METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - Externe flitser

MECABLITZ 54 MZ4-4I - Externe flitser METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 54 MZ4-4I METZ in PDF-formaat.

📄 206 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - page 69
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over MECABLITZ 54 MZ4-4I METZ

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Externe flitser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 54 MZ4-4I - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 54 MZ4-4I van het merk METZ.

GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 54 MZ4-4I METZ

  1. Veiligheidsaanwijzingen 71

  2. De flitser gereedmaken....72

2.1 De flitser op de camera bevestigen 72

2.2 Voeding 72

2.2.1 Keuze van batterijen, c.q. accu's....72

2.2.2 Batterijen verwisselen....72

2.3 In- en uitschakelen van de flitser .....73

2.4. Filosofie van de bediening 73

2.4.1 Kiezen en instellen van de flitsfunctie TTL / A / M / ↓↓↓ (stroboscoop)....73

2.4.2 Kiezen en instellen van de bijzondere functies .....73

2.4.3 Instelling van ISO / zoom / diafragma ⊗ / "P" (deelvermogen) en „EV" (correctie op de flitsbelichting) 73

  1. De TTL-flitsfunctie .....74

3.1 Verdere TTL-flitsfuncties 75

  1. De automatisch-flitsenfunctie ..... 75

4.1 Verdere automatisch-flitsfuncties ..... 76

  1. Flitsen met handbediening....76

5.1 Verdere, met de hand in te stellen flitsfuncties....78

  1. Indirect flitsen....78

6.1 Indirect flitsen met ingeschakelde hulpreflector....78

6.2 Indirect flitsen in de automatisch-flitsenfunctie en de TTL-flitsfunctie. 79

6.3 Indirect flitsen met handinstelling....79

  1. Flitsen met bediening op afstand 79

7.1 De draadloze Metz TTL-flitsfunctie met bediening op afstand....79

7.2 De draadloze Metz A bediening op afstand 80

7.3 Beoordeling van de totale verlichtingsverhouding bij flitsen met bediening op afstand....81

  1. Invulflitsen bij daglicht 81

8.1 Invulflitsen bij de TTL-flitsfunctie....81

8.2 Invulflitsen bij de automatisch-flitsenfunctie 81

  1. De stroboscoopisch-flitsenfunctie 82

  2. Aanduiding van de belichtingscontrole 83

  3. De AF-meetflits 84

  4. Bijzondere functies 84

12.1 Beep-functie 84

12.2 Ver- en ontgrendelen van de bedieningselementen (Key-functie) . 85

12.3 Automatische uitschakeling van het apparaat / Auto-Off ..... 85

12.4 REAR - synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter ..... 86

12.5 Instellicht / Modelling-Light ML 86

12.6 Aanpassing van de verlichtingshoek aan de brandpuntsafstand van het opnameformaat....87

12.7 Flitsbelichtingstrapje „Fb“ (Flash bracketing) 87

12.8 Terug naar basisinstellingen 88

12.9 Motor-zoomreflector 89

12.10 Omschakeling van m - ft 89

  1. Groothoekdiffusor....90

  2. Flitsbelichting met de hand corrigeren ..... 90

  3. Onderhoud en verzorging....91

  4. Technische gegevens 91

  5. Vaktermen 92

  6. Bijzondere toebehoren 93

  7. Troubleshooting 94

Tabel 1: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1) ..... 192

Tabel 2: Flitsduur en deelvermogensstappen. 193

Tabel 3: Belichtingstijden bij de stroboscoopfunctie....194

Tabel 4: Flitsvolgtijden en aantallen flitsen bij de verschillende voedingstypes 195

Tabel 5: Max. richtgetallen bij het HSS functie ..... 195

Tabel 6: Afstandsfunctie ..... 196

Voorwoord

Wij danken u, dat u uw keuze op een Metz product hebt laten vallen. Wij verheugen ons er over, dat wij u als klant te mogen begroeten.

Natuurlijk kunt u het nauwelijks afwachten uw flitser in gebruik te nemen. Het is echter zeker aan te bevelen, deze gebruiksaanwijzing te lezen want alleen zo leert u zonder problemen met het apparaat om te gaan.

De navolgende gebruiksaanwijzing is zodanig opgesteld dat het de bediening van het systeem camera-flitser met een standaardvoet 301 en een SCA 3xx2 adapter beschrijft.

METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - Voorwoord - 1

Sla s.v.p. ook de afbeeldingen op het omslang van de gebruiksaanwijzing open!

Deze flitser is geschikt voor:

  • Alle camera's met flitsschoen en middencontact;
  • Alle camera's met flitsschoen zonder middencontact, zij het met gebruik van een flitskabel (zie bijzondere toebehoren);
  • Systeemcamera's de optimale aanpassing aan uw systeemcamera bereikt u door het gebruik van een SCA 3xx2, c.q. SCA 3xx adapter. Welke adapter u voor uw camera nodig heeft, vindt u in de bijgevoegde SCA-tabel. Daarin kunt u tevens de bijzondere flitsfuncties vinden die het systeem dan uitvoert.

Voor meer informatie kunt u ons op onze website onder www.metz.de bezoeken.

Wij wensen u veel plezier van uw nieuwe flitser.

Overzicht van de flitsfuncties • en bijzondere flitsfuncties ◇

54 MZ-.. met SCA 3xx2 adapter: Bij het werken met de mecablitz 54 MZ-.. en een SCA 3xx2 adapter zijn talrijke extrafuncties beschikbaar. Nagenoeg alle van de momenteel bekende flitsfuncties van de bekende camerafabrikanten worden ondersteund! De beschikbaarheid van elke functie hangt echter van het betreffende camerasysteem (camerafabrikant) en type camera af. Nadere details vindt u in de SCA-overzichtstabel, c.q. de gebruiksaanwijzingen van de betreffende SCA-adapters!

  • TTL-flitsfunctie ^1)
  • Metz TTL-flitsen met bediening op afstand ^1)
  • Canon ETTL- flitsfunctie ^1)
  • Canon ETTL-HSS-flitsfunctie ^1) 2)
  • Minolta TTL-HSS flitsfunctie ^1) 2)
  • Nikon matrixgestuurde invulflitsregeling
  • Nikon 3D Multi-Sensor invulflitsregeling
  • Nikon D-TTL-flitsfunctie ^3)
  • Nikon D-TTL-3D flitsfunctie ^3)
  • Nikon i-TTL-flitsfunctie ^4)
  • Nikon i-TTL-BL-flitsfunctie4)
  • Olympus TTL-flitsfunctie ^5) met Digitalcamera

  • Flitsen met deelvermogen via instelling met de hand

  • HSS-flitsfunctie ^2) met handinstelling bij Canon, Minolta en Nikon
  • Automatisch flitsen
  • Metz automatische bediening op afstand
  • Stroboscopisch flitsen
    ◇ Met de hand ingestelde correctie op de flitsbelichting bij de TTL- en A-functies ^1)
    ◇ Flitsbelichtingstrapje Fb bij de TTL- en A-functies
    ◇ Alleen mogelijk indien instelbaar op de camera
    ◇ Synchronisatie bij het open- of dichtgaan van de sluiter

◇ Autom. sturing van de motor-zoomreflector
◇ Autom. sturing van de AF-meetflits
◇ Autom. aanduiding van de flitsreikwijdte
◇ Autom. sturing naar de flitssynchronisatietijd
◇ Wake-up functie
◇ Aanduiding flitsparaatheid in de zoeker van de camera
◇ Aanduiding van belichtingscontrole in de zoeker van de camera
◇ Ontsteeksturing (Pentax, Minolta)
◇ Flits vooraf tegen rode ogen (Nikon)
◇ Instellicht-functie

1) alleen mogelijk indien in te stellen op de camera
2) HSS = High Speed Synchronization = synchronisatie op korte tijden
3) alleen bij 54 MZ-4
4) alleen mogelijk met 54 MZ-4i en Nikon SCA-Adapter 3402-M3
5) Olympus E-1 alleen mogelijk met 54 MZ-4i en SCA-Adapter 3202-M3

i

54 MZ-.. met SCA 3xx adapter:

Bij het gebruik van de mecablitz met een SCA 3xx adapter zijn de extra flitsfuncties beperkt! De beschikbaarheid van elke flitsfunctie hangt hier af van het gebruikte camerasysteem (camerafabrikant) en het speciale type camera. Nadere details vindt u in de SCA-overzichtstabel, c.q. de betreffende gebruiksaanwijzing van de SCA adapter.

  • TTL-flitsfunctie ^1)
  • Metz TTL flitsfunctie met bediening op afstand ^1)
  • Flitsen met handinstelling en deelvermogen
  • Automatisch-flitsenfunctie
  • Metz automatisch-flitsenfunctie met bediening op afstand
  • Stroboscopisch flitsen
    ◇ Met handinstelling corrigeren van de flitsbelichting in de A-functie
    ◇ Flitsbelichtingstrapje Fb in de A-functie

◇ Autom. sturing naar de flitssynchronisatietijd
◇ Wake-up functie
◇ Aanduiding flitsparaatheid in de zoeker van de camera
◇ Aanduiding van belichtingscontrole in de zoeker van de camera
◇ Instellicht-functie

1) alleen mogelijk indien in te stellen op de camera

54 MZ-.. met standaardvoet 301 (sturing alleen via middencontact of flitskabel):

  • Flitsen met handinstelling en deelvermogen
    • Automatisch-flitsenfunctie
  • Metz automatisch-flitsenfunctie met bediening op afstand
  • Stroboscopisch flitsen
    ◇ Met de hand ingestelde correctie op de flitsbelichting bij de TTL- en A-functies
    ◇ Flitsbelichtingstrapje Fb bij de TTL- en A-functies
    ◇ Instellicht-functie

1. Veiligheidsaanwijzingen

  • De flitser is alleen bedoeld en toegelaten voor gebruik op fotografisch gebied.
  • De flitser mag nooit worden ontstoken in de omgeving van licht ontvlambare stoffen (benzine, oplosmiddelen, enz)! GEVAAR VOOR EXPLOSIES!
  • Auto-, bus-, fiets-, motorfiets- of treinbestuurders enz. nooit met de flitser fotograferen. Door verblinding kan de bestuurder een ongeluk veroorzaken!
  • Nooit dicht bij de ogen een flits ontsteken! Een flits, vlak voor de ogen van personen en dieren kan leiden tot beschadiging van het netvlies en andere zware zichtstoringen - tot blindheid aan toe!
  • Gebruik alleen de in de gebruiksaanwijzing aangegeven en toegelaten voedingsbronnen!
  • Batterijen en accu's niet blootstellen aan overmatige warmte als zonne-schijn, vuur en dergelijke!
  • Lege accu niet in vuur werpen!
  • Uit lege batterijen kan loog komen wat tot beschadiging van de contacten in het apparaat leidt. Lege batterijen dus onmiddellijk uit het apparaat halen.
  • Droge batterijen mogen niet worden opgeladen.
  • Flitser en oplaadapparaat niet blootstellen aan drup- en spatwater!
  • Bescherm uw flitser tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar de flitser niet in het handschoenvakje van de auto !
  • Bij het ontsteken van een flits mag er zich geen lichtondoorlatend object vlak voor of op het venster van de flitskop bevinden. Het venster van de flitskop mag niet verontreinigd zijn. Indien u hier niet op let kan door de grote energie van het flitslicht verbranding van het materiaal, c.q. het venster van de reflector optreden.
  • Na meerdere flitsen niet het venster van de reflector aanraken. Gevaar voor verbranding!

  • De flitser niet uit elkaar nemen! HOOGSPANNING! In het interieur van de flitser bevinden zich geen onderdelen die door een leek gerepareerd kunnen worden.

  • Bij serieopnamen met volle energie en de korte flitspauzes die de NiCd–accu mogelijk maken moet u er op letten steeds na 15 flitsen een pauze van minstens 10 minuten in te lassen. U voorkomt dan overbelasting van het apparaat.

2. De flitser gereedmaken

2.1 De flitser op de camera bevestigen

Flitser en camera uitschakelen voor het opzette of afnemen.

De mecablitz kan alleen met de standaardvoet 301 of met een SCA 3xx, c.q. SCA 3xx2 adapter (accessoire) worden bevestigd.

De mecablitz wordt standaard met de standaardvoet 301 voor eenvoudig flitsen afgeleverd. De belichtingstijd moet daarbij gelijk aan of langer zijn dan de kortste flitssynchronisatietijd van de camera. Bij set-apparaten wordt, in plaats van de standaardvoet, de betreffende SCA-adapter meegeleverd.

Aanbrengen van de standaardvoet of de SCA-adapter:

Alvorens de standaardvoet of SCA-adapter op de flitser te monteren of demonteren dient de flitser uitgeschakeld te zijn door middel van de hoofdschakelaar.

  • Afdekplaat (alleen bij gebruik van de SCA 3xx2 adapter) in het midden oppakken en uitnemen.
  • De SCA-adapter of standaardvoet 301 tot de aanslag inschuiven.

Demontage van de standaardvoet of SCA-adapter:

  • Mecablitz uitschakelen met de hoofdschakelaar ② (Afb. 1).
  • Deksel ⑯ (Afb. 3) van het batterijvak naar onder schuiven en openklappen.
  • Op de gekleurde ontgrendelknop ⑯ (Afb. 3) drukken en tegelijkertijd de SCA-adapter, c.q. standaardvoet afnemen.

mecablitz opzetten:

Mecablitz in de accessoireschoen van de camera schuiven en met de kartelmoer vastklemmen.

2.2 Voeding

2.2.1 Keuze van batterijen, c.q. accu's

De mecablitz kan naar keuze worden gevoed uit:

  • 4 Nikkel-cadmiumaccu's, type IEC KR 15/51, deze bieden zeer korte flitspauzes ze zijn zuinig omdat ze oplaadbaar zijn.
  • 4 Nikkel-metaalhydride accu's, met een duidelijk hogere capaciteit dan NiCd. Accu's en minder belastend voor het milieu omdat ze geen cadmium bevatten.
  • 4 Alkali-mangaanbatterijen, type IEC LR6, onder houdsvrije voedingsbron voor gematigde prestaties.
  • Power Pack P 40 (accessoire), biedt microprocessor gestuurde accucontrole en aanduiding van de laadtoestand (met ontlaadfunctie).
  • Power Pack P 50 (accessoire), biedt microprocessor gestuurde accucontrole en aanduiding van de laadtoestand (met ontlaadfunctie).

2.2.2 Batterijen verwisselen

  • mecablitz uitschakelen met de hoofdschakelaar ② (Afb. 1).
  • Deksel ⑯ (Afb. 3) van het batterijvak naar onder schuiven en openklappen.
  • Batterijen of accu's in de lengte, overeenkomstig de aangegeven batterij-symbolen inzetten en het batterijvak sluiten.

Let bij het inzetten van de batterijen op de juiste polariteit, volgens de batterijsymbolen op het deksel van het batterijvak ⑯. Lege accu's horen niet thuis in het huisafval! Lever ze in bij de betreffende verzamelstations!

2.3 In- en uitschakelen van de flitser

De flitser wordt ingeschakeld via zijn hoofdschakelaar ② (Afb. 1). In de bovensts stand On is de flitser permanent ^6) ingeschakeld - de flitsfunctie verschijnt in het LC-display.

6) Zie ook „12.3 Automatisch uitschakeling van het apparaat“

Als in het LC-display een sleutel verschijnt dan de bedieningsaanwijzingen van „12.2 Ver- en ontgrendelen van de bedieningselementen“ uitvoeren.

Om de flitser uit te schakelen de hoofdschakelaar ② (Afb. 1) naar beneden schuiven. Als u denkt, de flitser gedurende langere tijd niet te gebruiken, bevelen wij aan:

  • de flitser uit te schakelen via zijn hoofdschakelaar ② (Afb. 1);
  • de voedingsbronnen (batterijen, accu's) eruit te nemen.

2.4 Filosofie van de bediening

2.4.1 Kiezen en instellen van de flitsfunctie TTL / A / M / (stroboscoop)

De flitsfunctie TTL, A (automatisch flitsen), M (flitserinstelling met handbedie- ning of stroboscoopfunctie) wordt met de toets Mode ① (Afb. 1) gekozen, druk daarvoor zo vaak op de Mode toets, dat de gewenste flitsfunctie door het knipperende symbool wordt aangegeven. Voor het opslaan het instelwiel ⑤ (Afb. 1) in de richting van de pijl drukken. Als het instelwiel niet wordt ingedrukt wordt de gekozen functie na ong. 5 s. automatisch opgeslagen. Na het opslaan wordt het symbool voor de functie in het display constant (zonder knipperen) aangegeven!

Aanwijzing: Elke flitsfunctie wordt in een apart hoofdstuk besproken!

2.4.2 Kiezen en instellen van de bijzondere functies

Met de toets Select ④ (Afb. 1) kunnen in elke flitsfunctie bijzondere extra-functies worden gekozen:

Door op de Select toets ④ (Afb. 1) te drukken worden achtereenvolgens de bijzondere functies „Beep“(D), automatische uitschakeling (☑), REAR ^7

(synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter), instellicht (‡‡‡), zoomformaat een flitsbelichtingstrapje „Fb“ opgeroepen.

7) alleen met SCA adapter en camera die deze functie ondersteunen

Na het oproepen van een bijzondere functie knippert het symbool van die functie en de functiestatus (OFF of On) wordt in het LC-display aangegeven.

Door het instelwiel ⑤ (Afb. 1) te draaien wordt de gekozen de functie in- of uitgeschakeld.

Door op het instelwiel ⑤ (Afb. 1) te drukken wordt de ingestelde functie opgeslagen.

Aanwijzing: Elke bijzondere flitsfunctie wordt in een apart hoofdstuk besproken.

2.4.3 Instelling van ISO / zoom / diafragma Ⓧ, „P“ (deelvermogen) en „EV“ (correctie op de flitsbelichting)

Door aan het instelwiel ⑤ (Afb. 1) te draaien de gewenste functie (ISO / zoom / diafragma / correctie op de flitsbelichting „EV“) op de rechterzijde van het LC-display kiezen. De gekozen functie wordt door een pijl ▶ gekenmerkt.

Voor het verstellen van de functie in de pijlrichting drukken. De pijl ▶ in het LC-display knippert. Om de toestand te wijzigen aan het instelwiel ⑤ (Afb. 1) in de richting van de pijl draaien. Voor het opslaan op het instelwiel drukken. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na ong. 5 seconden automatisch opgeslagen. Na het opslaan knippert de pijl in de gekozen positie niet meer.

Bij het werken met de mecablitz samen met een SCA 3xx2 adapter is het mogelijk dat de diafragmawaarde zich niet laat veranderen (afhankelijk van type camera en SCA-adapter)! Bij het werken met de mecablitz samen met een SCA 3xx2 adapter is het mogelijk dat de ISO-waarde voor de filmgevoeligheid zich niet laat veranderen, c.q. niet wordt aangegeven (afhankelijk van type camera en SCA-adapter)!

Aanwijzing: Elke instelling voor een positie worden in een extra hoofdstuk besproken!

3. De TTL-flitsfunctie

Met gebruik van de TTL-flitsfunctie krijgt u op eenvoudige wijze zeer goede flitsfoto's.

Voor de TTL-flitsfunctie moet de mecablitz met een geschikte SCA-adapter uitgerust zijn. De TTL-flitsfunctie kan alleen met camera's worden uitgevoerd die deze TTL-flitsfunctie meterdaad ondersteunen! Met de standaardvoet SCA 301 (alleen middencontact, c.q. flitskabelaansluiting) is TTL flitsen niet mogelijk. Als met de mecablitz samen met een camera, c.q. een SCA-adapter wordt gewerkt, worden bij het bedienen van de ontspanknop op de camera niet-geregelde flitsen met volle energie afgegeven! Voor het testen van de TTL-functie moet er een film in de camera zitten!

Bij deze functie wordt de meting van de belichting door een sensor in de camera uitgevoerd. Deze sensor meet de hoeveelheid gereflecteerd, door het objectief op de film vallende licht. Bij het bereiken van de voor een goed belichte opname vereiste hoeveelheid licht zendt de elektronica in de camera een stopsignaal naar de SCA-adapter (accessoire) en de lichtuitstraling van de mecablitz wordt onmiddellijk verbroken.

Het voordeel van deze flitsfunctie ligt in het feit, dat alle factoren die van invloed zijn op de belichting van de film (opnamefilters, veranderingen van diafragmawaarde en brandpuntsafstand bij zoomobjectieven, extra balguitrek voor dichtbijopnamen enz.) automatisch bij de regeling van het flitslicht worden meegerekend.

Bij een correct belichte flitsopname licht gedurende ongeveer 3 seconden de „ok“ aanduiding op.

Op de mecablitz kan bovendien een akoes tische melding worden geactiveerd, zie daarvoor „12.1 Beep-functie“.

Het instellen van de TTL-flitsfunctie:

  • De mecablitz voorzien van de geschikte SCA-adapter en op de camera zetten.
  • De camera volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing instellen.

  • mecablitz via de hoofdschakelaar ② (Afb. 1) inschakelen.

  • Zo vaak op de Mode toets ① (Afb. 1) drukken, dat de TTL in het LC-display knippert. Instelwiel in de richting van de pijl drukken en daar-mee de instelling opslaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na ong. 3 seconden automatisch opgeslagen. Het symbool TTL verschijnt na het opslaan continu en knippert niet meer.
  • Afhankelijk van het type camera en de SCA-adapter kan het mogelijk zijn, dat de waarden voor ISO (filmgevoeligheid), zoomstand en diafragma niet automatisch door de camera worden doorgegeven. In dat geval moet u de waarden met de hand op de mecablitz instellen. De instelling van e ISO-waarde is alleen van belang voor de correcte opgave van de flitsreikwijdte in het LC-display en daarom voor de eigenlijke TTL flitsopnamen van geen belang. Deze gegevens hoeven daarom niet absoluut te worden ingesteld.
  • De instelling van de zoomreflector is belangrijk voor het correct uitlichten van het totale onderwerp! De stand van de zoomreflector moet daarom altijd worden aangepast aan de brandpuntsafstand van het objectief.

Tip:

Als u een zoomobjectief gebruikt en niet absoluut altijd het volle vermogen van de flitser nodig heeft, kunt u de stand van de zoomreflector op de aanvangsbrandpuntsafstand van het objectief laten staan. Daardoor wordt gegarandeerd, dat het onderwerp altijd volledig wordt uitgelicht en bespaart u zich het telkens moeten bijstellen van de zoomstand op de flitser.

Voorbeeld:

U gebruikt een zoomobjectief met een bereik van f = 28 tot 80 mm. In dit voorbeeld stelt u de zoomreflector in op 28 mm!

Bij het werken met de mecablitz samen met een SCA 3xx2 adapter en een camera die gegevens naar de mecablitz zendt kan het voorkomen, dat de ISO-waarde niet aangegeven wordt (hangt van het type camera af); zie de gebruiksaanwijzing van de SCA-adapter. De waarden voor filmgevoeligheid en ISO en diafragma kunnen onder bepaalde omstandigheden niet worden veranderd! Bij grote contrastverschillen, bijv. een donker onderwerp in een sneeuwlandschap, kan een correctie op de belichting nodig zijn (zie hoofdstuk 14.).

3.1 Verdere TTL-flitsfuncties

Op de mecablitz kunnen in de flitsfunctie TTL verdergaande functies worden ingesteld.

Het aantal en de mogelijke verdergaande functies zijn afhankelijk van het type SCA-adapter en de gebruikte camera:

  • TTL op afstand met adres „Ad1“
    (zie hoofdstuk „7.1 De draadloze Metz TTL-flitsfunctie met bediening op afstand“)
  • TTL op afstand met adres „Ad2“
    (zie hoofdstuk „7.1 De draadloze Metz TTL-flitsfunctie met bediening op afstand“)
  • ETTL flitsfunctie (alleen met SCA 3102 en de geschikte Canon camera (zie de gebruiksaanwijzingen van SCA-adapter en camera)
  • ETTL-HSS flitsfunctie; synchronisatie met korte tijden (alleen met SCA 3102 en de geschikte Canon camera, zie de gebruiksaanwijzingen van SCA-adapter en camera)
  • Matrix gestuurde invulflits 📄 (alleen met SCA 3402 en de geschikte Nikon camera, zie de gebruiksaanwijzingen van SCA-adapter en camera)
  • 3D multisensor invulflits (alleen met SCA 3402 en de geschikte Nikon camera, zie de gebruiksaanwijzingen van SCA-adapter en camera)
  • TTL-HSS flitsfunctie (alleen met SCA 3302 en de geschikte Minolta camera, zie de gebruiksaanwijzingen van SCA-adapter en camera).

Het instellen van een verdergaande TTL-flitsfunctie:

  • Druk op de Mode toets ① (Afb. 1) tot TTL in het LC-display knippert. Als TTL niet meer knippert dan een keer op de Mode toets drukken.
  • Instelwiel draaien en de gewenste flitsfunctie instellen.
  • Instelwiel ⑤ (Afb. 1) in de richting van de pijl drukken en de instelling opslaan. Als het instelwiel niet wordt gedrukt, wordt de gewenste flitsfunctie na 5 s. automatisch opgeslagen. Het symbool TTL zal na het opslaan niet meer knipperen.

4. De automatisch-flitsenfunctie

Bij de automatisch-flitsenfunctie meet een sensor ⑪ (Afb. 2) in de mecablitz de door het onderwerp gereflecteerde hoeveelheid licht. De mecablitz onderbreekt de lichtafgifte zodra de voor een correcte belichting benodigde hoeveelheid licht is bereikt. Daardoor hoeft er bij verandering van de flitsafstand geen nieuwe diafragmawaarde te worden berekend en ingesteld, zolang het onderwerp zich maar niet buiten de aangegeven max. flitsreikwijdte bevindt. De sensor ⑪ (Afb. 2) van de mecablitz moet op het onderwerp gericht staan, waarheen de hoofdreflector verder ook is gezwenkt. De sensor heeft een meethoek van 25° en meet alleen gedurende het door de eigen mecablitz afgegeven flitslicht.

Bij een correct belichte opname verschijnt op de mecablitz geurende 3 s. de „ok“ aanduiding.

De automatisch-flitsenfunctie is zowel met een SCA-adapter als met de standaardvoet SCA 301 mogelijk.

Sommige camera's ondersteunen de mecablitz in de automatisch-flitsenfunctie met een SCA-adapter niet (zie de gebruiksaanwijzing van camera en SCA-adapter). In dat geval moet de mecablitz van de standaardvoet SCA 301 worden voorzien.

Het instellen van de automatisch-flitsenfunctie:

  • Voorzie de mecablitz van de SCA-adapter of standaardvoet SCA 301 en zet hem op de camera.
  • Stel de camera in volgens de opgaven in zijn gebruiksaanwijzing.
  • Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar ② (Afb. 1) in.
  • Druk zo vaak op de Mode toets ① (Afb. 1), dat de A in het display knippert. Druk het instelwiel in de richting van de pijl om de instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. Na het opslaan verschijnt het symbool A continu en houdt het op te knipperen.

- Als de mecablitz met een SCA 3xx2 samen met een camera wordt gebruikt die de gegevens voor filmgevoeligheid ISO, stand van de zoomreflector en diafragma automatisch doorgeeft zijn er verder geen instellingen nodig. De mecablitz stelt zichzelf in op de overgebrachte camerawaarden.

METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - Het instellen van de automatisch-flitsenfunctie: - 1

Bij het werken met een mecablitz, samen met een camera die de gegevens op de mecablitz overbrengt kan het voorkomen, dat (afhankelijk van de camera) de ISO-waarde niet wordt aangegeven; zie de gebruiksaanwijzing van de SCA-adapter. De waarden voor filmgevoeligheid ISO en diafragma kunnen soms niet worden veranderd!

De automatisch-flitsenfunctie met een SCA 3xx adapter, c.q. een standaardvoet SCA 301:

In dit geval moeten de betreffende waarden voor de filmgevoeligheid ISO, de stand van de zoomreflector en de diafragmawaarde met de hand op de mecablitz worden ingesteld. Dit is absoluut vereist om tot goed belichte flitsopnamen te komen, omdat de mecablitz op basis van deze gegevens zijn lichtafgifte regelt!

Tip:

Als u een zoomobjectief gebruikt en niet absoluut altijd het volle vermogen van de flitser nodig heeft, kunt u de stand van de zoomreflector op de aanvangsbrandpuntsafstand van het objectief laten staan. Daardoor wordt gegarandeerd, dat het onderwerp altijd volledig wordt uitgelicht en bespaart u zich het telkens moeten bijstellen van de zoomstand op de flitser.

Voorbeeld:

U gebruikt een zoomobjectief met een bereik van f = 28 tot 80 mm. In dit voorbeeld stelt u de zoomreflector in op 28 mm!

METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - Het instellen van de automatisch-flitsenfunctie: - 2

Het onderwerp moet zich in het bereik van ongeveer 40 % tot 70 % van het in het LC-display aangegeven afstandsgebied bevinden. Zo wordt de elektronica voldoende speelruimte geboden.

Voorzichtig bij gebruik van zoomobjectieven!

Deze kunnen, afhankelijk van hun bouw een verlies aan doorgelaten licht van zelfs een hele stop veroorzaken. Ze kunnen ook bij verschillende brandpuntsafstanden verschillende effectieve diafragmawaarden hebben. Dit kunt u eventueel door met de hand de diafragma-waarde te corrigeren, compenseren (zie hoofdstuk 14.).

4.1 Verdere automatisch-flitsenfuncties

Op de mecablitz kunnen in de flitsfunctie A verschillende verdergaande flitsfuncties worden ingesteld:

  • Flitssturing op afstand met adres „Ad1“ (zie hoofdstuk „7.1 De draadloze Metz A bediening op afstand“)
  • Flitssturing op afstand met adres „Ad2“ (zie hoofdstuk „7.1 De draadloze Metz A bediening op afstand“)

Het instellen van een verdere automatisch-flitsenfunctie:

  • Druk zo vaak op de Mode toets, dat A in het display knippert.
  • Draai het instelwiel en kies de gewenste flitsfunctie.
  • Om de instelling op te slaan drukt u op het instelwiel. Al u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. De A verschijnt continu en knippert niet meer.

5. Flitsen met handbediening

In deze stand wordt het volle flitsvermogen afgegeven, voor zover geen deelvermogen ingesteld is. De mecablitz moet met een SCA-adapter of standaardvoet uitgerust zijn. Een aanpassing aan de opnamesituatie kan door de diafragma-instelling op de camera en/of door instelling van een deelvermogen gemaakt worden.

In het LC-display van de mecablitz wordt de afstand van de flitser tot het onderwerp, die tot een goed belicht resultaat zal leiden, aangegeven. Let daarom op correcte instelling aan de mecablitz. De waarden voor diafragma en filmgevoeligheid ISO op camera en flitser moeten met elkaar overeenkomen! De zoomstand van de reflector moet afgestemd zijn op de brandpuntsafstand van het objectief!

Het instellen voor flitsen met handbediening:

Instelvoorbeeld:

Flitsafstand: 6 m, zoom 50 mm, ISO 100/21°.

- Camera volgens de opgaven van zijn gebruiksaanwijzing instellen.

  • Flitser voorzien van standaardvoet SCA 301 of SCA-adapter en op de camera zetten.
  • Flitser via zijn hoofdschakelaar ② (Afb. 1) inschakelen.
  • Zo vaak op de Mode toets ① (Afb. 1) drukken, dat de M in het display knippert. Druk het instelwiel ⑤ (Afb. 1) in de richting van de pijl om de instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. Het symbool M verschijnt na het opslaan continu en knippert niet meer.
  • Na het opslaan wordt in het display het deelvermogen „P 1/1“ (= vol vermogen) aangegeven. Bij het bedienen van de ontspanknop ⑥ (Afb. 1) aan de mecablitz, c.q. die van de camera, wordt een flits met vol vermogen ontstoken.

Sommige camera's ondersteunen de mecablitz bij handinstelling met een SCA adapter niet (zie de gebruiksaanwijzing van camera en SCA adapter). In dat geval moet de mecablitz met de standaardvoet SCA 301 worden uitgerust (zie ook de gebruiksaanwijzing van de camera).

Flitsen met mecablitz in instelling met de hand en een adapter SCA 3xx2:

Als de mecablitz, voorzien van een SCA 3xx2 adapter samen met een camera wordt gebruikt die de gegevens voor filmgevoeligheid ISO, stand van de zoomreflector en de diafragmawaarde automatisch doorgeeft, hoeven er verder geen instellingen te worden gedaan. De mecablitz stelt zich in op basis van de door de camera overgebrachte gegevens.

Bij het werken met een mecablitz, samen met een camera die de gegevens aan de mecablitz doorgeeft kan het voorkomen, dat (afhankelijk van het type camera) de ISO-waarde niet wordt aangegeven; zie de gebruiksaanwijzing van de SCA-adapter. Bij het werken met de mecablitz ene een camera die gegevens naad de mecablitz doorgeeft kunnen de waarden van de filmgevoeligheid ISO en de diafragma-waarden niet worden veranderd! In dit geval moet de diafragma-waarde op de camera zo worden veranderd, dat in het LC-display van de mecablitz de gewenste afstand wordt aangegeven.

Flitsen met handinstelling met een SCA 3xx adapter, c.q. de standaardvoet SCA 301:

In dit geval moeten de betreffende waarden voor filmgevoeligheid ISO, de stand van de zoomreflector en de diafragmawaarde met de hand op de mecablitz worden ingesteld. Dit is voor een correcte belichting absoluut noodzakelijk, daar de mecablitz op basis van deze gegevens de flitsafstand tot het onderwerp berekent en in het display aangeeft.

Het instellen van een deelvermogen:

Om de afstandsaanduiding ter wille van een correcte flitsbelichting te veranderen en individueel aan te passen aan de opnameomstandigheden kan op de mecablitz een deelvermogen worden ingesteld:

  • Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) tot het pijlsymbool in het LC-display naast de P staat.
  • Druk het instelwiel ⑤ (Afb. 1) in de richting van de pijl. Het pijlsymbool knippert.
  • Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) en stel het gewenste vermogen in. Druk het instelwiel in de richting van de pijl om het gekozen deelvermogen op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt het deelvermogen na 5 s. automatisch opgeslagen. Na het opslaan knippert het pijlsymbool niet meer.

Voor het veranderen van de afstandswaarde en individueel aan te passen aan de opnamesituatie, kan ook de diafragmawaarde op de camera worden veranderd. Let er echter wel op, dat veranderen van de diafragmawaarde op de camera de scherptediepte beïnvloedt!

Het uitschakelen van een deelvermogen:

  • Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) tot het pijlsymbool in het LC-display naast de P staat.
  • Druk het instelwiel in de richting van de pijl. Het pijlsymbool knippert.
  • Draai het instelwiel tot de aanduiding van het deelvermogen op P 1/1 staat. Druk het instelwiel ⑤ (Afb. 1) in de richting van de pijl om deze instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl

drukt, wordt na 5 s. automatisch opgeslagen. Na het opslaan knippert het pijlsymbol niet meer. Het deelvermogen wordt, bij instelling op een andere flitsfunctie op P 1/1 gezet!

5.1 Verdere, met de hand in te stellen flitsfuncties

De mecablitz moet uitgerust zijn met een SCA 3xx2 adapter!

Sommige camera's bieden de mogelijkheid van synchronisatie bij een korte belichtingstijd (de FP, c.q. HSS-flitsfunctie) in de instelling M die met de hand moet worden uitgevoerd (zie hiervoor de gebruiksaanwijzing van de camera en de SCA-adapter).

Het instellen van de flitsfunctie „M-HSS“ onder de M-flitsfunctie:

  • Druk op de Mode toets ① (Afb. 1) tot de M in het display knippert.
  • Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) en stel HSS in.
  • Druk het instelwiel ⑤ (Afb. 1) in de richting van de pijl om deze instelling op te slaan.
    Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt HSS na 5 s. automatisch opgeslagen. Na het opslaan knippert het M symbool niet meer.

Uitschakelen van de "HSS"-flitsfunctie:

  • Druk op de Mode toets ① (Afb. 1) tot de M in het display knippert.
  • Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) en stel HSS uit.
  • Druk het instelwiel in de richting van de pijl om deze instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt na 5 s. automatisch opgeslagen. Na het opslaan knippert het M symbool niet meer.

6. Indirect flitsen

Rechtstreeks geflitste opnamen zijn vaak te herkennen aan de typisch harde en nadrukkelijke schaduwen. Vaak werkt ook de natuurkundig bepaalde lichtafval van voorgrond naar achtergrond storend.

Door indirect te flitsen kunnen deze verschijnselen sterk worden verminderd, omdat het onderwerp en de achtergrond met verstrooid licht zacht en gelijkmatig verlicht worden. De reflector van de flits wordt hierbij zo gezwenkt, dat hij op een geschikt reflecterend vlak (bijv. wanden of plafond van de ruimte) gericht staat.

De reflector is horizontaal zowel als verticaal te zwenken.

Verticaal: -7^, 0^, 60^, 75^, 90^

Horizontaal: -180^ , -150^ , -120^ , -90^ , -60^ , -30^ , 0^ , 30^ , 60^ , 90^ .

In de uitgangspositie in de kop mechanisch vergrendeld. Druk voor het ont-grendelen op de drukknop en draai de flitskop.

Bij verticaal of horizontaal zwenken van de reflector moet er op worden gelet, dat hij voldoende ver wordt uitgezwenkt, zodat er geen rechtstreeks flitslicht vanuit de reflector meer op het onderwerp kan vallen. Daarom moet er minsten tot in de klikstand van 60° worden gezwenkt. In het LC-display doven de afstandsaanduidingen. De onderwerpsafstand van flitser via plafond of wand tot het onderwerp is nu immers een onbekende grootheid.

Het door het reflectievlak verstrooid gereflecteerde licht geeft een zachte verlichting van het onderwerp.

Het reflecterend vlak moet neutgraal van kleur, c.q wit zijn en mag geen structuur hebben. (bijv. houten balken tegen het plafond), die schaduwen kunnen vormen. Voor kleureffecten kiest men een reflecterend vlak in de gewenste kleur.

Om bij het indirect flitsen schaduwen te vermijden, die bijvoorbeeld bij portretopnamen onder de neus en in de oogkassen ontstaan, wordt het gebruik van de tweede reflector aanbevolen.

6.1 indirect flitsen met ingeschakelde hulpreflector

De hulpreflector ⑨ (Afb. 2) maakt bij indirect flitsen frontale opheldering mogelijk.

Werken met de hulpreflector is alleen zinvol bij indirect flitsen.

Met de schakelaar ⑫ (Afb. 2) kan de hulpreflector in- en uitgeschakeld worden. Als het symbool ⑭ in het LC-display van de mecablitz knippert, is dat alleen maar een aanwijzing, da de hoofdreflector nog niet is uitgezwenkt.

Bij geactiveerde hulpreflector wordt het vermogen van de flitser verdeeld: 85 % er van komt via de hoofdreflector en 15 % via de hulpreflector. Bij het flitsen met deelvermogen en ingeschakelde hulpreflector kunnen de aangegeven %-waarden iets afwijken.

Als de hoeveelheid licht van de hulpreflector te groot is, kan deze met behulp van het grijsfilter met ong. 50 % worden verminderd. Het grijsfilter daarvoor opzij schuiven, van de mecablitz afnemen, 180° draaien.

Flitsfuncties als ADI, stroboscoop, E-TTL, E-TTL-HSS, D-TTL, 3D Multi-Sensor, TTL-HSS en Remote zijn niet tegelijk met inzet van de hulpreflector mogelijk.

6.2 Indirect flitsen in de automatisch-flitsenfunctie en de TTL-flitsfunctie

Aanbevolen wordt, vóór de eigenlijke opname te controleren, of de flitser voor de ingestelde diafragmawaarde voldoende licht afgeeft. Ga hiervoor te werk als aangegeven in hoofdstuk „10. Aanduiding van de belichtingscontrole“.

6.3 Indirect flitsen met handinstelling

Bij flitsen met handinstelling wordt de benodigde diafragmawaarde op de camera het beste met een flitsbelichtingsmeter vastgesteld. Als u niet over zo'n meer beschikt kunt u met de vuistregel:

$$ \text { Diafragmawaarde op de camera } = \frac {\text { richtgetal }}{\text { verlichtingsafstand } \times 2} $$

een diafragmawaarde bepalen, die u bij het opnemen ook met ± 1 stop zou kunnen variëren.

7. Flitsen met bediening op afstand

Algemeen

Onder „bediening op afstand“ verstaan we de draadloze besturing op afstand van extra flitsers. Daarbij stuurt de cameraflitser (Controller) de extra flitsers (Slaves) zo, dat de automatische belichtingsregeling van de flitsfunctie met bediening op afstand zich ook over de extraflitsers uitstrekt. De Metz flitsfunctie met bediening op afstand maakt het zonder kabelverbinding werken met deflitsregeling met meerdere flitsers van de typen 54 MZ-.., 34 CS-2, 28 CS-2, 40 MZ- ..., 50 MZ-5 en 70 MZ-. . mogelijk. Om deze functie uit te voeren moeten alle extraflitsers 54 MZ-.., 70 MZ-4 (Slaves) met een Slaveadapter 3083 (accessoire) en alle 40 MZ- ... met een Slave-adapter SCA 3080 of SCA 3082 (accessoire) worden uitgerust. De Slave-flitsers kunnen op de met de Slave-adapter meegeleverde standvoet of een statief worden gemonteerd.

De Slave-flitsers 34 CS-2, 28 CS-2, 50 MZ-5 Slave en 70 MZ-5 hebben geen Slave-adapter nodig.

In de functies met bediening op afstand verschijnt er geen aanduiding van de flitsreikwijdte, c.q. afstandsaanduiding in het LC-display van de mecablitz. De hulpreflector van de mecablitz moet uitgeschakeld zijn!

Om het mogelijk te maken, twee systemen met bediening op afstand in één ruimte te laten functioneren en zich niet aan elkaar storen, kunnen op de Controller en de Slave-flitsers twee verschillende adressen Ad1 en Ad2 worden gekozen.

7.1 De draadloze Metz TTL-flitsfunctie met bediening op afstand De Metz-TTL-flitsfunctie met bediening op afstand is alleen mogelijk met een camera die over een TTL-flitsregeling beschikt!

Instellingen van de Controller voor de Metz TTL-flitsfunctie met bediening op afstand (Afb. 4):

1 Voorzie de flitser op de camera van de geschikte SCA-adapter en schakel hem via zijn hoofdschakelaar in.
2 Druk zo vaak op de Mode toets ① (Afb. 1) dat in het display TTL knippert.
3 Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) terwijl de functieaanduiding TTL knippert en kies de controllerfunctie Co met adres Ad1 of Ad2. Zou TTL niet meer knipperen, druk dan één keer op de Mode toets Druk het instelwiel in de richting van de pijl om deze instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de gekozen instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. Na het opslaan knippert TTL niet meer maar is het samen met Co en het Slave-adres Ad1 of Ad2 continu zichtbaar.

Instellingen van de Slave voor de Metz TTL-flitsfunctie met bediening op afstand (Afb. 5):

  • Voorzie de Slave-flitser 54 MZ-.., 70 MZ-4 van een Slave-adapter 3083. Slave-flitsers 40 MZ- ... van een Slave-adapter 3080 of 3082.
    1 Schakel de mecablitz via de hoofdschakelaar ② (Afb. 1) in. De mecablitz stelt zich automatisch in de TTL flitsfunctie in en in het LC-display verschijnt de aanduiding SL (Slave-functie). Het Slave-adres Ad1 (c.q. het laatst gekozen adres) wordt ingesteld.
    2 Druk, om het Slave-adres te wisselen, op de Mode toets ① (Afb. 1) de functieaanduiding TTL knippert.
    3 Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) en stel Slave-adres Ad2 in. Druk het instelwiel in de richting van de pijl en sla de instelling op.

In de bediening op afstand wordt de motor-zoomreflector van de mecablitz automatisch in de stand 24 mm gezet om een zo groot mogelijk vlak geheel te kunnen verlichten. Deze reflectorstand is eventueel met de hand te veranderen (zie hoofdstuk 12.).

  • Als de Slave-flitser opgeladen is, licht zijn aanduiding voor flitsparaatheid op en de AF-meetflits knippert. Bovendien kan een akoestisch signaal (Beep) bij het bereiken van de flitsparaatheid worden ingesteld (zie hoofdstuk 12.). Dit is zinvol, als er geen zichtcontact met de AF-meetflits, c.q. de aanduiding voor de flitsparaatheid bestaat.
    4 Druk op de handontspanknop ↘ ⑥ (Afb. 1) van de mecablitz Controller en ontsteek een proefflits.
  • De Slave-flitser antwoordt met een in tijd vertraagde flits en geeft daarmee aan, dat hij paraat is. Zijner meerdere Slave-flitsers tegelijkertijd in bedrijf, dan volgt het bevestigingssignaal van alle Slave-flitsers tegelijk. Als een Slave-flitser geen in tijd vertraagde flits afgeeft, dan heeft de sensor van de Slave-adapter geen schakelimpuls ontvangen. Draai dan de sensor in de richting van de Controllerflitser en herhaal stap 4.
    Bij bijzonder kleine afstand tussen Controller- en Slave-flitser kan onder bepaalde omstandigheden de elektronica in de camera de lichtaf-

gifte onderbreken voordat de Slave zijn informatie heeft gekregen. Vergroot dan de afstand tussen Controller en Slave of kies een hoger diafragmagetal en herhaal stap 4.

Uitschakelen van de Metz-TTL-flitsfunctie met bediening op afstand:

  • Druk op de Mode toets ① (Afb. 1) van de Controllerflitser en kies met het instelwiel ⑤ (Afb. 1) de Controller-functie.
  • Op de Slave-flitser: Flitser uitschakelen, Slave-adapter SCA 3083 afnemen en de flitser weer inschakelen.

7.2 De draadloze Metz A-flitsfunctie met bediening op afstand

De Metz automatische flitsenfunctie met bediening op afstand kan met systeem-, standaard-, met mechanische en met middenformaatcamera's worden uitgevoerd. Voorwaarde voor alle camera's is een flitscontact, c.q. -aansluiting en een mecablitz met standaardvoet 301 of SCA-adapter. Hierbij wordt de belichting door de fotosensor van de controllerflitser op de camera geregeld.

Het instellen voor de Controller met de Metz automatisch-flitsenfunctie:

  • Voorzie de mecablitz van een SCA-adapter of standaardvoet 301 en schakel hem in.
  • Schakel de camera in volgens de gebruiksaanwijzing in de instelling voor handbediening.

Niet elke camera ondersteunt samen met een SCA-adapter de automatisch-flitsenfunctie, c.q. de automatisch-flitsenfunctie met bediening op afstand. (zie de gebruiksaanwijzing van camera en SCA-adapter). Als de camera de automatisch-flitsenfunctie met een SCA-adapter niet ondersteunt, rust de camera dan uit met de standaardvoet 301! Vergeet in dat geval niet, de instellingen op de camera (ISO, diafragmawaarde en brandpuntsafstand van het objectief) op de flitser over te brengen!

  • Stel op de camera een belichtingstijd van 1/60 s. of langer in.
  • Schakel de mecablitz op de camera in.

  • Druk zo vaak op de Mode toets ① (Afb. 1) dat de A knipperend in het display wordt aangegeven.

  • Draai zolang de A knippert het instelwiel ⑤ (Afb. 1) en kies de Controllerfunctie Co met adres Ad1 of Ad2. Als A niet meer knipperen, druk dan één keer op de Mode toets Druk het instelwiel in de richting van de pijl om deze instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de gekozen instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. Na het opslaan knippert A niet meer maar is het samen met Co en het Slave-adres Ad1 of Ad2 continu zichtbaar.

Het instellen voor de Metz automatisch-flitsenfunctie met bediening op afstand:

Hier gelden dezelfde instelregels als voor de Metz TTL flitsfunctie met bediening op afstand.

De slaveflitser werkt, ook bij A-Remote in de TTL-functie.

7.3 Beoordeling van de totale verlichtingsverhouding bij flitsen met bediening op afstand

Voor het beoordelen van de totale verlichtingsverhouding bij het A- en TTL flitsen met bediening op afstand kan de instelverlichting van alle aangesloten flitsers worden ontstoken.

Voor het ontsteken van het instellicht moet op de 54 MZ-.. op de camera de handontspanknop ♦ ⑥ (Afb. 1) voor deze functie worden geprogrammeerd. Druk daartoe de toets Select ④ (Afb. 1) zo vaak, dat de functieaanduiding ♦♦♦ oplicht. Draai aan het instelwiel ⑤ (Afb. 1) en stel de functie instellicht in op On of OFF. Met de handontspanknop ♦ ⑥ (Afb. 1) kan dan het instellicht ontstoken worden, zie hiervoor ook hoofdstuk 12.

8. Invulflitsen bij daglicht

De mecablitz kan ook worden ingezet voor het invullen van schaduwpartijen bij daglicht en zo, ook bij tegenlichtopnamen voor een uitgebalanceerde verlichting zorgen. Er staan hiervoor verschillende mogelijkheden naar keuze ter beschikking.

8.1 Invulflitsen bij de TTL-flitsfunctie

De mecablitz moet van een geschikte SCA-adapter worden voorzien. De camera moet de functie van TTL-invulflitsen ondersteunen.

- Druk zo vaak op de Mode toets ① (Afb. 1), dat in het display TTL wordt aangegeven.

Bij de meeste cameratypen wordt bij geheel geprogrammeerde automatiek, programautomatiek P en de onderwerpprogramma's bij daglicht automatisch het invulflitsen geactiveerd (zie hiervoor de gebruiksaanwijzing van camera en SCA-adapter). De camera zorgt hierbij automatisch voor een uitgebalanceerde belichting tussen onderwerp en achtergrond.

Sommige camera's bieden bovendien een speciaal invulflitsprogramma, dat indien nodig bewust door de gebruiker kan worden ingesteld. Het activeren vindt, afhankelijk van de camera op de camera zelf plaats of op de mecablitz (zie hiervoor de gebruiksaanwijzing van camera en SCA-adapter).

Voorbeeld: matrixgestuurd invulflitsen (alleen bij bepaalde Nikon camera's)

De mecablitz moet voorzien zijn van de SCA-adapter 3402 (Nikon)!

Verschillende Nikon camera's ondersteunen de functie „matrixgestuurd invul-flitsen“ (zie de gebruiksaanwijzing van camera en SCA-adapter). Deze bedrijfsfunctie is een verdergaande functie onder de TTL-flitsfunctie. De instelling hiervan werd in hoofdstuk 3.1 beschreven!

Voorbeeld: 3D Multisensor- invulflitsen (alleen met bepaalde Nikon-camera's)

De mecablitz moet voorzien zijn van adapter SCA 3402 (Nikon)!

Sommige Nikon-camera's ondersteunen de "3D-Miltisensor-invulflitsfunctie" (zie de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter). Deze flitsfunctie is een meer doorgevoerde functie onder de TTL-flitsfunctie. Het instellen daarvan is in hoofdstuk 3.1 beschreven!

8.2 Invulflitsen in de automatisch-flitsenfunctie

  • Mecablitz via zijn hoofdschakelaar ② (Afb. 1) inschakelen.
  • Druk zo vaak op de Mode toets ① (Afb. 1), dat de A knippert. Druk het instelwiel in de richting van de pijl en sla daarmee de instelling op. Als u

het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. Het symbool A verschijnt nu constant en het knippert niet meer.

In de automatisch-flitsenfunctie wordt de hoeveelheid flitslicht geregeld door de sensor van de mecablitz Let er daarom op, dat de bron van het tegenlicht niet rechtstreeks op de sensor van de mecablitz valt. De elektronica van de flitser zou daardoor in de war gebracht kunnen worden.

Bepaal met de belichtingsmeer van de camera of met een losse belichtingsmeer de voor een normale belichting benodigde diafragmawaarde en belichtingstijd. Let er daarbij op, dat de belichtingstijd op de camera gelijke aan of langer is dan de kortste flitssynchronisatietijd.van de camera (hangt van het type camera af: zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

Voorbeeld:

Gevonden diafragmawaarde = 8;

Gevonden belichtingstijd = 1/60 s.

Flitssynchronisatietijd van de camera bijv. 1/100 s.

(zie gebruiksaanwijzing van de camera).

Beide gevonden waarden voor diafragma en belichtingstijd kunnen op de camera worden ingesteld, daar de belichtingstijd langer is dan de flitssynchronisatietijd.

Voor het bereiken van een plezierige opheldering van de schaduwen te krijgen, wordt aanbevolen op de flitser een één stop lagere diafragmawaarde in te stellen dan de op de camera ingestelde. In het voorbeeld wordt op de camera diafragmawaarde 8 ingesteld, op de flitser zou dat dus 5,6 moeten worden.

Als de mecablitz met een SCA 3xx2 adapter is uitgerust, en de camera automatisch de diafragmawaarde naar de mecablitz overbrengt is met de hand verstellen van de diafragmawaarde niet mogelijk! In dat geval kan in de automatisch-flitsenfunctie met de hand een correctie op de flitsbelichting worden ingesteld (zie hoofdstuk 14.).

Een correctie met de hand op de flitsbelichting bij de automatisch-flitsenfunctie kan ook dan worden ingesteld, als de camera geen gegevens naar de

mecablitz stuart.

Correctie van de diafragmawaarde is dan niet meer nodig!

Tip:

Meet, indien mogelijk, de belichting van onderwerp en achtergrond apart. Een correctiewaarde van -1 EV (= stop) tot -1 2/3 EV voor de diafragma-waarde op de mecablitz, leidt naar ervaring tot de beste opnameresultaten bij het invulflitsen!

9. De stroboscopisch-flitsenfunctie (Afb. 6)

Bij deze functie kunnen op één enkele opname meerdere flitsbelichtingen worden gemaakt. Dit is vooral interessant bij bewegingsstudies en effectopnamen (Afb. 6). Bij de functie van stroboscopisch flitsen worden meerdere flitsen met een bepaalde flitsfrequentie afgegeven. De functie is daarom alleen met een deelvermogen van maximaal 1/4 of minder te realiseren.

Voor een stroboscoopopname kan de flitsfrequentie (aantal flitsen per seconde) van 1 ... 50 Hz in stappen van 1 Hz en het aantal flitsen van 2 ... 50 in stappen van 1 flits worden gekozen.

In de stroboscoopfunctie wordt geen waarde voor de filmgevoeligheid ISO aangegeven. Bij het gebruik van de mecablitz met een adapter SCA 301 of een camera die gegevens naar de mecablitz zendt, stelt de mecablitz deze filmgevoeligheid automatisch in (zie gebruiksaanwijzing van camera en SCA-adapter)!

Bij het gebruik van de mecablitz met een adapter SCA 3xx, de standaardvoet SCA 301 of met een camera die geen gegevens voor de filmgevoeligheid zendt, moet de filmgevoeligheid voordat u voor de stroboscoopfunctie kiest in de functies TTL, A of M worden ingesteld. De mecablitz neemt die instelling dan ook over voor de stroboscoopfunctie.

Het maximaal mogelijke deelvermogen stelt zich in de stroboscoopfunctie automatisch in. U kunt, ter wille van zeer korte flitstijden met de hand een deelvermogen van tot 1/256 instellen. In het LC-display wordt de bij de ingestelde parameers behorende geldige afstandswaarde aangegeven. Door de diafragmawaarde of de opnameafstand te veranderen kunt u de aange-

geven afstandswaarde op de opnameafstand aanpassen. Op de camera moeten dan de diafragmawaarden van de mecablitz worden ingesteld. Door het gebruiken van films met een hogere gevoeligheid, kan de afstandswaarde worden vergroot.

Bij ingeschakelde hulpreflector is stroboscopisch flitsen niet mogelijk.

Instellingen voor de stroboscoopfunctie (Afb. 7):

  • Zet de camera overeenkomstig de gebruiksaanwijzing in de functie van handinstelling en kies een passende belichtingstijd.
    1 Rust de mecablitz met een SCA-adapter of standaardvoet SCA 301 uit en schakel hem via de hoofdschakelaar ② (Afb. 1) in.
    2 Druk zo vaak op de Mode toets ① (Afb. 1), dat in het display knippert. Druk het instelwiel ⑤ (Afb. 1) in de richting van de pijl om de instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. Het symbool verschijnt nu constant en knippert niet meer.

De stroboscopisch-flitsenfunctie met de mecablitz en een SCA 3xx2 adapter: Als de mecablitz met een adapter SCA 3xx2 samen wordt gebruikt met een camera die gegevens voor filmgevoeligheid ISO, stand van de zoomreflector en diafragmawaarde automatisch doorgeeft, zijn verdere instellingen op de mecablitz overbodig. De mecablitz stelt zich automatisch in op de van de camera ontvangen gegevens. Het aantal flitsen en de flitsfrequentie moeten, als onder de punten 3 en 4 beschreven (zie hieronder), worden ingesteld.

Bij het gebruik van de mecablitz met een camera die gegevens aan de mecablitz doorgeeft, kunnen de waarden van filmgevoeligheid ISO en diafragma niet worden veranderd.

Stroboscopisch flitsen met een SCA 3xx adapter, de standaardvoet SCA 301 of met een camera die geen gegevens doorgeeft (Afb. 7):

In dit geval moeten de betreffende waarden voor filmgevoeligheid ISO de stand van de zoomreflector en de diafragmawaarde met de hand op de mecablitz worden ingesteld. Dis is absoluut noodzakelijk, daar de mecablitz vanuit deze waarden de afstand van onderwerp tot flitser voor een correcte belichting berekent en in zijn display aangeeft.

3 Aantal flitsen instellen. Hiervoor het instelwiel ⑤ (Afb. 1) op de flitser draaien tot de pijl in de bovenste positie staat Druk het instelwiel, door het te draaien het gewenste aantal (N) flitsen instellen en opslaan door opnieuw op het instelwiel te drukken.
4 De flitsfrequentie instellen. Hiervoor het instelwiel ④ (Afb. 1) tegen de richting van de wijzers van de klok in draaien tot naast de pijl f(Hz) staat. Druk het instelwiel en draai het om de gewenste flitsfrequentie in te stellen. Door opnieuw op het instelwiel te drukken wordt de instelling opgeslagen.

Als afstandswaarde wordt de afstand tot het bewegende object gebruikt. Om overbelichting van de onbewegelijke achtergrond te vermijden. Moet dit deel van het beeld zeer donker zijn of zich zeer ver achter het bewegende object bevinden. De beste resultaten worden verkregen bij weinig omgevingslicht.

Bij het instellen van de camera moet op een voldoend lange belichtingstijd worden gelet.

In de tabel 3 worden de kortste belichtingstijden voor de N = f(Hz) combinaties aangegeven.

10. Aanduiding van de belichtingscontrole

De aanduiding van de belichtingscontrole „ok“ ③ (Afb. 1) licht alleen op als de opname in de automatisch-flitsen- of TTL-flitsfunctie correct werd belicht. Hierdoor heeft u bij de automatisch-flitsenfunctie de mogelijkheid om, vooral bij indirect flitsen met moeilijk vooraf in te schatten reflectieverhoudingen door een met de hand ontstoken proefflits de passende diafragmawaarde te bepalen.

De proefflits kan met de handontspanknop ⑥ (Afb. 1) worden ontstoken, voor zover u deze toets niet voor het instellicht hebt geprogrammeerd (zie hoofdstuk 12.).

Blijft de aanduiding van de belichtingscontrole „ok“ ③ (Afb. 1) na de proefflits donker, dan moet u de eerstvolgend lagere diafragmawaarde instellen

of de afstand naar het reflecterende vlak, c.q. het onderwerp verkleinen en de proefflits herhalen.

De op deze wijze verkregen diafragmawaarde moet u ook op de camera instellen.

Houd bij de proefflits de flitser en de sensor ⑪ (Afb. 2) als bij de latere opname.

Deze mogelijkheid kan ook bij de TTL-flitsfunctie worden toegepast, zonder dat een proefflits moet worden ontstoken. Zet de flitser in de automatisch-flitsenfunctie en bepaal, op de manier die hierboven werd beschreven de passende diafragmawaarde, stel die op de camera in, waarna u de flitser weer in de TTL-flitsfunctie terugzet.

Deze methode functioneert ook relatief exact bij de gemiddelde brandpuntsafstanden van 28 - 85 mm. In grensgevallen kan echter bij de navolgende TTL-flitsbelichting tóch onderbelichting optreden. De aanduiding van de belichtingscontrole „ok“ blijft in die gevallen na het ontspannen van de camera donker. Herhaal dan de opname met de eerstvolgend lagere diafragma-waarde (bijv. in plaats van diafragma 11 diafragma 8).

11. De AF-meetflits

De AF-meetflits ⑩ (Afb. 2) van de mecablitz kan alleen door autofocuscamera's worden geactiveerd die een AF-meetflits ondersteunen! Sommige autofocuscamera's ondersteunen alleen hun eigen, ingebouwde AF-meetflits (zie hiervoor ook de gebruiksaanwijzing van de camera). De mecablitz moet van een adapter SCA 3xx2 zijn voorzien!

Let er bij de keuze van de autofocusfunctie van de camera op, dat de meeste camera's de AF-meetflits slechts in de functie „Single AF“ c.q. „One Shot AF“ ondersteunen (zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

Zodra er niet meer genoeg omgevingslicht is voor het automatisch scherpstellen, wordt door de elektronica van de camera de autofocus-meetflits geactiveerd. De autofocusschijnwerper straalt een streeppatroon uit dat op het onderwerp wordt geprojecteerd. Op dit streeppatroon kan de autofocuscamera dan automatisch scherpstellen. De reikwijdte van de AF-meetflits bedraagt

ongeveer 9 m (bij standaardobjectief 1,7/50 mm). Zoomobjectieven met een lagere lichtsterkte kunnen de reikwijdte van de AF-meetflits soms behoorlijk beperken.

Sommige autofocuscamera's hebben, behalve het centrale AF-meetveld in de camerazoeker nog andere AF-meetvelden. Het streeppatroon van de AF-meetflits ondersteunt alleen de centrale AF-sensor van de camera. Soms moet op de camera de centrale AF-sensor met de hand worden ingesteld (zie gebruiksaanwijzing van camera en SCA-adapter).

12. Bijzondere functies

De bijzondere functies van de mecablitz kunnen door op de Select toets ④ (Afb. 1) na elkaar worden opgeroepen en met het instelwiel ⑤ (Afb. 1) in- of uitgeschakeld worden.

12.1 Beep-functie

Met de Beep-functie kan de gebruiker sommige functies van de mecablitz zich akoestisch laten melden. Daardoor kan de fotograaf zich geheel op het onderwerp en opname concentreren en hoeft hij zich niet om de optische statusaanduidingen te bekommenen!

De Beep-functie signaleert akoestisch ...

  • het bereiken van de flitsparaatheid;
  • de juiste flitsbelichting;
  • de automatische uitschakeling van de flitser en
  • een bedieningsfout.

Akoestische melding na inschakelen van de mecablitz:

- Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken beep-signaal direct na de opname geeft aan, dat de flitser paraat is.

Beep-signalen na de opname:

- Een kort (ong. 2 s.) ononderbroken beep-signaal direct na de opname geeft aan, dat de opname correct werd belicht en de flitser nog, c.q. weer

paraat is. Als er direct na de opname geen signaal klinkt, werd de opname onderbelicht.

- Een intermitterend beep-signaal direct na de opname is het teken voor een correct belichte flitsopname. De flitser is echter pas na een volgende (3 s.) continu-beep weer paraat.

Beep-signalen bij de instellingen in de automatisch-flitsenfunctie „A“:

- Een kort beep-signaal als alarm klinkt als in de automatisch-flitsenfunctie de mecablitz de instellingen van diafragmawaarde en filmgevoeligheid ISO tot overschrijding van het toelaatbare lichtregelbereik zouden leiden. Het werkdiafragma op de mecablitz wordt automatisch in de eerstvolgend toelaatbare waarde veranderd.

Inschakelen van de Beep-functie (Afb. 9):

1 Druk zo vaak op de Select toets ④ (Afb. 1), dat het symbool ▷ knippert.

2 Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) en de Beep-functie inschakelen. In het LC-display van de mecablitz verschijnt „On“. Voor het opslaan van de functie het instelwiel kort in de richting van de pijl drukken. Als het instelwiel niet wordt gedrukt, wordt de gekozen instelling na 5 s. automatisch opgeslagen.

Uitschakelen van de Beep-functie (Afb. 9):

- Druk zo vaak op de Select toets ④ (Afb. 1), dat het symbool knippert.

- Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) en de Beep-functie uitschakelen. In het LC-display van de mecablitz verschijnt „OFF“. Voor het opslaan van de functie het instelwiel kort in de richting van de pijl drukken. Als het instelwiel niet wordt gedrukt, wordt de gekozen instelling na 5 s. automatisch opgeslagen.

12.2 Ver- en ontgrendelen van de bedieningselementen (Key-functie)

Met de key-functie zijn de toetsen Mode, Select en het instelwiel tegen onbedoeld verstellen te vergrendelen.

Voor het vergrendelen gedurende 3 s. tegelijk op de toetsen Mode en Select drukken tot in het display het symbool Ⓞ verschijnt.

Voor het ontgrendelen gedurende 3 s. tegelijk op de toetsen Mode en Select drukken tot in het display het symbool O-m verdwijnt.

12.3 Automatische uitschakeling van het apparaat / Auto-Off (Afb. 8)

De mecablitz kan naar keuze zo worden ingesteld, dat hij na 1 minuut of na 10 minuten na het laatste gebruik (flitsopname, of instelling, c.q. aantippen van de ontspanknop op de camera) zich automatisch uitschakelt om de stroombronnen tegen onbedoeld verbruik te beschermen.

De laatst gebruikte functie-instelling blijft na het automatisch uitschakelen behouden en staat na herinschakelen onmiddellijk weer ter beschikking.

Als de mecablitz met een SCA 3xx2 adapter is uitgerust, kan hij door aan- tippen van de ontspanknop op de camera weer worden geactiveerd.

Als de mecablitz met een SCA 3xx adapter of met de standaardvoet SCA 301 is uitgerust kan hij door het instelwiel te bedienen, weer worden geactiveerd.

Inschakelen van de automatische uitschakeling (Afb. 8):

1 Druk zo vaak op de Select toets ④ (Afb. 1) van de mecablitz, dat het symbool Ⓛ knippert.

2 Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) en kies de gewenste „Auto-off-tijd“ 1 m (1 minuut) of 10 m (10 minuten). In het display wordt bovendien „On“ aangegeven. Voor het opslaan van deze instelling het instelwiel kort in de richting van de pijl drukken, Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. In het LC-display van de mecablitz wordt na het opslaan het symbool ⏻ aangegeven.

Als u denkt, de mecablitz gedurende langere tijd niet te gebruiken, schakel hem dan met behulp van de hoofdschakelaar uit!

Uitschakelen van de automatisch uitschakeling:

1 Druk zo vaak op de Select toets ④ (Afb. 1) van de mecablitz, dat het symbool (klokje) knippert.

2 Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) tot in het LC-display „OFF“ aangegeven wordt. Voor het opslaan van deze instelling het instelwiel kort in de richting

van de pijl drukken, Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. Uit het LC-display van de mecablitz verdwijnt na het opslaan het symbool Ⓤ.

12.4 REAR - synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (Afb. 10/11) De synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) is vooral bij belichtingen met lange belichtingstijden (langer dan bijv. 1/30 seconde) en bewegen-de onderwerpen met een eigen lichtbron van belang. Bewegende lichtbronnen trekken dan een lichtveeg achter zich in plaats van - zoals bij synchronisatie zodra de sluiter openstaat- deze voor zich uit te duwen. Met synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter wordt daarom bij bewegende lichtbronnen een „natuurlijker“ weergave van de opnamesituatie verkregen.

De REAR-functie is alleen te kiezen en in te stellen als de mecablitz van de geschikte SCA-adapter is voorzien en oip een camera is aangebracht, die deze functie ondersteunt. De camera moet voor het oproepen van deze functie ingeschakeld zijn! Door kort aantippen van de ontspanknop van de camera moet minstens éénmaal een gegevensoverdracht tussen camera en mecablitz, c.q. SCA-adapter hebben plaatsgevonden.

Of uw camera, c.q. de SCA-adapter de REAR-functie ondersteunt vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzingen.

Bij sommige camera's is in bepaalde functies de REAR-functie niet mogelijk De REAR-functie is niet te kiezen c.q. de REAR-functie wordt automatisch uitgezet. Zie daarvoor de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter!

Inschakelen van de REAR-functie:

- Druk zo vaak op de Select toets ④ (Afb. 1), dat in het LC-display „REAR“ verschijnt Met het instelwiel „On“ instellen. Het instelrad in de richting van de pijl drukken om de instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de REAR-functie na 5 s. automatisch opgeslagen.

Het symbool „REAR“ voor synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter blijft na de instelling in het LC-display staan!

Tip: Gebruik bij deze functie veiligheidshalve een statief om bij langere belichtingstijden bewegingsonscherpte te vermijden.

Deze functie na de opname weer uitschakelen, daar zich voor de „normale“ flitsopnamen onder sommige omstandigheden bij camerafunctie P, c.q. de onderwerpsprogramma's ongewenst lange belichtingstijden kunnen ontstaan.

De REAR-functie kan op sommige camera's zelf worden ingesteld. Op de mecablitz wordt dan echter geen „REAR“ aangegeven.

Uitschakelen van de REAR-functie:

- Druk zo vaak op de Select toets ④ (Afb. 1), dat in het LC-display „REAR“ verschijnt Met het instelwiel „OFF“ instellen. Het instelrad in de richting van de pijl drukken om de instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. Het symbool „REAR“ voor synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter in het LC-display zal verdwijnen.

12.5 Instellicht / Modelling-Light ML

Bij het instellicht gaat het om een stroboscopisch flitslicht met hoge frequentie. Bij een tijdsduur van ong. 4 seconden ontstaat de indruk van continulicht. Met het instellicht kan de lichtverdeling kan de lichtverdeling en schaduwvorming reeds voorafgaand aan de opname worden beoordeeld.

Het instellen van de instellichtfunctie:

- Druk zo vaak op de Select toets ④ (Afb. 1), dat in het LC-display het symbool knippert. Met het instelwiel „On“ instellen. Druk het instelwiel in de richting van de pijl om de instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen.

Op de mecablitz brandt bij contact met een SCA 3xx2 adapter het „flits gereed“ ♦ lampje. Daarmee wordt aangegeven, dat de instellichtfunctie geactiveerd is. Als u op de handontspanknop ♦ ⑥ (Afb. 1) drukt, ontsteekt de mecablitz zijn instellicht.

Bij de Metz TTL- en automatisch flitsenfunctie met bediening op afstand wordt door het instellicht van de controller ook bij alle SLAVES tegelijkertijd een instellicht afgegeven (bij 40 MZ- ... met SCA 3080 adapter vanaf de versie M1 of een SCA 3082 adapter).

Een geheel opgeladen accuset (600 mAh) is voldoende voor ong. 60 x ontsteken van het instellicht. Met de gebruikelijke droge batterijen is het gebruik van instellicht niet zinvol, omdat door hun grotere inwendige weerstand de energie voor de flitscondensator gedurende de lichtafgifte niet snel genoeg ter beschikking kan worden gesteld.

Uitschakelen van de instellichtfunctie:

- Druk zo vaak op de Select toets ④ (Afb. 1), dat in het LC-display het symbool knippert. Met het instelwiel „OFF“ instellen. Druk het instelwiel in de richting van de pijl om de instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen.

Op de mecablitz verschijnt de aanduiding voor flitsparaatheid ⑥ (Afb. 1) weer continu.

12.6 Aanpassing van de verlichtingshoek aan de brandpuntsafstand van het opnameformaat

Deze functie biedt de gebruiker de mogelijkheid, de aanduiding van de stand van de zoomreflector van de mecablitz aan het opnameformaat van de camera aan te passen. Daardoor kunnen de brandpuntsafstanden van middenformaatcamera's (4,5 x 6, 6 x 6, 6 x 7, en 6 x 9) of APS-camera's met de aanduidingen op de mecablitz in overeenstemming worden gebracht. Voor het kleinbeeldformaat 35 mm kan bovendien de extended-zoomfunctie worden gekozen.

Bij de extended-zoomfunctie wordt de verlichtingshoek van de mecablitz ten opzichte van de brandpuntsafstand van het toegepaste objectief een stap vergroot! De daaruit resulterende, grotere verlichtingshoek zorgt binnenshuis voor extra strooilicht (reflecties) en daardoor voor een zachter flitslicht.

Voorbeeld voor de extended-zoomfunctie:

De brandpuntsafstand van het objectief op de camera is 50 mm.

In de extended-zoomfunctie stuurt de mecablitz de reflectorstand op die van 35 mm.

Het instellen voor het aanpassen van de verlichtingshoek aan de brand-puntsafstand van het opnameformaat (Afb. 12):

1 Druk zo vaak op de Select toets ④ (Afb. 1), dat in het display „Zoom“ verschijnt.
2 Door het instelwiel ⑤ (Afb. 1) te draaien, de gewenste aanpassing van de aanduiding van de brandpuntsafstanden van het opnameformaat instellen.

Aanduidingen in het display:

Zoom zonder extra aanduiding = instelling voor kleinbeeldformaat (= normale instelling)

Auto Zoom met de volgende extra aanduidingen:

E Extended zoomfunctie (alleen voor kleinbeeldcamera's) (Afb. 12)

APS Aanpassing aan een APS-camera

F1 Aanpassing aan een middenformaatcamera 4,5x6

F2 Aanpassing aan een middenformaatcamera 6x6, 6x7 of 6x9

Aanduiding voor ingeschakelde Extended-Zoom functie

- Na de keuze het instelwiel ⑤ (Afb. 1) in de richting van de pijl drukken om de instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. Deze instelling blijft ook na het uitschakelen van de mecablitz ingesteld staan!

Het Ⓐ in het LC-display van de flitser na het opslaan wijst er op, dat een van de bovengenoemde aanpassingen aan de brandpuntsafstanden staat ingesteld.

12.7 Flitsbelichtingstrapje „Fb“(flash bracketing) (Afb. 13)

Met de mecablitz 54 MZ-.. kan in de functies TTL en A een flitsbelichtings-trapje (flash bracketing / flash-exposure-bracketing) worden gemaakt.

Een flitsbelichtingstrapje bestaat uit drie na elkaar volgende flitsopnamen met verschuillende correctiewaarden op de flitsbelichting. De eerste flitsopna-

me in deze reeks wordt zonder correctiewaarde uitgevoerd. De tweede flitsopname wordt met een minuscorrectie en de derde met een pluscorrectie gemaakt. Na de derde opname wordt deze functie weer automatisch uitgeschakeld.

Flitsbelichtingstrapje „Fb“ bij de TTL-flitsfunctie:

Een belichtingstrapje bij de TTL-flitsfunctie kan alleen dan worden gemaakt, als de mecablitz van een daarvoor geschikte SCA-adapter (SCA 3xx2) is voorzien en de camera flitsbelichting met handinstelling door de mecablitz, ondersteunt.

Als de camera flitsbelichting met handinstelling niet ondersteunt dan kan op de mecablitz weliswaar een correctiefactor voor het flitsbelichtingstrapje worden ingesteld, maar zal de camera de belichtingen toch zonder die correctie uitvoeren. Zie hiervoor de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter!

Flitsbelichtingstrapje „Fb“ bij de A-flitsfunctie:

Voor een belichtingstrapje bij de A-flitsfunctie is de uitrusting van de mecablitz met een standaardvoet SCA 301 reeds voldoende. Het blijft echter mogelijk, een flitsbelichtingstrapje in de automatisch-flitsenfunctie met een SCA-adapter uit te voeren!

Bij sommige camera's is een belichtingstrapje in de A-flitsfunctie technisch niet mogelijk!

Bij sommige camera's is een flitstrapje in de automatisch-flitsenfunctie niet mogelijk als de mecablitz vann een andere dan de standaardvoet SCA 301 is voorzien!

Zie hervoor de gebruiksaanwijzing van de camera, c.q. die van de SCA-adapter.

Het inschakelen van een flitsbelichtingstrapje "Fb" (Afb. 13):

1 Druk zo vaak op de Select toets ④ (Afb. 1), dat in het display „Fb“ verschijnt.
2 Door het instelwiel ⑤ (Afb. 1) te draaien de gewenste correctiefactor voor het flitsbelichtingstrapje kiezen. In het display knippert intussen „EV“ en de waarde van de correctiefactor. Druk het instelwiel in de richting van de pijl om de instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de

pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen.

In het display van de mecablitz verschijnt „Fb 1“. Dit wijst op de eerste opname van het flitsbelichtingstrapje. Deze eerste opname wordt dan zonder correctie uitgevoerd.

Na de eerste opname wisselt de aanduiding in het display naar „Fb 2“. In het display verschijnen bovendien „EV“ en de minuscorrectiefactor waarmee deze tweede opname wordt gemaakt.

Na de tweede opname wisselt de aanduiding in het display naar „Fb 3“. In het display verschijnen bovendien „EV“ en de pluscorrectiefactor waarmee deze derde opname wordt gemaakt.

Na de derde opname verdwijnen de aanduidingen „Fb“ en „EV“ alsmede de waarde voor de correctiefactor.

Voor een volgend flitsbelichtingstrapje moeten de instellingsstappen voor het inschakelen weer opnieuw worden doorlopen.

Als het flitsbelichtingstrapje voortijdig moet worden afgebroken, schakelt u de mecablitz met behulp van de hoofdschakelaar even uit.

12.8 Terug naar basisinstellingen

De mecablitz kan, door minstens 3 seconden op de Mode toets ① (Afb. 1) te drukken in zijn basisinstelling worden teruggezet. De ingestelde bedrijfsfunctie blijft behouden. De volgende instellingen worden uitgeschakeld.

De verdergaande functies onder de TTL-flitsfunctie:

  • „HSS“, „ETTL“, „3D“ en de functies met bediening op afstand
  • De met de hand in te stellen functie „HSS“
  • De met de hand ingevoerde deelvermogens
  • Flash bracketing "Fb"
  • Aanpassingen van de verlichtingshoek aan de brandpuntsafstanden van het opnameformaat „E“, „APS“, „F1“, en „F2“
  • Synchronisatie op het dichtgaan van de sluiter (REAR)
  • De instellichtfunctie

- De vergrendeling van de bedieningselementen.

De volgende instellingen worden gedaan:

  • De automatische uitschakeling van het apparaat na 10 minuten
  • De „Beep“-functie aan
  • „Auto-Zoom“ aan.

12.9 Motor-zoomreflector

Als de mecablitz met een adapter SCA 3xx2 is uitgerust en gebruikt wordt op een camera die gegevens voor de brandpuntsafstand van het objectief aan de flitser doorgeeft, past de stand van de zoomreflector zich daar automatisch op aan. In het display van de mecablitz wordt „Auto-Zoom“ aangegeven.

Wordt de mecablitz met een SCA 3xx adapter of de standaardvoet SCA 301 uitgerust, met de stand van de zoomreflector met de hand worden ingesteld.

  • Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) tot het pijlsymbool zich op het display naast „Zoom“ bevindt.
  • Druk het instelwiel ⑤ (Afb. 1) in de richting van de pijl. Het pijlsymbool knippert.
  • Draai het instelwiel en kies de stand van de zoomreflector.
  • Om de instelling op te slaan het instelwiel in de richting van de pijl drukken. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen! Het pijlsymbool knippert dan niet meer.

Als u een zoomobjectief gebruikt, en niet steeds het gehele richtgetal en de max. reikwijdte van de mecablitz gebruikt, kunt u de stand van de zoomreflector ook op de aanvangsbrandpuntsafstand van het objectief laten staan. Daardoor wordt gegarandeerd, dat uw opname altijd geheel uitgelicht wordt. U bespaart zich daarmee het steeds weer moeten aanpassen aan de brandpuntsafstand van het objectief.

Voorbeeld:

U gebruikt een zoomobjectief met een brandpuntsafstand van 28 - 80 mm. In dit voorbeeld stelt u de stand van de zoomreflector dan in op 28 mm!

Het veranderen van de stand van de zoomreflector bij een SCA 3xx2 adapter en een camera die gegevens doorgeeft:

De stand van de zoomreflector kan ook bij het gebruik van de mecablitz met een SCA 3xx2 adapter en een camera die gegevens doorgeeft, worden veranderd:

Het kiezen van de gewenste stand van de zoomreflector, zie hierboven.

Na het opslaan wordt in plaats van „Autozoom“ wordt alleen nog „Zoom“ aangegeven. De gekozen stand van de zoomreflector knippert in het display van de mecablitz. Dit wijst er op, dat de gekozen stand van de zoomreflector met de hand werd versteld.

Terugzetten in de „Auto-Zoom“ functie:

  • Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) tot het pijlsymbool op het display zich naast „Zoom“ bevindt.
  • Druk het instelwiel in de richting van de pijl. Het pijlsymbool knippert.
  • Draai het instelwiel tot op het display „Autozoom“ verschijnt!
  • Druk het instelwiel in de richting van de pijl om de instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. Het pijlsymbool knippert niet meer.

De flitser moet zich hierbij op de ingeschakelde camera bevinden!

12.10 Omschakeling van m - ft

  • mecablitz uitschakelen met de hoofdschakelaar ② (Afb. 1).
  • Op de toets Select ④ (Afb. 1) drukken en tegelijkertijd de hoofdschakelaar ② (Afb. 1) van "OFF" naar "On" schuiven.

13. Groothoekdiffusor

Trek de groothoekdiffusor ⑦ (Afb. 2) onder de hoofdreflector tot de aanslag naar voren uit en laat hem los. De hoofdreflector gaat nu automatisch naar de zoomstand van 20 mm. De groothoekdiffusor klapt automatisch naar boven. Op het LC-display worden de afstandsanduidingen en de zoomwaarde gecorrigeerd.

Voor het weer inschuiven van de groothoekdiffusor ⑦ (Afb. 2) deze 90° naar beneden klappen en geheel inschuiven.

Bij het gebruik van het groothoekvoorzetvenster, alsmede bij het gebruiken van al dan niet gekleurde voorzetfilters, Mecabounces enz. mogen geen functies worden gebruikt die met een vooraf te ontsteken meetflits of met synchronisatie op korte belichtingstijden (HSS) werken.

14. Flitsbelichting met de hand corrigeren

Een manuele belichtingscorrectie is alleen mogelijk met de SCA 3xx2 adapter.

In de A-mode iss een manuele belichtingscorrectie mogelijk met de SCA 3xx of de SCA 3xx2 adapter.

De flitsbelichtingsautomatiek van de mecablitz en de meeste camera's zijn afgestemd op een reflectiegraad van 25 % (de gemiddelde reflectiegraad van flitsonderwerpen) Een donkere achtergrond die veel licht absorbeert of een lichte achtergrond die veel licht reflecteert (bijv. tegenlichtopnamen) kunnen tot over-, c.q. onderbelichting van het onderwerp leiden.

Om bovengenoemd effect te compenseren, kan de flitsbelichting met de hand via een correctiefactor worden aangepast aan de opnamesituatie. De hoogte van de correctiewaarde hangt af n het contrast tussen onderwerp en achtergrond! Op de mecablitz kunnen bij de TTL-flitsfunctie en de A-flitsfunctie correctiefactoren voor de flitsbelichting van -3 EV (stops) tot + 3 EV (stops) in derden van een stop worden ingesteld. Veel camera's hebben een instelelement voor belichtingscorrecties dat ook in de TTL-flitsfunctie inzetbaar is.

Let hiervoor op de opgaven in de gebruiksaanwijzing van camera of SCA-adapter.

Een belichtingscorrectie door het veranderen van de diafragmawaarde op het objectief is hier niet mogelijk, daar de belichtingsautomatiek van de camera de veranderde diafragmawaarde weer als normaal werkdiafragma ziet.

Donker onderwerp voor lichte achtergrond: positieve correctiewaarde (ong. 1 tot 2 stops EV) Licht onderwerp voor donkere achtergrond: negatieve correctiewaarde (ong. -1 tot -2 stops EV)

Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanduiding voor de flitsreikwijdte in het LC-display veranderen en aan de correctiewaarde worden aangepast (afhankelijk van type camera en SCA-adapter)!

Het met de hand instellen van een correctie op de flitsbelichting:

  • De mecablitz werkt in de TTL-flitsfunctie of in de A-flitsfunctie.
  • Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) tot het symbool „EV“ in het LC-display verschijnt, Het pijlsymbool naast „EV“ toont, dat de stand voor het instellen van een correctiewaarde voor de flitsbelichting is gekozen.
  • Draai het instelwiel in de richting van de pijl. Het pijlsymbool naast „EV“ knippert.
  • Stel door het instelwiel te draaien een geschikte correctiewaarde in. De correctiewaarde wordt in het LC-display van de mecablitz aangegeven.
  • Draai het instelwiel in de richting van de pijl om de correctiewaarde op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. Het pijlsymbool naast „EV“ houdt op te knipperen. De ingestelde correctiewaarde wordt in het LC-display aangegeven.

Het uitschakelen van een correctiewaarde op de flitsbelichting:

  • Draai het instelwiel ⑤ (Afb. 1) tot het pijlsymbool zich in het LC-display naast „EV“ bevindt.
  • Het pijlsymbool naast „EV“ knippert.

  • Het instelwiel draaien tot de aanduiding voor de correctiewaarde in het display verdwijnt.

  • Draai het instelwiel in de richting van de pijl om de instelling op te slaan. Als u het instelwiel niet in de richting van de pijl drukt, wordt de instelling na 5 s. automatisch opgeslagen. Het pijlsymbool naast „EV“ houdt op te knipperen.

Een met de hand ingestelde correctiewaarde op de flitsbelichting kan alleen dan worden uitgevoerd, als de camera deze functie ondersteunt! Als de camera deze functie niet ondersteunt kan weliswaar op de mecablitz een correctiewaarde worden ingesteld, maar deze werkt dan niet!

Het doorgeven van een correctiewaarde voor de flitsintensiteit op de flitser naar de camera is alleen mogelijk in de TTL functie met een adapter SCA 3xx2, die deze functie ondersteunt.

Bij sommige camera's moet een correctie op de flitsbelichting op de camera zelf worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). In dat geval wordt op de mecablitz geen correctiewaarde aangegeven.

Bij sommige camera's kan een correctie op de flitsbelichting op de camera of op de flitser worden ingesteld. Welke instelling voorrang heeft vindt u in de gebruiksaanwijzing van de camera of van de SCA-adapter.

15. Onderhoud en verzorging

Verwijder vuil en stof met een zachte, met siliconen behandelde doek. Gebruik nooit schoonmaakmiddelen die kunststof onderdelen zouden beschadigd kunnen worden.

Formeren van de flitscondensator

De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een natuurkundige verandering, als de flitser gedurende langere tijd niet wordt ingeschakeld. Om deze reden is het noodzakelijk, het apparaat elk kwartaal ongeveer gedurende 10 minuten in te schakelen. De accu moet daarbij zoveel energie leveren, dat de flitsparaatheid binnen 1 minuut na het inschakelen is bereikt.

Max. Richtgetal bij ISO 100/21°, Zoom 105 mm: In het meersysteem: 54 in het feetsysteem 177

12 automatiek werkdiafragma's bij ISO 100/21°: 1 - 1,4 - 2 - 2,8 - 4 - 5,6 - 8 - 11 - 16 - 22 - 32 - 45

Flitstijden:

  • ong. 1/200 ... 1/20.000 seconde
  • in de M-functie ong. 1/200 s. bij vol vermogen
    • bij 1/2 vermogen ong. 1/600 seconde
    • bij 1/4 vermogen ong. 1/1400 seconde

180* met super-alkalimangaanbatterijen

Flitspauzes:

  • bij NiCd-accugebruik
    5 s. (in M-functie)*
    0,1 .. 5 s. (in A-/TTL-functie)
    • met super-alkalimangaanbatterijen
    6 s. (in M-functie)*
    0,1 .. 6 s. (in A-/TTL-functie)

Zwenkbereiken en klikstanden van de reflector:

naar boven/beneden60°75°90° / -7°
tegen de richting van de wijzers van de klok in met de wijzers van de klok mee30°60°90°120°150°180°
30°60°90°

Flitser met stroombronnen: ong. 480 gram

De levering omvat:

Flitser, Tas T54, standaard voet 301*, afdekplaat*, gebruiksaanwijzing, SCA 300/3002 tabel.

* (niet bij set-apparaten)

Onder voorbehoudvan wijzigingen en vergissingen!

17. Vaktermen

  • Aanduiding van de belichtingscontrole in de zoeker van de camera In de automatisch-flitsenfunctie of de TTL-flitsfunctie wordt de juiste belichting of de onderbelichting van de film bij veel camera's door een signaal in de zoeker aangegeven.
  • Automatische sturing van de flitssynchronisatietijd
    Tegelijk met het paraat zijn van de flitser wordt bij de meeste systeemcamera's de belichtingstijd vanuit de ingestelde functie automatisch naar de flitssynchronisatietijd omgeschakeld. Bij sommige camera's blijven langere belichtingstijden behouden. Als de paraatheidsaanduiding na een flitsopname dooft, of als de flitser wordt uitgeschakeld, stelt de camera automatisch weer de vorige belichtingstijd in.
  • Ontsteeksturing
    Is er voor het op het objectief al een diafragma met de aanwezige verlichting reeds een belichtingstijd die gelijk aan, of korter is dan de flitssynchronisatie- tijd, dan wordt bij de opname de flitser niet ontstoken. De opname wordt dan gemaakt met het aanwezige licht, waardoor overbelichting wordt voorkomen.

- Naar keuze synchronisatie bij het open zijn of het dichtgaan van de sluiter (zie Afb. 10 en 11)

hierbij worden twee mogelijkheden voor de flitssynchronisatie geboden:

  • op het moment dat de sluiter net geheel openstaat of
  • kort voor het moment dat de sluiter weer begint dicht te gaan.

Op de betreffende SCA-adapter wordt de gewenste synchronisatie gekozen. De synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter is vooral van belang bij belichtingen met langere belichtingstijden en van bewegende objecten met eigen lichtbron.

- Autofocus-meetflits

Zodra er voor automatische scherpstelling niet meer voldoende omgevingslicht is, wordt door de elektronica van de camera de AF-meetflits geactiveerd. De autofocusschijnwerper projecteert daarbij een streeppatroon op het onderwerp waarop de camera dan automatisch de afstand kan instellen. Bij gebruik van een SCA 3xx autofocusadapter wordt uitsluitend de in de adapter ingebouwde autofocusmeetflits geactiveerd.

- Program-flitsautomatiek

Sommige camera's mixen in de stand „Program“ flitslicht en omgevingslicht. De camera stelt automatisch een combinatie van tijd en diafragma in en stuurt de flits in de TTL-modus. Daarmee is zeer eenvoudige bediening van de combinatie van apparaten mogelijk.

- TTL-invulflitssturing

Sommige systeemcamera's bieden naast de TTL-flitssturing ook nog de mogelijkheid van de TTL-invulflitssturing. Deze functie wordt speciaal voor daglicht- en tegenlichtopnamen gebruikt om schaduwpartijen op te helderen. De camera stuurt op basis van de meting van de sensor in de camera zelf en de berekeningen daarbij, door de elektronica van de camera altijd de juiste hoeveelheid flitslicht voor een uitgebalanceerde belichting. Daarbij wordt voor invulflitsopnamen automatisch door de camera een correctie op de flitsbelichting uitgevoerd.

• Correctie op de TTL-flitsbelichting

In bepaalde opnamesituaties bestaat de mogelijkheid dat de meting door de sensor in de camera wordt misleid. Dat treedt vooral op bij zeer donkere onderwerpen tegen een lichte achtergrond (onderwerp onderbelicht) of bij zeer lichte onderwerpen tegen een donkere achtergrond (onderwerp overbelicht). Met behulp van de diafragma- en tijdregeling, verandering van de filmgevoeligheid of de +/- correctie op de camera kan een normale belichtingscorrectie worden uitgevoerd. Daarbij worden echter alle delen van de opname beïnvloed. Daarom is er bij sommige camera's een speciale correctie op de flitsbelichting mogelijk. Bij deze correctie blijft de totale bellichting behouden en worden alleen de donkere partijen in de schaduw door het flitslicht opgehelderd. Verdere details kunt u vinden in de gebruiksaanwijzingen van camera en adapter.

- Flits vooraf tegen rode ogen (alleen met Nikon 3402 adapter)

Bij het rode ogen-effect gaat het in principe om een natuurkundig effect, Dit effect treedt altijd op als de te fotograferen persoon meer of minder recht in de camera kijkt, er niet te veel omgevingslicht heerst en de flitser zich op of vlak naast de camera bevindt. De flitser schijnt hierbij door de ogen op het netvlies, dat doorbloede netvies wordt dan door de pupil heen zichtbaar en door de camera als rode vlek geregistreerd.

De functie ter vermindering van het rode ogen-effect brengt hier duidelijk verbering in aan. Bij het gebruik van deze functie ontsteekt de mecablitz vooraf aan de flitsbelichting en de meetflitsen voor de multi-sensor drie zichtbare, maar zwakke flitsen (voor zover met flitser, c.q. camera mogelijk), waarna de hoofdflits volgt.

Deze drie flitsen vooraf leiden ertoe, dat de pupillen van de persoon zich wat meer sluiten en daardoor het effect van de rode ogen wat verminderen. Deze functie staat in elk belichtingsprogramma ter beschikking. Voor verdere details kunt u de gebruiksaanwijzing van de camera raadplegen.

• ETTL-flitsfunctie (alleen met Canon SCA 3102)
Bij deze functie worden de reflecterende eigenschappen van het onderwerp vlak voor de eigenlijke opname door een flits vooraf bepaald.
- ETTL-HSS functie
Deze sturing maakt het mogelijk de flitser ook bij kortere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd te gebruiken.
- 3D-TTL-flitsregeling (alleen met Nikon SCA 3402 mogelijk)
Bij deze functie worden onmiddellijk na drukken op de ontspanknop en voor het opengaan van de sluiter, nauwelijks zichtbare meetflitsen ontstoken, die de camera informatie verschaffen over helderheid en contrast in het onderwerp.

18. Bijzondere toebehoren

Voor foute werking van en schades aan de mecablitz, veroorzaakt door het gebruik van accessoires van andere fabrikanten, zijn wij niet aansprakelijk.

- Adapters van het systeem SCA 3xx

voor het flitsen met systeemcamera's. Zie de separate gebruiksaanwijzing.

- Adapters van het SCA 3xx2 systeem

voor het flitsen met systeemcamera's met digitale gegevensoverdracht van de SCA-functies. Meer functies dan die met het SCA 3xx systeem. Zie de separate gebruiksaanwijzing.

- Filter-Set 44-32

omvat 4 kleurenfilters voor effectverlichting en een helder filter voor het opnemen van folies in elke gewenste kleur.

- Mecabounce 44-90

(Bestelnr. 000044900)

Met deze diffusor krijgt u op de eenvoudigste manier een zachte verlichting. De werking is groots omdat de foto's een zacht effect verkrijgen. De gezichtstint van personen wordt natuurlijker weergegeven. Vanwege het verlies aan licht worden de grenzen van de flitsreikwijdte worden met een factor 2 verkleind.

- Power-Pack P50

voor grote aantallen flitsen en korte flitspauzes (ongeveer 300 flitsen met volle energie). S.v.p. tevens verbindingskabel V54-50 (Bestelnr. 000054505) bestellen.

- Power-Pack P40

Door de duidelijk grotere capaciteit ten opzichte van de gebruikelijke NiCd-accu's in formaat IEC KR 15/51 (penlight) wordt een groter aantal flitsen verkregen. S.v.p. tevens verbindingskabel V54-40 (Bestelnr. 000054400) bestellen.

• Reflectiescherm 54-23

(Bestelnr. 000054236)

verzacht harde slagschaduwen door zijn zacht gerichte licht.

- Camerabeugel 40-36/2

(Bestelnr. 000040363)

voor het opzijn van de camera aanbrengen van de flitser.

- Slave adapter 3083

(Bestelnr. 000330838)

maakt draadloze TTL-flitsregeling mogelijk met 54-MZ .. en 70 MZ-4.

19. Troubleshooting

(Ca) = Canonsysteem;

werken met de mecablitz met SCA 3102

(Mi) = Minoltasysteem;

werken met de mecablitz met SCA 3302

(Ni) = Nikonsysteem;

werken met de mecablitz met SCA 3402

(Pe) = Pentaxsystem;

werken met de mecablitz met SCA 3702

Als het ooit eens voorkomt, dat in het LC-display onzinnige aanduidingen verschijnen of de flitser niet werkt zoals redelijkerwijs van hem mag worden verwacht, ga dan als volgt te werk:

  • schakel de flitser uit met de hoofdschakelaar;
  • neem de batterijen of de accu's uit de flitser;
  • schakel de flitser ong. een seconde in en dan weer uit;
  • leg de gebruikte - of nieuwe - batterijen of accu's weer in.

Op de mecablitz is synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functie) niet in te stellen.

- De synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR) is op de mecablitz alleen in te stellen als deze van de bedoelde SCA 3xx2 adapter is voorzien (zie de gebruiksaanwijzing van de SCA-adapter) en op een ingeschakelde camera is geplaatst. Er moet minstens eenmaal een uitwisseling van gegevens tussen camera en SCA-adapter hebben plaatsgevonden (daarvoor is het voldoende om even de ontspanknop van de camera aan te tippen zonder de sluiter te ontspannen). De camera moet de functie van synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter ondersteunen (zie de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter)!

  • (Ni) Op de mecablitz is de Nikon 3D multisensor invulflits geactiveerd; in het display wordt het symbool aangegeven. De Nikon 3D multisensor invulflits is niet met de REAR-functie te combineren. Mogelijke remedie: eerst de 3D-functie uitschakelen, dan REAR inschakelen.
  • (Ni) Op de Nikon-camera is de functie van vooraf flitsen ter vermindering van het rode ogen-effect geactiveerd. In het LC-display van de mecablitz wordt het symbool aangegeven. De functie van vooraf flitsen is niet te combineren met die van de REAR-functie.
    Mogelijke remedie: eerst op de camera de functie van vooraf flitsen tegen het rode ogen-effect uitschakelen, dan REAR kiezen.
  • (Mi) Bij Minolta-camera's moet de synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functie) in principe op de camera zelf worden ingesteld! Op de mecablitz verschijnt geen aanduiding voor de synchronisatie! Of de REAR-functie met de bedoelde camera mogelijk is, alsmede de vereiste instellingen daarvoor, vindt u in de gebruiksaanwijzing van de camera.

Op de mecablitz is de TTL-HSS flitsfunctie of de E-TTL-HSS flitsfunctie niet in te stellen.

De (E-) TTL-HSS-functie van flitsen (synchronisatie op korte belichtingstijden) is momenteel alleen met de mecablitz 54 MZ-.. mogelijk!

  • De (E-) TTL-HSS-functie van flitsen is alleen op de mecablitz in te stellen, als deze van de bedoelde SCA 3xx2-adapter is voorzien (zie de gebruiksaanwijzing van de SCA-adapter) en op een ingeschakelde camera is aangebracht. Er moet minstens eenmaal een uitwisseling van gegevens tussen camera en SCA-adapter hebben plaatsgevonden (daarvoor is het voldoende om even de ontspanknop van de camera aan te tippen zonder de sluiter te ontspannen). De camera moet de (E-) TTL-HSS-functie in de gekozen flitsfunctie (met de hand of TTL) ondersteunen (zie de gebruiksaanwijzingen van camera en SCA-adapter)!
  • Een combinatie van de (E-) TTL-HSS- functie, samen met de draadloze Metz-Remote-flitsfunctie is niet mogelijk.

- De (E-) TTL-HSS-functie is op de mecablitz 54 MZ-.. kan worden geactiveerd, afhankelijk van het camerasysteem in de functie van flitsen met handinstelling M (Ca, Mi, Ni) of in de flitsfunctie TTL (Ca, Mi)! - Om de (E-) TTL-HSS-functie te kunnen activeren mag de hulpreflector van de mecablitz niet ingeschakeld zijn! - (Mi) Bij een uit de normale stand weggezwenkte hoofdreflector wordt de (E-) TTL-HSS-functie niet uitgevoerd. De belichtingstijd van de camera wordt in dat geval begrensd tot de normale flitssynchronisatietijd. In de zoeker van de camera dooft de aanduiding (H) voor de functie van lineair flitsen (HSS)!

(Ni) Op de mecablitz is in de TTL-functie geen 3D-functie in te schakelen.

  • Op de mecablitz is de REAR-functie ingeschakeld; in het display wordt "REAR" aangegeven. Mogelijke remedie: eerst de REAR-functie uitschakelen, dan de 3D-functie inschakelen.
  • De mecablitz moet van een adapter SCA 3402 zijn voorzien. De 3D multisensor invulflits functie kan alleen op de mecablitz worden ingesteld als deze is aangebracht op een ingeschakelde camera welke de 3D multisensor invulflits functie ook ondersteunt. Er moet minstens eenmaal een uitwisseling van gegevens tussen camera en SCA-adapter hebben plaatsgevonden (daarvoor is het voldoende om even de ontspanknop van de camera aan te tippen zonder de sluiter te ontspannen).
  • De 3D multisensor invulflits wordt niet ondersteund als de mecablitz niet opgeladen is, als de reflector uit de normale stand is gezwenkt of als de hulpreflector van de mecablitz ingeschakeld is!
  • In de draadloze Metz-Remote-flitsfunctie is geen 3D multisensor invulflits mogelijk!
  • De 3D multisensor invulflits is alleen mogelijk met de flitsers mecablitz 40 MZ-3(i), 50 MZ-5, 54 MZ-.. en 70 MZ-...!

(Ca) De E-TTL-functie is niet te activeren.

  • De mecablitz moet van een adapter SCA3102 zijn voorzien. De E-TTL-functie is alleen op de mecablitz in te stellen als deze op een ingeschakelde camera is aangebracht die de E-TTL-functie ook ondersteunt. Er moet minstens eenmaal een uitwisseling van gegevens tussen camera en SCA-adapter hebben plaatsgevonden (daarvoor is het voldoende om even de ontspanknop van de camera aan te tippen zonder de sluiter te ontspannen).
  • De E-TTL-flitsfunctie wordt niet ondersteund als de hulpreflector van de mecablitz ingeschakeld is!
  • Als de hulpreflector van de mecablitz ingeschakeld is, wordt de E-TTL-functie naar de normale TTL-functie omgeschakeld! Probleem EOS D30: als in de TTL-functie de mecablitz zich niet meer laat ontsteken; schakel dan eventueel naar "Automatisch" om!
  • In de draadloze Metz-Remote-flitsfunctie is geen E-TTL-flits mogelijk!
  • De E-TTL-functie is alleen mogelijk met de flitsers mecablitz 40 MZ-3i, 40 MZ-1i en 54 MZ-..!

De mecablitz laadt in de Remotefunctie niet op.

- Op de mecablitz is de hulpreflector ingeschakeld; het symbool in het display wordt aangegeven. Mogelijke remedie: hulpreflector uitschakelen.

De aanduiding voor flitsparaatheid op de mecablitz knippert.

- Op de mecablitz is de instelllichtfunctie geactiveerd. Remedie: instelllichtfunctie op de mecablitz uitschakelen.

Op de mecablitz is de filmgevoeligheid ISO niet te verstellen.

- De mecablitz is van een adapter SCA 3xx2 voorzien en wordt gebruikt met een camera die de gegevens voor de filmgevoeligheid aan de mecablitz doorgeeft. In dat geval is de verstelling van de filmgevoeligheid ISO vergrendeld.

Op de mecablitz is de diafragmawaarde niet te verstellen.

- De mecablitz is van een adapter SCA 3xx2 voorzien en wordt gebruikt met een camera die de gegevens van het ingestelde diafragma aan de mecablitz doorgeeft. In dat geval is de verstelling van de diafragmawaarde vergrendeld.

In het LC-display van de mecablitz wordt in plaats van de afstandswaarde slechts "-" aangegeven.

- De reflector van de mecablitz is uit zijn normale stand gezwenkt. Een afstandsopgave wordt alleen aangegeven als de reflector zich in zijn normale stand bevindt en dus horizontaal noch verticaal gezwenkt is.

In het LC-display van de mecablitz knippert het symbool van de hulpreflector. De aanduiding dat de mecablitz is opgeladen licht op.

- De hulpreflector staat ingeschakeld, hoewel de hoofdreflector zich in zijn normale stand bevindt dus niet gezwenkt is. Het inzetten van de hulpreflector is echter alleen zinvol als deze een invul-flitsfunctie bij afgezwenkte hoofdreflector kan vervullen. Het knipperen van het symbool van de hulpreflector wijst er op, dat de hulpreflector uitgeschakeld moet worden. Als de hulpreflector uitgeschakeld wordt, dooft het symbool in het display. Als de hoofdreflector uitgezwenkt is, staat het symbool continu in het display.

In het LC-display van de mecablitz knippert het symbool van de hulpreflector. De aanduiding dat de flitser is opgeladen licht niet op.

- De mecablitz werd in de Remote-Controllerfunctie gezet. In het LC-display wordt "Co" aangegeven. De Remote-functie wordt echter slechts door de hoofdreflector alleen ondersteund. Daar niet wordt aangegeven dat de flitser opgeladen is, ontsteekt de mecablitz bij een opname geen flits. Remedie: schakel de Remote-Controllerfunctie uit of schakel de hulpreflector uit.

In het display van de mecablitz wordt in plaats van een afstandswaarde "Co" aangegeven.

- De mecablitz staat in de Remote-Controllerfunctie geschakeld. In deze functie vindt in principe geen aanduiding van een afstandswaarde plaats.

In de Remote-Controllerfunctie van de mecablitz kan met het instelwiel geen correctie op de flitsbelichting gekozen, c.q. ingesteld worden.

In de automatische Remotefunctie kan in principe geen correctie op de flitsbelichting worden ingesteld.

- In de TTL-Remotefunctie kan een correctie op de flitsbelichting worden ingesteld, als deze maar wordt ingesteld alvorens de mecablitz in de Controllerfunctie wordt geschakeld. De waarde van de correctie wordt in de Remote-Controllerfunctie niet aangegeven, hij blijft weliswaar werkzaam. In plaats van de waarde van de correctie wordt in het LC-display van de mecablitz het Remote-Adres (Remote-kanaal) "Ad1", c.q. "Ad2" aangegeven.

(Ni) Op de mecablitz is de Nikon-invulflitsfunctie "matrixgestuurd invulflitsen", c.q. "3D-Multisensor-invulflitsen" niet in te stellen.

- De bedoelde invulflits is alleen op de mecablitz in te stellen als deze van een adapter SCA 3402 is voorzien en aangebracht is op een ingeschakelde camera die de bedoelde invulflitsfunctie ondersteunt. Er moet minstens eenmaal een uitwisseling van gegevens tussen camera en SCA-adapter hebben plaatsgevonden (daarvoor is het voldoende om even de ontspanknop van de camera aan te tippen zonder de sluiter te ontspannen).

- In de Remotefunctie, bij weggezwekte hoofdreflector of bij ingeschakelde hulpreflector wordt "3D-Multisensor-invulflitsen" (Nikon) niet ondersteund; deze functie kan onder de bovengenoemde omstandigheden dus ook niet worden uitgevoerd.

- De Nikon-invulflitsregeling die aangestuurd wordt is afhankelijk van het type camera.

In het LC-display van de mecablitz knippert het symbool van diafragma en diafragmawaarde.

- Het lichtregelbereik van de mecablitz in de automatisch-flitsenfunctie A wordt onder de gegeven opnameomstandigheden, c.q. de instelling op de camera overschreden.

Mogelijke remedie: de omgeving van de opname donkerder maken, gebruik een lager gevoelige film of stel op de camera, c.q. op de mecablitz een hogere diafragmawaarde in.

De AF-roodlichtschijnwerper van de mecablitz wordt niet geactiveerd.

Mogelijke oorzaken:

- De omgeving is helder genoeg voor de AF-sensor om de camera zelf te laten scherpstellen.

- De camera activeert indien nodig zijn eigen AF-hulplicht.

- Er is een andere dan de AF-functie Single-AF (S) geactiveerd.

- Er is een gedecentraliseerd AF-meetveld op de camera geactiveerd.

Mogelijke remedie:

- schakel de camera in de AF-functie "Single-AF", c.q. S (zie verder de gebruiksaanwijzing van de camera).

- Activeer de centrale AF-sensor in de zoeker van de camera.

Problemen met de Remote-Controllerfunctie en een flitsbelichtingstrapje.

- In de Remote-Controllerfunctie is een flitsbelichtingstrapje niet mogelijk! Als er een flitsbelichtingstrapje wordt ingesteld en daarna de mecablitz in de Remotefunctie wordt geschakeld, dan wordt het flitsbelichtingstrapje niet meer aangegeven en ook niet uitgevoerd!

Remote-Controllerfunctie en een correctie op de flitsbelichting.

- Als op de mecablitz een correctie op de flitsbelichting wordt gekozen en daarna naar de Remote-Controllerfunctie wordt omgeschakeld, dan worden de volgende opnamen eveneens met deze correctiewaarde belicht. In het display van de mecablitz wordt echter geen (!) correctiewaarde aangegeven!

(Ni) Geen Nikon-onderbelichtingswaarschuwing in de Remotefunctie.

- Bij sommige Nikon camera's vindt er in het geval van een onderbelichting door de flitsbelichting een waarschuwingsaanduiding (-EV) op het LC-display van de mecablitz plaats. In de Remotefunctie wordt deze functie niet door de mecablitz ondersteund.

Geen REAR-functie bij E-TTL-HSS-flitsfunctie.

  • Als op de mecablitz de synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS is geactiveerd, is deze REAR-functie (synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter) niet in te stellen.
  • Wordt bij ingestelde REAR-functie de synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS ingeschakeld, dan wordt de REAR-functie opgeheven!

In het display van de mecablitz wordt de filmgevoeligheid ISO niet aange- geven.

  • De mecablitz bevindt zich in de Remotefunctie ("Co" c.q. "SL") of de stroboscoopfunctie. In deze functie wordt in het LC-display van de mecablitz in principe geen ISO-waarde aangegeven!
  • Bij de camerasystemen van Canon en Minolta wordt in principe geen ISO-waarde in het LC-display aangegeven!

Nikon-3D-flitsimpulsen sturen de slave ongecontroleerd.

Als de sensor in de Slave-adapter SCA 3083 het licht van een flitser ontvangt die in de Nikon-3D-flitsfunctie werkt, dan wordt de slave-mecablitz ongecontroleerd ontstoken!
- Remedie is alleen mogelijk door van de 3D-flits naar de normale TTL-flits (zonder 3D) om te schakelen.

In het display van de mecablitz knippert de correctiewaarde op de flitsbelichting.

Op de mecablitz wordt bijv. bij de TTL-flitsfunctie een correctiewaarde op de flitsbelichting (EV) ingesteld. Nadat de correctiewaarde is opgeslagen knippert deze waarde in het LC-display van de mecablitz.

Mogelijke oorzaak:

het camerasysteem laat het instellen van een correctiewaarde op de mecablitz niet toe! In dat geval moet de gewenste correctiewaarde op de camera zelf worden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). De knipperende correctiewaarde in het LC-display van de mecablitz beinvloedt de opname niet! Opgelet: de waarschuwingsaanduiding door het knipperen van de correctiewaarde wordt niet bij alle camera's ondersteund! Bij de meeste camerasystemen is een correctie op de flitsbelichting in de functie van automatisch-flitsen A van de mecablitz instelbaar en uit te voeren (uitgezonderd bijv. bij Minolta!).

In de TTL-functie kan geen flitsbelichtingstrapje worden ingesteld.

Met de toets "Select" op de mecablitz kan de functie van een flitsbelichtings-trapje "Fb" (flash-bracketing) bijv. in de TTL-flitsfunctie niet worden opgeroepen.

Mogelijke oorzaak:

sommige camera's, c.q. camerasystemen ondersteunen de instelling voor een correctie op de flitsbelichting op de mecablitz in de TTL-flitsfunctie niet. Omdat de flitser echter met correctiewaarden zal werken, wordt de instelbaarheid van een flitsbelichtingstrapje bij de betreffende camera's in het menu van de mecablitz vanaf het begin onderdrukt. Bij de meeste camerasystemen is echter tóch een flitsbelichtingstrapje "Fb" in de automatisch-flitsenfunctie A van de mecablitz instelbaar en uit te voeren (uitgezonderd bijv. bij Minolta!). Met de mecablitz 70 MZ-4 is in principe een flitsbelichtingstrapje "Fb" niet uit te voeren!

(Pe) In de zoeker van de camera wordt niet aangeduid dat de flitser opgeladen is, hoewel de aanduiding voor flitsparaatheid op de mecablitz oplicht. Bij de opname wordt de mecablitz niet ontstoken.

  • De mecablitz werkt in de Spot-Beam-functie, waarbij alleen de AF-roodlichtschijnwerper van de mecablitz wordt ondersteund. De functie van de adapter SCA 3702 staat in de stand "SB".
    Mogelijke remedie: zet de schakelaar op de adapter SCA 3702 in de uiterst linker stand (Synchronisatie naar keuze op het 1e sluitergordijn, dus op synchronisatie bij het opengaan van de sluiter.

(Pe) In de zoeker van de camera verschijnt de controleaanduiding van de flitsbelichting (de aanduiding van flitsparaatheid knippert) hoewel er geen opname is gemaakt.

- Hierbij gaat het om een waarschuwingsaanduiding. De stand van de zoom-reflector zal het onderwerp niet geheel uitlichten. Misschien werd op de mecablitz de automatische aanpassing aan de brandpuntsafstand van het objectief (AUTO-ZOOM; CZ) uitgeschakeld en een brandpuntsafstand van de reflector uitgekozen die groter is dan de brandpuntsafstand van het objectief. Voorbeeld: brandpuntsafstand van het objectief 70 mm, reflector-brandpuntsafstand 85 mm.

Mogelijke remedie:

activeer op de mecablitz de automatische aanpassing aan de brandpuntsafstand (AUTO-ZOOM, c.q. CZ) of zorg er voor, dat de brandpuntsafstand van de reflector gelijk aan of kleiner is dan de brandpuntsafstand van het objectief. Voorbeeld: brandpuntsafstand van het objectief 70 mm, brandpuntsafstand van de reflector 70 mm, 50 mm of kleiner! Aanwijzingen voor het instellen vindt u in de gebruiksaanwijzing van de mecablitz!

(Pe) De Motor-zoomreflector van de mecablitz neemt automatisch de 35 mm-reflectorstand in, hoewel er een objectief met een andere brand-puntsafstand wordt gebruikt. In het LC-display van de mecablitz verschijnt de aanduiding "Auto-Zoom".

- Er werd een Non-AF-objectief, c.q. een objectief gebruikt, dat geen gegevens over zijn brandpuntsafstand naar de camera overbrengt! De mecablitz neemt dan automatisch de 35 mm-reflectorstand in.

Mogelijke remedie: pas de stand van de reflector op de mecablitz met de hand aan de brandpuntsafstand van het objectief aan (zie de gebruiksaanwijzing van de mecablitz)!

Aanwijzing: evt. knippert in de zoeker van de camera de aanduiding van flitsparaatheid bij reflektorbrandpuntsafstanden van meer dan 35 mm, dit is echter van geen betekenis voor de komende beliuchting van de opname. Let in dit geval na de opname op de controleaanduiding van de belichting op de mecablitz!

De mecablitz flitst niet.

  • De mecablitz heeft zich automatisch uitgeschakeld.
  • Na het inschakelen van de mecablitz en na de automatische uitschakeling van het apparaat de ontspanknop op de camera kort aantippen zonder de sluiter te ontspannen, zodat de apparaten zich weer op de ingestelde functies kunnen instellen.

In het LC-display van de mecablitz verschijnt "ZE" in plaats van de zoomstand.

De mecablitz kon niet in een zoomstand worden vergrendeld. Soms zijn de batterijen bijna leeg en hebben ze niet voldoende energie meer om de motorische sturing van de reflector van stroom te voorzien.

Zet de mecablitz uit en weer aan en/of vervang de verbruikte batterijen door nieuwe.

Afvoeren van de batterijen

Batterijen horen niet bij het huisvuil.

S.v.p. de batterijen bij een daarvoor bestemd inzamelpunt afgeven.

S.v.p. alleen ontladen batterijen / accu's afgeven.

Batterijen / accu's zijn in de regel ontladen wanneer het daarvoor gebruikte apparaat

  • uitschakelt en aangeeft „batterijen leeg“
  • de batterijen na langer gebruik niet meer goed functioneren.

Om kortsluiting te voorkomen, moeten de batterijpolen met plakband worden afgeplakt.

GB

  1. Safety instructions.... 103

  2. Preparing the flash unit for use ..... 104

Tabel 1: Richtgetallen bij vol vermogen (P 1)

Remote-Betrieb / Mode multi flash / Afstandsfunctie

TTL-Remote-Betrieb / Mode multi-flash TTL / TTL-afstansfunctie
METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - Remote-Betrieb / Mode multi flash / Afstandsfunctie - 1

flowchart
graph TD
    A["Controller"] --> B["70 MZ-.. 50 MZ-5"]
    A --> C["Steuergerät Boîtier cde Regelunit TTL"]
    A --> D["SCA 300 D + SCA 312/2AF SCA 332/2AF SCA 333/2AF SCA 346/2AF SCA 356 SCA 374/2AF SCA 381/2AF"]
    A --> E["SCA 3xx"]
    F["Slave"] --> G["34 CS-2, SLAVE 2-Betrieb 28 CS-2"]
    F --> H["70 MZ-5 50 MZ-5 Slave"]
    F --> I["70 MZ-4 Slave"]
    F --> J["40 MZ-.. TTL"]
    F --> K["SCA 3080"]
    F --> L["oder/ou/of"]
    F --> M["SCA 3082"]
    F --> N["SCA 3083"]
    O["54 MZ-.. TTL"] --> P["SCA 3xx"]
    O --> Q["der/ou/of"]
    O --> R["SCA 3xx2"]
    O --> S["der/ou/of"]
    O --> T["der/ou/of"]
    U["40 MZ-.. TTL"] --> V["SCA 3xx1"]
    U --> W["der/ou/of"]
    U --> X["SCA 3xx2"]

A-Remote-Betrieb / Mode multi-flash Auto / A-afstansfunctie
METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - Remote-Betrieb / Mode multi flash / Afstandsfunctie - 2

flowchart
graph TD
    A["70 MZ-. . 50 MZ-5\nSteuergerät Boîtier cde Regelunit\nA"] --> B["SCA 3xx"]
    C["70 MZ-. .\nSteuergerät Boîtier cde Regelunit\nA"] --> D["SCA 3xx2"]
    E["50 MZ-5\nSteuergerät Boîtier cde Regelunit\nA"] --> F["SCA 3xx1\noder/ou/of\nSCA 3xx2"]
    G["54 MZ-. .\nSCA 3xx\noder/ou/of\nSCA 3xx2"] --> H["SCA 3xx2"]
    I["40 MZ-. .* \nSCA 300 D + SCA 312/2AF\nSCA 332/2AF\nSCA 333/2AF\nSCA 346/2AF\nSCA 356\nSCA 374/2AF\nSCA 381/2AF\nSCA 3xx"] --> I
    J["40 MZ-. .*\nSCA 3xx1\noder/ou/of\nSCA 3xx2"] --> K["SCA 3xx"]
    L["34 CS-2, SLAVE 2-Betrieb 28 CS-2"] --> L
    M["70 MZ-5 50 MZ-5 Slave"] --> N["70 MZ-4 Slave\nSteuergerät Boîtier cde Regelunit\nTTL\nSCA 3083"]
    O["40 MZ-. .\nTTL\nSCA 3080\noder/ou/of\nSCA 3082"] --> P["54 MZ-. .\nTTL\nSCA 3083"]

Uw Metz product is ontworpen voor en opgebouwd uit kwalitatief hoogwaardige materialen en componenten die gerecycled en opnieuw gebruikt kunnen worden.

Dit symbool betekent, dat elektrische en elektronische apparaten aan het eind van hun levensduur gescheiden van het huisvuil bij het afval moeten worden afgegeven.

Lever dit apparaat af bij de plaatselijke verzamelplaats of in een kringloopwinkel.

Help ons alstublieft het milieu waarin we leven, te behouden.

METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - Remote-Betrieb / Mode multi flash / Afstandsfunctie - 3

GB

METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - Remote-Betrieb / Mode multi flash / Afstandsfunctie - 4

I

METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - Remote-Betrieb / Mode multi flash / Afstandsfunctie - 5

E

In het kader de CE-markering werd bij de EMV-test de correcte be-lichting bepaald.

METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - Remote-Betrieb / Mode multi flash / Afstandsfunctie - 6

SCA Contacten niet aanraken !

In uitzonderlijke gevallen kan aanra- ken leiden.

METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - SCA Contacten niet aanraken ! - 1

METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - SCA Contacten niet aanraken ! - 2

Avvertenza:

METZ MECABLITZ 54 MZ4-4I - Avvertenza: - 1

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METZ

Model : MECABLITZ 54 MZ4-4I

Categorie : Externe flitser