SON 90 A1 - Naaimachine SILVERCREST - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SON 90 A1 SILVERCREST in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SON 90 A1 - SILVERCREST en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SON 90 A1 van het merk SILVERCREST.
GEBRUIKSAANWIJZING SON 90 A1 SILVERCREST
Flatlocknaht als Ziernaht
Inhoudsopgave Bladzijde Gebruik in overeenstemming met bestemming
Veiligheidsvoorschriften
Inhoud van de verpakking
Apparaatbeschrijving
Inzetstuk bovenste grijper
Instellen van de steeklengte
Instellen van de naadbreedte
Lees de gebruiksaanwijzing vóór het eerste gebruik aandachtig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik. Als u het apparaat van de hand doet, geef dan ook de gebruiksaanwijzing mee.
OVERLOCKMACHINE Gebruik in overeenstemming met bestemming De overlock-naaimachine is bestemd ... – voor gebruik als verplaatsbaar apparaat, – voor het afwerken van zoomranden (afhechten) van textiel bestemd voor huishoudelijk gebruik en ... – uitsluitend voor gebruik in het privéhuishouden. De naaimachine is niet bestemd ... – voor een vaste opstelling, – voor de verwerking van andere materialen (bijvoorbeeld leer, tent- en zeildoek en vergelijkbare zware stofsoorten), – voor gebruik in bedrijfsmatige of industriële omgevingen. Veiligheidsvoorschriften In de omgang met een naaimachine kan men net als bij elk ander elektrisch apparaat gewond raken en in levensgevaar komen. Om dit te voorkomen en om veilig te werken:
- Haal altijd de netstekker uit het stopcontact wanneer u niet met de machine werkt. Zo voorkomt u gevaar voor ongelukken door onbedoeld inschakelen.
- Haal eerst de stekker uit het stopcontact, voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Zo voorkomt u levensgevaar door een elektrische schok. De LED-lamp kan niet vervangen worden.
- Trek de netstekker niet aan het snoer uit het stopcontact. Pak bij het uittrekken de stekker en niet het snoer vast.
- Gebruik de naaimachine uitsluitend in droge ruimtes.
- Laat beschadigde netstekkers of netsnoeren onmiddellijk door geautoriseerd en deskundig personeel of door de klantenservice vervangen, om gevaarlijke situaties te vermijden.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met gebrek aan ervaring en/of gebrek aan kennis, tenzij ze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of van die persoon aanwijzingen krijgen voor het gebruik van het apparaat.
- Bij kinderen is supervisie noodzakelijk om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.
- Gebruik de machine nooit met geblokkeerde ventilatieopeningen. Houd de ventilatieopeningen van de machine alsmede de voetschakelaar vrij van pluisjes, stof en stofafval.
- Als het netsnoer, dat is verbonden met het voetpedaal, beschadigd is, moet dit door de fabrikant of zijn klantenservice of een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden vervangen om risico's uit te sluiten. Waarschuwing voor letsel en materiële schade:
- Zorg dat de werkplek op orde is. Als de werkplek niet op orde is, kan dat ongelukken tot gevolg hebben.
- Zorg voor een goede verlichting tijdens het werken!
- Draag geen wijde kleding of sieraden, omdat die door bewegende delen kunnen worden gegrepen. Heeft u lang haar, draag dan tevens een haarnetje.
- Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stevige ondersteuning en zorg altijd voor evenwicht.
- Wanneer ongelukken kunnen worden herleid tot onzorgvuldigheid in de omgang met het apparaat of wanneer de veiligheidsvoorschriften in de handleiding niet in acht zijn genomen, aanvaardt de fabrikant geen aansprakelijkheid voor dergelijke schade.
- Nooit de ventilatieopeningen afdekken! Gevaar voor oververhitting!
- Houd de naaimachineolie uit de buurt van kinderen.
- In geval van inslikken of oogcontact met de naaimachineolie meteen medische hulp zoeken.
Inhoud van de verpakking Overlock-naaimachine Olie Afvalreservoir Accessoirebox Gebruiksaanwijzing Reservemes (onder) 2 naalden nr. 11 4 naalden nr. 14 (2 vooraf geïnstalleerd in de machine) 4 kloskappen Inzetstuk bovenste grijper Gewone schroevendraaier klein Gewone schroevendraaier groot Afdekkap Pincet Kwastje met geïntegreerde lostorner De accessoires vindt u in de accessoirebox aan de zijkant van de machine (afb.1). Afb.1 Technische gegevens Aantal draden Aantal naalden Naaisnelheid Steekbreedte rechts: links: Steeklengte Naalden Vermogen : Nominale spanning: Beveiligingsklasse : 2, 3 of 4 2 of 1 ca. 1200 rpm 3,0 mm - 4,5 mm 5,2 mm - 6,7 mm 1 – 4 mm HA x 1 nr. 11-14 of 130/705 nr. 75-90 90 W
Het geluidsdrukniveau bij gewone bedrijfsvoorwaarden bedraagt 78dB(A). Voetpedaal Gebruik bij deze naaimachine alleen het meegeleverde voetpedaal: - ELECTRONIC FDM Speed Controller - Type KD - 2902
Apparaatbeschrijving Op de voorste uitvouwpagina: 1 Draadboom 2 Klospen 3 Garenklos-centreerder 4 Hendel naaivoetje 5 Instelwiel voor de steeklengte 6 Handwiel 7 Aansluiting voetpedaal/netspanning 8 Aan/Uit-knop (On-/Off-schakelaar) 9 Hendel differentieel transport 0 Frontklep q Steunplaat van de naadbreedte-vinger w Vrije arm e Steekplaat r Keuzeschakelaar voor draadspanning (linker naald) t Keuzeschakelaar voor draadspanning (rechter naald) z Keuzeschakelaar voor draadspanning (bovenste grijper) u Keuzeschakelaar voor draadspanning (onderste grijper) Op de achterste uitvouwpagina: i beweegbaar bovenste mes (bovenste mes) o Bovenste grijper p Onderste grijper a Naaivoetje s vaststaand onderste mes d Naadbreedte-schakelaar f Naadbreedte-instelknop Bovenste mes in ruststand zetten U moet voor bepaalde naadsoorten, of om de instelknop voor de naadbreedte f gemakkelijker te bedienen, het bovenste mes i in ruststand zetten. Druk hiervoor het bovenste mes i naar rechts en draai het een beetje, zodat het vastzit (afb. 2 en 3). Afb. 2 Afb. 3 Naaldinformatie Deze machine gebruikt in de handel verkrijgbare naainaalden met platte schacht voor naaimachines. Deze voorkomen het verkeerde inzetten van de naalden. U kunt deze naalden in de vakhandel kopen. Naad-breedte 3,5 mm 5,7 mm Gebruikte naald rechter naald linker naald Keuzeschakelaar voor draadspanning groen blauw U kunt naalden in de grootte 11 en 14 in de machine inzetten. De tabel hiernaast geeft u een kort overzicht over de verschillen bij het gebruik van een naald (uitgebreide informatie daarover zie hoofdstuk „Instellen van de naadbreedte“). Inzetstuk bovenste grijper Bij sommige steeksoorten heeft u het bovenste grijper-inzetstuk nodig. Wanneer u dit moet insteken is beschreven bij de afzonderlijke steeksoorten. Steek de kleine draad van achteren in het oog van de bovenste grijper o en de plastic bout aan het andere einde van voren in het gat in de bovenste grijper o (afb. 4a). U kunt het bovenste grijper-inzetstuk in de steekplaats achter de frontklep 0 bewaren (afb. 4b). Afb.4a
Afb.4b Frontklep openen Let op! Zet de machine altijd uit met de aan/uit-knop 8, als u de frontklep 0 opent. Letselgevaar!
- Schuif de frontklep 0 naar rechts (A) en trek deze dan naar u toe (B) (afb. 5). Achter de frontklep 0 ziet u de grijperruimte. Opmerking: tijdens het naaien moet de frontklep 0 gesloten zijn! Afb. 5 Voorbereidingen Plaats de overlockmachine op een stabiel, egaal oppervlak. Zorg voor voldoende licht op uw werkplek. Voetpedaal aansluiten
- Steek de stekker van het voetpedaal in de aansluiting voor het voetpedaal 7.
- Steek de netstekker in een stopcontact. Om de machine aan te zetten, drukt u op de aan/uit-knop 8. Let op! Bij het verlaten van de machine of vóór onderhoudswerkzaamheden altijd de stekker uit het stopcontact halen. Letselgevaar! Naaisnelheid aansturen De naaisnelheid wordt aangestuurd via het voetpedaal.De naaisnelheid kan worden veranderd, doordat men meer of minder druk uitoefent op het voetpedaal. Veiligheidsschakelaar Deze machine is uitgerust met een micro-veiligheidsschakelaar. U kunt de machine niet starten als de frontklep 0 openstaat. Sluit de frontklep 0, voordat u begint te naaien. Afb. 6 Afvalreservoir bevestigen Het afvalreservoir vangt afgesneden materiaal op tijdens het naaien, zodat uw werkplek schoon blijft.
- Schuif eerst de beide vergrendelingen (A) in de opnamegaten (B) (afb. 6).
- Voer dan de beide vergrendelingen (C) in de opnamegaten (D) (afb. 7). Afb. 7
- Om het afvalreservoir er weer af te nemen, trekt u het naar voren en kantelt u het daarbij een beetje (afb. 8). Afb. 8
Naald(en) verwijderen Let op! Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de naalden verwisselt. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar! Tip Het vervangen van de naalden is gemakkelijker, als u het vrije arm-deksel er eerst afhaalt (afb. 9a)!
1. Draai het handwiel 6 naar u toe, totdat de naalden in de bovenste
stand staan (afb. 9b). Afb.9a
2. Maak de naaldschroeven met de kleine schroevendraaier zo ver los,
dat de naald loslaat (afb. 10).
3. Verwijder de naalden.
Naald(en) inzetten Let op! Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de naalden verwisselt. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar! Afb.9b
1. Houd de naald met de afgevlakte kant naar achteren.
2. Schuif de naald zo ver als het gaat in de naaldhouder.
3. Draai de naaldschroeven met de kleine schroevendraaier vast
(afb. 10). Handwiel bedienen Afb. 10 Opmerking: draai het handwiel 6 altijd alleen naar u toe (afb. 9b). Instellen van de draadboom
- Trek de draadboom 1 vóór het inrijgen er helemaal uit (afb. 11).
- Draai de draadboom 1 zodanig, dat de draadgeleidingen precies boven de klospennen 2 staan.
- In correcte stand klikken de beide scharnierdelen van de draadboom 1 er hoorbaar in. Afb. 11
- Zet de klosjes garen op de garenklos-centreringen. Als u geen industriële klossen gebruikt, haalt u de garenklos-centreringen eraf. Schuif telkens een kloskap over het klosje garen (afb. 12). Zo wordt deze bij het naaien op zijn plaats gehouden. Afb. 12
bij levering zijn alle 4 draden al ingeregen. U kunt direct beginnen te naaien. Als u de garens wilt vervangen en alle 4 draden zijn nog ingeregen, dan gaat u te werk, zoals beschreven in het hoofdstuk „ Draadtransfer (aan elkaar knopen)“. Wilt u de draden helemaal opnieuw inrijgen, moet u te werk gaan, zoals beschreven in dit hoofdstuk „Inrijgen“. Algemene voorschriften voor het inrijgen Let op! Zet de aan/uit-knop 8 alvorens in te rijgen altijd eerst op „O“ (uit) en haal eerst de stekker uit het stopcontact. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar! Afb. 13 Correct inrijgen is belangrijk om te voorkomen dat de steken onregelmatig worden en de draad afscheurt. Achter de frontklep 0 bevindt zich een diagram met een handleiding voor het inrijgen. Bovendien zijn de draadgeleidingen in verschillende kleuren gemarkeerd. In de accessoirebox zit een pincet om het inrijgen gemakkelijker te maken. Het inrijgen gebeurt in deze volgorde (afb.13/14):
bovenste grijperdraad (rood)
onderste grijperdraad (geel)
draad voor de rechter naald (groen)
draad voor de linker naald (blauw) Afb. 14 Opmerking: als alle draden ingeregen zijn en de onderste grijperdraad raakt los, gaat u als volgt te werk:
- De beide draden van de naalden uitrijgen.
- Dan de onderste grijperdraad inrijgen.
- Dan eerst de draden van de beide naalden weer inrijgen. De naalden moeten altijd als laatste ingeregen worden! Om het te vereenvoudigen zijn de afzonderlijke stappen op de afbeeldingen genummerd. Bovenste grijperdraad inrijgen (rood) Let op! Zet de aan/uit-knop 8 alvorens in te rijgen altijd eerst op „O“ (uit) en haal eerst de stekker uit het stopcontact. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar! Gebruik altijd de afbeeldingen hiernaast als hulpmiddel. Afbeelding 15 toont het draadverloop van de bovenste grijperdraad. De afzonderlijke inrijg-plaatsen zijn genummerd en navolgend nader beschreven.
1. Open de frontklep 0.
2. Voer de draad van achteren naar voren door de draadboom 1 (1).
3. De draad in de draadgeleiding inrijgen, door de draad naar onderen
te trekken, totdat hij onder de draadgeleiding glijdt (2) (afb. 16). Afb. 16
4. Houd de draad met de vingers vast, voer deze tussen de schijven van
de draadspanning-keuzeschakelaar z door en trek hem dan omlaag (3) (afb. 17). Opmerking: de draad moet correct tussen de beide schijven van de draadspanningkeuzeschakelaar z liggen. Afb. 17
5. De draad in de grijperruimte volgens de rode markeringen inrijgen
6. Trek de draad van voren naar achteren door de bovenste grijper o.
7. Trek ca. 10 cm draad door de grijper en leg deze achter de steekplaat e.
Onderste grijperdraad inrijgen (geel) Let op! Zet de aan/uit-knop 8 alvorens in te rijgen altijd eerst op „O“ (uit) en haal eerst de stekker uit het stopcontact. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar! Afbeelding 19 toont het draadverloop van de onderste grijperdraad. De afzonderlijke inrijg-plaatsen zijn genummerd en navolgend nader beschreven. Afb. 19
1. Voer de draad van achteren naar voren door de draadboom 1 (1).
2. De draad in de draadgeleiding inrijgen, door de draad naar onderen
te trekken, totdat hij onder de draadgeleiding glijdt (2) (afb. 20). Afb. 20
3. Houd de draad met de vingers vast, voer deze tussen de schijven van
de draadspanning-keuzeschakelaar u door en trek hem dan omlaag (3) (afb. 21). Opmerking: de draad moet correct tussen de beide schijven van de draadspanningkeuzeschakelaar u liggen.
4. Draai het handwiel 6 naar u toe, totdat de onderste grijper p helemaal
rechts staat. Afb. 21
5. De draad in de grijperruimte volgens de rode markeringen inrijgen
(4 - 8) (afb. 22). Afb. 22
6. Houd de draad ca. 4 cm van de draadgeleiding met het pincet vast
7. Voer hem nu met het pincet van links licht onder de draadgeleiding.
8. Trek de draad naar boven in de draadgeleiding (9).
9. Voer de draad naar achteren en over het bovenste einde van de onderste
grijper p (10A) (afb. 23).
10. Trek de draad vervolgens voorzichtig omlaag, zodat hij in de uitsparing
van de grijper glijdt (10B) (afb. 23). Gebruik voor deze stap ook de tekening, die op de machine is geplaatst!
11. Voer de draad door het grijper-oog (11). De draad moet in de groef
van de onderste grijper p verlopen (afb. 23).
12. Trek ca. 10 cm draad door de grijper en leg hem over bovenste grijper o en steekplaat e naar achteren.
Afb. 23 Draad voor rechter naald inrijgen (groen) Let op! Zet de aan/uit-knop 8 alvorens in te rijgen altijd eerst op „O“ (uit) en haal eerst de stekker uit het stopcontact. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar! Afbeelding 24 toont het draadverloop van de rechter naalddraad. De afzonderlijke inrijg-plaatsen zijn genummerd en navolgend nader beschreven.
1. Voer de draad van achteren naar voren door de draadboom 1 (1).
2. De draad in de draadgeleiding inrijgen, door de draad naar onderen
te trekken, totdat hij onder de draadgeleiding glijdt (2) (afb. 25). Afb. 25
3. Houd de draad met de vingers vast, voer deze tussen de schijven van
de draadspanning-keuzeschakelaar t door en trek hem dan omlaag (3) (afb. 26). Opmerking: de draad moet correct tussen de beide schijven van de draadspanningkeuzeschakelaar t liggen. Afb. 26
4. De draad volgens de groene markeringen inrijgen (4- 7) (afb. 27/28).
5. Voer de draad door de rechter naald (8) (afb. 28).
6. Leg de draad naar achteren onder de naaldvoet a.
Draad voor linker naald inrijgen (blauw) Let op! Zet de aan/uit-knop 8 alvorens in te rijgen altijd eerst op „O“ (uit) en haal eerst de stekker uit het stopcontact. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar! Afbeelding 29 toont het draadverloop van de linker naalddraad. De afzonderlijke inrijg-plaatsen zijn genummerd en navolgend nader beschreven.
1. Voer de draad van achteren naar voren door de draadboom 1 (1).
2. De draad in de draadgeleiding inrijgen, door de draad naar onderen
te trekken, totdat hij onder de draadgeleiding glijdt (2) (afb. 30). Afb. 30
3. Houd de draad met de vingers vast, voer deze tussen de schijven van
de draadspanning-keuzeschakelaar r door en trek hem dan omlaag (3) (afb. 31). Opmerking: de draad moet correct tussen de beide schijven van de draadspanningkeuzeschakelaar r liggen. Afb. 31
4. De draad volgens de groene markeringen inrijgen (4- 6) (afb. 32/33).
5. Voer de draad door de linker naald (7) (afb. 33).
6. Leg de draad naar achteren onder de naaldvoet a.
Afb. 33 Testloop Als er voor de eerste keer draad wordt ingeregen, of draad moet worden ingeregen nadat de draad was gescheurd, dan gaat u als volgt te werk: Til het naaivoetje a op. Houd het uiteinde van de draad tussen de vingertoppen van de linkerhand, draai het handwiel 6 langzaam twee of drie keer naar u toe en controleer de draad opnieuw. Leg de stof voor een testloop onder het naaivoetje a en begin langzaam met naaien. De stof wordt automatisch toegevoerd. Als het werk klaar is, naait u verder totdat zich een ongeveer 5cm (2") lange draadketting heeft gevormd aan het einde van de stof. Knip de draden door met een schaar.
Draadtransfer (aan elkaar knopen) Gaat u als volgt te werk, dan is het vervangen van de draden heel eenvoudig:
1. Knip het garen af boven de klospennen 2 (afb. 34) en zet de nieuwe
klosjes garen op de klospennen 2. Afb. 34
2. Knoop de uiteinden van oud en nieuw draad aan elkaar (afb. 35).
3. Zet de keuzeschakelaar voor de draadspanning r/t/z/u op „0“
(afb. 36) en til het naaivoetje a op.
4. Trek aan het andere uiteinde van het garen, totdat de knopen onder het
naaivoetje a doorkomen.
5. Bij het inrijgen in de naalden trekt u aan de andere uiteinden, totdat de
knopen in de ogen van de naalden zijn en dan knipt u het garen links en rechts van de knopen af. Vervolgens opnieuw inrijgen. Afb. 36 Instellen van de steeklengte De steeklengte kan worden ingesteld in negen stappen van 1,0 tot 4,0 mm. Vrijwel alle overlock-werkzaamheden worden uitgevoerd met een steeklengte van 2,5 – 3,5 mm.. Draai aan het instelwiel voor de steeklengte 5 (afb. 37), om de steeklengte in te stellen:
- Voor de meeste naaiwerkzaamheden is een steeklengte van 3 mm aan te raden.
- Voor de verwerking van zware stoffen is een steeklengte aan te raden van 4 mm.
- Voor de verwerking van lichte stoffen is een steeklengte aan te raden van 2 mm. Afb. 37 Met deze instellingen krijgt u keurige naden en de stof wordt niet gerimpeld. Instellen van de naadbreedte De breedte van de naden kan worden bepaald door de naaldpositie te veranderen en door middel van de instelknop voor de naadbreedte f. ...door het gebruik van de rechter of linker naald De breedte van de naad kan door het gebruiken van de linker of de rechter naald worden bepaald.
- Alleen de linker naald wordt gebruikt:
- Alleen de rechter naald wordt gebruikt: 5,7 mm 3,5 mm
... door draaien van de naadbreedte-instelknop Met de naadbreedte-instelknop f kan de naadbreedte binnen de onder aangegeven bereiken worden ingesteld.
- Alleen de linker naald wordt gebruikt:
- Alleen de rechter naald wordt gebruikt: 5,2 - 6,7 mm 3,0 - 4,5 mm Instellen van de naadbreedte-instelknop Let op! Zet voor de instellingen aan de naadbreedte-instelknop f de aan/uitknop 8 altijd op „O“ (uit). Dat voorkomt onbedoeld starten van het apparaat en zodoende letselgevaar!
- Open de frontklep 0, daardoor kan de instelling gemakkelijker gedaan worden.
- Draai de naadbreedte-instelknop f op de gewenste naadbreedte (afb. 38). Richt u zich daarbij naar de schaalverdeling op de steekplaat e (afb. 39). Afb. 39 Afb. 38 Druk naaivoetje instellen Bij levering is de druk van het naaivoetje ingesteld op gemiddeld zware materialen. Als u zwaardere of lichtere materialen gebruikt, stelt u de druk van het naaivoetje als volgt in:
- Voor lichte stoffen moet u de druk reduceren.
- Voor zware stoffen moet u de druk verhogen. Steek de kleine schroevendraaier in het gat op de bovenzijde van de machine (afb. 40). Hier bevindt zich de instelschroef voor de druk (A). Verzekert u zich ervan, dat de schroevendraaier in de sleuf van de instelschroef voor de druk (B) grijpt (afb. 41).
- Draai de schroevendraaier in richting „+“ als u de druk wilt verhogen.
- Draai de schroevendraaier in richting „-“ als u de druk wilt verlagen. Afb. 40 Opmerking: om de standaard druk van het naaivoetje zoals deze af fabriek was ingesteld weer in te stellen, draait u de instelschroef voor de druk zo ver als het gaat tegen de wijzers van de klok in (-). Draai dan 6 omwentelingen met de wijzers van de klok mee (+). De standaard druk van het naaivoetje is weer ingesteld. Afb. 41
Differentieel transport Wijze van functioneren De machine beschikt over twee sets van transporteurs met tandstangen, één aan de voorzijde en één aan de achterzijde. Deze beide sets bewegen onafhankelijk van elkaar. Door het differentieel transport kunnen de beide sets tandstangen met verschillende snelheden bewegen. Daardoor wordt het naaigoed gerekt of opgenomen, naar gelang, welk transportverschil is ingesteld tussen de voorste en de achterste vooruit stuwende tandstangen. Afb. 42 Met behulp van het differentieel transport kunnen interessante effecten worden bereikt bij het naaien van overlock-naden aan stretchmaterialen en schuin gesneden textiel (afb. 43). Opmerking: als de hendel voor het differentieel transport 9 op „1.0“ staat, komt dat overeen met een differentieel transport-verhouding van 1:1. Beide vooruit stuwende tandstangen bewegen even snel (afb. 42). De hendel voor het differentieel transport 9 kan worden ingesteld in een bereik van 1:0,7 tot 1:2,0. Afb. 43 Opgenomen overlocknaad - instellingen De opgenomen overlocknaad is geschikt voor het plooien van mouwen, rug-bovenstukken, rokzomen etc. uit elastische materialen, zoals breisels en jersey. Zij moet voor het aan elkaar naaien van de afzonderlijke delen worden aangebracht.
- Zet de hendel voor differentieel transport 9 op een hogere waarde dan 1,0 (afb. 44). De juiste instelling is afhankelijk van de te verwerken stof en van de gewenste plooiing. Maak daarom altijd een testnaad, om de instellingen te testen. Afb. 44 Uitgerekte overlocknaad - instellingen De uitgerekt overlocknaad is geschikt voor golfeffecten aan sierkragen, mouwen en rokzomen etc. bij zachte, rekbare weefsels en bij breisels.
- Zet de hendel voor differentieel transport 9 op een lagere waarde dan 1,0 (afb. 45). De juiste instelling is afhankelijk van de te verwerken stof en van de sterkte van het gewenste "golfeffect".Maak daarom altijd een testnaad, om de instellingen te testen.
- Houd de naad voor en achter het naaivoetje a licht vast, om het textiel op spanning te houden. Opmerking: als u aan het instelwiel voor de steeklengte 5 een waarde van „3“ of hoger heeft ingesteld, dan wordt deze instelling automatisch terug op „3“ gezet, als u de hendel voor differentieel transport 9 op 2.0 instelt.
Afb. 45 Vrije arm-naaien Om kokervormig textiel, zoals bijvoorbeeld mouwen of broekspijpen te bewerken, kunt u het vrije arm-deksel verwijderen.
- Haal, indien gemonteerd, het afvalreservoir van de machine.
- Schuif het vrije arm-deksel naar links en trek het eraf (afb. 46). Afb. 46
- U kunt nu het textiel over de vrije arm w trekken en het bewerken (afb. 47). Afb. 47
- Om het vrije arm-deksel er weer op te zetten, schuift u dit zo ver over de vrije arm w, totdat het vastklikt en vastzit (afb. 48). Afb. 48
- Schuif de naadbreedte-schakelaar d op „S“, zodat de naadbreedte-vinger voorgeschoven wordt (1)(afb. 49). Opmerking: de naadbreedte-schakelaar d moet tot aan de aanslag geschoven worden. Anders worden de naden niet netjes. Standaard positie Afb. 49 Rolzomen
- Open de frontklep 0.
- Schuif de naadbreedte-schakelaar d op „R“, zodat de naadbreedte-vinger teruggeschoven wordt (1)(afb. 50). Opmerking: de naadbreedte-schakelaar d moet tot aan de aanslag geschoven worden, anders worden de naden niet netjes. Rolzoom Afb. 50
Afkanten en testnaaien
- Leg alle draden onder het naaivoetje a naar achteren, licht naar links, over de steekplaat e.
- Houd de draden onder lichte spanning vast.
- Draai het handwiel 6 2 tot 3 omwentelingen naar u toe, om de vorming van de lege draadketting te beginnen.
- Laat het naaivoetje a zakken aan de naaivoet-hendel 4.
- Houd de lege draadketting weer vast en activeer voorzichtig het voetpedaal, totdat de lege draadketting ca. 5 - 7,5 cm lang is.
- Leg het textiel van voren onder het naaivoetje a en naai een testnaad (afb. 51). In geen geval daarbij aan het textiel trekken, aangezien anders de naald verbogen wordt en zelfs afbreekt.
- Naai ook nog ca. 15 - 20 cm door, nadat het textiel op is.
- Snijd de lege draadketting met het snijmes achter de machine af (afb. 52). Afb. 51 Afb. 52 Aanbevolen spanningsinstellingen Opmerking: alle aanduidingen over de spanningsinstellingen voor verschillende steeksoorten zijn slechts richtgetallen. De spanning is altijd gerelateerd aan soort en sterkte van het naaigoed, naalddikte, evenals sterkte, soort en materiaalsamenstelling van de draad. Daarom is het beslist noodzakelijk, om een testnaad te naaien. Alleen zo kunt u zien, of de spanningsinstellingen correct zijn, of nog veranderd moeten worden.
2-draad-overhandse-kettingsteek (overlock) Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 53. Deze steek met een naald en 2 draden wordt gebruikt voor het afwerken van kanten bij lichte en rekbare stoffen. Door de naaldpositie te veranderen krijgt men een smalle of brede kettingnaad. Zet de draadspanning-keuzeschakelaar r t z u op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruikte materiaal. Steek voor deze steeksoort het inzetstuk voor de bovenste grijper in de bovenste grijper o. Naald-positie Draadspanning Textiel blauw groen rood geel lichte stof 2,0
Bovenste grijper-inzetstuk inzetten
middelzware stof 2,5
Bovenste grijper-inzetstuk inzetten
Bovenste grijper-inzetstuk inzetten 0,5 Naadbreedte-schakelaar
Steeklengte 2-4 Inzetstuk bovenste grijper inzetten Correcte draadspanning naalddraad Draadspanning Textiel Bovenkant blauw groen rood 0,5 onderste grijperdraad geel Onderkant lichte stof
1,5 Bovenste grijper-inzetstuk inzetten middelzware stof
1,5 Bovenste grijper-inzetstuk inzetten 0,5 zware stof
3,0 Bovenste grijper-inzetstuk inzetten 1,5 Afb. 53 Verkeerde draadspanning Lijkt de onderste grijperdraad te strak of de naalddraad te los (afb. 54):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad u (geel) op een lager getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw r of groen t) op een hoger getal. naalddraad onderste grijperdraad Bovenkant Onderkant Afb. 54 Lijkt de onderste grijper-draad te los (afb. 55), draait u de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad u (geel) op een hoger getal. Verkeerde draadspanning naalddraad onderste grijperdraad Bovenkant Onderkant Afb. 55
2-draad-overhandse-steek Naald-positie Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 56. Deze steek wordt gebruikt met één naald en 2 draden om gewone stoffen netjes af te werken met overhandse steek. Hij is ook ideaal voor naden met platte steek (platte zomen of stootnaden) en de blinde zoom. Door de naaldpositie te veranderen krijgt men een smalle of brede overhandse naad. Zet de draadspanning-keuzeschakelaar r t z u op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruikte materiaal. Steek voor deze steeksoort het inzetstuk voor de bovenste grijper in de bovenste grijper o. Naadbreedte-schakelaar
Steeklengte 2-4 Inzetstuk bovenste grijper inzetten Draadspanning Textiel blauw groen rood geel lichte stof 0,5
Bovenste grijper-inzetstuk inzetten 1,0 middelzware stof 0,5
Bovenste grijper-inzetstuk inzetten 1,5
Bovenste grijper-inzetstuk inzetten 1,5 zware stof 1,0 Correcte draadspanning onderste grijperdraad Bovenkant naalddraad Draadspanning Onderkant Textiel blauw groen rood geel lichte stof
1,0 Bovenste grijper-inzetstuk inzetten 3,0 middelzware stof
1,5 Bovenste grijper-inzetstuk inzetten 3,5 zware stof
1,5 Bovenste grijper-inzetstuk inzetten 3,5 Afb. 56 Verkeerde draadspanning Als de onderste grijper-draad op de onderkant van eht textiel ligt (afb. 57):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad u (geel) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw r of groen t) op een lager getal. onderste grijperdraad naalddraad Bovenkant Onderkant Afb. 57 Verkeerde draadspanning Als de naalddraad te los is (afb. 58):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw r of groen t) op een hoger getal.
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad u (geel) op een lager getal. onderste grijperdraad Bovenkant naalddraad Onderkant Afb. 58
3-draad-kettingsteek (overlock) Naald-positie Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 59. Deze steek met één naald en 3 draden wordt gebruikt voor het afwerken bij gewone stoffen met overhandse steek. Door de naaldpositie te veranderen krijgt men een smalle of brede kettingnaad. Naadbreedte-schakelaar
Steeklengte 2-4 Inzetstuk bovenste grijper niet nodig Zet de draadspanning-keuzeschakelaar r t z u op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruikte materiaal. Draadspanning Textiel lichte stof blauw groen rood geel 2,0
2,0 1,0 Correcte draadspanning bovenste grijperdaad middelzware stof 3,0
3,0 1,5 naalddraad Draadspanning Textiel blauw groen rood geel lichte stof
3,5 6,5 2,5 Bovenkant onderste grijperdraad Onderkant Afb. 59 Verkeerde draadspanningen bovenste grijperdaad Als de onderste grijper-draad op de onderkant van het textiel ligt (afb. 60):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad z (rood) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad u (geel) op een lager getal. onderste grijperdraad naalddraad Bovenkant Onderkant Afb. 60 bovenste grijperdaad Als de onderste grijper-draad op de bovenkant van het textiel ligt (afb. 61):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad u (geel) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad z (rood) op een lager getal, of... onderste grijperdraad naalddraad Bovenkant Onderkant Afb. 61 bovenste grijperdaad Als de naalddraad te los lijkt (afb. 62), draait u de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de naalddraad (blauw r of groen t) op een hoger getal. onderste grijperdraad naalddraad Bovenkant Onderkant Afb. 62
3-draad-flatlocknaad Naald-positie Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 63. Deze steek met één naald en 3 draden wordt gebruikt voor platte zomen of stootnaden en voor siersteken met decoratieve draad. Door de naaldpositie te veranderen krijgt men een smalle of brede flatlocknaad (platte naad). Zet de draadspanning-keuzeschakelaar r t z u op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruikte materiaal. Draadspanning Naadbreedte-schakelaar
Steeklengte 2-4 Inzetstuk bovenste grijper niet nodig Textiel blauw groen rood geel lichte stof 0,5
3,0 3,0 Correcte draadspanning naalddraad bovenste grijperdaad Draadspanning naalddraad Textiel lichte stof blauw groen rood geel
7,0 4,0 Bovenkant onderste grijperdraad Onderkant Afb. 63 middelzware stof
1,0 7,0 4,0 Verkeerde draadspanningen Als de onderste grijper-draad te los is (afb. 64):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad u (geel) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw r of groen t) op een lager getal. naalddraad bovenste grijperdaad Bovenkant Als de bovenste grijper-draad te los is (afb. 65):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad z (rood) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw r of groen t) op een lager getal. naalddraad bovenste grijperdaad Bovenkant Als de naalddraad te los is (afb. 66):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw r of groen t) op een hoger getal.
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad z (rood) op een lager getal. naalddraad bovenste grijperdaad Bovenkant naalddraad onderste grijperdraad Onderkant Afb. 64 naalddraad onderste grijperdraad Onderkant Afb. 65 naalddraad onderste grijperdraad Onderkant Afb. 66
3-draad-overhandse-kettingsteek (overlock) Naald-positie Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 67. Deze steek met één naald en 3 draden wordt bijvoorbeeld gebruikt voor het naaien van sierranden. Door de naaldpositie te veranderen krijgt men een smalle of brede overhandse kettingnaad. Zet de draadspanning-keuzeschakelaar r t z u op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruikte materiaal. Draadspanning Naadbreedte-schakelaar
Steeklengte 2-4 Inzetstuk bovenste grijper niet nodig Textiel blauw groen rood geel lichte stof 2,0
0,5 7,5 Correcte draadspanning naalddraad naalddraad bovenste grijperdaad Draadspanning Textiel lichte stof blauw groen rood geel
5,0 onderste grijperdraad Bovenkant Onderkant Afb. 67 middelzware stof
3,0 1,5 8,0 Verkeerde draadspanning Als de bovenste grijper-draad te los is (afb. 68):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad z (rood) op een hoger getal. naalddraad naalddraad bovenste grijperdaad Bovenkant Als de onderste grijper-draad te los is (afb. 69):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad u (geel) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad z (rood) op een lager getal. naalddraad onderste grijperdraad Onderkant Afb. 68 naalddraad bovenste grijperdaad Bovenkant Als de naalddraad te los is (afb. 70):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning van de naalden (blauw r of groen t) op een hoger getal.
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad z (rood) op een lager getal. naalddraad onderste grijperdraad Onderkant Afb. 69 naalddraad bovenste grijperdaad Bovenkant onderste grijperdraad Onderkant Afb. 70
3-draad-veiligheidssteek, sterk rekbaar, geïmiteerd Naald-positie Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 71. Deze steek met 2 naalden en 3 draden is ideaal voor lichte, extreem rekbare stoffen, zoals bijv. tricot en elasthan. Naadbreedte-schakelaar
Zet de draadspanning-keuzeschakelaar r t z u op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruikte materiaal. Steeklengte 2-4 Steek voor deze steeksoort het inzetstuk voor de bovenste grijper in de bovenste grijper o. Inzetstuk bovenste grijper inzetten Correcte draadspanning Draadspanning Textiel lichte stof middelzware stof blauw groen rood geel 2,0 1,5 Bovenste grijper-inzetstuk inzetten
Bovenste grijper-inzetstuk inzetten 0,5 3,0 2,0 Linker naalddraad Rechter naalddraad onderste grijperdraad Bovenkant zware stof 4,0 3,0 Bovenste grijper-inzetstuk inzetten Onderkant 1,0 Afb. 71 Verkeerde draadspanning Als de bovenste grijper-draad te los is (afb. 72):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad u (geel) op een hoger getal. Linker naalddraad Rechter naalddraad Bovenkant onderste grijperdraad Onderkant Afb. 72 Als de linker naalddraad te los is (afb. 73):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de linker naald r (blauw) op een hoger getal. Linker naalddraad onderste grijperdraad Rechter naalddraad Bovenkant Onderkant Afb. 73 Als de rechter naalddraad te los is (afb. 74):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de rechter naald t (groen) op een hoger getal. Linker naalddraad onderste grijperdraad Rechter naalddraad Bovenkant Onderkant Afb. 74
4-draad-veiligheidssteek, sterk rekbaar, geïmiteerd Naald-positie Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 75. Deze steek met 2 naalden en 4 draden is ideaal voor gemiddelde tot zware, rekbare stoffen, zoals bijv. dubbel gebreide stoffen en zwemkleding. Hij is daarvoor geschikt twee stoffen te verbinden en gelijktijdig de randen af te werken. Naadbreedte-schakelaar
Steeklengte 2-4 Inzetstuk bovenste grijper niet nodig Zet de draadspanning-keuzeschakelaar r t z u op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruikte materiaal. Draadspanning Textiel blauw groen rood Correcte draadspanning geel bovenste grijperdaad lichte stof 2,5 2,0 2,5 2,0 middelzware stof 3,0 2,0 3,0 2,0 Rechter naalddraad Linker naalddraad zware stof 4,0 2,5 4,0 2,5 onderste grijperdraad Bovenkant Onderkant Afb. 75 Verkeerde draadspanning Als de bovenste grijper-draad op de onderkant van het textiel ligt (afb. 76):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad z (rood) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad u (geel) op een lager getal. bovenste grijperdaad Rechter naalddraad Linker naalddraad Bovenkant bovenste grijperdaad Als de onderste grijper-draad op de bovenkant van het textiel ligt (afb. 77:
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de onderste grijper-draad u (geel) op een hoger getal, of...
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de bovenste grijperdraad z (rood) op een lager getal. Rechter naalddraad Linker naalddraad Bovenkant bovenste grijperdaad onderste grijperdraad Onderkant Afb. 76 onderste grijperdraad Onderkant Afb. 77 Als de linker naalddraad te los is (afb. 78):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de linker naald r (blauw) op een hoger getal. Rechter naalddraad Linker naalddraad Bovenkant bovenste grijperdaad Als de rechter naalddraad te los is (afb. 79):
- draai de keuzeschakelaar voor de draadspanning voor de rechter naald t (groen) op een hoger getal. onderste grijperdraad Onderkant Afb. 78 Rechter naalddraad Linker naalddraad Bovenkant
onderste grijperdraad Onderkant Afb. 79 Rolzomen Met deze machine kunt u vier verschillende types rolzomen naaien. Bij het naaien van rolzomen wordt de rand van het naaigoed omgelegd en voorzien van een overlock-naad. Voor deze manier van omzomen zijn het beste lichte stoffen geschikt, zoals batist, chiffon, organza etc. Zware stoffen of stijve weefsels zijn ongeschikt voor rolzomen.
- Verwijder de linker naald.
- Stel de naadbreedte-schakelaar d op „R“ (afb. 80).
- Richt de steunplaat van de naadbreedte-vinger aan de markering „R“ op de steekplaat door de instelknop van de naadbreedte f te draaien (afb. 81).
- Zet het instelwiel voor de steeklengte 5 op „F - 2“ (afb. 82). Daardoor wordt een fijne naad genaaid.
- Gebruik voor rolzomen de naald cat. nr. 14. Aanwijzingen:
- Voor een rolzoom kunnen vele verschillende draadcombinaties worden gebruikt. Om een bijzonder mooie rolzoom te maken (3-draad-rolzoom), gebruikt u volumineus garen (volumineus polyamide garen/woolly nylon) als bovenste grijper-draad en gewoon draad voor de naald en de onderste grijper. Voor een 2-draad-rolzoom gebruikt u volumineus garen voor de onderste grijper-draad en gewoon draad voor de naalddraad.
- Houd bij het begin van het naaien de lege kettingdraad vast, zodat deze zich niet kan inrollen in de naad.
- Stel het materiaal bloot aan een lichte spanning in naairichting. Daardoor wordt de naad fijner.
- Voordat u de lege ketting dichtbij het textiel afsnijdt, doet u een klein druppeltje textiellijm op de naad en laat u dit drogen. Controleer tevoren op kleurechtheid op het textiel. 3-draad-rolzoom Afb. 80 Afb. 82 Afb. 81 Naald-positie Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 83. Bovenste grijper-draad blauw groen rood
F-2 niet nodig Naadbreedte-schakelaar Draadspanning Steeklengte geel Inzetstuk bovenste grijper Polyester
2,0 2,0 2,0 Zet de draadspanning-keuzeschakelaar t z u op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruikte materiaal. bovenste grijperdaad naalddraad 3-draad-bovenste grijper-overhandse-rolzoom Bovenkant Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 84. Zet de draadspanning-keuzeschakelaar t z u op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruikte materiaal. Bovenste grijper-draad onderste grijperdraad Onderkant Afb. 83 Draadspanning blauw groen rood geel Polyester
2,5 naalddraad bovenste grijperdaad onderste grijperdraad Bovenkant Onderkant Afb. 84
2-draad-rolzoom Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 85. Zet de draadspanning-keuzeschakelaar t u op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruikte materiaal. Steek voor deze steeksoort het inzetstuk voor de bovenste grijper in de bovenste grijper o. Naald-positie
F-2 inzetten Naadbreedte-schakelaar Steeklengte Inzetstuk bovenste grijper onderste grijperdaad Onderste grijper-draad Volumineus garen Draadspanning blauw groen rood geel
1,5 Bovenste grijper-inzetstuk inzetten 1,5 Bovenkant naalddraad Onderkant Afb. 85 2-draad-onderste grijper-overhandse-rolzoom Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 86. Zet de draadspanning-keuzeschakelaar t u op de passende waardes (zie tabel) en naai een testnaad op het gebruikte materiaal. Naald-positie
F-2 inzetten Naadbreedte-schakelaar Steek voor deze steeksoort het inzetstuk voor de bovenste grijper in de bovenste grijper o. Steeklengte Inzetstuk bovenste grijper Onderste grijper-draad Draadspanning blauw groen Polyester
1,5 rood Bovenste grijper-inzetstuk inzetten Bovenste grijper-inzetstuk inzetten geel naalddraad 2,0 1,5 Bovenkant onderste grijperdraad Onderkant Afb. 86
Flatlock-siernaden Om flatlocknaden te maken, stelt u de draadspanning in op een 3-draadoverlocksteek.Naai een naad en trek het naaigoed vervolgens uit elkaar, om de naad glad te maken. De flatlocknaad kan als decoratieve montagenaad of als pure siernaad worden ingezet (afb. 87 , donkere draad). Aanwijzingen:
- Let op de juiste draadspanning, zodat het naaigoed zich na het naaien goed uit elkaar laat trekken.
- Gebruik een decoratieve draad als bovenste grijper-draad, want deze is de belangrijkste draad en goed te zien. Afb. 87
1. Verwijder de rechter, resp. de linker naald (afb. 88).
2. Stel de aangeraden spanningsinstelling in voor een 3-draad-overlokknaad (afb. 89).
3. Stel dan de bovenste draad-spanningen (groen, resp. blauw) aanzienlijk
4. Laat nu ook de draadspanning van de bovenste grijper (rood) wat
5. Stel dan de draadspanning van de onderste grijper (geel) aanzienlijk
vaster in. Afb. 89 Flatlocknaad als montagenaad
- Leg de twee te naaien textielstukken links op links op elkaar, om een decoratieve naad aan de rechter kant te krijgen.
- Naai de naad en snijd daarbij de overstaande stof weg (afb. 90). Afb. 90 Het steekbeeld van deze steek toont u de afbeelding 91.
- De bovendraad (naalddraad) (groen of blauw) heeft dan een v-vormig verloop aan de linker stofkant.
- De onderste grijper-draad verloopt als een rechte lijn aan de stofkant.
- Trek het naaigoed naar beide kanten van de naad uit elkaar, zodat de steken plat gaan liggen. naalddraad bovenste grijperdaad Bovenkant onderste grijperdaad Onderkant Afb. 91
Flatlocknaad als siernaad
- Zet het beweegbare bovenste mes i in ruststand (afb. 92). Het textiel wordt niet gesneden bij dit soort naad.
- Vouw het textiel zodanig, dat de beide linker kanten op elkaar liggen. Afb. 92
- Leg het textiel zo, dat een deel van de steek buiten het textiel wordt genaaid (afb. 93).
- Vouw het textiel daarna uit elkaar. De steken gaan dan platliggen. Afb. 93 Overlock-blinde zomen De overlock-blinde zoom is het beste geschikt voor breisels. Hij zorgt voor een duurzame afwerking van kanten en is daarbij vrijwel niet te zien (afb. 94). In één procedure wordt het overstaande naaigoed afgesneden, de zoom genaaid en de kanten voorzien van een overlocknaad.
1. Verwijder de linker naald en stel de machine in voor een smalle
3-draad-overlocknaad.
2. De steeklengte instellen op 4.
3. Vouw de zoom eerst zo naar de linker en dan naar de rechter kant van
de stof, dat de stofkant 6 mm over de eerste vouw uitsteekt (afb. 95).
4. Naai voorzichtig op de vouw. Daarbij moet de naald recht in de kant
van de vouw insteken. Afb. 94 Afb. 95 Haarbiezen Om uw kledingstuk decoratiever vorm te geven, kunt u het vóór het op maat snijden voorzien van haarbiezen (afb. 96). Haarbiezen zijn siernaden, zoals getoond op afbeelding 96.
1. Verwijder de linker naald en stel de machine in voor een smalle
3- draad-overlocknaad.
2. Zet het bovenste mes i in de ruststand.
3. Om een gelijkmatig resultaat te bereiken, teken u het gewenste aantal
haarbiezen met wateroplosbare textielstift of textielkrijt op de stof.
4. Vouw de stof op links bijeen en naai deze.
5. Als alle biezen genaaid zijn, strijkt u deze in één richting, zodat zij
gelijkmatig vlak opliggen. Afb. 96
Hoeken naaien Buitenhoeken Snijlijn
1. Snijd voor en na de hoek ca. 2 cm tot aan de naadlijn weg (afb. 97).
2. Naai een steek verder dan tot aan de markering „A“ op de tekening
en stop dan (afb. 97). Afb. 97
3. Til naald en naaivoetje a even op.
4. Trek het naaigoed zo ver naar achteren, dat de draad losgaat, die door
de vinger van de steekplaat e wordt vastgehouden. Om het duidelijker zichtbaar te maken is op de tekening hiernaast het naaivoetje a niet weergegeven - afb. 98).
5. Draai het naaigoed en laat het naaivoetje a, zakken, zodat het
bovenste mes i op één lijn met de snijkant ligt (afb. 99).
6. Trek de losse draad omhoog en naai verder.
Afb. 98 Afb. 99 Binnenhoeken
1. Snijd het naaigoed aan de naadrand af.
2. Zet het bovenste mes i in ruststand (afb. 100).
3. Naai op de snijdkant (afb. 101).
4. Stop het naaien kort voor het bereiken van de hoek.
5. Leg op een hoekpunt een vouw, zodat de beide kanten een lijn vormen
6. Naai langzaam over de hoek heen de tweede kant. Let er daarbij op,
dat u niet de vouw meeneemt! Afb. 101 Afb. 102
Tips en handigheidjes Spelden insteken Steek de naalden altijd links van het naaivoetje a in (afb. 103). Zodoende bevinden de naalden zich niet in het snijdbereik van de messen i s en kunnen zij daarna weer gemakkelijk verwijderd worden. Let op! Schade aan het apparaat! Naai nooit over spelden of andere harde materialen. De messen i s kunnen daarbij beschadigd raken! Afb. 103 Lege draadketting borgen Om een loslaten van de lege draadketting te voorkomen, rijgt u de lege draadketting in een handnaald. Steek de naald om te borgen in het einde van de naad. Naadversterking De naad kan versterkt worden, als u een keperband mee innaait. Voer hiervoor het band toe door de sleuf in het voorste bereik van het naaivoetje a (afb. 104). Afb. 104 Leg het band onder het voetje naar achteren en naai de naad. Daardoor wordt het band met de naad aangenaaid (afb. 105). Afb. 105 Omboorden
1. Zet het bovenste mes i in ruststand.
2. Verwijder de rechter naald en de bijbehorende draad.
3. Trek het passement (garen of keperband) door de sleuf in het voorste
bereik van het naaivoetje a (afb. 106). Afb. 106
4. Leg het passement onder het naaivoetje a en kant de gewenste lengte
af (afb. 107). U kunt de afgekante boordsels afzonderlijk gebruiken of meerdere in elkaar vlechten. Afb. 107
Onderhoud en reiniging Let op! Trek altijd de stekker uit het stopcontact vóór het reinigen of onderhouden. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar! Reinigen en smeren
- Verwijder regelmatig stof en pluizen uit het bereik van grijpers en messen. U kunt daarvoor het meegeleverde kwastje gebruiken (afb. 108).
- Veeg de machine af met een licht vochtige gemaakte doek. Afb. 108
- Smeer de machine regelmatig aan de op de afbeelding 109 getoonde smeerpunten. Gebruik hiervoor uitsluitend naaimachineolie. Afb. 109 Onderste mes vervangen Let op! Vóór het vervangen van het mes s altijd eerst de netstekker uit het stopcontact halen. Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat. Anders bestaat er letselgevaar! Vervang het onderste mes s, zodra u merkt, dat het onderste mes s niet meer goed en keurig snijdt. Gebruik de afbeelding 110 als hulpmiddel.
1. Open de frontklep 0.
2. Zet het bovenste mes i in de ruststand (A).
3. Verwijder de schroef aan het onderste mes s (B) en verwijder het
mes s (C) (afb. 111).
4. Schuif het nieuwe mes s in de houder en schroef het vast.
5. Plaats het bovenste mes i in werkstand en sluit de frontklep 0.
Opbergen Let op: haal altijd eerst de netstekker uit het stopcontact, voordat u de machine opbergt.Dit voorkomt onbedoeld starten van het apparaat en zomede letselgevaar, evenals oververhitting van het apparaat! Als u de machine niet gebruikt. dekt u deze altijd af met de afdekkap. Zo beschermt u de machine tegen stof. Bewaar de machine op een schone en droge plaats. Transporteer de machine altijd aan de uitklapbare handgreep. Milieurichtlijnen Deponeer het toestel in geen geval bij het normale huisvuil. Dit product is onderworpen aan de Europese richtlijn 2002/96/EC. Zorg voor een milieuvriendelijk afvoeren van alle verpakkingsmaterialen. Deponeer de naaimachine-olie in geen geval in het normale huisvuil. Giet het niet in de afvoer. Voer de olie af via een erkend afvalverwerkingsbedrijf of via uw gemeentereiniging. Voer het toestel af via een erkend afvalverwerkingsbedrijf of via uw gemeentereiniging. Neem de momenteel geldende voorschriften in acht. Neem in geval van twijfel contact op met uw gemeentereinigingsdienst. Garantie en service U heeft op dit apparaat 3 jaar garantie vanaf de aankoopdatum. Het apparaat is met de grootst mogelijke zorg vervaardigd en voorafgaand aan de levering nauwkeurig gecontroleerd. Bewaar a.u.b. de kassabon als aankoopbewijs. Mocht u aanspraak willen maken op de garantie, neem dan telefonisch contact op met uw serviceadres. Alleen op die manier is een kostenloze verzending van uw product gegarandeerd. De garantie geldt uitsluitend voor materiaal- of fabricagefouten, echter niet voor transportschade, aan slijtage onderhevige delen of voor beschadigingen van breekbare onderdelen, bijv. schakelaars of accu's. Het product is uitsluitend bestemd voor privé-gebruik en niet voor bedrijfsmatige doeleinden. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet door ons geautoriseerd servicefiliaal zijn uitgevoerd, vervalt de garantie. Uw wettelijke rechten worden door deze garantie niet beperkt. De garantieperiode wordt niet verlengd door de aansprakelijkheid.Dit geldt eveneens voor vervangen en gerepareerde onderdelen.Eventuele schaden en gebreken die reeds bij de koop aanwezig zijn moeten direct na het uitpakken worden gemeld, uiterlijk echter twee dagen na datum van aankoop. Na afloop van de garantieperiode worden alle reparaties die optreden in rekening gebracht. Service Nederland Tel.: 0900 0400223 (0,10 EUR/Min.) E-Mail: kompernass@lidl.nl Importeur KOMPERNASS GMBH BURGSTRASSE 21 44867 BOCHUM, GERMANY www.kompernass.com
- Naalden zijn krom, stomp of aan de punten beschadigd.
- Nieuwe naalden inzetten.
- Naalden zijn niet correct ingezet.
- Zet de naalden correct in de houder.
- U heeft te sterk aan de stof getrokken
- Geleid de stof voorzichtig met beide handen.
- Garen is niet correct ingeregen.
- Het garen correct inrijgen.
- Draadspanning is te hoog.
- Reduceer de draadspanning
- Naalden zijn niet correct ingezet.
- Zet de naalden correct in de houder.
- Naalden zijn krom, stomp of aan de punten beschadigd.
- Nieuwe naalden inzetten.
- Naalden zijn niet correct ingezet.
- Zet de naalden correct in de houder.
- Garen is niet correct ingeregen.
- Controleer het verloop van alle draden.
- Draadspanning is niet correct.
- Controleer het verloop van alle draden.
- Draadspanning te hoog.
- Justeer de draadspanning.
- Garen is niet correct ingeregen.
- Het garen correct inrijgen.
- Garen blijft steken.
- Controleer het verloop van alle draden.
- Differentieel transport niet ingesteld.
- Stel het differentieel transport correct in. Stof wordt niet netjes afgesneden
- Messen zijn bot of er verkeerd ingezet.
- Vervang het mes of zet het er correct in. Stofkanten gaan rimpelen
- Te veel stof op een steek.
- Verander de breedte van de naad. Naalden breken Draad scheurt af Steken worden overgeslagen Steken zijn onregelmatig Naden trekken rimpels
Notice-Facile