PRSD420 PIONEER

PRSD420 - Recepteur PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PRSD420 PIONEER in PDF-formaat.

Page 72
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PIONEER

Model : PRSD420

Categorie : Recepteur

Download de handleiding voor uw Recepteur in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PRSD420 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PRSD420 van het merk PIONEER.

GEBRUIKSAANWIJZING PRSD420 PIONEER

Bezoek onze website 1

Instellen van dit toestel 3

Spanningsindicator 3

Regelaar voor drempelfrequentie 3

LPF (lage-doorlaatfilter)/HPF

(hoge-doorlaatfilter)-keuzeschakelaar 4

Versterkingsregelaar 4

Ingangskeuzeschakelaar 4

Ingangsschakelaar 4

Correct instellen van de Gain

(extra versterking) 5

Aansluiten van het toestel 6

Aansluitingen zonder solderen 8

Aansluiten van het spanningsaansluitpunt 8

luidsprekeruitgangsaansluitingen 9

Gebruik van de luidspreker-ingang 9

Aansluiten van de luidsprekers en

Voorbeeld van installatie op de vloermat of

Terugzetten van de bovenafdekking 13

Technische gegevens 14

Dank U zeer voor de aanschaf van dit

PIONEER-product. Lees deze gebruiks-

aanwijzing goed door, voordat het toestel

in gebruik genomen wordt.

In de lidstaten van de EU, Zwitserland en

Noorwegen kunnen particulieren hun

gebruikte elektronische producten gratis

bij de daarvoor bestemde verzamelplaatsen

of een verkooppunt (indien u aldaar een

gelijkwaardig nieuw product koopt)

Indien u zich in een ander dan

bovengenoemd land bevindt kunt u contact

opnemen met de plaatselijke overheid voor

informatie over de juiste verwijdering van

Zodoende zorgt u ervoor dat het

verwijderde product op de juiste wijze

wordt behandeld, opnieuw bruikbaar wordt

gemaakt, t gerecycleerd en het niet

schadelijk is voor de gezondheid en het

• Registreer uw product. Wij bewaren de

gegevens van het product dat u heeft

aangeschaft zodat u deze eenvoudig

kunt opvragen als u die nodig mocht

hebben voor de verzekering na

bijvoorbeeld verlies of diefstal.

• Op onze website vindt u de laatste

informatie over Pioneer Corporation.

Neem contact op met uw dealer of het

dichtstbijzijnde PIONEER service-

centrum, wanneer de eenheid niet juist

Deponeer dit product niet bij

het gewone huishoudelijk

afval wanneer u het wilt

verwijderen. Er bestaat een

verzamelsysteem voor de

juiste behandeling, het

opnieuw bruikbaar maken en

de recycling van gebruikte

elektronische producten.

Vervang de zekering in geen geval door één

met een hoger vermogen of hogere waarde

dan de originele. Gebruik van een verkeerde

zekering kan leiden tot oververhitting en

rookontwikkeling en tot beschadiging van het

product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden.

Gebruikt de meegeleverde inbussleutel om de

schroeven of bouten vast te draaien wanneer

u de draden aan de aansluitingen bevestigt.

Gebruik van een los verkrijgbare, lange

inbussleutel kan ertoe leiden dat er teveel

kracht wordt gezet, hetgeen de aansluitingen

en de bedrading zou kunnen beschadigen.

WAARSCHUWING Uw Pioneer versterker NIET installeren of

gebruiken door de luidsprekers van 4 Ohm

(of lager) parallel te bedraden om een

overbrugde modus (diagram B) van 2 Ohm

(of lager) te verkrijgen.

Een onjuiste overbrugging kan leiden tot

schade aan de versterker, rook en

oververhitting. Het oppervlak van de

verwerker kan ook te heet worden om aan te

raken en dit kan resulteren in lichte

Om een overbrugde modus op de juiste

manier te installeren of te gebruiken voor een

tweekanalenversterker en een belasting van 4

Ω te verkrijgen, dient u twee luidsprekers van

8 Ω parallel te bedraden met Links + en

Rechts – (diagram A) of een enkelvoudige

luidspreker van 4 Ω te gebruiken. Voor een

vierkanalenversterker dient u het

aansluitdiagram voor luidsprekers te volgen

voor overbrugging zoals vertoond op de

achterzijde van uw versterker en twee

luidsprekers van 8 Ω parallel te bedraden om

een belasting van 4 Ω te verkrijgen of een

enkelvoudige luidspreker van 4 Ω per kanaal

Als u vragen of opmerkingen hebt, neem dan

a.u.b. contact op met uw plaatselijk bevoegd

Pioneer verdeler of bel de klantendienst van

•We raden u aan de speciale, los verkrijgbare, rode

accudraad en aardedraad [RD-228] te gebruiken.

Verbind het accudraad direct met de positieve pool

(+) van de autoaccu en het aardedraad met het

chassis van de auto.

•Raak de versterker niet met natte handen aan. U

zou anders een elektrische schok kunnen krijgen.

Raak de versterker tevens niet aan wanneer deze

•Voor de verkeersveiligheid dient u het volume

zodanig in te stellen dat u verkeerssignalen en

ander verkeer nog goed kunt horen.

•Controleer de verbindingen van de

spanningstoevoer en luidsprekers inden de zekering

van het los verkrijgbare accudraad of de zekering

van de versterker regelmatig doorbrandt. Zoek de

oorzaak en los het probleem op. Plaats vervolgens

een nieuwe zekering van hetzelfde formaat en

• Om een onjuiste werking van de versterker en

luidsprekers te voorkomen, schakelt het

beschermingscircuit van de versterker de spanning

naar de versterker uit indien de omstandigheden

niet normaal zijn. Schakel in dit geval de spanning

van het systeem uit (OFF), controleer de verbinding

met de spanningsbron en luidsprekers. Zoek de

oorzaak en los het probleem op.

•Raadpleeg de plaats van aankoop indien u de

oorzaak niet kunt vinden.

• Om een elektrische schok of kortluiting te

voorkomen tijdens het aansluiten en installeren,

moet de negative (–) pool van de accu worden

ontkoppeld voordat u de eenheid aansluit.

•Controleer of er zich geen onderdelen achter het

paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de

installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle

kabels en belangrijke onderdelen zoals

brandstofleidingen, remleidingen en de elektrische

bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden

• Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact

komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg

van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden

tot elektrische schokken. De versterker en

luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook

produceren en oververhit raken door contact met

vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de

versterker en het oppervlak van aangesloten

luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot

Diagram A - Correct 8 OhmLuid-spreker + - 8 OhmLuid-sprekerPioneer versterker4 Ohm brugschakeling + L+ R- -

Diagram B - Incorrect 4 OhmLuid-spreker + - 4 OhmLuid-sprekerPioneer versterker2 Ohm brugschakeling + L+ R- -3

Instellen van dit toestel

• Om de schakelaar te verzetten kunt u indien nodig een kleine schroevendraaier gebruiken.

Voor u het toestel gaat installeren, dient u

de schroeven los te maken met een

inbussleutel van 4 mm en dient u de

bovenafdekking te verwijderen.

De spanningsindicator licht

op wanneer de spanning

Regelaar voor drempelfrequentie

Met de LPF/HPF keuzeschakelaar op

LPF of HPF gesteld kunt u een drempel-

frequentie van 40 Hz t/m 500 Hz kiezen.

BFC (Beat Frequency Control) schakelaar

De BFC schakelaar bevindt zich aan de onderkant van het

toestel. Als u een ritmisch geluid (beat) hoort wanneer u

naar een MW/LW uitzending luistert met uw autostereo,

kunt u de BFC schakelaar verzetten met behulp van een

kleine schroevendraaier.ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS ITALIANO NEDERLANDS

Het is mogelijk signalen te ontvangen van de externe uitgang van een autostereo (subwoofer

uitgang) of de luidspreker-uitgang van een autostereo. Bij gebruik van een externe uitgang

(subwoofer uitgang) dient u deze schakelaar naar links te zetten. Voor instructies betreffende

de aansluitingen verwijzen we u naar het “Aansluitschema”. Bij gebruik van een luidspreker-

uitgang dient u de schakelaar naar rechts te zetten. In dit geval is het nodig het meegeleverde

luidspreker-ingangssnoer met RCA (tulp) stekkers te gebruiken. Zie voor details de paragraaf

“Gebruik van de luidspreker-ingang”.

LPF (lage-doorlaatfilter)/HPF (hoge-doorlaatfilter)-keuzeschakelaar

Stel de LPF/HPF-keuzeschakelaar als volgt in, naargelang het type luidspreker dat is

aangesloten op de luidsprekeruitgangsaansluiting en het autostereosysteem:

LPF/HPF-keuze- Uit te voeren Type Opmerkingen

schakelaar audio frequentiebereik luidspreker

LPF (links) * — 40 Hz t/m 500 Hz Subwoofer Sluit een subwoofer aan.

Uitgeschakeld (OFF) Full range Full range

HPF (rechts) * 40 Hz t/m 500 Hz — Full range Als u het zeer lage

frequentiebereik* wil

afsnijden, omdat het niet

nodig is voor de luidspreker

* Zie het gedeelte aangaande de “Regelaar voor drempelfrequentie”.

Versterkingsregelaar

U kunt de versterkingsregelaars A en B instellen in overeenstemming met de

uitgangssignalen van de auto-stereo naar de Pioneer versterker. Zet de schakelaar normaliter

in de NORMAL stand. Indien de weergave te zacht klinkt, zelfs met het volume van de

auto-stereo verhoogd, moet u deze regelaars naar rechts draaien. Draai deze regelaars naar

links indien het geluid vervormt wanneer het volume van de auto-stereo wordt verhoogd.

•Wanneer u slechts één ingang verbindt, moet u de versterkingsregelaars voor luidsprekeruitgangen A

en B in dezelfde stand draaien.

•Wanneer u een auto-stereo gebruikt met RCA (standaard uitgangsspanning 500 mV), dient u de

NORMAL stand in te stellen. Wanneer u een Pioneer auto-stereo met RCA gebruikt, met een

maximale uitgangsspanning van 4 V of meer, dient u het niveau aan te passen aan het uitgangsniveau

Ingangskeuzeschakelaar

Schuif deze schakelaar naar links voor invoer vanuit twee kanalen. Schuif deze schakelaar

naar rechts voor invoer vanuit vier kanalen.5

Instellen van dit toestel

Correct instellen van de Gain

•Dit toestel is uitgerust met een beveiliging die

bedoeld is om storingen aan het toestel zelf en aan

de luidsprekers veroorzaakt door een te hoog

uitgangsvermogen, onjuist gebruik of onjuiste

aansluitingen te voorkomen.

•Wanneer er geluid wordt gereproduceerd bij een

te hoog volume enz. zal deze functie de

geluidsweergave binnen een paar seconden

onderbreken. Dit duidt echter niet op een storing.

Wanneer u het volume van het hoofdtoestel lager

zet, zal de geluidsweergave worden hersteld.

•Als de geluidsweergave wordt onderbroken, is het

mogelijk dat de ‘gain’ (extra versterking) van dit

toestel incorrect is ingesteld. Om er zeker van te

kunnen zijn dat de geluidsweergave niet zal

worden onderbroken wanneer het hoofdtoestel

met een hoog volume weergeeft, dient u de ‘gain’

instelling van de versterker op een geschikte stand

te zetten in overeenstemming met het maximale

pre-out uitgangsniveau van het hoofdtoestel. Zo is

het niet nodig het volume van het hoofdtoestel te

verlagen en wordt een te hoog uitgangsniveau

•Als u het volume van het hoofdtoestel hoger zet

en de ‘gain’ (extra versterking) van de versterker

op de juiste stand, maar merkt dat het geluid nog

steeds zo nu en dan onderbroken wordt, dan dient

u contact op te nemen met uw dichtstbijzijnde

erkende PIONEER service-centrum.

‘Gain’ instelling van dit toestel

•Op de afbeelding hierboven is de GAIN ingesteld

Verhouding tussen de ‘gain’ van de

versterker en het uitgangsvermogen van

Als u de ‘gain’ (extra versterking) van de

versterker op een ongeschikt niveau instelt, zal

alleen de vervorming toenemen en zal het

vermogen slechts marginaal toenemen.

Golfvorm signaal bij weergave met hoog

volume via de ‘gain’ instelling van de

•Bij een hoog uitgangsvermogen wordt de

golfvorm van het signaal vervormd, terwijl het

vermogen slechts marginaal zal veranderen als u

de ‘gain’ van de versterker hoger instelt.

Gelijk vermogen‘Gain’ versterker(normaal)‘Gain’ versterker(maximaal)GolfvormsignaalGolfvormsignaalNormale ‘gain’Maximale ‘gain’‘Gain’ versterker(normaal)‘Gain’ versterker(maximaal)Volumestappen hoofdtoestelVermogenNormale ‘gain’VermogenVolumestappen hoofdtoestelMaximale ‘gain’Gelijk vermogen

Pre-out niveau: 4 V Pre-out niveau: 6,5 VAansluiten van het toestel

•Voorkom kortsluiting en beschadiging van de

eenheid en ontkoppel de nagatieve (–) accupool

• Zet de bedrading met kabelklemmen of isoleer-

of plakband vast. Bescherm de bedrading door de

gedeelten in de buurt van metalen delen met

isoleerband af te dekken.

• Leid de draden niet langs plaatsen die heet

worden, bijvoorbeeld in de buurt van de

verwarmingselementen. Indien de isolatie van

draden heet wordt, zullen de draden worden

beschadigd met kortsluiting tot gevolg.

•Zorg dat de bedrading de werking van bewegende

of verplaatsbare onderdelen, bijvoorbeeld de

versnelling, handrem of stoelverstelmechanismen

van het de auto niet hindert.

• Sluit draden niet kort. Het beschermingscircuit

werkt anders namelijk niet wanneer het voor de

veiligheid zou moeten functioneren.

•Tap het spanningsdraad van dit toestel niet af

voor gebruik van andere apparaten. Het

vermogen van het draad zou dan namelijk worden

overschreden, met oververhitting tot gevolg.

•Vervang de zekering in geen geval door één met

een hoger vermogen of hogere waarde dan de

originele. Gebruik van een verkeerde zekering

kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling

en tot beschadiging van het product en letsel,

bijvoorbeeld brandwonden.

Luidsprekerkanaal Luidsprekertype Vermogen

•Aard het luidsprekersnoer niet rechtstreeks en

sluit evenmin een negatief snoer (–) aan voor

verschillende luidsprekers.

•Dit toestel is ontworpen voor auto’s met een accu

van 12 V en negatieve aarding. Kijk bijgevolg eerst

de accuspanning na voor u het toestel installeert in

een recreatief voertuig, vrachtwagen of bus.

•De accu raakt mogelijk uitgeput indien de auto-

stereo langdurig is ingeschakeld maar de motor

stationair draait of is uitgeschakeld. Zet de auto-

stereo uit wanneer de motor stationair draait of is

•Als het systeem-afstandbedieningssnoer van de

versterker is aangesloten op de

spanningsaansluiting via de contactschakelaar

(12 V gelijkstroom), is de versterker altijd

ingeschakeld wanneer het contact aanstaat,

ongeacht of de auto-stereo wel of niet door u is

aangezet. Hierdoor raakt de accu mogelijk

uitgeput wanneer de motor stationair draait of is

• Luidsprekers die op de versterker worden

aangesloten moeten overeenstemmen met de

hieronder vermelde normen. Indien dat niet het

geval is, kan dit leiden tot brand of beschadiging

van de luidspreker. Gebruik luidsprekers met een

impedantie van 2 t/m 8 ohm. In geval van twee-

kanaals en andere brugverbindingen moet de

luidsprekerimpedantie 4 t/m 8 ohm zijn.

• Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad zo ver

als mogelijk uit de buurt van de luidsprekerdraden.

Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad en

aardedraad, luidsprekerdraden en de versterker zo

ver als mogelijk uit de buurt van de antenne,

antennekabel en tuner.7

Aansluiten van het toestel

•Dit schema laat de verbindingen zien bij gebruik van een externe uitgang (subwoofer uitgang). Schuif de

ingangsschakelaar naar links (RCA).

•Bij gebruik van een luidspreker-uitgang zullen de noodzakelijke verbindingen afwijken van dit schema.

Raadpleeg voor details de paragraaf “Gebruik van de luidspreker-ingang”. In beide gevallen dient u de

ingangsschakelaar op de juiste stand te zetten. Zie voor details hieromtrent de paragraaf “Instellen van dit

Speciaal rood accusnoer [RD-228] (los verkrijgbaar)

Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de versterker zijn

gemaakt, het accusnoer-aansluitpunt van de versterker aan op

het positieve aansluitpunt (+) van de accu.

Aardingssnoer (zwart) [RD-228] (los verkrijgbaar)

Sluit dit snoer aan op de carrosserie of het chassis.

Draad voor systeemafstandsbediening (los verkrijgbaar)

Verbind de mannelijke aansluiting van dit draad met de aansluiting voor de systeemafstandsbediening van

de autostereo (SYSTEM REMOTE CONTROL). Het vrouwelijke aansluitpunt kan worden aangesloten op

het relais-besturingsaansluitpunt van de automatische antenne. Als de autostereo niet beschikt over een

systeem-afstandsbedieningsaansluitpunt, sluit dan het mannelijke aansluitpunt aan op het

spanningsaansluitpunt via de contactschakelaar.

Als enkel een ingangspenstekker

wordt gebruikt, sluit dan niets aan

op RCA-ingangsaansluiting B.

Luidsprekeruitgangs-aansluitpunt

Raadpleeg het hoofdstuk “Aansluiten van de

luidsprekers en ingangssnoeren” voor richtlijnen

i.v.m. het aansluiten van luidsprekers.

Aansluitingen zonder solderen

• Sluit geen bedrading met blootliggende

geleiderkern aan op de stroomaansluitingen van

deze versterker (spanningsaansluitpunt, GND

aardeaansluiting, aansluiting voor

systeemafstandsbediening). Als de blootliggende

geleiderkern van een dergelijke draad los raakt of

breekt, zou dit kunnen leiden tot kortsluiting of

• Omdat de draad na verloop van tijd los zal komen

te zitten, moet u deze regelmatig controleren en

indien nodig opnieuw vastzetten.

• Zet de uiteinden van de draadjes niet vast door ze

te solderen of af te binden.

•Let er bij het vastdraaien op dat u de draad niet

met de isolatie vastklemt.

•Gebruik de meegeleverde inbussleutel om de

schroef van de versterkeraansluiting vast of los te

draaien. Zet de draad goed vast met de schroef

van de aansluiting. Omdat echter te vast

aandraaien van de aansluitingsschroef voor de

systeemafstandsbediening het risico met zich

meebrengt dat de draad beschadigd raakt, moet u

de draad bij het vastdraaien goed in de gaten

houden en voorzichtig zijn dat u de schroef niet te

spanningsaansluitpunt

•We raden u aan de speciale, los verkrijgbare, rode

accudraad en aardedraad [RD-228] te gebruiken.

Verbind het accudraad direct met de positieve

pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met

het chassis van de auto.

•De aanbevolen maten voor de draden (AWG:

American Wire Gauge) zijn als volgt. De

accudraad en de aarddraad moeten allemaal

dezelfde maat hebben.

•Gebruik draad van 10 AWG tot 20 AWG voor de

draad voor de systeemafstandsbediening.

Maat voor de accudraad en de aarddraad

Draadlengte minder dan minder dan minder dan

Draadmaat 8 AWG 6 AWG 4 AWG

1. Trek het accudraad van het

motorgedeelte naar de cabine van

•Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de

versterker zijn gemaakt, het accusnoer-

aansluitpunt van de versterker aan op het

positieve aansluitpunt (+) van de accu.

2. Sluit de draden aan.

•Zet de draden stevig met de schroeven van de

WAARSCHUWING Als de accudraad niet goed wordt bevestigd aan het

aansluitpunt met behulp van de schroef, kan het

aansluitpunt oververhit raken, hetgeen kan leiden tot

schade en letsel, met inbegrip van lichte

Steek het rubberen O-vormige

doorvoerbuisje in de carrosserie

Aansluitpuntschroeven9

Aansluiten van het toestel

luidsprekeruitgangsaansluitingen

•Gebruik draad van 10 AWG tot 16 AWG voor

1. Strip ongeveer 10 mm tot 12 mm

van de isolatie van het uiteinde van

de luidsprekerdraden met een

2. Verbind de luidsprekerdraden met

de luidsprekeruitgangsaansluiting.

• Zet de luidsprekerdraden goed met de

schroeven van de aansluiting vast.

Gebruik van de luidspreker-ingang

Sluit de uitgangsdraden van de autostereo

aan op de versterker via de meegeleverde

luidspreker-ingangsdraad met RCA (tulp)

• Schuif de ingangsschakelaar naar rechts (SP).

7 Verbindingen bij gebruik van de

•Als resultaat van het aansluiten van de

luidspreker van de autostereo op de versterker,

zal de stroom voor de versterker automatisch

worden ingeschakeld wanneer de autostereo aan

wordt gezet. In dit geval is het niet nodig de

draad voor de systeemafstandsbediening aan te

•Wanneer de versterker en het hoofdtoestel op

elkaar zijn aangesloten met een luidsprekerdraad

met RCA (tulpstekker) aansluitingen, zal de

versterker alleen worden ingeschakeld wanneer er

slechts één versterker wordt gebruikt. Als er twee

of meer versterkers gecombineerd synchroon zijn

geschakeld, dient u het hoofdtoestel en alle

versterkers op elkaar aan te sluiten met de

systeembedieningsdraad.

• Sluit de draad voor de systeemafstandsbediening

aan wanneer de stroom voor de versterker niet

ingeschakeld moet worden wanneer de autostereo

Aansluitpuntschroeven

Wit: Zwart: Zwart: Rood:

Aansluiten van de luidsprekers en ingangssnoeren

De luidsprekeruitgangsstand kan voor vier, drie (stereo + mono) of twee

kanalen (stereo, mono) zijn. Sluit de luidsprekersnoercn aan overeenkomstig

de gewenste functie zoals aangegeven in de onderstaande afbeeldingen.

Luidsprekeruitgang A

De ingangskeuzeschakelaar bevindt zich op de bovenkant van

het toestel. Voor tweekanaals ingangssignalen dient u deze

schakelaar naar links te zetten. Voor vierkanaals

ingangssignalen dient u deze schakelaar naar rechts te zetten.

aansluiting A RCA-ingangspen-

aansluiting B Aansluitsnoeren met

Van auto-stereo (RCA uitgang)

Indien slechts één ingangsplug wordt gebruikt,

bijvoorbeeld wanneer de auto-stereo slechts één

uitgang (RCA uitgang) heeft, verbindt u de plug

met de RCA-ingangsaansluiting A maar sluit u

niets op RCA-ingangsaansluiting B aan.

Luidsprekeruitgang B

Luidsprekeruitgang A

RCA-ingangspenaansluiting A RCA-ingangspen-

aansluiting B Aansluitsnoeren met

Van auto-stereo (RCA uitgang)

Indien slechts één ingangsplug wordt gebruikt,

bijvoorbeeld wanneer de auto-stereo slechts één

uitgang (RCA uitgang) heeft, verbindt u de plug

met de RCA-ingangsaansluiting A maar sluit u

niets op RCA-ingangsaansluiting B aan.

De ingangskeuzeschakelaar bevindt zich op de bovenkant van

het toestel. Voor tweekanaals ingangssignalen dient u deze

schakelaar naar links te zetten. Voor vierkanaals

ingangssignalen dient u deze schakelaar naar rechts te zetten.11

Aansluiten van het toestel

Twee kanalen (stereo)

Luidspreker (Rechts)

RCA-ingangspen-aansluiting A Bij gebruik van de twee-kanalen

functie dient u de RCA-

penstekkers te verbinden met de

RCA-ingangspenaansluiting A.

Van auto-stereo (RCA uitgang)

De ingangskeuzeschakelaar bevindt zich op

de bovenkant van het toestel. Schuif deze

schakelaar naar links.

Van auto-stereo (RCA uitgang)

RCA-ingangspen-aansluiting A Bij gebruik van de twee-kanalen

functie dient u de RCA-

penstekkers te verbinden met de

RCA-ingangspenaansluiting A.

De ingangskeuzeschakelaar bevindt zich op

de bovenkant van het toestel. Schuif deze

schakelaar naar links.ENGLISH ESPAÑOL DEUTSCH FRANÇAIS ITALIANO NEDERLANDS

•Niet installeren op:

—Plaatsen waar het de bestuurder of passagiers

zou kunnen verwonden wanner de auto

—Plaasten waar de bestuurder door de eenheid

tijdens het rijden zou kunnen worden

gehinderd, zoals bijvoorbeeld op de vloer

voor de bestuurdersstoel.

•Kontroleer dat draden niet in de weg van de

stoelverstelmechanismen zitten. Dit zou namelijk

kortsluiting kunnen veroorzaken.

•Controleer of er zich geen onderdelen achter het

paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de

installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle

kabels en belangrijke onderdelen zoals brand-

stofleidingen, remleidingen en de elektrische

bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden

•Plaats tapse schroeven zodanig dat de kop van de

schroef niet in aanraking met draden komt. Dit is

belangrijk en voorkomt dat draden door trillingen

van het voertuig door worden gesneden met brand

• Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact

komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg

van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden

tot elektrische schokken. De versterker en

luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook

produceren en oververhit raken door contact met

vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de

versterker en het oppervlak van aangesloten

luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot

•Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de manier

die is beschreven om de installatie uit te voeren

zoals het hoort. Als andere onderdelen dan

diegene die zijn bijgeleverd worden gebruikt, is

het mogelijk dat inwendige onderdelen van de

versterker schade oplopen of loskomen, zodat de

versterker niet meer werkt.

•Vervang de zekering in geen geval door één met

een hoger vermogen of hogere waarde dan de

originele. Gebruik van een verkeerde zekering

kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling

en tot beschadiging van het product en letsel,

bijvoorbeeld brandwonden.

Om slechte werking en/of letsel te

•Zorg dat de ventiltie van de versterker niet wordt

gehinderd, en let derhalve op de volgende punten

tijdens het installeren.

—Zorg dat er voor een goede vrije ruimte

boven de versterker is.

—Bedek de versterker niet met een vloermat of

• Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact

komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg

van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden

tot elektrische schokken. De versterker en

luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook

produceren en oververhit raken door contact met

vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de

versterker en het oppervlak van aangesloten

luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot

• Installeer de versterker niet op onstabiele plaat-

sen, zoals op de reservebandhouder.

•De beste installatieplaats is verschillend afhanke-

lijk van het automerk en model en uw wensen.

Plaats de versterker echter beslist stevig op een

•Maak eerst voorlopige aansluitingen en ga na of

de versterker en het systeem naar behoren

•Na het installeren van de versterker, moet u con-

troleren dat het reservewiel, de krik en het gereed-

schap nog gemakkelijk kunnen worden

Voorbeeld van installatie op de

vloermat of op het chassis

1. Zet de versterker op de plaats waar

hij moet worden geïnstalleerd.

Steek de bijgeleverde tapschroeven

(4 mm × 30 mm) in de schroefgaten.

Druk met een schroevendraaier op

de schroeven zodat ze een inkeping

maken op de plaats waar de gaten

voor de installatie moeten komen.

2. Boor gaten met een diameter van

2,5 mm op de plaatsen die zijn

gemerkt en installeer de versterker,

ofwel op de vloermat ofwel

rechtstreeks op het chassis.

Terugzetten van de bovenafdekking

1. Pas de bovenafdekking netjes op het

toestel en doe de schroeven terug.

•Zet de afdekking op de juiste manier terug op

2. Draai de schroeven vast met een

inbussleutel van 4 mm.

Boor een gat met een diameter

Spanningsbron 14,4 V gelijkstroom (10,8 V t/m 15,1 V toelaatbaar)

Aarding Negatieve klem aan massa

Stroomverbruik 28 A (met continu spanning, 4 Ω)

Gemiddeld stroomverbruik* 10 A (4 Ω voor vier kanalen)

20 A (4 Ω voor twee kanalen)

20 A (2 Ω voor vier kanalen)

Continu uitgangsvermogen 75W × 4 (bij 14,4 V, 4 Ω, 20 Hz t/m 20 kHz 1,0% THV)

300 W × 2 (bij 14,4 V, 4 Ω, 1 kHz 1,0% THV)

150 W × 4 (bij 14,4 V, 2 Ω, 1 kHz 1,0% THV)

Aansluitimpedantie 4 Ω (2 Ω t/m 8 Ω toelaatbaar)

Frequentieweergave 10 Hz t/m 50 kHz (+0 dB, –3 dB)

Signaal/ruisverhouding 100 dB (IEC-A netwerk)

Scheiding 70 dB (1 kHz)

Laag-doorlaatfilter Afsnijfrequentie: 40 Hz t/m 500 Hz

Afsnijsteilheid: –12 dB/oct

Hoog-doorlaatfilter Afsnijfrequentie: 40 Hz t/m 500 Hz

•Technische gegevens en ontwerp zijn ter productverbetering zonder voorafgaande

kennisgeving wijzigbaar.

*Gemiddeld stroomverbruik

•Het gemiddelde stroomverbruik is zo goed als gelijk aan het maximale stroomver-

bruik van dit toestel bij ontvangst van een audiosignaal. Gebruik deze waarde bij

het uitrekenen van het totale stroomverbruik van meerdere vermogensversterkers.1

àÌÒÚÛ͈ËË ÔÂ‰ ̇˜‡ÎÓÏ ˝ÍÒÔÎÛ‡Ú‡ˆËË