PRSD420 - AV-ontvanger PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PRSD420 PIONEER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PRSD420 PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw AV-ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PRSD420 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PRSD420 van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING PRSD420 PIONEER
Inhoudsopgave Alvorens ge
Alvorens gebruik .... 1
Bezoek onze website 1
Bij problemen 1
WAARSCHUWING 2
WAARSCHUWING 2
WAARSCHUWING 2
Instellen van dit toestel 3
Spanningsindicator 3
Bovenafdekking 3
Regelaar voor drempelfrequentie 3
BFC (Beat Frequency Control) schakelaar ..... 3
LPF (lage-doorlaatfilter)/HPF (hoge-doorlaatfilter)-keuzeschakelaar ..... 4
Versterkingsregelaar 4
Ingangskeuzeschakelaar 4
Ingangsschakelaar 4
Correct instellen van de Gain (extra versterking) .... 5
Aansluiten van het toestel 6
Aansluitschema 7
Aansluitingen zonder solderen 8
Aansluiten van het spanningsaansluitpunt ..... 8
Verbinden van de luidsprekeruitgangsaansluitingen .... 9
Gebruik van de luidspreker-ingang 9
Aansluiten van de luidsprekers en ingangssnoeren 10
Installatie 12
Voorbeeld van installatie op de vloermat of op het chassis .... 13
Terugzetten van de bovenafdekking 13
Dank U zeer voor de aanschaf van dit PIONEER-product. Lees deze gebruiks-aanwijzing goed door, voordat het toestel in gebruik genomen wordt.

Deponeer dit product niet bij het gewone huishoudelijk afval wanneer u het wilt verwijderen. Er bestaat een speciaal wettelijk voorgeschreven verzamelsysteem voor de juiste behandeling, het opnieuw bruikbaar maken en de recycling van gebruikte elektronische producten.
In de lidstaten van de EU, Zwitserland en Noorwegen kunnen particulieren hun gebruikte elektronische producten gratis bij de daarvoor bestemde verzamelplaatsen of een verkooppunt (indien u aldaar een gelijkwaardig nieuw product koopt) inleveren.
Indien u zich in een ander dan bovengenoemd land bevindt kunt u contact opnemen met de plaatselijke overheid voor informatie over de juiste verwijdering van het product.
Zodoende zorgt u ervoor dat het verwijderde product op de juiste wijze wordt behandeld, opnieuw bruikbaar wordt gemaakt, t gerecycleerd en het niet schadelijk is voor de gezondheid en het milieu.
Bezoek onze website
Hier vindt u onze site:
http://www.pioneer.nl
- Registreer uw product. Wij bewaren de gegevens van het product dat u heeft aangeschaft zodat u deze eenvoudig kunt opvragen als u die nodig mocht hebben voor de verzekering na bijvoorbeeld verlies of diefstal.
- Op onze website vindt u de laatste informatie over Pioneer Corporation.
Bij problemen
Neem contact op met uw dealer of het dichtstbijzijnde PIONEER service-centrum, wanneer de eenheid niet juist functioneert.

WAARSCHUWING
- Vervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden.
- Gebruikt de meegeleverde inbussleutel om de schroeven of bouten vast te draaien wanneer u de draden aan de aansluitingen bevestigt. Gebruik van een los verkrijgbare, lange inbussleutel kan ertoe leiden dat er teveel kracht wordt gezet, hetgeen de aansluitingen en de bedrading zou kunnen beschadigen.

WAARSCHUWING
Diagram A - Correct

text_image
8 Ohm + Luid- spreker 8 Ohm + Luid- spreker L+ R- Pioneer versterker4 Ohm brugschakeling
Diagram B - Incorrect

text_image
4 Ohm + Luid- soreker 4 Ohm + Luid- soreker L+ R- Pioneer versterker2 Ohm brugschakeling
Uw Pioneer versterker NIET installeren of gebruiken door de luidsprekers van 4 Ohm (of lager) parallel te bedraden om een overbrugde modus (diagram B) van 2 Ohm (of lager) te verkrijgen.
Een onjuiste overbrugging kan leiden tot schade aan de versterker, rook en oververhitting. Het oppervlak van de verwerker kan ook te heet worden om aan te raken en dit kan resulteren in lichte brandwonden.
Om een overbrugde modus op de juiste manier te installeren of te gebruiken voor een weekanalenversterker en een belasting van 4 Ω te verkrijgen, dient u twee luidsprekers van 8 Ω parallel te bedraden met Links + en Rechts – (diagram A) of een enkelvoudige luidspreker van 4 Ω te gebruiken. Voor een vierkanalenversterker dient u het aansluitdiagram voor luidsprekers te volgen voor overbrugging zoals vertoond op de achterzijde van uw versterker en twee
luidsprekers van 8 Ω parallel te bedraden om een belasting van 4 Ω te verkrijgen of een enkelvoudige luidspreker van 4 Ω per kanaal te gebruiken.
Als u vragen of opmerkingen hebt, neem dan a.u.b. contact op met uw plaatselijk bevoegd Pioneer verdeler of bel de klantendienst van Pioneer.
WAARSCFHUWING
- We raden u aan de speciale, los verkrijgbare, rode accudraad en aardedraad [RD-228] te gebruiken. Verbind het accudraad direct met de positieve pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met het chassis van de auto.
- R aak de versterker niet met natte handen aan. U zou anders een elektrische schok kunnen krijgen. Raak de versterker tevens niet aan wanneer deze nat is.
- V oor de verkeersveiligheid dient u het volume zodanig in te stellen dat u verkeerssignalen en ander verkeer nog goed kunt horen.
- C ontroleer de verbindingen van de spanningstoevoer en luidsprekers inden de zekering van het los verkrijgbare accudraad of de zekering van de versterker regelmatig doorbrandt. Zoek de oorzaak en los het probleem op. Plaats vervolgens een nieuwe zekering van hetzelfde formaat en ampèrage.
- Om een onjuiste werking van de versterker en luidsprekers te voorkomen, schakelt het beschermingscircuit van de versterker de spanning naar de versterker uit indien de omstandigheden niet normaal zijn. Schakel in dit geval de spanning van het systeem uit (OFF), controleer de verbinding met de spanningsbron en luidsprekers. Zoek de oorzaak en los het probleem op.
- R aadpleeg de plaats van aankoop indien u de oorzaak niet kunt vinden.
- Om een elektrische schok of kortluiting te voorkomen tijdens het aansluiten en installeren, moet de negative (-) pool van de accu worden ontkoppeld voordat u de eenheid aansluit.
- C ontroleer of er zich geen onderdelen achter het paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle kabels en belangrijke onderdelen zoals brandstofleidingen, remleidingen en de elektrische bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden beschadigd.
- Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden.
Instellen van dit toestel
- Om de schakelaar te verzetten kunt u indien nodig een kleine schroevendraaier gebruiken.

text_image
Spanningsindicator De spanningsindicator licht op wanneer de spanning wordt ingeschakeld. Bovenafdekking Voor u het toestel gaat installeren, dient u de schroeven los te maken met een inbussleutel van 4 mm en dient u de bovenafdekking te verwijderen. Regelaar voor drempelfrequentie Met de LPF/HPF keuzeschakelaar op LPF of HPF gesteld kunt u een drempelfrequentie van 40 Hz t/m 500 Hz kiezen. BFC (Beat Frequency Control) schakelaar De BFC schakelaar bevindt zich aan de onderkant van het toestel. Als u een ritmisch geluid (beat) hoort wanneer u naar een MW/LW uitzending luistert met uw autostereo, kunt u de BFC schakelaar verzetten met behulp van een kleine schroevendraaier.LPF (lage-doorlaatfilter)/HPF (hoge-doorlaatfilter)-keuzeschakelaar
Stel de LPF/HPF-keuzeschakelaar als volgt in, naargelang het type luidspreker dat is aangesloten op de luidsprekeruitgangsaansluiting en het autostereosysteem:
LPF/HPF-keuze- Uit te voeren Type Opmerkingen schakelaar audio frequentiebereik luidspreker
LPF (links) * — 40 Hz t/m 500 Hz Subwoofer Sluit een subwoofer aan.
Uitgeschakeld (OFF) Full range Full range (midden)
HPF (rechts) * 40 Hz t/m 500 Hz — Full range Als u het zeer lage
frequentiebereik* wil afsnijden, omdat het niet nodig is voor de luidspreker die u gebruikt.
* Zie het gedeelte aangaande de “Regelaar voor drempelfrequentie”.
Versterkingsregelaar
U kunt de versterkingsregelaars A en B instellen in overeenstemming met de uitgangssignalen van de auto-stereo naar de Pioneer versterker. Zet de schakelaar normaliter in de NORMAL stand. Indien de weergave te zacht klinkt, zelfs met het volume van de auto-stereo verhoogd, moet u deze regelaars naar rechts draaien. Draai deze regelaars naar links indien het geluid vervormt wanneer het volume van de auto-stereo wordt verhoogd.
- Wanneer u slechts één ingang verbindt, moet u de versterkingsregelaars voor luidsprekeruitgangen A en B in dezelfde stand draaien.
- W anneer u een auto-stereo gebruikt met RCA (standaard uitgangsspanning 500 mV), dient u de NORMAL stand in te stellen. Wanneer u een Pioneer auto-stereo met RCA gebruikt, met een maximale uitgangsspanning van 4 V of meer, dient u het niveau aan te passen aan het uitgangsniveau van de auto-stereo.
Ingangskeuzeschakelaar
Schuif deze schakelaar naar links voor invoer vanuit twee kanalen. Schuif deze schakelaar naar rechts voor invoer vanuit vier kanalen.
Ingangsschakelaar
Het is mogelijk signalen te ontvangen van de externe uitgang van een autostereo (subwoofer uitgang) of de luidspreker-uitgang van een autostereo. Bij gebruik van een externe uitgang (subwoofer uitgang) dient u deze schakelaar naar links te zetten. Voor instructies betreffende de aansluitingen verwijzen we u naar het “Aansluitschema”. Bij gebruik van een luidspreker-uitgang dient u de schakelaar naar rechts te zetten. In dit geval is het nodig het meegeleverde luidspreker-ingangssnoer met RCA (tulp) stekkers te gebruiken. Zie voor details de paragraaf “Gebruik van de luidspreker-ingang”.
Correct instellen van de Gain (extra versterking)
- D it toestel is uitgerust met een beveiliging die bedoeld is om storingen aan het toestel zelf en aan de luidsprekers veroorzaakt door een te hoog uitgangsvermogen, onjuist gebruik of onjuiste aansluitingen te voorkomen.
- W anneer er geluid wordt gereproduceerd bij een te hoog volume enz. zal deze functie de geluidsweergave binnen een paar seconden onderbreken. Dit duidt echter niet op een storing. Wanneer u het volume van het hoofdtoestel lager zet, zal de geluidsweergave worden hersteld.
- A ls de geluidsweergave wordt onderbroken, is het mogelijk dat de 'gain' (extra versterking) van dit toestel incorrect is ingesteld. Om er zeker van te kunnen zijn dat de geluidsweergave niet zal worden onderbroken wanneer het hoofdtoestel met een hoog volume weergeeft, dient u de 'gain' instelling van de versterker op een geschikte stand te zetten in overeenstemming met het maximale pre-out uitgangsniveau van het hoofdtoestel. Zo is het niet nodig het volume van het hoofdtoestel te verlagen en wordt een te hoog uitgangsniveau voorkomen.
- A Is u het volume van het hoofdtoestel hoger zet en de 'gain' (extra versterking) van de versterker op de juiste stand, maar merkt dat het geluid nog steeds zo nu en dan onderbroken wordt, dan dient u contact op te nemen met uw dichtstbijzijnde erkende PIONEER service-centrum.
'Gain' instelling van dit toestel

text_image
Pre-out niveau: 4 V Normal Pre-out niveau: 6,5 V Pre-out niveau: 2 V (Standaard: 500 mV) GAIN- O p de afbeelding hierboven is de GAIN ingesteld op NORMAL.
Verhouding tussen de 'gain' van de versterker en het uitgangsvermogen van het hoofdtoestel

flowchart
graph LR
A["Normale 'gain'"] -->|Gelijk vermogen| B["Volumestappen hoofdtoestel"]
C["Maximale 'gain'"] -->|Gelijk vermogen| D["Volumestappen hoofdtoestel"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccc,stroke:#333
style D fill:#ccc,stroke:#333
- Als u de 'gain' (extra versterking) van de versterker op een ongeschikt niveau instelt, zal alleen de vervorming toenemen en zal het vermogen slechts marginaal toenemen.
Golfvorm signaal bij weergave met hoog volume via de 'gain' instelling van de versterker

flowchart
graph LR
A["Normale 'gain'"] --> B["Gelfvorm signaal"]
B --> C["'Gain' versterker (normaal)"]
C --> D["'Gain' versterker (maximaal)"]
D --> E["Gelfvorm signaal"]
E --> F["Gelfvorm signaal"]
F --> G["Gelfvorm signaal"]
G --> H["Maximale 'gain'"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style E fill:#f9f,stroke:#333
style H fill:#ccf,stroke:#333
note right of A: Gelijk vermogen
- B ij een hoog uitgangsvermogen wordt de golfvorm van het signaal vervormd, terwijl het vermogen slechts marginaal zal veranderen als u de 'gain' van de versterker hoger instelt.

WAARSCHUWING
- V oorkom kortsluiting en beschadiging van de eenheid en ontkoppel de nagatieve (–) accupool van het voertuig.
- Zet de bedrading met kabelklemmen of isoleer-of plakband vast. Bescherm de bedrading door de gedeelten in de buurt van metalen delen met isoleerband af te dekken.
- Leid de draden niet langs plaatsen die heet worden, bijvoorbeeld in de buurt van de verwarmingselementen. Indien de isolatie van draden heet wordt, zullen de draden worden beschadigd met kortsluiting tot gevolg.
-
Z org dat de bedrading de werking van bewegende of verplaatsbare onderdelen, bijvoorbeeld de versnelling, handrem of stoelverstelmechanismen van het de auto niet hindert.
-
Sluit draden niet kort. Het beschermingscircuit werkt anders namelijk niet wanneer het voor de veiligheid zou moeten functioneren.
- T ap het spanningsdraad van dit toestel niet af voor gebruik van andere apparaten. Het vermogen van het draad zou dan namelijk worden overschreden, met oververhitting tot gevolg.
- V ervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden.

WAARSCHUWING:
Om beschadiging en/of letsel te voorkomen
- A ard het luidsprekersnoer niet rechtstreeks en sluit evenmin een negatief snoer (−) aan voor verschillende luidsprekers.
- D it toestel is ontworpen voor auto's met een accu van 12 V en negatieve aarding. Kijk bijgevolg eerst de accuspanning na voor u het toestel installeert in een recreatief voertuig, vrachtwagen of bus.
- D e accu raakt mogelijk uitgeput indien de auto-stereo langdurig is ingeschakeld maar de motor stationair draait of is uitgeschakeld. Zet de auto-stereo uit wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld.
-
A is het systeem-afstandbedieningssnoer van de versterker is aangesloten op de spanningsaansluiting via de contactschakelaar (12 V gelijkstroom), is de versterker altijd ingeschakeld wanneer het contact aanstaat, ongeacht of de auto-stereo wel of niet door u is aangezet. Hierdoor raakt de accu mogelijk uitgeput wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld.
-
Luidsprekers die op de versterker worden aangesloten moeten overeenstemmen met de hieronder vermelde normen. Indien dat niet het geval is, kan dit leiden tot brand of beschadiging van de luidspreker. Gebruik luidsprekers met een impedantie van 2 t/m 8 ohm. In geval van twee-kanaals en andere brugverbindingen moet de luidsprekerimpedantie 4 t/m 8 ohm zijn.
- Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad zo ver als mogelijk uit de buurt van de luidsprekerdraden. Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad en aardedraad, luidsprekerdraden en de versterker zo ver als mogelijk uit de buurt van de antenne, antennekabel en tuner.
Luidsprekerkanaal Luidsprekertype Vermogen
| Vier kanalen | Subwoofer Nominale ingang: min. 70 W |
| Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 150 W | |
| Twee kanalen | Subwoofer Nominale ingang: min. 200 W |
| Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 600 W | |
| Drie kanalen Subwoofer | Nominale ingang: min. 70 W |
| Luidsprekeruitgang A | Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 150 W |
| Drie kanalen Subwoofer | Nominale ingang: min. 200 W |
| Luidsprekeruitgang B | Andere dan subwoofer Maximale ingang: min. 600 W |
Aansluitschema
- Dit schema laat de verbindingen zien bij gebruik van een externe uitgang (subwoofer uitgang). Schuif de ingangsschakelaar naar links (RCA).
- Bij gebruik van een luidspreker-uitgang zullen de noodzakelijke verbindingen afwijken van dit schema. Raadpleeg voor details de paragraaf "Gebruik van de luidspreker-ingang". In beide gevallen dient u de ingangsschakelaar op de juiste stand te zetten. Zie voor details hieromtrent de paragraaf "Instellen van dit toestel".

text_image
Doorvoerbuisje Zekering (40 A) × 2Speciaal rood accusnoer [RD-228] (los verkrijgbaar) Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de versterker zijn gemaakt, het accusnoer-aansluitpunt van de versterker aan op het positieve aansluitpunt (+) van de accu.
Aardingssnoer (zwart) [RD-228] (los verkrijgbaar) Sluit dit snoer aan op de carrosserie of het chassis.

flowchart
graph TD
A["Autostereo met RCA-uitgangspenaansluitingen"] --> B["Aansluitsnoer met RCA-penstekkers (los verkrijgbaar)."]
B --> C["RCA-uitgangspenaansluitingen"]
B --> D["RCA-ingangspenaansluitingen B"]
B --> E["RCA-ingang"]
B --> F["Versterker met RCA-ingangspenaansluitingen"]
F --> G["RCA-ingang"]
G --> H["Luidsprekeruitgangs-aansluitpunt Raadpleeg het hoofdstuk "Aansluiten van de luidsprekers en ingangssnoeren" voor richtlijnen i.v.m. het aansluiten van luidsprekers."]
H --> I["Zekering (30 A) × 2"]
H --> J["Draad voor systeemafstandsbediening (los verkrijgbaar)."]
Draad voor systeemafstandsbediening (los verkrijgbaar)
Verbind de mannelijke aansluiting van dit draad met de aansluiting voor de systeemafstandsbediening van de autostereo (SYSTEM REMOTE CONTROL). Het vrouwelijke aansluitpunt kan worden aangesloten op het relais-besturingsaansluitpunt van de automatische antenne. Als de autostereo niet beschikt over een systeem-afstandsbedieningsaansluitpunt, sluit dan het mannelijke aansluitpunt aan op het spanningsaansluitpunt via de contactschakelaar.
Aansluitingen zonder solderen
- Sluit geen bedrading met blootliggende geleiderkern aan op de stroomaansluitingen van deze versterker (spanningsaansluitpunt, GND aardeaansluiting, aansluiting voor systeemafstandsbediening). Als de blootliggende geleiderkern van een dergelijke draad los raakt of breekt, zou dit kunnen leiden tot kortsluiting of brand.
- Omdat de draad na verloop van tijd los zal komen te zitten, moet u deze regelmatig controleren en indien nodig opnieuw vastzetten.
- Zet de uiteinden van de draadjes niet vast door ze te solderen of af te binden.
- L et er bij het vastdraaien op dat u de draad niet met de isolatie vastklemt.
- G ebruik de meegeleverde inbussleutel om de schroef van de versterkeraansluiting vast of los te draaien. Zet de draad goed vast met de schroef van de aansluiting. Omdat echter te vast aandraaien van de aansluitingsschroef voor de systeemafstandsbediening het risico met zich meebrengt dat de draad beschadigd raakt, moet u de draad bij het vastdraaien goed in de gaten houden en voorzichtig zijn dat u de schroef niet te vast aandraait.
Aansluiten van het spanningsaansluitpunt
- We raden u aan de speciale, los verkrijgbare, rode accudraad en aardedraad [RD-228] te gebruiken. Verbind het accudraad direct met de positieve pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met het chassis van de auto.
- D e aanbevolen maten voor de draden (AWG: American Wire Gauge) zijn als volgt. De accudraad en de aarddraad moeten allemaal dezelfde maat hebben.
- G ebruik draad van 10 AWG tot 20 AWG voor de draad voor de systeemafstandsbediening.
Maat voor de accudraad en de aarddraad
| Draadlengte minder dan minder dan minder dan 4,5 m 7,2 m 11,4 m | |
| Draadmaat 8 | AWG 6 AWG 4 AWG |
1. Trek het accudraad van het motorgedeelte naar de cabine van de auto.
- S luit, nadat alle andere aansluitingen op de versterker zijn gemaakt, het accusnoeraansluitpunt van de versterker aan op het positieve aansluitpunt (+) van de accu.

text_image
Positieve aansluiting (+) Motor- compartment Interieur van het voertuig Zekering (40 A) × 2 Steek het rubberen O-vormige doorvoerbuisje in de carrosserie van de auto. Boor een gat van 13 mm in de carrosserie van de auto.2. Sluit de draden aan.
- Z et de draden stevig met de schroeven van de aansluitingen vast.

text_image
Aansluiting voor systeemafstandsbediening Spannings-aansluitpunt (POWER) Accudraad Aansluitpuntschroeven GND aarde-aansluiting Aardingssnoer Draad voor systeemafstandsbedieningWAARSCHUWING
Als de accudraad niet goed wordt bevestigd aan het aansluitpunt met behulp van de schroef, kan het aansluitpunt oververhit raken, hetgeen kan leiden tot schade en letsel, met inbegrip van lichte brandwonden.
Verbinden van de luidsprekeruitgangsaansluitingen
- G ebruik draad van 10 AWG tot 16 AWG voor luidsprekerdraad.
- Strip ongeveer 10 mm tot 12 mm van de isolatie van het uiteinde van de luidsprekerdraden met een striptang of mes.

text_image
10 mm tot 12 mm- Verbind de luidsprekerdraden met de luidsprekeruitgangsaansluiting.
- Zet de luidsprekerdraden goed met de schroeven van de aansluiting vast.

text_image
Aansluitpuntschroeven Luidspreker- uitgangsaansluiting LuidsprekerdraadGebruik van de luidspreker-ingang
Sluit de uitgangsdraden van de autostereo aan op de versterker via de meegeleverde luidspreker-ingangsdraad met RCA (tulp) stekkers.
- Schuif de ingangsschakelaar naar rechts (SP).
■Verbindingen bij gebruik van de luidspreker-ingang

flowchart
graph TD
A["Autostereo"] --> B["Luidspreker-ingang"]
B --> C["Wit: Zwart: Zwart: Rood: Links ⊕ Links ⊖ Rechts ⊖ Rechts ⊕"]
C --> D["Luidspreker-ingangsdraad met RCA (tulp) stakkers"]
Naar de RCA-ingangsaansluiting van dit toestel.
- A is resultaat van het aansluiten van de luidspreker van de autostereo op de versterker, zal de stroom voor de versterker automatisch worden ingeschakeld wanneer de autostereo aan wordt gezet. In dit geval is het niet nodig de draad voor de systeemafstandsbediening aan te sluiten.
- W anneer de versterker en het hoofdtoestel op elkaar zijn aangesloten met een luidsprekerdraad met RCA (tulpstekker) aansluitingen, zal de versterker alleen worden ingeschakeld wanneer er slechts één versterker wordt gebruikt. Als er twee of meer versterkers gecombineerd synchroon zijn geschakeld, dient u het hoofdtoestel en alle versterkers op elkaar aan te sluiten met de systeembedieningsdraad.
Opmerking:
- Sluit de draad voor de systeemafstandsbediening aan wanneer de stroom voor de versterker niet ingeschakeld moet worden wanneer de autostereo wordt aan gezet.
Aansluiten van de luidsprekers en ingangssnoeren
De luidsprekeruitgangsstand kan voor vier, drie (stereo + mono) of twee kanalen (stereo, mono) zijn. Sluit de luidsprekersnoercn aan overeenkomstig de gewenste functie zoals aangegeven in de onderstaande afbeeldingen.
Vier kanalen
De ingangskeuzeschakelaar bevindt zich op de bovenkant van het toestel. Voor tweekanaals ingangssignalen dient u deze schakelaar naar links te zetten. Voor vierkanaals ingangssignalen dient u deze schakelaar naar rechts te zetten.

text_image
RCA- aanslu A R (1)RCA-ingangspen- aansluiting A
RCA-ingangspen- aansluiting B
Aansluitsnoeren met RCA-penstekkers (los verkrijgbaar)
Van auto-stereo (RCA uitgang)
Indien slechts één ingangsplug wordt gebruikt, bijvoorbeeld wanneer de auto-stereo slechts één uitgang (RCA uitgang) heeft, verbindt u de plug met de RCA-ingangsaansluiting A maar sluit u niets op RCA-ingangsaansluiting B aan.

text_image
te zetten. (Links) Luidsprekeruitgang B (Rechts) (Rechts) Luidsprekeruitgang A (Links)Drie kanalen
De ingangskeuzeschakelaar bevindt zich op de bovenkant van het toestel. Voor tweekanaals ingangssignalen dient u deze schakelaar naar links te zetten. Voor vierkanaals ingangssignalen dient u deze schakelaar naar rechts te zetten.

RCA-ingangspen- aansluiting B
Aansluitsnoeren met RCA-penstekkers (los verkrijgbaar)
Van auto-stereo (RCA uitgang)
Indien slechts één ingangsplug wordt gebruikt, bijvoorbeeld wanneer de auto-stereo slechts één uitgang (RCA uitgang) heeft, verbindt u de plug met de RCA-ingangsaansluiting A maar sluit u niets op RCA-ingangsaansluiting B aan.

Twee kanalen (stereo)
De ingangskeuzeschakelaar bevindt zich op de bovenkant van het toestel. Schuif deze schakelaar naar links.

text_image
Bij gebruik van de twee-kanalen functie dient u de RCA- penstekkers te verbinden met de RCA-ingangspenaansluiting A. Aansluitsnoeren met RCA-penstekkers (los verkrijgbaar) Van auto-stereo (RCA uitgang) Luidspreker (Rechts) Luidspreker (Links)Twee kanalen (mono)
De ingangskeuzeschakelaar bevindt zich op de bovenkant van het toestel. Schuif deze schakelaar naar links. RCA-ingangs

text_image
Bij gebruik van de twee-kanalen functie dient u de RCA- penstekkers te verbinden met de RCA-ingangspenaansluiting A. Aansluitsnoeren met RCA-penstekkers (los verkrijgbaar) Van auto-stereo (RCA uitgang) Luidspreker (Mono) Luidspreker (Mono)
WAARSCHUWING
• N iet installeren op:
—Plaatsen waar het de bestuurder of passagiers zou kunnen verwonden wanner de auto plotseling stopt.
—Plaasten waar de bestuurder door de eenheid tijdens het rijden zou kunnen worden gehinderd, zoals bijvoorbeeld op de vloer voor de bestuurdersstoel.
- K ontroleer dat draden niet in de weg van de stoelverstelmechanismen zitten. Dit zou namelijk kortsluiting kunnen veroorzaken.
- C ontroleer of er zich geen onderdelen achter het paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle kabels en belangrijke onderdelen zoals brandstofleidingen, remleidingen en de elektrische bedrading beveiligd zijn en niet kunnen worden beschadigd.
- P laats lapse schroeven zodanig dat de kop van de schroef niet in aanraking met draden komt. Dit is belangrijk en voorkomt dat draden door trillingen van het voertuig door worden gesneden met brand tot gevolg.
- Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden.
- G ebruik de bijgeleverde onderdelen op de manier die is beschreven om de installatie uit te voeren zoals het hoort. Als andere onderdelen dan diegene die zijn bijgeleverd worden gebruikt, is het mogelijk dat inwendige onderdelen van de versterker schade oplopen of loskomen, zodat de versterker niet meer werkt.
- V ervang de zekering in geen geval door één met een hoger vermogen of hogere waarde dan de originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden.

WAARSCHUWING:
Om slechte werking en/of letsel te voorkomen
- Z org dat de ventiltie van de versterker niet wordt gehinderd, en let derhalve op de volgende punten tijdens het installeren.
—Zorg dat er voor een goede vrije ruimte boven de versterker is.
—Bedek de versterker niet met een vloermat of kleed.
- Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden tot elektrische schokken. De versterker en luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook produceren en oververhit raken door contact met vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de versterker en het oppervlak van aangesloten luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot lichte brandwonden.
- Installeer de versterker niet op onstabiele plaatsen, zoals op de reservebandhouder.
- D e beste installatieplaats is verschillend afhankelijk van het automerk en model en uw wensen. Plaats de versterker echter beslist stevig op een stabiele plaats.
- M aak eerst voorlopige aansluitingen en ga na of de versterker en het systeem naar behoren werken.
- N a het installeren van de versterker, moet u controleren dat het reservewiel, de krik en het gereedschap nog gemakkelijk kunnen worden verwijderd.
Voorbeeld van installatie op de vloermat of op het chassis
-
Zet de versterker op de plaats waar hij moet worden geïnstalleerd. Steek de bijgeleverde tapschroeven (4 mm × 30 mm) in de schroefgaten. Druk met een schroevendraaier op de schroeven zodat ze een inkeping maken op de plaats waar de gaten voor de installatie moeten komen.
-
Boor gaten met een diameter van 2,5 mm op de plaatsen die zijn gemerkt en installeer de versterker, ofwel op de vloermat ofwel rechtstreeks op het chassis.
Terugzetten van de bovenafdekking
- Pas de bovenafdekking netjes op het toestel en doe de schroeven terug.
• Z et de afdekking op de juiste manier terug op de versterker.
- Draai de schroeven vast met een inbussleutel van 4 mm.

text_image
Tapschroeven (4 mm × 30 mm) Schroef Bovenafdekking Boor een gat met een diameter van 2,5 mm Vloermat of chassisTechnische gegevens
Spanningsbron 14,4 V gelijkstroom (10,8 V t/m 15,1 V toelaatbaar)
Aarding ...... Negatieve klem aan massa
Stroomverbruik 28 A (met continu spanning, 4 Ω)
Gemiddeld stroomverbruik* 10 A (4 Ω voor vier kanalen)
20 A (4 Ω voor twee kanalen)
20 A (2 Ω voor vier kanalen)
Zekering 30 A × 2
Afmetingen 301 (B) mm × 57 (H) mm × 213 (D) mm
Continu uitgangsvermogen 75W × 4 (bij 14,4 V, 4 Ω, 20 Hz t/m 20 kHz 1,0% THV)
300W× 2 (bij 14,4V,4 ,1kHz1,0% THV)
150 W × 4 (bij 14,4 V, 2 Ω, 1 kHz 1,0% THV)
Aansluitimpedantie 4 Ω (2 Ω t/m 8 Ω toelaatbaar)
Frequentieweergave 10 Hz t/m 50 kHz (+0 dB, -3 dB)
Signaal/ruisverhouding 100 dB (IEC-A netwerk)
Vervorming 0,005 % (10 W, 1 kHz)
Scheiding 70 dB (1 kHz)
60 dB (100 Hz t/m 10 kHz)
Laag-doorlaatfilter ...... Afsnijfrequentie: 40 Hz t/m 500 Hz
Afsnijsteilheid: -12 dB/oct
Hoog-doorlaatfilter ...... Afsnijfrequentie: 40 Hz t/m 500 Hz
Afsnijsteilheid: -12 dB/oct
Versterkingsregelaar RCA: 400 mV t/m 6,5 V
Luidspreker: 1,6 V t/m 26 V
Maximale ingangsniveau / -impedantie RCA: 6,5 V / 22 kΩ
Luidspreker: 26 V / 90 kΩ
Opmerking:
- T echnische gegevens en ontwerp zijn ter productverbetering zonder voorafgaande kennisgeving wijzigbaar.
\*Gemiddeld stroomverbruik
- H et gemiddelde stroomverbruik is zo goed als gelijk aan het maximale stroomverbruik van dit toestel bij ontvangst van een audiosignaal. Gebruik deze waarde bij het uitrekenen van het totale stroomverbruik van meerdere vermogensversterkers.