RHV9102 - Afzuigkap ROSIERES - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RHV9102 ROSIERES in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Afzuigkap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RHV9102 - ROSIERES en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RHV9102 van het merk ROSIERES.
GEBRUIKSAANWIJZING RHV9102 ROSIERES
NEDERLANDS BESCHRIJVING De wasemkap kan worden gebruikt in de filter- of afzuigversie.
Filterversie (afb. 1): de afzuigkap zuigt de met verbrandingsgassen en onaangename luchtjes doordrongen kooklucht
af en zuivert de lucht via de vetfilters en het koolstoffilter waarna de schone lucht weer in de ruimte geblazen wordt. Om
ervoor te zorgen dat de werking voortdurend doeltreffend is moeten het koolstoffilters regelmatig vervangen worden. De
koolstoffilters zijn niet bijgeleverd.
Afzuigversie (afb.2): de afzuigkap zuigt de met verbrandingsgassen en onaangename luchtjes doordrongen kooklucht
af en zorgt ervoor dat de lucht door de vetfilters gaat en vervolgens via een afvoerpijp rechtstreeks naar buiten geleid
wordt. Bij deze versie is de toepassing van koolstoffilters niet nodig. Bepaal vanaf het begin het type installatie (filter-
of afzuigversie). Voor een grotere doeltreffendheid adviseren wij u om (indien mogelijk) de afzuigkap in de afzuigversie
INSTALLATIE LET OP: Dit apparaat moet door minstens twee personen gemonteerd worden. De installatie kan het beste overgelaten
worden aan vakmensen. Voor de montage de vetfilters verwijderen. Zo wordt het werk vergemakkelijkt.
1. Verwijdering van de metalen rooster (alleen aanwezig in bepaalden modellen): trek aan de stop en plaats het
metalen rooster omhoog (Afb.3a).
Verwijdering van de vetfilters: Verwijder het vetfilter door het omlaag te duwen en het in buitenwaartse richting
te draaien (Afb.3b / 3c).
INSTALLATIE IN DE AFZUIGVERSIE: alvorens de afzuigkap te bevestigen moet u eerst de pijp voor de luchtafvoer
naar buiten in orde maken. Gebruik een afvoerpijp die de volgende eigenschappen heeft: - minimum benodigde lengte;
- zo min mogelijk bochten (maximaal toegestane hoek van de bochten: 90°); - materiaal dat goedgekeurd is volgens de
voorschriften (afhankelijk van het land); - binnenkant zo glad mogelijk. Er wordt bovendien geadviseerd om drastische
veranderingen van de doorsnede van de pijp te vermijden (geadviseerde diameter: 150 mm). Om de lucht naar buiten af
te voeren moet u alle andere aanwijzingen die op het blad “Opgelet” staan opvolgen. Bereid de elektrische voeding voor
binnen het ruimtebeslag van de sierpijp (volg voor de elektrische aansluiting alle andere aanwijzingen op die vermeld worden
in het hoofdstuk “Opgelet”).
2. Monteer de plaat van de elektrische installatie (afhankelijk van de versies) door hem vast te zetten met 2
schroeven en 2 metalen schijfjes (Fig.4).
3. Bevestiging aan de muur: teken op de verticale aslijn van uw kookplaat een lijn op de muur af. Teken de 2 gaten
die geboord moeten worden op de muur af en houd daarbij de maten aan die op afb. 5 staan; boor de 2 gaten en steek
er de (meegeleverde) pluggen in. Zoals reeds vermeld in het hoofdstuk “Waarschuwingen” moet u er rekening mee houden
dat de afstand tussen de onderste rand van de afzuigkap en de kookplaat 350 mm moet bedragen. Bevestig de metalen
beugel (A) aan de muur in de 2 zojuist geboorde gaten - afb.6 - (de schroeven voor bevestiging van de beugel zijn bijgeleverd).
Gebruik de beide driehoekjes die uitgesneden zijn in de beugel om de beugel exact langs de verticale aslijn van de afzuigkap
Haak de afzuigkap daarna aan de beugel (Afb.7). Stel de horizontale positie af door de afzuigkap naar rechts of naar links
te verplaatsen zodat de afzuigkap precies op één lijn met de keukenkasten komt te zitten. Mocht het noodzakelijk zijn
om de afzuigkap ook in de hoogte af te stellen, dan moet u aan de speciale stelschroeven (B) draaien (meegeleverd).
Teken na de afstelling, zonder de kap weg te halen, de andere 6 gaten die moeten worden geboord (C) af op de muur;
haak de kap los en boor de gaten die u getekend heeft (diameter 8mm); maak vervolgens gebruik van de 6 meegeleverde
pluggen en schroeven om de afzuigkap definitief te bevestigen.
4. Monteer de flens op de opening van de luchtuitgang van het apparaat door een lichte druk uit te oefenen (Afb.8).
5. Bevestiging van de telescopische pijp:
5a - Zet de buishouder in elkaar met gebruik van de 4 bijgeleverde schroeven (Afb.9); Zet vervolgens de beugel vast aan
het plafond, met de bijgeleverde pluggen en schroeven (F), zodat hij recht is ten opzichte van de kap (Afb.10).
5b - Verbind de luchtafvoerpijp met de luchtafvoeropening van de kap; gebruik een buigzame slang en zet deze aan de
luchtuitgang van de afzuigkap vast met een metalen bandje - afb.11 - (slang en bandje worden niet bijgeleverd). Bij de
afzuigversie moet de bovenste pijp ondersteboven geplaatst worden zodat de luchtafvoerroosters aan de onderkant komen
5c - Breng de elektrische aansluiting van de afzuigkap door middel van de voedingskabel tot stand. Doe de telescopische
pijpen erin en laat ze op de afzuigkap steunen; doe de bovenste pijp tot aan het plafond omhoog en maak hem met de
beide schroeven (H) – Afb.13 vast.
INSTALLATIE IN DE FILTERVERSIE: Bereid de elektrische voeding voor binnen het ruimtebeslag van de sierpijp (volg
voor de elektrische aansluiting alle andere aanwijzingen op die vermeld worden in het hoofdstuk “Waarschuwingen”).
Bevestiging aan de muur: zie de aanwijzingen voor de afzuigversie om de kap aan de muur te bevestigen (zie punt
2, 3, 4), en ga vervolgens verder met onderstaande aanwijzingen.- 21 -
Bevestiging van de telescopische pijpen: Zet de buishouder in elkaar met gebruik van de 4 bijgeleverde schroeven
(Afb.9); - Zet vervolgens de beugel vast aan het plafond, met de bijgeleverde pluggen en schroeven (F), zodat hij recht
is ten opzichte van de kap (Afb.10). - Monteer het verloopstuk ter hoogte van het luchtuitlaatpunt op de afzuigkap (Afb.14).
- Neem het afbuigrooster en zet er een buigzame slang op vast (diameter 125 mm), en blokkeer hem met een metalen
bandje (slang en bandjes worden niet bijgeleverd); bevestig het afbuigrooster aan de bovenste slang (Afb.15) met 4
- Verbind de slang met de reductie op de luchtuitgangsopening (Afb.16). - Breng de elektrische aansluiting van de afzuigkap
tot stand met de voedingskabel. Steek de telescopische pijpen erin en laat ze op de afzuigkap steunen; schuif de bovenste
pijp tot aan het plafond omhoog en maak hem met de beide schroeven (H) Afb.13 vast. - Installeer de koolstoffilter door
de 2 lipjes van de filter in de daarvoor bestemde behuizing te steken (Afb.17) en draai hem naar boven.
WERKING Afhankelijk van de versies is het apparaat uitgerust met de volgende bedieningselementen:
BEDIENINGSELEMENTEN van Afb.18:
C) Verlaagt de snelheid, tot aan de minimum snelheid. Indien gedurende 2" ingeduwd, valt de motor stil.
D) Start de motor (de laatst gebruikte snelheid wordt opgeroepen) en versnel maximaal.
E) RESET FILTERALARM / TIMER: de knop indrukken tijdens de weergave van het filteralarm (bij uitgeschakelde motor)
om de timer terug te stellen. De knop indrukken terwijl de motor draait om de TIMER in te schakelen. De kap wordt na
5 minuten automatisch uitgeschakeld.
L1) De 4 GROENE leds geven de bedrijfssnelheid weer.
L2) Wanneer de LED rood is (bij uitgeschakelde motor) wijst dit op het FILTERALARM. Wanneer de LED groen is (knipperend)
wijst dit erop dat de TIMER werd ingeschakeld met de knop E.
Na 30u werking, wordt de led L2 ROOD; betekent dat de vetfilters moeten worden gereinigd.
Na 120u werking, wordt de led L2 ROOD en gaat hij knipperen; betekent dat de vetfilters moeten worden gereinigd en de
koolstoffilters moeten worden vervangen.
Wanneer de vetfilters gereinigd zijn (en/of de koolstoffilters vervangen zijn), wordt tijdens de weergave van het filteralarm
gedrukt op de knop E om de UREN-telling opnieuw te starten (RESET).
BEDIENINGSELEMENTEN van Afb.19:
P1) OFF/- verlichting: verlaagt de lichtsterkte, tot aan de minimum intensiteit. Indien deze toets 2" ingedrukt blijft, gaan
P2) ON/+ verlichting: schakelt de verlichting in op de laatst ingestelde lichtsterkte (vóór de laatste uitschakeling).
Verhoogt de lichtsterkte, tot aan de maximum intensiteit.
P3) OFF/- Motor: verlaagt de snelheid, tot aan de minimum snelheid. Indien deze toets 2" ingedrukt blijft, wordt de motor
afgezet. Indien deze toets 2" ingedrukt blijft
wanneer FILTERS ALARM actief is, wordt de UREN-teller teruggezet op nul.
P4) ON/+ Motor: schakelt de motor in op de laatst ingestelde snelheid (vóór de laatste uitschakeling).
Verhoogt de motorsnelheid, tot aan de maximum snelheid (NIET INTENSIEF).
Indien deze toets 2" ingedrukt blijft, wordt de Timer van 5 minuten geactiveerd, hetgeen AANGEDUID wordt door het
knipperen van de leds die bij de op dat moment ingestelde snelheid horen.
Indien deze toets 2" ingedrukt blijft wanneer deTimer actief is, wordt deze GEËLIMINEERD.
P5) INT: functioneert alleen als de MOTOR AAN is.
Bij de eerste keer indrukken, activeert hij de EERSTE intensieve snelheid, als hij een tweede keer ingedrukt wordt, activeert
hij de TWEEDE intensieve snelheid, indien hij de DERDE keer ingedrukt wordt keert hij terug naar de snelheid die ingesteld
was vóór de intensieve snelheid (d.w.z. één van de eerste 4)
L1) De 4 GROENE leds geven de bedrijfssnelheid weer.
L2) Tweekleurige led: GROEN = geeft de Eerste intensieve snelheid aan. ROOD = geeft de Tweede intensieve snelheid
Na 30 uur werking knipperen de eerste 2 leds (L1). Dit betekent dat de vetfilters gereinigd moeten worden. Na 120 uur
werking knipperen de laatste 2 leds (L1). Dit betekent dat de vetfilters gereinigd en de koolstoffilters vervangen moeten
worden. Wanneer de vetfilters gereinigd zijn (en/of de koolstoffilters vervangen zijn), wordt tijdens de weergave van het
filteralarm gedrukt op de knop P3 om de UREN-telling opnieuw te starten (RESET).
BEDIENINGSELEMENTEN van Afb.20:
C) Mindert de snelheid van de motor, tot de nulsnelheid wordt bekomen. Indien hij 2" lang wordt ingedrukt wanneer het
Filteralarm actief is, zet hij de UREN-telling terug op nul.
D) Schakelt de motor in (op de laatst gebruikte snelheid) en verhoogt de snelheid van de motor tot de maximale snelheid
wordt bereikt.- 22 -
E) Activeert/deactiveert de Sensor (AUTOMATISCH of HANDBEDIENING). In de Automatische bediening is de sensor
actief en verschijnt op de Display (L) de letter “A”.
- geeft de huidige snelheid weer
- geeft de Automatische bediening weer aan de hand van de letter “A”. Indien de snelheid van de motor wordt gewijzigd,
wordt de huidige snelheid 3-maal knipperend weergegeven, waarna opnieuw de letter “A” verschijnt.
- meldt het Filteralarm (motor uitgeschakeld) door het centraal segment 30" lang weer te geven.
FILTERALARM: wordt aangegeven met Uitgeschakelde Motor, gedurende 30":
Na 30u werking, verschijnt op de display het centraal segment; betekent dat de vetfilters moeten worden gereinigd.
Na 120u werking, knippert op de display het centraal segment; betekent dat de vetfilters moeten worden gereinigd en de
koolstoffilters moeten worden vervangen.
Wanneer de vetfilters gereinigd zijn (en/of de koolstoffilters vervangen zijn), wordt tijdens de weergave van het filteralarm
gedrukt op de knop C om de UREN-telling opnieuw te starten (RESET).
GEVOELIGHEID VAN DE GASSENSOR: de gevoeligheid van de sensor kan volgens de eigen behoefte worden gewijzigd.
Om de gevoeligheid te wijzigen, dient het apparaat zich in de handbediening te vinden (op de display mag niet de letter
“A” maar moet de huidige snelheid weergegeven zijn); zo niet, druk op de knop E.
Wijzig de gevoeligheid van de sensor door tegelijk te drukken op de knoppen D en E. De ingestelde gevoeligheid wordt
weergegeven op de display. Met de knoppen C(-) en D(+) wordt de gevoeligheid ingesteld Bewaar de “nieuwe” gevoeligheid
door te drukken op de knop E.
OPGELET: OM DE SENSOR NIET TE BESCHADIGEN, WORDEN VLAKBIJ DE AFZUIGKAP GEEN SILICONENPRODUCTEN GEBRUIKT!
BEDIENINGSELEMENTEN van Afb.21:
A) Mindert de lichtsterkte tot het minimum. Wanneer 2" op de knop wordt gedrukt, gaat de verlichting uit.
B) schakelt de verlichting in, volgens de laatst ingestelde lichtsterkte. Verhoogt de lichtsterkte tot het maximum.
C) Mindert de snelheid van de motor, tot de minimumsnelheid wordt bereikt. Indien hij 2" lang wordt ingedrukt, wordt de
motor uitgeschakeld.
Indien hij 2" lang wordt ingedrukt wanneer het Filteralarm actief is, zet hij de UREN-telling terug op nul.
D) Schakelt de motor in (op de laatst gebruikte snelheid) en verhoogt de snelheid van de motor tot de maximale snelheid
E) Activeert/deactiveert de Sensor (AUTOMATISCH of HANDBEDIENING). In de Automatische bediening is de sensor
actief en verschijnt op de Display (L) de letter “A”.
- geeft de huidige snelheid weer.
- geeft de Automatische bediening weer aan de hand van de letter “A”. Indien de snelheid van de motor wordt gewijzigd,
wordt de huidige snelheid -maal knipperend weergegeven, waarna opnieuw de letter “A” verschijnt.
- meldt het Filteralarm (motor uitgeschakeld) door het centraal segment 30" lang weer te geven.
FILTERALARM: wordt aangegeven met Uitgeschakelde Motor, gedurende 30":
Na 30u werking, verschijnt op de display de letter “F”; betekent dat de vetfilters moeten worden gereinigd.
Na 120u werking, knippert op de display de letter “F”; betekent dat de vetfilters moeten worden gereinigd en de koolstoffilters
moeten worden vervangen.
Wanneer de vetfilters gereinigd zijn (en/of de koolstoffilters vervangen zijn), wordt tijdens de weergave van het filteralarm
gedrukt op de knop C om de UREN-telling opnieuw te starten (RESET).
GEVOELIGHEID VAN DE GASSENSOR: de gevoeligheid van de sensor kan volgens de eigen behoefte worden gewijzigd.
Om de gevoeligheid te wijzigen, dient het apparaat zich in de handbediening te vinden (op de display mag niet de letter
“A” maar moet de huidige snelheid weergegeven zijn); zo niet, druk op de knop E.
Wijzig de gevoeligheid van de sensor door tegelijk te drukken op de knoppen D en E. De ingestelde gevoeligheid wordt
weergegeven op de display. Met de knoppen C(-) en D(+) wordt de gevoeligheid ingesteld Bewaar de “nieuwe” gevoeligheid
door te drukken op de knop E.
OPGELET: OM DE SENSOR NIET TE BESCHADIGEN, WORDEN VLAKBIJ DE AFZUIGKAP GEEN SILICONENPRODUCTEN GEBRUIKT!
Vetfilters: bijzondere zorg dient te worden besteed aan de vetfilters die regelmatig moeten worden schoongemaakt,
wanneer het alarm “vetfilters” verschijnt. Voor instructies over het alarm van de filters, zie de paragraaf Bedieningselementen.
Demonteer de filters zoals beschreven onder punt 1 en was hen af met een neutraal reinigingsmiddel.
Koolstoffilters: als het apparaat gebruikt wordt in de filterversie, moeten de koolstoffilters periodiek worden
vervangen, wanneer het alarm “koolstoffilters” verschijnt. Voor instructies over het alarm van de filters, zie de paragraaf
Bedieningselementen. Demontage koolstoffilter(s): Verwijder het metalen rooster (Afb.3a) en het vetfilter (Afb.3b/3c).
Verwijder het koolstoffilter door de stop naar binnen te duwen en het filter te draaien tot de twee lipjes uit hun zitting verwijderd
Verlichting: om bij de lampen te kunnen verwijdert u de metalen steun door de twee schroeven los te draaien (Afb.22)
en het naar rechts te verplaatsen. Om de halogeenlampen te vervangen draait u de ringmoer tegen de wijzers van de klok
in, en trekt u de lamp los (Afb.23). Vervangen door lampen van hetzelfde type.- 23 -
Notice-Facile