ZEHNDER

ComfoControl Luxe - Thermostaat ZEHNDER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ComfoControl Luxe ZEHNDER in PDF-formaat.

📄 68 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 🔧 SAV 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice ZEHNDER ComfoControl Luxe - page 5
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ZEHNDER

Model : ComfoControl Luxe

Categorie : Thermostaat

Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ComfoControl Luxe - ZEHNDER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ComfoControl Luxe van het merk ZEHNDER.

GEBRUIKSAANWIJZING ComfoControl Luxe ZEHNDER

2.2.2 Comforttemperatuur instellen

Inhoud III NederlandsIntroductie 1 1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft algemene informatie over de ComfoControl.

Deze handleiding bestaat, naast dit algemene hoofdstuk, uit:

  • Een deel voor de gebruiker, en …
  • Een deel voor de installateur. Leest u de handleiding vóór gebruik zorgvuldig door. - Gebruiker Hoofdstuk 1 t/m 2. - Installateur Hoofdstuk 3. De handleiding bevat alle informatie die bijdraagt aan een veilige en optimale installatie, instelling en bediening van de ComfoControl. Het is tevens bedoeld als naslagwerk bij servicewerkzaamheden zodat deze op een verantwoorde wijze kunnen worden uitgevoerd. Het apparaat is onderworpen aan voortdurende ontwikkeling en verbetering. Hierdoor bestaat er de mogelijkheid dat de Comfo- Control enigszins afwijkt van de omschrijvingen. N.B. Deze handleiding is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. Er kunnen echter geen rechten aan worden ontleend. Tevens behouden wij ons te allen tijde het recht voor om zonder voorafgaande mededelingen de inhoud van deze handleiding te wijzigen.

1.2 Garantie en aansprakelijkheid

Op de ComfoControl zijn de verkoop- en garantiebepalin- gen voor ondernemingen in de metaal, kunststof en tech- niek, gedeponeerd ter Griffi e van de Arrondissements- rechtbank te Den Haag op 19 oktober 1998 onder nummer 119/1998 van toepassing.

1.2.2 Garantiebepalingen

De fabrikant garandeert de ComfoControl voor een peri- ode van 24 maanden na de installatie tot een maximum van 30 maanden na de productiedatum van de Comfo- Control. Garantieclaims kunnen alleen worden ingediend voor materiaalfouten en/of constructiefouten ontstaan in de garantieperiode. In het geval van een garantieclaim mag de ComfoControl niet worden gedemonteerd zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant. Garantie op re- serveonderdelen wordt alleen verstrekt indien deze door de fabrikant zijn geleverd en door een erkend installateur zijn geïnstalleerd. De garantie vervalt indien:

  • De garantieperiode verstreken is.
  • Onderdelen worden toegepast die niet door de fabri- kant zijn geleverd.
  • Niet geautoriseerde wijzigingen en of modifi caties van de installatie zijn aangebracht.

1.2.3 Aansprakelijkheid

De ComfoControl is ontworpen en gefabriceerd voor toe- passing in “ventilatie- en koelingsystemen”. Elk ander gebruik wordt gezien als “onbedoeld gebruik” en kan lei- den tot schade aan de ComfoControl of persoonlijk letsel, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden ge- steld. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade welke is terug te leiden tot:

  • Het niet opvolgen van de veiligheids-, instellings- en bedieningsinstructies in deze handleiding.
  • Het toepassen van onderdelen welke niet door de fa- brikant zijn geleverd of voorgeschreven.
  • De verantwoordelijkheid voor het toepassen van der- gelijke onderdelen ligt geheel bij de installateur.

1.3 Veiligheidsvoorschriften

Neem steeds de veiligheidsvoorschriften in deze hand- leiding in acht. Indien de veiligheidsvoorschriften, waar- schuwingen, opmerkingen en instructies niet worden op- gevolgd kan dit leiden tot persoonlijk letsel of schade aan de ComfoControl.

  • Alleen een erkend installateur mag de ComfoControl monteren, installeren, in bedrijf nemen en instellen an- ders dan in deze handleiding staat omschreven.
  • De installatie van de ComfoControl dient uitgevoerd te worden overeenkomstig de algemene en plaatselijk geldende bouw-, veiligheids- en installatievoorschrif- ten van gemeente, elektriciteits- en waterleidingsbe- drijf.
  • Volg steeds de veiligheidsvoorschriften, waarschuwin- gen, opmerkingen en instructies zoals beschreven in deze handleiding op.
  • Bewaar deze handleiding gedurende de gehele le- vensduur in de nabijheid van de ComfoControl.
  • Modifi catie van de ComfoControl is niet toegestaan.

1.3.1 Toegepaste pictogrammen

In deze handleiding komen de navolgende pictogrammen voor: Punt van aandacht. Gevaar voor: - schade aan het apparaat of - persoonlijk letsel van de gebruiker of - niet optimale werking van het apparaat bij het niet zorgvuldig uitvoeren van de instructies. 2 Voor de gebruiker Dit hoofdstuk beschrijft hoe u de ComfoControl moet gebruiken. Gefeliciteerd, u bent eigenaar van de ComfoControl, het touch screen bedieningspaneel van J.E. StorkAir voor het aansturen van uw ventilatie- en/of koelsysteem. Wij wensen u veel comfort toe. Nederlands2

2.2 Gebruik van ComfoControl

Met de ComfoControl kunnen de volgende zaken gedaan worden: - Het instellen van de dag en tijd. - Het instellen van de comforttemperatuur. - Het instellen van de ventilatiehoeveelheid. - Het in- en uitschakelen van de wasemkap. - Het in- en uitschakelen van de toevoer- en afvoerven- tilator. Als uw ventilatiesysteem is uitgerust met een openhaardregeling, kunnen de toevoer- en afvoer- ventilator niet in- en uitgeschakeld worden. - Het instellen van een eigen ventilatieprogramma. - Het instellen van een eigen temperatuurprogramma. - Het instellen van een tijdvertraging voor enkele ventila- tieregelingen. - Het instellen van een temperatuurcorrectie. - Het instellen van het scherm. - Het instellen van de taal. In de volgende paragrafen worden de bovengenoemde zaken kort toegelicht.

2.2.1 Dag en tijd instellen

Via de ComfoControl kunnen:

  • De dag en tijd ingesteld worden. Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren:

naar het hoofdscherm terug te keren. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon- trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op- geslagen.

De ComfoControl stuurt uw ventilatie- en/of koelsysteem aan.

  • De ComfoControl is in de woonkamer aan de muur gemonteerd en communiceert van daar uit met uw ventilatie- en/of koel- systeem. In het onderstaande overzicht wordt kort toegelicht welke zaken afgelezen kunnen worden. Het bedieningspaneel van de ComfoControl heeft een touch screen. Alle instellingen kunnen dus door middel van vingeraanraking op- gevraagd, doorgevoerd en bevestigd worden.

Indien de functie niet omringt is door is de functie niet actief

Indien de functie niet omringt is door is de functie niet actief

Toevoer van lucht OPEN of DICHT zetten Actuele buitentemperatuur Automatische of handmatige ventilatie ingeschakeld Naar SYSTEM STATUS scherm (voor systeemge-gevens en foutmeldingen) Dag en tijd Koelsysteem, naverwarmer en/of wasemkap ingeschakeld Wasemkap AAN of UIT zetten Naar SETTINGS scherm (voor ventilatie- en tem-peratuurinstellingen) Automatische of handmatige ventilatie AAN of UIT zetten Systeemstatus en storingsmeldingen Actuele ventilatiestand (instel-baar in MAN-bedrijf) Actueletemperatuur (instelbaar in MAN-bedrijf) Bodemwisselaar

2.2.2 Comforttemperatuur instellen

naar het hoofdscherm terug te keren. Comfounit De comforttemperatuur.Uw ventilatiesysteem met comfortu- nit probeert continu de temperatuur van de ruimte waarin het bedieningspaneel zich bevindt, op het niveau van de inge- stelde comforttemperatuur te houden. Hiertoe kan het systeem de bypass openen of de actieve koeling inschakelen.

  • De comforttemperatuur kan worden ingesteld tussen KOEL en WARM. Hiertussen kunt u temperaturen instel- len tussen 18°C en 24°C.
  • Wanneer KOEL wordt ingesteld, zal het systeem stre- ven naar een zo laag mogelijke temperatuur. Wanneer de omstandigheden het toelaten, zal de actieve koeling worden ingeschakeld. Gebruik deze stand, wanneer u de woning sterk wilt afkoelen.
  • Wanneer WARM wordt ingesteld, zal de actieve koeling nooit inschakelen en blijft de bypass gesloten. Gebruik deze stand, wanneer u de verwarming hoog zet.
  • Uw warmteterugwinunit is uitgerust met een systeem, dat detecteert of het zomer of winter is. In de zomer mag de actieve koeling inschakelen, terwijl dat in de winter onder normale omstandigheden niet wenselijk is. Wilt in de winter desondanks de actieve koeling gebruiken, stel dan de temperatuur in op “KOEL”.
  • De actieve koeling kan worden uitgeschakeld. In het scherm waarin de comforttemperatuur wordt ingesteld, treft u hiertoe een knop aan, die in de stand “ARTIC Auto”of ARTIC Uit”kan staan. Kies “ARTIC Uit”wanneer u niet wilt dat de actieve koeling inschakelt, zelfs wan- neer de woning warmer wordt dan de ingestelde com- forttemperatuur. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoControl na 30 seconden automatisch terug naar het hoofd- scherm. De instellingen worden hierbij opgeslagen.

2.2.3 Ventilatiehoeveelheid instellen

Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren:

naar het hoofdscherm terug te keren. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon- trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op- geslagen. Er kunnen 4 ventilatiehoeveelheden/-standen ingesteld worden. Dat zijn:

  • Stand “ ” Afwezig. - Gebruik bij afwezigheid.
  • Stand “ ” Laagstand. - Gebruik bij lage ventilatiebehoefte.
  • Stand “ ” Normaalstand. - Gebruik bij normale ventilatiebehoefte. Nederlands4
  • Stand “ ” Hoogstand. - Gebruik bij koken, douchen en als extra ventilatie gewenst is.
  • Stand “ ” Hoogstand, met ingestelde uitschakelvertraging. Zie § 2.2.8. - Gebruik bij koken, douchen en als extra ventilatie gewenst is. Tijdens handmatige ventilatie zal er geen “ ”, maar standaard “ ” op de ComfoControl zichtbaar zijn. Indien u de automatische ventilatie weer wilt inschakelen, doe dan het volgende:
  • Druk op “AUTO” om terug te keren naar de automati- sche ventilatie.

2.2.4 Wasemkap in- en uitschakelen

Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren:

2. Druk op “ ” of “ ” om de ventilatiestand voor de

” om de instellingen te bevestigen en naar het hoofdscherm terug te keren. Het symbool voor de wasemkap (“ ”) verschijnt op de ComfoControl als deze ingeschakeld is.

4. Druk weer op “ ” om de wasemkap uit te scha-

kelen. Let op ! Als er een uitschakelvertraging is ingesteld voor de wa- semkap, zie § 2.2.8 voor meer informatie over uitscha- kelvertragingen, dan zal de wasemkap niet onmiddellijk uitgeschakeld worden, maar pas als de ingestelde tijd van de uitschakelvertraging verstreken is. Het symbool voor de wasemkap (“ ”) verdwijnt pas weer van de ComfoControl als de ingestelde tijd van de uitschakelvertraging van de wasem- kap verstreken is. Let op ! Als er een uitschakelvertraging is ingesteld voor de wa- semkap, zie § 2.2.8 voor meer informatie over uitschakel- vertragingen, dan verschijnt op de knop waar normaal de ventilatiehoeveelheid kan worden ingesteld het symbool voor de uitschakelvertraging (“ ”) op de ComfoControl. De wasemkap zal dan uitgeschakeld worden na het inge- stelde aantal minuten. Vervolgens zal er bovendien geen ventilatiestand

”) van de ventilatiehoeveelheid op de ComfoCon- trol worden weergegeven op het moment dat de wasem- kap ingeschakeld is. In plaats daarvan zal de ingestelde ventilatiestand van de wasemkap in het symbool van de wasemkap weergegeven worden. Dat zijn:

” voor ventilatiestand 1 van de wasemkap.

” voor ventilatiestand 2 van de wasemkap.

” voor ventilatiestand 3 van de wasemkap. Als de wasemkap ingeschakeld is, wordt de in- gestelde ventilatiestand van de wasemkap in het symbool van de wasemkap (bv. “ ”) weerge- geven.

2.2.5 Toevoer- en afvoerventilator in- en uitschakelen

Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren:

” om de toevoerventilator uit te schake- len.

” om de afvoerventilator uit te schake- len. Na het uitschakelen van de toevoer- en afvoer- ventilator verschijnt “ ” op de ComfoControl als symbool dat deze uitgeschakeld zijn.

3. Druk op “ ” bij de toevoerventilator om deze weer

” bij de afvoerventilator om deze weer in te schakelen. Nederlands5 Na het inschakelen van de toevoer- en afvoer- ventilator verschijnt op de ComfoControl “ ” dan wel “ ” als symbool dat deze weer inge- schakeld is. Bedenk dat u bij het uitschakelen van de toevoer- of afvoerventilator tijdelijk geen balansventilatie in uw woning heeft. Zodra de toevoer- of afvoerventilator uitgescha- keld is, zal er geen “ ”, maar standaard “ ” op de ComfoControl zichtbaar zijn. Als uw ventilatiesysteem is uitgerust met een openhaardregeling, kunnen de toevoer- en af- voerventilator niet in- en uitgeschakeld worden.

2.2.6 Ventilatieprogramma instellen

U kunt het ventilatieprogramma als volgt aanpassen/in- stellen:

3. Programmeer het ventilatieprogramma.

– Kies de dag: “Ma”, “Di”, “Wo”, “Do”, “Vr”, “Za” of “Zo”. – Kies het uur van de dag, 00:00u t/m 23:00u, met “ ” of “ ”. – Indien gewenst, druk dan op het uur van de dag, bijvoorbeeld: “ ”, en kies daarna de minuten met “ ” of “ ”, bijvoorbeeld:

– Kies de ventilatiestand, , 1, 2 of 3, bij elk uur van de dag met “ ” of “ ”. Wilt u het ingestelde ventilatieprogramma naar de vol- gende (of een willekeurige andere) dag copiëren, maak dan gebruik van de “ ”-functie. Doe hiervoor het vol- gende: - Kies de dag, bijvoorbeeld: “Ma”. - Druk op “ ”; deze wordt hierna “ ”. - Kies de dag waar hetzelfde ventilatieprogramma naar toe gecopieerd moet worden, bijvoorbeeld: “Di”. Nu heeft “Tu” hetzelfde ventilatieprogramma als “Ma”. Nederlands6

4. Druk op “ ” om de instellingen te bevestigen en

naar het hoofdscherm terug te keren. Het ingestelde ventilatieprogramma werkt alleen in AUTO-ventilatie. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon- trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op- geslagen.

2.2.7 Temperatuurprogramma instellen

Via de ComfoControl kan:

  • Een eigen temperatuurprogramma ingesteld worden. In de fabriek heeft de ComfoControl een standaard tem- peratuurprogramma gekregen. Indien gewenst, kunt u het standaard temperatuurprogramma wijzigen door het aan te passen aan uw eigen temperatuurbehoeften. Denk bij- voorbeeld aan een week- en weekendprogramma. U kunt het temperatuurprogramma als volgt aanpassen/instel- len:

3. Programmeer het temperatuurprogramma.

– Kies de dag: “Ma”, “Di”, “Wo”, “Do”, “Vr”, “Za” of “Zo”. – Kies het uur van de dag, 00:00u t/m 23:00u, met “ ” of “ ”. – Indien gewenst, druk dan op het uur van de dag, bijvoorbeeld: “ ”, en kies daarna de minuten met “ ” of “ ”, bijvoorbeeld: “ ”. – Kies de temperatuur (12 t/m 28 ˚C) bij elk uur van de dag met “ ” of “ ”. Wilt u het ingestelde temperatuurprogramma naar de vol- gende (of een willekeurige andere) dag kopiëren, maak dan gebruik van de “ ”-functie. Doe hiervoor het vol- gende: – Kies de dag, bijvoorbeeld: “Ma”. Nederlands7 – Druk op “ ”; deze wordt hierna “ ”. – Kies de dag waar hetzelfde temperatuurprogramma naar toe gecopieerd moet worden, bijvoorbeeld: “Di”.Nu heeft “Di” hetzelfde temperatuurprogramma als“Ma”.

4. Druk op “ ” om de instellingen te bevestigen en

naar het hoofdscherm terug te keren. Het ingestelde temperatuurprogramma werkt al- leen in AUTO-ventilatie. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon- trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op- geslagen.

2.2.8 Tijdvertragingen instellen

Via de ComfoControl kunnen tijdvertragingen voor enkele ventilatieregelingen ingesteld worden. Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren:

4. Druk op ” ” of “ ” om te kiezen tussen de:

– Uitschakelvertraging van de badkamerschakelaar Maximaal 120 minuten. – Uitschakelvertraging van de wasemkapregeling Maximaal 180 minuten. – Uitstel van de “FILTER VUIL” melding op de ComfoControl Maximaal 26 weken.

5. Druk op “ ” of “ ” om het aantal minuten (of

naar het hoofdscherm terug te keren. Nederlands8 De minimale en maximale tijdvertragingen voor de (ventilatie)regelingen zijn vastgelegd in de software. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon- trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op- geslagen.

2.2.9 Temperatuurcorrectie instellen

Wanneer de ComfoControl wordt gebruikt in combinatie met een thermostaat voor een verwarmingssysteem, kan het wenselijk zijn de weergegeven temperaturen op beide apparaten te laten overeenkomen. Hiertoe kan via de ComfoControl:

  • Een temperatuurcorrectie ten opzichte van de geme- ten temperatuur ingesteld worden. Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren:

4. Druk op “ ” of “ ” om het aantal ˚C te corrigeren.

5. Druk op “ ” om de instellingen te bevestigen en

naar het hoofdscherm terug te keren. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon- trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm.

  • De helderheid en het contrast van het touch screen scherm ingesteld worden. Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren:

3. Druk bij “HELDERHEID” op “ ” of “ ” om de helder-

naar het hoofdscherm terug te keren. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon- trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op- geslagen.

  • Een taal ingesteld worden. Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren:

naar het hoofdscherm terug te keren. Als er niets gedaan wordt, keert de ComfoCon- trol na 30 seconden automatisch terug naar het hoofdscherm. De instellingen worden hierbij op- geslagen.

Op de ComfoControl kunnen verschillende systeemgege- vens worden afgelezen: – Storingsmeldingen. – Filterwaarschuwing voor het vervangen de fi lters. – Informatie over de status van het ventilatie- en/of koel- systeem.

2.3.1 Storingsmeldingen op ComfoControl

Als er een storing optreedt, verschijnt de storingscode hiervan op de ComfoControl. Op het scherm van de ComfoControl verschijnt dan een ‘A‘ of een ‘E‘ code met een cijfer-toevoeging. Wat te doen in geval van storingen? Als er een storing optreedt, kunt u deze storing als volgt resetten:

  • Druk op “ ” om naar “SYSTEEM STATUS” te gaan.
  • Druk op “ ” om de storingsmelding, bijvoor- beeld “ERROR E2”, weg te halen. Als er meerdere storingen zijn, worden deze on- der elkaar weergegeven. Als er meerdere storingen zijn, worden deze alle- maal in het “SYSTEEM STATUS” scherm weerge- geven. Het betreft nu alleen storing “ERROR E2”. Als dezelfde storing blijft terugkomen, moet u contact op- nemen met de installateur.
  • Noteer uw type ventilatie- en/of koelsysteem.
  • Noteer de betreffende storingscode die op het scherm van de ComfoControl verschijnt. De stekker moet steeds in het stopcontact blijven, tenzij uw ventilatie- en/of koelsysteem voor een ernstige storing, fi lterreiniging of -vervanging, of een andere dring-ende reden, buiten bedrijf moet worden gesteld. Wanneer de stekker uit het stopcontact wordt gehaald zal er geen me- chanische ventilatie van de woning meer zijn en kunnen vocht- en schimmelproblemen in de woning optreden. Langdurige uitschakeling van uw ventilatie- en/of koelsy- steem moet dus worden voorkomen.

2.3.2 Filterwaarschuwing op ComfoControl

Als de fi lters van het ventilatiesysteem vervangen (of ge- reinigd) moeten worden, verschijnt de waarschuwing “FIL- TERS – VERVANG FILTERS” op het scherm van de Com- foControl. Zie voor het vervangen (of reinigen) van de fi lters de gebruikershandleiding van uw ventilatiesy- steem. Zodra de fi lters van het ventilatiesysteem vervangen (of gereinigd) zijn, doe dan het volgende om de fi lterwaar- schuwing op de ComfoControl weg te halen:

  • Druk op “ ” om “SYSTEEM STATUS” te gaan. Nederlands10

Als geen storingsmeldingen zijn, staat er:

  • “CHECK: OK” op het scherm van de ComfoControl. Het is dan mogelijk informatie over de status van het ven- tilatie en/of koelsysteem op te vragen. Doe hiervoor het volgende:
  • Druk op “ ” om “SYSTEEM STATUS” te gaan. Het scherm “SYSTEEM STATUS” verschijnt op de ComfoCon- trol met alle systeemgegevens.
  • Druk op “ ” om terug te keren naar het hoofd- scherm.

2.4 Einde van levensduur

Overleg met uw leverancier wat u met de ComfoControl kunt doen aan het einde van de le-vensduur. Indien het niet mogelijk is de ComfoControl terug te leveren, depo- neer deze dan niet bij het bedrijfsafval, maar informeer bij uw gemeente naar de mogelijkheden voor hergebruik van componenten of milieuvriendelijke verwerking van de ma- terialen. 3 Voor de installateur Dit hoofdstuk beschrijft hoe u de ComfoControl moet installeren.

3.1 Installatievoorwaarden

Om vast te stellen of de installatie van de ComfoControl in een bepaalde ruimte mogelijk is, moet er rekening gehou- den worden met de volgende aspecten:

  • De ComfoControl moet 1,50 meter boven de vloer ge- plaatst worden.
  • De ComfoControl moet zodanig geplaatst worden, dat er voldoende luchtcirculatie is. Met andere woorden, niet achter een kast of in een hoek, enzovoorts.
  • De ComfoControl moet niet in de nabijheid van warm- tebronnen, zoals radiatoren, TV-toestellen, lampen, enzovoorts, geplaatst worden. Ook zonlicht moet ver- meden worden.
  • De ComfoControl moet niet in de nabijheid van koude- bronnen, zoals koude waterleidingen of onverwarmde wanden (vanwege onderverwarmde verblijfsruimten in de woning aan de andere kant van deze wanden), en- zovoorts, geplaatst worden.
  • In de verblijfsruimte moeten de volgende voorzienin- gen aanwezig te zijn: – Eventuele inbouwdoos voor de ComfoControl. – 12Vdc voedingsspanning vanuit het ventilatiesysteem. – A/B communicatie kabel vanuit het ventilatiesysteem.

3.2 Installatie van ComfoControl

3.2.1 Transport en uitpakken

  • Neem de nodige voorzichtigheid in acht tijdens het transporteren en uitpakken van de ComfoControl. Zorg dat het verpakkingsmateriaal op een mi- lieuvriendelijke manier wordt afgevoerd.

3.2.2 Controle van levering

Neem direct contact op met de leverancier bij constate- ring van schade of het niet compleet zijn van de levering. Tot de levering behoren:

  • Ophangbeugel (aan de achterkant van de ComfoCon- trol bevestigd).
  • Connectoren (aan de achterkant van de ComfoControl op de printplaat).
  • Gebruikershandleiding. Nederlands11

3.3 Montage aan wand

  • Bevestig de ophangbeugel aan de wand. In de ophangbeugel zitten 5 gaten voor de be- vestiging. De ophangbeugel kan eventueel ook aan de in- bouw doos bevestigd worden.
  • Sluit de ComfoControl aan op het ventilatiesysteem; zie § 3.4.
  • Hang de ComfoControl op de ophangbeugel door deze erop te schuiven.
  • Zet de ComfoControl aan de onderkant vast met de schroef.

3.4 Aansluiting op ventilatiesysteem

  • Bevestig de 12Vdc kabel aan op de connector.
  • Bevestig de A/B communicatie kabel aan op de con- nector. Aan de achterkant van de ComfoControl is het aansluit- schema weergegeven:
  • Sluit de connector aan op de 12Vdc “POWER”-aan- sluiting op de printplaat.
  • Sluit de connector aan op de RS 485 “COMM”-aan- sluiting op de printplaat. Comm Power Relay Relay Temp.Sens RS 485 12Vdc 1 2 AB- + * * * * De kabelspecifi catie is: 4 x 0,25 mm

3.5 Aansluiting van externe

  • Bevestig de kabel van de temperatuursensor aan op de connector. Aan de achterkant van de ComfoControl is het aansluit- schema weergegeven:
  • Sluit de connector aan op de “TEMP.SENS” -aanslui- ting op de printplaat.
  • Plaats de beide jumpers op de printplaat op positie 1:2 (links). Jumpers Left: Temp. Senso Jumpers Right: Relay 2 Comm Power Relay Relay Temp. Sens RS 485 12Vdc 1 2 AB- + * *

De temperatuursensorspecifi catie is: NTC 10 KΩ (niet standaard geleverd). De externe temperatuursensor is optioneel. Normaliter wordt de binnentemperatuur gemeten door een interne temperatuursensor (in de ComfoControl). Het is echter ook mogelijk de binnentemperatuur te meten met een ex- terne temperatuursensor. Dat wordt met name gedaan als de ComfoControl niet in de verblijfruimte komt te hangen waar de binnentemperatuur daadwerkelijk gemeten moet worden, maar bijvoorbeeld in de hal. Ook kan het voorko- men dat omgevingsvariabelen, denk aan de muurwarmte, een goede temperatuurmeting beïnvloeden. Een externe temperatuursensor in de woonkamer, die aangesloten moet worden op de printplaat aan de achterkant van de ComfoControl, biedt dan uitkomst.

3.6 In bedrijf nemen van ventilatie- en

koelsysteem Dat kan gedaan worden via de P-menu’s van de Com- foControl. In deze P-menu’s kunnen diverse instellingen (ook wel: regelingen) gekozen worden voor het ventilatie- en koelsysteem. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de beschikbare P-menu’s: Zie voor een overzicht van alle beschikbare instel- lingen in de P-(sub)menu’s de gebruikershandlei- ding van uw ventilatie- en/of koelsysteem. Toegang tot P-menu’s

4. Toets de code “3520” om naar het “INSTALLATION

” of “ ” om naar: – Het “INSTALLATIE VENTILATIE” menu, of … – Het “INSTALLATIE ARTIC” menu te gaan.

6. Druk op “OK” om het gekozen menu binnen te gaan.

Nu zijn de P-menu’s bereikbaar. Als het Artic koelsysteem niet aangesloten is, verschijnt de “OK” knop niet op het scherm. De betreffende P-menu’s zijn dan niet beschikbaar.

7. Kies met “ ” of “ ” naar het gewenste P-menu,

8. Druk op “OK” om het P-menu te bevestigen.

9. Kies met “ ” of “ ” naar het gewenste P-sub-

menu, bv. “P51 Voorverwarmer”.

10. Druk op “OK” om het P-submenu te bevestigen.

Instellingen maken in P-menu’s Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren:

11. Kies met “ ” of “ ” een waarde voor de para-

12. Druk op “ ” om de nieuwe waarde voor de parame-

keren naar de P-menu’s. Nederlands13

14. Herhaal stappen 7 t/m 13 om meerdere parameters

achter elkaar in te stellen. De minimale en maximale waarden voor de be- schikbare instelparameters zijn vastgelegd in de software. Terugkeren naar hoofdscherm Hierbij moet u de volgende handelingen uitvoeren:

” om terug te keren naar het “INSTALLATION MENU”.

16. Druk nogmaals op “ ” om terug te keren naar het