DREMEL Micro 8050 - Multigereedschap

Micro 8050 - Multigereedschap DREMEL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Micro 8050 DREMEL in PDF-formaat.

📄 116 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice DREMEL Micro 8050 - page 44
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over Micro 8050 DREMEL

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Multigereedschap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Micro 8050 - DREMEL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Micro 8050 van het merk DREMEL.

GEBRUIKSAANWIJZING Micro 8050 DREMEL

Vertaling Van De Originele Gebruiksaanwijzing 44

LV

CE-CONFORMITEITSVERKLARING Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product voldoet aan de volgende normen of normatieve documenten: EN60745 (gereedschap), EN60335 (oplaadapparaat), EN61000, EN55014, overeenkomstig de bepalinger de richtlijnen 2006/42/EG, 2006/95/EG, 2014/30/EU, 2011/65/EU.

GELUID/TRILLINGEN Gemeten volgens EN60745 bedraagt het geluidsdrukniveau van dit gereedschap 64,3 dB(A) en het geluidsvermogenniveau 75,3 dB(A) (standaardafwijking; 3 dB), en de trilling 9,76 m/s² (hand-arm-methode, onzekerheid K=1,5 m/s²).

LET OP: Het opgegeven totale trillingsniveau is gemeten volgens een standaard testmethode en kan worden gebruikt om een gereedschap te vergelijken met een ander. Het kan ook worden gebruikt als preliminaire evaluatie van de blootstelling hieraan.

LET OP

De trillingsemissie tijdens het daadwerkelijke gebruik van het gereedschap kan afwijken van de

opgegeven totale waarde. Dit is afhankelijk van de manier waarop u het gereedschap gebruikt. Maak een inschatting van de mate waarin u tijdens daadwerkelijk gebruik aan trillingen wordt blootgesteld en stel aan de hand hiervan de persoonlijke beschermingsmaatregelen vast (waarbij u rekening houdt met alle onderdelen van de bedrijfscyclus, waaronder de tijden dat het gereedschap is uitgeschakeld of is ingeschakeld maar niet wordt gebruikt, evenals de blootstellingstijd).

Technisch dossier bij: SKIL Europe BV, 4825 BD Breda, Nederland

DA

Marijn van der Hoofden Operations & Engineering

Olaf Dijkgraaf Approval Manager

Breda, 07-2014

DREMEL Micro 8050 - DA - 1

DREMEL Micro 8050 - DA - 2

DREMEL Micro 8050 - DA - 3

GB

ORIGINAL INSTRUCTIONS

USED SYMBOLS

DREMEL Micro 8050 - USED SYMBOLS - 1

VERTALING VAN DE ORIGINELE GEBRUIKSAANWIJZING

GEBRUIKTE SYMBOLEN

DREMEL Micro 8050 - GEBRUIKTE SYMBOLEN - 1

LEES DEZE INSTRUCTIES

DREMEL Micro 8050 - GEBRUIKTE SYMBOLEN - 2

Mocht u de onderstaande waarschuwingen en instructies niet opvolgen dan kan er zich mogelijk een elektrische schok voordoen of kunt u brandwonden en/of ernstig letsel oplopen. Bewaar alle waarschuwingen en instructies als referentiemateriaal.

De term "elektrisch gereedschap" in alle onderstaande waarschuwingen duidt op een elektrisch apparaat dat door het net (met een snoer) of door een accu (draadloos) wordt aangedreven.

VEILIGHEID VAN DE WERKPLEK

a. Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden.
b. Gebruik het gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbare stoffen bevinden. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die stof of dampen tot ontsteking kunnen brengen.
c. Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Indien u wordt afgeleid kunt u de controle over het gereedschap verliezen.

a. De aansluitstekker van het gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaar gereedschappen. Onveranderde stekkers passende stopcontacten beperken het risic van een elektrische schok.
b. Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, zoals buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is.
c. Houd het gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektrische gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok.
d. Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel. Gebruik de kabel niet om het gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapdelen. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok.
e. Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Het gebruik van een voor buitenshuis geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok.
f. Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok.

VEILIGHEID VAN PERSONEN

a. Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik het gereedschap niet wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden.

b. Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Draag altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmasker, slipvaste werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert het risico van verwondingen.

c. Voorkom onbedoeld inschakelen van het gereedschap. Controleer dat het elektrische gereedschap uitgeschakeld is voordat u de stekker en/of de accu aansluit, het gereedschap optilt of verplaatst. Wanneer u bij het dragen van het gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden.

d. Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels voordat u het gereedschap inschakelt. Een instelgereedschap of sleutel in een draaiend deel van het gereedschap kan tot verwondingen leiden.
e. Overschat u zelf niet. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f. Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, lange haren en sieraden kunnen door bewegende delen worden meegenomen.
g. Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van deze voorzieningen beperkt het gevaar door stof.
h. Houd het gereedschap alleen vast aan de geisoleerde greepvlakken als u werkzaamheden uitvoert waarbij het snijhulpmiddel verborgen stroomleidingen of de eigen netkabel kan raken. Contact met een onder spanning staande leiding kan ook metalen delen van het elektrische gereedschap onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden.

ZORGVULDIGE OMGANG MET EN ZORGVULDIG GEBRUIK VAN ELEKTRISCHE GEREEDSCHAPPEN

a. Overbelast het gereedschap niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik.
b. Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c. Trek de stekker uit het stopcontact of neem de accu uit het elektrische gereedschap voordat u het gereedschap instelt, toebehoren wisselt of het gereedschap weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het gereedschap.
d. Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen buiten bereik van kinderen. Laat het gereedschap niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt.
e. Verzorg het gereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende delen van het gereedschap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat deze beschadigde onderdelen voor het gebruik repareren. Veel ongevallen hebben hun oorzaak

in slecht onderhouden van elektrische gereedschappen.

f. Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzetgereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden.
g. Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, inzetgereedschappen en dergelijke volgens deze aanwijzingen. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrische gereedschappen voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.

GEBRUIK EN ONDERHOUD VAN ACCULADER

a. Laad het apparaat alleen op met de door de fabrikant genoemde lader. Een lader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan bij gebruik met een andere accu brand veroorzaken.
b. Gebruik elektrisch gereedschap alleen met de speciaal daarvoor bestemde accu's. Het gebruik van een andere accu geeft kans op letsel en brand.
c. Als de accu niet in gebruik is, houd deze dan uit de buurt van metalen voorwerpen (paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwerpen) die kortsluiting van de polen kunnen veroorzaken. Het kortsluiten van de polen kan brandwonden of brand tot gevolg hebben.
d. Bij ruw gebruik van het gereedschap kan vloeistof uit de accu komen. Vermijd contact daarmee. Als u toch per ongeluk in contact komt met deze vloeistof, spoel dan af met voldoende water. Als de vloeistof in contact komt met de ogen, dient u medische hulp in te roepen. Vloeistof uit de accu kan irritatie of brandwonden veroorzaken.

ONDERHOUD

a. Laat het gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft.

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR ALLE TOEPASSINGEN

ALGEMENE WAARSCHUWINGEN VOOR SLIJPEN, SCHUREN, BORSTELEN, POLIJSTEN EN DOORSLIJPEN

a. Dit elektrische gereedschap is bestemd voor gebruik als slijpmachine, schuurmachine, draadborstelmachine, polijstmachine, freesmachine of doorslijpmachine. Neem alle waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en gegevens die u bij het elektrische gereedschap ontvangt in acht.

Als u de volgende aanwijzingen niet in acht neemt, kunnen een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel het gevolg zijn.

b. Gebruik uitsluitend toebehoren die door de fabrikant speciaal voor dit elektrische gereedschap zijn voorzien en geadviseerd. Het feit dat u het toebehoren aan het elektrische gereedschap kunt bevestigen, waarborgt nog geen veilig gebruik.

c. Het toegestane toerental van de slijpaccessoires moet minstens zo hoog zijn als het maximale toerental dat op het elektrische gereedschap is aangegeven. Slijpaccessoires die sneller draaien dan is toegestaan, kunnen beschadigd raken of uit elkaar spatten.

d. De buitendiameter en de dikte van het inzetgereedschap moeten overeenkomen met de maatgegevens van het elektrische gereedschap. Inzetgereedschappen met onjuiste afmetingen kunnen niet afdoende onder controle worden gehouden.

e. Slijpschijven, schuurbanden en andere accessoires moeten nauwkeurig op de as of spantang van het elektrische gereedschap passen. Accessoires die niet op het bevestigingsmechanisme van het elektrische gereedschap passen, draaien ongelijkmatig, trillen sterk en kunnen tot verlies van controle leiden.

f. Schijven met opspandoorn, schuurbanden, frezen of andere accessoires moeten volledig in de spantang of accessoirehouder worden geschoven. Als de spandoorn onvoldoende wordt vastgeklemd en/of de schijf te veel uitsteekt, kan de gemonteerde schijf losraken en met hoge snelheid worden uitgeworpen.

g. Gebruik geen beschadigde inzetgereedschappen. Controleer vóór gebruik inzetgereedschappen zoals slijpschijven altijd op afsplinteringen en scheuren, schuurbanden op scheuren of sterke slijtage en draadborstels op losse of gebroken draden. Als het elektrische gereedschap of het inzetgereedschap valt, dient u te controleren of het beschadigd is, of gebruik een onbeschadigd inzetgereedschap. Als u het inzetgereedschap hebt gecontroleerd en ingezet, laat u het elektrische gereedschap een minuut lang met het maximale toerental lopen. Daarbij dient u en dienen andere personen uit de buurt van het ronddraaiende inzetgereedschap te blijven. Beschadigde inzetgereedschappen breken meestal gedurende deze testtijd.

h. Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Gebruik afhankelijk van de toepassing een volledige gezichtsbescherming, oogbescherming of veiligheidsbril. Draag voor zover van toepassing een stofmasker, een gehoorbescherming, werkhandschoenen of een speciaal schort dat kleine slijp- en metaaldeeltjes tegenhoudt. Uw ogen moeten worden beschermd tegen wegvliegende deeltjes die bij verschillende toepassingen ontstaan. Een stof- of adembeschermingsmasker moet het bij de toepassing ontstane stof filteren. Als u lang

wordt blootgesteld aan luid lawaai, kan uw gehoor worden beschadigd.

i. Let erop dat andere personen zich op een veilige afstand bevinden van de plaats waar u werkt. ledereen die de werkomgeving betreedt, moet persoonlijke beschermende uitrusting dragen. Brokstukken van het werkstuk of gebroken inzetgereedschappen kunnen wegvliegen en verwondingen veroorzaken, ook buiten de directe werkomgeving.

j. Houd het elektrische gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde greepvlakken als u werkzaamheden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of de eigen netkabel kan raken. Contact met een onder spanning staande leiding kan ook metalen delen van het elektrische gereedschap onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden.

k. Houd bij het opstarten de machine altijd stevig in uw hand(en). Door de torsiekracht van de motor bij het accelereren naar volle snelheid kan het gereedschap gaan draaien.

I. Gebruik zo nodig klemmen om uw werkstuk te ondersteunen. Houd nooit een klein werkstuk in de ene hand en het gereedschap in de andere hand als het aanstaat. Als u een klein werkstuk vastklemt, hebt u uw handen vrij om het gereedschap onder controle te houden. Ronde materialen, zoals deuvels, pijpen en buizen, kunnen gaan rollen als ze worden afgezaagd. Hierdoor kan het accessoire vastslaan of naar u toe schieten.

m. Houd de stroomkabel uit de buurt van draaiende inzetgereedschappen.

Als u de controle over het elektrische gereedschap verliest, kan de stroomkabel worden doorgesneden of meegenomen en uw hand of arm kan in het ronddraaiende inzetgereedschap terechtkomen.

n. Leg het elektrische gereedschap nooit neer voordat het inzetgereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Het draaiende inzetgereedschap kan in contact komen met het oppervlak, waardoor u de controle over het elektrische gereedschap kunt verliezen.

o. Na het wisselen van accessoire of andere aanpassingen, moet u ervoor zorgen dat de spanmoer, accessoirehouder of andere instelbare onderdelen stevig zijn vastgezet. Onderdelen die niet goed vastzitten kunnen onverwachts losraken, waardoor u de controle kunt verliezen en losse, draaiende componenten op gevaarlijke wijze kunnen wegschieten.

p. Laat het elektrische gereedschap niet lopen terwijl u het draagt. Uw kleding kan door toevallig contact met het draaiende inzetgereedschap worden meegenomen en het inzetgereedschap kan zich in uw lichaam boren.

q. Reinig regelmatig de ventilatieopeningen van het elektrische gereedschap. De motorventilator trekt stof in het huis en een sterke ophoping van metaalstof kan elektrische gevaren veroorzaken.

r. Gebruik het elektrische gereedschap niet in de buurt van brandbare materialen. Vonken kunnen deze materialen ontsteken.

s. Gebruik geen inzetgereedschappen

waarvoor vloeibare koelmiddelen vereist zijn. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmiddelen kan tot een elektrische schok leiden.

TERUGSLAG EN BIJBEHORENDE WAARSCHUWINGEN

Terugslag is een plotselinge reactie als gevolg van een vasthakend of blokkerend draaiend inzetgereedschap, zoals een slijpschijf, schuurschijf of draadborstel. Vasthaken of blokkeren leidt tot abrupte stilstand van het ronddraaiende inzetgereedschap. Daardoor gaat het ongecontroleerde elektrische gereedschap tegen de draairichting van het inzetgereedschap in draaien. Als bijvoorbeeld een slijpschijf in het werkstuk vasthaakt of blokkeert, kan de rand van de slijpschijf die in het werkstuk invalt, zich vastgrijpen. Daardoor kan de slijpschijf uitbreken of een terugslag veroorzaken. De slijpschijf beweegt zich vervolgens naar de bediener toe of van de bediener weg, afhankelijk van de draairichting van de schijf op de plaats van de blokkering. Hierbij kunnen slijpschijven ook breken. Een terugslag is het gevolg van het verkeerd gebruik of onjuiste gebruiksomstandigheden van het elektrische gereedschap. Terugslag kan worden voorkomen door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hieronder beschreven.

a. Houd het elektrische gereedschap goed vast en breng uw lichaam en uw armen in een positie waarin u de terugslagkrachten kunt opvangen. Met de juiste voorzorgsmaatregelen kunt u de terugslag onder controle houden.
b. Werk bijzonder voorzichtig in de buurt van hoeken, scherpe randen, enz. Voorkom dat inzetgereedschappen van het werkstuk terugspringen en vastklemmen. Het ronddraaiende inzetgereedschap neigt er bij hoeken, scherpe randen of wanneer het terugspringt toe om zich vast te klemmen. Dit veroorzaakt een controleverlies of terugslag.
c. Bevestig geen getande zaagbladen. Zulke inzetgereedschappen veroorzaken vaak een terugslag of het verlies van de controle over het elektrische gereedschap.
d. Laat het accessoire altijd het materiaal binnendringen in de richting waarin de snijkant het materiaal uitkomt (de richting waarin de afsplinteringen worden uitgeworpen). Als het accessoire in de verkeerde richting wordt ingevoerd, komt de snijkant van het accessoire uit het werkstuk omhoog en wordt het gereedschap in deze richting getrokken.
e. Bij gebruik van roterende vijlen, doorslijpschijven, hogesnelheidsfrezen of hardmetalen frezen moet het werkstuk altijd stevig worden vastgeklemd. Deze accessoires kunnen vastslaan als ze iets gekanteld in de gleuf terechtkomen en een terugslag veroorzaken. Een doorslijpschijf die vastslaat, breekt meestal. Als roterende vijlen, hogesnelheidsfrezen of hardmetalen frezen vastslaan, kunnen ze uit de groef springen waardoor u de controle over het gereedschap verliest.
f. Breng uw hand nooit in de buurt van draaiende inzetgereedschappen. Het

inzetgereedschap kan bij de terugslag over uw hand bewegen.

g. Mijd met uw lichaam het gebied waarheen het elektrische gereedschap bij een terugslag wordt bewogen. De terugslag drijft het elektrische gereedschap in de richting die tegengesteld is aan de beweging van de slijpschijf op de plaats van de blokkering.

BIJZONDERE WAARSCHUWINGEN VOOR SLIJP- EN DOORSLIJPWERKZAAMHEDEN

a. Gebruik uitsluitend slijpschijven die worden aanbevolen voor uw elektrisch gereedschap en alleen voor de geadviseerde toepassingen. Slijp bijvoorbeeld nooit met het zijvlak van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bestemd voor materiaalafname met de rand van de schijf. Een zijwaartse krachtinwerking op dit slijptoebehoren kan het toebehoren breken.
b. Gebruik voor conische en rechte slijpstiften met schroefdraad alleen onbeschadigde spandoorns van de juiste grootte en lengte, zonder ondersnijding aan de schouder. Gebruik van de juiste opspandoorn vermindert de kans op breuken.
c. Voorkom blokkeren van de doorslijpschijf en een te hoge aandrukkracht. Slijp niet overmatig diep. Overbelasting van de doorslijpschijf vergroot de slijtage en de gevoeligheid voor kantelen of blokkeren en daardoor de mogelijkheid van een terugslag of breuk van het slijptoebehoren.
d. Plaats uw hand niet op één lijn met of achter de ronddraaiende schijf. Als de doorslijpschijf in het werkstuk van uw hand weg beweegt, kan het elektrische gereedschap bij een terugslag met de draaiende schijf rechtstreeks naar u toe worden geslingerd.
e. Als de schijf vasthaakt of blokkeert of als u de werkzaamheden onderbreekt, schakelt u het elektrische gereedschap uit en beweegt u het niet totdat de schijf helemaal tot stilstand is gekomen. Probeer nooit om de nog draaiende doorslijpschijf uit de groef te trekken. Anders kan een terugslag het gevolg zijn. Bekijk wat de oorzaak is van het vasthaken of blokkeren en verhelp het probleem.
f. Schakel het elektrische gereedschap niet opnieuw in zolang het zich in het werkstuk bevindt. Laat de doorslijpschijf eerst het volledige toerental bereiken voordat u het doorslijpen voorzichtig voortzet. Anders kan de schijf vasthaken, uit het werkstuk springen of een terugslag veroorzaken.
g. Ondersteun platen of grote werkstukken om het risico van een terugslag door een ingeklemde doorslijpschijf te verminderen. Grote werkstukken kunnen onder hun eigen gewicht doorbuigen. Het werkstuk moet aan beide zijden worden ondersteund, vlakbij de slijpgroef en aan de rand.
h. Wees bijzonder voorzichtig bij invallend frezen in bestaande muren of andere plaatsen zonder voldoende zicht. De invallende doorslijpschijf kan bij het doorslijpen van gas- of waterleidingen,

elektrische leidingen of andere objecten een terugslag veroorzaken.

BIJZONDERE WAARSCHUWINGEN VOOR SCHUURWERKZAAMHEDEN

a. Gebruik geen overmatig groot schuurpapier. Luister naar aanbevelingen van fabrikanten als u het schuurpapier uitkiest. Schuurbladen die over de rand van de steunschijf uitsteken, kunnen verwondingen veroorzaken en kunnen tot blokkeren, scheuren van de schuurbladen of terugslag leiden.

BIJZONDERE WAARSCHUWINGEN VOOR POLIJSTWERKZAAMHEDEN

a. De polijstkap mag geen losse delen hebben, in het bijzonder geen losse bevestigingssnoeren. Maak de bevestigingssnoeren vast of kort deze in. Losse, meedraaiende bevestigingssnoeren kunnen uw vingers meenemen of in het werkstuk vasthaken.

BIJZONDERE WAARSCHUWINGEN VOOR BORSTELWERKZAAMHEDEN

a. Houd er rekening mee dat de draadborstel ook tijdens het normale gebruik draadstukken verliest. Overbelast de draden niet door een te hoge aandrukkracht. Wegvliegende draadstukken kunnen gemakkelijk door dunne kleding en/of de huid dringen.
b. Laat borstels eerst minimaal een minuut op werktoerental draaien voordat u ze gebruikt. Gedurende deze tijd mag niemand vóór of op één lijn met de borstel staan. Losse borstels of draden worden gedurende deze inlooptijd uitgeworpen.
c. Zorg ervoor dat de uitstoot van de draaiende borstel van u af gericht is. Bij gebruik van deze borstels kunnen kleine deeltjes en draadfragmenten met hoge snelheid losschieten en in de huid vast komen te zitten.
d. Als het gebruik van een beschermkap wordt geadviseerd, dient u te voorkomen dat beschermkap en draadborstel elkaar raken. Vlakstaal- en komstaalborstels kunnen door aandrukkeracht en centrifugaalkrachten hun diameter vergroten.
e. Zorg bij het gebruik van een draadborstel dat de grens van 15.000/min ^-1 niet wordt overschreden.

LET OP

BEWERK GEEN

ASBESTHOUDEND MATERIAAL

(ASBEST GELDT ALS KANKERVERWEKKEND).

LET OP

TREF

VEILIGHEIDSMAATREGELEN

WANNEER ER BIJ WERKZAAMHEDEN STOFFEN KUNNEN ONTSTAAN DIE SCHADELIJK VOOR DE GEZONDHEID, BRANDBAAR OF EXPLOSIEF ZIJN (SOMMIGE SOORTEN STOF GELDEN ALS KANKERVERWEKKEND); DRAAG EEN STOFMASKER EN GEBRUIK EEN AFZUIGING VOOR STOF EN SPANEN ALS DEZE KAN WORDEN AANGESLOTEN.

MILIEU

AFVALVERWIJDERING

Elektrische gereedschappen, toebehoren en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.

ALLEEN VOOR EUROPESE LANDEN

DREMEL Micro 8050 - ALLEEN VOOR EUROPESE LANDEN - 1

Gooi elektrische gereedschappen niet bij het huisvuil.

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaal recht moeten niet meer bruikbare elektrische gereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.

SPECIFICATIES

ALGEMENE SPECIFICATIES

Nominale spanning 7,2 V

Stroomsterkte 1 Ah

Onbelast toerental n 5.000–28.000 min ^-1

Nominaal toerental n 28000 /min

Capaciteit spantang 0,8 mm, 1,6 mm, 2,4 mm, 3,2 mm

SPECIFICATIES OPLADER

Input 230-240 V, 50 - 60 Hz, 26 W

Output 3,6-10,8 V, 1,5 A

VERLENGKABELS

Gebruik helemaal uitgerolde en veilige verlengkabels met een vermogen van 5A.

MONTAGE

SCHAKEL ALTIJD EERST HET GEREEDSCHAP UIT, VOORDAT U INZETGEREEDSCHAPPEN OF SPANTANGEN GAAT WISSELEN OF ONDERHOUD AAN HET GEREEDSCHAP GAAT PLEGEN.

BELANGRIJKE OPMERKINGEN VOOR HET LADEN

  1. Het oplaadapparaat laadt de batterij alleen versneld op wanneer de batterijtemperatuur zich tussen 0°C (32°F) en 45°C (113°F)
    bevindt. Als de accu te heet of te koud is, kan het oplaadapparaat de accu niet snel opladen (Dit gebeurt mogelijk wanneer de accu te heet wordt door intensief gebruik). Wanneer de accu weer een temperatuur tussen 0 °C (32°F) en 45°C (113°F) bereikt, zal het oplaadapparaat het opladen automatisch hervatten.

  2. Een sterke daling van de gebruikstijd per laadbeurt betekent dat de accu aan het

eind van zijn levensduur is en moet worden vervangen.

  1. Vergeet niet de stekker van het oplaadapparaat uit het stopcontact te halen wanneer deze wordt opgeslagen.

  2. Als het gereedschap niet goed wordt opgeladen:

a. Controleer de spanning op het stopcontact door een ander elektrisch apparaat aan te sluiten.
b. Controleer of het stopcontact is aangesloten op een lichtschakelaar die de voeding uitschakelt zodra de lichten worden uitgeschakeld.
c. Controleer of er vuil op het oplaadstation of de voedingscontacten zit. Reinig deze zo nodig met een watje en alcohol.
d. Als u nog steeds problemen ondervindt bij het opladen, brengt of verstuurt u het gereedschap naar uw plaatselijk Dremel-servicecentrum.

LET OP: De garantie vervalt als u oplaadapparaten en accu's gebruikt die niet door Dremel zijn verkocht.

ACCU OPLADEN

BRANDSTOFMETER

Dit gereedschap is voorzien van een brandstofmeter waarmee u kunt zien in welke mate uw batterij is opgeladen. Een volledig opgeladen batterij wordt aangegeven met een groen licht. Naarmate de batterij ontladt, wordt het licht oranje. Wanneer het lampje rood is, is de batterij bijna leeg. Als de batterij leeg is, wordt het gereedschap automatisch uitgeschakeld. Dit gaat niet geleidelijk maar in één keer. Laad het gereedschap in dit geval opnieuw op voor hergebruik.

Groen lampje - 100% laadtoestand.

Oranje lampje - 50% laadtoestand of het gereedschap wordt gebruikt voor zware toepassingen (lage accuspanning vanwege stroomverbruik door de motor).

Rood lampje - 25% laadtoestand. Rood knipperend lampje - gereedschap kan ieder moment worden uitgeschakeld of de batterij is te warm of te koud om te gebruiken. Schakel het gereedschap uit en laat de batterij afkoelen tot normale werktemperatuur vóór verder gebruik.

887 3 UUR 45 MINUTEN OPLAADAPPARAAT

De Dremel Micro komt niet volledig opgeladen vanuit de fabriek. Laad het gereedschap absoluut op voordat u het voor de eerste keer gebruikt. Steek de adapteraansluiting in het oplaadstation en steek de adapterstekker in een standaard stopcontact. Plaats het gereedschap in het laadstation (zie afbeelding 1). De blauwe ledlampjes die zich aan de bovenkant van de behuizing bevinden, beginnen van boven naar beneden te scrollen om aan te geven dat de batterij wordt opgeladen. Het laden stopt automatisch als het gereedschap volledig geladen is. Als alle blauwe ledlampjes uit zijn, is het laden voltooid. Op dit punt is het laadlampje van de batterij groen. Het gereedschap mag worden gebruikt zelfs al scrollen de blauwe ledlampjes mogelijk nog steeds van boven naar beneden. Het is mogelijk dat de blauwe ledlampjes meer tijd nodig hebben om te stoppen met knipperen, afhankelijk van de temperatuur.

Met de scrollende blauwe ledlampjes wordt aangegeven dat het gereedschap wordt opgeladen. Het precieze moment waarop de accu volledig is opgeladen, wordt er niet door aangegeven. De blauwe ledlampjes stoppen eerder als het gereedschap niet volledig ontladen was. In dit geval kan het laadlampje van de batterij groen, oranje of rood zijn. Als de accu volledig is geladen, kunt u het gereedschap in het laadstation laten.

AFBEELDING 1

A. Laadstation

B. Stopcontact voor voeding
C. Voedingsadapter
D. Aansluiting voor stopcontact laadstation

ALGEMEEN

Het Dremel-multigereedschap is een precisiegereedschap van hoge kwaliteit dat kan worden gebruikt voor het uitvoeren van gedetailleerde en ingewikkelde toepassingen. Het uitgebreide gamma aan Dremel-accessoires en -hulpstukken stelt u in staat om een grote verscheidenheid aan toepassingen uit te voeren. Deze omvatten toepassingen als schuren, uitsnijdingen maken en graveren en frezen, snijden, reinigen en polijsten.

LET OP: De Dremel Micro is niet compatibel met hulpstukken.

AFBEELDING 2

A. As-blokkeringsknop
B. Aan/Uit-knop
C. Spantang
D. Toerentalregelknoppen
E. Laadlampje batterij
F. Laadcontactpunten
G. Toerentalregeling & laadindicatorlampjes
H. Opbergruimte accessoires
I. Ventilatieopeningen
J. Laadstation
K. Stopcontact voor voeding
L. Aansluiting voor stopcontact laadstation
M. Taps toelopende gripzone met zachte grip
N. Ledlampjes aan voorzijde
O. Voedingsadapter
P. Spanmoer

SPANTANGEN

De voor het multigereedschap beschikbare Dremel-accessoires zijn verkrijgbaar in verschillende schachtmaten. Er zijn vier maten spantangen verkrijgbaar voor de verschillende schachtmaten. De spantangmaten zijn te herkennen aan de ringen op de achterkant van de spantang.

AFBEELDING 3

A. Spanmoer
B. 3,2 mm spontang zonder ring (480)
C. Identificatieringen
D. 0,8 mm spantang met één ring (483)
E. 1,6 mm spontang met twee ringen (482)
F. 2,4 mm spantang met drie ringen (481)

LET OP: Het is mogelijk dat sommige multigereedschapsets niet alle vier spantangmaten bevatten. Spantangen zijn apart verkrijgbaar.

Gebruik altijd de spantang die overeenkomt met de maat van de asschacht van het accessoire dat u wilt gaan gebruiken. Probeer niet een schacht met een grotere diameter in een kleinere spantang te duwen.

SPANTANGEN WISSELEN

AFBEELDING 4A

A. Inbussleutel
B. As-blokkeringsknop
C. Spanmoer
D. Losdraaien
E. Vastdraaien

  1. Druk op de as-blokkeringsknop, houd deze ingedrukt en draai de as met de hand tot de schacht blokkeert. Druk de as-blokkeringsknop niet in terwijl het multigereedschap draait.

  2. Draai bij ingedrukte as-blokkeringsknop de spanmoer los en verwijder deze. Gebruik indien nodig de spantang.

  3. Verwijder de spantang door deze van de as te trekken.
  4. Plaats de spantang van het juiste formaat volledig in de as en breng de spanmoer opnieuw handvast aan. Draai de moer niet helemaal vast als er geen accessoire of inzetgereedschap is geplaatst.

ACCESSOIRES WISSELEN

AFBEELDING 4B

  1. Druk op de as-blokkeringsknop en draai de as met de hand tot de schachtblokkering vastklikt. Druk de as-blokkeringsknop niet in terwijl het multigereedschap draait.
  2. Draai bij ingedrukte as-blokkeringsknop de spanmoer los (maar verwijder deze niet). Gebruik indien nodig de spantang.
  3. Plaats de schacht van het accessoire of inzetgereedschap volledig in de spantang.
  4. Terwijl de asvergrendeling is ingeschakeld, moet u de spanmoer handvast vastdraaien tot de schacht van het accessoire door de spantang wordt vastgegrepen.

LET OP: Lees absoluut de bij uw Dremel accessoire meegeleverde instructies voor meer informatie over het gebruik ervan.

Gebruik uitsluitend door Dremel geteste accessoires met groot prestatievermogen.

BALANCEREN VAN DE ACCESSOIRES

Voor precisiewerk is het van belang dat alle accessoires goed in balans zijn (vergelijkbaar met de banden van uw auto). Om een accessoire in de juiste stand te brengen of te balanceren, draait u de spanmoer enigszins los en draait u het accessoire of de spanmoer een kwartslag. Draai de spanmoer opnieuw aan en gebruik het Rotatiegereedschap. U kunt zowel horen als voelen of het accessoire in balans is. Blijf het accessoire bijstellen tot de best mogelijk balans is bereikt.

GEBRUIK

EEN GOED BEGIN

De eerste stap bij het gebruik van het multigereedschap is u vertrouwd maken met het gereedschap. Houd het gereedschap in uw hand en voel het gewicht en de balans. Voel de taps toelopende behuizing. Door dit tapse toelopen kunt u het gereedschap bijna als een pen of potlood vasthouden.

Houd het gereedschap altijd van uw gezicht af. Accessoires kunnen worden beschadigd tijdens het gebruik en kunnen uit elkaar spatten door het hoge toerental.

Bedek bij het vasthouden van het gereedschap niet de ventilatieopeningen met uw hand. Blokkeren van de ventilatieopeningen kan leiden tot oververhitting van de motor.

BELANGRIJK! Oefen eerst op een stuk los materiaal om te ervaren hoe het gereedschap onder hoge snelheid reageert. Onthoud dat uw multigereedschap het beste werk levert wanneer u de snelheid, samen met het juiste Dremel-accessoire en juiste hulpstuk, het werk voor u laat doen. Oefen indien mogelijk tijdens gebruik geen druk uit op het gereedschap. Breng in plaats daarvan het draaiende accessoire lichtjes omlaag naar het oppervlak van het werkstuk en laat de punt daar contact maken waar u wilt beginnen. Concentreer u op het geleiden van het gereedschap over het werkstuk, met een lichte druk van uw hand. Sta toe dat het accessoire het werk doet.

Over het algemeen kunt u het werk beter in verschillende bewerkingsfasen voltooien dan in één enkele bewerking. Een voorzichtige aanpak zorgt voor de beste controle en vermindert de kans op fouten.

HET GEREEDSCHAP VASTHOUDEN

Voor de beste controle bij nauwkeurig werk moet u het multigereedschap als een pen tussen duim en wijsvinger houden. AFBEELDING 5

Het vasthouden als een golfclub is de beste methode voor zwaardere bewerkingen zoals slijpen of snijden.

AFBEELDING 6

WERKTOERENTALLEN

AFBEELDING 7

A. Toerentalregelknoppen
B. Toerentalregeling & laadindicatorlampjes

Om de juiste snelheid voor een bepaalde klus te selecteren, gebruikt u een stuk oefenmateriaal.

"AAN/UIT"-KNOP

Het gereedschap wordt "AAN" gezet met de blauwe aan/uit-knop die zich aan de bovenkant van het taps toelopende deel van de behuizing bevindt.

Om het gereedschap "AAN" te zetten, drukt u de blauwe aan/uit-knop in en laat u deze weer los. Het gereedschap begint te werken met een toerental van 15.000 rpm en het ledlampje aan de voorzijde gaat branden. Als de aan/uit-knop

wordt ingedrukt maar niet wordt losgelaten, gaan het gereedschap en het ledlampje aan de voorzijde niet aan. Direct nadat het gereedschap is aangezet, kunt het ledlampje aan de voorzijde uitzetten. Druk gewoon 3 keer op de blauwe min (-) toerentalregelknop en het ledlampje aan de voorzijde gaat uit. Op dit punt wordt het toerental van het gereedschap ingesteld op 5.000 rpm. Zet het gereedschap uit en weer aan om het ledlampje aan de voorzijde weer aan te zetten. Om het gereedschap "UIT" te zetten, drukt u de blauwe aan/uit-knop in en laat u deze weer los. Als om de een of andere reden de aan/uitschakelaar niet werkt, kan het gereedschap altijd met de volgende methoden worden uitgezet: Druk op de blauwe min (-) toerentalregelknop om het toerental van het gereedschap naar het laagste niveau (5.000 rpm) te brengen. Houd de blauwe min (-) toerentalregelknop 5 seconden ingedrukt.

ELEKTRONISCHE CONTROLE

Uw machine is uitgerust met een intern elektronisch controlesysteem dat helpt om de motor- en batterijprestaties te maximaliseren door het beperken van de stroom naar het gereedschap bij overbelasting en blokkering. Als u het gereedschap te lang blokkeert of als het accessoire in een werkstuk vastloopt, vooral bij hoge toerentallen, schakelt het gereedschap zichzelf uit dankzij het ingebouwde terugkoppelsysteem. Zodra dit gebeurt, neemt u het gereedschap uit het materiaal waarin u bent vastgelopen, zet u het gereedschap weer aan, past u zo nodig het toerental aan en gaat u verder met het gebruik. Zodra de batterij bijna leeg is, zal het gereedschap mogelijk vaker automatisch worden uitgeschakeld dan gewoonlijk. Als dit gebeurt, is het tijd het gereedschap opnieuw op te laden.

TOERENTALREGELKNOPPEN

De Dremel Micro is uitgerust met toerentalregelknoppen. Het toerental kan tijdens werking worden aangepast door te drukken op de blauwe plus- (+) of (-) minknop op de bovenzijde van de behuizing van de batterij. Toerental wordt verhoogd of verlaagd met 5.000 rpm van een minimum van 5.000 tot een maximum van 28.000 rpm. De ledlampjes langs de blauwe knoppen gaan afhankelijk van het gekozen toerental branden. Telkens als het gereedschap wordt uitgeschakeld, gaat het ingestelde toerental terug naar het gemiddelde niveau (15.000 rpm). Mogelijk is het dus nodig om het toerental te verhogen/verlagen tot het niveau dat werd gebruikt (bijv. 28.000 rpm) voordat het gereedschap werd uitgeschakeld om aan dezelfde toepassing te blijven werken. U kunt de tabellen op pagina 4-7 raadplegen voor het bepalen van het juiste toerental op basis van het materiaal waaraan u werkt en het type accessoire dat u gebruikt. Met deze tabellen kunt u het juiste accessoire en het optimale toerental in een oogopslag kiezen.

Het toerental van het Rotatiegereedschap stelt u in via de blauwe toerentalregelknoppen.

Afstellingen voor globale toerentallen

Toerental-instellingToerentalbereik
55.000 RPM
1010.000 RPM
*1515.000 RPM
2020.000 RPM
2828.000 RPM

* 15 is de maximuminstelling van het toerental voor draadborstels.

Noodzaak voor lagere toerentallen

Bepaalde materialen (bijvoorbeeld kunststof en edele metalen) vereisen echter een relatief laag toerental omdat bij een hoog toerental de wrijving van het accessoire warmte genereert en schade aan het materiaal kan veroorzaken. Gebruik bij een laag toerental (15.000 RPM of minder) is gewoonlijk het beste voor polijstwerkzaamheden met de polijstaccessoires van vilt. Dit kan ook het beste zijn voor het werken aan fijne projecten zoals bewerking van eieren, fijn houtsnijwerk en kwetsbare modelonderdelen.

LET OP

ALLE TOEPASSINGEN MET DE DRAADBORSTEL VEREISEN

LAGERE TOERENTALLEN OM TE VOORKOMEN DAT DRAADSTUKKEN UIT DE HOUDER VLIEGEN.

Hogere toerentallen zijn beter voor uitsnijdingen maken, snijden, frezen van profielen en zagen van plinten of sponningen in hout. Hardhout, metaal en glas vereisen werken met hoge toerentallen en ook boren moet met hoge toerentallen worden gedaan.

Veel toepassingen en accessoires in onze lijn geven de beste prestatie bij het volledige toerental maar voor bepaalde materialen, toepassingen en accessoires hebt u lagere toerentallen nodig. Daarom zijn onze modellen met variabele snelheid verkrijgbaar.

Om u te helpen bij het bepalen van het optimale bedrijfstoerental voor verschillende materialen en verschillende accessoires zijn een reeks tabellen op pagina 4, 5, 6 en 7 beschikbaar. In deze tabellen vindt u de aanbevolen toerentallen voor elk type accessoire. Maak uzelf vertrouwd met deze tabellen.

Uiteindelijk kunt u het beste het juiste toerental voor werkzaamheden aan een materiaal bepalen door eerst enkele minuten op een stukje los materiaal te oefenen, zelfs nadat u de tabel hebt geraadpleegd. U kunt snel leren dat een lager of hoger toerental effectiever is door te kijken wat er gebeurt als u een slag of twee bij verschillende toerentallen maakt. Wanneer u bijvoorbeeld met kunststof werkt, begint u met een laag toerental en verhoogt u dit totdat u ziet de kunststof op het punt van contact smelt. Verlaag het toerental dan enigszins om het optimale werktoerental te verkrijgen.

Enkele vuistregels met betrekking tot het toerental:

  1. Kunststof en ander materiaal dat bij lage temperaturen smelt, moet met een laag toerental worden bewerkt.
  2. Polijsten, poetsen en reinigen met elk type borstel moet met een toerental niet hoger dan 15.000 RPM worden uitgevoerd om schade aan de borstel en uw materiaal te voorkomen.
  3. Hout moet met een hoog toerental worden gezaagd.
  4. IJzer of staal moet met een hoog toerental worden gezaagd. Als een snelfrees voor staal begint te klapperen, wijst dit er gewoonlijk op dat deze te langzaam draait.
  5. Aluminium, koperlegeringen, zinklegeringen en tin kunnen met verschillende toerentallen worden bewerkt, afhankelijk van het type bewerking dat u wilt uitvoeren. Gebruik paraffine of een ander geschikt smeermiddel om te voorkomen dat er materiaalresten tussen de zaagtanden van de frees gaan zitten.

Verhoging van de druk op het gereedschap is niet de juiste reactie wanneer het niet naar verwachting presteert. Wellicht zou u een ander accessoire moeten gebruiken en wellicht zou aanpassing van het toerental het probleem oplossen. Leunen op het gereedschap helpt niet.

De Dremel Micro kan worden gebruikt met alle Dremel-accessoires behalve met frezen. Hoewel het gereedschap werkt met doorslijpschijven, zullen deze door het lagere toerental van dit gereedschap niet optimaal presteren. Ze kunnen worden gebruikt om zacht materiaal zoals hout of kunststof te snijden maar het snijden van metalen wordt niet aanbevolen. Het Micro-gereedschap kan niet worden gebruikt met de Dremel-lijn van hulpstukken (hulpstukken schroeven op de neus van een rotatiegereedschap). Laat het toerental het werk doen.

BESCHERMING BIJ OPBERGEN

Dit gereedschap is voorzien van een veiligheidsfunctie om de motor en accu te beschermen in het geval van een blokkering. Als u te lang en te veel druk uitoefent op het gereedschap of de boorstift vastraakt in het werkstuk, met name bij hoge snelheden, dan zal de motor stoppen. Hierop haalt u het gereedschap eenvoudigweg uit het materiaal waarin het is vastgeraakt, waarna het weer op de geselecteerde snelheid zal verdergaan. Als het gereedschap langer dan vijf seconden geblokkeerd blijft, zal het gereedschap vanzelf uitschakelen. Deze aanvullende veiligheidsfunctie beschermt de motor en accu tegen schade. Zodra de batterij bijna leeg is, zal het gereedschap mogelijk vaker automatisch worden uitgeschakeld dan gewoonlijk. Als dit gebeurt, is het tijd de batterij te vervangen.

ONDERHOUD

Preventief onderhoud dat uitgevoerd wordt door onbevoegd personeel, kan resulteren in verkeerd terugplaatsen van inwendige draden en onderdelen. Hierdoor ontstaat groot gevaar. Wij raden aan om alle onderhoudswerkzaamheden aan het gereedschap te laten uitvoeren door de Dremel-serviceafdeling. Om letsel door onverwacht starten of een elektrische schok te ver mijden, moet u altijd de stekker uit het stopcontact trekken voor dat u onderhouds- of reinigingswerkzaamheden gaat uitvoeren.

REINIGEN

LET OP

OM ONGELUKKEN TE

VOORKOMEN MOET U VOOR

HET REINIGEN HET GEREEDSCHAP EN/OF DE LADER

LOSHALEN VAN DE VOEDINGSSPANNING. Het gereedschap kunt u het best met droge compressielucht reinigen. Draag altijd een veiligheidsbril als u compressielucht gebruikt bij het reinigen.

Ventilatieopeningen en schakelaarhendels moeten schoon en vrij van vreemde voorwerpen gehouden worden. Reinig het gereedschap niet door scherpe voorwerpen door een opening te steken.

LET OP

SOMMIGE

REINIGINGSMIDDELEN EN

OPLOSMIDDELEN BESCHADIGEN DE

KUNSTSTOFONDERDELEN. Enkele van deze zijn: benzine, tetrachloorkoolstof, vloeibare reinigingsmiddelen met chloor, ammonia en huishoudelijke reinigingsmiddelen met ammonia.

SERVICE EN GARANTIE

LET OP

GEEN ONDERDELEN DIE

ONDERHOUD VERGEN IN HET

APPARAAT. PREVENTIEF ONDERHOUD UITGEVOERD DOOR NIET-GEAUTORISEERD

ONDERHOUDSPERSONEEL KAN LEIDEN TOT VERKEERD AANSLUITEN VAN DRAĐEN EN

COMPONENTEN EN DAARDOOR EEN ERNSTIG GEVAAR

VORMEN. Wij raden u aan alle onderhoud aan het gereedschap te laten uitvoeren door een Dremel-servicecentrum. Onderhoudspersoneel: trek de stekker van het gereedschap en/of de lader uit het stopcontact voordat u met het onderhoud begint.

Op dit product van DREMEL is garantie van toepassing conform de specifieke wettelijke/landelijke voorschriften; schade als gevolg van normale slijtage, overbelasting of verkeerd gebruik, valt niet onder de garantie.

Bij een klacht dient u het gereedschap of de lader ongedemonteerd en samen met het aankoopbewijs op te sturen naar de vertegenwoordiger.

CONTACT OPNEMEN MET DREMEL

Voor meer informatie over het assortiment, de ondersteuning en telefonische klantendienst van Dremel, gaat u naar www.dremel.com.

Dremel Europe, Postbus 3267, 4800 DG Breda

OVERSÆTTELSE AF BETJENINGSVEJLEDNING

ANVENDTE SYMBOLER

DREMEL Micro 8050 - ANVENDTE SYMBOLER - 1

LÆS DISSE INSTRUKTIONER

DREMEL Micro 8050 - ANVENDTE SYMBOLER - 2

BENYT H∅REVÆRN

DREMEL Micro 8050 - ANVENDTE SYMBOLER - 3

BENYT BESKYTTELSESBRILLER

DREMEL Micro 8050 - ANVENDTE SYMBOLER - 4

BENYT ST∅VMASKE

GENERELLE SIKKERHEDSADVARSLER I RELATION TIL EL-VÆRKT∅J

DREMEL Micro 8050 - GENERELLE SIKKERHEDSADVARSLER I RELATION TIL EL-VÆRKT∅J - 1

ADVARSEL

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DREMEL

Model : Micro 8050

Categorie : Multigereedschap