LM 2148 CMD - Grasmaaier JONSERED - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LM 2148 CMD JONSERED in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LM 2148 CMD - JONSERED en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LM 2148 CMD van het merk JONSERED.
GEBRUIKSAANWIJZING LM 2148 CMD JONSERED
Handleiding voor de gebruiker Lees de handleiding aandachtig door zodat u de inhoud goed begrijpt voordat u de grasmaaimachine in gebruik neemt.
- INHOUD Handgreep, compleet Grasopvangbak Fles olie Handleiding Afsluitstop voor mulchen Contactslot (LM2148CMDE) Waarschuwingsetiket Productlabel Acculader (LM2148CMDE)
5. CONTACTER LA STATION SERVICE AGREEE.
Veiligheidsvoorschriften Indien deze grasmaaimachine niet op de juiste wijze wordt gebruikt, kan de machine gevaar opleveren. De machine kan ernstig letsel veroorzaken aan de bediener en omstanders; voor redelijke veiligheid en efficientie bij het gebruik van de grasmaaier, dienen de waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften nauwkeurig te worden opgevolgd. De bediener draagt de verantwoordelijk voor het opvolgen van de waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften, die in deze handleiding en op de grasmaaimachine vermeld staan. De maaier alleen gebruiken als de door de fabrikant geleverde grasbak of bescherming op zijn plaats is aangebracht. Verklaring van symbolen op uw LM2148CMD, LM2148CMDE Waarschuwing Lees de handleiding voor de gebruiker aandachtig door, zodat u volledig vertrouwd bent met de verschillende bedieningselementen en de werking daarvan. Zorg, dat de maaimachine tijdens het maaien altijd in contact blijft met de grond. Als de machine wordt opgetild of gekanteld, kunnen er onder hoge snelheid stenen naar buiten worden geworpen. Zorg, dat omstanders uit de buurt blijven. Gebruik de maaimachine niet als er zich mensen, en vooral kinderen of huisdieren, op het te maaien terrein bevinden. Wees voorzichtig met uw voeten en handen. Houd uw handen of voeten veilig uit de buurt van het roterende mes. Alvorens onderhoud uit te voeren aan de machine of de machine te reinigen of af te stellen, of wanneer de machine gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt, dient de bougie te worden verwijderd. STOP Het mes blijft nog een tijdje roteren nadat de machine uitgeschakeld werd. Wacht totdat alle machine-onderdelen volledig stilliggen voordat u ze aanraakt. Algemeen
1. De grasmaaimachine mag nooit worden gebruikt door
kinderen of personen die niet op de hoogte zijn van de instructies voor gebruik. Volgens plaatselijke wettelijke voorschriften kan er een minimum leeftijd van toepassing zijn voor bedieners van deze machine.
2. De grasmaaier is uitsluitend bestemd voor gebruik
op de wijze waarop en voor de doeleinden die in deze instructies worden beschreven.
3. Gebruik de grasmaaier nooit als u moe, ziek of
onder invloed bent van alcohol, drugs of medicijnen.
4. De bediener of gebruiker is aansprakelijk voor
eventuele ongevallen of gevaren die worden veroorzaakt aan andere personen of hun eigendom. Veiligheid van brandstof WAARSCHUWING - benzine is uiterst brandbaar Draag beschermende kleding wanneer u werkt met brandstoffen en smeeroliën.
Voorkom contact met de huid. Verwijder benzine en machine-olie voordat u het product vervoert. Benzine dient te worden bewaard in een speciaal voor dit doel bestemde container. Over het algemeen zijn plastic containers ongeschikt voor dit doel. De tank dient altijd buitenshuis te worden bijgevuld en er mag niet worden gerookt. De tank dient te worden bijgevuld VOORDAT de motor wordt gestart. De tankdop mag nooit wordt geopend en de tank mag ook niet worden bijgevuld als de motor loopt of heet is. Indien er benzine wordt gemorst, mag de motor niet worden gestart en dient de machine uit de buurt van de gemorste vlek te worden geduwd; elke vorm van ontsteking moet worden vermeden totdat de vlek geheel is vervlogen. Zorg, dat de tankdop en dop van de container altijd goed vast worden gedraaid. Voordat u de motor start, dient u de machine uit de buurt te duwen van de plaats waar u de tank heeft bijgevuld. Brandstof moet op een koele plaats worden opgeslagen, uit de buurt van open vlammen. Veiligheidsprocedure voor het opladen van de batterij (LM2148CMDE)
1. Controleer de kabel van de lader regelmatig op
tekenen van beschadiging of slijtage.
2. Gebruik de grasmaaier nooit als de kabel van de
lader niet in goede staat verkeert.
3. Probeer nooit andere producten op te laden met de
lader van dit apparaat.
4. Probeer deze accu nooit op te laden met de lader
van een ander apparaat.
5. De accu moet op een veilige plaats worden
opgeladen, waar niemand op de apparatuur kan staan of erover kan struikelen.
6. De ruimte dient goed geventileerd te zijn.
7. Tijdens het opladen wordt de lader warm. Dit is
normaal en duidt erop dat de lader goed werkt.
8. Tijdens het opladen mogen de accu en de lader niet
9. Zorg, dat de lader noch de accu worden
blootgesteld aan vocht.
10. Vermijd extreme temperaturen.
11. De lader werkt niet in temperaturen onder het
vriespunt of boven 400C.
12. Veroorzaak geen kortsluiting tussen de accupolen.
1. Tijdens het gebruik van dit apparaat altijd degelijke
schoenen en een lange broek dragen.
2. Het gebruik van oorbeschermers wordt aanbevolen.
3. Controleer, dat er geen stokken, botten, ijzerdraad en
rommel in het gras liggen; deze kunnen door het mes onder hoge snelheid naar buiten worden geworpen.
4. Controleer de machine vóór gebruik en na harde
schokken altijd op eventuele slijtage en beschadigingen en repareer deze zo nodig.
5. Om de juiste balans te behouden, dient men bij
vervanging van het mes altijd de hele bevestigingsset te vervangen.
6. Defecte geluiddempers dienen vervangen te
worden. NEDERLANDS - 1 Veiligheidsvoorschriften Gebruik
1. Gebruik de machine niet in een afgesloten ruimte,
waar de uitlaatgassen (koolmonoxide) zich kunnen ophopen.
2. Gebruik de maaimachine alleen bij daglicht of goed
3. Vermijd waar mogelijk gebruik van de machine als
4. Wees voorzichtig dat u niet uitglijdt als het gras nat
5. Wees op hellingen extra voorzichtig dat u niet
uitglijdt en draag niet-slippend schoeisel.
6. Hellingen dienen altijd in overdwarse richting te
worden gemaaid, en niet van boven naar beneden of andersom.
7. Wees uiterst voorzichtig wanneer u op een helling
van richting verandert.
8. Grasmaaien op hellingen en taluds kan gevaarlijk
zijn. Niet maaien op taluds of steile hellingen.
9. Loop niet achteruit met de grasmaaier, omdat u dan
zou kunnen struikelen. Altijd lopen, nooit rennen.
10. Maai het gras nooit door de maaimachine naar u toe
11. Schakel de motor uit voordat u de grasmaaimachine
over andere oppervlakken dan gras wilt duwen en voor transport van de maaimachine van en naar het te maaien terrein.
12. De machine mag niet worden gebruikt als de
beschermplaten beschadigd of afwezig zijn.
13. De motor mag niet te hard lopen en de instellingen
van de toerenregelaar mogen niet worden gemodificeerd. Te hard rijden is gevaarlijk en verkort de levensduur van de maaimachine.
14. Voordat de motor wordt gestart, dienen alle mes
aandrijfkoppelingen vrij te worden gezet.
15. Houd uw handen en voeten altijd uit de buurt van de
snij-inrichting, vooral wanneer u de motor aanzet.
16. De grasmaaimachine mag niet worden gekanteld bij
het starten van de motor.
17. Zorg, dat u uw handen uit de buurt houdt van de
grasuitworp als de motor loopt.
18. De maaimachine mag niet worden opgetild of
gedragen met lopende motor.
19. De bougiekabel kan heet worden - wees voorzichtig.
20. Voer nooit onderhoud uit aan de machine als de
21. Schakel de motor uit en wacht tot het maaimes
helemaal tot stilstand is gekomen:- als u de machine enige tijd onbeheerd wilt achterlaten;
22. Zet de regeling voor aanwezigheid van gebruiker in
zijn vrij om de machine te stoppen, wacht totdat het mes is uitgedraaid, koppel de kabel van de bougie los en wacht totdat de motor is afgekoeld:- voordat u de benzinetank bijvult. - voordat u een verstopping verwijdert; - voordat u controles, reiniging of onderhoud uitvoert aan het apparaat; - als u een vreemd voorwerp raakt. Gebruik de machine niet totdat u zeker bent dat de hele grasmaaimachine veilig is voor gebruik; - als de maaimachine abnormaal trilt, moet u stoppe. Te grote trillingen kan letsel veroorzaken.
23. Als u klaar bent met grasmaaien dient u gas te
verminderen om de motor uit te zetten en, indien de machine is uitgerust met een kraan, deze uit zetten. Onderhoud en opslag
1. Zorg, dat alle moeren, bouten en schroeven goed
zijn aangedraaid zodat de maaier altijd veilig kan worden gebruikt.
2. Controleer de grasopvangbak/-zak regelmatig op
3. Vervang versleten of beschadigde onderdelen
4. Gebruik voor vervanging uitsluitend originele, voor
deze machine bestemde maaimessen, bladbouten, vulplaatjes en rotorbladen.
5. Zet de maaier nooit in een ruimte/gebouw waar
benzinedampen in aanraking kunnen komen met open vuur of vonken als er nog benzine in de tank zit.
6. Laat de motor altijd eerst afkoelen voordat de
machine wordt opgeborgen in een afgesloten ruimte.
7. Om brandgevaar te vermijden, dienen de motor,
geluiddemper, accubak en de brandstoftank vrij te zijn van gras, bladeren of overmatig veel vet.
8. Als de benzinetank moet worden geleegd, dient dit
9. Wees voorzichtig bij het afstellen van de machine
dat uw vingers niet bekneld raken tussen bewegende maaimessen en vaste onderdelen van de grasmaaier. Montage-Instructies A2-a - stelschroef De handgreep instellen
1. Bij aflevering van uw machine liggen de handgrepen
over de machine geklapt (A1).
2. Draai de stelschroeven voor de handgrepen (A2)
aan beide kanten van het product los, en trek de gehele handgreep omhoog.
3. Stel de handgreep in op de meest comfortabele
gebruikspositie (A3) en draai de stelschroeven (A2) aan beide zijden weer vast. Terugloopstarter
1. Verwijder de bougiekabel.
2. Trek aan de OPC-hendel (Operator Presence
Control) (B1) om de motorrem los te koppelen. Voordat u aan het starterkoord trekt, moet u eerst de OPC tegen de duwboom aantrekken zodat de rem van de motor af is. NEDERLANDS - 2
3. Voer het starterkoord door de kabelgeleider van de
onderste handgreep (B2).
4. Voer het starterkoord door de kabelgeleider van de
bovenste handgreep (B3). De grasopvangbak plaatsen
1. Licht de beveiligingsklep op (C1).
2. Bevestig de grasopvang-bak aan de machine (C2).
3. Bevestig de beveilig-ingsklep aan de bovenkant van
de grasopvangbak (C3). Controleer dat de grasbak goed vast zit. Opgelet:- Overtuig u ervan dat er geen opening tussen de beschermingsklep en de grasbak is. Indien grasopvang niet noodzakelijk is kunt u ook gebruik maken van de grasmaaier zonder de grasbak. Zorg ervoor dat de beschermingsklep volledig gesloten is. Motor-Informatie Olie
1. Controleer het oliepeil regelmatig en na elke vijf
2. Vul de olie bij indien noodzakelijk om het oliepeil op
de aanduiding FULL op de peilstok te houden.
3. Gebruik SAE 30 vier takt van goede kwaliteit.
a) Verwijder de oliedop. (D1) b) Vul de tank tot de aanduiding FULL op de peilstok wordt bereikt.(D2)
5. Ververs de olie na de eerste vijf gebruiksuren;
vervolgens dient de olie na elke 25 gebruiksuren te worden ververst.
6. Ververs de olie altijd als de motor warm is, maar
niet heet - voer echter nooit onderhoud aan de machine uit als de motor heet is. Benzine
1. Gebruik nieuwe, standaard loodvrije benzine of Aspen.
2. Vul de benzinetank nooit bij als de motor heet is.
3. Bij het vullen van de benzinetank mag niet worden
4. Vul de benzinetank nooit met lopende motor.
5. Veeg eerst alle gras en vuil van de dop van de
benzinetank voordat u deze verwijdert om te voorkomen dat er vuil in de tank komt. (E1)
6. U wordt aanbevolen om de benzine door een
trechter met een filter in de tank te gieten.(E2)
7. Verwijder alle gemorste brandstof voordat de motor
- NL: Aspen is een milieu vrien delyke brandstof met vele voordelen. Informeer by uw dealer Let op: Verplaats de machine uit de buurt van het gebied waar de brandstof wordt bijgevuld voordat u de maaimachine weer start. Starten - De Motor Voorpompen Let op: Voordat de motor voor het eerst wordt gestart, dient u olie en benzine bij te vullen zoals beschreven in de bovenstaande sectie Olie en benzine. Als u met een warme motor start, is het gebruik van de opvoerpomp gewoonlijk overbodig. Bij koudere temperaturen moet de pomp soms wel worden gebruikt. De motor voor het eerst starten
1. Duw de gashendel in de stand FAST ‘+’, zoals wordt
getoond in de sectie Gebruik: aan- en afzetten.
2. Duw de opvoerknop (F) vijf keer diep in.
3. Volg de instructies in de sectie Gebruik: aan- en
4. Als de motor na drie pogingen met het starterkoord
nog niet loopt, dient u de opvoerknop nog eens drie keer in te drukken en vervolgens het bovenstaande punt 3 te herhalen. De motor starten in het vervolg
1. Duw de gashendel in de stand FAST ‘+’ en duw de
opvoerknop drie keer diep in voordat u de motor start. (Als de machine zonder brandstof is komen te staan, dient u de tank bij te vullen en de opvoerknop drie keer in te drukken.) Gebruik: Aan- En Afzetten G1-a - Gashendel G3-a - Terugloop van het starterkoord Aan- en afzetten - LM2148CMD Aanzetten
1. Sluit de bougiekabel aan.
2. Schu if de gashendel in de stand FAST ‘+’ voordat
de machine wordt gestart (G1).
3. Knijp de OPC-hendel in op de handgreep om de
motor- en mesrem los te zetten (G2).
4. Trek de terugloopstarter helemaal naar u toe tot het
verste punt, duw de hendel dan langzaam terug en trek de hendel vervolgens helemaal tot het uiterste naar u toe. (G3)
5. Laat de motor eerst 30 seconden lopen voordat u
de maaimachine gebruikt. De aandrijving inschakelen
1. Met gebruik van de hendel van de Powerdrive, die
zich bovenop de handgreep bevindt (G4), wordt de voorwaartse aandrijving in- en uitgeschakeld.
2. Door de Powerdrive-hendel los te laten, wordt de
voorwaartse aandrijving automatisch uitgeschakeld. Stoppen
1. Laat de Powerdrive-hendel los.
2. Laat de OPC-hendel los.
Aan- en afzetten - LM2148CMDE Aanzetten
1. Volg stap 1 t/m 3 van de LM2148CMD.
2. Draai de sleutel om en houd hem in deze stand
totdat de motor start (H). Zodra u de sleutel loslaat, springt deze weer in de oorspronkelijke positie terug.
3. Als de motor niet aanslaat met de sleutel, kan het
zijn dat de accu moet worden opgeladen. De aandrijving inschakelen - zie LM2148CMD Stoppen - zie LM2148CMD Let op: U kunt uw LM2148CMDE ook met de hand starten door stap 1 t/m 5 in Aan- en afzetten - LM2148CMD te volgen. Alleen voor machines met startsleutel - de accu wordt tijdens het maaien opgeladen door de motor. Gebruik - Gras Maaien Gras maaien
1. Let op, dat u altijd de juiste maaipositie (J1)
2. Begin het gazon altijd vanaf de buitenrand te
maaien, en maai in stroken telkens in tegengestelde richting (J2).
3. Maai het gras in het maaiseizoen tweemaal per
week. Het is niet goed voor het gras als er in één keer meer dan eenderde van de lengte wordt afgesneden. Dit kan tevens leiden tot een verslechtering van het verzamelen van het gras. Let op: Zorg, dat u de maaimachine niet overbelast. Als u lang, dik gras maait, kunt u overbelasting van de motor verminderen en risico op beschadiging van uw machine vermijden door de snijhoogte in te stellen op de hoogste stand - zie Snijhoogte. De maaihoogte instellen
1. De maaihoogte wordt ingesteld door de afstelhendel van de locatiesleuven weg te trekken en in
de gewenste positie te zetten (J3). NEDERLANDS - 3 Gebruik - Gras Maaien Indicator voor grasopvangbak
1. Uw maaimachine is uitgerust met een indicator, die
aangeeft wanneer de grasopvangbak vol is (J4).
2. Als de indicator boven in de buis zit, betekent dit dat
het gras wordt verzameld in de bak.
3. Als de indicator begint te dalen, wordt het tijd om de
opvangbak te legen. Zet de machine stil en laat de motor 10 seconden lopen. Laat de OPC-hendel en verwijder de opvangbak zodat deze kan worden geleegd (J5). De grasopvangbak legen
1. Maak het veerslot van de opvangbak los (J6).
2. Maak de opvangzak los uit het frame van de
3. Leeg de opvangzak (J8).
Gebruiken als mulcher
1. Uw maaimachine is uitgerust met een afsluitstop (J9),
die gebruikt kan worden om het gazon te mulchen.
2. Zet uw maaimachine uit, zoals beschreven in
Gebruik - aan- en afzetten, en ontkoppel de bougiekabel.
3. Licht de beveiligingsklep op. Schuif de afsluitstop
met een draaiende beweging in de achterkant van de afvoergoot (J10).
4. Controleer, of de afsluitstop goed vast zit (J11).
5. De afsluitstop blokkeert de verzamelgoot aan de
onderkant van het dek (J12), zodat het afgesneden gras niet meer wordt opgeraapt.
6. Controleer, of de beveiligingsklep juist is geplaatst
(J13). Onderhoud BELANGRIJK: Voer nooit onderhoud uit aan uw maaimachine als de motor heet is. Reinigen BELANGRIJK: Reinig uw maaimachine nooit met water. Gebruik ook geen chemische middelen, inclusief benzine, of oplosmiddelen - deze kunnen de belangrijke plastic onderdelen aantasten.
1. Verwijder de restanten gras onder het dek met een
2. Gebruik een zachte borstel, en veeg alle grasresten
weg bij de luchtinlaten en uitlaat van de motor (K3), de afstelling voor de snijhoogte (K4), rond de wielen (K5) en grasopvangbak (K6 en K7).
3. Wrijf met een droge doek het oppervlak van uw
maaimachine af. Snijmechanisme Het maaimes verwijderen (L)
- Maak de bougiekabel los.
1. Draai het blad linksom los met een steeksleutel.
2. Verwijder de bout van het blad, het blad en het vulplaatje.
3. Inspecteer de onderdelen op beschadiging en reinig
het blad. Het maaimes monteren (L)
1. Zet het snijblad op de machine zodat de scherpe
randen van de machine af wijzen.
2. Monteer de bout van het blad via het snijblad en het
3. Houd het blad stevig vast, en draai de bout goed
aan met een steeksleutel. Draai de bout niet te vast. Wees altijd uiterst voorzichtig met het maaimes - de scherpe randen kunnen letsel veroorzaken. DRAAG HANDSCHOENEN Ongeacht van de conditie, dient het metalen maaimes na 50 gebruiksuren - of 2 jaar, afhankelijk van welke u het eerste bereikt - te worden vervangen. Als het maaimes is gebarsten of beschadigd, dient dit te worden vervangen door een nieuw maaimes. De accu opladen (UITSLUITEND LM2148CMDE) M1 - Kabelbundel M2 - Laadpunt M3 - Dop
1. Stop de grasmaaimachine.
2. Maak de bougiekabel los.
3. Verwijder de dop van het laadpunt aan de onderkant
van de kabelbundel (fig. M).
4. Sluit de kabel van de lader aan op de aansluiting
van de accu-kabelbundel.
5. Steek de stekker van de lader in een gewoon
6. De accu wordt nu geladen.
7. Laat de accu gedurende 24 uur opladen.
8. Als de accu is geladen, kan de lader uit het
stopcontact en het laadpunt worden verwijderd.
9. Plaats de dop weer op het laadpunt.
10. De machine kan weer worden gebruikt.
INFORMATIE MET BETREKKING TOT HET MILIEU
De producten van Electrolux Outdoor Products worden geproduceerd volgens EMS (ISO 14001), waarbij, waar dit uitvoerbaar is, gebruik wordt gemaakt van componenten die zijn geproduceerd op de meest milieuvriendelijke manier volgens de werkijzen van het bedrijf en met de mogelijkheid om aan het einde van de levensduur van het product gerecycled te worden.
- De verpakking kan gerecycled worden en plasic componenten zijn van een label voorzien (voor zover dat mogelijk was) voor recycling op categorie.
- Milieubewuste overwegingen dienen mee te spelen bij het weggooien van een product aan het einde van de levensduur.
- Indien nodig, kunt u kontakt opnemen met de gemeentelijke autoriteit voor informatie over de verwerking.
VERWERKING VAN ACCU’S
- De accu dient naar een erkend onderhoudsbedrijf of naar uw plaatselijke recyclingstation te worden gebracht.
- Gooi lege accu’s NIET weg bij het huishoudelijk afval.
- Loodzwavelzuuraccu’s kunnen schadelijk zijn voor het milieu en dienen te worden verwerkt via de NEDERLANDS - 4 erkende recyclingfaciliteit in overeenstemming met de Europese regelgeving.
- Gooi een accu NIET weg in water.
VERWERKING VAN BRANDSTOFFEN EN SMEEROLIËN
- Draag beschermende kleding wanneer u werkt met brandstoffen en smeeroliën.
- Voorkom contact met de huid.
- Verwijder benzine en machine-olie voordat u het product vervoert.
- Neem contact op met de gemeentelijke autoriteit voor informatie over het dichtstbijzijnde recycling/verwerkingsstation.
- Gooi brandstoffen en oliën NIET weg met het huishoudelijk afval.
- Afgewerkte brandstoffen of oliën zijn schadelijk voor het milieu en dienen te worden verwerkt via de erkende recyclingfaciliteiten.
- Gooi afgewerkte brandstoffen of oliën NIET weg in water.
- NIET verbranden. Onderhoud Accu vervangen
1. De accu bevindt zich onder een dekplaat achter de motor.
2. Stop de grasmaaimachine en maak de bougiekabel los.
3. Verwijder de schroeven van de dekplaat.
4. Verwijder de dekplaat om de accu te kunnen verwijderen.
BELANGRIJK - Nieuwe accu’s moeten vóór gebruik eerst worden geladen. Zorg, dat de lader en de accu niet worden blootgesteld aan vocht. Het accu-pak kan worden vervangen door de accu uit zijn behuizing los te maken en het accu-pak vervolgens los te koppelen van de accukabels. Algemene richtlijnen voor laadbare accu’s
1. Laadtijd bedraagt 24 uur.
2. Bij normaal gebruik wordt de accu opgeladen door
3. Om de accu in optimale conditie te houden, dient
deze minstens één keer per 6 maanden te worden opgeladen.
4. Als de accu minder vaak wordt opgeladen, kan dit
de levensduur nadelig beinvloeden.
5. Bescherm de voedingskabel. De accu mag nooit
aan de elektrische kabel worden opgetild of gedragen.
6. Een oude accu die snel leegraakt nadat deze
gedurende 24 uur is opgeladen, moet waarschijnlijk worden vervangen.
7. Probeer nooit de kast van de batterij te openen.
8. Reinig de accu uitsluitend met een zachte droge doek.
9. Reinig de accu nooit met een vochtige doek of met
brandbare vloeistoffen zoals benzine, spiritus, oplosmiddelen, enz.
10. Gooi oude accu’s op juiste en veilige wijze weg.
De motorremkabel dient altijd zodanig afgesteld te sijn dat de motor binnen 3 sek. stopt. LET OP! Gebruik voor het afstellen een erkende dealer. Aan het einde van het maaiseizoen
1. Vervang, indien noodzakelijk, het maaimes en de
bouten, moeren of schroeven.
2. Reinig de maaimachine grondig.
3. Laat het luchtfilter grondig reinigen door uw
plaatselijke service-centrum, en laat daar indien noodzakelijk ook de benodigde service- of reparatiewerkzaamheden uitvoeren.
4. Tap alle olie en benzine in de motor af.
De maaimachine opbergen
1. Berg uw maaimachine nooit direct na gebruik op.
2. Wacht altijd tot de motor voldoende is afgekoeld om
potentieel brandgevaar te vermijden.
3. Reinig uw maaimachine.
4. Berg de machine op een koele, droge plaats op
waar de maaier niet kan worden beschadigd. Aanbevelingen voor onderhoud Uw product is voorzien van een unieke identificatie in de vorm van een zilver en zwart gekleurd productkwaliteitslabel. U wordt ten zeerste aangeraden uw product ten minste elke twaalf maanden een service-beurt te geven, vaker indien het beroepshalve veelvuldig wordt gebruikt. Schema voor motoronderhoud Volg het schema van het aantal gebruiksuren of tijdsduur - welke het eerste van toepassing is. Indien de machine in ongunstige omstandigheden wordt gebruikt, dient het onderhoud eerder te worden uitgevoerd. Eerste 5 uur - olie verversen. Elke 5 uur of dagelijks - oliepeil controleren. Vingerbeveiliger reinigen. Reinigen om de geluiddemper. Elke 25 uur of elk seizoen - olie verversen indien machine wordt gebruikt voor zware belasting of bij hoge omgevingstemperaturen. Service uitvoeren aan luchtreiniger. Elke 50 uur of elk seizoen - olie verversen. Vonkafleider inspecteren, indien van toepassing. Elke 100 uur of elk seizoen - Koelsysteem reinigen*. Bougie vernieuwen.
- Bij stoffige omstandigheden, of als de machine langdurig wordt gebruikt voor hoog, droog gras en er veel stof- en grasresten in de lucht zweven, dient dit vaker te worden uitgevoerd. Motoronderhoud en garantie De motor die in uw grasmaaimachine is gemonteerd, valt onder garantie van de fabrikant van de motor. Voor verdere informatie kunt u contact opnemen met uw dealer (zie onderstaande gegevens). Briggs en Stratton U kunt de dichtstbijzijnde service-dealer voor Briggs en Stratton vinden in de Gouden Gids Storingen en oplossingen Motor start niet
1. Controleer dat de OPC-hendel in de startpositie
3. Controleer of de tank voldoende benzine bevat en
of het luchtventiel in de tankdop niet is verstopt.
4. Verwijder de bougie en maak deze goed droog.
5. Benzine is misschien oud, vul met nieuwe benzine.
Nadat de benzine is vervangen, kan het even duren voordat de nieuwe benzine helemaal door het systeem gefilterd is.
6. Controleer of de bout van het maaimes goed vastzit.
Als de bout los zit, kunnen er startproblemen ontstaan.
7. Als de motor niet start, dient u onmiddellijk de
bougiekabel los te maken.
8. RAADPLEEG UW PLAATSELIJKE ERKENDE
SERVICE-CENTRUM. Motor draait niet (uitsluitend elektrostart)
1. Controleer dat de OPC-hendel in de startpositie
2. Als de accu leeg is, kunt u de machine met de hand
3. Als de motor niet start, dient u onmiddellijk de
2. Maak de bougiekabel los en laat de motor afkoelen.
3. Verwijder alle restanten gras die zich om de motor
en luchtinlaten bevinden en aan de onderkant van het dek, zoals de uitwerpgoot en ventilator.
4. Reinig het luchtfilter (uw plaatselijke service-centrum
kan een grondige reiniging voor u uitvoeren).
5. Benzine is misschien oud, vul met nieuwe benzine.
Nadat de benzine is vervangen, kan het even duren voordat de nieuwe benzine helemaal door het systeem gefilterd is.
6. Als de motor nog steeds niet genoeg kracht
heeft en/of oververhit raakt, dient u de bougiekabel onmiddellijk los te maken.
7. RAADPLEEG UW PLAATSELIJKE ERKENDE
SERVICE-CENTRUM. Overmatige trilling
1. Maak de bougiekabel los.
2. Controleer of het maaimes goed is gemonteerd.
3. Als het maaimes is beschadigd of versleten, dient u
een nieuw maaimes te plaatsen.
4. Als de trillingen hierdoor niet minder worden,
dient u de bougiekabel onmiddellijk los te maken.
Notice-Facile