Lavor Independent 2300 - Hogedrukreiniger

Independent 2300 - Hogedrukreiniger Lavor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Independent 2300 Lavor in PDF-formaat.

📄 168 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Lavor Independent 2300 - page 97
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Lavor

Model : Independent 2300

Categorie : Hogedrukreiniger

Download de handleiding voor uw Hogedrukreiniger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Independent 2300 - Lavor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Independent 2300 van het merk Lavor.

GEBRUIKSAANWIJZING Independent 2300 Lavor

Esquema eléctrico pág. 96 INHOUD Inleiding blz. 97 Symbolen blz. 97 Veiligheidsmaatregelen blz. 97 Beschrijving van de onderdelen blz. 98 Aansluiting van de afstandsbediening (optie) blz. 98 Inspectie voor het starten blz. 99

I. Motorolie blz. 99

tandwielvertragingskast blz. 99

III. Luchtfilter blz. 100

IV. Brandstof en brandstoftank blz. 100

De motor starten blz. 101 Werking blz. 102 Stoppen blz. 103 Controlesysteem van de uitlaatgassen blz. 103

I. Onderhoud blz. 103

II. Vervangen van onderdelen blz. 103

III. Veranderingen blz. 103

IV. Problemen die de emissie van

uitlaatgassen beïnvloeden blz. 103 Onderhoud blz. 104

I. Onderhoudsprogramma blz. 104

II. Methode blz. 104

Transport, opslag en weer in bedrijf stellen blz. 107

I. Transport blz. 107

III. Weer in bedrijf stellen blz. 108

Lokaliseren van problemen blz. 109

I. Moeilijkheden bij het starten blz. 109

II. Verminderde prestaties van

III. De motor draait niet goed blz. 111

IV. Plotselige stop tijdens de

V. Oververhitting van de motor blz. 112

VI. Abnormale geluiden tijdens

de werking van de motor blz. 112 Specificaties blz. 113

I. Belangrijkste specificaties blz. 113

II. Timing van de distributie blz. 113

III. Aanhaalkoppels van

belangrijke bouten blz. 114 Elektrisch schema blz. 114

B1 Negro Y Amarillo G Verde ES97 INLEIDING Hartelijk dank dat u voor een benzinemotor van ons bedrijf gekozen heeft. Ons bedrijf, dat zich op de modernste internationale technologie baseert, heeft ééncilinder viertaktbenzinemotoren met kopkleppen en koeling met geforceerde luchtcirculatie ontwikkeld. De motoren worden gekenmerkt door een geavanceerd design, een compacte constructie, betrouwbare prestaties, een laag brandstofverbruik en een makkelijke regeling van de snelheid. Zij worden op grote schaal gebruikt als aandrijvingen in uiteenlopende toepassingen, zoals generatoraggregaten, circuits, werkzaamheden in de open lucht, openbare amusementsplaatsen, bouwmachines, landbouwwerktuigen enz. De belangrijkste onderdelen zoals het cilinderdeksel, het motorcarter enz. zijn allemaal gegoten met aluminiumlegering. Laserscantechniek, driedimensionale vormtechniek en productietechniek met CN programma’s die bij het persproces toegepast worden verbeteren het oppervlak van de motor en de productienauwkeurigheid aanzienlijk. Door toepassing van een inwendig drukverlagingssysteem en het centrifugale regelsysteem Fly Hammer wordt de soepele en betrouwbare werking van de eenheden die met de motor uitgerust zijn en het makkelijk starten ervan verzekerd. Bovendien voorkomt de introductie van het beschermingssysteem dat de smeerlaag waarneemt eventuele schade aan de motor die veroorzaakt wordt door gebrekkige smering. Deze handleiding verstrekt informatie over het gebruik en het onderhoud van de benzinemotor. Zorg ervoor dat u de handleiding goed leest en volledig begrepen heeft alvorens de motor te gaan gebruiken. Al het materiaal en de schema’s van deze handleiding hebben betrekking op de meest recente producten op het moment van publicatie. Naar aanleiding van herzieningen en andere wijzigingen kunnen de gegevens die in deze handleiding staan iets afwijken van de huidige staat. Het copyright op deze handleiding is eigendom van ons bedrijf, het is dus zowel voor bedrijven als natuurlijke personen verboden om de handleiding te herdrukken of te kopiëren. Onder voorbehoud van wijzigingen zonder voorafgaande kennisgeving. Er wordt verzocht om bijzondere aandacht te besteden aan de tekstgedeelten die voorafgegaan worden door de volgende formuleringen: SYMBOLEN WAARSCHUWING Deze formulering wordt gebruikt om de gebruiker ervoor te waarschuwen dat het niet in acht nemen van de gebruiks- en onderhoudsprocedures ongelukken tot gevolg kan hebben, die soms dodelijk kunnen zijn. LET OP Deze formulering wordt gebruikt om de gebruiker ervoor te waarschuwen dat het niet in acht nemen van de gebruiks- en onderhoudsprocedures schade of vernieling van de apparatuur toe gevolg kan hebben. OPMERKING Deze formulering wordt gebruikt om nuttige informatie te verstrekken. VEILIGHEIDSMAATREGELEN WAARSCHUWINGEN Zorg ervoor dat u de handleiding goed gelezen en volledig begrepen heeft alvorens de motor te gebruiken, omdat er anders ongelukken aan personen kunnen gebeuren of materiële schade kan ontstaan. Besteed met name aandacht aan de volgende punten:

1. Laat de motor op een goed geventileerde plaats functioneren, houd de motor minimaal op één

meter afstand van muren van gebouwen of andere apparatuur, houd de motor uit de buurt van ontvlambare stoffen zoals benzine, lucifers enz. om de kans van brand te voorkomen.

2. Houd de motor buiten het bereik van kinderen en dieren.

3. De gebruiker moet speciaal opgeleid zijn.

4. Vul de motor op goed geventileerde plaatsen met brandstof en doe dit bij uitgeschakelde motor,

rook niet, steek geen open vuur aan en maak geen vonken op de plaatsen waar brandstof bewaard wordt of waar getankt wordt.

5. Doe de tank niet te vol om te voorkomen dat er benzine uitstroomt. Als er benzine gemorst is moet

u dit eerst goed schoonmaken voordat u de motor start.

6. Zet de motor op een vlak werkplateau om te voorkomen dat er benzine uitstroomt.

7. Controleer of de tankdop goed dichtgedraaid is.

8. Tijdens de werking wordt de uitlaatpijp erg heet en blijft ook nadat de motor gestopt is erg heet.

Raak hem niet aan, verbrandingsgevaar. Vervoer of sla de motor pas op als hij volledig afgekoeld is. NL98 AANSLUITING VAN DE AFSTANDSBEDIENING (OPTIE) De gaten in de choke- en gashendel worden gebruikt om de optionele staaldraden te monteren. De afbeel- dingen 2, 3 en 4 laten zien hoe een massieve staaldraad en een gewapende staaldraad gemonteerd moeten worden. Als er voor een gewapende staaldraad wordt gekozen wordt er een terugloopveer toegevoegd. Indien nodig is het mogelijk om de dempingsmoer op de gashendel iets los te draaien om de smoorklep met een op afstand bediende staaldraad te bedienen. Optie: Smoorklep met afstandsbediening:

BESCHREIJVING VAN DE ONDERDELEN

De belangrijkste onderdelen van de motor zijn als volgt geplaatst (Afb.1) afb. 1 Gashendel Luchtfilter Chokehendel Knalpot Brandstofkraan Bougie Aftapdop Aftapdop Motorschakelaar Brandstoftank Brandstoftankdop Peilstok Oliedop Aftapdop Kickstarter Handgreep met startkoord Uitlaatpijp afb. 2 Onbuigzame mantel staaldraad Gashendel Buigzame staaldraad Schroef van 4mm Bevestigingsbout staaldraad Veerring Onbuigzame mantel staaldraad afb. 3 Terugloopveer Dempingsmoer gashendel NL99 Choke met afstandsbediening: afb. 4 Chokehendel Bevestigingsbout staaldraad

LET OP t Motorolie is een bepalende factor voor de prestaties van de motor. Gebruik geen motorolie met additieven of motorolie voor tweetaktmotoren omdat deze niet voldoende smeerca- paciteit hebben en omdat hierdoor de levensduur van de motor bekort kan worden. t Controleer de motor bij stilstaande motor en op een vlakke ondergrond. SAE15W-40 (Afb.2) wordt geadviseerd voor algemeen gebruik en alle temperaturen. Aangezien de viscositeit per gebied en afhankelijk van de temperaturen verschilt moet het smeermiddel op basis van onze adviezen gekozen worden. Controle (Afb. 6).

1. Controleer of de motor stil staat en op een vlakke

3. Steek de peilstok weer in de tank maar draai hem

niet vast en controleer het oliepeil.

4. Als het peil onvoldoende is moet de geadviseerde

motorolie eraan toegevoegd worden.

5. Steek de peilstok er weer in.

LET OP De werking van de motor met een onvol- doende oliepeil kan zeer ernstige schade aan de motor tot gevolg hebben.

II. OLIE VOOR DE TANDWIELVERTRAGINGSKAST (alleen voor modellen die hiermee

uitgerust zijn) 1/2 tandwielvertragingskast met automatische centrifugaalkoppeling. Gebruik olie van hetzelfde merk als de motorolie. Olievulhoeveelheid: 0,50 liter Controleer het oliepeil op onderstaande volgorde (Afb. 7):

1. Trek de peilstok eruit en veeg hem af.

2. Steek de peilstok er weer maar draai hem niet vast,

trek hem er weer uit en controleer het oliepeil.

3. Als het oliepeil onvoldoende is moet er motorolie

van het geadviseerde type aan toegevoegd worden tot de merkstreep van het maximum niveau.

Demonteer het huis van het luchtfilter en inspecteer het filterelement om te controleren of het schoon en intact is, als dit niet het geval is moet u het reinigen of vervangen.

2. STOFFILTER (Afb. 9)

Demonteer de stofkap en inspecteer het filterelement om a) te controleren of het schoon en intact is, als dit niet het geval is moet u het reinigen of vervangen. Controleer of er stof in de stofkap zit en maak hem eventueel b) schoon.

3. DROOG FILTER (Afb. 10)

a) Verwijder het huis van het filter en controleer of het filterelement vuil is of onzuiverheden vertoont. Indien nodig moet u het reinigen of vervangen. b) Controleer het luchtfilter en verwijder eventueel vuil.

4. OLIEBADFILTER (Afb. 11)

a) Demonteer het huis van het luchtfilter en inspecteer het filterelement om te controleren of het schoon en intact is, als dit niet het geval is moet u het reinigen of vervangen. b) Controleer het oliepeil en de kwaliteit van de olie. Als het oliepeil onvoldoende is moet u er motorolie van het geadviseerde type aan toevoegen tot de merkstreep van het oliepeil. LET OP Start de motor nooit zonder luchtfilter omdat de motor hierdoor sneller slijt.

Voor deze motor moet loodvrije benzine gebruikt worden met een octaangetal boven de 86. Het gebruik van loodvrije benzine vermindert de vorming van koolaanslag en verlengt de levensduur van de motor. Gebruik nooit gebruikte of verontreinigde benzine of een mengsel van benzine en motorolie. Controleer of er geen vuil of water in de benzine zit.

2. BENZINE DIE ALCOHOL BEVAT

Als u ervoor kiest om benzine met alcohol (mengsel) te gebruiken moet u controleren of het octaangetal minimaal even hoog is als door het bedrijf geadviseerd wordt. Er zijn twee soorten benzine-alcoholmengsels. Het ene mengsel bevat ethanol en het andere mengsel bevat methanol. Er zijn geen benzine-alcoholmengsels toegestaan die meer dan 10% ethanol en ook niet meer dan 5% methanol bevatten. Als het methanolgehalte in het mengsel meer is dan 5% dan kunnen de prestaties van de motor hierdoor verminderd worden en kunnen de metalen, rubber en kunststof delen van de motor beschadigd worden. Filterhuis Filterele- ment afb. 8 Filterhuis Filterelement Stofkap afb. 9 Merkstreep oliepeil afb. 11 Filterele- ment Filterhuis afb. 10 NL101 LET OP t%FCSBOETUPõFONPFUFOWPPS[JDIUJHHFIBOUFFSEXPSEFOPNEBUEFLVOTUTUPGFOHFMBLUF oppervlakken hierdoor beschadigd kunnen worden. t"MTEFNPUPSPQWPMMFCFMBTUJOHGVODUJPOFFSUJTIFUOPSNBBMBMTVBGFOUPFIFULOFUUFSFO van vonken of kloppen hoort. t"MTVEF[FHFMVJEFOPPLUJKEFOTEFOPSNBMFXFSLJOHFOPQOPSNBMFCFMBTUJOHIPPSUNPFUVFFO ander merk benzine gebruiken, als dit verschijnsel zich toch weer voordoet moet u bij uw dealer informeren omdat de motor beschadigd kan zijn.

Tankinhoud: 3.6 liter (Afb. 12).

Verwijder de tankdop en a) controleer het brandstofniveau. Als het brandstofniveau te laag is b) moet u de brandstof bijvullen. Denk eraan dat de brandstof niet boven de rand van het benzinefilter mag komen (Afb. 12). WAARSCHUWING t #FO[JOF JT VJUFSTU POUWMBNCBBS FO JO TPNNJHF PNTUBOEJHIFEFO FYQMPTJFG 5BOL alleen op goed geventileerde plaatsen en bij stilstaande motor. Rook niet en pas op dat er geen open vuur of vonken op de plaats waar de benzine bewaard wordt of waar de tank bijgevuld wordt zijn. t %PFEFUBOLOJFUUFWPMJOEFWVMPQFOJOHNBHHFFOCFO[JOFCMJKWFOTUBBO$POUSPMFFSOBBnPPQ van het tanken of de tankdop goed dichtgedraaid is. t 1BTPQEBUVUJKEFOTIFUUBOLFOHFFOCFO[JOFNPSTU(FNPSTUFCFO[JOFPGEFEBNQFOFSWBO kunnen ontvlammen. Als er benzine gemorst is moet u controleren of het gebied droog genoeg is alvorens de motor te starten. t 7FSNJKEIFSIBBMEFMJKLFOMBOHEVSJHDPOUBDUNFUEFIVJEFOBEFNEFCFO[JOFEBNQFOOJFUJO t )PVEIFUCVJUFOCFSFJLWBOLJOEFSFO

1. Zet de brandstofkraan op “ON” (Afb. 13).

2. Zet de chokehendel op “GESLOTEN” (Afb.

14). OPMERKING Als de motor warm is hoeft de choke niet gesloten te worden. afb. 12 Max. brandstof- niveau

a) Zet de motorschakelaar op “ON”. b) Trek de handgreep van het startkoord iets omhoog totdat u weerstand voelt en trek er daarna krachtig aan. LET OP Als u de handgreep plotseling loslaat kan hij tegen de motor aan stoten. Laat de handgreep langzaam los en begeleid de handgreep tijdens het oprollen. WERKING

1. Laat de motor warmdraaien en zet de

chokehendel op “OPEN” (Afb.17). OPMERKING Alarm motorolie Het alarm van de motorolie dient om de gebruiker te waarschuwen dat de motorolie in het motorcarter onvoldoende is. De werking van de motor met een onvoldoende oliepeil kan schade aan de motor tot gevolg hebben. Als het oliepeil in het carter onvoldoende is, zorgt het alarm van de motorolie ervoor dat de motor automatisch gestopt wordt om schade aan de motor te voorkomen ook als de motorschakelaar op “ON” staat. LET OP Als de motor nog niet functioneert moet eerst het peil van de motorolie gecontroleerd worden. OPMERKING Werking op grote hoogte Op grote hoogte is de standaard lucht-/benzinemengverhouding relatief te hoog en hierdoor worden de prestaties van de motor verminderd en neemt het brandstofverbruik toe. Dit probleem kan als volgt opgelost worden: vervang de hoofdverstuiver van de carburateur door een kleinere verstuiver en stel daarna de nullastschroef af. Als de motor altijd op grote hoogte gebruikt wordt, op een hoogte van 1830 meter boven de zeespiegel, moet u aan uw dealer vragen om de nodige afstellingen te verrichten. Het motorvermogen vermindert ongeveer 3,5% elke 305 meter dat de hoogte toeneemt ook als de juiste maximum straal van de carburateur gebruikt wordt. LET OP De motor die uitgerust is met de maximum straal en die op hoogte toegepast kan worden kan ernstige schade lijden als hij op kleinere hoogten gebruikt wordt omdat het mengsel te “arm” is, het vermogen vermindert en de motor oververhit raakt. Wend u zich tot uw dealer om de motor weer in de standaard uitvoering te laten brengen. afb. 16 Motorschakelaar Handgreep startkoord

1. Zet de motorschakelaar op “OFF” (Afb. 20).

2. Zet de brandstofschakelaar op “OFF” (Afb. 21).

CONTROLESYSTEEM VAN DE UITLAATGASSEN

De werking van de motor brengt koolmonoxide, stikstofoxide en koolwaterstoffen voort en in bepaalde omstandigheden brengen stikstofoxide en koolwaterstoffen een chemische reactie teweeg die dampen voortbrengt terwijl koolmonoxide erg giftig is. Daarom is het erg belangrijk om de uitlaatgassen te controleren. Om dit euvel te verhelpen vermindert ons bedrijf de emissie van uitlaatgassen door speciale carburateurs en andere systemen toe te passen. Om de emissie van de motor binnen de toegestane grenzen te houden moet u aandacht besteden aan het volgende:

Voer het periodieke onderhoud volgens het onderhoudsprogramma dat in de handleiding vermeld is uit. Het onderhoudsprogramma is gebaseerd op normaal gebruik en in normale omstandigheden van de motor; dus als de motor voor zware toepassingen, in stoffige of vochtige omgevingen of op hoge temperaturen gebruikt wordt is het dus noodzakelijk om vaker onderhoud uit te voeren.

II. VERVANGEN VAN ONDERDELEN

Wij adviseren om onderdelen te gebruiken die gemaakt zijn door ons bedrijf of van gelijkwaardige kwaliteit. Het gebruik van reserveonderdelen van minder goede kwaliteit kan ertoe leiden dat de doelmatigheid van het controlesysteem van de uitlaatgassen vermindert.

Door veranderingen aan het uitlaatsysteem kan de emissie toenemen en kan dit boven de door de wet bepaalde grens komen. Illegale veranderingen zijn: Demontage of verandering van een willekeurig onderdeel van het luchtinlaat- of uitlaatsysteem.1. Verandering of afstelling van de controlesystemen van de bedrijfstoestand waardoor de werking van 2. de motor buiten de ingestelde parameters gebracht wordt

IV. PROBLEMEN DIE DE EMISSIE VAN UITLAATGASSEN BEÏNVLOEDEN

1. Problemen bij het starten of afzetten.

2. Onstabiele nullast.

3. Emissie van zwarte rook of overmatig brandstofverbruik.

4. Gebrekkige of versleten bougies.

5. Te vroege voorontsteking.

Als u één van de hierboven vermelde problemen constateert moet u zich tot uw dealer wenden. afb. 20 OFF Engine switch afb. 21 OFF NL104 ONDERHOUD

I. ONDERHOUDSPROGRAMMA

Om ervoor te zorgen dat de motor in goede staat blijft moet de gebruiker het onderhoud volgens onderstaande tabel uitvoeren

Frequentie Onderdeel Elke keer Eerste maand of 20 werkingsuren Elk seizoen of 50 werkingsuren Elke 6 maanden of 100 werkingsuren Elk jaar of 300 werkingsuren Motorolie Controle oliepeil

Klepspeling Controleren, afstellen

Brandstoftoevoer Schoonmaken Om de twee jaar (indien nodig vervangen) LET OP Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen van de fabrikant of van gelijkwaardige kwaliteit; anders kan de motor beschadigd worden. OPMERKINGEN

  • Alleen bij carburateurs met een dubbele inwendige ventilatiekamer. ** Alleen bij luchtfilters met een papieren filterelement.

Vaker dan aangegeven als hij in stoffige omstandigheden gebruikt wordt.

Het onderhoud moet door de dealer uitgevoerd worden, tenzij de gebruiker naar behoren opgeleid is en over het juiste gereedschap beschikt. WAARSCHUWING Vóór het onderhoud moet de motor afgezet worden. Als er onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden terwijl de motor in werking is moet gecontroleerd worden of er geschikte ventilatie in de omgeving is. De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, waarvan de inademing schadelijk kan zijn voor de gezondheid of zelfs dodelijk.

Om de motorolie snel en volledig te kunnen aftappen kunt u dit het beste doen als de motor nog warm is. NL105 Vul met de aangegeven motorolie tot de a) merkstreep van het maximum peil (Afb. 22). Draai de tankdop er weer op.b) De bijvulhoeveelheid van de olie van 1/2 c) tandwielvertragingskast is 0,5 liter en de bijvulhoeveelheid van de motorolie is liter 0,60 l. (5,5 hp); 1,1 l. (7-9-11hp). OPMERKING: Gooi de olieblikken of de verbruikte olie niet in de vuilnisbak en spoel de olie ook niet weg in de grond. Om het milieu te beschermen adviseren wij u om verbruikte olie in een gesloten houder te doen en naar de plaatselijke afvalverwerkingsinstantie te brengen.

2. ONDERHOUD VAN HET LUCHTFILTER

Door een vuil luchtfilter kan de luchtstroom naar de carburateur geblokkeerd worden, waardoor de carburateur ondoelmatig wordt. Om ervoor te zorgen dat de carburateur doelmatig blijft moet er regelmatig onderhoud aan het luchtfilter uitgevoerd worden. Als de motor op erg stoffige plaatsen gebruikt wordt moet het onderhoud vaker uitgevoerd worden. WAARSCHUWING Reinig het luchtfilterelement nooit met benzine of reinigingsmiddelen met een laag explosiepunt, anders bestaat er explosiegevaar. LET OP Laat de motor nooit zonder luchtfilter functioneren omdat er samen met de lucht vuil en stof in de motor terecht kan komen waardoor de motor sneller aan slijtage onderhevig is. Filter met dubbel element (Afb. 23) Draai de vleugelmoer los, demonteer het filterhuis en inspecteer de twee elementen om te controleren of er beschadigingen zijn. Vervang ze indien nodig. a) Schuimfilterelement: maak het met reinigingsmiddelen voor huishoudelijk gebruik en warm water schoon (of niet ontvlambare oplosmiddelen of oplosmiddelen met een hoog explosiepunt), laat het drogen en dompel het daarna onder in schone motorolie. Wring de overtollige olie eruit omdat de motor anders tijdens het starten rook voortbrengt. b) Papieren filterelement: Klop het element tegen een stevig oppervlak uit om het opgehoopte stof te verwijderen of blaas het van binnen naar buiten met een straal perslucht schoon (niet hoger dan 30 psi). Maak het nooit schoon met een borstel omdat het vuil hierdoor in de vezels van het element dringt. Als het element erg vuil is, moet u het door een nieuw element vervangen. Stofopvangfilter (Afb. 24) Draai de vleugelmoer los, demonteer het filterhuis en inspecteer de twee elementen om te controleren of er beschadigingen zijn. Vervang ze indien nodig. a) Schuimfilterelement: maak het met reinigingsmiddelen voor huishoudelijk gebruik en warm water schoon (of niet ontvlambare oplosmiddelen of oplosmiddelen met een hoog explosiepunt), laat het drogen en dompel het daarna onder in schone motorolie. Wring de overtollige olie eruit omdat de motor anders tijdens het starten rook voortbrengt. Vleugelmoer Luchtfilterhuis Papieren filterelement Schuimfil- terelement afb. 23 Peilstok Aftapdop Peilstok Aftapdop afb. 22 afb. 24 Vleugelmoer Luchtfilterkap Uitsteek- sel lucht- inlaat Stofopvang- bakje Groef Luchtge- leider Papieren filterele- ment Schuim- filterele- ment NL106 b) Papieren filterelement: klop het element tegen een stevig oppervlak uit om het opgehoopte stof te verwijderen of blaas het van binnen naar buiten met een straal perslucht schoon (niet hoger dan 30 psi). Maak het nooit schoon met een borstel omdat het vuil hierdoor in de vezels van het element dringt. Als het element erg vuil is, moet u het door een nieuw element vervangen. c) Maak het stofopvangbakje schoon: draai de drie halfronde speciale schroeven los en verwijder het bakje, was de onderdelen met water af en laat ze drogen. Monteer ze weer in de oorspronkelijke stand. LET OP t )FU TUPGPQWBOHFMFNFOU NPFU [PEBOJH HFNPOUFFSE XPSEFO dat het gat van de luchtinlaatslang samenvalt met de groef in de kap van het filter. t)PVEEFKVJTUFNPOUBHFWPMHPSEFBBO Droog filter (Afb. 25) Draai de vleugelmoer los, verwijder het filterhuis en haal het filterelement eruit. a) Maak het filterelement met een niet ontvlambaar reinigingsmiddel of met een hoog explosiepunt schoon en maak het daarna droog. b)Dompel het filterelement onder in schone motorolie. Wring de overtollige olie eruit omdat de motor anders tijdens het starten rook voortbrengt. c) Monteer ze weer in de oorspronkelijke stand. Oliebadfilter (Afb. 26) a) Draai de vleugelmoer los, verwijder het filterhuis en haal het filterelement eruit. Controleer of de beide elementen beschadigd zijn. Vervang ze indien nodig. b)Maak de gaten met reinigingsmiddelen voor huishoudelijk gebruik (of reinigingsmiddelen met een hoog explosiepunt) en warm water schoon en laat het daarna drogen. c) Dompel ze onder in schone motorolie. Wring de overtollige olie eruit omdat de motor anders tijdens het starten rook voortbrengt. d) Leeg het filterhuis en verwijder het achtergebleven stof met een niet ontvlambaar reinigingsmiddel of een reinigingsmiddel met een hoog explosiepunt en maak het daarna droog. e) Vul het filterhuis met de aangegeven motorolie tot de merkstreep van het peil. f) Monteer het weer in de oorspronkelijke stand.

3. WASSEN VAN HET VUILOPVANGBAKJE (Afb. 27)

Zet de brandstofschakelaar op “OFF”, verwijder het bakje en de O-ring. Was ze met een niet ontvlambaar oplosmiddel of een oplosmiddel met een hoog explosiepunt, maak ze schoon en monteer ze daarna weer. Zet de brandstofschakelaar op “ON” en controleer of er geen lekken zijn. WAARSCHUWING t #FO[JOF JT VJUFSTU POUWMBNCBBS FO JO TPNNJHF omstandigheden explosief. Houd sigaretten, vonken en open vuur uit de buurt. t/BEBUVIFUWVJMPQWBOHCBLKFXFFSUFSVHHFQMBBUTUIFFGUNPFUVDPOUSPMFSFOPGIFUOJFUMFLUFO moet u nagaan of de ruimte rondom de motor droog genoeg is.

Geadviseerde bougies: BP6ES, BPR6ES (NGK) of NHSPLD F6RTCU. Voldoende ruimte voor de bougie en het ontbreken van aanslag rondom de bougie zorgt ervoor dat de motor goed kan functioneren. a) Verwijder de bougie met de speciale sleutel. WAARSCHUWING Pas op dat u nooit aan de knalpot komt als de motor in werking is of net afgezet is. afb. 25 Vleugelmoer Luchtfilter- huis Filterele- ment afb. 26 Vleugelmoer Luchtfilter- huis Filterele- ment afb. 27 O-ring Vuilopvang- bakje afb. 28 Bougiesleutel NL107 b) Maak hem met een ijzeren borstel schoon. Als de isolator beschadigd is moet u de bougie vervangen. c) Meet de vrije ruimte van de bougie met een diktemeter op. De ruimte moet 0,7~0,8 mm zijn (afb. 29). Indien nodig moet dit afgesteld worden door de elektrode aan de zijkant voorzichtig te verbuigen. d)Controleer of de pakking van de bougie in goede staat is, anders moet u hem vervangen. Draai de bougie eerst met de hand op de bodem en draai de bougie daarna met de speciale sleutel vast. Als u een nieuwe bougie gebruikt moet u de bougie na het contact met de pakking nog een 1/2 slag draaien, als u de originele bougie monteert moet u de bougie nog een 1/8~1/4 slag draaien. LET OP t%FCPVHJFNPFUTUFWJHWBTUHFESBBJEXPSEFOBOEFSTSBBLUIJK oververhit en wordt de motor beschadigd. t (FCSVJL BMMFFO HFBEWJTFFSEF PG HFMJKLXBBSEJHF CPVHJFT Een onjuiste temperatuur van de bougie kan schade aan de motor veroorzaken.

5. ANTIVONKSYSTEEM (optie)

Het antivonksysteem moet minimaal om de 100 bedrijfsuren gereviseerd worden om ervoor te zorgen dat het systeem in goede staat blijft. WAARSCHUWING De knalpot wordt erg heet en blijft nog lang heet ook als de motor gestopt is. Raak hem niet aan, verbrandingsgevaar. Voer het onderhoud uit nadat de motor afgekoeld is. a) Draai de twee moeren M4 los en verwijder de uitlaatpijpbocht van het motorblok (Afb. 30). b) Draai de vijf schroeven M5 van de bescherming van de knalpot los en haal de knalpot eruit. c) Draai de schroeven M4 van het antivonksysteem los en maak het van de knalpot los. d) Verwijder de koolrestanten met een borstel van het gaas van het antivonksysteem. e) Monteer het antivonksysteem weer in de omgekeerde volgorde. LET OP t1BTPQEBUIFUHBBTWBOIFUBOUJWPOLTZT- teem nooit beschadigd wordt. t(FCSVJLOPPJUFFOCFTDIBEJHEBOUJWPOLTZTUFFN

6. REGELING VAN DE NULLAST VAN DE CARBURATEUR

a) Start de motor en laat hem warm draaien tot de normale werkingstemperatuur (Afb. 31). b)Stel de nullast af door aan de bevestigingsschroef van de smoorklep te draaien terwijl de motor op laag vermogen draait. Standaard nullast: 1700±150 toeren per minuut. TRANSPORT, OPSLAG EN WEER IN BEDRIJF STELLEN

Transporteer de motor met de brandstofschakelaar op de gesloten stand. Sla de motor pas op als hij afgekoeld is om verbranding en brand te voorkomen. LET OP Houd de motor niet schuin om te voorkomen dat er brandstof uit lekt. Gemorste benzine of de dampen ervan kunnen brand veroorzaken. afb. 29

Knalpotbe- scherming afb. 30 Schroef M5 Uitlaatpijp- bocht Schroef

Schroef M4 Antivonk- systeem Gaas Knalpot afb. 31 Bevestigingsschroef van de smoorklep NL108

Als de motor lange tijd niet gebruikt wordt moet de motor op de juiste manier opgeslagen worden. Sla de motor op een droge en stofvrije plaats op. Ververs de motorolie (Afb. 32).1. Maak de bougie los. Giet een lepel schone motorolie via 2. het montagegat van de bougie in de cilinder. Laat de motor draaien om de olie goed te verspreiden, monteer de bougie daarna weer op de oorspronkelijke plaats. Trek aan het startkoord totdat u een zekere weerstand voelt, 3. blijf eraan trekken totdat de pijl van de startmof op één lijn staat met het gat van de starter. Op dat moment zijn de inlaat- en uitlaatkleppen dicht en verhinderen dat de binnenkant van de motor verroest (Afb. 33). Dek de motor af zodat er geen stof in terecht komt.4.

III. WEER IN BEDRIJF STELLEN

Alvorens de motor weer in gebruik te nemen moet het onderhoud volgens onderstaande tabel uitgevoerd worden. Opslagtijd Te onderhouden onderdeel Een maand Één of twee maanden De achtergebleven brandstof aftappen en weer met brandstof vullen. Van twee maanden tot een jaar De achtergebleven brandstof aftappen en weer met brandstof vullen; De brandstof uit de carburateur aftappen

Het opvangbakje legen

Meer dan een jaar De achtergebleven brandstof aftappen en weer met brandstof vullen; Het brandstofbakje in de carburateur legen

Het opvangbakje legen

De motor van de opslagplaats verplaatsen, met brandstof vullen en starten.

De aftapdop eraf draaien en de brandstof uit de carburateur aftappen.

De motorschakelaar op OFF zetten, het opvangbakje losmaken en legen. Opmerking: Om het milieu te beschermen adviseren wij u om verbruikte brandstof in een geslo- ten houder te doen en naar de plaatselijke afvalverwerkingsinstantie te brengen. Spoel het niet in de grond weg. WAARSCHUWING Benzine is uiterst ontvlambaar en in sommige omstandigheden explosief. Houd sigaretten, vonken en open vuur uit de buurt. Aftap- dop afb. 32 Opvang- bakje afb. 33 Plaats de pijl van de startmof op één lijn met het gat van de starter NL109

1. Er functioneert iets niet met het

keerd. Cilindercompressie normaal Bougie normaal Ventilatieopening in de brand- stofdop geblokkeerd. Ventilatieopening schoon- maken. Brandstofkraan verstopt. Schoonmaken en daarna doorspoelen. Hoofdverstuiver verstopt of niet geschikt. Afstellen of schoonmaken, met lucht doorblazen. Naaldklep niet goed dicht of startgat verstopt. Naaldklep demonteren en repareren, schoonmaken en doorblazen. Vlotter beschadigd of ver- stopt. Repareren.

1. Er functioneert iets niet in het

brandstofsysteem. Cilindercompressie normaal Bougie normaal Brandstof vloeit goed Verontreinigde of aangetaste benzine. Verversen. Benzine bevat water. Verversen. Teveel benzine in de motorci- linder. Overtollige benzine aftap- pen, elektroden van de bou- gie droog maken. Benzine niet van de goede soort. Een geschikte soort benzine volgens de specificaties ge- bruiken.

1. Bougie is in slechte staat.

Cilindercompressie normaal Benzinetoevoer normaal Vonk hoge drukbobine normaal Teveel stof en koolaanslag rondom de elektroden. Schoonmaken. Elektroden verbrand of isola- tor beschadigd. Bougie vervangen. Opening elektroden niet juist. Op geschikte waarde instel- len.

1. Er is geen vonk in de hoge druk-

bobine Cilindercompressie normaal Brandstoftoevoer normaal Bougie normaal Hoge drukbobine bescha- digd. Vervangen. Startbobine beschadigd. Vervangen. Magneet heeft magnetische kracht verloren. Vervangen. 1.Cilindercompressie gering Benzinetoevoer normaal Elastische zuigerband teveel versleten. Elastische banden vervan- gen. Elastische band vastgelopen. Aanslag verwijderen. Elastische band kapot. Vervangen. Startsysteem normaal Bougie los of zonder pakking. Vastzetten en pakking mon- teren. NL110

PROBLEEM OORZAAK REMEDIE

Startsysteem normaal Luchtlekken tussen cilinder- blok en cilinder. Cilinderpakking controleren en controleren of contactvlak vlak is ten opzichte van cilinderkop. Bouten met aangegeven aan- haalkoppel aandraaien. Luchtlek uit de klep. Klepspeling controleren en con- troleren of klep goed vastgezet is. Indien nodig repareren. WAARSCHUWING t ,PN UJKEFOT IFU DPOUSPMFSFO WBO EF CPVHJF OPPJU NFU OBUUF IBOEFO BBO EF hoogspanningskabel van de bougie. t$POUSPMFFSPGFSHFFOCFO[JOFBBOEFCVJUFOLBOUWBOEFNPUPSHFNPSTUJTFOPGEFCPVHJFOJFU nat geworden is door benzine. t0NCSBOEUFWPPSLPNFONPFUVWPOLFOWFSVJUEFCVVSUWBOIFUNPOUBHFHBUWBOEFCPVHJF houden. Als de motor nadat u alle hierboven vermelde elementen gecontroleerd heeft niet functioneert moet u contact opnemen met de dealer.

Als de smoorklep meer opengedraaid wordt stemt de ver- snelling niet overeen, vermindert of de mo- tor stopt. Ontstekings- systeem. Ontstekingstiming niet juist. Voorontsteking afstellen. Brandstof- toevoer. Lucht in het brandstofcircuit of circuit verstopt. Ontluchten of leidingen doorspoelen. Hoofdstraal niet goed afge- steld. Afstellen. In de carburateur gat van naaldklep en hoofdverstuiver verstopt. Schoonmaken en met lucht doorblazen. Benzinekraan verstopt. Schoonmaken en beschadig- de onderdelen vervangen. Koolaanslag in de verbran- dingskamer. Schoonmaken. Luchtfilter verstopt. Filterelement reinigen. Lekken uit de toevoerslang. Vervangen. Slechte com- pressie. Zuiger, cilinder of elastische band versleten. Vervangen. Luchtlek uit contactvlak tussen cilinderblok en cilinderkop. Pakking vervangen. Klepspeling te klein of te groot. Afstellen. Klep dicht niet af. Repareren. NL111

De motor klopt. Zuiger, cilinder of elastische band teveel versleten. Versleten elementen vervan- gen. Zuigerpen en gat teveel versleten. Zuiger of zuigerpen vervangen. De motor klopt. Trekstang van de kop versleten. Trekstang vervangen. Kogellager bochtas versleten. Lager vervangen. Abnormale verbranding. Motor oververhit. Storing achterhalen. Teveel koolaanslag in de verbran- dingskamer. Schoonmaken. Benzine niet geschikt of van slechte kwaliteit. Vervangen door geschikte ben- zine. De motor start niet vanwege ontbreken van vonken. Water in de ruimte. Droog maken. Vrije ruimte van bougie-elektroden niet geschikt. Afstellen. Onjuiste timing. Afstellen. Storing aan inductiespoel of soort- gelijk probleem. Controleren en defecte onder- delen vervangen.

De motor stopt plotseling tijdens de werking. Brandstoftoe- voersysteem. Benzine op. Met brandstof vullen. Carburateur verstopt. Controleren en brand- stofleidingen doorspoe- len. Vlotter lekt. Repareren. Naaldklep verstopt. Vlotterkamer demonteren en schoonmaken. Ontstekings- systeem Bougie versleten of kortgesloten door koolaanslag. Bougie vervangen. Elektrode aan zijkant van bougie los. Bougie vervangen en elek- trode verwijderen. Hoogspanningskabel los. Aansluiten. Motorolie in carter onvoldoende. Tot merkstreep van maxi- mum peil bijvullen. Startbobine doorgebrand of kort- gesloten. Vervangen. Massadraad op carter. Isoleren. Overige. Cilinder wordt getrokken maar klep valt. Repareren of beschadigde onderdelen vervangen. NL112

Motor oververhit. Ontstekingstijd niet juist. Voorontsteking goed afstellen. Motorolietoevoer onvoldoende. Bijvullen. Uitlaatpijp verstopt. Uitlaatpijp doorspoelen. Stroomcontrole lekt. Lekken herstellen. Vuil of afval tussen de koelfans. Schoonmaken. Koelfan los of functioneert niet goed. Opnieuw installeren. Cilinder, zuiger of elastische band versleten waardoor luchtstroom tussen cilinder en motorcarter ont- staat. Trekstangen vervangen. Vervorming van de trekstang leidt tot zijwaartse slijtage van de zuiger of de cilinder. Versleten onderdelen vervan- gen. Verkeerde instelling van de mo- torsnelheid brengt een te hoge draaisnelheid met zich mee. Motorsnelheid door middel van de snelheidsregelaar instellen. Krukaslager doorgebrand. Krukaslager vervangen. OPMERKING De motor moet op bepaalde temperaturen werken. Over het algemeen is de temperatuur bij de uitlaat tussen de 80 en 100° C terwijl de temperatuur van het carter rond de 60° C onder de bobine is. Als de temperatuur de grenzen overschrijdt is dat een teken dat de motor te heet is.

Geluid van stoten of “kloppen” van de zuigers. Zuiger, elastische band of cilinder versle- ten. Versleten onderdelen vervangen. Trekstang, zuigerpen of gat versleten. Versleten onderdelen vervangen. Krukaslager versleten. Vervangen. Elastische band kapot. Vervangen. Metaalachtige ge- luiden en abnor- male verbranding. Teveel koolaanslag in verbrandingska- mer. Koolaanslag verwijderen. Vrije ruimte van bougie-elektroden te klein. Vrije ruimte op juiste manier afstellen. Motor nat door brandstof. Onderdelen zoals carburateur con- troleren. Benzine niet geschikt. Andere benzine gebruiken. Motor oververhit. Oorzaak achterhalen. Overige. Klepspeling niet juist. Klepspeling afstellen. Vliegwiel niet stevig verbonden met mo- torcarter. Stevig verbinden. NL113 SPECIFICATIES

I. BELANGRIJKSTE SPECIFICATIES

1. Constructiegegevens

Geadviseerd vermogen (kW/ toeren/min.)

Koelsysteem Met geforceerde luchtcirculatie Ontstekingssysteem Zonder transistor (TCI) Geadviseerde bougies BRR6ES (NGK), NHSP LD F6RTCU Draairichting aandrijfas Tegen de klok in

2. Gegevens over de afstelling

Opening inlaatklep: BTDC10°; Sluiting inlaatklep: ABDC20°. Opening uitlaatklep: BBDC30°; Sluiting uitlaatklep: ATDC10°. NL114

III. AANHAALKOPPELS VAN BELANGRIJKE BOUTEN

S/N Onderdeel Aanhaalkoppel (Nm) 1 Bout van de cilinderkop 24 2 Bout van het vliegwiel 70~80 3 Bout van het carterdeksel 24 4 Bout van de trekstang 12 ELEKTRISCH SCHEMA