METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY - Externe flitser

MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY - Externe flitser METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY METZ in PDF-formaat.

📄 176 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY - page 57
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Extern flitser voor Sony camera's (digitale spiegelreflex en analoge Konica-Minolta Dynax/Dimage)
Merk METZ
Model MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY
Afmetingen (H × B × D) 71 × 148 × 99 mm
Gewicht (met batterijen/accu's) Ongeveer 355 g
Voeding 4 batterijen of accu's type AA (LR6/HR6/KR6) of optioneel Power Pack P76
Maximaal richtgetal (ISO 100, zoom 105 mm) 58 (meter) / 192 (voet)
Flitsfunctiemodi Standaard TTL, TTL voorflits, ADI, automatisch A, handmatig M, stroboscoop, HSS, remote slave
Gemotoriseerde zoom (hoofdreflector) 24 - 28 - 35 - 50 - 70 - 85 - 105 mm (24×36); groothoekdiffusor voor 18 mm
Koporiëntatie Verticaal: -7° tot 90° (standen 45°, 60°, 75°, 90°); Horizontaal: 180° (links en rechts in stappen)
Recyclagetijd (vol vermogen) Ongeveer 5 s met NiMH accu's; ongeveer 2,5 s met Power Pack P76
Autonomie (vol vermogen) Ongeveer 180 flitsen met NiMH 1600 mAh accu's; ongeveer 430 flitsen met Power Pack P76
Synchronisatie Eerste en tweede gordijn, hoge snelheid synchronisatie (HSS), langzame synchronisatie (SLOW)
Flitsbelichtingscompensatie Van -3 tot +3 LW (EV) in stappen van 1/3 (in A-modus)
Handmatig partieel vermogen Van 1/1 tot 1/256 (in M- en stroboscoopmodus)
Speciale functies Geluidssignaal, bracketing (FB), instelbare sluimerstand, pilotlicht, toetsenblokkering, uitgebreide zoom, secundaire reflector, omschakeling m/voet
AF-hulplicht Multi-zone, bereik ca. 0,7 - 9 m (afhankelijk van lens en sensor)
Firmware-update Via USB-aansluiting (zie Metz website)
Onderhoud en reiniging Zachte, droge of siliconendoek; geen schoonmaakmiddel
Veiligheid Niet gebruiken in de buurt van gas/vlammen; flits niet in de ogen richten; niet demonteren (hoge spanning)
Reserveonderdelen / repareerbaarheid Geen door de gebruiker te repareren onderdelen; neem contact op met de verkoper of servicecentrum
Optionele accessoires Mecabounce 58-90, reflectiescherm 58-23, Power Pack P76 + kabel V58-50

Veelgestelde vragen - MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY METZ

Hoe monteer ik de flitser op de camera?
Zet de camera en flitser uit. Draai de kartelmoer ⑫ tot de aanslag tegen de flitser. Plaats de flitserschoen in de accessoireschoen van de camera. Draai de kartelmoer ⑫ tot de aanslag tegen de behuizing om de flitser te vergrendelen.
Welke typen batterijen/accu's worden aanbevolen?
De flitser werkt met 4 batterijen/accu's type AA: alkaline (LR6), lithium (FR6), NiCd (KR6) of NiMH (HR6). NiMH-accu's bieden een goede balans tussen autonomie en recyclagetijd. Verwijder de batterijen als de flitser langere tijd niet wordt gebruikt.
Hoe activeer ik de draadloze afstandsbedieningsmodus?
Twee methoden: 1) Monteer de flitser op de camera, klap de ingebouwde flitser omhoog, zet de camera in draadloze modus (WL) en druk de ontspanknop half in. 2) Verwijder de flitser, ga naar menu Select > Remote, activeer Remote Slave en zet de camera in WL-modus. Zorg ervoor dat de kanalen overeenkomen.
Hoe stel ik handmatig de zoom van de reflector in?
Druk meerdere keren op de «Para»-toets tot «Zoom» wordt weergegeven. Gebruik de + of - toetsen om een positie te kiezen (24, 28, 35, 50, 70, 85, 105 mm). «MZoom» verschijnt. Om terug te keren naar automatische zoom, druk de ontspanknop half in.
Wat moet ik doen als het scherm « TILT » weergeeft?
Dit bericht geeft aan dat de hoofdreflector naar beneden is gericht (voor macrofotografie). Zet hem terug in de normale positie voor standaard gebruik.
Hoe verminder ik het rode-ogen-effect met deze flitser?
De externe flitser ondersteunt de rode-ogen-reductiefunctie niet. Gebruik de ingebouwde flitser van de camera voor deze functie, omdat deze alleen daarmee actief is.
Wat is het maximale bereik in HSS-modus?
Bij hoge snelheid synchronisatie (HSS) wordt het richtgetal verminderd. Het bereik hangt af van de sluitertijd: hoe sneller de sluitertijd, hoe kleiner het richtgetal. Raadpleeg de bereikweergave op het flitserscherm voor elke instelling.
Hoe reset ik de flitser naar de fabrieksinstellingen?
Druk op de «Mode»-toets en houd deze ongeveer 3 seconden ingedrukt. «Reset» verschijnt, waarna het scherm terugkeert naar de oorspronkelijke instellingen. Firmware-updates worden niet gewist.
Wat betekent het knipperende batterijsymbool op het scherm?
Als een Power Pack P76 is aangesloten, geeft dit symbool aan dat er nog batterijen in het compartiment zitten: verwijder ze. Anders geeft het een lage batterij aan; vervang de batterijen/accu's door een nieuw set.
Hoe reinig en onderhoud ik de flitser?
Gebruik een zachte, droge of siliconendoek om stof en vuil te verwijderen. Gebruik geen schoonmaakmiddel. Als de flitser lange tijd inactief blijft, zet hem dan elke 3 maanden 10 minuten aan om de condensator te vormen.

Gebruikersvragen over MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY METZ

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Externe flitser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY van het merk METZ.

GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY METZ

1 Veiligheidsinstructies ....57

2 Dedicated flitsfuncties .....58

3 Flitser gereedmaken ....58

3.1 Het aanbrengen van de flitser .58

3.2 Voeding .....58

3.3 In- en uitschakelen van de flitser .....59

3.4 Power-pack P76 (optioneel accessoire) .....59

3.5 Automatische uitschakeling / Auto - OFF .....59

4 Displayverlichting .....60

5 Flitsfuncties (menu 'Mode') .....60

5.1 Het instellen van de flitsfuncties ....60

5.2 TTL-functies . 60

5.3 Automatische 📌-invulflitsregeling .....61

5.4 Automatisch flitsenfunctie .....62

5.5 Automatisch invulflitsfunctie .....62

5.6 Flitsen met manual-instellingen .....62

5.7 Stroboscopisch flitsen .62

6 Flitsparameters (menu 'Parameter') .....63

6.1 Het instellen van de flitsparameters .....64

6.2 Stand van de hoofdreflector (Zoom) .....64

6.3 Correcties op de flitsbelichting (EV) 64

6.4 Met de hand in te stellen deelvermogen (P) .....65

7 Extra functies (menu 'Select') .....65

7.1 Het instellen van extra functies .....65

7.2 Beep-functie (Beep) 66

7.3 Flitsbelichtingstrapje (FB) 66

7.4 Extended-zoomfunctie (Zoom Ext) .....67

7.5 Remote-slaaffunctie (Remote) .....67

7.6 Schakelen tussen meter en feet (m / ft) .....69

7.7 Hulpreflector .....70

7.8 Instellicht (ML) 'Modelling Light' .....70

7.9 Automatische uitschakeling (Standby) .....71

7.10 Vergrendeling van de toetsen (KeyLock) .....71

8 Motorisch gestuurde zoomreflector .....72

9 Hoofdreflector adapter ....72

10 Flitstechnieken ....72

10.1 Indirect flitsen .....72

10.2 Indirect flitsen met de reflecterende kaart .....73

10.3 Indirect flitsen met de hulpreflector .....73

10.4 Dichtbijopnamen / macro-opnamen .....73

10.5 Met de hand in te stellen correcties op de flitsbelichting .....73

11 Aanduiding van flitsparaatheid ....74

12 Automatisch instellen van de flitssynchronisatietijd .....74

13 Aanduiding van de belichtingscontrole .....74

14 Aanduiding van de flitsreikwijdte ....74

15 Flitssynchronisatie ....75

15.1 Normale synchronisatie .75

15.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (2nd curtain, SLOW2) 75

15.3 Synchronisatie met lange belichtingstijden / SLOW .....75

15.4 HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden .....75

15.5 Flits vooraf tegen het 'rode ogen-effect' .76

16 Meerzone AF-meetflits .....76

17 Ontsteeksturing (Auto-Flash) .....76

18 Onderhoud en verzorging ....77

18.1 Het updaten van de firmware .....77

18.2 Reset 77

18.3 Formeren van de flitscondensator .....77

19 Troubleshooting ....77

21 Bijzondere toebehoren ....81

Tabel 3: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1) .....159

Tabel 4: Flitsduur en deelvermogensstappen .....160

Tabel 5: Belichtingstijden bij de stroboscoopfunctie .....161

Tabel 6: Flitsvolgtijden en aantallen flitsen bij de verschillende voedingstypes162

Tabel 7: Max. Richtgetallen bij de HSS functie .....162

Voorwoord

Hartelijk dank voor uw beslissing om een product van Metz aan te schaffen. Wij verheugen ons, u als klant te mogen begroeten.

Natuurlijk kunt u nauwelijks wachten, de flitser in gebruik te nemen. Het loont echter de moeite deze gebruiksaanwijzing door te lezen, want alleen dan leert u om zonder problemen met het apparaat om te gaan

Deze flitser is geschikt voor:

- Digitale Sony spiegelreflexcamera's met TTL-, TTL-flits vooraf en ADI-meting. Analoge en digitale Konica-Minolta Dynax / Dimage camera's.

Voor camera's van andere fabrikanten is deze flitser niet geschikt! Sla s.v.p. ook de bladzijde met afbeeldingen aan het eind van de gebruik-ks-aanwijzing open.

1 Veiligheidsinstructies

  • De flitser is uitsluitend bedoeld en toegelaten voor gebruik bij fotografie!
  • In de omgeving van ontvlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmiddelen enz.) mag de flitser absoluut niet worden ontstoken! GEVAAR VOOR EXPLOSIE!
  • Fotografeer nooit bestuurders van auto's, bussen, treinen, fietsers of motorrijders tijdens de rit met een flitser. Door verblinding zouden ze een ongeluk kunnen veroorzaken!
  • Ontsteek nooit een flits in de nabijheid van de ogen! Een flits vlak voor de ogen van personen en dieren kan beschadiging van het netvlies veroorzaken en aanleiding zijn tot zware storingen in het kijken, tot blindheid aan toe!
  • Gebruik alleen de in de gebruiksaanwijzing opgevoerde en toegelaten stroombronnen!
  • Stel batterijen / accu's niet bloot aan overmatige warmte van bijvoorbeeld zonneschijn, vuur of dergelijke!
  • Gooi verbruikte batterijen / accu's niet in vuur!

  • Uit verbruikte batterijen kan loog lekken, wat beschadiging van de contactpunten tot gevolg heeft. Haal daarom verbruikte batterijen altijd uit het apparaat.

  • Batterijen kunnen niet worden opgeladen.
  • Stel de flitser en het laadapparaat niet bloot aan drup- of spatwater (bijv. regen)!
  • Bescherm uw flitser tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar de flitser niet in het handschoenvak van de auto!
  • Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen materiaal dat geen licht doorlaat direct op of vlak voor het venster van de reflector bevinden. Het venster van de reflector mag niet vuil zijn. Als u hierop niet let zou, door de hoge energie van de het flitslicht, dat materiaal of het venster van de reflector kunnen verbranden.
  • Raak het venster van de reflector niet aan als u een serie van meerdere flitsen achterelkaar ontstoken heeft. Gevaar voor verbranding!
  • Neem de flitser niet uit elkaar! HOOGSPANNING! In het interieur van het apparaat bevinden zich geen componenten die door een leek gerepareerd zouden kunnen worden.
  • Bij serieflitsen met vol vermogen en de korte flitsvolgtijden zoals die bij gebruik van NiCd-accu's optreden, moet u er op letten dat er telkens na 15 flitsen een pauze van minstens 10 minuten ingelast wordt! Daarmee vermijdt u overbelasting van het apparaat.
  • Bij serieflitsopnamen met vol vermogen en korte flitsvolgtijden wordt de groothoekdiffusor bij zoomstanden van 35 mm en minder, flink heet. De flitser beschermt zich tegen oververhitting door de flitsvolgtijden automatisch langer te maken.
  • De flitser mag alleen samen met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt als deze volledig uitgeklapt kan worden!
  • Bij snelle wisseling van temperaturen kan vocht op het apparaat neerslaan. Laat de flitser vóór gebruik acclimatiseren!
  • Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!

2 Dedicated flitsfuncties

Dedicated flitsfuncties zijn speciaal op het camerasysteem ingestelde flitsfuncties. Afhankelijk van het type camera worden daarbij verschillende flitsfuncties ondersteund.

  • Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker van de camera
  • Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd
  • TTL-flitsfunctie (standaard-TTL zonder meetflits vooraf)
  • ADI-meting en TTL met flits vooraf
  • Automatische invulflitsstiring
  • Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting
  • Synchronisatie bij het open- of dichtgaan va de sluiter (REAR)
  • Automatische HSS-synchronisatie bij TTL en M
  • Automatische sturing van de motorische zoomreflector
  • Extended-zoomfunctie
  • Sturing van de AF-meetflits
  • Automatische aanduiding van de flitsreikwijdte
  • Ontsteeksturing (AUTO-FLASH)
  • Draadloze Remote-Slave-flitsfunctie
  • Wake-Up-functie voor de flitser
  • Het updaten van de firmware

In het kader van deze gebruiksaanwijzing is het niet mogelijk, alle camera-modellen met hun individuele flitsfuncties gedetailleerd te beschrijven. Zie daarvoor de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uw camera met betrekking tot de mogelijke flitsfuncties, welke flitsfuncties door uw camera worden ondersteund, c.q. op de camera zelf moeten worden ingesteld!

3 Flitser gereedmaken

3.1 Het aanbrengen van de flitser

Flitser op de camera monteren

Camera en flitser vóór het aanbrengen of afnemen uitschakelen.

  • De gekartelde moer ⑫ tot de aanslag tegen de flitser draaien.
  • Flitser met de aansluitvoet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera schuiven.
  • De gekartelde moer ⑫ tot de aanslag tegen het camerahuis draaien en de flitser vastklemmen.

Flitser van de camera afnemen

Camera en flitser vóór het aanbrengen of afnemen uitschakelen.

  • De gekartelde moer ⑥ tot de aanslag tegen het huis van de flitser draaien.
  • Flitser uit de accessoireschoen schuiven.

3.2 Voeding

De flitser kan naar keuze worden gevoed uit:

  • 4 NiCd-accu's, 1,2 V, type IEC KR6 (AA / Penlight), deze bieden zeer korte flitsvolgtijden en zijn spaarzaam in het gebruik omdat ze herlaadbaar zijn.
  • 4 Nikkel-metaal-hydride accu's 1,2 V, type IEC HR6 (AA / Penlight) deze hebben een duidelijk hogere capaciteit dan de NiCd-accu en zijn minder bezwaarlijk voor het milieu omdat ze geen cadmium bevatten.
  • 4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigde eisen aan de prestatie.
  • 4 Lithiumbatterijen 1,5 V, type IEC FR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding met hoge capaciteit en geringe zelfontlading.
  • Power-Pack P76 met verbindingskabel V58-50 (optioneel accessoire).

Als u denkt, de flitser gedurende een langere tijd niet te gebruiken, haal de batterijen er dan s.v.p. uit.

Batterijen verwisselen

De accu's / batterijen zijn leeg, c.q. verbruikt. Als de flitsvolgtijd (tijd tussen het ontsteken van een flits met vol vermogen, bijv. bij 'M' tot het opnieuw oplichten van de aanduiding van flitsparaatheid 16 meer dan 60 seconden duurt

  • Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar ⑮ uit.
  • Schuif het deksel van het batterijvak ⑧ naar beneden en klap het open.
  • Leg de batterijen in de lengterichting, overeenkomstig de aangegeven batterij-symbolen in en sluit het deksel van het batterijvak ⑧.

Let bij het inzetten van de batterijen, c.q. accu's op de juiste polariteit, overeenkomstig de symbolen in het batterijvak. Verkeerd ingezette batterijen kunnen het apparaat vernielen! Vervang altijd alle batterijen tegelijk en door dezelfde batterijen van één type fabrikant, met gelijke capaciteit! Verbruikte batterijen horen niet in het huisvuil! Lever uw bijdrage aan bescherming van het milieu en lever ze in bij de daarvoor bestemde verzamelplaatsen!

3.3 In- en uitschakelen van de flitser

De flitser moet via zijn hoofdschakelaar ⑮ ingeschakeld worden. In de stand 'ON' is de flitser ingeschakeld.

Schuif de hoofdschakelaar ⑮ naar de linker positie (AUS, c.q. OFF) om de flitser uit te schakelen.

Als u denkt, de flitser gedurende langere tijd niet te gebruiken, dan bevelen wij aan: de flitser via zijn hoofdschakelaar ⑮ uit te schakelen en de voeding (batterijen, c.q. accu's) er uit te halen.

3.4 Power-pack P76 (optioneel accessoire)

Als het aantal flitsen en de flitsvolgtijden voor uw toepassing niet voldoen, kan de flitser door een Power-Pack P76 (optioneel accessoire) van energie worden voorzien. Het Power-Pack P76 wordt met de verbindingskabel V58–50 (optioneel accessoire) via de aansluiting ④ aan de flitser aangesloten. Daarbij hoeven er in de flitser geen batterijen / accu's ingelegd te zijn.

Ingelegde batterijen / accu's mogen niet in de flitser blijven.

Voor het aansluiten van het Power-Pack P76, c.q. de verbindingskabel V58–50 (optioneel accessoire) moet de hoofdschakelaar 15 van de flitser in de linker positie (AUS, c.q. OFF) worden geschoven.

De flitser moet dan met de hoofdschakelaar van het Power-Pack P76 in-, c.q. uitgeschakeld worden (zie de gebruiksaanwijzing van het Power-Pack P76).

Om de flitser bij het gebruik van het Power-Pack tegen thermische overbelasting te beschermen wordt bij extreme belasting de flitsvolgtijd door een bewakingsschakeling overeenkomstig verlengd! Voor het aansluiten en afnemen van de verbindingskabel, c.q. het Power-Pack de flitser en het Power-Pack uitschakelen!

3.5 Automatische uitschakeling / Auto - OFF

In de fabriek wordt de flitser zo ingesteld, dat hij ong. 10 minuten –

  • na het inschakelen;
  • na het ontsteken van een flits;
  • na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
  • na het uitschakelen van het belichtingsmeetsysteem van de camera ...

... naar de stand-by-functie (Auto-OFF) omschakelt om energie te sparen en de voeding tegen onbedoeld ontladen te beschermen. De aanduiding van de flitsparaatheid 16 en de aanduidingen in het LC-display verdwijnen.

De geactiveerde automatische uitschakeling van het apparaat wordt door het symbool ⏻ in het display aangegeven.

De het laatst ingestelde flitsfunctie blijft na het automatisch uitschakelen behouden en staat na het inschakelen onmiddellijk weer ter beschikking. De flitser wordt door op een willekeurige toets te drukken, c.q. door het aantippen van de ontspanknop op de camera (Wake-Up-functie) weer ingeschakeld.

Als u de flitser langere tijd niet gaat gebruiken, schakel hem dan in principe altijd via zijn hoofdschakelaar ⑮ uit!

Indien noodzakelijk kan de automatische uitschakeling reeds na 1 minuut plaatsvinden of worden gedeactiveerd (zie 7.9).

4 Displayverlichting

Bij elke druk op de betreffende toets wordt gedurende ong. 10 seconden de verlichting van het LC-display van de flitser geactiveerd. Bij het ontsteken van een flits door de camera of via de handontspanknop ♦ ⑯ op de flitser wordt de displayverlichting uitgeschakeld.

5 Flitsfuncties (menu 'Mode')

Afhankelijk van het type camera staan verschillende TTL-flitsfuncties (standaard-TTL zonder flits vooraf, TTL met flits vooraf, ADI-flitsregeling), automatisch A, manual M, en stroboscoop ter beschikking. Voor het instellen van de flits-functie moet er daarom vooraf een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaatsvinden, bijv. door het even aantippen van de ontspanknop op de camera.

Afhankelijk van het type camera worden extra flitsfuncties ondersteund. Deze flitsfuncties kunnen na een oberdracht van gegevens met de camera in het 'Mode' menu geselecteerd, c.q. geactiveerd worden. Het systeem bepaalt, dat bij enkele typen camera's, afhankelijk van de erop ingestelde camerafunctie alleen de functie TTL wordt ondersteund. Andere flitsregelingen (Automatisch flitsen A, Manual M, enz.) zijn dan niet in te stellen, c.q. te activeren!

5.1 Het instellen van de flitsfuncties

- Druk zo vak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' wordt aangegeven. De volgende functies staan ter beschikking:

tta standard-TTL zonder flits vooraf, TTL met flits vooraf en ADI.

HSS TTL - flitsfunctie met synchronisatie op korte belichtingstijden HSS

A Automatisch-flitsenfunctie M Met de hand in te stellen flitsfunctie

MHSS Flitsen met manual-instellingen en synchronisatie ook bij korte belichtingstijden

Stroboscoop-flitsfunctie

  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste flitsfunctie (TTL, Automatisch flitsen A, manual M enz.) instellen. De instelling reedt onmiddellijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' ↩ . Het display schakelt naar de normale weergave terug. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch naar de normale weergave terug.

De flitsparameters voor ISO, diafragmawaarde en brandpuntsafstand van het objectief, c.q. de stand van de zoomreflector worden automatisch ingesteld, als de camera de betreffende gegevens naar de flitser doorgeeft.

De aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser vindt naar aanleiding van de door de camera naar de flitser gestuurde flitsparameters plaats.

Als de camera een of meer flitsparameters niet doorgeeft, moeten deze met de hand op de flitser worden ingesteld (zie 6).

5.2 TTL-functies

In de TTL-flitsfuncties komt u op eenvoudige wijze tot zeer goede flitsopnamen. In deze flitsfuncties wordt de belichtingsmeting door een sensor in de camera uitgevoerd. Deze meet het door het onderwerp gereflecteerde licht door het objectief heen (TTL = 'Trough The Lens'). De camera berekent daarbij automatisch het vereiste flitsvermogen voor een correcte belichting van de opname. Het voordeel van de TTL-flitsfunctie liegt hierin, dat alle factoren die de belichting kunnen beïnvloeden (opnamefilters, veranderingen van diafragma- en brandpuntsafstand bij zoomobjectieven, verlenging van de uittrek bij dichtbijopnamen enz.) automatisch bij het regelen van het flitslicht in acht worden genomen.

Na een correct belichte opname verschijnt gedurende ong. 3 sec. de aanduiding van de belichtingscontrole ④ 'o.k.' (zie 4.2).

De flitser ondersteunt automatisch de op de camera ingestelde TTL flitsfunctie. Er verschijnt geen aparte aanduiding voor die ingestelde flitsfunctie!

Let er op, of er voor uw camera beperkingen gelden ten aanzien van de ISO-waarden voor de TTL-flitsfunctie (bijv. ISO 64 tot ISO 1000; zie de gebruiksaanwijzing van de camera)! Voor het testen van de TTL-functie moet er zich bij analoge camera's een film in de camera bevinden!

TTL met flits vooraf en ADI-meting

De TTL met flits vooraf en de ADI-meting zijn digitale TTL-flitsfuncties en nieuwe ontwikkelingen van de TTL-flitsfuncties van analoge camera's. Bij de opname wordt dan, voor de eigenlijke belichting, een nagenoeg onzichtbare meetflits door de flitser afgegeven. Het door het onderwerp gereflecteerde licht wordt door de camera geëvalueerd. Overeenkomstig deze evaluatie wordt de eerstvolgende flitsbelichting door de camera aan de opnamesituatie aangepast (zie voor details de gebruiksaanwijzing van uw camera). Bij de ADI-meting worden bovendien gegevens betreffende de afstandsinstelling van het objectief bij het flitsen meegerekend. De keuze, c.q. instelling van de flitsfuncties TTL met flits vooraf of ADI-meting moet op de camera zelf plaatsvinden (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

Op de flitser moet de flitsfunctie TTL worden ingesteld.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' wordt aangegeven.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de flitsfunctie in. De geselecteerde flitsfunctie wordt daarbij tegen een balkje geplaatst. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' ↩ . Het display schakelt naar de normale weergave terug. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch naar de normale weergave terug.

Bij een correct belichte opname licht de aanduiding van de flitscontrole "o.k." ⑭ gedurende 3 seconden op (zie 13).

TTL-flitsfunctie

Deze analoge TTL-flitsfunctie wordt door alle analoge camera's ondersteund. Het is de normale TTL-flitsregeling (TTL-flitsfunctie zonder meetflits vooraf).

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' wordt aangegeven.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de flitsfunctie TIL in. De geselecteerde flitsfunctie wordt daarbij tegen een balkje geplaatst. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' ➔. Het display schakelt naar de normale weergave terug. Als u niet op de toets 'Return' ➔ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch naar de normale weergave terug.

Bij de meeste camera's wordt bij geprogrammeerd, automatisch flitsen P en bij de onderwerpsprogramma's bij daglicht, de automatische invulflitsregeling geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera).

Met de invulflits kunt u lastige schaduwen wegwerken en bij tegenlicht een uitgebalanceerde verlichting tussen onderwerp en achtergrond bereiken. Een computergestuurd meetsysteem in de camera zorgt voor de meest geschikte combinatie van belichtingstijd, werkdiafragma en flitstijd.

Let er op, dat de bron van het tegenlicht niet rechtstreeks in het objectief schijnt. Het meetsysteem van de camera zou daardoor in de war kunnen raken!

Voor de automatische TTL-invulflitsregeling behoeft niets te worden ingesteld en er vindt in die gevallen ook geen aanduiding van plaats.

5.4 Automatisch flitsenfunctie

In de automatisch-flitsenfunctie A meet de fotosensor 10 van de flitser het door het onderwerp gereflecteerde licht. De fotosensor 10 heeft een meethoek van ong. 25° en meet alleen tijdens de eigen lichtafgifte. Als de flitser voldoende licht heeft gegeven, schakelt de belichtingsautomaat van de flitser hem onmiddellijk uit. De fotosensor 10 moet op het onderwerp gericht zijn.

In het display wordt de maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven. De kortste flitsafstand bedraagt ong. 10% van de maximale reikwijdte. De flitsopnamen lukken het beste als het onderwerp zich ongeveer in het midden van de reikwijdte bevindt, daarmee wordt de belichtingsautomatiek dan voldoende speelruimte voor een uitgewogen verlichting.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ u de functie A in. De geselecteerd functie verschijnt dan tegen een balkje. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' ↩ . Het display schakelt naar de normale weergave terug. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.

Bij een correct belichte opname licht de aanduiding van de flitscontrole "o.k." ⑭ gedurende 3 seconden op (zie 13).

5.5 Automatisch invulflitsfunctie

Bij de automatisch invulflitsfunctie bij daglicht wordt op de flitser in de automatisch-flitsenfunctie A een correctiewaarde van ong. -1 EV ... -2 EV voor de flitsbelichting ingesteld (zie 6.3 en 10.5). Daardoor ontstaat bij de opname een natuurlijk werkend ophelderingseffect voor de schaduwpartijen.

5.6 Flitsen met manual-instellingen

In de functie van flitsen met manual-instellingen M wordt door de flitser de volle energie uitgestraald zonder dat die geregeld wordt. De aanpassing aan de opnamesituatie kan bijv. door de diafragma-instelling op de camera of door het kiezen van een geschikt deelvermogen worden bereikt.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ u de functie M in. De geselecteerd functie verschijnt dan tegen een balkje. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' ↩ . Het display schakelt naar de normale weergave terug. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.

Het instellen van een deelvermogen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'P' voor deelvermogen wordt aangegeven.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde (1/1 - 1/256) in. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' ↩ . Het display schakelt naar de normale weergave terug. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.

In het display wordt de afstand aangegeven, waarbij het onderwerp correct wordt belicht.

Sommige camera's ondersteunen de functie van flitsen met manual-instellingen M alleen in de cameramodus Manual!

5.7 Stroboscopisch flitsen

De functie stroboscopisch flitsen is een flitsfunctie met handinstelling (manual). Hierbij kunnen meerdere flitsbelichtingen op één enkel beeld gemaakt worden. Dat is bijzonder interessant bij bewegingsstudies en effectopnamen. In de stroboscopisch flitsenfunctie geeft de flitser meerdere flitsen met een bepaalde flitsfrequentie af. De functie is daarom alleen met een deelvermogen van max. 1/4 of minder te realiseren.

Voor een stroboscoop-opname kan de flitsfrequentie (flitsen per seconde) van 1 ... 50 Hz in stappen van 1 Hz en het aantal flitsen van 2 ... 50 in stappen van 1 flits worden gekozen.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Mode', dat in het display 'Mode' aangegeven staat.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ u de functie ### in. De geselecteerd functie verschijnt dan tegen een balkje. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' ↩ . Het display schakelt naar de normale weergave terug. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.

Aantal flitsen (N) bij stroboscopisch flitsen

In deze functie kan het aantal flitsen (N) per opname worden ingesteld.

Het aantal flitsen kan tussen 2 en 50 stapsgewijs worden ingesteld. Het daarbij maximaal mogelijke, met de hand ingestelde deelvermogen wordt dan automatisch aangepast.

Flitsfrequentie (f) bij stroboscopisch flitsen

In deze functie kan de flitsfrequentie (f) worden ingesteld. De flitsfrequentie geeft het aantal flitsen per seconde aan. De flitsfrequentie kan tussen 1 en 50 stapsgewijs worden ingesteld Het daarbij maximaal mogelijke, met de hand ingestelde deelvermogen wordt dan automatisch aangepast.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (N, c.q. f) wordt aangegeven.
  • Stel met de PLUS / MINUS toetsen de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' ↩ . Het display schakelt naar de normale weergave terug. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.

Het maximaal mogelijke deelvermogen stelt zich in de stroboscoopfunctie automatisch in. Het is afhankelijk van de ingestelde ISO- en diafragmawaarden. Om de kortst mogelijke flitsduur te bereiken kunt u het deelvermogen op de minimale waarde van 1/256 instellen.

In het display wordt de bij de ingestelde parameters geldende afstand aangegeven. Door het veranderen van de diafragmawaarde of het deelvermogen kan de waarde van de afstand tot het onderwerp worden aangepast.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (P= met de hand in te stellen deelvermogen) wordt aangegeven.
  • Stel met de PLUS / MINUS toetsen de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' ↩ . Het display schakelt naar de normale weergave terug. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.

De hulpreflector wordt in de stroboscoopfunctie niet ondersteund. Ook als de hulpreflector in het Selectmenu geactiveerd werd, flitst hij in de stroboscoopfunctie niet mee! In het display wordt het symbool voor de hulpreflector dan ook niet aangegeven!

6 Flitsparameters (menu 'Parameter')

Voor het correct functioneren van de flitser is het noodzakelijk dat de verschillende flitsparameters, zoals bijv. de zoomstand van de hoofdreflector, diafragma-waarde, lichtgevoeligheid ISO enz. aan de instellingen op de camera worden aangepast.

Voor de automatische aanpassing van de flitsparameters moet de combinatie van camera en flitser gemonteerd en ingeschakeld zijn. Bovendien moet er een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser hebben plaatsgevonden. Tip daartoe even de ontspanknop op de camera aan. In het display wordt de maximale reikwijdte, overeenkomstig de ingestelde flitsparameters aangegeven.

6.1 Het instellen van de flitsparameters

Bij het voor het eerst op een knop drukken wordt de displayverlichting geactiveerd

Afhankelijk van de ingestelde flitsfunctie worden in het menu verschillende flitsparameters aangegeven. Bij camera's met digitale overdracht van de gegevens worden de flitsparameters voor de diafragmawaarde (F), de brandpuntsafstand van het objectief (Zoom) en de lichtgevoeligheid (ISO) automatisch op de flitser ingesteld. De flitsparameters voor de diafragmawaarde (F) en de lichtgevoeligheid (ISO) kunnen daarbij niet worden veranderd.

- Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display de gewenste flitsparameter (zie hieronder) wordt aangegeven.

De volgende flitsparameters zijn mogelijk:

TTL/TTL-HSSAM/M HSS###Tabel 1
NStroboscoop aantal flitsen
fStroboscoop flitsfrequentie
PPMet de hand in te stellen deelvermogen
ZoomZoomZoomZoomReflectorstand
EVMet de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde in. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' ↩ . Het display schakelt naar de normale weergave terug. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.
    Het systeem verhindert aanduiding van de diafragma- en ISO-waarde in het display van de flitser, als de flitser op de camera eveneens wordt gebruikt.

6.2 Stand van de hoofdreflector (Zoom)

Als er geen digitale overdracht van gegevens tussen camera en flitser plaats heeft gevonden kunnen de reflectorstanden

24 mm - 28 mm - 35 mm - 50 mm - 70 mm - 85 mm - 105 mm (kleinbeeld-formaat 24 x 36) met de hand worden ingesteld.

In het display wordt MZoom (met de hand ingestelde zoomstand) en de reflectorstand aangegeven.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'Zoom' wordt aangegeven.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste zoomstand in. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' ↩ . Het display schakelt naar de normale weergave terug. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.

Bij de digitale overdracht van gegevens tussen camera en flitser worden de standen van de hoofdreflector automatisch ingesteld.

In het display wordt AZoom (automatisch ingestelde zoomstand) en de reflectorstand aangegeven.

Als de hoofdreflector opzij of naar boven is gezwenkt, verschijnt er in de functie AZoom geen aanduiding van de reflectorstand (zie 10.1).

6.3 Correcties op de flitsbelichting (EV)

Bij grote helderheidsverschillen tussen onderwerp en achtergrond kan het nodig zijn een met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting (EV) uit te voeren. In de automatisch-flitsenfunctie A kunnen correctiewaarden van -3 diafragma-waarden (EV) tot +3 diafragmawaarden (EV) in stappen van 1/3 diafragma-waarde worden ingesteld. (zie 10.5)

Het instellen:

  • Schakel de flitser in de automatisch-flitsenfunctie A (zie 5.4).
  • Druk zo vaak op de toets 'Para' (parameter), dat in het display 'EV' (EV = Exposure Value; diafragmawaarde) aangegeven wordt.
  • Met de PLUS / MINUS -toetsen de gewenste EV-waarde (= correctiewaarde) instellen. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' ↩ . Het display schakelt naar de normale weergave terug. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.

In de TTL-flitsfuncties moet de camera het instellen van een correctie op de flitsbelichting ondersteunen. Het instellen hiervan moet op de camera worden gedaan (zie de gebruiksaanwijzing van de camera!)

6.4 Met de hand in te stellen deelvermogen (P)

In de manual flitsfunctie M en de stroboscopisch-flitsenfunctie is het flitsvermogen door het met de hand (manual) instellen van een deelvermogen (P) aan te passen aan de opnamesituatie. Het instelbereik strekt zich in de manual flitsfunctie M uit van P 1/1 (vol vermogen) tot P1/256 in stappen van 1/3.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para'(parameter), dat in het display 'P' wordt aangegeven.
  • Stel met de toetsen PLUS / MINUS de gewenste waarde (1/1 ... 1/256) in. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk op de toets 'Return' ↩ . Het display schakelt naar de normale weergave terug. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.

In de stroboscopisch-flitsenfunctie past zich het maximaal instelbare deelvermogen aan de ingestelde flitsparameters aan.

In de stroboscopisch-flitsenfunctie is het verlagen van het met de

hand in te stellen alleen in hele stappen mogelijk!

Bij het verlagen van de het aantal flitsen (N) en de flitsfrequentie (f) wordt het deelvermogen niet verlaagd!

7 Extra functies (menu 'Select')

De extra functies worden met de toets 'Sel' (Select) gekozen. Afhankelijk van het type camera en de ingestelde flitsfunctie staan er verschillende extra functies ter beschikking. Bij camera's die bepaalde extra functies niet ondersteunen, worden deze in het menu eventueel niet aangegeven! Zie hiervoor ook Tabel 2!

7.1 Het instellen van extra functies

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' wordt aangegeven.
  • Kies met behulp van de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ (het gewenste item, c.q. de extra functie. Het geselecteerde item wordt vóór een donker balkje getoond
    De volgende extra functies staan, afhankelijk van de flitsfunctie en gebruikte camera ter beschikking:
TTL/TTL-HSAM/M HSS
-
BeepBeepBeepBeep
RemoteRemote
FB
StandbyStandbyStandbyStandby
MLMLMLML
KEYLOCKKEYLOCKKEYLOCKKEYLOCK
ZoomExtZoomExtZoomExtZoomExt
m / ftm / ftm / ftm / ft

Tabel 2

  • Druk op de toets 'Set' en bevestig daarmee de keuze van de extra functie.
  • Kies met behulp van de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling. Deze instelling treedt onmiddellijk in werking
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' →, dat het display naar de normale weergave terugschakelt. Als u niet op de toets 'Return' → drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.

7.2 Beep-functie (Beep)

Met de Beep-functie kan de gebruiker zich verschillende functies van het apparaat akoestisch laten melden. Daardoor kan de fotograaf zich geheel op zijn onderwerp en de opnamen concentreren en hoeft hij niet te letten op optische statusaanduidingen!

De Beep-functie geeft akoestisch het bereiken van de flitsparaatheid, de correcte belichting of een fout in de bediening aan.

Akoestische melding na het inschakelen van de flitser:

- Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken piepje na het inschakelen geeft de flitsparaatheid aan.

Beep-signalen na de opname:

  • Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken piepje, direct na de opname geeft aan dat de opname correct werd belicht en de flitser nog steeds paraat is. Als er onmiddellijk na de opname geen piepje opklinkt, dan is de opname onderbelicht.
  • Een intermitterend (— — —) piepje direct na de opname is het signaal voor een correct belichte opname terwijl de flitser echter pas na een volgende continue (ong. 2 s.) piep weer paraat is.

Beep-signalen bij de instellingen in de automatisch-flitsenfunctie:

- Een korte piep als alarm treedt op, wanneer bij de automatisch-flitsenfunctie de diafragma- en ISO-instellingen tot het overschrijden van het regelbereik van het flitslicht zou leiden. Het automatiekdiafragma wordt dan automatisch in de dichtstbij liggende, toelaatbare waarde veranderd.

Bij ingeschakeld Beep-functie wordt in het display ook het symbool aangegeven.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' aangegeven wordt.
  • Selecteer met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ het item 'BEEP'. Het gekozen item wordt tegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' waarmee u uw keuze bevestigt.
  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling uitvoeren. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' →, dat het display naar de normale weergave terugschakelt. Als u niet op de toets 'Return' → drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.

7.3 Flitsbelichtingstrapje (FB)

In de functie automatisch-flitsen A kan een flitsbelichtingstrapje (Flash-Bracketing FB) worden uitgevoerd. Een flitsbelichtingstrapje bestaat uit drie opeenvolgende flitsopnamen met elk een andere correctiewaarde.

Bij het instellen van een flitsbelichtingstrapje worden in het display FB en de correctiewaarde aangegeven. De correctiewaarden reiken van 1/3 tot 3 in derden van een diafragmawaarde.

Het systeem van de camera bepaalt, dat in de TTL-flitsfuncties geen flitsbelichtingstrapje op de flitser kan worden ingesteld!

Het instellen:

  • Zet de flitser in de stand „automatisch.flitsen A“ (zie 5.6)
  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display "Select" wordt aangegeven.
  • Kies met behulp van de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ het item 'FB'. Het geselecteerde item wordt tegen een donker balkje aangegeven.
  • Druk op de toets 'Set' waarmee u uw keuze bevestigt.

  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling uitvoeren. De instelling treedt onmiddellijk in werking.

  • Druk zo vaak op de toets 'Return' ↩, dat het display naar de normale weergave terugschakelt. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.

Als 'FB 0' aangegeven wordt is het flitsbelichtingstrapje gedeactiveerd.

  • De eerste opname wordt zonder correctie uitgevoerd. In het display verschijnt bovendien 'FB 1'.
  • De tweede opname volgt met een minus-correctie. In het display wordt bovendien 'FB 2' aangegeven en daarbij tevens de minus-correctiewaarde (EV).
  • De derde opname wordt met een plus-correctie uitgevoerd. In het display wordt bovendien 'FB 3' aangegeven en daarbij tevens de plus-correctiewaarde (EV).
  • Na de derde opname wordt de functie flitsbelichtingstrapje automatisch gedeactiveerd. De aanduiding 'FB' in het display dooft.

Bij het instellen van het flitsbelichtingstrapje wordt de correctiewaarde altijd positief aangegeven!

7.4 Extended-zoomfunctie (Zoom Ext)

Bij de extended zoomfunctie wordt de zoomstand van de hoofdreflector ten opzichte van de brandpuntsafstand van het objectief gereduceerd. De daaruit voortvloeiende bredere lichtbundel zorgt in ruimten voor extra strooilicht (reflecties) en daardoor voor een zachtere flitsverlichting.

Voorbeeld:

De brandpuntsafstand van het objectief bedraagt 50 mm. De flitser stuurt, bij ingestelde extended-zoomfunctie, de zoomstand van de hoofdreflector aan op 35 mm. In het display wordt echter wel 50 mm aangegeven.

  • Bij de aanduiding 'EXT ON' is de extended-zoomfunctie geactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'EXT OFF' is de extended-zoomfunctie gedeactiveerd.

Het instellen:

  • Druk zo v aak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' wordt aangegeven.
  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ het item 'ZoomExt' kiezen. Het geselecteerde item wordt daarbij tegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de topets 'Set" om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling uitvoeren. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' ↩, dat het display naar de normale weergave terug schakelt. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. naar de normale weergave terug.

Na het activeren van de extended-zoomfunctie wordt in het display, behalve de brandpuntsafstand, ook 'EZoom' aangegeven.

Het systeem bepaalt, dat de extended-zoomfunctie alleen voor brand-puntsafstanden vanaf 28 mm en langer (kleinbeeld 24 x 36) kan worden uitgevoerd.

7.5 Remote-slaaffunctie (Remote)

De flitser ondersteunt het draadloze Sony-Remote-systeem in de slaaffunctie. Hierbij kunnen een of meerdere slaafflitser door de in de camera ingebouwde flitser, die dan als controllerflitser werkt, draadloos op afstand worden ontstoken. Het flitslicht van de controllerflitser heeft daarbij alleen een voor de slaafflitser sturende functie en draagt zelf nauwelijks bij aan de belichting van de opname. De slaafflitser moeten met hun ingebouwde sensor voor de remote-functie ③ het licht van de controllerflitser kunnen ontvangen.

De remote-slaaffunctie wordt alleen door de digitale spiegelreflexcamera's ondersteund! In de remote-slaaffunctie verschijnt er geen aanduiding van de reikwijdte van het flitslicht! De hoofdreflector ⑦ van de flitser wordt in de slaaffunctie automatisch in de 24 mm stand gezet om een zo breed mogelijk veld uit te lichten. De zoomstand van de reflector kan, indien gewenst, wel met de hand worden veranderd (zie 6.2).

Activeren en deactiveren van de remote-slaaffunctie

Voor het activeren, c.q. deactiveren van de remote-slaaffunctie zijn er twee mogelijkheden.

Mogelijkheid 1: als de flitser op de camera is aangebracht

  • Klap de in de camera ingebouwde flitser (controllerflitser) geheel in en breng de flitser (mecablitz 58AF-1 digital) op de camera aan (zie 3.1).
  • Schakel camera en slaafflitser in. Schakel vóór het actieveren van de remote-slaaffunctie de camera in de draadloze remote-flitsfunctie in ('draadloos flitsen', Wireless", c.q. 'WL'; zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
  • Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats kan vinden. De flitser wordt hierbij automatisch in de functie van remote-slaafflitser geschakeld. Tegelijkertijd worden camera en flitser op het zelfde remote-kanaal ingesteld (zie hieronder). In het display van de flitser wordt 'SLAVE' aangegeven.

Deactiveren van de remote-slaaffunctie:

  • Bij de op de camera aangebrachte flitser de draadloze remote-slaaffunctie ('draadloos flitsen', Wireless", c.q. 'WL') deactiveren, c.q. de camera naar de normale flitsfunctie omschakelen.
  • Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats kan vinden. De flitser wordt hierbij automatisch in de normale flitsfunctie geschakeld. Uit het display van de flitser verdwijnt de aanduiding 'SLAVE'.

Mogelijkheid 2: als de flitser niet op de camera is aangebracht

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' aangegeven staat.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ het menupunt 'Remote' uit. Het gekozen menupunt staat hierbij tegen een donkere balk aangegeven.
  • Druk op de toets 'Set' en bevestig op die manier de keuze van 'Remote'.

  • Activeer met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ 'Remote Slave' voor het activeren, c.q. 'Remote OFF' voor het deactiveren van de remote-functie. De instelling treedt onmiddellijk in werking.

  • Druk zo vaak op de toets 'Return' →, dat in het display de aanduiding 'SLAVE' verschijnt. Als u niet op de toets 'Return' → drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch naar de aanduiding 'SLAVE'.
  • Schakel de camera naar de draadloze remote-flitsfunctie om ('draadloos flitsen', Wireless", c.q. 'WL', zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

Het instellen van de remote-flitsfunctie

Door het Sony-Remote-systeem worden de flitsfuncties TTL en manual M ondersteund. De keuze van de remote-flitsfunctie vindt plaats met de toets 'Mode'. Druk daarvoor zo vaak op de toets 'Mode', dat het symbool voor de gewenste remote-flitsfunctie 'TTL', c.q. 'M' wordt aangegeven. De instelling treedt onmiddellijk in werking en wordt automatisch opgeslagen.

In de remote-flitsfunctie 'SLAVE' is de synchronisatie bij korte belichtings- tijden HSS (TTL HSS, c.q. M HSS) op de slaafflitser niet in te stellen. De synchronisatie bij korte belichtingstijden wordt op de slaafflitser bij het afflitsen indien nodig voor de duur van de opname geactiveerd, als op de camera een kortere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd van de camera ingesteld staat (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)!

Op de camera kunnen in de remote-flitsfunctie alleen dan kortere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd worden ingesteld, als de slaafflitser zich niet op de camera bevindt en de camera in de remote-functie 'WL' (wireless) geschakeld staat.

Het instellen van het remote-kanaal

Om te voorkomen, dat meerdere remote-systemen in een zelfde ruimte elkaar storend beïnvloeden, staan u 4 van elkaar onafhankelijke remote-kanalen (CHANNEL 1, 2, 3 of 4) ter beschikking. Controller- en slaafflitser(s) die bij hetzelfde remote-systeem horen, moeten (alle) op hetzelfde remote-kanaal ingesteld staan.

Het instellen op de slaafflitser (mecablitz)

  • Terwijl de remote-functie geactiveerd is, drukt u zo vaak op de toets 'Para', dat in het display alleen 'CHANNEL' (= remote-kanaal) en het remote-kanaal aangegeven staat. Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in. U kunt kiezen tussen kanaal 1, 2, 3, of 4. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' →, dat in het display de aanduiding 'SLAVE' verschijnt. Als u niet op de toets 'Return' → drukt, schakelt het display na ong. 5 sec. automatisch om naar de aanduiding 'SLAVE".

Het instellen op de controller-flitser (camera)

De instelling van het remote-kanbaal op de controller (de in de camera ingebouwde flitser) volgt automatisch bij een uitwisseling van gegevens als de slaafflitser zich op de camera bevindt en de ontspanknop van de camera wordt aangetipt.

Door het camerasysteem bepaald, kan het kiezen en instellen van het remote-kanaal alleen op de slaafflitser plaatsvinden en niet op de camera!

Correctie van de flitsbelichting bij TTL-remote

In de functie TTL-remote kan, voor het aanpassen van het flitsvermogen, met de hand een correctie op de flitsbelichting ingesteld worden:

  • Druk zo vaak op de toets 'Para', dat in het display alleen nog 'TTL' staat aangegeven (als er reeds eerder een correctiewaarde werd ingesteld, wordt die eveneens aangegeven).
  • Met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling uitvoeren. Correctiewaarden van -3 EV tot +3 EV zijn in stappen van 1/3 EV met de hand instelbaar. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Na ong. 5 sec. wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het instellen van een deelvermogen wordt in het display 'TTL' en de met de hand ingestelde correctie op de flitsbelichting aangegeven.

In de remote-functie manual M kan, voor het aanpassen van het flitsvermogen, met de hand een deelvermogen worden ingesteld.

  • Druk zo vaak op de toets "Para", dat M en het met de hand ingestelde deel van het flitsvermogen worden aangegeven.
  • Stel met de toetsen (+) en (-) de gewenste instelling in. Instellingen van P 1/1 (vol flitsvermogen) tot P 1/256) zijn mogelijk.

De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 sec. wordt de instelling automatisch opgeslagen. Na het instellen van een deelvermogen wordt in het display 'M' en het ingestelde deelvermogen aangegeven.

Het testen van de Remote-flitsfunctie

  • Neem de slaafflitser van de camera af en klap het in de camera ingebouwde flitsapparaat open.
  • Zet de slaafflitser zoals u hem voor de latere opname wilt plaatsen. Gebruik voor het neerzetten van de slaafflitser een flitsvoetje W-F127 (Accessoire; zie 17).
  • Wacht tot de slaafflitser en de flitser in de camera opgeladen zijn. Als bij de slaafflitser de condensator opgeladen is, knippert zijn AF-meetflits ⑫.
  • Ontsteek met de cameraaflitser een proefflits, bijv. Met de AEL-toets (afhankelijk van het type camera; zie de gebruiksaanwijzing van de camera).
  • De slaafflitser antwoord met een in tijd iets vertraagde proefflits. Als de slaafflitser geen proefflits afgeeft, corrigeer dan de stand van de slaafflitser zodat deze het licht van de controllerflitser goed kan ontvangen, c.q. verklein de afstand tussen controller- en slaafflitser.
  • Na succesvol proefflitsen kunt u met de opnamen beginnen.

7.6 Schakelen tussen meter en feet (m / ft)

De aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser kan naar keuze in meters m of in feet ft plaatsvinden. De instelling vindt in het item m / ft plaats.

Het instellen:

- Druk zo vaak op de toets "SEL", dat in het display "Select" wordt aangegeven.

  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ het item 'm/ft' uit. Het geselecteerde item wordt tegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling in. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Bij de aanduiding 'm' worden de afstanden in meters aangegeven.
  • Bij de aanduiding 'ft' worden de afstanden in feet aangegeven.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display weer naar de normale weergave terugschakelt. Als u niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug naar de normale weergave.

7.7 Hulpreflector

De hulpreflector ⑨ dient voor het frontaal ophelderen als de hoofdreflector ⑦ voor indirect flitsen naar de zijkant of naar boven is gezwenkt (zie 10.3). Is de hoeveelheid licht uit de hulpreflector ⑨ te groot, dan kan deze tot 1/2, c.q. 1/4 worden verminderd.

  • Instelling 'Off': hulpreflector uitgeschakeld;
  • Instelling 'P1/1': de hulpreflector werkt op vol vermogen;
  • Instelling 'P1/2': de hulpreflector werkt op half vermogen;
  • Instelling ' P1/4': de hulpreflector werkt op 1/4 van zijn vermogen.

Bij geactiveerde hulpreflector ⚪ wordt na het opslaan het symbool in het display aangegeven.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' wordt aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ het item uit. Het geselecteerde item wordt tegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om de keuze van de extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling in. De instelling

treedt onmiddellijk in werking.

- Druk zo vaak op de toets 'Return' , dat het display naar de normale weergave terugschakelt. Als u niet op de toets 'Return' drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug naar de normale weergave.

Let ook op de aanwijzingen in paragraaf 10.3!

7.8 Instellicht (ML) 'Modelling Light'

Bij het instellicht gaat het om een stroboscopisch flitslicht met hoge frequentie. Bij een duur van ong. 3 seconden ontstaat de indruk van een quasi continu licht. Met het instellicht kan de lichtverdeling reeds vóór de opname worden beoordeeld.

  • Bij de aanduiding 'ML ON' is het instellicht geactiveerd.
  • Bij de aanduiding 'ML OFF' is het instellicht gedeactiveerd.

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' wordt aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ het item 'ML' uit. Het geselecteerde item verschijnt tegen een donker balkje.
  • Druk op de toets 'Set' om de keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling in. De instelling treedt onmiddellijk in werking.
  • Druk zo vaak op de toets 'Return' ↩, dat het display naar de normale weergave terugschakelt. Als u niet op de toets 'Return' ↩ drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug naar de normale weergave.

Na activeren van de instellichtfunctie wordt via de aanduiding van flitsparaatheid ⑯, c.q. de ontspanknop voor handbediening ⑯ het symbool ⑦ aangegeven. Bij druk op de handontspanknop ⑯ van de flitser wordt het instellicht ontstoken.

7.9 Automatische uitschakeling (Standby)

In de fabriek is de flitser zo ingesteld, dat hij ong 10 minuten –

  • na het inschakelen;
  • na het ontsteken van een flits;
  • na het aantippen van de ontspanknop op de camera;
  • na uitschakelen van het belichtingsmeetsysteem in de camera ...

… in de stand-by functie schakelt (Auto-OFF) om energie te sparen en de voeding te beschermen tegen onbedoeld ontladen. De aanduiding van flitsparaatheid ⑭ en de aanduidingen in het LC-display doven uit.

De het laatst ingestelde flitsfunctie blijft na de automatische uitschakeling in het geheugen van de flitser behouden en staat onmiddellijk na het inschakelen weer ter beschikking. De flitser wordt door op een willekeurige toets te drukken, c.q. or het aantippen van de ontspanknop op de camera weer ingeschakeld (Wake-up functie).

Als u denkt, de flitser gedurende langere tijd niet te gebruiken, moet u het apparaat altijd via zijn hoofdschakelaar ⑮ uitschakelen!

Bij geactiveerde automatische uitschakeling wordt in het display Ⓒ aangegeven. De flitser schakelt als hij niet wordt gebruikt na één of tien minuten in de stroombesparende stand-by toestand. Om hem weer in te schakelen drukt u op een willekeurige toets, c.q. op de ontspanknop van de camera. (Wake-Up functie).

In de remote-slaaffunctie vindt de automatische uitschakeling van de flitser niet plaats!

Het instellen:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' wordt aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ het item 'Standby'. Het geselecteerde item wordt daarbij tegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om uw keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling in. De in stelling

treedt onmiddellijk in werking.

  • Druk zo vaak op de toets 'Return' →, dat het display naar de normale weergave terugschakelt. Als u niet op de toets 'Return' → drukt, schakelt het display na ong 5 sec. terug naar de normale weergave.
  • Bij de aanduiding 'Standby 10 min' vindt de automatische uitschakeling na 10 minuten plaats;
  • bij de aanduiding 'Standby 1 min' vindt de automatische uitschakeling na 1 minuut plaats;
  • Bij de aanduiding 'Standby OFF' is de automatische uitschakeling gedeactiveerd.

7.10 Vergrendeling van de toetsen (KEYLOCK)

Met de functie voor het vergrendelen van de toetsen (KEYLOCK) kunnen de toetsen van de flitser tegen onbedoeld verstellen worden vergrendeld. Als de toetsvergrendeling via drie toetsen geactiveerd is, wordt in het display het symbool o- m aangegeven.

Het activeren van de toetsenvergrendeling:

  • Druk zo vaak op de toets 'SEL', dat in het display 'Select' wordt aangegeven.
  • Kies met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ het item 'KEYLOCK'. Het geselecteerde item wordt daarbij tegen een donker balkje getoond.
  • Druk op de toets 'Set' om uw keuze van deze extra functie te bevestigen.
  • Stel met de toetsen UP ▲ en DOWN ▼ de gewenste instelling in.
  • Bij de aanduiding 'KEYLOCK YES?' wordt de toetsenvergrendeling geactiveerd;
  • Bij de aanduiding 'KEYLOCK NO?' wordt de toetsenvergrendeling gedeactiveerd.
  • Druk op de toets 'Set' om de keuze te bevestigen.

Het opheffen van de toetsenvergrendeling:

Bij het drukken op een toets verschijnt in het display de aanduiding 'UNLOCK? Press these keys' Als aanwijzing dat de toetsen vergrendeld zijn verschijnt het symbool O-m. Om de toetsen te ontgrendelen moet u de beide middelste toet-

sen ong. 3 seconden ingedrukt houden. Het display schakelt naar de normale weergave terug als de toetsenvergrendeling is opgeheven.

8 Motorisch gestuurde zoomreflector

Het aanpassen van de zoomstand van de hoofdreflector kan bij objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 24 mm (kleinbeeld 24 x 36 mm) plaatsvinden.

Voor objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 18 mm kan de ingebouwde groothoekdiffusor ② voor de hoofdreflector ⑦ worden geklapt.

De volgende zoomstanden staan ter beschikking:

24 - 28 - 35 - 50 - 70 - 85 en 105 (brandpuntsafstand in mm)

(om)gerekend naar kleinbeeldformaat 24 x 36 mm)

Bij gebruik van de groothoekdiffusor ② wordt de hoofdreflector ⑦ automatisch in de stand 24 mm gestuurd! In het display wordt, vanwege de groothoekdiffusor, 18 mm aangegeven (zie 9).

Automatische aanpassing van de zoomreflector

Hierbij past de zoomstand van de hoofdreflector ⑦ zich automatisch aan de brandpuntsafstand van het objectief aan. In het display van de flitser wordt „AZoom“ en de reflectorstand (mm) aangegeven.

Met de hand verstellen van de zoomstand bij AZoom

De zoomstand van de hoofdreflector ⑦ kan ook bij het gebruik op een camera die de gegevens doorgeeft, veranderd worden, bijv. om bepaalde verlichtingseffecten te verkrijgen (bijv. hot-spot enz.). Zie ook 6.2

Na het opslaan wordt „MZoom“ in het display aangegeven.

Terugzetten naar de A-Zoom functie

  • Tip de ontspanknop op de camera even aan, zodat er een uitwisseling van gegevens tussen camera eb flitser plaats kan vinden.
  • De zoomstand zo vaak veranderen, dat in het display „AZoom“ aangegeven wordt.

9 Hoofdreflector adapter

Groothoekdiffusor

Met de groothoekdiffusor ② wordt de verlichtingshoek van de flitser aangepast aan objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 18 mm (kleinbeeldformaat).

Trek de groothoekdiffusor ② uit de hoofdreflector ⑦ tot de aanslag naar voren en laat hem los. De groothoekdiffusor klapt automatisch naar beneden.

De hoofdreflector wordt automatisch in de vereiste stand gestuurd. In het display worden de afstandswaarden en de zoomwaarde naar 18 mm gecorrigeerd.

De stand van de hoofdreflector is hierbij niet met de hand te verstellen.

Voor het inschuiven de groothoekdiffusor ② 90° omhoog klappen en helemaal inschuiven.

Mecabounce 58-90

Bij gebruik van de mecabounce 58-90 (accessoire; zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.) wordt de hoofdreflector ⑦ automatisch naar de vereiste stand gestuurd. In het display worden de afstandsaanduidingen en de zoomwaarde naar 16 (mm) gecorrigeerd. De stand van de hoofdreflector is hierbij niet met de hand te verstellen.

10 Flitstechnieken

10.1 Indirect flitsen

Door indirect te flitsen wordt het onderwerp zachter verlicht en vermindert de duidelijke schaduwwerking. Bovendien wordt natuurkundig bepaalde lichtafval van voor- tot achtergrond gereduceerd.

Voor indirect flitsen kan de hoofdreflector ⑦ van de flitser horizontaal en verticaal worden gezwenkt. Om kleurzwemen in de opnamen te vermijden moet het reflecterende vlak liefst neutraal van kleur, c.q. wit zijn. Voor een frontale opheldering kan extra de hulpreflector ⑨ in het menu 'Select' worden geactiveerd (zie 7.8).

Bij verticaal zwenken van de hoofdreflector moet u er op letten, dat hji

voldoende gezwenkt wordt, zodat er geen direct licht op het onderwerp kan vallen. Zwenk dus minstens tot de 60° klikstand.

Bij het indirect flitsen wordt de hoofdreflector ⑦ bij de autozoom-functie (AZoom; zie 6.2) naar een daarvoor optimale stand gestuurd. In het display verschijnt geen aanduiding van de reikwijdte van het flitslicht of voor de stand van de reflector.

10.2 Indirect flitsen met de reflecterende kaart

Door indirect te flitsen met de ingebouwde reflectorkaart ① kunnen bij personen als volgt spitslichtjes in de ogen worden verkregen:

  • Zwenk de reflectorkop 90° naar boven;
  • trek de reflectorkaart ① samen met de groothoekdiffusor ② boven uit de reflectorkop naar voren;
  • houd de reflecterende kaart ① vast en schuif de groothoekdiffusor ② terug in de reflectorkop.

10.3 Indirect flitsen met de hulpreflector

Bij gezwenkte hoofdreflector ⑦ kan als extra voor frontale opheldering van het onderwerp de hulpreflector ⑨ via het menu 'Select' worden geactiveerd (zie 7.7).

Het gebruiken van de hulpreflector ⑨ is in principe alleen zinvol en mogelijk als de hoofdreflector ⑦ gezwenkt is. Als de hoofdreflector niet gezwenkt is, wordt de hulpreflector bij de opname niet ontstoken.

Is de hoeveelheid licht vanuit de hulpreflector te groot, dan kan deze via het menu 'Select' tot 1/2 worden verminderd (zie 7.7).

De hulpreflector wordt door de functies stroboscoop, instellicht ML en remote niet ondersteund! De hulpreflector geeft geen licht af, als de hoof-dreflector in zijn normale stand staat of naar beneden gezwenkt wordt.

10.4 Dichtbijopnamen / macro-opnamen

In het dichtbijbereik en bij macro-opnamen kan door de parallaxfout tussen flitser en objectief aan de onderrand van het beeld het onderwerp afgeschaduwd worden. Om dit te vermijden kan de hoofdreflector met een hoek van

-7° naar beneden worden gezwenkt. Druk daarvoor op de ontgrendelknop ⑬ van de reflector en zwenk hem naar beneden.

Is de hoofdreflector naar beneden gezwenkt dan wordt dat in het display aangegeven met "TILT". De hulpreflector wordt hierbij niet ondersteund en flitst niet mee..

Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u er op letten, dat een bepaalde minimumafstand aangehouden moet worden om overbelichting te vermijden.

De minimale flitsafstand bedraagt ong. 10% van de in het LC-display aangegeven reikwijdte. Let er ook op, dat bij dichtbijopnamen het flitslicht niet door het objectief afgeschermd wordt!

10.5 Met de hand in te stellen correcties op de flitsbelichting

De belichtingsautomaat van de flitser en van de meeste camera's is afgestemd op een reflectiegraad van 25% (gemiddelde reflectiegraad van flitsonderwerpen). Een donkere achtergrond die veel licht absorbeert of een lichte achtergrond (bijv. bij tegenlichtopnamen) of een die sterk reflecteert kan tot over- c.q. onderbelichting van het onderwerp leiden.

Om bovengenoemd effect te compenseren kan de flitsbelichting met de hand via een correctiewaarde aan het onderwerp worden aangepast. De hoogte van deze correctiewaarde hangt af van het contrast tussen onderwerp en achtergrond!

Op de flitser kunnen, in de automatisch flitsenfunctie A met de hand correctie-waarden op de flitsbelichting worden ingesteld van -3 EV (diafragmastops) tot +3 EV (diafragmastops) in stappen van 1/3 stop.

Veel camera's hebben een instelmogelijkheden voor de belichtingscorrecties, die ook bij de TTL-flitsfunctie te gebruiken zijn.

Donker onderwerp tegen een lichte achtergrond:

Positieve correctiewaarde (ongeveer -1 tot +2 diafragmawaarden EV).

Licht onderwerp tegen een donkere achtergrond:

Negatieve correctiewaarde (ongeveer -1 tot -2 diafragmawaarden EV).

Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanduiding van de reikwijdte in het display van de flitser veranderen en aan de correctiewaarden worden aangepast (afhankelijk van het type camera). Instelling: zie 6.4.

In de TTL-flitsfuncties moet de camera het instellen van een correctie op de flitsbelichting ondersteunen. Het instellen ervan vindt plaats op de camera (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)!

11 Aanduiding van flitsparaatheid

Zodra de flitscondensator opgeladen is, licht op de flitser de aanduiding van flitsparaatheid ④ ⑯) op en geeft daarmee aan, dat de flitser gereed is. Dat betekent, dat bij de volgende opname flitslicht kan worden gebruikt. Het signaal van de flitsparaatheid wordt naar de camera overgebracht en zorgt in de zoeker daarvan voor de overeenkomstige aanduiding.

Wordt een opname gemaakt voordat in de zoeker van de camera de aanduiding van flitsparaatheid oplicht, wordt er geen flits ontstoken en kan de opname wellicht verkeerd worden belicht, als de camera reeds naar de flitssynchronisatietijd (zie 12) is omgeschakeld.

De in de flitser ingebouwde meerzone AF-meetflits ⑪ kan door AF-camera's alleen bij aangegeven flitsparaatheid geactiveerd worden (zie 17)

12 Automatisch instellen van de flitssynchronisatietijd

Afhankelijk van het type camera en de erop ingestelde camerafunctie wordt de ingestelde belichtingstijd bij het bereiken van de flitsparaatheid omgeschakeld naar de flitssynchronisatietijd.

Verschillende camera's beschikken over een synchronisatiebereik, bijv. 1/30 s. tot 1.125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Welke synchronisatie- tijd de camera dan aanstuurt hangt van de helderheid van de omgeving en de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief af.

Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen, afhankelijk van de camerafunctie en gekozen synchronisatie (zie ook de gebruiksaanwijzing van uw camera en 17) worden toegepast.

Bij camera's met een centraalsluiter (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera) en bij de HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie 15.4) vindt geen automatische omschakeling naar de flitssynchronisatie plaats. Daardoor kan er met alle belichtingstijden geflitst worden. Als u echter het volle vermogen van de flitser nodig heeft, gebruik dan geen kortere belichtingstijd dan 1/125 s.

13 Aanduiding van de belichtingscontrole

De aanduiding van belichtingscontrole „o.k.“ ⑭ licht alleen op, als de opname in de TTL-flitsfunctie, c.q. de automatisch-flitsenfunctie correct werd belicht!

Verschijnt de aanduiding van de belichtingscontrole 'o.k.' ⑭ na de opname niet, dan is de opname onderbelicht en moet u de eerstvolgend lagere diafragma-waarde instellen (bijv. diafragmawaarde 8 in plaats van diafragmawaarde 11) of de afstand tot het onderwerp, c.q. het reflecterende vlak (bijv. bij indirect flitsen) verkleinen en de opname herhalen. Let op de aanduiding van de flitsreik-wijdte in het display van de flitser (zie 14).

14 Aanduiding van de flitsreikwijdte

In het display van de flitser wordt de waarde van de maximale reikwijdte van het flitslicht aangegeven. De aangegeven waarde is gebaseerd op een reflectiegraad van 25% van het onderwerp, die voor de meeste opnamesituaties geldt. Sterke afwijkingen van de reflectiegraad, bijv. bij zeer sterk of zeer zwak reflecterende onderwerpen kunnen de reikwijdte beïnvloeden.

In de TTL- en automatisch-flitsenfunctie is het het beste wanneer het onderwerp zich ongeveer in het midden van de aangegeven waarde bevindt. Daarmee wordt de belichtingsautomatiek voldoende speelruimte geboden voor een gelijkmatige verlichting. De minimale flitsafstand mag niet minder dan 10% van de aangegeven waarde bedragen om overbelichting te vermijden! De aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderen van de diafragmawaarde worden bereikt.

In de manual flitsfunctie M wordt de afstand tot het onderwerp aangegeven die voor een correcte belichting moet worden aangehouden. De aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan bijv. door het veranderen van de diafragma-waarde van het objectief en door te kiezen tussen vol en een deelvermogen 'P' worden bereikt.

De reikwijdte kan naar keuze in meter (m) of feet (ft) plaatsvinden (zie 7.7). Bij gezwenkte hoofdreflector wordt geen reikwijdte aangegeven! Automatisch aanpassen van de aanduiding van de flitsreikwijdte

De camera's geven de flitsparameters (bijv. die voor de lichtgevoeligheid ISO, brandpuntsafstand van het objectief, diafragma en correctie op de belichting) door naar de flitser. De flitser past zijn instellingen daar automatisch op aan. Uit de flitsparameters en het richtgetal wordt de maximale flitsreikwijdte berekend en in het display aangegeven.

Daarvoor moet tussen camera en flitser een uitwisseling van gegeven plaatsvinden

15 Flitssynchronisatie

15.1 Normale synchronisatie

Bij de normale synchronisatie wordt de flits aan het begin van de belichting ontstoken (synchronisatie bij het opengaan van de sluiter). De normale synchronisatie is de standaardfunctie die dan ook door alle camera's wordt ondersteund. Voor de meeste flitsopnamen is dit de meest geschikte synchronisatie. De camera wordt, afhankelijk van de er op ingestelde functie naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Gebruikelijk zijn tijden tussen 1/30 s. en 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de flitser hoeft voor deze functie niets voor te worden ingesteld en vindt er ook geen aanduiding plaats.

15.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (2nd curtain,SLOW2)

Sommige camera's bieden de mogelijkheid de flits te synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter (2nd curtain,SLOW2). Daarbij wordt de flits pas aan het einde van de belichting ontstoken. Daarbij wordt de flits aan het einde van de belichtingstijd ontstoken, onmiddellijk vóór de sluiter begint dicht te gaan. Dit is vooral een voordeel bij opnamen met langere belichtingstijden (langer dan bijv. 1/30 seconde) en bewegende onderwerpen met een eigen lichtbron, omdat dan de bewegende lichtbronnen een lichtstaart achter zich laten, in plaats van dat deze zich vóór het onderwerp opbouwt. Met het synchroniseren bij het dichtgaan van de sluiter krijgt u bij bewegende lichtbronnen een 'natuurlijker' van de opnamesituatie! Afhankelijk van de erop ingestelde functie stelt de camera langere belichtingstijden dan zijn flitssynchronisatietijd in.

De synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter moet op de camera zelf worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)!

15.3 Synchronisatie met lange belichtingstijden / SLOW

Sommige camera's bieden in bepaalde functies de mogelijkheid tot flitsopnamen in combinatie met een lange belichtingstijd. In deze functie hebt u de mogelijkheid om in schemerlicht of bij avond de achtergrond van de opname beter in beeld te krijgen. Dit wordt bereikt door belichtingstijden die aangepast zijn aan de lage omgevingshelderheid. Daarbij worden door de camera automatisch belichtingstijden gekozen, die langer zijn dan z'n flitssynchronisatietijd. Bij sommige camera's wordt de synchronisatie met lange belichtingstijden in bepaalde cameraprogramma's (bijv. bij diafragmavoorkeuze 'Av', nachtopnameprogramma enz.) automatisch geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de flitser hoeft u voor deze functie niets in te stellen en vindt er ook geen aanduiding plaats.

Gebruik bij lange belichtingen een statief om bewegen van de camera tijdens het opnemen te voorkomen!

15.4 HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden

Sommige camera's ondersteunen de HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Met deze flitsfunctie is het mogelijk, de flitser ook bij kortere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd te gebruiken. Interessant is deze functie bijv. bij portretopnamen in zeer lichte omgevingen en door een wijd geopend diafragma (bijv. F 2.0) de scherptediepte

begrensd moet worden! De flitser ondersteunt de synchronisatie bij korte belichtingstijden in de flitsfuncties TTL (TTL HSS) en M (M HSS).

Natuurkundig bepaald, wordt door de synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS echter het richtgetal en daarmee ook de reikwijdte van de flits soms flink beperkt! Let daarom op de aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de flitser! De HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden wordt automatisch uitgevoerd als op de camera automatisch door het belichtingsprogramma of met de hand een kortere tijd dan de flitssynchronisatietijd ingesteld is.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY - HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden - 1

Let er op, dat het richtgetal van de flitser bij de HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden ook van die belichtingstijd afhankelijk is: hoe korter de belichtingstijd, des te lager het richtgetal! De instelling vindt via het Mode-menu plaats (zie 5.1).

15.5 Flits vooraf tegen het 'rode ogen-effect'

Verschillende camera's beschikken over de mogelijkheid een flits, voorafgaand aan de eigenlijke hoofdflits, te ontsteken om het 'rode ogen-effect' te verminderen (Red-Eye-Reduction). Deze functie wordt alleen ondersteund door de in de camera ingebouwde flitser. Op externe flitsers wordt deze functie in principe niet ondersteund.

16 Meerzone AF-meetflits

Zodra er niet meer voldoende omgevingslicht om voor automatisch scherp te kunnen stellen, wordt door de camera de meerzone AF-meetflits ⑪ in de flitser geactiveerd. Daarbij wordt een streeppatroon op het onderwerp geprojecteerd waar de camera op kan scherpstellen. De reikwijdte bedraagt, afhankelijk van de geselecteerde AF-sensor in de camera, ong. 6 ... 9 m (bij standaardobjectief 1,7 / 50 mm). De maximale reikwijdte wordt met de centrale AF-sensor van de camera bereikt. Wegens de parallax tussen objectief en de AF-meetflits in de flitser bedraagt de dichtbij-instelgrens met de AF-meetflits ong. 0,7 m tot 1 m.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY - Meerzone AF-meetflits - 1

Om de camera de AF-meetflits ⑪ te laten activeren, moet op de camera de autofocusfunctie 'Single-AF (S)' ingesteld zijn en de flitser moet flitspa-

raat zijn. Sommige cameratypes ondersteunen alleen de in de camera ingebouwde AF-meetflits. De meerzone AF-meetflits ⑪ van de flitser wordt dan niet geactiveerd (bijv. bij compactcamera's; zie de gebruik-saanwijzing van uw camera)!

Zoomobjectieven met een geringe lichtsterkte kunnen de reikwijdte van de meerzone AF-meetflits behoorlijk beperken!

Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits van de flitser. Wordt dan een decentrale sensor geselecteerd, dan wordt de AF-meetflits in de flitser niet geactiveerd!

17 Ontsteeksturing (Auto-Flash)

Is er voldoende omgevingslicht voor een belichting in de normale modus, dan verhindert de camera het ontsteken van een flits. De belichting vindt dan plaats met de in het display van de camera aangegeven belichtingstijd. Het activeren van de ontsteeksturing wordt aangegeven door het verdwijnen van de flitsklaaraanduiding in de zoeker van de camera. Bij het bedienen van de ontspanknop op de camera wordt geen flits ontstoken.

De ontsteeksturing werkt bij verschillende camera's alleen in de functie program 'P' en diafragma-automatiek 'S' (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). De ontsteeksturing kan bij sommige camera's worden gedeactiveerd: druk daarvoor op de camera op de toets voor de flitssturing ↗ (zie de gebruiksaanwijzing van de camera) en houd deze bij de opname ingedrukt. Bij het aantippen van de ontspanknop op de camera verschijnt in de zoeker van de camera nu weer de flitsklaar-aanduiding. De elektronica in de camera kiest een geschikte tijd-diafragmacombinatie. Bij de opname wordt een flits ontstoken.

18 Onderhoud en verzorging

Verwijder vuil en stof met een zachte, droge of met siliconen behandelde doek. Gebruik geen schoonmaakmiddel – de kunststofonderdelen zouden beschadigd kunnen worden.

18.1 Het updaten van de firmware

De firmware-versie van de flitser wordt onmiddellijk na het met de hoofdschakelaar ⑮ inschakelen van de flitser gedurende een korte tijd rechts onderin het display aangegeven, bijv. „V1.0“ voor de firmware-versie 1.0.

De firmware van de flitser kan via de USB-interface ⑤ geactualiseerd en in technisch opzicht aan de functies van toekomstige camera's worden aangepast Firmware-update).

Nadere informaties vindt u in het internet op de Metz-homepage: www.metz.de

18.2 Reset

De flitser kan naar de fabrieksinstellingen worden teruggezet. Druk daarvoor op de toets 'Mode' en houd deze gedurende 3 s. ingedrukt. In het display wordt dan 'Reset' aangegeven. Na ong. 3 s. wisselt de aanduiding in het display naar de afleveringstoestand.

De updates van de firmware zijn hierin niet betrokken!

18.3 Formeren van de flitscondensator

De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een natuurkundige verandering, als het apparaat gedurende een langere tijd niet wordt ingeschakeld. Het is daarom noodzakelijk, de flitser eens per kwartaal gedurende 10 min. in te schakelen. De voeding moet daarbij zo veel energie leveren, dat de flitsparaatheid uiterlijk 1 min. na het inschakelen oplicht.

19 Troubleshooting

Zou het ooit voorkomen, dat bijv. in het display van de flitser onzinnige aanduidingen verschijnen of dat de flitser niet functioneert zoals hij op grond van zijn instellingen zou behoren te doen, schakel de flitser dan gedurende ong. 10 seconden met de hoofdschakelaar ⑮ uit. Controleer of hij correct in de accessoireschoen van de camera zit alsmede de camera-instellingen.

Vervang de batterijen, c.q. de accu's tegen nieuwe, c.q. vers opgeladen accu's! De flitser zou nu na het inschakelen weer 'normaal' moeten functioneren. Als dit niet het geval is, ga er dan mee naar uw fotohandelaar.

Hieronder zijn enkele problemen opgevoerd, die in de praktijk van het flitsen kunnen optreden. Onder elk punt zijn mogelijke oorzaken, c.q. remedies voor deze problemen aangegeven.

a) In het display verschijnt de reikwijdte niet

- De hoofdreflector staat niet in de normale stand.

- Op de flitser staat de remote-functie ingesteld.

b) In het display staat de reflectorstand niet aangegeven

- De hoofdreflector ⑦ is horizontaal of verticaal uit zijn normale positie gezwenkt (zie 10.1).

c) In het display wordt 'TILT' aangegeven

- De hoofdreflector ⑦ is vanuit zijn normale [positie naar beneden gezwenkt (zie 10.1).

d) In het display van de flitser wordt het kloksymbool Ⓛ aangegeven

- Op de flitser is de automatische uitschakeling geactiveerd (zie 7.9.).

e) De AF-meetflits van de flitser wordt niet geactiveerd.

- De flitser is niet paraat.

- De camera staat niet in de functie Single AF (S-AF).

  • De camera ondersteunt alleen de eigen, interne AF-meetflits.
  • Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de camera de AF-meetflits in de flitser. Als een gedecentraliseerde AF-sensor wordt gekozen, wordt de AF-meetflits in de flitser niet geactiveerd! Activeer de centrale AF-sensor!

f) De stand van de zoomreflector wordt niet automatisch aangepast aan de actuele zoomstand van het objectief.

  • De camera geeft geen gegevens door naar de flitser.
  • Er vindt geen uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!
  • De camera is uitgerust met een objectief zonder CPU.
  • De flitser werkt in de manual zoominstelling 'MZoom'. Schakel om naar autozoom (zie 8).

g) In het display verschijnt de aanduiding "POWERPACK"

  • Op de mecablitz is een niet toegelaten Power Pack aangesloten. Sluit alleen een Metz Power Pack P76 aan.
  • Een Metz Power Pack P76 is aangesloten en in het batterijvak van de mecablitz zitten nog batterijen/accu's. Haal de batterijen uit het batterijvak van de mecablitz.

h) In het display verschijnt een batterijwaarschuwing

  • Bij het verschijnen van de waarschuwingsaanduiding is er nog zoveel energie, dat slechts enkele flitsen kunnen worden ontstoken. Zie ook par. 3.2 "Batterijen vervangen". Er zijn echter ook oplaadapparaten waarbij de batterijwaarschuwing relatief vroeg verschijnt, hoewel er nog zo'n 50% van het aantal flitsen kan worden ontstoken. In het draadloze remotefunctie laat het systeem een batterijwaarschuwing niet toe.

i) In het display verschijnt een batterijsymbool
- Op de mecablitz is een Metz Power Pack P76 aangesloten en in het batterijvak van de mecablitz bevinden zich batterijen. Haal deze batterijen uit de mecablitz.

j) De stand van de zoomreflector wordt niet automatisch aangepast aan de actuele zoomstand van het objectief.

  • De camera geeft geen digitale gegevens aan de flitser door.
  • Er vindt geen uitwisseling van gegevens tussen camera en flitser plaats. Ontspankop op de camera aantippen!

k) In het display knippert de aanduiding van de zoomstand van de reflector.

- Waarschuwing wegens vignettering lans de randen van het beeld: de op de camera ingestelde brandpuntsafstand van het objectief (omgerekend naar kleinbeeld 24 x 36 mm) is kleiner dan de op de flitser ingestelde zoomstand van de reflector

I) De hulpreflector is niet te activeren, c.q. ontsteekt geen flits.

  • In de flitsfuncties stroboscoop, remote en instellicht (ML) wordt de hulpreflector niet ondersteund. In deze functies kan de hulpreflector niet worden geactiveerd, c.q. ontsteekt hij geen flits.
  • De hoofdreflector staat in zijn normale stand of hij is naar beneden gezwenkt.

m) De instelling voor met de hand in te stellen correcties op de TTL-flitsbelichting werkt niet.

- De camera ondersteunt de met de hand in te stellen correctiesop de TTL-flitsbelichting op de flitser niet.

n) De automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd vindt niet plaats.

- De camera werkt met een centraalsluiter (de meeste compactcamera's). Er hoeft daarbij geen omschakeling naar een flitssynchronisatietijd plaats te vinden.

- De camera werkt met de HSS-synchronisatie bij korte belichtingstijden. Daarbij

vindt omschakeling naar de flitssynchronisatietijd niet plaats.

- De camera werkt met een langere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd Afhankelijk van de camerafunctie wordt daarbij niet naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

o) De opnamen vertonen aan de onderzijde een schaduw.

- Door de parallax tussen objectief en flitser kan het onderwerp in het dichtbijbereik, afhankelijk van de brandpuntsafstand, aan de onderzijde van het beeld niet geheel worden uitgelicht. Neig de hoofdreflector, c.q. zet de groothoekdiffusor voor de reflector.

p) De opname zijn te donker.

  • Het onderwerp ligt buiten het bereik van de flits. Let op: bij indirect flitsen vermindert de reikwijdte van de flits.
  • Het onderwerp bevat zeer lichte of reflecterende beelddetails. Daardoor wordt het meetsysteem van de camera, c.q. van de flitser beïnvloed. Stel met de hand een positieve correctie op de flitsbelichting van bijv. +1 EV in.

q) De opnamen zijn te licht.

- In het dichtbijbereik kunnen overbelichtingen (te lichte opnamen) voorkomen, als u bijv. een langere dan de kortste flitsduur van de flitser gebruikt. De minimale afstand tot het onderwerp moet minstens 10% van de aangegeven reikwijdte bedragen.

r) De flitsparameters voor de lichtgevoeligheid ISO en de diafragmawaarde F zijn op de flitser niet te verstellen.

- Tussen camera en flitser vindt een digitale uitwisseling van gegevens laats. Daarbij worden de waarden van ISO en diafragma F automatisch op de flitser ingesteld. Het met de hand verstellen van ISO en diafragmawaarde is daarbij niet mogelijk!

s) De diafragma- en ISO-waarden van de camera worden niet in het display aangegeven en kunnen niet met de hand op de flitser worden ingesteld.

  • Tussen camera en flitser vindt automatisch een digitale uitwisseling van gegevens plaats. Het met de hand instellen, c.q. verstellen van de diafragma- en ISO-waarden is daarom niet mogelijk! Het systeem van de camera bepaalt, dat de waarden van diafragma en ISO niet in het display worden aangegeven (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.).
  • De diafragma- en ISO-waarden worden in de flitsfuncties van automatisch flitsen A, manual M aangegeven als de flitser niet op de camera wordt bediend, d.w.z. als er geen uitwisseling van gegevens kan plaatsvinden. De waarden kunnen dan met de hand versteld worden, bijv. voor het gebruik met een servo-flitsontspanner.

Richtgetallen bij ISO 100/21°, Zoom 105 mm:

in het metersysteem: 58

in het feetsysteem: 192

Flitsfuncties:

Standaard-TTL ontblood van meetflits vooraf, TTL met flits vooraf, ADI-meting, automatisch-flitsenfunctie A, manual M, stroboscopisch flitsen, Synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS, Remote-slaaf.

Bereik van de automatische werkdiafragma's bij ISO 100 / 21°:

F1,0 tot F45 inclusief de tussenwaarden

Met de hand instelbare deelvermogens:

P 1/1 ... P 1/256 in stappen van een derde

Flitsduur (zie Tabel 4, S. 160)

Meethoek fotosensor: Ong. 25°

Kleurtemperatuur: Ong. 5600 K

Lichtgevoeligheid: ISO 6 tot ISO 6400

Synchronisatie: Laagspannings-IGBT-ontsteking

Aantallen flitsen:

- Ong. 180 met Metz NiMH accupak 1600mAh

- Ong. 180 met super-alkalimangaanbatterijen

• Ong. 430 met Metz Power-Pack P76

Flitsvolgtijd:

- Ong. 5 seconden met NiMh accupak 1600mAh

- Ong. 5 seconden super-alkalimangaanbatterijen

- Ong. 2,5 seconden met Power Pack P76

(telkens bij vol vermogen)

(telkens bij vol vermogen)

Verlichtingshoek

Hoofdreflector vanaf 24 mm (kleinbeeldformaat 24 x 36 mm) ... met groothoekdiffusor vanaf 18 mm (kleinbeeldformaat 24 x 36 mm) Hulpreflector vanaf 35 mm (kleinbeeldformaat 24 x 36 mm) Zwenkbereiken en klikstanden van de hoofdreflector

Naar boven -7° 45° 60° 75° 90°

Tegen de wijzers van de klok in 30° .. 180°

Richting wijzers van de klok 30° 60° 90° 120°

Afmetingen ong. in mm (B x H x D)

Lampstaaf 71 x 148 x 99

Gewicht:

Flitser zonder accu Ong. 355 gram

De levering omvat

Flitser met ingebouwde groothoekdiffusor, gebruiksaanwijzing, tas T58 en standvoet.

21 Bijzondere toebehoren

Voor foute werking van en schades aan de mecablitz, veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten, zijn wij niet aansprakelijk.

- Mecabounce 58-90

(Bestelnr. 000058902)

Met deze diffusor verkrijgt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting. De werking is verbluffend, omdat de foto's een zacht effect krijgen. De gelaatskleur van personen wordt natuurlijker weergegeven. De flitsreikwijdte wordt ongeveer de helft korter.

• Reflexschirm 58-23/54-23

(Bestellnr. 000058235)/(Bestellnr. 000054236)

Verzacht door zijn zachte, gerichte licht, harde slagschaduwen.

- Power-Pack P76

(Bestellnr. 000129768)

voor groter aantal flitsen.

Verbindingskabel V58-50 (bestelnr. 000058504) vereist.

Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen!

Afvoeren van de batterijen

Batterijen horen niet bij het huisvuil.

S.v.p. de batterijen bij een daarvoor bestemd inzamelpunt afgeven.

S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's afgeven.

Batterijen / accu's zijn in de regel ontladen wanneer het daarvoor gebruikte apparaat

- uitschakelt en aangeeft „batterijen leeg“

- de batterijen na langer gebruik niet meer goed functioneren.

Om kortsluiting te voorkomen, moeten de batterijpolen met plakband worden afgeplakt.

Tabel 4: Flitsduur en deelvermogensstappen

Tabel 6: Flitsvolgtijden en aantallen flitsen bij de verschillende voedingstypes

Tabel 7: Max. Richtgetallen bij de HSS functie

Uw Metz-product is ontworpen voor en gebouwd uit hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled kunnen worden en dus geschikt zijn voor hergebruik.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY - Afvoeren van de batterijen - 1

Dit symbool betekent, dat elektrische en elektronische apparatuur aan het einde van zijn levensduur gescheiden van het huisvuil apart moet worden ingeleverd.

Breng dit apparaat naar een van de plaatselijke verzamelpunten of naar een kringloopwinkel.

Help s.v.p. mee, het milieu waarin we leven te beschermen.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY - Afvoeren van de batterijen - 2

In het kader de CE-markering werd bij de EMV-test de correcte be-lichting bepaald.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY - Afvoeren van de batterijen - 3

SCA Contacten niet aanraken!

In uitzonderlijke gevallen kan aanra- ken leiden.

METZ MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY - SCA Contacten niet aanraken! - 1

Avvertenza:

I

Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen!

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METZ

Model : MECABLITZ 58 AF-1 DIGITAL SONY

Categorie : Externe flitser