GEBRUIKSAANWIJZING RXV657 YAMAHA
1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken.
2 Installeer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek – uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. Zorg voor een ventilatieruimte van tenminste 30 cm ruimte aan de bovenkant, 20 cm aan de rechter- en linkerkant en 20 cm aan de achterkant van dit toestel.
3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te voorkomen.
4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel.
5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel kunnen vallen, of waar het toestel bloot staat aan druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet bovenop dit toestel:
- Andere componenten, daar deze schade kunnen veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen doen verkleuren.
- Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.
- Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het toestel terecht komt.
6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz. zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel.
7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn.
8 Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken wat kan leiden tot schade.
9 Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen en/of snoeren.
10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de stekker zelf trekken, niet aan het snoer.
11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen; dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone, droge doek.
12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. YAMAHA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan hetgeen aangegeven staat.
13 Om schade door blikseminslag te voorkomen dient u de stekker uit het stopcontact te halen wanneer het onweert.
14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Neem contact op met erkend YAMAHA servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken.
15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen.
16 Lees het hoofdstuk "OPLOSSEN VAN PROBLEMEN" over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont.
17 Voor u dit toestel verplaatst, dient u op STANDBY/ON te drukken om dit toestel uit (standby) te schakelen en de stekker uit het stopcontact te halen.
WAARSCHUWING
OM DE RISICO'S VOOR BRAND OF
ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN,
MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL
BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN.
De stroomvoorziening van dit toestel is niet afgesloten zolang de stekker in het stopcontact zit, ook al is het toestel zelf uitgeschakeld. Dit is de zogenaamde standby-stand. In deze toestand is het toestel ontworpen een zeer kleine hoeveelheid stroom te verbruiken.

Alleen voor klanten in Nederlands
Bij dit product zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.
INHOUD
INLEIDING
KENMERKEN 2
VAN START 3
Meegeleverde accessoires.... 3
Inzetten van batterijen in de afstandsbediening...... 3
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES...... 4
Voorpaneel....4
Afstandsbediening 6
Gebruiken van de afstandsbediening....7
Display voorpanel 8
Achterpaneel.... 10
VOORBEREIDINGEN
LUIDSPREKER SETUP 11
Opstelling van de luidsprekers.... 11
Luidspreker-aansluitingen 12
AANSLUITINGEN 15
Voor u componenten gaat aansluiten.... 15
Aansluiten van videocomponenten.... 16
Aansluiten van audiocomponenten.... 19
Aansluiten van de FM en AM antennes 21
Aansluiten van het netsnoer.... 22
Instelling luidsprekerimpedantie 23
Inschakelen van de stroom.... 23
AUTO SETUP.... 24
Inlciding....24
Optimalisatic-microfoon setup 24
Beginnen van de setup.... 25
BASISBEDIENING
WEERGAVE 30
Basisbediening....30
Selecteren van geluidsveldprogramma's.... 32
Selecteren van ingangsfuncties.... 36
AFSTEMMEN OP FM/AM RADIO 38
Automatisch en handmatig afstemmen.... 38
Zenders voorprogrammeren.... 39
Selecteren van voorkeuzezenders.... 41
Omwisselen van voorkeuzezenders.... 42
Ontvangen van Radio Data Systeem zenders...... 43
Overschakelen naar een bepaalde Radio Data
Systeem functie 44
De PTY SEEK functie.... 45
De EON functie 46
OPNEMEN....47
GELUIDSVELDPROGRAMMA'S
GELUIDSVELDPROGRAMMA
BESCHRIJVINGEN....48
Voor film/video bronnen 48
Voor muziekmateriaal 50
GEAVANCEERDE BEDIENING
GEAVANCEERDE BEDIENING....51
Selecteren van de OSD (in-beeld display)
weergavefunctie....51
Gebruiken van de slaaptimer 51
Handmatig instellen van de luidsprekersniveaus..... 52
SET MENU....53
Gebruiken van het SET MENU.... 55
1 SOUND MENU....56
2 INPUT MENU....61
3 OPTION MENU....63
UITGEBREID SETUP MENU ....65
KENMERKEN VAN DE
AFSTANDSBEDIENING....67
Set bedieningstoetsen 67
Instellen van afstandsbedieningscodes 68
Bedienen van andere componenten 69
Overschakelen naar een alternatieve code.... 70
Wissen van ingestelde afstandsbedieningscodes..... 70
ZONE 2....71
Zone 2 aansluitingen....71
Afstandsbediening vanuit Zone 2 .... 72
WIJZIGEN VAN GELUIDSVELD
INSTELLINGEN 74
Wat is een geluidsveld.... 74
Veranderen van instellingen 74
GELUIDSVELD PARAMETER
BESCHRIJVINGEN....76
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN....81
TERUGZETTEN OP DE
FABRIEKSINSTELLINGEN....86
WOORDENLIJST 87
Audioformaten....87
Geluidsveldprogramma's....88
Audio informatie....88
Videosignaal informatie 89
Ingebouwde 7-kanaals eindversterker
◆ Minimum RMS uitgangsvermogen (0,06% THV, 20 Hz t/m 20 kHz, 8 Ω)
Voor: 95 W + 95 W
Midden: 95 W
Surround: 95 W + 95 W
Surround Achter: 95 W + 95 W
Kenmerken geluidsveld
◆ Zelf ontwikkelde YAMAHA technologie voor de creatie van geluidsvelden
♦ Dolby Digital/Dolby Digital EX decoder
◆ DTS/DTS-ES Matrix 6.1, Discrete 6.1, DTS Neo:6, DTS 96/24 decoder
♦ Dolby Pro Logic/Dolby Pro Logic II/Dolby Pro Logic IIx decoder
◆ Virtual CINEMA DSP
◆ SILENT CINEMA™
Verfijnde AM/FM tuner
◆ 40 Willekeurig en gemakkelijk toegankelijke voorkeuzezenders
◆ Automatisch voorprogrammeren
- Wijzigen van voorkeuzezenders (Bewerken voorkeuzezenders)
Overige kenmerken
♦ YPAO: YAMAHA Parametric Room Acoustic Optimizer voor automatische instelling van uw luidsprekers
◆ 192-kHz/24-bits D/A converter
- Een SET MENU met items waarmee u dit toestel optimaal kunt aanpassen aan uw Audio/Videosysteem
◆ 8 extra ingangsaansluitingen voor gescheiden multikanaals signalen
♦ PURE DIRECT voor onversneden, natuurgetrouwe weergave van analoge en PCM bronnen
- De in-beeld displayfunctie maakt de bediening van dit toestel gemakkelijk
◆ S-video in-/uitgangsaansluitingen
◆ Component video in-/uitgangsaansluitingen
♦ Videosignaal conversie (composiet video ↔ S-video → component video) voor de monitor uitgang
♦ Optisch en coaxiaal digitale audio-aansluitingen
◆ Slaaptimer
◆ Middernacht luisterfuncties voor film en muziek
◆ Afstandsbediening met voorgeprogrammeerde afstandsbedieningscodes
◆ Zone 2 aangepaste installatie mogelijk
• y geeft een bedieningstip aan.
- Sommige handelingen kunnen zowel worden uitgevoerd met de toetsen op het toestel zelf als met de afstandsbediening. Als de naam van een toets op de afstandsbediening verschilt van die op het toestel zelf, zal de naam van de betreffende toets op de afstandsbediening tussen haakjes vermeld worden.
- Deze handleiding is gedrukt voor uw toestel geproduceerd werd. Daarom kunnen ontwerp en specificaties gewijzigd zijn als gevolg van verbeteringen enz. Als de handleiding en het product van elkaar verschillen, heeft het product de prioriteit.

Vervaardigd in licentie van Dolby Laboratories.
“Dolby”, “Pro Logic”, “Surround EX” en het dubbele-D symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories.

“DTS”, “DTS-ES”, “Neo:6” en “DTS 96/24” zijn handelsmerken van Digital Theater Systems, Inc.
SILENT ™
CINEMA
"SILENT CINEMA" is een handelsmerk van YAMAHA CORPORATION.
VAN START
Meegeleverde accessoires
Controleer of u alle volgende onderdelen inderdaad ontvangen hebt.
Afstandsbediening

Batterijen (4)
(AAA, R03, UM-4)

Optimalisatie-microfoon

75 Ohm/300 Ohm
antenne-adapter
(Alleen bij modellen voor het V.K.)

Inzetten van batterijen in de afstandsbediening

1 Druk op en schuif het klepje van het batterijvak.
2 Doe de vier meegeleverde batterijen (AAA, R03, UM-4) in het vak met de polen de goede kant op (+ en -) zoals aangegeven in het batterijvak.
3 Schuif het klepje terug op zijn plaats tot het vastklikt.
Opmerkingen over batterijen
- Vervang alle batterijen tegelijk wanneer u n van de volgende dingen merkt: dat het bereik van de afstandsbediening afneemt, dat de indicator niet knippert, of dat het licht van de indicator zwakker wordt.
- Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar.
- Gebruik geen verschillende soorten batterijen door elkaar (alkali en gewone (mangaan) batterijen bijvoorbeeld). Lees de informatie op de verpakking aandachtig door, want de verschillende soorten batterijen kunnen erg op elkaar lijken.
- Als de batterijen zijn gaan lekken, moet u ze onmiddellijk weggooien. Raak het uit de batterijen gelekte materiaal niet aan en zorg ervoor dat het niet op uw kleding enz. komt. Maak het batterijvak goed schoon voor u er nieuwe batterijen in doet.
- Gooi batterijen nooit samen met gewoon huishoudelijk afval weg; neem bij het weggooien van batterijen de plaatselijk geldende regelgeving in acht.
Als de afstandsbediening langer dan 2 minuten zonder batterijen zit, of als er lege batterijen in zitten, zal het geheugen gewist worden. Wanneer het geheugen gewist is, dient u nieuwe batterijen in de afstandsbediening te doen en moet u eventueel ingevoerde functies opnieuw programmeren.
BEDIENINGSORGANEN EN FUNCTIES
Voorpaneel

1 STANDBY/ON
Hiermee zet u het toestel aan of uit (standby). Wanneer u het toestel aan zet, hoort u een klik, waarna het 4 a 5 seconden duurt voor er geluid wordt weergegeven.
Opmerking
Wanneer het toestel uit (standby) staat, wordt er nog steeds een heel klein beetje stroom verbruikt zodat er gereageerd kan worden op de infraroodsignalen van de afstandsbediening.
2 OPTIMIZER MIC aansluiting
Hierop kunt u de meegeleverde microfoon aansluiten voor gebruik met de AUTO SETUP functie (zie bladzijde 24).
3 Sensor voor de afstandsbediening
Deze ontvangt de signalen van de afstandsbediening.
4 Display voorpaneel
Hierop wordt informatie getoond over de bediening en de toestand waarin het toestel zich bevindt.
5 A/B/C/D/E, NEXT
Hiermee kunt u één van de 5 voorkeuzegroepen selecteren (A t/m E) wanneer het toestel in de tunerfunctie (radio) staat.
Hiermee selecteert u het in te stellen luidsprekerkanaal wanneer het toestel niet in de tunerfunctie staat.
6 PRESET/TUNING | /h, LEVEL -/+
Hiermee stelt u een voorkeuzezender, nummer 1 t/m 8, in wanneer er in de tunerfunctie op het display op het voorpaneel naast de aanduiding van de radioband een dubbele punt (:) te zien is. U stemt hiermee af op de gewenste frequentie wanneer de dubbele punt (:) niet getoond wordt.
Hiermee kunt u het niveau instellen van het luidsprekerkanaal dat u heeft geselecteerd met A/B/C/D/E (NEXT) wanneer het toestel niet in de tunerfunctie (radio) staat.
7 MEMORY (MAN'L/AUTO FM)
Hiermee kunt u een zender in het geheugen opslaan. Houd deze toets tenminste 3 seconden ingedrukt om het automatisch voorprogrammeren te laten beginnen.
8 TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO)
Hiermee schakelt u heen en weer tussen automatisch afstemmen (AUTO indicator aan) en handmatig afstemmen (AUTO indicator uit).
9 VIDEO AUX aansluitingen
Via deze audio- en video-aansluitingen kunt u een externe signaalbron zoals een spelcomputer aansluiten. Om de signalen die via deze aansluitingen binnenkomen weer te geven, dient u V-AUX in te stellen als signaalbron.
0 VOLUME
Hiermee kunt u het volume (uitgangsniveau) van alle audiokanalen tegelijk instellen.
Dit heeft geen invloed op het REC OUT niveau.
A RHONES (SILENT CINEMA) aansluiting
Via deze aansluiting kunt ongestoord luisteren met een hoofdtelefoon. Wanneer u een hoofdtelefoon aansluit, zullen er geen signalen worden gereproduceerd via de PRE OUT aansluitingen of de luidsprekers.
Alle Dolby Digital en DTS audiosignalen worden teruggemengd naar de linker en rechter hoofdtelefoonkanalen.
B SPEAKERS A/B
Met elke druk op de bijbehorende toets zet u de set voor-
luidsprekers aangesloten op de A en/of B aansluitingen op
het achterpaneel aan of uit.
C PRESET/TUNING (EDIT)
Hiermee schakelt u PRESET/TUNING | / h
(LEVEL -/+ ) heen en weer tussen voorkeuzezenders en gewoon afstemmen.
D STRAIGHT (EFFECT)
Hiermee zet u de geluidsvelden aan of uit. Wanneer STRAIGHT is geselecteerd zullen de ingangssignalen (2-kanaals of multikanaals) direct, onveranderd worden weergegeven via de bijbehorende luidsprekers, zonder enig toegevoegd effect.
E FM/AM
Hiermee schakelt u over naar een andere radioband wanneer het toestel in de tunerfunctie (radio) staat.
F PROGRAM
Hiermee kunt u geluidsveldprogramma's selecteren of de weergave van de lage/hoge tonen regelen (samen met TONE CONTROL).
G TONE CONTROL
Hiermee kunt u de weergave van de lage en hoge tonen regelen voor de linker en rechter voorkanalen, het midden- en aanwezigheidskanaal en voor het subwooferkanaal (zie bladzijde 31).
Hiermee bepaalt u uw voorkeur (AUTO, DTS, ANALOG) voor het soort signaal dat u wilt weergeven wanneer een bepaalde component verbonden is met twee of meer van de ingangsaansluitingen (zie bladzijde 36) van dit toestel.
Hiermee kunt u kiezen naar welke signaalbron u wilt luisteren of kijken.
Hiermee selecteert u de met de MULTI CH INPUT aansluitingen verbonden signaalbron. Indien geselecteerd, zal de MULTI CH INPUT signaalbron voorrang krijgen over een met INPUT (of met de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening) geselecteerde signaalbron.
K PURE DIRECT
Hiermee zet u de PURE DIRECT weergavefunctie aan of uit (zie bladzijde 35).
L ZONE ON/OFF toetsen
MAIN
Hiermee kunt u het toestel bedienen vanuit de hoofdruimte (zie bladzijde 72).
ZONE 2
Hiermee kunt u de bediening van dit toestel overschakelen om de component in de tweede ruimte te bedienen (Zone 2) (zie bladzijde 72).
Afstandsbediening
In dit hoofdstuk worden de functies van de toetsen op de bij dit toestel behorende afstandsbediening beschreven. Zie “KENMERKEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING” op bladzijde 67 als u andere componenten wilt kunnen bedienen.

1 Infrarood venster
Hiervandaan worden de infraroodsignalen verzonden. Richt dit venster op de component die u wilt bedienen.
2 CODE SET
Hiermee kunt u afstandsbedieningscodes instellen (zie bladzijde 68).
3 Ingangskeuzetoetsen
Hiermee selecteert u de weer te geven signaalbron en bepaalt u welke set bedieningstoetsen gebruikt wordt.
4 Geluidsveldprogramma/cijfertoetsen
Hiermee kunt u geluidsveldprogramma's selecteren. Wanneer het toestel in de tunerfunctie staat, kunt u met de cijfertoetsen 1 t/m 8 direct voorkeuzezenders selecteren. Gebruik SELECT om 2-kanaals materiaal met surroundweergave weer te geven (zie bladzijde 34). Gebruik EXTD SUR. om te schakelen tussen 5.1- en 6.1/7.1-kanaals weergave van multikanaals materiaal (zie bladzijde 33). Gebruik PURE DIRECT om de PURE DIRECT weergavefunctie aan of uit te zetten (zie bladzijde 35).
5 SPEAKERS A/B
Met elke druk op de bijbehorende toets kunt u de set voor-
luidsprekers die is verbonden met de A en/of B
aansluitingen op het achterpaneel in- of uitschakelen.
6 LEVEL
Hiermee kunt u een luidsprekerkanaal selecteren om het niveau in te stellen.
7 Cursortoetsen u /d /j /i / ENTER
Hiermee kunt u geluidsveldparameters of SET MENU onderdelen selecteren en instellen.
Druk op i om een voorkeuzegroep (A t/m E) te kiezen wanneer het toestel in de tunerstand (radio) staat.
Druk op u / d om een voorkeuzenummer (1 t/m 8) te kiezen wanneer het toestel in de tunerstand (radio) staa
8 RETURN
Hiermee keert u terug naar het vorige menu bij instellingen via het SET MENU.
9 TRANSMIT indicator
Knippert wanneer de afstandsbediening signalen uitzendt.
0 STANDBY
Hiermee zet u het toestel uit (standby).
A SYSTEM POWER
Hiermee zet u het toestel aan.
B SLEEP
Hiermee kunt u de slaaptimer instellen.
C MULTI CH IN
Hiermee selecteert u een multikanaals ingangssignaal bij gebruik van een externe decoder (enz.).
D AMP
Selecteren van de AMP functie. U moet de AMP functie kiezen om het hoofdtoestel zelf te bedienen.
E VOLUME +/-
Hiermee verhoogt of verlaagt u het volume.
F MUTE
Deze toets schakelt de geluidsweergave tijdelijk uit. Druk nog eens op deze toets om de geluidsweergave op het oorspronkelijke volume voort te zetten.
G NIGHT
Hiermee kunt u de nacht-luisterfuncties aan of uit zetten (zie bladzijde 35).
H STRAIGHT (EFFECT)
Hiermee zet u de geluidsvelden aan of uit. Wanneer STRAIGHT is geselecteerd zullen de ingangssignalen (2-kanaals of multikanaals) direct, onveranderd worden weergegeven via de bijbehorende luidsprekers, zonder enig toegevoegd effect.
Hiermee schakelt u de SET MENU functie in.
J Toetsen voor Radio Data Systeem radio- ontvangst
FREQ/TEXT
Druk op deze toets wanneer het toestel een Radio Data System zender ontvangt om te schakelen tussen de PS functie, PTY functie, RT functie, CT functie (als de zender deze Radio Data System gegevens verzorgt) en/of het frequentiedisplay (zie bladzijde 44).
PTY SEEK MODE
Druk op deze toets om het toestel in de PTY SEEK functie te zetten (zie bladzijde 45).
PTY SEEK START
Druk op deze toets om het zoeken naar een geschikte zender te laten beginnen nadat u het gewenste programmatype heeft geselecteerd in de PTY SEEK functie (zie bladzijde 45).
EON
Druk op deze toets om automatisch af te stemmen op een radioprogramma van het door u gewenste type (NEWS, INFO, AFFAIRS, SPORT) (zie bladzijde 46).
Gebruiken van de afstandsbediening
De afstandsbediening zendt een gerichte infraroodstraal uit.
Richt de afstandsbediening op de sensor op het toestel dat u wilt bedienen.

■ Omgaan met de afstandsbediening
- Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening.
- Laat de afstandsbediening niet vallen.
- Laat de afstandsbediening niet liggen en bewaar hem niet op de volgende plekken:
- zeer vochtige plekken, bijvoorbeeld bij een bad
- plekken waar de temperatuur hoog kan oplopen, zoals naast de verwarming of kachel
- zeer koude plekken
- stoffige plekken
Display voorpaneel

1 Decoder indicators
Wanneer één van de decoders van dit toestel in werking is, zal de bijbehorende indicator oplichten.
2 VIRTUAL indicator
Licht op wanneer Virtual CINEMA DSP in werking is (zie bladzijde 36).
3 SILENT CINEMA indicator
Licht op wanneer er een hoofdtelefoon is aangesloten en er een geluidsveldprogramma is geselecteerd (zie bladzijde 31).
4 Signaalbron indicators
Een cursorstreepje geeft aan welke signaalbron wordt weergegeven.
5 Geluidsveld indicators
Lichten op om aan te geven welke DSP geluidsvelden er in werking zijn.

6 CINEMA DSP indicator
Licht op wanneer u een CINEMA DSP geluidsveldprogramma selecteert.
7 YPAO indicator
Licht op tijdens de automatische set-up en wanneer de automatische luidspreker-instellingen onveranderd worden gebruikt.
8 AUTO indicator
Licht op wanneer dit toestel in de automatische afstemfunctie staat.
9 TUNED indicator
Licht op wanneer dit toestel is afgestemd op een zender.
0 STEREO indicator
Licht op wanneer het toestel een sterk FM stereosignaal ontvangt en de AUTO indicator brandt.
A MEMORY indicator
Knippert ten teken dat een zender opgeslagen kan worden.
B MUTE indicator
Knippert wanneer de MUTE functie (tijdelijk uitschakelen geluidsweergave) is ingeschakeld.
c VOLUME niveau-aanduiding
Geeft het huidige volumeniveau aan.
D PCM indicator
Licht op wanneer dit toestel PCM (pulscode modulatie) digitale audiosignalen weergeeft.
E STANDARD indicator
Licht op wanneer Surround Standaard of Surround Enhanced is geselecteerd (zie bladzijde 34).
F NIGHT indicator
Licht op wanneer u de nacht-luisterfunctie selecteert.
G SP A B indicators
Lichten op om aan te geven welke set voor-luidsprekers is geselecteerd. Beide indicators lichten op wanneer beide sets luidsprekers worden geselecteerd.
H Hoofdtelefoon indicator
Licht op wanneer er een hoofdtelefoon is aangesloten.
I HiFi DSP indicator
Licht op wanneer u een HiFi DSP geluidsveldprogramma selecteert.
J Multifunctioneel display
Toont de naam van het huidige geluidsveldprogramma en andere gegevens bij het invoeren of wijzigen van instellingen.
K SLEEP indicator
Licht op wanneer de slaaptimer is ingeschakeld.
L 96/24 indicator
Licht op wanneer dit toestel een DTS 96/24 signaal ontvangt.
M LFE indicator
Licht op wanneer het ingangssignaal een LFE signaal bevat.
N Indicators ingangskanalen
Deze geven aan uit welke kanalen het huidige digitale ingangssignaal bestaat.
○ ZONE 2 indicator
Licht op wanneer Zone 2 is ingeschakeld.
P Radio Data Systeem indicators
De Radio Data Systeem gegevens die worden verzorgd door de Radio Data Systeem zender waar op dit moment op is afgestemd zullen oplichten.
EON licht op wanneer er is afgestemd op een Radio Data Systeem zender die EON gegevens aanbiedt.
PTY HOLD licht op wanneer er met de PTY SEEK zoekfunctie naar zenders wordt gezocht.
Achterpaneel

1 DIGITAL OUTPUT aansluitingen
Zie bladzijde 19 voor details.
2 Aansluitingen voor audio-apparatuur
Zie bladzijde 19 voor meer informatie over deze aansluitingen.
3 Aansluitingen voor video-apparatuur
Zie de bladzijden 16 en 18 voor meer informatie over deze aansluitingen.
4 Antenne-aansluitingen
Zie bladzijde 21 voor meer informatie over deze aansluitingen.
5 PRESENCE/ZONE 2 luidspreker-
aansluitingen
Zie bladzijde 12 voor meer informatie over deze aansluitingen.
6 REMOTE IN/OUT aansluitingen
Zie bladzijde 71 voor details.
7 CONTROL OUT aansluiting
Dit is een bedieningsaansluiting die alleen voor handelsdoeleinden bedoeld is.
8 AC OUTLET(S)
Hiermee kunt eventueel andere A/V componenten van stroom voorzien (zie bladzijde 22).
9 DIGITAL INPUT aansluitingen
Zie de bladzijden 16, 18 en 19 voor details.
o MULTI CH INPUT aansluitingen
Zie bladzijde 17 voor meer informatie over deze aansluitingen.
A ZONE 2 OUTPUT aansluitingen
Deze aansluitingen produceren uitsluitend analoge signalen. Zie bladzijde 71 voor details.
B PRE OUT aansluitingen
Zie bladzijde 20 voor meer informatie over deze aansluitingen.
© Luidspreker-aansluitingen
Zie bladzijde 12 voor meer informatie over deze aansluitingen.
LUIDSPREKER SETUP
Opstelling van de luidsprekers
Hieronder ziet u de standaard ITU-R* opstelling van de luidsprekers. Met deze opstelling profiteert u optimaal van CINEMA DSP en multikanaals audio.
* ITU-R is de aanduiding voor de afdeling radiocommunicatie van de ITU (International Telecommunication Union).

De voor-luidsprekers worden gebruikt voor weergave van het hoofdkanaal plus effecten. Plaats deze luidsprekers op gelijke afstand van uw luisterplek. De afstanden van deze luidsprekers tot het beeldscherm moeten ook gelijk zijn.
Midden-luidspreker (C)
De midden-luidspreker is voor weergave van het middenkanaal (dialoog, vocalen enz.). Als het om de een of andere reden niet mogelijk is om een midden-luidspreker te gebruiken, kunt u ook zonder. De beste resultaten krijgt u echter met een volledig systeem. Zorg ervoor dat de voorkant van de midden-luidspreker in lijn ligt met de voorkant van uw beeldscherm. Plaats deze luidspreker midden tussen de voor-luidsprekers en zo dicht mogelijk bij het beeldscherm, bijvoorbeeld direct erboven of eronder.
Surround-luidsprekers (SR en SL)
De surround-luidsprekers worden gebruikt voor omhullende surroundweergave en effecten. Plaats deze luidsprekers achter uw luisterplek, een beetje naar binnen gericht en ongeveer 1,8 m van de vloer.
Surround achter-luidsprekers (SBR en SBL)
De surround achter-luidsprekers geven een aanvulling op de surround-luidsprekers en zorgen voor realistischer overgangen van voor naar achter. Plaats deze luidsprekers direct achter de luisterplek en op dezelfde hoogte als de surround-luidsprekers. U moet ze minstens 30 cm uit elkaar plaatsen. In het ideale geval zou u ze op dezelfde afstand uit elkaar moeten plaatsen als de voor-luidsprekers.
Subwoofer
Een subwoofer, zoals het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer System, zorgt niet alleen voor een effectieve versterking van de lage tonen in de diverse weergavekanalen, maar ook voor een natuurgetrouwe reproductie van het LFE (lage frequentie effecten) kanaal in Dolby Digital en DTS geluidsmateriaal. De opstelling van de subwoofer is niet zo belangrijk, want de zeer lage tonen zijn niet erg richtingsgevoelig. U kunt de subwoofer het beste in de buurt van de voor-luidsprekers plaatsen. Richt hem een beetje naar het midden van de ruimte om weerkaatsing via de wanden te verminderen.
Aanwezigheidsluidsprekers (PR en PL)
De zogenaamde 'aanwezigheids'-luidsprekers geven een aanvulling op de weergave via de voor-luidsprekers met extra omgevingseffecten geproduceerd door CINEMA DSP (zie bladzijde 48). Deze effecten bestaan onder meer uit geluiden die de filmmakers een stukje verder achter het scherm willen plaatsen voor een groter bioscoopeffect. Plaats deze luidsprekers voor in de kamer, ongeveer 0,5 - 1 m buiten de voor-luidsprekers, iets naar binnen gericht en ongeveer 1,8 m boven de vloer.
Luidspreker-aansluitingen
Let erop dat u de linker (L) en rechter (R) kanalen, “+” (rood) en “-” (zwart) op de juiste manier aansluit. Als de aansluitingen niet kloppen, zal er geen geluid worden weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de luidspreker-aansluitingen niet correct is, zal de weergave onnatuurlijk klinken met te weinig lage tonen.
LET OP
- Als u luidsprekers van 4 of 6 Ohm wilt gebruiken moet u de luidsprekerimpedantie van dit toestel instellen op 4 Ohm instellen voor u het systeem gaat gebruiken (zie bladzijde 23).
- Zet het toestel uit voor u de luidsprekers gaat aansluiten.
- Laat de blote luidsprekerdraden elkaar niet raken en zorg ervoor dat ze geen contact maken met de metalen onderdelen van het toestel. Hierdoor kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken.
- Gebruik magnetisch afgeschermde luidsprekers. Als dergelijke luidsprekers toch uw beeldscherm storen, zet de luidsprekers dan verder bij het beeldscherm vandaan.
Een luidsprekersnoer bestaat uit twee geïsoleerde draden naast elkaar. De ene draad onderscheidt zich van de andere door een andere kleur, of misschien een streep, groef of ribbels. Sluit de afwijkend gestreepte (gegroefde enz.) draad aan op de “+” (rode) aansluitingen van dit toestel en uw luidspreker. Verbind de gewone draad met de “-” (zwarte) aansluitingen.

1 Strip ongeveer 10 mm isolatie van het uiteinde van elk van de luidsprekerdraden.
2 Draai de blootgekomen draadjes in elkaar om kortsluiting te voorkomen.
3 Schroef de knop los.
4 Steek een ontbloot draadeind in het gat aan de zijkant van de aansluiting.
5 Draai de draad vervolgens met de knop weer vast.

Rood: positief (+)
Zwart: negatief (−)
■ Verbinden met de PRESENCE/ZONE 2 of PRESENCE luidspreker-aansluitingen

1 Doe het lipje open.
2 Steek een ontbloot draadeind in het gat van de aansluiting.
3 Doe het lipje weer op zijn plaats om de draad vast te zetten.

flowchart
graph TD
A["Subwoofer-systeem"] -->|1| B["Aanwezigheidsluidsprekers"]
A -->|2| C["LinksRechts"]
A -->|3| D["Surround-luidsprekers"]
A -->|4| E["LinksRechts"]
A -->|5| F["Surround achter-luidsprekers"]
G["Voor-luidsprekers (A)"] -->|6 7 10| H["LinkRechts"]
G -->|- - | I["Front"]
G -->|- - | J["Midden-luidspreker"]
G -->|- - | K["Surround back"]
L["Pre OUT CENTER/SELL"] --> M["Speaker"]
N["PreCOULE OES"] --> O["SURROUND"]
P["VOOR-LUIDSPREKERS (B)"] --> Q["Center"]
R["Midden-luidspreker"] --> S["Surround back"]
T["LinksRechts"] --> U["Surround achter-luidsprekers"]
U kunt zowel aanwezigheids- als surround-achter luidsprekers aansluiten op dit toestel, maar deze zullen niet tegelijkertijd geluid kunnen produceren.
- De surround achter-luidsprekers geven het surround achterkanaal in Dolby Digital EX en DTS-ES materiaal weer en werken alleen wanneer de Dolby Digital EX, DTS-ES of Dolby Pro Logic IIx decoder is ingeschakeld.
- De aanwezigheidsluidsprekers produceren omgevingseffecten die worden gecreëerd door de DSP geluidsvelden. Ze zullen geen geluid produceren wanneer er andere geluidsvelden geselecteerd zijn.
■ FRONT aansluitingen
U kunt hierop een enkel of twee luidsprekersystemen (6, 7) aansluiten. Als u een enkel luidsprekersysteem gebruikt, kunt u dit naar keuze met de FRONT A of de B aansluitingen verbinden.
■ CENTER aansluitingen
Hierop kunt u een midden-luidspreker (8) aansluiten.
■ SURROUND aansluitingen
Hierop kunt u surround-luidsprekers (4, 5) aansluiten.
■ SUBWOOFER aansluiting
Sluit hierop een subwoofer met ingebouwde eindversterker (1) aan, zoals het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer System.
■ SURROUND BACK aansluitingen
Hierop kunt u surround achter-luidsprekers (9, 10) aansluiten. Als u slechts één surround achter-luidspreker gebruikt, verbind deze dan met de linker (L) aansluitingen.
■ PRESENCE aansluitingen
Hierop kunt u zg. aanwezigheidsluidsprekers (2, 3) aansluiten.
* Als u één van de modellen voor de V.S., Canada, Australië, het V.K. of Europa gebruikt, kunt u deze luidsprekers ook als Zone 2 luidsprekers gebruiken (zie bladzijde 71).

Opstelling van de luidsprekers
AANSLUITINGEN
Voor u componenten gaat aansluiten
LET OP
Sluit dit toestel of één van de andere componenten pas aan op het lichtnet wanneer alle verbindingen tussen de componenten gemaakt zijn.
■ Kabelaanduidingen
Voor analoge signalen
| linker analoge bedrading | |
| rechter analoge bedrading | |
Voor digitale signalen
| optische kabels | |
| coaxiale bedrading | |
Voor videosignalen
| videobedrading | |
| S-videobedrading | |
component videokabels

■ Analoge aansluitingen
Analoge signalen van andere audiocomponenten kunt u via tulpstekkerkabels aansluiten op de analoge aansluitingen van dit toestel. Verbind de rode stekkers met de rechter en de witte stekkers met de linker aansluitingen.
■ Digitale aansluitingen
Dit toestel heeft digitale aansluitingen voor directe transmissie van digitale signalen via coaxiale bedrading of optische glasvezelkabels. U kunt de digitale aansluitingen gebruiken voor PCM, Dolby Digital en DTS ingangssignalen. Wanneer u een bepaalde component zowel met de COAXIAL als met de OPTICAL aansluiting verbindt, zal het via de COAXIAL aansluiting binnenkomende signaal voorrang krijgen. Alle digitale ingangsaansluitingen zijn geschikt voor digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz.
Opmerking
In dit toestel is de verwerking van digitale signalen gescheiden van de verwerking van analoge signalen. Daarom kunnen audiosignalen die binnenkomen via de analoge ingangsaansluitingen ook alleen via de analoge OUT (REC) uitgangsaansluitingen worden weergegeven. Op dezelfde manier zullen via de digitale (OPTICAL of COAXIAL) ingangsaansluitingen binnenkomende signalen alleen via de DIGITAL OUTPUT uitgangsaansluitingen worden weergegeven.
Stofkapje
Trek het kapje van de optische aansluiting voor u er de optische glasvezelkabel op aansluit. Gooi het stofkapje niet weg. Wanneer u de optische aansluiting niet gebruikt, dient u het stofkapje er weer op te doen. Dit kapje beschermt de aansluiting tegen stof en vuil.

■ Video-aansluitingen
Dit toestel heeft drie soorten video-aansluitingen. Welke aansluiting u nodig heeft hangt af van die van uw beeldscherm. De signalen die binnenkomen via de S VIDEO aansluitingen worden automatisch omgezet voor weergave via de VIDEO aansluitingen. Wanneer VIDEO CONV. op ON (zie bladzijde 63) is ingesteld, zullen signalen die binnenkomen via de VIDEO aansluitingen kunnen worden gereproduceerd via de S VIDEO en COMPONENT VIDEO aansluitingen. Op dezelfde manier kunnen signalen die binnenkomen via de S VIDEO aansluitingen ook worden gereproduceerd via de COMPONENT VIDEO aansluitingen.

VIDEO aansluitingen
Voor conventionele composiet videosignalen.
S VIDEO aansluitingen
Voor S-videosignalen, in luminantie (Y) en kleur (C) gescheiden videosignalen voor een betere beeldkwaliteit.
COMPONENT VIDEO aansluitingen
Voor component videosignalen, in luminantie (Y) en kleurverschil (P B , P R ) gescheiden videosignalen voor de beste beeldkwaliteit.
Signaalschema binnenin het toestel

flowchart
graph LR
A["Component VIDEO"] --> B["Uitgang (MONITOR OUT)"]
C["S VIDEO"] --> B
D["VIDEO"] --> B
B --> E["Video"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style D fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style E fill:#ccf,stroke:#333
Opmerking
Wanneer er zowel signalen binnenkomen via de S VIDEO als via de VIDEO aansluitingen, krijgen de via de S VIDEO aansluiting binnenkomende signalen voorrang.
Aansluiten van videocomponenten
■ Aansluitingen voor DVD weergave
Opmerking
U moet uw videocomponenten op dezelfde manier aansluiten op dit toestel als uw videomonitor indien VIDEO CONV. (zie bladzijde 63) is ingesteld op OFF. Wanneer u bijvoorbeeld uw videomonitor op dit toestel heeft aangesloten via een VIDEO aansluiting, dient uw videocomponenten ook via VIDEO aansluitingen met dit toestel te verbinden. (Zelfs wanneer VIDEO CONV. op OFF is ingesteld, zullen S-videosignalen die worden ontvangen van uw videocomponent automatisch door dit toestel worden omgezet naar composiet videosignalen.)

flowchart
graph TD
A["Coaxiale uitgang"] --> B["DVD-speler"]
C["Optische uitgang"] --> B
D["Audio uitgang"] --> B
E["Video uitgang"] --> B
F["Component Video"] --> G["Beeldscherm"]
H["Beeldscherm"] --> I["Video ingang"]
J["Video S VIDEO MONITOR OUT"] --> K["VIDEO S VIDEO MONITOR"]
L["VIDEO S VIDEO R DVD"] --> M["Component Video"]
N["Component Video Pn Pb Y"] --> O["Component Video"]
P["Component Video Pn Pb Y"] --> Q["Component Video"]
R["Component Video Pn Pb Y"] --> S["Component Video"]
T["Component Video Pn Pb Y"] --> U["Component Video"]
V["Component Video Pn Pb Y"] --> W["Component Video"]
X["Component Video Pn Pb Y"] --> Y["Component Video"]
Z["Component Video Pn Pb Y"] --> AA["Component Video"]
Dit toestel is voorzien van 8 extra ingangsaansluitingen (links en rechts FRONT, CENTER, links en rechts SURROUND en links en rechts SURROUND BACK en SUBWOOFER) voor gescheiden multikanaals ingangssignalen van een multiformaat-speler, externe decoder, sound processor of voorversterker.
Verbind de uitgangsaansluitingen van uw multiformaat-speler of externe decoder met de MULTI CH INPUT aansluitingen. Let er goed op dat u de linker en rechter uitgangen verbindt met de linker en rechter ingangsaansluitingen voor zowel de voor- als de surroundkanalen.
Voor 6-kanaals ingangssignalen

flowchart
graph TD
A["FRONT"] --> B["SURROUND"]
B --> C["MULTI CH INPUT"]
C --> D["Subwoofer"]
C --> E["CENTER"]
D --> F["Voorkanaal uitgang"]
E --> G["Surroundkanaal uitgang"]
F --> H["Multiformaat-speler/ externe decoder"]
G --> H
H --> I["Subwoofer uitgang"]
H --> J["Middenkanaal uitgang"]
Voor 8-kanaals ingangssignalen

flowchart
graph TD
A["Front"] --> B["MULTIFORMAAT-SPeler/externe decoder"]
C["SURROUND"] --> B
D["SURROUND BACK"] --> B
E["SUB WOOFER"] --> B
F["CENTER"] --> B
G["MULTI CH INPUT"] --> B
H["Subwoofer uitgang"] --> B
I["Middenkanaal uitgang"] --> B
J["LR LRLR"] --> B
K["Voorkanaal uitgang"] --> B
L["Surround-achter uitgang"] --> B
M["Surroundkanaal uitgang"] --> B
Opmerkingen
- Wanneer u MULTI CH INPUT als signaalbron selecteert, zal dit toestel automatisch de digitale geluidsveldprocessor uitschakelen en zult u geen geluidsveldprogramma's kunnen selecteren.
- Dit toestel is niet in staat de via de MULTI CH INPUT aansluitingen binnenkomende signalen zo te herschikken dat er wordt gecompenseerd voor eventueel in uw systeem ontbrekende luidsprekers. Daarom bevelen we u aan tenminste een 5.1-kanaals luidsprekersysteem aan te sluiten voor u gebruik maakt van deze functie.
- Wanneer er een hoofdtelefoon is aangesloten, zullen alleen de linker en rechter voorkanalen worden weergegeven.
■ Aansluitingen voor andere videocomponenten
Opmerkingen
- U moet uw videocomponenten op dezelfde manier aansluiten op dit toestel als uw videomonitor indien VIDEO CONV. (zie bladzijde 63) is ingesteld op OFF. Wanneer u bijvoorbeeld uw videomonitor op dit toestel heeft aangesloten via een VIDEO aansluiting, dient uw videocomponenten ook via VIDEO aansluitingen met dit toestel te verbinden. (Zelfs wanneer VIDEO CONV. op OFF is ingesteld, zullen S-videosignalen die worden ontvangen van uw videocomponent automatisch door dit toestel worden omgezet naar composiet videosignalen.)
- De geconverteerde videosignalen worden alleen gereproduceerd via de MONITOR OUT aansluitingen. Bij het maken van opnamen moet u tussen de diverse componenten telkens gebruik maken van dezelfde soorten aansluitingen (bijv. S-Video).

flowchart
graph TD
A["Optische uitgang"] --> B["Kabel TV of satellietontvanger"]
B --> C["Video uitgang"]
C --> D["Component Video"]
D --> E["Beeldscherm"]
D --> F["Video ingang"]
F --> G["Video S VIDEO MONITOR OUT"]
D --> H["Video ingang"]
H --> I["Video outgang"]
I --> J["Video ingang"]
J --> K["Video uitgang"]
K --> L["Audio uitgang"]
L --> M["DV-d-recorder of videorecorder"]
M --> N["Audio ingang"]
N --> O["Coaxial DIGITAL INPUT"]
O --> P["Audio uitgang"]
P --> Q["LR LR"]
Q --> R["Video S VIDEO MONITOR OUT"]
R --> S["Video ingang"]
S --> T["Video uitgang"]
T --> U["Video ingang"]
U --> V["Video ingang"]
V --> W["Video uitgang"]
W --> X["Video ingang"]
X --> Y["Video ingang"]
Y --> Z["Video ingang"]
Z --> AA["Video ingang"]
AA --> AB["Video ingang"]
AB --> AC["Video ingang"]
AC --> AD["Video ingang"]
AD --> AE["Video ingang"]
AE --> AF["Video ingang"]
AF --> AG["Video ingang"]
AG --> AH["Video ingang"]
AH --> AI["Video ingang"]
AI --> AJ["Video ingang"]
AJ --> AK["Video ingang"]
AK --> AL["Video ingang"]
AL --> AM["Video ingang"]
AM --> AN["Video ingang"]
AN --> AO["Video ingang"]
AO --> AP["Video ingang"]
AP --> AQ["Video ingang"]
AQ --> AR["Video ingang"]
AR --> AS["Video ingang"]
AS --> AT["Video ingang"]
AT --> AU["Video ingang"]
AU --> AV["Video ingang"]
AV --> AW["Video ingang"]
AW --> AX["Video ingang"]
AX --> AY["Video ingang"]
■ VIDEO AUX aansluitingen (op het voorpaneel)
Via deze aansluitingen kunt u allerlei videobronnen, zoals spelcomputers of videocamera's, aansluiten op dit toestel.

flowchart
graph TD
A["Input"] --> B["S"]
A --> C["V"]
A --> D["L"]
A --> E["F"]
A --> F["C"]
B --> G["Optische uitgang"]
C --> G
D --> G
E --> G
F --> G
G --> H["Audio uitgang R"]
G --> I["Audio uitgang L"]
G --> J["Video uitgang"]
G --> K["S-Video uitgang"]
H --> L["Spelcomputer of videocamera"]
Aansluiten van audiocomponenten
■ Aansluitingen voor audiocomponenten

flowchart
graph TD
A["MD-recorder of cassettedeck"] -->|Optische ingang| B["CD-speler"]
A -->|Optische uitgang| B
A -->|Audio uitgang| B
A -->|Audio ingang| B
B --> C["CD speler"]
C --> D["Audio uitgang"]
C --> E["Coaxiale uitgang"]
B --> F["CD speler"]
B --> G["COAXIAL"]
B --> H["DIGITAL INPUT"]
B --> I["DIGITAL OUTPUT"]
B --> J["OPTICAL"]
B --> K["IN (PLAY)"]
B --> L["CD-R OUT (REC)"]
B --> M["CD"]
B --> N["CD-R"]
B --> O["CD-R"]
B --> P["CD-R"]
■ Aansluiten op een externe versterker
Als u het uitgangsvermogen voor de luidsprekers wilt opvoeren, of als u gewoon een andere versterker wilt gebruiken, kunt u als volgt een externe versterker verbinden met de PRE OUT aansluiten.
Opmerkingen
- Wanneer er audio tulpstekkers zitten in de PRE OUT aansluitingen voor weergave via een externe versterker, mag u niets aansluiten op de corresponderende SPEAKERS aansluitingen. Zet het volume van de op dit toestel aangesloten versterker op de hoogste stand.
- De signalen die worden geproduceerd via de FRONT PRE OUT en CENTER PRE OUT aansluitingen ondervinden invloed van de TONE CONTROL instellingen.
- Als SPEAKERS A uit staat en SP B op ZONE B (zie bladzijde 64) is ingesteld, zullen er alleen signalen worden geproduceerd via de FRONT PRE OUT aansluitingen.

1 FRONT PRE OUT aansluitingen
Voorkanaal uitgangsaansluitingen op lijnniveau.
2 SURROUND PRE OUT aansluitingen
Surroundkanaal uitgangsaansluitingen op lijnniveau.
3 CENTER PRE OUT aansluiting
Middenkanaal uitgangsaansluitingen op lijnniveau.
4 SURROUND BACK PRE OUT aansluitingen
Surround achter- of aanwezigheidskanaal uitgangsaansluitingen op lijnniveau.
5 SUBWOOFER PRE OUT aansluiting
Sluit hierop een subwoofer met ingebouwde eindversterker aan, zoals het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer System.
Opmerkingen
- Elke PRE OUT aansluiting produceert hetzelfde signaal als de corresponderende luidspreker-aansluiting.
- Regel het volume van de subwoofer met de bedieningsorganen op de subwoofer zelf. U kunt het volumeniveau ook regelen met de afstandsbediening (zie "Handmatig instellen van de luidsprekersniveaus" op bladzijde 52).
- Het is mogelijk dat sommige signalen niet worden gereproduceerd via de SUBWOOFER PRE OUT aansluiting, afhankelijk van de SPEAKER SET (zie bladzijde 56) en LFE/BASS OUT (zie bladzijde 57) instellingen.
Aansluiten van de FM en AM antennes
Dit toestel wordt geleverd met zowel een FM als een AM binnenantenne. Normaal gesproken zorgen deze antennes voor een voldoende sterke ontvangst. Verbind de antennes op de juiste manier met de bijbehorende aansluitingen.
FM binnenantenne (meegeleverd)

Aarde (GND aansluiting)
Voor de grootst mogelijke veiligheid en zo min mogelijk storing dient u de antenne GND aansluiting goed te aarden. Een goede aarding wordt bijvoorbeeld verzorgd door een metalen staaf die in vochtige grond gedreven is.
■ Aansluiten van de AM ringantenne
1 Maak de AM ringantenne gebruiksklaar.

2 Houd het lipje ingedrukt
zodat u de AM
antennedraden in de AM
ANT en GND aansluitingen
kunt steken.

3 Stel de AM ringantenne zo op dat u de beste ontvangst verkrijgt.

Opmerkingen
- De AM ringantenne moet niet te dicht bij dit toestel geplaatst worden.
- De AM ringantenne moet altijd aangesloten blijven, zelfs als er een AM buitenantenne op dit toestel is aangesloten.
- Een goed geïnstalleerde buitenantenne geeft een betere ontvangst dan een binnenantenne. Als u last heeft van een slechte ontvangst, probeer dan of de ontvangst verbetert met een buitenantenne. Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende YAMAHA dealer of service-centrum naar de mogelijkheden met buitenantennes.
■ Aansluiten van de 75 Ohm/300 Ohm antenne-adapter (alleen bij modellen voor het V.K.)
1 Maak de meegeleverde 75 Ohm/300 Ohm antenneadapter open.

2 Strip de buitenmantel van de 75 Ohm coaxiale kabel en maak deze klaar voor het aansluiten.

3 Knip de
verbindingsdraad door
en verwijder deze.

4 Steek de
binnendraad van
de kabel in de
sleuf en klem de
kabel vast met
een tang.
Steek de draad
in de sleuf

Aansluiten van het netsnoer
■ Aansluiten van het netsnoer
Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.
■ AC OUTLET(S) (SWITCHED)
Modellen voor het V.K. .... 1 netstroomaansluiting
Overige modellen .... 2 netstroomaansluitingen
Via de netstroomaansluitingen op dit toestel kunt u andere componenten in uw systeem van stroom voorzien. De stroomvoorziening van de AC OUTLET(S) stopcontacten wordt geregeld door de STANDBY/ON toets van dit toestel (of SYSTEM POWER en STANDBY). Deze aansluiting(en) voorzien de erop aangesloten componenten van stroom wanneer dit toestel aan staat. Voor informatie over het maximale vermogen (totale stroomverbruik van de componenten) zie "TECHNISCHE GEGEVENS" op bladzijde 90.
■ Geheugen back-up
De geheugen back-up schakeling voorkomt dat de opgeslagen gegevens verloren gaan wanneer het toestel uit (standby) staat. Wanneer echter de stekker uit het stopcontact gehaald wordt of de stroomvoorziening om een andere reden langer dan een week onderbroken wordt, zullen de opgeslagen gegevens verloren gaan.
Instelling luidsprekerimpedantie
LET OP
Als u luidsprekers van 4 of 6 Ohm gebruikt, dient u de impedantie als volgt in te stellen op 4 of 6 Ohm voor u de stroom inschakelt.
Zorg ervoor dat het toestel uit (standby) staat.
1 Zet het toestel uit, houd STRAIGHT (EFFECT) ingedrukt en druk op STANDBY/ON.
Dit toestel wordt ingeschakeld en het uitgebreid setup menu zal verschijnen op het display op het voorpaneel.
STRAIGHT

Houd ingedrukt
en druk op

2 Verdraai PROGRAM om door het menu te bladeren en selecteer "SP IMP.".
PROGRAM

3 Druk net zo vaak op STRAIGHT (EFFECT) tot u "4 Ω MIN" heeft geselecteerd.
STRAIGHT

4 Druk op STANDBY/ON om de stroom uit te schakelen.

De gemaakte instelling wordt de volgende keer wanneer u dit toestel aan zet in werking gesteld.
Inschakelen van de stroom
Wanneer alle aansluitingen gemaakt zijn, kunt u dit toestel aan zetten.


1 Druk op STANDBY/ON (of op SYSTEM POWER op de afstandsbediening) om dit toestel aan te zetten.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
2 Zet het beeldscherm dat is aangesloten op dit toestel aan.
AUTO SETUP
Inleiding
Deze receiver maakt gebruik van YAMAHA Parametric Room Acoustic Optimizer (YPAO) technologie zodat u zelf geen lastige luidspreker-instellingen hoeft te doen en waardoor een zeer accurate instelling wordt verkregen. De meegeleverde optimalisatie-microfoon pikt het geluid op dat uw luidsprekers maken in de omgeving waar u ze daadwerkelijk zult gebruiken.
Opmerkingen
- Wij wijzen u erop dat het normaal is dat tijdens de automatische setup luide testtonen worden geproduceerd.
- Als de automatische setup stopt en er een foutmelding op het scherm verschijnt, dient u de procedure voor het oplossen van problemen op bladzijde 28 te volgen.
YPAO voert de volgende controles uit en maakt de juiste instellingen voor een zo optimaal mogelijke weergave van uw systeem.
WIRING:
Controleert welke luidsprekers er aangesloten zijn en de polariteit van elk van de luidsprekers.
SIZE:
Controleert de frequentierespons van elk van de luidsprekers en stelt de crossover/hoge afsnijfrequentie in voor de subwoofer om de weergave van de luidsprekers in relatie tot de subwoofer te verbeteren.
DISTANCE:
Controleert de afstand van elk van de luidsprekers tot de luisterplek en stelt de juiste vertraging in voor elk kanaal zodat het geluid uit alle luidsprekers op hetzelfde moment aankomt op de luisterplek.
EQUALIZING:
Stel de frequenties en de niveaus in via de parametrische equalizers voor de diverse kanalen om interferentie tussen de kanalen te verminderen en een samenhangend geluidsveld te creëren. Dit is vooral belangrijk wanneer u verschillende merken of afmetingen luidsprekers door elkaar gebruikt of een kamer heeft met afwijkende akoestische karakteristieken.
De YPAO ijking maakt gebruik van drie parameters (frequentie, niveau en Q-factor) voor elk van de zeven banden in de parametrische equalizer voor een zeer precieze en automatische afregeling van de frequentiekarakteristieken.
LEVEL:
Controleert en regelt het geluidsniveau (volume) voor elk van de luidsprekers.
Optimalisatie-microfoon setup
1 Verbind de meegeleverde optimalisatie-microfoon met de OPTIMIZER MIC aansluiting op het voorpaneel.

Opmerkingen
- Nadat u de automatische setup heeft afgemaakt moet u de optimalisatie-microfoon weer losmaken.
- De optimalisatie-microfoon is niet goed bestand tegen warmte.
- Houd hem daarom uit direct zonlicht.
- Laat hem ook niet bovenop dit toestel liggen.
2 Plaats de optimalisatie-microfoon op een vlak en horizontaal oppervlak met de omni-directionele microfoonkop naar boven op uw normale luisterplek.
Gebruik indien mogelijk een statief (o.i.d.) om de optimalisatie-microfoon vast te zetten op dezelfde hoogte als waar uw oren zich zouden bevinden wanneer u op uw luisterplek zit.

Beginnen van de setup
Voor de beste resultaten moet u ervoor zorgen dat de ruimte zo stil mogelijk is tijdens de automatische setup (YPAO). Als er teveel andere geluiden zijn, is het mogelijk dat de resultaten tegenvallen.
y
Als het volume en de crossover/hoge afsnijfrequentie van uw subwoofer apart ingesteld kunnen worden, zet het volume dan tussen de 9 en 11 uur stand (bij een draaiknop) en zet de crossover/hoge afsnijfrequentie zo hoog mogelijk.

Subwoofer
1 Zet dit toestel en uw beeldscherm aan.
Controleer of het OSD (in-beeld display) inderdaad wordt weergegeven.
2 Druk op AMP.


y
Wanneer MEMORY GUARD is ingesteld op ON, kunt u geen andere SET MENU items meer selecteren (zie bladzijde 63).
4 Druk op u /d, selecteer AUTO SETUP en druk vervolgens op ENTER.

flowchart
graph TD
A["PRESET/CH"] --> B["ENTER"]
B --> C["A/B/C/D/E"]
C --> D["+"]
E["SET MENU"] --> F["+ AUTO SETUP\n• MANUAL SETUP\n• SIGNAL INFO."]
F --> G["[*/"][*]: Up/Down\n["ENTER"]: Enter]
G --> H["↓"]
I["PRESET/CH"] --> J["ENTER"]
J --> K["A/B/C/D/E"]
K --> L["+"]
5 Druk op u /d, selecteer SETUP en druk vervolgens op j /i om de gewenste instelling te selecteren.

AUTO Om de automatische setup uit te voeren (YPAO).
RELOAD Om de instellingen van de laatst uitgevoerde automatische setup (YPAO) opnieuw te laden en zo handmatige wijzigingen ongedaan te maken.
UNDO Om de laatst uitgevoerde automatische setup (YPAO) ongedaan te maken en de vorige instellingen te herstellen.
DEFAULT Om de setup parameters terug te zetten op de fabrieksinstellingen (standaard).
y
U kunt alleen RELOAD of UNDO kiezen wanneer u al een keer de automatische setup heeft gedaan.
6 Druk op d, selecteer "START" en druk vervolgens op ENTER om de setup procedure te laten beginnen.
Het scherm zal al volgt veranderen.

flowchart
graph TD
A["1 AUTO:MENU\nSETUP:............AUTO\n→ START\nAutomatic\nprocessing\nof all items\n[▲"]/[▼]=Up/Down\n["ENTER"]:=Start] --> B["2 AUTO:CHECK\nINITIALIZING\n→ WIRING\n· SIZE/DISTANCE\n· EQUALIZING\n· LEVEL\nCHECK CH=CENTER\n[TTI"]:............\nLUG: Exit]
B --> C["RESULT:EXIT\n→ WARNING (3)\nRESULT\nSP : 5/4/0.1\nDIST: 10.0/ 12.0pF\nLUL : -9.0/ +6.5dB\n→ >SET CANCEL\n[▲"]/[▼]=Up/Down\n["ENTER"]:=Enter]
De resultaten zoals getoond op het RESULT:EXIT scherm zijn als volgt:
SP Het aantal aangesloten luidsprekers in deze volgorde:
Voor/Achter/Subwoofer
DI ST De afstand van de luidsprekers tot dit toestel in deze volgorde:
Kleinste luidsprekerafstand/Grootste luidsprekerafstand
LVL De uitgangsniveaus van de luidsprekers in deze volgorde:
Laagste uitgangsniveau/Hoogste uitgangsniveau
- Als u bij stap 5 AUTO heeft geselecteerd, zal "WAITING" verschijnen wanneer de automatische setup wordt begonnen, waarna elk van de luidsprekers op zijn eigen beurt luide testtonen zal produceren.
- Als u bij stap 5 DEFAULT, RELOAD of UNDO heeft geselecteerd zullen er geen testtonen worden geproduceerd.
- Als er een ERROR scherm verschijnt, raadpleeg dan "Als er een foutmelding verschijnt" op bladzijde 26.
- Als er een WARNING scherm verschijnt, raadpleeg dan “Als er een foutmelding verschijnt” op bladzijde 27.
y
U kunt gedetailleerde resultaten bekijken door met d en ENTER "RESULT" te selecteren. Op het scherm met de gedetailleerde resultaten kunt u door de informatie bladeren met u /d /j /i.
![RESULT:EXIT WARNING (3) RESULT SP : 5/4/0.1 DIST: 10.0/ 12.0ft LUL : -9.0/ +6.5dB → >SET CANCEL LAD/[tr] := Up/Down LENTER: Enter](/content/2026/02/379055/images/9d5f9495f5f7d59ad76a8bb24a828f89a473c9b5bda9f1e95baaa3d6c630c3a5.jpg)
SET
Om de instellingen van de automatische setup (YPAO) definitief te maken.
CANCEL Om de automatische setup (YPAO) te annuleren zonder wijzigingen aan te brengen.
y
Als u niet tevreden bent met het resultaat, of als u met de hand bepaalde instellingen wilt wijzigen, kunt u de handmatige setup gebruiken (zie bladzijde 52).
Opmerkingen
- Als de melding E-10 verschijnt tijdens het testen, dient u de procedure opnieuw op te starten vanaf stap 3.
- Druk op u om de automatische setup te annuleren voordat deze klaar is.
■ Als er een foutmelding verschijnt
Druk op u /d /j /i, selecteer RETRY of EXIT en druk dan op ENTER.
![E-9:USER CANCEL : Don't operate : any function. ⇒ >RETRY EXIT [4]/[7]:Up/Down [ENTER]:Enter](/content/2026/02/379055/images/4d1c500f2d77263d37d318529288e0137f494861fead1cbdd369c792b2e01194.jpg)
RETRY Om de automatische setup opnieuw te proberen.
EXI T Om de automatische setup te verlaten.
■ Als er een foutmelding verschijnt
Druk op j / i om eventueel te schakelen tussen de verschillende meldingen.
![RESULT:EXIT + WARNING (3) RESULT SP : 5/4/8.1 DIST : 10.0 / 12.0ft LVL : -9.0 / +6.5dB + >SET CANCEL [1]/[v] = Up/Down [ENTER] = Enter WARNING:W-1 Reverse Channel PL CENTER PL SL SBL SBR [1/1]:Select [ENTER] = Return](/content/2026/02/379055/images/092e20729264b909f4e9d233b2d18ad3057b3b82be64e870d5a0ea4286348963.jpg)
W-1 voorbeeldscherm
Zie zie bladzijde 29 voor details omtrent de diverse meldingen.
y
- Waarschuwingen stellen u in kennis van potentiële problemen die tijdens de automatische setup zijn gedetecteerd. Waarschuwingen zullen de automatische setup niet annuleren.
- Het aantal waarschuwingen wordt rechts naast "WARNING" getoond.
- Wanneer de waarschuwing niet geldt voor een bepaalde luidspreker, zal “—” worden getoond.
2 Wanneer u klaar bent, kunt u met ENTER terugkeren naar het RESULT:EXIT scherm.
Ga door vanaf stap 7 op bladzijde 26.
Opmerkingen
- Als u veranderingen aanbrengt in de aangesloten luidsprekers, de opstelling van de luidsprekers of de inrichting van uw luisterruimte, moet u de automatische setup opnieuw uitvoeren om uw systeem opnieuw te optimaliseren.
- Afhankelijk van de luisteromgeving zal SWFR PHASE:REV verschijnen in AUTO:CHECK en zal de SUBWOOFER PHASE parameter in het SET MENU (zie bladzijde 58) automatisch op REVERSE worden ingesteld. Om de gewenste instelling te selecteren dient u de SUBWOOFER PHASE parameter het SET MENU te wijzigen.
- Bij de DISTANCE resultaten kan de getoonde afstand groter zijn dan in werkelijkheid, afhankelijk van de karakteristieken van uw subwoofer.
■ Oplossen van problemen met de automatische setup
Voor de automatische setup
| Foutmelding Oorzaak Oplossing | |
| Connect MIC | De optimalisatie-microfoon is niet aangesloten. • | Verbind de meegeleverde optimalisatie-microfoon met de OPTIMIZER MIC aansluiting op het voorpaneel. |
| Unpl ug HP | Er is een hoofdtelefoon aangesloten. • Maak de hoofdtelefoon los. |
Fouten tijdens de automatische setup
| Foutmelding Oorzaak Oplossing | |
| E- 1: NO FRONT SP | Er worden geen L/R voorkanaal signalen gedetecteerd. | • Selecteer de voor-luidsprekers met SPEAKERS A/B.• Controleer de aansluitingen van de linker en rechter voor-luidsprekers.• Zet de externe versterker aan (indien de signalen voor de voor-luidsprekers via een externe versterker worden weergegeven). |
| E- 2: NO SURR. SP | Er wordt alleen één surroundkanaal gedetecteerd. | • Controleer de aansluitingen van de surround-luidspreker. |
| E- 3: NO PRES. SP | Er wordt alleen één aanwezigheidskanaal gedetecteerd. | • Controleer de aansluitingen van de aanwezigheidsluidspreker. |
| E- 4: SBR- >SBL | Er wordt alleen een rechter surround achterkanaal gedetecteerd. | • Verbind de surround achter-luidspreker met de LEFT SURROUND BACK SPEAKERS aansluiting als u slechts een enkele surround achter-luidspreker heeft. |
| E- 5: NOI SY | Teveel geluiden op de achtergrond. • Probeer de automatische setup opnieuw wanneer het stiller is.• Zet lawaaaiige elektrische apparatuur zoals air-conditioners (enz.) uit, of zet ze uit de buurt van de optimalisatie-microfoon. | |
| E- 6: CHECK SUR. | Wel surround achter-luidspreker(s) aangesloten, maar geen L/R surround-luidsprekers. | • Sluit uw surround-luidsprekers aan wanneer u een of meer surround achter-luidspreker(s) gebruikt.• Controleer de aansluitingen van de surround-luidspreker. |
| E- 7: NO MIC | De optimalisatie-microfoon is losgeraakt tijdens de automatische setup. | • Raak de optimalisatie-microfoon niet aan tijdens de automatische setup. |
| E- 8: NO SIGNAL | De optimalisatie-microfoon kan geen testtonen detecteren. | • Controleer de instelling van de microfoon.• Controleer de aansluiting en de opstelling van de microfoon. |
| E- 9: USER CANCEL | De automatische setup is geannuleerd door iets dat de gebruiker gedaan heeft. | • Voer de automatische setup opnieuw uit. Raak tijdens de automatische setup VOLUME (enz.) niet aan. |
| E- 10: I NTERNAL ERROR | Er is een DSP communicatiefout of andere complicatie opgetreden. | • Vocr de automatische setup opnieuw uit. |
Waarschuwingen na de automatische setup
Druk op j / i om gedetailleerde informatie over individuele waarschuwingen te laten zien.
| Waarschuwing Oorzaak Oplossing | |
| W- 1: OUT OF PHASE | De polariteit van de luidspreker is niet correct. Deze melding kan, afhankelijk van de luidspreker in kwestie, ook verschijnen wanneer deze toch correct is aangesloten. | • Controleer de polariteit van de luidsprekeraansluitingen (+ / -). |
| W- 2: OVER 24m | De afstand tussen de luidspreker en de luisterplek is 24 m of meer. | • Zet de luidspreker dichter bij de luisterplek.• Controleer de polariteit van de luidsprekeraansluitingen (+ / -). |
| W- 3: LEVEL ERROR | Er is teveel volumeverschil tussen de luidsprekers. (Er wordt geen niveaucorrectie gemaakt.) | • Verander de opstelling van de luidsprekers zodat alle luidsprekers in vergelijkbare omstandigheden verkeren.• Controleer de polariteit van de luidsprekeraansluitingen (+ / -).• Gebruik luidsprekers van vergelijkbare kwaliteit en vergelijkbaar vermogen. |
- Als de ERROR of WARNING schermen verschijnen, dient u de oorzaak van het probleem op te sporen en te corrigeren en vervolgens de automatische setup opnieuw uit te voeren.
- Als de waarschuwing W-1 verschijnt, zijn er wel instellingen verricht, maar is het mogelijk dat deze niet optimaal zijn.
- Als de waarschuwingen W-2 of W-3 verschijnen, zijn er geen instellingen verricht.
- Als foutmelding E-10 herhaaldelijk verschijnt dient u contact op te nemen met een erkend YAMAHA service-centrum.
WEERGAVE
Basisbediening



1 Druk op STANDBY/ON (of op SYSTEM POWER op de afstandsbediening) om dit toestel aan te zetten.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
2 Zet het beeldscherm dat is aangesloten op dit toestel aan.
3 Druk op SPEAKERS A of B (of druk op AMP om de AMP stand te selecteren en druk vervolgens op SPEAKERS A of B op de afstandsbediening).
Met elke druk op de toets wordt de bijbehorende set luidsprekers in- of uitgeschakeld.

Voorpaneel
of



Afstandsbediening
4 Selecteer de signaalbron.
Gebruik INPUT (of druk op de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening) om de gewenste signaalbron te selecteren.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
De naam van de geselecteerde signaalbron en de ingangsfunctie worden een paar seconden lang op het display en het beeldscherm getoond.

5 Start de weergave of stem af op een zender op de broncomponent.
Raadpleeg de handleiding van de betreffende component.
6 Zet het volume op het gewenste niveau.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
7 Kies, indien gewenst, een geluidsveldprogramma.
Gebruik PROGRAM (of druk op AMP om de AMP stand in te schakelen en druk vervolgens herhaaldelijk op een geluidsveldprogrammatoets) om een geluidsveldprogramma te selecteren. Zie bladzijde 48 voor details over geluidsveldprogramma's.
PROGRAM

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
■ Luisteren met een hoofdtelefoon ("SILENT CINEMA")
De “SILENT CINEMA” functie stelt u in staat naar multikanaals materiaal of filmsoundtracks, inclusief Dolby Digital en DTS surroundmateriaal, te luisteren met een normale hoofdtelefoon. “SILENT CINEMA” wordt automatisch ingeschakeld wanneer u een hoofdtelefoon aansluit op de PHONES aansluiting terwijl u luistert met de CINEMA DSP of HiFi DSP geluidsveldprogramma’s. Indien ingeschakeld zal de “SILENT CINEMA” indicator oplichten op het display op het voorpaneel.
Opmerkingen
- Dit toestel kan niet overschakelen naar de "SILENT CINEMA" functie wanneer u MULTI CH INPUT heeft geselecteerd als signaalbron.
- “SILENT CINEMA” staat buiten werking wanneer PURE DIRECT of 2ch Stereo is geselecteerd, of wanneer de STRAIGHT functie is ingeschakeld.
■ Toonregeling
U kunt de tonale kwaliteit regelen van de weergave via uw subwoofer, uw linker en rechter voor-luidsprekers, uw midden-luidspreker of uw hoofdtelefoon (indien aangesloten).
Druk herhaaldelijk op TONE CONTROL op het voorpaneel, kies tussen TREBLE (hoge tonen) en BASS (lage tonen) en daai vervolgens PROGRAM naar rechts of naar links om de gekozen tonen te versterken of te verzwakken.
- Selecteer TREBLE om de weergave van de hoge tonen te regelen.
- Selecteer BASS om de weergave van de lage tonen te regelen.
y
De instellingen voor de luidsprekers en die voor de hoofdtelefoon worden apart opgeslagen.
Opmerkingen
- TONE CONTROL werkt niet bij weergave via de PURE DIRECT functie, of wanneer MULTI CH INPUT is geselecteerd (bladzijde 32).
- Wanneer TONE BYPASS op “AUTO” staat (bladzijde 60) en BASS of TREBLE op 0 dB wordt gezet, zal het audiosignaal automatisch de toonregelingsschakelingen van dit toestel onveranderd passeren.
■ Tijdelijk uitschakelen van de geluidsweergave
Druk op MUTE op de afstandsbediening. De MUTE indicator gaat knipperen op het display op het voorpaneel.

Druk nog eens op MUTE om de geluidsweergave te hervatten (of druk op VOLUME - / + ). De MUTE indicator zal van het display verdwijnen.
y
U kunt instellen hoe ver het volume verlaagd wordt (zie bladzijde 60).
Druk op MULTI CH INPUT (of MULTI CH IN op de afstandsbediening) zodat "MULTI CH INPUT" op het display op het voorpaneel en op de videomonitor verschijnt.

flowchart
graph TD
A["Multi CH INPUT"] --> B["Voorpaneel"]
C["MULTI CH INPUT"] --> D["AFstandsbediening"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style D fill:#ccf,stroke:#333
Opmerking
Wanneer "MULTI CH INPUT" wordt getoond op het display, kan er geen andere signaalbron worden weergegeven. Om een andere signaalbron te selecteren met INPUT (of één van de ingangskeuzetoetsen), dient u op MULTI CH INPUT (of MULTI CH IN op de afstandsbediening) te drukken zodat de melding "MULTI CH INPUT" van het display op het voorpaneel verdwijnt.
■ Afspelen van video op de achtergrond
U kunt videobeelden van een videobron combineren met geluid van een audiobron. Zo kunt u bijvoorbeeld naar klassieke muziek luisteren terwijl u op uw beeldscherm kijkt naar mooie landschapsopnamen.
Gebruik de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening om de gewenste videobron te selecteren en kies vervolgens de audiobron.

Opmerking
Als u het geluid van de MULTI CH INPUT aansluitingen wilt laten weergeven met een videobron, moet u eerst de videobron selecteren en vervolgens op MULTI CH INPUT (of MULTI CH IN op de afstandsbediening) drukken.
Selecteren van geluidsveldprogramma's
■ Bediening via het voorpaneel

Verdraai PROGRAM om het gewenste geluidsveldprogramma te selecteren.
De naam van het geselecteerde programma zal verschijnen op het display op het voorpaneel en op het beeldscherm.

■ Afstandsbediening

Druk op AMP om de AMP stand in te schakelen en druk vervolgens net zo vaak op één van de toetsen voor de geluidsveldprogramma's tot u het gewenste programma geselecteerd heeft.
De naam van het geselecteerde programma zal verschijnen op het display op het voorpaneel.

y
Kies een geluidsveldprogramma op basis van uw smaak, niet op basis van de naam van het programma.
Opmerkingen
- Wanneer u een bepaalde signaalbron selecteert, zal het toestel automatisch het laatst met die signaalbron gebruikte geluidsveldprogramma instellen.
- Er kunnen geen geluidsveldprogramma's worden gebruikt wanneer u MULTI CH INPUT heeft geselecteerd.
- Signalen met een hogere bemonsteringsfrequentie dan 48 kHz (met uitzondering van DTS 96/24 signalen) zullen worden teruggebracht tot 48 kHz, waarna er geluidsveldprogramma's op kunnen worden toegepast.
■ Genieten van multikanaals materiaal
Als u een surround achter-luidspreker heeft aangesloten, kunt u via deze functie profiteren van 6.1/7.1-kanaals weergave van multikanaals signaalbronnen met behulp van de Dolby Pro Logic IIx, Dolby Digital EX of DTS-ES decoder.
Druk op AMP om de AMP bedieningsfunctie in te schakelen en druk vervolgens op EXTD SUR. op de afstandsbediening om te schakelen tussen 5.1- en 6.1/7.1-kanaals weergave.

Om een decoder te selecteren, dient u herhaaldelijk op j / i te drukken wanneer PLIIxMusic (enz.) wordt getoond.

flowchart
graph TD
A["PRESET/CH"] --> B["ENTER"]
B --> C["A/B/C/D/E"]
C --> D["+"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
Automatisch (AUTO)
Wanneer er een speciale code (vlag) die door dit toestel kan worden herkend in het ingangssignaal aanwezig is, zal het toestel zelf de optimale decoder voor weergave via 6.1/7.1 kanalen selecteren.
Als het toestel de 'vlag' niet kan herkennen of als het signaal geen 'vlag' bevat, kan er niet automatisch via 6.1/7.1 kanalen worden weergegeven.
Decoders (selecteren met j / i)
Afhankelijk van de formattering van het weergegeven materiaal heeft u de volgende keuzemogelijkheden. PLI I xMovi e
Voor weergave van Dolby Digital of DTS signalen via 7.1 kanalen met de Pro Logic IIx movie decoder.
PLI I xMusic
Voor weergave van Dolby Digital of DTS signalen via 6.1/7.1 kanalen met de Pro Logic IIx music decoder. EX/ ES
Voor weergave van Dolby Digital signalen via 6.1/7.1 kanalen met de Dolby Digital EX decoder.
DTS signalen worden weergegeven via 6.1/7.1 kanalen met de DTS-ES decoder.
EX
Voor weergave van Dolby Digital of DTS signalen via 6.1/7.1 kanalen met de Dolby Digital EX decoder.
Uit (OFF)
Er worden geen decoders gebruikt om 6.1/7.1 kanalen te creëren.
y
Wanneer "SUR. B L/R SP" op SMLx1 of LRGx1 (zie bladzijde 57) is ingesteld, zal het surround achterkanaal worden gereproduceerd via de linker SURROUND BACK luidspreker-aansluitingen.
Opmerkingen
- Sommige discs met 6.1-kanaals materiaal hebben geen aparte signalering (vlag) die dit toestel automatisch kan detecteren. Wanneer u een dergelijke disc met 6.1-kanaals materiaal afspeelt, dient u met de hand een decoder (PLIIx Movie, PLIIx Music, EX/ES of EX) te kiezen.
-
In de volgende gevallen is 6.1-kanaals weergave niet mogelijk, ook al wordt EXTD SUR. ingedrukt:
-
Wanneer “SUR. L/R SP” (zie bladzijde 56) of “SUR. B L/R SP” (zie bladzijde 57) op NONE staat.
- Wanneer de met de MULTI CH INPUT aansluitingen verbonden signaalbron wordt weergegeven.
- Wanneer het weergegeven materiaal geen linker en rechter surroundsignalen bevat.
- Wanneer er een Dolby Digital KARAOKE signaalbron wordt weergegeven.
-
Wanneer u "2ch Stereo" of PURE DIRECT heeft geselecteerd.
-
Wanneer dit toestel uit wordt gezet, zal deze instelling terugkeren naar AUTO.
- De Pro Logic IIx decoder kan niet worden gebruikt wanneer "SUR. B L/R SP" op NONE is ingesteld (zie bladzijde 57).
- PLIIxMovie kan niet worden geselecteerd wanneer “SUR. B L/R SP” op SMLx1 of LRGx1 (zie bladzijde 57) is ingesteld.
■ Genieten van surroundweergave van 2-kanaals materiaal
Ingangssignalen afkomstig van 2 kanaals bronnen kunnen ook via meerdere kanalen worden weergegeven.
Druk op AMP om de AMP functie te selecteren en druk vervolgens herhaaldelijk op STANDARD op de afstandsbediening om heen en weer te schakelen tussen de SUR. STANDARD en SUR. ENHANCED programma's.

Of druk op MOVIE om het MOVIE THEATER programma te selecteren.

Druk op SELECT op de afstandsbediening om de decoder te selecteren.

U kunt kiezen uit de volgende functies, afhankelijk van het materiaal dat wordt afgespeeld en uw persoonlijke voorkeuren.
Wanneer u het SUR. STANDARD programma selecteert:
PRO LOGIC
Dolby Pro Logic verwerking voor elk bronmateriaal.
PLII Movie
Dolby Pro Logic II verwerking voor filmmateriaal.
PLII Music
Dolby Pro Logic II verwerking voor muziekmateriaal.
PLII Game
Dolby Pro Logic II verwerking voor spelmateriaal.
PLI I x Movie
Dolby Pro Logic IIx verwerking voor filmmateriaal.
PLII x Music
Dolby Pro Logic IIx verwerking voor muziekmateriaal.
PLIIX Game
Dolby Pro Logic IIx verwerking voor spelmateriaal.
Neo: 6 Cinema
DTS verwerking voor filmmateriaal.
Neo: 6 Music
DTS verwerking voor muziekmateriaal.
Wanneer u het SUR. ENHANCED of MOVIE THEATER programma selecteert:
PRO LOGIC
Dolby Pro Logic verwerking voor elk bronmateriaal.
PLII Movie
Dolby Pro Logic II verwerking voor filmmateriaal.
PLI I x Movie
Dolby Pro Logic IIx verwerking voor filmmateriaal.
Neo: 6 Cinema
DTS verwerking voor filmmateriaal.
y
U kunt ook een decoder kiezen met j / i op de afstandsbediening wanneer het decodertype al op het verkorte display wordt getoond.
Opmerking
De Pro Logic IIx decoder kan niet worden gebruikt wanneer "SUR. B L/R SP" op NONE is ingesteld (zie de bladzijden 57).
■ Luisteren naar High Fidelity stereoweergave (PURE DIRECT)
PURE DIRECT stelt u in staat de decoders en DSP processors van dit toestel te passeren en de videoschakelingen en het display op het voorpaneel uit te schakelen zodat u de meest natuurgetrouwe weergave verkrijgt van analoge en PCM bronmateriaal.
Druk op PURE DIRECT (of druk op AMP om de AMP stand te selecteren en vervolgens op PURE DIRECT op de afstandsbediening) om de PURE DIRECT functie te selecteren.
De indicator rond de toets op het voorpaneel licht op.

y
Het display op het voorpaneel wordt alleen ingeschakeld wanneer dat nodig is.
Druk nog eens op PURE DIRECT om de functie te annuleren.
De indicator rond de toets op het voorpaneel gaat uit en de oorspronkelijke instellingen worden hersteld.
Opmerkingen
- Om onverwacht lawaai te voorkomen mag u geen DTS gecodeerde CD's afspelen in deze stand.
- Wanneer er multikanaals signalen (Dolby Digital of DTS) binnenkomen, zal het toestel automatisch overschakelen naar de corresponderende analoge signaalbron.
- Er zal geen geluid worden weergegeven via de subwoofer.
- De volgende handelingen zijn niet mogelijk met het toestel in de PURE DIRECT functie:
- omschakelen van het geluidsveldprogramma
- weergeven van het OSD (in-beeld display)
- wijzigen van SET MENU instellingen
- alle videofuncties (video-conversie enz.)
- PURE DIRECT wordt automatisch geannuleerd wanneer het toestel uit (standby) wordt gezet.
■ Middernacht luisterfunctie
De middernacht luisterfuncties zijn ontworpen om bij lage volumes, bijvoorbeeld wanneer u 's nachts wilt luisteren, toch alles te kunnen verstaan. Kies NIGHT:CINEMA of NIGHT:MUSIC afhankelijk van wat voor materiaal u gaat afspelen.
Druk op AMP om de AMP functie te selecteren en druk vervolgens herhaaldelijk op NIGHT op de afstandsbediening om te kiezen tussen de bioscoop- (Cinema) of muziekstand (Music).
De NIGHT indicator zal oplichten op het display op het voorpaneel wanneer de middernacht luisterfunctie is ingeschakeld.

- Selecteer NIGHT:CINEMA wanneer u naar een film gaat kijken om het dynamisch bereik van de soundtrack te verminderen en de gesproken tekst beter verstaanbaar te maken bij lagere volumes.
- Selecteer NIGHT: MUSIC wanneer u naar muziek wilt luisteren om alle geluiden beter verstaanbaar te maken.
- Selecteer OFF als u deze functie niet wilt gebruiken.
Druk op j / i om het effectniveau in te stellen terwijl NIGHT:CINEMA of NIGHT:MUSIC getoond wordt.
Hiermee kunt u regelen hoeveel het dynamisch bereik wordt gecomprimeerd.

flowchart
graph TD
A["PRESET/CH"] --> B["ENTER"]
B --> C["A/B/C/D/E"]
B --> D["+"]
B --> E["✓"]
B --> F["<"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
Afstandsbediening
Effect. Lvl: Ml D
- Selecteer MIN voor minimale compressie.
- Selecteer MID voor standaard compressie.
- Selecteer MAX voor maximale compressie.
y
De NIGHT:CINEMA en NIGHT:MUSIC instellingen worden apart opgeslagen.
Opmerkingen
- U kunt de middernacht luisterfuncties niet gebruiken met PURE DIRECT of MULTI CH INPUT (ook al licht de NIGHT indicator op wanneer PURE DIRECT is geselecteerd).
- Hoc groot het effect is van de nachtluisterfuncties hangt mede af van het weergegeven materiaal en van uw instellingen voor surroundweergave.
■ Terugmengen naar 2 kanalen
U kunt naar multikanaals bronmateriaal luisteren als 2-kanaals stereoweergave.
Verdraai PROGRAM (of druk op AMP om de AMP stand te selecteren en vervolgens op STEREO op de afstandsbediening) om 2ch Stereo te selecteren.

flowchart
graph TD
A["PROGRAM\nVoorpaneel"] --> B["of"]
B --> C["AMP\nAmp"]
C --> D["STEREO\n1\nStereo"]
D --> E["2ch Stereo"]
y
U kunt een subwoofer gebruiken met dit programma wanneer SWFR of BOTH is ingesteld bij "BASS OUT".
■ Luiteren naar onveranderde ingangssignalen
In de STRAIGHT functie zal tweekanaals stereomateriaal alleen via de linker en rechter voor-luidsprekers worden weergegeven. Multikanaals materiaal zal rechtstreeks via de diverse kanalen worden weergegeven zonder verdere toevoeging van effecten.
Druk op STRAIGHT (of druk op AMP om de AMP stand te selecteren en vervolgens op STRAIGHT op de afstandsbediening) om STRAIGHT te selecteren.

flowchart
graph TD
A["STRAIGHT\nEFFECT\nVoorpaneel"] --> B["of"]
B --> C["AMP"]
C --> D["AFstandsbediening"]
D --> E["STRAIGHT\nENT.\nEFFECT"]
F["STRAIGHT\nEFFECT\nVoorpaneel"] --> G["↓"]
G --> H["STRAIGHT"]
Druk nog eens op STRAIGHT (EFFECT) zodat "STRAIGHT" verdwijnt van het display wanneer u de geluidseffecten weer wilt inschakelen.
■ Virtual CINEMA DSP
Virtual CINEMA DSP stelt u in staat te profiteren van de CINEMA DSP programma's zonder surround-luidsprekers. Dit programma maakt virtuele luidsprekers om het oorspronkelijke geluidsveld te reproduceren. Als u "SUR. L/R SP" op NONE (zie bladzijde 56), zal Virtual CINEMA DSP automatisch worden ingeschakeld wanneer u een CINEMA DSP geluidsveldprogramma selecteert.
Opmerking
In de volgende gevallen zal Virtual CINEMA DSP niet in werking treden, ook al staat "SUR. L/R SP" op NONE (zie bladzijde 56):
- Wanneer u MULTI CH INPUT heeft geselecteerd als signaalbron.
- Wanneer er een hoofdtelefoon in de PHONES aansluiting zit.
Selecteren van ingangsfuncties
Dit toestel is uitgerust met allerlei ingangsaansluitingen. U kunt als volgt bepalen wat voor ingangssignalen u wilt gebruiken.

In de meeste gevallen kunt u gewoon AUTO gebruiken.

AUTO Ingangssignalen worden automatisch geselecteerd in deze volgorde:
DTS Alleen DTS gecodeerde digitale
signalen zullen worden geselecteerd.
Als er geen DTS signalen
binnenkomen, zal er geen geluid
worden weergegeven.
ANALOG Er zullen alleen analoge signalen worden geselecteerd. Als er geen analoge signalen binnenkomen, zal er geen geluid worden weergegeven.
* Wanneer het toestel een Dolby Digital of DTS signaal detecteert, zal er automatisch worden overgeschakeld naar de bijbehorende decoder.
y
U kunt de standaard ingangsfunctie van dit toestel zelf bepalen (zie bladzijde 62).
Opmerkingen
- Wanneer er een DTS-CD/LD wordt afgespeeld, moet u INPUT MODE op DTS instellen.
- Als het digitale uitgangssignaal van de speler op de een of andere manier bewerkt is, is het misschien niet meer mogelijk het DTS signaal te decoderen, ook al bestaat er een voor de speler in kwestie geschikte digitale verbinding tussen de speler en dit toestel.
U kunt het type, de formattering en de
bemonsteringsfrequentie van het huidige ingangssignaal
laten zien.
1 Selecteer de signaalbron.

2 Druk op AMP om de AMP bedieningsfunctie in te schakelen en druk vervolgens op STRAIGHT zodat "STRAIGHT" op het display verschijnt.

flowchart
graph TD
A["AMP"] --> B["vervolgens"]
C["STRAIGHT"] --> D["ENT. EFFECT"]
B --> E["STRAI GHT"]

flowchart
graph TD
A["ENTER"] --> B["PRESET/CH"]
A --> C["A/B/C/D/E"]
A --> D["+"]
(Formattering)De formattering van het signaal wordt getoond. Wanneer het toestel geen digitaal signaal kan detecteren, wordt er automatisch overgeschakeld naar analoog.
i n Aantal bronkanalen in het ingangssignaal. Bijvoorbeeld een multikanaals soundtrack met 3 voorkanalen, 2 surroundkanalen en een LFE kanaal, zal worden getoond als “3/2/LFE”.
f s Bemonsteringsfrequentie. Wanneer
het toestel de bemonsteringsfrequentie
niet kan bepalen, zal “Unknown”
verschijnen.
r at e Bitsnelheid. Wanneer het toestel de
bitsnelheid niet kan bepalen, zal
"Unknown" verschijnen.
f1g Signalering (vlag) die in DTS of Dolby Digital signalen is meegecodeerd en die dit toestel in staat stelt automatisch van decoder te wisselen.
AFSTEMMEN OP FM/AM RADIO
Automatisch en handmatig afstemmen
U kunt op 2 manieren afstemmen op een radiozender: automatisch of met de hand.
Automatisch afstemmen gaat goed wanneer u sterke signalen ontvangt en er weinig storing is.
■ Automatisch afstemmen


2 Druk op FM/AM om de radioband te kiezen.
“FM” of “AM” zal op het display op het voorpaneel verschijnen.

3 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) zodat de AUTO indicator op het display oplicht.

Als er een dubbele punt (:) verschijnt op het display, kunt u niet afstemmen. Druk op PRESET/TUNING (EDIT) om de dubbele punt (:) uit te schakelen.

4 Druk één keer op PRESET/TUNING I /h om het automatisch afstemmen te laten beginnen.
Druk op h om af te stemmen op een hogere frequentie, of op l om af te stemmen op een lagere frequentie.

Wanneer er is afgestemd op een zender, zal de TUNED indicator oplichten en zal de frequentie waarop is afgestemd worden getoond op het display.
■ Handmatig afstemmen
Als het signaal van de zender waar u op wilt afstemmen te zwak is, moet u er met de hand op afstemmen. Handmatig afstemmen op een FM zender zal automatisch de ontvangst naar mono overschakelen om de kwaliteit van de ontvangst te verbeteren.
1 Selecteer TUNER en de gewenste radioband volgens de stappen 1 en 2 onder "Automatisch afstemmen".
2 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) zodat de AUTO indicator van het display verdwijnt.

Als er een dubbele punt (:) verschijnt op het display, kunt u niet afstemmen. Druk op PRESET/TUNING (EDIT) om de dubbele punt (:) uit te schakelen.

3 Druk op PRESET/TUNING I /h om met de hand af te stemmen op de gewenste zender.
Houd de toets ingedrukt om de frequentie doorlopend te laten veranderen.

Zenders voorprogrammeren
■ Automatisch voorprogrammeren van FM zenders
Met de automatische voorprogrammering kunt u FM zenders voorprogrammeren. Met deze functie zal het toestel automatisch afstemmen op FM zenders met een goede ontvangst en deze, op volgorde, opslaan tot een maximum van 40 (8 zenders in 5 groepen, A1 t/m E8). U kunt vervolgens gemakkelijk via de bijbehorende voorkeuzenummers afstemmen op de voorgeprogrammeerde zenders.

1 Druk op FM/AM en selecteer de FM band.

2 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) zodat de AUTO indicator op het display oplicht.

Als er een dubbele punt (:) verschijnt op het display, kunt u niet afstemmen. Druk op PRESET/TUNING (EDIT) om de dubbele punt (:) uit te schakelen.

3 Houd MEMORY (MAN'L/AUTO FM) tenminste 3 seconden ingedrukt.
Het voorkeuzenummer en de MEMORY en AUTO indicators gaan knipperen. Na ongeveer 5 seconden zal het automatisch voorprogrammeren beginnen vanaf de huidige frequentie naar hogere frequenties.

Wanneer het automatisch voorprogrammeren klaar is, zal de frequentie voor de laatst voorgeprogrammeerde zender op het display getoond worden.
Opmerkingen
- Zendergegevens die reeds zijn opgeslagen onder een bepaald nummer zullen worden gewist wanneer u een andere zender onder dat voorkeuzenummer opslaat.
- Als het aantal voorgeprogrammeerde zenders niet tot het maximum 40 (E8) komt, konden er met het automatisch voorprogrammeren niet meer geschikte zenders gevonden worden.
- Alleen FM zenders met een voldoende sterke ontvangst worden opgeslagen bij het automatisch voorprogrammeren. Als u een zwakkere zender wilt opslaan, dient u hierop met de hand af te stemmen bij mono-ontvangst en kunt u de zender opslaan via de procedure onder "Zenders handmatig voorprogrammeren".
Andere mogelijkheden bij het automatisch voorprogrammeren:
U kunt instellen vanaf welk voorkeuzenummer het toestel FM zenders zal opslaan en/of beginnen met zoeken in lagere frequenties.
Nadat u bij stap 3 op MEMORY heeft gedrukt:
1 Druk op A/B/C/D/E en dan op PRESET/TUNING | /h om het voorkeuzenummer te selecteren waaronder de eerst gevonden zender zal worden opgeslagen. Het automatisch voorprogrammeren stopt wanneer voorkeuzenummer E8 bereikt is.
1 Druk op PRESET/TUNING (EDIT) om de dubbele punt (:) te laten verdwijnen en druk dan op PRESET/TUNING | om te zoeken in lagere frequenties.
Geheugen back-up
De geheugen back-up schakeling voorkomt dat de opgeslagen gegevens verloren gaan wanneer het toestel uit (standby) staat, wanneer de stekker uit het stopcontact is, of wanneer de stroomvoorziening tijdelijk wordt onderbroken door een stroomstoring. Wanneer echter de stroomvoorziening langer dan een week onderbroken wordt, zullen de voorkeuzezenders gewist worden. In een dergelijk geval zult u de zenders opnieuw op één van de aangegeven manieren moeten opslaan.
■ Zenders handmatig voorprogrammeren
U kunt ook met de hand maximaal 40 zenders (8 zenders in 5 groepen, A1 t/m E8) voorprogrammeren.

1 Stem af op een zender.
Zie bladzijde 38 voor aanwijzingen over hoe u moet afstemmen op een zender.

Wanneer er is afgestemd op een zender zal de bijbehorende frequentie op het display getoond worden.
2 Druk op MEMORY (MAN'L/AUTO FM).
De MEMORY indicator knippert ongeveer 5 seconden lang.

flowchart
graph LR
A["MAN"] --> B["Memory"]
C["Knippert"] --> D["Memory"]
3 Druk, terwijl de MEMORY indicator knippert, net zo vaak op A/B/C/D/E (NEXT) tot u de gewenste voorkeuzegroep (A t/m E) heeft geselecteerd.
De letter van de gekozen groep zal nu verschijnen. Controleer of de dubbele punt (:) inderdaad verschijnt op het display.

4 Druk op PRESET/TUNING I /h om het gewenste voorkeuzenummer (1 t/m 8) te selecteren terwijl de MEMORY indicator nog aan het knipperen is.
Druk op h om een hoger voorkeuzenummer te selecteren.
Druk op I om een lager voorkeuzenummer te selecteren.

5 Druk op MEMORY (MAN'L/AUTO FM) op het voorpaneel terwijl de MEMORY indicator nog aan het knipperen is.
De radioband en de
frequentie voor deze zender
verschijnen op het display,
samen met de door u
geselecteerde
voorkeuzegroep en het
voorkeuzenummer.


6 Herhaal de stappen 1 t/m 5 om andere zenders op te slaan.
Opmerkingen
- Zendergegevens die reeds zijn opgeslagen onder een bepaald nummer zullen worden gewist wanneer u een andere zender onder dat voorkeuzenummer opslaat.
- De soort ontvangst (stereo of mono) wordt samen met de frequentie van de zender opgeslagen.
Selecteren van voorkeuzezenders
U kunt op de gewenste zender afstemmen door eenvoudigweg het voorkeuzenummer waaronder die zender is opgeslagen te selecteren.

y
Wanneer u deze handeling uitvoert met de afstandsbediening, moet u eerst op TUNER drukken om de afstandsbediening in de tunerfunctie te zetten.
1 Druk op A/B/C/D/E (NEXT) (of A/B/C/D/E i op de afstandsbediening) om de gewenste voorkeuzegroep te selecteren.
De letter van de voorkeuzegroep verschijnt op het display op het voorpaneel en verandert met elke druk op de toets.

2 Druk op PRESET/TUNING I / h (of PRESET/CH u / d op de afstandsbediening) om het voorkeuzenummer (1 t/m 8) te selecteren.
De voorkeuzegroep en het voorkeuzenummer verschijnen op het display op het voorpaneel, samen met de radioband en de frequentie, en de TUNED indicator zal oplichten.

flowchart
graph TD
A["Voorpaneel"] --> B["afstandsbediening"]
B --> C["VDR/VCR2 VCR1 V-ALIX DTI/CBL DVD MD/CD-R TUNED CDTUNER"]
C --> D["E1: FM 87.50MHz"]
Omwisselen van voorkeuzezenders
U kunt twee voorkeuzezenders van plaats laten wisselen. In het voorbeeld hieronder ziet u hoe u voorkeuzezender "E1" van plaats kunt laten wisselen met voorkeuzezender "A5".

1 Selecteer voorkeuzezender "E1".
Zie "Selecteren van voorkeuzezenders".
2 Houd PRESET/TUNING (EDIT) tenminste 3 seconden ingedrukt.
De "E1" en MEMORY indicators zullen gaan knipperen op het display op het voorpaneel.

3 Selecteer voorkeuzezender "A5" met A/B/C/D/E en PRESET/TUNING I / h.
De "A5" en MEMORY indicators zullen gaan knipperen op het display op het voorpaneel.

flowchart
graph TD
A["A/B/C/D/E"] --> B["PRET/TUNING"]
B --> C["CDTUNER"]
D["NEXT"] --> B
E["LEVEL"] --> B
F["DVR/CCR2"] --> G["VCR1"] --> H["V-AUX"] --> I["DTV/CBL"] --> J["DVD"] --> K["MD/CD-R"] --> L["TUNES MEMORY"] --> M["CDTUNER"]
N["SP"] --> O["A5: FM 90.60MHz"] --> O
4 Druk nog eens op PRESET/TUNING (EDIT).
De zenders onder de twee voorkeuzenummers worden nu omgewisseld.

flowchart
graph TD
A["PRESET/TUNING"] --> B["EDIT"]
B --> C["DVI/VCR2"]
C --> D["VCR1"]
D --> E["V-AUX"]
E --> F["BTV/CBL"]
F --> G["DVD"]
G --> H["MD/CD-R"]
H --> I["TUNER"]
I --> J["CDTUNER"]
K["EDIT"] --> L["E1-HS"]
Ontvangen van Radio Data Systeem zenders
Radio Data Systeem is een systeem voor gegevensoverdracht dat door FM zenders in een groot aantal landen worden gebruikt. De Radio Data Systeem functies worden verzorgd door zenders in een netwerk. Dit toestel is geschikt voor verschillende soorten Radio Data Systeem gegevens, zoals PS (Programma Service naam), PTY (Programmatype), RT (Radio Tekst), CT (Klok-tijd), EON (Enhanced Other Networks; Verbeterde service andere netwerken) wanneer er wordt afgestemd op Radio Data Systeem zenders.
■ PS (Programma Service naam) functie
De naam van de Radio Data Systeem zender waarop is afgestemd zal worden getoond.
■ PTY (Programmatype) functie
Radio Data Systeem zenders maken onderscheid tussen 15 soorten programma's.
| NEWS | Nieuws |
| AFFAIRS | Actualiteiten |
| INFO | Algemene informatie |
| SPORT | Sport |
| EDUCATE | Educatief |
| DRAMA | Theater |
| CULTURE | Cultuur |
| SCIENCE | Wetenschap |
| VARIED | Licht amusement |
| POP M | Pop |
| ROCK M | Rock |
| M.O.R. M | Middle-of-the-road muziek (easy-listening) |
| LIGHT M | Licht klassiek |
| CLASSICS | Klassiek |
| OTHER M | Overige muziek |
■ RT (Radio Tekst) functie
Informatie over het programma (de titel van het muziekstuk, naam van de artiest enz.) op de Radio Data Systeem zender waar u op afgestemd heeft kan tot maximaal 64 alfanumerieke tekens, inclusief het trema, op het display worden getoond. Als er andere tekens worden gebruikt voor de RT gegevens, zullen deze worden aangegeven met een streepje (_).
■ CT (Klok Tijd) functie
De tijd op dit moment wordt getoond en elke minuut bijgewerkt. In het geval deze gegevens wegvallen, kan "CT WAIT" verschijnen.
■ EON (Enhanced Other Networks; Verbeterde service andere netwerken)
Zie "De EON functie" op bladzijde 46.
Overschakelen naar een bepaalde Radio Data Systeem functie
Er zijn vier manieren waarop de Radio Data Systeem gegevens getoond kunnen worden. De PS, PTY, RT en/of CT indicators die corresponderen met de Radio Data Systeem gegevens die door de huidige zender verzorgd worden zullen oplichten op het display op het voorpaneel.
1 Druk op TUNER op de afstandsbediening om dit toestel in de tunerfunctie (radio) te zetten.

2 Druk herhaaldelijk op FREQ/TEXT op de afstandsbediening om de diverse Radio Data Systeem gegevens te bekijken die worden verzorgd door de huidige zender.

flowchart
graph TD
A["AFstandsbediening"] --> B["PS"]
B --> C["PTY"]
C --> D["RT"]
D --> E["CT"]
E --> F["Frequentiedisplay"]
Opmerkingen
- Druk pas op FREQ/TEXT wanneer er een Radio Data Systeem indicator oplicht op het display op het voorpaneel. Er zal niets kunnen veranderen wanneer u eerder op de toets drukt. De reden hiervoor is dat het toestel dan nog niet alle relevante Radio Data Systeem gegevens heeft ontvangen van de zender.
- U kunt natuurlijk geen Radio Data Systeem gegevens selecteren die niet worden verzorgd door de zender in kwestie.
- Dit toestel kan geen gebruik maken van de Radio Data Systeem gegevens indien het ontvangen signaal te zwak is. Voor met name de RT functie is een grote hoeveelheid gegevens nodig, dus het kan gebeuren dat de RT functie niet beschikbaar is, terwijl andere Radio Data Systeem functies (PS, PTY enz.) wel naar behoren functioneren.
- Wanneer de ontvangst slecht is kunnen er mogelijk helemaal geen Radio Data Systeem gegevens worden ontvangen. Druk in een dergelijk geval op TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) zodat de AUTO indicator van het display verdwijnt. Alhoewel hierdoor op handmatig afstemmen wordt overgeschakeld, is het mogelijk dat er nu wel Radio Data Systeem gegevens verschijnen wanneer u overschakelt naar de Radio Data Systeem functie.
- Als de ontvangst gestoord wordt door externe omstandigheden terwijl u afgestemd heeft op een Radio Data Systeem zender, is het mogelijk dat de Radio Data Systeem gegevensoverdracht plotseling wordt onderbroken en dat de melding “...WAIT” op het display op het voorpaneel verschijnt.
De PTY SEEK functie
U kunt het door u gewenste programmatype kiezen en het toestel vervolgens automatisch alle voorgeprogrammeerde Radio Data Systeem zenders laten afzoeken naar een zender die een programma van dat type aan het uitzenden is.


y
Wanneer u deze handeling uitvoert met de afstandsbediening,
moet u eerst op TUNER drukken om de afstandsbediening in de
tunerfunctie te zetten.
1 Druk op PTY SEEK MODE op de afstandsbediening om dit toestel in de PTY SEEK functie te zetten.
Het type van het programma dat op dit moment wordt ontvangen, of "NEWS", gaat knipperen op het display op het voorpanel.
Om de PTY SEEK functie af te sluiten, dient u nog een keer op PTY SEEK MODE te drukken.

flowchart
graph LR
A["AFstandsbediening"] --> B["KNPPERT"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#bbf,stroke:#333
2 Druk op PRESET/TUNING I / h (of op PRESET/CH u / d op de afstandsbediening) om het gewenste programmatype te selecteren.
Het geselecteerde programmatype verschijnt op het display op het voorpaneel.

flowchart
graph TD
A["VOORpaneel of"] --> B["POP M"]
C["Afstandsbediening"] --> D["PRESET/CH"]
D --> E["ENTER"]
E --> F["A/B/C/D/E"]
F --> G["+"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#fcc,stroke:#333
3 Druk op PTY SEEK START op de afstandsbediening om alle voorgeprogrammeerde Radio Data Systeem zenders af te zoeken.
Het geselecteerde programmatype blijft knipperen op het display op het voorpaneel en de PTY HOLD indicator licht op terwijl er naar een geschikte zender gezocht wordt.
Druk nog eens op PTY SEEK START om het zoeken te annuleren.

flowchart
graph LR
A["MODE - PTY SEEK - START"] --> B["→"]
B --> C["PTY HOLD"]
C --> D["Licht op"]
- Het toestel stopt met zoeken zodra er een zender gevonden is die een programma van het geselecteerde type uitzendt.
- Als de gevonden zender niet naar uw wens is, kunt u nog eens op PTY SEEK START drukken. Het toestel gaat dan op zoek naar een andere zender die het gewenste programmatype uitzendt.
De EON functie
Deze functie maakt gebruik van de EON gegevens die worden uitgezonden door het Radio Data Systeem zendernetwerk. Als u een bepaald programmatype selecteert (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT), zal dit toestel automatisch alle voorgeprogrammeerde Radio Data Systeem zenders die een uitzending van het gewenste type in hun zendschema hebben opgenomen opzoeken en overschakelen naar de nieuwe zender wanneer de uitzending van het gewenste soort programma begint.

y
Wanneer u deze handeling uitvoert met de afstandsbediening, moet u eerst op TUNER drukken om de afstandsbediening in de tunerfunctie te zetten.
Opmerking
Deze functie kan alleen worden gebruikt wanneer u heeft afgestemd op een Radio Data Systeem zender die EON gegevens aanbiedt. Wanneer u heeft afgestemd op een dergelijke zender, zal de EON indicator op het display op het voorpaneel oplichten.
1 Controleer of de EON indicator inderdaad verschijnt op het display op het voorpaneel.
Als de EON indicator niet oplicht, dient u af te stemmen op een andere Radio Data Systeem zender waarbij de EON indicator wel gaat branden.
2 Druk herhaaldelijk op EON op de afstandsbediening om het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT) te selecteren.
Het geselecteerde programmatype verschijnt op het display op het voorpaneel.



Afstandsbediening
- Zodra een voorgeprogrammeerde Radio Data Systeem zender begint met de uitzending van een programma van het gewenste type, zal het toestel automatisch van het huidige programma daarnaar overschakelen. (De EON indicator knippert.)
- Wanneer de uitzending van het programma van het geselecteerde type afgelopen is, zal het toestel weer terugkeren naar de oorspronkelijke zender (of een ander programma op dezelfde zender).
■ Annuleren van deze functie
Druk net zo vaak op EON tot er geen programmatype meer op het display op het voorpaneel staat.
OPNEMEN
Opname-instellingen en andere handelingen dienen te worden verricht op de opname-apparatuur. Raadpleeg eventueel de handleidingen van de betreffende componenten.

1 Zet dit toestel en alle aangesloten componenten aan.
2 Selecteer de signaalbron waarvan u wilt opnemen.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
3 Start de weergave (of stem af op een zender) op de broncomponent.
4 Start de opname op de opnemende component.
y
Maak een test-opname voor u aan de echte opname begint.
Opmerkingen
- Wanneer dit toestel uit (standby) staat, kunt u niet opnemen tussen op dit toestel aangesloten componenten.
- De instellingen van TONE CONTROL, VOLUME, "SPEAKER LEVEL" (bladzijde 58) en eventuele geluidsveldprogramma's hebben geen invloed op de opnamen.
- Er kunnen geen opnamen gemaakt worden van een signaalbron via de MULTI CH INPUT aansluitingen van dit toestel.
- S-video- en composiet videosignalen worden gescheiden verwerkt door dit toestel. Daarom kunt u bij het opnemen of kopieren van videosignalen van een component die alleen is aangesloten op een S-video aansluiting (of alleen op een composiet video-aansluiting) alleen een S-videosignaal (of alleen een composiet videosignaal) opnemen met uw VCR.
- Digitale signalen die binnenkomen via de DIGITAL INPUT aansluitingen worden niet ten behoeve van uw opnamen gereproduceerd via de analoge AUDIO OUT (L/R) aansluitingen. Op dezelfde manier worden analoge signalen die binnenkomen via de AUDIO IN (L/R) aansluitingen niet gereproduceerd via de DIGITAL OUTPUT aansluiting. Als uw signaalbron alleen digitaal (of alleen analoog) is aangesloten, kunt u dus ook alleen maar digitale (of alleen analoge) signalen opnemen.
- Een bepaalde signaalbron wordt niet gereproduceerd via hetzelfde REC OUT kanaal. (Het ingangssignaal van VCR 1 IN wordt bijvoorbeeld niet gereproduceerd via VCR 1 OUT.)
- Controleer de regelingen met betrekking tot het auteursrecht in het gebied waar u zich bevindt voor u opnamen gaat maken van platen, CD's, radio enz. Opnemen van auteursrechtelijk beschermd materiaal kan inbreuk maken op de op het materiaal rustende rechten.
Als u videomateriaal weergeeft met gescramblede of gecodeerde signalen die moeten voorkomen dat het materiaal gekopieerd wordt, is het mogelijk dat deze signalen de weergave zelf storen.
■ Speciale overwegingen bij het opnemen van DTS materiaal
Het DTS signaal bestaat uit een digitale bitstroom. Als u probeert digitale opnamen te maken van de DTS bitstroom, zal er slechts ruis worden opgenomen. Als u dit toestel wilt gebruiken om DTS materiaal op te nemen, moet u een aantal dingen in gedachten houden en dient u de volgende instellingen te verrichten.
Voor DVD's en CD's met DTS gecodeerd materiaal en met een speler die geschikt is voor DTS weergave, dient u de handleiding van de speler te volgen en deze zo in te stellen dat de speler een analoog signaal produceert.
GELUIDSVELDPROGRAMMA BESCHRIJVINGEN
Dit toestel is uitgerust met diverse zeer preciese digitale decoders waarmee u kunt profiteren van multikanaals weergave van vrijwel elke geluidsbron (stereo of multikanaals). Dit toestel is tevens voorzien van een YAMAHA digitale geluidsveldprogramma (DSP) processor met een aantal geluidsveldprogramma's waarmee u uw luister-ervaring een extra dimensie kunt geven. De meeste van deze geluidsveldprogramma's zijn preciese digitale nabootsingen van de werkelijke akoestische omstandigheden in beroemde concertzalen, theaters en bioscopen.
y
De YAMAHA CINEMA DSP functies zijn geheel compatibel met alle Dolby Digital, DTS en Dolby Surround bronnen. Zet de ingangsfunctie op AUTO (zie bladzijde 36) zodat dit toestel automatisch kan overschakelen naar de juiste digitale decoder voor het binnenkomende ingangssignaal.
Opmerkingen
- De DSP geluidsveldprogramma's van dit toestel zijn natuurgetrouwe reproducties van echte akoestische omgevingen, samengesteld aan de hand van exacte metingen verricht in de betreffende ruimtes zelf. Op deze manier kunt u de variaties waarnemen in de weerkaatsingen van voren, achteren, links en rechts.
- Kies een geluidsveldprogramma op basis van uw smaak en voorkeuren, niet alleen op basis van de naam van het programma.
Voor film/video bronnen
U kunt kiezen uit de volgende geluidsvelden wanneer u film- of videomateriaal afspeelt. De met "MULTI" aangeduide geluidsvelden kunnen worden gebruikt met multikanaals signaalbronnen, zoals DVD, digitale TV enz. De met "2-CH" aangeduide kunnen worden gebruikt met 2-kanaals (stereo) bronnen zoals TV programma's, videobanden enz.
De manier waarop een programma geselecteerd kan worden hangt mede af van het type geluidsveldprogramma. Voor details omtrent het selecteren van geluidsveldprogramma's verwijzen we u naar "Selecteren van geluidsveldprogramma's" op de bladzijden 32 t/m 36.
| Toets afstandsbediening | Programma Kenmerken Bronnen | |
| 1 | STEREO:2ch St er eo | Brengt multikanaals materiaal terug tot 2 kanalen (links en rechts) of geeft 2-kanaals materiaal onveranderd weer. | MULTI 2-CH |
| 2 | MUSI C:POP/ ROCK | Dit programma produceert een enthousiaste atmosfeer en geeft u het gevoel alsof u echt bij een jazz of rock concert bent. |
| 3 | ENTERTAI NMENT:TV Sports | Alhoewel het aanwezigheidsveld relatief smal is, zorgt het surround geluidsveld voor de akoestiek van een grote concertzaal. Dit effect verbetert de geluidsweergave van allerlei TV programma's, zoals nieuws, amuscementsshows, muzick- en sportprogramma's. |
| ENTERTAI NMENT:Mono Movi e | Dit programma is bedocld voor de reproductie van mono vidcomateriaal (zoals oude films). Het programma produceert optimale natriillingen om het geluid ook alleen met het aanwezigheidsveld diepte te kunnen geven. |
| ENTERTAI NMENT:Game | Dit programma geeft de geluidsweergave bij videospelletjes een diepe en ruimtelijke dimensie. |
| 4 | MOVI E THEATER: Spect acl e | CINEMA DSP verwerking. Dit programma zorgt voor een zeer weids geluidsveld, zoals in een 70-mm bioscoop. Het oorspronkelijke geluid wordt zeer precies en gedetailleerd weergegeven, waardoor het geluidsveld en het beeld bijzonder echt lijken. Dit is ideaal voor Dolby Surround, Dolby Digital of DTS gecodeerd videomateriaal (vooral groots opgezette films). | MULTI 2-CH |
| MOVI E THEATER: Sci - Fi | CINEMA DSP verwerking. Dit programma zorgt voor duidelijke weergave van gesproken tekst en geluidseffecten in een vorm die opgang doet in science fiction films, zodat er een weidse cinematische ruimte wordt gecreëerd temidden van de koude stilte. U kunt zo beter genieten van science fiction films in een virtuele geluidsruimte met Dolby Surround, Dolby Digital en DTS gecodeerd materiaal dat gebruik maakt van de meest geavanceerde technieken. |
| MOVI E THEATER: Advent ur e | CINEMA DSP verwerking. Dit programma is ideaal voor een preciese reproductie van de nieuwste 70-mm films en films met multikanaals soundtracks. Het geluidsveld bootst dat van de nieuwste bioscopen na, zodat de natrillingen in het geluidsveld zelf zo veel mogelijk beperkt worden. |
| MOVI E THEATER: Gener al | CINEMA DSP verwerking. Dit programma is bedoeld voor de reproductie van 70-mm films en films met multikanaals soundtracks en wordt gekenmerkt door een zacht en weids gcluidsveld. |
| 5 | SUR. STANDARD | Standaard verwerking voor de geselecteerde decoder. |
| SUR. ENHANCED | Verbeterde verwerking voor de geselecteerde decoder. |
Voor muziekmateriaal
U kunt kiezen uit de volgende geluidsvelden bij weergave van muziek, zoals CD's, FM/AM uitzendingen, cassettes enz.
De manier waarop een programma geselecteerd kan worden hangt mede af van het type geluidsveldprogramma. Voor details omtrent het selecteren van geluidsveldprogramma's verwijzen we u naar "Selecteren van geluidsveldprogramma's" op de bladzijden 32 t/m 36.
| Toets afstandsbediening | Programma Kenmerken Bronnen | |
| 1 | STEREO:2ch St er eo | 2-kanaals (links en rechts) weergave. | 2-CH |
| STEREO:7ch St er eo | Wordt gebruikt om stereomateriaal weer te geven via alle luidsprekers (in stereo). Dit geeft een groter geluidsveld en is ideaal voor achtergrondmuziek bij feesten en partijen enz. |
| 2 | MUSI C:Hal I i n Vi enna | HiFi DSP verwerking. Een klassieke doosvormige concertzaal met ongeveer 1700 stoelen. De zuilen en ingewikkelde versieringen zorgen voor zeer complexe reflecties en voor een volle en rijke geluidsweergave. | MULTI2-CH |
| MUSI C:The Bt t m Li ne | HiFi DSP verwerking. Dit is het geluidsveld vlak voor het podium in “The Bottom Line”, de befaamde New Yorkse jazz club. Er is plaats voor 300 mensen links en rechts en het geluidsveld biedt een realistische en levendige weergave. |
| MUSI C:The Roxy Tht r | HiFi DSP verwerking. Het ideale programma voor levendige, dynamische rockmuziek. De gegevens voor dit programma werden opgenomen in de “hottest” rock club in LA. U bevindt zich virtueel in het midden links in de zaal. |
| 3 | ENTERTAI NMENT:Di sco | HiFi DSP verwerking. Dit programma bootst de akoestiek na van een wervelende disco in het hart van een grote stad. De geluidsweergave is krachtig en zeer geconcentreerd. Het wordt ook gekenmerkt door een grote energie en directheid. |
| 5 | SUR. STANDARD | Standaard verwerking voor de geselecteerde decoder. |
| SUR. ENHANCED | Verbeterde verwerking voor de geselecteerde decoder. |
GEAVANCEERDE BEDIENING
Selecteren van de OSD (in-beeld display) weergavefunctie
U kunt de bedieningsinformatie van dit toestel op een beeldscherm laten weergeven. Als u de SET MENU en geluidsveldprogramma instellingen op een beeldscherm laat weergeven, zijn de beschikbare mogelijkheden en parameters veel makkelijker af te lezen dan op het display op het voorpaneel.
1 Zet het beeldscherm dat is aangesloten op dit toestel aan.
2 Druk herhaaldelijk op ON SCREEN om de OSD weergavefunctie te veranderen.
De instelling van de OSD
weergavefunctie verandert als
volgt: volledige weergave, verkorte
weergave en uit.

Volledige weergave
Laat altijd zowel de geluidsveldprogramma parameter instellingen zien als de inhoud van het display op het voorpaneel.
Verkorte weergave
Laat eventjes beneden aan het scherm de inhoud van het display op het voorpaneel zien telkens wanneer het toestel bediend wordt.
Display uit
Alleen handelingen met ON SCREEN worden getoond. Het OSD (in-beeld display) wordt in ieder geval weergegeven wanneer u SET MENU of de testtoonfunctie gebruikt, ook al staat OSD op "Display uit".

Volledige weergave

Verkorte weergave
Opmerkingen
- Het OSD signaal wordt niet gereproduceerd via de REC OUT aansluiting en zal niet worden opgenomen.
- U kunt het OSD aan (grijze achtergrond) of uit zetten wanneer er geen videobron wordt weergegeven (of wanneer de broncomponent is uitgeschakeld) via "DISPLAY SET" (zie bladzijde 63).
- Bij component videosignalen zal de “verkorte weergave” niet worden gereproduceerd via de COMPONENT VIDEO MONITOR OUT aansluitingen. Om het in-beeld display (OSD) weer te geven bij een component video-ingangssignaal, dient u de OSD weergavefunctie in te stellen op “Volledige weergave” en GRAY BACK onder DISPLAY SET (zie bladzijde 63) op AUTO.
Gebruiken van de slaaptimer
Met deze functie kunt het toestel zichzelf uit (standby) laten schakelen na een door u bepaalde tijd. Deze slaaptimer is bijvoorbeeld handig wanneer u gaat slapen terwijl uw installatie nog aan het spelen of opnemen is. De slaaptimer schakelt ook automatisch de op de AC OUTLET(S) netstroomaansluitingen aangesloten externe apparatuur uit.
■ Instellen van de slaaptimer

1 Selecteer de gewenste signaalbron en start de weergave op de broncomponent.
2 Druk herhaaldelijk op SLEEP om de gewenste tijd in te stellen.

Met elke druk op SLEEP zal het display op het voorpaneel als volgt veranderen. De SLEEP indicator knippert terwijl u de tijd voor de slaaptimer aan het instellen bent.

De SLEEP indicator zal oplichten op het display op het voorpaneel en het display keert terug naar het geselecteerde geluidsveldprogramma.

■ Annuleren van de slaaptimer
Druk net zo vaak op SLEEP tot "SLEEP OFF" op het display op het voorpaneel verschijnt.
Na een paar seconden zal "SLEEP OFF" verdwijnen en de SLEEP indicator uit gaan.


SLEEP OFF
y
U kunt de slaaptimer ook annuleren door met STANDBY op de afstandsbediening (of STANDBY/ON op het voorpanel) het toestel uit (standby) te zetten.
Handmatig instellen van de luidsprekersniveaus
U kunt het uitgangsniveau van de luidsprekers instellen terwijl u naar muziek aan het luisteren bent. Dit is ook mogelijk wanneer u een signaal dat via de MULTI CH INPUT aansluitingen binnenkomt afspeelt.
Vergeet niet dat hierdoor de instellingen gemaakt via de "AUTO SETUP" (bladzijde 24) en "SPEAKER LEVEL" (bladzijde 58) zullen worden vervangen.

1 Druk op AMP.
2 Druk net zo vaak op LEVEL tot u de luidspreker geselecteerd heeft die u wilt instellen.
FRONT L Linker voor-luidsprekerniveau
CENTER Midden-luidsprekerniveau
FRONT R Rechter voor-luidsprekerniveau
SUR. R Rechter surround-luidsprekerniveau
SUR. L Linker surround-luidsprekerniveau
SUR. B. R Rechter surround achter-luidsprekerniveau
SUR. B. L Linker surround achter-luidsprekerniveau
SWFR Subwooferniveau
PRES. L Linker aanwezigheidsluidspreker-niveau
PRES. R Rechter aanwezigheidsluidspreker-niveau
y
Wanneer u op LEVEL heeft gedrukt, kunt u de gewenste luidspreker ook selecteren met u /d.
3 Druk op j / i om het uitgangsniveau (volume) van de luidspreker te regelen.
Het instelbereik loopt van +10 dB t/m -10 dB.
4 Druk op ENTER wanneer u klaar bent met instellen.
y
De handeling kan ook worden uitgevoerd met de bedieningsorganen op het voorpaneel. Druk net zo vaak op NEXT tot u de gewenste luidspreker geselecteerd heeft en druk vervolgens op LEVEL -/+ om het uitgangsniveau (volume) daarvan in te stellen.
Met behulp van het SET MENU (instelmenu) kunt u allerlei systeeminstellingen wijzigen en kunt u de manier waarop het toestel werkt aanpassen aan uw voorkeuren. Verander de begininstellingen (hieronder vet gedrukt aangeduid) op basis van uw specifieke systeem en uw voorkuren.
■ AUTO SETUP
Hiermee kunt u opgeven welke luidspreker-instellingen de automatische setup zal verrichten en kunt u de automatische setup in werking stellen (zie bladzijde 24).
■ MANUAL SETUP
Hiermee kunt u met de hand de luidspreker- en systeeminstellingen wijzigen.
Hiermee kunt u met de hand alle luidspreker-instellingen wijzigen, de kwaliteit en de toonkleur van de weergave van uw systeem aanpassen of compenseren voor eventueel vertraagde videoweergave bij gebruik van LCD monitoren of projectoren.
y
De meeste instellingen in het SOUND MENU worden automatisch uitgevoerd wanneer u de automatische setup (zie bladzijde 24) doet. U kunt het SOUND MENU gebruiken voor verdere instellingen, maar we raden u aan om toch eerst de automatische setup te doen.
| Onderdeel Kenmerken Bladzijde | |
| A) SPEAKER SET | Selecteren van de afmetingen van de luidsprekers, de luidsprekers voor weergave van lage tonen en de crossover frequentie. | 56 |
| B) SPEAKER LEVEL | Instellen van het uitgangsniveau van elke luidspreker. | 58 |
| C) SP DI STANCE | Instellen van de vertraging voor elke luidspreker. | 59 |
| D) EQUALI ZER | Instellen van de klankkleur (toon) van de midden-luidspreker. | 59 |
| E) LFE LEVEL | Instellen van het uitgangsniveau van het LFE kanaal bij Dolby Digital of DTS signalen. | 60 |
| F) DYNAMI C RANGE | Instellen van het dynamisch bereik bij Dolby Digital of DTS signalen. | 60 |
| G) AUDI O SET | Aanpassen van de volume-afname bij de MUTE functie, de audiovertraging en de instelling voor het passeren van de toonregeling. | 60 |
Via dit menu kunt u digitale in-/uitgangen opnieuw toewijzen, de ingangsfunctie selecteren en uw signaalbronnen nieuwe namen geven.
| Onderdeel Kenmerken Bladzijde | |
| A) I / O ASSI GNMENT | Toewijzen van aansluitingen aan de daarmee verbonden componenten. | 61 |
| B) INPUT MODE | Selecteren van de begininstelling van de ingangsfunctie voor de signaalbron. | 62 |
| C) INPUT RENAME | Hiermee kunt u een signaalbron een andere naam geven. | 62 |
| D) VOLUME TRI M | Instellen van het uitgangsniveau van elke aansluiting. | 62 |
Wijzigen van de optionele systeeminstellingen.
| Onderdeel Kenmerken Bladzijde | |
| A) DI SPLAY SET | Instellen van de helderheid van het display en het omzetten van videosignalen. | 63 |
| B) MEMORY GUARD | Vergrendelen van instellingen voor de geluidsveldprogramma's en andere SET MENU instellingen. | 63 |
| C) PARAM. I NI | Initialiseren van de instellingen voor een groep geluidsveldprogramma's. | 64 |
| D) MULTI ZONE SET | Specificeert de locatie van de luidsprekers die zijn verbonden met de SPEAKERS B aansluitingen, of hoe de ZONE 2 luidsprekers versterkt worden. | 64 |
■ SIGNAL INFO
Hiermee kunt u informatie over het audiosignaal controleren (zie bladzijde 37).
Gebruik de afstandsbediening om de menu's te openen en de instellingen te verrichten.

y
- U kunt SET MENU instellingen wijzigen terwijl het toestel aan het weergeven is.
- Als u op een geluidsveldtoets drukt terwijl u bezig bent in het SET MENU, zal het SET MENU worden geannuleerd.
Opmerking
Sommige SET MENU instellingen kunnen niet worden gewijzigd terwijl het toestel in de Cinema of Music nacht-luisterfunctie staat.
1 Druk op AMP.


3 Druk op u /d en selecteer MANUAL SETUP.

flowchart
graph TD
A["PRESET/CH"] --> B["ENTER"]
B --> C["A/B/C/D/E"]
C --> D["+"]
D --> E["SET MENU"]
E --> F["AUTO SETUP"]
E --> G["MANUAL SETUP"]
E --> H["SIGNAL INFO."]
E --> I["[▲"]/[▼]↑Up/Down]
E --> J["[ENTER"]↑Enter]
4 Druk op ENTER om de MANUAL SETUP te openen.
1 SOUND MENU zal op het display op het voorpaneel verschijnen.

flowchart
graph TD
A["PRESET/CH"] --> B["<"]
B --> C["ENTER"]
C --> D[">"]
D --> E["A/B/C/D/E"]
E --> F["+"]
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- 99.
1 SOUND MENU
2 INPUT MENU
3 OPTION MENU
[▲]/[▼] = Up/Down

flowchart
graph TD
A["Input"] --> B["ENTER"]
B --> C["PRESET/CH"]
C --> D["Output"]
B --> E["A/B/C/D/E"]
E --> F["Feedback Loop"]
1 SOUND MENU 1/2

- Herhaal deze handeling om de diverse instellingen te selecteren en te wijzigen.
- Druk op RETURN om terug te keren naar het vorige menu.

Geheugen back-up
De geheugen back-up schakeling voorkomt dat de opgeslagen gegevens verloren gaan wanneer het toestel uit (standby) staat. Wanneer echter de stekker uit het stopcontact gehaald wordt of de stroomvoorziening om een andere reden langer dan een week onderbroken wordt, zullen de opgeslagen gegevens verloren gaan. In een dergelijk geval dient u de instellingen opnieuw te maken.
Via dit menu kunt u met de hand luidspreker-instellingen wijzigen of compenseren voor vertraging in de videoweergave bij gebruik van LCD schermen of projectoren. De meeste instellingen in het SOUND MENU worden automatisch uitgevoerd wanneer u de automatische setup (zie bladzijde 24) doet.
- 2023年1月1日

■ Luidspreker-instellingen A) SPEAKER SET
Via dit menu kunt u met de hand de luidspreker-instellingen wijzigen.
y
Als u niet tevreden bent met de door uw luidsprekers geproduceerde lage tonen, kunt u deze instellingen aanpassen aan uw voorkeuren.
Voor-luidsprekers FRONT SP
Keuzes: LARGE, SMALL

- Selecteer SMALL als u kleine voor-luidsprekers heeft. Het toestel zal nu de lage tonen uit het voorkanaal naar de luidsprekers sturen die u heeft geselecteerd met "LFE/BASS OUT".
- Selecteer LARGE als u grote voor-luidsprekers heeft. Het toestel zal zo het hele toonbereik van de linker en rechter voorkanalen naar de linker en rechter voor-luidsprekers sturen.
Midden-luidspreker CENTER SP
Keuzes: LRG, SML, NONE

- Selecteer LRG als u een grote midden-luidspreker heeft. Het toestel zal zo het hele toonbereik van het middenkanaal naar de midden-luidspreker sturen.
- Selecteer SML als u een kleine midden-luidspreker heeft. Het toestel zal nu de lage tonen uit het middenkanaal naar de luidsprekers sturen die u heeft geselecteerd met “LFE/BASS OUT”.
- Selecteer NONE als u geen midden-luidspreker heeft. Het toestel zal in dat geval alle signalen voor de midden-luidspreker naar de linker en rechter voor-luidsprekers sturen.
Linker/rechter surround-luidsprekers
SUR. L/R SP
Keuzes: LRG, SML, NONE

- Selecteer LRG als u grote linker en rechter surround-luidsprekers heeft. Het hele toonbereik van het surroundkanaal zal naar de linker en rechter surround-luidsprekers worden gestuurd.
- Selecteer SML als u kleine linker en rechter surround-luidsprekers heeft. Het toestel zal nu de lage tonen uit het surroundkanaal naar de luidsprekers sturen die u heeft geselecteerd met "LFE/BASS OUT".
- Selecteer NONE als u geen surround-luidsprekers heeft. Hierdoor wordt het toestel in de Virtual CINEMA DSP stand gezet (zie bladzijde 36) en zal de surround achter-luidspreker (SUR. B L/R SP) automatisch op NONE worden ingesteld.
Surround achter-luidsprekers SUR. B L/R SP
Keuzes: LRGx2, LRGx1, SMLx2, SMLx1, NONE

- Selecteer LRGx1 als u één grote surround achter-luidspreker heeft. Het toestel zal zo het hele toonbereik van het surround achterkanaal naar de linker surround achter-luidspreker sturen.
- Selecteer LRGx2 als u 2 grote surround achter-luidsprekers heeft. Het toestel zal zo het hele toonbereik van het surround achterkanaal naar de surround achter-luidsprekers sturen.
- Selecteer SMLx2 als u 2 kleine surround achter-luidsprekers heeft. Het toestel zal nu de lage tonen uit de surround achterkanalen naar de luidsprekers sturen die u heeft geselecteerd met "LFE/BASS OUT".
- Selecteer SMLx1 als u één kleine surround achterluidspreker heeft. Het toestel zal nu de lage tonen uit het surround-achterkanaal naar de luidsprekers sturen die u heeft geselecteerd met "LFE/BASS OUT" en de rest van het signaal zal naar de linker surround achterluidspreker worden gestuurd.
- Selecteer NONE als u geen surround achter-luidspreker heeft. Het toestel zal in dat geval alle signalen voor het surround achterkanaal naar de linker en rechter surround-luidsprekers sturen.
Opmerking
Als u SMLx1 of LRGx1 selecteert, dient u de luidspreker aan te sluiten op de linker SURROUND BACK luidsprekeraansluitingen.
Aanwezigheidsluidsprekers PRESENCE SP
Keuzes: YES, NONE

- Selecteer YES als u aanwezigheidsluidsprekers heeft.
- Selecteer NONE als u geen aanwezigheidsluidsprekers heeft.
y
Wanneer YES wordt geselecteerd, zal het toestel automatisch de parameter voor het omhoog brengen van de dialoog instellen. Om dit handmatig in te stellen, zie bladzijde 79.
Lage tonen weergave LFE/ BASS OUT
De lage tonen (bass) kunnen naar de subwoofer en/of de linker en rechter voor-luidsprekers worden gestuurd als dat beter overeenkomt met de karakteristieken van uw systeem. Deze instelling bepaalt ook waar het LFE (Lage Frequentie Effecten) kanaal in Dolby Digital en DTS signalen naartoe wordt gestuurd.
- Selecteer SWFR als u een subwoofer aangesloten heeft. Het LFE kanaal en de lage tonen uit andere kanalen worden nu in overeenstemming met de luidspreker-instellingen naar de subwoofer gestuurd.
- Selecteer FRNT als u geen subwoofer gebruikt. Het LFE kanaal en de lage tonen uit andere kanalen worden nu in overeenstemming met de luidspreker-instellingen naar de voor-luidsprekers gestuurd (ook al had u oorspronkelijk de voor-luidsprekers op SML ingesteld).
- Selecteer BOTH als u een subwoofer heeft aangesloten en u de lage tonen voor beide voorkanalen zowel via de voor-luidsprekers als via de subwoofer wilt laten weergeven. Het LFE kanaal en de lage tonen uit andere kanalen worden ook naar de subwoofer gestuurd in overeenstemming met de luidspreker-instellingen. Gebruik deze functie om lage tonen te benadrukken met behulp van de subwoofer bij weergave van bijvoorbeeld CD's.
Crossover frequentie CROSS OVER
Met deze functie kunt u de crossover (afsnij) frequentie instellen voor alle lage tonen. Alle frequenties beneden de ingestelde frequentie zullen naar de subwoofer worden gedirigeerd.
Keuzes: 40Hz, 60Hz, 80Hz, 90Hz, 100Hz, 110Hz, 120Hz, 160Hz, 200Hz

Subwooferfase SUBWOOFER PHASE
Als de lage tonen niet of onduidelijk worden weergegeven, kunt u hiermee de frequentie-fase van uw subwoofer omschakelen.
Keuzes: NORMAL, REVERSE

- Selecteer NORMAL als u de fase voor uw subwoofer niet wilt omkeren.
- Selecteer REVERSE om de fase voor uw subwoofer om te keren.
Aanwezigheids-/surround achterkanaal voorkeur PRI ORI TY
U kunt ervoor kiezen de voorkeur te geven aan hetzij uw surround achter-luidsprekers, hetzij uw aanwezigheidsluidsprekers bij het afspelen van materiaal met signalen voor een surround achterkanaal met de CINEMA DSP geluidsveldprogramma's.
Keuzes: PRch, SBch

- Selecteer PRch als u uw aanwezigheidsluidsprekers wilt gebruiken, ook wanneer er wel een surround achterkanaal binnenkomt. De signalen voor het surround achterkanaal zullen worden weergegeven via de surround-luidsprekers.
- Selecteer SBch als u uw surround achter-luidsprekers wilt gebruiken wanneer er een surround achterkanaal wordt gedetecteerd door een CINEMA DSP programma. Eventuele signalen voor een aanwezigheidskanaal zullen worden weergegeven via de voor-luidsprekers.
■ Luidsprekerniveau B) SPEAKER LEVEL
Deze mogelijkheid stelt u in staat met de hand de balans te bepalen tussen het volume (luidsprekerniveau) van de linker voor- of linker surround-luidspreker en elk van de bij SPEAKER SET (bladzijde 56) geselecteerde luidsprekers.
Keuzes: -10,0 dB t/m +10,0 dB
Begininstelling: 0 dB

- FL instellen van de balans voor de linker voor-luidspreker.
- FR instellen van de balans voor de rechter voor-luidspreker.
- C instellen van de balans voor de midden-luidspreker.
- SL instellen van de balans voor de linker surround-luidspreker.
- SR instellen van de balans voor de rechter surround-luidspreker.
- SBL * instellen van de balans voor de linker surround achter-luidspreker.
- SBR * instellen van de balans voor de rechter surround achter-luidspreker.
- SWFR instellen van de balans voor de subwoofer.
- PL instellen van de balans voor de linker aanwezigheidsluidspreker.
- PR instellen van de balans voor de rechter aanwezigheidsluidspreker.
* In plaats van SBL en SBR, zal SB verschijnen als u slechts een enkele surround achter-luidspreker heeft geselecteerd bij SUR. B L/R SP (bladzijde 57).
■ Luidsprekerafstand C) SP DI STANCE
Met deze functie kunt u met de hand de afstand van elke luidspreker tot de luisterplek invoeren en zo de vertraging voor het bijbehorende kanaal instellen. In het ideale geval zouden alle luidsprekers op dezelfde afstand van de luisterplek moeten staan. Maar in de meeste gevallen is dat praktisch gezien niet mogelijk. Daarom moet de weergave van luidsprekers die eigenlijk te dichtbij staan heel eventjes vertraagd worden, zodat het geluid van alle luidsprekers op hetzelfde moment op de luisterplek arriveert.

- Selecteer meters om de afstanden van de luidsprekers in meters in te kunnen voeren.
- Selecteer feet om de afstanden van de luidsprekers in voeten (feet) in te kunnen voeren.
Luidsprekerafstanden
Keuzes: 0,3 tot 24,0 m
- FRONT L instellen van de afstand van de linker voorluidspreker. Begininstelling: 3,0 m
- FRONT R instellen van de afstand van de rechter voor-luidspreker. Begininstelling: 3,0 m
- CENTER instellen van de afstand van de midden-luidspreker. Begininstelling: 3,0 m)
- SUR. L instellen van de afstand van de linker surround-luidspreker. Begininstelling: 3,0 m
- SUR. R instellen van de afstand van de rechter surround-luidspreker. Begininstelling: 3,0 m
- SB L * instellen van de afstand van de linker surround achter-luidspreker. Begininstelling: 2,10 m
- SB R * instellen van de afstand van de rechter surround achter-luidspreker. Begininstelling: 2,10 m
- SWFR instellen van de afstand van de subwoofer. Begininstelling: 3,0 m
- PRES L instellen van de afstand van de linker aanwezigheidsluidspreker. Begininstelling: 3,0 m
- PRES R instellen van de afstand van de rechter aanwezigheidsluidspreker. Begininstelling: 3,0 m
* In plaats van SB L en SB R, zal SUR. B verschijnen als u slechts een enkele surround achter-luidspreker heeft geselecteerd bij SUR. B L/R SP (bladzijde 57).
■ Grafische equalizer voor het middenkanaal D) EQUALI ZER
Gebruik deze functie om de parametrische (AUTO PEQ) of graphische equalizer (CNTR GEQ) te selecteren.
Equalizer EQ TYPE SELECT
Hiermee kunt u het type equalizer dat dit toestel gebruikt veranderen.
Keuzes: AUTO PEQ, CNTR GEQ, EQ OFF
- Selecteer AUTO PEQ om de equalizer die is ingesteld bij de automatische setup te gebruiken.
- Selecteer CNTR GEQ om de ingebouwde 5-banden graphische equalizer zo in te stellen dat de toonkleur van de midden-luidspreker overeenkomt met die van de linker en rechter voor-luidsprekers.
- Selecteer EQ OFF om de equalizer uit te schakelen.
Grafische equalizer voor het middenkanaal
CENTER GEQ
Wanneer u CNTR GEQ heeft geselecteerd, kunt u met deze functie een testtoon laten weergeven en de toonkleur zo instellen dat deze overeenkomt met die van de linker voor-luidspreker.
U kunt 5 frequentiebanden apart instellen:
100Hz, 300Hz, 1kHz, 3kHz, 10kHz
Keuzes: -6 t/m +6 dB
Begininstelling: 0 dB
![D)EQUALIZER → TEST → OFF ON 100Hz ———————— 0dB 300Hz ———————— 0dB 1kHz ———————— 0dB 3kHz ———————— 0dB 16kHz ———————— 0dB [▲]/[▼] Up/Down [<]/[>]=Adjust](/content/2026/02/379055/images/7a85339f3f569e6ccebb89a5336e3421b4777d28d20beecd3df89e17d1730662.jpg)
- Selecteer ON om de linker voor- en de midden-luidspreker een testtoon te laten produceren en stel aan de hand daarvan de toonkwaliteit van de midden-luidspreker in.
- Selecteer OFF om de testtoon te stoppen en de op dit moment geselecteerde signaalbron weer te laten geven.
- Druk op u /d en selecteer de frequentieband.
- Druk op j / i om de geselecteerde frequentieband in te stellen.
■ Niveau Lage Frequentie Effecten
E) LFE LEVEL
Deze functie stelt u in staat het volume (uitgangsniveau) van het LFE (Lage Frequentie Effect) kanaal aan te passen aan uw subwoofer of hoofdtelefoon. Het LFE kanaal zorgt voor de weergave van speciale effecten met zeer lage tonen bij bepaalde passages. Deze instelling treedt alleen in werking bij weergave wanneer dit toestel Dolby Digital of DTS signalen decodeert.
Keuzes: -20 t/m 0 dB

Kies deze mogelijkheid om het LFE niveau bij weergave via uw luidsprekers in te stellen.
Hoofdtelefoon HEADPHONE
Kies deze mogelijkheid om het LFE niveau bij weergave via uw hoofdtelefoon in te stellen.
Opmerking
Afhankelijk van de instellingen bij "LFE LEVEL" is het mogelijk dat sommige signalen niet via de SUBWOOFER OUTPUT aansluiting worden gercproduceerd.
■ Dynamisch bereik F) DYNAMI C RANGE
Via deze instelling kunt u instellen hoeveel het dynamisch bereik moet worden gecomprimeerd voor uw luidsprekers of uw hoofdtelefoon. Deze instelling treedt alleen in werking wanneer dit toestel Dolby Digital of DTS signalen decodeert.
Kies deze mogelijkheid om de compressie bij weergave via uw luidsprekers in te stellen.
Hoofdtelefoon HP
Kies deze mogelijkheid om de compressie bij weergave via uw hoofdtelefoon in te stellen.
- Selecteer MIN als u regelmatig bij een laag volume wilt luisteren.
- Selecteer STD voor algemeen gebruik.
- Selecteer MAX om het grootste dynamische bereik te behouden.
■ Audio instellingen G) AUDI O SET
Hiermee kunt algemene audio instellingen voor dit toestel wijzigen.
![G/AUDIO SET → MUTING TYPE:•FULL AUDIO DELAY:•0ms TONE BYPASS:•AUTO [4]/[7]•Up/Down [<1>/[1]:Select](/content/2026/02/379055/images/2fcb8373c8bda5332751a202467ee08a6e97eae0fd900ebc2f274e3af8094c04.jpg)
Tijdelijk uit of lager zetten van het geluid
MUTI NG TYPE
U kunt zelf bepalen hoeveel het volume verlaagd moet worden wanneer u deze functie gebruikt.
Keuzes: FULL, -20dB
- Selecteer FULL om de geluidsweergave helemaal te stoppen.
- Selecteer -20dB om het huidige volume met 20~dB te verlagen.
Audio vertraging AUDIO DELAY
U kunt de geluidsweergave vertragen zodat deze synchroon loopt met de videobeelden. Dit is soms nodig bij gebruik van bepaalde LCD monitors of projectoren.
Keuzes: 0 t/m 160 ms
Passeren toonregeling TONE BYPASS
U kunt de geluidssignalen de schakelingen voor de toonregeling helemaal laten negeren wanneer TREBLE en BASS op 0 dB zijn ingesteld (zie bladzijde 31).
Keuzes: AUTO, OFF
- Selecteer AUTO als u de schakelingen voor de toonregeling wilt laten negeren om een zo puur mogelijke weergave te verkrijgen.
- Selecteer OFF als u niet wilt dat de toonregeling helemaal genegeerd wordt.
Via dit menu kunt u digitale in-/uitgangen opnieuw toewijzen, de ingangsfunctie selecteren en uw signaalbronnen nieuwe namen geven.
![2 INPUT MENU ÷ A1/O ASSIGNMENT R:INPUT MODE R:INPUT RENAME DO:VOLUHE TRIM [▲]/[▼]:Up/Down [ENTER]:Enter](/content/2026/02/379055/images/7895c8b5508375fffdb10baa37713699318227fe181f4fd026b67272987ba6e2.jpg)
■ Toewijzen van in-/uitgangsaansluitingen
A) I / O ASSIGNMENT
U kunt de aansluitingen toewijzen aan andere componenten als de begininstellingen van dit toestel niet overeenkomen met uw voorkeuren. Wijzig de volgende instellingen om de respectievelijke aansluitingen toe te wijzen aan andere apparatuur en uiteindelijk meer componenten te kunnen aansluiten.
Wanneer de ingangsaansluitingen opnieuw zijn toegewezen, kunt u de daarbij behorende component selecteren als signaalbron met INPUT op het voorpaneel of met de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening.
Voor de COMPONENT VIDEO aansluitingen
A ( CMPNT- V I NPUT [ A]) en B (CMPNT- V I NPUT [ B] )
Voor OPTICAL OUTPUT aansluiting 1 (OPTI CAL OUT (1))
Keuzes: CD, MD/CD-R, DVD, DTV/CBL, V-AUX, VCR1, DVR/VCR2

2 (OPTICAL IN (2)), 3 (OPTICAL IN (3)) en
4 (OPTICAL IN (4))
Keuzes: (2) CD, MD/CD-R, DVD, DTV/CBL, VCR1, DVR/VCR2
(3) CD, MD/CD-R, DVD, DTV/CBL, VCR1, DVR/VCR2
(4) CD, MD/CD-R, DVD, DTV/CBL, VCR1, DVR/VCR2

5 (COAXI AL IN (5)) en 6 (COAXI AL IN (6))
Keuzes: (5) CD, MD/CD-R, DVD, DTV/CBL, V-AUX, VCR1, DVR/VCR2
(6) CD, MD/CD-R, DVD, DTV/CBL, V-AUX, VCR1, DVR/VCR2

- U kunt een bepaalde naam maar één keer gebruiken voor een bepaald soort aansluiting.
- Wanneer u een bepaalde component zowel met de COAXIAL als met de OPTICAL aansluiting verbindt, zal het via de COAXIAL aansluiting binnenkomende signaal voorrang krijgen.
Met deze instelling kunt u de ingangsfunctie bepalen voor signaalbronnen op de DIGITAL INPUT aansluitingen op het moment dat dit toestel wordt ingeschakeld (zie bladzijde 36 voor details omtrent de ingangsfunctie).
Keuzes: AUTO, LAST
B) INPUT MODE
AUTO LAST
[<]/[>]:Select
- Kies AUTO om het toestel automatisch het soort ingangssignaal te laten bepalen en de bijbehorende ingangsfunctie te laten instellen.
- Kies LAST om het toestel automatisch de ingangsfunctie in te laten schakelen die het laatst met de signaalbron in kwestie gebruikt is.
Opmerking
Ook als u LAST heeft ingesteld, kan de laatst gebruikte functie voor de EX/ES toets niet worden onthouden.
■ Signaalbronnen nieuwe namen geven
C) INPUT RENAME
Via deze functie kunt u de namen van de ingangsaansluitingen zoals getoond op het OSD en het display op het voorpaneel veranderen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
- 100
DVD -> DVD
[<]/[>]:Position
[△]/[▼]:Chara.
1 Druk op de ingangskeuzetoets om de signaalbron waarvan u de naam wilt veranderen te selecteren.
2 Druk op AMP.
3 Druk op j / i en verplaats de _ (onderstreping) naar het teken of de spatie die u wilt veranderen.
4 Druk op u /d, selecteer het gewenste teken en gebruik vervolgens j /i om naar de volgende tekenpositie te gaan.
- U kunt maximaal 8 tekens gebruiken voor elke signaalbron.
- Druk op d om de tekens als volgt te laten veranderen, of druk op u om deze reeks in omgekeerde volgorde te doorlopen:
A t/m Z, spatie, 0 t/m 9, spatie, a t/m z, spatie, symbolen (#, *, -, +, enz.).
5 Herhaal de stappen 1 t/m 4 als u de namen van andere signaalbronnen wilt veranderen.
6 Druk op SET MENU om af te sluiten wanneer u klaar bent.
■ Volume Trim D) VOLUME TRI M
Met deze functie kunt het niveau van de ingangssignalen voor elk van de ingangsaansluitingen op elkaar afstemmen. Dit komt van pas wanneer u wilt vermijden dat het volume plotseling verandert wanneer u overschakelt naar een andere signaalbron.
Keuzes: CD, MD/CD-R, TUNER, DVD, DTV/CBL, V-AUX, VCR1, DVR/VCR2
Wijzigen van de optionele systeeminstellingen.
![3 OPTION MENU + ADDISPLAY SET B:\MEMORY\ GUARD C:\PARAM.\ INT D\MULTI ZONE SET [+]//[+]Up/Down [ENTER]: Enter](/content/2026/02/379055/images/8506b3ba96319e26cd964093936111df74c75eac7710967a18847e901848312f.jpg)
■ Display instellingen A) DI SPLAY SET

Hiermee kunt u de helderheid van het display op het voorpaneel instellen.
Keuzes: -4 t/m 0
Video conversie VI DEO CONV.
Gebruik deze functie om de omzetting van composiet (VIDEO) signalen naar zowel S-videosignalen als component signalen aan/uit te zetten. Dit stelt u in staat om omgezette videosignalen te produceren via de S VIDEO of COMPONENT VIDEO aansluitingen wanneer er geen S-video- of component signalen worden ontvangen. Deze functie converteert ook S-videosignalen naar component signalen wanneer er geen component signalen binnenkomen.
Keuzes: ON, OFF
- Selecteer OFF wanneer u niet wilt dat er signalen worden omgezet (behalve S-video naar composiet).
- Selecteer ON om composiet signalen om te laten zetten naar S-video en component signalen en S-video-signalen naar component signalen.
- Ongeacht de gekozen instelling zullen S-videosignalen altijd worden omgezet naar composiet videosignalen.
Opmerkingen
- De geconverteerde videosignalen worden alleen gereproduceerd via de MONITOR OUT aansluitingen. Bij het maken van opnamen moet u tussen de diverse componenten telkens gebruik maken van dezelfde soorten aansluitingen (bijv. S-video).
- Wanneer composiet video- of S-videosignalen van een videorecorder worden omgezet naar component signalen, kan de beeldkwaliteit achteruitgaan, afhankelijk van uw videorecorder.
OSD vershuiven OSD SHI FT
Hiermee kunt u de verticale positie van het OSD (in-beeld display) instellen.
Keuzes: +5 (naar beneden) t/m -5 (naar boven)
- Druk op + om het OSD (in-beeld display) lager op het scherm weer te geven.
- Druk op – om het OSD (in-beeld display) hoger op het scherm weer te geven.
Grijze achtergrond GRAY BACK
Als u AUTO kiest voor de in-beeld display instellingen, zal er een grijze achtergrond getoond worden wanneer er geen videosignaal binnenkomt. Er zal niets worden getoond als u OFF selectcert.
Keuzes: AUTO, OFF
Opmerkingen
- Wanneer er uitsluitend component videosignalen worden ontvangen, zal het OSD niet worden weergegeven indien GRAY BACK op OFF is ingesteld. Om het in-bceld display (OSD) weer te laten geven bij een component video ingangssignaal, dient u GRAY BACK op AUTO te zetten terwijl de OSD functie (zie bladzijde 51) is ingesteld op "Volledige weergave".
- Wanneer er geen videosignalen binnenkomen, dient u GRAY BACK op AUTO te zetten om het in-beeld display (OSD) weer te laten geven.
Component OSD CMPNT OSD
Gebruik deze functie om weergave van het OSD (in-beeld display) via de COMPONENT VIDEO MONITOR OUT aansluitingen aan/uit te zetten bij gebruik van het SET MENU.
Keuzes: ON, OFF
- Selecteer ON om de OSD signalen wel via de COMPONENT VIDEO MONITOR OUT aansluitingen laten weergeven.
- Selecteer OFF om de OSD signalen niet via de COMPONENT VIDEO MONITOR OUT aansluitingen laten weergeven.
Opmerking
Het SET MENU functioneert ook wanneer u OFF heeft geselecteerd.
■ Geheugen beveiliging B) MEMORY GUARD
Met deze functie kunt u voorkomen dat de DSP programma instellingen en andere systeeminstellingen per abuis gewijzigd worden.
Keuzes: ON, OFF
![B)MEMORY GUARD ▶OFF ON [<<1/>>]:Select [ENTER]:Return](/content/2026/02/379055/images/a409f1532ab98e0df3a993c4eff5a53ad0a151637c80832554ccd084fb5443e4.jpg)
Kies ON om de inhoud van het geheugen te beveiligen:
• DSP programma instellingen
• Alle SET MENU onderdelen
- Alle ingestelde luidsprekerniveaus
- De weergavefunctie voor het in-beeld display (OSD)
Opmerking
Wanneer MEMORY GUARD is ingesteld op ON, kunt u geen andere SET MENU items meer selecteren.
■ Parameters initialiseren C) PARAM. I NI
Hiermee kunt u de instellingen voor alle geluidsveldprogramma's in een programmagroep tegelijk initialiseren. Wanneer u een geluidsveldprogrammagroep initialiseert, zullen alle gewijzigde instellingen voor de programma's in die groep worden teruggezet op hun beginwaarden.
Druk op de cijfertoets voor de geluidsveldprogrammagroep die u wilt initialiseren. Keuzes:
Een asterisk (*) verschijnt links naast namen van programma's waarvan de begininstellingen gewijzigd zijn.
Keuzes: STEREO, MUSIC, ENTERTAINMENT, MOVIE, STANDARD
C)PARAM.INI
STEREO
*MUSIC
ENTERTAINMENT
THEHTER
*STANDARD
Press DSP key
Opmerkingen
- U kunt de eerder ingestelde waarden niet meer automatisch terughalen nadat u een geluidsveldprogrammagroep heeft geïntitialiseerd.
- U kunt geen individuele geluidsveldprogramma's initialiseren.
- U kunt geen geluidsveldprogrammagroepen initialiseren wanneer de "MEMORY GUARD" beveiliging is ingeschakeld ON.
■ Zone instelling D) MULTI ZONE SET
U kunt instellen waar de luidsprekers die zijn verbonden met de SPEAKERS B aansluitingen zich bevinden.
D:MULTI ZONE SET
+ SP B: = = = = FRONT
ZONE2 AMP:....EXT
[<]/[>]:Select
Instelling luidsprekerset B SP B
Met deze functie kunt u bepalen waar de voor-luidsprekers die zijn verbonden met de SPEAKERS B aansluitingen zich bevinden.
Keuzes: FRONT, ZONE B
- Selecteer FRONT om de SPEAKERS A set en B aan/uit te zetten wanneer de met de SPEAKERS B aansluitingen verbonden luidsprekers zich in uw luisterruimte bevinden.
- Selecteer ZONE B als de met de SPEAKERS B aansluitingen verbonden luidsprekers zich in een andere ruimte bevinden. Als SPEAKERS A wordt uitgeschakeld (OFF) en SPEAKERS B wordt ingeschakeld (ON), zullen alle luidsprekers in de luisterruimte, inclusief de subwoofer, worden uitgeschakeld en zal er alleen via de SPEAKERS B set geluid worden weergegeven.
Opmerkingen
- Als u een hoofdtelefoon in de PHONES aansluiting op dit toestel doet wanneer "SP B" op ZONE B staat, zal het geluid zowel via de hoofdtelefoon als via SPEAKERS B worden weergegeven.
- Als er een DSP programma is ingeschakeld wanneer "SP B" op ZONE B is ingesteld, zal het toestel automatisch in de Virtual CINEMA DSP stand gaan.
Zone 2 versterker ZONE2 AMP
Hiermee kunt u instellen hoe de ZONE 2 luidsprekers versterkt worden.
Keuzes: INT, EXT
D) MULTI ZONE SET
SP B……FRONT
→ ZONE2 AMP……EXT
[<1/[]]:Select
- Selecteer EXT als u geen Zone 2 luidsprekers gebruikt of als u uw Zone 2 luidsprekers aansluit via een externe versterker die is aangesloten op de ZONE 2 OUTPUT aansluitingen van dit toestel.
- Selecteer INT om de ingebouwde versterker van dit toestel te gebruiken als u uw Zone 2 luidsprekers direct aansluit op de PRESENCE/ZONE 2 luidsprekeraansluitingen van dit toestel.
Het uitgebreid setup menu zal verschijnen op het display op het voorpanel.
y
- Tijdens de uitgebreide setup zal er geen geluid worden weergegeven.
- Tijdens de geavanceerde setup kunnen alleen de STANDBY/ON, STRAIGHT (EFFECT) en PROGRAM toetsen op het voorpaneel gebruikt worden.
LET OP
U moet de luidsprekerimpedantie correct instellen voor u dit toestel gaat gebruiken om audio- of videosignalen weer te geven.

1 Zet het toestel uit, houd STRAIGHT (EFFECT) ingedrukt en druk op STANDBY/ON.
Dit toestel wordt ingeschakeld en het uitgebreid setup menu zal verschijnen op het display op het voorpaneel.
STRAIGHT

Houd ingedrukt
en druk op

2 Draai aan PROGRAM om door het menu te bladeren en het gewenste item te selecteren.
Zie het eind van dit hoofdstuk voor een lijst met alle beschikbare parameters.

3 Druk herhaaldelijk op STRAIGHT (EFFECT) om heen en weer te schakelen tussen de beschikbare parameters.

4 Druk op STANDBY/ON om uw keuze te bevestigen.

Hiermee sluit u de uitgebreide setup af.
De gewijzigde instellingen worden van kracht
wanneer het toestel de volgende keer wordt
ingeschakeld.
Verander de begininstellingen (hieronder vet gedrukt aangeduid) op basis van uw specifieke systeem en uw voorkeuren.
Luidsprekerimpedantie SP IMP.
Hiermee kunt u de impedantie van de op dit toestel aangesloten luidsprekers instellen.
- Selecteer 8 Ω MIN om de luidsprekerimpedantie in te stellen op 8 Ω.
- Selecteer 4 Ω MIN om de luidsprekerimpedantie in te stellen op 4 Ω.
| SP IMP. Luidspreker Impedantieniveau |
| 4 Ω MIN | Voor | Als u één set (A of B) gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 4 Ω of hoger zijn. |
| Als u twee sets (A en B) gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 8 Ω of hoger zijn. |
| Midden | De impedantie van elk van de luidsprekers moet 6 Ω of hoger zijn. |
| Surround |
| Surround Achter |
| 8 Ω MIN | Voor | Als u één set (A of B) gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 8 Ω of hoger zijn. |
| Als u twee sets (A en B) gebruikt, moet de impedantie van elk van de luidsprekers 16 Ω of hoger zijn. |
| Midden | De impedantie van elk van de luidsprekers moet 8 Ω of hoger zijn. |
| Surround |
| Surround Achter |
Fabrieksinstellingen PRESET
Via deze functie kunt u alle parameters terugzetten op de fabrieksinstellingen (zie bladzijde 86).
Keuzes: CANCEL, RESET
- Selecteer CANCEL als u niet wilt dat de parameters van dit toestel worden geïntitialiseerd wanneer u het terugzet op de fabrieksinstellingen.
- Selecteer RESET als u wel wilt dat alle parameters van dit toestel worden geïntialiseerd wanneer u het terugzet op de fabrieksinstellingen.
Opmerking
Deze instelling heeft geen invloed op de uitgebreid setup menu item parameters.
Afstandsbediening REMOTE
U kunt indien nodig de ID voor de afstandsbediening van dit toestel veranderen.
Keuzes: ID1, ID2
- Selecteer ID1 om het toestel te gebruiken met de standaardcode.
- Selecteer ID2 om het toestel te gebruiken met een alternatieve code.
Opmerking
U moet de bijbehorende instelling verrichten op de afstandsbediening zelf (zie bladzijde 70).
KENMERKEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING
Naast dit toestel kan de afstandsbediening ook andere A/V componenten van YAMAHA en van andere fabrikanten aansturen. Om andere componenten te kunnen bedienen, moet u de juiste afstandsbedieningscodes instellen op de afstandsbediening.
Set bedieningstoetsen
■ Bedienen van dit toestel
De grijze toetsen kunnen worden gebruikt om dit toestel te bedienen wanneer u op AMP heeft gedrukt om de AMP bedieningsfunctie in te schakelen.

■ Bedienen van andere componenten
De grijs aangegeven toetsen hieronder kunnen worden gebruikt om andere componenten te bedienen. De functies van de diverse toetsen hangen mede af van de geselecteerde componenten. Selecteer de component die u wilt bedienen met een ingangskeuzetoets.

Instellen van afstandsbedieningscodes
U kunt andere componenten bedienen als u de bijbehorende afstandsbedieningscodes heeft ingesteld. Voor elke set bedieningstoetsen kan een code worden ingevoerd. Raadpleeg de "LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES" aan het eind van deze handleiding voor een complete lijst met de beschikbare afstandsbedieningscodes.
In de volgende tabel staan de standaard ingestelde componenten (Archief: componentencategorie) en de afstandsbedieningscode voor elke set bedieningstoetsen.
Standaardinstellingen afstandsbedieningscodes
| Ingang | Componentencategorie (Archief) | Fabrikant | Standaard YAMAHA code |
| CD CD Y | YAMAHA 0005 | | |
| MD/CD-R MD | YAMAHA 0024 | | |
| TUNER TUNER YAMAHA 0023 | |
| DVD DVD | YAMAHA 0098 | | |
| DTV/CBL | - | - | - |
| V-AUX | - | - | - |
| VCR 1 | - | - | - |
| DVR/VCR2 DVR | YAMAHA 0208 |
| ☆☆ | - | - | - |
Opmerking
Het is mogelijk dat u uw specifieke YAMAHA component niet kunt bedienen, ook al is er een YAMAHA
afstandsbedieningscode voorgeprogrammeerd. Probeer in een dergelijk geval een andere YAMAHA afstandsbedieningscode in te stellen.
1 Druk op een ingangskeuzetoets of op om de component die u wilt instellen te selecteren.

2 Druk met een balpen of iets dergelijks CODE SET in.
De TRANSMIT indicator van de afstandsbediening knippert twee keer.

3 Voer met de cijfertoetsen (0 t/m 9) de vier cijfers van de afstandsbedieningscode voor de component in kwestie in.
Raadpleeg de "LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES" aan het eind van deze handleiding.

De TRANSMIT indicator van de afstandsbediening knippert twee keer, waarna de afstandsbedieningscode voor de geselecteerde component zal zijn ingesteld.
Opmerkingen
- Als er meerdere codes zijn voor de fabrikant van uw component, probeer ze dan één voor één tot u de juiste gevonden heeft.
- Als u bij stap 3 langer dan 30 seconden wacht, zal de instelfunctie worden geannuleerd. Begin in dit geval opnieuw vanaf stap 2.
Bedienen van andere componenten
Wanneer u de bijbehorende afstandsbedieningscodes heeft ingesteld, kunt u met deze afstandsbediening ook uw andere apparatuur bedienen. Het is mogelijk dat sommige toetsen niet het verwachte effect hebben op uw apparatuur. Gebruik de ingangskeuzetoetsen om de component te selecteren die u wilt bedienen. De afstandsbediening zal automatisch overschakelen naar de bedieningsfunctie voor die component.


| DVD-speler DVD-recorder | Videorecorder | Digitale TV/ Kabel TV | LD-speler | CD-speler | MD/CD- recorder | Tuner |
| 1 AV POWER | Aan/uit *1 | Aan/uit *1 | VCR aan/uit *3 | Aan/uit *1 | Aan/uit *1 | Aan/uit *1 | Aan/uit *1 |
| 2 TV POWER | TV aan/uit *2 | TV aan/uit *2 | TV aan/uit | TV aan/uit *2 | TV aan/uit *2 | TV aan/uit *2 | TV aan/uit *2 |
| 3 TV CH + | TV volgende kanaal *2 | TV volgende kanaal *2 | TV volgende kanaal | TV volgende kanaal *2 | TV volgende kanaal *2 | TV volgende kanaal *2 | TV volgende kanaal *2 |
| TV CH - | TV vorige kanaal *2 | TV vorige kanaal *2 | TV vorige kanaal | TV vorige kanaal *2 | TV vorige kanaal *2 | TV vorige kanaal *2 | TV vorige kanaal *2 |
| 4 TV VOL + | TV volumc hogcr *2 | TV volumc hogcr *2 | TV volumc hogcr | TV volumc hogcr *2 | TV volumc hogcr *2 | TV volumc hogcr *2 | TV volumc hogcr *2 |
| TV VOL - | TV volume lager *2 | TV volume lager *2 | TV volume lager | TV volume lager *2 | TV volume lager *2 | TV volume lager *2 | TV volume lager *2 |
| 5 TV MUTE | TV geluid uit *2 | TV geluid uit *2 | TV geluid uit | TV geluid uit *2 | TV geluid uit *2 | TV geluid uit *2 | TV geluid uit *2 |
| 6 TV INPUT | TV ingang * | TV ingang *2 | TV ingang | TV ingang *2 | TV ingang *2 | TV ingang *2 | TV ingang *2 |
| 7 1-9, 0, +10 | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Cijfertoetsen | Voorkeuzezenders (1-8) |
| 8 TITLE | Titel | | | | | | |
| 9 PRESET/CH u | Hoger | VCR volgende kanaal | | | | | Volgende voorkeuzezender (1-8) |
| PRESET/CH d | Lager | VCR vorige kanaal | | | | | Vorige voorkeuzezender (1-8) |
| j | Links | | | | | | |
| i | Rechts | | | | | | Volgende voorkeuzezender (A-E) |
| 0 RETURN | Terug | | | | | | |
| A REC/ DISC SKIP | Disc overslaan (speler) Opname (rccorder) | Opname | VCR opname *3 | | Disc overslaan | Opname (MD) | |
| h | Weergave | Weergave | VCR weergave *3 | Weergave | Weergave | Weergave | |
| l l | Terug zoeken | Terug zoeken | VCR terug zoeken *3 | Terug zoeken | Terug zoeken | Terug zoeken | |
| h h | Vooruit zoeken | Vooruit zoeken | VCR vooruit zoeken *3 | Vooruit zoeken | Vooruit zoeken | Vooruit zoeken | |
| AUDIO | Audio | | | Gehuid | | | |
| e | Pauze | Pauze | VCR pauze *3 | Pauze | Pauze | Pauze | |
| b | Terug springen | | | Terug springen | Terug springen | Terug springen | |
| a | Vooruit springen | | | Vooruit springen | Vooruit springen | Vooruit springen | |
| s | Stop | Stop | VCR stop *3 | Stop | Stop | Stop | |
| B ENT. | Titel/Index | Enter | Enter | Hoofdstuk/Tijd | Index | Index | |
| C MENU | Mcnu | | | | | | |
| D DISPLAY | Display | | Display | Display | Display | Display | |
*1 Deze toets werkt alleen wanneer de originele afstandsbediening van de component in kwestie een POWER (aan/uit) toets heeft.
*2 Met deze toetsen kunt u uw TV bedienen zonder de signaalbron om te schakelen indien de juiste afstandsbedieningscode is ingesteld onder DTV/CBL of ☆☆. Als u de afstandsbedieningscode voor uw TV heeft ingesteld voor zowel de DTV/CBL als de ☆☆ set bedieningstoetsen, zal voorrang worden gegeven aan het signaal voor de DTV/CBL set.
*3 Met deze toetsen kunt u uw videorecorder bedienen zonder de signaalbron om te schakelen naar VCR 1 indien de juiste afstandsbedieningscode is ingesteld onder VCR 1.
Overschakelen naar een alternatieve code
U kunt indien nodig een andere archiefcode instellen voor de afstandsbediening zelf om het gewenste toestel te bedienen.
1 Druk met een balpen of iets dergelijks CODE SET in.
De TRANSMIT indicator van de afstandsbediening knippert twee keer.

2 Voer codenummer "9991" of "9992" in (zie de tabel hieronder).
De TRANSMIT indicator van de afstandsbediening knippert twee keer, waarna de archiefcode zal zijn ingesteld.
| AMP archiefcode (afstandsbediening instelling) | Functie | Afstandsbediening ID (instelling voor het toestel, zie bladzijde 66) |
| 9991 | Bedienen van het toestel met de standaardcode. | ID1 (begininstelling) |
| 9992 | Om het toestel te gebruiken met een alternatieve code. | ID2 |
Wanneer u verschillende YAMAHA receivers/versterkers gebruikt is het mogelijk dat u de andere componenten ook bedient met de standaardcode voor de afstandsbediening. Stel in een dergelijk geval één vd alternatieve codes in om dit toestel apart te kunnen bedienen.
Opmerking
U moet ook instellingen maken voor de receiver/versterker.
Wissen van ingestelde afstandsbedieningscodes
1 Druk op een ingangskeuzetoets of op om de set bedieningstoetsen waarvoor u de afstandsbedieningscode wilt wissen te selecteren.

2 Druk met een balpen of iets dergelijks CODE SET in.
De TRANSMIT indicator van de afstandsbediening knippert twee keer.

3 Voer het codenummer "0000" in.
De TRANSMIT indicator van de afstandsbediening knippert twee keer, waarna de afstandsbedieningscode voor de geselecteerde component zal zijn gewist.
y
- Als u na stap 2 niet binnen 30 seconden op een toets drukt, zal het wissen worden geannuleerd. Begin in dit geval opnieuw vanaf stap 1.
- U kunt alle ingevoerde afstandsbedieningscodes in één keer wissen door het codenummer "9990" in te voeren.
ZONE 2
Dit toestel stelt u in staat uw audiosysteem in meerdere ruimten te gebruiken. Met de meegeleverde afstandsbediening kunt u dit toestel ook vanuit de andere ruimte bedienen.
Er kunnen alleen analoge signalen gebruikt worden in de secundaire ruimte. Een signaalbron waarnaar u ook in de tweede ruimte wilt kunnen luisteren moet via de analoge (AUDIO L/R) ingangsaansluitingen op dit toestel zijn aangesloten.
Zone 2 aansluitingen
Om ook in een andere ruimte gebruik te kunnen maken van dit toestel heeft u de volgende extra apparatuur nodig.
- Een infrarood ontvanger in de tweede ruimte.
- Een infrarood zender in de hoofdruimte. Deze zender geeft de infraroodsignalen van de afstandsbediening in de tweede ruimte door naar de hoofdruimte (naar een CD-speler, bijv.).
- Een versterker en luidsprekers in de tweede ruimte.
y
- Omdat er ellerlei manieren zijn waarop dit toestel aangesloten en gebruikt kan worden in een installatie met weergave in meerdere ruimten, raden we u aan uw dichtstbijzijnde erkende YAMAHA dealer of service-centrum te raadplegen omtrent de Zone 2 aansluitingen die het best zouden voldoen aan uw wensen.
- Sommige YAMAHA modellen kunnen direct worden verbonden met de REMOTE CONTROL OUT aansluiting van dit toestel. Als u een dergelijk product heeft, is het mogelijk dat u geen infraroodzender nodig heeft. Er kunnen maximaal 6 YAMAHA componenten worden aangesloten op de aangegeven manier.

flowchart
graph LR
A["OUT"] --> B["IN"]
B --> C["OUT"]
C --> D["IN"]
D --> E["REMOTE CONTROL OUT"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style E fill:#ccf,stroke:#333
note right of E "Dit toestel"
■ Voorbeeld systeemconfiguratie en aansluitingen

flowchart
graph TD
A["HOOFDRUIMTE"] --> B["DVD-specler (of andere component)"]
B --> C["DVD INPUT"]
C --> D["Dit toestel"]
D --> E["Infraroodzender"]
E --> F["Remote CONTROL OUT"]
G["Tweede ruimte"] --> H["Versterker"]
H --> I["Zone 2 OUTPUT"]
I --> J["Zone 2 REMOTE IN"]
K["Infraaroodontvanger"] --> L["Infraaroodzender"]
Opmerkingen
- Wanneer u de hoofdruimte niet gebruikt, kunt u het beste het volume van dit toestel in de hoofdruimte laag zetten. Regel het volume met de regelaar op de versterker in de tweede ruimte.
- Om onverwacht lawaai te voorkomen mag u IN GEEN GEVAL de Zone 2 functie gebruiken met DTS gecodeerde CD's.
ZONE 2
Gebruik van de interne versterker van dit toestel
Om gebruik te maken van de interne versterker van dit toestel, dient u "ZONE2 AMP" op INT te zetten in het SET MENU (zie de bladzijden 64).

Afstandsbediening vanuit Zone 2
De meegeleverde afstandsbediening kan worden gebruikt voor de bediening vanuit Zone 2. U kunt zelfs de signaalbron selecteren en apparatuur in de hoofdruimte bedienen vanuit de tweede ruimte, ongeacht de luisteromstandigheden in de hoofdruimte zelf. y
U kunt de weergave in het hoofdvertrek of in Zone 2 ook aan/uit zetten door op het voorpaneel op MAIN of op ZONE 2 te drukken.
■ Inschakelen van de Zone 2 functie op de afstandsbediening
1 Druk op . ☆☆

2 Druk met een balpen of iets dergelijks CODE SET in.
De TRANSMIT indicator van de afstandsbediening knippert twee keer.

3 Voer het codenummer "2999" in.
Onmiddellijk nadat u de afstandsbediening heeft ingesteld voor de Zone 2 functie, kunt u met de afstandsbediening het hoofdtoestel bedienen. Met de afstandsbediening in deze stand kunt u het toestel aan zetten, of uit (standby) onafhankelijk van Zone 2 door op SYSTEM POWER of STANDBY te drukken.
Opmerkingen
- Als u Zone 2 inschakelt, zal de Zone functie worden toegepast op de huidige afstandsbedieningsidentificatie (ID1: standaardcode, ID2: alternatieve code). Omdat echter de afstandsbedieningscodes voor Zone 2 gedeeld worden door zowel ID1 als ID2, zal de afstandsbedieningsidentificatie (ID) niet veranderen, ook al wordt er omgeschakeld.
- Om Zone 2 af te sluiten dient u de afstandsbedieningscode die is ingesteld voor ♦erwissen, of dient u voor ☆☆ een andere afstandsbedieningscode dan een TV code in te stellen.
■ Zone 2 bedienen
1 Druk op om de afstandsbediening op de Zone 2 stand te zetten.
De TRANSMIT indicator op de afstandsbediening licht op wanneer de afstandsbediening in de Zone 2 stand staat.
2 Druk op SYSTEM POWER om de stroom voor Zone 2 in te schakelen.
3 Druk op een ingangskeuzetoets om de signaalbron te selecteren waar u naar wilt luisteren in de tweede ruimte.

4 U kunt Zone 2 bedienen met de ingangskeuzetoetsen, STANDBY, SYSTEM POWER, MUTE en VOLUME +/-.

y
Als "ZONE2 AMP" in het OPTION MENU is ingesteld op INT, kunt u VOLUME -/+ gebruiken om de geluidsweergave via de luidsprekers die zijn verbonden met de PRESENCE/ZONE 2 aansluitingen te regelen. VOLUME -/+ kan echter niet worden gebruikt om de geluidsweergave via de ZONE2 OUTPUT aansluitingen te regelen.
Opmerking
De afstandsbediening zal 10 seconden nadat u op heeft gedrukt teruggaan naar de stand voor het hoofdtoestel, of wanneer u een andere toets indrukt dan SYSTEM POWER, STANDBY, MUTE, VOLUME +/- of de ingangskeuzetoetsen. Druk met de TRANSMIT indicator uit op om de afstandsbediening in de Zone 2 stand te zetten voor u de stroom voor Zone 2 aan of uit zet, de signaalbron verandert of het geluid tijdelijk uitschakelt.
■ Het hoofdtoestel en Zone 2 toestel aan/uit (standby) zetten
Uit (standby) zetten van alle toestellen (hoofdtoestel en Zone 2 toestel):
Houd AMP ingedrukt en druk op STANDBY.
Aan zetten van alle toestellen (hoofdtoestel en Zone 2 toestel):
Houd AMP ingedrukt en druk op SYSTEM POWER.
y
STANDBY en SYSTEM POWER werken anders afhankelijk van de geselecteerde functie.
| Functie | TRANSMIT indicator | STANDBY/ SYSTEM POWER |
| Stand voor het hoofdtoestel | Uit | Druk op STANDBY om het hoofdtoestel uit (standby) te zetten. |
| Druk op SYSTEM POWER om het hoofdtoestel aan te zetten. |
| Zone 2 stand Aan | | Druk op STANDBY om de Zone 2 component uit (standby) te zetten. |
| Druk op SYSTEM POWER om de Zone 2 component aan te zetten. |
■ Waar u aan moet denken bij gebruik van DTS materiaal
Het DTS signaal bestaat uit een digitale bitstroom. Als u probeert om een DTS signaal naar de tweede ruimte te sturen, zult u alleen digitale ruis horen (die zo luid kan zijn dat uw luidsprekers beschadigd raken). Daarom moet u op de volgende punten letten wanneer u DTS gecodeerde discs afspeelt.
Voor DTS gecodeerde DVD's
Alleen 2-kanaals analoge audiosignalen kunnen naar de tweede ruimte worden doorgestuurd.
Gebruik het discmenu om de DVD-speler 2-kanaals (links en rechts) audiosignalen te laten produceren van een PCM of Dolby Digital soundtrack.
Voor DTS gecodeerde CD's
Om onverwacht lawaai te voorkomen mag u IN GEEN GEVAL de Zone 2 functie gebruiken met DTS gecodeerde CD's.
WIJZIGEN VAN GELUIDSVELD INSTELLINGEN
Wat is een geluidsveld Veranderen van instellingen
Wat het meeste bijdraagt aan de rijke, volle tonen van een live voorstelling, zijn de ingewikkelde weerkaatsingen via de wanden van de ruimte. Naast het feit dat deze weerkaatsingen het "live" aspect van het geluid belichamen, vertellen ze ons ook waar de muzikanten zich bevinden en hoe groot de ruimte waar we in zitten is en welke vorm deze heeft.
■ Onderdelen van een geluidsveld
In elke situatie zijn er, naast de door de muzikanten geproduceerde geluiden die onze oren direct bereiken, twee verschillende soorten weerkaatsingen die samen onze waarneming van het geluid bepalen:
Vroege weerkaatsingen
Deze bereiken onze oren het eerst (50 ms – 100 ms na het directe geluid) en zijn slechts door één enkel oppervlak weerkaatst – bijvoorbeeld het plafond of een muur. Deze vroege weerkaatsingen maken het direct waargenomen geluid voor ons helderder.
Natrillingen
Deze worden veroorzaakt door weerkaatsingen via meer dan één oppervlak – muren, plafond, de achterwand van de ruimte – en zijn zo talrijk dat ze samensmelten tot een bijna doorlopende “nagalm”. Deze natrillingen zijn niet richtinggevoelig en maken het directe geluid in onze waarneming minder helder.
Het directe geluid, de vroege weerkaatsingen en de natrillingen samen helpen ons bij het bepalen van onze indruk van de grootte en de vorm van de ruimte en het is deze informatie die door de digitale geluidsveld processor wordt gereproduceerd bij het samenstellen van het geluidsveld.
Als u in de kamer waar u altijd naar uw muziek luistert de juiste vroege weerkaatsingen en natrillingen zou kunnen maken, zou u uw eigen akoestische luisterparadijs kunnen bouwen. U zou de akoestiek van uw kamer kunnen veranderen in die van een concertzaal, een danshol of in die van vrijwel elke ruimte die u zich zou kunnen indenken. Deze kunst om zelf geluidsvelden samen te stellen is precies wat YAMAHA nu heeft bereikt met de digitale geluidsveld processor.
U kunt een goede geluidskwaliteit bereiken met de fabricksinstellingen. U hoeft deze begininstellingen niet te veranderen, maar u kunt dat wel doen wanneer u de weergave beter wilt proberen aan te passen aan de specifieke omstandigheden in uw kamer.


1 Druk op AMP.

2 Zet het beeldscherm aan en druk herhaaldelijk op ON SCREEN om de volledige weergave te selecteren.

3 Selecteer het geluidsveldprogramma waarvan u de instellingen wilt wijzigen.


4 Druk op u /d en selecteer de parameters.

flowchart
graph TD
A["PRESET/CH"] --> B["ENTER"]
C["-"] --> B
D["A/B/D/E"] --> B
B --> E["+"]
■ Parameters terugzetten op hun fabrieksinstelling
Gebruik PARAM. INI (zie bladzijde 64).
5 Druk op j / i om de huidige waarde voor deze parameter te wijzigen.
Wanneer u een parameter instelt op een andere waarde dan de
fabrieksinstelling, zal er een asterisk (sterretje; *) naast de naam van de parameter verschijnen op het in-beeld display.

flowchart
graph TD
A["PRESET/CH"] --> B["&"]
B --> C["ENTER"]
C --> D[">"]
D --> E["+"]
E --> F["A/B/C/D/E"]
F --> G["<<"]
G --> H["<"]
y
Als u j / i ingedrukt houdt bij het wijzigen van
parameterwaarden, zal de aangegeven waarde op het display op
het voorpaneel even stil houden bij de fabrieksinstelling.
6 Herhaal de stappen 3 t/m 5 indien u nog andere parameters voor dit programma wilt veranderen.
Opmerking
U kunt geen parameterwaarden wijzigen wanneer de "MEMORY GUARD" beveiliging is ingeschakeld (ON). Als u toch parameterwaarden wilt wijzigen, dient u "MEMORY GUARD" op OFF te zetten (zie bladzijde 63).
Geheugen back-up
De geheugen back-up schakeling voorkomt dat de opgeslagen gegevens verloren gaan wanneer het toestel uit (standby) staat, wanneer de stekker uit het stopcontact is, of wanneer de stroomvoorziening tijdelijk wordt onderbroken door een stroomstoring. Als de stroomvoorziening echter langer dan een week onderbroken wordt, zullen de parameterwaarden terugkeren naar hun fabricksinstellingen. In een dergelijk geval zult u de parameterwaarden opnieuw moeten wijzigen.
U kunt de waarden van bepaalde parameters van de digitale geluidsveldprogramma's wijzigen om de weergave aan te passen aan de omstandigheden in uw kamer. Niet alle onderstaande parameters gelden voor alle programma's.
■ DSP LEVEL (DSP niveau)
Functie: Regelt het niveau van alle DSP effectgeluiden binnen een klein bereik.
Omschrijving: Afhankelijk van de akoestiek in uw kamer wilt u mogelijk het DSP effectniveau verhogen of verlagen ten opzichte van het niveau van de directe weergave.
Instelbereik: -6 dB t/m +3 dB
■ INIT. DLY/P. INIT. DLY (Aanvankelijke vertraging)
Functie: Wijzigt de schijnbare afstand tot de geluidsbron door het verschil te regelen tussen het moment dat de luisteraar het directe geluid hoort en wanneer hij of zij de eerste weerkaatsing daarvan hoort.
Omschrijving: Hoe kleiner deze waarde, hoe dichter de geluidsbron bij de luisteraar lijkt te zijn. Hoe groter deze waarde, hoe verder weg het lijkt. Gebruik een kleine waarde voor een kleine kamer. Gebruik een grotere waarde voor een grote kamer.
Instelbereik: 1 t/m 99 msec

■ ROOM SIZE/P. ROOM SIZE (Kamergrootte)
Functie: Deze parameter regelt de schijnbare afmetingen van het surround geluidsveld. Hoe groter deze waarde, hoe groter het surround geluidsveld wordt.
Omschrijving: Omdat geluid keer op keer wordt weerkaatst in een ruimte, zal de tijd tussen het oorspronkelijk gereflecteerde geluid en elke volgende weerkaatsing langer worden naarmate de ruimte groter is. Door de tijd tussen de weerkaatsingen te regelen, kunt u bepalen hoe groot de virtuele ruimte lijkt. Door de waarde van deze parameter te veranderen van een naar twee, zal de schijnbare lengte van de ruimte verdubbeld worden.
Instelbereik: 0,1 t/m 2,0

■ LIVENESS (Levendigheid)
Functie: Deze parameter regelt de reflectiviteit van de virtuele wanden van de ruimte door de mate waarin de vroege weerkaatsingen in kracht afnemen te veranderen.
Omschrijving: De vroege weerkaatsingen van een geluidsbron worden sneller zwakker in een ruimte met geluidabsorberende wanden dan in een ruimte met wanden die juist veel geluid weerkaatsen. Een ruimte met geluidabsorberende oppervlakken wordt ook wel akoestisch “dood” genoemd, terwijl een ruimte met oppervlakken die veel geluid weerkaatsen “levendig” genoemd wordt. Via de LIVENESS parameter kunt u de mate waarin de vroege weerkaatsingen wegsterven regelen en dus de “levendigheid” van de ruimte.
Instelbereik: 0 t/m 10

■ S. INIT. DLY (Surround beginvertraging)
Functie: Deze parameter regelt de vertraging tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing vanuit het surround geluidsveld. U kunt deze parameter alleen instellen wanneer u tenminste twee voorkanalen en twee surroundkanalen gebruikt.
Instelbereik: 1 t/m 49 msec
■ S. ROOM SIZE (Surround kamergrootte)
Functie: Deze parameter regelt de schijnbare afmetingen van het surround geluidsveld.
Instelbereik: 0,1 t/m 2,0
■ S. LIVENESS (Surround levendigheid)
Functie: Deze parameter regelt de schijnbare reflectiviteit van de virtuele wanden van het surround geluidsveld.
Instelbereik: 0 t/m 10
■ SB INI. DLY (Surround achter beginvertraging)
Functie: Deze parameter regelt de vertraging tussen het directe geluid en de eerste weerkaatsing vanuit het surround achter geluidsveld.
Instelbereik: 1 t/m 49 msec
■ SB ROOM SIZE (Surround achter kamergrootte)
Functie: Deze parameter regelt de schijnbare afmetingen van het surround achter geluidsveld.
Instelbereik: 0,1 t/m 2,0
■ SB LIVENESS (Surround achter levendigheid)
Functie: Deze parameter regelt de schijnbare reflectiviteit van de virtuele wanden van het surround achter geluidsveld.
Instelbereik: 0 t/m 10
■ REV.TIME (Natriltijd)
Functie: Deze parameter regelt hoe lang het duurt voordat de dichte natrillingen verzwakt zijn met 60 dB (bij 1 kHz). Hierdoor worden de schijnbare afmetingen van de akoestische omgeving over een zeer groot bereik veranderd.
Omschrijving: Stel een lengere natriltijd in voor "dode" bronnen en luisterplekken en een kortere natriltijd voor "levendige" bronnen en ruimtes.
Instelbereik: 1,0 t/m 5,0 sec

■ REV.DELAY (Beginvertraging natrillingen)
Functie: Deze parameter regelt het tijdverschil tussen het begin van het directe geluid en het begin van de natrillingen.
Omschrijving: Hoe groter deze waarde, hoe later de natrillingen zullen beginnen. Als de natrillingen later beginnen, krijgt u het gevoel dat u zich in een ruimere akoestische omgeving bevindt.
Instelbereik: 1 t/m 250 msec

line
| Time Interval | Niveau (dB) |
| ----------------------- | ----------- |
| Brongeluid | 60 |
| Tijd | 0 |
■ REV. LEVEL (Niveau natrillingen)
Functie: Deze parameter regelt het volume van de natrillingen.
Omschrijving: Hoe groter deze waarde, hoe sterker de natrillingen zullen zijn.
Instelbereik: 0 t/m 100%

■ DIALG.LIFT (Dialoog-lift)
Functie: Deze parameter regelt de schijnbare hoogte van de voor- en middenkanalen door sommige elementen uit de voor- en middenkanalen toe te wijzen aan de aanwezigheidsluidsprekers.
Omschrijving: Hoe groter deze waarde, hoe hoger de schijnbare positie van de weergave van de voor- en middenkanalen.
Keuzes: 0/1/2/3/4/5, de begininstelling is 0.
Voor 2ch Stereo:
■ DIRECT (Direct)
Functie: Passeert de decoders en DSP processors van dit toestel voor pure High-Fidelity weergave van 2-kanaals analoog bronmateriaal. De AUTO instelling werkt alleen wanneer BASS en TREBLE zijn ingesteld op 0 dB.
Instelmogelijkheden: AUTO, OFF
Opmerkingen
- Wanneer er multi-kanaals signalen (Dolby Digital en DTS) binnenkomen, zullen deze worden teruggemengd naar 2 kanalen en worden weergegeven via de linker en rechter voor-luidsprekers.
- Wanneer “BASS OUT” op BOTH staat, of wanneer “FRONT SP” op SMALL staat en “BASS OUT” op SWFR, zullen de lage tonen in de linker en rechter voorkanalen naar de subwoofer worden gestuurd.
Voor 7ch Stereo:
Functie: Deze parameters regelen het volumeniveau voor elk kanaal in de 7-kanaals stereo weergavefunctie. Instelbereik: 0 – 100%
■ CT LEVEL (Midden niveau)
■ SL LEVEL (Linker surround niveau)
■ SR LEVEL (Rechter surround niveau)
■ SB LEVEL (Surround-achter niveau)
■ PL LEVEL (Linker aanwezigheidsniveau)
■ PR LEVEL (Niveau rechter aanwezigheidskanaal)
Voor PRO LOGIC IIx Music en PRO LOGIC II Music:
■ PANORAMA (Panorama)
Functie: Stuart stereosignalen naar de surround-luidsprekers zowel als naar de voor-luidsprekers voor een omhullend effect.
Instelmogelijkheden: OFF, ON
■ DIMENSION (Dimensie)
Functie: Zorgt voor een graduele aanpassing van het geluidsveld naar voren of naar achteren.
Instelbereik: -3 (naar achteren) t/m +3 (naar voren), de begininstelling is STD (standaard).
■ CENTER WIDTH (Midden breedte)
Functie: Regelt het middengeluidsveld via alle drie de voor-luidsprekers. Een grotere waarde breidt het middenveld uit in de richting van de linker en rechter voor-luidsprekers.
Instelbereik: 0 (geluid voor het middenkanaal wordt alleen maar weergegeven via de midden-luidspreker) t/m 7 (het middenkanaal wordt helemaal via de linker en rechter voor-luidsprekers weergegeven)
Begininstelling: 3
Opmerking
Deze parameter kan alleen worden ingesteld wanneer SUR. STANDARD is geselecteerd.
Voor DTS Neo:6 Music:
■ C. IMAGE (Middenbeeld)
Functie: Regelt het middengeluidsveld via alle drie de voor-luidsprekers.
Instelbereik: 0 t/m 1,0
Begininstelling: 0,3
Opmerking
Deze parameter kan alleen worden ingesteld wanneer SUR. STANDARD is geselecteerd.
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
Raadpleeg de tabel hieronder wanneer het toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem niet hieronder vermeld staat, of als de aanwijzingen het probleem niet verhelpen, zet het toestel dan uit (standby), haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw dichtstbijzijnde YAMAHA dealer of servicecentrum.
■ Algemeen
| Probleem Oorzaak Oplossing | | Raadpleeg bladzijde |
| Het toestel gaat niet aan wanneer u op STANDBY/ON (of SYSTEM POWER) drukt, of gaat direct weer uit (standby) zodra de stroom wordt ingeschakeld. | Het netsnoer of de stekker is niet of niet goed aangesloten. | Sluit het netsnoer op de juiste manier aan. | — |
| De instelling voor de impedantie is niet correct. | Stel de impedantie in zodat deze overeenkomt met die van uw luidsprekers. | 66 |
| De beveiliging is in werking getreden. Controleer of alle luidsprekerbedrading, op het toestel en op de luidsprekers zelf, op de juiste manier is aangesloten en dat de draden geen contact maken met andere dingen dan de bijbehorende aansluitingen. | 11-14 | |
| Het toestel heeft blootgestaan aan een sterke, externe elektrische schok (bijvoorbeeld een blikseminslag of een ontlading van statische elektriciteit). | Zet het toestel uit (standby), haal de stekker uit het stopcontact, wacht 30 seconden voor u de stekker weer terug doet en probeer het toestel vervolgens weer gewoon te gebruiken. | — |
| Het in-beeld display wordt niet weergegeven. | Het in-beelddisplay is ingesteld op “DISPLAY OFF”. | Kies de volledige of verkorte weergave. | 51 |
| “GRAY BACK” in het SET MENU staat uit (OFF) en er wordt op dit moment geen videosignaal ontvangen. | Zet “GRAY BACK” op AUTO zodat het OSD (in-beeld display) altijd wordt weergegeven. | 63 |
| Geen geluid In- of uitgangskabels niet op de juiste manier aangesloten. | Sluit de bedrading op de juiste manier aan. Als dit het probleem niet verhelpt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. | 15-20 |
| Maak de optimalisatie-microfoon los. | 24 |
| Selecteer AUTO. | 36 |
| Selecteer een geschikte signaalbron met INPUT, MULTI CH INPUT (of MULTI CH IN op de afstandsbediening) of de ingangskeuzetoetsen. | 30 |
| Sluit de luidsprekers op de juiste manier aan. | 12 |
| Selecteer de voor-luidsprekers met SPEAKERS A en/ of B. | 30 |
| — |
| Druk op MUTE of op een andere bedieningstoets voor dit toestel om de geluidsweergave te herstellen en het volume te kunnen regelen. | 31 |
| Wijzig de instelling voor de ingangsfunctie naar AUTO of DTS. | 36 |
| Gebruik een signaalbron waarvan de signalen wel door dit toestel kunnen worden gereproduceerd. | — |
| Geen beeld | Er wordt gebruik gemaakt van verschillende types video-aansluitingen voor de in- en uitgang van het beeldsignaal. | Schakel de videoconversie-functie in. | 63 |
| Het geluid valt plotseling uit. | De bevciliging is in werking getreden vanwege kortsluiting enz. | Controlcer of de impedantie correct is ingesteld. | 66 |
| Controlcer of de luidsprekerbedrading nergens kortsluiting maakt en zet vervolgens het toestel weer aan. | — |
| De slaaptimer heeft het toestel uitgeschakeld. | Zet het toestel aan en speel de gewenste signaalbron weer af. | — |
| De geluidsweergave is tijdelijk uitgeschakeld. | Druk op MUTE om de geluidsweergave te herstellen. | 31 |
| Alleen de luidspreker aan de ene kant doet het. | Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. | Sluit de bedrading op de juiste manier aan. Als dit het probleem niet verhelpt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. | 12 |
| Onjuiste balans ingesteld via het SET MENU. | Wijzig de SPEAKER LEVEL instellingen. | 58 |
| Er wordt alleen flink geluid geproduceerd door de midden-luidspreker. | Wannecer er een mono bronsignaal wordt weergegeven met een CINEMA DSP programma, zal dit signaal via het middenkanaal worden weergegeven, terwijl alleen eventuele door het programma toegevoegde effecten via de voor- en surround-luidsprekers worden geproduceerd. | | |
| Geen geluid uit de effect-luidsprekers. | De geluidsveldprogramma's zijn uitgeschakeld. | Kies STRAIGHT (EFFECT) om de effecten in te schakelen. | 36 |
| U gebruikt een signaalbron of een programmacombinatie waarbij niet via alle kanalen geluid wordt geproduceerd. | Probeer een ander geluidsveldprogramma. | 48 |
| Geen geluid uit de midden-luidspreker. | Het uitgangsniveau van de midden-luidspreker staat op een te lage waarde. | Stel het niveau van de midden-luidspreker hoger in. | 58 |
| “CENTER SP” in het SET MENU staat op NONE. | Selecteer de juiste instelling voor uw midden-luidspreker. | 56 |
| Eén van de HiFi DSP programma's (uitgezonderd 7ch Stereo) is geselecteerd. | Probeer een ander geluidsveldprogramma. | 48 |
| Geen geluid uit de surround-luidsprekers. | Het uitgangsniveau van de surround-luidsprekers staat op een te lage waarde. | Stel het niveau van de surround-luidsprekers hoger in. | 58 |
| “SUR. L/R SP” in het SET MENU staat op NONE. | Selecteer de juiste instelling voor de linker en rechter surround-luidsprekers. | 56 |
| Er wordt een mono bronsignaal afgespeeld met STRAIGHT. | Druk op STRAIGHT (EFFECT) om de geluidsveleffecten in te schakelen. | — |
| Geen geluid uit de surround achter-luidsprekers. | Surround achter-luidsprekers zijn niet geselecteerd. | Selecteer de surround achter-luidsprekers bij SUR. B L/R SP. | 57 |
| “SUR. L/R SP” in het SET MENU staat op NONE. | Als NONE is ingesteld voor de linker en rechter surround-luidsprekers, zal de surround achter-luidspreker automatisch ook op NONE worden ingesteld. Selecteer de juiste instelling voor uw surround-luidsprekers. | 56 |
| “SUR. B L/R SP” in het SET MENU staat op NONE. | Selecteer LRGx1 of SMLx1. | 57 |
| Geen geluid uit de subwoofer. | “LFE/BASS OUT” staat op FRNT in het SET MENU terwijl er een Dolby Digital of DTS signaal wordt weergegeven. | Selecteer SWFR of BOTH. | 57 |
| “LFE/BASS OUT” in het SET MENU staat op SWFR of FRNT terwijl er een 2-kanaals bronsignaal wordt weergegeven. | Selecteer BOTH. | 57 |
| Het bronsignaal bevat geen zeer lage toncn. | | |
| Er kunnen geen Dolby Digital of DTS bronnen worden weergegeven. (De Dolby Digital of DTS indicator op het display op het voorpaneel licht niet op.) | De aangesloten component is niet correct ingesteld voor het produceren van Dolby Digital of DTS digitale signalen. | Volg de handleiding van de apparatuur in kwestie en maak de vereiste instellingen. | — |
| De ingangsfunctie staat op ANALOG. Wijzig de instelling voor de ingangsfunctie naar AUTO of DTS. | 36 |
| U hoort een zeker “gebrom”. | Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. | Steek de stekkers goed in de aansluitingen. Als dit het probleem niet verhelpt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. | — |
| Het volume kan niet worden verhoogd, of het geluid klinkt vervormd. | De op de OUT (REC) aansluitingen van dit toestel aangesloten component staat uit. | Zet de betreffende component aan. | — |
| Geluidseffecten worden niet opgenomen. | Het is niet mogelijk door het toestel toegevoegde effecten op te nemen met aangesloten opname-apparatuur. | | |
| Er kan niet worden opgenomen door digitale opname-apparatuur die is aangesloten op de DIGITAL OUTPUT aansluiting van dit toestel. | De signaalbron waarvan u wilt opnemen is niet aangesloten op de DIGITAL INPUT aansluitingen van dit toestel. | Sluit de signaalbron aan op de DIGITAL INPUT aansluitingen. | 15-19 |
| Sommige componenten kunnen geen Dolby Digital of DTS bronmateriaal opnemen. | | |
| Er kan niet worden opgenomen door analoge opname-apparatuur die is aangesloten op de AUDIO OUT aansluitingen. | De signaalbron waarvan u wilt opnemen is niet aangesloten op de analoge AUDIO IN aansluitingen. | Sluit de signaalbron aan op de analoge AUDIO IN aansluitingen. | 15-19 |
| Sommige instellingen en geluidsveld parameters van dit toestel kunnen niet meer worden gewijzigd. | “MEMORY GUARD” in het SET MENU staat op ON. | Selecteer OFF. | 63 |
| Het toestel functioneert niet naar behoren. | De interne microcomputer is vastgelopen door een externe elektrische schok (bijvoorbeeld blikseminslag of ontlading van statische elektriciteit) of door een te laag voltage van de stroomvoorziening. | Haal de stekker uit het stopcontact en doe hem na ongeveer 30 seconden weer terug. | — |
| “CHECK SP WIRES” zal op het display op het voorpaneel verschijnen. | De luidsprekerbedrading maakt kortsluiting. | Controleer of alle luidsprekerkabels op de juiste manier zijn aangesloten. | 12 |
| Probleem Oorzaak Oplossing | | Raadpleeg bladzijde |
| U ondervindt storing van digitale of hoogfrequente apparatuur, of van dit toestel. | Dit toestel staat te dicht bij de digitale of hoogfrequente apparatuur. | Zet het toestel verder bij dergelijke apparatuur vandaan. |
| De beeldweergave wordt gestoord. | De videobron maakt gebruik van gescramblede of gecodeerde signalen om kopieren tegen te gaan. | |
| Er is ruis wanneer het OSD wordt weergegeven. | Het OSD kan worden gestoord wanneer het OSD via component videoverbindingen wordt weergegeven. | Selecteer OFF bij CMPNT OSD. |
| Het toestel gaat plotseling uit (standby). | De interne temperatuur is te hoog opgelopen en de oververhittingsbeveiliging is in werking getreden. | Wacht ongeveer 1 uur tot het toestel afgekoeld is voor u het weer aan zet. |
■ Tuner
| Probleem Oorzaak Oplossing | | Raadpleeg bladzijde |
| FM | Veel ruis in de FM stereo-ontvangst. | Dit probleem is inherent aan FM stereo-uitzendingen wanneer de zender te ver weg is of het ontvangstsignaal dat binnenkomt via de antenne niet sterk genoeg is. | Controleer de aansluitingen van de antenne. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM antenne. | 21 |
| Stem met de hand af. | 39 |
| Er is vervorming en ook een betere FM antenne zorgt niet voor een betere ontvangst. | U ondervindt interferentie doordat hetzelfde signaal op verschillende manieren ontvangen wordt. | Verander de opstelling van de antenne zodat u van deze interferentie geen last meer hebt. | — |
| Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. | Het radiosignaal is te zwak. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM antenne. | 21 | |
| Stem met de hand af. | 39 |
| Er kan niet langer worden afgestemd op eerder voorgeprogrammeerde zenders. | Het toestel is te lang zonder stroom geweest. | Programmecr de zenders opnieuw. | 39 |
| AM | Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. | Het signaal is te zwak of de antenne is los. | Controleer de aansluitingen van de AM ringantenne en stel deze zo op dat u de beste ontvangst verkrijgt. | — |
| Stem met de hand af. | 39 |
| U hoort doorlopend gekraak en gesis. | Deze geluiden kunnen het gevolg zijn van bliksem, TL verlichting, motoren, thermostaten en andere elektrische apparatuur. | Gebruik een buitenantenne en een goede aarding. Dit kan in sommige gevallen helpen, maar het blijft moeilijk om alle storingsbronnen te elimineren. | — |
| U hoort gezoem en gefluit. | Er wordt in de buurt van het toestel een TV gebruikt. | Zet dit toestel verder bij de TV vandaan. | — |
■ Afstandsbediening
| Probleem Oorzaak Oplossing | | Raadpleeg bladzijde |
| De afstandsbediening werkt niet of niet naar behoren. | Te ver weg of onder te scherpe hoek gebruikt. | De afstandsbediening werkt binnen een maximaal bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten opzichte van loodrecht op het voorpaneel. |
| Direct zonlicht of sterke verlichting (vooral van TL lampen enz.) valt op de sensor voor de afstandsbediening van dit toestel. | Stel het toestel anders op. |
| De batterijen raken leeg. Vervang alle batterijen. | 3 |
| De afstandsbedieningscode is niet goed ingesteld. | Stel de afstandsbedieningscode op de juiste manier in met behulp van de “LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES” aan het eind van deze handleiding. |
| Probeer een andere code voor dezelfde fabrikant met behulp van de “LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES” aan het eind van deze handleiding. |
| De ID van de afstandsbediening en de ID van dit toestel komen niet met elkaar overeen. | Schakel over naar een andere archiefcode. |
| Ook als de juiste afstandsbedieningscode is ingesteld is het mogelijk dat bepaalde modellen niet goed reageren op de afstandsbediening. | |
TERUGZETTEN OP DE FABRIEKSINSTELLINGEN
Als u om de één of andere reden alle instellingen van uw toestel wilt terugzetten op de fabrieksinstellingen, dient u als volgt te werk te gaan. Via deze procedure worden ALLE instellingen teruggezet, inclusief die van het SET MENU, niveaus, toewijzingen en voorgeprogrammeerde zenders.
U moet het toestel eerst uit (standby) zetten.

1 Houd, terwijl het toestel uit (standby) staat, STRAIGHT (EFFECT) op het voorpaneel ingedrukt en druk op STANDBY/ON.
Het uitgebreid setup menu zal verschijnen op het display op het voorpaneel.

Houd ingedrukt
en druk op

y
Om de initialisatie af te breken zonder wijzigingen aan te brengen, dient u op STANDBY/ON te drukken.
2 Verdraai PROGRAM om door het menu te bladeren en selecteer "PRESET".

3 Druk op STRAIGHT (EFFECT) om de gewenste instelling te selecteren.

RESET Terugzetten van het toestel op de fabrieksinstellingen.
CANCEL Om het terugzetten te annuleren zonder wijzigingen aan te brengen.
4 Druk op STANDBY/ON om uw keuze te bevestigen.

Als u "RESET" heeft geselecteerd, zal het toestel worden teruggezet op de fabrieksinstellingen en vervolgens uit (standby) gaan.
Als u "CANCEL" heeft geselecteerd, zal het toestel uit (standby) gaan zonder dat de instellingen worden teruggezet.
WOORDENLIJST
■ Dolby Digital
Dolby Digital is een digitaal surroundsysteem met volledig van elkaar gescheiden multikanaals audio. Met 3 voorkanalen (links, midden en rechts), en 2 surround-stereokanalen biedt Dolby Digital in totaal 5 audiokanalen met het volle frequentiebereik. Met een extra kanaal speciaal voor de lage tonen, het zogenaamde LFE (Lage Frequentie Effect) kanaal, biedt dit systeem in totaal 5.1 kanalen (het LFE kanaal wordt als 0.1 kanaal geteld). Door 2-kanaals stereo voor de surround-luidsprekers te gebruiken is er een betere weergave van bewegende geluidsbronnen en een beter algeheel surroundeffect mogelijk dan bij Dolby Surround. Het grote dynamische bereik (van het zachtste tot het hardste geluid wat nog kan worden weergegeven) van de 5 kanalen met het volle frequentiebereik en de preciese plaatsing van het geluid door de digitale verwerking biedt de luisteraar een ongehoord realistische weergave.
Met dit toestel kunt u zelf kiezen wat voor weergave u wilt horen, van mono tot 5.1 kanaals weergave, u vraagt, wij draaien.
■ Dolby Digital EX
Dolby Digital EX creëert 6 kanalen met het volledige frequentiebereik van 5.1-kanaals bronmateriaal. Dit wordt bereikt met een matrix decoder die 3 surroundkanalen samenstelt uit de gegevens voor de 2 surroundkanalen uit de oorspronkelijke opnamen. Voor de beste resultaten moet Dolby Digital EX gebruikt worden met filmsoundtracks die zijn opgenomen in Dolby Digital Surround EX. Met dit extra kanaal krijgt u een betere en meer dynamische weergave van bewegende geluidsbronnen, vooral bij zogenaamde "fly-over" en "fly-around" effecten.
■ Dolby Pro Logic II
Dolby Pro Logic II is een verbeterde decoderingstechniek voor de grote hoeveelheid aan bestaand Dolby Surround materiaal. Deze nieuwe technologie maakt gescheiden 5-kanaals weergave mogelijk met 2 voorkanalen, links en rechts, 1 middenkanaal en 2 surroundkanalen, links en rechts (in plaats van slechts 1 surroundkanaal bij conventionele Pro Logic weergave). Naast de Movie stand is er ook een Music stand en een Game stand voor 2- kanaals bronmateriaal.
■ Dolby Pro Logic IIx
Dolby Pro Logic IIx is een nieuwe technologie die gescheiden multikanaals weergave mogelijk maakt van 2-kanaals of multikanaals bronmateriaal. Er is een Music stand voor muziek, een Movie stand voor films en een Game stand voor spelletjes.
■ Dolby Surround
Dolby Surround maakt gebruik van een een 4-kanaals analoog opnamesysteem voor de reproductie van realistische en dynamische geluidseffecten: 2 voorkanalen, links en rechts (stereo), een middenkanaal voor gesproken tekst (mono) en een surroundkanaal voor speciale geluidseffecten (mono). Het surroundkanaal geeft alleen geluiden binnen een beperkt frequentiebereik weer. Dolby Surround wordt veel gebruikt op videobanden en laserdiscs en ook wel bij TV en kabelprogramma's. De in dit toestel ingebouwde Dolby Pro Logic decoder maakt gebruik van een digitale signaalverwerking die automatisch het volume van de verschillende kanalen stabiliseert om de richtingsgevoeligheid en de weergave van bewegende geluidsbronnen te verbeteren.
■ DTS 96/24
DTS 96/24 biedt een ongekend hoog niveau audiokwaliteit voor multikanaals weergave van DVD-Video en is volledig compatibel met alle vroegere DTS decoders. "96" refereert aan de 96 kHz bemonsteringsfrequentie (vergeleken met een normale waarde van 48 kHz). "24" refereert aan de gebruikte codelengte van 24 bits. DTS 96/24 biedt een geluidskwaliteit die vergelijkbaar is met die van de originele 96/24 masteropnamen, en 96/24 5.1-kanaals weergave met video van hoge kwaliteit voor muziekprogramma's zowel als speelfilms op DVD-video.
■ DTS (Digital Theater Systems) Digital Surround
DTS digitale surroundweergave is ontwikkeld om de analoge filmsoundtracks te vervangen door een 6-kanaals digitale soundtrack en is over de hele wereld bezig aan een opmars in de bioscoop. Digital Theater Systems Inc. heeft tevens een thuisbioscoopsysteem ontwikkeld zodat u gewoon thuis kunt profiteren van de verbluffende DTS digitale surroundweergave. Dit systeem produceert vrijwel vervormingsvrije 6-kanaals weergave (technisch gesproken, linker, rechter en midden voorkanalen, 2 surroundkanalen, plus een LFE 0.1 kanaal voor de subwoofer, dus anders gezegd 5.1 kanalen). Dit toestel is uitgerust met een DTS-ES decoder die 6.1-kanaals weergave mogelijk maakt door uit bestaand 5.1-kanaals bronmateriaal een surround-achterkanaal te destilleren.
■ Neo:6
Neo:6 bewerkt conventioneel 2-kanaals bronmateriaal voor 6-kanaals weergave met een speciale decoder. Hierdoor wordt weergave mogelijk met kanalen met het volle bereik en met een verbeterde kanaalscheiding, zoals bij weergave van digitale signalen met gescheiden kanalen. Er zijn twee standen; “Music” voor weergave van muziek en “Cinema” voor films.
■ CINEMA DSP
Omdat de Dolby Surround en DTS systemen oorspronkelijk bedoeld waren voor de bioscoop, werken deze systemen het best in een theatrale ruimte met een heleboel luidsprekers opgesteld voor het maximale akoestische effect. Maar de omstandigheden bij mensen thuis, de afmetingen van de kamer, het materiaal waar de muur van gemaakt is, het aantal luidsprekers enz., zijn zo verschillend, dat de weergave ook anders wordt. Op basis van een massa in het echt gemeten gegevens maken nu de YAMAHA CINEMA DSP programma's gebruik van de origineel door YAMAHA ontwikkelde geluidsveldentechnologie om in combinatie met Dolby Pro Logic, Dolby Digital en DTS systemen te komen tot een zo goed mogelijke benadering in uw huiskamer van de audiovisuele ervaring die tot nog toe alleen in de bioscoop gerealiseerd kon worden.
■ SILENT CINEMA
YAMAHA heeft een natuurlijk en realistisch DSP geluidsveldprogramma ontwikkeld voor hoofdtelefoons. Voor elk apart geluidsveld zijn parameters voor weergave via een hoofdtelefoon opgenomen zodat alle geluidsveldprogramma's natuurgetrouw kunnen worden weergegeven.
■ Virtual CINEMA DSP
YAMAHA heeft een Virtual CINEMA DSP geluidsveldprogramma ontwikkeld dat u ook zonder daadwerkelijke surround-luidsprekers in staat stelt te profiteren van DSP surroundeffecten door middel van virtuele surround-luidsprekers.
U kunt Virtual CINEMA DSP zelfs gebruiken op een minimaal systeem met slechts twee luidsprekers zonder midden-luidspreker.
ITU-R
ITU-R is de radio-communicatie afdeling van de ITU (International Telecommunication Union). De ITU-R beveelt een standaard luidspreker-opstelling aan die vaak wordt gebruikt in professionele luisterruimtes, in het bijzonder bij het masteren van opnamen.
■ LFE 0.1 kanaal
Dit kanaal is speciaal bedoeld voor de weergave van zeer lage tonen. Het frequentiebereik voor dit kanaal is 20 Hz t/m 120 Hz. Dit kanaal wordt meestal als 0.1 geteld omdat niet het volledige frequentiebereik wordt weergegeven, zoals de andere 5/6 kanalen in een Dolby Digital of DTS 5.1/6.1-kanaals systeem.
■ PCM (Lineair PCM)
Lineair PCM is een signaalformaat voor het ongecomprimeerd digitaliseren, opnemen en overbrengen van analoge audiosignalen. Dit wordt gebruikt als opnamemethode van CD's en DVD audio. Het PCM systeem maakt gebruik van een techniek waarmee het analoge signaal zeer vaak per seconde wordt gemeten. De afkorting staat voor "Puls Code Modulatie", het analoge signaal wordt gecodeerd als pulsjes en dan gemoduleerd voor opname.
■ Bemonsteringsfrequentie en aantal kwantisatiebits
Bij het digitaliseren van een analoog audiosignaal wordt het aantal keren dat het signaal per seconde wordt gemeten de bemonsteringsfrequentie genoemd en de gedetailleerdheid waarmee het geluid in een numerieke waarde wordt omgezet, het aantal kwantisatiebits. Het frequentiebereik dat kan worden weergegeven is gebaseerd op de bemonsteringsfrequentie, terwijl het dynamisch bereik, het verschil tussen het zachtste en het hardste geluid, bepaald wordt door het aantal kwantisatiebits. In principe is het zo dat hoe hoger de bemonsteringsfrequentie is, hoe groter het aantal tonen is dat kan worden weergegeven, en hoe hoger het aantal kwantisatiebits is, hoe precieser het geluidsniveau kan worden gereproduceerd.
■ Component videosignaal
In een component video systeem wordt het videosignaal gescheiden in een Y signaal voor de luminantie en in Pb en Pr signalen voor de kleuren. Dit systeem zorgt voor een betere kleurweergave omdat elk van deze signalen onafhankelijk is van de andere. Componentsignalen worden ook wel "kleurverschilsignalen" genoemd omdat het luminantiesignaal wordt afgetrokken van het kleursignaal.
U heeft een monitor met component ingangsaansluitingen nodig om component videosignalen te kunnen weergeven.
■ Composiet videosignaal
Een composiet videosignaal bestaat uit alle drie de basiselementen van het videobbeeld: kleur, helderheid en synchronisatiegegevens. Een composiet video-aansluiting op een videocomponent geeft deze drie elementen gecombineerd door.
■ S-videosignaal
In een S-video systeem wordt het videosignaal dat normaal via een enkele kabel zou worden doorgegeven gescheiden in een Y signaal voor de luminantie en een C signaal voor de kleur en doorgegeven via speciale S-video aansluitingen. Gebruik van een S VIDEO aansluiting vermindert signaalverslechtering bij lange verbindingen en zorgt voor een betere beeldkwaliteit.
TECHNISCHE GEGEVENS
AUDIO GEDEELTE
- Minimum RMS uitgangsvermogen voor, midden, surround, surround-achter
20 Hz t/m 20 kHz, 0,06% THV, 8 Ω 95 W
• Maximum vermogen (ELAJ)
[modellen voor China, Korea en algemene modellen]
1 kHz, 10% THV, 8 Ω ..... 135 W
• Dynamisch vermogen (IHF)
8/6/4/2 Ω 130/165/195/240 W
- DIN standaard uitgangsvermogen
[modellen voor het V.K., Europa en Azië]
1 kHz, 0,7% THV, 4 Ω .... 145 W
- IEC uitgangsvermogen [modellen voor het V.K., Europa en Azië] 1 kHz, 0,06% THV, 8 Ω ....105 W
- Dempingsfactor (IHF)
20 Hz t/m 20 kHz, 8 Ω....120 of meer
- Frequentierespons
CD aansluiting naar L/R voor .... 10 Hz t/m 100 kHz, -3 dB
- Totale harmonische vervorming
CD, enz. naar L/R voor (20 Hz t/m 20 kHz, 50 W, 8 Ω)
0,06% of minder
- Signaal-ruis verhouding (IHF-A netwerk)
CD (250 mV) naar L/R voor, Effect uit ....100 dB of meer
- Restruis (IHF-A netwerk)
L/R voor 150 µV of minder
- Kanaalscheiding (1 kHz/10 kHz)
CD (5,1 kΩ afgesloten) naar L/R voor ...... 60 dB/45 dB of meer
- Toonregeling (L/R voor)
BASS versterking/drempel ....±6 dB/50 Hz
BASS turnover frequentie ....350 Hz
TREBLE versterking/drempel ....±6 dB/20 kHz
TREBLE turnover frequentie ....3,5 kHz
• Hoofdtelefoon uitgangsvermogen 150 mV/100 Ω
- Ingangsgevoeligheid/ingangsimpedantie
CD, enz. 200 mV/47 kΩ
MULTI CH INPUT 200 mV/47 kΩ
- Uitgangsniveau/uitgangsimpedantie
REC OUT.... 200 mV/1,2 kΩ
PRE OUT .... 2 V/1,2 kΩ
SUBWOOFER .... 4 V/1,7 kΩ
ZONE 2 OUTPUT
[Modellen voor de V.S., Canada en Australië]
.... 200 mV/1,2 kΩ
VIDEO GEDEELTE
- Videosignaaltype PAL/NTSC
- Signaal-ruis verhouding 50 dB of meer
- Frequentierespons (MONITOR OUT)
Composiet, S-video .... 5 Hz t/m 10 MHz, -3 dB
Component .... 5 Hz t/m 60 MHz, -3 dB
FM GEDEELTE
- Afstembereik
[Modellen voor de V.S. en Canada] .... 87,5 t/m 107,9 MHz
[Modellen voor Azië en algemene modellen]
.... 87,5/87,50 t/m 108,0/108,00 MHz
[Overige modellen] .... 87,50 t/m 108,00 MHz
- Bruikbare gevoeligheid (IHF) 1,0 μV (11,2 dBf)
- Signaal-ruis verhouding (IHF)
Mono/Stereo 76 dB/70 dB
• Harmonische vervorming (1 kHz)
Mono/Stereo 0,2%/0,3%
- Stereoscheiding (1 kHz) 42 dB
- Frequentierespons 20 Hz t/m 15 kHz, +0,5, -2 dB
AM GEDEELTE
- Afstembereik
[Modellen voor de V.S. en Canada] .... 530 t/m 1710 kHz
[Modellen voor Azië en algemene modellen]
.... 530/531 t/m 1710/1611 kHz
[Overige modellen] .... 531 t/m 1611 kHz
- Bruikbare gevoeligheid 300 μV/m
ALGEMEEN
- Stroomvoorziening
[Modellen voor de V.S. en Canada]
.... 120 V, 60 Hz wisselstroom
[Modellen voor Australië] .... 240 V, 50 Hz wisselstroom
[Modellen voor China] .... 220 V, 50 Hz wisselstroom
[Modellen voor Korea] .... 220 V, 60 Hz wisselstroom
[Modellen voor het V.K. en Europa]
.... 230 V, 50 Hz wisselstroom
[Algemene modellen]
.... 110/120/220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom
[Modellen voor Azië] ....220/230–240 V, 50/60 Hz wisselstroom
- Stroomverbruik
[Modellen voor de V.S. en Canada] .... 400 W/500 VA
[Overige modellen] .... 440 W
- Stroomverbruik Uit (standby) 0,1 W of minder
- Netstroomaansluitingen
[Modellen voor het V.K. en Australië]
...... 1 (Totaal 100 W maximum)
[Modellen voor de V.S., Canada en China]
...... 2 (Totaal 100 W maximum)
[Modellen voor Europa, Azië en algemene modellen]
...... 2 (Totaal 50 W maximum)
- Afmetingen (b x h x d) 435 x 171 x 420 mm
• Gewicht 12,5 kg