SON 90 A1 - Naaimachine SILVERCREST - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SON 90 A1 SILVERCREST in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SON 90 A1 SILVERCREST
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SON 90 A1 - SILVERCREST en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SON 90 A1 van het merk SILVERCREST.
GEBRUIKSAANWIJZING SON 90 A1 SILVERCREST
Flatlocknaht als Ziernaht
Gebruik in overeenstemming met bestemming 111
Veiligheidsvoorschriften 111
Inhoud van de verpakking 112
Apparaatbeschrijving 113
Bovenste mes in ruststand zetten 113
Naaldinformatie 113
Inzefstuk bovenste griper 113
Frontklep openen 114
Voorbereidingen 114
Voetpedaal aansluiten 114
Naaisnelheid aansturen 114
Veiligheidsschakelaar 114
Afvalreservoir bevestigen 114
Naald(en) verwijderen 115
Naald(en) inzetten 115
Handwiel bedieren 115
Instellen van de draadboom 115
Inrijgen 116
Algemene voorschriften voor het inrijgen 116
Bovenste grijperdraad inrijgen (rood) 116
Onderste grijperdraad inrijgen (geel) 118
Draad voor rechter naald inrijgen (groen) 119
Draad voor linker naald inrijgen (blauw) 121
Testloop 122
Draadtransfer (aan elkaar knopen) 123
Instellen van de steeklenge 123
Instellen van de naadbreedte 123
...door het gebruik van de rechtter of linker naald 123
... door draaien van de naadbreedte-instelknop 124
Instellen van de naadbreedte-instelknop 124
DrukaaS je instellen 124
Differentieel transport 125
Wijze van functioneren 125
Opgenomen overlocknaad - instellingen 125
Uitgerekte overlocknaad - instellingen 125
Vrije arm-naaien 126
Lees de gebruiksaanwijzing vór het eerste gebruik aandachtig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik. Als u het apparaat van de hand doet, geef dan ook de gebruiksaanwijzing mee.
| Overlocknaden | 127 |
| Rolzomen | 127 |
| Afkanten en testnaaien | 128 |
| Aanbevolen spanningsinstallingen | 128 |
| 2-draad-overhandse-kettingsteek (overlock) | 129 |
| 2-draad-overhandse-steel | 130 |
| 3-draad-kettingsteek (overlock) | 131 |
| 3-draad-flatlocknaad | 132 |
| 3-draad-overhandse-kettingsteek (overlock) | 133 |
| 3-draad-veiligheidssteek, sterk rekbaar, geimiteerd | 134 |
| 4-draad-veiligheidssteek, sterk rekbaar, geimiteerd | 135 |
| Rolzomen | 136 |
| 3-draad-rolzoomam | 136 |
| 3-draad-bovenste griper-overhandse-rolzoomam | 136 |
| 2-draad-rolzoomam | 137 |
| 2-draad-onderste griper-overhandse-rolzoomam | 137 |
| Flatlock-siernaden | 138 |
| Flatlocknaad als montagenaad | 138 |
| Flatlocknaad als siernaad | 139 |
| Overlock-blinde zomen | 139 |
| Haarbiezen | 139 |
| Hoeken naaien | 140 |
| Buitenhoeken | 140 |
| Binnenhoeken | 140 |
| Tips en handigheidjes | 141 |
| Spelden insteken | 141 |
| Lege draadketting borgen | 141 |
| Naadversterking | 141 |
| Omboorden | 141 |
| Onderhoud en reiniging | 142 |
| Reinigen en smeren | 142 |
| Onderste mes verrangen | 142 |
| Opbergen | 143 |
| Milieurichtlijnen | 143 |
| Garantie en service | 143 |
| Importeur | 143 |
| Problemen oplossen | 144 |
Gebruik in overeenstemming met bestemming
De overlock-naaimachine is bested ...
- voor gebruik als verplaatsbaar apparaat,
- voor het afwerken van zoomranden (afhechten) van textiel bestemd voor huishoudelijk gebruik en ...
-uitsluitend voor gebruik in het privéhuishouden.
De naaimachine is nicht bestemd ...
- voor een vaste opstelling,
- voor de verworking van andere materiaielen (bijvoorbeeld leer, tent-en zeildoek en vergelijkbare zware stofsoorten),
- voor gebruik in bedrijfsmatige of industrielle omgevingen.
Veiligheidsvoorschriften
In de omgang met een naaimachine kan men net als bij elk ander elektrisch apparatusaat gewond raken en in levensgevaar komen. Om dit te voorkomen en om
veilig te werken:
- Haal alsijd de netstekker uit het stopcontact wonneer u zich met de machine werkt. Zo voorkomt u gevaar voor ongelukken door onbedoeld inschakelen.
- Haal eerst de stekker uit het stopcontact, voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Zo voorkomt u levensgevaar door een elektrische schok. De LED-lamp kan Niet verrangen worden.
- Trek de netstekker Niet aan het snoer uit het stopcontact. Pak bij het uittrekken de stekker en Niet het snoer vast.
- Gebruik de naaimachine uitsluitend in droge ruimtes.
- Laat beschadigde netstekkers of netsnoeren onmiddelijk door geautorieerd en deskundig personeel of door de klantenservice verrangen, om gevaarlijke situatuies te vermijden.
- Dit apparaat is Niet bedoeld voor gebruik door Personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijkke vermogens of met gebrek aan ervaring en/of gebrek aan kennis, tenzij ze onder toezicht staan van een voor hun verilgheid verantwoordelijkke persoon of van die persoon aanwijzingen krijgen voor het gebruik van het appaarat.
- Bij kinderen is supervisieoodzakelijk om ervoor te zorgen dat ze Niet met het apparaat spelen.
- Gebruik de machine nooit met geblokkerde ventilatieoppeningen. Houd de ventilatieoppeningen van de machine alsmede de voetschakelaar vrij van pluisjes, stof en stofafval.
- Als het netsnoer, dat is verbonden met het voetpedaal, beschadigd is,要去 dit door de fabrikant of zich klantenservice of een vergelijkbaar gekwalificierde persoon worden verrangen om risico's uit te sluiten.
Waarschuwing voor letsel en materialei schade:
- Zorg dat de werkplek op orde is. Als de werkplek Niet op orde is, kan dat ongelukken tot gevolg hebben.
Zorg voor een goede verlichtingijdens het werkken! - Draag geen wijde kleding of sieraden, waar dat die door bewegende delen+kennen worden gegrepen. Heeft u langhaar, draag dan tevens een haarnetje.
- Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stevige ondersteuning en zorg algijd voor evenwicht.
- Wanner engelukken können worden herleid tot onzorgvuldigheid in de omgang met het apparaat of wanner de veiligheidsvoorschriften in de handleiding Niet in acht zijn genomen, aanvaardt de fabrikant geen aansprakelijkheid voor dergelijk schade.
- Nooit de ventilatieopeningen afdekken! Gevaar voor oververhitting!
- Houd de naaimachineolie uit de buurt van kinderen.
- In geval van inslikken of oogcontact met de naaimachineolie meteen medische hulp zoeken.
Overlock-naaimachine
Olie
Afvalreservoir
Accessoirebox
Gebruiksaanwijzing
| Reservemes (onder) | |
| 2 naalden nr. 114 naalden nr. 14(2 vooraf geinstalleerd in de machine) | |
| 4 kloskappen | |
| Inzetstuk bovenste grijper | |
| Gewone schroevendraierklein | |
| Gewone schroevendraaier groot | |
| Afdekkap | |
| Pincet | |
| Kwastje met geinte-greerde lostorner |
De accessoires vindt u in de accessirebox aan de zichkant van de machine (afb.1).

Technische gegevens
Aantal draden 2,3 of 4
Aantal naalden 2 of 1
Naaisnelheid ca. 1200 rpm
Steekbreedte
rechts: 3,0 mm - 4,5 mm
links: 5,2mm - 6,7mm
Steeklength 1-4mm
Naalden HA x 1 nr. 11-14 of 130/705 nr. 75-90
Vermogen: 90W
Nominale spanning: 220 - 240 V ~, 50Hz
Het geluidsdrukniveau bij gewone bedrijfsvoorwaarden bedraagt 78dB(A).
Voetpedaal
Gebruik bij deze naaimachine alleen het meegeleverde voetpedaal:
-
ELECTRONIC FDM Speed Controller
-
Type KD - 2902
Op de Voorste uitvouwagina:
1 Draadboom
Klospen
3 Garenklos-centreerder
4 Hendel naaivoetje
5 Instelwiel voor de steeklengthe
6 Handwiel
7 Aansluiting voetpedaal/netspanning
Aan/Uit-knop (On/Off-schakelaar)
Hendel differentieel transport
10 Frontklep
11 Steunplaat van de naadbreedte-vinger
12 Vrije arm
13 Steekplaat
Keuzeschakelaar voor draadspanning (linker naald)
15 Keuzeschakelaar voor draadspanning (rechter naald)
Keuzeschakelaar voor draadspanning (bovenste grijper)
17 Keuzeschakelaar voor draadspanning (onderste grijper)
Op de awhilee uivvouwagina:
18 beweegbaar bovenste mes (bovenste mes)
Bovenste grijper
Onderste gripper
Naivoetje
22 vaststaand onderste mes
Naadbreedte-schakelaar
24 Naadbreedte-instelknop
Bovenste mes in ruststand zetten
U moet voor bepaalde naadsoorten, of om de instelknop voor de naadbreedte 2 gemakkelijker te bedieren, het bovenste mes 18 in rust-stand zetten.
Drukhiervoor het bovenste mes 13aar rechts en draai het een beetje, zodate het vastzit (afb.2 en 3).

Afb. 2

Afb. 3
Naaldinformatie
Deze machine gebruikt in de handel verkriijgbare nainaalden met platte schacht voor naaimachines. Deze voorkomen het verkeerde inzetten van de naalden. U kunt deze naalden in de vakhandel kopen.
U kunt naalden in de groote 11 en 14 in de machine inzetten.
De tabel hiernaast geeft u een kort overzicht over de verschillen bij het gebruik van een naald (uitgebreide informatatie waarover die hoofdstuk „Instellen van de naadbreedte").
| Naad-breedte | 3,5 mm | 5,7 mm |
| Gebrachte naald | rechte naald | linker naald |
| Keuzeschakelaar voor draadspanning | groen | blauw |
| ® | ® |
Inzetstuk bovenste grijper
Bij someday steeksoorten heeft u het bovenste grijper-inzetstuk nodig.
Wonneer u dit moet insteken is beschreiben bij de afzonderlijke steeksoorten.
Steen dekleine draad van achefteren in het oog van de bovenste grijper 19 en de plastic bout aan het andere einde van voren in het gat in de bovenste grijper 19 (afb.4a).
U kunt het bovenste grijper-inzetstuk in de steeplaats achefter de frontklep 10 bewaren (afb.4b).

Let op!
Zet de machine altijd uit met de aan/uit-knop 8, als u de frontklep opent. Letselgevaar!
Schuif de frontklep 10 maar rechts (A) en trek deze dan maar u toe (B) (afb. 5). Achter de frontklep 10 ziet u de gripperruimte.
① Opmerking:
tijdens het naaien要去 de frontklep 10 gesloten zich!
Voorbereidingen
Plaats de overlockmachine op een stabel, egaal oppervlak. Zorg voor voloende Licht op uw werkplek.
Voetpedaal aansluten
- Steek de steker van het voetpedaal in de aansluiting voor het voetpedaal 7.
- Steek de netstekker in een stopcontact.
Om de machine aan te zetten, drukt u op de aan/uit-knop 8.
Let op!
Bij het verlaten van de machine of vór onderhoudswerkzaamheden algijd de stekker uit het stopcontact halen. Letselgevaar!
Naaisnelheid aansturen
De naaiselheid worden aangestuurd via het voetpedaal. De naaiselheid kan worden veranderd, doordat men meer of minder druk uitoefent op het voetpedaal.
Veiligheidsschakelaar
Deze machine is uitgerust met een micro-veiligheidsschakelaar. U kunt de machine Niet starten als de frontklep 10 openstaat. Sluit de frontklep 10, voordat u begint te naaien.
Afvalreservoir bevestigen
Het afvalreservoir vangt afgesneden materiaal op tijdens het naaien, zodat uw werkplek schoon blift.
Schuif eerst de beiden vergrendelingen (A) in de opnamegaten (B) (afb. 6).
- Voer dan de beiden vergrendelingen (C) in de opnamegaten (D) (afb. 7).
- Om het afvalreservoir er wee af te nemen, trekt u het waar voren en kantelt u hetহ bij een beetje (afb. 8).


Naald(en) verwijderen
Let op!
Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de naalden verwisselt. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar!
Tip
Het verrangen van de naalden is gemakkelijker, als u het vrije arm-deksel er eerst afhaalt (afb. 9a)!
- Draai het handwiel maar u toe, totdat de naalden in de bovenste stand staan (afb. 9b).
- Maak de naaldschroeven met dekleine schroevendraier zo ver los, dat de naald loslaat (afb. 10).
- Verwijder de naalden.
Naald(en) inzetten
Let op!
Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de naalden verwisselt.
Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar!
- Houd de naald met de afgevlakte kant maar achteren.
- Schuif de naald zo ver als het gaat in de naaldhouser.
- Draai de naaldschroeven met dekleine schroevendraaier vast (afb. 10).
Handwiel bedieren
① Opmerking:
draai het handwiel ⑥ altijd alleen maar u toe (afb. 9b).
Instellen van de draadboom
- Trek de draadboom ① vór het inrijgen er helemaaluit (afb.11).
- Draai de draadboom ① zodenig, dat de draadgeleidingen precies boven de klospennen ② staan.
- In correcte stand klikken de beiden scharnierdelen van de draadboom ① er hoorbaar in.
- Zet de klosjes garen op de garenklos-centreringen. Als u geen industrielle klossen gebruikt, haalt u de garenklos-centreringen eraf. Schuif telkens een kloskap over het klosje garen (afb. 12). Zo worden deze bij het naaien op+zijn plaats gehonden.




Afb. 11

Afb. 12
① Opmerking:
bij levering+zijn alle 4 draden al ingeregen. U kurz direct beginnen te naaien.
Als u de garens wilt verrangen en alle 4 draden zich nog ingeregen, dan gaat u te werk, Zoals beschreiben in het hoofdstuk „ Draadtransfer (aan elkaar knopen)".
Wilt u de draden helemaal opniew inrijgen, moet u te werk gaan, zoals beschreiben in dit hoofdstuk „Inrijgen".
Algemene voorschriften voor het inrijgen
Let op!
Zet de aan/uit-knop ⑧ alvorens in te rijgen algtd eerst op „O" (uit) en haal eerst de stekker uit het stopcontact. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparatusaat. Anders bestaat er letselgevaar!
Correct inrijgen is belangrijk om te voorkomen dat de steken onregelmatig worden en de draad aft Scheurt.
Achter de frontklep 10 bevindt zich een diagram met een handleiding voor het inrijgen. Bovendien zijn de draadgeleidingen in verschillende kleuren gemarkeerd.
In de accessoirebox zit een pincet om het inrijgen gemakkelijker te make.
Het inrijgen gebeurt in deze volgorde (afb.13/14):
- Eerste stap: bovenste grijperdraad (rood)
- Tweede stap: onderste grijperdraad (geel)
- Derde stap: draad voor de rechter naald (groen)
- Vierde stap: draad voor de linker naald (blauw)
① Opmerking:
als alle draden ingeregen zijn en de onderste grijperdraad raakt los, gaat u als volgt te werk:
- De beide draden van de naalden uitrijgen.
- Dan de onderste grijperdraad inrijgen.
Dan erst de draden van de de beide naalden weeinrijgen.
De naalden要去 altijd als LASTe ingeregen worden!
Om het te vereenvoudigen zijn de afzonderlijke stappen op de afbeeldingen genummerd.
Bovenste grijperdraad inrijgen (rood)
Let op!
Zet de aan/uit-knop 8 alvorens in te rijgen algtd eerst op „O" (uit) en haal eerst de stekker uit het stopcontact. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparatus. Anders bestaat er letselgevaar!
Gebruik alkijd de afbeeldingen hiernaast als hulpmiddel.
Afbeelding 15 toont het draadverloop van de bovenste grijperdraad. De afzonderlijke inrijg-plaatsen zijn genummerd en navolgend nader beschreiben.
- Open de frontklep 10.
- Voer de draad van acheteren maar voren door de draadboom 1 (1).

4312
Afb. 13

Afb. 14

Afb. 15
-
De draad in de draadgeleiding inrijgen, door de draad waar onderen te trekken, totdat hij onder de draadgeleiding glijdt (2) (afb. 16).
-
Houd de draad met de vingers vast, voer.Deze tussen de schijven van de draadspanning-keuzeschakelaar 16 door en trek hem dan omlaag (3) (afb. 17).
Opmerking:
de draad要去 correct tussen de beiden schijven van de draadspanningkeuzeschakelaar 16 liggen.
- De draad in de gripperruimte volgens de rode markeringen inrijgen (afb. 18).
- Trek de draad van voren maar achefteren door de bovenste grijper 19.
- Trek ca. 10 cm draad door de grijper en legudge zichter de stekplaat 18.


Afb. 17

Afb. 18
Onderste grijperdraad inrijgen (geel)
Let op!
Zet de aan/uit-knop ⑧ alvorens in te rijgen algtdijd eerst op „O" (uit) en haal eerst de stekker uit het stopcontact. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar!
Afbeelding 19 toont het draadverloop van de onderste grijperdraad. De afzonderlijke inrijg-plaatsen zijn genummerd en navolgend nader beschreven.
- Voer de draad van acheteren maar voren door de draadboom ① (1).
-
De draad in de draadgeleiding inrijgen, door de draad waar onderen te trekken, totdat hij onder de draadgeleiding glijdt (2) (afb. 20).
-
Houd de draad met de vingers vast, voer deze:tussen de schijven van de draadspanning-keuzeschakelaar 17 door en trek hem dan omlaag (3) (afb. 21).
① Opmerking:
de draad moet correct:tussen de beide schijven van de draadspanningkeuzeschakelaar 17 liggen.
- Draai het handwie! maar u toe, totdat de onderste grijper 20 helemaal rechts staat.


Afb. 20


Afb. 21
- De draad in de gripperruimte volgens de rode markeringen inrijgen (4-8) (afb. 22).
- Houd de draad ca. 4 cm van de draadgeleiding met het pincet vast (afb. 23).
- Voer hem nu met het pincet van links Licht onder de draadgeleiding.
- Trek de draad maar boven in de draadgeleiding (9).
- Voer de draad maar achteren en over het bovenste einde van de onderste grijper 20 (10A) (afb. 23).
- Trek de draad verwolgens voorzichtigig omlaag, zodate hij in de uitsparing van de gripper glijdt (10B) (afb. 23). Gebruik voor deze stap ook de tekening, die op de machine is geplaatst!
- Voer de draad door het grijper-oog (11). De draad moet in de groef van de onderste grijper 20 verlopen (afb. 23).
- Trek ca. 10 cm draad door de grijper en leg hem over bovenste griper 19 en stekplaat 18 maar zicheren.

Draad voor rechter naald inrijgen (groen)
Let op!
Zet de aan/uit-knop ⑧ alvorens in te rijgen algtd erst op „O" (uit) en haal eerst de stekker uit het stopcontact. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar!
Afbeelding 24 toont het draadverloop van de rechter naalddraad. De afzonderlijke inrijg-plaatsen zijn genummerd en navolgend nader beschreiben.
- Voer de draad van achefteren maar voren door de draadboom 1 (1).

- De draad in de draadgeleiding inrijgen, door de draad waar onderen te trekken, totdat hij onder de draadgeleiding glijdt (2) (afb. 25).
- Houd de draad met de vingers vast, voer deze:tussen de schijven van de draadspanning-keuzeschakelaar 15 door en trek hem dan omlaag (3) (afb. 26).
① Opmerking:
de draad moet correct:tussen de beide schijven van de draadspanningkeuzeschakelaar 15 liggen. - De draad volgens de groene markeringen inrijgen (4-7) (afb. 27/28).
- Voer de draad door de rechter naald (8) (afb. 28).
- Leg de draad maar achefteren onder de naaldvoet 21.


Draad voor linker naald inrijgen (blauw)
Let op!
Zet de aan/uit-knop 8 alvorens in te rijgen algtd erst op „O" (uit) en haal eerst de stekker uit het stopcontact. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar!
Afbeelding 29 toont het draadverloop van de linker naalddraad. De af-zonderlijke inrijg-plaatsen zijn genummerd en navolgend nader beschreiben.
-
Voer de draad van acheteren maar voren door de draadboom ① (1).
-
De draad in de draadgeleiding inrijgen, door de draad maar onderen te trekken, totdat hij onder de draadgeleiding glijdt (2) (afb. 30).
-
Houd de draad met de vingers vast, voer deze:tussen de schijven van de draadspanning-keuzeschakelaar 14 door en trek hem dan omlaag (3) (afb. 31).
① Opmerking:
de draad要去 correct tussen de beiden schijven van de draadspanningkeuzeschakelaar 14 liggen.



Afb. 31
-
De draad volgens de groene markeringen inrijgen (4-6) (afb. 32/33).
-
Voer de draad door de linker naald (7) (afb. 33).
- Leg de draad maar achteren onder de naaldvoet 21.

Testloop
Als er voor de eerste keer draad worden ingeregen, of draad moet worden ingeregen nadat de draad was gescheurd, dan gaat u als volgt te werk:
Til het naaivoetje op.
Houd het uiteinde van de draadCUS tussen de vingertoppen van de linkerhand, draai het handwiel 6 langzaam twee of drie keer maar u toe en controllerer de draad opnieuw.
Leg de stof voor een testloop onder het naaivoetje 21 en begin langzaam met naaien.
De stof wordenat automatisch toegevoerd.
Als het werk klaar is, naait u verder totdat zich een ongeveer 5cm (2") Lange draadketting heeft gezvormd aan het einde van de stof.
Knip de draden door met een schaar.
Gaat u als volgt te werk, dan is het verwangen van de draden heb eenvoudig:
- Knip het garen af boven de klospennen ② (afb. 34) enzet de neue klosjes garen op de klospennen ②.
- Knoop de uiteinden van oud en nieuw draad aan elkaar (afb. 35).
- Zet de keuzeschakelaar voor de draadspanning 14/15/16/17 op "0" (afb. 36) en til het naaivoetje 2 op.
- Trek aan het andere uiteinde van het garen, totdat de knopen onder het naaivoetje ② doorkomen.
- Bij het inrijgen in de naalden trekt u aan de andere uiteinden, totdat de knopen in de ogen van de naalden zich en dan knipt u het garen links en rechts van de knopen af. Vervolgens opnieuw inrijgen.


Afb. 35
Afb. 36
Instellen van de steeklength
De steeklengte kan worden ingesteld in negen stappen van 1,0 tot 4,0 mm.
Vrijwel alle overlock-werkzaamheden worden uitgevoerd met een steenklangte van 2,5 - 3,5 mm..
Draai aan het instelwiel voor de steeklengte ⑤ (afb. 37), om de steeklengte in te stellen:
- Voor de meeste naaiwerkzaamheden is een steeklengte van 3 mm aan te raden.
- Voor de verwerking van zware stoffen is een steeklengte aan te raden van 4mm .
- Voor de verwerking vanlichte stoffen is een steeklengte aan te raden van 2 mm.
Met deze instellingen krijgt u keurige naden en de stof worden nicht gerimpeld.
Instellen van de naadbreedte
De breedte van de naden kan worden bepaald door de naaldpositie te veranderen en door middel van de instelknop voor de naadbreedte 24.
...door het gebruik van de rechter of linker naald
De breedte van de naad kan door het gebruiken van de linker of de rechtter naald worden bepaald.
- Alleen de linker naald worden gebruikt: 5,7 mm
- Alleen de rechter naald worden gebruikt: 3,5 mm

Afb. 37
... door draaien van de naadbreedte-instelknop
Met de naadbreedte-instelknop 24 kan de naadbreedte binnen de onder aangegeven bereiken worden ingesteld.
- Alleen de linker naald wordt gebruikt: 5,2 - 6,7 mm
Allelen de rechter naald worden gebruikt: 3,0-4,5 mm
Instellen van de naadbreedte-instelknop
Let op!
Zet voor de instellenen aan de naadbreedte-instelknop 24 de aan/uit-knop 8 altijd op „O“ (uit). Dat voorkomt onbedoeld starten van het apparaat en zodoende letselgevaar!
- Open de frontklep 10, daardoor kan de instelling gemakkelijker gedaan worden.
- Draai de naadbreedte-instelknop 24 op de gewenste naadbreedte (afb. 38). Richt u zich waar bijশne schaalverdeling op de stekplaat 18 (afb. 39).

Afb. 38

Afb. 39
Druk naaivoetje instellen
Bij levering is de druk van het naaivoetje ingesteld op gemiddeld zware materialen.
Als u zwaardere oflichtere materialen gebruikt, stelt u de druk van het naaivoetje als volgt in:
- Voor lichte stoffen要去 druk reduceren.
- Voor zware stoffen要去 de druk verhogen.
Steek dekleine schroevendraaier in het gat op de bovenzijde van de machine (afb. 40).Hier bevindt zich de instelschroef voor de druk (A). Verzekert u zich ervan, dat de schroevendraaier in de sleuf van de instelschroef voor de druk (B) grijpt (afb. 41).
- Draai de schroevendraier in richting _n + ^ als u de druk wilt verhogen.
- Draai de schroevendraier inrichting „" als u de druk wilt verlagen.
① Opmerking:
om de standard druk van het naaivoetje zoals.Deze af fabriek was ingesteld wee in te stellen, draait u de instelschroef voor de druk zo ver als het gaat gegen de wijzers van de klok in (-). Draai dan 6 omwentelingen met de wijzers van de klok mee (+)
De standaard druk van het naaivoetje is wee ingesteld.

Afb. 40

Wijze van functioneren
De machine beschicht over twee sets van transporteurs met tandstangen, één aan de voorzijde en één aan dechterzijde. Deze beiden sets bewegen onafhankelijk van elkaar. Door het differentieel transport+kennen de beide sets tandstangen met verschillende snugleden bewegen.
Daardoor wordt het nigaigoed gerekt of opgenomen, maar gelang, weil transportverschil is ingesteld:tussen de voorste en deijkenst vooruit stuwende tandstangen.
Met behulp van het differentieel transport kannen interessante effecten worden bereikt bij het naaien van overlock-naden aan stretchmaterialen en schuin gesneden textiel (afb. 43).
① Opmerking:
als de hendel voor het differentieel transport op „1.0" staat, komt dat overeen met een differentieel transport-verhouding van 1:1. Beide vooruit stuwende tandstangen bewegen even snel (afb. 42).
De hendel voor het differentieel transport kan worden ingesteld in een bereik van 1:0,7 tot 1:2,0.

Opgenomen overlocknaad - installingen
De opgenomen overlocknaad is geschikt voor het ploieten van mouwen, rug-bovenstukken, rokzomen etc.uit elastische materialen, zoals breisels en jersey. Zij要去 voor het aan elkaar naaien van de afzonderlijke delen worden aangebracht.
- Zet de hendel voor differentieel transport op een hogere waarde dan 1,0 (afb. 44). De juiste instelling is afhankelijk van de te verwerken stof en van de gewenste plooiing.
Maak waarom altid een testnaad, om de instellingen te testen.
Uitgerekte overlocknaad - instellingen
De uitgerekt overlocknaad is geschikt voor golfeffecten aan sierkragen, mouwen en rokzomen etc. bij zachte, rekbare weefsels en bij breisels.
- Zet de hendel voor differentieel transport op een lagere waarde dan 1,0 (afb. 45). De juiste instelling is afhankelijk van de te verwerken stof en van de sterkte van het gewenste "golfeffect".Maak waarom altijd een testnaad, om de instellenen te testen.
- Houd de naad voor enchter het naaivoetje ③ Licht vast, om het textiel op spanning te honden.

Afb. 44

Afb. 45
① Opmerking:
als u aan het instelwiel voor de steeklente ⑤ een waarde van „3" of hoger hebft ingesteld, dan wordt deze instelling automatisch terug op „3" gezet, als u de hendel voor differentieel transport ⑨ op 2.0 instelt.
Om kokervormig textiel, zoals bijvoorbeeld mouwen of broekspijpen te bewerken, kut u het vrije arm-deksel verwijderen.
-
Haal, indien gemonteerd, het afvalreservoir van de machine.
Schuif het vrije arm-deksel maar links en trek het eraf (afb. 46). -
U=knt nu het textiel over de vrije arm 12 trekken en het bewerken (afb.47).
- Om het vrije arm-deksel er weeper op te zetten, schuift u dit zo ver over de vrije arm 12, totdat het vastklikt en vastzit (afb. 48).


Afb. 47

- Open de frontklep 10.
Schuif de naadbreedte-schakelaar op „S“, zodate de naadbreedte-vinger voorgeschoven worden (1)(afb. 49).
① Opmerking:
de naadbrendte-schakelaar moet tot aan de aanslag geschoven worden. Anders worden de naden Niet netjes.

Rolzomen
- Open de frontklep 10.
Schuif de naadbreedte-schakelaar 6 op ^ , zodate de naadbreedte-vinger teruggeschoven wordt (1)(afb. 50).
① Opmerking:
de naadbrendte-schakelaar moet tot aan de aanslag geschoven worden, anders worden de naden Niet netjes.

Afkanten en testnaaien
Leg alle draden onder het naaivoetje ②aar achefteren,lichtaar links, over de steeplaat 13.
- Houd de draden onder lichte spanning vast.
- Draai het handwiei 6 2 tot 3 omwentelingen maar u toe, om de vorming van de lege draadketting te beginnen.
Laat het naivoetje 21 zakken aan de naivoet-hendel 4.
- Houd de lege draadketting waar vast en activeer voorzichtig het voetpedaal, totdat de lege draadketting ca. 5 - 7,5 cm lang is.
- Leg het textiel van voren onder het naivoetje en naai een testnaad (afb. 51). In geen geval waar bij aan het textiel trekken, aangezien anders de naald verbogen worden en zichs afbrekt.
- Naai ook nog ca. 15 - 20 cm door, nadat het textiel op is.
- Snijd de lege draadketting met het snijmes anschter de machine af (afb. 52).

Afb. 51

Afb. 52
Aanbevolen spanningsinstellungen
① Opmerking:
alle aanduidingen over de spanningsinstellingen voor verzillende steeksoorten zijn slechts richtgetallen. De spanning is altiid gerelateerd aan soort en sterkte van het naaigoed, naalddikte, evenals sterkte, soort en materiaalsamenstelling van de draad.
Daarom is het beslistoodzakelijk, om een testnaad te naaien. Alleen zo kurz u zien, of de spanningsinstellungen correct zijn, of nog veranderd要去en worden.
2-draad-overhandse-kettingsteek (overlock)
Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 53.
Deze steck met een naald en 2 draden worden gebruikt voor het afwerken van kanten bij lichte en rekbare stoffen. Door de naaldpositie te veranderen krijt men een smalle of brede kettingnaad.
Zet de draadspanning-keuzeschakelaar 15 16 17 op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruekte materiaal.
Steen voor deze steeksoort het inzetstuk voor de bovenste grijper in de bovenste grijper 19.
| Textiel | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| lichte stof | 2,0 | - | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 0 |
| middelzware stof | 2,5 | - | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 0 |
| zware stof | 3,5 | - | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 0,5 |
| Textiel | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| lichte stof | - | 1,5 | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 0,5 |
| middelzware stof | - | 1,5 | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 0,5 |
| zware stof | - | 3,0 | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 1,5 |
Lijkt de onderste grijperdraad te strak of de naalddraad te los (afb. 54):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad ① (geel) op een lager getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw 14 of groen 15) op een hoger getal.
Lijkt de onderste griper-draad te los (afb. 55), draaait u de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste griper-draad 1 (geel) op een hoger getal.
| Naald-positie | |
| Naadbreedte-schakelaar | S |
| Steeklengthe | 2 - 4 |
| Inzetstuk bovenste grijper | inzetten |

Correcte draadspanning
Afb. 53

Verkeerde draadspanning

Verkeerde draadspanning
2-draad-overhandse-steek
Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 56.
Deze steck worden gebruikt met eén naald en 2 draden om gewone stoffen netjes af te werken met overhandse stek. Hij is ook ideaal voor;naden met platte steek (platte zomen of stootnaden) en de blinde zoom.
Door de naaldpositie te veranderen kriigt men een smalle of brede overhandse naad.
Zet de draadspanning-keuzeschakelaar 14 15 16 17 op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebrukke materiaal.
Steek voor deze steeksoort het inzetstuk voor de bovenste grijper in de bovenste grijper 19.
| Naald-positie | |
| Naadbreedte-schakelaar | S |
| Steeklengthe | 2 - 4 |
| Inzetstuk bovenste grijper | inzetten |
| Textiel | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| lichte stof | 0,5 | - | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 1,0 |
| middelzware stof | 0,5 | - | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 1,5 |
| zware stof | 1,0 | - | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 1,5 |
| Textiel | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| lichte stof | - | 1,0 | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 3,0 |
| middelzware stof | - | 1,5 | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 3,5 |
| zware stof | - | 1,5 | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 3,5 |
Als de onderste grijper-draad op de onderkant van eht textiel ligt (afb. 57):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad ① (geel) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw 1 of groen 15) op een lager getal.
Als de naalddraad te los is (afb. 58):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw 1 of groen 15) op een hoger getal.
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad 17 (geel) op een lager getal.

3-draad-kettingsteek (overlock)
Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 59.
Deze steek met een naald en 3 draden worden gelebruikt voor het afwerken bij gewone stoffen met overhandse steek.
Door de naaldpositie te veranderen krijgt men een smalle of brede hettingnaad.
Zet de draadspanning-keuzeschakelaar 15 16 op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebrukke materiaal.
| Textiel | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| lichte stof | 2,0 | - | 2,0 | 1,0 |
| middelzware stof | 3,0 | - | 2,0 | 1,5 |
| zware stof | 3,0 | - | 3,0 | 1,5 |
| Textiel | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| lichte stof | - | 2,0 | 7,0 | 2,0 |
| middelzware stof | - | 2,5 | 6,5 | 2,5 |
| zware stof | - | 3,5 | 6,5 | 2,5 |
Als de onderste grijper-draad op de onderkant van het textiel ligt (afb. 60):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad 16 (rood) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad (geel) op een lager getal.
Als de onderste grijper-draad op de bovenkant van het textiel ligt (afb. 61):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad ① (geel) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad 16 (rood) op een lager getal, of...
Als de naalddraad te los lijkt (afb. 62), draait u de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de naalddraad (blauw 14 of groen 15) op een hoger getal.
| Naald-positie | |
| Naadbreedte-schakelaar | S |
| Steeklengthe | 2 - 4 |
| Inzetstuk bovenste grijper | niet nodig |

3-draad-flatlocknaad
Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 63.
Deze steek met een naald en 3 draden worden gebruikt voor platte zomen of stootnaden en voor siersteken met decoratieve draad. Door de naald-positie te veranderen krijt men een smalle of brede flatlocknaad (platte naad).
Zet de draadspanning-keuzeschakelaar 14 15 16 17 op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruekte materiaal.
| Textiel | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| lichte stof | 0,5 | - | 2,5 | 2,5 |
| middelzware stof | 0,5 | - | 2,0 | 2,0 |
| zware stof | 1,0 | - | 3,0 | 3,0 |
| Textiel | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| lichte stof | - | 0 | 7,0 | 4,0 |
| middelzware stof | - | 0,5 | 7,0 | 4,0 |
| zware stof | - | 1,0 | 7,0 | 4,0 |
Als de onderste grijper-draad te los is (afb. 64):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad ① (geel) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw 14 of groen 15) op een lager getal.
Als de bovenste grijper-draad te los is (afb. 65):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad 16 (rood) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw 14 of groen 15) op een lager getal.
Als de naalddraad te los is (afb. 66):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw 14 of groen 15) op een hoger getal.
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad 16 (rood) op een lager getal.
| Naald-positie | |
| Naadbreedte-schakelaar | S |
| Steeklengthe | 2 - 4 |
| Inzetstuk bovenste grijper | niet nodig |

3-draad-overhandse-kettingsteek (overlock)
Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 67.
Deze steek met een naald en 3 draden worden bijvoorbeeld gebruikt voor het naaien van sierranden.
Door de naaldpositie te veranderen krijt men een smalle of brede overhandse kettingnaad.
Zet de draadspanning-keuzeschakelaar 15 16 17 op de passende Waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruikte materiaal.
| Textiel | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| lichte stof | 2,0 | - | 0 | 4,0 |
| middelzware stof | 3,0 | - | 0,5 | 6,5 |
| zware stof | 4,0 | - | 0,5 | 7,5 |
| Textiel | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| lichte stof | - | 1,5 | 0 | 5,0 |
| middelzware stof | - | 2,5 | 1,0 | 7,0 |
| zware stof | - | 3,0 | 1,5 | 8,0 |
Als de bovenste grijper-draad te los is (afb. 68):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad 16 (rood) op een hoger getal.
Als de onderste grijper-draad te los is (afb. 69):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad ① (geel) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad 16 (rood) op een lager getal.
Als de naalddraad te los is (afb. 70):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw 1 of groen 15) op een hoger getal.
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad (16) op een lager getal.
| Naald-positie | |
| Naadbreedte-schakelaar | S |
| Steeklengthe | 2 - 4 |
| Inzetstuk bovenste grijper | niet nodig |




3-draad-veiligheidssteek, sterk rekbaar, geimiteerd
Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 71.
Deze steck met 2 naalden en 3 draden is ideaal voor lichte, extreem rekbare stoffen, zoals bijv. tricot en elasthan.
Zet de draadspanning-keuzeschakelaar 15 16 op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruekte materiaal.
Steen voor deze steeksoort het inzetstuk voor de bovenste grijper in de bovenste grijper 19.
| Textiel | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| lichte stof | 2,0 | 1,5 | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 0 |
| middelzware stof | 3,0 | 2,0 | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 0,5 |
| zware stof | 4,0 | 3,0 | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 1,0 |
Als de bovenste grijper-draad te los is (afb. 72):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad ① (geel) op een hoger getal.
Als de linker naalddraad te los is (afb. 73):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de linker naald (blauw) op een hoger getal.
Als de rechte naalddraad te los is (afb. 74):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de rechtter naald 15 (groen) op een hoger getal.
| Naald-positie | |
| Naadbreedte-schakelaar | S |
| Steeklength | 2 - 4 |
| Inzetstuk bovenste grijper | inzetten |

Correcte draadspanning

Verkeerde draadspanning


4-draad-veiligheidssteek, sterk rekbaar, geimiteerd
Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 75.
Deze steek met 2 naalden en 4 draden is ideaal voor gemiddelde tot zware, rekbare stoffen, zoals bijv. dubbel gelebreide stoffen en zwemkleding.
Hij is waar voor geschikt twee stoffe te verbinden en gelingtijdig de randen af te werken.
Zet de draadspanning-keuzeschakelaar 15 16 17 op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruekte materiaal.
| Textiel | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| lichte stof | 2,5 | 2,0 | 2,5 | 2,0 |
| middelzwarestof | 3,0 | 2,0 | 3,0 | 2,0 |
| zware stof | 4,0 | 2,5 | 4,0 | 2,5 |
Als de bovenste grijper-draad op de onderkant van het textiel ligt (afb. 76):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad 16 (rood) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad (geel) op een lager getal.
Als de onderste grijper-draad op de bovenkant van het textiel ligt (afb. 77:
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad ① (geel) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad 16 (rood) op een lager getal.
Als de linker naalddraad te los is (afb. 78):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de linker naald (blauw) op een hoger getal.
Als de rechte naalddraad te los is (afb. 79):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de rechtter naald 15 (groen) op een hoger getal.
| Naald-positie | |
| Naadbreedte-schakelaar | S |
| Steeklengthe | 2 - 4 |
| Inzetstuk bovenste grijper | niet nodig |

Met deze machine sunt u vier verschillende types rolzomen naaien. Bij het naaien van rolzomen worden de rand van het naaigoed omgelegd en voorzien van een overlock-naad. Voor deze manier van omzomen zijn het Beste lichte stoffen geschikt, zoals batist, chiffon, organza etc. Zware stoffen of stijve weeefsels zich ongeschikt voor rolzomen.
- Verwijder de linker naald.
Stel de naadbreedte-schakelaar op R" (afb. 80). - Richt de steunplaat van de naadbreedte-vinger aan de marketing „R" op de steekplaat door de instelknop van de naadbreedte 24 te draaien (afb. 81).
- Zet het instelwiel voor de steeklengte ⑤ op "F-2" (afb. 82). Daardoor wordt een fijnne naad genaaid.
- Gebruik voor rolzomen de naald cat. nr. 14.
① Aanwijzingen:
- Voor een rolzoom kannen vele verschilende draadcombinaties worden gebruikt. Om een bijzonder mooie rolzoom te makes (3-draad-rolzoom), gebruikt u volumineus garen (volumineus polyamide garen/woolly nylon) als bovenste grijper-draad en gewoon draad voor de naald en de onderste grijper. Voor een 2-draad-rolzoom gebruikt u volumineus garen voor de onderste grijper-draad en gewoon draad voor de naalddraad.
- Houd bij het begin van het naaien de lege kettingdraad vast, zodat deze zich Niet kan inrollen in de naad.
- Stel het materiaal bloot aan een lichte spanning in naairichting. Daardoor wordt de naad fjiner.
- Voordat u de lege ketting zicht bij het textiel afsnijdt, doet u eenklein druppeltje textiellijm op de naad en laat u dit drogen. Controller tevoren op kleurechtheid op het textiel.
3-draad-rolzoom
Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 83.
| Bovenste gri- per-draad | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| Polyester | - | 2,0 | 7,5 | 3,0 |
| Volumneus garen | - | 2,0 | 2,0 | 2,0 |
Zet de draadspanning-keuzeschakelaar 15 16 17 op de passende Waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebrukke materiaal.
3-draad-bovenste grijper-overhandse-rolzoom
Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeeling 84. Zet de draad-spanning-keuzeschakelaar 15 16 17 op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruikte materiaal.
| Bovenste grijper-draad | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| Polyester | - | 2,0 | 5,5 | 7,0 |
| Volumneus garen | - | 2,0 | 0 | 2,5 |

| Naald-positie | |
| Naadbreedte-schakelaar | R |
| Stecklengte | F - 2 |
| Inzetstuk bovenste grijper | niet nodig |


2-draad-rolzoom
Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 85.
Zet de draadspanning-keuzeschakelaar 15 17 op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebrukke materiaal.
Steen voor deze steeksoort het inzetstuk voor de bovenste griper in de bovenste griper 16.
| Naald-positie | |
| Naadbreedte-schakelaar | R |
| Steeklengthe | F - 2 |
| Inzetstuk bovenste gripper | inzetten |
| Onderste grij-per-draad | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| Volumineus garen | - | 1,5 | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 1,5 |

2-draad-onderste grijper-overhandse-rolzoom
Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeeling 86.
Zet de draadspanning-keuzeschakelaar 15 op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruekte materiaal.
Steek voor deze steeksoort het inzetstuk voor de bovenste grijper in de bovenste grijper 19.
| Naald-positie | |
| Naadbreedte-schakelaar | R |
| Steeklengthe | F - 2 |
| Inzetstuk bovenste gripper | inzetten |
| Onderste grij-per-draad | Draadspanning | |||
| blauw | groen | rood | geel | |
| Polyester | - | 2,0 | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 2,0 |
| Volumineus garen | - | 1,5 | Bovenste grij-per-inzetstuk inzetten | 1,5 |

Om flattlocknaden te make, stelt u de draadspanning in op een 3-draad-overlocksteek. Naai een naad en trek het naaigoed cervolgensuit elkaar, om de naad glad te make.
De flattocknaad kan als decoratieve montagenaad of als pure siernaad worden ingezet (afb. 87, donkere draad).
①Aanwijzingen:
- Let op de juste draadspanning, zodate het naaigoed zich na het naaien goed uit elkaar LAST TREKKEN.
-
Gebruik een decoratieve draad als bovenste grijper-draad, want deze is de belangrijkste draad en goed te zien.
-
Verwijder de rechtter, resp. de linker naald (afb. 88).
-
Stel de aangeraden spanningsinstelling in voor een 3-draad-overlokknaad (afb. 89).
- Stel dan de bovenste draad-spanningen (groen, resp. blauw) aanzienlijk loser in.
- Laat nu ook de draadspanning van de bovenste grijper (rood) wat vieren.
- Stel dan de draadspanning van de onderste grijper (geel) aanzienlijk vaster in.
- Leg de tweete te naaien textielstukken links op links op elkaar, om een decorativeve naad aan de rechtter Kant te krijgen.
- Naai de naad en snijd waar bij de overstaande stof weg (afb. 90).



Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 91.
- De bovendraad (naalddraad) (groen of blauw) heeft dan een v-vormig verloop aan de linker stofkant.
- De onderste grijper-draad verloopt als een rechte lijn aan de stofkant.
- Trek het naigoed maar beiden kanten van de naad UIT elkaar, zodat de steken plat gaan liggen.

Flatlocknaad als siernaad
- Zet het beweegbare bovenste mes 13 in ruststand (afb. 92). Het textiel worden Niet gesneden bij dit soort naad.
-
Vouw het textiel zodanig, dat de beiden linker kanten op elkaar liggen.
-
Leg het textiel zo, dat een deel van de steek buiten het textiel worden genaaid (afb. 93).
- Naai de naad.
- Vouw het textiel daarnauit elkaar. De steken gaan dan platliggen.

Overlock-blinde zomen
De overlock-blinde zoom is het Beste geschikt voor breisels. Hij zorgt voor een duurzame afwerking van kanten en isঃ bij vrijwel Niet te zien (afb. 94).
In een procedure wordt het overstaande naigoed afgesneden, de zoom genaaid en de kanten voorzien van een overlocknaad.
- Verwijder de linker naald en stel de machine in voor een smalle 3-draad-overlocknaad.
- De steeklengthe instellen op 4.
- Vouw de zoom eerst zo waar de linker en dan waar de rechtter kant van de stof, dat de stofkant 6 mm over de eerste vouw uitsteekt (afb. 95).
- Naai voorzichtig op de vouw. Daar bij moet de naaldrecht in de kant van de vouw insteken.

Haarbiezen
Om uw kledingstuk decoratiever vom te gehen, kut u het voor het op maat snijden voorzien vanhaarbiezen (afb. 96).Haarbiezen zichn siernaden, zoals getoond op afbeelding 96.
- Verwijder de linker naald en stel de machine in voor een smalle 3- draad-overlocknaad.
- Zet het bovenste mes 18 in de ruststand.
- Om een gelijkmatig resultaat te bereiken, teken u het gewenste aantalhaarbiezen met wateroplosbare textielstift of textielkrijt op de stof.
- Vouw de stof op links bijeen en naai.Deze.
- Als alle biezen genaaid zich, strikt u deze in een richting, zodat zij geleijkmatig vlak opliggen.

Afb. 96
Buitenhoeken
- Snijd voor en na de hoek ca. 2 cm tot aan de naadlijn weg (afb. 97).
-
Naai een steek verder dan tot aan de markings „A" op de tekening en stop dan (afb. 97).
-
Til naald en naivoetje 2 even op.
- Trek het naigoed zo ver�ak achteren, dat de draad losgaat, die door de vinger van de stekplaat 13 worden vastgehonden. Om het duidelijker zichtaar te makes op de tekening hiernaast het naivoetje 4 Niet weergegeven - afb. 98).
- Draai het naigoed en LAST het naaivoetje 21, zakken, zDat het bovenste mes 18 op een lijn met de snijkant ligt (afb. 99).
- Trek de losse draad omhoog en naai verderr.

Binnenhoeken
- Snijd het naaigoed aan de naadrand af.
-
Zet het bovenste mes 18 in ruststand (afb. 100).
-
Naai op de snijdkant (afb. 101).
- Stop het naaien kort voor het bereiken van de hoek.
- Leg op een hoekpunt een vouw, zodate de beiden kanten een lijn vormen (afb. 102).
- Naai langzaam over de hoek heb de tweede kant. Let er waar bij op, dat u Niet de youw meeneem!

Spelden insteken
Stek de naalden altijd links van het naivoetje 2 in (afb. 103).
Zodoende bevinden de naalden zich nicht in het snijdbereik van de messen
18 22 en+kunnen zij daarna weergemakkelijk verwijderd worden.
Let op! Schade aan het apparaat!
Naai nooit over spelden of andere harde materialen. De messen 18 22\ kunnen.daar bij beschadigd raken!
Lega draadketting borgen
Om een loslaten van de lege draadketting te voorkomen, rijgt u de lege draadketting in een handnaald. Steek de naald om te borgen in het einde van de naad.
Naadversterking
De naad kan versterkt worden, als u een keperband mee innaat.
Voer hiervoort het band toe door de sleuf in het voorste bereik van het naaivoetje ② (afb. 104).
Leg het band onder het voetje waar achteren en naai de naad. Daardoor wordt het band met de naad aangenaaid (afb. 105).
Omboorden
- Zet het bovenste mes 18 in ruststand.
- Verwijder de rechtter naald en de bijbehorende draad.
-
Trek het passement (garen of keperband) door de sleuf in het voorste bereik van het naaivoetje ③ (afb. 106).
-
Leg het passage onder het naaivoetje en kant de gewenste lenghte af (afb. 107).
U=kunt de afgekante boordsels afzonderlijk gebruiken of Meerderere in elkaar vlechten.


Afb. 103
Afb. 104

Afb. 105


Afb. 106
Afb. 107
Let op!
Trek algijd de stekker uit het stopcontact vór het reinigen of onderhonden. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar!
Reinigen en smeren
-
Verwijder regelmatig stof en pluizen uit het bereik van grijpers en messen. U kunt waarvoort het meegeleverde kwastje gebruiken (afb. 108).
Veeg de machine of met een Licht vochtige gemaakte doek. -
Smeer de machine regelmatig aan de op de afbeelding 109 getoonde smeerpunten. Gebruik hiervoort uitsluitend naaimachineolie.

Onderste mes verrangen
Let op!
Vór het verrangen van het mes altiid eerst de netstekker uit het stopcontact halen. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar!
Vervang het onderste mes 2, zodra u merkt, dat het onderste mes 2 Nieteer goed en keurig snijdt. Gebruik de afbeelding 110 als hulpmiddel.
- Open de frontklep 10.
- Zet het bovenste mes 18 in de ruststand (A).
- Verwijder de schroef aan het onderste mes (B) en verwijder het mes (C) (afb. 111).
- Schuif hetijke mes in de houder en schroef het vast.
- Plaats het bovenste mes 13 in werkstand en sluit de frontklep 10.

Afb. 108
Afb. 109
Afb. 110
Afb. 111
Let op:
haal alsijd eerst de netstekker uit het stopcontact, voordat u de machine opbergt.Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat en zomede letselgevaar, evenals oververhitting van het apparaat!
Als u de machine nicht gebruikt. dekt u deze alsijd af met de afdekkap.
Zo beschernt u de machine gegen stof. Bewaar de machine op een schone en droge plaats.
Transporteer de machine altijd aan de uitklapbare handgreep.
Milieurrichtlijnen

Deponeer het toestel in geen geval bij het normale huisvuil. Dit product is onderworpen aan de Europese richtlijn 2002/96/EC.
Voer het toestel af via een erkend afvalverwerkingsbedrijf of via uw gemeenteiniging.
Neem de momenteel geldende voorschriften in acht. Neem in geval van twijfel contact op met uw gemeentereinigingsdienst.

Zorg voor een milieuvriendelijk afvoeren van alle verpakkingsmaterialen.
Deponeer de naaimachine-olie in geen geval in het normale huisvuil.
Giet het Niet in de afvoer. Voer de olie af via een erkend afvalverwerkingsbedrijf of via uw gemeenteiniging.
Garantie en service
U heeft op dit apparaat 3aar garantie vanaf de aankoopdatum. Het apparaat is met de grootst möglichke zorg vervaardigd en voorafgaand aan de levering nauwkeurig gecontroleerd.
Bewaar a.u.b. de kassabon als aankoopbewijs. Mocht u aanspraak wollen make op de garantie, neem dan Telefonisch contact op met uw service-adres. Alleen op die manier is een kostenloze verzending van uw product gegardeerd.
De garantie geldt uitsluitend voor materiaal- of fabricagefouten,ECHter nicht voor transportschade, aan slijtage onderhevige delen of voor beschadigingen van breekbare onderdelen, bijv. schakelaars of accu's. Het product is uitsluitend bestemd voor privé-gebruik en Niet voor bedrijsmatige doeleinden. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die Niet door ons geauthoriseerd servicefiliaal zich uitgevoerd, vervalt de garantie. Uw wettelijk rechten worden door deze garantie Niet beperkt.
De garantieperiode worden nicht verlangd door de aansprakelijkheid.Dit gelde eveneens voor verrangen en gerepareerde onderdelen.Eventuele schaden en gebreken die reeds bij de koop aanwezig+zijn要去en direct na het uitpakken worden gemeld, uiterlijk darüber twee dagen na datum van aankoop. Na afloop van de garantieperiode worden alle reparations die optreden in rekening gebracht.

Service Nederland
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
| Naalden breken | • Naalden zijn krom, stomp of aan de punten beschadigd. | • Nieuwe naalden inzetten. |
| • Naalden zijn nicht correct ingezet. | • Zet de naalden correct in de houder. | |
| • U heeft te sterk aan de stof getrokken | • Geleid de stof voorzichtig met beiden handen. | |
| Draad scheurf af | • Garen is nicht correct ingeregen. | • Het garen correct inrijgen. |
| • Draadspanning is te hoog. | • Reduceer de draadspanning | |
| • Naalden zijn nicht correct ingezet. | • Zet de naalden correct in de houder. | |
| Steken worden overgeslagen | • Naalden zijn krom, stomp of aan de punten beschadigd. | • Nieuwe naalden inzetten. |
| • Naaldenijken nicht correct ingezet. | • Zet de naalden correct in de houder. | |
| • Garen is nicht correct ingeregen. | • Controller het verloop van alle draden. | |
| Stekenঃ onregelmatig | • Draadspanning is nicht correct. | • Corrigeer de draadspanning. |
| • Draad zich vast. | • Controller het verloop van alle draden. | |
| Naden trekken rimpels | • Draadspanning te hoog. | • Justeer de draadspanning. |
| • Garen is nicht correct ingeregen. | • Het garen correct inrijgen. | |
| • Garen blijft steken. | • Controller het verloop van alle draden. | |
| • Differentieel transport Niet ingesteld. | • Stel het differentieel transport correct in. | |
| Stof worden nicht netjes afgesneden | • Messen+zijn bot of er verkeerd ingezet. | • Vervang het mes of zet het er correct in. |
| Stofkanten gaan rimpelen | • Te veel stof op een stek. | • Verander de bredte van de naad. |