LEXMARK

X5630 - Printer LEXMARK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis X5630 LEXMARK in PDF-formaat.

📄 174 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice LEXMARK X5630 - page 9
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Merk Lexmark
Model X5630
Type product Multifunctionele inkjetprinter
Afmetingen (B x D x H) 44,5 x 37,5 x 27,5 cm
Gewicht 8,5 kg
Stroomvoorziening 100-240 V, 50/60 Hz
Functies Afdrukken, kopiëren, scannen, faxen
Afdruktechnologie Inkjet
Onderhoud Vervang inktcartridges, reinig printkoppen
Veiligheid Niet gebruiken in de buurt van water, gebruik een geaard stopcontact
Onderdelen en repareerbaarheid Vervangbare inktcartridges, papierinvoerrollen
Connectiviteit USB 2.0, Wi-Fi, Ethernet
Papierformaten A4, A5, Enveloppen, Fotopapier
Scantype Flatbed, optische resolutie 1200 dpi
Faxfuncties Fax verzenden/ontvangen, geheugen voor 99 pagina's

Veelgestelde vragen - X5630 LEXMARK

Hoe installeer ik de Lexmark X5630 printer?
Volg de stappen in de meegeleverde handleiding: sluit de stroomkabel aan, plaats de inktcartridges, laad papier en installeer de stuurprogramma's van de cd-rom of download deze van de Lexmark-website.
Hoe verbind ik de printer met wifi?
Druk op het menu op het bedieningspaneel, ga naar 'Netwerk', selecteer 'Draadloos' en kies uw netwerk. Voer het wachtwoord in met het toetsenbord op het scherm.
Hoe vervang ik een inktcartridge?
Open de printerklep, wacht tot de cartridges naar het midden bewegen, druk op de cartridge om deze los te maken, verwijder hem en plaats een nieuwe Lexmark-original cartridge.
Hoe scan ik een document?
Plaats het document op de glasplaat, druk op 'Scan' op het bedieningspaneel, selecteer de bestemming (pc, e-mail, usb) en kies de gewenste instellingen.
Wat moet ik doen bij een papierstoring?
Open de achterklep en verwijder voorzichtig het vastgelopen papier via de achterinvoer. Als dat niet werkt, schuif de papierlade eruit en controleer of er papier vastzit.
Hoe reinig ik de printkoppen?
Ga naar 'Onderhoud' op het printermenu, selecteer 'Printkoppen reinigen'. Het apparaat voert een automatische reiniging uit. Herhaal indien nodig voor de beste afdrukkwaliteit.
Kan ik vanaf mijn mobiele apparaat afdrukken?
Ja, gebruik de Lexmark Mobile Print-app of schakel AirPrint in voor iOS-apparaten. Zorg dat de printer en het mobiele apparaat op hetzelfde netwerk zijn aangesloten.
Hoe stel ik de fax in?
Sluit de telefoonlijn aan op de 'Line'-poort, ga naar 'Fax-instellingen' en voer uw naam en faxnummer in. U kunt ook een koptekst voor uitgaande faxen configureren.
Wat zijn de aanbevolen cartridges voor de X5630?
Gebruik Lexmark 15 (zwart) en Lexmark 16 (kleur) cartridges voor optimale prestaties en afdrukkwaliteit.
Hoe werk ik de firmware bij?
Download de nieuwste firmware van de Lexmark-supportwebsite, sluit de printer aan via USB of netwerk en volg de instructies in het firmware-updateprogramma.

Gebruikersvragen over X5630 LEXMARK

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding X5630 - LEXMARK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. X5630 van het merk LEXMARK.

GEBRUIKSAANWIJZING X5630 LEXMARK

5600-6600 Series Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave

Veiligheidsinformatie....9

Inleiding....10

Informatie over de printer....10

Printer instellen....13

Software toegang verlenen tijdens installatie....13

Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat....13

Onderdelen van de printer....20

Knoppen en menu's van het bedieningspaneel van de printer gebruiken....23

Bedieningspaneel van de printer gebruiken 23

Printermenu's gebruiken 27

Instellingen opslaan....29

Printersoftware gebruiken....31

Printersoftware installeren 31

Optioneel XPS-stuurprogramma installeren (alleen voor Windows Vista).... 32

Printersoftware voor Windows gebruiken 33

Macintosh-printersoftware gebruiken....35

Schakelen tussen de achterste USB-poort en de Quick Connect-laptoppoort (alleen bepaalde modellen)....36

Printer voorbereiden voor faxen....37

RJ11-adapter gebruiken 37

Faxverbinding kiezen 40

Aansluiten op een antwoordapparaat....41

Rechtstreeks aansluiten op een wandaansluiting voor telefoons 42

Rechtstreeks aansluiten op een wandaansluiting voor telefoons in Duitsland....43

Aansluiten op een computer met een modem 44

Aansluiten op een telefoon....45

Digitale telefoondienst gebruiken 47

De printer installeren op een draadloos netwerk (alleen bepaalde modellen)....48

Compatibiliteit met draadloze netwerken....48

Gegevens die vereist zijn om de printer te installeren op een draadloos netwerk....48

Printer installeren op een draadloos netwerk....49

Printer installeren op andere computers....49

Uitleg van de kleuren van de Wi-Fi-aanduiding....50

Speciale installatieaanwijzingen voor draadloze aansluitingen....51

Een statisch IP-adres toewijzen....51

Draadloze instellingen wijzigen na de installatie....52

Schakelen tussen een draadloze en USB-verbinding (alleen Windows)....52

Schakelen tussen een draadloze en USB-verbinding (alleen Macintosh)....53

Geavanceerde draadloze installatie....54

Draadloos ad-hocnetwerk instellen....54

Printer toevoegen aan een bestaand, draadloos ad-hocnetwerk 57

WPS (Wi-Fi Protected Setup) gebruiken 58

Veelgestelde vragen....58

Waar kan ik mijn WEP-sleutel of WPA-wachtwoord vinden? 58

Wat is een SSID? 58

Waar kan ik de SSID vinden? 59

Wat is een netwerk? 59

Welke typen draadloze netwerkbeveiliging zijn er beschikbaar?......59

Hoe bepaal ik welk type beveiliging voor mijn netwerk wordt gebruikt?......60

Hoe worden thuisnetwerken geconfigureerd? 60

Waarom heb ik een installatiekabel nodig? 63

Hoe moet ik de installatiekabel aansluiten? 63

Wat is het verschil tussen infrastructuur- en ad-hocnetwerken? 63

Signaalsterkte bepalen 64

Hoe kan ik de signaalsterkte van het draadloze netwerk verbeteren? 65

Kan ik mijn printer tegelijkertijd via een USB- en een netwerkverbinding gebruiken?......66

Wat is een MAC-adres? 66

Hoe vind ik het MAC-adres?......66

Wat is een IP-adres? 67

Wat is TCP/IP? 67

Hoe zoek ik IP-adressen? 67

Hoe worden IP-adressen toegewezen? 68

Wat is een sleutelindex? 68

Papier in de printer plaatsen....70

Papier in de printer plaatsen....70

Verschillende papiersoorten in de printer plaatsen....70

Originele documenten op de glasplaat plaatsen....74

Originele documenten in de automatische documentinvoer plaatsen....75

Sensor voor papiersoort gebruiken....77

Afdrukken....78

Standaarddocumenten afdrukken....78

Documenten afdrukken 78

Meerdere exemplaren van een document afdrukken 79

Afgedrukte exemplaren sorteren 79

Laatste pagina eerst afdrukken (omgekeerde paginavolgorde) 80

Meerdere pagina's op één vel afdrukken (N per vel) 80

Documenten vanaf een geheugenkaart of flashstation afdrukken 81

Speciale documenten afdrukken....82

Compatibele, speciale papiersoorten selecteren....82

Enveloppen afdrukken....83

Etiketten afdrukken....83

Afdrukken op papier met een aangepast formaat 84

Afdruktaken beheren....85

Afdruktaken onderbreken 85

Afdruktaken hervatten....86

Afdruktaken annuleren....87

Werken met foto's....89

Foto-opslagapparaten aansluiten....89

Geheugenkaart in de printer plaatsen....89

Flashstation in de printer plaatsen....90

Foto's afdrukken....91

Foto's afdrukken met het bedieningspaneel van de printer 91

Foto's afdrukken vanaf de computer met de printersoftware....92

Foto's op een opslagapparaat afdrukken met de printersoftware....92

Foto's afdrukken vanaf een digitale PictBridge-camera....94

Foto's op een opslagapparaat afdrukken met het controlevel....95

Foto's afdrukken vanaf een digitale camera met DPOF 96

Scannen....97

Originele documenten scannen....97

Originele kleuren- en zwart-witdocumenten scannen....99

Foto's scannen om de foto's te bewerken....99

Scannen naar een computer via een netwerk....100

Scantaken annuleren....101

Kopiëren....102

Kopiëren....102

Foto's kopieren....102

Afbeeldingen vergroten of verkleinen....103

Kopieerkwaliteit aanpassen....103

Kopieën lichter of donkerder maken....104

Exemplaren sorteren met het bedieningspaneel van de printer....104

Afbeelding meerdere keren herhalen op een pagina....105

Meerdere pagina's op één vel kopieren (N per vel)....105

Kopieertaak annuleren....106

Faxen....107

Faxen verzenden....107

Fax verzenden met het bedieningspaneel van de printer 107

Fax verzenden terwijl u een gesprek voert (Kiezen hoorn op haak)....108

Groepsfax verzenden op een opgegeven tijdstip 108

Faxen ontvangen....109

Faxen automatisch ontvangen....109

Handmatig een fax ontvangen....109

Faxen ontvangen met een antwoordapparaat....110

Faxen doorsturen....110

Kiesinstellingen aanpassen....110

Adresboek instellen 110

Kiesvoorvoegsel instellen 111

Code voor het handmatig beantwoorden van faxen opgeven....112

Instellingen aanpassen om een fax te verzenden achter een PBX 113

Faxen beheren....113

Voettekst voor faxen instellen ....113

Rapporten met faxgebeurtenissen afdrukken 113

Lijst Faxinstellingen afdrukken 114

Ongewenste faxen blokkeren 114

Ongewenste wijzigingen van de faxinstellingen blokkeren....115

Printer onderhouden....116

Inktcartridges onderhouden....116

Inktcartridges installeren 116

Gebruikte inktcartridge verwijderen 117

Inktcartridges opnieuw vullen....118

Inktcartridges van Lexmark gebruiken 118

Inktcartridges uitlijnen....119

Spuitopeningen van de inktcartridges reinigen 120

Inktvoorraden controleren....120

Spuitopeningen en contactpunten van de inktcartridge schoonvegen....121

Inktcartridges beschermen....122

Glasplaat reinigen....122

Buitenkant van de printer reinigen....123

Supplies bestellen....123

Inktcartridges bestellen....123

Papier en andere supplies bestellen....124

Fabrieksinstellingen herstellen....125

Problemen oplossen....126

Software voor oplossen van printerproblemen gebruiken (alleen voor Windows)....126

Installatieproblemen oplossen....126

Onjuiste taal wordt weergegeven op de display....126

De aan/uit-knop brandt niet....127

Software is niet geïnstalleerd....127

Pagina wordt niet afgedrukt....128

Problemen met de stroomvoorziening van de printer oplossen....131

Software verwijderen en opnieuw installeren....131

USB-poort activeren in Windows....132

Problemen met draadloze functies oplossen....133

Controlelijst voor problemen met draadloze netwerken oplossen....133

Netwerkconfiguratiepagina afdrukken 134

Draadloze configuratie wordt niet voortgezet nadat de USB-kabel is aangesloten....134

Waarom staat mijn printer niet in deze lijst? 135

Kan niet afdrukken met draadloze netwerkprinter....137

Kan niet afdrukken en er is een firewall aanwezig op de computer 140

Wi-Fi-aanduiding brandt niet....140

Wi-Fi-lampje brandt groen, maar de printer drukt niet af (alleen Windows)....140

Wi-Fi-aanduiding knippert oranje tijdens de installatie (alleen voor Windows)....142

Wi-Fi-aanduiding knippert oranje tijdens de installatie (alleen voor Macintosh)....145

WiFi-aanduiding brandt nog steeds oranje 147

Draadloze afdrukserver is niet geïnstalleerd....149

Bericht Communicatie is niet beschikbaar verschijnt tijdens draadloos afdrukken 149

Communicatie met de printer verbroken tijdens verbinding met VPN (Virtual Private Network) ....149

Interne, draadloze afdrukserver opnieuw instellen op de standaardfabrieksinstellingen....149

Problemen met faxen oplossen....150

Er kunnen geen faxen worden verzonden of ontvangen....150

Faxen kunnen worden verzonden, maar kunnen niet worden ontvangen 152

Faxen kunnen worden ontvangen, maar kunnen niet worden verzonden 153

Printer ontvangt een lege fax....154

Ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit....154

Gegevens van nummerweergave worden niet weergegeven 155

Fout met fax....155

Faxmodus niet ondersteund 155

Fout met externe fax 156

Telefoonlijn bezet....156

Fout met telefoonlijn....157

Geen antwoord....157

Verbinden mislukt 158

Kennisgevingen....159

Productinformatie....159

Uitgavebericht....159

Conformiteit met de richtlijnen van de Europese Gemeenschap voor radioproducten....161

Stroomverbruik....164

Index....169

Veiligheidsinformatie

Gebruik alleen de netvoeding en het netsnoer die bij dit product zijn geleverd of een door de fabrikant goedgekeurd vervangend onderdeel.

Sluit het netsnoer aan op een goed geaard en goed toegankelijk stopcontact in de buurt van het product.

LEXMARK X5630 - Veiligheidsinformatie - 1

LET OP—KANS OP LETSEL: U moet het netsnoer niet draaien, vastbinden, afknellen of zware objecten op het snoer plaatsen. Zorg dat er geen schaafplekken op het netsnoer kunnen ontstaan of dat het snoer onder druk komt te staan. Zorg dat het netsnoer niet bekneld raakt tussen twee objecten, zoals een meubelstuk en een muur. Als u het netsnoer niet op de juiste wijze gebruikt, is er een kans op brand of elektrische schokken. Controleer het netsnoer regelmatig op beschadigingen. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voor u het netsnoer controleert.

Gebruik alleen een telefoonsnoer (RJ-11) met een minimale draaddikte van 26 AWG (American Wire Gauge) wanneer u dit product aansluit op het openbare telefoonnetwerk.

Neem contact op met een professionele onderhoudstechnicus voor onderhoud en reparaties die niet in de gebruikersdocumentatie worden beschreven.

Dit product is ontworpen, getest en goedgekeurd volgens de strenge internationale veiligheidsvoorschriften die van toepassing zijn op het gebruik van specifieke Lexmark onderdelen. De veiligheidsvoorzieningen van bepaalde onderdelen zullen niet altijd duidelijk zichtbaar zijn. Lexmark is niet verantwoordelijk voor het gebruik van vervangende onderdelen.

LEXMARK X5630 - Veiligheidsinformatie - 2

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer. Installeer dit product nooit tijdens onweer en sluit nooit kabels, zoals het netsnoer of de telefoonlijn, aan tijdens onweer.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.

Inleiding

Informatie over de printer

Publicaties

Publicatie Voor
Handleiding Snelle installatieAanwijzingen voor de eerste installatie.
Afgedrukte Handleiding netwerken / FaxhandleidingExtra installatie-instructies.Opmerking: uw printer wordt wellicht niet geleverd met deze documentatie.
Elektronische gebruikershandleidingVolledige instructies voor het gebruik van de printer. De elektronische versie wordt automatisch geïnstalleerd met de printersoftware.
Help bij WindowsExtra instructies voor het gebruik van de printersoftware met een Windows-besturingssysteem. De Help wordt automatisch geïnstalleerd met de programma's.1 Voer een van de volgende handelingen uit:Windows Vista: klik op 。Windows XP en eerder: klik op Start.2 Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.3 Klik in het programma op Help om de hoofdpagina van de Help weer te geven.Klik op ? om contextafhankelijke informatie weer te geven.
Mac HelpOpmerking: uw printermodel biedt wellicht geen ondersteuning voor Macintosh en deze Help is wellicht niet geïnstalleerd.Extra instructies voor het gebruik van de printersoftware met een Macintosh-besturingssysteem. De Help wordt automatisch geïnstalleerd met de toepassingen.1 Dubbelklik in de Finder op de printermap.2 Dubbelklik op de toepassing.3 Klik in de toepassing op Help op de menubalk om de hoofdpagina van de Help weer te geven.Opmerking: Zorg dat de toepassing die u wilt gebruiken de actieve toepassing is als er meerdere toepassingen zijn geopend. Als de toepassing niet actief is, wordt niet de juiste menubalk weergegeven. Klik op het hoofdvenster om deze toepassing de actieve toepassing te maken.Klik op ? om contextafhankelijke informatie weer te geven.

Klantenondersteuning

BeschrijvingLocatie (Noord-Amerika)Locatie (rest van de wereld)
Telefonische ondersteuningBelV.S.: 1-800-332-4120Maandag - vrijdag (8:00 a.m. - 11:00 p.m. ET), zaterdag (twaalf uur 's middags -6:00 p.m. ET)Canada: 1-800-539-6275Engelstalige ondersteuning: Maandag - vrijdag (8:00 a.m. - 11:00 p.m. ET), zaterdag (twaalf uur 's middags -6:00 p.m. ET)Franstalige ondersteuning: Maandag - vrijdag (9:00 a.m. - 7:00 p.m. ET)Mexico: 01-800-253-9627Maandag - vrijdag (8:00 a.m. - 8:00 p.m. ET)Opmerking: Telefoonnummers en openingsuren kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd. Raadpleeg de gedrukte garantieverklaring bij de printer voor de recentste telefoonnummers.Telefoonnummers en openingstijden verschillen per land of regio.Bezoek onze website opwww.lexmark.com.Selecteer een land of regio en klik op de koppeling voor klantenondersteuning.Opmerking: raadpleeg de gedrukte garantieverklaring bij de printer voor meer informatie over contact opnemen met Lexmark.
Ondersteuning per e-mailBezoek voor ondersteuning per e-mail onze website op: www.lexmark.com.1 Klik op SUPPORT.2 Klik op Technical Support.3 Selecteer de printerfamilie.4 Selecteer het printermodel.5 Klik in het gedeelte Support Tools op e-Mail Support.6 Vul het formulier in en klik op Submit Request.Ondersteuning per e-mail verschilt per land of regio en is in bepaalde gevallen niet beschikbaar.Bezoek onze website opwww.lexmark.com.Selecteer een land of regio en klik op de koppeling voor klantenondersteuning.Opmerking: raadpleeg de gedrukte garantieverklaring bij de printer voor meer informatie over contact opnemen met Lexmark.

Beperkte garantie

Beschrijving Locatie (V.S.) Locatie(rest van de wereld)
Beperkte garantieverklaringLexmark International, Inc. garandeert dat deze printer geen materiaalfouten of bewerkingsfouten bevat gedurende een periode van 12 maanden vanaf de datum van aankoop.Raadpleeg de beperkte garantieverklaring bij dit apparaat voor informatie over de beperkingen en voorwaarden van deze beperkte garantie, of lees de verklaring op www.lexmark.com.1 Klik op SUPPORT.2 Klik op Warranty Information.3 Klik op Statement of Limited Warranty for Inkjet & All-In-One Printers.4 Blader door de webpagina om de garantieverklaring door te nemen.De garantie-informatie verschilt per land of regio. Raadpleeg de gedrukte garantieverklaring bij de printer voor meer informatie.

Noteer de volgende gegevens (deze vindt u op de bon en op de achterkant van de printer) en houd deze bij de hand wanneer u contact met ons opneemt. We kunnen u dan sneller helpen.

  • Typenummer van het apparaat
  • Serienummer
  • Aankoopdatum
  • Winkel van aankoop

Printer instellen

Software toegang verlenen tijdens installatie

Toepassingen van derden, waaronder antivirus-, beveiligings- en firewallprogramma's, kunnen meldingen weergeven wanneer de printersoftware wordt geïnstalleerd. Als u de printer zonder problemen wilt gebruiken, moet u de printersoftware toegang verlenen.

Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat

Ga als volgt te werk als u de printer niet wilt aansluiten op een computer.

Opmerking: als u de printer wilt aansluiten op een computer, kunt u de installatie-instructies en de cd met printersoftware gebruiken die bij de printer zijn geleverd.

1 Pak de printer uit.

Opmerking: de inhoud, zoals het aantal inktcartridges, kan verschillen per model.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 1

1Netsnoer
2Telefoonsnoer
3Cd met printersoftware
4USB-kabel of installatiekabelOpmerking:Uw printermodel wordt wellicht niet geleverd met een USB-kabel. In dat geval moet u een aparte USB-kabel aanschaffen.
5Handleiding netwerkenOpmerking:uw printermodel wordt wellicht niet geleverd met deze documentatie.
6FaxhandleidingOpmerking:uw printermodel wordt wellicht niet geleverd met deze documentatie.
7Handleiding Snelle installatie
8Inktcartridges

9 Zelfklevende overlays voor uw taal

2 Verwijder alle tape en verpakkingsmateriaal van alle gedeelten van de printer.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 2

3 Zet het bedieningspaneel van de printer omhoog.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 3

4 Als er voor uw taal een overlay geïnstalleerd moet worden, trekt u de achterkant van de overlays los om de plaklaag bloot te leggen.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 4

5 Plaats de zelfklevende overlay in de uitsparing van het bedieningspaneel van de printer en druk de overlay goed aan.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 5

6 Trek de papieruitvoerlade uit.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 6

7 Til de papiersteun op en druk de hendel voor papieraanpassing naar beneden om de papiergeleiders te verlengen.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 7

8 Plaats het papier en trek de hendel voor papieraanpassing omhoog om de papiergeleiders te verstellen. de papiergeleiders moeten tegen de randen van het papier zijn geplaatst.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 8

9 Sluit het netsnoer aan op de printer.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 9

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: neem de veiligheidsinformatie bij dit product door voor u de voedingskabel of andere kabels aansluit.

10 Als de printer niet automatisch wordt ingeschakeld, drukt u op ⏻.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 10

11 Stel de taal in als u hierom wordt gevraagd.

OK ① ② ①

Druk op de pijltoetsen totdat de gewenste taal wordt weergegeven en druk op QK

12 Stel het land of de regio in als u hierom wordt gevraagd.

OK 1 2 1

Druk op de pijltoetsen tot het gewenste land of de regio wordt weergegeven op de display en druk op OK.

13 Stel de datum en tijd in.

1 2 abc 3 def 4 phi 5 jci 6 mno 7 pqr 8 stw 9 xyz * 0 #

a Geef met het toetsenblok op het bedieningspaneel van de printer de maand, de dag en het jaar op en druk op om deze gegevens op te slaan.

b Voer de tijd in en druk op om op te slaan.

c Druk op de pijltoetsen om een tijdnotatie te selecteren en druk op OK om op te slaan.

14 Geef de naam en het nummer voor de fax op.

a Voer een faxnummer in en druk op on op te slaan.

b Voer een faxnaam in en druk op om op te slaan.

15 Open de printer en druk de hendels van de inktcartridgehouders naar beneden.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 14

16 Open de folieverpakking van de kleureninktcartridge en verwijder de kleurencartridge uit de verpakking.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 15

17 Als er een opslageenheid wordt bijgeleverd, verwijdert u de kleureninktcartridge uit de opslageenheid.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 16

18 Verwijder de tape van de kleureninktcartridge, plaats de cartridge in de rechterhouder en sluit het deksel van de houder van de kleureninktcartridge.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 17

19 Als er een zwarte inktcartridge is bijgeleverd in de doos, opent u de folieverpakking van de zwarte inktcartridge en verwijdert u deze uit de verpakking.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 18

Opmerking: u moet wellicht apart een zwarte inktcartridge aanschaffen.

20 Verwijder de tape van de zwarte inktcartridge, plaats de cartridge in de linkercartridgehouder en sluit het deksel van de zwarte-cartridgehouder.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 19

Er wordt een uitlijningspagina afgedrukt.

23 De uitlijningspagina opnieuw gebruiken of weggooien.

LEXMARK X5630 - Printer instellen als kopieerapparaat of faxapparaat - 20

  • De uitlijningspagina kan verschillen van de weergegeven pagina.
  • Strepen op de uitlijningspagina zijn normaal en duiden niet op een probleem.

Onderdelen van de printer

LEXMARK X5630 - Onderdelen van de printer - 1

Onderdeel Functie
1Hendel voor papieraanpassing De papiergeleiders aanpassen.
2Papiersteun Papier in de printer plaatsen.
3Papiergeleiders Het papier recht houden wanneer het wordt ingevoerd.
4Papierbaanbeschermer Voorkomen dat onderdelen in de papiersleuf vallen.
5Automatische documentinvoer (ADI) Kopiëren, scannen of faxen van documenten met meerdere pagina's van het formaat A4, Letter of Legal.
6Lade van automatische documentinvoer (ADI) Originele documenten in de ADI plaatsen. Aanbe-volen voor het scannen, kopiëren of faxen van documenten met meerdere pagina's.Opmerking:Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
7Uitvoerlade van automatische documentinvoer (ADI)Documenten opvangen wanneer deze uit de ADI worden gevoerd.
8Papiergeleider van automatische documentinvoer (ADI)Het papier recht houden wanneer het wordt ingevoerd in de ADI.
9Bedieningspaneel van de printer De printer bedienen.
10Papieruitvoerlade Het papier opvangen dat wordt uitgevoerd.
11Sleuven voor geheugenkaarten Plaats een geheugenkaart in de printer.
12Quick Connect-laptoppoortOpmerking:Uw primermodel beschikt wellicht niet over deze poort.Een laptop aansluiten op de printer met een USB-kabel.Let op—Kans op beschadiging:raak het aange-geven gedeelte niet aan, tenzij u een USB- of installatiekabel aansluit of losmaakt.
13KaartlezerlampjeDe status van de kaartlezer controleren. Het lampje knippert om aan te geven dat een geheugenkaart wordt gebruikt.
14PictBridge-poortEen digitale PictBridge-camera of een flashstation aansluiten op de printer.
15Wi-Fi-aanduidingOpmerking:uw primermodel beschikt wellicht niet over draadloze functies en dit lampje.Draadloze status controleren:Uit:dit geeft aan dat de printer is uitgeschakeld, aan het opwarmen is of in de spaarstand staat. In de spaarstand knippert het aan/uit-lampje.Oranje:-dit geeft aan dat de printer nog niet is geconfigureerd voor gebruik op een draadloos netwerk.-dit geeft aan dat de printer is geconfigureerd voor een ad-hocverbinding, maar niet communiceert met een ander ad-hocapparaat.Oranje, knippert:dit geeft aan dat de printer is geconfigureerd maar niet kan communiceren met het draadloze netwerk.Groen:dit geeft aan dat de printer is aangesloten op een draadloos netwerk.

LEXMARK X5630 - Onderdelen van de printer - 2

Onderdeel Functie
1Bovenklep Toegang krijgen tot de glasplaat.
2Glasplaat Documenten en foto's scannen en kopiëren.
3ScannereenheidToegang krijgen tot de inktcartridges.Vastgelopen papier verwijderen.
4InktcartridgehouderEen inktcartridge installeren, vervangen of verwijderen.
5EXT-poortExtra apparaten, zoals een data-/faxmodem, telefoon of antwoordapparaat, aansluiten op de printer. Deze verbindingsmethode is mogelijk niet van toepassing op alle landen of regio's.Opmerking: verwijder de afdekplug als u de poort wilt gebruiken.
6LINE-poortDe printer aansluiten op een werkende telefoonlijn om faxen te verzenden en ontvangen. De printer moet zijn aangesloten op een telefoonlijn om binnenkomende faxen te ontvangen.Opmerking: sluit geen extra apparaten aan op de LINE-poort en sluit geen DSL-modem (digital subscriber line), ISDN-modem (integrated services digital network) of kabelmodem aan op de printer.
7Netvoedingsaansluiting Printer aansluiten op een voedingsbron.
8USB-poort op de achterkantDe printer aansluiten op een desktopcomputer met een USB-kabel.Let op—Kans op beschadiging: raak het aange-geven gedeelte niet aan, tenzij u een USB- of instal-latiekabel aansluit of losmaakt.
9Interne, draadloze afdrukserverOpmerking: uw printermodel beschikt wellicht niet over draadloze functies en deze afdrukserver.Printer aansluiten op een draadloos netwerk.

Knoppen en menu's van het bedieningspaneel van de printer gebruiken

Bedieningspaneel van de printer gebruiken

Het bedieningspaneel van de printer bevat de volgende onderdelen:

  • Aan/uit-knop
  • Display met twee regels waarin de printerstatus, berichten en menu worden weergegeven
    • 27 knoppen

OK ADDRESS book 1 2 ac 3 ac Available Power 4 pc 5 pc 6 pc Stopbox 7 pc 8 ac 9 ac START COPY SCAN FAX PHOTD Back Color Name CANCEL X

In de volgende diagrammen worden de verschillende gedeelten van het bedieningspaneel van de printer aangegeven:

11 ON 10 9 8 7 COPY SCAN FAX PHOTO Address Book 1 2 abc 3 def 4 pH 5 pH 6 mm 7 per 8 wtw 9 vzx SETUP Dialtone * 0 # 1 2 3 4 5 6

Item Functie
1InstellenHet instelmenu weergeven en printerinstellingen wijzigen.Opmerking: wanneer deze knop is geselecteerd, branden de lampjes Kopiëren, Scannen en Foto niet.
2AdresboekHiermee hebt u toegang tot faxnummers in een lijst met opgeslagen nummers.
3Opnieuw kiezen/OnderbrekenIn de modus Faxen:Een onderbreking van drie seconden invoegen in het nummer dat u wilt kiezen om te wachten op een buitenlijn of om verbinding te maken met een geautomatiseerd antwoordsystemeem. Voeg alleen een onderbreking toe als u al bent begonnen met het invoeren van het nummer.Het laatstgekozen nummer weergeven. Druk op de pijltoetsen om de vijf laatstgekozen nummers weer te geven.
4KiestoonHiermee moet u het telefoonnummer handmatig invoeren met het toetsenblok voor u de fax kunt verzenden.
5ToetsenblokModus Kopiëren of Fotokaart: het aantal gewenste exemplaren opgeven.In de modus Faxen:Faxnummers opgeven.Een geautomatiseerd antwoordsystemeem doorlopen.Letters selecteren bij het maken van een snelkeuzelijst.Cijfers invoeren om de datum en tijd op de display in te stellen of te wijzigen.
6Display Op de display wordt het volgende weergegeven:PrinterstatusBerichtenMenu'sOpmerkingen:De display wordt uitgeschakeld als er twee minuten geen bewerking wordt uitgevoerd. Druk op een knop om de display weer in te schakelen.in de spaarstand is de display uitgeschakeld.
7Het menu voor foto's weergeven en foto's afdrukken.
8Het faxmenu openen en faxen verzenden.
9Het scanmenu openen en documenten scannen.
10Het kopieermenu openen en kopieën maken.
11De printer in- en uitschakelen.Overschakelen naar de spaarstand.Opmerking:Druk op om over te schakelen naar de spaarstand.Houd de knop twee seconden ingedrukt om de printer uit te schakelen.

START 6 7 Back Color Black CANCEL 1 2 3 4 5

Item Functie
1[0007]Een waarde verlagen.Een letter of cijfer verwijderen.De cursor een plaats naar links verplaatsen.Bladeren door menu's, submenu's of instellingen op de display.
2[0008]Een menu-item selecteren op de display.Instellingen opslaan.Een menu omlaag gaan in een submenu.Papier in- of uitvoeren. Houd de knop OK drie seconden ingedrukt om papier in of uit te voeren in de printer.
3[0009]Een waarde verhogen.De cursor een plaats naar rechts verplaatsen.Bladeren door menu's of instellingen op de display.
4[0010]Terugkeren naar het vorige venster.Een menuniveau sluiten en naar een hoger niveau gaan.
5[0011]Een afdruk-, kopieer-, scan- of faxtaak annuleren.Een niveau van het menu Kopiëren, Scannen, Faxen, Foto of Bestand afdrukken sluiten en naar het bovenste niveau van een menu gaan.Een menuniveau van het menu Instellen sluiten en naar het bovenste niveau van de vorige modus gaan.Huidige instellingen of foutmeldingen wissen en de standaardinstellingen herstellen.
6 Kleur / Zwart-witSchakelen naar de kleurenmodus of zwart-witmodus.
7Een afdruk-, scan- of kopieertaak starten, afhankelijk van de geselecteerde modus.

Printermenu's gebruiken

Er zijn een aantal menu's waarmee u de printerinstellingen eenvoudig kunt aanpassen:

Lijst met menu's

Onderhoud

  • Inktvoorraad
  • Cartridges reinigen
  • Cartridges uitlijnen
  • Testpagina afdrukken

Apparaatinstelling

• Taal
- Land
- Datum/tijd
- Faxinst. van de host
- Knopgeluid
- Spaarstand
- Time-out voor instellingen wissen

Faxinstellingen

  • Adresboek
  • Rapporten
  • Bellen en antwoorden
  • Fax afdrukken
  • Bellen en verzenden
  • Fax blokkeren

Netwerkconfiguratie (wordt alleen weergegeven als in de printer een interne, draadloze afdrukserver is geïnstalleerd)

  • Configuratiepagina afdrukken
  • Wi-Fi Protected Setup
  • Gegevens voor draadloze verbinding
  • TCP/IP
  • Netwerktijd
  • Bestanden afdrukken
  • Standaardwaarden netwerkadapter

Standaard

  • Papierformaat
  • Papiersoort
  • Formaat fotoafdruk
  • Standaardwaarden instellen

Opmerking: het menu Foto wordt alleen ingeschakeld als u een opslagapparaat in de printer plaatst.

Snelle foto's

  • Afdrukken
  • Papierformaat
  • Fotoformaat

Foto's afdrukken

  • Afdrukken
  • Lichter/donkerder
  • Foto-effecten
  • Papierformaat
  • Fotoformaat
  • Papiersoort
  • Indeling
  • Kwaliteit

Controlevel

  • Laatste 20 afdrukken
  • Alles afdrukken
    • Datumbereik afdrukken
  • Vel scannen

Foto's opslaan

  • Computer (wordt alleen weergegeven als de printer rechtstreeks is aangesloten op een computer)
  • Netwerk (wordt alleen weergegeven als de printer is aangesloten op een netwerk)
  • USB-flashstation
  • Geheugenkaart

Computer selecteren (wordt alleen weergegeven als de printer is aangesloten op een netwerk)

Kopiëren (menu) Scannen (menu) Faxen (menu) PictBridge (menu)

ExemplarenScannen naarFaxen naarOpmerking: het menu
KwaliteitComputerKwaliteitPictBridge wordt alleen ingeschakeld als u een PictBridge-camera aansluit op de printer.
Lichter/donkerderNetwerk (wordt alleen weergegeven als de printer is aangesloten op een netwerk)Standaard
Formaat wijzigenFijn
OrigineelUSB-flashstationZeer fijnFotoformaat
Foto opnieuw afdrukkenGeheugenkaartExtra fijnPapierformaat
SorterenKwaliteitLichter/donkerderPapiersoort
Pagina's per velOrigineelOrigineelLay-out
Exemplaren per velLetterKwaliteit
InhoudstypeA4
Fax plannen
Nu verzenden
Later verzenden
In wachtrij
Adresboek

Opmerking: Het menu Bestand afdrukken wordt ingeschakeld als u een flashstation met documenten in de printer plaatst. Het menu bestaat uit de mappen en bestanden op het flashstation.

Instellingen opslaan

U kunt het standaardpapierformaat, de papiersoort en het formaat van de fotoafdruk instellen voor de documenten en foto's die u afdrukt.

Opmerking: deze standaardinstellingen zijn alleen van toepassing op afdruk-, kopieer- en scantaken die u kunt starten vanaf de printer.

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Standaardwaarden verschijnt en druk op OK.
Papierformaat wordt op de display weergegeven.

3 Druk nogmaals op .OK

4 Druk op de pijltoetsen om het standaardpapierformaat te selecteren voor de printer en druk op OK.

5 Druk op de pijltoetsen tot Papiersoort wordt weergegeven en druk op OK.

6 Druk op de pijltoetsen om de standaardpapiersoort te selecteren voor de printer en druk op OK.

7 Druk op de pijltoetsen tot Formaat fotafdruk wordt weergegeven en druk op OK.

8 Druk op de pijltoetsen om het standaardformaat voor fotoafdrukken te selecteren voor de printer en druk op OK.

9 Druk op tot Instellen wordt gesloten of druk op een andere modustoets.

Tijdelijke instellingen wijzigen in nieuwe standaardinstellingen

De printer beschikt over tijdelijke standaardinstellingen voor de menu's. De printer herstelt deze tijdelijke standaardinstellingen na twee minuten inactiviteit of als de printer wordt uitgeschakeld.

Tijdelijke instellingen

Kopiëren (menu)ExemplarenFormaat wijzigenLichter/donkerderKwaliteitExemplaren per velPagina's per velOrigineelInhoudstype
Scannen (menu)KwaliteitOrigineel
Faxen (menu)Lichter/donkerderKwaliteit
Foto (menu)De volgende foto-opties worden niet hersteld na twee minuten inactiviteit of als de printer wordt uitgeschakeld. De standaardfabrieksinstellingen worden wel hersteld wanneer een geheugen-kaart of flashstation wordt verwijderd.Foto-effectenFotoformaatIndelingKwaliteit

Tijdelijke instellingen wijzigen in nieuwe standaardinstellingen

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Standaardwaarden verschijnt en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Standaardwaarden instellen verschijnt en druk op OK. Huidige instellingen wordt op de display weergegeven.

4 Druk nogmaals op .OK

5 Druk op ⬆ tot Instellen wordt gesloten of druk op een andere modustoets.

De herstelfunctie voor instellingen uitschakelen

U kunt de herstelfunctie voor instellingen uitschakelen als u niet wilt dat de printer de standaardinstelling van een tijdelijke instelling herstelt na twee minuten inactiviteit of als de printer wordt uitgeschakeld.

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Apparaatinstelling verschijnt en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Time-out voor instellingen wissen verschijnt en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Nooit verschijnt en druk op OK.
5 Druk op ⬆ tot Instellen wordt gesloten of druk op een andere modustoets.

Time-out voor spaarstand wijzigen

U kunt de time-out voor de spaarstand van de printer aanpassen. De time-out van de spaarstand is de tijd waarna de printer overschakelt op de spaarstand, als deze niet wordt gebruikt. Wijzig de time-out voor de spaarstand om onderbrekingen te voorkomen wanneer u meerdere taken uitvoert met de printer.

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op

2 Druk op de pijltoetsen tot Apparaatinstelling verschijnt en druk op OK.

3 Druk op de pijltoetsen tot Spaarstand verschijnt en druk op OK.

4 Druk op de pijltoetsen om een time-out voor de spaarstand te selecteren en druk op OK.

Opmerking: Als u uw stroomverbruik wilt beperken, selecteert u de minimale time-out voor de spaarstand bij de opties. Als u de printer niet zo vaak wilt inschakelen van de spaarstand, selecteert u de maximale time-out voor de spaarstand.

5 Druk op ⬆ tot Instellen wordt gesloten of druk op een andere modustoets.

Printersoftware gebruiken

Printersoftware installeren

Windows

1 Sluit alle geopende programma's.

2 Plaats de cd met installatiesoftware in de computer.

Als het welkomstvenster niet verschijnt na een minuut, gaat u als volgt te werk:

Windows Vista:

a Klik op

b Typ in het vak Zoekopdracht starten D: \setup .exe, waarbij D de letter van het cd-rom- of dvd-rom-station is.

Windows XP en eerder:

a Klik op Start.

b Klik op Uitvoeren.

c Typ D:\setup.exe, waarbij D de letter van het cd-rom- of dvd-rom-station is.

3 Volg de aanwijzingen in het welkomstvenster om de printer in te stellen.

Macintosh

1 Sluit alle geopende toepassingen.

2 Plaats de cd met installatiesoftware in de computer.

Als het welkomstvenster niet wordt weergegeven na een minuut, klikt u op het cd-pictogram op het bureaublad.

3 Dubbelklik op Installeer.

4 Volg de aanwijzingen in het welkomstvenster om de printer in te stellen.

Printer instellen

Vanaf internet

1 Ga naar onze website op www.lexmark.com.
2 Blader op de startpagina door de menu's en klik op Drivers & Downloads.
3 Selecteer de printer en het printerstuurprogramma voor uw besturingssysteem.
4 Volg de aanwijzingen om het stuurprogramma te downloaden en de printersoftware te installeren.

Optioneel XPS-stuurprogramma installeren (alleen voor Windows Vista)

Het XPS-stuurprogramma (XML Paper Specification; XML-papierspecificatie) is een optioneel printerstuurprogramma dat is ontworpen voor de geavanceerde XPS-functies voor kleuren en afbeeldingen. Dit stuurprogramma is alleen beschikbaar voor gebruikers van Windows Vista. Als u de XPS-functies wilt gebruiken, moet u het XPS-stuurprogramma installeren als extra stuurprogramma nadat u de standaardprintersoftware hebt geïnstalleerd.

Opmerkingen:

  • Het XPS-stuurprogramma wordt alleen ondersteund in Windows Vista Service Pack 1 of hoger.
  • Voor u het XPS-stuurprogramma installeert, moet u de printer op uw computer installeren.
  • U hebt beheerdersrechten op de computer nodig als u het XPS-stuurprogramma wilt installeren.

U pakt als volgt het stuurprogramma uit:

1 Plaats de cd met installatiesoftware in de computer en klik op Annuleren als de installatiewizard wordt weergegeven.
2 Klik op →Computer.
3 Dubbelklik op het pictogram van het cd- of dvd-station en dubbelklik vervolgens op Drivers.
4 Dubbelklik op de map xps en vervolgens op het bestand setupxps.

De XPS-stuurprogrammabestanden worden uitgepakt en gekopieerd naar de computer en de benodigde Microsoft XPS-bestanden worden gestart. Volg de aanwijzingen op het scherm.

U installeert als volgt het XPS-stuurprogramma:

1 Klik op → Configuratiescherm.
2 Klik bij Hardware en geluiden op Printer en vervolgens op Een printer toevoegen.
3 Klik in het dialoogvenster Printer toevoegen op Een lokale printer toevoegen.
4 Selecteer Virtuele printerpoort voor USB in de keuzelijst Bestaande poort gebruiken: en klik op Volgende.
5 Klik op Bladeren.

Het dialoogvenster Installeren vanaf schijf wordt geopend.

6 Klik op Bladeren en blader naar de bestanden van het XPS-stuurprogramma op uw computer:

a Klik op Computer en dubbelklik op (C:).
b Dubbelklik op de map waarvan de naam eindigt op het nummer van het printermodel en dubbelklik op Drivers.

c Dubbelklik op de map xps en vervolgens op het xps-bestand.

Het dialoogvenster Installeren vanaf schijf wordt geopend.

d Klik op OK.

7 Klik op Volgende in de volgende twee dialoogvensters die worden weergegeven.

Raadpleeg het XPS leesmij-bestand op de cd met installatiesoftware voor meer informatie over het XPS-stuurprogramma. Dit bestand vindt u in de map xps met het batchbestand setupxps (letter van cd-station:\Drivers \xps\readme).

Printersoftware voor Windows gebruiken

Als u de printer hebt ingesteld met de cd met printersoftware, is alle benodigde software geïnstalleerd. U hebt mogelijk enkele aanvullende programma's geïnstalleerd. In de volgende tabel vindt u een overzicht van de verschillende programma's en wat u hiermee kunt doen.

Opmerking: afhankelijk van de functies van de printer die u gebruikt, zijn sommige programma's of sommige functies van deze programma's wellicht niet aanwezig.

Onderdeel Functie
LexmarkTM Productivity StudioFoto of document scannen, kopiëren, faxen, e-mailen of afdrukken.Foto's beheren en bewerken.Foto's overbrengen.Documenten scannen en opslaan als PDF-bestand.Posters en fotowenskaarten maken van uw eigen foto's.Instellingen aanpassen voor de printer.
Lexmark Fast Pics Foto's en documenten beheren, bewerken, overdragen en afdrukken.Opmerking: dit programma wordt automatisch geïnstalleerd met de printersoftware als u Lexmark Productivity Studio niet hebt geïnstalleerd.
Lexmark werkbalk voor het webWebpagina's in zwart-wit of alleen met tekst afdrukken om inkte besparen.Automatisch afdrukken van webpagina's inplannen.Picnik openen en foto's online bewerken.Lokale bestanden vanuit Windows afdrukken, scannen of converteren.
Lexmark Hulpprogramma's voor OfficeToegang tot uw favoriete instellingen in Microsoft Office 2007.
Lexmark Fax SolutionsFaxen verzenden.Faxen ontvangen op drie-in-één-printers.Contactpersonen in het interne telefoonboek toevoegen, bewerken of verwijderen.Lexmark Faxconfiguratieprogramma openen op vier-in-één-printers. Gebruik het Lexmark Faxconfiguratieprogramma om de snelkeuze- en groepskeuze-nummers en de opties voor bellen en antwoorden in te stellen en om de faxgeschiedenis en statusrapporten af te drukken.
Abby Sprint OCR Documenten scannen en tekst produceren die u kunt bewerken in een tekstverwerkingsprogramma.
Lexmark Hulpprogramma voor draadloze configu-ratieDraadloze printer installeren op een draadloos netwerk.Huidige draadloze instellingen voor de printer wijzigen.Opmerking: dit programma wordt automatisch geïnstalleerd met de printersoftware als de printer over draadloze functies beschikt.
Lexmark ServicecentrumProblemen met de printer oplossen.Onderhoudsfuncties van de printer weergeven.Contact opnemen met de klantenondersteuning.Opmerkingen:Dit programma wordt automatisch geïnstalleerd met de printersoftware.U wordt wellicht gevraagd dit programma te installeren vanaf het web, afhankelijk van uw printermodel.
Voorkeursinstellingen voor afdrukken Wanneer u een document hebt geopend en opBestand → Afdrukken en Eigenschappen klikt, wordt het dialoogvenster Voorkeursinstellingen voor afdrukken weergegeven. In dit dialoogvenster kunt u opties voor de afdruktaak selecteren, zoals de volgende opties:Het aantal exemplaren selecteren dat moet worden afgedrukt.Dubbelzijdige kopieën afdrukken.De papiersoort selecteren.Een nieuw watermerk toevoegen.Afbeelding verbeteren.Instellingen opslaan.Opmerking: Voorkeursinstellingen voor afdrukken wordt automatisch geïnstalleerd met de printersoftware.

Als u deze extra programma's niet hebt geïnstalleerd tijdens de eerste installatie, plaatst u de cd met installatiesoftware opnieuw, voert u de installatiesoftware uit en selecteert u Extra software installeren in het venster dat aangeeft dat de software al is geïnstalleerd.

Macintosh-printersoftware gebruiken

Onderdeel Functie
Dialoogvenster Druk afAfdrukinstellingen aanpassen en afdruktaken plannen.
Dialoogvenster PrinterservicesPrinterhulpprogramma openen.Problemen oplossen.Inkt of supplies bestellen.Contact opnemen met Lexmark.Contact opnemen.Versie controleren van de printersoftware die op de computer is geïnstalleerd.

Er worden tijdens de installatie van de software van de printer ook andere toepassingen geïnstalleerd. Deze toepassingen worden opgeslagen in de printermap in de Finder na de installatie.

1 Dubbelklik in de Finder op de printermap.
2 Dubbelklik op het pictogram van de toepassing die u wilt gebruiken.

Onderdeel Functie
Lexmark TakencentrumDocumenten en foto's scannen.Instellingen voor scantaken aanpassen.
Lexmark FaxconfiguratieprogrammaInstellingen voor faxtaken aanpassen.De snelkeuzelijst maken en bewerken.
Lexmark NetwerkkaartlezerInhoud weergeven van een opslagapparaat dat in een netwerkprinter is geplaatst.Foto's en documenten van een opslagapparaat overdragen naar de computer via een netwerk.
Lexmark PrinterhulpprogrammaHulp bij installatie van cartridge.Een testpagina afdrukken.Een uitlijningspagina afdrukken.De spuitopeningen van de inktcartridge reinigen.Inkt of supplies bestellen.De printer registreren.Contact opnemen met de klantenondersteuning.
Lexmark Assistent voor draadloze configuratie.Printer installeren op een draadloos netwerk.

Opmerking: afhankelijk van de printer die u gebruikt, zijn sommige functies van deze software wellicht niet aanwezig.

Schakelen tussen de achterste USB-poort en de Quick Connect-laptoppoort (alleen bepaalde modellen)

Als de printer is aangesloten op een desktopcomputer via de achterste USB-poort en u wilt een laptop aansluiten op de printer via de Quick Connect-laptoppoort, heeft de Quick Connect-laptoppoortverbinding voorrang op de USB-poortverbinding. De actieve afdruktaken op de desktopcomputer worden wellicht geannuleerd. Onderbreek of annuleer de actieve taken op de desktopcomputer voordat u schakelt tussen poorten.

Overschakelen van een desktopcomputer naar een laptop

1 Onderbreek of annuleer de actieve taken op de desktopcomputer.
2 Sluit een USB-kabel aan op de laptop en vervolgens op de Quick Connect-laptoppoort op de voorkant van de printer.

Let op—Kans op beschadiging: sluit de USB-kabel niet aan op de Quick Connect-laptoppoort of verwijder deze niet terwijl een geheugenkaart wordt gebruikt door de printer.

3 Als u de printersoftware nog niet hebt geïnstalleerd op de laptop, moet u deze nu installeren.

Windows

a Plaats de cd met installatiesoftware in de computer.
b Wacht tot het welkomstvenster wordt weergegeven.

Als het welkomstvenster niet verschijnt na een minuut, gaat u als volgt te werk:

Windows Vista:

1 Klik op
2 Typ in het vak Zoekopdracht starten D: \setup.exe, waarbij D de letter van het cd-rom- of dvd-rom-station is.

Windows XP en eerder:

1 Klik op Start.
2 Klik op Uitvoeren.
3 Typ D: \setup.exe, waarbij D de letter van het cd-rom- of dvd-rom-station is.

c Volg de aanwijzingen op het scherm.

Macintosh

a Plaats de cd met installatiesoftware in de computer.
b Wacht tot het welkomstvenster wordt weergegeven.

Opmerking: als het welkomstvenster niet wordt weergegeven na een minuut, klikt u op het cd-pictogram op het bureaublad.

c Dubbelklik op Installeer.
d Volg de aanwijzingen op het scherm.

Printer voorbereiden voor faxen

LEXMARK X5630 - Printer voorbereiden voor faxen - 1

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer. Installeer dit product nooit tijdens onweer en sluit nooit kabels, zoals het netsnoer of de telefoonlijn, aan tijdens onweer.

RJ11-adapter gebruiken

Land/regio

• Verenigd Koninkrijk • Italië
- Ierland - Zweden
- Finland - Nederland
- Noorwegen - Frankrijk
- Denemarken - Portugal

Als u de printer op een antwoordapparaat of ander telecommunicatieapparaat wilt aansluiten, gebruikt u de adapter voor de telefoonlijn die in de doos bij de printer is geleverd.

1 Sluit het ene uiteinde van het telefoonsnoer aan op de Line-poort van de printer.

LEXMARK X5630 - Land/regio - 1

2 Sluit de adapter aan op de telefoonlijn die bij de printer is geleverd.

LEXMARK X5630 - Land/regio - 2

Opmerking: De adapter voor het Verenigd Koninkrijk wordt weergegeven. Uw adapter ziet er mogelijk anders uit, maar past in de telefooncontactdoos die op uw locatie wordt gebruikt.

3 Sluit de telefoonlijn van het gewenste telecommunicatieapparaat aan op het linkeraansluiting van de adapter.

LEXMARK X5630 - Land/regio - 3

Als uw telecommunicatieapparaat een telefoonlijn met een Amerikaanse RJ11-aansluiting heeft, volgt u de onderstaande stappen voor het aansluiten van het apparaat:

1 Verwijder de afdekplug uit de EXT-poort achter op de printer.

LEXMARK X5630 - Land/regio - 4

Opmerking: wanneer u deze afdekplug eenmaal hebt verwijderd, functioneren land- of regiospecifieke apparaten die u op de aangegeven wijze via de adapter op de printer aansluit, niet correct.

LEXMARK X5630 - Land/regio - 5

2 Sluit uw telecommunicatieapparaat rechtstreeks aan op de EXT-poort achter op de printer.

LEXMARK X5630 - Land/regio - 6

Let op—Kans op beschadiging: raak de kabels of het aangegeven gedeelte van de printer niet aan wanneer er een fax wordt verzonden of ontvangen.

Land/regio

  • Saoedi-Arabië
    • Israël
    • Verenigde Arabische Emiraten
    • Hongarije
  • Egypte
  • Polen
    • Bulgarije
    • Roemenië
    • Tsjechië
    • Rusland
    • België
  • Slovenië
    • Australië
  • Spanje
    • Zuid-Afrika
  • Turkije
    • Griekenland

U sluit als volgt een antwoordapparaat of andere telecommunicatieapparaten op de printer aan:

1 Verwijder de afdekplug uit de achterzijde van de printer.

LEXMARK X5630 - Land/regio - 1

Opmerking: wanneer u deze afdekplug eenmaal hebt verwijderd, functioneren land- of regiospecifieke apparaten die u op de aangegeven wijze via de adapter op de printer aansluit, niet correct.

LEXMARK X5630 - Land/regio - 2

2 Sluit uw telecommunicatieapparaat rechtstreeks aan op de EXT-poort achter op de printer.

LEXMARK X5630 - Land/regio - 3

Let op—Kans op beschadiging: raak de kabels of het aangegeven gedeelte van de printer niet aan wanneer er een fax wordt verzonden of ontvangen.

Land/regio

  • Duitsland
  • Oostenrijk
  • Zwitserland

In de EXT-poort aan de achterzijde van de printer bevindt zich een afdekplug. Deze afdekplug is nodig voor het correct functioneren van de printer.

LEXMARK X5630 - Land/regio - 1

Opmerking: Verwijder de afdekplug niet. Als u deze verwijdert, functioneren andere telecommunicatieapparaten in uw huis (zoals telefoons of antwoordapparaten) mogelijk niet.

Faxverbinding kiezen

U kunt de printer aansluiten op apparatuur zoals een telefoon, antwoordapparaat of computermodem. Zie "Installatieproblemen oplossen" op pagina 126 als er problemen optreden.

Opmerking: De printer is een analoog apparaat dat het beste werkt als u het apparaat rechtstreeks aansluit op de wandaansluiting. Andere apparaten (zoals een telefoon of antwoordapparaat) kunnen vervolgens worden aangesloten op de printer. Dit wordt uitgelegd in de installatieprocedure. Wilt u een digitale verbinding zoals ISDN, DSL of ADSL gebruiken, dan hebt u een apparaat van derden (bijvoorbeeld een DSL-filter) nodig.

De printer hoeft niet aangesloten te worden op een computer, maar u moet de printer aansluiten op een telefoonlijn om faxen te verzenden en ontvangen.

U kunt de printer aansluiten op andere apparatuur. Gebruik de volgende tabel om te bepalen hoe u de printer het beste kunt instellen.

Apparatuur Voordelen Meer informatie
De printerEen telefoonsnoerFaxen verzenden en ontvangen zonder een computer te gebruiken.“Rechtstreeks aansluiten op een wandaansluiting voor telefoons” op pagina 42
De printerEen telefoonTwee telefoonsnoerenDe faxlijn gebruiken als een normale telefoonlijn.Faxen verzenden en ontvangen zonder een computer te gebruiken.“Aansluiten op een telefoon” op pagina 45
De printerEen telefoonEen antwoordapparaatDrie telefoonsnoerenBinnenkomende gesproken berichten en faxen ontvangen.“Aansluiten op een antwoordapparaat” op pagina 41
Apparatuur Voordelen Meer informatie
De printerEen telefoonEen computermodemDrie telefoonsnoerenFaxen verzenden met de computer of de printer.“Aansluiten op een computer met een modem” op pagina 44

Aansluiten op een antwoordapparaat

Sluit een antwoordapparaat aan op de printer als u gesproken berichten en faxen wilt ontvangen.

Opmerking: De installatieprocedures kunnen per land of regio verschillen. Zie het verwante onderwerp "RJ11-adapter gebruiken" voor meer informatie over het aansluiten van de printer op telecommunicatieapparaten.

1 Controleer of u beschikt over het volgende:

  • Een telefoon
  • Een antwoordapparaat
    • Drie telefoonsnoeren
  • Een wandaansluiting voor telefoons

2 Sluit een telefoonsnoer aan op de LINE-poort van de printer en op een werkende wandaansluiting voor telefoons.

LEXMARK X5630 - Aansluiten op een antwoordapparaat - 1

3 Verwijder de afdekplug uit de EXT-poort 📞 van de printer.

LEXMARK X5630 - Aansluiten op een antwoordapparaat - 2

4 Sluit een tweede telefoonsnoer aan op de telefoon en het antwoordapparaat.

LEXMARK X5630 - Aansluiten op een antwoordapparaat - 3

5 Sluit een derde telefoonsnoer aan op het antwoordapparaat en op de EXT-poort van de printer.

LEXMARK X5630 - Aansluiten op een antwoordapparaat - 4

Rechtstreeks aansluiten op een wandaansluiting voor telefoons

Sluit de printer rechtstreeks aan op een wandaansluiting voor telefoons om faxen te verzenden of ontvangen zonder gebruik te maken van een computer.

1 U hebt een telefoonsnoer en een wandaansluiting voor telefoons nodig.

2 Sluit het ene uiteinde van het telefoonsnoer aan op de LINE-poort van de printer.

LEXMARK X5630 - Rechtstreeks aansluiten op een wandaansluiting voor telefoons - 1

3 Sluit het andere uiteinde van het telefoonsnoer aan op een werkende wandaansluiting voor telefoons.

LEXMARK X5630 - Rechtstreeks aansluiten op een wandaansluiting voor telefoons - 2

Printer instellen

Rechtstreeks aansluiten op een wandaansluiting voor telefoons in Duitsland

Sluit de printer rechtsreeks aan op een wandaansluiting voor telefoons om faxen te verzenden of ontvangen zonder gebruik te maken van een computer.

1 Zorg dat u beschikt over een telefoonsnoer (geleverd bij het product) en wandaansluiting voor telefoons.

2 Sluit het ene uiteinde van het telefoonsnoer aan op de LINE-poort □ van de printer.

LEXMARK X5630 - Rechtstreeks aansluiten op een wandaansluiting voor telefoons in Duitsland - 1

3 Sluit het andere uiteinde van het telefoonsnoer aan op de N-aansluiting van een werkende wandaansluiting voor telefoons.

LEXMARK X5630 - Rechtstreeks aansluiten op een wandaansluiting voor telefoons in Duitsland - 2

4 Als u dezelfde lijn wilt gebruiken voor communicatie via fax en telefoon, sluit u een tweede telefoonsnoer (niet meegeleverd) aan op de telefoon en de F-aansluiting van een werkende wandaansluiting voor telefoons.

LEXMARK X5630 - Rechtstreeks aansluiten op een wandaansluiting voor telefoons in Duitsland - 3

5 Als u dezelfde lijn wilt gebruiken voor het opnemen van berichten op uw antwoordapparaat, sluit u een tweede telefoonsnoer (niet meegeleverd) aan op het antwoordapparaat en de andere N-aanlsuiting van de wandaansluiting voor telefoons.

LEXMARK X5630 - Rechtstreeks aansluiten op een wandaansluiting voor telefoons in Duitsland - 4

Aansluiten op een computer met een modem

Sluit de printer aan op een computer met een modem om faxen te verzenden met de software.

Opmerking: De installatieprocedures kunnen per land of regio verschillen. Zie het verwante onderwerp "RJ11-adapter gebruiken" voor meer informatie over het aansluiten van de printer op telecommunicatieapparaten.

1 Controleer of u beschikt over het volgende:

  • Een telefoon
  • Een computer met een modem
  • Twee telefoonsnoeren
  • Een wandaansluiting voor telefoons

2 Sluit een telefoonsnoer aan op de LINE-poort van de printer en op een werkende wandaansluiting voor telefoons.

LEXMARK X5630 - Aansluiten op een computer met een modem - 1

3 Verwijder de afdekplug uit de EXT-poort 📋 van de printer.

LEXMARK X5630 - Aansluiten op een computer met een modem - 2

4 Sluit een tweede telefoonsnoer aan op de computermodem en op de EXT-poort 📞 van de printer.

LEXMARK X5630 - Aansluiten op een computer met een modem - 3

Aansluiten op een telefoon

Sluit een telefoon aan op de printer om de faxlijn te gebruiken als een gewone telefoonlijn. Plaats de printer vervolgens bij de telefoon om kopieën te maken of faxen te verzenden of ontvangen zonder een computer.

Opmerking: De installatieprocedures kunnen per land of regio verschillen. Zie het verwante onderwerp "RJ11-adapter gebruiken" voor meer informatie over het aansluiten van de printer op telecommunicatieapparaten.

1 Controleer of u beschikt over het volgende:

  • Een telefoon
  • Twee telefoonsnoeren
  • Een wandaansluiting voor telefoons

2 Sluit een telefoonsnoer aan op de LINE-poort van de printer en op een werkende wandaansluiting voor telefoons.

LEXMARK X5630 - Aansluiten op een telefoon - 1

3 Verwijder de afdekplug uit de EXT-poort 📞 van de printer.

LEXMARK X5630 - Aansluiten op een telefoon - 2

4 Sluit het andere telefoonsnoer aan op een telefoon en op de EXT-poort 📞 van de printer.

LEXMARK X5630 - Aansluiten op een telefoon - 3

Digitale telefoondienst gebruiken

De faxmodem is een analoog apparaat. Bepaalde apparaten kunnen op de printer worden aangesloten zodat u digitale telefoondiensten kunt gebruiken.

- Als u een ISDN-telefoondienst gebruikt, sluit u de printer aan op een analoge telefoonpoort (R-interfacepoort) op een ISDN-adapter. Neem contact op met uw ISDN-leverancier voor meer informatie en om een R-interfacepoort aan te vragen.

- Als u DSL gebruikt, sluit u de printer aan op een DSL-filter of -router die ondersteuning biedt voor analoog gebruik. Neem contact op met uw DSL-leverancier voor meer informatie.

- Als u een PBX-telefoondienst gebruikt, moet u de printer aansluiten op een analoge aansluiting op het PBX-systeem. Is een dergelijke aansluiting niet beschikbaar, dan kunt u overwegen een analoge telefoonlijn voor het faxapparaat te installeren. Zie het verwante onderwerp "Instellingen aanpassen om een fax te verzenden achter een PBX" voor meer informatie over faxen als u een PBX-telefoondienst gebruikt.

De printer installeren op een draadloos netwerk (alleen bepaalde modellen)

Compatibiliteit met draadloze netwerken

De printer bevat een draadloze IEEE 802.11g-afdrukserver. De printer is compatibel met IEEE 802.11 b/g/n-routers die voldoen aan de Wi-Fi-norm. Als u problemen hebt met een router van het n-type, controleert u bij de fabrikant van de router of de huidige modusinstelling compatibel is met apparaten van het g-type, omdat deze instelling verschilt per routermerk en -model.

Gegevens die vereist zijn om de printer te installeren op een draadloos netwerk

Als u de printer wilt instellen voor draadloos afdrukken, hebt u de volgende gegevens nodig:

  • De naam van het draadloze netwerk. Deze wordt ook wel de SSID (Service Set Identifier) genoemd.
  • Informatie over de codering als die wordt gebruikt voor netwerkbeveiliging.
  • De beveiligingssleutel (een WEP-sleutel of een WPA-wachtwoord) waarmee andere apparaten communiceren op het netwerk als er codering wordt gebruikt voor netwerkbeveiliging.

U kunt de WEP-sleutel of het WPA-wachtwoord voor het netwerk vinden bij de beveiligingsinformatie op uw draadloze toegangspunt of router.

Als uw draadloze toegangspunt (draadloze router) WEP-beveiliging (Wired Equivalent Privacy) gebruikt, moet de WEP-sleutel de volgende kenmerken hebben:

  • Exact 10 of 26 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F, a-f en 0-9.
    of
  • Exact 5 of 13 ASCII-tekens. ASCII-tekens zijn letters, cijfers, interpunctietekens en symbolen die op het toetsenbord worden weergegeven.

Als uw draadloze toegangspunt WPA-beveiliging (Wi-Fi Protected Access) gebruikt, moet het WPA-wachtwoord de volgende kenmerken hebben:

  • 8 tot 63 ASCII-tekens. ASCII-tekens in een WPA-wachtwoord zijn hoofdlettergevoelig.
    of
  • Precies 64 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F, a-f en 0-9.

Als uw netwerk niet is beveiligd, hebt u geen beveiligingssleutel.

Opmerking: Als u de SSID van het netwerk waarop de computer is aangesloten niet weet, start u het hulpprogramma voor de draadloze netwerkadapter van de computer en zoekt u de netwerknaam op. Raadpleeg de documentatie bij het draadloze toegangspunt of neem contact op met uw systeembeheerder als u de SSID of de beveiligingsinformatie van uw netwerk niet kunt vinden.

Printer installeren op een draadloos netwerk

Voordat u de printer installeert op een draadloos netwerk, moet u het volgende controleren:

  • Uw draadloze netwerk is ingesteld en werkt correct.
  • De computer die u gebruikt is aangesloten op hetzelfde draadloze netwerk waarop u de printer wilt installeren.

Windows

1 Plaats de cd met installatiesoftware in de computer.

Als het welkomstvenster niet verschijnt na een minuut, gaat u als volgt te werk:

Windows Vista:

a Klik op .

b Typ in het vak Zoekopdracht starten D: \setup .exe, waarbij D de letter van het cd-rom- of dvd-rom-station is.

Windows XP en eerder:

a Klik op Start.
b Klik op Uitvoeren.
c Typ D:\setup.exe, waarbij D de letter van het cd-rom- of dvd-rom-station is.

2 Volg de aanwijzingen in het welkomstvenster om de printer in te stellen.

Macintosh

1 Plaats de cd met installatiesoftware in de computer.

Als het welkomstvenster niet wordt weergegeven na een minuut, klikt u op het cd-pictogram op het bureaublad.

2 Dubbelklik op Installeer.
3 Volg de aanwijzingen in het welkomstvenster om de printer in te stellen.

Printer installeren op andere computers

Nadat de printer is geconfigureerd op het draadloze netwerk, heeft elke computer op het netwerk draadloos toegang tot de printer. U moet echter wel het printerstuurprogramma installeren op elke computer waarvoor u de printer wilt gebruiken. U hoeft de printer niet opnieuw te configureren, maar u moet wel de installatiesoftware uitvoeren op de afzonderlijke computers om het stuurprogramma te installeren.

Windows

1 Plaats de cd met installatiesoftware in de computer.
2 Wacht tot het welkomstvenster wordt weergegeven.

Als het welkomstvenster niet verschijnt na een minuut, gaat u als volgt te werk:

Windows Vista:

a Klik op .

b Typ in het vak Zoekopdracht starten D: \setup .exe, waarbij D de letter van het cd-rom- of dvd-rom-station is.

Windows XP en eerder:

a Klik op Start.

b Klik op Uitvoeren.

c Typ D:\setup.exe, waarbij D de letter van het cd-rom- of dvd-rom-station is.

3 Volg de aanwijzingen op het scherm om een geconfigureerde printer te installeren op een nieuwe computer.

Macintosh

1 Plaats de cd met installatiesoftware in de computer.
2 Wacht tot het welkomstvenster wordt weergegeven.

Opmerking: als het welkomstvenster niet wordt weergegeven na een minuut, klikt u op het cd-pictogram op het bureaublad.

3 Dubbelklik op Installeer.
4 Volg de aanwijzingen op het scherm om een geconfigureerde printer te installeren op een nieuwe computer.

Uitleg van de kleuren van de Wi-Fi-aanduiding

De kleuren van de Wi-Fi-aanduiding geven de netwerkstatus van de printer aan.

- Uit kan het volgende betekenen:

  • De printer is uitgeschakeld of aan het opwarmen.
  • De printer is niet verbonden met een draadloos netwerk en bevindt zich in de spaarstand. In de spaarstand knippert het aan/uit-lampje.

- Oranje duidt op een van de volgende situaties:

  • De printer is nog niet geconfigureerd voor gebruik op een draadloos netwerk.
  • De printer is geconfigureerd voor een ad-hocverbinding, maar communiceert momenteel niet met een ander ad-hocapparaat.

- Knippert oranje kan het volgende betekenen:

  • De printer is buiten het bereik van het draadloze toegangspunt (draadloze router).
  • De printer probeert te communiceren met het draadloze toegangspunt, maar het draadloze toegangspunt is wellicht uitgeschakeld of werkt niet correct.
  • De geconfigureerde printer of het draadloze toegangspunt is uitgeschakeld en weer ingeschakeld. Daarom probeert de printer communicatie tot stand te brengen met het netwerk.
  • De draadloze instellingen van de printer zijn wellicht niet langer geldig.

- Groen geeft aan dat de printer is verbonden met een draadloos netwerk en gereed is voor gebruik.

- Knippert groen betekent dat de interne afdrukserver van de printer wordt bijgewerkt.

Speciale installatieaanwijzingen voor draadloze aansluitingen

De volgende aanwijzingen zijn van toepassing op klanten die een LiveBox, AliceBox, N9UF Box, FreeBox of Club Internet gebruiken.

Voor u begint

  • Zorg ervoor dat de draadloze functies zijn ingeschakeld en geactiveerd voor gebruik op een draadloos netwerk. Raadpleeg de documentatie bij het apparaat voor meer informatie over het configureren voor draadloos gebruik.
  • Controleer of het apparaat en de computer zijn ingeschakeld en zijn aangesloten op uw draadloze netwerk.

Printer toevoegen aan het draadloze netwerk

1 Stel de printer in met de bijgeleverde installatieaanwijzingen.
2 Als het apparaat over een knop voor koppeling/registratie beschikt op de achterkant, moet u op deze knop drukken als u wordt gevraagd een netwerk te selecteren.
Opmerking: nadat u op de knop hebt gedrukt, hebt u vijf minuten de tijd om de printerinstallatie te voltooien.

3 Keer terug naar het scherm en selecteer met welk netwerk u verbinding wilt maken. Als u het weergegeven netwerk wilt gebruiken, selecteert u Verbinden met en klikt u op Doorgaan.

Ga als volgt te werk als u niet het weergegeven netwerk wilt gebruiken:

a Selecteer Verbinden met een ander netwerk en klik op Doorgaan.
b Selecteer het netwerk dat u wilt gebruiken in de lijst met beschikbare netwerken en klik op Doorgaan.

4 Typ de netwerksleutel en klik op Doorgaan.

Opmerking: De WEP-, WPA- of WPA2-sleutel vindt u op de onderzijde van de doos of in de gebruikershandleiding in de doos, of u kunt de sleutel verkrijgen via de webpagina van het apparaat. Als u de sleutel voor het draadloze netwerk al hebt aangepast, gebruikt u de sleutel die u hebt gemaakt.

5 Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien.

Een statisch IP-adres toewijzen

Op de meeste draadloze netwerken wordt via DHCP automatisch een IP-adres toegewezen aan de printer.

Als de printer niet automatisch een IP-adres krijgt toegewezen, zal de installatiesoftware aangeven dat u het adres handmatig kunt toewijzen aan de printer. Dit komt voor als er geen server of router is die in staat is automatisch DHCP-adressen toe te wijzen op uw netwerk.

Neem contact op met uw systeembeheerder voor meer informatie.

Draadloze instellingen wijzigen na de installatie

U wijzigt als volgt draadloze instellingen van de printer, zoals het geconfigureerde netwerk, de beveiligingssleutel en andere instellingen:

Windows

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op .
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.

3 Klik op Extra → Lexmark Hulpprogramma voor draadloze configuratie.

Opmerking: als de installatiekabel nog niet is aangesloten, moet u tijdens de configuratieprocedure mogelijk de printer opnieuw aansluiten op de computer met de kabel.

4 Volg de aanwijzingen op het scherm om de software opnieuw te installeren en breng de gewenste wijzigingen aan.

Macintosh

1 Dubbelklik in de Finder op de printermap.
2 Dubbelklik op Lexmark Assistent voor draadloze configuratie.
3 Volg de aanwijzingen op het scherm.

Schakelen tussen een draadloze en USB-verbinding (alleen Windows)

Afhankelijk van uw wensen kunt u de methode wijzigen waarmee u toegang krijgt tot de printer. In de volgende procedures wordt ervan uitgegaan dat u de printer hebt geconfigureerd voor één type verbinding. Raadpleeg de onderwerpen over het oplossen van problemen met de specifieke verbinding als u problemen ondervindt tijdens de configuratie.

Printer draadloos gebruiken

Selecteer het verbindingstype dat beschrijft hoe u momenteel verbindig maakt met de printer:

Als de printer momenteel is geconfigureerd voor lokaal gebruik (via een USB-verbinding)

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op .
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.

De printer installeren op een draadloos netwerk (alleen bepaalde modellen)

3 Klik op Extra → Lexmark Hulpprogramma voor draadloze configuratie.
4 Volg de aanwijzingen in het welkomstvenster.

Opmerking: u hoeft tijdens de draadloze configuratie de USB-kabel waarmee de printer is aangesloten op de computer, niet los te maken.

Printer lokaal gebruiken (USB

Selecteer het verbindingstype dat beschrijft hoe u momenteel verbindig maakt met de printer:

Als de printer momenteel is geconfigureerd voor een draadloos netwerk

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op .
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.
3 Klik op Extra → Lexmark Hulpprogramma voor draadloze configuratie.
4 Volg de aanwijzigen op het scherm en sluit de USB-kabel aan als u hierom wordt gevraagd.
5 Als u wordt gevraagd een draadloos netwerk te selecteren, selecteert u Ander netwerk selecteren.
6 Selecteer Geen draadloos netwerk gebruiken.
7 Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien.

Schakelen tussen een draadloze en USB-verbinding (alleen Macintosh)

Afhankelijk van uw wensen kunt u de methode wijzigen waarmee u toegang krijgt tot de printer. In de volgende procedures wordt ervan uitgegaan dat u de printer hebt geconfigureerd voor één type verbinding. Raadpleeg de onderwerpen over het oplossen van problemen met de specifieke verbinding als u problemen ondervindt tijdens de configuratie.

Printer draadloos gebruiken

Als de printer momenteel is geconfigureerd voor lokaal gebruik (via een USB-verbinding)

1 Dubbelklik in de Finder op de printermap.
2 Dubbelklik op Lexmark Assistent voor draadloze configuratie.
3 Volg de aanwijzingen op het scherm om de printer draadloos te configureren.

Opmerking: u hoeft tijdens de draadloze configuratie de USB-kabel waarmee de printer is aangesloten op de computer, niet los te maken.

De printer installeren op een draadloos netwerk (alleen bepaalde modellen)

Printer lokaal gebruiken (USB

Als de printer momenteel is geconfigureerd voor een draadloos netwerk

1 Sluit het ene uiteinde van een USB-kabel aan op de USB-poort aan de achterkant van de printer. Sluit het andere uiteinde aan op een USB-poort op de computer.
2 Voeg de printer toe:

Mac OS X 10.5

a Klik op de menubalk op 📁 → Systeemvoorkeuren.
b Klik op Afdrukken en faxen in het gedeelte Hardware.
c Klik op +.
d Selecteer een printer in de lijst en klik vervolgens op Voeg toe.

Mac OS X 10.4 en eerder

a Klik in de Finder op Ga → Programma's → Hulpprogramma's → Afdrukbeheer of Printerconfiguratie, afhankelijk van de versie van uw besturingssysteem.

De printerlijst wordt weergegeven.

b Selecteer de printer die u wilt gebruiken.
c Klik op Voeg toe.

De printerbrowser wordt weergegeven.

d Selecteer de printer.
e Klik op Voeg toe.

3 Er wordt een tweede afdrukwachtrij gemaakt. Verwijder de wachtrij voor draadloos afdrukken als u de printer niet weer wilt gebruiken via een draadloze verbinding.

Geavanceerde draadloze installatie

Draadloos ad-hocnetwerk instellen

U kunt het beste uw draadloze netwerk instellen met een draadloos toegangspunt (draadloze router). Een netwerk dat op deze manier is ingesteld is een infrastructuurnetwerk. Als u een infrastructuurnetwerk hebt geïnstalleerd, moet u de printer configureren voor gebruik op dat netwerk.

Opmerking: De printer kan niet met meerdere draadloze netwerken tegelijk communiceren. Als u de printer configureert voor een ad-hoc draadloos netwerk kan deze niet functioneren op andere draadloze netwerken. Dit geld voor zowel ad-hoc- als infrastructuurnetwerken.

U kunt een ad-hocnetwerk instellen als u:

  • Geen toegangspunt of draadloze router hebt
  • Nog geen draadloos netwerk hebt (maar u hebt wel een draadloze adapter voor uw computer)
  • Een zelfstandig netwerk wilt instellen tussen de printer en de computer met een draadloze netwerkadapter.

Windows Vista:

1 Klik op

LEXMARK X5630 - Windows Vista: - 1

2 Klik op Configuratiescherm.
3 Klik op Netwerk en internet.
4 Klik onder Netwerkcentrum op Verbinding met een netwerk maken.
5 Klik in het dialoogvenster Verbinding met een netwerk maken op Draadloos ad-hocnetwerk (computer-naar-computer) instellen en klik op Volgende.
6 Volg de aanwijzingen in de wizard Draadloos adhoc-netwerk instellen. Tijdens de installatie:

a Maak een netwerknaam of SSID voor het netwerk met de computer en de printer.

b Schrijf de naam van uw draadloze netwerk op. Gebruik de juiste spelling en hoofdletters.
c Open het lijst voor het beveiligingstype, selecteer WEP en maak een WEP-beveiligingssleutel.

WEP-sleutels moeten de volgende kenmerken hebben:

  • Exact 10 of 26 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F, a-f en 0-9. of
  • Exact 5 of 13 ASCII-tekens. ASCII-tekens zijn letters, cijfers en symbolen die op het toetsenbord worden weergegeven

d Schrijf het wachtwoord van uw draadloze netwerk op. Gebruik de juiste spelling en hoofdletters.

Windows Vista schakelt het ad-hocnetwerk in. Het netwerk wordt weergegeven bij de beschikbare netwerken in het dialoogvenster Verbinding met een netwerk maken. Dit geeft aan dat de computer is geconfigureerd voor het ad-hocnetwerk.

7 Sluit het Configuratiescherm van Windows en eventuele andere vensters.
8 Plaats de installatiesoftware-cd in de computer en volg de aanwijzingen voor draadloze installatie.

Opmerking: sluit de installatie- of netwerkkabel niet aan totdat dit wordt aangegeven door de installatiesoftware.

9 Wanneer de beschikbare netwerken worden weergegeven, geeft u de netwerknaam en beveiligingsgegevens op die u hebt gemaakt in stap 6. Het installatieprogramma configureert de printer voor gebruik met uw computer.
10 Bewaar een kopie van de netwerknaam en de beveiligingsgegevens op een veilige plaats, zodat u deze in de toekomst weer kunt gebruiken.

Windows XP:

1 Klik op Start.
2 Klik op Configuratiescherm.
3 Klik op Netwerk- en Internet-verbindingen.
4 Klik op Netwerkverbindingen.
5 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de draadloze netwerkverbinding.
6 Klik op Inschakelen als deze optie wordt weergegeven in het snelmenu.

Opmerking: als Inschakelen niet wordt weergegeven, is de draadloze verbinding al ingeschakeld.

7 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Draadloze netwerkverbinding.

De printer installeren op een draadloos netwerk (alleen bepaalde modellen)

8 Klik op Eigenschappen.

9 Klik op de tab Draadloze netwerken.

Opmerking: Als het tabblad Draadloze netwerken niet wordt weergegeven, is er software van derden op de computer geïnstalleerd waarmee de instellingen voor draadloze netwerken worden beheerd. U moet deze software gebruiken om het draadloze ad-hocnetwerk in te stellen. Raadpleeg de documentatie bij de software van derden voor meer informatie over het opzetten van een ad-hocnetwerk.

10 Schakel het selectievakje Draadloos netwerk automatisch configureren in.

11 Verwijder eventueel bestaande netwerken onder Voorkeursnetwerken.

a Selecteer het netwerk dat u wilt verwijderen.

b Klik op Verwijderen om het netwerk uit de lijst te verwijderen.

12 Klik op Toevoegen om een ad-hocnetwerk te maken.

13 Voer in het vak Netwerknaam (SSID) de naam in voor het draadloze netwerk.

14 Noteer de netwerknaam zodat u deze bij de hand hebt tijdens het uitvoeren van de draadloze configuratie. Gebruik de juiste spelling en hoofdletters.

15 Als Netwerkverificatie wordt weergegeven in de lijst, selecteert u Openen.

16 Selecteer WEP in de lijst Gegevenscodering.

17 Schakel zo nodig het selectievakje De sleutel wordt mij automatisch aangeleverd uit.

18 Geef een WEP-sleutel op in het vak Netwerksleutel.

19 Noteer de WEP-sleutel zodat u deze bij de hand hebt tijdens het uitvoeren van de draadloze configuratie. Noteer de gegevens nauwkeurig, inclusief eventuele hoofdletters.

20 Geef dezelfde beveiligingssleutel op in het vak Bevestig de WEP-sleutel.

21 Selecteer Dit is een computer-naar-computer netwerk. Er worden geen draadloze toegangspunten gebruikt.

22 Klik twee keer op OK om de twee geopende vensters te sluiten.

23 Het kan enkele minuten duren voordat de computer de nieuwe instellingen heeft herkend. U controleert als volgt de status van uw netwerk:

a Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Draadloze netwerkverbindingen.

b Selecteer Beschikbare draadloze netwerken weergeven.

- Als het netwerk wordt weergegeven maar de computer heeft geen verbinding, selecteert u het ad-hocnetwerk en klikt u op Verbinden.

- Als het netwerk niet wordt weergegeven, wacht u een minuut en klikt u op de knop Netwerklijst vernieuwen.

24 Plaats de installatiesoftware-cd in de computer en volg de aanwijzingen voor draadloze installatie.

Opmerking: sluit de installatie- of netwerkkabel niet aan totdat dit wordt aangegeven door de installatiesoftware.

25 Wanneer de beschikbare netwerken worden weergegeven, geeft u de netwerknaam en beveiligingsgegevens op die u hebt gemaakt in stap 13. Het installatieprogramma configureert de printer voor gebruik met uw computer.

26 Bewaar een kopie van de netwerknaam en de beveiligingsgegevens op een veilige plaats, zodat u deze in de toekomst weer kunt gebruiken.

Windows 2000:

- Raadpleeg de documentatie die bij uw draadloze netwerkadapter is geleverd voor meer informatie over het configureren van een ad-hocnetwerk met Windows 2000.

Voor Macintosh-gebruikers

1 Maak een netwerknaam.

Mac OS X 10.5

a Klik in de Finder op 📄 → Systeemvoorkeuren.
b Klik op Netwerk.
c Klik op AirPort.

Mac OS X 10.4 en eerder

a Klik in de Finder op Ga → Programma's.
b Dubbelklik in de map Programma's op Internetverbinding.
c Klik op de werkbalk op AirPort.

2 Klik op Maak netwerk aan in het voorgrondmenu Netwerk.
3 Geef een naam op voor het ad-hocnetwerk en klik op OK.

Opmerking: bewaar de netwerknaam en het wachtwoord op een veilige plaats, zodat u deze in de toekomst weer kunt gebruiken.

Printer toevoegen aan een bestaand, draadloos ad-hocnetwerk

Opmerking: De printer kan niet met meerdere draadloze netwerken tegelijk communiceren. Als u de printer configureert voor een ad-hoc draadloos netwerk wordt deze van eventuele andere draadloze netwerken verwijderd. Dit geld voor zowel ad-hoc- als infrastructuurnetwerken waar de printer voor is geconfigureerd.

Windows

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op .
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.
3 Klik op Lexmark Hulpprogramma voor draadloze configuratie.
4 Volg de aanwijzingen in het welkomstvenster.

De printer installeren op een draadloos netwerk (alleen bepaalde modellen)

Macintosh

1 Dubbelklik in de Finder op de printermap.
2 Dubbelklik op Lexmark Assistent voor draadloze configuratie.
3 Volg de aanwijzingen in het welkomstvenster.

WPS (Wi-Fi Protected Setup) gebruiken

Wi-Fi Protected Setup (WPS) is een methode om apparaten op een beveiligd draadloos netwerk te configureren die sneller werkt dan de meeste andere methoden. De printer ondersteunt WPS en kan worden geconfigureerd voor draadloze toegang via WPS. Als u WPS wilt gebruiken om de printer te configureren, moet de draadloze router WPS ondersteunen.

Een WPS-compatibele router gebruiken

Als de router WPS ondersteunt, kunt u de printer toevoegen aan het draadloze netwerk met de methode die door de router wordt ondersteund. Raadpleeg de documentatie bij de router voor instructies.

Windows Vista gebruiken

Raadpleeg de documentie bij het besturingssysteem voor meer informatie over hoe u Windows Vista kunt gebruiken om de printer in te stellen via WPS.

Opmerking: Lexmark raadt u aan de installatie-cd met printersoftware bij de printer te gebruiken om de printer te configureren voor draadloze toegang.

Veelgestelde vragen

Waar kan ik mijn WEP-sleutel of WPA-wachtwoord vinden?

De WEP-sleutel of het WPA-wachtwoord voor het draadloze netwerk kunt u vinden in de beveiligingsinstellingen van het toegangspunt of de draadloze router. De meeste toegangspunten hebben een ingebouwde webserver die geopend kan worden met een webbrowser. Als u niet weet hoe u toegang moet krijgen tot de ingebouwde webserver of geen beheerdersrechten hebt voor het draadloze toegangspunt op uw netwerk, kunt u contact opnemen met de systeembeheerder.

Wat is een SSID?

Een SSID (Service Set Identifier) is de naam waarmee een draadloos netwerk wordt aangeduid. Alle apparaten op het netwerk moeten de SSID kennen van het draadloze netwerk, anders kunnen ze niet met elkaar communiceren Het draadloze netwerk zendt de SSID meestal uit zodat draadloze apparaten in de omgeving verbinding kunnen maken. De SSID wordt soms om veiligheidsredenen niet uitgezonden.

Als de SSID van uw draadloze netwerk niet wordt uitgezonden, kan het netwerk niet automatisch worden gedetecteerd en wordt het niet weergegeven in de lijst met beschikbare draadloze netwerken. U moet in dit geval de netwerkgegevens handmatig opgeven.

Een SSID kan uit maximaal 32 tekens bestaan.

Waar kan ik de SSID vinden?

U kunt de SSID voor het draadloze netwerk vinden door de instellingen van het toegangspunt of de draadloze router te bekijken. De meeste toegangspunten hebben een ingebouwde webserver die geopend kan worden met een webbrowser.

Veel netwerkadapters leveren een programma waarmee u de draadloze instellingen van uw computer, waaronder de SSID, kunt weergeven. Controleer uw computer om te zien of er een programma is geïnstalleerd met uw netwerkadapter.

Als u de SSID niet kunt vinden met deze methoden, neemt u contact op met uw systeembeheerder.

Wat is een netwerk?

Een netwerk is een verzameling apparaten, zoals computers, printers, Ethernet-hubs, draadloze toegangspunten en routers die met elkaar zijn verbonden via kabels of via een draadloze verbinding zodat ze kunnen communiceren. Een netwerk kan bedraad of draadloos zijn, of zijn ingesteld voor zowel bedrade als draadloze apparaten.

Apparaten op een bedraad netwerk gebruiken kabels om met elkaar te communiceren.

Apparaten op een draadloos netwerk gebruiken radiogolven in plaats van kabels om met elkaar te communiceren. Draadloze communicatie met een apparaat is alleen mogelijk als een draadloze afdrukserver is aangesloten of geïnstalleerd waarmee radiogolven kunnen worden ontvangen en verzonden.

Welke typen draadloze netwerkbeveiliging zijn er beschikbaar?

De draadloze printer ondersteunt vier beveiligingsopties: geen beveiliging, WEP, WPA en WPA2

Geen beveiliging

Het wordt niet aanbevolen om geen beveiliging in te stellen op een thuisnetwerk. Als u geen beveiliging gebruikt, betekent dit dat iedereen binnen het bereik van uw draadloze netwerk uw netwerkbronnen kan gebruiken - waaronder internettoegang, als uw draadloze netwerk is aangesloten op internet. Het bereik van uw draadloze netwerk kan ver buiten de muren van uw huis uitstrekken, waardoor er toegang is tot uw netwerk vanaf de straat of vanuit de huizen van uw buren. Ad-hocnetwerken, die geen draadloze toegangspunten of routers gebruiken, kunnen veilig zonder beveiliging worden gebruikt. Het bereik van een ad-hocnetwerk is erg klein waardoor de kans op niet-geautoriseerde toegang klein is.

WEP

WEP (Wireless Equivalent Privacy) is het eenvoudigste en zwakste type draadloze beveiliging. WEP-beveiliging vertrouwd op een serie tekens die de WEP-sleutel wordt genoemd.

Alle apparaten op het draadloze netwerk moeten dezelfde WEP-sleutel gebruiken. WEP-beveiliging kan op ad-hoc-en infrastructuurnetwerken worden gebruikt.

Voor een geldige WEP-sleutel geldt het volgende:

- Exact 10 of 26 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F, a-f en 0-9.

of

- Exact 5 of 13 ASCII-tekens. ASCII-tekens zijn letters, cijfers, interpunctietekens en symbolen die op het toetsenbord worden weergegeven.

WPA en WPA2

WPA (Wi-Fi Protected Access) en WPA2 (Wi-Fi Protected Access 2) bieden sterkere draadloze netwerkbeveiliging dan WEP. WPA en WPA2 zijn vergelijkbare typen beveiliging. WPA2 is een nieuwere versie van WPA en is veiliger dan WPA. WPA en WPA2 gebruiken beide een serie tekens, de vooraf gedeelde WPA-sleutel of het wachtwoord, om draadloze netwerken te beveiligen tegen niet-geautoriseerde toegang.

Voor een geldig WPA-wachtwoord geldt het volgende:

  • 8 tot 63 ASCII-tekens. ASCII-tekens in een WPA-wachtwoord zijn hoofdlettergevoelig.
    of
  • Precies 64 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F, a-f en 0-9.

Alle apparaten op het draadloze netwerk moeten hetzelfde WPA-wachtwoord gebruiken. WPA-beveiliging is alleen een optie voor infrastructuurnetwerken met draadloze toegangspunten en netwerkkaarten die WPA ondersteunen. De meeste nieuwere draadloze-netwerkapparatuur biedt ook WPA2-beveiliging als optie.

Hoe bepaal ik welk type beveiliging voor mijn netwerk wordt gebruikt?

U moet de WEP-sleutel of het WPA-wachtwoord en het type beveiliging (WEP, WPA of WPA2) kennen dat wordt gebruikt op het draadloze netwerk. Raadpleeg de documentatie bij het draadloze toegangspunt (draadloze router) of de webpagina voor het draadloze toegangspunt, of neem contact op met de systeembeheerder als u niet beschikt over deze instellingen.

Opmerking: De WEP-sleutel en het WPA-wachtwoord zijn niet hetzelfde als het wachtwoord voor het draadloze toegangspunt. Met dit wachtwoord hebt u toegang tot de instellingen van het draadloze toegangspunt. U kunt met de WEP-sleutel of het WPA-wachtwoord printers en computers aansluiten op het draadloze netwerk.

Hoe worden thuisnetwerken geconfigureerd?

Computers, laptops en printers moeten met elkaar verbonden zijn met kabels en/of moeten beschikken over ingebouwde of geïnstalleerde netwerkadapters, als u wilt dat ze met elkaar kunnen communiceren.

Een netwerk kan op veel verschillende manieren worden ingesteld. Hieronder worden vijf algemene voorbeelden gegeven.

Opmerking: de printers in de volgende diagrammen stellen printers voor die zijn uitgerust met interne afdrukservers zodat ze kunnen communiceren via een netwerk.

Voorbeeld van bedraad netwerk

  • Een computer, laptop en printer worden met Ethernet-kabels aangesloten op een hub, router of switch.
  • Het netwerk is aangesloten op internet via een DSL- of een kabelmodem.

LEXMARK X5630 - Voorbeeld van bedraad netwerk - 1

flowchart
graph TD
    A["Internet"] --> B["Router"]
    B --> C["Laptop"]
    B --> D["Printer"]
    B --> E["Desktop"]

Voorbeelden van een draadloos netwerk

Scenario 1: Een combinatie van draadloze en bedrade netwerkverbindingen op een netwerk met toegang tot internet

  • Alle computers en printers zijn verbonden met het netwerk via een router met mogelijkheden voor Ethernet en draadloos.
  • Sommige computers en printers zijn draadloos met de router verbonden en anderen via een bedrade verbinding.
  • Het netwerk is aangesloten op internet via een DSL- of een kabelmodem.

LEXMARK X5630 - Scenario 1: Een combinatie van draadloze en bedrade netwerkverbindingen op een netwerk met toegang tot internet - 1

flowchart
graph TD
    A["Router"] --> B["Internet"]
    C["Laptop"] --> D["Wireless Device"]
    E["Printer"] --> D
    D --> F["Desktop Computer"]

De printer installeren op een draadloos netwerk (alleen bepaalde modellen)

Scenario 2: Draadloos netwerk met toegang tot internet

  • Alle computers en printers zijn verbonden met het netwerk via een draadloos toegangspunt of draadloze router.
  • Het draadloze toegangspunt verbindt het netwerk met internet via een DSL- of een kabelmodem.

LEXMARK X5630 - Scenario 2: Draadloos netwerk met toegang tot internet - 1

flowchart
graph TD
    A["Router"] --> B["Internet"]
    C["Laptop"] --> D["Wireless Device"]
    D --> E["Printer"]
    D --> F["Desktop"]

Scenario 3: Draadloos netwerk zonder toegang tot internet

  • Computers en printers zijn verbonden met het netwerk via een draadloos toegangspunt.
  • Het netwerk heeft geen verbinding met internet.

LEXMARK X5630 - Scenario 3: Draadloos netwerk zonder toegang tot internet - 1

flowchart
graph TD
    A["Laptop"] --> B["Wireless Router"]
    B --> C["Printer"]
    C --> D["Desktop"]

Scenario 4: Computer draadloos verbonden met een printer zonder toegang tot internet

  • Een computer is rechtstreeks aangesloten op een printer en wordt niet via een draadloze router geleid.
  • Deze configuratie word een ad-hocnetwerk genoemd.
  • Het netwerk heeft geen verbinding met internet.

LEXMARK X5630 - Scenario 4: Computer draadloos verbonden met een printer zonder toegang tot internet - 1

Opmerking: De meeste computers kunnen niet met meerdere draadloze netwerken tegelijk verbinding maken. Als u verbinding maakt met internet via de draadloze verbinding, verliest u de toegang tot internet als u verbonden bent met een ad-hocnetwerk.

De printer installeren op een draadloos netwerk (alleen bepaalde modellen)

Waarom heb ik een installatiekabel nodig?

Als u de printer installeert op uw draadloze netwerk, moet u de printer tijdelijk aansluiten op een computer met de installatiekabel. Deze tijdelijke aansluiting wordt gebruikt om de draadloze instellingen van de printer in te stellen.

De installatiekabel wordt aangesloten op een rechthoekige USB-poort op de computer en op een vierkante USB-poort op de printer.

Hoe moet ik de installatiekabel aansluiten?

U kunt de installatiekabel aansluiten op een USB-poort van de printer en de vierkante aansluiting achter op de printer. Via deze verbinding kunt u de printer configureren voor een lokale of netwerkinstallatie.

1 Sluit de grote, rechthoekige stekker aan op een USB-poort op de computer. USB-poorten bevinden zich aan de voor- of achterkant van de computer en kunnen horizontaal of verticaal geplaatst zijn.

LEXMARK X5630 - Hoe moet ik de installatiekabel aansluiten? - 1

2 Sluit de kleine, vierkante stekker aan op de printer.

LEXMARK X5630 - Hoe moet ik de installatiekabel aansluiten? - 2

3 Volg de aanwijzingen op het scherm.

Wat is het verschil tussen infrastructuur- en ad-hocnetwerken?

Er zijn twee soorten draadloze netwerken: infrastructuur en ad-hoc.

In de infrastructuurmodus maken alle apparaten op een draadloos netwerk verbinding met een draadloze router (draadloos toegangspunt). Apparaten op het draadloze netwerk moeten geldige IP-adressen hebben voor het huidige netwerk en ze moeten dezelfde SSID en hetzelfde kanaal gebruiken als het draadloze toegangspunt.

De printer installeren op een draadloos netwerk (alleen bepaalde modellen)

In de ad-hocmodus maakt een computer met een draadloze netwerkadapter rechtstreeks verbinding met een printer met een draadloze afdrukserver. Een ad-hocnetwerk heeft geen draadloze router of draadloos toegangspunt. De computer moet een geldig IP-adres hebben voor het huidige netwerk en moet zijn ingesteld op de ad-hocmodus. De draadloze afdrukserver moet zijn geconfigureerd om dezelfde SSID en hetzelfde kanaal te gebruiken als de computer.

In de volgende tabel worden de kenmerken en de vereisten van de twee draadloze netwerktypen vergeleken.

Infrastructuur Ad-hoc
Kenmerken
CommunicatieVia een draadloos toegangspuntRechtstreeks tussen apparaten
BeveiligingMeer beveiligingsoptiesWEP-beveiliging of geen beveiliging
Bereik Bepaald door bereik en aantal draadloze toegangspuntenBeperkt tot het bereik van individuele apparaten op het netwerk
Snelheid Meestal sneller Meestallangzamer
Vereiste voor alle apparaten
Uniek IP-adres voor elk apparaatJa Ja
Zelfde SSID Ja, inclusief het draadloze toegangspunt Ja

Lexmark raadt aan een netwerk op te zetten in infrastructuurmodus met de installatie-cd die bij de printer is geleverd.

Infrastructuurmodus is de aanbevolen installatiemethode vanwege de volgende redenen:

• Verbeterde netwerkbeveiliging
• Verbeterde betrouwbaarheid
- Snellere prestaties
- Eenvoudigere installatie

Signaalsterkte bepalen

Draadloze apparaten hebben een ingebouwde antenne die radiosignalen verzendt en ontvangt. De signaalsterkte die wordt weergegeven op de netwerkconfiguratiepagina van de printer geeft aan hoe sterk een verzonden signaal wordt ontvangen. Veel factoren hebben invloed op de signaalsterkte. Eén factor is de storing die wordt veroorzaakt door andere draadloze apparaten of zelfs andere apparatuur, zoals magnetrons. Een andere factor is afstand. Hoe verder twee draadloze apparaten van elkaar verwijderd zijn, hoe waarschijnlijker het is dat het communicatiesignaal zwakker is.

De signaalsterkte die door uw computer wordt ontvangen, kan tijdens de configuratie ook de verbinding van de printer met het netwerk beïnvloeden. Tijdens de installatie van de draadloze adapter in uw computer, is met de software van de adapter waarschijnlijk een pictogram gemaakt in het systeemvak. Dubbelklik op dit pictogram om gegevens weer te geven over de sterkte van het draadloze netwerksignaal dat door de computer wordt ontvangen.

U kunt de kwaliteit van het signaal verbeteren door storingsbronnen te verwijderen en/of draadloze apparaten dichter bij het draadloze toegangspunt (draadloze router) te plaatsen.

Hoe kan ik de signaalsterkte van het draadloze netwerk verbeteren?

Een veelvoorkomende reden dat draadloze printers niet kunnen communiceren via een netwerk, is een draadloos signaal van slechte kwaliteit. Als het signaal te zwak is, te vervormd of wordt geblokkeerd door een object, kan het geen gegevens overdragen tussen het toegangspunt en de printer. Druk een netwerkconfiguratiepagina af om te controleren of de printer een krachtig signaal ontvangt van het toegangspunt. In het veld voor de kwaliteit wordt de relatieve sterkte van het draadloze signaal weergegeven dat de printer ontvangt. Afnamen van de signaalsterkte kunnen echter tijdelijk zijn. Hoewel de signaalsterkte goed lijkt, kan deze onder bepaalde omstandigheden zwakker worden.

Als u denkt dat de signaalsterkte een probleem is tussen het toegangspunt en de printer, kunt u een van de volgende oplossingen proberen:

Opmerkingen:

  • De volgende oplossingen zijn van toepassing op infrastructuurnetwerken. Wanneer u een ad-hocnetwerk gebruikt, moet u de computerinstellingen wijzigen als in de oplossing wordt aangegeven dat u de toegangspuntinstellingen moet wijzigen.
  • Ad-hocnetwerken hebben een veel kleiner bereik dan infrastructuurnetwerken. Plaats de printer dichter bij de computer als er een communicatieprobleem lijkt te zijn

PLAATS DE PRINTER DICHTER BIJ HET DRAADLOZE TOEGANGSPUNT/DRAADLOZE ROUTER.

Als de printer te ver van het toegangspunt is geplaatst, is communicatie met andere apparaten op het netwerk niet mogelijk. Voor de meeste draadloze netwerken binnenshuis is de maximale afstand tussen het toegangspunt en de printer ongeveer 30 meter. Deze afstand kan groter of kleiner zijn, afhankelijk van de indeling van het netwerk en de beperkingen van het toegangspunt.

VERWIJDER OBJECTEN DIE TUSSEN HET TOEGANGSPUNT EN DE PRINTER GEPLAATST ZIJN

Het draadloze signaal van uw toegangspunt kan door de meeste objecten heen worden verzonden. De meeste muren, vloeren, meubels en andere objecten zullen het draadloze signaal niet blokkeren. Er zijn echter materialen waar het signaal niet doorheen kan worden verzonden. Objecten met metaal en beton kunnen het signaal blokkeren. Plaats de printer en het toegangspunt zo dat het signaal niet wordt geblokkeerd door dergelijke objecten.

VERWIJDER STORINGSBRONNEN

Andere soorten radiofrequenties kunnen problemen veroorzaken met het draadloze signaal op uw netwerk. Deze storingsbronnen kunnen afdrukproblemen veroorzaken die tijdelijk lijken te zijn. Schakel mogelijke storingsbronnen uit wanneer dit mogelijk is. Gebruik geen magnetrons en draadloze telefoons wanneer u afdrukt via het draadloze netwerk.

Als een ander draadloos netwerk wordt gebruikt in de nabije omgeving, wijzigt u het draadloze kanaal van het toegangspunt.

Plaats het toegangspunt niet op een printer. Printers kunnen ook storing veroorzaken van het draadloze signaal.

DEEL HET NETWERK OPNIEUW IN ZODAT DE SIGNAALOPNAME WORDT VERMINDERD

Zelfs als het draadloze signaal door een object kan worden verzonden, wordt het signaal een beetje zwakker. Als het signaal door te veel objecten heen wordt verzonden, kan het erg worden verzwakt. Alle objecten nemen een deel van het draadloze signaal op wanneer het door de objecten heen wordt verzonden en bepaalde objecten kunnen zoveel van het signaal opnemen dat er communicatieproblemen optreden. Plaats het toegangspunt zo hoog mogelijk in de kamer om signaalopname te voorkomen.

Kan ik mijn printer tegelijkertijd via een USB- en een netwerkverbinding gebruiken?

Ja, de printer ondersteunt USB- en netwerkverbindingen die tegelijkertijd zijn aangesloten. De printer kan als volgt geconfigureerd worden:

  • Lokaal aangesloten (aangesloten op de computer met een USB-kabel).
  • Draadloos netwerk
  • Tegelijkertijd draadloos netwerk en lokaal aangesloten

Opmerking: draadloze verbindingen zijn alleen bij bepaalde modellen mogelijk.

Wat is een MAC-adres?

Een MAC-adres (Media Access Control) is een 48-bits code die is gekoppeld aan hardware- of netwerkapparaten. Het MAC-adres wordt ook wel het fysieke adres genoemd omdat het gekoppeld is aan de hardware van een apparaat en niet aan de software. Het MAC-adres wordt weergegeven als hexadecimaal getal met de volgende indeling: 01-23-45-67-89-AB.

Elk apparaat dat kan communiceren op een netwerk, heeft een MAC-adres. Netwerkprinters, computers en routers (Ethernet of draadloos) hebben allemaal een MAC-adres.

U kunt het MAC-adres van een netwerkapparaat wijzigen, maar dit is niet gebruikelijk. MAC-adressen worden doorgaans beschouwd als permanente adressen. Omdat IP-adressen eenvoudig kunnen worden gewijzigd, bieden MAC-adressen een betrouwbaardere methode voor het identificeren van specifieke apparaten op een netwerk.

Routers met beveiligingsmogelijkheden beschikken mogelijk over een filterfunctie voor MAC-adressen op netwerken. Hiermee kan een beheerde lijst worden opgesteld van apparaten die netwerktoegang krijgen op basis van hun MAC-adres. Door te filteren op MAC-adressen kunt u voorkomen dat ongewenste apparaten, bijvoorbeeld van indringers op een draadloos netwerk, toegang krijgen tot het netwerk. Het kan echter ook voorkomen dat een nieuw apparaat met een geldige netwerktoegang geen toegang krijgt tot het netwerk als u het MAC-adres niet hebt toegevoegd aan de lijst van apparaten met netwerktoegang op de router. Als op uw netwerk een filter voor MAC-adressen wordt gebruikt, moet u het MAC-adres van de printer opnemen in de lijst van apparaten met netwerktoegang.

Hoe vind ik het MAC-adres?

De meeste netwerkapparatuur beschikt over een unieke hardware-identificatiecode waarmee het betreffende netwerkapparaat kan worden onderscheiden van andere apparaten op het netwerk. Dit wordt het MAC-adres (Media Access Control) genoemd.

Het MAC-adres bestaat uit een reeks letters en cijfers. Het adres vindt u aan de achterkant van de printer.

UAA: XX XX XX XX XX XX

Opmerking: Een lijst met MAC-adressen kan worden ingesteld op een toegangspunt (router) zodat alleen apparaten met de juiste MAC-adressen het netwerk kunnen gebruiken. Dit wordt filteren op MAC-adres genoemd. Als filteren op MAC-adres is ingeschakeld in uw toegangspunt (router) en u wilt een printer toevoegen aan uw netwerk, moet het MAC-adres van de printer zijn opgenomen in de MAC-filterlijst.

Wat is een IP-adres?

Een IP-adres is een uniek getal dat wordt gebruikt door apparaten op een IP-netwerk, zoals een draadloze printer, computer of een draadloos toegangspunt, om andere apparaten te zoeken en hiermee te communiceren. Apparaten op een IP-netwerk kunnen alleen met elkaar communiceren als ze een uniek en geldig IP-adres hebben. Een uniek IP-adres betekent dat apparaten op hetzelfde netwerk niet hetzelfde IP-adres mogen hebben.

Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten. Een voorbeeld van een IP-adres is 192.168.100.110.

Wat is TCP/IP?

Netwerken kunnen functioneren omdat computers, printers en andere apparaten gegevens naar elkaar kunnen verzenden via kabels of met draadloze signalen. De overdracht van gegevens wordt mogelijk gemaakt door sets met regels voor gegevensverzending die protocollen worden genoemd. Een protocol kan worden gezien als een taal, en net als een taal heeft een protocol regels waardoor gebruikers kunnen communiceren met elkaar.

Verschillende soorten netwerken gebruiken verschillende protocollen, maar TCP/IP (Transmission Control Protocol/Internet Protocol) is het meest populair. TCP/IP wordt gebruikt om gegevens te verzenden via internet en via de meeste bedrijfs- en thuisnetwerken.

Aangezien computers geen woorden begrijpen en in plaats daarvan getallen gebruiken om te communiceren, is voor TCP/IP vereist dat elk apparaat op een netwerk dat TCP/IP gebruikt voor communicatie een IP-adres heeft. IP-adressen zijn unieke computernamen met een numerieke indeling die worden gebruikt om gegevens te verzenden via een netwerk. Met IP-adressen kan TCP/IP verzoeken bevestigen voor het aanvragen en ontvangen van gegevens door verschillende apparaten in het netwerk.

Hoe zoek ik IP-adressen?

Het IP-adres van een computer opzoeken met Windows

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

De printer installeren op een draadloos netwerk (alleen bepaalde modellen)

Windows Vista:

a Klik op
b Klik op Alle programma's → Bureau-accessoires.
c Klik op Opdrachtprompt.

Windows XP en eerder:

a Klik op Start.
b Klik op Alle programma's of Programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

2 Typ ipconfig.

3 Druk op Enter.

Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten: 192.168.0.100.

Het IP-adres van een computer opzoeken met Macintosh

1 Klik op 📄 → Systeemvoorkeuren.

2 Klik op Netwerk.

Mac OS X 10.5

a Klik op AirPort.
b Klik op Geavanceerd.
c Klik op TCP/IP.

Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten: 192.168.0.100.

Voor Mac OS X 10.4 en eerder

a Selecteer AirPort in het voorgrondmenu Toon.
b Klik op TCP/IP.

Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten: 192.168.0.100.

Het IP-adres van een printer zoeken

- Het IP-adres van de printer bevindt zich op de netwerkconfiguratiepagina.

Hoe worden IP-adressen toegewezen?

Een IP-adres kan automatisch door het netwerk worden toegewezen met DHCP. Nadat de printer is geconfigureerd op een computer, worden alle afdruktaken op de computer via het netwerk verzonden naar de printer met dit adres.

Als het IP-adres niet automatisch wordt toegewezen tijdens de draadloze installatie, kunt u het adres en andere netwerkgegevens handmatig opgeven nadat u de printer hebt geselecteerd in de beschikbare lijst.

Wat is een sleutelindex?

Een draadloos toegangspunt (draadloze router) kan met maximaal vier WEP-sleutels worden geconfigureerd. Er wordt op het netwerk echter maar één sleutel tegelijkertijd gebruikt. De sleutels zijn genummerd en het nummer van de sleutel wordt de sleutelindex genoemd. Wanneer er meerdere WEP-sleutels geconfigureerd zijn op het draadloze toegangspunt, moeten alle apparaten op het draadloze netwerk geconfigureerd zijn zodat ze dezelfde sleutel gebruiken.

De printer installeren op een draadloos netwerk (alleen bepaalde modellen)

Selecteer dezelfde sleutelindex op de printer als de sleutelindex die u gebruikt voor het draadloze toegangspunt.

Papier in de printer plaatsen

Papier in de printer plaatsen

1 Controleer het volgende:

  • U gebruikt papier dat geschikt is voor inkjetprinters.
  • Als u fotopapier, glossy papier of extra zwaar, mat papier gebruikt, moet u dit met de glanzende of afdrukzijde naar u toe plaatsen. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)
  • Het papier is niet reeds gebruikt of beschadigd.
  • U hebt voor speciaal papier de bijbehorende instructies doorgenomen.
  • U hebt het papier niet te ver in de printer geduwd.

2 Voordat u voor de eerste keer papier plaatst, drukt u de hendel voor papieraanpassing naar beneden om de papiergeleiders te verlengen.

LEXMARK X5630 - Papier in de printer plaatsen - 1

3 Plaats het papier verticaal in het midden van de papiersteun en schuif de hendel omhoog of omlaag om de papiergeleiders aan te passen. De papiergeleiders moeten tegen de randen van het papier zijn geplaatst.

LEXMARK X5630 - Papier in de printer plaatsen - 2

Opmerking: zorg dat het papier niet omkrult als u de papiergeleiders verschuift om papierstoringen te voorkomen.

Verschillende papiersoorten in de printer plaatsen

Normaal papier

U kunt 100 vellen papier (afhankelijk van de dikte) in de printer plaatsen.

Controleer het volgende:

  • Het papier dat u gebruikt, is geschikt voor inkjetprinters.
  • Het papier is in het midden van de papiersteun geplaatst.
  • De papiergeleiders zijn tegen de randen van het papier geschoven.

Extra zwaar, mat papier of glossy/fotopapier

U kunt maximaal 25 vellen plaatsen.

Controleer het volgende:

  • De glanzende zijde of afdrukzijde is naar u toe gericht. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)
  • Het papier is in het midden van de papiersteun geplaatst.
  • De papiergeleiders zijn tegen de randen van het papier geschoven.

Opmerking: Foto's moeten langer drogen. Verwijder afzonderlijke foto's zodra ze uit de printer komen en laat ze drogen. Hiermee voorkomt u dat de inkkt gaat vlekken.

Enveloppen

U kunt maximaal tien enveloppen in de printer plaatsen.

LEXMARK X5630 - Enveloppen - 1

Controleer het volgende:

  • De afdrukzijde van de enveloppen is naar u toe gericht.
  • De locatie voor de postzegel bevindt zich in de linkerbovenhoek.
  • De enveloppen die u gebruikt, zijn geschikt voor inkjetprinters.
  • De enveloppen zijn in het midden van de papiersteun geplaatst.
  • De papiergeleiders zijn tegen de randen van de enveloppen geschoven.

Let op—Kans op beschadiging: gebruik geen enveloppen met sluitkoordjes en metalen klemmetjes of sluitingen.

Opmerkingen:

  • Plaats geen enveloppen met gaten, perforaties, uitsparingen of reliëf.
  • Gebruik geen enveloppen met naar boven gevouwen plakranden.
  • Enveloppen moeten langer drogen. Verwijder afzonderlijke enveloppen zodra ze uit de printer komen en laat ze drogen. Hiermee voorkomt u dat de inkkt gaat vlekken.

Etiketten

U kunt maximaal 25 etiketvellen plaatsen.

Controleer het volgende:

  • De afdrukzijde van de etiketten is naar u toe gericht.
  • De bovenkant van de etiketvellen wordt eerst ingevoerd.
  • Er is een marge van minimaal 1 mm tussen de plakrand en de rand van de etiketvellen.
  • U gebruikt volledige etiketvellen. Bij gedeeltelijke vellen (met ontbrekende etiketten) kunnen de etiketten tijdens het afdrukken losraken, waardoor het papier kan vastlopen.

  • De etiketvellen zijn in het midden van de papiersteun geplaatst.

  • De papiergeleiders zijn tegen de randen van de etiketvellen geschoven.

Opmerking: Etiketten moeten langer drogen. Verwijder afzonderlijke etiketvellen zodra ze uit de printer komen en laat ze drogen. Hiermee voorkomt u dat de inkst gaat vlekken.

Transparanten

U kunt maximaal 50 transparanten plaatsen.

Controleer het volgende:

  • De ruwe zijde van de transparanten is naar u toe gericht.
  • Als de transparanten een verwijderbare strip hebben, moet de strip van u af en naar beneden (ten opzichte van de printer) gericht zijn.
  • De transparanten zijn in het midden van de papiersteun geplaatst.
  • De papiergeleiders zijn tegen de randen van de transparanten geschoven.

Opmerkingen:

  • U kunt het beste geen transparanten met achtervellen gebruiken.
  • Transparanten moeten langer drogen. Verwijder afzonderlijke transparanten zodra ze uit de printer komen en laat ze drogen. Hiermee voorkomt u dat de inkt gaat vlekken.

Opstrijktransfers

U kunt maximaal 10 opstrijktransfers plaatsen.

Controleer het volgende:

  • U hebt de instructies op de verpakking voor het plaatsen van opstrijktransfers gevolgd.
  • De afdrukzijde van de opstrijktransfers is naar u toe gericht.
  • De opstrijktransfers zijn in het midden van de papiersteun geplaatst.
  • De papiergeleiders zijn tegen de randen van de transfers geschoven.

Opmerking: voor optimale resultaten kunt u het beste één transfer per keer in de printer plaatsen.

Wenskaarten, indexkaarten, fotokaarten, briefkaarten

U kunt maximaal 25 kaarten in de lade plaatsen.

LEXMARK X5630 - Wenskaarten, indexkaarten, fotokaarten, briefkaarten - 1

Controleer het volgende:

  • De afdrukzijde van de kaarten is naar u toe gericht.
  • De kaarten zijn in het midden van de papiersteun geplaatst.
  • De papiergeleiders zijn tegen de randen van de kaarten geschoven.

Opmerking: Fotokaarten moeten langer drogen. Verwijder afzonderlijke fotokaarten zodra ze uit de printer komen en laat ze drogen. Hiermee voorkomt u dat de inkt gaat vlekken.

Aangepast papierformaat

U kunt 100 vellen papier (afhankelijk van de dikte) in de printer plaatsen.

Controleer het volgende:

  • De afdrukzijde van het papier is naar boven gericht.
  • Het papierformaat valt binnen de volgende afmetingen:

Breedte:

-76,2-215,9 mm

-3,0-8,5 inch

Lengte:

-127,0-355,6 mm

-5,0-17,0 inch

  • Het papier is in het midden van de papiersteun geplaatst.
  • De papiergeleiders zijn tegen de randen van het papier geschoven.

Bannerpapier

U kunt maximaal 20 vellen plaatsen.

LEXMARK X5630 - Bannerpapier - 1

Controleer het volgende:

  • Al het papier is van de papiersteun verwijderd voordat u het bannerpapier in de printer plaatst.
  • U hebt alleen het aantal pagina's afgescheurd dat nodig is om de banner af te drukken.
  • De stapel bannerpapier is op een vlakke ondergrond achter de printer geplaatst.
  • De vrije rand van het bannerpapier wordt als eerste in de printer ingevoerd.
  • Het papier is in het midden van de papiersteun geplaatst.
  • De papiergeleiders zijn tegen de randen van het papier geschoven.

Originele documenten op de glasplaat plaatsen

U kunt foto's, tekstdocumenten en artikelen uit tijdschriften, kranten en andere publicaties scannen en afdrukken. U kunt een document scannen voor faxen. Ook kunt u 3-D-objecten scannen voor gebruik in catalogussen, brochures of productfolders.

Opmerking: plaats foto's, briefkaarten, kleine voorwerpen, dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) en 3-D-objecten op de glasplaat in plaats van in de ADI.

1 Controleer of de computer en printer zijn ingeschakeld.

2 Open de bovenklep.

LEXMARK X5630 - Originele documenten op de glasplaat plaatsen - 1

3 Plaats het originele document met de afdrukzijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.

LEXMARK X5630 - Originele documenten op de glasplaat plaatsen - 2

Opmerking: foto's moeten worden geplaatst zoals wordt weergegeven.

4 Sluit de bovenklep om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

LEXMARK X5630 - Originele documenten op de glasplaat plaatsen - 3

Originele documenten in de automatische documentinvoer plaatsen

U kunt maximaal 25 vellen van een origineel document in de automatische documentinvoer (ADI) plaatsen om ze te scannen, te kopieren of te faxen. U kunt papier van het formaat A4, Letter of Legal in de ADI plaatsen.

Opmerkingen:

- Gebruik alleen nieuw en ongekreukeld papier dat niet is omgekruld.

- Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.

  1. Stel de papiergeleider van de ADI-lade in op de breedte van het originele document.

2 Waaier het originele document los.

LEXMARK X5630 - Opmerkingen: - 1

3 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar boven en de bovenzijde naar voren in de ADI tot u een pieptoon hoort.

LEXMARK X5630 - Opmerkingen: - 2

Het document wordt in de ADI gevoerd.

LEXMARK X5630 - Opmerkingen: - 3

Opmerking: Er wordt geen voorbeeld weergegeven als u de ADI gebruikt. Wanneer u de scanner gebruikt, kunt u één voorbeeldpagina per keer weergeven.

Papiercapaciteit van de automatische documentinvoer (ADI)

Maximumaantal Aandachtspunten
25 vellen:Letter-papierA4-papierLegal-papierDe papiergeleider van de ADI-lade is ingesteld op de breedte van het originele document.Het originele document is met de bedrukte zijde naar boven en de bovenzijde naar voren in de ADI geplaatst tot er een pieptoon werd afgespeeld.Het papierformaat valt binnen de volgende afmetingen:Breedte:- 210,0 mm-215,9 mm- 8,25 inch-8,5 inchLengte:- 279,4 mm-355,6 mm- 11,0 inch-14,0 inchU hebt het voorgedrukte papier goed laten drogen voordat u het papier in de ADI plaatst.Het papier is niet bedrukt met metaalhoudende inkt.U gebruikt geen papier met reliëfdruk.

Sensor voor papiersoort gebruiken

De printer is uitgerust met een sensor die automatisch de papiersoort vaststelt. De sensor voor papiersoort stelt automatisch vast welke papiersoort in de printer is geplaatst en past de instellingen dan voor u aan. Als u bijvoorbeeld een foto wilt afdrukken, plaatst u fotopapier in de printer. Nadat de printer de papiersoort heeft vastgesteld, worden de instellingen automatisch aangepast voor optimale resultaten bij het afdrukken van de foto's.

Afdrukken

Standaarddocumenten afdrukken

Documenten afdrukken

1 Plaats het papier in de printer.

LEXMARK X5630 - Documenten afdrukken - 1

2 Voer een van de volgende handelingen uit om af te drukken:

Windows

a Open het gewenste bestand in een Windows-programma en klik op Bestand → Afdrukken.
b Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
c Selecteer de afdrukkwaliteit, het aantal af te drukken exemplaren en de soort papier waarop u wilt afdrukken. Geef ook op hoe u wilt dat de pagina's worden afgedrukt.
d Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.
e Klik op OK of Afdrukken.

Macintosh

a Open het gewenste bestand in een Macintosh-toepassing en klik op Archief → Druk af.
b Selecteer de printer in het voorgrondmenu Printer.
c Selecteer in het voorgrondmenu met afdrukopties de afdrukkwaliteit, het aantal af te drukken exemplaren, de soort papier waarop u wilt afdrukken. Geef ook op hoe u wilt dat de pagina's worden afgedrukt.
d Klik op Druk af.

Webpagina's afdrukken

Als u de software van deLexmark werkbalk installeert voor uw webbrowser, kunt u de software gebruiken om een afdrukvriendelijke webpagina te maken.

Opmerkingen:

  • Voor Windows ondersteunt de software Microsoft Internet Explorer 5.5 of later of een compatibele versie van Firefox.
  • Voor Macintosh ondersteunt de software een compatibele versie van Firefox.

LEXMARK X5630 - Opmerkingen: - 1

1 Plaats papier in de printer.
2 Open een webpagina met een browser die wordt ondersteund.

3 Selecteer een afdrukoptie om de pagina af te drukken.

U kunt de instellingen ook aanpassen of de afdrukinstellingen bekijken voordat u gaat afdrukken.

Meerdere exemplaren van een document afdrukken

Windows

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Geef het gewenste aantal exemplaren op in het gedeelte Exemplaren op het tabblad Printerinstelling.
4 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.
5 Klik op OK of Afdrukken.

Macintosh

1 Open het gewenste bestand en klik op Archief → Druk af.
2 Selecteer de printer in het voorgrondmenu Printer.
3 Voer in het gedeelte Exemplaren het aantal exemplaren in dat u wilt afdrukken.

4 Klik op Druk af.

Afgedrukte exemplaren sorteren

Als u meerdere exemplaren van een document afdrukt, kunt u ervoor kiezen om elk exemplaar als een set (gesorteerd) af te drukken of de exemplaren af te drukken als groepen van dezelfde pagina's (niet gesorteerd).

Gesorteerd Niet gesorteerd

3 2 1 3 2 1 1 1 2 2 3 3

Windows

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Geef het aantal exemplaren dat u wilt afdrukken op in het gedeelte Aantal exemplaren op het tabblad Printerinstelling en klik op Sorteren.
4 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.
5 Klik op OK of Afdrukken.

Opmerking: de optie Sorteren is alleen beschikbaar als u meerdere exemplaren afdrukt.

Macintosh

1 Open het gewenste bestand en klik op Archief → Druk af.
2 Geef het aantal exemplaren dat u wilt afdrukken op in het gedeelte Aantal exemplaren en klik op Sorteren.
3 Klik op Druk af.

Opmerking: Verwijder de afzonderlijke foto's zodra ze uit de printer komen en laat de foto's drogen voordat u ze op elkaar legt. Hiermee voorkomt u vlekken op de foto's.

Laatste pagina eerst afdrukken (omgekeerde paginavolgorde)

Windows

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Selecteer Laatste pagina eerst afdrukken in het gedeelte Exemplaren op het tabblad Printerinstelling.
4 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.
5 Klik op OK of Afdrukken.

Macintosh

1 Open het gewenste bestand en klik op Archief → Druk af.
2 Selecteer de printer in het voorgrondmenu Printer.
3 Voer een van de volgende handelingen uit:

Voor Mac OS X 10.5 en 10.4

a Selecteer Papierafhandeling in het menu met afdrukopties.
b Selecteer Omgekeerd in het menu Paginavolgorde.

Mac OS X 10.3

a Selecteer Papierafhandeling in het menu met afdrukopties.
b Selecteer Omgekeerde paginavolgorde.

4 Klik op Druk af.

Meerdere pagina's op één vel afdrukken (N per vel)

Windows

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
3 Selecteer N per vel in de keuzelijst Indeling op het tabblad Geavanceerd.
4 Selecteer hoeveel paginabeelden op één pagina moeten worden afgedrukt.
Selecteer Paginaranden afdrukken als u een rand wilt afdrukken om elke pagina.

5 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.
6 Klik op OK of Afdrukken.

Macintosh

1 Open het gewenste bestand en klik op Archief → Druk af.
2 Selecteer Lay-out in het voorgrondmenu met afdrukopties.

  • Geef in het voorgrondmenu Pagina's per vel het aantal paginabeelden op dat op één vel papier moet worden afgedrukt.
  • Klik bij Lay-outrichting op het pictogram dat de volgorde weergeeft waarin de paginabeelden moeten worden afgedrukt op het vel.
  • Als u een rand wilt afdrukken rond elke pagina-afbeelding, kiest u een optie in het voorgrondmenu Rand.

3 Klik op Druk af.

Documenten vanaf een geheugenkaart of flashstation afdrukken

U schakelt als volgt de functie Bestand afdrukken in:

  • De printer moet zijn aangesloten op een computer met een USB-kabel of via een netwerk.
  • De printer en de computer moeten zijn ingeschakeld.
  • De geheugenkaart of het flashstation moeten documenten bevatten die worden ondersteund door de printer.
  • Er moeten toepassingen op de computer zijn geïnstalleerd die de bestandstypen op het opslagapparaat ondersteunen.

1 Plaats een geheugenkaart of flashstation in de printer.

De volgende bestandstypen worden herkend:

  • .doc (Microsoft Word)
    • .xls (Microsoft Excel)
    • .ppt (Microsoft PowerPoint)
  • .pdf (Adobe Portable Document Format)
    • .rtf (Rich Text Format)
    • .docx (Microsoft Word Open Document Format)
  • .xlsx (Microsoft Excel Open Document Format)
  • .pptx (Microsoft PowerPoint Open Document Format)
    • .wps (Microsoft Works)
  • .wpd (WordPerfect)

Wanneer de printer het geheugenapparaat detecteert, wordt het bericht Geheugenkaart gevonden of Apparaat voor massaopslag weergegeven op het bedieningspaneel van de printer.

2 Als alleen documenten zijn opgeslagen op het opslagapparaat, schakelt de printer automatisch over naar de modus Bestand afdrukken.

Als er documentbestanden en afbeeldingsbestanden zijn opgeslagen op het opslagapparaat, drukt u op OK om Documenten te selecteren.

3 Voer een van de volgende handelingen uit:

USB-verbinding

a Druk op de pijltoetsen om de bestandsnaam te selecteren van het document dat u wilt afdrukken of de map waarin het document is opgeslagen op het opslagapparaat.
b Druk op OK en druk op ● om het document af te drukken.

Draadloze verbinding (alleen bepaalde modellen)

a Wacht tot de printer verbinding heeft gemaakt met de netwerkcomputer of klaar is met het zoeken naar beschikbare computers op het netwerk.

Als u hierom wordt gevraagd, drukt u op de pijltoetsen om een netwerkcomputer te selecteren en drukt u op OK.

Opmerkingen:

  • U moet wellicht een pincode opgeven als dit vereist is voor de computer. Raadpleeg de Help van de printersoftware voor uw besturingssysteem als u een computernaam en een pincode wilt toewijzen aan de computer.
  • Als de printer een toetsenblok heeft, geeft u de pincode op met het toetsenblok en drukt u vervolgens op ⓄK
  • Als de printer geen toetsenblok heeft, verhoogt of verlaagt u met de pijltoetsen de waarde van elk cijfer (de standaardwaarde is 0000) in de pincode en drukt u op OK elke keer nadat u een cijfer hebt geselecteerd.

b Druk op de pijltoetsen om de bestandsnaam te selecteren van het document dat u wilt afdrukken of de map waarin het document is opgeslagen op het opslagapparaat.

c Druk op OK en druk op ● om het document af te drukken.

Speciale documenten afdrukken

Compatibele, speciale papiersoorten selecteren

  • Extra zwaar, mat papier: mat fotopapier dat wordt gebruikt voor het afdrukken van afbeeldingen van hoge kwaliteit.
  • Standaard glossy of fotopapier: fotopapier met een speciale coating. Deze papiersoort wordt gebruikt voor het afdrukken van foto's met heldere, scherpe afbeeldingen.
  • Lexmark fotopapier: uitmuntend extra zwaar inkjetfotopapier voor alledaags gebruik dat speciaal is ontworpen voor Lexmark inkjetprinters, maar dat geschikt is voor alle inkjetprinters. Het papier is niet duur en levert fantastische resultaten.
  • Lexmark PerfectFinish ^TM fotopapier: fotopapier van hoge kwaliteit dat speciaal is ontworpen voor Lexmark inkjetprinters, maar dat geschikt is voor alle inkjetprinters. Gebruik dit papier voor het afdrukken van professioneel uitziende foto's met een glossy coating. In combinatie met Lexmark evercolor ^TM 2 inkt kunt u met dit papier foto's afdrukken die niet verkleuren en die waterbestendig zijn.
  • Transparant: doorzichtig, plastic afdrukmateriaal dat vooral wordt gebruikt voor overheadprojectors.
  • Wenskaarten: erg dik papier dat wordt gebruikt voor het afdrukken van stugge items, zoals wenskaarten.
  • Opstrijktransfer: afdrukmateriaal waarop een omgekeerde afbeelding kan worden afgedrukt, die vervolgens op stof kan worden gestreken.
  • Etiketten: zelfklevend papier voor inkjetprinters dat beschikbaar is in verschillende soorten, indelingen en formaten.

Enveloppen afdrukken

1 Plaats de enveloppen in de printer.

LEXMARK X5630 - Enveloppen afdrukken - 1

2 Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows

a Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.

b Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.

c Selecteer in de keuzelijst Materiaalsoort op het tabblad Printerinstelling de optie Normaal.

d Selecteer in de lijst Papierformaat het formaat van de enveloppen.

Opmerking: als u af wilt drukken op een envelop met een aangepast formaat, selecteert u Aangepast formaat en bepaalt u de hoogte en de breedte van de envelop.

e Selecteer de afdrukstand Staand of Liggend.

f Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.

g Klik op OK of Afdrukken.

Macintosh

a Pas zo nodig de instellingen aan in het dialoogvenster Pagina-instelling.

1 Open het gewenste bestand en klik op Archief → Pagina-instelling.

2 Selecteer het envelopformaat in het voorgrondmenu Stel in voor. Stel een aangepast papierformaat in als er geen passend papierformaat is.

3 Selecteer een afdrukstand bij Richting.

4 Klik op OK.

b Pas zo nodig de instellingen aan in het dialoogvenster Druk af.

1 Open het gewenste bestand en klik op Archief → Druk af.

2 Selecteer de printer die u wilt gebruiken in het voorgrondmenu Printer.

3 Klik op Druk af.

Opmerkingen:

- Voor de meeste enveloppen wordt de afdrukstand Liggend gebruikt.

- Zorg dat u in de toepassing dezelfde afdrukstand hebt geselecteerd.

Etiketten afdrukken

1 Plaats de etiketvellen in de printer.

2 Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows

a Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
b Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.
c Selecteer een papierformaat in het voorgrondmenu Papierformaat op het tabblad Printerinstelling dat bij het formaat van het etiketvel past. Stel een aangepast papierformaat in als er geen passend papierformaat is. Selecteer zo nodig de juiste papiersoort in de keuzelijst Materiaalsoort.
d Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.
e Klik op OK of Afdrukken.

Macintosh

a Pas zo nodig de instellingen aan in het dialoogvenster Pagina-instelling.

1 Open het gewenste document en klik op Archief → Pagina-instelling.
2 Selecteer de printer die u wilt gebruiken in het voorgrondmenu Stel in voor.
3 Selecteer een papierformaat in het voorgrondmenu Papierformaat dat bij het formaat van het etiketvel past. Stel een aangepast papierformaat in als er geen passend papierformaat is.

b Pas zo nodig de instellingen aan in het dialoogvenster Druk af.

1 Open het gewenste document en klik op Archief → Druk af.
2 Selecteer de printer die u wilt gebruiken in het voorgrondmenu Printer.
3 Selecteer Kwaliteit & media in het voorgrondmenu met afdrukopties.
4 Selecteer in het voorgrondmenu Papier de gewenste papiersoort.
5 Selecteer in het menu Afdrukkwaliteit een andere afdrukkwaliteit dan Snel afdrukken.

Tips voor het plaatsen van etiketvellen

  • Zorg dat de bovenkant van het etiketvel als eerste in de printer wordt ingevoerd.
  • Zorg dat er een marge van minimaal 1 mm tussen de plakrand en de rand van het etiketvel zit.
  • Controleer of de papiergeleider of papiergeleiders tegen de zijkanten van het papier zijn geplaatst.
  • U gebruikt volledige etiketvellen. Bij gedeeltelijke vellen (met ontbrekende etiketten) kunnen de etiketten tijdens het afdrukken losraken, waardoor het papier kan vastlopen.

Opmerking: Etiketten moeten langer drogen. Verwijder afzonderlijke etiketvellen zodra ze uit de printer komen en laat ze drogen. Hiermee voorkomt u dat de inkst gaat vlekken.

Afdrukken op papier met een aangepast formaat

Plaats het papier met aangepast formaat in de printer voordat u de volgende aanwijzigen volgt. Zie het hoofdstuk Papier in de printer plaatsen voor meer informatie.

Windows

1 Open het gewenste bestand en klik op Bestand → Afdrukken.
2 Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen.

Het tabblad Printerinstelling wordt weergegeven.

3 Selecteer Aangepast formaat in de lijst Papierformaat van het gedeelte Opties voor papier.

Het dialoogvenster Aangepast papierformaat definiëren wordt weergegeven.

5 Klik op OK om alle geopende dialoogvensters van de printersoftware te sluiten.

6 Druk het document af.

Macintosh

1 Open het gewenste bestand en klik op Archief → Pagina-instelling.
2 Kies Beheer aangepaste formaten in het voorgrondmenu Papierformaat.
3 Maak een aangepast formaat.

a Klik op +.

b Voer in het menu Paginaformaat de Breedte en de Hoogte van het papier in.
c Selecteer de printer die u wilt gebruiken in het voorgrondmenu Printermarges. De marges worden ingesteld door de printer.

Als u de marges wilt instellen, selecteert u Bepaald door gebruiker, en voert u vervolgens de marges in het gedeelte Printermarges in.

d Dubbelklik in het linkerdialoogvenster op een aangepast formaat Zonder titel en voer een naam in voor het door u ingestelde aangepaste papierformaat.
e Klik op OK.

4 Open het voorgrondmenu Papierformaat opnieuw en selecteer de naam van het aangepaste papierformaat dat is toegevoegd in stap 3d.

5 Klik op Druk af.

Afdruktaken beheren

Afdruktaken onderbreken

Printermap in Windows gebruiken

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista:

a Klik op
b Klik op Configuratiescherm.
c Klik bij Hardware en geluid op Printer.

Windows XP:

a Klik op Start.
b Klik op Printers en faxapparaten.

Windows 2000:

a Klik op Start.
b Klik op Instellingen → Printers.

2 Klik met de rechtermuisknop op de printer en kies Afdrukken onderbreken.

Taakbalk van Windows gebruiken

1 Dubbelklik op het printerpictogram in de taakbalk.
2 Klik met de rechtermuisknop op de documentnaam en kies Onderbreken.

Macintosh

1 Terwijl het document wordt afgedrukt, klikt u op het printerpictogram in het Dock. Het wachtrijvenster wordt weergegeven.
2 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Als u een bepaalde afdruktaak wilt onderbreken, selecteert u de documentnaam en klikt u op Stel uit.
  • Als u alle afdruktaken in de wachtrij wilt onderbreken, klikt u op Stop printer of Stop afdruktaken, afhankelijk van de versie van het besturingssysteem dat u gebruikt.

Printermap in Windows gebruiken

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista:

a Klik op
b Klik op Configuratiescherm.
c Klik op Printer bij Hardware en geluid.

Windows XP:

a Klik op Start.
b Klik Printers en faxapparaten.

Windows 2000:

a Klik op Start.
b Klik op Instellingen → Printers.

2 Klik met de rechtermuisknop op de printernaam en kies Openen.

3 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Als u een bepaalde afdruktaak wilt hervatten, klikt u met de rechtermuisknop op de documentnaam en klikt u op Hervatten.
  • Als u alle afdruktaken in de wachtrij wilt hervatten, klikt u op Printer en schakelt u de optie Afdrukken onderbreken uit.

Taakbalk van Windows gebruiken

1 Dubbelklik op het printerpictogram in de taakbalk.
2 Klik met de rechtermuisknop op de documentnaam en kies Hervatten.

Mac OS X 10.5 gebruiken

1 Klik op de menubalk op 📄 → Systeemvoorkeuren → Afdrukken en faxen.

2 Klik op Open afdrukwachtrij.

Het wachtrijvenster wordt weergegeven.

  • Als u een bepaalde afdruktaak wilt hervatten, selecteert u de documentnaam en klikt u op Hervat.
  • Als u alle afdruktaken in de wachtrij wilt hervatten, klikt u op Hervat printer.

Mac OS X 10.4 en eerder gebruiken

1 Klik in de menubalk op Ga → Programma's → Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.

De printerlijst wordt weergegeven.

2 Dubbelklik op de printer.

Het wachtrijvenster wordt weergegeven.

3 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Als u alle afdruktaken in de wachtrij wilt hervatten, klikt u op Start taken.
  • Als u een bepaalde afdruktaak wilt hervatten, selecteert u de documentnaam en klikt u op Hervat.

Afdruktaken annuleren

Bedieningspaneel van de printer gebruiken

Druk op ✗

Het venster met de afdrukstatus van de printer gebruiken

Het venster Afdrukstatus wordt automatisch in de rechterbenedenhoek van het scherm geopend wanneer u een afdruktaak verzendt. Klik op Afdrukken annuleren om de afdruktaak te annuleren.

Printermap in Windows gebruiken

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista:

a Klik op
b Klik op Configuratiescherm.
c Klik op Printer bij Hardware en geluid.

Windows XP:

a Klik op Start.
b Klik op Printers en faxapparaten.

Windows 2000:

a Klik op Start.
b Klik op Instellingen → Printers.

2 Klik met de rechtermuisknop op de printernaam en kies Openen.

Afdrukken

3 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Als u een bepaalde afdruktaak wilt annuleren, klikt u met de rechtermuisknop op de documentnaam en kiest u Annuleren.
  • Als u alle afdruktaken in de wachtrij wilt annuleren, klikt u op Printer → Alle documenten annuleren.

Taakbalk van Windows gebruiken

1 Dubbelklik op het printerpictogram in de taakbalk.

2 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Als u een bepaalde afdruktaak wilt annuleren, klikt u met de rechtermuisknop op de documentnaam en kiest u Annuleren.
  • Als u alle afdruktaken in de wachtrij wilt annuleren, klikt u op Printer → Alle documenten annuleren.

Macintosh

1 Terwijl het document wordt afgedrukt, klikt u op het printerpictogram in het Dock.
2 Selecteer in de afdrukwachtrij de taak die u wilt annuleren en klik op Verwijder.

Werken met foto's

Foto-opslagapparaten aansluiten

Geheugenkaart in de printer plaatsen

1 Plaats een geheugenkaart in de printer.

  • Plaats de kaart met het naamlabel naar boven.
  • Als de kaart gemarkeerd is met een pijl, zorgt u dat de pijl naar de printer is gericht.
  • Plaats zo nodig de kaart in de bijbehorende adapter voordat u deze in de sleuf plaatst.

LEXMARK X5630 - Geheugenkaart in de printer plaatsen - 1

2 Wacht tot het lampje bij de bovenste geheugenkaartsleuf op de printer gaat branden. Het lampje knippert om aan te geven dat de geheugenkaart wordt gelezen of dat gegevens worden verzonden of ontvangen.

Let op—Kans op beschadiging: Raak de kabels, netwerkadapter, de aansluiting, geheugenkaart of het aangegeven gedeelte van de printer niet aan terwijl er wordt afgedrukt vanaf, gelezen van of geschreven naar een geheugenkaart. Er kunnen anders gegevens verloren gaan. Verwijder ook de geheugenkaart niet terwijl er wordt afgedrukt vanaf, gelezen van of geschreven naar een geheugenkaart.

LEXMARK X5630 - Geheugenkaart in de printer plaatsen - 2

Wanneer de printer de geheugenkaart detecteert, wordt het bericht Geheugenkaart gevonden weergegeven op de display van het bedieningspaneel.

Als de printer de geheugenkaart niet leest, verwijdert u de kaart en plaatst u deze opnieuw in de printer.

Opmerkingen:

- De printer herkent per keer slechts één geheugenkaart. Als u meerdere geheugenkaarten in de printer plaatst, wordt een melding weergegeven dat u een van de geheugenkaarten moet verwijderen.

- Als een flashstation of een digitale camera ingesteld op massaopslag in de PictBridge-poort wordt geplaatst terwijl een geheugenkaart in de kaartsleuf is geplaatst, wordt een bericht weergegeven op de display dat u moet kiezen welk opslagapparaat u wilt gebruiken.

Flashstation in de printer plaatsen

1 Sluit het flashstation aan op de PictBridge-poort aan de voorkant van de printer.

LEXMARK X5630 - Flashstation in de printer plaatsen - 1

Opmerking: mogelijk moet u een adapter gebruiken als het flashstation niet in de poort past.

2 Wacht tot de printer heeft vastgesteld dat een flashstation is geïnstalleerd. Wanneer het flashstation is herkend, wordt het bericht Apparaat voor massaopslag weergegeven.

Als de printer het flashstation niet leest, verwijdert u het en plaats u het opnieuw.

Let op—Kans op beschadiging: Raak de kabels, de netwerkadapter, de aansluiting, het flashstation of het aangegeven gedeelte van de printer niet aan terwijl er wordt afgedrukt vanaf, gelezen van of geschreven naar een flashstation. Er kunnen anders gegevens verloren gaan. Verwijder ook het flashstation niet terwijl er wordt afgedrukt vanaf, gelezen van of geschreven naar het flashstation.

LEXMARK X5630 - Flashstation in de printer plaatsen - 2

Opmerking: De printer herkent per keer slechts één opslagapparaat. Als u meer dan één opslagmedium plaatst, verschijnt een bericht op de display waarin u wordt gevraagd aan te geven welk medium moet worden herkend door de printer.

Foto's afdrukken

Foto's afdrukken met het bedieningspaneel van de printer

1 Plaats fotopapier in de printer met de glanzende zijde of afdrukzijde naar u toe. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)

2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op.

3 Plaats een geheugenkaart, flashstation of digitale camera die is ingesteld voor massaopslag.

4 Druk op de pijltoetsen tot Snelle foto's of Foto's afdrukken verschijnt en druk op OK.

Opmerkingen:

  • Selecteer Snelle foto's als u snel foto's wilt afdrukken.
  • Selecteer Foto's afdrukken als u de foto's wilt aanpassen voordat u deze afdrukt.

5 Selecteer een optie voor het afdrukken van foto's met de pijltoetsen en druk op OK.

Opmerking: U kunt de meest recente foto afdrukken, alle foto's afdrukken, foto's afdrukken die binnen een bepaald datumbereik vallen afdrukken of foto's afdrukken door de fotonummers te selecteren op het controlevel. Als u de fotonummers wilt controleren van de foto's voordat u afdrukt, moet u een controlevel afdrukken.

6 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Als het menu Snelle foto's is geopend, kunt u met de pijltoetsen het papierformaat en fotoformaat selecteren. Druk op OK elke keer nadat u een keuze hebt gemaakt.
  • Als het menu Foto's afdrukken is geopend, kunt u met de pijltoetsen het fotoformaat, de papiersoort, de indeling en de kwaliteit van de foto's selecteren en de helderheid en kleureffecten van de foto's aanpassen. Druk op OK elke keer nadat u een keuze hebt gemaakt.

7 Druk op .

Opmerking: Zorg ervoor dat u de afdrukzijde niet aanraakt met uw vingers of scherpe voorwerpen om vlekken en krassen te voorkomen. Voor de beste resultaten verwijdert u elk afgedrukt vel meteen uit de papieruitvoerlade en laat u de afdrukken ten minste 24 uur drogen voordat u ze op elkaar stapelt, laat zien of opbergt.

Foto's afdrukken vanaf de computer met de printersoftware

1 Plaats fotopapier in de printer met de glanzende zijde of afdrukzijde naar u toe. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)
2 U drukt als volgt de foto's af:

Windows

a Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op .
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

b Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.

c Selecteer Lexmark Productivity Studio.

Opmerking: Dit programma wordt wellicht niet weergegeven in de programmamap van de printer. Dit is afhankelijk van of u het hebt geïnstalleerd tijdens de installatie van de printersoftware.

d Open de foto die u wilt afdrukken.

e Volg de aanwijzingen op het scherm om de foto's te bewerken en af te drukken. U kunt ook de Help bij het programma raadplegen.

Macintosh

a Pas zo nodig de instellingen aan in het dialoogvenster Pagina-instelling.

1 Open de foto en klik op Archief → Pagina-instelling.
2 Selecteer de printer in het voorgrondmenu Stel in voor.
3 Selecteer in het voorgrondmenu Papierformaat het papierformaat dat u wilt gebruiken.
4 Klik op OK.

b Pas zo nodig de instellingen aan in het dialoogvenster Druk af.

1 Open de gewenste foto en klik op Archief → Druk af.
2 Selecteer de printer in het voorgrondmenu Printer.
3 Selecteer Kwaliteit & media in het voorgrondmenu met afdrukopties.

  • Selecteer in het voorgrondmenu Papiersoort de gewenste papiersoort.
  • Kies Automatisch of Foto in het menu Afdrukkwaliteit.

4 Klik op Druk af.

Opmerking: als u handmatig een papiersoort selecteert, wordt de sensor voor papiersoort voor de huidige afdruktaak uitgeschakeld.

Foto's op een opslagapparaat afdrukken met de printersoftware

1 Plaats fotopapier in de printer met de glanzende zijde of afdrukzijde naar u toe. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)
2 Plaats een geheugenkaart, flashstation of digitale camera die is ingesteld voor massaopslag.
3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
4 Druk op de pijltoetsen tot Foto's opslaan verschijnt en druk op OK.
5 Draag de foto's over naar de computer.

USB-verbinding

a Druk op .OK

b Als u Windows gebruikt:

Als u Lexmark Productivity Studio hebt geïnstalleerd, wordt dit geopend wanneer u het opslagapparaat plaatst. Volg de aanwijzingen op het scherm om de foto's over te dragen naar de computer en gebruik vervolgens de programma's op de computer om de foto's af te drukken.

Als u Macintosh gebruikt:

Als u iPhoto hebt geïnstalleerd op de computer, wordt dit geopend wanneer u het opslagapparaat plaatst. Volg de aanwijzingen op het scherm om de foto's over te dragen naar de computer en gebruik vervolgens de toepassingen op de computer om de foto's af te drukken.

Draadloze verbinding (alleen bepaalde modellen)

a Druk op de pijltoetsen tot Netwerk verschijnt en druk op OK.
b Als u hierom wordt gevraagd, selecteert u met de pijltoetsen de netwerkcomputer waarop u de gescande foto's wilt opslaan en drukt u op OK.

c Als u Windows gebruikt:

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op .
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.

3 Klik op Lexmark Productivity Studio.

4 Klik in het hoofdvenster op Downloaden naar bibliotheek in het gedeelte voor foto's afdrukken.
5 Blader naar de locatie van het opslagapparaat en klik op Overbrengen.
6 Selecteer de netwerkprinter.
7 Volg de aanwijzingen op het scherm om de foto's over te dragen en af te drukken.

Als u Macintosh gebruikt:

Als de printer is aangesloten op de computer via een netwerk, wordt Lexmark Netwerkkaartlezer gestart op de computer.

Draag de foto's over naar de computer met de toepassing en gebruik de vervolgens de toepassingen op de computer om de foto's af te drukken.

Raadpleeg de Help bij de toepassing voor meer informatie over het overdragen van foto's met de Lexmark Netwerkkaartlezer.

Foto's afdrukken vanaf een digitale PictBridge-camera

PictBridge is een technologie die wordt gebruikt in de meeste digitale camera's. Hiermee kunt u rechtstreeks vanaf de digitale camera afdrukken zonder dat u een computer nodig hebt. U kunt een digitale PictBridge-camera aansluiten op de printer en de knoppen op de camera gebruiken om het afdrukken van de foto's te regelen.

1 Sluit één uiteinde van de USB-kabel aan op de camera.

Opmerking: gebruik alleen de USB-kabel die bij de camera is geleverd.

2 Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de PictBridge-poort op de voorkant van de printer.

LEXMARK X5630 - Foto's afdrukken vanaf een digitale PictBridge-camera - 1

  • Controleer of de PictBridge-camera is ingesteld op de juiste USB-modus. Als de USB-selectie op de camera onjuist is, wordt de camera gedetecteerd als een USB-opslagapparaat of wordt een foutbericht weergegeven op het bedieningspaneel van de printer. Raadpleeg de documentatie bij de camera voor meer informatie.
  • De printer leest per keer slechts één media-apparaat.

Let op—Kans op beschadiging: Raak de USB-kabel, de netwerkadapter, de aansluiting of het aangegeven gedeelte van de printer niet aan terwijl u afdrukt vanaf een digitale PictBridge-camera. Er kunnen anders gegevens verloren gaan. Verwijder de USB-kabel of netwerkadapter niet wanneer u afdrukt vanaf een digitale PictBridge-camera.

LEXMARK X5630 - Foto's afdrukken vanaf een digitale PictBridge-camera - 2

3 Als de PictBridge-verbinding tot stand is gebracht, wordt het volgende bericht op de display weergegeven: PictBridge-camera gevonden. Druk op OK om instellingen te wijzigen.

4 Gebruik de camera om foto's te selecteren en af te drukken. U kunt ook in het menu PictBridge het papierformaat, de papiersoort, het fotoformaat en de indeling opgeven voor de foto's die u wilt afdrukken.

Druk op OK om het menu PictBridge weer te geven en druk op OK elke keer nadat u een optie hebt geselecteerd.

Opmerkingen:

  • Als u de camera aansluit terwijl de printer een andere taak uitvoert, wacht u tot de taak is voltooid voordat u afdrukt vanaf de camera.
  • Raadpleeg de instructies in de documentatie bij de camera als u de camera wilt gebruiken om het afdrukken van de foto's te regelen.

Foto's op een opslagapparaat afdrukken met het controlevel

1 Plaats normaal A4- of Letter-papier in de printer.
2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
3 Plaats een geheugenkaart of flashstation in de printer.
4 Druk op de pijltoetsen tot Controlevel verschijnt en druk op OK.
5 Druk op de pijltoetsen om een optie te selecteren voor het afdrukken van een controlevel.

U kunt voor de volgende groepen foto's een controlevel afdrukken:

  • Voor alle foto's op het opslagapparaat.
  • Voor de 20 recentste foto's, als er meer dan 20 foto's op het opslagapparaat staan.
  • Voor op datum gesorteerde foto's als de foto's op de kaart niet allemaal op dezelfde dag zijn gemaakt. Als u deze optie selecteert, kunt u met de pijltoetsen op het bedieningspaneel van de printer het datumbereik selecteren. Druk vervolgens op OK om de selecties op te slaan.

6 Druk op .

Het controlevel wordt afgedrukt.

7 Volg de aanwijzingen op het controlevel om op te geven welke foto's u wilt afdrukken en om het aantal exemplaren, de rode-ogenreductie, de pagina-indeling, afdrukopties en het papierformaat te selecteren.

Opmerking: zorg dat u de cirkels volledig invult.

8 Plaats het controlevel met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Controlevel scannen wordt op de display weergegeven.

Opmerking: Als deze optie niet wordt weergegeven op de display, drukt u op de pijltoetsen tot de optie wordt weergegeven op de display.

9 Druk op .

Het controlevel wordt gescand door de printer.

10 Plaats het fotopapier verticaal in het midden van de papiersteun met de glanzende of afdrukzijde naar u toe. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)

Opmerking: controleer of het papier overeenkomt met het formaat dat u hebt geselecteerd op het controlevel.

11 Druk op om de foto's af te drukken.

Opmerking: Zorg ervoor dat u de afdrukzijde niet aanraakt met uw vingers of scherpe voorwerpen om vlekken en krassen te voorkomen. Voor de beste resultaten verwijdert u elk afgedrukt vel meteen uit de papieruitvoerlade en laat u de afdrukken ten minste 24 uur drogen voordat u ze op elkaar stapelt, laat zien of opbergt.

Foto's afdrukken vanaf een digitale camera met DPOF

DPOF (Digital Print Order Format) is een functie die op bepaalde digitale camera's beschikbaar is. Als uw camera ondersteuning voor DPOF biedt, kunt u opgeven welke foto's, en hoeveel exemplaren, met bepaalde afdrukinstellingen moeten worden afgedrukt terwijl de geheugenkaart nog in de camera is geplaatst. De printer herkent deze instellingen wanneer u de geheugenkaart in de printer plaatst of de camera aansluit op de printer.

Opmerking: als u een fotoformaat opgeeft terwijl de geheugenkaart in de camera is geplaatst, controleert u of het formaat van het papier in de printer niet kleiner is dan het formaat dat u hebt opgegeven in de DPOF-selectie.

1 Plaats fotopapier in de printer met de glanzende zijde of afdrukzijde naar u toe. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)
2 Plaats een geheugenkaart in de printer.

Wanneer de printer de geheugenkaart detecteert, wordt het bericht Geheugenkaart gevonden weergegeven op de display van het bedieningspaneel.

3 Druk op de pijltoetsen tot Foto's afdrukken wordt weergegeven en druk op OK.

4 Druk op de pijltoetsen tot DPOF afdrukken wordt weergegeven en druk op om de foto's af te drukken.

Opmerking: deze optie wordt alleen weergegeven als de geheugenkaart een DPOF-bestand bevat.

Opmerking: Zorg ervoor dat u de afdrukzijde niet aanraakt met uw vingers of scherpe voorwerpen om vlekken en krassen te voorkomen. Voor de beste resultaten verwijdert u elk afgedrukt vel meteen uit de papieruitvoerlade en laat u de afdrukken ten minste 24 uur drogen voordat u ze op elkaar stapelt, laat zien of opbergt.

Scannen

Raadpleeg de Help van de programma's die zijn geïnstalleerd met de printersoftware voor meer opties voor het scannen van afbeeldingen en het aanpassen van aangepaste afbeeldingen.

Originele documenten scannen

U kunt foto's, tekstdocumenten en artikelen uit tijdschriften, kranten en andere publicaties scannen en afdrukken. U kunt ook een document scannen voor faxen.

Bedieningspaneel van de printer gebruiken

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerkingen:

  • Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
  • Stel de papiergeleider van de ADI-lade in op de breedte van het originele document.
  • Als u de glasplaat gebruikt, moet u de bovenklep sluiten om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

LEXMARK X5630 - Opmerkingen: - 1

2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op

Scannen naar verschijnt op de display. U kunt de gescande afbeelding verzenden naar een computer, flashstation, geheugenkaart of naar een computer via een netwerk.

- Als u de gescande afbeelding wilt verzenden naar de computer:

a Druk op .OK

b Wacht tot de lijst met scantoepassingen is gedownload op de printer.

c Druk op de pijltoetsen totdat de gewenste toepassing wordt weergegeven en druk op OK

d Selecteer met de pijltoetsen de kwaliteit en het formaat van de originele afbeelding en druk op OK elke keer nadat u een instelling hebt geselecteerd.

e Druk op .

- Als u de gescande afbeelding wilt verzenden naar een geheugenkaart of een flashstation:

a Plaats het opslagapparaat in de printer.

Opmerking: controleer of het opslagapparaat niet tegen schrijven is beveiligd.

b Druk op de pijltoetsen tot Geheugenkaart of USB-flashstation wordt weergegeven en druk op OK.

c Selecteer met de pijltoetsen de kwaliteit en het formaat van de originele afbeelding en druk op OK elke keer nadat u een instelling hebt geselecteerd.

d Druk op .

Opmerking: verwijder het opslagapparaat pas als er in het menu wordt aangegeven dat het bestand is opgeslagen.

- Als u de gescande afbeelding wilt verzenden naar de computer via het netwerk (alleen bepaalde modellen):

a Druk op de pijltoetsen tot Netwerk verschijnt en druk op OK.

b Als u hierom wordt gevraagd, drukt u op de pijltoetsen tot de computernaam of de netwerkcomputer wordt weergegeven en drukt u vervolgens op OK

Opmerkingen:

  • U moet wellicht een pincode opgeven als dit vereist is voor de computer. Raadpleeg de Help van de printersoftware voor uw besturingssysteem als u een computernaam en een pincode wilt toewijzen aan de netwerkcomputer.
  • Als de printer een toetsenblok heeft, geeft u de pincode op met het toetsenblok en drukt u vervolgens op OK
  • Als de printer geen toetsenblok heeft, verhoogt of verlaagt u met de pijltoetsen de waarde van elk cijfer (de standaardwaarde is 0000) in de pincode en drukt u op OK elke keer nadat u een cijfer hebt geselecteerd.

c Wacht tot de lijst met scantoepassingen is gedownload op de printer.

d Druk op de pijltoetsen totdat de gewenste toepassing wordt weergegeven en druk op OK.

e Selecteer met de pijltoetsen de kwaliteit en het formaat van de originele afbeelding en druk op OK elke keer nadat u een instelling hebt geselecteerd.

f Druk op .

Opmerking: verwijder het opslagapparaat pas als er in het menu wordt aangegeven dat het bestand is opgeslagen.

Windows

1 Open de bovenklep en plaats een origineel document met de afdrukzijde naar beneden op de glasplaat.
2 Sluit de bovenklep om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

3 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op .
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

4 Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.

5 Klik op Lexmark Productivity Studio.

6 Klik in het hoofdvenster op Scannen.
7 Volg de aanwijzingen op het scherm.

Macintosh

1 Open de bovenklep en plaats een origineel document met de afdrukzijde naar beneden op de glasplaat.
2 Sluit de bovenklep om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.
3 Dubbelklik in de Finder op de printermap.
4 Dubbelklik op XXXX Series Takencentrum, waarbij XXXX staat voor het serienummer van de printer.
5 Selecteer het documenttype dat u wilt scannen in het menu Wat wordt er gescand?.
6 Klik op Scannen.

Originele kleuren- en zwart-witdocumenten scannen

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerkingen:

  • Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
  • Stel de papiergeleider van de ADI-lade in op de breedte van het originele document.
  • Als u de glasplaat gebruikt, moet u de bovenklep sluiten om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op

3 Druk op de pijltoetsen om te selecteren waarnaar u de gescande afbeelding wilt verzenden. U kunt de gescande afbeelding verzenden naar een computer, flashstation, geheugenkaart of naar een computer via een netwerk.

4 Druk op OK als de gewenste bestemming wordt weergegeven.

5 Druk op Zwart als u zwart-witdocumenten wilt scannen.

Opmerking: De standaardinstelling is Kleur als u de scanmodus gebruikt. U hoeft niet op Kleur te drukken als u een kleurendocument scant.

6 Druk op .

Foto's scannen om de foto's te bewerken

1 Open de bovenklep en plaats een origineel document met de afdrukzijde naar beneden op de glasplaat.
2 Sluit de bovenklep om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.
3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op

4 Druk op de pijltoetsen tot Computer of Netwerk verschijnt en druk op OK.

Opmerking: Als u Netwerk selecteert, wordt u gevraagd een netwerkcomputer te selecteren. Als u hierom wordt gevraagd, drukt u op de pijltoetsen tot de gewenste netwerkcomputer wordt weergegeven en drukt u op OK.

5 Wacht tot de printer klaar is met het downloaden van de lijst met scantoepassingen.

Opmerking: Deze lijst wordt gedownload van de toepassingen die beschikbaar zijn op de computer. Zorg ervoor dat er een toepassing voor het bewerken van foto's is geïnstalleerd op de computer.

6 Druk in de lijst met toepassingen op de pijltoetsen totdat de gewenste toepassing wordt weergegeven.

7 Druk op .

De gescande afbeeling wordt verzonden naar de toepassing voor het bewerken van foto's die u hebt geselecteerd.

Scannen naar een computer via een netwerk

1 Controleer het volgende:

  • De printer is aangesloten op een netwerk via een afdrukserver of een draadloze netwerkverbinding.
  • De printer, afdrukserver (indien gebruikt) en de computer waarop de gescande afbeelding wordt ontvangen, zijn ingeschakeld.
  • De printer is geconfigureerd voor scannen via een netwerk.

2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerkingen:

  • Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
  • Stel de papiergeleider van de ADI-lade in op de breedte van het originele document.
  • Als u de glasplaat gebruikt, moet u de bovenklep sluiten om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op

4 Druk op de pijltoetsen tot Netwerk verschijnt en druk op OK.

5 Als u hierom wordt gevraagd, selecteert u met de pijltoetsen de computernaam of de netwerkcomputer waarnaar u de gescande afbeelding wilt verzenden en drukt u op OK.

Opmerkingen:

  • U moet wellicht een pincode opgeven als dit vereist is voor de computer. Raadpleeg de Help van de printersoftware voor uw besturingssysteem als u een computernaam en een pincode wilt toewijzen aan de netwerkcomputer.
  • Als de printer een toetsenblok heeft, geeft u de pincode op met het toetsenblok en drukt u vervolgens op OK.
  • Als de printer geen toetsenblok heeft, verhoogt of verlaagt u met de pijltoetsen de waarde van elk cijfer (de standaardwaarde is 0000) in de pincode en drukt u op OK elke keer nadat u een cijfer hebt geselecteerd.

6 Wacht tot de lijst met scantoepassingen is gedownload op de printer.

7 Druk op de pijltoetsen totdat de gewenste toepassing wordt weergegeven en druk op OK.

8 Druk op .

Scantaken annuleren

Bedieningspaneel van de printer gebruiken

Druk op ✗ om een scantaak te annuleren die is gestart op het bedieningspaneel van de printer.

Windows

Als u een scantaak wilt annuleren die is gestart in Lexmark Productivity Studio, klikt u op Stoppen.

Macintosh

Als u een scantaak wilt annuleren die is gestart in Lexmark Takencentrum, klikt u op Annuleren.

Kopiëren

Kopiëren

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerkingen:

  • Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
  • Stel de papiergeleider van de ADI-lade in op de breedte van het originele document.
  • Als u de glasplaat gebruikt, moet u de bovenklep sluiten om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op

LEXMARK X5630 - Opmerkingen: - 1

4 Druk op de pijltoetsen om het aantal exemplaren te selecteren en druk op Kleur of Zwart om een kleuren- of zwart-witkopie in te stellen.

5 Druk op .

Foto's kopiëren

1 Plaats fotopapier in de printer met de glanzende zijde of afdrukzijde naar u toe. (Raadpleeg de instructies die bij het papier zijn geleverd als u niet zeker weet welke zijde de afdrukzijde is.)
2 Plaats de foto met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op.
4 Druk op OK tot Foto opnieuw afdrukken wordt weergegeven.
5 Druk op de pijltoetsen tot Ja wordt weergegeven en druk op OK.
6 Druk op de pijltoetsen tot het gewenste papierformaat wordt weergegeven. Als het gewenste papierformaat niet beschikbaar is in de lijst, selecteert u Overige. Er worden extra opties voor het papierformaat weergegeven op de display.
Druk op OK als u een keuze hebt gemaakt.

7 Druk op .

Opmerking: Zorg dat er fotopapier in de printer is geplaatst.

Opmerking: Zorg ervoor dat u de afdrukzijde niet aanraakt met uw vingers of scherpe voorwerpen om vlekken en krassen te voorkomen. Voor de beste resultaten verwijdert u elk afgedrukt vel meteen uit de papieruitvoerlade en laat u de afdrukken ten minste 24 uur drogen voordat u ze op elkaar stapelt, laat zien of opbergt.

Afbeeldingen vergroten of verkleinen

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op.
4 Druk op OK tot Formaat wijzigen wordt weergegeven.
5 Druk op de pijltoetsen totdat de gewenste instelling wordt weergegeven.

Opmerkingen:

  • Als u een aangepast formaat selecteert, drukt u op OK om naar het volgende menu te gaan en drukt u op de pijltoetsen tot de gewenste instelling wordt weergegeven. Druk op OK om de geselecteerde instelling op te slaan
  • Als u Zonder rand selecteert, verkleint of vergroot de printer het document of de foto om een kopie zonder rand af te drukken op het papierformaat dat u hebt geselecteerd. Gebruik fotopapier voor de beste resultaten met deze instelling voor Formaat wijzigen en stel de papiersoort in op Foto of stel de papiersoort automatisch vast met de printer.

6 Druk op .

Opmerking: Druk op ✗ om de standaardinstelling te herstellen nadat de afdruktaak is voltooid. De instelling voor Formaat wijzigen wordt ook weer ingesteld op 100% als de printer twee minuten niet wordt gebruikt.

Kopieerkwaliteit aanpassen

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerkingen:

  • Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
  • Stel de papiergeleider van de ADI-lade in op de breedte van het originele document.
  • Als u de glasplaat gebruikt, moet u de bovenklep sluiten om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op.

4 Druk op OK tot Kwaliteit wordt weergegeven.
5 Stel met de pijltoetsen de kopieerkwaliteit in op Automatisch, Concept, Normaal of Foto en druk op OK om de instelling op te slaan.
6 Druk op .

Kopieën lichter of donkerder maken

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerkingen:

  • Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
  • Stel de papiergeleider van de ADI-lade in op de breedte van het originele document.
  • Als u de glasplaat gebruikt, moet u de bovenklep sluiten om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op.

4 Druk op OK tot Lichter/donkerder wordt weergegeven.
5 Druk op de pijltoetsen om de schuifregelaar aan te passen en druk op OK om de instelling op te slaan.

Opmerking: Als u op de pijl naar links drukt, wordt de kopie lichter. Als u op de pijl naar rechts drukt, wordt de kopie donkerder.

6 Druk op .

Exemplaren sorteren met het bedieningspaneel van de printer

Als u meerdere exemplaren van een document afdrukt, kunt u ervoor kiezen om elk exemplaar als een set (gesorteerd) af te drukken of de exemplaren af te drukken als groepen van dezelfde pagina's (niet gesorteerd).

Gesorteerd Niet gesorteerd

3 2 1 3 2 1 1 1 2 2 3 3

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerkingen:

  • Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
  • Stel de papiergeleider van de ADI-lade in op de breedte van het originele document.
  • Als u de glasplaat gebruikt, moet u de bovenklep sluiten om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op

LEXMARK X5630 - Opmerkingen: - 1

4 Geef het aantal exemplaren op met de pijltoetsen en druk op OK.

5 Druk op OK tot Sorteren wordt weergegeven.
6 Druk op de pijltoetsen tot Aan wordt weergegeven.
7 Druk op ● om de afbeelding van de pagina op te slaan in het printergeheugen.
8 Druk op OK als u wordt gevraagd of u nog een pagina wilt scannen.
9 Plaats de volgende pagina van het originele document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat en druk vervolgens op OK
10 Herhaal stap 8 en 9 tot alle pagina's die u wilt kopieren, zijn opgeslagen in het printergeheugen.
11 Als u wordt gevraagd of u nog een pagina wilt scannen, drukt u op de pijltoetsen tot Nee wordt weergegeven en druk op OK om de exemplaren af te drukken.

Afbeelding meerdere keren herhalen op een pagina

U kunt dezelfde pagina meerdere keren afdrukken op één vel papier. Deze optie is handig bij het maken van etiketten, plakplaatjes, pamfletten, hand-outs en dergelijke.

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerkingen:

  • Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
  • Stel de papiergeleider van de ADI-lade in op de breedte van het originele document.
  • Als u de glasplaat gebruikt, moet u de bovenklep sluiten om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op.
4 Druk op OK tot Exemplaren per vel verschijnt.
5 Druk op de pijltoetsen om het aantal keren te selecteren dat een afbeelding wordt herhaald op een pagina: één keer, vier keer, negen keer of zestien keer.
6 Druk op .

Meerdere pagina's op één vel kopiëren (N per vel)

Met de instelling N per vel kunt u meerdere pagina's kopieren op één vel door kleinere afbeeldingen van elke pagina af te drukken. U kunt bijvoorbeeld een document met twintig pagina's verkleinen tot vijf pagina's als u de instelling N per vel gebruikt om vier paginabeelden per vel af te drukken.

1 Plaats papier in de printer.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerkingen:

  • Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
  • Stel de papiergeleider van de ADI-lade in op de breedte van het originele document.
  • Als u de glasplaat gebruikt, moet u de bovenklep sluiten om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op.

4 Druk op OK tot Pagina's per vel verschijnt.

5 Druk op de pijltoetsen om het aantal pagina's te selecteren dat op een vel papier moet worden afgedrukt. U kunt één, twee of vier paginabeelden kopiëren op één vel.

Opmerking: als u vier pagina's kopieert in liggende indeling, moet u eerst pagina 3 en 4 scannen en vervolgens pagina 1 en 2.

6 Druk op om de afbeelding van de pagina op te slaan in het printergeheugen.

7 Als u wordt gevraagd of u nog een pagina wilt scannen, drukt u op OK om Ja te selecteren.

8 Plaats de volgende pagina van het originele document met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat en druk vervolgens op OK.

9 Herhaal stap 7 en 8 tot alle pagina's die u wilt kopieren, zijn opgeslagen in het printergeheugen.

10 Als u wordt gevraagd of u nog een pagina wilt scannen, drukt u op de pijltoetsen tot Nee wordt weergegeven en drukt u op OK om de exemplaren af te drukken.

Kopieertaak annuleren

1 Druk op .X

Het scannen wordt stopgezet en de scannerbalk keert terug naar de uitgangspositie.

2 Druk op om de printer uit te zetten.

Faxen

LEXMARK X5630 - Faxen - 1

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer. Installeer dit product nooit tijdens onweer en sluit nooit kabels, zoals het netsnoer of de telefoonlijn, aan tijdens onweer.

Faxen verzenden

Fax verzenden met het bedieningspaneel van de printer

1 Controleer of de printer is ingeschakeld en aangesloten op een werkende telefoonlijn.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerkingen:

  • Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
  • Stel de papiergeleider van de ADI-lade in op de breedte van het originele document.
  • Als u de glasplaat gebruikt, moet u de bovenklep sluiten om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op

LEXMARK X5630 - Opmerkingen: - 1

4 Voer een faxnummer in of druk op Adresboek om een nummer te selecteren in de snelkeuzelijst of groepskeuzelijst.

Opmerkingen:

  • U kunt een telefoonkaartnummer opnemen als onderdeel van het faxnummer.
  • Een faxnummer kan maximaal 64 cijfers, komma's, punten en/of de symbolen * of # bevatten.

5 Verzend als volgt een fax naar een groep ontvangers (groepsfax):

a Druk op OK en druk op de pijltoetsen tot Ja wordt weergegeven.
b Herhaal stap 4 tot ne met 5a tot u maximaal 30 faxnummers hebt opgegeven.

6 Druk op Kleur of Zwart om een kleuren- of zwart-witfax te selecteren.

7 Druk op om de faxtaak te starten.

Opmerking: Als u meerdere nummers hebt ingevoerd en u de glasplaat gebruikt om de pagina's te scannen, wordt het bericht Nog 1 pg. scannen? weergegeven nadat elke pagina is gescand om aan te geven dat u de volgende pagina op de glasplaat moet plaatsen.

Fax verzenden terwijl u een gesprek voert (Kiezen hoorn op haak)

De functie voor handmatig kiezen kunt u gebruiken om een telefoonnummer te kiezen terwijl u naar een gesprek luistert via een luidspreker op de printer. Deze functie is handig als u een geautomatiseerd antwoordsystem moet doorlopen of een telefoonkaartnummer moet opgeven voor u een fax kunt verzenden.

1 Controleer of de printer is ingeschakeld en is aangesloten op een werkende telefoonlijn.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerkingen:

  • Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
  • Stel de papiergeleider van de ADI-lade in op de breedte van het originele document.
  • Als u de glasplaat gebruikt, moet u de bovenklep sluiten om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op Kiestoon.

U hoort nu de kiestoon van de telefoon.

Opmerking: de optie Kiestoon is alleen beschikbaar als de faxmodem niet actief is of de printer geen fax verzendt of ontvangt.

4 Gebruik het toetsenblok om een geautomatiseerd antwoordsystem te doorlopen.
5 Voer een faxnummer in.

Opmerkingen:

  • U kunt een telefoonkaartnummer opnemen als onderdeel van het faxnummer.
  • Een faxnummer kan maximaal 64 cijfers, komma's, punten en/of de symbolen * of # bevatten.
  • U kunt voor Kiezen hoorn op haak maar één faxnummer opgeven.

6 Druk op .

Groepsfax verzenden op een opgegeven tijdstip

U kunt een fax naar dertig personen of groepen tegelijkertijd verzenden.

1 Controleer of de printer is ingeschakeld en is aangesloten op een werkende telefoonlijn.
2 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerkingen:

  • Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine items, transparanten, fotopapier of dunne voorwerpen (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
  • Stel de papiergeleider van de ADI-lade in op de breedte van het originele document.
  • Als u de glasplaat gebruikt, moet u de bovenklep sluiten om te voorkomen dat er zwarte randen worden weergegeven op de gescande afbeelding.

3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op

4 Druk op OK tot Fax plannen wordt weergegeven.

5 Druk op de pijltoetsen tot Later verzenden verschijnt en druk op OK.

6 Geef de tijd op waarop u de fax wilt verzenden en druk op OK om de tijd op te slaan.

7 Als de printer niet is ingesteld op 24-uurs notatie, drukt u op de pijltoetsen om AM of PM te selecteren en drukt u op OK.

8 Selecteer een ontvanger:

  • Als de ontvanger in het adresboek staat, drukt u op Adresboek en bladert u met de pijltoetsen door de nummers in de snelkeuzelijst of groepssnelkeuzelijst.
  • Als de ontvanger niet in het adresboek staat, drukt u op ⚫ tot Faxen naar wordt weergegeven en geeft u het nummer van de ontvanger op.

9 Herhaal zo nodig stap 8 en druk op OK tot u maximaal 30 faxnummers hebt opgegeven.

10 Druk op om het document te scannen.

Opmerking: De faxnummers worden op het ingestelde tijdstip gekozen en de fax wordt verzonden naar alle opgegeven faxnummers. Als een fax niet kan worden verzonden naar bepaalde nummers, wordt voor die nummers een nieuwe poging gedaan.

Faxen ontvangen

1 Controleer of de printer is ingeschakeld en aangesloten op een werkende telefoonlijn.
2 Controleer of Automatisch beantwoorden is ingesteld.

U controleert als volgt of Automatisch beantwoorden is ingesteld:

a Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
b Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
c Druk op de pijltoetsen tot Bellen en antwoorden wordt weergegeven en druk op OK.
d Druk nogmaals op .OK

Controleer of Automatisch beantwoorden is ingesteld op Aan.

e Als Automatisch beantwoorden niet is ingeschakeld, drukt u op de pijltoetsen tot Aan wordt weergegeven en drukt u op OK om de instelling op te slaan.

3 Stel het aantal belsignalen in waarna faxen automatisch worden ontvangen op de printer:

a Druk op de pijltoetsen tot Opnemen na wordt weergegeven en druk op OK.
b Druk op de pijltoetsen tot de gewenste instelling wordt weergegeven en druk op OK om de instelling op te slaan.

Als het aantal belsignalen dat u hebt ingesteld is bereikt, wordt de fax automatisch ontvangen door de printer.

Handmatig een fax ontvangen

1 Controleer of de printer is ingeschakeld en is aangesloten op een werkende telefoonlijn.
2 Controleer of Automatisch beantwoorden is uitgeschakeld.

3 Als u de fax wilt ontvangen, drukt u op ● of kiest u * 9 * op de telefoon nadat u de hoorn hebt opgenomen en faxtonen hoort.

4 Leg de hoorn op de haak.

De printer ontvangt de fax.

Faxen ontvangen met een antwoordapparaat

1 Controleer of Automatisch beantwoorden is ingeschakeld.

2 Controleer of u hebt ingesteld hoe vaak de telefoon moet overgaan voor een fax automatisch wordt ontvangen. Als er wordt gebeld, wordt het gesprek aangenomen door het antwoordapparaat.

  • Als er een fax wordt vastgesteld, wordt deze door de printer ontvangen en wordt de verbinding verbroken.
  • Als de printer geen fax herkent, ontvangt het antwoordapparaat het gesprek.

3 Stel het antwoordapparaat in om binnenkomende gesprekken te beantwoorden voordat de printer dit doet. Stelt u voor het antwoordapparaat bijvoorbeeld in dat gesprekken na drie belsignalen worden beantwoord, dan moet u de printer instellen op vijf belsignalen.

Faxen doorsturen

De functie voor het doorsturen van faxen kunt u gebruiken om faxen te ontvangen wanneer u zich niet in de buurt van de printer bevindt. Er zijn drie waarden of instellingen beschikbaar voor het doorsturen van faxen:

  • Uit: (standaardinstelling).
  • Doorsturen: de fax wordt doorgestuurd naar het opgegeven faxnummer.
  • Afdrukken en doorsturen: de fax wordt afgedrukt en vervolgens verzonden naar het opgegeven faxnummer.

1 Controleer of de printer is ingeschakeld en is aangesloten op een werkende telefoonlijn.
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en antwoorden wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Fax doorsturen wordt weergegeven en druk op OK.
5 Druk op de pijltoetsen tot Doorsturen of Afdrukken & doorsturen wordt weergegeven en druk op OK.
6 Geef het nummer op waarnaar u de fax wilt doorsturen en druk op OK.

Kiesinstellingen aanpassen

Adresboek instellen

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk nogmaals op .OK

4 U voegt als volgt een nieuw faxnummer toe aan het adresboek:

a Druk op de pijltoetsen tot Toevoegen wordt weergegeven en druk op OK.
b Druk nogmaals op .OK
c Geef met het toetsenblok het faxnummer op in het veld Geef nummer op en druk op OK.
d Geef met het toetsenblok de naam van de persoon die bij het faxnummer hoort, op in het veld Naam invoeren en druk op OK om het item op te slaan.
e Herhaal stap b tot en met d om extra items toe te voegen. U kunt maximaal 89 faxnummers opgeven.

5 U voegt als volgt een faxgroep toe:

a Druk op .OK
b Geef met het toetsenblok een nummer op tussen 90 en 99 en druk op OK.
c Geef het faxnummer op in veld Geef nummer op en druk op OK.
d Druk op .OK
e Herhaal zo nodig stap c en d. U kunt maximaal 30 faxnummers opgeven voor de groep.

Als u geen faxnummers meer wilt opgeven, drukt u op de pijltoetsen tot Nee wordt weergegeven en drukt u op OK

f Geef de groepsnaam op in het veld Naam invoeren en druk op OK om het item op te slaan.

Opmerkingen:

  • U kunt een telefoonkaartnummer opnemen als onderdeel van het faxnummer.
  • Een faxnummer kan maximaal 64 cijfers, komma's, punten, spaties en/of de volgende symbolen bevatten: * # + - ().

Kiesvoorvoegsel instellen

U kunt een kiesvoorvoegsel toevoegen aan het begin van elk nummer dat u kiest. Het kiesvoorvoegsel kan maximaal acht cijfers, komma's, punten en/of de volgende symbolen bevatten: * # + - ().

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en antwoorden wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Code handmatig overnemen wordt weergegeven en druk op OK.
5 Geef met het toetsenblok het voorvoegsel op dat voorafgaand aan elk telefoonnummer moet worden gekozen en druk op OK om de instelling op te slaan.

Nummerweergave is een dienst die door bepaalde telefoonbedrijven wordt geleverd, waarmee het telefoonnummer (en mogelijk de naam) van de beller wordt herkend. Als u op de dienst bent geabonneerd, kunt u deze gebruiken met de printer. Wanneer u een fax ontvangt, verschijnt op de display het telefoonnummer van de persoon die u de fax heeft gestuurd.

De printer ondersteunt twee soorten nummerweergave: Patroon 1 (FSK) en Patroon 2 (DTMF). Afhankelijk van het land of de regio waar u woont en de telecomaanbieder die u gebruikt, moet u mogelijk overschakelen naar een ander patroon om nummerweergave te activeren.

Opmerking: nummerweergave is alleen beschikbaar in sommige landen.

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en antwoorden wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Patroon nummerweergave verschijnt en druk op OK.
5 Druk op de pijltoetsen tot de gewenste instelling wordt weergegeven en druk op OK om de instelling op te slaan.

Speciaal belsignaal instellen

Speciaal belsignaal is een dienst die door bepaalde telefoonbedrijven wordt geleverd waarmee meerdere telefoonnummers kunnen worden toegewezen aan één telefoonlijn. Als u geabonneerd bent op deze dienst, kunt u de printer programmeren met een telefoonnummer en speciaal belsignaal voor binnenkomende faxen.

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en antwoorden wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Belsignaal wordt weergegeven en druk op OK.
5 Druk op de pijltoetsen totdat het gewenste belsignaal wordt weergegeven en druk op OK.

Code voor het handmatig beantwoorden van faxen opgeven

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en antwoorden wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Code handmatig overnemen wordt weergegeven.
5 Voer de code in die u wilt gebruiken.

Opmerking: de code kan maximaal zeven cijfers, komma's, punten en/of de volgende symbolen bevatten: * # + - ().

6 Druk op 60m de instelling op te slaan.

Instellingen aanpassen om een fax te verzenden achter een PBX

Als de printer wordt gebruikt in een bedrijfs- of kantooromgeving, is het apparaat wellicht aangesloten op een PBX-telefoonsysteem (Private Branch Exchange). Bij het kiezen van faxnummers wacht de printer doorgaans tot de kiestoon is herkend voordat het faxnummer wordt gekozen. Deze methode werkt mogelijk niet voor een PBX-telefoonsysteem als dit systeem een kiestoon gebruikt die niet herkenbaar is voor de meeste faxapparaten. De functie Achter PBX (kiestoondetectie uitgeschakeld) kunt u gebruiken om de printer zo in te stellen dat niet wordt gewacht tot de kiestoon herkend is voordat het faxnummer wordt gekozen.

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en verzenden wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Kiesmethode wordt weergegeven en druk op OK.
5 Druk op de pijltoetsen tot Achter PBX wordt weergegeven en druk op OK om de instelling op te slaan.

Faxen beheren

Voettekst voor faxen instellen

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Fax afdrukken wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Voettekst fax wordt weergegeven en druk op OK.
5 Druk op de pijltoetsen tot Aan wordt weergegeven en druk op OK om de instelling op te slaan.
6 Tijdens de installatie van de printer wordt u gevraagd de datum en de tijd op te geven. Ga als volgt te werk als u deze informatie nog niet hebt opgegeven:

a Druk twee keer op .

b Druk op de pijltoetsen tot Apparaatinstelling verschijnt en druk op OK.
c Druk op de pijltoetsen tot Datum/tijd verschijnt en druk op OK.
d Voer de datum in met het toetsenblok en druk vervolgens op OK.
e Voer de tijd in met het toetsenblok en druk vervolgens op OK.
f Als u voor het uur 12 of een lagere waarde hebt ingevoerd, drukt u op de pijltoetsen tot AM, PM of 24 - uurs wordt weergegeven en drukt u vervolgens op OK om de instelling op te slaan.

Rapporten met faxgebeurtenissen afdrukken

U kunt rapporten van verzonden en/of ontvangen faxen afdrukken.

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Rapporten wordt weergegeven en druk op OK.

4 Instellen wanneer een activiteitenrapport voor faxen moet worden afgedrukt:

a Druk nogmaals op .OK
b Druk op de pijltoetsen om te selecteren of het activiteitenrapport voor faxen moet worden afgedrukt na 40 faxen of alleen op verzoek.

5 Als u activiteitenrapporten voor faxen wilt afdrukken, drukt op de pijltoetsen tot Rapporten afdrukken wordt weergegeven en drukt u op OK.

  • Als u alleen een overzicht van verzonden faxen wilt afdrukken, drukt op de pijltoetsen tot Verzendlog wordt weergegeven en drukt u op OK.
  • Als u alleen een overzicht van de ontvangen faxen wilt afdrukken, drukt u op de pijltoetsen tot Ontvangstlog is gemarkeerd en drukt u op OK.

Lijst Faxinstellingen afdrukken

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Rapporten wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Rapporten afdrukken wordt weergegeven en druk op OK.
5 Druk op de pijl omhoog of omlaag tot Instellingenlijst afdr. is gemarkeerd en druk op OK.

De lijst met standaardinstellingen van de printer wordt afgedrukt. Deze lijst bevat elke faxinstelling, de waarden van de instelling en de standaardfabrieksinstelling.

Ongewenste faxen blokkeren

Als u beschikt over de functie voor nummerweergave, kunt u faxen blokkeren die afkomstig zijn van bepaalde nummers en/of faxen blokkeren waarop geen nummer wordt weergegeven.

1 De blokkeringslijst inschakelen:

a Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
b Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
c Druk op de pijltoetsen tot Fax blokkeren wordt weergegeven en druk op OK.
d Druk op de pijltoetsen tot Aan-/uitzetten verschijnt en druk op OK.
e Druk op de pijltoetsen tot Aan wordt weergegeven en druk op OK om de instelling op te slaan.

2 Faxnummers die u wilt blokkeren, toevoegen:

a Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
b Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
c Druk op de pijltoetsen tot Fax blokkeren wordt weergegeven en druk op OK.
d Druk op de pijltoetsen tot Toevoegen wordt weergegeven en druk op OK.
e Geef met het toetsenblok het faxnummer op in het veld Faxnummer op en druk op OK om op te slaan.
f Geef met het toetsenblok de naam van de persoon die bij het faxnummer hoort, op in het veld Naam.
g Herhaal stap 2e en 2f totdat u alle nummers hebt toegevoegd die u wilt blokkeren. U kunt maximaal 50 nummers blokkeren.

3 Faxen van onbekende afzenders (een nummer zonder nummerweergave) blokkeren:

a Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
b Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
c Druk op de pijltoetsen tot Fax blokkeren wordt weergegeven en druk op OK.
d Druk op de pijltoetsen tot Zonder id blokkeren wordt weergegeven en druk op OK.
e Druk op de pijltoetsen tot Aan wordt weergegeven en druk op OK om de instelling op te slaan.

4 Een lijst met alle geblokkeerde faxen afdrukken:

a Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
b Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
c Druk op de pijltoetsen tot Fax blokkeren wordt weergegeven en druk op OK.
d Druk op de pijltoetsen tot Afdrukken wordt weergegeven en druk op OK om de lijst af te drukken.

Opmerking: deze functie is alleen beschikbaar wanneer er geblokkeerde faxen zijn.

Ongewenste wijzigingen van de faxinstellingen blokkeren

Met deze functie kunt u voorkomen dat gebruikers de faxinstellingen van de printer wijzigen.

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Apparaatinstelling verschijnt en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen van de host verschijnt en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Blokkeren wordt weergegeven en druk op OK om de instelling op te slaan.

Printer onderhouden

Inktcartridges onderhouden

Inktcartridges installeren

1 Open de printer en druk op de hendels van de inkcartridgehouders.

LEXMARK X5630 - Inktcartridges installeren - 1

2 Verwijder de gebruikte inktcartridge of inktcartridges uit de printer.
3 Als u nieuwe inktcartridges installeert, verwijdert u de tape van de achter- en onderkant van de kleureninktcartridge, plaatst u de cartridge in de rechterhouder en sluit u het deksel van de houder van de kleureninktcartridge.

LEXMARK X5630 - Inktcartridges installeren - 2

Let op—Kans op beschadiging: Raak het goudkleurige contactgedeelte aan de achterkant van de cartridge of de metalen spuitopeningen aan de onderkant van de cartridge niet aan.

4 Als een zwarte inktcartridge in de doos wordt geleverd, verwijdert u de tape van de achter- en onderkant van de zwarte inktcartridge, plaatst u de cartridge in de linkerhouder en sluit u het deksel van de houder van de zwarte inktcartridge.

LEXMARK X5630 - Inktcartridges installeren - 3

Let op—Kans op beschadiging: Raak het goudkleurige contactgedeelte aan de achterkant van de cartridge of de metalen spuitopeningen aan de onderkant van de cartridge niet aan.

5 Sluit de printer en zorg dat uw handen niet bekneld raken onder de scannereenheid.

LEXMARK X5630 - Inktcartridges installeren - 4

Gebruikte inktcartridge verwijderen

1 Controleer of de printer is ingeschakeld.

2 Til de scannereenheid op.

De cartridgehouder wordt naar de laadpositie verplaatst, tenzij de printer actief is.

LEXMARK X5630 - Gebruikte inktcartridge verwijderen - 1

3 Druk de hendel van de cartridgehouder naar beneden om het deksel van de cartridgehouder te openen.

LEXMARK X5630 - Gebruikte inktcartridge verwijderen - 2

4 Verwijder de gebruikte inktcartridge uit de printer.

Opmerking: als u beide inktcartridges verwijdert, herhaalt u stap 3 en 4 voor de tweede inktcartridge.

Inktcartridges opnieuw vullen

De garantievoorwaarden zijn niet van toepassing op reparaties als gevolg van storingen en schade veroorzaakt door opnieuw gevulde cartridges. Lexmark raadt het gebruik van opnieuw gevulde cartridges af. Dergelijke cartridges verminderen de afdrukkwaliteit en kunnen schade aan de printer toebrengen. Gebruik voor de beste resultaten alleen Lexmark supplies.

Inktcartridges van Lexmark gebruiken

Lexmark printers, inktcartridges en fotopapier zijn ontworpen om samen een zeer goede afdrukkwaliteit te leveren.

Als het bericht Originele Lexmark inkt op wordt weergegeven, is de Lexmark inkt in de aangegeven inktcartridge op.

Ga als volgt te werk als u denkt dat u een originele nieuwe Lexmark inktcartridge hebt aangeschaft, maar het bericht Originele Lexmark inkt op toch verschijnt:

1 Klik op Meer informatie in het bericht.
2 Klik op Niet-Lexmark inktcartridge rapporteren.

Ga als volgt te werk als u wilt voorkomen dat het bericht nogmaals wordt weergegeven voor de aangegeven cartridge (s):

  • Vervang de cartridge(s) door nieuwe Lexmark inktcartridge(s).
  • Als u afdrukt vanaf een computer, klikt u op Meer informatie in het bericht, schakelt u het selectievakje in en klikt u op Sluiten.
  • Als u de printer gebruikt zonder een computer, drukt u op Annuleren.

De garantievoorwaarden van Lexmark zijn niet van toepassing op schade die is veroorzaakt door het gebruik van andere inktcartridges of inkt dan Lexmark inktcartridges of inkt.

Inktcartridges uitlijnen

Bedieningspaneel van de printer gebruiken

1 Plaats normaal A4-papier in de printer.
2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op ✅ en op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Cartridges uitlijnen verschijnt en druk op OK.
Er wordt een uitlijningspagina afgedrukt.

Windows

1 Plaats normaal Letter-papier in de printer.

2 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op .
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

3 Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.
4 Klik op Onderhoud → Cartridges uitlijnen in de printermap.
5 Klik op Afdrukken.
6 Volg de aanwijzingen op het scherm.

Macintosh

1 Plaats normaal A4-papier in de printer.
2 Dubbelklik in de Finder op de printermap.
3 Dubbelklik op het pictogram van het Printerhulpprogramma.
4 Klik op het tabblad Onderhoud op Uitlijningspagina.
5 Volg de aanwijzingen op het scherm.

Als u de cartridges hebt uitgelijnd om de afdrukkwaliteit te verbeteren, drukt u het document nogmaals af. Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd, reinigt u de spuitopeningen van de inktcartridges.

Spuitopeningen van de inktcartridges reinigen

Bedieningspaneel van de printer gebruiken

1 Plaats normaal A4-papier in de printer.
2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op ✅ en op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Cartridges reinigen verschijnt en druk op OK.
Er wordt een pagina afgedrukt, waarbij inkt door de spuitopeningen wordt geperst om deze te reinigen.
4 Druk het document nogmaals af om te controleren of de kwaliteit is verbeterd.

Windows

1 Plaats normaal A4-papier in de printer.
2 Voer een van de volgende handelingen uit:
- Windows Vista: klik op .
- Windows XP en eerder: klik op Start.
- Windows Vista: klik op .
- Windows XP en eerder: klik op Start.

3 Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.

4 Klik op Onderhoud → Cartridges reinigen in de printermap.

5 Klik op Afdrukken.

Er wordt een pagina afgedrukt, waarbij inkt door de spuitopeningen wordt geperst om deze te reinigen.

6 Druk het document nogmaals af om te controleren of de kwaliteit is verbeterd.

Macintosh

1 Plaats normaal A4-papier in de printer.
2 Dubbelklik in de Finder op de printermap.
3 Dubbelklik op het pictogram van het Printerhulpprogramma.
4 Klik op het tabblad Onderhoud op Spuitopeningen reinigen.
Er wordt een pagina afgedrukt, waarbij inkt door de spuitopeningen wordt geperst om deze te reinigen.
5 Druk het document nogmaals af om te controleren of de kwaliteit is verbeterd.

Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd, kunt u de contactpunten van de spuitopeningen nog twee keer reinigen of de spuitopeningen en contactpunten van de inktdartridge schoonvegen.

Inktvoorraden controleren

Bedieningspaneel van de printer gebruiken

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op ✅ en op OK.
2 Druk nogmaals op .OK
3 Druk op de pijltoetsen tot Kleureninkt verschijnt en druk op OK.
Controleer de inktoorraad van de kleureninktcartridge. Installeer zo nodig een nieuwe inktcartridge.

4 Druk op

LEXMARK X5630 - Bedieningspaneel van de printer gebruiken - 1

5 Als een zwarte inktcartridge in de doos wordt geleverd en u hebt de zwarte inktcartridge in de printer geplaatst, drukt u op de pijltoetsen tot Zwarte inkt wordt weergegeven en drukt u op OK.
Controleer de inktvoorraad van de zwarte inktcartridge. Installeer zo nodig een nieuwe inktcartridge.

6 Druk op

LEXMARK X5630 - Bedieningspaneel van de printer gebruiken - 2

tot Instellen wordt gesloten of druk op een andere modustoets.

Windows

Controleer met het Lexmark Servicecentrum de inktoovraden van de cartridges:

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op .
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.
3 Selecteer Lexmark Servicecentrum.
4 Controleer de inktovorraden van de cartridges op de pagina Printeronderhoud.

Installeer zo nodig een nieuwe inktcartridge.

Macintosh

1 Dubbelklik in de Finder op de printermap.
2 Dubbelklik op het pictogram van het Printerhulpprogramma.

Het Lexmark Printerconfiguratieprogramma verschijnt.

3 Als een uitroepteken (!) wordt weergegeven bij een inktcartridge, is de inkt bijna op. Installeer zo nodig een nieuwe inktcartridge.

Spuitopeningen en contactpunten van de inktcartridge schoonvegen

1 Verwijder de inktcartridge(s) uit de printer.
2 Maak een schone, pluisvrije doek vochtig met water en plaats de doek op een plat oppervlak.
3 Houd de spuitopeningen voorzichtig ongeveer drie seconden tegen de doek en veeg in de aangegeven richting.

LEXMARK X5630 - Spuitopeningen en contactpunten van de inktcartridge schoonvegen - 1

4 Houd een ander schoon gedeelte van de doek ongeveer drie seconden tegen de contactpunten en veeg de contactpunten voorzichtig schoon in de aangegeven richting.

LEXMARK X5630 - Spuitopeningen en contactpunten van de inktcartridge schoonvegen - 2

5 Herhaal stappen 3 en 4 met een ander schoon gedeelte van de doek en laat vervolgens de spuitopeningen goed drogen.
6 Plaats de inktcartridge(s) terug in de printer en druk het document nogmaals af.
7 Als de afdrukkwaliteit niet verbetert, kunt u proberen de spuitopeningen schoon te vegen en het document nogmaals af te drukken.
8 Voer stap 7 nog maximaal twee keer uit.
9 Is de afdrukkwaliteit hierna nog steeds niet naar behoren, dan moet u de inktcartridge(s) vervangen.

  • Bewaar een nieuwe cartridge in de verpakking tot u de cartridge gaat installeren.
  • Verwijder een cartridge alleen uit de printer als u de cartridge wilt vervangen of reinigen of wilt opbergen in een luchtdichte verpakking. Als u de cartridge langere tijd blootstelt aan de open lucht, kan de afdrukkwaliteit verminderen.

Glasplaat reinigen

1 Maak een schone, pluisvrije doek vochtig met water.
2 Veeg de glasplaat voorzichtig schoon.

Opmerking: controleer of alle ink of correctievloeistof op een document droog is voordat u het document op de glasplaat plaatst.

Buitenkant van de printer reinigen

1 Controleer of de printer is uitgeschakeld en of de stekker van het netsnoer uit het stopcontact is getrokken.

LEXMARK X5630 - Buitenkant van de printer reinigen - 1

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maak alle kabels los van de printer voordat u doorgaat om elektrische schokken te voorkomen.

2 Verwijder het papier uit de papiersteun en de papieruitvoerlade.
3 Maak een schone, pluisvrije doek vochtig met water.

Let op—Kans op beschadiging: Gebruik geen huishoudelijke schoonmaakmiddelen of afwasmiddelen. Deze kunnen het oppervlak van de printer beschadigen.

4 Veeg alleen de buitenkant van de printer schoon. Verwijder hierbij eventuele inktresten die zijn achtergebleven op de papieruitvoerlade.

Let op—Kans op beschadiging: als u een vochtige doek gebruikt om de binnenkant van de printer te reinigen, kan de printer beschadigd raken.

5 Zorg ervoor dat de papiersteun en papieruitvoerlade droog zijn voordat u een nieuwe afdruktaak start.

Supplies bestellen

OnderdeelArtikelnummerGemiddeld cartridgegerendement voor normale pagina's is maximaal1
Zwarte inktcartridge 36AGa naar www.lexmark.com/pageyields voor informatie over de rendementswaarden voor de verschillende pagina's.
Zwarte inktcartridge236
Zwarte inktcartridge met hoog rendement36XLA
Zwarte inktcartridge met hoog rendement236XL
Kleureninktcartridge 37A
Kleureninktcartridge237
Kleureninktcartridge met hoog rendement37XLA
Kleureninktcartridge met hoog rendement237XL
Foto-inktcartridge 31 Niet van toepassing
1 Waarden op basis van doorlopend afdrukken. Vastgestelde rendementswaarde conform ISO/IEC 24711.2 Retourneerprogramma voor cartridges met licentie

Lexmark 5690 en Lexmark 6690 modellen

OnderdeelArtikelnummerGemiddeld cartridgerendement voor normale pagina's is maximaal1
Zwarte inktcartridge 4AGa naarwww.lexmark.com/pageyieldsvoor informatie over de rende-mentswaarden voor de verschillende pagina's.
Zwarte inktcartridge24
Kleureninktcartridge 5A
Kleureninktcartridge25
Foto-inktcartridge 31Niet van toepassing
1Waarden op basis van doorlopend afdrukken. Vastgestelde rendementswaarde conform ISO/IEC 24711.2Retourneerprogramma voor cartridges met licentie

Papier en andere supplies bestellen

Als u supplies wilt aanschaffen of een leverancier bij u in de buurt wilt zoeken, kunt u onze website bezoeken op www.lexmark.com.

Als u foto's of andere afbeeldingen van hoge kwaliteit afdrukt, moet u Lexmark fotopapier of Lexmark PerfectFinish fotopapier en Lexmark inktcartridges gebruiken.

Onderdeel Beschrijving
Lexmark fotopapierLetterA44 x 6 inch10 x 15 cm
Lexmark PerfectFinish fotopapierLetterA44 x 6 inch10 x 15 cmL
USB-kabel Artikelnummer 1021294

Fabrieksinstellingen herstellen

U kunt de instellingen van de printer herstellen naar de oorspronkelijke instellingen zonder de printermenu's te gebruiken.

Opmerking: als u de standaardfabrieksinstellingen herstelt, worden alle printerinstellingen verwijderd die u hebt geselecteerd.

1 Schakel de printer uit.

Opmerking: Controleer of de printer zich niet in de spaarstand bevindt Houd de knop ♘ twee seconden ingedrukt om de printer uit te schakelen. Als u de time-out voor de spaarstand hebt ingesteld in het menu Instellen, houdt u ⏻ net zo lang ingedrukt als u hebt ingesteld als in het menu.

2 Houd op het bedieningspaneel van de printer ● en ✗ ingedrukt en druk op ⏻ om de printer in te schakelen.

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen tot Standaardwaarden verschijnt en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Standaardwaarden instellen verschijnt en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Fabrieksinstellingen verschijnt en druk op OK.
5 Druk op de pijltoetsen om een taal te selecteren en druk op OK.
6 Druk op de pijltoetsen om een land of regio te selecteren en druk op OK.
7 Gebruik het toetsenblok om de dag, maand en het jaar in te voeren en druk op OK.
8 Voer de tijd in en druk op .OK
9 Voer een faxnummer en faxnaam in en druk op .OK

Eerste installatie voltooid wordt op de display weergegeven.

Problemen oplossen

Software voor oplossen van printerproblemen gebruiken (alleen voor Windows)

Het Lexmark Servicecentrum biedt hulp bij het stap voor stap oplossen van problemen en bevat snelkoppelingen naar printeronderhoudstaken en klantenondersteuning.

U kunt het Lexmark Servicecentrum op een van de volgende manieren openen:

Methode 1 Methode 2
Klik op de snelkoppeling Gebruik voor aanvullende ondersteuning het Lexmark servicecentrum als deze wordt weergegeven in een foutmelding.1 Voer een van de volgende handelingen uit:• Windows Vista: klik op . [IMAGE]• Windows XP en eerder: klik op Start.2 Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.3 Selecteer Lexmark Servicecentrum.

Installatieproblemen oplossen

Onjuiste taal wordt weergegeven op de display

Dit zijn mogelijke oplossingen. Voer een van de volgende handelingen uit:

TAAL WIJZIGEN TIJDENS EERSTE INSTALLATIE

Tijdens de eerste installatie en elke keer dat u de instellingen van de printer herstelt naar de standaardfabrieksinstellingen, wordt u gevraagd een taal te selecteren.

Als u een taal wilt selecteren, drukt u op de pijltoetsen tot de gewenste taal wordt weergegeven op de display en drukt u op OK.

ANDERE TAAL INSTELLEN NA EERSTE INSTALLATIE

Als er een onjuiste taal is geselecteerd tijdens de eerste installatie, kunt u de taalinstellingen van de printer wijzigen.

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
2 Druk op de pijl naar rechts en druk vervolgens op OK.
3 Druk nogmaals op .OK

4 Druk op de pijltoetsen tot de gewenste taal wordt weergegeven op de display en druk op OK.

5 Als u zeker weet dat u de betreffende taal wilt gebruiken, drukt u op de pijl naar rechts en vervolgens op om de taal te wijzigen.

De aan/uit-knop brandt niet

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Zorg dat de printer is ingeschakeld door op te drukken.

MAAK HET NETSNOER LOS EN SLUIT HET SNOER OPNIEUW AAN

1 Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maak het netsnoer los van de printer.
2 Sluit het netsnoer stevig aan op de netvoedingsaansluiting op de printer.

LEXMARK X5630 - MAAK HET NETSNOER LOS EN SLUIT HET SNOER OPNIEUW AAN - 1

3 Sluit de printer aan op een stopcontact dat eerder voor andere elektrische apparaten is gebruikt.

4 Druk op als het lampje niet brandt.

Software is niet geïnstalleerd

Als u problemen hebt ondervonden tijdens de installatie of wanneer de printer wordt niet weergegeven in de map Printers of als printeroptie bij het verzenden van een afdruktaak, kunt u de software verwijderen en opnieuw installeren.

Er zijn een paar andere oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER OF UW BESTURINGSSYSTEEM WORDT ONDERSTEUND.

De volgende besturingssystemen worden ondersteund: Windows Vista, Windows XP, Windows 2000 met Service Pack 3 of hoger en Mac OS X 10.5, 10.4 en 10.3.

CONTROLEER OF DE COMPUTER VOLDOET AAN DE MINIMUMVEREISTEN DIE OP DE PRINTERDOOS WORDEN VERMELD

CONTROLEER DE USB-AANSLUITING

1 Controleer of de USB-kabel niet is beschadigd. Als de kabel is beschadigd, moet u een nieuwe aanschaffen.
2 Sluit het vierkante uiteinde van de USB-kabel stevig aan op de aansluiting achter op de printer.
3 Sluit het rechthoekige uiteinde van de USB-kabel stevig aan op de USB-poort van de computer.
De USB-poort wordt aangegeven met het USB-symbol

SLUIT DE NETVOEDING OPNIEUW AAN

1 Druk op om de printer uit te zetten.
2 Trek de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact.
3 Maak de netvoeding voorzichtig los van de printer.
4 Sluit de netvoeding weer aan op de printer.
5 Steek de stekker van het netsnoer van de printer in het stopcontact.
6 Druk op om de printer aan te zetten.

SCHAKEL DE BEVEILIGINGSPROGRAMMA'S IN WINDOWS TIJDELIJK UIT

1 Sluit alle geopende toepassingen.
2 Schakel alle beveiligingsprogramma's uit.
3 Voer een van de volgende handelingen uit:
- Windows Vista: klik op .
- Windows XP en eerder: klik op Start.

4 Klik op Computer of Deze computer.

5 Dubbelklik op het pictogram van het cd- of dvd-station.

6 Dubbelklik zo nodig op setup.exe.

7 Volg de aanwijzingen op het scherm om de software te installeren.

8 Nadat de installatie is voltooid, schakelt u de beveiligingssoftware weer in.

Pagina wordt niet afgedrukt

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Als er een foutbericht wordt weergegeven, moet u de fout verhelpen voor u opnieuw afdrukt.

CONTROLEER DE STROOMVOORZIENING

Als het lampje ⏻ niet brandt, controleert u of het netsnoer correct is aangesloten op de printer en op een geaard stopcontact dat ook door andere apparaten is gebruikt.

VERWIJDER HET PAPIER UIT DE PRINTER EN PLAATS HET PAPIER VERVOLGENS TERUG IN DE PRINTER

CONTROLEER DE INKT

Controleer de inktoorraden en installeer zo nodig nieuwe inktcartridges.

CONTROLEER DE CARTRIDGES

1 Verwijder de inktcartridges uit de printer.

2 Controleer of sticker en tape zijn verwijderd van de cartridge.

LEXMARK X5630 - CONTROLEER DE CARTRIDGES - 1

flowchart
graph TD
    A["Device 1: Switch"] --> B["Device 2: Switch"]
    B --> C["Device 1: Display"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#bbf,stroke:#333
    style C fill:#dfd,stroke:#333

3 Plaats de cartridges terug in de printer.

CONTROLEER DE STANDAARDINSTELLINGEN VAN DE PRINTER EN DE INSTELLINGEN VOOR ONDERBREKEN

Windows

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista:

a Klik op .
b Klik op Configuratiescherm.
c Klik op Printer bij Hardware en geluid.

Windows XP:

a Klik op Start.
b Klik op Printers en faxapparaten.

Windows 2000:

a Klik op Start.
b Klik op Instellingen → Printers.

2 Dubbelklik op de printer.

3 Klik op Printer.

  • Controleer of de optie Afdrukken onderbreken is uitgeschakeld.
  • Als er geen vinkje verschijnt naast Als standaardprinter instellen, moet u de printer selecteren voor elk bestand dat u wilt afdrukken.

Macintosh

Mac OS X 10.5

1 Dubbelklik in de Finder op 📄 → Systeemvoorkeuren → Afdrukken en faxen.
2 Controleer in het voorgrondmenu voor de standaardprinter of de printer is ingesteld als standaardprinter. Als de printer niet de standaardprinter is, moet u de printer selecteren voor elk bestand dat u wilt afdrukken. Als u de printer wilt instellen als standaardprinter, selecteert u de printer in het voorgrondmenu voor de standaardprinter.
3 Klik op Open afdrukwachtrij.

Het wachtrijvenster wordt weergegeven.

Controleer of de afdruktaak niet is uitgesteld. Als de afdruktaak is uitgesteld:

  • Als u een bepaalde afdruktaak wilt hervatten, selecteert u de documentnaam en klikt u op Hervat.
  • Als u alle afdruktaken in de wachtrij wilt hervatten, klikt u op Hervat printer.

Voor Mac OS X 10.4 en eerder

1 Klik in de Finder op het bureaublad op Ga → Programma's → Afdrukbeheer of Printerconfiguratie. De printerlijst wordt weergegeven.
2 Dubbelklik op de printer.

Het wachtrijvenster wordt weergegeven.

- Controleer of de afdruktaak niet is uitgesteld.

Als de afdruktaak is uitgesteld:

  • Als u een bepaalde afdruktaak wilt hervatten, selecteert u de documentnaam en klikt u op Hervat.
  • Als u alle afdruktaken in de wachtrij wilt hervatten, klikt u op Start taken.

- Als de naam van de printer niet vet wordt weergegeven, is deze niet ingesteld als standaardprinter. U moet de printer selecteren voor elk bestand dat u wilt afdrukken.

Als u de printer wilt instellen als standaardprinter:

a Ga terug naar het dialoogvenster met de printerlijst en selecteer de printer.
b Klik op Maak standaard.

MAAK DE NETVOEDING LOS EN SLUIT DEZE OPNIEUW AAN

1 Druk op om de printer uit te zetten.
2 Trek de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact.
3 Maak de netvoeding los van de printer.
4 Sluit de netvoeding weer aan op de printer.
5 Steek de stekker van het netsnoer van de printer in het stopcontact.
6 Druk op om de printer aan te zetten.

VERWIJDER DE SOFTWARE EN INSTALLEER DEZE OPNIEUW

Als u problemen hebt ondervonden tijdens de installatie of wanneer de printer wordt niet weergegeven in de map Printers of als printeroptie bij het verzenden van een afdruktaak, kunt u de software verwijderen en opnieuw installeren.

Problemen met de stroomvoorziening van de printer oplossen

De printer kan geen gegevens uitwisselen met de computer.

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER OF DE NETVOEDING VAN DE PRINTER CORRECT IS AANGESLOTEN

1 Druk op om de printer uit te zetten.
2 Trek de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact.
3 Maak de netvoeding los van de printer.
4 Sluit de netvoeding weer aan op de printer.
5 Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.
6 Druk op om de printer aan te zetten.

CONTROLEER OF DE PRINTER ZICH NIET IN DE SLAAPSTAND BEVINDT

Als het aan/uit-lampje langzaam knippert, bevindt de printer zich in de slaapstaand.

1 Trek de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
2 Steek na tien seconden de stekker van de netkabel weer in het stopcontact.
3 Druk op om de printer aan te zetten.

Software verwijderen en opnieuw installeren

Als de printer niet juist werkt of als er een foutbericht over communicatie wordt weergegeven wanneer u de printer gebruikt, moet u wellicht de printersoftware verwijderen en opnieuw installeren.

Windows

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op .
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.
3 Kies Installatie ongedaan maken.
4 Volg de aanwijzingen op het scherm om de printersoftware te verwijderen.
5 Start de computer opnieuw op voordat u de printersoftware weer installeert.
6 Klik op Annuleren in alle vensters van de wizard Nieuwe hardware gevonden.

7 Plaats de installatie-cd in de computer en volg de aanwijzingen op het scherm om de software opnieuw te installeren.

Voer een van de volgende bewerkingen uit als het installatievenster niet automatisch wordt weergegeven wanneer u de computer opnieuw hebt opgestart:

Windows Vista:

a Klik op

b Typ in het vak Zoekopdracht starten D: \setup.exe, waarbij D de letter van het cd-rom- of dvd-rom-station is.

Windows XP en eerder:

a Klik op Start.

b Klik op Uitvoeren.

c Typ D:\setup.exe, waarbij D de letter van het cd-rom- of dvd-rom-station is.

Macintosh

1 Sluit alle geopende toepassingen.
2 Dubbelklik in de Finder op de printermap.
3 Dubbelklik op het pictogram voor verwijderen.
4 Volg de aanwijzingen op het scherm om de printersoftware te verwijderen.
5 Start de computer opnieuw op voordat u de printersoftware weer installeert.
6 Plaats de installatie-cd in de computer en volg de aanwijzingen op het scherm om de software opnieuw te installeren.

Als de software nog steeds niet correct kan worden geïnstalleerd, bezoekt u onze website op www.lexmark.com om te controleren of er nieuwe versies van de software beschikbaar zijn.

1 Selecteer uw land of regio (tenzij u in de Verenigde Staten woont).
2 Klik op de koppeling voor stuurprogramma's of voor downloads.
3 Selecteer de printerfamilie.
4 Selecteer het printermodel.
5 Selecteer het besturingssysteem.
6 Selecteer het bestand dat u wilt downloaden en volg de aanwijzingen op het scherm.

USB-poort activeren in Windows

U controleert als volgt of de USB-poort is geactiveerd op de computer:

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista:

a Klik op → Configuratiescherm.
b Klik op Systeem en onderhoud → Systeem.

c Klik op Apparaatbeheer.

Windows XP:

a Klik op Start.

b Klik op Configuratiescherm → Prestaties en onderhoud → Systeem.
c Klik op Apparaatbeheer op het tabblad Hardware.

Windows 2000:

a Klik op Start.
b Klik op Instellingen → Configuratiescherm → Systeem.
c Klik op Apparaatbeheer op het tabblad Hardware.

2 Klik op het plusteken (+) naast Universal Serial Bus Controller.

Als u USB-hostcontroller en USB-hoofdhub ziet staan, is de USB-poort geactiveerd.

Raadpleeg de documentatie bij de computer voor meer informatie.

Problemen met draadloze functies oplossen

Controlelijst voor problemen met draadloze netwerken oplossen

Controleer het volgende voordat u begint met problemen met draadloze netwerken oplossen:

  • De netvoeding is aangesloten op de printer en ⏻ brandt.
  • Uw SSID is juist.

Druk een netwerkconfiguratiepagina af om de SSID die de printer gebruikt te controleren.

Voer de draadloze installatie nogmaals uit als u er niet zeker van bent dat uw SSID correct is.

- Uw WEP-sleutel of WPA-wachtwoord is juist (als uw netwerk beveiligd is).

Met dit wachtwoord kunt u zich aanmelden bij het draadloze toegangspunt (draadloze router) en de beveiligingsinstellingen controleren.

Een beveiligingssleutel werkt als een wachtwoord. Alle apparaten op hetzelfde draadloze netwerk die WEP, WPA of WPA2 gebruiken, beschikken over dezelfde beveiligingssleutel.

Voer de draadloze installatie nogmaals uit als u er niet zeker van bent dat uw beveiligingsinformatie correct is.

- Het draadloze netwerk werkt correct.

Probeer toegang te krijgen tot andere computers op uw draadloze netwerk.

Probeer verbinding te maken met internet via de draadloze verbinding als uw netwerk een internetverbinding heeft.

- De printer bevindt zich binnen het bereik van het draadloze netwerk.

Bij de meeste netwerken moet de printer zich binnen een bereik van 30 meter vanaf het draadloze toegangspunt (draadloze router) bevinden.

- De Wi-Fi-aanduiding brandt.

  • Het printerstuurprogramma is geïnstalleerd op de computer waarop u een taak uitvoert.
  • De juiste printeroort is geselecteerd.
  • De computer en printer zijn beide met hetzelfde draadloze netwerk verbonden.
  • De printer staat niet in de buurt van andere elektronische apparaten die storing kunnen veroorzaken met het draadloze signaal.

Zorg dat de printer en het draadloze toegangspunt niet van elkaar gescheiden worden door palen, muren of steunpilaren die metaal of beton bevatten.

Er zijn veel apparaten die invloed kunnen hebben op het draadloze signaal waaronder: babyfoons, motoren, draadloze telefoons, beveiligingscamera's, andere draadloze apparaten en een aantal Bluetooth-apparaten.

Netwerkconfiguratiepagina afdrukken

Een netwerkconfiguratiepagina bevat de configuratie-instellingen van de printer, waaronder het IP-adres en MAC-adres van de printer. U kunt alleen een netwerkconfiguratiepagina afdrukken als in de printer een interne, draadloze afdrukserver is geïnstalleerd.

1 Plaats normaal papier in de printer.
2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
3 Druk op de pijltoetsen op het bedieningspaneel tot Netwerkconfiguratie verschijnt en druk op OK. Installatiepagina afdrukken wordt op de display weergegeven.

4 Druk op .OK

5 Druk nogmaals op .OK

De netwerkconfiguratiepagina wordt afgedrukt.

Draadloze configuratie wordt niet voortgezet nadat de USB-kabel is aangesloten

Controleer de USB-kabel

Als de configuratiesoftware de draadloze configuratie van uw printer niet voortzet nadat u de USB-kabel hebt aangesloten, is er mogelijk een probleem met de kabel. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Controleer of de USB-kabel niet is beschadigd. Gebruik een nieuwe USB-kabel als er zichtbare schade is aan de kabel.
  • Sluit de kabel rechtstreeks aan op de printer en de computer. Hubs, schakelkastjes en dockingstations kunnen invloed hebben op de USB-verbinding.

- Controleer of de USB-kabel correct is aangesloten

1 Sluit de grote rechthoekige aansluiting aan op een USB-poort op uw computer. USB-poorten kunnen aan de voor- of achterkant van de computer zitten en kunnen horizontaal of verticaal zijn geplaatst.

LEXMARK X5630 - Controleer de USB-kabel - 1

2 Sluit de smalle vierkante aansluiting aan op de printer.

LEXMARK X5630 - Controleer de USB-kabel - 2

Waarom staat mijn printer niet in deze lijst?

Als u probeert een draadloze printer in te stellen op een andere computer, wordt de printer mogelijk niet weergegeven in de lijst met printers die beschikbaar zijn op uw netwerk. Controleer in dat geval het volgende:

CONTROLEER OF DE COMPUTER EN DE PRINTER BEIDE MET HETZELFDE DRAADLOZE NETWERK VERBONDEN ZIJN

De printer is misschien niet aangesloten op hetzelfde draadloze netwerk als de computer. De SSID van de printer moet overeenkomen met de SSID van de computer, als de computer al is aangesloten op het draadloze netwerk.

1 Zoek de SSID op van het netwerk waarop de computer is aangesloten.

a Geef het IP-adres van uw draadloze toegangspunt (draadloze router) op in het adresveld van uw browser.

Als u het IP-adres van het draadloze toegangspunt niet weet:

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista:

a Klik op

b Klik op Alle programma's → Bureau-accessoires.

c Klik op Opdrachtprompt.

Windows XP en eerder:

a Klik op Start.

b Klik op Alle programma's of Programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

2 Typ ipconfig.

3 Druk op Enter.

  • Het item Standaardgateway geeft gewoonlijk het draadloze toegangspunt aan.
  • Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten: 192.168.2.134.

b Geef de gebruikersnaam en wachtwoord van de router op als hiernaar wordt gevraagd.

c Klik op OK.

d Klik op de hoofdpagina op Draadloos of een andere optie waar de instellingen worden opgeslagen. De SSID wordt weergegeven.

e Noteer de SSID.

Opmerking: noteer de gegevens nauwkeurig, inclusief eventuele hoofdletters.

2 Druk de netwerkconfiguratiepagina af.

Zoek in het gedeelte draadloos naar SSID.

3 Vergelijk de SSID van de computer met de SSID van de printer.

Als de SSID's gelijk zijn, zitten de computer en de printer op hetzelfde draadloze netwerk.

Als de SSID's niet gelijk zijn, voert u het Lexmark Hulpprogramma voor draadloze configuratie nogmaals uit om de printer te installeren op het netwerk dat door de computer wordt gebruikt.

CONTROLEER OF DE COMPUTER NIET IS AANGESLOTEN OP EEN VPN (VIRTUAL PRIVATE NETWORK)

De meeste VPN's staan computers toe alleen te communiceren met de VPN en staan geen andere netwerkverbinding toe op hetzelfde moment. Maak de computer los van de VPN voordat u het stuurprogramma installeert of voordat u de draadloze installatie uitvoert op de computer.

Als u wilt controleren of de computer momenteel is aangesloten op een VPN, opent u de VPN Client-software en controleert u de VPN-verbindingen. Als er geen VPN Client-software is geïnstalleerd, controleert u de aansluitingen handmatig met de Windows VPN Client.

Als u tegelijkertijd verbinding wilt maken met uw lokale netwerk en een VPN, moet de systeembeheerder voor de VPN 'split tunneling' toepassen. Sommige bedrijven staan 'split tunneling' niet toe vanwege technische of beveiligingsredenen.

Kan niet afdrukken met draadloze netwerkprinter

Als u problemen hebt ondervonden tijdens de installatie of wanneer de printer wordt niet weergegeven in de map Printers of als printeroptie bij het verzenden van een afdruktaak, kunt u de software verwijderen en opnieuw installeren.

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER OF DE COMPUTER IS VERBONDEN MET HET DRAADLOZE TOEGANGSPUNT (DRAADLOZE ROUTER)

  • Open uw webbrowser en ga naar een willekeurige site om te controleren of u toegang hebt tot internet.
  • Als er andere computers of bronnen zijn verbonden met het draadloze netwerk, controleert u of u hiertoe toegang hebt vanaf uw computer.

PLAATS DE COMPUTER EN/OF PRINTER DICHTER BIJ HET DRAADLOZE TOEGANGSPUNT

Hoewel de mogelijke afstand tussen apparaten in 802.11b- of 802.11g-netwerken 90 meter is, is het maximale bereik voor optimale prestaties meestal 30-45 meter.

VERPLAATS HET TOEGANGSPUNT OM STORING TE BEPERKEN

Er kan een tijdelijke storing worden veroorzaakt door andere apparatuur zoals magnetrons of andere apparaten, draadloze telefoons, babyfoons en camera's van beveiligingssystemen. Controleer of het toegangspunt niet te dicht bij deze apparaten is geplaatst.

CONTROLEER OF DE PRINTER ZICH IN HETZELFDE DRAADLOZE NETWERK BEVINDT ALS DE COMPUTER

Druk een netwerkconfiguratiepagina af. Raadpleeg de documentatie bij de printer voor meer informatie over het afdrukken van een netwerkconfiguratiepagina.

Controleer of de SSID die de printer gebruikt, overeenkomt met de SSID van het draadloze netwerk. Voer een van de volgende handelingen uit als u niet weet hoe u de SSID van het netwerk moet vinden:

Windows

1 Geef het IP-adres van uw draadloze toegangspunt op in de adresbalk van uw webbrowser.

Als u het IP-adres van het draadloze toegangspunt niet weet:

a Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista:

1 Klik op .
2 Klik op Alle programma's → Bureau-accessoires.
3 Klik op Opdrachtprompt.

Windows XP en eerder:

1 Klik op Start.
2 Klik op Alle programma's of Programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

b Typ ipconfig.

c Druk op Enter.

  • Het item bij 'Default Gateway' geeft gewoonlijk het draadloze toegangspunt aan.
  • Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten: 192.168.0.100. Het IP-adres kan ook beginnen met de cijfers 10 of 169. Dit wordt bepaald door het besturingssysteem of de software voor het draadloze netwerk.

2 Geef uw gebruikersnaam en wachtwoord op voor het draadloos toegangspunt wanneer daar om wordt gevraagd.
3 Klik op OK.
4 Klik op de hoofdpagina op Draadloos of een andere optie waar de instellingen worden opgeslagen. De SSID wordt weergegeven
5 Noteer de SSID, het beveiligingstype en de WEP-sleutel/het WPA-wachtwoord (indien weergegeven).

Opmerking: noteer de netwerkgegevens nauwkeurig, inclusief eventuele hoofdletters.

6 Bewaar de SSID en de WEP-sleutel of het WPA-wachtwoord op een veilige plaats, zodat u deze in de toekomst weer kunt gebruiken.

Macintosh gebruiken met een AirPort-basisstation

Mac OS X versie 10.5

1 Klik op de menubalk op 📄 →Systeemvoorkeuren.
2 Klik op Netwerk.
3 Klik op AirPort.

De SSID van het netwerk waarmee de computer is verbonden, wordt weergegeven in het voorgrondmenu Netwerknaam.

4 Noteer de SSID.

Mac OS X versie 10.4 en eerder

1 Klik op Ga → Programma's op de menubalk.
2 Dubbelklik in de map Programma's op Internetverbinding.
3 Klik op de werkbalk op AirPort.

De SSID van het netwerk waarmee de computer is verbonden, wordt weergegeven in het voorgrondmenu Netwerk.

4 Noteer de SSID.

Macintosh gebruiken met een draadloos toegangspunt

1 Geef het IP adres van het draadloze toegangspunt op in de adresbalk van uw browser en ga verder met stap 2.

Ga als volgt te werk als u het IP-adres van het draadloze toegangspunt niet weet:

Mac OS X 10.5

a Klik op de menubalk op 📄 →Systeemvoorkeuren.

b Klik op Netwerk.

c Klik op AirPort.

d Klik op Geavanceerd.

e Klik op TCP/IP.

Het item Router geeft gewoonlijk het draadloze toegangspunt aan.

Mac OS X 10.4 en eerder

a Klik op de menubalk op 📄 →Systeemvoorkeuren.

b Klik op Netwerk.

c Selecteer Airport in het voorgrondmenu Toon.

d Klik op TCP/IP.

Het item Router geeft gewoonlijk het draadloze toegangspunt aan.

2 Geef uw gebruikersnaam en wachtwoord op als hiernaar wordt gevraagd.
3 Klik op OK.
4 Klik op de hoofdpagina op Draadloos of een andere optie waar de instellingen worden opgeslagen. De SSID wordt weergegeven.
5 Noteer de SSID, het beveiligingstype en de WEP-sleutel/het WPA-wachtwoord (indien weergegeven).

Opmerkingen:

  • Noteer de netwerkgegevens nauwkeurig, inclusief eventuele hoofdletters.
  • Bewaar de SSID en de WEP-sleutel of het WPA-wachtwoord op een veilige plaats, zodat u deze in de toekomst weer kunt gebruiken.

De WEP-SLEUTEL OF HET WPA-WACHTWOORD CONTROLEREN

Als uw draadloze toegangspunt WEP-beveiliging (Wireless Equivalent Privacy) gebruikt, moet de WEP-sleutel de volgende kenmerken hebben:

  • Exact 10 of 26 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F, a-f en 0-9.
    of
  • Exact 5 of 13 ASCII-tekens. ASCII-tekens zijn letters, cijfers en symbolen die op het toetsenbord worden weergegeven. ASCII-tekens in een WEP-sleutel zijn hoofdlettergevoelig.

Als uw draadloze toegangspunt WPA-beveiliging (Wi-Fi Protected Access) gebruikt, moet het WPA-wachtwoord de volgende kenmerken hebben:

  • 8 tot 63 ASCII-tekens. ASCII-tekens in een WPA-wachtwoord zijn hoofdlettergevoelig.
    of
  • Precies 64 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F, a-f en 0-9.

Opmerking: raadpleeg de documentatie van het draadloze netwerk of neem contact op met de persoon die het draadloze netwerk heeft opgezet als u niet beschikt over deze gegevens.

VERBINDING MET VPN-SESSIE VERBREKEN

Wanneer u verbonden bent met een ander netwerk via een VPN-verbinding, hebt u geen toegang tot de printer over uw draadloze netwerk. Beeindig de VPN-sessie en probeer opnieuw af te drukken.

CONTROLEER DE GEAVANCEERDE BEVEILIGINGSINSTELLINGEN

  • Als u een filter voor MAC-adressen gebruikt om toegang tot uw draadloze netwerk te beperken, moet u het MAC-adres van de printer toevoegen aan de lijst van adressen die verbinding mogen maken met het draadloze toegangspunt.
  • Als u het draadloze toegangspunt instelt zodat een beperkt aantal IP-adressen wordt toegewezen, moet u dit aanpassen zodat de printer kan worden toegevoegd.

Opmerking: raadpleeg de documentatie van het draadloze netwerk of neem contact op met de persoon die het draadloze netwerk heeft opgezet als u niet weet hoe u deze wijzigingen moet aanbrengen.

Kan niet afdrukken en er is een firewall aanwezig op de computer

Firewalls van derden (niet van Microsoft) kunnen de werking van draadloos afdrukken beïnvloeden. Als de printer en de computer op de juiste manier geconfigureerd zijn, het draadloze netwerk correct werkt en de printer niet draadloos wil afdrukken, zou een firewall het probleem kunnen zijn. Probeer een of meer van het volgende als er een firewall (een andere dan de Windows firewall) op de computer aanwezig is:

  • Werk de firewall bij met de meest recente update van de fabrikant die beschikbaar is. Raadpleeg de documentatie die bij de firewall is geleverd voor meer informatie.
  • Als programma's om toegang vragen van de firewall wanneer u de printer installeert of wanneer u wilt afdrukken, moet u ervoor zorgen dat deze programma's die toegang krijgen.
  • Schakel de firewall tijdelijk uit en installeer de draadloze printer op uw computer. Schakel de firewall weer in wanneer de draadloze installatie is voltooid.

Wi-Fi-aanduiding brandt niet

CONTROLEER DE STROOMVOORZIENING

Controleer of het lampje brandt.

Wi-Fi-lampje brandt groen, maar de printer drukt niet af (alleen Windows)

Als u de configuratie voor draadloos afdrukken hebt voltooid en alle instellingen correct lijken, kunt u een of meer van de volgende oplossingen proberen als de printer niet afdrukt:

WACHT TOT DE DRAADLOZE INSTALLATIE VOLTOOID IS

Zorg dat u niet afdrukt, de installatie-cd uit de computer verwijdert of de installatiekabel losmaakt voordat het venster Draadloze configuratie voltooid is weergegeven.

SCHAKEL DE PRINTER IN

Controleer of de printer is ingeschakeld.

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista:

a Klik op

b Klik op Configuratiescherm.

c Klik op Printer bij Hardware en geluid.

Windows XP:

a Klik op Start.
b Klik op Printers en faxapparaten.

Windows 2000:

a Klik op Start.
b Klik op Instellingen → Printers.

2 Klik met de rechtermuisknop op de nieuwe printer. Selecteer Printer on line gebruiken in het menu.
3 Sluit het venster Printers of Printers en faxapparaten en probeer opnieuw af te drukken.

SELECTEER DE DRAADLOZE PRINTER

U moet wellicht de draadloze printer selecteren op uw computer om de printer draadloos te kunnen gebruiken.

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista:

a Klik op
b Klik op Configuratiescherm.
c Klik op Printer bij Hardware en geluid.

Windows XP:

a Klik op Start.
b Klik Printers en faxapparaten.

Windows 2000:

a Klik op Start.
b Klik op Instellingen → Printers.

2 Klik met de rechtermuisknop op de printer Lexmark XXXX Series (Netwerk), waarbij XXXX het modelnummer van de printer is.
3 Selecteer Printer on line gebruiken in het menu.
4 Sluit het venster Printers of Printers en faxapparaten en probeer opnieuw af te drukken.

SELECTEER DE DRAADLOZE POORT

Als u de printer eerder als lokaal aangesloten printer hebt geconfigureerd, moet u wellicht de draadloze printer selecteren om de printer draadloos te gebruiken.

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista:

a Klik op
b Klik op Configuratiescherm.

c Klik op Printer bij Hardware en geluid.

Windows XP:

a Klik op Start.
b Klik Printers en faxapparaten.

Windows 2000:

a Klik op Start.
b Klik op Instellingen → Printers.

2 Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de bestaande printer en kies Eigenschappen.
3 Klik op de tab Poorten.
4 Zoek de geselecteerde poort op. Er staat een vinkje in de kolom Poort naast de geselecteerde poort.
5 Als in de kolom Beschrijving wordt aangegeven dat de geselecteerde poort een USB-poort is, bladert u door de lijst en selecteert u de poort waarvoor Printerpoort wordt vermeld in de kolom Beschrijving.
6 Klik op OK en druk nogmaals af.

Wi-Fi-aanduiding knippert oranje tijdens de installatie (alleen voor Windows)

Als de Wi-Fi-aanduiding oranje knippert tijdens de installatie, geeft dit aan dat de printer is geconfigureerd voor gebruik op een draadloos netwerk, maar geen verbinding kan maken met het netwerk waarvoor de printer is geconfigureerd. De printer kan wellicht geen verbinding maken met het netwerk vanwege een storing, de afstand tot het draadloze toegangspunt (draadloze router) of omdat de instellingen zijn gewijzigd.

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER OF HET TOEGANGSPUNT IS INGESCHAKELD

Controleer het toegangspunt en schakel het zo nodig in.

VERPLAATS HET TOEGANGSPUNT OM STORING TE BEPERKEN

Er kan een tijdelijke storing worden veroorzaakt door andere apparatuur zoals magnetrons of andere apparaten, draadloze telefoons, babyfoons en camera's van beveiligingssystemen. Controleer of het toegangspunt niet te dicht bij deze apparaten is geplaatst.

PROBEER DE EXTERNE ANTENNES AAN TE PASSEN

Antennes werken meestal het beste als ze naar boven zijn gericht. De ontvangst kan verbeteren als u verschillende hoeken uitprobeert voor de antennes van de printer en/of draadloze antennes.

Plaats de printer dichter bij het toegangspunt. Hoewel de mogelijke afstand tussen apparaten in 802.11b- of 802.11g-netwerken 90 meter is, is het maximale bereik voor optimale prestaties meestal 30-45 meter.

U kunt de signaalsterkte van het netwerk vinden op de netwerkconfiguratiepagina.

CONTROLEER DE BEVEILIGINGSSLEUTELS

Als u WEP-beveiliging gebruikt

Voor een geldige WEP-sleutel geldt het volgende:

- Exact 10 of 26 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F, a-f en 0-9.

of

- Exact 5 of 13 ASCII-tekens. ASCII-tekens zijn letters, cijfers en symbolen die op het toetsenbord worden weergegeven.

Als u WPA-beveiliging gebruikt

Voor een geldig WPA-wachtwoord geldt het volgende:

- 8 tot 63 ASCII-tekens. ASCII-tekens in een WPA-wachtwoord zijn hoofdlettergevoelig.

of

- Precies 64 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F, a-f en 0-9.

Als uw netwerk niet is beveiligd, hebt u geen beveiligingssleutel. Een draadloos netwerk gebruiken zonder beveiliging wordt niet aangeraden omdat indringers zonder uw goedkeuring uw netwerkbronnen kunnen gebruiken.

CONTROLEER HET MAC-ADRES

Als op het netwerk een filter voor MAC-adressen wordt gebruikt, moet u het MAC-adres van de printer opnemen in de filterlijst voor MAC-adressen. U kunt de printer dan gebruiken op het netwerk. Zie "Hoe vind ik het MAC-adres?" op pagina 66 voor meer informatie.

HET TOEGANGSPUNT PINGEN OM TE CONTROLEREN OF HET NETWERK FUNCTIONEERT

1 Zoek het IP-adres van het toegangspunt op als u dit niet weet:

a Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista:

1 Klik op
2 Klik op Alle programma's → Bureau-accessoires.
3 Klik op Opdrachtprompt.

Windows XP en eerder:

1 Klik op Start.
2 Klik op Alle programma's of Programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

b Typ ipconfig.

c Druk op Enter.

  • Het 'Default Gateway' toegangspunt geeft gewoonlijk het toegangspunt aan.
  • Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten: 192.168.0.100. Het IP-adres kan ook beginnen met de cijfers 10 of 169. Dit wordt bepaald door het besturingssysteem of de software voor het draadloze netwerk.

2 Ping het toegangspunt.

a Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista:

1 Klik op
2 Klik op Alle programma's → Bureau-accessoires.
3 Klik op Opdrachtprompt.

Windows XP en eerder:

1 Klik op Start.
2 Klik op Alle programma's of Programma's → Bureau-accessoires → Opdrachtprompt.

b Typ ping gevolgd door een spatie en het IP-adres van het draadloze toegangspunt. Bijvoorbeeld:

ping 192.168.0.100

c Druk op Enter.

3 Controleer of het toegangspunt reageert:

- Als het toegangspunt reageert, worden verschillende regels weergegeven die beginnen met 'Antwoord van'.

Het is mogelijk dat de printer geen verbinding heeft gemaakt met het draadloze netwerk. Zet de printer uit en weer aan en probeer opnieuw verbinding te maken.

- Als het toegangspunt niet reageert, wordt er na een aantal seconden 'Time-out bij opdracht' weergegeven.

Probeer het volgende:

a Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista:

1 Klik op
2 Klik op Configuratiescherm.
3 Klik op Netwerk en internet.
4 Klik Netwerkcentrum.

Windows XP en eerder:

1 Klik op Start.
2 Klik op Configuratiescherm.
3 Klik op Netwerkverbinding.

b Selecteer de juiste verbinding in het overzicht.

Opmerking: als de computer is verbonden met het toegangspunt via een Ethernet-kabel, mag de naam van de verbinding niet het woord 'draadloos' bevatten.

c Klik met de rechtermuisknop op de verbinding en kies Herstellen.

VOER HET HULPPROGRAMMA VOOR DRAADLOZE INSTALLATIE OPNIEUW UIT

Als de draadloze instellingen zijn gewijzigd, moet u het hulpprogramma opnieuw uitvoeren. Er zijn de volgende oorzaken waardoor de instellingen kunnen zijn gewijzigd: u hebt handmatig de WEP- of WPA-sleutels, het kanaal of andere netwerkinstellingen gewijzigd, of de fabrieksinstellingen van het toegangspunt zijn hersteld.

Problemen die zijn ontstaan door fouten tijdens de configuratie van de printer voor draadloze toegang, kunnen mogelijk opgelost worden door de draadloze installatie opnieuw uit te voeren.

Opmerkingen:

  • Als u de netwerkinstellingen wijzigt, moet u deze wijzigen op alle netwerkapparaten voordat u deze wijzigt voor het toegangspunt.
  • Als u de draadloze netwerkinstellingen hebt gewijzigd op het toegangspunt, moet u de instellingen wijzigen op alle andere netwerkapparaten voordat u deze kunt zien op het netwerk.

1 Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Windows Vista: klik op .
  • Windows XP en eerder: klik op Start.

2 Klik op Alle programma's of Programma's en selecteer de programmamap van de printer in de lijst.
3 Klik op Extra → Lexmark Hulpprogramma voor draadloze configuratie.

Opmerking: als onderdeel van de configuratieprocedure wordt u mogelijk gevraagd om de printer opnieuw aan te sluiten op de computer met de installatiekabel.

4 Volg de aanwijzingen op het scherm.

Wi-Fi-aanduiding knippert oranje tijdens de installatie (alleen voor Macintosh)

Als de Wi-Fi-aanduiding oranje knippert tijdens de installatie, geeft dit aan dat de printer is geconfigureerd voor gebruik op een draadloos netwerk, maar geen verbinding kan maken met het netwerk waarvoor de printer is geconfigureerd. De printer kan wellicht geen verbinding maken met het netwerk vanwege een storing, de afstand tot het draadloze toegangspunt (draadloze router) of omdat de instellingen zijn gewijzigd.

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER OF HET DRAADLOZE TOEGANGSPUNT IS INGESCHAKELD

Controleer het draadloze toegangspunt en schakel het zo nodig in.

VERPLAATS HET DRAADLOZE TOEGANGSPUNT OM STORING TE VERMINDEREN

Er kan een tijdelijke storing worden veroorzaakt door andere apparatuur zoals magnetrons of andere apparaten, draadloze telefoons, babyfoons en camera's van beveiligingssystemen. Controleer of het draadloze toegangspunt niet te dicht bij deze apparaten is geplaatst.

PROBEER DE EXTERNE ANTENNES AAN TE PASSEN

Antennes werken meestal het beste als ze naar boven zijn gericht. De ontvangst kan verbeteren als u verschillende hoeken uitprobeert voor de antennes van de printer en/of draadloze antennes.

Plaats de printer dichter bij het draadloze toegangspunt. Hoewel de mogelijke afstand tussen apparaten in 802.11b- of 802.11g-netwerken 90 meter is, is het effectieve bereik voor optimale prestaties meestal 30-45 meter.

U kunt de signaalsterkte van het netwerk vinden op de netwerkconfiguratiepagina.

CONTROLEER DE BEVEILIGINGSSLEUTELS

Als u WEP-beveiliging gebruikt

Voor een geldige WEP-sleutel geldt het volgende:

- Exact 10 of 26 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F, a-f en 0-9.

of

- Exact 5 of 13 ASCII-tekens. ASCII-tekens zijn letters, cijfers en symbolen die op het toetsenbord worden weergegeven.

Als u WPA-beveiliging gebruikt

Voor een geldig WPA-wachtwoord geldt het volgende:

- 8 tot 63 ASCII-tekens. ASCII-tekens in een WPA-wachtwoord zijn hoofdlettergevoelig.

of

- Precies 64 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F, a-f en 0-9.

Als het draadloze netwerk niet is beveiligd, hebt u geen WEP-sleutel of WPA-wachtwoord. Een draadloos netwerk gebruiken zonder beveiliging wordt niet aangeraden omdat indringers zonder uw goedkeuring uw netwerkbronnen kunnen gebruiken.

MAC-ADRES CONTROLEREN

Als op het netwerk een filter voor MAC-adressen wordt gebruikt, moet u het MAC-adres van de printer opnemen in de filterlijst voor MAC-adressen. U kunt de printer dan gebruiken op het netwerk.

HET TOEGANGSPUNT PINGEN OM TE CONTROLEREN OF HET NETWERK FUNCTIONEERT

1 Controleer de AirPort-status en zoek het IP-adres van het draadloze toegangspunt op als u dit niet weet.

Mac OS X versie 10.5

a Klik op de menubalk op 📄 → Systeemvoorkeuren.

b Klik op Netwerk.

c Klik op AirPort.

Controleer de status. AirPort moet zijn ingeschakeld. Als dit niet het geval is, klikt u op Schakel AirPort in.

De statusaanduiding van AirPort moet ook groen zijn. Groen betekent dat de poort actief is (ingeschakeld) en is aangesloten.

Opmerkingen:

- Geel betekent dat de poort actief is, maar niet aangesloten.

- Rood betekent dat de poort niet is ingesteld.

d Klik op Geavanceerd.

e Klik op TCP/IP.

  • Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten: 192.168.0.100.
  • Het item Router geeft gewoonlijk het draadloze toegangspunt aan.

Mac OS X versie 10.4 en eerder

a Klik op 📁 → Systeemvoorkeuren.

b Klik op Netwerk.

c Selecteer zo nodig Netwerkstatus in het voorgrondmenu Toon.

De statusaanduiding van AirPort moet groen zijn. Groen betekent dat de poort actief is (ingeschakeld) en is aangesloten.

Opmerkingen:

  • Geel betekent dat de poort actief is, maar niet aangesloten.
  • Rood betekent dat de poort niet is ingesteld.

d Selecteer AirPort in het voorgrondmenu Toon.

e Klik op TCP/IP.

  • Het IP-adres bestaat uit vier sets met cijfers gescheiden door punten: 192.168.0.100.
  • Het item Router geeft gewoonlijk het draadloze toegangspunt aan.

2 Ping het draadloze toegangspunt.

a Klik op Ga → Hulpprogramma's op de menubalk.
b Dubbelklik op Netwerkhulpprogramma.

c Klik op de tab Ping.

d Geef het IP-adres van het draadloze toegangspunt op in het veld voor het netwerkadres. Bijvoorbeeld: 10.168.0.100
e Klik op Ping.

3 Als het draadloze toegangspunt reageert, worden er meerdere regels weergegeven met het aantal bytes dat wordt ontvangen van het draadloze toegangspunt. Dit geeft aan dat de computer is verbonden met het draadloze toegangspunt.

Als het draadloze toegangspunt niet reageert, wordt niets weergegeven. U kunt netwerkcontrole gebruiken om het probleem op te lossen.

VOER HET HULPPROGRAMMA VOOR DRAADLOZE INSTALLATIE OPNIEUW UIT

1 Dubbelklik in de Finder op de printermap.
2 Dubbelklik op Lexmark Assistent voor draadloze configuratie.
3 Volg de aanwijzingen op het scherm.

WiFi-aanduiding brandt nog steeds oranje

Wanneer de WiFi-aanduiding oranje brandt, kan dit aangeven dat de printer:

  • niet is geconfigureerd in de infrastructuurmodus;
  • wacht om een ad-hoc-verbinding met een ander draadloos apparaat te maken.

De printer kan wellicht geen verbinding maken met het netwerk vanwege een storing, de afstand tot het draadloze toegangspunt (draadloze router) of omdat de instellingen zijn gewijzigd.

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE NETWERKNAAM

Uw netwerk mag niet dezelfde naam hebben als een ander netwerk bij u in de buurt. Als u en uw buurman bijvoorbeeld de standaardnetwerknaam van de fabrikant gebruiken, kan de printer verbinding maken met het netwerk van uw buurman.

Als u geen unieke netwerknaam gebruikt, raadpleegt u de documentatie voor het draadloze toegangspunt (draadloze router) om een nieuwe netwerknaam in te stellen.

Als u een netwerknaam instelt, moet u de SSID van de printer en computer terugzetten naar dezelfde netwerknaam.

CONTROLEER DE BEVEILIGINGSSLEUTELS

Als u WEP-beveiliging gebruikt

Voor een geldige WEP-sleutel geldt het volgende:

- Exact 10 of 26 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F, a-f en 0-9.

of

- Exact 5 of 13 ASCII-tekens. ASCII-tekens zijn letters, cijfers en symbolen die op het toetsenbord worden weergegeven.

Als u WPA-beveiliging gebruikt

Voor een geldig WPA-wachtwoord geldt het volgende:

- 8 tot 63 ASCII-tekens. ASCII-tekens in een WPA-wachtwoord zijn hoofdlettergevoelig.

of

- Precies 64 hexadecimale tekens. Hexadecimale tekens zijn A-F, a-f en 0-9.

Als uw netwerk niet is beveiligd, hebt u geen beveiligingssleutel. Een draadloos netwerk gebruiken zonder beveiliging wordt niet aangeraden omdat indringers zonder uw goedkeuring uw netwerkbronnen kunnen gebruiken.

Plaats de printer dichter bij het draadloze toegangspunt (draadloze router). Hoewel de mogelijke afstand tussen apparaten in 802.11b- of 802.11g-netwerken 90 meter is, is het maximale bereik voor optimale prestaties meestal 30-46 meter.

U kunt de signaalsterkte van het netwerk vinden op de netwerkconfiguratiepagina van de printer.

CONTROLEER HET MAC-ADRES

Als op het netwerk een filter voor MAC-adressen wordt gebruikt, moet u het MAC-adres van de printer opnemen in de filterlijst voor MAC-adressen. U kunt de printer dan gebruiken op het netwerk.

Draadloze afdrukserver is niet geïnstalleerd.

Er kan een bericht worden weergegeven tijdens de installatie waarin wordt aangegeven dat er geen draadloze afdrukserver is geïnstalleerd voor de printer. Als u er zeker van bent dat de printer draadloos kan afdrukken kunt u het volgende proberen:

CONTROLEER DE STROOMVOORZIENING

Controleer of het lampje brandt.

Bericht Communicatie is niet beschikbaar verschijnt tijdens draadloos afdrukken

Als u een laptop gebruikt waarop de energiebesparingstand is ingeschakeld, kan het bericht Communicatie is niet beschikbaar worden weergegeven op de computer als u draadloos wilt afdrukken. Dit kan gebeuren als de vaste schijf van de laptop is uitgeschakeld.

Als dit bericht verschijnt, wacht u een paar seconden voor u probeert opnieuw af te drukken. Het duurt een paar seconden voordat de laptop en printer weer zijn ingeschakeld en opnieuw verbinding hebben gemaakt op het draadloze netwerk.

Als dit bericht wordt weergegeven nadat er voldoende tijd is verstreken voor het herstellen van de netwerkverbinding voor de printer en de laptop, is er wellicht een probleem met het draadloze netwerk. Controleer of er IP-adressen zijn toegewezen aan de laptop en de printer. Zie "Hoe zoek ik IP-adressen?" op pagina 67 voor meer informatie over het vaststellen van IP-adressen.

Ga als volgt te werk als aan de printer en/of laptop geen IP-adres is toegewezen, of als een van de apparaten het IP-adres 169.254.x.y (waarbij x en y twee getallen tussen 0 en 255 zijn) heeft:

1 Schakel het apparaat uit dat geen geldig IP-adres heeft (de laptop, de printer of beide).
2 Schakel de apparaten weer in.
3 Controleer nogmaals de IP-adressen.

Als de laptop en/of printer nog steeds geen geldig IP-adres ontvangt, is er een probleem met uw draadloze netwerk. Controleer of het draadloze toegangspunt (draadloze router) werkt en verwijder alle obstakels die mogelijk het draadloze signaal blokkeren.

Communicatie met de printer verbroken tijdens verbinding met VPN (Virtual Private Network)

De verbinding met een draadloze printer wordt verbroken op uw lokale netwerk als u verbinding maakt met de meeste VPN's (Virtual Private Networks). De meeste VPN's staan gebruikers toe alleen te communiceren met de VPN en staan geen andere netwerkverbinding toe op hetzelfde moment. Als u tegelijkertijd verbinding wilt maken met uw lokale netwerk en een VPN, moet de systeembeheerder voor de VPN 'split tunneling' toepassen. Sommige bedrijven staan 'split tunneling' niet toe vanwege technische of beveiligingsredenen.

Interne, draadloze afdrukserver opnieuw instellen op de standaardfabrieksinstellingen

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
2 Druk op de pijltoetsen op het bedieningspaneel tot Netwerkconfiguratie verschijnt en druk op OK.

3 Druk op de pijltoetsen tot Standaardwaarden netwerkadapter verschijnt en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Ja wordt weergegeven en druk op OK.

De standaardfabrieksinstellingen van de interne, draadloze afdrukserver worden hersteld. Druk ter controle een netwerkconfiguratiepagina af.

Problemen met faxen oplossen

Er kunnen geen faxen worden verzonden of ontvangen

Dit zijn mogelijke oplossingen. Voer een van de volgende handelingen uit:

Als er een foutbericht verschijnt, volgt u de aanwijzingen in het foutbericht.

CONTROLEER DE STROOMVOORZIENING

Als het lampje ⏻ niet brandt, controleert u of het netsnoer correct is aangesloten op de printer en op een geaard stopcontact dat ook door andere apparaten is gebruikt.

CONTROLEER DE KABELVERBINDINGEN

Controleer indien van toepassing of de volgende hardwareonderdelen stevig zijn aangesloten:

  • Netvoeding
  • Telefoon
  • Hoorn

- Antwoordapparaat

CONTROLEER DE WANDAANSLUITING VOOR TELEFOONS

1 Sluit een telefoon aan op de wandaansluiting.
2 Luister of u een kiestoon hoort. Als u een kiestoon hoort, werkt de wandaansluiting.
3 Als u geen kiestoon hoort, sluit u een andere telefoon aan op de wandaansluiting.
4 Als u nog steeds geen kiestoon hoort, sluit u de telefoon aan op een andere wandaansluiting.
5 Als u een kiestoon hoort, sluit u de printer aan op die wandaansluiting.

CONTROLEER DE CONTROLELIJST VOOR DIGITALE TELEFOONDIENSTEN

De faxmodem is een analoog apparaat. Bepaalde apparaten kunnen op de printer worden aangesloten zodat u digitale telefoondiensten kunt gebruiken.

  • Als u een ISDN-telefoondienst gebruikt, sluit u de printer aan op een analoge telefoonpoort (R-interfacepoort) op een ISDN-adapter. Neem contact op met uw ISDN-leverancier voor meer informatie en om een R-interfacepoort aan te vragen.
  • Als u DSL gebruikt, sluit u de printer aan op een DSL-filter of -router die ondersteuning biedt voor analoog gebruik. Neem contact op met uw DSL-leverancier voor meer informatie.

- Als u een PBX-telefoondienst gebruikt, moet u de printer aansluiten op een analoge aansluiting op het PBX-systeem. Is een dergelijke aansluiting niet beschikbaar, dan kunt u overwegen een analoge telefoonlijn voor het faxapparaat te installeren. Raadpleeg de instructies voor het configureren van de printer achter een PBX voor meer informatie over faxen als u een PBX-telefoondienst gebruikt.

CONTROLEER OF ER EEN KIESTOON IS

  • Bel het nummer waarnaar u de fax wilt verzenden om te controleren of het nummer werkt.
  • Als de telefoonlijn door een ander apparaat wordt gebruikt, wacht u tot het andere apparaat klaar is voor u een fax verzendt.
  • Als u de functie Kiezen hoorn op haak gebruikt, zet u het volume hoger om een kiestoon te kunnen waarnemen.

MAAK ANDERE APPARATEN TIJDELIJK LOS

Sluit de printer rechtstreeks aan op de telefoonlijn om te controleren of de printer correct functioneert. Verwijder eventuele antwoordapparaten, computers met modems of telefoonlijnsplitters.

CONTROLEER OF ER PAPIER IS VASTGELOPEN

Controleer of er papier is vastgelopen en verwijder zo nodig het vastgelopen papier.

SCHAKEL DE WISSELGESPREKFUNCTIE TIJDELIJK UIT

Het verzenden van faxen wordt mogelijk onderbroken als de wisselgesprekfunctie is ingeschakeld. Schakel deze functie uit voor u een fax verzendt of ontvangt. Neem contact op met het telefoonbedrijf voor de toetsenblokcode waarmee u deze functie tijdelijk kunt uitschakelen.

HEBT U EEN VOICEMAILDIENST?

De voicemailfunctie die mogelijk wordt aangeboden via uw plaatselijke telefoonbedrijf, kan het verzenden en ontvangen van faxen verstoren. U kunt als volgt de voicemailfunctie en de printer gebruiken om gesprekken te beantwoorden:

  • Raadpleeg de instructies voor het instellen van een speciaal belsignaal. U kunt kiezen uit een aantal instellingen, waaronder Eén keer, Twee keer, Drie keer en Altijd.
  • Ga na of u een tweede telefoonlijn voor de printer moet gebruiken.

CONTROLEER DE LANDCODE

Controleer als volgt of de juiste landcode is ingesteld voor het land of de regio waar u de printer gebruikt:

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
2 Druk op de pijltoetsen tot Apparaatinstelling verschijnt en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Land verschijnt en druk op OK.
Controleer het land of de regio op de display.
4 Als u het land of de regionaam onjuist is, drukt u op de pijltoetsen tot het land of de regio waar u de printer gebruikt, wordt weergegeven en drukt u op OK

1 Kies het nummer van het ontvangende apparaat.
2 Scan het originele document pagina voor pagina.

Faxen kunnen worden verzonden, maar kunnen niet worden ontvangen

Dit zijn mogelijke oorzaken en oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

PLAATS PAPIER IN DE PRINTER

Plaats papier in de printer om faxen af te drukken die op de printer zijn opgeslagen.

CONTROLEER OF AUTOMATISCH BEANTWOORDEN IS INGESCHAKELD

Als het lampje Automatisch beantwoorden brandt:

  • De printer beantwoordt de fax na het ingestelde aantal belsignalen.
  • Als u een speciaal belsignaal gebruikt, raadpleegt u de instructies voor het instellen van een speciaal belsignaal voor de printer.

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en antwoorden wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk nogmaals op .OK

Controleer of Automatisch beantwoorden is ingesteld op Aan.

5 Als Automatisch beantwoorden niet is geselecteerd, drukt u op de pijltoetsen tot Aan wordt weergegeven en drukt u op OK om de instelling op te slaan.

CONTROLEER DE INKT

Controleer de inktvoorraden en installeer zo nodig een nieuwe inktcartridge.

CONTROLEER OF FAX DOORSTUREN IS GESELECTEERD

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en antwoorden wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Fax doorsturen wordt weergegeven en druk op OK.
Controleer of Fax doorsturen is ingesteld op Doorsturen of Afdrukken & doorsturen.
5 Als Fax doorsturen is ingeschakeld, drukt u de pijltoetsen tot Uit wordt weergegeven en drukt u op OK.

Faxen kunnen worden ontvangen, maar kunnen niet worden verzonden

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE GESELECTEERDE MODUS

Als u wilt nagaan of de printer is ingesteld voor faxen, controleert u of het lampje brandt.

Als het lampje ◇ niet brandt, drukt u op ◆ op het bedieningspaneel van de printer.

CONTROLEER HOE HET DOCUMENT IS GEPLAATST

Plaats het originele document met de bedrukte zijde omhoog in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR HET KIESVOORVOEGSEL

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en verzenden wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Kiesvoorvoegsel wordt weergegeven en druk op OK.
5 Als u de instelling wilt wijzigen, drukt u op de pijltoetsen tot het gewenste voorvoegsel wordt weergegeven en drukt u op OK.
6 Als u nog geen instelling hebt gemaakt voor het kiesvoorvoegsel:

a Druk op de pijltoetsen tot Maken wordt weergegeven en druk op OK.

b Geef met het toetsenblok het voorvoegsel op dat voorafgaand aan elk telefoonnummer moet worden gekozen en druk op OK om de instelling op te slaan.

CONTROLEER HET SNELKEUZENUMMER

  • Controleer of er een snelkeuzeknop is geprogrammeerd voor het gewenste telefoonnummer. Raadpleeg de instructies voor het instellen van snelkeuze voor meer informatie.
  • U kunt eventueel het nummer handmatig kiezen.

CONTROLEER OF DE PRINTER DE KIESTOON HERKENT

  • Raadpleeg de instructies voor het verzenden van faxen terwijl u een gesprek voert (kiezen met hoorn op haak).
  • Controleer de instelling voor Belmethode:

1 Luister of u een kiestoon hoort. Als u wel een kiestoon hoort, maar de printer de verbinding verbreekt zonder het nummer te kiezen, is de kiestoon niet herkend.
2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
3 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en verzenden wordt weergegeven en druk op OK.

5 Druk op de pijltoetsen tot Kiesmethode wordt weergegeven en druk op OK.
6 Druk op de pijltoetsen tot Achter PBX wordt weergegeven en druk op OK om de instelling op te slaan.

Printer ontvangt een lege fax

Dit zijn mogelijke oorzaken en oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER HET ORIGINELE DOCUMENT

Vraag de verzender te controleren of het originele document juist is geplaatst.

CONTROLEER DE INKT

Controleer de inktvoorraden en installeer zo nodig een nieuwe inktcartridge.

CONTROLEER DE CARTRIDGES

1 Verwijder de inktcartridges uit de printer.
2 Controleer of sticker en tape zijn verwijderd van de cartridge.

LEXMARK X5630 - CONTROLEER DE CARTRIDGES - 1

3 Plaats de inktcartridges terug in de printer.

Ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

NEEM DE CONTROLELIJST VOOR DE VERZENDER DOOR

  • Controleer of de kwaliteit van het originele document naar behoren is.
  • Verzend de fax opnieuw. Mogelijk is de kwaliteit van de telefoonverbinding niet optimaal.
  • Gebruik een hogere scanresolutie voor de fax.

CONTROLEER DE INKT

Controleer de inktovorraden en installeer zo nodig een nieuwe inktcartridge.

VERLAAG DE VERZENDSNELHEID

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en verzenden wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Maximale verzendsnelheid wordt weergegeven en druk op OK.

5 Druk op de pijltoetsen om een lagere verzendsnelheid te selecteren en druk op OK.
6 Verzend de fax opnieuw.
7 Als het probleem blijft aanhouden, herhaalt u 1 tot en met 5 om de fax opnieuw te verzenden met steeds lagere verzendsnelheden.

Opmerking: 2400 bps is de laagste verzendsnelheid.

Opmerkingen:

  • Hoe lager de verzendsnelheid, des te langer het duurt om de fax te verzenden.
  • Met deze oplossing worden alle faxen met een lagere snelheid verzonden tot u de verzendsnelheid aanpast.

Gegevens van nummerweergave worden niet weergegeven

PATROON NUMMERWEERCAVE IS WELLICHT NIET CORRECT INGESTELD

De printer ondersteunt twee soorten nummerweergave: Patroon 1 (FSK) en Patroon 2 (DTMF). Afhankelijk van het land of de regio waar u woont en de telecomaanbieder die u gebruikt, moet u mogelijk overschakelen naar een ander patroon om nummerweergave te activeren. Raadpleeg de instructies voor het instellen van nummerweergave voor meer informatie.

Fout met fax

De communicatie tussen de faxapparaten is verbroken.

Verzend de fax opnieuw. Mogelijk is de kwaliteit van de telefoonverbinding niet optimaal.

Faxmodus niet ondersteund

Het faxapparaat van de ontvanger ondersteunt geen papier van het formaat Legal, kleur of ondersteunt de resolutie van de fax die u verzendt niet.

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

WIJZIG HET DOCUMENTFORMAAT IN A4

GEBRUIK EEN LAGERE SCANRESOLUTIE

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op.
2 Druk op OK tot Kwaliteit wordt weergegeven.
3 Druk op de pijltoetsen tot een lagere kwaliteit wordt weergegeven en druk op OK.

AUTOMATISCH FAXCONVERSIE INSCHAKELEN

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en verzenden wordt weergegeven en druk op OK.

4 Druk op de pijltoetsen tot Fax automatisch converteren wordt weergegeven en druk op OK.
5 Als Fax automatisch converteren niet is ingeschakeld, drukt u de pijltoetsen tot Aan wordt weergegeven en drukt u op OK.

Fout met externe fax

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE TELEFOONLIJN

Verzend de fax opnieuw. Mogelijk is de kwaliteit van de telefoonverbinding niet optimaal.

VERLAAG DE VERZENDSNELHEID

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
2 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
3 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en verzenden wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Maximale verzendsnelheid wordt weergegeven en druk op OK.
5 Druk op de pijltoetsen om een lagere verzendsnelheid te selecteren en druk op OK.

6 Verzend de fax opnieuw.

7 Als het probleem blijft aanhouden, herhaalt u 1 tot en met 5 om de fax opnieuw te verzenden met steeds lagere verzendsnelheden.

Opmerking: 2400 bps is de laagste verzendsnelheid.

Opmerkingen:

  • Hoe lager de verzendsnelheid, des te langer het duurt om de fax te verzenden.
  • Met deze oplossing worden alle faxen met een lagere snelheid verzonden tot u de verzendsnelheid aanpast.

Telefoonlijn bezet

Dit zijn mogelijke oorzaken en oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

WIJZIG DE INSTELLINGEN VOOR OPNIEUW KIEZEN

Het nummer wordt drie keer opnieuw gekozen met intervallen van twee minuten. U kunt maximaal vijf pogingen voor opnieuw kiezen met intervallen van acht minuten instellen.

U wijzigt als volgt de instellingen voor opnieuw kiezen:

1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
2 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en verzenden wordt weergegeven en druk op OK.

3 U wijzigt als volgt het aantal pogingen voor opnieuw kiezen:

a Druk op de pijltoetsen tot Poging opnieuw kiezen wordt weergegeven en druk op OK.
b Druk op de pijltoetsen totdat de gewenste instelling wordt weergegeven en druk op OK.

4 U wijzigt als volgt de waarde voor het interval tussen twee pogingen voor opnieuw kiezen:

a Druk op de pijltoetsen tot Tijd opnieuw kiezen wordt weergegeven en druk op OK.
b Druk op de pijltoetsen totdat de gewenste instelling wordt weergegeven en druk op OK.

PLAN OM DE FAX LATER NOGMAALS TE VERZENDEN

Zie de aanwijzingen voor het verzenden van een groepsfax op een opgegeven tijdstip

Fout met telefoonlijn

Dit zijn mogelijke oorzaken en oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE CONTROLELIJST VOOR DIGITALE TELEFOONDIENSTEN

De faxmodem is een analoog apparaat. Bepaalde apparaten kunnen op de printer worden aangesloten zodat u digitale telefoondiensten kunt gebruiken.

  • Als u een ISDN-telefoondienst gebruikt, sluit u de printer aan op een analoge telefoonpoort (R-interfacepoort) op een ISDN-adapter. Neem contact op met uw ISDN-leverancier voor meer informatie en om een R-interfacepoort aan te vragen.
  • Als u DSL gebruikt, sluit u de printer aan op een DSL-filter of -router die ondersteuning biedt voor analoog gebruik. Neem contact op met uw DSL-leverancier voor meer informatie.
  • Als u een PBX-telefoondienst gebruikt, moet u de printer aansluiten op een analoge aansluiting op het PBX-systeem. Is een dergelijke aansluiting niet beschikbaar, dan kunt u overwegen een analoge telefoonlijn voor het faxapparaat te installeren. Raadpleeg de instructies voor het configureren van de fax achter een PBX voor meer informatie over faxen als u een PBX-telefoondienst gebruikt.

CONTROLEER DE TELEFOONLIJN

Als de telefoonlijn door een ander apparaat wordt gebruikt, wacht u tot het andere apparaat klaar is voor u een fax verzendt.

CONTROLEER DE KABELVERBINDINGEN

Controleer indien van toepassing of de volgende hardwareonderdelen stevig zijn aangesloten:

  • Netvoeding
  • Telefoon
  • Hoorn
  • Antwoordapparaat

Geen antwoord

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

GEBRUIK DE CONTROLELIJST VOOR DE TELEFOONLIJN

  • Verzend de fax opnieuw. Mogelijk is de kwaliteit van de telefoonverbinding niet optimaal.
  • Bel het nummer waarnaar u de fax wilt verzenden om te controleren of het nummer werkt.

CONTROLEER OF DE PRINTER DE KIESTOON HERKENT

  • Raadpleeg de instructies voor het verzenden van faxen terwijl u een gesprek voert (kiezen met hoorn op haak).
  • Controleer de instelling voor Belmethode:

1 Luister of u een kiestoon hoort. Als u wel een kiestoon hoort, maar de printer de verbinding verbreekt zonder het nummer te kiezen, is de kiestoon niet herkend.
2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
3 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en verzenden wordt weergegeven en druk op OK.
5 Druk op de pijltoetsen tot Kiesmethode wordt weergegeven en druk op OK.
6 Druk op de pijltoetsen tot de gewenste belmethode wordt weergegeven en druk op OK om de instelling op te slaan.

Verbinden mislukt

Dit zijn mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

GEBRUIK DE CONTROLELIJST VOOR DE TELEFOONLIJN

  • Verzend de fax opnieuw. Mogelijk is de kwaliteit van de telefoonverbinding niet optimaal.
  • Bel het nummer waarnaar u de fax wilt verzenden om te controleren of het nummer werkt.
  • Als de telefoonlijn door een ander apparaat wordt gebruikt, wacht u tot het andere apparaat klaar is voor u een fax verzendt.

CONTROLEER OF DE PRINTER DE KIESTOON HERKENT

  • Raadpleeg de instructies voor het verzenden van faxen terwijl u een gesprek voert (kiezen met hoorn op haak).
  • Controleer de instelling voor Kiesmethode:

1 Luister of u een kiestoon hoort. Als u wel een kiestoon hoort, maar de printer de verbinding verbreekt zonder het nummer te kiezen, is de kiestoon niet herkend.
2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
3 Druk op de pijltoetsen tot Faxinstellingen wordt weergegeven en druk op OK.
4 Druk op de pijltoetsen tot Bellen en verzenden wordt weergegeven en druk op OK.
5 Druk op de pijltoetsen tot Kiesmethode wordt weergegeven en druk op OK.
6 Druk op de pijltoetsen tot de gewenste methode wordt weergegeven en druk op OK om de instelling op te slaan.

Kennisgevingen

Productinformatie

Productnaam:

Lexmark 5600 Series

Apparaattype:

4437

Model(len):

001,002

Productnaam:

Lexmark 6600 Series

Apparaattype:

4437

Modelnummer 2:

W02, WE2, WE3

Uitgavebericht

Juli 2008

De volgende alinea is niet van toepassing op landen waar de voorwaarden strijdig zijn met de nationale wetgeving: LEXMARK INTERNATIONAL, INC., LEVERT DEZE PUBLICATIE ALS ZODANIG ZONDER ENIGE VORM VAN GARANTIE, NOCH IMPLICIET, NOCH EXPLICIET, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT DE IMPLICIETE GARANTIES VAN VERHANDELBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. In sommige rechtsgebieden is afwijzing van expliciete of impliciete garanties bij bepaalde transacties niet toegestaan, het is daarom mogelijk dat deze verklaring niet op u van toepassing is.

Deze publicatie kan technische onjuistheden of typografische fouten bevatten. De informatie in deze publicatie wordt regelmatig herzien, wijzigingen zullen in latere uitgaven worden opgenomen. De producten of programma's die worden beschreven, kunnen te allen tijde worden verbeterd of gewijzigd.

Verwijzingen in deze publicatie naar producten, programma's of diensten houden niet in dat de fabrikant deze producten op de markt wil brengen in alle landen waar de fabrikant actief is. Een verwijzing naar een product, programma of dienst betekent niet dat alleen dat product, dat programma of die dienst kan worden gebruikt. In plaats daarvan kunnen alle functioneel gelijkwaardige producten, programma's of diensten, waarmee geen inbreuk wordt gemaakt op bestaande intellectuele eigendomsrechten, worden gebruikt. De gebruiker is verantwoordelijk voor de evaluatie en controle van de werking in combinatie met andere producten, programma's of diensten, met uitzondering van de producten, programma's of diensten die door de fabrikant zijn aangegeven.

Voor technische ondersteuning van Lexmark gaat u naar support.lexmark.com.

Voor informatie over supplies en downloads gaat u naar www.lexmark.com.

Als u geen toegang hebt tot internet, kunt u ook per post contact opnemen met Lexmark:

Lexmark International, Inc.

Bldg 004-2/CSC

Alle rechten voorbehouden.

Handelsmerken

Lexmark en Lexmark met het diamantlogo zijn gedeponeerde handelsmerken van Lexmark International, Inc. in de Verenigde Staten en/of andere landen.

evercolor en PerfectFinish zijn handelsmerken van Lexmark International, Inc.

Andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve houders.

Kennisgevingen over licenties

Het volgende document kunt u weergeven vanuit de map \Drivers\XPS op de cd met installatiesoftware: Zopen.PDF.

Blootstelling aan hoogfrequentie-energie

De volgende kennisgeving is van toepassing als in de printer een draadloze netwerkkaart is geïnstalleerd.

De hoeveelheid hoogfrequentie-energie die door dit draadloze apparaat wordt uitgestraald, ligt ver onder de limieten voor hoogfrequentie-energie die zijn vastgesteld door de FCC en andere regelgevingsinstanties. Er moet minimaal 20 cm (8 inch) ruimte tussen de antenne en eventuele personen zijn om te voldoen aan de vereisten voor hoogfrequentie-energie van de FCC.

Conformiteit met de richtlijnen van de Europese Gemeenschap (EG)

Dit product voldoet aan de veiligheidseisen die zijn omschreven in de Europese richtlijnen 2004/108/EG en 2006/95/EEG aangaande het harmoniseren van de wetten van de Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit en veiligheid van elektrische apparatuur die is ontworpen voor gebruik binnen een bepaald spanningsbereik.

Een verklaring van conformiteit met de eisen van de richtlijnen is getekend door de Director of Manufacturing and Technical Support, Lexmark International, S.A., Boigny, Frankrijk.

Dit product voldoet aan de eisen voor apparaten van Klasse B, zoals omschreven in richtlijn EN 55022 en in de veiligheidseisen van EN 60950.

Conformiteit met de richtlijnen van de Europese Gemeenschap voor radioproducten

De volgende kennisgevingen zijn van toepassing als er een draadloze netwerkkaart in de printer is geïnstalleerd

Dit product voldoet aan de veiligheidsvoorschriften van de richtlijnen 2004/108/EG, 2006/95/EG en 1999/5/EG aangaande het harmoniseren van de wetten van de Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit en veiligheid van elektrische apparatuur die is ontworpen voor gebruik binnen een bepaald spanningsbereik en in combinatie met radioapparatuur en apparatuur voor een telecommunicatiestation.

De CE-markering geeft aan dat een apparaat voldoet aan de veiligheidsvoorschriften.

LEXMARK X5630 - Conformiteit met de richtlijnen van de Europese Gemeenschap voor radioproducten - 1

Het waarschuwingssymbool geeft aan dat er binnen bepaalde lidstaten beperkingen gelden.

Een verklaring waarin staat dat het product voldoet aan de veiligheidseisen van de EG-richtlijnen kan worden verkregen bij de Director of Manufacturing and Technical Support, Lexmark International, S. A., Boigny, Frankrijk.

De volgende beperkingen zijn van kracht:

Dit product voldoet aan de eisen van EN 55022; de veiligheidsvoorschriften van EN 60950; de radiospectrumvereisten van ETSI EN 300 328; en de EMC-vereisten van EN 55024, ETSI EN 301 489-1 en ETSI EN 301 489-17.

ČeskySpolečnost Lexmark International, Inc. tímto prohlašuje, že výrobek tento výrobek je ve shodě se základními požadavky a dalšími příslušnými ustanoveními směrnice 1999/5/ES.
DanskLexmark International, Inc. erklærer herved, at dette produkt overholder de væsentlige krav og øvrige relevante krav i direktiv 1999/5/EF.
DeutschHiermit erklärt Lexmark International, Inc., dass sich das Gerät dieses Gerät in Übereinstimmung mit den grundlegenden Anforderungen und den übrigen einschlägigen Bestimmungen der Richtlinie 1999/5/EG befindet.
ΕλληνικήME THN ΠΑΡΟΥΣΑ Η ΛΕΧΜΑΡΚ ΙΝΤΕΝΝΑΤΙΟΛ, INC. ΔΗΛΩΝΕΙ ΟΤΙ ΑΥΤΟ ΤΟ ΠΡΟΪΟΝ ΣΥΜΜΟΡΦΩΝΕΤΑΙ ΠΡΟΣ ΤΙΣ ΟΥΣΙΩΔΕΙΣ ΑΠΑΙΤΗΣΕΙΣ ΚΑΙ ΤΙΣ ΛΟΙΠΕΣ ΣΧΕΤΙΚΕΣ ΔΙΑΤΑΞΕΙΣ ΤΗΣ ΟΔΗΓΙΑΣ 1999/5/EK.
EnglishHereby, Lexmark International, Inc., declares that this type of equipment is in compliance with the essential requirements and other relevant provisions of Directive 1999/5/EC.
EspañolPor medio de la presente, Lexmark International, Inc. declara que este producto cumple con los requisitos esenciales y cualesquiera otras disposiciones aplicables o exigibles de la Directiva 1999/5/CE.
EestiKäesolevaga kinnitab Lexmark International, Inc., et seade see toode vastab direktiivi 1999/5/EÜ põhinõuetele ja nimetatud direktiivist tulenevatele muudele asjakohastele sätetele.
SuomiLexmark International, Inc. vakuuttaa täten, että tämä tuote on direktiivin 1999/5/EY oleellisten vaatimusten ja muiden sitä koskevien direktiivin ehtojen mukainen.
FrançaisPar la présente, Lexmark International, Inc. déclare que l'appareil ce produit est conforme aux exigences fondamentales et autres dispositions pertinentes de la directive 1999/5/CE.
MagyarAlulírott, Lexmark International, Inc. nyilatkozom, hogy a termék megfelel a vonatkozó alapvető követelményeknek és az 1999/5/EC irányelv egyéb előírásainak.
ÍslenskaHér með lýsir Lexmark International, Inc. yfir því að þessi vara er í samræmi við grunnkröfur og aðrar kröfur, sem gerðar eru í tilskipun 1999/5/EC.
ItalianoCon la presente Lexmark International, Inc. dichiara che questo questo prodotto è conforme ai requisiti essenziali ed alle altre disposizioni pertinenti stabilite dalla direttiva 1999/5/CE.
LatviskiAr šo Lexmark International, Inc. deklarē, ka šis izstrādājums atbilst Direktīvas 1999/5/EK būtiskajām prasībām un citiem ar to saistītajiem noteikumiem.
LietuviųŠiuo Lexmark International, Inc. deklaruoja, kad šis produktas atitinka esminius reikalavimus ir kitas 1999/5/EB direktyvos nuostatas.
MaltiBil-preženti, Lexmark International, Inc., jiddikjara li dan il-prodott huwa konformi mal-ħtiġijiet essenzjali u ma dispożizzjonijiet oħrajn relevanti li jinsabu fid-Direttiva 1999/5/KE.
NederlandsHierbij verklaart Lexmark International, Inc. dat het toestel dit product in overeenstemming is met de essentiële eisen en de andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG.
NorskLexmark International, Inc. erklærer herved at dette produktet er i samsvar med de grunnleggende krav og øvrige relevante krav i direktiv 1999/5/EF.
PolskiNiniejszym Lexmark International, Inc. oświadcza, że niniejszy produkt jest zgodny z zasadniczymi wymogami oraz pozostałymi stosownymi postanowieniami Dyrektywy 1999/5/EC.
PortuguêsA Lexmark International Inc. declara que este este produto está conforme com os requisitos essenciais e outras disposições da Diretiva 1999/5/CE.
SlovenskyLexmark International, Inc. týmto vyhlasuje, že tento produkt spĺňa základné požiadavky a všetky príslušné ustanovenia smernice 1999/5/ES.
SlovenskoLexmark International, Inc. izjavlja, da je ta izdelek v skladu z bistvenimi zahtevami in ostalimi relevantnimi določili direktive 1999/5/ES.
SvenskaHärmed intygar Lexmark International, Inc. att denna produkt står i överensstämmelse med de väsentliga egenskapskrav och övriga relevanta bestämmelser som framgår av direktiv 1999/5/EG.

Geluidsemissie

De volgende metingen zijn uitgevoerd conform ISO 7779 en gerapporteerd overeenkomstig ISO 9296.

Opmerking: sommige modi zijn wellicht niet van toepassing op uw product.

Gemiddelde geluidsdruk in dBA op 1 meter afstand
Afdrukken50
Scannen40
Kopiëren 50
Gereed Niet hoorbaar

Waarden kunnen gewijzigd worden. Zie www.lexmark.com voor de huidige waarden.

AEEA-richtlijn (Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur)

LEXMARK X5630 - AEEA-richtlijn (Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) - 1

LEXMARK X5630 - AEEA-richtlijn (Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) - 2

Het AEEA-logo geeft aan dat er in de Europese Unie specifieke programma's en procedures zijn voor het hergebruiken van elektronische producten. Wij moedigen het hergebruiken van onze producten aan. Als u meer vragen hebt over de mogelijkheden voor hergebruik, bezoekt u de Lexmark website op www.lexmark.com voor het telefoonnummer van uw lokale verkoopafdeling.

Verwijdering van het product

Gooi de printer of onderdelen niet weg met het huishoudelijke afval. Neem contact op met uw gemeente voor mogelijkheden voor afvoer en recycling.

Temperatuurgegevens:

Omgevingstemperatuur 15-32 °C
Temperatuur voor vervoer -40-60 °C
Temperatuur voor opslag 1-60 °C

ENERGY STAR

LEXMARK X5630 - ENERGY STAR - 1

Kennisgevingen

Stroomverbruik

Stroomverbruik van het product

In de volgende tabel worden de stroomverbruikskenmerken van het product weergegeven.

Opmerking: sommige modi zijn wellicht niet van toepassing op uw product.

Modus Beschrijving Stroomverbruik (Watt)
Afdrukken Erworden papieren kopieën van elektronische invoer gemaakt met het product.Lexmark 5600 Series: 23,4; Lexmark 6600 Series: 23.89
Kopiëren Erworden papieren kopieën van papieren originelen gemaakt met het product.Lexmark 5600 Series: 18,42; Lexmark 6600 Series: 20.53
Scannen Erworden papieren originelen gescand met het product.Lexmark 5600 Series: 9,67; Lexmark 6600 Series: 11.80
GereedHet product wacht op een afdruktaak.Lexmark 5600 Series: 7,4; Lexmark 6600 Series: 9.84
SpaarstandDe spaarstand van het product is geactiveerd.Lexmark 5600 Series: 3,94; Lexmark 6600 Series: 5.89
Uit Het product is aangesloten op een stopcontact, maar het apparaat is uitgeschakeld.Lexmark 5600 Series 0,27; Lexmark 6600 Series 0,29

De stroomverbruikniveaus in de vorige tabel zijn metingen op basis van tijdgemiddelden. Stroompieken kunnen aanzienlijk hoger zijn dan het gemiddelde.

Waarden kunnen gewijzigd worden. Zie www.lexmark.com voor de huidige waarden.

Spaarstand

Dit product heeft een energiebesparende modus die Spaarstand wordt genoemd. Deze spaarstand is gelijk aan de EPA-slaapstand. In de spaarstand wordt energie bespaard door het stroomverbruik te verlagen tijdens langere perioden waarin het apparaat niet actief is. De spaarstand wordt automatisch ingeschakeld wanneer het product gedurende een vooraf ingestelde periode (time-out voor spaarstand) niet wordt gebruikt.

Standaardinstelling voor de time-out voor spaarstand van dit product (in minuten): 60

Printer is uitgeschakeld

Als dit product een stand heeft waarin het is uitgeschakeld maar er nog steeds een kleine hoeveelheid energie wordt verbruikt en u wilt het stroomverbruik van het product volledig stoppen, moet u de stekker van het product uit het stopcontact trekken.

Totaal energieverbruik

Het is soms handig om het totale energieverbruik van het product te berekenen. Aangezien het stroomverbruik wordt aangegeven in watt, moet het stroomverbruik worden vermenigvuldigd met de tijd dat elke stand actief is op het product. Zo kunt u het energieverbruik berekenen. Het totale energieverbruik van het product is de som van het energieverbruik voor alle standen.

LICENTIEOVEREENKOMSTEN VAN LEXMARK

LEES HET VOLGENDE AANDACHTIG DOOR. DOOR DIT PRODUCT TE GEBRUIKEN, GEEFT U AAN AKKOORD TE GAAN MET ALLE VOORWAARDEN EN BEPALINGEN VAN DEZE LICENTIEOVEREENKOMSTEN. ALS U NIET AKKOORD GAAT MET DE VOORWAARDEN VAN DEZE LICENTIEOVEREENKOMSTEN, MOET U HET PRODUCT ONGEBRUIKT RETOURNEREN EN HET BEDRAG TERUGVRAGEN DAT U HEBT BETAALD. ALS U DIT PRODUCT INSTALLEERT VOOR GEBRUIK DOOR DERDEN, GAAT U ERMEE AKKOORD DE GEBRUIKERS OP DE HOOGTE TE STELLEN VAN HET FEIT DAT ZE DOOR HET PRODUCT TE GEBRUIKEN, AANGEVEN DAT ZE AKKOORD GAAN MET DEZE VOORWAARDEN.

LICENTIEOVEREENKOMST VOOR CARTRIDGES

Ik ga ermee akkoord dat de gepatenteerde cartridge(s) die bij deze printer zijn geleverd, worden verkocht met de volgende licentie/overeenkomst: De bijgeleverde, gepatenteerde inktcartridge(s) mogen slechts één maal worden gebruikt en zijn ontworpen om te stoppen met werken nadat een vastgestelde hoeveelheid inkt is gebruikt. Er blijft een variabele hoeveelheid inkt achter in de cartridge wanneer vervanging is vereist. Nadat de inktcartridge is opgebruikt, wordt de licentie voor het gebruik van de inktcartridge beëindigd en moet de gebruikte cartridge worden geretourneerd naar Lexmark zodat de cartridge kan worden gebruikt voor de fabricage van nieuwe producten, opnieuw kan worden gevuld of kan worden gerecycled. Als ik een andere inktcartridge aanschaf die wordt verkocht met de bovenstaande voorwaarden, ga ik akkoord met de voorwaarden met betrekking tot die cartridge. Als u niet akkoord gaat met de voorwaarden van deze licentieovereenkomst voor eenmalig gebruik, moet u dit product in de verpakking terugbrengen naar de winkel van aankoop. U kunt een vervangende cartridge zonder deze voorwaarden aanschaffen op www.lexmark.com.

LICENTIEOVEREENKOMST VOOR LEXMARK SOFTWARE

Deze Licentieovereenkomst voor software ('Licentieovereenkomst') is een rechtsgeldige overeenkomst tussen u (een individu of een rechtspersoon) en Lexmark International, Inc. ('Lexmark') die, voor zover uw Lexmark product of Softwareprogramma niet op andere wijze onderhevig is aan een geschreven licentieovereenkomst voor software tussen u en Lexmark of zijn leveranciers, uw gebruik beheerst van enig Softwareprogramma dat is geïnstalleerd op of wordt geleverd door Lexmark voor gebruik in combinatie met uw Lexmark product. De term 'Softwareprogramma' omvat machineleesbare instructies, beeld- en geluidsmateriaal (zoals afbeeldingen en opnamen) en bijbehorende media, gedrukte materialen en elektronische documentatie, ongeacht of dit is opgenomen in , geleverd bij of voor gebruik met het Lexmark product .

1 BEPERKTE GARANTIEVERKLARING. Lexmark garandeert dat de media (bijvoorbeeld diskettes of cd's) met het Softwareprogramma (als dit geleverd is) bij normaal gebruik geen materiaal of bewerkingsfouten bevatten gedurende de garantieperiode. De garantieperiode is negentig (90) dagen en gaat in op de dag waarop het Softwareprogramma wordt bezorgd bij de eindgebruiker. De beperkte garantieverklaring is alleen van toepassing op Softwareprogramma's die zijn gekocht bij Lexmark of een geautoriseerde wederverkoper of distributeur van Lexmark. Lexmark zal het Softwareprogramma vervangen als er wordt vastgesteld dat de media niet voldoet aan deze beperkte garantieverklaring.

2 AFWIJZING EN BEPERKING VAN GARANTIES. BEHALVE ZOALS AANGEGEVEN IN DEZE LICENTIE OVEREENKOMST EN VOOR ZOVER MAXIMAAL TOEGESTAAN ONDER DE TOEPASSELIJKE WETGEVING, LEVEREN LEXMARK EN ZIJN LEVERANCIERS HET SOFTWAREPROGRAMMA ALS ZODANIG EN WIJZEN HIERBIJ ALLE ANDERE GARANTIES EN BEPALINGEN, EXPLICIET OF IMPLICIET, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT EIGENDOM, NIETINBREUKMAKENDHEID, VERHANDELBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL, EN AFWEZIGHEID VAN VIRUSSEN, VAN DE HAND MET BETREKKING TOT HET SOFTWAREPROGRAMMA. Deze Overeenkomst moet worden geïnterpreteerd in combinatie met bepaalde wettelijke bepalingen, zoals die van tijd tot tijd van kracht kunnen zijn, die garanties of bepalingen impliceren of verplichtingen opleggen aan Lexmark die niet kunnen worden uitgesloten of aangepast. Als dergelijke bepalingen van toepassing zijn, beperkt Lexmark, voor zover Lexmark hiertoe in staat is, hierbij zijn aansprakelijkheid voor het schenden van deze bepalingen tot een van de volgende acties: vervanging van het Softwareprogramma of teruggave van het bedrag dat is betaald voor het Softwareprogramma.

3 LICENTIEVERLENING. Lexmark verleent u de volgende rechten op voorwaarde dat u zich houdt aan alle voorwaarden en bepalingen van deze Licentieovereenkomst:

a Gebruik. U mag één (1) exemplaar van het Softwareprogramma gebruiken. De term 'Gebruik' betekent het opslaan, laden, installeren, uitvoeren of weergeven van het Softwareprogramma. Als u het Softwareprogramma gebruikt met een licentie voor gelijktijdig gebruik, moet u het aantal geautoriseerde gebruikers beperken tot het aantal dat is opgegeven in uw overeenkomst met Lexmark. U mag de onderdelen van het Softwareprogramma niet van elkaar scheiden voor gebruik op meer dan één computer. U stemt ermee in dat u het Softwareprogramma, geheel of gedeeltelijk, niet zult gebruiken op enige wijze waardoor de visuele weergave van een handelsmerk, handelsnaam, woordmerk of kennisgeving voor intellectueel eigendom op een computerscherm die normaal gesproken wordt gegenereerd door, of als gevolg van, het Softwareprogramma, zal worden overschreven, aangepast, verwijderd, onleesbaar gemaakt, gewijzigd of verhuld.

b Kopiëren. U mag één (1) kopie van het Softwareprogramma maken die uitsluitend is bestemd voor back-up-, archiverings- of installatiedoeleinden, op voorwaarde dat de kopie alle eigendomskennisgevingen van het originele Softwareprogramma bevat. U mag het Softwareprogramma niet kopiëren naar een openbaar of gedistribueerd netwerk.

c Voorbehoud van rechten. Het Softwareprogramma, inclusief alle lettertypen, is auteursrechtelijk beschermd en eigendom van Lexmark International, Inc. en/of zijn leveranciers. Alle rechten die niet expliciet worden verleend aan u in deze Licentieovereenkomst, zijn voorbehouden aan Lexmark.

d Freeware. Niettegenstaande de voorwaarden en bepalingen van deze Licentieovereenkomst, worden alle gedeelten van het Softwareprogramma waarin wordt gebruikgemaakt van software die onder een openbare licentie wordt geleverd door derden ('Freeware'), aan u in licentie gegeven onderhevig aan de voorwaarden en bepalingen die horen bij dergelijke Freeware, ongeacht of deze de vorm heeft van een afzonderlijke overeenkomst, een in de verpakking opgenomen licentie of elektronische licentievoorwaarden ten tijde van het downloaden. Gebruik van de Freeware door u wordt volledig beheerst door de voorwaarden en bepalingen van een dergelijke licentie.

4 OVERDRACHT. U mag het Softwareprogramma overdragen aan een andere eindgebruiker. Elke overdracht moet bestaan uit alle softwareonderdelen, media, gedrukte materialen en deze Licentieovereenkomst en u mag geen exemplaren van het Softwareprogramma of onderdelen daarvan bewaren. De overdracht mag niet een indirecte overdracht zijn, zoals een zending. Vóór de overdracht moet de eindgebruiker die het overgedragen Softwareprogramma ontvangt, akkoord gaan met alle voorwaarden van deze Licentieovereenkomst. Bij overdracht van het Softwareprogramma wordt uw licentie automatisch beëindigd. U mag het Softwareprogramma niet verhuren, in sublicentie geven of afstaan behalve voor zover is toegestaan onder deze Licentieovereenkomst. Als u dit wel doet is de overeenkomst niet langer geldig.

5 UPGRADES. Om een Softwareprogramma dat als upgrade wordt aangeduid, te mogen gebruiken, moet u beschikken over een licentie voor het originele Softwareprogramma dat door Lexmark is aangeduid als in aanmerking komend voor de upgrade. Na het uitvoeren van de upgrade mag u het originele Softwareprogramma dat de basis vormde voor de upgrade, niet langer gebruiken.

6 BEPERKING VOOR REVERSE-ENGINEERING. U mag het Softwareprogramma niet aanpassen, decoderen, onderwerpen aan reverse-engineering, disassembleren, decompileren of op andere wijze vertalen, behalve voor zover expliciet is toegestaan onder de toepasselijke wetgeving voor doeleinden met betrekking tot samenwerking, foutcorrectie en beveiligingstesten. Als u beschikt over dergelijke wettelijke rechten, moet u Lexmark schriftelijk op de hoogte stellen als u van plan bent reverse-engineering, disassemblage of decompilatie uit te voeren. U mag het Softwareprogramma niet decoderen tenzij dit vereist is voor het legitieme Gebruik van het Softwareprogramma.

7 AANVULLENDE SOFTWARE. Deze Licentieovereenkomst is van toepassing op updates van of aanvullingen op het originele Softwareprogramma die worden geleverd door Lexmark tenzij Lexmark andere voorwaarden levert samen met de update of aanvulling.

8 BEPERKING VAN VERHAALSMOGELIJKHEDEN. Voor zover maximaal toegestaan onder de toepasselijke wetgeving, is de volledige aansprakelijkheid van Lexmark, zijn leveranciers, partners en wederverkopers, en uw exclusieve verhaalsmogelijkheid als volgt: Lexmark biedt de bovenstaande uitdrukkelijke beperkte garantieverklaring. Als Lexmark problemen met defecte media niet oplost zoals in de garantieverklaring is aangegeven, kunt u uw licentie beëindigen en krijgt u uw geld terug wanneer u alle exemplaren van het Softwareprogramma terugstuurt.

9 BEPERKING VAN AANSPRAKELIJKHEID. Voor zover maximaal toegestaan onder de toepasselijke wetgeving, geldt voor elke claim die voortkomt uit de beperkte garantie van Lexmark, of voor enige andere claim met betrekking tot het onderwerp van deze Overeenkomst, dat de aansprakelijkheid van Lexmark en zijn leveranciers voor alle typen schade, ongeacht de vorm van de gerechtelijke vordering of de basis hiervoor (inclusief contract, schending, niet-ontvankelijkheidsverklaring, nalatigheid, onjuiste voorstelling of onrechtmatige daad) is beperkt tot een maximum van \$5.000 of het bedrag dat is betaald aan Lexmark of zijn Geautoriseerde wederverkopers voor de betreffende licentie voor het Softwareprogramma waardoor de schade is veroorzaakt of die het onderwerp is van, of direct verwant is aan, de oorzaak van de gerechtelijke vordering.

IN GEEN GEVAL ZIJN LEXMARK, ZIJN LEVERANCIERS, DOCHTERONDERNEMINGEN OF WEDERVERKOPERS AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE SPECIALE, INCIDENTELE, INDIRECTE EN PUNITIEVE SCHADE OF GEVOLGSCHADE (INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT VERLIES VAN WINST OF INKOMSTEN, VERLOREN SPAARTEGOEDEN, ONDERBREKING IN HET GEBRUIK OF ENIG VERLIES VAN GEBRUIK, ONNAUWKEURIGHEID IN OF SCHADE AAN GEGEVENS OF RECORDS, VOOR CLAIMS VAN DERDEN, OF SCHADE AAN ECHTE OF TASTBARE EIGENDOMMEN, VOOR SCHENDING VAN PRIVACY VOORTKOMEND UIT OF OP ENIGE MANIER VERWANT AAN HET GEBRUIK VAN OF HET NIET KUNNEN GEBRUIKEN VAN HET SOFTWAREPROGRAMMA, OF ANDERSZINS IN COMBINATIE MET ENIGE BEPALING IN DEZE LICENTIEOVEREENKOMST), ONGEACHT DE AARD VAN DE CLAIM, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT SCHENDING VAN GARANTIE OF CONTRACT, ONRECHTMATIGE DAAD (INCLUSIEF NALATIGHEID OF STRIKTE AANSPRAKELIJKHEID), EN ZELFS NIET ALS LEXMARK, OF ZIJN LEVERANCIERS, PARTNERS OF WEDERVERKOPERS OP DE HOOGTE ZIJN GESTELD VAN DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE, OF VOOR ENIGE CLAIM DOOR U OP BASIS VAN EEN CLAIM VAN DERDEN, BEHALVE VOOR ZOVER DEZE UITSLUITING VAN SCHADE NIET RECHTSGELDIG IS. DE VOORGAANDE BEPERKINGEN ZIJN ZELFS VAN TOEPASSING ALS DE BOVENSTAANDE VERHAALSMOGELIJKHEDEN NIET SLAGEN IN HUN ESSENTIËLE DOEL.

10 DUUR. Deze Licentieovereenkomst is van kracht tenzij deze wordt beëindigd of afgewezen. U mag deze licentie op elk gewenst moment afwijzen of beëindigen door alle exemplaren van het Softwareprogramma te vernietigen, samen met alle aanpassingen, documentatie en samengevoegde gedeelten in welke vorm dan ook, of zoals anderszins hierin beschreven. Lexmark mag uw licentie na kennisgeving beëindigen als u zich niet houdt aan de voorwaarden van deze Licentieovereenkomst. Bij een dergelijke beëindiging gaat u ermee akkoord alle exemplaren van het Softwareprogramma te vernietigen, samen met alle aanpassingen, documentatie en samengevoegde gedeelten in welke vorm dan ook.
11 BELASTING. U stemt ermee in dat u verantwoordelijk bent voor het betalen van eventuele belasting, inclusief, maar niet beperkt tot, belasting voor goederen en services en persoonlijke eigendommen, die voortkomt uit deze Overeenkomst of uw Gebruik van het Softwareprogramma.
12 BEPERKING VOOR GERECHTELIJKE VORDERINGEN. Geen gerechtelijke vordering, ongeacht in welke vorm dan ook, die voorkomt uit deze Overeenkomst, mag worden ondernomen tegen een van de partijen meer dan twee jaar nadat de oorzaak van de gerechtelijke vordering heeft plaatsgevonden, behalve voor zover is toegestaan onder de toepasselijke wetgeving.
13 TOEPASSELIJKE WETGEVING. Deze Overeenkomst wordt beheerst door de wetgeving van het gemenebest van Kentucky, Verenigde Staten van Amerika. Het is niet mogelijk om de wetgeving van een bepaald rechtsgebied te kiezen. Het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (Het Weens koopverdrag) is niet van toepassing.
14 BEPERKTE RECHTEN AMERIKAANSE OVERHEID. Het Softwareprogramma is volledig op eigen kosten ontwikkeld. De rechten van de Amerikaanse overheid om het Softwareprogramma te gebruiken zijn zoals uiteengezet in deze Overeenkomst en zoals beperkt in DFARS 252.227-7014 en in vergelijkbare FAR-bepalingen (of vergelijkbare bepalingen voor overheidsinstellingen of contractclausules).
15 TOESTEMMING VOOR GEBRUIK VAN GEGEVENS. U gaat ermee akkoord dat Lexmark, zijn partners en vertegenwoordigers de door u geleverde gegevens kunnen verzamelen en gebruiken voor ondersteuningsservices die worden uitgevoerd voor het Softwareprogramma en op uw verzoek. Lexmark stemt ermee in deze gegevens niet te gebruiken in een vorm aan de hand waarvan u persoonlijk kunt worden geïdentificeerd, behalve voor zover vereist om dergelijke services te kunnen leveren.
16 EXPORTBEPERKINGEN. U mag niet (a) het Softwareprogramma of enig direct afgeleid product daarvan aanschaffen, verzenden, overdragen of herexporteren als hierbij de toepasselijke exportwetgeving wordt geschonden of (b) toestaan dat het Softwareprogramma wordt gebruikt voor doeleinden die zijn verboden in dergelijke exportwetgeving, inclusief maar niet beperkt tot het verspreiden van nucleaire, chemische of biologische wapens.
17 INSTEMMING MET CONTRACT IN ELEKTRONISCHE VORM. U en Lexmark gaan ermee akkoord deze Licentieovereenkomst in elektronische vorm aan te gaan. Dit betekent dat wanneer u op de knop 'Ik ga akkoord' of 'Ja' op deze pagina klikt of dit product gebruikt, u aangeeft in te stemmen met de voorwaarden en bepalingen van deze Licentieovereenkomst en dat u dat doet met de intentie een contract met Lexmark te 'ondertekenen'.
18 VERMOGEN EN RECHT OM HET CONTRACT AAN TE GAAN. U verklaart dat u meerderjarig bent in het land of regio waar u deze Licentieovereenkomst aangaat en, indien van toepassing, dat u bent gemachtigd door uw werkgever of opdrachtgever om dit contract aan te gaan.
19 VOLLEDIGE OVEREENKOMST. Deze Licentieovereenkomst (inclusief eventuele aanvullingen of aanpassingen op deze Licentieovereenkomst die bij het Softwareprogramma worden geleverd) is de volledige overeenkomst tussen u en Lexmark met betrekking tot het Softwareprogramma. Behalve indien anders aangegeven in dit document, vervangen deze voorwaarden en bepalingen alle voorgaande of gelijktijdige mondelinge of schriftelijke communicaties, voorstellen en verklaringen met betrekking tot het Softwareprogramma of enig ander onderwerp dat onder deze Licentieovereenkomst valt (behalve voor zover dergelijke externe voorwaarden niet in strijd zijn met de voorwaarden van deze Licentieovereenkomst of enige andere geschreven overeenkomst die is ondertekend door u en Lexmark met betrekking tot uw Gebruik van het Softwareprogramma). Voor zover enige Lexmark beleidsrichtlijnen of programma's voor ondersteuningsservices in strijd zijn met de voorwaarden van deze Licentieovereenkomst, zullen de voorwaarden van deze Licentieovereenkomst van kracht zijn.

Index

A

aan/uit-knop brandt niet 127

aangepast papierformaat,

afdrukken 84

aangepast papierformaat,

plaatsen 70,84

aansluiten

flashstations 90

geheugenkaarten 89

RJ11-adapter gebruiken 37

aansluiten, printer

wandaansluiting voor

telefoons 42

achterkant, USB-poort 36

ad-hoc

SSID 54

WEP 54

ad-hocnetwerk 63

ad-hocnetwerk, draadloos

maken met Macintosh 54

maken met Windows 54

printer toevoegen 57

ADI (automatische

documentinvoer)

documenten plaatsen 75

papiercapaciteit 77

Adresboek

instellen 110

afbeelding herhalen 105

afbeelding verkleinen 103

afdrukken

aangepast papierformaat 84

documenten 78

documenten van een

geheugenkaart of

flashstation 81

enveloppen 83

etiketten 83

foto's met bedieningspaneel van de printer 91

foto's met het controlevel 95

foto's vanaf digitale camera met DPOF 96

foto's met de printersoftware 92

laatste pagina eerst 80

lijst met geblokkeerde faxen 114

meerdere exemplaren 79

meerdere pagina's op één vel 80

netwerkconfiguratiepagina 134

omgekeerde paginavolgorde 80

sorteren 79

webpagina 78

afdruktaken hervatten 86

afdruktaken, annuleren 87

AliceBox 51

annuleren

afdruktaken 87

kopiëren 106

scantaak 101

antwoordapparaat

fax ontvangen met 110

apparaten

draadloos netwerk 65

bannerpapier plaatsen 70

belsignalen, instellen 112

bestellen, papier en andere

supplies 124

beveiliging

draadloos netwerk 59

beveiligingsgegevens 13

draadloos netwerk 60

beveiligingssleutel 60

blokkeren, faxinstellingen van de

host 115

blokkering, ongewenste faxen 114

bovenklep 20

briefkaarten

plaatsen 70

buitenkant van de printer

reinigen 123

C

camera

aansluiten 94

cartridges,inkt-

beschermen 122

bestellen 123

installeren 116

reinigen 120

schoonvegen 121

uitlijnen 119

van Lexmark gebruiken 118

verwijderen 117

Club Internet 51

Communicatie is niet beschikbaar

bericht 149

configureren

IP-adres 51

controleren

inktvoorraad 120

controlevel, gebruiken 95

D

document

meerdere exemplaren,

afdrukken 79

documenten

afdrukken 78

faxen met het

bedieningspaneel 107

kleuren- of zwart-witscan

maken 99

plaatsen in de automatische

documentinvoer 75

plaatsen op de glasplaat 74, 97

scannen met het

bedieningspaneel van de

printer 97

doorsturen, fax 110

draadloos 52,66

Macintosh 53

printer drukt niet af 140

problemen oplossen 140, 149

draadloos netwerk

algemene configuraties voor

thuisnetwerken 60

beveiliging 59

beveiligingsgegevens 60

draadloos ad-hocnetwerk

instellen met Macintosh 54

draadloos ad-hocnetwerk

instellen met Windows 54

gegevens vereist voor het instellen

van draadloos afdrukken 48

netwerkoverzicht 59

printer installeren op (Macintosh) 49

printer installeren op (Windows) 49

printer toevoegen aan een bestaand ad-hocnetwerk 57

problemen oplossen 133

signaalsterkte 64 SSID 58

storing 65

typen draadloze netwerken 63

draadloos netwerk,

compatibiliteit 48

draadloos signaal sterkte 64

draadloos signaal, opname 65

draadloos, problemen oplossen netwerkprinter wordt niet weergegeven in keuzelijst met printers tijdens installatie (Windows) 135

printer kan geen verbinding maken met draadloos netwerk 137

Wi--Fi-aanduiding brandt nog steeds oranje 147

Wi-Fi-aanduiding brandt niet 140

Wi-Fi-aanduiding knippert oranje 142, 145

wijzigen, draadloze instellingen na de installatie (Mac) 52

wijzigen, draadloze instellingen na de installatie (Windows) 52

draadloze afdrukserver niet geïnstalleerd 149

draadloze installatie gegevens vereist voor 48 wordt niet voortgezet na aansluiting van de USB- kabel 134

draadloze instellingen wijzigen na installatie (Mac) 52

duplexklep 20

E

emissiekennisgevingen 160, 161, 162

enveloppen

afdrukken 83

plaatsen 70,83

er kunnen geen faxen worden

verzonden of ontvangen 150

Ethernet 66

etiketten afdrukken 83

etiketten plaatsen 70

extra computers

installeren, draadloze printer 49

extra zwaar, mat papier

plaatsen 70

F

faxen

activiteitenrapporten 113

Adresboek 110

automatisch ontvangen 109

blokkeren, ongewenste faxen 114

digitale telefoondienst gebruiken 47

doorsturen 110

faxverbinding kiezen 40

groepsfax direct verzenden 107

groepsfax verzenden op een opgegeven tijdstip 108

handmatig ontvangen 109

instellen, code voor handmatig beantwoorden 112

ISDN gebruiken 47

kiesvoorvoegsel instellen 111

met DSL 47

met het bedieningspaneel 107

tijdens het telefoneren 108

verzenden achter een PBX 113

verzenden met het bedieningspaneel 107

faxen kunnen worden ontvangen, maar kunnen niet worden verzonden 153

faxen kunnen worden verzonden, maar kunnen niet worden ontvangen 152

faxinstellingen

ongewenste wijzigingen blokkeren 115

faxinstellingen, lijst afdrukken 114

faxmodus niet ondersteund (foutbericht) 155

FCC-kennisgevingen 160

firewall op computer 140

flashstation

aansluiten 90

afdrukken, documenten van 81

foto's met het controlevel afdrukken 95

foto's

afdrukken met de printersoftware 92

afdrukken met het controlevel 95

afdrukken vanaf digitale camera met DPOF 96

foto's kopiiëren 102

kopieën zonder rand maken 102

plaatsen op de glasplaat 74 scannen voor bewerken 99

foto's, afdrukken

bedieningspaneel van de printer gebruiken 91

fotokaarten plaatsen 70

fotopapier plaatsen 70

fout met externe fax 156

fout met fax 155

fout met telefoonlijn 157

foutberichten

faxmodus niet ondersteund 155

fout met externe fax 156

fout met fax 155

fout met telefoonlijn 157

geen antwoord 157

telefoonlijn bezet 156

speciale installatieaanwijzingen voor draadloze aansluitingen 51

FreeBox 51

G

gebruiken

Mac-printersoftware 35 printernenu's 27

geen antwoord (foutbericht) 157

geen draadloos netwerk 54

gegevens vereist voor het

installeren van de printer op een draadloos netwerk 48

geheugenkaart aansluiten 89

afdrukken, documenten van 81 foto's met het controlevel afdrukken 95

geluidsemissie, niveaus 162

glasplaat 20

documenten plaatsen 74 reinigen 122

glossy en fotopapier, plaatsen 78

glossy papier plaatsen 70

groepsfax, verzenden

direct 107

op een opgegeven tijdstip 108

H

hendel voor papieraanpassing 20

hergebruiken

AEEA-verklaring 163

herstellen

standaardfabrieksinstellingen van

interne, draadloze

afdrukserver 149

hervatten

afdruktaken 86

|

indexkaarten

plaatsen 70

informatie, zoeken 10

infrastructuurnetwerk 63

inktcartridgehouder 20

inktcartridges

beschermen 122

bestellen 123

installeren 116

opnieuw vullen 118

reinigen 120

schoonvegen 121

uitlijnen 119

van Lexmark gebruiken 118

verwijderen 117

inktvoorraden, controleren 120

installatie

kabel 63

installatieproblemen oplossen

aan/uit-knop brandt niet 127

onjuiste taal wordt weergegeven op de display 126

pagina wordt niet afgedrukt 128

software is niet geïnstalleerd 127

installeren

inktcartridges 116

netwerkprinter 68

printersoftware 31, 131

installeren, draadloze printer

extra computers 49

instellen

Adresboek 110

Instellen (menu)

faxinstellingen, lijst 114

instellen, printer 13

op draadloos netwerk

(Macintosh) 49

op draadloos netwerk

(Windows) 49

instellingen

opslaan 29

time-out uitschakelen 29

wijzigen time-out voor spaarstand 29

interne, draadloze afdrukserver

standaardfabrieksinstellingen herstellen 149

IP-adres 67

configureren 51

IP-adres, toewijzen 68

K

kaarten

geheugenkaart 89

plaatsen 70

kabel

installatie 63

USB 63

kennisgevingen 160, 161, 162, 163, 164

Kiezen met hoorn op haak

(functie) 108

knoppen, bedieningspaneel van de printer

2-zijdig (dubbelzijdig) 23

Aan/uit 23

Adresboek 23

Annuleren 23

Display 23

Foto 23

Instellingen 23

Kiestoon 23

Kleur/Zwart-wit 23

Kopiëren 23

OK 23

Opnieuw kiezen/Onderbreken 23

pijl naar links 23

pijl naar rechts 23

pijl omhoog 23

pijl omlaag 23

Scannen 23

Start 23

Toetsenblok 23

Vorige 23

kopieerkwaliteit, aanpassen 103

kopiëren 102

afbeelding herhalen 105

afbeelding verkleinen 103

foto's 102

kopie lichter of donkerder maken 104

kwaliteit aanpassen 103

maken 102

meerdere paginabeelden

afdrukken op één vel 105

N per vel 105

sorteren 104

vergroten, afbeelding 103

kranten, plaatsen op de

glasplaat 74

L

laatste pagina eerst afdrukken 80

LiveBox 51

M

MAC-adres 66

MAC-adres, filteren 66

MAC-adres, zoeken 66

Mac-printersoftware

gebruiken 35

Macintosh

draadloos 53

printer installeren op een draadloos netwerk 49

USB 53

meerdere exemplaren, afdrukken 79

meerdere WEP-sleutels 68

menu's

diagram van 27

menu's, lijst 27

N

N per vel (functie) 80

N per vel exemplaren 105

N9UF Box 51

netvoedingsaansluiting 20

netwerk scannen 100

netwerk, afdrukken via

IP-adres 67

IP-adres van computer zoeken 67

IP-adres van printer zoeken 67

zoeken, IP-adres van computer (Mac) 67

netwerkbeveiliging 60

netwerkconfiguratiepagina afdrukken 134

netwerkprinter installeren 68

netwerkprinter wordt niet

weergegeven in keuzelijst met

printers tijdens installatie (Windows) 135

netwerkverbinding met USB 66

nummerweergave wordt niet weergegeven 155

nummerweergave, gebruiken 111 printer, bedieningspaneel 111

0

omgekeerde paginavolgorde 80 onderdelen

Automatische documentinvoer (ADI) 20

Automatische documentinvoer (ADI), papiergeleider 20

bovenklep 20

duplexklep 20

hendel voor papieraanpassing 20

inktcartridgehouder 20

Lade van automatische documentinvoer (ADI) 20

netvoedingsaansluiting 20

papierbaanbeschermer 20

Uitvoerlade van automatische documentinvoer (ADI) 20

USB-poort 20

Wi-Fi-aanduiding 20

ongewenste faxen, blokkeren 114

onjuiste taal wordt weergegeven op de display 126

ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit 154

ontvangen, fax antwoordapparaat gebruiken 110

automatisch 109

fax doorsturen 110

handmatig 109

oplossen, problemen met de printercommunicatie 131

opnieuw vullen, inktcartridges 118

opslaan

instellingen 29

opstrijktransfers, plaatsen 70

overschakelen

van een desktopcomputer naar een laptop 36

overschakelen van draadloze verbinding

naar USB-verbinding 52

naar USB-verbinding, via Mac OS X 53

overschakelen van USB-verbinding naar draadloze verbinding 52

naar draadloze verbinding, via Mac OS X 53

P

pagina wordt niet afgedrukt 128

papier

speciale papiersoorten selecteren 82

papier en andere supplies bestellen 124

papier plaatsen 70, 78

papierbaanbeschermer 20

papiergeleiders 20

papiersoort

automatisch kiezen 77

papiersteun 20

papieruitvoerlade 20

PBX

fax instellen 113

PictBridge-camera, aansluiten 94

PictBridge-poort 20

plaatsen

aangepast papierformaat 70,84

bannerpapier 70

briefkaarten 70

documenten in de automatische documentinvoer 75

documenten op de glasplaat 74

enveloppen 70,83

etiketten 70

extra zwaar, mat papier 70

foto's op de glasplaat 74

fotokaarten 70

fotopapier 70

glossy en fotopapier 78

glossy papier 70

indexkaarten 70

op de glasplaat 97

opstrijktransfers 70

papier 70,78

transparanten 70

wenskaarten 70

printer

instellen zonder een computer 13

printer aansluiten op

antwoordapparaat 41

computermodem 44

telefoon 45

wandaansluiting voor telefoons in Duitsland 43

printer drukt niet af draadloos 140

printer drukt niet draadloos af 140

printer installeren

op draadloos netwerk (Macintosh) 49

op draadloos netwerk (Windows) 49

printer kan geen verbinding maken met draadloos netwerk 137

printer ontvangt een lege fax 154

printer, bedieningspaneel 20 gebruiken 23

printermenu's 27

printersoftware installeren 31

opnieuw installeren 131

verwijderen 131

problemen met faxen oplossen

er kunnen geen faxen worden verzonden of ontvangen 150

faxen kunnen worden ontvangen, maar kunnen niet worden verzonden 153

faxen kunnen worden verzonden, maar kunnen niet worden ontvangen 152

nummerweergave wordt niet weergegeven 155

ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit 154

printer ontvangt een lege fax 154

problemen oplossen

draadloos netwerk 133

problemen met

printercommunicatie 131

Servicecentrum 126

problemen oplossen met draadloze apparaten

netwerkprinter wordt niet weergegeven in keuzelijst met printers tijdens installatie (Windows) 135

printer kan geen verbinding maken met draadloos netwerk 137

Wi-Fi-aanduiding brandt niet 140

Wi-Fi-aanduiding knippert oranje 142, 145

WiFi-aanduiding brandt nog steeds oranje 147

wijzigen, draadloze instellingen na de installatie (Mac) 52

wijzigen, draadloze instellingen na de installatie (Windows) 52

problemen oplossen, faxen er kunnen geen faxen worden verzonden of ontvangen 150

faxen kunnen worden ontvangen, maar kunnen niet worden verzonden 153

faxen kunnen worden verzonden, maar kunnen niet worden ontvangen 152

nummerweergave wordt niet weergegeven 155

ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit 154

printer ontvangt een lege fax 154

problemen oplossen, foutberichten faxmodus niet ondersteund 155 fout met externe fax 156

fout met fax 155

fout met telefoonlijn 157

geen antwoord 157

telefoonlijn bezet 156

problemen oplossen, installatie aan/uit-knop brandt niet 127

onjuiste taal wordt weergegeven op de display 126

pagina wordt niet afgedrukt 128

software is niet geïnstalleerd 127

protocol 67

publicaties, zoeken 10

Q

rapporten, faxgebeurtenissen 113

reinigen

buitenkant van de printer 123

reinigen, spuitopeningen van

inktcartridge 120

RJ11-adapter 37

RJ11-adapter gebruiken 37

S

scannen

aar een geheugenkaart 97

bedieningspaneel van de printer gebruiken 97

foto's scannen om deze te bewerken 99

kleuren- of zwart-witscan maken 99

naar de computer 100

naar een computer 97

naar een flashstation 97

scan annuleren 101

via een netwerk 100, 97

scannereenheid 20

Servicecentrum 126

sleutelindex 68

software

Servicecentrum 126

verwijderen en opnieuw installeren 131

XPS-stuurprogramma 32

software is niet geïnstalleerd 127

sorteren 104

speciale belsignalen 112

spuitopeningen van inktcartridge, reinigen 120

SSID

ad-hoc 54

draadloos netwerk 58

zoeken 59

standaardfabrieksinstellingen

interne, draadloze afdrukserver opnieuw instellen 149

standaardfabrieksinstellingen,

herstellen naar 125

standaardwaarden standaardfabrieksinstellingen herstellen 125

storing

draadloos netwerk 65

T

taal

wijzigen 126

TCP/IP 67

telefoonkaart

gebruiken met functie Kiezen met hoorn op haak 108

gebruiken tijdens het telefoneren 108

telefoonlijn bezet

(foutbericht) 156

tijdschriftartikelen, plaatsen op de

glasplaat 74

toewijzen, IP-adres 68

transparanten plaatsen 70

U

uitlijnen,inktcartridges 119

USB 52,66

kabel 63

Macintosh 53

USB-poort 20

activeren 132

USB-verbinding

met netwerkverbinding 66

V

veiligheidsvoorschriften 9

verbinden mislukt

(foutbericht) 158

verbinding

configuraties 66

Verenigd Koninkrijk

speciale installatieaanwijzingen voor draadloze aansluitingen 51

vergroten, afbeelding 103

verwijderen,inktcartridges 117

Virtual Private Network 149

voettekst voor fax, instellen 113

VPN

verbinding met printer verliezen 149

W

wachtwoord 60

webpagina

afdrukken 78

Website

zoeken 10

wenskaarten plaatsen 70

WEP 59

ad-hoc 54

WEP-sleutel

sleutelindex 68

zoeken 58

werkbalk

webpagina afdrukken 78

betekenis van kleuren 50

lampje brandt niet 140

uitleg van kleuren 50

Wi-Fi-aanduiding knippert

oranje 142, 145

Wi-Fi-lampje brandt groen printer drukt niet af 140

WiFi-aanduiding brandt nog steeds

oranje 147

wijzigen

standaardinstellingen 29

tijdelijke instellingen 29

time-out voor spaarstand 29

wijzigen, draadloze instellingen na

de installatie (Mac) 52

wijzigen, draadloze instellingen na de installatie (Windows) 52

Windows

printer installeren op een draadloos netwerk 49

Windows-software

Abby Sprint OCR 33

Fast Pics 33

Fax Solutions Software 33

Faxconfiguratieprogramma 33

Hulpprogramma voor draadloze configuratie 33

Hulpprogramma's voor Office 33

Productivity Studio 33

Servicecentrum 33

Voorkeursinstellingen voor afdrukken 33

werkbalk 33

WPA 59

WPA-sleutel

zoeken 58

WPA2 59

WPS 58

X

XPS-stuurprogramma

installeren 32

Z

zoeken

informatie 10

MAC-adres 66

publicaties 10

SSID 59

Website 10

WEP-sleutel 58

WPA-sleutel 58

zoeken, IP-adres van computer

(Mac) 67

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : LEXMARK

Model : X5630

Categorie : Printer