TU-245 - Audiotuner DENON - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis TU-245 DENON in PDF-formaat.

📄 50 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice DENON TU-245 - page 33
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DENON

Model : TU-245

Categorie : Audiotuner

Download de handleiding voor uw Audiotuner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TU-245 - DENON en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TU-245 van het merk DENON.

GEBRUIKSAANWIJZING TU-245 DENON

GEBRUIKSAANWIJZING BRUKSANVISNING

  • EENVORMIGHEIDSVERKLARING Wij verklaren uitsluitend op onze verantwoordelijkheid dat dit produkt, waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de volgende normen: EN60065, EN55013, EN55020, EN61000-3-2 en EN61000-3-3. Volgens de bepalingen van de Richtlijnen 73/23/EEC, 89/336/EEC en 93/68/EEC.
  • Vermijd hoge temperaturen. Zorg voor een degelijk hitteafvoer indien het apparaat op een rek wordt geplaatst.
  • Hanteer het netsnoer voorzichtig. Houd het snoer bij de stekker vast wanneer deze moet worden aan- of losgekoppeld.
  • Laat geen vochtigheid, water of stof in het apparaat binnendringen.
  • Neem altijd het netsnoer uit het stopkontakt wanneer het apparaat gedurende een lange periode niet wordt gebruikt.
  • De ventilatieopeningen mogen niet worden beblokkeerd.
  • Laat geen vreemde voorwerpen in dit apparaat vallen.
  • Laat geen insektenverdelgende middelen, benzine of verfverdunner met dit apparaat in kontakt komen.
  • Nooit dit apparaat demonteren of op andere wijze modifiëren.
  • (VOOR ZWAKKE SIGNAALONTVANGST) Wanneer een buitenantenne gebruikt wordt, moet u de leidingdraden van de raamantenne niet uit de aansluitingen losmaken.

Voorhoofdversterker (PRE MAIN AMPLIFIER)

  • Houd de AM-raamantenne zo ver mogelijk van de metalen onderdelen van het achterpaneel. Observera:

knippert de “MEMO” en “CH”-indikator op de display gedurende 10 sekonden. Gebruik ondertussen de wisseltoets (SHIFT/PTY) en de voorkeuzetoetsen om het gewenste voorkeuzekanaal aan te duiden. ON/STANDBY-toets Het toestel begint ongeveer 2-3 sekonden nadat deze schakelaar is ingeschakeld te werken. Wanneer de spanningsschakelaar in de STANDBY-stand staat, ontvangt het toestel nog stroom. Trek daarom het snoer eruit, als u bijvoorbeeld met vakantie gaat.

Afstandssensor (REMOTE SENSOR) Deze sensor ontvangt het infrarood licht vanuit de draadloze afstandsbediening. Voor afstandsbediening, de afstandsbediening op de sensor richten. Bepaalde funkties kunnen worden uitgevoerd met de afstandsbediening die bij voorversterkers en AVsurroundversterkers van DENON wordt bijgeleverd. Displaystand-keuzetoets (DISPLAY) Deze toets wordt gebruikt om de displaystand te kiezen. De stand verandert als volgt telkens de toets wordt ingedrukt:

  • Kloktijd (CT) Het is mogelijk dat het volgende verschijnt als de signalen zwak zijn of als RDS niet beschikbaar is. Dit duidt niet op slechte werking. “NO PS” “NO PTY”

OPMERKING: Het programmatype, de programmaservicenaam en de kloktijd verschijnen niet op de display in de MG (AM)-golfband. Het is mogelijk dat “NO TIME DATA” verschijnt binnen de eerste minuut nadat op een zender is afgestemd, maar dit betekent niet dat het toestel slecht werkt. Als tijdgegevens worden uitgezonden, is het mogelijk dat de tijd verschijnt nadat één minuut is verstreken.

Golfbandtoets (BAND) Kiest FM of MG. Wissel-/Programmatypetoets (SHIFT/PTY) Gebruik deze toets om de geheugenblokken A (1 t/m 8), B (1 t/m 8), C (1 t/m 8), D (1 t/m 8) of E (1 t/m 8) te kiezen. Gebruik in geval van PTY-zoeken deze toets om het programmatype te kiezen. Gebruik deze toets bij het schrijven van zendernamen om de schrijfpositie in te stellen. Geheugentoets (MEMORY) Frekwenties en zendernamen kunnen in het geheugen worden opgeslagen. Wanneer deze toets wordt ingedrukt,

Afstem-/voorkeuzeregelaar (TUNING/PRESET) Deze regelaar wordt gebruikt in combinatie met de afstem-/ voorkeuzetoets (TUNING/PRESET) i. In de afstemfunctie (TUNING) wordt de ontvangstfrequentie naar boven en naar onder afgetast. De frequentie wordt naar boven afgetast wanneer de regelaar naar rechts wordt gedraaid. De frequentie wordt naar onder afgetast wanneer de regelaar naar links wordt gedraaid. In de PRESET-stand (voorkeuze) (wanneer “PRESET” !3 brandt op de display) wordt de keuze van het voorkeuzekanaal verhoogd of verlaagd. Automatisch afstemmen (AUTO TUNING) is niet mogelijk in deze functie. Gebruik deze regelaar voor het invoeren van letters wanneer u zendernamen invoert. (Zie pagina 5.) Afstem-/voorkeuzetoets (TUNING/PRESET) Telkens wanneer deze toets wordt ingedrukt, wordt overgeschakeld van de ene op de andere functie van de afstem-/voorkeuzeregelaar (TUNING/PRESET) u. In de PRESET-stand licht de “PRESET” !3-aanduiding op de display op. Verkeersberichttoets (EON TA) Deze toets wordt gebruikt om de EON TA-stand in of uit te schakelen. (Zie bladzijde 36.) Radioteksttoets (RT) Deze toets wordt gebruikt om radiotekstboodschappen te tonen. Wanneer deze toets wordt ingedrukt terwijl de zender waarop is afgestemd een radiotekstboodschap geeft, rolt de boodschap over de display. Deze stand wordt in- en uitgeschakeld telkens de toets wordt ingedrukt. Opspoor-/lettertoets (SEARCH/CHARACTER) Deze toets wordt gebruikt voor RDS-opsporing (Zie bladzijde 35), programmatype-opsporing (PTY) (Zie bladzijde

36) en verkeersprogramma-opsporing (TP) (Zie bladzijde 36)

en om de zendernaam in te geven (Zie bladzijde 35). Afstemstandtoets (AUTO/MANU) Wisselt af tussen automatische en handbediende afstemming. Automatische afstemming: (De “AUTO”-indicator licht op.) Wanneer aan de TUNING/PRESET-regelaar (afstemming/ voorkeuze) u wordt gedraaid in deze stand, start de automatische afstemming en stopt het afstemmen automatisch wanneer een zender is gevonden. Automatische afstemming wordt gebruikt om FMuitzendingen te ontvangen in stereo. WAARSCHUWING:

1. Wanneer de aan/standby-toets (ON/STANDBY) in de STANDBY-stand staat, is het toestel nog steeds aangesloten op de

wisselstroomspanning. Trek daarom het snoer eruit, als u bijvoorbeeld met vakantie gaat. 2. Ruis kan worden opgewekt indien een televisietoestel, dat er vlakbij staat, aan staat tijdens ontvangst van een MG, FM uitzending. De tuner dient op zo groot mogelijke afstand van de televisie te worden gebruikt.

3. Het reservegeheugen blijft in werkelijkheid ongeveer een week bewaard bij normale temperatuur.

NEDERLANDS wordt (aangeduid door het oplichten van de “AUTO”indicator) en ook wanneer het signaal zwak is. Tijdens het afstemmen wordt de ontvangstfrequentie alleen naar boven of naar onder afgestemd wanneer de TUNING/PRESET-regelknop (afstemming/voorkeuze) wordt bediend. Afhankelijk van de uitzendstand en de sterkte van het signaal, schakelt de automatische afstemming automatisch over op stereo- of mono-ontvangst. Tijdens het afstemmen wordt de frequentie automatisch verhoogd of verlaagd. Handbediende afstemming: Wanneer aan de TUNING/PRESET-regelaar (afstemming /voorkeuze) u wordt gedraaid in deze stand, wordt de handbediende afstemming uitgevoerd tot de regelaar wordt losgelaten. De uitzending wordt in mono ontvangen, ongeacht de stand van de FM-uitzending. De ontvangststand moet worden ingesteld op “MANUAL” wanneer de ontvangst van stereo-uitzendingen gestoord

Voorkeuzekanaaltoets (1 ~ 8) Gebruik deze toets voor het voorkiezen en oproepen van zenders. Ook te gebruiken met de wissel-/programmatypetoets (SHIFT/PTY) voor in totaal 40 voorkeuzekanalen, A (1 ~ 8), B (1 ~ 8), ... E (1 ~ 8). ACHTERPANEEL

Gebruik deze aansluiting bij gebruik van een middengolfbuitenantenne. FM-antenneaansluitingen (ANTENNA TERMINAL FM) Koaxkabels van 75 Ω/ohm kunnen op deze aansluitpunten worden aangesloten. Wij verwijzen u naar het hoofdstuk “AANSLUITINGEN” voor de aansluitprocedure. (Zie bladzijde 7.)

AM-antenneaansluitingen

Uitgangsaansluitingen (OUTPUT) Sluit deze aansluitpunten aan op de TUNER-ingangs aansluitpunten op de voorhoofdversterker. Netingang Sluit het meegeleverde netsnoer hier aan.

Sluit de bijgeleverde AM-raamantenne aan. (Voor de aansluitingen verwijzen wij u naar pagina 7.) DISPLAY

we t u i o !0 r y !1 !2 RDS EON TA TP RT PTY TUNED STEREO AUTO RF ATT MEMO CH 16-delige display Hierop verschijnt de frekwentie, de zendernaam, het programmatype, enz. RDS-indikator Licht op bij ontvangst van RDS-uitzendingen en knippert tijdens RDS-opsporing. EON-indikator

Licht op bij ontvangst van EON-informatie. Verkeersbericht-indikator (TA) Deze aanduiding licht op wanneer de EON TA-toets wordt ingedrukt en wanneer een verkeersbericht wordt ontvangen. Verkeersprogramma-indikator (TP) Licht op bij ontvangst van een zender die verkeersberichten uitzendt en knippert tijdens verkeersprogramma-opsporing (TP). Radiotekst-indikator (RT) Licht op wanneer de radioteksttoets (RT) wordt ingedrukt. Programmatype-indikator (PTY) Knippert tijdens programmatype-opsporing (PTY).

TUNED (Afstem-indikator) Deze licht op als korrekt is afgestemd op een zender. STEREO-indikator Licht op bij ontvangst van stereo-uitzendingen. Licht niet op bij ontvangst van AM- (MG-) uitzendingen. AUTO-indikator Dit is een aanduiding van de afstemstand. De indikator licht op in de automatische stand, en blijft uit in de handbediende stand. Geheugenindikator (MEMO) Knippert gedurende 10 sekonden wanneer de geheugentoets (MEMORY) y wordt ingedrukt en knippert tijdens gebruik van het automatische voorkeuzegeheugen. Kanaalindikator (CH) Licht op wanneer het voorkeuzekanaalnummer wordt getoond en knippert tijdens gebruik van het automatische voorkeuzegeheugen en geheugenwerking. TUNING/PRESET-indicator (afstemming/voorkeuze) Deze geeft de werkingsstand van de TUNING/PRESETregelaar (afstemming/voorkeuze) u aan. NEDERLANDS Gebruik van de Verschillende Funkties

1. Gebruik van het automatische voorkeuzegeheugen

Deze funktie bewaart automatisch in het voorkeuzegeheugen de FM-zenders die kunnen worden ontvangen in de streek waar het toestel wordt gebruikt. Gebruik deze funktie voor een efficiënter gebruik van de RDS-funkties. Merk ook op dat de kanaalgeheugens willekeurig kunnen worden veranderd, zelfs nadat de voorkeuzezenders met deze funktie bewaard zijn. Bediening

1. Sluit de FM-antenne aan en richt ze zodanig dat FMzenders kunnen worden ontvangen.

2. Druk de spanningstoets (ON/STANDBY) in om de spanning

in te schakelen terwijl u de geheugentoets (MEMORY) ingedrukt houdt.

3. De opsporing begint automatisch en de zenders worden in

volgorde in het voorkeuzegeheugen opgeslagen, te beginnen met kanaal A1. (De bediening stopt automatisch van zodra 40 zenders in het geheugen zijn opgeslagen.)

2. Opslaan van nieuwe zenders op voorkeuzekanalen

Ontvangstfrequentie, RDS-service-informatie, afstemstand en ingevoerde karakters kunnen worden opgeslagen in de verschillende kanaalgeheugens. Wanneer deze bewerking is uitgevoerd, wordt de zender die reeds in dat kanaalgeheugen was opgeslagen met de automatische voorkeuzegeheugenfunktie gewist. Bediening

1. Druk de geheugentoets (MEMORY) in. (De

geheugenindikator (MEMO) knippert.)

2. Gebruik de wissel-/programmatypetoets (SHIFT/PTY) om

het blok te kiezen, van A tot E.

3. Gebruik toetsen 1 tot 8 om het kanaal te kiezen waarop de

zender moet worden opgeslagen.

3. Oproepen van voorkeuzekanalen

Voer de volgende bediening uit om voorkeuzekanalen op te roepen: Bediening

1. Gebruik de wissel-/programmatypetoets (SHIFT/PTY) om

het blok te kiezen, van A tot E.

2. Gebruik toetsen 1 tot 8 om het kanaal te kiezen waarop de

zender moet worden opgeslagen.

4. Ingeven van letters

Om het even welke letter kan worden ingegeven (maximum 8 letters). De ingegeven letters kunnen op de voorkeuzekanalen worden bewaard. Bediening

1. Druk de opspoor-/lettertoets (SEARCH/CHARACTER) vier

keer in. (De cursor knippert op de eerste positie.)

3. Druk de wissel-/programmatypetoets (SHIFT/PTY) in om

verder te gaan naar de volgende positie. (De cursor knippert op de tweede positie.) Knippert

4. Herhaal stappen 2 en 3 hierboven om maximum 8 letters

in te geven. Knippert

5. De letters worden ingesteld vijf sekonden nadat het

ingeven is beëindigd. De ingegeven letters kunnen in het geheugen worden opgeslagen. Om de ingegeven letters te bewaren, moet u ze in een kanaalgeheugen bewaren.

6. Wissen van letters

1. Roep de letter op die u wil wissen.

2. Druk de opspoor-/lettertoets (SEARCH/CHARACTER) 4

keer in tot de letter op de eerste positie begint te knipperen.

3. Druk vervolgens de wissel-/programmatypetoets

(SHIFT/PTY) minstens 2 sekonden in. De letter in kwestie wordt nu gewist. Gebruik van de RDS-funkties (enkel voor FM)

Gebruik deze funktie voor automatisch opsporen en stoppen bij zenders die RDS aanbieden. Bediening

2. Draai de TUNING/PRESET-regelaar (afstemming/

voorkeuze) in wijzerzin of tegenwijzerzin. (Opsporing begint.) Knippert RDS Knippert

3. Het zoeken start opnieuw wanneer de TUNING/PRESETregelaar (afstemming/voorkeuze) in wijzerzin of

tegenwijzerzin wordt gedraaid terwijl de RDS-indicator knippert. Knippert

2. Gebruik de TUNING/PRESET-regelaar (afstemming/

voorkeuze) om het karakter voor de eerste positie te kiezen. (De gekozen letter knippert.) Knippert RDS

4. Als geen andere RDS-zender is gevonden wanneer alle

frekwenties zijn doorzocht, verschijnt “NO RDS” op de display. Knippert

Gebruik deze funktie voor automatisch opsporen en stoppen bijzenders die het gekozen programmatype (PTY) uitzenden.

3. Het zoeken start opnieuw wanneer de TUNING/PRESETregelaar (afstemming/voorkeuze) in wijzerzin of

tegenwijzerzin wordt gedraaid terwijl de TP-indicator knippert. Bediening

1. Druk tweemaal de opsporings-/lettertoets (SEARCH /

2. Gebruik de wissel-/programmatypetoets (SHIFT/PTY) om het

programmatype te kiezen.

3. Draai de TUNING/PRESET-regelaar (afstemming/voorkeuze)

in wijzerzin of tegenwijzerzin. (Opsporing begint.) Knippert

4. Als geen andere verkeersprogrammazender (TP) is gevonden

wanneer alle frekwenties zijn doorzocht, verschijnt “NO PROGRAMME” op de display.

Wanneer deze toets wordt ingedrukt terwijl de zender waarop is afgestemd een radiotekstboodschap aanbiedt, rolt de boodschap over de display. (De RT-indikator licht op wanneer de radioteksttoets (RT) wordt ingedrukt.)

4. Het zoeken start opnieuw wanneer de TUNING/PRESETregelaar (afstemming/voorkeuze) in wijzerzin of

tegenwijzerzin wordt gedraaid terwijl de PTY-indicator knippert. Knippert PTY

5. Als geen andere zender is gevonden die het aangeduide type

van programma’s uitzendt wanneer alle frekwenties zijn doorzocht, verschijnt “NO PROGRAMME” op de display. Lijst van programmatype-displays (PTY)

09. Allerlei (VARIED)

10. Popmuziek (POP MUSIC)

05. Opvoeding (EDUCATION) 13. Lichte klassieke muziek

14. Zware klassieke muziek

07. Kultuur (CULTURE)

15. Andere muziek (OTHER MUSIC)

08. Wetenschap (SCIENCE)

31. Alarmklok (ALARM)

OPMERKING: De alarmklok (ALARM) kan niet worden gekozen in de programmatype-opsporingsstand (PTY).

3. Verkeersprogramma-opsporing (TP)

Gebruik deze funktie voor automatisch opsporen en stoppen bij zenders die verkeersberichten uitzenden (zelfs als de zender op dat moment geen verkeersbericht uitzendt.) Bediening

1. Druk de opsporings-/lettertoets (SEARCH/CHARACTER)

driemaal in. (“NO TEXT DATA” verschijnt op de display als geen radiotekstboodschap wordt uitgezonden.)

5. EON-verkeersbericht (EON TA)

Wanneer een RDS-zender RDS-informatie uitzendt op andere zenders binnen het netwerk en er begint een verkeersbericht op een andere zender in hetzelfde netwerk gebaseerd op deze informatie (EON + Enhanced Other Network - Versterkt Ander Netwerk), wordt automatisch afgestemd op die netwerkzender. Er wordt opnieuw op de vorige zender afgestemd als het verkeersbericht voorbij is. Bediening

1. Druk de EON-verkeersberichttoets (EON TA) in.

(De TA-indikator licht op.) EON TA (ZENDER A) (Wanneer een verkeersbericht begint, wordt automatisch op die zender afgestemd.) EON TA (ZENDER B) (Wanneer het verkeersbericht voorbij is, wordt opnieuw op de vorige zender afgestemd.) EON TA (ZENDER A)

2. Draai de TUNING/PRESET-regelaar (afstemming/voorkeuze)

in wijzerzin of tegenwijzerzin. (Opsporing begint.) Knippert

OPMERKING: Als wordt overgeschakeld van de huidige zender naar de netwerkzender wanneer deze stand is ingeschakeld, maar de netwerkzender kan niet zuiver worden ontvangen omwille van zwakke signalen, wordt onmiddellijk afgestemd op de vorige zender. NEDERLANDS

IN GEVAL VAN PROBLEMEN

Controller het volgende alvorens te veronderstellen dat er een probleem is met het toestel.

1. Zijn alle aansluitingen correct?

2. Wordt het toestel gebruikt volgens de bedieningsinstructies?

3. Worden de luidsprekers en de ingangselementen juist bediend?

Als het toestel niet lijkt te werken zoals het hoort, controleer dan onderstaande punten. Als geen van deze punten van toepassing is, is het toestel mogelijk defect. Schakel de spanning onmiddellijk uit en wend u tot uw verkooppunt. Symptomen Oorzaak De spanning wordt niet ingeschakeld wanneer de ON/STANDBY-toets wordt ingedrukt.

  • De stekker van het netsnoer steekt niet in De FM-ontvangst is niet zuiver. De AM-ontvangst is niet zuiver. Maatregelen Biadzijde
  • Steek de stekker stevig in het stopcontact.
  • De antennekabel is niet juist aangesloten.
  • De antenne wijst niet in de juiste richting.
  • De radiogolven zijn zwak.
  • Sluity de snoeren correct ann.
  • Installeer een buitenantenne.
  • Storing door een TV of interferentie van een
  • Installeer een buitenantenne.

het stopcontact. nabijgelegen zender.

  • Er kan ruis worden opgewekt door het netsnoer.
  • Werkwijze voor het wissen van alle gegevens in het geheugen. Druk de voorkeuzekanaaltoetsen 1 en 7 gelijktijdig in en steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.
  • Technische gegevens en ontwerp onder voorbehoud.