SR-270N - Horloge CITIZEN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SR-270N CITIZEN in PDF-formaat.

📄 160 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice CITIZEN SR-270N - page 89
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CITIZEN

Model : SR-270N

Categorie : Horloge

Download de handleiding voor uw Horloge in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SR-270N - CITIZEN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SR-270N van het merk CITIZEN.

GEBRUIKSAANWIJZING SR-270N CITIZEN

1. Draai de schroeven aan de achterkant van de rekenmachine

2. Plaats een platte schroevendraaier in de sleuf tussen de

bovenste en onderste behuizing en draai hem voorzichtig om de behuizing te verwijderen.

3. Verwijder de oude batterijen en werp ze onmiddellijk weg. Hou

de batterijen buiten bereik van kinderen.

4. Veeg de nieuwe batterijen af met een droge en propere vod

om een goed contact te garanderen.

5. Plaats de nieuwe batterijen in het compartiment met de platte

kant (positieve kant) naar boven.

6. Plaats de bovenste en onderste behuizing terug.

7. Draai de schroeven vast.

„ Automatisch uitschakelen (Auto Power-Off) Deze rekenmachine schakelt automatisch uit na ongeveer 9~15 minuten zonder activiteit. Zet de rekenmachine opnieuw aan door op de toets [ ON/AC ] te drukken. Het beeldscherm, het geheugen en de instellingen worden onthouden en zullen niet beïnvloed worden wanneer de rekenmachine automatisch uitschakelt. „ Het opnieuw instellen Wanneer de rekenmachine tijdens de werking niet reageert of ongewone resultaten vertoont, drukt u op [ ON/AC ] en vervolgens vier maal op [ MODE ] om het onderstaande menu weer te geven. Op het beeldscherm zal nu een bericht verschijnen dat u vraagt of u al dan niet de rekenmachine opnieuw wil instellen en de geheugeninhoud wil wissen. ENG RESET

Druk op [ 2 ] om alle variabelen, programma’s, wachtende taken, statistische gegevens, antwoorden, vorige invoer en geheugen te wissen. Druk op [ 1 ] indien u het opnieuw instellen van de rekenmachine wilt annuleren. Wanneer de rekenmachine geblokkeerd is en niet op toetsaanslagen reageert, gebruik dan een fijn, puntig voorwerp om de reset-knop, aan de achterkant van de rekenmachine, in te drukken en deze situatie te verhelpen. Deze handeling zal alle instellingen terugzetten -D2- CBM_SR270N_D_HDBR260AT11_100505.doc SCALE 2:1 2010/7/14 SIZE:140x75mm naar de standaardinstellingen. „ Het contrast bijregelen Druk op de [ MODE ] toets en druk vervolgens op [▲] of [▼] om het contrast te verlagen of te verhogen. Hou één van beide toetsen ingedrukt om het beeldscherm donkerder of lichter te maken. „ Het beeldscherm Het beeldscherm bestaat uit het de invoerregel, de resultaatregel, en de indicators. Indicator Invoerregel DEG

Indicator Resultaatregel Invoerregel De rekenmachine kan ingevoerde getallen weergeven met maximaal 79 cijfers. De ingevoerde getallen beginnen aan de linkerkant; getallen met meer dan 11 cijfers schuiven op naar links. Druk op [►] of [◄] om de cursor doorheen een ingevoerd getal te verplaatsen. Wanneer u het 73st cijfer van een berekening invoert dan verandert de cursor van “_” in “■” om u te informeren dat u geheugen bijna vol is. Indien u nog meer wenst in te voeren, moet u uw berekening opsplitsen in twee of meerdere delen. Resultaatregel Het beeldscherm kan een resultaat met 10 cijfers, weergeven in decimale vorm, met een minteken, met een " x10 " indicator en met een positieve of negatieve exponent van 2 cijfers. Indicators De volgende indicators verschijnen op het beeldscherm om de huidige status van de rekenmachine aan te geven. Indicator Betekenis

2nd .A. Zelfstandig geheugen Het resultaat is een negatief getal De tweede functietoets is actief. De alfabetische toetsen ( .A. ~ .F., .M., .X. ~ .Y. ) zijn actief. STORCL STO : De modus voor het opslaan van een variabele is actief RCL : De modus voor het opvragen van een variabele is actief De statistische modus is actief REG Regressiemodus is actief DEGRAD Hoekmodus : DEGrees, GRADs, of RADs ENG Technische (engineering) notatie. SCI Wetenschappelijke notatie. FIX Het aantal decimalen dat getoond wordt staat vast HYP De hyperbolische functie zal berekend -D3- CBM_SR270N_D_HDBR260AT11_100505.doc SCALE 2:1 2010/7/14 SIZE:140x75mm BUSY Í Î Ï Ð worden Er wordt een bewerking uitgevoerd Er staan nog meer cijfers aan de linker- of rechterkant van het beeldscherm Er zijn vroegere of latere resultaten die weergegeven kunnen worden Alvorens het uitvoeren van berekeningen „ Een modus selecteren Telkens u op [ MODE ] drukt, zullen er verschillende functiemenu’s met hun overeenkomstige argumentwaarden op het beeldscherm weergegeven worden. Deze rekenmachine heeft drie bewerkingsmodi (COMP, SD, REG), drie hoekeenheden (DEG, RAD, GRAD), vier weergaveformaten (FIX, SCI, NORM, ENG) en de functie voor het opnieuw instellen (RESET). Toets de argumentwaarde om de rekenmachine in de gewenste werkingsmodus in te stellen. Voorbeeld: Zet uw rekenmachine in de modus voor het berekenen van de standaardafwijking door “SD“ te selecteren :

1. Druk eenmaal op [ MODE ] om het menu met de

bewerkingsmodi te selecteren.

2. Toets [ 2 ] in om de rekenmachine op de modus voor het

berekenen van de standaardafwijking in te stellen.

„ De “2nd" toetsen gebruiken Wanneer u op de [ 2nd ] toets drukt, zal de " 2nd " indicator op het beeldscherm verschijnen om u te verwittigen dat u de tweede functie gaat openen van de volgende toets die u indrukt. Indien u per ongeluk op de [ 2nd ] toets drukt, druk dan nogmaals op de [ 2nd ] toets om de " 2nd " indicator te laten verdwijnen. „ Cursor Druk op de [ W ] of [ X ] toets om de cursor naar links of rechts verplaatsen. Hou één van beide toetsen ingedrukt om de cursor aan een hoge snelheid te verplaatsen. Druk op de [ 2nd ] [ T ] of [ 2nd ] [ S ] toets om het beeldscherm naar boven of beneden te schuiven en eerdere invoer of antwoorden te bekijken. U kunt eerdere invoer opnieuw gebruiken of wijzigen wanneer het zich op de invoerregel bevindt. „ Verbeteringen maken tijdens het intoetsen Om een teken met de cursor te wissen, onderlijnt u het teken door de cursor aan de hand van de [►] of [◄] toets op de gewenste plaats te brengen en drukt u op [ DEL ] om het teken te wissen. Elke -D4- CBM_SR270N_D_HDBR260AT11_100505.doc SCALE 2:1 2010/7/14 SIZE:140x75mm keer dat u op [ DEL ] drukt, zal u het teken direct links van de cursor wissen. Om een teken te vervangen, onderlijnt u het teken door de cursor aan de hand van de [►] of [◄] toets op de gewenste plaats te brengen en toetst u het nieuwe getal in om het vorige teken te vervangen. Om een teken in te voegen, verplaatst u de cursor naar de positie waar u het teken wilt invoegen. Vervolgens drukt u op [ 2nd ] [ INS ] en toetst u het gewenste teken in. (Opmerking): De knipperende cursor “ ” betekent dat de rekenmachine zich in de invoermodus bevindt. Wanneer de knipperende cursor als “_” weergegeven wordt dan bevindt de rekenmachine zich in de overschrijfmodus. Druk op de [ /AC ] toets om alle ingevoerde tekens te wissen. „ De herhaalfunctie

  • De herhaalfunctie (Replay) slaat de laatst uitgevoerde bewerking op. Nadat de bewerking is uitgevoerd kunt u op de [ 2nd ] [▲] of [ 2nd ] [▼] toets drukken om de bewerking vanaf het begin of het einde weer te geven. U kunt de cursor verder verplaatsen aan de hand van [►] of [◄]om de waarden of opdrachten te bewerken. Om een cijfer te verwijderen, drukt u op [ DEL ]. (of, in de overschrijfmodus, typt u gewoon over het cijfer). Zie Voorbeeld 1.
  • De herhaalfunctie van de rekenmachine kan ingevoerde gegevens tot 256 tekens opslaan. Na de uitvoering of tijdens het invoeren, kunt u op [2nd ] [▲] of [ 2nd ] [▼] drukken om de invoerstappen weer te geven en waarden of opdrachten te bewerken voor volgende uitvoering. Zie Voorbeeld 2. (opmerking) :De herhaalfunctie wordt niet gewist, zelfs wanneer u op [ ON/AC ] drukt of de rekenmachine uitschakelt. U kunt dus zelf de inhoud opvragen nadat u op [ ON/AC ] gedrukt heeft. „ Foutieve invoer weergeven
  • Wanneer er een ongeldige rekenkundige bewerking wordt ingevoerd dan zal de cursor u tonen waar de fout is. Druk op [►] of [◄] om de cursor te verplaatsen en toets vervolgens de correcte waarde in. U kunt ook een fout wissen door op [ ON/AC ] te drukken en vervolgens de waarden en de uitdrukking opnieuw in te toetsen vanaf het begin. Zie Voorbeeld 3. „ Berekeningen met het geheugen Zelfstandig geheugen
  • Druk op [ M+ ] om een resultaat aan het actief geheugen toe te voegen. Druk op [ 2nd ] [ M– ] om de waarde uit het actief geheugen te wissen. Om de waarde in het actief geheugen op te vragen, drukt u op [ 2nd ] [ RCL ] [ .M. ]. Om het actief geheugen te wissen drukt u op [ 0 ] [STO] [ .M. ]. Zie Voorbeeld 4. (Opmerking): U kunt niet alleen waarden opslaan door op de [ STO ] toets te drukken, maar u kunt ook waarden toewijzen -D5- CBM_SR270N_D_HDBR260AT11_100505.doc SCALE 2:1 2010/7/14 SIZE:140x75mm aan de geheugenvariabele M door op [ M+ ] of [ M– ] te drukken. Geheugenvariabele
  • De rekenmachine heeft negen geheugenvariabelen voor herhaaldelijk gebruik: A, B, C, D, E, F, M, X en Y. U kunt een werkelijk getal in de negen variabelen opslaan. Zie Voorbeeld 5.
  • [ STO ] + .A. ~ .F., .M., of .X. ~ .Y. slaat de waarden op in de variabelen.
  • [ 2nd ] [ RCL ] of [ ALPHA ] + .A. ~ .F., .M., of .X. ~ .Y. vraagt de waarde van de variabele op.
  • [ 0 ] [ STO ] + .A. ~ .F., .M., of .X. ~ .Y. verwijdert de inhoud van een opgegeven geheugenvariabele.
  • [ 2nd ] [ Mcl ] [ = ] verwijdert alle variabelen. „ Het stapelgeheugen Deze rekenmachine gebruikt geheugenplaatsen, die “stapels” genoemd worden, voor het tijdelijk opslaan van bepaalde waarden (numerieke stapel) en opdrachten (opdrachtstapel) overeenkomstig met hun bewerkingsvolgorde. De numerieke stapel heeft 10 niveaus en de opdrachtstapel heeft 24 niveaus. Een stapelfout (Stk ERROR) zal zich voordoen wanneer u een bewerking uitvoert die zo complex is dat de capaciteit van het stapelgeheugen overschreden wordt. „ Volgorde van de bewerkingen Elke berekening wordt uitgevoerd in de volgende prioriteitsvolgorde:

1) Coördinaattransformatie.

2) Functies van het type A die het invoeren van waarden vereisen

alvorens u op de functietoets kunt drukken, bijvoorbeeld, x2,

5) Verkort vermenigvuldigingsformaat dat zich voor de variabelen

6) Functies van het type B die het indrukken van de functietoets

vereisen alvorens het invoeren, bijvoorbeeld, sin, cos, tan, sin –1, cos –1, tan –1, sinh, cosh, tanh, sinh –1, cosh –1, tanh –1, log, ln, 10X , eX, , 3 en (–).

7) Verkort vermenigvuldigingsformaat dat zich voor functies van het

type B, 2 3 , Alog2, enz…. bevindt.

  • Wanneer functies met dezelfde prioriteit gebruikt worden in een reeks, dan worden deze functies uitgevoerd van rechts naar links. e X ln120→ e X { ln (120 ) } In andere gevallen gebeurt de uitvoering van links naar rechts.
  • Samengestelde functies worden uitgevoerd van rechts naar links. -D6- CBM_SR270N_D_HDBR260AT11_100505.doc SCALE 2:1 2010/7/14 SIZE:140x75mm

De gegevens binnen de haakjes hebben altijd de hoogste prioriteit. „ Nauwkeurigheid en capaciteit Uitvoer : tot 10 cijfers. Berekening: tot 15 cijfers In het algemeen wordt elke logische berekening weergegeven door een mantisse (het getal dat voor de exponent staat) met maximum 10 cijfers of een mantisse met 10 cijfers plus een exponent met 2 cijfers tot 10 ± 99. De ingevoerde getallen moeten zich bevinden in het bereik van de onderstaande functies: Functies Invoerbereik sin x, tan x Deg : 0≦ | x | ≦ 4.499999999 x 10 Rad : 0≦ | x | ≦ 785398163.3 Grad : 0≦ | x | ≦ 4.499999999 x 10 Voor tan x is dit echter: Deg : | x | ≠ 90 (2n–1) Rad : | x | ≠

(2n–1) Grad : | x | ≠ 100 (2n–1) (n is een geheel getal) cos x Deg : 0≦ | x | ≦ 4.500000008 x 10

y=0: x>0 y < 0 : x = 2n+1, I/n, n is een geheel (n ≠ 0)

maar –1 x 10 log | y | <100 nPr, nCr 0≦ n ≦ 99, r ≦ n, n, r zijn gehele getallen.

x σ n , y σ n , x , y , A, B, r : n ≠ 0 x σ n–1, y σ n–1 : n ≠ 0,1 „ Foutmeldingen Een foutmelding zal op het beeldscherm verschijnen en verdere berekeningen zullen onmogelijk worden wanneer er zich één van de onderstaande situaties voordoet. Ma ERROR (1) Wanneer het resultaat van de functieberekeningen het opgegeven bereik overschrijdt. (2) U hebt geprobeerd een deling door 0 uit te -D8- CBM_SR270N_D_HDBR260AT11_100505.doc SCALE 2:1 2010/7/14 SIZE:140x75mm voeren. (3) De invoerwaarden overschrijden het toegelaten invoerbereik van de functieberekeningen. Stk ERROR De capaciteit van de numerieke stapel of de operatorstapel is overschreden. Syn ERROR U hebt geprobeerd een wiskundige bewerking uit te voeren die ongeldig is. Druk op de [ ON/AC ] toets om de bovenstaande foutmeldingen te wissen. Basisbewerkingen Gebruik de COMP modus voor het uitvoeren van basisbewerkingen. „ Rekenkundige bewerkingen

  • Voor negatieve waarden, drukt u op [ (−) ] alvorens de waarde in te geven; U kunt een getal in mantisse en de exponentiële vorm invoeren aan de hand van de [ EXP ] toets. Zie Voorbeeld 6.
  • Rekenkundige bewerkingen worden uitgevoerd door de toetsen in te drukken in dezelfde volgorde als de uitdrukking. Zie Voorbeeld

„ Berekeningen met haakjes

  • Bewerkingen binnen de haakjes worden altijd eerst uitgevoerd. De rekenmachine kan 15 niveaus van opeenvolgende haakjes in een enkele berekening verwerken. Zie Voorbeeld 8. „ Procentberekening
  • Druk op [ 2nd ] [ % ] om het getal op het beeldscherm te delen door 100. Gebruik deze knop om percentages, intresten, kortingen en percentageverhoudingen te berekenen. Zie Voorbeeld 9~10. „ Weergaveformaten De rekenmachine heeft de vier volgende notatiemodi voor het weergeven van waarden. Norm notatie : De rekenmachine kan maximum 10 cijfers weergeven. Waarden die dit aantal cijfers overschrijden worden automatisch in de exponentiële vorm weergegeven. Er zijn twee soorten exponentiële weergaveformaten: Norm 1 modus : 10 –2 > | x | , | x | ≧ 10 10 Norm 2 modus : 10 –9 > | x | , | x | ≧ 10 10 (Opmerking): Alle voorbeelden in deze handleiding tonen de resultaten van de bewerkingen aan de hand van de Norm 1 modus. Technische notatie : ( ENG ) Het resultaat van de bewerking wordt weergegeven aan de hand van de technische (engineering) notatie, waarbij de mantisse van de -D9- CBM_SR270N_D_HDBR260AT11_100505.doc SCALE 2:1 2010/7/14 SIZE:140x75mm waarde weergegeven wordt door het opgegeven aantal decimale plaatsen en de exponent ingesteld is op een veelvoud van drie. Vaste komma notatie : ( FIX ) Het resultaat van de bewerking wordt weergegeven met het opgegeven aantal decimale plaatsen. Wetenschappelijke notatie : ( SCI ) Het resultaat van de bewerking wordt weergegeven aan de hand van de technische (engineering) notatie, waarbij de mantisse van de waarde weergegeven wordt door het opgegeven aantal decimale plaatsen.
  • In de FIX, SCI notate, kunt u het aantal decimale plaatsen instellen op een waarde van 0 tot en met 9. Na het instellen van het aantal decimale plaatsen, zal de weergegeven waarde volgens de instelling afgerond worden. Wanneer u het aantal decimale plaatsen niet ingesteld hebt, dan zal de Norm 1 en Norm 2 modus gebruikt worden. Zie Voorbeeld 11.
  • Druk op [ ENG ] of [ 2nd ] [ ] om de exponent van het weergegeven getal te veranderen in een veelvoud van drie. Zie Voorbeeld 12.
  • Zelfs wanneer het aantal decimale plaatsen ingesteld is, zal de rekenmachine de interne berekening voor een mantisse uitvoeren tot op 24 cijfers en wordt de weergavewaarde opgeslagen in 10 cijfers. Om deze waarden af te ronden op het ingestelde aantal decimale plaatsen, drukt u op [ 2nd ] [ RND ]. Zie Voorbeeld 13. „ Doorlopend berekenen
  • U kunt de laatst uitgevoerde bewerking herhalen door op de [ = ] toets te drukken voor verdere berekening. Zie Voorbeeld 14.
  • Zelfs wanneer de berekeningen beëindigd worden met de [ = ] toets, kan u het bekomen resultaat toch nog gebruiken voor verdere berekeningen. Zie Voorbeeld 15. „ Antwoordfunctie
  • De antwoordfunctie slaat het meest recente resultaat op. Het resultaat wordt zelfs bewaard wanneer u de rekenmachine afzet. Eens dat er een numerieke waarde of een numerieke uitdrukking ingevoerd wordt en u drukt op [ = ], wordt het resultaat opgeslagen door deze functie. Zie Voorbeeld 16. (Opmerking): Zelfs wanneer de uitvoering van een berekening resulteert in een fout wordt de huidige waarde toch nog bewaard in het antwoordgeheugen. Wetenschappelijke bewerkingen Gebruik de COMP modus voor het uitvoeren van wetenschappelijke bewerkingen. „ Logaritmes en antilogaritmes -D10- CBM_SR270N_D_HDBR260AT11_100505.doc SCALE 2:1 2010/7/14 SIZE:140x75mm
  • De rekenmachine kan algemene en natuurlijke logaritmes en antilogaritmes berekenen aan de hand van de toetsen [ log ], [ ln ], [ 2nd ] [ 10X ], en [ 2nd ] [ eX ]. Zie Voorbeeld 17~19. „ Bewerkingen met breuken Breuken worden als volgt op het beeldscherm voorgesteld: 5 」12 56 」5 」12 Op het beeldscherm:

Op het beeldscherm: 56

(Opmerking): Waarden worden automatisch in het decimaal formaat weergegeven wanneer het totaal aantal cijfers van een breukwaarde (geheel getal + teller + noemer + scheidingstekens) 10 overschrijdt.

  • Om een gemengd getal in te voeren, toetst u het geheel getal in, drukt u op [ a b/c ], toetst u de teller in, drukt u op [ a b/c ], en toetst u de noemer in. Om een breuk in te voeren, toetst u de teller in, drukt u op [ a b/c ], en toets u de noemer in. Zie Voorbeeld 20.
  • Door op [ 2nd ] [d/c] te drukken kunt u overschakelen tussen de meest nauwkeurige waarde en eenvoudigste waarde. Om de weergave van het resultaat over te schakelen tussen een decimaal en een breuk, drukt u op [a b/c] .Zie Voorbeeld 21.
  • Berekeningen die zowel breuken als decimale getallen bevatten worden berekend in decimaal formaat. Zie Voorbeeld 22. „ Hoekconversie Druk op [ MODE ] om het hoekmenu weer te geven en de eenheid van de hoek (DEG, RAD, GRAD) in te stellen. De verhouding tussen de drie hoekeenheden is: 180° = π rad = 200 grad Hoekconversies ( Zie Voorbeeld 23.) :

1. Verander de standaard hoekinstelling naar de eenheid

waarnaar u wilt converteren.

2. Voer de waarde van de te converteren eenheid in.

3. Druk op [ DRG→ ] om het menu weer te geven.

De eenheden die u kunt selecteren zijn: D(graden), R(radialen), G(Gradians).

4. Kies de eenheid waarvan u wilt converteren.

„ Trigonometrische / inverse trigonometrische functies

  • De rekenmachine is voorzien van de standaard trigonometrische functies en inverse trigonometrische functies, - sin, cos, tan, sin–1, cos–1 and tan–1. Zie Voorbeeld 24~26. -D11- CBM_SR270N_D_HDBR260AT11_100505.doc SCALE 2:1 2010/7/14 SIZE:140x75mm (Opmerking): Wanneer u deze toetsen gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de rekenmachine ingesteld staat op de gewenste hoekeenheid. „ Hyperbolische en inverse hyperbolische functies
  • De rekenmachine gebruikt [ 2nd ] [ HYP ] om de hyperbolische en inverse hyperbolische functies, - sinh, cosh, tanh, sinh–1, cosh–1 en tanh–1 te berekenen. Zie Voorbeeld 27~28. (Opmerking): Wanneer u deze toetsen gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de rekenmachine ingesteld staat op de gewenste hoekeenheid. „ Sexagesimale ↔ decimale transformatie De sexagesimale notatie is als volgt: 12□ 59□ 45.6□ Stelt 12 graden, 59 minuten en 45.6 seconden voor
  • De rekenmachine kan de conversie tussen decimale en sexagesimale getallen uitvoeren aan de hand van [ ] en [ 2nd ] ]. Zie Voorbeeld 29~30.

„ Coördinaattransformatie Rechthoekige coördinaten Polaire coördinaten x + y i = r (cos θ + i sin θ ) Deze rekenmachine kan de conversie tussen rechthoekige en polaire coördinaten uitvoeren aan de hand van [ ALPHA ] [ Pol ( ] en [ ALPHA ] [ Rec ( ]. De resultaten van de berekening worden automatisch in de geheugenvariabelen E en F opgeslagen. Zie Voorbeeld 31~32. (Opmerking): Wanneer u deze toetsen gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de rekenmachine ingesteld staat op de gewenste hoekeenheid. „ Waarschijnlijkheid

  • Deze rekenmachine heeft de volgende waarschijnlijkheidsfuncties: ( Zie Voorbeeld 33~36.) [ nPr ] Berekent het aantal mogelijke permutaties van r uit n objecten. [ nCr ] Berekent het aantal mogelijke combinaties van r uit n objecten. [ x! ] Berekent de faculteit van een opgegeven positief geheel getal n , waarbij n ≦ 69. [ RANDOM ] Genereert een willekeurig getal tussen 0.000 en -D12- CBM_SR270N_D_HDBR260AT11_100505.doc SCALE 2:1 2010/7/14 SIZE:140x75mm „ Andere functies ( x–1,
  • Met de rekenmachine kunt u ook de volgende functies uitvoeren: inverse machtsverheffing ( [ x –1 ] ), vierkantswortel ( [ ] ), 3de wortel ( [ 3 ] ), universele wortel [ x ], kwadraat ( [ x2 ] ), 3de macht ( [ x3 ] ) en exponentiële functies ( [ xy ] ). Zie Voorbeeld 37~40. Standaardafwijking berekenen Gebruik de SD modus voor het berekenen van de standaardafwijking.
  • Zorg ervoor dat u het statistische geheugen wist door op [ 2nd ] [ Scl ] te drukken alvorens het berekenen van de standaardafwijking uit te voeren.
  • Individuele gegevens kunnen ingevoerd worden aan de hand van [ DT ] ; Om zojuist ingevoerde gegevens te wissen, drukt u op [ 2nd ] [ CL ]. Meerdere gegevens met dezelfde waarde kunnen ingevoerd worden aan de hand van [ 2nd ] [ ; ]. Bijvoorbeeld: Om de gegevens 15, zeven maal in te voeren, drukt u op: 15 [ 2nd ] [ ; ] 7 [ DT ].
  • De waarden van de statische variabelen zijn afhankelijk van de ingevoerde gegevens. U kunt deze gegevens opvragen door de toetsaanslagen uit te voeren, die getoond worden in de onderstaande tabel. Zie Voorbeeld 41. Σx2 [ RCL ] + [ .A. ]

Xσn [ 2nd ] + [ Xσn ] [ RCL ] + [ .C. ] Xσn–1 [ 2nd ] + [ Xσn–1 ] Regressie berekenen Gebruik de REG modus voor het berekenen van een regressie. Druk op [ MODE ] 3 om het REG menu te openen en kies één van de zes regressiesoorten door op de overeenkomstige argumentwaarde te drukken, zoals hieronder aangeduid wordt: Lin Log Exp Î

-D13- CBM_SR270N_D_HDBR260AT11_100505.doc SCALE 2:1 2010/7/14 SIZE:140x75mm Quad Kwadratische regressie y=A+Bx+Cx2

  • Zorg ervoor dat u het statistische geheugen steeds wist door op [ 2nd ] [ Scl ] te drukken alvorens de regressieberekening uit te voeren.
  • Individuele gegevens kunnen ingevoerd worden aan de hand van [ DT ] ; Om zojuist ingevoerde gegevens te wissen, drukt u op [ 2nd ] [ CL ]. Meerdere gegevens met dezelfde waarde kunnen ingevoerd worden aan de hand van [ 2nd ] [ ; ]. Bijvoorbeeld: om de gegevens 40 en 55, tien maal in te voeren, drukt u op 40: [ , ] 55 [ 2nd ] [ ; ] 10 [ DT ].
  • De waarden van de statische variabelen zijn afhankelijk van de ingevoerde gegevens. U kunt deze gegevens opvragen door de toetsaanslagen uit te voeren, die getoond worden in de onderstaande tabel. Om een waarde voor x (of y) te voorspellen wanneer er een waarde voor y (of x) gegeven is, drukt u op [ 2nd ]

Deponeer dit product niet bij het gewone huishoudelijk afval wanneer u het wilt verwijderen. Erbestaat ingevolge de WEEE-richtlijn (Richtlijn 2002/ 96/EG) een speciaal wettelijk voorgeschreven verzamelsysteem voor gebruikte elektronische producten, welk alleen geldt binnen de Europese Unie.