RB 272250 - Koelkast GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RB 272250 GAGGENAU in PDF-formaat.

📄 77 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice GAGGENAU RB 272250 - page 36
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : GAGGENAU

Model : RB 272250

Categorie : Koelkast

Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RB 272250 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RB 272250 van het merk GAGGENAU.

GEBRUIKSAANWIJZING RB 272250 GAGGENAU

Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat, veiligheidsvoorschriften Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat Oude apparaten zijn niet per definitie waardeloos! Door een milieuvriendelijke afvoer van uw oude apparaat kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw gebruikt worden. Bij afgedankte apparaten de stekker uit het stopcontact trekken, aansluitkabel door- knippen en samen met de stekker verwijderen. Het slot verwijderen. Hiermee voorkomt u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken. Koel- en diepvriesapparaten bevatten koel- middel en gassen in de isolatie die zorg- vuldig moeten worden afgevoerd. Let erop dat de leidingen tot het moment van transport niet beschadigd worden. Uw nieuwe apparaat werd tijdens het transport naar u door de verpakking beschermd. Voor de verpakking wordt gebruik gemaakt van materialen die het milieu kan verdragen en die geschikt zijn voor hergebruik. Help daarom mee en zorg ervoor dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. Laat kinderen niet met de verpakking en de onderdelen daarvan spelen. Kans op stikken door vouwdozen en folie. U kunt bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. Onze bijdrage aan het beschermen van het milieu – wij maken gebruik van kringlooppapier. Veiligheidsvoorschriften Lees voordat u het apparaat in gebruik neemt de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over installatie, gebruik en onderhoud van het apparaat. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift voor een eventuele latere bezitter van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijk- heid als de volgende aanwijzingen niet in acht worden genomen: l Een (bijv. tijdens het transport) beschadigd apparaat niet in gebruik nemen. In twijfelgevallen eerst contact opnemen met uw leverancier. l Het apparaat uitsluitend volgens het bijgesloten installatievoorschrift plaatsen en aansluiten. De elektrische aansluit- voorwaarden moeten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje. l Bij het schoonmaken nooit een stoom- reiniger gebruiken. De stoom kan in de onder spanning staande onderdelen van het apparaat terechtkomen en kortsluiting of een elektrische schok veroorzaken. l De elektrische veiligheid van het apparaat wordt alleen dan gegarandeerd als het aardingssysteem van de huisinstallatie volgens de geldende elektrotechnische voorschriften is geïnstalleerd. l In geval van een storing, bij onderhouds- werkzaamheden en bij het schoonmaken de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering in de meterkast uit- schakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. l Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakkundige monteurs worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparatie kan er gevaar voor de gebruiker ontstaan. l Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed gesloten en rechtop bewaren. Geen producten met brandbare drijfgassen (zoals spuitbussen met slagroom en andere spuitbussen) en67

Plaatsing van het apparaat De juiste plaats Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht: naast een elektrisch fornuis 3 cm, naast een CV-installatie 30 cm. Bij plaatsing naast een ander koel- of vries- apparaat moet aan de zijkant ten minste 2 cm ruimte worden opengelaten om het ontstaan van condensatiewater te vermijden. Verwisselen van de deurophanging Glasplateaus eruit halen. Het apparaat voorzichtig op zijn rug leggen. Attentie! - Het apparaat is erg zwaar. Ga te werk in de volgorde van de cijfers (afb.

/A) niet in de bus past: de plaats van de bus (afb.

/B) met een schroevendraaier veranderen tot de bout erin past. Plaatsen van het apparaat Het apparaat moet waterpas en stevig op de vloer staan. Oneffenheden in de vloer d.m.v. de twee schroefvoetjes aan de voorkant opheffen (afb.

Elektrische aansluiting Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact, met een zekering van 10 ampère of meer, op 220–240 V/50 Hz wisselstroom aansluiten. Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje bevindt zich links onderaan in de koelruimte (afb.

Een eventueel noodzakelijke vervanging van de aansluitkabel mag alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd. Waarschuwing! Het apparaat mag nooit worden aangesloten op elektronische „energiebesparende stekkers” (bijv. Sava Plug) of omvormers die gelijkstroom om- zetten in 230 V wisselstroom (bijv. instal- laties voor zonneënergie of netwerken voor schepen). Beluchting Afb.

De aan de achterwand van het apparaat vrijkomende warme lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ont- luchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt. Na het transport ... kan het apparaat onmiddellijk in gebruik worden genomen. explosieve stoffen in het apparaat opslaan – gevaar voor explosie! l Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes springen. l De be- en ontluchtingsopeningen mogen nooit afgedekt worden. l Plint, uittrekbare manden of laden, deuren enz. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. l Kinderen niet met het apparaat laten spelen. l Als u een apparaat met een slot hebt, bewaar de sleutel dan buiten het bereik van kinderen. l Ijslollies en ijsblokjes niet direct uit de diepvriesruimte in de mond nemen (gevaar voor verbranding door de zeer lage temperatuur). l Diepvrieswaren nooit met natte handen aanraken. Uw handen kunnen eraan vastvriezen. l Attentie! De ventilatieopeningen in de ommanteling van het apparaat resp, aan het inbouwapparaat altijd vrijhouden. l Attentie! De leidingen van het koelcircuit niet beschadigen. l Attentie! Geen elektrische apparaten in de levensmiddelenvakken van het apparaat gebruiken, tenzij een door de fabrikant aanbevolen type. Het koelcircuit van dit apparaat bevat isobutaan (R 600a), een natuurlijk gas dat in hoge mate milieuvriendelijk is maar wel brandbaar. Let erop bij het vervoeren en verplaatsen van het apparaat dat er geen onderdelen van het koelcircuit beschadigd worden. Bij eventuele beschadigingen open vuur of andere ontstekingsbronnen vermijden. De ruimte waarin het apparaat is opgesteld, een paar minuten luchten. Waarschuwing: om het ontdooiproces te versnellen geen andere mechanische toestellen of kunstmatige hulpmiddelen gebruiken dan door de fabrikant aanbevolen. Bepalingen Het apparaat is geschikt voor het koelen en vriezen van levensmiddelen en om ijsblokjes te maken. Het is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden moeten de daarvoor geldende bepalingen in acht worden genomen. Het apparaat voldoet aan de voorschriften voor koel- en vriesinstallaties ter voorkoming van ongevallen (VBG 20). Dit apparaat voldoet aan de veiligheids- bepalingen voor elektrische apparaten. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Let op de omgevings- temperatuur Afhankelijk van de „klimaatklasse” (zie het typeplaatje) kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden: (het typeplaatje bevindt zich links onderaan in het apparaat. Afb.

Klimaat- Omgevingstemperatuur klasse van ... tot SN +10 °C tot 32 °C N +16 °C tot 32 °C ST +18 °C tot 38 °C T +18 °C tot 43 °C Als de omgevingstemperatuur lager is, dan wordt het in de koelruimte te koud; als de omgevingstemperatuur hoger is, dan wordt het in de diepvriesruimte te warm. Bij omgevingstemperaturen onder +10 °C kunnen er storingen optreden bij het volautomatische ontdooien. Veiligheidsvoorschriften69

Kennismaking met het apparaat Bedieningspaneel (kort overzicht) Afb.

1 -toets hoofdschakelaar aan/uit 2 “alarm” toets ("alarm-uit"-toets) a) voor het uitschakelen van het waarschuwingssignaal b) voor het weergeven van de hoogste temperatuur die in het vriesvak heeft geheerst (alleen wanneer indicatie 9 knippert). 3 Super-toets voor max. vriesvermogen. 4 Freezer-toets Om de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte aan te geven. 5 Cooler-toets Om de ingestelde temperatuur in de koelruimte aan te geven. 6 Insteltoets vriesruimte- en koelruimtetemperatuur

C = kouder, warmer 7 Indicatie "alarm" brandt alleen wanneer de alarmfunctie wordt geactiveerd 8 Indicatie "super" Brandt alleen wanneer de "super"-toets wordt ingedrukt. 9 Indicatie van a) "warmste temperatuur" b) Indicatie "AL" (Alarm) c) insteltemperatuur voor de koelruimte d) insteltemperatuur voor de diepvriesruimte Functie van de schakel- en controle-elementen Afb.

1 -toets Hoofdschakelaar, om het hele apparaat in en uit te schakelen. 2 “alarm” -toets Dient voor het uitschakelen van het waarschuwingssignaal. Het waarschuwingssignaal wordt geactiveerd wanneer het te warm is in de vriesruimte en de diepvriesproducten gevaar lopen (tegelijkertijd knippert indicatie 9). Ook als de diepvriesproducten geen gevaar lopen, kan het waarschuwingssignaal klinken - bij ingebruikneming van het apparaat - bij het toevoegen van verse levensmiddelen zonder inschakeling van de supervriesstand - en als de vriesruimtedeur te lang open staat. Na uitschakeling van het waarschuwingssignaal wordt de "akoestische waarschuwing" automatisch weer operationeel zodra de vriesruimte weer op bedrijfstemperatuur is. 3 "Super"-toets Om het supervriessysteem in en uit te schakelen. De indicaties 8 "Super" en 9 "SU" geven aan dat het supervriessysteem is ingeschakeld. Het supervriessysteem dient voor het invriezen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen en moet tot 24 uur vóór het inladen van de verse levensmiddelen worden ingeschakeld. De vriesmachine werkt na inschakeling continu, de vriesruimte bereikt een zeer lage temperatuur. Kennismaking met het apparaat A.u.b. vóór het lezen de laatste bladzijden met afbeeldingen openvouwen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. Afwijkingen in de afbeeldingen zijn hierdoor niet uitgesloten. Overzicht Afb.

  • 14 Flessenrek 15 Groente- en fruitladen 16 Vak voor blikjes en tubes 18 Vak voor kleine flessen 19 Eierrekje 20 Vak voor grote flessen, pakken melk etc. 21 Vriestableau 22/23 Diepvriesladen 24 „Chiller”-vak A Koelruimte B Diepvriesruimte
  • niet bij alle modellen Door het volautomatische No-Frost- systeem vormt zich geen ijs in de koel- en diepvriesruimte. Ontdooien van het apparaat is niet meer nodig. Functie: De diepvrieswaren worden door gekoelde lucht ingevroren! Een verdamper die zich in het No-Frost- systeem bevindt, koelt de lucht in het apparaat af. De koude lucht wordt d.m.v. een ventilator rondgeblazen. Een tweede ventilator zorgt voor de luchtcirculatie in de koelruimte. De vochtigheid in de lucht zet zich af op de verdamper. Indien nodig wordt de verdamper volautomatisch ontdooid. Het dooiwater wordt naar de koelmachine geleid waar het verdampt. In de diepvries- ruimte en op de levensmiddelen zet zich geen ijs af.71

Inschakelen en temperatuurkeuzeKennismaking met het apparaat 4 "Freezer"-toets Om de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte op indicatie 9 (zie beschrijving indicatie 9d) aan te geven. 5 "Cooler"-toets Om de ingestelde temperatuur in de koelruimte op indicatie 9 (zie beschrijving indicatie 9c) aan te geven. 6 Insteltoets voor koelruimte- en vriesruimtetemperatuur a) (De temperatuur in de koelruimte is instelbaar van 2ºC tot 8ºC). De "Cooler"- toets en vervolgens de ºC-toets indrukken. De insteltemperatuur wordt op indicatie 9 aangegeven. De insteltoets een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. (De insteltemperatuur wordt in doorlopende volgorde van 8ºC tot 2ºC aangegeven. Na 2ºC verschijnt weer 8ºC). b) (De temperatuur in de diepvriesruimte is instelbaar van -16ºC tot -26ºC). Om de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte in te stellen de "Freezer"-toets en vervolgens de ºC-toets indrukken. De insteltemperatuur wordt op indicatie 9 aangegeven. De insteltoets een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. (De insteltemperatuur wordt in doorlopende volgorde van -16ºC tot -26ºC aangegeven. Na -26ºC verschijnt weer - 16ºC). 7 Indicatie "alarm" Brandt alleen wanneer de alarmfunctie is geactiveerd. Dit gebeurt wanneer het te warm wordt in de vriesruimte en de diepvriesproducten gevaar lopen. De indicatie gaat uit zodra de vriesruimte weer op bedrijfstemperatuur is. 8 Indicatie "super" Brandt alleen wanneer de "super"- toets is ingedrukt en daardoor de supervriesstand is ingeschakeld. De indicatie gaat uit wanneer de "super"- Afb.

l Stekker in het stopcontact steken. l Hoofdschakelaar 1 indrukken Het alarmsignaal is te horen, indicatie 9 knippert en geeft "AL" aan. l “alarm” -toets 2 indrukken Het alarmsignaal gaat uit. De indicatie geeft nu gedurende 5 seconden de actuele temperatuur aan. Op indicatie 9 verschijnt "AL". l Temperatuur van de vriesruimte instellen Hiertoe de "freezer"-toets en daarna de

C-toets meermaals indrukken of ingedrukt houden totdat de gewenste temperatuur wordt weergegeven (doorlopende weergave, na –26

C opnieuw weergegeven). Wij raden u aan de vriesruimtetemperatuur in te stellen op –20

l Temperatuur van de koelruimte instellen Hiertoe de "cooler"-toets en daarna de

C-toets meermaals indrukken of ingedrukt houden totdat de gewenste temperatuur wordt weergegeven (doorlopende weergave, na

C opnieuw weergegeven). Wij raden u aan de koelruimtetemperatuur in te stellen op

Ook na een correctie van de temperatuurinstelling verandert de temperatuur in de koelruimte pas na geruime. Attentie: l De temperatuur in de koelruimte kan schommelen – doordat de deur van het apparaat vaak geopend werd, – door het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen in de koelruimte en de diepvriesruimte, – door een verandering van de omgevingstemperatuur, – door een verandering van de instelling van de temperatuurkiezer voor de diepvriesruimte of door inschakelen van het supervriessysteem. l De voorzijde van het apparaat wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condensatiewater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. toets opnieuw wordt ingedrukt om de supervriesstand uit te schakelen. De indicatie gaat op zijn vroegst 52 uur na inschakeling van de supervriesstand automatisch uit. 9 Multifunctionele indicatie Geeft de verschillende temperaturen weer a) Te warme temperatuur in de diepvriesruimte Als indicatie 9 knippert, dan is of was het door stroomuitval of een storing in de diepvriesruimte te warm. Na het indrukken van de toets Alarm wordt op indicatie 9 (niet knipperend) gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aangegeven die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt deze waarde gewist. Indicatie 9 geeft nu zonder te knipperen de geprogrammeerde temperatuur in de diepvriesruimte aan. b) Indicatie "Al" (Alarm) Deze geeft aan wanneer het in de diepvriesruimte te warm is. c) Insteltemperatuur voor de koelruimte Na het indrukken van de "Cooler"-toets wordt de insteltemperatuur voor de koelruimte aangegeven. d) Insteltemperatuur voor de diepvriesruimte Na het indrukken van de "Freezer"-toets wordt de insteltemperatuur voor de diepvriesruimte aangegeven.73

Levensmiddelen inruimen Een voorbeeld van het inruimen Afb.

Koelruimte (A) Op de legroosters/plateaus (12) van boven naar beneden: brood en banket, klaargemaakte gerechten, zuivelproducten. Op het legplateau (14) flessen. In de groentelade (15) groente, fruit en sla. In het vak (18) kleine flessen en tubes. In het eierrekje (19) eieren. In het flessenvak (20) grote flessen. Diepvriesruimte (B) Op het vriestableau (21) kleine diepvrieswaren opslaan, ijsblokjes maken. In de bovenste laden (22) diepvrieswaren opslaan. In de onderste diepvrieslade (23) levensmiddelen invriezen en opslaan. Indeling van het interieur De legroosters/plateaus in de koelruimte kunnen – ook als de deur 90° openstaat – worden verplaatst: legrooster/plateau naar voren trekken, iets laten zakken, eruit nemen en op de gewenste plaats opnieuw erin zetten (afb.

De draadbeugels kunnen worden opgeklapt. Alle rekken en vakken in de deur kunnen eruit genomen worden om schoon te maken: vak of rek iets optillen en eruit halen (afb.

Bodem van het vak naar voren trekken. De klep gaat open. In het „Chiller”-vak heersen lagere temperaturen dan in de koelruimte waarbij ook temperaturen onder 0 °C kunnen optreden. Ideaal voor het bewaren van vis, vlees en worst. Niet geschikt voor sla, groente en koudegevoelige levensmiddelen.

  • niet bij alle modellen Attentie bij het inruimen l Warme dranken en gerechten buiten het apparaat laten afkoelen. l De levensmiddelen liefst verpakt of goed afgedekt bewaren. Hierdoor blijven niet alleen geur, kleur, vochtigheid en versheid behouden, maar wordt bovendien voorkomen dat de opgeslagen levensmiddelen naar elkaar gaan smaken. Alleen groente, fruit en sla moeten onverpakt in de groenteladen worden opgeslagen. l De levensmiddelen zo gelijkmatig mogelijk in de vakken verdelen om een efficiënte circulatie van de koellucht te waarborgen. l De luchtinlaat- en luchtuitlaatopeningen niet met levensmiddelen blokkeren om de luchtcirculatie niet te verminderen. l Levensmiddelen die direct vóór de luchtuitlaatopeningen bewaard worden, kunnen door de naar buiten stromende koude lucht bevriezen. l Zorg dat de kunststof delen en de deurafdichting niet met olie of vet in aanraking komen (ze kunnen poreus worden). l Geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Dranken met een hoog alcohol- percentage rechtop en goed gesloten bewaren. – Gevaar voor explosie! l Flessen met vloeistoffen die kunnen bevriezen niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen springen. Uitschakelen van het apparaat Hoofdschakelaar (afb.

/1) indrukken. Hierdoor is het apparaat uitgeschakeld. Buiten werking stellen van het apparaat Als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt: hoofdschakelaar (afb.

/1) indrukken, het apparaat schoonmaken, deuren open laten staan. Uitschakelen en buiten werking stellen van het apparaat75

Ontdooien van diepvries- waren Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: bij omgevingstemperatuur in de koelkast in de elektrische oven met of zonder heteluchtventilator in de magnetron. Half of geheel ontdooide diepvrieswaren kunnen opnieuw worden ingevroren: vlees en vis als de temperatuur niet langer dan 1 dag, andere levensmiddelen als de temperatuur niet langer dan 3 dagen boven de +3 °C is gestegen. In andere gevallen de levensmiddelen – als smaak, geur en kleur niet veranderd zijn – koken, braden of op een andere manier tot een kant en klaar gerecht bereiden en opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Ijsblokjes maken Afb.

/4 met water vullen en in de diepvriesruimte zetten. Om de ingevroren blokjes uit het ijsbakje te halen: het bakje iets verbuigen. Invriezen en opslaanInvriezen en opslaan Kleinere porties zijn sneller ingevroren waardoor de kwaliteit bij het ontdooien en bereiden het beste behouden blijft. De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen. Voor verpakking geschikt: kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilnis- zakken en gebruikte boodschappentasjes. De levensmiddelen verpakken, lucht eruit persen en het geheel van een goede sluiting voorzien. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folie- lasapparaat worden dichtgelast. Vermeld op de pakjes inhoud en datum voordat u ze in de diepvriesruimte legt. Maximale invriescapaciteit De levensmiddelen moeten zo snel mogelijk door en door worden ingevroren. Alleen zo blijven vitamines, voedingswaarde, kleur en smaak behouden. Daarom mag de maximale invriescapaciteit van uw apparaat niet overschreden worden. U kunt binnen 24 uur max. 12 kg in de onderste vakken in één keer invriezen. Al ingevroren levensmiddelen mogen niet in aanraking komen met nog in te vriezen levensmiddelen. Eventueel de levens- middelen omstapelen. Hete spijzen en dranken vóór het opslaan in de diepvriesruimte bij kamertemperatuur laten afkoelen. Supervriezen Als er al levensmiddelen in de diepvriesruimte liggen, dan moet een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelen het supervriessysteem worden ingeschakeld. Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende. Wilt u de maximale invriescapaciteit benutten, dan moet het supervriessysteem 24 uur van tevoren worden ingeschakeld. Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren. Inschakelen van het supervriessysteem: gewoon de supervriestoets (afb.

/3) indrukken. De indicatie „super” geeft aan dat het supervriessysteem is ingeschakeld. De koelmachine loopt nu permanent. In de diepvriesruimte wordt een lage temperatuur bereikt. Het supervriessysteem wordt ca. 50 uur na het inschakelen automatisch uitgeschakeld. Houdbaarheid van diepvrieswaren Vis, worst, kant en klare max. 4 maanden gerechten, brood en banket Kaas, gevogelte, vlees max. 8 maanden Groente, fruit max. 12 maanden

Op het vriestableau kunt u de ijsbakjes bewaren en bessen, klein gesneden fruit, kruiden en groente stuk voor stuk invriezen. Om stuk voor stuk in te vriezen de levensmiddelen op het vriestableau gelijkmatig verdelen en ca. 10 tot 12 uur door en door laten bevriezen. Hierna overdoen in diepvrieszakjes of diepvriesdozen. Om te ontdooien de levensmiddelen weer naast elkaar neerleggen. Attentie bij het inkopen van diepvriesproducten l Als u al ingevroren levensmiddelen koopt, let er dan op dat de verpakking niet beschadigd is. l Controleer de houdbaarheidsdatum. l In de winkel moet de temperatuur in de diepvrieskist –18 °C of kouder zijn. l Koop de diepvriesproducten op het allerlaatste moment, breng ze in kranten gewikkeld of in een koeltas snel naar huis en leg ze in de diepvriesruimte. Levensmiddelen zelf invriezen Als u zelf levensmiddelen wilt invriezen, gebruik dan alleen verse levensmiddelen. Geschikt om in te vriezen: vlees en worst, gevogelte en wild, vis, groente, kruiden, fruit, brood en gebak, pizza, klaargemaakte gerechten, kliekjes, eierdooiers en eiwit. Niet geschikt om in te vriezen: eieren met schaal, zure room en mayonaise, sla, radijsjes, rammenas en rettich, uien. Blancheren van groente en fruit: groente en fruit moeten vóór het invriezen geblancheerd worden om te voorkomen dat kleur, smaak, aroma en vitamine „C” verloren gaan. (Blancheren betekent dat de groente of het fruit kort in kokend water worden gedompeld. – In de boekhandel zijn boeken over invriezen verkrijgbaar, waarin ook blancheren wordt beschreven.) Verpakken van levens- middelen De levensmiddelen in porties geschikt voor uw huishouden verpakken. Groente en fruit in porties niet zwaarder dan 1 kg, vlees in porties van maximaal 2,5 kg.77

Aanwijzingen bij bedrijfsgeluiden Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat Het apparaat van het meubel of het apparaat ernaast wegschuiven. Laden, manden of legroosters/plateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten. l Het apparaat in een koele, goed te ventileren ruimte plaatsen. Niet in de zon of in de buurt van een warmtebron (verwarmingsradiator etc.) plaatsen. l De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. l Warme gerechten pas nadat ze zijn afgekoeld in de diepvriesruimte zetten. l Als u diepvrieswaren wilt ontdooien, leg deze dan eerst in de koelruimte. U benut hierdoor de in de diepvrieswaren aanwezige koude voor het koelen van de levensmiddelen in de koelruimte. l Bij het in- en uitladen de deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.

  • niet bij alle modellen Tips om energie te besparen Bedrijfsgeluiden Om de gekozen temperatuur constant te houden schakelt uw apparaat van tijd tot tijd de compressor in. De geluiden die daarbij ontstaan zijn normaal. Zodra het apparaat de bedrijfstemperatuur heeft bereikt, worden de geluiden automatisch minder. Het gebrom komt van de motor (compressor). Het kan korte tijd iets luider worden als de motor inschakelt. Het geborrel, geklok of gebruis komt van het koelmiddel dat door de leidingen stroomt. Het geklik is alleen te horen als de thermostaat de motor in- of uitschakelt. Bij een meerzonen- of Nofrostapparaat kan een zacht geruis te horen zijn van de ventilator en de luchtstroming in het apparaat. Knakkende geluiden kunnen optreden als ... – het automatische ontdooiproces in werking treedt, – het apparaat afkoelt resp. verwarmd wordt (uitzetting van het materiaal). Als de bedrijfsgeluiden te luid zijn, dan heeft dit wellicht eenvoudige oorzaken die vaak heel gemakkelijk kunnen worden opgeheven. Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg er iets onder. Schoonmaken Vóór het schoonmaken altijd de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Geen stoom- of hogedrukreinigers gebruiken. Door de hete stoom kunnen de oppervlakken en de elektrische onder- delen beschadigd worden – gevaar voor een elektrische schok! Zorg dat het sop niet in de controle- armatuur en de verlichting terechtkomt. Behalve de deurafdichting kan het hele apparaat met lauw water met een scheutje mild, licht desinfecterend reinigingsmiddel (bijv. handafwasmiddel) worden schoon- gemaakt. Geen schoonmaakmiddelen gebruiken die zand of zuren c.q. chemische oplosmiddelen bevatten. De deurafdichting alleen met schoon water afnemen en daarna grondig droogwrijven. *Belangrijke aanwijzingen bij het onderhoud van roest- vrijstalen oppervlakken Bij het apparaat is een proefverpakking van het onderhoudsmiddel „Chromol” gevoegd.

BEHANDELING REGELMATIG HERHALEN. Het middel is in de handel onder de naam „Chromol” verkrijgbaar of bij de Servicedienst onder het Ident-nr. 310359 als 500 ml sproeiflacon Om de oppervlakken niet te beschadigen nooit schuursponsjes, metalen borstels, scherpe voorwerpen of schuurmiddelen gebruiken. Ook chemische agressieve schoonmaakmiddelen zoals ontdooisprays, ovensprays, oplosmiddelen of vlekken- middel mogen niet gebruikt worden. Schoonmaken Attentie! Buiten het bereik van kinderen bewaren. Nooit op oppervlakken gebruiken die met levensmiddelen in aanraking komen. Niet op hete oppervlakken gebruiken. Bevat alifatische koolwaterstoffen, olie en aromatische verbindingen.79

Servicedienst Typeplaatje Afb.

Als u de hulp van de Servicedienst inroept, geef dan het E-nummer en het FD-nummer op. U vindt deze gegevens in het zwart omlijnde gebied van het typeplaatje, links onderaan in de koelruimte naast de groentelade. Adres en telefoonnummer van de Service- dienst kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service- adressen. Kleine storingen zelf verhelpen – De lichtschakelaar zit klem (afb.

/B). Controleer of deze bewogen kan worden. Zo niet, neem dan contact op met de klantenservice. Als de indicatie (afb.

/9) knippert maar het akoestische waarschuwingssignaal niet afgaat, dan was het door het uitvallen van de stroom of door een storing in de diepvries- ruimte te warm. Na het indrukken van de "Alarm" - toets wordt op indicatie 9 (niet knipperend) gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aangegeven die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt deze waarde gewist. Indicatie 9 geeft nu zonder te knipperen de geprogrammeerde temperatuur in de diepvriesruimte aan. Als de indicatie warmer dan +3 °C heeft aangegeven, dan moeten de diepvrieswaren gecontroleerd worden. Als smaak, geur en uiterlijk niet veranderd zijn de diepvrieswaren door koken of braden tot een kant en klaar gerecht verwerken en opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Als na langer gebruik de indicatie (afb.

/9) knippert en het alarmsignaal te horen is: Storing – in de diepvriesruimte is het te warm! Op de indicatie wordt de geprogrammeerde temperatuur in de diepvriesruimte aangegeven. Om het alarmsignaal uit te schakelen: "Alarm" -toets indrukken. Eventuele oorzaken van de storing: - de ventilatie-opening aan de bovenkant van het apparaat resp. in de plint is afgedekt; - de deur van de diepvriesruimte is niet goed dicht; - er werden verse levensmiddelen zonder supervriezen ingevroren; - er werden om in te vriezen te veel verse levensmiddelen in één keer ingeladen; - hoge omgevingstemperatuur. Na het verhelpen van de storing de "Alarm" -toets indrukken; de indicatie houdt op met knipperen als in de diepvriesruimte de bedrijfstemperatuur weer is bereikt. Als de deur van de diepvriesruimte te lang open stond en de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte niet meer bereikt wordt, dan heeft zich zoveel ijs op de verdamper afgezet dat het volautomatische ontdooisysteem de hoeveelheid ijs niet meer kan ontdooien. In dit geval de diepvrieswaren uit het apparaat halen en goed geïsoleerd op een koele plaats leggen. Het apparaat uitschakelen en de deur van de diepvriesruimte open laten staan. Na ca. 12 uur is het ijs in het koelsysteem ontdooid. Apparaat weer inschakelen en de diepvries- waren erin leggen. Als de storing aan de hand van de hiervoor genoemde punten niet verholpen kan worden, schakel dan de Servicedienst in. Om koudeverlies te vermijden de deuren niet onnodig openen. Voer zelf geen apparaties aan het apparaat uit, vooral niet aan de electrische onder- delen. Kleine storingen zelf verhelpen Ga, alvorens de Servicedienst in te schakelen, aan de hand van de volgende punten eerst even na of u de storing zelf kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen. Als de indicatie (afb.

/9) niet brandt: controleer of er stroom is, of de stekker goed in het stopcontact zit en of het apparaat is ingeschakeld. Als tijdens het in gebruik nemen van het apparaat de indicatie (afb.

/9) "E1" (knipperend) wordt aangegeven: In de koelruimte heerst een zeer hoge temperatuur. Een paar minuten na het in gebruik nemen van het apparaat wordt de ingestelde temperatuur in de koelruimte aangegeven als de Cooler-toets werd ingedrukt. Anders wordt op de indicatie "Al" (de diepvriesruimte is warm) of de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte aangegeven. Als tijdens het in gebruik nemen van het apparaat de indicatie (afb.

/9) "E2" (knipperend) wordt aangegeven: In de diepvriesruimte heerst een zeer hoge temperatuur. Een paar minuten na het in gebruik nemen van het apparaat wordt "Al" en vervolgens de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte aangegeven als de Freezer-toets werd ingedrukt. Anders geeft de indicatie de ingestelde temperatuur in de koelruimte aan. Als de verlichting in de koelruimte niet functioneert: – De gloeilamp is defect. Stekker uit het stopcontact trekken, afscherming (afb.

/A) verwijderen en de gloeilamp vervangen door een gloeilamp van hetzelfde type (max. 15 W, 230 V, fitting E14).81