OASYS 2/3 FIXPLUS - Autostoel CHICCO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis OASYS 2/3 FIXPLUS CHICCO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Autostoel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding OASYS 2/3 FIXPLUS - CHICCO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. OASYS 2/3 FIXPLUS van het merk CHICCO.
GEBRUIKSAANWIJZING OASYS 2/3 FIXPLUS CHICCO
NL Belangrijk: lees deze gebruiksaanwijzing voor het gebruik aandachtig en helemaal door, om gevaren bij het gebruik te voorkomen. bewaar haar voor latere raadpleging. Houd u zorgvuldig aan deze instructies, om de veiligheid van uw kind niet op het spel te zetten.
NL Gebruiksaanwijzing
NL Gebruiksaanwijzing
gevaar voor ernstig letsel als het zou gebeuren. • Vervoer het kind ook op korte trajecten altijd in het correct geïnstalleerde autostoeltje. Doet u dat niet, dan brengt u het kind in gevaar. Controleer vooral of de gordel strak genoeg zit, niet verdraaid is, en goed geplaatst is. • Ook na een niet ernstig ongeluk of als het per ongeluk gevallen is, kan het autostoeltje schade opgelopen hebben, die echter niet altijd met het blote oog zichtbaar is: het moet daarom worden vervangen. • Gebruik geen tweedehands autostoeltjes: deze kunnen voor het blote oog onzichtbare structurele schade hebben opgelopen, die echter zodanig is dat de veiligheid van het artikel niet langer gewaarborgd wordt. • Gebruik een autostoeltje niet als het beschadigd, vervormd, versleten is, of als er delen ontbreken: het kan de oorspronkelijke veiligheidskenmerken hebben verloren. • Verricht geen wijzigingen aan het artikel en voeg er niets aan toe zonder toestemming van de fabrikant. • Breng geen accessoires, reserveonderdelen of onderdelen op dit autostoeltje aan, die niet door de fabrikant geleverd of goedgekeurd zijn. • Gebruik geen diktes, bijv. kussens of dekens, om het autostoeltje wat hoger op de stoel van het voertuig te zetten of om het kind hoger op het autostoeltje te zetten: in geval van een ongeluk kan het dan gebeuren dat het autostoeltje niet goed functioneert. • Controleer of er zich geen voorwerpen tussen het kind en het autostoeltje (bijv. schooltas, rugzakje), tussen het autostoeltje en de zitting, of tussen het autostoeltje en het portier bevinden. • Controleer of de (inklapbare, kantelbare of draaiende) stoelen van het voertuig stevig vastzitten. • Controleer of er geen voorwerpen of bagage, in het bijzonder op de hoedenplank in het voertuig worden vervoerd, die niet zijn vastgezet of veilig zijn geplaatst: in geval van een ongeluk of bij hard remmen kunnen ze de passagiers verwonden. • Laat andere kinderen niet met onderdelen of delen van het autostoeltje spelen. • Laat het kind nooit alleen in de auto. Dit kan gevaarlijk zijn! • Vervoer niet meer dan één kind tegelijk in het autostoeltje. • Verzeker u ervan dat alle passagiers van het voertuig hun eigen veiligheidsgordel gebruiken, zowel voor de eigen veiligheid, als omdat zij tijdens de reis in geval van een ongeluk of bij hard remmen het kind kunnen verwonden. • LET OP! Bij het verstellen (van de hoofdsteun
OASYS 2/3 FIXPLUS BELANGRIJK: LEES DEZE GEBRUIKSAANWIJZING VOOR HET GEBRUIK AANDACHTIG EN HELEMAAL DOOR, OM GEVAREN BIJ HET GEBRUIK TE VOORKOMEN. BEWAAR ZE VOOR LATERE RAADPLEGING. HOUD U ZORGVULDIG AAN DEZE INSTRUCTIES, OM DE VEILIGHEID VAN UW KIND NIET OP HET SPEL TE ZETTEN. LET OP! VERWIJDER VOOR HET GEBRUIK EVENTUELE PLASTIC ZAKKEN EN ALLE ANDERE VERPAKKINGSONDERDELEN EN GOOI ZE WEG OF HOUD ZE IN IEDER GEVAL BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN. GOOI ZE WEG IN OVEREENSTEMMING MET DE GELDENDE WETTEN VOOR GESCHEIDEN AFVALVERWERKING. ZEER BELANGRIJK! METEEN LEZEN • Dit autostoeltje is met inachtneming van de Europese voorschriften ECE R 44/04 goedgekeurd voor “Groep 2/3” voor het vervoer van kinderen tussen de 15 en 36 kg lichaamsgewicht (ongeveer tussen de 3 en 12 jaar). • Ieder land heeft andere wetten en voorschriften betreffende een veilig vervoer van kinderen in de auto. Het is daarom raadzaam voor meer informatie contact op te nemen met de plaatselijke autoriteiten. • Het autostoeltje mag uitsluitend door een volwassene worden versteld. • Laat niemand het artikel gebruiken zonder eerst de instructies te hebben gelezen. • Het gevaar voor ernstig letsel van het kind, en niet alleen bij een ongeluk, maar ook in andere omstandigheden (bijv. bij hard remmen, enz.) wordt groter, als men zich niet nauwgezet houdt aan de aanwijzingen die in deze handleiding worden gegeven. • Bewaar de gebruiksaanwijzing om deze steeds weer te kunnen raadplegen: achter de rugleuning van het autostoeltje bevindt zich een vakje om de gebruiksaanwijzing in te steken. • Het product is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als autostoeltje en niet voor gebruik in huis. • De firma Artsana wijst elke vorm van aansprakelijkheid af bij oneigenlijk gebruik van het artikel en bij elk gebruik dat niet overeenstemt met deze instructies. • Geen enkel autostoeltje kan de absolute veiligheid van het kind in geval van een ongeluk garanderen, maar het gebruik ervan vermindert het
BEPERKINGEN EN GEBRUIKSVEREISTEN BETREFFENDE HET ARTIKEL EN DE AUTOZITTING LET OP! Neem de volgende beperkingen en gebruiksvereisten betreffende het artikel en de autozitting nauwgezet in acht: anders is de veiligheid niet verzekerd • Het kind moet tussen de 15 en de 36 kg wegen. • De autozitting dient uitgerust te zijn met een vaste of oprolbare driepuntsgordel, die goedgekeurd is volgens de Voorschriften UNI/ ECE N°16 of andere gelijkwaardige standaarden (Fig. 1 – Fig. 2). • Het kan gebeuren dat de gesp van de veiligheidsgordel van de auto te lang is en de voorziene hoogte ten opzichte van het onderste gedeelte van de zitting overschrijdt (Fig. 3). In dat geval mag het autostoeltje niet op die zitting worden bevestigd, maar zal hij op een andere zitting moeten worden geïnstalleerd, die dit probleem niet heeft. Neem voor meer informatie hierover contact op met de autofabrikant. • Het autostoeltje kan voorin op de passagierszitting worden aangebracht, of op één van de achterzittingen en moet altijd in de rijrichting worden geplaatst. Gebruik dit autostoeltje nooit op zittingen die zijdelings staan of tegen de rijrichting in (Fig. 4). LET OP! Volgens de statistieken over ongelukken is de achterbank van het voertuig veiliger dan de voorzittingen: daarom wordt aangeraden het autostoeltje op de achterbank te installeren. De veiligste zitting is de middelste achterzitting, als deze is uitgerust met een driepuntsgordel: in dit geval wordt aangeraden het autostoeltje op de middelste achterzitting te plaatsen. Als het autostoeltje op de voorzitting wordt geplaatst, wordt voor een grotere veiligheid aangeraden de zitting zover mogelijk naar achteren te zetten, voor zover de aanwezigheid van andere passagiers op de achterbank dit toelaat, en de rugleuning zo verticaal mogelijk te zetten. Als de auto uitgerust is met een hoogteregelaar voor de gordel, bevestigt u deze op de laagste stand. Controleer vervolgens of de gordelregelaar ten opzichte van de rugleuning van de autozitting naar achteren staat of er hooguit op één lijn mee staat (Fig. 5A en 5B). Als de voorzitting is uitgerust met een frontale airbag wordt afgeraden het autostoeltje op deze zitting aan te brengen. Bij installatie op een zitting die beschermd is door een airbag dient u altijd de handleiding van de auto te raadplegen.
en de rugleuning), verzekert u zich ervan dat de bewegende delen van het autostoeltje niet in aanraking komen met het lichaam van het kind. • Tijdens het rijden, voordat u het autostoeltje verstelt, of het kind verzet, dient u het voertuig op een veilige plaats stil te zetten. • Controleer regelmatig of het kind de gesp van de veiligheidsgordel niet opent en of het niet aan het autostoeltje of delen ervan komt. • Geef het kind tijdens de reis geen eten, in het bijzonder geen lolly, ijslolly of andere etenswaar op een stokje. In geval van een ongeluk of bij hard remmen kan het kind hierdoor gewond raken. • Tijdens lange reizen wordt aangeraden vaak te pauzeren: het kind verveelt zich al gauw in het autostoeltje en moet zich kunnen bewegen. Het is raadzaam het kind aan de kant van de stoep in- en uit te laten stappen (en hem daarbij te begeleiden). • Haal de etiketten en merken niet van de hoes van het autostoeltje, aangezien dit de hoes zelf kan beschadigen. • Laat het autostoeltje niet lang in de zon staan: hierdoor kunnen de materialen en stoffen verbleken. • Als het voertuig in de zon heeft gestaan, controleert u, voordat u het kind in het autostoeltje laat plaatsnemen, of de verschillende delen niet heet zijn geworden: om verbranding te voorkomen, laat u ze in dat geval eerst afkoelen, voordat u het kind laat plaatsnemen. BELANGRIJKE MEDEDELING 1. Dit is een kinderbeveiligingssysteem, dat volgens het reglement ECE R44/04 voor twee verschillende soorten montage is goedgekeurd: - door de vaste FixPlus (P) koppelstukken met de driepuntsveiligheidsgordel van de auto te gebruiken, is het systeem “semi-universeel” en uitsluitend compatibel met de voertuigen, die in de speciale “Lijst met voertuigen” staan; - door het autostoeltje zonder de vaste FixPlus koppelstukken met de driepuntsveiligheidsgordel van de auto te gebruiken, is het systeem “universeel”. 2. Enkel geschikt om te worden gebruikt in voertuigen met vaste of oprolbare driepuntsgordel, die is goedgekeurd volgens de Voorschriften UN/ECE N°16 of andere gelijkwaardige standaarden. 3. Neem in geval van twijfel contact op met de fabrikant van het kinderbeveiligingssysteem of met de dealer.
hoofdsteun weer op de zitting te plaatsen als het autostoeltje wordt verwijderd en de zitting voor een passagier wordt gebruikt. LET OP! Het achterste gedeelte van het autostoeltje dient goed op de zitting aan te sluiten. 2. Laat het kind met de rug stevig tegen de rugleuning van het autostoeltje zitten. 3. Controleer de hoogte van de rugleuning (zie de paragraaf “DE HOOGTE VAN DE RUGLEUNING AFSTELLEN”) 4. Controleer de breedte van de rugleuning (zie de paragraaf “DE BREEDTE VAN DE RUGLEUNING AFSTELLEN”) 5. Steek het diagonale gedeelte van de autogordel in de geleiding voor de diagonale gordel (B). Verzeker u ervan dat de open/dicht knop van de gordelgeleiding (I) helemaal gesloten is, door te controleren of de witte referentielijn zichtbaar is (fig.7). 6. Maak de veiligheidsgordel van de auto vast door het buikgedeelte door de rode geleiding van de buikgordels (F) onder de twee armleuningen door te halen en het diagonale gedeelte onder de armleuning aan de kant van de gesp (fig. 8). 7. Trek het diagonale gedeelte van de autogordel omhoog, zodat de hele gordel gespannen wordt en goed op de borstkas en de benen van het kind aansluit, maar trek hem niet te strak aan! (Fig. 9) LET OP! Controleer of de autogordel goed gespannen is. LET OP! Controleer of de autogordel niet verdraaid zit (Fig. 10). LET OP! Controleer of de diagonale gordel goed tegen de schouder van het kind rust (Fig. 9) en geen druk uitoefent op de nek. Stel de hoogte van de rugleuning anders af (zie de paragraaf “DE HOOGTE VAN DE RUGLEUNING AFSTELLEN”). LET OP! Controleer of de regelaar van de autogordel ten opzichte van de rugleuning van de autozitting naar achteren staat (of er hooguit op één lijn mee staat) (Fig. 5). LET OP! Laat de autogordels nooit op andere plaatsen lopen dan die in deze gebruiksaanwijzing worden aangeduid! (Fig. 11) LET OP! Controleer of het kind goed in het autostoeltje vastgezet is, zodat hij niet naar voren schuift. Controleer of de niet gebruikte vaste koppelstukken in de hiervoor bestemde ruimtes aan de achterkant zijn opgeborgen.
GEBRUIKSAANWIJZING Inhoudsopgave • Het autostoeltje met veiligheidsgordels in de auto installeren en het kind erin zetten • Het autostoeltje met veiligheidsgordels en vaste FixPlus koppelstukken in de auto installeren en het kind erin zetten • Het autostoeltje in de auto installeren zonder kind • Het kind uit het autostoeltje halen • Het autostoeltje uit de auto nemen • Installatie en verwijdering van de bekerhouder • De hoogte van de rugleuning afstellen • De breedte van de rugleuning afstellen • De schuine stand van de rugleuning/zitting afstellen • Afneembaarheid hoes rugleuning / zitting • Onderhoud en reiniging van de hoes Onderdelen A. Hoofdsteun B. Geleiding van de diagonale gordel C. Rugleuning D. Armleuningen E. Zitting F. Geleiding van de buikgordel G. Bekerhouder H. Afstelknop voor de schuine stand I. Open/dicht knop van de gordelgeleiding J. Bevestigingssysteem voor de bekerhouder K. Wieltje om de breedte van de rugleuning af te stellen L. Verstelhendel voor de hoogte van de rugleuning M. Achtervak voor de handleiding N. Zijvleugels O. Hendel vaste FixPlus koppelstukken P. Vaste koppelstukken Q. Markeringen R. Knoppen loskoppelsysteem vaste koppelstukken Het autostoeltje met veiligheidsgordels in de auto installeren en het kind erin zetten LET OP! Deze instructies hebben, zowel in de tekst als op de tekeningen, betrekking op de installatie van het autostoeltje op de rechter achterzitting. Verricht echter dezelfde handelingen voor installaties op andere plaatsen. 1. Zet het autostoeltje op de zitting en duw de rugleuning tegen die van de zitting LET OP! Controleer of de hoofdsteun van de zitting de hoofdsteun van het autostoeltje niet hindert: hij mag hem niet naar voren duwen (Fig. 6). Als dit mocht gebeuren, verwijdert u de hoofdsteun van de autozitting, waarop het autostoeltje wordt geïnstalleerd. Denk er vervolgens aan de
Het autostoeltje met veiligheidsgordels en vaste FixPlus koppelstukken in de auto installeren en het kind erin zetten LET OP! Voordat u het stoeltje met de FixPlus koppelstukken installeert, controleert u of het stoel-
Het autostoeltje in de auto installeren zonder kind Als het kind niet wordt vervoerd, moet het autostoeltje altijd met de driepuntsgordel van de auto vast blijven zitten, of in de kofferbak worden gezet. Een niet vastgezet autostoeltje kan in geval van een ongeluk of bij hard remmen namelijk een gevaar inhouden voor de passagiers.
tje rechtop, en niet schuin, staat. LET OP! Deze instructies hebben, zowel in de tekst als op de tekeningen, betrekking op de installatie van het autostoeltje op de rechter achterzitting. Verricht de handelingen in dezelfde volgorde voor installaties op andere plaatsen. BELANGRIJK! Het autostoeltje MOET ALTIJD met de veiligheidsgordel van de auto worden geïnstalleerd. Het gebruik van de FixPlus koppelstukken is een extra mechanisme in vergelijking met het gebruik van de veiligheidsgordels, om de stabiliteit van het autostoeltje te verbeteren. 1. Plaats het autostoeltje op de zitting en duw de rugleuning tegen die van de zitting (Fig. 12) LET OP! Controleer of de hoofdsteun van de zitting de hoofdsteun van het autostoeltje niet hindert: hij mag hem niet naar voren duwen (Fig. 6). Als dit toch gebeurt, verwijdert u de hoofdsteun van de autozitting. Denk eraan de hoofdsteun weer op de autozitting te plaatsen als het autostoeltje wordt verwijderd en de zitting door een passagier wordt gebruikt. 2. Trek aan de hendel (O) onder de afstelknop voor de schuine stand (H). (Fig. 13) 3. Terwijl u de hendel aangetrokken houdt, trekt u de vaste koppelstukken (P) volledig uit de achterkant van de rugleuning (Fig. 14). 4. Haak de twee vaste koppelstukken (P) aan de bijbehorende ISOFIX aanhechtingen op de autozitting, tussen de rugleuning en de zitting (Fig. 15). LET OP! Verzeker u ervan dat de bevestiging correct is gebeurd door te controleren of de twee tekens (l) de groene kleur weergeven (fig. 16). 5. Duw het autostoeltje resoluut tegen de rugleuning van de auto (Fig. 17), druk hierbij op de hendel (O) om u ervan te verzekeren dat de rugleuning van het autostoeltje maximaal op de autozitting aansluit. 6. Laat het kind in het autostoeltje plaatsnemen, met de rug goed tegen de rugleuning van het autostoeltje. Maak het kind correct vast met de veiligheidsgordels, volgens de handelingen 3-4-5-6-7, die in het vorige hoofdstuk (Het autostoeltje met veiligheidsgordels in de auto installeren en het kind erin zetten) worden toegelicht en let erop dat u alle noodzakelijke maatregelen neemt. De vaste FixPlus koppelstukken zijn ontwikkeld om het comfort en de stabiliteit van het autostoeltje te verbeteren. In geval van problemen bij gebruik met uw auto, kan het Oasys FixPlus autostoeltje zonder deze opties worden gebruikt.
Het kind uit het autostoeltje halen Maak de gesp van de autogordel los en begeleid de gordel terwijl hij wordt opgerold. Het autostoeltje uit de auto nemen LET OP! Haal het kind uit het autostoeltje, voordat u overgaat tot de loskoppeling ervan. 1. Maak de autogordel los. 2. Haal het diagonale gedeelte van de gordel uit de geleiding en begeleid hem tijdens het oprollen. Als het autostoeltje ook met de vaste koppelstukken is vastgezet, moeten ze uit de hiervoor bestemde klemmen worden gehaald: Trek de twee rode knoppen van het loskoppelsysteem van de vaste koppelstukken (R) naar u toe. Koppel de koppelstukken van de bijbehorende Isofix aanhechtingen op de autozitting (fig. 18), zodat de indicator helemaal rood is. Duw de vaste koppelstukken in de basis van het autostoeltje en laat ze er helemaal invallen (Fig. 19), terwijl u de hendel aangetrokken houdt (O). Installatie en verwijdering van de bekerhouder Het autostoeltje is uitgerust met 2 inzetstukken, één rechts en één links van de zitting om de bekerhouder naar eigen wens te kunnen installeren. Om de bekerhouder aan te brengen: Zet de bekerhouder in het hiervoor bestemde inzetstuk (Fig. 20) Duw de bekerhouder omlaag tot hij vastzit (Fig. 21) LET OP! Doe geen glazen houders of warme vloeistoffen in de bekerhouder. Ze kunnen het kind verwonden. Om de bekerhouder te verwijderen: Druk op het hendeltje aan de achterkant van de bekerhouder en til hem op, waardoor hij loskomt van de speciale inzetstukken (Fig. 22) De inzetstukken zijn uitgerust met een speciaal mechanisme, waardoor hij altijd horizontaal gehouden wordt. Om de bekerhouder op de gewenste stand te draaien: druk op het hendeltje aan de achterkant en draai de bekerhouder op de gewenste stand.
Afneembaarheid hoes rugleuning / zitting De bekleding van het autostoeltje kan geheel verwijderd en gewassen worden. Ze is met velcro en elastiek aan het frame bevestigd (Fig. 29) Til de rugleuning (C) helemaal omhoog en spreid de zijvleugels (N). Rugleuning 1. Begin aan het onderste gedeelte van de zijvleugels, maak de velcro’s los ( fig. 30) en haal de bekleding weg. 2. Ga verder met het middelste gedeelte van de rugleuning, van onder naar boven en haal ook het hele gedeelte van de hoofdsteun weg. Let op het elastiek aan de achterkant van de rugleuning, waarmee ze op haar plaats gehouden wordt. (fig.31) Zitting 1. Maak de velcro aan de achterkant van de zitting los (fig. 32). 2. Trek aan de stoffen bekleding zodat het elastiek gespannen wordt en maak het aan beide kanten van de geleiding van de buikgordel (F) los. (Fig. 33) 3. Terwijl u de twee elastieken vasthoudt, haalt u de stoffen bekleding aan beide kanten helemaal van de geleidingen van de buikgordels (F) (Fig. 34). 4. De middelste bescherming is met twee tandjes aan de rugleuning bevestigd. Trek de middelste bescherming omhoog om zo de tandjes van hun plaats te halen (fig. 35). 5. Haal de stoffen bekleding van de armleuningen. 6. Voltooi de verwijdering van de bekleding door de driehoekige plastic versteviging, die om de afstelknop voor de schuine stand (H) vastzit, omhoog te trekken (fig. 36A en 36B).
De hoogte van de rugleuning afstellen De hoogte van de rugleuning kan op 10 standen worden afgesteld om het autostoeltje zo goed mogelijk aan de lengte van het kind aan te passen. Zorg ervoor dat het hoofd van het kind goed gesteund is en de diagonale autogordel goed tegen zijn schouder aan zit. Tijdens het afstellen van de hoogte van de rugleuning, controleert u of de geleiding van de diagonale gordel (B) op de schouder op een maximumafstand van 2 cm is geplaatst (fig. 23). Afstellen: 1. Druk met één hand op de verstelhendel voor de hoogte van de rugleuning (L) aan de achterkant van de hoofdsteun (fig. 24) 2. Haal de rugleuning omhoog/omlaag om hem aan de hoogte van de schouders van het kind aan te passen (fig. 25) 3. Laat de hendel los en controleer of hij op de gewenste stand vastzit. De breedte van de rugleuning afstellen De breedte van de rugleuning kan worden afgesteld om het autostoeltje zo goed mogelijk aan het postuur van het kind aan te passen. Om de afstelling te verrichten, draait u aan het wieltje dat op de hoofdsteun zichtbaar is om de breedte van de rugleuning af te stellen (K): 1. Door hem tegen de klok in te draaien, wordt de rugleuning breder (fig. 26) en door hem met de klok mee te draaien, smaller (fig. 27). De schuine stand van de rugleuning/zitting afstellen Het autostoeltje kan schuin worden gezet met de afstelknop voor de schuine stand (H). De rugleuning/zitting van het autostoeltje kan op 4 standen worden versteld, zodat het kind op de voor hem comfortabelste stand kan reizen. Om de rugleuning schuin te zetten, pakt u de zitting aan de opening aan de voorkant (fig. 28) vast en trekt u hem naar u toe. Om het autostoeltje weer rechtop te zetten, drukt u op de afstelknop voor de schuine stand (H) en duwt u de zitting in de richting van de rugleuning van de autozitting. LET OP! Zet het stoeltje niet schuin tijdens het gebruik. Voordat u de rugleuning afstelt, moet u het kind uit het autostoeltje halen. Na het autostoeltje Oasys schuin of rechtop te hebben gezet, controleert u altijd of de driepuntsgordel van de auto goed gespannen is en maximaal 2 cm boven de schouder van het kind loopt (fig. 23). Verricht deze handelingen altijd bij stilstaande auto.
Om de hoes weer op het frame aan te brengen: Til de rugleuning helemaal omhoog en spreid de zijvleugels. Zitting Begin de bekleding op de zitting aan te brengen, door de handelingen van 6 tot 1 in omgekeerde volgorde te verrichten. Let er bijzonder goed op dat u de bekleding perfect op het frame laat aansluiten en passen, in het bijzonder ter hoogte van de twee geleidingen van de buikgordels (F), door beide elastieken eronder door te laten lopen. Rugleuning Begin met de hoofdsteun en zorg ervoor dat het elastiek en het stoffen deel in de bedekking aan de achterkant worden gedaan. Breng vervolgens de bekleding helemaal aan, door de handelingen 1 en 2 in omgekeerde volgorde te verrichten.
Het artikel opbergen Als het niet in de auto geïnstalleerd is, wordt aangeraden het autostoeltje op een droge plaats, uit de buurt van warmtebronnen en beschermd tegen stof, vocht en rechtstreeks zonlicht te bewaren.
Onderhoud en reiniging van de hoes Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door een volwassene worden verricht. De hoes reinigen De hoes van het autostoeltje kan geheel verwijderd en gewassen worden. Volg bij het wassen de instructies op het etiket van de hoes:
Het product afdanken Als de voorziene gebruiksgrens van het autostoeltje is bereikt, gebruikt u het niet meer en zet u het bij het afval. Uit respect voor het milieu scheidt u de verschillende soorten afval volgens wat door de geldende voorschriften in uw land is voorgeschreven.
Op 30°C in de wasmachine wassen Niet bleken Niet in de droger drogen Niet strijken Niet chemisch laten reinigen Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen. Centrifugeer de hoes niet en hang ze op zonder ze uit te wringen. De hoes mag uitsluitend worden vervangen met een door de fabrikant goedgekeurde reservehoes, aangezien ze integrerend deel uitmaakt van het autostoeltje en dus een veiligheidselement is. LET OP! Het autostoeltje mag nooit zonder hoes worden gebruikt, om de veiligheid van het kind niet op het spel te zetten. De plastic onderdelen reinigen Reinig de plastic delen uitsluitend met een doekje, bevochtigd met water of een neutraal schoonmaakmiddel. Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen. De bewegende delen van het autostoeltje mogen op geen enkele wijze worden gesmeerd. Controle of de onderdelen intact zijn Aangeraden wordt de volgende onderdelen regelmatig op beschadiging en slijtage te controleren: • hoes: controleer of de vulling niet uitpuilt of dat er geen delen loszitten. Controleer de staat van de naden die altijd intact moeten zijn. • plastic delen: controleer de slijtagestaat van alle plastic delen, die geen duidelijke beschadigingen of verkleuring mogen hebben. LET OP! Indien het autostoeltje beschadigd, vervormd of ernstig versleten mocht zijn, moet het worden vervangen: het kan de oorspronkelijke veiligheidskenmerken hebben verloren.
Notice-Facile