FREELEXO+ - Robot grasmaaier EINHELL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FREELEXO+ EINHELL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FREELEXO+ EINHELL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Robot grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FREELEXO+ - EINHELL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FREELEXO+ van het merk EINHELL.
GEBRUIKSAANWIJZING FREELEXO+ EINHELL
- Veiligheidsaanwijzingen
- Beschrijving van het apparaat en omvang van de levering
- Reglementair gebruik
- Technische gegevens
- Inbedrijfstelling
- Bediening
- Reiniging, onderhoud en bestelling van onderdelen
- Opslag
- Transport
- Verwerking en recycling
- Indicatie van het laadstation en verhelpen van fouten
- Indicatie van de maairobot en verhelpen van fouten
- Indicatie lader
NL

Gevaar! - Handleiding lezen om het letselrisico te verminderen.
Dit apparaat mag Niet door kinderen worden gebruikt. Dit apparaat kan door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, mits deze onder toezicht staan of met betrekking tot het verilige gebruik van het apparaat geinstrueerd werden en begrijpen welke bevaren van het apparaat hunnen uitgaan. Kinderen mogen Niet met het apparaat spelen.
Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen Niet door kinderen worden uitgevoerd.
NL
Gevaar!
Bij het gebruik van toestellen dieren enkele veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees waarom deze handleiding / veiligheidsinstructies zorgvuldig door. Bewaar deze goed zDat u de informatie op elk moment=kunt terugvinden. Mocht u dit toestel aan andere personen doorgeven, gelieve dan deze handleiding / veiligheidsinstrumentes mee te given. Wij zich Niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zich aan Niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.
1. Veiligheidsaanwijzingen
De overeenkomstige veiligheidsinstrumentes vindt u in de bijgaande brochure.
Waarschuwing!
Lees alle veiligheidsinstrumenties, aanwijzingen,plaatjes en technische gegevens, waarvan dit elektrisch gereedschap is voorzien.
Nalatigheden bij de inachtneming van de vol-gende instructies hunnen een elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwij-zingen voor de toekomst.
Verklaring van de gebruekte symbolen (zie afbeeling 14)
A. WAARSCHUWING - Vór inzet van de machine de handleiding doorlezen!
B. WAARSCHUWING - Tijdens de inzet van de machine voldoende veiligheidsafstand bewaren!
C. WAARSCHUWING - Vórór de uitvoering van werkzaamheden aan de machine of alvorens deze op te tilen de blokkeerinrichting activeren! OPGELET - Roterende messen nicht aanraken!
D. WAARSCHUWING - Niet meerijden op de machine! OPGELET - Roterende messen nicht aanraken!
E. Beschermklasse II (dubbele isolatie)
F. Opslag van de accu's alleen in droge ruimtes met een omgevingstemperatuur van +10^ tot +40^ . De accu's alleen in geladen toe-stand opbergen (min. 40% geladen).
G. Geschakelde voeding
H. Beschermklasse III
I. Trage zekering 3,15 A
J. Scheidingstransformer met kortsluitbeveiling
K. Alleen voor gebruik in droge ruimtes.
Opgelet!
Trekijdens een onweer de netstekker uit het stopcontact en isoleer de begrenzingsdraad van het laadstation.
2. Beschrijving van het apparaat en omvang van de levering
2.1 Beschrijving van het apparaat (afbeelding 1/2)
- Maairobot
- Bedieningsveld
- STOP-toets
- Maahoogteverstelling
- Regensoror
- Draaggreep
- Hoofdschakelaar
- Achterwiel
- Deksel accuvak
- Klingen
- Messenschijf
- Voorwiel
- Voedingseenheid(-kabel)
- Bevestigingshaak
- Bevestigingsnagel
- Kabelverbinder
- Reserve klingen
- Begrenzingsdraad
- Laadstation
- Laadpen
- LED-indicatie
22.Accu - Lader
- Display afdekking
2.2 Omvang van de levering en uitpakken
Gelieve de volledigheid van het artikel te controlen aan de hand van de beschrenen omvang van de levering. Indien er onderdelen ontbreken, gelieve u dan binnen 5 werkdagen na aankoop van het artikel te wenden tot ons servicecenter of tot het verkooppunt waer u het apparaat heeft gekocht, en leg een geldig bewijs van aankoop voor. Gelieve waarvoor de garantietabel in de service-informatie aan het einde van de handleiding in acht te nemen.
- Open de verpakking en neem het toestel voorzichtiguit de verpakking.
Verwijder het verpakkingsmaterial alsmede verpakkings-/transportbeveiligingen (indien aanwezig).
NL
- Controller of de leveringsomvang compleet is.
- Controller het toestel en de accessoires op transportschade.
- Bewaar de verpakking indien möglichk tot het verloop van de garantieperiode.
Gevaar!
Het toestel en het verpakkingsmaterial een发展格局. Kinderen mo-gen zich met plastic zakken, folies enkleine stukken spelien! Er bestaat inslik- en verstikkingsgevaar!
Omvang van de levering
Maairobot
Voedingseenheid(-kabel)
- Laadstation
- Bevestigingsnagels (4 stuks)
Originele handleiding
Veiligheidsinstructies
Montagematerialiaal en toebehoren
(niet meegeleverd)
- Reserve klin
- Bevestigingshaak
- Begrenzingsdraad
Kabelverbinder
Accu
Lader
Benodigde hulpmiddelen (niet meegeverd)
- Hamer
Tang
Isolatietang
De maairobot is geschikt voor particulier gebruik in huis- en hobbytuin en uitsluitend voor het maaien van gazons.
De machine mag alleen doelmatig worden ingezet. Elk waarboven uitgaand gebruik is Nietdoelmatig. Voor waaruit voortvloeieende schade of verwondingen van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener aansprakelijk, en Niet de fabrikant.
Wij wijzen erop dat once apparaten overeenkomstig hun doelmatig gebruik Niet zich ontworpen voor commerciele, ambachtelijkke of industrië
le inzet. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid, indien het apparaat in ambachtelijke of industrielle bedrijven of voor.daaraan gelijk te stellen activiteiten worden ingezet.
Onzekerheid K 3 dB (A)
Geluidsdrukniveau L_WA 59,4 dB (A)
Onzekerheid K 3 dB (A)
Maaihoogteverstelling 20-60 mm; traploos
Toegelaten lenghte van
de begrenzingsdraad max. 250 m
Li-Ion accu Power-X-Change
Spanning: 18V DC
Voedingseenheid
Ingangsspanning: 100-240 V ~ 50/60 Hz
Uitgangsspanning: 18V DC
Uitgangsstroom: 1,8 A
Beschemklasse: II/回
Lader Power-X-Charger
Ingangsspanning: 200-240 V ~ 50/60 Hz
Uitgangsspanning: 18V DC
Uitgangsstroom: 3 A
De geluidswaarden werden vastgesteld conform de normen EN ISO 3744:1995 en ISO 11094: 1991.
Waarschuwing!
Dit apparaat genereert tijdens het bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden een nadelige invloed hebben op actieve of passieve medische implantaten. Om het gevaar van ernstige of dodelijkke verwondingen te verminderen raden wij personen met medische implantaten
NL
aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen, voordat het apparaat worden bediend.
5. Inbedrijfstelling
Lees de hele handleiding, voordat u begint met de installmentie van de maairobot. Hoe goed de maairobot later werkt is afhankelijk van de kwaliteit van de installmentie.
5.1 Werkingsprincipe
De maairobot kiest+zijnrichting bijtoeval.De tuin wordt.daar bij volledig gemaaaid,doordat de maairobot alle delen binnen het door de begren-zingsdraad (18) ingesloten vlak bewerkt.Zodra de maairobot een correct geinstalleerde begren-zingsdraad (18) herkent,draait hij zich om en rijdt in een andere richting binnen het vlak. Alle delen die u binnen het vlak wilt beschermen-bijv. tuinvijvers,bomen,meubels of bloembedden -moeten eveneens met de begrenzingsdraad (18) worden afgeschermd.De begrenzingsdraad (18)要去een gesloten cirkel vormen.Indien de maairobot binnen het maaigebied op een hindernis stuit,dan rijdt hij terug en maait verdier in een andere Richting (afbeelding 3).
5.2 Sensoren
De maairobot is uitgerust met meerere veiligheidssensoren.
Hefsensor:
Indien de maairobot vanchtermeer dan 30^ van de grond wordt opgetild, dan wordt de robot en de rotatie van de klingen (10) meteen gestopt.
- Hellingsensor:
Indien de maairobot sterk in eén richting welt, dan worden de robot en de rotatie van de klin-gen (10) meteen gestopt.
- Hindernissensor:
De maairobot herkent hindernissen op zijn pad. Wanneer de maairobot op een hindernis stuit, dan worden zich beweging in deze richting gestopt en rijdt hij'erug weg van de hindernis.
Regensensor:
De maairobot is uitergerust met een regensensor (5) om te verhinderen dat de robot in de regen werkdt. De maairobot keert terug maar het laadstation (19) wanneer er regen worden herkend, en wordt waar compleet opgeladen. Nadat de regensensor weeer droog is blijde robot nog twee uur in het laadstation (19),
voordat het werk meer worden hervat. Sluit de beiden metaalsensoren Niet kort met metaal of een ander geleidend materiaal. Hierdoor wordt de correcte werking van de maairobot negatif beinvloed.
5.3 Voorbereiding
Maak eerst een schets van uw gazon. Teken ook hindernissen mee in en werk een plan UIT hoe u deze wilt beschermen. Daardoor worden het eenvoudiger om een goede plaat voor het laadstation (19) te vinden en de begrenzingsdraad (18) rond struiken, bloembedden enz. te leggen (afbeelding 4). Als het gris hoger is dan 60mm dan要去 het worden gekort om de maairobot Niet overmatig te belasten en de efficientie Niet te verlagen. Gebruik waarvoor een conventionele grasmaier of een trimmer.
Haal alle losse voorwerpen die door de maairobot kuren worden beschadigd of die de robot kunnen beschadigen, weg van het gras.
Houd de volgende gereedschappen bij de hand: hamer, tang en isolatietang.
Montage van de accu
Open het deksel van het accuvak (9) door de klikveer los te trekken. Druk op de grendelknop van de accu (22) en schuif de accu (22) in de daartoe voorziene houder. Sluit het deksel van het accuvak (9) en let erop dat dit correct vastklikt (afbeelding 10).
5.4 Laadstation
5.4.1 Standplaats van het laadstation
Zoek eerst de Beste plaats voor het laadstation (19). Er is een contactdoos voor buiten nodig die permanent stroom levert, opdat de maairobot al-tijd functioneert. Het laadstation (19) moet op een vlakke ondergrond op de hoogte van de grasnerf worden geplaatst. Zorg ervoor dat de omgeving vlak en droog is. Kies een plantaat in de schaduw, aangezien de accu (22) het best worden geladen in een koele omgeving (afbeelding 5a). Zorg er bovendien voor dat de begrenzingsdraad minstens 2m voor het laadstation (19)recht worden gelegd. Bochten vlak voor het laadstation (19) hunnen tot moeilijkheden leiden bij het aandokken om te laden.
5.4.2 Lokalisering van het laadstation
Wanneer de accu (22) bijna leeg is, dan keert de maairobot terug maar het laadstation (19) door de begrenzingsdraad (18) gegen de klok in te volgen tot aan het station (19). Let er.darom op dat het laadstation (19) correct uitgericht worden geplaatst
NL
(afbebelding 5b).
5.4.3 Aansluiting van het laadstation aan devoedingseenheid
- Voordat u het laadstation (19) verzindt met de stroomtoevoer要去 u controeren of de net-spanning 100-240 V bij 50 / 60Hz bedraagt.
- Verbind de voedingseenheid (13) reckstreeks met een contactdoos. Gebruik de kabel voor geen enkele andere toepassing.
- Gebruik geen beschadigde voedingseenheid (13). Wend u bij schade aan kabels of aan de voedingseenheid (13) voorervanging me-teen tot een erkende vakman.
- Laad de maairobot Niet op in een vochtige omgeving. Laad de maairobot Niet op bij temperaturen hoger dan 40^ of lager dan 5^ .
- Houd de maairobot en de voedingseenheid (13)uit de buurt van water, warmtebronnen en chemicaliën. Houd de kabel van de voedingseenheid (13) om schade te vermijden weg van scherpe randen.
- Verbind de voedingseenheid (13) met het laadstation (19) (afbeelding 5c).
Om de accu (22) van de maairobot al tijdens de installmentie te laden schakelt u de robot eerst via de hoofdschakelaar (7) in enplaatst u deze in het laadstation (19).
5.4.4 Informatie over het laadproces
De maairobot keert in een van de volgende situatuies terug hier het laadstation (19):
U stuurt de maairobot handmatig terug.
- De laadtoestand van de accu daalt onder 30% .
- De dagelijkse werkelijk is verstreken.
- De regensensor heeft gereageerd.
- De maairobot is oververhit.
Daarbij rijdt de maairobot langus de begrenzingsdraad (18) automatisch tot aan het laadstation (19).
Wanneer de maairobot terug maar het laadstation (19) rijdt, dan zoekt hij zich de begrenzingsdraad (18). Om te garanderen dat hij in een optimale hoek aankomt in het laadstation (19), rijdt de maairobot eerst een korte afstand met de klok mee langs de begrenzingsdraad (18). Daarna draait de robot in de juiste richting en volgt de begrenzingsdraad (18). Zo worden gegarandeerd dat de maairobot altijd in het midden enrecht in het laadstation (19) rijdt.
Tijdens het laden van de accu (22) brandt de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) rood.
Als de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) groen brandt, dan geeft dit aan dat de accu (22) volledig is geladen. Nadat de accu volledig is op-geladen hervat de maairobot het werk meer, of hij blijft tot aan het volgende werktijd venster in het laadstation (19).
Als er zich bij het terugrijden maar het laadstation (19) een hindernis bevindt op de begrenzingsdraad (18), dan blijft de maairobot na meerere pogingen voor de hindernis staan en kan deze Niet terugkeren maar het laadstation (19). Verwijder alle hinderissen op de begrenzingsdraad (18).
Indien de temperatuur van de accu (22) 45^ overschrijdt, dan wordt het laadproces afgebrozen om schade aan de accu te vermijden. Nadat de temperatuur wee is gedaald, wordt het laadproces automatisch voortgezet.
Indien de temperatuur van de besturing van de maairobot 75^ overschrijdt, keert de maairobot terug maar het laadstation (19). Nadat de temperatuur waar is gedaald, worden het werk waar hervat overeenkomstig de instelleningen.
Indien de accu (22) leeg raakt voordat de maairobot terugkeert maar het laadstation (19), dan kan de robot Niet更是 worden gestart. Breng de maairobot terug maar het laadstation (19) en LAST de hoofdschakelaar (7) ingeschakeld. De maairobot worden automatisch opgeladen.
5.5 Begrenzingsdraad
OPGELET! Doorgesneden begrenzingsdra- den en gevolgschade vallen nicht onder de garantie!
5.5.1 Leggen van de begrenzingsdraad
De begrenzingsdraad kan zowel op de grond als in de grond worden gelegd. Bij harde of droge grond+kunnen de bevestigingshaken (14) bij het inslaan breken. Bevochtig het gras voor het aanbrengen van de begrenzingsdraad (18) als de grond erg droog is.
Installatie op de grond
Leg de begrenzingsdraad (18) vast op de grond en bevestig hem met de meegeleverde bevestigingshaken (14), wanner u het gazon later Niet wilt verticuteren of verluchten. De positie van de begrenzingsdraad kutu in de eerste weken van de inzet van de maairobot nog aanpassen. Na enigeijd zal het grasECHter over de begrenzingsdraad zich gegroeid en deze Nieteer te zien+zijn.Installeer de begrenzingsdraad met een maximale afstand van 1 mussen de beves
NL
tigingshaken (14). Verkort de afstandussen de bevestigingshaken op oneffen plekken van het gazon. Vermijd situatuies waar bij de draad Niet op de grond rust. Zorg ervoor dat de begrenzingsdraad Niet door de maairobot kan worden doorgesneden.
Installatie in de grond
Graaf de begrenzingsdraad tot 5 cm diep in. Daardoor wordt het beschadigen van de draad (18) bijvoorbeeld bij het verticuteren of verluchten verhinderd.
Aanwijzing!
Laat 1 m draad aan het achechterste uiteinde van het laadstation over om later correcties te konnenuitvoeren.
5.5.2 Nauwe punten
Indien het gazon een nauw punt bezit, dan kan uw maairobotaarin werken, zolang de doorgang een bredte van minstens 1,4 m (80 cmussen de begrenzingsdraden) en een lengte van max. 8 m heeft (afbeelding 3).
5.5.3 Afstand tot de grens van de tuin
Wonneer de maairobot een begrenzingsdraad (18) nadert, dan worden dit herkend door de sensoren voor in de robot. Voordat de maairobot omdraait, rijdt hijchainster tot wel 30 cm over de draad (18). Houd hier rekening mee bij de planning van het maaigebied (afbeelding 6a).
5.5.4 Leggen van de draad in hoeken
Leg de begrenzingsdraad in hoeken nicht in een rechte hoek (90^) . Om te garanderen dat de maairobot Niet te ver over de begrenzingsdraad heb een rijdt, moet u de draad inplaats waarvan in twee vlakke hoeken leggen (afbeelding 6b).
5.5.5 Berekening van de helling van het gazon
De maairobot kan hellingen tot maximaal 35% aan. Vermijd waarom steilere hellingen. De helling kan met de overwonnen hoogte aan de hand van de afstand worden vastgesteld (afbeelding 6c).
Voorbeeld: a / b = 35cm / 100cm = 35%
5.5.6 Installatie van de begrenzingsdraad op hellingen
Op hellingen kan de maairobot, vooral doornat gras, gaan glijden en daardoor over de begrenzingsdraad (18) heb een rijden. Daarom worden aanbevolen om op de volgende punten te letten (afbeelding 6d):
Aan het bovenste deel van een glooing mag de begrenzingsdraad (18) Niet worden geinstalleerd op hellingen steiler dan 35% .Houd hier de afstand van 30 cm tot hindernissen en randen van het gazon aan.
Aan het onderste deel van een glooing mag de begrenzingsdraad (18) Niet worden geinstalleerd op hellingen steiler dan 17% . Houd hier de afstand van 40 cm tot hinderissen en randen van het gazon aan.
5.5.7 Rijwegen en bestratePADEN
Scheid verhoogde paden, vlakken met grind of schorsmulch, lager gelegen bloembedden en dergelijkke vlakken af. Leg de begrenzingsdraad (18) op een afstand van minstens 30 cm (afbeelding 6e en 6g).
- Met de grasnerf vlak lopende paden hoeven Niet te worden afgescheiden, aangezien de maairobot hier gewoon overheen kan rijden. De begrenzingsdraad (18) mag ook over pa den worden gelegd (afbeelding 6f en 6g).
5.5.8 Begrenzingseilanden
Beschem hinderissen in het maaigebied door begrenzingseilanden aan te leggen. Daardoor kan een botsing met gevoelige objecten, tuinvijvers, bomen, meubels, bloembedden enz., worden verhinderd (afbeelding 6h en 6i).
- Rol de begrenzingsdraad (18)uit van de randen tot aan de te beschermen objecten.
Fixeer de begrenzingsdraad (18) met bevestigingshaken (14) met de klok mee rond het te beschemen object. - Omhein de begrenzingseilanden completeness en leid de begrenzingsdraad (18)teringaar het punt waar u de rand van het gazon heeft verlaten.
- De afstand:tussen begrenzungseilanden moet minstens 1 bedragen.Verbind de objecten anders tot een gemeenschappelijk begrenzingseiland (afbeeling 6h).
- De begrenzingsdraden (18) maar het begren-zingseiland toe enaarvan weg moeten pa-rallel en erg zich bij elkaar worden gelegd. - Opgelet! Begrenzingsdraden (18) mogen elkaar Niet kruisen! - Fixeer waarvoor de parallelle begrenzingsdraden (18) samen met bezelfde bevestigingshaken (14) op de grond (afbeelding 6i).
- De maairobot zar in het maaigebied over de beiden parallelle begrenzingsdraden (18) rijden, maar aan enkel gelegde draden (18) stoppen.
NL
5.5.9 Hindernissen
- Hindernissen met een hoogte van meer dan 10cm (afbeelding 6j)
Vaste hindernissen hoger dan 10 cm, bijv. bomen, muren, hekken, tuinmeubels enz., worden herkend door de collisiesensoren. Als de maairobot op een hindernis stuit, dan stoot hij, rijdt terug en draait, om het maaien in een andere richting voort te zetten. Zache, instabiele en waardevolle hindernissen moeten worden beschermd door een begrenzungseiland van begrenzingsdraad (18).
Stenen, rotsen en hindernissen lager dan 10 cm in het maaigebied moeten worden beschermd, aangezien de maairobot er anders overheen kan rijden. Daardoor kan de maairobot beschadigd raken en blokkeren.
Bomen (afbeelding 6k)
Bomen worden door de maairobot beschouwd als hindernissen. Als erECHter boomwortels met een hoogte van minder dan 10 cm uit de grond steken, dan要去 deze zone worden beschermd.Dit voorkomt schade aan de wortels en aan de maairobot.Houdussen de begrenzingsdraad (18) en dehindernis een afstand van minstens 30 cm aan.
5.6 Verbinden van het laadstation
Sluit het leggen van de complete begrenzingsdraad (18) af, voordat u deze verbindt met het laadstation. Laat aan beiden uiteinden 1 m extra begrenzingsdraad (18) over om latere aanpassingen te+kunnen uitvoeren.
Isoleer de begrenzingsdraad (18) aan de uiteinden voor de aansluiting aan het laadstation (19) met een isolatietang op een lengte van 10 tot 15 mm.
Trek de netstekkeruit,voordat u de begrenzingsdraad (18) aansluit aan het laadstation (19).De aan de voorkant van het laadstation (19) gelegde begrenzingsdraad (18) moet via de kabelhoulders aan de onderkant van het station (19)aar achefter worden gelegd.Verbind deze begrenzingsdraad (18) met de aansluiting ^+ en de achterste begrenzingsdraad met de aansluiting S1' (afbeeling 7a).
Opgelet! Begrenzingsdraden (18) mogen el-kaar nicht kuisen!
Maak verwolgens de verbinding met de stroomtoevoer. De LED-indicatie (21) aan het laadstation (19)要去 na correcte installmentie constant groen branden. Wanner de LED Niet brandt, controllerer
dan eerst de aansluitingen. Indien de LED welis- waar brandt, maar Niet constant groen, lees dan de tabel 'Indicatie laadstation en verhelpen van fouten' aan het einde van deze handleiding.
5.7 Inschakelen en controlleren van de installmentatie
Zodra de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) groen brandt, is het maaigebied voorbereid voor de maairobot. Controller erst of de bevestigingshaken (14) aan de begrenzingsdraad (18) goed in de grond zich geslagen. Zet de maairobot ca. 3 mchter het laadstation (19) vór de begrenzingsdraad (18). Daarbij要去 de maairobot in een hoek van 90^ maar de begrenzingsdraad (18) togewend staan (afbeelding 7b). Schakel de hoofdschakelaar (7) in (ON) (afbeelding 8). Druk de POWER-toets (51) op het bedieningsveld (2) twee seconden in. Deblokkeer de maairobot met behulp van de PIN en beestig de invoer met de toets 'OK' (54) (zie hoofdstuk 'Blokkeerinrichting / PIN').
Druk op de toets 'HOME' (53) en dan opniew op de toets 'OK' (54). Nu volgt de maairobot de begrenzingsdraad (18) gegen de klok in. Observeer de maairobotijdens de hele rit langs de begrenzingsdraad (18), tot deze weein het laadstation (19) staat. Als de maairobot op sommige punten op problemen stuit, corrigeer dan eventueel de begrenzingsdraad (18) en herhaal de procedure. De accu (22) van de maairobot worden nu volledig geladen. Indien er problemen optreten bij het aandokken, dan kan het zichn dat u het laadstation (19) zijdelings opnieuw moet positioneren, tot het aandokken zonder problemen functioneert.
Met de rode STOP-toets (3)=kunt u de maairobot op elk moment stoppen. Na het activeren van de STOP-toets (3) wordt de maairobot gestopt en wacht hij op verdere commando's.
5.8 Bevestiging van het laadstation
Nadat de werkking Zoals voorgeschreveen van de maairobot is verzekerd en er een geschikte plek voor het laadstation (19) werd gezonden, moet het station (19) met de bevestigingsspijkers (15) worden gefexeerd. Sla de bevestigingsspijkers (15) met een hamer helemaal in de grond (afbeelding 7c).
NL
5.9 Accu-capaciteitsindicatie
Druk op de schakelaar voor accu-capaciteitsindicatie. De accu-capaciteitsindicatie signaleert u de laadtoestand van de accu aan de hand van 3 LEDs (afbeelding 13b).
De accu werk diep ontladen en is defect. Een defekte accu mag Niet meer gebruikt en geladen worden!
5.10 Laden van de accu met de lader
-
Vergelijk of de netspanning vermeld op het typeplaatje overeenstemt met de beschikbare netspanning. Steek de netstekker van de lader (23) in het stopcontact. De groene LED begint te knipperen.
-
Steek de accu (22) op de lader (23) (afbeeling 13a).
- Onder punt 'Indicatie lader' vindt u een tabel met de betekenissen van de LED-indicatie aan de lader.
Tijdens het laden kan de accu ie's warm worden.
Dit isECHTER normalaL.
Mocht het laden van de.Accupack Niet möglich.
zijn,controler dan
- of aan het stopcontact de netspanning voorhanden is,
- of een foulloos contact aan de laadcontacten voorhanden is.
Indien het laden van de.Accupack nog algtdietn mogelijk is,dan verzoeken wij u
de lader
endeccupack
op te sturen aan once klantendienst.
In het belang van een lange levensduur van de accapack is het raadzaam om opijd voor het herladen van de accapack te zorgen. Dit is in elk gevaloodzakelijk, wanneru vaststelt dat het vermogen van het apparaat afneemt. Ontlaad de accapack nooit volledig. Dit leidt tot een defect van de accapack!
6. Bediening
6.1 Hoofdschakelaar
De maairobot is uitergerust met een hoofdschakelaar (7). Schakel de maairobot met de hoofdschakelaar (7) in (ON) enuit (OFF) (afbeelding 8). Na het inschakenen van de maairobot worden deze met de PIN vergrendeld.
6.2 Bedieningsveld
De maairobot werden reeds in de fabriek geprogrammeerd en standard instellingen.daaraan zich uitgevoerd. Deze kann den indien nodig darüber worden veranderd. Ook al zich de fabrieksinstellen-gen geschikt voor de meeste tuinen, u要去 zich toch vertrouwd make n de beschikbare opties.
Verklaring van het bedieningsveld met LCDdisplay (afbeeling 9a)
- LCD-display
- POWER-toets
- Toets 'START'
- Toets 'HOME'
- Toets 'OK'
- Terug-toets
- Navigatietaetsen
- Cijferblok
6.3 Maahoogteverstelling
Opgelet! Het verstellen van de maaihoogte mag alleen worden uitgevoerd bij uitgeschakelde maairobot. Druk waar voor op de STOP-toets (3).
De maairobot maakt via de maaihoogteverstelling (4) een traploze aanpassing van de maaihoogteussen 20 en 60~mm maybek, die op de schaal kan worden afgelezen.
Als het gras hoger is dan 60~mm dan要去 het tot minstens 60~mm worden gekort om de maairobot Niet overmatig te belasten en de efficiente Niet te verlagen. Gebruik waar voor een conventionele grasmaier of een trimmer.
Na aflsuiting van de installmentie kan de maaihoogte via de verstelling (4) worden aangepast. Begin al-tijd met een hogere maaihoogte en verlaag.Deze inkleine stappen tot aan de gewenste hoogte.
6.4 Blokkerinrichting / PIN
De blokkeerinrichting verhindert een Niet toegestane inzet van de maairobot zonder een geldige code. Daar voor要去 u een personlijke veiligheidscode invoeren die bestaatuit vier tekens.
NL
Ontgrendeling
Voordat u de maairobot in bedrijn neemt moet u de correcte PIN invoeren (standaard-PIN: '1-2-3-4'). Voer de PIN langzaam in en bevestig de invoer met de toets 'OK' (54).
Standaard PIN: Nieuwe PIN:
1234
PIN wijzigen
Om de PIN te wijzigen gaat u als volgt te werk:
- Navigeer waarvoor in het hoofdmenu van het LCD-display (50) met de navigatietoetsen (56) maar het tabblad PIN wijzigen' en bevestig de invoor met OK' (54).
- Voer eerst de huidige PIN (standaard PIN: 1-2-3-4) in met behulp van het cijferblok (57).
- Vervolgens voert u met behulp van het cijferblok (57) uw persoonlijke PIN in.
- Bevestig ten slotte de uitgevoerde instellin-gen met de toets 'OK' (54).
- Bevestig de melding Wijzigingen opslaan? met de toets OK' (54) of druk op de Terugtoets (55) om de wijziging te verwerpen.
- Opgelet! Noteer de neue PIN!
PIN aanvragen bij verlies
Houd de kwitantie en het serienummer van de maairobot bij de hand. Deze heeft u nodig om uw PIN te ontvangen!
- Sluit aan de USB-aansluiting zoals afgebeeld een USB-stick aan (afbeelding 11).
- Schakel de hoofdschakelaar (7) in (ON).
- Druk gegliktijdig op de toets POWER-toets (51) en de toets 'OK' (54). De maairobot start nu in de Boot-modus.
- Druk op de toets 1 op het cijferblok (57).
- Trek de USB-stick eruit. Lees de gevevens op de USB-stick uit op een computer. Door de maairobot werd een tekstbestand (.txt) aangemaaakt. Dit bestand bevat een PUK, een persoonlijke code. Wend u tot de klantendienst om uw PIN te ontvangen.
6.5. Installingen van de maairobot
In het hoofdmenu van het LCD-display (50) vindt u de huidige datum- en tijdstinstalling van de maairobot, en de huidige laadtoestand. U hebdt de opties om de tabbladen 'Algemene instelleningen', 'Maaitijdstinstalling' en 'PIN wijzigen' te kiezen. Ga met behulp van de navigatietoetsen (56) maar het gewenste tabblad en bevestig de invoor met de toets 'OK' (54).
Algemene installingen
Tijdinstellingen
Ga met behulp van de navigatietoetsen (56)
aar de waarde die u wilt wijzigen, en voer het betreffende getal in via het cijferblok (57). Bevestig ten slotte de uitgevoerde instellen gen met de toets 'OK' (54). Bevestig de melding Wijzigingen opslaan?' met de toets 'OK' (54) of druk op de Terug-toets (55) om de wijziging te verwerpen.
Maaien in de regen
De regensensor (5) kan via deze instelling inen uitgeschakeld worden. De standard fabrieksinstalling voor de sensor is 'Aan'. Ga met behulp van de navigatietoetsen (56) maar de gewenste instelling. Bevestig ten slotte de uitgevoerde instellenen met de toets OK' (54). Bevestig de melding Wijzigingen opslaan?' met de toets OK' (54) of druk op de Terugtoets (55) om de wijziging te verwerpen.
Taal
Ga met behulp van de navigatietoetsen (56)\ naar de gewenste taal. Bevestig ten slotte\ de uitgevoerde instellingen met de toets\ 'OK' (54). Bevestig de melding Wijzigingen\ opslaan?' met de toets 'OK' (54) of dok op\ de Terug-toets (55) om de wijziging te verwerpen.
Multi-startpunt
Bij tuinen met allerlei hoeken kan de maairobot problemen hebben om elke zone te bereiken en het gazon volledig te maaien. In dit geval konnen met behulp van de app meerdere startpunten op de begrenzingsdraad (18) worden gekozen. Zo kan de maairobot ook moeilijk toegankelijkde delen van uw tuin berieken. De maairobot zar de gekozen afstand aan de begrenzingsdraad (18) afleggen en in dit deel beginnen te maaien (afbeelding 9b). Ga met behulp van de navigatietoetsen (56) maar die waarde die u wilt wijzigen, en voer het betreffende getal in via het cijferblok (57). Bevestig ten slotte de uitgevoerde instellen gen met de toets 'OK' (54). Bevestig de melding Wijzigingen opslaan'? met de toets OK' (54) of druk op de Terug-toets (55) om de wijziging te verwwerpen.
- Informatie
U krijgt informatatie over de huidige software versie van uw maairobot.
NL
Installingen van de maaitijd
Bedrijfstijd
U krijgt informatatie over de momenteel ingestrende bedrijfstijden van uw maairobot.
Maaien van randen
Voor een mooie rand van het gazon kan de instelling 'Maaien van randen' worden geactiveerd. De maairobot begint elke 7 werkdaten eenmaal langus de complete begrenzingsdraad te maaien. Bovendien maait de robot aan het einde van de dagelijkse maai-interval op weg maar het laadstation, indien de accumeer dan 70% is geladen.
Foutgeheugen
U krijgt informatie over de hetIRST opgetreden fouten van uw maairobot.
Maaier statistieken
U krijgt informatie over verschillende maaier statistieken.
PIN wizigen
U kunt de PIN van de maairobot wijzigen en uw persoonlijke PIN gelebruiken. Ga waarvoorte werk zoals beschreiben in het hoofdstuk 'Blokkeerinrichting / PIN'. Opgelet! Noteer de neue PIN!
6.6 Besturing van de maairobot
Starten
- Ontgrendel het bedieningsveld (2).
- Druk erst op de toets 'START' (52)
- Sluit de display afdekking (24).
De maairobot werkkt nu overeenkomstig de instelling van de maaitijd. Tijdens de werklijk wordt de laadtoestand van de accu bewaakt en weergegeven op het LCD-display (50). Zodra de laadtoestand daalt tot 30% , keert de maairobot automatisch terug maar het laadstation (19).
Afbreken van het maaien
- Druk op de STOP-toets (3) om de maairobot meteen te stoppen.
- Ontgrendel het bedieningsveld (2).
- Druk op de toets 'HOME' (53) om de maairobot langus de begrenzingsdraad (18)'erug te sturen maar het laadstation (19).
- Sluit de display afdekking (24).
6.7 Besturing van de maairobot met behulp van de app
Alle instellingen die via het bedieningsveld kunnen worden uitgevoerd, hunnen eveneens geleuuren via de app. Download eerst de Einhell app voor maairobots op uw smartphone. De Einhell app kan worden gedownload via de volgende link en QR-code:
iOS: http://qr.einhell.com/12e103ce

Android: http://qr.einhell.com/176c0443

Verbind met behulp van een Bluetooth verbinding de maairobot met uw smartphone en volg de aangegeven stappen.
7. Reiniging, onderhoud en bestelling van onderdelen
Gevaar!
Vórár alle reinigings- en onderhoudswerkzaam-heden要去 het apparaat spanningsvrij worden geschakeld, waarvoor u de netstekker UIT de contactdoos要去 trekken en het apparaat via de hoofdschakelaar (7) uitschakelt (OFF) (afbeeling 8).
Voorzichtig! Werkhandsschoenen dragen!
7.1 Reiniging
Houd de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het motorhuis zo Veel möglichk vrij van stof en vuil. Wrijf het apparaat met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.
- De maairobot mag nicht met stromend water, vooral Niet onder hoge druk, worden gereignid.
Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat smeerzeep. Gebruik geen
NL
reinigings- of oplosmiddelen, odomat deze de kunststof delen van het apparaat zouden kunnen aantasten. Zorg ervoor dat geen water binnenin het apparaat verecht kan komen.
Maak de maairobot indien möglichk schoon met een borstel of doeck.
- Controller de beweeglijkheid van de klingen (10) en van de messenschijf (11)
- Gebruik voor de reiniging van de laadcontacten aan de maairobot (1) en het laadstation (19) reinigingsmiddel voor metaal of zeer fjn schuurpapier. Maak deze schoon om een efficient laadproces te garanderen.
7.2 Software update
Wonneer u de software wilt updater, kopieer dan de/Newe software op een lege USB-stick. Zorg ervoor dat de accu volledig is geladen, voordat u de volgende stappenuitvoert.
- Sluit aan de USB-aansluiting zoals afgebeeld een USB-stick aan (afbeelding 11).
- Schakel de hoofdschakelaar (7) in (ON).
- Druk gewelijkijdig op de POWER-toets (51) en de toets 'OK' (54). De maairobot start nu in de Boot-modus.
-
Druk op de toets 3 op het cijferblok (57) om het update proces te starten. De maairobot start nu de update van de software en geeft waar bij de huidige progressie aan. Nadat de neue software volledig is gekopieerd, gaat de maairobot in de normale bedrijfstoestand.
-
Trek de USB-stick eruit.
7.3 Onderhoud
- Versleten of beschadigde klingen (10) en bevestigingsschroeven要去en altijd per set worden verrangen.
Vervang versleten of beschadigde delen.
Voor een lange levensduur要去en alle schroefdelen en de wielen en assen schoon-gemaakt en verwolgens met olie gesmeerd worden. - De regelmatie verzorging van de maairobot verzekert Niet alleen een lange levensduur en goede prestaties, maar draagt er ook toe bij dat uw gazon zorgvuldig en eenvoudig worden gemaad.
- De het sterkst aan slijtage onderhevige componenten zijn de klingen (10). Controleer regelmatig de toestand van de klingen (10) en de bevestiging waarvan. Als er overmatige trillingen optreden aan de maairobot, dan kan dit erop duiden dat de klingen (10) beschadigd zijn resp. door stoten werden verrormd. Als de klingen (10) zijn versleten of
beschadigd, dan要去en deze meteen worden verrangen.
- Binnenin het apparaat zijn er geen andere te onderhonden onderdelen.
7.4 Vervangen van de klingen
Gebruik alleen originele klingen, aangezien anders functies en veiligheid nicht zich garandeerd. De maairobot is uitergerust met drie aan een messenschijf (11) gemonteerde klingen (10). Deze klingen (10)—hebben een levensduur van maximaal 3 maanden (wonneer er geen hindernissen worden getroffen). Vervang alle drie klingen (10) gelijkijdig om uit te sluiten dat de efficientie en balans van uw apparaat negatief worden beinvloed.
Om de klingen (10) te verrangen gaat u als volgt te werk (afbeelding 12):
- Draai de bevestigingsschoven los.
- Neem de klingen (10) eraf en verrangdezedoor nieuwe.Vervang alle drie klingen (10) altijd per set.
- Daarna draait u de bevestigingschroeven wee vast. Let erop dat de neue klingen (10) vrij hunnen worden gedraaid.
Voer regelmatig een algemene controle van de maairobotuit en verzamel alle opgezamelde resten.Voor elk begin van een seizoen de toestand de klingen (10) absolut controleren.Wend u bij reparations tot once klantendienst. Gebruik alleen originele onderdelen.
7.5 Reparatie van de begrenzingsdraad
Als de begrenzingsdraad (18) op een bepaald punt worden doorgesneden, gebruik dan voor de reparatie de meegeleverde kabelverblinker (16). Daarvoort steekt u beiden uiteinden van de doorgesneden begrenzingsdraad (18) in de kabelverblinker (16) en drukt u deze met behulp van een tang samen. Steek de netstekker in de contactdoos. Controller verwolgens aan de hand van de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) de werkinq.
7.6 Bestelling van onderdelen:
Bij de bestelling van onderdelen要去en de vol-gende gegevens worden vermeld:
Type van het apparaat
- Artikelnummer van het apparaat
- Ident.-nummer van het apparatus
- Onderdeelnummer van het benodigde onder-deel
Actuele prijzen en info vindt u terug onder www.Einhell-Service.com
Reserve klingen art.-nr.: 34.140.20
NL
8. Opslag
Laad de accu (22) vór opslag gedurende de winter volledig op en schakel de maairobot via de hoofdschakelaar (7)uit (OFF).Neem de accu (22)uit het apparaat. Isoleer de voedingseenheid (13) van de stroomtoevoer en het laadstation (19).
De begrenzingsdraad (18) kan in de winter buiten worden gelaten. Zorg er darüber wel voor dat de aansluitingen zijn beschermd gegen corrosie. Isoleer daartoe de aansluitingen van de begrenzingsdraad (18) van het laadstation (19).
Berg het apparaat en het toebehoren op op een donkere, droge, vorstvrijne en voor kinderen ontoegankelijkke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligtussen 5^ en 30^ . Bewaar het apparaat in de originele verpakking.
9. Transport
Schakel het apparaat UIT via de hoofdschakelaar (7) (OFF) (afbeeling 8).
- Breng, indien voorhanden, transportbeveiligingen aan.
- Bescherm het apparaat gegen schade en sterke trillingen, die met name optreden bij het transport in voertuigen.
- Beveilig het apparaat gegen weglijken en kantelen.
- Draag de maairobot aan de draaggreep (6) met de messenschijf (11) weg van het lichaam gericht.
10. Verwerking en recycling
Het apparaat zit in een verpakking om transportschade te verhinderen. Deze verpakking is een grondstof en dus herbruikbaar of kan worden teruggevoerd in de grondstofkringloop. Het apparaat en+zijn toebehoren bestaan uit diverse materialien, zoals bijv. metaal en kunststof. Defecte apparaten horen nicht bij het huisvuil. Voor deskundige verwerking moet het apparaat bij een waaroor bestemde inzamelplaats worden afgegeven. Indien u geen inzamelpunt kent, gelieve dan bij de gemeente te informeren.
NL
11. Indicatie van het laadstation en verhelpen van fouten
| LED-indicatie (21) | Beschrijving | Oplossing |
| Uit | - Geen stroomtoevoer | - Controleer de stroomtoevoer |
| Brandt groen | - Klaar om te maaien - Accu (22) volledig geladen - Begrenzingsdraad (18) cor-rect geinstalleerd | |
| Knippert groen | - Begrenzingsdraad (18) door-gesneden - Begrenzingsdraad (18) ver-keerd aangesloten | - Onderzoek de begrenzingsdraad (18) op een breuk - Controleer de beiden aansluitingen aan het laadstation (19) |
| Brandt rood | - Accu (22) worden geladen | - Wacht tot de accu (22) volledig is geladen |
12. Indicatie van de maairobot en verhopen van fouten
Foutmelding van de maairobot in het LCD-display (50)
| Fout | Mogelijk oorzaak | Verhulpen |
| ‘Maairobot opgetild’ | - Hefsensor heeft continu 10 seconden lang gereageerd | Druk op de toets ‘OK’ (54) om de maairobot opnieuw te starten - Indien deze fout vaker optreedt, controlleren dan het maaigebied op hindernissen met een hoogte van meer dan 10 cm en verwijder deze, of scherm de hindernissen met de begrenzingsdraad (18) af van het maaigebied |
| ‘Maairobot vastge-reden’ Maairobot is in de buurt van een hin-dernis gestopt | - Hindernissensor binnen eén minuit 10 maal geactiveerd | Druk op de toets ‘OK’ (54) om de maairobot opnieuw te starten - Controller of de maairobot door een hindernis geblokkeerd ofussen bomen, struiken enz. ingeklemd is. Eliminee derhindernis of vermijd deze zone - Indien deze fout vaker opttreedt, controlleren dan of de begrenzingsdraad (18) goed is gelegd. Let met name op nauwe hoeken, doorgangen, hekken, rotsen enz., en pas de layout van de begrenzingsdraad (18) indien nodig aan - Controller of het gras te hoog is en de maairobot worden geblokkeerd. Maai het gras in dit geval tot onder 60 mm |
NL
| Fout | Mogelijk oorzaak | Verhulpen |
| ‘Galmsensor’ Maairobot is direct aan eenhindernis gestopt | - Hindernissensor heeftconti- nu 10 seconden lang gerea- geerd | Schakel de hoofdschakelaar (7)uit (OFF) en zet de robot op een andere plek in het maaigebied. Schakel de hoofdschakelaar (7)weer in (ON)om de maairobot opnieuw te starten - Controller of de maairobot door eenhindernis geblokkeerd ofussen bomen, struiken enz. ingeklemd is. Elimineer de hindernis of vermijd deze zone - Indien deze fout vaker optreedt, controller dan of de begrenzingsdraad (18)goed is gelegd. Let met name op nauwe hoeken, doorgangen, heken, rotsen enz., en pas de layout van de begrenzingsdraad (18)indien nodig aan |
| ‘Begrenzingsdraad-/Signaalfout’ De maairobot draait in een cirkel om het begrenzungssignaal te zoeken, en stoct uiteindelijk hebemaal | - Maairobot buiten het maai- gebied - Begrenzingsdraad (18)ver- keerd aangesloten - Begrenzingsdraad (18) door- gesneden - Geen stroomtoevoer | Schakel de hoofdschakelaar (7)uit (OFF) en waar in (ON)om de maairobot opnieuw te starten - Zorg ervoor dat de maairobot zich in het maaigebied bevindt - Controller of de LED-indicatie (21)aan het laadstation (19)groen brandt - Indien de maairobot het maaigebied meermaals verlaat op hetzelfde punct, controller de omgeving dan op hoogspan- ningskabels. Verander de positie van de begrenzingsdraad (18) - Indien de maairobot het maaigebied ver- laat op een helling, vermijd dan dit deel door de positie van de begrenzingsdraad (18)te veranderen |
| ‘Accu-/Batterijfout’ De accu kan nicht worden geladen | - Slecht contact van de laad- pennen (20) - Accu (22)heeft het einde van+zijn levensduur bereikt | Schakel de hoofdschakelaar (7)uit (OFF) en waar in (ON)om de maairobot opnieuw te starten - Controller of er een probleem is met de stroomtoevoer - Reinig de laadpennen (20) - Vervang indien nodig de accu (22) -Wend u tot de klantendienst |
NL
| Fout | Mogelijk oorzaak | Verhelpen |
| 'Batterijtemperatuur buiten het normbe-reik'De maairobot koertijd de ingestel-de werkelijk terug maar het laadstation en/of de accu kan aan het laadstation Niet worden geladen | Te hoge/lage accutemperatuur resp. overtemperatuur van de besturingBij een batterijtemperatuur hoger dan 75 °C keert de maairobot terug� het laadstation (19)Bij een batterijtemperatuur hoger dan 45 °C of lager dan 0 °C wordt het laadproces gestopt en wacht de maairobot aan het laadstation (19) | - Kies de werkelijk in de zomer in de vroege ochtenduren en vermijd de inezet van de maairobot tijdens de hare uten van de dag - Na het afkoelen van de accu resp. de besturing tot binnen het toegelaten tem-peratuurbereik keert de maairobot automatisch terug� het geprogrammeerde bedrijf |
| 'Motor overbelast'De maairobot is gestopt in hoog en dik gras | - De maairobot is op grond van een overstroom in de motor of een motorfout gestopt | Schakel de hoofdschakelaar (7)uit (OFF) en waar in (ON) om de maairobot opnieuw te starten- Controller de hoogte van het gris in het maaigebied en maai indien nodig met een conventionele grasmaaier het grayscale tot kor-ter dan 60 mm- Verhoog de snijhoogte. Begin altijd met een hogere maaihoogte en verlaag deze inkleine stappen tot aan de gewenste hoogte- Onderzoek de messenschijven (11) en wielen op verruiling en reinig deze gron-dig- Controller de achechterwienen en messenschijven (11) op blokkades. Indien u deze blokkades Niet kunt elimineren, wand u dan tot de bevoegde klantendienst |
| 'Maairobot gekan-teld'De maairobot is omgekanteld en gestopt | - Maairobot is gekanteld- Maairobot gedurende lange- reijd in eenrichting geheld | Druk op de toets 'OK' (54) om de maairobot opnieuw te starten- Zet de maairobot op een vlakke onder-grond en start hem opnieuw- Indien de maairobot vanwege van een steile helling in het maaigebied is gekan-teld, pas de begrenzingsdraad (18) dan zo aan, dat sterke hellingen worden ver-meden |
| 'Maier vastgere-den'De maairobotstoct op de terugwegা het laadstation | - Beweging van de maairobot door hinderissen aan de begrenzingsdraad (18) geblokkeerd | Schakel de hoofdschakelaar (7)uit (OFF) en zet de robot op een andere plek in het maaigebied. Schakel de hoofdschakelaar (7)weer in (ON) om de maairobot opnieuw te starten- Eliminee alle hindernissen aan de be-grenzingsdraad (18) |
NL
Foutopsoring
| Fout | Mogelijk oorzaak | Verhopen |
| De maairobot staat in het maaigebied De maairobot kan Niet worden ingeschaken | - Accuspanning te laag - Fout aan de stroomkring of de elektronica | - Breng de maairobotteringaar het laad-station (19) om op te laden - Schakel de hoofdschakelaar (7) in (ON)- Wend u tot de klantendienst |
| De maairobot kan Niet in het laadstati-on rijden | - Laadstation (19) Niet correct geinstalleerd | - Controller of de LED-indicatie (21) aan het laadstation (19) groen brandt - Controller of begrenzingsdraden (18) onder en voor aan het laadstation (19) zijn aangesloten en of de voorste begren-zingsdraad (18) in het midden onder het station (19) is gelegd - Controller of het laadstation (19) correct gespositioneerd |
| De maairobot ge-draagt zichশ rond begrenzingsei-landen | - Begrenzingsdraad (18) Niet juist geinstalleelrond de begrenzingseilanden | - Pas de positie van de begrenzingsdraad (18) aan - Let erop dat de begrenzingsdraad (18) zich Niet kruist en met de klok mee rond de begrenzingseilanden is gelegd |
| De maairobot maar veel lawaai | - Klingen (10) beschadigd - Aan de klingen (10) hechten heelv vremde materialen - Maairobot teল bij hinder-nissen gestart - Masaandrijving of aandrijf-motor beschadigd - Andere delen van de maairobot beschadigd | - Vervang de klingen (10). De 3 klingen (10) moeten glikktijdig worden verrangen - De efficiente van de maairobot hangt af van de scherpte van de klingen (10). Houd de klingen (10) waarom in goede toestand - Schakel de maairobot veilig uit en draag werklandschoenen als u de klingen (10) reinigt, om snijwonden te vermiiden - Laat de motor door de klantendienst repa-reren of verrangen |
| De maairobot blijft in het laadstation De maairobot keert steeds waar terugশ利用率 | - Verkeerde instelleningen van de werktijd - Accu (22) leeg | - Controller de instelleningen van de werktijd - De maairobotbegint dagelijks aan+zijn werk op hetzelfde moment en werkt bin-nen het ingestelde tijdvenden. Buiten dit tijdvenster blijft de maairobot in het laad-station (19) |
OPGELET! Doorgesneden begrenzingsdraden en gevolgschade vallen nicht onder de garantie!
NL
13. Indicatie lader
| Indicatiestatus | Betekenis en maatregel | |
| Rode LED | Groene LED | |
| Uit | Knippert | Operationaliteit De lader is aangesloten aan het net en operationeel; de accu zit nicht in de lader. |
| Aan | Uit | Laden De lader laadt de accu in de snelle laadmodus. De laadduur vindt u direct aan de lader. Aanwijzing! Al naargelang de accelading kan de laadduur ie's afwijken van de vermelde tijden. |
| Uit | Aan | De accu is opgeladen en operationeel. Daarna worden tot aan de volledige lading omgeschakeld op een bufferla-ding. Laat de accu hiervoor ongeveer 15 min. langer in de lader zitten. Maatregel: Neem de accu uit de lader. Isoeleer de lader van het net. |
| Knippert | Uit | Aanpassingslading De lader bevindt zich in de modus behoedzame lading. Hierbij worden de accu om veiligheidsredenen langzamer geladen, hetgeenmeerijd vergt. Dit kan de volgende oorzaken hebben: - De accu werk zeer lange&tiet Nieteer geladen. - De acutemperatuur ligt Niet in het ideale bereik. Maatregel: Wacht tot het laadproces is afgesloten, de accu kan niettemin verdier wor-den geladen. |
| Knippert | Knippert | Fout Laadproces is Niet meer mogelijk. De accu is defect. Maatregel: Een defecte accu mag Niet meer worden opgeladen. Neem de accu uit de lader. |
| Aan | Aan | Temperatuurstoring De accu is te warm (bijv. direct instralend zonlicht) of te koud (onder 0 °C). Maatregel: Neem de accu de lader uit en bewaar hem 1 dag bij kamertemporatuur (ca. 20 °C). |
NL

Enkel voor EU-landen
Elektrisch gereedschap hoor nicht bij het huisvuil thus!
Volgens de Europese richtig in 2012/19/EG op afgedankte elektrische en elektronische toestellen en omzetting in nationaalrecht dieren afgedankte elektrische gereedschappen afzonderlijk te worden verzameld en milieuvriendelijk te worden gerecycleerd.
Recyclagealternatif i.p.v. het toestel terug te sturen: De eigenaar van het elektrische toestel is alternatif verplicht, i.p.v. het toestel terug te sturen, mede te werken bij de behoorlijke recyclage in geval hij zich van het eigendom ontdoet. Het afgedankte toestel kan hiervoor ook bij een verzamelplaats worden afgegeven die voor een verwijdering als bedoeld in de wetgeving in zakte recyclage en afvalwerking zorgt. Hieronder vallen Niet bij de afgedankte toestellen gevoegde accessoires en hulpmiddelen zonder elektrische componenten.
Nadruk of andere reproductie van documentatie en geleidepapieren van de producten, geheel of gedeelrijk, enkel toegestaan mits uitdrukkelijke toestemming van iSC GmbH.
Technische wijzigingen voorbehonden
NL
Service-informatie
Wij werkden in alle landen die in het garantiebewijs zijn genoemd, samen met competente servicepartners, wier contactgegevens u kunt afleiden uit het garantiebewijs. Deze staan voor alle Diensten zoals reparatie, het verschaffen van wisselstukken of slijtdelen of voor de aankoop van verbruiksmaterialen te uwer beschikking.
U moet er rekening mee honden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtag door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig+zijn als verbruiksmaterialien.
| Categorie | Voorbeeld |
| Slijtstukken* | Accu |
| Verbruiksmaterialiaal/verbruiksstukken* | Klingen |
| Ontbrekende onderdelen |
- nicht verpflicht bij de leveringsomvang begrepen!
Bij gebreken of defecten verzoeken wij u om de fout te melden op het internet onder www.Einhell-Service.com. Gelieve te zorgen voor een nauwkeurige beschrijving van de fout en waar bij in elk geval de volgende vragen te beantwoorden:
- Hoefft het toestel reeds eenmaal gewerkt of was het vanaf het begin defect?
Is u ieis opgevallen voordat het defect zich voordeed (symptom voór het defect)? - Welke foutieve werkwijze vertoont het toestel volgens u (hoofdsymptoom)?
Beschrijf deze foutieve werkwijze.
NL
Garantiebewijs
Geachte klant,
onze producten worden onderworpen aan een strenge kwaliteitscontrole. Mocht dit apparaatECHTER ooit
niet waar behoren functioneren, spijt dit ons ten zeerste en vragen u zich te wenden tot once service-dienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs. Wij staan ook graag Telefonisch tot uw Dienst via
het vermelde servicetelefoonnummer. Voor eisen in verband met hetrecht garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden zijnuitsluitend gericht aan de gebruikers, d.w.z. nutuurlijke Personen die dit product nicht in het kader van hun ambachtelijke noch van een andere zichstandige activiteit wilpen gebruiken. Deze garantievoorwaarden regelen aanvullende garantieprestaties, die de hieronder genoemde fabrikant kopers van zijn neue apparaten toezegt in aanvulling tot de wettelijkke garantie. Uw wettelijkke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor u gratis.
- De garantieprestatie geldt uitsluitend voor gebreken aan een door u aangekocht nuew apparaat van de hieronder genoemde fabrikant die aantoonbaar berusten op een material- of productiefout, en is maar onsze keuze beperkt tot het verhelpen van zulke gebreken aan het apparaat of de verran-ging ervan.
Wij wijzen erop dat once apparaten overeenkomstig hun bestemming Niet ontworpen zichoor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Van een garantiecontract is derhalve geen spreke, als het apparaat binnen de garantieperiode in commerciele, ambachtelijke of industrielle bedrijven werden ingezet of aan een daarmee gewiek te stellen belasting werk blootgesteld.
-
Van onsè garantie zichn uitgesloten:
-
Schade aan het apparaat als gevolg van Niet-inachtneming van de montagehandleiding of op grond van ondeskundige installment, als gevolg van Niet-inachtneming van de gebruiksaanwijzing (zoals bijv. door aansluiting aan een verkeerde netspanning of stroomsoort) of Niet-inachtneming van de onderhouds- en veiligheidsvoorschriften, door blootstelling van het apparaat aan abnormale omgevingsvoorwaarden of door nalatig onderhoud en verzorging.
- Schade aan het apparaat als gevolg van misbruik of ondeskundige toepassingen (zoals bijv. overbelasting van het apparaat of de inzet van Niet toegelaten gereedschappen of toebehoren), binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals bijv. zand, stenen of stof, transportschade), gebruik van geweld of als gevolg van externe invloeden (zoals bijv. schade door vallen).
-
Schade aan het apparaat of aan delen van het apparaat die valt te herleiden tot slijtage als gevolg van gebruik, en als gevolg van normale of andere natururlijke slijtage.
-
De garantieperiode bedraagt 24 maanden en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemakt. Het indieren van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of verranging van het apparaat leidt Niet tot een verlenging van de garantieperiode noch worden door deze prestatie een neue garantieperiode voor het apparaat of voor eventuele ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het terplaatseuitvoeren van een serviceactiviteit.
- Gelieve om een garantieclaim in te dieren het defecte apparaat aan te melden onder: www.Einhell-Service.com. Houd het aankoopbewijs of een ander bewijs van uw aankoop van het nieuwe apparaat bij de hand. Apparaten die zonder bijhorende bewijzen of zonder typeplaatje worden teruggestuurd, worden op grond van de ontbrekende mogelijkheid om het apparaat toe te kennenuitgesloten van de garantieprestatie. Valt het defect van het apparaat binnen once garantieprestatie, dan bezorgen wij u per omgaande een gerepareerd of neuen apparaat terug.
Uiteraard staan wij ook tot u diest om, mits betaling van de kosten, defecten van het apparaat te verhopen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuart u het apparaat aan ons serviceadres op.
Voor slijtstukken, verbruiksmaterialiaal en ontbrekende onderdelen worden verwezenaar de beperkingen van deze garantie conform de service-informatie van deze handeiding.