R-S300, RS300 - Audioreceiver YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis R-S300, RS300 YAMAHA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Audioreceiver in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding R-S300, RS300 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. R-S300, RS300 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING R-S300, RS300 YAMAHA
- Las especificaciones están sujetas a cambios sin previo aviso. Información para usuarios sobre recolección y disposición de equipamiento viejo y baterías usadas Estos símbolos en los productos, embalaje, y/o documentación que se acompañe significan que los productos electrónicos y eléctricos usados y las baterías usadas no deben ser mezclados con desechos domésticos corrientes. Para el tratamiento, recuperación y reciclado apropiado de los productos viejos y las baterías usadas, por favor llévelos a puntos de recolección aplicables, de acuerdo a su legislación nacional y las directivas 2002/96/EC y 2006/66/EC. Al disponer de estos productos y baterías correctamente, ayudará a ahorrar recursos valiosos y a prevenir cualquier potencial efecto negativo sobre la salud humana y el medio ambiente, el cual podría surgir de un inapropiado manejo de los desechos. Para más información sobre recolección y reciclado de productos viejos y baterías, por favor contacte a su municipio local, su servicio de gestión de residuos o el punto de venta en el cual usted adquirió los artículos. [Información sobre la disposición en otros países fuera de la Unión Europea] Estos símbolos sólo son válidos en la Unión Europea. Si desea deshacerse de estos artículos, por favor contacte a sus autoridades locales y pregunte por el método correcto de disposición. Nota sobre el símbolo de la batería (ejemplos de dos símbolos de la parte inferior) Este símbolo podría ser utilizado en combinación con un símbolo químico. En este caso el mismo obedece a un requerimiento dispuesto por la Directiva para el elemento químico involucrado. 39 Es LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT. 1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken. 2 Installeer dit geluidssysteem op een goed geventileerde, koele, droge en schone plek uit de buurt van direct zonlicht, warmtebronnen, trillingen, stof, vocht, en/of kou. Houd de volgende minimumruimte rond het toestel aan voor ventilatiedoeleinden. Boven: 30 cm Achter: 20 cm Zijkanten: 20 cm 3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te voorkomen. 4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel. 5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel kunnen vallen, of waar het toestel blootstaat aan druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet bovenop dit toestel: – Andere componenten, daar deze schade kunnen veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen doen verkleuren. – Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken. – Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het toestel terecht komt. 6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz. zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. 7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn. 8 Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken, wat kan leiden tot schade. 9 Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen en/of snoeren. 10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de stekker zelf trekken, niet aan het snoer. 11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen; dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone, droge doek. 12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. Yamaha aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan aangegeven staat. i Nl 13 Om schade door blikseminslag te voorkomen, dient u de stekker uit het stopcontact te halen wanneer het onweert. 14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Neem contact op met erkend Yamaha servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken. 15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen. 16 Lees het hoofdstuk "VERHELPEN VAN STORINGEN" over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont. 17 Voor u het toestel verplaatst, dient u op A te drukken om het toestel uit te schakelen en vervolgens de stekker uit het stopcontact te halen. 18 Er zal zich condens vormen wanneer de omgevingstemperatuur plotseling verandert. Haal de stekker uit het stopcontact en laat het toestel met rust. 19 Wanneer het toestel langere tijd achter elkaar gebruikt wordt, kan het warm worden. Schakel de stroom uit en laat het toestel afkoelen. 20 Installeer dit toestel in de buurt van een stopcontact op een plek waar u de stekker gemakkelijk kunt bereiken. 21 De batterijen mogen niet worden blootgesteld aan hitte, zoals door direct zonlicht, vuur of iets dergelijks. 22 Een te hoge geluidsdruk (volume) van een oortelefoon of hoofdtelefoon kan leiden tot gehoorschade. Zolang het toestel op de netvoeding is aangesloten, is het niet losgekoppeld van de voeding, zelfs als het toestel uitgeschakeld is met A of als u het in wachtstand hebt gezet met de A-toets op de afstandsbediening. In deze toestand is het toestel ontworpen om een uiterst kleine hoeveelheid stroom te verbruiken. WAARSCHUWING OM DE RISICO’S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN. Dit etiket moet op het product worden aangebracht wanneer de bovenkant heet kan worden tijdens gebruik. INHOUD GEAVANCEERDE BEDIENING NUTTIGE FUNCTIES ......................................... 2 MEEGELEVERDE ACCESSOIRES .................. 3
De geluidskwaliteit verbeteren met de functie Pure Direct ➡ pag. 14 Muziek afspelen vanaf uw iPhone/iPod* of Bluetooth-component* ➡ pag. 25 Naar FM- en AM-radiostations luisteren ➡ pag. 17 Radio Data System-informatie ontvangen en weergeven ➡ pag. 23 De bassen versterken door een subwoofer (lagetonenluidspreker) aan te sluiten ➡ pag. 10 Met de afstandsbediening van het toestel een Yamaha cd-speler bedienen ➡ pag. 8 Energie besparen met de automatische uitschakelfunctie ➡ pag. 32 Optioneel Yamaha-product vereist iPhone/iPod iPhone, iPod, iPod classic, iPod nano en iPod touch zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen. Bluetooth™ Bluetooth is een gedeponeerd handelsmerk van Bluetooth SIG en wordt gebruikt door Yamaha overeenkomstig een licentie-overeenkomst.
- y geeft een bedieningstip aan.
- Sommige handelingen kunnen zowel met de toetsen op het voorpaneel van het toestel zelf als met de toetsen op de afstandsbediening worden uitgevoerd. In de gevallen waar de namen van toetsen op het toestel zelf verschillen van de namen op de afstandsbediening, worden de namen van de toetsen op de afstandsbediening tussen haakjes weergegeven.
- Deze handleiding is gedrukt voor uw toestel geproduceerd werd. Het ontwerp en de specificaties kunnen mogelijk worden gewijzigd als gevolg van verbeteringen en dergelijke. Indien er verschillen zijn tussen de handleiding en het product, heeft het product voorrang. 2 Nl MEEGELEVERDE ACCESSOIRES MEEGELEVERDE ACCESSOIRES Controleer of u alle volgende onderdelen ontvangen heeft. AM-ringantenne FM-binnenantenne INLEIDING Afstandsbediening Batterijen (x2) (AA, R6, UM-3)
Opmerkingen over de afstandsbediening en batterijen Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening. Laat de afstandsbediening niet vallen. Laat de afstandsbediening niet liggen en bewaar hem niet op de volgende plaatsen: – zeer vochtige plaatsen, bijvoorbeeld bij een bad – zeer warme plekken, zoals bij een kachel of fornuis – zeer koude plaatsen – stoffige plaatsen Gebruik AA-, R6-, UM-3-batterijen voor de afstandsbediening. Plaats de batterijen in overeenstemming met de polariteitsmarkeringen (+ en -). Vervang alle batterijen als u merkt dat het werkingsbereik van de afstandsbediening kleiner wordt. Als de batterijen leeg raken, haal ze dan onmiddellijk uit de afstandsbediening om ontploffing of zuurlekkage te voorkomen. Als u lekkende batterijen vindt, doe de batterijen dan onmiddellijk weg waarbij u ervoor zorgt dat u het weggelekte materiaal niet aanraakt. Als het weggelekte materiaal in contact komt met uw huid, uw ogen of uw mond, spoel het dan onmiddellijk weg en raadpleeg een arts. Maak het batterijvak goed schoon voordat u nieuwe batterijen plaatst. Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Hierdoor kan de levensduur van de nieuwe batterijen verkort worden of kunnen de oude batterijen gaan lekken. Gebruik geen verschillende types batterijen door elkaar (zoals alkaline- en mangaanbatterijen). Batterijen die er hetzelfde uitzien, kunnen een verschillende specificatie hebben. Voordat u nieuwe batterijen plaatst, dient u het batterijvak schoon te vegen. Voer batterijen af volgens de plaatselijke wet- en regelgeving.
Voorpaneel 1 A (aan/uit) Schakelt het toestel in en uit (zie bladzijde 13). Ingedrukt: toestel is aan Uitstekend: toestel is uit Opmerking Zelfs indien het toestel in wachtstand staat, verbruikt het nog een kleine hoeveelheid stroom. 2 Aan/uitlampje Brandt als volgt: Helder brandend: toestel staat aan Gedempt: wachtstand Uit: toestel staat uit Opmerking Als een iPhone/iPod wordt opgeladen terwijl het toestel in wachtstand staat, brandt het aan/uitlampje helder. 5 INFO Schakelt de Radio Data System-weergavemodus in en wijzigt die wanneer TUNER is geselecteerd als ingangsbron (zie bladzijde 23). Wijzigt de afspeelinformatie die wordt weergegeven voor het nummer dat wordt afgespeeld op de iPhone/iPod wanneer DOCK is geselecteerd als ingangsbron (zie bladzijde 26). Opmerking Afspeelgegevens kunnen alleen worden weergegeven voor een iPhone/iPod die is aangesloten met een Universele Dock voor iPod. 6 MEMORY Slaat het huidige FM/AM-station op als voorkeuze wanneer TUNER is geselecteerd als ingangsbron (zie bladzijde 20).
Schakelt telkens als de overeenkomstige knop wordt ingedrukt de luidsprekerset in of uit die aangesloten is op de SPEAKERS A- en/of SPEAKERS B-aansluitingen op het achterpaneel (zie bladzijde 13). 7 CLEAR Wist het huidige FM/AM-voorkeuzestation wanneer TUNER is geselecteerd als ingangsbron (zie bladzijde 21). 4 TP Zoekt automatisch naar een station dat verkeersinformatie uitzendt (TP - Traffic Program - verkeersprogramma) (zie bladzijde 24). 9 PRESET j / i Selecteert een FM/AM-voorkeuzestation wanneer TUNER is geselecteerd als ingangsbron (zie bladzijde 21). 8 Voorpaneelscherm Geeft informatie weer over de status van het toestel. 0 FM, AM Stelt de FM/AM-tunerband in op FM of AM wanneer TUNER is geselecteerd als ingangsbron (zie bladzijde 17). 4 Nl
REGELAARS EN HUN FUNCTIES
A TUNING jj / ii Selecteert de afstemfrequentie wanneer TUNER is geselecteerd als ingangsbron (zie bladzijde 17). INLEIDING B Sensor voor de afstandsbediening Ontvangt infrarode signalen van de afstandsbediening. C PURE DIRECT en -lampje Hiermee kunt u naar een geluidsbron luisteren met het puurst mogelijke geluid (zie bladzijde 14). Het lampje erboven gaat branden en het voorpaneelscherm gaat uit wanneer u deze functie inschakelt. D PHONES-aansluiting Voert audio uit naar uw hoofdtelefoon zodat u privé kunt luisteren. Opmerking Druk op SPEAKER A/B zodat de lampjes SP A/B uitgaan voordat u uw hoofdtelefoon aansluit op de PHONES-uitgang. E BASS-regelaar Verhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen. De middelste stand levert een vlakke versterking op (zie bladzijde 14). F TREBLE-regelaar Verhoogt of verlaagt de versterking van de hoge tonen. De middelste stand levert een vlakke versterking op (zie bladzijde 14). G BALANCE-regelaar Regelt de geluidsbalans van de linker- en rechterluidsprekers om onevenwichtig geluid te compenseren dat wordt veroorzaakt door de plaatsing van de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer waar er wordt geluisterd (zie bladzijde 14). H LOUDNESS-regelaar Behoudt het volledige klankspectrum bij alle volumeniveaus, door het verlies aan gevoeligheid van het menselijk oor voor hoge en lage frequenties bij een laag volume te compenseren (zie bladzijde 15). I INPUT-keuzeknop Hiermee kiest u de ingangsbron waar u wilt naar luisteren. J VOLUME-regelaar Verhoogt of verlaagt het geluidsniveau. Opmerking Dit is niet van invloed op het uitgangsniveau van de REC-uitgangen. Nederlands 5 Nl
REGELAARS EN HUN FUNCTIES
Voorpaneelscherm 1 SP (SPEAKERS) A/B-lampjes Branden afhankelijk van welke luidsprekers u hebt geselecteerd. Beide lampjes branden als beide luidsprekersets zijn geselecteerd. 2 Ingangsbronlampjes Branden afhankelijk van welke ingangsbron u hebt geselecteerd. 3 PRESET-lampje Brandt wanneer u een voorkeuzeradiostation terugroept. Knippert als de automatische zoekfunctie voor voorkeuzestations bezig is met het registreren van FM-stations als voorkeuzestations. 4 MEMORY-lampje Brandt of knippert wanneer u een FM/AM-station opslaat als voorkeuze. 5 TUNED-lampje Brandt wanneer het toestel is afgestemd op een FM- of AM-station. 6 STEREO-lampje Brandt wanneer het toestel een sterk signaal ontvangt van een FM-stereo-uitzending. 7 TP-lampje Brandt wanneer het toestel is afgestemd op een station met verkeersinformatie (TP - Traffic Program). Knippert tijdens het zoeken naar een station met verkeersinformatie. 8 SLEEP-lampje Brandt als de sluimerklok ingeschakeld is. 9 MUTE-lampje Knippert als de MUTE-functie ingeschakeld is. 0 P-lampje Brandt als u een voorkeuzenummer hebt geselecteerd. Knippert als u een voorkeuzeradiostation registreert. 6 Nl A Multi-infoscherm Geeft gegevens weer tijdens het aanpassen of wijzigen van instellingen. B Volumelampje Geeft het huidige volumeniveau weer. REGELAARS EN EN HUN HUN FUNCTIES FUNCTIES REGELAARS Achterpaneel INLEIDING 1 GND-aansluiting Hier sluit u een platenspeler aan (zie bladzijde 10). A SPEAKERS-aansluitingen Hier sluit u luidsprekers aan (zie bladzijde 10). 2 TAPE-aansluitingen Hier sluit u een bandrecorder aan (zie bladzijde 10). B IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar Hiermee selecteert u de impedantie-instelling (zie bladzijde 11). 3 Antenne-aansluitingen Hier sluit u FM- en AM-antennes aan (zie bladzijde 12). 4 DOCK-aansluiting Hier sluit u een optionele Yamaha Universele Dock voor iPod (zoals de YDS-12), een draadloos systeem voor iPod (YID-W10) of een draadloze Bluetooth audio-ontvanger (YBA-10) aan (zie bladzijde 25). 5 Netsnoer Om het toestel aan te sluiten op een stopcontact (zie bladzijde 12). 6 PHONO-aansluitingen Hier sluit u een platenspeler aan (zie bladzijde 10). 7 CD-aansluitingen Hier sluit u een cd-speler aan (zie bladzijde 10). 8 LINE 1-2-aansluitingen Hier sluit u audiocomponenten aan (zie bladzijde 10). 9 SUBWOOFER OUT-uitgang Hier sluit u een subwoofer (lagetonenluidspreker) met ingebouwde versterker aan (zie bladzijde 10). De SUBWOOFER OUT-uitgang dempt signalen boven 90 Hz. Nederlands 0 POWER MANAGEMENT-schakelaar Hiermee schakelt u de automatisch uitschakelfunctie in en uit. Wanneer de functie is ingeschakeld, gaat het toestel in wachtstand wanneer het een bepaalde tijd lang niet wordt bediend (3 instellingen mogelijk, zie bladzijde 32). 7 Nl
REGELAARS EN HUN FUNCTIES
Afstandsbediening In dit gedeelte worden de functies van de toetsen op de afstandsbediening beschreven waarmee u het toestel of een Yamaha cd-speler bedient. 3 DIMMER Wijzigt de helderheid van het voorpaneelscherm. Kies de helderheid uit 3 niveaus door herhaaldelijk op deze toets te drukken. Deze instelling wordt behouden, zelfs als u dit toestel uitschakelt. 4 SLEEP Stelt de sluimerklok in (zie bladzijde 16). 5 Invoerkeuzetoetsen Hiermee kiest u de ingangsbron waar u wilt naar luisteren.
- De namen van de ingangsbronnen stemmen overeen met de namen van de aansluitingen op het achterpaneel.
- Als u op de afstandsbediening TUNER wilt selecteren als invoerbron, druk dan op FM of op AM. 6 OPTION Schakelt het OPTION-menu in en uit (zie bladzijde 30).
Schakelt de luidsprekers in en uit die zijn aangesloten op de aansluitingen SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het achterpaneel van het toestel wanneer u op de betreffende toets drukt. 8 MUTE Hiermee onderbreekt u de uitvoer van geluid. Druk nog eens op deze toets om de geluidsweergave te hervatten op het oorspronkelijke volumeniveau. 9 VOLUME +/– Verhoogt of verlaagt het geluidsniveau. Opmerking Dit is niet van invloed op het uitgangsniveau van de REC-uitgangen. 0 RETURN Keert terug naar het vorige menu of verlaat het menu wanneer u het optiemenu gebruikt (zie bladzijde 30). ■ Algemene toetsen De volgende toetsen kunt u gebruiken, ongeacht welke ingangsbron u hebt geselecteerd. 1 Infraroodsignaalzender Verzendt infrarode signalen. 2 A (aan/uit) Schakelt het toestel aan of zet het in wachtstand. Opmerking Deze toets werkt alleen wanneer de knop A (aan/uit) op het voorpaneel is ingedrukt. 8 Nl
A B / C / D / E / ENTER
Selecteert en bevestigt onderdelen in het optiemenu (zie bladzijde 30).
REGELAARS EN HUN FUNCTIES
■ FM/AM-toetsen ■ iPod-toetsen B TP Zoekt automatisch naar een station dat verkeersinformatie uitzendt (TP - Traffic Program - verkeersprogramma) (zie bladzijde 24). 0 REPEAT De volgende toetsen kunt u gebruiken als u TUNER hebt geselecteerd als ingangsbron. D FM, AM Selecteert TUNER als invoerbron en stelt de FM/AM-tunerband in op FM of AM (zie bladzijde 17). E INFO Schakelt de Radio Data System-weergavemodus in en wijzigt die wanneer TUNER is geselecteerd als ingangsbron (zie bladzijde 23). INLEIDING C PRESET j / i Selecteert een FM/AM-voorkeuzestation wanneer TUNER is geselecteerd als ingangsbron (zie bladzijde 21). De volgende toetsen kunnen worden gebruikt wanneer u DOCK hebt geselecteerd als ingangsbron om naar een iPhone/iPod te luisteren. Voor meer informatie, zie bladzijde 25. A MENU/ Ee / b / a / ENTER E INFO F SHUFFLE G B H C ■ Toetsen voor Yamaha cd-spelers Met de volgende toetsen kunt u een Yamaha cd-speler bedienen als CD is geselecteerd als invoerbron. I Bedieningstoetsen Yamaha-cd-speler
- s Stopt het afspelen
- e Pauzeert het afspelen
- p Start het afspelen
- DISC SKIP Springt naar de volgende cd in een cd-wisselaar
- f Voert de schijf uit Spoelt terug Speelt versneld vooruit Opmerking Ook al gebruikt u een Yamaha-cd-speler, toch zijn bepaalde componenten en functies misschien niet beschikbaar. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw component voor nadere informatie. De afstandsbediening gebruiken ■ Batterijen plaatsen ■ Werkingsbereik De afstandsbediening zendt een gerichte infraroodstraal uit. Richt de afstandsbediening rechtstreeks op de afstandsbedieningssensor op het voorpaneel van het toestel als u het toestel wilt bedienen. AA-, R6-, UM-3-batterijen Ongeveer
Nederlands Afstandsbediening 9 Nl VOORBEREIDINGEN AANSLUITINGEN AANSLUITINGEN Luidsprekers en broncomponenten aansluiten LET OP
- Sluit dit toestel of andere componenten pas op het lichtnet aan nadat alle aansluitingen tussen componenten gemaakt zijn.
- Alle aansluitingen moeten correct zijn: L (links) op L, R (rechts) op R, "+" op "+" en "–" op "–". Als de aansluitingen niet kloppen, wordt er geen geluid weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de luidsprekeraansluitingen niet correct is, klinkt de weergave onnatuurlijk met te weinig lage tonen. Raadpleeg de gebruikershandleiding van elk van uw componenten.
- Gebruik RCA-kabels voor audiocomponenten (behalve voor de luidsprekeraansluitingen en de DOCK-uitgangen).
- De IMPEDANCE SELECTOR moet in de juiste stand staan voordat u luidsprekers aansluit. Zie bladzijde 11 voor meer informatie.
- Laat blootliggende luidsprekerdraden niet met elkaar of met metalen onderdelen van het toestel in contact komen. Hierdoor kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken. Platenspeler Bandrecorder Audiouitgang Audiouitgang Cd-speler GND Dvd-speler, enz. Luidsprekers A Audioingang Audiouitgang Audiouitgang Voor informatie over andere componenten die u kunt aansluiten op dit toestel raadpleegt zie bladzijde 25. Audioingang Audiouitgang Cd-recorder, enz. Subwoofer Luidsprekers B
- De PHONO-aansluitingen zijn bedoeld voor een platenspeler met MM-cassette.
- Verbind uw platenspeler met de GND-aansluiting om ruis in het signaal te verminderen. Bij sommige platenspelers hoort u juist minder ruis zonder de GND-aansluiting. 10 Nl AANSLUITINGEN ■ IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar LET OP Stand van schakelaar Impedantieniveau HIGH
- Indien u één set gebruikt (A of B), dan moet de impedantie van elke luidspreker 8 Ω of hoger zijn.
- Indien u twee sets gebruikt (A en B), dan moet de impedantie van elke luidspreker 16 Ω of hoger zijn.
- Indien u dubbele bedrade aansluitingen maakt, dan moet de impedantie van elke luidspreker 8 Ω of hoger zijn. Zie bladzijde 11 voor Dubbel bedrade aansluitingen. LOW
- Indien u één set gebruikt (A of B), dan moet de impedantie van elke luidspreker 4 Ω of hoger zijn.
- Indien u twee sets gebruikt (A en B), dan moet de impedantie van elke luidspreker 8 Ω of hoger zijn.
- Indien u dubbele bedrade aansluitingen maakt, dan moet de impedantie van elke luidspreker 4 Ω of hoger zijn. Zie bladzijde 11 voor Dubbel bedrade aansluitingen. ■ Luidsprekerkabels aansluiten Verwijder ongeveer 10 mm van de isolatie van het einde van de luidsprekerkabels. Een dubbel bedrade aansluiting scheidt de woofer (lagetonenluidspreker) van het gecombineerde deel voor de middentonen en de tweeters (hogetonenluidsprekers). Een luidsprekerkast voor dubbele bedrading heeft vier klemaansluitingen. Door twee sets van aansluitingen is de luidsprekerkast opgedeeld in twee onafhankelijke delen. Met deze verbindingen wordt de reproductie van de midden- en hoge tonen via de ene set aansluitingen geleid en die van de lage tonen via een andere set aansluitingen. Dit toestel Luidspreker VOORBEREIDINGEN Zet de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar niet in een andere stand terwijl het toestel is ingeschakeld. Als u dat wel doet, kan het toestel beschadigd worden. Indien het toestel inschakelen niet lukt, is het mogelijk dat de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar zich niet volledig in een van de standen bevindt. In dat geval verwijdert u het netsnoer en schuift u de schakelaar helemaal naar de goede stand. Bepaal de stand van de schakelaar (LOW of HIGH) aan de hand van de impedantie van de luidsprekers in uw systeem. ■ Dubbel bedrade aansluiting Sluit de andere luidspreker op dezelfde manier aan op de andere set aansluitingen. LET OP Wanneer u dubbel bedrade aansluitingen maakt, zet dan de schakelaar IMPEDANCE SELECTOR op HIGH of LOW, afhankelijk van de impedantie van uw luidsprekers: 8 Ω of hoger: HIGH 4 Ω of hoger: LOW Zie bladzijde 11 voor meer informatie over de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar. Opmerking Bij het maken van dubbel bedrade aansluitingen dient u de kortsluitbruggen of kabels van de luidspreker te verwijderen.
Wilt u dubbel bedrade aansluitingen gebruiken, druk dan op SPEAKERS A en SPEAKERS B op het voorpaneel of op de afstandsbediening zodat zowel SP A als SP B gaan branden op het voorpaneelscherm. Opmerking Wanneer u luidsprekerkabels in de luidsprekeraansluitingen steekt, steek dan alleen de blootliggende luidsprekerdraad in. Als u geïsoleerde kabel insteekt, kan de verbinding slecht zijn en hoort u geen geluid.
AANSLUITINGEN De FM- en AM-antennes aansluiten Bij dit toestel zijn binnenantennes meegeleverd voor FM- en AM-uitzendingen. In het algemeen zouden deze antennes voldoende signaalsterkte moeten leveren. Sluit de antennes aan op de daarvoor bedoelde aansluitingen. Opmerking Als u last heeft van een slechte ontvangst, kunt u een buitenantenne installeren. Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende Yamaha-verkoper of -servicecentrum naar de mogelijkheden met buitenantennes. FM-buitenantenne AM-buitenantenne Gebruik 5 tot 10 meter met plastic geïsoleerd draad dat u uit een raam naar buiten spant. FMbinnenantenne (meegeleverd) AM-ringantenne (meegeleverd)
- De AM-ringantenne moet altijd aangesloten blijven, zelfs als er een AMbuitenantenne op dit toestel is aangesloten.
- De AM-ringantenne moet niet te dicht bij het toestel geplaatst worden. Aarde (GND-aansluiting) Voor de grootst mogelijke veiligheid en zo min mogelijk storing dient u de antenne-GND-aansluiting goed te aarden. Een goede aarding wordt bijvoorbeeld verzorgd door een metalen staaf die in vochtige grond gedreven is. ■ De meegeleverde AM-ringantenne in elkaar zetten ■ De draad van de AM-ringantenne aansluiten Het netsnoer aansluiten Steek het netsnoer in het stopcontact nadat u alle andere aansluitingen hebt gemaakt. 12 Nl Naar stopcontact met meegeleverd netsnoer BASISBEDIENING
LET OP Let heel goed op wanneer u cd’s afspeelt die zijn opgenomen met DTS. Als u een cd afspeelt die is gecodeerd met DTS in een cd-speler die DTS niet ondersteunt, hoort u alleen ruis en deze ruis kan uw luidsprekers beschadigen. Controleer of uw cd-speler cd’s ondersteunt die zijn gecodeerd met DTS. Controleer ook het geluidsniveau van uw cd-speler voordat u een cd gaat afspelen die is gecodeerd met DTS. Een bron afspelen
Druk op SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het voorpaneel of op de afstandsbediening om luidsprekers A en/of B te kiezen. Wanneer luidsprekerset A of luidsprekerset B zijn ingeschakeld, wordt SP A of SP B op het voorpaneelscherm weergegeven (zie bladzijde 6). Opmerkingen INPUT-keuzeknop VOLUME A (aan/uit)
Draai aan de VOLUME-regelaar op het voorpaneel (of druk op VOLUME +/– op de afstandsbediening) om het geluidsuitvoerniveau te regelen. Invoerkeuzeto etsen FM, AM BASISBEDIENING
- Wanneer u één set luidsprekers hebt aangesloten met dubbele bedrading of wanneer u twee luidsprekersets tegelijkertijd (A en B) gebruikt, let er dan op dat SP A en SP B beide worden weergegeven op het voorpaneelscherm.
- Wanneer u luistert met een hoofdtelefoon, zet dan de luidsprekers uit.
U kunt de klankkwaliteit bijregelen met behulp van de regelaars voor BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS of de PURE DIRECT-schakelaar op het voorpaneel (zie bladzijde 14). VOLUME +/–
Als u klaar bent met luisteren, druk dan op A (aan/uit) op het voorpaneel om het toestel uit te zetten.
Als u op de afstandsbediening op de toets A (aan/uit) drukt terwijl de knop A (aan/uit) op het voorpaneel is ingedrukt, dan gaat het toestel in wachtstand. Druk nogmaals op A (aan/uit) om het toestel weer aan te zetten. Druk A (aan/uit) in op het voorpaneel om het toestel aan te zetten.
Draai aan de INPUT-keuzeknop op het voorpaneel (of druk op een van de invoerkeuzetoetsen of op FM of AM op de afstandsbediening) om de ingangsbron te kiezen waarnaar u wilt luisteren. Nederlands
De klankkwaliteit bijregelen ■ De regelaars voor BASS en TREBLE bijregelen ■ De PURE DIRECT-schakelaar gebruiken Leidt ingangssignaal uit uw audiobronnen voorbij de BASS-, TREBLE-, BALANCE- en LOUDNESSregelaars, waardoor het audiosignaal niet wordt beïnvloed en het puurst mogelijke geluid wordt gecreëerd. De PURE DIRECT-lamp gaat branden en het voorpaneelscherm gaat na een paar seconden uit. Schakelaar PURE DIRECT TREBLE BASS Met de BASS- en TREBLE-regelaars past u de frequentierespons voor lage en hoge tonen aan. De middelste stand levert een vlakke klank op. Opmerkingen
- De BASS-, TREBLE-, BALANCE- en LOUDNESS-regelaars werken niet wanneer de functie PURE DIRECT is ingeschakeld.
- Deze instelling wordt behouden, zelfs als u dit toestel uitschakelt. BASS Wanneer u vindt dat er niet genoeg bas (geluid met lage frequenties) is, draai de knop dan naar rechts. Wanneer u vindt dat er te veel bas is, draai de knop dan naar links. Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB (20 Hz) TREBLE Wanneer u vindt dat er niet genoeg hoog (geluid met hoge frequenties) is, draai de knop dan naar rechts. Wanneer u vindt dat er te veel hoog is, draai de knop dan naar links. Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB (20 kHz) ■ De BALANCE-regelaar bijregelen BALANCE Met de BALANCE-regelaar regelt u de geluidsbalans van de linker en rechter luidsprekers om onevenwichtig geluid te compenseren dat wordt veroorzaakt door de plaatsing van de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer waar er wordt geluisterd. 14 Nl
■ De LOUDNESS-regelaar bijregelen
Draai aan de LOUDNESS-regelaar tot het gewenste volume is bereikt.
LOUDNESS VOLUME Nadat u de LOUDNESS-regelaar hebt ingesteld, kunt u genieten van muziek op het volume naar uw keuze. Indien het effect van de LOUDNESS-regelaar te sterk of te zwak is, pas dan de LOUDNESS-regelaar opnieuw aan. VOLUME +/– BASISBEDIENING Behoud het volledige klankspectrum bij alle volumeniveaus, door het verlies van het menselijk oor aan gevoeligheid voor hoge en lage frequenties bij een laag volume te compenseren. LET OP Als de PURE DIRECT-schakelaar wordt ingeschakeld terwijl de LOUDNESS-regelaar op een bepaald niveau is ingesteld, dan gaan de ingevoerde signalen niet langer langs de LOUDNESS-regelaar, wat een plotse toename in het geluidsuitvoerniveau met zich meebrengt. Om te voorkomen dat uw oren of de luidsprekers beschadigd raken, dient u de PURE DIRECT-schakelaar pas in te drukken nadat u het geluidsuitvoerniveau hebt verlaagd of nadat u de LOUDNESS-regelaar correct hebt ingesteld. Stel de LOUDNESS-regelaar in op de FLAT-stand.
Draai aan de VOLUME-regelaar op het voorpaneel (of druk op VOLUME +/– op de afstandsbediening) om het geluidsuitvoerniveau in te stellen op het luidste niveau waarnaar u zou willen luisteren. Nederlands
Een bron opnemen De sluimerklok gebruiken Opmerkingen
- Het geluid van de huidige invoerbron wordt uitgevoerd naar de aansluitingen TAPE REC en LINE 1 REC. Wanneer u TAPE hebt geselecteerd, wordt het geluid alleen naar de aansluitingen LINE 1 REC uitgevoerd. Wanneer u LINE 1 hebt geselecteerd, wordt het geluid alleen naar de aansluitingen TAPE REC uitgevoerd.
- Het toestel moet aan staan om te kunnen opnemen.
- De regelaars voor VOLUME, BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS en de PURE DIRECT-schakelaar hebben geen effect op de bron die wordt opgenomen.
- Raadpleeg de wetgeving m.b.t. auteursrechten voor het opnemen van platen, cd’s, radio, enz. Het opnemen van materiaal dat auteursrechtelijk beschermd is, kan een inbreuk vormen op de wetgeving m.b.t. auteursrechten. Gebruik deze functie om het toestel automatisch in wachtstand te zetten na een bepaalde tijdsduur. De sluimerklok is nuttig als u gaat slapen terwijl het toestel een bron afspeelt of opneemt. A (aan/uit) SLEEP INPUT-keuzeknop A (aan/uit) Opmerking De sluimerklok kan alleen worden ingesteld met de afstandsbediening.
Invoerkeuzetoetsen Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijdsduur in te stellen voordat het toestel in wachtstand gaat. Voor elke keer dat u op SLEEP drukt, wijzigt het voorpaneelscherm als hieronder weergegeven. FM, AM De SLEEP-lamp knippert terwijl u de tijdsduur voor de sluimerklok instelt.
Draai aan de INPUT-keuzeknop op het voorpaneel (of druk op een van de invoerkeuzetoetsen of op FM of AM op de afstandsbediening) om de bron te kiezen die u wilt opnemen. Als de sluimerklok is ingesteld, gaat SLEEP op het voorpaneelscherm branden.
Speel de bron af en begin op te nemen op het opnameapparaat dat aangesloten is op de REC-uitgangsaansluitingen (TAPE en/of LINE 1) op het achterpaneel. Zie bladzijde 10. 16 Nl Wilt u de sluimerklok onderbreken, kies dan een van de volgende methoden:
- Selecteer "Sleep Off" (sluimer uit).
- Druk op A (aan/uit) op de afstandsbediening om het toestel in wachtstand te zetten.
- Druk op A (aan/uit) op het voorpaneel om het toestel uit te zetten.
Er zijn 2 manieren van afstemmen; automatisch en handmatig. Selecteer een methode, afhankelijk van uw voorkeur en de sterkte van het stationssignaal. Automatisch afstemmen
Automatisch afstemmen gaat goed wanneer u sterke signalen ontvangt en er weinig storing is. Houd TUNING jj / ii meer dan 1 seconde lang ingedrukt om automatisch afstemmen te starten. Druk op ii om af te stemmen op een hogere frequentie. Druk op jj om af te stemmen op een lagere frequentie. Opmerkingen INPUT-keuzeknop TUNING jj / ii FM, AM
- Wanneer u op een station afstemt, wordt de frequentie van het station weergegeven op het voorpaneelscherm.
- Als de afstemfunctie niet stopt op het gewenste station omdat het signaal te zwak is, gebruik dan de handmatige afstemmethode. Wanneer u luistert naar een FM-radiostation wordt de uitvoer automatisch uitgezet wanneer het radiosignaal zwak is en u had afgestemd op het station door:
- de automatische afstemfunctie te gebruiken;
- een voorkeuze terug te roepen die was geregistreerd met de automatische voorkeuzeregistratie. Wilt u luisteren naar een station met een zwak signaal, stem dan handmatig af op het station. BASISBEDIENING ■ Automatische uitzetfunctie FM, AM
Draai aan de INPUT-invoerknop op het voorpaneel (of druk op FM of AM op de afstandsbediening) om TUNER als invoerbron te selecteren. Opmerking Als u op FM of AM op de afstandsbediening drukt om TUNER als invoerbron te selecteren, wordt ook de bijbehorende band geselecteerd; u kunt stap 2 dan overslaan.
Druk op FM of AM op het voorpaneel (of op FM of AM op de afstandsbediening) om de ontvangstband te selecteren (FM of AM). FM of AM wordt weergegeven op het voorpaneelscherm. Nederlands 17 Nl
AFSTEMMEN OP FM/AM RADIO
■ FM-ontvangst verbeteren Handmatig afstemmen Handmatig afstemmen is effectief wanneer het stationssignaal zwak is. Als het signaal van het station zwak is en de geluidskwaliteit is niet goed, stel dan de FM-radio-ontvangstmodus in op mono om de ontvangst te verbeteren. B/C/D/E ENTER RETURN INPUT-keuzeknop TUNING jj / ii FM, AM OPTION
Druk op OPTION (optie) op de afstandsbediening wanneer het toestel is afgestemd op een FM-radiostation. Het optiemenu voor TUNER wordt weergegeven (zie bladzijde 30).
Druk op B / C op de afstandsbediening om "FM Mode" (FM-modus) te selecteren en druk op ENTER (invoer). FM, AM
Draai aan de INPUT-invoerknop op het voorpaneel (of druk op FM of AM op de afstandsbediening) om TUNER als invoerbron te selecteren. Opmerking
Wilt u de handeling annuleren en terugkeren naar het optiemenu, druk dan op RETURN (teruggaan) op de afstandsbediening.
Als u op FM of AM op de afstandsbediening drukt om TUNER als invoerbron te selecteren, wordt ook de bijbehorende band geselecteerd; u kunt stap 2 dan overslaan.
Druk op FM of AM op het voorpaneel (of op FM of AM op de afstandsbediening) om de ontvangstband te selecteren (FM of AM). FM of AM wordt weergegeven op het voorpaneelscherm. Druk op TUNING jj / ii op het voorpaneel om handmatig af te stemmen op het gewenste station. Opmerking Wanneer u op een station afstemt, wordt de frequentie van het station weergegeven op het voorpaneelscherm. 18 Nl Druk op D / E op de afstandsbediening om "STEREO" (automatische stereomodus) of "MONO" (monomodus) te selecteren.
- Wanneer u MONO selecteert, worden FMuitzendingen weergegeven in mono.
- Wanneer u STEREO selecteert en u stemt af op een FM-station met een stereo-uitzending, wordt de uitzending in stereo weergegeven.
U verlaat het optiemenu door op OPTION of RETURN te drukken op de afstandsbediening. Opmerking STEREO gaat branden op het voorpaneel als u naar een station in stereo luistert.
AFSTEMMEN OP FM/AM RADIO
Automatische instelling van voorkeuzestations (alleen FM-stations) Met de automatische voorkeuzefunctie kunt u FM-stations automatisch registreren als voorkeuzes. Met deze functie kan het toestel automatisch afstemmen op FM-stations met een sterk signaal en 40 van dergelijke station op volgorde opslaan. U kunt dan gemakkelijk zo’n voorkeuzestation terugroepen door het voorkeuzenummer te selecteren. Opmerkingen
Druk op FM op het voorpaneel (of op FM op de afstandsbediening) om FM als ontvangstband te selecteren. FM wordt weergegeven op het voorpaneelscherm.
Druk op OPTION op de afstandsbediening. Het optiemenu voor TUNER wordt weergegeven (zie bladzijde 30).
Druk op B / C op de afstandsbediening om "Auto Preset" (automatische voorkeuze) te selecteren en druk op ENTER (invoer).
- Als u een station registreert naar een voorkeuzenummer waar al een station op is geregistreerd, dan wordt het eerder geregistreerde station overschreven.
- Als het station dat u wilt opslaan een zwak signaal heeft, probeer dan de handmatige voorkeuzeafstemmethode.
FM-stations die zijn geregistreerd als voorkeuze met de automatische voorkeuzeregistratie klinken in stereo.
- Voordat het zoeken begint, kunt u het eerste voorkeuzenummer opgeven door op PRESET j / i te drukken op het voorpaneel (of op PRESET j / i of B/C op de afstandsbediening).
- Wilt u het zoeken annuleren, druk dan op FM of AM op het voorpaneel (of op FM of AM of RETURN op de afstandsbediening).
BASISBEDIENING Het toestel zoekt ongeveer 5 seconden later de FM-band af vanaf de laagste frequentie omhoog. INPUT-keuzeknop PRESET j / i
PRESET j / i B/C ENTER Voorkeuzenummer Frequentie Wanneer voorkeuzes zijn geregistreerd, wordt informatie weergegeven op het voorpaneelscherm zoals hierboven weergegeven. Wanneer het zoeken klaar is, verschijnt "FINISH" (klaar) en keert het scherm terug naar het optiemenu. Om terug te keren naar de oorspronkelijke status drukt u op OPTION of RETURN op de afstandsbediening. RETURN OPTION
Nederlands Draai aan INPUT op het voorpaneel (of druk op FM op de afstandsbediening) om TUNER als invoerbron te selecteren. Opmerking Als u op FM op de afstandsbediening drukt om TUNER als invoerbron te selecteren, wordt ook de bijbehorende band geselecteerd; u kunt stap 2 dan overslaan. 19 Nl
AFSTEMMEN OP FM/AM RADIO
Handmatige instelling van voorkeuzestations U kunt handmatig 40 FM/AM-stations registreren (40 in totaal). U kunt dan gemakkelijk zo’n voorkeuzestation terugroepen door het voorkeuzenummer te selecteren.
Stem af op het gewenste FM/AM-station. Zie bladzijden 17 en 18 voor aanwijzingen over het afstemmen op een station.
Druk op MEMORY (geheugen) op het voorpaneel. "MANUAL PRESET" (handmatige voorkeuze) wordt kort weergegeven op het voorpaneelscherm en vervolgens wordt het voorkeuzenummer waarop het station gaat worden geregistreerd weergegeven.
Wanneer u stations handmatig registreert, wordt de FM-modus (mono of stereo) ten tijde van registratie ook geregistreerd. Controleer de FM-modus (zie bladzijde 18) voordat u stations handmatig registreert.
Houdt u MEMORY op het voorpaneel meer dan 2 seconden ingedrukt, dan kunt u de volgende stappen overslaan en automatisch het geselecteerde station registreren naar een leeg voorkeuzenummer (d.w.z. het voorkeuzenummer dat volgt op het laatste gebruikte voorkeuzenummer). PRESET j / i MEMORY
PRESET j / i Druk op PRESET j / i op het voorpaneel (of op PRESET j / i op de afstandsbediening) om het voorkeuzenummer te selecteren waar u het station wilt registreren. Wanneer u een voorkeuzenummer selecteert waarvoor geen station is geregistreerd, wordt "EMPTY" (leeg) weergegeven. Wanneer u een voorkeuzenummer selecteert waarvoor al een station is geregistreerd, wordt de frequentie van het station weergegeven. RETURN Voorkeuzenummer
Druk op MEMORY (geheugen) op het voorpaneel. Wanneer de registratie voltooid is, keert het scherm terug naar de oorspronkelijke status.
Wilt u het registreren annuleren, druk dan op RETURN op de afstandsbediening of doe ongeveer 30 seconden lang niets. 20 Nl
AFSTEMMEN OP FM/AM RADIO
Voorkeuzestations terugroepen U kunt voorkeuzestations terugroepen die zijn geregistreerd met de automatische of de handmatige voorkeuzemethode. Een voorkeuzestation wissen Volg onderstaande stappen om een voorkeuzestation te wissen. CLEAR PRESET j / i BASISBEDIENING RETURN PRESET j / i
Druk op PRESET j / i op het voorpaneel (of op PRESET j / i op de afstandsbediening) om een voorkeuzenummer te selecteren.
Selecteer het gewenste voorkeuzenummer. Zie "Voorkeuzestations terugroepen" op bladzijde 21.
Druk op CLEAR (wissen) op het voorpaneel. Het geselecteerde voorkeuzenummer knippert op het voorpaneelscherm.
- Voorkeuzenummers waarvoor geen stations zijn geregistreerd, worden overgeslagen.
- "NO PRESETS" (geen voorkeuzes) wordt weergegeven als er geen stations zijn geregistreerd.
Wilt u het wissen van het voorkeuzestation annuleren, druk dan op RETURN op de afstandsbediening of doe 30 seconden lang niets met het toestel.
Druk op CLEAR op het voorpaneel om te bevestigen. "PXX: CLEARED" (PXX gewist, waarbij XX het voorkeuzenummer is) wordt weergegeven op het voorpaneelscherm dat vervolgens terugkeert naar de oorspronkelijke staat. Nederlands 21 Nl
Volg onderstaande stappen om alle voorkeuzestations te wissen. Druk op D / E op de afstandsbediening om "YES" (Ja) te selecteren en druk op ENTER (invoer).
Wilt u het wissen van de voorkeuzes annuleren, selecteer dan "NO" (nee). INPUT-keuzeknop Wanneer alle voorkeuzes zijn gewist, wordt "PRESET CLEARED" (voorkeuze gewist) weergegeven en keert het scherm terug naar het optiemenu. FM, AM B/C/D/E ENTER RETURN OPTION
Draai aan de INPUT-invoerknop op het voorpaneel (of druk op FM of AM op de afstandsbediening) om TUNER als invoerbron te selecteren.
Druk op OPTION op de afstandsbediening. Het optiemenu voor TUNER wordt weergegeven (zie bladzijde 30).
Druk op B / C op de afstandsbediening om "Clr All Preset" (alle voorkeuzes wissen) te selecteren en druk op ENTER (invoer).
Wilt u de handeling annuleren en terugkeren naar het optiemenu, druk dan op RETURN (teruggaan) op de afstandsbediening. 22 Nl
U verlaat het optiemenu door op OPTION of RETURN te drukken op de afstandsbediening.
AFSTEMMEN OP FM/AM RADIO
Radio Data System-gegevens ontvangen (alleen FM-stations) Radio Data System is een systeem voor gegevensoverdracht dat door FM-stations in een groot aantal landen worden gebruikt. Met dit toestel kunt u vier typen Radio Data System-gegevens ontvangen: Programmaservice, Programmatype, Radiotekst en Kloktijd. INFO Wanneer u "PRG TYPE" selecteert, worden de volgende programmatypenamen weergegeven. Programmatype Beschrijving Nieuws AFFAIRS Actualiteiten INFO Algemene informatie SPORT Sport EDUCATE Educatief DRAMA Drama CULTURE Cultuur SCIENCE Wetenschap VARIED Licht amusement POP M Popmuziek ROCK M Rockmuziek M.O.R. M Middle-of-the-road muziek (easy-listening) LIGHT M Licht klassiek CLASSICS Ernstig klassiek OTHER M Overige muziek BASISBEDIENING NEWS INFO
Druk herhaaldelijk op INFO op het voorpaneel (of INFO op de afstandsbediening) om de gewenste Radio Data System-weergavemodus te selecteren. Keuze PRG SERVICE (programmaservice) PRG TYPE (programmatype) RADIO TEXT (radiotekst) Nederlands CLOCK TIME (kloktijd) FREQUENCY (frequentie) Beschrijving Standaardinstelling. Het toestel geeft de naam weer van het Radio Data System-programma waar u naar luistert. Het toestel geeft het type Radio Data System-programma weer waar u naar luistert. Het toestel geeft informatie over het Radio Data Systemprogramma weer waar u naar luistert. Het toestel geeft de huidige tijd weer. Het toestel geeft de frequentie van het huidige station weer. 23 Nl
AFSTEMMEN OP FM/AM RADIO
- Het kan even duren voor dit toestel alle Radio Data Systemgegevens heeft ontvangen van het station in kwestie.
- Als de signalen niet goed genoeg kunnen worden ontvangen, is het mogelijk dat het toestel geen gebruik kan maken van de Radio Data System-gegevens. Vooral de "RADIO TEXT"functie vergt een grote hoeveelheid gegevens en het is daarom mogelijk dat deze functie niet beschikbaar is zelfs wanneer de andere Radio Data System-functies wel beschikbaar zijn.
- Als de ontvangst matig is, stel dan de FM-modus in op "MONO" (zie bladzijde 18).
- Als het signaal externe storing ondervindt terwijl het toestel de Radio Data System-gegevens aan het ontvangen is, kan de ontvangst onverwacht onderbroken worden.
- Wanneer u de "RADIO TEXT"-functie selecteert, kan dit toestel maximaal 128 alfanumerieke tekens (inclusief trema’s) aan programmagegevens op het scherm tonen. Tekens die niet kunnen worden weergegeven worden vervangen door een "_" (onderstreping). De weergeven informatie wordt continu lopend weergegeven. TP-zoekfunctie (alleen FM-stations) Met dit toestel kunt u automatisch zoeken naar Radio Data System-stations die verkeersinformatie (TP - Traffic Program) uitzenden.
Druk op TP op het voorpaneel (of op TP op de afstandsbediening) om naar TP-stations te zoeken. "TP SEARCH" wordt 3 seconden weergegeven op het voorpaneelscherm en het toestel start het zoeken. Wanneer er een station met verkeersinformatie wordt gevonden, gaat het TP-lampje branden en wordt het zoeken beëindigd. TP-lampje
Wilt u het volgende station met verkeersinformatie zoeken, druk dan op TP. Opmerkingen
- Druk tijdens het zoeken naar verkeersinformatie op TP als u het zoeken wilt annuleren.
- Als er geen stations met verkeersinformatie worden gevonden, verschijnt "TP NOT FOUND" (verkeersinfo niet gevonden) op het voorpaneelscherm en keert het toestel terug naar de staat waarin het zich bevond voor het zoeken begon. 24 Nl MUZIEK AFSPELEN VANAF UW IPHONE/IPOD/BLUETOOTH™-COMPONENT MUZIEK AFSPELEN VANAF UW iPhone/iPod/Bluetooth™COMPONENT Hebt u een optionele Yamaha Universele Dock voor iPod (zoals de YDS-12), een draadloos systeem voor iPod (YID-W10) of een Bluetooth draadloze audio-ontvanger (YBA-10) aangesloten op de DOCK-aansluiting op het achterpaneel van het toestel, dan kunt u genieten van afspelen op uw iPhone/iPod of Bluetooth-component met de afstandsbediening die bij het toestel is meegeleverd. Bijvoorbeeld YDS-12 YID-W10 YBA-10 Plaats het aangesloten apparaat zo ver mogelijk van het toestel weg. Draadloos systeem voor iPod Bluetooth draadloze audio-ontvanger Model (Per juli 2010)
- iPhone/iPod aangesloten op het dok
- iPhone/iPod aangesloten op de YID-W10-zender
- iPod (vierde generatie/ vijfde generatie/ classic)
- iPod (vijfde generatie/ classic)
- Opladen van iPhone/iPod wordt ook ondersteund.
- De YDS-10/YDS-11 ondersteunt geen iPhone-verbinding. BASISBEDIENING Universele Dock voor iPod
- iPhone 3GS Opladen van iPhone/iPod wordt ook ondersteund. LET OP Ter voorkoming van ongelukken trekt u het netsnoer van het toestel los voordat u een Universele Dock voor iPod, een draadloos systeem voor iPod of een Bluetooth draadloze audio-ontvanger aansluit. Opmerking Als de iPhone die is aangesloten op de YID-W10 een oproep ontvangt wanneer het toestel in wachtstand staat, schakelt het toestel automatisch in en hoort u de beltoon via het toestel. Als u niet wilt dat het toestel aan gaat wanneer u wordt opgebeld, stel dan de iPhone in op stille modus. Nederlands 25 Nl MUZIEK AFSPELEN VANAF UW iPhone/iPod/Bluetooth™-COMPONENT Een Universele Dock voor iPod gebruiken ■ Uw iPhone/iPod bedienen Hebt u uw iPhone/iPod in het dok geplaatst, draai dan aan de keuzeknop INPUT op het voorpaneel (of druk op DOCK op de afstandsbediening) om DOCK te selecteren als invoerbron om uw iPhone/iPod af te spelen. DOCK INFO MENU/ Ee / b / a ENTER
Terwijl u kijkt naar de informatie die op uw iPhone/iPod wordt weergegeven, gebruikt u de toetsen op de afstandsbediening om uw iPhone/iPod te bedienen (afspelen, pauzeren, overslaan enz.). Afstandsbediening Bediening MENU Geeft het menu weer. ENTER
- Als een onderdeel is geselecteerd: bevestigt het onderdeel en geeft het volgende scherm weer.
- Als een muziekstuk is geselecteerd: speelt het muziekstuk af.
- Als een muziekstuk wordt afgespeeld: pauzeert het muziekstuk.
- Als een muziekstuk wordt gepauzeerd: speelt het muziekstuk verder af.
- Als een muziekstuk wordt afgespeeld of gepauzeerd: springt naar het begin van het volgende muziekstuk.
- Indien langere tijd ingedrukt: vooruit zoeken.
- Als een muziekstuk wordt afgespeeld of gepauzeerd: springt naar het begin van het huidige muziekstuk.
- Wanneer u meerdere keren drukt, springt u elke keer een muziekstuk verder terug.
- Indien langere tijd ingedrukt: achteruit zoeken. Schakelt tussen de willekeurige modi (Uit → Nummers → Albums → Uit). Schakelt tussen de herhalingsmodi (Uit → Eén → Alles → Uit). INFO Schakelt tussen de onderdelen die worden weergegeven op het voorpaneelscherm van het toestel (Nummer van muziekstuk en verlopen tijd → Nummers → Artiesten → Albums → Nummer van muziekstuk en verlopen tijd). Opmerking Sommige willekeurige en herhaalmodi zijn misschien niet beschikbaar, afhankelijk van het model of de softwareversie van uw iPhone/iPod.
Wanneer het toestel aan staat of in wachtstand staat, kan uw iPhone/iPod automatisch worden opgeladen als hij is aangesloten op een Universele Dock voor iPod. Als een iPhone/iPod wordt opgeladen terwijl het toestel in wachtstand staat, brandt het aan/uitlampje helder. 26 Nl MUZIEK AFSPELEN VANAF UW iPhone/iPod/Bluetooth™-COMPONENT Een draadloos systeem voor iPod gebruiken Wanneer u een draadloos systeem voor iPod aansluit op dit toestel, kunt u muziekstukken vanaf uw iPhone/iPod afspelen en beluisteren over een draadloze verbinding. U kunt de iPhone/iPod bedienen met de afstandsbediening. Voor meer informatie, zie bladzijde 26. Opmerking Wanneer u een iPhone/iPod afspeelt met een draadloos systeem voor iPod, wordt er geen afspeelinformatie weergegeven op het voorpaneelscherm. YID-W10-ontvanger ■ Een draadloze verbinding opbouwen Als de iPhone/iPod is aangesloten op de YID-W10-zender en het afspelen start, duurt het ongeveer 5 seconden voordat er audio te horen is. In deze tijd wordt de draadloze verbinding tussen de YID-W10-zender en -ontvanger opgebouwd. De status van de draadloze verbinding tussen de YID-W10-zender en -ontvanger wordt aangegeven door de betreffende lampjes. Status van verbinding YID-W10zenderlampje YID-W10ontvangerlampje Geen verbinding Uit Uit Verbinding wordt bevestigd Groen, flikkerend Blauw, flikkerend Verbonden Groen, brandend Blauw, brandend
- Wanneer het afspelen begint op een iPhone/iPod die is aangesloten op een YID-W10-zender en de YID-W10-zender is binnen het bereik van de YID-W10-ontvanger, gedraagt het toestel zich als volgt: – Als het toestel al aan staat wanneer het afspelen begint: de invoerbron wijzigt in DOCK. – Als het toestel in wachtstand staat wanneer het afspelen begint: het toestel gaat aan en de invoerbron wijzigt in DOCK.
- In de volgende situaties wordt de draadloze verbinding tussen zender en ontvanger verbroken. Na 30 seconden schakelt het toestel automatisch in wachtstand. – De iPhone/iPod wordt niet bediend binnen 30–120 seconden nadat het afspelen is gepauzeerd. – De sluimerklok van de iPhone/iPod is geactiveerd. – De iPhone/iPod is losgekoppeld van de YID-W10-zender. – Het batterijniveau van de iPhone/iPod daalt tot een niveau waarop er niet genoeg stroom meer is voor de YID-W10-zender. – De YID-W10-zender wordt buiten het bereik van de YID-W10-ontvanger geplaatst. – Communicatie tussen de YID-W10-zender en -ontvanger wordt gestoord door interferentie van andere draadloze LAN-apparaten, draadloze telefoons, magnetronovens enz.
BASISBEDIENING YID-W10-zender ■ Het toestel bedienen met uw iPhone/ iPod Deze functies kunnen worden uitgeschakeld door "Interlock" op "OFF" in te stellen in het optiemenu (zie bladzijde 31).
- Wanneer u het volume aanpast op de iPhone/iPod, past u het ook aan op het toestel. De iPhone/iPod kan het volume verhogen tot 0 dB (of de waarde die is ingesteld voor "MaxVol" in het optiemenu). Wilt u het volume nog verder verhogen, pas het volume dan aan met de VOLUME-regelaar op het toestel of de afstandsbediening.
- Wanneer het toestel wordt aangezet of in wachtstand staat, wordt uw iPhone/iPod automatisch opgeladen als de YID-W10-zender waarop uw iPhone/iPod is aangesloten, in de YID-W10-ontvanger is geplaatst. Als een iPhone/iPod wordt opgeladen terwijl het toestel in wachtstand staat, brandt het aan/ uitlampje helder.
- Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de YID-W10 voor meer informatie. Nederlands 27 Nl MUZIEK AFSPELEN VANAF UW iPhone/iPod/Bluetooth™-COMPONENT Een Bluetooth draadloze audioontvanger gebruiken Opmerking Het toestel ondersteunt A2DP (Advanced Audio Distribution Profile - geavanceerd audiodistributieprofiel) en AVRCP (Audio and Video Remote Control Profile - audio- en videoafstandsbedieningsprofiel) van het Bluetooth-profiel.
Draai aan INPUT op het voorpaneel (of druk op DOCK op de afstandsbediening) om DOCK als invoerbron te selecteren.
Zet de Bluetooth-component aan die u wilt koppelen en stel hem in op koppelmodus.
Druk op OPTION op de afstandsbediening. Het optiemenu voor DOCK wordt weergegeven (zie bladzijde 30).
Druk op B / C op de afstandsbediening om "Pairing" (koppelen) te selecteren en druk op ENTER (invoer). "Searching..." (zoeken) wordt weergegeven en het koppelen begint. ■ Bluetooth™-componenten koppelen MEMORY INPUT-keuzeknop
Om het koppelen te annuleren, drukt u op RETURN op de afstandsbediening.
Controleer of de Bluetooth-component de Bluetooth draadloze audio-ontvanger herkent. Wanneer de component wordt herkend, wordt hij weergegeven in de Bluetooth-componentenlijst, bijvoorbeeld als "YBA-10 YAMAHA".
Selecteer de Bluetooth draadloze audioontvanger in de Bluetooth-componentenlijst en voer een wachtwoord "0000" in op de Bluetooth-component. Wanneer het koppelen is voltooid, verschijnt "Completed" (voltooid) op het voorpaneelscherm. Druk op OPTION op de afstandsbediening om het optiemenu te verlaten. DOCK B/C ENTER RETURN OPTION Koppel altijd de Bluetooth draadloze audio-ontvanger en de Bluetooth-component wanneer u voor het eerst verbinding maakt of wanneer instellingen zijn gewist. Raadpleeg zo nodig de gebruiksaanwijzing bij uw Bluetooth-component om het koppelen uit te voeren. Opmerking De Bluetooth draadloze audio-ontvanger kan gekoppeld worden met acht Bluetooth-componenten. Wanneer u een negende apparaat koppelt, worden de koppelinstellingen verwijderd van het apparaat dat u het langst niet hebt gebruikt. 28 Nl
Wanneer de invoerbron wordt ingesteld op DOCK, kunt u het koppelen ook starten door MEMORY ingedrukt te houden op het voorpaneel (of ENTER op de afstandsbediening). MUZIEK AFSPELEN VANAF UW iPhone/iPod/Bluetooth™-COMPONENT ■ Afspelen met BluetoothTM-componenten MEMORY
Druk op B / C op de afstandsbediening om "Connect" (verbinden) te selecteren en druk op ENTER (invoer). Wanneer de draadloze verbinding is opgebouwd, verschijnt "Connected" (verbonden) op het voorpaneelscherm. Druk op OPTION op de afstandsbediening om het optiemenu te verlaten. INPUT-keuzeknop Opmerking DOCK
B/C ENTER Bedien de Bluetooth-component om af te spelen. Terwijl de Bluetooth-component afspeelt, wordt "BLUETOOTH" weergegeven op het voorpaneelscherm. BASISBEDIENING "Not found" (niet gevonden) wordt weergegeven als er een verbindingsfout optreedt. Controleer of aan volgende voorwaarden is voldaan en probeer opnieuw een draadloze verbinding op te bouwen.
- Het toestel en de Bluetooth-component zijn beide gekoppeld.
- De Bluetooth-component staat aan.
- De Bluetooth-component bevindt zich binnen 10 meter van de Bluetooth draadloze audio-ontvanger. OPTION Wanneer het koppelen is voltooid, voert u de volgende stappen uit om een draadloze verbinding op te bouwen tussen het toestel en de Bluetooth-component. Wanneer de draadloze verbinding is opgebouwd, kunt u genieten van afspelen vanaf Bluetooth-componenten. Opmerking Opmerking Wilt u een draadloze verbinding verbreken, herhaal dan deze stappen en selecteer "Disconnect" (verbreken) bij stap 3.
Wanneer de invoerbron is ingesteld op DOCK, kunt u een draadloze verbinding ook opbouwen door MEMORY ingedrukt te houden op het voorpaneel (of ENTER op de afstandsbediening). Afhankelijk van de Bluetooth-component, wordt een draadloze verbinding automatisch opgebouwd of wanneer de Bluetoothcomponent wordt bediend. In dergelijke gevallen is het niet nodig om de volgende stappen uit te voeren. Draai aan INPUT op het voorpaneel (of druk op DOCK op de afstandsbediening) om DOCK als invoerbron te selecteren.
Druk op OPTION op de afstandsbediening. Het optiemenu voor DOCK wordt weergegeven (zie bladzijde 30). Nederlands
In het optiemenu kunt u allerlei instellingen configureren voor de diverse invoerbronnen en deze instellingen automatisch doen terugroepen wanneer u een invoerbron selecteert. U kunt ook de signaalgegevens voor bepaalde invoerbronnen bekijken. Hieronder wordt beschreven hoe u optiemenu-onderdelen instelt. INPUT-keuzeknop
Druk op B / C op de afstandsbediening om het gewenste menu-onderdeel te selecteren en druk op ENTER.
Druk op B / C / D / E op de afstandsbediening om de instellingen te wijzigen.
Bij bepaalde menu-onderdelen moet u op ENTER drukken om de nieuwe instelling op te slaan.
U verlaat het optiemenu door op OPTION te drukken op de afstandsbediening. U gaat terug naar het vorige menu door op RETURN te drukken op de afstandsbediening. Invoerkeuzetoetsen Opmerking FM, AM Als B / C / D / E op de afstandsbediening of andere toetsen niet werken nadat u het optiemenu hebt afgesloten, draai dan aan de INPUT-keuzeknop op het voorpaneel (of druk op een van de invoerkeuzetoetsen of op FM of AM op de afstandsbediening) om de huidige invoerbron opnieuw te selecteren. Optiemenu-onderdelen B/C/D/E ENTER De volgende menu-onderdelen zijn beschikbaar voor de diverse invoerbronnen. Invoerbron RETURN OPTION
Draai aan de INPUT-keuzeknop op het voorpaneel (of druk op een van de invoerkeuzetoetsen of op FM of AM op de afstandsbediening) om de gewenste ingangsbron te kiezen. PHONO, CD, TAPE, LINE 1-2 Druk op OPTION op de afstandsbediening. Opmerking Als u de invoerbron wijzigt terwijl het optiemenu wordt weergegeven, verlaat u het optiemenu op het voorpaneelscherm en geeft u het de geselecteerde invoerbron weer. 30 Nl Volume*1 TUNER (FM/AM) FM Mode, Auto Preset, Clr All Preset DOCK (iPhone/iPod) Interlock*2 DOCK (Bluetooth) Connect, Disconnect, Pairing Opmerkingen
Menu-onderdelen “Volume” is een gemeenschappelijk menu-item voor alle invoerbronnen. *2 “Interlock” wordt alleen weergegeven in het optiemenu wanneer u een draadloos systeem voor iPod gebruikt.
HET OPTIEMENU INSTELLEN VOOR INVOERBRONNEN
Hieronder vindt u nadere informatie over de menuonderdelen. De configuratie wordt doorgevoerd op de huidige geselecteerde invoerbron. De standaardinstellingen zijn aangegeven met "*". Volume Submenu’s: MaxVol, IniVol Aanpasbaar bereik (MaxVol): –30,0dB tot +15,0dB, +16,5dB* (stappen van 5,0 dB) Aanpasbaar bereik (IniVol): Off*, Mute, –89,5dB tot +16,5dB (stappen van 0,5 dB) Stelt onderdelen voor volumes in. MaxVol (maximaal volume) Stelt het maximale volumeniveau in zodat het volume niet per ongeluk boven een bepaald niveau kan worden ingesteld. U kunt bijvoorbeeld het volume aanpassen tussen –89,5 dB en –5,0 dB (of Mute - uit) wanneer u deze parameter instelt op "–5.0dB". Het volume kan worden verhoogd tot het maximumniveau wanneer u deze parameter instelt op +16,5 dB (standaard). Keuzes: ON*, OFF Wanneer een iPhone/iPod is aangesloten op het toestel met een draadloos systeem voor iPod, kan de iPhone/iPod gebruikt worden om het toestel aan te zetten, in wachtstand te zetten of DOCK als invoerbron te selecteren. "Interlock" wordt alleen weergegeven in het optiemenu wanneer u een draadloos systeem voor iPod gebruikt en DOCK hebt geselecteerd als invoerbron. OFF Dit toestel reageert op bepaalde handelingen op de iPhone/iPod. Deze functie wordt uitgeschakeld. Connect/Disconnect Maakt verbinding of verbreekt de verbinding met een Bluetooth-component (zie bladzijde 29). "Connect/Disconnect" (verbinding maken/verbreken) wordt alleen weergegeven in het optiemenu wanneer u DOCK (Bluetooth) selecteert als invoerbron. Pairing Koppelt de Bluetooth draadloze audio-ontvanger met een Bluetooth-component (zie bladzijde 28). "Pairing" (koppelen) wordt alleen weergegeven in het optiemenu wanneer u DOCK (Bluetooth) selecteert als invoerbron. GEAVANCEERDE BEDIENING IniVol (startvolume) Stelt het volume in dat gebruikt wordt als het toestel wordt aangezet. Wanneer deze parameter is ingesteld op "Off" (uit), wordt het volumeniveau toegepast dat was ingesteld toen het toestel in wachtstand ging. Interlock Opmerking Als "MaxVol" is ingesteld op een waarde lager dan die van "IniVol", heeft de instelling voor "MaxVol" prioriteit over de instelling "IniVol". Als u bijvoorbeeld "MaxVol" instelt op "–30.0dB" en "IniVol" op "0.0dB", wordt het volume automatisch ingesteld op "–30.0dB" wanneer u de volgende keer het toestel aanzet. FM Mode Keuzes: STEREO*, MONO Stelt de FM-ontvangstmodus in (zie bladzijde 18). "FM Mode" (FM-modus) wordt alleen weergegeven in het optiemenu wanneer u TUNER selecteert als invoerbron. Auto Preset Detecteert automatisch FM-radiostations en registreert ze als voorkeuzestations (zie bladzijde 19). "Auto Preset" (automatische voorkeuze) wordt alleen weergegeven in het optiemenu wanneer u TUNER selecteert als invoerbron. Nederlands Clr All Preset Wist alle voorkeuzestations (zie bladzijde 22). "Clr All Preset" (wis alle voorkeuzes) wordt alleen weergegeven in het optiemenu als u TUNER hebt geselecteerd als invoerbron. 31 Nl GEAVANCEERDE INSTELLINGEN GEAVANCEERDE INSTELLINGEN ■ Menuparameters ADVANCED SETUP Wijzig de aanvankelijke instellingen zodat ze beter passen bij uw luisteromgeving. De standaardinstellingen zijn aangegeven met "*". APD (Automatic Power Down) TIMER Keuzes: 4H (4 uur), 8H* (8 uur), 12H (12 uur) Wanneer de schakelaar POWER MANAGEMENT (energiebeheer) op het achterpaneel van het toestel (zie bladzijde 7) is ingesteld op ON (aan), gaat het toestel automatisch in wachtstand wanneer u het gedurende de opgegeven tijd niet bediend. De menuparameters voor ADVANCED SETUP wijzigen Het menu ADVANCED SETUP (geavanceerde instellingen) wordt weergegeven op het voorpaneelscherm.
- Audio-uitvoer staat uit wanneer u parameters instelt in het menu ADVANCED SETUP.
- Terwijl u parameters instelt in het menu ADVANCED SETUP, zijn de meeste knoppen op het voorpaneel uitgeschakeld; alleen A (aan/uit), de INPUT-keuzeknop en INFO werken. Opmerking Wanneer de schakelaar POWER MANAGEMENT is ingesteld op OFF (uit), wordt "APD TIMER -OFF" (sluimerklok uit) weergegeven. INITIALIZE Keuzes: NO*, YES Stelt alle parameters terug op de fabrieksinstellingen.
- Selecteer NO (nee) om te annuleren zonder de parameters op de fabrieksinstellingen terug te stellen.
- Selecteer YES (ja) om all parameters terug te stellen op hun fabrieksinstellingen. A (aan/uit) INPUT-keuzeknop
Houd INFO ingedrukt op het voorpaneel en druk A (aan/uit) in. Het toestel gaat aan en het menu ADVANCED SETUP verschijnt op het voorpaneelscherm.
Draai aan de INPUT-keuzeknop op het voorpaneel om de parameter te kiezen die u wilt wijzigen. Zie "Menuparameters ADVANCED SETUP" op bladzijde 32 voor een volledige lijst met beschikbare parameters.
Druk herhaaldelijk op INFO op het voorpaneel om de geselecteerde parameterinstelling te wijzigen. Wilt u andere instellingen wijzigen, herhaal dan de stappen 2 en 3.
Druk A (aan/uit) op het voorpaneel om het toestel uit te zetten en uw instelling te bevestigen. Opmerking Als u "YES" selecteert, worden de parameters teruggesteld de volgende keer dat u het toestel aanzet. INFO Opmerking De instellingen worden van kracht wanneer u het toestel de volgende keer aanzet. 32 Nl AANVULLENDE INFORMATIE
Raadpleeg de tabel hieronder indien dit toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem niet hieronder vermeld staat, of als de aanwijzingen het probleem niet verhelpen, zet het toestel dan uit, haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw dichtstbijzijnde Yamaha-dealer of -servicecentrum. ■ Algemeen Probleem Het toestel kan niet worden ingeschakeld. Geen geluid Oplossing Zie bladzijde Het netsnoer of de stekker is niet of niet goed aangesloten. Sluit het netsnoer stevig aan. De impedantie is verkeerd ingesteld. Stel de impedantie in overeenstemming met uw luidsprekers in.
De beveiliging is in werking getreden door een kortsluiting, enz. Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken en zet dan het toestel opnieuw aan.
De IMPEDANCE SELECTORschakelaar op het achterpaneel staat niet helemaal naar een kant. Stel de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar naar één kant terwijl het toestel uit staat. Het toestel heeft blootgestaan aan een sterke, externe elektrische schok (bijvoorbeeld een blikseminslag of een ontlading van statische elektriciteit). Zet het toestel uit, haal de stekker uit het stopcontact, steek hem na 30 seconden weer terug en gebruik het toestel vervolgens normaal. Invoer- of uitvoerkabels verkeerd aangesloten. Verbind de kabels correct. Als dit het probleem niet verhelpt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels.
Er is geen geschikte ingangsbron geselecteerd. Kies een geschikte ingangsbron met de INPUTkeuzeknop op het voorpaneel (of een van de invoerkeuzetoetsen of FM of AM op de afstandbediening).
De SPEAKERS A/B-schakelaars zijn niet correct ingesteld. Zet de juiste luidsprekers aan (SPEAKERS A of SPEAKERS B).
De luidsprekeraansluitingen zitten niet goed vast. Zet de aansluitingen goed vast. Uitvoer is uitgeschakeld. Schakel de uitvoer in.
MaxVol of IniVol is te laag ingesteld. Stel de instelling in op een hoger niveau.
De component die hoort bij de gekozen invoerkeuzetoets is uitgeschakeld of speelt niet af. Zet de component aan en zorg ervoor dat hij afspeelt. De beveiliging is in werking getreden door een kortsluiting, enz. Controleer of de schakelaar IMPEDANCE SELECTOR correct is ingesteld.
Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken en zet dan het toestel opnieuw aan.
Het toestel is te warm geworden. Let erop dat de openingen in het bovenpaneel niet worden geblokkeerd.
De automatische sluimerfunctie heeft het toestel uitgezet. Wijzig de instelling voor de automatische sluimerfunctie ("APD TIMER" in het menu Advanced Setup) in een langere tijd of schakel de automatische uitschakelfunctie uit door de schakelaar POWER MANAGEMENT op het achterpaneel op OFF in te stellen.
AANVULLENDE INFORMATIE Het geluid valt plotseling weg. Oorzaak Nederlands 33 Nl
VERHELPEN VAN STORINGEN
Probleem Oorzaak Oplossing Zie bladzijde Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. Verbind de kabels correct. Als dit het probleem niet verhelpt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. De BALANCE-regelaar is verkeerd ingesteld. Stel de BALANCE-regelaar in op de geschikte stand. De lage tonen klinken te zwak en de weergave is sfeerloos. De plus- en min-kabels (+ en –) zijn verkeer om aangesloten op de versterker of de luidsprekers. Sluit de luidsprekerkabels aan op de juiste fase (+ en –). U hoort een "brom". Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. Sluit de audiostekers stevig aan. Als dit het probleem niet verhelpt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels.
De platenspeler is niet verbonden met de GND-aansluiting. Verbind de platenspeler met de GND-aansluiting van dit toestel.
Het volumeniveau is laag bij het afspelen van een plaat. De plaat wordt afgespeeld op een platenspeler met een MC-cassette. De platenspeler moet aangesloten zijn op dit toestel via de MC-voorversterker. Het volumeniveau kan niet verhoogd worden of het geluid is vervormd. De component die is aangesloten op de uitgangen TAPE REC of LINE 1 REC staat uitgeschakeld. Schakel de component in. Het geluid is van mindere kwaliteit wanneer u luistert met een hoofdtelefoon verbonden met de cd-speler of het cassettedeck die op dit toestel aangesloten zijn. De stroom van het toestel is uitgeschakeld of het toestel staat in wachtstand. Schakel het toestel in. Het geluidsniveau is laag. De Loudness-regelaarfunctie staat aan. Het gebruik van de BASS-, TREBLE-, BALANCE- en LOUDNESS-regelaars beïnvloedt de klankkwaliteit niet. De PURE DIRECT-schakelaar is ingeschakeld. Er komt slechts aan één kant geluid uit de luidspreker. 34 Nl
Draai het volume omlaag, stel de LOUDNESSregelaar op FLAT (vlak) en pas het volume opnieuw aan.
De PURE DIRECT-schakelaar moeten uitgeschakeld zijn om deze regelaars te gebruiken.
Oplossing Zie bladzijde Dit probleem is inherent aan FM-stereouitzendingen wanneer de zender te ver weg is of het ontvangstsignaal dat binnenkomt via de antenne niet sterk genoeg is. Controleer de aansluitingen van de antenne. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM-antenne.
Er is vervorming en ook een betere FM-antenne zorgt niet voor een betere ontvangst. U ondervindt interferentie doordat hetzelfde signaal op verschillende manieren ontvangen wordt. Verander de opstelling van de antenne zodat u van deze interferentie geen last meer hebt. Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. Het radiosignaal is te zwak. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM-antenne. Radio Data Systemgegevens verschijnen niet. Het radiostation biedt geen Radio Data System aan. Het radiosignaal is te zwak. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM-antenne.
NO PRESETS verschijnt. Er zijn geen voorkeuzestations geregistreerd. Registreer stations waarnaar u wilt luisteren als voorkeuzestations.
Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. Het signaal is te zwak of de antenneaansluitingen zitten los. Controleer de aansluitingen van de AM-ringantenne en stel deze zo op dat u de beste ontvangst verkrijgt.
Automatisch voorkeuzestation werkt niet. Automatische voorkeuzestations zijn niet beschikbaar voor AM. Gebruik handmatige voorkeuzestations. U hoort doorlopend gekraak en gesis. Deze geluiden kunnen het gevolg zijn van bliksem, tl-verlichting, motoren, thermostaten en andere elektrische apparatuur. Gebruik een buitenantenne en een goede aarding. Dit kan in sommige gevallen helpen, maar het blijft moeilijk om alle storingsbronnen te elimineren. U hoort gezoem en gefluit. Er wordt in de buurt van het toestel een tv gebruikt. Zet het toestel verder bij de tv vandaan. Veel ruis in de FM stereo-ontvangst.
Stem met de hand af.
Stem met de hand af.
■ iPhone/iPod In bepaalde omstandigheden kunnen de volgende meldingen verschijnen op het voorpaneelscherm. Melding Connect error Status/oorzaak Er is een probleem met het signaalpad van uw iPhone/iPod naar het toestel. Oplossing Zie bladzijde Zet het toestel uit en sluit het Universele Dock voor iPod opnieuw aan op de DOCK-aansluiting van het toestel.
Verwijder uw iPhone/iPod uit het Universele Dock voor iPod en plaats hem vervolgens terug in het dok.
Sluit een iPhone/iPod aan die wordt ondersteund door het toestel.
Unknown iPod De gebruikte iPhone/iPod wordt niet ondersteund door het toestel. Connected Uw iPhone/iPod is correct in het Universele Dock voor iPod geplaatst.
Uw iPhone/iPod is correct geplaatst in het draadloze systeem voor iPod en verbonden met het toestel via een draadloze verbinding.
Uw iPhone/iPod is verwijderd uit het Universele Dock voor iPod.
De draadloze verbinding tussen uw iPhone/iPod en het toestel is verbroken.
Disconnected De draadloze verbinding is zwak. Probleem Oorzaak Plaats de YID-W10-ontvanger zo ver mogelijk van het toestel vandaan. Oplossing Bij gebruik van het Universele Dock voor iPod: Uw iPhone/iPod laadt niet op, terwijl hij wel is aangesloten op het Universele Dock voor iPod. Het toestel staat niet aan. Schakel het toestel aan of zet het in wachtstand. De iPhone/iPod is niet goed aangesloten. Sluit de iPhone/iPod goed aan op het Universele Dock voor iPod. Bij gebruik van het draadloos systeem voor iPod: Uw iPhone/iPod laadt niet op terwijl de YID-W10-zender die is aangesloten op uw iPhone/iPod in de YID-W10-ontvanger zit. Het toestel staat niet aan. Schakel het toestel aan of zet het in wachtstand. De YID-W10-zender zit niet goed in de YID-W10-ontvanger. Plaats de YID-W10-zender die is aangesloten op uw iPhone/iPod goed in de YID-W10-ontvanger. 36 Nl
■ Bluetooth™ In bepaalde omstandigheden kunnen de volgende meldingen verschijnen op het voorpaneelscherm. Melding Status/oorzaak Oplossing Zie bladzijde De Bluetooth draadloze audio-ontvanger en de Bluetooth-component zijn bezig met koppelen.
De Bluetooth draadloze audio-ontvanger en de Bluetooth-component zijn bezig met verbinding maken.
Completed Het koppelen is voltooid.
Canceled Het koppelen is geannuleerd.
Searching... Disconnected Not found De Bluetooth-component is niet gevonden. Het koppelen is misschien niet gelukt. Tijdens het koppelen: - u moet tegelijkertijd de Bluetooth-component en het toestel koppelen. Controleer of de Bluetoothcomponent in koppelmodus staat. Tijdens het verbinden: - controleer of de Bluetooth-component aan staat. - controleer of de Bluetooth-component zich binnen 10 m van de Bluetooth draadloze audioontvanger bevindt.
Probeer opnieuw te koppelen.
■ Afstandsbediening Probleem Verkeerde afstand of hoek. Oplossing De afstandbediening werkt binnen een maximaal bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten opzichte van het voorpaneel. Direct zonlicht of sterke verlichting (van fluorescentielampen met een voorschakelapparaat, enz.) valt op de afstandsbedieningssensor van dit toestel. Verplaats het toestel. De batterijen zijn bijna leeg. Vervang alle batterijen. Zie bladzijde
AANVULLENDE INFORMATIE De afstandsbediening werkt niet correct. Oorzaak
- Maximaal effectief uitgangsvermogen (JEITA) [alleen modellen voor Azië en Midden/Zuid-Amerika] (1 kHz, 10% THV, 8 Ω) ....................................................... 85 W
- Afstembereik [modellen voor V.S. en Canada] ..................... 87,5 tot 107,9 MHz [modellen voor Azië en Midden/Zuid-Amerika] ................................................ 87,5/87,50 tot 107,9/108,00 MHz [modellen voor Europa, Rusland en Australië] .................................................................. 87,50 tot 108,00 MHz
- Harmonische vervorming (1 kHz) Mono/stereo ................................................................. 0,3%/0,3% AM-GEDEELTE
- Afstembereik [modellen voor V.S. en Canada] ........................ 530 tot 1710 kHz [modellen voor Azië en Midden/Zuid-Amerika] ......................................................... 530/531 tot 1710/1611 kHz [modellen voor Europa, Rusland en Australië] .......................................................................... 531 tot 1611 kHz ALGEMEEN
- Voeding [model voor V.S. en Canada] ............. 120 V wisselstroom, 60 Hz [modellen voor Midden/Zuid-Amerika] .............................. 110-120/220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz [model voor Australië] ....................... 240 V wisselstroom, 50 Hz [model voor Europa en Rusland] ....... 230 V wisselstroom, 50 Hz [Model voor Azië] ................. 220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz
- Stroomverbruik ...................................................................... 150 W
- Stroomverbruik in wachtstand ............................... 0,5 W of minder
- Stroomverbruik bij opladen van iPod ..................... 30 W of minder
- Technische gegevens kunnen zonder kennisgeving gewijzigd worden. Informatie voor gebruikers over inzameling en verwijdering van oude apparaten en gebruikte batterijen Deze tekens op de producten, verpakkingen en/of bijgaande documenten betekenen dat gebruikte elektrische en elektronische producten en batterijen niet mogen worden gemengd met algemeen huishoudelijk afval. Breng alstublieft voor de juiste behandeling, herwinning en hergebruik van oude producten en gebruikte batterijen deze naar daarvoor bestemde verzamelpunten, in overeenstemming met uw nationale wetgeving en de instructies 2002/96/EC en 2006/66/EC. Door deze producten en batterijen correct te verwijderen, helpt u natuurlijke rijkdommen te beschermen en voorkomt u mogelijke negatieve effecten op de menselijke gezondheid en de omgeving, die zich zouden kunnen voordoen door ongepaste afvalverwerking. Voor meer informatie over het inzamelen en hergebruik van oude producten en batterijen kunt u contact opnemen met uw plaatselijke gemeentebestuur, uw afvalverwerkingsbedrijf of het verkooppunt waar u de artikelen heeft gekocht. [Informatie over verwijdering in andere landen buiten de Europese Unie] Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Mocht u artikelen weg willen gooien, neem dan alstublieft contact op met uw plaatselijke overheidsinstantie of dealer en vraag naar de juiste manier van verwijderen. Opmerking bij het batterijteken (onderste twee voorbeelden): Dit teken wordt mogelijk gebruikt in combinatie met een scheikundig symbool. In dat geval voldoet het aan de eis en de richtlijn, die is opgesteld voor het betreffende chemisch product. 39 Nl ПРЕДУПРЕЖДЕНИЕ: ВНИМАТЕЛЬНО ПРОЧИТАЙТЕ ЭТО ПЕРЕД ИСПОЛЬЗОВАНИЕМ АППАРАТА.
Notice-Facile