ROADSTER 3 - Kinderwagen HAUCK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ROADSTER 3 HAUCK in PDF-formaat.

Page 11
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HAUCK

Model : ROADSTER 3

Categorie : Kinderwagen

Download de handleiding voor uw Kinderwagen in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ROADSTER 3 - HAUCK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ROADSTER 3 van het merk HAUCK.

GEBRUIKSAANWIJZING ROADSTER 3 HAUCK

WAARSCHUWINGSINSTRUCTIES EN VERDERE PUNTEN Lees deze aanwijzingen voor gebruik zorgvuldig door en bewaar ze goed. Als u deze aanwijzingen niet volgt, kunt u de veiligheid van het kind in gevaar brengen. 1. Deze kinderwagen is geschikt voor één kind vanaf nul maanden tot een gewicht van 15 kg. De totale belasting van de kinderwagen mag niet meer dan 15 kg bedragen. 2. WAARSCHUWING: het kind nooit zonder toezicht achterlaten. 3. WAARSCHUWING: om verstikkingsgevaar te vermijden, bewaart u alle plasticverpakkingen buiten het bereik van kinderen. 4. WAARSCHUWING: controleer voor gebruik of alle vergrendelingen gesloten zijn. 5. WAARSCHUWING: gebruik een veiligheidsgordel zodra het kind zelfstandig kan zitten. 6. WAARSCHUWING: gebruik de stapgordel altijd in combinatie met de bekkengordel. 7. WAARSCHUWING: lasten die aan het handvat bevestigd zijn, beïnvloeden de standvastigheid van de kinderwagen. 8. WAARSCHUWING: gebruik altijd de handrem als u de kinderwagen parkeert. 9. WAARSCHUWING: houd er rekening mee dat het kind kleine delen kan inslikken waardoor het kan stikken. 10.WAARSCHUWING: het overladen, ondeskundig samenklappen en het gebruik van niet toegelaten toebehoren kan ertoe leiden dat de kinderwagen beschadigd raakt of stuk gaat. 11.WAARSCHUWING: het gebruik van toebehoren zoals kinderzitjes, haken, regenkappen enz. kan een veiligheidsrisico inhouden, tenzij het gaat om toebehoren die door de fabrikant of verkoper goedgekeurd zijn. 12.WAARSCHUWING: het gebruik van vervangonderdelen die niet door de fabrikant of verkoper meegeleverd of goedgekeurd werden, kan een veiligheidsrisico inhouden. 13.WAARSCHUWING: leg geen extra matrassen in de kinderwagen. 14.Gebruik uitsluitend originele toebehoren en originele vervangonderdelen van hauck. 15.Vermijd gevaarlijke manoeuvres die uw controle over het kind en de kinderwagen kunnen verminderen. 16.Waarschuwing: dit product is niet geschikt om mee te joggen of te skaten. 17.Rijd met de kinderwagen niet over roltrappen of trappen en wees voorzichtig als u een lift gebruikt en het kind in de kinderwagen zit. 18.Belaad de kinderwagen enkel op de daarvoor voorziene plaatsen en overschrijd het maximaal toegestane gewicht van 15 kg niet. 19.Deze kinderwagen biedt plaats voor één kind. 20.Vergewis u ervan dat de handen van het kind zich niet in de nabijheid van samenklapbare delen bevinden om te verhinderen dat ze gekneld raken als u de kinderwagen of afzonderlijke delen ervan op- of samenklapt of andere wijzigingen aanbrengt. 21.Het maximale laadgewicht voor de mand bedraagt 3 kg. DEZE KINDERWAGEN VOLDOET AAN DIN EN 1888:2003-06.

NL NL MONTAGE- EN GEBRUIKSAANWIJZING 1. OPSTELLEN (Afb. 1) Maak de transportveiligheid los. 2. OPENVOUWEN (Afb. 2) Vouw de kinderwagen open, tot de beide vergrendelingen aan de zijkanten correct vergrendeld zijn. 3. MONTEREN VAN DE ACHTERWIELEN (Afb. 3a-3c) 3a. Schuif de beide plastic bevestigingsinrichtingen van de achteras gelijktijdig op de achterste benen van het onderstel, tot deze op de achterste benen van het onderstel vergrendeld zijn. Zorg ervoor, dat de bevestigingsinrichtingen veilig aan de onderstelbenen vergrendeld zijn. 3b. Schuif de achteras met de wielen door de behuizing van de achterwielrem tot u met het ineensluiten met de metalen klem in de sleuf van de as een klikken hoort. Probeer de achteras uit het onderstel te trekken, om te vrijwaren, dat deze veilig vergrendeld is. Om een wiel van de achteras af te nemen, maakt u de vergrendeling los op de achteras en trekt u het wiel van de achteras af (3c). 4. MONTEREN VAN DE VOORWIELEN (Afb. 4a-4d) Om het voorwiel te monteren, spreidt u de remarmen door de schroef los te schroeven (4a). Steek het voorwiel in de wielophanging en overtuig u ervan, dat beide borgschijven in het gat boven de as zijn vergrendeld. Span het wiel in met behulp van de snelspanner (4b). Controleer de positie van het wiel. Om de rem in te stellen, stelt u de remarmen zo in, dat de remblokken de volledige remwerking kunnen ontwikkelen, wanneer u de handrem activeert. Steek de voorste schutplaat op de remvoering boven het voorwiel en breng de schutplaat zo aan, dat de 2 gaten direct bij de dwarse stang liggen (4c). Om de schutplaat af te nemen, handelt u in de omgekeerde volgorde. U kunt de rem ook nogmaals via de bovenste schroef van de remarmen instellen (4d). 5. REM (Afb. 5) Trap op de achterwielrem, om de achterwielen te blokkeren en probeert u als controle, de kinderwagen voorwaarts te duwen. Let op: Vergrendel steeds beide remmen, als u de kinderwagen parkeert. 6. INSTELLEN VAN DE RUGLEUNING (Afb. 6a-6b) De rugleuning wordt via het trekriempje en de bijbehorende gesp geregeld, die zich aan de achterzijde van de zetelbekleding bevinden. Zo kan de neiging van de rugleuning individueel worden ingesteld. Trek aan het trekriempje terwijl u de gesp vasthoudt en breng de rugleuning dan in zitpositie. Om de rugleuning in liggende positie te brengen, drukt u op de knop aan de gesp en trekt u de gesp daarbij naar onder. 7. INSTELLEN VAN DE VOETENSTEUN (Afb. 7) Druk op beide knoppen (links en rechts), om de voetensteun in de gewenste positie te brengen. 8. INSTELLEN VAN DE DUWSTANG (Afb. 8) Druk op beide knoppen (links en rechts) aan de duwstang, om de duwstang op de gewenste hoogte te brengen. 9. MONTEREN VAN D§E VOORSTE BEUGEL (Afb. 9a, 9b) Monteer de voorste beugel direct onder de sluitingsgrendel door de voorste beugel in de verankeringen te steken (9a). Van zodra u een klikken hoort, is de voorste beugel veilig in het onderstel vergrendeld. Probeer de voorste beugel uit het onderstel te trekken, om te vrijwaren, dat de beugel veilig vergrendeld is. Om de frontbeugel te verwijderen, drukt u op de knoppen daaronder en trekt u de beugel uit het onderstel (9b). 10. MONTEREN VAN DE KAP (Afb. 10) Schuif de plastic bevestigingselementen van de kap op de rails via de sluitingsgrendels aan beide zijden van de kinderwagen. 11. SAMENVOUWEN (Afb. 11): Zorg er steedss voor, dat de rugleuning zich in de liggende positie bevindt. Vouw de kap naar achteren. Trek de hendels voor de vergrendeling links en rechts voor de ontgrendeling gelijktijdig naar boven en druk dan de schuif naar voren, om de kinderwagen samen te vouwen. Vergrendel dan de transportveiligheid aan beide zijden van het onderstel. 12. CONTROLEREN VAN DE LUCHTDRUK IN DE BANDEN U kunt de banden met behulp van de meegeleverde luchtpomp oppompen. De bandendruk mag 2.0 bar (28PSI) niet overschrijden. 13. BEVEILIGING VAN HET KIND IN HET ZITJE (Afb. 12): Zet het kind in de zetel en beveilig het met de schoudergordels en de bekkengordel en sluit de gesp van de kruisgordel ( de gordel, die tussen de benen van het kind wordt doorgeleid). Stel de lengte van de gordel passend voor uw kind in. Overtuig er u steeds van, dat de gordelriempjes niet verdraaid of aan het onderstel van de kinderwagen vastgehaakt zijn. Controleer de correcte instelling, telkens wanneer u het kind in het zitje zet en wanneer de rugleuning in zittende positie is. Om de riempjes los te maken, drukt u op de gordelgesp en maakt u deze open. Aanpassing van het gordelsysteem: Schuif beide sluitingen (B) in de gordelgesp (A) en zorg ervoor, dat beide knoppen met een klik vergrendelen. Controleer, of beide schoudergordelriempjes (C) aan de sluitingen zijn bevestigd (B). Elk schouderriempje heeft een eigen instelinrichting, om de lengte individueel te kunnen instellen (D). Om het gordelsysteem los te maken, drukt

u op de knoppen. Voor de uitrusting van de kinderwagen met 5-punts-gordels zijn D-ringen voorhanden. De bevestigingsdelen (D-ringen) bevinden zich aan de bekkengordel. WAARSCHUWING: (U bent voor de veiligheid van uw kind verantwoordelijk.) Het kind dient steeds de gordels om te hebben en mag in geen geval zonder toezicht achterblijven. Het kind mag niet in de omgeving van beweegbare delen terechtkomen, terwijl u veranderingen aan de kinderwagen uitvoert. Deze kinderwagen dient regelmatig door de gebruiker te worden onderhouden. Let op: Om zware letsels door nalatige omgang met de kinderwagen te vermijden, dient u de gordel steeds deskundig te gebruiken. Gebruik het gordelsysteem nooit zonder schoudergordels. OPTIONELE SPECIALE UITRUSTING – REISSYSTEEM MET DUBBELE FUNCTIE 8VOOR HET INKOPEN EN VOOR ONDERWEG MET DE AUTO): Deze kinderwagen kan zo worden ingesteld, dat de autokinderzetel van hauck Zero Plus® daarop kan worden aangebracht. Gelieve de volgende stappen uit te voeren om de autokinderzetel op de kinderwagen aan te brengen,: A. Klap de bevestigingshaken, die zich aan beide zijden op de armleuningen bevinden, naar boven (afbeelding A). B. Ontgrendel de rugleuning van de kinderwagen en breng de leuning in de onderste liggende positie. Zet de autozetel Zero Plus® op de voorste beugel van de kinderwagen (afbeelding B). C. Druk de autokinderzetel Zero Plus® naar onder, tot u op de linker en rechterzijde een klik hoort (afbeeldingen C1, C2). Trek de autokinderzetel voorzichtig naar boven, om te controleren, dat de zetel veilig is vergrendeld. D. Om de autokinderzetel te verwijderen, moet u de bevestigingshaken ontgrendelen. Druk daarvoor de linker en rechter hendel, die zich aan de onderzijde van de autokinderzetel bevinden, naar boven (afbeelding D1). Neem de autokinderzetel dan langs boven weg (afbeelding D2), vouw de bevestigingshaken naar onder en druk deze dan weer terug in de armleuningen (afbeelding D3). VERZORGING EN ONDERHOUD ALGEMEEN Controleer regelmatig de werking van de kinderwagen. Vergewis u ervan dat het gestel stabiel is en de schroeven goed vastzitten, de vergrendelingen veilig gesloten zijn, de wielen veilig gemonteerd zijn en de remmen goed werken. Controleer af en toe de bekleding om zeker te stellen dat alle naden nog intact zijn en controleer de toestand van de plasticonderdelen. Kapotte of versleten vervangonderdelen moeten onmiddellijk vervangen worden. Ga op dezelfde manier te werk met gebroken, gescheurde, defecte of versleten onderdelen. Gebruik uitsluitend originele vervangonderdelen van hauck. Stel de kinderwagen niet bloot aan fel zonlicht omdat dit de kwaliteit van de stoffen bekleding en plasticonderdelen kan verminderen. REINIGEN VAN DE BEKLEDING Neem de bekleding van het gestel door de lussen, stiften of schroeven te lossen. Lees voor de reiniging de aanwijzingen op het etiket aan de binnenkant. Om de bekleding voorzichtig te reinigen, wrijft u er gelijkmatig over met een vochtige doek. Als de bekleding geen plastic, houten of metalen delen bevat, kan ze in de wasmachine op 30 °C en bij een middelmatig toerental gewassen worden. De bekleding moet in de buitenlucht gedroogd worden, maar mag niet blootgesteld worden aan fel zonlicht. Droog de bekleding niet in de droogautomaat omdat ze kan krimpen. Trek de bekleding pas terug over het gestel als ze volledig droog is. REINIGEN VAN HET GESTEL Wrijf de kinderwagen na de reiniging of na het gebruik bij regen of sneeuw met een zachte doek droog. Gebruik enkel een milde zeepoplossing of lauwwarm water om het gestel van de kinderwagen te reinigen. Plasticonderdelen kunnen met milde wasmiddelen gereinigd worden. ONDERHOUD VAN DE WIELEN De wielen moeten regelmatig gereinigd en onderhouden worden. Als bescherming tegen roest en andere resten moet u de velgen indien nodig met een roestwerend middel en een smeermiddel behandelen. Zorg ervoor dat resten van strooizout na gebruik van de kinderwagen in de winter onmiddellijk met warm water en een vochtige doek verwijderd worden. Verwijder regelmatig het vuil van de wielen en wielassen.