Aficio SP C240SF RICOH

Aficio SP C240SF - Printer RICOH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Aficio SP C240SF RICOH in PDF-formaat.

Page 187
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : RICOH

Model : Aficio SP C240SF

Categorie : Printer

Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Aficio SP C240SF - RICOH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Aficio SP C240SF van het merk RICOH.

GEBRUIKSAANWIJZING Aficio SP C240SF RICOH

De scanfunctie gebruiken

De faxfunctie gebruiken

HetsymboolwordtgebruiktvoorinformatiedierelevantisvoorapparaatmodelleninregioA(voornamelijkEuropaenAzië).

De scanfunctie gebruiken

De faxfunctie gebruiken

Starthandleiding voor scanner en fax

Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat gebruikt en bewaar deze voor toekomstige raadpleging. Voor een veilig en juist gebruik, zorg ervoor

dat u de "Veiligheidsinformatie" leest voordat u het apparaat gebruikt.INHOUDSOPGAVE Handelsmerken3

1. De scanfunctie gebruiken

Inleiding tot de scanfunctie5

Scannen vanaf een computer5

Het versturen van gescande bestanden per e-mail6

Gescande bestanden versturen naar een FTP-server7

Het versturen van gescande bestanden naar de gedeelde map op een computer7

Gescande bestanden versturen naar een USB-geheugenkaart8

De IPv4-adresinstellingen configureren9

Scanbestemmingen registreren11

Scannen met behulp van het bedieningspaneel16

Basishandelingen voor scannen naar e-mail/FTP/map16

Basishandelingen voor scannen naar USB17

Scannen vanaf een computer19

Basishandelingen voor TWAIN-scannen19

2. De faxfunctie gebruiken

Inleiding tot de faxfunctie21

Gebruik als faxapparaat21

Het apparaat gebruiken met een externe telefoon21

Faxen vanaf een computer versturen (LAN-fax)22

Aansluiten op een telefoonlijn23

De instellingen voor het telefoonnetwerk configureren25

Het type telefoonlijn selecteren25

Het type verbinding voor het telefoonnetwerk selecteren25

Het toegangsnummer voor de externe lijn instellen25

De datum en tijd instellen27

Faxbestemmingen registreren28

Faxbestemmingen registreren met Web Image Monitor28

Basisbewerking voor het versturen van een fax30

De ontvangstmodus selecteren31

Een fax ontvangen in de modus Alleen Fax32

1Een fax ontvangen in de modus FAX/TEL Automatisch32

Een fax ontvangen in de modus FAX/TAD33

zijn gedeponeerde handelsmerken of

handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Statee en/of andere landen.

Apple, Bonjour, Macintosh, Mac OS, TrueType en Safari zijn handelsmerken van Apple Inc.,

gedeponeerd in de Verenigde Staten en in andere landen.

“Presto! PageManager" en "NewSoft" zijn handelsmerken en/of gedeponeerde handelsmerken van

NewSoft Technology Corporation onderhevig aan handelsmerkbescherming van plaatseljke

handelsmerkregelgeving en internationale handelsmerkconventies.

Andere productnamen in deze handleiding dienen alleen ter aanduiding en kunnen handelsmerken zijn

van hun respectievelijke eigenaren. Wij maken geen enkele aanspraak op enig recht op deze merken.

De eigennamen van de Windows-besturingssystemen zijn:

• De productnamen van Windows XP zijn als volgt:

De productnamen van Windows Vista zijn als volgt:

• De productnamen van Windows 7 zijn als volgt:

• De productnamen van Windows Server 2003 zijn als volgt:

• De productnamen van Windows Server 2003 R2 zijn als volgt:

• De productnamen van Windows Server 2008 zijn als volgt:

2008 voor systemen op Itanium-basis

De productnamen van Windows Server 2008 R2 zijn als volgt:

2008 R2 voor systemen op Itanium-basis

41. De scanfunctie gebruiken

Dit hoofdstuk beschrijft de scanfuncties.

Inleiding tot de scanfunctie

Er zijn twee manieren om te scannen: vanaf de computer (TWAIN-scannen) en vanaf het

Scannen vanaf de computer

Als u met TWAIN scant, kunt u het apparaat vanaf uw computer bedienen en originelen direct

naar uw computer scannen.

U kunt met TWAIN scannen door een toepassing te gebruiken die compatibel is met TWAIN, zoals

Presto! PageManager.

TWAIN-scannen is beschikbaar bij zowel USB- als netwerkverbindingen.

Scannen vanaf het bedieningspaneel

Als u vanaf het bedieningspaneel scant, kunt u gescande bestanden via e-mail (Scannen naar e-

mail) versturen naar een FTP-server (Scannen naar FTP), de gedeelde map van een computer op

een netwerk of naar een netwerk (Scannen naar map) of naar een verwisselbaar

geheugenapparaat (Scannen naar USB).

De functies Scannen naar e-mail, Scannen naar FTP en Scannen naar map zijn alleen beschikbaar

bij een netwerkverbinding. Er is geen netwerkverbinding vereist voor de functie Scannen naar USB;

u kunt gescande bestanden rechtstreeks naar een USB-geheugenkaart versturen die in het

apparaat is gestoken.

Scannen vanaf een computer

U kunt het apparaat vanaf uw computer bedienen en originelen direct naar uw computer scannen.

TCP/IP, USB SCAN SCAN NL CES185

1Voorbereiden voor scannen vanaf een computer met een USB-verbinding

1. Sluit het apparaat aan op de computer met een USB-kabel en installeer het

scannerstuurprogramma op de computer.

Voor meer informatie over het installeren van het scannerstuurprogramma raadpleegt u de

instructies op de cd-rom met stuurprogramma's.

Als een TWAIN-compatibele toepassing niet op de computer is geïnstalleerd, installeer dan

Presto! PageManager.

Raadpleeg voor meer informatie de instructies die zijn meegeleverd op de cd-rom van het

Voorbereiden voor scannen vanaf een computer met een netwerkverbinding

1. Sluit het apparaat aan op het netwerk.

2. Geef de netwerkinstellingen op, zoals het IP-adres van het apparaat.

Raadpleeg voor meer informatie Pag.9 "De IPv4-adresinstellingen configureren".

3. Installeer het scannerstuurprogramma op uw computer.

Raadpleeg voor meer informatie de instructies die zijn meegeleverd op de cd-rom van het

4. Als een TWAIN-compatibele toepassing niet op de computer is geïnstalleerd, installeer dan

Presto! PageManager.

Raadpleeg voor meer informatie de instructies die zijn meegeleverd op de cd-rom van het

Het versturen van gescande bestanden per e-mail

U kunt gescande bestanden via e-mail versturen met het bedieningspaneel.

Voorbereiden voor het versturen van gescande bestanden via e-mail

1. Sluit het apparaat aan op het netwerk.

Geef de netwerkinstellingen op, zoals het IP-adres van het apparaat.

1. De scanfunctie gebruiken

1Raadpleeg voor meer informatie Pag.9 "De IPv4-adresinstellingen configureren".

3. Configureer de DNS- en SMTP-instellingen met de Web Image Monitor.

Meer informatie vindt u in de Gebruikershandleiding .

4. Registreer de bestemmingen in het adresboek via de Web Image Monitor.

Raadpleeg voor meer informatie Pag.11 "Scanbestemmingen registreren".

Gescande bestanden versturen naar een FTP-server

U kunt gescande bestanden naar een FTP-server versturen door het bedieningspaneel te gebruiken.

Voorbereiden voor het versturen van gescande bestanden naar een FTP-server

1. Sluit het apparaat aan op het netwerk.

Geef de netwerkinstellingen op, zoals het IP-adres van het apparaat.

Raadpleeg voor meer informatie Pag.9 "De IPv4-adresinstellingen configureren".

3. Registreer de bestemmingen in het adresboek via de Web Image Monitor.

Raadpleeg voor meer informatie Pag.11 "Scanbestemmingen registreren".

Het versturen van gescande bestanden naar de gedeelde map op een

U kunt gescande bestanden versturen naar de gedeelde map van een computer op een netwerk met het

Inleiding tot de scanfunctie

SCAN SCAN TCP/IP Voorbereiden voor versturen van gescande bestanden naar een gedeelde map op een

1. Sluit het apparaat aan op het netwerk.

Geef de netwerkinstellingen op, zoals het IP-adres van het apparaat.

Raadpleeg voor meer informatie Pag.9 "De IPv4-adresinstellingen configureren".

3. Maak een bestemmingsmap aan op de harde schijf van de computer en configureer deze als

Zie voor meer informatie de gegevens van uw besturingssysteem.

4. Registreer de bestemmingen in het adresboek via de Web Image Monitor.

Raadpleeg voor meer informatie Pag.11 "Scanbestemmingen registreren".

Gescande bestanden versturen naar een USB-geheugenkaart

U kunt gescande bestanden versturen en opslaan op een USB-geheugenkaart met het

SCAN SCAN Voorbereiden voor het versturen van gescande bestanden naar een USB-geheugenkaart

1. Steek de USB-geheugenkaart in het apparaat.

Raadpleeg voor meer informatie Pag.17 "Basishandelingen voor scannen naar USB"

1. De scanfunctie gebruiken

1De IPv4-adresinstellingen configureren

Het apparaat is zo ingesteld dat IPv4-adresinformatie standaard opgehaald wordt via het netwerk

(DHCP). Als u IPv4-adresinformatie handmatig wilt toewijzen, volgt u de onderstaande procedure.

• Als u het apparaat gebruikt op een netwerk dat gebruikmaakt van DHCP, drukt u de

configuratiepagina af om te zien welke IPv4-adresinformatie toegewezen is aan het apparaat.

Voer stap 15 tot 18 van de onderstaande procedure uit.

1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].

2. Druk op [ ] [ ] om [Netwerkinstellingen] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-

3. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voer het wachtwoord dan met de

cijfertoetsen in en druk vervolgens op de [OK]-knop.

4. Druk op [ ] [ ] om [IPv4-configuratie] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-

5. Druk op [ ][ ] om [DHCP] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

6. Druk op [ ] [ ] om [Inactief] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

7. Druk op [ ][ ] om [IP-adres] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

Het huidige IPv4-adres wordt weergegeven.

8. Voer het IPv4-adres in met behulp van de cijfertoetsen en druk vervolgens op de [OK]-

Druk op [ ] [ ] om tussen velden te schakelen.

9. Druk op [ ] [ ] om [Subnetmasker] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

Het huidige subnetmasker wordt weergegeven.

10. Voer het subnetmasker in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de [OK]-knop.

Druk op [ ] [ ] om tussen velden te schakelen.

11. Druk op [ ] [ ] om [Gateway Adres] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

Het huidige gateway-adres wordt weergegeven.

12. Voer het gateway-adres met de cijfertoetsen in en druk dan op de [OK]-knop.

Druk op [ ] [ ] om tussen velden te schakelen.

13. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen] om terug te keren naar het beginscherm.

14. Als u gevraagd wordt het apparaat opnieuw te starten, zet de printer dan uit en daarna

116. Druk op [ ][ ] om [Lijst/rap. afdrukken] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-

17. Druk op [ ] [ ] om [Configuratiepagina] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-

18. Druk op het bevestigingsscherm op [Ja].

De configuratiepagina wordt afgedrukt. De IPv4-adresinstelling wordt weergegeven onder “TCP/

IP” op de configuratiepagina.

1. De scanfunctie gebruiken

1Scanbestemmingen registreren

Dit onderdeel beschrijft hoe u bestemmingsmappen in het adresboek kunt registreren. Om gescande

bestanden naar een e-mailadres (Scannen naar e-mail), FTP-server (Scannen naar FTP) of een

gedeelde map op een netwerkcomputer (Scannen naar map) te sturen, dient u de bestemming eerst te

registreren in het adresboek via Web Image Monitor.

• Afhankelijk van uw netwerkomgeving kunnen de functies Scannen naar FTP en Scannen naar map

om een gebruikersnaam en wachtwoord vragen die zijn ingevoerd in de bestemmingsinformatie.

Controleer in zulke gevallen nadat u de bestemmingen heeft geregistreerd of de gebruikersnaam

en het wachtwoord juist zijn ingevoerd door testdocumenten naar die bestemmingen te sturen.

Het adresboek kan maximaal 100 registraties bevatten, waaronder 20 snelkeuzebestemmingen.

Bestemmingen die geregistreerd zijn als snelkeuzebestemmingen kunnen geselecteerd worden door op

de daarmee overeenkomende Eéntoetsknop te drukken.

1. Open de webbrowser en verkrijg toegang tot het apparaat door het IP-adres in te vullen.

2. Klik op [Snelkeuzebestemming] of [Scanbestemming].

3. Selecteer vanuit de lijst [Bestemmingstype] [E-mailadres], [FTP] of [Map].

4. Registreer informatie indien nodig.

De informatie die u moet registreren hangt af van het bestemmingstype. Zie de onderstaande

tabellen voor meer informatie.

5. Voer indien nodig het beheerderswachtwoord in.

6. Klik op [Toepassen].

7. Sluit de webbrowser.

Instellingen voor scannen naar e-mail

Scanbestemmingen registreren

1Item Instelling Beschrijving

Snelkeuzenummer Optioneel

Selecteer deze als u de bestemming als

snelkeuzesbestemming wilt invoeren.

Naam van de bestemming. De naam die hier wordt

opgegeven wordt op het scherm weergegeven als er

een scanbestemming wordt geselecteerd.

E-mailadresbestemming Vereist E-mailadres van de bestemming.

E-mailadres voor melding Optioneel

E-mailadres waarnaar een melding wordt gestuurd na

Onderwerp Vereist Onderwerp van de e-mail.

Naam verzender Optioneel Naam van de afzender van de e-mail.

Bestandsformaat (kleur/

Bestandsformaat van het gescande bestand als er in

Bestandsformaat (zwart-wit) Vereist

Bestandformaat van het gescande bestand als er in

zwart-wit wordt gescand.

Scanformaat Optioneel Selecteer het scanformaat voor het origineel.

Resolutie Optioneel Selecteer de scanresolutie.

Belichting Optioneel

Geef de afbeeldingsbelichting op door op de rechter-

of linkertoetsen te drukken.

Instellingen voor scannen naar FTP

1. De scanfunctie gebruiken

1Item Instelling Beschrijving

Snelkeuzenummer Optioneel

Selecteer deze als u de bestemming als

snelkeuzesbestemming wilt invoeren.

Naam van de bestemming. De naam die hier wordt

opgegeven wordt op het scherm weergegeven als er

een scanbestemming wordt geselecteerd.

Hostnaam of IP-adres Vereist Naam of IP-adres van de FTP-server.

Bestandsformaat (kleur/

Bestandsformaat van het gescande bestand als er in

Bestandsformaat (zwart-wit) Vereist

Bestandsformaat van het gescande bestand bij

scannen in zwart-wit

FTP gebruikersnaam Optioneel Gebruikersnaam voor aanmelden op de FTP-server.

FTP wachtwoord Optioneel Wachtwoord voor aanmelden op de FTP-server.

Naam van de directory op de FTP-server waar

gescande bestanden worden opgeslagen.

E-mailadres voor melding Optioneel

E-mailadres waarnaar een melding wordt gestuurd na

Scanformaat Optioneel Selecteer het scanformaat voor het origineel.

Resolutie Optioneel Selecteer de scanresolutie.

Belichting Optioneel

Geef de afbeeldingsbelichting op door op de rechter-

of linkertoetsen te drukken.

Instellingen van scannen naar een map

Scanbestemmingen registreren

1Item Instelling Beschrijving

Snelkeuzenummer Optioneel

Selecteer deze als u de bestemming als

snelkeuzesbestemming wilt invoeren.

Naam van de bestemming. De naam die hier wordt

opgegeven wordt op het scherm weergegeven als er

een scanbestemming wordt geselecteerd.

Pad naar de directory waar gescande bestanden

worden opgeslagen. Bestaat uit het IP-adres of de

naam van de doelcomputer en de naam van de

Als de bestemmingscomputer lid is van een Active

Directory-domein, geef die domeinnaam dan op.

Log-in gebruikersnaam Optioneel

Gebruikersnaam voor aanmelden op de

bestemmingscomputer.

Log-in wachtwoord Optioneel

Wachtwoord voor aanmelden op de

bestemmingscomputer.

Directory in de gedeelde map waar gescande

bestanden worden opgeslagen.

E-mailadres voor melding Optioneel

E-mailadres waarnaar een melding wordt gestuurd na

Bestandsformaat (kleur/

Bestandsformaat van het gescande bestand als er in

Bestandsformaat (zwart-wit) Vereist

Bestandformaat van het gescande bestand als er in

zwart-wit wordt gescand.

Scanformaat Optioneel Selecteer het scanformaat voor het origineel.

Resolutie Optioneel Selecteer de scanresolutie.

Belichting Optioneel

Geef de afbeeldingsbelichting op door op de rechter-

of linkertoetsen te drukken.

• Om bestanden via e-mail, SMTP en DNS te versturen, dienen de instellingen juist te worden

1. De scanfunctie gebruiken

1• Om bestanden naar een FTP-server of computer te versturen, dienen de gebruikersnaam, het

wachtwoord en de directory juist te worden geconfigureerd.

• Geef op een netwerk dat een DNS-server gebruikt, een computernaam op in [Servicenaam] en de

naam van het domein waartoe de computer behoort in [Domein]. Configureer in dit geval ook de

instellingen die betrekking hebben op de DNS via Web Image Monitor.

De bestemming voor Scannen naar map moet op een computer met één van de volgende

besturingssystemen staan: Windows XP/Vista/7, Windows Server 2003/2003 R2/2008/2008

• Scanbestemmingen kunnen niet met het bedieningspaneel worden geregistreerd.

• De functie Scannen naar USB vereist geen bestemmingen die in het Adresboek geregistreerd

• Meer informatie over instellingen voor SMTP en DNS vindt u in de Gebruikershandleiding .

Scanbestemmingen registreren

1Scannen met behulp van het bedieningspaneel

Als u vanaf het bedieningspaneel scant, kunt u gescande bestanden via e-mail (Scannen naar e-mail)

versturen naar een FTP-server (Scannen naar FTP), de gedeelde map van een computer op een netwerk

of naar een netwerk (Scannen naar map) of naar een verwisselbaar geheugenapparaat (Scannen naar

De functies Scannen naar e-mail, Scannen naar FTP en Scannen naar map zijn alleen beschikbaar bij

een netwerkverbinding. Er is geen netwerkverbinding vereist voor de functie Scannen naar USB; u kunt

gescande bestanden rechtstreeks naar een USB-geheugenkaart versturen die in het apparaat is

Scannen met behulp van het bedieningspaneel is alleen beschikbaar als het apparaat aangesloten is op

Basishandelingen voor scannen naar e-mail/FTP/map

In dit onderdeel worden de basisbewerkingen uitgelegd voor het versturen van gescande bestanden via

e-mail, naar een FTP-server of naar een computer. Het gescande bestand is verstuurd via e-mail, naar

een FTP-server of een computer afhankelijk van de opgegeven bestemming.

• Als er een USB-geheugenkaart in het apparaat is geplaatst, is alleen de scanfunctie Scannen naar

USB beschikbaar via het bedieningspaneel. Zorg ervoor dat er geen USB-geheugenkaart in het

apparaat is geplaatst.

1. Druk op de [Scanner]-knop.

Controleer of er op het scherm "Geef best. op" wordt weergegeven.

2. Plaats het origineel op de glasplaat of in de ADF.

Configureer geavanceerde scaninstellingen indien nodig.

3. Druk op de knop [Adresboek].

4. Zoek naar de gewenste bestemming door op [ ][ ] te drukken om door het adresboek te

bladeren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

5. Druk op de [Start zwart-wit]- of op [Start kleur]-knop.

Om in zwart-wit te scannen drukt u op de [Start zwart-wit]-knop.

Om in kleur te scannen drukt u op de [Start kleur]-knop.

Afhankelijk van de instellingen van het apparaat moet u mogelijk een ander origineel op de

glasplaat leggen. Ga in dit geval verder met de volgende stap.

6. Als u meer originelen wilt scannen, plaats dan het volgende origineel op de glasplaat en

druk op [Ja]. Herhaal deze stap totdat alle originelen zijn gescand.

1. De scanfunctie gebruiken

17. Als alle originelen gescand zijn, drukt u op [Nee] om te beginnen met het versturen van

het gescande bestand.

• Alle informatie over de scannerfunctie vindt u in de Gebruikershandleiding .

Basishandelingen voor scannen naar USB In dit gedeelte worden de basisbewerkingen beschreven voor het versturen van gescande bestanden

naar een USB-geheugenkaart.

• Sommige soorten USB-geheugenkaarten kunnen niet gebruikt worden.

1. Plaats uw USB-geheugenkaart in de USB-geheugenkaartpoort.

2. Druk op de [Scanner]-knop.

"Bezig met laden..." wordt op het display weergegeven. Wacht totdat het display de melding

"Scan op USB opslaan" weergeeft (de duur hangt af van uw USB-geheugenkaart).

3. Plaats het origineel op de glasplaat of in de ADF.

Configureer geavanceerde scaninstellingen indien nodig.

4. Druk op de [Start zwart-wit]- of op [Start kleur]-knop.

Om in zwart-wit te scannen drukt u op de [Start zwart-wit]-knop.

Om in kleur te scannen drukt u op de [Start kleur]-knop.

Afhankelijk van de apparaatinstellingen, zal u gevraagd worden een bestandsformaat te

selecteren uit TIFF en PDF (halftoon zwart-witscanmodus) of JPG en PDF (kleuren of grijstinten

zwart-witscanmodus).

5. Druk op de selectietoets die overeenkomt met het gewenste bestandsformaat.

Afhankelijk van de instellingen van het apparaat moet u mogelijk een ander origineel op de

glasplaat leggen. Ga in dit geval verder met de volgende stap. Indien dit niet het geval is, ga dan

6. Als u meer originelen wilt scannen, plaats dan het volgende origineel op de glasplaat en

druk op [Ja]. Herhaal deze stap totdat alle originelen zijn gescand.

7. Als alle originelen gescand zijn, drukt u op [Nee] om te beginnen met het versturen van

het gescande bestand.

8. Controleer of "Gereed" op het display wordt weergegeven.

Het gescande bestand is aangemaakt in de root directory van de USB-geheugenkaart.

9. Verwijder de USB-geheugenkaart uit het apparaat.

Scannen met behulp van het bedieningspaneel

1• Alle informatie over de scannerfunctie vindt u in de Gebruikershandleiding .

1. De scanfunctie gebruiken

1Scannen vanaf een computer

Met scannen vanaf een computer (TWAIN-scannen) kunt u het apparaat bedienen vanaf uw computer

en originelen rechtstreeks naar uw computer scannen.

TWAIN-scannen is beschikbaar bij zowel USB- als netwerkverbindingen.

Basishandelingen voor TWAIN-scannen

In dit onderdeel vindt u meer informatie over de basishandelingen voor TWAIN-scannen.

TWAIN-scannen is mogelijk als uw computer over een toepassing beschikt die TWAIN ondersteunt.

Presto! PageManager (bijgeleverd op de cd-rom met stuurprogramma's) kan gebruikt worden voor

• Meer informatie over TWAIN-scannen vindt u in de handleiding geleverd bij PageManager of een

andere door u gekozen toepassing.

Scannen vanaf een computer

11. De scanfunctie gebruiken

12. De faxfunctie gebruiken

In dit hoofdstuk worden de faxfuncties beschreven.

Inleiding tot de faxfunctie

In dit gedeelte worden de basisprocedures beschreven voor het gebruik van dit apparaat als

Gebruik als faxapparaat

FAX FAX PSTN Voorbereiden voor het gebruik als faxapparaat

1. Het apparaat op een telefoonlijn aansluiten

Raadpleeg voor meer informatie Pag.23 "Aansluiten op een telefoonlijn".

2. De netwerkinstellingen voor de telefoon configureren.

Raadpleeg voor meer informatie Pag.25 "De instellingen voor het telefoonnetwerk

3. De datum en tijd configureren.

Raadpleeg voor meer informatie Pag.27 "De datum en tijd instellen".

4. Registreer de bestemmingen in het adresboek via de Web Image Monitor.

Raadpleeg voor meer informatie Pag.28 "Faxbestemmingen registreren".

Het apparaat gebruiken met een externe telefoon

U kunt het apparaat als een faxapparaat gebruiken en dezelfde telefoonlijn tegelijkertijd voor

telefoongesprekken gebruiken.

FAX FAX PSTN Voorbereiden voor het gebruik van het apparaat met een externe telefoon

1. Een externe telefoon op het apparaat aansluiten.

Raadpleeg voor meer informatie Pag.23 "Aansluiten op een telefoonlijn".

De ontvangstmodus van de fax selecteren.

Raadpleeg voor meer informatie Pag.31 "Een fax ontvangen".

Faxen vanaf een computer versturen (LAN-fax)

U kunt een document rechtstreeks vanaf een computer via dit apparaat naar een ander faxapparaat

sturen, zonder het document te hoeven afdrukken.

• Deze functie wordt ondersteund door Windows XP/Vista/7 en Windows Server 2003/2003

R2/2008/2008 R2. Mac OS X ondersteunt deze functie niet.

FAX FAX PSTN TCP/IP, USB

• Meer informatie over de functie LAN-fax vindt u in de Gebruikershandleiding .

2. De faxfunctie gebruiken

2Aansluiten op een telefoonlijn

U kunt het apparaat direct aansluiten op het algemeen gebruikte telefoonnetwerk (PSTN) of via een

telefooncentrale die voor een bedrijf gebruikt wordt (PBX).

U kunt ook een externe telefoon aansluiten om dezelfde telefoonlijn te gebruiken voor gesprekken.

• Gebruik alleen Nr. 26 AWG of hoger voor het telecommunicatielijnsnoer om het risico op

• Pour réduire le risque d'incendie, utiliser uniquement des conducteurs de télécommunications 26

AWG ou de section supérieure.

• Zorg ervoor dat u het juiste connectortype heeft, voordat u start.

1. Verwijder de klep voor de kabels.

2. Sluit een telefoonlijnsnoer aan op LINE.

Aansluiten op een telefoonlijn

23. Als u een externe telefoon gebruikt, sluit de telefoon dan aan op TEL.

4. Plaats de kabelklep opnieuw.

2. De faxfunctie gebruiken

2De instellingen voor het telefoonnetwerk

Het type telefoonlijn selecteren

Selecteer het telefoonlijntype volgens uw telefoonlijndienst. Er zijn twee types: kiezen met toon of kiezen

Deze functie is in sommige regio's niet beschikbaar.

1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].

2. Druk op [ ] [ ] om [Beh. Toepas.] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

3. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voer het wachtwoord dan met de

cijfertoetsen in en druk vervolgens op de [OK]-knop.

4. Druk op [ ] [ ] om [Kies-/pulstoon] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

5. Druk op [ ] [ ] om het telefoonlijntype volgens uw telefoondienst te selecteren en druk

vervolgens op de [OK]-knop.

6. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen] om terug te keren naar het beginscherm.

Het type verbinding voor het telefoonnetwerk selecteren

Selecteer het type verbinding van het telefoonnetwerk.

Er zijn twee typen: PSTN (het openbare telefoonnetwerk) en PBX (intern telefoonnetwerk).

1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].

2. Druk op [ ] [ ] om [Beh. Toepas.] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

3. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voer het wachtwoord dan met de

cijfertoetsen in en druk vervolgens op de [OK]-knop.

4. Druk op [ ] [ ] om [PSTN / PBX] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

5. Druk op [ ] [ ] om [PSTN] of [PBX] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

6. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen] om terug te keren naar het beginscherm.

Het toegangsnummer voor de externe lijn instellen

Als het apparaat is aangesloten op het telefoonnetwerk via een PBX, stel het telefoonnummer dan zo in

dat er toegang is tot de externe lijn.

De instellingen voor het telefoonnetwerk configureren

2• Zorg ervoor dat het externe toegangsnummer overeenkomt met de instelling van uw PBX. Anders

kunt u wellicht geen faxen versturen naar externe bestemmingen.

1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].

2. Druk op [ ] [ ] om [Beh. Toepas.] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

3. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voer het wachtwoord dan met de

cijfertoetsen in en druk vervolgens op de [OK]-knop.

4. Druk op [ ] [ ] om [PBX-toegangsnummer] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-

5. Voer het externe toegangsnummer in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de

6. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen] om terug te keren naar het beginscherm.

2. De faxfunctie gebruiken

2De datum en tijd instellen

In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe u de tijd en datum kunt instellen voor de interne klok van het

apparaat en hoe u de weergave-indeling kunt selecteren.

Jaar, maand, datum en datumindeling (maand/dag/jaar, dag/maand/jaar of jaar/maand/

Uur, minuut, tijdsindeling (12- of 24-uursindeling) en AM/PM-aanduiding (wanneer 12-

uursindeling geselecteerd is)

1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].

] [ ] om [Beh. Toepas.] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

3. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voer het wachtwoord dan met de

cijfertoetsen in en druk vervolgens op de [OK]-knop.

4. Druk op [ ][ ] om [Datum/tijd instellen] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-

5. Druk op [ ][ ] om [Datum instellen] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

6. Druk op [ ] [ ] om de gewenste datumindeling te selecteren en druk vervolgens op de

7. Voer de huidige datum in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de [OK]-knop.

U kunt op [ ][ ] drukken om tussen velden te schakelen.

8. Druk op [ ][ ] om [Tijd instellen] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop.

9. Druk op [ ] [ ] om de gewenste tijdsindeling te selecteren en druk vervolgens op de

10. Voer de huidige tijd in met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de [OK]-knop.

Als u [12-uursindeling] geselecteerd hebt, drukt u op [ ][ ] om [AM] of [PM] te selecteren.

U kunt op [ ][ ] drukken om tussen velden te schakelen.

11. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen] om terug te keren naar het beginscherm.

De datum en tijd instellen

2Faxbestemmingen registreren

Dit onderdeel beschrijft hoe u faxbestemmingen kunt registreren in het adresboek met Web Image

Monitor. In het adresboek kunt u faxbestemmingen snel en eenvoudig specificeren.

U kunt tot 220 bestemmingen opslaan in het adresboek (20 snelkeuzebestemmingen en 200 verkorte

Snelkeuzebestemmingen

Bestemmingen die geregistreerd zijn als snelkeuzebestemmingen kunnen geselecteerd worden

door op de daarmee overeenkomende Eéntoetsknop te drukken.

Verkorte kiesbestemmingen

Bestemmingen die geregistreerd zijn als verkorte kiesbestemmingen kunnen geselecteerd worden

door op de knop [Adresboek] te drukken en vervolgens de gewenste bestemming te selecteren met

Faxbestemmingen registreren met Web Image Monitor

In dit onderdeel wordt beschreven hoe u bestemmingen kunt registreren met Web Image Monitor.

1. Open de webbrowser en verkrijg toegang tot het apparaat door het IP-adres ervan in te

2. Klik op [Snelkeuzebestemming] of [Verkorte faxkiesnummer-bestemming].

3. Selecteer [Fax] in de lijst [Bestemmingstype].

4. Selecteer [Snelkeuzenummer] of [Verkort kiesnummer] en selecteer vervolgens het

registratienummer in de lijst.

5. Registreer informatie indien nodig.

6. Voer indien nodig het beheerderswachtwoord in.

7. Klik op [Toepassen].

8. Sluit de webbrowser.

2. De faxfunctie gebruiken

2Instellingen voor faxbestemmingen

Item Instelling Beschrijving

Selecteer het nummer waaraan u een

snelkeuzebestemming of een verkorte bestemming wilt

opgeeft, wordt weergegeven op het scherm als u een

faxbestemming selecteert.

Faxnummer van de bestemming.

Als het apparaat via een PBX op het telefoonnetwerk is

aangesloten, dient u ervoor te zorgen dat het externe

lijntoegangsnummer is opgegeven in [PBX-

toegangsnummer] voor het faxnummer.

E-mailadres Optioneel

E-mailadres van de bestemming van de internetfax.

Deze instelling wordt alleen weergegeven voor het

Faxbestemmingen registreren

2Basisbewerking voor het versturen van een

In dit onderdeel worden de basisbewerkingen voor het sturen van een fax beschreven.

1. Druk op de [Facsimile]-knop.

2. Plaats het origineel op de glasplaat of in de ADF.

Configureer indien nodig de geavanceerde scaninstellingen.

3. Voer met de cijfertoetsen het faxnummer in (maximaal 40 tekens) of geef een

bestemming op met de Eéntoetsknoppen of de functie verkorte kiesbestemming.

• Als het apparaat via een PBX op het telefoonnetwerk is aangesloten, dient u ervoor te zorgen

dat het externe lijntoegangsnummer is opgegeven in [PBX-toegangsnummer] voor het

Om een internetfaxbestemming op te geven, gebruikt u de sneltoetsen of de functie verkorte

4. Druk op de [Start zwart-wit]-knop.

• Afhankelijk van de apparaatinstellingen, wordt u mogelijk gevraagd om het faxnummer

opnieuw in te voeren als u het faxnummer van de bestemming handmatig hebt ingevoerd.

Voer het faxnummer binnen 30 seconden in. Als de faxnummers niet overeenstemmen, keert u

• Als u de glasplaat gebruikt in de stand Geheugentransmissie, zal u worden gevraagd een

ander origineel te plaatsen. Ga in dit geval verder met de volgende stap.

5. Als u meerdere originelen wilt scannen, drukt u binnen 60 seconden op [Ja], plaatst u het

volgende origineel op de glasplaat en drukt u vervolgens op [OK]. Herhaal deze stap

totdat alle originelen zijn gescand.

Als u niet binnen 60 seconden op [Ja] drukt, kiest het apparaat de bestemming.

6. Wanneer alle originelen gescand zijn, drukt u op [Nee] om de fax te versturen.

• Meer informatie over de faxfunctie vindt u in de Gebruikershandleiding .

2. De faxfunctie gebruiken

Dit onderdeel beschrijft de ontvangstmodi en de basishandelingen voor het ontvangen van een fax.

De ontvangstmodus selecteren

In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe u de ontvangstmodus selecteert.

De volgende ontvangstmodi zijn beschikbaar:

• Modus Alleen Fax (autom. ontvangst)

1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].

][ ] om [Faxeigenschappen] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-

5. Druk op [ ] [ ] om de gewenste ontvangstmodus te selecteren en druk vervolgens op de

6. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen] om terug te keren naar het beginscherm.

• In de modus FAX/TAD begint het apparaat automatisch faxen te ontvangen nadat het

antwoordapparaat van de externe lijn een ingesteld aantal keer heeft gerinkeld (dit aantal kunt u

instellen bij [Tot. rinkelt. mt TAD] onder [Faxeigenschappen]). Zorg ervoor dat het

antwoordapparaat van de externe lijn ingesteld is om oproepen te ontvangen voordat het

apparaat start met het ontvangen van faxen.

Een fax ontvangen in de modus FAX/TEL Handmatig

Dit onderdeel beschrijft de basishandelingen voor het ontvangen van een fax wanneer de

ontvangstmodus ingesteld is op FAX/TEL Handmatig.

1. Neem de hoorn van de externe lijn van de haak om de oproep te beantwoorden.

Er start een normale telefoonoproep.

22. Wanneer u een faxtoon of geen geluid hoort, drukt u op de [Fax]-knop en vervolgens op

de [Start zwart-wit]-knop.

4. Druk op de [Start zwart-wit]-knop.

5. Leg de hoorn op de haak.

Een fax ontvangen in de modus Alleen Fax

Wanneer de ontvangstmodus ingesteld is op Alleen Fax, beantwoordt het apparaat automatisch alle

oproepen in de faxontvangstmodus.

Een fax ontvangen in de modus FAX/TEL Automatisch

Wanneer de ontvangstmodus ingesteld is op FAX/TEL Automatisch, ontvangt het apparaar automatisch

een fax bij een faxoproep en rinkelt het apparaat bij een telefoonoproep.

1. Wanneer er een oproep wordt ontvangen, probeert het apparaat gedurende vijf seconden een

faxtoon te detecteren.

Als het apparaat een faxtoon detecteert, begint het automatisch de fax te ontvangen.

Als er geen faxtoon gedetecteerd wordt, begint het apparaat te rinkelen en blijft het proberen een

faxtoon te detecteren gedurende de tijd ingesteld bij [RX modus autom.schakeltijd] onder

• Als het apparaat een faxtoon detecteert of als u de hoorn niet van de haak neemt, begint het

apparaat automatisch de fax te ontvangen.

• Om een normale telefoonoproep te starten, neemt u de hoorn van de haak, drukt u op de

[Facsimile]-knop en drukt u vervolgens op de [Wis/Stop]-knop. Als u een faxtoon of geen

geluid hoort, dient u de fax handmatig te ontvangen.

• Als u de hoorn van de haak neemt maar de tijd die opgegeven is bij [RX modus

autom.schakeltijd] verstrijkt voor er een normale telefoonoproep start, begint het apparaat de

fax automatisch te ontvangen.

• Als u de hoorn van de haak hebt genomen om een oproep te beantwoorden, moet u eerst op de

[Facsimile]-knop drukken om de faxmodus te activeren voordat u op de [Wis/Stop]-knop drukt.

Als de faxmodus niet geactiveerd is op het apparaat, kunt u geen normale oproep starten door op

de [Wis/Stop]-knop te drukken.

2. De faxfunctie gebruiken

2Een fax ontvangen in de modus FAX/TAD Wanneer de ontvangstmodus ingesteld is op FAX/TAD, beantwoordt en registreert het

antwoordapparaat van de externe lijn berichten wanneer het apparaat telefoonoproepen ontvangt. Als

de ontvangen oproep een faxoproep is, ontvangt het apparaat de fax automatisch.

1. Bij een ontvangen oproep rinkelt het antwoordapparaat van de externe lijn een ingesteld aantal

keer (dit aantal kunt u instellen bij [Tot. rinkelt. mt TAD] onder [Faxeigenschappen]).

Als het antwoordapparaat van de externe lijn de oproep niet beantwoordt, ontvangt het apparaat

Als het antwoordapparaat van de externe lijn de oproep beantwoordt, registreert het apparaat

gedurende 30 seconden stilte op de lijn (stiltedetectie).

• Als er een faxtoon of geen geluid gedetecteerd wordt, ontvangt het apparaat de fax

• Als er een stem gedetecteerd wordt, start er een normale telefoonoproep. Het

antwoordapparaat van de externe lijn neemt berichten op.