RC 222 101 - Koelkast GAGGENAU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RC 222 101 GAGGENAU in PDF-formaat.
| Merk | Gaggenau |
| Model | RC 222 101 |
| Producttype | Inbouwkoelkast |
| Hoogte | 122 cm |
| Breedte | 56 cm |
| Diepte | 55 cm |
| Netto gewicht | 50 kg |
| Netto capaciteit | 200 L |
| Voeding | 220-240 V, 50 Hz |
| Energieklasse | A+ |
| Geluidsniveau | 38 dB |
| Koelfunctie | Ventilatiekoeling |
| Temperatuurregeling | Elektronisch met digitale weergave |
| Ontdooien | Automatisch |
| Deur open alarm | Ja |
| Deurmateriaal | Roestvrij staal |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte doek en zeepwater |
| Veiligheid | Toetsenvergrendeling |
| Onderdelen | Verkrijgbaar bij de klantenservice van Gaggenau |
| Repareerbaarheid | Hoge repareerbaarheidsscore (onderdelen 10 jaar beschikbaar) |
Veelgestelde vragen - RC 222 101 GAGGENAU
Gebruikersvragen over RC 222 101 GAGGENAU
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RC 222 101 - GAGGENAU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RC 222 101 van het merk GAGGENAU.
GEBRUIKSAANWIJZING RC 222 101 GAGGENAU
nl Gebruiksaanwijzing
RC 242
Einbaugerät
Built-in appliance
Appareil encastrable
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen 78
Voordat u het apparaat in gebruik neemt 78
Kinderen in het huishouden 79
Algemene bepalingen 79
Aanwijzingen over de afvoer 80
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat 80
Afvoeren van uw oude apparaat 80
Omvang van de levering 80
Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte 81
Omgevingstemperatuur 81 Beluchting 81 Nisdiepte 81
De juiste plaats 82
Apparaat aansluiten 82 Elektrische aansluiting 82
Kennismaking met het apparaat 83
Bedieningselementen 84
Apparaat inschakelen 85
Aanwijzingen bij het gebruik 85
Instellen van de temperatuur 85
Koelruimte 85
Verskoelruimte 85
Alarm function 86
Deuralarm 86 Alarm uitschakelen 86
Netto-inhoud 86
De koelruimte 86
In acht nemen bij het bewaren 86 Let op de koudezones in de koelruimte 86
Snelkoelen 87
In- en uitschakelen 87
De verskoelruimte 87
Groentelade met vochtigheidsregelaar 87 Verskoellade 88 Bewaartijden (bij 0 °C) 88
Uitvoering 88
Glasplateaus 88 Uittrekbaar glasplateau 88 Wijn- en champagnerek 89 Flessenhouder 89
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 89
Uitschakelen van het apparaat 89 Buiten werking stellen van het apparaat 89
Ontdooien 89
Schoonmaken van het apparaat 90 Uitvoering 90
Verlichting (LED) 93
Energie besparen 93
Bedrijfsgeluiden 93 Heel normale geluiden 93 Voorkomen van geluiden 93
Kleine storingen zelf verhelpen 94
Zelftest apparaat 95 Zelftest starten 95 Zelftest apparaat beëindigen 95
Servicedienst 95
Verzoek om reparatie en advies bij storingen 95

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door.
U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden.
Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
- Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
- Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.
Bij het gebruik
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Explosiegevaar!
- Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken! De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok!
- Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar!
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden.
- De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken.
- Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen. Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!
- Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!
- Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt om levensmiddelen te koelen.
Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
⚠ Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
Inbouwapparaat
• Uitrusting (modelafhankelijk)
Zakje met montagemateriaal
- Gebruiksaanwijzing
• Montagevoorschrift
- Klantenserviceboekje
Garantiebijlage
- Informatie over energieverbruik en geluiden
Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
| Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuur |
| SN +10 °C tot 32 °C |
| N +16 °C tot 32 °C |
| ST +16 °C tot 38 °C |
| T +16 °C tot 43 °C |
De klimaatklasse staat op het typeplaatje.

Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Beluchting
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Nisdiepte
Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte - minstens 550 mm - wordt het energieverbruik iets hoger.
De juiste plaats
Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:
- Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm.
Naast een CV-installatie 30 cm.
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat").
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220-240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controlleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje.
⚠ Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers. Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat
Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

A Koelruimte
B Verskoelruimte
1-5 Bedieningselementen
6 Verlichting koelruimte
7 Glasplaat
8 Uittrekbaar glasplateau
9 Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar
10 Groentelade
11 Verskoellade
12 Voorraadvak in de deur
13 Vak voor grote flessen
Bedieningselementen

5
1 Toets Aan/Uit Ⓘ
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
2 Toets Snel \*
Dient voor het in- en uitschakelen van het snelkoelen (zie het hoofdstuk Snelkoelen).
3 Insteltoetsen voor de temperatuur +/-
Met deze toetsen wordt de temperatuur ingesteld.
4 Temperature display
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.
5 Alarmtoets
Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).
Apparaat inschakelen
Het apparaat met de toets Aan/Uit Ⓐ inschakelen.
De temperatuurindicatie toont de ingestelde temperatuur.
Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.
Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4 °C voor de koelruimte.
Bewaar gevoelige levensmiddelen niet warmer dan +4 °C.
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
- De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.
Instellen van de temperatuur
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +3 °C tot +8 °C.
Temperatuurinsteltoetsen +/- meermaals indrukken tot de gewenste koelruimtetemperatuur is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie.
Verskoelruimte
De temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden.
Aanwijzing
Wanneer zich vorst vormt op het koelgoed in de verskoelruimte, de temperatuur warmer instellen (zie hoofdstuk Kleine storingen zelf verhelpen).
Alarm function
Deuralarm
Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld als de deur van het apparaat langer dan twee minuten openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.
Alarm uitschakelen
De alarm-toets ♀ indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.
Netto-inhoud
De gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”).
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas.
In acht nemen bij het bewaren
- Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen. Zo blijft de kwaliteit en de versheid langer bewaard.
- Bij kant-en-klaarproducten en afgevulde producten de door de fabrikant vermelde houdbaarheids- of gebruiksdatum in acht nemen.
- De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen, om aroma, kleur en versheid te bewaren. Dit voorkomt geuroverdracht en verkleuring van de kunststof onderdelen in de koelruimte.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen en pas daarna in het apparaat zetten.
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones.
De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het vak voor grote flessen.
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzingen
- Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
- Bewaar gevoelige levensmiddelen zoals vis, worst en vlees in de verskoelruimte (zie het hoofdstuk „De verskoelruimte").
Snelkoelen
Tijdens het snelkoelen wordt de koelruimte ca. 15 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het snelkoelen ingestelde temperatuur.
Het snelkoelen inschakelen bijv.:
- vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.
• om dranken snel te koelen.
Aanwijzing
Als het snekoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Toets Snel * indrukken.
De toets is verlicht wanneer het snelkoelen is ingeschakeld.
De verskoelruimte
De temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen.
In de verskoelruimte kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale koelzone - voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak.
Groentelade met vochtigheidsregelaar
De groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast.
De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen:
• overwegend fruit en bij hoge belading – lagere luchtvochtigheid
• overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading – hogere luchtvochtigheid

Koudegevoelig fruit (bijv. ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C.
- Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Verskoellade
Het klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees, worst, kaas en melk.
Bewaartijden (bij 0 °C)
| Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop | |
| Verse vis, zeevruchten max. 3 dagen | |
| Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden) max. 5 dagen | |
| Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) | max. 7 dagen |
| Gerookte vis, broccoli max. 14 dagen | |
| Sla, venkel, abrikozen, pruimen max. 21 dagen | |
| Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool | max. 30 dagen |
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Glasplateaus
U kunt de legplateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Legplateau optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien.

Uittrekbaar glasplateau
Voor een beter overzicht van de levensmiddelen kunt u het uittrekbare glasplateau uittrekken.

In het wijn- en champagnerek kunt u flessen veilig bewaren. Als u plaats voor andere levensmiddelen nodig hebt, kunt u de metalen beugel omhoog klappen.

Vak voor grote flessen
In dit vak worden dranken bijzonder snel gekoeld (zie hoofdstuk „Kennismaking met het apparaat”).
Flessenhouder
De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen
Uitschakelen van het apparaat
Toets Aan/Uit ① indrukken.
De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- Uitschakelen van het apparaat.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Schoonmaken van het apparaat.
- Deur van het apparat open laten.
Ontdooien
Het apparaat wordt automatisch ontdooid.
Schoonmaken van het apparaat

Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken/laden mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!
U gaat als volgt te werk:
- Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.
- Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren.
- Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
- Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- Levensmiddelen weer aanbrengen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Glasplateaus eruit halen
Daartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

Uittrekbaar glazen legplateau verwijderen
Hendel aan de onderzijde aan beide zijden ingedrukt houden, glasplateau naar voren trekken, optillen en zijwaarts naar buiten draaien.

Legplateaus uit de deur nemen
Legplateaus optillen en verwijderen.

Fleshouder verwijderen
Fleshouder samendrukken en verwijderen.

Reservoir verwijderen
De lade achteraan optillen en van de rails tillen.
De lade aanbrengen door deze op de ingeschoven rails te plaatsen en vast te laten klikken.

Scheidingsplaat verwijderen
Hendel aan de onderzijde aan beide zijden indrukken, scheidingsplaat naar voren trekken, optillen en zijwaarts naar buiten draaien.

Afdekking van de groentelade verwijderen
Afdekking optillen, naar voren trekken en zijwaarts naar buiten draaien.
Afdekking van de groentelade en scheidingsplaat aanbrengen
-
Afdekking van de groentelade aanbrengen.
-
Scheidingsplaat aanbrengen.
Aanwijzing
Om de afdekking te kunnen aanbrengen, moet de vochtigheidsregelaar zijn ingesteld op een lage luchtvochtigheid.

- De rail uittrekken.
- Vergrendeling in de richting van de pijl schuiven.
- Uittrekbare rails van de achterste pen losmaken.
- Uittrekbare rails in elkaar schuiven, boven de achterste pen naar achteren schuiven en ontgrendelen.

Uittrekbare rails monteren
- Uittrekbare rails in uitgetrokken toestand op de voorste pen zetten.
- Uittrekbare rails om vast te klikken iets naar voren trekken.
- Uittrekbare rails op de achterste pen erin zetten.
- Vergrendeling naar achteren schuiven.

Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Energie besparen
- Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis. Gebruik eventueel een isolatieplaat.
- Een nisdiepte van 560 mm aanhouden. Een kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. - Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd.
- De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nodig iets onder.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing Eventuele oorzaak Oplossing | ||
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| In de koelruimte is het te koud. | De temperatuur is te koud ingesteld. | Temperatuur warmer instellen. |
| De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. | De deur van het apparaat werd te vaak geopend. | Deur van het apparaat niet onnodig openen. |
| De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| Het apparaat koelt niet. | Het apparaat is uitgeschakeld. Toets Aan/Uit 1 indrukken. | |
| De verlichting functioneert niet. | Stroomuitval Controleren of er stroom is. | |
| De zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. | ||
| De indicatie brandt niet. | De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. |
| De verlichting functioneert niet. | De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)". | |
| De deur stond te lang open.De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld. | Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer. | |
| De temperatuurindicatie knippert. | De deur van het apparaat werd te vaak geopend. | Deur van het apparaat niet onnodig openen. |
| Er werden te veel levensmiddelen ingeladen. | Voor het aanbrengen op de sneltoets * drukken. | |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekkingen verwijderen. | |
| In de verskoelruimte is te koud of te warm. | De standaardinstelling is te hoog of te laag ingesteld (bijv. bij vorst in de verskoelruimte). | De temperatuur in de verskoelruimte kan 3 standen warmer of kouder ingesteld worden. Wanneer de koelruimtetemperatuur is ingesteld op stand 0, heeft de verskoelruimte een temperatuur van ongeveer 0 °C.1. Snel-toets * 3 seconden ingedrukt houden tot temperatuurindicatie knippert.2. Met de temperatuurinsteltoetsen +/- de instelling veranderen.Stand -3 is de koudste instellingStand +3 is de warmste instellingNa een minuut wordt de ingestelde stand opgeslagen. |
| Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. Apparaat-zelftest starten (zie het hoofdstuk „Zelftest apparaat").Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik. | |
Zelftest apparaat
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.
Zelftest starten
- Apparaat uitschakelen met de toets Aan/Uit ① en 5 minuten wachten.
- Het apparaat met de toets Aan/Uit ① inschakelen.
- Binnen de eerste 10 seconden de sneltoets van de koelruimte * 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot er een geluidssignaal klinkt. Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt ondertussen een lang geluidssignaal.
Als na afloop van de zelftest 2 geluidssignalen klinken en de ingestelde temperatuur wordt weergegeven, is uw apparaat in orde.
Als na afloop van de zelftest 5 geluidssignalen klinken en de sneltoets van de koelruimte * 10 seconden knippert, is er sprake van een fout. Neem contact op met de Service.
Zelftest apparaat beëindigen
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Servicedienst
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje.

Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
NL 088 424 4030
B 070 222 148