PI950ASIX - Kookplaat INDESIT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PI950ASIX INDESIT in PDF-formaat.
| Producttype | Gemengde gas- en elektrische kookplaat |
| Merk | Indesit |
| Model | PI950ASIX |
| Afmetingen (B x D x H) | 580 x 510 x 50 mm |
| Gewicht | Ongeveer 10 kg |
| Voeding | Gas: G20 (aardgas) of G30/G31 (butaan/propaan); Elektrisch: 220-240 V ~ 50-60 Hz |
| Aantal gasbranders | 4 (1 snel, 2 halfsnel, 1 hulpbrander) |
| Totaal gasvermogen | 7,3 kW (max.) |
| Aantal elektrische platen | 1 snelle plaat (optioneel afhankelijk van model) |
| Vermogen elektrische plaat | 1500 W |
| Ontsteking | Automatisch via ontstekingsbougie |
| Veiligheidsvoorziening | Thermokoppelbeveiliging voor gasbranders |
| Oppervlaktemateriaal | Roestvrij staal |
| Reiniging | Reinigen met een vochtige spons en mild schoonmaakmiddel; geen schurende middelen gebruiken |
| Reserveonderdelen | Injecteurs, afdichtingen, knoppen, thermokoppels beschikbaar |
| Repareerbaarheid | Geschatte repareerbaarheidsindex van 7/10 |
| Energie-efficiëntieklasse | Niet gespecificeerd |
| Gascompatibiliteit | G20, G25, G30, G31 (aanpasbaar via injecteurs) |
Veelgestelde vragen - PI950ASIX INDESIT
Gebruikersvragen over PI950ASIX INDESIT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Kookplaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PI950ASIX - INDESIT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PI950ASIX van het merk INDESIT.
GEBRUIKSAANWIJZING PI950ASIX INDESIT
Elektrische aansluiting
Gasaansluiting
Typeplaatje
Eigenschappen van de branders en de sproeiers
Beschrijving van het apparaat, 56
Aanzichttekening
Starten en gebruik, 57
Praktisch advies voor het gebruik van de branders en praktisch advies voor het gebruik van de elektrische kookplaten
PI 941 A
PI 941 AS
PI 950 A
PI 950 AS
Voorzorgsmaatregelen en advies, 58
Algemene veiligheid
Afvalverwijdering
Onderhoud en verzorging, 59
De elektrische stroom aflsluiten
Reinigen van het apparaat
Onderhoud gaskranen
Storingen en oplossingen, 60
! Bewaar dit instructieboekje zorgvuldig voor eventuele raadpleging in de toekomst. Wanneer u het product weggeeft, verkoopt, of wanneer u verhuist, dient u dit boekje bij het apparaat te bewaren, zodat waarschuwingen en informatie betreffende werking voorhanden blijven. ! Lees de instructies aandachtig door: er staat belangrijke informatie in over installatie, gebruik en veiligheid.
Plaatsing
! Het verpakkingsmateriaal is niet bestemd voor kinderen en dient daarom te worden verwijderd volgens de geldende normen voor gescheiden afvalverzameling (zie Voorzorgsmaatregelen en advies). ! De installatie moet worden uitgevoerd door een bevoegde installateur en volgens de instructies van de fabrikant. Een verkeerde installatie kan schade berokkenen aan personen, dieren of dingen. ! De regelingsomstandigheden kunt u terugvinden op het etiket (of op het typeplaatje). ! Dit apparaat mag uitsluitend worden geïnstalleerd en gebruikt in permanent geventileerde ruimten, overeenkomstig de voorschriften van de landelijk geldende normen. De volgende eisen moeten in acht genomen worden: - Het vertrek moet voor de verbrandingsrook een afvoersysteem naar buiten toe hebben. Dit kan door middel van een afzuigkap of een elektrische ventilator die automatisch in werking treedt wanneer men het apparaat aanzet.
In het geval van een schoorsteen of vertakte rookleiding (gereserveerd for fornuizen)
Rechtstreeks naar buiten
- Het vertrek moet luchttoevoersystemen hebben, vereist voor de normale verbranding van het gas. De luchttoevoer die nodig is voor een normale verbranding moet niet minder dan 2m3/h zijn per kW geïnstalleerd vermogen.

Dit systeem kan worden uitgevoerd door lucht direct van buiten te onttrekken door middel van een buis met een doorsnede van minstens 100 cm2 en die zodanig is geplaatst dat hij niet per ongeluk verstopt kan raken.

Een andere manier is door op indirecte wijze lucht te onttrekken aan de aangrenzende vertrekken die door middel van een ventilatiebuis, zoals boven beschreven, met buiten zijn verbonden en die geen
gemeenschappelijke delen zijn van het huis en ook geen ruimtes met hoog brandgevaar of slaapkamers.
- Vloeibaar petroleumgas (LPG) is zwaarder dan lucht en blijft laag hangen. Om deze reden moeten vertrekken waar LPG-flessen staan, laag geplaatste ontluchtingsopeningen hebben voor het afvoeren van eventuele ontsnapt gas. Lege of halfvolle LPG-flessen mogen dus niet worden geïnstalleerd of bewaard in vertrekken die lager liggen dan de begane grond (kelders, enz.). Het is beter alleen de in gebruik zijnde fles in het vertrek te bewaren, zodanig geplaatst dat hij niet in rechtstreeks contact staat met warmtebronnen (oven, open haard, kachel, enz.) die hem tot temperaturen van meer dan 50°C zouden kunnen brengen.
Plaatsing in aanbouwkeukens
Voor de juiste werking van de kookplaat in een keukenmeubel of ander meubel is het noodzakelijk dat dit de juiste eigenschappen heeft.
De inbouwkookplaat heeft de volgende technische

eigenschappen:
- P941A-P950A: -Categorie II 2H3+ -Klasse 3 - Type Y
- P941AS-P950AS: -Categorie III 1a2H3+ -Klasse 3 - Type Y In de afbeelding staat het inbouwschema met de afmetingen van de ruimte die
nodig is voor de inbouw.
De minimum afstand van de kookplaat tot de achterwand moet minstens 60 mm zijn. In het geval

van inbouw van de plaat vlakbij een hoek is het noodzakelijk een minimum afstand tot de zijwand te behouden van 100 mm. Een afzuigkap moet worden geïnstalleerd volgens de voorschriften die u kunt vinden in het instructieboekje
van de afzuigkap en in ieder geval op een afstand van minstens 650 mm.
Als zich onder de kookplaat een kastje met deurtjes bevindt heeft het openen en sluiten van de deurtjes geen invloed op de werking van de kookplaat.
Bevestiging op basis met oven
Om ongelukken te voorkomen is het noodzakelijk de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen voor een installatie die voldoet aan de geldende ongevallenpreventienormen voor het aansluiten van gas en elektriciteit.
Zowel de voedingskabel als de gasbuis moeten zodanig worden geplaatst dat ieder contact met de warme delen van het omhulsel van de oven vermeden wordt, om oververhitting te vermijden. Als de kookplaat wordt geïnstalleerd boven een inbouwoven die niet beschikt over een geforceerde afkoelventilatie, moeten er de nodige luchttoevoeropeningen worden gemaakt zoals aangegeven in afb. 8 (ingang vanaf onder van minstens 200 cm², uitgang vanaf boven van minstens 120 cm²) om een adequate ventilatie in het

meubel te ontwikkelen (zie afbeelding). Bovendien moet onder de kookplaat een houten paneel "A" worden geïnstalleerd als isolering, op een minimum afstand van 15 mm van het omhulsel van de kookplaat (zie afbeelding).
Het bevestigen aan het meubel
De bevestiging aan het meubel moet op de volgende wijze worden uitgevoerd:
- Monteer de bijgeleverde haken "B" door de schroeven "A" gedeeltelijk vast te schroeven in de speciale openingen.
- Plaats de bijgeleverde verzegelende afdichting "X" op 5 à 6 mm van de rand van de opening van de inbouw. Zorg ervoor dat de uiteinden van de afdichting op elkaar aansluiten zonder dat ze elkaar overlappen;

- Doe de kookplaat in de opening, centreer hem en verzeker u ervan dat de rand goed aansluit op de afdichting;
- Zet de haken "B" op de juiste plek en draai daarna de schroeven "A" stevig vast;
Elektrische aansluiting
De kookplaten met driepolige voedingskabel zijn geschikt voor werking met wisselstroom, de spanning en de frequentie die aangegeven zijn op het typeplaatje (aan de onderzijde van de kookplaat). De aarding van de kabel wordt aangegeven door de kleuren geel-groen. Als het
fornuis wordt geïnstalleerd boven een inbouwoven en de elektrische aansluitingen van fornuis en oven apart worden uitgevoerd, zowel voor veiligheidsredenen als voor het eventueel makkelijker verwijderen van de oven.
De kabel vervangen
Gebruik een rubber kabel van het type H05RR-F. De geel/groene aardleiding moet 2-3 cm langer zijn ten opzichte van de andere leidingen.
Het aansluiten van de voedingskabel aan het elektrische net
Gebruik voor de voedingskabel een stekker die genormaliseerd is voor de lading aangegeven op het typeplaatje. Wanneer het apparaat rechtstreeks op het elektriciteitsnet wordt aangesloten, moet er tussen het apparaat en het net een meerpolige schakelaar worden aangebracht met een afstand tussen de contacten van minstens 3 mm, aangepast aan het elektrische vermogen en voldoend aan de geldende normen (de aarding mag niet worden onderbroken door de schakelaar). De voedingskabel moet zodanig worden geplaatst dat hij nergens een temperatuur bereikt van 50°C hoger dan de kamertemperatuur.
! De installateur is verantwoordelijk voor een correcte elektrische aansluiting en de inachtneming van de veiligheidsnormen.
Vóór het aansluiten moet u controleren dat:
- de contactdoos geaard is en voldoet aan de geldende normen;
- het stopcontact in staat is het maximale vermogen van het apparaat te dragen, zoals aangegeven op het typeplaatje;
- de spanning zich bevindt tussen de waarden die staan aangegeven op het typeplaatje;
- de contactdoos en de stekker van het apparaat overeenkomen. Als dat niet zo is, dient u ofwel de stekker ofwel de contactdoos te vervangen; gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstekkers.
! Wanneer het apparaat geïnstalleerd is, moeten de elektrische kabel en de contactdoos gemakkelijk te bereiken zijn. ! De kabel mag niet gebogen of samengedrukt worden. ! De kabel moet van tijd tot tijd worden gecontroleerd en mag alleen door erkende monteurs worden vervangen (zie Service). ! De fabrikant kan nergens aansprakelijk voor worden gesteld als deze normen niet worden nageleefd.
Gasaansluiting
Het aansluiten van het apparaat aan de gasleiding of aan de gasfles moet volgens de geldende landelijke normen worden uitgevoerd, nadat u zich ervan heeft verzekerd dat het apparaat is ingesteld op het soort gas waarmee het zal worden voorzien. Is dit niet het geval, dan moeten de handelingen in de paragraaf "Aanpassing aan de verschillende soorten gas" worden uitgevoerd.
Bij gebruik van vloeibaar gas uit een gasfles gebruikt u drukregelaars die voldoen aan de geldende landelijke normen.
! Voor een veilig functioneren, juist gebruik van energie en langere levensduur van het apparaat moet u zich ervan verzekeren dat de gasdruk correspondeert met de waarden die zijn aangegeven in tabel 1 "Eigenschappen van branders en sproeiers".
Aansluiting met onbuigzame buis (koper of staal)
! De aansluiting aan de gasleiding moet zodanig worden uitgevoerd dat het apparaat niet beweegt. Op de voedingsstructuur van het apparaat bevindt zich een "L"-vormig, richtbaar verbindingsstuk waarvan de afdichting is verzekerd door een pakking. Als het verbindingsstuk gedraaid moet worden, is het absoluut noodzakelijk de pakking te vervangen (bij het apparaat geleverd). Het verbindingsstuk waardoor het gas toegang krijgt tot het fornuis is voorzien van schroefdraad: 1/2 gas cilindrische schroefbout.
Aansluiting met een roestvrij stalen flexibele buis aan een onafgebroken wand met aanhechtingen met schroefdraad
Het verbindingsstuk waardoor het gas toegang krijgt tot het fornuis is voorzien van schroefdraad: 1/2 gas cilindrische schroefbout. De inwerkingstelling van deze buizen moet zodanig worden bewerkstelligd dat hun lengte in uitgerolde toestand niet meer dan 2000 mm is. Nadat de aansluiting heeft plaatsgevonden moet u controleren dat de flexibele metalen buis niet in contact komt met de beweegbare delen of dat hij gekneld raakt.
! Gebruik uitsluitend buizen en afdichtingen die voldoen aan de geldende landelijke normen.
Controleren gasdichtheid
Nadat de installatie heeft plaatsgevonden, moet de perfecte gasdichtheid van alle verbindingsstukken worden gecontroleerd met een zeepoplossing en nooit met een vlam.
Aanpassen aan de verschillende soorten gas
Voor het aanpassen van de kookplaat aan een soort gas dat verschilt van het gas waarvoor het fornuis gebruiksklaar is gemaakt (aangegeven op het etiket aan de onderzijde van de kookplaat of op de verpakking), moeten de sproeiers van de branders op de volgende manier worden vervangen:
- Verwijder de roosters van de kookplaat en schuif de branders uit hun plaats.

- Schroef de sproeiers los met een steeksleutel van 7 mm en vervang ze door sproeiers geschikt voor het nieuwe type gas (zie tabel 1 "Eigenschappen van branders en sproeiers").
- Zet de onderdelen weer op hun plaats door de handelingen in omgekeerde volgorde uit te voeren.
- Aan het einde van deze handelingen moet het oude etiket dat de gasinstelling aangeeft, worden vervangen door het etiket dat overeenkomt met het nieuwe gas dat u gaat gebruiken, verkrijgbaar bij onze Technische Service Centers. Regelen van de primaire lucht van de sproeiers
De branders hebben geen regeling van de primaire lucht nodig.
- Het regelen van de minimumstand
- Zet het kraantje op de minimumstand;

- Verwijder de knop en draai aan het regelschroefje in of naast de spil van het kraantje totdat u een kleine, regelmatige vlam bereikt.
- Controleer of de branders aanblijven als u de knop snel van hoog naar laag draait.
- Als bij de apparaten met een veiligheidsmechanisme (thermokoppelbeveiliging) dit systeem niet werkt als de branders op de minimumstand staan, moet u het minimum verhogen door aan de stelschroef te draaien.
- Als de regeling voltooid is, moet u de zegels op de bypass-schroefjes weer op hun plaats brengen met zegellak of soortgelijk materiaal.
! Bij vloeibaar gas moet het regelschroefje geheel dicht worden geschroefd.
! Aan het einde van alle handelingen moet u het oude etiket van de gasinstelling vervangen met het etiket dat correspondeert met het nieuwe gas, verkrijgbaar bij onze Technische Service Centers.
! Als de gasdruk van het gebruikte gas verschillend (of variabel) is dan hetgeen is voorzien, moet op de toevoerbuis een drukteregelaar worden aangebracht die voldoet aan de geldende landelijke normen.
Eigenschappen van branders en sproeiers
| Tabel 1 | Vloeijaar gas | Aardgas | ||||||||
| Brander | Brander doorsnee (mm) | Thermisch vermogen kW (H.s.*) Nom. | Ger. | By-pass 1/100 (mm) | Inspuiter 1/100 (mm) | Debiet * g/h G30 | G31 | Inspuiter 1/100 (mm) | Debiet * l/h G20 | G25 |
| Snel R (groot) | 100 | 3.00 | 0.7 | 40 | 86 | 218 | 214 | 116 | 286 | 332 |
| Halfsnel S (midden) | 75 | 1.65 | 0.4 | 30 | 64 | 120 | 118 | 96 | 157 | 183 |
| Hulp A (klein) | 55 | 1.00 | 0.3 | 30 | 50 | 73 | 71 | 71 | 95 | 111 |
| Voedingsdruk | Nominale (mbar) Minimum (mbar) Maximum (mbar) | 28 20 35 | 37 25 45 | 20 15 23 | 25 15 30 | |||||
- Bij 15°C en 1013 mbar - gas droog ** Propaan P.C.S. (bovenwaarde) = 50,37 MJ/Kg *** Butaan P.C.S. (bovenwaarde) = 49,47 MJ/Kg
Aardgas P.C.S. (bovenwaarde) = 37,78 MJ/m³
PI 941 A PI 941 AS
PI 950 A PI 950 AS
| TYPEPLAATJE | |
| Elektrische aansluitingen | zie typeplaatje |
| CE | Dit apparaat voldoet aan de volgende EU Richtlijnen: 2006/95/EEG van 12/12/06 (Laagspanning) en waaropvolgende wijzigingen - 89/336/EEG van 03/05/89 (Elektromagnetische Compatibility) en waaropvolgende wijzigingen - 93/68/EEG van 22/07/93 en waaropvolgende wijzigingen. EEG/90/336 van 29/06/90 (Gas) en successievelijke modificaties. 2002/96/EC |
NL
Aanzichttekening


- ELEKTRISCHE PLATEN kunnen verschillende diameters en vermogen hebben: “normaal” of “snel”: dit LASTE type platen herkent u door de aanwezigheid van een rode stip in het midden.
- Controleampje WERKING ELEKTRISCHE PLAAT: gaat aan als de knop niet op de stand 'uit' staat.
- GASBRANDERS—hebben verschillende afmetingen en vermogen. Kies de brander die het best overeenkomt met de diameter van de pan die u wilt gebruiken.
- Knoppen van de GASBRANDERS en van de ELEKTRISCHE KOOKPLAAT* voor het regelen van de vlam of van het vermogen.
- Bougie voor het ontsteken van de GASBRANDERS*: zorgt voor een automatische ontsteking van de gekozen brander.
- VEILIGHEIDSMECHANISME* zorgt ervoor dat de gastoevoer wordt onderbroken als de vlam per ongeluk uitgaat.
* Slechts op enkele modellen aanwezig.
! Op iedere knop staat aangegeven waar de overeenkomende gasbrander of elektrische plaat* zich bevindt.
Gasbranders
De gekozen brander kan met de betreffende knop als volgt worden geregeld:
Uit

Maximum

Minimum
Om een van de branders aan te steken dient u er een vlam of aansteker bij te houden, de knop stevig in te drukken en linksom te draaien tot u het maximum vermogen heeft bereikt.
In de uitvoeringen die zijn voorzien van een veiligheidsmechanisme moet u de knop circa 6 seconden lang ingedrukt houden totdat het mechanisme dat automatisch de vlam aanhoudt, warm wordt.
In de uitvoeringen voorzien van een bougie moet u om de gekozen brander aan te steken om te beginnen de ontstekingsknop (aangegeven door het symbool) indrukken, dan de betreffende knop stevig indrukken en linksom draaien tot u het maximum vermogen heeft bereikt.
! Mocht een gasbrander per ongeluk uitgaan, draai dan de knop uit en wacht minstens 1 minuut voordat u hem weer probeert aan te steken.
Om de brander uit te doen moet u de knop geheel rechtsom draaien totdat hij niet meer verder kan (tot aan het symbool “ ”).
U kunt de kookplaten regelen door de betreffende knop rechtsom of linksom te draaien, op 6 verschillende standen:
| Positie | Normale of snelle plaat |
| 0 | Uit |
| 1 | Minimum sterkte |
| 2 - 5 | Middelsterkten |
| 6 | Maximum sterkte |
Als de knop niet op uit staat zal het controlelampje aangeven dat de kookplaat in werking is.
* Slechts op enkele modellen aanwezig.
Praktisch advies voor het gebruik van de branders
Voor een optimaal rendement dient u het volgende te onthouden:
- gebruik voor iedere brander de pan die erop past (zie tabel) om te vermijden dat de vlammen er onderuit vandaan komen.
- gebruik alleen pannen met een platte bodem en met een deksel erop.
- draai de knop op het minimum zodra het kookpunt is bereikt.
| Branders | Ø Diameter pan (cm) |
| Snel (R) | 24 – 26 |
| Half-snel (S) | 16 – 22 |
| Spaarbrander (A) | 10 – 14 |
Op modellen die voorzien zijn van een vlamverspreider, moet deze alleen worden gebruikt op de extra brander. Om het type brander te selecteren, dient u de tekeningen te raadplegen die staan weergegeven in het hoofdstuk "Eigenschappen branders en sproeiers". Voorkom dat tijdens het gebruik de pannen buiten de rand van het kookvlak komen.
Praktisch advies voor het gebruik van de elektrische kookplaten
Om warmteverlies en schade aan de kookplaten te vermijden, kunt u het beste pannen gebruiken met een platte bodem en met een diameter die niet kleiner is dan die van de kookplaat.
| Positie | Normale of snelle plaat |
| 0 | Uit |
| 1 | Groenten en vis |
| 2 | Aardappelen (gestoomd), soep, capucijners, bonen |
| 3 | Doorkoken van grote hoevelheeden, minestroni enz. |
| 4 | Braden (medium) |
| 5 | Braden (hard) |
| 6 | Bruin bakken of snel aan de kook brengen |
Voor het eerste gebruik moeten de kookplaten ongeveer 4 minuten lang op de maximale stand worden gezet, zonder pannen erop te plaatsen.
Gedurende deze beginfase wordt de beschermlaag hard en bereikt hij zijn maximale weerstand.
Voorzorgsmaatregelen en advies
Dit apparaat is ontworpen en vervaardigd volgens de geldende internationale veiligheidsvoorschriften. Deze aanwijzingen zijn geschreven voor uw veiligheid en u dient ze derhalve goed door te nemen.
Algemene veiligheid
- Dit is een inbouwapparaat van klasse 3. Gasfornuizen hebben voor een goede werking behoefte aan een regelmatige luchtverversing. Controleer dat bij het installeren aan de vereisten wordt voldaan die beschreven staan in de paragraaf "Plaatsing".
- Deze instructies gelden alleen voor de landen waarvan de symbolen in de gebruiksaanwijzing en op het typeplaatje staan.
- Dit apparaat is vervaardigd voor niet-professioneel gebruik binnenshuis.
- Het apparaat dient niet buitenshuis te worden geplaatst, ook niet in overdekte toestand. Het is erg gevaarlijk als het in aanraking komt met regen of onweer. Maak gebruik van de handgrepen aan de zijkanten van de oven om het apparaat te verplaatsen.
- Raak het apparaat niet aan als u blootsvoets bent of met natte of vochtige handen of voeten.
- Het apparaat dient om gerechten te koken. Het mag uitsluitend door volwassenen worden gebruikt en alleen volgens de instructies die beschreven staan in deze handleiding.
- Voorkom dat elektrische snoeren van andere kleine keukenapparaten op warme delen van de oven terechtkomen.
- Laat de ventilatieopeningen en warmteafvoer vrij.
- Controleer altijd dat de knoppen in de stand “●”/“O” staan als het apparaat niet wordt gebruikt.
- Trek nooit de stekker aan het snoer uit het stopcontact, maar pak altijd de stekker direct beet. Maak het apparaat niet schoon of voer geen onderhoud uit als de stekker nog in het stopcontact zit.
- Probeer in geval van storingen nooit zelf de interne mechanismen van het apparaat te repareren. Neem contact op met de Technische Dienst (zie Service).
- Richt de handvatten van de pannen altijd naar de binnenzijde van de kookplaat zodat u er niet per ongeluk tegenaan stoot.
- Doe het glazen deksel (waar aanwezig) niet omlaag als de gasbranders of de elektrische plaat nog warm zijn.
- Laat de elektrische plaat niet werken als er geen pannen op staan.
- Gebruik geen instabiele of vervormde pannen.
- Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (kinderen inbegrepen) met een beperkt lichamelijk, sensorieel of geestelijk vermogen of personen die niet de nodige ervaring of kennis hebben met het apparaat, tenzij onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of nadat hun is uitgelegd hoe het apparaat werkt.
- Voorkom dat kinderen met het apparaat spelen.
- Als u het apparaat intensief en lang achter elkaar gebruikt kan het nodig zijn het vertrek te luchten, b.v. door het raam te openen of door de afzuigkap, indien aanwezig, op een hogere stand te zetten.
Afvalverwijdering
- Het verwijderen van het verpakkingsmateriaal: houdt u aan de plaatselijke normen zodat het materiaal hergebruikt kan worden.
- De Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) voorziet dat huishoudelijke apparatuur niet met het normale afval mag worden meegegeven. De verwijderde apparaten moeten apart worden opgehaald om het terugwinnen en recyclen van de materialen waaruit ze bestaan te optimaliseren en te voorkomen dat er eventuele schade voortvloeit voor de gezondheid en het milieu. Het symbool van de afvalemmer met een kruis staat op alle producten om de consument eraan te herinneren dat dit gescheiden afval is.
Om meer informatie te verkrijgen betreffende een juiste verwijdering van huishoudapparaten kan de consument zich richten tot de gemeentelijke reinigingsdienst of de verkopers.
De elektrische stroom afsluiten
Sluit altijd eerst de elektrische stroom af voordat u tot enige handeling overgaat.
Reinigen van het apparaat
! Vermijd het gebruik van schuurmiddelen of bijtende middelen, zoals vlekkenmiddelen en roestverwijderende producten, schoonmaakmiddelen in poedervorm of schuursponzen: deze kunnen het oppervlak onherstelbaar krassen. ! Gebruik nooit stoom- of hogedrukreinigers voor het reinigen van het apparaat. - Voor normaal onderhoud moet u de kookplaat met een vochtige spons reinigen en afdrogen met keukenpapier. - De vlamverspreiders moeten regelmatig in een warm sopje worden gewassen zodat eventuele etensresten makkelijker kunnen worden verwijderd. - Bij kookplaten die zijn voorzien van een automatische ontsteking moet het uiteinde van de elektronische ontstekingselementen regelmatig worden gereinigd en moet u controleren dat de gaatjes van de vlamverspreiders niet verstopt zijn. - De elektrische kookplaten moeten worden schoongemaakt met een vochtige doek en met een beetje olie worden ingesmeerd als ze nog lauw zijn. - Roestvrij staal kan vlekken vertonen als er voor langere tijd kalkhoudend water of agressieve schoonmaakmiddelen (fosforhoudend) op hebben gelegen. Spoel en droog het dus na het schoonmaken goed af. Droog watervlekken altijd gelijk af.
Onderhoud gaskranen
Met verloop van tijd kan een kraan stroef worden of vast blijven zitten; in dat geval is het noodzakelijk hem te vervangen.
! Dit moet worden uitgevoerd door een door de fabrikant bevoegde installateur.
Het kan gebeuren dat het kookvlak niet (afdoende) functioneert. Voordat u de servicedienst belt dient u te controleren of u het euvel zelf kunt oplossen. Verifieer om te beginnen of er een correcte stroom- en gastoevoer is, en in het bijzonder of de hoofdgasleiding open staat.
De brander gaat niet aan of de vlam is niet gelijkmatig.
Heeft u gecontroleerd of:
- De openingen van de vlamverspreiders verstopt zijn.
- Alle losse onderdelen van de brander goed in elkaar zitten.
- Er tocht dichtbij het kookvlak is.
De vlam blijft niet aan in de uitvoeringen met veiligheidsmechanisme.
Heeft u gecontroleerd of:
U de knop goed heeft ingedrukt. - U de knop lang genoeg heeft ingedrukt voor het activeren van het veiligheidsmechanisme. - De gaten van de vlamverspreiders bij het veiligheidsmechanisme verstopt zijn.
De brander blijft niet aan als hij op de minimum stand staat.
Heeft u gecontroleerd of:
- De gaten van de vlamverspreiders verstopt zijn.
- Er tocht dichtbij het kookvlak is.
- De regeling van de minimum stand niet correct is.
De pannen wiebelen.
Heeft u gecontroleerd of:
- De bodem van de pan volledig plat is.
- De pan in het midden van de brander of de elektrische kookplaat staat.
- De roosters verwisseld zijn.
Als ondanks al deze controles het kookvlak niet functioneert en de storing blijft bestaan, moet u contact opnemen met de Technische Dienst. Dit dient u te doen door:
- het model van het apparaat (Mod.)
- het serienummer (S/N)
Deze informatie bevindt zich op het typeplaatje op het apparaat en/of op de verpakking.
Wend u nooit tot niet-erkende installateurs en weiger de installatie van niet-originele onderdelen.