MXZ-5E102VA - Multisplit airconditioner MITSUBISHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MXZ-5E102VA MITSUBISHI in PDF-formaat.

Page 23
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MITSUBISHI

Model : MXZ-5E102VA

Categorie : Multisplit airconditioner

Download de handleiding voor uw Multisplit airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MXZ-5E102VA - MITSUBISHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MXZ-5E102VA van het merk MITSUBISHI.

GEBRUIKSAANWIJZING MXZ-5E102VA MITSUBISHI

Installatiehandleiding

NEDERLANDS Gereedschap nodig voor installatie Kruiskopschroevendraaier Flensgereedschap voor Waterpas R410A Rolmaat Meterverdeelstuk voor Universeel mes of schaar R410A Momentsleutel Vacuümpomp voor R410A Steek- of ringsleutel Vulslang voor R410A Inbussleutel 4 mm Pijpsnijder met ruimer

VOOR HET INSTALLEREN 1 INSTALLEREN VAN DE BUITENUNIT 4 AFDICHTINGEN INSTALLEREN EN LEIDINGEN AANSLUITEN 5 REINIGINGSPROCEDURES, LEKTESTS EN PROEFDRAAIEN 5 LEEGPOMPEN 7

Lees “LET VOOR DE VEILIGHEID ALTIJD OP HET VOLGENDE” goed door voordat u de airconditioner installeert. Volg de hier gegeven waarschuwingen en aanwijzingen goed op, want ze zijn belangrijk voor uw veiligheid. Bewaar deze handleiding nadat u hem gelezen heeft samen met de BEDIENINGSINSTRUCTIES om eventueel later te raadplegen. Dit apparaat voldoet aan IEC/EN 61000-3-12.

(Kan leiden tot ernstig letsel en zelfs overlijden.)

n Installeer als gebruiker dit apparaat niet zelf. Onvolledige installatie kan leiden tot brand, elektrische schokken, letsel doordat het apparaat valt, of lekkage van water. Raadpleeg de leverancier waar u de airconditioner kocht of een gekwalificeerde installateur. n Voer de installatie veilig uit volgens de installatiehandleiding. Onvolledige installatie kan leiden tot brand, elektrische schokken, letsel doordat het apparaat valt, of lekkage van water. n Als u de unit installeert, gebruik dan voor de veiligheid het juiste beschermingsmateriaal en gereedschap. Als u dat niet doet, kan dit letsel veroorzaken. n Installeer het apparaat stevig op een plaats die het gewicht kan dragen. Als de plaats van installatie het gewicht niet kan dragen, kan het apparaat vallen en letsel veroorzaken. n Elektrische werkzaamheden moeten volgens de installatiehandleiding worden uitgevoerd, en mogen alleen door gekwalificeerde, ervaren elektriciens worden uitgevoerd. Gebruik een aparte groep. Sluit geen andere elektrische apparaten aan op de groep. Als de capaciteit van de groep onvoldoende is of een elektrische aansluiting onjuist uitgevoerd wordt, kan dit leiden tot brand of een elektrische schok. n Zorg dat de bedrading niet wordt beschadigd doordat toegevoegde onderdelen en/of schroeven hierop te veel druk uitoefenen. Beschadigde bedrading kan brand of elektrische schokken veroorzaken. n Sluit de netspanning af tijdens het installeren van de printplaat binnen of het aansluiten van bedrading. Als u dat niet doet, kunt u een elektrische schok krijgen. n Gebruik de voorgeschreven draden om binnen- en buitenunit veilig met elkaar te verbinden, en bevestig de draden stevig aan het aansluitblok zodat trekkracht in de draden niet op de verbindingspunten komt te staan. Verleng de bedrading niet, of gebruik geen tussenverbindingen. Onjuist aansluiten of vastzetten kan brand veroorzaken. n Installeer het apparaat niet op een plaats waar ontvlambaar gas kan lekken. Gelekt gas dat zich om de airconditioner heen ophoopt, kan een explosie veroorzaken. n Maak geen tussenverbindingen in het netsnoer, gebruik geen verlengsnoer en sluit niet te veel apparaten aan op hetzelfde stopcontact. Er kan dan brand of een elektrische schok ontstaan door een slecht contact, slechte isolatie, te hoge stroomsterkte etc. n Gebruik uitsluitend de bijgeleverde of voorgeschreven onderdelen voor het installeren. Gebruik van defecte onderdelen kan letsel of waterlekkage veroorzaken als gevolg van brand, een elektrische schok of vallen van het apparaat. n Als u de netsnoerstekker in het stopcontact steekt, let er dan op dat zich geen stof, andere opeenhoping of los onderdeel bevindt in het stopcontact of aan de stekker. Zorg er voor dat u de netsnoerstekker volledig in het stopcontact drukt. Als zich stof, een andere opeenhoping of een los onderdeel aan de netsnoerstekker of in het stopcontact bevindt, kan brand of een elektrische schok ontstaan. Als van de netsnoerstekker een onderdeel los zit, vervang de stekker dan. n Bevestig de afdekking voor elektrische delen van de binnenunit en het onderhoudspaneel van de buitenunit stevig.

Indien de afdekking voor elektrische delen van de binnenunit en/of het onderhoudspaneel van de buitenunit niet goed bevestigd is/zijn, kan dit brand of een elektrische schok veroorzaken vanwege stof, water etc. Zorg dat er niets anders dan het voorgeschreven koelmiddel R410A in het koelmiddelcircuit komt wanneer de airconditioner wordt geïnstalleerd, verplaatst of onderhouden. De aanwezigheid van andere stoffen, zoals lucht, kan abnormale drukverhoging veroorzaken die kan leiden tot een explosie of lichamelijk letsel. Als u een ander koelmiddel dan het voorgeschreven koelmiddel gebruikt, kan dit leiden tot mechanische storingen, systeemstoringen of uitval van de unit. In het slechtste geval kan de productveiligheid ernstig in het geding komen. Laat het koelmiddel niet ontsnappen in de atmosfeer. Als bij het installeren lekkage van koelmiddel optreedt, ventileer dan de kamer. Als koelmiddel in contact komt met vuur, kan een schadelijk gas ontstaan. Lekkage van koelmiddel kan verstikkingsgevaar inhouden. Zorg voor voldoende ventilatie conform EN378-1. Controleer als de installatie voltooid is of er geen koelmiddelgas lekt. Mocht er binnenshuis koelmiddelgas lekken, dan kunnen schadelijke stoffen ontstaan als dat in contact komt met de warmte van een ventilatorkachel, straalkachel, fornuis etc. Gebruik de juiste gereedschappen en leidingmaterialen voor de installatie. De druk van R410A is 1,6 keer zo hoog als die van R22. Door gebruik van onjuiste gereedschappen of materialen en een onvolledige installatie kunnen leidingen barsten en verwondingen ontstaan. Als u het koelmiddel uit het apparaat pompt, zet de compressor dan stop voordat u de koelmiddelleidingen losmaakt. Als u de koelmiddelleidingen losmaakt terwijl de compressor loopt en de afsluitkraan open is, dan kan lucht aangezogen worden waardoor de druk in het koelmiddelcircuit abnormaal hoog oploopt. Hierdoor kunnen de leidingen barsten en letsel veroorzaken. Als u het apparaat installeert, zet de koelmiddelleidingen dan stevig vast voordat u de compressor start. Als u de compressor start voordat de koelmiddelleidingen aangesloten zijn en de afsluitkraan is open, dan kan lucht aangezogen worden waardoor de druk in het koelmiddelcircuit abnormaal hoog oploopt. Hierdoor kunnen de leidingen barsten en letsel veroorzaken. Bevestig flensmoeren met een momentsleutel zoals voorgeschreven in deze handleiding. Indien u een flensmoer te strak aandraait, kan deze na verloop van tijd breken en koelmiddellekkage veroorzaken. Het apparaat moet geïnstalleerd worden in overeenstemming met de nationale regels voor bedrading. Aard het apparaat op de juiste manier. Sluit geen aardedraad aan op een gasleiding, waterleiding, bliksemafleider of aarde van een telefoon. Door onjuiste aarding kunt u elektrische schokken krijgen. Installeer een aardlekschakelaar. Als u geen aardlekschakelaar installeert, kan dit leiden tot een elektrische schok of brand.

(Kan onder bepaalde omstandigheden tot ernstig letsel leiden bij onjuist handelen.)

n Voer de werkzaamheden aan afvoer en leidingen goed uit volgens de installatiehandleiding. Door mankementen aan afvoer of leidingwerk kan water van het apparaat druppelen en het interieur nat maken en beschadigen. n Raak de luchtinlaat en de aluminium ribben van de buitenunit niet aan. Dit kan letsel veroorzaken.

n Installeer de buitenunit niet op een plaats waar mogelijk kleine dieren leven. Als kleine dieren in het apparaat belanden en elektrische delen aanraken, kan een storing, rookontwikkeling of brand ontstaan. Adviseer de gebruiker ook om de omgeving van het apparaat schoon te houden.

1-2. SPECFICATIES Leidinglengte en hoogteverschil *3, *4, *5, *6, *7, *8 Max. leidinglengte Max. Max. aantal bochten Aanpassing Nominale FreVoedings- Verbindingskabel Zekering per binnenunit / hoogteper binnenunit / koelmiddel A spanning quentie binnen/buiten spanning voor multi-systeem verschil *9 voor multi-systeem *10 MXZ-4E83VA 25 m / 70 m 25 / 70 25 A 3-aderig 4-aderig MXZ-5E102VA 230 V 50 Hz 25 m / 80 m 25 / 80 15 m 20 g/m 2 2,5 mm2 1,0 / 1,5 mm MXZ-2E53VAHZ 16 A / 25A 20 m / 30 m 20 / 30 Voedingsspanning *1

*1 Gebruik een netschakelaar die voor stroomonderbreking een open stand heeft met een opening van 3 mm of meer. (Als de stroom wordt uitgeschakeld, moeten alle fasen onderbroken worden.) *2 Gebruik draden die in overeenstemming zijn met ontwerp 60245 IEC 57. Gebruik de verbindingskabel in overeenstemming met de in de installatiehandleiding van de binnenunit beschreven bedradingsgegevens. *3 Gebruik nooit leidingen die dunner zijn dan voorgeschreven. De weerstand tegen druk is dan onvoldoende. *4 Gebruik koperen leiding of naadloze leiding van een koperlegering. *5 Let erop dat u de leiding tijdens het buigen niet plet of knikt. *6 Bochten in de koelmiddelleidingen moeten een straal van minstens 100 mm hebben. *7 Isolatiemateriaal: Hittebestendig schuimplastic met 0,045 specifieke dichtheid *8 Zorg ervoor dat u isolatie van de voorgeschreven dikte gebruikt. Te dikke isolatie kan leiden tot onjuiste installatie van de binnenunit en te dunne isolatie kan het druppen van condens veroorzaken.

Geluidsniveau buiten Koelen

49 dB (A) 51 dB (A) 52 dB (A) 56 dB (A) 45 dB (A) 47 dB (A)

*9 Als de buitenunit hoger wordt geïnstalleerd dan de binnenunit, maximaal toegestane hoogteverschil 10 m. *10 Indien de leiding langer is dan 25 m, moet koelmiddel (R410A) vuld worden. (voor 4E83VA) Extra koelstof = A × (leidinglengte (m) – 25) Indien de leiding langer is dan 0 m, moet koelmiddel (R410A) vuld worden. (voor 5E102VA) Extra koelstof = A × leidinglengte (m) Indien de leiding langer is dan 20 m, moet koelmiddel (R410A) vuld worden. (voor 2E53VAHZ) Extra koelstof = A × (leidinglengte (m) – 20)

is het bijgebijgebijge-

1-3. KEUZE VAN EVENTUELE VERLOOPSTUKKEN Als de diameter van een verbindingsleiding niet overeenkomt met de openingsgrootte van de buitenunit, gebruik dan een verloopstuk (niet bijgeleverd) volgens de volgende tabel. (Eenheid: mm (inch))

1-4. BEPALEN VAN DE INSTALLATIEPLAATS • • • • •

Waar geen harde wind op het apparaat staat. Waar de luchtstroom goed en stofvrij is. Waar regen of direct zonlicht zoveel mogelijk kan worden voorkomen. Waar de buren geen last hebben van het geluid of de hete lucht. Waar een stevige muur of ondersteuning beschikbaar is om lawaaitoename en trillingen te voorkomen. • Waar geen kans bestaat dat er brandbaar gas lekt. • Zet de poten van de unit goed vast bij het installeren van de unit. • Op tenminste 3 m afstand van de antenne van een tv of radio. Op plaatsen met een slechte ontvangst kan de radio- of tv-ontvangst gestoord worden door de airconditioner. Voor het betreffende apparaat kan een antenneversterker nodig zijn. • Installeer de unit horizontaal. • Installeer de unit op een plaats waar geen sneeuw valt of sneeuw naartoe geblazen wordt. Breng in gebieden met zware sneeuwval een afdak, verhoging en/of enkele schotten aan. Opmerking: Het is aan te raden om bij de buitenunit een lus in de leiding te leggen om het doorgeven van trillingen te verminderen.

BENODIGDE VRIJE RUIMTE RONDOM BUITENUNIT 1. Obstakels aan bovenzijde Als er zich aan de voorzijde en beide zijkanten van de unit geen obstakels bevinden, dan mag de unit ook worden geïnstalleerd met een obstakel aan de bovenzijde zolang de ruimte is zoals in de afbeelding wordt aangegeven.

3. Alleen obstakels aan voorzijde (met uitblazing) Als er zich aan de voorzijde van de unit een obstakel bevindt (zie afbeelding), dan is open ruimte boven, achter en aan beide zijkanten van de unit verplicht.

Opmerking: Wanneer u de airconditioner bij een lage buitentemperatuur gebruikt, volg dan de onderstaande richtlijnen. • Installeer de buitenunit nooit op een plaats waar zijn luchtinlaat of -uitlaat zich direct in de wind bevindt. • Installeer de buitenunit met de luchtinlaat naar de muur toe om blootstelling aan wind te voorkomen. • Het is aan te raden om aan de luchtuitlaatzijde van de buitenunit een schot te plaatsen om de uitlaat uit de wind te houden. Vermijd installatie op de volgende plaatsen, aangezien problemen met de airconditioner dan voor de hand liggen. • Waar ontvlambaar gas kan lekken. • Op plaatsen met veel machineolie. • Waar olie spat of in ruimtes die gevuld zijn met olieachtige rook (zoals keukens en fabrieken waar de eigenschappen van kunststof kunnen worden gewijzigd en beschadigd). • In zoute gebieden, bijvoorbeeld aan de kust. • In de buurt van sulfidegas, bijvoorbeeld bij hete bronnen, rioleringen en afvalwater. • Waar hoogfrequente of draadloze apparatuur aanwezig is. • Waar er veel vluchtige organische stoffen vrijkomen, zoals ftalaten en formaldehyde, die tot scheuren door chemische inwerking kunnen leiden.

2. Voorzijde (met uitblazing) vrij

Zolang er voldoende ruimte is zoals aangegeven in de afbeelding, mag de unit worden geïnstalleerd op plaatsen met een obstakel achter of naast de unit. (Geen obstakel 100 of meer boven de unit.)

4. Obstakels aan de voor- en achterkant 500 of meer

De unit kan worden gebruikt met de apart verkrijgbare uitblaasgeleider voor buiten (PACSH96SG-E) (waarbij de boven- en zijkanten vrij zijn).

500 of meer Uitblaasgeleider (PAC-SH96SG-E)

5. Obstakels voor, achter en naast de unit

• Als u de unit installeert op een plaats die rondom omsloten is, zoals een veranda, laat dan voldoende ruimte vrij (zie afbeelding). In dit geval kan de capaciteit van de airconditioner afnemen en kan het energieverbruik toenemen. • Indien er weinig luchtstroming is of de kans op thermische “kortsluiting” bestaat, plaats dan een uitlaatgeleider en let erop dat er voldoende ruimte is achter de unit. • Wanneer u twee of meer units installeert, mag u de units niet voor of achter elkaar installeren. 200 of meer

Hoogte van obstakel is 1200 of minder

Laat ruimte vrij voor onderhoud zoals in de afbeelding is aangegeven.

Onderhoud-sruimte 100 of meer 500 of meer 100 of meer

350 of meer 500 of meer

1-5. INSTALLATIESCHEMA Plaats na de lektest het isolatiemateriaal zodanig strak dat er geen opening meer is. Wanneer u de leidingen wilt bevestigen aan een muur die metaal (zoals tinnen bekleding) of metalen gaas bevat, plaats dan een chemisch behandelde houten plaat van minstens 20 mm dikte tussen muur en leidingen, of omwikkel de leidingen 7 tot 8 keer met isolatietape. Als u bestaand leidingwerk wilt gebruiken, zet de unit dan minimaal 30 minuten op COOL en pomp hem leeg voordat u de oude airconditioner verwijdert. Pas de maat van de optrompverbindingen aan voor de nieuwe koelstof.

In de regel open Meer dan 500 mm als de voorkant en beide zijkanten open zijn.

Meer dan 100 mm. Meer dan 200 mm als er aan beide zijkanten obstakels zijn.

TOEBEHOREN (alleen MXZ-4E83/5E102VA) Controleer voor het installeren of de volgende onderdelen aanwezig zijn. (1) Afvoerbus (2) Afvoerdop

DOOR U ZELF AAN TE SCHAFFEN ONDERDELEN (A) Netsnoer*1 Verbindingskabel binnen- en buiten(B) unit*1 (C) Verlengleiding (D) Afdekring voor muurgat (E) Leidingtape Verlenging afvoerslang (of zachte PVC-slang met 15 mm (F) binnendiameter of harde PVC-pijp VP16) (G) Koelolie (H) (I) (J) (K)

In de regel open Meer dan 500 mm als de bovenen achterkant en beide zijkanten open zijn.

*2 Het jaar en de maand van vervaardiging is aangegeven op het naamplaatje met technische gegevens. De units moeten worden geïnstalleerd door een erkend specialist volgens de plaatselijke vereisten.

Kit Bevestigingsbandje voor leiding Bevestigingsschroef voor (l) Huls voor muurgat Zachte PVC-slang met 15 mm bin(L) nendiameter of harde PVC-pijp met VP16 voor afvoerbus (1)

1 1 1 1 1 1 Kleine hoeveelheid 1 2 tot 7 2 tot 7 1 1

Opmerking: *1 Plaats verbindingskabel (B) en netsnoer (A) op ten minste 1 meter afstand van de tv-antennekabel. Het “Aantal” bij (B) t/m (K) in de tabel hierboven is het benodigde aantal per binnenunit.

Installeren van de buitenunit

2 U-vormige inkepingen (voet voor M10 bout)

Luchtuitlaat 2 ovale gaten 12 × 36 mm (voet voor M10 bout)

1-6. AFVOERVOORZIENINGEN VOOR BUITENUNIT (alleen MXZ-4E83/5E102VA)

1) Leg alleen een afvoerleiding aan als er van één plaats wordt afgevoerd. 2) Breng de afvoervoorzieningen aan voordat u de verbindingsleiding tussen binnen- en buitenunit aansluit. 3) Bevestig de afvoerbus aan een van de afvoeropeningen. Zet de afvoerbus met behulp van de sluitingen vast in de afvoeropening van de voet. 4) Sluit de zachte PVC-slang met een binnendiameter van 15 mm aan zoals wordt afgebeeld. 5) Zorg dat de afvoer omlaag loopt, zodat het afvoeren gemakkelijk gaat. 6) Dicht alle andere onnodige openingen door de afvoerdoppen erop vast te lijmen (lijm ter plekke bereiden). Opmerking: Breng de lijm zorgvuldig aan. De lijm (ter plekke bereiden) fungeert namelijk als afdichting om waterlekkage te voorkomen. Gebruik de lijm voor het rubber en metaal.

(2) Afvoerdop (1) Afvoerbus (L) Zachte PVC-slang

Let op De buitenunit heeft aan de onderkant verschillende afvoeropeningen, zodat water gemakkelijk kan worden afgevoerd. De afvoerbus wordt gebruikt om de onnodige openingen te dichten en de afvoer te centraliseren bij gebruik van de afvoerslang op de plaats van installatie. Gebruik de afvoerbus niet in een koude omgeving. Hierdoor kan de afvoerslang bevriezen.

Zet de voeten van de unit vast met bouten wanneer u de unit plaatst. Bevestig de unit stevig zodat hij niet kan omvallen bij een aardbeving of een windvlaag. Zie de afbeelding rechts voor de juiste wijze van funderen. Gebruik de afvoerbus en de afvoerdoppen niet in het koude gebied. De afvoer kan dan bevriezen waardoor de ventilator stopt. • Verwijder de tape van het paneel wanneer u het pakket opent. (Verwijder de ETIKETTEN NIET van het paneel.) Voet voor bevestiging

Bevestig hier met M10 bouten.

Lengte van ankerbout

2-2. DRADEN VOOR BUITENUNIT AANSLUITEN

1) Verwijder het onderhoudspaneel en de kabelafdekking. 2) Trek netsnoer (A) en verbindingskabel (B) tussen binnen- en buitenunit door de doorvoerhuls. Draai de aansluitschroef los en sluit verbindingskabel (B) tussen binnen- en buitenunit vanaf de binnenunit correct aan op het aansluitblok. Let op dat u de draden niet verkeerd aansluit. Maak de draad stevig vast op het aansluitblok zodat de draadkern niet zichtbaar is en er geen externe krachten op de aansluitingen van het blok komen te staan. 3) Draai de aansluitschroeven goed vast zodat ze niet losraken. Trek na het vastdraaien even licht aan de draden om te controleren of ze goed vast zitten. 4) Voer 2) en 3) uit voor iedere binnenunit. 5) Sluit het netsnoer (A) aan. 6) Zet verbindingskabel (B) tussen binnen- en buitenunit en netsnoer (A) vast met de kabelklemmen. Plaats de kabels of draden zodanig dat ze geen vervorming van het onderhoudspaneel veroorzaken. Dit dient om te voorkomen dat er regen in de buitenunit binnendringt. 7) Sluit het onderhoudspaneel en de kabelafdekking zorgvuldig. Let erop dat 3-2. DE LEIDINGEN AANSLUITEN volledig wordt uitgevoerd. • Zorg ervoor, nadat u netsnoer (A) en verbindingskabel (B) tussen binnen- en buitenunit op elkaar hebt aangesloten, dat beide kabels goed vastzitten met de kabelklemmen. Aansluitvolgorde • Sluit het aansluitblok in deze volgorde aan.

Aansluitblok voor voedingsspanning

5E102VA Onderhoudspaneel

MXZ-5E102VA A→B→C→D→E→P MXZ-4E83VA A→B→C→D→P Schroeven

MXZ-2E53VAHZ A→B→P Voedingsspanning

Aansluitblok voor binnen-/buitenunit

Aansluitblok voor voedingsspanning

• Zorg ervoor dat u elke schroef op de overeenkomende aansluiting vastdraait wanneer u de kabel en/of de draad op het aansluitblok vastmaakt. • Maak de aardedraad iets langer dan de andere draden. (langer dan 35 mm) • Geef de verbindingskabels wat extra lengte voor later onderhoud.

1) Snijd de koperen leiding op de juiste wijze af met een pijpsnijder. (Afb. 1, 2) 2) Verwijder alle bramen van het gedeelte waar de leiding is afgesneden. (Afb. 3) • Houd de koperen leiding omlaag en verwijder de bramen. De bramen mogen niet in de leiding vallen. 3) Verwijder de flensmoeren die op de binnen- en buitenunit zijn bevestigd, en schuif ze op de ontbraamde leiding. (Ze zijn niet meer te plaatsen nadat de afdichting gemaakt is.) 4) Afdichting (Afb. 4, 5). Draai de koperen leiding volgens de in de tabel getoonde waarden stevig vast. Selecteer A mm uit de tabel volgens het gekozen gereedschap. 5) Controleer • Vergelijk de gemaakte afdichtflens met Afb. 6. • Als de afdichtflens niet juist lijkt te zijn, snijd dan het flensgedeelte van de leiding af en maak de afdichting opnieuw.

A (mm) Aanhaalkoppel Diameter Moer Koppelings- Koppelings- Vleugelmoerleiding (mm) (mm) gereedschap gereedschap gereedschap N•m kgf•cm voor R410A voor R22 voor R22 13,7 - 17,7 140 - 180 ø6,35 (1/4”) 17 1,5 - 2,0 ø9,52 (3/8”) 22 34,3 - 41,2 350 - 420 0 - 0,5 1,0 - 1,5 ø12,7 (1/2”) 26 49,0 - 56,4 500 - 575 2,0 - 2,5 ø15,88 (5/8”) 29 73,5 - 78,4 750 - 800

Koperen leiding Extra ruimer Pijpsnijder

Afb. 4 Binnenkant glanst en heeft geen krassen.

Rondom dezelfde lengte

3-2. DE LEIDINGEN AANSLUITEN

1) Breng een dun laagje koelolie (G) aan op de flensuiteinden van de leidingen en de leidingverbindingen van de buitenunit. Breng geen koelolie aan op de schroefdraden. Een te groot aanhaalkoppel zal de schroef beschadigen. 2) Lijn het midden van de leiding uit met het midden van de leidingverbindingen van de buitenunit en draai de flensmoer 3 à 4 slagen aan met de hand. 3) Draai de flensmoer met een momentsleutel vast zoals voorgeschreven in de tabel. • Te strak aandraaien kan schade aan de flensmoer veroorzaken met lekkage van koelmiddel tot gevolg. • Wikkel isolatie om de leidingen. Direct contact met ontblote leidingen kan brandwonden of bevriezing veroorzaken.

WAARSCHUWING Als u het apparaat installeert, zet de koelmiddelleidingen dan stevig vast voordat u de compressor start.

3-3. ISOLATIE EN TAPE

1) Bedek de leidingverbindingen met afdekkingen voor leidingen. 2) Isoleer beslist alle leidingen die buiten lopen, inclusief de kranen. 3) Omwikkel de verbindingsleiding met leidingtape (E), te beginnen bij de ingang van de buitenunit. • Zet het einde van de leidingtape (E) vast met tape (voorzien van plakmiddel). • Wanneer leidingen boven het plafond, door een kast of via andere warme en vochtige plaatsen komen te lopen, wikkel er dan extra in de handel verkrijgbare isolatie omheen om condensatie te voorkomen.

VOORZICHTIG Zet de moeren van ongebruikte openingen goed vast.

4. REINIGINGSPROCEDURES, LEKTESTS EN PROEFDRAAIEN 4-1. REINIGINGSPROCEDURES EN LEKTEST

1) Verwijder de dop van de onderhoudsopening in de afsluitkraan van de gasleiding aan de buitenunit. (De afsluitkranen zijn in eerste instantie geheel gesloten en met de dop erop.) 2) Sluit het meterverdeelstuk en de vacuümpomp aan op de onderhoudsopening van de afsluitkraan in de gasleiding aan de buitenunit. 3) Start de vacuümpomp. (Trek vacuüm gedurende meer dan 15 minuten.) 4) Controleer het vacuüm met het meterverdeelstuk. Sluit vervolgens het meterverdeelstuk en stop de vacuümpomp. 5) Wacht één tot twee minuten. Controleer of de wijzer van het meterverdeelstuk in dezelfde stand blijft staan. Controleer of de manometer inderdaad –0,101 MPa [Meter] (–760 mmHg) aangeeft. 6) Verwijder het meterverdeelstuk snel van de onderhoudsopening van de afsluitkraan. 7) Open alle afsluitkranen van de gas- en vloeistofleiding volledig. Als de airconditioner werkt met deels gesloten kranen, functioneert hij slechter en ontstaan er problemen. 8) Zie 1-2. en vul indien nodig de voorgeschreven hoeveelheid koelmiddel bij. Vul het vloeibare koelmiddel langzaam bij. Als u dit niet doet, kan de samenstelling van het koelmiddel in het systeem veranderen waardoor de airconditioner slechter kan gaan werken. 9) Plaats de dop weer op de onderhoudsopening om de oorspronkelijke situatie te herstellen. 10) Lektest

*4 to 5 slagen *Openen

Dop voor onderhoudsopening (Aanhaalkoppel 13,7 tot 17,7 N•m, 140 tot 180 kgf•cm)

Compoundmanometer –0,101 MPa (voor R410A) (–760 mmHg) Manometer (voor R410A) Meterverdeelstuk (voor R410A) Hendel laag

Hendel hoog Vulslang (voor R410A)

Dop voor afsluitkraan (Aanhaalkoppel 19,6 Afsluitkraan voor tot 29,4 N•m, 200 tot 300 kgf•cm) VLOEISTOF Vacuümpomp (voor R410A) Afsluitkraan

voor GAS Voorzorgsmaatregelen tijdens gebruik regelkraan Behuizing

Vulslang (voor R410A)

Wanneer u de regelkraan op de onderhoudsopening bevestigt, kan de schuifafsluiter van de regelkraan vervormen of los komen te zitten als er te veel druk op wordt uitgeoefend. Hierdoor kan er gas gaan lekken. Wanneer u de regelkraan op de onderhoudsopening bevestigt, controleer dan eerst of de schuifafsluiter van de regelkraan is gesloten voordat u onderdeel A vastdraait. Draai onderdeel A niet vast of draai de behuizing niet om als de schuifafsluiter geopend is.

4-2. LADEN VAN GAS Vul gaas bij in eenheid. 1) Sluit de gascilinder op de onderhoudsopening van de stopklep aan. 2) Ontlucht de leiding (of slang) die van de koelstofcilinder komt. 3) Vul vereiste hoeveelheid koelstof bij terwijl de airconditioner koelt. Opmerking: Wanneer u koelvloeistof bijvult, dient u zich te houden aan de hoeveelheid die voor het specifieke koelcircuit is opgegeven. VOORZICHTIG: Maak altijd gebruik van vloeibare koelstof, indien het koelsysteem met extra koelstof wordt bijgevuld. Het toevoegen van koelstof als gas kan de samenstelling van de koelstof in het system veranderen en de normale werking van de airconditioner beïnvloeden. Vul langzaam koelmiddel bij, omdat anders de compressor kan blokkeren. Voor het behouden van een hoge druk van de cilinders, dient u deze bij koude omstandigheden met warm water (onder 40°C) te verwarmen. Gebruik echter nooit vuur of stoom. Model Binnenunit

MXZ-5E102VA A–E MXZ-4E83VA MXZ-2E53VAHZ Stopklep Vloeistofleiding

Koppelstuk Koppelstuk Binnenunit

Stopklep en onderhoudsopening Gasleiding

Koppelstuk Koppelstuk Koelstofgascilinder bedieningsklep (voor R410A)

Meter van spruitstukafsluiter (voor R410A)

Laadslang (voor R410A)

Koelstofgascilinder voor R410A, met siphon Koelstof (vloeibaar) Elektronische weegschaal voor bijvullen koelstof

4-3. DE BEDRIJFSSTAND VAN DE AIRCONDITIONER VASTZETTEN (KOELEN, DROGEN, VERWARMEN) • Functiebeschrijving: Zodra de bedrijfsstand op COOL/DRY (koelen of drogen) of HEAT (verwarmen) is vastgezet met deze functie, blijft de airconditioner alleen in die bedrijfsstand werken. * Om deze functie te activeren moet u de instelling wijzigen. Maak deze functie aan uw klanten duidelijk en vraag of ze er gebruik van willen maken.

[De bedrijfsstand vastzetten] 1) Schakel de netspanning van de airconditioner uit voordat u met de instelling begint. 2) Zet de “3” van SW1 op de besturing van de buitenunit op ON (aan) om deze functie mogelijk te maken. 3) Om de bedrijfsstand vast te zetten in COOL/DRY (koelen en drogen) zet u de “4” van SW1 op de besturing van de buitenunit op OFF (uit). Om de bedrijfsstand vast te zetten in HEAT (verwarmen) zet u deze schakelaar op ON (aan). 4) Schakel de netspanning van de airconditioner weer in.

KOELEN/DROGEN VERWARMEN

4-4. REDUCEREN VAN HET BEDRIJFSGELUID VAN DE BUITENUNIT • Functiebeschrijving: Met deze functie kunt u het bedrijfsgeluid van de buitenunit verminderen door de bedrijfsbelasting te verminderen, bijvoorbeeld ’s nachts in de KOELSTAND (COOL). Let er echter wel op dat de koel- en verwarmingscapaciteiten in dit geval geringer kunnen zijn. * Om deze functie te activeren moet u de instelling wijzigen. Maak deze functie aan uw klanten duidelijk en vraag of ze er gebruik van willen maken. SW1

[Reduceren van het bedrijfsgeluid] 1) Schakel de netspanning van de airconditioner uit voordat u met de instelling begint. 2) Zet de “5” van SW1 op de besturing van de buitenunit op ON (aan) om deze functie mogelijk te maken. 3) Schakel de netspanning van de airconditioner weer in.

Verminder het bedrijfsgeluid

4-5. DE AMPERAGEGRENS VERANDEREN

• Omschrijving van de functie: Met deze functie kunt u de stroomsterkte veranderen die door de buitenunit gaat. Opmerking: Gebruik deze functie alleen als de hoeveelheid stroom de toegestane waarde overschrijdt. [Verander de ampèragegrens als volgt] 1) Schakel de netspanning waarop de airconditioner is aangesloten uit voordat u gaat instellen. 2) Verander de instelling volgens de tabel hieronder. 3) Schakel de netspanning voor de airconditioner weer in.

• U moet de binnenunits allemaal apart laten proefdraaien. Zie de installatiehandleiding van de binnenunit en controleer of alle units goed functioneren. • Als u alle units tegelijkertijd laat proefdraaien, kunnen slechte of verkeerde verbindingen van de koelleidingen en de binnen-/buitenunitverbindingen niet worden opgespoord. Laat de units daarom één voor één proefdraaien. Over de beveiliging van het herstartmechanisme Als de compressor stopt zal de beveiliging van het herstartmechanisme ervoor zorgen dat de compressor drie minuten lang niet ingeschakeld kan worden, ter bescherming van de airconditioning. Correctiefunctie voor bedrading en leidingwerk Deze unit heeft een correctiefunctie voor bedrading en leidingwerk die een combinatie van bedrading en leidingen kan corrigeren. Indien er wellicht ergens sprake is van een onjuiste combinatie van bedrading en leidingwerk en dit lastig na te gaan is, gebruik dan deze functie om de combinatie te detecteren en te corrigeren volgens de onderstaande procedure. Zorg ervoor dat eerst aan de volgende voorwaarden is voldaan: • De unit wordt voorzien van stroom. • De stopkleppen zijn open. Opmerking: Tijdens het detecteren wordt de werking van de binnenunit gestuurd door de buitenunit. Tijdens het detecteren stopt de werking van de binnenunit automatisch. Dit is geen storing. Procedure Houd de correctieschakelaar voor bedrading en leidingwerk (SW871) na het inschakelen van de voeding 1 minuut of langer ingedrukt. • De correctie is na 10 tot 20 minuten voltooid. Wanneer de correctie voltooid is, wordt het resultaat aangegeven door LED’s. Zie voor nadere bijzonderheden de tabel hiernaast. • Wilt u deze functie tussentijds stoppen, druk dan nogmaals op de correctieschakelaar voor bedrading en leidingwerk (SW871). • Als de correctie voltooid wordt zonder fouten, druk dan niet nogmaals op de correctieschakelaar voor bedrading en leidingwerk (SW871). Als het resultaat “Niet voltooid” is, druk dan nogmaals op de correctieschakelaar voor bedrading en leidingwerk (SW871) om deze functie te beëindigen. Ga vervolgens de combinaties van bedrading en leidingen op de conventionele manier na door de binnenunits één voor één te gebruiken. • Het geheel wordt uitgevoerd met ingeschakelde stroom. Raak niets anders aan dan de schakelaar, ook de printplaat niet. Dit kan een elektrische schok of verbranding veroorzaken door spanningvoerende of hete onderdelen bij de schakelaar. Door het aanraken van werkende onderdelen kan de printplaat beschadigen. • Voorkom schade aan de printplaat van de elektronische besturing door statische elektriciteit weg te nemen voordat u deze functie inschakelt. • Deze functie werkt niet wanneer de buitentemparatuur 0°C of lager is.

LED-indicaties tijdens detectie: LED1 (Rood)

Resultaten van correctiefunctie voor bedrading en leidingwerk LED1 (Rood)

Voltooid Brandt Uit Brandt (probleem gecorrigeerd of normaal) Niet voltooid Eén keer Eén keer Eén keer (Detectie mislukt) Zie “VEILIGHEIDSMAATREGELEN WANNEER Overige indicaties LED KNIPPERT” achter het onderhoudspaneel.

4-7. UITLEG AAN DE GEBRUIKER

• Leg de gebruiker met de BEDIENINGSINSTRUCTIES uit hoe de airconditioner werkt (gebruik van de afstandsbediening, verwijderen van de luchtfilters, verwijderen of plaatsen van de afstandsbediening in de houder, reinigen, voorzorgsmaatregelen tijdens bediening, enz.). • Raad de gebruiker aan om de BEDIENINGSINSTRUCTIES zorgvuldig door te lezen.

5. LEEGPOMPEN Bij verplaatsen of verwijderen van de airconditioner dient het systeem volgens de onderstaande procedure te worden leeggepompt, zodat geen koelmiddel in de atmosfeer terecht kan komen. 1) Schakel de stroomonderbreker uit. 2) Sluit het meterverdeelstuk aan op de onderhoudsopening van de afsluitkraan in de gasleiding aan de buitenunit. 3) Draai de afsluitkraan in de vloeistofleiding aan de buitenunit volledig dicht. 4) Schakel de stroomonderbreker in. 5) Schakel de noodwerking voor KOELEN op alle binnenunits in. 6) Als op de manometer een druk van 0 – 0,05 MPa [Meter] (ongeveer 0 – 0,5 kgf/cm2) wordt weergegeven, sluit dan de afsluitkraan in de gasleiding aan de buitenunit volledig en schakel de noodwerking uit. (Raadpleeg de installatiehandleiding van de binnenunit voor informatie over het uitschakelen van de noodwerking.) * Als er te veel koelmiddel aan het systeem toegevoegd is, kan de druk mogelijk niet tot 0 – 0,05 MPa dalen [Meter] (ongeveer 0 – 0,5 kgf/cm2) of treedt de beveiligingsfunctie in werking vanwege de toegenomen druk in het hogedruk-koelmiddelcircuit. Als dit gebeurt, gebruik dan een koelmiddelopvangbak om al het koelmiddel uit het systeem op te vangen. Vul vervolgens na het verplaatsen van de binnen- en buitenunits de correcte hoeveelheid koelmiddel in het systeem bij. 7) Schakel de stroomonderbreker uit. Verwijder de manometer en de koelleidingen.

WAARSCHUWING Als u het koelmiddel uit het apparaat pompt, schakel de compressor dan uit voordat u de koelmiddelleidingen loskoppelt. De compressor kan barsten en letsel veroorzaken als andere stoffen, zoals lucht, de leidingen binnendringen.