R-N500 - Netwerk audio-ontvanger YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis R-N500 YAMAHA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Netwerk audio-ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding R-N500 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. R-N500 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING R-N500 YAMAHA
Let op: Lees het volgende voor u dit toestel in gebruik neemt.
1 Om er zeker van te konnen zijn dat u de optimale prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodate u er later nog eens iets in kunt opzoekeken.
2 Installer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek - UIT direct zonlicht, UIT de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. Zorg, ten behoeve van voldoende ventilatie, minimaal voor de volgende vrije ruimte.
Boven: 30~cm
Zijkanten: 20~cm
3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te voorkomen.
4 Stel dit toestel Niet bloat aan plotselinge temperatuurswisselingen van koudaar warm enplaats het toestel Niet in een omgeving met een hove vochtigheidsgraad (bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vomrt, wat zou kuren leiden tot elektrische schokken,brand, schade aan dit toestel en/of personlijk letsel.
5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel kuren vallen, of waar het toestel bloot staat aan druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen Niet bovenop dit toestel:
Andere componenten, waar deze schade+kennenveroorzaken en/of de afwerking van dit toestel+kennendoen verkleuren.
- Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), waar deze brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel hunnenveroorzaken.
- Voorwerpen met vloeistoffen, waar deze elektrische schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel konnen verroorzaken wanner de vloeistofaaruit in het toestelterechtkomt.
6 Dek het toestel Niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz. zDat de koeling Niet belemmerd worden. Als de temperatuur binnenin het toestel te hoog worden, kan dit leiden tot brand, schade aan het toestel en/of personlijk letsel.
7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn.
8 Gebruik het toestel Niet wonneer het ondersteboven is geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken wat kan leiden tot schade.
9 Gebruik geen overdreten kracht op de schakelaars, knoppen en/of snoeren.
10 Wanner u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de stekker zichtrekken, Niet aan het snoer.
11 Maak dit toestel nicht schoon met chemische oplosmiddelen; dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone, droge doeck.
12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of personlijk letsel. Yamaha aanvaardt geen aansprakelijkheid voor等一批 schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan hetgeen aangegeven staat.
13 Om schade als gevolg van blikseminslag te voorkomen, dient u de stekker uit het stopcontact te halen wonneer het onweert.
14 Probeer Niet zichzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Neem contact op met erkend Yamaha servicepersoneel wonneer u vermoedt dat het toestel reparatie behoelt. Probeer in geen geval de behuizing open te makeen.
15 Wanner u dit toestel voor langerearend zich zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen.
16 Lees het hoofdstuk "Foutopsporing" in de handleiding over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont.
17 Voor u dit toestel verplaatst, dient u maar beneden te drukken om dit toesteluit te schakelen,waarna u de stekkeruit het stopcontact dient te halen.
18 Er zal zich condens vormen wonneer de omgevingstemperatuur plotseling verandert. Haal de stekkeruit het stopcontact en LAST het toestel met rust.
19 Wanner het toestel langerearendacter elkaar gebruikt worden, kan het warm worden. Schakel het toestel uit en laat het afkoelen.
20 Installee dit toestel in de buurt van een stopcontact op een plek waar u de stekker gemakkelijk sunt bereiken.
21 De batterijen mogen nicht worden blootgesteld aan ditte, zoals door direct zonlicht, vuur of iets dergelijks. Gooi de batterijen weg volgens de in uw regio geldende regelgeving.
22 Een te hoge geluidsdruk (volume) van een oortelefoon of hoofdtelefoon kan leiden tot gohoorschade.
Zolang het toestel op de netvoeding is aangesloten, is het Niet losgekoppeld van de voeding, zichs als het toestel uitgeschakeld is met of als u het in wachtstand heb te gezet met de -toets op de afstandsbediening. In deze toestand is het toestel ontworpen om een uiterstkleine hoeveelheid stroom te verbruiken.
WAARSCHUWING
OM DE RISICO'S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN.
LET OP
Ontploffingsgevaar indien de batterij Niet op de juiste manier cervangen worden. Vervanguitsluitend door een batterij van hetzelfde of een vergelijkbaar type.

Dit etiket moet op het product worden aangebracht wonneer de bovenkant heet kan wordenijdens geleruik.
Inhoud
INLEIDING
Nuttige functies 2
Bijgeleverde accessoires 3
Bedieningselementen en functies 4
Voorpaneel 4
Voorpaneel. 6
Achterpaneel 7
Afstandsbediening 8
Deafstandsbediening gebruiken 9
VOORBEREIDINGEN
Aansluitingen 10
Luidsprekers en broncomponenten aansluiten 10
De luidsprekers aansluiten 11
De FM- en AM-antennes aansluiten 12
Op een network aansluiten 13
Het netsnoer aansluiten 13
BASISBEDIENING
Afspelen 14
Een bron afspelen 14
De slaaptimer gebruiken 16
LuisterenaarFM/AM-radio 17
FM/AM afstemmen 17
Automatische voorkeuze-afstemming (alleen FM -stations) 18
Handmatige voorkeuze voor afstemming 18
Een voorkeuzestation terugroepen 19
Een voorkeuzestation wissen 19
Radio Data System afstemmen 20
iPod-muziek weergeven 21
Een iPod aansluiten 21
Afspelen van iPod-inhoud 21
Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat..... 23
Een USB-opslagapparaat aansluiten 23
Weergeven van de inhoud van een USB-opslagapparaat 23
Muziek afspelen van mediaservers (pc's/NAS).....25
Het delen van muziekbestanden via media instellen... 25
Afpelen van PC-muziekinhoud 26
Luisterenaar internetradio. 27
Afspelen van iTunes/iPod-muziek via een network (AirPlay) 28
Weergave van iTunes/iPod-muziekinhoud 28
Informatie wisselen op het display van het voorpaneel 29
GEAVANCEERDE BEDIENING
Afspeelinstellungen configureren voor verschillende afspeelbronnen (menu OPTION). 30
OPTION menu-items 30
Verschillende functies configureren (menu SETUP) 31
Onderdelen van het menu SETUP 31
Network Setup 32
Max Volume 33
Initial Volume 33
AutoPowerStdby 33
ECO Mode 33
DC OUT 33
De systeeminstallingen configureren (ADVANCED SETUP-menu) 34
Onderdelen van het menu ADVANCED SETUP 34
Deinstalling van de luidsprekerimpedantie (SP IMP.) wijzigen 34
Deafstandsbedienings-idselecteren(REMOTEID)..34
De standaardinstellungen herstellen (INIT) 35
De firmware bijwerken (UPDATE) 35
De versie van de firmware controleren (VERSION)... 35
Externe apparaten besturen met de afstandsbediening. 36
Deafstandsbedieningscode van een tv instellen. 36
De afstandsbedieningscodes van weergaveapparaten registeren 37
Deafstandsbedieningscodes opnieuw instellen 38
De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk 39
AANVULLENDE INFORMATIE
Foutopsporing. 40
Foutindications op het voorpaneel 45
Handelsmerken. 46
(aan het einde van deze handleiding)
Informatie over software
LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES ...... V
Nuttige functies
Met dit toestel kurz u:
| Muziek van uw iPod- en USB-apparaten afspelen | → | p.21, 23 |
| Muziek van netwerkbronnen (PC/NAS, AirPlay) afspelen | → | p.25, 28 |
| Naar netwerkstreaming diensten luisteren | → | p.27 |
| Naar FM- en AM-radio stations luisteren | → | p.17 |
| De lage tonen versterken door een subwoofer aan te sluiten | → | p.10 |
| Luidsprekerimpedantie configureren | → | p.11 |
| Andere componenten bedieren, zoals een cd-speler, een BD/dvd-speler of tv, met de afstandsbediening van dit toestel | → | p.36 |
| Dit toestel op eco-modus (energiebesparingsfunctie) gebruiken | → | p.33 |
- geeft een bedieningstip aan.
- In deze handleiding worden de bediening met de meegeleverde afstandsbediening uitgelegd.
- In deze handleiding worden de “iPod”, “iPhone” en “iPad” allemaal aangeduid met “iPod”. “iPod” verwijst maar “iPod”, “iPhone” en “iPad”, tenzij anderszins worden aangegeven.
Eenvoudige bediening en draadloos muziek afspelen van iPhone of Android-apparaat
Met de app "NP-controller" voor smartphones/tablets kut u het toestel bedieren vanaf een iPhone, iPad, iPod Touch of Android-apparaten.
Functies
- Basishandelingen zoals in-/uitschakelen en het volume afstellen
- De signaalbron wisselen
- Informatie van de FM-tuner weergeven
- Nummers selecteren en afsplen starten/stuppen
- Muziek van het iPhone- of Android-toestel afspelen
- Om de applicatie te downloaden of de nieuwe informatie te zien, gaat u maar de App Store of Google Play en zoekt u waar "NP-controller".
Ga voor details maar de website van Yamaha.
Bijgeleverde accessoires
Controleer of de volgende accessoires bij het product zich geleverd.
Afstandsbediening

AM-antenna

FM-antenna

Batterijen (x2) (AAA, R03, UM-4)

Opmerkingen over de afstandsbediening en batterijen
Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening.
Laat de afstandsbediening nicht vallen.
- Laat de afstandsbediening Niet liggen enbewaar hem Niet op de volgende plaatsen:
- zeer vochtigeplaatsen, bijvoorbeeld bij een bad
- zeer warme plekken, zoals bij een kachel of fornuis
-
zeerkoudeplaatsen
-
stoffigeplaatsen
-
Plaats de batterijen in overeenstemming met de polariteitsmarkeringen (+ en -).
- Vervang alle batterijen als u merkt dat het werkingsbereik van de afstandsbediening kleiner worden.
- Als de batterijen leeg raken, haal ze dan onmiddelijk uit de afstandsbediening om ontploffing of zuurlekkage te voorkomen.
- Als u lekkende batterijen vindt, doe de batterijen dan onmiddelijk weg waar bij u ervoor zorgt dat u het wegelekte materiaaal nicht aanraakt. Als hetwegelekte materiaal in contact komt met uw huid, uw ogen of uw mond, spoel het dan onmiddelijk weg en raadpleeg een arts. Maak het batterijvak goed schoon voordat u十几年e batterijen plaatst.
- Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Hierdoor kan de levensduur van de nächste batterijen verkort worden of hun den oude batterijen gaanlekken.
- Gebruik geen verschillende types batterijen door elkaar (zoals alkaline- en mangaanbatterijen). Lees de verpakking aandachtig waar deze verschillende types batterijendezelfde vorm enkleur konnen hebben.
Voordat u neue batterijnen plaatst, dient u het batterijvak schoon te vegen. - Bewaar de batterijen op een locatie buiten bereik van kinderen. Batterijen können gevaarlijk zijn als een kind ze in zijn of haar mond stocht.
- Als de batterijen verouderen, zal het effectieve werkbereik van de afstandsbediening aanzienlijk verminderen. Als dit gebeurt, dient u de batterijen zo spoedig möglichk door weitere verrangen.
- Als u van plan bent het toestel Niet te gebruiken gedurende een langeperiode, dient u de batterijen uit het toestel te verwijderen. Anders zullen de batterijen verslijten wat möglich resulteert in lekkage van batterijvloeistof waardoor het toestel beschadigd kan raken.
- De batterijen Niet met algemeen huishoudelijk afval wegwerpen. Werp ze juistweg, volgens de lokale reguleringen.
Bedieningselementen en functies
Voorpaneel

① (aan/uit)
Hiermee zet u het toestel aan/uit (stand-by).
Opmerking
In de stand-bymodus verbruikt dit toestel eenkleine hoeveelheid voeding om van de afstandsbediening infraroodsignalen te ontvangen.
② Aan/uitlampje
Brandt als volgt:
Helder brandend: toestel staat aan
Gedempt: stand-bymodus
③ Afstandsbedieningssensor
Ontvangt infrarode signalen van de afstandsbediening.
Opmerking
Wissel het afstandsbedienings-id:tussen ID1 en ID2 als u meerdere ontvangers of versterkers van Yamaha gebrukt (p.34).
④ DIMMER
Wijzigt het holderheitsniveau van het Voorpaneelschemm.
Kies de helderheid uit 5 niveaus door herhaaldelijk op deze toets te drukken.

Deze instelling worden behouden, zelfs als u dit toestel uitschakelt.
⑤ DISPLAY
Selecteert de informatatie die worden weergegeven op de display op het voorpaneel (p.29).
(6) MEMORY
Slaat de huidige FM/AM-station als voorkeuze op als TUNER als signalbron worden geselecteerd (p.18).
⑦ CLEAR
Wist een FM/AM-voorkeuzestation als TUNER als de signaalbron is geselecteerd (p.19).
⑧ Voorpaneel
Geeft informatatie weever de bedrijfsstatus van het toestel.
(9) PRESET /
Selecteert een FM/AM-voorkeuzestation als TUNER als de signaalbron is geselecteerd (p.19).
Toetsen FM en AM
Hiermee schakelt u:tussen FM en AM (p.17).
⑪ TUNING /
Selecteert de afstemmingsfrequentie als TUNER als de signaalbron is geselecteerd (p.17).
PURE DIRECT en -lampje
Hiermee kunt u met een zo zuiver möglichk geluid maar en bron luisteren (p.14). Het lampje erboven gaat branden en het Voorpaneelschem gaat UIT wanner u deze functie inschakelt.
⑬ PHONES-aansluiting
Voert audio uit maar uw hoofdtelefoon zodate u privé kunte luisteren.
14 SPEAKERS A/B
Schakelt, elke keer dat de overeenkomende toets worden ingedrukt, de luidsprekerset in ofuit die is aangesloten op de aansluitingen SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het中断paneel.
15 USB-aansluiting
Om een USB-opslagapparaat (p.23) of een iPod aan te sluiten (p.21).
16 INPUT-keuzeknop
Hiermee kiest u de signaalbron waar u maar wilt luisteren.
BASS-regelaar
Verhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen. De middelste stand levert een vlakke klank op (p.15)
18 TREBLE-regelaar
Verhoogt of verlaagt de versterking van de hoge tonen. De middelste stand levert een vlakke klank op (p.15)
BALANCE-regelaar
Stelt de geluidsbalans van de linker- en rechterluidsprekers om onevenwichtig geluid te compenseren dat wordenveroorzaakt door deplaatsing van de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer waar er worden geluisterd (p.15).
LOUDNESS-regelaar
Behoudt het volledige klankspectrum bij alle volumeniveaus, door het verlies aan gevoeligheid van het menselijkoor voor hoge en lage frequencies bij een laag volume te compenseren (p.15).
2 SELECT/ENTER (stapgewijze keuzeknop)
Draai de keuzeknop om een numerieke waarde of instelling te selecteren en druk verwolgens op de keuzeknop om te bevestigen.
2 RETURN
Keert terug maar de vorige individatie op het Voorpaneelschem.
23 VOLUME-regelaar
Verhoegt of verlaagt het geluidsniveau.
Voorpaneel

① Informatieweergave
Geeft de huidige status weir (zoals naam van ingang en naam van geluidsmodus).
UCNT de weergegeven informatie wisselen als u op DISPLAY drukt (p.29).
② STEREO
Gaat branden als het toestel een stereo FM-radiosignaal ontvangt.
(3) TUNED
Gaat branden als het toestel een signal van een FM/AM-station ontvangt.
Luidsprekerindicators
"SP A" gaat branden als de SPEAKERS A uitgang is ingeschakeld en "SP B" brandt als de SPEAKERS B uitgang is ingeschakeld.
⑤ SLEEP
Gaat branden als de slaaptimer is ingeschakeld.
⑥ MUTE
Knippert als de audio is gedempt.
Volume-indicator
Geeft het huidige volume aan.
⑧ Cursorindicators
Geeft aan welke cursortoetsen op de afstandsbediening momenteel bediend worden.

U kunt het holderheidsniveau van het Voorpaneel wijzigden door op de afstandsbediening op DIMMER te drukken (p.8).
Achterpaneel

① PHONO-aansluitingen
Voor de aansluiting op een platenspeler (p.10).
② OPTICAL 1-2 aansluitingen
Voor de aansluiting op audiocomponenten die van optische digitale uitgangen zijn voorzien (p.10).
③ ANTENNA-aansluitingen
Voor de aansluiting op FM- en AM-antennes (p.12).
④ COAXIAL 1-2 aansluitingen
Voor de aansluiting op audiocomponenten die van coaxiale digitale uitgangen zijn voorzien (p.10).
⑤ SPEAKERS-aansluitingen
Gebruikt om luidsprekers aan te sluiten (p.11).
⑥ NETWORK-aansluiting
Voor het aansluiten op een netwerk (p.13).
⑦ DC OUT-aansluiting
Voor het voorzien van stroom van een Yamaha
AV accesoire. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van het
AV-accessoire voor meer informatie over aansluitingen.
⑧ Netsnoer
Voor de aansluiting op een stopcontact (p.13).
9 LINE 1-3 aansluitingen
Voor de aansluiting op analoge audiocomponenten (p.10).
CD-aansluitingen
Voor de aansluiting op een cd-speler (p.10).
⑪ SUBWOOFER PRE OUT-aansluiting
Voor de aansluiting op een subwoofer met ingebouwdeversterker (p.10).
⑫ REMOTE IN/OUT-aansluitingen
Als u een andere Yamaha-component hebt die externe aansluiting ondersteunt, zoals dit toestel doet, dan is geen infrarode zender nods. U kunt externe signalen verzenden door een infrarode ontvanger en de REMOTE IN-aansluiting van het andere component op de REMOTE
IN/OUT-aansluitingen van dit toestel aan te sluiten door kabels met mono-ministekkers te gebruiken.
Er können tot zes Yamaha-componenten (inclusief dit toestel) worden aangesloten.

Afstandsbediening
Yamaha-component (1)
(tot zes componente, inclusief dit toestel)
Afstandsbediening
In dit gedeelte worden de functie van elke toets op de afstandsbediening beschreven waarmee u het toestel of andere componenten van Yamaha of andere fabrikanten bedient.

① Infraroodsignaalzender
Verzendt infrarode signalen.
② SLEEP
Stelt de slaaptimer in (p.16).
③ SOURCE
Zet een extern apparaat aan/uit.
④ RECEIVER
Hiermee zet u het toestel aan/uit (stand-by).
⑤ DIMMER
Wijzigt het holderheitsniveau van het voorpaneelschem. Kies de holderheid uit 5 niveaus door herhaaldelijk op deze toets te drukken.
(6) ID
Verandert het afstandsbedienings-id (p.34).
⑦ Signaalkeuzetoetsen
Hiermee selecteert u een signaalbron voor weergave.
COAX 1-2 COAXIAL 1-2 aansluitingen
OPT 1-2 OPTICAL 1-2 aansluitingen
LINE 1-3 LINE 1-3 aansluitingen
PHONO PHONO-aansluitingen
TUNER FM/AM-tuner
CD CD-aansluitingen
USB USB-aansluiting
NET NETWORK-aansluiting (druk hier herhaaldelijk op om de gewenste netwerkbron te selecteren)
(8) Radiotoetsen
De FM/AM-radio bedieren (p.17).
FM Hiermee schakelt u maar FM-radio.
AM Hiermee schakelt u maar AM-radio.
MEMORY Hiermee stelt u FM/AM-radiostations in als voorkeuzestations.
PRESET Hiermee selecteert u een voorkeuzestation.
TUNING Hiermee selecteert u de radiofrequentie.
⑨ Bevat bedieningstoetsen
SHUFFLE Schakeltussen de shufflemodi
REPEAT Schakeltussen de herhalingsmodi.
HOME Toont menu op tops niveau op het Voorpaneel.
NOW PLAYING Toont de afspeelinformatie op het Voorpaneel.
10 SETUP
Geeft het menu "SETUP" weer (p.31).
(1) Menutoetsen
Cursortoetsen Hiermee selecteert u een menu of parameter.
ENTER Hiermee bevestigt u een geselecteerd item.
RETURN Keert'erug'naar de vorige status.
DISPLAY Schakeltusseninformatie die op het voorpaneel wordengetoond.
⑫ Bedieningstoetsen voor extern apparaat
Hiermee(Int) menu's weergeven en selecteren en andere handelingen uitvoeren voor externe apparaten (p.37).
⑬ Nummertoetsen
Hiermee kunt u numerieke waarden invoeren, zoals radiosfrequencies.
⑭ Bedieningstoetsen tv
Hiermee kurz u de tv-invoer en het volume selecteren en andere tv-handelingen uitvoeren (p.36).
15 CODE SET
Registreert afstandsbedieningscodes van externe apparaten op de afstandsbediening (p.36).
16 SPEAKERS A/B
Schakelt de luidsprekers in en uit die zich aanegasloten op de aansluitingen SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het中断paneel van het toestel wonneur u op de betreffende toets drukt.
17 MODE
Hiermee schakelt u:tussen "Stereo" en "Mono" voor de ontvangst van FM-radio (p.17). Schakelt tussen de iPod-bedieningsmodi (p.22).
18 OPTION
Geeft het menu "OPTION" weer (p.30).
VOLUME-toetsen
Hiermee past u het volume aan.
20 MUTE
Dempt de audioweergave.
Als u externe apparaten wilt bedieren met de afstandsbediening,要去 u voor het gebruik de afstandsbedieningscode voor elk apparaat instellen (p.36).
De afstandsbediening gebruiken
Batterijenplaatsen

■ Werkingsbereik
De afstandsbediening zendt een gerichte infraroodstraaluit.
Zorg dat u de afstandsbediening rechtstreeks op de afstandsbedieningsensor op het voorpaneel van dit toestelRCT.

Aansluitingen
Luidsprekers en broncomponenten aansluten
LET OP
- Sluit dit toestel of andere componenten pas op het Lichtnet aan nadat alle aansluitingen:tussen componenten zichn voltooid.
- Alle aansluitingen要去en correct zijn: L (links) maar L, R (rechts) maar R, “+” maar “+” en “-” maar “-”. Als de aansluitingen Niet kloppen, worden er geen geluid weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de luidsprekeraansluitingen Niet correct is, klinkt de weergave onnatuurlijk met te weinig lage tonen. Raadpleeg de gebruikershandleiding van elk van uw componenten.
- Laat blootliggende luidsprekerdraden Niet met elkaar of met metalen onderdelen van het toestel in contact komen. Hierdoor konnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken.


- De PHONO-aansluitingen zijn bedoeld voor een platenspeler met MM-cassette.
- Verbind uw platenspeler met de GND-aansluiting om ruis in het signal te verminderen. Bij sommige platenspelers hoort u juist minder ruis zonder de GND-aansluiting.
Opnameapparaten aansluten
U kunt audio-opnameapparaten met de LINE 2-3 (REC)-aansluitingen verbinden. Deze aansluiting voert analoge audiosignalen uit die als de invoor zich geselecteerd.
Opmerking
Zorg dat de LINE 2-3 (REC)-aansluitingen alleen worden gezruikt om opnameapparatuur aan te sluiten.
- Als u LINE2 als de invoerbron selecteert, worden de audio-uitgang van de LINE 2 (REC)-aansluitingen gedempt. Als u LINE3 als de invoerbron selecteert, worden de audio-uitgang van de LINE 3 (REC)-aansluitingen gedempt.
De luidsprekers aansluiten
De luidsprekerimpedantie instellen
Het toestel is standard geconfigureerd voor luidsprekers van 8 ohm. Als u luidsprekers van 4 tot 6-ohm aansluit, dient u de luidsprekerimpedantie in te stellen op "4 MIN".
1 Voordat u de luidsprekers aansluit, sluit u het netsnoer aan op het stopcontact.
2 Houd RETURN op het voorpaneel ingedrukt en druk op (aan/uit).

3 Controller of "SP IMP." op het voorpaneel worden weergegeven.
5P IMP. "80MIN
4 Druk op SELECT/ENTER om "4 Ω MIN" te selecteren.
5 Druk op (aan/uit) om het toestel uit te schakelen en verwijder het netsnoor uit het AC-stopcontact.
Nu kurz u de luidsprekers aansluiten.
De luidsprekerkabels aansluiten
Luidsprekerkabels zijn voorzien van twee draadjes. Het ene draadje dient voor de verbinding met de negatieve (-) aansluiting van het toestel, het andere dient voor de positieve (+) aansluiting. Als de draden zijn voorzien van kleurmarkering om verwarring te voorkomen, verbindt u het zwarte draden met de negatieve aansluiting en het andere draden met de positieve aansluiting.
① Verwijder ongeveer 10mm van de isolatie van de uiteinden van de luidsprekerkabel en draai de blootliggende draden van de kabel stevig in elkaar.
② Maak de luidsprekeraansluiting los.
③ Steek de blootliggende draadjes van de kabel in de opening aan de zijkant (bovenaan rechts of onderaan links) van de aansluiting.
④ Maak de aansluiting vast.

Dumbel bedrade aansluiting
Een dubbel bedrade aansluiting scheidt de woofer (lagetonenluidspreker) van het gecombineerde deel voor de midddentonen en de tweeters (hogetonenluidsprekers). Een luidsprekerkast voor dubbele bedrading heeft vier klemaaansluitingen. Door twee sets van aansluitingen is de luidsprekerkast in twee onafhankelijk delen gesplitst. Met deze verbindingen worden de reproductie van de midden- en hoge tonen via de ene set aansluitingen geleid en die van de lage tonen via een andere set aansluitingen.

Dit toestel
Sluit de andere luidspreker opdezelfde manier aan op de andere set aansluitingen.
Opmerking
Bij het makesen van dubbel bedrade aansluitingen dient u de kortsluitbruggen of kabels van de luidspreker te verwijderen.
Om dubbel bedrade aansluitingen te gebruiken, drukt u op SPEAKERS A en SPEAKERS B op het Voorpaneel of op de afstandsbediening zDat beside SP A en B op het Voorpaneel branden.

SPEAKERS A/B

De FM- en AM-antennes aansluten
Bij dit toestel zijn antennes meegeleverd voor FM- en AM-uitzendingen. Over het algemeen zonden deze antennes voldoende signalsterkte要去en leveren. Sluit de antennes aan op de waarvoord bedoelde aansluitingen.
Opmerking
Als u last heeft van een slechte ontvangst,kest u een buitenantenne installeren. Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende Yamaha-verkoper of -servicecentrum maar de möglichkheden met buitenantennes.

De meegeleverde AM-antenne monteren

De draden van de AM-antenna aansluiten

Op een network aansluten
U kunt op het toestel genieten van internetradi of muziekbestanden die zijn opgeslagen op mediaservers, zoals pc's en op network aangesloten opslag (Network Attached Storage, NAS).
Sluit het toestel aan op de router met een in de handel verkrijgbare STP-netwerkkel (rechte kabel van CAT-5 of hoger).

#
- Als u een router gebruikt die de DHCP-functie ondersteunt, hoeft u geen netwerkinstelingen voor het toestel te configureren, waar dat de netwerkparameters (zoals het IP-adres) er automatisch aan worden toegewezen. U hoeft de netwerkinstelingen alleen te configureren als uw router geen DHCP ondersteunt of als u de netwerkparameters handmatig wilt configureren (p.32).
- In "Information" (p.32) in het menu "SETUP"(Int) kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zich toegewezen.
Opmerking
- Bepaalde beveiligingssoftware die op uw pc is geinstalleerd of de firewallinstallingen van netwerkapparaten (bijvoorbeeld een router) kannen de toegang van het toestel tot de netwerkapparaten of internet blokkeren. In deze gezallen dient u deinstallingen van de beveiligingssoftware of firewall op de juiste wijze te configureren.
- Elke server要去因其 aangesloten op hetzelfde subnetwork als het toestel.
- Als u de service via internet wilt gebruiken, worden een breedbandverbinding ten zeerste aanbevolen.
Het netsnoer aansluten
Als u alle aansluitingen hebt uitgevoerd, sluit u het netsnoor aan.

Afspelen
LETOP
Let heel goed op wanneru ud cd's afspeelt die zichen opgenomen met DTS.
Als u een cd aftspeelt die is gecodeerd met DTS in een cd-speler die DTS Niet ondersteunt, hoort u alleen ruis en deze ruis kan uw luidsprekers beschadigen. Controller of uw cd-speler cd's ondersteunt die zich gecodeerd met DTS. Controller ook het geluidsniveau van uw cd-speler voordat u een cd gaat aftspelen die is gecodeerd met DTS.
Een bron afspelen

(aan/uit)
SPEAKERS A/B
INPUT-keuzeknop
VOLUME


1 Druk op (aan/uit) op het voorpaneel (of RECEIVER op de afstandsbediening) om dit toestel in te schakelen.
2 Draai aan de INPUT-keuzeknop op het voorpaneel (of druk op een van de invoorkeuzetoetsen op de afstandsbediening) om de ingangsbron te kiezen waarnaar u wilt luisteren.
3 Druk op SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het voorpaneel of op de afstandsbediening om luidsprekers A en/of B te kiezen.
Als luidsprekerset A of luidsprekerset B is ingeschakeld,wordt overeenkomstig op het voorpaneel SP A of SP B wergegeven (p.6).
Opmerkingen
- Als een luidsprekerset met dubbel bedrade verbindingen is aangesloten, of als geleuktijdig twee luidsprekersets (A en B) worden gezruikt, dient u ervoor te zorgen dat op het voorpaneel SP A en SP B worden weergegeven.
- Wanneru luistert met een hoofdtelefoon, zet dan deluidsprekersuit.
4 Speel de bron af.
5 Draai aan de VOLUME-regelaar op het voorpaneel (of druk op VOLUME + / - op de afstandsbediening) om het geluidsuitvoerniveau te regelen.
U kurz de geluidskwaliteit aanpassen met de regelaars BASS (lage tonen), TREBLE (hoge tonen), BALANCE (balans) en LOUDNESS (hoog/laagverhouding) of met de schakelaar PURE DIRECT op het Voorpaneel.
6 Druk op het voorpaneel opnieuw op (aan/uit) (of op de afstandsbediening op RECEIVER) om het gebruik van dit toestel te voltooien en het in stand-bymodus in te stellen.
De PURE DIRECT-schakelaar gebruiken
Leidt ingangssignaaluituwaudiobronnenvoorbijde BASS-,TREBLE-,BALANCE- en LOUDNESSregelaars,waardoor het audiosignaal Niet wordt beinvloed en het puurst möglichke geluid worden gecreerd. De PURE DIRECT-lamp gaat branden en het Voorpaneelschem gaat na een paar secondenuit.

PURE DIRECT-schakelaar
Opmerkingen
- De regelaars BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS werken nicht als de functie PURE DIRECT is ingeschakeld.
- Deze instelling blijft behouden, zichs als u dit toestel uitschakelt.
De regelaars voor BASS en TREBLE afstellen

De regelaars BASS en TREBLE stellen de hoge en lage frequentierresponses af.
De middelste stand levert een vlakke klank op.
BASS
Wanner u vindt dat er nicht genoeg bas (geluid met lage frequencies) is, dan draait u de knop maar rechts. Wanner u vindt dat er te veel bas is, dan draait u de knop maar links.
Bedieningsbereik: -10dB tot +10dB (20 Hz)
TREBLE
Wanner u vindt dat er nicht genoeg hoog (geluid met hoge frequencies) is, dan draait u de knop maar rechts. Wanner u vindt dat er te veel hoog is, dan draait u de knop maar links.
Bedieningsbereik: -10dB tot +10dB (20 kHz)


De BALANCE-regelaar afstellen

BALANCE
Met de BALANCE-regelaar regelt u de geluidsbalans van de linker en rechtier luidsprekers om onevenwichtig geluid te compenseren dat wordt veroorzaakt door de plaatsing van de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer waar er worden geleulisterd.

De LOUDNESS-regelaar afstellen


Behoud het volledige klankspectrum bij alle volumeniveaus, door het verlies van het menselijkoor aan gevoeligheid voor hoge en lage frequencies bij een laag volume te compenseren.
LET OP
Als de schakelaar PURE DIRECT is ingeschakeld verwijl de LOUDNESS-regelaar op een bepaald niveau is ingesteld, dan worden de invoersignalen Niet langs de LOUDNESS-regelaar geleid, wat in een plotselinge toename van het geluidsuitvoerniveau resulteert. Om te voorkomen dat uw gehoor of de luidsprekers worden beschadigd, dient u ervoor te zorgen dat de schakelaar PURE DIRECT worden ingedrukt nadatu het geluidsuitvoerniveau hebt verlaagd of nadat u hebt gecontroleerd dat de LOUDNESS-regelaar juist is ingesteld.
1 Stel de LOUDNESS-regelaar in op de FLAT-stand.

2 Draai aan de VOLUME-regelaar op het voorpaneel (of druk op VOLUME +/-op de afstandsbediening) om het geluidsuitvoerniveau in te stellen op het luidste niveau waarnaar u zou wollen luisteren.
3 Draai aan de LOUDNESS-regelaar tot het gewenste volume is bereikt.


Nadat u de LOUDNESS-regelaar hebt ingesteld, kurz u genieten van muziek op het volume maar uw keuze. Als het effect van de instelling van de LOUDNESS-regelaar te sterk of te zwak is, stelt u de LOUDNESS-regelaar opnieuw af.
De slaaptimer gebruiken
Gebruik deze functie om het toestel na een bepaalde tijdsduur automatisch in stand-bymodus te zetten. De slaaptimer is nuttig als u gaat slapen verwijl het toestel een bron aftspeelt of opneemt.

Opmerking
De slaaptimer kan alleen met de afstandsbediening worden ingesteld.
1 Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijsdsuur in te stellen voordat het toestel in standbymodus gaat.
Elke keer dat u op SLEEP drukt, wijzigt het voorpaneel zoals hieronder worden getoond.

De SLEEP-lamp knippert verwijl u de tijsduur voor de slaaptimer instelt.

Als de slaaptimer is ingesteld, zal de SLEEP-lamp op het voorpaneel branden.

- Selecteer "Sleep Off" om de slaaptimer uit te schakelen.
- De instelling van de slaaptimer kan ook worden geannuleerd door op de afstandsbediening op RECEIVER te drukken om dit toestel in stand-bymodus in te stellen.
Luisterenaar FM/AM-radio
FM/AM afstemmen

1 Druk op TUNER om TUNER als de signaalbron te selecteren.
2 Druk op FM of op AM om de ontvangstban (FM of AM) te selecteren.
3 Houd TUNING / langer dan 1 seconde ingedrukt om afstemmen te starten.
Druk op om maar een hogere_freqentie af te stemmen.
Druk op om maar een lagere frequentie af te stemmen.
De freiagentie van de ontvangen zender worden op het voorpaneel getoond.
Als een uitzending worden ontvangen, brandt de "TUNED"-lamp op het Voorpaneel. Als een stereouitzending worden ontvangen, brandt ook de "STEREO"-lamp.

Als de afstemmende zoekopdracht Niet bij de gewenste zender stoot抗氧化 de signalen van de zender te zwak zich, gebruikt u de volgende toetsen om een frequente in te stellen.
TUNING 公 / 空
de frequente verlagen/verhogen.
Nummertoetsen:
geef rechtstreeks een freiendentie op. Om bijvoorbeeld 98.50MHz te selecteren, drukt u op "9", "8", "5" en "0" (of ENT).
Opmerkingen
- Wanner u op de nummertoetsen op de afstandsbediening drukt verwijl u op een voorkeuzestation afstemt, worden een voorkeuzenummer geselecteerd. Stel de afstemmingsmodus in op freiagentie.afstemmingsmodus met behulp van TUNING 公 / 公 ,voordat u op de nummertoetsen drukt.
- Als u een frequentie invoert die buien het ontvangbare bereik ligt, dan worden op het Voorpaneel "Wrong Station!" weergegeven. Let erop dat de ingevoerde frequentie correct is.

Als de signaalontvangst voor een FM-radiozender Niet stabel is, kan het helpen om over te schakelen maar Mono.
FM-ontvangst verbeteren
Als het signaal van het station zwak is en de geluidskwaliteit is Niet goed, stel dan de FM-radioontvangstmodus in op mono om de ontvangst te verbeteren.
1 Druk herhaaldelijk op MODE om "Stereo" (automatische stereomodus) of "Mono" (mono-modus) te selecteren als dit toestel op een FM-radiozender is afgestemd.
Wanner u Mono selecteert, worden FMuitzendingen weergegeven in mono.
Opmerking
De STEREO-lamp gaat branden op het Voorpaneel als uaar een station in stereo luistert.
Automatische voorkeuzeafstemming (alleen FM -stations)
U kurz de automatische voorkeuze-afstemfunctie gebruiken om automatisch FM-stations als voorkeuzestations te registeren. Met deze functie kan het toestel automatisch afstemmen op FM-stations met een sterk signal en 40 van dergelijkke stations in volgorde opslaan. U kurz dan gemakkelijk zo'n voorkeuzestation terugroepen door het voorkeuzenummer te selecteren.
Opmerkingen
- Als u een station maar een voorkeuzenummer registreert waarop al een station is geregistreerd, worden het erder geregistreede station overgeschreven.
- Als het station dat u wilt opslaan een zwak signaal heeft, probeer dan de handmatige voorkeuze-afstemmethode.
#
- FM-stations die met de automatische voorkeuzeregistratie als voorkeuzestations zijn geregestreerd, klinken in stereo.
- Alleen stations de met het Radio Data System worden uit gezonden, worden automatisch door de functie Auto Preset (automatische voorkeuze) opgeslagen.

1 Druk op TUNER om TUNER als de signaalbron te selecteren.
2 Druk op de afstandsbediening op OPTION. Het menu "OPTION" worden weergegeven (p. 30).
3 Druk op / om "Auto Preset" te selecteren en druk daarna op ENTER.

Het toestel zoekt ongeveer 5 seconden later de FMband af vanaf de laagste frequentie omhoog. Om het scannen onmiddelijk te starten, houdt u de toets ENTER ingedrukt.
#
- Voor dat het scannen start,(Int, u het eerste voorkeuzenummer aangeven dat moet worden gebruikt. Hiervoor drukt u op PRESET / of op de cursortoets ( /) op de afstandsbediening.
- Om het scannen te annuleren, drukt u op FM, AM of op RETURN.

Als het scannen is voltooid, worden "FINISH" weergegeven en daarna keert het displaytering een de oorspronkelijke status.
Handmatige voorkeuze voor afstemming
U kurz handmatig 40 FM/AM-stations registeren (40 in totaal). U kurz dan gemakkelijk zo'n voorkeuzestation terugroepen door het voorkeuzenummer te selecteren.

Een radiosetation handmatig registraren Selecteer handmatig een radiostation en registrarer deze als een voorkeuzenummer.
1 Volg "FM/AM afstemmen" (p.17) om op het gewenste radiostation af te stemmen.
2 Houd MEMORY langer dan 2 seconden ingedrukt.
Wanner u voor het eerst een station registreert, wordt het geselechte radiostation geregisteerd met het voorkeuzenummer "01". Daarna worden elk geregisteerd radiostation geregisteerd onder het volgende lege voorkeuzenummer na het LAST geregisteerde nummer.

#
Om voor registratie een Voorkeuzenummer te selecteren, drukt u een keer op MEMORY nadat u op het gewenste radiostation heb afgestemd. Druk op PRESET / om een voorkeuzenummer te selecteren en druk dan opnieuw op MEMORY.

"Empty" (niet in gebruik) of de huidig geregistreeerde frequentie
Een voorkeuzestation terugroepen
U kunt voorkeuzestations terugroepen die zich geregistreed met de automatische of de handmatige voorkeuzemethode.

1 Druk op TUNER om "TUNER" als de signaalbron te selecteren.
2 Druk op PRESET / om een voorkeuzenummer te selecteren.
#
- Voorkeuzenummers waaroor geen stations zijn geregisteerd, worden overgeslagen.
- "No Presets" worden weergegeven als geen setations zich geregistreerd.
- U kunt een voorkeuzenummerrechtstreeks selecteren door tijdens het terugroepen van een voorkeuzestation op de nummertoetsen op de afstandsbediening te drukken. "Empty" worden weergeveen op het display als u een voorkeuzenummer invoert waarop geen station is geregisteerd. "Wrong Num." worden weergeveen als u een ongeldig nummer invoert.
- Wonneer u op de nummertoetsen op de afstandsbediening drukt tijdens normala afstemmen, worden een freiendentie ingevoerd. Stel met PRESET / de afstemmingsmodus in op de vooraf ingestelde afstemmingsmodus voordat u op nummertoetsen drukt.
Een voorkeuzestation wissen
Wis radiostations die waar de voorkeuzenummers zich geregisteerd.

1 Druk op TUNER om "TUNER" als de signaalbron te selecteren.
2 Druk op OPTION.
3 Gebruik de cursortoetsen om "Clear Preset" te selecteren en druk op ENTER.

4 Gerbuik de cursortoetsen ( / ) om een voorkeuzestation te selecteren die要去 worden gewist en druk op ENTER.

Voorkeurstation die u wilt wissen
Als het voorkeuzestation is gewist, worden "Cleared" weergegeven en worden het volgende gebruikte voorkeuzenummer weergegeven.

5 Herhaal stap 4 tot alle gewenste voorkeuzestations zijn gewist.
6 Druk op OPTION om het menu te sluiten.
#
U kunt vanaf het Voorpaneel een voorkeuzestation wissen.
① Druk op het voorpaneel op CLEAR.
② Draai SELECT/ENTER om het voorkeuzestation te selecteren die u wiltissen.
③ Druk op SELECT/ENTER of op CLEAR om het voorkeuzestation te wissen.
Radio Data System afstemmen
Radio Data System is een systemd voor gevevensoverdracht dat door FM-stations in een groot aanlanden worden gezruikt. Het toestel kan diverse soorten Radio Data System-gevevens ontvangen, zoals "Program Service", "Program Type", "Radio Text" en "Clock Time" wonneer het toestel is afgestemd op een Radio Data System-zender.
De Radio Data System-informatie weergeven

1 Stem af op de gewenste Radio Data Systemzender.
Wij raden u aan om "Auto Preset" te gebruiken om af te stemmen op de Radio Data System-zenders (p.18).
2 Druk op DISPLAY.
Telkens wanneer u op de toets drukt, worden een ander onderdeel weergegeven.

Na 3 seconden worden de bijbehorende informatie voor het weergegeven onderdeel weergegeven.

| Program Service | Naam programmaservice |
| Program Type | Type van het huidige programme |
| Radio Text | Informatie over het huidige programme |
| Clock Time | Huidigeijd |
| Frequency | Frequentie |
Opmerking
"Program Service", "Program Type", "Radio Text" en "Clock Time" worden nicht weergegeven als het radiostation de Radio Data System-service Niet verstrekt.
Automatisch verkeersinformationatie ontvangen
Als "TUNER" als signaalbron is geseleerd, ontvangt het toestel automatisch verkeersinformatie. Als u deze functie wilt inschaken, volgt u de procedure hieronder om het station met verkeersinformatie in te stellen.

1 Als "TUNER" als de signaalbron is geselecteerd, drukt u op OPTION.
2 Gebruik de cursortoetsen om "TrafficProgram" te selecteren en druk op ENTER.
Het zoeken aan het station met verkeersinformatie begint na ongeveer 5 seconden. Druk nogmaals op ENTER als u direct met zoeken wilt beginnen.
中
- Als u omhoog/omlaag wilt zoeken vanaf de huidige freiagentie drukt u op de cursortoetsen (/) verwijl "READY" worden weergegeven.
- Druk op RETURN als u het zoeken wilt annuleren.
- Met tekst:tussen haakjes worden indicators op het display op het voorpaneel aangegeven.
Het volgende scherm worden ongeveer 3 seconden weergegeven als het zoeken is voltooid.

Opmerking
"TP Not Found" worden gedurende ongeveer 3 seconden weergegeven als er geen stations met verkeersinformatie zich gezonden.
iPod-muziek weergeven
U kunt iPod-muziek op het toestel weergeven met een USB-kabel die bij de iPod is geleverd.
Opmerking
Afhankelijk van het model of de softwareversie van een iPod is het möglich dat een iPod Niet worden gedetecteerd door het toestel of dat sommige functies Niet compatibel zich.
Gemaakt voor
- iPod touch (1ste, 2de, 3de, 4de en 5de generatie)
- iPod nano (2de, 3de, 4de, 5de, 6de en 7de generatie)
- iPhone 5, iPhone 4S, iPhone 4, iPhone 3GS, iPhone 3G, iPhone
- iPad (4de generatie), iPad mini, iPad (3de generatie), iPad 2, iPad
(vanaf augustus 2013)
Een iPod aansluten
Sluit uw iPod op het toestel aan met de USB-kabel die bij de iPod is geleverd.
1 Sluit de USB-kabel aan op de iPod.
2 Sluit de USB-kabel aan op de USB-aansluiting.

Het toestel (voorzijde)

中
De iPod worden opgeladen verwijl deze op het toestel is aangesloten. Als u het toestel in de stand-bymodus zet verwijl de iPod worden opgeladen, gaat het opladen van de iPod maximaal 4研究成果 door.
Als "NET Standby" (p.32) in het menu "SETUP" is ingesteld op "On", gaat het zonder limiet door met veranderen.
Opmerking
Koppel de iPod los van de USB-aansluiting wanner de iPod nicht worden gezruikt.
Afspelen van iPod-inhoud
Volg de procedure hieronder om de inhoud van de iPod te bedieren en de weergave te starten.
Opmerking
“” (onderstreepteken) worden weergegeven voor tekens die het toestel Niet ondersteunt.

1 Druk op USB om "USB" als de signaalbron te selecteren.

2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER.
Als er een nummer is geselecteerd, worden het afsplen gestart en worden de afspeelinformatie weergegeven.

中
- Druk op RETURN omtering te gaan maar het vorige scherm.
- Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt,kest u voorpaneel aftspeelinformatie wissen (p.29).
- Als u de iPod handmatig wilt bedieren om inhoud te selecteren of het weergeven te bedieren, schakelt u maar de modus voor eenvoudig afspelen (p.22).
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om de weergave te besturen.
| Bedieningstoetsen voor extern apparaat | Function |
| ▷ | Hervat het afspelen na het pauzeren. |
| □ | Stopt het afspelen. |
| □□ | Stopt het weergeven tijdelijk. |
| [K] | Gaat vooruit/terug. |
| [D] | |
| <◁ | Zoekt voorwaarts/achterwaarts (ingedrukt honden). |
| [D] | |
| HOME | Geeft het hoofdmenu van de iPod waar. |
| NOW PLAYING | Geeft informatieaal of het nummer dat worden afgespeeld. |
De iPod selbst bedieren of met de afstandsbediening (eenvoudig aftspelen)
1 Druk op MODE om maar de modus voor eenvoudig afspelen te schakelen.
Tussen de modus voor eenvoudig afspelen worden op het Voorpaneel alleen de ingangsnaam weergegeven. Als u de afspeelinformatie bevestigt, dient u het iPod scherm te raadplegen.
#
Als u de modus voor eenvoudig afspelen wilt afsluiten, drukt u opnieuw op MODE.
2 Bedien de iPod zelf of de afstandsbediening om het afspelen te starten.
| Beschikbare afstandsbedienings toetsen | Functie | |
| Cursortoetsen | Hiermee(Int)kunt u een item selecteren. | |
| ENTER | Bevestigt de selectie. | |
| RETURN | Keert terug maar de vorige status. | |
| Bedienings toetsen voor extern apparaat | Δ | Start of stopt het afspelen tijdelijk. |
| Π | ||
| ∅ | Stopt het afspelen. | |
| ΚΑ | Gaat vooruit/terug. | |
| ΤΟ | ||
| ΤΟ | ||
| Οι | Zoekt voorwaarts/achterwaarts (ingedrukt houden). | |
Instellingen voor herhalen/shuffle
U kunt deinstallingen voor herhalen/shuffle van uw iPod configureren.
1 Als de invoerbron "USB" is, drukt u herhaaldelijk op REPEAT of op SHUFFLE om de aftspeelmethode te selecteren.
| Item | Instelling | Functie |
| Repeat | Off | Zet de functie herhalen uit. |
| One | Speelt het huidige nummer herhaaldelijk af. | |
| All | Speelt alle nummers herhaaldelijk af. | |
| Shuffle | Off | Zet de functie afspelen in willekeurige volgorde uit. |
| Songs | Speelt nummers in willekeurige volgorde af. | |
| Albums | Speelt albums in willekeurige volgorde af. |
#
- Herhalen/shuffle kan ook in het menu "OPTION" worden aangegeven (p. 30).
- De handeling of weergave van herhalen/shuffle kan verschillen. Dit hangt af van het gebruekte type of de versie software van iPod.
Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat
U kunt muziekbestanden die+zijn opgeslagen op een USB-opslagapparaat weergeven op het toestel. Raadpleeg de handleidingen bij het USB-opslagapparaat voor meer informatie.
Het toestel ondersteunt USB-apparaten voor massaopsslag (FAT16- of FAT32-indeling).
Opmerkingen
- Het toestel ondersteunt WAV (alleen PCM-indeling), MP3-, WMA-, MPEG-4 AAC- en FLAC-bestanden (audio voor maar 1- of 2-kanalen).
- Het toestel is compatibel met samplefrequencies tot 192kHz voor WAV- en FLAC-bestanden en 48kHz voor andere bestanden.
- Afhankelijk van het model of de fabrikant van het USB-opslagapparaat is het möglichk dat sommige functies Niet compatibel়.
- DRM-inhoud (Digital Rights Management) kan nicht worden afgespeeld.
Een USB-opslagapparaat aansluiten
1 Sluit het USB-opslagapparaat aan op de USB-aansluiting.

Het toestel (voorzijde)

中
Als een USB-opslagapparaat veel gevevensbestanden bevat, kan het laden ervan lang duren. In dit geval worden "Loading..." op de display op het voorpaneel weergegeven.
Opmerkingen
- Koppel het USB-opslagapparaat los van de USB-aansluiting wanner het Niet worden gebruikt.
- Stop weergave van het USB-opslagapparaat voordat u het loskoppelt van de USB-aansluiting.
- U kunt de pc Niet aansluiten op de USB-aansluiting van het toestel.
Weergeven van de inhoud van een USB-opslagapparaat
Volg de procedure hieronder om de inhoud van het USB-opslagapparaat te bedieren en het afspelen te starten.
Opmerking
“-” (onderstrepteken) worden weergegeven voor tekens die het toestel Niet ondersteunt.

1 Druk op USB om "USB" als de signalbron te selecteren.

2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER.
Als er een nummer is geselecteerd, worden het afspelen gestart en worden de afspeelinformatie weergegeven.


- Druk op RETURN omtering te gaan maar het vorige scherm.
- Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt,kest u op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29).
- Als u een bestand selekteert dat nicht door dit toestel worden ondersteund, verschijnt boven de bestandsnaam.
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om de weergave te besturen.
| Bedieningstoetsen voor extern apparaat | Function |
| \( \triangleright \) | Hervat het afspelen na het pauzeren. |
| \( \square \) | Stopt het afspelen. |
| \( \square \) | Stopt het weergeven tijdelijk. |
| \( \mathbf{\Pi} \mathbf{K} \mathbf{I} \) | Gaat vooruit/terug. |
| \( \triangleright \) | |
| HOME | Geeft het hoofdmenu van het USB-apparaat wee. |
| NOW PLAYING | Geeft informatie werk of het nummer dat worden afgespeeld. |
Instellingen voor herhalen/shuffle
U kunt de instellingen voor herhalen/shuffle voor afsplen van de inhoud van een USB-opslagapparaat configureren.
1 Als de invoerbron "USB" is, drukt u herhaaldelijk op REPEAT of op SHUFFLE om de aftspeelmethode te selecteren.
| Item | Instelling | Functie |
| Repeat | Off | Zet de functie herhalen uit. |
| One | Speelt het huidige nummer herhaaldelijk af. | |
| All | Speelt alle nummers in het huidige album (map) herhaaldelijk af. | |
| Shuffle | Off | Zet de functie afspelen in willekeurige volgorde uit. |
| On | Speelt nummers in het huidige album (map) in willekeurige volgorde af. |

Herhalen/shuffle kan ook in het menu "OPTION" worden aangegeven (p. 30).
Muziek afspelen van mediaservers (pc's/NAS)
U kunt muziekbestanden die+zijn opgeslagen op uw pc of met DLNA compatibile NAS afspelen op het toestel.
Opmerkingen
- Om deze functie te gebruiken,要去en het toestel en uw pc opdezelfde router+zijn aangesloten (p.13).In "Information" (p.32) in het menu "SETUP" kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen.
- Het toestel ondersteunt het afspelen van WAV- (alleen PCM-indeling), MP3-, WMA-, MPEG-4 AAC- en FLAC-bestanden.
- Het toestel is compatibel met samplefrequencies tot 192kHz voor WAV- en FLAC-bestanden en 48kHz voor andere bestanden.
- Als u FLAC-bestanden wilt afspelen,要去 u serversoftware op uw pc installeren die het delen van FLAC-bestanden via DLNA ondersteunt of een NAS gebruiken die FLAC-bestanden ondersteunt.
Het delen van muziekbestanden via media instellen
Om met dit toestel muziekbestanden in uw computer af te spelen,要去 u:tussen het toestel en de computer delen van media instellen (Windows Media Player 11 of later).Hier wordt het instellen van Windows Media Player in Windows 7 as voorbeeld genomen.
1 Start Windows Media Player 12 op uw pc.
2 Selecteer "Streamen" en daarna "Mediastreaming inschakelen."
Het venster van configuratieschem van uw pc worden getoond.

(voirbeeld van Engelse versie)
3 Klik op "Mediastreaming inschakelen."

4 Selecteer "Toegestaan" van de verzolgkeuzelijst naast "R-N500".

5 Klik op "OK" om af te sluiten.

Raadpleeg Help van Windows Media Player voor details over instellingen voor delen van media.
- Voor Windows Media Player 11
① Start de Windows Media Player 11 op uw pc.
② Selecteer "Mediabibliotheek" en daarna "Media delen."
③ Schakel het vak "Mijn media delen met" in, selectable het pictogram "R-N500" en klik daarna op "Toestaan".
④ Klik op "OK" om af te sluiten.
- Voor een pc of een NAS waarop andere
DLNA-serifsoftwareisgeinstalleerd
Raadpleeg de gekruikershandleiding van uw apparaat of de software en configurer de instellingen voor delen van media.
Afspelen van PC-muziekinhoud
Volg de procedure hieronder om de muziek inhoud van de pc te bedieren en het afspelen te starten.
Opmerking
“-” (onderstrepteken) wordt weergegeven voor tekens die het toestel Niet ondersteunt.

1 Druk herhaaldelijk op NET om "SERVER" als signalbron te selecteren.

#
Als er op uw pc een muziekbestand worden afgespeeld dat vanaf het toestel is geseleeteerd, worden de afspeelinformatie weergegeven.
2 Gebruik de cursortoetsen ( / ) om een muziekserver te selecteren en druk op ENTER.
3 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER.
Als er een nummer is geselecteerd, worden het afspelen gestart en worden de afspelinformatie weergegeven.

#
- Druk op RETURN omtering te gaan hier het vorige scherm.
- Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt,kest u op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29).
- Als u een bestand selecteert dat nicht door dit toestel worden ondersteund, verschijnt boven de bestandsnaam.
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om de weergave te besturen.
| Bedieningstoetsen voor extern apparaat | Functie |
| \( \triangleright \) | Hervat het afspelen na het pauzeren. |
| \( \square \) | Stopt het afspelen. |
| \( \square \) | Stopt het afspelen tijdelijk. |
| \( \triangleright \) | Gaat vooruit/terug. |
| \( \triangleright \) | |
| HOME | Geeft de hoofdmap van de muziekserver wee. |
| NOW PLAYING | Geeft informatieeer of het nummer dat wordt afgespeeld. |
#
U kunt ook een DLNA compatibile Digital Media Controller (DMC) gelebruiken voor het bedieren van het afspelen. Zie "DMC Control" (p.32) voor details.
Instellingen voor herhalen/shuffle
U kurz de instellingen voor herhalen/shuffle voor het afspelen van de muziekinhoud van de pc configureren.
1 Als de signaalbron "SERVER" is, drukt u herhaaldelijk op REPEAT of SHUFFLE om de afspeelmethode te selecteren.
| Item | Instelling | Functie |
| Repeat | Off | Zet de functie herhalen uit. |
| One | Speelt het huidige nummer herhaaldelijk af. | |
| All | Speelt alle nummers in het huidige album (map) herhaaldelijk af. | |
| Shuffle | Off | Zet de functie afspelen in willekeurige volgorde uit. |
| On | Speelt nummers in het huidige album (map) in willekeurige volgorde af. |
#
Herhalen/shuffle kan ook in het menu "OPTION" worden aangegeven (p. 30).
Luisterenaar internetradio
U(Int)knt luisteren naar internetadiozenders uit de hele wereld.
Opmerkingen
- Om deze functie te gebruiken,要去 het toestel verbinding hebben met internet (p.13).In "Information" (p.32) in het menu "SETUP"kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zichtoegewezen.
- U kunt sommige internetradiozenders möglichk Niet ontvangen.
- Het toestel gezrukt de vTuner-databaseservice voor internetradiozenders.
- Deze service kan zonder kennisgeving worden gestopt.

1 Druk herhaaldelijk op NET om “NET RADIO” als signaalbron te selecteren.
De zenderlijst verschijnt op het voorpaneel.

2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER.
Als er een internetradiozender is geseleedr, worden de weergave gestart en worden de afspeelinformatie weergegeven.

Als u tijdens afspelen de zenderlijst wilt weergeven, drukt u op HOME. Om maar de afspeelinformatie terug te keren, drukt u op NOW PLAYING.
#
- Druk op RETURN omtering te gaan maar het vorige scherm.
- Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt,kest u op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29).
-
Door de volgende website vanaf de webbrowser van uw computer te openen,(Intu uw favoriete internetradiozenders in de map Bladwijzers registrieren.
-
Voordat u een internetradiozender registreert, speelt u op dit toestel een willekeurige internetradiozender af.
- Om de account aan te makeen die voor registratie wordt vereist, hebt u het vTuner-id van dit toestel (het MAC-adres van dit toestel) en een e-mailadres nodig. U kunt het vTuner-id van dit toestel bevestigen in "Information" van het menu "Network Setup (SETUP)" (p. 32).
http://yradio.vtuner.com/
- Gebruik de bedieningstoets voor externe apparaten (□) om het afspelen te stoppen.
- Sommige informatie is möglich nicht beschikbaar, afhankelijk van de zender.
Afspelen van iTunes/iPod-muziek via een network (AirPlay)
Met de functie AirPlay=kunt u iTunes/iPod-muziek via het netwerk weergeven op het toestel.

Opmerking
Om deze functie te gebruiken,要去en het toestel en uw pc of iPod opdezelfde router zichn aangesloten (p.13).In "Information" (p.32) in het menu "SETUP"ktunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zichn toegewezen.
AirPlay werkt met iPhone, iPad en iPod touch met iOS 4.3.3 of later, Mac met OS X Mountain Lion en Mac en pc met iTunes 10.2.2 of later. (vanaf augustus 2013)
Weergave van iTunes/iPod-muziekinhoud
Volg de procedure hieronder om iTunes/iPod-muziekinhoud wee ter geven op het toestel.
1 Schakel het toestel in en start iTunes op de pc of geef het weergaveschemr weeop de iPod.
Als de iTunes/iPod het toestel herkent, worden het pictogram AirPlay ( ) weergegeven.

iTunes (voorbeeld)

iPod (voorbeeld)
Opmerking
Als het pictogram Niet worden weergegeven, controleert u of het toestel en pc/iPod goed op de router zijn aangesloten.
2 Klik (tik) op de iTunes/iPod op het pictogram AirPlay en selecteer het toestel (netwerknaam van het toestel) als het audioweergaveapparaat.

3 Selecteer een nummer en start de weergave.
Het toestel selecteert automatisch "AirPlay" als de signaalbron en start de weergave. De aftspeelinformatie worden op het Voorpaneel weergegeven.
中
- Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt,kest u op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p.29).
- U kurz het toestel automatisch inschakelen bij het starten van het afspelen op iTunes of iPod door "NET Standby" (p.32) in het menu SETUP in te stellen op "On".
- U kunt de netwerknaam (de naam van het toestel op het netwerk) die op iTunes/iPod worden weergegeven bewerken in "Network Name" (p.33) in het menu "SETUP".
- Als u de andere signaalbron op het toestel selecteertijdens de weergave, stopt de weergave op de iTunes/iPod automatisch.
- U kunt het volume van het toestelijdens het afspelen aanpassen vanaf de iTunes/iPod. Om de volumeregelaars vanaf iTunes/iPoduiten schakelen, stelt u "Vol.Interlock" (p.30) in menu "OPTION" in op "Off".
Let op
- Als u de iTunes/iPod-toetsen gezrukt om het volume te regelen, kan het volume onverwachts hard klinken. Hierdoor konnen het toestel of de luidsprekers beschadigd raken. Als het volume plotseling toeneemtijdens weergave, stopt u onmiddelijk de weergave op de iTunes/iPod.
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om de weergave te besturen.
| Bedieningstoetsen voor extern apparaat | Δ | Hervat het afspelen na het pauzeren. |
| □ | Stopt het afspelen. | |
| □□ | Stopt het afspelen tijdelijk. | |
| △△ | Gaat vooruit/terug. | |
| △△□ | ||
| Herhalen | Wijzigt deinstallingen voor Herhalen | |
| Shuffle | Wijzigt deShuffle-installingen | |
Opmerking
Als u de iTunes-weergave wilt bedieren met de afstandsbediening van het toestel, moet u vooraf de iTunes-voorkeuren zodiacig configureren dat iTunes-besturing vanaf externe luidsprekers is ingeschakeld.

iTunes (voorbeeld van Engelse versie)
Informatie wisselen op het display van het voorpaneel
Als u USB of een netwerkbron als de invoerbron selecteert,kest u op het voorpaneel ook afspeelinformatie wisselen.

1 Druk op DISPLAY.
Telkens wanneer u op de toets drukt, worden een ander onderdeel weergegeven.

Na 3 seconden worden de bijbehorende informatie voor het weergegeven onderdeel weergegeven.

| Invoerbron | Item |
| USB (iPod) | Song (titel van nummer), Artist (naam artiest), Album (naam album), Time |
| SERVER | |
| AirPlay | |
| NET RADIO | Song (titel nummer), Album (naam album), Station (naam zender), Time |
Afspeelinstallingen configureren voor verschillende afspeelbronnen (menu OPTION)
U kurz afzonderlijke afspeelinstellingen configureren voor verschillende afspeelbronnen. Met dit menu kurz uijdens het afspelen gemakkelijk instelleningen configureren.

1 Druk op OPTION.

2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER.

Druktijdens menuhandelingen op RETURN als u wilt terugkeren maar de vorige status.
3 Gebruik de cursortoetsen ( / ) om een instelling te selecteren.
4 Druk op OPTION om het menu te sluiten.
OPTION menu-items

Welke onderdelen beschikbaar zijn, is afhankelijk van de geselecteerde signaalbron.
| Item | Functie | Pagina |
| Volume Trim | Corrigeert volumeverschillen:tussen signaalbronnen. | 30 |
| Signal Info | Geeft informatie weever het audiosignal. | 30 |
| Auto Preset | Registreert automatisch FM-radiostations met sterke signalen als voorkeuzestations. | 18 |
| Clear Preset | Wist radiostations die maar voorkeuzenummers zich:geregistreerd. | 19 |
| TrafficProgram | Zoekt automatisch maar een station met verkeersinformatie. | 20 |
| Repeat | Configureert de herhaalinstelling voor de iPod, het USB-opslagapparaat of mediaserver. | 22, 24, 26 |
| Shuffle | Configureert de shuffle-instelling voor de iPod, het USB-opslagapparaat of mediaserver. | 22, 24, 26 |
| Vol.Interlock | Schakelt volumeknopen in/uit vanaf iTunes/iPod via AirPlay. | 30 |
Volume Trim
Corrigeert volumeverschillen:tussen signaalbronnen. Als u hinder ondervindt van volumeverschillen bij het schakelen:tussen signaalbronnen,gebruikt u deze functie om dat te corrigeren.

Deze instelling worden afzonderlijk op elke signaalbron toegepast.
Instelbereik
-10,0 dB tot +10,0 dB (stappen van 0,5 dB)
Standaard
0,0 dB
Signal Info
Geeft informatatie wee over audiosignalen.
Keuzes
| FORMAT | De audio-indeling van het ingangssignaal. |
| CHAN | Als andere dan tweet-kanalige audio worden ingeoerd, is deindicatie“---”. |
| SAMPL | Het aantal samples per seconde van het digitale ingangssignaal. |

Druh herhaaldelijk op de cursortoetsen (/) om de informatatie op het display op het voorpaneel te wisselen.
Vol.Interlock
Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod via AirPlay.
Installingen
| Off | Schakelt volumeknuppen uit vanaf iTunes/iPod. |
| Ltd (standaard) | Schakelt volumeknuppen in/uit vanaf iTunes/iPod binnen het beperkte bereik (-80,0 dB tot 0,0 dB en gedempt). |
| Full | Schakelt volumeknuppen in/uit vanaf iTunes/iPod binnen het volledige bereik (-80,0 dB tot +16,5 dB en gedempt). |
Verschillende functies configureren (menu SETUP)
U kunt de verschillende functies van het toestel configureren.

1 Druk op SETUP.

2 Gebruik de cursortoetsen ( / ) om een menu te selecteren.

3 Druk op ENTER.

4 Gebruik de cursortoetsen ( / ) om een instelling te selecteren en druk op ENTER.

Druktijdens menuhandelingen op RETURN als u wiltteringkeren aan de vorige status.
5 Sluit af vanuit het menu door op SETUP te drukken.
Onderdelen van het menu SETUP
| Menu-item | Functie | Pagina | |
| Network Setup | Information | Geeft de netwerkinformatie van het toestel weer. | 32 |
| IP Address | Configureert de netwerkparameters (zoals IP-adres). | 32 | |
| MAC Filter | Stelt het MAC-adresfilter in om te verhinderen dat andere netwerkapparaten toengete. | 32 | |
| DMC Control | Bepaalt of een DLNA-compatible Digital Media Controller (DMC) het afspelen mag besturen. | 32 | |
| NET Standby | Bepaalt of de functie die het toestel inschakelt vanaf andere netwerkapparaten要去 worden ingeschakeld/uitgeschakeld. | 32 | |
| Network Name | Bewerkt de netwerknaam (de naam van het toestel op het network) die andere netwerkapparaten worden weergegeven. | 33 | |
| Update | Werkt de firmware bij via het netwerk. | 33 | |
| Max Volume | Stelt het maximale volume in om een extreem geluidsvolume te voorkomen. | 33 | |
| Initial Volume | Stelt het eerste volume in op het moment dat het toestel wordt ingeschakeld. | 33 | |
| AutoPowerStdby | Stelt de hoeveelheidijd in voor de automatische stand-byfunctie. | 33 | |
| ECO Mode | Schakelt de eco-modus (energiebesparingsmodus) in of uit. | 33 | |
| DC OUT | Bepaalt hoe er stroom worden toegevoerd via de DC OUT-aansluiting. | 33 | |
Network Setup
Configureert de netwerkinstellungen.
Information
Geeft de netwerkinformatie van het toestel wee.
| NewFwAvailable | Verschijnt als voor de firmware van dit toestel een updat beschikbaar is (p.39). |
| STATUS | De verbindungsstatus van de NETWORK-aansluiting |
| MAC | MAC address (MAC-adres) |
| IP | IP address (IP-adres) |
| SUBNET | Subnet mask (subnetmasker) |
| GTWY | Het IP-adres van de standardgd gateway |
| DNS P | Het IP-adres van de primaire DNS-server |
| DNS S | Het IP-adres van de secundaire DNS-server |
| VTUNER | Het id van de internetradio (vTuner) |
IP Address
Configureert de networkparameters (zoals IP-adres).
DHCP
Bepaalt of een DHCP-server worden gebruikt.
| Off | Er worden geen DHCP-server gezrukt. U要去 de networkparameters handmatig configuérer. Zie “Handmatige netwerkinstelingen” voor meer informatie. |
| On (standaard) | Er worden een DHCP-server gezrukt om de networkparameters (zoals IP-adres) van het toestel automatisch te bepalen. |
2 Gebruik de cursortoetsen ( / ) om een parametertype te selecteren.
| Address | Hierin=kunt u een IP-adres opgeven. |
| Subnet Mask | Hierin=kunt u een subnetmasker opgeven. |
| Default Gateway | Geeft het IP-adres aan van de standardgateway. |
| DNS Server(P) | Hierin=kunt u het IP-adres van de primaire DNS-server opgeven. |
| DNS Server(S) | Hierin=kunt u het IP-adres van de secundaire DNS-server opgeven. |
3 Gebruik de cursortoetsen ( / ) om de bewerkingspositie te selecteren.

(Voorbeeld: IP-adresinstelling)
Gebruik de cursortoetsen ( / ) om:tussen segmenten
(Adres1, Adres2...) van het adres te schakelen.
4 Gebruik de cursortoetsen ( / ) of nummertoetsen om een waarde te wijzigen.
5 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
MAC Filter
Stelt het MAC-adresfilter in om te verhinderen dat andere netwerkapparaten toegang krijgen tot het toestel.
Filter
Schakelt het MAC-adresfilter in/uit.
| Off (standaard) | Schakelt het MAC-adresfilter UIT. |
| On | Schakelt het MAC-adresfilter in. Geef in “MAC Address 01-10” het MAC-adres aan van de netwerkapparaten die toestemming hebben voor toegang tot het toestel. |
Filterinstellungen MAC-adres
2 Gebruik de cursortoetsen ( / ) om een MAC-adresnummer (01 tot 10) te selecteren.
3 Gebruik de cursortoetsen ( / ) om de bewerkingspositie te verplaatsen en de cursortoetsen ( / ) om een waarde te selecteren.
4 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
Als u "AirPlay" (p.28) en "DMC Control" (p.32) gebruikt, kurz u, ondanks de MAC-adresfilter, nicht de toeing beperken van netwerkapparaten.
DMC Control
Bepaalt of een DLNA-compatible Digital Media
Controller (DMC) het aftspelen mag besturen.
| Disable | Weergave kan nicht worden bediend met DMC's. |
| Enable (standaard) | Weergave kan worden bediend met DMC's. |
Een Digital Media Controller (DMC) is een apparaat dat via het netwerk andere netwerkapparaten kan bedieren. Als deze functie is ingeschakeld,(Int, u het afspelen van het toestel bedieren met DMC's (zoals Windiow Media Player 12) op hetzelfde netwerk.
NET Standby
Bepaalt of het toestel kan worden ingeschakeld vanaf andere apparaten in het netwerk (network stand-by).
| Off (standaard) | Schakelt de network stand-byfunctie uit. |
| On | Schakelt de network stand-byfunctie in. (Het toestel verbruikt meer stroom dan wanneer “Off” is geselecteerd.) |
Network Name
Bewerkt de netwerknaam (de naam van het toestel op het network) die andere netwerkapparaten worden weergegeven.
2 Druk op ENTER om de weergave voor naambewerking te openen.

3 Gebruik de cursortoetsen ( / ) om de bewerkingspositie te verplaatsen en de cursortoetsen ( / ) om een teken te selecteren.

4 Druk op ENTER om de(AP) nuam te bevestigen.
5 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
Update
Werkt de firmware bij via het netwerk.
| Perform Update | Start het proces voor het bijwerken van de firmware van het toestel. Zie “De firmware van het toestel bijwerken via het network” (p.39) voor details. |
| Version | Geeft de versie waar van de firmware die op het toestel is geinstalleerd. |
| ID | Geeft het system-id-nummer waar. |
Max Volume
Stelt het maximale volume in om een extreem geluidsvolume te voorkomen.
Instelbereik
-30,0 dB tot +15,0 dB (stappen van 5,0 dB), +16,5 dB
Standaard
+16.5dB
Initial Volume
Stelt het eerste volume in wanner de ontvanger worden ingeschakeld.
| Off (standaard) | Stelt het volume in op het niveau dat was ingesteld op het moment dat dit toestel in de stand-bymodus werk gezet. |
| Mute | Stelt het toestel zo in dat de audiowieergave worden gedempt. |
| -80,0 dB tot +16,5 dB (stappen van 0,5 dB) | Stelt het niveau in op een opgegeven volumeniveau. |
AutoPowerStdby
Stelt de hoeveelheidijd in voor de automatische stand-byfunctie. Als u het toestel Niet gebruikt gedurende een opgegevenijd, wordt het toestel automatisch in de stand-bymodus gezet.
| Off | Het toestel worden nicht automatisch in de stand-bymodus gezet. |
| 2 hours,4 hours,8 hours(standaard),12 hours | Het toestel worden in de stand-bymodus gezet als u het toestel Niet bedient gedurende de opgegevenrijk. Als bijvoorbeeld “2 hours” is geselecteerd, schakelt het toestel over maar de stand-bymodusals u het twee uer Niet hebtsgebruikt. |

Net voordat de stand-bymodus op het toestel worden geactiveerd, worden "AutoPowerStdby" weergegeven en begint het aftellen op de display van het Voorpaneel.
ECO Mode
Schakelt de eco-modus (energiebesparingsmodus) in ofuit.
Als de eco-modus is ingeschakeld, kurz u het stroomverbruik van het toestel verminderen.
| Off (standaard) | Schakelt de eco-modus uit. |
| On | Schakelt de eco-modus in. |
Opmerkingen
- Zorg dat u op ENTER drukt om het toestel opnieuw te starten nadat u een instelling hebt geselecteerd. De(AP) winsting wordt van kracht nadat het toestel opnieuw is gestart.
- Als "ECO Mode" is ingesteld op "On", kan het display van het voorpaneel donker worden.
- Als u audio met een hoog volume wilt afspelen, stelt u "ECO Mode" in op "Off".
DC OUT
Configuert de DC OUT aansluiting.
Power Mode
Bepaalt hoe voeding maar de Yamaha AV-accessoire worden geleverd die metde DC OUT-aansluiting is verbonden.
| Cont (standaard) | Levert continu voeding via de DC OUT-aansluiting, ongeacht de vermogenstatus (aan/ stand-by) van het toestel. |
| Sync | Levert alleen voeding via de DC OUT-aansluiting als het toestel is ingeschakeld. |
De systeeminstallingen configureren (ADVANCED SETUP-menu)
Configureer de systeeminstellungen van het toestel via het display op het voorpaneel.
1 Schakel het toestel UIT.
2 Houd RETURN op het voorpaneel ingedrukt en druk op (aan/uit).

3 Draai SELECT/ENTER om een onderdeel te selecteren.
4 Druk op SELECT/ENTER om eeninstalling te selectoren.
5 Druk op (aan/uit) om het toestel uit te schakelen en daarna werk in te schakelen.
De neue instellingen worden van kracht.
Onderdelen van het menu ADVANCED SETUP
| Item | Functie | Pagina |
| SP IMP. | Wijzigt de instelling van de luidsprekerimpedantie. | 34 |
| REMOTE ID | Selecteert de afstandsbedienings-id van het toestel. | 34 |
| INIT | Herstelt de standardinstellungen. | 35 |
| UPDATE | Werkt de firmware bij. | 35 |
| VERSION | Controleert de versie van de firmware die momenteel is geinstalleerd op het toestel. | 35 |
Deinstalling van de Iuidsprekerimpedantie (SP IMP.) wijzigen
SP IMP.80MIN
Wijzig de instellingen van de luidsprekerimpedantie van het toestel overeenkomstig de impedantie van de aangesloten luidsprekers.
Installingen
| 4 Ω MIN | Selecteer deze optie als u luidsprekers van 4 ohm wilt aansluiten op het toestel. |
| 8 Ω MIN (standaard) | Selecteer deze optie als u luidsprekers van 8 ohm wilt aansluiten op het toestel. |
De afstandsbedienings-id selectoren (REMOTE ID)
REMOTE ID·ID2
Wijzig de afstandsbedienings-ID van het toestel zodate deze overeenstemt met de ID van de afstandsbediening (standaard: ID2). Bij het gebruik van meerde Yamaha AV-receivers kurz u elke afstandsbediening instellen met een uneke afstandsbedienings-ID voor de bijbehorende ontvanger.
Installingen
ID1, ID2 (standaard)
Deafstandsbedienings-ID van de afstandsbediening wijzigen
1 Om ID1 te selecteren, houdt u nummertoets "1" langer dan 3 seconden ingedrukt, terwijl u de ID ingedrukt houdt. Om ID2 te selecteren, houdt u nummertoets "2" langer dan 3 seconden ingedrukt, terwijl u de ID ingedrukt houdt.
Zodra de afstandsbedieningscode succesvol is geregisteerd, verschijnt op het display van het voorpaneel "Rem: Success".
Als "Rem: Fail" op het display van het voorpaneel verschijnt, is de registratie mislukt. Herhaal vanaf stap 1.

De geregistreede afstandsbedieningscodes (p.36) worden nicht gewist als u de afstandsbedienings-ID wijzigt.
De standardinstellungen herstellen (INIT)
INIT:···CANCEL
Herstelt de standardinstellungen van het toestel.
Keuzes
| ALL | Herstelt de standardinstellungen van het toestel. |
| CANCEL | Er worden geen initialisatie UITgevoerd. |
De firmware bijwerken (UPDATE)
UPDATE: USB
Wanneer dit nodig, is verschijnt er neue firmware die extra eigenschappen of productverbeteringen bevat.
Updates können worden gedownload van unsere website.
Als het toestel is aangesloten op het internet,(Intt, u de
firmware bijwerken via het netwerk. Raadpleeg de
bijbehorende informatatie bij de updates voor details.
■ Firmware updateprocedure
Voer deze procedure Niet uit tenzij een update van de firmwareoodzakelijk is. Lees de bijbehorende informatatie bij de updates voordat u de firmware bijwerkt.
1 Druk herhaaldelijk op SELECT/ENTER om "USB" of "NETWORK" te selecteren en druk op DISPLAY om de update van de firmware te starten.
Keuzes
| USB | De firmware bijwerken met een USB-geheugenapparaat. |
| NETWORK | De firmware bijwerken via het network. |
#
Als het toestel via het network新的一uwerere firmware detecteert, verschijnt "NewFwAvailable" als het "Information" menu-item in "Network Setup". In dit geval kut u ook de firmware van het toestel bijwerken door de procedure te volgen in "De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk" (p.39).
De versie van de firmware controlleren (VERSION)
VERSION:xx.xx
Controleer de versie van de firmware die momenteel is geinstalleerd op het toestel.
中
- U kurz de versie van de firmware eveneens controlleren in "Update" (p.33) in het menu "SETUP".
- Het kan eenigeijd duren voordat de firmwareversie worden weergegeven.
External apparatus besturen met de afstandsbediening
U sunt de afstandsbediening van het toestel gebruiken voor het bedieren van externe apparaten (zoals cd-spelers), als u de afstandsbedieningscode van het externe apparaat hebt gereigstreerd.
Opmerkingen
- Externe apparaten die nicht zichen voorzien van een afstandsbedieningsssensor konnen nicht bediend worden.
- Controller of de afstandsbedienings-id van het externe apparaat is ingesteld op "ID1". Als er een andere id is geselecteerd, werkden de afstandsbedieningsfuncties möglichk Niet goed.
- Als de afstandsbediening van het toestel langer dan 2 minuten geen batterijen bevat,:kunnen de geregisteerde codes worden gewist. Als dit geleurt,plaatst uulative batterijen en registreert u de codes opnieuw.
De afstandsbedieningscode van een tv instellen
U kunt de afstandsbediening van het toestel gebruiken om een tv te bedieren als u de afstandsbedieningscode van de tv hebt geregisteerd.

U kurz de afstandsbedieningscode van uw tv ook toewijzen aan de signaalkeuzetaetsen van het toestel (p.37). In dat geval kurz u de tv bedieren met de cursortoetsen of de nummertoetsen (deze functie is möglichk Niet op alle tv-modellen beschikbaar).

1 Raadpleeg Refer to "LIJST MET AFSTANDSBEDIENINGSCODES" (einde van deze handleiding) om de code van de afstandbediening van uw tv te Zoeken.

Als er meerere afstandsbedieningscodes zijn, registreert u de eerste code in de lijst. Als dat nicht werkt, probeert u de andere codes.
2 Druk op CODE SET. Gebruik hiervoor een puntIG voorwerp, zoals de punt van een balpen.
Voer elk van de volgende stappen binnen 1 minuutuit. Anders worden het instellen geannuleerd. Als ditgebeurt, herhaalt u de procedure vanaf stap 2.
3 Druk op TV 念
4 Gebruik de nummertoetsen om de 4cijferige afstandsbedieningscode in te voeren.
Zodra de afstandsbedieningscode succesvol is geregisteerd, verschijnt op het display van het voorpaneel "Rem: Success".
Als "Rem: Fail" op het display van het Voorpaneel verschijnt, is de registratie mislukt. Herhaal vanaf stap 2.
De tv bedieren
Als u de afstandsbedieningscode van de tv hebt geregisteerd, kurz u de tv bedieren met de bedieningstoetsen voor de tv ongeacht de signalbron die u hebt geselecteerd op het toestel.
| Bedie-nings-toetsen tv | INPUT | Schakeltussen de videosignaalbronnen voor de tv. |
| MUTE | Dempt de audioweergave van de tv. | |
| TV VOL | Regelt het volume van de tv. | |
| TV CH | Schakeltussen tv-zenders | |
| TV ♂ | Zet de tv aan/uit. |
De afstandsbedieningscodes van weergaveapparaten registeren
U kurz de afstandsbediening van het toestel gebruiken om een weergaveapparaten te bedieren als u de afstandsbedieningscodes van de apparaten hebt geregisteerd. U kurz ook de signaalkeuzetoetsen gebruiken om te bepalen welk weergaveapparaat worden bediend met de afstandsbediening, waar de afstandsbedieningscodes van de apparaten zichn toegewezen aan de signaalkeuzetoetsen.

1 Raadpleeg "LIJST MET AFSTANDSBEDIERINGSCODES" (einde van deze handleiding) om de code van de afstandsbediening voor uw afspeelapparaat te zoeken.

Als er meerere afstandsbedieningscodes zijn, registreert u de eerste code in de lijst. Als dat nicht werkt, probeert u de andere codes.
2 Druk op CODE SET. Gebruik hiervoor een puntIG voorwerp, zoals de punt van een balpen.
Voer elk van de volgende stappen binnen 1 minuutuit. Anders worden het instellen geannuleerd. Als ditgebeurt, herhaalt u de procedure vanaf stap 2.
3 Druk op de signaalkeuzetoets.
Druk bijvoorbeeld op cd om de afstandsbedieningscode in te stellen van het weergaveapparaat dat is aangesloten op de cd-aansluiting.
4 Gebruik de nummertoetsen om de 4cijferige afstandsbedieningscode in te voeren.
Zodra de afstandsbedieningscode succesvol is geregisteerd, verschijnt op het display van het voorpaneel "Rem: Success".
Als "Rem: Fail" op het display van het Voorpaneel verschijnt, is de registratie mislukt. Herhaal vanaf stap 2.
Een weergaveapparaat bedieren
Als u de afstandsbedieningscode van het weergaveapparaat hebt ingesteld,kest u het apparaat bedieren met de volgende toetsen nadat u de signaalbron of scene hebt geseleeteerd.

| SOURCE Φ | Zet het weergaveapparaat aan/uit. | |
| Menutoetsen | Cursortoetsen | Hiermee(Int)kunt u een itemselecteren. |
| ENTER | Hiermee bevestigt u eengeselecteerd item. | |
| RETURN | Keert terug waar de vorige status. | |
| DISPLAY | Schakelt(tussen de informatie ophetdisplay. | |
| Bedie-ningstoet-sen voorexternapparaat | TOP MENU | Geeft het hoofdmenu wee. |
| POP-UPMENU | Geeft het pop-upmenu wee. | |
| ☐ | Stopt het afspelen. | |
| III | Stopt het afspelen tijdelijk. | |
| ▷ | Start het afspelen van hetgeselecteerde nummer of degeslecteerde video. | |
| ◁◁ | Zoekt voorwaarts/achterwaarts(ingedrukt houden). | |
| ▷▷ | ||
| ◁◁ | Gaat vooruit/terug. | |
| ▷▷ | ||
| Nummertoetsen | Hiermee(Int)kunt u numeriekewaarden invoeren. | |
| Bedieningstoetsen tv | Hiermee(Int)kunt u de tv bedieren(p.36). | |
Opmerking
Deze toetsen werkden alleen als de overeenkomstige functie beschikbaar is op het weergaveapparaat en het apparaat kan worden bediend met een infrarood afstandsbediening.
De afstandsbedieningscodes opniew instellen
U kunt de afstandsbedieningscodes die aan elke signaalkeuzetoets+zijn toegewezenaar de fabriekswaarden resetten.

1 Druk op CODE SET. Gebruik hiervoor een puntIG voorwerp, zoals de punt van een balpen.
Voer elk van de volgende stappen binnen 1 minuutuit. Anders worden het instellen geannuleerd. Als ditgebeurt, herhaalt u de procedure vanaf stap 1.
2 Druk op SETUP.
3 Gebruik de nummertoetsen om "9981" in te voeren.
Zodra de afstandsbedieningscode succesvol is geregisteerd, verschijnt op het display van het voorpaneel "Rem: Success".
Als "Rem: Fail" op het display van het Voorpaneel verschijnt, is de registratie mislukt. Herhaal vanaf stap 1.
De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk
Wanneer dit nodig, is verschijnt er neue firmware die extra eigenschappen of productverbeteringen bevat. Als het toestel is aangesloten op het internet,(Int, u de firmware downloaden en bijwerken via het netwerk.
Opmerkingen
- Gebruik het toestel Niet en koppel het netsnoer en de netwerkkabel Niet los wanneer de firmware worden bijgewerkt. Het bijwerken van de firmware duurt ongeveer 20 minutes ofeer (afhankelijk van de slelheid van uw internetverbinding).
- Als het toestel via een draadloze netwerkkapter is aangesloten op het draadloze netwerk, können netwerkupdates möglichn nicht worden uitgevoerd, afhankelijk van de kwaliteit van de draadloze verbinding. Werd de firmware in dat geval bij met het USBgeheugenapparaat (p.35).

U kurz de firmware eveneens bijwerken met behulp van een USB-geheugenapparaat via het menu "ADVANCED SETUP" (p.35).

1 Druk op SETUP.
2 Gebruik de cursortoetsen om "Network Setup" te selecteren en druk op ENTER.
3 Gebruik de cursortoetsen om "Information" te selecteren en druk op ENTER.
Als neue firmware beschikbaar is, verschijnt "NewFwAvailable" op het display van het voorpaneel.

4 Druk op RETURN om maar de vorige status terug te keren.
5 Gebruik de cursortoetsen om "Update" te selectoren en druk op ENTER.

6 Druk op ENTER om de update van de firmware te starten.
Het toestel start opnieuw en de update van de firmware start.

Als u de bewerking wilt annuleren zonder de firmware bij te werken, drukt u op SETUP.
7 Als "UPDATE SUCCESS" worden weergegeven op het display op het Voorpaneel, drukt u op (aan/uit) op het voorpaneel.
De update van de firmware is voltooid.
Foutopsporing
Raadpleeg de tabel hieronder indien dit toestel Nietaar behoren functioneert. Als het probleem dat u ervaart,iet hieronder in de lijst voorkomt, of als de instructies hieronder neit helpen, stelt u dit toestel in op de stand-bymodus, verwijdert u het netsnoor en neemt u contact op met de dichtstbijzijnde bevoegde Yamaha-dealer of -servicecentrum.
Algemeen
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Zie pagina |
| Het toestel kan nicht worden ingeschakeld. | Het veiligheidscircuit verw 3 keer aller elkaar geactiveerd. Als het toestel zich in deze toestand bevindt, knippert de stand-byindicator op het toestel als u probeert het toestel in te schaken. | Uit veiligheidsoverwegingen kan de stroom van dit toestel zich worden ingeschakeld. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Yamaha-dealer of - servicecentrum om een reparatie aan te vragen. | — |
| Het netsnoer of de stekker is Niet of Niet goed aangesloten. | Sluit het netsnoer stevig aan. | — | |
| De impedantie is verkeerd ingesteld. | Stel de impedantie in overeenstemming met uw luidsprekers in. | 11 | |
| De beveiliging is in werkung getreden door een kortsluiting, enz. | Controler of de luidsprekerdraden elkaar Niet raken en zet dan het toestel opnieuw aan. | 10 | |
| Het toestel heeft blootgestaan aan een sterke, externe elektrische schok (bijvoorbeeld een blikseminslag of een ontlading van statichele elektriciteit). | Stel dit toestel in de stand-bymodus, verwijder het netsnoer en steek het na 30 seconden weein en gebruik het daarna zoals gewoonlijk. | — | |
| Geen geluid | Invoer- of uitvoerkabels verkeerd aangesloten. | Verbind de kabels correct. Als het probleem aanhoudt, is het möglichk dat er iets mis is met de kabels. | 10 |
| Er is geen geschikte ingangsbron geselecteerd. | Selecteer een geschikte ingangsbron met de INPUT-keuzeknop op het voorpaneel (of een van de invoorkeuzetooetsen op de afstandbediening). | 14 | |
| De SPEAKERS A/B-schakelaars zijn Niet correct ingesteld. | Zet de overeenkomende SPEAKERS A of SPEAKERS B aan. | 14 | |
| De luidsprekeraansluitingen zitten Niet goed vast. | Zet de aansluitingen goed vast. | 10 | |
| Uitvoer is uitgeschakeld. | Schakel de dampen UIT. | 8 | |
| De instelling voor maximaal volume of initieel volume is te laag ingesteld. | Stel de instelling in op een hogere waarde. | 33 | |
| Het component die overeenkomt met de geselecteerde signaalbron is uitgeschakeldof speelt Niet af. | Zet de component aan en zorg ervoor dat hij afspeelt. | — | |
| De audio-uitgang van een apparaat dat op een digitale audio-ingang (COAXIAL 1-2/OPTICAL 1-2-aansluitingen) is aangesloten, is op iets anders dan PCM ingesteld. | Stel de audio-uitgang van het aangesloten apparaat in op PCM, | — | |
| Het geluid valt plotseling weg. | De beveiliging is in werkung getreden door een kortsluiting, enz. | Stel de luidsprekerimpedantie in in overeenstemming met de luidsprekers. | 11 |
| Controler of de luidsprekerdraden elkaar Niet raken en zet dan het toestel opnieuw aan. | 10 | ||
| Het toestel is te warm geworden. | Let erop dat de openingen in het bovenpaneel Niet worden geblokkeerd. | — | |
| De functie voor automatische stand-by hebft dit toestel uitgeschakeld. | WJzig de automatische stand-by ("AutoPowerStdby" in het menu "SETUP") maar een langere instelling of schakel het UIT. | 34 | |
| Er komt slechts aan één Kant geluiduit de luidspreker. | Bedrading Niet op de juiste manier aangesloten. | Verbind de kabels correct. Als het probleem aanhoudt, is het möglichk dat er垦is mis is met de kabels. | 10 |
| De BALANCE-regelaar is verkeerd ingesteld. | Stel de BALANCE-regelaar in op de geschikte stand. | 15 | |
| De lage tonen klinken te zwak en de weergave is sfeerloos. | De plus- en min-kabels (+en-) zijn verkeer om aangesloten op de versterker of de luidsprekers. | Sluit de luidsprekerkabels aan op de juiste fase +en-. | 10 |
| Er worden een “zoemend” geluid gehoord. | Bedrading Niet op de juiste manier aangesloten. | Sluit de audiostekkers stevig aan. Als het probleem aanhoudt, is het möglichk dat er垦is mis is met de kabels. | 10 |
| De platenspeler is Niet verbonden met de GND-aansluiting. | Verbind de platenspeler met de GND-aansluiting van dit toestel. | 10 | |
| Het volumeniveau is laag bij het afspelen van een plaat. | De plaat worden afgespeeld op een platenspeler met een MC-cassette. | De platenspeler要去 aangesloten+zijn op dit toestel via de MC-voorversterker. | — |
| Het geluid is van mindere kwaliteit wanneer u luisert met een hoofdtelefoon verbonden met de cd-speler of het cassettedeck die op dit toestel� zijn aangesloten. | De stroom van het toestel is uitgeschakeld of het toestel is in de stand-bymodus ingesteld. | Schakel het toestel in. | 14 |
| Het geluidsniveau is laag. | De volumeregelaarfunctie staat aan. | Draai het volume omlaag, stel de LOUDNESS-regelaar in op de FLAT-positie en stel dan opnieuw het volume af. | 15 |
Tuner
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Zie pagina | |
| FM | Er is veel ruis in de FM stereo-ontvangst. | De bijzondere eigenschuppen van de ontvangen FM-stereo-uitzendingen kan dit probleem veroorzaken als de zender te ver af staat of het ontvangstsignaal dat binnenkomt via de antennene nicht sterk genoeg is. | Controler de aansluitingen van de antennne.Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM-antenne te gebruiken. | 12 |
| Schakel over op mono. | 17 | |||
| Er is verworming en ook een betere FM-antenne zorgt nicht voor een betere ontvangst. | U ondervindt interferentie doordat hetzelfde signaal op verschillende manieren worden ontvangen. | Verander de opstelling van de antennne zodate u van deze interferentie geen lasteer heb. | — | |
| Er kan nicht automatisch worden afgestemd op het gewenste station. | Het signaal is te zwak. | Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM-antenne te gebruiken. | 12 | |
| Stem handmatig af. | 17 | |||
| FM/AM | NO PRESETS worden weergeveen. | Erijken geen Voorkeuzestations geregisteerd. | Registreer stations waarnaar u wilt luisteren als voorkeuzestations. | 18 |
| WRONG STATION worden weergeveen. | Er worden een ongeldige FM/AM-frequentie ingevoerd. | Voer een freiendentie in die kan worden ontvangen. | 17 | |
| AM | Er kan nicht automatisch worden afgestemd op het gewenste station. | Het signaal is te zwak of de antennae-aansluitingen zitten los. | Zet de AM-antenne-aansluitingen vast en richt het zodate het de Beste ontvangst levert. | — |
| Stem handmatig af. | 17 | |||
| Automatische voorkeuzestation werkt nicht. | Automatische voorkeuzestations zijn nicht beschikbaar voor AM. | Gebruik handmatige voorkeuzestations. | 18 | |
| U hoor doorlopend gekraak en gesis. | Deze geluiden können het gevolg�ijn van blinksem, tl-verlichting, motoren,thermostaten en andere elektrische apparatusuur. | Probeer een buitenantenne en een goede aarding te gebruiken.Dit kan in sommige geallen helpen, maar het blijft moeilijk om alle storingsbronnen te elimineren. | — | |
| U hoor gezoem en gefluit. | Er worden in de buurt van het toestel een tv gebruikt. | Zet het toestel verder bij de tv vandaan. | — | |
USB en network
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Ziepagea |
| Het toestel detecteert het USB-apparaat Niet. | Het USB-apparaat is Niet goed aangesloten op de USB-aansluiting. | Zet het toestel uit, sluit het USB-apparaat opnieuw aan en zet het toestel waar aan. | — |
| Het bestandssystem van het USB-apparaat is Niet FAT16 of FAT32. | Gebruik een USB-apparaat met de FAT16- of FAT32-indeling. | — | |
| Mappen en bestanden op het USB-apparaat+kunnen Niet worden weergegeven. | De gevevens op het USB-apparaat+zijn beveiligd met de codering. | Gebruik een USB-apparaat+zonder coderingsfunctie. | — |
| De networkfunctie werkt Niet. | De networkparameters (IP-adres) zijn nicht correct verkreten. | Schakel de DHCP-serverfungtie in op uw router en stel “DHCP” in het menu “SETUP” in op “Aan” op het toestel. Als u de networkparameters handmatig wilt configureren, gelebruik dan een IP-adres dat nicht worden gebruikt door andere networkkapparaten in het netwerk. | 32 |
| Het toestel detecteert de pc Niet. | De instelling voor het delen van media is onjuist. | Configuierer de instelling voor delen en selecteer het toestel als een apparaat waarmee muziekinhoud worden gedeel. | — |
| Bepaalde beveiligingssoftware op uw pc blokkeert de toegang van het toestel tot de pc. | Controleer de instellenen van de beveiligingssoftware op uw pc. | — | |
| Het toestel en de pc bevinden zich nicht in hetzelfde netwerk. | Controleer de netwerkverbindingen en de instellenen van uw router en verbind verzolgens het toestel en de pc met hetzelfde netwerk. | 13 | |
| Het MAC-adresfilter is ingeschakeld op het toestel. | Schakel in “MAC Filter” in het menu “SETUP” de MAC-adresfilter uit of geef het MAC-adres van uw pc aan om het toegang tot het toestel te Geven. | 32 | |
| De bestanden op de pc+kunnen Niet worden weergegeven of geopend. | De bestanden worden Niet ondersteund door het toestel of mediaserver. | Gebruik een bestandsindeling die wordt ondersteund door het toestel en de mediaserver. Raadpleeg “Muziek afspelen van mediaservers (pc's/NAS)” voormeer informatie over de bestandsindelingen die door het toestel worden ondersteund. | 25 |
| De internetradio kan Niet worden afgespeeld. | Het geselecteerde internetradiostation is tjdelijk Niet beschikbaar. | Het radiostation kan een netwerkprobleem hebben of de service kan zijn gestopt. Probeer het station later opnieuw of selecteer een ander station. | — |
| Het geselecteerde internetradiostation zende momenteel stilte uit. | Sommige internetradiostations zenden op bepaalde tijdstippen stilte uit. Probeer het station later opnieuw of selecteer een ander station. | — | |
| De toegang tot het network wordt verhinderd door de firewallinstallingen van uw networkkapparaten (zoals de router). | Controleer de firewallinstallingen van de internetradio kan alleen worden afgespeeld als het de poort passeert waarop het is aangewezen door elk radiostation. Het poortnummer varieert afblankelijk van het radiostation. | — | |
| De applicatie voor smartphone/tablet “NP Controller” detecteert het toestel Niet. | Het MAC-adresfilter is ingeschakeld op het toestel. | Schakel in “MAC Filter” in het menu “Network Setup” de MAC-adresfilter uit of geef het MAC-adres van uw smartphone/tablet aan om het toegang tot het toestel te Geven. | 32 |
| Het toestel en de smartphone/tablet bevinden zich nicht in hetzelfde netwerk. | Controleer de netwerkverbindingen en de instellenen van uw router en verbind verzolgens het toestel en de smartphone/tablet met hetzelfde netwerk. | — | |
| De update van de firmware via het network is mistrukt. | Afblankelijk van de toestand van het network, is het misschien Niet mogelijk. | Werk de firmware opnieuw via het network bij of gelebruik een USB-geheugenapparaat. | 35 |
■ Afstandsbediening
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Zie pagina |
| De afstandsbedieningwerk nicht correct. | Verkeerde afstand of hoek. | De afstandbediening werkkt binnen een maximaal bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten opzichte van het voorpaneel. | 9 |
| Direct zonlicht of sterke verlichting (van fluorescentielampen met een voorschakelapparaat, enz.) valt op de afstandsbedieningssensor van dit toestel. | Verplaats het toestel. | — | |
| De batterijen raken leeg. | Vervang alle batterijen. | — | |
| De afstandsbedienings-id en de id van het toestelkomen Niet overeen. | Wissel de afstandsbedienings-id of het id van dit toestel. | 34 | |
| De afstandsbedieningscode is nicht juist ingesteld. | Probeer een andere code van bezelfde fabrikant en gebruik hiervoort “LIJST MET AFSTANDSBEDIERINGSCODES” aan het einde van deze handleiding. | — | |
| Zelfs als u de afstandsbedieningscode juist hebt ingesteld,+zijn er modellen die nicht reageren op de afstandsbediening. | Gebruik de afstandsbediening die is meegeleverd met het component. | — | |
| U hebt nicht op de invoorkeuzetoets gedrukt die hoor bij het component dat u wilt bedieren. | Druk op de invoorkeuzeknop die overeenkomt met het component dat u probeert te bedieren en druk daarna op de gewenste toets(en) van de afstandsbediening. | — |
Foutindications op het voorpaneel
| Bericht | Oorzaak | Oplossing |
| Access denied | Toegang tot de pc is nicht toegestaan. | Configureer de instelling voor delen en selecteer het toestel als een apparaat waarmee muziekinhoud worden gedeel (p.25) |
| Access error | Het toestel heeft geen toegang tot het USB-apparaat. | Zet het toestel uit en sluit het USB-apparaat opnieuw aan. Als het probleem aanhoudt, probeer dan een ander USB-apparaat. |
| Het toestel heeft geen toegang tot de iPod. | Schakel de iPod uit en opnieuw in. | |
| De aangesloten iPod worden nicht ondersteund door het toestel. | Gebruik een iPod die door het toestel worden ondersteund (p.21). | |
| Er is een probleem met het signalapad van het netwerk maar het toestel. | Controler de de router en modem+zijn ingeschakeld. | |
| Controler de verbinding:tussen het toestel en de router (of hub) (p.13). | ||
| Check SP Wires | De luidsprekerkabels gehen kortsluiting. | Draai de blootligende draden van de kabels stevig in elkaar en sluit ze correct aan op het toestel en de luidsprekers. |
| No content | De geselecteerde map bevat geen aftspeelbare bestanden. | Selecteer een map met bestanden die door het toestel worden ondersteund. |
| No device | Het toestel kan het USB-apparaat Niet detecteren. | Zet het toestel uit en sluit het USB-apparaat opnieuw aan. Als het probleem aanhoudt, probeer dan een ander USB-apparaat. |
| Het toestel kan de iPod Niet detecteren. | Schakel de iPod uit en opnieuw in. | |
| Please wait | Het toestel bereidt zich voor op verbinding met het netwerk. | Wacht tot het bericht verdwijnt. Als het bericht langer dan 3 minutes blijft, schakelt u het toestel uit en weein. |
| RemID Mismatch | De afstandsbedienings-ID van het toestel komt Niet overeen met die van de afstandsbediening. | Wijzig de afstandsbedienings-ID van het toestel of van de afstandsbediening (p.34). |
| Unable to play | Het toestel kan om onbekende reden de op uw iPod opgeslagen nummers Niet weergeven. | Controler de nummergegevens. Als de nummergegevens Niet hunnen worden weergeveen op de iPod, is het möglichk dat de nummergegevens of de opsglaats defect zijn. |
| Het toestel kan om bepaalde redenen de nummers die op de pc+zijn opgeslagen Niet aftspelen. | Controler de de bestandsindeling van de bestanden die u probeert af te spelten door het toestel worden ondersteund. Zie “Muziek aftspelen van mediaservers (pc’s/NAS)” (p.25) voor informatie over de indelingen die door het toestel worden ondersteund. Als het toestel de bestandsindeling ondersteunt maar er toch helemaal geen bestanden hunnen worden afgespeeld, is het möglichk dat het netwerk overbelast is door zwaar verkeer. | |
| Version error | Update firmware is mistrukt. | Werk de firmware opnieuw bij. |
Handelsmerken
Made for

iPod iPhone iPad

AirPlay
"Made for iPod", "Made for iPhone" en "Made for iPad" betekenen dat een elektronisch accessoire specifiek is ontwikkeld voor aansluiting op respectievelijk iPod, iPhone of iPad en door de ontwikkelaar isGPCertificerd en voldoet aan de prestatienormen van Apple.
Apple is nicht verantwoordelijk voor de werkking van dit apparaat of voor het voldoen aan verilgheidseisen en wettelijk normen.
Het gebruik van dit accessoire met iPod, iPhone of iPad kan de prestatie van draadloze functies beinvloeden.
AirPlay, iPad, iPhone, iPod, iPod nano en iPod touch+zijn handelsmerken van Apple Inc., geregisteerd in de V.S. en andere landen.

Fraunhofer
Institut
MPEG Layer-3 audiocoderingstechnologie gelicentieerd van Fraunhofer IIS en Thomson.

dina
CERTIFIEDTM
DLNATM en DLNA CERTIFIEDTM zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Digital Living Network Alliance. Alle rechten voorbehonden. Ongeauthoriseerd gebruik is streng verboden.
WindowsTM
Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. en andere landen.
Internet Explorer, Windows Media Audio en Windows Media Playerarend handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
AndroidTM
Android is een handelsmerk van Google Inc.

Deze ontvanger ondersteunt netwerkverbindingen.
Technische gegevens
AUDIOGEDEELTE
- Minimaal RMS-uitvoervermogen (20 Hz tot 20 kHz, 0,04% THD, 8 Ω) .80W + 80W
- Dynamisch vermogen per kanaal (IHF) (8 / 6 / 4 / 2) .105/125/150/178 W
Maximaal vermogen per kanaal [alleen Europees model] (1 kHz, 0,7% THD, 4 Ω) 105 W - IEC-vermogen [alleen Europees model] (1 kHz, 0.04% THD, 8 Ω) .84 W
Vermogenbandbreedte (0,06% THD, 40W, 8 Ω) 10 Hz tot 50 kHz
Dempfactor (SPEAKERS A) 1 kHz, 8 Ω. 150 of Meer
Maximal effectief uittgangsvermogen (JEITA) [Uitsluitend Azié en de algèmène modellen] (1 kHz, 10% THD, 8 Ω) 115 W - Ingangsgeoligheid/ingsimpedantie
PHONO (MM) 3,5 mV/47 kΩ
Cd, enz. 200 mV/47 kΩ
Maximaal ingangssignaal PHONO (MM) (1kHz,0,003% THD) 60 mV of Meer Cd, enz. (1kHz,0,5% THD) 2,2 V of Meer - Uitgangsneveau/uitgangsimpedantie
Cd, enz. (Invoer 1 kHz, 200 mV)
REC OUT 200 mV/1,0 kΩ
Subwoofer OUT 4,0 V/1,2 kΩ
Frequentiebegrenzing 90 Hz
Cd enz. (Invoer 1 kHz, 200 mV, 8 Ω)
PHONES 410 mV/470 Ω - Frequentirespors Cd, enz. (20 Hz tot 20 kHz) 0 ± 0.5 dB Cd, enz., PURE DIRECT op (10 Hz tot 100 kHz) 0 ± 1.0 dB
- RIAA-egalisatie-afwijking PHONO (MM) ± 0,5dB
- Totale harmonische vervorming PHONO (MM) tot REC (20 Hz tot 20 kHz, 3 V) 0,025% of minder Cd, enz. tot SPEAKERS (20 Hz tot 20 kHz, 40,0 W, 8 Ω) 0,015% of minder
- Signaal-ruisverhouding (IHF-A-network)
PHONO (MM) (5 mV ingang kortgesloten) 87 dB ofmeer
Cd, enz., PURE DIRECT op
(200 mV ingang kortgesloten) 100 dB ofmeer - Overblijvende ruis (IHF-A-network) 30 V
Kanaalscheiding Cd, enz. (5,1 kΩ ingang kortgesloten, 1/10 kHz) .65/50 dB ofmeer - Toonregelingskarakteristieken
BASS
Versterken/verzwakken (20 Hz) ± 10 dB
Wisselfrequentie 350 Hz
TREBLE
Versterken/verzwakken (20 kHz) ± 10 dB
Wisselfrequentie 3,5 kHz - Continue loudness-regeling Demping (1 kHz) -30 dB
- Versterkingsvolgfait (+16,5 tot -80 dB) 0,5 dB of minder
- Digitale ingang OPTICAL COAXIAL Ondersteunt steckproefempo. 32 kHz tot 192 kHz
FM-GEDEELTE
- Afstembereik
[Modellen voor de V.S. en Canada] 87,5 tot 107,9 MHz
[Modellen voor Azie en algemene modellen] 87,5/87,50 tot 108,0/108,00 MHz
[Modellen voor V.K., Europa, Korea, Australie] 87,50 tot 108,00 MHz - 50 dB dampingsgevoeligheid (IHF, 1 kHz, 100% MOD.)
Mono 3.0 μV (20,8 dBf) - Signaal-ruisverhouding (IHF)
Mono/stereo 71 dB/69 dB
Harmonische verrorming (1 kHz)
Mono/stereo 0,3%/0,5%
Antenne-aansluiting 75 Ω onevenwichtig
AM-GEDEELTE
- Afstembereik
[Modellen voor de V.S. en Canada] 530 tot 1710 kHz
[Modellen voor Azië en algemene modellen] 530/531 tot 1710/1611 kHz
[Modellen voor V.K., Europa, Korea, Australie] 531 tot 1611 kHz
ALGEMEEN
Voeding [Modellen voor de V.S. en Canada].....120 V, 60 Hz wisselstroom [Algemeen model] 110-120/220-240 V wisselstroom, 50 / 60Hz [Modellen voor Korea]. AC220V 60Hz [Modellen voor Australie] . 240 V, 50 Hz wisselstroom [Modellen voor het V.K. en Europa] ..230 V, 50 Hz wisselstroom [Modellen voor Azie] .AC 220-240 V, 50/60 Hz
- Stroomverbruik 190 W
- Stroomgebruik tijdens stand-by 0,1 W of minder Netwerkstand-by op meestal 2,0 W
Maximaal stroomgebruik [Alleen algemeen model] 380 W
Afmetingen (B× H× D) 435× 151× 387mm Gewichtt 9,8 kg
* Technische gegevens können zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Index
A
Aan/uit-lampje (voorpaneel) 4
Aansluiting afspeelapparaat 10
Aansluiting audioapparaten 10
Aansluiting netsnoer 13
Aansluiting opnameapparaat 10
Aansluiting USB-opslagapparaat 23
Achterpaneel (namen en functies van onderdelen) 7
ADVANCED SETUP-menu 34
Afspelen van inhoud van USB-opslagapparaat 23
Afspelen van iPod-inhoud 21
Afpeling van NAS-inhoud 25
Afspeling van pc-inhoud 25
Afstandsbediening (namen en functies van onderdelen) 8
Afstemming van Radio Data System 20
AirPlay 28
AM-antenne-aansluiting 12
AUDIO-aansluiting 7,10
Audiobestandsindeling (pc/NAS) 25
Audiobestandsindeling (USB-opslagapparaat) 23
Auto Power Standby (SETUP-menu) 33
Auto Preset (FM-radio, OPTION-menu) 18
Automatisch voorkeuzestation (FM-radio) 18
AutoPowerStdby (SETUP-menu) 33
B
BALANCE (toonregelaar) 15
Basishandeling voor afspelen 14
BASS (toonregelaar) 15
Batterijen 9
Bereik van afstandsbediening. 9
Bi-Amp (luidsprekeraansluting) 11
C
CAT-5-kabel. 13
CHAN (Signal Info, OPTION-menu) 30
Clear Preset (FM/AM-radio, OPTION-menu) 19
Clock Time (Radio Data System) 20
COAXIAL-aansluiting 7,10
Coderegistratie afstandsbediening (afspeelapparaat).... 36
Controle firmwareversie 33,35
D
DC OUT (SETUP-menu) 33
DC OUT-aansluiting 7
Default Gateway (Information, SETUP-menu) 32
Default Gateway (IP Address, SETUP-menu) 32
DHCP (IP Address, SETUP-menu) 32
Dimmer (voorpaneel) 6
DISPLAY-toets 4,8,29
DLNA 25
Dubbeledraad(Luidsprekeraansluiting) 11
E
ECO Mode (SETUP-menu) 33
Eenvoudig afspelen (iPod) 22
F
Filter (MAC Filter, SETUP-menu) 32
Firmware bijwerken (network) 35, 39
Firmware bijwerken (USB) 35
Firmware-update 39
FM/AM-radio afstemmen 17
FM-antenne-aansluiting 12
FORMAT (Signal Info, OPTION-menu) 30
Foutindicatie 45
G
Gateway 32
H
Handmatig voorkeuzestation (FM/AM-radio) 18
Herhalen (iPod) 22
Herhalen (pc/NAS) 26
Herhalen (USB-opslagapparaat) 24
Hernoemen (naam netwerk) 33
HOME-toets (internetradio) 27
HOME-toets (iPod) 21
HOME-toets (pc/NAS) 26
HOME-toets (USB-opslagapparaat) 23
Hoofdtelefoon 4
1
Indicator (onderdeelnamen en functies) 6
Informatie wisselen (voorpaneel) 29
Informatieweergave (voorpaneel) 6
Information (Network Setup, SETUP-menu) 32
INIT (ADVANCED SETUP-menu) 35
Initial Volume (SETUP-menu) 33
Input Trim (Volume Trim, OPTION-menu) 30
Instellingen voor het delen van media 25
IP Address (Information, SETUP-menu) 32
iPod-inhoud afspelen (AirPlay) 28
iTunes-inhoud afspelen (AirPlay) 28
L
LOUDNESS (toonregelaar) 15
Luidsprekerimpedantie 11,34
Luidsprekerindicator (voorpaneel) 6
Luidsprekerkabelverbinding 11
LuisterenaarAM-radio 17
Luisterenaar FM-radio 17
Luisterenaar internetradio 27
M
MAC Address (Information, SETUP-menu) 32
MAC Address (MAC Filter, SETUP-menu) 32
Netwerkinformatie 32
Netwerkkabel 13
Netwerkverbinding 13
Network Name (Network Setup, SETUP-menu) 33
Network Setup (SETUP-menu) 32
OPTICAL-aansluiting. 7
OPTION-menu 30
OPTION-toets 8
P
Pc-aansluiting 13
REC (REC OUT)-aansluiting 10
Rechtstreeks afspelen 14
REMOTE ID (ADVANCED SETUP-menu) 34
Reset (afstandsbediening) 38
Routeraansluiting 13
s
SAMPL (Signal Info, OPTION-menu) 30
SETUP-menu 31
SETUP-toets 8
Shuffle (iPod) 22
Shuffle (pc/NAS) 26
Shuffle (USB-opslagapparaat) 24
Signa information. 30
Signaalkeuzetoets 8
Signaalzender van afstandsbediening (afstandsbediening) 8
Signal Info (OPTION-menu) 30
Slaaptimer 16
SLEEP-toets 16
SP IMP. (ADVANCED SETUP-menu). 34
Status (Information, SETUP-menu) 32
STP-netwerkkabel 13
Subnet Mask (Information, SETUP-menu) 32
Subnet Mask (IP Address, SETUP-menu) 32
T
TONE CONTROL 15
TREBLE (toonregelaar) 15
U
UPDATE (ADVANCED SETUP-menu) 35
USB-klasse voor massaopslag 23
V
Verkeersinformatie (Radio Data System) 20
VERSION (ADVANCED SETUP-menu) 35
Informatie voor gebruikers over inzameling en verwijdering van oude apparaten en gebruikte batterijen

Deze tekens op de produits, verpakkingen en/of bijgaande documenten betekenat gebruekte elektrische en elektronische producten en batterijen nicht moot worden gemengd met algemeen huishoudelijk afval.

Breng alstublieft voor de juiste behandeling, herwinning en hergebruik van oude producten en gebruekte batterijden deze aanhaaroor bestemde verzamelpunten, in overeenstemming met uw nationale wetgeving en de instructies 2002/96/EC en 2006/66/EC.
Door deze producten en batterijen correct te verwijderen, helpt u natureulijke rijkdommen te beschermen en voorkomt u möglichke negatieve effecten op de menselijke gezondheid en de omgeving, die zich zouden konnen Voordoen door ongepaste afvalverwerking.
Voor meer informatie over hetinzamelen en hergebruik van oude producten en batterijen kut u contact opnemen met uwplaatselijk gemeentebestaar, uw afvalwerkingsbedrijf of het verkooppunt waar u de artikelen heegt gekocht.
[Informatie over verwijdering in andere landen büssen de Europese Unie]
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Mocht u artikelen weg将以gen gooien, neem dan alstublieft contact op met uw plaatselijke overheidsinstantie of dealer en vraag waar de juiste manier van verwijderen.
Opmerking bij het batterijteken (onderst twee voorbeelden):
Dit teken worden möglich je gebruikt in combinatie met een scheikundig symbol. InDat geval voloet het aan de eis en de richtlij, die is opgesteld voor het betreffende chemisch product.
Notice-Facile