DTP131Y1J - Boormachine schroevendraaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DTP131Y1J MAKITA in PDF-formaat.
| Producttype | Draadloze 4-in-1 combihamerboor/schroefmachine |
| Merk | Makita |
| Model | DTP131Y1J |
| Nominale spanning | 14,4 V DC |
| Accu type | Lithium-ion (compatibel met BL1415/BL1415N/BL1430/BL1440/BL1450/BL1815/BL1815N/BL1820/BL1820B/BL1830/BL1840/BL1840B/BL1850/BL1850B) |
| Netto gewicht (met accu) | 1,5 kg |
| Bedrijfsmodi | Slagschroevendraaier, boorhamer, boormachine, schroevendraaier |
| Onbelast toerental (slagschroevendraaier modus) | 0 - 1.400 / 0 - 2.200 / 0 - 2.800 min⁻¹ (Zacht/Gemiddeld/Hard) |
| Slagen per minuut (slagschroevendraaier modus) | 0 - 1.200 / 0 - 2.400 / 0 - 3.200 min⁻¹ (Zacht/Gemiddeld/Hard) |
| Spancapaciteit (standaard bout) | 5 mm - 14 mm |
| Boordiepte (beton) | 8 mm |
| Boordiepte (staal) | 10 mm (langzame snelheid) / 6,5 mm (snelle snelheid) |
| Boordiepte (hout) | 21 mm (langzame snelheid) / 12 mm (snelle snelheid) |
| Instelling slagkracht | 3 standen (Zacht, Gemiddeld, Hard) |
| Instelling aandraaimoment | 9 standen + modus P (zelfborende schroeven) |
| Elektronische koppeling | Ja (in schroevendraaiermodus) |
| Verlichting | LED werklamp met schakelaar |
| Omkeerschakelaar draairichting | Ja, met neutrale stand |
| Variabele snelheid | Ja, via trekker |
| Ophanghaak | Ja, verwijderbaar en omkeerbaar |
| Geluidsniveau (druk) | 85 dB(A) |
| Geluidsniveau (vermogen) | 96 dB(A) |
| Trillingen (boren in beton) | 13 m/s² |
| Onderhoud | Reinigen met een droge doek; reparaties laten uitvoeren door een erkend Makita servicecentrum |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Schroefbits, haak, transportkoffer, originele Makita accu en lader |
Veelgestelde vragen - DTP131Y1J MAKITA
Gebruikersvragen over DTP131Y1J MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boormachine schroevendraaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DTP131Y1J - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DTP131Y1J van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DTP131Y1J MAKITA
Verklaring van algemene gegevens
| 1 Rode indicator | 12 Snelheidskeuzeknop | 23 Bus |
| 2 K n o p | 13 Functiemarkering | 24 Bit-adapter |
| 3 Accu | 14 Functiekeuzering | 25 Gleuf |
| 4 Stermarkering | 15 Pijl | 26 Haak |
| 5 Spanningslampjes | 16 Instelbaar op drie standen | 27 Schroef |
| 6 Controletoets | 17 Hard | 28 Standaardbout |
| 7 Trekkerschakelaar | 18 Gemiddeld | 29 Aandraaimoment |
| 8 Lamp | 19 Zacht | 30 Aandraaitijd |
| 9 LED-venster | 20 Regelknop | 31 Juiste aandraaimoment |
| 10 Lamptoets | 21 Accuspanning | 32 Bout met hoge trekvastheid |
| 11 Omkeerschakelaar | 22 Bit |
TECHNISCHE GEGEVENS
| Model DTP131 DTP141 | ||||||
| Slagschroeven-draaierfunctie | Aandraaicapa-citeit | Kolomschroef 4 | mm-8 mm | |||
| Standaardbout 5 | mm-14 mm | |||||
| Bout met hoge trekvastheid | 5 m m-12 m m | |||||
| Toerental onbelast (min-1)(Zacht / Gemiddeld / Hard) | 0-1400/0-2200/0-2800 | 0-1300/0-2200/0-2700 | ||||
| Slagen per minuut(Zacht / Gemiddeld / Hard) | 0-1200/0-2400/0-3200 | |||||
| Laag (1) / Hoog (2) | ||||||
| Boorha-merfunctie | Toerental onbelast (min-1) 0-7 | 00/0-28000-700/ | 0-2700 | |||
| Aantal slagen / minuut (min-1) 0-8400/0-32400 | ||||||
| Boorcapaciteit / Beton | 8 mm | |||||
| Boorfunctie | Boorcapaciteit | Staal | 10 mm / 6,5 mm | |||
| Hout | 21 mm / 12 mm | |||||
| Toerental onbe-last (min-1) | 0-700/0-28000 | -700/0-2700 | ||||
| Schroeven-draaierfunctie | Aandraaicapa-citeit | Kolomschröef | 3,5 m m-6 m m/4 m m-6 m m | |||
| Zelftappendeschroef | 4 mm, 5 mm / 4 mm (Dikte max. 3,2 mm) | |||||
| Toerental onbe-last (min-1) | 0-300/0-1100 (afhankelijk van de draaimoment-instelling)0-600/0-2300 (P-functie) | |||||
| Accu | BL1415/BL1415N | BL1430/BL1440/BL1450 | BL1815/BL1815N/BL1820/BL1820B | BL1830/BL1840/BL1840B/BL1850/BL1850B | ||
| Nettogewicht | 1,5 kg | 1,7 kg | 1,5 kg | 1,8 kg | ||
| Nominale spanning | D.C. 14,4 V | D.C. 18 V | ||||
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling behouden wij ons het recht voor bovenstaande technische gegevens te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.
- De technische gegevens de accu kunnen van land tot land verschillen.
- Gewicht, inclusief accu, volgens de EPTA-procedure 01/2003
Doeleinden van gebruik
Dit gereedschap is bestemd voor het slagschroevendraaien van schroeven in hout en voor het klopboren in baksteen, beton en natuursteen, benevens het boren en aandraaien van schroeven zonder klopbeweging in hout, metaal, aardewerk en kunststoffen.
GEA010-1
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap
⚠ WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.
GEB078-2
VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN SPECIFIEK VOOR EEN SNOERLOZE HYBRIDE SLAGSCHROEVENDRAAIER
- Draag gehoorbescherming tijdens het gebruik van een slagschroevendraaier. Blootstelling aan harde geluiden kan leiden tot gehoorbeschadiging.
- Gebruik de hulphandgreep/hulphandgrepen, als deze bij het gereedschap werden geleverd. Verlies van controle over het gereedschap kan persoonlijke verwonding tot gevolg hebben.
- Houd elektrisch gereedschap vast bij het geïsoleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het bevestigingsmateriaal in aanraking kan komen met verborgen bedrading. Wanneer bevestigingsmaterialen in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
- Houd elektrisch gereedschap vast aan het geïsoleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het slijpaccessoire met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Wanneer het booraccessoire in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
- Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt. Controleer of er zich niemand beneden u bevindt wanneer u het gereedschap op een hoge plaats gaat gebruiken.
- Houd het gereedschap stevig vast.
- Houd uw handen uit de buurt van draaiende onderdelen.
- Laat het gereedschap niet achter terwijl het nog in bedrijf is. Bedien het gereedschap alleen wanneer u het met beide handen vasthoudt.
-
Raak de boor of het werkstuk niet aan onmiddel- lijk na het gebruik. Deze kunnen erg heet zijn en brandwonden veroorzaken.
-
Sommige materialen bevatten chemische stoffen die giftig kunnen zijn. Neem de nodige voorzorgsmaatregelen tegen inademing van stof en contact met de huid. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.
WAARSCHUWING:
Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstige verwondingen.
ENC007-10
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
VOOR ACCU
- Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, aandachtig door alvorens de accu in gebruik te nemen.
- Neem de accu niet uit elkaar.
- Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken.
- Als er elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoel dan uw ogen met schoon water en roep onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
- Voorkom kortsluiting van de accu:
- Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, aandachtig door alvorens de accu in gebruik te nemen.
- Neem de accu niet uit elkaar.
- Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken.
- Als er elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoel dan uw ogen met schoon water en roep onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
- Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden, en zelfs defecten. - Bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger.
- Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wanneer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan namelijk ontploffen in het vuur.
- Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen en hem niet blootstelt aan schokken of stoten.
- Gebruik nooit een beschadigde accu.
- Volg bij het wegwerpen van de accu de plaatselijk geldende voorschriften.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.
LET OP: Gebruik alleen originele Makita accu's Het gebruik van andere dan originele Makita accu's, of accu's die op enige wijze zijn aangepast, kan resulteren in het openbarsten van de accu, met gevaar voor brand, lichamelijk letsel en schade. Bovendien zal dit de Makita garantie voor het Makita gereedschap en de oplader ongeldig maken.
Tips voor een maximale levensduur van de accu
- Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het ver- mogen van het gereedschap is afgenomen.
- Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Als u de accu te veel oplaadt, zal hij minder lang meegaan.
- Laad de accu op bij een kamertemperatuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
- Laad de accu op als u die voorlopig niet meer gebruikt (langer dan zes maanden).
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES
LET OP:
- Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren.
Installeren of verwijderen van de accu (Fig. 1)
LET OP:
- Schakel altijd het gereedschap uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.
- Houd het gereedschap en de accu stevig vast wanneer u de accu aanbrengt of verwijdert. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, zou er iets uit uw handen kunnen glippen, met gevaar voor schade aan het gereedschap of de accu en eventuele verwonding.
Om de accu te verwijderen, schuift u deze uit het gereedschap los terwijl u de knop voorop de accu ingedrukt houdt.
Voor het aanbrengen van de accu plaatst u de tong van de accu in de groef van de behuizing en schuift u de accu op zijn plaats. Schuif de accu er altijd volledig in totdat die op zijn plaats vast klikt. Wanneer de rode indicator op de bovenkant van de knop nog zichtbaar is, zit de accu niet volledig erin.
LET OP:
- Schuif de accu volledig erin totdat de rode indicator niet meer zichtbaar is. Als u dit nalaat, zou de accu uit het gereedschap kunnen vallen en uzelf of anderen kunnen verwonden.
- Druk de accu er niet met kracht in. Als de accu er niet soepel in gaat, houdt u die waarschijnlijk in de verkeerde stand.
Accubeveiligingssysteem (Lithium-ionenaccu met een stermarkering) (Fig. 2)
Lithium-ionenaccu's met een stermarkering zijn voorzien van een beveiligingssysteem. Dat kan automatisch de stroomtoevoer afsluiten om de levensduur van de accu te verlengen.
Het gereedschap kan tijdens gebruik automatisch stoppen wanneer het gereedschap en/of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld:
• Overbelasting:
Als het gereedschap wordt gebruikt op een manier die een abnormaal hoge stroomsterkte vergt.
In dat geval laat u de trekkerschakelaar van het gereedschap los en verhelpt u de oorzaak van de overbelasting. Vervolgens drukt u de trekkerschakelaar weer in om het gereedschap te herstarten.
Als het gereedschap niet start, kan de accu oververhit zijn. In dat geval laat u de accu even afkoelen voordat u de trekkerschakelaar opnieuw indrukt.
- Onvoldoende accuspanning:
Als de resterende accuspanning onvoldoende is, zal het gereedschap niet starten. In dat geval verwijdert u de accu en laadt u die opnieuw op.
Aangeven van de resterende accuspanning (Fig. 3)
(Alleen voor accu's waarvan het modelnummer eindigt in een "B".)
Druk op de controletoets van de accu om de resterende accuspanning te zien. De spanningslampjes gaan enkele seconden lang branden.
| Spanningslampjes | Resterende accuspanning | ||
| Verlicht Gedoofd | Knippe-rend | ||
| 75% tot 100% | |||
| 50% tot 75% | |||
| 25% tot 50% | |||
| 0% tot 25% | |||
| Laad de accu op. | |||
| Wellicht is er iets mis met de accu. | |||
015658
OPMERKING:
- Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur kan de aanduiding wel eens ietwat afwijken van de werkelijk resterende accuspanning.
Werking van de trekkerschakelaar (Fig. 4)
LET OP:
- Voordat u de accu in het apparaat plaatst, controleert u eerst of de trekkerschakelaar naar behoren werkt en bij loslaten naar de "UIT"-stand terugkeert.
Om het gereedschap te starten, drukt u gewoon de trekkerschakelaar in. Het toerental van het gereedschap neemt toe wanneer u de druk op de trekkerschakelaar verhoogt. Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen.
OPMERKING:
- Het gereedschap stopt automatisch drie minuten na het indrukken van de trekkerschakelaar.
De lampjes aanzetten (Fig. 5 en 6)
LET OP:
- Kijk niet recht in het lamplicht of de lichtbron.
Bij elke druk op de lamptoets in het LED-venster verandert de toestand van het lampje, van AAN naar UIT en van UIT weer naar AAN.
Met de lamptoets in de AAN-stand drukt u de trekkerschakelaar in om het lampje aan te zetten. Om het uit te schakelen, laat u de trekkerschakelaar los; dan dooft het lampje ongeveer 10 seconden later. Met de lamptoets in de UIT-stand zal het lampje niet gaan branden, ook al drukt u de trekkerschakelaar in.
OPMERKING:
- Om de instelling van het lampje te controleren, drukt u de trekkerschakelaar in. Als het lampje oplicht bij indrukken van de trekkerschakelaar, staat de lamptoets in de AAN-stand. Als het lampje niet gaat branden, staat de lamptoets in de UIT-stand.
- Wanneer u de trekkerschakelaar ingedrukt houdt, kan de stand van het lampje niet worden gewijzigd.
- Gedurende ongeveer 10 seconden na het loslaten van de trekkerschakelaar kunt u de stand van het lampje omschakelen.
Werking van de omkeerschakelaar (Fig. 7)
Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerschakelaar in vanaf zijde A voor rechtse draairichting, of vanaf zijde B voor linkse draairichting.
Wanneer deze schakelaar in de neutrale stand staat, kan de trekkerschakelaar niet worden ingedrukt.
LET OP:
- Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te starten.
- Verander de stand van de omkeerschakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de draairichting verandert terwijl het gereedschap nog draait, kan het gereedschap beschadigd raken.
- Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt.
Toerental wijzigen (Fig. 8)
OPMERKING:
- Zet de snelheidskeuzeknop altijd volledig naar de juiste stand. Als u het gereedschap gebruikt met de snelheidskeuzeknop halverwege tussen de standen "1" en "2", kan het gereedschap beschadigd worden.
- Verstel de snelheidskeuzeknop niet terwijl het gereedschap in werking is. Dat kan het gereedschap beschadigen.
- Zet de snelheidskeuzeknop niet met kracht in stand "1" bij gebruik als slagschroevendraaier. Dat kan het gereedschap beschadigen.
Om het toerental te wijzigen, schakelt u eerst het gereedschap uit en dan schuift u de snelheidskeuzeknop naar stand "2" voor een hoger toerental of stand "1" voor een lager toerental. Let op dat de knop geheel in de juiste stand is gezet voordat u gaat werken. Gebruik de juiste snelheid voor de te verrichten taak.
Wanneer u de functiekeuzering instelt op de slagschroevendraaierstand, zet u dan ook de snelheidskeuzeknop naar kant "2".
De werkingsfunctie selecteren (Fig. 9)
Dit gereedschap is voorzien van een functiekeuzering. Kies uit de vier functies diegene die het best geschikt is voor uw taak, door aan deze ring te draaien.
Voor het aandraaien van houtschroeven of bouten, richt u de pijl op het teken voor de slagschroevendraaierstand. De slagkracht is regelbaar via het LED-venster.
Voor het boren in beton of tegels, richt u de pijl op het teken voor de hamerboorstand.
Voor het boren in hout of metaal richt u de pijl op het teken voor de gewone boorstand.
Voor het aandraaien van kleine houtschroeven of machineschroeven richt u de pijl op het teken ♦ voor de schroevendraaierstand. U kunt het aantrekkoppel instellen via het LED-venster.
LET OP:
- Stel de pijl altijd juist in op de gewenste functiemarkering. Als u het gereedschap gebruikt met de functiekeuzering halverwege tussen de functiemarkeringen, kan het gereedschap beschadigd worden.
- Voor het verdraaien van de functiekeuzering dient u te zorgen dat het gereedschap gestopt is. Als de ring niet gemakkelijk draait, drukt u licht op de trekkerschakelaar om de as te laten draaien, en dan verstelt u de ring.
- In de hamerboorstand of de boorstand zijn de slagkracht en het draaimoment niet instelbaar. In deze standen geeft het LED-venster ook geen nummerwaarde aan.
Wijzigen van de slagkracht (slagschroevendraaierstand "") (Fig. 10)
| Aanduiding van de slagkracht aangegeven op het paneel | Maximaal aantal slagen | Toepassing Werk | ||
| DTP131 DTP141 | ||||
Hard ![]() | 3 200 (min ^-1 ) | 3 200 (min ^-1 ) | Aandraaien wanneer kracht en snelheid gewenst zijn. | Aandraaien in materiaal onder werkstuk/ Aandraaien van lange schroeven/ Aandraaien van bouten. |
Gemiddeld ![]() | 2 400 (min ^-1 ) | 2 400 (min ^-1 ) | Aandraaien wanneer een goede afwerking vereist is. | Aandraaien in dekplaten of gipsplaten. |
Zacht ![]() | 1 200 (min ^-1 ) | 1 200 (min ^-1 ) | Aandraaien wanneer het belangrijk is dat er niet te ver wordt doorgedraaid, in verband met mogelijk doldraaien of beschadiging van de schroefkop. | Aandraaien van sponning-schroeven/ Aandraaien van kleine schroeven zoals M6-formaat. |
014262
De slagkracht is instelbaar op drie standen: hard, gemiddeld en zacht.
Zo kunt u de aandraaikracht aanpassen aan de vereisten van het werkstuk.
Bij elke druk op de 4oets verandert de slagkracht, in drie stappen.
Gedurende ongeveer een minuut na het loslaten van de trekkerschakelaar kunt u de slagkracht wijzigen.
OPMERKING:
- Tijdens het gebruik van de trekkerschakelaar kunt u de slagkracht niet omschakelen.
Wijzigen van het draaimoment (slagschroevendraaierstand “!”)
Het aantrekkoppel is regelbaar door indrukken van de -toets in de schroevendraaierstand.
De cijfers in het LED-venster tonen de draaimoment-instelling.
Het aantrekkoppel is het laagst in stand 1 en het hoogst in stand 9. De aanduiding "P" dient voor een speciale stand voor het aandraaien van zelftappende schroeven.
Bij elke druk op toets overandert de draaimoment-instelling van 1 naar 9 en P en keert dan terug naar 1.
De draaimoment-instelling verandert snel wanneer u de toets ingedrukt houdt.
De P-stand is geschikt voor het aandraaien van zelftappende schroeven in staalplaten, onder de volgende omstandigheden.
- Met de snelheidskeuzeknop in stand "2", aandraaien van een schroef van max. 4 mm in staalplaten van in totaal max. 3,2 mm.
- Met de snelheidskeuzeknop in stand "1", aandraaien van een schroef van max. 5 mm.
Alvorens met het feitelijke werk te beginnen, draait u een testschroef in uw materiaal of een stuk soortgelijk materiaal om te zien welk aantrekkoppel er vereist is voor het te verrichten werk.
Probeer eerst om een schroef vast te draaien in stand "1". Kies dan een hoger nummer terwijl u de schroef aandraait. Houd het gereedschap tijdens het werk stevig vast.
LET OP:
- Probeer niet om machineschroeven vast te draaien in de P-stand. Dat kan uw pols plotseling verwringen, met kans op persoonlijk letsel.
OPMERKING:
- Controleer vóór het gebruik altijd het cijfer in het LEDvenster. Als er geen cijfer wordt aangegeven, neemt u contact op met uw dichtstbijzijnde Makita Servicecentrum.
- Wanneer in de schroevendraaierstand de resterende accuspanning te gering wordt, knippert het lampje een paar keer tijdens het volledig aandraaien van een schroef. Dan laadt u de accu opnieuw op. Als u doorgaat met werken, kunt u niet het vereiste aantrekkoppel bereiken.
- Tijdens het indrukken van de trekkerschakelaar kunt u het draaimoment niet wijzigen.
- Gedurende ongeveer één minuut na het loslaten van de trekkerschakelaar kunt u de draaimoment-instelling wijzigen. Als u daarna een ander draaimoment wilt kiezen, drukt u de trekkerschakelaar nogmaals in.
- Het getal dat de draaimoment-instelling aangeeft is niet gelijk aan de waarde van het aantrekkoppel.
Accu-leeg aanduiding: vrijwel geen accuspanning meer (Fig. 11)
(Verschilt per land)
De resterende accuspanning wordt aangegeven in het LED-venster wanneer u de trekkerschakelaar indrukt.
De resterende accuspanning is zoals getoond in de onderstaande tabel.
| LED-indicator aanduiding | Resterende accuspanning |
![]() | Ongeveer 50% of meer |
| [DSC7] | Ergens tussen 20% – 50% |
![]() | Ongeveer 20% of minder |
012273
OPMERKING:
- Wanneer het LED-venster dooft, wordt het gereedschap uitgeschakeld om stroom te besparen. Om dan de resterende accuspanning te controleren, drukt u de trekkerschakelaar licht in.
- Het LED-venster dooft ongeveer één minuut nadat u de trekkerschakelaar loslaat.
- Wanneer de temperatuur van het gereedschap te hoog wordt, gaat het lampje een minuut lang één keer per seconde knipperen en dan dooft het LED-venster. In dat geval laat u het gereedschap afkoelen, voordat u het weer in gebruik neemt.
INEENZETTEN
LET OP:
- Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.
Installeren of verwijderen van een schroefbit/ boorkop/inbussleutel (Fig. 12)
Gebruik alleen een schroefbit/boorkop/inbussleutel zoals die in de afbeelding wordt getoond. Plaats geen ander type schroefbit/boorkop/inbussleutel.
Voor gereedschappen met een ondiepe bitinsteek- opening
| A = 12 mmB = 9 mm | Gebruik uitsluitend dit type bits. Volg procedure (1).(Opmerking) De bit-adapter is niet nodig. |
006348
Voor gereedschappen met een diepe bitinsteek- opening
| A = 17 mmB = 14 mm | Om deze typen bits te plaatsen, volgt u procedure (1). |
| A = 12 mmB = 9 mm | Om deze typen bits te plaatsen, volgt u procedure (2).(Opmerking) De bit-adapter is nodig om het bit te plaatsen. |
011405
- Om het bit te installeren, trekt u de klembus terug en schuift u het bit zo ver mogelijk in de klembus. Laat daarna de bus los om het bit te vergrendelen. (Fig. 13)
- Om het bit te installeren, steekt u de bit-adapter met het bit zo ver mogelijk in de klembus. De bit-adapter moet met het puntige uiteinde eerst in de bus worden gestoken. Laat daarna de bus los om het bit te vergrendelen. (Fig. 14)
Om het bit te verwijderen, trekt u de bus in de richting van de pijl en dan trekt u het bit krachtig eruit.
LET OP:
- Raak de boorkop niet vlak na het boren aan, want die wordt erg heet. Om de boorkop te vervangen, laat u die eerst afkoelen.
OPMERKING:
- Als het bit niet diep genoeg in de bus wordt gestoken, zal de bus niet naar haar oorspronkelijke positie terugkeren en zal het bit niet goed vastzitten. In dat geval dient u het bit opnieuw erin te steken volgens de bovenstaande procedure.
- Nadat u het bit in de bus hebt gestoken, controleert u dat het bit stevig vast zit. Als het bit uit de bus komt, mag u het bit niet gebruiken.
Haak (optionele accessoire) (Fig. 15)
LET OP:
- Draai bij het bevestigen van de haak de schroef goed vast. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot stukgaan van het gereedschap of persoonlijk letsel.
De haak is handig om het gereedschap tijdelijk op te hangen. De haak kan aan iedere zijkant van het gereedschap worden bevestigd.
Om de haak te bevestigen, steekt u deze in een gleuf op een zijkant en zet u hem vast met de schroef. Om de haak eraf te halen, draait u de schroef los en haalt u de haak eraf.
BEDIENING (Fig. 16)
LET OP:
- Schuif de accu er altijd volledig in totdat die op zijn plaats vastklikt. Wanneer de rode indicator op de bovenkant van de knop nog zichtbaar is, zit de accu niet volledig erin. Schuif hem volledig erin totdat de rode indicator niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden.
- Als u het gereedschap aanhoudend blijft gebruiken totdat de accu helemaal leeg is, laat u het gereedschap dan ongeveer 15 minuten liggen voordat u doorgaat met een verse accu.
Slagschroevendraaierstand "
LET OP:
- Bij omschakelen naar de slagschroevendraaierstand dient u ter controle altijd even wat houtschroeven vast te draaien. Als de functie niet helemaal goed naar de slagschroevendraaierstand is omgeschakeld, zou het gereedschap uw pols krachtig kunnen verwringen, hetgeen letsel kan veroorzaken.
Schroeven indraaien
Houd het gereedschap stevig vast en plaats de punt van de schroefbit in de schroefkop. Oefen zoveel kracht op het gereedschap uit als nodig is om de schroefbit op zijn plaats te houden. Schakel vervolgens het gereedschap in om de bediening te starten.
Bouten aandraaien (Fig. 17 en 18)
Het juiste draaikoppel kan verschillen afhankelijk van het soort en de grootte van de schroef/bout, het materiaal van het werkstuk waarin wordt gedraaid, enz. De relatie tussen het draaikoppel en de draaitijd wordt aangegeven in de afbeeldingen.
OPMERKING:
- Wanneer de functiekeuzering in de slagschroevendraaierstand staat, controleert u dan vóór het gebruik even de juiste werking, door een houtschroef in een stuk hout te draaien. Als het gereedschap niet goed werkt, raadpleegt u dan uw dichtstbijzijnde Makita Servicecentrum.
- Houd het gereedschap altijd recht op de schroef.
- Gebruik altijd het bit die geschikt is voor de kop van de aan te draaien schroef/bout.
- Voor het vastdraaien van M8 of kleinere schroeven, dient u met zorg de druk op de trekkerschakelaar te regelen zodat de schroef niet beschadigd wordt.
- Als u de in de figuren aangegeven aandraaitijden overschrijdt, kan de schroef of de punt van de schroefbit overbelast worden, doldraaien, beschadigd raken, enz. Neem daarom eerst een proefje om de juiste aandraaitijd voor de schroef te bepalen.
Het aandraaimoment wordt beïnvloed door een groot aantal verschillende factoren, waaronder de volgende. Controleer na het vastdraaien altijd het aandraaimoment met een momentsleutel.
- Wanneer de accu bijna leeg is, neemt de spanning af en vermindert het aandraaimoment.
- Schroefbit of schroefdop Het aandraaimoment vermindert als u niet een schroefbit of schroefdop van de juiste maat gebruikt.
- Bout
- Zelfs wanneer het koppelcoëfficiënt overeenkomt met de boutklasse, hangt het juiste aandraaimoment af van de boutdiameter.
- Zelfs wanneer de boutdiameters gelijk zijn, hangt het juiste aandraaimoment af van het koppelcoëfficiënt, de boutklasse en de boutlengte.
- De manier van vasthouden van het gereedschap en de positie waar de schroef in het materiaal wordt gedraaid, hebben een invloed op het aandraaimoment.
- Bij lagere toerentallen wordt ook het aandraaimo- ment kleiner.
Hamerboorstand "
LET OP:
- Houd het gereedschap tijdens het gebruik altijd stevig vast. Er kan plotseling een enorme kracht worden uitgeoefend op het gereedschap/de boorkop wanneer er een gat wordt doorboord, wanneer een gat verstopt raakt met scherven of kiezels, of wanneer er in gewapend beton een stalen staaf wordt geraakt.
Zorg ervoor dat u een bit met een hardmetalen punt gebruikt.
Plaats de punt van de boor op de gewenste plaats waar geboord moet worden, en druk vervolgens de schakelaar in. Forceer het gereedschap niet. Een lichte druk geeft de beste resultaten. Houd het gereedschap stevig vast en zorg dat het niet uitglijdt.
Oefen geen grotere druk uit wanneer het boorgat verstopt raakt met schilfertjes of metaaldeeltjes. Laat in zo'n geval het gereedschap onbelast lopen en verwijder de boor gedeeltelijk uit het boorgat. Wanneer dit verschillende keren wordt herhaald, zal het boorgat schoon worden en kunt u normaal verder boren.
Boorstand "8"
LET OP:
- Door overmatig druk uit te oefenen op het gereedschap zult u het boren niet versnellen. Integendeel, overmatige druk zal enkel resulteren in snellere slijtage van het bit/de boorkop, mindere prestaties en een kortere levensduur van het gereedschap.
- Er kan plotseling een enorme kracht worden uitgeoefend op het gereedschap/de boorkop wanneer er een gat wordt doorboord. Houd het gereedschap stevig vast en wees uiterst voorzichtig wanneer de boorkop het werkstuk begint te doorboren.
- Een vastgelopen boorkop kan eenvoudig verwijderd worden door de draairichting te veranderen met de omkeerschakelaar, om zo de boorkop los te halen. Houd het gereedschap daarbij stevig vast, want er is kans op een plotselinge terugslag.
- Zet kleinere werkstukken altijd vast in een draaibank of een dergelijke greep.
- Druk de trekkerschakelaar niet herhaaldelijk in wanneer de motor is geblokkeerd. Dat kan het gereedschap beschadigen.
Voor het boren in hout bereikt u de beste resultaten met een houtboor voorzien van een geleideschroef. De geleideschroef vergemakkelijkt het boren door de boorkop het werkstuk in te trekken.
Voor het boren in metaal maakt u, om wegglijden van de boorkop te vermijden, van tevoren op het punt waar u gaat boren een kleine inkeping met een drevel en een hamer. Plaats de punt van de boorkop in de inkeping en begin met boren.
Bij het boren in metaal gebruikt u een smeermiddel. De uitzonderingen zijn ijzer en koper, die droog geboord worden.
OPMERKING:
- Kies de geschikte snelheid voor de belasting van het te verrichten werk. Als u bij het boren de volgende capaciteiten overschrijdt, kan dat het gereedschap beschadigen.
| Boorcapaciteit | ||
| Hoge snelheid | Staal 6,5 mm | |
| Hout 12 mm | ||
| Lage snelheid | Staal 10 mm | |
| Hout 21 mm | ||
012989
Schroevendraaierstand "
LET OP:
- Stel in op het getal in het LED-venster dat het juiste aantrekkoppel aangeeft voor uw taak.
- Zorg dat het schroevendraaierbit recht in de schroefkop steekt, anders kan de schroef en/of het bit beschadigd worden.
- Houd het gereedschap stevig vast. Wanneer de koppeling aangrijpt of de draaibeweging pakt, kan er een plotselinge wringing optreden, die uw pols ernstig kan bezeren.
Plaats de punt van het schroevendraaierbit in de kop van de schroef en oefen druk uit op het gereedschap. Start het gereedschap langzaam en verhoog dan geleidelijk de snelheid.
OPMERKING:
- Dit gereedschap beschikt over een elektronische koppeling. Het gereedschap stopt automatisch wanneer de koppeling loslaat. Om door te gaan met werken, laat u de trekkerschakelaar even kort los.
- Wanneer u houtschroeven indraait, maak dan voorboorgaten in het hout. Dit vergemakkelijkt het inschroeven en voorkomt dat het hout splijt. Zie de onderstaande tabel.
- Zie het volgende overzicht voor de verhouding tussen het getal van de draaimoment-instelling en het aantrekkoppel bij het vastdraaien.
Het effectieve aantrekkoppel zal verschillend zijn, afhankelijk van het materiaal. Verricht voor het feitelijke werk een aandraaiproef om het vereiste aantrekkoppel te bepalen.
| Getal in het LED-venster | Aantrekkoppelwaarde | |
| Laag (1) Hoog | (2) | |
| 1 | Ongeveer 2,5 N•m (Ongeveer 25,5 kgf.cm) | Ongeveer 1,1 N•m (Ongeveer 11,2 kgf.cm) |
| 3 | Ongeveer 4,6 N•m (Ongeveer 46,9 kgf.cm) | Ongeveer 2,0 N•m (Ongeveer 20,4 kgf.cm) |
| 5 | Ongeveer 8,1 N•m (Ongeveer 82,6 kgf.cm) | Ongeveer 3,0 N•m (Ongeveer 30,6 kgf.cm) |
| 7 | Ongeveer 10,0 N•m (Ongeveer 102,0 kgf.cm) | Ongeveer 4,0 N•m (Ongeveer 40,8 kgf.cm) |
| 9 | Ongeveer 11,5 N•m (Ongeveer 117,3 kgf.cm) | Ongeveer 5,8 N•m (Ongeveer 59,1 kgf.cm) |
012276
ONDERHOUD
LET OP:
- Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is verwijderd voordat u inspecties of onderhoud gaat verrichten, uitgezonderd de volgende controlepunten met betrekking tot het lampie.
- Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het product te handhaven, dienen alle reparaties en alle andere onderhoudswerkzaamheden of afstellingen te worden uitgevoerd door een erkend Makita Servicecentrum, en dat uitsluitend met gebruik van Makita vervangingsonderdelen.
- Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat er gevaar voor persoonlijke verwonding. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel.
Raadpleeg het dichtstbijzijnde Makita Servicecentrum voor verder advies of bijzonderheden omtrent deze accessoires.
• Schroefbits
• Haak
- Plastic draagkist
- Originele Makita accu en acculader
OPMERKING:
- Sommige onderdelen in deze lijst kunnen bij het gereedschap zijn meeverpakt als standaard-accessoires. Deze kunnen van land tot land verschillen.
Geluidsniveau
De typisch, A-gewogen geluidsniveaus vastgesteld volgens EN60745:
Model DTP131
Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 85 dB (A)
Geluidsenergie-niveau ( L_WA ): 96 dB (A)
Onnauwkeurigheid (K): 3 dB (A)
Model DTP141
Geluidsdrukniveau (LpA): 85 dB (A)
Geluidsenergie-niveau (LWA): 96 dB (A)
Onnauwkeurigheid (K): 3 dB (A)
Draag oorbeschermers
ENG900-1
Trilling
De totaalwaarde van de trillingen (triaxiale vectorsom) vastgesteld volgens EN60745:
Model DTP131
Toepassing: hamerboren in beton
Trillingsemissie (ah, ID): 13 m/s²
Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s²
Toepassing: bevestigen met behulp van slagwerking van bevestigingsmiddelen tot de maximale capaciteit van het gereedschap
Trillingsemissie ( a_h ): 8,5 m/s ^2
Onnauwkeurigheid (K): 2 m/s²
Toepassing: boren in metaal
Trillingsemissie (ah, D): 2,5 m/s² of lager
Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s²
Model DTP141
Toepassing: hamerboren in beton
Trillingsemissie (ah, ID): 13 m/s²
Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s²
Toepassing: bevestigen met behulp van slagwerking van bevestigingsmiddelen tot de maximale capaciteit van het gereedschap
Trillingsemissie ( a_h ): 10,5 m/s ^2
Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s²
Toepassing: boren in metaal
Trillingsemissie (ah. D): 2,5 m/s² of lager
Onnauwkeurigheid (K): 1,5 m/s²
ENG901-1
- De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten volgens de standaardtestmethode en kan worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
- De opgegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
WAARSCHUWING:
- De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven trillingsemissiewaarde afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt.
- Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de operator die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Alleen voor Europese landen
EU-Verklaring van Conformiteit
Makita verklaart hierbij dat de volgende machine(s):
Aanduiding van de machine:
Snoerloze hybride slagschroevendraaier
Modelnr./ Type: DTP131, DTP141
Voldoet aan de volgende Europese Richtlijnen: 2006/42/EU
Ze zijn gefabriceerd in overeenstemming met de volgende norm of genormaliseerde documenten:
EN60745
Het technisch documentatiebestand volgens 2006/42/EU is verkrijgbaar in:
Makita, Jan-Baptist Vinkstraat 2, 3070, België
29.5.2015

Yasushi Fukaya
Directeur
Makita, Jan-Baptist Vinkstraat 2, 3070, België




