465618X51 - Grasmaaier MURRAY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 465618X51 MURRAY in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 465618X51 MURRAY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 465618X51 - MURRAY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 465618X51 van het merk MURRAY.
GEBRUIKSAANWIJZING 465618X51 MURRAY
Internationale Pictogrammen 4
Garantiebepalingen 5
Informatie Voor De Eigenaar 6
Veilige Bediening. 7
Monteren 9
Bediening. 13
Onderhoudsschema 19
Onderhoud 20
Troubleshooting Schema 31

























BELANGRIJK: De volgende pictogrammen bevinden zich op uw machine of in de waarbijbehorende literatuur. Voordat u de machine gaat bedieren, moet u de betekenis en het doel van elk pictogramleren begrijpen.
Internationale Pictogrammen
1 Waarschuwing.
2 BELANGRIJK: Lees de gebruiksaanwijzing voordat udezemachineGaat bedieren.
3 WAARSCHUWING: Uitgeworpen voorwerpen. Houdt omstanders op afstand. Lees de gebruiksaanwijzing voordat u deze machine gaat bedieren.
4 WAARSCHUWING: Gebruik deze machine Niet op hellingen van meer dan 10 graden.
5 GEVAAR: Houdt omstanders en vooral kinderen uit de buurt van de machine.
6 GEVAAR: DIt is geen tre.
7 GEVAAR: Houd voeten en handenuit de buurt van draaiende messen.
8 GEVAAR: Verwijder de bougiekabel van de bougie voordat u onderhoud aan de machine uitvoert.
9 WAARSCHUWING: Heet oppervlak.
10 WAARSCHUWING: Wees voorzichtig bij het aansluien en loskoppelen van accessoires.
11 WAARSCHUWING: Vingers können bekneld raken.
12 BELANGRIJK: Volg de instructies in de Handleiding om het maaibehuiizing horizontaal tezetten.
13 WAARSCHUWING: zolang de motor draait, dient uuit de buurt van het mes blijven.
Bedieningspictogrammen
1 Starten van de motor
2 Lichten
3 Stopen van de motor
4 Latendraaien van de motor
5 Latendraaien van de motor
6 Rem
7 Handrem
8 Koppeling
9 Langzaam
10 Snel
11 Choke
12 Olie
13 Bediening mesrotatie
14 Omhoog brengen
15 Brandstof
BRIGGS & STRATTON CORPORATION EIGENAAR GARANTIEPOLITIEK
Geldig vanaf 1 januari 2006, verrangt alle ongedateerde Garanties en alle Garanties gedateerd vór 1 januari 2006.
GARANTIEBEPALINGEN
Briggs & Stratton zal zonder berekening elk onderdeel, of onderdelen van het product verrangen dat defect is in materiaal of bewerking of beide. Transportkosten voor producten die zich ingezonden voor reparatie of verranging met betrekking tot deze garantie komen ten lapse van de koper. Deze garantie heeft betrekking op de tijsduur en is onderhevig aan de hieronder afgedrukte voorwaarden. Voor garantieservice dient U de dichtstbijzende Geautoriseerde Service Dealer te vinden in once "dealer locator" kaart op www.murray.com.
ER IS GEEN ANDERE EXPLICIETE GARANTIE. INBEGREPEN GARANTIES, INCLUSIEF DIE VAN VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL ZIJN BEPERKTT TOT EEN JAAR VANAF AANKOOP, OF TOT DIE OVMANG DIE DOOR DE WET IS TOEGESTAAN. ALLE INBEGREPEN GARANTIES ZIJN UITGESLOTEN. AANSPRAKELIJKHEID VOOR INCIDENTELE-OF GEVOLGSCHADES ZIJN UITGESLOTEN VOOR ZOVER DEZE UITSLUITING WETTIG IS TOEGESTAAN. Sommige rechtsgebieten staan geen beperking toe met betrckung tot het aangetregen garantie duurt, en sommige rechtsgebieten staan geen uitsluitig toe met betrekking tot incidentele- of gevolgschades, dus de bovenvermelde beperkingen en uitsluitingen kunnen mogelijk Niet op U van toepassing+zijn. Deze garantie geeft U bepalde specifieke rechten en U kunt maybek andere rechten hebben die van rechtsgebied tot rechtsgebied varieren.
GARANTIE TERMEN
Merk/Unit
Consumption
Gebruik
Commercial
Gebruik
Omstandigheid van
Garantie Termijn
Zitmaaiers / Tractors 2aar 90ragen
De garantieperiode begint op de dag van aankoop van de eerste detailhandelconsument of commerciee eindgebruiker en gaat door voor de tijdsperiode in bovenstaande babel. "Consumentengebruik" betekent persoonlijk huishoudelijk gebruik door een detailhandelconsument. "Commercial gebruik" betekent elk ander gebruik, inclusief inkomen verschaffend gebruik of verhuurdoeleinden. Als een product eenmaal commercieel gebruikt is, dan za dealaarna voor deze garantie als commercieel gebruikt worden beschouwd.
Er is geen garantieregistratie nodig om garantie te verkrijgen op Murray producten. Bewaar uw aankoopnota. Indien u geen bewijs van de eerste aankoopdatum kurz overlegen op het moment dat om garantieservice verzocht worden, dan za de fabricagedatum van het product gezruikt worden om de garantieperiode te bepalen.
OVER UW GARANTIE
Wij verwelkommen garantiereparatie en verontschuldigen ons voor het ongemak. Elke geauthoriseerde Service Dealer kan garantiereparaties uitvoeren. De meeste garantiereparaties zullen routinematig worden uitgevoerd, maar soms+kennen om garantieservice Niet gerechtvaardigd zijn. Bijvoorbeeld, garantieservice is Niet van toepassing indien de schade aan het product het gevolg is van misbruik, gebrek aan routinematig onderhoud, verzending, behandeling, opslag of verkeerde installmentie. Evenzo is garantie ont geldig indien het serialummer van het product verwijderd is of indien het product gewijzigd of gemodificeerd is.
Deze garantie dekt uitsluitend met het product verbandhoudende materialien. Om misverstanden die:tussen dealer en klant knen ontstaan te voorkomen, zich hieronder enkele oorzaken van het defect raken van een product opgenoemd die nicht onder garantie worden gedekt.
Normale Slijtage: Door kleine motoren aangedreven machines hebben, net als alle mechanische apparaten, periodiek onderhoud en verranging van onderdelen nodig om goed te presteren. Garantie dekt geen reparaties wonneer normalaag gebruik de levensduur van het product of onderdeel heeft uitgeput.
- Installatie: Deze garantie is nicht van toepassing op producten die onderhavig zich geweest aan verkeerde of zich geauthoriseerde installmentie, verandering of modificatie. Noch installations die starten voorkomen of onbevredigende motorprestaties verroorzaken.
Verkeerd Onderhoud: De levensduur van deze machine hangt af van de omstandigheden waaronder deze werkt, evenals het onderhoud dat wordt uitgevoerd. Aanbevolen onderhoud en afstelintevalen zijn afgedrukt in de Gebruiksaanwijzing. Vaak worden producten zoals grondfrezen, kanentmaaiers en cirkelmaaiers gebrukt in stoffige omstandigheden, waardoor wat lijkt op voortijde slijtag kan optreden. Zulke slijtag, indien voorzaakt door stof, vuil of ander schurend materialaDat het product kan binnendringen door verkeerd onderhoud, wordt nicht door garatie gedekt. De garantie zaal gen reparaties dekken die het gevolg+zijn van verwangingsonderdelen die niet-origineel geprodueerde onderdelen zijn.
Verkeerde en/of onvoldoende brandstof of smering: Deze garantie dekt geen schade door het gebruik van verouderde brandstof, of gemanipuleerde benzines. Schade aan de motor of motorcomponenten, zoals verbrandingskamer, kleppen, klepzetels, klepgeleiders, verbrande startmotor-wikkelingen verroorzaakt doort alternatieve brandstoffen zoals LPG, aardgas, worden Niet gedekt tenzij de motor hiervoor is gecertificeerd. Onderden die zich ingelopen of gebroeken doordat het product was gebruikt met onvoldoende, vervoilde of de verkeerde kwaliteit smeerolie, evenals productcomponenten die zich beschadigd door onvoldoende smering zich net gedekt.
- Misbruik tijdens gebruik: Het correcte gebruik van het product is vermeld in de gebruiksaanwijzing. Producten die beschadigd zijn door over toeren draaien, oververhitting, of gebruik in een afgesloten ruimte zonder voldoende ventilatie, producten die defect geraakt bijn door overmatige trillingen door een losse motorbevestiging, losese of Niet-gelbalanceerde messen, aanrijvingen, over toeren draaien, of een kromme krukas door het raken van een vast voorwerp, schade of storing ten gevolge van ongelukken, misbruik of verkeerde service of verstarring of chemische verrorming, evenals gebruik buiten de aanbevolen capacitieiten als aangegeven in de gebruiksaanwijzing worden nicht gedekt.
Routinematig onderhoud, slijtdelen of afstelingen: Deze garantie sluit slijtdelen zoals olie, snaren, messen, O-ringen, filters enz.uit.
Overige uitsluitingen: Reparatie of afstellungen voor onderdelen die nicht zich gefabriceerd door de Briggs & Stratton Corporation, zich Niet gedekt, raadpleeg de garantie voor de betreffende fabrikanten. Deze garantie sluit defecten uit die het gevolg zich van natuurrampen en andere overmacht die nicht binnen de macht van de fabrikant ligt. Ook zich gebruikte, gereviseerde en demonstratieproducten uitgesloten.
Garantieservice is uitsluitend beschikbaar via Geautoriseerde Servicedealers. U kunt uw dichtstbijzijnde dealer vinden in once "locator map" bij www.murray.com.
Ken uw machine
Als u de machine en de werkung ervan begrijpt krijgt u de Beste resultaten. Vergelijk de illustraties van de machine met de werkelijkheid, verwijl u deze handleiding doorleest. Leer de werkking van de bedieningselementen en waar ze zich bevinden. Volg de bedieningsaanwijzingen en de veriligheidsregels om een ongeluk te voorkomen. Bewaar deze handleiding om hem later te konnen raadplegen.

WAARSCHUWING
Let op! Dit symbol duidt op belangrijke veiligheidsmaatregelen. Dit symbol betekent: "Let en pas op! Uw veiligheid kan in gevaar zich."
Verantwoordelijkheid van de eigenaar

WAARSCHUWING
Dit is een snijdende machine die in staat is handen en voeten te amputeren en voorwerpen weg te slingeren. Veronachtzaming van de volgende veiligheidsaanwijzingen kan resulteren in ernstig letsel of de dood voor de bestuurder en omstanders.
Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar om de onderstaande aanwijzingen op te volgen.
Identificatiemerktekens (CE)
A. Identificatienummer van de fabrikant
B. Serienummer van de fabrikant
C. Nominal vermogen in kilowatt
D. Maximumtoerental van de motor in omwentelingen per minuut
E. Naam en adres van de fabrikant
F. Bouwjaar
G. Logo CE-overeenstemming
H. Massaegenheid in kilogram
I. Gewaarborgd geluidsvermögen in decibel

Voor rijdende zitmaaiersmet roterende messen Training
- Lees de instructies nauwkeurig. Wees vertrouwd met de bediening en het juiste gebruik van de machine.
- Sta nooit toe dat kinderen of mensen die nicht bekend zich met deze instructies de machine gebruiken. Lokale regels können een minimum leeftijd voor de bestuurder voorschrijven.
- Maai nooit als er omstanders, in het bijzonder kinderen, of huisdieren in de buurt zich.
- Onthoud dat de bestuurd er gebruiker verantwoordelijk is voor ongevalen of bloatstelling aan gevaar aan derden of hun bezittingen.
- Neem nooit passagiers mee.
- Alle bestuurders要去en ervoor zorgen dat ze professionele en practische instructie krijgen. Zulke instructie要去 de nadruk leggen op:
a. de noodzaak voor behoedzaamheid en concentratie bij het werkken met zitmaaiers;
b. de contrôle over de machine die gaat gijden op een helling kan nicht worden herkregen door de rem te gebruiken. De belangrijkke redenen voor het verliezen van contrôle zijn:
onvoldoende grip op de wienen;
- te snel rijden;
verkeerd remmen;
- het soort maaier is ongeschikt voor de taak;
- onbekendheid met de grondcondities, in het bijzonder hellingen;
verkeerd optrekken en verkeerde ladingsverdeling.
Voorbereiding
- Draagijdens het maaien alkijd stevige schoenen en een lange broek. Bedien de machine Niet met blote voeten of met sandalen aan.
-
Onderwerp het te maaien gebied aan een grondige inspectie en verwijder alle voorwerpen die door de machine uitgeworpen zouden+kennen worden.
-
WAARSCHUWING-Benzine is zeer brandhaar.
a. Bewaar brandstof incontainers die special voor dit doel ontworpen zijn.
b. Voeg benzine toe in de frisse lucht en rook Niet.
c. Voeg benzine toe voordat u de motor aanzet. Verwijder nooit de benzine tankdop of voeg benzine toe terwijl de motor loopt of nog heet is.
d. Als er benzine gemorst is, mag u de motor nicht starten, maar moet u de machine van de plek met de gemorste benzine verwijderen en voorkomen dat er een vonk kan optreden, totdat de benzine verdampt is.
e. Schroef alle doppen van benzine containers en tanks zorgvuldig vast.
- Vervang defecte geluidsdempers.
- Controller voor gebruik.altijd dat de messen, mesbouten en snijconstructie Niet versleten of beschadigd zijn.Vervang versleten of beschadigde bladen en bouten in paren zodate het evenwicht Niet verstoord worden.
- Bij machines met meertere bladen kan het draaien van een blad tot gevolg hebben dat andere bladen ook gaan bewegen.
Bediening
- Gebruik de machine Niet in een afgesloten ruimte, waar zich gevaarlijke koolmonoxyde dampen hunnen ophopen.
- Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht.
- Voordat u de motor start, moet u alle mesassesoires loskoppelen en de koppeling in de neutrale stand zetten.
- Gebruik de machine Niet op hellingen van meer dan 10^ .
- Onthoud dat er geen "veilige" hellingen bestaan. Het rijden over grashellingen vraagt om speciale aandacht. Om omkantelen te voorkomen,要去 u:
a. nied plotseling stoppen of optrekken, verwijl u omhoog of omlaag rijdt;
b. de koppeleng langzaam op lienkommen en de motor altijd in de versnelling lien, vooral wanner u de helling af rijdt;
c. langzaam rijden op hellingen en in scherpe bochten;
d. oppassen voor hobbels, kuilen en andere verborgen gezaren;
e. nooit loodrecht op hellingsrichting rijden, tenzij de maaier voor dit doel ontworpen is.
- Pas op bij het trekken van ladingen of het gebruiken van zwaar materieel.
a. Gebruik alleen de waarvoor bestemde trekhaken.
b. Vervoer alleen ladingen die u kurz beheersen.
c. Maak geen scherpe bochten. Pas op bij het weiteruit schakelen.
d. Gebruik tegengewichten of gewichten aan de wielen als dat in het Instructieboek worden aangeraden.
- Let op het andere verkeer bij het oversteken van wegen.
-
Zet het roteren van de messen af voordat u over iets anders dan gras rijdt.
-
Als u assesoires gebruikt, let er dan op dat er nooit materiaal in de richting van omstanders geslingered worden. Laat nooit≦mand in de buurt van de machine als≧aan het werken is.
- Bedien de maaier nooit als de beschermkappen kapot+zijn.De beschermkappen要去en altijd op hunplaats zitten.
- Verander de instellingen van de reguleur van de machine Niet en voer hem Niet op. Het gebruiken van een machine bij te hove snugheid kan de kans op gevaar of persoonlijk letsel vergroten.
- Voordat u van de bestuurdersplaats afstapt, moet u
a. de motor ontkoppelen en de assesseores laten zakken;
b. de motor in de neutrale stand zetten en de handrem aantrekken;
c. de motor afzetten en het contactsleuteltje verwijderen.
- Ontkoppel de assessoires, stop de motor en trek de bougiekabel(s) los of verwijder het contactsleuteltje, voordat u
a. verstoppingen in de trechter of elders verhelpt;
b. de maaier controleert, reinigt of er aan wilt werken;
c. de maaier inspecteert nadat u een obstakelb geraakt hebt. Voer, indien nodig, reparationsuit voordat u de machine opnieuw start en gebruikt;
d. de motor contrôleert bij abnormaal trillen. (Onmiddelijk stoppen.)
-
Koppel de assosoires los als u de maier nicht gebrukt of deze wilt Transporteren.
-
Zet de motor af en ontkoppel de assosoires voorat u
a. bezine bijvult;
b. de grasopvanger verwijdert;
c. de hoogte aanpast, tenzij dat vanaf de bestuurdersplaats kan gebeuren.
- Neem gastering aan het einde van de maaiactiviteiten. Draai de benzinekraan zich, indien de motor hiermee is uitgerust.
- Voordat uchteruit rijdt, moet uaar achteren en beneden kijken om u ervan te vergewissen dat er geenkleine kinderen in de buurt zich.
- Wees extra voorzichtig bij blinde hoeken, struiken, bomen of andere obstakels die het zich kannen wegnemen.
Onderhoud en opslag
- Bij machines met meertere messen kan het bewegen van een mes de andere messen ook inbeweging zetten. Wees voorzichtig!
- Als u de machine parkeert of weg zet, moet u het snijgedeelte van de machine lately zakken tenzij u het stut of vast zet.
- Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven vast aangedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine in veilige staat verkeert.
- Parkeer de machine nooit met benzine in de tank, in een afgesloten ruimte waar de dampen met een vlam of vonk in aanraking+kennen.
- Laat de motor afkoelen voorat u de machine in een afgesloten ruimte weg zet.
- Verwijder gras, bladeren en overmatig smeervet van de geluidsdemper, het accucompartiment en van de benzine opslagplaats om gevaar voor brand te verminderen.
- Comtroleer de grasvanger regelmatig op slijtage.
- Vervang versleten of beschadigde onderdelen om veiligheidsredenen.
- Als het nodig blijdt de benzinetank af te tappen, moet dit in de frisse lucht gebeuren.
Alle bevestigingsmiddelen zitten in de onderdelantas.
Doe geen onderdelen of materiaal weg voordat de machine volledig gemonteerd is.

WAARSCHUWING
Maak eerst de bougiekabel los voordat u welke montage- of onderhoudswerkzaamheden dan ook aan de machine gaat uitvoeren.
OPMERKING: In deze handleiding worden links en rechts gebruikt om deplaats van een onderdeel te bepalen; links en rechts gezien vanuit de zitplaats van de bestuurder.
De voorwielen monteren
Snij de vier zijden van de verpakking met een mes open.
Monteer de voorwielen (1) (zie Figuur 1).
OPMERKING: Til de voorkant van de trekker op met behulp van een circa 1,25m lang stuk hout. Is er geen stuk hout voorhanden, roep dan de hulp van een tweede persoon in om de trekker op te tillen. Wees voorzichtig, LAST DE TREKKER NIET Vallen.

Figuur 1
- Til de voorkant van de trekker op. Zet een steun (blok hout) onder de trekker.
- Zorg dat de ventielbuis (2) aan de buitenzijde van de trekker komt te zitten. Schuif het voorwiel (1) op de as (3).
- Zet elk voorwiel vast met sluitring (4) en splitpen (5). Buig de uiteinden van de splitpen uit elkaar zodate het voorwiel Niet van de as af kan.
- Til, nadat de voorwietenং aan gebracht, de trekker van de steun af. Rol de trekker weg van de verpakking.
- Als uw trekker naafdoppen (6) heeft, installeer dan de naafdoppen. Controller of de sluitringen de naafdoppen op hunplaats honden.
De banden controlleren
Controleer de luchtdruk in de banden. Bij een te hoge bandenspanning rijdt de machine oncomfortabel. Ook za de machine bij een onjuiste bandenspanning Niet egaal maaien. De juiste bandenspanning is: voorbanden 0,97 BAR, achechterbanden 0,69 BAR. De banden zijn te hard opgeprompt voor verzending.
Het maaidek monteren
- Zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand (zie Figuur 2).
- Zet de hefhendel (2) in de vlakestelstand.

WAARSCHUWING
De hefhendel is veerbelast. Zorg dat de hefhendel in de stand VLAKSTellenVergrendeld staat.
- Bevestig de voorste beugel (9) aan het maaidek met de bevestigingsmiddelen. Zie afbeelding "F."
- Duw het maaidek onder de rechterkant van de machine.
- Leg de maaieraandrijfrem (7) om de meerschijvenpoelie (8). Zie afbeelding "G."
OPMERKING: Zorg dat de “V”-zijde van de maaieraandrijfrem gegen de meerschijvenpoelie kommt te zitten. Let er ook op dat de maaieraandrijfrem nicht gedraaid zit.
- Bevestig de voorste beugel aan de assteun. Zie afbeelding "F."
- Zorg ervoor dat de maaieraandrijfrem:tussen de meerschijvenpoelie en de beide riemgeleiders (10) komt te liggen.Zie afbeelding "G."
- Bevestig de ophangschakels (4) aan de hefinrichting. Maak ze vast met de haarspelden en de sluitringen. Zie afbeeling "A" en "B."
- Bevestig de rechtse en linkse stelarm (3) aan de ophangbeugels. Maak ze vast met de haarspelden en de sluitringen. Zie afbeelding "C" en "D."
- Bevestig de trekveer (5) aan de mesbedieningshendel (6). Zie afbeelding "E."
- Zet de mesrotatiehendel in de INGESCHAKELDE stand. Controller of de maaieraandrijfrem zich binnen alle riemgeleiders bevindt.
- Controller of het maaidek horizontaal staat. Zie "Het maaidek horizontaal stellen."

Figuur 2
- Bevestig de peilwielen (12) met de bevestigingsmiddelen aan de asbouten (11) (zie Figuur 3).
- Controller de werkung van de mesrotatiehendel. Zie "De mesrotatiehendel afstellen."

Figuur 3
Hetplaatsen van de stoel
- Verwijder de plastic zak voorzichtig van de stoel.
- Zorg ervoor dat de gaten in de scharnierplaat (2) samenvallen met die in de stoel (1). Maak de stoel vast aan de scharnierplaat van de stoel met de vleugelbouten (4) en (5) (zie Figuur 4).
- Controller of de stoel zo staat dat de machine gemakkelijk bediend kan worden. Als de stoel versteld要去 worden, draai de twee vleugelboute (5) dan los. Schuif de stoel over de stelgaten (3) maar voren ofশ aanachten. Draai de vleugelboute stevig vast.

Figuur 4
Het stuur monteren
- Zorg dat de voorwienenrecht vooruit staan.
- Schuif de kap (3) over de stuuras (2). Let erop dat de kraag van de kap aan de bovenkant zit (zie Figuur 5).
- Schuif het stuur (1) op de stuuras.
- Maak het stuur met schroef (4) en sluitring (6) op de stuuras vast.
- Voor sommige modellen zit er een optioneel inzetstuk (7) in de onderdelentes. Bevestig het inzetstuk op het midden van het stuur.

Figuur 5
Onderhoudsvrije accu
BELANGRIJK: Controller eerst de accudatum voordat u de accukabels op de accu aansluit. Aan de datum op de accukest u aflezen of de accu要去 worden opgeladen.
- Kijk op de bovenkant van de accu (1) voor deplaats van de accudatum (zie Figuur 6).
- Als de accu in gebruik genomen worden voordat de accukabels können worden aangesloten verwijl de accu Niet is opgeladen, wie "De accukabels aansluiten."
- Als de accu in gebruik worden nadat de accu要去 worden opgeladen, zich "De accu opladen."

Figuur 6
De accu opladen

WAARSCHUWING
Rook nicht wanner u de accu oplaadt. Houd de accu uit de buurt van vonken. De door het accuzuur geprodueceerde dampen+kennen een explosie veroorzaken.
- Verwijder de accu (1) en de accuhouder (3) (zie Figuur 6).
- Verwijder de beschemkapjes van de accuklemen.
- Gebruik een 12V acculader om de accu op te laden. Laad bij een snelheid van 6 ampère gedurende eén uur. Beschicht u zich Niet over een acculader, LAST de accu dan opladen bij een erkend servicecentrum.
- Installer de accu en de accuhouder. De positieve (+) accuklem (4)要去 aan de linkerkant zitten.
De accukabels aansluiten

WAARSCHUWING
Sluit - om vonkvorming te voorkomen - eerst de rode kabel op de positieve (+) klem aan voordat u de zwarte kabel aansluit.
- Verwijder de beschemkapjes van de accuklemen (zie Figuur 6).
- Schuif het klembeschemkapje (2) op de rode kabel (5). Sluit de rode kabel aan op de positieve (+) klem (4) met de bout en vleugelmoer (6) en (7).
- Sluit de zwarte kabel (8) aan op de negatieve (-) klem met de bout en vleugelmoer (6) en (7).
De motor gereedmaken
OPMERKING: De motor is vlak vór verzending in de fabriek met olie gezuld. Controleer het oliepeil. Vul voor zover nodig olie bij.
Zie de voorschriften van de motorenfabrikant m.b.t. de te gebruiken soort benzine en olie. Lees eerst de informatatie over verilgheid, bediening, onderhoud en opslag voordat u met de machine gaat werkken.

WAARSCHUWING
Volg de voorschriften van de motorenfabrikant op m.b.t. de te gebruiken soort benzine en olie. Gebruik.altijd een veiligheidsjerrycan.Rook nichtijdens het vullen van de benzinetank.Vul geen benzine bij in een besloten ruimte.Zet de motor af voordat u benzine bijvult.Laat de motor eerst enkele minuten afkoelen.
OPMERKING: Het werkelijkke continue vermogen zal waarschijnlijk lager liggen vanwege beperkingen tijdens het gebruik en door omgevingsfactoren.
Controlleren of het maaidek vlak staat
Controller of het maainiveau nog juist is. Maai eerst eenklein stukje en bekijk verwolgens het net gemaaideoppervlak. Als het maaidek Niet egaal maait, zie dan "Hetmaaidek horizontally stellen" in de sectie Onderhoud vandeze handeiding.
Belangrijk! Voordat u gaat maaien
- Controller de motorolie.
Vul de brandstoffank met benzine. - Controller de hoogte van het maaidek.
- Controller de luchtdruk in de banden.
Sluit de accukabels aan.
Plaats van de bedieningsorganen
Mesrotatiehendel (1): Met de mesrotatiehendel start en stopt u de rotatie van het blad (zie Figuur 7).
Koppelings-/rempedaal (2): Het pedaal heeft twee functies. De eerste functie is een koppeling. De tweede functie is een rem.
Koplampschakelaar (3): De koplampschakelaar is de eerste stand van de contactschakelaar. Als u de lichten wilt gebruiken verwijl de motor loopt,zet het sleuteltje dan in de stand voor de lichten.
Contactschakelaar (3): Met de contactschakelaar start u de motor en zet u de motor af.
Schakelhendel (4): Met de schakelhendel schakelt u maar een andere versnelling over.
Hefhendel (5): Met de hefhendel kurz u de maaihoogte verstellen.
Parkeerremhendel (6): Met de parkeerremhendelschakelt u de rem in wanner u de machine verlaat.
Gashendel (7): Met de gashendel verhoogt of verlaagt u het toerental van de motor.
Acceleratiepedaal (8): Met het acceleratiepedaal regelt u de slelheid van de machine.

Figuur 7
Hulpstukken
Deze machine kan met vele verschillende hulpstukken worden uitgerust. De machine kan hulpstukken, zoals een tuinveegmachine, een gazonbeluchter of een centrifugaalstrooier, trekken. De machine kan nicht gebrukt worden in combinatie met hulpstukken die de grond omwerken, zoals een ploeg, een schijveneg of een cultivator.
Voor aanhangers en getrokken hulpstukken bedraagt het maximumgewicht 113 kg.
De gashendel gebruiken
Met de gashendel (7) verhoogt of verlaagt u het toerental van de motor (zie Figuur 7).
- De stand SNEL (FAST) is herkenbaar aan een pal. Zet de gashendel bij normaal gebruik en bij gebruik van een grasopvangbak in de stand SNEL (FAST). Laat de motor in de stand SNEL (FAST) draaien voor maximale oplading van de accu en voor een koeler lopende motor.
- Het motortoerental is in de fabriek afgesteld voor het leveren van maximale prestaties. Stel de regulateur Niet anders af om het toerental van de motor te verhogen.
De mesrotatiehendel gebruiken
Met de mesrotatiehendel (1) schakelt u het mes (of de messen) in (zie Figuur 7).
- Controller, voordat u de motor start, eerst of de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand staat.
- Zet de mesrotatiehendel in de INGESCHAKELDE stand om het mes (of de messen) te lately ronddraaien.
OPMERKING: Als de motor stopt wanneer u het mes(of de messen) inschakelt, dan is de stoelschakelaar Niet geactiveerd. Zorg dat u midden op de stoei zit.
- Zet de mesrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand om het mes (of de messen) teCTX stoppen. Wees er zeker van dat het mes (of de messen) zicheer ronddraaien voordat u de bestuurdersplaats verlaat.
- Zet, voordat u met de machine een trottoir of een weg over rijdt, de mesrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand.

WAARSCHUWING
Kom nooit met uw handen en voeten in de buurt van het mes, de opening van de keerplaat en het maiadek wonneer de motor loopt.
Het acceleratiepedaal gebruiken
Het aandrijfsystem maakt gebruik van een variatorpoelie die aan een transmissie met twee versnellingen is gekoppeld. De variatoriaandrijving is zich zeer gemakkelijk te bedieren. Dit type aandrijfsystem heeft een schakelhendel voor twee versnellingen en een koppelings-/rempedaal (2) dat naast het acceleratiepedaal (8) is aangebracht (zie Figuur 7).
De rijrichting worden geregeld met de schakelhendel. Daarmee schakelt u ofwel in de ACHTERUIT ofwel in een van de twee versnellingen vooruit. Tijdens het gebruik worden de snugheid geregeld met een enkelvoudig acceleratiepedaal dat u met uw rechtervoet bedient.
Vooruitrijden
- Duw het koppelings-/rempedaal (2)—helemaalaar voren om de machine te stoppen. Houd uw voet op het pedaal (zie Figuur 7).
- Zet de schakelhendel (4) in een van de twee VOORUIT-standen. Selecteer de stand Laag (TRIM) bij het op- en afrijden van steile hellingen en bij het werken met hulpstukken waarvoor een zeer langzame voorwaartse snelheid vereist is, zoals sneeuwblazers. Selecteer de stand Hoog (MOW) bij het maaien of bij het vervoeren van de machine.
- Laat het koppelings-/rempedaal rustig opkomen met uwrechtervaet. Houd uw voet Niet op het koppelings-/rempedaal.
- Zet de gashendel (7) in de stand SNEL (FAST).
- Duw het acceleratiepedaal (8) langzaam maar voren tot de gewenste snugheid.
- U voert de voorwaartse slelheid op door het acceleratiepediaal langzaam maar voren te duwen. U vermindert de voorwaartse slelheid door het acceleratiepediaal langzaam op te lately komen totdat de machine vaart mindert tot de gewenste slelheid.
Vanrichtingveranderen
VOORZICHTIG: Duw eerst het koppelings-/rempedaal (2)—helemaalaarvorenomdemachine te stoppen voordat u de schakelhendel verzet. Als de machine Nieteerst wordstilgezet,kan deversnellingsbak beschadigdraken (zie Figuur 7).
- Duw het koppelings-/rempedaal (2)—helemaalaar voren om de machine te stoppen. Houd uw voet op het pedaal.
- Zet de gashendel (7) in de stand LANGZAAM (SLOW).
-
Om vooruit te rijdenzet u de schakelhendel (4) in een van de twee VOORUIT-standen. Om blijteruit te rijdenzet u de schakelhendel in de ACHTERUIT-stand.
-
Laat het koppelings-/rempedaal rustig opkomen met uwrechtervaet. Houd uw voet Niet op het koppelings-/rempedaal.
- Zet de gashendel in de stand SNEL (FAST).
Achteruitrijden
- Kijk achterom.
- Duw het koppelings-/rempedaal (2)—helemaalaar voren om de machine te stoppen. Houd uw voet op het pediaal (zie Figuur 7).
- Zet de schakelhendel (4) in de ACHTERUIT-stand.
- Laat het koppelings-/rempedaal langzaam opkomen.
- Duw het acceleratiepedaal (8) langzaam maar voren tot de gewenste snugheid.
- U voert de achterwaartse snugelid op door het acceleratiepediaal langzaam waar voren te duwen. U vermindert de achterwaartse snugelid door het acceleratiepediaal langzaam op te latenten totdat de gewenste snugelid is bereikt.
Standen acceleratiedepaal
De voorwaartse snelheid worden geregeld met de stand van de schakelhendel (4) en het acceleratiepedaal (8) (zie Figuur 7). In onderstaande tabel staan de functies samen met de standen van de schakelhendel en het acceleratiepedaal vermeld. Laat de motor altijd werknen met de gashendel (7) in de stand SNEL (FAST).
| FUNCTIE | STAND SCHAKEL-HENDEL | STAND PEDAAL | GASHENDEL |
| Trimmen, sneeuwblazer, steile hellingen | Laag (TRIM) | 1/3 | FAST CHOKESLOW THROTTLE |
| Gras opvangen | Hoog (MOW) | 1/3 tot 1/2 | |
| Normaal maaien | Hoog (MOW) | 1/2 tot 2/3 | |
| Makkelijk maaien Sneeuwschuif | Hoog (MOW) | 1/2 tot 3/4 | |
| Vervoeren | Hoog (MOW) | VOLLEDIG | |
| Getrokken hulpstukken | Hoog (MOW) | 1/3 tot 1/2 |
De parkeerrem gebruiken
- Duw het koppelings-/rempedaal (2)—helemaal waar voren (zie Figuur 7).
- Trek de parkeerremhendel (6) omhoog.
- Haal uw voet van het koppelings-/rempedaal en zet de parkeerremhendelervolgens vrij. Controller of de parkeerrem daadwerkelijk de machine tegenhoudt.
- Om de parkeerrem vrij te zetten duwt u het koppelings-/rempedaal—helemaalaar voren. De parkeerrem wordt dan automatisch vrijgezet.

WAARSCHUWING
Zet voordat u de bestuurdersplaats verlaat, de schakelhendel in de neutrale (N) stand. Schakel de parkeerrem in. Zet de mesrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand. Zet de motor af en verwijder de contactsleutel.
Als u de maaihoogte wilt verstellen要去 u de hefhendel (5) als volgt omhoog of omlaag zetten (zie Figuur 7).
- Zet de hefhendel (5) waar voren om het maaidek teCTXen zakken enaar achteren om het maaidek omhoog te zetten.
- Wanner u op een trottoir of weg rijdt, zet de hefhendel dan in de hoogste stand en zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand.
De machine stoppen
- Haal uw voet langzaam van het acceleratiepedaal (8) en druk het koppelings-/rempedaal in (2) (zie Figuur 7).
- Zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand.
- Schakel de parkeerrem in met de parkeerremhendel (6).

WAARSCHUWING
Controller of de parkeerrem daadwerkelijk de machine gegenhoudt.
- Zet de gashendel (7) in de stand LANGZAAM (SLOW).
- Om de motor af te zetten moet u de contactsleutel (3) in de stand UIT (OFF) zetten. Verwijder de sleutel.
De machine vervoeren
Als de machine vervoerd要去 worden, dient u onderstaande stappen te volgen (zie Figuur 7).
- Zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand.
- Zet de hefhendel (5) in de hoogste stand.
- Zet de gashendel (7) in de stand SNEL (FAST).
- Laat het koppelings-/rempedaal (2) opkomen en duw het acceleratiepedaal (8) langzaam maar voren tot de gewenste snelheid.
De mulchverdelerplaat verwisselen

WAARSCHUWING
Maak de bougiekabel los om te voorkomen dat de motor gestart kan worden. Controller of desmetrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand staat.
Met de mulchverdelerplaatkest u het gras zeer kort en fijn maaien en tot mulch verwerken. Als u het gras aan de zijkant wiltuitwerpen of in een grasopvangbak wilt opvangen, verwijder de mulchverdelerplaat dan als volgt.
De mulchverdelerplaat verwijdenen
- Zet de keerplaat (1) omhoog. Verwijder de twee vleugelmoeren (2) en de twee slotschroeven (3) (zie Figuur 8).
- Til de mulchverdelerplaat (4) omhoog, weg van het maaidek.
- Bevestig vleugelmoeren en slotschroeven aan de mulchverdelerplaat voor als u ze later weeer nodig hebt.

Figur 8
De mulchverdelerplaat installeren
- Zet de keerplaat (1) omhoog (zie Figuur 8). Bevestig de onderrand van de mulchverdelerplaat (4) aan het maaidek.
- Schuif de bovenzijde van de mulchverdelerplaat (4) onder de keerplaatsteun (5) (zie Figuur 9).
- Zet de mulchverdelerplaat met twee vleugelmoeren (2) en twee slotschroeven (3) vast (zie Figuur 8).

Figuur 9
Mulchverwerkingstips
Wanner u een mulchhulpstuk gebruikt, worden het gras in heel fijne stukjes gemaaid. Deze fijnne stukjes worden snel in de bodem afgeb broken. Omdat de voedingsstoffen aan de bodem worden teruggegeven, za het gazon met minder kunstmeststof toe+kennen. Volg onderstaande stappen op voor het op de juiste wijze mulchen van het gras.
- Zet de gashendel (7) in de stand SNEL (FAST) (zie Figuur 7). Laat de maaimachine op een langzamere grundsnelheid werkken. Als de grundsnelheid te hoog is, zal het gras geen egale snede hebben.
- Zorg dat er.altijd een scherpe kant op het mes zit. Een mes dat Niet scherp is, zorgt ervoor dat de uiteinden van het gras bruin worden.
- Controller of het gras droog is. Nat gras LAST ZICH moeilijk maaien.
- Stel de hoogte van het maaidek zo in dat alleen het bovensteerde deel van het gras wordt afgemaaid. Als het gras te hoog is, stel de hoogte van het maaidek dan in op de maximale hoogte. Laat het maaidek daarna zakken en maai het nog een keer na. Ook kut u, inplaats van de volle breedte van het maaidek te gebruiken, op de halve breedte ervan mulchen.
- Maak de onderkant van het maaidek schoon. Gras en andere rommel{kunnen er de oorzaak van zich dat de maaimachine nicht meer goed werkt.
- Als het gris snel groeit, mulch dan vaker.
- Als voor een gebied verbetering nodig is, mulch dan nog een keer na.
Met het maidek werkken

WAARSCHUWING
De keerplaat is een beveiligingsinrichting. Verwijder de keerplaat Niet. De keerplaat leidt hetuitgeworpen materiaalaar de grond. Houd dekeerplaat alkijd in de OMLAAG staande stand. Alsde keerplaat beschadigd is, verrang die dan dooreen bij een erkend servicecentrum verkrijgbaar origineel onderdeel.
BELANGRIJK: Wanner u met het maaidek werk, doe dat dan.altijd met de gashendel in de stand SNEL (FAST).
- Start de motor.
- Zet de parkeerrem (6) vrij (zie Figuur 7).
- Zet de hefhendel (5) in een maaihoogtestand. Maai hoog of dik gras eerst in de hoogste stand en LAST het maiadek daarna in een lagere stand zakken.
- Zet de gashendel (7) in de stand LANGZAAM (SLOW).
- Zet de mesrotatiehendel (1) langzaam in de INGESCHAKELDE stand.
- Zet de gashendel in de stand SNEL (FAST).
- Duw het acceleratiepedaal (8) langzaam in tot de gewenste slelheid.
OPMERKING: Wanner u in zwaar gras of met een opvangbak maait, gezruik dan een langzame vooruitversnelling.
- Controller of het maainiveau nog juist is. Maai eerst eenklein stukje enbekijkervolgens het net gemaaide oppervlak. Als hetmaaidek Niet eegaal maait,zie dan "Het maaidek horizontally stellen" in de sectie Onderhoud.

WAARSCHUWING
Zorg voor een veilige slelheid om de machine beter onder contrôle te kunnen houden.
Met machines met automatische aandrijving op hellingen werken

WAARSCHUWING
Rijd geen hellingen op of af die te steil+zijn omrecht achechteruit op te gaan. Rij nooit dwarfs overeen helling met de machine.
- Stop nicht en schakel ook Niet over op een andere能力和 slelheid op een helling. Als u moet stoppen, duw het koppelings-/rempedaal (2) dan snel maar voren en schakel de parkeerrem (6) in (zie Figuur 7).
- Bedien het acceleratiepedaal (8) rustig om ongelukken te vermijden. Maak Niet plotseling een bocht en vermijd plotselinge veranderingen in snugheid.
- Om voorwaartse snelheid te minderen bij het van een helling af rijden要去 u het acceleratiepedaal langzaam lately opkomen en, indien nodig, het koppelings-/rempeaal indrukken.
Op een helling stoppen
- Vermijd stoppen op een helling. Als u in geval van noood snel要去 stoppen, haal uwrechtervaet dan van het acceleratiepedaal (8) en druk het koppelings-/rempeadaal (2) snel in (zie Figuur 7).
- Schakel de parkeerrem (6) in.
- Zet voordat u afstapt, de gashendel (7) eerst in de stand LANGZAAM (SLOW), zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand, zet de motor af en schakel de parkeerrem in.
Op een helling beginnen met maaien
- Start de motor.
- Zet de mesrotatiehendel (1) in de INGESCHAKELDE stand (zie Figuur 7).
- Zet de gashendel (7) in de stand SNEL (FAST).
- Druk het koppelings-/rempedaal (2) in om de parkeerrem (6) vrij te zetten. Duw het acceleratiepedaal in tot de gewenste snugheid.
OPMERKING: De parkeerrem要去erd ontkoppeld worden, anders kan het acceleratiepedaal de transmissie Niet inschakelen.
Alvorens de motor te starten
De olie controlleren
OPMERKING: De motor is vlak vór verzending in de fabriek met olie bevuld. Controller het oliepeil. Vul voor zover nodig olie bij. Zie de voorschriften van de motorenfabrikant m.b.t. de te gebruiken soort benzine en olie.
- Controller of de machine horizontalaat.
OPMERKING: Ga het peil van de olie nicht controleren terwijl de motor loopt. - Controller de olie. Volg de door de motorenfabrikant voorgeschreiben werkwijze op.
- Vul zo nodig olie bij totdat de olie tot aan het merkteken FULL op de peilstok komt. De hoeveelheid olie die nodig is vanaf ADD (BIJVULLLEN) tot FULL (VOL) staat op de peilstok. Vul Niet te veel olie bij.
Benzine bijvullen

WAARSCHUWING
Gebruik.altijdeenveiligheidsjerrycan.Rooknietijdens het vullen van de benzinetank.Vul geen benzine bij wanner u zich in een besloten ruimte bevindt.Zet eerst de motor af en laat de motor enkele minuten afkoelen voordat u benzine gaat bijvullen.
Vul de brandstoffank (1) tot aan het met FULL (2) gemerkte peel met gewone ongelode benzine (zie Figuur 10). Gebruik geen ongelode superbenzine. Controller of de benzine/New en zuiver is. Bij loodhoudende benzine ontstaan er meer koolresten, waardoor de levensduur van de kleppen korte worden.

Figuur 10
De motor starten

WAARSCHUWING
Het elektrische system is voorzien van een systemd dat via een sensorschakelaar vaststelt of de stoen bezet is. Aan het elektrische systemd wordt 'verteld' of de bestuurder al of Niet op de stoen zit. Dit systemd zorgt ervoor dat de motor stoot wanner de bestuurder van zichn stoen opstaat als de mesrotatiehendel is ingeschakeld of als de transmissie is ingeschakeld. Controlleroor uw eigen veiligheid altijd of dit systemd goed werkt.
OPMERKING: De motor zal alleen starten als u het rempedaal indrukt of de parkeerrem inschakelt en de mesrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand zet.
- Duw het koppelings-/rempedaal (2)—helemaal maar voren (zie Figuur 7). Houd uw voet op het pedaal.
- Controller of de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand staat.
- Zet de gashendel (7)—helemaal maar voren in de stand CHOKE of SNEL (FAST). Sommige modellen—hebben een afzonderlijke chokeknop. Trek de chokeknop uit tot de volle CHOKE-stand.
- Zet de contactsleutel (3) in de stand START.
OPMERKING: Als de motor na vier of vijf pogingen nog Niet wil aanslaan,zet de gashendel dan in de stand SNEL (FAST).Probeer de motor nogmaals te starten. Als de motor dan nog Niet wil starten,kijk dan in het STORINGZOEKSCHEMA.
- Zet de gashendel rustig in de stand LANGZAAM (SLOW).
- Laat een koude motor eerst enkele minuten draaien. Begin pas te maaien wanner de motor warm is. Om een warmer motor te starten moet u de gashendel in een stand:tussen SNEL (FAST) en LANGZAAM (SLOW) zetten.
Maaien en gras opvangen
- Controller om een gazon er beter uit te latent zien, vooraf of het maaidek horizontally staat. Zie "Het maaidek horizontally stellen" in de sectie Onderhoud.
- Controller of de banden de juiste spanning hebben, anders kan hetijken dat het maaidek NietEGAal maait.
- Controller het mes telkens wonneer u de machine gebruikt. Vervang het mes onmiddelijk als het verbogen of beschadigd is. Controller ook of de moer van het mes stevig vastzit.
- Zorg dat het mes(of de messen) steeds scherp zijn. Versleten messen zich er deoorzaak van dat de uiteinden van het gras bruin worden.
- Maai geen nat grayscale en vang het Niet op in een grayscalevangbak. Nat grayscale wordt Niet op de juiste wijze uitgeworpen. Laat het grayscale eerst droog worden alvorens het te maaien.
- Trim nabij een voorwerp met de linkerkant van het maaidek.
- Werp het gemaaide grasuit op het gemaaide gedeelte. Zo ontstaat een gelijkmatigere verdeling van gemaaid gras.
- Wanner u grote oppervlakken maait, begin de ronde dan door rechtsom te draaien zodate het gemaaide gras weg van struiken, schuttingen, opritten, enz.uitgeworpen worden. Maai na een of twee ronden in de tegengestelde richting en draai waar bij telkens linksom totdat u klaar bent.
- Als het gras erg hoog is, maai dan twee keer om de belasting op de motor te verminderen. Maai eerst met het maaidek in de hoogste stand en zet het maaidek in een lagere stand wanner u daarna voor de tweede keer gaat maaien.
- Laat voor betere motorprestaties en een gelijkmatigere uitworp van het gemaaide gras de motor algijd lopen met de gashendel in de stand SNEL (FAST).
- Laat wonneer u een grasopvangbak gebruikt, de motor lopen met de gashendel in de stand SNEL (FAST) en het acceleratiepedaal voor 1/3 tot 1/2 maar voren geduwd.
- Maak telkens na gebruik de boven- en onderkant van het maaidek schoon voor betere prestaties. Ook voorkomt u met een schoon maaidek dat er brand zou+kunnen ontstaan.
| Frequentie | Mayntenauance Required | Comments |
| Dagelijks of voor ieder gebruik | Onderhoud van de motor. | Zie de Handleiding die bij de motor hoort. |
| Inspecteer mes(sen). | Inspecteer op barstjes, slijtage, en bovenmatige schade | |
| Verwijder rommel van de machine en het te maaien gebied. | ||
| Inspecteer alle draaiende en schuivende onderdelen. | ||
| Controleer de bandenspanning. | Zie het hoofdstuk Onderhoud. | |
| Ga na of de maaierbehuizing horizontaal is. | Zie het hoofdstuk Onderhoud. | |
| Inspecteer V--riemen. | Inspecteer op barstjes, slijtage, en bovenmatige schade | |
| Inspecteer de werkung van de riemen. | Zie het hoofstuk Bediening en het hoofdstuk Onderhoud. | |
| Na de eerste 5 uu | Verwissel de olie. | Zie de Handleiding die bij de motor hoort. |
| Na 25 uu | Onderhoud van de motor. | Zie de Handleiding die bij de motor hoort. |
| Mes(sen) verwijden, inspecteren, slijpen, en uitbalanceren. | Zie het hoofdstuk Onderhoud. | |
| Controleer de afstelling van de: a. Mes rotatie regeling b. Rem c. Koppeling d. Besturing. | Zie het hoofdstuk Onderhoud. | |
| Smeer chassis en maaierbehuizing. | Volg de aanwijzingen onder Smeren. | |
| Inspecteer de uitlaat: a. Torsie b. Op slijtage of brandplekken c. Conditie van de vonkenvanger (indien van toepassing). | Zie het hoofdstuk Onderhoud. | |
| Voor opslag van 30agen of langer | Motor gereed makeen voor opslag. | Zie de Handleiding die bij de motor hoort. |
| Brandstofsystemeam aftappen. | Neem de waarschuwingen in de Gebruikshandleiding in acht. | |
| Brandstof--stabilizeermiddel toepassen. | Zie de Handleiding die bij de motor hoort. | |
| Accu gereed makeen voor opslag: a. Uit de machine verwijderen b. Volledig opladen c. Opbergen op een koele en droge plek |
Algemene aanbevelingen
- Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar om dit product te onderhouden. Door regelmatig onderhoud uit te voeren gaat dit product langer mee en blijft de garantie van kracht.
- Controller de bougie en de aandrijfrem, smeer de machine en reinig het luchtfilter eenmaal peraar.
- Controller de bevestigingsmiddelen. Controller of alle bevestigingsmiddelen stevig vastzitten.
- Volg de aanwijzingen in de sectie Onderhoud op om de machine in een goede staat van onderhoud te houden.

WAARSCHUWING
Maak eerst de bougiekabel los voordat u een controle, afstelling of reparatie aan de machineuitvoert. Verwijder de bougiekabel om te voorkomen dat de motor per ongeluk gestart kan worden.
OPMERKING: Het aanhaalmoment wordt gemeten in foot pounds (Nm in metrieke stelsel). Hiermee worden aangegeven hoe strak een moer of bout aangetrokken moet worden. Het aanhaalmoment wordt gemeten met een momentsleutel.
Het mes inspectoren

WAARSCHUWING
Maak eerst de bougiekabel los voordat u het mes gaat inspecteren of verwijderen. Als het mes een voorwerp heeft geraakt,zet de motor dan af.Kijk de machine na op beschadigingen.Het mes heeft scherpe kanten.Gebruik wanner u het mes vastpakt, handschoenen of een doek om uw handen te beschermen.
Als u het mes (1) scherp houdt en het mes op beschadigingen inspecteert, za het mes better snijden en is het veiliger in het gebruik (zie Figuur 11). Controller het mes regelmatig op abnormale slijtage, scheurvorming of andere beschadigingen.
Controleer regelmatig de moer (3) waarmee het mes (1) bevestigd is. De moer要去 alsijd stevig vastzitten. Als het mes een voorwerp heeft geraakt, zeit de motor dan af. Maak de bougiekabel los. Kijk of het mes verbogen of beschadigd is. Controleer de mesadapterring (5) op beschadigingen.
Vervang, indien nodig, beschadigde onderdelen door originele onderdelen voordat u met de machine gaat werken. Neem hiervoort contact op met een erkend servicecentrum bij u in de buurt. Laat om de drie jaar een bevoegde servicemonteur het mes inspecteren of het oude mes door een origineel zichuw mes verrangen.

Figuur 11
Het mes verwijderen en installereren
- Verwijder het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installereren".
- Zorg er met behulp van een stuk hout voor dat het mes Niet kan gaan ronddraaien.
- Verwijder de moer (3) waarkee het mes (1) bevestigd is (zie Figuur 11).
- Controller het mes en de mesadapterring (5). Zie "Het mes inspecteren." Vervang een ernstig versleten of beschadigd mes door een origineel zichuw mes. Neem hiervoort contact op met een erkend servicecentrum bij u in de buurt.
- Maak de onder- en bovenkant van het maaidek schoon. Verwijder al het gras en rommel.
- Bevestig het mes en de mesadapterring op de spel (6).
- Bevestig het mes zo dat de opstaande randen (7) waar boven wijzen. Als het mes ondersteboven staat, za het mes Niet goed snijden, wat tot ongelukken kan leiden.
- Bevestig het mes met de originele sluitringen en moer. Zorg dat de buitenrand van de schotelveer (2) gegen het mes kommt te zitten.

WAARSCHUWING
Zorg dat de moer waarmee het mes bevestigd is, altijd stevig vastzit. Een loszittende moer of een loszrittend mes kan tot ongelukken leiden.
- Draai de moer waarmee het mes bevestigd is aan tot een moment van 30 foot pounds (41,5 Nm).
- Installer het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installereren."
De mesrotatiehendel afstellen

WAARSCHUWING
Om letsel te voorkomen要去 de mesrotatiehendel correct werken.
Bij normaal gebruik hoeft de mesrotatiehendel Niet afgesteld te worden. Maar als de maaprestaties afnemen of als de kwaliteit van de snede slecht is, voer dan de volgende handelingen UIT.
- Zorg dat de gashendel (7) bij het maaien in de stand SNEL (FAST) staat (zie Figuur 7).
- Zet de mesrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand (1) (zie Figuur 12).
- Zet de motor af. Maak de bougiekabel los.
- Controller het mes (of de messen). Zorg dat er.altijd een scherpe kant op zit. Een mes dat nicht scherp is,veroorzaakt de bruine uiteinden van het gras.

Figuur 12
- Maak de mesaandrijfveer (2) los van de mesbedieningshendel (1) (zie Figuur 13). Verplaats de mesaandrijfveer maar het middelste gat (4). Hierdoor worden de spanning op de maaieraandrijfriem vergroot.
-
Sluit de bougiekabel aan. Maai een Klein stuk en controllerer de kwaliteit van de snede nogmaals. Verplaats de mesaandrijfveer, indien nodig, maar het onderste gat (5).
-
Controller nogmaals de kwaliteit van de snede. Als de kwaliteit van de snede Niet verbeterd is, verrang de maiaeraandrijfrem dan. Zie "De maiaeraandrijfrem verrangen." Als het probleem door het verrangen van de riem nog Niet opgelost is, breng de machine dan maar een erkend servicecentrum.

Figuur 13
- Zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand (zie Figuur 12). Zet de motor af.
- Controller de werkung van de mesrem. Draai de poelies met de hand rond. Controller of de remblokken (7) stevig gegen de poelies gedrukt worden (zie Figuur 14).

WAARSCHUWING
Worden de remblokken Niet stevig gegen de poelies gedrukt, breng de machine dan maar een erkend servicecentrum.
- Zet de mesrotatiehendel in de INGESCHAKELDE stand (2) (zie Figuur 12).
- Controleer de remblokken voor de mesrem (7) (zie Figuur 14). Als de blokken buitensporig versleten of beschadigd zijn, verrang de remblokken dan in hun geheel. Voor de juiste verrangingsonderdelen en voor assistentie(Intu bij een erkend servicecentrum terecht.

Figuur 14
- Sluit de bougiekabel aan. Maai een Klein stuk en controllerer de werkung van de mesrotatiehendel nogmaals.
- Wanner u de mesrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand zet, dan stopt elke beweging binnen vrij seconden. Als de riem nog beweegt of als de messen blijven ronddraaien, zet de mesrotatiehendel dan vrij keer aan en weeuruit om overtollig rubber van een neue maaieraandrijfrem te verwijderen. Hebt u hierbij hulp nodig, breng de machine dan maar een erkend servicecentrum.
- Als u de maaieraandrijfrem verrangt, verplaats de mesaandrijfveer (2) dan maar het bovenste gat (3) (zie Figuur 13).
De koppeling controleren en afstellen
Als de aandrijfremiet strak staat, dan zalet de koppeling bij het oprijden van een helling en bij het trekken van een zware last gaan slipspen; of de machine wil nicht meervooruitgaan. U stelt de koppeling als volgt af.

WAARSCHUWING
Maak eerst de bougiekabel los voordat u een controle, afstelling of reparatie aan de machineuitvoert. Verwijder de bougiekabel om te voorkomen dat de motor per ongeluk gestart kan worden.
- Controller het traject van de aandrijfrem. Controller of de riem juist is geinstalleerd en zich binnen alle riemgeleiders bevindt.
- Verwijder de splitpen (1), sluitring (2) en remveer (3) van de stelmoer (4) (zie Figuur 15).
- Maak de stelmoer los van het remhefboomsamenstel (5) en de parkeerrempal (6).
-
Lijn het gat in de remhefboomuit met het gat in het chassis. Houd de remhefboom op z'nplaats met een 6mm pen of bout (7).
-
Trek de koppelingsstangaar voren totdat die vastzit. Draai aan de stelmoer totdat de moer door het gat in de remhefboom gaat.
- Monteer de stelmoer aan de parkeerrempal, remhefboom en remveer. Maak het geheel vast met de sluitring en splitpen.
- Verwijder de 6mm pen of bout.
- Als de riem nog steeds slipt nadat de koppeling is bijgesteld, dan is de aandrijfrem versleten of beschadigd en moet deze worden verrangen. Zie "De aandrijfrem verrangen."

Figuur 15
De bedrijfsrem controleren en afstellen
Duw het koppelings-/rempedaal—helemaal maar voren. Schakel de parkeerrem in. Zet de schakelhendel in de neutrale (N) stand. Duw gegen de machine: als de weiterwienen ronddraaien, stel dan de remblokken af of verwang ze. U stelt de bedrijfsrem als volgt af.
- De bedrijfsrem (1) zit rechts van de versnellingsbak (3) (zie Figuur 16).
- Controller of de parkeerrem is ingeschakeld en de schakelhendel in z'n vrij (N) staat. Draai de zeskantmoer (2) met de wijzers van de klok mee totdat de weiterwienen nicht meer draaien wonneer de machine waar voren worden geduwd.
- Zet de parkeerrem vrij en duw gegen de machine. Als de machine Niet rolt, draai de zeskantmoer dan tegen de wijzers van de klok in totdat de machine begint te rollen.
- Schakel de parkeerrem in. Duw gegen de machine. Als de achechterwieten nicht draaien, is de bedrijfsrem juist afgesteld. Zet de parkeerrem vrij.

WAARSCHUWING
Als het nicht lukt de bedrijfsrem juist af te stellen, verrang dan de remblokken. Voor de juiste verrangingsonderdelen en voor assistentie kutu bij een erkend servicecentrum terecht.

Figuur 16
De accu verwijden
Voor het opladen of reinigen van de accu (1)kest u de accu als volgtuit de machine verwijderen (zie Figuur 6).

WAARSCHUWING
Om vonkvorming te voorkomen要去 u eerst de Zwarte accukabel (8) loskoppelen van de negatieve (-) klem. Daarna koppelts de rode kabel (5) los.

WAARSCHUWING
In de accu zit zwavelzuur, een stof die schadelijk is voor de huid, ogen en kleding. Als het zour op het lichaam of kleding terechtkomt: wassen met water.
- Koppel de zwarte kabel (8) los van de negatieve (-) klem.
- Koppel de rode kabel (5) los van de positieve (+) klem (4).
- Til de accuholder (3) en de accu (1)uit de machine.
De accu opladen

WAARSCHUWING
Rook nicht wanner u de accu oplaadt. Houd de accu uit de buurt van vonken. De door het accuzuur geprodueerde dampen+kennen een explosie veroorzaken.
- Til de accu eerst uit de machine voordat u de accu (1) gaat opladen (zie Figuur 6).
- Gebruik een 12V acculader om de accu op te laden. Laad bij een snelheid van 6 ampère gedurende 1 uur.
- Installer de accu.

WAARSCHUWING
Sluit - om vonkvorming te voorkomen - eerst de rode kabel op de positieve (+) klem aan voordat u de Zwarte kabel aansluit.
- Sluit de rode kabel (5) aan op de positieve (+) klem (4) met de bout en de vleugelmoer zoals afgebeeld.
- Sluit de zwarte kabel (8) aan op de negatieve (-) klem met de bout en de vleugelmoer zoals afgebeeld.
De peilwielen afstellen
De asbouteen voor de peilwielen zijn in de maaistand LAAG gemonteerd. Als u de stand van de peilwielen wilt veranderen,要去 u de asbouteen als volgt verzetten.
BELANGRIJK: Voordat u de peilwielen gaat afstellen, moet u het volgende doeon: Controller of het maaidek horizontally staat. Controller of de maaihoogte is ingesteld op de hoogte die u voor uw gazon wenst. Maai een Klein stuk op een vlak egaal gebied en bekijk het zonet gemaaide gebied. Zie de aanwijzingen bij "Het maaidek horizontally stellen" als het maaidek Niet egaal maait.

WAARSCHUWING
Maak eerst de bougiekabel los voordat u een controle, afstelling of reparatie aan de machineuitvoert. Verwijder de bougiekabel om te voorkomen dat de motor per ongeluk gestart kan worden.
- Verwijder de peilwielen (12) en asbouten (11) (zie Figuur 3).

Figuur 17
- Maai een Klein stuk op een vlak egaal gedeelte om het maainiveau en de maaihoogte te controleren. Kijk maar het nummer van de maaihoogtestand 3 op de hefhendel (1) (zie Figuur 17).
- Bekijk elke peilwielsteun afzonderlijk (13) (zie Figuur 3). Er zitten 3 gaten in elke steun en bij elk gat staat een nummer. Het nummer voor de maaihoogtestand op de hefhendel geeft het juiste gat aan voor elke peilwielsteun.
OPMERKING: Gat nummer 1 van de wilsteun is gewiek aan positienummer 1 van de hefhendel. Gat nummer 2 van de wilsteun is gewiek aan positienummer 2 van de hefhendel. Gat nummer 3 van de wilsteun is gewiek aan positiennummers 3, 4, 5 en 6 van de hefhendel.
- Monteer de asbouten (11) aan de peilwielsteunen (13) gezbruik hierbij het juiste gat in de steun Zoals aangegeven.
OPMERKING: Als de maaihoogtestand door de hefhendel verandert, moet u de peilwielen maar het juiste gat verplaatsen om een egale maaihoogte te houden.
Het maaidek horizontally stellen
Als het maaidek horizontaal staat, kan het mes gemakkelijker maaien en komt het gazon er fraaier uit te zien.

WAARSCHUWING
Maak eerst de bougiekabel los voordat u een controle, afstelling of reparatie aan de machineuitvoert. Verwijder de bougiekabel om te voorkomen dat de motor per ongeluk gestart kan worden.
- Zorg dat de machine op een hard plat oppervlak staat.
- Controller de luchtdruk in de banden. Als de bandenspanning Niet goed is, dan za het maaidek Niet egaal maaien. Controller of de banden opgeprompt zich tot: voorbanden 0,97 BAR,chterbanden 0,69 BAR.
- Zet de hefhendel (1) in de laagste maa手持 (2) (zie Figuur 17).

WAARSCHUWING
De hefhendel is veerbelast. Zorg dat de hefhendel in de laagste maa手持 vergrendeld staat.

Figuur 18
-
Draai aan de linkse en rechtse afstelknoppen (1) (zie Figuur 18). Druk elke kant van het maaidek omlaag. Zorg dat beiden kanten van het maaidek op een plat oppervlak staan. Zorg er ook voor dat de hefarmen los zitten zodat ze gemakkelijk omhoog en omlaag bewogen können worden.
-
Druk de hefarmen (2) omlaag en draai de linkse en rechtse afstelknoppen vast. Zorg dat de afstelknoppen stevig vastkommen te zitten. Gebruik zo nodig een moersleutel om de afstelknoppen vast te draaien.
- Zet de hefhendel (1) omhoog (zie Figuur 17).
- Maai een Klein stuk. Als de maaihoogte nicht egaal is, dient u bovenstaande stappen te herhalen.
Plaats van de smeerpunten

Modellen met smeernippels: met vetspuit smeren (zie Figuur 19).
Breng met een borstel smeervet aan op de aangegeven delen.
Smeer de aangegeven delen met motorolie.
OPMERKING: Breng smeervet op de stuurinrichting aan.
VOORZICHTIG: Als er met de machine gewerkt worden in droge gebieden met zand, gebruik dan een droge ggrafietspray om de machine te smeren.

Figuur 19
De banden controlleren
Controleer de luchtdruk in de banden. Bij een te hoge bandenspanning rijdt de machine oncomfortabel. Ook za het maaidek Niet egaal maaien bij een onjuiste bandenspanning. De juiste bandenspanning is: voorbanden 0,97 BAR,chterbanden 0,69 BAR.
De aandrijfrem verrangen
De aandrijfrem van de motor verwijderen
- Verwijlder de accu.
- Verwijder het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installereren."
- Verwijder de borgring en het rondsel (1) van het uiteinde van de stuurkolom (zie Figuur 20). Schuif de stuurkolom omhoog waarna de aandrijfrem van de motor verwijderd kan worden.

Figuur 20
- Maak de pedaalstangverbinding (2) los van de haakse hefboom (3).
- Haak de terugtrekveer van de tussenwielsteun (4) los uit de steun van de variatoreenheid (5).
-
Verwijder de remarm van de variator (6) bovenin het chassisiskanaal. De remarm van de variator is bereikbaar via de accuhuisopening onder de stoel.
-
Verwijder de vier schroeven (7) waarmee de tussenwielsteun (8) is bevestigd (zie Figuur 21).

Figuur 21
- Om bij de tussenwiel-riemgeleiders (9) te konnen komen要去 u de tussenwielsteun latent zakken (zie Figuur 22). De tussenwielsteun kan pas verwijderd worden wonneer de aandrijfrem van de motor (10) van de geleiderollen (11) is verwijderd. Verwijder beiden tussenwiel-riemgeleiders (9).

Figuur 22
- Verwijder de:tussenwielsteun (12) (zie Figuur 23).

Figuur 23
- Verwijder de twee schroeven (13) rechts van de steun van de variatoreenheid (5) (zie Figuur 24). Draai de twee schroeven (14) links van de steun van de variatoreenheid (5) los.

Figuur 24
- Laat de steun van de variatoreenheid (5) zakken en schuif de aandrijfrem van de motor (10) over de bovenzijde van de variatorpoelie (15) (zie Figuur 25).

Figuur 25
- Verwijder de riemgeleiderstang (16) (zie Figuur 26).

Figuur 26
- Schuif de aandrijfrem van de motor (10) maar de voorkant van de machine. Wanner de achechterkant van de aandrijfrem van de motor de meerschijvenpoelie bereikt, schuif de achechterkant van de riem (10) dan:tussen de meerschijvenpoelie en de stuurplaat (18).
OPMERKING: Om de aandrijfrem van de motor tussen de meerschijvenpoelie en de stuurplaat te künnen schuiven,要去 de riem zijwaarts gedraaid worden.
- Voor het op de juiste wijze verrangen van de riem of voor assistentie(Int) bij een erkend servicecentrum bij u in de buurtterecht.
De aandrijfrem van de motor installeren
- Om de aandrijfrem van de motor (10) te installeren dient u bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde uit te voeren (zie Figuur 25).
- Zorg dat de aandrijfrem van de motor (10):tussen de twee op de meerschijvenpoelie (17) gelegen riemgeleiders komt te liggen (zie Figuur 26).Zorg er ook voor dat de "V"-zijde van de aandrijfrem van de motor gegen de meerschijvenpoelie komt te zitten.
- Controller de rigging van de aandrijfrem van de motor (10) bij de stuurkolom (19) (zie Figuur 27). Zorg dat de aandrijfrem van de motor aan de binnenkant van hetkleine tussenwiel (20) en onder de L-vormige riemgeleider (21) komt te liggen.

Figuur 27
- Controller of de aandrijfrem van de motor (10) binnen de snugheidsregelarm (22) zit (zie Figuur 28).
- Installer het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installereren."

Figuur 28
De transaxle-aandrijfrem verwijderen
- Verwijder de accu.
- Verwijder het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installereren."
- Verwijder de remarm van de variator (23) bovenin het chassisiskanaal (zie Figuur 29). De remarm van de variator (23) is bereikbaar via de accuhuisopening onder de stoel.

Figuur 29
- Verwijder de veer van hetCUSenwiel van de variator (24).
- Draai de twee schroeven (25) rechts van de steun van de variatoreenheid (5) los.
- Draai de twee schroeven (26) links van de steun van de variatoreenheid los.
- Verwijder de schakelstang van de transaxleschakelverbinding (27) (zie Figuur 30).

Figuur 30
- Verwijder de transaxle-aandrijfrem (28) van de ingaande transaxle-poelie (29) (zie Figuur 31).

Figuur 31
- Schuif de transaxle-aandrijfrem van de geleiderol van de variator af.
- Schuif de transaxle-aandrijfremaar voren over de ingaande transaxle-poelie.
- Schuif de transaxle-aandrijfrem daarna over de transaxle-schakelverbinding (27) (zie Figuur 30).
- Trek de variatoreenheid (30) omlaag en verwijder de aandrijfrem van de motor (10) van de variatorpoelie (15). Verwijder de transaxle-aandrijfrem (28) verwolgens van de variatorpoelie (zie Figuur 31).
- Voor het op de juiste wijze verrangen van de riem of voor assistentie(Int) bij een erkend servicecentrum bij u in de buurtterecht.
De transaxle-aandrijfrem installeren
- Om de transaxle-aandrijfrem (28) te installereren dient u bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde uit te voeren (zie Figuur 31).
- Installer het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installereren."
De primaire maaieraandrijfrem verrangen
- Verwijder het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installereren."

Figuur 32
- Draai de drie schroeven (1) van het linkse poeliedeksen (2) los. Verwijder het linkse poeliedeken (zie Figuur 32).
- Om de primaire maaieraandrijfrem (3) van de linkse spilpoelie (4) te verwijderen要去 u de primaire maaieraandrijfrem:tussen de linkse spilpoelie en de riemgeleiders (5) door schuiven.
- Trek de riemhouser (6) veg van de geleiderol (7). Verwijder de primaire maaieraandrijfrem van de geleiderol.
- Trek de rembloekenheid (8) weg van de meerschijvenpoelie (9). Verwijder de primaire maaieraandrijfrem van de meerschijvenpoelie.
OPMERKING: Vervang de primaire maaieraandrijfrem door een originele riem. Neem hiervoort contact op met een erkend servicecentrum bij u in de buurt.
- Installee een neue primaire maiaeraandrijfrem. Trek de remblokeenheid weg van de meerschijvenpoelie. Leg de riem om de meerschijvenpoelie. Zorg dat de primaire maiaeraandrijfrem binnen de riemgeleider (10) kommt te liggen.
- Trek de riemhouserweg van de geleiderol. Leg de primaire maaieraandrijfriem met de vlakke zichde om de geleiderol.
-
Zorg dat de "V"-zijde van de primaire maiaeraandrijfrem gegen de linkse spilpoelie kommt te zitten zoals aufgebeeld.
-
Controller of de primaire maaieraandrijfriem binnende riemgeleiders zit (5) en (10).
- Monteer het linkse poeliedeksen.
- Installeer het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installereren."
- Controller eerst de mesrotatiehendel voordat u gaat maaien. Zie "De mesrotatiehendel afstellen."
De secundaire maaieraandrijfrem verrangen
- Verwijder het maaidek. Zie "Het maaidek verwijdenen installeren."
- Verwijder de primaire maaieraandrijfrem (3) van de meerschijvenpoelie (9) (zie Figuur 32).
- Draai de twee schroeven (1) van hetrechtse poeliedeksel (11) los. Verwijder hetrechtse poeliedeksel.
- Trek de geleiderol (12) weg van de secundaire maaieraandrijfrem (13). Verwijder de riem van de geleiderol.
- Verwijder de secundaire maaieraandrijfrem van de rechtse spilpoelie.
- Verwijder de secundaire maaieraandrijfrem van de meerschijvenpoelie.
OPMERKING: Vervang de secundaire maiaeraandrijfrem door een originele riem. Neem hiervoor contact op met een erkend servicecentrum bju in de buurt.
- Installee een neue secundaire maiaeraandrijfrem. Leg de riem om de onderkant van de meerschijvenpoelie. Zorg dat de secundaire maiaeraandrijfrem binnen de riemgeleider kommt te liggen.
- Leg de secundaire maaieraandrijfrem om de rechtse aandrijfpoelie (14).
- Trek de geleiderol maar de voorkant toe. Installer de secundaire maaieraandrijfriem met de vlakke zichte gegen de geleiderol.
- Zorg dat de "V"-zijde van de secundaire maaieraandrijfrem om de rechtse spilpoelie komt te liggen.
- Monteer het rechtse poeliedeksel.
- Leg de primaire maaieraandrijfrem om de meerschijvenpoelie Been.
- Installer het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installereren."
- Controller eerst de mesrotatiehendel voordat u gaat maaien. Zie "De mesrotatiehendel afstellen."
Het maiadek verwijdermen en installereren
- Zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand (zie Figuur 2).
- Zet de hefhendel (2) in de vlakstelstand.

WAARSCHUWING
De hefhendel is veerbelast. Zorg dat de hefhendel in de stand VLAKSTellen Vergrendeld staat.
- Verwijder de haarspelden en de sluitingen van de draagarmen (3). Zie afbeelding "C" en "D."
- Verwijder de haarspelden en de sluitringen van de hefarmen (4). Zie afbeelding "A" en "B."
- Maak de trekveer (5) los van de mesbedieningshendel (6). Zie afbeelding "E."
- Maak de voorste beugel (9) los van de assteun. Zie afbeelding "F."
- Verwijder de maaieraandrijfrem (7) van de meerschijvenpoelie (8).
- Trek het maaidek weg van de rechterkant van de machine.
- Om het maaidek te installereren dient u bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde uit te voeren.
De zekering verrangen
Als de zekering is doorgeslagen, kan de motor nicht gestart worden.
Verwijder de zekering en verrang die door een auto-zekering van 15 A.
Maak de machine aan het einde van elk maar als volgt gereed voor opslag.
- Tap de brandstof af uit de carburateur en de brandstoffank. Ververs de motorolie. Zie de voorschriften van de motorenfabrikant.
- Maak de gehele machine schoon.
- Laad de accu op.
Vervangingsonderdelen bestellen
De verwangingsonderdelen worden acheterinDEXe handleiding vermeld of staan in een afzonderlijk onderdelenboek beschreiben.
Gebruik uitsluitend door de fabrikant toegestane of goedgekeurde verwangingsonderdelen. Gebruik uitsluitend hulpstukken of accessoires die special voor deze machine worden aanbevolen. Om de juiste verwangingsonderdelen te krijgen要去 u het modelnummer van uw maaimachine opgeven (zie naamplaat).
Vervangingsonderdelen, behalte voor de motor, de transmissie, de transaxle of het differentieel, zich verzrikrijgbaar bij de winkel waar de maaimachine is gekocht of bij een door de winkel aanbevolen servicewerkplaats.
Service met betrekking tot de garantie is uitsluitend beschikbaar via erkende servicedealers. Vind uwdichtst bijzijnde dealer met behulp van de dealerzoeker opwww.murray.com.
Vervangingsonderdelen voor de motor, transaxle of transmissie zijn verkrijgbaar bij een door de fabrikant erkend servicecentrum, dat u in het bedrijvengedeelte van de telefoongids kut vinden. U kut ook de afzonderlijke garantiebewijzen voor de motor of de transmissie raadplegen voor het bestellen van verwangingsonderdelen.
Bij bestellenen worden u verzocht de volgende informatie te verstrekken:
(1) Het modelnummer
(2) Serienummer
(3) Onderdeelnummer
(4) Aantal
| Probleem | Oplossing |
| De motor slaat nicht aan. | 1. Volg de aanwijzingen onder "Starten van de motor" op. |
| 2. Modellen met elektrische start: Maak de accuklemen schoon en verbind ze daarna goed. | |
| 3. Kijk of er een draad los zit. Kijk of de limietschakelaars vast zitten.(Zie het bedradingsschema.) | |
| 4. Tap de benzinetank af, maak de benzineleiding schoon en verrang het benzinefilter. | |
| 5. Verwijder de bougie(s). Zet de choke in de SLOW stand. Draai het contactsleuteltje in de ON stand. Probeer de motor enige malen te starten. Plaats de bougie weer terug. | |
| 6. Vervang de bougie. | |
| 7. Stel de carburateur bij. | |
| De motor wil nicht draaien. | 1. Volg de aanwijzingen onder "Starten van de motor" op. |
| 2. Modellen met elektrische start: Laad de accu op. | |
| 3. Vervang dezekering. | |
| 4. Controller de kabelboom op schade of een losse verbinding.Vervang de beschadigde draad. | |
| 5. Modellen met elektrische start: verrang de solenoïde. Modellen met trekstart: verrang de module. | |
| De motor slaat moeilijk aan. | 1. Stel de carburateur bij. |
| 2. Vervang de bougie. | |
| 3. Vervang het benzinefilter. | |
| De motor loopt onregelmatifog met gereduceerd vermogen. | 1. Peil de olie. |
| 2. Maak het luchtfilter schoon. | |
| 3. Maak het buitenste stalen luchtfilter schoon. | |
| 4. Vervang de bougie. | |
| 5. De motor worden te zwaar belast. Schakel in een lagere versnelling. | |
| 6. Stel de carburateur bij. | |
| 7. Vervang het benzinefilter. | |
| De motor loopt onregelmatif bij hoge snelheden. | 1. Vervang de bougie. |
| 2. Stel de choke better af. | |
| 3. Vervang het luchtfilter. | |
| 4. Vervang het benzinefilter. | |
| De motor slaat af als demessen worden ingeschakeld. | 1. Controller de kabelboom op schade of een losse verbinding.Vervang de beschadigde draad. |
| 2. De graszak要去 zijn gemonteerd (alleen van toepassing op het model met een graszak en achechteruitworp). | |
| De motor slaat af op een helling. | 1. Maai algid de helling op en af, nooit parallelaan de helling. |
| De motor wil nicht stationair draaien. | 1. Vervang de bougie. |
| 2. Maak het luchtfilter schoon. | |
| 3. Stel de carburateur bij. | |
| 4. Stel de choke beter af. | |
| 5. Tap de benzinetank af, maak de benzineleiding schoon en verrang het benzinefilter. | |
| Als de motor heet is neemt het vermogen af. | 1. Maak het buitenste stalen luchtfilter schoon. |
| 2. Peil de olie. | |
| 3. Stel de carburateur bij. | |
| 4. Vervang het benzinefilter. | |
| De machine trilt erg. | 1. Vervang het mes. |
| 2. Controller op losse motorbauten. | |
| 3. Verminder de bandenspanning. | |
| 4. Stel de carburateur bij. | |
| 5. Kijk na op een beschadigde aandrijfrem of schijf. Vervang de beschadigde onderdelen. | |
| Het gemaaide gras wordt Niet goed uitgeworpen. | 1. Stop de motor en kaak de maaibehuizing schoon. |
| 2. Stel in op een hoger maainiveau. | |
| 3. Vervang of slijp het (de) mes(sen). | |
| 4. Schakel de versnelling in een lagere snelheid. | |
| 5. Zet de gashendel in de FAST stand. | |
| 6. Vervang de veer die het (de) mes(sen) uitschakelt. | |
| 7. Maak het verlengstuk en het verbindungstuk schoon (alleen van toepassing op het model met een grasszak en achechteruitworp). | |
| De maaibehuizing maait Niet egaal. | 1. Controller de bandenspanning. |
| 2. Stel de hoogte van de maaibehuizing bij. | |
| 3. Controller de Vooras. Als deze Niet vrij kan scharieren,要去en de asbouten worden losgedraaid. | |
| De messen wollen nicht draaien. | 1. Controller de maiaaandrijfrem. Zorg ervoor dat de riem goed zit. |
| 2. Vervang de maiaaandrijfrem. | |
| De machine goats net rijden terwijl de rem worden losgelaten en het gaspedaal worden ingetrapt. | 1. Controller de hoofdaandrijfrem. Zorg ervoor dat de riem goed zit. |
| 2. Stel de koppeling bij. | |
| 3. Vervang de hoofdaandrijfrem. | |
| De machine goats langzamer rijden of stopt geheel verwijl het gaspedaal worden ingetrapt. | 1. Stel de koppeling bij. |
| 2. Vervang de hoofdaandrijfrem. | |
| Als het rempedaal worden losgelaten, is een aandrijfrem te horen. | 1. Kortdurig geluid van de riem duidt nicht op foutieve werkking van de machine. Controller of de riem goed loopt, indien het geluid blijft aanhouden. Zorg dat de riem binnen alle geleidingen loopt. |
| 2. Indien het geluid blijft aanhouden,要去 u de koppeleng afstellen. | |
| De darüberwielen slaan op hol op oneffen terrein. | 1. Controller de Vooras. Als deze Niet vrij kan scharnieren,要去en de asbouten worden losgedraaid. |
| Het is moeilijk van de ene versnelling maar de andere te schakelen, terwijl de motor loopt en de koppeling is ingetrapt. | 1. Controller of de koppeling goed is afgesteld. De aandrijfrem要去 ophouden met draaien als de koppeling is ingetrapt en de versnelling in neutraal (N) staat. |
| 2. Controller of de koppeling goed is afgesteld. De aandrijfrem要去 ophouden met draaien als de koppeling is ingetrapt en de versnelling in neutraal (N) staat. |