METZ

MECABLITZ 44 AF-4 C - Externe flitser METZ - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MECABLITZ 44 AF-4 C METZ in PDF-formaat.

📄 120 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 🔧 SAV 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice METZ MECABLITZ 44 AF-4 C - page 41
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : METZ

Model : MECABLITZ 44 AF-4 C

Categorie : Externe flitser

Download de handleiding voor uw Externe flitser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MECABLITZ 44 AF-4 C - METZ en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MECABLITZ 44 AF-4 C van het merk METZ.

GEBRUIKSAANWIJZING MECABLITZ 44 AF-4 C METZ

1. Veiligheidsvoorschriften .

2. Flitser voorbereiden .

2.1. Opzetien van de flitser. ........ 2.1. De flitser op de camera plaatsen .

2.1.2De flitser van de camera afnemen

2.2.1 Keuze uit baïterijen of accus dédeiieeeeeeeeeeeeeeeeee

2.2.2Baïerijen vervangen Le

2.3 In- en uitschakelen van de flitser. ocre

2.4 Automatische uitschakeling / Auto - OFF .........

3. Geprogrammeerd automatisch litsen [volautomatiscl

4 Flitsfuncties van de flitser .… TTL-itsfunctie 4 ï 1De E-TIL litsfunctie . .

4.1.2 Auiomatisch invullitsen bi daglicht met TTL / EL... .

4.2 Met de hand in te stellen correctie op de fisbeching bi m/E E-TTL.. 45

43 Aanduiding van de belichtingscontrole …. .

4.4 Flitsen met handinstelling M . eue

4.4.1 Flitsen op vol vermogen met handinstelling M

4.4.2Flitsen met handinstelling ‘Mo’ met x dchemogen .

4.5 Flitstechnieken .

4.6.1 Normale synchronisatie.

4.6.2Synchronisatie bij het dichtgaan vc van de sluiter (REAR: inc.

4.6.3 Synchronisatie met lange belichtingstijden / SLOW.…. .

4.6.4FP-synchronisatie bi] korte belichtingstiden. …..............

5. Flitser- en camerafuncties . 50

5.1 Aanduiding van de flitsparaatheid .… ...... 50

5.2 Automatische omschakeling naar de fitssynchronisatietid . 50

5.3 Aanduidingen in de zoeker van de camera. .................51

5.4 Aanduidingen in het LC-display . 8

5.4.1 Aanduiding van de reikwidie in de Tilfitsfunetie… 51

5.4. 2handuiding van de reikwiidte bij flitsen met handinsteling 5 c.q se 5.4. 30e van het aanduidingbereil 52

5.4.4 Verdwijnen van de aanduiding van de reikwidie. .…............52

5.4.5 Omschakeling van meter naar feet {m - f)...................52

5.5 LC-display-verlichling . ...............................52

5.7 Autofocus-meelits .............

5.8 Terug naar de basisinstellingen.

6. Speciale aanwijzingen per camera ..

6.1 De bij het flitsen niet ondersteunde bijzondere functies.….........55

6.1.1 Scherptediepteautomatiek 55

8. Hulp bij een eventuele storing.

9. Onderhoud en verzorging,

10. Technische gegevens.

Richtgetallentabel voor TTL en vol vermogen M in het metersysteem . 112

702 47 0091-A4 44 AF-4 C 16.08.2007 15:46 Uhr Seite 4 Voorwoord Hartelik dank voor het in ons getoonde vertrouwen door uw keuze van een Metz product. Wij zijn bli, u als klant te mogen begroeten Natuurlijk kunt u nauwelijks wachten met het in gebruik nemen van uw nieu- we flitser. Het is echter toch wel belangrijk eerst de gebruiksaanwijzing te lezen want alleen dan leert u hoe u zonder problemen met het apparaat om kunt gaan. De fitser mecablitz 44 AF-AC is geschikt voor alle analoge en digitale Canon AF cameras met TTL-flitsregeling, c.a. E-TL-flitsregeling. Lo LE s.v.p. ook de afbeeldingen op het omslang van de gebruiksaanwijzing open !

1. Veiligheidsvoorschriften

+ De flitser is uitsluitend voor fotografisch gebruik bedoeld en toegelaten! + De flitser mag absoluut niet worden ontstoken in de omgeving van ont- vlambare gassen of vloeistoffen [benzine, oplosmiddelen etc.}! GEVAAR VOOR EXPLOSIES! + Fotografeer nooit auto-, bus, fiets-, motorfiets-, of treinbestuurders etc. tidens de rit met een flitser. Door de verblinding zou de bestuurder een ongeval kunnen veroorzaken! + Ontsteek nooit een flits in de directe nabijheid van de ogen! Een flits vlak voor de ogen van mens of dier kan beschadiging van het netvlies en ern- stig letsel aan de ogen veroorzaken - tot blindheid aan toe! + Gebruik alleen de in deze gebruiksaanwijzing aangegeven en toegela- ten stroombronnen! + Batterijen / accu's niet blootstellen aan overmatige warmte, zoals van zonneschiin, vuur of iets dergeliks! + Verbruikte batterijen / accu's niet in open vuur gooien! + Uit gebruikte batterijen kan loog lekken met beschadiging van de con- tacten tot gevolg. Haal verbruikte batterijen dus altiid uit het apparaat. + Batterijen kunnen niet worden opgeladen. + Stel flitser en oplaadapparaat niet bloot aan druip- en spatwater (bijv. regen)! + Bescherm uw flitser tegen grote hitte en hoge luchivochtigheid! Bewaar de litser niet in het handschoenvak van uw auto! + Bij het ontsteken van een flits mag er zich vlak voor of op het flitserven- ster geen materiaal dat geen licht doorlaat bevinden. Het flitservenster mag niet vuil zijn. Als u dit voorschrift niet in acht neemt, kan dat leiden tot verbranding van het materiaal of van het flitservenster. + Raak na meervoudig flitsen het flitservenster niet aan. Gevaar voor ver- branding! + Demonteer de flitser niet! HOOGSPANNINGI! In het pparaat bevinden zich geen onderdelen die door een leek kunnen worden gerepareerd. + Bij flitsseries met vol vermogen en de korte flitsoplaaditijden van de NiCd-accu moet u er op letten, dat u telkens na 15 flitsen een pauze van minstens 10 minuten aanhoudt! Op die manier voorkomt u overbelasting van het apparaat. + De flitser mag alleen tegelijk met de in de camera ingebouwde flitser worden gebruikt, als deze geheel opengeklapt kan worden! + Bij snelle temperatuurswisselingen kan het apparaat beslaan. Laat het apparaat dan eerst acclimatiseren! + Gebruik geen beschadigde batterijen of accu's!

Dedicated flitsfuncties 1& De dedicated flitsfuncties zijn speciaal op het camerasysteem afge- stemde flitsfuncties. Afhankelijk van het type camera worden hierbi verschillende flitsfuncties ondersteund. Binnen het kader van deze gebruiksaanwijzing is het niet mogelijk alle typen camera met de eigen dedicated flitsfuncties te beschrijven. Zie voor de mogelikheden van het flitsen de gebruiksaanwijzing van uw camera, daar sommige dedicated flitsfuncties door uw type camera wellicht niet worden on- dersteund, c.q. aan de camera zelf moeten worden ingesteld. + Aanduïding in de zoeker / monitor / display van de camera dat de fitser opgeladen is (fltsklaar-aanduiding; + Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietiid; + TL-litsregeling 2: + E-TlHlitsregeling ?; + Automatisch invulfltsen bij daglicht met TTL / E-TTL; + Met de hand in te stellen correctie op de fltsbelichting bij TTL / E-TTL 2; + Opslaan van de belichtingsdata FE bij E-TTL "; + Synchronisatie bi het open- of dichtgaan van de sluiter (REAR] ?; + FP-synchronisatie met korte belichtingstiden (HSS-Aitsfunctie) 2; + Motorische verstelling van de zoomreflector; + Sturen van AF-meefflits; + Aanduiding van de fltsreikowidie; + Geprogrammeerd automatisch litsen / automatisch flitsen (AUTO-FLASH) "; Wake-up functie Let op: Zonder aanduiding: automatisch op de flitser geactiveerd. !! = moet op de camera worden ingesteld. 2 = moet op de litser worden ingesteld.

2.1.1 De flitser op de camera plaatsen

1& Schakel camera en flitser via hun hoofdschakelaar uit! + De kartelmoer [Afb. 3] tot de aanslag tegen de flitser draaien. « Schuif de fitser met zijn voet tot de aanslag in de accessoireschoen van de camera. + Draai de kartelmoer (Afb. 3) tot de aanslag tegen het camerahuis en klem de flitser vast. Bi camera’ die niet over een gat voor de borgpen beschik- ken, blif de verend gelagerde borgpen in het adapterhuis verzonken, zodat het oppervlak niet wordt beschadigd.

2.1.2 De flitser van de camera afnemen

1& Schakel camera en flitser via hun hoofdschakelaar uit. + De kartelmoer [Afb. 3] tot de aanslag tegen de flitser draaien. + Schuif de fltser uit de accessoireschoen van de camera.

2.2.1 Keuze uit batterijen of accu's

De flitser kan naar keuze worden gevoed uit + ANiCd-accu, 1,2 V, type IEC KR6 [AA / Penligh}, deze bieden zeer korte flitsvolgtiden en zijn spaarzaam in het gebruik omdat ze herlaad- baar zijn. + 4 Nikkel-metaal-hydride accu's 1,2 V, type IEC HR6 (AA / Penlighi] deze hebben een duidelik hogere capaciteit dan de NiCd-aceu en zijn minder bezwaarlik voor het milieu omdat ze geen cadmium bevatten. + 4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 [AA / Penightl, onderhoudsvrije voeding voor gematigde eisen aan de prestatie. + 4 Lithiumbatterijen 1,5 V, type IEC FR6 (AA / Penlight}, onderhoudsvrije voeding met hoge capaciteit en geringe zelfontlading. 1& Neem de voeding uit het apparaat als u verwacht dat u de flitser

702 47 0091-A4 44 AF-4 C 16.08.2007 15:46 Uhr gedurende een langere tijd niet zult gaan gebruiken.

2.2.2 Batterijen vervangen [Afb. 4)

De batterijen zijn leeg (verbruikt) als de oplaadhijd van de flitser [de tijd tus- sen het ontsteken van een flits met vol vermogen bijv. bij M-instelling, tot het opnieuw oplichten van de aanduiding van flitsparaatheid) langer dan 60 se- conden gaat duren. + Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar [Afb. 2] uit

  • Schuif het deksel van het batterijvak in de richting van de pil en klap het open. + Zet de batterijen of de accu's in de lente, overeenkomstig de aangegeven batterijsymbolen in en sluit het deksel. t& Let bij het inzetten van de batterijen of accu's op de juiste polariteit, overeenkomstig de symbolen in her batterijvak. Door het verkeerd inzeften van de stroombronnen kan het apparaat kaporgaant Ver- vang altid alle batterijen door hetzelfde type met dezelfde capaciteit! Verbruikte batterijen en accu's horen niet in het huisvuil! Lever uw bij- drage aan de mileubescherming en geef lege batterijen of accu's d bij de betreffende verzamelpunten!

2.3 In- en uitschakelen van de flitser

Met behulp van de hoofdschakelaar [Afb. 2) op het deksel van het batteri vak wordh de fliser ingeschakeld. Met de schakelaar in de bavenste stand !ON ‘is de fliser ingeschakeld Schuif de schakelaar naar beneden om de flitser uit te zetten. 1& Al u de flitser gedurende een Jngere tijd niet gebruikt, bevelen wij aan om de flitser via zijn hoofdschakelaar uit te zetten en de voeding lbatterijen of accu‘s) er uit te nemen.

2.4 Automatische uitschakeling / Auto - OFF {Afb. 5)

Bi fabricage is de flser zo ingesteld, dat hij ong. 3 minuten - + na het inschakelen; + na het ontsteken van een flits; Seite 434

+ na het aantippen van de ontspanknop op de camera; + na het vitschakelen van het belichtingsmeetsysteem van de camera. Om energie te besparen en de stroombronnen tegen onbedoeld ontladen te beschermen naar de standby-functie overschakelt (Auto-OFF]. De aandui- ding van fitsparaatheid doofi, evenals de aanduidingen in het LC-display van de flitser. De laatst gebruikte instellingen blijven na de automatische vitschakeling inge- steld staan en zin onmiddellik na inschakelen weer ter beschikking. De fit- ser wordt door het drukken op te toetsen ‘Mode’ of Zoom’ ofwel door het aantippen van de ontspanknop van de camera (Wake-Up-functie) weer inge- schakeld. Fa ohne avan oh footoleer ele QD) Indien gewenst, kan de automatische uitschakeling gedeactiveerd worden: Uitschakelen van de automatische uitschakeling + Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar in D + Druk zo vaak p de toetsencombinatie ‘Select [= toets ‘Mode’ + toets lZoom'}, dat in het LC-display ‘3 m' [voor 3 minuten] wordt aangegeven + Druk zo vaak op de ‘Zoom'-toels, dat in het LC-display "OFF knippert. + De insteling treedt onmidellik in werking. Na ong, 5 s. schakelt het LC-display weer naar de normale weergave terug. Inschakelen van de automatische uitschakeling + Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar in + Druk zo vaak op de toetsencombinatie ‘Select’ [= toets ’Mode’ + toets lZoom'}, dat in het LC-display ‘3 m' [voor 3 minuten] wordt aangegeven + Druk zo vaak op de ’Zoom'-toets dat in het LC-display ‘On’ knippert De insteling treedt onmicldellik in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-dis- play weer naar de normale weergve terug.

Bij geprogrammeerd automatisch flisen worden het diafragma, de belich- tingstijd en de flitser door de camera automatisch zo gestuurd, dat in de meeste opnamesituaties samen met het flitslicht een optimaal belichte opna- me ontstaat. Instelling op de camera Stel uw camera in op de functie ‘groen, geheel automatisch geprogrammeerd’, program ‘P’, of een van de programmas voor basisgebruik [landschap, portret, pr enz.]. Kies op het objectief de autofocusfunctie ‘AF'. Zie voor het instellen le gebruiksaanwiizing van de camera. 1& Gebruik bij het ‘Nachtopnameprogramma” een statief, om het gevaar voor bewegen tijdens de opname met lange belichting te voorkomen! Instelling op de flitser Stel de flitser in op de functie TIL, c.q. ‘E-TIL (zie 4.1). u& Bij sommige camera's word in de functie groen, geheel automatisch

en in de programmas voor basisgebruik al automatisch naar de TTLlitsfunctie, c.q. E-TTL-flitsfunctie omgeschakeld! Als u of uw camera deze instelling heeft uitgevoerd, kunt u zonder enig pro- bleem met uw flitsopnamen beginnen zodra de fltser aangeeft dat hij opge- laden is (zie 5.1)! Automatisch flitsen (AUTO-Flash) Bi sommige camera's kan bij bepaalde functies het automatisch inschakelen van de fltser (AUTO-Flash] worden geactiveerd. Daarbij wordt door de flit- ser alleen een flits ontstoken als het meetsysteem van de camera dit voor noodzakelik houd. Nadere gegevens hieromtrent vindl u in de gebruiksaan- Wijzing van de camera

4. Flitsfuncties van de flitser

4.1 TL‘litsfunctie [Afb. 6)

In de TTL-flitsfunctie verkrijgt u op eenvoudige wiize zeer goede fltsopnamen. In deze flitsfunctie wordt belichtingsmeting uitgevoerd door een sensor in de ca- mera. Deze meet het door het bieciel {TTL = Trough The Lens’) op de film val- lende licht. Bij het bereiken van de benodigde hoeveelheid licht zendlt de elektro- nica van de camera een stopsignaal naar de fltser en de lichtafgifte wordt onmiddellijk gestopt. Het voordeel van het op deze manier flitsen schuilt hierin, dat alle factoren die de belichting van de film kunnen bednvloeden [opnamell fers, veranderingen van diafragmawaarde en brandpuntsafstand bij zoomobjec- tieven, verlenging van de uit voor dichtbijopnamen enz.}, automatisch bij de regeling van Fer ischt in acht worden genomen. U hoeft zich niet te bekomme- ren om het instellen van de Aitser, de elektronica in de camera zorgt automatisch voor de juiste dosering van het flitslicht. Voor de reikwijdte van het litslicht kikt u naar de betreffende aanduiding in het LC-display van de fliser (zie 5.4). Bi een correct belichte fltsopname verschint gedurende ong. 3 s. in het LC-display van de flitser de ’o.k'-aanduiding (zie 4.3) De TTL-litsfunctie word door de analoge Canon AF-camera's (bijv. ‘groen, geheel automatisch geprogrammeerd’, program ‘P', tiidautomatiek Av’, dia- fragma-automatiek "Tv, de programma’s voor basisgebruik, manual M" enz.] ondersteund. De meeste digitale camera's van Canon ondersteunen de normale TTL-functie niet. Bij deze camera's moet de E-TTL-functie (zie 4.1.1} worden gekozen! 1& Voor het testen van de TIL-functie moet zich een film in de camera bevinden! Let er bij het kiezen van een film op, dat deze voor uw camera geen belemmeringen oplevert met betrekking tot de maxima- le filmgevoeligheid, ofwel de IS$O-waarde (bijv. maximaal ISO 1000} voor de TTL flitsfunctie (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera]! Het instellen van de TTL-flitsfunctie 15 Bij sommige camera's wordt de TIL-fltsfunctie in het ‘groene geheel automatisch geprogrammeerd’, c.q. de onderwerpsprogramma's au- fomatisch op de flitser geactiveerd!

702 47 0091-A4 44 AF-4 C 16.08.2007 15:46 Uhr + Schakel de fitser via zijn hoofdschakelaar in; + druk zo vaak op de Mode’-toets, dat in het LC-display ‘TTL knippert: de insteling reedt onmiddelik in werking. Na ong. 5 s. schakel het LC-dis- play weer naar de normale weergave terug. Bij grote verschillen in helderheid, bij. bi een donker onderwerp in de sneeuv, kan een correctie op de belichting nodig ziin (zie hoofdstuk 4.2).

4.1.1 De E-TTL flitsfunctie

De E-TTL flitsfunctie is een geëvolueerde variant op de ‘normale’ TTL flitsfunc- tie. Hij wordi door de digitale en de meeste analoge camera's ondersteund. In de É-TTL fltsfunctie worden, vlak voor de eigenlike opname met behulp van een meefflits vooraf, de reflecterende eigenschappen van het onderwerp bepaald. Op basis van de hiermee uitgevoerde meerveldmeting door de lichtsensor in de camera, word aan de fliser een deelvermogen opgedragen en ingesteld. Met dit deelvermogen wordt het onderwerp dan met de aan- sluitende hoofdflits belicht. De meetflits draagt niet bij aan de belichting van het onderwerp. 1 Om de E-TTL flitsfunctie op de flitser te activeren, moet er een volledi- ge uitwisseling van de gegevens tussen camera en flitser hebben Plaatsgevonden. Daarvoor is het noodzakelijk, dat na het inschakelen van flitser en camera de ontspanknop van de camera enkele secon- den lang aangetipt wordt. 1& De meeste camera’ ondersteunen in de camerafuncties ’geheel auto- matisch” (c.q. AUTO), ‘program P’, Av’, Tv’ en de ontwerpprogram- ma‘ alleen de E-TTL-functie. Andere flitsfuncties, bijv. normaal TTL of Manual M, c.q. MLo zijn in deze camerafuncties niet mogelijk! De flits- functie Manual M, c.q. MLo wordt door de digitale cameras alleen in de met de hand in te stellen camerafunctie M’ ondersteund. Lees hier- voor de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uw camera. 1& Het systeem bepaalt, dat in de E-TTL-functie met digitale camera's geen voorzetschijven | diffusors, bouncers, kleurenfilters e.d.] op de reflector mogen worden gebruikt omdat er anders fouten in de belich- fing ontstaan. Seite 454

Het instellen voor de E-TTL flitsfunctie 15 Bij sommige camera's word de E-TIL flitsfunctie in het ‘groene, ge- heel automatisch geprogrammeerd’, c.q. in de onderwerpsprogram- mas, automatisch op de flitser geactiveerd. + Schakel de fitser via zijn hoofdschakelaar in; + Druk zo vaak op de toets ‘Mode’, dat in het LC-display ‘E-TTL knippert De insteling treedt onmicldellik in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-dis- play terug naar de normale aanduidingen. Bi sterke contrasierschillen, biv. een donker onderwerp in de sneeuw kan het nodig zijn een correctie op de flitsbelichting in te stellen (zie para- graaf 42].

4.1.2 Automatisch invulflitsen bij daglicht met TTL- / E-TTL [Afb. 8 en 9)

Bi de meeste types camera wordi in het groene, geheel automatisch gepro- grammeerd, P en in de onderwerpsprogramma's bij daglicht automatisch de invulfits geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera]. Met de invulflits kunt u lastige schaduwen wegwerken en bij tegenlichtopna- men een vitgebalanceerde verlichting tussen onderwerp en achtergrond be- reiken. Een computergestuurd meetsysteem in de camera zorgt voor de meest geschikte combinatie van belichtingstiid,, werkdiafragma en flitsvermogen. De flitser wordi hiervoor in de functie TTL, dan wel E-TTL gebruikt. 1& Let er op, dat de bron van het tegenlicht niet rechtstreeks in het objec- fief schiint. Het TTL-meetsysteem in de camera zou daardoor worden bedrogen. Er vindt geen instelling of aanduiding voor de automatisch invulfltsfunctie op de flitser plaats.

4.2 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting bij TTL / E-TTL

De TlL-flitsautomatiek van de meeste cameras is dfgestemd op een reflectie- graad van het onderwerp van 25% (gemiddelde reflectie van flitsonderwer- pen). Een donkere achtergrond, die veel licht absorbeert, of een lichte ach- tergrond, die sterk reflecteert, kan leiden tot een te ruime of te krappe belichting van het onderwerp.

702 47 0091-A4 44 AF-4 C 16.08.2007 15:46 Uhr Om bovenstaand effect te compenseren, kan bij sommige camera's de TTL, c.q. E-TTL flitsbelichting met de hand aan de opnameomstandigheden wor- den aangepast met een bepaalde correctiewaarde. De grootte van deze waarde is afhankelijk van het contrast tussen onderwerp en achtergrond! Donker onderwerp tegen een lichte achtergrond: positieve correctie. Licht on- derwerp tegen een donkere achtergrond: negatieve correctie. Bij het instellen van een correctiewaarde kan de aanduiding van de reikwidie in het LC-display veranderen en worden aangepast aan de correctiewaarde [afhankelijk van het type camera)! Het is niet mogelijk een correctie op de flitsbelichting toe te passen via het veranderen van de diafragmawaarde aan het objectief, daar de belichtings- automatiek van de camera zo’n veranderde diafragmawaarde weer als nor- maal werkdiafragma ziet 1& Vergeet niet om de correctie op de TIL-flitsbelichting na de opname op de camera weer naar ‘0’ terug te zetten! Het instellen van een correctiewaarde + Zet de flitser op de camera: + Schakel flitser en camera in. + Tip de ontspanknop op de camera aan, zodat de vitwisseling van gege- vens tussen flitser en camera kan plaatsvinden. + Druk zo vaak op de toetscombinatie ‘Select {= toets Mode’ + toets ’Zoom'), dot in het LC-display EV (exoposure value = belichtingswaarde) aangege- ven wordt. Behalve EV wordt ook de ingestelde correctiewaarde knippe- rend aangegeven. + Terwiil de aanduiding knippert kan met de toets ‘Zoom’ een positieve, c.q. met de toets ‘Mode’ een negatieve waarde worden ingevoerd. Het instelbereik voor de correctiewaarden loopt van -3 tot +3 in stappen van 1/3 stop. De instelling treedt onmiddellik in werking. Na ong. 5 s. schakelt het display terug naar de normale aanduidingen Als er een correctiewaarde ingesteld is, knippert in het LC-display van de flit- ser EV naaëst het diafragmasymboo!

Seite 464 15 Sommige camera's bieden de mogelikheid, met de hand een correc- fiewaarde op de camera zelf in te stellen. Wij bevelen aan om bij deze camera's de correctie op de camera of op de flitser in te stellen. Het uitschakelen van een met de hand in te stellen correctiewaarde op de flitser + Druk zo vaak op de toetscombinatie ‘Select’ [= toets Mode’ + toets ’Zoom'), dat in het LC-display EV aangegeven wordt. + BehaWe EV wordt ook de ingestelde correctiewaarde knipperend aangege- ven. + Terwiil de aanduiding van de correctiewaarde knippert kunt u met de toets ‘Zoom c.q. met de toets ‘Mode’ de correctiewaarde op 0.0 instellen. Daarmee is de correctiewaarde uitgeschakeld. De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-dis- play naar de normale aanduiding terug. Instellen van een correctiewaarde op de camera 1 Bi sommige cameras (biv. PowerShot GI, G2, G3 en Pro 90IS) moet een met de hand in te stellen correctiewaarde in principe op de ca- mera worden ingesteld. Een instelling op de fltser is niet mogelik, <.q. werkt niet! Let op de aanwijzingen in de gebruiksaanwi[zing van de camera!

4.3 Aanduiding van de belichtingscontrole (Afb. 7)

De aanduiding van de belichtingscontrole ‘o.k verschiintalleen in het LC-dis- Jay van de fltser als de opname in de TIL., c.q. E-TTL flitsfunctie correct werd chtl In de manual-knctie M, c.q. Mlo vindi geen aanduiding van belich- tingscontrole plaats. Verschijnt er in de TTL, c.q. E-TIL itsfunctie na de opname geen aanduiding van de belichtingscontrole ‘o.k, dan werd de opname onderbelicht en moet u het dichiste bij gelegen, lagere getal voor de diafragmawaarde instellen {bijv, in plaats van diafragma 11 diafragma 8 nemen) of de afstand tot het onderwerp, c.q. het reflecterende vlak verkleinen en de opname herhalen Let op de anduiding van de reikwijdlte in het LC-display van de flitser (zie

702 47 0091-A4 44 AF-4 C 16.08.2007 15:46 Uhr 15 In de zoeker van de camera vindt geen aanduiding van de belich- fingscontrole plaats!

4.4 Flitsen met handinstelling M [= manual)

1& Met sommige cameras wordt in het groene ‘geheel automatisch ge- programmeerd’ en de onderwerpsprogramma's de flitser automatisch naar de TTL, c.q. E-TTL litsfunctie omgeschakeld. De flitser kan dan niet met de hand worden ingesteld! Als u de flitser met de hand in- stelt, verschijnt er geen aanduiding van de belichtingscontrole in het LC-display van de flitser! De camera moet in de stand met tijdautomatiek AV worden gezet, c.q. in de ma- nudl stand'M' of'X’ Diafragma en belichfingstid (bij 'M'] mosten op de camera, overeenkomstig de opnamesituatie, worden gekozen [zie de gebruiksaanwijzing van de camera).

4.4.1 Flitsen op vol vermogen met handinstelling ‘M'

In deze functie geeft de flitser altijd een niet-geregelde flits met vol vermogen af. De aanpassing aan de opnamesituatie geschiedt door het instellen van de diafragmawaarde op de camera. In het LC-display van de flitser word de astand van de fltser tot het onderwerp die voor een goede belichting moet worden aangehouden, aangegeven [zie ook 4.6.4). Het instellen van de functie flitsen met handinstelling ‘M’. + Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar in; + druk zo vaak op de 'Mode’-toets, dat de M! in het LC-display knippert; de insteling reedt onmiddelik in werking. Na ong. 5 s. schakel het LC-dis- play weer naar de normale weergave terug.

4.4.2 Flitsen met handinstelling "MLo’ met deelvermogen

In deze functie geeft de fliser steeds een niet-geregelde flits af met 1/8 (Low) van zin volle vermogen. De aanpassing aan de opnamesituatie moe, bij. door het instllen van de diafragmawaarde op de camera, worden gékozen In het LC-display van de flitser word de afstand van fltser tot onderwer aangegeven zoals die voor een correcte belichting moet worden ange hou- den (zie ook 5.4.2) Seite 474

Het instellen van flitsen met handinstelling MLo + Schakel de fitser via zijn hoofdschakelaar in; + Druk zo vaak op de ‘Mode/-toets, dat in het LC-display ‘Mo’ knipper.

  • De insteling treedt onmicldellik in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-dis- play weer naar de normale weergve terug.

Rechtstreeks geflitste opnamen zijn vaak aan hun typisch harde en duidelijke schaduwen te herkennen. Vaak werkt ook de natuurkundig bepaalde lichtaf- val van voor- tot achtergrond storend. Door indirect te Alitsen kunt u deze ver- schijnselen sterk verminderen, omdat onderwerp en achtergrond met ver- strooid licht zacht en gelikmatig worden verlicht. De reflector word hierbij 20 gezwenkt, dat hij op een geschikt reflecterend vlak wordt gericht {biv. op het plafond of de muur van de ruimte) en dat verlicht. De reflector van de flitser is tot 90° vertical te zwenken. Druk, om de kop van de reflector te zwenken, op de ontgrendelknop. Bij het verticale zwenken van de reflector moet u er op letten, dat hij vol- doende gezwenkt wordt, minstens tot de 60° klikstand, zodat er geen licht van de reflector rechtstreeks op het onderwerp kan vallen. De afstandsaan- duidingen in het LC-display verdwijnen. De afstand van de Hitser via plafond Of muur tot het onderwerp is nu immers een onbekende grootheid. Het door het reflectievlak teruggekaatste licht geeft een zachte verlichting van het onderwerp. Het reflecterende vlak moet wel neutraal van kleur, liefst it, zijn en geen structuren hebben (biv. houten balken in het plafond), die schaduwen Funnen oproepen. Voor Heureffecten kiest u rflcierende ak: ken in de betreffende kleur. 15 Let er op, dat de reikwijdte van de flitser bij indirect flitsen sterk af- neemt. Bij een normale kamerhoogte kunt u zich voor het bepalen van de maximale reikwijdte met de volgende vuistregel behelpen: ds richtgetal Relkwidie = ingsaisiendx 2

4.5.2 Dichtbijopnamen / macro-opnamen

Om parallaxfouten te compenseren kan de reflector van de flitser -7° naar beneden worden gezwenki. Druk, om de kop van de reflector te zwenken, op de ontgrendelknop en richt de reflector naar beneden. Bij opnamen in het dichibijbereik moet u erop letten, dat bij het opnemen be- paalde minimumafstanden aangehouden moeten worden om te ruime belich- ting van het onderwerp te vermijden. 1& De minimale flitsafstand bedraagt ong. 10 procent van de in het LC-dis- Play aangegeven reikwijdte. Daar er bij het naar beneden gezwenkte reflector in het LC-display een relkwijdle wordt aangegeven moet u zich oriénteren aan de ride die de flitser aangeeft als de reflector zich in de normale stand bevindt. D 46 Flitssynchronisatie

4.6.1 Normale synchronisatie (Afb. 10]

Bij de normale synchronisatie wordt de flitser ontstoken aan het begin van de belichting, dus zodra de sluiter geheel openstaat [= synchronisatie bij het opengaan van de sluiter]. De normale synchronisatie is de standaardfunctie en wordt door alle camera's ondersteund. Deze methode is voor de meeste flitsfoto's dan ook de meest geschikte. De camera wordi, afhankelijk van de ingestelde functie, naar de flitssynchronisatietiid van de camera omgescha- keld. Normaliter zijn dat de belichtingstiden tussen 1/30 s. en 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de fliser hoefi voor deze functie geen instelling plaats te vinden

4.6.2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR-functie) (Afb. 11)

Sommige camera's bieden ook de mogelikheid tot synchronisatie op een moment vlak vüdrdat de sluiter begint dicht te gaan (REAR-functie]. Daarbi wordi de flits pas afgevuurd aan het einde van de belichtingstijd. Dit is voo- ral bij belichtingen met lange belichtingstijden (langer dan bijv. 1/30 secon- de) en bewegende onderwerpen die een eigen lichbron met zich meevoeren een voordeel, omdat deze dan een ‘lichtstaart’ achter zich aan trekken in plaats van - zoals bij de synchronisatie bi] het opengaan van de sluiter -

voor zich uit opbouwen. Bij het synchroniseren op het moment van dichtgaan van de sluiter Krijgt u dan een meer ‘natuurlike” weergave van de opnamesi- tuatie. Afhankelik van de op de camera ingestelde functie stuurt deze lange- re belichtingstijden dan zijn fitssynchronisatietiid aan. 1& De REAR-functie is alleen te kiezen en in te stellen als de flitser is aan- gebracht op een camera die deze functie ondersteunt. De camera moet voor het oproepen en instellen van deze functie ingeschakeld zijn! Er moet bovendien, door het kort aantippen van de ontspanknop minstens éénmaal een gegevensoverdracht tussen camera en ser plaats heb- ben gevonden. Bij sommige camera is in bepaalde functies (bijv. bij ‘groen, geheel automatisch geprogrammeerd” of de onderwerpspro- rammas) de REAR-functie niet mogelijk. De REAR-functie is dan niet te fiezen, c.q. de REAR-functie wordt automatisch uitgeschakeld. Zie hier- voor ook de gebruiksaanwijzing van uw camera. 15 De REARunctie is op de flitser niet te kiezen of in te stellen als de FP-syn- chronisatie bij korte tijd (HS) is geactiveerd. Om de REAR-functie te kun- nen gebruiken, moet u de HSS-functie uitschakelen (zie 4.6.4)! Inschakelen van de REAR-functie + Druk zo vaak op de toetsencombinatie ‘Select [= 'Mode’-toets +'Zoom'- toets), dat in het LC-display ‘REAR' verschint; + druk zo vaak op de ‘Zoom'-toets, dat in het LC-display ‘On’ knippert; de insteling treed onmiddellik in werking. Na ong. 5 s. schakel het LC-dis- play weer naar de normale weergave terug. Het symbool REAR' voor de synchronisatie bi] het dichtgaan van de sluiter blijt na de instelling in het LC-display van de fltser aangegeven! 1æ Gebruik bij langere belichtingstijden altiid een statief om bewegen van de camera tijdens het opnemen te voorkomen. Schakel deze func- fie na de opname weer uit, omdat anders ook voor ‘normale’ flitsop- namen ongewenst lange belichtingstijden worden gebruikt zouden kunnen worden. Uitschakelen van de REAR-functie + Druk zo vaak op de toetsencombinatie ‘Select [= 'Mode’-toets +'Zoom'-

702 47 0091-A4 44 AF-4 C 16.08.2007 15:46 Uhr toets), dat in het LC-display 'REAR' verschint; druk zo vaak op de ‘Zoom'-toets, dat in het LC-display "OFF knippert; e de insteling reedt onmiddelik in werking. Na ong. 5 s. schakel het LC-dis- play weer naar de normale weergave terug. Het symbool 'REAR' voor de synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter wordi niet meer in het LC-display van de flitser getoond. De flitser staat nu weer in zijn basisstand voor de normale synchronisatie.

4.6.3 Synchronisatie met lange belichtingstijden / SLOW

Sommige camera‘ bieden in bepaalde functies de mogelikheid tot Hitsopna- men in combinatie met een lange belichtingstid. In deze functie hebt u de mogelikheid om in schemerlicht of bij avond de achtergrond van de opname beter in beeld te krijgen. Dit wordt bereikt door belichtingstiden die aange- past zijn aan de lage omgevingshelderheid. Daarbij worden door de camera automatisch belichtingstiiden gekozen, die langer zijn dan z/n flitssynchroni- safietijd. Bij sommige camera's wordt de synchronisatie met lange belich- tingstiiden in bepaalde cameraprogramma’s (bijv. bij diafragmavoorkeuze ‘AV', nachtopnameprogramma enz.] automatisch geactiveerd [zie de ge- bruiksaanwi(zing van uw camera). Op de Hitser hoeft u voor deze functie niets in te stellen en vindt er ook geen aanduiding plaats. 1& Gebruik bij lange belichtingen een statief om bewegen van de camera fijdens het opnemen te voorkomen!

4.6.4 FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden

Sommige cameras (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera) ondersteu- nen de FP-synchronisatie bij korte belichtingstijden. (FP= Focal Plane, Engels voor spleetsluiter]. In deze functie is het mogeliik, ook bij kortere belichtings- tiiden dan de flitssynchronisatietiid van de camera een Aliser te gebruiken. Deze functie is vooral interessant bij portretopname in een zeer lichte omge- ving en als door een grote diafragmaopening (bijv. diafragma 2.0) de scherptediepte moet worden beperkt! De mogelifkheid van FP-synchronisatie wordt door de letters ‘HS’ (HSS = High Speed Synchronisation, wat betekent: synchronisatie bij korte belich- Seite 494

ting) in het LC-display van de fltser aangegeven. HSS kan in de E-TTL functie en in de met de hand in te stellen functie M c.q. Mo van de fltser worden geactiveerd. De HSS-functie verlaagt, op grond van zijn natuurkundige eigenschap, het richtgetal en beperkt daarmee, soms flink, de reikwidie van de flitser! Let daarom op de aanduiding van de reik- wijde in het LC-display van de fitser, c.q. de gebruiksaanwijzing en de gegevens van de flitser! De HSS-functie word uitgevoerd als op de camera een kortere belichtingstijd dan de flitssynchronisatietijd van de camera inge- steld is. Bij sommige camera's wordk in de zoeker een extrasymbool voor de HSS-functie (bijv. ’H' aangegeven]. Details hierover vindt u in de gebruiks- aanwizing van de camera. 1& Zet de HSS-flitssturing alleen bewust in, als u die werkelijk nodig heeft! Vergeet niet, deze functie na uw opnamen weer uit te schake- len, jomdat u anders onnodig richtgetal en daarmee reikwijdte weg- geeft! 15 Om de HSS functie op de flitser te kunnen activeren, moet een volledi- ge uitwisseling van gegeven tussen camera en flitser hebben plaats- N gevonden. Daarvoor is het noodzakelijk, dat u na het inschakelen van Q litser en camera, de ontspanknop van de camera enkele seconden lang aanraakt. 15 Het systeem bepaal, dat bij de HSS-functie geen voorzetschijven (bijv. diffusors, bouncers, kleurenfilters e.d.] op de reflector geplaatst mo- gen worden, omdat er anders foute belichtingen ontstaan! E-TTL-HSS flitssturing Het instellen + Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar in; + druk zo vaak op de toets 'Mode’, dat in het LC-dislay ‘E-TTL' en HSS' knippert; + de instelling treedt onmiddellik in werking. Na ong. 5 s. keert het LC-dis- play naar de normale weergave terug.

Met de hand in te stellen HSS-flitsregeling Het instellen + Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar in;

  • druk zo vaak op de tosts ‘Mode’, dat in het LC-dislay ‘M' en 'HSS’, c.q. ‘MLo” en ‘HS’ knippert. Bij de aanduiding 'MLo' werkt de flitser met het met de hand in te stellen deelvermogen P 1/8. Een ander deelvermogen kan in de HSS-fltsfunctie niet worden ingesteld; + de instelling reed onmiddellik in werking. Na ong. 5 s. keert het LC-dis- play naar de normale wergave terug. HSS-flitsregeling uitschakelen + Schakel de flitser via zijn hoofdschakelaar in; + druk zo vaak op de toets Mode’, dat in het LC-display 'E-TIL', c.q. M / Mo” zonder 'HSS' knippert:
  • de instelling treedt onmiddellik in werking. Na ong. 5 s. keert het LC-dis- play naar de normale weergave terug.

4.7 Opslaan van de flitsbelichting FE

Sommige Canon camera's bieden de mogelikhsid de gegevens van een flitsbelichting op te slaan FE (FE = flash exposure). Deze functie wordt in de fltsfunctie E-TTL ondersteund. Met het opslaan van de fitsbelichting FE in de E-TTL-functie kan voorafgaand aan de eigenlijke belichting reeds de dosering van de Hitsbelichting voor de navolgende opname worden vastgelegd. Dit is zinvol als de fiisbelichting moet worden afgestemd op een bepaalde uitsnede uit het onderwerp die niet persé identiek is aan het hoofdonderwerp. Stel op de flitser de E-TTL-funcie in (zie 4.1.1]. Het AF-meetveld van de camera moet worden gericht op de uitsnede waarop de flitsbelichting moet worden afgestemd. Stel scherp. Met het bedienen van de FE-toets op de camera (de aanduiding daarvan kan per type camera verschillen: zie de gebruiksaanwijzing van uw camera] ontsteekt de flitser een FE-proeflits. Met behulp van het gereflecteerde licht van deze FE-proefflits legt de meetelektro-

nica van de camera de flitsbelichting daarop vast. Op het eigenlijke hoofd- onderwerp kan dan met de AF worden scherpgesteld. Na het bedienen van de ontspanknop op de camera wordt de opname met de vooraf bepaalde flitsbelichting worden gemaakt! 1& Het systeem laat niet foe, dat veranderingen in de verlichtingssituatie, die na de FE-proefflits plaatsvinden, bij ee opname nog in acht wor- den genomen! Bij verschillende camera's wordt het opslaan van de flitsbelichting FE in het groene ‘geheel automatisch geprogrammeerd" flitsen niet on- dersteund (zie de gebruiksaanwijzing van de camera)!

5. Flitser- en camerafuncties

5.1 Aanduiding van de flitsparaatheid (Afb. 1]

Zodra de condensator in de fliser opgeladen is, licht op de fltser de aandui- ding van flisparaatheid op. Deze geeli daarmee aan, dat hij gereed is om te fitsen. Dat betekent, dat voor de volgende opname flitslicht zal worden gebruikt. Het signaal, dat de fltser opgeladen is wordt ook naar de camera overgebracht en zorgt er daar voor dat ook in de zoeker van de camera het betreffende symbool wordt getoond (zie 5.3]. Als u een opname maakt, voordat in de zoeker van de camera het flitssym- bool te zien is, wordi er geen flits ontstoken en wordt de opname te krap belicht, ook al is de camera reeds op zijn flitssynchronisatietijd omgescha- keld (zie 5.2)

5.2 Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietiid

Afhankelijk van het type camera en de erop ingestelde functie wordi, zodra de fliser opgeladen is, naar Hitssynchronisatitifd omgeschakeld (zie de ge- bruiksaanwi(zing van de camera. Kortere tijden dan de fitssynchronisatietid van de camera kunnen niet wor- den ingesteld, c.q. worden naar de flitssynchronisatietiid van de camera om- geschakeld. Veel camera’s beschikken over een bereik van flitssynchronisatie van bijv. 1/30 s. tot 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera]. Welke synchronisatietijd de camera kiest, hangt dan af van de camerafunc-

702 47 0091-A4 44 AF-4 C 16.08.2007 15:46 Uhr tie, de helderheid van de omgeving en de brandpuntsafstand van het ge- bruikte objectief Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen, afhankelik van de camerafunctie en de gekozen itssynchronisatietiid (zie ook 4.6.2 en

4.6.3] worden gebruikt.

1& Met sommige digitale camera‘, bij. de PowerShot Pro 90 15, GI en G2 vindt er geen automatische amschakelng naar de flitssynchronisa- fietijd plaats. Bij deze camera's kan bij elke belichtingstijd worden ge- flitst. Indien u de volle energie van de flitser nodig heef, kies dan een kortere belichtingstid dan 1/125 s. 1 In de functie FP-synchronisatie bij korte belichtingstid (HSS-functie) zijn bij sommige camera's ook kortere belichtingstijden dan de flits- synchronisatietijd mogelijk (zie 4.6.4).

5.3 Aanduidingen in de zoeker van de camera

Flitssymbool knippert: Aandiding, dat het gewenst word, de fltser in te schakelen (bij sommige camera's). Flitssymbool verschijnt: De flitser is paraat (bij sommige cameras]. Sommige cameras hebben in de zoeker een functie waarbi tegen foute be- lichtingen kan worden gewaarschuwd: knippert de in de zoeker aangegeven diafragmawaarde, de belichtingstid of beide, dan treedt er een te krappe of te ruime belichting op Principes bij belichtingsfouten: + Bij te ruime belichting: niet flitsen! + Bij te krappe belichting: schakel de fitser in of gebruik een statief en een langere belichting. In de verschillende belichtings- en automatische programmas kunnen ver- schillende oorzaken aan een foute belichting ten grondslag liggen. Seite 514

15 Lees voor de aanduidingen in de zoeker de gebruilsaanwizing van uw camera na wat voor uw type camera geldend is.

5.4 Aanduidingen in het LC-display [Fig. 1)

De EOS-cameras geven de waarden van filmgevoeligheid ISO, brandpunts- afstand van het objectief [in mm}, diafragma en eventuele belichtingscorrec- tie door aan de litser. De flitser past daar zijn vereiste instellingen automa- tisch op aan. Hij berekent vit deze waarden en zijn richtgetal de maximale reikwijdte ven het flitslicht. Flitsfunctie, reikwijdte, diafragmawaarde en de stand van de zoomreflector worden in het LC-display van de flitser aangege- ven. Wanneer de flitser wordt gebruikt zonder dat deze de gegevens van de ca- mera krigt (bijv. als de camera vitgeschakeld is}, dan wordi alleen de op de flitser ingestelde functie, de stand van de reflector en ‘M.Zoom' aangegeven. De Gandidingen voor diafragmawaarde en reikwijdite verschijnen pas als de flitser deze gegevens van de camera heef ontvangen. 15 Bi sommige camera's wordt de reikwijdte in het LC-display bij hoge 1$0-waarden (bijv. 150 6400), c.q. bij correcties op de flitsbelichting onderdrukt 15 Sommige camera's (bijv. PowerShot GI] geven geen belichtingswaar- den door naar de flitser. In dit geval verschiint er geen aanduiding voor diafragma en reikwijdte in het ICdspley van de flitser. Voor het correct Werken van de TIL- c.q. E-TTL functies is dit zonder betekenis.

5.4.1 Aanduiding van de reikwijdte in de TTL-litsfunctie

In het LC-display van de fliser wordt de waarde voor de maximale reikwidie van de flits aangegeven. De aangegeven waarde berust op de reflectiegraad van 25% van het onderwerp, wat voor de meest voorkomende situaties vol doet. Sterke afwiikingen van deze reflectiegraad, bijv. bij zeer sterk of zeer zwak reflecterende ondenwerpen, kunnen de reikwidte van de flitser beïn- vloeden Let bij het fotograferen op de aanduiding van de reikwidte in het LC-display van de flitser. Het onderwerp moet zich in het bereik van ongeveer 40% tot

70% van de aangegeven waarde bevinden. De elekironica van de camera heefi alleen dan de voor een goede belichting benodigde, voldoende speel- ruimte. De minimale afstand tot het onderwerp moet minstens op 10% van de aangegeven waarde liggen om te ruime belichting te vermijden! De aanpas- sing aan de betreffende opnamesituatie kan door het veranderen van de diafragmawaarde op het objectief worden verkregen. Voorbeeld: In dit voorbeeld reikt de flits van ing. 0,6 m tot 6,2 m. Het onderwerp ligt dan ideaal als het zich zo tussen ong. 2,5 m en 4,3 m bevindi.

5.4.2 Aanduiding van de reikwidte bij flitsen met handinstelling M, c.q. MLo

In het LC-display van de flitser wordt de afstandswaarde aangegeven die voor een correct belichte opname moet worden aangehouden. Aanpassing aan de betreffende opnamesituatie kan worden bereikt door het veranderen van de diafragmawaarde en door te kiezen tussen vol vermogen M en het deelvermogen Mo (ze 4.4).

5.4.3 Overschrijding van het aanduidingbereik

De flitser kan reikwijdien tot maximaal 199 m, c.a. 199 aangeven. Bij hoge ISO-waarden (bijv. ISO 6400] en grote diatragmaopeningen kan dat bereik van de aanduiding worden overschreden. Dit word! door een pi, c.q. een drichock achler de astandswaarde aangegeven,

5.4.4 Verdwijnen van de aanduiding van de reikwijdte

Wanneer de kop van de reflector vit zin normale stand naar boven of bene- den wordt gezwenkt, vindt in het LC-display van de flitser geen afstandsaan- duiding plaats!

5.4.5 Omschakeling van meter naar feet (m - ft}

De aanduiding van de reikwijdie in het LC-display van de fitser kan naar keuze in meter {m) of feet (f] plaatsvinden. Om de aanduidingen te verande- ren gaat u als volgt te werk + Schakel de fitser via ziin hoofdschakelaar uit; + houd de toetscombinatie ‘Select (='Mode’-toets + ’Zoom'-toets) ingedrukt;

+ schakel de fitser via zijn hoofdschakelaar in; + laat de toetscombinatie ‘Select (='Mode’-toets + ‘Zoom”-toets) los; de aanduiding van de afstanden wisselt nu van m naar ft of terug van ft naar m

5.5 LC-display-verlichting (Afb. 2)

Bij het drukken op de ’Mode’- of de ‘Zoom'-toets wordt gedurende ong. 10 s. de verlichting van het LC-display van de flitser geactiveerd. Bij het ont- steken van een flits gaat de verlichting van het LC-display uit. 15 Bij de eerste bediening van de genoemde toetsen vindt er geen veran- dering van de instellingen op de flitser plaats! Als in de TTL-flitsfunctie de opname correct werd belicht, wordt gedurende de lo-k/-aanduiding (zie 4.2) de verlichting van het LC-display geactiveerd.

5.6 Motor-zoomreflector

De reflector van de Aitser kan brandpuntsafstanden vanaf 24 mm (kleinbeeld- format 24 x 36mm} vitlichten.

Als de flitser wordt gebruikt in combinatie met een camera die de gegevens van de brandpuntsafstand van het objectief aan de flitser meldi, past deze de stand van de zoomreflector automatisch aan die brandpuntsafstand aan. Na het inschakelen van de fliser wordk in ziin LC-display ‘Auto Zoom’ en de dan geldende reflectorstand aangegeven De automatische aanpassing van de reflectorstand vindt plaats voor objectie- ven met brandpuntsafstanden van 24 mm en meer. Word een brandpuntsaf- stand van minder dan 24 mm ingezet, dan knippert in het LC-display de aanduiding ‘24’ mm als waarschuwing, dat het onderwerp door de flitser niet geheel tot aan de randen kan worden verlicht. 1& Voor objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 20 mm kan een groothoekvoorzetschijf (zie Hookdstuk 7: Optionele accessoires) wor- den gebruikt.

Indien gewenst, kan de stand van de zoomreflector met de hand worden ver- steld om bij. bepaalde verlichtingseffecten te kunnen realiseren {bijv. hot- spot enz.]. Door herhaald op de toets ‘Zoom’ op de flitser te drukken, kunnen achtereenvolgens de volgende reflectorstanden worden gekozen: 24 mm - 28 mm - 35 mm - 50 mm - 70 mm - 85 mm - 105 mm. In het LC-display van de fitser wordt 'M.Zoom' (voor zoominstelling met de hand) en de ingestelde zoomstand (in mm} aangegeven. De instelling treedt onmiddellik in wer- king. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display weer naar de normale weergave terug. t& Als de instelling van de zoomreflector ertoe zou leiden, dat de randen van het onderwerp niet goed worden verlicht, gaat de aanduidin, van de zoomstand in het LC-display van de flitser als waarschuwing knipperen. Voorbeeld 1: + U werkt met een brandpuntsafstand van 50 mm. + Op de flitser is de reflectorstand van 70 mm met de hand ingesteld [aan- duiding ‘M.Zoom').

  • In het LC-display van de ftser knippert de aanduiding ‘70’ mm voor de zoomstand, omdat de randen van het onderwerp niet goed verlicht wor- den. Voorbeeld 2: + U werkt met een brandpuntsafstand van 50 mm. + Op de flitser is de reflectorstand van 35 mm met de hand ingesteld [aan- duiding ‘M.Zoom').
  • In het LC-display van de fltser knippert de aanduiding ‘35’ mm voor de zoomstand niet, omdat de randen van het onderwerp volledig verlicht wor- den. Terugzetten naar ‘Auto-Zoom' Voor het terugzetten naar ‘Auto Zoom’ zijn er twee verschillende mogelijk- heden: Seite 534

+ Druk zo vaak op de ‘Zoom'-toets van de flitser, dat in het display ‘Auto Zoom’ word aangegeven; de instelling treedt onmiddellik in werking. na eng. 5 s. schakelt het LC-display weer naar de normale weergave terug. Of:

  • Schakel de fitser via ziin hoofdschakelaar even uit. Na het opnieuw inschakelen wordt in het display van de flitser ‘Auto Zoom’ aangegeven.

5.6.3 Extended-zoomfunctie

Bij de extended-zoomfunctie [Ex} wordt de brandpunisafstand van de flitser ten opzichte van die van het op de camera gebruikte objectief één stap gere- duceerd! De daaruit resulterende bredere uitlichting zorgt voor extra strooi- licht in de ruimte (door reflecties] en daardoor voor een wat zachtere flitsver- lichting. Voorbeeld voor de extended-zoomfunctie: De brandpuntsafstand van het objectief op de camera is 35 mm. In de exten- ded-zoomfunctie stuurt de fliser de reflectorstand 28 mm aan. In het LC-dis- play word desondanks 35 mm aangegeven! De extended-zoomfunctie is alleen in de functie ‘Auto Zoom” en met objectie- ven met een brandpuntsafstand vanaf 28 mm mogelijk. Daar de vitgangs- stand van de zoomreflector 24 mm bedraagt, wordt bij objectieven met brandpuntsafstanden van minder dan 28 mm in het LC-display knipperend ‘24! mm aangegeven. Deze aanduiding geldh als waarschuwing dat een voor de extended-zoomfunclie vereiste reflectorstand niet kan worden gerea- liseerd. 1& Opnamen met objectieven met brandpuntsafstanden van 24 mm wor- den ook in de extended-zoomfunctie correct door de flitser uitgelicht! Het inschakelen van de extended-zoomfunctie + Druk zo vaak op de toetsencombinatie ‘Select [= ’Mode’-toets + ‘Zoom'- toets) dat in het LC-display ‘Ex’ verschint; + druk zo vaak op de ‘Zoom'-toets dat in het LC-display ‘On’ knippert; + de instelling treedit onmiddellik in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-dis- play weer naar de normale weergave terug.

702 47 0091-A4 44 AF-4 C 16.08.2007 15:46 Uhr Seite 5 Het symbool ‘Ex’ voor de extended-zoomfunctie blijft nadat u deze functie hebt ingesteld, in het LC-display van de flitser aangegeven! 1& Denk er wel aan, dat door de bredere verlichtingshoek in de exten- ded-zoomfunctie een kortere reikwijdte ontstaat! Uitschakelen van de extended-zoomfunctie + Druk zo vaak op de toetsencombinatie ‘Select [= 'Mode’-toets + 'Zoom'- toets) dat in het LC-display ‘Ex! verschint; + druk zo vaak op de ‘Zoom"-toets, dat in het LC-display "OFF' knippert; + de insteling reedt onmiddelik in werking. Na og. 5 s. schakelt het LC-dis- play weer naar de normale weergave terug. Het symbool ‘Ex’ voor de extended-zoomfunctie wordi, na het vitschakelen van de functie, niet meer in het LC-display van de flitser aangegeven!

5.7 Autofocus-meetflits

Zodra er voor automatisch scherpstellen niet meer voldoende licht is, wordt door de elekironica van de camera de autofocus-meetflits geactiveerd. Het autofocuslampie projecteert dan een streeppatroon op het onderwerp. Op dat streeppatroon kan de camera dan automatisch scherpstellen. De reik- wijdte van de AF-meefflits bedraagt ong. 6 m. tot 9 m. Bi standaardobjec- fief 1,7/50 mm). Vanwege de parallax tussen objectief en het AF-lampje bedraagt de instelgrens voor dichtbij ong. 0,7 m. tot 1 m 15 Om de AF-meetflits door de camera te laten activeren, moet het objec- tief in de camera op AF ingesteld zijn. Op de camera moet de AF- functie ,Single-AF”, c.q. ,ONE-SHOT-AF” ingesteld zijn (zie de ge- bruiksaanwijzing van uw camera). Zoomobjectieven met een geringe lichtsterkte beperken de reikwijdte van de AF-meetflits soms flink! Het streeppatroon van de AF-meetflits ondersteunt alleen het centrale AF-meetveld van de camera. Bij de camera's EOS IN, IV 3, 300, 50, 50E, 500N, IX en IX7 bevelen wij aan, alleen dat centrale AF-meet- veld van de camera te activeren [zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Als de fotograaf met de hand of de camera zelfstandig een van de andere meetvelden kiest, wordt de projector van de AF-meetflits van

de flitser niet geactiveerd. Sommige camera's gebruiken in dat geval het in de camera zelf ingebouwde AF-hulplicht voor de automatische scherpstelling (zie de gebruiksaanwizin van uw camera]. Bij sommige camera's wordt, indien nodig, alleen het in de camera ingebouwde AF-hulplicht geactiveerd! Tot deze camera's behoren bijv. de EOS 500, 5, 10, 105, 5000, REBEL X, REBEL XS, A2, A2E, 888, PowerShot Pro 70, 90IS, G1, G2, G3. In dat geval wordt de AF-meet- flits in de fltser niet geactiveerd. Zie hiervoor de betreffende opgaven in de gebruiksaanwijzing van uw camera.

5.8 Terug naar de basisinstellingen

De flitser kan, door minstens drie seconden op de ‘Mode’ -toets te drukken, op zijn basisinstellingen terug worden gezet. De volgende instellingen worden hierbi uitgeschakeld + Flitsfunctie ,met de hand in te stellen” (manual) M’, c.q. 'MLo'; + de extended-zoomfunctie ‘Ex'; + de met de hand in te stellen zoomstand 'M.Zoom'; «de synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter 'REAR': + de gedeactiveerde automatische uitschakeling ‘Auto-Off (3 m OFF); De volgende instellingen worden aangezet + de flitsfunctie ‘E-TTL'c.q. ‘TTL; + de automatische uitschakeling ‘Auto-OF' wordt geactiveerd (On); + de automatische zoomfunctie ‘Auto-Zoom'.

6. Speciale aanwijzingen per camera

Vanwege het grote aantal typen camera en hun eigenschappen, is het in het kader van deze gebruiksaanwijzing niet mogelik om gedetailleerd in te goan op alle cameraspecifieke mogelikheden, instellingen, aanduidingen en dergeliike. Informaties en aanwijzingen voor het gebruik van een flitser vindt n de betreffende hoofdstukken van de gebruiksaanwifzing von uw cameral

6.1 De bij het flitsen niet ondersteunde bijzondere functies

6.1.1 Scherptediepteautomatiek

De functie scherptediepteautomatiek [DEP] is niet te uit te voeren met een ingeschakelde flitser. Als er een fltser is aangesloten wordt er belicht als in de functie ‘automatisch geprogrammeerd’ fotograferen.

6.1.2 Soft-focus (SF]

In de functie ‘soft-focus’ flitst de flitser alleen bij de eerste belichting. Het soft- focus effect wordt daarom niet verkregen!

6.1.3 Programverschuiving / Programm-Shift

Met ingeschakelde fliser is de programverschuiving (belichtingstiid-diafrag- macombinatie) bij automatisch geprogrammeerd opnamen niet uit te voeren. u& Details vindi u in de gebruiksaanwijzing van uw camera. Seite 554

1 Wij ziin niet gansprakelik voor het verkeerd werken van of schade aan de flitser, onfstaan door het gebruik van toebehoren van andere fabrikanten dan wijzelf! 15 Zie voor het inzetten van reflectorvoorzetschijven de aanwijzingen in de paragrafen 4.1.1 en 4.6.4! + Groothoekvoorzetschijf 44-21 (Bestelnummer 000044217) Voor het verlichten van opnamen met objectieven vanaf 20 mm brand- punisafstand. De grens van de reikwijdte wordt, vanwege het lichiverlies, met een factor 1,4 verkort. + Set kleurenfilters 44-32 (Bestelnummer 00004432A) Omvat 4 kleurenfilters voor effectverlichting alsmede een heldere filterruit voor het opnemen van filterfoles in elke gewenste kleur. + Mecabounce 44-90 (Bestelnummer 000044900) Met deze diffusor krijgt u op de eenvoudigste wijze een zachte verlichting. De werking is grandioos, omdat de opnamen een zachier karakter krijgen. De gelaatskleur van personen wordt natuurliker weergegeven. De reik- wijdte van de flitser loopt tot ongeveer de helft terug. + Reflectiescherm 54-23 (Bestelnummer 000054236) Maakt door zijn zacht, gericht licht harde slagschaduwen zachter.

8. Hulp bij een eventuele storing

Zou het ooit voorkomen, dat bijv. in het LC-display van de flitser onzinnige aanduidingen verschiinen of dat de flitser niet functioneert op de manier die op grond van de gedane instellingen van hem verwacht zou mogen worden, schakel dan de fitser voor de duur van 10 seconden via zijn hoofdschake- laar uit. Controleer de instellingen die op de camera zijn gedaan en of de flitservoet wel op de juiste wijze in de accessoireschoen van de camera is geschoven. De flitser zou na het inschakelen weer normal’ moeten functioneren. ls dat niet het geval, ga er dan mee naar uw fotohandelaar.

9. Onderhoud en verzorging

Verwiider stof en vuil met een zachie, droge, met sliconen behandelde doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen - de kunststof onderdlelen zouden bescha- digd kunnen worden Het formeren van de flitscondensator De in de flitser ingebouwde flitscondensator ondergaat een natuurkundige verandering als het apparaat gedurende lange de niet wordt ingeschakeld. Het is daarom noodzakelik, de fltser elk kwartaal ongeveer 10 minuten lang in te schakelen [schakel ‘Auto-off’ uit, lees daarvoor 2.4]. De batterijen of accu's moeten hierbij zoveel vermogen leveren, dat de aanduiding dan de flitser is opgeladen flitser in minder dan 1 minuut na het inschakelen oplicht.

10. Technische gegevens

Max richtgetal bi ISO 100 / 21°; zoom 105mm: In meters: 44 In feet: 144 Flitsduur: Ong. 1/200 … 1/20.000 seconde (in de TTL-functie) In de M - funclie ong. 1/200 seconde bij vol vermogen In de M Lo - functie ong. 1/5000 seconde

Seite 564 Kleurtemperatuur: ong. 5600 K Filmgevoeligheid: ISO 6 tot ISO 6400 Synchronisatie: Laagspanningsontsteking Aantallen flitsen: ong. 85 met NiCd-accu (600 mAh} ong. 205 met NiMH-accu (1600 mAh} ong. 240 met super alkalimangaanbatterijen ong. 370 met lithiumbatterijenong. (telkens met vol vermogen] Flitspauzes: ong. 4 s. met NiCd-accu ong. 4 s. met NiMH-accu re ong. 5 s. met super alkalimangaanbatterijen ong. 9 s. met lithiumbatterijen (telkens met vol vermogen] Zwenkbereiken en klikstanden van de reflectorkop: Naar boven / beneden: 60°, 75°, 90° / -7° Afmetingen in mm (ong.}: 75 x 125 x 108 (BxH xD} Gewicht: Flitser met stroombronnnen: ong. 400 gram Levering bestaat uit: Flitser, gebruiksaanwijzing) Onder voorbehoud van vergissingen en veranderingen!

702 47 0091-A4 44 AF-4 C 16.08.2007 15:46 Uhr Seite 57- Inleveren batterijen Baerijen / accu's horen niet in het huiswuil! Lever lege batterijen en/of accus in op de placisen die daarvoor bestemd zijn. Lever s.v.p-. alleen ontladen baïterijen / aceu's in. Batterijen zijn in de regel leeg als het daarmee gevoede apparaat - Uitschakelt en aangeeft ‘batterijen leeg'; - Na lang gebruik van de baïterijen niet meer gewoon functioneert. Plak, ter voorkoming van kortsluiting de polen met een plakstrookje af.