C510 - Laserprinter LEXMARK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C510 LEXMARK in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Laserprinter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C510 - LEXMARK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C510 van het merk LEXMARK.
GEBRUIKSAANWIJZING C510 LEXMARK
Nederlands Installatiehandleiding Uitgave: december 2003 FCC-informatie over emissies De volgende alinea is niet van toepassing in enig land waar dergelijke bepalingen in strijd zijn met de lokale wetgeving: LEXMARK INTERNATIONAL, INC. LEVERT DEZE PUBLICATIE IN DE STAAT WAARIN DEZE VERKEERT, ZONDER ENIGE VORM VAN GARANTIE, NOCH IMPLICIET, NOCH EXPLICIET, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT DE IMPLICIETE GARANTIES VAN
VERHANDELBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD
DOEL. In bepaalde rechtsgebieden is afwijzing van expliciete of impliciete garanties in bepaalde transacties niet toegestaan; het is daarom mogelijk dat deze verklaring niet op u van toepassing is. Dit product voldoet aan de normen voor een digitaal apparaat van klasse B, conform deel 15 van de FCC-voorschriften. Voor wat betreft de bediening, moet het apparaat voldoen aan de volgende twee voorwaarden: Deze publicatie kan technische onjuistheden of typografische fouten bevatten. De informatie in deze publicatie wordt regelmatig herzien; wijzigingen zullen in latere uitgaven worden opgenomen. De producten of programma's die worden beschreven, kunnen te allen tijde worden verbeterd of gewijzigd. Director of Lexmark Technology & Services Lexmark International, Inc. 740 West New Circle Road Lexington, KY 40550, U.S.A. (859) 232-3000 Raadpleeg de on line documentatie voor meer informatie. Opmerkingen kunnen worden gestuurd aan Lexmark International, Inc, Department F95/032-2, 740 West New Circle Road, Lexington, Kentucky 40550, Verenigde Staten. Vanuit het Verenigd Koninkrijk en Ierland stuurt u eventuele opmerkingen naar Lexmark International Ltd., Marketing and Services Department, Westhorpe House, Westhorpe, Marlow Bucks SL7 3RQ. Lexmark behoudt zich het recht voor de door u verstrekte informatie naar eigen goeddunken te gebruiken en te verspreiden, zonder hiermee enige verplichting op zich te nemen tegenover u. Extra exemplaren van aan dit product gerelateerde publicaties kunnen worden verkregen door vanuit de Verenigde Staten of Canada te bellen naar 1-800-553-9727. Vanuit het Verenigd Koninkrijk en Ierland belt u +44 (0)8704 440 044. Neem in andere landen contact op met de leverancier. Wanneer in deze publicatie wordt verwezen naar producten, programma's of diensten, impliceert dit niet dat de producent het voornemen heeft deze beschikbaar te stellen in alle landen waarin de producent actief is. Geen enkele verwijzing naar een product, programma of dienst moet worden opgevat als een verklaring of suggestie dat alleen dat product, dat programma of die dienst mag worden gebruikt. Het staat u vrij functioneel gelijkwaardige producten, programma's of diensten te gebruiken, mits die geen inbreuk maken op enig bestaand intellectueel eigendomsrecht. Het beoordelen en controleren van de werking in combinatie met andere producten, programma’s of diensten, met uitzondering van die producten, programma’s of diensten die uitdrukkelijk door de producent worden genoemd, behoort tot de verantwoordelijkheden van de gebruiker. Lexmark, Lexmark met het diamantlogo en MarkNet zijn als handelsmerken van Lexmark International, Inc. gedeponeerd in de Verenigde Staten en/of in andere landen. (1) dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken en (2) dit apparaat moet bestand zijn tegen eventuele interferentie die wordt veroorzaakt door andere apparatuur, inclusief interferentie die kan leiden tot ongewenst functioneren. Eventuele vragen over deze verklaring kunt u richten aan: Veiligheidsinformatie
ImageQuick en OptraImage zijn handelsmerken van Lexmark International, Inc. PostScript® is een gedeponeerd handelsmerk van Adobe Systems Incorporated. PostScript 3 is een aanduiding van Adobe Systems voor een verzameling printeropdrachten (printertaal) en -functies in softwareproducten van Adobe Systems. Deze printer is compatibel met de PostScript 3-taal. De printer herkent PostScript 3-opdrachten die in diverse toepassingen worden gebruikt en emuleert de functies die met deze opdrachten corresponderen. Overige handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve houders. © 2003 Lexmark International, Inc. Alle rechten voorbehouden.
UNITED STATES GOVERNMENT RIGHTS
- This software and any accompanying documentation provided under this agreement are commercial computer software and documentation developed exclusively at private expense. Als het product niet is gemarkeerd met het symbool , moet het worden aangesloten op een voldoende geaard stopcontact. LET OP: Installeer dit product niet en sluit er geen elektrische snoeren of kabels (zoals het netsnoer of een telefoonkabel) op aan tijdens onweer. Het netsnoer moet worden aangesloten op een voldoende geaard stopcontact in de buurt van het product, dat gemakkelijk bereikbaar is. Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden die niet zijn beschreven in de bedieningsinstructies, dienen alleen te worden uitgevoerd door een professionele onderhoudsmonteur. Dit product is met specifieke Lexmark onderdelen ontwikkeld, getest en goedgekeurd op basis van strikte, wereldwijd geldende veiligheidsnormen. De veiligheidsvoorzieningen van bepaalde onderdelen zijn niet altijd duidelijk. Lexmark is niet verantwoordelijk voor het gebruik van andere, vervangende onderdelen. Het product bevat een laser. LET OP:Het toepassen van bedieningswijzen, aanpassingsmethoden of procedures anders dan in deze publicatie worden beschreven, kan blootstelling aan gevaarlijke straling tot gevolg hebben. Dit product maakt gebruik van een afdrukproces waarbij het afdrukmedium wordt verhit. Door de hitte kan het afdrukmedium bepaalde stoffen afgeven. Om te voorkomen dat er gevaarlijke stoffen vrijkomen, is het belangrijk dat u de richtlijnen voor het kiezen van afdrukmedia goed begrijpt. Deze richtlijnen staan in de bedieningsinstructies. Conventies In dit document worden speciale conventies aangehouden voor veiligheidsadviezen, waarschuwingen en opmerkingen. LET OP: De veiligheidsadviezen hebben betrekking op gevaar voor lichamelijk letsel. Waarschuwing: Een waarschuwing geeft aan dat het product of de bijbehorende software kan worden beschadigd. Pas op Met dit symbool worden onderdelen aangegeven die gevoelig zijn voor statische elektriciteit. Raak eerst het metalen frame van de printer aan, voordat u iets aanraakt in gebieden die met dit symbool zijn gemarkeerd. Inhoudsopgave Inleiding p. 1
- Printer p. 1
- Extra informatie p. 2
- Stap 1: De printer uitpakken p. 4
- Installatie voorbereiden p. 4
- Stap 2: Printersupplies installeren p. 6
- Tonercartridges installeren p. 6
- Photodeveloper cartridge installeren p. 9
- Stap 3: Optionele lader plaatsen p. 11
- Stap 4: Voorbereiding van de printer p. 12
- Printer plaatsen p. 12
- Lader aan printer bevestigen p. 13
- Overlay voor bedieningspaneel aanbrengen p. 15
- Marges van invoerlade 2 aanpassen p. 16
- Stap 5: Optionele duplexeenheid installeren p. 17
- Optionele duplexeenheid aansluiten p. 17
- Marges voor de duplexeenheid aanpassen p. 21
- Inhoudsopgave iii Stap 6: Installatie van geheugen, firmware of optionele kaarten 22 Systeemkaart verwijderen p. 23
- Printergeheugen installeren p. 24
- Optionele flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren p. 25
- Systeemkaart terugplaatsen p. 27
- Stap 7: Papier laden p. 28
- Laden vullen p. 29
- Stap 8: Kabels aansluiten p. 32
- Printer lokaal aansluiten op de pc p. 32
- Netwerkkabel aansluiten p. 34
- Printer inschakelen p. 35
- Stap 9: Stuurprogramma's voor lokaal afdrukken installeren p. 36
- Windows p. 37
- Macintosh p. 41
- UNIX/Linux p. 44
- Stap 10: Printerinstallatie controleren p. 45
- Menu-instellingen afdrukken p. 45
- Pagina met netwerkinstellingen afdrukken p. 46
- Informatie op de naslagkaart afdrukken p. 47
- Stap 11: Configureren voor TCP/IP p. 48
- IP-adres toewijzen aan de printer p. 48
- IP-instellingen controleren p. 49
- Configuratie voor Pull-afdrukken Inhoudsopgave p. 49
Inleiding Printer Deze printer is verkrijgbaar in drie modellen:
Lexmark C510 met 64 MB standaardgeheugen, één lade voor 250 vel, USB-connector en parallelle connector.
Lexmark C510n, met 128 MB standaardgeheugen en een geïnstalleerde Ethernet 10BaseT/ 100BaseTX-printerserver met Ethernet-connector.
Lexmark C510dtn met dezelfde voorzieningen als de C510n en daarnaast een duplexeenheid en een lader voor 530 vel. Basismodel en optionele onderdelen Printer Pagina 4 Optionele duplexeenheid Pagina 17 Optionele lader voor 530 vel Pagina 11 Inleiding
U kunt verschillende optionele onderdelen aanschaffen voor de printer. Start de cd-rom Publications en klik vervolgens op Gebruikershandleiding. Zoek naar het printeroverzicht. Extra informatie Raadpleeg de overige documentatie bij de printer voor meer informatie nadat u de printer hebt geïnstalleerd. CD Publications Op de cd-rom Publications treft u informatie aan over het laden van afdrukmedia, het wissen van foutberichten, het bestellen en vervangen van supplies en het oplossen van problemen. Tevens vindt u hier algemene informatie die van belang is voor beheerders. De informatie op de cd-rom Publications is ook beschikbaar op de website van Lexmark: www.lexmark.com/publications. Informatiepagina’s Informatiepagina’s worden opgeslagen in de printer. Op deze pagina’s vindt u informatie over het laden van afdrukmedia, het vaststellen en oplossen van afdrukproblemen en het verhelpen van papierstoringen. De volgende naslagdocumenten zijn beschikbaar vanuit het menu Help:
Help-overzicht Afdrukken Storing oplossen
Afdrukkwaliteit Kleurkwaliteit Afdrukmedia
Aansluitingen Supplies Transport Afdrukstoringen U kunt deze pagina’s als volgt afdrukken: Inleiding
Druk enkele malen op Menu op het bedieningspaneel totdat u het menu Help ziet.
Druk enkele malen op Menu totdat u het onderwerp ziet dat u wilt afdrukken en druk vervolgens op Selecteren (Select). U kunt het beste de handleiding Storing oplossen afdrukken en bij de printer bewaren. U kunt deze pagina’s ook terugvinden op de CD Publications die met de printer is meegeleverd. Naslagkaart De Naslagkaart voor de printer bevat informatie over het laden van afdrukmedia, het verhelpen van papierstoringen, het afdrukken van beveiligde taken en algemene printerberichten De informatie op deze naslagkaart staat ook, in afdrukbaar formaat, op de cdrom Publications die met de printer is meegeleverd. Cd Drivers De cd Drivers bevat alle bestanden die u nodig hebt om de printer bedrijfsklaar te maken. Deze CD bevat mogelijk ook hulpprogramma’s, schermlettertypen en aanvullende documentatie. Website van Lexmark Bezoek de website van Lexmark op www.lexmark.com voor de nieuwste versies van stuurprogramma's, hulpprogramma’s en andere printerdocumentatie. Inleiding
Stap 1: De printer uitpakken Installatie voorbereiden 58,5 cm (23 in.) 20 cm (8 in.) 25 cm (10 in.) 70 cm (28 in.) 50 cm (20 in.) Plaats de printer op een goed geventileerde locatie die ruimte biedt voor de laden, klep en deuren. Kies een stevige, vlakke ondergrond waar de printer niet direct is blootgesteld aan luchtstroming. Ook de temperatuur mag niet te sterk schommelen. Vereiste ruimte voor optionele onderdelen Optionele lade voor 530 vel Optionele duplexeenheid Beide Hoogte 73,5 cm 63,8 cm 73,5 cm Achterkant 25 cm 35 cm 35 cm De printer uitpakken
LET OP: De printer weegt 30.4 kg en moet voor de veiligheid door ten minste twee mensen worden opgetild. Neem alle onderdelen uit de doos. Controleer of de volgende onderdelen aanwezig zijn:
overlay voor bedieningspaneel (niet in het Engels) lader voor 250 vel cd Drivers netsnoer printer met één lade voor 250 vel; netsnoer; photodeveloper cartridge; tonercartridges (vier stuks, verpakt getransporteerd in de printer); installatiehandleiding met de cd Publications en naslagkaart; cd Drivers; overlay voor bedieningspaneel (niet in het Engels). Als onderdelen ontbreken of beschadigd zijn, raadpleeg dan de website van Lexmark op www.lexmark.com voor het telefoonnummer van Lexmarkondersteuning in uw land. Verwijder de tape en het verpakkingsmateriaal van de printer. Bewaar de doos en het verpakkingsmateriaal. Het is mogelijk dat u de printer opnieuw moet inpakken. installatiehandleiding met CD Publications en naslagkaart photodeveloper cartridge Opmerking: Bewaar de photodeveloper cartridge in de verpakking totdat u deze kunt installeren, om overbelichting te voorkomen. De printer uitpakken
Trek de ontgrendelingshendel van de voorklep naar voren en laat de voorklep voorzichtig zakken.
Verwijder de verpakking.
Pak een van de tonercartridges bij de handgreep en trek de cartridge recht naar buiten. Printersupplies installeren
Houd de cartridge horizontaal en schud deze zachtjes heen en weer om de toner gelijkmatig te verdelen.
Verwijder de tape en bescherming van de cartridge. Waarschuwing: Raak het rolvlak onder de bescherming van de cartridge niet aan. Als u het vlak aanraakt, wordt de rol mogelijk beschadigd.
Pak de cartridge bij de handgreep. Lijn de cartridge uit met de hiervoor bestemde sleuf en schuif de cartridge in de houder. De tonercartridges moeten in de oorspronkelijke volgorde worden geplaatst; ze hebben elk een eigen sleuf. Printersupplies installeren
Herhaal stap 3 op pagina 6 tot en met stap 7 op pagina 8 als u de andere cartridges wilt installeren.
Sluit de voorklep. Photodeveloper cartridge installeren Volg de instructies in dit gedeelte om de photodeveloper cartridge te installeren.
Open de bovenklep van de printer.
Verwijder voorzichtig de verpakking, pinnen en tape van de photodeveloper cartridge. Waarschuwing: De photodeveloper is erg gevoelig. Haal de photodeveloper cartridge niet uit de verpakking totdat u deze wilt installeren, om schade aan de cartridge te voorkomen. Printersupplies installeren
Waarschuwing: Raak de glanzende fotoconductorfilm op de photodeveloper cartridge niet aan. Printersupplies installeren
Pak de cartridge bij de handgreep en lijn deze uit met de opening. Laat de photodeveloper cartridge voorzichtig op zijn plaats zakken.
Trek de hendels van elkaar af zodat de cartridge op zijn plaats vastklikt.
Sluit de bovenklep. Stap 3: Optionele lader plaatsen LET OP: Als u enige tijd nadat u de printer hebt geïnstalleerd een optionele lader toevoegt, zet dan de printer uit, verwijder het netsnoer uit het stopcontact en ontkoppel alle kabels aan de achterzijde van de printer voordat u deze taken voltooit. De printer ondersteunt een optionele lader voor 530 vel. De optionele lader bestaat uit een onderstel en een invoerlade.
Pak de inhoud van de doos uit. De doos bevat de volgende onderdelen:
een onderstel met daarin de invoerlade; twee zijklepjes (links en rechts); twee metalen beugels (links en rechts) met duimschroeven.
Verwijder het verpakkingsmateriaal en de tape van het onderstel.
Trek de invoerlade uit het onderstel. Verwijder het verpakkingsmateriaal en de tape van de invoerlade.
Opmerking: Vergeet niet de printerconfiguratie bij te werken via het printerstuurprogramma als u de optionele lader toevoegt of verwijdert. Optionele lader plaatsen
Verplaats het onderstel naar de locatie die u hebt uitgekozen voor de printer. Houdt de invoerlade enigszins schuin en duw deze volledig in het onderstel. Stap 4: Voorbereiding van de printer Printer plaatsen Zodra u een locatie hebt geselecteerd en een optionele lader hebt geplaatst (indien van toepassing), kunt u de printer op zijn plaats zetten. Opmerking: Als u nog optioneel geheugen wilt installeren, dient u ruimte vrij te laten achter de printer. Til de printer op aan de verzonken handgrepen aan beide zijden en plaats hem op de tafel of optionele lader. LET OP: De printer weegt 30.4 kg en moet voor de U kunt de printer of optionele lader als volgt op zijn plaats zetten: 1 Lijn de staafjes, sleuven en connector op de lader uit met de onderkant van de printer. veiligheid door ten minste twee mensen worden opgetild.
Laat de printer op zijn plaats zakken. Controleer of de printer stevig op de lader rust. Lader aan printer bevestigen Beugel Bevestig indien van toepassing de optionele lader aan de printer.
Lijn één beugel uit met de opening aan de rechterzijde van de printer (zie afbeelding). Druk de beugel plat tegen de printer en draai vervolgens de duimschroef vast.
Druk de rechterklep, beginnend bij de voorzijde, tegen de printer, zodat elke sleuf op de klep over het corresponderende nokje op de optionele lader past, om de ruimte tussen de printer en de optionele lader te dichten. Duimschroef aandraaien Let op de stand van de zijklepjes. Het zijklepje is vlak aan de onderzijde. Voorbereiding van de printer
Lijn één beugel uit met de opening aan de linkerzijde van de printer (zie afbeelding). Druk de beugel plat tegen de printer en draai vervolgens de duimschroef aan.
Druk de linkerklep, beginnend bij de voorzijde, tegen de printer, zodat elke sleuf op de klep over het corresponderende nokje op de optionele lader past, om de ruimte tussen de printer en de optionele lader te dichten. Duimschroef aandraaien Beugel Let op de stand van de zijklepjes. Het zijklepje is vlak aan de onderzijde. Voorbereiding van de printer
Overlay voor bedieningspaneel aanbrengen Bij de printer wordt een overlay geleverd waarop de namen van de knoppen op het bedieningspaneel in het Nederlands zijn vertaald. U brengt deze overlay als volgt aan: Voorbereiding van de printer
Verwijder de beschermende laag op de achterzijde van de overlay.
Lijn de uitsparingen in de overlay uit met de lampjes en knoppen op het bedieningspaneel en druk de overlay op zijn plaats. Wrijf stevig over de overlay om de etiketten aan te brengen.
Verwijder de overlay van de printer. Marges van invoerlade 2 aanpassen Als u de marges van invoerlade 2 aanpast, zorgt u ervoor dat de marges gelijk blijven wanneer de koppeling van invoerladen is ingeschakeld.
Vul beide laden met normaal papier.
Druk op het bedieningspaneel een aantal malen op Menu totdat u Menu Instelling ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).
Druk enkele malen op Menu totdat u Linkermarge ziet en druk vervolgens op Selecteren.
Druk enkele malen op Menu totdat u Invoerlade 2 ziet en druk vervolgens op Selecteren.
Druk op Start (Go). Er worden twee pagina’s afgedrukt. Voorbereiding van de printer
Volg de instructies op de afgedrukte pagina’s om te bepalen welke waarde voor de linkermarge u nodig hebt.
Herhaal stap 1 t/m 4, druk op Menu totdat u de waarde ziet voor de linkermarge die u nodig hebt en druk vervolgens op Selecteren. Stap 5: Optionele duplexeenheid installeren Optionele duplexeenheid aansluiten De printer ondersteunt een optionele duplexeenheid waarmee u op beide zijden van een pagina kunt afdrukken. LET OP: Als u een optionele duplexeenheid aansluit
Neem de duplexeenheid uit de verpakking en verwijder het verpakkingsmateriaal.
Gebruik een schroevendraaier om de klep van de connector en de boven- en onderklep voor de duplexeenheid voorzichtig te verwijderen van de achterzijde van de printer. nadat de printer is geïnstalleerd, moet u de printer uitschakelen en het netsnoer loskoppelen voordat u verder gaat. Opmerking: Vergeet niet de printerconfiguratie bij te werken via het printerstuurprogramma als u de optionele duplexeenheid toevoegt of verwijdert. Optionele duplexeenheid installeren
Duw de onderkant van de duplexeenheid in de onderste opening (zie afbeelding).
Trek de bovenkant van de duplexeenheid omhoog en plaats deze over de bovenzijde van de printer. Druk de duplexeenheid vervolgens naar beneden zodat deze volledig wordt vergrendeld in de bovenste opening. Als de duplexeenheid correct is gemonteerd, ziet u vanaf de voorkant van de printer een smalle, gelijkmatige opening tussen de duplexeenheid en de bovenkant van de printer.
Transportmechanisme Optionele duplexeenheid installeren
Open de achterklep van de duplexeenheid en trek het transportmechanisme omlaag. Opmerking: Als u de vingerschroeven niet goed naar binnen drukt, kan er een storing optreden.
Trek de twee groene duimschroeven naar buiten om ze uit de uitsparing te schuiven.
Druk elke duimschroef voorzichtig in de richting van de printer en draai de schroef met de klok mee. Gebruik indien nodig een platte schroevendraaier om de schroeven vast te draaien. Duw vervolgens de duimschroeven stevig in de printer.
Druk het transportmechanisme naar boven en sluit de achterklep van de duplexeenheid. Optionele duplexeenheid installeren
Bevestig de beugel in de sleuf en draai vervolgens de schroef aan (met de klok mee).
Sluit de duplexconnector aan (zie afbeelding). De ontgrendelingshendel van de duplexconnector moet naar buiten zijn gericht ten opzichte van de duplexeenheid. Optionele duplexeenheid installeren
Marges voor de duplexeenheid aanpassen Als u de marges van de duplexeenheid aanpast, zorgt u ervoor dat de marges gelijk blijven als de optie dubbelzijdig afdrukken is geselecteerd.
Vul de standaardlade met normaal papier.
Druk op het bedieningspaneel een aantal malen op Menu totdat u Menu Instelling ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).
Druk enkele malen op Menu totdat u Linkermarge ziet en druk vervolgens op Selecteren.
Druk enkele malen op Menu totdat u Duplex ziet en druk vervolgens op Selecteren.
Druk op Start (Go). Er worden twee pagina’s afgedrukt.
Volg de instructies op de afgedrukte pagina’s om te bepalen welke waarde voor de linkermarge u nodig hebt.
Herhaal stap 1 t/m 4, druk op Menu totdat u de waarde ziet voor de linkermarge die u nodig hebt en druk vervolgens op Selecteren. Optionele duplexeenheid installeren
Stap 6: Installatie van geheugen, firmware of optionele kaarten LET OP: Als u na de installatie van de printer geheugenkaarten of optionele kaarten installeert, moet u de printer uitschakelen en het netsnoer loskoppelen voordat u verder gaat. U kunt de geheugencapaciteit en connectiviteit van de printer aanpassen door optionele kaarten toe te voegen. Dit gedeelte bevat instructies voor het installeren van de volgende opties:
firmwarekaarten – streepjescode – ImageQuick™ – PrintCryption™ Opmerking: U hebt een kleine kruiskopschroevendraaier nodig om de klep van de systeemkaart te verwijderen. Installatie van geheugen, firmware of optionele kaarten
Systeemkaart verwijderen Volg de instructies in dit gedeelte om de systeemkaart van de printer te verwijderen. Waarschuwing: Elektronische componenten kunnen worden beschadigd door ruwe behandeling en statische elektriciteit. Raak eerst een metalen voorwerp aan voordat u een kaart aanraakt. Handgrepen
Verwijder de vier schroeven in de hoeken van de systeemkaart.
Schuif de systeemkaart recht uit de printer. Opmerking: De systeemkaart kan stevig vast zitten in de printer. Mogelijk moet u stevig aan de handgrepen trekken. Installatie van geheugen, firmware of optionele kaarten
Printergeheugen installeren Volg de instructies in dit gedeelte om printergeheugen te installeren
Verwijder de optionele geheugenkaart uit de verpakking. Raak de aansluitpunten aan de rand van de kaart niet aan. Bewaar de verpakking.
Lijn de uitsparingen op de geheugenkaart uit met de ribbels op de connector. Geheugenconnector 1 Geheugenconnector 2 Opmerking: Bepaalde geheugen- en firmwareopties die voor andere Lexmark-printers beschikbaar zijn, kunt u niet voor deze printer gebruiken. Raadpleeg de cd Publications voor specificaties. Uitsparing Ribbel Installatie van geheugen, firmware of optionele kaarten
Vergrendeling Druk de geheugenkaart recht in de connector totdat deze op zijn plaats klikt. Zorg ervoor dat de vergrendelingen in de uitsparingen aan beide zijden van de geheugenkaart passen. Uitsparing Optionele flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren Volg de instructies in dit gedeelte om een flashgeheugen- of firmwarekaart te installeren. De systeemkaart bevat twee aansluitingen waar u in totaal één flashgeheugenkaart en één firmwarekaart kunt installeren. Opmerking: Firmwarekaarten die voor andere Lexmark-printers beschikbaar zijn, kunt u niet voor deze printer gebruiken. Waarschuwing: Firmwarekaarten zijn gevoelig voor statische elektriciteit. Raak eerst een metalen voorwerp aan voordat u een kaart aanraakt.
Verwijder de flashgeheugenkaart of firmwarekaart uit de verpakking. Plastic pinnen Raak de metalen pinnen aan de onderkant van de kaart niet aan. Bewaar de verpakking. Metalen pinnen Installatie van geheugen, firmware of optionele kaarten
Houd de flashgeheugenkaart of firmwarekaart vast bij de twee uiteinden en lijn de plastic pinnen op de kaart uit met de gaten op de systeemkaart.
Druk de flashgeheugen- of firmwarekaart stevig op zijn plaats. Kaarten Opmerking: De rij metalen pinnen op de firmwarekaart moet over de hele lengte in de systeemkaart worden geplaatst. Installatie van geheugen, firmware of optionele kaarten
Systeemkaart terugplaatsen Volg onderstaande instructies om de systeemkaart terug te plaatsen.
Richt de systeemkaart (zie afbeelding) en lijn deze uit met de sporen in de sleuf van de printer.
Druk de systeemkaart stevig en gelijkmatig in de printer. De systeemkaart moet volledig in de sleuf van de printer worden gedrukt.
Plaats de vier schroeven opnieuw in de hoeken van de systeemkaart en draai deze vast. Installatie van geheugen, firmware of optionele kaarten
Stap 7: Papier laden Opmerking: Als u andere afdrukmedia wilt laden dan normaal Letter- of A4-papier, wijzig voor die invoerlade dan de instellingen voor Papiersoort en Papierformaat. Raadpleeg voor meer informatie hierover de cd Publications. De printer heeft één standaardlade met een capaciteit van 250 vel. Als u een optionele lader hebt geïnstalleerd, kunt u deze vullen met 530 vel extra. De totale capaciteit komt hiermee op 780 vel. In de volgende tabel ziet u de hoeveelheid en de soort afdrukmedia die u in elke invoerlade kunt gebruiken. Bron Capaciteit (vel) Papierformaten Envelopformaten Papiersoorten Invoerlade 1
Laden vullen Volg deze instructies om papier in de standaardladen en optionele papierladen te plaatsen. Opmerking: In een optionele lade voor 530 vel hebben de breedte- en lengtegeleiders een andere vorm dan de geleiders in de standaardlade, maar de functie hiervan is gelijk. Papier laden
Trek de invoerlade volledig naar buiten.
Als u een optionele lade voor Legal-formaat vult, open dan de klep.
Druk de nokjes aan beide zijden van de lengtegeleider naar elkaar toe (zie afbeelding). Schuif de geleider naar de juiste positie voor het formaat papier dat u wilt laden, in overeenstemming met de formaatindicatoren onder aan de voorkant van de invoerlade.
Druk de nokjes aan beide zijden van de breedtegeleider naar elkaar toe (zie afbeelding). Schuif de geleider naar de juiste positie voor het formaat papier dat u wilt laden, in overeenstemming met de formaatindicatoren links onder op de invoerlade. Let op de laadlijnen aan de zijkant van de lader die de maximale stapelhoogte van de afdrukmedia aangeven.
Buig de vellen enkele malen om de vellen los te maken. Waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk de afdrukmedia niet. Maak op een vlakke ondergrond een rechte stapel.
Laad de stapel met de aangeraden afdrukzijde naar boven. Laad de stapel tegen de achterkant van de invoerlade (zie afbeelding). Als u briefhoofdpapier laadt, plaatst u het briefhoofd naar boven aan de achterkant van de invoerlade (zie afbeelding). Plaats het briefhoofd naar beneden aan de voorkant van de invoerlade als u dubbelzijdig wilt afdrukken. Waarschuwing: Zorg dat u niet boven de laadlijn op het etiket in de invoerlade komt als u deze vult. Als de invoerlade te vol is, kunnen vellen afdrukmedia vastlopen. Opmerking: Raadpleeg "De standaardlade vullen met enveloppen" in het hoofdstuk over papierspecificaties in uw Gebruikershandleiding voor informatie over het plaatsen van enveloppen. Papier laden
Als u een optionele lade voor Legal-formaat vult, sluit dan de klep.
Plaats de invoerlade terug. Stap 8: Kabels aansluiten LET OP: Tijdens onweer mag u nooit kabels aansluiten op een communicatiepoort, telepoort of andere connector of kabels loskoppelen. U kunt de printer aansluiten op een netwerk of direct op een computer om lokaal af te drukken. Printer lokaal aansluiten op de pc U kunt de printer lokaal aansluiten op een USB-poort of een parallelle of seriële poort. USB Een USB-poort is de standaardaansluiting op alle modellen. De besturingssystemen Windows 98 SE, Windows Me, Windows 2000 en Windows XP ondersteunen USB-aansluitingen. Op sommige UNIX-, Linux- en Macintosh-computers worden USBaansluitingen ook ondersteund. Raadpleeg de documentatie bij het besturingssysteem van de computer om na te gaan of uw systeem USB ondersteunt. Voor een USB-poort hebt u een USB-kabel nodig, zoals de Lexmark kabel met artikelnummer 12A2405 (2 m). Controleer of het USB-symbool op de kabel overeenkomt met het USB-symbool op de printer. Kabels aansluiten
Parallel De basismodellen van de printer hebben een parallelle poort. Voor een parallelle poort hebt u een IEEE 1284-compatibele parallelle kabel nodig, zoals de Lexmark kabel met artikelnummer 1329605 (3 m). Serieel U kunt een seriële poort aansluiten via de INA-poort op de systeemkaart van de printer. Voor een seriële poort hebt u een compatibele seriële kabel nodig, zoals de Lexmark kabel met serienummer 1038693. Kabels aansluiten
Netwerkkabel aansluiten U kunt de printer met standaardnetwerkkabels aansluiten op een netwerk. Ethernet Het netwerkmodel is standaard voorzien van een 10BaseT/100BaseTX Fast Ethernet-poort. U sluit als volgt de printer aan op het netwerk:
Schakel de printer uit en koppel het netsnoer los. Steek het ene uiteinde van de standaardnetwerkkabel in een LAN-aansluiting of hub en het andere uiteinde in de Ethernetpoort aan de achterkant van de printer. De printer past zichzelf automatisch aan de netwerksnelheid aan. Gebruik een kabel van Categorie 5 met een RJ-45-connector voor deze netwerkpoort. Draadloze 802.11b-opties Met behulp van een optionele draadloze 802.11b-printeradapter kunt u de printer gebruiken in een draadloos netwerk. Deze adapter is een hardwareonderdeel dat op de Ethernet-poort op de printer wordt aangesloten. Als u deze adapter hebt aangeschaft voor de printer, vindt u in de documentatie bij de adapter informatie over de installatie en configuratie. Kabels aansluiten
Printer inschakelen Volg deze instructies om de printer in te schakelen.
Steek het ene uiteinde van het netsnoer van de printer in de connector aan de achterkant van de printer en het andere uiteinde in een geaard stopcontact.
Zet de printer aan. Nadat de printer een aantal interne tests heeft uitgevoerd, wordt met het bericht Gereed aangegeven dat de printer klaar is voor de ontvangst van afdruktaken. Als u een ander bericht dan Gereed op de display ziet, leest u op de cd Publications hoe u dit andere bericht kunt wissen. Klik op Afdrukken en vervolgens op Printerberichten.
Als u de printer lokaal hebt aangesloten, zet dan de computer en eventuele andere randapparaten aan. Wat is de volgende stap? Voor aansluitingstype… Ga naar… Lokale aansluiting “Stuurprogramma's voor lokaal afdrukken installeren” op pagina 36 Aansluiting op netwerk “Printerinstallatie controleren” op pagina 45 Kabels aansluiten
Stap 9: Stuurprogramma's voor lokaal afdrukken installeren Een lokale printer is met een USB-kabel of parallelle kabel aangesloten op de computer. Als de printer op een netwerk is aangesloten en niet op uw computer, slaat u deze stap over en gaat u verder met Stap 10:“Printerinstallatie controleren” op pagina 45. Opmerking: Als u Windows als besturingssysteem gebruikt, kunt u de wizard voor nieuwe hardware overslaan en in plaats daarvan de cd Drivers gebruiken om de stuurprogramma's te installeren. Start de cd en volg de instructies voor het installeren van de printersoftware. Een printerstuurprogramma is software die voor de communicatie tussen de computer en de printer zorgt. De procedure die u moet volgen voor het installeren van de stuurprogramma’s is afhankelijk van het besturingssysteem dat u gebruikt. Selecteer in de volgende tabel uw besturingssysteem en kabel om de voor u geldende instructies te vinden. Besturingssysteem Kabel Ga naar pagina… Windows XP; Windows Server 2003 USB* of parallel
- Als u een USB-kabel aansluit terwijl de printer en de computer aan staan, wordt onmiddellijk de wizard van Windows voor nieuwe hardware gestart. Zoek de instructies die gelden voor uw besturingssysteem en gebruik die om de vragen van de wizard te beantwoorden. Stuurprogramma's voor lokaal afdrukken installeren
Windows Naast de volgende instructies voor de installatie van stuurprogramma’s moet u wellicht ook de documentatie bij de computer en de Windows-programmatuur raadplegen. Voordat u begint met de installatie Sommige versies van Windows bevatten al een printerstuurprogramma voor deze printer. In nieuwere versies van Windows lijkt het daarom of stuurprogramma's automatisch worden geïnstalleerd. Deze systeemstuurprogramma's voldoen uitstekend voor eenvoudige afdruktaken, maar leveren minder functionaliteit dan ons uitgebreide, speciale stuurprogramma. Opmerking: Wanneer u een speciaal stuurprogramma installeert, wordt het systeemstuurprogramma niet vervangen. Er wordt een nieuw printerobject gemaakt. Dit object wordt weergegeven in de map Printers. Als u optimaal gebruik wilt maken van het speciale stuurprogramma, moet u het stuurprogramma installeren vanaf de cd Drivers die is meegeleverd met de printer. Gebruik van Windows XP of Windows Server 2003 met een USB-kabel of parallelle kabel Ga als volgt te werk wanneer het venster Wizard Nieuwe hardware gevonden wordt weergegeven: Opmerking: Bij de professionele versie van Windows XP hebt u beheerdersrechten nodig om printerstuurprogramma's te kunnen installeren op de computer. U kunt de stuurprogramma's ook als softwarepakket downloaden van de website van Lexmark: www.lexmark.com.
Plaats de cd Drivers in het cd-romstation. Als de cd automatisch wordt gestart, sluit u deze af. Klik op Volgende.
Blader naar de locatie van het printerstuurprogramma op de cd Drivers: D:\drivers\win_2000\
Klik op Volgende om het stuurprogramma te installeren. Als er een bericht wordt weergegeven dat het stuurprogramma niet is gecertificeerd, negeert u dit bericht en klikt u op Toch doorgaan. De printer is uitgebreid getest en is compatibel met Windows XP en Windows Server 2003.
Klik op Voltooien wanneer de software is geïnstalleerd. Druk een testpagina af om de printerconfiguratie te controleren. Stuurprogramma's voor lokaal afdrukken installeren
Gebruik van Windows 2000 met een USB-kabel of parallelle kabel Ga als volgt te werk wanneer het venster Wizard Nieuwe hardware gevonden wordt weergegeven: Opmerking: Om printerstuurprogramma's te kunnen installeren op de pc, moet u over beheerdersrechten beschikken.
Plaats de cd Drivers in het cd-romstation. Als de cd automatisch wordt gestart, sluit u deze af. Klik op Volgende.
Selecteer Zoeken naar een geschikt stuurprogramma en klik dan op Volgende.
Selecteer alleen de optie Een locatie opgeven en klik dan op Volgende.
Blader naar de locatie van het printerstuurprogramma op de cd Drivers: D:\Drivers\Win_2000\
Klik op Openen en klik vervolgens op OK. Klik op Volgende om het weergegeven stuurprogramma te installeren. Als een bericht wordt weergegeven dat het stuurprogramma niet digitaal is ondertekend, kunt u dit bericht negeren.
Gebruik van Windows Me met een USB-kabel of parallelle kabel Opmerking: Afhankelijk van de software en printers die u al hebt geïnstalleerd op de computer kunnen de vensters die u ziet, afwijken van de vensters in de instructies. Klik op Voltooien wanneer de software is geïnstalleerd. Druk een testpagina af om de printerconfiguratie te controleren. U moet zowel een stuurprogramma voor de USB-poort als een speciaal printerstuurprogramma installeren. Ga als volgt te werk wanneer het venster Wizard Nieuwe hardware gevonden wordt weergegeven:
Plaats de cd Drivers in het cd-romstation. Als de cd automatisch wordt gestart, sluit u deze af. Klik op Volgende.
Selecteer Automatisch zoeken naar het beste stuurprogramma (aanbevolen) en klik op Volgende. De wizard zoekt naar een stuurprogramma voor de USB-poort. De naam van het gevonden stuurprogramma zal overeenkomen met de printernaam.
Als het stuurprogramma voor de USB-poort is gevonden, klikt u op Voltooien. Stuurprogramma's voor lokaal afdrukken installeren
Selecteer Automatisch zoeken naar het beste stuurprogramma (aanbevolen) en klik op Volgende. De wizard zoekt naar een printerstuurprogramma.
Selecteer de printer en het stuurprogramma in de lijst en klik dan op OK. Zorg ervoor dat u het stuurprogramma in de gewenste taal selecteert. D:\Drivers\WIN_9X\<LANGUAGE>
Als het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, klikt u op Voltooien.
Gebruik de standaardnaam voor de printer of typ een unieke naam en klik dan op Volgende.
Klik op Ja (aanbevolen) en vervolgens op Voltooien om een testpagina af te drukken.
Als de testpagina is afgedrukt, klikt u op Ja om het venster te sluiten.
Gebruik van Windows 98 met een USB-kabel of parallelle kabel Klik op Voltooien om de installatie af te ronden en de wizard te sluiten. U kunt nu beginnen met afdrukken. U moet zowel een stuurprogramma voor de USB-poort als een speciaal printerstuurprogramma installeren. Ga als volgt te werk wanneer het venster Wizard Nieuwe hardware wordt weergegeven: Opmerking: Afhankelijk van de software en printers die u al hebt geïnstalleerd op de computer kunnen de vensters die u ziet, afwijken van de vensters in de instructies.
Plaats de cd Drivers in het cd-romstation en klik op Volgende. Als de cd automatisch wordt gestart, sluit u deze af.
Selecteer Zoeken naar het beste stuurprogramma (aanbevolen) en klik dan op Volgende.
Selecteer alleen de optie cd-romstation en klik op Volgende.
Wanneer het stuurprogramma voor de USB-poort is geïnstalleerd, klikt u op Voltooien.
Klik op Volgende. Als de wizard het stuurprogramma voor de USB-poort heeft gevonden, klikt u op Volgende. Selecteer Zoeken naar het beste stuurprogramma (aanbevolen) en klik dan op Volgende. Stuurprogramma's voor lokaal afdrukken installeren
Selecteer Een locatie opgeven. Blader naar de locatie van het printerstuurprogramma op de cd Drivers: D:\Drivers\WIN_9x\ Gebruik van Windows NT met een parallelle kabel Opmerking: Ondersteuning van USB is niet beschikbaar voor Windows NTbesturingssystemen. Opmerking: Om printerstuurprogramma's te kunnen installeren op de pc, moet u over beheerderrechten beschikken.
Gebruik de standaardnaam voor de printer of typ een unieke naam en klik dan op Volgende.
Selecteer Ja om een testpagina af te drukken en klik vervolgens op Voltooien. Alle benodigde bestanden worden naar de computer gekopieerd.
Als de testpagina is afgedrukt, klikt u op Ja om het berichtvenster te sluiten.
Klik op Voltooien om de installatie af te ronden. U kunt nu beginnen met afdrukken. Als het printerstuurprogramma is gevonden, klikt u op Volgende. U installeert een stuurprogramma op de eenvoudigste manier met behulp van de cd Drivers die is meegeleverd met de printer.
Plaats de cd Drivers in het cd-romstation. Klik op Printer en software installeren. Klik op Printer. Klik op Agree (Accepteer) om aan te geven dat u akkoord gaat met de licentieovereenkomst.
Klik op Voltooien om de installatie af te ronden. U kunt nu beginnen met afdrukken. Selecteer welke poort u wilt gebruiken en kies vervolgens de printer die u wilt installeren. Stuurprogramma's voor lokaal afdrukken installeren
Gebruik van Windows 95 met een parallelle kabel Ga als volgt te werk wanneer het venster Wizard Apparaatstuurprogramma bijwerken wordt weergegeven:
Plaats de cd Drivers in het cd-romstation. Als de cd automatisch wordt gestart, sluit u deze af. Als er een compatibel stuurprogramma wordt aangetroffen in het besturingssysteem, zal de wizard dit installeren. Als geen compatibel stuurprogramma wordt aangetroffen in het besturingssysteem, klikt u op Andere locaties. Opmerking: Ondersteuning van USB is niet beschikbaar voor Windows 95besturingssystemen. Macintosh
Blader naar de locatie van het printerstuurprogramma op de cd Drivers: D:\drivers\win_9x\
Gebruik de standaardnaam voor de printer of typ een unieke naam en klik dan op Volgende.
Klik op Ja om een testpagina af te drukken. Klik op Voltooien. Het venster Wizard Printer toevoegen wordt weergegeven. Klik op Voltooien. Wanneer de bestanden van het stuurprogramma naar de computer zijn gekopieerd, wordt een testpagina naar de printer verstuurd. U kunt nu beginnen met afdrukken. Voor afdrukken via USB is Macintosh OS 8.6 of een nieuwere versie vereist. Als u lokaal wilt afdrukken op een printer die is aangesloten op een USB-poort, moet u een pictogram voor een bureaubladprinter maken (Macintosh 8.6–9.x) of een wachtrij maken in Print Center (Macintosh OS X). Pictogram voor een bureaubladprinter maken (Macintosh 8.6–9.x)
Installeer een PPD-bestand (PostScript™ Printer Description) op de computer. a Plaats de cd Drivers in het cd-romstation. b Dubbelklik eerst op Classic en vervolgens op het installatiepakket voor de printer. Stuurprogramma's voor lokaal afdrukken installeren
c Kies de taal die u wilt gebruiken en klik vervolgens op OK. Opmerking: Een PPD-bestand levert gedetailleerde informatie over de mogelijkheden van een printer aan de Macintosh-computer. d Klik op Accept (Accepteer) nadat u de licentieovereenkomst hebt gelezen. e Klik op Continue (Ga door) wanneer u het bestand Readme hebt gelezen. f Kies een standaardpapierformaat. g Klik in het venster Easy Install (Standaardinstallatie) op Install (Installeer). Alle benodigde bestanden worden dan naar de computer gekopieerd. h Klik op Quit (Stop) wanneer de installatie is voltooid. Opmerking: U kunt het PPD-bestand voor de printer ook als onderdeel van een softwarepakket downloaden vanaf de website van Lexmark: www.lexmark.com.
Ga op een van de volgende manieren te werk: Macintosh 8.6–9.0: Open Apple LaserWriter. Macintosh 9,1–9.x: Open Applications (Programma’s) en klik vervolgens op Utilities (Hulpprogramma’s).
Dubbelklik op Desktop Printer Utility. Selecteer Printer (USB) en klik op OK. Klik in de sectie USB Printer Selection op Change (Wijzig). Als uw printer niet wordt genoemd in de lijst USB Printer Selection, controleert u of de USB-kabel goed is aangesloten en of de printer is ingeschakeld.
Selecteer de naam van uw printer en klik op OK. De printer wordt nu weergegeven in het oorspronkelijke venster Printer (USB).
Klik in de sectie PPD-bestand (PostScript Printer Description) op Auto Setup (Automatische configuratie). Controleer of de printer-PPD nu overeenkomt met uw printer.
Klik op Create (Maak) en vervolgens op Save (Bewaar). Geef een naam op voor de printer en klik op Save (Bewaar). De printer is nu opgeslagen als een bureaubladprinter. Stuurprogramma's voor lokaal afdrukken installeren
Installeer een PPD-bestand (PostScript Printer Description) op de computer. a Plaats de cd Drivers in het cd-romstation. b Dubbelklik op Mac OS X en vervolgens op het installatiepakket voor de printer. c Kies in het autorisatievenster Klik op het hangslot om de Opmerking: Een PPDbestand levert gedetailleerde informatie over de mogelijkheden van een printer aan de Macintosh-computer. instellingen te wijzigen. d Geef uw wachtwoord op en klik op OK. e Klik op Continue (Ga door) in het welkomstvenster en klik er opnieuw op nadat u het Leesmij-bestand hebt gelezen. f Klik op Agree (Accepteer) om de licentieovereenkomst te accepteren. g Selecteer een doelvolume en klik op Continue (Ga door). h Klik in het venster Easy Install (Standaardinstallatie) op Install (Installeer). Alle benodigde bestanden worden dan naar de computer gekopieerd. i Klik op Close (Sluit) wanneer de installatie is voltooid. Opmerking: U kunt het PPD-bestand voor de printer ook als onderdeel van een softwarepakket downloaden vanaf de website van Lexmark: www.lexmark.com.
Dubbelklik op Print Center. Ga op een van de volgende manieren te werk: Als de printer die is aangesloten op een USB-poort, wordt vermeld in de lijst met printers, kunt u Print Center sluiten. Er is een wachtrij gemaakt voor de printer. Als de via USB aangesloten printer niet wordt genoemd in de lijst met printers, controleert u of de USB-kabel goed is aangesloten en of de printer ingeschakeld is. Wanneer de printer wordt vermeld in de lijst met printers, kunt u Print Center sluiten. Stuurprogramma's voor lokaal afdrukken installeren
UNIX/Linux De printer ondersteunt lokaal afdrukken op vele UNIX- en Linuxplatforms, zoals Sun Solaris en Red Hat. De pakketten voor Sun Solaris en Linux zijn beschikbaar op de cd Drivers en op de website van Lexmark: www.lexmark.com. Elk pakket bevat tevens een Gebruikershandleiding met gedetailleerde instructies voor de installatie en het gebruik van Lexmark printers in UNIX- en Linux-omgevingen. Alle pakketten met stuurprogramma's ondersteunen lokaal afdrukken via een parallelle aansluiting. Het pakket voor Sun Solaris ondersteunt bovendien USB-aansluitingen met Sun Ray-apparaten en Sunwerkstations. Bezoek de website van Lexmark op www.lexmark.com voor een compleet overzicht van ondersteunde UNIX- en Linux-platforms. Stuurprogramma's voor lokaal afdrukken installeren
Stap 10: Printerinstallatie controleren Op de pagina met menu-instellingen staan alle opties die u hebt geïnstalleerd. Controleer de installatie als een functie of optie niet op deze pagina staat. Op de pagina met netwerkinstellingen vindt u informatie die u nodig hebt wanneer u de printer wilt aansluiten op een netwerk. Dit is tevens een goed moment om de naslagkaart en informatie over papierstoringen af te drukken. Zie ”Informatie op de naslagkaart afdrukken“ op pagina 47 Menu-instellingen afdrukken Opmerking: Meer informatie over het gebruik van het bedieningspaneel van de printer en het wijzigen van de menuinstellingen vindt u op de cd Publications. Druk een pagina met menu-instellingen af om de standaardinstellingen van de printer te bekijken en te controleren of de printeropties correct zijn geïnstalleerd.
Druk enkele malen op Menu totdat u Menu's afdrukken ziet en druk vervolgens op Selecteren om de pagina af te drukken. Het bericht Menu's afdrukken wordt weergegeven op de display.
Controleer of de opties die u hebt geïnstalleerd juist worden vermeld onder “Geïnstalleerde functies”. Druk enkele malen op Menu totdat u MENU EXTRA ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select). MENU EXTRA 1 Menu 2 Selecteren 3 Terug 4 Start 5 Stop 6 Printerinstallatie controleren
Opmerking: Vergeet niet de printerconfiguratie bij te werken via het printerstuurprogramma als u de volgende optionele onderdelen toevoegt of verwijdert: lade voor 530 vel, duplexeenheid, printergeheugen, flashgeheugen of firmwarekaart. Pagina met netwerkinstellingen afdrukken Als een optioneel onderdeel dat u hebt geïnstalleerd, niet wordt vermeld, schakelt u de printer uit, verwijdert u het netsnoer uit het stopcontact en installeert u het onderdeel opnieuw. Zie Stap 6:“Installatie van geheugen, firmware of optionele kaarten” op pagina 22 voor meer informatie.
Controleer of de geïnstalleerde hoeveelheid geheugen juist wordt weergegeven onder “Printerinformatie”.
Controleer of de papierladen zijn geconfigureerd voor de papierformaten en -soorten die u hebt geladen. Als de printer is aangesloten op een netwerk, kunt u de netwerkaansluiting controleren door een pagina met netwerkinstellingen af te drukken. Deze pagina bevat tevens belangrijke informatie over de configuratie voor het afdrukken in een netwerk. Bewaar de pagina met netwerkinstellingen nadat deze is afgedrukt. U hebt deze later nog nodig. Opmerking: Als een optionele MarkNet™printerserver is geïnstalleerd, ziet u mogelijk het bericht Ntwrk1 afdrukken (of Ntwerk2 afdrukken).
Druk enkele malen op Menu totdat u Ntwrk afdrukken ziet en druk vervolgens op Selecteren om de pagina af te drukken.
Controleer het eerste gedeelte van de pagina met netwerkinstellingen om te zien of bij Status wordt aangegeven dat de printer is aangesloten. Druk enkele malen op Menu totdat u MENU EXTRA ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select). Als bij Status wordt aangegeven dat de printer niet is aangesloten, is het mogelijk dat het LAN-aansluitpunt niet actief is of dat de netwerkkabel niet goed functioneert. Neem dan contact op met de netwerkbeheerder voor een oplossing. Controleer daarna de netwerkaansluiting door een pagina met netwerkinstellingen af te drukken. Printerinstallatie controleren
Informatie op de naslagkaart afdrukken Informatie over het gebruik van de printer en het verhelpen van papierstoringen vindt u op de cd Publications die met de printerdocumentatie is meegeleverd. U kunt het beste deze informatie afdrukken en in de buurt van de printer bewaren. U drukt de informatie op de naslagkaart die is opgeslagen op de cd als volgt af:
Start de cd. Klik op Naslagkaart. Druk het document af. U kunt de pagina’s van de naslagkaart die zijn opgeslagen in de printer als volgt afdrukken:
Druk enkele malen op Menu totdat u Naslagkaart ziet en druk vervolgens op Selecteren.
Druk enkele malen op Menu totdat u het onderwerp ziet dat u wilt afdrukken en druk vervolgens op Selecteren.
Herhaal stap 2 tot en met 4 om andere pagina’s af te drukken. Druk enkele malen op Menu totdat u MENU EXTRA ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select). Printerinstallatie controleren
Stap 11: Configureren voor TCP/IP Als het protocol TCP/IP beschikbaar is in het netwerk, raden wij u aan een IP-adres toe te wijzen aan de printer. IP-adres toewijzen aan de printer Als het netwerk gebruikmaakt van DHCP, wordt automatisch een IP-adres toegewezen nadat u de netwerkkabel op de printer hebt aangesloten.
Zoek in dat geval het adres in het gedeelte "TCP/IP", op de pagina met netwerkinstellingen. Dit is de pagina die u hebt afgedrukt in “Pagina met netwerkinstellingen afdrukken” op pagina 46.
Ga naar “IP-instellingen controleren” op pagina 49 en begin met stap 2. Als in het netwerk geen gebruik wordt gemaakt van DHCP, moet het IP-adres handmatig aan de printer worden toegewezen. Met het bedieningspaneel kunt u dit op eenvoudige wijze doen: Opmerking: Het bericht Standaardnetwerk wordt weergegeven als u een printer hebt aangeschaft met een netwerkpoort op de systeemkaart. Als u een MarkNet-printerserver hebt geïnstalleerd in sleuf 1 of 2 voor optionele kaarten, ziet u Netwerkoptie 1 of Netwerkoptie 2.
Druk enkele malen op Menu totdat u MENU NETWERK ziet en druk vervolgens op Selecteren.
Druk enkele malen op Menu totdat u Standaardnetwerk ziet en druk vervolgens op Selecteren (Select).
Druk enkele malen op Menu totdat u Inst std-net (of Netwerkinst 1 of Netwerkinst 2) ziet en druk vervolgens op Selecteren.
Druk enkele malen op Menu totdat u TCP/IP ziet en druk vervolgens op Selecteren.
Druk enkele malen op Menu totdat u IP-adres instell ziet en druk vervolgens op Selecteren. Configureren voor TCP/IP
Wijzig het adres door op Menu te drukken en zo elk getal te verhogen of te verlagen. Druk op Selecteren om naar het volgende segment te gaan. Druk op Selecteren wanneer u klaar bent. Het bericht Opgeslagen wordt kort weergegeven. IP-instellingen controleren
Druk enkele malen op Menu totdat u Set IP Netmask ziet en druk vervolgens op Selecteren.
Herhaal stap 6 om het IP-netmasker in te stellen. Druk enkele malen op Menu totdat u Set IP Gateway ziet en druk vervolgens op Selecteren.
Ga verder naar “IP-instellingen controleren” op pagina 49.
Wanneer u klaar bent, drukt u op Start (Go) om de printer terug te zetten in de werkstand Gereed. Druk opnieuw een pagina met netwerkinstellingen af. Zoek het kopje “TCP/IP” en controleer of voor IP-adres, IP-netmasker en IP-gateway de verwachte waarden worden weergegeven. Raadpleeg “Pagina met netwerkinstellingen afdrukken” op pagina 46 voor meer informatie. Opmerking: Op computers met Windows klikt u op Start Uitvoeren.
Stuur een ping-opdracht naar de printer en controleer of deze reageert. Typ bijvoorbeeld bij de opdrachtprompt van een computer in het netwerk ping, gevolgd door het nieuwe IPadres van de printer (bijvoorbeeld 192.168.0.11): ping xxx.xxx.xxx.xxx Als de printer actief is in het netwerk, ontvangt u een antwoord. Configuratie voor Pull-afdrukken Als in uw printer een optionele ImageQuick-firmwarekaart is geïnstalleerd, kunt u de printer configureren voor Pull-afdrukken, zodra een IP-adres is toegewezen aan de printer. Raadpleeg de cd die met de ImageQuick-kaart is meegeleverd voor nadere instructies voor de configuratie. Configureren voor TCP/IP
Stap 12: Stuurprogramma's installeren voor afdrukken via het netwerk Nadat u de TCP/IP-instellingen hebt toegewezen en gecontroleerd, kunt u de printer installeren op elke computer in het netwerk. Windows In een Windows-omgeving kunt u netwerkprinters configureren voor rechtstreeks afdrukken of voor gedeeld gebruik. Voor beide manieren van afdrukken via een netwerk is het vereist dat u een printerstuurprogramma installeert en een printerpoort maakt in het netwerk. Ondersteunde printerstuurprogramma's
Systeemstuurprogramma van Windows Speciaal printerstuurprogramma van Lexmark Systeemstuurprogramma's zijn ingebouwd in de Windowsbesturingssystemen. De speciale stuurprogramma's zijn beschikbaar op de Cd Drivers. De nieuwste versies van de systeemstuurprogramma's en de speciale stuurprogramma's zijn te vinden op de website van Lexmark: www.lexmark.com. Ondersteunde netwerkprinterpoorten
Microsoft IP-poort— Windows NT 4.0, Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003 Lexmark netwerkpoort—Windows 95/98/Me, Windows NT 4.0, Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003 Stuurprogramma's installeren voor afdrukken via het netwerk
Voor de elementaire printerfunctionaliteit kunt u een systeemstuurprogramma installeren en een systeempoort gebruiken, zoals een LPR-poort of een standaard TCP/IP-poort. Met het systeemstuurprogramma hebt u de beschikking over een consistente gebruikersinterface die kan worden gebruikt voor alle printers in het netwerk. Wanneer u echter het speciale printerstuurprogramma gebruikt in combinatie met een speciale netwerkpoort, beschikt u over extra functionaliteit, zoals statusmeldingen van de printer. Volg de stappen die gelden voor uw afdrukconfiguratie en besturingssysteem om de netwerkprinter te configureren: Ga naar pagina… Afdrukconfiguratie Besturingssysteem Rechtstreeks Windows 95/98/Me, Windows NT 4.0, Windows2000, Windows XP en Windows Server 2003
- De printer is rechtstreeks verbonden met het netwerk, door middel van een netwerkkabel zoals Ethernet.
- Doorgaans worden printerstuurprogramma's geïnstalleerd op elke netwerkcomputer. Gedeeld
- De printer wordt lokaal aangesloten op een van de computers in het netwerk met, bijvoorbeeld, een USB-kabel.
- De printerstuurprogramma’s worden in dat geval geïnstalleerd op de netwerkcomputer die is aangesloten op de printer.
- Tijdens de installatie van het stuurprogramma wordt opgegeven dat de printer gedeeld moet worden, zodat andere computers in het netwerk er ook op kunnen afdrukken. Stuurprogramma's installeren voor afdrukken via het netwerk
Direct afdrukken met Windows 95/98/Me, Windows NT 4.0, Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003 Printer Clients U installeert als volgt een speciaal printerstuurprogramma en een speciale netwerkpoort:
Selecteer Quick install en klik vervolgens op Volgende.
Typ de informatie om de poort te maken. Klik op Install Printer and Software. Klik op Printer. Klik op Agree (Accepteer) om de licentieovereenkomst te accepteren. Klik op Create new port. Klik op Add Port. Selecteer Lexmark TCP/IP Network Port en klik vervolgens op Add. a Wijs een logische poortnaam toe. Dit kan elke willekeurige naam zijn waarmee u de printer associeert, bijvoorbeeld Kleur 1-lab4. Nadat de poort is gemaakt, verschijnt deze naam in de lijst van beschikbare poorten op het scherm Method of Connection. Opmerking: Als u het IP-adres niet kent, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en kijkt u onder de kop TCP/IP. Raadpleeg “Pagina met netwerkinstellingen afdrukken” op pagina 46voor hulp. b Geef het IP-adres op in het tekstvak. c Klik op Add Port.
Klik op Done totdat u terugbent bij het scherm Method of Connection.
Selecteer de nieuwe poort in de lijst en selecteer vervolgens van het model van de printer die u wilt installeren.
Klik op Voltooien om de installatie af te ronden. Druk een testpagina af om de printerinstallatie te controleren. Stuurprogramma's installeren voor afdrukken via het netwerk
Gedeeld afdrukken vanaf een server met Windows NT 4.0, Windows 2000, Windows XP en Windows Server 2003 Server Printer Clients Sluit uw printer aan op een computer met Windows NT 4.0, Windows 2000, Windows XP of Windows Server 2003 (die fungeert als server) en volg deze stappen om uw netwerkprinter te configureren voor gedeeld afdrukken: Stap 1: speciaal printerstuurprogramma installeren
Start de Cd Drivers. Klik op Install Printer and Software. Klik op Printer. Klik op Agree (Accepteer) om aan te geven dat u akkoord gaat met de licentieovereenkomst.
Selecteer Quick install en klik vervolgens op Volgende.
Klik op Voltooien om de installatie af te ronden. Selecteer de juiste poort in de lijst en selecteer dan het model van de printer die u wilt installeren. Druk een testpagina af om de printerinstallatie te controleren. Stap 2: printer delen in het netwerk
Opmerking: Als er bestanden ontbreken, wordt u misschien gevraagd om de cd met het serverbesturingssysteem. Klik op Start Instellingen Printers. Selecteer het printerobject dat u zojuist hebt gemaakt. Klik op Bestand Delen. Schakel het selectievakjevakje Gedeelde printer in en typ een naam in het tekstvak Delen als.
Selecteer in het gedeelte Extra stuurprogramma’s de besturingssystemen van alle netwerkclients die afdrukken op de printer.
Klik op OK. Controleer het volgende om te zien of de printer nu juist wordt gedeeld.
Het printerobject in de map Printers is nu gemarkeerd als gedeeld. In Windows NT 4.0 verschijnt bijvoorbeeld een hand onder het printerobject. Blader door de netwerkomgeving. Zoek de hostnaam van de server en zoek vervolgens naar de gedeelde naam die u hebt toegewezen aan de printer. Stuurprogramma's installeren voor afdrukken via het netwerk
Stap 3: printerstuurprogramma's (of een subset) installeren op netwerkclients De point and print-methode gebruiken Opmerking: Met deze methode benut u de systeembronnen doorgaans het best. De server regelt wijzigingen van stuurprogramma's en de verwerking van afdruktaken. Zo kunnen netwerkclients veel sneller terugkeren naar de toepassingen. Met deze methode wordt een subset van de stuurprogrammainformatie gekopieerd van de server naar de clientcomputer. Deze subset omvat voldoende informatie om een afdruktaak naar de printer te zenden.
Dubbelklik op Netwerkomgeving op het Windows-bureaublad van de clientcomputer.
Zoek de naam van de hostcomputer en dubbelklik op de hostnaam.
Klik met de rechtermuisknop op de naam van de gedeelde printer en klik vervolgens op Install (Installeer).
Wacht enkele minuten tot de stuurprogramma-informatie is gekopieerd van de server naar de clientcomputer en tot het nieuwe printerobject is toegevoegd aan de map Printers. Hoe lang dit duurt, hangt af van het netwerkverkeer en andere factoren.
Sluit de netwerkomgeving. Druk een testpagina af om de printerinstallatie te controleren. Peer-to-peer-methode gebruiken Met deze methode installeert u het printerstuurprogramma volledig op elke clientcomputer. Netwerkclients regelen zelf wijzigingen van stuurprogramma's. De clientcomputer verwerkt ook de afdruktaken.
Klik op Netwerkprinter. Instellingen Printers. Klik op Printer toevoegen om de Wizard Printer toevoegen te starten. Selecteer de netwerkprinter in de lijst Gedeelde printers. Als de printer niet in de lijst staat, geeft u het pad van de printer op in het tekstvak. Het pad ziet er ongeveer als volgt uit: \\<hostnaam server>\<naam gedeelde printer> Stuurprogramma's installeren voor afdrukken via het netwerk
Opmerking: In het geval van een nieuwe printer, wordt u misschien gevraagd om een printerstuurprogramma te installeren. Als er geen systeemstuurprogramma beschikbaar is, moet u een pad naar beschikbare stuurprogramma's opgeven. De hostnaam van de server is de naam van de servercomputer waarmee deze computer op het netwerk wordt geïdentificeerd. De naam van de gedeelde printer is de naam die wordt toegewezen tijdens de serverinstallatie.
Druk een testpagina af om de printerinstallatie te controleren. Geef op of u deze printer als standaardprinter wilt instellen voor deze client en klik vervolgens op Voltooien. Macintosh Opmerking: Een PPDbestand (PostScript Printer Description) geeft gedetailleerde informatie over de mogelijkheden van de printer aan UNIX- of Macintosh-computers. Mac OS 8,6-9.x: Om af te drukken op een netwerkprinter, moeten Macintoshgebruikers een speciaal PPD-bestand (PostScript Printer Description) installeren en ofwel een bureaubladprinter maken op de computer (Mac OS 8.6 tot 9.x), ofwel een afdrukwachtrij maken in Print Center (Mac OS X). Volg de instructies voor uw besturingssysteem: Besturingssysteem Ga naar pagina… Mac OS 8.6 tot 9.x
Stap 1: een speciaal PPD-bestand installeren Opmerking: U hoeft het speciale PPD-bestand alleen te installeren als dit de eerste keer is dat de printer wordt geïnstalleerd. Als de printer al is geïnstalleerd, gaat u door naar “Stap 2: een bureaubladprinter maken” op pagina 56.
Plaats de Cd Drivers in het cd-romstation. Dubbelklik op Classic. Dubbelklik op het pictogram Lexmark Installer. Selecteer de taal van het besturingssysteem en klik op OK. Klik op Install (Installeer) om het PPD-bestand voor uw printer te installeren. Stuurprogramma's installeren voor afdrukken via het netwerk
Stap 2: een bureaubladprinter maken
Selecteer in de Chooser het stuurprogramma LaserWriter 8.
Selecteer de nieuwe printer in de lijst.
Klik op Create (Maak).
Sluit de Chooser. Als u een netwerk met routering hebt, selecteert u de standaardzone in de lijst. Als u niet weet welke zone u moet selecteren, zoekt u in de pagina met netwerkinstellingen onder AppleTalk naar Zone. Als u niet weet welke printer u moet selecteren, zoekt u op de pagina met netwerkinstellingen onder de kop AppleTalk naar de standaardnaam van de printer. Controleer of in de Chooser een pictogram naast de printernaam staat. Controleer de installatie van de printer. a Klik op het bureaubladpictogram van de printer die u zojuist hebt gemaakt. b Kies Printing
Mac OS X versie 10.1.2 en nieuwer Change Setup. Als in het gedeelte van het menu over het PPD-bestand het juiste bestand voor uw printer wordt weergegeven, is de printerinstallatie voltooid. Als in het gedeelte van het menu over het PPD-bestand niet het juiste bestand voor uw printer wordt weergegeven, herhaal dan “Stap 1: een speciaal PPDbestand installeren” op pagina 56. Stap 1: een speciaal PPD-bestand installeren
Plaats de cd Drivers in het cd-romstation. Klik op Mac OS X English. Dubbelklik op het installatiepictogram voor de printer om het installatieprogramma uit te voeren. Stuurprogramma's installeren voor afdrukken via het netwerk
Stap 2: wachtrij maken in Print Center Opmerking: Als u niet weet welke printer u moet selecteren, zoekt u op de pagina met netwerkinstellingen onder de kop AppleTalk naar de standaardnaam van de printer.
Selecteer de nieuwe printer in de lijst en klik vervolgens op Add. Utilities Print Center. Klik op Add Printer. Kies AppleTalk als verbindingsmethode. Als u een netwerk met routering hebt, selecteert u de zone in de lijst. Als u niet weet welke zone u moet selecteren, zoekt u in de pagina met netwerkinstellingen onder AppleTalk naar Zone. Installatie van de printer controleren: a Klik op Applications TextEdit. b Kies File Print Summary. In het venster Summary wordt dan het PPD-bestand weergegeven dat is geïnstalleerd voor de printer.
Als het PPD-bestand dat wordt weergegeven in het venster Summary, het juiste bestand is voor uw printer, is de printerinstallatie voltooid. Als het PPD-bestand dat wordt weergegeven in het venster Summary niet het juiste bestand is voor uw printer, verwijdert u de afdrukwachtrij uit Print Center en herhaalt u “Stap 1: een speciaal PPD-bestand installeren” op pagina 56. Stuurprogramma's installeren voor afdrukken via het netwerk
UNIX/Linux De printer ondersteunt vele UNIX- en Linux-platforms, zoals Sun Solaris en Red Hat. Bezoek de website van Lexmark op www.lexmark.com voor een compleet overzicht van ondersteunde UNIX- en Linux-platforms. Opmerking: De pakketten voor Sun Solaris en Linux zijn beschikbaar op de cd Drivers en op de website van Lexmark op www.lexmark.com. Lexmark levert een pakket met printerstuurprogramma's voor elk ondersteund UNIX- en Linux-platform. Elk pakket bevat tevens een Gebruikershandleiding met gedetailleerde instructies voor de installatie en het gebruik van Lexmark printers in UNIX- en Linuxomgevingen. NetWare De printer werkt met NDPS (Novell Distributed Print Services) en met de normale, op wachtrijen gebaseerde NetWare-omgevingen. Voor actuele informatie over het installeren van een netwerkprinter in een NetWare-omgeving start u de cd Drivers en klikt u op View Documentation. U kunt deze pakketten downloaden vanaf de website van Lexmark. Mogelijk bevindt het pakket met de stuurprogramma’s zich ook op de cd Drivers. Stuurprogramma's installeren voor afdrukken via het netwerk
Stap 13: Gebruik van de cd Publications Inhoud van de cd weergeven Start de cd Publications en blader door de inhoud om een complete lijst van de beschikbare informatie te zien. De cd Publications bevat handige informatie over de volgende onderwerpen: Opmerking: U treft de cd Publications aan in de Installatiehandleiding.
Afdruktips Manieren om de afdrukkwaliteit te verbeteren Informatie over het gebruik van het bedieningspaneel Instructies voor het vervangen van supplies Oplossingen van veelvoorkomende afdrukproblemen Methoden om papierstoringen op te lossen Overzicht van printermenu’s Uitleg over printerberichten Gebruik van de cd Publications
Informatie verspreiden Informatie op de naslagkaart bewaren U kunt gebruikers op verschillende manieren toegang geven tot de cd Publications:
Geef de cd Publications aan een systeembeheerder of de helpdesk.
Kopieer de volledige inhoud van de cd (of alleen bepaalde onderwerpen) naar een gedeeld netwerkstation of een intranetsite.
Druk de informatie op de cd Publications af en bewaar deze bij de printer zodat u er gemakkelijk bij kunt.
Zend de URL van de printerdocumentatie van Lexmark naar de gebruikers van de printer (www.lexmark.com/publications). Gebruikers met toegang tot internet kunnen de website bezoeken. U kunt het beste tijdens de installatie van de printer de informatie op de naslagkaart afdrukken die u wilt gebruiken. Bewaar deze informatie bij de printer zodat u er gemakkelijk bij kunt. Zie “Informatie op de naslagkaart afdrukken” op pagina 47 voor afdrukinstructies. Gefeliciteerd! U kunt nu aan de slag met uw nieuwe printer. Bewaar deze handleiding als u van plan bent in de toekomst optionele printeronderdelen aan te schaffen of te installeren. Gebruik van de cd Publications
Notice-Facile