GM3100 - Ontvanger PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GM3100 PIONEER in PDF-formaat.

📄 73 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice PIONEER GM3100 - page 63
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PIONEER

Model : GM3100

Categorie : Ontvanger

Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GM3100 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GM3100 van het merk PIONEER.

GEBRUIKSAANWIJZING GM3100 PIONEER

ITALIANO NEDERLANDS Dank U zeer voor de aanschaf van dit PIONEER-product. Lees deze gebruiksaanwijzing goed door, voordat het toestel in gebruik genomen wordt. Bij problemen Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde PIONEER service- centrum, wanneer de eenheid niet juist functioneert. WAARSCHUWING Vervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden. WAARSCHUWING Uw Pioneer versterker NIET installeren of gebruiken door de luidsprekers van 4 Ohm (of lager) parallel te bedraden om een overbrugde modus (diagram B) van 2 Ohm (of lager) te verkrijgen. Een onjuiste overbrugging kan leiden tot schade aan de versterker, rook en oververhitting. Het oppervlak van de verwerker kan ook te heet worden om aan te raken en dit kan resulteren in lichte brandwonden. Om een overbrugde modus op de juiste manier te installeren of te gebruiken voor een tweekanalenversterker en een belasting van 4 Ω te verkrijgen, dient u twee luidsprekers van 8 Ω parallel te bedraden met Links + en Rechts - (diagram A) of een enkelvoudige luidspreker van 4 Ω te gebruiken. Voor een vierkanalenversterker dient u het aansluitdiagram voor luidsprekers te volgen voor overbrugging zoals vertoond op de achterzijde van uw versterker en twee luidsprekers van 8 Ω parallel te bedraden om een belasting van 4 Ω te verkrijgen of een enkelvoudige luidspreker van 4 Ω per kanaal te gebruiken. Als u vragen of opmerkingen hebt, neem dan a.u.b. contact op met uw plaatselijk bevoegd Pioneer verdeler of bel de klantendienst van Pioneer. WAARSCHUWING

  • Gebruik altijd het los verkrijgbare, speciale rode accu- en aardedraad [RD-223]. Verbind het accudraad direct met de positieve pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met het chassis van de auto.
  • Raak de versterker niet met natte handen aan. U zou anders een elektrische schok kunnen krijgen. Raak de versterker tevens niet aan wanneer deze nat is.
  • Voor de verkeersveiligheid dient u het volume zodanig in te stellen dat u verkeerssignalen en ander verkeer nog goed kunt horen.
  • Controleer de verbindingen van de spanningstoevoer en luidsprekers inden de zekering van het los verkrijgbare accudraad of de zekering van de versterker regelmatig doorbrandt. Zoek de oorzaak en los het probleem op. Plaats vervolgens een nieuwe zekering van hetzelfde formaat en ampèrage.
  • Om een onjuiste werking van de versterker en luidsprekers te voorkomen, schakelt het beschermingscircuit van de versterker de spanning naar de versterker uit indien de omstandigheden niet normaal zijn. Schakel in dit geval de spanning van het systeem uit (OFF), controleer de verbinding met de spanningsbron en luidsprekers. Zoek de oorzaak en los het probleem op.
  • Raadpleeg de plaats van aankoop indien u de oorzaak niet kunt vinden.
  • Om een elektrische schok of kortluiting te voorkomen tijdens het aansluiten en installeren, moet de negative (–) pool van de accu worden ontkoppeld voordat u de eenheid aansluit.
  • Controleer of er zich geen onderdelen achter het paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle kabels en belangrijke onderdelen zoals brandstofleidingen, remleidingen en de elektrische bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden beschadigd.
  • Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden. Diagram A - Correct8 OhmLuid-spreker 8 OhmLuid-sprekerPioneer versterker4 Ohm brugschakeling L+ R- Diagram B - Incorrect4 OhmLuid-spreker 4 OhmLuid-sprekerPioneer versterker2 Ohm brugschakeling L+ R-

Instellen van dit toestel Versterkingsregelaar Draai de versterkingsregelaar op het voorpaneel van de eindversterker naar rechts indien de weergave te zacht klinkt, zelf wanneer het volume is verhoogd met de autostereo die u met deze eindversterker gebruikt. Draai de versterkingsregelaar naar links indien het geluid vervormt wanneer het volume wordt verhoogd.

  • Wanneer u een auto-stereo gebruikt met RCA (standaard uitgangsspanning 500 mV), dient u de NORMAL stand in te stellen. Wanneer u een Pioneer autostereo met RCA gebruikt, met een maximale uitgangsspanning van 4 V of meer, dient u het niveau aan te passen aan het uitgangsniveau van de autostereo.
  • Wanneer u te veel ruis hoort bij het gebruik van de luidsprekeringangsaansluitingen, moet u de versterkingsregelaar naar links draaien. Spanningsindicator De spanningsindicator licht op wanneer de spanning wordt ingeschakeld.4

ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS

ITALIANO NEDERLANDS Schakelaar voor de regeling van de slagfrequentie (BFC) Als u een slag of dreun hoort bij het luisteren naar een MW/LW (MG/LG)- uitzending op uw autostereo, kunt u de stand van de BFC-schakelaar wijzigen met een kleine schroevedraaier met platte kop. LPF (lage-doorlaatfilter)-keuzeschakelaar Stel de LPF-keuzeschakelaar als volgt in, naargelang het type luidspreker dat is aangesloten op de luidsprekeruitgangsaansluiting en het autostereosysteem: LPF-keuze- Uit te voeren Type Opmerkingen schakelaar audio frequentiebereik luidspreker LPF (rechts) Zeer laag frequentiebereik Subwoofer Sluit een subwoofer aan. Uitgescha keld (OFF) Full range Full range (links)Luidsprekerkanaal Luidsprekertype Vermogen Twee kanalen Subwoofer Nominale ingang: min. 60 W Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 120 W Een kanaal Subwoofer Nominale ingang: min. 180 W Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 300 W

Aansluiten van het toestel WAARSCHUWING

  • Voorkom kortsluiting en beschadiging van de eenheid en ontkoppel de nagatieve (–) accupool van het voertuig.
  • Zet de bedrading met kabelklemmen of isoleer- of plakband vast. Bescherm de bedrading door de gedeelten in de buurt van metalen delen met isoleerband af ze dekken.
  • Leid de draden niet langs plaatsen die heet worden, bijvoorbeeld in de buurt van de verwarmingselementen. Indien de isolatie van draden heet wordt, zullen de draden worden beschadigd met kortsluiting tot gevolg.
  • Zorg dat de bedrading de werking van bewegende of verplaatsbare onderdelen, bijvoorbeeld de versnelling, handrem of stoelverstelmechanismen van het de auto niet hindert.
  • Sluit draden niet kort. Het beschermingscircuit werkt anders namelijk niet wanneer het voor de veiligheid zou moeten functioneren.
  • Tap het spanningsdraad van dit toestel niet af voor gebruik van andere apparaten. Het vermogen van het draad zou dan namelijk worden overschreden, met oververhitting tot gevolg.
  • Vervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden. WAARSCHUWING: Om beschadiging en/of letsel te voorkomen
  • Aard het luidsprekersnoer niet rechtstreeks en sluit evenmin een negatief snoer (–) aan voor verschillende luidsprekers.
  • Dit toestel is ontworpen voor auto’s met een accu van 12 V en negatieve aarding. Kijk bijgevolg eerst de accuspanning na voor u het toestel installeert in een recreatief voertuig, vrachtwagen of bus.
  • De accu raakt mogelijk uitgeput indien de autostereo langdurig is ingeschakeld maar de motor stationair draait of is uitgeschakeld. Zet de autostereo uit wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld.
  • Als het systeem-afstandbedieningssnoer van de versterker is aangesloten op de spanningsaansluiting via de contactschakelaar (12 V gelijkstroom), is de versterker altijd ingeschakeld wanneer het contact aanstaat, ongeacht of de autostereo wel of niet door u is aangezet. Hierdoor raakt de accu mogelijk uitgeput wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld.
  • Luidsprekers die op de versterker worden aangesloten moeten overeenstemmen met de hieronder vermelde normen. Indien dat niet het geval is, kan dit leiden tot brand of beschadiging van de luidspreker. De luidsprekerimpedantie moet tussen 2 en 8 ohm liggen voor een stereo verbinding en 4 tot 8 ohm voor een mono of andere geschakelde verbinding.
  • Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad zo ver als mogelijk uit de buurt van de luidsprekerdraden. Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad en aardedraad, luidsprekerdraden en de versterker zo ver als mogelijk uit de buurt van de antenne, antennekabel en tuner.
  • Snoeren voor dit toestel en overeenkomende snoeren voor andere toestellen hebben mogelijk verschillende kleuren ookal is de functie van de snoeren hetzelfde. Zie voor het verbinden van dit toestel met een ander toestel daarom de installatiehandleiding van beide toestellen en verbind de snoeren met dezelfde functie met elkaar.6

ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS

ITALIANO NEDERLANDS Aansluitschema Zekering (30 A) Zekering (30 A) Doorvoerbuisje Speciaal rood accusnoer [RD-223] (los verkrijgbaar) Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de versterker zijn gemaakt, het accusnoer-aansluitpunt van de versterker aan op het positieve aansluitpunt (+) van de accu. Aardingssnoer (zwart) [RD-223] (los verkrijgbaar) Sluit dit snoer aan op de carrosserie of het chassis. Zekering (25 A) Autostereo met RCA-uitgangspen- aansluitingen Externe uitgang Aansluitsnoer met RCA-penstekkers (los verkrijgbaar). RCA-ingangspenaansluiting Luidsprekeringangs-aansluitpunt Zie “Het gebruink van luidsprekeringang” afdeling. Draad voor systeemafstandsbediening (los verkrijgbaar) Verbind de mannelijke aansluiting van dit draad met de aansluiting voor de systeemafstandsbediening van de autostereo (SYSTEM REMOTE CONTROL). Het vrouwelijke aansluitpunt kan worden aangesloten op het relais-besturingsaansluitpunt van de automatische antenne. Als de autostereo niet beschikt over een systeem-afstandsbe- dieningsaansluitpunt, sluit dan het mannelijke aansluitpunt aan op het spanningsaansluitpunt via de contactschakelaar. Luidsprekeruitgangs-aansluitpunt Raadpleeg het hoofdstuk “Aansluiten van de luidsprekerdraden” voor richtlijnen i.v.m. het aansluiten van luidsprekers. Achterzijde Voorzijde7 Aansluiten van het toestel Aansluiten van het spanningsaansluitpunt

  • Gebruik altijd het los verkrijgbare, speciale rode accu- en aardedraad [RD-223]. Verbind het accudraad direct met de positieve pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met het chassis van de auto.

1. Trek het accudraad van het

motorgedeelte naar de cabine van de auto.

  • Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de versterker zijn gemaakt, het accusnoer- aansluitpunt van de versterker aan op het positieve aansluitpunt (+) van de accu.

2. Draai het accudraad, aardedraad

en systeemafstandsbedieningsdraad ineen.

3. Bevestig verbindingsstukjes aan de

uiteinden van de draden. De verbindingsstukjes zijn niet bijgeleverd.

  • Klem de verbindingsstukjes met een tangetje aan de draden.

4. Sluit de draden aan.

  • Zet de draden stevig met de schroeven van de aansluitingen vast. WAARSCHUWING Als de accudraad niet goed wordt bevestigd aan het aansluitpunt met behulp van de schroef, kan het aansluitpunt oververhit raken, hetgeen kan leiden tot schade en letsel, met inbegrip van lichte brandwonden. Ineendraaien Boor een gat van 14 mm in de carrosserie van de auto. Steek het rubberen O- vormige doorvoerbuisje in de carrosserie van de auto. Positieve aansluiting Zekering (30 A) Motor- compartiment Interieur van het voertuig Zekering (30 A) Verbindingsstukje Verbindingsstukje Accudraad Aardingssnoer GND aarde-aansluiting Spannings- aansluitpunt (POWER) Accudraad Aansluiting voor systeemafstandsbediening Draad voor systeemafstands- bediening Aardingssnoer8

1. Verwijder ongeveer 10 mm isolatie

van het uiteinde van de luidsprekerdraden met een tang, en draai de draadstrengen ineen.

2. Bevestig verbindingsstukjes aan de

uiteinden van de luidsprekerdraden. De verbindingsstukjes zijn niet bijgeleverd.

  • Klem de verbindingsstukjes met een tangetje aan de draden.

3. Verbind de luidsprekerdraden met

de luidsprekeruitgangsaansluiting.

  • Zet de luidsprekerdraden goed met de schroeven van de aansluiting vast. Het gebruik van luidsprekeringang Verbinden de autostereo luidspreker uitgaan met de versterker door Gebruiken de geleverent spreker ingaan verbinding.
  • Maak niet tegelijk met de RCA ingang en de luidsprekeringang een verbinding. 7 In geval van Luidsprekeringangs de verbinding gebruiken 10 mm Aansluitpuntschroef Luidspreker- uitgangsaansluiting Luidsprekerdraad Luidspreker uitgaan Autostereo Luidspreker ingaan verbinding Naar luidesprekeringangs- aansluitpunt van dit apparaat. Wit: Links + Grijs: Rechts + Wit/zwart: Links ≠ Grijs/zwart: Rechts ≠ Ineendraaien Verbindingsstukje Luidsprekerdraad9 Aansluiten van het toestel Aansluiten van de luidsprekerdraden De uitgangsfunctie voor de luidspreker kan voor twee kanalen (stereo) of een kanaal (mono) worden ingesteld. Sluit de luidsprekersnoercn aan overeenkomstig de gewenste functie zoals aangegeven in de onderstaande afbeeldingen.
  • Maak niet tegelijk met de RCA ingang en de luidsprekeringang een verbinding. Twee kanalen functie (stereo) Een kanaal functie (mono) (Links) Luidspreker (Rechts) Luidspreker (Mono)Installatie
  • Niet installeren op: —Plaatsen waar het de bestuurder of passagiers zou kunnen verwonden wanner de auto plotseling stopt. —Plaasten waar de bestuurder door de eenheid tijdens het rijden zou kunnen worden gehinderd, zoals bijvoorbeeld op de vloer voor de bestuurdersstoel.
  • Kontroleer dat draden niet in de weg van de stoelverstelmechanismen zitten. Dit zou namelijk kortsluiting kunnen veroorzaken.
  • Controleer of er zich geen onderdelen achter het paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle kabels en belangrijke onderdelen zoals brandstofleidingen, remleidingen en de elektrische bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden beschadigd.
  • Plaats tapse schroeven zodanig dat de kop van de schroef niet in aanraking met draden komt. Dit is belangrijk en voorkomt dat draden door trillingen van het voertuig door worden gesneden met brand tot gevolg.
  • Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden.
  • Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de manier die is beschreven om de installatie uit te voeren zoals het hoort. Als andere onderdelen dan diegene die zijn bijgeleverd worden gebruikt, is het mogelijk dat inwendige onderdelen van de versterker schade oplopen of loskomen, zodat de versterker niet meer werkt.
  • Vervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden. WAARSCHUWING: Om slechte werking en/of letsel te voorkomen
  • Zorg dat de ventiltie van de versterker niet wordt gehinderd, en let derhalve op de volgende punten tijdens het installeren. —Zorg dat er voor een goede vrije ruimte boven de versterker is. —Bedek de versterker niet met een vloermat of kleed.
  • Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden.
  • Installeer de versterker niet op onstabiele plaatsen, zoals op de reservebandhouder.
  • De beste installatieplaats is verschillend afhankelijk van het automerk en model en uw wensen. Plaats de versterker echter beslist stevig op een stabiele plaats.
  • Maak eerst voorlopige aansluitingen en ga na of de versterker en het systeem naar behoren werken.
  • Na het installeren van de versterker, moet u controleren dat het reservewiel, de krik en het gereedschap nog gemakkelijk kunnen worden verwij-derd. Voorbeeld van installatie op de vloermat of op het chassis

1. Zet de versterker op de plaats waar

hij moet worden geïnstalleerd. Steek de bijgeleverde tapschroeven (4 × 18 mm) in de schroefgaten. Druk met een schroevendraaier op de schroeven zodat ze een inkeping maken op de plaats waar de gaten voor de installatie moeten komen.

2. Boor gaten met een diameter van

2,5 mm op de plaatsen die zijn gemerkt en installeer de versterker, ofwel op de vloermat ofwel rechtstreeks op het chassis. Boor een gat met een diameter van 2,5 mm Tapschroeven (4 × 18 mm) Vloermat of chassis11 Technische gegevens Spanningsbron ...................................................................................... 14,4 V gelijkstroom (10,8 — 15,1 V toelaatbaar) Aarding ...................................................................................................................................... Negatieve klem aan massa Stroomverbruik .......................................................................................................... 15,0 A (met continu spanning, 4 Ω) Gemiddeld stroomverbruik* .............................................................................................. 4,0 A (4 Ω voor twee kanalen) 7,8 A (4 Ω voor een kanaal) Zekering .................................................................................................................................................................. 25 A × 1 Afmetingen ........................................................................................................................ 300 (B) × 60 (H) × 186 (D) mm Gewicht ........................................................................................................................................ 2,7 kg (Excl. bedrading) Maximale spanningsuitvoer ........................................................................................ 120 W × 2 (4 Ω) / 300 W × 1 (4 Ω) Continu uitgangsvermogen .................................................... 60 W × 2 (bij 14,4 V, 4 Ω, 20 Hz — 20 kHz 0,08% THV) 150 W × 1 (bij 14,4 V, 4 Ω, 20 Hz — 20 kHz 0,8% THV) 75 W × 2 (bij 14,4 V, 2 Ω, 20 Hz — 20 kHz 0,8% THV) Continu uitgangsvermogen (DIN vermogen) .................... 70 W × 2 (4 Ω) / 200 W × 1 (4 Ω) (DIN45324, +B = 14,4 V) Aansluitimpedantie .................................................................................................................... 4 Ω (2 — 8 Ω toelaatbaar) (Geschakelde verbinding: 4 — 8 Ω toelaatbaar) Frequentieweergave ........................................................................................................ 10 Hz — 50 kHz (+0 dB, –1 dB) Signaal/ruisverhouding ................................................................................................................ 100 dB (IEC-A netwerk) Vervorming ...................................................................................................................................... 0,008% (10 W, 1 kHz) Scheiding ...................................................................................................................................................... 70 dB (1 kHz) Laag-doorlaatfilter ........................................................................................................................ Afsnijfrequentie : 80 Hz Afsnijsteilheid : –12 dB/oct Versterkingsregelaar ...................................................................................................................... RCA: 200 mV — 6,5 V Luidspreker: 0,8 — 26 V Maximale ingangsniveau / -impedantie .............................................................................................. RCA: 6,5 V / 22 kΩ Luidspreker: 26 V / 40 kΩ Opmerking:

  • Technische gegevens en ontwerp zijn ter productverbetering zonder voorafgaande kennisgeving wijzigbaar. *Gemiddeld stroomverbruik
  • Het gemiddelde stroomverbruik is zo goed als gelijk aan het maximale stroomverbruik van dit toestel bij ontvangst van een audiosignaal. Gebruik deze waarde bij het uitrekenen van het totale stroomverbruik van meerdere vermogensversterkers.PIONEER CORPORATION 4-1, MEGURO 1-CHOME, MEGURO-KU, TOKYO 153-8654, JAPAN PIONEER ELECTRONICS (USA) INC. P.O. Box 1540, Long Beach, California 90801-1540, U.S.A. TEL: (800) 421-1404