LL300 - Laserwaterpas TRIMBLE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LL300 TRIMBLE in PDF-formaat.
| Merk | TRIMBLE |
| Model | LL300 |
| Producttype | Laserniveau |
| Nivelleringsnauwkeurigheid | < ± 18 boogseconden (< ± 2,6 mm op 30 m) |
| Rotatie | 600 omw/min |
| Laserbereik | 400 m (diameter) |
| Lasertype | Rode diodelaser 635 nm, klasse 3R |
| Laservermogen | < 5 mW |
| Automatisch nivelleringsbereik | ± 8 % (ongeveer ±4,8°) |
| Nivelleringstijd | Ongeveer 30 seconden |
| Straaldiameter | 8 mm bij de uitgang van het apparaat |
| Voeding | 4 batterijen LR20 (type D) 1,5 V of NiCd/NiMH accu's |
| Levensduur (alkaline batterijen) | Ongeveer 90 uur in rotatiemodus |
| Levensduur (NiCd accu's) | Ongeveer 45 uur in rotatiemodus |
| Bedrijfstemperatuur | -20°C tot +50°C |
| Opslagtemperatuur | -20°C tot +70°C |
| Statiefdraad | 5/8" horizontaal en verticaal |
| Gewicht | 2,7 kg |
| Indicator voor lage batterij | Langzaam knipperen, daarna constant branden vóór uitschakeling |
| Garantie | 12 maanden |
| Reiniging | Glasoppervlakken: wattenstaafje; balg: zachte, vochtige doek |
| Veiligheidsmaatregelen | Niet in de laserstraal kijken, niet op ogen richten, klasse 3R |
| Belangrijkste functies | Automatisch nivelleren, handmatige modus, kanteling op één as, hoogtebepaling, verticale modus |
| Milieubescherming | Recycle het apparaat, de accessoires en de verpakking |
Veelgestelde vragen - LL300 TRIMBLE
Gebruikersvragen over LL300 TRIMBLE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LL300 - TRIMBLE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LL300 van het merk TRIMBLE.
GEBRUIKSAANWIJZING LL300 TRIMBLE
Batterijen / accu's gebruiken 41
Levensduur 41
Accu's opladen 42
INBEDRIJFSTELLING 42
Opbouw v.d. laser 42
Waterpasautomaat en slipbeveiliging 42
Handmatig instellen / éñas-hellingmodus 42
WERKVOORBEELDEN 43
Bepaling hoogte apparaat (HI) 43
Meterpeil /hoogtepunt overbrengen 43
Verticale modus 44
WATERPASNAUWKEURIGHEID 44
Nauwkeurigheidsinvloeden 44
Nauwkeurigheidscontrole 44
APPARAATBEVEILIGING 45
REINIGING EN ONDERHOUD 45
MILIEUBESCHERMING 45
GARANTIE 45
- De waarschuwingsbordjes op het apparaat Niet verwijderen!
- Dit product kommt overeen met de laserkklasse 3R (max. 5mW , 600..680 nm; DIN EN 60825-1:2001-11).
- Vanwege de gebundelde straal dient ook de lichtbaan op grotere afstand in acht te worden genomen en beveilig'd!
- Nooit in de laserstraal kijken of andere personen ermee in de ogen schijnen! Dit geldt ook op grotere afstanden van het apparaat!
- Het apparaat alotijd zodanig opstellen dat personen Niet op ooghoogte worden geraakt (attentie bij trappen en bij reflecties).
Beslist in ache t nemen
- Apparaat in het midden van het werkgebied opstellen.
- Voor afstanden vanaf 20 m zoveel möglichk vanaf statief werken
Regelmatig nauwkeurigheidscontrolesuitvoeren - Een stabel standpunkt is de basis voor veilig werken
- Glasoppervlakken op het apparaat en het afbuigprisma schoon honden
ONDERDELEN
Bedieningspaneeltoetsen
1 Aan-Uit-toets
2 Manuele toets
6 Infraroodontvanger voor afstandsbediening
7 Laserkopf
8 Groeven voor asuitlijning
9 Straaluittrede
10 Beweegbare rubberbalg
11 Handgreep
12 Batterijdeksel
13 Statiefaansluitingen
14 Rubbervoetjes
STROOMVOORZIENING
Wanner dat nog Niet in de fabiek is gebeurd, dienen vór de eerste inbedrijfstelling de (oplaadbare) batterijen (accu's) te worden aangebracht. Wanner u accu's gebruikt deze eerst opladen. Zie desbetreffend hoofdstuk.

De NiCd- en NiMH-batterijen können geringe hoeveelheden schadelijke stoffen bevatten.
Vergewis uervan, dat de batterijen voor de eerste inbedrijfstelling en na een vrij langeperiode Nietgebruikt te zich worden opgeladen.
Gebruik voor het opladen uitsluitend de voorgeschreven oplaadapparatuur overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant.
De batterij mag Niet worden geopend, door verbranding opgeruimd of kortgesloten. Daar bij bestaat gevaar voor lichamelijk letsel door ontvammen, exploderen, uitlopen of verhitten van de batterij.
Neem de desbetreffende voorschriften van de respectievelijke landen bij het afvoeren en opslaan van voor het milieu gevaarlijk afval in acht.
Batterijen buiten bereik van kinderen bewaren. Bij doorslikken geen braken bewerkstelligen.
Meteen een arts raadplegen.
Batterijen / accu's gebruiken
Deksel van het batterijenvakje afnemen door de centrale aflsuitinrichting 90^ te draaien. Batterijen / accu's zodanig is het batterijenvakplaatsen, dat het minuscontact op de spiraalveren van de batterijen ligt. Deksel aanbrengen en met centrale aflsuitinrichting vastzetten.

Bij gebruik van alkalibatterijen worden het opladen door een mechanische beveiliging verhinderd. Het opladen kan uitsluitend plaatsvinden m.b.v. het originele occupakket. Accu's van een ander merk dienen extern te worden opgeladen.
Gebruiksduur
Bij gebruik van alkalibatterijen (AlMn) (Mono LR 20) bedraagt de gebruiksduur ca. 90 h in de rotatiemodus.
NiCd-accu's makeen een gebruksduur van ca. 45h in de rotatiemodus möglichk.
Onderstaande factoren reduceren de werktijd:
- frequent bijstellen van de stand (wind, trillingen);
- extreme temperature;
-oudere accu's; frequent opladen van bijna volle accu's (memory-effect). - gebruik van batterijen met een verschillende laadstatus.

Batterijen / accu's alkijd compleet verrangen. Gebruik nooit batterijen / accu's met een verschillende capacititeit; zoveel möglichn nieuwe / opnieuw opgeladen batterijen / accu's van een fabrikant gebruiken.
Door langzaam knipperen van de batterij-indicator 5 wordt eerst aangegeven dat de batterijen moeten worden opgeladen resp. verrangen. Worden de batterijen / accu's verder ontladen, dan gaat de LED permanent branden, voordat het apparaat volledig wordenuitgeschakeld.
Accu's opladen
De meegeleverde netoplaadinrichting heeft ca. 10 eer nodig om lege accu's op te laden. Steek waarvoord de stekker van de oplaadinrichting in de laadbus van het apparatusat. Nieuwe resp. accu's die vrij langeijd Niet zich gebruikt, hebben pas na vijf oplaad- en ontlaadcylci hun volle vermogen.

Accu'suitsluitend opladen, wonneer de temperatuur van het apparaat zich:tussen 10^ en 40^ bevindt. Opladen bij hogere temperatuuren kuren de accu's beschadigen. Opladen bij lagere temperatenverlengt de oplaadtijd en redueert de capaciteit, hetgeen tot een gereduceerd vermogen en een kortelevensduur van de accu leidt.
INBEDRIJFSTELLLING
Opbouw v.d. laser
Positioneer het apparaat horizontally of verticaal op een stabiele ondergrond of d.m.v. de statiefaansluiting op een statief of wandklem op de juiste hoogte. Naargelang de positie bij het inschakelen herkent het apparaat het automatisch de horizontale of verticale modus.
Door op de Aan-Uit-toets 1 te drukken worden het apparaat ingeschakeld, verwijl alle LED's 3, 4, 5 3 sec. oplichten. Het waterpas stellen begint onmiddelijk. Voor het uitschakenen van het apparaat opnieuw de toets indrukken. Tijdens het waterpas stellen staat de rotor stil, die waterpasindicator 3 knippert ( 1× per.sec.). Het apparaat is waterpas gesteld, wonneer de laserstraal verschijnt en de waterpasindicator 3 Niet meer knippert. De waterpasindicator brandt dan 5 min. ononderbroken en gaat verrolgens opnieuw knipperen (om de 4 sec.), ten teken dat de laser automatisch werkt.
Wanner het apparaat meer dan 8 % scheef staat (automatisch waterpasstelbereik), knipperen laser en waterpasindicatoren in een freiestie van eenmaal per seconde. Het apparaat moet dan opnieuw worden gejusteerd.
Waterpasautomaat, slipbeveiliging
Na het inschakenen van het apparaat justeert het automatisch oneffenheden in zijn automatisch waterpasstelbereik van ca. 8% ( ± 0,8 ~m / 10 ~m ), waarbij de rotor nog stilstaat.
Na het waterpas stellen contrôleert de laser de positie. De slipbeveiliging worden elke keer, nadat voor de eerste keer waterpas is gesteld, ca. 5 min. na het waterpas stellen geactiveerd, wonneer de laser met 600min^-1 in de horizontale modus werkct.
Bij een positieverandering >30mm / 10 m activeert deze storing de zogen. slipbeveiliging om te verhinderen dat grotere kantelingen tot hoogteafwijkingen leiden. Hier stopt de rotor, de laserstraal worden uitgeschakeld, de manuele-/Hl-waarsch wings-LED 4 knippert (2x per sec.). Het apparaat uit- en opniewu inschakenen enervolgens de oerspronkelijke hoogte controlenr resp. opnieuw instellen.
Handmatig instellen / énéas-hellingmodus
Door eenmaal kort te drukken op de manuele toets aan de laser (2) van het automatisch waterpas stellen kan het apparaat met behulp van de afstandsbediening resp. de ontvanger-afstandsbedieningscombinatie aan de manuele modus worden omgeschakeld, hetgeen de rode LED 4 met een knipperfrequentie van eenmaal per seconde aangeeft. In deze modus kan de Y-as worden gekanteld door op de pijtjestoeten „Omhoog / Omaag" op het apparaat resp. van de afstandbediening te drukken en bovendien de X-as van de laser door op de pijtjestoeten „Rechts/Links" op de afstandsbediening te drukken.
Door opniew kort op de manuele toets bij de horizontale modus te drukken, worden het apparaat in de eénas-hellingmodus omgeschakeld, hetgeen worden aangegeven door het gelijktijdige knipperen van de groene en rode LED 3/4 in een freiagentie van eenmaal per seconde (in de verticale modus schakelt men van maneuel direct terug maar het automatische waterpas stellen). In deze modus kan de Y-as m.b.v. de pijtstoetsen "Omhoog / Omlaag" op het apparaat of op de afstandsbediening worden gekanteld, verwijl de X-as verder in de horizontale modus functioneert(z.B. bij de inbouw van hellende, verlaagde plafonds of opritten). Werkt het apparaat met 600min^-1 , dan is ook de slipbeveiligung actief, d.w.z. dat de apparaatopbouw verder worden gecontroleerd, hoewel de Y-as handmatig is gekanteld.
Door opnieuw kort op de manuele toets te drukken gaat het apparaat terug maar het automatisch waterpas stellen, hetgeen door de groene LED 3 worden weergegeven.
WERKVOORBEELDEN
Bepaling hoogte apparaat (HI)
De hoogte van het apparaat (HI) is de hoogte van de laserstraal. Deze worden berekend door het optellen van de maatlataflezing bij een hoogtemarkering of een bekende hoogte.
Opbouw van de laser en positionering van de meetlat met de ontvanger op een bekend hoogte- of referentiepaaltje (NN).
Ontvanger op de positie "Op Hoogte" van de laserstraal uutilijnen.
Optellen van de meetlataflezing bij de bekende NN-hoogte, om de laserhoogte te bepalen.
Voorbeeld:
NN-hoogte 30,55 m
Lataflezing = +1,32m
Laserhoogte 31,87 m
De laserhoogte als referentie voor alle andere hoogtemetingen gebruiken.

Meterpeil / hoogtepunt overbrengen
Het apparaat in de horizontale modus zodenig opstellen (bijv. d.m.v. slingerstatief), dat de laserstraal zich op de gewenste hoogte bevindt.
Dan het prisma of handmatig waar de gewenste locatie draaien of een van de rotatiemodi gebruiken.
Wanner zonder statief worden gewerkt, het apparaat op een stabiele ondergrond plaatsen en het hoogteverschil tussen laserstraal en gewenst hoogtepunt m.b.v. een meetlint opmeten. Na het draaien van het prisma maar de locatie het ervoor gemeten hoogteverschil aangeven.
Verticale modus
De laser, op een waterpas gesteld statief, zich allereerst in de horizontale modus waterpas lately stellen.
Met de manuele toets waar de manuele modus omschakelen en d.m.v. de verticale schroefdraadopname op het statief opbouwen.
Na de verticale opbouw van de laser kan door het verdraaien van de laser het verticale laserstraalvlak uitgelijnd worden op het midden van de ontvanger.
Om bij deze werkzaamheden offsetfouten te vermijden de ontvanger op onceveer bezelfde hoogte als de laser inzetten.
Met de „Omhoog/Omlaag“-pijtjestoetsen van de afstandsbediening kunt u een nauwkeurige uitlijninguitvoeren.
WATERPASNAUWKEURIGHEID
Nauwkeurigheidsinvloeden
De möglichke waterpasnauwkeurigheid worden door vele factoren beinvloed:
- de door de fabriek ingestelde nauwkeurigheid;
- de temperatuur van het apparaat;
- omgevingsinvloeden zoals regen, wind en temperatuur.
De grootste invloed op de meetnauwkeurigheid heeft de omgevingstemporatuur. Met name verticale temperaturverschillen (luchtlagen) in de buurt van de bodem doen zoals het trillen van de lucht boven warmer asfaltwegen de laserstraal afbuigen.

Dit geldt eveneens voor optische meetapparaten, zoals theodolieten of waterpasinstrumenten!
Nauwkeurigheidscontrole
Daarvoor is een vrij afstand van 20 m lengte:tussen twee muren nodig (A en B) en wordt een omslagmeting over beiden assen X en Y in de horizontale modus uitgevoerd (4 metingen).
Plaats de laser horizontal op een vlokke ondergrund of op een waterpas gesteld statief vlak bij een muur (A) enricht het laserpunt in de X-asrichting maar de dichtstbijzende muur (A). Na het waterpas stellen worden de hoogte (d.m.v. ontvanger) op de muur aangebracht. Dan het apparaat 180^ latentraaien, waterpas stellen en het midden van de straal op de andere muur (B) markeren.

Plaats het apparaat nu zich bij muur B. Richt de laserstraal van het waterpas gestelde apparaat in de X-asrichting van muur B, zodat de eerder gemarkeerde hoogte (vanuit de meting van muur A) exact gerealiseerd is. Draai het apparaat 180^ , het waterpas latent stellen en het midden van de straal op muur A markeren. Het verschil (h);tussen beiden hier gemarkeerde punten levert nu de werkelijkke apparatafijking op.

Wanner het apparaat bij de grens van de fabrieksnauwkeurigheid (± 1,0mm op 10m) ligt, bedraagt bij 20 +20 = 40m de maximale afwijking van de nulstand 4mm
Dit opdezelfde wijze voor de negatieve X-as en voor de positieve Y-as herhalen, zodate de hoogte over alle 4 richtingen op hetzelfde muurpunt werd gemeten.
APPARAATBEVEILIGING
Het apparaat Niet bloatstellen aan extreme temperaturen en temperatuurschommelingen ( nicht in de auto laten liggen).
Het apparaat is zeer stevig gebouwd. Desondanks dient men met meetapparatuur zorgvuldig om te gaan. Nadat het apparaat zwaar is belast,.altijd de waterpasnauwkeurigheid controleren voordat de werkzaamheden worden voortgezet.
Het apparaat kan zowel binnen als buiten worden gebruikt.
REINIGING EN ONDERHOUD
Verontreinigingen van de glasoppervlakken bij uittreedopening 9 hebben een zeer ongunstige invloed op de kwaliteit en de reikwijdte van de straal. Voor het reinigen wattenstaafjes gebruiken. Opletten dat geen pleasjes hinterblijven.
Met name rubberbalg 10 schoon honden. Verontreinigingen met een vochtige, zachte doek verwijdenen. Gebruik geen scherpe reinigings- en oplosmiddelen. Vochtig apparaat buiten latent drogen.
MILIEUBESCHERMING
Apparaat, accessoires en verpakking+zijn recyclebaar.
Deze handleiding is vervaardigd van chloorvrij recyclingpapier. Alle kunststoffen onderdelen zijn gekenmerkt om voor de recycling gezeschieren te worden aangeboden.
Verbruike batterijen / accu's Niet weglooien, Niet in vuur of water werpen, maar inleveren als KCA.
GARANTIE
Op material en fabricagefouten van het apparaat worden in overeenstemming met de wettelijk bepalingen 12 maanden garantie verleend.
Voor schade als gevolg van gebruik van een Niet gejusteerd apparaat stelt de fabrikant zich nicht aansprakelijk.
De garantie vervalt met het openen van het apparaat of het verwijderen van de typeplaatjes.
Reikwijdte1: (diameter)
Lasertype:
Laservermogen:
Bedrijfstemperatuur:
Opslagtemperatuur:
Statiefaansluitingen:
Gewicht:
Laagspanningsindicator:
Laagspanningsuitschakeling:
< ± 18 arc seconds, < ± 2,6 mm/30m
600 1/min.
400 m
rode diodelaser 635 mm
<5 mW, laserklasse 3R
typ. ± 8% (ca. ± 4,8^
typ. 30 sec.
LED knippert
ca. 8 mm bij het apparatusa
4 × 1,5 ~V monocellen type D (LR 20)
-20°C...+50°C
-20°C...+70°C
5/8" horizontal en vertical
2,7 kg
batterij-indicator knippert / brandt
het apparaat worden volledig uitgeschakeld
) bji 21^
2) bij optimale atmosferische omstandigheden
3) lungs de assen
OVEREENSTEMMINGSVERKLARING
Hiermee verklaren wij,
door zijn ontwerp en constructie alsmede door de door ons in omloop gebrachte uitvoering beantwoordt aan de normen
EN 61000-4-2, 1995; EN 55011, 1998; EN 61000-4-3, 2002
overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn