FUNTOUCH 2 - Digitale camera NIKON - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis FUNTOUCH 2 NIKON in PDF-formaat.

📄 150 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice NIKON FUNTOUCH 2 - page 60
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : NIKON

Model : FUNTOUCH 2

Categorie : Digitale camera

Download de handleiding voor uw Digitale camera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FUNTOUCH 2 - NIKON en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FUNTOUCH 2 van het merk NIKON.

GEBRUIKSAANWIJZING FUNTOUCH 2 NIKON

Plaatsen van de batterijen (1) Open net batterijvakdeksel door het in de richting van de pijl te drukken. (2) Leg twee nieuwe AA formaat alkaline batterijen in het vak, daarbij lettend op de juiste positieve (+) en negatieve (—) polariteit, zoals is aangegeven op het in het vak afgebeelde schema. (3) Druk het deksel van het batterijvak weer dicht en zorg dat het stevig vastzit.

  • Vervang de batterijen wanneer: A) De snelheid van het terugspoelen van de film trager dan gewoonlijk is. B) De groene LED niet binnen 10 seconden oplicht nadat de ontspanknop halverwege is ingedrukt met de lensdop geopend. A en B betekenen dat de batterijen zwakzijn e n d a t e r n i e t g e n o e g v e r m o g e n i s om de camera in werking te stellen. OPMERKING: Mangaanbatterijen zijn ongeschikt voor deze camera en NiCd batterijen mogen niet worden gebruikt. —57— Lensdop (Fig. C) Voor het openen van de lensdop wordt de lensdopschakelaar naar rechts geschoven. Voor het sluiten van de lensdop wordt de lensdopschakelaar naar links geschoven. OPMERKING: De sluiter werkt met gesloten lensdop niet. Wanneer de camera niet gebruikt wordt, de lensdop sluiten om toevallige belichtingen te voorkomen. Automatisch instellen op de filmsneiheid ISO nummer van de film ISO 50 ISO 100 ISO 200 Film zonder DX-code ISO 400 ISO 1000 ISO 1600 DX-instellingsstand van de camera —58—

OPMERKING: Bij gebruik van een film met hogere snelheid kunt u een overbelicht beeld bekomen. Filminleg (1) Schuif de vergrendeling van het achterdeksel in de richting van de pijl en trek het open. (2) Breng de cassette met de platte kant naar beneden in het film-magazijn, laat dan de andere kant zakken en druk het geheel in de juiste stand. (3) Voer de filmlip langs de geleiding en breng hem op een lijn met de gele filmafbeelding aan in de linkerhoek van de opwikkelspoel. Zorg dat de filmlip niet te ver uitsteekt over de gele illustratie, daar anders een lus in de film kan ontstaan. Zorg ook, dat de film vlak en strak in de geleiding en op de tandjes van het filmtransport ligt. (Fig. D, E) —59— (4) Sluit het achterdeksel totdat u een klik hoort, die aangeeft dat het deksel stevig is vergrendeld. Wanneer het deksel na het inleggen van de fiim niet goed sluit, dient u te controleren of de film wel vlak tussen de geleiding ligt en of de film-cassette wel goed in het magazijn rust. (5) Nadat het achterdeksel is gesloten, moet de ontspanknop worden ingedrukt en het filmtransport worden doorgedraaid tot het cijfer " 1 " op de opnameteller verschijnt. OPMERKING: De teller werkt alleen wanneer de film op de juiste wijze is ingelegd. Wanneer de teller niet funktioneert, moet u stap 1 t/m 5 herhalen. —60— Hanteren van de camera Uw camera moet op de juiste wijze worden vastgehouden om te zorgen voor onbewogen, scherpe foto's. Hij moet tegelijk stevig en onverkrampt worden vastgehouden terwijl u opnamen maakt. De afbeeldingen tonen de juiste manier om uw camera in de horizontal en vertikale stand vast te houden. Zorg tijdens het vasthouden van de camera dat u de flitser, belichtingssensor en de lens niet met uw vingers bedekt. (Fig. F) Zoeker Terwijl u door het oculair van de zoeker kijkt, kiest u het gewenste beeld zodanig, dat het hoofdmotief zich in het midden van het zoekerbeeld bevindt. De camera stelt zich automatisch scherp op elk willekeurig motief in het kernvlak (scherpstelkader) in het midden van het zoekerbeeld. Wanneer u onderwerpen fotografeert op een afstand van 1,3m of meer, dient u de gele kadermarkeringen te gebruiken. Het beeld binnen deze kadermarkeringen verschijnt op de film Wanneer de afstand tot het onderwerp tussen de 1,2m en —61— 1,3m bedraagt, kunt u de camera licht optillen en de parallax correctie markeringen gebruiken om het beeld te centreren.

(1) Uw camera werkt volautomatisch. Wanneer er voldoende licht is, kiest u eenvoudig de gewenste beeldinstelling en drukt af.

(2) Fotograferen met flitser Indien het licht niet voldoende is vooreenjuistebelichting (hetzij binnenof buiten), zal de rode LED (Onderbelichtingsindicatie) oplichten in de zoeker wanneer u de ontspanknop halverwege indrukt. Dit betekentdatde flits gebruikt moet worden. Wacht tot de groene LED (Flitsbereid indicatie) oplicht en druk de ontspanknop helemaal in. U kunt dan een flitsopname maken. De juiste flitsbelichtingstijd hangt af van de ISO-gevoeligheid en van de afstand tussen camera en objekt. Filmgevoeligheid Flitsdracht ISO 100 1,2 - 3 , 5 m ISO 400 1,5 - 7,0m

2. Daglichtsynchrofotografie

De flitser kan gebruikt worden wanneer men een objekt fotografeert in de schaduw, of tegen de zon of een helder raam. U dient erop te letten dat de groene LED moet oplichten. Schakel dan de daglichtsynchroschakelaar in de richting van de pijl en houd hem in die stand terwijl u de sluiter ontspant. (Fig. G) Na gebruik keert de daglichtsynchroschakelaar automatisch terug in zijn oorspronkelijk stand.

3. Vooraf scherpstellen

Wanneer u een beeld samenstelt, waarbij zich een hoofdmotief niet in het midden van de zoeker bevindt, is het nodig om met de lens vooraf scherp te stellen. Dat gaat als volgt: (1) Kijk door de zoeker en stel het beeld zodanig, dat het hoofdmotief zich direct achter het scherpstelkader bevindt. (Fig. H) (2) Druk voorzichtig de ontspanknop halverwege in en houdt deze zo ingedrukt om de ingestelde scherpte vast te houden. —64— (3) Terwijl u de ontspanknop halverwege ingedrukt houdt, stelt u via de zoeker het gewenste beeld naar wens samen; dan drukt u de ontspanknop geheel inomdefototemaken. (Fig. I) (De scherpstelling vooraf kan ongedaan worden gemaakt, door de ontspanknop los te laten).

4. Speciale autofocus situaties

Het autofocus systeem zal in de meeste gevallen nauwkeurig werken bij de onderwerpen, die u wilt fotograferen. Er zijn evenwe! een paar situaties, waarin het autofocus mechanisme niet juist werkt. Zoals: (1) Wanneer het onderwerp sterke reflekties vertoont, zoals bij hoogglans metaaloppervlakken, auto carosserieen, water oppervlaktes of spiegels. (2) Onderwerpen met weinig of geen reflecties, zoals zwarte voorwerpen, haren, vlammen of rook. (3) Heel kleine voorwerpen. (4) Onderwerpen, die deels schuilgaan achter andere, bijvoorbeeld achter een net of tr'alies van een kooi. In de gevallen (1)—(4) kan tevoren worden scherpgesteld op een voorwerp, dat zich ongeveer op dezelfde afstand bevindt; daarna kan het beeld opnieuw worden gecomponeerd en de foto worden gemaakt. (Zie hoofdstuk 3 over Vooraf scherpstellen). —65— (5) Het maken van foto's door glazen ruiten: Druk af met de cameralens vlak tegen het glas en onder een hoek van circa 20 graden. Film uitnemen Aan het eind van de filmrol telt de opnameteller niet verder door. Spoel de film terug door de terugspoelknop in de richting van de pijl te zetten. (Fig. J) Wanneer de film geheel is teruggewikkeld en de motor stilstaat, kan het achterdeksel worden geopend om de filmcassette uit het magazijn te halen. De film terugspoelknop zal vanzelf in de oorspronkelijke stand terugkeren. —66— Opheffen van storingen [Omschrijving] Onscherp onderwerp Flitserwerktniet Flitsopnamen vertonen donkere gedeelten Flitsopnamen zijn als fjeheel te donker Flitsopnamen zijn telicht [Oplossing] Wanneer het onderwerp zich niet in het midden van de zoeker bevindt, moet u scherpstelling vooraf gebruiken (zie gedeelte 7-3). Onderwerpen moeten 1,2m of meer van de camera zijn vewijderd. Zie ged. 6, 7-3 en 4. Vervang de batterij. Zorg, dat zich tijdens het flitsen geen vingers voor de flitser bevinden (laat de gefotografeerde daarop letten). Het te fotograferen onderwerp zich binnen een bepaaldflitsbereik bevinden. Zie ged. 7-1. Plaats de onderwerpen tenminste 1,2m van de flitser en zorg, dat het autofocus vierkant het hoofdmotief afdekt. —67— De ogen van d e t e fotograferen persoon reflecteren in het rood Zorg zo mogelijk voor meer omgevingslicht. Laat de gefotografeerde(n) langs de flitser kijken bij voorkeur richting kamerlicht. Specificaties Type: Filmformaat: Lens: Focus: Focusrange: Belichting: Zoeker: 35mm lens sluiter camera met ingebouwde flitser 24mm X 36mm (135 filmchassis) 34mm F4,5 (3 elementen in 3 groepen) Autofocus (met focusvergrendeling) 1,2m tot oneindig ISO 100 Daglicht F9,0 (1/130 sec.) Flits F4.5 (1/130 sec.) Reverse galilean type met helder verlichte beeldkader