PA1120PTT - Mengpaneel Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PA1120PTT Monacor in PDF-formaat.
| Producttype | Mengpaneel / 100 V omroepversterker |
| Merk | Monacor |
| Model | PA1120PTT |
| RMS-uitgangsvermogen | 120 W (PA-1120) / 240 W (PA-1240) |
| Aantal zones | 5 omroepzones |
| MIC/LINE-ingangen | 3 (CH 1-3) op symmetrische XLR/jack-combo, gevoeligheid 2,5-300 mV |
| LINE-ingangen | 2 (CH 4-5) op asymmetrische RCA, gevoeligheid 300 mV |
| Luidsprekeruitgangen | 5 × 100 V (max 100 W per zone) + 1 × 4 Ω (120 W) |
| Hulpuitgangen | REC (775 mV), PRE OUT (775 mV) |
| Netvoeding | 230 V~/50 Hz, verbruik 340 VA (PA-1120) |
| Noodvoeding | 24 V=, verbruik 15 A (PA-1120) |
| Afmetingen (B × H × D) | 482 × 133 × 352 mm (3 U) |
| Gewicht | 13 kg (PA-1120) |
| Equalizer | Bas ±10 dB/100 Hz, Treble ±10 dB/10 kHz |
| Frequentiebereik | 55 – 16 000 Hz (-3 dB) |
| Signaal/ruisverhouding | Line >80 dB, Microfoon >70 dB (A-gewogen) |
| Geïntegreerde functies | Gong 2/4 tonen, oscillerende/continue sirene, instelbare prioriteit, PTT/RC-microfoon |
| Beveiliging | LED PROT: overbelasting, oververhitting, vertraging |
| Bedrijfstemperatuur | 0 - 40 °C |
| Onderhoud | Reinig met een droge, zachte doek, vermijd chemicaliën en water |
Veelgestelde vragen - PA1120PTT Monacor
Gebruikersvragen over PA1120PTT Monacor
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Mengpaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PA1120PTT - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PA1120PTT van het merk Monacor.
GEBRUIKSAANWIJZING PA1120PTT Monacor
B Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat van MONACOR. Lees deze gebruikershandleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen. Alleen zo leert u alle functies kennen, vermijdt u foutieve bedien ing en behoedt u zichzelf en het apparaat voor eventuele schade door ondeskundig gebruik. Bewaar de hand leiding voor latere raadpleging.
De Nederlandstalige tekst vindt u op pagina 24.
NL Vouw bladzijde 3 helemaal open, zodat u steeds een overzicht hebt van de bedieningselementen en de aansluitingen.
Inhoudsopgave
1 Overzicht van de bedieningselementen en aansluitingen....24
1.1 Versterker frontpaneel 24
1.2 Versterker achterzijde 25
1.3 Tafelmicrofoon PA-1120 (toebehoren) .... 26
1.4 Commandomicrofoon PA-1120RC (toebehoren) 26
2 Veiligheidsvoorschriften 26
3 Toepassingen en toebehoren .....27
4 De versterker opstellen ..... 27
4.1 Montage in een rack 27
5 Gonggeluid en prioriteit van de plug-inmodule instellen 27
6 Het apparaat aansluiten 28
6.1 Luidsprekers 28
6.2. Microfoons 28
6.3 Tafelmicrofoon PA-1120PTT ..... 28
6.4 Commandomicrofoon PA-1120RC ..... 28
6.4.1 De aansluitmodule monteren ..... 28
6.4.2 Microfoonaansluiting en basisinstelling .. 29
6.5 Apparaten met lijnniveau/ geluidsopnametoestel ....29
6.6 Een equalizer of ander apparaat tussenschakelen 29
6.7 Bijkomende versterker 29
6.8 Telefoon- of nachtbel 29
6.9 Noodbericht/voorrangsrelais ..... 30
6.10 Schakelaar voor (automatische) aan- kondigingen in alle zones ..... 30
6.11 Telefooncentrale 30
6.12 Afstandsbediend in- en uitschakelen ..... 30
6.13 Netvoeding en noodstroomvoeding ..... 30
7 Prioriteit van de ingangssignalen vastleggen 31
8 Bediening 31
8.1 Het volume instellen 31
8.2 PA-zones activeren 32
8.3 Gongsignaal 32
8.4 Alarmsirene 32
8.5 Tafelmicrofoon PA-1120PTT 32
8.6 Commandomicrofoon PA-1120RC ..... 32
9 Beveiligingscircuit 33
Overzichtstekening en aansluitingsschema 42
Blokdiagram 43
1 Overzicht van de bedieningselementen en aansluitingen
1.1 Versterker frontpaneel
1 Afsluitplaat voor de moduleopening; hier kan een module van MONACOR worden ingestoken, b.v. tuner, cd-speler, geheugen voor digitale boodschappen
2 Regelaar hoge tonen TREBLE voor een apparaat dat in de opening (1) is geplaatst
3 Regelaar lage tonen BASS voor een in opening (1) geplaatst apparaat
4 Toetsen met controle-LED voor het inschakelen van de afzonderlijke PA-zones Z 1 tot Z5
5 Zoneverzwakkers voor een verschillende volumeregeling van de afzonderlijke zones
6 Toets ALL CALL met controle-LED voor het in- schakelen van alle zones tegelijk en het verhogen van het geluidsvolume voor elke zone tot het maximum [onafhankelijk van de toetsen (4) en de zonevolumeschakelaars (5)]; het maximale geluidsvolume wordt alleen door de regelaar MASTER (21) bepaald
7 VU-LED's voor de eindversterker [onafhankelijk van de zoneverzwakkers (5)]; bij oversturing licht de rode LED CLIP op
8 Niveauregelaar voor de ingangen CH 1 tot CH3 (39); met de regelaar CH1 wordt ook het niveau ingesteld voor een microfoon die op de jack (42) is aangesloten, en met de regelaar CH 2 het niveau voor commandomicrofoons van het type PA-1120RC (aangesloten via een afzonderlijke module); de prioriteit van deze ingangen kunt u instellen met de DIP-schakelaars (44)
9 Bass- en hoogteregelaar voor de ingangen CH 1 tot CH3 (39)
10 Niveauregelaar voor lijningangen CH 4 en CH5 (38)
11 Regelaars lage en hoge tonen voor de ingangen CH 4 en CH 5
12 Gongtoets; de gong heeft tweede prioriteit (voor het omschakelen tussen het 2- en 4-gongsignaal zie hoofdstuk 5)
13 Volumeregelaar voor de gong
14 Toets TEL; als de toets is ingedrukt, kunt u b.v. telefoon- of nachtbel via alle luidsprekers horen [aansluiting via de klemmen NIGHT RINGER (29)]; de bel heeft de laagste prioriteit
15 Volumeregelaar voor een telefoonsignaal dat via de klemmen PAGING IN (32) binnenkomt; dit signaal heeft derde prioriteit
16 Volumeregelaar voor de telefoon- of nachtbel (zie ook pos. 14 en 29)
17 Toets voor een sterker en zwakker wordend sirenesignaal; de sirene heeft vierde prioriteit
18 Volumeregelaar voor de sirene
19 Toets voor een gelijkmatige sirenesignaal
20 Oververhittings-LED TEMP;
licht op, als de koelplaattemperatuur de waarde van 100 °C bereikt. Alle luidsprekeruitgangen worden dan gedempt. Bovendien licht de rode LED PROT (22).
21 Regelaar MASTER voor het totale geluidsvolume
22 LED PROT; licht op bij geactiveerd beveiligings circuit:
-
gedurende ca. 1 seconde na het inschakelen (inschakelvertraging)
-
gedurende ca. 1 seconde na het uitschakelen
-
bij overbelasting van de versterker
-
bij oververhitting van de versterker
23 POWER-LED's:
DC licht op, als de versterker bij stroomuitval met een noodvoedingsspanning van 24 V werkt
AC licht op, als de versterker op netspanning werkt
24 POWER-schakelaar
25 LED STAND BY;
licht op bij uitgeschakelde versterker
1.2 Versterker achterzijde
26 Luidsprekeraansluitingen voor luidsprekers van 100 V
Opgelet! Elke van de vijf zone-uitgangen kan een belastbaarheid van maximaal 100 WRMS hebben. De belasting van alle zones samen mag echter in geen geval volgende waarde overschrijden:
PA-1120 120 WRMS
PA-1240 240 WRMS
27 Jack voor aansluiting van het meegeleverde netsnoer op 230 V\~/50 Hz
28 Luidsprekeruitgang van 4 Ω voor een luidsprekergroep met een totale impedantie van ten minste 4 Ω
Opgelet! Gebruik deze uitgang alleen, wanneer de uitgangen van 100 V (26) niet worden gebruikt. Anders kan de versterker overbelast worden.
29 Ingang voor de belspanning (b.v. 8 V/50 Hz) van een telefoon- of nachtbel; de belspanning activeert een oproepsignaal dat via de geluidsinstallatie te horen is (zie ook positie 14 en 16)
30 Schroefaansluitingen voor een noodvoeding (24 V)
31 Schroefaansluitingen voor een externe schakelaar om afstandsbediend in en uit te schakelen [de POWER-schakelaar (24) mag dan niet zijn ingedrukt]
32 Ingang (gebalanceerd, 250 mV) voor een tele-foonsignaal dat via de geluidsinstallatie te horen moet zijn (zie ook positie 15)
33 Aansluiting voor een afzonderlijke schakelaar; via deze schakelaar kunt u in geval van geïn - stalleerde module voor digitale boodschappen PA-1120DM een opgeslagen aankondiging
opvragen. Tegelijk worden alle PA-zones ingeschakeld en op maximaal geluidsvolume ingesteld [zoals met de toets ALL CALL (6)]
34 Afdekplaat, wordt bij het monteren van de module PA-1120DM, PA-1130RCD, PA-1200C of PA-1200R door een aansluitplaat vervangen
35 Ingang AMP IN in combinatie met de uitgang PRE OUT (36) voor het tussenschakelen van b.v. een equalizer. Bij het aansluiting op deze jack wordt alleen het signaal weergegeven dat hier wordt ingestuurd. De eindversterker is gescheiden van de voorversterker.
36 Uitgang PRE OUT voor het aansluiten van een bijkomende versterker (hoofdstuk 6.7) of in combinatie met de ingang AMP IN (35) voor het tussenschakelen van b.v. een equalizer; het uitgangsvolume is onafhankelijk van de regelaar MASTER (21)
37 Uitgang REC voor aansluiting van een opname-apparaat; het uitgangsvolume is onafhankelijk van de regelaar MASTER (21)
38 Ingangen CH 4 en CH 5 voor apparaten met lijniveau (b.v. cd-speler, cassetterecorder etc.); de beide signalen van de stereokanalen L en R worden intern tot een monosignaal gemengd
39 Gebalanceerde ingangen CH 1 tot CH 3 via XLR/ stekkerbus (combo); de ingangsgevoeligheid kan met de regelaars GAIN (41) tussen microfoon- en lijnniveau worden ingesteld (2,5 - 250 mV)
40 Schakelaar PHANTOM POWER voor het in - schakelen van de voedingsspanning van 12 V voor microfoons met fantoomvoeding; telkens voor de ingangen CH 1 tot CH 3
Opgelet! Als de voedingsspanning van 12 V wordt ingeschakeld, mag op de betreffende ingangsjack (39) geen microfoon met ongebalanceerde uitgang zijn aangesloten; deze kan immers worden beschadigd.
NL 41 Regelaar voor het instellen van de ingangsge - voeligheid; telkens voor de ingangen CH 1 tot CH 3 (zie pos. 39)
42 Jack P.T.T. REMOTE voor de aansluiting van een ELA-tafelmicrofoon van het type PA-1120PTT
43 Schroefklemmen voor het aansluiten van een noodbericht/voorrangsrelais, zie hoofdstuk 6.9
44 DIP-schakelaars MIC PRIORITY; in de stand ON wordt de overeenkomstige ingang (CH 1, CH 2 of CH 3) van 4de op 3de prioriteit ingesteld
45 Plaatje; bij gebruik van de commandomicrofoon PA-1120RC wordt hier de aansluitmodule ge - monteerd
1.3 Tafelmicrofoon PA-1120PTT (toebehoren) Belangrijk! Voor het gebruik van de microfoon moet absoluut het hoofdstuk 6.3 in acht genomen worden.
46 DIP-schakelaar CHIME
in de stand ON weerklinkt het gongsignaal als de
spraaktoets TALK (49) wordt ingedrukt
47 DIP-schakelaars PRIORITY;
OFF: de microfoon heeft vierde prioriteit
ON: de microfoon heeft tweede prioriteit;
bij het indrukken van de spraaktoets TALK worden alle PA-zones ingeschakeld en op maximaal geluidsvolume ingesteld [zoals met toets ALL CALL (6)]; en de klemmen 24 V ≠0,2 A MAX (43) leveren een spanning van 24 V om het noodbericht/voorrangs -relais in te schakelen (zie hoofdstuk 6.9)
48 7-polige DIN-jack voor het aansluiten op de jack P.T.T. REMOTE (42) van de versterker; gebruik een afgeschermde kabel voor het audiosignaal, max. kabellengte 100 m
49 Spraaktoets TALK
50 Controle-LED, licht op bij ingedrukte spraaktoets
* Werking alleen mogelijk bij gemonteerde module voor digitale boodschappen PA-1120DM
1.4 Commandomicrofoon PA-1120RC (toebehoren)
Voor het gebruik PA-1120RC moet de aansluitmodule die bij de microfoon is bijgeleverd, worden ingebouwd (zie hoofdstuk 6.4.1).
51 Schakelaar DIGITAL MESSAGE; in de stand ON kunt u opgeslagen aankondigingen opvragen*
52 Schakelaar TALK voor het vastleggen van de pri- oriteit bij het aansluiten van meerdere micro - foons PA-1120RC
SLAVE andere microfoons die naar PRIORITY zijn geschakeld, hebben voorrang
PRIORITY de microfoon heeft prioriteit op microfoons die op SLAVE staan
53 Jack LINK voor het aansluiten van andere commandicrofoons van het type PA-1120RC
54 Jack OUTPUT om te verbinden met de jack INPUT van de aansluitmodule die samen met de microfoon is geleverd
55 Ingangsjacks AUX IN voor een bijkomend audio-signaal met lijnniveau
56 Uitgangsniveauregelaar voor het microfoonsig - naal en het signaal van de jacks AUX IN (55)
57 Controle-LED's POWER versterker ingeschakeld
SEND licht op, wanneer u zelf iets aankondigt of wanneer een opgeslagen aankondiging* wordt opgevraagd
BUSY licht op, wanneer u zelf aankondigingen doet en bij aankondigingen via andere aangesloten microfoons PA-1120RC
58 Spraaktoets TALK
59 Draaischakelaar voor het selecteren van een opgeslagen aankondiging*
60 Toetsen Z 1 - Z 5 met controle-LED's voor het inschakelen van zones waar de aankondiging moet worden gehoord
61 Toets ALL CALL met de controle-LED voor het inschakelen van alle zones tegelijk [zoals de toets (6)]
62 Toets REPEAT/STOP voor de meervoudige weergave van een opgeslagen aankondiging*; een tweede keer drukken op de toets beeindigt de aankondiging
63 Toets START/STOP voor het weergeven van een opgeslagen aankondiging*; een tweede keer drukken op de toets beëindigt de aankondiging
2 Veiligheidsvoorschriften
Het apparaat is in overeenstemming met alle vereiste EU-Richtlijnen en is daarom gekenmerkt met €€
WAARSCHUWING De netspanning (230 V\~) van het apparaat is levensgevaarlijk. Open het apparaat niet, en zorg dat u niets in de ventilatieopeningen steekt! U loopt het risico van een elektrische schok.
Tijdens het gebruik staan de luidsprekeraansluitingen (26) onder een levensgevaarlijke spanning tot 100 V. Sluit de versterker alleen aan resp. wijzig bestaande aansluitingen alleen, als de versterker is uitgeschakeld.
Let eveneens op het volgende:
- In de uitgeschakelde toestand is de versterker niet volledig zonder netspanning. Hij verbruikt nog steeds een geringe hoeveelheid stroom.
- Het apparaat is enkel geschikt voor gebruik binnenshuis. Vermijd druip- en spatwater, uitzonderlijk warme plaatsen en plaatsen met een hoge vochtigheid (toegestaan omgevingstemperatuurbereik: 0 - 40 °C).
- Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen etc. op het apparaat.
- De warmte die in het toestel ontstaat, moet door ventilatie worden afgevoerd. Dek de ventilatieopeningen niet af.
-
Schakel het apparaat niet in resp. trek onmiddel- lijk de stekker uit het stopcontact:
-
wanneer het apparaat of het netsnoer zichtbaar beschadigd is,
-
wanneer er een defect zou kunnen optreden nadat het apparaat bijvoorbeeld is gevallen,
-
wanneer het apparaat slecht functioneert. Het apparaat moet in elk geval hersteld worden door een gekwalificeerd vakman.
-
Trek de stekker nooit met het snoer uit het stopcontact, maar steeds met de stekker zelf.
- Verwijder het stof met een droge, zachte doek. Gebruik zeker geen water of chemicaliën.
- In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting, foutieve bediening of van herstelling door een niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie en de verantwoordelijkheid voor hieruit resulterende materiële of lichamelijke schade.

Wanneer het apparaat definitief uit bedrijf wordt genomen, bezorg het dan voor milieuvriendelijke verwerking aan een plaatselijk recyclagebedrijf.
3 Toepassingen en toebehoren
Deze versterker is speciaal ontworpen voor het gebruik in geluidsinstallaties in 100 V-techniek. Ze beschikken over uitgangen van 100 V voor maximaal 5 PA-zones, waarvan u het volume individueel kunt instellen. Via drie ingangen met verschillend instelbare prioriteit kunnen microfoons of apparaten met lijnuitgang worden aangesloten. Twee andere lijningangen met laagste prioriteit vervolledigen de aansluitmogelijkheden. In de uitbreidingsopening (1) kunt u b.v. een van de volgende plug-inmodules van MONACOR plaatsen:
PA-1120DM geheugen voor digitale boodschappen met capaciteit van 6 aankondigingen
PA-1130CD cd-speler
PA-1130RCD radio/cd-speler
PA-1200C schakelklok
Volgende PA-tafelmicrofoons van MONACOR zijn speciaal ontworpen als speciaal toebehoren voor deze versterker:
PA-1120RC (figuur 4): Er kunnen drie commando-microfoons worden aansluiten; de microfoon wordt met een aansluitmodule geleverd die in de versterker wordt gemonteerd.
PA-1120PTT (figuur 3): een tafelmicrofoon kunt u op de jack P.T.T. REMOTE (42) aansluiten.
4 De versterker opstellen
De versterker is voorzien voor montage in een 19"-rack (482 mm), maar kan ook als tafelmodel gebruikt worden. In elk geval moet de lucht door alle ventilatieopeningen kunnen stromen, om voldoende ventilatie van de eindversterkers te verzekeren.
4.1 De montage in een rack
Voor de montage in een rack hebt u 3 HE (rack-eenheden = 133 mm) nodig. Om te voorkomen dat het rack topzwaar wordt, dient de versterker in het onderste gedeelte van het rack gemonteerd te worden. De frontplaat alleen is niet voldoende voor een veilige bevestiging. Het toestel moet links en rechts door rails of onderaan door een bodemplaat extra ondersteund worden.
De hete lucht die uit de versterker wordt geblazen, moet ongehinderd uit het rack kunnen worden afgevoerd. Anders hoopt de warmte zich op in het rack, waardoor niet enkel de versterker maar ook andere toestellen beschadigd kunnen worden. Bij een onvoldoende warmteafvoer moet u in het rack een ventilator plaatsen boven de versterker.
5 Gonggeluid en prioriteit van de plug-inmodule instellen
Alvorens een module in de opening (1) te monteren, moeten beide jumpers MS 1 (gonggeluid) en MS 2 (moduleprioriteit) worden ingesteld, zie overzichtstekening pagina 42. De toegang tot deze jumpers is afgesloten, zodra de module is gemonteerd.
1) Koppel de versterker van het net en van de noodvoeding.
2) Schroef de afsluitplaat (1) voor de module los.
3) Stel het gonggeluid in met de jumper MS 1:
Stand "4 Tone" = gongsignaal van vier tonen Stand "2 Tone" = gongsignaal van twee tonen
4) Stel de prioriteit voor een plug-inmodule in met de jumper MS 2:
stand "SLAVE" (standaardinstelling)
Het signaal van de module heeft de laagste prioriteit.
Positie "PRI":
Het signaal van de module heeft tweede prioriteit. Deze instelling moet b.v. worden geselecteerd, wanneer via de commandomicrofoon PA-1120RC opgeslagen aankondigingen uit het geheugen voor digitale boodschappen PA-1120DM moeten worden opgevraagd.
Een overzicht van alle mogelijke prioriteiten wordt gegeven in hoofdstuk 7 "Prioriteit van de ingangssignalen vastleggen".
5) Als er geen module is gemonteerd, schroeft u het plaatje (1) opnieuw vast.
NL 6 Het apparaat aansluiten
B De in- en uitgangen mogen enkel door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd worden en in elk geval wanneer de versterker uitgeschakeld is!
6.1 Luidsprekers
Ofwel sluit u luidsprekers met 100 V-techniek voor de vijf PA-zones aan op de schroefklemmen SPEAKER ZONES ATT. OUTPUTS (26)
Opgelet! Elke van de vijf zone-uitgangen kan een belastbaarheid van maximaal 100 WRMS hebben. De belasting van alle zones samen mag echter in geen geval volgende waarde overschrijden:
PA-1120 120 WRMS
PA-1240 240 WRMS
of u sluit een luidsprekergroep met een totale impedantie van ten minste 4 Ω aan op de schroefklemmen LOW IMP 4 Ω (28). De zonevolumeschakelaars (5) beïnvloeden deze uitgang niet. Gebruik in geen geval de uitgangen van 100 V (26) en de uitgang van 4 Ω (28) op hetzelfde moment; zo niet wordt de versterker overbelast!
Let bij het aansluiten van de luidsprekers steeds op de juiste polariteit, d.w.z. de positieve pool van de luidspreker telkens met de bovenste klem verbinden. De positieve aansluiting van de luidspreker kabel is altijd speciaal gemarkeerd.
6.2 Microfoons
Drie microfoons met een XLR- of 6,3 mm-stekker kunnen op de die XLR/combi-jacks (39) van de in -gangen CH 1 – 3 worden aangesloten.
1) Draai bij het aansluiten van een microfoon de overeenkomstige regelaar GAIN (41) helemaal naar rechts in de stand “-50”.
2) Bij het gebruik van een microfoon met fantoom-voeding schakelt u de voedingsspanning van
12 V in met de overeenkomstige toets PHANTOM POWER (40).
Opgelet! Bedien de schakelaar alleen bij uitgeschakelde versterker (schakelploppen). Bij ingedrukte toets mag op de betreffende ingang geen microfoon met ongebalanceerde uitgang zijn aangesloten; de microfoon kan immers worden beschadigd.
3) Als een microfoon voorrang op een andere microfoon moet krijgen, plaatst u de overeenkomstige DIP-schakelaar MIC PRIORITY (44) in de stand ON (zie ook hoofdstuk 7).
Tips
- Als de tafelmicrofoon PA-1120PTT (afb. 3) wordt gebruikt, mag de ingang CH 1 worden gebruikt, omdat deze met de ingang (42) voor PA-1120PTT parallelgeschakeld is.
- Als er een commandomicrofoon PA-1120RC is aangesloten, mag de ingang CH 2 niet worden gebruikt, omdat deze parallelgeschakeld is met de ingang voor de PA-1120RC (via de bijbehorende aansluitmodule).
6.3 Tafelmicrofoon PA-1120PTT
De tafelmicrofoon PA-1120PTT (figuur 3) die als afzonderlijk toebehoren verkrijgbaar is, werd speciaal voor deze versterker ontworpen.
1) Sluit de microfoon aan op de jack P.T.T. REMOTE (42). De aansluitkabel die bij de microfoon is geleverd, kan tot max. 100 m worden verlengd.
2) Druk op de toets PHANTOM POWER (40) van de ingang CH 1 en draai de bijbehorende regelaar GAIN (41) helemaal naar rechts in de stand “-50”.
Opmerking: De ingang CH 1 mag nu niet voor andere ingangssignalen worden gebruikt, omdat deze met de jack P.T.T. REMOTE parallelgeschakeld is.
6.4 Commandomicrofoon PA-1120RC
De commandomicrofoon PA-1120RC (figuur 4) die als toebehoren verkrijgbaar is, werd speciaal voor deze versterker ontworpen. U kunt maximaal drie commandomicrofoons aansluiten. Voor gebruik ervan moet u eerst de aansluitmodule, samen met de microfoon geleverd, in de versterker worden gemonteerd. Dit mag uitsluitend door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd worden!
Opmerking: Bij gebruik van de commandomicrofoon mag de ingang CH 2 niet voor andere ingangssignalen worden gebruikt, omdat deze met de ingang voor de commandomicrofoon parallelgeschakeld is.
6.4.1 De aansluitmodule monteren
1) Trek de netstekker uit het stopcontact. Als er een noodstroomeenheid is aangesloten, koppelt u deze van de aansluitingen 24 V (30) los, zodat de versterker zeker buiten bedrijf is. Schroef het deksel van de versterker evenals de afsluitplaat (45) aan de achterzijde van de versterker los.
2) Steek de 3-polige leiding AS 903 (c) van de aansluitmodule in de jack CN 903 (c) van de versterker – zie overzichtstekening pagina 42.
3) Plaats de module in de openingen die door het wegnemen van de afsluitplaat (45) vrijkomen, en schroef ze vast.
4) Steek de tweepolige leiding die in de versterker vrij ligt, met een zwarte en rode ader van de aansluiting AS 801 in de jack CN 801 (a) van de module.
5) Steek de afgeschermde leiding AS 802 (b) van de module in de jack AN 802 (b) van de versterker.
6) Steek de 6-polige leiding AS 204 (d) van de module in de jack CN 901 (d) van de versterker.
7) Als er geen module voor digitale boodschappen PA-1120DM is ingebouwd, bindt u de losse 10-polige leiding AS 4-1 van de module met de kabelbinders in de versterker vast.
E 6 Conexiones
Voer de punten 8) tot 10) alleen uit als de module voor digitale boodschappen PA-1120DM is ingebouwd:
8) Steek de 10-polige leiding AS 4-1 van de module in de jack CN 4-1 van de insteekeenheid.
9) Leg met de jumper MS 802 van de aansluitmodule vast of de aankondiging in het geheugen M 6 van de PA-1120DM via de commandomicrofoon kan worden opgevraagd (stand ON) of niet (stand OFF, fabrieksinstelling). Het geheugen M 6 kan b.v. zijn voorbehouden voor een alarmaankondiging die alleen via de klemmen MESSAGE FIRST PRIORITY (33) mag worden geactiveerd.
10) Stel in de versterker de jumper MS 2 in de stand PRI. Zo wordt een aankondiging van de insteek - eenheid niet door een signaal van de commandomicrofoon in volume gedempt.
6.4.2 Microfoonaansluiting en basisinstelling
1) Verbind de jack OUTPUT (54) van de microfoon met de jack INPUT van de aansluitmodule. Een korte verbindingskabel wordt samen met de microfoon geleverd. De kabellengte tussen versterker en microfoon mag max. 1000 m bedragen.
Een tweede microfoon kan via de jack OUTPUT op de jack LINK van de module of op de jack LINK (53) van de eerste microfoon worden aangesloten. Voor het aansluiten van een derde microfoon verbindt u de jack OUTPUT hiervan met de jack LINK van de tweede microfoon. Er kunnen maximaal drie microfoons worden aangesloten. De kabellengte tussen twee microfoons mag de 100 m niet overschrijden.
2) Bij het gebruik van meerdere microfoons van het type PA-1120RC schuift u op de microfoon resp. op de microfoons die voorrang op de anderen moet(en) krijgen, de schakelaar TALK (52) in de stand PRIORITY. Bij de overige microfoons zet u de schakelaar in de stand SLAVE. Zo kan een aankondiging via een microfoon zonder voorrang worden onderbroken door een microfoon met voorrang.
3) Om voor de commandomicrofoon resp. voor de commandomicrofoons tweede prioriteit te ver krijgen, moet u op de toets op de aansluitmodule drukken (stand PRIORITY). Als de toets (stand SLAVE) niet is ingedrukt, is de vierde prioriteit ingesteld.
4) Bij gebruik van de module voor digitale boodschappen PA-1120DM selecteert u met de schakelaar DIGITAAL MESSAGE (51) of via de commandicrofoon opgeslagen aankondigingen kunnen worden opgevraagd (schakelaarstand ON) of geblokkeerd zijn (stand OFF).
5) Als de ingangen op de versterker niet volstaan, kan via de jacks AUX IN (55) een lijnsignaal worden gestuurd (b.v. achtergrondmuziek door een CD-speler). Stel het uitgangsniveau voor het microfoonsignaal en het signaal van de jacks AUX IN in met de regelaar AUDIO OUT (56).
6.5 Apparaten met lijnniveau/geluidsopnametoestel
U kunt maximaal vijf apparaten met lijnniveau (b.v. cd-speler, cassetterecorder) aansluiten op de ingangen CH 1 tot CH 3 (39) evenals CH 4 en CH 5 (38). Uitzonderingen: Laat CH 1 vrij als u de tafelmicrofoon PA-1120PTT gebruikt en laat CH 2 vrij bij gebruik van de commandmicrofoon PA-1120RC.
Voor achtergrondmuziek moeten de ingangen CH 4 en CH 5 worden gebruikt, omdat deze de laagste prioriteit hebben.
1) Bij aansluiting van de ingangen CH 1 tot CH 3 draait u de bijbehorende regelaar GAIN (41) helemaal naar links in de stand “-10”. Druk niet op de overeenkomstige toets PHANTOM POWER (40).
Gebruik bij het aansluiten van een stereo-apparaat op een van de ingangen CH 1 tot CH 3 een stereo-monoadapter (b.v. SMC-1 van MONACOR) en een adapterkabel (b.v. MCA-300 van MONACOR). Anders heffen de signalen van het stereomidden elkaar op.
2) Wenst u een van de ingangen CH 1 – CH 3 voorrang te geven op de twee andere, plaats dan de overeenkomstige DIP-Schalter MIC PRIORITY (44) in de stand ON. Ingangen CH 1 tot CH 3 hebben steeds voorrang op de ingangen CH 4 en CH 5 (zie ook hoofdstuk 7).
3) Een geluidsopnametoestel kan op de jacks REC (37) worden aangesloten. Het volume van de op-name is onafhankelijk van de regelaar MASTER (21) en van de zonevolumeschakelaars (5).
6.6 Een equalizer of ander apparaat tussenschakelen
Voor de externe klankregeling kunt u b.v. een equalizer tussenschakelen via de jacks AMP IN (35) en PRE OUT (36): Verbind de ingang van het apparaat met de jack PRE OUT en de uitgang op de jack AMP IN.
Opmerking: In de versterker wordt het signaal onderbroken, wanneer alleen de jack AMP IN is aangesloten of het tussengeschakelde apparaat niet is ingeschakeld, defect is of niet correct is aangesloten. De luidsprekers blijven dan gedempt.
6.7 Bijkomende versterker
Indien er meer luidsprekers nodig zijn dan toegelaten voor de versterker, is een bijkomende versterker noodzakelijk. Verbind de ingang van de bijkomende versterker met de jack PRE OUT (36) of REC (37). Het signaal voor de bijkomende versterker wordt niet beïnvloed door de regelaar MASTER (21) of door de zonevolumeschakelaars (5).
6.8 Telefoon- of nachtbel
Een telefoon- of nachtbel kan zo nodig via de ge - luidsinstallatie worden weergegeven (b.v. tijdens een nachtelijke controleronde).
1) Stuur het signaal voor de bel (b.v. 8 V/50 Hz) naar de klemmen NIGHT RINGER (29).
NL 2) Druk op de toets TEL (14).
B 3) Activeer de bel en stel met de regelaar RINGER (16) het volume in van het oproepsignaal dat door de versterker is gegenereerd.
4) Schakel de belfunctie desgewenst in of uit met de toets TEL.
Opmerking: De bel heeft de laagste prioriteit.
6.9 Noodbericht/voorrangsrelais
Als er tussen de versterker en de luidsprekers ge - luidsvolumeregelaars met noodbericht/voorrangs- relais (b.v. serie ATT-3..PEU of ATT-2..P/WS van MONACOR) zijn geschakeld, dan kunt u belangrijke aankondigingen toch horen, zelfs al is het volume op "nul" ingesteld.
1) Sluit hiervoor een tafelmicrofoon PA-1120PTT aan (zie hoofdstuk 6.3).
2) Sluit de noodbericht/voorrangsrelais volgens de figuur 5 aan op de schroefklemmen 24 V=0,2 AMAX (43). De uitgang heeft een belastbaarheid van 200 mA.
3) Plaats de schakelaar PRIORITY (47) op de microfoon in de stand ON (naar beneden).
4) Bij het bedienen van de spraaktoets TALK (49) worden de luidsprekers nu door het relais naar maximaal geluidsvolume geschakeld.

text_image
PA-1120/PA-1240 100V 24V- C2Amax + - ATT-... 10 0 + - Switch Line Audio Line PA-1120PTT Speaker⑤ Noodbericht/voorrangsrelais
6.10 Schakelaar voor (automatische) aankondigingen in alle zones
Voor de bediening op afstand van de volgende func ties sluit u een schakelaar aan op de klemmen MESSAGE FIRST PRIORITY (33):
- Alle PA-zones worden ingeschakeld en op maximaal geluidsvolume ingesteld [zoals toets ALL CALL (6)].
- Bij het gebruik van de module voor digitale boodschappen PA-1120DM wordt de aankondiging van het geheugen M 6 automatisch opgevraagd. Plaats hiervoor de jumper MS 2 in de stand PRI, alvorens de module in de insteekeenheid te monteren (zie overzichtstekening pagina 42). Zo krijgt de aankondiging van het geheugen M 6 eerste prioriteit.
In plaats van de schakelaar kan ook een alarmmeldingscontact worden aangesloten, b.v. voor een automatische brandalarmmelding.
- Wenst u via de schakelaar resp. via het alarmmeldingscontact de versterker ook gelijktijdig in te schakelen, sluit dan een diode van het type 1N4004 volgens figuur 6 aan tussen de bovenste klem MESSAGE FIRST PRIORITY en de rechter klem POWER REMOTE.

text_image
SPEAKER ZONES ATT- OUTPUTS LOW R TL NIGHT PAVING R MISTAGE FIRST P gen. Z5 Z4 Z3 ZZ Z1 4Ω 1N4004 POWER REMOTE 24V—/27mA⑥ Automatisch inschakelen van de versterker en activeren van de aankondiging M 6
6.11 Telefooncentrale
Via de telefooncentrale kunt u aankondigingen weergeven via de geluidsinstallatie.
1) Stuur het telefoonsignaal (lijnniveau) naar de klemmen PAGING IN (32).
2) Stel tijdens een aankondiging het volume in met de regelaar PAGING (15).
Opmerking: Telefoonaankondigingen hebben derde prioriteit.
6.12 Afstandsbediend in- en uitschakelen
Via een afzonderlijke schakelaar kunt u de versterker afstandsbediend in- en uitschakelen.
1) Verbind de schroefaansluitingen POWER REMOTE (31) via een tweepolige kabel met een eenpolige POWER-schakelaar.
2) Voor afstandsbediend in- en uitschakelen mag de hoofdschakelaar POWER (24) niet ingedrukt zijn.
6.13 Netvoeding en noodstroomvoeding
1) Als de versterker bij een eventuele stroomuitval verder moet werken, sluit u op de klemmen DC POWER 24 V (30) een noodvoeding van 24 V aan (b.v. PA-24ESP van MONACOR). Bij een kabellengte van maximum 7 m is een dwarsdoorsnede van ten minste 4 mm ^2 vereist.
2) Ten slotte verbindt u het meegeleverde netsnoer eerst met de jack (27) en plugt u de stekker ervan in een stopcontact (230 V\~/50 Hz).
Opmerking: Ook wanneer de versterker is uitgeschakeld, verbruikt hij een geringe hoeveelheid stroom. Trek daarom de netstekker uit het stopcontact en koppel de noodvoeding eventueel los, wanneer u de versterker langere tijd niet gebruikt.
7 Prioriteit van de ingangssignalen vastleggen
Alle ingangssignalen hebben een bepaalde prioriteit toegewezen gekregen. Een signaal met een hogere prioriteit overstemt steeds een signaal met lagere prioriteit, wanneer beide signalen tegelijk op de versterker toekomen. (De signalen met eenzelfde prioriteit worden gemengd.) De volgende tabel geeft een overzicht en toont wijzigingsmogelijkheden.
| Prioriteit | Signaal | WijzigingVoorwaarde | |
| 1 | Aankondiging M 6 van de module voor digitale boodschappen PA-1120DM | Jumper MS 2 op PRI | |
| Schakelaar op (33) gesloten | |||
| 2 | Tafelmicrofoon PA-1120PTT | DIP-schakelaar PRIORITY (47) op ON | Schakelaar op OFF = vierde prioriteit2 |
| Commando-microfoon PA-1120RC | Schakelaar op aanslutmodule op PRIORITY | Schakelaar op SLAVE = vierde prioriteit2 | |
| Gong | |||
| 3 | Telefooncentrale op de klem (32) | ||
| 4 | Ingangen CH 1, CH 2 en CH 3 | DIP-schakelaar (44) op OFF1 | DIP-schakelaar op ON = derde prioriteit |
| Sirene | |||
| 5 | Aanvullende modules | Jumper MS 2 op SLAVE1 | Jumper op PRI = 2de prioriteit |
| Ingangen CH 4 + 5 | |||
| Telefoon of nachtbel |
- Fabrieksinstelling
- Tafelmicrofoon PA-1120TT gebruikt de ingang CH 1 en de commandomicrofoon PA-1120RC de ingang CH 2. Via de bijbehorende DIP-schakelaar MIC PRIORITY (44) kunnen de microfoons ook op derde prioriteit worden ingesteld.
8 Bediening
Als de versterker uitgeschakeld is en de net- of noodvoedingsspanning is ingeschakeld, licht de LED STAND BY (25) op.
1) Plaats alle vijf ingangsregelaars LEVEL (8 en 10) evenals de regelaar MASTER (21) in de stand "0", alvorens een eerste in te schakelen.
2) Schakel de versterker in met de schakelaar POWER (24). De LED STAND BY gaat uit en de LED AC (23) licht op. Bij een stroomuitval en aanwezige noodstroomvoeding licht de LED DC op in plaats van de LED AC.
8.1 Het volume instellen
1) Stel eerst het maximaal gewenste geluidsvolume voor aankondigingen met hoogste prioriteit in. Druk hiervoor eerst op de toets ALL CALL (6). Voer de aankondiging door naargelang de beschikbare uitrusting:
a Vraag bij aanwezige module voor digitale boodschappen via een schakelaar op de klemmen MESSAGE FIRST PRIORITY (33) de aankondiging op uit het geheugen M 6. Plaats de niveauregelaar LEVEL op de module ongeveer in de stand 7.
b Bij beschikbare tafelmicrofoon PA-1120PTT plaatst u de overeenkomstige regelaar LEVEL (8) van de ingang CH 1 ongeveer in de stand 7 en voert u een aankondiging door.
c Bij beschikbare commandicrofoon PA-1120RC plaatst u de overeenkomstige regelaar LEVEL (8) van de ingang CH 2 in de stand 7 en voert u een aankondiging door.
d Bij gebruik van een andere microfoon plaatst u de overeenkomstige regelaar LEVEL (8) ongeveer in de stand 7 en voert u een aankondiging door.
2) Stel tijdens de aankondiging het volume in met de regelaar MASTER (21). Bij oversturing licht in
de niveau-indicatie (7) de rode LED CLIP op. In dit geval moet u het geluidsvolume met de regelaar MASTER verminderen.
3) Om het geluidsvolume voor normale aankondigingen in te stellen, moet u de toets ALL CALL opnieuw uitschakelen. Druk hiervoor op alle toetsen (4) van de afzonderlijke PA-zones.
4) Geef een aankondiging door zoals beschreven onder punt 1) b of d. Opmerkingen:
Op de PA-1120PTT plaatst u de schakelaar PRI-
ORITY (47) in de bovenste stand.
Geef de aankondiging niet via een PA-1120RC
door, omdat dit geluidsvolume onafhankelijk is van de zonevolumeschakelaars (5).
5) Wijzig de stand van de regelaar MASTER (21) niet, maar stel tijdens de aankondiging met de overeenkomstige zonevolumeschakelaars (5) voor elke zone afzonderlijk het gewenste volume in.
6) Stel aansluitend voor de signalen van de overige ingangen (b.v. achtergrondmuziek) het geluidsvolume in met de desbetreffende regelaar LEVEL (8 of 10).
7) Stel voor elke gebruikte ingang de klank in met de betreffende regelaars BASS en TREBLE (9 en 11). Stel de klank voor een plug-inmodule in de schacht (1) in met de regelaars (2 en 3).
8) Het kan eventueel nodig zijn om het volume van de ingangssignalen nog een keer bij te regelen met de betreffende niveauregelaars (8 resp. 10).
9) Plaats niet-gebruikte ingangen met de overeenkomstige regelaars op "0".
Opmerking: Bij de ingangen CH 1 – CH 3 kunt u de ingangsgevoeligheid instellen met de regelaars GAIN (41). Als een niveauregelaar (8) heel ver open of bijna dicht moet worden gedraaid om de gewenste volumeverhouding tot de andere ingangen te verkrijgen, wijzig dan de ingangsgevoeligheid met de betreffende regelaar GAIN.
1) Stel met de toetsen SPEAKER ZONES SELECTOR (4) de zones in, waarin het geluid moet worden verzorgd. Ter controle lichten de groene LED's van de actieve zones op.
2) Voor aankondigingen in alle zones drukt u op de toets ALL CALL (6). Tegelijkertijd wordt het geluidsvolume in de zones tot het maximum verhoogd [komt overeen met het instellen van alle zoneverzwakkers (5) in de stand 6].
8.3 Gong signal
Door bediening van de spraaktoets TALK (49 resp. 58) op de tafelmicrofoon PA-1120PTT resp. op de commandomicrofoon PA-1120RC weerklinkt vóór elke aankondiging een gongsignaal. Bij het gebruik van andere microfoons kunt u het gongsignaal ook met de toets CHIME (12) activeren. Stel het gong - volume in met de regelaar LEVEL (13).
Met de jumper MS 1 kunt u wisselen tussen een gongsignaal van 2 en een van 4 tonen, zie hoofdstuk 5.
8.4 Alarmsirene
Bij een alarm kan in het bedieningspaneel SIREN een van beide sirenes ingeschakeld worden:
Toets “\~” (17) voor een sterker en zwakker wordende toon
Toets “-” (19) voor een gelijkmatige, permanente toon
Stel het geluidsvolume van het alarmsignaal in met de regelaar LEVEL (18).
8.5 Tafelmicrofoon PA-1120PTT
1) De microfoon PA-1120PTT wordt op de jack P.T.T. REMOTE (42) aangesloten en neemt zo de ingang CH 1 in gebruik. Voor de werking is een fantoomspanning nodig. Druk hiervoor op de toets PHANTOM POWER (40) van de ingang CH 1.
2) Indien u bij gebruik van de overspraaktoets TALK (49) een aankondiging door een gongsignaal wil laten voorafgaan, plaats de schakelaar CHIME (46) op de achterzijde van de microfoon dan in de stand ON (onderste stand).
3) Plaats de schakelaar PRIORITY (47) in de stand ON, wanneer:
- de microfoon tweede prioriteit moet krijgen
- bij het indrukken van de spraaktoets TALK alle PA-zones moeten worden ingeschakeld en op het maximale geluidsvolume ingesteld [zoals met toets ALL CALL (6)]
- de noodbericht/voorrangsrelais moeten schakelen (zie hoofdstuk 6.9)
4) Houd voor een aankondiging de overspraaktoets TALK (49) ingedrukt en wacht eventueel op de gong. De groene POWER-LED (50) licht op bij ingedrukte spraaktoets.
8.6 Commandomicrofoon PA-1120RC
1) Schakel eerst de PA-zones in waar de aankondiging moet worden gehoord. Gebruik hiervoor de toetsen SPEAKER ZONES SELECTOR (60), anders is een aankondiging niet mogelijk. Om alle zones te activeren, drukt u op de toets ALL CALL (61).
2) Houd de spraaktoets TALK (58) tijdens de aankondiging ingedrukt. De versterker activeert de PA-zones volgens de selectie onder punt 1), onafhankelijk van de instellingen op de versterker, en verhoogt het geluidsvolume in de zones tot het maximum [komt overeen met het instellen van alle zonevolumeschakelaars (5) in de stand 6]. Geef na het gongsignaal de aankondiging door.
3) Bij het gebruik van de module voor digitale boodschappen PA-1120DM kunt u een opgeslagen aankondiging ook via de commandomicrofoon opvragen, wanneer de schakelaar DIGITAL MESSAGE (51) in de stand ON staat:
a) Selecteer met de keuzeschakelaar MESSAGE BANK (59) de opgeslagen aankondiging.
b) Start de aankondiging met de toets START/STOP (63). Om de aankondiging af te breken, drukt u opnieuw op de toets START/STOP.
c) Met de toets REPEAT/STOP (62) kan een aankondiging ook meerdere keren worden doorgegeven. Het aantal herhalingen en de lengte van de tussenpauzen moeten op de module worden ingesteld (zie betreffende gebruikshandleiding). Om de aankondiging af te breken, drukt u opnieuw op de toets REPEAT/STOP.
Tips
-
De aankondiging van het geheugen M 6 kan geblokkeerd zijn (zie hoofdstuk 6.4.1, punt 9). Als in dit geval de schakelaar MESSAGE BANK in de stand 6 staat, dan wordt de vroeger geselecteerde aankondiging weergegeven.
-
Zodra er ten minste één zonetoets van de versterker (4) is ingedrukt, wordt na het loslaten van de spreektoets TALK de aankondiging gestart die met de schakelaar MESSAGE BANK werd geselecteerd. Om dit te verhinderen, dan moet u een geheugenplaats van de module voor digitale boodschappen vrijlaten of wissen, en deze geheugenplaats met de schakelaar MESSAGE BANK selecteren.
4) De drie LED's POWER, SEND en BUSY (57) geven volgende informatie:
POWER licht op bij ingeschakelde versterker SEND licht op bij het doorgeven van een aan- kondiging via de microfoon of als er een opgeslagen aankondiging wordt opgevraagd
BUSY licht op, wanneer u zelf aankondigingen doet en bij aankondigingen via andere aangesloten microfoons PA-1120RC
9 Beveiligingscircuit
De versterker is uitgerust met een beveiligingscircuit tegen overbelasting en oververhitting. Bij een geactiveerd beveiligingscircuit licht de LED PROT (22) op en is de versterker gedempt:
- gedurende ca. 1 seconde na het inschakelen (inschakelvertraging)
- gedurende ca. 1 seconde na het uitschakelen
- bij overbelasting van de versterker
- bij oververhitting van de versterker; bovendien licht de LED TEMP (20) op
Indien de LED PROT tijdens het gebruik oplicht, of na het inschakelen niet meer uitgaat, schakel dan de versterker uit en verhelp de storing.
| 100-V-uitgangen*: .... 5 × 100 W, maar samen niet meer dan120 W (PA-1120)240 W (PA-1240) |
Uitgang van 4 Ω*
max. uitgangsvermogen
PA-1120: ..... 170 W
PA-1240: 340 W
THD: ....<1%
Ingangen
Ingangsgevoeligheid, impedantie; aansluiting
| MIC/LINE CH 1 – CH 3: 2,5 – 300 mV, 5 kΩ; XLR/6,3 mm-jack, gebal. |
LINE CH 4 en CH 5: .. 300 mV, 15 kΩ;
Cinch, ongebalanceerd
AMP IN: 775 mV, 10 kΩ;
6,3 mm-jack, ongebal.
TEL PAGING: ..... 250 mV, 5 kΩ; schroef - aansluiting, gebal.
Uitbreidingsmodule: .. 250 mV/10 kΩ; ongebal.
Uitgangen
Luidsprekers*: ..... 5 × 100 V, 1 × 4 Ω
REC: 775 mV op 3 kΩ
ongebalanceerd.
PRE OUT: ..... 775 mV op 100 Ω;
ongebalanceerd
^a Gebruik ofwel de 100 V-uitgangen of de uitgang van 4 Ω!
Frequentiebereik: ..... 55 - 16 000 Hz,-3 dB
Equalizer
Lage tonen: .... ±10 dB/100 Hz
Hoge tonen: ....±10 dB/10 kHz
Signaal/ruis-verhouding
Line: ....>80 dB (A-gemeten)
Mic: ....>70 dB (A-gemeten)
Omgevings-
temperatuurbereik: ..... 0 – 40 °C
Voedingsspanning
Netspanning: ..... 230 V\~/50 Hz
Opgenomen vermogen
PA-1120: 340 VA
PA-1240: ..... 630 VA
Noodstroomvoeding: .. 24 V =
Gelijkstroomverbruik
PA-1120: ..... 15 A
PA-1240: 27 A
Afmetingen (B × H × D): . 482 × 133 × 352 mm, 3 HE (rackeenheden)
Gewicht
PA-1120: 13 kg
PA-1240: 14 kg
Deze gebruiksaanwijzing is door de auteurswet beschermde eigendom van MONACOR® INTERNATIONAL
GmbH & Co. KG. Een reproductie – ook gedeeltelijk – voor eigen commerciële doeleinden is verboden.