CELSIUS M470 - Desktopcomputer FUJITSU - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CELSIUS M470 FUJITSU in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Desktopcomputer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CELSIUS M470 - FUJITSU en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CELSIUS M470 van het merk FUJITSU.
GEBRUIKSAANWIJZING CELSIUS M470 FUJITSU
Bij dit toestel gaat het niet om een medisch product zoals aangegeven door EN 60601-1-1 (wetgeving medische producten). Omgeving Toelaatbare toepassingen Als niet-levensinstandhoudend toestel of onderdeel van een niet-levensinstandhoudend toestel. Voedingsspanningsbereik van 100 V tot 240 V, 50 / 60 Hz. Algemene veiligheidsaanwijzingen voor toestellen in een omgeving met medische toepassing Veiligheidsaanwijzingen in de gebruiksaanwijzing en in het handboek "Safety" (Veiligheid) Hou ook rekening met alle veiligheidsaanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uw toestel en met de veiligheidsaanwijzingen in het handboek "Safety" (Veiligheid). De veiligheidsaanwijzingen in het handboek "Safety" (Veiligheid) gelden voor alle toestellen, dus ook voor toestellen die in een omgeving met medische toepassing worden gebruikt. Bijkomende veiligheidsaanwijzingen voor toestellen in een omgeving met medische toepassing Als u niet zeker bent of u het toestel in de voorziene omgeving mag opstellen, kan u contact opnemen met uw verkoper of onze klantendienst. ● Hou bij het opstellen en voor de ingebruikname van het toestel rekening met de instructies voor het opstellen, exploiteren, gebruiken en instandhouden van medische producten in de desbetreffende wetgeving. ● Bij het aansluiten van kabels dient u rekening te houden met de aanwijzingen voor de vrijwaring van de elektromagnetische compatibiliteit.Gebruiksaanwijzing
2 - Nederlands A26361-K1001-Z290-2-8N19, uitgave 1
● Installeer enkel systeemuitbreidingen die voldoen aan de vereisten en voorschriften inzake veiligheid en elektromagnetische compatibiliteit van de wetgeving van uw land voor medische producten. ● De ventilatoren van het toestel vergen geen onderhoud. Als een ventilator uitvalt of als het ventilatorvermogen daalt, verschijnt een waarschuwingssymbool op de LCD (toestelafhankelijk – zie de gebruiksaanwijzing van het toestel). ● Als het toestel in een patiëntomgeving moet worden gebruikt, of als elektrisch geleidende verbindingen tussen het product en de patiënt voorzien zijn, moeten op het product bijkomende maatregelen overeenkomstig EN 60601-1-1:2001 worden getroffen. ● De ventilatieopeningen van het toestel mogen niet worden afgedekt, om oververhitting te vermijden. ● Als u in combinatie met uw toestel een radiocomponent (BLUETOOTH, Wireless LAN) gebruikt, dient u de veiligheidsafstanden te respecteren die tussen uw toestel en andere elektrische en elektronische toestellen vereist zijn. De door de radiocomponent overgedragen radiogolven kunnen de werking van medische apparatuur beïnvloeden. Evenzeer kan de werking van de radiocomponent van uw toestel door andere radiotoestellen worden gestoord.
Voor de reiniging van de toestellen dient u rekening te houden met de relevante aanwijzingen in de overeenkomstige gebruiksaanwijzing. Aanwijzingen voor de vrijwaring van de elektromagnetische compatibiliteit ● Alle data- en signaalkabels moeten over voldoende afscherming beschikken. Voor de LAN- bekabeling gelden de vereisten van EN 50173 en EN 50174-1/2. Het gebruik van niet afgeschermde of gebrekkig afgeschermde kabels kan tot een grotere storingsuitstraling en/of tot een geringere storingsvastheid van het toestel leiden. ● Alle behuizingsafdekkingen (zijwanden, blinde afdekkingen) moeten geïnstalleerd zijn zoals beschreven in de gebruikshandleiding. ● Om de behuizing voldoende te verluchten, dient u bij het opstellen rekening te houden met de vrije ruimte rond het toestel (zie hoofdstuk "Technische gegevens" in de gebruikshandleiding). De verluchtingsvlakken van het beeldscherm en van het toestel mogen niet worden afgedekt, om oververhitting te vermijden. Plaats nooit verschillende toestellen boven elkaar. ● Draagbare en mobiele draadloze communicatietoestellen zoals mobiele telefoons kunnen medische elektrische toestellen beïnvloeden. Hou absoluut rekening met de in tabel 4 vermelde veiligheidsafstanden. ● Bij het aansluiten van randapparatuur zoals beeldschermen gebruikt u enkel de bijgeleverde kabels. ● Gebruik voor het aansluiten van het toetsenbord alleen de bijgeleverde kabel. ● Elk randapparaat dat u wenst aan te sluiten, moet voldoen aan de voorwaarden voor het gebruik in een omgeving met medische toepassing. ● Sluit slechts één monitor aan op het toestel. Een tweede monitor is niet toegestaan.Gebruiksaanwijzing A26361-K1001-Z290-2-8N19, uitgave 1 Nederlands - 3 Bescherm de contacten van alle bussen en stekkers van het toestel tegen statische elektriciteit. Raak de contacten niet aan. Als een contact één keer onvermijdelijk is, dient u volgende voorzorgsmaatregelen te nemen: ● Raak een geaard voorwerp aan voor u de contacten aanraakt. Daardoor voert u de statische elektriciteit af.
● Draag een aardingsband.
Als er zich statische elektriciteit op het toestel ontlaadt of als snelle transiënten of sterke elektromagnetische velden op het toestel inwerken, kan tijdens de duur van de storing de audiokwaliteit op de PC en de beeldkwaliteit op het beeldscherm worden geschaad. Richtlijnen en fabrikantverklaring Tabel 1: Richtlijnen en fabrikantverklaring – elektromagnetische uitstraling De in dit handboek genoemde systemen zijn bedoeld voor gebruik in een omgeving zoals hieronder staat aangegeven. De klant of de gebruiker van het toestel of van het systeem moet ervoor zorgen dat het in een dergelijke omgeving wordt gebruikt. Metingen van storingsuitstralingen Overeenstemming Elektromagnetische omgeving – richtsnoer RF-uitstralingen volgens CISPR 22 Klasse B Het toestel of het systeem gebruikt RF- energie uitsluitend voor zijn interne functie. Daarom is zijn RF-uitstraling zeer gering en is het onwaarschijnlijk dat elektronische toestellen in de omgeving worden gestoord. Uitstralingen van hoge harmonischen
Klasse D Het toestel of het systeem is geschikt voor gebruik in alle inrichtingen, inclusief inrichtingen in de woonomgeving en dergelijke, die direct aangesloten zijn op een openbaar voedingsnet dat ook gebouwen voedt die voor woondoeleinden worden gebruikt. Uitstralingen van spanningsschommelingen/ flikker
Komt overeen Het toestel of het systeem is geschikt voor gebruik in alle inrichtingen, inclusief inrichtingen in de woonomgeving en dergelijke, die direct aangesloten zijn op een openbaar voedingsnet dat ook gebouwen voedt die voor woondoeleinden worden gebruikt.Gebruiksaanwijzing
4 - Nederlands A26361-K1001-Z290-2-8N19, uitgave 1
Tabel 2: Richtlijnen en fabrikantverklaring – elektromagnetische storingsvastheid De in dit handboek genoemde systemen zijn bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving zoals hieronder staat aangegeven. De klant of de gebruiker van het toestel of van het systeem moet ervoor zorgen dat het in een dergelijke omgeving wordt gebruikt. Controles van de storingsvastheid IEC 60601 testniveau Overeenstem mingsniveau Elektromagnetische omgeving – richtlijnen Ontlading van statische elektriciteit (ESD) volgens
+/- 6 kV contactontlading +/- 8 kV luchtontlading +/-6 kV +/-8 kV De vloer moet uit hout of beton bestaan of voorzien zijn van keramische tegels. Als de vloer voorzien is van synthetisch materiaal, moet de relatieve luchtvochtigheid minstens 30% bedragen. Snelle transiënte elektrische storingsgrootheden (bursts) volgens
+/- 2 kV voor netkabels +/- 1 kV voor ingangs- en uitgangskabels +/- 2 kV +/- 1 kV De kwaliteit van de voedings- spanning moet overeenkomen met die van een typische bedrijfs- of ziekenhuisomgeving. Stootspanningen (surges) volgens
+/- 1 kV balansspanning +/- 2 kV ìn-fase- spanning +/- 1 kV +/- 2 kV De kwaliteit van de voedings- spanning moet overeenkomen met die van een typische bedrijfs- of ziekenhuisomgeving. <5% U
gedurende ½ periode geslaagd, A <40% U
gedurende 25 perioden geslaagd, A Voedings- spannings- bereik 200 V – 240 V/ 50/60Hz geslaagd, C Voedings- spannings- bereik 100 V – 200 V/ 50/60Hz Kortstondige spanningsdaling, korte onderbrekingen en schommelingen in de voedingsspanning volgens
gedurende 5 s geslaagd C De kwaliteit van de voedingsspanning moet overeenkomen met die van een typische bedrijfs- of ziekenhuisomgeving. Als de gebruiker van het toestel of van het systeem ook bij het optreden van onderbrekingen in de energievoorziening verlangt dat de functie wordt verdergezet, wordt aanbevolen het toestel of het systeem met een onderbrekingsvrije voeding of een batterij te voeden.Gebruiksaanwijzing A26361-K1001-Z290-2-8N19, uitgave 1 Nederlands - 5 Tabel 2 – Vervolg Controles van de storingsvastheid IEC 60601 testniveau Overeen- stemmings- niveau Elektromagnetische omgeving – richtlijnen Magneetveld bij de voedingsfrequentie (50/60 Hz) volgens
3 A/m 3 A/m Magneetvelden bij de netfrequentie moeten overeenkomen met de typische waarden die te vinden zijn in een bedrijfs- en ziekenhuisomgeving. OPMERKING: U
is de netwisselspanning vóór de toepassing van de testniveaus.Gebruiksaanwijzing
6 - Nederlands A26361-K1001-Z290-2-8N19, uitgave 1
Tabel 3: Richtlijnen en fabrikantverklaring – elektromagnetische storingsvastheid De in dit handboek genoemde systemen zijn bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving zoals hieronder staat aangegeven. De klant of de gebruiker van het toestel of van het systeem moet ervoor zorgen dat het in een dergelijke omgeving wordt gebruikt. Controles van de storings- vastheid IEC 60601 testniveau Overeen- stemmings niveau Elektromagnetische omgeving – richtlijnen Draagbare en mobiele radioapparaten mogen niet op een kleinere afstand ten opzichte van het toestel of het systeem inclusief de kabels worden gebruikt dan de aanbevolen veiligheidsafstand, die op basis van de voor de zendfrequentie geldende vergelijking wordt berekend. Aanbevolen veiligheidsafstand: Geleide RF- storings- grootheid volgens
Uitgestraalde RF-storings- grootheden volgens
voor 80 MHz tot 800 MHz
voor 800 MHz tot 2,5 GHz met P als maximaal nominaal vermogen van de zender in Watt (W) overeenkomstig de informatie van de zenderfabrikant, en met d als aanbevolen veiligheidsafstand in meter (m).
De veldsterkte van stationaire radiozenders moet bij alle frequenties volgens een onderzoek ter plaatse
kleiner zijn dan het overeenstemmingsniveau.
In de omgeving van toestellen met volgend symbool zijn storingen mogelijk.Gebruiksaanwijzing A26361-K1001-Z290-2-8N19, uitgave 1 Nederlands - 7 OPMERKING 1: Bij 80 MHz en 800 MHz geldt het hogere frequentiebereik. OPMERKING 2: Deze richtlijnen zijn eventueel niet in alle gevallen toepasbaar. De uitstrooiing van elektromagnetische grootheden wordt beïnvloed door adsorptie en reflecties van gebouwen, voorwerpen en mensen. a De veldsterkte van stationaire zenders, zoals basisstations van radiotelefoons en mobiele landradiotoestellen, amateurradiozenders, AM- en FM-radio- en tv-zenders, kan theoretisch vooraf niet nauwkeurig worden bepaald. Om de elektromagnetische omgeving van de stationaire zenders te kunnen bepalen, moet een studie van de opstelplaats worden overwogen. Als de gemeten veldsterkte op de plaats waar het toestel of het systeem wordt gebruikt, de hierboven vermelde overeenstemmingsniveaus overschrijdt, moet het toestel of het systeem worden geobserveerd om de voorgeschreven functie aan te tonen. Als ongebruikelijke prestatiekenmerken worden vastgesteld, kunnen bijkomende maatregelen vereist zijn, zoals een gewijzigde oriëntatie of een andere plaats voor het toestel of het systeem. b Over het frequentiebereik van 150 kHz tot 80 MHz moet de veldsterkte kleiner zijn dan 3 V/m.Gebruiksaanwijzing
8 - Nederlands A26361-K1001-Z290-2-8N19, uitgave 1
Tabel 4: Aanbevolen veiligheidsafstanden tussen draagbare en mobiele RF-telecommunicatietoestellen en het toestel of systeem voor niet- levensbedreigende ingrepen De in dit handboek genoemde systemen zijn bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving waarin de RF-storingsgrootheden gecontroleerd zijn. De klant of de gebruiker van het toestel of het systeem kan helpen om elektromagnetische storingen te vermijden, door de minimale afstand tussen draagbare en mobiele RF-telecommunicatietoestellen (zenders) en het toestel of het systeem – afhankelijk van het uitgangsvermogen van het communicatietoestel, zoals hierna aangegeven – na te leven. Veiligheidsafstand afhankelijk van de zenderfrequentie [m] Nominaal vermogen van de zender
Notice-Facile