Aficio SP C240SF - Printer RICOH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Aficio SP C240SF RICOH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Aficio SP C240SF - RICOH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Aficio SP C240SF van het merk RICOH.
GEBRUIKSAANWIJZING Aficio SP C240SF RICOH
De scanfunctie gebruiken De faxfunctie gebruiken
De scanfunctie gebruiken De faxfunctie gebruiken Starthandleiding voor scanner en fax Nederlands Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Voor een veilig en juist gebruik, zorg ervoor dat u de "Veiligheidsinformatie" leest voordat u het apparaat gebruikt.INHOUDSOPGAVE Handelsmerken...................................................................................................................................................3
1. De scanfunctie gebruiken
- Inleiding tot de scanfunctie p. 5
- Scannen vanaf een computer p. 5
- Het versturen van gescande bestanden per e-mail p. 6
- Gescande bestanden versturen naar een FTP-server p. 7
- Het versturen van gescande bestanden naar de gedeelde map op een computer p. 7
- Gescande bestanden versturen naar een USB-geheugenkaart p. 8
- De IPv4-adresinstellingen configureren p. 9
- Scanbestemmingen registreren p. 11
- Scannen met behulp van het bedieningspaneel p. 16
- Basishandelingen voor scannen naar e-mail/FTP/map p. 16
- Basishandelingen voor scannen naar USB p. 17
- Scannen vanaf een computer p. 19
- Basishandelingen voor TWAIN-scannen p. 19
2. De faxfunctie gebruiken
zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Statee en/of andere landen. Apple, Bonjour, Macintosh, Mac OS, TrueType en Safari zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de Verenigde Staten en in andere landen. “Presto! PageManager" en "NewSoft" zijn handelsmerken en/of gedeponeerde handelsmerken van NewSoft Technology Corporation onderhevig aan handelsmerkbescherming van plaatseljke handelsmerkregelgeving en internationale handelsmerkconventies. Andere productnamen in deze handleiding dienen alleen ter aanduiding en kunnen handelsmerken zijn van hun respectievelijke eigenaren. Wij maken geen enkele aanspraak op enig recht op deze merken. De eigennamen van de Windows-besturingssystemen zijn:
- De productnamen van Windows XP zijn als volgt: Microsoft
De productnamen van Windows Vista zijn als volgt: Microsoft
- De productnamen van Windows 7 zijn als volgt: Microsoft
- De productnamen van Windows Server 2003 zijn als volgt: Microsoft
- De productnamen van Windows Server 2003 R2 zijn als volgt: 3Microsoft
- De productnamen van Windows Server 2008 zijn als volgt: Microsoft
2008 voor systemen op Itanium-basis Microsoft
De productnamen van Windows Server 2008 R2 zijn als volgt: Microsoft
2008 R2 voor systemen op Itanium-basis Microsoft
41. De scanfunctie gebruiken
Dit hoofdstuk beschrijft de scanfuncties. Inleiding tot de scanfunctie Er zijn twee manieren om te scannen: vanaf de computer (TWAIN-scannen) en vanaf het bedieningspaneel. Scannen vanaf de computer Als u met TWAIN scant, kunt u het apparaat vanaf uw computer bedienen en originelen direct naar uw computer scannen. U kunt met TWAIN scannen door een toepassing te gebruiken die compatibel is met TWAIN, zoals Presto! PageManager. TWAIN-scannen is beschikbaar bij zowel USB- als netwerkverbindingen. Scannen vanaf het bedieningspaneel Als u vanaf het bedieningspaneel scant, kunt u gescande bestanden via e-mail (Scannen naar e- mail) versturen naar een FTP-server (Scannen naar FTP), de gedeelde map van een computer op een netwerk of naar een netwerk (Scannen naar map) of naar een verwisselbaar geheugenapparaat (Scannen naar USB). De functies Scannen naar e-mail, Scannen naar FTP en Scannen naar map zijn alleen beschikbaar bij een netwerkverbinding. Er is geen netwerkverbinding vereist voor de functie Scannen naar USB; u kunt gescande bestanden rechtstreeks naar een USB-geheugenkaart versturen die in het apparaat is gestoken. Scannen vanaf een computer U kunt het apparaat vanaf uw computer bedienen en originelen direct naar uw computer scannen.
1Voorbereiden voor scannen vanaf een computer met een USB-verbinding
1. Sluit het apparaat aan op de computer met een USB-kabel en installeer het
scannerstuurprogramma op de computer. Voor meer informatie over het installeren van het scannerstuurprogramma raadpleegt u de instructies op de cd-rom met stuurprogramma's.
Als een TWAIN-compatibele toepassing niet op de computer is geïnstalleerd, installeer dan Presto! PageManager. Raadpleeg voor meer informatie de instructies die zijn meegeleverd op de cd-rom van het stuurprogramma. Voorbereiden voor scannen vanaf een computer met een netwerkverbinding
1. Sluit het apparaat aan op het netwerk.
2. Geef de netwerkinstellingen op, zoals het IP-adres van het apparaat.
Raadpleeg voor meer informatie Pag.9 "De IPv4-adresinstellingen configureren".
3. Installeer het scannerstuurprogramma op uw computer.
Raadpleeg voor meer informatie de instructies die zijn meegeleverd op de cd-rom van het stuurprogramma.
4. Als een TWAIN-compatibele toepassing niet op de computer is geïnstalleerd, installeer dan
Presto! PageManager. Raadpleeg voor meer informatie de instructies die zijn meegeleverd op de cd-rom van het stuurprogramma. Het versturen van gescande bestanden per e-mail U kunt gescande bestanden via e-mail versturen met het bedieningspaneel. NL CES186Mailserver Mailserver Mailserver SCAN SCAN Internet Internet Internet Voorbereiden voor het versturen van gescande bestanden via e-mail
1. Sluit het apparaat aan op het netwerk.
Geef de netwerkinstellingen op, zoals het IP-adres van het apparaat.
1. De scanfunctie gebruiken
1Raadpleeg voor meer informatie Pag.9 "De IPv4-adresinstellingen configureren".
3. Configureer de DNS- en SMTP-instellingen met de Web Image Monitor.
Meer informatie vindt u in de Gebruikershandleiding .
4. Registreer de bestemmingen in het adresboek via de Web Image Monitor.
Raadpleeg voor meer informatie Pag.11 "Scanbestemmingen registreren". Gescande bestanden versturen naar een FTP-server U kunt gescande bestanden naar een FTP-server versturen door het bedieningspaneel te gebruiken. NL CES187 SCAN SCAN Internet Internet Internet FTP-server FTP-server FTP-server Voorbereiden voor het versturen van gescande bestanden naar een FTP-server
1. Sluit het apparaat aan op het netwerk.
Geef de netwerkinstellingen op, zoals het IP-adres van het apparaat. Raadpleeg voor meer informatie Pag.9 "De IPv4-adresinstellingen configureren".
3. Registreer de bestemmingen in het adresboek via de Web Image Monitor.
Raadpleeg voor meer informatie Pag.11 "Scanbestemmingen registreren". Het versturen van gescande bestanden naar de gedeelde map op een computer U kunt gescande bestanden versturen naar de gedeelde map van een computer op een netwerk met het bedieningspaneel. Inleiding tot de scanfunctie
1NL CES190 SCAN SCAN TCP/IP Voorbereiden voor versturen van gescande bestanden naar een gedeelde map op een computer
1. Sluit het apparaat aan op het netwerk.
Geef de netwerkinstellingen op, zoals het IP-adres van het apparaat. Raadpleeg voor meer informatie Pag.9 "De IPv4-adresinstellingen configureren".
3. Maak een bestemmingsmap aan op de harde schijf van de computer en configureer deze als
een gedeelde map. Zie voor meer informatie de gegevens van uw besturingssysteem.
4. Registreer de bestemmingen in het adresboek via de Web Image Monitor.
Raadpleeg voor meer informatie Pag.11 "Scanbestemmingen registreren". Gescande bestanden versturen naar een USB-geheugenkaart U kunt gescande bestanden versturen en opslaan op een USB-geheugenkaart met het bedieningspaneel. NL CES198 SCAN SCAN Voorbereiden voor het versturen van gescande bestanden naar een USB-geheugenkaart
1. Steek de USB-geheugenkaart in het apparaat.
Raadpleeg voor meer informatie Pag.17 "Basishandelingen voor scannen naar USB"
1. De scanfunctie gebruiken
1De IPv4-adresinstellingen configureren Het apparaat is zo ingesteld dat IPv4-adresinformatie standaard opgehaald wordt via het netwerk (DHCP). Als u IPv4-adresinformatie handmatig wilt toewijzen, volgt u de onderstaande procedure.
- Als u het apparaat gebruikt op een netwerk dat gebruikmaakt van DHCP, drukt u de configuratiepagina af om te zien welke IPv4-adresinformatie toegewezen is aan het apparaat. Voer stap 15 tot 18 van de onderstaande procedure uit.
1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].
3. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voer het wachtwoord dan met de
cijfertoetsen in en druk vervolgens op de [OK]-knop.
4. Druk op [ ] [ ] om [IPv4-configuratie] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-
5. Druk op [ ][ ] om [DHCP] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
6. Druk op [ ] [ ] om [Inactief] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
7. Druk op [ ][ ] om [IP-adres] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
Het huidige IPv4-adres wordt weergegeven.
8. Voer het IPv4-adres in met behulp van de cijfertoetsen en druk vervolgens op de [OK]-
knop. Druk op [ ] [ ] om tussen velden te schakelen.
9. Druk op [ ] [ ] om [Subnetmasker] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
Het huidige subnetmasker wordt weergegeven.
10. Voer het subnetmasker in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de [OK]-knop.
Druk op [ ] [ ] om tussen velden te schakelen.
11. Druk op [ ] [ ] om [Gateway Adres] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
Het huidige gateway-adres wordt weergegeven.
12. Voer het gateway-adres met de cijfertoetsen in en druk dan op de [OK]-knop.
Druk op [ ] [ ] om tussen velden te schakelen.
13. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen] om terug te keren naar het beginscherm.
14. Als u gevraagd wordt het apparaat opnieuw te starten, zet de printer dan uit en daarna
116. Druk op [ ][ ] om [Lijst/rap. afdrukken] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-
17. Druk op [ ] [ ] om [Configuratiepagina] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-
18. Druk op het bevestigingsscherm op [Ja].
De configuratiepagina wordt afgedrukt. De IPv4-adresinstelling wordt weergegeven onder “TCP/ IP” op de configuratiepagina.
1. De scanfunctie gebruiken
1Scanbestemmingen registreren Dit onderdeel beschrijft hoe u bestemmingsmappen in het adresboek kunt registreren. Om gescande bestanden naar een e-mailadres (Scannen naar e-mail), FTP-server (Scannen naar FTP) of een gedeelde map op een netwerkcomputer (Scannen naar map) te sturen, dient u de bestemming eerst te registreren in het adresboek via Web Image Monitor.
- Afhankelijk van uw netwerkomgeving kunnen de functies Scannen naar FTP en Scannen naar map om een gebruikersnaam en wachtwoord vragen die zijn ingevoerd in de bestemmingsinformatie. Controleer in zulke gevallen nadat u de bestemmingen heeft geregistreerd of de gebruikersnaam en het wachtwoord juist zijn ingevoerd door testdocumenten naar die bestemmingen te sturen. Het adresboek kan maximaal 100 registraties bevatten, waaronder 20 snelkeuzebestemmingen. Bestemmingen die geregistreerd zijn als snelkeuzebestemmingen kunnen geselecteerd worden door op de daarmee overeenkomende Eéntoetsknop te drukken.
1. Open de webbrowser en verkrijg toegang tot het apparaat door het IP-adres in te vullen.
De informatie die u moet registreren hangt af van het bestemmingstype. Zie de onderstaande tabellen voor meer informatie.
5. Voer indien nodig het beheerderswachtwoord in.
Instellingen voor scannen naar e-mail Scanbestemmingen registreren
1Item Instelling Beschrijving Snelkeuzenummer Optioneel Selecteer deze als u de bestemming als snelkeuzesbestemming wilt invoeren. Naam Vereist Naam van de bestemming. De naam die hier wordt opgegeven wordt op het scherm weergegeven als er een scanbestemming wordt geselecteerd. E-mailadresbestemming Vereist E-mailadres van de bestemming. E-mailadres voor melding Optioneel E-mailadres waarnaar een melding wordt gestuurd na verzending. Onderwerp Vereist Onderwerp van de e-mail. Naam verzender Optioneel Naam van de afzender van de e-mail. Bestandsformaat (kleur/ grijswaarden) Vereist Bestandsformaat van het gescande bestand als er in kleur is gescand. Bestandsformaat (zwart-wit) Vereist Bestandformaat van het gescande bestand als er in zwart-wit wordt gescand. Scanformaat Optioneel Selecteer het scanformaat voor het origineel. Resolutie Optioneel Selecteer de scanresolutie. Belichting Optioneel Geef de afbeeldingsbelichting op door op de rechter- of linkertoetsen te drukken. Instellingen voor scannen naar FTP
1. De scanfunctie gebruiken
1Item Instelling Beschrijving Snelkeuzenummer Optioneel Selecteer deze als u de bestemming als snelkeuzesbestemming wilt invoeren. Naam Vereist Naam van de bestemming. De naam die hier wordt opgegeven wordt op het scherm weergegeven als er een scanbestemming wordt geselecteerd. Hostnaam of IP-adres Vereist Naam of IP-adres van de FTP-server. Bestandsformaat (kleur/ grijswaarden) Vereist Bestandsformaat van het gescande bestand als er in kleur is gescand. Bestandsformaat (zwart-wit) Vereist Bestandsformaat van het gescande bestand bij scannen in zwart-wit FTP gebruikersnaam Optioneel Gebruikersnaam voor aanmelden op de FTP-server. FTP wachtwoord Optioneel Wachtwoord voor aanmelden op de FTP-server. Directory Optioneel Naam van de directory op de FTP-server waar gescande bestanden worden opgeslagen. E-mailadres voor melding Optioneel E-mailadres waarnaar een melding wordt gestuurd na verzending. Scanformaat Optioneel Selecteer het scanformaat voor het origineel. Resolutie Optioneel Selecteer de scanresolutie. Belichting Optioneel Geef de afbeeldingsbelichting op door op de rechter- of linkertoetsen te drukken. Instellingen van scannen naar een map Scanbestemmingen registreren
1Item Instelling Beschrijving Snelkeuzenummer Optioneel Selecteer deze als u de bestemming als snelkeuzesbestemming wilt invoeren. Naam Vereist Naam van de bestemming. De naam die hier wordt opgegeven wordt op het scherm weergegeven als er een scanbestemming wordt geselecteerd. Servicenaam Vereist Pad naar de directory waar gescande bestanden worden opgeslagen. Bestaat uit het IP-adres of de naam van de doelcomputer en de naam van de gedeelde map. Domein Optioneel Als de bestemmingscomputer lid is van een Active Directory-domein, geef die domeinnaam dan op. Log-in gebruikersnaam Optioneel Gebruikersnaam voor aanmelden op de bestemmingscomputer. Log-in wachtwoord Optioneel Wachtwoord voor aanmelden op de bestemmingscomputer. Directory Optioneel Directory in de gedeelde map waar gescande bestanden worden opgeslagen. E-mailadres voor melding Optioneel E-mailadres waarnaar een melding wordt gestuurd na verzending. Bestandsformaat (kleur/ grijswaarden) Vereist Bestandsformaat van het gescande bestand als er in kleur is gescand. Bestandsformaat (zwart-wit) Vereist Bestandformaat van het gescande bestand als er in zwart-wit wordt gescand. Scanformaat Optioneel Selecteer het scanformaat voor het origineel. Resolutie Optioneel Selecteer de scanresolutie. Belichting Optioneel Geef de afbeeldingsbelichting op door op de rechter- of linkertoetsen te drukken.
- Om bestanden via e-mail, SMTP en DNS te versturen, dienen de instellingen juist te worden geconfigureerd.
1. De scanfunctie gebruiken
1• Om bestanden naar een FTP-server of computer te versturen, dienen de gebruikersnaam, het wachtwoord en de directory juist te worden geconfigureerd.
- Geef op een netwerk dat een DNS-server gebruikt, een computernaam op in [Servicenaam] en de naam van het domein waartoe de computer behoort in [Domein]. Configureer in dit geval ook de instellingen die betrekking hebben op de DNS via Web Image Monitor.
De bestemming voor Scannen naar map moet op een computer met één van de volgende besturingssystemen staan: Windows XP/Vista/7, Windows Server 2003/2003 R2/2008/2008 R2 of Mac OS X.
- Scanbestemmingen kunnen niet met het bedieningspaneel worden geregistreerd.
- De functie Scannen naar USB vereist geen bestemmingen die in het Adresboek geregistreerd staan.
- Meer informatie over instellingen voor SMTP en DNS vindt u in de Gebruikershandleiding . Scanbestemmingen registreren
1Scannen met behulp van het bedieningspaneel Als u vanaf het bedieningspaneel scant, kunt u gescande bestanden via e-mail (Scannen naar e-mail) versturen naar een FTP-server (Scannen naar FTP), de gedeelde map van een computer op een netwerk of naar een netwerk (Scannen naar map) of naar een verwisselbaar geheugenapparaat (Scannen naar USB). De functies Scannen naar e-mail, Scannen naar FTP en Scannen naar map zijn alleen beschikbaar bij een netwerkverbinding. Er is geen netwerkverbinding vereist voor de functie Scannen naar USB; u kunt gescande bestanden rechtstreeks naar een USB-geheugenkaart versturen die in het apparaat is gestoken. Scannen met behulp van het bedieningspaneel is alleen beschikbaar als het apparaat aangesloten is op een netwerk. Basishandelingen voor scannen naar e-mail/FTP/map In dit onderdeel worden de basisbewerkingen uitgelegd voor het versturen van gescande bestanden via e-mail, naar een FTP-server of naar een computer. Het gescande bestand is verstuurd via e-mail, naar een FTP-server of een computer afhankelijk van de opgegeven bestemming.
- Als er een USB-geheugenkaart in het apparaat is geplaatst, is alleen de scanfunctie Scannen naar USB beschikbaar via het bedieningspaneel. Zorg ervoor dat er geen USB-geheugenkaart in het apparaat is geplaatst.
1. Druk op de [Scanner]-knop.
Controleer of er op het scherm "Geef best. op" wordt weergegeven.
2. Plaats het origineel op de glasplaat of in de ADF.
Configureer geavanceerde scaninstellingen indien nodig.
3. Druk op de knop [Adresboek].
4. Zoek naar de gewenste bestemming door op [ ][ ] te drukken om door het adresboek te
bladeren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
5. Druk op de [Start zwart-wit]- of op [Start kleur]-knop.
Om in zwart-wit te scannen drukt u op de [Start zwart-wit]-knop. Om in kleur te scannen drukt u op de [Start kleur]-knop. Afhankelijk van de instellingen van het apparaat moet u mogelijk een ander origineel op de glasplaat leggen. Ga in dit geval verder met de volgende stap.
6. Als u meer originelen wilt scannen, plaats dan het volgende origineel op de glasplaat en
druk op [Ja]. Herhaal deze stap totdat alle originelen zijn gescand.
1. De scanfunctie gebruiken
17. Als alle originelen gescand zijn, drukt u op [Nee] om te beginnen met het versturen van
het gescande bestand.
- Alle informatie over de scannerfunctie vindt u in de Gebruikershandleiding . Basishandelingen voor scannen naar USB In dit gedeelte worden de basisbewerkingen beschreven voor het versturen van gescande bestanden naar een USB-geheugenkaart.
- Sommige soorten USB-geheugenkaarten kunnen niet gebruikt worden.
1. Plaats uw USB-geheugenkaart in de USB-geheugenkaartpoort.
2. Druk op de [Scanner]-knop.
"Bezig met laden..." wordt op het display weergegeven. Wacht totdat het display de melding "Scan op USB opslaan" weergeeft (de duur hangt af van uw USB-geheugenkaart).
3. Plaats het origineel op de glasplaat of in de ADF.
Configureer geavanceerde scaninstellingen indien nodig.
4. Druk op de [Start zwart-wit]- of op [Start kleur]-knop.
Om in zwart-wit te scannen drukt u op de [Start zwart-wit]-knop. Om in kleur te scannen drukt u op de [Start kleur]-knop. Afhankelijk van de apparaatinstellingen, zal u gevraagd worden een bestandsformaat te selecteren uit TIFF en PDF (halftoon zwart-witscanmodus) of JPG en PDF (kleuren of grijstinten zwart-witscanmodus).
5. Druk op de selectietoets die overeenkomt met het gewenste bestandsformaat.
Afhankelijk van de instellingen van het apparaat moet u mogelijk een ander origineel op de glasplaat leggen. Ga in dit geval verder met de volgende stap. Indien dit niet het geval is, ga dan verder met stap 8.
6. Als u meer originelen wilt scannen, plaats dan het volgende origineel op de glasplaat en
druk op [Ja]. Herhaal deze stap totdat alle originelen zijn gescand.
7. Als alle originelen gescand zijn, drukt u op [Nee] om te beginnen met het versturen van
het gescande bestand.
8. Controleer of "Gereed" op het display wordt weergegeven.
Het gescande bestand is aangemaakt in de root directory van de USB-geheugenkaart.
9. Verwijder de USB-geheugenkaart uit het apparaat.
Scannen met behulp van het bedieningspaneel
1• Alle informatie over de scannerfunctie vindt u in de Gebruikershandleiding .
1. De scanfunctie gebruiken
1Scannen vanaf een computer Met scannen vanaf een computer (TWAIN-scannen) kunt u het apparaat bedienen vanaf uw computer en originelen rechtstreeks naar uw computer scannen. TWAIN-scannen is beschikbaar bij zowel USB- als netwerkverbindingen. Basishandelingen voor TWAIN-scannen In dit onderdeel vindt u meer informatie over de basishandelingen voor TWAIN-scannen. TWAIN-scannen is mogelijk als uw computer over een toepassing beschikt die TWAIN ondersteunt. Presto! PageManager (bijgeleverd op de cd-rom met stuurprogramma's) kan gebruikt worden voor TWAIN-scannen.
- Meer informatie over TWAIN-scannen vindt u in de handleiding geleverd bij PageManager of een andere door u gekozen toepassing. Scannen vanaf een computer
11. De scanfunctie gebruiken
12. De faxfunctie gebruiken
In dit hoofdstuk worden de faxfuncties beschreven. Inleiding tot de faxfunctie In dit gedeelte worden de basisprocedures beschreven voor het gebruik van dit apparaat als faxapparaat. Gebruik als faxapparaat NL CES188 FAX FAX PSTN Voorbereiden voor het gebruik als faxapparaat
1. Het apparaat op een telefoonlijn aansluiten
Raadpleeg voor meer informatie Pag.23 "Aansluiten op een telefoonlijn".
2. De netwerkinstellingen voor de telefoon configureren.
Raadpleeg voor meer informatie Pag.25 "De instellingen voor het telefoonnetwerk configureren".
3. De datum en tijd configureren.
Raadpleeg voor meer informatie Pag.27 "De datum en tijd instellen".
4. Registreer de bestemmingen in het adresboek via de Web Image Monitor.
Raadpleeg voor meer informatie Pag.28 "Faxbestemmingen registreren". Het apparaat gebruiken met een externe telefoon U kunt het apparaat als een faxapparaat gebruiken en dezelfde telefoonlijn tegelijkertijd voor telefoongesprekken gebruiken.
2NL CES189 FAX FAX PSTN Voorbereiden voor het gebruik van het apparaat met een externe telefoon
1. Een externe telefoon op het apparaat aansluiten.
Raadpleeg voor meer informatie Pag.23 "Aansluiten op een telefoonlijn".
De ontvangstmodus van de fax selecteren. Raadpleeg voor meer informatie Pag.31 "Een fax ontvangen". Faxen vanaf een computer versturen (LAN-fax) U kunt een document rechtstreeks vanaf een computer via dit apparaat naar een ander faxapparaat sturen, zonder het document te hoeven afdrukken.
- Deze functie wordt ondersteund door Windows XP/Vista/7 en Windows Server 2003/2003 R2/2008/2008 R2. Mac OS X ondersteunt deze functie niet. NL CES191 FAX FAX PSTN
- Meer informatie over de functie LAN-fax vindt u in de Gebruikershandleiding .
2. De faxfunctie gebruiken
2Aansluiten op een telefoonlijn U kunt het apparaat direct aansluiten op het algemeen gebruikte telefoonnetwerk (PSTN) of via een telefooncentrale die voor een bedrijf gebruikt wordt (PBX). U kunt ook een externe telefoon aansluiten om dezelfde telefoonlijn te gebruiken voor gesprekken.
- Gebruik alleen Nr. 26 AWG of hoger voor het telecommunicatielijnsnoer om het risico op brand te beperken.
- Pour réduire le risque d'incendie, utiliser uniquement des conducteurs de télécommunications 26 AWG ou de section supérieure.
- Zorg ervoor dat u het juiste connectortype heeft, voordat u start.
1. Verwijder de klep voor de kabels.
2. Sluit een telefoonlijnsnoer aan op LINE.
CES041 Aansluiten op een telefoonlijn
23. Als u een externe telefoon gebruikt, sluit de telefoon dan aan op TEL.
4. Plaats de kabelklep opnieuw.
2. De faxfunctie gebruiken
2De instellingen voor het telefoonnetwerk configureren Het type telefoonlijn selecteren Selecteer het telefoonlijntype volgens uw telefoonlijndienst. Er zijn twee types: kiezen met toon of kiezen met puls. Deze functie is in sommige regio's niet beschikbaar.
1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].
2. Druk op [ ] [ ] om [Beh. Toepas.] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
3. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voer het wachtwoord dan met de
cijfertoetsen in en druk vervolgens op de [OK]-knop.
4. Druk op [ ] [ ] om [Kies-/pulstoon] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
5. Druk op [ ] [ ] om het telefoonlijntype volgens uw telefoondienst te selecteren en druk
vervolgens op de [OK]-knop.
6. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen] om terug te keren naar het beginscherm.
Het type verbinding voor het telefoonnetwerk selecteren Selecteer het type verbinding van het telefoonnetwerk. Er zijn twee typen: PSTN (het openbare telefoonnetwerk) en PBX (intern telefoonnetwerk).
1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].
2. Druk op [ ] [ ] om [Beh. Toepas.] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
3. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voer het wachtwoord dan met de
cijfertoetsen in en druk vervolgens op de [OK]-knop.
4. Druk op [ ] [ ] om [PSTN / PBX] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
5. Druk op [ ] [ ] om [PSTN] of [PBX] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
6. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen] om terug te keren naar het beginscherm.
Het toegangsnummer voor de externe lijn instellen Als het apparaat is aangesloten op het telefoonnetwerk via een PBX, stel het telefoonnummer dan zo in dat er toegang is tot de externe lijn. De instellingen voor het telefoonnetwerk configureren
2• Zorg ervoor dat het externe toegangsnummer overeenkomt met de instelling van uw PBX. Anders kunt u wellicht geen faxen versturen naar externe bestemmingen.
1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].
2. Druk op [ ] [ ] om [Beh. Toepas.] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
3. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voer het wachtwoord dan met de
cijfertoetsen in en druk vervolgens op de [OK]-knop.
5. Voer het externe toegangsnummer in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de
6. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen] om terug te keren naar het beginscherm.
2. De faxfunctie gebruiken
2De datum en tijd instellen In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe u de tijd en datum kunt instellen voor de interne klok van het apparaat en hoe u de weergave-indeling kunt selecteren.
- Datum Jaar, maand, datum en datumindeling (maand/dag/jaar, dag/maand/jaar of jaar/maand/ dag)
Tijd Uur, minuut, tijdsindeling (12- of 24-uursindeling) en AM/PM-aanduiding (wanneer 12- uursindeling geselecteerd is)
1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].
3. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voer het wachtwoord dan met de
cijfertoetsen in en druk vervolgens op de [OK]-knop.
4. Druk op [ ][ ] om [Datum/tijd instellen] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-
5. Druk op [ ][ ] om [Datum instellen] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
6. Druk op [ ] [ ] om de gewenste datumindeling te selecteren en druk vervolgens op de
7. Voer de huidige datum in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de [OK]-knop.
U kunt op [ ][ ] drukken om tussen velden te schakelen.
8. Druk op [ ][ ] om [Tijd instellen] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.
9. Druk op [ ] [ ] om de gewenste tijdsindeling te selecteren en druk vervolgens op de
10. Voer de huidige tijd in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de [OK]-knop.
Als u [12-uursindeling] geselecteerd hebt, drukt u op [ ][ ] om [AM] of [PM] te selecteren. U kunt op [ ][ ] drukken om tussen velden te schakelen.
11. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen] om terug te keren naar het beginscherm.
De datum en tijd instellen
2Faxbestemmingen registreren Dit onderdeel beschrijft hoe u faxbestemmingen kunt registreren in het adresboek met Web Image Monitor. In het adresboek kunt u faxbestemmingen snel en eenvoudig specificeren. U kunt tot 220 bestemmingen opslaan in het adresboek (20 snelkeuzebestemmingen en 200 verkorte kiesbestemmingen). Snelkeuzebestemmingen Bestemmingen die geregistreerd zijn als snelkeuzebestemmingen kunnen geselecteerd worden door op de daarmee overeenkomende Eéntoetsknop te drukken. Verkorte kiesbestemmingen Bestemmingen die geregistreerd zijn als verkorte kiesbestemmingen kunnen geselecteerd worden door op de knop [Adresboek] te drukken en vervolgens de gewenste bestemming te selecteren met de toetsen [ ][ ]. Faxbestemmingen registreren met Web Image Monitor In dit onderdeel wordt beschreven hoe u bestemmingen kunt registreren met Web Image Monitor.
1. Open de webbrowser en verkrijg toegang tot het apparaat door het IP-adres ervan in te
4. Selecteer [Snelkeuzenummer] of [Verkort kiesnummer] en selecteer vervolgens het
registratienummer in de lijst.
5. Registreer informatie indien nodig.
6. Voer indien nodig het beheerderswachtwoord in.
2. De faxfunctie gebruiken
2Instellingen voor faxbestemmingen Item Instelling Beschrijving Snelkeuzenummer / Verkort kiesnummer Vereist Selecteer het nummer waaraan u een snelkeuzebestemming of een verkorte bestemming wilt toewijzen. Naam Optioneel Naam van de bestemming. De naam die u hier opgeeft, wordt weergegeven op het scherm als u een faxbestemming selecteert. Faxnummer Optioneel Faxnummer van de bestemming. Als het apparaat via een PBX op het telefoonnetwerk is aangesloten, dient u ervoor te zorgen dat het externe lijntoegangsnummer is opgegeven in [PBX- toegangsnummer] voor het faxnummer. E-mailadres Optioneel E-mailadres van de bestemming van de internetfax. Deze instelling wordt alleen weergegeven voor het Type 2-model. Faxbestemmingen registreren
2Basisbewerking voor het versturen van een fax In dit onderdeel worden de basisbewerkingen voor het sturen van een fax beschreven.
1. Druk op de [Facsimile]-knop.
2. Plaats het origineel op de glasplaat of in de ADF.
Configureer indien nodig de geavanceerde scaninstellingen.
3. Voer met de cijfertoetsen het faxnummer in (maximaal 40 tekens) of geef een
bestemming op met de Eéntoetsknoppen of de functie verkorte kiesbestemming.
- Als het apparaat via een PBX op het telefoonnetwerk is aangesloten, dient u ervoor te zorgen dat het externe lijntoegangsnummer is opgegeven in [PBX-toegangsnummer] voor het faxnummer.
Om een internetfaxbestemming op te geven, gebruikt u de sneltoetsen of de functie verkorte kiesbestemming.
4. Druk op de [Start zwart-wit]-knop.
- Afhankelijk van de apparaatinstellingen, wordt u mogelijk gevraagd om het faxnummer opnieuw in te voeren als u het faxnummer van de bestemming handmatig hebt ingevoerd. Voer het faxnummer binnen 30 seconden in. Als de faxnummers niet overeenstemmen, keert u terug naar stap 3.
- Als u de glasplaat gebruikt in de stand Geheugentransmissie, zal u worden gevraagd een ander origineel te plaatsen. Ga in dit geval verder met de volgende stap.
5. Als u meerdere originelen wilt scannen, drukt u binnen 60 seconden op [Ja], plaatst u het
volgende origineel op de glasplaat en drukt u vervolgens op [OK]. Herhaal deze stap totdat alle originelen zijn gescand. Als u niet binnen 60 seconden op [Ja] drukt, kiest het apparaat de bestemming.
6. Wanneer alle originelen gescand zijn, drukt u op [Nee] om de fax te versturen.
- Meer informatie over de faxfunctie vindt u in de Gebruikershandleiding .
2. De faxfunctie gebruiken
2Een fax ontvangen Dit onderdeel beschrijft de ontvangstmodi en de basishandelingen voor het ontvangen van een fax. De ontvangstmodus selecteren In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe u de ontvangstmodus selecteert. De volgende ontvangstmodi zijn beschikbaar:
1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].
][ ] om [Faxeigenschappen] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]- knop.
5. Druk op [ ] [ ] om de gewenste ontvangstmodus te selecteren en druk vervolgens op de
6. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen] om terug te keren naar het beginscherm.
- In de modus FAX/TAD begint het apparaat automatisch faxen te ontvangen nadat het antwoordapparaat van de externe lijn een ingesteld aantal keer heeft gerinkeld (dit aantal kunt u instellen bij [Tot. rinkelt. mt TAD] onder [Faxeigenschappen]). Zorg ervoor dat het antwoordapparaat van de externe lijn ingesteld is om oproepen te ontvangen voordat het apparaat start met het ontvangen van faxen. Een fax ontvangen in de modus FAX/TEL Handmatig Dit onderdeel beschrijft de basishandelingen voor het ontvangen van een fax wanneer de ontvangstmodus ingesteld is op FAX/TEL Handmatig.
1. Neem de hoorn van de externe lijn van de haak om de oproep te beantwoorden.
Er start een normale telefoonoproep. Een fax ontvangen
22. Wanneer u een faxtoon of geen geluid hoort, drukt u op de [Fax]-knop en vervolgens op
4. Druk op de [Start zwart-wit]-knop.
5. Leg de hoorn op de haak.
Een fax ontvangen in de modus Alleen Fax Wanneer de ontvangstmodus ingesteld is op Alleen Fax, beantwoordt het apparaat automatisch alle oproepen in de faxontvangstmodus. Een fax ontvangen in de modus FAX/TEL Automatisch Wanneer de ontvangstmodus ingesteld is op FAX/TEL Automatisch, ontvangt het apparaar automatisch een fax bij een faxoproep en rinkelt het apparaat bij een telefoonoproep.
1. Wanneer er een oproep wordt ontvangen, probeert het apparaat gedurende vijf seconden een
faxtoon te detecteren. Als het apparaat een faxtoon detecteert, begint het automatisch de fax te ontvangen.
Als er geen faxtoon gedetecteerd wordt, begint het apparaat te rinkelen en blijft het proberen een faxtoon te detecteren gedurende de tijd ingesteld bij [RX modus autom.schakeltijd] onder [Faxeigenschappen].
- Als het apparaat een faxtoon detecteert of als u de hoorn niet van de haak neemt, begint het apparaat automatisch de fax te ontvangen.
- Om een normale telefoonoproep te starten, neemt u de hoorn van de haak, drukt u op de [Facsimile]-knop en drukt u vervolgens op de [Wis/Stop]-knop. Als u een faxtoon of geen geluid hoort, dient u de fax handmatig te ontvangen.
- Als u de hoorn van de haak neemt maar de tijd die opgegeven is bij [RX modus autom.schakeltijd] verstrijkt voor er een normale telefoonoproep start, begint het apparaat de fax automatisch te ontvangen.
- Als u de hoorn van de haak hebt genomen om een oproep te beantwoorden, moet u eerst op de [Facsimile]-knop drukken om de faxmodus te activeren voordat u op de [Wis/Stop]-knop drukt. Als de faxmodus niet geactiveerd is op het apparaat, kunt u geen normale oproep starten door op de [Wis/Stop]-knop te drukken.
2. De faxfunctie gebruiken
2Een fax ontvangen in de modus FAX/TAD Wanneer de ontvangstmodus ingesteld is op FAX/TAD, beantwoordt en registreert het antwoordapparaat van de externe lijn berichten wanneer het apparaat telefoonoproepen ontvangt. Als de ontvangen oproep een faxoproep is, ontvangt het apparaat de fax automatisch.
1. Bij een ontvangen oproep rinkelt het antwoordapparaat van de externe lijn een ingesteld aantal
keer (dit aantal kunt u instellen bij [Tot. rinkelt. mt TAD] onder [Faxeigenschappen]). Als het antwoordapparaat van de externe lijn de oproep niet beantwoordt, ontvangt het apparaat de fax automatisch.
Als het antwoordapparaat van de externe lijn de oproep beantwoordt, registreert het apparaat gedurende 30 seconden stilte op de lijn (stiltedetectie).
- Als er een faxtoon of geen geluid gedetecteerd wordt, ontvangt het apparaat de fax automatisch.
- Als er een stem gedetecteerd wordt, start er een normale telefoonoproep. Het antwoordapparaat van de externe lijn neemt berichten op. Een fax ontvangen
Notice-Facile