CTH126 - Tuintractor HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CTH126 HUSQVARNA in PDF-formaat.

📄 96 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice HUSQVARNA CTH126 - page 39
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL

Gebruikersvragen over CTH126 HUSQVARNA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Tuintractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CTH126 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CTH126 van het merk HUSQVARNA.

GEBRUIKSAANWIJZING CTH126 HUSQVARNA

1. Veiligheidsregels

Lees de instructies aandachtig. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine.

  • Laat kinderen of mensen die niet bekend zijn met de instructies, de maaimachine niet gebruiken. Het is mogelijk dat plaatselijke voorschriften een beperking stellen aan de leeftijd van de bestuurder.
  • Maai nooit terwijl mensen, vooral kinderen, of huisdieren in de buurt zijn.
  • Bedenk dat de bestuurder of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of risico’s die andere mensen of hun eigendommen kunnen overkomen.
  • Geen passagiers vervoeren.
  • Alle bestuurders dienen vakkundige instructies te ontvangen. Bij dergelijke instructies dient de nadruk te worden gelegd op: - de noodzaak voor aandacht en concentratie bij het werken met zittrekkers; - een zittrekker die op een helling wegglijdt, kan niet onder controle worden gehouden door te remmen. De hoofdredenen voor besturingsverlies zijn: a) onvoldoende houvast; b) te snel rijden; c) ontoereikend remmen; d) het soort machine is niet geschikt voor de taak; e) gebrek aan kennis van het effect van bodemcondities, vooral hellingen; f) verkeerd vastkoppelen en verkeerde verdeling van de lading.

Inspecteer om brandgevaar te voorkomen, of er afvalophopingen zijn bij de tractor, de maaier en achter alle beveiligingen en verwijder die – voor het gebruik, als u brandstof tankt en aan het einde van iedere maaisessie. Draag tijdens het maaien altijd stevige schoenen en een lange broek. Gebruik de machine niet blootsvoets of terwijl u open sandalen draagt. Inspecteer de plek waar de machine zal worden gebruikt, grondig en verwijder alle voorwerpen die door de machine kunnen worden weggeslingerd. WAARSCHUWING - Benzine is licht ontvlambaar. - Bewaar brandstof in blikken die speciaal voor dat doel zijn bestemd. - Tank alleen buiten en rook niet tijdens het tanken. - Tank voordat u de motor start. Draai de dop nooit van de benzinetank af of tank nooit terwijl de motor draait of heet is. - Als benzine is gemorst, probeer de motor dan niet te starten maar haal de machine van de plaats vandaan waar u benzine heeft gemorst en zorg dat u geen ontstekingsbron teweeg brengt totdat de benzinedampen zijn verdreven. - Draai de dop van alle brandstoftanks en -blikken weer goed vast. Vervang defecte geluiddempers. Inspecteer vóór het gebruik altijd of de messen, mesbouten en maai-inrichting niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde messen en bouten in sets om het evenwicht in stand te houden. Op machines met meerdere messen dient u eraan te denken dat het draaien van één mes andere messen kan doen draaien.

Laatdemotornietdraaienineenbeslotenruimtewaargevaarlijke koolmonoxydedampen zich kunnen verzamelen. Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht. Voordat u de motor gaat starten, moet u alle meshulpstukkoppelingen uitschakelen en naar de vrijloop schakelen. Gebruik de trekker niet op hellingen van meer dan 5°. Denk eraan dat er geen “veilige” hellingen bestaan. Bij het rijden op hellingen met gras dient men extra voorzichtig te zijn. Zo zorgt u ervoor dat de trekker niet omslaat: - stop en start niet plotseling bij het op- of afrijden van een helling. - schakel de koppeling langzaam in, houd de machine altijd in de versnelling, vooral bij het afrijden van een heuvel; - de snelheid van de machine dient op hellingen en in scherpe bochten laag te worden gehouden; - kijk uit voor bulten en kuilen en andere verborgen gevaren; - maai nooit dwars op de helling tenzij de maaier voor dit doel is ontworpen. Wees voorzichtig bij het trekken van ladingen of het gebruik van zwaar materieel. - Gebruik alleen goedgekeurde aanhaakpunten voor een trekstang. - Beperk de lading tot hetgeen u veilig kunt hanteren. - Maak geen scherpe bochten. Wees voorzichtig bij achteruit rijden. - Gebruik contragewicht(en) of wielgewichten wanneer dat in de handleiding wordt aangeraden. Kijk uit voor het verkeer wanneer u de weg oversteekt of zich nabij een weg bevindt. Stop de messen voordat u andere oppervlakken dan gras oversteekt. Voer bij het gebruik van hulpstukken het materiaal nooit af in de richting van omstanders en laat niemand in de buurt van de machine komen terwijl deze in bedrijf is. Gebruik de maaimachine nooit met defecte beschermkappen en schermen of zonder beveiligingsinrichtingen op hun plaats. Verander de instelling van de motorregelaar niet en laat de motor niet met te hoge toeren draaien. Als de motor met te hoog toerental draait, kan het risico van lichamelijk letsel groter worden. Voordat u de bestuurdersstoel verlaat: - de aftakas uitschakelen en de hulpstukken neerlaten; - naardevrijloopschakelenendeparkeerreminschakelen; - de motor stoppen en de sleutel verwijderen. Schakel de aandrijving naar de hulpstukken uit, stop de motor en maak de bougiekabel(s) los of verwijder het contactsleuteltje, - voordat u opgehoopt materiaal weghaalt of een verstopte afvoer leeg maakt; - voordat u de maaimachine controleert, schoonmaakt of eraan werkt; - nadat u een ongewenst voorwerp heeft geraakt. Inspecteer de maaimachine op schade en voer reparaties uit voordat u de machine weer start en gebruikt; - als de machine abnormaal begint te trillen (onmiddellijk controleren). - vor dem Entfernen von Verstopfungen aus dem Mähwerk oder dem Auswurf; CTH126

Schakel de aandrijving naar de hulpstukken uit tijdens transport of als ze niet worden gebruikt. Stop de motor en schakel de aandrijving naar het hulpstuk uit, - voordat u tankt; - voordat u de opvangzak verwijdert; - voordat u de hoogte verstelt tenzij de hoogte vanuit de bestuurdersplaats kan worden ingesteld. Minder gas tijdens het uitlopen van de motor, en als de motor met een afsluitklep is uitgerust, moet u de brandstoftoevoer aan het einde van het maaien afsluiten. 12,5/9,3

Houd alle moeren, bouten en schroeven goed vastgedraaid zodat u er zeker van kunt zijn dat de machine in een veilige bedrijfsstaat verkeert. Sla de machine nooit in een gebouw op, waar dampen een open vlam of vonk kunnen bereiken, terwijl zich benzine in de tank bevindt. Laat de motor afkoelen voordat u hem in een besloten ruimte opbergt. Beperk brandgevaar: houd de motor, geluiddemper, accuruimte en benzine-opslagruimte vrij van gras, bladeren of een overmaat aan smeervet. Controleer de opvangzak vaak op slijtage of verwering. Vervang versleten of beschadigde onderdelen om veiligheidsredenen. Als de brandstoftank afgetapt moet worden, moet dit buiten worden gedaan. Op machines met meerdere messen dient u eraan te denken dat het draaien van één mes andere messen kan doen draaien. Wanneer de machine moet worden geparkeerd, opgeslagen of alleen moet worden gelaten, moet de maaiinrichting neergelaten worden tenzij een mechanische vergrendeling wordt gebruikt.

WAARSCHUWING: Maak de bougiekabel altijd los, plaats hem waar hij de bougie niet kan raken teneinde onverhoeds starten te voorkomen tijdens het opstellen, vervoeren, afstellen of uitvoeren van reparaties.

Monteer de verlengas (1). Monteer de stuuraskap. Let erop dat de stuurtaps in de kap in de respectievelijke gaten vallen. Haal de stuuradapter van het stuur af en schuif de adapter op het verlengstuk van de stuuras. Controleer of de voorwielen recht naar voren staan gericht en plaats het stuur op de naaf. Bevestig de grote platte sluitring, de borgring en de 5/16 zeskantbout. Zet ze stevig vast. Klik het inzetstuk in het midden van het stuur.

Verwijder de bevestigingselementen waarmee de zitting aan de kartonnen verpakking bevestigd is en zet deze bevestigingselementen opzij voor het monteren van de zitting op de trekker. Verwijder de kartonnen verpakking en werp die weg. N.B. Controleer of de snoer correct is aangesloten op deveiligheidsschakelaar (1), op de houder van de zitting. Plaats de stoel op de zitpan zodat de kop van de borstbout zich over het grote sleufgat in de pan bevindt (2). Druk op de stoel totdat de borstbout in de sleuf past en trek de stoel vervolgens naar de achterzijde van de tractor. Haal de stelschroef (3) aan. STOEL AFSTELLEN

Til de afstelhendel (4) op en schuif de stoel naar een comfortabele positie waarin u de koppeling/rem helemaal in kunt duwen. Laat de hendel los om de stoel op die plaats vast te zetten.

Voer de buis van het bovenste frame van de opvangbak (1) door de lus (2) aan de bovenkant van het textiel van de opvangbak (laat de lusdelen aan de uiteinden los).

Zorg eerst dat de twee gaten aan de rechterkant van het bovenste gelaste onderdeel (4) van het frame van de opvangbak op een lijn liggen met de overeenkomstige gaten in de buis van het bovenste frame van de opvangbak (1). Bevestig twee slotbouten (5) van 1/4”- 20 x 1,25 en zet ze vast met twee moeren (6) van 1/4”.

Zorg dat de twee gaten aan de linkerkant van het bovenste gelaste onderdeel (4) van het frame van de opvangbak op een lijn liggen met de overeenkomstige gaten in de buis van het bovenste frame van de opvangbak (1). Bevestig twee slotbouten (5) van 1/4”- 20 x 1,25 en zet ze vast met twee moeren (6) van 1/4”.

Bevestig nog twee slotbouten (7) aan de achterkant aan de zijkanten van de buis van het bovenste frame van de opvangbak, en draai de borgmoeren (8) met de hand vast.

Leg het deksel van de opvangbak ondersteboven (laat daarbij de beschermende afdekking intact). Schuif het inzetstuk van de handgreep van de opvangbak (9) in het verzonken deel aan de binnenkant van het deksel van de opvangbak. Zorg ervoor dat de twee uitsteeksels aan de bovenkant op hun plaats klikken in het deksel van de opvangbak. De tanden aan de onderkant van het inzetstuk van de handgreep van de opvangbak zouden op hun plaats moeten schuiven tussen de tanden op het deksel van de opvangbak. Schuif twee vierkantmoeren (10) in de twee vierkante gleuven aan de voorkant van het deksel van de opvangbak en twee vierkantmoeren in de twee vierkante gleuven (een gleuf aan elke kant) aan de achterste handgreep van het deksel van de opvangbak. Draai de opvangbakassemblage (3) ondersteboven, en zorg daarbij dat de gaten in het frame op één lijn komen te liggen met de gaten in het deksel van de opvangbak, en zorg ervoor dat de bovenste gelaste buizen van het frame vastzitten in de kunststof houder in het inzetstuk van de handgreep van de opvangbak (9). Bevestig vier zeskantige bouten van 1/4” (11) (1/4-20 UNC x 1.15) in de gaten met vier vierkantmoeren (10) en draai ze aan tot ze helemaal vast zitten. Bevestig twee schroeven van 1/4” (12) (1/4-20 UNC x 1.15 Geel) in de gaten in het midden van het bovenste gelaste onderdeel van het frame.

Zet de assemblage weer met de goede kant naar boven. Bevestig twee slotbouten van 1/4” (13) aan de onderkant van het voorste frame van de opvangbak (14) en draai de borgmoeren (15) met de hand aan. Voer het voorste frame van de opvangbak (14) door de textiellussen aan de voorkant van de opvangbak. Klik de onderkant van het voorste frame van de opvangbak (14) in het kunststof vastklikonderdeel aan de voorkant van de onderkant van de opvangbak. Schuif de textiellusdelen van de opvangbak aan de uiteinden van de bak op de buizen van het bovenste frame van de opvangbak. Schuif twee zeskantige bouten van 1/4” (16) door de gaten aan de bovenkant van het voorste frame van de opvangbak en draai ze in de moeren aan de binnenkant van de buizen van het bovenste frame van de opvangbak. Schuif de kunststof klem (17) naar beneden in de textiellus van de opvangbak aan de rechterkant en klik deze vast op het voorste frame van de opvangbak (14) 101 mm (4 inch) van de bovenkant van de buis van het voorste frame van de opvangbak.

Schuif de rubberen afsluiter (23) naar de bovenkant van de metalen handgreep (24) van de opvangbak. Schuif de handgreep (24) van de opvangbak naar beneden door de bovenste lasgaten van het deksel van de opvangbak en het frame. Schuif de vorkbout (25) door het gat aan de onderkant van de handgreep van de opvangbak en schuif de steunveer (26) in het gat aan het uiteinde van de vorkbout tot deze op zijn plaats vastklikt.

Duw de kunststof afsluiting (27) terug zodat hij op zijn plaats schiet achter de steunribben (28). Zorg dat de gaten in de grasdeflector (29) op een lijn liggen met de nokken in het deksel van de opvangbak. Bevestig eerst een zeskantige bout (30) (1/4"-15 x 1/2") van 1/4” aan de zijkant, zoals getoond. Bevestig vervolgens een zeskantige bout (31) (1/4"-15 x 1/2") van 1/4” aan de bovenkant, zoals getoond.

HET INSTALLEREN VAN DE “OPVANGBAK

Maak de borgmoeren (21) aan de achterkant van het bovenste frame van de opvangbak en aan de onderkant van het voorste frame van de opvangbak los en bevestig aan elke kant kruisbeugels (22). Bevestig de borgmoeren (21) weer en draai ze volledig vast.

Voor het bevestigen moet de motor van de tractor zijn uitgeschakeld en moet hij op de parkeerrem staan. Identificeer, terwijl u achter de tractor staat en de opvangbak van de achterplaat (1) is gehaald, het schakelgebied (2) voor een volle bak. (Zie Fig. 1)

Neem de “opvangbak vol”-hendel (3) van de opvangbak en schuif het uitsteeksel (4) in de bovenste gleuf en draai de hendel (3) totdat deze op zijn plaats klikt (Zie Fig. 2 en Fig. 3) Bevestig de schoep (5) niet voor zwaar/nat gras. Gebruik voor lichtere grassen de schoep (5) op stand “1”, “2” of “3” (stand “3” is voor het lichtste of droog gras). Kies uw instelling en draai de schoep (5) van de opvangbak zodanig dat het gewenste nummer (de instelling) naar u toe gekeerd is. Plaats de schoep (5) op de hendel (3) zodat het uitsteeksel (6) aan de onderkant van de “opvangbak vol”-hendel (3) door de juiste rechthoekige gleuf gaat en zorg ervoor dat de gaten in de “opvangbak vol”-hendel en -schoep op één lijn liggen. Voer de schroef (7) door de gaten van “opvangbak vol”-schoep (5) en -hendel (3) en maak deze vast met een moer (8) (Zie Fig. 3) De instelling kan worden gewijzigd door de sluitingen (7 en

8) los te maken en de schoep (5) te verwijderen/draaien en

weer vast te zetten.

Schuif de hele dekplaat (1) van de opvangbak naar achteren zodat de tanden onder de opening in de dekplaat (1) in de tanden in het handgreepdeel van het deksel van de opvangbak schuiven

Bevestig de dekplaat van de opvangbak (1) door de kunststof stijlen aan de voorzijde van de dekplaat (1) in de overeenkomstige gleuven aan de voorkant van het deksel van de opvangbak te buigen. Klap de achterkant van de dekplaat (1) naar beneden tot hij op het deksel van de opvangbak rust.

Bevestig de drukmoeren (2) aan de kunststof stijlen om de dekplaat (1) aan de voorzijde vast te zetten. Bevestig de achterzijde van de dekplaat (1) aan het deksel van de opvangbak en maak hem vast door twee #8 schroeven (3) naar boven te draaien door de achterste handgreep van het deksel van de opvangbak in de dekplaat (1).

Voor het bevestigen moet de motor van de tractor zijn uitgeschakeld en moet hij op de parkeerrem staan. Bevestig de vergrendelingsveren (1) in de bevestigingsgaten op de achterplaat. Steek een zeskantige bout (2) door elk gat voor de vergrendelingsveren en het overeenkomstige gat in de achterplaat. Draai een borgmoer (3) vast aan de bout aan de andere kant van de achterplaat.

3. Beschrijving van functies

Schakelaar verlichting (indien hiermee uitgerust) Gashendel Rem- en koppelingspedaal Vooruitrijpedaal/Pedaal achteruitrijden Koppelen en onkoppeleen van de maaikast Snelle verhoging/verlaging van maaikast Stuurslot/contact Parkeerrem Aan-en uitschakeling van vrijwiel. Onderhoudswaarschuwing/Urenteller

1. Schakelaar verlichting

Met de gashendel wordt het toerental van de motor geregeld en daardoor ook de rotatiesnelheid van de messen. Is de hendel in de voorste stand gezet, is de chokefunctie ingescha-keld. Staat de hendel in de achterste stand, loopt de motor stationair. Tussen deze beide buitenposities ligt de vol-gas stand.

Gebruikt om de tractor te ontkoppelen en te remmen en om de motor te starten.

4. Vooruitrijpedaal/Pedaal achteruitrijden

De richting en snelheid tijdens het rijden wordt bepaald door de vooruitrij- en acheruitrijpedalen.

Breng de hendel naar achteren om de maaikast snel te doen verhogen bij het passeren van oneffenheden in het gazon. Bij transport dient de maaikast in zijn hoogste stand te staan. Zet de hendel achteruit, totdat deze vergrendeld is.

De contactsleutel heeft vier verschillende standen: OFF Alle elektrische stroom uitgeschakeld ROS ON Systeem voor achteruit (ROS) aangesloten De elektrische stroom ingeschakeld START Startmotor ingeschakeld Systeem voor achteruit (ROS) – Maakt het mogelijk het maaierdek te gebruiken of een ander aangekoppeld apparaat dat elektrisch wordt aangedreven als men achteruit rijdt (Zie sectie 5 - “Rijden”). WAARSCHUWING! Lorsque la machine doit rester sans surveillance, même pour un court instant, toujours arrêter le moteur, mettre le levier de commande de vitesse au point mort (Neutre) et retirer la clé de contact. Laat nooit de sleutel in het contact zitten, wanneer de machine zonder toezicht wordt achtergelaten.

Die Feststellbremse wird durch einfache Betätigung des Bremspedals wieder gelöst. Schakel de parkeerrem in als volgt:

1. Druk de rempedaal in tot op de bodem.

2. Breng de parkeerremhendel naar boven en houdt hem

3. Laat de rempedaal los.

Om de parkeerrem vrij te maken, behoeft u alleen de rempedaal in te drukken.

9. Aan en Uitschakeliong van Vrijwiel

14. Onderhoudswaarschuwing/Urenteller

Geeft aan wanneer de motor en de maai-unit onderhoud nodig hebben.

4. Prima dell’avviamento. 4. Maatregelen vóór het starten.

  • Fare andare avanti il trattore di circa 1,50 metro, quindi farlo indietreggiare, in retromarcia, della stessa distanza. Ripetere tre volte questa operazione.
  • Il trattore è pronto per il normale funzionamento. Voor de juiste werking en prestaties wordt aangeraden om de transmissie te ontluchten voordat de trekker voor het eerst wordt gebruikt. Hierdoor wordt lucht binnenin de transmissie verwijderd, die er tijdens het vervoer van uw trekker kan zijn ontstaan. BELANGRIJK: MOCHT UW TRANSMISSIE VOOR ONDERHOUD OF VERWISSELING VERWIJDERD MOETEN WORDEN, DAN DIENT HIJ NA DE INSTALLATIE ONTLUCHT TE WORDEN, VOORDAT U DE TREKKER GEBRUIKT.
  • Parkeer de trekker veilig op een vlakke ondergrond zodat hij in geen enkele richting kan wegrollen. Voor de volgende handeling moet de parkeerrem uitgeschakeld zijn.
  • Schakel de transmissie uit door de freewheel-hendel in de freewheel-stand te plaatsen.
  • Start de motor en breng de gashendel naar de stand Langzaam. Controleer of de parkeerrem uitgeschakeld zijn.
  • Druk het vooruitrijpedaal volledig in. Houdt deze vijf (5) seconden ingedrukt en laat dan los. Druk het achteruitrijpedaal volledig in. Houdt deze vijf (5) seconden ingedrukt en laat dan los. Herhaal deze procedure drie (3) keer.
  • Stop de trekker door de contactsleutel naar de stand “OFF” [UIT] te draaien.
  • Schakel de transmissie in door de freewheel-hendel in de rijstand te plaatsen.
  • Start de motor en breng de gashendel naar de stand Langzaam.
  • Rijd de trekker ongeveer 1 meter 50 vooruit en vervolgens 1 meter 50 achteruit. Herhaal dit drie keer.
  • Uw trekker is nu klaar voor normaal bedrijf. NOTA! NOTE! La máquina tiene un interruptor de seguridad que corta la corriente al motor si el conductor sale del asiento con el motor en marcha y con la palanca de acoplamiento/ desacoplamiento en la posición de acoplamiento. The machine is equipped with a safety switch which immediately breaks the current to the engine if the driver leaves the seat with engine running and with the connection/ disconnection lever in position “connection”. NOTA! HINWEIS! La macchina è dotata di interruttore di sicurezza che interrom pe l’alimentazione di corrente al motore quando l’operatore lascia il sedile con il motore acceso e il tagliaerba inserito. Die Maschine ist mit einem Sicherheitsschalter ausgerüstet, der den Strom zum Motor sofort unterbricht, wenn der Fahrer den Sitz bei laufendem Motor verläßt, und dabei der Schalthebel für das Mähaggregat auf “eingeschaltet” steht. N.B.! REMARQUE! De machine is uitgerust met een veiligheidsschakelaar, die onmiddellijk de stroom naar de motor verbreekt, wanneer de bestuurder zijn plaats verlaat, terwijl de motor loopt en de aan/uitschakelhendel op “ingeschakeld” staat. La machine est équipée d'un dispositif de sécurité qui arrête le moteur immédiatement, s'il est encore en fonctionnement, lorsque le conducteur quitte le siège du tracteur.

Systeem voor achteruit - ROS)

Uw tractor is uitgerust met een systeem voor achteruit (reverse operation system – ROS). Elke poging door de bestuurder om achteruit te rijden waarbij het aankoppelingspedaal actief is, zal de motor doen afslaan, tenzij het contactsleuteltje zich in de "ON"-positie van de ROS bevindt. WAARSCHUWING! Achteruit rijden met het aankoppelingspedaal actief tijdens het maaien wordt sterk afgeraden. Als men de ROS "ON:" zet, om achteruit rijden met het aankoppelingspedaal actief mogelijk te maken, dient dit alleen te gebeuren als de bestuurder beslist dat het nodig is de machine een andere positie te geven met wat aangekoppeld is. Maai niet achteruit, tenzij dit absoluut nodig is.

  • De motor loopt en draai de contactschakelaar tegen de klok in naar de positie "ON" van de ROS.
  • Kijk naar beneden en achter u voor u achteruit rijdt.
  • Duw het pedaal van de achteruitversnelling langzaam in om te beginnen met rijden
  • Wanneer men de ROS niet langer nodig heeft, draait u het contactsleuteltje met de klok mee in positie "ON" van de motor

Consigli per il taglio dell’erba Pulire il prato da pietre e altri corpi estranei. Individuare ostacoli fissi. Cominciare con un’altezza di taglio elevata e scendere progressivamente. I migliori risultati si ottengono con un elevato regime del motore (lame che girano veloci) e marcia bassa (la macchina si muive lentamente). Se l’erba non è alta o folta è possibile passare ad una marcia superiore o diminuire il regime senza peggiorare sensibilmente il risultato. `I migliori prati sono quelli tagliati spesso. Il taglio è più uniforme e il tagliato si distribuisce più uniformemente su tutta la superficie. Il tempo necessario complessivo è uguale. Evitare di tagliare un prato bagnato. Il risultato non è soddisfaciente dato che le ruote affondano nella superfice del tappeto erboso. Lavare il tagliaerba con acqua dopo ogni uso. Maaitips Verwijder stenen en andere voorwerpen van het gazon, die weggeworpen kunnen worden door de messen. Localiseer en markeer grotere stenen of andere vastevoorwerpen, om ze bij het maaien te kunnen vermijden. Start met een hoge maaihoogte en verlaag deze tot gewenste maairesultaat is verkregen. Het maairesultaat wordt het beste met een hoog toerental (de messen roteren snel) en een lage versnelling (de machine beweegt zich langzaam). Is het gras niet al te hoog en dicht begroeid, kan de rijsnelheid toenemen door een hogere versnelling te kiezen, of door het toerental te verla-gen, zonder dat het maairesultaat merkbaar minder wordt. Het mooiste gazon wordt verkregen, als het vaak wordt gemaaid. Het maaien geschiedt gelijkmatiger en het gemaaide gras wordt ook gelijkmatiger over het oppervlak verdeeld. Het totale tijdsbestek voor het maaien wordt niet langer, daar een grotere rijsnelheid kan worden toegepast, zonder dat het maairesultaat minder wordt. Vermijd een nat gazon te maaien. Het maairesultaat wordt minder, daar de wielen in de zachte grasmat zakken. Spoel de onderkant van de maaikast na iedere maai-beurt schoon met water.

Rij niet op een terrein met een helling van meer dan 5°. Het risico om achterover te slaan is zeer groot. Rij niet schuin over een hellend terrein, daar het kantelrisico dan groot is. Vermijd te stoppen of te starten op een hellend terrein.

  • Staccare la candela. WAARSCHUWING! Voordat service-werkzaamheden aan de motor of maaikast worden verricht, dient men het volgende te doen:

Open de motorkap. Ontkoppel de aansluitkabel van de koplampen. Ga recht voor de trekker staan. Pak de motorkap aan beide zijden vast, kantel hem naar voren en til hem van de trekker. Plaats bij het monteren van de kap de scharnierbeugels in de betreffende openingen in het chassis. Sluit de aansluitkabel van de koplampen weer aan en sluit de motorkap.

  • Vérifier le fonctionnement du frein. Nettoyage N’utilisez pas de nettoyeur haute pression pour le lavage. L’eau pourrait s’infiltrer dans le moteur et abréger ainsi la durée de l’appareil. Onderhoud N.B.: Om uw tractor in goede conditie te houden, moeten er regelmatig onderhoudsbeurten uitgevoerd worden. WAARSCHUWING: Schakel altijd eerst de bougieleiding uit voor u herstellingen, inspecties of onderhoud uitvoert. Dit om te voorkomen dat de machine per ongeluk start. Voor elk gebruik:
  • Controleer het oliepeil en smeer de draaipunten indien nodig.
  • Controleer of alle bouten, moeren en splitpennen op hun plaats zitten en goed vast zitten.
  • Controleer de accupolen en ontluchtingsopeningen.
  • Laad voorzichtig op bij 6 ampere indien nodig.
  • Maak het luchtscherm schoon.
  • Zorg dat er geen vuil en kaf op en in de tractor zit, zodat de motor niet beschadigd of oververhit raakt.
  • Controleer de werking van de remmen. Reinigen Geen water onder hoge druk gebruiken om het voertuig te reinigen. Er kan water in de motor en in de transmissieorganen komen, wat de levensduur van het voertuig verkort.

Olie aflaatklep Neem het kapje weg en breng de aflaatbuis aan. Om de klep te openen druk lichtjes in, draai om tegen wijzerzin en trek uit.

  • Om de klep te sluiten, druk in en draai om in wijzerzin.
  • Verwijder de aflaatbuis en breng het kapje aan.

SERVICE AANTEKENINGEN Vul telkens u service uitvoert, de datum in Indien nodig om de 8 uur om de 25 uur Motorolie vervangen (zonder oliefilter) ............................................... om de 50 uur

  • Mentre il motore è acceso con il pulsante di accensione del Motore nella posizione "ON" e l’innesto della frizione inserito, qualsiasi tentativo da parte dell’operatore di inserire la retromarcia dovrebbe comportare lo spegnimento del motore.
  • Mentre il motore è acceso con il pulsante di accensione del ROS nella posizione "ON" e l’innesto della frizione inserito, qualsiasi tentativo da parte dell’operatore di inserire la retromarcia NON dovrebbe comportare lo spegnimento del motore. Systeem voor aanwezigheid bestuurder en systeem voor achteruit werken (ROS) Zorg ervoor dat de systemen voor de aanwezigheid van de bestuurder en voor achteruit werken goed werken. Als uw tractor niet zoals hierboven beschreven werkt, dient u het probleem onmiddellijk op te lossen.
  • De motor start niet, tenzij het rempedaal volledig ingedrukt is en het aankoppelingspedaalregelaar zich in de vrije positie bevindt.

CONTROLEER HET SYSTEEM VOOR AANWEZIGHEID

  • Wanneer de motor loopt, dient elke poging door de bestuurder om zijn stoel te verlaten zonder eerst de parkeerrem in te stellen de motor uit te zetten.
  • Wanneer de motor loopt en het aankoppelingspedaal is actief, dient elke poging van de bestuurder om zijn stoel te verlaten de motor af te sluiten.
  • Het aankoppelingspedaal dient nooit te werken, tenzij de bestuurder in zijn stoel zit.
  • Als de motor loopt en de contactschakelaar zich in de positie "ON" van de motor bevindt en het aankoppelingspedaal is actief, dient elke poging van de bestuurder om over te schakelen naar achteruit (reverse) de motor af te sluiten.
  • Als de motor loopt en de contactschakelaar zich in de positie "ON" van de ROS bevindt en het aankoppelingspedaal is actief, dient elke poging van de bestuurder om over te schakelen naar achteruit (reverse) de motor niet af te sluiten.

Messen Cuchillas Voor de beste resultaten moeten de maaimessen scherp gehouden worden. Vervang gebogen of beschadigde messen. Het slijpen kan geschieden met een vijl of met een slijpschijf. N.B.: Het is zeer belangrijk dat beide uiteinden van het mes even-veel worden geslepen, om onbalans te voorkomen. MES VERWIJDEREN

  • Zet de maaier in de hoogste stand om bij de messen te kunnen.
  • Haal de mesbout eraf.
  • Monteer een nieuw of geslepen mes waarbij het sleep (hulp) mes omhoog naar het maaidek gericht moet zijn, zie afbeelding. BELANGRIJK: Om zeker te zijn van goede montage moet het centrumgat in het mes passen met de ster op de mandrijn.

Zet de koppeling van het hulpstuk in de “ONTKOPPELDE” positie.

  • Zet de hendel van de hefinrichting in de laagste positie.
  • Verwijder het snoer (P) door op uitsteeksel (L) te drukken WAARSCHUWING: De riemspanner heeft veerbelasting. Houd de stang goed vast en ontkoppel langzaam.
  • Verwijder de riem van de riemschijf van de koppeling (M).
  • Demonteer de haarpinveer (E) en verwijder de hefboom.
  • Demonteer de haarpinveer (A) en verwijder de hefboom.
  • Demonteer de haarpinveer (D) en verwijder de hefboom. WAARSCHUWING: De hendel van de hefinrichting heeft veerbelasting. Houd de stang goed vast en ontkoppel langzaam.

Schuif de maaiunit aan de rechterzijde onder de tractor vandaan.

Schuif de maaikast onder de machine. De uitwerp-opening is naar rechts gericht. Het monteren vindt in omgekeerde volgorde van het demonteren.

Sostituzione della cinghia di trasmissione del rasaerba De aandrijfriem van de maaiunit vervangen

DE AANDRIJFRIEM VAN DE MAAIUNIT VERWIJDEREN

1. Parkeer de tractor op een vlakke ondergrond. Schakel de

2. Zet de hendel van de hefinrichting in de laagste positie.

3. Verwijder vuil of vet dat zich rond de spillen en op het hele

bovenoppervlak heeft gevormd.

4. Verwijder de riem van de koppelingspoelie (M), spilpoelie

(R) en alle vrijlooppoelies (V).

DE AANDRIJFRIEM OP DE MAAIUNIT INSTALLEREN

1. Installeer de riem om de beide spilschijven (R) en om de

draagrolschijven (V) zoals op de afbeelding.

2. Installeer de riem op de riemschijf van de koppeling (M).

BELANGRIJK: Controleer of de riem goed in alle riemschijfgroeven van de maaiunit loopt.

3. Zet de hendel van de hefinrichting in de hoogste positie.

BELANGRIJK: Het oppervlak van de maaier moet overal dezelfde hoogte hebben. Voor de beste maairesultaten moeten de maaimessen zodanig worden afgesteld dat de voorkant 1/8” tot 3/8" lager is dan de achterkant wanneer de maaier in de hoogste stand staat. Zorg ervoor dat de banden tot de PSI-waarde die op de banden zelf staat aangegeven zijn opgepompt. Als de banden te hard of te zacht zijn, kan dat het uiterlijk van uw grasveld beïnvloeden zodat u denkt dat de maaiunit niet goed is afgesteld.

BEIDE KANTEN OP HET OOG UITLIJNEN

1. Als alle banden de juiste spanning hebben, maar uw

veld toch niet gelijk is gemaaid, kijkt u welke kant van de maaier dieper maait.

2. Draai met een verstelbare sleutel of een sleutel van 3/4"

de afstelmoer van de hefkoppeling (A) naar links om de maaier te verlagen, of naar rechts om de maaier te verhogen (Fig. 1). N.B.: Iedere volle slag van de afstelmoer wijzigt de hoogte van de maaier met ongeveer 3/16".

3. Test uw afstelling door wat ongemaaid gras te maaien

en te kijken hoe het resultaat eruitziet. Stel de maaiunit indien nodig verder af totdat u tevreden bent met het resultaat. OPGELET: Het mes is scherp. Bescherm uw handen met handschoenen en/of wikkel dikke doeken om de messen.

  • Breng de maaier omhoog tot de hoogste positie.
  • Plaats alle messen zo, dat de punt recht vooruit wijst. Meet de afstand (B) tot de grond bij de voorste en achterste punt van het mes (Fig. 3).
  • Ga naar de voorkant van de tractor als de voorste punt van het mes niet 1/8" tot 3/8" lager is dan de achterste punt.
  • Haal met een 11/16" of verstelbare sleutel de blokkeermoer A verschillende slagen los om afstelmoer B vrij te maken.
  • Draai met een 3/4" of verstelbare sleutel de afstelmoer van de voorste koppeling (B) in de richting van de klok (vast) om de voorkant van de maaier op te heffen of tegen de richting van de klok in (los) om de voorkant van de maaier te laten zakken (Fig. 4). N.B.: Iedere volle slag van de afstelmoer wijzigt de hoogte van de maaier met ongeveer 1/8".
  • Controleer de metingen opnieuw en stel indien nodig verder af totdat de voorste punt van het mes 1/8" tot 3/8" lager is dan de achterste punt.
  • Houd de afstelmoer in positie met de sleutel en draai de blokkeermoer goed vast tegen de afstelmoer.

PRECISIE-AFSTELLING BAN BEIDE KANTEN BAN

1. Parkeer met alle banden op de juiste spanning de tractor

op een vlakke ondergrond of op een oprit. OPGELET: Het mes is scherp. Bescherm uw handen met handschoenen en/of wikkel dikke doeken om de messen.

2. Breng de maaier omhoog tot de hoogste positie.

3. Plaats aan beide zijden van de maaier het mes aan de

zijkant en meet de afstand (A) van de onderste rand van het mes tot de grond. De afstand moet aan beide zijden hetzelfde zijn (Fig. 2).

4. Zie de stappen 2 van de instructies voor het op het oog

uitlijnen als de messen afgesteld moeten worden.

5. Controleer de metingen opnieuw, en stel de messen af

totdat beide zijden gelijk zijn.

roue libre sur sa position de marche en roue libre (Se référer à la section "TRANSPORT" de ce livret). Les roues arrière doivent se verrouiller et patiner si vous essayez de pousser le tracteur à la main vers l’avant. Si les roues arrière tournent, le frein a besoin d’être révisé. Adressez-vous à un service après-vente ou à un mécanicien spécialisé. Als de tractor meer dan vijf (5) voet nodig heeft om te stoppen in de hoogste snelheid in de hoogste versnelling op een vlakke, droge betonnen of geplaveide ondergrond, moet de rem worden nagekeken. U kunt ook als volgt de rem controleren:

1. Parkeer de tractor op een vlakke, droge betonnen of

geplaveide ondergrond, duw het rempedaal helemaal in en schakel de parkeerrem in.

2. Schakel de transmissie uit door de freewheel-hendel in

de freewheel-stand te plaatsen. De achterwielen moeten blokkeren en slippen als u de tractor handmatig vooruit probeert te duwen. Als de achterwielen draaien, moet de rem worden nagekeken. Neem contact op met een of een ander deskundig servicecentrum.

Sostituzione della cinghia di trazione Smontare il tagliaerba. Inserire il freno di parcheggio e staccare la cinghia dalla puleggia (1), da quella della frizione (2) e da quella del motore (3). Sfilare la cinghia verso l’alto, all’asse posteriore (4). Vervangen van de aandrijfriem Verwijder de maaikast van de tractor. Trek de handrem aan en trek de riem omhoog van het loopwiel (1), de koppelingswielschijf (2) en het aandrijfwiel van de motor (3). Trek de riem van de poelie bij achtera naar boven (4).

  • Vérifier l'état des ailettes de refroidissement du carter de transmission qui ne doivent pas être couvertes de poussière, de résidus de coupe ou d'autres matériaux. Afin d'éviter des fuites éventuelles au niveau des joints, ne pas utiliser d'air comprimé ou de nettoyeur à haute pression pour nettoyer les ailettes. TRANSMISSIEKOELING De ventilator en koelribben van de transmissie moeten schoon gehouden worden om voore de juiste koeling te zorgen. Tracht niet de ventilator of de transmissie te reinigen terwijl de motor draait of terwijl de transmissie heet is.
  • Controleer de koelventilator om u ervan te overtuigen dat de bladen intact en schoon zijn.
  • Controleer de koelribben op vuil, gras en ander materiaal. TRANSMISSIEPOMPVLOEISTOF De transmissie is in de fabriek verzegeld en vloeistofonderhoud is niet nodig. Als de transmissie ooit mocht lekken of een onderhoudsbeurt nodig hebben, dient u een bevoegd servicecentrum of afdeling te raadplegen.

AVVERTENZA: Un raccordo del sistema di lavaggio difettoso o non in posizione potrebbe esporre l’operatore e le persone presenti al rischio di proiezione di oggetti a causa del contatto con la lama. Prima di riutilizzare il rasaerba, riposizionare il raccordo del sistema di lavaggio o sostituirlo se è difettoso. Chiudere le aperture del rasaerba utilizzando bulloni e dadi di bloccaggio. DEKREINIGINGSPOORT Het maaidek van uw trekker is aan de bovenkant uitgerust met een reinigingspoort als onderdeel van het dekreinigingssysteem. Dit systeem dient na elk gebruik van de maaier te worden gebruikt.

  • Rijd de trekker naar een vlakke, open plek op uw gazon, dicht genoeg bij een waterkraan om met de tuinslang te bereiken. BELANGRIJK: Zorg ervoor dat de uitworp van de trekker is weggericht van uw huis, garage, geparkeerde auto’s, enz. Verwijder de opvangbak of mulchplaat indien bevestigd.
  • Zorg ervoor dat de PTO (Blade Engage) niet is ingeschakeld, schakel de parkeerrem in en schakel de motor uit.
  • Schroef de mondstukadapter (A) (bevindt zich in de verpakking van de gebruiksaanwijzing bij uw trekker) op het uiteinde van uw tuinslang (B).
  • Trek de borgkraag van de mondstukadapter terug en druk de adapter op de dekreinigingspoort links op het maaidek (C). Laat de borgkraag los om de adapter op het mondstuk te bevestigen. BELANGRIJK: Trek aan de slang om te controleren of de slang goed is gekoppeld.
  • Draai de waterkraan open.
  • Ga op de bestuurdersstoel van de trekker zitten, start de motor ") (snel). en plaats de gashendel in de stand “Fast” (" BELANGRIJK: Controleer nog een keer of de ruimte voor de uitworp vrij is.
  • Zet de PTO (Blade Engage) van de trekker in de positie ON (AAN). Blijf op de bestuurdersstoel zitten met het maaidek ingeschakeld totdat het dek schoon is.
  • Zet de PTO (Blade Engage) van de trekker in de positie OFF (UIT). Draai de startsleutel in de positie STOP om de motor uit te schakelen. Draai de waterkraan dicht.
  • Trek de borgkraag van de mondstukadapter terug om de adapter van de reinigingspoort los te koppelen.
  • Verplaats de trekker naar een droge plaats, bij voorkeur met een betonnen of bestrate ondergrond. Schakel de maaidekPTO in om overtollig water te verwijderen en de machine te helpen drogen alvorens de trekker weg te zetten.

WAARSCHUWING: Een kapotte of ontbrekende reinigingsaansluiting kan u of anderen blootstellen aan voorwerpen die door contact met de messen worden uitgeworpen. Vervang een kapotte of ontbrekende reinigingsaansluiting onmiddellijk, alvorens de maaier opnieuw te gebruiken. Dicht evt. openingen in de maaier met bouten en borgmoeren.

7. Ricerca guasti. 7. Het localiseren van fouten.

1. Er is geen benzine in de tank.

3. De bougie-aansluiting is defect.

De startmotor trekt de motor niet

2. Slecht contact tussen kabel en accupool.

3. Aan/uitschakelhendel in foutieve stand.

4. De hoofdzekering is defect.

5. Het stuurslot/contact is defect.

6. Het veiligheidscontact voor koppelings/rempedaal is

7. Koppelings/rempedaal niet ingedrukt.

De motor loopt niet gelijkmatig

2. De bougie is defect.

3. De carburateur is foutief ingesteld.

4. Het luchtfilter zit dicht.

5. De ventilatie van de brandstoftank is verstopt.

6. De ontsteking is verkeerd ingesteld.

7. Vuil in de brandstofleidingen.

7. Sporco nei tubi del carburante.

De motor lijkt zwak/weinig vermogen

1. Het luchtfilter is verstopt.

2. De bougie is defect.

3. Vuil in de carburateur of brandstofleiding.

4. De carburateur is verkeerd ingesteld.

De motor raakt oververhit

1. De motor is overbelast.

2. De luchtinlaat of de koelribben zitten verstopt.

3. De ventilator is beschadigd.

4. Te weinig of geen olie in de motor.

5. Het voorgloeien is defect.

6. De bougie is defect.

De accu laadt niet op

1. De zekering is defect.

2. Een of meer cellen zijn beschadigd.

3. Accupolen en kabels maken geen contact.

La batteria non ricarica

3. Cattivo contatto tra cavi epoli della batteria.

De verlichting werkt niet

1. De gloeilampen zijn stuk.

2. De schakelaar is defect.

2. De motor zit los.

3. Één of beide messen zijn in onbalans, veroorzaakt

door beschadiging of slechte balans na het slijpen. La macchina vibra

1. Le lame sono lente.

2. Il motore è lento.

3. Lame fuori equilibrio causato da danneggiamento o

difetto di affilatura. Hoogte van gemaaid gras is ongelijk

1. De messen zijn bot.

2. De maaikast staat niet recht.

3. Lang of nat gras.

4. Grasophoping onder de kap.

5. De luchtdruk in de banden is links en rechts niet gelijk.

6. Te hoge versnelling.

7. De aandrijfriem slipt.

  • Togliere la batteria caricarla e conservarla in un posto fresco. Proteggere la batteria da temperature troppo basse (al di sotto del punto di congelamento).
  • Tenere il tagliaerba al chiuso in locale asciutto. Aan het einde van elk maaisezoen moeten de volgende maatregelen worden genomen:
  • Maak de hele machine schoon, in het bijzonder de binnenkant van de kap van de maaikast. Geen water onder hoge druk gebruiken om het voertuig te reinigen. Er kan water in de motor en in de transmissieorganen komen, wat de levensduur van het voertuig verkort.
  • Herstel lakbeschadigingen om roest te voorkomen.
  • Ververs de olie in de motor.
  • Maak de benzinetank leeg. Laat de motor draaien totdat er ook in de carburateur geen benzine meer is.
  • Verwijder de bougie en laat een eetlepel motorolie in de cilinder lopen. Draai de motor rond zodat de olie wordt verdeeld en schroef daarna de bougie weer vast.
  • Haal de accu weg. Laad de accu op en bewaar deze op een koele plaats. Bescherm de accu tegen strenge kou.
  • Zet de machine in een droge overdekte ruimte. WAARSCHUWING! PERICOLO! Gebruik nooit benzine bij het schoonmaken, omdat dit schadelijke stoffen bevat. Non usare mai benzina per pulire la macchina. Usare invece acqua calda e degrassanti. Onderhoud Servizio Bij het bestellen van onderdelen moet de merknaam van de machine, het jaar van aankoop en het model-, type- en serienummer worden vermeld. Neem contact op met de dichstbijzijnde dealer voor onderhoud en reparaties. Er moeten altijd originele onderdelen worden gebruikt. Per ordinare parti di ricambio, indicare anche l’anno di acquisto, il modello, il tipo e il numero di serie del tagliaerba. Per interventi in garanzia e riparazioni
Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HUSQVARNA

Model : CTH126

Categorie : Tuintractor