: | ![]() |
