NEW JERSEY MP68 - Autoradio BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis NEW JERSEY MP68 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding NEW JERSEY MP68 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. NEW JERSEY MP68 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING NEW JERSEY MP68 BLAUPUNKT
NEDERLANDS Het telefoonboek van de mobiele telefoon .. 306 Telefoonboek overdragen .................... 306 Positie uit het telefoonboek oproepen ... 306 Over deze handleiding Over deze handleiding Deze handleiding bevat belangrijke informatie voor het eenvoudig en veilig inbouwen en bedienen van het apparaat.
- Lees deze handleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u het apparaat gebruikt. Correct gebruik Dit apparaat is voor inbouw en gebruik in een voertuig met 12 V boordspanning ontworpen en moet in een 2-DIN-opening worden ingebouwd. Let op de vermogensgrenzen in de technische gegevens. Laat reparaties en eventueel de inbouw door een vakman uitvoeren.
- Bewaar deze handleiding zodanig, dat deze te allen tijde voor alle gebruikers toegankelijk is.
- Geef het apparaat altijd samen met deze handleiding aan derden door. Houd u tevens de handleidingen van de apparaten aan die in combinatie met dit apparaat worden gebruikt. Gebruikte symbolen In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt: GEVAAR! Waarschuwt voor persoonlijk letsel GEVAAR! Waarschuwt voor ongeval GEVAAR! Waarschuwt voor gehoorschade VOORZICHTIG! Waarschuwt voor laserstraal VOORZICHTIG! Waarschuwt voor beschadiging van de CD-speler Het CE-teken bevestigt dat de EUrichtlijnen zijn aangehouden. W Geeft een handeling aan
- Geeft een opsomming aan
Conformiteitsverklaring Hiermee verklaart Blaupunkt GmbH dat het apparaat New Jersey MP68 in overeenstemming is met de vereisten en de andere relevante voorschriften van de Richtlijn 1999/5/EG. Veiligheidsinstructies Veiligheidsinstructies
- Luister altijd met matig volume, zodat u Het apparaat werd conform de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels gefabriceerd. Toch kunnen er gevaren ontstaan wanneer u de veiligheidsinstructies in deze handleiding niet aanhoudt. Reinigingsinstructies Wanneer u het apparaat zelf inbouwt U mag het apparaat alleen inbouwen, wanneer u ervaring heeft met de inbouw van autoradio's en bekend bent met het elektrische systeem van het voertuig. Houdt u daarom de Inbouwhandleiding aan het einde van deze handleiding aan. Dat moet u aanhouden! VOORZICHTIG! akoestische waarschuwingssignalen (bijv. politie) altijd kunt horen. Oplos-, reinigings- en schuurmiddelen alsmede cockpit-spray en kunststofonderhoudsmiddelen kunnen stoffen bevatten welke het oppervlak van het apparaat aantasten.
- Gebruik voor de reiniging van het apparaat uitsluitend een droge, of licht vochtige doek. Afvoerinstructies Voer uw afgedankte apparaat niet af met het huisvuil! Gebruik voor het afvoeren van het oude apparaat de beschikbare retour- en verzamelsystemen. NEDERLANDS In dit apparaat bevindt zich een klasse-1-laser welke letsel aan uw ogen kan veroorzaken. Open het apparaat niet en voer geen wijzigingen uit aan het apparaat. In bedrijf
- Gebruik voor de front-AUX-IN-bus uitsluitend de haakse tulpstekker van Blaupunkt (7 607 001 535). Alle uitstekende delen, o.a. rechte stekker of adapter leiden tot een verhoogd letselrisico in geval van een ongeval.
- Bedien het apparaat uitsluitend wanneer de verkeerssituatie dit toelaat. Stop op een geschikte plaats om uitgebreidere instellingen uit te voeren.
- Om uw gehoor te beschermen, moet u altijd een matig volume gebruiken. Tijdens een geluidsonderdrukking (bijv. bij Travelstore, als de CD-wissel) is de volumeverandering pas hoorbaar na de geluidsonderdrukking. Verhoog niet het volume tijdens deze geluidsonderdrukking.
Leveringsomvang Leveringsomvang In de leveringsomvang zijn inbegrepen: 1 New Jersey MP68 1 Bedienings-/inbouwhandleiding 1 Frame 2 Demontagegereedschappen 1 USB-aansluitkabel 1 Microfoon voor Bluetooth®-telefoongesprek 1 Microfoonaansluitkabel 1 Stekkerhuis 1 Onderdelenset
Omschrijving van het apparaat
- C'n'C-compatibel Blaupunkt-interfaces via Omschrijving van het apparaat de AUX-bus op de achterzijde
- Of een CD-wisselaar of een externe audiobron, bijv. MiniDisc- of MP3-speler, via de AUX-bus op de achterzijde (REAR-AUX-INbus, alleen wanneer geen C'n'C-compatibel Blaupunkt-interface is aangesloten) Wat kan het apparaat? Het apparaat beschikt naast de tuner over een geïntegreerde CD-speler, waarmee u audio-CD's en MP3-/WMA-CD's kunt afspelen. Voor het comfortabel radio luisteren is het apparaat uitgerust met een RDS-ontvangstdeel. U kunt bijv. de RDSfuncties TA en EON voor de voorrang van verkeersinformatiezenders of PTY voor het zoeken naar zenders met uw voorkeursprogrammatype gebruiken. De ingebouwde Bluetooth®-module en de microfoonaansluiting maken hands-free bellen via de autoradio mogelijk. Daarnaast kunt u de volgende apparaten aansluiten en gebruiken:
- Een extra externe audiobron via de frontAUX-IN-bus
- USB-medium (speler, stick of harde schijf) met MP3- of WMA-bestanden
- Navigatie-apparaat of telefoon (Tel/Navi Line-In) Lees hiervoor de inbouwhandleiding.
Omschrijving van het apparaat
-toets CD uit CD-speler schuiven 2 CD-speler 3 Display
-toets (ophangen-toets) Binnenkomende oproep niet aannemen/ gesprek afsluiten
-toets (opnemen-toets) Oproep doen resp. aannemen 6 Front-AUX-IN-bus 7 USB-aansluiting 8 SOURCE -toets Audiobron kiezen 9 MENU-toets Menu oproepen : OK-toets In de menu's oproepen van menupunten en bevestiging van instellingen (kort indrukken) Titel/radiozender kort weergeven (scanfunctie; langer dan 2 seconden indrukken) ; DIS•ESC-toets Menu verlaten en omschakelen naar de weergave van de audiobron, displaymodi kiezen (bijv. MP3-browse-modus in MP3-display) < AUDIO-toets Audiomenu voor klankkleurinstellingen oproepen = TUNER-toets Naar radioweergave omschakelen Radioweergave: menu voor keuze van het golfgebied/ het geheugenniveau openen > Volumeregelaar ? Aan-/uit-toets Inschakelen, onderdrukken van het geluid (kort indrukken) Uitschakelen (langer dan 2 seconden indrukken)
@ Kanteltoets en alsmede en In de menu's en bij radioweergave: submenu's en menupunten/functies selecteren In andere weergavesoorten (bijv. CD- of MP3-weergave): titel, CD en map kiezen A Alfanumeriek toetsenblok Radioweergave (0 - 9): opgeslagen zender kiezen (kort indrukken), zender opslaan (langer dan 2 seconden indrukken) Bluetooth®-snelkeuze (0 - 9): opgeslagen telefoonnummer oproepen (langer dan 2 seconden indrukken) In de menu's: invoer bijv. van PIN-code, telefoonnummers en namen Diefstalbeveiliging Apparaatcode U kunt dit apparaat met een individuele code van vier posities beveiligen tegen diefstal. Wanneer de codevraag is ingeschakeld, moet de code na elke onderbreking van de voeding van de voertuigaccu worden ingevoerd. Zonder deze code is het apparaat dan voor een dief waardeloos. U kunt de codevraag in- en uitschakelen: wanneer u de code "0000" instelt schakelt u de codevraag daarmee automatisch uit. Zodra u een andere code instelt dan "0000" is de codevraag automatisch ingesteld (zie paragraaf "Code instellen"). Af fabriek is de code "0000" ingesteld en dus is de codevraag uitgeschakeld. Het wordt aanbevolen een individueel nummer in te stellen en daarmee de codevraag in te schakelen. Uw apparaat is dan voor een dief waardeloos geworden en beveiligd tegen misbruik. Opmerking: Noteer uw individuele code en bewaar deze op een veilige plek. Noteer de individuele code bijv. op de apparaatpas en bewaar de apparaatpas gescheiden van het apparaat, buiten het voertuig! Code invoeren Wanneer een andere code dan "0000" is ingesteld en het apparaat van de boordspanning gescheiden is geweest (bijv. bij uitbouw van de accu bij reparaties), dan wordt na het inschakelen in het display "PLEASE ENTER CODE" (Code invoeren a.u.b.) en "_ _ _ _" weergegeven en u kunt de code invoeren. Opmerkingen:
- U heeft 6 kansen op de juiste code in te voeren voordat het apparaat wordt geblokkeerd en alleen nog maar met de mastercode vrijgeschakeld kan worden.
- U kunt het apparaat weer uitschakelen, zonder dat u de code heeft ingevoerd. W Voer de code in door het indrukken van de betreffende toetsen op het toetsenblok A. W Druk op de OK-toets :, om de ingevoerde code te bevestigen. Bij de invoer van de juiste codes wordt in het display kort "CODE OK!!" (Code in orde) weergegeven en het apparaat start met de laatst beluisterde audiobron. Bij invoer van een verkeerde code wordt in het display kort "INCORRECT CODE!! PLEASE TRY AGAIN!!" (Verkeerde code! Probeer opnieuw!) weergegeven. U kunt nu nog vijf keer proberen de code in te voeren. Na de vierde verkeerde invoer wordt in het display "2 TRIALS LEFT!! RADIO WILL BE BLOCKED AFTER THAT! PRESS OK" (Nog 2 pogingen, daarna wordt het apparaat geblokkeerd! Druk op OK) weergegeven. W Druk op de OK-toets :, om weer naar de code-invoer te gaan. Na de vijfde verkeerde invoer wordt in het display "1 TRIAL LEFT!! RADIO WILL BE BLOCKED AFTER THAT! PRESS OK" (Nog 1 poging, daarna wordt het apparaat geblokkeerd! Druk op OK) weergegeven. W Druk op de OK-toets :, om weer naar de code-invoer te gaan. Na de zesde verkeerde invoer wordt in het display
"THE RADIO IS BLOCKED!! PLEASE CONTACT
THE SERVICE CENTER" (Radio is geblokkeerd! Neem a.u.b. contact op met het servicecentrum) weergegeven. Neem contact op met uw Blaupunkt vakhandel of met de Blaupunkt klantenservice.
NEDERLANDS Diefstalbeveiliging Diefstalbeveiliging | Inbedrijfname Code instellen Stel een individuele code in, om zo de codevraag automatisch in te schakelen, of stel de code "0000" in om zo de codevraag uit te schakelen. Af fabriek is de code "0000" ingesteld en dus is de codevraag uitgeschakeld. Opmerking: Uw individuele code wordt bij het resetten van de fabrieksinstellingen niet gereset, maar blijft behouden. W Druk op de toets MENU 9. W Druk op de kanteltoets @, om het systeemmenu "Syst" te openen. Het menupunt "CODE" is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Wanneer de codevraag is ingeschakeld, voert u uw actuele code in door op de betreffende toetsen van het toetsenblok A te drukken. W Druk op de OK-toets :, om de actuele code te bevestigen. W Voer uw nieuwe code in door op de betreffende toetsen te drukken op het toetsenblok A. Inbedrijfname In dit hoofdstuk vindt u informatie over hoe u het apparaat in- en uitschakelt, het volume regelt, menu-instellingen uitvoert en het apparaat terugzet op de fabrieksinstellingen. Bovendien vindt u hier, hoe u een USB-medium aansluit en een CD correct in het apparaat plaatst. Apparaat in- en uitschakelen Het apparaat wordt via het contact in- en uitgeschakeld. De begroetingsanimatie begint en kan met de OK-toets : worden afgebroken. Het apparaat speelt de audiobron, die u als laatste hoorde. Om het apparaat handmatig in te schakelen, W drukt u op de aan-/uit-toets ?. Om het apparaat uit te schakelen, W houdt u de aan-/uit-toets ? gedurende ca. 2 seconden ingedrukt. Opmerking: Om bij uitgeschakeld contact de accu te sparen, schakelt het apparaat na afloop van een uur automatisch uit. Volume instellen W Druk op de OK-toets : om de nieuwe code op te slaan. GEVAAR! U keert terug naar het systeemmenu. Hoog geluidsvolume Apparaatpas In geval van diefstal is de apparaatpas op de achterkant van deze handleiding uw eigendomsbewijs in combinatie met het aankoopbewijs. Voer daar het serienummer en de code van het apparaat in. U vindt het serienummer op de zijkant van het apparaat en evt. op de originele verpakking. Te hoog volume beschadigt het gehoor en u kunt akoestische waarschuwingssignalen niet meer horen. Het geluid van het apparaat wordt onderdrukt, wanneer het de CD in CD-wisselaar of de audiobron wisselt. Tijdens deze geluidsonderdrukkingspauze is een wijziging van het volume mogelijk, maar niet hoorbaar. Verhoog niet het volume tijdens deze geluidsonderdrukking! Stel altijd een gematigd volume in.
Inbedrijfname W Draai aan de volumeregelaar >. Het actuele volume wordt op het display weergegeven en voor alle audiobronnen gebruikt. Opmerking: U kunt het volume ook tijdens een verkeersbericht/het telefoneren/navigatiemededeling instellen met de volumeregelaar > voor de duur van het telefoongesprek resp. de mededeling. Standaard wordt het menu van de actuele weergavesoort geopend, bijv. het tuner-menu, wanneer het apparaat zich bij het indrukken van de MENU-toets 9 in tuner-weergave bevindt. Opmerking: U kunt het menu niet oproepen, wanneer het apparaat zich in de geluidsonderdrukkingsmodus ("MUTE") bevindt.
Apparaatgeluid onderdrukken W Druk kort op de aan-/uit-toets ?. Op het display wordt "MUTE" (Geen geluid) weergegeven. OF: W Draai aan de volumeregelaar >. Overzicht van de menubediening De verschillende basisinstellingen van het apparaat en vele functies van de verschillende weergavesoorten staan u via menu's ter beschikking:
- In het systeemmenu voert u de basisinstellingen voor het apparaat uit (bijv. displayhelderheid en -kleur, inschakelvolume en volume voor verkeersberichten, telefoongesprekken en bijvoorbeeld tijd, duur van fragment alsmede instellingen voor de C'n'Cen AUX-weergave).
- In het audiomenu voert u de klankkleurinstellingen uit (bijv. lage tonen, hoge tonen, volumeverdeling, equalizer).
- In het menu van de betreffende weergavesoort (bijv. tuner- of CD-weergave) kunt u de instellingen voor de actuele weergavesoort uitvoeren en functies kiezen. Om een menu te openen, W drukt u op de MENU-toets 9.
Optie van het gekozen menupunt Geselecteerde menupunt Menupunten van de geselecteerde menu's Pijlen geven aan, in welke richting u door het menu kunt bladeren E Menukeuze Om een ander menu te kiezen, W drukt u op de kanteltoets of
Zo komt u van het menu van de actuele weergavesoort in het systeem- of audio-menu. Het tuner-menu staat ook in de andere weergavesoorten ter beschikking, bijv. om de voorrang voor verkeersinformatie aan of uit te schakelen. Om in het actuele menu een menupunt te kiezen en op te roepen, W drukt u op de kanteltoets
W Druk op de OK-toets :. Om een menu te verlaten heeft u de volgende mogelijkheden:
- Met de OK-toets : bevestigt u een instelling en gaat u één menuniveau terug.
NEDERLANDS Om de geluidsonderdrukking op te heffen, W drukt u opnieuw kort op de aan-/ uit-toets ?. Inbedrijfname Bevestig tekstinvoer (bijvoorbeeld uw persoonlijke begroetingstekst) steeds met de OK-toets :, om de wijziging in de tekst op te slaan.
- Met de DIS•ESC-toets ; keert u direct terug naar het display van de actieve audiobron. Tekstinvoer wordt niet automatisch opgeslagen. Door op de DIS•ESC-toets ; te drukken wordt de tekstinvoer zonder opslaan afgebroken. Alle andere instellingen worden opgeslagen.
- Elk menu bevat de keuze "EXIT" (Terug). Wanneer u "EXIT" kiest en de OK-toets : indrukt, keert u terug naar het voorgaande menu. Wanneer in menu's gedurende ca. 8 seconden geen keuze of instelling wordt uitgevoerd, keert het display automatisch terug naar de weergave van de audiobron (alleen in Bluetooth®-menu is deze tijd ca. 30 seconden). Uw instellingen, – m.u.v. de tekstinvoer – worden opgeslagen. Menutaal instellen U kunt als menutaal i.p.v. Engels ook Duits instellen. Veel belangrijke menu-opties en meldingen, met name in het Bluetooth®-menu, worden dan in het Duits weergegeven. W Druk op de toets MENU 9. W Druk op de kanteltoets @, om het systeemmenu "Syst" te openen. W Druk op de kanteltoets of @, om de functie "LANGUAGE" (Taal) te selecteren. W Druk op de OK-toets :. W Druk op de kanteltoets of @, om de gewenste instellingen"ENGLISH" (Engels) of "DEUTSCH" (Duits) te selecteren. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te selecteren, of druk op de DIS•ESC-toets ;, om het menu te verlaten.
Apparaat terugzetten (NORMSET) U kunt het apparaat terugzetten op de fabrieksinstellingen (zie bijlage A1). Daarbij worden uw persoonlijke instellingen, bijv. uw begroetingstekst gewist. W Druk op de toets MENU 9. W Druk op de kanteltoets @, om het systeemmenu "Syst" te openen. W Druk op de kanteltoets of @, om de functie "NORMSET" (Fabrieksinstellingen herstellen) te selecteren. W Houdt de OK-toets : langer dan 4 seconden ingedrukt. Op het display wordt kort "NORM ON" (Fabrieksinstellingen hersteld) weergeven. De fabrieksinstellingen worden hersteld. De radio schakelt daarbij kort uit en dan automatisch weer in. Opmerking: Wanneer u de OK-toets : korter dan 4 seconden ingedrukt houdt, dan wordt "NORM OFF" (Fabrieksinstellingen niet hersteld) weergeven. Uw persoonlijke instellingen blijven behouden. Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESC-toets ;, om het menu te verlaten. USB-aansluiting U kunt op het apparaat de volgende USB-media aansluiten en als audiobron gebruiken:
- USB-hardeschijf (max. 800 mA)
- MP3-speler met USB-aansluiting Het apparaat kan de formaten MP3 en WMA (WMA Versie 9, alleen zonder DRM-kopieerbeveiliging) afspelen. Inbedrijfname Identificatie van de bestanden USB-kabel aansluiten Sluit de meegeleverde USB-kabel aan op de USB-aansluiting op de voorkant van het apparaat. Lees hiervoor de inbouwhandleiding. De USB-kabel kunt u dan bijvoorbeeld in het handschoenencompartiment of op een andere geschikte plaats op de middenconsole bewaren. USB-medium aansluiten Opmerking: Schakel het apparaat steeds uit, voordat u uw USB-medium aansluit of uit de aansluiting verwijderd! Alleen bij het in-/uitschakelen wordt het USB-medium juist aan-/ afgemeld. Extensie ".wma"/".mp3" Max. 24 karakters (meer tekens zijn mogelijk, maar daardoor wordt het maximaal aantal bestanden verminderd) Geen speciale tekens of umlauten Bitrate MP3: 8 tot 320 kbps WMA: 8 tot 192 kbps Onder Windows 2000/XP wordt bij de formattering FAT32 een maximale partitiegrootte van 32 GB aangemaakt. Wanneer u een USB-medium gebruikt dat groter is dan 32 GB, kunnen er bij meerdere partities leesfouten optreden. Wanneer op uw USB-medium een groot aantal bestanden is opgeslagen, dan kan de snelheid van het datazoeken afnemen. W Schakel de autoradio uit, door langer dan 2 seconden op de Aan-/uit-toets ? te drukken. USB als audiobron kiezen W Sluit de USB-medium aan op de USB-kabel. Hoe moeten USB-media zijn uitgevoerd? Op het display verschijnt kort "READING" (Data inlezen). De weergave begint. Het apparaat herkent het USB-medium alleen waneer het om een massageheugen met de volgende kenmerken gaat: Wanneer USB als audiobron is gekozen, wordt het MP3-display weergegeven. Lees daarvoor het hoofdstuk "CD-/USB-weergave (MP3/WMA)". Bestandssysteem FAT16 of FAT32, geen NTFS! ID3-tags Versie 1 of 2 Formaat Alleen MP3- of WMA-bestanden, mappen, afspeellijsten Aantal Max. 1500 bestanden (mappen en titels) per map W Druk net zo vaak op de SOURCE-toets 8 tot "USB" op het display verschijnt. Omgaan met CD's Het apparaat kan de volgende CD-formaten afspelen:
- Audio-CD's met het CompactDisc-logo (sommige CD's met kopieerbeveiliging kunnen niet afgespeeld worden) Opmerking Blaupunkt kan het goed functioneren van CD's met kopieerbeveiliging niet garanderen!
- CD-R of CD-RW met MP3 of WMA-bestanden (WMA versie 9, alleen zonder DRM-kopieerbeveiliging)
NEDERLANDS Opmerking: Blaupunkt kan het optimaal functioneren van alle op de markt verkrijgbare USB-media niet garanderen! Inbedrijfname Opmerking: De kwaliteit van zelf gebrande CD's varieert vanwege verschillende CD-brandersoftware, verschillende lege CD's en verschillende brandsnelheden. Daarom is het mogelijk, dat het apparaat zelf gebrande CD's niet kan afspelen. Indien u een CD-R/-RW niet kunt afspelen:
- Gebruik onbeschreven CD-R's van een andere leverancier resp. een andere kleur.
- Verlaag de brandsnelheid. Hoe moeten MP3- resp. WMA-CD's zijn uitgevoerd? Het apparaat kan alleen MP3- resp. WMA-CD's correct afspelen en weergeven, die de volgende specificaties hebben: CD plaatsen en verwijderen VOORZICHTIG! Beschadiging van de CD-speler CD's met opgeplakte stickers en shape-CD's kunnen de CD-speler beschadigen. Geen Mini-CD's (8 cm diameter) of shapeCD's (CD's met speciale vormen). Plaats uitsluitend ronde CD's met een diameter van 12 cm. Plak geen labels op de CD's, omdat het label bij gebruik los kan laten. Opmerking: Beschrijf de CD's alleen met een CD-markeerstift, omdat deze geen bijtende stoffen bevat. Permanente markeerstiften kunnen CD's beschadigen. CD-formaat ISO 9660 (Level 1 of 2) of Joliet ID3-tags Versie 1 of 2 De CD wordt naar buiten geschoven. Formaat Alleen MP3- of WMA-bestanden, mappen, afspeellijsten W Neem de CD uit. Aantal Identificatie van de bestanden Bitrate
Max. 999 titels in 99 mappen Extensie ".wma"/".mp3" Max. 16 karakters (meer tekens zijn mogelijk, maar daardoor wordt het maximaal aantal bestanden verminderd) W Wanneer er zich al een CD in de speler bevindt, druk dan op de -toets 1. Wanneer u deze CD niet uitneemt, wordt deze na enkele seconden weer automatisch ingeschoven. W Schuif de CD met de bedrukte zijde naar boven slechts zo ver in de CD-speler 2 totdat u een weerstand voelt. De CD wordt automatisch ingeschoven. Op het display verschijnt kort "READING" (Data inlezen). Aansluitend verschijnt:
- Het Audio-CD-display, wanneer u een AudioCD heeft geplaatst. Geen speciale tekens of umlauten
- Het MP3-display, wanneer u een MP3- of MP3: 8 tot 320 kbps WMA: 8 tot 192 kbps De CD-weergave begint. WMA-CD heeft geplaatst. Inbedrijfname | Tuner-weergave U kunt een reeds geplaatste CD als audiobron kiezen: W Druk zo vaak op de SOURCE-toets 8, tot "CD" (bij audio-CD) resp. "MP3" (bij MP3CD) op het display verschijnt. Opmerking: De CD-weergave kan alleen worden gekozen, wanneer een leesbare CD is geplaatst. Lees voor de bediening van het Audio-CD-display het hoofdstuk "CD-weergave (Audio)". Lees voor de bediening van het MP3-display hoofdstuk "CD-/USB-weergave (MP3/WMA)". Tuner-weergave Met dit apparaat kunt u radiozenders in de frequentiebereiken FM (UKW), MW en LW ontvangen. Het apparaat op de regio Europa, USA, Zuid-Amerika of Thailand instellen Het apparaat is op de frequentiebereiken en de zendertechnologie van de regio ingesteld, waarbinnen deze is verkocht. U kunt deze instelling aanpassen aan de verschillende frequentiebereiken en zendertechnologieën van Europa, de VS, Zuid-Amerika of Thailand aanpassen. Hiervoor moet het apparaat zijn uitgeschakeld: W Druk tegelijkertijd op de toets AUDIO < en de -toets A, terwijl u het apparaat inschakelt.
Op het display verschijnt "TUNER AREA" (Tunerregio) en de actuele instelling, alsmede een lijst van de beschikbare opties. W Druk op de kanteltoets of @, om te schakelen tussen de regio's EUROPE, USA SAMERICA en THAILAND. W Bevestig de instelling met de OK-toets :. Opmerking: De in deze gebruiksaanwijzing beschreven tuner-functies hebben betrekking op de regio Europa (Tuner instelling "EUROPE"). Tuner-weergave starten W Druk net zo vaak op de SOURCE-toets 8 tot "TUNER" op het display verschijnt. OF: W Druk op de TUNER-toets =. De weergave begint direct met de zender, die het laatste werd beluisterd, voor zover het voertuig zich binnen het ontvangstbereik van de zender bevindt.
NEDERLANDS CD als audiobron kiezen Tuner-weergave Het tuner-display
Om van de normale tuner-weergave naar de menumodus te en weer terug te schakelen, W drukt u op de DIS•ESC-toets ;. In de menumodus wordt dan i.p.v. "Norm" in de menuselectie F "List" weergegeven. Het menu "List" (Lijst met opgeslagen zenders) is geselecteerd. De opties van het menu "List" G worden weergegeven.
A Golfgebied/geheugenniveau B Geheugenpositie van de actuele zenders (indien opgeslagen) C Voorrang verkeersinformatie D Bluetooth®-status E Weergavebereik voor frequentie, tijd, zendernaam en radiotekst F Menuselectie In de tuner-weergave kunt u in het actuele golfgebied zenders instellen en opslaan en opgeslagen zenders kiezen (lees daarvoor de paragrafen "Zenders instellen" resp "Zenders handmatig programmeren" in dit hoofdstuk). Alle andere functies staan tot uw beschikking in de menumodus in de volgende 3 menu's:
- List: in het lijstmenu worden de onder de voorkeuzetoetsen opgeslagen frequenties/ zenders in een lijst weergegeven en kunnen geselecteerd worden.
- Tune: in het tune-menu heeft u de beschikking over de functies voor het kort weergeven van zenders en voor de automatische zenderopslag.
- Band: in het band-menu kunt u het golfgebied resp. het geheugenniveau kiezen. Tijdens de normale tuner-weergave wordt "Norm" (Normaal bedrijf) links in de menuselectie F weergegeven.
F Menuselectie G Opties van het actuele menu Met de kanteltoets of @ kunt u schakelen tussen de menu's. Daarbij worden de opties van het betreffende menu G weergegeven. Golfgebied/geheugenniveau instellen U kunt radiozenders van de golfgebieden FM, MW en LW instellen en opslaan. De golfgebieden MW en LW bieden u een telkens één geheugenniveau met elk 10 zenderplekken. Het golfgebied FM beschikt over 2 geheugenniveaus met elk 10 zenderplekken: FM en FMT. W Druk op de TUNER-toets =. OF: W Druk op de DIS•ESC-toets ;, om naar de menumodus om te schakelen. W Druk tweemaal op de kanteltoets @, om het menu "Band" (Golfgebied) te openen. Tuner-weergave W Druk op de kanteltoets of @, om het gewenste golfgebied resp. het geheugenniveau te selecteren. W Druk op de OK-toets :. Het gewenste golfgebied resp. het geheugenniveau wordt ingesteld. Het display keert na korte tijd terug in de normale tuner-weergave. U kunt nu in dit golfgebied/op dit geheugenniveau:
- Het handmatige instellen van zenders is alleen mogelijk wanneer de RDS-functies en PTY zijn uitgeschakeld.
- Wanneer de RDS-functie is ingeschakeld, U heeft 3 mogelijkheden om zenders in te stellen:
- Zender automatisch instellen (zoekafstemming)
- Zenders handmatig instellen
- Geprogrammeerde zenders kiezen Zoekafstemming
Wanneer u de kanteltoets of @ ingedrukt houdt, slaat de automatische zoekafstemming de gevonden zenders over tot de kanteltoets weer wordt losgelaten. De tuner zoekt in het actuele golfgebied naar de volgende zender die kan worden ontvangen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ingestelde gevoeligheid van de zoekafstemming (paragraaf "Zoekgevoeligheid veranderen") en de volgende instellingen:
- Instelling "PTY TYPE" (Programmatype) in het menu "TUNER": de tuner zoekt zenders die het ingestelde programmatype uitzenden.
- Instelling "TRAFFIC" (Verkeersinformatie) in dan kunt u door de zenderketen bladeren, binnen welk ontvangstbereik u zich bevindt. W Druk op de kanteltoets of @, om de frequentie snel (ingedrukt houden) of in stappen van 100 kHz (kort indrukken) te wijzigen. NEDERLANDS Zenders instellen W Druk op de kanteltoets Opmerking: Deze instellingen zijn alleen voor het FMbereik beschikbaar. Een nauwkeurige omschrijving van de instellingen vindt u in dit hoofdstuk in de volgende paragrafen. Geprogrammeerde zenders kiezen W Kies het gewenste golfgebied resp. het geheugenniveau. W Druk op één van de voorkeuzetoetsen
Of in het lijst-menu: W Druk op de DIS•ESC-toets ;, om naar de menumodus om te schakelen. W Druk op kanteltoets of @, om een frequentie, resp. zender uit te lijst te selecteren. W Druk op de OK-toets :. De geprogrammeerde zender wordt opgeroepen, vooropgesteld dat deze op de huidige positie van het voertuig kan worden ontvangen. Op het display verschijnt de frequentie van de zender resp. de zendernaam. het menu "TUNER": de tuner stelt bij voorrang voor verkeersberichten uitsluitend verkeersinformatiezenders in.
Tuner-weergave Zenders opslaan W Druk op de OK-toets :. U heeft 2 mogelijkheden voor het opslaan van zenders: De tuner begint met de automatische zoekafstemming. Wanneer het opslaan voltooid is, wordt de zender op geheugenpositie 1 van geheugenniveau FMT weergegeven.
- Zenders handmatig programmeren
- Zenders automatisch zoeken en opslaan (Travelstore) Zenders handmatig programmeren Nadat u een zender heeft ingesteld, kunt u deze als volgt opslaan: W Druk gedurende ca. 2 seconden op een voorkeuzetoets 0 - 9 A, waaraan u de zender wilt toekennen. Of in het lijst-menu: W Druk op de DIS•ESC-toets ;, om naar de menumodus om te schakelen. W Druk op de kanteltoets of @, om een geheugenplaats in de lijst de kiezen. W Houdt de OK-toets : gedurende ca. 2 seconden ingedrukt. Zoekgevoeligheid veranderen (SENS) De zoekgevoeligheid regelt, of de automatische zoekafstemming alleen sterke of ook zwakkere zenders vindt. U kunt de zoekgevoeligheid separaat instellen voor de golfgebieden FM en MW/LW. W Kies het golfgebied waarvoor u de zoekgevoeligheid wilt instellen. W Druk op de MENU-toets 9. Het tuner-menu wordt geopend. W Druk op de kanteltoets of @, om de functie "SENS" (Gevoeligheid) te selecteren. W Druk op de OK-toets :. In de lijst wordt de frequentie resp. de naam van de zender op de gekozen geheugenplaats getoond. De zender werd opgeslagen. W Druk op de kanteltoets of @, om de gevoeligheid tussen "SENS LOW 1" (geringste gevoeligheid) en "SENS HIGH 6" (hoogste gevoeligheid) in te stellen. Zenders automatisch zoeken en opslaan (alleen FM: TRAVEL STORE) W Druk op de OK-toets : om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. De 10 sterkste FM-zenders uit de regio kunt u automatisch zoeken en op geheugenniveau FMT opslaan. Zenders, die eerder op het geheugenniveau FMT waren opgeslagen, worden automatisch gewist. W Druk op de DIS•ESC-toets ;, om naar de menumodus om te schakelen. W Druk op de kanteltoets @, om het menu "Tune" (Zender instellen) te openen. W Druk op de kanteltoets of @ om de functie "T-STORE" (Travelstore) te selecteren. Op het display wordt "TRAVEL STORE" (Travelstore) weergegeven.
Alle ontvangbare zenders kort weergeven (BANDSCAN) U kunt alle zenders van een golfgebied die te ontvangen zijn kort weergeven. De tijdsduur voor het korte weergeven kunt u instellen zoals is beschreven in hoofdstuk "Gebruikersinstellingen". W Kies het golfgebied (FM, MW, LW), waarvan u de ontvangbare zenders kort wilt weergeven. W Druk eventueel op de DIS•ESC-toets ;, om naar de menumodus om te schakelen. Tuner-weergave De functie "BANDSCAN" (Golfgebied doorzoeken) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :. Op het display worden afwisselend "SCAN" (Zoeken) en de actuele frequentie resp. de zendernaam weergegeven. De tuner zoekt naar zenders. Zodra de tuner een zender heeft gevonden, wordt deze kort afgespeeld. Om de actueel kort weergegeven zender verder te beluisteren, W drukt u op de OK-toets :. Wanneer de frequentieband eenmaal volledig is afgezocht, stopt het korte weergeven. De eerder ingestelde zender wordt weer weergegeven. Verkeersberichten ontvangen Wanneer u de voorrang voor verkeersberichten inschakelt, gebruikt het apparaat de RDSdiensten TA (Traffic Announcement) en EON (Enhanced Other Network). Met TA worden ook in het geval u naar een andere audiobron luistert de verkeersberichten doorgegeven. Het volume voor de verkeersmelding kunt u instellen (zie hoofdstuk "Gebruikersinstellingen", paragraaf "Volume-voorinstellingen veranderen"). Wanneer u nu geen verkeersinformatiezender heeft ingesteld, dan zorgt de RDS-dienst EON er voor dat het apparaat voor de tijdsduur van een verkeersbericht automatisch naar een verkeersinformatiezender van dezelfde zenderketen overschakelt. Voorrang voor verkeersberichten in-/uitschakelen Naast uw programma kunnen zenders tekstberichten (radiotekst) uitzenden, die op het display kunnen worden weergegeven. De voorrang voor verkeersberichten is ingescha-symbool op het display keld wanneer het verlicht is. Deze instelling beperkt het zenderzoeken en het kort weergeven (SCAN) tot verkeersinformatiezenders. Om de weergave van radiotekst in en uit te schakelen, Om de voorrang voor verkeersinformatie in/ uit te schakelen, W drukt u op de MENU-toets 9. W drukt u op de MENU-toets 9. Het tuner-menu wordt geopend. Het tuner-menu wordt geopend. W Druk op de kanteltoets of @, om de functie "R-TEXT" (Radiotekst) te selecteren. W Druk op de kanteltoets of @, om de functie "TRAFFIC" (Verkeersinformatie) te selecteren. Radiotekst weergeven W Druk op de OK-toets :. W Wissel met de kanteltoets de instellingen
@ tussen "RADIO TEXT" : radiotekst aan. "RADIO TEXT" : radiotekst uit. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. W Druk op de OK-toets :. W Wissel met de kanteltoets de instellingen
@ tussen "TRAFFIC" : voorrang aan. "TRAFFIC" : voorrang uit. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten.
NEDERLANDS W Druk op de kanteltoets @, om het menu "Tune" (Zender instellen) te openen. Tuner-weergave Opmerking: Om er voor te zorgen dat het apparaat verkeersberichten doorgeeft, moet een zender zijn ingesteld die TA ondersteunt of bij een zenderketen met verkeersinformatiezenders hoort. Er klinkt elke 30 seconden een signaal, wanneer u het uitzendgebied van de verkeersinformatiezender verlaat of overschakelt naar een zender welke de verkeersinformatievoorrang niet ondersteunt. Schakel de voorrang uit of stel een verkeersinformatiezender in. Wanneer een andere audiobron dan de tuner actief is, dan zoekt het apparaat automatisch naar een verkeersinformatiezender. Verkeersbericht overslaan Om een verkeersbericht te onderbreken, zonder de voorrang van verkeersberichten uit te schakelen, W drukt u op de DIS•ESC-toets ;. U hoort weer de daarvoor actieve audiobron. Wanneer opnieuw een verkeersbericht wordt gezonden, geeft het apparaat deze weer automatisch door.
"RDS" : RDS aan, alternatieve frequentie toestaan.
"RDS" : RDS uit, alternatieve frequentie niet toestaan. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. Opmerking: Om er voor te zorgen dat het apparaat bij slechte ontvangst op een alternatieve frequentie (AF) omschakelt, moet de zender de RDS-functie alternatieve frequentie (AF) ook ondersteunen. Overgang naar andere regionale programma's toestaan/blokkeren (REGIONAL) Sommige zenders verdelen hun programma op bepaalde tijden in regionale programma's met verschillende inhoud. Met de regionaalfunctie kunt u voorkomen dat de apparaat overschakelt op alternatieve frequenties met een andere programma-inhoud. Om de regionaalfunctie in- resp. uit te schakelen: Alternatieve frequentie van een zender ontvangen W drukt u op de MENU-toets 9. Het apparaat kan automatisch naar de beste alternatieve frequentie van dezelfde zender overgaan, wanneer de ontvangst slecht wordt. W Druk op de kanteltoets of @, om de functie "REGIONAL" (Regionaal programma) te selecteren. Alternatieve frequenties toestaan/blokkeren (RDS) Om RDS in/uit te schakelen, W drukt u op de MENU-toets 9. Het tuner-menu wordt geopend. W Druk op de OK-toets :. W Wissel met de kanteltoets de instellingen W Wissel met de kanteltoets de instellingen
"REGIONAL" : regionaalfunctie aan. De tuner schakelt over naar alternatieve frequentie van de ingestelde zender, die hetzelfde regionale programma uitzendt.
"REGIONAL" : regionaalfunctie uit. De tuner schakelt ook over naar alternatieve frequenties, die een ander regionaal programma uitzenden. Het tuner-menu wordt geopend, de functie "RDS" is gekozen. W Druk op de OK-toets :.
Tuner-weergave Programmatype ontvangen U kunt een programmatype (PTY) kiezen en zo gericht naar zenders zoeken die bijv. rockmuziek of sportprogramma's uitzenden. Programmatype kiezen of PTY uitschakelen (PTY TYPE) W Druk op de MENU-toets 9. Het tuner-menu wordt geopend. W Druk op de kanteltoets of @, om de functie "PTY TYPE" (Programmatype) te selecteren. W Druk op de OK-toets :. Een lijst met beschikbare programmatypen en de instelling "NO PTY" (PTY uit) wordt weergegeven. Programmatype-taal selecteren (PTY LANG) U kunt de taal kiezen waarin de programmatypen moeten worden weergegeven. Mogelijke keuzes zijn "DEUTSCH" (Duits), "ENGLISH" (Engels) en "FRANÇAIS" (Frans). W Druk op de MENU-toets 9. Het tuner-menu wordt geopend. W Druk op de kanteltoets of @, om de functie "PTY LANG" (PTY-taal) te selecteren. W Druk op de OK-toets :. W Druk op de kanteltoets of gewenste taal te kiezen. W Druk op de kanteltoets taal in te schakelen. @ om de @ om de gekozen W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. NEDERLANDS W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. W Druk op de kanteltoets of @, om het gewenste programmatype of de instelling "NO PTY" (PTY uit) te kiezen. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. U kunt een zender, die het gekozen programmatype uitzendt, via de automatische zoekafstemming vinden. Lees hiervoor de paragraaf "Zoekafstemming" in dit hoofdstuk. Wanneer er geen zender met het passende programmatype wordt gevonden, verschijnt kort "NO PTY FOUND" (Programmatype niet gevonden) op het display en de oorspronkelijke frequentie wordt weer ingesteld.
CD-weergave (Audio) CD-weergave (Audio) Bij CD-weergave (Audio) speelt u audio-CD's af. Hoe u CD's inlegt en uitneemt is beschreven in hoofdstuk "Inbedrijfname". Audio-CD-weergave starten Het CD-menu Het CD-menu stelt functies zoals MIX en REPEAT ter beschikking (zie onderste tabel op de volgende pagina). Om een functie en de gewenste optie in het CD-menu te kiezen, W drukt u op de MENU-toets 9. U kunt een reeds geplaatste CD als audiobron kiezen: Het CD-menu wordt geopend. W Druk net zo vaak op de SOURCE-toets 8 totdat "CD" in het display verschijnt. W Druk, om de gewenste functie te selecteren op de kanteltoets of @. De weergave begint. W Druk op de OK-toets :. Opmerking: Zolang er zich een CD in de speler bevindt, slaat het apparaat titel en afspeeltijd van de laatst beluisterde CD op. Na het oproepen van de audiobron begint de weergave op die plek waar deze werd onderbroken. Het Audio-CD-display
A Voorrang verkeersinformatie B Bluetooth®-status C Weergavebereik voor titelnummer en CD-tekst (album, artiest, titelnaam indien beschikbaar en ingeschakeld) D Willekeurige weergave (MIX) resp. herhaalfunctie (RPT) E Speeltijd resp. tijd
W Druk op de kanteltoets @ om de gekozen optie in te schakelen of de kanteltoets @ om deze uit te schakelen. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. CD-weergave (Audio) Functies bij CD-weergave (Audio) De functies in de volgende tabel kunt u in het CD-display direct via het toetsenblok oproepen. Functie Titel kiezen Handeling Druk op de kanteltoets of @. Display/Omschrijving : volgende titel afspelen : titel herhalen. Opnieuw indrukken: vorige titel afspelen Snelle zoekdoorloop Houdt de kanteltoets @ ingedrukt. Titel kort weergeven Druk langer dan 2 seconden op de OK-toets :. "SCAN": alle titels op de CD kort weergeven (Duur van het fragment kan worden ingesteld: hoofdstuk "Gebruikersinstellingen"). Opnieuw kort indrukken: kort weergeven uit Speeltijd/ tijd Druk op de DIS•ESCtoets ;. Tussen de weergave van speeltijd resp. tijd schakelen.
Actuele titel hoorbaar vooruit-/achteruit spoelen Functie Menupunt Random weergave MIX Titel herhalen REPEAT CD-tekst weergeven CD-TEXT Lichtkranttekst in-/uitschakelen SCROLL Opties "MIX CD" : de titels van de CD mengen. "MIX CD" : normale weergave. "REPEAT TRACK" : actuele titel herhalen. "REPEAT TRACK" : normale weergave. : CD-tekst wordt op het display getoond. : CD-tekst wordt niet op het display getoond. : de titelinformatie verschijnt als lichtkranttekst. : de titelinformatie verschijnt niet als lichtkranttekst.
NEDERLANDS De functies in de volgende tabel kunt u in het CD-menu oproepen. Lees daarvoor de voorgaande paragraaf "Het CD-menu". CD-/USB-weergave (MP3/WMA) CD-/USB-weergave (MP3/WMA) Het MP3-display
Bij CD-/USB-weergave speelt u CD-R's resp. CDRW's of een USB-medium met MP3- of WMAtitels af. Waar u op moet letten bij het aansluiten en loskoppelen van USB-media wordt beschreven in hoofdstuk "Inbedrijfname". Hier vindt u ook informatie over het inleggen en uitnemen van CD's.
CD-/USB-weergave starten U kunt een reeds geplaatst CD-R resp. CD-RW of een aangesloten USB-datadrager als audiobron kiezen: W Druk net zo vaak op de SOURCE-toets 8 totdat "CD" resp. "MP3" of "USB" in het display verschijnt. De weergave begint. Opmerking: De USB-weergave kan alleen worden gekozen wanneer een geldig USB-medium is aangesloten.
MP3-bron ("CD MP3" of "USB") Voorrang verkeersinformatie Bluetooth®-status Actuele map Weergavebereik voor de bestandsnaam en artiest, album resp. titel1 F Willekeurige weergave (MIX) resp. herhaalfunctie (RPT) G Speeltijd Met de DIS•ESC-toets ; kunt u tussen de volgende modi omschakelen:
- Afspeellijst-modus (wanneer afspeellijst op USB/CD aanwezig is) 1 Album en artiest kunnen alleen weergegeven worden, wanneer deze in de ID3-tags van de MP3-titel zijn opgeslagen.
CD-/USB-weergave (MP3/WMA) Functies in de CD-/USB-weergave (MP3/WMA) De functies in de volgende tabel kunt u in het MP3-display direct via het toetsenblok oproepen. Map kiezen Titel kiezen Handeling Reactie Druk op de kanteltoets of @. : volgende map kiezen Druk op de kanteltoets of @. : volgende titel afspelen : vorige map kiezen : titel herhalen. Opnieuw indrukken: vorige titel afspelen Snelle zoekdoorloop Houdt de kanteltoets @ ingedrukt.
Actuele titel hoorbaar vooruit-/achteruit spoelen Titel kort weergeven Druk langer dan 2 seconden op de OK-toets :. "SCAN": alle titels op de CD/USB kort weergeven (duur van het fragment kan worden ingesteld: hoofdstuk "Gebruikersinstellingen"). Opnieuw kort indrukken: kort weergeven uit De functies in de volgende tabel kunt u in het MP3-menu oproepen. Lees daarvoor de volgende paragraaf "Het MP3-menu". Functie Menupunt Random weergave MIX Titel herhalen REPEAT Opties "MIX FOLDER": titels van de actuele map mengen. "MIX ALL": alle titel mengen. "REPEAT TRACK" : actuele titel herhalen. "REPEAT FOLDER" : actuele map herhalen. Titelinformatie weergeven DISPLAY "ARTIST": artiest weergeven. "ALBUM": album weergeven. "SONG": titelnaam weergeven. Lichtkranttekst in-/uitschakelen SCROLL : de titelinformatie verschijnt als lichtkranttekst. : de titelinformatie verschijnt niet als lichtkranttekst.
NEDERLANDS Functie CD-/USB-weergave (MP3/WMA) Het MP3-menu Om een functie en de gewenste optie in het MP3menu te kiezen, B Map C Pijlen onder en boven geven aan in welke richting u kunt bladeren Het MP3-menu wordt geopend. D Actueel gespeelde titel E Titel W Druk, om de gewenste functie te selecteren op de kanteltoets of @. Titel in browse-modus kiezen W drukt u op de MENU-toets 9. W Druk op de OK-toets :. W Druk tijdens de MP3-/WMA-weergave net zo vaak op de DIS•ESC-toets ;, tot de browse-modus wordt weergegeven. W Om bij meerdere opties de gewenste te kiezen, drukt u op de kanteltoets of W Druk op de kanteltoets @ om de gekozen optie in te schakelen of de kanteltoets @ om deze uit te schakelen. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. De browse-modus In de browse-modus worden titels en mappen zo weergegeven, als deze op de MP3-datadrager zijn opgeslagen. u kunt zo doelgericht een bepaalde map zoeken en openen en een daarin opgeslagen titel selecteren, zonder de actuele weergave te onderbreken. Het browse-display
Om titel of map te kiezen, W drukt u op de kanteltoets of @ om door de titel en map te bladeren. U kunt sneller bladeren wanneer u langer op de kanteltoets drukt. W Druk op de kanteltoets @ om omhoog naar een hoger liggende map te gaan. W Druk op de kanteltoets @ om een map te openen of een titel af te spelen. De bestanden worden in de volgorde, waarin deze fysiek op de datadrager zijn opgeslagen. Deze volgorde wordt ook in de browse-modus weergegeven. Opmerking: De snelle zoekdoorloop staat in de browsemodus niet ter beschikking.
A Gemarkeerde map resp. titel (openen resp. weergave met kanteltoets
Deze toont alle mappen en titels welke op de datadrager zijn opgeslagen. CD-/USB-weergave (MP3/WMA) De afspeellijst-modus Het apparaat kan afspeellijsten afspelen, die met een MP3-manager zoals bijv. WinAmp of Microsoft Media Player zijn aangemaakt. De afspeellijsten moeten in de root-map van de datadrager zijn opgeslagen. De volgende afspeellijstformaten zijn geldig: M3U, PLS, WPL, ASX of RMP. Het afspeellijst-display W Druk op de kanteltoets te spelen. @ om een titel af De titels worden in die volgorde afgespeeld, waarin deze op de afspeellijst staan opgeslagen. Deze volgorde wordt ook in de afspeellijstmodus weergegeven. Opmerking: De snelle zoekdoorloop staat in de afspeellijst-modus niet ter beschikking.
A Afspeellijst B Pijlen onder en boven geven aan in welke richting u kunt bladeren C Gemarkeerde afspeellijst (openen met kanteltoets
Titel in afspeellijst-modus kiezen W Druk tijdens de MP3-/WMA-weergave net zo vaak op de DIS•ESC-toets ;, tot de afspeellijst-modus wordt weergegeven. Deze toont alle afspeellijsten, die in de root-map van de datadrager zijn opgeslagen. Om een titel uit een afspeellijst te kiezen, W drukt u op de kanteltoets of @ om door de afspeellijsten te bladeren. U kunt sneller bladeren wanneer u langer op de kanteltoets drukt. W Druk op de kanteltoets afspeellijst te openen. @ om een W Druk op de kanteltoets of @ om door de titels van de afspeellijst te bladeren.
In C'n'C-weergave (C'n'C = Command and Control) heeft u toegang tot apparaten, die via een C'n'C-compatibele interface zijn aangesloten. Opmerking: Voor het aansluiten van een C'n'C-compatibel interface en voor de daarvoor noodzakelijke instellingen leest u a.u.b. de paragraaf "AUX-weergave". C'n'C-weergave starten W Druk net zo vaak op de SOURCE-toets 8, tot de naam van het via C'n'C aangesloten apparaat op het display verschijnt. De weergave begint. Opmerking: De C'n'C-weergave kan alleen worden gekozen, wanneer een geschikt apparaat via een C'n'C-compatibel interface is aangesloten.
Naam van de audiobron Voorrang verkeersinformatie Bluetooth®-status Naam van de actuele map Map- en titelnummer Weergavebereik voor de titelnaam alsmede artiest en album G Willekeurige weergave (MIX) resp. herhaalfunctie (RPT) H Speeltijd Met de DIS•ESC-toets ; kunt u tussen de volgende modi omschakelen:
- C'n'C-display met tijd
- Browse-modus Opmerking In C'n'C-weergave kunt u in de browse modus zowel titels, mappen als afspeellijsten selecteren. Afspeellijsten kunnen in de browse-modus als mappen worden gekozen en geopend. Lees daarvoor in het hoofdstuk "CD/USB-weergave (MP3/WMA)" de paragraaf "De browse-modus".
C'n'C-weergave Functies in C'n'C-weergave De functies in de volgende tabel kunt u in het C'n'C-display direct door een druk op de knop oproepen. Map kiezen Titel kiezen Handeling Reactie Druk op de kanteltoets of @. : volgende map kiezen Druk op de kanteltoets of @. : volgende titel afspelen : vorige map kiezen : titel herhalen. Opnieuw indrukken: vorige titel afspelen Snelle zoekdoorloop Houdt de kanteltoets @ ingedrukt. Titel kort weergeven Druk langer dan 2 seconden op de OK-toets :.
Actuele titel hoorbaar vooruit-/achteruit spoelen "SCAN": alle titels op het apparaat kort weergeven (duur van het fragment kan worden ingesteld: hoofdstuk "Gebruikersinstellingen"). Opnieuw kort indrukken: kort weergeven uit De functies in de volgende tabel kunt u in het C'n'C-menu oproepen. Lees daarvoor de volgende paragraaf "Het C'n'C-menu". Functie Random weergave Menupunt MIX Opties "MIX FOLDER": titels van de actuele map mengen. "MIX ALL": alle titel mengen. "MIX MAG"1: de titels van alle CD's in de CD-wisselaar mengen. "MIX SONG"2: alle titels met dezelfde titelnaam mengen. "MIX ALBUM"2: alle titels met dezelfde albumnaam mengen. Titel herhalen REPEAT "REPEAT TRACK" : actuele titel herhalen. "REPEAT FOLDER" : actuele map herhalen. "REPEAT DISC"1: actuele CD herhalen. Titelinformatie weergeven DISPLAY "ARTIST": artiest weergeven. "ALBUM": album weergeven. "SONG": titelnaam weergeven. 1 Optie alleen beschikbaar, wanneer de CD-wisselaar is aangesloten via de C'n'C-interface. 2 Optie alleen beschikbaar, wanneer een iPod® is aangesloten via de C'n'C-interface.
NEDERLANDS Functie C'n'C-weergave Functie Lichtkranttekst in-/uitschakelen Menupunt SCROLL Opties : de titelinformatie verschijnt als lichtkranttekst. : de titelinformatie verschijnt niet als lichtkranttekst. Het C'n'C-menu Om een functie en de gewenste optie in het C'n'Cmenu te kiezen, W drukt u op de MENU-toets 9. Het C'n'C-menu wordt geopend. W Druk, om de gewenste functie te selecteren op de kanteltoets of @. W Druk op de OK-toets :. W Om bij meerdere opties de gewenste te kiezen, drukt u op de kanteltoets of W Druk op de kanteltoets @ om de gekozen optie in te schakelen of de kanteltoets @ om deze uit te schakelen. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten.
Weergave van CD-wisselaar Weergave van CD-wisselaar Het CD-wisselaar-display
U kunt op het apparaat de volgende CD-wisselaars aansluiten:
- Blaupunkt IDC A09 Hoe u CD's in het CD-wisselaar-magazijn kunt plaatsen kunt u lezen in de handleiding van uw CD-wisselaar. Weergave van CD-wisselaar starten Opmerking: Om de CD-wisselaar als audiobron te kunnen kiezen, moet er zich tenminste één CD in het magazijn bevinden.
Voorrang verkeersinformatie Bluetooth®-status Titelnummer CD-nummer Willekeurige weergave (MIX) resp. herhaalfunctie (RPT) F Speeltijd resp. tijd NEDERLANDS Opmerking: Voor het aansluiten van een CD-wisselaar en voor de daarvoor noodzakelijke instellingen leest u a.u.b. de paragraaf "AUX-weergave". Om een aangesloten CD-wisselaar als audiobron te kiezen, W drukt u net zo vaak op de SOURCE-toets 1 totdat "CDC" in het display verschijnt. Kiest u een CD-wisselaar voor de eerste keer als audiobron, dan verschijnt "MAG SCAN"(Magazijn controleren) op het display, tot de CD-wisselaar gereed is voor bedrijf. Het CD-wisselaar-display verschijnt. De weergave begint. Een CD kiezen W Om een CD te kiezen, drukt u op kanteltoets of @. "LOADING CD" (CD wordt geladen) verschijnt kort in het display. De weergave van de gekozen CD begint.
Weergave van CD-wisselaar Functies in CD-wisselaar-weergave Functie Titel kiezen Handeling Druk op de kanteltoets of @. Display/reactie : volgende titel afspelen : titel herhalen. Opnieuw indrukken: vorige titel afspelen Actuele titel hoorbaar vooruit-/achteruit spoelen Snelle zoekdoorloop Houdt de kanteltoets @ ingedrukt. Titel kort weergeven Druk langer dan 2 seconden op de OK-toets :. "SCAN": alle titels op alle CD's kort weergeven (Duur van het fragment kan worden ingesteld: hoofdstuk "Gebruikersinstellingen"). Opnieuw kort indrukken: kort weergeven uit Speeltijd/ tijd Druk op de DIS•ESCtoets ;. Tussen de weergave van speeltijd resp. tijd schakelen.
De functies in de volgende tabel kunt u in het CD-wisselaarmenu oproepen. Lees daarvoor de volgende paragraaf "Het CD-wisselaarmenu". Functie Menupunt Random weergave MIX Titel herhalen REPEAT Opties "MIX CD": titels van de actuele CD mengen. "MIX ALL": alle titel mengen. "REPEAT TRACK" : actuele titel herhalen. "REPEAT DISC": actuele CD herhalen Het CD-wisselaarmenu Om een functie en de gewenste optie in het CD-wisselaarmenu te kiezen, W drukt u op de MENU-toets 9. Het CD-wisselaarmenu wordt geopend. W Druk, om de gewenste functie te selecteren op de kanteltoets of @. W Druk op de OK-toets :. W Druk, om de gewenste optie te selecteren op de kanteltoets of @.
W Druk op de kanteltoets @ om de gekozen optie in te schakelen of de kanteltoets @ om deze uit te schakelen. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. Bluetooth®-Streaming-weergave Bluetooth®-Streamingweergave Indien nodig – op het display wordt "ENTER PIN" (PIN invoeren) weergegeven – kunt u de PIN van de Bluetooth®-speler invoeren: Apparaten zoals MP3-spelers kunnen, mits deze over de juiste uitrusting beschikken, ook via Bluetooth® op het apparaat worden aangesloten. De overdracht van audio-inhoud zoals muziek via Bluetooth® wordt Bluetooth®-Streaming genoemd. W Voer de getallen in door indrukken van de betreffende toetsen op het toetsenblok A. Na invoer van een cijfer schakelt het apparaat automatisch door naar de volgende positie. Om evt. invoerfouten te corrigeren, kiest u de betreffende positie opnieuw door indrukken van de kanteltoets of @. Meer informatie over de Bluetooth®-techniek vindt u in het hoofdstuk "Bluetooth®-telefooongesprek". Wanneer u de PIN volledig heeft ingevoerd, Bluetooth®-speler koppelen Op het display wordt kort "START PAIRING" (Koppelen starten) weergegeven. Meer informatie over het beheer van meerdere gekoppelde bluetooth-apparaten vindt u in het hoofdstuk "Bluetooth®-telefoongesprek", paragraaf "Gekoppelde Bluetooth®-apparaten beheren". Om een Bluetooth®-speler te koppelen, W drukt u op de toets MENU 9. W Druk op de kanteltoets @, om het systeemmenu "Syst" te openen. W Druk zo vaak op de kanteltoets of @, tot het menupunt "BT" (Bluetooth®) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. Het menupunt "PAIR" (Koppeling) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Druk net zo vaak op de kanteltoets of @ tot het menupunt "OTHER (Andere) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :. Opmerking: Mogelijkerwijs is de invoer van de PIN van het apparaat (standaard "1234") in de te koppelen Bluetooth®-speler nodig. Volg daarvoor de handleiding van de Bluetooth®speler. Wanneer de verbinding is gerealiseerd, wordt "DEVICE CONNECTED" (Apparaat verbonden) kort in het display weergegeven. Indien er geen verbinding kon worden gemaakt, wordt "CONNECTION FAILED" (Verbinding mislukt) weergegeven. Opmerking: De benodigde tijd voor het verbinden is afhankelijk van de Bluetooth®-speler en kan per apparaat verschillen. Automatische verbinding van de Bluetooth®-speler De autoradio probeert bij het inschakelen automatisch een Bluetooth® verbinding te leggen met de laatst verbonden Bluetooth®-speler resp. het eerste apparaat in de lijst van gekoppelde apparaten. Wanneer de verbinding is gerealiseerd, wordt "DEVICE CONNECTED" (Apparaat verbonden) kort in het display weergegeven en u kunt dan de verbonden Bluetooth®-speler als audiobron
NEDERLANDS U kunt het apparaat op maximaal 5 bluetoothcompatibel mobiele telefoons of andere apparaten zoals MP3-spelers koppelen. Wanneer u een zesde koppelt, dan wordt het Bluetooth®-apparaat verdrongen, die als eerste is gekoppeld. W drukt u op de OK-toets :. Bluetooth®-Streaming-weergave selecteren. Wanneer de autoradio zich bij het uitschakelen in Bluetooth® streaming weergave bevond, wordt de verbonden Bluetooth®-speler na realisatie van de verbinding automatisch als actuele audiobron geselecteerd. Indien de verbinding niet gerealiseerd kan worden, dan wordt in het display een corresponderende melding weergegeven:
- CONNECTION FAILED – DEVICE NOT FOUND (Verbinding niet gelukt - apparaat niet gevonden): de autoradio vindt de Bluetooth®-speler niet, bijv. omdat de Bluetooth®-speler is uitgeschakeld of de Bluetooth®-functie daarvan is gedeactiveerd. op voor streaming geschikte mobiele telefoon) kiezen of u de audio-streaming naar de autoradio mogelijk wilt maken of niet. Lees daarvoor eventueel de handleiding van uw Bluetooth®-speler. Bluetooth®-Streaming-weergave starten W Druk zo vaak op de SOURCE-toets 8 tot "STREAMING" op het display wordt weergegeven. De weergave begint. Opmerkingen:
- De Bluetooth®-Streaming-weergave kan alleen worden gekozen, wanneer een geschikt Bluetooth®-apparaat is aangesloten.
- CONNECTION FAILED (Verbinding mislukt): de autoradio vindt de Bluetooth®-speler, de verbinding kan echter vanwege een Bluetooth®-fout niet worden gerealiseerd. In deze beide gevallen probeert de autoradio in de achtergrond de verbinding te realiseren. Wanneer u probeert op de autoradio een Bluetooth®-functie op te roepen, wordt
"BLUETOOTH LINK BUSY – PRESS REJECT
KEY TO CANCEL" (BT-verbinding bezet – Druk op de opleggentoets om te annuleren) weergegeven. Wanneer u de poging tot verbinden wilt afbreken, dan drukt u op de -toets 4. Probeer eventueel in de apparatenlijst de koppeling met de Bluetooth®speler handmatig te maken (zie paragraaf "Gekoppelde Bluetooth®-apparaten in de apparatenlijst beheren" im het hoofdstuk "Bluetooth®-telefoongesprek").
- Indien in Bluetooth®-Streaming-weergave het telefoonboek van een verbonden mobiele telefoon wordt overgedragen, wordt de audio-overdracht voor de duur van het downloaden van het telefoonboek onderbroken. Het Bluetooth®-Streaming-display
- CONNECTION FAILED – PLAY FROM THE DEVICE VIA BLUETOOTH (Verbindingsfout – weergave van apparaat): de autoradio kan een Bluetooth®-verbinding met de Bluetooth®-speler maken, maar de Bluetooth®-speler kan geen audiodata overdragen, bijv. omdat u op de Bluetooth®speler al een menu heeft geopend. Wanneer de overdracht van audiodata mislukt, kunt u op de Bluetooth®-speler (resp.
Voorrang verkeersinformatie Bluetooth®-status Titelinformatie Tijd
Bluetooth®-Streaming-weergave Functies tijdens Bluetooth®-Streaming-weergave Titel kiezen Handeling Druk op de kanteltoets of @. Display/reactie : volgende titel afspelen : titel herhalen. Opnieuw indrukken: vorige titel afspelen NEDERLANDS Functie
AUX-weergave AUX-weergave Front-AUX-IN-bus en AUX-ingang op achterzijde Front-AUX-IN-bus GEVAAR! Verhoogd letselgevaar door stekker. In geval van een ongeluk kan de uitstekende stekker in de front-AUX-IN-bus letsel veroorzaken. Het gebruik van rechte stekkers of adapters leidt tot een verhoogd risicoletsel. Daarom verdient gebruik van haakse stekkers aanbeveling, bijv. de Blaupunkt toebehorenkabel (7 607 001 535). Zodra een externe audiobron zoals bijvoorbeeld een draagbare CD-/ MiniDisc- of MP3-speler op de front-AUX-IN-bus is aangesloten, kan deze met de toets SOURCE 8 worden geselecteerd. Op het display wordt dan "FRONT AUX" weergegeven. Opmerking: U kunt de via de front-AUX-IN-bus aangesloten audiobron individueel benoemen en met een andere audiobron mengen. Lees daarvoor de paragraaf "Externe audiobron benoemen" en "Externe audiobron met een andere audiobron mengen" in dit hoofdstuk.
- Andere externe audiobronnen zoals bijvoorbeeld draagbare CD-spelers, MiniDisc-spelers, MP3-spelers of een niet C'n'C-compatibele Blaupunkt-interface. De C'n'C-interface van Blaupunkt (C'n'C = Command and Control) zorgt voor een nog comfortabelere bediening van apparaat en datadragers, die via een C'n'C-compatibele Blaupunktinterface op de autoradio zijn aangesloten. Af fabriek is dit apparaat voor de aansluiting van C'n'C-compatibele Blaupunkt-accessoire apparaten ingesteld. Wanneer u een niet -C'n'C-compatibel apparaat zoals een CD-wisselaar of een andere externe audiobron wilt aansluiten, voer dan de in de volgende paragrafen beschreven instellingen uit. Modus van de AUX-ingang op de achterzijde instellen Voor de AUX-ingang op de achterzijde kunt u kiezen uit deze modi:
- C'n'C-modus voor C'n'C-compatibele Blaupunkt-interfaces.
- Niet-C'n'C-modus voor niet -C'n'C-compatibele Blaupunkt-interfaces, CD-wisselaars en andere externe audiobronnen. Af fabriek is de C'n'C-modus ingesteld. Om tussen C'n'C-modus en niet -C'n'C-modus om te schakelen, W drukt u op de toets MENU 9. AUX-ingang aan achterzijde W Druk op de kanteltoets @, om het systeemmenu "Syst" te openen. Via de AUX-ingang op de achterzijde kunt u verschillende externe audiobronnen op het apparaat aansluiten: W Druk net zo vaak op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "CDC" (CDwisselaar) is geselecteerd.
- C'n'C-compatibel apparaten uit het Blaupunkt-toebehorenprogramma (bijv. een iPod®/USB-Interface).
W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. AUX-weergave
@ tussen "CDC ON" : niet-C'n'C-modus. "CDC ON" : C'n'C-modus. Zodra u de instelling wijzigt, schakelt het apparaat kort uit en met de gekozen instelling weer in (Reset). Andere externe audiobronnen op de AUX-ingang aan de achterkant aansluiten Wanneer geen C'n'C-compatibel Blaupunkt-accessoire apparaat en geen CD-wisselaar op het apparaat zijn aangesloten, kunt u via de AUX-ingang aan de achterzijde externe audiobronnen zoals bijv. draagbare CD-spelers, MiniDisc-spelers of MP3-spelers aansluiten. Opmerking: Voor het aansluiten van een externe audiobron via de AUX-ingang op de achterzijde heeft u een adapterkabel nodig. Deze kabel (Blaupunkt-nr. 7 607 897 093) is verkrijgbaar bij uw Blaupunkt-vakhandel. en "Externe audiobron met een andere audiobron mengen" in dit hoofdstuk. Externe audiobron in-/uitschakelen en selecteren Wanneer u een externe audiobron op de AUX-ingang op de achterzijde heeft aangesloten, moet u de AUX-ingang in het menu inschakelen. Dan kunt u de externe audiobron met de toets SRC 8 selecteren. Op het display wordt dan "AUX" getoond. W Druk op de toets MENU 9. W Druk op de kanteltoets @, om het systeemmenu "Syst" te openen. W Druk net zo vaak op de kanteltoets of @ tot het menupunt "AUX"(AUX-ingang) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Wissel met de kanteltoets de instellingen
@ tussen "REAR AUX" : AUX-ingang aan. "REAR AUX" : AUX-ingang uit. Wanneer u nog een dergelijke externe audiobron wilt aansluiten, hanteer dan de volgende procedure: W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten.
1. Controleer, of voor de AUX-ingang op de
achterzijde de niet-C'n'C-modus is ingesteld. Lees hiervoor de paragraaf "Modus van de AUX-ingang op de achterzijde instellen" in dit hoofdstuk. Externe audiobron benoemen (AUX EDIT)
2. Sluit bij een uitgeschakeld apparaat de
externe audiobron op de AUX-ingang op de achterzijde aan.
3. Schakel in het menu van het apparaat de
externe audiobron in. Lees daarvoor de volgende paragraaf "Externe audiobron in-/uitschakelen en selecteren".
4. Voer indien nodig verdere instellingen uit
voor de externe audiobron. Lees daarvoor de paragraaf "Externe audiobron benoemen" U kunt voor de beide AUX-ingangen een eigen naam invoeren, welke in het display wordt weergegeven, wanneer u de aangesloten audiobron heeft gekozen. W Druk op de toets MENU 9. W Druk op de kanteltoets @, om het systeemmenu "Syst" te openen. W Druk op de kanteltoets of @, tot het menupunt "AUXEDIT" (AUX-ingang bewerken) is geselecteerd.
NEDERLANDS W Wissel met de kanteltoets de instellingen AUX-weergave W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. De actuele naam wordt weergegeven. De eerste positie knippert en kan worden gewijzigd. Hier kunt u nu uw eigen naam van max. 12 karakters invoeren: W Voer de naam in door het indrukken van de betreffende toetsen op het toetsenblok A. Kies de gewenste letter eventueel door een toets meerdere keren in te drukken. Na invoer van een letter schakelt het apparaat automatisch door naar de volgende positie. Om evt. invoerfouten te corrigeren, kiest u de betreffende positie opnieuw door indrukken van de kanteltoets of @. Wanneer u de naam volledig heeft ingevoerd, W drukt u op de toets OK :, om de ingevoerde naam op te slaan. Opmerkingen:
- Om de tekstinvoer te beëindigen, zonder de naam te wijzigen, drukt u op de DIS•ESC-toets ;.
- Wanneer de tekstinvoer bijv. door een verkeersbericht wordt onderbroken, worden de veranderingen niet opgeslagen. Externe audiobron met een andere audiobron mengen (MIX AUX) U kunt tegelijkertijd een externe audiobron samen met een willekeurige andere audiobron van de radio (radio, CD, USB of Bluetooth®Streaming) weergeven. Met deze functie is het mogelijk, bijv. een mobiel Blaupunkt-navigatie-apparaat als externe audiobron aan te sluiten en de navigatiemeldingen via de radioluidspreker weer te geven, terwijl u een van de andere audiobronnen beluistert. Let erop dat in dit geval de andere audiobron niet wordt stil geschakeld, wanneer een navigatiemelding wordt gegeven.
Opmerking: het volume van de externe audiobron en het volume van de audiobron van de radio worden afzonderlijk ingesteld:
- Stel het volume voor de radio-, CD-,USBresp. Bluetooth®-Streaming-weergave in met de volumeregelaar >.
- Gebruik op het aangesloten apparaat een uitgang, waarvan u het volume kunt instellen (bijv. de koptelefoonuitgang), en stel het volume van de externe audiobron in met de bijbehorende regelaar van het apparaat. De gelijktijdige weergave moet in het menu geactiveerd worden. Wanneer "MIX AUX" (AUX-ingang mengen) voor de front-AUX-IN-bus resp. voor de AUX-ingang op de achterzijde ingeschakeld, dan wordt de betreffende audiobron samen met de actueel gekozen audiobron (bijv. radio of CD) weergegeven. Wanneer "MIX AUX" voor beide AUX-ingangen is uitgeschakeld, dan wordt alleen de geselecteerde audiobron weergegeven. Om "MIX AUX" in-/uitschakelen, W drukt u op de toets MENU 9. W Druk op de kanteltoets @, om het systeemmenu "Syst" te openen. W Druk net zo vaak op de kanteltoets of @ tot het menupunt "MIX" (AUX-ingang mengen) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Kies met de kanteltoets gewenste optie:
- "REAR AUX" (AUX-ingang op achterzijde) W Wissel voor de gekozen optie met de kanteltoets of @ tussen de instellingen
: uit. AUX-weergave W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. Meerdere C'n'C-compatibele apparaten beheren U kunt gebruik makend van een geschikte adapterkabel tot maximaal 3 C'n'C-compatibel Blaupunkt-interfaces op het apparaat aansluiten. Om te zorgen dat het apparaat onderscheid kan maken tussen de verschillende interfaces, kunt u hieraan individuele apparaatnummers toekennen. Na invoer van een cijfer schakelt het apparaat automatisch door naar de volgende positie. Om evt. invoerfouten te corrigeren, kiest u de betreffende positie opnieuw door indrukken van de kanteltoets of @. Wanneer u het PIN-nummer volledig heeft ingevoerd, W drukt u op de OK-toets :. W Druk op de toets MENU 9. W Druk op de kanteltoets @, om het systeemmenu "Syst" te openen. NEDERLANDS W Druk op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "CNC EDIT" (CNC veranderen) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. In het menu verschijnen de 3 C'n'C-apparaten "DEVICE 1" t/m "DEVICE 3" (Apparaat 1-3). W Kies met de kanteltoets apparaat.
@ een W Druk op de OK-toets :. U kunt nu de vierdecaden PIN-code van het apparaat invoeren: W Voer de getallen in door indrukken van de betreffende toetsen op het toetsenblok A. Opmerking: De PIN van een C'n'C-apparaat bestaat uit 4 hexadecimale cijfers. Iedere positie kan 16 verschillende waarden van 0 t/ m 9 en A t/m F hebben. Om voor een positie de waarde van A t/m F in te voeren, drukt u overeenkomstig vaak op de toetsen "2" resp. "3" van het toetsenblok.
Bluetooth®-telefoongesprek Bluetooth®-telefoongesprek De geïntegreerde Bluetooth®-module in uw apparaat maakt een handsfree telefoongesprek mogelijk via een Bluetooth®-verbinding. Daarbij kan de mobiele telefoon in de tas of in het handschoenvakje blijven liggen – en u heeft beide handen vrij voor het autorijden. Behalve mobiele telefoons kunt u bijv. ook Bluetooth®-compatibel MP3-spelers met het apparaat verbinden en de audio-inhoud via Bluetooth®-Streaming weergeven. Lees hiervoor het hoofdstuk "Bluetooth®-streaming-weergave". Bluetooth®-voorbereiding Vereisten voor het Bluetooth®-telefoneren zijn een Bluetooth®-geschikte mobiele telefoon en de installatie van de meegeleverde microfoon (zie inbouwhandleiding). Opmerking: Gebruik uitsluitend de meegeleverde Blaupunkt-microfoon. Standaard microfoons zijn niet geschikt voor aansluiting op dit apparaat. ten de reikwijdte komt, wordt de verbinding automatisch weer hersteld, wanneer u zich weer binnen de reikwijdte bevindt. Wanneer u een andere gekoppelde mobiele telefoon met de autoradio wilt verbinden, kunt u dat handmatig uitvoeren (lees paragraaf "Gekoppelde Bluetooth®-apparaten beheren" in dit hoofdstuk). Wordt het apparaat uit- en weer ingeschakeld, dan probeert het automatisch met de master-telefoon (zie paragraaf "Mastertelefoon bepalen") een verbinding te maken. Wanneer de Master-telefoon niet binnen bereik is of is uitgeschakeld, dan probeert het apparaat een verbinding met een andere gekoppelde mobiele telefoon te maken, en wel in die volgorde, waarin de telefoons het laatst verbonden waren.. Het Bluetooth®-menu openen In het Bluetooth®-menu vindt u alle benodigde instellingen en functies. Om het Bluetooth®-menu te openen, W drukt u op de toets MENU 9. W Druk op de kanteltoets @, om het systeemmenu "Syst" te openen. Welke mobiele telefoons met de autoradio compatibel zijn, vindt u onder www.blaupunkt.com of bij uw Blaupunkt-vakhandel. W Druk zo vaak op de kanteltoets of @, tot het menupunt "BT" (Bluetooth®) is geselecteerd. De Bluetooth®-technologie is een draadloze verbinding met een korte reikwijdte. D.w.z. de mobiele telefoon moet zich in de buurt van de autoradio bevinden (in het voertuig). W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. Hoe wordt een Bluetooth®verbinding opgebouwd? Eerst moeten de mobiele telefoon en de autoradio elkaar "leren kennen", d.w.z. ze moeten worden gekoppeld. Wanneer u de apparaten koppelt, wordt aansluitend een Bluetooth®-verbinding gerealiseerd. Deze verbinding blijft bestaand zolang de mobiele telefoon binnen de reikwijdte blijft. Wanneer de verbinding wordt onderbroken, bijv. omdat u met de telefoon bui-
Het Bluetooth®-menu wordt geopend. Opmerking: Indien een Bluetooth®-proces aan de gang is (bijv. een koppeling van een apparaat of de overdracht van een telefoonboek), kunt u het Bluetooth®-menu niet openen. Een overeenkomstige melding wordt op het display getoond. Om naar de actuele audiobron terug te keren, drukt u op de DIS•ESC-toets ;. Om de Bluetooth®-procedure af te breken en het Bluetooth®-menu te openen, drukt u op de -toets 4. Bluetooth®-telefoongesprek U kunt het apparaat op maximaal 5 bluetoothcompatibel mobiele telefoons of andere apparaten zoals MP3-spelers koppelen. Wanneer u een zesde koppelt, dan wordt het Bluetooth®-apparaat verdrongen, die als eerste is gekoppeld. Om een mobiele telefoon te koppelen, W opent u het Bluetooth®-menu. Het menupunt "PAIR" (Koppeling) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. Het apparaatmenu wordt geopend. Het menu "PHONE" (Telefoon) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :. In het display wordt de PIN-code voor de Bluetooth®-verbinding weergegeven. Bluetooth®-mobiele telefoon kan nu worden gekoppeld. W Voer indien gevraagd de getoonde PIN in uw mobiele telefoon in. De autoradio bouwt zelfstandig een Bluetooth®verbinding naar de mobiele telefoon op. Wanneer de verbinding is gemaakt, wordt "DEVICE CONNECTED" (Apparaat verbonden) kort in het display getoond en het symbool voor de Bluetooth®-signaalsterkte verschijnt. Indien er geen verbinding kon worden gemaakt, wordt "CONNECTION FAILED" (Verbinding mislukt) weergegeven. Opmerkingen:
- De benodigde tijd voor het verbinden is afhankelijk van de mobiele telefoon en kan per telefoon verschillen.
- Wordt de autoradio uit en later weer ingeschakeld, dan probeert automatisch de master-telefoon (zie laatste paragraaf) resp. de laatst verbonden mobiele telefoon te verbinden. Wanneer de mobiele telefoon niet ter beschikking staat, wordt in het display kort "NO
DEVICE FOUND – BLUETOOTH
CONNECTION FAILED" (Geen apparaat gevonden – Bluetooth®-verbindingsfout) weergegeven. Master-telefoon bepalen Wanneer u meerdere telefoons met het apparaat koppelt, kunt u een master-telefoon bepalen. De master-telefoon heeft een hogere prioriteit dan de andere gekoppelde telefoons:
- Wanneer het apparaat wordt ingeschakeld, probeert deze eerst een verbinding met de master-telefoon op te bouwen. Pas wanneer de master-telefoon niet ter beschikking staat, probeert het apparaat, een verbinding met de laatst gekoppelde telefoon op te bouwen.
- Wanneer u een zesde Bluetooth®-apparaat koppelt, wordt het eerst gekoppelde Bluetooth®-apparaat ontkoppeld. Daarbij blijft de master-telefoon altijd gekoppeld, ook wanneer deze het eerst gekoppelde Bluetooth®-apparaat in de lijst is. Daarvoor wordt het volgende Bluetooth®-apparaat in de lijst ontkoppeld. W Open het Bluetooth®-menu. W Druk net zo vaak op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "MASTER" (Masterapparaat) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. Een lijst van de gekoppelde mobiele telefoons wordt weergegeven. W Druk op de kanteltoets telefoon te selecteren. @ om een
W Druk op de OK-toets :. De gekozen telefoon is nu als master-telefoon aangemerkt, en wordt met een "M" gemarkeerd. Om de master-telefoon te wissen, W kiest u met de kanteltoets lijst de master-telefoon.
@ in de W Druk op de OK-toets :.
NEDERLANDS Mobiele telefoon koppelen Bluetooth®-telefoongesprek In het submenu is de optie "DELETE" (Verwijderen) geselecteerd. W Selecteer met de kanteltoets of @ het menupunt "NO" (Nee) of "EXIT" (Terug) uit. W Druk op de OK-toets :. W Druk op de OK-toets : om alle gekoppelde Bluetooth®-apparaten te handhaven en terug te gaan naar het Bluetooth®-menu. Opmerking: Na het wissen is geen telefoon meer als master-telefoon gedefinieerd. De vroegere master-telefoon blijft wel gekoppeld. W Druk op de kanteltoets @ om terug te keren naar het Bluetooth®-menu. Gekoppelde Bluetooth®-apparaten beheren In het Bluetooth®-menu kunt u de gekoppelde Bluetooth®-apparaten (mobiele telefoons en apparaten zoals MP3-spelers) beheren. Met de functie "DEL ALL" (Alle apparaten verwijderen) kunt u alle gekoppelde Bluetooth®-apparaten ontkoppelen. In de apparaatlijst "DEV LIST" (Apparaten) worden de gekoppelde apparaten weergegeven. Hier kunt u:
- De verbinding met het actueel verbonden Bluetooth®-apparaat ontkoppelen (DISCON)
- Een verbinding met een gekoppeld Bluetooth®-apparaat opbouwen (CONNECT)
- Een Bluetooth®-apparaat ontkoppelen (DELETE) Alle gekoppelde bluetooth-apparaten ontkoppelen W Open het Bluetooth®-menu. W Druk op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "DEL ALL" (Alle apparaten verwijderen) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. Het menupunt "YES" (Ja) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets : om alle gekoppelde Bluetooth®-apparaten te ontkoppelen en terug te gaan naar het Bluetooth®-menu. OF:
Gekoppelde bluetooth-apparaten in de apparaatlijst beheren Om de gekoppelde Bluetooth®-apparaten in de apparaatlijst te beheren, W opent u het Bluetooth®-menu. W Druk net zo vaak op de kanteltoets @ tot het menupunt "DEV LIST" (Apparaten) is geselecteerd.
W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Kies met de kanteltoets of @ of u de mobiele telefoons (PHONE (Telefoon)) of apparaten zoals MP3-spelers (OTHER (Andere)) wilt beheren. W Druk op de OK-toets :. W Kies met de kanteltoets of @ het gewenste Bluetooth®-apparaat. W Druk op de OK-toets :. W Kies met de kanteltoets de volgende functies:
- "CONNECT" (Verbinden): het geselecteerde Bluetooth®-apparaat wordt verbonden.
- "DISCON" (Scheiden): de verbinding met het geselecteerde Bluetooth®-apparaat wordt verbroken.
- "DELETE" (Verwijderen): het geselecteerde Bluetooth®-apparaat wordt ontkoppeld. Opmerking: De functie "DISCON" (Scheiden) is alleen beschikbaar voor het actueel verbonden Bluetooth®-apparaat, de functie "CONNECT" Bluetooth®-telefoongesprek Gesprek aannemen/afwijzen Wanneer een oproep binnenkomt, worden in het display "INCOMING CALL" (Inkomend gesprek) en het telefoonnummer van de beller resp. zijn vermelding in het telefoonboek getoond. Het volume van de actieve audiobron wordt gedempt en de beltoon wordt via de luidspreker weergegeven. Bij een inkomend gesprek moet u het gesprek aannemen of afwijzen. Een andere bediening op de autoradio is op dit moment niet mogelijk. Om de oproep af te wijzen, W drukt u op de -toets 4.
- Een in het telefoonboek van het apparaat opgeslagen telefoonnummer kiezen (paragraaf "Telefoonnummer in telefoonboek van apparaat opslaan en oproepen")
- Een in het telefoonboek van de verbonden mobiele telefoon opgeslagen telefoonnummer kiezen (paragraaf "Het telefoonboek van de mobiele telefoon")
- Een telefoonnummer uit de History kiezen (paragraaf "Telefoonnummer uit de History oproepen") Om een telefoonnummer in te voeren en op te roepen, resp. op te slaan, W opent u het Bluetooth®-menu. W Druk net zo vaak op de kanteltoets of @ tot het menupunt "DIAL NEW" (Nieuwe keuze) is geselecteerd. Op het display wordt "CALL ENDED" (Oproep beëindigd) weergegeven. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. Om de oproep aan te nemen, Hier kunt u een nieuw telefoonnummer invoeren: W drukt u op de -toets 5. Op het display wordt "IN CALL–HANDSFREE" (Handsfree aan) weergegeven. Uw gesprekspartner wordt via de luidsprekers weergegeven. Tijdens het telefoneren kunt u het volume met de volumeregelaar > aanpassen. Opmerking: Tijdens het Bluetooth®-telefoongesprek woerden geen verkeers- of navigatiemeldingen doorgegeven. Oproep doen (DIAL NEW) U heeft meerdere mogelijkheden om een telefoontje te plegen via de autoradio:
- Een telefoonnummer invoeren en bellen, resp. onder een toets van het toetsenblok opslaan
- Een onder een toets van het toetsenblok opgeslagen nummer bellen (paragraaf "Snelkiezen") W Voer de getallen in door indrukken van de betreffende toetsen op het toetsenblok A. Na invoer van een cijfer schakelt het apparaat automatisch door naar de volgende positie. Om evt. invoerfouten te corrigeren, kiest u de betreffende positie opnieuw door indrukken van de kanteltoets of @. Om het ingevoerde nummer te bellen, W drukt u op de -toets 5. In het display worden "CALLING" (Opbellen) en het gekozen telefoonnummer resp. de omschrijving daarvan in het telefoonboek weergegeven. Wanneer het nummer niet geldig is of de oproep vanwege andere redenen niet opgebouwd kan worden, kan in het display kort "CALL FAILED" (Oproep mislukt) worden weergegeven. Om het ingevoerde telefoonnummer onder een toets van het toetsenblok A op te slaan, W drukt u op de OK-toets :. Op het display wordt "Press Number Key to Store OR Press Accept to Call" (Cijfertoets indrukken
NEDERLANDS (Verbinden) alleen voor de andere gekoppelde, maar niet verbonden Bluetooth®apparaten. Bluetooth®-telefoongesprek om op te slaan of op de opnemen toets drukken) weergegeven. Telefoonnummer in telefoonboek van apparaat opslaan en oproepen W Druk op de gewenste toets 0 - 9 van het toetsenblok A. Het apparaat beschikt over een eigen telefoonboek, waarin u 10 posities kunt opslaan. Iedere positie bestaat uit een naam en een telefoonnummer. De in het telefoonboek van het apparaat opgeslagen nummers staan onafhankelijk van de momenteel verbonden mobiele telefoon ter beschikking. Op het display wordt kort "Number Saved" (Nummer opgeslagen) weergegeven. Het nummer is onder de gekozen toets opgeslagen en u keert terug naar de nummerinvoer. Oproep afsluiten Om een oproep te beëindigen, W drukt u op de -toets 4. Op het display wordt "CALL ENDED" (Oproep beëindigd) weergegeven. U kunt het telefoongesprek ook afsluiten, door het apparaat uit te schakelen. Lopend telefoongesprek op mobiele telefoon omleiden De gesprekspartner wordt tijdens een telefoongesprek standaard via de luidspreker in het voertuig weergegeven. U kunt een telefoongesprek ook naar uw mobiele telefoon omleiden: W Druk kort op de -toets 5. Telefoonnummer opslaan Om een nieuwe positie in het apparaattelefoonboek op te slaan, W opent u het Bluetooth®-menu. W Druk op de kanteltoets of @ tot het menupunt " RADIO" (Eigen telefoonboek van het apparaat) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. Het menupunt "ADD NEW" (Toevoegen) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :. U kunt nu de naam van de positie met maximaal 20 karakters invoeren: De luidsprekers in het voertuig worden uitgeschakeld en uw gesprekspartner wordt naar uw mobiele telefoon omgeleid; op het display wordt "IN CALL–HANDSET" (Handsfree uit) weerge-toets te drukgeven". Door opnieuw op de ken wordt het geluid weer via de luidsprekers in het voertuig weergegeven; op het display wordt weer "IN CALL–HANDSFREE" (Handsfree aan) weergegeven. W Voer de naam in door het indrukken van de betreffende toetsen op het toetsenblok A. Kies de gewenste letter eventueel door een toets meerdere keren in te drukken.
Wanneer u de naam volledig heeft ingevoerd, W Druk langer dan 2 seconden op de aan-/ uit-toets ?. W drukt u op de OK-toets :. Het geluid van de autoradio wordt uitgeschakeld en uw gesprekspartner op uw mobiele telefoon omgeleid.
Na invoer van een letter schakelt het apparaat automatisch door naar de volgende positie. Om evt. invoerfouten te corrigeren, kiest u de betreffende positie opnieuw door indrukken van de kanteltoets of @. U kunt nu het telefoonnummer invoeren: W Voer de getallen in door indrukken van de betreffende toetsen op het toetsenblok A. Bluetooth®-telefoongesprek Wanneer u het telefoonnummer volledig heeft ingevoerd, De posities van het apparaattelefoonboek worden weergegeven. W drukt u op de OK-toets :. W Kies met de kanteltoets gewenste invoer. De nieuwe positie wordt opgeslagen.
@ de W Druk op de OK-toets :. Om een in het apparaattelefoonboek opgeslagen nummer op te roepen, W opent u het Bluetooth®-menu. W Druk op de kanteltoets of @ tot het menupunt" RADIO" (Eigen telefoonboek van het apparaat) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. U kunt nu de naam van de positie bewerken. W Druk eventueel op de kanteltoets om een positie te selecteren.
W Voer het gewenste teken in door een- of meermaals indrukken van de betreffende toets op het toetsenblok A. Wanneer u de naam volledig heeft bewerkt, W drukt u op de OK-toets :. W Druk op de kanteltoets of @ tot het menupunt "VIEW PBK" (Tel-boek) is geselecteerd. U kunt nu het telefoonnummer bewerken: W Druk op de OK-toets :. W Voer het gewenste cijfer in door op de corresponderende toets te drukken op het toetsenblok A te drukken. De posities van het apparaattelefoonboek worden weergegeven. W Kies met de kanteltoets gewenste invoer. W Druk op de doen.
@ de -toets 5, om de oproep te In het display worden "CALLING" (Oproepen) en de gekozen positie in het telefoonboek getoond. Positie bewaren Om een bestaande positie in het apparaattelefoonboek te bewerken, W opent u het Bluetooth®-menu. W Druk op de kanteltoets of @ tot het menupunt" RADIO" (Eigen telefoonboek van het apparaat) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Druk op de kanteltoets of @ tot het menupunt"EDIT PBK" (Bewerken) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :. W Druk eventueel op de kanteltoets om een positie te selecteren.
Wanneer u het telefoonnummer volledig heeft bewerkt, W drukt u op de OK-toets :. De gewijzigde positie wordt opgeslagen. Posities wissen Om een bestaande positie in het apparaattelefoonboek te wissen, W opent u het Bluetooth®-menu. W Druk op de kanteltoets of @ tot het menupunt" RADIO" (Eigen telefoonboek van het apparaat) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Druk net zo vaak op de kanteltoets @, tot het menupunt "DELETE" (Verwijderen) is geselecteerd.
W Druk op de OK-toets :. De posities van het apparaattelefoonboek worden weergegeven.
NEDERLANDS Telefoonnummer oproepen Bluetooth®-telefoongesprek W Kies met de kanteltoets gewenste invoer.
@ de W Druk op de OK-toets :. De gekozen positie wordt gewist. Opmerking: Om alle posities van het telefoonboek te wissen, kiest u i.p.v. het menupunt "DELETE" het menupunt "DEL ALL" (Alle verwijderen) en u druk op de OK-toets :. Het telefoonboek van de mobiele telefoon U kunt het telefoonboek van de verbonden mobiele telefoon op het apparaat overdragen en zo vanuit het apparaat posities uit dit telefoonboek kiezen en oproepen. Opmerking: Het overdragen van het telefoonboek betekent, dat de posities van de mobiele telefoon naar het apparaat worden gekopieerd. Het telefoonboek van de mobiele telefoon wordt daarbij niet gewist. Het apparaat slaat telefoonboekposities van maximaal 3 mobiele telefoons op met ieder max. 500 posities. Iedere positie kan maximaal 4 verschillende telefoonnummers bevatten, bijv. privé- en zakelijke nummers van een persoon. Telefoonboek overdragen Om het telefoonboek over te dragen, W opent u het Bluetooth®-menu. W Druk op de kanteltoets of @, tot het menupunt "PBK DNL" (Download) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. De overdracht van het telefoonboek van de mobiele telefoon naar het apparaat begint. In het display wordt "PHONEBOOK DOWNLOADING – Please Wait ..." (Telefoonboek download is bezig. wachten a.u.b.) weergeven. Wanneer
de overdracht is afgerond, wordt "DOWNLOAD COMPLETE" (Download afgerond) weergeven en wanneer de overdracht niet succesvol was "DOWNLOAD FAILED" (Download mislukt). Opmerking: Indien het apparaat bij de overdracht van het telefoonboek in Bluetooth®-Streaming-weergave is, wordt de audio-overdracht voor de duur van het downloaden van het telefoonboek onderbroken. Positie uit het telefoonboek oproepen Opmerking: Alleen het telefoonboek van de momenteel verbonden mobiele telefoons staan ter beschikking (indien dit telefoonboek al naar het apparaat werd overgedragen). Om een positie uit een telefoonboek van de mobiele telefoon op te roepen, W opent u het Bluetooth®-menu. W Druk net zo vaak op de kanteltoets of @, tot het menupunt " MOBILE" (Telefoon) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. De posities van het telefoonboek worden weergegeven. W Kies met de kanteltoets gewenste invoer.
@ de Opmerking: Om sneller bij de gewenste positie te komen, drukt u op de toets van het alfanumerieke toetsenblok A met de bijbehorende eerste letter. Voor de actueel gekozen positie wordt telkens het eerste beschikbare nummer weergegeven. Wanneer onder een positie meerdere nummers beschikbaar zijn, bijv. voor een zakelijke aansluiting of een mobiele telefoon, dan wordt dit met bijbehorende symbolen in het display weergegeven. Bluetooth®-telefoongesprek W drukt u op de -toets 5. Om een ander nummer van de positie op te roepen, W drukt u op de OK-toets :. Alle onder deze positie opgeslagen nummers worden weergegeven. W Selecteer met de kanteltoets gewenste nummer. W Druk op de
@ het -toets 5. De oproep wordt gedaan. In het display worden "CALLING" (Oproep) en de naam van de positie weergegeven. Telefoonnummer uit de History oproepen De History van de mobiele telefoon wordt automatisch na het maken van de bluetooth-verbinding gedownload. In de History van de mobiele telefoon zijn de volgende telefoonnummers opgeslagen: W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. De posities van de betreffende lijsten worden weergegeven. Voor de gekozen positie worden, indien beschikbaar, datum en tijd weergegeven. W Kies met de kanteltoets gewenste invoer. W Druk op de doen.
@ de -toets 5, om de oproep te Snelkiezen De snelkeuzefunctie biedt directe toegang tot het telefoonboek van het apparaat, het van de mobiele telefoon overgedragen telefoonboek, de lijsthistorie, de spraakkeuzefunctie alsmede onder de toetsen van het toetsenblok opgeslagen telefoonnummers. Om het snelkiezen te gebruiken, W drukt u tijdens normaal bedrijf op de -toets 5. Opmerking: -toets 5 te drukken Door lang op de komt u direct in het menu van het telefoonboek van het apparaat.
- De nummers van ontvangen oproepen
- De nummers van niet opgenomen oproepen Een menu met de volgende menupunten wordt weergegeven: Om een van deze nummers op te roepen,
MOBILE: van de mobiele telefoon overgedragen telefoonboek
RADIO: eigen telefoonboek van het apparaat
RECEIVED: ontvangen oproepen W opent u het Bluetooth®-menu. W Druk op de kanteltoets of @, tot het menupunt "CALL LOG" (Oproeplijst) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Druk op de kanteltoets of @, om één van de volgende menupunten te selecteren:
- RECEIVED (Ink. gespr.): ontvangen oproepen
- MISSED (Gem. gespr.): niet aangenomen oproepen
- DIALED (Gek. oproep): gekozen num- MISSED: niet opgenomen oproepen DIALED: gekozen nummers VR DIAL: spraakkeuze Om een nummer uit een van de telefoonboeken resp. uit een van de lijsten History te kiezen, W selecteert u met de kanteltoets het betreffende menupunt.
W Druk op de OK-toets :. mers
NEDERLANDS Om het eerste nummer van de positie op te roepen, Bluetooth®-telefoongesprek W Kies met de kanteltoets of @ de gewenste positie resp. het nummer. W Druk op de doen. -toets 5, om de oproep te
- Wanneer geen Bluetooth®-verbinding bestaat, wordt in het display kort "VOICE
DIAL FAILED – NO BLUETOOTH
CONNECTION" (Spreekkeuzefout – geen Bluetooth®-verbinding) weergeven. Om een telefoonnummer in te voeren en op te roepen, W voert u het nummer in zoals beschreven in paragraaf "Oproep doen (DIAL NEW)" door kort op de betreffende toetsen van het toetsenblok A te drukken. De oproep wordt gedaan. Het menu voor de nummerinvoer wordt automatisch geopend met de eerste druk op de knop. PIN veranderen (PIN NUM) Om een onder een nummertoets opgeslagen telefoonnummer op te roepen, W houdt u de betreffende toets van het toetsenblok A gedurende ca. 2 seconden ingedrukt. Om de spraakkeuze te gebruiken, W selecteert u met de kanteltoets of @ het menupunt "VR DIAL" (Spraakkeuze). W Druk op de OK-toets :. De spraakherkenning is actief. Op het display wordt "SPEAK NOW" (Nu spreken) weergeven. W Spreek de naam voor het gewenste telefoonnummer in. Opmerkingen:
- De duur, welke de spraakherkenning is ingeschakeld, hangt af van de aangesloten mobiele telefoon.
- Om de spraakherkenning af te breken en naar de laatste audiobron terug te keren, -toets 4. drukt u op de
- Wanneer uw spraakinvoer niet is herkend of de spraakkeuze op de mobiele telefoon niet is ingeschakeld, wordt in het display kort " VOICE RECOGNITION LINK NOT ACTIVE" (Spraakherkenning – verbinding niet actief) weergeven.
- Om de spraakkeuze te gebruiken, moet deze functie door uw mobiele telefoon worden ondersteund en in de mobiele telefoon zijn ingeschakeld. Wanneer u een mobiele telefoon met de autoradio wilt koppelen, moet u de PIN "1234" invoeren. U kunt deze PIN echter ook wijzigen: W Open het Bluetooth®-menu. W Druk op de kanteltoets of @, totdat het menupunt "PIN NUM" (PIN) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. U kunt nu de nieuwe PIN invoeren: W Voer de getallen in door indrukken van de betreffende toetsen op het toetsenblok A. Na invoer van een cijfer schakelt het apparaat automatisch door naar de volgende positie. Om evt. invoerfouten te corrigeren, kiest u de betreffende positie opnieuw door indrukken van de kanteltoets of @. Wanneer u de nieuwe PIN volledig heeft ingevoerd, W drukt u op de OK-toets :. De nieuwe positie wordt opgeslagen. Bluetooth®-telefoongesprek | Klankkleurinstellingen Af fabriek heeft het apparaat de bluetooth-naam "BLAUPUNKT BT", waaronder het door andere Bluetooth®-apparaten worden weergegeven. Om deze naam te veranderen, W opent u het Bluetooth®-menu. W Druk op de kanteltoets of @, totdat het menupunt "RAD NAME" (Radionaam) is geselecteerd. Klankkleurinstellingen In het audio-menu kunt u de volgende klankkleurinstellingen veranderen:
- Equalizerinstellingen veranderen Opmerking: De instellingen voor lage tonen (BASS), middentonen (MIDDLE) en hoge tonen (TREBLE) worden telkens voor de actuele audiobron opgeslagen. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. U kunt nu een nieuwe Bluetooth®-naam invoeren: W Voer de naam in door het indrukken van de betreffende toetsen op het toetsenblok A. Kies de gewenste letter eventueel door een toets meerdere keren in te drukken. Na invoer van een letter schakelt het apparaat automatisch door naar de volgende positie. Om evt. invoerfouten te corrigeren, kiest u de betreffende positie opnieuw door indrukken van de kanteltoets of @. Wanneer u de naam volledig heeft ingevoerd, W drukt u op de OK-toets :. De nieuwe Bluetooth®-naam wordt opgeslagen. Het audio-menu openen Om het audio-menu op te roepen, W drukt u op de AUDIO-toets <. OF: W Druk op de MENU-toets 9. W Druk op de kanteltoets @, totdat het audio-menu wordt weergegeven. Lage tonen, hoge tonen en volumeverdeling instellen Om instellingen te doen, W drukt u in het audio-menu op de kanteltoets of @, om één van deze menupunten kiezen:
- "FADER": geluidsterkte verdeling voor/ achter tussen -9 en +9
- "X-BASS": versterken van lage tonen bij gering volume van 0 (uit) tot 3 De telkens actuele instelling wordt via een balkendiagram weergegeven.
NEDERLANDS Bluetooth®-naam van het apparaat veranderen (RAD NAME) Klankkleurinstellingen W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Om de instelling te wijzigen, drukt u op de kanteltoets of @. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. Klank-voorinstelling kiezen (PRESETS) U kunt klank-voorinstellingen voor de muziekgenres pop, rock en klassiek selecteren. Door een klank-voorinstelling wordt een voor het genre geschikte combinatie van lage en hoge tonen ingesteld. W Druk in het audio-menu zo vaak op de kanteltoets of @, tot het menupunt "EN AUDIO"(Expert menu) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. Het Expert-menu wordt geopend. W Druk in het Expert-menu net zo vaak op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "PRESETS" (Voorinstellingen) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Selecteer met de kanteltoets of van deze klank-voorinstellingen: @ één
- "CLASSIC" W Schakel de gekozen klank-voorinstelling met de kanteltoets @ uit resp. met de kanteltoets @ aan. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten.
- Er kan telkens slechts een klank-voorinstelling zijn ingeschakeld. Om geen klankvoorinstelling te activeren, schakelt u de actueel ingeschakelde klank-voorinstelling uit.
- Voor een optimale klankkleur kunt u de voorinstellingen met equalizerinstellingen naar uw smaak uitbreiden. Wanneer u de niveau-instelling voor lage tonen, hoge tonen of middentonen verandert, wordt de gekozen klank-voorinstelling in het menu uitgeschakeld; daarbij blijven de andere niveau-instellingen van de klankvoorinstelling behouden. Equalizer-instellingen Uw apparaat beschikt over een digitale 3-bands equalizer. Hiermee kunt u de klankkleur gericht op uw voertuig en beleving aanpassen en problemen, zoals bijvoorbeeld resoneren of slechte verstaanbaarheid van spraak oplossen. Welke equalizer-instelling is de juiste? Klankkleurindruk Onzuivere bas, dreunen, onaangename druk Maatregel FrequenNiveau tie (Hz) 100–200 ca. –4 Zeer opdringerige, agressieve klank, geen stereo-effect 1000–
ca. –4 tot –6 Doffe klank, weinig transparantie, geen glans van de instrumenten 10000–
ca. +4 tot +6 Te weinig Bass 60–80 ca. +4 tot +6 Klankkleurinstellingen Tip: Plaats een voor u bekende CD in de speler wanneer u de equalizer wilt instellen. Zet eerst de lage tonen, hoge tonen, balans en fader op nul. Verander eerst de instellingen van de middenfrequenties, daarna die van de hoge tonen en tot slot die van de lage tonen. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. Het Expert-menu verschijnt. W Druk in het Expert-menu op de kanteltoets of @, om één van deze menupunten kiezen:
De tabel toont de uitgebreide instelmogelijkheden voor lage tonen (EBASS), hoge tonen (ETREBLE), middentonen (EMIDDLE) en de X-Bass (EXBASS), die u in het Expert-audiomenu kunt uitvoeren. Opmerking: De tabel bevat niet alle instellingen, die in het Expert-audiomenu mogelijk zijn. "EBASS": lage tonen "ETREBLE": hoge tonen "EMIDDLE": middentonen "EXBASS": versterken van lage tonen bij gering volume W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. Equalizer-instellingen wijzigen (EBASS, ETREBLE, EMIDDLE, EXBASS)
- "QUAL" U kunt in het Expert-menu deze instellingen wijzigen :
- "QUAL" (Kwaliteitsfactor) W Om de instelling te wijzigen, drukt u op de kanteltoets of @. Om de equalizer in te stellen, W drukt u in het audio-menu zo vaak op de kanteltoets of @, tot het menupunt "EN AUDIO" (Expert menu) is geselecteerd. Wanneer u de instellingen voor alle menupunten heeft uitgevoerd, W drukt u op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of drukt u op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. AUDIO (Audio-menu) EN AUDIO (Expert-menu) EBASS ETREBLE EMIDDLE EXBASS Niveau (GAIN)
NEDERLANDS W Druk op de kanteltoets of @, om tussen de beschikbare menupunten te schakelen (zie tabel): Gebruikersinstellingen Gebruikersinstellingen Wanneer u de begroetingstekst volledig heeft ingevoerd, In het systeemmenu kunt u deze voorinstellingen op uw behoeften aanpassen: W drukt u op de toets OK :, om de ingevoerde begroetingstekst op te slaan.
- Om de tekstinvoer te beëindigen, zonder de begroetingstekst te wijzigen, drukt u op de DIS•ESC-toets ;. Duur van het fragment
- Wanneer de tekstinvoer bijv. door een Tijdinstellingen Volume-voorinstellingen verkeersbericht wordt onderbroken, worden de veranderingen niet opgeslagen. Het System-menu openen W Druk op de MENU-toets 9. W Druk op de kanteltoets @, om het systeemmenu "Syst" te openen. Begroetingstekst veranderen (ON MSG) Wanneer u het apparaat inschakelt, verschijnt een animatie. Dit bevat de af fabriek op "THE ADVANTAGE IN YOUR CAR" ingestelde begroetingstekst. Om deze tekst te veranderen, W drukt u in het systeemmenu op de kanteltoets of @, totdat het menupunt "ON MSG" (Begroetingstekst) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. De actuele begroetingstekst wordt weergegeven. De eerste positie knippert en kan worden gewijzigd. Hier kunt u nu uw eigen begroetingstekst van max. 35 karakters invoeren: W Voer de tekst door het drukken op de betreffende toetsen van het toetsenblok A in. Kies de gewenste letter eventueel door een toets meerdere keren in te drukken. Na invoer van een letter schakelt het apparaat automatisch door naar de volgende positie. Om evt. invoerfouten te corrigeren, kiest u de betreffende positie opnieuw door indrukken van de kanteltoets of @.
Tijdinstellingen veranderen In het System-menu kunt u de volgende instellingen wijzigen:
- Tijdsweergave in-/uitschakelen (OFF CLK)
- 12h/24h-tijdsweergave kiezen (CLK MODUS)
- Tijd instellen (CLK SET) Tijdsweergave in-/uitschakelen (OFF CLK) De tijd kan worden weergegeven, wanneer het apparaat is uitgeschakeld, maar het voertuigcontact is ingeschakeld. Om deze tijdsweergave in-/uitschakelen, W drukt u net zo vaak in het systeemmenu op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "OFF CLK" (Tijd) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Wissel met de kanteltoets de instellingen
@ tussen "OFF CLK" : tijdsweergave aan. "OFF CLK" : tijdsweergave uit. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. Gebruikersinstellingen De tijd kan in 12- of in 24-uurs formaat worden weergegeven. W Druk net zo vaak in het systeemmenu op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "CLK MODE" (Tijdmodus) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Selecteer met de kanteltoets of @ de instelling "12 HR – AM" (12-uur formaat voormiddag), "12 HR – PM" (12-uur formaat namiddag) of "24 HR MODE" (24-uur formaat). W Druk op de kanteltoets @ om de gewenste instelling in te schakelen. Volume-voorinstellingen veranderen In het System-menu kunt u de volgende voorinstellingen wijzigen:
- Inschakelvolume (ON VOL/LAST VOL)
- Volume-voorinstellingen van verkeersberichten (TA VOL), Telefoon/navigatiemeldingen (TEL VOL) en volumereductie (MUTE VOL)
- Signaaltoon (BEEP ON)
- Snelheidsafhankelijke volume-versterking (AUTO SND) Inschakelvolume instellen (ON VOL/LAST VOL) Om het inschakelvolume in te stellen, W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. W drukt u net zo vaak in het systeemmenu op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "ON VOL" (Inschakelvolume) is geselecteerd. Tijd instellen (CLK SET) W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Druk in het systeemmenu net zo vaak op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "CLK SET" (Tijd instellen) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. De tijd wordt weergegeven. W Met de kanteltoets of minuten.
@ kiest u de uren W Voer het gewenste cijfer in door op de corresponderende toets te drukken op het toetsenblok A te drukken. Wanneer u de tijd volledig heeft ingevoerd, W drukt u op de toets OK :, om de ingevoerde tijd op te slaan. Opmerking: Om de invoer te beëindigen, zonder de tijd te veranderen, drukt u op de DIS•ESCtoets ;. Het actuele inschakelvolume wordt weergegeven. W Stel het inschakelvolume met de kanteltoets of @ in. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. Alternatief kunt u de instelling "LAST VOL" (Laatste volume) kiezen. Daarmee wordt bij het inschakelen het volume ingesteld, die bij de laatste keer uitschakelen actief was: W Druk in het systeemmenu net zo vaak op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "LAST VOL" (Laatste volume) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Wissel met de kanteltoets de instellingen
"LAST VOL" : aan. "LAST VOL" : uit.
NEDERLANDS 12h/24h-tijdsweergave kiezen (CLK MODE) Gebruikersinstellingen W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. Opmerking: Wanneer "LAST VOL" is uitgeschakeld, wordt het apparaat met het onder "ON VOL" (Inschakelvolume) ingestelde volume ingeschakeld. Opmerkingen: Het door u vooringestelde volume wordt niet gebruikt,
- wanneer het actueel beluisterde volume lager is dan het ingestelde Mute-niveau. Het apparaat speelt verder met het laatst beluisterde volume.
- wanneer het actueel beluisterde volume hoger is dan het ingestelde TEL-volume. Dan worden telefoongesprekken/ navigatiemeldingen met het beluisterde volume weergegeven. Volume-voorinstellingen voor TA, TEL en MUTE wijzigen Wanneer het apparaat een verkeersbericht, een telefoongesprek of een navigatiemelding doorschakelt, wordt deze steeds met het hier vooringestelde volume weergegeven.
- wanneer het actueel beluisterde volume hoger is dan het ingestelde TA-volume. In dat geval worden de verkeersberichten met het beluisterde volume weergegeven. Daarnaast kunt u aan de volumereductie (MUTE) een lager volume tot waarde 0 (geen geluid) toekennen. Signaaltoon activeren/deactiveren (BEEP ON) W Druk in het system-menu zo vaak op de kanteltoets of @, tot een van deze menupunten wordt weergegeven: U kunt de signaaltoon deactiveren, welke klinkt ter bevestiging in de menu's of bij het opslaan van de zender op de voorkeurtoetsen.
- "MUTE VOL": volume van het onderdrukte volume voorinstellen
- "TEL VOL": volume van telefoongesprek/ navigatiemededeling voorinstellen
- "TA VOL": volume van het verkeersbericht voorinstellen W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. Het actueel ingestelde volume wordt weergegeven. W Stel het volume met de kanteltoets @ in.
W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. W Druk in het systeem-menu net zo vaak op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "BEEP ON" (Signaaltoon aan) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Wissel met de kanteltoets de instellingen
@ tussen "BEEP ON" : signaaltoon aan. "BEEP ON" : signaaltoon uit. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. Snelheidsafhankelijke volumeversterking instellen (AUTO SND) Wanneer u sneller rijdt, kan het apparaat het volume automatisch verhogen, om het rijgeluid te compenseren. Het volume wordt dus overeenkomstig de snelheid verhoogd. Hiervoor moet
Gebruikersinstellingen het snelheidssignaal op de in de inbouwhandleiding beschreven manier zijn aangesloten. W Kies met de kanteltoets of @ de gewenste instelling tussen –6 en +6. De voor u optimale instelling van deze volumeversterking hangt af van de geluidsontwikkeling in de auto. Probeer zelf uit welke instelling voor uw voertuig optimaal is. U kunt een waarde tussen OFF (geen versterking) en 5 (maximale versterking) kiezen. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. W Druk in het systeemmenu net zo vaak op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "AUTO SND" (Auto-Sound) is geselecteerd. Het apparaat schakelt automatisch over naar de nachtmodus wanneer u de verlichting van uw voertuig inschakelt. Daarvoor moet het apparaat met uw voertuig zijn verbonden via een corresponderende aansluiting, zoals is beschreven in de inbouwhandleiding. De actuele instelling wordt weergegeven. W Selecteer met de kanteltoets gewenste instelling.
@ de U kunt de displayhelderheid gescheiden voor dag en nacht instellen: W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. W Druk in het system-menu zo vaak op de kanteltoets of @, tot het menupunt "D-DAY" (Daghelderheid) resp. "D-NIGHT" (Nachthelderheid) is gekozen. Displayinstellingen veranderen W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. In het System-menu kunt u de volgende displayinstellingen wijzigen: De actuele instelling wordt weergegeven.
- Dag-/nachthelderheid (D-DAY/D-NIGHT)
- Display-kijkhoek aanpassen (ANGLE)
- Display-kleur instellen (DISP COL, COL SCAN, CON SCAN) Display-kijkhoek aanpassen (ANGLE) De hoek, waarmee de bestuurder op het display kijkt, is o.a. afhankelijk van de inbouwpositie van het apparaat, de positie en de lichaamslengte van de bestuurder. U kunt het displaycontrast voor uw kijkhoek optimaliseren: W Kies met de kanteltoets of @ de gewenste instelling tussen 1 en 16. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. Kleur voor de displayverlichting mengen (DISP COL) Om de displayverlichting op uw smaak af te stemmen kunt zelf u de kleur voor de displayverlichting mengen met de 3 basiskleuren rood, groen en groen (RGB). W Druk in het systeemmenu net zo vaak op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "ANGLE" (Hoek) is geselecteerd. W Druk net zo vaak in het systeemmenu op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "DISP COL" (Displaykleur) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. De actuele instelling wordt weergegeven.
NEDERLANDS W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. Dag/nacht helderheid wijzigen (D-DAY/D-NIGHT) Gebruikersinstellingen De actuele instellingen voor "GREEN" (groen), "RED" (rood) en "BLUE" (blauw) worden weergegeven. W Kies met de kanteltoets kleur.
@ een W Stel de waarde voor de gekozen kleur met de kanteltoets of @ tussen 0 en 16 in. Wanneer u alle kleuren zoals gewenst hebt ingesteld, W drukt u op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of drukt u op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. Kleur van de displayverlichting uit kleurenzoekdoorloop selecteren (COL SCAN) Tijdens de kleurzoekdoorloop verandert de kleur van de displayverlichting continu en u kunt de telkens actuele kleur kiezen. W Druk net zo vaak in het systeemmenu op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "COL SCAN" (Kleurzoekdoorloop) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. De kleurzoekdoorloop wordt gestart. Op het display worden afwisselend "PRESS OK" (Op OK drukken) en "SCANNING" (Zoekdoorloop) weergegeven. W Druk op de OK-toets :, om de actuele kleur te kiezen, of druk op de DIS•ESC-toets ;, om de kleurzoekdoorloop zonder keuze van een nieuwe kleur af te breken. Continue kleurenwisseling voor de displayverlichting in-/uitschakelen (CONTSCAN) U kunt als kleur van de displayverlichting een continue kleurenwisseling kiezen. Wanneer de kleurenwisseling is ingeschakeld, dan verandert de displaykleur continu. De kleurenwisseling wordt in het system-menu in- resp. uitgeschakeld.
W Druk net zo vaak in het systeemmenu op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "CONTSCAN" (Continue zoekdoorloop) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W Wissel met de kanteltoets de instellingen
W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. Duur van fragment veranderen (SCANTIME) De duur van het fragment van de scan-functie kan in het system-menu voor alle audiobronnen tussen 5 en 30 seconden worden ingesteld. W Druk in het systeemmenu net zo vaak op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "SCANTIME" (Duur van het fragment) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. De actuele instelling wordt weergegeven. W Kies met de kanteltoets of @ de gewenste instelling in stappen van 5 seconden tussen 5 en 30. W Druk op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of druk op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. Verdere instellingen Verdere instellingen W Om de instelling te wijzigen, drukt u op de kanteltoets of @. De volgende instellingen zijn mogelijk: Wanneer u de instellingen voor alle menupunten heeft uitgevoerd, configureren
- Demo-modus activeren/deactiveren
- Versienummer van apparaatcomponenten weergeven
- Apparaatsoftware actualiseren Voorversterkeruitgang voor Subwoofer configureren (SUBOUT) Wanneer u een extra lage tonen-luidspreker (Subwoofer) via een extern versterker (Amplifier) wilt gebruiken, kunt u deze op de overige luidsprekers aanpassen. U kunt het niveau van de Subout-voorversterkeruitgang voor een gekozen grensfrequentie instellen. In het Expert-menu voert u daarvoor deze instellingen uit:
- "FREQ" (Grensfrequentie) W Druk op de AUDIO-toets <. W Druk net zo vaak op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "EN AUDIO" (Expert-menu) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. Het Expert-menu verschijnt. W Druk in het Expert-menu net zo vaak op de kanteltoets of @ totdat het menupunt "SUBOUT" (Subwoofer uitgang) is geselecteerd. W Druk op de OK-toets :, om het menupunt op te roepen. W drukt u op de OK-toets :, om een andere functie te kiezen, of drukt u op de DIS•ESCtoets ;, om het menu te verlaten. Demo-modus activeren/deactiveren De demo-modus toont u met animaties welke functies het apparaat u biedt. Om de demo-modus in- resp. uit te schakelen, W schakelt u het apparaat uit. W Druk tegelijkertijd op de MENU-toets 9 en de toets 0 van het alfanumerieke toetsenblok A, terwijl u het apparaat inschakelt. Het apparaat schakelt in met geactiveerde resp. gedeactiveerde demo-modus. Door het indrukken van een willekeurige toets wordt de demomodus onderbroken en kunt u het apparaat bedienen. Versienummers weergeven U kun de versienummers van de verschillende apparaatcomponenten laten weergeven. W Schakel het apparaat uit. W Druk tegelijkertijd op de MENU-toets 9 en de toets # van het alfanumerieke toetsenblok A, terwijl u het apparaat inschakelt. Het versie-display met informatie over de software verschijnt. W Druk op de kanteltoets of @, om tussen de apparaatcomponenten om te schakelen. W Druk op de kanteltoets of @, om tussen deze menupunten te wisselen:
- "GAIN" (van 0 t/m +7)
- Voorversterkeruitgang voor subwoofer Verdere instellingen Om het versie-display te verlaten, W selecteert u met de kanteltoets het menupunt "EXIT" (Terug). Om de installatie te starten,
W sluit u de USB-datadrager met de nieuwe software aan op uw apparaat. W Druk op de OK-toets :. W Druk op de MENU-toets 9. Het display van de laatst beluisterde audiobron wordt weergegeven. W Druk op de kanteltoets @, om het systeemmenu "Syst" te openen. Actualisering van de apparaatsoftware W Druk op de kanteltoets of @, om de functie "SW DNL" (Software-download) te selecteren. U kunt de software van dit apparaat zonder demontage actualiseren. Nieuwe software-versies vindt u op het internet onder www.blaupunkt. com. De software wordt met een USB-datadrager op het apparaat overgedragen. Opmerkingen:
- Zorg er voor dat de bestanden en mappen van de USB-datadrager conform ISO 9660 Level 1 zijn benoemd ("8.3"formaat).
- Het downloadbestand moet over de bestandsextensie .EDL beschikken. Voor de bestandsnaam zijn grote letters (A-Z), cijfers (0-9) en de underscore (_) toegestaan.
- Omdat het apparaat tijdens de installatie gevoed moet worden met een stabiele voeding, mag u het apparaat tijdens de installatie niet ontkoppelen van de batterij, mag u het voertuig niet starten en geen andere verbruikers inschakelen zoals bijvoorbeeld de verlichting of aanjager. Houdt a.u.b. ook de informatie aan, die u op www.blaupunkt.com vindt omtrent het omgaan met het gedownloade bestand en de installatie van de software op uw apparaat. Opmerking: Wanneer de codevraag is ingeschakeld, moet u voor de installatie van de nieuwe software de actuele apparaatcode invoeren.
W Druk op de OK-toets :, om de installatie van de nieuwe software te starten. Opmerking: Wanneer geen USB-datadrager is aangesloten, wordt in het display kort "Insert USB" (USB-datadrager aansluiten) weergegeven en keert u terug naar het menu. Sluit eerst de USB-datadrager aan. Het apparaat leest de data van de datadrager; in het display wordt daarbij "USB READING" (USBdata inlezen) weergeven. Zodra de data zijn ingelezen, worden de bestanden van de datadrager in een lijst weergegeven. W Selecteer met de kanteltoets download-bestand.
@ het W Druk op de OK-toets :. Opmerking: Wanneer het bestand is beschadigd of wanneer u een verkeerd bestand heeft geselecteerd, wordt in het display kort "INVALID FILE" (Ongeldig bestand) weergeven. Op het display wordt de actuele softwareversie van het apparaat en de versie van het downloadbestand weergegeven. W Druk op de OK-toets :, om de installatie van het download-bestand te starten. Op het display wordt "UPDATING SOFTWARE" (Bezig met het updaten van de software) weergeven. De voortgang van de installatie wordt aangegeven door een indicatiebalk. Na het afronden van de installatie schakelt het apparaat automatisch uit en weer in met de nieuwe software. Technische gegevens Technische gegevens Gewicht ca. 1,79 kg Voedingsspanning 10,5–14,4 V Bedrijfsspanning: Opgenomen vermogen In bedrijf: max. 10 A 10 seconden na het uitschakelen: < 3,5 mA Versterker-uitgangsvermogen conform DIN 45324: 4 x 25 W sinus max. vermogen: 4 x 50 W bij 14,4 V Voorversterker uitgang (Preamp Out)
Service | Garantie | Woordenlijst Service Woordenlijst In enkele landen biedt Blaupunkt een reparatieen afhaaldienst aan. AF – alternatieve frequentie Mocht u van deze service gebruik willen maken, dan kunt u via het internet het afhalen van uw apparaat aanvragen. Op www.blaupunkt.com kunt u nagaan of deze service ook in uw land beschikbaar is. Garantie Voor onze producten die binnen de Europese Unie gekocht zijn, bieden wij een fabrieksgarantie. Voor buiten de EU gekochte apparaten gelden de garantiebepalingen van de betreffende vertegenwoordigingen in die landen. De garantievoorwaarden kunt u raadplegen op www.blaupunkt.com of direct opvragen bij: Blaupunkt GmbH Hotline Robert-Bosch-Str. 200 D-31139 Hildesheim De reikwijdte van FM-zenders is begrensd. Daarom worden FM-radioprogramma's over verschillende frequenties verdeeld. De RDS-dienst AF maakt deze frequenties kenbaar aan de tuner. Wanneer het voertuig het ontvangstbereik van een frequentie verlaat, dan kan de tuner automatisch overgaan naar de best te ontvangen alternatieve frequentie van het beluisterde programma. Afspeellijst Weergavelijst voor MP3- of WMA-bestanden. In afspeellijsten wordt de volgorde bepaald, waarin bepaalde titels worden afgespeeld. Deze worden met een MP3-manager, zoals bijv. WinAmp of Windows Media Player, aangemaakt. Bluetooth® Bluetooth® is een draadloze radioverbinding voor korte afstanden. Door deze technologie is het mogelijk om spraak en data over te dragen tussen apparaten, bijvoorbeeld tussen autoradio en mobiele telefoon. EON – Enhanced Other Network In geval van verkeersbericht wordt door een zender zonder verkeersinformatie naar een verkeersinformatiezender van dezelfde zenderketen omgeschakeld. Na het verkeersbericht wordt het eerder beluisterde programma weer ingeschakeld. ID3-tags ID3-tags bevatten extra informatie over MP3-bestanden (bijv. artiest, titel, album, genre, jaar). Kwaliteitsfactor – QUALITY Bepaalt de filterkwaliteit van de equalizer, dus de flanksteilheid en filterbandbreedte, afhankelijk van de kenfrequentie.
Woordenlijst Mass Storage Device – massageheugen Subwoofer, Subout Formaat voor geheugenmedia, die permanent grote hoeveelheden data kunnen opslaan, zoals bijv. USB-media (USB-stick of -harde schijf). Afzonderlijke subwoofer-luidspreker. Het apparaat heeft een subout-voorversterkeruitgang. Hier kunt u een actieve subwoofer aansluiten of een separate eindversterker met subwoofer. MP3 en WMA zijn audio-dataformaten, die een hoge compressie bij gering kwaliteitsverlies mogelijk maken. PTY – programmatype Het apparaat zoekt doelgericht naar zenders met vooraf gekozen programma-inhoud (bijv. nieuws, rock, pomp, sport, e.d.). RDS – Radio Data System RDS is een service van de radiobedrijven. Naast de standaard muziek- en gesproken bijdragen wordt extra informatie in de vorm van een versleuteld digitaal signaal verzonden, die door het apparaat kan worden verwerkt (bijv. de zendernaam). De RDS-diensten worden niet door alle radiobedrijven ondersteund. TA – Traffic Announcement Het apparaat geeft verkeersberichten in een vooringesteld volume door. Ook wanneer u naar een andere audiobron luistert (bijv. CD, AUX) of wanneer het geluidsvolume van de radio is onderdrukt. Travel Store Automatisch zoeken en opslaan van de 10 best te ontvangen radiozenders in de regio. Tuner Ontvangstdeel van de radio. USB – Universal Serial Bus USB is een interface voor het aansluiten van externe geheugenmedia op de apparaat. REG – Regionaal X-BASS Sommige radiozenders verdelen hun programma op bepaalde tijden in regionale programma's met verschillende inhoud. Met de RDS-functie Regionaal schakelt de tuner alleen naar alternatieve frequenties van de gekozen zender welke hetzelfde regionale programma uitzenden. X-BASS betekent de versterking van de lage tonen bij een gering volume. Daardoor klinkt het geluid ook bij laag volume voller. Root-map Zenderketen Een zenderketen is het aanbod van meerdere zenders met verschillende programma's van een omroeporganisatie. Hoofdmap van een datadrager. In de Root-map bevinden zich alle andere mappen. Shape-CD's Een shape-CD is een CD waarvan de vorm niet de gangbare cirkelvorm is. Deze kan hoekig zijn of een andere vorm. Door de niet ronde vorm kan het apparaat de CD in de speler niet goed centreren en lezen. Daardoor raakt de CD-speler beschadigd.
Opmerking: Trefwoorden in hoofdletters verwijzen naar menupunten. C'n'C 296, 299 C'n'C-modus 296 CD (Audio, CD-R, CD-RW) 274, 321 CD-weergave CD plaatsen, verwijderen 274 MP3/WMA-CD afspelen 284 Starten 282, 284 CD-wisselaar 291, 292 CLK MODE, 12 HR en 24 HR 313 COL SCAN 316 CONTSCAN 316
D-DAY, D-NIGHT (Helderheid voor dag en nacht) DEL ALL 302 DELETE 302 Demo-modus 317 DIAL NEW (Telefoonnummer kiezen) 303 DISP COL 315 Display Instellingen 315 Duur van het fragment wijzigen 316
GAIN 311, 317 Geheugenniveau 276 Golfgebied 276 Grensfrequentie 317 Onderdrukken van het geluid 271 ON MSG 312 ON VOL 313
History (Bluetooth®) 307
ID3-tags 320 Inbouw, zelf inbouwen 265 Inschakelen 270
Klank-voorinstellingen 310 Klankkleurinstellingen 309 Klok, tijdsweergave 312, 313 Koppelen (Bluetooth®) 293, 301 Kwaliteitsfactor 311
TA VOL 314 Telefoonboek, van apparaat 304 Telefoonboek van de mobiele telefoon 306 TEL VOL 314 Terugzetten (NORMSET) 272 Travel Store 278, 321 TREBLE 309 Tuner 275, 321 Alternatieve frequentie (AF) 280 Golfgebied kiezen 276 Programmatype kiezen 281 Regio kiezen 275 Zenders instellen, opslaan 277 Zoekgevoeligheid 278 WMA 273, 284
Uitschakelen 270 USB-medium 321 Aansluiten 272 Selecteren 273, 284 Vereisten 273
Veiligheid 264, 265 Verbinding, Bluetooth® 300, 301 Verkeersberichten 320, 321 Overslaan 280 Voorrang inschakelen, uitschakelen 279 Versienummers 317 Volume 268, 270 Versterking, snelheidsafhankelijke 314 Voorinstellingen wijzigen 313
- Bij het resetten naar de fabrieksinstellingen blijven uw individuele apparaatode alsmede de ingestelde tuner regio-instellingen behouden en worden niet gereset.
- Enkele van de hier vermelde fabrieksin- TA VOL (alleen EU)
NEDERLANDS stellingen gelden alleen voor de tunerregio Europa (EU), USA (US) resp. ZuidAmerika (S-AM).
- Bij het gaten boren erop letten dat geen voer-
- Se till att inga av fordonets komponenter ska- tuigonderdelen worden beschadigd.
- De dwarsdoorsnede van de plus- en minkabel mag niet minder dan 1,5 mm² zijn.
- Stekker aan de voertuigkant niet aan de radio aansluiten! De voor uw voertuig vereiste adapterkabel is bij de BLAUPUNKT-vakhandel verkrijgbaar!
- Afhankelijk van de uitvoering kan uw auto af- das i samband med borrning av hål.
- Plus- och minuskabelns ledningsarea måste vara minst 1,5 mm².
- Fordonets stickkontakt får inte anslutas till radion! Din BLAUPUNKT fackhandel tillhandahåller för resp fordonstyp erforderlig adapterkabel. wijken van deze beschrijving. Voor schade door fouten in montage of aansluiting en schade als gevolg daarvan aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.
Notice-Facile