ProjectPro 117 - Verfspuitpistool WAGNER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ProjectPro 117 WAGNER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ProjectPro 117 WAGNER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verfspuitpistool in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ProjectPro 117 - WAGNER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ProjectPro 117 van het merk WAGNER.
GEBRUIKSAANWIJZING ProjectPro 117 WAGNER
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
Waarschuwing!
Attentie: gevaar voor verwondingen door injectie! De Airless apparaten ontwikkelen extreem hoge spuitdrukken.

Gevaar


Nooit vingers, handen of andere lichaamsdelen in aanraking met de spuitstraal laten komen! Richt het spuitpistool nooit op uzelf, op andere personen of op dieren. Het spuitpistool nooit zonder aanraakbeveiliging gebruiken.
Behandel een spuitverwonding niet als een gewone snijwond. Bij huidletsel door bedekkingsmateriaal direct een arts raadplegen voor een snelle, deskundige behandeling. Informeer de arts over het gebruikte bedekkingsmateriaal of oplosmiddel.

Elke keer voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moeten de onderstaande punten, overeenkomstig de handleiding, in acht worden genomen:
- Apparaten met gebreken mogen niet worden gebruikt.
- WAGNER-spuitpistool met veiligheidshendel aan de trekker borgen.
- Zorgdragen voor een goede aarding van de netaansluiting.
- Toelaatbare werkdruk van de hogedrukslang en het spuitpistool controleren
- Alle verbindingen op lekkage controleren.

De aanwijzingen m.b.t. periodieke schoonmaak- en onderhoudsbeurten moeten streng worden aangehouden.
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat en bij iedere werkonderbreking moeten de onderstaande regels in acht worden genomen:
- Spuitpistool en slang van druk ontlasten.
- WAGNER-spuitpistool met veiligheidshendel aan de trekker borgen.
- Apparaat uitschakelen.
Let op de veiligheid!
Algemene veiligheidsaanwijzingen
Lees alle aanwijzingen goed door. Fouten bij het opvolgen van hieronder vermelde aanwijzingen kunnen leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Met het hieronder gebruikte begrip „elektrisch gereedschap“ wordt zowel elektrisch gereedschap op netvoeding (met netkabel) bedoeld als oplaadbaar elektrisch gereedschap (zonder netkabel).
De plaatselijke voorschriften dienen strikt in acht te worden genomen.
Uitleg van de gebruikte symbolen
![]() | Duidt een rechtstreeks dreigend gevaar aan. Als ze niet gemeden wordt, zijn de dood of zeer ernstig letsel het gevolg. |
![]() | Duidt toepassingstips en andere bijzonder nuttige aanwijzingen aan. |
![]() | Explosiegevaar |
![]() | Attentie: gevaar voor verwondingen door injectie! |
1. Werkplek
Houd uw werkplek schoon en opgeruimd. a) Rommel en slecht verlichte werkplekken kunnen leiden tot ongevallen.
Gebruik het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving met b) brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrisch gereedschap wekt vonken op die stof of dampen kunnen ontsteken.
Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van c) elektrisch gereedschap op afstand. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het apparaat verliezen.
2. Elektrische veiligheid
De netstekker van het apparaat moet passen in de a) wandcontactdoos. De stekker mag op geen enkele manier worden gewijzigd. Gebruik geen stekkeradapter voor geaarde apparaten. Ongewijzigde stekkers en passende wandcontactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
Voorkom contact van uw lichaam met geaarde oppervlakken van b) b.v. buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op elektrische schokken wanneer uw lichaam is geaard.
Houd het apparaat uit de regen en breng het niet in contact met c) water. In een elektrisch apparaat binnendringend water verhoogd het risico van elektrische schokken.
Gebruik de netkabel niet voor andere doeleinden, b.v. om het d) apparaat aan te dragen, op te hangen of om de stekker uit de wandcontactdoos te trekken. Houd de kabel verwijderd van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende delen van apparaten. Beschadigde kabels en kabels die in de war zijn verhogen het risico van elektrische schokken.
Wanneer u buiten met elektrisch gereedschap werkt, dient u e) uitsluitend verlengkabels te gebruiken die voor buitengebruik zijn toegestaan. Het gebruik van voor buitengebruik geschikte verlengkabels vermindert het risico van elektrische schokken.
3. Veiligheid van personen
Wees alert, let op wat u doet en gebruik uw gezond verstand bij a) het werken met elektrisch gereedschap. Gebruik het apparaat niet wanneer u moe bent of onder de invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onachtzaamheid tijdens het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstig letsel.
Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen en draag altijd een b) veiligheidsbril. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van type en gebruik van het elektrisch gereedschap, vermindert het risico van letsel.
c) Voorkom onbedoeld starten van het gereedschap. Verzeker u ervan dat de schakelaar in de stand "UIT" staat, voordat u de netstekker in de wandcontactdoos steekt. Wanneer u tijdens het dragen van het apparaat een vinger op de schakelaar houdt of het apparaat ingeschakeld op de netvoeding aansluit, kan dit leiden tot ongevallen.
d) Verwijder afstelgereedschap of moersleutels voordat u het apparaat inschakelt. Gereedschap of een moersleutel die zich in een draaiend deel van het apparaat bevindt, kan leiden tot letsel.
e) Overschat uzelf niet. Zorg voor een goede houding en bewaar op elk moment uw evenwicht. Dan kunt u het apparaat in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sierraden. Houd haren, kleding en handschoenen verwijderd van bewegende delen. Loszittende kleding, sierraden of lange haren kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vaardigheden, met onvoldoende ervaring en/of met onvoldoende kennis, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die voor hun veiligheid verantwoordelijk is of zij door deze persoon zijn geïnstrueerd in het gebruik van het apparaat. Kinderen moeten onder toezicht staan om te voorkomen dat zij spelen met het apparaat.
4. Zorgvuldige omgang met en gebruik van elektrisch gereedschap
a) Zorg dat u het apparaat niet overbelast. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Verwijder de stekker uit de wandcontactdoos voordat u afstellingen aan het apparaat uitvoert, accessoires vervangt of het apparaat aan de kant legt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het apparaat onbedoeld wordt gestart.
d) Bewaar elektrisch gereedschap, wanneer het niet wordt gebruikt, buiten bereik van kinderen. Laat geen personen met het apparaat werken die daar niet mee vertrouwd zijn of die deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wanneer dit door onervaren personen wordt gebruikt.
e) Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer dat bewegende delen correct functioneren en niet klemmen en dat er geen onderdelen zijn gebroken of zodanig beschadigd dat de werking van het apparaat nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het apparaat repareren. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrisch gereedschap.
Gebruik elektrisch gereedschap, accessoires, hulpmiddelen enz. f) in overeenstemming met deze aanwijzingen en zoals voor dit specifieke type apparaat is voorgeschreven. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor ander dan het bedoelde gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
5. Service
Laat het apparaat uitsluitend repareren door gekwalificeerd a) technisch personeel en uitsluitend met originele onderdelen. Daarmee blijft de veiligheid van het apparaat gewaarborgd.
Wanneer het netsnoer van dit apparaat is beschadigd, moet b) dit door de fabrikant, zijn klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon worden vervangen om gevaren te voorkomen.
Voor een veilige omgang met Airless hogedrukspuitapparatuur dienen de volgende veiligheidsvoorschriften in acht te worden genomen:
- Bescherming van de gezondheid

Let op! Draag adembescherming: verfnevel en oplosmiddeldampen zijn schadelijk voor de gezondheid. Werk uitsluitend in ruimten met goede natuurlijke ventilatie of gebruik geforceerde ventilatie. Het dragen van werkkleding, veiligheidsbril, gehoorbescherming en handschoenen wordt aanbevolen.
● Vlampunt

Gebruik uitsluitend bedekkingsmaterialen met een vlampunt van 21 °C of hoger, zonder extra verwarming. Het vlampunt is de laagste temperatuur waarbij zich uit het bedekkingsmateriaal dampen ontwikkelen. De hoeveelheid dampen is voldoende om met de lucht boven het bedekkingsmateriaal een ontvlambaar mengsel te vormen.
● Explosiebeveiliging

Gebruik het apparaat niet in ruimtes die onder de explosiebeveiligingsverordening vallen.
- Explosie- en brandgevaar bij spuitwerkzaamheden door ontstekingsbronnen

Er mogen zich geen ontstekingsbronnen in de omgeving bevinden, bijv. open vuur, het roken van sigaretten, sigaren en pijpen, vonken, gloeiende draden, hete oppervlakken, enz.
- Elektrostatische lading (vonk- en vlamvorming)

Op grond van de stromingssnelheid van het bedekkingsmateriaal bij het spuiten kunnen er aan het apparaat elektrostatische ladingen ontstaan. Deze kunnen bij ontlading de vorming van vonken of vlammen tot gevolg hebben. Daarom moet het apparaat altijd via de elektrische installatie geaard zijn. Het apparaat moet via een volgens de voorschriften geaarde veiligheidscontactdoos worden aangesloten.
- Ventilatie
Om brand- en explosiegevaar alsook beschadigingen van de gezondheid bij spuitwerkzaamheden te voorkomen, moet voor een goede natuurlijke of kunstmatige ventilatie gezorgd worden.
- Apparaat en spuitpistool beveiligen
Beveilig de slangen, accessoires en filteronderdelen volledig voordat u de sproeipomp gebruikt. Onbeveiligde onderdelen stoten soms een sterke kracht uit of veroorzaken lekken van vloeistof onder hoge druk, met zware schade tot gevolg. Het spuitpistool dient bij montage of demontage van de spuitdop en bij onderbreking van de werkzaamheden altijd te worden geborgd.
● Terugstoot van het spuitpistool

Bij een hoge werkdruk komt bij het overhalen van de trekker een reactiekracht van maximaal 15 N vrij. Indien u hier niet op bent voorbereid, kan de hand worden teruggestoten of kunt u het evenwicht verliezen. Hierdoor kan letsel ontstaan. Een continue belasting door deze terugstoot kan tot blijvende gezondheidsschade leiden.
● Maximale werkdruk
De maximale werkdruk voor spuitpistool, spuitpistooltoebehoren en hogedrukslang mag niet lager zijn dan de op het apparaat vermelde maximale werkdruk van 200 bar (20 MPa).
Coatingmateriaal
Houd rekening met gevaren die het gevolg kunnen zijn van het verspoten materiaal en neem tevens de aanwijzingen op de verpakking of van de fabrikant van het materiaal in acht.
Verspuit geen materialen waarvan u de eventuele gevaren niet kent.
● Hogedrukslang (veiligheidsaanwijzing)
Elektrostatische lading van spuitpistool en hogedrukslang wordt via de hogedrukslang afgeleid. Daarom moet de elektrische weerstand tussen de aansluitingen van de hogedrukslang gelijk zijn aan of kleiner zijn dan 197 kΩ/m (60 kΩ/ft.).

Vanwege de werking, veiligheid en levensduur, alleen WAGNER-originele-hogedrukslangen en spuitmondstukken gebruiken. Overzicht zie „Reserveonderdeellijsten“.
● Aansluiting van het apparaat
De aansluiting moet via een voorschriftmatig geaard veiligheidsstopcontact plaatsvinden. De aansluiting moet met een foutstroombeschermingsinrichting INF ≤ 30 mA zijn uitgerust.
- Apparaat opstellen
Bij werkzaamheden binnen

Nabij het apparaat mogen zich geen oplosmiddelhoudende dampen kunnen ophopen. Het apparaat opstellen aan de van het spuitobject afgekeerde zijde. Minimale afstand van 5 m tussen het apparaat en het spuitpistool aanhouden.
Bij werkzaamheden buiten

Er mogen geen oplosmiddelhoudende dampen naar het apparaat toe drijven.
Let op de windrichting.
Het apparaat zo opstellen, dat zich geen oplosmiddelhoudende dampen bij het apparaat kunnen ophopen.
Minimale afstand van 5 m tussen het apparaat en het spuitpistool aanhouden.

Reiniging van de apparatuur

Gevaar voor kortsluiting door binnendringend water!
Spuit het apparaat nooit met een hogedruk- of stoomhogedrukreiniger af.

Reiniging van de apparatuur met oplosmiddel

Bij de reiniging van de apparatuur met oplosmiddel mag in geen geval in een reservoir met een kleine opening (spongat) worden gespoten of gepompt. Gevaar voor de vorming van een ontplofbaar gas/lucht-mengsel. Het reservoir dient geaard te zijn. Het apparaat en de accessoires mogen niet met brandbare oplosmiddelen worden gereinigd die een vlampunt onder 21 °C hebben.

Aarding van het werkstuk
Het te coaten werkstuk moet geaard zijn.
Onderdelen en beschrijving
De verpakking waarin het verfspuitsysteem wordt geleverd bevat de volgende onderdelen:
- Aanzuigslang en retourslang (incl. inlaatfilter en 3 klemmen) • Spuitmondstuk
- Drukslang, lengte 7,5 m, binnendiameter 6,35 mm
- Basistoestel
- Spuitpistool met twee filters (L-XXL; één in pistool, één afzonderlijk) • Flesje olie
- Gebruiksaanwijzing
Figuur 1 - Bediening en functies
(verdere, gedetailleerde beschrijvingen van de afzonderlijke posities in de overeenkomstige paragraaf van de handleidingen)
Item Onderdeel Beschrijving
| A) AAN/UIT-schakelaar ......Met de AAN/UIT-schakelaar zet u de spuit aan en uit (O=UIT, I=AAN). | |
| B) | PRIME/SPRAY-knop......Met de knop PRIME/SPRAY kunt u de vloeistof naar de spuitslang (SPRAY) of naar de retourslang(PRIME) laten gaan. De pijlen op de knop PRIME/SPRAY geven de draairichting voor PRIME en SPRAYaan. De knop PRIME/SPRAY wordt ook gebruikt voor het ontlasten van de opgebouwde druk in despuitslang (zie Drukontlastingsprocedure). |
| C) | QuickfloTM-klep......De QuickfloTM-klep is ontworpen om de inlaatklep open te houden en te voorkomen dat deze vastgaat zitten door opgedroogd materiaal. De QuickfloTM-klep wordt handmatig door de gebruikergeactiveerd. |
| D) | PressureTracTM......Met PressureTracTMstelt u de hoeveelheid druk in die door de pomp wordt gebruikt voor hetuitblazen van de vloeistof. |
| E) | Pompgedeelte......In het pompgedeelte beweegt een zuiger op en neer om de zuiging te weeg te brengen die devloeistof door de zuigslang trekt. |
| F) | Zuigslang......Vloeistof wordt via de zuigslang naar de pomp getrokken. |
| G) | Retourslang......Vloeistof wordt teruggeleid via de retourslang naar de houder waar deze vandaan komt als dePRIME/SPRAY-knop op de stand PRIME staat. |
| H) | Inlaatfilter ......Het inlaatfilter filtert het te spuiten materiaal om te voorkomen dat het systeem verstopt raakt. |
| I) | Spuitpistool......Voor het aanbrengen van de bedekkingsmaterie en regulering van de transporthoeveelheid. |
| J) | Spuitslang......De spuitslang vormt de verbinding tussen het pistool en de pomp. |
Technische gegevens
| Soort pomp | Zuigerpomp |
| Spanning | 230-240 V- 50 Hz |
| Opgenomen vermogen | 670 W |
| Beveiliging | Aansluiting alleen op FI-beveiligd stopcontact (16 A) |
| Dubbel geïsoleerd | |
| Max. spuitdruk | 200 bar |
| Max. opbrengst | 1,0 l/min |
| Geluidsdrukniveau | 71,4 dB (A) |
| Trillingsniveau | < 2,5 m/s ^2 |
| Max. temperatuur coatingmateriaal | 40°C |
| Max. grootte mondstuk | XL (0,019") |
| Slanglengte | 7,5 m |
| Gewicht | 7,8 kg |
Lakken en lazuurverven die water en oplosmiddel bevatten. Lakverven, oliën, oplosmiddelen, kunstharslakken, PVC-lakken, voorlakken, grondlakken, vulstoffen en roestwerende verven. Dispersie- en latexverven voor binnenshuis.
Niet-verwerkbare materialen
Materialen die sterk schurende bestanddelen bevatten, façadeverf, logen en zuurhoudende coatingmaterialen. Materialen met een vlampunt van onder 21°C.

Neem contact op met de Wagner-serviceafdeling, om in geval van twijfel de verdraagzaamheid van het coatingmateriaal met de voor de bouw van het apparaat gebruikte materialen te garanderen.
Toepassingsbereik
Coaten van wanden binnenshuis alsook kleine en middelgrote objecten buitenshuis (bijv. schuttingen, garagedeuren etc.).
Montage
Figuur 2 - De slang aansluiten

Gevaar
Zorg ervoor, dat de pomp is uitgeschakeld (positie O) en het spuittoestel van het stroomnet is losgekoppeld.
- Draai de hogedrukslang op het spuitslangaansluitstuk. Draai deze vast met een verstelbare sleutel.
- Draai het andere uiteinde van de slang op het spuitpistool. Houd het spuitpistool met een verstelbare schroefsleutel op het handvat vast en draai de moer van de slang vast met de andere.

Het spuitmondstuk mag pas worden aangesloten nadat de spuit en de spuitslang zijn schoongeblazen en geprepareerd.
Figuur 3 - De aanzuigset aansluiten
- Haal de dop van de inlaatklep (a). Draai de aanzuigslang op de inlaatklep draai deze stevig handvast aan. Zorg ervoor dat het geheel ongehinderd kan draaien.
- Schuif de retourslang in het retouraansluitstuk.
Voordat u begint
Voorbereiden van het materiaal
Met de Project Pro 117 kunnen binnenwandverven, lakken en lazuurverven onverdund of licht verdund worden verspoten. Gedetailleerde informatie vindt u in het technische datablad van de fabrikant (→ downloaden via internet).
- Roer het materiaal grondig op en verdun het in het gebinte conform de verdunningsaanbeveling (voor het omroeren wordt een roermachine aanbevolen).
Verdunningsadvies
| Te verspuiten materiaal | |
| Beits onverdund | |
| Houtveredelingsmiddel, beits, olie, desinfectiemiddel, plantenbeschermingsmiddel | onverdund |
| Oplosmiddelhoudende of waterverdunbare lak, grondverf, autolak, hoogviskeuze beits | 5 - 10% verdunnen |
| Binnenwandverf (dispersies en latexverf) 0 - 10% verdunnen | |
- Maak een spuitproof (b.v. op een stuk karton).

Bij een gelijkmatige spuitproof zoals in afbeelding 11 A zijn alle instellingen correct.
Vertoont de spuitproef "kantstrepen" zoals in afbeelding 11 B, verhoog dan trapsgewijs de druk of verdun verder in stappen van 5%.
Figuur 4 - Het spuitpistool vergrendelen

Gevaar
Zet de trekker altijd vast in de vrije stand wanneer u het spuitmondstuk aanbrengt of wanneer het spuitpistool niet in gebruik is.
- Het pistool is vergrendeld wanneer de trekkervergrendeling zich onder een hoek van 90° (haaks) bevindt ten opzichte van de trekker.
Figuur 5 - Drukontlastingsprocure

Gevaar
Vergeet niet de drukontlastingsprocedure uit te voeren wanneer u het toestel om welke reden dan ook afsluit. Deze procedure wordt gebruikt voor het onlasten van de druk in de spuitslang.
- Vergrendel het spuitpistool. Zet de schakelaar AAN/UIT op de stand UIT (O).
- Zet de knop PRIME/SPRAY op PRIME.
- Ontgrendel het spuitpistool en schiet het spuitpistool af tegen de zijkant van het materiaalvat. Vergrendel het spuitpistool.
Prepareren
Figuur 6 - Preparatie voorbereiden
- Spuit een beetje olie uit het toegevoegde flesje in de gemarkeerde opening (tip: het toestel daarbij naar achteren kiepen). Zonodig kunt u ook een lichte huishoudelijke olie gebruiken.
- Duw de Quickflo™-klep volledig in zodat de inlaatbal vrij is.
Figuur 7 - De spuit prepareren
- Plaats een vol vat met spuitmateriaal onder de aanzuigslang (a). Zet de retourslang (b) vast in een afvalvat.
- Zet de PressureTrac™ op maximum druk (+).
- Zet de knop PRIME/SPRAY op PRIME.
- Sluit de spuit aan op het stopcontact en zet de AAN/UIT-schakelaar op de stand AAN (I).

Het toestel begint materiaal aan te zuigen in de aanzuigslang, de via de retourslang naar buiten. Laat het toestel lang genoeg draaien om restvloeistoffen uit de pomp te verwijderen totdat het spuitmateriaal weer door de retourslang naar buiten komt.
- Schakel de pomp UIT (O). Haal de retourslang uit het afvalvat en plaats deze in de werkstand boven het vat met spuitmateriaal. Bind de twee slagen samen met de metalen klem.
Figuur 8 - De spuitslang prepareren
- Ontgrendel het spuitpistool en zet de knop PRIME/SPRAY op PRIME.

Sluit het spuitmondstuk niet aan tijdens het schoonblazen van de spuitslang.
- Trek de trekker aan en richt het spuitpistool op een zijwand van een afvalvat. Bij gebruik van materiaal op oliebasis moet het spuitpistool worden geaard tijdens het schoonblazen (zie onderstaande waarschuwing).

Houd uw handen uit de buurt van de vloeistofstroom. Aard het pistool tijdens het schoonblazen door het tegen de rand van een betalen vat te houden. Als u dit niet doet, kan een statische ontlading plaatsvinden die brand kan veroorzaken.
- Zet de pomp tijdens het aantrekken van de trekker op AAN (I) en zet de knop PRIME/SPRAY op SPRAY. Houd de trekker vast totdat alle lucht, water en oplosmiddel uit de spuitslang is geblazen en het materiaal vrij stroomt.

Als de knop PRIME/SPRAY nog op SPRAY staat, blijft de spuitslang en het spuitpistool onder hoge druk staan totdat de knop PRIME/SPRAY weer op PRIME wordt gezet.
- Laat de trekker los. Zet de knop PRIME/SPRAY op PRIME. Zet de pompschakelaar op UIT (O). Schiet het pistool af in het afvalvat zodat de slang niet meer onder druk staat.
Figuur 9 - Het spuitmondstuk aansluiten

MOGELIJK INSPUITINGSGEVAAR. Spuit nooit zonder de mondstukvergrendeling op zijn plaats. Trek nooit aan te trekker tenzij het mondstuk in de stand spuiten of deblokkeren staat. Schakel altijd de trekkervergrendeling in voordat u het mondstuk verwijdert, vervangt of reinigt.
-
Vergrendel het spuitpistool.
-
Draai de mondstukvergrendeling op het pistool.

Lijn de mondstukvergrendeling tijdens het aanbrengen van het mondstuk op het pistool aan zoals aangegeven in figuur 9 (a) en draai het handvast (b).
Spuiten
Figuur 10 - Spuittechniek
A) De sleutel tot goed schilderwerk is een gelijkmatige dekking van het volledige oppervlak. Beweeg uw arm met een constante snelheid en houd het spuitpistool op een constante afstand van het oppervlak. De beste spuitafstand is 25 tot 30 cm tussen het spuitmondstuk en het oppervlak.
B) Houd het spuitpistool onder een rechte hoek ten opzichte van het oppervlak. Dit betekent dat u uw gehele arm heen en weer moet bewegen, en niet slechts uw pols buigen.
C) Houd het spuitpistool haaks ten opzichte van het oppervlak, anders wordt het ene uiteinde van het patroon dikker dan het andere.
D) Trek de trekker aan nadat u bent begonnen met de armbeweging. Laat de trekker los voordat u stopt met de armbeweging. Het spuitpistool moet in beweging zijn op het moment dat de trekker wordt aangetrokken of losgelaten. Zorg bij elke slag voor een overlapping van ongeveer 30%. Dit resulteert een gelijkmatige dekking.

Voer wanneer u klaar bent de drukontlastingsprocedure uit.

Als u verwacht het spuiten langer dan een uur te onderbreken, voert u de reinigingsprocedure voor korte termijn uit die wordt beschreven in het gedeelte Reinigen van deze handleiding.
Figuur 11 - Oefening
- Zorg ervoor dat de verfslang vrij is van knikken en uit de buurt van voorwerpen met scherpe randen.
- Zet de PressureTrac™ op de laagste instelling.
-
Zet de knop PRIME/SPRAY op SPRAY.
-
Zet de PressureTrac™ op de hoogste instelling. De verfslang verstijft enigszins op het moment dat materiaal erdoor begint te stromen.
- Ontgrendel het spuitpistool.
- Trek de trekker aan om de lucht uit de slang te laten ontsnappen.
- Wanneer het materiaal het spuitmondstuk bereikt, spuit u een teststukje om het spuitpatroon te bekijken.
- Gebruik de laagste drukinstelling waarbij een goed spuitpatroon wordt verkregen (A). Als de druk te hoog wordt ingesteld, wordt het spuitpatroon te licht. Als de druk te laag wordt ingesteld, krijgt u een ongelijkmatig spuitpatroon of komt de verf in spatten naar buiten in plaats van in de vorm van een fijne mist (B).
Figuur 12 - Het spuitmondstuk opstoppen

Als het spuitpatroon vervormd wordt of helemaal stopt terwijl de trekker is aangetrokken, voert u de volgende stappen uit.

Probeer het mondstok niet te ontstoppen of te reinigen met uw vingers. De vloeistof onder hoge druk kan uw huid doorboren.
- Laat de trekker los en vergrendel het pistool. Verdraai het draaibare mondstuk 180° zodat de pijl wijst naar de achterkant van het pistool (zie figuur 12).

Onder druk kan het erg moeilijk zijn het spuitmondstuk te draaien. Zet de knop PRIME/SPRAY op PRIME en trek de trekker aan. Hierdoor neemt de druk af en kan het mondstuk eenvoudiger worden gedraaid.
-
Zet de knop PRIME/SPRAY op SPRAY.
-
Ontgrendel het pistool en trek de trekker aan. Richt het pistool op een stukje afvalhout of karton. Op deze wijze kan de druk in de spuitslang de blokkering wegblazen. Als het mondstuk schoon is, komt het materiaal in een rechte bundel onder hoge druk naar buiten.
-
Laat de trekker los en vergrendel het pistool. Draai het mondstuk om zodat de pijl weer naar voren wijst. Ontgrendel het pistool en ga verder met spuiten.
Reinigen

Als u in water oplosbare materialen gebruikt, gebruik voor de reiniging van het spuittoestel warm zeepsop. Als u oplosmiddelhoudend spuitmiddel gebruikt, gebruik voor de reiniging een geschikt oplosmiddel met een vlampunt van boven 21°C.

Gebruik oplosmiddel niet voor in water oplosbare materialen, omdat het mengsel in een gelachtige substantie verandert, die moeilijk te verwijderen is.
Figuur 13 - Reinigingsprocedure voor korte termijn

Volg deze handleiding alleen bij gebruik van in water oplosbare materialen. Als u oplosmiddelhoudend spuitmiddel gebruikt, moet u de stappen uitvoeren uit Reinigen en Opslag voor langere tijd.
A) Afsluiten
- Voer de drukontlastingsprocure uit (zie figuur 5) en haal de stekker van de spuit uit het stopcontact.
-
Giet voorzichtig 200 ml water op de verf om te voorkomen dat de verf uitdroogt.
-
Wikkel het spuitpistool in een vochtige doek en plaats hem in een plastic zak. Sluit de zak luchtdicht af. Plaats de spuit op een veilige plaats uit de zon voor opslag voor kortere tijd.
B) Startup
- Haal het pistool uit de plastic zak. Roer het water door de verf.
- Zet de knop PRIME/SPRAY op PRIME.
- Sluit de spuit aan op het stopcontact.
- Zet de schakelaar AAN (I).
- Zet de knop PRIME/SPRAY op SPRAY. Test de spuit op een proefstukje en begin met spuiten.
Figuur 14 - Het systeem uitspoelen
- Vergrendel het pistool en verwijder het spuitmondstuk. Dompel de aanzuigslang in een emmer met de aangewezen reinigingsoplossing (a).
- Plaats een afvalvat (b) naast het oorspronkelijke materiaalvat (c). De vaten moeten tegen elkaar staan. Richt het spuitpistool op de zijkant van het oorspronkelijke materiaalvat (c) en trek de trekker aan.
- Houd de trekker aangetrokken, zet de pomp AAN (I) en zet de knop PRIME/SPRAY op SPRAY om het materiaal uit de slang terug te blazen naar het oorspronkelijke vat. Houd de trekker gedurende de volgende stappen aangetrokken.
- Wanneer de reinigingsoplossing uit het spuitpistool komt, blijft u de trekker aantrekken en richt u het spuitpistool op de zijkant van het afvalvat (aard het pistool tegen een metalen vat tijdens het uitspoelen met een ontvlambare oplossing).
- Houd de trekker aangetrokken totdat de vloeistof die uit het pistool komt schoon is. Het kan nodig zijn de reinigingsoplossing af te voeren en een nieuwe aan te schaffen.
- Zet de knop PRIME/SPRAY op PRIME en trek de trekker aan om de druk te ontlasten.
Figuur 15 - Het spuitpistool reinigen
- Zorg ervoor dat de pomp UIT (O) staat. Zorg ervoor dat de knop PRIME/SPRAY op PRIME staat. Haal de spuit uit het stopcontact.
- Verwijder het spuitpistool van de verfslang met verstelbare sleutels.
- Haal de trekkervergrendeling (a) van de filterbehuizing (b) door deze van de filterbehuizing te trekken. Draai de filterbehuizing los.
- Verwijder het filter (c) uit de behuizing van het spuitpistool en reinig met een geschikte reinigingsoplossing (warm zeepsop voor in water oplosbare materialen, oplosmiddel met een vlampunt van boven 21°C voor oplosmiddelhoudend spuitmiddel).
- Verwijder het spuitmondstuk (d) van de spuitvergrendeling. Reinig het spuitmondstuk met een zachte borstel met een geschikte reinigingsoplossing. Vergeet niet de ring (e) en de zadelzitting (f) aan de achterzijde van het spuitmondstuk te verwijderen en te reinigen.
- Zet het gereinigde filter terug in de pistoolbehuizing, met het tapse uiteinde naar binnen. Het tapse uiteinde (g) van het filter moet goed in het pistool worden geplaatst. Onjuiste plaatsing resulteert in een verstopt mondstuk en geen vloeistof door het pistool.
- Plaats de spuitmond (d), zadelzitting (f) en ring (e) en plaats de spuitvergrendeling terug.
- Draai het spuitpistool terug op de verfslang. Draai het vast met een sleutel.
Figuur 16 - De aanzuigset reinigen
- Vergrendel het pistool en zet de pomp UIT (O). Zet de knop PRIME/SPRAY op PRIME.
- Verwijder de aanzuigslang van de inlaatklep Wanneer u de blauwe borgring naar boven drukt en de slang tegelijkertijd naar beneden trekt, verwijdert u de retourslang. Reinig grof de buitenkant van beide slangen met een geschikte reinigingsoplossing.
- Reinig de schroefdraad van de inlaatklep (a) met een doek.
- Trek de filterschijf (b) voorzichtig met een tang uit het aanzuigfilter en reinig beide.
- Als de aanzuigeenheid gereinigd is, draait u de aanzuigslang weer op de inlaatklep en zet u de retourleiding weer in het retouraansluitstuk.
- Dompel de aanzuigslang en retourslang in een emmer met nieuwe reinigingsoplossing.
- Zet de knop PRIME/SPRAY op PRIME. Zet de pomp AAN (I) en schiet het pistool af in het afvalvat om de druk te ontlasten.
- Laat de pomp 2-3 minuten draaien om de reinigingsoplossing door het aanzuigstuk te laten circuleren. Zet de pomp uit.
Figuur 17 - Opslag voor langere tijd
- Vul een kopje of een ander reservoir meteen beetje ontkistingsolie of een lichte, huishoudelijke olie.Houd het kopje onder de inlaatklep. Daarbij moet de opening van de klep zich compleet in het oliebad bevinden.
- Leg een lapje over het spuitslangaansluitstuk en zet de schakelaar op AAN (I). Zet de pomp UIT (O) wanneer de olie uit de kom is gezogen.
- Wrijf het toestel, de slang en het pistool volledig schoon met een vochtige doen om de verfresten die zich daar hebben verzameld te verwijderen. Zet de hogedrukslang op het verfslangaansluitstuk.
Figuur 18 - De inlaatklep reinigen

Als u problemen ondervindt bij het prepareren van het toestel, is het misschien nodig de inlaat te reinigen of te repareren. Problemen bij het prepareren kunnen worden voorkomen door de spuit naar behoren te reinigen en de procedure voor opslag voor langere tijd te volgen.
- Verwijder de aanzuigslang en retourslang.
- Verwijder de inlaatklepeenheid (a) met een verstelbare schroefsleutel van het basistoestel.
- Draai het inlaatstuk (a) terug in de spuit.
Onderdelenlijst
Figuur 19 - Aanzuigset
Item Nummer Beschrijving Hoeveelheid
2306606 Aanzuigset....1
Figuur 20 - Spuitpistool / Slang
Item Nummer Beschrijving Hoeveelheid
1 0418717 Pistoolset (zonder mondstuk) .... 1
2 0418708 Spuitmondstuk, L .... 1
3 0418713 Filter, L - XXL+ (wit) 2
4 0418719 Spuitslang, 7,5m, 1/4", geel .... 1
Accessoires
Nummer Beschrijving
0418705 Spuitmondstuk, XS ......Vernis en verf op water-en tinctuurbasis, olie en release agents
0418706 Spuitmondstuk, S ......Synthetische verf op harsbasis, PVC-verf
0418707 Spuitmondstuk, M ......Vernis, grondverf, primer, vulmiddel, latexverf en emulsie voor binnen
0418708 Spuitmondstuk, L ....Vernis, grondverf, primer, vulmiddel, latexverf en emulsie voor binnen, tectyl
0418709 Spuitmondstuk, XL ......Vernis, grondverf, primer, vulmiddel, latexverf en emulsie voor binnen, tectyl
0418711 Filter, XS - S (rood, 2 stuks)
0418712 Filter, M (geel, 2 stuks)
0418713 Filter, L - XXL+ (wit, 2 stuks)
0418715 Reparatieset pompgedeelte (item. 5,6,7,8,9,10,11)
De hierboven opgesomde slijtageonderdelen vallen niet onder de garantievoorwaarden.
Figuur 21 - Handleiding voor de vervanging van de dichting in de pomp
Onderdeelnummer 0418715

Draag altijd oogbescherming tijdens het verrichten van onderhoud aan de pomp. Vergeet niet de drukontlastingsprocedure uit te voeren wanneer u het toestel om welke reden dan ook afsluit, ook voor onderhoud en afstelling. Vergeet niet de stekker van het toestel uit het stopcontact te halen na het uitvoeren van de drukontlastingsprocedure en voor het uitvoeren van onderhoud en afstellingen. De omgeving moet vrij zijn van oplosmiddelen en verfdampen.
Demontage van de pomp
- Verwijder de aanzuigset.
- Verwijder het voorpaneel en de drie bevestigingsschroeven met een kruiskopschroevendraaier T20.
- Verwijder de koppelschroef (1) en ring (2) waarmee de verbindingsbus (3) is bevestigd. De verbindingsbus vormt de verbinding tussen de koppeling (4) en de zuiger (5).
- Trek de verbindingsbus uit met een tang.
- Draai de pompas zodanig dat de zuiger zich helemaal bovenaan bevindt. Dit kunt u doen door te drukken op de koppeling. Dit is noodzakelijk om alle onderdelen te demonteren.
- Schroef de inlaatklepeenheid (6) uit het basistoestel.
- Verwijder de zuigerset door op de zuiger te drukken, naast de koppeling.
- Draai de bovenste moer (7) los en verwijder deze met een verstelbare sleutel.
- Verwijder de versleten afsluitringen met een schroevendraaier of priem. Verwijder de bovenste afsluitring (8) van de bovenzijde en de onderste afsluitring (9) van de onderzijde door tegen de zijkant van de afsluitring te drukken en deze uit te laten springen. Zorg ervoor dat u de behuizing niet beschadigt op de plaats waar de afsluitringen zich bevinden.
- Reinig de plaats waar de nieuwe afsluitringen moeten worden bevestigd.
Monteren van de pomp
- Smeer de nieuwe bovenste afsluitring (8) met een lichte huishoudelijke olie en plaats de ring met de hand (komzijde van de ring omlaag) in de bovenste opening van de behuizing.
- Breng een kleine hoeveelheid smeer aan op de draad van de bovenste moer (7). Zet de bovenste moet op de bovenkant van de behuizing en draai deze aan met een verstelbare sleutel. De bovenste afsluitring wordt zo op de juiste plaats gebracht.
- Zet de pomp ondersteboven. Smeer de dichting van de zuiger en de afdichteenheid (5,9) in, zoals voor de bovenste dichting beschreven. Zet de zuiger met de afdichteenheid in de onderkant van de behuizing.

Probeer NIET de onderste afsluiting van de nieuwe zuiger te verwijderen.
-
Plaats het invoeghulpstuk (10) op de juiste plaats voor het plaatsen van de zuiger/afsluitring. Draai hem volledig vast. Verwijder het invoeghulpstuk.
-
Lijn de zuiger (5) uit met de koppeling (4). Zorg ervoor dat u de zuiger niet beschadigt
-
Breng wat smeer aan in de openingen in de koppeling waar de verbindingsbus (3) wordt aangebracht.
- Plaats de verbindingsbus (3) om de koppeling te verbinden met de zuiger. Hiervoor moet de zuiger mogelijk omhoog of omlaag worden bewogen.
- Plaats de koppelingsschroef (3) en ring (2) om de verbindingsbus vast te zetten.
- Breng de nieuwe O-ring (11) aan op het inlaatklepstuk, smeer deze met lichte huishoudelijke olie, draai deze in de onderkant (inlaat) van de behuizing en draai hem vast met een verstelbare sleutel. De onderste afsluitring wordt zo op de juiste plaats gebracht.
- Zet de pomp ondersteboven en breng enkele druppels lichte huishoudelijke olie aan tussen de bovenste moer (7) en de zuiger (5). Hierdoor wordt de levensduur van de afsluitring verlengd.
- Breng het voorpaneel en de drie (3) schroeven weer aan.
- Breng de aanzuigset aan.
Probleem
| A. De spuit start niet.____B. De spuit start wel, maar zuigt geen verf aan wanneer de knop PRIME/SPRAY op PRIME staat.____C. De spuit zuigt wel verf aan, maar de druk valt weg wanneer de trekker wordt aangetrokken.____D. De knop PRIME/SPRAY staat op SPRAY en toch stroomt materiaal terug door de retourslang.____E. Het spuitpistool lekt.____F. Het spuitmondstuk lekt.____G. Het spuitpistool spuit niet.____H. Het spuitpatroon is ongelijkmatig. | 1. De spuit is niet aangesloten op het stopcontact.2. De schakelaar AAN/UIT staat op de stand UIT (O).3. De spuit is uitgezet terwijl deze nog onder druk stond.4. Er staat geen spanning op het stopcontact.5. Het verlengsnoer is beschadigd of heeft onvoldoende capaciteit.6. Er is een zekering gesprongen in de spuit.7. Er is een probleem met de motor.____1. Het toestel kan niet goed worden geprepareerd of is ontsteld.2. Het verfvat is leeg of de aanzuigslang is niet volledig ondergedompeld in de verf.3. Het aanzuigstuk is verstopt.4. De aanzuigslang zit los bij de inlaatklep.5. De inlaatklep zit vast.6. De inlaatklep is versleten of beschadigd.7. De knop PRIME/SPRAY is verstopt.____1. Het spuitmondstuk is versleten.2. Het inlaatfilter is verstopt.3. Het pistoolfilter is verstopt.4. De verf is te zwaar of te grof.5. Het inlaatklepstuk is versleten of beschadigd.____1. De knop PRIME/SPRAY is vuil of beschadigd.____1. Interne onderdelen van het pistool zijn vuil of versleten.____1. Het mondstuk is niet goed aangebracht.2. Een afsluitring is vuil.____1. Het pistoolfilter of de spuitmond is verstopt.2. Het spuitmondstuk staat in de achterwaartse stand.____1. De druk is te laag ingesteld.2. Het pistoolfilter, de spuitmond of het aanzuigfilter is verstopt.3. De aanzuigslang zit los bij de inlaatklep.4. Het mondstuk is versleten.5. De verf is te dik.6. Drukverlies.____ | 1. Sluit de spuit aan op het stopcontact.2. Zet de schakelaar AAN/UIT op de stand AAN (I).3. Zet de PressureTracTM op maximum (+), of verminder de druk door de knop PRIME/SPRAY op PRIME te zetten.4. Controleer de netspanning.5. Vervang het netsnoer.6. Neem contact op met uw verkooppunt/ dealer.7. Neem contact op met uw verkooppunt/ dealer.____1. Probeer het toestel nogmaals te prepareren.2. Vul het verfvat bij of dompel de aanzuigslang in de verf.3. Reinig de aanzuigset.4. Reinig de slangkoppeling en draai deze stevig aan.5. Reinig de inlaatklep. De inlaat kan vastzitten door de aanwezigheid van oude verf. Gebruik de QuickfloTM-klep om hem los te maken.6. Gebruikt de reparatieset voor het pompgedeelte*.7. Neem contact op met uw verkooppunt/ dealer.____1. Vervang het spuitmondstuk door een nieuwe.2. Reinig het inlaatfilter.3. Reinig of vervang het juiste filter. Houd altijd extra filters bij de hand.4. Verdun of filter de verf.5. Gebruikt de reparatieset voor het pompgedeelte.*____1. Neem contact op met uw verkooppunt/ dealer.____1. Neem contact op met uw verkooppunt/ dealer.____1. Controleer het spuitmondstuk en breng het op de juiste manier aan.2. Reinig de afsluitring.____1. Reinig de spuitmond of het pistoolfilter.2. Zet het spuitmondstuk staat in de voorwaartse stand.____1. Verhoog de druk.2. Reinigen.3. Draai de bevestiging van de aanzuigslang vast.4. Vervang het spuitmondstuk.5. Verdun de verf.6. Zie oorzaken en oplossingen voor probleem C. |
* Voor deze procedures zijn speciale reparatiesets met instructies verkrijgbaar. Zie het gedeelte Onderhoud in deze handleiding voor een lijst met reparatiesets en de corresponderende onderdeelnummers.
Dagelijks onderhoud - Het enige dagelijkse onderhoud dat nodig is, is grondige reiniging en smering na gebruik. Voer de reinigings- en smeringsprocedures in deze handleiding uit.
Uitgebreid onderhoud - Sommige onderdelen van de pomp zijn aan slijtage onderhevig en moeten uiteindelijk worden vervangen. De enige betrouwbare indicator voor het tijdstip waarop versleten onderdelen moeten worden vervangen, is echter de werking van de pomp. Raadpleeg het gedeelte Problemen oplossen voor meer informatie over het gebruik van de reparatiesets.
Produktaansprakelijkheid
Op basis van een EG-richtlijn met ingang vanaf 1 januari 1990 is de producent enkel dan aansprakelijk voor zijn produkt, indien alle gebruikte onderdelen door de producent zelf zijn vervaardigd of door de producent werden vrijgegeven en ook indien het apparaat op een deskundige manier wordt gemonteerd en gebruikt.
Bij gebruik van andere toebehoren en onderdelen kan de aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk vervallen. In extreme gevallen kan door de bevoegde instanties (ongevallenverzekering en arbeidsinspectie) het gebruik van het hele apparaat worden verboden.
Met originele WAGNER-toebehoren en -onderdelen heeft u de zekerheid dat aan alle veiligheidsvoorschriften is voldaan.
Garantieverklaring
De garantieperiode bedraagt 24 maanden in het geval van particulier gebruik en 12 maanden in geval van commercieel gebruik. Als de hoeveelheid verf die door het toestel wordt verwerkt meer bedraagt dan 1000 liter, wordt geacht sprake te zijn van commercieel gebruik. We verlenen de volgende werkgarantie voor dit toestel:
Alle onderdelen die binnen de garantieperiode onbruikbaar zijn geworden of waarvan de bruikbaarheid aanzienlijk is geschaad na het moment waarop het toestel aan de koper is overhandigd als gevolg van omstandigheden die dateren van voor het moment van overhandiging, met name als gevolg van tekortkomingen in het ontwerp, de gebruikte materialen of de uitvoering, worden zonder kosten naar onze keuze gerepareerd of vervangen.
Er wordt geen garantie geboden voor schade als gevolg van een van de volgende oorzaken: onoordeelkundig of onjuist gebruik, verkeerde montage of opstarten door de koper of door derden, normale slijtage (versleten onderdelen worden niet gedekt door de WAGNER-garantie), verkeerde behandeling, met name ontoereikende reiniging en onderhoud, ongeschikte spuitmaterialen, vervangende materialen en chemische, elektrochemische of elektrische invloeden, voor zoverre de schade niet aan ons te wijten is. Schurende verfmaterialen, zoals dispersie, glazuur, kwartsgrondverf, schurende stoffen, enzovoort, verkorten de levensduur van kleppen, pakkingen, spuitpistolen, mondstukken, cilinders, zuigers, filters, slangen, afsluitringen, enzovoort. Slijtage als gevolg hiervan valt niet onder deze garantie. Dit toestel is niet ontworpen voor gebruik in ploegendiensten of voor uitleen of verhuur - dit soort gebruik is uitgesloten van de garantie.
De vervanging van een onderdeel leidt niet tot verlenging van de garantieperiode van het toestel.
Het toestel moet onmiddellijk na ontvangst worden geïnspecteerd. Zichtbare defecten dienen schriftelijk te worden gemeld binnen 14 dagen na ontvangst van het toestel om aanspraak te kunnen maken op de rechten die voortvloeien uit de aanwezigheid van deze defecten.
We behouden ons het recht voor de garantie te laten uitvoeren door een gecontracteerd bedrijf.
Reparaties die verdergaan dan wat in de gebruiksaanwijzing wordt beschreven, mogen uitsluitend worden uitgevoerd in onze fabriek. In geval van aanspraak op garantie of reparatie dient u contact op te nemen met de vakhandel waar u het toestel hebt aangeschaft.
Om aanspraak te kunnen maken op de garantie dient u de factuur en leveringsbon of het aankoopbewijs te overhandigen.
Als bij controle blijkt dat de reparatie niet onder de garantie valt, wordt de reparatie uitgevoerd op kosten van de koper.
Vorderingen jegens Wagner die zijn gebaseerd op of veroorzaakt door het niet of onvoldoende functioneren van het toestel zijn niet ontvankelijk.
We maken duidelijk dat de garantieverklaring geen beperkingen stelt aan wettelijke rechten of de rechten die contractueel zijn overeengekomen in het kader van onze algemene verkoopvoorwaarden.
J. Wagner GmbH
Niet aansprakelijk voor fouten en wijzigingen
Aanwijzing voor afvalverwerking:
Conform de Europese Richtlijn 2002/96/EG voor afvalverwerking van oude elektrische apparatuur en diens uitvoer volgens nationaal recht, mag dit product niet in het huisval worden gedeponeerd, en dient het milieuvriendelijk te worden gerecycled!


Uw oude Wagner-apparaat wordt door ons resp.
onze handelsvertegenwoordigingen teruggenomen en op de betreffende inzamelpunten gedeponeerd. Wendt u zich in dit geval aan één van onze service-contactpunten, resp. handelsvertegenwoordigingen of direct aan ons.
DK
Bortskaffelse:
Documentatieverantwoordelijke
CE Verklaring van overeenstemming
Hiermede verklaren wij, dat de in de handel gebrachte machine
WAGNER Project Pro 117 - 0418B
voldoet aan de eisen van de in het vervolg genoemde bepalingen:
Gebruikte geharmoniseerde normen, in het bijzondere:
EN 60335-1:2002+A11:2004+A1:2004+A12:2006+A13:2008
+A14:2010,
EN ISO 12100:2010, EN 1953:1998+A1:2009,
EN 55014-1:2006+A1:2009, EN 55014-2:1997+A1:2001+A2:2008,
EN 61000-3-2:2006+A1:2009+A2:2009, EN 61000-3-3:2008
J. Caeid



