CELSIUS M470 - Desktopcomputer FUJITSU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CELSIUS M470 FUJITSU in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CELSIUS M470 FUJITSU
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Desktopcomputer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CELSIUS M470 - FUJITSU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CELSIUS M470 van het merk FUJITSU.
GEBRUIKSAANWIJZING CELSIUS M470 FUJITSU
Gebruiksaanwijzing 1
Richtlijnen voor electromagnetische compatibiliteit 1
Omgeving en toelaatbare toepassingen 1
Algemene veiligheidsaanwijzingen voor toestellen in een omgeving met medische toepassing 1
Aanwijzingen voor de vrijwaring van de elektromagnetische compatibiliteit 2
Richtlijnen en fabrikantverklaring 3
Bruksanvising 1
In deze gebruiksaanwijzing vindt u belangrijke informatatie voor het gebruik van pc, beeldscherm, toetsenbord en muis in een omgeving met medische toepassing. Hou rekening met deze aanwijzingen bij de installmentie en het gebruik van de toestellen.
Richtlijnen voor elektromagnetische compatibiliteit
In de geleverde uitvoering beantwoordt dit toestel aan de eisen van de EG-richtlijnen 2004/108/EG inzake "Elektromagnetische compatibiliteit" en 2006/95/EG "Laagspanningsrichtlijn".
Bovendien is het toestel overeenkomstig de EN 60601-1-2:2001 geschikt voor gebruik in omgevingen met medische toepassing; vooral wat de elektromagnetische compatibilititeit overeenkomstig de EN 60601-1-2:2007 betreft, is het geschikt voor gebruik in de volgende omgeving.
Omgeving en toelaatbare toepassingen

Bij dit toestel gaat het nicht om een medisch product Zoals aangegeven door EN 60601-1-1 (wetgeving medische producten).
| Omgeving | Toelaatbare |
| Als nicht-levensinstandhoudend toestel of onderdeel van een nicht-levensinstandhoudend toestel. | Voedingsspanningsbereik van 100 V tot 240 V, 50 / 60 Hz. |
toep
Algemene veiligheidsaanwijzingen voor toestellen in een omgeving met medische toepassing
Veiligheidsaanwijzingen in de gebruiksaanwijzing en in het handboek "Safety" (Veiligheid)
Hou ook rekening met alle veiligheidsaanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uw toestel en met de veiligheidsaanwijzingen in het handboek "Safety" (Veiligheid). De veiligheidsaanwijzingen in het handboek "Safety" (Veiligheid) gelden voor alle toestellen, dus ook voor toestellen die in een omgeving met medische toepassing worden gebruikt.
Bijkomende veriligeidsaanwijzingen voor toestellen in een omgeving met medische toepassing
Als u Niet zeker bent of u het toestel in de voorziene omgeving mag opstellen, kan u contact opnemen met uw verkoper of once klantendienst.
- Hou bij het opstellen en voor de ingebruikname van het toestel rekening met de instructies voor het opstellen, exploiteren, gebruiken en instandhouden van medische producten in de desbeteffende wetgeving.
-
Bij het aansluiten van kabels dient u rekening te houden met de aanwijzingen voor de vrijwaring van de elektromagnetische compatibilititeit.
-
Installee enkel systeemuitbreidingen die voldoen aan de vereisten en voorschriften inzake verilgheid en elektromagnetische compatibilititeit van de wetgeving van uw land voor medische producten.
- De ventilatoren van het toestel vergen geen onderhoud. Als een ventilator uittvalt of als het ventilatorvermogen daalt, verschijnt een waarschuwingssymbol op de LCD (toestelafhankelijk – zich de gebruiksaanwijzing van het toestel).
- Als het toestel in een patientomgeving moet worden gezruikt, of als elektrisch geleidende verbindingen:tussen het product en de patient voorzien,zijn, moeten op het product bijkomende maatregelen overeenkomstig EN 60601-1-1:2001 worden getroffen.
- De ventilatieopengen van het toestel mogen Niet worden afgedekt, om oververhitting te vermijden.
- Als u in combinatie met uw toestel een radiocomponent (BLUETOOTH, Wireless LAN) gebrukt, dient u de veiligheidsafstanden te respecteren die tussen uw toestel en andere elektrische en elektronische toestellen vereist zich. De door de radiocomponent overgedragen radiogolven konnen de werkung van medische apparatuur beinvloeden. Evenzeer kan de werkung van de radiocomponent van uw toestel door andere radiotoestellen worden gestoord.

Voor de reiniging van de toestellen dient u rekening te houden met de relevante aanwijzingen in de overeenkomstige gebruiksaanwijzing.
Aanwijzingen voor de vrijwaring van de elektromagnetische compatibilititeit
- Alle data- en signaalkabels要去en over voldoende afterscherming beschikken. Voor de LANbekabeling gelden de vereisten van EN 50173 en EN 50174-1/2. Het gebruik van Niet afgeschermde of gebrekig afterschermde kabels kan tot een grotere storingsuitstraling en/of tot een geringere storingsvastheid van het toestel leiden.
- Alle behuizingsafdekkingen (zijwanden, blinde afdekkingen)要去en geinstalleerd zijn zoals beschreiben in de gebruikshandelieiding.
- Om de behuizing voldoende te verluchten, dient u bij het opstellen rekening te honden met de vrije ruimte rond het toestel (zie hoofdstuk "Technische gegevens" in de gebruikshandleiding). De verluchtingsvlakken van het beeldscherm en van het toestel moot niet worden afgedekt, om oververhitting te vermijden. Plaats nooit verschillende toestellen boven elkaar.
- Draagbare en mobiele draadloze communicatietoestellen zoals mobiele telefoons können medische elektrische toestellen beinvloeden. Hou absolut rekening met de in tabel 4 vermelde veiligheidsafstanden.
Bij het aansluiten van randapparatuur zoals beeldschermen gezruikt u enkel de bijgeleverde kabels. - Gebruik voor het aansluten van het toetsenbord alleen de bijgeleverde kabel.
- Elk randapparaat dat u wenst aan te sluiten, moet voldoen aan de voorwaarden voor het gebruik in een omgeving met medische toepassing.
Sluit slechts een monitor aan op het toestel. Een twee de monitor is Niet toegestaan.

Beschem de contacten van alle bussen en stekkers van het toestel gegen staatische elektriciteit. Raak de contacten Niet aan. Als een contact eén keer onvermijdelijk is, dient u volgende voorzorgsmaatregelen te nemen:
- Raak een geaard voorwerp aan voor u de contacten aanraakt. Daardoor voert u de staatische elektriciteit af.
of - Draag een aardingsband.

Als er zich statische elektriciteit op het toestel ontlaadt of als snelle transienten of sterke elektromagnetische velden op het toestel inwerken, kan tijdens de duur van de storing de audiokwaliteit op de PC en de beeldkwaliteit op het beeldscherm worden geschaad.
Richtlijnen en fabrikantverklaring
| Tabel 1: Richtlijnen en fabrikantverklaring - elektramagnetischeuitstraling | ||
| De in dit handboek genoemde systemen zijn bedoeld voor gebruik in een omgeving zoals hieronder staat aangegeven. De klant of de gebruiker van het toestel of van het system moet ervoor zorgen dat het in een dergelijk omgeving worden geleukt. | ||
| Metingen vanstoringsuitstralingen | Overeenstemming Elektron | omagnetische omgeving -richtsnoer |
| RF-uitstralingen volgensCISPR 22 | Klasse B Het toestel of het | systeme gebruikt RF-energie uitsluitend voor+zijn internefunctie. Daarom is+zijn RF-uitstralingzeer gering en is het onwaarschijnlijkdat elektronische toestellen in deomgeving worden gestoord. |
| Uitstralingen van hogeharmonischenIEC 61000-3-2 | Klasse D Het toestel of het | systeme is geschiktvoor gebruik in alle inrichtingen,inclusief inrichtingen in dewoonomgeving en dergelijk, die directaangesloten zich op een openbaarvoedingsnet dat ook gebouwen voedtdie voor woondoeleinden wordengebruikt. |
| Uitstralingen van spanningsschommelingen/flikkerIEC 61000-3-3 | Komt overeen | Het toestel of het system is geschiktvoor gebruik in alle inrichtingen,inclusief inrichtingen in dewoonomgeving en dergelijk, die directaangesloten zich op een openbaarvoedingsnet dat ook gebouwen voedtdie voor woondoeleinden wordengebruikt. |
| Tabel 2: Richtlijnen en fabrikantverklaring - elektromagnetische storingsvastheid | |||
| De in dit handboek genoemde systemen+zijn bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgevingzoals hieronder staat aangegeven. De klant of de gebruiker van het toestel of van hetsystem moet ervoor zorgen dat het in een dergelijkte omgeving worden gebruikt. | |||
| Controles van de storingsvastheid | IEC 60601 testniveau | Overeenstemmingsniveau | Elektromagnetischeomgeving - richtlijnen |
| Ontlading vanstatische elektriciteit(ESD)volgensIEC 61000-4-2 | +/- 6 kV contactontlading+/- 8 kV luchtontlading | +/-6 kV+/-8 kV | De vloer moetuit hout ofbeton bestaan of voorzien,zijnvan keramische tegels. Als de vloer voorzien is vansynthetisch materiaaal, moetde relatieve luchtvochtigheidminstens 30% bedragen. |
| Snelle transienteelektrischestoringsgrootheden(bursts)volgensIEC 61000-4-4 | +/- 2 kV voor netkabels+/- 1 kV voor ingangs-en uitgangskabels | +/- 2 kV+/- 1 kV | De kwaliteit van de voedings-spanning moetovereenkomen met die vaneen typische bedrijfs- ofziekenhuisomgeving. |
| Stootspanningen(surges)volgensIEC 61000-4-5 | +/- 1 kV balansspanning+/- 2 kV in-fase-spanning | +/- 1 kV+/- 2 kV | De kwaliteit van de voedings-spanning moetovereenkomen met die vaneen typische bedrijfs- ofziekenhuisomgeving. |
| Kortstondige spanningsdaling,korte onderbrekingenin schommelingen inde voedingsspanningvolgensIEC 61000-4-11 | <5% UT(>95% daling van UT)gedurrende 1⁄2periode | geslaagd, A | De kwaliteit van de voedingsspanning moetovereenkomen met die vaneen typische bedrijfs- ofziekenhuisomgeving. Als de gebruiker van het toestel ofvan het systeme ook bij hetoptreden van onderbrekingein de energievoorzieningverlangt dat de functie wordenverder gezet, wordenaanbevolen het toestel of hetsysteme met eenonderbrekingsvrije voeding ofeen batterij te voeden. |
| <40% UT(>60% daling van UT)gedurrende 5 perioden<70% UT(>30% daling van UT)gedurrende 25 perioden | geslaagd, AVoedings-spanningsbereik200 V - 240 V/50/60Hzgeslaagd, CVoedings-spanningsbereik100 V - 200 V/50/60Hz | ||
| <5% UT(>95% daling van UT)gedurrende 5 s | geslaagd C | ||
| Tabel 2 – Vervolg | |||
| Controles van de storingsvastheid | IEC 60601 testniveau | Overeen-stemmings-niveau | Elettromagnetische omgeving – richtlijnen |
| Magneetveld bij de voedingsfrequentie (50/60 Hz) volgens IEC 61000-4-8 | 3 A/m 3 A/m Magneetvelden bij de | netfrequentie要去en overeenkomen met de typische waarden die te vinden zijn in een bedrijfs- enziekenhuisomgeving. | |
| OPMERKING: UTis de netwisselspanning vór de toepassing van de testniveau. | |||
| Tabel 3: Richtlijnen en fabrikantverklaring - elektromagnetische storingsvastheid | |||
| De in dit handboek genoemde systemen+zijn bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving zoals hieronder staat aangegeven. De klant of de gebruiker van het toestel of van het system moet ervoor zorgen dat het in een dergelijkte omgeving worden gezuilt. | |||
| Controles van de storingsvastheid | IEC 60601 testniveau | Overeenstemmings niveau | Elektromagnetische omgeving - richtlijnen |
| Draagbare enGeleide RF-storings-groothedvolgensIEC 61000-4-6UitgestraaldeRF-storings-groothedenvolgensIEC 61000-4-3 | mobiele radioapparaten mogengeniet op een Kleinere afstand ten opzichte van het toestel of het systeme inclusief de kabels worden gezruikt dan de aanbevolen veiligheidsafstand, die op basis van de voor de zendfrequentie geldende vergelijkking worden berekend.Aanbevolen veiligheidsafstand:d \( \frac{3.5}{V_1}\sqrt{P} \)d \( \frac{3.5}{E_1}\sqrt{P} \)voor 80 MHz tot 800 MHzd \( \frac{7}{E_1}\sqrt{P} \)voor 800 MHz tot 2,5 GHzmet P als maximaal nominaal vermogen van de zender in Watt (W) overeenkomstig de informatatie van de zenderfabrikant, en met d als aanbevolen veiligheidsafstand in meter (m).De veldsterkte van stationaire radiozenders要去 bij alle frequencies volgens een onderzoek terplaatse a kleiner� dan het overeenstemmingsniveau.bIn de omgeving van toestellen met volgend symbool zichen storingen möglich.( ) | ||
OPMERKING 1:
Bij 80 MHz en 800 MHz geldt het hogere freiorentiebereik.
OPMERKING 2:
Deze richtlijnen zijn eventuele nicht in alle gevallen toepasbaar. De uiststroing van elektromagnetische grootheden worden beinvloed door adsorptie en reflecties van gebouwen, voorwerpen en mensen.
a De veldsterkte van stationaire zenders, zoals basisstations van radiotelefoons en mobiele landradiotoestellen, amateurradiozenders, AM- en FM-radio- en tv-zenders, kan theoretisch vooraf Niet nauwkeurig worden bepaald. Om de elektromagnetische omgeving van de stationaire zenders te konnen bepalen,要去 een studie van de opstelplaats worden overwogen. Als de gemeten veldsterkte op deplaats waar het toestel of het system wordt gebruikt, de hierboven vermelde overeenstemmingsniveauaus overschrijdt,要去 het toestel of het system worden geobserveerd om de voorgeschreven functie aan te tonen. Als ongebruikelijkke prestatiekenmerken worden vastgesteld, kunnen bijkomende maatregelen vereist zich, zoals een gewijzigde orientatie of een andereplaats voor het toestel of het system.
b Over het frequentiebereik van 150 kHz tot 80 MHz要去 de veldsterkte kleiner waar dan 3V / m
| Tabel 4: Aanbevolen verilgheidsafstanden:tussen draagbare en mobiele RF-telecomunicatietoestellen en het toestel of systeem voor nicht-levensbedreigende ingrepen | |||
| De in dit handboek genoemde systemen zijn bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving waarin de RF-storingsgrootheden gecontroleerd�n. De klant of de gebruiker van het toestel of het system kan helpen om elektromagnetische storingen te vermijden, door de minimale afstand:tussen draagbare en mobiele RF-telecomunicatietoestellen (zenders) en het toestel of het systeem - afhankelijk van het uitgangsvermogen van het communicatietoestel, zoals hierna aangegeven - na te leven. | |||
| Veiligheidsafstand afhankelijk van de zenderfrequentie [m] | |||
| Nominal vermogen van de zender W | 150 kHz tot 80 MHz d= [3.5/3]√P | 80 MHz tot 800 MHz d= [3.5/3]√P | 800 MHz tot 2.5 GHz d= [7/3]√P |
| 0,01 | 0.12 | 0.12 | 0.23 |
| 0,1 | 0.37 | 0.37 | 0.7 |
| 1 | 1.17 | 1.17 | |
| 10 | 3.69 | 3.69 | 7 |
| 100 | 11.70 | 11.70 | 23.33 |
| Voor zenders waarvan het maximale nominale vermogen Niet in deze tabel vermeld is, kan de aanbevolen afstand d in meter (m) worden bepaald aan de hand van de vergelijkking in de respectieve kolom, waar bij P het maximale nominale vermogen van de zender in Watt (W) volgens de zenderfabrikant is. OPMERKING 1: Bij 80 MHz en 800 MHz geldt het hogere frequentiebereik. OPMERKING 2: Deze richtlijnen+zijn möglichst Niet in alleGeVallen toepasbaar.De uiststrooing van elektromagnetische grothetaken worden beinvloed door absorpties en reflecties van gebouwen, voorwerpen en mensen. | |||