AN-8015BT - Autoradio Renkforce - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AN-8015BT Renkforce in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over AN-8015BT Renkforce
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AN-8015BT - Renkforce en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AN-8015BT van het merk Renkforce.
GEBRUIKSAANWIJZING AN-8015BT Renkforce
Deze gebruiksaanwijzing is een publicatie vandefirma Corrad Electronic SE, Klaus-Corrado-Str. 1, D-02240 Hirschau (www.conrad.com). Alla rechten, verbaling inbegepen, voorbehouden. Reproductions van welka aard den ook, bijvoorboeld boisieple, micraderfilmig af de registratie in elektronische gegeversverwarkingsapparatuur, vamisen de schriftelijke toesterming van de uitgevat. Naorte, ook van ditstraals, voorden.
Deze gebruiksaarwijzing voldet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. Wijziging van techniek en uitrusting voorbehouden.
Voorgeschreven gebruik 132
Productbeschrijving 133
Verklaring van symbolen 133
Veiligheidsvoorschriften 134
Afnemen en aanbrengen van het frontpaneel 136
Inbouw in de radioschacht 137
Demontage 138
Afstandsbediening 139
Handsfree microfoon 140
Elektrische aansluiting 141
Aansluiting van de luidsprekers en de stroomvoorziening 142
Aansluiting van de antenne 143
Aansluiting van de handsfree microfoon 143
Aansluiting van de LINE-uitgangen 144
Batterij afstandsbediening plaatsen/vervangen 145
Bediening 146
Algemene bediening 146
Menu-instellingen 147
Selectie van de weergavebron 149
Oproepen van displayinformatie 149
Instellen van de tijd 149
Radiomodus 150
Cd-modus 155
USB/geheugenkaart-modus 158
Functies van de afstandsbediening 158
Bluetooth-modus 159
Gebruik 164
Onderhoud 165
Verhelpen van storingen 166
Verklaring van conformiteit 169
Inleiding
J _r RENKFORCE
Geachte klant,
Hartelijk dank voor de aanschaf van dit product.
Dit product voldoet aan de voorwaarden van de nationale en Europese wetgeving. Volg de instructies van de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een ongevaarlijke werking te garanderen!
Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Deze bevat belangrijke instructies voor de inbedrijfstelling en het gebruik. Neem deze instructies in acht, ook wanneer u het product aan derden doorgeeft. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig om later nog eens door te kunnen lezen!
Alle voorkomende bedrijfsnamen en productaanduidingen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehouden.

Voor meer informatie kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be.
Bedieningselementen

Gebruiksaanwijzing Nederlands

text_image
1 19 6 8 3 ① ⑦ ⑩ ④ 21 ⑪ ⑫ ⑬ ⑭ ⑮ ⑯ ⑰ ⑱ ⑲ ⑳ ㉑ ㉒ ㉓ ㉔ ㉕ ㉖ ㉗ ㉘ ㉙ ㉚ ㉛ ㉜ ㉝ ㉞ ㉟ ㉳ ㉴ ㉵ ㉶ ㉷ ㉸ ㉹ ㉺ ㉻ ㉼ ㉖ ㉗ ㉘ ㉙ ㉚ ㉛ ㉜ ㉝ ㉞ ㉟ ㉳ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟ ㉟
text_image
25 26 27 RESET 28 29
text_image
RENKFORCE PWR/MUTE BND ENT MOD TEL-MENU 1 30 4 12 16 19 20 8 10 9 1 2 5 -10 7 TA AF/REG 0 AMS # # # RPT 6 + 10 9 DIS P # ① ⑥ ⑬ ⑭ ⑮ ⑯
(1) Toets PWR / MUTE In- en uitschakelen en stilschakeling
(2) Volumeregelaar / keuzeknop Volumeregeling / selectie van opties
(3) IR-ontvangstoog Ontvanger voor de IR-afstandsbediening
(4) Toets / TEL-MENU Selectie van telefoonopties
(5) Display Weergave van modi
(6) Toets / MOD Hoorn opnemen / wisselen tussen ingangsbronnen
(7) Toets De frontplaat openen
(8) Toets * / Numerke toets * / titel zoeken resp. achteruit zoeken
(9) Toets # / Numerleke toets # / titel zoeken resp. vooruit zoeken
(10) Toets AMS / 0 Automatische zenderopslag / numerieke toets 0
| (11) Toets BND / ☎ | Omschakeling radio-ontvangstbereik / Hoorn opleggen |
| (12) Toets 1 / ▶II | Numerieke toets resp. stationtoets 1 / afspelen resp. pauzeren |
| (13) Toets 2 / SCN | Numerieke toets resp. stationtoets 2 / afspelen beginnen |
| (14) Toets 3 / RPT | Numerieke toets resp. stationtoets 3 / herhaalfunctie |
| (15) Stationtoetsen 1-6 | Numerieke toetsen resp. stationtoetsen |
| (16) Toets 4 / SHF | Numerieke toets resp. stationtoets 4 / willekeurige afspeelvolgorde |
| (17) Toets 5 / -10 | Numerieke toets resp. stationtoets 5 / titelsprong 10 achteruit |
| (18) Toets 6 / +10 | Numerieke toets resp. stationtoets 6 / titelsprong 10 vooruit |
| (19) Toets TA / 7 | RDS-functie TA / Numerieke toets 7 |
| (20) Toets AF / 8 | RDS-functie AF/REG / Numerieke toets 8 |
| (21) Toets PTY | RDS-functie PTY |
| (22) Toets 9 / DISP | Numerieke toets 9 / omschakeling van de displayweergave |
| (23) Aansluiting AUX | Aansluiting voor externe audiobronnen |
| (24) USB-aansluiting | Aansluiting voor USB-opslagmedia |
| (25) SD/MMC-kaartsleuf | Kaartlezer voor SD/MMC-geheugenkaarten |
| (26) Cd-station | Lade voor cd's |
(27) Toets Uitverptoets voor cd's
(28) Diefstalbeveiligingslampje Knipperende LED om potentiële dieven af te schrikken
(29) Toets RESET Toets voor het terugstellen naar fabrieksinstellingen
(30) Toets 📋 / BND / ENT Hoorn opleggen / omschakeling van het ontvangstbereik van de radio / toets om selecties te kiezen
Voorgeschreven gebruik
De autoradio wordt gebruikt voor het ontvangen van radiozenders in voertuigen en het afspelen van audio-cd's en audiogegevens vanaf geschikte opslagmedia. Bovendien kan deze gebruikt worden als handsfree installatie voor mobiele telefoons met Bluetooth-functie.
Het apparaat moet voor het afspelen op luidsprekers worden aangesloten.
Dit product is alleen geschikt voor aansluiting op een 12 V-gelijkspanning boordnet met negatieve pool van de accu aan de carrosserie. Het apparaat mag alleen in voertuigen met dit soort boordspanning worden ingebouwd en gebruikt.
Door het montagetype dient de gebruiker er voor te zorgen dat het apparaat tegen vocht en nattigheid beschermd wordt.
Een andere toepassing dan hierboven beschreven, kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken.
Het gehele product mag niet worden aangepast of omgebouwd en de behuizing mag niet worden geopend.
Neem bij het gebruik van dit product de in uw land geldende voorschriften voor draadloze apparatuur in acht.

Volg alle veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op!
Productbeschrijving
Dit apparaat is voorzien van een afneembaar frontpaneel, een UKW/MW-radio, een USB-interface, een MMC/SD-kaartlezer, een Bluetooth handsfreesysteem en een CD/CD-R/CD-RW/MP3-speler met de volgende kenmerken:
- IR-afstandsbediening met stuurhouder
• Hoog uitgangsvermogen (4 x 40W max.) - 4-kanaals uitgang voor aansluiting van vermogensversterkers
- AUX-ingang voor aansluiting van externe audiobronnen
- Muziekweergave via Bluetooth-interface (A2DP)
- Elektronische regeling van volume, bas, hoge tonen, fader en balance
- Digitale signaalprocessor voor de aanpassing van de klankkarakteristiek aan verschillende muziekgenres
- Loudness-schakeling
- UKW/MW-tuner met RDS-functie
- Nauwkeurige elektronische afstemming van de zenders door PLL-tuner
- 30 programmeerbare opslagplaatsen voor radiostations (18 x UKW + 12 x MW)
- Handmatig/automatisch zoeken naar zenders in beide richtingen
- Automatische opslag van zenders/doorzoeken van het programmageheugen
- Alfanumeriek display
• ID3-dag-weergave bij afspelen van MP3's - ISO-aansluitterminal
Verklaring van symbolen

Het symbool met een uitroepteken wijst de gebruiker erop, dat hij/zij voor de ingebruikneming van het apparaat de gebruiksaanwijzing moet lezen en deze bij het gebruik in acht moet nemen.

Het "hand"-symbool staat voor speciale tips en bedieningsinstructies.

Bij beschadigingen veroorzaakt door het niet opvolgen van deze gebruiksaanwijzing vervalt ieder recht op garantie. Voor vervolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk!
Voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriften, zijn wij niet verantwoordelijk. In dergelijke gevallen vervalt elke aanspraak op garantie!

- Om veiligheidsredenen is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van de hoofdtelefoon niet toegestaan.
- Als spanningsbron mag alleen het 12 V-gelijkspanning boordnet in het voertuig (negatieve pool van de accu aan de carrosserie van de auto) worden gebruikt. Sluit het apparaat nooit aan op een andere spanningsbron.
- Zorg voor een correcte ingebruikneming van het apparaat. Neem hierbij deze gebruiksaanwijzing in acht.
- Bij een geopend apparaat of overbrugde veiligheidsschakeling kan onzichtbare laserstraling uittreden. Wanneer andere dan in deze gebruiksaanwijzing aangegeven bedieningselementen gebruikt of andere procedures toegepast worden, kan dit leiden tot een gevaarlijke blootstelling aan straling.
- Houd het product buiten bereik van kinderen; het is geen speelgoed. Kinderen kunnen niet inschatten welke gevaren aan het gebruik van elektrische apparatuur zijn verbonden.
- Stel het apparaat niet bloot aan hoge temperaturen, druip- of spatwater, sterke trillingen of hoge mechanische belastingen.
- Het apparaat mag nooit zonder toezicht in werking zijn.
- Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos slingeren. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn.
- Neem ook de veiligheidsinstructies en gebruiksaanwijzingen in acht van de andere apparaten die op het apparaat worden aangesloten.
- Indien u vragen heeft over de correcte aansluiting of als er problemen zijn waar u in de gebruiksaanwijzing geen oplossing voor kunt vinden, neemt u dan contact op met onze technische helpdesk of met een andere elektromonteur.
Mechanische inbouw
J _r RENKFORCE
In de meeste auto's is af fabriek een inbouwplaats voor de autoradio aanwezig. De keuze voor deze inbouwplaats is vanuit veiligheidstechnisch oogpunt gemaakt. Daarom is het verstandig de autoradio op deze plek in te bouwen.
Voor het apparaat is een DIN-inbouwuitsparing nodig met de afmetingen 182 x 53mm. Deze inbouwafmetingen zijn genormeerd en worden normaal gesproken door alle autofabrikanten aangehouden.
Wanneer geen inbouwuitsparing aanwezig is, vraag dan uw dealer naar de beste montageplaats voor de autoradio.

Kies de inbouwpositie zorgvuldig, zodat het apparaat geen invloed heeft op het rijden van de bestuurder of hem/haar van het verkeersgebeuren afleidt.
Gebruik alleen het meegeleverde montagemateriaal om een veilige montage te garanderen.
Wijzigingen aan het voertuig, die door het inbouwen van de autoradio of andere componenten nodig zijn, moeten altijd zo worden uitgevoerd, dat hierdoor geen beperking van de verkeersveiligheid of van de constructieve stabiliteit van de auto ontstaat. Bij veel auto's vervalt al bij het uitzagen van een plaatgedeelte de goedkeuring.
Omdat het apparaat bij gebruik warmte voortbrengt, moet de montageplaats ongevoelig voor warmte zijn.
Let op dat bij het boren van montagegaten elektrische kabels, remleidingen, brandstoftank enz. niet worden beschadigd.
Neem bij gebruik van gereedschap voor het inbouwen van uw auto-HiFi-componenten altijd de veiligheidsinstructies van de fabrikant van het betreffende gereedschap in acht.
Houd bij de montage van de autoluidsprekers resp. uw HiFi-installatie rekening met het gevaar dat bij een ongeluk verwondingen kunnen ontstaan door losgerukte apparatuur. Bevestig daarom elk onderdeel stevig op een plaats waar het geen gevaar vormt voor inzittenden.

Controleer vóór de montage van het apparaat de diepte van de geplande montageplaats.
Inbouwplaats
De inbouwhoek ten opzichte van het horizontale vlak moet kleiner dan 30° zijn. Een te schuin gemonteerd apparaat kan problemen bij het afspelen van cd's veroorzaken.
Afnemen en aanbrengen van het frontpaneel
Ter voorkoming van diefstal kan het frontpaneel van het apparaat worden genomen.
- Voordat u het frontpaneel afneemt, drukt u lang op detoets ⏻ POWER/MUTE (1) om het apparaat uit te schakelen.
- Druk op de toets (7) om het frontpaneel naar voren te klappen.
- Houd het frontpaneel aan de rechterkant vast, druk het voorzichtig naar links om het los te maken en trek het geheel uit de houder.
- Wanneer u het frontpaneel meeneemt, berg het dan op in het meegeleverde etui.
- Voor het plaatsen van het frontpaneel, drukt u eerst de linkerkant in de houder (zie onderstaande afbeelding). Druk het front voorzichtig naar links totdat ook de rechterkant in de houder kan worden vastgeklikt.
- Duw het frontpaneel weer op het apparaat totdat de vergrendeling vastklikt.
- Oefen daarbij geen druk uit op de display of de bedieningstoetsen.

Controleer altijd of u het frontpaneel met de juiste kant naar boven in de houder plaatst en of het goed vastklikt.
Druk het frontpaneel niet te hard tegen het apparaat. Het kan eenvoudig worden dichtgeklapt door het zachtjes tegen het apparaat te drukken.

Inbouw in de radioschacht
- Verwijder de twee borgmoeren van de cd-lade.

- Neem het frontpaneel af.
- Maak het kunststof frame aan de voorkant van het apparaat voorzichtig los door het iets naar buiten te buigen en van het apparaat te trekken.
- Maak het inbouwframe met de twee ontgrendelingssleutels los.
- Trek het inbouwframe naar achteren van het apparaat.

- Schuif het inbouwframe in de inbouwopening van het voertuig.
- Verbuig een paar van de sluitklemmen van het inbouwframe totdat het frame goed in de inbouwopening vast zit.

- Beveilig het apparaat extra tegen schokken met de schroefpennen aan de achterkant van het apparaat. Bij de meeste voertuigen is een dergelijke beveiliging al aanwezig. Mocht dit bij uw auto niet het geval zijn, dan dient u het apparaat met de meegeleverde geperforeerde strip te bevestigen. Ga bij de bevestiging te werk zoals weergegeven op de volgende afbeelding:

- Nadat u alle elektrische verbindingen heeft aangesloten (zie "Elektrische aansluiting"), schuift u het apparaat in het inbouwframe tot het veilig vastklikt.
- Plaats het frame van het frontpaneel weer op het apparaat.

Bewaar de twee ontgrendelingssleutels zorgvuldig. Deze heeft u voor een eventuele demontage van het apparaat weer nodig.
Demontage
- Neem het frontpaneel af.
- Maak het kunststof frame aan de voorkant van het apparaat voorzichtig los door het iets naar buiten te buigen en van het apparaat te trekken.
- Steek de twee ontgrendelingssleutels in de sleuven aan de zijkant tussen apparaat en inbouwframe, tot het apparaat los is.

- Draai de bevestigingsschroef aan de achterkant van het apparaat los.
- Trek de autoradio aan de ontgrendelingssleutels voorzichtig uit het inbouwframe.
- Maak alle aansluitstekkers van het apparaat los.
Afstandsbediening
De afstandsbediening kan met de meegeleverde stuurhouder rechtstreeks op de stuurkrans worden bevestigd. Het IR-ontvangstoog (3) bevindt zich in de frontafdekking van de autoradio.
Stuurmontage:
- Zet het stuur helemaal recht.
- Draai de beide schroeven (E) van de stuurhouder los.
- Plaats het binnenste gedeelte (A) van de stuurhouder aan de binnenkant van het stuur (C).
- Trek de rubberband (B) om de stuurkrans en haak deze onder spanning in de klikverbindingen (afb. 1).
- Snijd eventueel het overblijvende stuk van de rubberband (afb. 2).
- Bevestig het buitenste gedeelte (D) van de stuurhouder weer met de twee schroeven (E) (afb. 3).
- Schuif de afstandsbediening op de stuurhouder (afb. 4 en 5).
- Om de afstandsbediening uit de houder te nemen, drukt u op de borgpal (F) en trekt u de afstandsbediening uit de houder (afb. 6).


De afstandsbediening mag niet binnen het bereik van een airbag worden geplaatst.
De afstandsbediening moet zo op het stuur worden geïnstalleerd dat de bestuurder bij het sturen en bedienen van de auto hier geen last van heeft.
Trek de rubberband van de houder strak aan om er zeker van te zijn dat de afstandsbediening tijdens het rijden niet los kan schieten.
De afstandsbediening moet aan de binnenzijde van het stuur worden bevestigd zodat de stuurbeweging niet wordt belemmerd.

De beste installatieplaats voor de afstandsbediening is afhankelijk van de inbouwplaats van de autoradio. Probeer voor de definitieve montage uit of de afstandsbediening probleemloos functioneert. De IR-zender bevindt zich aan de achterzijde van de afstandsbediening.

De microfoon voor het handsfree systeem kan aan de zonneklep, de stuurkolom of op een andere geschikte plaats binnenin de auto worden bevestigd.

De microfoon en het aansluitsnoer mogen in geen geval binnen het bereik van de airbag worden geplaatst.
- Bevestig de handsfree microfoon met de klem of het meegeleverde klittenband op een geschikte plek.
- Leg de aansluitkabel aan tot aan de inbouwschacht van de radio.
Elektrische aansluiting
J _r RENKFORCE

De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een deskundige worden uitgevoerd.
Om kortsluiting en daaruit voortkomende schade aan het apparaat te voorkomen, moet tijdens het aansluiten de negatieve pool (massa) van de accu worden afgeklemd.
Sluit de minpool van de accu pas weer aan als u het apparaat volledig heeft aangesloten en de aansluiting goed is gecontroleerd.
Gebruik voor de controle van de spanning aan boordspanningskabels alleen een voltmeter of een diodetester, omdat normale controlelampen te hoge stromen opnemen en daardoor de boordelektronica zou kunnen beschadigen.
Let bij het leggen van leidingen op, dat deze niet ingeklemd worden of tegen scherpe kanten aan schuren; gebruik bij doorvoeringen rubber kokers.
De bedrading naar de luidsprekers moet steeds tweaderig worden uitgevoerd. Isoleer open verbindingsplaatsen. Zorg dat snoeren niet door scherpe randen kunnen worden beschadigd.
Gebruik uitsluitend luidsprekers met voldoende belastingscapaciteit (zie de "technische gegevens").
Zorg dat alle luidsprekers volgens de juiste poolrichting zijn aangesloten – de plus- en min-markering moeten overeenkomen.
De aansluitkabels van de luidsprekers zijn normaal gesproken gecodeerd: sommige luidsprekerfabrikanten markeren de (+)-kabel met een extra gekleurde streep; anderen gebruiken een geribbelde kabel voor de (+)-pool en voor de (-)-pool daarentegen een gladde kabel.
Het apparaat is ontwikkeld voor gebruik met luidsprekerimpedanties van minimaal 4 Ohm. Sluit in geen geval luidsprekers met een lagere impedantie aan.

Bij de meeste voertuigen zijn de kabels voor de elektrische aansluiting en de aansluiting van de luidsprekers al tot aan de aanwezige inbouwschacht gelegd.
Als dit niet het geval is, dan moet er op worden gelet dat de achteraf ingebouwde kabels via de bijbehorende aanwezige boordzekeringen (zie gebruiksaanwijzing van het voertuig) zijn beveiligd.
Aansluiting van de luidsprekers en de stroomvoorziening

text_image
MIC 15 ANT OUT ISO A B 1 2 1 2 3 4 3 4 5 6 5 6 7 8 7 8De autoradio beschikt over een ISO-systeemstekker.
Voertuigen die met een dergelijke systeemstekker zijn uitgevoerd, kunnen bij een gelijke stekkerbezetting (vooraf controleren!) rechtstreeks met het apparaat worden verbonden. Bij een andere stekkerbezetting moet de aansluiting met behulp van een adapter worden uitgevoerd.
De contactbezetting van de ISO-systeemstekker vindt u in de volgende tabel. De betreffende bezetting van de systeemstekker van uw auto kunt u bij uw dealer navragen.
Systeemstekker A (stroomvoorziening) Systeemstekker B (luidsprekeraansluiting)
(1) Niet toegewezen (1) Luidspreker rechtsachter (+)
(2) Niet toegewezen (2) Luidspreker rechtsachter (-)
(3) Niet toegewezen (3) Luidspreker rechtsvoor (+)
(4) Continu stroom +12V (4) Luidspreker rechtsvoor (-)
(5) Antennestuuruitgang (5) Luidspreker linksvoor (+)
(6) Niet toegewezen (6) Luidspreker linksvoor (-)
(7) Contact +12V (7) Luidspreker linksachter (+)
(8) Massa (8) Luidspreker linksachter (-)
- De aansluiting continu stroom +12V (4) moet met een kabel worden verbonden die ook bij uitgeschakeld contact permanent 12V levert (klem 30 van het boordnet). Deze aansluiting wordt gebruikt voor het opslaan van de gebruikersinstellingen, de tijd, enz.
- De antennestuuruitgang (5) levert bij ingeschakeld apparaat een spanning van +12V. Deze leiding kan voor de stroomverzorging van een elektrische antenne, evenals voor de inschakelspanning van een autoversterker worden gebruikt.
- De aansluiting contact +12V (7) moet met een kabel worden verbonden die alleen bij ingeschakeld contact +12V levert (klem 15 van het boordnet).
Klem deze aansluiting niet op continu stroom omdat anders bij een langere standtijd van het voertuig de accu leeg kan raken. - De aansluiting massa (8) wordt met de carrosserie van de auto verbonden.

Vanwege de steeds vaker toegepaste lijmtechniek resp. gelakte metalen onderdelen wordt het elektrische geleidingsvermogen verminderd. Daarom is niet ieder metalen onderdeel geschikt als massapunt.
Aansluiting van de antenne
- Verbind de antennestekker van uw voertuig met de antennebus ANT achteraan het apparaat.
- Als uw voertuig is uitgerust met een andere antennestekker dan dient u een passende adapter te gebruiken die in een speciaalzaak verkrijgbaar is.
Aansluiting van de handsfree microfoon
- Verbind de stekker van de handsfree microfoon met de koppeling MIC achter op het apparaat.
Aansluiting van de LINE-uitgangen
De autoradio beschikt over vier LINE-uitgangen voor de aansluiting van vermogensversterkers.

Gebruik voor de aansluiting van de cinch-bussen alleen hiervoor geschikte, afgeschermde cinchkabels. Bij gebruik van andere kabels kunnen zich storingen voordoen.
Houd de lengte van de aansluitkabels zo kort mogelijk.
Leg de kabels niet in de buurt van andere kabels. Zo worden storende effecten op de kabels voorkomen.
Om vervormingen of verkeerde aanpassingen te voorkomen die tot schade aan het apparaat of de vermogensversterker kunnen leiden, mogen aan de cinchaansluitingen alleen apparaten met precies deze cinchaansluitingen aangesloten worden. Let hierbij ook op de aansluitwaarden in de "Technische gegevens".
- Verbind de bussen OUT FL en FR met de ingangen van de vermogensversterker voor de voorste luidsprekers.
- Verbind de bussen OUT RL en RR met de ingangen van de vermogensversterker voor de achterste luidsprekers.

De rode bus is de aansluiting voor het rechterkanaal.
De witte bus is de aansluiting voor het linkerkanaal.
Batterij afstandsbediening plaatsen/vervangen

Verwijder de batterij indien het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt.
Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij huidcontact bijtende wonden veroorzaken. Draag daarom in dit geval beschermende handschoenen.
Let erop dat de batterij niet wordt kortgesloten of in vuur wordt geworpen. De batterij mag niet worden opgeladen. Er bestaat explosiegevaar.
- Neem de afstandsbediening uit de stuurhouder, zoals hiervoor beschreven.
- Verwijder het deksel van het batterijvak aan de achterkant van de afstandsbediening.
- Plaats de batterij volgens de juiste poolrichting in het vak. De pluspool van de batterij moet naar boven wijzen.
- Sluit het batterijvak. Het deksel moet hoorbaar vastklikken.
- Bevestig de afstandsbediening weer in de stuurhouder, zoals hiervoor beschreven.

- Wanneer de afstandsbediening niet goed meer werkt, is de batterij leeg en moet worden vervangen door een nieuwe batterij van hetzelfde type.
- Hierboven wordt beschreven hoe de batterij moet worden vervangen.
- Vervang de lege batterij door een nieuwe 3V lithium knoopcel CR2025.

Neem het apparaat pas in gebruik wanneer u zich met de functies en met deze gebruiksaanwijzing vertrouwd heeft gemaakt.
Controleer nog een keer of alle aansluitingen correct zijn. Klem na de controle de minpool van de boordaccu weer aan.
Algemene bediening
Toets ⚠PWR / MUTE (1)
Met deze toets wordt het apparaat in- en uitgeschakeld.
Druk kort op deze toets als het apparaat uit is om het apparaat in te schakelen of als het apparaat aan is om de actuele afspeelmodus korte tijd stom te schakelen. Door nogmaals te drukken, wordt de stomschakeling weer gedeactiveerd.
Druk ca. 2 sec. op deze toets om het apparaat uit te schakelen.

Voor het inschakelen kan ook op elke andere toets (ook op de afstandsbediening) worden gedrukt.
De stomschakeling kan ook worden gedeactiveerd door aan de volumeregelaar/keuzeknop (2) te draaien.
Display (5)
Op de display (5) wordt alle informatie met betrekking tot de geactiveerde functie weergegeven.
Toets RESET (29)
Deze toets zet alle instellingen op de in de fabriek ingestelde waarden terug.
Druk op deze toets in de volgende gevallen:
- na voltooiing van de inbouw- en aansluitwerkzaamheden
- wanneer het apparaat niet meer op toetsbedieningen reageert
- wanneer op het scherm ondefinieerbare tekens worden weergegeven
Menu-instellingen
Volumeregelaar / keuzeknop (2)
In de normale modus wordt met de volumeregelaar/keuzeknop (2) het volume geregeld.
Druk een- of meermaals kort op de regelaar om de volgende parameters te wijzigen door aan de regelaar te draaien:
VOL Volumeregeling
BAS Regeling lage tonen
TRE Regeling hoge tonen
BAL Balance-instelling (volumeverdeling links/rechts)
FAD Faderinstelling (volumeverdeling vooraan/achteraan)
LOUD Loudness klankcorrectie
LOUD ON De loudness-schakeling is geactiveerd.
LOUD OFF De loudness-schakeling is uitgeschakeld. De klank wordt niet beïnvloed.

Het menselijk oor hoort de lage tonen bij een lager geluidsvolume slechter. Door een stijging van dit frequentiebereik bij lage geluidsvolumes (loudness-correctie) wordt dit effect tegengegaan en de muziekweergave klinkt natuurlijker.
DSP Digitale signaalprocessor
DSP OFF De digitale signaalprocessor is uitgeschakeld.
POP De klankkarakteristiek is aan popmuziek aangepast.
ROCK De klankkarakteristiek is aan rockmuziek aangepast.
CLASSIC De klankkarakteristiek is aan klassieke muziek aangepast.
FLAT De DSP is ingeschakeld, maar er vindt geen klankaanpassing plaats.

Bij ingeschakelde DSP is geen klankregeling met de regelaar voor lage en hoge tonen mogelijk.
Om verdere functies te selecteren, drukt u eerst langer (> 2 seconden) op de volumeregelaar/keuzeknop (2) en vervolgens nog een keer, maar slechts kort, tot de gewenste functie op de display verschijnt.
De opties bij de betreffende instelling worden door te draaien aan de volumeregelaar/keuzeknop (2) of door te drukken op de volumetoetsen (2) op de afstandsbediening geselecteerd.
TA SEEK/ALARM
TA SEEK Het apparaat zoekt bij verlies van de verkeersinformatie zelfstandig een nieuwe zender met verkeersbericht.
TA ALARM Het apparaat geeft een waarschuwingssignaal, wanneer de verkeersberichtcode niet meer ontvangen kan worden.
PI SOUND/MUTE
Reactie van het apparaat, wanneer men in een zendgebied komt waar 2 verschillende zenders met een verschillende programma-identificatie (PI) vanuit dezelfde alternatieve frequentie (AF) zenden:
PI SOUND De radio schakelt gedurende enkele seconden naar de nieuwe zender en dan weer terug.
PI MUTE De nieuwe zender wordt gedempt.
RETUNE L/S
RETUNE L Wanneer er geen verkeersbericht-code meer ontvangen wordt, start het automatische zoeken naar zenders na 90 seconden.
RETUNE S Wanneer er geen verkeersbericht-code meer ontvangen wordt, start het automatische zoeken naar zenders na 30 seconden.
MASK DPI/ALL
Reactie van het apparaat bij het zoeken naar zenders:
MASK DPI Alternatieve frequenties met verschillende programma-informatie (PI) worden niet in aanmerking genomen.
MASK ALL Alternatieve frequenties met verschillende programma-informatie (PI) en alternatieve frequenties met hoge signaalsterkte, maar zonder RDS-informatie worden niet in aanmerking genomen.
TAVOL
Bij de verkeersberichten en geactiveerde TA-functie wordt hier het vooraf ingestelde volume geselecteerd als het ingestelde volume lager is.
Stel het gewenste volume voor de berichten in door te draaien aan de volumeregelaar/keuzeknop (2).
CLOCK 12/24
Stel met dit menupunt het gewenste tijdsformaat (12h- of 24h-formaat) in.
Toetsbevestigingstoon BEEP
BEEP ON Bij bediening van een toets klinkt een annuleertoon.
BEEP OFF De annuleertoon is uitgeschakeld.
Selectie van de weergavebron
Druk steeds op de toets 2 MOD (6) om de afzonderlijke weergavebronnen te selecteren.
De bronnen verschijnen in onderstaande volgorde:
Radio > CD > USB > SD/MMC > AUX > BT AUDIO

Wanneer geen cd, USB-geheugen of SD/MMC-kaart is geplaatst/ingestoken of geen bluetooth-bron is aangesloten, worden de betreffende afspeelbronnen bij de selectie overgeslagen.
Oproepen van displayinformatie
Met de toets 9 / DISP (22) kunt u afhankelijk van de modus verschillende informatie over de display (5) oproepen. Door elke druk op de toets wordt de opgeroepen informatie verder geschakeld. Na 5 seconden schakelt de display automatisch weer om naar de basisweergave (eerste weergave in de opsomming onder).
Bij ontvangst van een RDS-zender
Radiomodus tijd > ontvangstfrequentie > stationsnaam > programmatype
CD/USB/SD-modus tijd > ontvangstfrequentie > stationsnaam > programmatype > CD/USB/SD-informatie
Bij ontvangst van een niet-RDS-zender
Radiomodus tijd > ontvangstfrequentie > PTY NONE
CD/USB/SD-modus tijd > ontvangstfrequentie > PTY NONE > CD/USB/SD-informatie

Wanneer de zender geen PTY-informatie uitzendt, wordt overeenkomstig PTY NONE weergegeven.
Instellen van de tijd
Druk lang op de toetsen 9 / DISP (22) tot de uuraanduiding van de tijd in de display knippert.
Stel de uuraanduiding in door aan de volumeregelaar/keuzeknop (2) te draaien.
Druk kort op de toets 9 / DISP (22) tot de minutenaanduiding van de tijd in de display knippert.
Stel de minutenaanduiding in door aan de volumeregelaar/keuzeknop (2) te draaien.
Druk kort op de toets 9 / DISP (22) om de instelling op te slaan.

Bij ontvangst van een RDS-zender met overdracht van tijdgegevens wordt de klok automatisch op de juiste tijd ingesteld. De manueel ingestelde tijd wordt dan door de RDS-tijd overschreven.
Radiomodus
RDS als ontvangstconcept
De afkorting RDS betekent Radio Data Systeem, d.w.z. dat er onhoorbare, gecodeerde extra informatie via de FM RDS zender wordt meegestuurd.
De autoradio is in staat deze gecodeerde informatie die door bijna alle zenders wordt uitgezonden, te decoderen.
De volgende belangrijke extra informatie wordt uitgezonden:
- programma identificatie (PI)
- verkeersberichtcode (TP)
- verkeersbericht wordt uitgezonden (TA)
- programma servicenaam (PS)
- alternatieve frequenties (AF)
- programmatype (PTY)
- EON-informatie (EON)
- tijd (CT)
Programma Identificatie (PI)
Deze gegevens helpen de ontvanger om een zender duidelijk te identificeren. Zo kan de ontvanger onderscheid maken tussen gebieden waarin hetzelfde programma wordt uitgezonden. De autoradio schakelt dus bij een zwakker wordende ontvangst alleen om naar een sterkere zender die dezelfde programma-identificatie uitzendt.
Verkeersbericht-code (TP)
Door dit signaal herkent de ontvanger dat een zender met verkeersinformatie wordt ontvangen.
Verkeersbericht wordt uitgezonden (TA)
Door dit signaal kan het toestel een uitgezonden verkeersbericht herkennen en indien nodig de lopende weergave van een andere bron onderbreken.
Programma Servicenaam (PS)
Deze informatie geeft de ontvanger aan welke zender momenteel wordt ontvangen. Deze wordt direct op de display van de autoradio weergegeven, bijv. RADIO 3FM.
Alternatieve frequencies (AF)
Er wordt een lijst van alternatieve frequenties meegestuurd die hetzelfde programma uitzenden. Wanneer de ontvangen zender te zwak wordt, dan herkent de ontvanger met behulp van het AF-signaal op welke frequenties hij naar een zender moet zoeken, die beter te ontvangen is.
Programmatype (PTY)
Deze code geeft de luisteraar informatie over de inhoud van het uitgezonden programma (bijv. sport, klassiek, nieuws, enz.). De luisteraar kan dus doelgericht naar een bepaald programma zoeken.
Bovendien kan een nationaal rampalarm op deze manier worden verspreid. De PTY-service wordt echter niet door alle zenders aangeboden.
EON-informatie
Vele zenderketens met verschillende programma's hebben maar één programma met verkeersinformatie. Wanneer er EON-informatie mee uitgezonden wordt, schakelt een zodanig uitgevoerd apparaat bij verkeersberichten naar de verkeerszender om, hoewel er naar een ander programma van de zenderketen wordt geluisterd.
Wanneer men bijvoorbeeld naar Bayern 4 (zonder verkeersbericht) luistert, schakelt het apparaat bij een geactiveerde TA-functie gedurende het verkeersbericht om naar Bayern 3 (met verkeersbericht).
Tijd (CT)
Veel zenders zenden de actuele tijd in de RDS-gegevens uit. Wanneer het apparaat dit signaal ontvangt, wordt de klok automatisch op tijd gezet.
Het RDS-systeem heeft dus het voordeel, dat bij het verlaten van een zendergebied het omschakelen naar een zelfde, beter te ontvangen zender automatisch wordt uitgevoerd. De omschakeling wordt echter alleen uitgevoerd, wanneer een betere zender met hetzelfde programma aanwezig is.
Korte, aan de ontvangst te wijten signaalverzwakkingen, kunnen ook door het RDS-systeem niet worden geëlimineerd, omdat een voortdurend heen en weer schakelen van de autoradio het gevolg zou zijn. Dit zou door de luisteraar als veel storender worden ervaren dan kortstondige ontvangststoringen.
Een ander voordeel van het RDS-systeem is de vermelding van de zendernaam. De zendernaam van een RDS-zender wordt op het scherm van de autoradio weergegeven.
Functie van de afzonderlijke toetsen
• Toetsen * / ◀◀◀ (8) en # / ▶▶▶ (9)
Met deze toetsen wordt de ontvangstfrequentie gewijzigd om zenders in de radiomodus in te stellen.
Wanneer een toets kort wordt ingedrukt, wordt het automatisch zoeken naar zenders geactiveerd. Het zoeken stopt pas bij de volgende goed te ontvangen zender.
Houd de gewenste toets gedrukt tot op de display (5) MANUAL wordt weergegeven, om het automatische zoeken van zenders uit te schakelen en de ontvangstfrequentie handmatig in te stellen.

Het apparaat schakelt na enige tijd weer naar het automatische zoeken terug; op de display (5) wordt dan kort AUTO weergegeven.
• Toets AMS / 0 (10)
Wordt deze toets kort gedrukt, dan worden de onder de stationstoetsen 1-6 (15) opgeslagen zenders ca. 5 seconden lang opgeroepen. Druk de toets opnieuw om de kanaalzoekfunctie te onderbreken.
Wanneer de toets langer wordt ingedrukt, worden alle goed te ontvangen zenders automatisch op de stationtoetsen 1-6 (15) opgeslagen.
Na deze procedure worden de opgeslagen zenders als hierboven beschreven ongeveer 5 seconden opgevraagd.
• Toets BAND / (1)
Met deze toets wordt het bandbereik van het radiogedeelte gekozen. Er staan 3 UKW-bereiken en 2 MW-bereiken ter beschikking:
Op elk van de 5 bandbereiken kunnen 6 zenders op de stationtoetsen 1-6 (15) worden opgeslagen.
• Stationtoetsen 1-6 (15)
Kort drukken > directe selectie van een eerder opgeslagen zender.
Lang drukken > de zojuist ontvangen zender wordt op de betreffende stationtoets opgeslagen.

Elk van de drie UKw-banden (F1-3) en ook elk van de beide MW-banden (MW1-2) heeft zes stationtoetsen. In totaal kunnen dus 30 stationtoetsen worden bezet.
• Toets TA / 7 (19)
Kort drukken > TA-functie wordt in- resp. uitgeschakeld.
Wanneer een zender met verkeersbericht wordt ontvangen, wordt op de display "TP" = Traffic Program weergegeven.
Bij een geactiveerde TA-functie verschijnt de afkorting "TA" op de display.
Na het activeren van de TA-functie start de ontvanger het zoeken wanneer momenteel geen zender met verkeersberichten wordt ontvangen. Het zoeken stopt bij de volgende goed te ontvangen zender met verkeersinformatie.
Bij lopende weergave van een andere bron (bijv. cd) wordt het programma voor de duur van het verkeersbericht stil geschakeld.
Wanneer het volume erg zacht staat ingesteld, gaat het geluidsvolume van het verkeersbericht automatisch omhoog naar een vooraf ingesteld niveau (zie TAVOL onder "Menu-instellingen"). Na afloop van het bericht wordt het eerder ingestelde volume weer teruggezet.

Bij een geactiveerde TA-functie stopt het zoeken naar zenders alleen bij verkeersinformatiezenders.
• Toets AF / 8 (20)
Kort drukken > AF-functie wordt in- resp. uitgeschakeld.
Op de display verschijnt bij geactiveerde functie de weergave "AF". Wanneer er een zwakke of helemaal geen RDS-zender wordt ontvangen, knippert de indicator. Bij een goed te ontvangen zender verschijnt het symbool continu.
Bij ontvangst van een RDS-zender verschijnt op de display de naam van de zender.
Alleen in de AF-functie kan het apparaat bij het verlaten van het zendgebied zelfstandig naar een betere zender omschakelen.
Lang drukken > regionale code wordt in- resp. uitgeschakeld.
Druk ca. 2 seconden lang op de toets AF / 8 (20) tot op het scherm de weergave REG ON resp. REG OFF verschijnt. Door nog een keer langer op de toets te drukken, schakelt u tussen de twee modi heen en weer. De normale schermweergave verschijnt na een paar seconden weer automatisch.
Wanneer de regionale code ingeschakeld is (REG ON), schakelt het apparaat bij een zwakkere ontvangst alleen om naar een andere frequentie met precies hetzelfde programma.
Wanneer de regionale code uitgeschakeld is (REG OFF) schakelt het apparaat bij een zwakkere ontvangst ook om naar een andere zender met dezelfde regionale code maar met een ander programma.
• Toets PTY (21)
Met deze toets schakelt u de PTY-functie in.
Er zijn twee verschillende PTY-groepen (MUZIEK en SPRAAK). Deze worden geselecteerd door de toets PTY (21) opnieuw in te drukken.
PTY groep MUZIEK > PTY groep SPRAAK
Om de gewenste programmasoort te kiezen drukt u op één van de stationtoetsen 1-6 (15). De toetsen zijn als volgt aan de programmasoorten toegewezen:
Toets PTY-groep MUZIEK PTY-groep SPRAAK
1 POP M, ROCK M NEWS, AFFAIRS, INFO
2 EASY M, LIGHT M SPORT, EDUCATE, DRAMA
3 CLASSICS, OTHER M CULTURE, SCIENCE, VARIED
4 JAZZ, COUNTRY WEATHER, FINANCE, CHILDREN
5 NATION M, OLDIES SOCIAL, RELIGION, PHONE IN
6 FOLK M TRAVEL, LEISURE, DOCUMENT
Kort na de keuze van het programmatype begint het zoeken naar een zender die dit programmatype uitzendt.

Als bij het zoeken geen enkele zender van het gekozen programmatype wordt gevonden, geeft de display PTY NONE weer en wordt de voorheen ontvangen zender niet gewijzigd.
Cd-modus
- Cd-station (26)
Open de cd-lade door te drukken op toets 📋 (7) en schuif hier de cd in voor afspelen via het DC-station. Het afspelen van de cd start automatisch.

De cd moet altijd met de beschreven kant naar boven worden geplaatst.
• Toets (27)
Druk op deze toets om een geplaatste cd uit te werpen.
• Toets 1 / ▶II (12)
Druk op deze toets tijdens het afspelen om het afspelen van de cd kort te onderbreken. Door nogmaals te drukken, begint het afspelen weer op de plaats waar was gestopt.
• Toetsen \* / ◀◀◀ (8) en # / ▶▶▶ (9)
Deze toetsen dienen voor de keuze van de afzonderlijke nummers van een cd resp. voor het zoeken naar een bepaalde passage binnen een liedje.

De pijlen op de toetsen geven de zoekrichting (vooruit resp. achteruit) aan.
Druk de toetsen kort om naar de volgende of vorige track te springen.
Druk lang op de toetsen om binnen een track een bepaalde passage te zoeken. De weergave wordt in dit geval stil geschakeld.
• Toetsen 5 / -10 (17) en 6 / +10 (18)
Druk op deze toetsen om snel 10 tracks verder of terug te springen. Ze functioneren net als de toetsen * / ◀◀◀ (8) en # / ▶▶▶ (9), echter worden er telkens 10 tracks overgeslagen.
Druk op deze toets om iedere track van de cd 10 seconden lang af te spelen. Op de display verschijnt SCN.
Druk nogmaals op deze toets om de functie weer uit te schakelen. Op de display verdwijnt de weergave SCN. De weergave wordt vanaf hier weer normaal uitgevoerd.
• Toets 3 / RPT (14)
Druk op deze toets om de huidige track te herhalen. Op de display verschijnt RPT.
Druk nogmaals op deze toets om de functie weer uit te schakelen. Op de display verdwijnt de weergave RPT. De weergave wordt vanaf hier weer normaal uitgevoerd.
• Toets 4 / SHF (16)
Druk op deze toets om de toevalsfunctie te activeren. De tracks worden in een willekeurige volgorde afgespeeld. Op de display verschijnt SHF.
Druk nogmaals op deze toets om de functie weer uit te schakelen. Op de display verdwijnt de weergave SHF. De weergave wordt vanaf hier weer normaal uitgevoerd.
- Zoekfuncties bij MP3-modus
Zoeken naar tracknummer
- Druk eenmaal op de toets AMS / 0 (10) tot T001- -xxx op de display (5) verschijnt.
- Draai aan de volumeregelaar/keuzeknop (2) om het tracknummer te kiezen.
- Druk op de toets BND / ☎ (11) resp. ☎ / BND / ENT (30) op de afstandsbediening. De gewenste track wordt automatisch afgespeeld.
Zoeken naar directorynamen
- Druk twee keer op de toets AMS / 0 (10).
- Draai aan de volumeregelaar/keuzeknop (2) om de directory te kiezen.
- Druk op de toets BND / ☎ (11) resp. ☎ / BND / ENT (30) op de afstandsbediening. De eerste track van de gekozen map wordt automatisch afgespeeld.
Zoeken naar tracknaam
- Druk driemaal op de toets AMS / 0 (10) tot A***** op de display (5) verschijnt.
- Draai aan de volumeregelaar/keuzeknop (2) om de eerste letter te kiezen.
- Druk op de volumeregelaar/keuzeknop (2) om te bevestigen. De tweede letter knippert.
- Ga voor de overige letters op dezelfde wijze te werk.
- Druk op de toets BND / ☎ (11) resp. ☎ / BND / ENT (30) op de afstandsbediening om het zoeken naar de tracknaam te starten.
- Wanneer meerdere tracks met de ingevoerde letters worden gevonden, geeft de display (5) deze aan.
- Draai aan de volumeregelaar/keuzeknop (2) om de track te kiezen.
- Druk op de toets BND / ☎ (11) resp. ☎ / BND / ENT (30) op de afstandsbediening. De gewenste track wordt automatisch afgespeeld.

Wanneer geen track met de ingevoerde letters wordt gevonden, geeft de display (5) NO MATCH aan.
• Weergave van de ID3-informatie
Tijdens het afspelen verschijnen de ID3-gegevens zoals titel, artiest en album als lopende tekst op de display (5).

Deze informatie kan alleen worden getoond wanneer de ID3-dag gegevens in de versie 1.0 of 2.0 op de cd beschikbaar is.
- Gebruik met Mixed-Mode cd's
Mixed-Mode cd's (cd's met zowel cd-audiobestanden als MP3-bestanden) kunnen met deze autoradio worden afgespeeld.
Het afspelen begint in dit geval met de MP3-bestanden en daarna volgen de cd-audiobestanden.
USB/geheugenkaart-modus
Het apparaat heeft een USB-interface en een geheugenkaartlezer voor SD/MMC-kaarten.
MP3-bestanden die op deze media opgeslagen zijn, kunnen weergegeven worden.

Vanwege de grote verscheidenheid van apparaten met USB- en SD/MMC-kaartinterfaces en hun soms erg fabricagespecifieke functies kan niet gegarandeerd worden dat alle media herkend worden en alle bedieningsmogelijkheden in combinatie met dit apparaat beschikbaar zijn.
De USB-interface is uitsluitend bestemd voor USB-sticks en niet voor aansluitingen van MP3-spelers.
Voordat u een USB-stick of SD/MMC-kaart weer uit het apparaat verwijdert, dient u de weergavebron te wijzigen met de toets /MOD (6) omdat anders storingen kunnen ontstaan of gegevens verloren gaan.
Wanneer een USB-stick of een SD/MMC-kaart bij het insteken niet wordt herkend, dient u het geheugenmedium even te verwijderen en opnieuw in het apparaat te steken.
De media moeten FAT12, FAT16 of FAT32 geformatteerd zijn.
- Steek de USB-stick in de USB-aansluiting (24).
- Bij gebruik van een geheugenkaart steekt u deze in de SD/MMC-kaartsleuf (25).
- Het apparaat schakelt automatisch naar de betreffende ingang en start de weergave.
- De bediening is identiek aan de bediening bij de CD-MP3-weergave.
Functies van de afstandsbediening
Bijna alle functies van het toestel kunnen ook met de meegeleverde afstandsbediening worden uitgevoerd. Daarnaast kan het apparaat ook handig en veilig worden bediend via de Bluetooth handsfreeset op het stuur.
De toetsen met dezelfde benamingen als op het apparaat hebben ook dezelfde functies.
De functie van de volumeregelaar/keuzeknop (2) is hierbij echter ingedeeld in twee afzonderlijke bedieningselementen:
- De toetsen aan de achterzijde van de afstandsbediening hebben dezelfde functie als bij het draaien aan de volumeregelaar/keuzeknop (2).
- De toets 📞 / BND / ENT (30) heeft dezelfde functie als drukken op de volumeregelaar/keuzeknop (2).
Bluetooth-modus

Om een optimale telefoonontvangst mogelijk te maken en de elektromagnetische straling in het voertuig zo laag mogelijk te houden, is het beter om bij het gebruik van de mobiele telefoon altijd een buitenantenne te gebruiken.
Bij de mobiele telefoon moet het automatisch opnemen van gesprekken geactiveerd worden op de autoradio (zie menu van de handsfree set) en ook op de mobiele telefoon (zie betreffende handleiding), zodat de telefoon binnenkomende gesprekken automatisch accepteert. Dit is in vele landen een voorwaarde voor het legale gebruik van handsfree-installaties tijdens het rijden.
Bij Bluetooth-bedrijf kan de autoradio als handsfree-installatie voor mobiele telefoons en/of als weergaveapparaat voor BluetoothA2DP-audio-streaming worden gebruikt. Vóórdat echter een overdracht tussen uw mobiele telefoon resp. Bluetooth-apparaat en de autoradio mogelijk is, moeten beide apparaten met elkaar worden verbonden. Deze procedure wordt "pairing" genoemd.
Pairing
- Zolang geen Bluetooth-apparaat aan de autoradio is gekoppeld, knippert het Bluetooth-symbol op de display.
- Schakel uw Bluetooth-apparaat in en activeer hier de pairing-modus (zie hiervoor ook de handleiding van het betreffende apparaat). Het apparaat zoekt dan naar Bluetooth-apparaten in het ontvangstbereik.
- Werd de autoradio gevonden, dan geeft uw Bluetooth-apparaat de naam CAR BT weer.
- Geef het wachtwoord 0000 in, om de beide apparaten te verbinden.
- Na een succesvolle pairing-procedure geeft de display (5) het Bluetooth-symbol continu weer.

Er kan altijd maar één Bluetooth-apparaat met de autoradio worden verbonden. Als er al een actieve Bluetooth-koppeling is, wordt een andere verbinding afgewezen.
Als de autoradio of het Bluetooth-apparaat, waarmee een actieve verbinding bestaat, wordt uitgeschakeld of buiten het bereik wordt gebracht, wordt de verbinding verbroken. Bij het opnieuw inschakelen of zodra het Bluetooth-apparaat weer binnen het bereik van de autoradio komt, wordt de verbinding automatisch weer hersteld. Op de display verschijnt even CONNECT en het knipperende Bluetooth-symbool verschijnt weer onafgebroken op de display.
Om deze automatische totstandkoming van de verbinding mogelijk te maken, moet deze functie op het Bluetooth-apparaat waarschijnlijk worden geactiveerd (raadpleeg hiervoor de handleiding bij uw Bluetooth-apparaat).
Voeren van een telefoongesprek
- Druk op de toets /TEL-MENU (4) om naar de telefoonmodus te gaan.
- Kies het gewenste telefoonnummer met de numerieke toetsen.
- Het gekozen nummer verschijnt op de display (5).
- Druk op de toets / MOD (6) om te bellen.

Druk op de toets ☐ TEL-MENU (4) terwijl u het telefoonnummer invoert om het weergegeven nummer te wissen en indien nodig opnieuw te kiezen.
Opnemen van een inkomend telefoongesprek
- Als het automatische opnemen van gesprekken niet geactiveerd is, druk dan op de toets ≤slant / MOD (6) om het gesprek op te nemen.
Weigeren van een inkomend telefoongesprek
- Druk op de toets BND / (☐) om het telefoongesprek te weigeren.
Beëindigen van een telefoongesprek
- Druk op de toets BND / (1) om het telefoongesprek te beëindigen.
Nummerherhaling
- Druk lang op de toets / MOD (6) om het laatst gekozen telefoonnummer te herhalen.
- Op de display verschijnt DIALING, het laatst gekozen telefoonnummer wordt opnieuw gebeld.
Gesprek overnemen
- Druk tijdens een gesprek 2 sec. op de toets ≤slant / MOD (6) om het gesprek op de mobiele telefoon of de handsfree set over te nemen.
Nummerweergave
- Bij een inkomende oproep wordt het telefoonnummer van de better op de display (5) weergegeven.

Wanneer de beller de nummerweergave heeft onderdrukt of wanneer het gsm-netwerk deze functie niet ondersteunt, werkt de nummerweergave niet.
Menu van de handsfree set
Wanneer u bij een geactiveerde Bluetooth-verbinding langer op □ / TEL-MENU (4) drukt, komt u in het menu van de handsfree set. Hier kunt u door herhaaldelijk op □ / TEL-MENU (4) te drukken de verschillende menuopties selecteren:
PRE NUM lijst van opgeslagen telefoonnummers (max. 10)
RECEIVED lijst van 10 laatste inkomende oproepen
DIALED lijst van 10 laatste uitgaande oproepen
MISSED lijst van 10 laatste gemiste oproepen
AUTO ANS (MANU ANS) omschakeling tussen handmatig en automatisch opnemen van telefoon
DEFAULT fabrieksinstellingen herstellen
Algemene bediening van de menu's:
- Druk op de volumeregelaar/keuzeknop (2) om een menuoptie te selecteren.
- Draai aan de volumeregelaar/keuzeknop (2) om een selectie uit te voeren.
Opslaan van telefoonnumers in het geheugen:
- Kies PRE NUM.
• Druk op de volumeregelaar/keuzeknop (2). - Draai aan de volumeregelaar/keuzeknop (2) tot de gewenste geheugenplaats (0-9) wordt weergegeven.
- Druk nogmaals op de volumeregelaar/keuzeknop (2).
- Voer het telefoonnummer in met de numerieke toetsen.
- Druk op de volumeregelaar/keuzeknop (2) om het telefoonnummer op te slaan.

Druk op de toets * /|◀◀ (8) tijdens het invoeren van het telefoonnummer om een “+”-symbool in te voeren.
Druk lang op de toets # /▶▶▶ (9) tijdens het invoeren van het telefoonnummer om correcties uit te voeren.
Als een telefoonnummer op een geheugenplaats wordt opgeslagen waarop al een telefoonnummer stond, dan wordt dit oude telefoonnummer gewist.
Kiezen uit het telefoonboek:
- Kies PRE NUM.
- Druk op de volumeregelaar/keuzeknop (2).
- Kies het gewenste telefoonnummer door te draaien aan de volumeregelaar/keuzeknop (2).
- Druk op de toets / MOD (6).
- De verbinding wordt gemaakt.
Kiezen uit het menu:
- Als een telefoonnummer op de display wordt weergegeven (uit het menu PRE NUM, RECEIVED, DIALED of MISSED), kan dit nummer door te drukken op de toets ≤slant / MOD (6) rechtstreeks worden gekozen.
Omschakeling tussen handmatig en automatisch opnemen van telefoon:
- Kies AUTO ANS resp. MANU ANS door te draaien aan de volumeregelaar/keuzeknop (2).
AUTO ANS: de handsfree set brengt de verbinding met een inkomende oproep automatisch tot stand.
MANU ANS: de verbinding met een inkomende oproep moet handmatig met de toets ≤ / MOD (6) tot stand worden gebracht.
Herstellen van de fabrieksinstellingen:
- Kies DEFAULT.
- Druk op de volumeregelaar/keuzeknop (2).
Alle instellingen in het menu van de handsfree-installatie worden naar de fabrieksinstellingen teruggezet.
Audio-streaming
Audio-streaming is het verzenden van audiogegevens (muziek) per Bluetooth b.v. vanaf een mobiele telefoon naar de autoradio.
Wanneer u een A2DP-geschikt Bluetooth-apparaat heeft, dan kunt u het zoals hiervoor beschreven, via een pairing-procedure met de autoradio verbinden en een audioverzending opbouwen.
- Verzeker uzelf ervan, dat beide apparaten m.b.v. pairing verbonden werden.
- Start de weergave/audioverzending bij uw Bluetooth-apparaat (zie betreffende handleiding).
- Druk op de toets / MOD (6) totdat BT AUDIO op de display (5) verschijnt.
- De audioverzending is nu geactiveerd.
- U kunt de weergave van uw Bluetooth-apparaat nu zoals gebruikelijk met de toetsen * / ◀◀ (8), # / ▶▶ (9) en 1 / ▶II (12) regelen.

Wanneer u tijdens de audio-overdracht een telefoongesprek begint of een inkomend gesprek aanneemt, wordt de audio-overdracht automatisch gestopt en moet dit na het telefoongesprek opnieuw worden geactiveerd.
Gebruik
- Een te hoog volume binnen in de auto heeft tot gevolg dat akoestische waarschuwingssignalen niet meer kunnen worden waargenomen. Hierdoor brengt u uzelf en andere weggebruikers in gevaar. Let daarom op dat het volume niet te hard staat.
- Onachtzaamheid in het verkeer kan leiden tot ernstige ongelukken. Daarom mag de Hifi-installatie uitsluitend worden bediend als de verkeerssituatie het toelaat. Zorg bovendien dat uw aandacht door het bedienen van de installatie niet van het verkeer wordt afgeleid.
- Om veiligheidsredenen is het in vele landen reeds verplicht om bij het telefoneren tijdens het rijden een handsfree-installatie te gebruiken. Het telefoneren mag alleen in handsfree-bedrijf met het automatisch opnemen van het gesprek worden uitgevoerd. Het kiezen van telefoonnummers mag alleen bij stilstaand voertuig worden uitgevoerd. Informeer uzelf goed over het gebruik van de handsfree-installatie en houd u aan de betreffende verkeersvoorschriften van het land waar u zich op dat moment bevindt.
- Het wordt afgeraden gedurende een langere periode naar muziek met een te hoog volume te luisteren. Hierdoor kan het gehoor beschadigd raken.
Onderhoud
Controleer regelmatig de technische veiligheid van de autoradio, bijvoorbeeld op beschadiging van het netsnoer en de behuizing.
Indien kan worden aangenomen dat gebruik zonder gevaren niet meer mogelijk is, dan moet het product buiten bedrijf worden gesteld en worden beveiligd tegen onopzettelijk gebruik. Verbinding met boordnet verbreken!
U mag ervan uitgaan dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is indien:
- het toestel zichtbaar is beschadigd
- het apparaat niet meer goed functioneert of
- het te zwaar mechanisch is belast
Gelieve volgende veiligheidsvoorschriften nauwgezet op te volgen vooraleer u de autoradio reinigt of onderhoudt:

Bij het openen van deksels en/of het verwijderen van onderdelen van het toestel kunnen spanningvoerende delen vrij komen te liggen.
Daarom moet het toestel voor onderhoud of reparatie worden losgekoppeld van alle spanningsbronnen.
Condensatoren in het toestel kunnen nog geladen zijn, zelfs als het van alle spanningsbronnen is losgekoppeld.
Een reparatie mag uitsluitend plaatsvinden door een technicus die vertrouwd is met de risico's resp. toepasselijke voorschriften.
Wanneer er een zekering vervangen moet worden, moet erop worden gelet dat alleen zekeringen van het aangegeven type en met de aangegeven nominale stroomsterkte (zie "Technische gegevens") worden gebruikt.

Het repareren van zekeringen of het overbruggen van de zekeringhouder is niet toegestaan.
- Na de scheiding van de stroomvoorziening (kabelboomstekker uittrekken!) trekt u voorzichtig de zekering uit de houder naast de aansluiting voor de kabelboom.
- Vervang de zekering door een zekering van hetzelfde type.
- Verbind de autoradio nu pas met het boordnet en neem deze in gebruik.
- Als de zekering opnieuw geactiveerd wordt, breng dan het apparaat voor reparatie naar een speciaalzaak.
Het apparaat is verder onderhoudsvrij. Reinig de buitenkant van het apparaat uitsluitend met een zachte, droge doek of borstel.
Gebruik in geen geval agressieve schoonmaakmiddelen of chemische oplossingen, aangezien deze het oppervlak van de behuizing kunnen beschadigen.
Verhelpen van storingen
U heeft met deze autoradio een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ontwikkeld en veilig is in het gebruik.
Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen.
Daarom wordt hieronder beschreven hoe eventuele storingen kunnen worden verholpen:

Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht!
Geen weergave, scherm en verlichting branden niet:
- Autozekering defect. In de gebruiksaanwijzing van uw auto de betreffende zekering zoeken en controleren.
- Apparaatzekering defect. Apparaat uitbouwen en de zekering controleren.
- Pluskabel/massakabel losgeraakt. Apparaat uitbouwen en de aansluiting van de kabel controleren.
Weergave alleen via één luidspreker:
- Balanceregeling versteld. Balanceregeling als beschreven instellen.
- Luidsprekeraansluiting is losgeraakt. Apparaat en/of luidspreker uitbouwen en aansluitingen controleren.
Weergave alleen via de voorste of achterste luidsprekers:
- Faderregeling versteld. Faderregeling instellen.
- Luidsprekeraansluiting is losgeraakt. Apparaat en/of luidspreker uitbouwen en aansluitingen controleren.
Bij radiomodus worden nauwelijks zenders ontvangen:
- Antenne niet geheel utgetrokken. Antenne geheel uittrekken.
- Antenneaansluiting is uit het apparaat losgeraakt. Apparaat uitbouwen en aansluiting controleren.
- Antenne defect. Aansluiting, aarding en antenne controleren.
Storingen bij radio- en cd-weergave:
- Storingen komen via de pluskabel in het apparaat terecht. Extra ontstoringsfilter in de pluskabel inbouwen. Auto evt. met extra ontstoringsstekkers, verdelervingers enz. ontstoren.
Onderbrekingen bij cd-weergave:
- De inbouwhoek van max. 30^ werd overschreden.
- Het oppervlak van de cd is beschadigd of vuil.
Cd-weergave niet mogelijk:
- De cd is niet met de bedrukte kant boven gepaatst.
- Het oppervlak van de cd is extreem vuil.
- De cd is vervormd.
- De temperatuur in het voertuig is te hoog.
- De luchtvochtigheid in het voertuig is te hoog, waterdamp codenseert op het cd-oppervlak en maakt de cd hierdoor onleesbaar. Wacht tot al het condenswater is verdampt.
- De cd is niet in een compatibel formaat gemaakt.
Het apparaat reageert niet op het indrukken van toetsen:
- De ingebouwde microprocessor moet worden gereset. Druk op de toets RESET (29) achter het frontpaneel.
- Het frontpaneel werd niet goed op het apparaat geplaatst.
Bij het indrukken van de stationtoetsen hoort men slechts ruis:
- Geen zender geprogrammeerd. Zender zoals beschreven programmeren.
Na iedere uitschakeling van het apparaat gaat het zendergeheugen verloren:
- Continue plusaansluiting niet aangesloten of kabel losgeraakt. Continue plusaansluiting volgens de gebruiksaanwijzing aansluiten of controleren of de kabel correct is aangesloten. Controleer de betreffende zekering van het voertuig.
De Bluetooth-audioverzending functioneert niet:
- Het aangesloten apparaat ondersteunt de Bluetooth A2DP-audioverzending niet.
- Het apparaat is niet met de autoradio verbonden. Voer de pairing-procedure uit.
De overdrachtskwaliteit bij handsfree-bedrijf is slecht:
- De afstand tussen microfoon en de luidsprekers van het voertuig is te gering.
- De microfoon is onvoldoende naar de bestuurder gericht.
- De microfoon bevindt zich in de luchtstroom van het schuifdak, een geopend raam, ventilatie o.d.
- De afstand tussen de spreker en de microfoon is te groot.

Andere reparaties dan hierboven beschreven, mogen uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd.
Technische gegevens
Algemeen
Voedingsspanning 12 V/DC
Stroomopname 15 A max.
Zekering 15 A vlakke autozekering
Batterij afstandsbediening .... 3V lithium knoopcel CR2025
Klankregeling .... ±10 dB
Uitgangsvermogen 4 x 40 W (max.)
Uitgangen 4 x luidspreker
4 x Line out
Interfaces Bluetooth, USB en SD/MMC-Card
Telefoonnummergeheugen 10
Inbouwschacht 1 DIN (182 x 53mm)
Inbouwdiepte 170mm
Gewicht 1,5kg
Tuner
Ontvangstbereik .... UKW 87,5 - 108,0 MHz
MW 522 - 1620 kHz
Stationgeheugens.... 30
UKW-gevoeligheid 4 μV (S/N = 30 dB)
Tussenfrequentie .... UKW 10,7 MHz
MW 450 kHz
Cd-speler
Afspeelbare media CD / CD-R / CD-RW / MP3
S/N >55 dB
Kanaalscheiding ....>40 dB
Frequentiebereik 20 - 20.000 Hz
Product

Elektronische apparaten zijn recyclebare stoffen en horen niet bij het huisvuil!
Als het product niet meer werkt, moet u het volgens de geldende wettelijke bepalingen voor afvalverwerking inleveren.
Verwijder evt. de geplaatste batterij uit de afstandsbediening en gooi deze afzonderlijk van het product weg.
Batterijen en accu's
U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu's in te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan!

Batterijen/accu's die schadelijke stoffen bevatten worden gekenmerkt door het hiernaast vermelde symbool, dat erop wijst dat deze niet via het huisvuil mogen worden afgevoerd. De aanduidingen voor irriterend werkende, zware metalen zijn: Cd=cadmium, Hg=kwik, Pb=lood (de aanduiding staat op de batterijen/accu's, bv. onder het vuilnisbak-symboool dat links afgebeeld is).
U kunt verbruikte batterijen/accu's gratis bij de verzamelpunten van uw gemeente, onze filialen of overal waar batterijen/accu's worden verkocht, afgeven!
Zo voldoet u aan de wettelijke verplichtingen voor afvalscheiding en draagt u bij aan de bescherming van het milieu.
Verklaring van conformiteit
Hierbij verklaart de fabrikant dat dit product in overeenstemming is met de voorwaarden en alle relevante voorschriften van de richtlijn 1999/5/EG.

De conformiteitsverklaring voor dit product vindt u op www.conrad.com.