MD 17187 - Naaimachine MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MD 17187 MEDION in PDF-formaat.
| Producttype | Naaimachine |
| Merk | Medion |
| Model | MD 17187 |
| Nominale spanning | 220-240 V ~ 50 Hz |
| Totaal vermogen | 65 W (motor 50 W, lamp 15 W) |
| Lamp | 15 W, fitting E14 |
| Pedaal | Type KD 2902, beschermingsklasse II |
| Gewicht (ongeveer) | Ongeveer 7 kg |
| Afmetingen (ongeveer) | Ongeveer 40 x 30 x 20 cm |
| Aantal steken | 32 programma's |
| Steeksoorten | Rechte steek, zigzag, overlock, elastisch, decoratief, knoopsgat |
| Automatisch knoopsgat | Ja |
| Variabele snelheid | Ja, bediening via pedaal |
| Vrije arm | Ja |
| Achteruit | Ja |
| Stopplaat | Inbegrepen |
| Meegeleverde accessoires | Naai voeten (standaard, rits, knoopsgat), spoeltjes (3), naalden, schroevendraaier, tornmesje |
| Gebruik | Huishoudelijk gebruik |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen van de transporteur en smering |
| Veiligheid | Automatische stop tijdens bewerkingen, vingerbescherming |
Veelgestelde vragen - MD 17187 MEDION
Gebruikersvragen over MD 17187 MEDION
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MD 17187 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MD 17187 van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING MD 17187 MEDION
3) Regelaar voor bovendraadspanning
4) Spoelspindel
5) Spoelaanslag
6) Knop voor programmakeuze
7) Steeklengteregelaar
8) Achteruithendel
9) Bovendraadgeleiding
10) Afdekking van spoelhuis (daarachter spoelhuis en grijperbaan)
11) Vrije arm
12) Naaldplaat
13) Draadmesje
14) Voorklep
15) Klospen
16) Handgreep
17) Naaivoethendel
18) Hoofdschakelaar (motor en licht)
19) Stekkerbehuizing voor het pedaal
20) Ventilatieopeningen
21) Handwiel
22) Keuzeschakelaar voor opwinden/naaien
23) Bovendraadgeleiding
24) Naaldklemschroef
25) Draadgeleiding naaldhouder
26) Naald
27) Stoftransporteur
28) Persvoet
29) Persvoethouder
30) Klemschroef voor persvoet
31) Persvoetontgrendeling
32) Naaldhouder
1. Over deze handleiding....3
1.1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingspictogrammen en -woorden....3
1.2. Gebruik voor het beoogde doel 3
1.3. Verklaring van conformiteit ....4
2. Veiligheidsinstructies....5
2.1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed 5
2.2. Netsnoer en netaansluiting....5
2.3. Basisinstructies 5
2.4. Repareer de machine nooit zelf....6
2.5. Veilige omgang met de machine....6
2.6. Reinigen en opbergen 6
3. Kennismaken met uw machine....7
3.1. Inhoud van de verpakking 7
3.2. Inhoud van het accessoirevak ....7
3.3. Elektrische aansluitingen 8
3.4. Stevige plaatsing van de naaimachine 8
3.5. Regelen van de naaisnelheid....8
3.6. Aanbrengen en verwijderen van het afneembaar werkblad....8
4. Voorbereidende werkzaamheden 9
4.1. Opspoelen van de onderdraadspoel....9
4.2. Verwijderen van het spoelhuis....11
4.3. Inrijgen van het spoelhuis 11
4.4. Plaatsen van het spoelhuis....12
4.5. Inrijgen van de bovendraad....13
4.6. Ophalen van de onderdraad....15
5. Instellingen 16
5.1. Instelling van de draadspanning....16
5.2. Controleren van de draadspanningen....17
6. Naaien....18
6.1. Algemeen 18
6.2. Selecteren van de juiste naald 18
6.3. Omhoog en omlaag bewegen van de persvoet....19
6.4. Vingerbescherming....19
6.5. Achterwaarts naaien....19
6.6. Stof uit de naaimachine verwijderen....19
6.7. Omwisselen van naairichting....20
6.8. Afsnijden van de draad....20
6.9. De knop voor programmakeuze 21
6.10. Instelling voor steeklengte....21
6.11. Soorten steken (programma's)....21
6.12. Knoopsgaten 25
6.13. Ritssluitingen innaaien 26
6.14. Stoppen....27
6.15. Borduren 28
6.16. Knopen en oogjes aannaaien....28
6.17. Naaien met een tweelingnaald (dubbele naald)....29
6.18. Naaien op de vrije arm....30
7. Onderhoud, verzorging en reiniging 31
7.1. Vervangen van het naailampje....31
7.2. Vervangen van de naald....31
7.3. Verwijderen en inzetten van de persvoet 32
7.4. Verwijderen en inzetten van de persvoethouder 33
7.5. Onderhoud van de naaimachine 33
7.6. Smeren van de machine....35
8. Storingen....36
9. Stof-, garen- en naaldentabel....38
Inhoudsopgave
- Afvoer 39
- Technische gegevens....39
- Colofon 40
- Index....41
1. Over deze handleiding

Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u deze machine voor het eerst in gebruik neemt en neem vooral de veiligheidsinstructies in acht!
Wat u aan en met deze machine doet, is alleen toegestaan voor zover dit in de gebruikershandleiding is beschreven.
Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik.
Geef deze handleiding mee wanneer u de machine doorgeeft aan een andere eigenaar!
1.1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingspictogrammen en -woorden
![]() | GEVAAR!Waarschuwing voor acuut levensgevaar! |
![]() | WAARSCHUWING!Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig onherstelbaar let-sel! |
![]() | VOORZICHTIG!Waarschuwing voor mogelijk minder ernstig of gering letsel! |
![]() | OPMERKING!Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voorkomen!Aanvullende informatie over het gebruik van deze machine! |
![]() | OPMERKING!Neem de aanwijzingen in de handleiding in acht! |
![]() | TIPNaaitips om het werk gemakkelijker te maken |
1.2. Gebruik voor het beoogde doel
Deze machine biedt vele gebruiksmogelijkheden:
De naaimachine kan worden gebruikt voor het aan elkaar naaien en afwerken van de naden van licht tot zwaar naai- goed.
Het naaigoed kan bestaan uit textielvezels, samengestelde materialen of licht leer.
- Deze machine is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik en is niet geschikt voor industriële of zakelijke toepassingen.
Let erop dat de garantie bij oneigenlijk gebruik komt te vervallen:
- breng geen wijzigingen aan zonder onze toestemming en gebruik geen accessoires die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.
- gebruik alleen door ons geleverde of goedgekeurde (vervangende) onderdelen en accessoires.
- neem alle informatie in deze handleiding in acht, met name de veiligheidsvoorschriften. Elke andere toepassing wordt beschouwd als oneigenlijk gebruik en kan leiden tot letsel of materiële schade.
- Gebruik deze machine niet onder extreme omgevingsomstandigheden.
1.3. Verklaring van conformiteit
Hierbij verklaart Medion AG dat dit product voldoet aan de volgende Europese eisen:
• EMC-richtlijn 2014/30/EU
• Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
• Ecodesign-richtlijn 2009/125/EG
• RoHS-richtlijn 2011/65/EU.

2. Veiligheidsinstructies
2.1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed
- Deze machine kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met onvoldoende ervaring en/of kennis, mits deze personen onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het gebruik van de machine zodat zij de daarmee samenhangende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met de machine spelen. Reiniging en door de gebruiker uit te voeren onderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij deze ouder zijn dan 8 jaar en onder toezicht staan.
- Kinderen die jonger zijn dan 8 jaar moeten uit de omgeving van de machine en het netsnoer worden gehouden.

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor bestaat gevaar voor verstikking!
Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.
2.2. Netsnoer en netaansluiting
- Sluit de machine alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact (220-240 V\~ / 50 Hz) dichtbij de plaats waar de machine staat opgesteld. Zorg dat het stopcontact altijd goed toegankelijk is zodat de machine indien nodig snel spanningsvrij kan worden gemaakt.
- Wanneer u de stekker uit het stopcontact verwijdert, altijd aan de stekker zelf en niet aan de kabel trekken.
- Wikkel de kabel tijdens gebruik volledig af.
- Het netsnoer en eventuele verlengkabels moeten zodanig lopen dat niemand erover kan struikelen.
- De kabel mag niet in contact komen met hete oppervlakken.
- Trek de netstekker uit het stopcontact wanneer u de machine onbeheerd achterlaat. Daarmee voorkomt u gevaar van een ongeval doordat de machine onopzettelijk wordt ingeschakeld.
- Voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden schakelt u de naaimachine uit en trekt u de stekker uit het stopcontact: draad inrijgen, naald verwisselen, persvoet instellen, lamp vervangen, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden en aan het einde van naaiwerkzaamheden resp. wanneer de werkzaamheden worden onderbroken.
2.3. Basisinstructies
- De naaimachine mag niet nat worden - gevaar voor en elektrisch schok!
- Laat de ingeschakelde naaimachine nooit zonder toezicht achter.
- Gebruik de machine nooit in de open lucht.
- Gebruik de machine nooit als hij vochtig is of in een vochtige omgeving.
- De machine mag uitsluitend worden gebruikt met het meegeleverde pedaal type KD 2902.
2.4. Repareer de machine nooit zelf

WAARSCHUWING!
Gevaar voor een elektrische schok!
Bij onjuiste reparatie bestaat er gevaar voor een elektrische schok!
▶ Probeer in geen geval de machine te openen of zelf te repareren!
Neem bij storingen of als het aansluitsnoer beschadigd is, contact op met het Servicecentrum of een andere vakkundige reparatiedienst.
- Trek bij beschadigingen van de machine of het aansluitsnoer direct de stekker uit het stopcontact.
- Om risico's te voorkomen mag de naaimachine bij zichtbare beschadigingen aan de machine zelf of het netsnoer niet worden gebruikt.
- Als het netsnoer van de machine beschadigd is geraakt moet deze, om gevaar te voorkomen, worden vervangen door de klantenservice van de fabrikant of een andere deskundige persoon.
2.5. Veilige omgang met de machine
- Zet de naaimachine op een vlak, stevig werkvlak.
- Tijdens gebruik moeten de ventilatieopeningen vrij blijven: laat geen voorwerpen (bv. stof, restjes garen etc.) in de openingen binnendringen.
- Houd het pedaal vrij van pluizen, stof en stofresten.
- Plaats nooit iets op het pedaal.
- Gebruik uitsluitend de meegeleverde accessoires en onderdelen.
- Gebruik voor het smeren alleen speciale naaimachineolie. Gebruik geen andere vloeistoffen.
- Wees voorzichtig met de bediening van de bewegende delen van de machine, met name de naald. Er bestaat ook kans op letsel wanneer de machine niet op het lichtnet is aangesloten!
- Let er tijdens het naaien op dat u niet met uw vingers onder de naaldklemschroef komt.
- Gebruik ook geen verbogen of stompe naalden.
- Hou de stof tijdens het naaien niet vast en trek niet aan de stof. De naalden kunnen breken.
- Zet de naald na beëindiging van de naaiwerkzaamheden altijd in de hoogste stand.
- Schakel altijd de machine uit na de werkzaamheden, voor onderhoudswerkzaamheden of bij het vervangen van lampen en trek de netstekker uit het stopcontact.
2.6. Reinigen en opbergen
- Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine gaat reinigen. Reinig de machine met een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en schoonmaakmidde- len. Deze kunnen het oppervlak en/of de opschriften van de machine beschadigen.
- Gebruik voor het opbergen van de naaimachine altijd de meegeleverde kap zodat de machine beschermd is tegen stof.
3. Kennismaken met uw machine
3.1. Inhoud van de verpakking
Controleer bij het uitpakken of de volgende onderdelen zijn meegeleverd:
- Naaimachine
- Afneembaar werkblad met accessoirevak
- Pedaal
- Afdekkap
- Handleiding en garantiebewijs

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor bestaat gevaar voor verstikking!
Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.
3.2. Inhoud van het accessoirevak
①

②

③

④

⑤

⑧

1) Standaardvoet (rechte steek/zigzagsteek) (al gemonteerd)
2) Ritsvoet
3) Knoopsgatvoet
4) Reservespoelen (3 stuks)
5) Vilt voor klospennen (2 stuks)
6) Klospennen (2 stuks)
7) Stopplaat
8) Assortiment naalden
9) Schroevendraaier voor naaldplaat
10) Schroevendraaier (klein)
11) Schroevendraaier (groot)
12) To rnmesje

3.3. Elektrische aansluitingen
De hoofdschakelaar schakelt zowel de machine als de naaiverlichting in. Steek de aansluitstekker van het meegeleverde pedaal in het stekkerblok (19) op de machine en vervolgens de netstekker in het stopcontact.
Gebruik uitsluitend het meegeleverde pedaal type KD 2902.
Schakel altijd de machine uit na de werkzaamheden, voor onderhoudswerkzaamheden of bij het vervangen van lampen en trek de netstekker uit het stopcontact.
3.4. Stevige plaatsing van de naaimachine
Met de regelvoet kunt u de naaimachine goed vastzetten.
Draai de regelvoet naar rechts om deze omlaag te draaien om naar rechts om deze omhoog te draaien.
Stel de voet zo in dat de naaimachine recht op het werkblad staat en niet schommelt.
3.5. Regelen van de naaisnelheid
De naaisnelheid wordt geregeld met het pedaal. De naaisnelheid kan worden veranderd door meer of minder druk op het pedaal uit te oefenen.
3.6. Aanbrengen en verwijderen van het afneembaar werkblad
De machine wordt geleverd met een geïnstalleerd afneembaar werkblad. Het afneembare werkblad is van binnen hol en kan worden gebruikt als opbergplaats voor de accessoires.
Het afneembare werkblad kan worden verwijderd door het voorzichtig naar links te schuiven.
Als u het afneembare werkblad wilt plaatsen, zet u het voorzichtig tegen de machine aan en schuift u het naar rechts, totdat het hoorbaar vastklikt.
4. Voorbereidende werkzaamheden
4.1. Opspoelen van de onderdraadspoel
De onderdraadspoelen kunnen snel en gemakkelijk met de naaimachine worden opgespoeld.
Hiervoor voert u de draad van de draadklos door de draadgeiding (1) naar de spoel.
De exacte procedure voor het opspoelen gaat als volgt:
Zet de keuzeschakelaar (22) in het handwiel (21) op het spoelsymbool, zo- dat de naald (26) tijdens het opspoelen niet meebeweegt.
Plaats een van de klospennen (15) in de daarvoor bestemde uitsparingen en breng een draadklos aan.
Voer nu de draad vanaf de draadklos door de draadgeleiding (1), zoals op de afbeelding weergegeven. Voer de draad van voren naar achteren door de draadgeleiding (1), zodat de draad zich kruist.

Voer het uiteinde van de draad zoals afgebeeld door het gat in de spoel en wikkel de draad met de hand enkele slagen om de spoel.

Plaats de spoel op de spoelspindel (4), waarbij het uiteinde van de draad zich boven op de spoel bevindt. Draai de spoelspindel (4) naar rechts richting spoelaanslag (5), totdat deze hoorbaar vastklikt.
Houd het draaduiteinde vast en druk op het pedaal. Zodra de spoel een eindje is opgewikkeld, laat u het uiteinde van de draad los. Wikkel op totdat de spoelspindel (4) automatisch stopt.
Draai de spoelspindel (4) naar links en verwijder de spoel.

Zet de keuzeschakelaar (22) in het handwiel (21) weer op het naaldsymbol. De naald (26) beweegt zich nu weer als u het pedaal bedient.

Als de verdeling bij het opspoelen van de draad onregelmatig is, kunt u de hoogte van de draadgeleiding (1) instellen:
Draai de schroef (B) los om de hoogte van de draadgeleiding (A) in te stellen.

4.2. Verwijderen van het spoelhuis
▶ Verwijder het afneembare werkblad.
Zet de naald (26) in de bovenste stand door aan het handwiel (21) en aan de persvoet te draaien en open de afdekking van het spoelhuis (10) zoals op de afbeelding weergegeven.
Open de kantelhendel van het spoelhuis en trek het spoelhuis uit de machine.
Als u de kantelhendel loslaat, valt de spoel vanzelf uit het spoelhuis.
4.3. Inrijgen van het spoelhuis
Houd de spoel tussen duim en wijsvinger van uw rechterhand en laat de draad ca. 15 cm naar buiten hangen.
Houd het spoelhuis in uw linkerhand en plaats de spoel in het huis.
Voer het uiteinde van de draad door de inkeping aan de rand van het spoelhuis naar binnen.
Voer nu de draad onder de spanningsveer door en in het draadgat. Controleer of er ca. 15 cm van de draad uit de spoel hangt.

4.4. Plaatsen van het spoelhuis
Houd het spoelhuis zodanig vast, dat de vinger van het huis naar boven wijst. Open de kantelhendel van het spoelhuis.

text_image
Vinger Grijperbaanring met uitsparing Middelste stiftPlaats het spoelhuis op de middelste pen en druk de spoel voorzichtig naar binnen tot de vinger van het spoelhuis in de grijpbaanring schuift.
▶ Laat de klep los en druk op het spoelhuis.
▶ Sluit de afdekking van het spoelhuis (10).
4.5.Inrijgenvandebovendraad
Lees de onderstaande instructies zorgvuldig door omdat een verkeerde volgorde bij de draadgeleiding kan leiden tot het breken van de draad, het uitvalen van steken en het samentrekken van de stof.
Ook op de voorklep vindt u een schematische weergave van de draadgeleiding. Bekijk ook deze tekening zorgvuldig.
Zet vóór het inrijgen de naald (26) in de bovenste stand door aan het handwiel (21) en de persvoethendel (17) te draaien.
Zet een klos garen op een van de klospennen (15), waarbij de draad via de bovenkant van de klos naar voren moet worden gevoerd.
Houd de klos garen vast met de rechterhand.

text_image
Bovendraadgeleiding Draadheffer Klos Bovendraadspanning Voorste draadgeleiding Achterste draadgeleiding NaaldOPMERKING!
De afbeelding dient uitsluitend ter verduidelijking. De voorklep mag niet worden geopend.

▶ Voer nu de draad door de bovendraadgeleiding (9).
Laat daarna de draad tussen de spanningshijven van de spanningsregelaar voor de bovendraad (3) lopen.

Een bovendraadspanning van 3 is ideaal voor de meeste toepassingen.

▶ Voer de draad onder de voorste draadgeleiding door naar boven. Hierbij wordt de binnenste geleideveer automatisch omhoog geschoven.

Rijg vervolgens de draad van rechts naar links in de haak van de draadheffer (2).


OPMERKING
Draai eventueel aan het handwiel (21) om de draadheffer (2) helemaal naar boven te zetten.
▶ Voer de draad nu weer naar beneden in de richting van de naald (26), waarbij deze door de interne draadgeleiding en de draadgeleiding van de naaldhouder (32) wordt gevoerd.
Rijg nu de draad van voren naar achteren door het oog van de naald en laat een draaduiteinde van ca. 10 cm over.

4.6. Ophalen van de onderdraad
Zet de persvoet (28) omhoog.
Draai het handwiel (21) met de rechterhand naar u toe totdat de naald (26) zich naar beneden en vervolgens weer naar boven beweegt.
Vervolgens stopt u het handwiel (21) zodra de naald (26) in de hoogste stand staat.
Houd het einde van de bovendraad met uw linkerhand vast.
Trek de bovendraad iets omhoog zodat de onderdraad een lus vormt.

text_image
Bovendraad Onderdraad- Trek ca. 10 cm van beide draden onder de persvoet (28) aan de achterkant naar buiten.

text_image
Bovendraad Draadrichting Onderdraad
text_image
Hoog Laag

5.1. Instelling van de draadspanning
Als de draad tijdens het naaien breekt, is de draadspanning te hoog.
Als zich bij het naaien kleine lussen vormen, is de draadspanning te laag.
In beide gevallen moet de draadspanning worden ingesteld.
Daarbij moeten de bovendraad- en onderdraadspanning de juiste onderlinge verhouding hebben.
5.1.1. Re geling van de bovendraadspanning
De spanning ontstaat door de schijven waar de draad doorheen wordt geleid.
De druk op deze schijven wordt geregeld door de regelaar voor de bovendraadspanning (3).
Hoe hoger de waarde, des te groter de spanning.
OPMERKING
Voor het meeste naaiwerk is een bovendraadspanning van 3 geschikt.
De bovendraadspanning wordt pas geactiveerd wanneer de persvoet omlaag wordt gezet.
Er zijn meerdere redenen om de spanning te regelen. Zo moet bijvoorbeeld bij verschillende stoffen een verschillende spanning worden gebruikt.
De benodigde spanning is afhankelijk van de stevigheid en dikte van de stof, het aantal lagen stof dat moet worden genaaid en de gekozen steek.
Zorg ervoor dat de spanning van boven- en onderdraad gelijkmatig is omdat de stof anders kan worden samengetrokken.
Wij adviseren vóór elk naaiwerk een proefnaad te maken op een lapje.
5.1.2. Regeling van de onderdraadspanning
De onderdraadspanning hoeft maar zelden te worden geregeld omdat deze al door de fabrikant is ingesteld voor het uitvoeren van algemene naaiwerkzaamheden.
De onderdraadspanning is precies goed als u de draad gemakkelijk met geringe weerstand uit de spoel kunt trekken.
Voor bijzonder lichte of zware stoffen moet de spanning van de onderdraad echter wel worden bijgesteld.
U kunt de onderdraadspanning aanpassen met de stelschroef van het spoelhuis. Gebruik voor het instellen de kleine meegeleverde schroevendraaier.
Verwijder het spoelhuis.
Lagere spanning:
Schroef linksom draaien
Hogere spanning:
Schroef rechtsom draaien.
5.1.3. Onderdraadspanning controleren
De eenvoudigste manier om de onderdraadspanning te controleren is door een middelgrote zigzagsteek aan te brengen op de stof die u wilt naaien.
Gebruik hiervoor een geschikte naald (26) en draad.
Bijzonder duidelijk wordt het als u voor boven- en onderdraad draden van verschillende kleuren gebruikt.
Naai nu enkele zigzagsteken.
De draadspanning is juist als de onderdraad niet aan de bovenkant van de stof te zien is.
Let erop dat u altijd gelijkmatige steken naait (zie afbeelding hiernaast).
| Ongelijkmatige steken | Gelijkmatige steken |
5.2. Controleren van de draadspanningen
5.2.1. Juiste naad
De juiste instelling van boven- en onderdraadspanning moet zodanig zijn dat de kronkels van de draden zich in het midden van de stof bevinden.
De stof blijft glad en vertoont geen plooien.
5.2.2. Onzuivere naden
De bovendraad zit te strak en trekt de onderdraad naar boven. De onderdraad verschijnt op de bovenste stoflaag.
Oplossing:
Stel de bovendraadspanning lager in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning (3) te draaien.
De bovendraad zit te los. De onderdraad trekt de bovendraad naar beneden. De bovendraad verschijnt aan de onderkant van de stoflaag.
Oplossing:
Stel de bovendraadspanning hoger in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning (3) te draaien.
In beide gevallen van onzuivere naden moet u eventueel ook de onderdraadspanning bijstellen.

▶ Schakel de hoofdschakelaar (18) in.
Zet de naald (26) bij het veranderen van het soort steek altijd in de hoogste stand. Schuif de stof ver genoeg onder de persvoet (28). Laat de boven- en onderdraad ongeveer 10 cm naar achteren uitsteken.
Zet de persvoethendel (17) omlaag. Terwijl u de draad met uw linkerhand vasthoudt, draait u het handwiel (21) naar u toe en plaatst u de naald (26) op de plek van de stof waar u met naaien wilt beginnen.
Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller loopt de machine. Voer de stof bij het naaien met zachte hand door de machine. Naai door omzetten van de achteruithendel (8) enkele terugwaartse steken om de eerste steken van de naad vast te zetten.
TIP
Als u niet zeker weet of bijvoorbeeld de draadspanning of het soort steek juist is, probeert u de instellingen uit op een lapje.
De stof loopt automatisch onder de persvoet (28) door: De stof mag niet met de handen worden tegengehouden of worden getrokken, maar moet soepel worden geleid zodat de naad de door u gewenste richting krijg t.
6.2. Selecteren van de juiste naald
Het nummer dat de sterkte van de naald (26) aangeeft, is op de schacht aan- gebracht.
Hoe hoger het nummer, des te sterker de naald (26).
LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
Het gebruik van een defecte naald kan tot beschadiging van het naaigoed leiden.
▶ Vervang defecte naalden onmiddellijk.
6.3. Omhoog en omlaag bewegen van de persvoet
De persvoet (28) gaat omhoog of omlaag door de persvoethendel (17) omhoog of omlaag te bewegen.
De persvoet (28) kan iets omhoog worden verplaatst voor extra bewegingsruimte, zodat u dikke stoffen kunt naaien.
6.4. Vingerbescherming
Dit accessoire voorkomt dat u met de hand onder de naald (26) terechtkomt.
6.5. Achterwaarts naaien
- Gebruik achterwaarts naaien om een naad aan het begin en einde te versterken. Druk de achteruithendel (8) naar beneden en houd deze ingedrukt.
Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller loopt de machine.
Als u weer vooruit wilt naaien, laat u eenvoudig de achteruithendel (8) los.
6.6. Stof uit de naaimachine verwijderen
Zorg er bij het beëindigen van de naaiwerkzaamheden altijd voor dat de naald (26) in de hoogste stand staat. U kunt de stof verwijderen door de persvoet (28) omhoog te tillen en de stof bij u vandaan naar achteren te trekken.

6.7. Omwisselen van naairichting
Als u in de hoeken van het naaigoed de naairichting wilt veranderen, gaat u als volgt te werk: stop de machine en draai het handwiel (21) zo ver naar u toe tot de naald (26) in de stof steekt.
▶ Til de persvoet (28) op.
Draai de stof om de naald (26) om de richting naar wens te veranderen.
Laat de persvoet (28) weer zakken en ga verder met naaien.
6.8. Afsnijden van de draad
Snijd de draad af met het draadmesje (13) aan de zijkant van de voorklep of met een schaar. Houd een draadlengte aan van ca. 25 cm tot aan het oog van de naald.
6.9. De knop voor programmakeuze
Bij deze naaimachine kunt u kiezen uit verschillende gebruiks- en siersteken. Met de knop voor programmakeuze (6) kunt u het gewenste steekpatroon eenvoudig instellen.
- Controleer voordat u van steek verandert altijd of de naald (26) in de bovenste stand staat.
Draai de knop voor programmakeuze (6) zo, dat de gewenste soort steek bij het markeringsteken staat.
OPMERKING!
De naaiprogramma's 17 t/m 32 worden automatisch uitgevoerd als u de regelaar voor de steeklengte in stand 17-32 zet. Als u bijvoorbeeld de knop voor programmakeuze in stand 8 zet en de regelaar voor de steeklengte op 17-32, wordt automatisch programma 24 uitgevoerd.
6.10.Instellingvoorsteeklengte
Met de regelaar voor de steeklengte (7) kunt u de lengte van het steekpatroon kiezen. Draai de regelaar voor de steeklengte (7) zo, dat de gewenste steeklengte bij het markeringsteken staat.
De nummers geven bij benadering de steeklengte in millimeters aan.

6.11. Soorten steken (programma's)
De soorten steken worden ingesteld met de knop voor programmaselectie (6). Let er altijd op dat de naald (26) in de hoogste stand staat voordat u voordat u van steek verandert.
Voer, voordat u een steekprogramma gaat gebruiken, een naaiproef op een lapje uit.
OPMERKING
Raadpleeg voor het plaatsen en verwijderen van de persvoet Seite 32
Geschikt voor algemeen gebruik en voor afstikken.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: 1 tot 3
Steeklengte: 1 tot 4



6.11.2. Zigzagsteek
De zigzagsteek is een van de meest gebruikte steken. Deze heeft vele toepassingsmogelijkheden, zoals omzomen en het opnaaien van applicaties en monogrammen.
Voordat u de zigzagsteek gaat gebruiken, naait u ter versterking van de naad enkele rechte steken.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: 4 tot 7
Steeklengte: 0,5 tot 4

TIPS VOOR ZIGZAGSTEKEN
Om betere zigzagsteken te krijgen moet de bovendraadspanning lager zijn dan bij het naaien van rechte steken.
De bovendraad moet enigszins zichtbaar zijn aan de onderkant van de stof.

De zogenaamde satijnsteek, een zeer smalle zigzagsteek, is bijzonder geschikt voor applicaties, monogrammen en verschillende siersteken.
Programmakeuze zoals bij de normale zigzagsteek.

Persvoet:....Standaardvoet
Programma: 4 en 5
Steeklengte: 1 tot 2

TIP
Als u deze steek gebruikt moet de bovendraadspanning altijd iets lager worden ingesteld. Hoe breder de steek moet zijn, hoe lager de bovendraadspanning. Bij het naaien van zeer dunne of tere stoffen legt u een dun papier onder de stof en naait u dit mee. Daarmee voorkomt u het overslaan van steken en het rimpelen van de stof.
6.11.4. Omgekeerde blinde zoom
Met deze soort steek worden randen afgewerkt.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: 8 en 11
Steeklengte: 1 tot 3

6.11.5. Zigzag met drie steken
Met deze soort steek worden randen afgewerkt.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: 10
Steeklengte: 1 tot 3
6.11.6. Overlock-steek
Met deze soort steek worden randen afgewerkt.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: 14
Steeklengte: 1 tot 3


Voor het zogenaamde blindzomen.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: 12 en 13
Steeklengte: 1 tot 3
Gebruik een kleur garen die precies bij de stof past.
Gebruik bij zeer lichte of doorschijnende stoffen een transparante nylondraad.
▶ Vouw de stof zoals op de afbeelding getoond.
Naai op de vouw zoals afgebeeld. De rechte steken moeten op de zoom komen en de punten van de zigzagsteek moeten steeds alleen in de bovenste vouw van de stof komen.
Haal daarna de stof van de machine en strijk de stof glad.
De uitgevouwen stof heeft nu een blindzoomsteek.
Dit soort steken wordt gebruikt om elastische stoffen of breigoed te naaien of elastische stroken op te stikken etc.
De drievoudige stretchsteek maakt een extra sterke rechtgestikte naad, bv. voor kruisnaden van broeken, arminzetten, inlets, etc., is driemaal zo sterk als een normale naad en rekt ook veel beter. De naad kan samen met de stof worden gerekt zonder dat de draad breekt.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: 17 tot 23
Steeklengte: 17 - 32
Naaien van allerlei soorten elastische stoffen Gebruik synthetisch garen. Daardoor wordt de naad bijna onzichtbaar.
6.11.9. Aan elkaar naaien van twee stukken stof
Met de elastische steek kunnen twee stukken stof stomp aan elkaar genaaid worden.
Leg de twee stukken stof onder de persvoet. Let er op dat beide randen bij elkaar blijven en dat de naald (26) links en rechts gelijkmatig in de stof steekt.
6.11.10. Opnaaien van elastiek
Leg het elastiek op de gewenste plaats op de stof.
Naai het elastiek met de elastische steek op en span het elastiek daarbij voor en na de persvoet met de hand. Hoe meer spanning hoe meer plooi- en.

text_image
6.11.11. Smoksteek De smoksteek is veelzijdig en decoratief, bv. voor het opnaaien van kant of elastiek of voor het naaien van stretch en andere elastische stoffen. Persvoet: ....Standaardvoet Programma:....26 en 27 Steeklengte:....17 - 32 Let bij het naaien van smoksteken op het volgende: Rimpel het naaiwerk gelijkmatig. Leg een smalle strook stof onder de rimpels en naai er overheen met de smoksteek. Maak het smokwerk helemaal af voordat u het zo versierde deel in het hele kledingstuk zet. Bij zeer dunne stoffen kan hetzelfde effect worden bereikt door op de spoel een elastische draad op te spoelen. 6.11.12. Overhandse steek Deze steek is speciaal bedoeld voor het naaien en herstellen van jersey en joggingpakken. Deze steek is zowel decoratief als praktisch. De steek bestaat uit gladde zijlijnen met dwarsverbindingen en is volledig elastisch. Persvoet:....Standaardvoet Programma:....29 en 30 Steeklengte:....17 - 32 Leg de rand van de stof zo onder de persvoet dat de naald (26) met de rechter uitslag rechte steken naait en net nog de rand van de stof raakt en er zo met de linker uitslag een zigzagsteek genaaid wordt. 6.11.13.Sierborduursteken De siersteekprogramma's bieden een groot aantal steken voor omboorden en afwerken resp. voor siernaden. Persvoet:....Standaardvoet Steeklengte programma 9:....1 tot 3 Steeklengte programma's 15 en 16:....0,5 tot 1 Steeklengte programma's 24; 25; 31 en 32:....17 - 326.12. Knoopsgaten
TIP
Om de passende steeklengte te vinden wordt aangeraden om een proef-knoopsgat op een lapje te maken.
Persvoet: Knoopsgatvoet
Programma: ...... Automatisch knoopsgaten maken
Steeklengte: 0,25 tot 1


Zet de voet en de naald (26) in de hoogste stand. Vervang de voet door de knoopsgatvoet.
- Markeer op de stof waar het knoopsgat genaaid moet worden de gewenste knoopsgatlengte; gebruik een potlood of kleermakerskrijt.
6.12.1. Werkwijze
Kies op de knop voor programmakeuze (6) het programma S om de linker rups te naaien.
▶ Voer de bovendraad door de opening van de knoopsgatvoet en trek de boven- en onderdraad naar links. Laat de voet zakken en naai langzaam totdat de gewenste lengte van de zijrups is bereikt.
Hef dan de naald (26) tot de hoogste stand en wissel naar programma T voor het onderste rups.
Naai daarna een paar steken van de onderste rups.
Hef dan de naald (26) weer tot de hoogste stand en wissel naar programma U voor de rechter rups.
▶ Naai dan de rechter zijrups op precies dezelfde lengte als links.
Zet de naald (26) in de hoogste stand en kies opnieuw het programma T voor de bovenste rups.
Naai dan, net als bij de onderste rups, ook het bovenste rups met een paar steken.

Als afsluiting is het aan te bevelen de steeklengte op "0" te zetten en nog een paar steken te naaien waardoor de draden beter verbonden worden en het knoopsgat minder snel rafelt.
Snij tot slot met het meegeleverde tornmesje de stof tussen de rupsen open. Ga daarbij zeer voorzichtig te werk om de rupsen niet te beschadi-gen.
TIP
Om het doorsnijden van de bovenste rups te voorkomen is het raadzaam daarvoor een speld door te stof te steken.


6.13. Ritssluitingen innaaien
Persvoet: Ritsvoet
Programma:....1
Steeklengte: 1 tot 4
Afhankelijk van welke zijde van de rits die u naait moet de persvoet altijd op de stof drukken.
Daarom wordt de persvoet op de linkerkant of de rechterkant bevestigd, niet in het midden zoals alle andere voeten.

text_image
Ritsband Tanden Schuif
text_image
Schuif Tanden
text_image
Koordtunnel Naad KoordZet de persvoet en de naald (26) in de hoogste stand om de persvoet te verwisselen.
Speld de ritssluiting op de stof en leg het werkstuk in de juiste positie onder de voet.
Om de rechterkant van de ritssluiting te naaien zet u de ritsvoet zo, dat de naald (26) aan de linkerzijde naait (1).
Naai op de rechterkant van de ritssluiting waarbij de naad zo dicht mogelijk tegen de tanden aan moet komen. (1)
Naai de ritssluiting zo'n 0,5 centimeter onder de tanden met een lipje vast.
Om de linkerkant van de ritssluiting te naaien wisselt u de stand van de voet op de persvoethouder (29).
Naai op dezelfde manier als op de rechterkant van de ritssluiting (2).
Voordat de voet bij de trekker van de rits komt heft u de voet en opent u de ritssluiting terwijl de naald (26) daarbij in de stof blijft (3).
6.13.1. Koorden innaaien
Met de ritsvoet kunt u ook gemakkelijk koorden innaaien, zoals afgebeeld.
▶ Sla de stof eenmaal om zodat er een holle zoom voor het koord wordt gevormd en naai dan langs het koord; daarbij moet de ritsvoet achter het koord komen.
6.14. Stoppen
6.14.1. Stopplaatmonteren
Bij verschillende naaiwerkzaamheden, bv. het aannaaien van knopen, haken, oogjes en voor het stoppen en borduren moet er geen automatisch transport van het naaiwerk plaatsvinden maar moet u het transport van de stof zelf kunnen regelen.
In deze gevallen moet u de meegeleverde stopplaat monteren. Haal de persvoethendel (17) omhoog en zet de naald (26) door het draaien van het handwiel (21) in de hoogste stand.
Druk dan de beide pennen de van de stopplaat in de openingen van de naaldplaat (12) tot ze inklikken, zoals weergegeven op de afbeeldingen 1 en 2.
- Om de stopplaat weer te verwijderen, hoeft u alleen de hoeken op te lichten.

text_image
Stopplaat Naaldplaat
Verwijder de persvoethouder (29) en kies de normale onderdraadspanning.
De bovendraadspanning moet iets lager zijn dan normaal.
Persvoet: ...... geen persvoet
Programma: 1 - 7
Steeklengte: 1 tot 4
Zo nodig kunt u onder de beschadigde plaats nog een stuk stof leggen.

Leg het te herstellen stuk onder de naald (26) en laat de persvoethendel (17) zakken zodat de draadspanning werkzaam wordt.
Door de stof langzaam met de hand voor- en achteruit te schuiven begint u langzaam te naaien.
Herhaal deze werkwijze tot de beschadigde plaats goed bezet is met parallel verlopende steken.
- Zo nodig kan er daarna nog, net als bij het stoppen met de hand, in de dwarsrichting gestopt worden.
TIP
Tijdens het stoppen moet de stof goed gespannen zijn. Als de beschadigde plek groot is, is het raadzaam, het naaiwerk in een borduurraam (in de vakhandel verkrijgbaar) te spannen.


Verwijder het persvoethouder en monteer de stopplaat. Kies de normale onderdraadspanning.
Persvoet: ...... geen persvoet
Programma:....1
Steeklengte: 1 tot 4
De bovendraadspanning moet zo laag zijn ingesteld dat de onderdraad niet naar de bovenkant van de stof wordt getrokken.
Span de stof in het borduurraam (in de vakhandel verkrijgbaar).
Laat de persvoethouder (29) zakken zodat de draadspanning werkzaam wordt.
Houd het borduurraam vast met uw hand terwijl u het gewenste patroon naait. Beweeg niet de stof maar alleen het borduurraam.

VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel!
Zonder persvoet en vingerbescherming bestaat gevaar voor letsel door direct contact met het naaimechanisme.
Houd de vingers altijd buiten het borduurraam om letsel te voorkomen.

TIP
We adviseren om het gewenste borduurpatroon met een potlood of kleermakerskrijt (in de vakhandel verkrijgbaar) op de goede kant van de stof te tekenen.

6.16. Knopen en oogjes aannaaien
▶ Breng de stopplaat aan op de transporteur, zodat geen stoftransport plaatsvindt.
Persvoet: ...... Standaardvoet
Programma: 91
Steekbreedte: 2 tot 7

Laat de persvoethendel (28) zakken en plaats daarbij de knoop zo tussen stof en persvoet (28) dat de zigzagsteek in de gaten van de knoop valt, zoals in de afbeelding te zien is.
▶ Controleer de juiste positie van de knoop door het handwiel (21) met de hand te draaien. De naald (26) moet precies in de gaten van de knoop steken om beschadiging van de naald (26) te vermijden. Indien nodig, verandert u de breedte van de zigzagsteek.
▶ Naai op lagere snelheid 6 tot 7 steken per gat.
Bij knopen met vier gaten wordt de stof met de knoop verschoven. Dan worden ook in de andere gaten 6 tot 7 steken genaaid. Na het verwijderen van de stof voert u de ruim afgesneden bovendraad naar de onderkant van de stof en knoopt u deze vervolgens vast aan de onderdraad.
6.16.1. Knopen met steel aannaaien
Bij zware materialen is vaak een knoopsteel nodig.
Leg een naald (26) of, bij een sterkere steel, een lucifer op de knoop en ga daarna op dezelfde wijze te werk als bij het aannaaien van een normale knoop.
Haal uw naaiwerk na ca. 10 steken uit de machine.
▶ Trek de naald (26) of de lucifer uit het naaiwerk.
Laat de bovendraad iets langer en snij de bovendraad af.
Rijg de bovendraad door de knoop en wikkel deze enkele keren om de steel die hierbij ontstaat. Voer de bovendraad vervolgens naar de onderkant van de stof en knoop het aan de onderdraad vast.
6.17. Naaien met een tweelingnaald (dubbele naald)
De tweelingnaald is verkrijgbaar in de goede vakhandel. Let er bij aanschaf op dat de afstand tussen de beide naalden niet groter is dan 2,5 mm.
Met de tweelingnaald kunnen bijzonder fraaie tweekleurige patronen worden gemaakt als u voor het naaien garens met verschillende kleuren gebruikt.
OPMERKING
Uw naaimachine is uitgerust met een automatische instelling van de steekbreedte. Hierdoor kunt u alle steken ook met een tweelingnaald naaien.
Bij andere programma's of bredere steken kunnen de naalden buigen of breken. Zet de tweelingnaald op dezelfde manier in als een enkele naald (zie) in als een enkele naald (zie Seite 31).
Zet twee even volle klossen op de uittrekbare klospennen (15).
Zorg ervoor dat beide in de accessoires meegeleverde viltschijfjes op de klospennen (15) zijn geplaatst.
Rijg de beide draden door de draadgeleiding, net als bij een enkele draad.
Bij de bovendraadspanningschijven voert u de beide draden tussen de schijven door en let u erop dat de ene draad rechts van de middelste schijf loopt en de tweede draad links van de schijf.
▶ Voer beide draden in de draadgeleiding (1).
Bij de ogen van de naalden rijgt u een draad rechts en een draad links in.
OPMERKING
Bij het naaien van een hoek met de tweelingnaald heft u de naald uit de stof omdat de tweelingnaald anders kan verbuigen of breken.

text_image
Lucifer/Naald

6.18. Naaien op de vrije arm
Met de vrije arm (11) kunt u eenvoudiger ronde vormen stof naaien, bv. mouwen en broekspijpen.
U kunt van uw naaimachine eenvoudig een vrije arm machine maken door het afneembare werkblad met het accessoirevak van de naaimachine te verwijderen.
De vrije arm (11) is vooral handig bij de volgende naaiwerkzaamheden:
- Herstellen van ellebogen en knieën van kleding.
- Mouwen naaien, vooral bij kleine kledingstukken.
- Applicaties, borduren of zomen van randen, manchetten of broekspijpen.
- Naaien van elastische taillebanden aan rokken of broeken.
7. Onderhoud, verzorging en reiniging
LET OP!
Gevaar voor letsel!
Door onopzettelijk bedienen van het pedaal kan de machine in werking worden gesteld waardoor er gevaar voor letsel ontstaat.

▶ Schakel bij onderhoud, schoonmaak, reparatie en het vervangen van onderdelen of accessoires altijd de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact.
7.1. Vervangen van het naailampje
Het naailampje wordt met de hoofdschakelaar (18) in- en uitgeschakeld.
Open de voorklep door met de meegeleverde schroevendraaier de schroef in het midden van de afdekking aan de voorkant (14).
▶ Trek nu de voorklep naar voren los.
▶ Vervang nu de lamp door deze linksom te draaien.
- Schuif de voorklep weer op zijn plaats, totdat deze hoorbaar vastklikt en bevestig deze met de schroef.

De lamp mag maximaal een vermogen van 15 W hebben. Gloeilampen zijn verkrijgbaar in de vakhandel.

7.2. Vervangen van de naald
Draai het handwiel (21) naar u toe tot de naald (26) in de hoogste stand staat.
Draai de naaldklemschroef (24) los door de schroef naar u toe te draaien.
▶ Verwijder de naald (26) uit de naaldhouder (32).
Zet de nieuwe naald (26) met de vlakke kant naar achteren in. Schuif de naald (26) tot de aanslag naar boven.
▶ Draai de naaldklemschroef (24) weer vast.

text_image
Naaldstang Naaldklemschroef Aantrekken Losmaken Platte kant naar achterenOPMERKING
Naalden zijn verkrijgbaar in de vakhandel.
Gegevens over types en diktes staan in de stof-, garens- en naaldentabel op Seite 38.

7.3. Verwijderen e n inzetten van de persvoet
Verwijderen Draai het handwiel (21) naar u toe tot de naald (26) in de hoogste stand staat.
- Til de persvoet (28) op door de persvoethendel (17) omhoog te halen.
- Door de persvoetontgrendeling (31) achter de persvoethouder (29) omhoog te drukken valt de persvoet (28) naar beneden.

Plaats de persvoet (28) zodanig, dat de pen van de voet precies onder de opening van de voetklem komt te liggen. Laat de persvoethendel (17) zakken.
Druk vervolgens nog de persvoetontgrendeling (31) naar boven. De persvoet (28) valt dan automatisch in de juiste positie.

7.4. Verwijderen en inzetten van de persvoethouder
De persvoethouder (29) hoeft niet verwijderd te worden tenzij u wilt stoppen, borduren of ruimte nodig heeft voor het reinigen van de stoftransporteur.
7.4.1. Verwijderen
Zet de naald (26) in de hoogste stand door het handwiel (21) naar u toe te draaien en haal de persvoethendel (17) omhoog.
Verwijder de voet van de persvoethouder (29) en draai de persvoetklemschroef (30) los met de meegeleverde schroevendraaier.

Zet de naald (26) in de hoogste stand door het handwiel (21) naar u toe te draaien en haal de persvoethendel (17) omhoog.
Druk de persvoethouder (29) bij het inzetten zover mogelijk naar boven en draai de persvoetklemschroef (30) vast met de meegeleverde schroevendraaier.

7.5. Onderhoud van de naai machine
De naaimachine is een fijnmechanisch apparaat en heeft regelmatig onderhoud nodig om goed te blijven werken.
Dit onderhoud kunt u zelf uitvoeren.
Het onderhoud omvat vooral: Reinigen en smeren.
OPMERKING
Gebruik voor het oliën alleen speciale naaimachineolie van de beste kwaliteit omdat andere soorten olie niet geschikt zijn.
Let er op dat er na het oliën restjes olie in de machine aanwezig kunnen zijn. Deze ruimt u op door een paar steken te naaien op een restje stof. Op die manier voorkomt u dat uw naaiwerk door olieresten vervuild wordt.


text_image
Grijperbaanring Grijper
text_image
Grijperbaanring
text_image
Grijper7.5.1. Reinigen van de behuizing en het pedaal
Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine gaat reinigen. Voor de reiniging van behuizing en pedaal gebruikt u een droge, zachte doek. Vermijd het gebruik van chemische oplos- en schoonmaakmiddelen omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van de machine kunnen beschadi-gen.
Om foutloos naaien te waarborgen moeten de tanden van de stoftransporteur altijd schoon zijn. Verwijder de naald (26) en de persvoet (28) (zie Seite 31 e.v.).
Draai de schroeven van de naaldplaat (12) los en verwijder de plaat van de machine.
Verwijder stof en draadrestjes van de transporteurtanden met een borsteltje.
Zet de naaldplaat (12) weer terug.
7.5.3. Reinigen en smeren van het spoelhuis
Zet de naald (26) in de hoogste stand omdat de grijper anders niet uitgenomen kan worden.
▶ Verwijder het spoelhuis.
Draai de klikhendels naar buiten, zoals afgebeeld en verwijder de grijper-baanring.
Verwijder de grijper door de nok in het midden van de grijper vast te houden.
Verwijder alle vuildeeltjes uit de grijperbaanring van de grijperbaan en olie de delen met een lapje.
Doe één tot twee druppels olie op de spoelgrijperbaan, zoals getoond.
Zet daarna alles in omgekeerde volgorde weer terug.

7.6. Smeren van de machi ne
OPMERKING
Uw naaimachine is in de fabriek al gesmeerd en gereed voor gebruik.
7.6.1. Smeren van de machine achter de voorklep
De te smeren delen zijn op de afbeelding met pijlen aangegeven. Vóór het smeren moeten deze delen gereinigd worden. Breng een of twee druppels goede naaimachineolie op deze plaatsen aan.

Als de machine niet goed loopt nadat hij langere tijd niet meer gebruikt is laat u de gesmeerde machine met een gesloten voorklep ongeveer een minuut lang snel draaien.
Vergeet niet om eerst een restje stof te naaien om eventueel vrijkomende olie op te nemen.
TIP
Afhankelijk van het gebruik van de machine moet dit deel van de machine vaker worden gesmeerd.


8. Storingen
Lees in geval van storingen in deze handleiding na of u alle aanwijzingen correct in acht heeft genomen. Neem pas contact op met onze Klantenservice als geen van de genoemde oplossingen helpt.
| Storing Oorzaak Pagina | ||
| De machine loopt niet soepel | De machine moet gesmeerd worden Seite 35 | |
| Stof en garen in de grijperbaan Seite 34 | ||
| Stofresten op de tanden van de transporteur Seite 34 | ||
| Er is een verkeerde olie gebruikt waardoor de machine is verstopt | Seite 31 | |
| De bovendraad breekt | De machine is niet goed ingeregen Seite 13 | |
| De draadspanning is te hoog Seite 16 | ||
| De naald is verbogen of stomp Seite 31 | ||
| De dikte van het garen past niet bij de naald Seite 38 | ||
| De naald is niet goed ingezet Seite 31 | ||
| De stof is op het einde van de naad niet naar achteren doorgetrokken | Seite 18 | |
| Naaldplaat, spoel of persvoet zijn beschadigd | Neem contact op met ons Service Center | |
| De onderdraad breekt | De onderdraad raakt verward door een niet goed opge-spoelde spoel | Seite 9 |
| De onderdraad loopt niet onder de spanveer van het spoelhuis door | Seite 9 | |
| De naald breekt | De naald is verkeerd ingezet Seite 31 | |
| De naald is verbogen Seite 18 | ||
| De naald is te dun Seite 38 | ||
| Tijdens het naaien wordt er aan de stof getrokken | Seite 18 | |
| Een knoop in de draad: knip de draad af en rijg de draad opnieuw in | Seite 13 | |
| Bij tweelingnaalden: de steekbreedte is groter dan 3 of er wordt een speciaal programma gebruikt. | Seite 29 | |
| De machine laat steken vallen | De naald is verkeerd ingezet Seite 31 | |
| De naald is verkeerd ingeregen Seite 13 | ||
| De naald en/of de draad past niet bij de stof | Seite 38 | |
| De stof is te zwaar of te hard Seite 38 | ||
| Tijdens het naaien wordt er aan de stof getrokken. | Seite 18 | |
| Samentrekken of rimpelen van de naad | De bovendraadspanning is te hoog | Seite 16 |
| De machine is verkeerd ingeregen | Seite 13 | |
| De naald is te dik voor de stof | Seite 38 | |
| De draad vormt lussen | De draadspanning is niet goed ingesteld Seite 16 | |
| De bovendraad is niet goed ingeregen en/of de onder-draad is niet goed opgespoeld | Seite 13 of Seite 9 | |
| De dikte van het garen past niet bij de stof Seite 38 | ||
| De stof loopt onregelmatig door | De steeklengte staat op "0" Seite 21 | |
| Garenresten in de grijperbaan Seite 34 | ||
| De machine loopt niet | De naaimachine is niet goed aangesloten of het stopcon-tact levert geen stroom | Seite 8 |
| Garenresten in de grijperbaan Seite 34 | ||
| De schakelaar op het handwiel staat op het spoelsym-bool | Seite 9 |
9.Stof-,garen-ennaaldentabel
In het algemeen worden fijne garens en naalden gebruikt voor het naaien van dunne stoffen en dikkere garens en naalden voor zwaardere stoffen. Test altijd de garen- en naalddikte op een proeflapje van de stof die u wilt naaien. Gebruik hetzelfde garen voor naald en spoel. Als u op fijne of synthetische stof stretch-naden naait, moet u daarvoor naalden gebruiken met een blauwe schacht (in de vakhandel verkrijgbaar). Deze voorkomen het uitvallen van steken.
| Stofdikte Stofsoort Garen Naald Bovendraadspanning | ||||
![]() | ![]() | ![]() | ||
Fijne stoffen![]() | NylonBatistVoile | 80Katoen | 70 | ![]() |
| Jersey | 60Synthetisch | |||
| Zijde | 50Zijde | |||
| WolZijde | 50Synthetische zijde | 80 | ||
Middelzware stoffen![]() | PercalPiquéLinnen | 60 - 80Katoen | 80 - 90 | ![]() |
| Jersey | 60Synthetisch | 80 | ||
| Gabardine | 50Zijde | |||
Zwarec stoffen![]() | JeansstofJassenstof | 50Katoen | 90 - 100 | ![]() |
| Jersey | 50Synthetisch | 80 - 90 | ||
| WolTweed | 50Zijde | 80 - 90 | ||
10. Afvoer

VERPAKKING
Uw naaimachine is verpakt ter bescherming tegen schade bij het transport. Verpakkingen zijn grondstoffen en kunnen worden hergebruikt of terug worden gebracht in de grondstoffenkringloop.

MACHINE
Voer uw naaimachine aan het einde van de levensduur in geen geval af als gewoon huisvuil. Informeer bij uw gemeente hoe u de machine op een milieubewuste en correcte wijze kunt afvoeren.
Nominaal vermogen: totaal: 65 W
Technische wijzigingen voorbehouden!

12. Colofon
Copyright © 2016
Alle rechten voorbehouden.
Deze handleiding is auteursrechtelijk beschermd.
Vermenigvuldiging in mechanische, elektronische of enige andere vorm zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant is verboden.
Het copyright berust bij de firma:
Medion AG
Am Zehnthof 77
45307 Essen
Duitsland
Technische wijzigingen voorbehouden.
De handleiding is via de Service Hotline te bestellen en is via het serviceportal beschikbaar voor download.
U kunt ook de bovenstaande QR-code scannen en de handleiding via het serviceportal naar uw mobiele toestel downloaden.
| URL QR Code | ||
| BE www.medion.com/be/nl/service/start/ | ![]() | |
| LUX www.medion.com/lu/de/ | ![]() | |
13. Index
A
Aanschuifblad 7,8,11,30
Accessoirevak ....30
Achterwaarts naaien ....19
Afvoer 39
B
Blinde steek 23
Borduren....27,28
Bovendraadspanning 13, 16, 17
D
Draad afsnijden 20
Draadheffer....14
Grijperbaanring....12,34
H
Handwiel 9,10,11,13,14
|
Inhoud van de verpakking 7
Inrijgen van bovendraad ....13
Inrijgen van spoelhuis 11
Instelling van steeklengte 21
K
Klospen 9,13,29
Knoopsgat....25
Knoopsgatvoet....25
Knopen en oogjes aannaaien 28
Knopen met steel aannaaien 29
Knop voor programmakeuze 21
Koorden innaaien 26
N
Naailampje....31
Naairichting omkeren 20
Naald 9,10,13,14,18,31
Naaldtabel....38
0
Onderdraadspanning 16,27
Onderdraadspoel 9
Onderhoud....31
Ophalen van de onderdraad 15
Opwinden van onderdraadspoel 9
P
Persvoet 5,11,15,18,19
Persvoet aanbrengen 32
Persvoethouder....26, 27, 32, 33
Persvoethouder aanbrengen 33
Persvoethouder verwijderen 33
Persvoet verwijderen 32
Plaatsen van spoelhuis 12
R
Rechte steek 21
Regelaar voor bovendraadspanning....13, 16
Regelen van de naaisnelheid ....8
Reinigen....33,34
Ritssluitingen innaaien 26
Ritsvoet 26
Rubberen banden opnaaien 23
S
Satijnsteek....22
Sierborduursteken 24
Smeren 33, 34, 35
Smoksteek....24
Spoelhuis....34
Standaardvoet....21,22
Stoffen lappen aan elkaar naaien 23
Stoffentabel....38
Stoppen 27
Stopplaat 27
Storingen....36
T
transporteur 33
Transporteur....34
Tweelingsnaald 29
V
Verwijderen van spoelhuis 11
Vingerbescherming....19
Vrije arm 30
z
Zigzagsteek 22
Sommaire
Maak gebruik van het contactformulier onder:/
















