GEBRUIKSAANWIJZING TP5001 DANFOSS
Installatiehandleiding
Let op:
Dit product mag uitsluitend worden geïnstalleerd door een erkend elektrotechnicus of een vakkundige verwarmingsinstallateur conform de thans geldende IEEE-voorschriften voor bedrading.
Technische specifi caties
| Omschrijving TP5001 (A) TP50 | 01-RF TP5001M (A) | |
| Voeding 2 x AA/MN1500/LR | alkalinebatterijen | 230V, ±15%, 50Hz |
| Geheugenback-up Gegevens | worden de gehele levensduur van het product vastgehouden |
| Temperatuurbereik | 5-30°C |
| Fabrieksinstelling kalenderklok | Automatische overschakeling van zomer-op wintertijd |
| Maximum contactbelasting 3(1)A, 10-230V | n.v.t. 3(1)A | 10-230V |
| Bedrijfsfrequentie (RF-modellen) | n.v.t. 433,9 | 2MHz n.v.t. | |
| Zendbereik (RF-modellen) n.v.t. 30m max. n.v.t | | |
| Aansluitingen voor externe sensoren (alleen A-modellen) | Door installateur instelbaar op externe temperatuursensor, begrenzingssensor, raamcontact of telefonisch geactiveerde schakelcontacten |
| Afmetingen (bxhxd) 110 x 88 x 28 mm |
| Constructienorm | EN60730-2-9 (EN300220 voor RF) |
| Nominale piekspanning | 2,5kV |
| Kogeldruktest | 75°C |
| Emissiewaarde | Normaal |
| Nauwkeurigheid | ±1°C |
| Tijdnauwkeurigheid | ± 1 minuut per maand |
Belangrijk voor RF-modellen: Let erop dat zich geen grote metalen voorwerpen zoals ketels of andere grote apparaten in de zichtlijn tussen thermostaat en ontvanger bevinden, aangezien de communicatie tussen thermostaat en ontvanger hierdoor wordt verhinderd.
- Verwijder eerst de wandplaat van de achterzijde van de thermostaat.

- Vanuit de linker bovenhoek van de wandplaat gezien, moet er t.b.v. het monteren van de inplugmodule een vrije ruimte van minstens 15mm rechts, 15mm links, 30mm boven en 100mm onder de thermostaat zijn.
- Thermostaat en externe kamersensor:
Monteer de wandplaat op een hoogte van ca. 1,5 m vanaf de vloer, niet op de tocht en uit de buurt van warmtebronnen zoals radiatoren, open haard of direct zonlicht.

- Alvorens de thermostaat te monteren, moeten de 2 DIL-schakelaars aan de achterzijde van de thermostaat in de gewenste stand zijn gezet. De fabrieksinstellingen staan hieronder.
| Schakelaar nr. | Uit | Aan |
| 1 | Toetsen uitgeschakeld | Toetsen ingeschakeld |
| 2 | Reset uitgeschakeld | Reset ingeschakeld |

Externe voeler (uitsluitend bij de A-modellen)
Uitgangsaansluitingen,
alle vast bedrade
modellen

Belasting
verwarming
Batterijen plaatsen
Let bij het plaatsen van de batterijen op de juiste polariteit zoals aangegeven in het batterijen compartiment.
Belangrijk: Druk na het plaatsen van de batterijen eenmaal op de RESET knop om de unit te starten. Het uitleesvenster kan leeg blijven tot dit is gedaan. Als de knop is losgelaten verschijnt de informatie. Alle gegevens, tijd, programmering en overbruggingsinstellingen worden gedurende de levensduur van het produkt behouden.
! Op sommige bestaande thermostaten kan een Nul- en/of Aardedraad zijn aangesloten. Deze zijn niet nodig op de TP5001 (batterij modellen) en mogen NIET op de klemmen van de TP5001 worden aangesloten. Zij moeten worden geïsoleerd en worden opgerold in de uitsparing van de TP5001.
Modellen met aansluitingen voor externe sensoren
De TP5001A en TP5001MA hebben een ingang waarop een van de volgende kan worden aangesloten:
1) externe kamertemperatuursensor (als accessoire verkrijgbaar).
2) begrenzingssensor, bijvoorbeeld vloertemperatuursensor (als accessoire verkrijgbaar).
3) raamcontacten, cardlezercontacten of teleschakelcontacten.
Zie Geavanceerde Programmering door Installateur voor instelinstructies.
Modellen met aansluitingen voor externe sensoren
Het aansluitblok voor externe bediening/sensoren zit op de printplaat boven het batterijcompartiment.

Aansluitingen voor afstandsbediening

Geconfi gureerd
voor externe
kamersensor of
begrenzingssensor

Geconfi gureerd
voor raamcontact of
ander contact zoals
teleschakelaar

Geconfi gureerd voor
raamcontact en
ander contact zoals
teleschakelaar
Aansluiting van de RX-ontvanger (alleen bij RF-modellen)
RX1

flowchart
graph TD
A["Electronica"] --> B["N"]
A --> C["L"]
A --> D["1"]
A --> E["2"]
A --> F["3"]
A --> G["4"]
H["COM"] --> I["Zone 1 AAN"]
H --> J["Zone 1 UIT"]
RX2 en RX3

flowchart
graph TD
A["Electronic"] --> B["A"]
A --> C["B"]
A --> D["C"]
A --> E["1"]
A --> F["2"]
A --> G["3"]
A --> H["4"]
A --> I["5"]
A --> J["6"]
K["Aansluitpunt 6 (alleen RX3)"] --> L["Switch"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style L fill:#ccf,stroke:#333
1) Bij systemen met netvoeding dient klem 2 te worden aangesloten op de fase van de netvoeding.
2) De voeding van de ontvanger mag niet via een schakelklok lopen.
BELANGRIJK - Om er zeker van te zijn dat de fabrieks-programma's ingesteld zijn en dat de microprocessor goed functioneert dient de RESET knop, voordat u begint met inbedrijfstellen of programmeren, met een niet metalen voorwerp ingedrukt te worden tot het uitleesvenster blanco wordt.
Inbedrijfstelling (alleen RF-modellen)
Als de thermostaat en de ontvanger samen als een gecombineerd pakket zijn geleverd, zijn zij in de fabriek reeds op elkaar afgestemd en is inbedrijfstelling niet nodig (alleen RX1).
Afstemmen van de RX-ontvanger op de frequentie van het thermostaatsignaal: volg onderstaande stappen 1-5.
Stap 1 TP5001-RF
Reset de thermostaat door de resetknop in de uitsparing in te drukken.
Stap 2 Houd de knoppen V en + gedurende 3 seconden ingedrukt (de TP5001-RF zendt nu gedurende 3 minuten continu een uniek signaal uit).
Stap 3 RX1
Houd de knoppen PROG en CH1 gedurende 3 seconden ingedrukt tot het groene lampje 1 maal oplicht.


Stap 4 RX2 (indien van toepassing)
Thermostaat 1 - voer stappen 1-3 en 5 uit.
Thermostaat 2 - voer stappen 1-2 uit en druk vervolgens op PROG en CH2 op de RX2.
RX3 (indien van toepassing)
Thermostaat 1 - voer stappen 1-3 en 5 uit.
Thermostaat 2 - voer stappen 1-2 uit en druk vervolgens op PROG en CH2 op de RX3. Voer daarna stap 5 uit.
Thermostaat 3 - stappen 1-2 uit en druk vervolgens op PROG en CH3 op de RX3.
Stap 5 TP5001-RF
Druk op V of Λ om de temperatuur te selecteren - de thermostaat schakelt weer in de bedrijfsstand.
Geavanceerde Programmering door Installateur
De TP5001 heeft een aantal geavanceerde mogelijkheden die door de gebruiker kunnen worden ingesteld. Dit kan door inschakeling van de functie Geavanceerde Programmering door Gebruiker. Zie Geavanceerde Programmering door Gebruiker in de Instructies voor gebruik.
Geavanceerde Programmering door Installateur - mogelijkheden
De TP5001 heeft een aantal additionele geavanceerde mogelijkheden die door de installateur kunnen worden ingesteld om de effi ciency van het systeem te verbeteren en om waar nodig de functiemogelijkheden van het product voor de gebruiker te wijzigen. Dit kan door inschakeling van de functie Geavanceerde Programmering door Installateur. Deze instellingen zijn optioneel en hoeven alleen te worden ingeschakeld als er aan de extra functies behoefte is.
Geavanceerde Programmering door Installateur - gebruik
Volg onderstaande stappen om in de functie Geavanceerde
Programmering door Installateur te komen:
a) Houd de knoppen V en PROG gedurende 3 seconden ingedrukt. U komt eerst in de functie Geavanceerde Programmering door Gebruiker. Het uitleesvenster ziet eruit zoals hiernaast afgebeeld.

b) Houd de knoppen V, Λ en PROG gedurende 5 seconden ingedrukt. U komt nu in de functie Geavanceerde Programmering door Installateur. Het uitleesvenster ziet eruit zoals hiernaast afgebeeld.
c) Gebruik de toetsen + en - om door de verschillende opties te lopen en gebruik vervolgens V en Λ om de Optie-instellingen te wijzigen. Het knipperende cijfer rechts in het

uitleesvenster geeft het nummer van de geselecteerde Optie weer. De grote tekens geven de geselecteerde Optiewaarde aan.
d) Terugkeren naar normaal bedrijf (RUN) - Houd de knop PROG ingedrukt tot de dubbele punt (:) in het uitleesvenster knippert.
| Optie 30 - Bovengrens van temperatuurbereik instellen |
| Hiermee kan de bovengrens van het instellingsbereik van de thermostaat elektronisch worden begrensd. Druk op + tot Optie 30 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |  |
| Instelling 40 - 5°C (Fabrieksinstelling is 30°C) |
| Optie 31 - Ondergrens van temperatuurbereik instellen |
| Hiermee kan de ondergrens van het instellingsbereik van de thermostaat elektronisch worden begrensd. Druk op + tot Optie 31 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |  |
| Instelling 5 - 40°C (Fabrieksinstelling is 5°C) |
| Optie 32 - “Uit” bij ondergrens mogelijk maken |
| Hiermee kan een OFF-functie worden geselecteerd als een instelling is gekozen die lager is dan de ondergrens. Druk op + tot Optie 32 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |
| Instelling 0 U | tgeschakeld |
| Instelling 1 In | geschakeld (fabrieksinstelling) |
| Optie 33 - “Aan” bij bovengrens mogelijk maken |
| Hiermee kan een ON-functie worden geselecteerd als een instelling is gekozen die hoger is dan de bovengrens. Druk op + tot Optie 33 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |  |
| Instelling 0 Uitgeschakeld (fabrieksinstelling) |
| Instelling 1 Ingeschakeld |
| Optie 34 - Aan/uit schakeling of chronoproportionele cyclus instellen |
| Hiermee kan de thermostaat in de chronoproportionele cyclus worden ingesteld, of desgewenst kan de aan/uit schakeling worden ingesteld. Druk op + tot Optie 34 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |
| 0 Aan/Uit |
| 3 3 cycli per uur |
| 6 6 cycli per uur (fabrieksinstelling) |
| 9 9 cycli per uur |
| 12 12 cycli per uur |
| Optie 35 - Integratietijd instellen (eerst advies inwinnen)(Optie 34 instelling op 3, 6, 9 of 12) |
| Hiermee kan de integratietijd van het PI-algoritme worden aangepast om de regelnauwkeurigheid te vergroten. Aanpassing hiervan dient alleen te geschieden als advies van de fabrikant is ingewonnen. Druk op + tot Optie 35 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |  |
| 2.5 Integratietijd ingesteld op 2,5% (fabrieksinstelling) |
| 5 Integratietijd ingesteld op 5% |
| 10 Integratietijd ingesteld op 10% |
| Optie 36 -Tijdelijke temperatuuraanpassing begrenzen |
| Hiermee wordt vastgesteld in hoeverre de gebruiker de temperatuurwaarde tussentijds kan aanpassen. Druk op + tot Optie 36 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |  |
| Instelling 0 Geen limiet (fabrieksinstelling) |
| Instelling 1 Beperkt tot ± 2^ |
| Instelling 2 Geen tussentijdse aanpassing toegestaan |
| Optie 37 - Duur van tijdelijke aanpassing instellen (optie 36 ingesteld op 1 of 2) |
| Hiermee wordt de duur van een door de gebruiker ingevoerde tussentijdse temperatuuraanpassing vastgesteld. Druk op + tot Optie 37 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |
| Instelling 0 Tot het volgende tijdblok (fabrieksinstelling) |
| Instelling 1 1 uur |
| Instelling 2 2 uur |
| Instelling 3 3 uur |
| Instelling 4 4 uur |
| Optie 38 - Relaisstand bij lage batterijspanning (alleen voor op batterijen werkende producten) |
| Hiermee wordt de stand vastgesteld die het relais aanneemt wanneer de thermostaat zichzelf uitschakelt als de batterijen leeg zijn. Druk op + tot Optie 38 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |
| Instelling 0 Re | laisparkeerstand met uitgangssignaal OFF (Uit - fabrieksinstelling) |
| Instelling 1 Re | laisparkeerstand met uitgangssignaal ON (Aan) |
| Optie 40 - aantal schakelingen per dag |
| Hiermee kan de thermostaat op 2,4 of 6 tijdsblokken per dag of handbediening (zonder tijdsblokken) worden ingesteld. Druk op de + toets tot optie 40 in het display verschijnt, gebruik de of V toets om de instelling te selecteren. |
| 1 Handbediening (zonder tijdsblokken) |
| 2 2 schakelingen per dag |
| 4 4 schakelingen per dag |
| 6 6 schakelingen per dag (fabrieksinstelling) |
| Optie 41 - programma keuze |
| Hiermee wordt gekozen tussen een 5/2 dagen of een 24-uurs programma.Druk op de + toets tot optie 41 in het display verschijnt, gebruik de Λ of V toets om de instelling te selecteren. |  |
| 5-2 5/2 (fabrieksinstelling) |
| 24 24 uur |
| Optie 70 - Toetsblokkering |
| Hiermee wordt vastgesteld in hoeverre de gebruiker over de functionaliteit van de toetsen kan beschikken. Dit is alleen geactiveerd als DIL-schakelaar 1 op “Uitgeschakeld” is gezet. Druk op + tot Optie 70 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |
| Instelling 0 Normale blokkering: Programmeerfuncties geblokkeerd (fabrieksinstelling) |
| Instelling 1 Volledige blokkering: Alle toetsen uitgeschakeld |
| Optie 71 - Startvertraging (alleen bij 24V/230 Volt modellen) |
| Hiermee kan een startvertraging worden ingevoerd die ten doel heeft om het elektriciteitsnet onmiddellijk na herstel van een stroomuitval minder te belasten. De startvertraging ligt in het gebied van 2 - 90 seconden. Druk op + tot Optie 71 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |  |
| Instelling 0 Uitgeschakeld (fabrieksinstelling) |
| Instelling 1 Ingeschakeld |
| Optie 72 - Referentienummer eigenaarlocatie |
| Hiermee kunnen eigenaars van meerdere locaties een locatienummer in de thermostaat opslaan. Druk op + tot Optie 72 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |
| Instelling Elke | waarde tussen 00 en 99 kan worden ingevoerd |
| De fabrieksinstelling is 00 |
| Optie 73 - Thermostaatreferentienummer eigenaar |
| Hiermee kunnen locatie-eigenaars een thermostaatreferentienummer in de thermostaat opslaan. Druk op + tot Optie 73 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |
| Instelling Elke waarde tussen 000 en 999 kan worden ingevoerd |
| De fabrieksinstelling is 000 |
| Optie 74 - Datumweergave kalenderklok |
| Hiermee kan de datumweergave worden gekozen. Druk op + tot Optie 74 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |
| Instelling 0 Europese weergave (dd/mm/jj) (Fabrieksinstelling) |
| Instelling 1 Noord-Amerikaanse weergave (mm/dd/jj) |
| Optie 81 - Thermostaatijking corrigeren |
| Hiermee kan de thermostaatijking met maximaal ±1,5°K worden gecorrigeerd. Druk op + tot Optie 81 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |
| Instelling Elke waarde tussen ±1,5 (Fabrieksinstelling is 0°C) |
| Optie 90 - Type externe sensor defi niëren, alleen “A”-modellen |
| Hiermee kan het type externe-sensorinvoer worden gedefi nieerd. Druk op + tot Optie 90 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |  |
| Instelling 0 | Geen externe sensor gemonteerd |
| Instelling 1 | Externe kamer- of leidingsensor gemonteerd, interne sensor uitgeschakeld (Fabrieksinstelling) |
| Instelling 2 | Externe begrenzingssensor gemonteerd, zie Optie 93 om instelwaarde te defi niëren |
| Instelling 3 | Geconfigureerd als digitale invoer voor raam-, cardlezer- of teleschakelaar, zie Optie 94 om NC of NO te defi niëren. |
| Optie 93 - Instelwaarde begrenzingssensor beperken, alleen “A”-modellen (Optie 90 ingesteld op 2) |
| Hiermee kan de begrenzingssensor van de thermostaat worden ingesteld. Een veel voorkomende toepassing is bij vloerverwarming. |  |
| Druk op + tot Optie 93 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. Als de door de begrenzingssensor waargenomen temperatuur hoger is dan de ingestelde grenswaarde, wordt het uitgangssignaal uitgeschakeld tot de temperatuur 2°C is gezakt. In het uitleesvenster knippert “F10”. |
| Instelling Elke waarde tussen 20 - 50°C (Fabrieksinstelling is 27°C) |
| Optie 94 - Type digitale invoerschakelaar confi gureren, alleen “A”-modellen (Optie 90 ingesteld op 3) |
| Hiermee kan het schakelaartype voor de digitale invoer worden geconfigureerd. Druk op + tot Optie 94 in het uitleesvenster verschijnt en gebruik V en Λ om de gewenste instelling te kiezen. |  |
| Instelling 0 | Contacten NC (normaal gesloten), open de circuitcontacten om de thermostaat in de thermostaatfunctie te dwingen, sluit de contacten om naar normaal bedrijf terug te keren. |
| Instelling 1 | Contacten NO (normaal open), sluit de contacten om de thermostaat in de thermostaatfunctie te dwingen, open de circuitcontacten om naar normaal bedrijf terug te keren (Fabrieksinstelling). |