X734 - Printer LEXMARK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis X734 LEXMARK in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over X734 LEXMARK
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding X734 - LEXMARK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. X734 van het merk LEXMARK.
GEBRUIKSAANWIJZING X734 LEXMARK
Gebruikershandleiding
Mei 2009 www.lexmark.com
Machinetype(n):
7526
Model(len):
235, 275, 295, 436, 476, 496, 636, 676
Inhoudsopgave
Veiligheidsinformatie....7
Algemene informatie over de printer....9
Hartelijk dank voor het kiezen voor deze printer!......9
Informatie zoeken over de printer....9
Een locatie voor de printer selecteren....10
Printerconfiguraties....12
Basisfuncties van de scanner....13
Informatie over de ADI en de glasplaat....14
De vergrendelingsfunctie gebruiken....15
Informatie over het bedieningspaneel van de printer....16
Informatie over het beginscherm....17
Knoppen op het aanraakscherm gebruiken....19
Extra installatieopties voor de printer....23
Interne opties installeren....23
Optionele laden installeren....40
Kabels aansluiten....42
Fax- en e-mailfuncties uitschakelen voor het instellen....43
Printerconfiguratie controleren....44
De printersoftware installeren....45
Draadloos afdrukken installeren....46
De printer op een bedraad netwerk installeren....51
Poortinstellingen wijzigen na het installeren van een nieuwe netwerk-ISP....54
Serieel afdrukken instellen....56
Minimaliseer de invloed die uw printer op het milieu heeft....58
Papier en toner besparen....58
Energie besparen....59
Recycling....63
Papier en speciaal afdrukmateriaal laden....65
Papiersoort en papierformaat instellen....65
Instellingen voor Universal papier configureren....65
Laden vullen....66
Afdrukmateriaal in de universeellader plaatsen....68
Lade voor 2000 vel vullen....71
Laden koppelen en ontkoppelen....74
Richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal....76
Richtlijnen voor papier....76
Ondersteunde papierformaten, -soorten en -gewichten....79
Printing (Bezig met afdrukken)....83
Een document afdrukken....83
Afdrukken op speciale media....83
Afdrukken van vertrouwelijke taken en andere taken in wacht....86
Afdrukken vanaf een flashstation....89
Foto's afdrukken vanaf een digitale PictBridge-camera....90
Een pagina met informatie afdrukken....91
Afdrukken in zwart-wit....92
Max. snelheid en Max. rendement gebruiken....92
Afdruktaak annuleren....93
Wordt gekopieerd....95
Kopieën maken....95
Foto's kopieren....96
Kopiëren op speciaal afdrukmateriaal....96
Kopieerinstellingen aanpassen....97
Taakonderbreking gebruiken....103
Informatie op kopieën afdrukken....103
Kopieertaak annuleren....104
Informatie over de kopieerschermen en -opties....105
De kopieerkwaliteit verbeteren....108
E-mailen....109
Voorbereiden op e-mailen....109
Een e-mailsnelkoppeling maken....110
Een document per e-mail verzenden....111
E-mailinstellingen aanpassen....112
Een e-mail annuleren....113
Informatie over e-mailopties....113
Faxen....116
De printer voorbereiden op faxen....116
Een fax verzenden....130
Snelkoppelingen maken....131
Snelkoppelingen en het adresboek gebruiken....133
Faxinstellingen aanpassen....134
Een uitgaande fax annuleren....136
Informatie over faxopties....136
Faxkwaliteit verbeteren....138
Faxen in een wachtrij zetten en doorsturen....138
Scannen naar een FTP-adres....140
Scannen naar een FTP-adres....140
Snelkoppelingen maken....141
Informatie over FTP-opties....142
FTP-kwaliteit verbeteren....144
Scannen naar een computer of een flashstation....145
Naar een computer scannen....145
Scannen naar een flashstation....146
Informatie over scanprofielopties....146
Scankwaliteit verbeteren....148
Informatie over printermenu's....150
Menuoverzicht....150
Printer onderhouden....239
De buitenkant van de printer reinigen....239
De glasplaat reinigen....240
ADI-onderdelen reinigen....240
De lenzen van de printkop reinigen....244
Scannerregistratie aanpassen....245
De printer verplaatsen naar een andere locatie....263
De printer vervoeren....263
Beheerdersondersteuning....264
Geavanceerde netwerkinformatie en beheerdersinformatie weergeven....264
De Embedded Web Server gebruiken....264
Apparaatstatus controleren....264
E-mailmeldingen instellen....265
Rapporten bekijken....265
Fabrieksinstellingen herstellen....265
problemen oplossen....267
Het indicatielampje knippert....267
Eenvoudige printerproblemen oplossen....267
Informatie over printerberichten....268
Storingen verhelpen....278
Afdrukproblemen oplossen....292
Kopieerproblemen oplossen....296
Problemen met de scanner oplossen....299
Faxproblemen oplossen....301
Problemen met opties oplossen....304
Problemen met de papierinvoer oplossen....307
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen....308
Problemen met kleurkwaliteit oplossen....320
Embedded Web Server wordt niet geopend....323
Contact opnemen met klantenondersteuning....323
Kennisgevingen....324
Productinformatie....324
Informatie over deze uitgave....324
Energieverbruik....328
Index......338
Veiligheidsinformatie
Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact dat zich dicht in de buurt van het product bevindt en dat gemakkelijk bereikbaar is.
Plaats dit product niet in de buurt van water of in vochtige omgevingen.
LET OP—KANS OP LETSEL: Dit product maakt gebruik van een laser. het toepassen van bedieningswijzen, aanpassingsmethoden of procedures anders dan in deze publicatie worden beschreven, kan blootstelling aan gevaarlijke straling tot gevolg hebben.
Dit product maakt gebruik van een afdrukproces waarbij het afdrukmateriaal wordt verhit. Door de hitte kan het afdrukmateriaal bepaalde stoffen afgeven. Bestudeer het gedeelte in de bedieningsinstructies waarin de richtlijnen voor het selecteren van afdrukmaterialen worden besproken om schadelijke emissies te voorkomen.
LET OP—HEET OPPERVLAK: Het binnenste van de printer is mogelijk erg warm. Om letstel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.
Ga voorzichtig te werk bij het vervangen van lithiumbatterijen.
LET OP—KANS OP LETSEL: Wanneer de lithiumbatterij niet juist wordt vervangen, bestaat er explosiegevaar. Vervang de batterij alleen door hetzelfde of een vergelijkbaar type lithiumbatterij. Probeer nooit lithiumbatterijen op te laden, open te maken of te verbranden. Houd u bij het inleveren van gebruikte batterijen aan de voorschriften van de fabrikant en aan de lokale voorschriften.
LET OP—KANS OP LETSEL: de printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getrainde personeelsleden worden verplaatst.
LET OP—KANS OP LETSEL: volg deze richtlijnen om te voorkomen dat u zich bezeert of dat de printer beschadigd raakt:
- Schakel de printer uit met de aan/uit-knop en haal de stekker uit het stopcontact.
- Maak alle snoeren en kabels los van de printer voordat u de printer verplaatst.
- Gebruik bij het optillen van de printer de handgrepen aan de zijkanten en de achterkant.
- Let erop dat uw vingers zich niet onder de printer bevinden wanneer u het apparaat neerzet.
- Voordat u de printer instelt, dient u ervoor te zorgen dat er voldoende ruimte vrij is rondom de printer.
Gebruik alleen het netsnoer dat bij dit product is geleverd of een door de fabrikant goedgekeurd vervangend onderdeel.
Gebruik alleen het telecommunicatiesnoer (RJ-11) dat bij dit product is geleverd of een vervangend snoer met een minimale dikte van 26 AWG (American Wire Gauge) als u dit product aansluit op een openbaar vast telefoonnetwerk.
LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: controleer of alle aansluitingen (zoals Ethernet- en telefoonaansluitingen) correct op de aangegeven poorten zijn aangesloten.
Dit product is samen met specifieke onderdelen van de fabrikant ontwikkeld, getest en goedgekeurd volgens strikte, wereldwijd geldende veiligheidsnormen. De veiligheidsvoorzieningen van bepaalde onderdelen zijn niet altijd duidelijk zichtbaar. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor het gebruik van andere, vervangende onderdelen.
LET OP—KANS OP LETSEL: U moet het netsnoer niet snijden, draaien, vastbinden, afknellen of zware objecten op het snoer plaatsen. Zorg dat er geen schaafplekken op het netsnoer kunnen ontstaan of dat het snoer onder druk komt te staan. Zorg dat het netsnoer niet bekneld raakt tussen twee objecten, zoals een meubelstuk en een muur. Als een van deze dingen gebeurt, is er een kans op brand of elektrische schokken. Controleer het netsnoer regelmatig op dergelijke problemen. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voor u het netsnoer controleert.
Neem contact op met een professionele onderhoudstechnicus voor onderhoud en reparaties die niet in de gebruikersdocumentatie worden beschreven.
LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Om het risico op elektrische schokken te vermijden, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maakt u alle kabels los die op de printer zijn aangesloten voor u de buitenkant van de printer reinigt.
LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer. Tijdens onweer moet u dit product niet installeren en geen elektrische verbindingen aanleggen, bijvoorbeeld voor de faxfunctie, of kabels en snoeren aansluiten, zoals een netsnoer of telefoonlijn.
LETOP—KANOMVALLEN: Op de vloer geplaatste installaties vereisen extra onderdelen voor stabiliteit. U moet een printerstandaard of printerstelling gebruiken als u gebruikmaakt van een invoerlade met hoge capaciteit, een duplexeenheid en een invoeroptie of meerdere invoeropties. Ook voor een multifunctionele printer (MFP) waarmee u kunt scannen, kopieren en faxen, hebt u mogelijk extra onderdelen nodig. Zie www.lexmark.com/multifunctionprinters voor meer informatie.
LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u een ISP (Internal Solutions Port) installeert nadat u de printer hebt ingesteld, zet u de printer uit en haalt u de stekker uit het stopcontact voordat u verdergaat.
LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u geheugenkaarten of optiekaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, dient u eerst de printer uit te zetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te halen voor u verder gaat. Als u andere apparaten heeft aangesloten op de printer moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die op de printer zijn aangesloten.
LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u een optionele lade wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en het netsnoer, de USB-kabel en de Ethernet-kabel losmaken.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
Algemene informatie over de printer
Hartelijk dank voor het kiezen voor deze printer!
We hebben ons best gedaan om er zeker van te zijn dat hij aan uw verwachtingen zal voldoen.
Als u uw nieuwe printer meteen wilt gebruiken, kunt u de installatiematerialen van de printer gebruiken en de Gebruikershandleiding doornemen om de zien hoe u de elementaire taken uitvoert. Om de printer optimaal te laten functioneren, leest u de Gebruikershandleiding zorgvuldig door en kijkt u op onze website voor de nieuwste updates.
Wij willen met onze printers goede prestaties en waar voor uw geld aanbieden en we willen er zeker van zijn dat u tevreden bent. Als u onverhoopt toch een probleem tegenkomt, helpt één van onze goed geïnformeerde medewerkers van de klantenservice u graag verder. En als u vindt dat we iets kunnen verbeteren, horen we dat graag. U bent tenslotte ons uitgangspunt en door uw aanwijzingen kunnen we beter presteren.
Informatie zoeken over de printer
| Gewenste informatie Bron | |
| Eerste installatie-instructies:Printer aansluitenDe printersoftware installeren | Installatiedocumentatie—De installatiedocumentatie is bij de printer geleverd en tevens verkrijgbaar op de website van Lexmark opwww.lexmark.com/publications/. |
| Extra installatieopties en instructies voor het gebruik van de printerPapier en speciaal afdrukmatieraal selecteren en bewarenPapier plaatsenUitvoeren van print-, scan- en faxopdrachten, afhankelijk van het model van uw computerPrinterinstellingen configurerenFoto’s en documenten weergeven en afdrukkenPrintersoftware installeren en gebruikenDe printer instellen en configureren op een network, afhankelijk van het model van uw printerDe printer onderhoudenProblemen oplossen | Gebruikershandleiding—De Gebruikershandleiding staat op de cd Software and Documentation.Ga voor updates naar onze website opwww.lexmark.com/publications/. |
| Hulp bij de printersoftware Hulp voor Windows of MacDe recentste aanvullende informatie, updates en technische ondersteuning:•Hints en tips voor het oplossen van problemen•Veelgestelde vragen•Documentatie•Downloads stuurprogramma•Live ondersteuning per chat•Ondersteuning via e-mail•Telefonische ondersteuning | —Open een printersoftwareprogramma of –toepassing en klik vervolgens opHelp.Klik op8m contextgevoelige informatie te bekijken.Opmerkingen:De Help wordt automatisch met de printersoftware geïnstalleerd.De printersoftware bevindt zich in de printermap of op het bureaublad, afhankelijk van uw besturingssysteem.Lexmark ondersteuningswebsite—support.lexmark.comOpmerking: Selecteer uw region en selecteer vervolgens uw product om de juiste ondersteuningssite te bekijken.De telefoonnummers voor ondersteuning en werkuren voor uw regio of land kunt u terugvinden op de ondersteuningswebsite of op het garantiebewijs dat u bij uw printer heeft gekregen.Schrijf onderstaande informatie op (de informatiesis te vinden op de winkelbon en op de achterkant van de printer), zodat u het paraat heeft en de klantenservice u sneller van dienst kan zijn:•Typenummer apparaat•Serienummer•Datum aangeschaft•Winkel waar apparaat is aangeschaft |
| Garantieverklaring Garantieverklaringen variëren per | land of regio:•In de VS—Zie de Statement of Limited Warranty die bij uw printer is meegeleverd of opsupport.lexmark.com.•Buiten de VS—Zie het garantiebewijs dat is meegeleverd bij uw printer. |
Een locatie voor de printer selecteren

LET OP—KANS OP LETSEL: de printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getrainde personeelsleden worden verplaatst.
Bij het kiezen van de juiste plek voor uw printer, moet voldoende ruimte worden vrijgelaten voor het openen van laden, kleppen en deuren. Als u van plan bent opties te installeren, dient u hier ook voldoende ruimte voor vrij te houden. Het volgende is belangrijk:
-
Zorg ervoor dat de luchtstromen voldoen aan de laatste herziening van de ASHRAE 62-norm.
-Plaats de printer op een vlakke, stevige en stabiele ondergrond.
•Houd de printer: -
uit de buurt van de directe luchtstroom van airconditioners, warmtebronnen of ventilators;
- uit de buurt van direct zonlicht, extreme vochtigheidswaarden of temperatuurschommelingen;
—schoon, droog en stofvrij.
- Zorg dat er tenminste de onderstaande hoeveelheid ruimte beschikbaar is rondom de printer voor de juiste ventilatie:

| 1 | Automatische documentinvoer (ADI) |
| 2 | Invoerlade van de ADI |
| 3 | Standaarduitvoerlade |
| 4 | Bedieningspaneel van de printer |
| 5 | Standaardlade voor 550 vel (lade 1) |
| 6 | Universeellader |
Geconfigureerd model

| 1 | Automatische documentinvoer (ADI) |
| 2 | Invoerlade van de ADI |
| 3 | Standaarduitvoerlade |
| 4 | Bedieningspaneel van de printer |
| 5 | Optionele lade voor 550 vel of lade voor speciaal afdrukmateriaal |
| 6 | Optionele lade voor 2.000 vel |
| 7 | Standaardlade voor 550 vel (lade 1) |
| 8 | Universeellader |
Basisfuncties van de scanner
De scanner is speciaal bedoeld voor grote werkgroepen en biedt mogelijkheden voor kopieren, faxen en scannen naar netwerk. Met de MFP kunt u:
- Snel kopieën maken en specifieke kopieertaken uitvoeren door de instellingen op het bedieningspaneel van de printer aan te passen.
- Een fax verzenden via het bedieningspaneel van de printer.
-
Een fax naar meerdere faxbestemmingen tegelijkertijd verzenden.
-
Documenten scannen en deze naar een computer, een e-mailadres, een flashstation of een FTP-bestemming verzenden.
- documenten scannen en deze naar een andere printer verzenden (PDF's gaan via een FTP-server).
Informatie over de ADI en de glasplaat
Automatische documentinvoer (ADI) Glasplaat

Gebruik de ADI voor documenten met meerdere pagina's.

Gebruik de glasplaat voor één pagina, kleine voorwerpen (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften).
U kunt de ADI of de glasplaat gebruiken om documenten te scannen.
De ADI gebruiken
Met de automatische documentinvoer (ADI) kunt u meerdere pagina's scannen, inclusief dubbelzijdig afgedrukte pagina's. Ga als volgt te werk bij gebruik van de ADI:
- Plaats het document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde als eerste in de ADI.
- Plaats maximaal 50 vellen normaal papier in de invoerlade van de ADI.
- Scanformaten van 148 x 210 mm (5,8 x 8,3 inch) tot 215,9 x 355,6 mm (8,5 x 14 inch).
- Scan documenten met verschillende paginagroottes (Letter en Legal).
- Scanmateriaal met een gewicht van 52 tot 120 g/m ^2 (14 tot 32 lb).
- Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
De glasplaat gebruiken
De glasplaat kan worden gebruikt voor het scannen en kopieren van losse pagina's of pagina's uit een boek. Ga als volgt te werk bij gebruik van de glasplaat:
- Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
- Scan of kopieer documenten met een formaat van maximaal 215,9 x 355,6 mm (8,5 x 14 inch).
- Kopieer boeken met een dikte van maximaal 25,4 mm (1 inch).
De vergrendelingsfunctie gebruiken
De printer is voorzien van een vergrendelingsfunctie. De printer is vergrendeld als een vergrendeling is gebruikt die compatibel is met de meeste laptopcomputers. De metalen plaat en de systeemkaart kunnen niet worden verwijderd als de printer is vergrendeld. Bevestig een vergrendeling op de printer op de hieronder aangegeven plaats.

Informatie over het bedieningspaneel van de printer

| Onderdeel Beschrijving | ||
| 1 | Display Scan-, kopieer-, fax- | en afdrukopties en de status- en foutberichten bekijken. |
| 2 | Toetsenblok![]() | Nummers, letters of symbolen invoeren op de display. |
| 3 | Kiespauze![]() | Druk op " om een kiespauze in te lassen van twee tot drie seconden bij het kiezen van een faxnummer. In het veld "Faxen naar:" wordt een pauze weerge-geven door een komma (.),In het beginscherm kunt u op " drukken als u een faxnummer opnieuw wilt kiezen.De knop werkt alleen in het menu Fax of in combinatie met faxfuncties. U hoort een alarmsignaal als u buiten het menu Faxen, een faxfunctie of het beginscherm op " drukt. |
| 4 | Terug![]() | Druk in het menu Kopiëren op om het meest rechtse cijfer van de waarde voor het aantal te kopieren exemplaren te verwijderen. De standaardwaarde 1 wordt weergegeven als het hele getal wordt verwijderd door meerdere keren op← te drukken.Druk in de faxbestemmingslijst op ← om het meest rechtse cijfer van een getal handmatig te verwijderen. U kunt ook op ← drukken om de snelkoppeling volledig te verwijderen. Als de regel volledig is verwijderd, kunt u opnieuw op ← drukken om de cursor een regel naar boven te verplaatsen.Druk in de e-mailbestemmingslijst op ← om het teken links van de cursor te verwijderen. Komt het teken voor in de snelkoppeling, dan wordt de snelkoppeling verwijderd. |
| 5 | Beginscherm![]() | Druk op om terug te keren naar het beginscherm. |
| 6 | Starten![]() | Druk op om de huidige taak op de display te starten.Druk in het beginscherm op om een kopieertaak met de standaardinstel-lingen te starten.Deze knop heeft geen functie als het apparaat bezig is met scannen. |
| 7 | Indicatielampje | Off (Uit) - de voeding is uitgeschakeld.Blinking green (Knippert groen) - de printer is bezig met opwarmen, met het verwerken van gegevens of met afdrukken.Solid green (Brandt groen) - de printer staat aan, maar is niet actief.Blinking red (Knippert rood) - ingrijpen van gebruiker is vereist. |
| 8 | Stop Hiermee wordt elke activiteit van de printer gestopt.![]() | Er wordt een lijst met opties weergegeven op het moment dat Gestopt op het display verschijnt. |
| 9 | USB-poort aan de voorzijde | Plaats een USB-flashstation om gegevens naar de printer te verzenden.Plaats een USB-kabel van een digitale camera om foto's af te drukken met digitale PictBridge-camera. |
Informatie over het beginscherm
Nadat de printer is ingeschakeld en een korte opwarmperiode heeft doorlopen, wordt op het display het volgende beginscherm weergegeven. Gebruik de beginschermknoppen voor het uitvoeren van acties zoals kopieren, faxen, scannen, het openen van het menuscherm of het beantwoorden van berichten.

| Onderdeel van display Beschrijving | ||
| 1 | Kopieren Hiermee opent u de kopieermenu'sOpmerking:U kunt de kopieermenu's ook vanuit het beginscherm openen door op een nummer op het toetsenblok te drukken. | |
| 2 E-mailen Hiermee opent u de e-mailmenu's | ||
| 3 | Menu's | Hiermee opent u de menu's.Deze menu's zijn alleen beschikbaar als de printer in de stand Gereed staat. |
| 4 | FTP Opent de FTP-menu's (File Transfer Protocol).Opmerking:Deze functie moet door uw systeembeheerder worden ingesteld. Zodra de functie is ingesteld, verschijnt deze als een onderdeel van het display. | |
| 5 Statusbalk | Hiermee wordt de huidige status van de printer weergegeven, zoals Gereed of Bezig.Hiermee worden printercondities weergegeven, zoals Toner bijna op.Hiermee worden berichten weergegeven waarin wordt aangegeven wat u moet doen om ervoor te zorgen dat de printer verder kan gaan met verwerken. Bijvoorbeeld Sluit klep of Plaats tonercartridge. | |
| 6 | Status/supplies | Verschijnt op de display als de status van de printer een bericht bevat waarvoor ingrijpen van de gebruiker vereist is. Raak deze knop aan om het berichtenscherm te openen voor meer informatie over het bericht en de manier waarop u dit kunt wissen. |
| 7 | ![]() | Dit opent een contextgevoelige Help-functie op de aanraakschermen. |
| 8 | Faxen Hiermee opent u de faxmenu's. | |
Andere knoppen die op het beginscherm kunnen worden weergegeven:
| Onderdeel van display Functie | |
| Faxen in wachtrij vrijgeven | Als deze knop wordt weergegeven, staan er faxen in de wachtrij met een eerder ingestelde geplande wachttijd. Raak deze knop aan om de lijst met faxen in de wachtrij weer te geven. |
| Taken in wachtrij zoeken | Hiermee kunt u taken zoeken en weergeven op basis van de volgende criteria:•Gebruikersnamen voor in de wacht geplaatste of vertrouwelijke afdruktaken•Namen voor wachttaken, exclusief vertrouwelijke afdruktaken•Profielnamen•Bladwijzerhouders of taaknamen•USB-houder of taaknamen, alleen voor ondersteunde extensies |
| Taken in wachtrij Hiermee wordt een scherm met alle taken in de wachtrij geopend. | |
| Apparaat vergrendelen, | Deze knop wordt op het scherm weergegeven als de printer is ontgrendeld en het persoonlijke identificatienummer (PIN) voor de vergrendeling is ingesteld.Als u deze knop aanraakt, wordt een invoerscherm voor de PIN geopend. Als u de juiste PIN invoert, wordt het bedieningspaneel van de printer (de knoppen op het aanraakscherm en de normale knoppen) vergrendeld. |
| Apparaat ontgrendelen | Deze knop wordt op het scherm weergegeven wanneer de printer is vergrendeld. De knoppen en snelkoppelingen van het bedieningspaneel van de printer kunnen niet worden gebruikt zolang de knop wordt weergegeven.Als u deze knop aanraakt, wordt een invoerscherm voor de PIN geopend. Als u de juiste PIN invoert, wordt het bedieningspaneel van de printer (de knoppen op het aanraakscherm en de normale knoppen) ontgrendeld. |
| Taken annuleren | Hiermee wordt het scherm Taken annuleren geopend. In het scherm Taken annuleren worden drie kopjes weergegeven: Afdrukken, Faxen en Netwerk.De volgende items zijn beschikbaar onder de kopjes Afdrukken, Faxen en Netwerk:•Afdruktaak•Kopieertaak•Faxprofiel•FTP•E-mailverzendingOnder elk kopje staat een kolom met een lijst taken. In elke kolom kunnen slechts drie taken per scherm worden weergegeven. Elke taak wordt weergegeven als een knop die u kunt aanraken om informatie over die taak op te vragen. Als er meer dan drie taken voorkomen in een kolom, verschijnt een pijl waarmee u door de taken kunt bladeren. |
Knoppen op het aanraakscherm gebruiken
Opmerking: afhankelijk van uw opties en beheerdersinstellingen wijken uw schermen en knoppen mogelijk af van de weergegeven schermen en knoppen.
Voorbeeld van aanraakscherm

| Knop Functie | |
Beginscherm Hiermee keert u terug naar het home-scherm![]() | |
Omlaag bladeren Hiermee opent u een keuzelijst![]() | |
Aflopend naar links bladeren![]() | Hiermee kunt u in aflopende volgorde naar een andere waarde bladeren |
Oplopend naar rechts bladeren![]() | Hiermee kunt u in oplopende volgorde naar een andere waarde bladeren |
Pijl naar links Hiermee kunt u naar links bladeren![]() | |
Pijl naar rechts Hiermee kunt u naar rechts bladeren![]() | |
Indienen Hiermee wordt een waaarde opgeslagen als de nieuwe standaardinstelling van de gebruiker![]() | |
Terug Hiermee navigeert u terug naar het vorige scherm![]() |
Andere knoppen op het aanraakscherm
| Knop Functie | |
Pijl-omlaag Hiermee bladert u omlaag naar het volgende scherm![]() | |
Pijl-omhoog Hiermee bladert u omhoog naar het volgende scherm![]() | |
Niet-geselecteerd keuzerondje ![]() | Dit is een niet-geselecteerd keuzerondje. Het keuzerondje is grijs om aan te geven dat het niet-geselecteerd is. |
Geselecteerd keuzerondje![]() | Dit is een geselecteerd keuzerondje. Het keuzerondje is blauw om aan te geven dat het geselecteerd is. |
Taken annuleren![]() | Hiermee wordt het scherm Taken annuleren geopend. In het scherm Taken annuleren worden drie kopjes weergegeven: Afdrukken, Faxen en Netwerk.De volgende items zijn beschikbaar onder de kopjes Afdrukken, Faxen en Netwerk:AfdruktaakKopieertaakFaxprofielFTPE-mailverzendingOnder elk kopje staat een kolom met een lijst taken. In elke kolom kunnen slechts drie taken per scherm worden weergegeven. Elke taak wordt weergegeven als een knop die u kunt aanraken om informatie over die taak op te vragen. Als er meer dan drie taken voorkomen in een kolom, verschijnt een pijl waarmee u door de taken kunt bladeren. |
Doorgaan Raak deze knop aan wanneer u nog meer wijzigingen voor een taak wilt uitvoeren of nadat u een papierstoring hebt verholpen.![]() | |
Annuleren![]() | •Hiermee annuleert u een actie of een selectie•U kunt met deze knop ook een scherm annuleren en naar het vorige scherm terug- keren. |
Selecteer Hiermee selecteert u een menu of menu-item![]() |
Functions
| Functie Beschrijving | |
| Menupad:Menu's→Instellingen→Kopieerinstellingen→Aantal exemplaren | Boven in elk menuscherm wordt een pad weergegeven.De functie toont het pad naar het huidige menu en de exacte locatie binnen de menu's.U kunt elk onderstreept woord aanraken om naar het betreffende menu of menu-item terug te gaan.Aantal exemplaren is niet onderstreept, aangezien dit het actieve scherm is. Als u op het scherm Aantal exemplaren een onderstreept woord aanraakt voordat het aantal exemplaren is ingesteld en opgeslagen, wordt de selectie niet opgeslagen en wordt dit niet de standaardinstelling van de gebruiker. |
Waarschuwing interventiebericht Als er een interventiebericht ![]() | wordt weergegevenwaardoor een functie als Kopieren of Faxen wordt afgesloten, verschijnt er een knipperend rood uitroepteken op de functieknop op het home-scherm. |
Extra installatieopties voor de printer
Interne opties installeren

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: als u geheugenkaarten of optiekaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, dient u eerst de printer uit te zetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te halen voor u verder gaat. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.
U kunt de aansluitingsmogelijkheden en de geheugencapaciteit van de printer aanpassen door optionele kaarten toe te voegen. Volg de instructies in dit gedeelte om de beschikbare kaarten te installeren; de instructies geven tevens aan waar de kaarten zich bevinden en hoe u ze kunt verwijderen.
Beschikbare interne opties
•Geheugenkaarten
-Printergeheugen
-Flashgeheugen
—Lettertypen
•Firmwarekaarten
-Barcode en formulieren
-IPDS en SCS/TNe
-PrintCryption ^TM
—PRESCRIBE
•Vaste schijf van printer
•Lexmark ^TM Internal Solutions Ports (ISP)
—RS-232-C seriële ISP
-Parallelle 1284-B ISP
-MarkNet ^TM N8150802.11 b/g/n draadloze ISP
—MarkNet N8130 10/100 glasvezel-ISP
—MarkNet N8120 10/100/1000 Ethernet-ISP
•MarkNet N8110 V-34-faxkaart
Klep van systeemkaart openen voor installatie van interne opties

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: als u geheugenkaarten of optiekaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, dient u eerst de printer uit te zetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te halen voor u verder gaat. Als u andere apparaten heeft aangesloten op de printer moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die op de printer zijn aangesloten.
Opmerking: hiervoor hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.
1 Verwijder de klep.
a Draai de schroeven van de klep tegen de klok in om ze los te maken maar verwijder ze niet.

b Til de klep aan de nokjes omhoog om elke schroef op één lijn te brengen met de corresponderende opening.

c Trek de klep naar voren om die te verwijderen.
2 Gebruik de volgende illustratie om de juiste aansluiting te vinden.
Let op—Kans op beschadiging: de elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigd door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.

| 1 Connector faxkaart |
| 2 Connectors voor firmwarekaarten en flashgeheugenkaarten |
| 3 Connector voor vaste schijf |
| 4 Connector voor interne afdrukserver |
| 5 Connector voor geheugenkaart |
Een geheugenkaart installeren

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u geheugenkaarten of optiekaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, dient u eerst de printer uit te zetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te halen voor u verder gaat. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.
Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigd door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.
Een optionele geheugenkaart kan afzonderlijk worden aangeschaft en op de systeemkaart worden bevestigd. U installeert de geheugenkaart als volgt:
1 Open de systeemkaart.
Opmerking: Hiervoor hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.
2 Haal de geheugenkaart uit de verpakking.
Opmerking: Raak de aansluitpunten aan de rand van de kaart niet aan.
Extra installatieopties voor de printer
3 Open de vergrendelingen van de connector voor de geheugenkaart.

4 Breng de uitsparing op de geheugenkaart op één lijn met de ribbel op de connector.

6 Plaats de systeemkaartklep terug.
Extra installatieopties voor de printer
Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren
De systeemkaart heeft twee connectoren voor een optionele flashgeheugenkaart of firmwarekaart. Slechts één van elk kan worden geïnstalleerd, maar de connectoren zijn uitwisselbaar.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u geheugenkaarten of optiekaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, dient u eerst de printer uit te zetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te halen voor u verder gaat. Als u andere apparaten heeft aangesloten op de printer moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die op de printer zijn aangesloten.
Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigd door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.
1 Open de systeemkaart.
Opmerking: Hiervoor hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.
2 Pak de kaart uit.
Opmerking: Raak de aansluitpunten aan de rand van de kaart niet aan.
3 Houd de kaart aan de zijkanten vast en breng de pinnen aan de onderkant op gelijke hoogte met de uitsparingen in de systeemkaart.

4 Druk de kaart stevig op zijn plaats.

- De connector van de kaart moet over de gehele lengte in aanraking zijn met de systeemkaart. - Zorg ervoor dat de aansluitpunten niet beschadigd raken.
5 Plaats de systeemkaartklep terug.
Een Internal Solutions Port installeren
De systeemkaart ondersteunt één optionele Lexmark Internal Solutions Port (ISP).
Opmerking: Hiervoor hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u een ISP (Internal Solutions Port) installeert nadat u de printer hebt ingesteld, zet u de printer uit en haalt u de stekker uit het stopcontact voordat u verdergaat.
Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigd door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.
1 Open de systeemkaart. 2 Haal de ISP en het plastic T-stuk uit de verpakking.
Opmerking: Raak de onderdelen op de kaart niet aan.
3 Zoek de juiste connector op de systeemkaart.

Opmerking: Als er momenteel een optionele vaste schijf van een printer is geïnstalleerd, moet die eerst worden verwijderd. U verwijdert als volgt de vaste schijf van de printer:
a Koppel de interfacekabel van de vaste schijf van de printer los van de systeemkaart, maar laat de kabel op de vaste schijf van de printer aangesloten. Als u de kabel wilt loskoppelen, knijpt u op de peddel aan de plug van de interfacekabel om de vergrendeling te openen alvorens de kabel eruit te trekken.

b Verwijder de schroeven waarmee de vaste schijf van de printer is vastgezet.

c Verwijder de vaste schijf van de printer door deze naar boven te tillen zodat de uitsteeksels loskomen.

d Verwijder de duimschroeven waarmee de montagebeugel van de vaste schijf van de printer op die schijf is bevestigd en verwijder dan de beugel. Zet de vaste schijf van de printer opzij.

Extra installatieopties voor de printer
4 Verwijder de metalen klep van de ISP-opening.

5 Lijn de staafjes van het plastic T-stuk uit met de openingen in de systeemkaart en druk het T-stuk dan naar beneden tot het vastklikt. Controleer of elk staafje van het T-stuk volledig is vastgeklikt en of het T-stuk stevig op de systeemkaart is bevestigd.

Extra installatieopties voor de printer
6 Installeer de ISP op het plastic T-stuk. Houd de ISP schuin boven het plastic T-stuk en laat de ISP dan zodanig zakken dat alle overhangende connectors door de ISP-opening in de systeemkaartbehuizing kunnen worden geleid.

7 Laat de ISP tot op het plastic T-stuk zakken tot de ISP zich tussen de geleiders van het plastic T-stuk bevindt.

Extra installatieopties voor de printer
8 Plaats de lange duimschroef en draai deze rechtsom tot de ISP vastzit, maar draai de duimschroef nu nog niet stevig aan.

9 Bevestig de twee meegeleverde schroeven om de ISP-montagebeugel op de systeemkaartbehuizing vast te maken.

10 Draai de lange duimschroef stevig aan.
Let op—Kans op beschadiging: Draai de duimschroef niet te hard aan.
11 Steek de plug van de ISP-interfacekabel in de connector van de systeemkaart.
Opmerking: De pluggen en connectors zijn kleurgecodeerd.

12 Plaats de systeemkaartklep terug.
Vaste schijf van printer installeren
De optionele vaste schijf van de printer kan met of zonder een Lexmark Internal Solutions Port (ISP) worden geïnstalleerd.
Opmerking: Hiervoor hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u een ISP (Internal Solutions Port) installeert nadat u de printer hebt ingesteld, zet u de printer uit en haalt u de stekker uit het stopcontact voordat u verdergaat.
Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigd door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.
1 Open de systeemkaart.
2 Haal de vaste schijf van de printer uit de verpakking.
Opmerking: Raak de onderdelen op de kaart niet aan.
3 Zoek de juiste connector op de systeemkaart.

Opmerking: Als momenteel een optionele ISP is geïnstalleerd, dan moet de vaste schijf van de printer op de ISP worden geïnstalleerd.
U installeert de vaste schijf van een printer als volgt op de ISP:
a Draai de schroeven los met de schroevendraaier met platte kop. Verwijder de duimschroeven waarmee de montagebeugel van de vaste schijf van de printer op die schijf is bevestigd en verwijder daarna de beugel.

b Lijn de uitsteeksels van de vaste schijf van de printer uit met de openingen in de ISP en druk deze dan naar beneden op de vaste schijf van de printer tot de uitsteeksels stevig op hun plaats zitten.

c Steek de plug van de interfacekabel van de vaste schijf van de printer in de connector van de ISP.
Opmerking: De pluggen en connectors zijn kleurgecodeerd.

Het rechtstreeks op de systeemkaart installeren van een vaste schijf van een printer gaat als volgt:
a Lijn de uitsteeksels van de vaste schijf van de printer uit met de openingen in de systeemkaart en druk deze dan naar beneden op de vaste schijf van de printer tot de uitsteeksels stevig op hun plaats zitten.

Extra installatieopties voor de printer
b Bevestig de twee meegeleverde schroeven om de montagebeugel van de printer van de harde schijf vast te zetten.

c Steek de plug van de interfacekabel van de vaste schijf van de printer in de connector van de systeemkaart.
Opmerking: De pluggen en connectors zijn kleurgecodeerd.

4 Plaats de systeemkaartklep terug.
De systeemkaartklep opnieuw bevestigen
Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken gemakkelijk beschadigd door statische elektriciteit. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.
Opmerking: Hiervoor hebt u een schroevendraaier met platte kop nodig.
1 Lijn de acht uitsparingen uit met de schroeven om de klep terug te plaatsen..

2 Schuif de klep naar beneden en draai de schroeven naar rechts om ze vast te draaien.

De printer ondersteunt maximaal vier optionele invoerbronnen: een optionele lade voor 550 vel, een optionele lade voor 2.000 vel en een optionele lade voor 550 vel speciaal afdrukmateriaal. De instructies voor het installeren van een optionele invoerbron zijn voor elke bron hetzelfde.
Opmerking: de modellen X734de, X736de en X738de ondersteunen een totaal van vier optionele invoerbronnen. Als er gebruik wordt gemaakt van een lade voor 2.000 vel kan er maar één extra invoerbron voor 550 vel worden geïnstalleerd.

LET OP—KANS OP LETSEL: de printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getrainde personeelsleden worden verplaatst.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: als u een optionele lade wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en het netsnoer, de USB-kabel en de Ethernet-kabel losmaken.

LET OP—KAN OMVALLEN: op de vloer geplaatste installaties vereisen extra onderdelen voor stabiliteit. U moet een printerstandaard of printerstelling gebruiken als u gebruikmaakt van een invoerlade met hoge capaciteit, een duplexeenheid en een invoeroptie of meerdere invoeropties. Ook voor een multifunctionele printer (MFP) waarmee u kunt scannen, kopieren en faxen, hebt u mogelijk extra onderdelen nodig. Zie www.lexmark.com/multifunctionprinters voor meer informatie.
1 Pak de optionele lade uit en verwijder al het verpakkingsmateriaal.
Opmerkingen:
- Als u meer dan een optionele lade installeert moet de lade voor 2000 vel altijd zijn geïnstalleerd als de eerste optionele lade (van beneden naar boven configureren).
- Optionele laden klikken in elkaar vast als ze opeen worden gestapeld. Verwijder opeengestapelde laden één voor één en van boven naar beneden.
2 Plaats de lade op de locatie die u hebt uitgekozen voor de printer.

| 1 | Optionele lade voor 550 vel (of optionele lade voor 550 vel speciaal afdrukmateriaal) |
| 2 | Optionele lade voor 2.000 vel |
3 Lijn de printer uit met de lade en laat de printer op zijn plaats zakken.
Kabels aansluiten
Sluit de printer aan op de computer met een USB-kabel of een ethernetkabel.
1 Open de toegangsklep rechtsonder door deze naar rechts naar buiten te trekken.

2 Zorg ervoor dat de kabel overeenkomt met de bijbehorende poort zoals is weergegeven.

| 1 USB-poort |
| 2 Ethernetpoort |
3 Sluit de printerklep, waarbij u de kabel voorzichtig aan de linkerkant op één lijn brengt met de printer.

Opmerking: u kunt ervoor kiezen om de printerklep te verwijderen en te bewaren.
Fax- en e-mailfuncties uitschakelen voor het instellen
Het indicatielampje knippert totdat u Faxen en E-mail hebt geïnstalleerd. Volg de stappen hierna om het knipperende lampje uit te schakelen:
Opmerking: zorg ervoor dat de faxkabels aangesloten zijn voordat u deze aanwijzingen voor een printer of netwerk uitvoert.
1 Druk op Menu's.
2 Raak Instellingen aan.
3 Raak Algemene instellingen aan.
4 Druk op de linker- of rechterpijl naast Beginconfiguratie uitvoeren om Ja te selecteren en raak vervolgens Verzenden aan.
Veranderingen indienen verschijnt.
5 Zet de printer uit en zet deze vervolgens weer aan.
6 Raak op het bedieningspaneel van de printer uw taal aan.
7 Raak uw land of regio aan en druk vervolgens op Doorgaan.
8 Druk op de linker- of rechterpijl om uw tijdzone te selecteren en raak vervolgens Doorgaan aan.
9 Raak Faxen en E-mail aan om de selectie ervan ongedaan te maken en raak vervolgens Doorgaan aan.
Opmerking: u kunt deze stappen ook volgen om Faxen en E-mail in te schakelen.
Printerconfiguratie controleren
Als alle hardware- en softwareopties zijn geïnstalleerd en de printer is ingeschakeld, controleert u of de printer correct is ingesteld door het volgende af te drukken:
- Pagina met menu-instellingen: gebruik deze pagina om te controleren of alle printeropties correct zijn geïnstalleerd. Onderaan de pagina verschijnt een lijst met geïnstalleerde opties. Als een geïnstalleerde optie niet is vermeld, is deze niet correct geïnstalleerd. Verwijder de optie en installeer deze opnieuw.
- Pagina met netwerkinstellingen: als de printer een netwerkmodel is en is aangesloten op een netwerk, dan kunt u de netwerkaansluiting controleren door een pagina met netwerkinstellingen af te drukken. Deze pagina bevat ook informatie die van belang is bij de configuratie van het afdrukken via een netwerk.
Pagina met menu-instellingen afdrukken
Druk een pagina met menu-instellingen af om de huidige menu-instellingen te bekijken en te controleren of de printeropties correct zijn geïnstalleerd.
Opmerking: Als u nog geen wijzigingen hebt aangebracht in de instellingen van de menu-items, worden op de pagina met menu-instellingen alle standaardinstellingen weergegeven. Als u andere instellingen hebt geselecteerd en opgeslagen in de menu's, worden de standaardinstellingen vervangen door door de gebruiker gekozen standaardinstellingen. Standaardinstellingen van de gebruiker blijven van kracht tot u het menu opnieuw opent, andere waarden selecteert en deze opslaat. Zie "Fabrieksinstellingen herstellen" op pagina 265 als u de fabrieksinstellingen wilt herstellen.
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Reports (Rapporten) aan.
4 Raak Menu Settings Page (Pagina Menu-instellingen) aan.
De pagina met menu-instellingen wordt afgedrukt en de printer keert terug naar het beginscherm.
Een netwerkconfiguratiepagina afdrukken
Als de printer op een netwerk is aangesloten, kunt u de netwerkaansluiting controleren door een netwerkconfiguratiepagina af te drukken. Deze pagina bevat ook informatie die van belang is bij de configuratie van het afdrukken via een netwerk.
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Reports (Rapporten) aan.
4 Raak Network Setup Page (Pagina Netwerkinstellingen) aan.
De pagina met netwerkinstellingen wordt afgedrukt en de printer keert terug naar het beginscherm.
5 Controleer het eerste gedeelte van de netwerkconfiguratiepagina om te zien of bij Status wordt aangegeven dat de printer is aangesloten.
Als bij Status wordt aangegeven dat de printer niet is aangesloten, is het mogelijk dat het LAN-aansluitpunt niet actief is of dat de netwerkkabel niet goed functioneert. Vraag de systeembeheerder om dit probleem op te lossen en druk daarna nog een netwerkconfiguratiepagina af.
De printersoftware installeren
Printersoftware installeren
Een printerstuurprogramma is software die zorgt voor de communicatie tussen de computer en de printer. De printersoftware wordt geïnstalleerd tijdens de eerste printerinstallatie. Gebruik de volgende aanwijzingen als u de software wilt installeren na de printerinstallatie:
Windows
1 Sluit alle geopende softwareprogramma's.
2 Plaats de cd Software en documentatie in de computer.
3 Klik in het hoofddialoogvenster op Install (Installeren).
4 Volg de aanwijzingen op het beeldscherm.
Macintosh
1 Sluit alle geopende toepassingen.
2 Plaats de cd Software en documentatie in de computer.
3 Dubbelklik in de Finder op het cd-pictogram van de printer dat automatisch wordt weergeven.
4 Dubbelklik op het pictogram Install (Installeer).
5 Volg de aanwijzingen op het beeldscherm.
Internet
1 Ga naar de website van Lexmark op www.lexmark.com.
2 Klik in het menu Drivers & Downloads op Driver Finder (Stuurprogramma zoeken).
3 Selecteer uw printer en vervolgens uw besturingssysteem.
4 Download het stuurprogramma's en installeer de printersoftware.
Beschikbare opties bijwerken in het printerstuurprogramma
Nadat de printersoftware en eventuele opties zijn geïnstalleerd, is het wellicht nodig om de opties handmatig toe te voegen in het printerstuurprogramma om deze beschikbaar te maken voor afdruktaken.
Voor Windows-gebruikers
1 Klik op 📋 of op Start en klik vervolgens op Uitvoeren.
2 Typ bij Start > Zoeken of Start > Uitvoeren Printerbeheer.
3 Druk op Enter of klik op OK.
De printermap wordt geopend.
4 Selecteer de printer.
5 Klik met de rechtermuisknop op de printer en selecteer vervolgens Eigenschappen.
6 Klik op de tab Opties installeren.
7 Voeg onder Beschikbare opties eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe.
8 Klik op Toepassen.
Voor Macintosh-gebruikers
1 Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.
2 Klik op Afdrukken & faxen.
3 Selecteer de printer en klik vervolgens op Opties & Supplies.
4 Klik op Stuurprogramma en voeg eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe.
5 Klik op OK.
In Mac OS X versie 10.4 en eerder
1 Klik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen.
2 Dubbelklik op Hulpprogramma's en dubbelklik vervolgens op Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.
3 Selecteer de printer en kies vervolgens in het menu Printers de optie Info weergeven.
4 Selecteer Installeerbare opties in het pop-upmenu.
5 Voeg eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe en klik vervolgens op Wijzigingen toepassen.
Draadloos afdrukken installeren
Volg deze instructies als uw printermodel draadloos is.
Opmerking: een SSID (Service Set Identifier) is een naam die is toegewezen aan een draadloos netwerk. WEP (Wireless Encryption Protocol) en WPA (Wi-Fi Protected Access) zijn beveiligingstypen die in een netwerk worden gebruikt.
Benodigde gegevens voor het instellen van een printer op een draadloos netwerk
Opmerking: sluit de installatie- of netwerkkabel niet aan totdat dit wordt aangegeven door de installatiesoftware.
- SSID: er wordt ook naar de SSID verwezen als de netwerknaam.
- Draadloze modus (of netwerkmodus): de modus is infrastructuur of ad-hoc.
- Kanaal (voor ad-hocnetwerken): het kanaal wordt standaard ingesteld op automatisch voor infrastructuurnetwerken.
Voor sommige ad-hocnetwerken is de instelling automatisch ook vereist. Raadpleeg de systeembeheerder als u niet zeker bent over het kanaal dat u moet selecteren.
- Beveiligingsmethode: er zijn drie opties voor de beveiligingsmethode:
-WEP-sleutel
Als uw netwerk meerdere WEP-sleutels gebruikt, kunt u er maximaal vier opgegeven in de daarvoor bestemde plaatsen. Selecteer de sleutel die momenteel wordt gebruikt op het netwerk door de standaardsleutel voor WEP-verzending te selecteren.
of
-WPA- of WPA2-wachtwoorden
WPA bevat codering als een extra beveiligingsniveau. U kunt kiezen uit AES of TKIP. Codering moet op de router en op de printer zijn ingesteld voor hetzelfde type anders kan de printer niet communiceren op het netwerk.
—Geen beveiliging
Als uw draadloze netwerk geen beveiliging gebruikt, hebt u geen beveiligingsgegevens.
Opmerking: het is onverstandig om een niet-beveiligd draadloos netwerk te gebruiken.
Als u de printer installeert op een 802.1X-netwerk met de geavanceerde methode, hebt u wellicht de volgende gegevens nodig:
- Verificatietype
•Interne-verificatietype
•802.1X-gebruikersnaam en -wachtwoord
•Certificaten
Opmerking: Raadpleeg de Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie voor meer informatie over het configureren van de 802.1X-beveiliging.
Printer installeren op een draadloos netwerk (Windows)
Controleer het volgende voor u de printer installeert op een draadloos netwerk:
- Het draadloze netwerk is geconfigureerd en functioneert correct.
- De computer die u gebruikt is aangesloten op het draadloze netwerk waarop u de printer wilt installeren.
1 Sluit het netsnoer aan op de printer en daarna op een geaard stopcontact en zet vervolgens de printer aan.

Zorg ervoor dat de printer en computer zijn ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt

Sluit de USB-kabels pas aan als dit op het scherm wordt aangegeven.
2 Plaats de cd Software en documentatie in de computer.

3 Klik op Printer en software installeren.
4 Klik op Akkoord om de licentieovereenkomst te accepteren.
5 Klik op Aanbevolen en klik vervolgens op Volgende.
6 Klik op Aangesloten op draadloos netwerk.
7 Sluit tijdelijk een USB-kabel aan tussen de computer op het draadloze netwerk en de printer.

Opmerking: nadat u de printer hebt geconfigureerd, geeft de software aan dat u de tijdelijke USB-kabel kunt losmaken, zodat u draadloos kunt afdrukken.
8 Volg de aanwijzingen op het scherm om de software-installatie te voltooien.
Opmerking: Standaard is het pad dat wordt aangeraden. Kies alleen Geavanceerd als u de installatie wilt aanpassen.
9 Als u voor andere computers op het draadloze netwerk het gebruik van de draadloze printer wilt instellen, moet u stap 2 tot en met 6 en stap 8 volgen voor elke computer.
De printer installeren op een draadloos netwerk (Macintosh)
Configuratie van de printer voorbereiden
1 Zoek naar het MAC-adres op het blad dat bij de printer is geleverd. Noteer hieronder de laatste zes cijfers van het MAC-adres:
MAC-adres: ____ ____ ____ ____
2 Sluit het netsnoer aan op de printer, daarna op een geaard stopcontact en zet vervolgens de printer aan.

1 Open de opties voor AirPort.
a Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.
b Klik op Netwerk.
c Klik op AirPort.
In Mac OS X versie 10.4 en eerder
a Klik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen.
b Dubbelklik in de map Toepassingen op Internetverbinding.
c Klik in de werkbalk op AirPort.
2 Selecteer afdrukserver xxxxxx in het pop-upmenu Netwerk, waarbij de x-en de laatste zes cijfers aangeven van het MAC-adres op het vel met het MAC-adres.
3 Open de Safari-browser.
4 Kies Toon in het menu Bladwijzers.
5 Selecteer Bonjour of Rendezvous bij Verzamelingen en dubbelklik op de printernaam.
Opmerking: in Mac OS X versie 10.3 wordt naar de toepassing verwezen als Rendezvous, maar nu wordt deze Bonjour genoemd door Apple Computer.
6 Ga vanaf de hoofdpagina van de Embedded Web Server naar de pagina met de gegevens van het draadloze netwerk.
Printer configureren voor draadloze toegang
1 Typ de netwerknaam (SSID) in het betreffende veld.
2 Selecteer de netwerkmodus Infrastructuur als u een draadloze router gebruikt.
3 Selecteer het type beveiliging dat voor het draadloze netwerk wordt gebruikt.
4 Voer de beveiligingsgegevens in die nodig zijn om de printer toe te voegen aan het draadloze netwerk.
5 Klik op Indienen.
6 Open de toepassing AirPort op de computer:
a Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.
b Klik op Netwerk.
c Klik op AirPort.
In Mac OS X versie 10.4 en eerder
a Klik in het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen.
b Dubbelklik in de map Toepassingen op Internetverbinding.
c Klik in de werkbalk op AirPort.
7 Selecteer uw draadloze netwerk in het pop-upmenu Netwerk.
Computer configureren voor draadloos gebruik van de printer
Als u wilt afdrukken op een netwerkprinter, moet elke Macintosh-gebruiker een aangepast PPD-bestand (Postscript Printer Description) installeren en een afdrukwachtrij maken in Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.
1 Installeer een PPD-bestand op de computer:
a Plaats de cd Software en documentatie in het cd- of dvd-station.
b Dubbelklik op het installatiepakket voor de printer.
c Klik in het welkomstvenster op Doorgaan.
d Klik nogmaals op Doorgaan nadat u het Leesmij-bestand hebt gelezen.
e Lees de licentieovereenkomst door, klik op Doorgaan en klik vervolgens op Akkoord om akkoord te gaan met de voorwaarden van de overeenkomst.
f Kies een bestemming en klik op Doorgaan.
g Klik in het scherm voor eenvoudige installatie op Installeren.
h Voer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK.
Alle benodigde software wordt op de computer geïnstalleerd.
i Klik op Opnieuw opstarten wanneer de installatie is voltooid.
2 Voeg de printer toe:
a Voor afdrukken via IP:
1 Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.
2 Klik op Afdrukken & faxen.
3 Klik op +.
4 Klik op IP.
5 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld.
6 Klik op Toevoegen.
In Mac OS X versie 10.4 en eerder
1 Klik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen.
2 Dubbelklik op de map Hulpprogramma's.
3 Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.
4 Kies Voeg toe in de printerlijst.
5 Klik op IP.
6 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld.
7 Klik op Toevoegen.
b Voor afdrukken via AppleTalk:
In Mac OS X versie 10.5
1 Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.
2 Klik op Afdrukken & faxen.
3 Klik op +.
4 Klik op AppleTalk.
5 Selecteer de printer uit de lijst.
6 Klik op Toevoegen.
In Mac OS X versie 10.4
1 Klik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen.
2 Dubbelklik op de map Hulpprogramma's.
3 Dubbelklik op Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.
4 Kies Voeg toe in de printerlijst.
5 Selecteer het tabblad Standaardbrowser.
6 Klik op Meer printers.
7 Kies AppleTalk in het eerste pop-upmenu.
8 Selecteer Lokale AppleTalk-zone in het tweede pop-upmenu.
9 Selecteer de printer uit de lijst.
10 Klik op Toevoegen.
De printer op een bedraad netwerk installeren
Gebruik de volgende aanwijzingen om de printer op een bedraad netwerk te installeren. Deze instructies gelden voor ethernet- en glasvezelnetwerkverbindingen.
Controleer het volgende voor u de printer installeert op een bedraad netwerk:
- U hebt de eerste installatie van de printer voltooid.
- De printer is op uw netwerk aangesloten met het juiste type kabel.
Voor Windows-gebruikers
1 Plaats de cd Software en documentatie in de computer.
Wacht totdat het welkomstscherm wordt weergegeven.
Als de cd niet binnen een minuut start, gaat u als volgt te werk:
a Klik op 📋 of op Start en klik vervolgens op Uitvoeren.
b Typ bij Start > Zoeken of Start > Uitvoeren D: \setup.exe. Hierbij staat D voor de letter van uw cd- of dvd-station.
2 Klik op Printer en software installeren.
3 Klik op Akkoord om de licentieovereenkomst te accepteren.
4 Selecteer Aanbevolen en klik vervolgens op Volgende.
Opmerking: als u de printer wilt configureren voor gebruik met een statisch IP-adres via IPv6 of printers wilt configureren via scripts, kiest u Aangepast en volgt u de aanwijzigen op het scherm.
5 Select Aangesloten op bedraad netwerk en klik op Volgende.
6 Selecteer de printerfabrikant in de lijst.
7 Selecteer het printermodel in de lijst en klik op Volgende.
8 Selecteer de printer in de lijst met gevonden netwerkprinters en klik op Voltooien.
Opmerking: als de geconfigureerde printer niet wordt weergegeven, klikt u op Poort toevoegen en volgt u de aanwijzingen op het scherm.
9 Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien.
Voor Macintosh-gebruikers
1 Stel in dat de DHCP-server van het netwerk een IP-adres toewijst aan de printer.
2 Druk vanaf de printer de pagina met netwerkinstellingen af. Zie "Een netwerkconfiguratiepagina afdrukken" op pagina 44 voor meer informatie over het afdrukken van een pagina met netwerkinstellingen.
3 Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het adres in het TCP/IP-gedeelte. U hebt het IP-adres nodig als u de toegang voor computers configureert die zich op een ander subnet bevinden dan de printer.
4 Installeer de stuurprogramma's en voeg de printer toe.
a Installeer een PPD-bestand op de computer:
1 Plaats de cd Software en documentatie in het cd- of dvd-station.
2 Dubbelklik op het installatiepakket voor de printer.
3 Klik in het welkomstvenster op Doorgaan.
4 Klik nogmaals op Doorgaan nadat u het Leesmij-bestand hebt gelezen.
5 Lees de licentieovereenkomst door, klik op Doorgaan en klik vervolgens op Akkoord om akkoord te gaan met de voorwaarden van de overeenkomst.
6 Kies een bestemming en klik op Doorgaan.
7 Klik in het scherm voor eenvoudige installatie op Installeren.
8 Voer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK. Alle benodigde software wordt op de computer geïnstalleerd.
9 Klik op Opnieuw opstarten wanneer de installatie is voltooid. b Voeg de printer toe:
•Voor afdrukken via IP:
1 Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.
2 Klik op Afdrukken & faxen.
3 Klik op +.
4 Klik op IP.
5 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld.
6 Klik op Toevoegen.
In Mac OS X versie 10.4 en eerder
1 Klik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen.
2 Dubbelklik op Hulpprogramma's.
3 Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.
4 Klik op Toevoegen in de printerlijst.
5 Klik op IP.
6 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld.
7 Klik op Toevoegen.
•Voor afdrukken via AppleTalk:
In Mac OS X versie 10.5
1 Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.
2 Klik op Afdrukken & faxen.
3 Klik op +.
4 Klik op AppleTalk.
5 Selecteer de printer uit de lijst.
6 Klik op Toevoegen.
In Mac OS X versie 10.4 en eerder
1 Klik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen.
2 Dubbelklik op Hulpprogramma's.
3 Dubbelklik op Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.
4 Klik op Toevoegen in de printerlijst.
5 Selecteer het tabblad Standaardbrowser.
6 Klik op Meer printers.
7 Kies AppleTalk in het eerste pop-upmenu.
8 Selecteer Lokale AppleTalk-zone in het tweede pop-upmenu.
9 Selecteer de printer uit de lijst.
10 Klik op Toevoegen.
Opmerking: als de printer niet in de lijst verschijnt, moet u deze mogelijk toevoegen met behulp van het IP-adres. Neem contact op met de afdeling voor systeemondersteuning voor hulp.
Poortinstellingen wijzigen na het installeren van een nieuwe netwerk-ISP
Als er een nieuwe Interne oplossingspoort van Lexmark voor het netwerk wordt geïnstalleerd op de printer, moeten de printerconfiguraties worden bijgewerkt op computers die toegang hebben tot de printer, omdat de printer een nieuw IP-adres krijgt toegewezen. Alle computers die toegang hebben tot de printer moeten met dit nieuwe IP-adres worden bijgewerkt om erop te kunnen afdrukken via het netwerk.
Opmerkingen:
- Als de printer een statisch IP-adres heeft dat ongewijzigd blijft, hoeft u de computerconfiguraties niet te wijzigen.
- Als de computers zijn geconfigureerd om op de printer af te drukken met een netwerknaam die ongewijzigd blijft in plaats van met een IP-adres, dan hoeft u de computerconfiguraties niet te wijzigen.
- Als u een draadloze ISP toevoegt aan een printer die eerder voor een bekabelde verbinding was geconfigureerd, zorg er dan voor dat de verbinding met het bekabelde netwerk is verbroken wanneer u de printer configureert om draadloos te werken. Als de bekabelde verbinding in stand blijft, zal de draadloze configuratie worden voltooid, maar zal de draadloze Interne oplossingspoort niet actief zijn. Als de printer voor een draadloze ISP is geconfigureerd terwijl er nog een aansluiting was op een bedrade verbinding, koppel dan de bedrade verbinding los, schakel de printer uit en schakel die vervolgens opnieuw in. Hierdoor wordt de draadloze ISP ingeschakeld.
- Er is slechts één netwerkverbinding tegelijk actief. Als u tussen een bedrade en draadloze verbinding wilt schakelen, moet u de printer eerst uitschakelen, de kabel aansluiten (om te schakelen naar een bedrade verbinding) of de kabel loskoppelen (om te schakelen naar een draadloze verbinding), en vervolgens de printer opnieuw inschakelen.
Voor Windows-gebruikers
1 Druk een pagina met netwerkinstellingen af en noteer het nieuwe IP-adres.
2 Klik op 📄 of op Start en klik vervolgens op Uitvoeren.
3 Typ bij Start > Zoeken of Start > Uitvoeren Printerbeheer.
4 Druk op Enter of klik op OK.
De printermap wordt geopend.
5 Zoek de printer die is gewijzigd.
Opmerking: als er meerdere exemplaren zijn van hetzelfde printermodel, werk ze dan allemaal bij met het nieuwe IP-adres.
6 Klik met de rechtermuisknop op de printer.
7 Klik op Eigenschappen.
8 Klik op het tabblad Poorten.
9 Zoek en selecteer de poort in de lijst.
10 Klik op Poort configureren.
11 Typ het nieuwe IP-adres in het veld "Printernaam of IP-adres". U kunt het nieuwe IP-adres vinden op de pagina met netwerkinstellingen die u bij stap 1 hebt afgedrukt.
12 Klik op OK en daarna op Sluiten.
Voor Macintosh-gebruikers
1 Druk een pagina met netwerkinstellingen af en noteer het nieuwe IP-adres.
2 Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het adres in het TCP/IP-gedeelte. U hebt het IP-adres nodig als u de toegang voor computers configureert die zich op een ander subnet bevinden dan de printer.
3 Voeg de printer toe:
•Voor afdrukken via IP:
a Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.
b Klik op Afdrukken & faxen.
c Klik op +.
d Klik op IP.
e Typ het IP-adres van de printer in het adresveld.
f Klik op Toevoegen.
In Mac OS X versie 10.4 en eerder
a Kies Toepassingen in het menu Ga.
b Dubbelklik op Hulpprogramma's.
c Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.
d Klik op Toevoegen in de printerlijst.
e Klik op IP.
f Typ het IP-adres van de printer in het adresveld.
g Klik op Toevoegen.
•Voor afdrukken via AppleTalk:
In Mac OS X versie 10.5
a Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.
b Klik op Afdrukken & faxen.
c Klik op +.
d Klik op AppleTalk.
e Selecteer de printer uit de lijst.
f Klik op Toevoegen.
In Mac OS X versie 10.4 en eerder
a Kies Toepassingen in het menu Ga.
b Dubbelklik op Hulpprogramma's.
c Dubbelklik op Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.
d Klik op Toevoegen in de printerlijst.
e Selecteer het tabblad Standaardbrowser.
f Klik op Meer printers.
g Kies AppleTalk in het eerste pop-upmenu.
h Selecteer Lokale AppleTalk-zone in het tweede pop-upmenu.
i Selecteer de printer uit de lijst.
j Klik op Toevoegen.
Serieel afdrukken instellen
Bij serieel afdrukken worden gegevens bit voor bit verzonden. Hoewel serieel afdrukken doorgaans trager is dan parallel afdrukken, is dit de methode die de voorkeur heeft als de afstand tussen printer en computer erg groot is, of als er geen verbinding met een betere doorvoersnelheid beschikbaar is.
Nadat u de seriële printer hebt geïnstalleerd, moet u de printer en computer configureren zodat deze kunnen communiceren. Zorg ervoor dat u de seriële kabel hebt aangesloten op de seriële poort van de printer.
1 Stel de parameters in op de printer:
a Blader op het bedieningspaneel van de printer naar het menu met de poortinstellingen.
b Ga naar het submenu met instellingen voor de seriële poort.
c Wijzig zo nodig de instellingen.
d Sla de nieuwe instellingen op.
e Druk een pagina met menu-instellingen af.
2 Installeer het printerstuurprogramma:
a Plaats de cd Software en documentatie in de computer. De cd wordt automatisch gestart. Als de cd niet automatisch wordt gestart, gaat u als volgt te werk:
1 Klik op of op Start en klik vervolgens op Uitvoeren.
2 Typ bij Start > Zoeken of Start > Uitvoeren D: \setup.exe in. Hierbij staat D voor de letter van uw cd-of dvd-station.
b Klik op Printer en software installeren.
c Klik op Akkoord om de licentieovereenkomst voor printersoftware te accepteren.
d Klik op Aangepast.
e Controleer of Onderdelen selecteren is geselecteerd en klik op Volgende.
f Controleer of Lokaal is geselecteerd en klik op Volgende.
g Selecteer de printerfabrikant in het menu.
h Selecteer het printermodel in het menu en klik op Printer toevoegen.
i Klik op + naast het printermodel bij Onderdelen selecteren.
j Controleer of de juiste printerpoort beschikbaar is bij Onderdelen selecteren. Dit is de poort van de computer waarop de seriële kabel is aangesloten. Als de juiste poort niet beschikbaar is, selecteert u de poort in het menu Poort selecteren en klikt u op Poort toevoegen.
k Breng de benodigde wijzigingen in de configuratie-instellingen aan in het venster Nieuwe poort toevoegen. Klik op Poort toevoegen om de poort toe te voegen.
Controleer of het selectievakje naast het geselecteerde printermodel is ingeschakeld.
m Selecteer de overige extra software die u wilt installeren en klik op Volgende.
n Klik op Voltooien om de installatie van de printersoftware af te ronden.
3 Stel de parameters in voor de COM-poort.
Nadat het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, moet u de seriële parameters instellen voor de communicatiepoort (COM) die is toegewezen aan het printerstuurprogramma.
De seriële parameters van de COM-poort moeten overeenkomen met de seriële parameters die u hebt ingesteld op de printer.
a Open Apparaatbeheer.
1 Klik op 📋 of op Start en klik vervolgens op Uitvoeren.
2 Typ bij Start > Zoeken of Start > Uitvoeren devmgmt.msc.
3 Druk op Enter of klik op OK.
Apparaatbeheer wordt geopend.
b Klik op + om de lijst met beschikbare poorten uit te breiden.
c Selecteer de communicatiepoort van de printer waarop u de seriële kabel hebt aangesloten (bijvoorbeeld: COM1).
d Klik op Eigenschappen.
e Geef op het tabblad Poortinstellingen dezelfde seriële parameters op die u hebt ingesteld op de printer. Zoek naar de printerinstellingen in het gedeelte voor seriële instellingen op de pagina met menu-instellingen die u eerder hebt afgedrukt.
f Klik op OK en sluit alle vensters.
g Druk een testpagina af om de printerinstallatie te controleren. Wanneer de testpagina goed wordt afgedrukt, is de printerconfiguratie voltooid.
Minimaliseer de invloed die uw printer op het milieu heeft
Lexmark hecht veel belang aan duurzaamheid en verbetert voortdurend zijn printers om de invloed ervan op het milieu te verminderen. Wij houden bij het ontwerpen rekening met het milieu, maken onze verpakkingen zelf om het materiaalgebruik terug te brengen en zorgen voor inzamel- en recyclingprogramma's. Zie voor meer informatie:
•Het hoofdstuk Kennisgevingen
- Het gedeelte Duurzaamheid van de Lexmark website op www.lexmark.com/environment
- Het Lexmark recyclingprogramma op www.lexmark.com/recycling
Mogelijk kunt u de invloed van uw printer nog verder beperken door bepaalde printerinstellingen of -taken te selecteren. Dit hoofdstuk vat samen welke instellingen en taken een groter voordeel voor het milieu kunnen opleveren.
Papier en toner besparen
Onderzoek heeft aangetoond dat wel 80% van de koolstofvoetafdruk van een printer te maken heeft met papierverbruik. U kunt uw koolstofvoetafdruk aanzienlijk verkleinen door het gebruik van kringlooppapier en door middel van de volgende afdruksuggesties, zoals dubbelzijdig afdrukken en het afdrukken van meerdere pagina's op een enkel vel papier.
Zie "De Ecomodus gebruiken" voor meer informatie over hoe u snel papier en energie kunt besparen door middel van één printerinstelling.
Kringlooppapier gebruiken
Lexmark is een milieubewust bedrijf en stimuleert daarom het gebruik van zakelijk kringlooppapier dat speciaal is geproduceerd voor gebruik in laserprinters. Zie "Kringlooppapier en ander kantoorpapier gebruiken" op pagina 77 voor meer informatie over gerecycled papier dat u kunt gebruiken in uw printer.
Zuinig omgaan met supplies
Er zijn een aantal manieren waarop u de hoeveelheid papier en toner die u gebruikt wanneer u afdrukt, kopieert of faxen ontvangt kunt reduceren. U kunt:
Beide zijden van het papier gebruiken
Als uw printermodel dubbelzijdig afdrukken ondersteunt, kunt u voor een af te drukken document instellen of er op een of twee zijden van het papier moet worden afgedrukt door Dubbelzijdig afdrukken te selecteren in het dialoogvenster Afdrukken of de Lexmark werkbalk.
Meerdere pagina's op een vel papier afdrukken
U kunt maximaal 16 opeenvolgende pagina's van een document met meerdere pagina's afdrukken op een enkel vel papier door een instelling uit het gedeelte N\vel: afdrukken in het dialoogvenster Afdrukken te selecteren.
Kies scannen
Door een document of foto te scannen en vervolgens op te slaan in een computerprogramma, toepassing of flashstation, hoeft u er geen papieren afdruk van te maken. Zie voor meer informatie:
- "E-mail verzenden met het aanraakscherm" op pagina 111
- "Naar een computer scannen" op pagina 145
- "Scannen naar een flashstation" op pagina 146
Uw eerste ontwerp op nauwkeurigheid controleren
Voordat u een document afdrukt of er meerdere kopieën van maakt kunt u het volgende doen:
- Gebruik de Lexmark voorbeeldfunctie, die u kunt selecteren in het dialoogvenster Afdrukken, de Lexmark werkbalk of de display van de printer, om te bekijken hoe het document er uit komt te zien voordat u het afdrukt.
- Druk één exemplaar af van het document om de inhoud en opmaak voor de zekerheid te controleren.
Papierstoringen voorkomen
Kies het juiste papier en plaats het op de juiste wijze om papierstoringen te voorkomen. Zie "Papierstoringen voorkomen" op pagina 278 voor meer informatie.
Afdrukken in zwart-wit
Stel de printer in op Alleen zwart om bij het afdrukken van alle tekst en afbeeldingen alleen de zwarte tonercartridge te gebruiken. Zie "Afdrukken in zwart-wit" op pagina 92 voor meer informatie.
Gebruik instellingen uit Max. snelheid of Max. rendement
Met de instellingen voor Max. snelheid en Max. rendement kunt u kiezen tussen een hogere afdruksnelheid en een hoger rendement van de toner. Max. rendement is de standaardinstelling. Zie "Max. snelheid en Max. rendement gebruiken" op pagina 92 voor meer informatie.
Energie besparen
Ecomodus gebruiken
Gebruik de Ecomodus om snel een of meer manieren te selecteren om de invloed van uw printer op het milieu te beperken.
Opmerking: bekijk de tabel voor meer informatie over de instellingen die worden gewijzigd als u een Ecomodusinstelling selecteert.
| Kies Om | |
| Energie | Hiermee kunt u het energiegebruik beperken, vooral wanneer de printer niet-actief is.De printermotoren starten niet tot er een taak klaar is om af te drukken. Het kan daarom even duren voordat de eerste pagina wordt afgedrukt.De printer gaat over naar de Spaarstandmodus als hij een minuut inactief is geweest.Als de printer overgaat naar de Spaarstandmodus, worden de lampjes van de display van het bedie-ningspaneel en de standaarduitvoerlade uitgeschakeld.De lampjes van de scanner worden alleen geactiveerd als er een scantaak is gestart. |
| Papier | De automatische duplexfunctie inschakelen.Afdruklogfuncties uit te schakelen. |
| Energie/papier | Alle instellingen gebruiken die in verband staan met de Energiemodus en de Papiermodus. |
| Uit | De standaardinstellingen te gebruiken voor alle instellingen die in verband staan met de Ecomodus.Deze instelling ondersteunt de prestatiespecificaties voor uw printer. |
U selecteert als volgt een Ecomodusinstelling:
1 Raak aan op het home-scherm.
2 Raak Instellingen aan.
3 Raak Algemene instellingen aan.
4 Raak Ecomodus aan.
5 Raak de pijltoetsen aan om een instelling te selecteren.
6 Raak Indienen aan.
Wijzigingen indienen verschijnt.
Geluidsniveau van de printer reduceren
Gebruik de Stille modus om het geluid van de printer reduceren.
Opmerking: bekijk de tabel voor meer informatie over de instellingen die worden gewijzigd als u een instelling van de Stille modus selecteert.
| Kies Om | |
| Aan (Tekst/Afbeeldingen)Opmerking: deze instelling is het meest geschikt voor het afdrukken van tekst en afbeeldingen met lijnen. | Het geluid van de printer te reduceren.Afdruktaken worden met de helft van de normale snelheid afgedrukt.De printermotoren starten niet tot er een taak klaar is om af te drukken. Het kan daarom even duren voordat de eerste pagina wordt afgedrukt.De ventilatoren werken minder snel of worden uitgeschakeld.Als uw printer beschikt over een faxfunctie, worden faxgeluiden gereduceerd of uitgeschakeld, ook de geluiden van de faxluidspreker en het belsignaal. De fax staat in de stand-bymodus.Het geluid van de alarminstelling en het catridge-alarm zijn uitgeschakeld.De printer negeert de Advanced start command. |
| Uit (Afbeelding/Foto)Opmerking: als u Foto selecteert vanuit het stuurprogramma, wordt de Stille modus mogelijk uitgeschakeld en worden de afdrukkwaliteit en de afdruksnelheid verbeterd. | De standaardinstellingen te gebruiken. Deze instelling ondersteunt de prestatiespecificaties voor uw printer. |
U selecteert als volgt een instelling van de Stille modus:
1 Raak aan op het home-scherm.
2 Raak Instellingen aan.
3 Raak Algemene instellingen aan.
4 Raak Stille modus aan.
5 Raak de pijltoetsen aan om een instelling te selecteren.
6 Raak Indienen aan.
Wijzigingen indienen verschijnt.
Spaarstand aanpassen
U kunt energie besparen door het aantal minuten dat de printer wacht tot hij overgaat op de Spaarstandmodus verlagen.
De beschikbare instellingen variëren van 1 tot 240 minuten. De standaardinstelling is 30 minuten.
De Embedded Web Server gebruiken
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Instellingen en op Algemene instellingen.
3 Klik op Timeouts.
4 Typ in het vak Spaarstand het aantal minuten dat de printer moet wachten voordat de spaarstand wordt ingeschakeld.
5 Klik op Indienen.
Het bedieningspaneel van de printer gebruiken
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het home-scherm.
3 Raak Instellingen aan.
4 Raak Algemene instellingen aan.
5 Raak de Pijl-omlaag aan tot Timeouts wordt weergegeven.
6 Raak Timeouts aan.
7 Raak de pijltoetsen naast Spaarstandmodus aan om het aantal minuten te selecteren dat de printer moet wachten voor de spaarstandmodus wordt ingeschakeld.
8 Raak Indienen aan.
9 Raak aan.
Helderheid van de display aanpassen
Als u energie wilt besparen of u kunt de display niet goed lezen, dan kunt u de helderheid van de display aanpassen.
Beschikbare instellingen variëren van 20–100. De standaardinstelling is 100.
De Embedded Web Server gebruiken
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Instellingen en op Algemene instellingen.
3 Typ in het vak Helderheid van scherm het helderheidspercentage voor het home-scherm.
4 Klik op Indienen.
Het bedieningspaneel van de printer gebruiken
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het home-scherm.
3 Raak Instellingen aan.
4 Raak Algemene instellingen aan.
5 Raak de pijl-omlaag aan tot Helderheid van scherm wordt weergegeven.
6 Raak de pijltoetsen aan om een instelling te selecteren.
7 Raak Indienen aan.
8 Raak aan.
De standaarduitvoerlade op laag instellen
Om energie te besparen kunt u de uitvoerlampjes voor de standaarduitvoerlade instellen op gedimd of ze uitschakelen.
De beschikbare instellingen zijn Uit, Gedimd en Helder.
In de modus Normaal/Stand-by is de standaardinstelling Helder.
De standaardinstelling voor de Spaarstand is Gedimd.
De Embedded Web Server gebruiken
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Instellingen en op Algemene instellingen.
3 Klik op Uitvoerlamp.
4 Selecteer in de lijst van de Normale/Stand-bymodus de lage instelling die door de standaarduitvoerlade zal worden gebruikt in de modus Gereed of Stand-by.
5 Selecteer in de lijst van de Spaarstand de lage instelling die door de standaarduitvoerlade zal worden gebruikt in de modus Spaarstand.
Opmerking: zie "Spaarstand aanpassen" op pagina 61 voor meer informatie over het uitschakelen van de spaarstand.
6 Klik op Indienen.
Het bedieningspaneel van de printer gebruiken
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het home-scherm.
3 Raak Instellingen aan en vervolgens Algemene instellingen.
4 Raak de Pijl-omlaag aan tot Uitvoerlamp wordt weergegeven.
5 Raak Uitvoerlamp aan.
6 Raak de pijltoets naast Modus Normaal/Stand-by om de lage instellingen te selecteren die de standaarduitvoerlade gebruikt in de modus Gereed of Stand-by.
7 Raak de pijltoets naast Spaarstand aan om de lage instelling te selecteren die de standaarduitvoerlade gebruikt in de modus Gereed of Stand-by.
Opmerking: zie "Spaarstand aanpassen" op pagina 61 voor meer informatie over het uitschakelen van de spaarstand.
8 Raak Indienen aan.
9 Raak aan.
Recycling
Lexmark verzorgt inzamelprogramma's en vooruitstrevende, duurzame benaderingen van recycling. Zie voor meer informatie:
•Het hoofdstuk Kennisgevingen
- Het gedeelte Duurzaamheid van de Lexmark website op www.lexmark.com/environment
- Het Lexmark recyclingprogramma op www.lexmark.com/recycling
Het recyclen van Lexmark-producten
Ga als volgt te werk als u Lexmark-producten voor recycling wilt terugzenden naar Lexmark:
1 Ga naar onze website op www.lexmark.com/recycle.
2 Zoek het producttype dat u wilt recyclen op en selecteer vervolgens uw land in de lijst.
3 Volg de instructies op het scherm van uw computer.
Lexmark verpakkingsmateriaal recyclen
Lexmark streeft voortdurend naar het minimaliseren van het verpakkingsmateriaal. Het gebruiken van minder verpakkingsmateriaal garandeert dat Lexmark printers zo efficiënt en milieuvriendelijk mogelijk worden vervoerd en dat er minder verpakkingsmateriaal hoeft te worden weggegooid. Deze efficiënties leiden tot minder broeikasgassen en het besparen van energie en natuurlijke grondstoffen.
Lexmark dozen zijn 100% recyclebaar op plaatsen waar recyclingvoorzieningen voor golfkarton aanwezig zijn. Zulke voorzieningen zijn mogelijk niet aanwezig in uw omgeving.
Het schuim dat wordt gebruikt in Lexmark verpakkingsmateriaal is recyclebaar op plaatsen waar recyclingvoorzieningen voor schuim aanwezig zijn. Zulke voorzieningen zijn mogelijk niet aanwezig in uw omgeving.
Als u een cartridge terugstuurt naar Lexmark, kunt u de doos gebruiken waarin de cartridge is geleverd. Lexmark zal de doos recyclen.
Lexmark cartridges terugsturen voor hergebruik of recycling
Het Lexmark Inzamelingsprogramma voor cartridges redt jaarlijks miljoenen Lexmark cartridges van de afvalberg door het terugsturen van gebruikte cartridges voor hergebruik of recycling gemakkelijk en gratis te maken voor Lexmark klanten. Honderd procent van de lege cartridges die naar Lexmark worden teruggestuurd wordt hergebruikt of verwerkt voor recycling. De dozen die zijn gebruikt voor het terugsturen van de cartridges worden ook gerecycled.
Om Lexmark cartridges terug te sturen voor hergebruik of recycling, volgt u de instructies op die bij uw printer of cartridge zijn geleverd en gebruikt u het retouretiket. U kunt ook:
1 Onze website bezoeken op www.lexmark.com/recycle.
2 Selecteer in het gedeelte Tonercartridges uw land in de lijst.
3 Volg de instructies op het beeldscherm.
Papier en speciaal afdrukmateriaal laden
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u papier plaatst in de laden voor 550 en 2.000 vel en de universeellader. Hier vindt u ook informatie over de papierafdrukstand, het instellen van de papiersoort en het papierformaat en het koppelen en ontkoppelen van laden.
Papiersoort en papierformaat instellen
De instelling Papierformaat wordt automatisch gedetecteerd aan de hand van de positie van de papiergeleiders in elke lade, behalve bij de standaardlade van 550 vel en de universele lade. U dient de papierformaatinstellingen voor de standaardlade voor 550 vel en de universele lade handmatig in te stellen via het menu Papierformaat. De instelling Papierformaat staat standaard ingesteld op Normaal papier. U dient de instelling Papierformaat handmatig in te stellen voor alle laden waarin geen normaal papier is geplaatst.
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Menu Papier aan.
4 Raak Papierformaat/-soort aan.
5 Druk op de pijlen van de papiersoort voor de gewenste lade tot de juiste instelling voor formaat of soort verschijnt.
6 Raak Indienen aan.
7 Druk op om terug te keren naar het home-scherm.
Instellingen voor Universal papier configureren
Het Universele papierformaat is een door de gebruiker gedefinieerde instelling waarmee u kunt afdrukken op papierformaten die niet vooraf zijn ingesteld in de printermenu's. Stel Papierformaat voor de betreffende lade in op Universal als het gewenste formaat niet beschikbaar is in het menu Papierformaat. Geef vervolgens alle onderstaande instellingen voor het universele formaat voor uw papier op:
•Maateenheden (inch of millimeter)
•Staande Breedte
•Staande hoogte
Opmerking: het kleinste ondersteunde formaat is 76,2 x 127 mm (3 x 5 inch) en het grootste formaat is 216 x 356 mm (8,5 x 14 inch).
Een maateenheid opgeven
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Menu Papier aan.
4 Druk op de pijl-omlaag tot Instelling Universal wordt weergegeven en druk op Instelling Universal.
5 Druk op de linker- of rechterpijl om de gewenste maateenheid te selecteren.
6 Druk op Staand breedte of Staand hoogte.
7 Raak de pijltoetsen aan om de gewenste breedte of hoogte te selecteren.
8 Raak Indienen aan om uw selectie op te slaan.
Selectie indienen verschijnt, gevolgd door het menu Papier.
9 Druk op om terug te keren naar het home-scherm.
Laden vullen
Opmerking: Verwijder een lade nooit tijdens de uitvoering van een afdruktaak of als het bericht Bezig op het bedieningspaneel wordt weergegeven. Dit kan een papierstoring veroorzaken.
1 Trek de lade volledig naar buiten.

2 Druk de breedtegeleiders in en schuif deze naar de juiste positie voor het formaat papier dat u wilt plaatsen. Stel de geleiders in op de juiste positie met behulp van de formaatindicatoren aan de onderkant van de lade.

Papier en speciaal afdrukmateriaal laden
3 Druk de lengtegeleiders in en schuif deze naar de juiste positie voor het formaat papier dat u wilt plaatsen.
Opmerking: De lengtegeleider heeft een vergrendelingsonderdeel. Om de lade te ontgrendelen schuift u de knop op de lengtegeleider naar links. Om de lade te vergrendelen als er een lengte is geselecteerd schuift u de knop terug naar rechts.

4 Buig de vellen enkele malen om ze los te maken en waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak een rechte stapel op een vlakke ondergrond.

5 Plaats de papierstapel tegen de achterkant van de met de aanbevolen afdrukzijde naar boven gericht. De laadlijnen aan de zijkant van de lade geven de maximumhoogte voor het plaatsen van papier aan. Plaats voorbedrukt briefhoofdpapier met het briefhoofd naar voren in de invoerlade.

Papier en speciaal afdrukmateriaal laden
6 Plaats de lade terug.

7 Als u ander soort papier dan anders in de lade plaatst, moet u de instelling voor papiersoort wijzigen.
Afdrukmateriaal in de universeellader plaatsen.
De universele invoerlade wordt gebruikt voor allerlei afdrukmateriaal, waaronder enveloppen.

| 1 | Stapelhoogte-indicator |
| 2 | Ontgrendelingshendel van de lade |
| 3 | Drukhendel van het papier |
| 4 | Papierformaatindicatoren |
| 5 | Breedtegeleider |
| 6 | Ontgrendelingsnokje van de breedtegeleider |
1 Druk de ontgrendelingshendel van de lade naar links en trek dan de universele lade naar beneden.

2 Trek het verlengstuk voorzichtig naar buiten totdat het volledig is uitgetrokken.

3 Buig de vellen papier of speciaal afdrukmateriaal enkele malen om ze los te maken en waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak een rechte stapel op een vlakke ondergrond.
| Papier | ![]() | ![]() | ![]() |
| Enveloppen | ![]() | ![]() | ![]() |
* Raak de afdrukzijde van transparanten niet aan. Zorg dat er geen krassen op komen.

4 Plaats het papier of speciale afdrukmateriaal in de universeellader.Schuif de stapel zo ver mogelijk in de universeellader.

Opmerkingen:
- Laat de stapel niet boven de maximale stapelhoogte uitkomen door te veel papier onder de indicator te duwen.
-Plaats nooit afdrukmateriaal van verschillende formaten en soorten tegelijk.
- Het afdrukmateriaal hoort vlak op de universele lade te liggen.
- Als het afdrukmateriaal te ver in de universele lade is geduwd, drukt u op de drukhendel van het papier om het te verwijderen.
- Plaats enveloppen met de klepzijde omhoog, waarbij het adres van de verzender eerst in de printer wordt ingevoerd.

Let op—Kans op beschadiging: Gebruik geen enveloppen met postzegels, klemmetjes, drukkers, vensters, bedrukte binnenzijde of zelfklevende sluitingen. Het gebruik van deze enveloppen kan de printer ernstig beschadigen.
5 Stel via het bedieningspaneel van de printer het papierformaat en de papiersoort in.
a Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat Gereed wordt weergegeven.
b Raak aan op het beginscherm.
c Raak Paper Menu (Menu Papier) aan.
d Raak Paper Size/Type (Papierformaat/-soort) aan.
e Druk op de pijlen van de papiersoort voor de gewenste lade tot de juiste instelling voor formaat of soort verschijnt.
f Raak Submit (Indienen) aan.
g Druk op om terug te keren naar het beginscherm.
Lade voor 2000 vel vullen
1 Trek de lade naar buiten.
2 Trek de breedtegeleider omhoog en schuif deze naar de juiste positie voor het formaat papier dat u wilt plaatsen.

3 Ontgrendel de lengtegeleider.

Papier en speciaal afdrukmateriaal laden
4 Druk de ontgrendelingshendel van de lengtegeleider in om deze te verhogen, schuif de geleider naar de juiste positie voor het formaat papier dat u wilt plaatsen en vergrendel vervolgens de geleider.

5 Buig de vellen enkele malen heen en weer om ze los te maken. Waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak een rechte stapel op een vlakke ondergrond.

6 Plaats het papier als volgt in de lade:
-Plaats het papier met de afdrukzijde omhoog als u enkelzijdig wilt afdrukken
-Plaats het papier met de afdrukzijde omlaag als u dubbelzijdig wilt afdrukken
Enkelzijdig afdrukken Duplex afdrukken (dubbelzijdig)


Opmerking: de lijn voor de maximale hoeveelheid aan de zijkant van de lade geeft de maximumhoogte voor het geplaatste papier aan. Plaats niet te veel papier in de lade.

7 Plaats de lade terug.
Papier en speciaal afdrukmateriaal laden
Laden koppelen en ontkoppelen
Laden koppelen
Het koppelen van laden is handig bij grote afdruktaken of bij het afdrukken van meerdere exemplaren. Als een van de gekoppelde invoerladen leeg raakt, wordt automatisch de volgende gekoppelde invoerlade gebruikt. Als de instellingen Papierformaat en Papiersoort voor alle laden hetzelfde zijn, worden de laden automatisch gekoppeld. De instelling Papierformaat wordt automatisch gedetecteerd aan de hand van de positie van de papiergeleiders in elke lade, behalve bij de standaardlade van 550 vel en de universele lade. U dient de papierformaatinstellingen voor de standaardlade voor 550 vel en de universele lade handmatig in te stellen via het menu Papierformaat. De instelling Papiersoort moet voor alle laden worden ingesteld via het menu Papiersoort. De menu's Papiersoort en Papierformaat zijn beide beschikbaar vanuit het menu Papierformaat/-soort.
Laden ontkoppelen
Ontkoppelde laden hebben instellingen die afwijken van de instellingen van andere laden.
Als u een lade wilt ontkoppelen, wijzig dan de volgende lade-instellingen, zodat deze niet overeenkomen met de instellingen van andere laden:
- Papiersoort (bijvoorbeeld: Normaal papier, Briefhoofdpapier, Aangepast
De papiersoort omschrijft de eigenschappen van het papier. Als de naam die uw papier het beste omschrijft al aan laden is gekoppeld, wijs dan een andere papiersoortnaam aan de lade toe, zoals Aangepast
•Papierformaat (bijvoorbeeld: Letter, A4 of Statement)
Plaats papier van een ander formaat als u de papierformaatinstelling van een lade automatisch wilt wijzigen. U kunt de papierformaatinstellingen voor de standaardlade voor 550 vel niet automatisch wijzigen; deze dient u handmatig in te stellen via het menu Papierformaat.
Opmerkingen:
- Wijs geen papiersoortnaam toe die de in de lade geplaatste papiersoort niet nauwkeurig omschrijft. De temperatuur van het verhittingsstation is afhankelijk van de opgegeven papiersoort. Als een verkeerde papiersoort is geselecteerd, wordt het papier mogelijk niet goed verwerkt.
- Als het materiaal dat u heeft geplaatst kleiner is dan de papierformaatinstelling, is het mogelijk dat uw tekst of afbeeldingen niet op het materiaal passen.
Een aangepaste papiersoortnaam toewijzen
Wijs een aangepaste papiersoortnaam aan een lade toe bij het koppelen of ontkoppelen van de lade.
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Paper Menu (Menu Papier) aan.
4 Raak Paper Size/Type (Papierformaat/-soort) aan.
5 Druk op de pijlen van de papiersoort voor de gewenste lade tot de juiste aangepaste soort verschijnt.
6 Raak het nummer van de lade of MP Feeder Type (Soort U-lader) aan.
7 Raak Submit (Indienen) aan.
Naam voor Aangepast wijzigen
U kunt de Embedded Web Server of MarkVision ^TM gebruiken om een andere naam dan Custom Type
Een Custom Type
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik onder Standaardinstellingen op Paper Menu (Menu Papier).
4 Klik op Custom Names (Aangepaste namen).
5 Typ een naam voor de papiersoort in een vak Aangepaste naam
Opmerking: Deze aangepaste naam komt op de plaats van de naam van een aangepaste papiersoort
6 Klik op Verzenden.
7 Klik op Custom Types (Aangepaste soorten).
Aangepaste soorten wordt weergegeven, gevolgd door de aangepaste naam.
8 Selecteer een instelling voor Paper Type (Papiersoort) uit de lijst naast de aangepaste naam.
9 Klik op Verzenden.
Richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal
Richtlijnen voor papier
Papierkenmerken
De volgende papierkenmerken zijn van invloed op de afdrukkwaliteit en de betrouwbaarheid van de papierinvoer. Houd rekening met deze kenmerken wanneer u een nieuw type papier overweegt.
Gewicht
De printer kan automatisch papier met een gewicht van 60 tot 220 g/m ^2 met de vezel in lengterichting invoeren. Papier dat lichter is dan 60 g/m ^2 is mogelijk niet stevig genoeg om correct te worden ingevoerd, waardoor papierstoringen kunnen optreden. Het beste resultaat bereikt u met papier van 75 g/m ^2 met de vezel in de lengterichting. Voor papier dat kleiner is dan 182 x 257 mm raden wij u papier van 90 g/m ^2 of zwaarder aan.
Opmerking: Duplex wordt alleen ondersteund bij papiergewichten van 63 – 170 g/m².
Krullen
Krullen is de neiging van papier om bij de randen om te buigen. Als afdrukmedia te veel krult, kan dat problemen opleveren bij het invoeren. Papier kan omkrullen nadat het door de printer is gevoerd en daarbij is blootgesteld aan hoge temperaturen. Als u papier in hete, vochtige, koude of droge omstandigheden buiten de verpakking of in de laden bewaart, kan het papier omkrullen voordat erop wordt afgedrukt. Dit kan invoerproblemen veroorzaken.
Gladheid
De gladheid van papier is rechtstreeks van invloed op de afdrukkwaliteit. Als papier te ruw is, wordt toner er niet goed op gefixeerd. Te glad papier kan invoerproblemen of problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken. Gebruik papier met een gladheid tussen de 100 en 300 Sheffield-punten. Een gladheid tussen de 150 en 200 Sheffield-punten geeft echter de beste afdrukkwaliteit.
Vochtgehalte
De hoeveelheid vocht in papier is van invloed op de afdrukkwaliteit en bepaalt tevens of het papier goed door de printer kan worden gevoerd. Laat het papier in de originele verpakking tot u het gaat gebruiken. Het papier wordt dan niet blootgesteld aan de negatieve invloed van wisselingen in de luchtvochtigheid.
Laat het papier gedurende 24 tot 48 uur vóór het afdrukken in de originele verpakking en in dezelfde omgeving als de printer acclimatiseren. Verleng de acclimatiseringsperiode met enkele dagen als de opslag- of transportomgeving erg afwijkt van de printeromgeving. Dik papier kan een langere acclimatiseringsperiode nodig hebben.
Vezelrichting
Deze term heeft betrekking op de richting van de vezels in een vel papier. Vezels lopen ofwel in de lengterichting van het papier of in de breedterichting.
Voor papier van 60 tot 135 g/m² worden vezels in de lengterichting aanbevolen. Voor papier dat zwaarder is dan 135 g/m² verdient de breedterichting de voorkeur.
Vezelgehalte
Kwalitatief hoogwaardig xerografisch papier bestaat meestal voor 100% uit chemisch behandelde houtpulp. Papier met deze samenstelling is zeer stabiel, zodat er minder problemen optreden bij de invoer en de afdrukkwaliteit beter is. Als papier andere vezels bevat, bijvoorbeeld van katoen, kan dat eerder leiden tot problemen bij de verwerking.
Papier kiezen
Het gebruik van het juiste papier voorkomt storingen en zorgt ervoor dat u probleemloos kunt afdrukken.
U kunt als volgt papierstoringen of een slechte afdrukkwaliteit voorkomen:
- Gebruik altijd nieuw, onbeschadigd papier.
- Voordat u papier plaatst, moet u weten wat de geschiktste afdrukzijde is. Dit staat meestal op de verpakking vermeld.
- Gebruik geen papier dat u zelf op maat hebt gesneden of geknipt.
- Gebruik nooit papier van verschillend formaat, gewicht of soort in dezelfde papierbron. Dit leidt tot storingen in de doorvoer.
- Gebruik geen gecoat papier, tenzij het speciaal is ontworpen voor elektrofotografisch afdrukken.
Voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier kiezen
Volg deze richtlijnen als u voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier kiest:
- Gebruik papier met de vezel in lengterichting voor papier van 60 tot 90 g/m ^2 .
- Gebruik alleen formulieren en briefhoofdpapier die zijn gelithografeerd of gegraveerd.
- Gebruik geen papier met een ruw of grof gestructureerd oppervlak.
Gebruik papier dat is bedrukt met hittebestendige inkt en dat geschikt is voor kopieerapparaten. De inkt moet bestand zijn tegen temperaturen van 190°C zonder te smelten of schadelijke stoffen af te geven. Gebruik geen inkten die worden beïnvloed door de hars in de toner. Inktsoorten op basis van water of olie zouden aan deze vereisten moeten voldoen. Latex-inkt zou echter problemen kunnen opleveren. Neem in geval van twijfel contact op met uw papierleverancier.
Voorbedrukt papier, zoals briefhoofdpapier, moet bestand zijn tegen temperaturen tot 190°C zonder te smelten of gevaarlijke stoffen af te geven.
Kringlooppapier en ander kantoorpapier gebruiken
Lexmark is een milieubewust bedrijf en stimuleert daarom het gebruik van kringlooppapier dat speciaal is geproduceerd voor gebruik in laserprinters (elektrofotografisch).
Hoewel er niet per definitie kan worden gesteld dat alle soorten kringlooppapier correct kunnen worden ingevoerd, test Lexmark doorlopend papiersoorten die vallen in de categorie op maat gesneden kringlooppapier voor kopieerapparaten, die wereldwijd verkrijgbaar zijn. Deze vakkundige tests worden uiterst nauwkeurig en methodisch uitgevoerd. Er worden veel factoren in beschouwing genomen, zowel op zichzelf als in samenwerking, waaronder de volgende:
- Hoeveelheid hergebruikt materiaal (Lexmark test maximaal 100% van het hergebruikte materiaal.)
-
De temperatuur en luchtvochtigheid (de testruimtes simuleren klimaten van overal ter wereld.)
-
Vochtgehalte (papier voor zakelijk gebruik moet een laag vochtgehalte hebben: 4–5%.)
- De buigweerstand en de stijfheid van het papier zorgen voor een optimale invoer in de printer.
- Dikte (heeft invloed op de hoeveelheid papier die in een lade kan worden geplaatst)
- Ruwheid van oppervlak (gemeten in Sheffield-eenheden, heeft invloed op de afdrukhelderheid en hoe goed de toner aan het papier hecht)
- Oppervlakfrictie (bepaalt hoe makkelijk vellen van elkaar kunnen worden gescheiden)
- Vezels en vorming (heeft invloed op omkrullen, dat weer invloed heeft op de manier waarop het papier zich door de printer beweegt)
- Helderheid en textuur (uiterlijk en gevoel)
Kringlooppapier heeft een betere kwaliteit dan ooit. Echter, de hoeveelheid hergebruikt materiaal in papier heeft invloed op de controle over ongewenste effecten. En hoewel het gebruik van kringlooppapier een goede manier is om op een milieubewuste manier af te drukken, is deze methode niet perfect. De energie die nodig is om inkte verwijderen en om toevoegingen zoals kleuren en "lijm" te verwerken, levert vaak een grotere koolstofuitstoot op dan de productie van normaal papier. Echter, over het geheel genomen verbetert het gebruik van kringlooppapier het resourcemanagement.
Lexmark houdt zich bezig met verantwoordelijk papiergebruik in het algemeen, gebaseerd op de beoordeling van de levenscycli van zijn producten. Om een beter begrip te krijgen van de invloed die printers op het milieu hebben, heeft het bedrijf een aantal beoordelingen van levenscycli uitgevoerd en geconcludeerd dat papier de grootste bijdrage levert (maximaal 80%) aan de koolstofuitstoot tijdens de levensduur van een apparaat (van het ontwerp tot het einde van de levensduur). De reden hiervoor is dat de productieprocessen van papier veel energie verbruiken.
Daarom zoekt Lexmark naar manieren om klanten en partners te informeren over het minimaliseren van de invloed van papier. Het gebruik van kringlooppapier is één manier. Het voorkomen van overmatig en onnodig papierverbruik is een andere manier. Lexmark beschikt over de juiste middelen om klanten te helpen hun benodigde hoeveelheid afdruk- en kopieermateriaal te minimaliseren. Daarnaast moedigt het bedrijf klanten aan om papier te kopen van leveranciers die een bijdrage willen leveren aan duurzame bosbouw.
Lexmark keurt bepaalde leveranciers af, maar er is een lijst beschikbaar met vergelijkbare producten voor speciale toepassingen. De volgende richtlijnen voor papierkeuze zullen de invloed van afdrukken op het milieu beperken:
1 Minimaliseer het papierverbruik.
2 Wees kritisch ten aanzien van de herkomst van houtvezel. Koop papier van leveranciers die beschikken over certificeringen als FSC (Forestry Stewardship Council) of PEFC (The Program for the Endorsement of Forest Certification). Deze certificeringen garanderen dat de papierleverancier houtpulp gebruikt dat afkomstig is van boseigenaars die duurzaam en sociaal verantwoordelijk bosbeheer en herbebossing toepassen.
3 Kies het meest geschikte papier voor het afdrukken: normaal gecertificeerd papier van 75 of 80 g/m², papier met een lager papiergewicht of kringlooppapier.
Voorbeelden van ongeschikt papier
Onderzoeksresultaten geven aan dat de volgende papiersoorten niet geschikt zijn voor gebruik in een laserprinter:
- Chemisch bewerkt kopieerpapier dat geen carbonpapier bevat, ook bekend als papier zonder carbon
- Voorbedrukt papier dat chemische stoffen bevat die het papier mogelijk aantasten
- Voorbedrukt papier dat kan worden aangetast door de temperatuur in het verhittingsstation van de printer
- Voorbedrukt papier waarvoor registratie (nauwkeurige positionering van het afdrukgebied op de pagina) van meer dan ±2,3 mm (±0,9 inch) is vereist, zoals OCR-formulieren (optical character recognition; optische tekenherkenning). In sommige gevallen kan de registratie via een softwaretoepassing worden aangepast, waardoor afdrukken op deze formulieren toch mogelijk is.
•Coated papier (uitwisbaar bankpostpapier), synthetisch papier, thermisch papier
- Papier met ruwe randen, papier met een ruw of grof gestructureerd oppervlak, gekruld papier
•Kringlooppapier dat niet voldoet aan de norm EN12281:2002 (Europese standaard)
•Papier lichter dan 60 g/m ^2 .
- Formulieren of documenten die uit meerdere delen bestaan
Ga naar de website van Lexmark op www.lexmark.com voor meer informatie. Algemene informatie over duurzaamheid kunt u vinden via de koppeling Duurzaamheid.
Papier bewaren
Houd de volgende richtlijnen voor het bewaren van papier aan om een regelmatige afdrukkwaliteit te garanderen en te voorkomen dat er papierstoringen ontstaan.
- Ukunt het papier het beste bewaren in een omgeving met een temperatuur van 21 °C en een relatieve vochtigheid van 40%. De meeste fabrikanten van etiketten bevelen een omgeving aan met een temperatuur tussen 18 en 24 °C en een relatieve vochtigheid van 40% tot 60%.
- Zet dozen papier, indien mogelijk, liever niet op de vloer, maar op een pallet of een plank.
- Zet losse pakken op een vlakke ondergrond.
-Plaats niets boven op de losse pakken met papier.
Ondersteunde papierformaten, -soorten en - gewichten
In de volgende tabellen vindt u informatie over standaard- en optionele invoerbronnen en de papiersoorten die de laden ondersteunen.
Opmerking: als een papierformaat niet in de lijst staat, configureert u een universeel papierformaat.
Ondersteunde papierformaten
De afmetingen zijn alleen van toepassing op simplex (enkelzijdig) afdrukken. Het minimumformaat voor duplex (dubbelzijdig) afdrukken is 139,7 x 210 mm (5,50 x 8,27 inch).
| Papierformaat Afmetingen Standaardlade | voor 550 vel(lade 1) | Optionele lade voor 550 vel | Optionele lade voor 2.000 vel | Universele lade | Optionele lade voor 550 vel speciaal materiaal | |
| A4 | 210 x 297 mm(8,27 x 11,7 inch) | √ | √ | √ | √ | √ |
| A5 | 148 x 210 mm(5,83 x 8,27 inch) | √ | √ | X | √ | √ |
| A6 105 x 148 mm (4,13 x 5,83 inch) | XXX | √ | √ | |||
| * Met deze formaatinstelling wordt de envelop ingedeeld op basis van de afmetingen 215,9 x 355,6 mm (8,5 x 14 inch), tenzij een ander formaat wordt opgegeven door de toepassing. | ||||||
| Papierformaat Afmetingen | Standaardlade | voor 550 vel(lade 1) | Optionele lade voor 550 vel | Optionele lade voor 2.000 vel | Universele lade | Optionele lade voor 550 vel speciaal materiaal |
| JIS B5 182 x 257 mm | (7,17 x 10,1 inch) | √ | √ | X | √ | √ |
| Letter | 215,9 x 279,4 mm(8,5 x 11 inch) | √ | √ | √ | √ | √ |
| Legal | 215,9 x 355,6 mm(8,5 x 14 inch) | √ | √ | √ | √ | √ |
| Executive 184,2 x 266,7 | mm(7,25 x 10,5 inch) | √ | √ | X | √ | √ |
| Oficio (Mexico) 215,9 x | 340,4 mm(8,5 x 13,4 inch) | √ | √ | X | √ | √ |
| Folio | 215,9 x 330,2 mm(8,5 x 13 inch) | √ | √ | X | √ | √ |
| Statement | 139,7 x 215,9 mm(5,5 x 8,5 inch) | XXX | √ | √ | ||
| UniversalOpmerking: schakelFormaatdetectie uitom universeleformaten te ondersteunen die dichtbij destandaardformatenvan materialen liggen. | 148 x 210 mm tot215,9 x 355,6 mm(5,83 x 8,27 inch tot8,5 x 14 inch) | √ | √ | X | √ | √ |
| 76,2 x 127 mm(3 x 5 inch) tot215,9 x 355,6mm (8,5 x 14 inch) | XXX | √ | √ | |||
| 76,2 x 127 mm(3 x 5 inch) tot215,9 x 914,4mm (8,5 x 36 inch) | XXXX | √ | ||||
| 76,2 x 127 mm(3 x 5 inch) tot215,9 x 1.219,2mm (8,5 x 48 inch) | XXXX | √ | ||||
| 7 3/4-envelope (Monarch) | 98,4 x 190,5 mm(3,875 x 7,5 inch) | XXX | √ | √ | ||
| 9-envelop 98,4 x 226,1 | mm(3,875 x 8,9 inch) | XXX | √ | √ | ||
| Com 10-envelop 104,8 | x 241,3 mm(4,12 x 9,5 inch) | XXX | √ | √ | ||
| DL-envelop | 110 x 220 mm(4,33 x 8,66 inch) | XXX | √ | √ | ||
| * Met deze formaatinstelling wordt de envelop ingedeeld op basis van de afmetingen 215,9 x 355,6 mm (8,5 x 14 inch),tenzij een ander formaat wordt opgegeven door de toepassing. | ||||||
| C5-envelop 162 x 229 mm(6,38 x 9,01 inch) | X X X | √ | √ | |||
| B5-envelop | 176 x 250 mm(6,93 x 9,84 inch) | X X X | √ | √ | ||
| Andere envelop* | 85,7 x 165 mm tot 215,9 x 355,6 mm(3,375 x 6,50 inch tot 8,5 x 14 inch) | X X X | √ | √ | ||
| * Met deze formaatinstelling wordt de envelop ingedeeld op basis van de afmetingen 215,9 x 355,6 mm (8,5 x 14 inch), tenzij een ander formaat wordt opgegeven door de toepassing. | ||||||
Ondersteunde papiergewichten en -soorten
De printer ondersteunt papiergewichten van 60-220 g/m².
Opmerking: afdrukken op etiketten, transparanten, enveloppen en karton gaat altijd met een lagere snelheid.
| Papiersoort Standaardlade voor 550 vel (lade 1) | Optionele lade voor 550 vel | Optionele lade voor 2.000 vel | Universele lade | Optionele lade voor 550 vel speciaal afdruk-materiaal | |
| Papier•Normaal•Bankpost•Gekleurd•Aangepast< x>•Briefhoofdpapier•Voorbedrukt papier•Licht•Glossy•Zwaar•Zware Glossy•Ruw/katoen•Kringlooppapier | √ | √ | √ | √ | √ |
| Karton X | √ | √ | √ | √ | |
| Transparanten* | √ | √ | X | √ | √ |
| Etiketten•Papier•Vinyl | √ | √ | X | √ | √ |
| Papiersoort Standaardlade voor 550 vel (lade 1) | Optionele lade voor 550 vel | Optionele lade voor 2.000 vel | Universele lade | Optionele lade voor 550 vel speciaalafdruk-materiaal |
| Glossy papier X | √ | √ | √ | |
| Enveloppen X X X | √ | |||
| * Gebruik geen inkjet- of 3M CG3710-transparanten. | ||||
Printing (Bezig met afdrukken)
Dit hoofdstuk bevat informatie over afdrukken, printerrapporten en het annuleren van taken. De keuze en de verwerking van papier en speciaal afdrukmateriaal kunnen de betrouwbaarheid van het afdrukken beïnvloeden. Raadpleeg "Papierstoringen voorkomen" op pagina 278 en "Papier bewaren" op pagina 79 voor meer informatie.
Een document afdrukken
Een document afdrukken
1 Stel vanuit het bedieningspaneel van de printer in het menu Papier de papiersoort en het papierformaat in, overeenkomstig het geladen papier.
2 Verstuur de afdruktaak:
Voor Windows-gebruikers
a Open het gewenste document en klik op Bestand → Afdrukken.
b Klik op Eigenschappen, Voorkeuren, Opties of Instellen en pas de instelling zonodig aan.
Opmerking: als u op een bepaald formaat of soort papier wilt afdrukken, past u de instellingen voor formaat en soort aan op het geladen papier, of selecteert u de betreffende lade of lader.
c Klik op OK en klik op Afdrukken.
Voor Macintosh-gebruikers
a Pas de instellingen naar wens aan in het dialoogvenster Pagina-instelling:
1 Open een document en selecteer Archief > Pagina-instelling.
2 Kies een papierformaat of maak een aangepast formaat dat overeenkomt met het geladen papier.
3 Klik op OK.
b Pas de instellingen naar wens aan in het dialoogvenster Druk af:
1 Open het gewenste bestand en kies Archief > Druk af.
Klik zo nodig op het driehoekje om meer opties weer te geven.
2 Pas vanuit het dialoogvenster Druk af en de pop-upmenu's de instellingen zonodig aan.
Opmerking: als u op een bepaald soort papier wilt afdrukken, past u de instellingen voor soort aan op het geladen papier, of selecteert u de betreffende lade of lader.
3 Klik op Druk af.
Afdrukken op speciale media
Tips voor het gebruik van briefhoofdpapier
- Gebruik briefhoofdpapier dat speciaal is ontworpen voor laserprinters.
- Maak eerst enkele proefafdrukken op het briefhoofdpapier voordat u er grote hoeveelheden van aanschaft.
- Waaier de stapel uit voordat u het briefhoofdpapier plaatst, zodat de vellen niet aan elkaar blijven plakken.
- Wanneer u wilt afdrukken op briefhoofdpapier, is het belangrijk om de juiste afdrukstand in te stellen. Hier vindt u meer informatie over het laden van briefhoofdpapier:
—"Laden vullen" op pagina 66
—“Afdrukmateriaal in de universeellader plaatsen.” op pagina 68
Tips voor het afdrukken op transparanten
Maak eerst enkele proefafdrukken voordat u grote hoeveelheden transparanten aanschaft.
Houd u aan de volgende richtlijnen wanneer u wilt afdrukken op transparanten:
- U kunt transparanten invoeren vanuit elke lade of lader, met uitzondering van de optionele lade voor 2000 vel.
- Gebruik transparanten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Informeer bij de fabrikant of de leverancier of de transparanten bestand zijn tegen temperaturen tot 170°C zonder dat ze smelten, verkleuren, verschuiven of schadelijke stoffen afgeven.
- Zorg ervoor dat er geen vingerafdrukken op de transparanten komen. Dit kan namelijk een slechte afdrukkwaliteit tot gevolg hebben.
- Waaier de stapel uit voordat u de transparanten plaatst, zodat de vellen niet aan elkaar blijven plakken.
- Wij adviseren voor transparanten van Letter-formaat het Lexmark artikelnummer 12A8240 en voor transparanten van A4-formaat Lexmark artikelnummer 12A8241.
Tips voor het afdrukken op enveloppen
Maak eerst enkele proefafdrukken voordat u grote hoeveelheden enveloppen aanschaft.
Houd u aan de volgende richtlijnen wanneer u wilt afdrukken op enveloppen:
- Gebruik enveloppen die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Informeer bij de fabrikant of de leverancier of de enveloppen bestand zijn tegen temperaturen tot 190°C zonder dat ze sluiten, kreukelen, buitensporig krullen of schadelijke stoffen afgeven.
- Het beste resultaat bereikt u met enveloppen die zijn gemaakt van papier met een gewicht van 90 g/m ^2 . Gebruik enveloppen met een gewicht van maximaal 105 g/m ^2 , mits het katoengehalte lager is dan 25%. Katoenen enveloppen mogen niet zwaarder zijn dan 90 g/m ^2 .
- Gebruik alleen nieuwe enveloppen.
- Voor de beste prestaties en een minimumaantal papierstoringen wordt u aangeraden geen enveloppen te gebruiken die:
-gemakkelijk krullen;
—aan elkaar kleven of beschadigd zijn;
—vensters, gaten, perforaties, uitsnijdingen of reliëf bevatten;
—metalen klemmetjes, strikken of vouwklemmetjes bevatten;
—zijn samengevouwen;
-zijn voorzien van postzegels;
- een (gedeeltelijk) onbedekte plakstrook hebben als de klepzijde is gesloten of is dichtgeplakt;
-gebogen hoeken hebben;
—een ruwe, geplooide of gelaagde afwerking hebben.
- Pas de breedtegeleiders aan zodat deze overeenkomen met de breedte van de enveloppen.
Opmerking: Een combinatie van hoge luchtvochtigheid (boven 60%) en hoge printertemperaturen kunnen de enveloppen kreuken of sluiten.
Tips voor het afdrukken op etiketten
Maak eerst enkele proefafdrukken voordat u grote hoeveelheden etiketten aanschaft.
Opmerking: Gebruik alleen papieren etiketten. Vinyletiketten, etiketten voor apotheken en dubbelzijdige etiketten worden niet ondersteund.
Raadpleeg de Card Stock & Label Guide (alleen Engelstalig) voor meer informatie over het afdrukken, de kenmerken en het ontwerp van etiketten. U vindt deze publicatie op de website van Lexmark, op
Houd u aan de volgende richtlijnen wanneer u wilt afdrukken op etiketten:
- Gebruik etiketten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Controleer het volgende bij de fabrikant of verkoper:
- De etiketten kunnen tegen een blootstelling aan temperaturen van 190°C en plakken niet vast, krullen niet om en kreuken niet en geven bij deze temperaturen geen gevaarlijke stoffen af.
- Etikettenlijm, de voorzijde (bedrukbaar materiaal) en coating zijn bestand tegen 25 psi (172 kPa) druk zonder delaminatie, lekken aan de randen of het vrijkomen van gassen.
- Gebruik geen etiketten met glad rugmateriaal.
- Gebruik geen etikettenvellen waarop etiketten ontbreken. Etiketten van incomplete vellen kunnen losraken tijdens het afdrukken, waardoor een storing kan ontstaan bij het afdrukken. Door incomplete vellen kan er ook lijm in de printer of op de cartridges terechtkomen, waardoor de garantie voor de printer en de cartridge kan komen te vervallen.
- Gebruik geen etiketten waarvan de lijm aan de oppervlakte ligt.
- Druk niet af binnen 1 mm vanaf de rand van het etiket, vanaf de perforaties of tussen de snijranden van de etiketten.
- Controleer of de kleefzijde van de etiketten niet buiten de randen van het vel uitsteekt. Gebruik bij voorkeur vellen waarop de lijm gericht is aangebracht op minstens 1 mm vanaf de randen. De lijm kan in de printer terecht komen, hetgeen gevolgen kan hebben voor de garantie op de printer.
- Als gericht aangebrachte lijm niet mogelijk is, dient u een strook van 1,6 mm te verwijderen van de voorste (bovenste) rand en moet u lijm gebruiken die niet lekt.
- Druk bij voorkeur af in de afdrukstand Staand, vooral bij het afdrukken van streepjescodes.
Tips voor het afdrukken op karton
Karton is een zwaar, eenlaags speciaal afdrukmateriaal. Veel variabele kenmerken ervan, zoals vochtgehalte, dikte en structuur, kunnen de afdrukkwaliteit aanzienlijk beïnvloeden. Maak eerst enkele proefafdrukken voordat u grote hoeveelheden karton aanschaft.
Houd u aan de volgende richtlijnen wanneer u wilt afdrukken op karton:
•Zorg ervoor dat de Papiersoort Karton is.
- Selecteer de juiste instelling voor Papierstructuur.
- Houd er rekening mee dat voorbedrukt, geperforeerd en gekreukt materiaal de afdrukkwaliteit aanzienlijk kan beïnvloeden en het vastlopen van papier of andere verwerkingsproblemen kan veroorzaken.
- Informeer bij de fabrikant of de leverancier of het karton bestand is tegen temperaturen tot 190 °C zonder dat er schadelijke stoffen vrijkomen.
- Gebruik geen voorbedrukt karton dat chemische stoffen bevat die schadelijk kunnen zijn voor de printer.
Voorbedrukt materiaal kan tot gevolg hebben dat halfvloeibare en vluchtige stoffen in de printer terechtkomen.
- Gebruik indien mogelijk karton met vezels in de breedterichting.
Afdrukken van vertrouwelijke taken en andere taken in wacht
Afdruktaken in de wachtstand zetten
Als u een afdruktaak naar de printer verzendt, kunt u opgeven dat de taak in het printergeheugen moet worden opgeslagen totdat u de taak start via het bedieningspaneel. Alle afdruktaken die bij de printer zelf kunnen worden uitgevoerd door de gebruiker, worden taken in wacht genoemd.
Opmerking: Vertrouwelijke, gecontroleerde, gereserveerde en herhaalde afdruktaken kunnen worden verwijderd als de printer extra geheugen nodig heeft voor de verwerking van andere wachttaken.
| Soort taak Beschrijving | |
| Vertrouwelijk | Wanneer u een vertrouwelijke afdruktaak naar de printer verzendt, dient u een pincode via de computer te maken. De pincode moet bestaan uit vier cijfers van 0 tot en met 9. De afdruktaak wordt vervolgens in het printergeheugen opgeslagen totdat u de pincode invoert via het bedieningspaneel van de printer en aangeeft of u de taak wilt afdrukken of verwijderen. |
| Verify (Gecontroleerd) | Als u een gecontroleerde afdruktaak verzendt, wordt één exemplaar afgedrukt en blijven de overige exemplaren in het printergeheugen bewaard. U kunt zo controleren of dit eerste exemplaar naar wens is, voordat u de overige exemplaren afdrukt. Zodra alle exemplaren zijn afgedrukt, wordt de afdruktaak automatisch uit het printergeheugen verwijderd. |
| Reserve (Gereserveerd) | Als u een gereserveerde afdruktaak verzendt, wordt de taak niet onmiddellijk afgedrukt. Deze wordt in het geheugen opgeslagen zodat u de taak later kunt afdrukken. De taak wordt bewaard in het geheugen totdat u de taak verwijdert uit het menu Taken in wacht. |
| Repeat (Herhaald) | Als u een herhaalde afdruktaak naar de printer stuurt, worden alle door u opgegeven exemplaren afgedrukt en wordt de afdruktaak in het printergeheugen opgeslagen, zodat u later nog meer exemplaren kunt afdrukken. U kunt exemplaren blijven afdrukken zolang de afdruktaak zich in het printergeheugen bevindt. |
Andere typen wachttaken zijn:
• Profielen van verschillende bronnen, waaronder Lexmark Document Solutions Suite (LDSS)
-Formulieren uit een kiosk
- Bladwijzers
- Niet-afgedrukte taken, ook wel geparkeerde taken genoemd
Vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij afdrukken via Windows
Opmerking: Vertrouwelijke en gecontroleerde afdruktaken worden automatisch verwijderd uit het geheugen nadat ze zijn afgedrukt. Herhaalde en gereserveerde taken blijven in de printer bewaard totdat u ze verwijdert.
1 Open het gewenste bestand en klik op File (Bestand) → Print (Afdrukken).
2 Klik op Properties (Eigenschappen), Preferences (Voorkeuren), Options (Options) of Setup (Instellen).
3 Klik op Other Options (Overige opties) en klik vervolgens op de optie Print and Hold (Afdruk- en wachttaken).
4 Selecteer de soort taak (Vertrouwelijk, Gereserveerd, Herhaald of Gecontroleerd) en wijs er vervolgens een gebruikersnaam aan toe. Voer voor een vertrouwelijke taak ook een viercijferige PIN-code in.
5 Klik op OK of Print (Afdrukken) en ga naar de printer om de taak vrij te geven.
6 Raak Held jobs (Taken in wacht) aan op het beginscherm.
7 Raak uw gebruikersnaam aan.
Opmerking: er kunnen maximaal 500 resultaten worden weergegeven voor taken in wacht. Als uw naam niet wordt weergegeven, raakt u de pijl-omlaag aan tot uw naam wordt weergegeven. Als er veel taken in wacht in de printer zijn opgeslagen, kunt u ook Taken in wacht zoeken aanraken.
8 Raak Confidential Jobs (Beveiligde taken) aan.
9 Voer uw pincode in.
10 Raak de taak aan die u wilt afdrukken.
11 Raak Print (Afdrukken) aan of raak eerst de pijltoetsen aan om het aantal exemplaren te verhogen en raak vervolgens Print (Afdrukken) aan.
Vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij afdrukken vanaf een Macintosh-computer
Opmerking: Vertrouwelijke en gecontroleerde afdruktaken worden automatisch verwijderd uit het geheugen nadat ze zijn afgedrukt. Herhaalde en gereserveerde taken blijven in de printer bewaard totdat u ze verwijdert.
1 Open het gewenste bestand en kies File (Archief) > Print (Druk af).
Klik zo nodig op een driehoekje om meer opties weer te geven.
2 In het pop-upmenu Aantal en pagina's of het pop-upmenu Algemeen selecteert u Job Routing (Taken doorsturen).
3 Selecteer de soort taak (Vertrouwelijk, Gereserveerd, Herhaald of Gecontroleerd) en wijs er vervolgens een gebruikersnaam aan toe. Voer voor een vertrouwelijke taak ook een viercijferige PIN-code in.
4 Klik op OK of Afdrukken en ga naar de printer om de taak vrij te geven.
5 Raak Held jobs (Taken in wacht) aan op het beginscherm.
6 Raak uw gebruikersnaam aan.
Opmerking: er kunnen maximaal 500 resultaten worden weergegeven voor taken in wacht. Als uw naam niet wordt weergegeven, raakt u de pijl-omlaag aan tot uw naam wordt weergegeven. Als er veel taken in wacht in de printer zijn opgeslagen, kunt u ook Taken in wacht zoeken aanraken.
7 Raak Confidential Jobs (Beveiligde taken) aan.
8 Voer uw pincode in.
9 Raak de taak aan die u wilt afdrukken.
10 Raak Print (Afdrukken) aan of raak eerst de pijltoetsen aan om het aantal exemplaren te verhogen en raak vervolgens Print (Afdrukken) aan.
Afdrukken vanaf een flashstation
Op het bedieningspaneel van de printer bevindt zich een USB-poort. Sluit een flashstation aan om de ondersteunde bestandstypen af te drukken. Tot de ondersteunde bestandstypen behoren: .pdf, .gif, .jpeg, .jpg, .bmp, .png, .tiff, .tif, .pcx, and .dcx.
Er zijn veel flashstations getest en goedgekeurd voor gebruik met de printer. Ga naar de website van Lexmark op www.lexmark.com voor meer informatie.
Opmerkingen:
- Hi-Speed (hoge snelheid) flashstations moeten full-speed (volle snelheid) standaard ondersteunen. Flashstations die alleen Low-Speed USB-mogelijkheden ondersteunen worden niet ondersteund.
- USB-apparaten moeten het FAT-systeem (File Allocation Tables) gebruiken. Apparaten die zijn geformatteerd met NTFS (New Technology File System) of een ander bestandssysteem worden niet ondersteund.
- Als u een gecodeerd PDF-bestand wilt selecteren, dient u het bestandswachtwoord in te voeren via het bedieningspaneel van de printer.
- Wilt u een gecodeerd PDF-bestand afdrukken, voer dan eerst het bestandswachtwoord in via het bedieningspaneel van de printer.
- U kunt geen bestanden afdrukken waarvoor u geen afdrukmachtiging hebt.
Afdrukken vanaf een flashstation:
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Plaats een flashstation in de USB-poort.

- Als u het flashstation aansluit wanneer de printer een probleem heeft, zoals een papierstoring, negeert de printer het flashstation.
- Als u het flashstation aansluit wanneer de printer bezig is met een afdruktaak, zal het bericht Printer is bezig verschijnen. Nadat de andere taken zijn verwerkt, dient u mogelijk de lijst met wachttaken te bekijken om documenten vanaf het flashstation af te drukken.
3 Raak het document aan dat u wilt afdrukken.
Opmerking: Mappen die zich op het flashstation bevinden, worden als mappen weergegeven. Een bestandsnaam wordt gevolgd door een extensie, zoals bijv. jpg.
4 Raak de pijltoetsen aan als u het aantal af te drukken exemplaren wilt verhogen.
5 Raak Print (Afdrukken) aan.
Opmerking: Koppel het flashstation niet van de USB-poort los voordat het document volledig is afgedrukt.
Als u het apparaat in de printer laat nadat u het beginscherm van het menu USB hebt verlaten, kunt u nog steeds bestanden als wachttaken op het apparaat afdrukken.
Foto's afdrukken vanaf een digitale PictBridge-camera
U kunt een digitale PictBridge-camera aansluiten op de printer en de knoppen op de camera gebruiken om foto's te selecteren en af te drukken.
1 Sluit één uiteinde van de USB-kabel aan op de camera.
Opmerking: Gebruik alleen de USB-kabel die bij de camera is geleverd.
2 Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de USB-poort aan de voorzijde van de printer.

- Zorg dat de digitale PictBridge-camera is ingesteld op de juiste USB-modus. Raadpleeg de documentatie bij de camera voor meer informatie.
- Als de PictBridge-camera correct is aangesloten, wordt een bevestigingsbericht weergegeven op de printerdisplay.
3 Volg de aanwijzingen op de camera om foto's te selecteren en af te drukken.
Opmerking: Als de printer wordt uitgeschakeld terwijl de camera is aangesloten, moet u de camera loskoppelen en vervolgens opnieuw aansluiten.
Een pagina met informatie afdrukken
Lijst met lettertypevoorbeelden afdrukken
U kunt als volgt voorbeelden van lettertypen afdrukken die op dit moment beschikbaar zijn voor uw printer:
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Rapporten aan.
4 Raak de Pijl-omlaag aan tot Lettertypen afdrukken wordt weergegeven.
5 Raak Lettertypen afdrukken aan.
6 Raak PCL-lettertypen of PostScript-lettertypen aan.
Er wordt een lijst met voorbeelden van lettertypen afgedrukt
7 Druk op om terug te keren naar het home-scherm.
Een directorylijst afdrukken
Een directorylijst is een overzicht van alle bronnen die zijn opgeslagen in het flashgeheugen of op de vaste schijf van de printer.
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Reports (Rapporten) aan.
4 Raak de Pijl-omlaag herhaaldelijk aan tot Directory afdrukken wordt weergegeven.
5 Raak Print Directory (Directory afdrukken) aan.
Testpagina's voor de afdrukkwaliteit afdrukken
Druk de testpagina's voor de afdrukkwaliteit af om problemen met de afdrukkwaliteit op te sporen.
1 Zet de printer uit.
2 Houd ② en ⑥ ingedrukt terwijl u de printer aanzet.
3 Laat de knoppen los wanneer het scherm met de voortgangsbalk wordt weergegeven.
De printer voert de opstartcyclus uit, waarna het menu Configuratie wordt weergegeven.
4 Raak de Pijl-omlaag herhaaldelijk aan tot Pagina's Afdrukkwaliteit wordt weergegeven.
5 Raak Print Quality Pages (Pagina's Afdrukkwaliteit) aan.
De testpagina's voor de afdrukkwaliteit worden afgedrukt.
6 Raak Back (Terug) aan.
7 Raak Exit Configuration (Configuratie afsluiten) aan.
Afdrukken in zwart-wit
Stel de printer in op Alleen zwart om alle tekst en afbeeldingen alleen met de zwarte tonercartridge af te drukken.
Opmerking: u kunt er via het printerstuurprogramma voor zorgen dat deze instelling voorrang heeft.
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Instellingen aan.
4 Raak de Pijl-omlaag aan tot Instellingen afdrukken wordt weergegeven.
5 Raak Instellingen afdrukken aan.
6 Raak het Menu Kwaliteit aan.
7 Raak de pijl naar rechts aan om Alleen zwart te selecteren.
8 Raak Indienen aan.
9 Druk op om terug te keren naar het home-scherm.
Max. snelheid en Max. rendement gebruiken
Met de instellingen voor Max. snelheid en Max. rendement kunt u kiezen tussen een snellere afdruksnelheid en een hoger rendement van de toner. Max. rendement is de standaardinstelling.
- Max. snelheid—Afdrukken in kleurenmodus tenzij Alleen zwart door het stuurprogramma is geselecteerd. Afdrukken in modus Alleen zwart wanneer deze instelling in het stuurprogramma is geselecteerd.
- Max Yield (Max. rendement): de printer schakelt afhankelijk van eventuele kleuren op een pagina over van zwartwit naar kleur. Regelmatig wisselen van de kleurmodus kan het afdrukken vertragen als er zowel pagina's in zwartwit als in kleur moeten worden afgedrukt.
Instellingen selecteren:
1 Open een webbrowser.
2 Typ in de adresbalk het IP-adres van de netwerkprinter of afdrukserver en druk vervolgens op Enter.
3 Klik op Configuratie.
4 Klik op Print Settings (Afdrukinstellingen).
5 Klik op Setup Menu (Menu Instellingen).
6 Selecteer in de lijst voor printergebruik Max Speed (Max. snelheid) of Max Yield (Max. rendement).
7 Klik op Submit (Verzenden).
Afdruktaak annuleren
Afdruktaak annuleren via het bedieningspaneel van de printer
1 Raak Cancel Jobs (Taken annuleren) aan op het aanraakscherm of druk op ✗ op het toetsenblok.
2 Raak de taak aan die u wilt annuleren.
3 Raak Delete Selected Jobs (Geselecteerde taken verwijderen) aan.
Een afdruktaak annuleren vanaf de computer
U kunt als volgt een afdruktaak annuleren:
Voor Windows-gebruikers
1 Klik op 📋 of op Start en klik vervolgens op Uitvoeren.
2 Typ bij Start > Zoeken of Start > Uitvoeren Printerbeheer.
3 Druk op Enter of klik op OK.
De printermap wordt geopend.
4 Dubbelklik op het printerpictogram.
5 Selecteer de taak die u wilt annuleren.
6 Druk op de toets Delete op het toetsenbord.
Via de taakbalk van Windows:
Voor elke afdruktaak die u naar de printer stuurt, wordt rechts in de taakbalk een klein pictogram in de vorm van een printer weergegeven.
1 Dubbelklik op het printerpictogram.
In het printervenster wordt een lijst met afdruktaken weergegeven.
2 Selecteer de taak die u wilt annuleren.
3 Druk op de toets Delete op het toetsenbord.
Voor Macintosh-gebruikers
In Mac OS X versie 10.5 of later:
1 Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu.
2 Klik op Afdrukken en faxen en dubbelklik vervolgens op het printerpictogram.
3 Selecteer in het printervenster de taak die u wilt annuleren.
4 Klik op het pictogram Verwijderen in de balk met pictogrammen bovenin het venster.
In Mac OS X 10.4 en eerder:
1 Kies Toepassingen in het menu Ga.
2 Dubbelklik op Hulpprogramma's en dubbelklik vervolgens op Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.
3 Dubbelklik op het printerpictogram.
4 Selecteer in het printervenster de taak die u wilt annuleren.
5 Klik op het pictogram Verwijderen in de balk met pictogrammen bovenin het venster.
Wordt gekopieerd
ADI Glasplaat

Gebruik de ADI (automatische documentinvoer) voor documenten met meerdere pagina's.

Gebruik de glasplaat voor één pagina, kleine voorwerpen (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften).
Kopieën maken
Snel kopiëren
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
4 Als u het document op de glasplaat hebt gelegd, raakt u Finish the Job (Taak voltooien) aan om terug te keren naar het beginscherm.
Kopiëren via de ADF
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF).
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Pas de papiergeleiders aan.
3 Raak Copy (Kopieren) aan op het beginscherm of voer het aantal kopieën in met het toetsenblok.
Het scherm Kopiëren wordt weergegeven.
4 Geef de gewenste kopieerinstellingen op.
5 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
Kopiëren via de glasplaat
1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
2 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm of voer het aantal kopieën in met het toetsenblok. Het scherm Kopiëren wordt weergegeven.
3 Geef de gewenste kopieerinstellingen op.
4 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
5 Plaats het volgende document op de glasplaat en raak Scan the Next Page (Volgende pagina scannen) aan als u nog meer pagina's wilt scannen.
6 Raak Finish the Job (Taak voltooien) aan om terug te keren naar het beginscherm.
Foto's kopiëren
1 Plaats een foto met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
2 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
3 Raak Options (Opties) aan.
4 Raak Content (Inhoud) aan.
5 Raak Photograph (Foto) aan.
6 Raak Done (Gereed) aan.
7 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
8 Raak Scan the Next Page (Volgende pagina) of Finish the Job (Taak voltooien) aan.
Kopiëren op speciaal afdrukmateriaal
Transparanten maken
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Copy from (Kopiëren van) aan en selecteer het formaat van het origineel.
5 Raak Copy to (Kopiëren naar) aan en raak vervolgens de lade met transparanten aan of raak Manual Feeder (Handmatige invoer) aan en plaats de transparanten in de universeellader.
6 Raak de gewenste grootte van de transparanten aan en daarna Continue (Doorgaan).
7 Raak de pijl omlaag aan tot Transparency (Transparanten) wordt weergegeven.
8 Raak Transparency (Transparanten) aan en daarna Continue (Doorgaan).
9 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
Kopiëren op briefhoofdpapier
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Copy from (Kopiëren van) aan en selecteer het formaat van het origineel.
5 Raak Copy to (Kopiëren naar) aan en daarna Manual Feeder (Handmatige invoer) en plaats het briefhoofdpapier met de voorbedrukte zijde naar boven en met de bovenkant van het papier eerst in de universeellader.
6 Raak de gewenste grootte van het briefhoofdpapier aan en daarna Continue (Doorgaan).
7 Raak de pijl omlaag aan tot Letterhead (Briefhoofd) wordt weergegeven.
8 Raak Letterhead (Briefhoofd) aan en daarna Continue (Doorgaan).
9 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
Kopieerinstellingen aanpassen
Van het ene formaat naar het andere kopieren
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Copy from (Kopiëren van) aan en selecteer het formaat van het origineel.
5 Raak Copy to (Kopiëren naar) aan en selecteer het gewenste formaat van de kopie.
Opmerking: Als het geselecteerde formaat verschilt van het formaat onder "Kopiëren van", maakt de printer de kopie automatisch passend voor het afdrukmateriaal.
6 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
Kopieën maken op papier uit een bepaalde lade
Tijdens het kopieerproces kunt u de lade met het gewenste soort papier selecteren. Als zich in de universeellader bijvoorbeeld speciaal afdrukmateriaal bevindt waarop u kopieën wilt maken, gaat u als volgt te werk:
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Copy from (Kopiëren van) aan en selecteer het formaat van het origineel.
5 Raak Kopiëren naar aan en raak vervolgens Manual Feeder (Handmatige invoer) aan of de lade met het gewenste soort papier.
Opmerking: Als u Manual Feeder (Handmatige invoer) kiest, moet u ook de papiersoort en het papierformaat selecteren.
6 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
Een document kopiëren dat verschillende papierformaten bevat
Gebruik de ADF om een origineel document te kopiiëren dat verschillende papierformaten bevat. Afhankelijk van de papierformaten die in de laden zijn geplaatst en de instellingen "Kopiiëren naar" en "Kopiiëren van", wordt elke kopie afgedrukt op verschillende papierformaten (voorbeeld 1) of passend gemaakt voor één formaat papier (voorbeeld 2).
Voorbeeld 1: kopiëren naar verschillende papierformaten
De printer heeft twee papierladen, één met papier van Letter-formaat en één met papier van Legal-formaat. U wilt een document kopieren dat bestaat uit pagina's van Letter-formaat en pagina's van Legal-formaat.
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Copy from (Kopiëren van) aan en daarna Auto Size Sense (Automatische formaatdetectie).
5 Raak Copy to (Kopiëren naar) aan en daarna Auto Size Match (Automatische formaataanpassing).
6 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
De scanner herkent de verschillende papierformaten terwijl deze worden gescand. Kopieën worden afgedrukt op verschillende papierformaten, identiek aan de papierformaten van het originele document.
Voorbeeld 2: kopiëren naar één formaat papier
De printer heeft één papierlade. Deze is gevuld met papier van Letter-formaat. U wilt een document kopieren dat bestaat uit pagina's van Letter-formaat en pagina's van Legal-formaat.
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Copy from (Kopiëren van) aan en daarna Mixed Letter/Legal (Combinatie Letter/Legal).
5 Raak Copy to (Kopiëren naar) aan en daarna Letter.
6 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
De scanner herkent de verschillende papierformaten terwijl deze worden gescand en maakt de pagina's van Legal-formaat passend voor Letter-formaat.
Kopiëren op beide zijden van het papier (duplex/dubbelzijdig)
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
3 Raak Kopiëren aan op het beginscherm.
4 Raak in het gedeelte Zijden (Duplex) de knop aan waarop de gewenste duplexmethode staat aangegeven.
Het eerste cijfer verwijst naar het aantal zijden van het origineel en het tweede cijfer verwijst naar het aantal zijden van de kopie. Selecteer bijvoorbeeld de optie voor 1-zijdig naar 2-zijdig als de originele documenten enkelzijdig zijn en u dubbelzijdige kopieën wilt.
5 Raak Kopiëren aan.
Kopieën verkleinen of vergroten
Kopieën kunnen worden verkleind tot 25% van het originele formaat of vergroot tot 400% van het originele formaat. De standaardinstelling voor Schalen is Autom. Als u Schalen op Auto laat staan, wordt het origineel passend gemaakt voor het formaat van het papier waarop de kopie wordt afgedrukt.
Als u een kopie wilt verkleinen of vergroten, gaat u als volgt te werk:
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak in het gebied Scale (Schalen) de pijlen aan om uw kopieën te vergroten of te verkleinen.
Als u "Kopiëren naar" of "Kopiëren van" aanraakt nadat u Schalen handmatig hebt ingesteld, wordt de waarde weer ingesteld op Autom.
5 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
De kopieerkwaliteit aanpassen
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Options (Opties) aan.
5 Raak Content (Inhoud) aan.
6 Raak de knop aan die het beste beschrijft wat u wilt kopieren:
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen. 3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm. 4 Raak Options (Options) aan. 5 Raak Content (Inhoud) aan. 6 Raak de knop aan die het beste beschrijft wat u wilt kopiëren:
- Text (Tekst): als het origineel hoofdzakelijk bestaat uit tekst of lijnwerk.
- Text/Photo (Tekst/foto): deze functie kunt u gebruiken als het origineel tekst en afbeeldingen of foto's bevat.
- Photograph (Foto): als het origineel een kwalitatief zeer goede foto of afdruk van een inkjetprinter is.
- Printed Image (Afgedrukte afbeelding): gebruik deze instelling om kopieën te maken van rasterfoto's, van afbeeldingen zoals documenten die zijn afgedrukt op een laserprinter, of van pagina's uit tijdschriften of kranten die overwegend uit afbeeldingen bestaan.
7 Raak Done (Gereed) aan.
8 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
7 Raak Done (Gereed) aan. 8 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
Exemplaren sorteren
Als u meerdere exemplaren van een document afdrukt, kunt u elk exemplaar als een set laten afdrukken (gesorteerd) of de exemplaren als groepen pagina's laten afdrukken (niet gesorteerd).
Gesorteerd Niet gesorteerd


Standaard is Sorteren ingeschakeld. Als u niet wilt dat de kopieën worden gesorteerd, wijzigt u de instelling in Uit.
U kunt als volgt Sorteren uitschakelen:
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Gebruik het toetsenblok om het aantal exemplaren in te voeren.
5 Raak Off (Uit) aan als u niet wilt dat uw kopieën worden gesorteerd.
6 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
Scheidingsvellen invoegen tussen exemplaren
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Options (Options) aan.
5 Raak Separator Sheets (Scheidingsvellen) aan.
Opmerking: Sorteren moet zijn ingeschakeld om scheidingsvellen tussen exemplaren te kunnen invoegen. Als Sorteren is uitgeschakeld, worden de scheidingsvellen aan het eind van de afdruktaak ingevoegd.
6 Selecteer een van de volgende opties:
•Between Copies (Tussen exemplaren)
•Between Jobs (Tussen taken)
•Between Pages (Tussen pagina's)
7 Raak Done (Gereed) aan.
8 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
7 Raak Done (Gereed) aan. 8 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
Meerdere pagina's op één vel kopiëren
Om papier te besparen kunt u twee of vier opeenvolgende pagina's van een document met meerdere pagina's op één vel papier kopieren.
Opmerkingen:
- Het papierformaat moet zijn ingesteld op Letter, Legal, A4 of B5 (JIS).
- Het kopieformaat moet op 100% zijn ingesteld.
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Selecteer een instelling voor dubbelzijdig afdrukken.
5 Raak Options (Opties) aan.
6 Raak Paper Saver (Papierbesparing) aan.
7 Selecteer de gewenste uitvoer.
8 Met de optie Print Page Borders (Paginaranden afdrukken) kunt u rondom elke pagina van het origineel een kader afdrukken.
9 Raak Done (Gereed) aan.
10 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
Een aangepaste taak maken (taak samenstellen)
U gebruikt Aangepaste taak om één kopieertaak samen te stellen uit een of meerdere sets originelen. Elke set kan volgens verschillende taakparameters worden gescand. Als een kopieertaak wordt verzonden terwijl Aangepaste taak is ingeschakeld, wordt de eerste originelenset volgens de opgegeven parameters gescand. De volgende set wordt volgens dezelfde of andere parameters gescand.
De definitie van een set hangt af van de scanbron:
- Als u een document scant via de glasplaat, bestaat een set uit één pagina.
- Als u meerdere pagina's scant via de ADF, bestaat een set uit alle pagina's die worden gescand totdat de ADF leeg is.
- Als u één pagina scant via de ADF, bestaat een set uit één pagina.
Bijvoorbeeld:
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Options (Opties) aan.
5 Raak Custom Job (Aangepaste taak) aan.
6 Touch On (Aan).
7 Raak Done (Gereed) aan.
8 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
Wanneer de laatste pagina van de set wordt gescand, verschijnt het scanscherm.
9 Plaats het volgende document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde eerst in de ADF (Als u scant via de glasplaat, plaatst u het document met de bedrukte zijde naar beneden). Raak vervolgens Scan the Automatic Document Feeder (Scannen vanaf de automatische documentinvoer) of Scan the flatbed (Scannen vanaf de flatbed) aan.
Opmerking: Pas indien nodig de taakinstellingen aan.
10 Als u nog een document wilt scannen, plaatst u het volgende document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde eerst in de ADF (Als u scant via de glasplaat, plaatst u het document met de bedrukte zijde naar beneden). Raak vervolgens Scan the Automatic Document Feeder (Scannen vanaf de automatische documentinvoer) of Scan the flatbed (Scannen vanaf de flatbed) aan. Raak anders Finish the job (Taak voltooien) aan.
Taakonderbreking gebruiken
Met de optie voor taakonderbreking onderbreekt u de huidige afdruktaak als u kopieën wilt maken.
Opmerking: deze functie werkt uitsluitend als de instelling Taakonderbreking is ingeschakeld.
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
4 Als u het document op de glasplaat hebt gelegd, raakt u Taak voltooien aan om terug te keren naar het beginscherm.
Informatie op kopieën afdrukken
De datum en tijd boven aan elke pagina afdrukken
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Kopiëren aan op het beginscherm.
4 Raak Options (Opties) aan.
5 Raak Header/Footer (Koptekst/voettekst) aan.
6 Selecteer de positie op de pagina waar u de datum en tijd wilt plaatsen.
7 Raak Date/Time (Datum/tijd) en daarna Continue (Doorgaan) aan.
8 Raak Done (Gereed) aan.
9 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
Een overlay-bericht op elke pagina afdrukken
Op elke pagina kan een overlay-bericht worden geplaatst. U hebt de keuze uit Dringend, Vertrouwelijk, Kopie en Concept. U plaatst als volgt een bericht op een pagina:
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Options (Opties) aan.
5 Raak Overlay aan.
6 Raak de knop aan met de overlay die u wilt gebruiken.
7 Raak Done (Gereed) aan.
8 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
Kopieertaak annuleren
Een kopieertaak annuleren terwijl het document zich in de ADI bevindt
Als de ADI met het verwerken van een document begint, wordt het scanscherm weergegeven. U kunt de kopieertaak annuleren door op het aanraakscherm Taak annuleren aan te raken.
Het scherm "Scantaak wordt geannuleerd" wordt weergegeven. De ADI voert alle pagina's uit de ADI en annuleert de taak.
Een kopieertaak annuleren terwijl pagina's via de glasplaat worden gekopieerd
Raak Taak Annuleren aan op het aanraakscherm.
Het scherm "Scantaak wordt geannuleerd" wordt weergegeven. Wanneer de taak is geannuleerd, wordt het kopieerscherm weergegeven.
Een kopieertaak annuleren terwijl de pagina's worden afgedrukt
1 Raak Taak annuleren aan op het aanraakscherm of druk op ✗ op het toetsenblok.
2 Raak de taak aan die u wilt annuleren.
3 Raak Geselecteerde taken verwijderen aan.
De resterende pagina's van de afdruktaak worden geannuleerd. Het beginscherm wordt weergegeven.
Informatie over de kopieerschermen en -opties
Kopiëren van
Met deze optie opent u een scherm waarin u het formaat kunt invoeren van de documenten die u gaat kopieren.
- Raak de knop voor een papierformaat aan om dit te selecteren als instelling voor "Kopiëren van". Het kopieerscherm wordt weergegeven met de nieuwe instelling.
- Als u Kopiëren van instelt op Combinatie Letter/Legal, kunt u een origineel document kopiëren dat verschillende papierformaten bevat.
- Als u "Kopiëren van" op Automatische formaatdetectie instelt, bepaalt de scanner automatisch het formaat van het originele document.
Kopiëren naar
Met deze optie wordt een scherm geopend waarin u het formaat en de papiersoort kunt invoeren waarop de kopieën worden afgedrukt.
- Raak de knop voor een papierformaat aan om dit te selecteren als instelling voor "Kopiëren naar". Het kopieerscherm wordt weergegeven met de nieuwe instelling.
- Als het formaat onder "Kopiëren van" verschilt van het formaat onder "Kopiëren naar", maakt de printer de kopie automatisch passend voor de afdrukmedia.
- Als de papiersoort of het papierformaat waarop u wilt kopieren niet in een van de laden is geplaatst, raakt u Handmatige invoer aan en voert u het papier handmatig in via de universeellader.
- Als "Kopiëren naar" is ingesteld op Automatische formaataanpassing, is het formaat van de afdrukken hetzelfde als dat van het originele document. Als geen van de laden een overeenkomstig papierformaat bevat, wordt iedere kopie passend gemaakt voor het aanwezige papier.
Schaal
Met deze optie wordt een proportioneel geschaalde afbeelding gemaakt van uw kopie met een schaalpercentage variërend van 25% tot 400%. De schaling kan ook automatisch worden ingesteld.
- Als u van het ene papierformaat naar het andere wilt kopieren, bijvoorbeeld van Legal- naar Letter-formaat, hoeft u alleen de papierformaten in te stellen bij "Kopieren van" en "Kopieren naar", aangezien de schaal automatisch wordt gewijzigd zodat geen informatie van het originele document verloren gaat.
- Raak de linkerpijl aan om de waarde met 1% te verlagen en de rechterpijl om de waarde met 1% te verhogen.
•Houd uw vinger op een pijl om de waarde sneller te verhogen/verlagen.
- Houd uw vinger twee seconden op een pijl om de snelheid van de verandering te verhogen.
Intensiteit
Met deze optie geeft u aan hoeveel lichter of donkerder de kopie moet worden in vergelijking met het origineel.
Inhoud
Deze optie geeft aan de printer door wat voor soort document het origineel is. U hebt de keuze uit Tekst, Tekst/foto, Foto of Afgedrukte afb..
- Tekst: legt de nadruk op scherpe, zwarte tekst met een hoge resolutie tegen een schone, witte achtergrond.
- Tekst/foto: deze functie kunt u gebruiken als het origineel tekst en afbeeldingen of foto's bevat.
- Foto: hiermee geeft u aan dat bij het scannen extra aandacht moet worden besteed aan afbeeldingen en foto's. Met deze instelling duurt het scannen langer, maar worden alle dynamische tonen van het origineel zo goed mogelijk weergegeven.
- Afgedrukte afbeelding: gebruik deze instelling om kopieën te maken van rasterfoto's, van afbeeldingen zoals documenten die zijn afgedrukt op een laserprinter, of van pagina's uit tijdschriften of kranten die overwegend uit afbeeldingen bestaan.
Zijden (Duplex)
Gebruik deze optie om instellingen voor dubbelzijdig afdrukken te selecteren. U kunt documenten op een of twee zijden afdrukken, dubbelzijdige (duplex) kopieën van dubbelzijdige originelen maken, dubbelzijdige kopieën van enkelzijdige originelen maken of enkelzijdige (simplex) kopieën van dubbelzijdige originelen maken.
Sorteren
Met deze optie houdt u de pagina's van een afdruktaak op volgorde als u meerdere exemplaren van het document afdrukt. Standaard is de instelling voor sorteren ingeschakeld. De kopieën worden gesorteerd als (1,2,3) (1,2,3) (1,2,3). Als u alle kopieën van elke pagina bij elkaar wilt houden, schakelt u Sorteren uit. De kopieën worden gesorteerd als (1,1,1) (2,2,2) (3,3,3).
Opties
Als u de knop Opties aanraakt, wordt er een scherm geopend waarin u de instellingen kunt wijzigen voor Papierbesparing, Geavanceerde beeldverwerking, Aangepaste taak, Scheidingsvellen, Margeverschuiving, Rand wissen, Datum-/tijdstempel, Overlay, Inhoud en Duplex geavanceerd en instellingen voor Opslaan als snelkoppeling.
Papierbesparing
Met deze optie kunt u twee of meer vellen van een origineel document op dezelfde pagina afdrukken. Papierbesparing wordt ook wel n per vel genoemd. De n staat voor nummer. Bij de instelling 2 per vel worden bijvoorbeeld twee pagina's van uw document op één pagina afgedrukt. Bij de instelling 4 per vel worden vier pagina's van uw document op één pagina afgedrukt. Als u Paginaranden afdrukken aanraakt, maakt u de randen van de originelen wel of niet zichtbaar op de kopie.
Geavanceerde beeldverwerking
Met deze optie kunt u Achtergrond verwijderen, Contrast, Schaduwdetail, Rand tot rand scannen, Kleurbalans en Spiegelafbeelding aanpassen voordat u het document kopieert.
Aangepaste taak
Met deze optie voegt u meerdere scantaken samen tot één taak.
Scheidingsvellen
Met deze optie plaatst u een leeg vel papier tussen kopieën, pagina's en afdruktaken. De scheidingsvellen kunnen uit een aparte lade worden genomen die een andere soort papier of een andere kleur papier bevatten.
Margeverschuiving
Met deze optie vergroot u de marge met een opgegeven afstand. Dit is handig voor het creëren van ruimte voor inbinden of perforeren. Gebruik de pijlen voor verhogen en verlagen om de gewenste marge in te stellen. Als de extra marge te groot is, wordt de kopie bijgesneden.
Rand wissen
Met deze optie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van een document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen, of een bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles in het geselecteerde gebied, zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van het papier.
Koptekst/voettekst
Deze optie schakelt Datum/tijd, Paginanummer, Bates-nummer of Aangepaste tekst in en drukt deze af op de aangegeven locatie in de koptekst of voettekst.
Overlay
Met deze optie maakt u een watermerk (of bericht) dat als overlay over de inhoud van uw document wordt afgedrukt. U kunt kiezen uit Dringend, Vertrouwelijk, Kopie en Concept, of u kunt een aangepast bericht invoeren in het veld Aangepaste tekst invoeren. Het woord dat u kiest wordt bijna transparant en met grote letters weergegeven over elke pagina.
Opmerking: Een aangepaste overlay kan worden gemaakt door de systeembeheerder. Als er een aangepaste overlay is gemaakt, is een knop met een pictogram van deze overlay beschikbaar.
Inhoud
Met deze optie kunt u de kopieerkwaliteit verbeteren. U hebt de keuze uit Tekst, Tekst/foto, Foto of Afgedrukte afb..
- Tekst: gebruik deze instelling als u originele documenten wilt kopiëren die hoofdzakelijk uit tekst of lijnillustraties bestaan.
- Tekst/foto: gebruik deze instelling als u originele documenten wilt kopieren die een combinatie van tekst en afbeeldingen of foto's bevatten.
- Foto: gebruik deze instelling als u kopieën wilt maken van een kwalitatief zeer goede foto of een afdruk van een inkjetprinter.
- Afgedrukte afb.: gebruik deze instelling als u kopieën wilt maken van rasterfoto's, documenten die zijn afgedrukt met een laserprinter of pagina's die uit tijdschriften of kranten komen.
Duplex geavanceerd
Met deze optie bepaalt u of de documenten enkel- of dubbelzijdig zijn, de afdrukstand van de originele documenten en hoe de documenten worden ingebonden.
Opmerking: sommige opties van Duplex geavanceerd zijn mogelijk niet beschikbaar op alle printermodellen.
Opslaan als snelkoppeling
Met deze optie kunt u de huidige instellingen opslaan als snelkoppeling.
De kopieerkwaliteit verbeteren
| Vraag Tip | |
| Wanneer moet ik de modus Tekst gebruiken? | Gebruik de modus Tekst als het behoud van de tekst het belangrijkste doel is van de kopie en als het behoud van de afbeeldingen op het origineel van ondergeschikt belang is.Deze modus is bij uitstek geschikt voor ontvangstbewijzen, carbonformulieren en documenten die alleen uit tekst of fijne lijnen bestaan. |
| Wanneer moet ik de modus Tekst/foto gebruiken? | Gebruik de modus Tekst/foto als het origineel uit een combinatie van tekst en afbeeldingen bestaat.Deze modus is bij uitstek geschikt voor tijdschriftartikelen, zakelijke illustraties en folders. |
| Wanneer moet ik de modus Afgedrukte afb. gebruiken? | Gebruik de modus Afgedrukte afb. als u kopieën wilt maken van rasterfoto's, afbeeldingen zoals documenten die zijn afgedrukt met een laserprinter of pagina's die uit tijdschriften of kranten komen. |
| Wanneer moet ik de modus Foto gebruiken? | Gebruik de modus Foto als het origineel een kwalitatief zeer goede foto betreft of met een inkjetprinter is afgedrukt. |
E-mailen
ADI Glasplaat

Gebruik de ADI (automatische documentinvoer) voor documenten met meerdere pagina's.

Gebruik de glasplaat voor één pagina, kleine voorwerpen (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften).
U kunt de printer gebruiken om gescande documenten per e-mail naar één of meerdere ontvangers te verzenden. U kunt op drie manieren een e-mail verzenden vanaf de printer. U kunt het e-mailadres typen, een snelkoppelingsnummer gebruiken of het adresboek gebruiken.
Voorbereiden op e-mailen
De e-mailfunctie instellen
Om de e-mailfunctie te activeren, moet deze worden ingeschakeld in de printerconfiguratie en over een geldig IP-adres of gatewayadres beschikken. U stelt als volgt de e-mailfunctie in:
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik bij Standaardinstellingen op E-mail/FTP Settings (Instellingen E-mail/FTP).
4 Klik op E-mail Settings (E-mailinstellingen).
5 Klik op Setup E-mail Server (E-mailserver instellen).
6 Voer de betreffende informatie in de velden in.
7 Klik op Add (Voeg toe).
De e-mailinstellingen configureren
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op E-mail/FTP Settings (E-mail-/FTP-instellingen).
4 Klik op E-mail Settings (E-mailinstellingen).
5 Voer de betreffende informatie in de velden in.
6 Klik op Submit (Verzenden).
Een e-mailsnelkoppeling maken
Een e-mailsnelkoppeling maken met de Embedded Web Server
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik in Overige instellingen op Manage Shortcuts (Snelkoppelingen beheren).
4 Klik op E-mail Shortcut Setup (Instellingen e-mailsnelkoppeling).
5 Voer een unieke naam in voor de ontvanger en geef vervolgens het e-mailadres op.
Opmerking: Als u meerdere adressen invoert, dient u de afzonderlijke adressen door een komma (,) van elkaar te scheiden.
6 Selecteer de scaninstellingen (Indeling, Inhoud, Kleur en Resolutie).
7 Voer een snelkoppelingsnummer in en klik vervolgens op Add (Toevoegen).
Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.
Een e-mailsnelkoppeling maken met het aanraakscherm
1 Raak E-mail aan op het beginscherm.
2 Voer het e-mailadres van de ontvanger in.
Als u een groep met ontvangers wilt maken, raakt u de optie voor Next address (Volgend adres) aan en geeft u het e-mailadres van de volgende ontvanger op.
3 Raak Save as Shortcut (Opslaan als snelkoppeling) aan.
4 Typ een unieke naam voor de snelkoppeling en raak daarna Enter (Invoeren) aan.
5 Controleer of de naam en het nummer van de snelkoppeling juist zijn en raak vervolgens OK aan.
Als de naam en het nummer niet juist zijn, raakt u Cancel (Annuleren) aan en voert u de gegevens opnieuw in.
Een document per e-mail verzenden
E-mail verzenden met het aanraakscherm
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak E-mail aan op het beginscherm.
4 Voer het e-mailadres of het snelkoppelingsnummer in.
Als u meerdere ontvangers wilt invoeren, raakt u Next Address (Volgend adres) aan. Vervolgens kunt u de e-mailadressen of de snelkoppelingsnummers invoeren die u wilt toevoegen.
5 Raak E-mail It (E-mailen) aan.
Een e-mail verzenden door een snelkoppelingsnummer te gebruiken
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Druk op # en voer uw snelkoppelingsnummer in met het toetsenblok.
Als u meerdere ontvangers wilt invoeren, drukt u op Next address (Volgend adres). Vervolgens kunt u de e-mailadressen of de snelkoppelingsnummers invoeren die u wilt toevoegen.
4 Raak E-mail It (E-mailen) aan.
Een e-mail verzenden via het adresboek
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak E-mail aan op het beginscherm.
4 Raak Search Address Book (Zoeken in adresboek) aan.
5 Voer de naam of een gedeelte van de naam in die u zoekt en raak Search (Zoeken) aan.
6 Raak de naam aan die u aan het vak Aan: wilt toevoegen.
Als u meerdere ontvangers wilt invoeren, drukt u op Next address (Volgend adres) en vervolgens kunt u de e-mailadressen of de snelkoppelingsnummers invoeren die u wilt toevoegen of zoeken in het adresboek.
7 Raak E-mail It (E-mailen) aan.
E-mailinstellingen aanpassen
Een onderwerp en berichtinformatie aan de e-mail toevoegen
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
3 Raak E-mail aan op het beginscherm.
4 Typ een e-mailadres.
5 Raak Opties aan.
6 Raak Onderwerp aan.
7 Typ het onderwerp van de e-mail.
8 Raak Gereed aan.
9 Raak Bericht aan.
10 Typ een e-mailbericht.
11 Raak Gereed aan.
12 Raak E-mailen aan.
Het bestandstype wijzigen voor verzending
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak E-mail aan op het beginscherm.
4 Typ een e-mailadres.
5 Raak Options (Options) aan.
6 Raak de knop aan die overeenkomt met het bestandstype dat u wilt verzenden.
- PDF: hiermee wordt een bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met Adobe Reader. Adobe Reader wordt gratis aangeboden door Adobe en kan worden gedownload vanaf www.adobe.com.
- Beveiligde PDF: hiermee wordt een gecodeerd PDF-bestand gemaakt. Zo wordt de inhoud van het bestand beveiligd tegen ongeautoriseerde toegang.
- TIFF: hiermee worden een of meer bestanden gemaakt. Als u TIFF met meerdere pagina's uitschakelt in het menu Instellingen van de Embedded Web Server, wordt met TIFF elke pagina opgeslagen in een afzonderlijk bestand. Een TIFF-bestand is meestal groter dan een gelijkwaardig JPEG-bestand.
- JPEG: hiermee wordt voor elke pagina van het originele document een bestand gemaakt en toegevoegd. De pagina's kunnen worden weergegeven met de meeste webbrowsers en grafische programma's.
- XPS: hiermee wordt één XML-papierspecificatie (XPS-bestand) met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met een viewer in Internet Explorer en .NET Framework. U kunt ook een zelfstandige viewer van derden downloaden.
7 Raak E-mail It (E-mailen) aan.
Opmerking: Als u PDF gecodeerd hebt geselecteerd, dient u uw wachtwoord tweemaal in te voeren.
Een e-mail annuleren
- Als u de ADF gebruikt, raakt u Cancel Job (Taak annuleren) aan als Scanning... (Bezig met scannen) wordt weergegeven.
- Als u de glasplaat (flatbed) gebruikt, raakt u Cancel Job (Taak annuleren) aan als Scanning... (Bezig met scannen) wordt weergegeven of als Scan the Next Page (Volgende pagina scannen)/Finish the Job (Taak voltooien) wordt weergegeven.
Informatie over e-mailopties
Origineel
Met deze optie opent u een scherm waarin u het formaat kunt invoeren van de documenten die u per e-mail wilt verzenden.
- Raak de knop voor een papierformaat aan om dit te selecteren als de instelling voor Origineel. Het scherm E-mail wordt weergegeven met de nieuwe instelling.
- Als u Origineel instelt op Combinatie Letter/Legal, kunt u een origineel document scannen dat verschillende papierformaten bevat.
- Als u Origineel instelt op Automatische formaatdetectie, wordt automatisch het formaat van het originele document vastgesteld.
Zijden (Duplex)
Deze optie geeft aan de printer door of het origineel eenzijdig (simplex) of dubbelzijdig (duplex) is bedrukt. De scanner weet nu wat er moet worden gescand om in de e-mail te worden opgenomen.
Afdrukstand
Met deze optie kunt u de afdrukstand van het origineel (staand of liggend) doorgeven aan de printer en de instellingen voor Zijden en Inbinden aanpassen aan de afdrukstand van het origineel.
Inbinden
Geeft aan de printer door of het origineel aan de lange of de korte zijde is ingebonden.
E-mailonderwerp
Met deze optie kunt u een onderwerpregel toevoegen aan uw e-mail. U kunt maximaal 255 tekens invoeren.
Bestandsnaam voor e-mail
Met deze optie kunt u de bestandsnaam van de e-mailbijlage aanpassen.
E-mailbericht
Met deze optie voert u een bericht in dat met de gescande bijlage wordt verzonden.
Resolutie
Hiermee stelt u de uitvoerkwaliteit in van uw e-mail. Door een hogere afbeeldingsresolutie wordt het e-mailbestand groter en duurt het langer om uw originele document te scannen. Als u het e-mailbestand wilt verkleinen, kunt u een lagere afbeeldingsresolutie instellen.
Verzenden als
Met deze optie stelt u de bestandsindeling in voor de gescande afbeelding (PDF, TIFF, JPEG of XPS).
- PDF: hiermee wordt een bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met Adobe Reader. Adobe Reader wordt gratis aangeboden door Adobe en kan worden gedownload vanaf www.adobe.com.
- Beveiligde PDF: hiermee wordt een gecodeerd PDF-bestand gemaakt. Zo wordt de inhoud van het bestand beveiligd tegen ongeautoriseerde toegang.
- TIFF: hiermee worden een of meer bestanden gemaakt. Als u TIFF met meerdere pagina's uitschakelt in het menu Instellingen van de Embedded Web Server, wordt met TIFF elke pagina opgeslagen in een afzonderlijk bestand. Een TIFF-bestand is meestal groter dan een gelijkwaardig JPEG-bestand.
- JPEG: hiermee wordt voor elke pagina van het originele document een bestand gemaakt en toegevoegd. De pagina's kunnen worden weergegeven met de meeste webbrowsers en grafische programma's.
- XPS: hiermee wordt een XPS-bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met een viewer in Internet Explorer en .NET Framework. U kunt ook een zelfstandige viewer van derden downloaden.
Inhoud
Deze optie geeft aan de printer door wat voor soort document het origineel is. U hebt de keuze uit Tekst, Tekst/foto of Foto. Kleur kunt u in- of uitschakelen bij elke optie onder Inhoud. Opties onder Inhoud hebben invloed op de kwaliteit en grootte van uw e-mail.
- Tekst: legt de nadruk op scherpe, zwarte tekst met een hoge resolutie tegen een schone, witte achtergrond.
- Tekst/foto: deze functie kunt u gebruiken als het origineel tekst en afbeeldingen of foto's bevat.
- Foto: geeft aan dat de scanner extra aandacht moet besteden aan afbeeldingen en foto's. Met deze instelling duurt het scannen langer, maar worden alle dynamische tonen van het origineel zo goed mogelijk weergegeven. Hierdoor wordt de hoeveelheid opgeslagen gegevens groter.
- Kleur: hier stelt u het scantype en de uitvoer van de e-mail in. Kleurendocumenten kunnen worden gescand en verzonden naar een e-mailadres.
Geavanceerde opties
Door deze knop aan te raken opent u een scherm waarin u de volgende instellingen kunt wijzigen: Geavanceerde beeldverwerking, Aangepaste taak, Transmissielog, Scanvoorbeeld, Rand wissen en Intensiteit.
- Geavanceerde beeldverwerking: hiermee kunt u Achtergrond verwijderen, Contrast, Rand tot rand scannen, Schaduwdetail en Spiegelafbeelding aanpassen voordat u het document kopieert.
- Aangepaste taak (taak samenstellen): hiermee combineert u meerdere scantaken tot één enkele taak.
- Transmissielog: hiermee drukt u de transmissielog of de transmissiefoutenlog af.
- Scanvoorbeeld: hiermee wordt de eerste pagina van een afbeelding weergegeven voordat deze in het e-mailbericht wordt opgenomen. Als de eerste pagina is gescand, volgt er een korte pauze en wordt vervolgens het voorbeeld weergegeven.
- Rand wissen: met deze functie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van een document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen, of een bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles wat in het geselecteerde gebied ligt, zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van het papier.
- Intensiteit: hiermee kunt u aangeven hoeveel lichter of donkerder uw gescande e-mails moeten worden.
Faxen
Opmerking: faxvoorzieningen zijn niet op alle printermodellen beschikbaar.
| ADI Glasplaat | |
![]() | ![]() |
| Gebruik de ADI (automatische documentinvoer) voor documenten met meerdere pagina's. | Gebruik de glasplaat voor één pagina, kleine voorwerpen (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften). |
De printer voorbereiden op faxen
Mogelijk zijn de volgende verbindingsmethoden niet van toepassing op alle landen of regio's.
Opmerking: Tijdens de eerste printerinstallatie schakelt u Faxen en elke andere functie die u later wilt installeren uit en vervolgens raakt u Doorgaan aan. Het indicatielampje kan rood knipperen als de faxfunctie is ingeschakeld en nog niet volledig is geïnstalleerd.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer. Tijdens onweer moet u dit product niet installeren en geen elektrische verbindingen aanleggen, bijvoorbeeld voor de faxfunctie, of kabels en snoeren aansluiten, zoals een netsnoer of telefoonlijn.
Let op—Kans op beschadiging: als er een fax wordt verzonden of ontvangen dient u de kabels of de printer niet aan te raken in het aangegeven gebied.

Initiële installatie fax
In veel landen en regio's is het nodig dat uitgaande faxen de volgende informatie bevatten in de kantlijn aan de bovenkant of onderkant van elke verzonden pagina of op de eerste pagina van de overdracht: de stationsnaam (identificatie van het bedrijf, de organisatie of de persoon die het bericht verstuurt) en het stationsnummer (telefoonnummer van het faxapparaat, bedrijf, organisatie of persoon).
Om uw faxinstellingen in te voeren gebruikt u het bedieningspaneel van de printer of u gebruikt uw browser om de Embedded Web Server te openen en vervolgens het menu Instellingen te openen.
Opmerking: Als u geen TCP/IP-omgeving heeft, dient u het bedieningspaneel van de printer te gebruiken om uw faxinstellingen in te voeren.
Het bedieningspaneel van de printer gebruiken om de fax in te stellen.
Als de printer voor het eerst wordt ingeschakeld of als de printer gedurende lange tijd uitgeschakeld is geweest, wordt er een reeks opstartmenu's weergegeven. Als de printer over een faxfunctie beschikt, zullen de volgende schermen worden weergegeven:
Stationsnaam
Stationsnummer
1 Als Stationsnaam wordt weergegeven, voert u de naam in die u op alle uitgaande faxen wilt afdrukken.
2 Druk opSubmit (Indienen) nadat u de stationsnaam heeft ingevoerd.
3 Als Stationsnummer wordt weergegeven, voert u het faxnummer van de printer in.
4 Druk opSubmit (Indienen) nadat u het stationsnummer heeft ingevoerd.
De Embedded Web Server gebruiken voor het instellen van de fax
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het adres in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Fax Settings (Faxinstellingen).
4 Klik op Analog Fax Setup (Analoge faxinstellingen).
5 Klik in het vak Stationsnaam en voer vervolgens de naam in die u op alle uitgaande faxen wilt afdrukken.
6 Klik in het vak Stationsnummer en geef het faxnummer op.
7 Klik op Submit (Verzenden).
Een faxverbinding kiezen
U kunt de printer aansluiten op apparatuur zoals een telefoon, een antwoordapparaat of een computermodem. Gebruik de volgende tabel om te bepalen op welke manier u de printer het beste kunt instellen.
Opmerkingen:
- De printer is een analoog apparaat dat het beste werkt als deze rechtstreeks wordt aangesloten op een wandcontactdoos. Andere apparaten (zoals een telefoon of antwoordapparaat) kunnen worden aangesloten op de printer en gegevens doorsturen naar de printer, zoals is beschreven in de installatiestappen.
- Als u een digitale aansluiting zoals ISDN, DSL of ADSL wilt hebben, hebt u een apparaat van derden (zoals een DSL-filter) nodig. Neem contact op met uw DSL-provider voor een DSL-filter. Het DSL-filter verwijdert het digitale signaal op de telefoonlijn dat het faxvermogen van de printer kan storen.
- U hoeft de printer niet aan te sluiten op een computer, maar u moet deze wel aansluiten op een analoge telefoonlijn als u faxen wilt verzenden en ontvangen.
| Apparatuur en ondersteuning opties Instellingen faxverbinding | |
| Direct op de telefoonlijn aansluiten Zie “Aansluiten op een analoge telefoonlijn” op pagina 119 | |
| Aansluiten op een Digital Subscriber Line (DSL of ADSL) service | Raadpleeg “Aansluiten op een DSL-verbinding” op pagina 119. |
| Aansluiten op een PBX-telefoonsysteem (Private Branch eXchange) of een ISDN-systeem (Integrated Services Digital Network) | Raadpleeg “Aansluiten op een PBX- of ISDN-systeem” op pagina 120. |
| Gebruik een abonnement op speciale belsignalen | Raadpleeg “Abonneren op speciale belsignalen” op pagina 120. |
| Aansluiten op een telefoonlijn, telefoon en antwoordapparaat | Zie “De printer en een telefoon of antwoordapparaat aansluiten op dezelfde telefoonlijn” op pagina 121 |
| Aansluiten via een adapter die in uw omgeving wordt gebruikt | Raadpleeg “Aansluiten op een adapter voor uw land of regio” op pagina 123. |
| Aansluiten op een computer met een modem | Raadpleeg “Aansluiten op een computer met een modem” op pagina 128. |
Aansluiten op een analoge telefoonlijn
Als uw telecommunicatieapparaat een Amerikaanse (RJ11-)telefoonlijn gebruikt, dient u de onderstaande stappen te volgen om het apparaat aan te sluiten:
1 Sluit een uiteinde van de meegeleverde telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer.
2 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op een werkende analoge telefoonwandcontactdoos.

Aansluiten op een DSL-verbinding
Als u bent geabonneerd op een DSL-dienst, neem dan contact op met de DSL-provider voor een DSL-filter en een telefoonkabel en volg de volgende stappen op de apparatuur aan te sluiten:
1 Sluit een uiteinde van de meegeleverde telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer.
2 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op de DSL-filter.
Opmerking: Het kan zijn dat uw DSL-filter er anders uitziet dan op de afbeelding.
3 Sluit het DSL-filter aan op een actieve telefoonwandcontactdoos.

Aansluiten op een PBX- of ISDN-systeem
Als u een PBX- of ISDN- converter of adapter gebruikt, dient u de volgende stappen uit te voeren om de apparatuur aan te sluiten:
1 Sluit een uiteinde van de meegeleverde telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer.
2 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op de poort voor fax- en telefoongebruik.
Opmerkingen:
- Zorg ervoor dat de adapter is ingesteld op het juiste schakelaartype voor uw regio.
- Afhankelijk van de toewijzing van de ISDN-poort dient u mogelijk een specifieke poort aan te sluiten.
- Als u een PBX-systeem gebruikt, zorg er dan voor dat de wisselgesprektoon is uitgeschakeld.
- Als u een PBX-systeem gebruikt, kies dan het buitenlijnvoorvoegsel voor u het faxnummer kiest.
- Raadpleeg de documentatie die bij uw PBX-systeem is geleverd voor meer informatie over het gebruiken van de fax met een PBX-systeem.
Abonneren op speciale belsignalen
Een abonnement op speciale belsignalen is mogelijk beschikbaar bij uw telefoonprovider. Dit abonnement maakt het mogelijk om meerdere telefoonnummers te hebben op één telefoonlijn, waarbij elk telefoonnummer een ander signaal heeft. Dit kan nuttig zijn als u onderscheid wilt maken tussen faxoproepen en telefoongesprekken. Als u een abonnement heeft op speciale belsignalen dient u de stappen hierna te volgen om de apparatuur aan te sluiten:
1 Sluit een uiteinde van de meegeleverde telefoonkabel aan op de LINE-poort □ van de printer.
2 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op een werkende analoge telefoonwandcontactdoos.

3 Wijzig de instelling speciale belsignalen zodat die overeenkomt met de instelling waarop u wilt dat de printer antwoordt:
Opmerking: De standaardinstelling voor speciale belsignalen is Aan. Hierdoor kan de printer oproepen met één, twee of drie signalen beantwoorden.
a Raak aan op het beginscherm.
b Raak Settings (Instellingen) aan.
c Raak Fax Settings (Faxinstellingen) aan.
d Raak Analog Fax Settings (Analoge Faxinstellingen) aan.
e Raak ▼ aan tot Speciale belsignalen verschijnt
f Raak Distinctive Rings (Speciale belsignalen) aan.
Faxen
g Raak de pijl aan van de signaalinstelling die u wilt wijzigen.
h Raak Submit (Indienen) aan.
De printer en een telefoon of antwoordapparaat aansluiten op dezelfde telefoonlijn
1 Sluit een uiteinde van de meegeleverde telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer.
2 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op een werkende analoge telefoonwandcontactdoos.

3 Haal de stekker uit de EXT-poort van de printer.

4 Sluit uw telecommunicatieapparatuur direct aan op de EXT-poort van de printer.
Probeer een van de volgende manieren:
| Antwoordapparaat | ![]() |
| Antwoordapparaat en telefoon | ![]() |
| Telefoon of een telefoon met een geïntegreerd antwoordapparaat | ![]() |
Aansluiten op een adapter voor uw land of regio
In de volgende landen of regio's is er mogelijk een speciale adapter nodig om de telefoonkabel aan te sluiten op de werkende telefoonwandcontactdoos.
Land/regio
•Oostenrijk •Nieuw-Zeeland
•Cyprus •Nederland
•Denemarken •Noorwegen
•Finland •Portugal
•Frankrijk •Zweden
•Duitsland •Zwitserland
•Ierland •Verenigd Koninkrijk
•Italië
Andere landen of regio's dan Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland
Voor sommige landen of regio's is een telefoonlijnadapter bijgevoegd in de doos. U gebruikt deze adapter om een antwoordapparaat, telefoon of een ander telecommunicatieapparaat aan te sluiten op de printer.
1 Sluit een uiteinde van de meegeleverde telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer.
Opmerking: Er is een speciale RJ-11-stekker geïnstalleerd in de EXT-poort van de printer 📞. Verwijder deze stekker niet. Deze is noodzakelijk voor een goede werking van de faxfunctie en aangesloten telefoons.
2 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op de adapter en sluit vervolgens de adapter aan op de werkende telefoonwandcontactdoos.
Opmerking: Uw telefoonadapter ziet er mogelijk anders uit dan die in het voorbeeld. Deze zal in de telefoonwandcontactdoos passen die in uw omgeving wordt gebruikt.

3 Sluit het antwoordapparaat of de telefoon aan op de adapter
Probeer een van de volgende manieren:
| Antwoordapparaat | ![]() |
| Telefoon | ![]() |
Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland
Er is een speciale RJ-11-stekker geïnstalleerd in de EXT-poort van de printer. Verwijder deze stekker niet. Deze is noodzakelijk voor een goede werking van de faxfunctie en aangesloten telefoons.

Aansluiten op een telefoonwandcontactdoos in Duitsland
Opmerking: Er is een speciale RJ-11-stekker geïnstalleerd in de EXT-poort van de printer. Verwijder deze stekker niet. Deze is noodzakelijk voor een goede werking van de faxfunctie en aangesloten telefoons.
1 Sluit een uiteinde van de meegeleverde telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer.
2 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op de adapter.
Opmerking: Uw telefoonadapter ziet er mogelijk anders uit dan die in het voorbeeld. Deze zal in de telefoonwandcontactdoos passen die in uw omgeving wordt gebruikt.

3 Sluit de adapter aan op de N-sleuf van een werkende, analoge telefoonwandcontactdoos.

4 Als u dezelfde telefoonlijn voor zowel de fax als de telefoon wilt gebruiken, sluit u een tweede telefoonlijn (niet meegeleverd) aan tussen de telefoon en de F-sleuf van een werkende telefoonwandcontactdoos.

5 Als u dezelfde telefoonlijn wilt gebruiken voor het opnemen van berichten op uw antwoordapparaat, sluit u een tweede telefoonkabel (niet meegeleverd) aan tussen het antwoordapparaat en de andere N-sleuf van de werkende, analoge telefoonwandcontactdoos.

Aansluiten op een computer met een modem
Sluit de printer aan op een computer met een modem als u faxen wilt verzenden vanuit de softwaretoepassing.
Opmerking: Welke installatiestappen u precies moet uitvoeren, is afhankelijk van het land of de regio.
1 Sluit een uiteinde van de meegeleverde telefoonkabel aan op de LINE-poort □ van de printer.
2 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op een werkende analoge telefoonwandcontactdoos.

3 Haal de beschermstekker uit de EXT-poort 📞 van de printer.

4 Sluit uw telefoon aan op de telefoonaansluiting op de computer.

5 Sluit een extra telefoonkabel (niet meegeleverd) aan op de computermodem en de EXT-poort 📞 van de printer.

De naam en het nummer voor uitgaande faxen instellen
Op de volgende wijze kunt u de toegewezen faxnaam en het faxnummer op uitgaande faxen afdrukken:
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het adres in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Fax Settings (Faxinstellingen).
4 Klik op Analog Fax Setup (Analoge faxinstellingen).
5 Klik in het vak Stationsnaam en voer vervolgens de naam in die u op alle uitgaande faxen wilt afdrukken.
6 Klik in het vak Stationsnummer en geef het faxnummer op.
7 Klik op Submit (Verzenden).
De datum en tijd instellen
U kunt de datum en tijd instellen zodat op elke fax die u verzendt, de datum en tijd wordt afgedrukt. Als zich een stroomstoring voordoet, kan het nodig zijn om de datum en de tijd opnieuw in te stellen. U kunt als volgt de datum en tijd instellen:
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het adres in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Set Date and Time (Datum en tijd instellen).
4 Klik in het vak Datum en tijd instellen en voer de huidige datum en tijd in.
5 Klik op Submit (Verzenden).
Aanpassing aan zomertijd in- of uitschakelen
De printer kan zo worden ingesteld dat deze automatisch de tijd aan de zomertijd aanpast:
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het adres in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Set Date and Time (Datum en tijd instellen).
4 Klik in het vak Zomertijd op een van de volgende opties:
Ja om de automatische aanpassing aan de zomertijd in te schakelen.
Nee om de automatische aanpassing aan de zomertijd uit te schakelen.
5 Klik op Submit (Verzenden).
Een fax verzenden
Een fax verzenden via het bedieningspaneel van de printer
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Fax aan op het beginscherm.
4 Voer het faxnummer of een snelkoppeling in via het aanraakscherm of het toetsenblok.
Als u ontvangers wilt invoeren, raakt u Next item (Volgende nummer) aan en geeft u het telefoonnummer of snelkoppelingsnummer op, of zoekt u in het adresboek.
Opmerking: Druk op " als u een pauze in het faxnummer wilt plaatsen. Deze pauze wordt als komma weergegeven in het vak Fax aan. Gebruik deze functie als u eerst een nummer moet kiezen om een buitenlijn te krijgen.
5 Raak Fax It (Faxen) aan.
Een fax verzenden via de computer
Door vanaf een computer te faxen kunt u elektronische documenten verzenden van achter uw bureau. Hierdoor hebt u de flexibiliteit om rechtstreeks vanuit softwareprogramma's documenten te faxen.
Opmerking: U hebt het PostScript-stuurprogramma voor uw printer nodig om deze functie te kunnen uitvoeren.
1 Klik in het softwareprogramma op File (Bestand) → Print (Afdrukken).
2 Selecteer in het afdrukvenster de printer en klik op Properties (Eigenschappen).
3 Selecteer het tabblad Other Options (Overige opties) en klik op Fax (Faxen).
4 Klik op OK en klik vervolgens opnieuw op OK.
5 In het faxscherm geeft u de naam en het faxnummer op van de ontvanger.
6 Klik op Send (Verzenden).
Snelkoppelingen maken
Een snelkoppeling voor een faxbestemming maken met de Embedded Web Server
U kunt een permanente faxbestemming maken en er een snelkoppelingsnummer aan toewijzen, zodat u niet elke keer als u een fax wilt verzenden het gehele faxnummer van de ontvanger hoeft in te voeren op het bedieningspaneel van de printer. U kunt een snelkoppeling maken voor één faxnummer of een groep met faxnummers.
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Manage Shortcuts (Snelkoppelingen beheren).
Opmerking: u wordt mogelijk om een wachtwoord gevraagd. Vraag uw systeembeheerder om een gebruikers-ID en een wachtwoord als u deze nog niet hebt.
4 Klik op Fax Shortcut Setup (Instellingen faxsnelkoppeling).
5 Typ een unieke naam voor de snelkoppeling en geef het faxnummer op.
Als u een snelkoppeling voor meerdere nummers wilt maken, dient u de faxnummers voor die groep op te geven.
Opmerking: u dient de afzonderlijke faxnummers via een puntkomma (;) van elkaar te scheiden.
6 Wijs een snelkoppelingsnummer toe.
Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.
7 Klik op Add (Voeg toe).
Een snelkoppeling voor een faxbestemming maken met het aanraakscherm
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Fax aan op het beginscherm.
4 Geef het faxnummer op.
Als u een groep met faxnummers wilt maken, raakt u Volgend nr. aan en geeft u het volgende faxnummer op.
5 Raak Save as Shortcut (Opslaan als snelkoppeling) aan.
6 Voer een naam in voor de snelkoppeling.
7 Controleer of de naam en het nummer van de snelkoppeling juist zijn en raak vervolgens OK aan. Als de naam en het nummer niet juist zijn, raakt u Cancel (Annuleren) aan en voert u de gegevens opnieuw in.
Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.
8 Raak Fax It (Faxen) aan om de fax te verzenden of raak 📁 aan om naar het beginscherm terug te keren.
Snelkoppelingen en het adresboek gebruiken
Faxsnelkoppelingen gebruiken
Faxsnelkoppelingen werken net als de nummers onder sneltoetsen op een telefoon of faxapparaat. U kunt snelkoppelingsnummers toewijzen als u permanente faxbestemmingen maakt. Permanente faxbestemmingen of snelkeuzenummers worden gemaakt via de koppeling Bestemmingen beheren bij Instellingen in de Embedded Web Server. Een snelkoppelingsnummer (1 - 99999) kan één of meerdere ontvangers bevatten. Als u een groepsfaxbestemming met een snelkoppelingsnummer maakt, kunt u snel en gemakkelijk informatie verzenden naar een groep.
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Druk op # en voer uw snelkoppelingsnummer in met het toetsenblok.
Het adresboek gebruiken
Opmerking: Als de adresboekfunctie niet is ingeschakeld, moet u contact opnemen met uw systeembeheerder.
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Fax aan op het beginscherm.
4 Raak Search Address Book (Zoeken in adresboek) aan.
5 Typ met het virtuele toetsenbord de naam of een gedeelte van de naam van de persoon wiens faxnummer u zoekt. (U kunt niet tegelijkertijd naar meerdere namen zoeken.)
6 Raak Search (Zoeken) aan.
7 Raak de naam aan en voeg deze toe aan de lijst Faxen naar.
8 Herhaal de stappen 4 tot en met 7 om nog meer adressen in te voeren.
9 Raak Fax It (Faxen) aan.
Faxinstellingen aanpassen
De faxresolutie wijzigen
Door het aanpassen van de instelling voor de resolutie wordt de kwaliteit van de fax gewijzigd. De instellingen variëren van Standaard (hoogste snelheid) tot Ultrafijn (laagste snelheid, hoogste kwaliteit).
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Fax aan op het beginscherm.
4 Gebruik het toetsenblok voor het invoeren van het faxnummer.
5 Raak Options (Options) aan.
6 Raak in het gedeelte Resolutie de pijlen aan om de gewenste resolutie in te stellen.
7 Raak Fax It (Faxen) aan.
Een fax lichter of donkerder maken
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Fax aan op het beginscherm.
4 Gebruik het toetsenblok voor het invoeren van het faxnummer.
5 Raak Options (Options) aan.
6 Raak in het gedeelte Intensiteit de pijlen aan om de intensiteit van de fax aan te passen.
7 Raak Fax It (Faxen) aan.
Een fax verzenden op een gepland tijdstip
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Fax aan op het beginscherm.
4 Geef het faxnummer op met de cijfers op het aanraakscherm of op het toetsenblok.
5 Raak Options (Opties) aan.
6 Raak Advanced Options (Geavanceerde opties) aan.
7 Raak Delayed Send (Vertraagd verzenden) aan.
Opmerking: Als de Faxmodus op Faxserver staat ingesteld, wordt de knop voor vertraagd verzenden niet weergegeven. Faxen die wachten op verzending, staan vermeld in de faxwachtrij.
8 Raad de pijlen aan om het tijdstip te wijzigen waarop de fax zal worden verzonden.
De tijdsduur wordt met stappen van 30 minuten verkort of verlengd. Als het huidige tijdstip wordt weergegeven, wordt de pijl naar links grijs weergegeven.
9 Raak Done (Gereed) aan.
10 Raak Fax It (Faxen) aan.
Opmerking: Het document wordt op het geplande tijdstip gescand en gefaxt.
Een faxlog bekijken
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Reports (Rapporten).
4 Klik op Fax Job Log (Faxtaaklog) of op Fax Call Log (Kieslog faxnummers).
Ongewenste faxen blokkeren
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Fax Settings (Faxinstellingen).
4 Klik op Analog Fax Setup (Analoge faxinstellingen).
5 Klik op Block No Name Fax (Fax zonder naam blokkeren).
Deze optie blokkeert alle inkomende faxen zonder faxstationnaam of met een privégebruikers-ID.
6 Voer in het veld Lijst met geblokkeerde faxnummers de telefoonnummers of de faxstationnamen in van specifieke faxverzenders die u wilt blokkeren.
Een uitgaande fax annuleren
Een fax annuleren terwijl de originele documenten nog worden gescand
- Als u de ADF gebruikt, raakt u Cancel Job (Taak annuleren) aan als Bezig met scannen wordtweergegeven.
- Als u de glasplaat (flatbed) gebruikt, raakt u Cancel Job (Taak annuleren) aan als Bezig met scannen wordt weergegeven of als Volgende pagina scannen/Taak voltooien wordt weergegeven.
Een fax annuleren nadat de originelen naar het geheugen zijn gescand
1 Raak Taken annuleren aan op het beginscherm.
Het scherm Taken annuleren wordt weergegeven.
2 Raak de taak of taken aan die u wilt annuleren.
Er worden slechts drie taken weergegeven op het scherm. Raak de pijl omlaag aan totdat de door u gewenste taak wordt weergegeven en raak vervolgens de taak aan die u wilt annuleren.
3 Raak Geselecteerde taken verwijderen aan.
Het scherm Geselecteerde taken worden verwijderd wordt weergegeven en de geselecteerde taken worden verwijderd. Vervolgens wordt het beginscherm weergegeven.
Informatie over faxopties
Origineel
Met deze optie opent u een scherm waarin u het formaat kunt invoeren van de documenten die u wilt faxen.
- Raak de knop voor een papierformaat aan om dit te selecteren als de instelling voor Origineel formaat. Het faxscherm wordt weergegeven met de nieuwe instelling.
- Als u Origineel instelt op Combinatie Letter/Legal, kunt u een origineel document scannen dat verschillende papierformaten bevat.
- Als u Origineel instelt op Automatische formaatdetectie, wordt automatisch het formaat van het originele document vastgesteld.
Inhoud
Deze optie geeft aan de printer door wat voor soort document het origineel is. U hebt de keuze uit Tekst, Tekst/foto of Foto. Kleur kunt u in- of uitschakelen bij elke optie onder Inhoud. De opties onder Inhoud hebben invloed op de kwaliteit en grootte van uw scan.
- Tekst: legt de nadruk op scherpe, zwarte tekst met een hoge resolutie tegen een schone, witte achtergrond.
-
Tekst/foto: deze functie kunt u gebruiken als het origineel tekst en afbeeldingen of foto's bevat.
-
Foto: geeft aan dat de scanner extra aandacht moet besteden aan afbeeldingen en foto's. Met deze instelling duurt het scannen langer, maar worden alle dynamische tonen van het origineel zo goed mogelijk weergegeven. Hierdoor wordt de hoeveelheid opgeslagen gegevens groter.
- Kleur: hier stelt u het scantype en de uitvoer van de fax in. Kleurendocumenten kunnen worden gescand en verzonden naar een faxbestemming.
Zijden (Duplex)
Deze optie geeft aan de printer door of het origineel eenzijdig (simplex) of dubbelzijdig (duplex) is bedrukt. De scanner weet nu wat er moet worden gescand om te faxen.
Resolutie
Met deze optie geeft u aan u hoe nauwkeurig de scanner het document bekijkt dat u wilt faxen. Als u een foto, een tekening met fijne lijnen of een document met zeer kleine lettertjes faxt, moet u de instelling Resolutie verhogen. Hierdoor neemt de scantijd toe, maar wordt de kwaliteit van de fax beter.
•Standaard: geschikt voor de meeste documenten
- Fijn: aanbevolen voor documenten met kleine lettertjes
- Superfijn: aanbevolen voor originele documenten met fijne details
- Ultrafijn: aanbevolen voor documenten met afbeeldingen en foto's
Intensiteit
Met deze optie geeft u aan hoeveel lichter of donkerder de fax moet worden in vergelijking met het origineel.
Geavanceerde opties
Door deze knop aan te raken opent u een scherm waarin u de volgende instellingen kunt wijzigen: Uitgesteld verzenden, Geavanceerde beeldverwerking, Aangepaste taak, Transmissielog, Scanvoorbeeld, Rand wissen en Duplex geavanceerd.
- Uitgesteld verzenden: hiermee kunt u een fax op een latere tijd of datum verzenden. Raak Delayed Send (Uitgesteld verzenden) aan wanneer de fax klaar is voor verzending. Voer vervolgens de tijd en datum van verzenden in en raak Done (Gereed) aan. Deze instelling kan vooral handig zijn als u informatie verzendt naar faxen die tijdens bepaalde uren niet beschikbaar zijn, of als faxen tijdens bepaalde uren goedkoper is.
Opmerking: Als de printer uitgeschakeld is op de tijd dat de fax had moeten worden verzonden, wordt de fax verzonden wanneer de printer weer wordt ingeschakeld.
- Advanced Imaging (Geavanceerde beeldverwerking): hiermee kunt u Achtergrond verwijderen, Contrast, Rand tot rand scannen, Schaduwdetail en Spiegelafbeelding aanpassen voordat u het document faxt.
- Aangepaste taak (taak samenstellen): hiermee combineert u meerdere scantaken tot één enkele taak.
- Transmissielog: hiermee drukt u de transmissielog of de transmissiefoutenlog af.
-
Scanvoorbeeld: hiermee wordt een afbeelding weergegeven voordat deze wordt gefaxt. Als de eerste pagina is gescand, volgt er een korte pauze. Vervolgens wordt het voorbeeld weergegeven.
-
Rand wissen: met deze functie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van een document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen, of een bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles wat in het geselecteerde gebied ligt, zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van het papier.
- Duplex geavanceerd: hiermee houdt u overzicht over hoeveel zijden uw origineel heeft en hoe het geplaatst is, en of uw origineel langs de lange of korte zijde wordt ingebonden.
Opmerking: sommige opties van Duplex geavanceerd zijn mogelijk niet beschikbaar op alle printermodellen.
Faxkwaliteit verbeteren
| Vraag Tip | |
| Wanneer moet ik de modus Tekst gebruiken? | Gebruik de modus Tekst als het behoud van de tekst het belangrijkste doel is van de fax en als het behoud van de afbeeldingen op het origineel van ondergeschikt belang is.Deze modus is bij uitstek geschikt voor ontvangstbewijzen, carbonformulieren en documenten die alleen uit tekst of fijne lijnen bestaan. |
| Wanneer moet ik de modus Tekst/foto gebruiken? | Gebruik de modus Tekst/foto als het origineel uit een combinatie van tekst en afbeeldingen bestaat.Deze modus is bij uitstek geschikt voor tijdschriftartikelen, zakelijke illustraties en folders. |
| Wanneer moet ik de modus Foto gebruiken? | De modus Foto moet worden gebruikt voor het faxen van foto's die zijn afgedrukt op een laserprinter of die uit een tijdschrift of krant komen. |
Faxen in een wachtrij zetten en doorsturen
Faxen in wachtrij
Met deze optie kunt u ontvangen faxen in de wachtrij zetten zodat ze niet worden afgedrukt totdat u daar toestemming voor geeft. U kunt faxen handmatig uit de wachtrij halen of op een geplande datum of tijd.
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Fax Settings (Faxinstellingen).
4 Klik op Analog Fax Setup (Analoge faxinstellingen).
5 Klik op Holding Faxes (Faxen in wachtrij).
6 Typ een wachtwoord in het vak Wachtwoord voor afdrukken van faxen.
7 Selecteer in het vak Modus Fax in wachtstand een van de volgende opties:
•Off (Uit)
•Always On (Altijd aan)
•Manual (Handmatig)
•Scheduled (Gepland)
8 Als u Gepland hebt geselecteerd, gaat u verder met de volgende stappen. Anders gaat u naar stap 9.
a Klik op Fax Holding Schedule (Wachtschema fax).
b Selecteer in het menu Actie Hold faxes (Faxen in wachtrij).
c In het menu Tijd selecteert u de tijd waarop u de faxen in de wachtrij wilt vrijgeven.
d In het menu Dag(en) selecteert u de dag waarop u de faxen in de wachtrij wilt vrijgeven.
9 Klik op Add (Voeg toe).
Een fax doorsturen
Met deze optie kunt u ontvangen faxen afdrukken en doorsturen naar een faxnummer, e-mailadres, FTP-site of LDSS.
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Fax Settings (Faxinstellingen).
4 Klik op Analog Fax Setup (Analoge faxinstellingen).
5 Selecteer in het menu Fax doorsturen een van de volgende opties:
•Print (Afdrukken)
•Print and Forward (Afdrukken en doorsturen)
•Forward (Doorsturen)
6 Selecteer in het menu "Doorsturen naar" een van de volgende opties:
•Fax (Faxen)
•E-mail
•FTP
•LDSS
•eSF
7 Klik in het vak Doorsturen naar snelkoppeling en voer het snelkoppelingsnummer in waar de fax naartoe moet worden doorgestuurd.
Opmerking: Het snelkoppelingsnummer moet een geldig snelkoppelingsnummer zijn voor de instelling die is geselecteerd in het menu Doorsturen naar.
8 Klik op Submit (Verzenden).
Scannen naar een FTP-adres
ADI Glasplaat

Gebruik de ADI (automatische documentinvoer) voor documenten met meerdere pagina's.

Gebruik de glasplaat voor één pagina, kleine voorwerpen (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften).
Met de scanner kunt u documenten rechtstreeks scannen naar een FTP-server (File Transfer Protocol). U kunt per keer slechts één FTP-adres naar de server verzenden.
Als uw systeembeheerder een FTP-bestemming heeft geconfigureerd, wordt de naam van de bestemming beschikbaar als snelkoppelingsnummer of staat deze in de lijst met profielen onder het pictogram voor taken in de wacht. Een FTP-bestemming kan ook een andere PostScript-printer zijn; een kleurendocument kan bijvoorbeeld worden gescand en vervolgens naar een kleurenprinter worden gestuurd. Een document naar een FTP-server verzenden lijkt op het verzenden van een fax. Het verschil is dat de gegevens via het netwerk in plaats van via de telefoonlijn worden verzonden.
Scannen naar een FTP-adres
Scannen naar een FTP-adres via het toetsenblok
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in ADI of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
2 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak FTP aan op het beginscherm.
4 Typ het FTP-adres.
5 Raak Send It (Verzenden) aan.
Scannen naar een FTP-adres met behulp van een snelkoppelingsnummer
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Druk op # en voer het FTP-snelkoppelingsnummer in.
4 Raak Send It (Verzenden) aan.
Naar een FTP-adres scannen met behulp van het adresboek
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
3 Raak FTP aan op het beginscherm.
4 Raak Zoeken in adresboek aan.
5 Typ de naam of een gedeelte van de naam die u zoekt en raak Zoeken aan.
6 Raak de naam aan die u aan het veld Naar: wilt toevoegen.
7 Raak Verzenden aan.
Snelkoppelingen maken
U kunt een permanente FTP-bestemming maken en er een snelkoppelingsnummer aan toewijzen, zodat u niet elke keer wanneer u een document naar een FTP-server wilt sturen het gehele adres van de FTP-site hoeft in te voeren op het bedieningspaneel van de printer. Er zijn twee manieren om snelkoppelingsnummers te maken: via een computer of via het aanraakscherm van de printer.
Een FTP-snelkoppeling maken met de Embedded Web Server
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik in Overige instellingen op Manage Shortcuts (Snelkoppelingen beheren).
Opmerking: u wordt mogelijk om een wachtwoord gevraagd. Vraag uw systeembeheerder om een gebruikers-ID en een wachtwoord als u deze nog niet hebt.
4 Klik op FTP Shortcut Setup (Instellingen FTP-snelkoppeling).
5 Voer de betreffende informatie in de velden in.
6 Voer een snelkoppelingsnummer in.
Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.
7 Klik op Add (Voeg toe).
Een FTP-snelkoppeling maken met het aanraakscherm
1 Raak FTP aan op het beginscherm.
2 Typ het adres van de FTP-site.
3 Raak Save as Shortcut (Opslaan als snelkoppeling) aan.
4 Voer een naam in voor de snelkoppeling.
5 Controleer of de naam en het nummer van de snelkoppeling juist zijn en raak vervolgens OK aan. Als de naam en het nummer niet juist zijn, raakt u Cancel (Annuleren) aan en voert u de gegevens opnieuw in.
Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.
6 Raak Send It (Verzenden) aan om het scannen te starten of raak 📋 aan om naar het beginscherm terug te keren.
Informatie over FTP-opties
Origineel
Met deze optie opent u een scherm waarin u het formaat van de documenten kunt kiezen die u wilt kopieren.
- Raak de knop voor een papierformaat aan om dit te selecteren als de instelling voor Origineel formaat. Het FTP-scherm wordt weergegeven met de nieuwe instelling.
- Als u Origineel instelt op Combinatie Letter/Legal, kunt u een origineel document scannen dat verschillende papierformaten bevat.
- Als u Origineel instelt op Automatische formaatdetectie, wordt automatisch het formaat van het originele document vastgesteld.
Zijden (Duplex)
Deze optie geeft aan de printer door of het origineel eenzijdig (simplex) of dubbelzijdig (duplex) is bedrukt. De scanner weet nu wat er moet worden gescand om in het document te worden opgenomen.
Afdrukstand
Deze optie geeft aan de printer door of het origineel staand of liggend is en wijzigt vervolgens de instellingen voor Zijden en Inbinden zodat deze overeenkomen met de afdrukstand van het origineel.
Inbinden
Geeft aan de printer door of het origineel aan de lange of de korte zijde is ingebonden.
Met deze optie stelt u de uitvoerkwaliteit in van uw bestand. Door een hogere afbeeldingsresolutie wordt het bestand groter en duurt het langer om uw originele document te scannen. Als u het bestand wilt verkleinen, kunt u een lagere afbeeldingsresolutie instellen.
Verzenden als
Met deze optie stelt u de bestandsindeling in voor de gescande afbeelding (PDF, TIFF, JPEG of XPS).
- PDF: hiermee wordt een bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met Adobe Reader. Adobe Reader wordt gratis aangeboden door Adobe en kan worden gedownload vanaf www.adobe.com.
- Beveiligde PDF: hiermee wordt een gecodeerd PDF-bestand gemaakt. Zo wordt de inhoud van het bestand beveiligd tegen ongeautoriseerde toegang.
- TIFF: hiermee worden een of meer bestanden gemaakt. Als u TIFF met meerdere pagina's uitschakelt in het menu Instellingen van de Embedded Web Server, wordt met TIFF elke pagina opgeslagen in een afzonderlijk bestand. Een TIFF-bestand is meestal groter dan een gelijkwaardig JPEG-bestand.
- JPEG: hiermee wordt voor elke pagina van het originele document een bestand gemaakt en toegevoegd. De pagina's kunnen worden weergegeven met de meeste webbrowsers en grafische programma's.
- XPS: hiermee wordt een XPS-bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met een viewer in Internet Explorer en .NET Framework. U kunt ook een zelfstandige viewer van derden downloaden.
Inhoud
Deze optie geeft aan de printer door wat voor soort document het origineel is. U hebt de keuze uit Tekst, Tekst/foto of Foto. Kleur kunt u in- of uitschakelen bij elke optie onder Inhoud. Opties onder Inhoud hebben invloed op de kwaliteit en grootte van uw FTP-bestand.
- Tekst: legt de nadruk op scherpe, zwarte tekst met een hoge resolutie tegen een schone, witte achtergrond.
- Tekst/foto: als het origineel een combinatie van tekst en afbeeldingen of foto's bevat.
- Foto: geeft aan dat de scanner extra aandacht moet besteden aan afbeeldingen en foto's. Met deze instelling duurt het scannen langer, maar worden alle dynamische tonen van het origineel zo goed mogelijk weergegeven. Hierdoor wordt de hoeveelheid opgeslagen gegevens groter.
- Kleur: hier stelt u het scantype en de uitvoer van het FTP-bestand in. Kleurendocumenten kunnen worden gescand en verzonden naar een FTP-server, computer, e-mailadres of de printer.
Geavanceerde opties
Door deze knop aan te raken opent u een scherm waarin u de volgende instellingen kunt wijzigen: Geavanceerde beeldverwerking, Aangepaste taak, Transmissielog, Scanvoorbeeld, Rand wissen en Intensiteit.
- Geavanceerde beeldverwerking—pas de beelduitvoerinstellingen aan voordat u het document scant.
- Achtergrond verwijderen—hiermee past u het witte gedeelte van de uitvoer aan. Klik op de pijltoetsen om het witte gedeelte te vergroten of te verkleinen.
- Kleur wegfilteren—wordt gebruikt voor de OCR-verwerking (Optical Character Recognition) van formulieren. Door een kleur te selecteren, wordt die kleur uit het formulier verwijderd, om zo verbeterde OCR-mogelijkheden mogelijk te maken.
- Contrast—klik op de pijltoetsen om het contrast te verhogen of te verlagen.
- JPEG-kwaliteit—klik op de pijltoetsen om de beeldcompressie te verhogen of te verlagen.
- Afbeelding spiegelen—selecteer dit vakje om de afbeelding gespiegeld te scannen.
- Negatiefafbeelding—selecteer dit vakje om een negatiefbeeld van de afbeelding te scannen.
- Schaduwdetail—klik op de pijltoetsen om de zichtbare details in schaduwen te verhogen of te verlagen.
- Rand tot rand scannen—selecteer dit vakje om van rand tot rand te scannen.
— Scherpte—klik op de pijltoetsen om de scherpte te verhogen of te verlagen.
- Aangepaste taak (taak samenstellen): hiermee combineert u meerdere scantaken tot één enkele taak.
- Transmissielog: hiermee drukt u de transmissielog of de transmissiefoutenlog af.
- Scanvoorbeeld: hiermee wordt de eerste pagina van een afbeelding weergegeven voordat deze in het FTPbestand wordt opgenomen. Als de eerste pagina is gescand, volgt er een korte pauze en wordt vervolgens het voorbeeld weergegeven.
- Rand wissen: met deze functie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van een document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen, of een bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles wat in het geselecteerde gebied ligt, zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van het papier.
- Intensiteit: hiermee kunt u aangeven hoeveel lichter of donkerder uw gescande documenten moeten worden.
FTP-kwaliteit verbeteren
| Vraag Tip | |
| Wanneer moet ik de modus Tekst gebruiken? | De modus Tekst moet worden gebruikt als het behoud van de tekst het belangrijkste doel is als een document naar een FTP-server wordt verzonden en als het behoud van de afbeeldingen van het origineel niet belangrijk is.Tekst is de beste optie voor ontvangstbewijzen, carbonformulieren en documenten die alleen uit tekst of fijne lijnen bestaan. |
| Wanneer moet ik de modus Tekst/foto gebruiken? | De modus Tekst/foto moet worden gebruikt als een document met tekst en afbeeldingen naar een FTP-server wordt verzonden.Deze modus is bij uitstek geschikt voor tijdschriftartikelen, zakelijke illustraties en folders. |
| Wanneer moet ik de modus Foto gebruiken? De modus Foto moet worden gebruikt als het originele document voornamelijk bestaat uit foto's die zijn afgedrukt met een laserprinter of die uit een tijdschrift of krant komen. | |
Scannen naar een computer of een flashstation
ADI Glasplaat

Gebruik de ADI (automatische documentinvoer) voor documenten met meerdere pagina's.

Gebruik de glasplaat voor één pagina, kleine voorwerpen (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften).
Met de scanner kunt u documenten rechtstreeks naar een computer of een flashstation scannen. De computer hoeft niet rechtstreeks op de printer te zijn aangesloten om afbeeldingen via Scannen naar PC te kunnen ontvangen. U kunt het document via het netwerk naar uw computer scannen door een scanprofiel op uw computer te maken en het profiel vervolgens naar de printer te downloaden.
Naar een computer scannen
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Scanprofiel.
3 Klik op Maken.
4 Selecteer de gewenste scaninstellingen en klik op Volgende.
5 Selecteer een locatie op uw computer waarin u het gescande uitvoerbestand wilt opslaan.
6 Voer een scannaam in.
De scannaam is de naam die in de lijst Scanprofiel op de display wordt weergegeven.
7 Klik op Indienen.
8 Bekijk de aanwijzingen op het scherm Scanprofiel.
Er is automatisch een snelkoppelingsnummer toegekend toen u op Verzenden klikte. Als u klaar bent om uw documenten te scannen, kunt u dit snelkoppelingsnummer gebruiken.
a Plaats een origineel document met de bedrukte zijde omhoog en de korte zijde als eerste in de ADI of met de bedrukte zijde omlaag op de glasplaat.
Opmerking: plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
b Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
c Druk op # en toets daarna het snelkoppelingsnummer in met het toetsenblok. Of raak op het beginscherm Wachttaken en vervolgens Profielen aan.
d Nadat u het snelkoppelingsnummer hebt ingetoetst, wordt het document door de scanner gescand en naar de opgegeven map of het programma verzonden. Als u Profielen op het beginscherm hebt geselecteerd, zoek dan het snelkoppelingsnummer op in de lijst.
9 Ga terug naar de computer om het bestand te bekijken.
Het uitvoerbestand wordt op de opgegeven locatie opgeslagen of in het opgegeven programma geopend.
Scannen naar een flashstation
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Plaat het flashstation in de USB-poort aan de voorkant van de printer.
Het scherm Taken in wacht wordt weergegeven.
4 Raak Scan to USB drive (Scannen naar USB-station) aan.
5 Selecteer de scaninstellingen.
6 Raak Scan It (Scannen) aan.
Informatie over scanprofielopties
Snel instellen
Met deze optie kunt u vooraf ingestelde bestandsindelingen selecteren en de scaninstellingen wijzigen. U kunt een van de volgende instellingen selecteren:
| Aangepast Foto - | JPEG Kleur |
| Tekst - PDF Z-W | Foto - TIFF Kleur |
| Tekst - TIFF Z-W | Tekst/foto - PDF Z-WTekst/foto - PDF Kleur |
Als u de scaninstellingen wilt wijzigen, selecteert u Aangepast in het menu Snel instellen. Breng vervolgens de gewenste wijzigingen aan in de scaninstellingen.
Bestandsindeling
Met deze optie stelt u de bestandsindeling in voor de gescande afbeelding (PDF, JPEG, TIFF, SECURE PDF of XPS).
- PDF: hiermee wordt een bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met Adobe Reader. Adobe Reader wordt gratis aangeboden door Adobe en kan worden gedownload vanaf www.adobe.com.
- JPEG: hiermee wordt voor elke pagina van het originele document een bestand gemaakt en toegevoegd. De pagina's kunnen worden weergegeven met de meeste webbrowsers en grafische programma's.
- TIFF: hiermee worden een of meer bestanden gemaakt. Als u TIFF met meerdere pagina's uitschakelt in het menu Instellingen van de Embedded Web Server, wordt met TIFF elke pagina opgeslagen in een afzonderlijk bestand. Een TIFF-bestand is meestal groter dan een gelijkwaardig JPEG-bestand.
- Beveiligde PDF: hiermee wordt een gecodeerd PDF-bestand gemaakt. Zo wordt de inhoud van het bestand beveiligd tegen ongeautoriseerde toegang.
- XPS: hiermee wordt een XPS-bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met een viewer in Internet Explorer en .NET Framework. U kunt ook een zelfstandige viewer van derden downloaden.
Compressie
Hier stelt u de compressie-indeling van het gescande bestand in.
Standaardinhoud
Deze optie geeft aan de printer door wat voor soort document het origineel is. U hebt de keuze uit Tekst, Tekst/foto of Foto. Opties onder Inhoud hebben invloed op de kwaliteit en grootte van uw e-mail.
Tekst: legt de nadruk op scherpe, zwarte tekst met een hoge resolutie tegen een schone, witte achtergrond.
Tekst/foto: deze functie kunt u gebruiken als het origineel tekst en afbeeldingen of foto's bevat.
Foto—geeft aan dat de scanner extra aandacht moet besteden aan afbeeldingen en foto's. Met deze instelling duurt het scannen langer, maar worden alle dynamische tonen van het origineel zo goed mogelijk weergegeven. Hierdoor wordt de hoeveelheid opgeslagen gegevens groter.
Kleur
Deze optie geeft aan de printer door wat de kleuren van het origineel zijn. U hebt de keuze uit Grijs, Z/W (zwart-wit) en Kleur.
Origineel
Hiermee stelt u het formaat in voor de documenten die u gaat scannen. Als u Origineel formaat op Combinatie formaten instelt, kunt u een origineel document scannen dat verschillende papierformaten bevat (pagina's van het formaat Letter en Legal).
Orientation (Afdrukstand)
Deze optie geeft aan de printer door of het origineel staand of liggend is en wijzigt vervolgens de instellingen voor Zijden en Inbinden zodat deze overeenkomen met de afdrukstand van het origineel.
Zijden (Duplex)
Deze optie geeft aan de printer door of het origineel eenzijdig (simplex) of dubbelzijdig (duplex) is bedrukt. De scanner weet nu wat er moet worden gescand om in het document te worden opgenomen.
Intensiteit
Met deze optie geeft u aan hoeveel lichter of donkerder het gescande document moet worden in vergelijking met het origineel.
Met deze optie stelt u de uitvoerkwaliteit in van uw bestand. Door een hogere afbeeldingsresolutie wordt het bestand groter en duurt het langer om uw originele document te scannen. Als u het bestand wilt verkleinen, kunt u een lagere afbeeldingsresolutie instellen.
Geavanceerde beeldverwerking
Met deze optie kunt u de instelling voor Achtergrond verwijderen, Contrast, Schaduwdetail, Scherpte en Kleur wegfilteren aanpassen voordat u het document scant. U kunt er ook mee van rand tot rand scannen of een gespiegeld scannen of in negatiefbeeld scannen.
- Achtergrond verwijderen—hiermee past u het witte gedeelte van de uitvoer aan. Klik op de pijltoetsen om het witte gedeelte te vergroten of te verkleinen.
- Contrast—klik op de pijltoetsen om het contrast te verhogen of te verlagen.
- Schaduwdetail—klik op de pijltoetsen om de zichtbare details in schaduwen te verhogen of te verlagen.
- Scherpte—klik op de pijltoetsen om de scherpte te verhogen of te verlagen.
- Kleur wegfilteren—wordt gebruikt voor de OCR-verwerking (Optical Character Recognition) van formulieren. Door een kleur te selecteren, wordt die kleur uit het formulier verwijderd, om zo verbeterde OCR-mogelijkheden mogelijk te maken.
- Drempelwaarde voor Kleur wegfilteren—klik op de pijltoetsen om deze drempelwaarde te verhogen of te verlagen.
- Rand tot rand scannen—selecteer dit vakje om van rand tot rand te scannen.
- Afbeelding spiegelen—selecteer dit vakje om de afbeelding gespiegeld te scannen.
- Negatiefafbeelding—selecteer dit vakje om een negatiefbeeld van de afbeelding te scannen.
Scankwaliteit verbeteren
| Vraag Tip | |
| Wanneer moet ik de modus Tekst gebruiken? | •Gebruik de modus Tekst als het behoud van de tekst het belang-rijkste doel is van de scan en als het behoud van de afbeeldingen op het origineel van ondergeschikt belang is.•Tekst is de beste optie voor ontvangstbewijzen, carbonformu-lieren en documenten die alleen uit tekst of fijne lijnen bestaan. |
| Wanneer moet ik de modus Tekst/foto gebruiken? | •Gebruik de modus Tekst/foto als het origineel uit een combinatie van tekst en afbeeldingen bestaat.•Deze modus is bij uitstek geschikt voor tijdschriftartikelen, zakelijke illustraties en folders. |
| Wanneer moet ik de modus Foto gebruiken? | De modus Foto moet worden gebruikt voor het scannen van foto's die zijn afgedrukt op een laserprinter of die uit een tijdschrift of krant komen. |
Informatie over printermenu's
Menuoverzicht
Er is een aantal menu's beschikbaar waarmee u op eenvoudige wijze printerinstellingen kunt wijzigen. In dit diagram worden de items die onder elk menu beschikbaar zijn, weergegeven. Raak aan in het beginscherm als u de menu's weer wilt geven.
Supplies Menu Papier Rapporten Instellingen
| Vervang supply | Standaardbron | Pagina met menu-instel-lingen | Algemene instellingen |
| Cyaan cartridge | Papierformaat/-soort | Kopieerinstellingen | |
| Magenta cartridge | Universeellader configureren | Apparaatstatistieken | Faxinstellingen |
| Gele cartridge | Ander formaat | Pagina met netwerkinstel-lingen | E-mailinstellingen |
| Zwarte cartridge | Papierstructuur | Configuratiepagina netwerk. | FTP-instellingen |
| Fotoconductor cyaan | Papiergewicht | Menu Flashstation | |
| Fotoconductor magenta | Papier laden | Snelkoppelingenlijst | Afdrukinstellingen |
| Fotoconductor geel | Aangepaste soorten | Faxtaaklog | |
| Fotoconductor zwart | Aangepaste namen | Kieslog faxnummers | |
| Papierscheiding | Aangepaste scanformaten | Kopieersnelkoppelingen | |
| Toneroverloopbak | Universal-instelling | E-mailsnelkoppelingen | |
| Verhittingsstation | Faxsnelkoppelingen | ||
| Overdrachtsmodule | FTP-snelkoppelingen | ||
| Profielenlijst | |||
| NetWare-install.pag. | |||
| Lettertypen afdrukken | |||
| Directory afdrukken | |||
| Activarapport |
Beveiliging Netwerk/Poorten Help Snelkoppelingen
| beheren | |||
| Beveiligingsinstellingen bewerken | Actieve ntw.interf.kaartNetwerk ^1 | Alle handleidingen afdrukkenHandleiding kopieren | FaxsnelkoppelingenE-mailsnelkoppelingen |
| Overige beveiligingsinstel-lingen | Standaard-USB | Handleiding e-mail | FTP-snelkoppelingen |
| Vertrouwelijke afdruktaken | Parallel | Handleiding faxen | Kopieersnelkoppelingen |
| Schijf wissen | Serieel | Handleiding FTP | Profielsnelkoppelingen |
| Logbestand beveiligingscon-trole | Instellingen SMTP | Kleurkwaliteit | |
| Datum/tijd instellen | Handleiding voor afdruksto-ringen | ||
| Handleiding met informatie | |||
| Handleiding voor supplies | |||
^1 Afhankelijk van de printerconfiguratie wordt dit menu-item weergegeven als Standaardnetwerk of Netwerk
^2 Dit menu verschijnt alleen als er één of meerdere DLE's zijn geïnstalleerd.
Supplies Menu Papier Rapporten Instellingen
Menu Optionele kaart
Er verschijnt een lijst met geïnstalleerde DLE's (gedownloade emulators). ^2
^1 Afhankelijk van de printerconfiguratie wordt dit menu-item weergegeven als Standaardnetwerk of Netwerk
^2 Dit menu verschijnt alleen als er één of meerdere DLE's zijn geïnstalleerd.
Menu Supplies
| Menu-item Beschrijving | |
| Vervang supplyAlle fotoconductorsFotoconductor cyaanFotoconductor magentaFotoconductor geelFotoconductor zwartPapierscheiding | Hiermee kunt u de teller terugzetten voor de zojuist vervangen fotoconductor of alle fotoconductorenSelecteer de fotoconductor en selecteer vervolgens Ja of Nee:•Selecteer Ja om de teller terug te zetten.•Selecteer Nee om af te sluiten. |
| Cyaan, magenta, gele of zwarte cartridgeEerste waarschuwingLeegVervangenOntbreektOK | Hiermee kunt u de status van de tonercartridges weergeven |
| Cyaan, magenta, gele of zwarte fotoconductorEerste waarschuwingLeegVervangenOntbreektOK | Hiermee wordt de status van de cyaan, gele, magenta en zwarte fotoconductors weergeven |
| PapierscheidingOKVervangen | Hiermee kunt u de status van de papierscheiding weergeven |
| ToneroverloopbakBijna volVervangenOntbreektOK | Hiermee kunt u de status van de toneroverloopbak weergeven |
| VerhittingsstationEerste waarschuwingLeegVervangenOntbreektOK | Hiermee wordt de status van het verhittingsstation weerge-geven |
| OverdrachtsmoduleEerste waarschuwingLeegVervangenOntbreektOK | Hiermee wordt de status van de transfermodule weerge-geven |
Menu Paper (Papier)
Menu Standaardbron
| Menu-item Beschrijving | |
| StandaardbronLadeU-laderHandinvoerEnvelop (handinvoer) | Hiermee stelt u de standaardpapierbron in voor alle afdruktaken.Opmerkingen:In het menu Papier stelt u Configuratie U-lader in op Cassette om U-lader als menu-instelling weer te geven.Lade 1 (standaardlade) is de standaardinstelling.Als u papier van hetzelfde formaat en dezelfde soort gebruikt in twee laden en de juiste waarden zijn ingesteld voor Papierformaat en Papiersoort, dan worden de laden automa-tisch gekoppeld. Zodra een lade leeg is, wordt de taak verder afgedrukt op afdrukmateriaal uit de gekoppelde lade. |
Menu Papierformaat/-soort
| Menu-item Beschrijving | |
| Formaat ladeA4A5A6JIS B5LegalLetterExecutiveOficio (México)FolioStatementUniversal | Hiermee wordt het papierformaat in elke lade opgegeven.Opmerkingen:Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling.Bij laden met automatische formaatdetectie wordt alleen het formaat weergegeven dat door de hardware is gedetecteerd.Als u papier van hetzelfde formaat en dezelfde soort gebruikt in twee laden en de juiste waarden zijn ingesteld voor Papierformaat en Papiersoort, dan worden de laden automatisch gekoppeld. Zodra een lade leeg is, wordt de taak verder afgedrukt op afdrukmateriaal uit de gekoppelde lade. |
| Opmerking: alleen laden die zijn geïnstalleerd, staan in dit menu vermeld. | |
| Soort ladeNormaal papierKartonTransparantenKringlooppapierGlossyZware GlossyEtikettenVinyletikettenBankpostBriefhoofdpapierVoorbedrukt papierGekleurd papierLicht papierZwaar papierRuw papier/katoenpapierAangepast | Hiermee wordt de papiersoort in elke lade opgegeven.Opmerkingen:Normaal papier is de standaardinstelling voor lade 1.Aangepaste Soortis de standaardinstelling voor alle andere laden.Als u zelf een naam hebt opgegeven, wordt deze weergegeven in plaats van Aangepast.Gebruik dit menu-item om de laden automatisch te laten koppelen. |
| Formaat U-laderA4A5A6JIS B5LetterLegalExecutiveOficio (México)FolioStatementUniversal7 3/4-envelop9-envelop10-envelopDL-envelopC5-envelopB5-envelopAndere envelop | Hiermee wordt het formaat aangegeven van het papier dat in de universele lade is geplaatstOpmerkingen:In het menu Papier stelt u Configuratie U-lader in op Cassette om U-lader als menu-instelling weer te geven.Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling. |
| Opmerking: alleen laden die zijn geïnstalleerd, staan in dit menu vermeld. | |
| Soort U-laderNormaal papierKartonTransparantenKringlooppapierEtikettenVinyletikettenBankpostEnvelopRuwe envelopBriefhoofdpapierVoorbedrukt papierGekleurd papierLicht papierZwaar papierRuw papier/katoenpapierAangepast | Hiermee wordt de papiersoort in de universele lade opgegevenOpmerkingen:In het menu Papier stelt u Configuratie U-lader in op Cassette om U-lader als menu-instelling weer te geven.Normaal papier is de standaardinstelling. |
| Papierformaat handmatige invoerA4A5JIS B5LetterLegalExecutiveOficio (México)FolioStatementUniversal | Hiermee wordt het papierformaat opgegeven dat u handmatig plaatst.Opmerking:Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling. |
| Papiersoort (hand)Normaal papierKartonTransparantenKringlooppapierEtikettenVinyletikettenBankpostBriefhoofdpapierVoorbedrukt papierGekleurd papierLicht papierZwaar papierRuw papier/katoenpapierAangepast | Hiermee wordt de papiersoort opgegeven die u handmatig plaatst.Opmerking:Normaal papier is de standaardinstelling. |
| Opmerking: alleen laden die zijn geïnstalleerd, staan in dit menu vermeld. | |
| Envelopformaat handmatige invoer7 3/4-envelop9-envelop10-envelopDL-envelopC5-envelopB5-envelopAndere envelop | Hiermee wordt het envelopformaat opgegeven dat u handmatig plaatst.Opmerking:10-envelop is de standaardinstelling in de VS. DL-envelop is de internationale standaardinstelling. |
| Envelopsoort handmatige invoerEnvelopRuwe envelopAangepast <x> | Hiermee wordt de envelopsoort opgegeven die u handmatig plaatst.Opmerking:Envelop is de standaardinstelling. |
| Opmerking: alleen laden die zijn geïnstalleerd, staan in dit menu vermeld. | |
Configuratie U-lader, menu
| Menu-item Beschrijving | |
| Configuratie U-laderCassetteHandmatig | Hiermee bepaalt u wanneer de printer papier selecteert dat in de universeellader is geplaatst.Opmerkingen:Cassette is de standaardinstelling.Met de instelling Cassette configureert u de universeellader als automatische papierbron.Als Handmatig is geselecteerd, kan de universeellader alleen worden gebruikt voor afdruktaken met handmatige invoer. |
Menu Ander formaat
| Menu-item Beschrijving | |
| Ander formaatUitStatement/A5Letter/A4Alles in lijst | Hiermee vervangt u een opgegeven papierformaat als het gewenste papierformaat niet beschikbaar isOpmerkingen:Alles in lijst is de standaardinstelling. Alle beschikbare vervangingen zijn toegestaan.De instelling Uit geeft aan dat geen andere formaten zijn toegestaan.Als u een ander formaat instelt, wordt de taak afgedrukt zonder dat het bericht Vervang papier wordt weergegeven. |
Menu Papierstructuur
| Menu-item Beschrijving | |
| Structuur NormaalGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur KartonGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het karton dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerkingen:•Normaal is de standaardinstelling.•Instellingen worden alleen weergegeven als karton wordt ondersteund. |
| Structuur TransparantGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de transparanten die in een specifieke lade zijn geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur KringlooppapierGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het kringlooppapier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur GlossyGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het glossy papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Zware structuur glossyGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het glossy papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur EtikettenGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de etiketten die in een specifieke lade zijn geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur vinyletikettenGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de etiketten die in een specifieke lade zijn geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur BankpostGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking:Ruw is de standaardinstelling. |
| Structuur EnvelopGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de enveloppen die in een specifieke lade zijn geplaatstOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur Ruw EnvelopGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de enveloppen die in een specifieke lade zijn geplaatstOpmerking: Ruw is de standaardinstelling. |
| Structuur BriefhoofdGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur VoorbedruktGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur GekleurdGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur LichtGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur ZwaarGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Structuur ruw/katoenRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking: Ruw is de standaardinstelling. |
| Structuur AangepastGladNormaalRuw | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de aangepaste papiersoort die in een specifieke lade is geplaatstOpmerkingen:•Normaal is de standaardinstelling.•Instellingen worden alleen weergegeven als de aangepaste soort wordt ondersteund. |
Menu Papiergewicht
| Menu-item Beschrijving | |
| Gewicht NormaalLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht KartonLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van het karton dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerkingen:•Normaal is de standaardinstelling.•Instellingen worden alleen weergegeven als karton wordt ondersteund. |
| Gewicht TransparantenLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van de transparanten die in een specifieke lade zijn geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht KringlooppapierLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van het kringlooppapier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht GlossyLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van het glossy papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Zwaar gewicht GlossyZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van het glossy papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking:Zwaar is de standaardinstelling. |
| Gewicht EtikettenLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van de etiketten die in een specifieke lade zijn geplaatst.Opmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht vinyletiketLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van de vinyletiketten die in een specifieke lade zijn geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht BankpostLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht EnvelopLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van de enveloppen die in een specifieke lade zijn geplaatstOpmerking:Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht ruwe envelopLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de enveloppen die in een specifieke lade zijn geplaatstOpmerking: Zwaar is de standaardinstelling. |
| Gewicht BriefhoofdLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht VoorbedruktLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht GekleurdLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht lichtLicht | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking: Licht is de standaardinstelling. |
| Gewicht zwaarZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking: Zwaar is de standaardinstelling. |
| Gewicht ruw/katoenLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatstOpmerking: Normaal is de standaardinstelling. |
| Gewicht aangepastLichtNormaalZwaar | Hiermee wordt het relatieve gewicht aangegeven van de aangepaste papiersoort die in een specifieke lade is geplaatstOpmerkingen:•Normaal is de standaardinstelling.•Instellingen worden alleen weergegeven als de aangepaste soort wordt ondersteund. |
Menu Papier laden
| Menu-item Beschrijving | |
| Kringlooppapier ladenDuplexUit | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken waarvoor Kringlooppapier als papiersoort is opgegeven, dubbelzijdig worden afgedruktOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Glossy papier ladenDuplexUit | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken waarvoor Glossy als papiersoort is opgegeven, dubbelzijdig worden afgedruktOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Zwaar Glossypapier ladenDuplexUit | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken waarvoor Glossy als papiersoort is opgegeven, dubbelzijdig worden afgedruktOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Bankpostpapier ladenDuplexUit | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken waarvoor Bankpostpapier als papiersoort is opgegeven, dubbelzijdig worden afgedruktOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Briefhoofdpapier ladenDuplexUit | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken waarvoor Briefhoofdpapier als papiersoort is opgegeven, dubbelzijdig worden afgedruktOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Voorbedrukt papier ladenDuplexUit | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken waarvoor Voorbedrukt papier als papiersoort is opgegeven, dubbelzijdig worden afgedruktOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Gekleurd papier ladenDuplexUit | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken waarvoor Gekleurd als papiersoort is opgegeven, dubbelzijdig worden afgedruktOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Licht papier ladenDuplexUit | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken waarvoor Licht als papiersoort is opgegeven, dubbelzijdig worden afgedruktOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Zwaar papier ladenDuplexUit | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken waarvoor Zwaar is opgegeven als papiersoort, dubbelzijdig worden afgedruktOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Aangepastpapier ladenDuplexUit | Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken waarvoor Aangepastals papiersoort is opgegeven, dubbelzijdig worden afgedruktOpmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Aangepastladen is alleen beschikbaar als de aangepaste soort wordt ondersteund. |
| Opmerkingen:Als u Duplex selecteert wordt dubbelzijdig afdrukken als standaardmodus ingesteld voor alle afdruktaken, tenzij u enkelzijdig afdrukken hebt geselecteerd onder Eigenschappen.Als Duplex is geselecteerd worden alle afdruktaken, waaronder enkelzijdige taken, verzonden via de duplexeenheid. | |
Menu Aangepaste soorten
| Menu-item Beschrijving | |
| AangepastPapierKartonTransparantenGlossyEtikettenVinyletikettenEnvelop | Hiermee koppelt u een papiersoort of een soort speciaal afdrukmateriaal aan een standaardnaam, zoals Aangepastof een aangepaste naam die door een gebruiker is gemaakt via de Embedded Web Server of via MarkVision ProfessionalOpmerkingen:Papier is de standaardinstelling.U kunt alleen afdrukken maken met de aangepaste materiaalsoort als deze wordt ondersteund door de geselecteerde lade of de universele lade. |
| KringlooppapierPapierKartonTransparantenGlossyEtikettenVinyletikettenEnvelop | Hiermee wordt een papiersoort opgegeven als de instelling Kringlooppapier wordt geselecteerd in andere menu'sOpmerkingen:Papier is de standaardinstelling.U kunt alleen afdrukken maken met de aangepaste materiaalsoort als deze wordt ondersteund door de geselecteerde lade of de universele lade. |
Menu Aangepaste namen
| Menu-item Definitie | |
| Aangepaste naam | Geef een aangepaste naam op voor een papiersoort. Deze naam vervangt een Aangepast-naam in de printermenu's. |
Menu Aangepaste scanformaten
| Menu-item Omschrijving | |
| Aangepast scanformaatNaam scangrootteBreedte3–14.17 inches (76–360 mm)Hoogte3–14.17 inches (76–360 mm)AfdrukstandLiggendStaand2 scans per zijdeUitAanKracht ADF-grijprolStandaardinstellingen gebruiker30%40%50%60%70%80% | Hiermee geeft u een aangepaste naam voor het scanformaat en de opties op.Deze naam vervangt de naamAangepast scanformaatin de printer-menu's.Opmerkingen:8,5 inch is de standaardinstelling in de Verenigde Staten voor Breedte. 216 millimeter is de internationale standaardinstelling voor Breedte.14 Inch is standaardinstelling in de Verenigde Staten voor Hoogte. 356 millimeter is de internationale standaardinstelling voor Hoogte.Liggend is de standaardinstelling voor Afdrukstand.Uit is de standaardinstelling voor 2 scans per zijde.Standaardinstellingen gebruiker is de standaardinstelling voor Kracht ADF-grijprol. |
Menu Universele instellingen
Met deze menu-items geeft u de hoogte en breedte op voor het Universele papierformaat. De instelling voor het Universele papierformaat is een door de gebruiker gedefinieerde instelling voor papierformaat. De instelling staat in de lijst met de andere papierformaatinstellingen en biedt soortgelijke opties, zoals ondersteuning voor dubbelzijdig afdrukken en meerdere pagina's afdrukken op één vel.
| Menu-item Beschrijving | |
| MaateenhedenInchMillimeter | Hiermee worden de maateenheden aangegeven.Opmerkingen:In de VS wordt standaard gebruikgemaakt van inches.Millimeter is de internationale standaardinstelling. |
| Staande Breedte3 – 8,5 inch76 – 216 mm | Hiermee stelt u de staande breedte in.Opmerkingen:Als de ingestelde waarde groter is dan de maximale breedte, gebruikt de printer de maximaal toegestane breedte.8,5 inch is de standaardinstelling in de VS. Inches kunnen worden verhoogd in stappen van 0,01 inch.216 mm is de internationale standaardinstelling. Millimeters kunnen worden verhoogd in stappen van 1 mm. |
| Staande hoogte3 – 14,17 inch76 – 360 mm | Hiermee stelt u de staande hoogte in.Opmerkingen:Als de ingestelde waarde groter is dan de maximale hoogte, gebruikt de printer de maximaal toegestane hoogte.14 inch is de standaardinstelling in de VS. Inches kunnen worden verhoogd in stappen van 0,01 inch.356 mm is de internationale standaardinstelling. Millimeters kunnen worden verhoogd in stappen van 1 mm. |
| InvoerrichtingKorte zijdeLange zijde | Hiermee geeft u de invoerrichting aan.Opmerkingen:Korte zijde is de standaardinstelling.Lange zijde wordt alleen weergegeven als de langste zijde korter is dan de maximale breedte die wordt ondersteund in de lade. |
Menu rapporten
Menu Rapporten
Opmerking: wanneer u een menu-item selecteert in het menu Rapporten, wordt het betreffende rapport afgedrukt.
| Menu-item Beschrijving | |
| Pagina Menu-instellingen | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over het papier in de laden, het geïnstalleerde geheugen, het totale aantal pagina's, alarmen, time-outs, de taal op het bedieningspaneel van de printer, het TCP/IP-adres, de status van supplies, de status van de netwerkverbinding en overige informatie |
| Apparaatstatistieken | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met printerstatistieken, zoals gegevens over supplies en afgedrukte pagina's. |
| Pagina met netwerkinstellingen | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de instellingen van de netwerkprinter, zoals informatie over het TCP/IP-adres.Opmerking: dit menu-item wordt alleen weergegeven op netwerkprinters of printers die zijn aangesloten op afdruksservers. |
| Configuratiepagina netwerk | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de instellingen van de netwerkprinter, zoals informatie over het TCP/IP-adres.Opmerkingen:•Dit menu-item is beschikbaar als er meer dan één netwerkoptie is geïnstalleerd.•dit menu-item wordt alleen weergegeven op netwerkprinters of printers die zijn aangesloten op afdruksservers. |
| Draadloze-config.pag. | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de instellingen van de draadloze netwerkprinter, zoals informatie over het TCP/IP-adres.Opmerkingen:• Dit menu-item is beschikbaar als een draadloze kaart is geïnstalleerd en Lexmark Document Solutions Suite is ingeschakeld.• dit menu-item wordt alleen weergegeven op netwerkprinters of printers die zijn aangesloten op afdrukservers. |
| Snelkoppelingenlijst | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over geconfigureerde snelkoppelingen |
| Faxtaaklog Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de laatste 200 faxen | |
| Kieslog faxnummers | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de laatste 100 pogingen om een oproep te plaatsen, de ontvangen oproepen en de geblokkeerde oproepen |
| Kopieersnelkoppelingen | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over kopieersnelkoppelingen. |
| E-mailsnelkoppelingen | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over e-mailsnelkoppelingen |
| Faxsnelkoppelingen | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over faxsnelkoppelingen |
| FTP-snelkoppelingen | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over FTP-snelkoppelingen |
| Profielenlijst | Hiermee wordt een lijst van profielen afgedrukt die zijn opgeslagen op deze printer. |
| NetWare-install.pag. | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met NetWare-specifieke informatie over de netwerkinstellingen.Opmerking: dit menu-item wordt alleen weergegeven op printers waarop een interne draadloze afdrukserver is geïnstalleerd. |
| Lettertypen afdrukken | Hiermee drukt u een rapport af van alle beschikbare lettertypen voor de printertaal die momenteel in de printer is ingesteld. |
| Directory afdrukken | Hiermee drukt u een lijst af van alle bronnen die zijn opgeslagen op een optionele flashgeheugenkaart of de vaste schijf van de printer.Opmerkingen:• De buffergrootte moet zijn ingesteld op 100%.• Het optionele flashgeheugen of de vaste schijf van de printer moet correct zijn geïnstalleerd en goed functioneren. |
| Activarapport | Hiermee drukt u een rapport af met activagegevens, waaronder het serie-nummer en de modelnaam van de printer. Het rapport bevat tekst en UPC-streepjescodes, die gescand kunnen worden naar een activadatabase. |
Menu Netwerk/poorten
Actieve ntw.interf.kaart, menu
| Menu-item Beschrijving | |
| Actieve ntw.interf.kaartAutomatisch | Opmerkingen:•Automatisch is de standaardinstelling.•Dit menu-item wordt alleen weergegeven als een optionele netwerk-kaart is geïnstalleerd. |
Menu's Standaardnetwerk of Netwerk
Opmerking: In dit menu verschijnen alleen actieve poorten. Alle inactieve poorten worden weggelaten.
| Menu-item Beschrijving | |
| PCL SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak wordt vereist, ongeacht de standaard-printertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.De printer gebruikt in dat geval PostScript-emulatie als PS SmartSwitch is ingesteld op "Aan". Als PS SmartSwitch is ingesteld op "Uit", wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| PS SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PS-emulatie als dit door een afdruktaak wordt vereist, ongeacht de standaard-printertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.Als de Uit-instelling wordt gebruikt, gebruikt de printer PCL-emulatie als de PCL-SmartSwitch staat ingesteld op Aan. Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| NPA-modusUitAutomatisch | Hiermee geeft u aan of de printer de speciale verwerking voor bidirectionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPA-protocol.Opmerkingen:• Automatisch is de standaardinstelling.• Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt. |
| NetwerkbufferAutomatisch3K tot | Hiermee stelt u de grootte van de netwerkinvoerbuffer in.Opmerkingen:• Automatisch is de standaardinstelling.• De waarde kan in stappen van 1-K worden gewijzigd.• De maximumgrootte die is toegestaan hangt af van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en of u het menu-item Bronnen opslaan hebt ingesteld op "Aan" of "Uit".• Als u het bereik van de netwerkbuffer wilt maximaliseren, kunt u de parallelle buffer, de seriebuffer en de USB-buffer uitschakelen of kleiner maken.• Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt. |
| Taken in bufferUitAanAutomatisch | Hiermee slaat u afdruktaken tijdelijk op de vaste schijf van de printer op voordat deze worden afgedrukt. Dit menu wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde vaste schijf is geïnstalleerd.Opmerkingen:• Uit is de standaardinstelling.• Als "Aan" is ingesteld, worden taken in de buffer op de vaste schijf van de printer opgeslagen. Deze menuselectie wordt alleen weergegeven als er een onbeschadigde geformatteerde schijf is geïnstalleerd.• In de instelling "Automatisch" worden afdruktaken alleen in de buffer opgeslagen als de printer bezig is met de verwerking van gegevens uit een andere invoerpoort.• Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt. |
| Mac binair PSAanUitAutomatisch | Hiermee stelt u de printer in voor de verwerking van binaire PostScript-afdruktaken voor Macintosh.Opmerkingen:• Automatisch is de standaardinstelling.• Als "Uit" is ingesteld, filtert de printer afdruktaken die gebruikmaken van het standaardprotocol.• Als "Aan" is ingesteld, worden ruwe binaire PostScript-afdruktaken verwerkt. |
| StandaardnetwerkconfiguratieRapporten of netwerkrapportenNetwerkkaartTCP/IPIPv6AppleTalkNetWareLexLinkConfiguratie netwerk | Voor beschrijvingen en instellingen van de netwerkconfiguratiemenu's leest u:“Menu Beheerrapporten” op pagina 168“Menu Netwerkkaart” op pagina 169“Menu TCP/IP” op pagina 168“IPv6 menu” op pagina 170“Menu Draadloos” op pagina 171“Menu AppleTalk” op pagina 171“Menu NetWare” op pagina 172“Menu LexLink” op pagina 172Opmerking:Het menu Draadloos wordt alleen weergegeven wanneer de printer met een draadloos netwerk is verbonden. |
Menu SMTP-instellingen
In het volgende menu kunt u de SMTP-server configureren.
| Menu-item Omschrijving | |
| Primaire SMTP-gatewayPrimaire SMTP-gatewaypoortSecundaire SMTP-gatewaySecundaire SMTP-gatewaypoort | Hiermee kunt u de gegevens voor de SMTP-serverpoort opgeven.Opmerking:"25" is de standaard-SMTP-gatewaypoort. |
| SMTP-timeout5–30 | Hiermee kunt u het aantal seconden opgeven waarna de server een poging de e-mail te verzenden beëindigt.Opmerking:30 seconden is de standaardinstelling. |
| AntwoordadressSL gebruikenDisabled (Uitgeschakeld)OnderhandelenVereist | Hiermee geeft u de servergegevens op. Dit is een vereist item.Opmerkingen:Het berichtvak mag maximaal 512 tekens bevatten.Uitgeschakeld is de standaardinstelling SSL gebruiken. |
| Verificatie SMTP-serverGeen verificatie vereistAanmelden/NormaalCRAM-MD5Digest-MD5NTLMKerberos 5 | Hiermee kunt u opgeven welk type verificatie voor de gebruiker is vereist om te kunnen scannen naar e-mail.Opmerking:"Geen verificatie vereist" is de standaardinstelling. |
| Door het apparaat geïnitieerde e-mailGeenSMTP-referenties voor apparaat gebruikenDoor de gebruiker geïnitieerde e-mailGeenSMTP-referenties voor apparaat gebruikenGebruikersnaam en wachtwoord voor de sessie gebruikenE-mailadres en wachtwoord voor de sessie gebruikenGebruiker vragenGebruikersnaam apparaatWachtwoord apparaatKerberos 5 RealmNTLM-domein | Hiermee geeft u de servergegevens op.Opmerkingen:Het berichtvak mag maximaal 512 tekens bevatten.Geen is de standaardinstelling voor e-mail die door het apparaat of de gebruiker is geïnitieerd. |
Menu Beheerrapporten
Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:
Netwerk/poorten → Standaardnetwerk of Netwerk
| Menu-item Beschrijving | |
| Instellingenpagina afdrukkenPagina Netware-instellingen afdrukken | Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de huidige netwerkinstellingenOpmerkingen:De instellingenpagina bevat informatie over de instellingen van de netwerkprinter, zoals het TCP/IP-adres.Het menu-item NetWare-install.pag. wordt alleen weergegeven op modellen die NetWare ondersteunen en bevat informatie over NetWare-instellingen. |
Menu TCP/IP
Gebruik de volgende menu-items om de TCP/IP-gegevens te bekijken of in te stellen.
Opmerking: Dit menu is alleen beschikbaar voor netwerkmodellen of printers die zijn aangesloten op afdrukservers.
Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:
Netwerk/poorten → Standaardnetwerk of Netwerk
| Menu-item Beschrijving | |
| InschakelenUitUit | Activeert TCP/IPOpmerking: On (Aan) is de standaardinstelling. |
| Hostnaam weergeven | Hiermee wordt de huidige TCP/IP-hostnaam weergegevenOpmerking:Deze kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server. |
| IP-adres | Hiermee kunt u het huidige TCP/IP-adres weergeven of wijzigenOpmerking:Als u handmatig het IP-adres wijzigt, worden DHCP inschakelen en Automatisch IP-adres inschakelen op Uit gezet. Tevens worden BOOTP inschakelen en RARP inschakelen ingesteld op Uit op systemen die BOOTP en RARP ondersteunen. |
| Netmasker | Hiermee kunt u het huidige TCP/IP-netmasker weergeven of wijzigen |
| Gateway | Hiermee kunt u de huidige TCP/IP-gateway weergeven of wijzigen |
| DHCP inschakelenUitUit | Hiermee wordt de instelling voor het toewijzen van DHCP-adres en -parameters opgegeven |
| RARP inschakelenUitUit | Hiermee wordt de instelling voor het toewijzen van het RARP-adres opgegevenOpmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| BOOTP inschakelenUitUit | Hiermee wordt de instelling voor het toewijzen van het BOOTP-adres opgegevenOpmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| AutoIPJaNee | Hiermee wordt de instelling voor Zero Configuration Networking (Configuratieloze netwerken) opgegevenOpmerking:Ja is de standaardinstelling. |
| FTP/TFTP inschakelenYesNee | Hiermee wordt de ingebouwde FTP-server ingeschakeld, waarmee u bestanden naar de printer kunt verzenden via het File Transfer Protocol.Opmerking:Ja is de standaardinstelling. |
| HTTP-server inschakelenJaNee | Hiermee wordt de ingebouwde webserver (Embedded Web Server) ingeschakeld. Als deze optie is ingeschakeld, kan de printer op afstand worden bewaakt en beheerd met behulp van een webbrowser.Opmerking:Ja is de standaardinstelling. |
| WINS-serveradres Hiermee | kunt u het huidige WINS-serveradres weergeven of wijzigen |
| DNS-serveradres | Hiermee kunt u het huidige DNS-serveradres weergeven of wijzigen |
Menu Netwerkkaart
Dit menu is beschikbaar via het menu Netwerk/poorten:
Network/Ports (Netwerk/poorten) → Standard Network (Standaardnetwerk) of Network
| Menu-item Beschrijving | |
| Kaartstatus weergevenAangeslotenVerbinding verbroken | Hiermee kunt u de verbindingsstatus van de netwerkkaart bekijken |
| Kaartsnelheid weergeven | Hiermee kunt u de snelheid van een actieve netwerkkaart bekijken |
| NetwerkadresUAA LAA | Hiermee kunt u de netwerkadressen bekijken |
| Time-out taak0-225 seconden | Hiermee stelt u in na hoeveel seconden een vanaf het netwerk opgegeven afdruktaak kan worden geannuleerd.Opmerkingen:90 seconden is de standaardinstelling.Als u de waarde op 0 zet, wordt de time-out uitgeschakeld.Als u een waarde tussen 1 en 9 kiest, wordt de instelling opgeslagen als 10. |
| VoorbladUitAan | Hiermee kunt u een voorblad afdrukken op de printer.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
IPv6 menu
Gebruik de volgende menu-items om de IPv6 (Internet Protocol versie 6)-gegevens te bekijken of in te stellen.
Opmerking: Dit menu is alleen beschikbaar voor netwerkmodellen of printers die zijn aangesloten op afdrukservers.
Dit menu is beschikbaar via het menu Netwerk/poorten:
Network/Ports (Netwerk/poorten) → Standard Network (Standaardnetwerk) of Network
| Menu-item Beschrijving | |
| IPv6 inschakelenUitUit | Hiermee schakelt u IPv6 op de printer in.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling. |
| Automatische configuratieUitUit | Hiermee stelt u in of de netwerkadapter de door een router automatisch geconfigureerde IPv6-adressen accepteert.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling. |
| Hostnaam weergevenAdres weergevenRouteradres weergeven | Hiermee kunt u de huidige instelling bekijkenOpmerking: deze instellingen kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server. |
| Schakel DHCPv6 inUitUit | Hiermee schakelt u DHCPv6 op de printer in.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling. |
Menu Draadloos
Gebruik de volgende menu-items om de instellingen van de draadloze interne afdrukserver te bekijken of te configureren.
Opmerking: Dit menu is alleen beschikbaar op modellen die zijn verbonden met een draadloos netwerk.
Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:
Netwerk/poorten →Netwerk
| Menu-item Beschrijving | |
| NetwerkmodusInfrastructuurAd hoc | Hiermee geeft u de netwerkmodus opOpmerkingen:In de modus Infrastructuur kan de printer toegang krijgen tot een netwerk via een toegangspunt.Ad hoc is de standaardinstelling. In de modus Ad hoc wordt de printer geconfigureerd voor direct draadloos netwerkgebruik tussen de printer en een computer. |
| Compatibiliteit802.11n802.11b/g802.11b/g/n | Hiermee wordt de standaard voor draadloos netwerkgebruik voor het draadloze netwerk opgegeven |
| Netwerk kiezen | Hiermee selecteert u een beschikbaar netwerk voor de printer |
| Signaalsterkte weergeven | Hiermee kunt u de kwaliteit van de draadloze verbinding bekijken |
| Beveiligingsmodus weergeven | Hiermee kunt u de coderingsmethode voor de draadloze verbinding bekijken "Uitgeschakeld" geeft aan dat het draadloze netwerk niet is gecodeerd. |
Menu AppleTalk
Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:
Netwerk/poorten → Standaardnetwerk of Netwerk
| Menu-item Beschrijving | |
| InschakelenUitUit | Hiermee wordt AppleTalk-ondersteuning geactiveerdOpmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Naam weergeven | Hiermee wordt de toegewezen AppleTalk-naam weergegeven.Opmerking:De naam kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server. |
| Adres weergeven | Hiermee wordt het toegewezen AppleTalk-adres weergegeven.Opmerking:Het adres kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server. |
| Zone instellen | Hiermee wordt een lijst met AppleTalk-zones weergegeven die op het netwerk beschikbaar zijn. |
| Opmerking: De standaardinstelling is de standaardzone voor het netwerk. Als geen standaardzone beschikbaar is, wordt de zone die is gemarkeerd met een * gebruikt als standaard. |
Menu NetWare
Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:
Netwerk/poorten →Standaardnetwerk of Netwerk
| Menu-item Beschrijving | |
| InschakelenYesNee | Hiermee wordt NetWare-ondersteuning geactiveerdOpmerking: No (Nee) is de standaardinstelling. |
| Aanmeldingsnaam weergeven | Hiermee kunt u de toegewezen NetWare-aanmeldingsnaam bekijkenOpmerking: Deze kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server. |
| Afdrukmodus | Hiermee kunt u de toegewezen NetWare-afdrukmodus bekijkenOpmerking: Deze kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server. |
| Netwerknummer Hiermee kunt u de toegewezen NetWare-netwerknummer bekijkenOpmerking: Deze kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server. | |
| SAP-kaders selecterenEthernet 802.2Ethernet 802,3Ethernet Type IIEthernet SNAP | Hiermee schakelt u de frametype-instelling voor Ethernet inOpmerking: On (Aan) is de standaardinstelling voor alle menu-items. |
| Packet BurstYesNee | Hiermee wordt het netwerkverkeer beperkt door de overdracht en ontvangstbevestiging van meerdere gegevenspakketten van en naar de NetWare-server toe te staan.Opmerking: Ja is de standaardinstelling. |
| NSQ/GSQ-modusYesNee | Hiermee geeft u de waarde voor de NSQ/GSQ-modus opOpmerking: Ja is de standaardinstelling. |
Menu LexLink
Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:
Netwerk/poorten → Standaardnetwerk of Netwerk
| Menu-item Beschrijving | |
| InschakelenUitUit | Hiermee wordt LexLink-ondersteuning geactiveerdOpmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling. |
| Bijnaam weergeven | Hiermee kunt u de toegewezen LexLink-bijnaam bekijkenOpmerking:De LexLink-bijnaam kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server. |
Menu's Standaard-USB en USB
| Menu-item Beschrijving | |
| PCL SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op de USB-poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op Uit, controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.Wanneer de instelling Uit is, gebruikt de printer PostScript-emulatie als PS SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PS SmartSwitch is ingesteld op Uit, wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| PS SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PS-emulatie als dit door een afdruktaak op de USB-poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op Uit, controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.Wanneer de instelling Uit is, gebruikt de printer PCL-emulatie als PCL SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PCL SmartSwitch is ingesteld op Uit, wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| NPA-modusAanUitAutoUSB-bufferUitgeschakeldAuto3K tot | Hiermee geeft u aan of de printer de speciale verwerking voor bidirectionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPA-protocol.Opmerkingen:Auto is de standaardinstelling.Als u deze instelling wijzigt in het bedieningspaneel en vervolgens de menu's afsluit, moet de printer opnieuw worden opgestart. De menuse-lectie wordt bijgewerkt.Hiermee stelt u de grootte van de USB-invoerbuffer in.Opmerkingen:Auto is de standaardinstelling.Met de instelling Uitgeschakeld schakelt u het opslaan van taken in de buffer uit. Afdruktaken die al in de schijfbuffer zijn opgenomen, worden afgedrukt voordat het normaal verwerken van nieuwe afdruktaken wordt hervat.De instelling van de grootte van de USB-buffer kan in stappen van 1K worden aangepast.De maximumgrootte die is toegestaan, hangt af van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en of u het menu-item Bronnen opslaan hebt ingesteld op Aan of Uit.Als u het maximale bereik van de USB-buffer wilt vergroten, kunt u de grootte van de parallelle, seriële en netwerkbuffers uitschakelen of kleiner maken.Als u deze instelling wijzigt in het bedieningspaneel en vervolgens de menu's afsluit, moet de printer opnieuw worden opgestart. De menuse-lectie wordt bijgewerkt. |
| Taken in bufferAanUitAuto | Hiermee slaat u afdruktaken tijdelijk op de vaste schijf van de printer op voordat ze worden afgedrukt.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.Als Aan is ingesteld, worden taken in de buffer op de vaste schijf van de printer opgeslagen.In de instelling Automatisch worden afdruktaken alleen in de buffer opgeslagen als de printer bezig is met de verwerking van gegevens uit een andere invoerpoort.Als u deze instelling wijzigt in het bedieningspaneel en vervolgens de menu's afsluit, moet de printer opnieuw worden opgestart. De menuse-lectie wordt bijgewerkt. |
| Mac binair PSAanUitAuto | Hiermee stelt u de printer in voor de verwerking van binaire PostScript-afdruktaken voor Macintosh.Opmerkingen:Auto is de standaardinstelling.Als Uit is ingesteld, filtert de printer afdruktaken die gebruikmaken van het standaardprotocol.Als Aan is ingesteld, worden ruwe binaire PostScript-afdruktaken verwerkt. |
| ENA-adres | Hiermee stelt u het netwerkadres in voor een externe afdrukserver die via een USB-kabel op de printer is aangesloten.Opmerking: Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USB-poort is aangesloten op een externe afdrukserver. |
| ENA-netmasker | Hiermee stelt u de netmaskerinformatie in voor een externe afdrukserver die via een USB-kabel op de printer is aangesloten.Opmerking: Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USB-poort is aangesloten op een externe afdrukserver. |
| ENA-gateway | Hiermee stelt u de gateway-informatie in voor een externe afdrukserver die via een USB-kabel op de printer is aangesloten.Opmerking: Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USB-poort is aangesloten op een externe afdrukserver. |
Parallel
| Menu-item Beschrijving | |
| PCL SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op een seriële poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op Uit, controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.De printer gebruikt in dat geval PostScript-emulatie als PS SmartSwitch is ingesteld op Aan. Als PS SmartSwitch is ingesteld op Uit, wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| PS SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op een seriële poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op Uit, controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.Als de instelling Uit is, gebruikt de printer PCL-emulatie als de PCL-SmartSwitch staat ingesteld op Aan. Als PCL SmartSwitch is ingesteld op Uit, wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| NPA-modusAanUitAutoParallelbufferUitgeschakeldAuto3K tot | Hiermee geeft u aan of de printer de speciale verwerking voor bidirectionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPA-protocol.Opmerkingen:Auto is de standaardinstelling.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt.Hiermee stelt u de grootte van de parallelle invoerbuffer in.Opmerkingen:Auto is de standaardinstelling.Met de instelling Uitgeschakeld schakelt u het opslaan van taken in de buffer uit. Afdruktaken die al in de schijfbuffer zijn opgenomen worden afgedrukt voordat het normaal verwerken van nieuwe afdruktaken wordt hervat.De instelling van de grootte van de parallelle buffer kan in stappen van 1k worden aangepast.De maximumgrootte die is toegestaan hangt af van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en of u het menu-item Bronnen opslaan hebt ingesteld op Aan of Uit.Als u het maximale bereik van de parallelbuffer wilt vergroten, kunt u de grootte van de USB-buffers, seriële buffers en netwerkbuffers uitschakelen of kleiner maken.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt. |
| Taken in bufferUitAanAuto | Hiermee slaat u afdruktaken tijdelijk op de vaste schijf van de printer op voordat ze worden afgedrukt.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.Met de instelling Uit slaat u geen afdruktaken op in de buffer op de vaste schijf.Als de instelling Aan is, worden taken in de buffer op de vaste schijf van de printer opgeslagen.Als de instelling Automatisch is worden afdruktaken alleen in de buffer opgeslagen als de printer bezig is met de verwerking van gegevens uit een andere invoerpoort.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt. |
| Status UitgebreidAanUit | Hiermee schakelt u bidirectionele communicatie via de parallelle interface in.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als Uit is ingesteld, wordt onderhandeling op de parallelle poort uitgeschakeld. |
| Parallel ProtocolStandaardFastbytes | Hiermee stelt u een protocol in voor de parallelle poort.Opmerkingen:Fastbytes is de standaardinstelling. Deze instelling biedt compatibiliteit met de meeste parallelle poorten en is de aanbevolen instelling.De standaardinstelling probeert communicatieproblemen m.b.t. de parallelle poort op te lossen. |
| INIT honorerenAanUit | Hiermee geeft u op of de printer hardware-initialisatieverzoeken van de computer moet honoreren.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•De computer dient een initialisatieverzoek in door het INIT-signaal op de parallelle poort te activeren. Veel computers activeren het INIT-signaal telkens opnieuw als de computer wordt aangezet. |
| Parallelle modus 2AanUit | Hiermee bepaalt u of de gegevens van de parallelle poort worden gesampled aan de voor- of achterkant van de strobe.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Mac binair PSAanUitAuto | Hiermee stelt u de printer in voor de verwerking van binaire PostScript-afdruktaken voor Macintosh.Opmerkingen:•Auto is de standaardinstelling.•Als Uit is ingesteld, filtert de printer afdruktaken die gebruikmaken van het standaardprotocol.•Als Aan is ingesteld, worden ruwe binaire PostScript-afdruktaken verwerkt. |
| ENA-adres.<xxx>.<xxx>.<xxx> | Hiermee stelt u het netwerkadres in voor een externe afdrukserver die via een USB-kabel op de printer is aangesloten.Opmerking: Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USB-poort is aangesloten op een externe afdrukserver. |
| ENA-netmasker<xxx>.<xxx>.<xxx> | Hiermee stelt u de netmaskerinformatie in voor een externe afdrukserver die via een USB-kabel op de printer is aangesloten.Opmerking: Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USB-poort is aangesloten op een externe afdrukserver. |
| ENA-gateway<xxx>.<xxx>.<xxx> | Hiermee stelt u de gateway-informatie in voor een externe afdrukserver die via een USB-kabel op de printer is aangesloten.Opmerking: Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USB-poort is aangesloten op een externe afdrukserver. |
Menu Serieel
| Menu-item Beschrijving | |
| PCL SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op een seriële poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:"Aan" is de standaardinstelling.Als de instelling "Uit" wordt gebruikt, controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.De printer gebruikt in dat geval PostScript-emulatie als PS SmartSwitch is ingesteld op "Aan". Als PS SmartSwitch is ingesteld op "Uit", wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| PS SmartSwitchAanUit | Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op een seriële poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:"Aan" is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.De printer gebruikt in dat geval PCL-emulatie als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Aan". Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven. |
| NPA-modusAanUitAuto | Hiermee stelt u in of de printer de speciale verwerking voor bidirectionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPA-protocol.Opmerkingen:"Auto" is de standaardinstelling.Als de instelling "Aan" is, past de printer NPA-verwerking toe. Als de gegevens niet in de NPA-indeling zijn opgesteld, worden deze als onverwerkbaar beschouwd en verwijderd.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", past de printer NPA-verwerking niet toe.Als de instelling "Auto" is, controleert de printer de gegevens, controleert de printer welke indeling de gegevens hebben en past de printer de verwerking aan.Als u deze instelling wijzigt via het bedieningspaneel en vervolgens de menu's afsluit, leidt dat ertoe dat de printer opnieuw wordt opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt. |
| Seriele bufferUitgeschakeldAuto3K tot | Hiermee stelt u de grootte van de serièle invoerbuffer in.Opmerkingen:"Auto" is de standaardinstelling.Met de instelling 'Uitgeschakeld' schakelt u het opslaan van taken in de buffer uit. Afdruktaken die al in de schijfbuffer zijn opgenomen, worden afgedrukt voordat het normaal verwerken van nieuwe afdruktaken wordt hervat.De instelling van de grootte van de serièle buffer kan in stappen van 1K worden aangepast.De maximumgrootte die is toegestaan hangt af van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en of u het menu-item Bronnen opslaan hebt ingesteld op "Aan" of "Uit".Als u het maximale bereik van de serièle buffer wilt vergroten, kunt u de grootte van de parallelle buffers, serièle buffers en netwerkbuffers uitschakelen of kleiner maken.Als u deze instelling wijzigt via het bedieningspaneel en vervolgens de menu's afsluit, leidt dat ertoe dat de printer opnieuw wordt opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt. |
| Taken in bufferUitAanAuto | Hiermee slaat u afdruktaken tijdelijk op de vaste schijf van de printer op voordat ze worden afgedrukt.Opmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling.Met de instelling "Uit" slaat u geen afdruktaken op in de buffer op de vaste schijf.Als "Aan" is ingesteld, worden taken in de buffer op de vaste schijf van de printer opgeslagen.In de instelling "Automatisch" worden afdruktaken alleen in de buffer opgeslagen als de printer bezig is met de verwerking van gegevens uit een andere invoerpoort.Als u deze instelling wijzigt via het bedieningspaneel en vervolgens de menu's afsluit, leidt dat ertoe dat de printer opnieuw wordt opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt. |
| Serieel protocolDTRDTR/DSRXON/XOFFXON/XOFF/DTRXONXOFF/DTRDSR | Hiermee selecteert u de instellingen van de hardware- en software-handshaking voor de serièle poort.Opmerkingen:"DTR" is de standaardinstelling.DTR/DSR is een instelling voor hardware-handshaking.XON/XOFF is een instelling voor software-handshaking.XON/XOFF/DTR en XON/XOFF/DTR/DSR zijn instellingen voor gecombineerde hardware- en software-handshaking. |
| Robust XONAanUit | Hiermee bepaalt u of de printer al dan niet zijn beschikbaarheid meldt aan de computer.Opmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling.Dit menu-item is alleen van toepassing op de seriële poort als Serieel protocol is ingesteld op XON/XOFF. |
| Baud1200240048009600192003840057600115200138200172800230400345600 | Hiermee stelt u in met welke snelheid gegevens via de seriële poort kunnen worden ontvangen.Opmerkingen:"9600" is de standaardinstelling.De baudwaarden 138200, 172800, 230400 en 345600 worden alleen weergegeven in het menu Std. serieel. Deze instellingen worden niet weergegeven in de menu's Serieel optie 1, Serieel optie 2 of Serieel optie 3. |
| Databits78 | Hiermee stelt u in hoeveel databits per transmissieframe worden verzonden.Opmerking:"8" is de standaardinstelling. |
| PariteitEvenOnevenGeenNegeren | Hiermee selecteert u de pariteit voor seriële in- en uitvoerframes.Opmerking:"Geen" is de standaardinstelling. |
| DSR honorerenAanUit | Hiermee bepaalt u of de printer al dan niet gebruikmaakt van het DSR-signaal. DSR is een handshaking-signaal dat wordt gebruikt door de meeste seriële kabels.Opmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling.DSR wordt door de seriële poort gebruikt om onderscheid te maken tussen gegevens die door de computer zijn verzonden en gegevens die zijn veroorzaakt door elektrische ruis in de seriële kabel. De elektrische ruis kan tot gevolg hebben dat er ongewenste tekens worden afgedrukt. Stel deze optie in opAanom te voorkomen dat er ongewenste tekens worden afgedrukt. |
| Menu-item Beschrijving | |
| Aanmeldingen via bedieningspaneelMislukte aanmeldingenTijdsbestek voor mislukte pogingenVergrendelingstijdTime-out voor aanmelding | Beperkt het tijdsbestek voor, en het aantal, mislukte aanmeldingspogingen via het bedieningspaneel van de printer voordat het apparaat voor alle gebruikers wordt vergrendeld.Opmerkingen:“Mislukte aanmeldingen” geeft aan hoeveel mislukte aanmeldings-pogingen zijn toegestaan voordat het apparaat voor gebruikers wordt vergrendeld. Het aantal kan variëren van 1–50. Standaard zijn drie pogingen toegestaan.“Tijdsbestek voor mislukte pogingen” geeft het tijdsbesteka aan waarin mislukte aanmeldingspogingen mogen worden gedaan voordat het apparaat voor gebruikers wordt vergrendeld. Het instelbereik ligt tussen de 1 en 60 minuten. 5 minuten is de standaardinstelling.“Vergrendelingstijd” geeft aan hoe lang het apparaat voor gebruikers vergrendeld zal zijn nadat het ingestelde maximumaantal mislukte aanmeldingspogingen is overschreden. Het instelbereik ligt tussen de 0 en 60 minuten. De standaardinstelling is 5 minuten. 0 geeft aan dat geen vergrendelingstijd wordt gebruikt op de printer.“Time-out voor aanmelding” geeft aan hoe lang de printer inactief blijft in het beginscherm voordat de gebruiker automatisch wordt afgemeld. Het instelbereik ligt tussen de 1 en 900 seconden. 300 seconden is de standaardinstelling. |
| Aanmeldingen op afstandMislukte aanmeldingenTijdsbestek voor mislukte pogingenVergrendelingstijdTime-out voor aanmelding | Beperkt het tijdsbestek voor, en het aantal, mislukte aanmeldingspogingen via een computer voordat het apparaat voor alle externe gebruikers wordt vergrendeld.Opmerkingen:“Mislukte aanmeldingen” geeft aan hoeveel mislukte aanmeldings-pogingen zijn toegestaan voordat het apparaat voor gebruikers wordt vergrendeld. Het aantal kan variëren van 1–50. Standaard zijn drie pogingen toegestaan.“Tijdsbestek voor mislukte pogingen” geeft het tlijdsbesteka aan waarin mislukte aanmeldingspogingen mogen worden gedaan voordat het apparaat voor gebruikers wordt vergrendeld. Het instelbereik ligt tussen de 1 en 60 minuten. 5 minuten is de standaardinstelling.“Vergrendelingstijd” geeft aan hoe lang het apparaat voor een gebruiker vergrendeld zal zijn nadat het ingestelde maximumaantal mislukte aanmeldingspogingen is overschreden. Het instelbereik ligt tussen de 0 en 60 minuten. De standaardinstelling is 5 minuten. 0 geeft aan dat geen vergrendelingstijd wordt gebruikt op de printer.“Time-out voor aanmelding” geeft aan hoe lang de externe interface inactief blijft voordat de gebruiker automatisch wordt afgemeld. Het instelbereik ligt tussen de 1 en 900 seconden. 300 seconden is de standaardinstelling. |
Menu Vertrouwelijke taken afdrukken
| Menu-item Beschrijving | |
| Max. ongeldige PINUit2–10 | Hiermee beperkt u het aantal keren dat een ongeldige PIN-code kan worden ingevoerd.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een vaste printerschijf is geïnstalleerd.Wanneer de limiet is bereikt, worden de taken voor de desbetreffende gebruikersnaam en PIN verwijderd. |
| Vervaltijd taakUit1 uur4 uur24 uur1 week | Hiermee beperkt u de duur dat een beveiligde taak in de printer blijft staan voordat de taak wordt verwijderd.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.Als de instelling voor Vervaltijd taak wordt gewijzigd wanneer er zich vertrouwelijke taken in het RAM-geheugen of op de vaste schijf van de printer bevinden, wordt de vervaltijd voor die afdruktaken niet ingesteld op de nieuwe standaardwaarde.Als de printer wordt uitgeschakeld, worden alle vertrouwelijke taken in het RAM-geheugen van de printer verwijderd. |
Menu Schijf wissen
| Menu-item Beschrijving | |
| Automatisch wissenUitAan | Met Schijf wissen wist u alleen gegevens van afdruktaken die momenteel niet door het bestandssysteem van de vaste schijf van de printer worden gebruikt. Alle permanente gegevens van de vaste schijf van de printer, zoals gedownloade lettertypen, macro's en taken in de wachtrij, blijven behouden.Met Automatisch wissen wordt alle schijfruimte die door een vorige taak is gebruikt gemarkeerd zodat het bestandssysteem die ruimte niet opnieuw kan gebruiken voordat deze is opgeschoond.Alleen Automatisch wissen biedt gebruikers de mogelijkheid om Schijf wissen in te schakelen zonder dat ze de printer een tijd lang offline moeten plaatsen.Opmerkingen:·Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.·Uit is de standaardinstelling.·Door de grote hoeveelheid bronnen die vereist is voor Automatisch wissen, kunnen de printerprestaties afnemen als deze optie wordt ingeschakeld, met name als de printer sneller ruimte van de vaste schijf moet gebruiken dan dat ruimte kan worden gewist en weer beschikbaar kan worden gesteld voor gebruik. |
| Handmatig wissenNu startenNiet nu starten | Met Schijf wissen wist u alleen gegevens van afdruktaken die momenteel niet door het bestandssysteem van de vaste schijf van de printer worden gebruikt. Alle permanente gegevens van de vaste schijf van de printer, zoals gedownloade lettertypen, macro's en taken in de wachtrij, blijven behouden.Met Handmatig wissen overschrijft u alle schijfruimte die is gebruikt om gegevens op te slaan van een afdruktaak die is verwerkt (afgedrukt). Bij deze vorm van wissen wordt geen informatie gewist die betrekking heeft op een niet-verwerkte afdruktaak.Opmerkingen:• Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd."Niet nu starten" is de standaardinstelling.Als de toegangscontrole Schijf wissen is geactivceerd, moet een gebruiker slagen voor de verificatie en over de vereiste toestemming beschikken om Schijf wissen te kunnen initiëren. |
| Automatische methodeEén doorgangMeerdere doorgangen | Met Schijf wissen wist u alleen gegevens van afdruktaken die momenteel niet door het bestandssysteem van de vaste schijf van de printer worden gebruikt. Alle permanente gegevens van de vaste schijf van de printer, zoals gedownloade lettertypen, macro's en taken in de wachtrij, blijven behouden.Opmerkingen:• Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.Eén doorgang is de standaardinstelling.Het verdient aanbeveling om zeer vertrouwelijke informatie alleen met de methode Meerdere doorgangen te wissen. |
| Handmatige methodeEén doorgangMeerdere doorgangen | Met Schijf wissen wist u alleen gegevens van afdruktaken die momenteel niet door het bestandssysteem van de vaste schijf van de printer worden gebruikt. Alle permanente gegevens van de vaste schijf van de printer, zoals gedownloade lettertypen, macro's en taken in de wachtrij, blijven behouden.Zowel bij handmatig als bij gepland wissen kan het bestandssysteem de gemarkeerde schijfruimte opnieuw gebruiken zonder deze eerst te moeten wissen.Opmerkingen:• Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.Eén doorgang is de standaardinstelling.Het verdient aanbeveling om zeer vertrouwelijke informatie alleen met de methode Meerdere doorgangen te wissen. |
| Geplande methodeEén doorgangMeerdere doorgangen | Met Schijf wissen wist u alleen gegevens van afdruktaken die momenteel niet door het bestandssysteem van de vaste schijf van de printer worden gebruikt. Alle permanente gegevens van de vaste schijf van de printer, zoals gedownloade lettertypen, macro's en taken in de wachtrij, blijven behouden.Zowel bij handmatig als bij gepland wissen kan het bestandssysteem de gemarkeerde schijfruimte opnieuw gebruiken zonder deze eerst te moeten wissen.Opmerkingen:·Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.·Eén doorgang is de standaardinstelling.·Het verdient aanbeveling om zeer vertrouwelijke informatie alleen met de methode Meerdere doorgangen te wissen.·Gepland wissen wordt gestart zonder een gebruikerswaarschuwing of bevestigings-bericht weer te geven. |
Menu Logbestand beveiligingscontrole
| Menu-item Beschrijving | |
| Log exporteren | Hiermee kan een bevoegde gebruiker het beveiligingslog exporterenOpmerkingen:Als u het log wilt exporteren vanaf het bedieningspaneel van de printer, moet een flashstation worden aangesloten op de printer.Vanaf de Embedded Web Server kan het log worden gedownload naar een computer. |
| Log verwijderenNu verwijderenNiet verwijderen | Hiermee wordt opgegeven of controlelogbestanden worden verwijderdOpmerking:"Nu verwijderen" is de standaardinstelling. |
| Log configurerenControle inschakelenExtern systeemlog inschakelenExterne systeemlogvoorzieningErnst van te loggen gebeurtenissen | Hiermee wordt opgegeven of en hoe de controlelogs worden gemaaktOpmerking:Standaard is het beveiligingslog ingeschakeld. |
Menu Datum/tijd instellen
| Menu-item Beschrijving | |
| Datum/tijd weergeven | Hiermee kunt u de huidige datum- en tijdinstellingen voor de printer weergeven. |
| Set Date/Time (Datum/tijd instellen) | Opmerking: De datum/tijd is ingesteld als JJJJ-MM-DD HH:MM. |
| Tijdzone<lijst met tijdzones> | Opmerking: GMT is de standaardinstelling. |
| Zomertijd gebruikenAanUit | Opmerking: Aan is de standaardinstelling en gebruikt de toepasselijke zomertijd die gekoppeld is aan de tijdzone-instelling. |
| NTP inschakelenAanUit | Schakelt het netwerktijdprotocol in, dat de klokken van apparaten in een netwerk synchroniseert.Opmerking: Aan is de standaardinstelling. |
Settings (Instellingen), menu
Menu Algemene instellingen
| Menu-item Beschrijving | |
| Taal op displayEngelsFransDuitsItaliaansSpaansDeensNoorsNederlandsZweedsPortugeesFinsRussischPoolsHongaarsTurksTsjechischVereenvoudigd ChineesTraditioneel ChineesKoreaansJapans | Hiermee wordt de taal van de tekst op de display ingesteldOpmerking:niet alle talen zijn voor alle printers beschikbaar. |
| EcomodusUitEnergieEnergie/PapierPapier | Hiermee beperkt u het gebruik van energie, papier of speciaal afdrukmatieraal tot een minimumOpmerkingen:·Uit is de standaardinstelling. Met Uit worden de oorspronkelijke fabrieksinstellingen opnieuw ingesteld op de printer.·De instelling Energie beperkt het stroomgebruik van de printer tot een minimum. De prestaties kunnen hierdoor worden beïnvloed, maar de afdrukkwaliteit niet.·Met Papier beperkt u de hoeveelheid papier en speciaal afdrukmatieraal die voor een afdruktaak nodig is tot een minimum. De prestaties kunnen hierdoor worden beïnvloed, maar de afdrukkwaliteit niet.·Met de instelling Energie/Papier wordt het gebruik van stroom en van papier en speciaal afdrukmatieraal tot een minimum beperkt. |
| Signaal ADI geladenIngeschakeldUitgeschakeld | Hiermee geeft u aan of de ADI een signaal geeft wanneer er papier is geladenOpmerking:Uitgeschakeld is de standaardinstelling. |
| Stille modusUit (Afbeelding/Foto)Aan (Tekst/Afbeeldingen) | Reduceert de hoeveelheid geluid die door de printer wordt voortgebrachtOpmerkingen:·Uit is de standaardinstelling. Deze instelling ondersteunt de prestatiespecificaties voor uw printer.·Met Aan configureert u de printer zodanig dat deze zo weinig mogelijk geluid produceert. Deze instelling is het meest geschikt voor het afdrukken van tekst en afbeeldingen met lijnen.·Schakel de Stille modus uit om kleurrijke documenten optimaal te kunnen afdrukken.·Als uFotoselecteert vanuit het stuurprogramma, wordt de Stille modus mogelijk uitgeschakeld en worden de afdrukkwaliteit en de afdruksnelheid verbeterd. |
| Beginconfiguratie uitvoerenJaNee | Geeft de printer de opdracht om de installatiewizard uit te voerenOpmerkingen:·Ja is de standaardinstelling.·Nadat u de installatiewizard hebt voltooid door in het scherm voor de landselectie op Gereed te klikken, wordt de standaardinstelling Nee. |
| ToetsenbordType toetsenbordEngelsFransFrans CanadeesDuitsItaliaansSpaansDeensNoorsNederlandsZweedsFinsPortugeesRussischPoolsZwitser-DuitsZwitsers FransTurksKoreaansAangepaste toetsTabblad Accenten/symbolenAanUitTabblad Russisch/PoolsAanUitTabblad KoreaansAanUit | Hiermee geeft u informatie op voor de taal en de aangepaste toetsen op het toetsenbord van het bedieningspaneel van de printer. Hiermee heeft u via het toetsenbord op het bedieningspaneel van de printer toegang tot extra tabbladen met accenttekens en symbolen. |
| PapierformatenVSMetrisch | Opmerkingen:•De aanvankelijke instelling wordt bepaald door uw landselectie in de initiele installatiewizard.•Als u deze instelling wijzigt, verandert ook de instelling Maateenheden in het menu Universal-instelling en de standaardwaarde voor elke invoerbron in het menu Papierformaat/-soort. |
| Scannen naar reeks PC-poorten | Hiermee geeft u een geldig poortbereik op voor printers achter een firewall die poorten blokkeert. De geldige poorten worden opgegeven aan de hand van twee sets getallen die worden gescheiden door een puntkomma.Opmerking:9751:12000 is de standaardinstelling. |
| Weergegeven informatieLinkerkantRechterkantAangepaste tekstCartridgeWeergeven wanneer supplies worden geregistreerdUitEerste waarschuwingLeegBijna leegVervangenType bericht dat moet worden weergegevenStandaardAfwisselendStandaardberichtAlternatief bericht | Hiermee kunt u opgeven wat in de rechter- en linkerhoek boven in het beginscherm wordt weergegevenKies voor de opties aan de linker- en rechterkant uit de volgende mogelijkheden:GeenIP-adresHostnaamContactpersoonLocatieDatum/tijdmDNS/DDNS-servicenaamNaam Configuratieloze verbindingInktvoorraadAangepaste tekstOpmerkingen:• Bij de standaardinstelling wordt aan de linkerkant het IP-adres weergegeven.• Bij de standaardinstelling wordt aan de rechterkant datum/tijd weergegeven.• Uit is de standaardinstelling voor Display wanneer supplies worden geregistreerd.• Standaard is de standaardinstelling voor Type bericht dat moet worden weergegeven. |
| Weergegeven informatie (vervolg)Papier vastPlaats papierOnderhoudsfouten | De informatie die wordt weergegeven voor Papier vast, Plaats papier en Servicefouten kunnen worden aangepast met de volgende opties:InschakelenJaNeeType bericht dat moet worden weergegevenStandaardAfwisselendStandaardberichtAlternatief berichtOpmerkingen:• Nee is de standaardinstelling voor Inschakelen.• Standaard is de standaardinstelling voor Type bericht dat moet worden weergegeven. |
| Het Home-scherm aanpassenTaal wijzigenKopiërenKopieersnelkoppelingenFaxenFaxsnelkoppelingenE-mailE-mailsnelkoppelingenFTPFTP-snelkoppelingenTaken in wacht zoekenTaken in wachtrijUSB-stationProfielenBladwijzersTaken op gebruiker | Er kunnen extra knoppen aan het beginscherm worden toegevoegd en standaardknoppen kunnen worden verwijderd.De beschikbare selecties voor elke knop zijn:DisplayNiet weergeven |
| DatumindelingMM-DD-JJJJDD-MM-JJJJJJJJ-MM-DD | Hiermee geeft u de datumindeling van de printer op |
| Tijdsindeling12-uurs klok (A.M./P.M.)24-uurs klok | Hiermee geeft u de tijdsindeling van de printer op |
| Helderheid van scherm20–100 | Hiermee geeft u de helderheid aan van het scherm van het bedieningspaneel van de printer |
| Een pagina kopierenAanUit | Hiermee geeft u aan dat er een pagina per keer via de glasplaat mag worden gekopieerdOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| UitvoerlampIndicatielampje standaardladeNormale/Stand-bymodusHelderGedimdUitSpaarstandHelderGedimdUitIndicatielampjes optionele uitvoerladeNormale/Stand-bymodusHelderGedimdUitSpaarstandHelderGedimdUit | Hiermee geeft u de lichtsterkte voor de standaardlade of een optionele uitvoerlade opOpmerkingen:In de Normale/Stand-bymodus is de standaardin-stelling Helder.In de Spaarstandmodus is de standaardinstelling Gedimd. |
| Bladwijzers weergevenAanUit | Hiermee stelt u in of bladwijzers worden weergegeven in het gebied Taken in wachtOpmerking:Aan is de standaardinstelling. Selecteert u Aan, dan worden bladwijzers weergegeven in het gebied Taken in wacht. |
| Achtergrond verwijderen toestaanAanUit | Hiermee stelt u in of het is toegestaan om de achtergrond van een afbeelding te verwijderen tijdens het kopieren, faxen, e-mailen, overbrengen van bestanden via FTP of scannen naar USBOpmerking:Aan is de standaardinstelling. De achtergrond van de afbeelding wordt dan verwijderd. |
| Aangepaste scantaken toestaanAanUit | Hiermee kunt u meerdere taken naar een bestand scannenOpmerking:Aan is de standaardinstelling. Selecteert u Aan, dan kan de optie Aangepaste scantaken toestaan worden ingeschakeld voor een specifieke taak. |
| Herstel na scannerstoringTaakniveauPaginaniveau | Hiermee stelt u in hoe een gescande taak opnieuw moet worden geladen als er een papierstoring optreedt in de ADIOpmerkingen:Wordt Taakniveau geselecteerd, dan moet de hele taak opnieuw worden gescand als er pagina's vastlopen.Wordt paginaniveau geselecteerd, dan moet de hele taak opnieuw worden gescand als er pagina's vastlopen. |
| Vernieuwingsfrequentie webpagina30–300 | Hiermee stelt u het aantal seconden in voordat de Geïntegreerde webserver wordt vernieuwdOpmerking:120 seconden is de standaardinstelling. |
| ContactpersoonHier kunt u een contactpersoon opgeven voor de printerOpmerking:de contactpersoon wordt opgeslagen op de Geïntegreerde webserver. | |
| Locatie | Hier kunt u de locatie van de printer opgevenOpmerking:de locatie wordt opgeslagen op de Geïntegreerde webserver. |
| AlarmenAlarminstellingCartridge-alarm | Hiermee wordt een alarm ingesteld dat klinkt wanneer de gebruiker moet ingrijpenDe beschikbare selecties voor elk alarmtype zijn:UitEén keerContinuOpmerkingen:Eén keer is de standaardinstelling voor Alarminstelling.Als Eén keer is ingesteld, laat de printer drie korte alarmtonen horen.Uit is de standaardinstelling voor Cartridge-alarm. Uit betekent dat er geen alarm klinkt.Als Continu is ingesteld, herhaalt de printer de drie alarmtonen elke tien seconden. |
| TimeoutsStand-bymodusUitgeschakeld2–240 | Hiermee kunt instellen na hoeveel minuten inactiviteit het systeem overschakelt op de stand-bymodusOpmerking:de standaardinstelling is 15 minuten. |
| TimeoutsSpaarstand1-240 | Hiermee stelt u in hoeveel minuten de printer wacht nadat een afdruktaak is afgedrukt voordat de spaarstand van de printer wordt ingeschakeldOpmerkingen:De standaardinstelling is 30 minuten.Met lagere instellingen bespaart u energie, maar de opwarmtijd duurt langer.Selecteer de laagste instelling als de printer op hetzelfde stroomcircuit is aangesloten als de verlichting of als u merkt dat de verlichting flikkert.Selecteer een hoge instelling als de printer continu wordt gebruikt. In de meeste gevallen blijft de printer dan gereed om af te drukken met een minimale opwarmtijd. |
| TimeoutsTimeout scherm15–300 | Hiermee wordt ingesteld hoeveel seconden de printer wacht alvorens de printerdisplay terugkeert naar de werkstand GereedOpmerking: 30 seconden is de standaardinstelling. |
| TimeoutsAfdruktimeoutUitgeschakeld1-255 | Hiermee wordt ingesteld hoeveel seconden de printer wacht om een melding voor einde taak te ontvangen voordat de rest van de afdruktaak wordt geannuleerdOpmerkingen:90 seconden is de standaardinstelling.Als de ingestelde tijd is verstreken, wordt een gedeel-telijk afgedrukte pagina die zich nog steeds in de printer bevindt, afgedrukt en controleert de printer of er nog nieuwe afdruktaken in de wachtrij staan.Afdruktimeout is alleen beschikbaar als u PCL-emulatie gebruikt. Deze instelling is niet van invloed op afdruk-taken waarvoor PostScript-emulatie wordt gebruikt. |
| TimeoutsWachtttimeoutUitgeschakeld15–6553515 | Hiermee wordt de tijd in seconden ingesteld die de printer wacht op verdere gegevens voordat de afdruktaak wordt geannuleerdOpmerkingen:40 seconden is de standaardinstelling.Wachtttimeout is alleen beschikbaar wanneer de printer PostScript-emulatie gebruikt. Deze instelling is niet van invloed op afdruktaken waarvoor PCL-emulatie wordt gebruikt. |
| TimeoutsTimeout wachttaken5-255 | Hiermee stelt u de wachttijd in dat de printer op gebruikersinterventie wacht voordat taken die niet-beschikbare bronnen vereisen in de wacht worden geplaatst en wordt verder gegaan met het afdrukken van andere taken in de afdrukwachtrijOpmerkingen:30 seconden is de standaardinstelling.Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een vaste schijf is geïnstalleerd. |
| AfdrukherstelAutomatisch doorgaanUitgeschakeld5-255 | Hiermee krijgt de printer opdracht automatisch door te gaan als bepaalde offline situaties niet binnen de opgegeven termijn zijn opgelostOpmerking: Uitgeschakeld is de standaardinstelling. |
| AfdrukherstelHerstel na storingAuto | Hiermee geeft u op of de printer vastgelopen pagina's opnieuw afdruktOpmerkingen:Auto is de standaardinstelling. De printer drukt vastge- lopen pagina's opnieuw af, tenzij het geheugen om de pagina's op te slaan nodig is voor andere afdruktaken.Als Aan de instelling is, worden vastgelopen pagina's altijd opnieuw afgedrukt.Als Uit de instelling is, worden vastgelopen pagina's nooit opnieuw afgedrukt. |
| AfdrukherstelPaginabeveiligingUitAan | Hiermee drukt de printer een pagina af die anders mogelijk niet zou worden afgedruktOpmerkingen:Uit is de standaardinstelling. Met de instelling Uit wordt een pagina gedeeltelijk afgedrukt wanneer er niet genoeg geheugen is om de hele pagina af te drukken.Met de instelling Aan verwerkt de printer de hele pagina zodat de volledige pagina wordt afgedrukt. |
| FabrieksinstellingenNiet herstellenNu herstellen | Hiermee zet u de printerinstellingen terug naar de standaardinstellingenOpmerkingen:Niet herstellen is de standaardinstelling. Als Niet herstellen is ingesteld, blijven de gebruikersinstel- lingen van kracht.Als Nu herstellen is ingesteld, worden alle printerin- stellingen teruggezet naar de standaardinstellingen, met uitzondering van de menu-instellingen voor Netwerk en Poorten. Downloads die zijn opgeslagen in het RAM-geheugen worden verwijderd. Geladen bronnen die zijn opgeslagen in het flashgeheugen of op de vaste schijf van de printer worden niet verwijderd. |
Menu Kopieerinstellingen
| Menu-item Beschrijving | |
| InhoudTekst/fotoFotoAfgedrukte afbeeldingTekst | Hiermee geeft u het type inhoud van de kopieertaak aanOpmerkingen:Tekst/foto is de standaardinstelling. U kunt de instelling Tekst/foto gebruiken als het origineel tekst en afbeeldingen of foto's bevat.De instelling Foto geeft aan dat de scanner extra aandacht moet besteden aan afbeeldingen en foto's. Met deze instelling duurt het scannen langer, maar worden alle dynamische tonen van het origineel zo goed mogelijk weergegeven. Hierdoor wordt de hoeveelheid opgeslagen gegevens groter.Afgedrukte afbeelding wordt gebruikt als een taak hoofdzakelijk bestaat uit afbeeldingen. Met Afgedrukte afbeeldingen worden afbeeldingen geconverteerd naar rasterkwaliteit. Rasteren maakt het mogelijk zwart-wit- of kleurafbeeldingen af te drukken door ze om te zetten in een patroon van kleine puntjes met een beperkt aantal kleuren.Met de instelling Tekst wordt tekst scherp, zwart en met hoge resolutie afgedrukt op een helder witte achtergrond. |
| KleurAanUit | Hiermee kunt u opgeven of een scan wordt afgedrukt in kleurOpmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Kleurkopieën toestaanAanUit | Hiermee kunt u opgeven of een kopieertaak wordt afgedrukt in kleurOpmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Zijden (Duplex)1-zijdig naar 1-zijdig1-zijdig naar 2-zijdig2-zijdig naar 1-zijdig2-zijdig naar 2-zijdig | Hiermee geeft u op of een origineel document tweezijdig (duplex) of enkel-zijdig (simplex) is bedrukt, en of dit vervolgens tweezijdig of enkelzijdig moet worden gekopieerdOpmerkingen:1-zijdig naar 1-zijdig:de originele pagina is bedrukt aan één zijde. De gekopieerde pagina zal aan één kant worden bedrukt.1-zijdig naar 2-zijdig:de originele pagina is bedrukt aan één zijde. De gekopieerde pagina zal aan twee zijden worden bedrukt. Als het origineel bijvoorbeeld uit zes vellen bestaat, omvat de kopie slechts drie, aan beide zijden bedrukte vellen.2-zijdig naar 2-zijdig:de originele pagina is aan beide zijden bedrukt. De gekopieerde pagina wordt slechts aan één zijde bedrukt. Als het origineel bijvoorbeeld uit drie vellen papier met een beeld aan beide zijden van elk vel bestaat, omvat de kopie zes vellen met één zijde van elk vel bedrukt.2-zijdig naar 2-zijdig:de originele pagina is aan beide zijden bedrukt. De kopie vormt een exacte nabootsing van het origineel. |
| PapierbesparingUit2 op 1, staand2 op 1, liggend4 op 1, staand4 op 1, liggend | Hiermee drukt u twee of vier vellen van een origineel document af op één paginaOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Paginaranden afdrukkenAanUit | Hiermee geeft u aan of er randen rond de marges van de pagina moeten worden afgedruktOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| SorterenAanUit | Hiermee houdt u de pagina's van een afdruktaak op volgorde als u de taak meerdere malen afdruktOpmerking: Aan is de standaardinstelling. |
| Origineel formaatLetterLegalExecutiveFolioStatementUniversal4 x 6 inch3 x 5 inchVisitekaartjeAangepast scanformaatA4A5Oficio (Mexico)JIS B5Boek origineelAutomatische formaatdetectieCombinatie Letter/Legal | Hiermee geeft u het papierformaat van het originele document opOpmerking: Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling. |
| Kopieren naar bronLadeHandmatige invoerAutomatische formaataanpassing | Hiermee geeft u de papierbron voor kopieertaken opOpmerking: Lade 1 is de standaardinstelling. |
| Scheidingsvellen transparantenAanUit | Hiermee plaatst u een vel papier tussen transparantenOpmerking: Aan is de standaardinstelling. |
| ScheidingsvellenGeenTussen exemplarenTussen takenTussen pagina's | Hiermee plaatst u op basis van de geselecteerde waarde een vel papier tussen pagina's, exemplaren of takenOpmerking: Geen is de standaardinstelling. |
| Bron scheidingsbladLadeHandmatige invoer | Hiermee geeft u de papierbron voor de scheidingsvellen opOpmerking:Lade 1 is de standaardinstelling. |
| Intensiteit1–9 | Hiermee geeft u het intensiteitsniveau voor de kopieertaak opOpmerking:5 is de standaardinstelling. |
| Aantal exemplaren1-999 | Hiermee geeft u het aantal exemplaren op voor de kopieertaakOpmerking:1 is de standaardinstelling. |
| Koptekst/voettekstLinksbovenLinksbovenUitDatum/tijdPaginanummerBates-nummerAangepaste tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepaste tekst invoeren | Hiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op voor linksboven aan de paginaOpmerkingen:•Uit is de standaardinstelling voor Linksboven.•“Alle pagina’s” is de standaardinstelling voor Afdrukken op. |
| Koptekst/voettekstMiddenbovenMiddenbovenUitDatum/tijdPaginanummerBates-nummerAangepaste tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepaste tekst invoeren | Hiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op voor het midden van de paginaOpmerkingen:•Uit is de standaardinstelling voor Middenboven.•“Alle pagina’s” is de standaardinstelling voor Afdrukken op. |
| Koptekst/voettekstRechtsbovenRechtsbovenUitDatum/tijdPaginanummerBates-nummerAangepaste tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepaste tekst invoeren | Hiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op voor rechtsboven aan de paginaOpmerkingen:·Uit is de standaardinstelling voor Rechtsboven.·“Alle pagina’s” is de standaardinstelling voor Afdrukken op. |
| Koptekst/voettekstLinksonderLinksonderUitDatum/tijdPaginanummerBates-nummerAangepaste tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepaste tekst invoeren | Hiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op voor linksonder aan de paginaOpmerkingen:·Uit is de standaardinstelling voor Linksonder.·“Alle pagina’s” is de standaardinstelling voor Afdrukken op. |
| Koptekst/voettekstMiddenonderMiddenonderUitDatum/tijdPaginanummerBates-nummerAangepaste tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepaste tekst invoeren | Hiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op voor het middenonder aan de paginaOpmerkingen:·Uit is de standaardinstelling voor Middenonder.·“Alle pagina’s” is de standaardinstelling voor Afdrukken op. |
| Koptekst/voettekstRechtsonderRechtsonderUitDatum/tijdPaginanummerBates-nummerAangepaste tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepaste tekst invoeren | Hiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op voor rechtsonder aan de paginaOpmerkingen:•Uit is de standaardinstelling voor Rechtsonder.“Alle pagina’s” is de standaardinstelling voor Afdrukken op. |
| OverlayUitVertrouwelijkKopiërenConceptDringendAangepast | Hiermee geeft u de overlaytekst op die wordt afgedrukt op elke pagina van de kopieertaakOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Aangepaste overlay | Hiermee kunt u een aangepaste overlaytekst opgevenOpmerking:er zijn maximaal 64 tekens toegestaan. |
| Kopieën met prioriteit toestaanAanUit | Maakt onderbreking van een afdruktaak mogelijk om een pagina of document te kopieären.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Aangepaste scantaakAanUit | Hiermee kunt u een document dat meerdere papierformaten bevat in één kopieertaak te kopieärenOpmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een geldige vaste printerschijf is geïnstalleerd. |
| Opslaan als snelkoppeling toestaanAanUit | Hiermee kunt u de aangepaste kopieerinstellingen opslaan als snelkoppelingenOpmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Achtergrond verwijderen-4 tot +4 | Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een kopieOpmerking:0 is de standaardinstelling. |
| Automatisch centrerenAanUit | Hiermee kunt u de kopie automatisch centreren op de paginaOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0-255Standaarddrempelwaarde groen0-255Standaarddrempelwaarde blauw0-255 | Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het kopieren moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterdOpmerkingen:•Geen is de standaardinstelling voor Kleur wegfilteren.•128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor kleur. |
| Contrast0-5Beste instelling voor inhoud | Hiermee kunt u het contrast voor de kopiertaak opgevenOpmerking: “Beste instelling voor inhoud” is de standaardinstelling. |
| SpiegelbeeldAanUit | Hiermee wordt er een spiegelbeeld gemaakt van het originele documentOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Negatieve afbeeldingAanUit | Hiermee wordt er een negatieve afbeelding weergegeven van het originele documentOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Schaduwdetail-4 tot +4 | Hiermee kunt u de zichtbaarheid van de schaduwdetails op een kopie aanpassenOpmerking: 0 is de standaardinstelling. |
| Rand tot rand scannenAanUit | Hiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescand voordat het wordt gekopieerdOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Scherpte1-5 | Hiermee stelt u de scherpte van een kopie inOpmerking: 3 is de standaardinstelling. |
| VoorbeeldkopieAanUit | Hiermee maakt u een voorbeeldkopie van het originele documentOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
In de modus Analoge faxinstellingen worden faxtaken via een telefoonlijn verzonden.
Algemene faxinstellingen
| Menu-item Beschrijving | |
| FaxvoorbladFaxvoorbladStandaard uitgeschakeldStandaard ingeschakeldNooit gebruikenAltijd gebruikenVeld Opnemen totAanUitVeld Opnemen vanafAanUitVanVeld Bericht opnemenAanUitBerichtLogo opnemenAanUitVoettekst <x> opnemenVoettekst <x> | Hiermee configureert u het voorblad van de faxOpmerking: Uit is de standaardinstelling voor alle Faxvoorbladopties. |
| Stationsnaam | Hiermee kunt u de naam van de fax binnen de printer opgeven. |
| Stationsnummer Hiermee kunt u het nummer opgeven dat bij de fax hoort. | |
| Station-IDStationsnaamStationsnummer | Hiermee kunt u opgeven hoe de fax wordt aangeduid. |
| Handmatig faxen inschakelenAanUit | Hiermee kunt u de printer zo instellen dat hiermee alleen handmatig kan worden gefaxt. Dit vereist een telefoonlijnsplitter en een telefoonhandset.Opmerkingen:Gebruik vervolgens een normale telefoon om een binnenkomende faxtaak te beantwoorden en een faxnummer te kiezen.Raak # 0 op het numerieke toetsenblok aan om rechtstreeks naar de functie Handmatig faxen te gaan. |
| GeheugengebruikAlles ontvangenMeestal ontvangenGelijkMeestal verzendenAlles verzenden | Hiermee definieert u de toewijzing van de relatieve hoeveelheid niet-vluchtig geheugen voor het verzenden en ontvangen van faxtakenOpmerkingen:Met de optie “Alles ontvangen” stelt u in dat het geheugen volledig wordt gebruikt voor het ontvangen van faxtaken.Met de optie “Meestal ontvangen” stelt u in dat in het grootste deel van het geheugen faxtaken worden ontvangen.Gelijk is de standaardinstelling. Bij Gelijk wordt het geheugen gesplitst in twee gelijke delen voor het verzenden en voor het ontvangen van faxtaken.Met de optie Meestal verzenden stelt u in dat het grootste deel van het geheugen wordt gebruikt voor het verzenden van faxtaken.Met de optie Alles verzenden stelt u in dat het geheugen in zijn geheel wordt gebruikt voor het verzenden van faxtaken. |
| Faxen annulerenToestaanNiet toestaan | Hiermee bepaalt u of de printer faxtaken kan annuleren.Opmerking:als de optie Faxen annuleren niet is ingeschakeld, dan wordt deze niet weergegeven als optie. |
| NummerweergaveFSKDTMF | Hiermee geeft u aan welk type nummerweergave wordt gebruiktOpmerking:FSK is de standaardinstelling. |
| Faxnummer verbergenUitVanaf linksVanaf rechts | Hiermee geeft u op vanaf welke kant cijfers worden verborgen bij een nummer voor een uitgaande fax.Opmerking:het aantal tekens dat wordt verborgen bepaalt u met de instelling “Te verbergen cijfers”. |
| Te verbergen cijfers0–58 | Hiermee bepaalt u het aantal cijfers dat wordt verborgen bij een nummer voor een uitgaande fax. |
Faxverzendinstellingen
| Menu-item Beschrijving | |
| ResolutieStandaardFijnSuperfijnUltrafijn | Hiermee kunt u de kwaliteit in dpi (dots per inch) opgeven.Een hogere resolutie biedt een betere afdrukkwaliteit, maar leidt bij uitgaande faxen tevens tot een langere transmis-sietijd.Opmerking:Standaard is de standaardinstelling. |
| Origineel formaatLetterLegalExecutiveFolioStatementUniversal4 x 6 inch3 x 5 inchVisitekaartjeAangepast scanformaatA4A5Oficio (Mexico)JIS B5Boek origineelAutomatische formaatdetectieCombinatie Letter/Legal | Hiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescand.Opmerking:Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling. |
| Zijden (Duplex)UitLange zijdeKorte zijde | Hiermee geeft u op in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedrukt.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Met de optie "Lange zijde" wordt ingebonden aan de lange zijde van de pagina (de linkerzijde bij de afdrukstand staand en de bovenzijde bij de afdrukstand liggend).•Met de optie "Korte zijde" wordt ingebonden aan de korte zijde van de pagina (de bovenzijde bij de afdrukstand staand en de linkerzijde bij de afdrukstand liggend). |
| InhoudTekstTekst/fotoFoto | Hiermee geeft u het type inhoud op dat wordt gescand om te faxen.Opmerkingen:•Tekst wordt gebruikt als het document hoofdzakelijk uit tekst bestaat.•Tekst/foto is de standaardinstelling. Tekst/foto wordt gebruikt wanneer documenten hoofdzakelijk bestaan uit tekst of lijnwerk.•Foto wordt gebruikt voor een document dat bestaat uit een foto van hoge kwaliteit of een afdruk van een inkjet-printer. |
| Intensiteit1–9 | Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerking:5 is de standaardinstelling. |
| Kiesvoorvoegsel | Hiermee kunt u een kiesvoorvoegsel invoeren, bijvoorbeeld 99. Er is een numeriek invoerveld. |
| Regels kiesvoorvoegselRegels voorvoegsel | Hier kunt u een kiesvoorvoegsel opgeven |
| Automatisch opnieuw kiezen0-9 | Hiermee geeft u op hoe vaak de printer moet proberen een fax naar het opgegeven nummer te verzenden.Opmerking:5 is de standaardinstelling. |
| Aantal keren opnieuw kiezen1-200 | Hiermee geeft u het aantal minuten op tussen elke kiespoging. |
| Achter een PABXUitAan | Hiermee kunt u het bellen zonder kiestoon inschakelen. |
| ECM inschakelenAanUit | Hiermee schakelt u de modus Foutcorrectie in voor faxtaken. |
| Faxscans inschakelenAanUit | Hiermee kunt u faxen verzenden door ze te scannen op de printer. |
| Faxen vanuit de driverAanUit | Biedt de mogelijkheid om via stuurprogramma's faxtaken naar de printer te verzenden. |
| Opslaan als snelkoppeling toestaanAanUit | Hiermee kunt u faxnummers opslaan als snelkoppeling op de printer. |
| KiesmodusToonPulskeuze | Hiermee kunt u opgeven of nummers met tonen of pulsen moeten worden gekozen. |
| Max. snelheid2400480096001440033600 | Hiermee geeft u de maximumsnelheid op in baud waarmee faxen worden verzonden. |
| Aangepaste scantaakAanUit | Hiermee kunt u een document dat bestaat uit verschillende papierformaten naar een enkel bestand scannen |
| ScanvoorbeeldAanUit | Hiermee geeft u op of er een voorbeeld wordt weergegeven op de display bij scantaken. |
| Achtergrond verwijderen-4 tot +4 | Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een kopie.Opmerking:0 is de standaardinstelling. |
| Automatisch centrerenAanUit | Hiermee kunt u de fax automatisch centreren op de paginaOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0-255Standaarddrempelwaarde groen0-255Standaarddrempelwaarde blauw0-255 | Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het faxen moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterdOpmerkingen:•Geen is de standaardinstelling voor Kleur wegfilteren.•128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor kleur. |
| ContrastBeste instelling voor inhoud0-5 | Hiermee kunt u het contrast voor de uitvoer opgeven.Opmerking:"Beste instelling voor inhoud" is de standaard-instelling. |
| SpiegelbeeldAanUit | Hiermee wordt er een spiegelbeeld gemaakt van het originele documentOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Negatieve afbeeldingAanUit | Hiermee wordt er een negatieve afbeelding weergegeven van het originele documentOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Schaduwdetail0-4 | Hiermee kunt u de zichtbaarheid van de schaduwdetails op een fax aanpassenOpmerking:0 is de standaardinstelling. |
| Rand tot rand scannenAanUit | Hiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescand voordat het wordt gefaxt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Scherpte0-5 | Hiermee stelt u de scherpte van een fax inOpmerking:3 is de standaardinstelling. |
| Kleurenscans fax inschakelenStandaard ingeschakeldNooit gebruikenAltijd gebruikenStandaard uitgeschakeld | Hiermee kunt u kleuren faxen.Opmerking:"Standaard uit" is de standaardinstelling. |
| Kleurenfaxen automatisch converteren naar zwart-witfaxenAanUit | Alle uitgaande faxen worden geconverteerd naar zwart-witfaxen.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
Instellingen voor Faxen ontvangen
| Menu-item Beschrijving | |
| Faxen ontvangen inschakelenAanUit | Biedt de mogelijkheid faxtaken te ontvangen via de printer.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Aantal belsignalen1–25 | Hiermee stelt u het aantal belsignalen in voordat een inkomende faxtaak wordt beantwoord.Opmerking:1 is de standaardinstelling. |
| Automatisch verkleinenAanUit | Hiermee kunt u een binnenkomende faxtaak zodanig schalen dat deze op het papier in de opgegeven invoerlade past.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| PapierbronAutoLadeUniverseellader | Hiermee stelt u de papierbron in die wordt geselecteerd als de printer een inkomende fax afdrukt. |
| UitvoerladeStandaarduitvoerladeLade 1 | Hiermee stelt u een uitvoerlade in voor ontvangen faxen.Opmerking:Lade 1 is alleen beschikbaar als de finisher is geïnstalleerd. |
| Zijden (Duplex)AanUit | Hiermee schakelt u dubbelzijdig afdrukken (duplex) in voor inkomende faxtaken |
| Voettekst faxAanUit | Hiermee kunt u de transmissie-informatie die onder aan elke pagina van een ontvangen fax wordt weergegeven, wel of niet afdrukken.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Max. snelheid2400480096001440033600 | Hiermee geeft u in baud de maximumsnelheid op waarmee faxen worden ontvangen. |
| Fax doorsturenDoorsturenAfdrukkenAfdrukken en doorsturen | Hiermee schakelt u het doorsturen van ontvangen faxen naar een andere ontvanger in. |
| Doorsturen naarFaxene-mailFTPLDSSeSF | Hiermee geeft u het type ontvanger op waaraan faxen worden doorgestuurd.Opmerking: dit menu-item is alleen beschikbaar op Embedded Web Server op de printer. |
| Doorsturen naar snelkoppeling | Biedt u de mogelijkheid het snelkoppelingsnummer in te voeren dat overeenkomt met het type ontvanger (Faxen, E-mail, FPT, LDSS of eSF) |
| Fax zonder naam blokkerenAanUit | Hiermee kunt u inkomende faxen blokkeren die zijn verzonden vanaf een apparaat zonder station-ID |
| Lijst met geblokkeerde faxnummers | Hiermee schakelt u de lijst met geblokkeerde faxnummers in die in de printer is opgeslagen. |
| Faxen in wachtrijDe modus Faxen in wachtrijUitAltijd aanHandmatigGeplandWachtschema fax | Hiermee kunt u de fax de hele tijd of voor een bepaalde tijd overeenkomstig een ingesteld schema in de wachtrij plaatsenOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
Faxloginstellingen
| Menu-item Beschrijving | |
| TransmissielogLog afdrukkenLog niet afdrukkenAlleen afdrukken bij fouten | Hiermee stelt u in dat na elke faxtaak een transmissielog wordt afgedrukt. |
| Foutenlog ontvangenNooit afdrukkenAfdrukken bij fout | Hiermee stelt u in dat na een ontvangstfout een foutlog ontvangen faxen wordt afgedrukt. |
| Automatisch logs afdrukkenAanUit | Hiermee stelt u in dat automatisch faxlogs worden afgedrukt.Opmerking:na 200 taken wordt telkens een log afgedrukt. |
| Log papierbronLadeHandmatige invoer | Hiermee stelt u de papierbron in voor het afdrukken van logs. |
| Weergave logsNaam station op afstandGekozen nummer | Hiermee stelt u in of op afgedrukte logs het gekozen nummer of de geretourneerde stationsnaam te zien is. |
| Opdrachtlog inschakelenAanUit | Hiermee hebt u toegang tot de faxtaaklog. |
| Kieslog inschakelenAanUit | Hiermee hebt u toegang tot de Kieslog faxnummers. |
| Uitvoerlade logStandaarduitvoerladeLade | Hiermee geeft u de uitvoerlade op voor de afgedrukte faxlogs. |
Luidsprekerinstellingen
| Menu-item Beschrijving | |
| LuidsprekermodusAltijd uitAan tot verbindingAltijd aan | Opmerkingen:Met de optie Altijd uit schakelt u de luidspreker uit.Aan tot verbinding is de standaardinstelling. De luidspreker is aan en geeft een geluid weer totdat er een faxverbinding tot stand is gebracht.Met de optie Altijd aan schakelt u de luidspreker in. |
| LuidsprekervolumeHoogLeeg | Hiermee stelt u het volume in.Opmerking: Hoog is de standaardinstelling. |
| Volume belsignaalAanUit | Hiermee regelt u het belsignaalvolume van de faxluidspreker.Opmerking: Aan is de standaardinstelling. |
Speciale belsignalen
| Menu-item Beschrijving | |
| Eenmalig signaalAanUit | Oproepen worden beantwoord met een eenmalig signaal.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Twee keerAanUit | Oproepen worden beantwoord met een dubbel signaal.Opmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Drie belsignalenAanUit | Hiermee beantwoordt u oproepen met drie signalenOpmerking:Aan is de standaardinstelling. |
Menu Fax Modus (Fax Server Setup)
In de faxservermodus wordt de faxtaak naar een faxserver verzonden voor transmissie.
Instellingen faxserver
| Menu-item Beschrijving | |
| Volgens indelingAntwoordadresOnderwerpBericht | Hiermee kunt u gegevens invoeren met het virtuele toetsenbord op het aanraak-scherm van de printer. |
| Primaire SMTP-gateway | Hiermee kunt u de gegevens voor de SMTP-serverpoort opgeven.Opmerking:"25" is de standaard-SMTP-gatewaypoort. |
| Secundaire SMTP-gateway Hiermee kunt u de gegevens voor de SMTP-serverpoort opgeven.Opmerking:"25" is de standaard-SMTP-gatewaypoort. | |
| BeeldformaatPDF (.pdf)XPS (.xps)TIFF (.tif) | Hiermee kunt u het afbeeldingstype opgeven om te scannen naar fax. |
| InhoudTekstTekst/fotoFoto | Hiermee geeft u het type inhoud op dat wordt gescand om te faxen.Opmerkingen:Tekst wordt gebruikt als het document hoofdzakelijk uit tekst bestaat.Tekst/foto is de standaardinstelling. Tekst/foto wordt gebruikt wanneer documenten hoofdzakelijk bestaan uit tekst of lijnwerk.Foto wordt gebruikt voor een document dat bestaat uit een foto van hoge kwaliteit of een afdruk van een inkjetprinter. |
| FaxresolutieStandaardFijnSuperfijnUltrafijn | Hiermee kunt u de resolutie opgeven om te scannen naar fax. |
| Intensiteit1–9 | Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerking:5 is de standaardinstelling. |
| AfdrukstandStaandLiggend | Hiermee kunt u de afdrukstand van de gescande afbeelding opgeven. |
| Origineel formaatLetterLegalExecutiveFolioStatementUniversal4 x 6 inch3 x 5 inchVisitekaartjeAangepast scanformaatA4A5Oficio (Mexico)JIS B5Boek origineelAutomatische formaatdetectieCombinatie Letter/Legal | Hiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescand.Opmerking:Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling. |
| Multipage TIFF gebruikenAanUit | Hiermee kunt u kiezen tussen TIFF-bestanden met één pagina en met meerdere pagina's. Bij een scan van meerdere pagina's ten behoeve van een faxtaak, kan een TIFF-bestand worden gemaakt dat alle pagina's van de taak bevat of kunnen meerdere TIFF-bestanden worden gemaakt die elk één pagina van de taak bevatten.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| Analoge ontvangst inschakelenAanUit | Hiermee kunt u analoge faxen ontvangenOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
Menu E-mailinstellingen
| Menu-item Beschrijving | |
| Instellingen e-mailserverOnderwerpBericht | Hiermee kunt u informatie over de e-mailserver opgevenOpmerkingen:Het onderwerpvak mag maximaal 255 tekens bevatten.Het berichtvak mag maximaal 512 tekens bevatten. |
| Instellingen e-mailserverStuur mij een kopieWordt nooit weergegevenStandaard ingeschakeldStandaard uitgeschakeldAltijd aan | Hiermee ontvangt de opsteller van een e-mailbericht een kopie van het berichtOpmerking:“Wordt nooit weergegeven” is de standaardinstelling. |
| Instellingen e-mailserverMax. e-mailgrootte0–65535 KB | Hiermee kunt u de maximumgrootte van een e-mail opgeven in kilobytesOpmerking:grote e-mailberichten worden niet verzonden. |
| Instellingen e-mailserverWaarschuwing bij maximale bestandsgrootte | Hiermee wordt een bericht verzonden wanneer een e-mail groter is dan de geconfigureerde limiet |
| Instellingen e-mailserverBestemmingen beperken | Hiermee wordt een e-mail alleen verzonden wanneer de domeinnaam (bijvoorbeeld van het bedrijf) in het adres aanwezig isOpmerkingen:Er kan alleen e-mail naar het opgegeven domein worden verzonden.De limiet is één domein. |
| Instellingen e-mailserverInstellingen webkoppelingServerAanmeldenPasswordPadBasisbestandsnaamWebkoppeling | Hiermee wordt de padnaam van de e-mailserver gedefinieerd, bijvoorbeeld: /directory/padOpmerking:de volgende tekens en symbolen zijn niet toegestaan in een padnaam:* : ? < >|. |
| BeeldformaatPDF (.pdf)Secure PDFTIFF (.tif)JPEG (.jpg)XPS (.xps) | Hiermee geeft u de indeling van het bestand opOpmerking:"PDF (.pdf)" is de standaardinstelling. |
| PDF-versie1.2–1.6 | Hiermee stelt u de versie in van het pdf-bestand dat wordt gescand naar een e-mailOpmerking:1.5 is de standaardinstelling. |
| InhoudTekst/fotoFotoTekst | Hiermee geeft u het type inhoud op dat wordt gescand naar een e-mailOpmerkingen:Tekst/foto is de standaardinstelling. Tekst/foto wordt gebruikt wanneer documenten hoofdzakelijk bestaan uit tekst of lijnwerk.Foto wordt gebruikt voor een document dat bestaat uit een foto of afdruk van hoge kwaliteit.Tekst wordt gebruikt als het document hoofdzakelijk uit tekst bestaat. |
| KleurGrijsKleur | Hiermee geeft u op of een taak wordt afgedrukt in zwart-wit of in kleurOpmerking: Kleur is de standaardinstelling. |
| Resolutie75150200300400600 | Hiermee geeft u op met hoeveel dpi wordt gescandOpmerking: 150 dpi is de standaardinstelling. |
| Intensiteit1-9 | Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerderOpmerking: 5 is de standaardinstelling. |
| AfdrukstandStaandLiggend | Hiermee kunt u de afdrukstand van de gescande afbeelding opgevenOpmerking: Staand is de standaardinstelling. |
| Origineel formaatLetterLegalExecutiveFolioStatementUniversal4 x 6 inch3 x 5 inchVisitekaartjeAangepast scanformaatA4A5Oficio (Mexico)JIS B5Boek origineelAutomatische formaatdetectieCombinatie Letter/Legal | Hiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescandOpmerking: Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling. |
| Zijden (Duplex)UitLange zijdeKorte zijde | Hiermee geeft u op in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedruktOpmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Met de optie Lange zijde wordt ingebonden aan de lange zijde van de pagina (de linkerzijde bij de afdrukstand staand en de bovenzijde bij de afdrukstand liggend).•Met de optie Korte zijde wordt ingebonden aan de korte zijde van de pagina (de bovenzijde bij de afdrukstand staand en de linker-zijde bij de afdrukstand liggend). |
| JPEG-kwaliteitBeste instelling voor inhoud5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een JPEG-afbeelding met een foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeeldingOpmerkingen:“Beste instelling voor inhoud” is de standaardinstelling.•Bij de instelling 5 is de bestandgrootte kleiner, maar is de afbeelding van lagere kwaliteit.•Een instelling van 90 biedt de beste beeldkwaliteit, maar heeft als nadeel dat de bestanden erg groot zijn.•Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| Standaardinstelling Tekst5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een afbeelding met tekst en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeeldingOpmerking:75 is de standaardinstelling. |
| Standaardinstelling Tekst/Foto5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een afbeelding met tekst of foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeeldingOpmerking:75 is de standaardinstelling. |
| Standaardinstelling Foto5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een afbeelding met foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeeldingOpmerking:50 is de standaardinstelling. |
| E-mailafbeeldingen verzenden alsBijlageWebkoppeling | Hiermee geeft u op hoe afbeeldingen worden verzondenOpmerking:"Bijlage" is de standaardinstelling. |
| Multipage TIFF gebruikenAanUit | Hiermee kunt u kiezen tussen TIFF-bestanden met één pagina en met meerdere pagina’s. Bij een scan van meerdere pagina’s voor een e-mailtaak, kan één TIFF-bestand worden gemaakt dat alle pagina’s van de taak bevat of kunnen meerdere TIFF-bestanden worden gemaakt die elk één pagina van de taak bevatten.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| TransmissielogLog afdrukkenLog niet afdrukkenAlleen afdrukken bij fouten | Hiermee kunt u opgeven of het transmissielog wordt afgedruktOpmerking:"Log afdrukken" is de standaardinstelling. |
| Log papierbronLadeHandmatige invoer | Hiermee kunt u de papierbron opgeven voor het afdrukken van e-maillogsOpmerking:Lade 1 is de standaardinstelling. |
| Bitdiepte e-mail8-bits1 bit | Hiermee kunt u de modus Tekst/Foto inschakelen om kleinere bestanden te verkrijgen door gebruik te maken van 1-bits afbeeldingen wanneer Kleur op Uit is ingesteld.Opmerking:8 bit is de standaardinstelling. |
| Aangepaste scantaakAanUit | Hiermee kunt u een document dat bestaat uit verschillende papier-formaten kopieren naar een taakOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| ScanvoorbeeldAanUit | Hiermee geeft u op of er een voorbeeld wordt weergegeven op de display bij scantakenOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Opslaan als snelkoppeling toestaanAanUit | Hiermee kunt u e-mailadressen als snelkoppelingen opslaanOpmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als deze optie op Uit is ingesteld, wordt de knop Opslaan als snelkoppeling niet weergegeven op het scherm E-mailbestemming. |
| Achtergrond verwijderen-4 tot +4 | Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een gescande afbeeldingOpmerking:0 is de standaardinstelling. |
| Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0-255Standaarddrempelwaarde groen0-255Standaarddrempelwaarde blauw0-255 | Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het scannen moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterdOpmerkingen:Geen is de standaardinstelling voor Kleur wegfilteren.128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor kleur. |
| Contrast0-5Beste instelling voor inhoud | Hiermee kunt u het contrast voor de uitvoer opgevenOpmerking:"Beste instelling voor inhoud" is de standaardinstelling. |
| SpiegelbeeldAanUit | Hiermee wordt er een spiegelbeeld gemaakt van het originele documentOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Negatieve afbeeldingAanUit | Hiermee wordt er een negatieve afbeelding weergegeven van het originele documentOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Schaduwdetail-4 tot +4 | Hiermee stelt u in hoeveel schaduw zichtbaar is op een gescande afbeeldingOpmerking: 0 is de standaardinstelling. |
| Rand tot rand scannenAanUit | Hiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescandOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Scherpte1-5 | Hiermee stelt u de scherpte van een gescande afbeelding inOpmerking: 3 is de standaardinstelling. |
| Cc:/bcc gebruiken:AanUit | U kunt de velden cc: en bcc: gebruikenOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
Menu FTP-instellingen
| Menu-item Beschrijving | |
| BeeldformaatPDF (.pdf)Secure PDFTIFF (.tif)JPEG (.jpg)XPS (.xps) | Hiermee geeft u de indeling van het FTP-bestand opOpmerking:"PDF (.pdf)" is de standaardinstelling. |
| PDF-versie1.2–1.6 | Hiermee stelt u de versie in van het pdf-bestand voor FTPOpmerking:1.5 is de standaardinstelling. |
| InhoudTekst/fotoFotoTekst | Hiermee geeft u het type inhoud op dat naar FTP wordt gescandOpmerkingen:Tekst/foto is de standaardinstelling. Tekst/foto wordt gebruikt wanneer documenten hoofdzakelijk bestaan uit tekst of lijnwerk."Foto" wordt gebruikt voor een document dat bestaat uit een foto van hoge kwaliteit of een afdruk van een inkjetprinter.Tekst wordt gebruikt als het document hoofdzakelijk uit tekst bestaat. |
| KleurGrijsKleur | Hiermee geeft u op of een taak wordt afgedrukt in zwart-wit of in kleurOpmerking:Kleur is de standaardinstelling. |
| Resolutie75150200300400600 | Hiermee geeft u op met hoeveel dpi wordt gescandOpmerking: 150 dpi is de standaardinstelling. |
| Intensiteit1–9 | Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerderOpmerking: 5 is de standaardinstelling. |
| AfdrukstandStaandLiggend | Hiermee kunt u de afdrukstand van de gescande afbeelding opgevenOpmerking: Staand is de standaardinstelling. |
| Origineel formaatLetterLegalExecutiveFolioStatementUniversal4 x 6 inch3 x 5 inchVisitekaartjeAangepast scanformaatA4A5Oficio (Mexico)JIS B5Boek origineelAutomatische formaatdetectieCombinatie Letter/Legal | Hiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescandOpmerking: Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling. |
| Zijden (Duplex)UitLange zijdeKorte zijdeJPEG-kwaliteitBeste instelling voor inhoud5–90 | Hiermee geeft u op in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedruktOpmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Met de optie Lange zijde wordt ingebonden aan de lange zijde van de pagina (de linkerzijde bij de afdrukstand staand en de bovenzijde bij de afdrukstand liggend).•Met de optie Korte zijde wordt ingebonden aan de korte zijde van de pagina (de bovenzijde bij de afdrukstand staand en de linkerzijde bij de afdrukstand liggend).Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een JPEG-afbeelding met een foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeeldingOpmerkingen:“Beste instelling voor inhoud” is de standaardinstelling.Bij de instelling 5 is de bestandgrootte geringer, maar is de afbeelding van lagere kwaliteit.Een instelling van 90 biedt de beste beeldkwaliteit, maar heeft als nadeel dat de bestanden erg groot zijn.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| Standaardinstelling Tekst5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van de tekst en de kwaliteit van de afbeeldingOpmerking:75 is de standaardinstelling. |
| Standaardinstelling Tekst/Foto5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een afbeelding met tekst of foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeeldingOpmerking:75 is de standaardinstelling. |
| Standaardinstelling Foto5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een afbeelding met foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeeldingOpmerking:50 is de standaardinstelling. |
| Multipage TIFF gebruikenAanUit | Hiermee kunt u kiezen tussen TIFF-bestanden met één pagina en met meerdere pagina’s. Bij een scan van meerdere pagina’s voor een FTP-taak, kan één TIFF-bestand worden gemaakt dat alle pagina’s van de taak bevat of kunnen meerdere TIFF-bestanden worden gemaakt die elk één pagina van de taak bevatten.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| TransmissielogLog afdrukkenLog niet afdrukkenAlleen afdrukken bij fouten | Hiermee kunt u opgeven of het transmissielog wordt afgedruktOpmerking:"Log afdrukken" is de standaardinstelling. |
| Log papierbronLadeHandmatige invoer | Hiermee kunt u de papierbron opgeven voor FTP-logsOpmerking:Lade 1 is de standaardinstelling. |
| Bitdiepte FTP8-bits1 bit | Hiermee kunt u de modus Tekst/foto inschakelen om kleinere bestanden te verkrijgen door gebruik te maken van 1-bits afbeeldingen wanneer Kleur op Uit is ingesteldOpmerking:8 bit is de standaardinstelling. |
| BasisbestandsnaamHier kunt u een basisbestandsnaam invoeren.Opmerking:Er is een limiet van 53 tekens voor een afbeelding. | |
| Aangepaste scantaakAanUit | Hiermee kunt u een document dat bestaat uit verschillende papierformaten kopiëren naar een taakOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| ScanvoorbeeldAanUit | Hiermee geeft u op of er een voorbeeld wordt weergegeven op de display bij scantakenOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Opslaan als snelkoppeling toestaanAanUit | Hiermee stelt u in of er een snelkoppeling wordt gemaakt voor FTP-adressenOpmerking:Aan is de standaardinstelling. |
| Achtergrond verwijderen-4 tot +4 | Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een kopieOpmerking:0 is de standaardinstelling. |
| Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0-255Standaarddrempelwaarde groen0-255Standaarddrempelwaarde blauw0-255 | Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het scannen moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterdOpmerkingen:•Geen is de standaardinstelling voor Kleur wegfilteren.•128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor kleur. |
| Contrast0-5Beste instelling voor inhoud | Hiermee kunt u het contrast voor de uitvoer opgevenOpmerking:"Beste instelling voor inhoud" is de standaardinstelling. |
| SpiegelbeeldAanUit | Hiermee wordt er een spiegelbeeld gemaakt van het originele documentOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Negatieve afbeeldingAanUit | Hiermee wordt er een negatieve afbeelding weergegeven van het originele documentOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Schaduwdetail-4–+4 | Hiermee stelt u in hoeveel schaduw zichtbaar is op een gescande afbeeldingOpmerking:0 is de standaardinstelling. |
| Rand tot rand scannenAanUit | Hiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescandOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Scherpte1-5 | Hiermee kunt u de scherpte van een gescande afbeelding aanpassenOpmerking:3 is de standaardinstelling. |
Menu Flashstation
Scaninstellingen
| Menu-item Beschrijving | |
| BeeldformaatPDF (.pdf)Secure PDFTIFF (.tif)JPEG (.jpg)XPS (.xps) | Hiermee geeft u de indeling van het FTP-bestand opOpmerking:"PDF (.pdf)" is de standaardinstelling. |
| PDF-versie1.2–1.6 | Hiermee stelt u de versie in van het pdf-bestand voor FTPOpmerking:1,5 is de standaardinstelling. |
| InhoudTekst/fotoFotoTekst | Hiermee geeft u het type inhoud op dat naar FTP wordt gescandOpmerkingen:Tekst/foto is de standaardinstelling. Tekst/foto wordt gebruikt wanneer documenten hoofdzakelijk bestaan uit tekst of lijnwerk."Foto" wordt gebruikt voor een document dat bestaat uit een foto van hoge kwaliteit of een afdruk van een inkjetprinter.Tekst wordt gebruikt als het document hoofdzakelijk uit tekst bestaat. |
| KleurGrijsKleur | Hiermee geeft u op of een taak wordt afgedrukt in zwart-wit of in kleurOpmerking:Grijs is de standaardinstelling. |
| Resolutie75150200300400600 | Hiermee geeft u op met hoeveel dpi wordt gescandOpmerking:150 dpi is de standaardinstelling. |
| Intensiteit1–9 | Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerderOpmerking:5 is de standaardinstelling. |
| AfdrukstandStaandLiggend | Hiermee kunt u de afdrukstand van de gescande afbeelding opgevenOpmerking:Staand is de standaardinstelling. |
| Origineel formaatLetterLegalExecutiveFolioStatementUniversal4 x 6 inch3 x 5 inchVisitekaartjeAangepast scanformaatA4A5Oficio (Mexico)JIS B5Boek origineelAutomatische formaatdetectieCombinatie Letter/Legal | Hiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescandOpmerking:Letter is de standaardinstelling in de VS. A4 is de internationale standaardinstelling. |
| Zijden (Duplex)UitLange zijdeKorte zijde | Hiermee geeft u op in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedruktOpmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Met de optie Lange zijde wordt ingebonden aan de lange zijde van de pagina (de linkerzijde bij de afdrukstand staand en de bovenzijde bij de afdrukstand liggend).•Met de optie Korte zijde wordt ingebonden aan de korte zijde van de pagina (de bovenzijde bij de afdrukstand staand en de linkerzijde bij de afdrukstand liggend). |
| JPEG-kwaliteitBeste instelling voor inhoud5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een JPEG-afbeelding met een foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeeldingOpmerkingen:“Beste instelling voor inhoud” is de standaardinstelling.•Bij de instelling 5 is de bestandgrootte geringer, maar is de afbeelding van lagere kwaliteit.•Een instelling van 90 biedt de beste beeldkwaliteit, maar heeft als nadeel dat de bestanden erg groot zijn.•Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| Standaardinstelling Tekst5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van de tekst en de kwaliteit van de afbeeldingOpmerking:75 is de standaardinstelling. |
| Standaardinstelling Tekst/Foto5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een afbeelding met tekst of foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeeldingOpmerking:75 is de standaardinstelling. |
| Standaardinstelling Foto5–90 | Hiermee kunt u de verhouding instellen tussen de kwaliteit van een afbeelding met foto en de bestandsgrootte en de kwaliteit van de afbeeldingOpmerking:50 is de standaardinstelling. |
| Multipage TIFF gebruikenAanUit | Hiermee kunt u kiezen tussen TIFF-bestanden met één pagina en met meerdere pagina’s. Bij een scan van meerdere pagina’s voor een FTP-taak, kan één TIFF-bestand worden gemaakt dat alle pagina’s van de taak bevat of kunnen meerdere TIFF-bestanden worden gemaakt die elk één pagina van de taak bevatten.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties. |
| Bitdiepte voor scannen8-bits1 bit | Hiermee kunt u de modus Tekst/foto inschakelen om kleinere bestanden te verkrijgen door gebruik te maken van 1-bits afbeeldingen wanneer Kleur op Uit is ingesteldOpmerking:8 bit is de standaardinstelling. |
| Basisbestandsnaam | Hier kunt u een basisbestandsnaam invoeren.Opmerking:Er is een limiet van 53 tekens voor een afbeelding. |
| Aangepaste scantaakAanUit | Hiermee kunt u een document dat bestaat uit verschillende papierformaten kopieren naar een taakOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| ScanvoorbeeldAanUit | Hiermee geeft u op of er een voorbeeld wordt weergegeven op de display bij scantakenOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Achtergrond verwijderen-4 tot +4 | Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een kopieOpmerking:0 is de standaardinstelling. |
| Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0-255Standaarddrempelwaarde groen0-255Standaarddrempelwaarde blauw0-255 | Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het scannen moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterdOpmerkingen:Geen is de standaardinstelling voor Kleur wegfilteren.128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor kleur. |
| Contrast0-5Beste instelling voor inhoud | Hiermee kunt u het contrast voor de uitvoer opgevenOpmerking:“Beste instelling voor inhoud” is de standaardinstelling. |
| SpiegelbeeldAanUit | Hiermee wordt er een spiegelbeeld gemaakt van het originele documentOpmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| Negatieve afbeeldingAanUit | Hiermee wordt er een negatieve afbeelding weergegeven van het originele documentOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Schaduwdetail-4–+4 | Hiermee stelt u in hoeveel schaduw zichtbaar is op een gescande afbeeldingOpmerking: 0 is de standaardinstelling. |
| Rand tot rand scannenAanUit | Hiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescandOpmerking: Uit is de standaardinstelling. |
| Scherpte1-5 | Hiermee stelt u de scherpte van een gescande afbeelding inOpmerking: 3 is de standaardinstelling. |
Afdrukinstellingen
| Exemplaren1-999 | Hiermee geeft u een standaardaaantal exemplaren op voor elke afdruktaakOpmerking: 1 is de standaardinstelling. |
| PapierbronLadeHandmatige invoer | Hiermee stelt u de standaardpapierbron in voor alle afdruktakenOpmerking: Lade 1 is de standaardinstelling. |
| KleurUitAan | Hiermee geeft u de kleur op voor een afdruktaakOpmerking: Aan is de standaardinstelling. |
| SorterenUit (1,1,1,2,2,2)Aan (1,2,1,2,1,2) | Hiermee houdt u de pagina's van een afdruktaak op volgorde als u meerdere exemplaren afdruktOpmerking: Aan is de standaardinstelling. |
| Zijden (Duplex)2-zijdig1-zijdig | Hiermee geeft u aan of de afdruktaak op één zijde of beide zijden van het papier moet worden afgedruktOpmerking: 1-zijdig is de standaardinstelling. |
| Duplex inbindenLange zijdeKorte zijde | Hiermee definieert u hoe dubbelzijdig afgedrukte pagina's worden ingebonden en wat de afdrukstand is van de achterzijde van de pagina in relatie tot de voorzijde van de paginaOpmerkingen:Lange zijde is de standaardinstelling.Met de instelling voor Lange Zijde worden staande pagina's aan de linkerzijde en liggende pagina's aan de bovenzijde ingebonden.Met de instelling Korte Zijde worden staande pagina's aan de bovenzijde en liggende pagina's aan de linkerzijde ingebonden. |
| AfdrukstandAutoLange zijdeKorte zijde | Hiermee stelt u de afdrukstand in van een vel waarop meerdere pagina's worden afgedruktOpmerkingen:Auto is de standaardinstelling. De printer kiest tussen de afdrukstanden Staand en Liggend.Lange zijde gebruikt Liggend.Korte zijde gebruikt Staand. |
| N per vel (pagina's-zijde)Uit2 per vel3 per vel4 per vel6 per vel9 per vel12 per vel16 per vel | Hiermee geeft u aan dat meerdere paginabeelden moeten worden afgedrukt op één zijde van een vel papierOpmerkingen:Uit is de standaardinstelling.Het geselecteerde aantal is het aantal paginabeelden dat per zijde wordt afgedrukt. |
| N per vel (rand)Geeneffen | De printer drukt een rand af rond elk paginabeeld wanneer u N per vel (pagina's zijde) gebruikt.Opmerking: Geen is de standaardinstelling. |
| N per vel OrdeningHorizontaalOmgekeerd horizontaalOmgekeerd verticaalVerticaal | Hiermee geeft u de positie op van afbeeldingen met meerdere pagina's als u N per vel (pagina's-zijden) gebruiktOpmerkingen:Horizontaal is de standaardinstelling.De positie hangt af van het aantal afbeeldingen en de afdrukstand van de afbeeldingen (staand of liggend). |
| ScheidingsvellenGeenTussen exemplarenTussen takenTussen pagina's | Hiermee stelt u in of er lege scheidingsvellen worden ingevoerdOpmerkingen:Geen is de standaardinstelling.Met Tussen exemplaren voegt u een lege pagina in tussen elke kopie van een afdruktaak als sorteren staat ingesteld op Aan. Als Sorteren is ingesteld op Uit, wordt een lege pagina ingevoegd tussen alle sets van afgedrukte pagina's (tussen alle pagina's 1, tussen alle pagina's 2, enzovoort).Met Tussen taken voegt u een leeg vel in tussen afdruktaken.Met Tussen pagina's voegt u een leeg vel in tussen elke pagina van de afdruktaak. Deze instelling is handig als u transparanten afdrukt of pagina's voor aantekeningen in een document wilt opnemen. |
| Bron scheidingsbladLadeUniverseelladerLege pagina'sNiet afdrukkenAfdrukken | Hiermee geeft u de papierbron voor de scheidingsvellen opOpmerkingen:Lade 1 is de standaardinstelling.In het menu Papier stelt u Configuratie U-lader in op Cassette om de Universeellader als menu-instelling weer te geven.Hiermee stelt u in of er lege pagina's in een afdruktaak worden ingevoegdOpmerking:Niet afdrukken is de standaardinstelling. |
Print Settings (Afdrukinstellingen)
Menu Instellingen
| Menu-item Beschrijving | |
| PrintertaalPCL-emulatiePS-emulatie | Hiermee wordt de standaardprintertaal ingesteld.Opmerkingen:PCL-emulatie gebruikt een PCL-interpreter voor het verwerken van afdruktaken.PostScript-emulatie gebruikt een PS-interpreter voor het verwerken van afdruk-taken.De standaardinstelling voor printertaal is PCL.Als een bepaalde printertaal als standaardtaal is ingesteld, betekent dit niet dat softwareprogramma's geen afdruktaken kunnen verzenden die een andere printertaal gebruiken. |
| Taak in wachtrijAanUit | Geeft aan dat afdruktaken uit de afdrukwachtrij worden verwijderd als ze niet-beschikbare printeropties of aangepaste instellingen vereisen. Ze worden in een aparte afdrukwachtrij opgeslagen, zodat andere afdruktaken normaal kunnen worden afgedrukt. Wanneer de ontbrekende informatie en/of opties beschikbaar zijn, worden de opgeslagen taken afgedrukt.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een alleen-lezen vaste schijf in de printer is geïnstalleerd. Deze vereiste zorgt ervoor dat opgeslagen taken niet worden verwijderd als de stroomtoevoer naar de printer wegvalt. |
| AfdrukgebiedNormaalHele pagina | Hiermee stelt u het logische en fysieke afdrukbare gebied in.Opmerkingen:Normaal is de standaardinstelling. Als u probeert gegevens af te drukken in het niet-afdrukbare gebied dat is aangegeven via de instelling Normaal, dan snijdt de printer de afbeelding bij op de begrenzing.Als de instelling Hele pagina is ingeschakeld, kunt u de afbeelding verplaatsen naar het niet-afdrukbare gebied dat is aangegeven via de instelling Normaal, maar de printer snijdt de afbeelding bij op de begrenzing van de instelling Normaal.De instelling Hele pagina is alleen van toepassing op pagina's die zijn afgedrukt met behulp van een PCL 5e-interpreter. Deze instelling is niet van invloed op pagina's die worden afgedrukt met een PCL XL- of PostScript-interpreter. |
| PrintergebruikMax. rendementMax. snelheid | Hiermee stelt u de printer in op een hogere afdruksnelheid of een hoger rendement van de toner.Opmerking:Max. rendement is de standaardinstelling. |
| Modus Alleen zwartUitAan | Hiermee stelt u de printer zo in dat tekst en afbeeldingen alleen met de zwarte tonercartridge worden afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling.Opmerking:Het printerstuurprogramma kan deze instelling negeren. |
| DownloadbestemmingRAMFlashSchijf | Hiermee stelt u de opslaglocatie van geladen bronnen in.Opmerkingen:RAM is de standaardinstelling.Geladen bronnen die in het flashgeheugen of op de vaste schijf van een printer worden opgeslagen, zijn permanent opgeslagen. De bronnen blijven in het flashgeheugen of op de vaste schijf opgeslagen, ook als de printer wordt uitgezet.Bronnen die in het RAM worden opgeslagen, zijn tijdelijk opgeslagen.Dit menu-item wordt alleen weergegeven als een flashstation en/of optionele vaste schijf is geïnstalleerd. |
| TakenloggegevensAanUit | Hiermee stelt u in of de printer statistische informatie over de meest recente afdruk-taken al dan niet op de vaste schijf moet opslaan.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling. Met de instelling Uit worden de taakstatistieken niet opgeslagen in de printer.De statistische informatie bevat een overzicht van afdrukfouten, de afdruktijd, de omvang van de afdruktaak in bytes, het geselecteerde papierformaat en de geselecteerde papiersoort, het totale aantal afgedrukte pagina's en het gevraagde aantal exemplaren.De instelling Takenloggegevens is alleen beschikbaar wanneer er een vasteschijf in de printer is geïnstalleerd en deze correct werkt. De schijf mag niet beveiligd zijn tegen lezen/schrijven of schrijven. De buffergrootte moet niet zijn ingesteld op 100%.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw ingesteld. De menuse-lectie wordt bijgewerkt. |
| Bronnen opslaanAanUitVolgorde bij Alles afdrukkenOp alfabetNieuwste eerstOudste eerst | Hiermee stelt u in wat de printer moet doen met geladen bronnen, zoals lettertypen en macro's die zijn opgeslagen in het RAM, als de printer een taak krijgt die meer geheugen vereist dan er beschikbaar is.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling. Als Uit is ingesteld, worden de geladen bronnen in de printer bewaard tot het geheugen nodig is voor andere taken. Geladen bronnen worden verwijderd zodat afdruktaken kunnen worden verwerkt.Als Aan is ingesteld, blijven geladen bronnen bewaard, ook wanneer de taal wordt gewijzigd en de printer opnieuw wordt ingesteld. Als de printer onvoldoende geheugen heeft, wordt het bericht 38 Geheugen vol weergegeven. Geladen bronnen worden niet verwijderd.Geeft de volgorde aan waarin wachttaken en vertrouwelijke taken worden afgedrukt wanneer Alles afdrukken wordt geselecteerd.Opmerkingen:•Op alfabet is de standaardinstelling.•Afdruktaken worden altijd in alfabetische volgorde weergegeven op het bedie-ningspaneeel van de printer. |
Menu Afwerking
| Menu-item Beschrijving | |
| Zijden (Duplex)2-zijdig1-zijdig | Hiermee bepaalt u of duplex (2-zijdig) afdrukken is ingesteld als de standaardinstelling voor alle afdruktaken.Opmerkingen:•1-zijdig is de standaardinstelling.Voor Windows-gebruikers: als u vanuit het programma 2-zijdig afdrukken wilt instellen, klikt u op File (Bestand) → Print (Afdrukken) en vervolgens op Properties (Eigenschappen), Preferences (Voorkeuren), Options (Opties) of Setup (Instellen). Voor Macintosh-gebruikers: selecteer File (Archief) > Print (Druk af) en pas de instellingen aan in het dialoogvenster voor afdrukken en de pop-up menu's. |
| Duplex inbindenLange zijdeKorte zijde | Hiermee definieert u hoe dubbelzijdig afgedrukte pagina's worden ingebonden en wat de afdrukstand is van de achterzijde van de pagina in relatie tot de voorzijde van de pagina.Opmerkingen:•Lange zijde is de standaardinstelling.Met de instelling voor Lange Zijde worden staande pagina's aan de linkerzijde en liggende pagina's aan de bovenzijde ingebonden.Met de instelling Korte Zijde worden staande pagina's aan de bovenzijde en liggende pagina's aan de linkerzijde ingebonden. |
| Exemplaren1-999 | Hiermee geeft u een standaardaantal exemplaren op voor elke afdruktaak.Opmerking: 1 is de standaardinstelling. |
| Lege pagina'sNiet afdrukkenAfdrukken | Hiermee stelt u in of er lege pagina's in een afdruktaak worden ingevoegd.Opmerking: Niet afdrukken is de standaardinstelling. |
| SorterenUit (1,1,1,2,2,2)Aan (1,2,1,2,1,2)ScheidingsvellenGeenTussen exemplarenTussen takenTussen pagina's | Hiermee houdt u de pagina's van een afdruktaak op volgorde als u meerdere exemplaren afdrukt.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling. De pagina's worden niet gesorteerd.Met de instelling Aan wordt de afdruktaak op volgorde gehouden.Beide instellingen zorgen ervoor dat de gehele afdruktaak zo vaak wordt afgedrukt als is opgegeven met de menuoptie voor exemplaren.Hiermee stelt u in of er lege scheidingsvellen worden ingevoerd.Opmerkingen:•Geen is de standaardinstelling.•Met Tussen exemplaren voegt u een lege pagina in tussen elke kopie van een afdruktaak als sorteren staat ingesteld op Aan. Als Sorteren is ingesteld op Uit, wordt een lege pagina ingevoegd tussen alle sets van afgedrukte pagina's (alle pagina's 1, alle pagina's 2, enzovoort).•Met Tussen taken voegt u een leeg vel in tussen afdruktaken.• Met Tussen pagina's voegt u een leeg vel in tussen elke pagina van de afdruktaak. Deze instelling is handig als u transparanten afdrukt of pagina's voor aantekeningen in een document wilt opnemen. |
| Bron scheidingspaginaLadeUniverseellade | Hiermee geeft u de papierbron voor de scheidingsvellen op.Opmerkingen:•Lade 1 (standaardlade) is de standaardinstelling.• In het menu Papier stelt u Configuratie U-lader in op Cassette om Universeellader als menu-instelling weer te geven. |
| N per vel (pagina's-zijde)Uit2 per vel3 per vel4 per vel6 per vel9 per vel12 per vel16 per vel | Hiermee geeft u aan dat meerdere paginabeelden afgedrukt moeten worden op één zijde van een vel papier.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.• Het geselecteerde aantal is het aantal paginabeelden dat per zijde wordt afgedrukt. |
| N per vel OrdeningHorizontaalOmgekeerd horizontaalOmgekeerd verticaalVerticaal | Hiermee geeft u de positie op van afbeeldingen met meerdere pagina's als u N per vel (pagina's-zijden) gebruiktOpmerkingen:•Horizontaal is de standaardinstelling.• De positie hangt af van het aantal afbeeldingen en de afdrukstand van de afbeeldingen (staand of liggend). |
| AfdrukstandAutoLange zijdeKorte zijde | Hiermee stelt u de afdrukstand in van een vel waarop meerdere pagina's worden afgedrukt.Opmerkingen:• Auto is de standaardinstelling. De printer kiest tussen de afdrukstanden Staand en Liggend.•Lange zijde gebruikt Liggend.•Korte zijde gebruikt Staand. |
| N per vel (rand)GeenEffen | De printer drukt een rand af rond elk paginabeeld wanneer u N per vel (pagina's-zijden) gebruiktOpmerking: Geen is de standaardinstelling. |
Menu Kwaliteit
| Menu-item Beschrijving | |
| AfdrukmodusKleurAlleen zwart | Hiermee stelt u in of afbeeldingen in zwart/wit of in kleur worden afgedrukt.Opmerking: Kleur is de standaardinstelling. |
| KleurcorrectieAutoUitHandmatig | Hiermee wordt de kleuruitvoer op de gedrukte pagina aangepast.Opmerkingen:•Auto is de standaardinstelling.Met Auto past u op elk object op de afgedrukte pagina een andere kleurconversietabel toe.•Met de instelling Uit wordt de kleurcorrectie uitgeschakeld.•Met de instelling Handmatig kunnen de kleurtabellen worden aangepast op basis van de instellingen die in het menu Aangepaste kleur beschikbaar zijn.•Door de verschillen tussen additieve en subtractieve kleuren is het niet mogelijk om bepaalde kleuren op het beeldscherm precies zo af te drukken. |
| Afdrukresolutie1200 dpi4800 CQ | Hiermee stelt u de resolutie in van de afgedrukte uitvoer.Opmerkingen:•4800 CQ is de standaardinstelling.•1200 dpi biedt de uitvoer met de hoogst mogelijke resolutie en zorgt voor meer glans. |
| Tonerintensiteit1-5 | Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerkingen:•4 is de standaardinstelling.•Als u een lager cijfer kiest, bespaart u toner.•Als de afdrukmodus is ingesteld op Alleen zwart, verhoogt u met instelling 5 de dichtheid en de intensiteit van de toner voor alle afdruktaken.•Als de afdrukmodus is ingesteld op Kleur, heeft instelling 5 dezelfde effecten als instelling 4. |
| Fine Lines-verbeteringAanUit | Hiermee schakelt u een afdrukmodus in die speciaal bedoeld is voor bestanden met nauwkeurige details, zoals bouwkundige tekeningen, kaarten, stroomcircuit-schema's en stroomdiagrammen.Opmerkingen:•Als u Fine Lines-verbetering wilt instellen in de softwareopassing en daarbij een document hebt geopend, klik dan op File (Bestand) → Print (Afdrukken) en vervolgens op Properties (Eigenschappen), Preferences (Voorkeuren), Options (Options) of Setup (Instellingen).•Als u Fine Lines-verbetering wilt instellen via de Embedded Web Server, geeft u het IP-adres van de netwerkprinter op in een browservenster. |
| Kleur besparenAanUit | Hiermee beperkt u de hoeveelheid toner voor het afdrukken van illustraties en afbeeldingen. De hoeveelheid toner die wordt gebruikt voor tekst, blijft hetzelfde.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Als Aan is ingesteld, worden de instellingen voor tonerintensiteit genegeerd. |
| RGB-helderheid-6-6 | Hiermee wordt de helderheid in de kleuruitvoer aangepast.Opmerkingen:0 is de standaardinstelling.-6 is de maximale verlaging. 6 is de maximale verhoging.Dit heeft geen invloed op bestanden met CMYK-kleurspecificaties. |
| RGB-contrast0-5 | Hiermee wordt het contrast in de kleuruitvoer aangepast.Opmerkingen:0 is de standaardinstelling.Dit heeft geen invloed op bestanden met CMYK-kleurspecificaties. |
| RGB-verzadiging0-5 | Hiermee wordt de verzadiging in de kleuruitvoer aangepast.Opmerkingen:0 is de standaardinstelling.Dit heeft geen invloed op bestanden met CMYK-kleurspecificaties. |
| KleurbalansCyaan-5-5Magenta-5-5Geel-5-5Zwart-5-5Standaardwaarden herstellen0 | Hiermee kan de kleur in de afdrukken worden aangepast als de hoeveelheid toner voor elke kleur wordt verhoogd of verlaagd.Opmerking:0 is de standaardinstelling. |
| KleurvoorbeeldensRGB-displaysRGB LevendigDisplay - Echt zwartLevendigUit - RGBCMYK-VSCMYK-EuroCMYK-levendigUit - CMYKAangepaste kleurRGB-kleurbeeldLevendigsRGB-displayDisplay - Echt zwartsRGB LevendigUitRGB-tekstLevendigsRGB-displayDisplay - Echt zwartsRGB LevendigUitRGB-afbeeldingenLevendigsRGB-displayDisplay - Echt zwartsRGB LevendigUit | Hiermee worden voorbeeldpagina's afgedrukt voor elk van de RGB- en CMYK-kleurconversietabellen die in de printer worden gebruikt.Opmerkingen:Als u een instelling selecteert, wordt het voorbeeld afgedrukt.De voorbeeldpagina's bevatten een reeks gekleurde vakjes met de RGB- of CMYK-combinatie waaruit de kleur van elk afzonderlijk blokje is samengesteld. Deze pagina's kunnen worden gebruikt om te bepalen met welke combinaties de gewenste gekleurde uitvoer kan worden verkregen.In een browservenster typt u het IP-adres van de printer voor toegang tot een complete lijst van pagina's met kleurvoorbeelden van de Embedded Web Server.Hiermee kunnen RGB-kleurconversies worden aangepast.Opmerkingen:sRGB Display is de standaardinstelling voor RGB-kleurbeeld. Hiermee past u een kleurconversietabel toe om de kleuruitvoer op het computerscherm te benaderen.sRGB Levendig is de standaardinstelling voor RGB-tekst en RGB-afbeeldingen. sRGB Levendig past een kleurentabel toe die de verzadiging vergroot. Deze instelling is aan te raden voor zakelijke afbeeldingen en tekst.Met de instelling Levendig wordt een tabel voor kleurconversie toegepast die helderder kleuren met een hogere verzadiging oplevert.Met Display - Echt zwart wordt een tabel voor kleurconversie toegepast die alleen zwarte toner gebruikt voor neutrale grijze kleuren.Met Uit wordt de kleurconversie uitgeschakeld. |
| Aangepaste kleurCMYK-kleurbeeldCMYK-VSCMYK-EuroCMYK-levendigUitCMYK-tekstCMYK-VSCMYK-EuroCMYK-levendigUitCMYK-afbeeldingenCMYK-VSCMYK-EuroCMYK-levendigUit | Hiermee kunnen CMYK-kleurconversies worden aangepast.Opmerkingen:CMYK-VS is de standaardinstelling in de VS. Met CMYK-VS wordt een kleur- conversietabel toegepast om de SWOP-kleuruitvoer te benaderen.CMYK-Euro is de internationale standaardinstelling. Met CMYK-Euro wordt een kleurconversietabel toegepast om de EuroScale-kleuruitvoer te benaderen.Met CMYK-levendig wordt de kleurverzadiging voor de kleurconversietabel van CMYK-VS versterkt.Met Uit wordt de kleurconversie uitgeschakeld. |
| Kleur aanpassen | Hiermee start u de herkalibratie van de kleurconversietabellen zodat de printer kleurvariaties kan aanpassen.Opmerkingen:De kalibratie wordt gestart als u het menu selecteert.Calibrating(Bezig met kalibreren)wordt op de display weergegeven tot het proces is beëindigd.Kleurvariaties zijn soms het resultaat van veranderende omstandigheden, zoals omgevingstemperatuur en luchtvochtigheid. De kleuraanpassingen zijn gebaseerd op algoritmen. Ook de kleuruitlijning wordt ook opnieuw gekali-breerd. |
Menu Extra
| Menu-item Beschrijving | |
| Wachttaken verwijd.VertrouwelijkIn wachtNiet hersteldAlle(s) | Hiermee verwijdert u vertrouwelijke taken en wachttaken van de vaste schijf van de printer.Opmerkingen:Als u een instelling selecteert, is dat alleen van invloed op de afdruktaken die zich in de printer bevinden. Bladwijzers, taken op flashstations en andere typen wachttaken worden niet beïnvloed.Als u "Niet hersteld" selecteert, worden alle afdruk- en wachtstandtaken die niet zijn hersteld van de schijf verwijderd. |
| Flash formatterenJaNee | Hiermee formatteert u het flashgeheugen. Met het flashgeheugen wordt het geheugen bedoeld dat wordt toegevoegd door een flashgeheugenoptiekaart in de printer te installeren.Let op—Kans op beschadiging: Zet de printer niet uit als het flashgeheugen wordt geformatteerd.Opmerkingen:Dit menu-item is alleen beschikbaar als er een goed werkende flashgeheugenoptiekaart in de printer is geïnstalleerd. De flashgeheugenoptiekaart moet niet zijn beveiligd tegen lezen/schrijven of schrijven.Als u "Ja" selecteert, worden alle gegevens in het flashgeheugen verwijderd.Als u "Nee" selecteert, wordt het verzoek om de vaste schijf te formatteren geannuleerd. |
| Downloads op schijf verwijderenNu verwijderenNiet verwijderen | Verwijdert downloads van de vaste schijf van de printer, met inbegrip van alle taken in de wacht, taken in de buffer en taken in de geparkeerde stand. De takenloggegevens worden hierdoor niet beïnvloed.Opmerking: "Nu verwijderen" is de standaardinstelling. |
| TakenloggegevensAfdrukkenWissen | Hiermee drukt u een lijst af met alle opgeslagen takenloggegevens of verwijdert u de informatie van de vaste schijf van de printer.Opmerkingen:Dit menu-item is alleen beschikbaar als er een goed werkende vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.Als u "Afdrukken" selecteert, wordt er een lijst met takenloggegevens afgedrukt.Als u "Wissen" selecteert, worden alle takenloggegevens op de vaste schijf van de printer verwijderd.De te wissen selectie wordt alleen weergegeven als Takenloggegevens niet op MarkTrackTM is ingesteld. |
| Hex TraceInschakelen | Hiermee kunt u de oorzaak van een afdrukprobleem opsporen.Opmerkingen:Als "Inschakelen" is geselecteerd, worden alle gegevens die naar de printer worden gestuurd, zowel in een hexadecimale weergave als in een teken-weergave afgedrukt en worden besturingscodes niet uitgevoerd.Als u Hex Trace wilt verlaten of uitschakelen, schakelt u de printer uit of reset u de printer. |
| DekkingsindicatieUitAan | Hiermee wordt een schatting gegeven van het dekkingspercentage voor zwart op een pagina. De schatting wordt aan het einde van elke afdruktaak op een aparte pagina afgedrukt.Opmerking:Uit is de standaardinstelling. |
| LCD-contrast1-10 | Hiermee past u het contrast op het display aan.Opmerkingen:"5" is de standaardinstelling.Als u een hogere instelling selecteert, wordt het display lichter.Als u een lagere instelling selecteert, wordt het display donkerder. |
| LCD-helderheid1-10 | Hiermee wordt de helderheid van de achtergrondverlichting op het display aangepast.Opmerkingen:"5" is de standaardinstelling.Als u een hogere instelling selecteert, wordt het display lichter.Als u een lagere instelling selecteert, wordt het display donkerder. |
Menu PDF
| Menu-item Beschrijving | |
| Formaat passend makenJaNee | Hiermee past u de inhoud van een pagina aan het formaat van het geselecteerde papier aan.Opmerking:"Nee" is de standaardinstelling. |
| AantekeningenNiet afdrukkenAfdrukken | Hiermee drukt u aantekeningen in een PDF-bestand af.Opmerking:"Niet afdrukken" is de standaardinstelling. |
Menu PostScript
| Menu-item Beschrijving | |
| PS-fout afdrukkenAanUit | Hiermee wordt een pagina afgedrukt die de PostScript-fout bevat.Opmerking:"Uit" is de standaardinstelling. |
| VoorkeurslettertypeInternFlash/schijf | Hiermee bepaalt u waar de printer begint met het zoeken naar het gewenste lettertype.Opmerkingen:"Intern" is de standaardinstelling.Dit menu-item is alleen beschikbaar als er een goed werkende geformatteerde flash-geheugenoptiekaart of vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.De flashgeheugenoptie of de vaste schijf van de printer mag niet beveiligd zijn tegen lezen/schrijven of schrijven of beveiligd zijn met een wachtwoord.De buffergrootte mag niet zijn ingesteld op 100%. |
| Afbeelding gladmakenAanUit | Hiermee worden het contrast en de scherpte verbeterd van afbeeldingen met een lage resolutie en worden de kleurovergangen soepeler gemaakt.Opmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling.De instelling "Afbeelding gladmaken" is niet van invloed op afbeeldingen met een resolutie van 300 dpi of hoger. |
Menu PCL Emul
| Menu-item Beschrijving | |
| LettertypebronInternSchijfFlashLaadbaarAlle | Hiermee stelt u de lettertypeset in die wordt gebruikt in het menu-item Lettertypenaam.Opmerkingen:"Intern" is de standaardinstelling. De standaardset met lettertypen die in het RAM is geladen, wordt hiermee weergegeven.Met de instellingen "Flash" en "Schijf" worden alle interne lettertypen weergegeven die in deze optie aanwezig zijn.De flashoptie moet op juiste wijze worden geformatteerd en mag niet beveiligd zijn tegen lezen/schrijven of schrijven of beveiligd zijn met een wachtwoord.Met de instelling "Laadbaar" worden alle lettertypen weergegeven die in het RAM zijn gedownload.Met de instelling "Alle" worden alle lettertypen weergegeven die bij een willekeurige optie beschikbaar zijn. |
| LettertypenaamRO Courier | Hiermee wordt een specifiek lettertype weergegeven en de optie waarin het is opgeslagen.Opmerkingen:"RO Courier" is de standaardinstelling.Met "RO Courier" wordt de lettertypenaam, lettertype-ID en de opslaglocatie in de printer weergegeven. De afkorting van de naam van de lettertypebron is R voor Intern, F voor Flash, K voor Schijf en D voor Laadbaar. |
| Symbolenset10U PC-812U PC-850 | Hiermee wordt de symbolenset voor elke lettertypenaam weergegeven.Opmerkingen:"10U PC-8" is de standaardinstelling in de VS."12U PC-850" is de internationale standaardinstelling.Een symbolenset is een set met alfabetische en numerieke tekens, interpunctie en speciale symbolen. Symbolensets ondersteunen de verschillende talen of specifieke toepassingen, zoals wiskundige symbolen voor wetenschappelijke teksten. Alleen de ondersteunde symbolensets worden weergegeven. |
| Instell. PCL-emulatiePuntgrootte1,00–1008,00 | Hiermee wijzigt u de puntgrootte van schaalbare typografische lettertypen.Opmerkingen:"12" is de standaardinstelling.Puntgrootte heeft betrekking op de hoogte van de tekens in het lettertype. Eén punt is ongeveer gelijk aan 0,35 mm.Puntgroottes kunnen worden aangepast in stappen van 0,25 punten. |
| Instell. PCL-emulatiePitch0,08–100 | Hiermee stelt u de lettertypepitch in voor schaalbare lettertypen met een vaste tekenafstand (monogespatieerd).Opmerkingen:"10" is de standaardinstelling.Pitch heeft betrekking op het aantal niet-proportionele tekens per inch (cpi).Pitch kan worden aangepast in stappen van 0,01 cpi.Voor niet-schaalbare, monogespatieerde lettertypen wordt de pitch wel weergegeven, maar kunt u deze niet wijzigen. |
| Instell. PCL-emulatieAfdrukstandStaandLiggend | Hiermee stelt u de afdrukstand in van tekst en afbeeldingen op de pagina.Opmerkingen:"Staand" is de standaardinstelling.Met "Staand" drukt u de tekst en afbeeldingen evenwijdig aan de korte zijde van het papier af.Met "Liggend" drukt u de tekst en afbeeldingen evenwijdig aan de lange zijde van het papier af. |
| Instell. PCL-emulatieRegels per pagina1–2556064 | Hiermee bepaalt u het aantal regels dat op elke pagina wordt afgedrukt.Opmerkingen:"60" is de standaardinstelling in de VS. "64" is de internationale standaardinstelling.De printer stelt de ruimte tussen de regels in op basis van de instellingen voor Regels per pagina, Papierformaat en Afdrukstand. Selecteer het gewenste papierformaat en de afdrukstand voordat u het aantal regels per pagina instelt. |
| Instell. PCL-emulatieA4-breedte198 mm203 mm | Hiermee stelt u de printer in op A4-papierformaat.Opmerkingen:"198 mm" is de standaardinstelling.Met de instelling van 203 mm wordt de breedte van de pagina zo ingesteld dat er tachtig 10-pitch tekens kunnen worden afgedrukt. |
| Instell. PCL-emulatieAutomatisch HR na NRAanUit | Hiermee geeft u op of de printer automatisch een harde return (HR) moet geven na de opdracht om naar een nieuwe regel te gaan (NR).Opmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling.Het menu PPDS-emulatie neemt de gewijzigde instellingen over. |
| Instell. PCL-emulatieAutomatisch NR na HRAanUit | Hiermee geeft u aan of de printer automatisch een nieuwe regel (NR) uitvoert na een opdracht voor een harde return (HR).Opmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling.Het menu PPDS-emulatie neemt de gewijzigde instellingen over. |
| Lade-nr. wijzigenWaarde U-laderUitGeen0–199Waarde ladeUitGeen0–199Waarde handm. invoerUitGeen0–199Waarde env. (handm.)UitGeen0–199 | Hiermee configureert u de printer zodanig dat deze werkt met printersoftware of toepas-singen die andere laden als papierbron hebben gedefinieerd.Opmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling."Geen" is niet beschikbaar als selectie. Dit wordt alleen weergegeven als deze door de PCL 5-interpreter wordt geselecteerd.Als "Geen" de instelling is, wordt de opdracht voor het selecteren van de papierinvoer genegeerd.Met 0-199 kan een aangepaste instelling worden toegewezen. |
| Lade-nr. wijzigenToon fabrieksinstell.Geen | Hiermee wordt de standaardinstelling weergegeven voor elke invoerlade. |
| Lade-nr. wijzigenStd.instell. herstellenJaNee | Hiermee worden alle invoerlade-instellingen teruggezet naar de standaardinstelling. |
Menu HTML
| Menu-item Beschrijving | ||
| Lettertypenaam | Intl CG Times | Hiermee stelt u het standaardlettertype voor HTML-documenten in. |
| Albertus MT | Intl Courier | Opmerking: Het Times-lettertype wordt gebruikt in HTML-documenten waarin geen lettertype wordt opgegeven. |
| Antique Olive | Intl Univers | |
| Apple Chancery | Joanna MT | |
| Arial MT | Letter Gothic | |
| Avant Garde | Lubalin Gothic | |
| Bodoni | Marigold | |
| Bookman | MonaLisa Recut | |
| Chicago | Monaco | |
| Clarendon | New CenturySbk | |
| Cooper Black | New York | |
| Copperplate | Optima | |
| Coronet | Oxford | |
| Courier | Palatino | |
| Eurostile | StempelGaramond | |
| Garamond | Taffy | |
| Geneva | Times | |
| Gill Sans | TimesNewRoman | |
| Goudy | Univers | |
| Helvetica | Zapf Chancery | |
| Hoefler Text | ||
| Menu-item Beschrijving | |
| Lettertypegrootte1–255 pt | Hiermee stelt u de standaardlettertypegrootte voor HTML-documenten in.Opmerkingen:•12 pt is de standaardinstelling.•De lettertypegrootte kan in stappen van 1 worden aangepast. |
| Schalen1–400% | Hiermee stelt u het standaardlettertype voor HTML-documenten in.Opmerkingen:•100% is de standaardinstelling.•De instelling voor schalen kan in stappen van 1% worden aangepast. |
| AfdrukstandStaandLiggend | Hiermee stelt u de afdrukstand voor HTML-documenten in.Opmerking:"Staand" is de standaardinstelling. |
| Margegrootte8–255 mm | Hiermee stelt u de paginamarge voor HTML-documenten in.Opmerkingen:•19 mm is de standaardinstelling.•De margegrootte kan in stappen van 1 mm worden aangepast. |
| AchtergrondenNiet afdrukkenAfdrukken | Hiermee geeft u aan of u achtergronden in HTML-documenten wilt afdrukken.Opmerking:"Afdrukken" is de standaardinstelling. |
Menu Afbeelding
| Menu-item Beschrijving | |
| Autom. aanpassenAanUit | Hiermee selecteert u de optimale waarden voor papierformaat, schaling en afdrukstand.Opmerkingen:"Aan" is de standaardinstelling.Als "Aan" is ingesteld, worden de instellingen voor schaling en afdrukstand voor sommige afbeeldingen genegeerd. |
| InverterenAanUit | Hiermee keert u tweekleurige zwart-witafbeeldingen om.Opmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling.De lettertypegrootte kan in stappen van 1 worden aangepast.Deze instelling geldt niet voor GIF- of JPEG-afbeeldingen. |
| SchalingLinkerbvnhoek verank.Meest gelijkendMidden verankerenHgte/breedte passendAanpassen aan hoogteAanpassen breedte | Hiermee schaalt u de afbeelding zodat deze past op het geselecteerde papierformaat.Opmerkingen:"Meest gelijkend" is de standaardinstelling.Als "Autom. aanpassen" is ingesteld op "Aan", wordt "Schaling" automatisch ingesteld op "Meest gelijkend". |
| AfdrukstandStaandLiggendStaand omgekeerdLiggend omgekeerd | Hiermee stelt u de afdrukstand van een afbeelding in.Opmerking:"Staand" is de standaardinstelling. |
Menu PictBridge
| Menu-item Beschrijving | |
| FotoformaatAutoL2LHagaki briefkaartKaartformaat100x150 mm4x6 inch8x10 inchLetterA4A5JIS B5 | Selecteert het optimale fotoformaatOpmerkingen:•Auto is de standaardinstelling.• Als zowel de printer als de PictBridge-camera een waarde voor deze instelling hebben, heeft de camerawaarde altijd voorrang op de printerwaarde. |
| IndelingAutoUit2 per vel3 per vel4 per vel6 per vel9 per vel12 per vel16 per velIndex afdrukken | Selecteert de optimale foto-indelingOpmerkingen:•Auto is de standaardinstelling.• Als zowel de printer als de PictBridge-camera een waarde voor deze instelling hebben, heeft de camerawaarde altijd voorrang op de printerwaarde. |
| KwaliteitNormaalConceptFijn | Selecteert de optimale kwaliteitOpmerkingen:•Normaal is de standaardinstelling.• Als zowel de printer als de PictBridge-camera een waarde voor deze instelling hebben, heeft de camerawaarde altijd voorrang op de printerwaarde. |
| PapierbronUniversele ladeLadeHandmatige papierinvoer | Stelt de lade in waaruit het papier wordt gehaaldOpmerkingen:•Universele lade is de standaardinstelling.• Als zowel de printer als de PictBridge-camera een waarde voor deze instelling hebben, heeft de camerawaarde altijd voorrang op de printerwaarde. |
Menu XPS
| Menu-item Beschrijving | |
| Foutpagina's afdrukkenUitAan | Drukt een pagina af met informatie over fouten, waaronder XML-markupfouten.Opmerking: Uit is de standaardinstelling. |
Menu Help
Het menu Help bestaat uit een reeks Help-pagina's die in de multifunctionele printer (MFP) zijn opgeslagen als PDF's. Deze bestanden bevatten informatie over het gebruik van de printer en het uitvoeren van verschillende taken, waaronder kopieren, scannen en faxen.
Er zijn Engelse, Franse, Duitse en Spaanse vertalingen opgeslagen in de printer.
Andere vertalingen zijn beschikbaar op de website van Lexmark op www.lexmark.com.
| Menu-item Beschrijving | |
| Alle handleidingen afdrukken Hiermee worden alle (help) gidsen en handleidingen afgedrukt. | |
| Helpgids kopieren | Bevat informatie over het maken van kopieën en het wijzigen van instellingen. |
| Handleiding voor e-mailen | Bevat informatie over het verzenden van e-mailberichten met adressen, snelkoppelingsnummers of het adresboek, en over het wijzigen van instellingen. |
| Handleiding voor faxen | Bevat informatie over het verzenden van faxen met faxnummers, snelkoppelings-nummers of het adresboek en over het wijzigen van instellingen |
| Handleiding voor FTP | Bevat informatie over het rechtstreeks verzenden van gescande documenten naar een FTP-server via een FTP-adres, snelkoppelingsnummers of het adresboek en over het wijzigen van instellingen. |
| Informatie (deze pagina) Biedt hulp bij het zoeken naar aanvullende informatie. | |
| Handleiding voor afdrukstoringen | Biedt hulp bij het verhelpen van terugkerende storingen bij het kopieren en afdrukken. |
| Handleiding voor supplies | Bevat de artikelnummers die u nodig hebt om supplies te bestellen. |
Printer onderhouden
Bepaalde taken moeten regelmatig worden uitgevoerd om een optimale afdrukkwaliteit te behouden.
De buitenkant van de printer reinigen
1 Controleer of de printer is uitgeschakeld en de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact is getrokken.
LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Om het risico op elektrische schokken te vermijden, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maakt u alle kabels los die op de printer zijn aangesloten voor u de buitenkant van de printer reinigt.
2 Verwijder het papier uit de standaarduitvoerlade.
3 Maak een schone, stofvrije doek vochtig met water.
Let op—Kans op beschadiging: Gebruik geen schoonmaak- of wasmiddelen. Hiermee kunt u de afwerking van de printer beschadigen.
4 Veeg alleen de buitenkant van de printer schoon, inclusief de standaarduitvoerlade.
Let op—Kans op beschadiging: Als u de binnenkant van de printer reinigt met een vochtige doek, kunt u de printer beschadigen.
5 Controleer of de papiersteun en standaarduitvoerlade droog zijn voor u een nieuwe afdruktaak start.

De glasplaat reinigen
Reinig de glasplaat als er problemen zijn met de afdrukkwaliteit, bijvoorbeeld als er strepen worden weergegeven op gekopieerde of gescande afbeeldingen.
1 Maak een zachte, pluisvrije doek of een papieren doekje enigszins vochtig met water.
2 Open de klep van de scanner.

| 1 De witte onderkant van de ADI-klep. |
| 2 De witte onderkant van de klep van de scanner |
| 3 Glasplaat |
| 4 ADI-glasplaat |
3 Veeg de weergegeven gebieden af en laat ze drogen.
4 Sluit de klep van de scanner.
ADI-onderdelen reinigen
Reinig de ADI-onderdelen regelmatig voor optimale afdrukprestaties. Resten op ADI-onderdelen kunnen problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken en verkeerde 290–294 papier vast berichten.
1 Schakel de printer uit.
2 Maak een zachte, pluisvrije doek enigszins vochtig met water.
3 Open de klep van de ADI.

4 Verwijder het grijprolmechanisme.

5 Veeg het oppervlak van beide grijprollen af.
6 Vervang het grijprolmechanisme.

7 Veeg het hele oppervlak onder de ADI-klep schoon, ook de twee kleine witte rollen.
8 Veeg de papierscheiding en vervolgens het grijlrolkussentje schoon.

9 Trek de flap omhoog zoals is weergegeven en veeg dan de sensor erachter schoon.

10 Sluit de flap en vervolgens de klep van de ADI.

De lenzen van de printkop reinigen
Reinig de lenzen van de printkop als u problemen met de afdrukkwaliteit ondervindt.
1 Open de bovenste voorklep en open vervolgens de onderste voorklep.

Let op—Kans op beschadiging: om te voorkomen dat de fotoconductors te lang worden blootgesteld aan licht, dient u de voorkleppen niet langer dan tien minuten open te laten.
2 Verwijder alle vier de tonercartridges. Verwijder de fotoconductors niet voor deze procedure.
3 Zoek de vier printkoplenzen.

4 Reinig de lenzen met een busje samengeperste lucht.
Let op—Kans op beschadiging: raak de printkoplenzen niet aan.
5 Plaats de vier tonercartridges terug.
6 Sluit de onderste voorklep en sluit vervolgens de bovenste voorklep.

Scannerregistratie aanpassen
Scannerregistratie is een proces voor het uitlijnen van het scangedeelte met het papier. U kunt de scannerregistratie als volgt aanpassen:
1 Zet de printer uit.
2 Reinig de glasplaat en de beschermplaat.
3 Houd 2 en 6 ingedrukt terwijl u de printer aanzet.
4 Laat de knoppen los wanneer het scherm met de voortgangsbalk wordt weergegeven.
De printer voert de opstartcyclus uit, waarna het menu Configuratie wordt weergegeven.
5 Raak de pijl omlaag aan tot Scanner handmatig registreren wordt weergegeven.
6 Raak Scanner Manual Registration (Scanner handmatig registreren) aan.
7 Raak Print Quick Test (Testpagina snel afdrukken) om een registratiepagina af te drukken.
8 Kies het scangedeelte van de scanner dat u wilt uitlijnen.
U kunt de glasplaat (flatbed) zo uitlijnen:
a Leg de Sneltest-pagina met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

b Raak Copy Quick Test (Testpagina snel kopiëren) aan.
De scanner drukt een exemplaar van de Sneltest-pagina af.
c Raak Flatbed aan.
d Gebruik het exemplaar van de Sneltest-pagina om de instellingen voor linker- en bovenmarge aan te passen.
e Raak Submit (Indienen) aan.
f Raak Copy Quick Test (Testpagina snel kopieren) aan en vergelijk het nieuwe exemplaar met het origineel. Herhaal de stappen voor de flatbeduitlijning tot de positie van de Sneltest-pagina nauw overeenkomt met het origineel.
U kunt de automatische documentinvoer als volgt uitlijnen:
a Voer een van de volgende handelingen uit:
- Als u de voorzijde van de automatische documentinvoer wilt uitlijnen, plaatst u de Sneltest-pagina met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer.
- Als u de achterzijde van de automatische documentinvoer wilt uitlijnen, plaatst u de Sneltest-pagina met de bedrukte zijde naar beneden en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer.
b Raak Copy Quick Test (Testpagina snel kopieren) aan.
De scanner drukt een exemplaar van de Sneltest-pagina af.
c Raak ADF Front (Voorzijde ADF) of ADF Back (Achterzijde ADF) aan.
d Gebruik het exemplaar van de Sneltest-pagina om de instellingen voor de horizontale aanpassing en bovenmarge aan te passen.
e Raak Submit (Indienen) aan.
f Raak Copy Quick Test (Testpagina snel kopieren) aan en vergelijk het nieuwe exemplaar met het origineel. Herhaal de stappen voor de ADF-uitlijning tot de positie van de Sneltest-pagina nauw overeenkomt met het origineel.
9 Raak Back (Terug) aan.
10 Touch Exit Configuration (Configuratie afsluiten) aan.
Supplies bewaren
Bewaar supplies in een koele, schone ruimte. Supplies moeten altijd rechtop in de originele verpakking worden bewaard tot het moment waarop ze worden gebruikt.
Stel de printersupplies niet bloot aan:
•direct zonlicht;
•temperaturen boven 35 °C;
•hoge vochtigheidsgraad (boven 80%);
•zilte lucht;
•corroderende gassen;
•grote hoeveelheden stof.
De status van supplies controleren
Er verschijnt een bericht op de display als er een vervangende supply nodig is of als er onderhoud moet worden gepleegd.
De status van supplies op het bedieningspaneel van de printer controleren
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak Status/Supplies aan op het beginscherm.
Opmerking: Als Status/Supplies zich niet op het beginscherm bevindt, drukt u een pagina met menu-instellingen af om de status van de supplies te bekijken.
De status van supplies controleren vanaf een netwerkcomputer
Opmerking: De computer moet met hetzelfde netwerk zijn verbonden als de printer.
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Device Status (Apparaatstatus). De pagina Apparaatstatus wordt weergegeven waarop een overzicht van de hoeveelheid supplies wordt weergegeven.
Supplies bestellen
Als u in de VS supplies wilt bestellen, belt u 1-800-539-6275 voor informatie over erkende dealers van Lexmark supplies in uw omgeving. In andere landen of regio's kunt u terecht op de website van Lexmark op www.lexmark.com of neemt u contact op met de winkel waar u de printer hebt gekocht.
Opmerkingen:
- De tonermeter geeft een benadering van de hoeveelheid toner die over is in uw cartridge.
- De geschatte resterende levensduur van de printersupplies is gebaseerd op normaal papier van A4- of Letterformaat.
Tonercartridges bestellen
Bestel een nieuwe cartridge als 88 Cyaan cartridge bijna leeg, 88 Magenta cartridge bijna leeg, 88 Gele cartridge bijna leeg of 88 Zwarte cartridge bijna leeg wordt weergegeven.
U moet de betreffende tonercartridge vervangen als 88 Vervang cyaan cartridge, 88 Vervang magenta cartridge, 88 Vervang gele cartridge of Vervang zwarte cartridge wordt weergegeven.
Het geschatte rendement is gebaseerd op de ISO/IEC 19798-standaard (met ongeveer 5% dekking per kleur. Extreem lage printdekking (minder dan 1,25 % per kleur) gedurende langere periode kan een negatieve invloed hebben op het werkelijke rendement van die kleur en kan ervoor zorgen dat cartridgeonderdelen eerder kapot gaan dan dat de toner leeg raakt.
Fotoconductors bestellen
Bestel een nieuwe fotoconductor als 84 fotoconductor leeg of 84
Als 84 Vervang
| Artikelnaam Artikelnummer | |
| Fotoconductor C734X20G | |
| Fotoconductor, multipakket | C734X24G |
Een verhittingsstation of een overdrachtsmodule bestellen
Wanneer 80 Verhittingsstation bijna versleten of 83 Overdrachtsmodule bijna versleten wordt weergegeven, dient u een nieuw verhittingsstation of een nieuwe overdrachtsmodule bestellen.
Als 80 Vervang verhittingsstation of 83 Vervang overdrachtsmodule wordt weergegeven, dient u het nieuwe verhittingsstation of de nieuwe overdrachtsmodule te installeren. Raadpleeg de documentatie bij het onderdeel voor informatie over de installatie.
| Artikelnaam Artikelnummer |
| Verhittingsstation 40X5095 (100 volt) |
| 40X5093 (115 volt) |
| 40X5094 (230 volt) |
| Overdrachtsmodule 40X5096 |
Toneroverloopbak bestellen
Bestel een nieuwe toneroverloopbak als 82 Toneroverloopbak bijna vol wordt weergegeven. Als 82 Vervang toneroverloopbak wordt weergegeven dient u de toneroverloopbak te vervangen.
Opmerking: Hergebruik van een toneroverloopbak wordt afgeraden.
| Artikelnaam Artikelnummer | |
| Toneroverloopbak | C734X77G |
Vervangende onderdelen voor de ADI bestellen
Bestel vervangende onderdelen voor de ADI als het papier niet per vel wordt ingevoerd of niet via de ADI wordt ingevoerd.
| Artikelnaam Artikelnummer | |
| Grijpmechanisme van ADI | 40X5188 |
| Papierscheiding 40X5187 | |
| ADI-grijprolkussentje 40X51 | 89 |
Supplies vervangen
Een fotoconductor vervangen
Er zijn drie verschillende berichten die kunnen worden weergegeven als een fotoconductor vervangen moet worden: 84 Vervang fotoconductor
1 Open de bovenste voorklep en open vervolgens de onderste voorklep.

Let op—Kans op beschadiging: om te voorkomen dat de fotoconductors te lang worden blootgesteld aan licht, dient u de voorkleppen niet langer dan tien minuten open te laten.
2 Trek de aangegeven fotoconductor omhoog en schuif deze naar rechts om hem uit de printer te verwijderen.

3 Haal de nieuwe fotoconductor uit de verpakking.

4 Lijn de linkerzijde van de fotoconductor uit en klik vervolgens de rechterzijde vast.

5 Verwijder de rode verpakkingsstrips van de bovenkant van de fotoconductor.

6 Plaats de oude fotoconductor in de doos van de nieuwe fotoconductor, plaats het retouretiket op de doos en verstuur de fotoconductor naar Lexmark voor recycling.

7 Sluit de onderste voorklep en sluit vervolgens de bovenste voorklep.

De onderhoudsteller opnieuw instellen
Nadat u een nieuwe fotoconductor hebt geïnstalleerd, moet de onderhoudsteller opnieuw worden ingesteld. Gebruik een van de volgende twee procedures:
Wanneer het bericht "vervang" of "bijna leeg" wordt weergegeven
Volg deze stappen wanneer een fotoconductor wordt vervangen en 84 Vervang
fotoconductor, 84
leeg wordt weergegeven:
1 Raak Status/Supplies aan op het beginscherm.
2 Raak Supply wordt vervangen aan.
3 Raak Ja aan wanneer
Opmerkingen:
- Wanneer meer dan 1 fotoconductor wordt vervangen, moet u mogelijk stappen 1 t/m 3 herhalen.
- Wanneer Gereed wordt weergegeven, wordt de teller opnieuw ingesteld.
Wanneer het bericht "vervang" of "bijna leeg" niet wordt weergegeven
Volg deze stappen wanneer een fotoconductor wordt vervangen en geen bericht "Vervang" of "bijna leeg" wordt weergegeven:
1 Raak aan op het beginscherm.
2 Raak Menu's aan.
3 Raak Menu Supplies aan.
4 Raak Supplies vervangen aan.
5 Raak de knop aan die aangeeft welke supply u hebt vervangen.
6 Raak Ja aan wanneer
7 Raak aan om terug te keren naar het beginscherm.
Een tonercartridge vervangen
Als 88 Vervang cartridge
1 Open de bovenste voorklep en open vervolgens de onderste voorklep.
Let op—Kans op beschadiging: om te voorkomen dat de fotoconductors te lang worden blootgesteld aan licht, dient u de voorkleppen niet langer dan tien minuten open te laten.

2 Trek de aangegeven cartridge aan de groene nokjes omhoog en daarna uit de printer om hem te verwijderen.

3 Schud de cartridge naar voren en naar achteren en heen en weer om de toner opnieuw te verdelen.

4 Plaats de cartridge terug om het afdrukken te hervatten.

5 Herhaal deze procedure een aantal keren totdat de afgedrukte tekst en afbeeldingen vaag blijven. Wanneer de afgedrukte tekst en afbeeldingen vaag blijven, kunt u de betreffende tonercartridge vervangen. Herhaal stap 1 en 2 en ga dan verder met de volgende stappen.
6 Haal een nieuwe cartridge uit de verpakking.

7 Plaats de oude cartridge in de doos van de nieuwe cartridge, plaats het retouretiket op de doos en verstuur de cartridge naar Lexmark voor recycling.

8 Schud de nieuwe cartridge naar voren en naar achteren en heen en weer om de toner gelijkmatig te verdelen.

9 Verwijder de rode verpakkingsstrips van de nieuwe cartridge.

10 Plaats de nieuwe cartridge in de printer. Druk de tonercartridge zo ver mogelijk naar binnen. De cartridge is correct geïnstalleerd als deze vastklikt.

11 Sluit de onderste voorklep en sluit vervolgens de bovenste voorklep.

De ADI-onderdelen vervangen
Opmerking: bij de printer worden een reserve-papierscheiding en luchtfilter geleverd, die zich onder de scanner bevinden. Om toegang te krijgen tot deze reserve-onderdelen, moet u de gleufkopschroef verwijderen.

Opmerking: het wordt aanbevolen om het ADI-gebied en de onderdelen regelmatig te reinigen.
Het grijprolmechanisme vervangen
1 Schakel de printer uit en open vervolgens de ADI-klep.

2 Vervang het grijprolmechanisme zoals is weergegeven.

3 Gooi het oude grijprolmechanisme weg.

De papierscheiding vervangen
1 Trek, terwijl de ADI-klep nog steeds open is, de papierscheiding omhoog om die te verwijderen.

3 Gooi de oude papierscheiding weg.

Het grijprolkussentje vervangen
1 Trek, terwijl de ADI-klep nog steeds open is, het grijprolkussentje recht omhoog om het te verwijderen.

2 Vervang het grijprolkussentje door een nieuw exemplaar en gooi het oude kussentje weg.

3 Open de flap om toegang te krijgen tot de sensorlens eronder en veeg de lens schoon.

4 Sluit de flap en vervolgens de klep van de ADI.

Het luchtfilter vervangen
1 Zoek het filter aan de achterkant van de printer en verwijder de klep.

2 Verwijder het oude luchtfilter en gooi het weg.

3 Vervang het luchtfilter en plaats de klep terug.

4 Zet de printer aan.
Toneroverloopbak vervangen
Wanneer 82 Vervang toneroverloopbak of 82 Toneroverloopbak bijna vol wordt weergegeven, dient u de toneroverloopbak te vervangen. De printer hervat het afdrukken pas nadat de toneroverloopbak is vervangen.
1 Pak de nieuwe toneroverloopbak uit en verwijder deze uit de verzenddoos.

2 Zoek de ontgrendelingsknop van de toneroverloopbak aan de linkerkant van de printer.
3 Druk de ontgrendelingsknop naar links en til de toneroverloopbak uit de printer.

4 Haal de sticker van de zijkant van de volle toneroverloopbak zoals in de afbeelding en plak die op de opening om de toneroverloopbak te verzegelen.

1

2
5 Plaats de verzegelde toneroverloopbak in de zak voor recycling.
6 Plaats de zak in de verzenddoos waaruit u net het vervangende onderdeel hebt gehaald.

7 Haal het recycle-etiket eraf en plak het op de verzenddoos.

8 Plaats de nieuwe toneroverloopbak in de printer.

De printer verplaatsen naar een andere locatie
Let op—Kans op beschadiging: schade aan de printer die door onjuist transport is veroorzaakt, valt niet onder de garantie.

LET OP—KANS OP LETSEL: volg deze richtlijnen om te voorkomen dat u zich bezeert of dat de printer beschadigd raakt:
- Schakel de printer uit met de aan/uit-knop en haal de stekker uit het stopcontact.
- Maak alle snoeren en kabels los van de printer voordat u de printer verplaatst.
- Gebruik bij het optillen van de printer de handgrepen aan de zijkanten en de achterkant.
- Let erop dat uw vingers zich niet onder de printer bevinden wanneer u het apparaat neerzet.
- Voordat u de printer instelt, dient u ervoor te zorgen dat er voldoende ruimte vrij is rondom de printer.
U kunt de printer en opties probleemloos verplaatsen naar een andere locatie als u de volgende voorzorgsmaatregelen neemt:
- Als de printer wordt verplaatst op een transportwagentje, moet de oppervlakte van het wagentje groot genoeg zijn om de gehele onderzijde van de printer te ondersteunen.
•Houd de printer rechtop.
•Vermijd schokken.
De printer vervoeren
Als u de printer wilt vervoeren, dient u de originele verpakking te gebruiken of te bellen met de winkel waar u de printer hebt gekocht voor de benodigde verpakkingsmaterialen.
Beheerdersondersteuning
Geavanceerde netwerkinformatie en beheerdersinformatie weergeven
In dit hoofdstuk worden de standaardondersteuningstaken voor beheerders beschreven. Raadpleeg de Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie en de Embedded Web Server Administrator's Guide (beheerdershandleiding voor de Embedded Web Server) op de website van Lexmark op www.lexmark.com voor informatie over geavanceerde systeemondersteuningstaken.
De Embedded Web Server gebruiken
Als de printer op een netwerk is geïnstalleerd, is de Embedded Web Server beschikbaar voor een aantal verschillende functies, waaronder:
- Een virtuele display van het bedieningspaneel van de printer weergeven
- De status van de printersupplies controleren
- Printerinstellingen configureren
- De netwerkinstellingen configureren
•Rapporten bekijken
Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser om de Embedded Web Server te openen.
Opmerkingen:
- Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
- Raadpleeg de Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie en de Embedded Web Server Administrator's Guide (beheerdershandleiding voor de Embedded Web Server) op de website van Lexmark op www.lexmark.com voor informatie.
Apparaatstatus controleren
Met behulp van de Embedded Web Server kunt u de papierlade-instellingen, de hoeveelheid toner in de tonercartridge, het percentage resterende levensduur van de onderhoudskit en de capaciteit van bepaalde printeronderdelen weergeven. U kunt als volgt de apparaatstatus weergeven:
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Device Status (Apparaatstatus).
E-mailmeldingen instellen
U kunt instellen dat de printer een e-mailbericht verzendt wanneer supplies op raken of wanneer het papier moet worden vervangen, toegevoegd of verwijderd.
U stelt als volgt e-mailmeldingen in:
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik bij Overige instellingen op E-mail Alert Setup (Instellingen e-mailmeldingen).
4 Selecteer de te melden items en voer het e-mailadres in.
5 Klik op Submit (Verzenden).
Opmerking: neem contact op met de systeembeheerder om de e-mailserver in te stellen.
Rapporten bekijken
U kunt een aantal rapporten bekijken vanuit de Embedded Web Server. Deze rapporten zijn handig voor het bepalen van de status van de printer, het netwerk en de supplies.
U kunt als volgt de rapporten van een netwerkprinter bekijken:
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Rapporten en klik vervolgens op het type rapport dat u wilt bekijken.
Fabrieksinstellingen herstellen
Als u een lijst van de huidige menu-instellingen wilt behouden voor naslagdoeleinden, druk dan een pagina met menu-instellingen af voordat u de fabrieksinstellingen herstelt. Zie "Pagina met menu-instellingen afdrukken" op pagina 44 voor meer informatie.
Let op—Kans op beschadiging: Door de fabrieksinstellingen te herstellen, worden alle printerinstellingen opnieuw op de standaardfabriekswaarden ingesteld. Uitzonderingen zijn: de weergavetaal, de aangepaste formaten en berichten en de instellingen voor de menu's Netwerk/Poort. Downloads die zijn opgeslagen in het RAM-geheugen worden verwijderd. Geladen bronnen die zijn opgeslagen in het flashgeheugen of op de vaste schijf van de printer worden niet verwijderd.
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Settings (Instellingen) aan.
4 Raak General Settings (Algemene instellingen) aan.
5 Raak de pijl-omlaag herhaaldelijk aan tot Fabrieksinstellingen wordt weergegeven.
6 Raak de linker- of rechterpijl aan tot Nu herstellen wordt weergegeven.
7 Raak Submit (Indienen) aan.
8 Raak aan.
problemen oplossen
Het indicatielampje knippert
Het indicatielampje knippert totdat u Faxen en E-mail hebt geïnstalleerd. Volg de stappen hierna om het knipperende lampje uit te schakelen:
Opmerking: zorg ervoor dat de faxkabels aangesloten zijn voordat u deze aanwijzingen voor een printer of netwerk uitvoert.
1 Druk op Menu's.
2 Raak Instellingen aan.
3 Raak Algemene instellingen aan.
4 Druk op de linker- of rechterpijl naast Beginconfiguratie uitvoeren om Ja te selecteren en raak vervolgens Verzenden aan.
Veranderingen indienen verschijnt.
5 Zet de printer uit en zet deze vervolgens weer aan.
6 Raak op het bedieningspaneel van de printer uw taal aan.
7 Raak uw land of regio aan en druk vervolgens op Doorgaan.
8 Druk op de linker- of rechterpijl om uw tijdzone te selecteren en raak vervolgens Doorgaan aan.
9 Raak Faxen en E-mail aan om de selectie ervan ongedaan te maken en raak vervolgens Doorgaan aan.
Opmerking: u kunt deze stappen ook volgen om Faxen en E-mail in te schakelen.
Eenvoudige printerproblemen oplossen
Als er algemene printerproblemen zijn of als de printer niet reageert, controleert u het volgende:
- Het netsnoer is goed aangesloten op de printer en op een geaard stopcontact.
- het stopcontact niet is uitgeschakeld met behulp van een schakelaar of stroomonderbreker;
- De printer niet is aangesloten op een spanningsbeveiliger, een UPS of een verlengsnoer.
- Andere elektrische apparatuur die op het stopcontact is aangesloten, werkt.
- De printer is ingeschakeld. Controleer de aan/uit-schakelaar.
- de printerkabel goed is aangesloten op de printer en op de hostcomputer, en op de afdrukserver, optie of een ander netwerkapparaat.
- Alle opties zijn correct geïnstalleerd.
- De instellingen voor het printerstuurprogramma zijn correct.
Zodra u dit alles hebt gecontroleerd, zet u de printer uit. Wacht minimaal 10 seconden en zet de printer vervolgens weer aan. In veel gevallen is het probleem dan verdwenen.
Informatie over printerberichten
Wijzig in
U kunt de huidige papierbron wijzigen voor de rest van de afdruktaak. De opgemaakte pagina wordt dan afgedrukt op het papier dat in de geselecteerde lade is is geladen. Hierdoor kunnen tekstfragmenten of afbeeldingen worden bijgesneden. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Selecteer de papierlade met het juiste papierformaat of de juiste papiersoort.
- Druk op Use current [src] (Huidige [bron] gebruiken) aan als u het bericht wilt negeren en de geselecteerde lade voor de afdruktaak wilt gebruiken.
- Druk op Continue (Doorgaan) om door te gaan met de taak als het juiste formaat en de juiste soort papier in de lade zijn geplaatst en op het bedieningspaneel van de printer in het menu Papier dit formaat en deze soort zijn opgegeven.
Opmerking: Als u Doorgaan aanraakt als zich geen papier in de lade bevindt, wordt taak niet voortgezet.
- Druk op Cancel job (Taak annuleren) als u de huidige taak wilt annuleren.
Controleer aansluiting invoerlade
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Schakel de printer uit en vervolgens weer in.
Als de fout een tweede keer optreedt:
1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de lade.
4 Plaats de lade terug.
5 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
6 Start de printer opnieuw op.
Als de fout opnieuw optreedt:
1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de lade.
4 Neem contact op met de klantenservice.
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken zonder de lade te gebruiken.
Schijf corrupt
De printer heeft geprobeerd om een beschadigde vaste schijf te herstellen, maar de vaste schijf kon niet worden gerepareerd. De vaste schijf moet opnieuw worden geformatteerd.
Druk op Reformat disk (Schijf opnieuw formatteren) om de vaste schijf opnieuw te formatteren en het bericht te wissen.
Opmerking: Als u de schijf opnieuw formatteert, worden alle momenteel opgeslagen bestanden van de schijf verwijderd.
Faxgeheugen vol
Er is onvoldoende geheugen om de faxtaak te verzenden.
Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
Faxpartitie werkt niet. Waarschuw uw systeembeheerder.
De faxpartitie lijkt beschadigd te zijn. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
- Stel de printer opnieuw in door de printer uit en weer in te schakelen. Neem contact op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.
Faxserver 'Volgens indeling' is niet ingesteld. Raadpleeg de systeembeheerder.
De printer bevindt zich in de faxservermodus, maar de instellingen van de faxserver zijn niet voltooid.
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
- Voltooi de faxserverinstellingen. Neem contact op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.
Naam faxstation is niet ingesteld
De naam van het faxstation is niet ingevoerd. Het verzenden en ontvangen van faxen is uitgeschakeld tot de fax correct is geconfigureerd.
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
- Voltooi de analoge faxinstellingen. Neem contact op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.
Nummer faxstation is niet ingesteld
Het nummer van het faxstation is niet ingevoerd. Het verzenden en ontvangen van faxen is uitgeschakeld tot de fax correct is geconfigureerd.
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
- Voltooi de analoge faxinstellingen. Neem contact op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.
Vul met
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
•Vul de lade met het aangegeven papier.
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Als de printer een lade detecteert met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt het papier uit die lade ingevoerd. Als de printer geen lade kan vinden met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt de taak afgedrukt op het papier uit de standaardinvoerbron.
•Annuleer de huidige taak.
Vul handm. invoer met
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
•Vul de universeellader met de opgegeven papiersoort.
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
- Vul de universeellader met de opgegeven papiersoort. - Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Als de printer een lade detecteert met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt het papier uit die lade ingevoerd. Als de printer geen lade kan vinden met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt de taak afgedrukt op het papier uit de standaardinvoerbron.
•Annuleer de huidige taak.
Geheugen vol: kan geen faxen afdrukken
Er is onvoldoende geheugen om de faxtaak af te drukken.
Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen zonder af te drukken. Nadat de printer opnieuw is opgestart, zal worden geprobeerd faxen in de wachtrij af te drukken.
Verwijder papier uit standaarduitvoerlade
Verwijder de stapel papier uit de standaarduitvoerlade.
Wachttaken herstellen?
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Continue (Doorgaan) aan om alle taken in wacht op de vaste schijf van de printer te herstellen.
- Raak Do not restore (Niet herstellen) aan als u niet wilt dat afdruktaken worden hersteld.
Scandocument te lang
Het aantal pagina's van de scantaak is hoger dan het maximumaantal. Raak Taak annuleren aan om het bericht te wissen.
SMTP-server is niet ingesteld. Raadpleeg de systeembeheerder.
Er is een fout opgetreden op de SMTP-server of de SMTP-server is niet correct geconfigureerd. Raak Continue (Doorgaan) aan om het bericht te wissen. Neem contant op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.
Schijfindeling niet ondersteund
Er is een niet-ondersteunde vaste schijf van de printer geïnstalleerd. Verwijder het niet-ondersteunde apparaat en installeer daarna een ondersteund apparaat.
De aangegeven tonercartridge ontbreekt of functioneert niet goed. Probeer een van de volgende opties:
- Verwijder de aangegeven tonercartridge en installeer deze vervolgens opnieuw.
- Verwijder de aangegeven tonercartridge en installeer vervolgens een nieuw exemplaar.
32 Artikelnummer cartridge wordt niet ondersteund door apparaat
Verwijder de niet-ondersteunde tonercartridge en installeer een exemplaar dat wel wordt ondersteund.
34 Papier te kort
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Plaats het juiste papier of ander speciaal afdrukmateriaal in de betreffende lade.
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en de taak af te drukken vanuit een andere papierlade.
- Controleer de lengte van de lade en de breedtegeleiders en zorg ervoor dat het papier op de juiste manier wordt geplaatst.
- Controleer de instellingen van Eigenschappen of het dialoogvenster Afdrukken om er zeker van te zijn dat de printer het juiste papierformaat en de juiste papiersoort vraagt voor de afdruktaak.
- Controleer of het papierformaat correct is ingesteld. Als Formaat U-lader bijvoorbeeld is ingesteld op Universal, dient u ervoor te zorgen dat het papier lang genoeg is voor de gegevens die u wilt afdrukken.
•Annuleer de huidige afdruktaak.
35 Onvoldoende geheugen voor ondersteuning van functie voor bronnenopslag
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om Bronnen opslaan uit te schakelen en door te gaan met afdrukken.
- Als u Bronnen opslaan wilt inschakelen nadat u dit bericht hebt ontvangen, dient u ervoor te zorgen dat de koppelingsbuffers zijn ingesteld op Auto. Sluit vervolgens de menu's af om de wijzigingen in de koppelingsbuffers te activeren. Schakel de optie Bronnen opslaan in als het bericht Gereed wordt weergegeven.
•Installeer extra geheugen.
37 Onvoldoende geheugen voor sorteren
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het opgeslagen gedeelte van de taak af te drukken en de rest van de afdruktaak te sorteren.
•Annuleer de huidige afdruktaak.
37 Onvoldoende geheugen, sommige taken in wacht zijn verwijderd
De printer heeft enkele wachttaken verwijderd om de huidige taken te kunnen verwerken.
Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
38 Geheugen vol
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
•Annuleer de huidige afdruktaak.
•Installeer extra printergeheugen.
39 Pagina is te complex. Bepaalde gegevens worden mogelijk niet afgedrukt
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
•Annuleer de huidige afdruktaak.
•Installeer extra printergeheugen.
50 PPDS-lettertypefout
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
- De printer kan een opgevraagd lettertype niet vinden. Selecteer in het PPDS-menu de optie Best Fit (Meest gelijkend) en selecteer vervolgens On (Aan). De printer zoekt een vergelijkbaar lettertype en maakt de betreffende tekst opnieuw op.
•Annuleer de huidige afdruktaak.
51 Flash beschadigd
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
•Annuleer de huidige afdruktaak.
52 Onvoldoende ruimte in flashgeheugen voor bronnen
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Geladen lettertypen en macro's die niet eerder zijn opgeslagen in het flashgeheugen, worden verwijderd. - Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens uit het flashgeheugen.
- Voer een upgrade uit naar een flashgeheugenkaart met een grotere capaciteit.
54 Netwerk softwarefout
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om door te gaan met afdrukken.
- Stel de printer opnieuw in door de printer uit en weer in te schakelen.
- Upgrade (flash) de netwerkfirmware in de printer of afdrukserver.
54 Softwarefout in standaardnetwerk
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om door te gaan met afdrukken.
- Stel de printer opnieuw in door de printer uit en weer in te schakelen.
- Upgrade (flash) de netwerkfirmware in de printer of afdrukserver.
55 Niet-ondersteunde optie in sleuf
Probeer een van de volgende oplossingen:
1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de niet-ondersteunde optiekaart van de systeemkaart van de printer.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.
56 Parallelle poort uitgeschakeld
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
De printer negeert gegevens die via de parallelle poort worden ontvangen. - Controleer of het menu-item Parallelbuffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.
56 Seriële poort uitgeschakeld
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
De printer negeert gegevens die via de seriële poort worden ontvangen. - Controleer of het menu-item Seriële buffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.
56 Standaard USB-poort uitgeschakeld
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
De printer negeert gegevens die via de USB-poort worden ontvangen. - Controleer of het menu-item USB-buffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.
58 Te veel flashopties geïnstalleerd
1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder het flashgeheugen dat u niet gebruikt.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.
58 Te veel laden geplaatst
1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de extra laden.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.
59 Incompatibele invoerlade
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Verwijder de aangegeven lade.
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken zonder de aangegeven lade te gebruiken.
61 Verwijder defecte schijf
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Continue (Doorgaan) aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
- Installeer een andere vaste schijf van de printer voordat u acties uitvoert waarvoor een vaste schijf van de printer is vereist.
62 Disk full (62 Schijf vol)
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Raak Continue (Doorgaan) aan om het bericht te wissen en door te gaan met verwerken.
- Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens van de vaste schijf van de printer.
- Installeer een grotere vaste schijf van de printer.
63 Schijf niet geformatteerd
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
- U moet de vaste schijf in de printer formatteren.
Als het foutbericht niet verdwijnt, is de schijf mogelijk beschadigd en moet u deze vervangen.
80 Verhittingsstation bijna versleten
1 Bestel direct een nieuw verhittingsstation. Als de afdrukkwaliteit afneemt, dient u een nieuw verhittingsstation te installeren aan de hand van de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn meegeleverd.
2 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
80 Vervang verhittingsstation
1 Vervang het verhittingsstation aan de hand van de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn meegeleverd.
2 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
82 Vervang toneroverloopbak
De toneroverloopbak is vol.
1 Vervang de toneroverloopbak aan de hand van de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn geleverd.
2 Maak de papierbaan vrij.
82 Toneroverloopbak ontbreekt
Plaats de toneroverloopbak in de printer en raak vervolgens Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
83 Vervang de overdrachtsmodule
1 Vervang de overdrachtsmodule aan de hand van de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn meegeleverd.
2 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
83 Overdrachtsmodule bijna versleten
1 Bestel direct een nieuwe overdrachtsmodule. Als de afdrukkwaliteit afneemt, dient u de nieuwe overdrachtsmodule te installeren aan de hand van de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn meegeleverd.
2 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
83 Overdrachtsmodule ontbreekt
Plaats de overdrachtsmodule in de printer.
84 Vervang fotoconductor
Vervang de aangegeven fotoconductor (kleur) aan de hand van de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn geleverd.
84 fotoconductor leeg
1 Bestel direct een nieuwe fotoconductor.
2 Als de afdrukkwaliteit afneemt dient u de nieuwe fotoconductor te installeren aan de hand van de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn meegeleverd.
3 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
84 fotoconductor bijna leeg
1 Bestel een nieuwe fotoconductor.
2 Als de afdrukkwaliteit afneemt dient u de nieuwe fotoconductor te installeren aan de hand van de instructies die bij het vervangende onderdeel zijn meegeleverd.
3 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
88 Vervang cartridge
De opgegeven tonercartridge is versleten.
1 Vervang de aangegeven tonercartridge.
2 Raak Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
88 cartridge bijna leeg
1 Bestel een vervangende tonercartridge.
2 Verwijder de aangegeven cartridge.
3 Schudt de cartridge een aantal malen flink heen en weer, van voor naar achter en van links naar rechts, om de toner opnieuw te verdelen.
4 Plaats de cartridge terug en raak dan Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Opmerking: herhaal deze procedure meerdere keren. Als de afdrukken vaag blijven, moet u de cartridge vervangen.
88 cartridge leeg
1 Bestel direct een vervangende tonercartridge.
2 Verwijder de aangegeven cartridge.
3 Schudt de cartridge een aantal malen flink heen en weer, van voor naar achter en van links naar rechts, om de toner opnieuw te verdelen.
4 Plaats de cartridge terug en raak dan Doorgaan aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
Opmerking: herhaal deze procedure meerdere keren. Als de afdrukken vaag blijven, moet u de cartridge vervangen.
840.01 Scanner uitgeschakeld
Dit bericht geeft aan dat de scanner door de systeembeheerder is uitgeschakeld.
840.02 Scanner Automatisch uitgeschakeld
De printer heeft een probleem met de scanner vastgesteld en heeft de scanner automatisch uitgeschakeld.
1 Verwijder alle pagina's uit de ADI.
2 Schakel de printer uit.
3 Wacht 15 seconden en schakel de printer in.
Opmerking: neem contact op met uw systeembeheerder als de melding niet verdwijnt na het uitschakelen en dan weer inschakelen van de printer.
4 Als u een document in de ADI plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
5 Raak Kopiëren aan op het beginscherm of voer het aantal kopieën in met het toetsenblok.
6 Geef de gewenste kopieerinstellingen op.
7 Raak Kopiëren aan.
900-999 Onderhoud
1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Controleer alle kabelverbindingen.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.
Als het onderhoudsbericht opnieuw wordt weergegeven, neemt u contact op met de klantenondersteuning.
1565 Emulatiefout, laad emulatieoptie
Dit bericht verdwijnt automatisch na 30 seconden. Vervolgens wordt de geladen emulator op de firmwarekaart uitgeschakeld.
U kunt dit verhelpen door de juiste emulatorversie te laden vanaf de website van Lexmark op www.lexmark.com.
Storingen verhelpen
De meeste storingen kunt u vermijden door het juiste papier te kiezen en het op de juiste wijze te plaatsen. Als er toch papier vastloopt, voert u de stappen uit die in dit gedeelte worden beschreven.
Om foutberichten over vastgelopen papier te wissen en het afdrukken te hervatten, maakt u de gehele papierbaan vrij en raakt u Doorgaan aan. Als Correctie papierstoring op Aan is ingesteld, zal de printer een nieuw exemplaar afdrukken van de vastgelopen pagina. Als Correctie papierstoring is ingesteld op Auto, drukt de printer de vastgelopen pagina opnieuw af mits er genoeg geheugen beschikbaar is.
Papierstoringen voorkomen
De volgende tips kunnen papierstoringen helpen voorkomen:
Aanbevelingen voor papierladen
- Zorg ervoor dat het papier vlak in de lade is geplaatst.
- Verwijder geen laden terwijl de printer bezig is met afdrukken.
- Plaats geen afdrukmateriaal in de papierlade terwijl de printer bezig is met afdrukken. Plaats afdrukmateriaal voordat u gaat afdrukken of wacht tot u wordt gevraagd afdrukmateriaal te plaatsen.
- Plaats niet te veel papier. Zorg ervoor dat de stapel niet hoger is dan de aangegeven maximale stapelhoogte.
- Zorg ervoor dat de geleiders in de papierlade of de handinvoer op de juiste wijze zijn ingesteld en niet te strak tegen het papier of de enveloppen zijn geplaatst.
- Duw alle laden stevig in de printer nadat u het afdrukmateriaal hebt geplaatst.
Aanbevelingen voor papier
- Gebruik uitsluitend aanbevolen papier of speciaal afdrukmateriaal.
- Plaats nooit gekreukt, gevouwen, vochtig, gebogen of kromgetrokken papier.
- Buig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voordat u het in de printer plaatst.

- Gebruik geen papier dat u zelf op maat hebt gesneden of geknipt.
- Gebruik nooit papier van verschillend formaat, gewicht of soort in dezelfde papierbron.
- Controleer of alle papierformaten en papiersoorten op de juiste wijze zijn ingesteld in de menu's op het bedieningspaneel van de printer.
•Bewaar het papier volgens de aanbevelingen van de fabrikant.
Papierstoringsberichten
In de onderstaande tabel wordt een lijst weergegeven met de storingen die kunnen optreden.
| Bericht Zie | |
| 200 Papier vast, controleer [gebiednaam]. “200 Papier vast” op pagina 280 | “200-201 papierstoringen” op pagina 281 |
| 200 Papier vast [x] pagina's vastgelopen | |
| 201 Papier vast, controleer [gebiednaam] “200-201 papierstoringen” op pagina 281 | “201 papier vast” op pagina 282 |
| 201 Papier vast [x] pagina's vastgelopen | |
| 202 Papier vast, controleer [gebiednaam] “202 papier vast” op pagina 283 | |
| 202 Papier vast [x] pagina's vastgelopen | |
| 203 Papier vast, controleer [gebiednaam] “203 papier vast” op pagina 286 | |
| 203 Papier vast [x] pagina's vastgelopen | |
| 230 Papier vast, [gebiednaam] “230 papier vast” op pagina 286 | |
| 230 Papier vast, [x] pagina's vastgelopen | |
| 241 Papier vast, controleer [gebiednaam] “24x papier vast” op pagina 288 | |
| 241 Papier vast, [x] pagina's vastgelopen | |
| 24x Papier vast, controleer [gebiednaam] “24x papier vast” op pagina 288 | |
| 24x Papier vast, [x] pagina's vastgelopen | |
| 250 Papier vast, controleer [gebiednaam] “250: papierstoring” op pagina 290 | |
| 250 Papier vast, [x] pagina's vastgelopen | |
| 290 Scannerstoring; verwijder alle originelen uit de scanner | “290–294 papierstoringen” op pagina 291 |
| 290 Scannerstoring; verwijder vastgelopen originelen uit de scanner | |
| 291 Scannerstoring; verwijder alle originelen uit de scanner | |
| 291 Scannerstoring; verwijder vastgelopen originelen uit de scanner | |
| 292 Scannerstoring; verwijder alle originelen uit de scanner | |
| 292 Scannerstoring; verwijder vastgelopen originelen uit de scanner | |
| 293 Plaats alle originelen terug bij opn. starten taak | |
| 293 Plaats vastgelopen originelen terug bij het opnieuw starten van een taak | |
| 293.02 Klep flatbed is open | |
| 293.02 Plaats vastgelopen originelen terug bij het opnieuw starten van een taak | |
| 294 Scannerstoring; verwijder alle originelen uit de scanner | |
| 294 Scannerstoring; verwijder vastgelopen originelen uit de scanner | |
| 294.01 Scannerstoring: verwijder alle originelen uit de scanner | |
| 294.01 Scannerstoring: verwijder alle vastgelopen originelen uit de scanner |
200 Papier vast
1 Open de bovenste voorklep.

LET OP—HEET OPPERVLAK: De binnenkant van de printer kan heet zijn. Om letsel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.
2 Open de onderste voorklep.
Opmerking: Zorg dat de bovenklep niet langer dan tien minuten geopend blijft om te voorkomen dat de fotoconductors te lang worden blootgesteld aan licht.
3 Trek het vastgelopen papier omhoog en naar buiten om het te verwijderen uit het gebied achter het tonercartridgemechanisme.

Opmerking: zorg dat alle papierstukjes zijn verwijderd.
4 Sluit de onderste voorklep.
5 Sluit de bovenste voorklep.
6 Druk op Continue (Doorgaan).
problemen oplossen
200-201 papierstoringen
1 Open de bovenste voorklep.

LET OP—HEET OPPERVLAK: De binnenkant van de printer kan heet zijn. Om letsel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.
2 Open de onderste voorklep.
Opmerking: Zorg dat de voorklep niet langer dan tien minuten geopend blijft om te voorkomen dat de fotoconductors te lang worden blootgesteld aan licht.
3 Trek het papier naar voren als het is vastgelopen onder de fotoconductors.

Opmerking: U moet de fotoconductors mogelijk verwijderd als het papier stevig vast zit onder de fotoconductors.
4 Verwijder de afzonderlijke fotoconductors en plaats ze op een effen oppervlak.

5 Verwijder het vastgelopen papier en plaats vervolgens de afzonderlijke fotoconductors terug.
6 Sluit de onderste voorklep.
7 Sluit de bovenste voorklep.
8 Druk op Continue (Doorgaan).
201 papier vast
1 Open de bovenste voorklep en open vervolgens de onderste voorklep.
Let op—Kans op beschadiging: om te voorkomen dat de fotoconductors te lang worden blootgesteld aan licht, dient u de voorkleppen niet langer dan tien minuten open te laten.

LET OP—HEET OPPERVLAK: de binnenkant van de printer kan heet zijn. Om letstel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.
2 Bepaal waar de storing zich bevindt.
a Als het papier zichtbaar is onder het verhittingsstation, pakt u het aan beide kanten vast en trekt u het naar voren.

b Als het papier niet zichtbaar is, moet u het verhittingsstation verwijderen.
Let op—Kans op beschadiging: raak het midden van het verhittingsstation niet aan. Anders kunnen uw vingers in aanraking komen met de rol aan de onderkant van het verhittingsstation. Wanneer u de rol van het verhittingsstation aanraakt, kan deze beschadigd raken.
1 Draai de schroeven van het verhittingsstation naar links om deze los te maken.

2 Til de handgrepen aan beide kanten van het verhittingsstation op en trek het station vervolgens naar voren om het te verwijderen.

3 Verwijder het vastgelopen papier.
4 Lijn het verhittingsstation uit met behulp van de handgrepen aan beide kanten ervan en plaats het terug in de printer.

5 Draai de schroeven naar rechts om het verhittingsstation stevig vast te zetten.

3 Sluit de onderste voorklep en sluit vervolgens de bovenste voorklep.
4 Raak Doorgaan aan.
202 papier vast
Als u het papier kunt zien in de standaarduitvoerlade, pakt u het papier vast en trekt u het uit de lade.

Papier vast onder het verhittingsstation
1 Open de bovenste voorklep en open vervolgens de onderste voorklep.
Let op—Kans op beschadiging: om te voorkomen dat de fotoconductors te lang worden blootgesteld aan licht, dient u de voorkleppen niet langer dan tien minuten open te laten.

LET OP—HEET OPPERVLAK: de binnenkant van de printer kan heet zijn. Om letstel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.
2 Pak het papier aan beide kanten vast en trek het voorzichtig naar voren.

3 Sluit de onderste voorklep en sluit vervolgens de bovenste voorklep.
4 Raak Doorgaan aan.
Papier vast achter het verhittingsstation
1 Open de bovenste voorklep en open vervolgens de onderste voorklep.
Let op—Kans op beschadiging: om te voorkomen dat de fotoconductors te lang worden blootgesteld aan licht, dient u de voorkleppen niet langer dan tien minuten open te laten.

LET OP—HEET OPPERVLAK: de binnenkant van de printer kan heet zijn. Om letstel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.
2 Als het papier is vastgelopen achter het verhittingsstation, moet u het verhittingsstation verwijderen.
Let op—Kans op beschadiging: raak het midden van het verhittingsstation niet aan. Anders kunnen uw vingers in aanraking komen met de rol aan de onderkant van het verhittingsstation. Wanneer u de rol van het verhittingsstation aanraakt, kan deze beschadigd raken.
a Draai de schroeven van het verhittingsstation naar links om deze los te maken.

b Til de handgrepen aan beide kanten van het verhittingsstation op en trek het vervolgens naar voren om het te verwijderen.

c Plaats het verhittingsstation op een vlak oppervlak.
3 Trek het papier voorzichtig uit de printer of trek het omhoog in de richting van de standaarduitvoerlade om het papier te verwijderen.
4 Plaats het verhittingsstation terug:
a Lijn het verhittingsstation uit met behulp van de handgrepen aan beide kanten ervan en plaats het terug in de printer.

b Draai de schroeven naar rechts om het verhittingsstation stevig vast te zetten.

5 Sluit de onderste voorklep en sluit vervolgens de bovenste voorklep.
6 Raak Doorgaan aan.
203 papier vast
1 Als u papier kunt zien in de standaarduitvoerlade, pakt u het papier vast en trekt u het uit de lade.

2 Open de bovenste voorklep.

LET OP—HEET OPPERVLAK: De binnenkant van de printer kan heet zijn. Om letsel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.
3 Open de onderste voorklep.
4 Pak het papier aan beide kanten vast en trek het er voorzichtig uit.

5 Sluit de onderste voorklep.
6 Sluit de bovenste voorklep.
7 Druk op Continue (Doorgaan).
230 papier vast
1 Verwijder lade 1.
2 Open de bovenste en onderste voorkleppen.

LET OP—HEET OPPERVLAK: De binnenkant van de printer kan heet zijn. Om letsel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.
3 Trek het vastgelopen papier recht uit de printer.

4 Trek aan de nokjes zodat de voorklep kan worden geopend.

5 Trek het vastgelopen papier recht uit de printer.
6 Sluit de onderste voorklep en sluit vervolgens de bovenste voorklep.
7 Plaats lade 1 terug.
8 Raak Doorgaan aan.
24x papier vast
Papier vast in lade 1
1 Open lade 1 en trek de vastgelopen pagina's recht omhoog en eruit.

2 Sluit lade 1.
3 Druk op Continue (Doorgaan).
Papier vast voor lade 1
1 Open lade 1 en trek de vastgelopen pagina's omhoog en naar buiten.

2 Sluit lade 1.
3 Druk op Continue (Doorgaan).
Papier vast in een van de optionele laden
1 Open de genoemde lade en trek de vastgelopen pagina's omhoog en naar buiten.

3 Druk op Continue (Doorgaan).
250: papierstoring
1 Druk op de papierontgrendelingshendel en verwijder de vastgelopen pagina's uit de universeellader.

2 Plaats nieuw papier in de universeellader.
problemen oplossen
3 Druk op Continue (Doorgaan).
290–294 papierstoringen
1 Verwijder alle originele documenten uit de ADF.
2 Open de klep van de ADF en verwijder vastgelopen papier.

3 Sluit de klep van de ADI.
4 Open de klep van de duplexeenheid en verwijder vastgelopen papier volledig.

5 Open de klep van de scanner en verwijder vastgelopen pagina's.

6 Sluit de klep van de scanner.
7 Druk op Restart Job (Taak opnieuw starten).
Afdrukproblemen oplossen
Meertalige PDF's worden niet afgedrukt
De documenten bevatten lettertypen die niet beschikbaar zijn.
1 Open het document dat u wilt afdrukken in Adobe Acrobat.
2 Klik op het printerpictogram.
Het dialoogvenster Afdrukken verschijnt.
3 Selecteer Afdrukken als afbeelding.
4 Klik op OK.
Display op het bedieningspaneel van de printer is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven
De zelftest van de printer is mislukt. Zet de printer uit, wacht ongeveer 10 seconden en zet de printer weer aan.
Als Gereed niet worden weergegeven, zet u de printer uit en neemt u contact op met de klantenondersteuning.
Er wordt een foutbericht over het lezen van het USB-station weergegeven
Controleer of het USB-station wordt ondersteund. Raadpleeg de website van Lexmark op www.lexmark.com voor informatie over geteste en goedgekeurde apparaten met USB-flashgeheugen.
Taken worden niet afgedrukt
Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen:
CONTROLEER OF DE PRINTER KLAAR IS OM AF TE DRUKKEN
Controleer of Gereed of Spaarstand op de display wordt weergegeven voordat u een afdruktaak naar de printer verzendt.
CONTROLEER OF DE STANDAARDUITVOERLADE VOL IS
Verwijder de stapel papier uit de standaarduitvoerlade.
CONTROLEER OF DE PAPIERLADE LEEG IS
Vul de lade met papier.
CONTROLEER OF DE JUISTE PRINTERSOFTWARE IS GEINSTALLEERD
- Controleer of u de juiste printersoftware gebruikt.
- Als u gebruikmaakt van een USB-poort, controleert u of u werkt met een ondersteund besturingssysteem en compatibele printersoftware.
CONTROLEER OF DE INTERNE AFDRUKSERVER JUIST IS GEINSTALLEERD EN WERKT.
- Controleer of de interne afdrukserver juist is geïnstalleerd en of de printer is verbonden met het netwerk. Klik op Gebruikershandleiding en documentatie weergeven op de cd Software en documentatie voor meer informatie over het installeren van een netwerkprinter.
- Druk een pagina met netwerkinstellingen af en controleer of Verbonden wordt weergegeven als status. Als Niet verbonden als status wordt weergegeven, controleert u de netwerkkabels en probeert u opnieuw de pagina met netwerkinstellingen af te drukken. Neem contact op met uw systeembeheerder om te controleren of het netwerk goed werkt.
De printersoftware is ook beschikbaar op de website van Lexmark op www.lexmark.com.
GEBRUIK ALLEEN EEN AANBEVOLEN PRINTERKABEL
Ga naar de website van Lexmark op www.lexmark.com voor meer informatie.
CONTROLEER OF DE PRINTERKABELS GOED ZIJN BEVESTIGD
Controleer of de kabelverbindingen met de printer en afdrukserver goed zijn bevestigd.
Raadpleeg de meegeleverde installatiedocumentatie van de printer voor meer informatie.
Vertrouwelijke en andere taken in de wachtrij worden niet afgedrukt
Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen:
GEDEELTELIJKE TAAK, GEEN TAAK OF LEGE PAGINA WORDT AFGEDRUKT
De afdruktaak bevat mogelijk een formatteringsfout of ongeldige gegevens.
- Verwijder de afdruktaak en druk deze daarna opnieuw af.
- Voor PDF-documenten maakt u het PDF-bestand opnieuw en drukt u het daarna opnieuw af.
Als u vanaf internet afdrukt, kan het zijn dat de printer meerdere taaknamen als duplicaten leest en alle taken behalve de eerste verwijderd.
- Windows: open Eigenschappen Schakel in het dialoogvenster Afdruk- en wachttaken het selectievakje "Dubbele documenten bewaren" in onder het tekstvak Gebruikersnaam voordat u een PIN-nummer invoert.
- Macintosh: sla iedere afdruktaak op met een andere naam en verstuur vervolgens de afzonderlijke taken naar de printer.
CONTROLEER OF DE PRINTER OVER VOLDOENDE GEHEUGEN BESCHIKT.
Maak extra printergeheugen vrij door de lijst met wachttaken te doorlopen en enkele ervan te verwijderen.
Het afdrukken van de taak duurt langer dan verwacht
Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen:
VERMINDER DE COMPLEXITEIT VAN DE AFDRUKTAAK
Beperk het volgende: het aantal lettertypen en de grootte ervan, het aantal afbeeldingen en de complexiteit ervan en het aantal pagina's in de taak.
WIJZIG DE INSTELLING VOOR PAGINABEVEILIGING NAAR UIT
1 Raak aan op het home-scherm.
2 Raak Instellingen aan.
3 Raak Algemene instellingen aan.
4 Raak de pijl-omlaag herhaaldelijk aan tot Afdrukherstel wordt weergegeven.
5 Raak Afdrukherstel aan.
6 Raak de pijltoetsen naast Paginabeveiliging aan tot Uit wordt weergegeven.
7 Raak Indienen aan.
8 Druk op om terug te keren naar het home-scherm.
MILIEU-INSTELLINGEN WIJZIGEN
Als u instellingen van de Ecomodus of de Stille modus gebruikt, is de verwerkingssnelheid mogelijk lager. Zie "Ecomodus gebruiken" op pagina 59 of "Geluidsniveau van de printer reduceren" op pagina 60 als u de instellingen wilt wijzigen en meer informatie nodig hebt.
Taak wordt afgedrukt vanuit de verkeerde lade of op het verkeerde papier
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT
Zorg dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:
1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papiersoort in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor soort op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef de soort op die is ingesteld in Printereigenschappen.
•Macintosh: geef de soort op die is ingesteld in het dialoogvenster Druk af.
Er worden verkeerde tekens afgedrukt
Zorg dat de printer zich niet in de modus Hex Trace bevindt. Als Gereed Hex op het display wordt weergegeven, dient u de modus Hex Trace te verlaten voordat u de taak kunt afdrukken. Schakel de printer uit en weer in om de modus Hex Trace uit te schakelen.
Laden koppelen lukt niet
Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
PLAATS PAPIER VAN HETZELFDE FORMAAT EN DEZELFDE SOORT
- Plaats papier van hetzelfde formaat en dezelfde soort in iedere lade die u wilt koppelen.
- Schuif de papiergeleiders naar de juiste positie voor het papierformaat dat in iedere lade is geplaatst.
GEBRUIK DEZELFDE INSTELLINGEN VOOR PAPIERFORMAAT EN PAPIERSOORT
- Druk een pagina met menu-instellingen af en vergelijk de instellingen voor iedere lade.
- Pas de instellingen indien nodig aan in het menu Papierformaat/-soort.
Opmerking: de standaardlade van 550 vel en de universele lade detecteren het papierformaat niet automatisch. U dient de papierformaatinstellingen voor de standaardlade voor 550 vel en de universele lade handmatig in te stellen via het menu Papierformaat. De instelling Papiersoort moet voor alle laden worden ingesteld via het menu Papiersoort. De menu's Papiersoort en Papierformaat zijn beide beschikbaar vanuit het menu Papierformaat/-soort.
Grote afdruktaken worden niet gesorteerd
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
CONTROLEER OF SORTEREN IS INGESCHAKELD.
Schakel Sorteren in in het menu Afwerking of in Eigenschappen.
Opmerking: Als u Sorteren uitschakelt in de software, wordt de instelling in het menu Afwerking overschreven.
VERMINDER DE COMPLEXITEIT VAN DE AFDRUKTAAK.
Maak de taak minder complex door het aantal verschillende lettertypen en lettergrootten te reduceren, het aantal afbeeldingen te beperken en eenvoudigere afbeeldingen te gebruiken of door minder pagina's tegelijk te laten afdrukken.
CONTROLEER OF DE PRINTER OVER VOLDOENDE GEHEUGEN BESCHIKT.
Voeg extra geheugen toe of installeer een optionele vaste schijf.
Er komen onverwachte pagina-einden voor
VERHOOG DE WAARDE VOOR AFDRUKTIME-OUT
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Settings (Instellingen) aan.
4 Raak General Settings (Algemene instellingen) aan.
5 Raak de Pijl-omlaag aan tot Time-outs wordt weergegeven.
6 Raak Timeouts (Time-outs) aan.
7 Raak de Pijl-rechts of Pijl-links naast Afdruktime-out herhaaldelijk aan tot de gewenste waarde wordt weergegeven.
8 Raak Submit (Indienen) aan.
9 Raak aan.
Kopieerproblemen oplossen
De kopieerfunctie reageert niet
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
Kijk of er foutberichten op het display worden weergegeven.
Verwijder eventuele foutberichten.
problemen oplossen
CONTROLEER DE STROOMTOEVOER
Controleer of de stekker van de printer goed in het stopcontact zit, of het apparaat is ingeschakeld en of Gereed op het display wordt weergegeven.
De klep van de scannereenheid kan niet worden gesloten
Controleer of de klep niet wordt geblokkeerd:
1 Til de scannereenheid op.
2 Verwijder eventuele blokkades terwijl u de klep open houdt.
3 Laat de scannereenheid zakken.
Slechte kwaliteit van kopieën
Hier volgen enkele voorbeelden van een slechte kopieerkwaliteit:
- Blanco pagina's
•Dambordpatronen
•Vervormde afbeeldingen
•Ontbrekende tekens
•Fletse afdrukken - De afdruk is donker
•Scheve lijnen
•Vlekken
•Strepen
•onverwachte tekens
•witte lijnen op afdrukken
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
Kijk OF ER FOUTBERICHTEN OP HET DISPLAY WORDEN WEERGEGEVEN.
Verwijder eventuele foutberichten.
DE TONER IS MOGELIJK BIJNA OP
Als 88 Cartridge is bijna leeg wordt weergegeven of als de afdruk vaag is, kunt u als volgt proberen de levensduur van de inktcartridge te verlengen:
DE GLASPLAAT VAN DE SCANNER IS MOGELIJK VUIL
Reinig de glasplaat met een schone, stofvrije doek die met water is bevochtigd. Zie "De glasplaat reinigen" op pagina 240 voor meer informatie.
DE KOPIE IS TE LICHT OF JUIST TE DONKER
Stel de kopieerdichtheid bij.
CONTROLEER DE KWALITEIT VAN HET ORIGINEEL
Zorg dat het document van goede kwaliteit is.
CONTROLEER DE PLAATSING VAN HET ORIGINEEL
Zorg dat het document of de foto linksboven op de glasplaat is geplaatst, met de bedrukte zijde naar beneden.
ONGEWENSTE TONER OP DE ACHTERGROND
- Verhoog de instelling voor achtergrondverwijdering.
- Wijzig de instelling voor intensiteit in een lichtere waarde.
OP DE UITVOER VERSCHIJNEN PATRONEN (MOIRÉ)
- Raak het pictogram Tekst/foto of Afgedrukte afb. op het scherm Kopiëren aan.
- Draai het originele document op de glasplaat.
- Pas de instelling voor schalen aan in het scherm Kopiëren.
TEKST IS LICHT OF BIJNA NIET LEESBAAR
- Raak het pictogram Tekst op het scherm Kopiëren aan.
- Verlaag de instelling voor achtergrond verwijderen.
- Verhoog de instelling voor contrast.
- Verlaag de instelling voor schaduwdetail.
DE UITVOER ZIET ER FLETS OF OVERBELICHT UIT.
- Raak het pictogram Afgedrukte afb. op het scherm Kopiëren aan.
- Verlaag de instelling voor achtergrond verwijderen.
Documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gekopieerd
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE PLAATSING VAN HET ORIGINEEL
Zorg dat het document of de foto linksboven op de glasplaat is geplaatst, met de bedrukte zijde naar beneden.
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT
Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:
1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor formaat op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef het formaat op dat is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef het formaat op dat is ingesteld in het dialoogvenster Pagina-instelling.
Problemen met de scanner oplossen
Een niet-reagerende scanner controleren
Als de scanner niet reageert, controleer dan of:
•de printer aan staat;
- De printerkabel is goed aangesloten op de printer en op de hostcomputer, op de afdrukserver, optie of een ander netwerkapparaat.
- Het netsnoer is aangesloten op de printer en op een geaard stopcontact.
- Het stopcontact is niet uitgeschakeld met een schakelaar of een stroomonderbreker.
- De printer is niet aangesloten op een spanningsbeveiliger, een UPS of een verlengsnoer.
- Er zijn geen problemen met andere elektrische apparatuur die op het stopcontact wordt aangesloten.
Als u dit alles hebt gecontroleerd, schakelt u de printer uit en vervolgens weer in. In veel gevallen is het probleem met de scanner dan verholpen.
Scannen is mislukt
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
CONTROLEER DE KABELAANSLUITINGEN
Zorg dat de netwerk- of USB-kabel goed op de computer en op de printer is aangesloten.
MOGELIJK IS ER EEN FOUT OPGETREDEN IN HET PROGRAMMA
Schakel de computer uit en vervolgens weer in.
Scannen duurt te lang of de computer loopt vast tijdens scannen
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
ANDERE SOFTWAREPROGRAMMA'S VERSTOREN MOGELIJK HET SCANNEN.
Sluit alle ongebruikte programma's.
MOGELIJK IS DE SCANRESOLUTIE TE HOOG INGESTELD
Selecteer een lagere scanresolutie.
Slechte kwaliteit van gescande afbeeldingen
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER OF ER FOUTBERICHTEN OP HET DISPLAY ZIJN WEERGEGEVEN.
Verwijder eventuele foutberichten.
MOGELIJK IS DE GLASPLAAT VUIL.
Reinig de glasplaat met een schone, stofvrije doek die met water is bevochtigd. Zie "De glasplaat reinigen" op pagina 240 voor meer informatie.
PAS DE SCANRESOLUTIE AAN
Verhoog de resolutie van de scan voor een betere kwaliteit van de uitvoer.
CONTROLEER DE KWALITEIT VAN HET ORIGINEEL
Zorg dat het document van goede kwaliteit is.
CONTROLEER DE PLAATSING VAN HET ORIGINEEL
Zorg dat het document of de foto linksboven op de glasplaat is geplaatst, met de bedrukte zijde naar beneden.
Documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gescand
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE PLAATSING VAN HET ORIGINEEL
Zorg dat het document of de foto linksboven op de glasplaat is geplaatst, met de bedrukte zijde naar beneden.
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT
Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:
1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor formaat op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef het formaat op dat is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef het formaat op dat is ingesteld in het dialoogvenster Pagina-instelling.
Kan niet vanaf een computer scannen
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
Kijk OF ER FOUTBERICHTEN OP HET DISPLAY WORDEN WEERGEGEVEN.
Verwijder eventuele foutberichten.
CONTROLEER DE STROOMTOEVOER
Controleer of de stekker van de printer goed in het stopcontact zit, of het apparaat is ingeschakeld en of Gereed op het display wordt weergegeven.
CONTROLEER DE KABELAANSLUITINGEN
Zorg dat de netwerk- of USB-kabel goed op de computer en op de printer is aangesloten.
problemen oplossen
Faxproblemen oplossen
Nummerweergave werkt niet
Neem contact op met uw telefoonmaatschappij om te controleren of u bent geabonneerd op de dienst Nummerweergave.
Als er in uw regio meerdere patronen voor beller-ID's worden ondersteund, dient u mogelijk de standaardinstelling te wijzigen. Er zijn twee instellingen beschikbaar: FSK (signaal 1) en DTMF (signaal 2). De beschikbaarheid van deze instellingen via het menu Faxen hangt af van het feit of er in uw land of regio meerdere patronen voor beller-ID's worden ondersteund. Neem contact op met uw telefoonmaatschappij om vast te stellen welk signaal of welke instelling u moet gebruiken.
Kan geen faxen verzenden of ontvangen
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
Kijk of er foutberichten op het display worden weergegeven.
Verwijder eventuele foutberichten.
CONTROLEER DE STROOMTOEVOER
Controleer of de stekker van de printer goed in het stopcontact zit, of het apparaat is ingeschakeld en of Gereed op het display wordt weergegeven.
CONTROLEER DE AANSLUITINGEN VAN DE PRINTER
Zorg dat de snoeren voor de volgende hardware (indien van toepassing) goed zijn aangesloten:
•Telefoon
-Handset
- Antwoordapparaat
CONTROLEER DE TELEFOONWANDCONTACTDOOS
1 Sluit een telefoon aan op de wandcontactdoos.
2 Luister of u een kiestoon hoort.
3 Als u geen kiestoon hoort, sluit u een andere telefoon op de wandcontactdoos aan.
4 Hoort u nog steeds geen kiestoon, dan sluit u de telefoon op een andere wandcontactdoos aan.
5 Als u een kiestoon hoort, sluit u de printer op die wandcontactdoos aan.
WERK DEZE CONTROLELIJST VOOR DIGITALE TELEFONIE AF
De faxmodem is een analoog apparaat. U kunt bepaalde apparaten op de printer aansluiten om gebruik te maken van diensten voor digitale telefonie.
- Als u een ISDN-lijn gebruikt, sluit u de printer op de analoge telefoonaansluiting (een zogenaamde R-interfacepoort) van een ISDN-adapter aan. Neem voor meer informatie en voor het bestellen van een R-interfacepoort contact op met uw ISDN-provider.
- Als u een DSL-lijn gebruikt, sluit u een DSL-filter of een router aan die analoge signalen ondersteunt. Neem voor meer informatie contact op met uw DSL-provider.
- Als u gebruikmaakt van een PBX dient u te controleren of u de printer op een analoge poort van de PBX hebt aangesloten. Als er geen analoge poorten aanwezig zijn, kunt u overwegen een analoge telefoonlijn voor de fax te installeren.
CONTROLEER OF U EEN KIESTOON HOORT
- Plaats een testoproep aan het telefoonnummer waarnaar u een fax wilt verzenden om te controleren of alles correct werkt.
- Als de telefoonlijn door een ander apparaat bezet is, wacht u met het verzenden van de fax tot de lijn weer vrij is.
- Als u de functie Kiezen met hoorn op haak gebruikt, draait u het volume omhoog om te controleren of u een kiestoon hoort.
ONTKOPPEL TIJDELIJK ANDERE APPARATUUR
Sluit de printer rechtstreeks op de telefoonlijn aan om te controleren of het apparaat goed werkt. Ontkoppel eventuele antwoordapparaten, computers met modems of telefoonlijnsplitters.
CONTROLEER OP PAPIERSTORINGEN
Verwijder eventueel vastgelopen papier en controleer of Gereed op het display verschijnt.
SCHAKEL DE FUNCTIE VOOR WISSELGESPREK TIJDELIJK UIT
Wisselgesprek kan faxverzendingen verstoren. Schakel deze functie uit voordat u een fax gaat verzenden. Neem contact op met uw telefoonmaatschappij voor de toetscombinatie waarmee u de functie voor wisselgesprek kunt uitschakelen.
DE VOICEMAILSERVICE VERSTOORT MOGELIJK DE FAXTRANSMISSIE.
De voicemaildienst van uw telefoonmaatschappij kan faxverzendingen verstoren. Als u wilt blijven gebruikmaken van voicemail, maar ook binnenkomende oproepen door de printer wilt laten beantwoorden, kunt u overwegen om voor de printer een tweede telefoonlijn te installeren.
HET GEHEUGEN VAN DE PRINTER IS MOGELIJK VOL
1 Kies het faxnummer.
2 Scan het originele document pagina voor pagina.
Kan wel faxen verzenden, maar niet ontvangen
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER OF DE PAPIERLADE LEEG IS
Vul de lade met papier.
CONTROLEER DE INSTELLINGEN VOOR HET MAXIMALE AANTAL BELSIGNALEN.
Het maximale aantal belsignalen is het aantal belsignalen dat wordt doorgegeven voordat de printer antwoordt. Als u extra toestellen op dezelfde lijn als de printer hebt aangesloten, of als u bent geabonneerd op een telefoniedienst die per nummer een ander belsignaal laat horen, houdt u de belvertragingsinstelling bij Ring Delay (Belvertraging) op 4.
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Fax Settings (Faxinstellingen).
4 Klik op Analog Fax Setup (Analoge faxinstellingen).
5 Voer in het veld Aantal belsignalen het aantal belsignalen in dat u wilt horen voor u de oproep aanneemt.
6 Klik op Submit (Verzenden).
DE TONER IS MOGELIJK BIJNA OP
88 Cartridge bijna leeg wordt weergegeven als de toner bijna op is.
Kan wel faxen ontvangen, maar niet verzenden
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
DE PRINTER BEVINDT ZICH NIET IN DE FAXMODUS
In het beginscherm raakt u Fax Fax aan om de printer in de faxmodus te zetten.
HET DOCUMENT IS NIET CORRECT GEPLAATST
Plaats het document met de te verzenden zijde naar boven en de korte zijde naar voren in de ADF, of linksboven op de glasplaat met de te verzenden zijde naar beneden.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
CONTROLEER OF HET SNELKOPPELINGSNUMMER GOED IS INGESTELD.
- Controleer of voor het snelkoppelingsnummer het nummer is geprogrammeerd dat u wilt kiezen.
- U kunt ook het telefoonnummer handmatig intoetsen.
Ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
VERZEND HET DOCUMENT OPNIEUW
Vraag de afzender van de fax om:
- Te controleren of het originele document van goede kwaliteit is.
- Verzend de fax opnieuw. Er is mogelijk een probleem opgetreden met de kwaliteit van de telefoonverbinding.
- Verhoog de scanresolutie van de fax (indien mogelijk).
DE TONER IS MOGELIJK BIJNA OP
Vervang de tonercartridge als het bericht 88 Toner bijna op wordt weergegeven of als uw afdrukken vager worden.
CONTROLEER OF DE FAXTRANSMISSIESNELHEID NIET TE HOOG IS INGESTELD
Verlaag de faxtransmissiesnelheid voor binnenkomende faxen:
1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Fax Settings (Faxinstellingen).
4 Klik op Analog Fax Setup (Analoge faxinstellingen).
5 Klik in het vak Max. snelheid op een van de volgende opties:
2400
4800
9600
14400
33600
6 Klik op Submit (Verzenden).
Problemen met opties oplossen
Optie functioneert niet goed of helemaal niet meer nadat deze is geïnstalleerd
Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
STEL DE PRINTER IN OP DE BEGINWAARDEN.
Schakel de printer uit, wacht ongeveer 10 seconden en schakel de printer weer in.
problemen oplossen
CONTROLEER OF DE OPTIE IS VERBONDEN MET DE PRINTER.
1 Schakel de printer uit.
2 Koppel de printer los van het stopcontact.
3 Controleer de verbinding tussen de optie en de printer.
CONTROLEER OF DE OPTIE IS GEINSTALLEERD.
Druk een pagina met menu-instellingen af om te controleren of de optie wordt vermeld in de lijst met geïnstalleerde opties. Als de optie niet voorkomt in de lijst, installeert u die opnieuw.
ZORG ERVOOR DAT DE OPTIE BESCHIKBAAR IS IN HET PRINTERSTUURPROGRAMMA
Het kan nodig zijn om de optie handmatig toe te voegen in het printerstuurprogramma om deze beschikbaar te maken voor afdruktaken. Zie "Beschikbare opties bijwerken in het printerstuurprogramma" op pagina 45 voor meer informatie.
CONTROLEER OF DE OPTIE IS GESELECTEERD.
Selecteer de optie in het programma dat u gebruikt. Mac OS 9-gebruikers moeten ervoor zorgen dat de printer is ingesteld in de Kiezer.
Laden / Laders
CONTROLEER OF HET PAPIER OP DE JUISTE WIJZE IS GEPLAATST.
1 Open de papierlade.
2 Controleer op papierstoringen en verkeerd ingevoerd papier.
3 Zorg ervoor dat de papierlade goed sluit.
STEL DE PRINTER IN OP DE BEGINWAARDEN.
Schakel de printer uit. Wacht 10 seconden. Zet de printer weer aan.
Flashgeheugenkaart
Controleer of de flashgeheugenkaart goed is bevestigd op de systeemkaart van de printer.
Vaste schijf met adapter
Controleer of de vaste schijf goed is aangesloten op de systeemkaart van de printer.
Als de Lexmark Internal Solutions Port (ISP) niet correct werkt, kunt u deze mogelijke oplossingen uitproberen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE ISP-VERBINDINGEN
- Controleer of de ISP goed is aangesloten op de systeemkaart van de printer.
- Controleer of de juiste kabel wordt gebruikt en of deze op de juiste connector is aangesloten.
CONTROLEER DE KABEL.
Controleer of de juiste kabel wordt gebruikt en of deze goed is aangesloten.
CONTROLEER OF DE NETWERKSOFTWARE JUIST IS GECONFIGUREERD.
Klik op Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie voor informatie over het installeren van software voor afdrukken via een netwerk.
Interne afdrukserver
Als de interne afdrukserver niet goed werkt, zijn dit mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
CONTROLEER DE VERBINDINGEN VAN DE AFDRUKSERVER.
- Controleer of de interne afdrukserver goed is aangesloten op de systeemkaart van de printer.
- Controleer of u de juiste (optionele) kabel gebruikt en of deze goed is aangesloten.
CONTROLEER OF DE NETWERKSOFTWARE JUIST IS GECONFIGUREERD.
Klik op Additional (Extra) op de cd Software en Documentatie en selecteer de koppeling Networking Guide (Handleiding netwerken) onder Publications on this CD (Documentatie op deze cd) voor meer informatie over het installeren van software voor afdrukken via een netwerk.
Geheugenkaart
Controleer of de geheugenkaart goed is bevestigd op de systeemkaart van de printer.
USB-/parallelle interfacekaart
De USB-/parallelle interfacekaartaansluitingen controleren:
- Controleer of de kaart voor de USB-/parallelle interface goed is bevestigd op de systeemkaart van de printer.
- Controleer of de juiste kabel wordt gebruikt en of deze goed is aangesloten.
Problemen met de papierinvoer oplossen
Papier loopt regelmatig vast
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
CONTROLEER HET PAPIER.
Gebruik het aanbevolen papier en afdrukmedia. Raadpleeg het hoofdsstuk over richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal voor meer informatie.
ZORG ERVOOR DAT ER NIET TE VEEL PAPIER IN DE PAPIERLADE LIGT
Zorg ervoor dat u niet meer papier plaatst dan de maximale stapelhoogte die is aangegeven voor de papierlade of universeellader.
CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS.
Schuif de geleiders in de juiste positie voor het desbetreffende papierformaat.
HEEFT HET PAPIER IN EEN VOCHTIGE OMGEVING GELEGEN EN DAARDOOR VOCHT OPGENOMEN?
- Vervang het papier. Gebruik papier uit een nieuw pak.
- Bewaar papier altijd in de originele verpakking en pak het pas uit als u het gaat gebruiken.
Bericht Paper jam (Papier vast) blijft staan nadat storing is verholpen
CONTROLEER DE PAPIERBAAN
Er zit nog papier in de papierbaan. Verwijder het vastgelopen papier uit de gehele papierbaan en raak vervolgens Continue (Doorgaan) aan.
Nadat de papierstoring is verholpen, wordt de vastgelopen pagina niet opnieuw afgedrukt
SCHAKEL HERSTEL NA STORING IN
In het menu Instellingen is Herstel na storing uitgeschakeld. Stel Herstel na storing in op Auto of Aan.
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Settings (Instellingen) aan.
4 Raak General Settings (Algemene instellingen) aan.
5 Raak de Pijl-omlaag herhaaldelijk aan tot Afdrukherstel wordt weergegeven.
6 Raak Print Recovery (Afdrukherstel) aan.
7 Raak de Pijl-rechts naast Herstel na storing aan tot Aan of Autom. wordt weergegeven.
8 Raak Submit (Indienen) aan.
9 Raak aan.
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen
Met de informatie in de volgende onderwerpen kunt u problemen met de afdrukkwaliteit oplossen. Neem contact op met onze klantenservice als het probleem door deze suggesties niet wordt opgelost. Mogelijk moet een printeronderdeel worden afgesteld of vervangen.
Problemen met afdrukkwaliteit opsporen
U kunt problemen met de afdrukkwaliteit opsporen door de testpagina's voor afdrukkwaliteit af te drukken.
1 Schakel de printer uit.
2 Plaats papier van A4- of Letter-formaat in de lade.
3 Houd ② en ⑥ ingedrukt terwijl u de printer aanzet.
4 Laat de knoppen los wanneer het scherm met de voortgangsbalk wordt weergegeven.
De printer voert de opstartcyclus uit, waarna het menu Configuratie wordt weergegeven.
5 Raak Pagina's Afdrukkwaliteit aan.
6 Raak Pagina's Afdrukkwaliteit opnieuw aan.
De testpagina's voor de afdrukkwaliteit worden afgedrukt.
7 Raak Terug aan.
8 Raak Config afsluiten aan.
Lege pagina's

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
ER BEVINDT ZICH MOGELIJK VERPAKKINGSMATERIAAL OP DE TONERCARTRIDGE
Verwijder de tonercartridge en controleer of het verpakkingsmateriaal op de juiste manier is verwijderd. Plaats de tonercartridge terug.
TONER IS BIJNA OP
- Verwijder de tonercartridge uit de printer. Schud de cartridge een aantal malen heen en weer en plaats deze weer terug.
- Installeer een nieuwe tonercartridge.
ER IS EEN TONERCARTRIDGE DEFECT OF LEEG.
Vervang de defecte of lege tonercartridge.
DE PRINTER HEEFT ONDERHOUD NODIG
Bel voor onderhoud.
Tekens hebben gekartelde of ongelijkmatige randen

Als u werkt met geladen lettertypen, controleer dan of de lettertypen worden ondersteund door de printer, de hostcomputer en het softwareprogramma.
Foutieve kleurenregistratie

Een kleur is verschoven buiten het bestemde gebied of wordt over een ander kleurvlak heen gedrukt. Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
HERKALIBREER DE PRINTER
Voer Kleur aanpassen uit vanuit het menu Kwaliteit van het bedieningspaneel van de printer.
INSTALLEER DE FOTOCONDUCTOR OPNIEUW
Verwijder de fotoconductor en installeer deze opnieuw.
PAS DE KLEURUITLIJNING AAN
1 Schakel de printer uit.
2 Plaats papier van A4- of Letter-formaat in de lade.
3 Houd 2 en 6 ingedrukt terwijl u de printer aanzet.
4 Laat de knoppen los wanneer het scherm met de voortgangsbalk wordt weergegeven.
De printer voert de opstartcyclus uit, waarna het menu Configuratie wordt weergegeven.
5 Raak de pijl-omlaag aan tot Kleuruitlijning wordt weergegeven.
6 Raak Kleuruitlijning aan.
7 Raak Kleuruitlijning opnieuw aan. De pagina's voor kleuruitlijning worden afgedrukt.
8 Druk op de pijl-omlaag tot Kleuruitlijning wordt weergegeven en raak vervolgens Kleuruitlijning aan.
9 Kies uit de 20 regels naast de letter A op het afgedrukte vel de meest rechte regel.
10 Raak de pijl naar links of rechts aan om het nummer van de betreffende regel te selecteren.
11 Herhaal de stappen 9 en 10 om sets B tot en met L uit te lijnen.
12 Raak Terug aan.
13 Raak Config afsluiten aan.
Opmerking: als het probleem zich nog steeds voordoet, kalibreert u opnieuw. Pas indien nodig de kleuruitlijning aan.
Onvolledige afbeeldingen
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS
Schuif de breedte- en lengtegeleiders in de juiste positie voor het papier dat in de printer is geplaatst.
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT
Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:
1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor formaat op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef het formaat op dat is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef het formaat op dat is ingesteld in het dialoogvenster Pagina-instelling.
Er worden smalle horizontale strepen op de gekleurde pagina's weergegeven.
Mogelijk worden smalle, horizontale strepen weergegeven op foto's of pagina's met een hoge kleurenconcentratie. Dit kan gebeuren wanneer de printer in de Stille modus staat. U kunt dit verhelpen door de Stille modus in te stellen op Uit (Afbeelding/Foto).
Zwevende afbeeldingen

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
DE FOTOCONDUCTOR WERKT NIET NAAR BEHOREN
- Controleer of de instelling voor papiersoort juist is voor het afdrukmateriaal dat u gebruikt.
•Vervang de fotoconductor.
TONER IS BIJNA OP
Vervang de tonercartridge.
Grijze achtergrond

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR TONERINTENSITEIT
Selecteer een andere instelling voor tonerintensiteit met behulp van de printersoftware voordat u de afdruktaak naar de printer stuurt.
HET IS MOGELIJK DAT DE TONERCARTRIDGE BESCHADIGD, LEEG OF VERSLETEN IS.
Vervang de versleten of defecte tonercartridge.
Onjuiste marges

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS.
Schuif de geleiders in de juiste positie voor het desbetreffende papierformaat.
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT
Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:
1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor formaat op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef het formaat op dat is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef het formaat op dat is ingesteld in het dialoogvenster Pagina-instelling.
Licht gekleurde streep, witte streep of streep met verkeerde kleur


Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
EEN TONERCARTRIDGE IS DEFECT
Verwijder de defecte tonercartridge.
EEN FOTOCONDUCTOR IS DEFECT
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT
Zorg dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:
1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papiersoort in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor soort op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef de soort op die is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef de soort op die is ingesteld in het dialoogvenster Druk af.
HET PAPIER HEEFT IN EEN VOCHTIGE OMGEVING GELEGEN EN HEEFT DAARDOOR VOCHT OPCENOMEN
- Vervang het papier. Gebruik papier uit een nieuw pak.
- Bewaar papier altijd in de originele verpakking en pak het pas uit als u het gaat gebruiken.
Onregelmatigheden in de afdruk


Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
HET PAPIER HEEFT MOGELIJK VOCHT OPCENOMEN VANWEGE EEN HOGE VOCHTIGHEIDSGRAAD
Laad papier uit een nieuw pak.
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT
Controleer of de instellingen voor papiersoort en -gewicht overeenkomen met het gebruikte papier.
CONTROLEER HET PAPIER
Gebruik geen papier met een ruw of vezelig oppervlak.
EEN TONERCARTRIDGE, DE OVERDRACHTSMODULE OF HET VERHITTINGSSTATION IS VERSLETEN OF DEFECT
Vervang de tonercartridge, de overdrachtsmodule of het verhittingsstation.
Afdruk is te donker

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
CONTROLEER DE INSTELLINGEN VOOR DONKERHEID, HELDERHEID EN CONTRAST
De instelling Tonerintensiteit is te hoog, de RGB-helderheid te donker, of het RGB-contrast te hoog.
- Wijzig deze instellingen via het menu Kwaliteit op het bedieningspaneel van de printer.
- Windows: wijzig deze instellingen via Printereigenschappen.
- Macintosh: wijzig deze instellingen via het dialoogvenster Druk af en de pop-upmenu's.
MOGELIJK IS DE PRINTER NIET ONLANGS OPNIEUW GEKALIBREERD
Voer Kleur aanpassen uit vanuit het menu Kwaliteit van het bedieningspaneel van de printer.
EEN TONERCARTRIDGE IS VERSLETEN OF DEFECT
Vervang de versleten of defecte tonercartridge.
Afdruk is te licht

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
CONTROLEER DE INSTELLINGEN VOOR DONKERHEID, HELDERHEID EN CONTRAST
De instelling Tonerintensiteit is te laag, de instelling RGB-helderheid is te laag of de instelling RGB-contrast is te laag.
- Wijzig deze instellingen via het menu Kwaliteit op het bedieningspaneel van de printer.
- Windows: wijzig deze instellingen via Printereigenschappen.
- Macintosh: wijzig deze instellingen via het dialoogvenster Druk af en de pop-upmenu's.
MOGELIJK IS DE PRINTER NIET ONLANGS OPNIEUW GEKALIBREERD
Voer Kleur aanpassen uit vanuit het menu Kwaliteit van het bedieningspaneel van de printer.
CONTROLEER HET PAPIER
•Laad papier uit een nieuw pak.
- Gebruik geen papier met een ruw of vezelig oppervlak.
- Zorg ervoor dat het papier dat u in de laden plaatst niet vochtig is.
- Controleer of de instellingen voor papiersoort en -gewicht overeenkomen met het gebruikte papier.
KLEUR BESPAREN IS INGESCHAKELD
Schakel Kleur besparen uit in het menu Kwaliteit op het bedieningspaneel van de printer.
EEN TONERCARTRIDGE IS BIJNA OP
- Verwijder de aangegeven cartridge uit de printer. Schud de cartridge een aantal malen heen en weer en plaats deze weer terug.
- Installeer een nieuwe tonercartridge.
EEN TONERCARTRIDGE IS VERSLETEN OF DEFECT
Vervang de versleten of defecte tonercartridge.
Herhaalde storingen

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
SPOREN KOMEN STEEDS IN DEZELFDE KLEUR EN MEERDERE KEREN OP EEN PAGINA VOOR
Vervang een tonercartridge bij storingen na iedere:
Vervang een fotoconductor bij storingen na iedere:
•28,3 mm (1,11 inch)
•72,4 mm (2,85 inch)
SPOREN KOMEN IN MEERDERE KLEUREN EN MEERDERE KEREN OP EEN PAGINA VOOR
Vervang het verhittingsstation bij storingen na iedere:
•47,4 mm (1,87 inch)
•94,8 mm (3,73 inch)
•113,0 mm (4,45 inch)
Scheve afdruk
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS.
Schuif de geleiders in de juiste positie voor het desbetreffende papierformaat.
CONTROLEER HET PAPIER
Zorg ervoor dat u papier gebruikt dat voldoet aan de printerspecificaties.
Volledig gekleurde pagina's

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
CONTROLEER OF DE FOTOCONDUCTORS CORRECT ZIJN GEINSTALLEERD
Verwijder de fotoconductors en installeer deze vervolgens opnieuw.
DE FOTOCONDUCTOR IS DEFECT
Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
EEN TONERCARTRIDGE IS DEFECT, LEEG OF VERSLETEN
Vervang de tonercartridge.
HET VERHITTINGSSTATION IS DEFECT OF VERSLETEN
Vervang het verhittingsstation.
ER IS MOGELIJK EEN FOTOCONDUCTOR DEFECT
Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
DE TONER MAAKT VLEKKEN
Selecteer een andere lade of lader waaruit het papier voor de taak wordt ingevoerd:
- Selecteer Standaardbron in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer.
- Windows: selecteer de papierbron via Printereigenschappen.
- Macintosh: selecteer de papierbron via het dialoogvenster Druk af en de pop-upmenu's.
EEN TONERCARTRIDGE IS DEFECT
Verwijder de defecte tonercartridge.
DE OVERDRACHTSMODULE IS VERSLETEN OF DEFECT
Vervang de overdrachtsmodule.
Op de pagina verschijnen lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond
Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
EEN TONERCARTRIDGE IS DEFECT OF ONJUIST GEINSTALLEERD
Installeer de defecte tonercartridge opnieuw of vervang deze.
DE OVERDRACHTSMODULE IS VERSLETEN OF DEFECT
Vervang de overdrachtsmodule.
EEN FOTOCONDUCTOR IS VERSLETEN OF DEFECT
Vervang de versleten of defecte fotoconductor.
HET VERHITTINGSSTATION IS VERSLETEN OF DEFECT
Vervang het verhittingsstation.
Neem contact op met de klantenservice.
De toner laat los

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT
Zorg dat de instelling voor papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst.
Wijzig de instelling Papiergewicht van Normaal in Zwaar. Wijzig zo nodig de Papierstructuur van Normaal naar Ruw in het menu Papier van het bedieningspaneel van de printer.
HET VERHITTINGSSTATION IS VERSLETEN OF DEFECT
Vervang het verhittingsstation.
Tonervlekjes

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
DE TONERCARTRIDGES ZIJN VERSLETEN OF DEFECT
Vervang de defecte of versleten cartridges.
Neem contact op met de klantenservice.
De afdrukkwaliteit van transparanten is slecht
Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
TRANSPARANTEN CONTROLEREN
Gebruik uitsluitend transparanten die door de printerfabrikant worden aanbevolen.
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT
Zorg dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:
1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papiersoort in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor soort op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef de soort op die is ingesteld in Printereigenschappen.
•Macintosh: geef de soort op die is ingesteld in het dialoogvenster Druk af.
Verschillen in afdrukdichtheid

Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:
HET IS MOGELIJK DAT DE TONERCARTRIDGE BESCHADIGD, LEEG OF VERSLETEN IS.
Vervang de versleten of defecte tonercartridge.
ER IS MOGELIJK EEN FOTOCONDUCTOR DEFECT
Problemen met kleurkwaliteit oplossen
In dit gedeelte wordt antwoord gegeven op een aantal elementaire vragen over kleuren. Verder vindt u hier een beschrijving van de functies in het menu Kwaliteit waarmee u een aantal problemen met kleur kunt verhelpen.
Veelgestelde vragen over afdrukken in kleur
Wat is het RGB-kleurenschema?
Rood, groen en blauw licht kunnen in verschillende hoeveelheden worden gecombineerd tot een breed scala aan kleuren die in de natuur worden aangetroffen. Rood en groen bijvoorbeeld kunnen samen geel opleveren. In televisie- en computerbeeldschermen worden kleuren op deze manier samengesteld. Het RGB-kleurenschema beschrijft kleuren door de hoeveelheid rood, groen of blauw aan te geven die nodig is om een bepaalde kleur te creëren.
Wat is het CMYK-kleurenschema?
Inkten of toners in de kleuren cyaan, magenta, geel en zwart kunnen in verschillende hoeveelheden worden afgedrukt om een breed scala van kleuren te verkrijgen die in de natuur terug te vinden zijn. Cyaan en geel bijvoorbeeld kunnen in combinatie de kleur groen opleveren. Drukpersen, inkjetprinters en kleurenlaserprinters produceren op deze manier kleuren. Het CMYK-kleurenschema beschrijft kleuren door de hoeveelheid cyaan, magenta, geel en zwart aan te geven die nodig is om een bepaalde kleur te creëren.
Hoe wordt kleur gespecificeerd in een document dat moet worden afgedrukt?
Softwareprogramma's specificeren de kleur van een document doorgaans middels RGB- of CMYK-kleurencombinaties. Vaak bieden ze de gebruiker de mogelijkheid om de kleur van elk object in een document te wijzigen. Raadpleeg voor meer informatie de Help-onderwerpen bij uw software.
Hoe bepaalt de printer welke kleur moet worden afgedrukt?
Wanneer een gebruiker een document afdrukt, wordt informatie over het type en de kleur van ieder object naar de printer verzonden. De kleureninformatie wordt verstrekt via kleurconversietabellen, waarin de gewenste kleuren worden samengesteld uit de juiste hoeveelheden cyaan, magenta, gele en zwarte toner. De objectinformatie bepaalt de toepassing van kleurconversietabellen. Er kan bijvoorbeeld een kleurconversietabel worden gebruikt voor tekst en een andere kleurconversietabel voor fotobeelden.
Kan ik het beste PostScript- of PCL-emulatieprintersoftware gebruiken? Met welke instellingen verkrijg ik de beste kleurresultaten?
U verkrijgt de beste resultaten als u het PostScript-stuurprogramma gebruikt. De standaardinstellingen van het PostScript-stuurprogramma zullen voor de meeste afdrukken de gewenste kleurkwaliteit opleveren.
Waarom komt de kleur op de afdruk niet overeen met de kleur op mijn beeldscherm?
De kleurconversietabellen in de modus Automatische kleurcorrectie zijn meestal een benadering van een standaardcomputerbeeldscherm. Door technische verschillen tussen printers en beeldschermen zijn er veel kleuren die kunnen worden beïnvloed door verschillen in beeldschermen en lichtomstandigheden. Raadpleeg de vraag "Hoe kan een specifieke kleur worden verkregen (bijvoorbeeld voor een bedrijfslogo)?" voor aanbevelingen over hoe de pagina's met kleurvoorbeelden u kunnen helpen problemen met niet-overeenkomende kleuren op te lossen.
De afdruk bevat een zweem. Kan de kleur worden aangepast?
Soms lijkt het alsof een afdruk een zweem bevat (alles wat is afgedrukt lijkt bijvoorbeeld te rood). Dit kan te wijten zijn aan omgevingsomstandigheden, de gebruikte papiersoort, lichtomstandigheden of voorkeuren van de gebruiker. In die gevallen kunt u de kleur met de instelling Kleurbalans meer op uw voorkeuren afstemmen. Kleurbalans stelt de gebruiker in staat de hoeveelheid toner die wordt gebruikt in kleurvlakken subtiel aan te passen. Door positieve of negatieve waarden te kiezen voor cyaan, magenta, geel en zwart (in het menu Kleurbalans) wordt de hoeveelheid toner die voor gekozen kleur wordt gebruikt, iets vermeerderd of verminderd. Als een afdruk bijvoorbeeld een rode zweem bevat, kunt u de kleurbalans mogelijk verbeteren door zowel de hoeveelheid magenta als geel te verminderen.
Mijn kleurentransparanten lijken donker wanneer ze worden geprojecteerd. Is het mogelijk de kleuren beter weer te geven?
Dit probleem doet zich doorgaans voor wanneer u transparanten projecteert met een spiegelende overheadprojector. Voor de beste projectiekwaliteit van kleuren worden overheadprojectors voor transparanten aanbevolen. Als alleen een spiegelende projector beschikbaar is, kunt u de kleur transparanter maken door Tonerintensiteit in te stellen op 1, 2 of 3. Gebruik kleurentransparanten van de aanbevolen soort.
Wat is aangepaste kleurcorrectie?
Is de aangepaste kleurcorrectie ingeschakeld, dan gebruikt de printer door de gebruiker geselecteerde kleurconversietabellen voor het verwerken van objecten. Kleurcorrectie moet echter wel zijn ingesteld op handmatig, anders vindt er geen door de gebruiker gedefinieerde kleurconversie plaats. Instellingen voor aangepaste kleurencorrectie zijn specifiek voor het type object dat wordt afgedrukt (tekst, afbeeldingen of beelden) en van de wijze waarop de kleur van het object is gedefinieerd in de software (RGB- of CMYK-combinaties).
Opmerkingen:
- De instelling voor aangepaste kleurcorrectie is niet zinvol als de software de kleuren niet definieert met RGB- of CMYK-combinaties. De instelling heeft ook geen invloed als het programma of het besturingssysteem de kleuren aanpast.
- De kleurconversietabellen die op elk object worden toegepast als Kleurcorrectie wordt ingesteld op Auto, leveren voor de meeste documenten de juiste kleuren op.
Handmatig een andere kleurconversietabel toepassen:
1 Selecteer Kleurcorrectie in het menu Kwaliteit en selecteer vervolgens Handmatig.
2 Selecteer Aangepaste kleur in het menu Kwaliteit en selecteer vervolgens de juiste kleurconversietabel voor het betreffende objecttype.
Het menu Aangepaste kleur
| Objecttype Kleurconversietabellen | |
| RGB-kleurbeeldRGB-tekstRGB-afbeeldingen | Levendig: geeft helderdere kleuren met een hogere verzadiging en kan worden toegepast op alle binnenkomende kleurformaten.sRGB Display: geeft kleuren die de kleuruitvoer van een computerscherm benaderen. Het gebruik van zwarte toner wordt geoptimaliseerd voor het afdrukken van foto's.Display—True Black: geeft kleuren die de kleuruitvoer van een computerscherm benaderen. Er wordt alleen zwarte toner gebruikt voor het maken van alle gradaties van grijstinten.sRGB Vivid: biedt een hogere kleurverzadiging voor kleurverzadiging van sRGB Display. Het gebruik van zwarte toner wordt geoptimaliseerd voor het afdrukken van zakelijke afbeeldingen.Uit: er vindt geen kleurcorrectie plaats. |
| CMYK-kleurbeeldCMYK-tekstCMYK-afbeeldingen | US CMYK: er wordt kleurcorrectie toegepast om SWOP-kleuruitvoer (Specifications for Web Offset Publishing) te benaderen.Euro CMYK: er wordt kleurcorrectie toegepast om de EuroScale-kleuruitvoer te benaderen.Vivid CMYK: verhoogt de kleurverzadiging van de kleurcorrectie-instelling US CMYK.Uit: er vindt geen kleurcorrectie plaats. |
Hoe kan een specifieke kleur worden verkregen (bijvoorbeeld voor een bedrijfslogo)?
In het printermenu Kwaliteit zijn negen sets met kleurvoorbeelden beschikbaar. Deze zijn ook beschikbaar op de pagina Kleurvoorbeelden van de Embedded Web Server. Als u een willekeurige voorbeeldset selecteert, worden meerdere pagina's met honderden gekleurde blokjes afgedrukt. Afhankelijk van de gekozen tabel bevindt zich bij elk blokje een CMYK- of RGB-combinatie. De waarneembare kleur van de vakken wordt verkregen door de CMYK- of RGB-combinatie die wordt vermeld bij het blokje, door de geselecteerde kleurconversietabel te leiden.
De gebruiker kan de sets met kleurvoorbeelden bekijken en zo bepalen welk blokje de kleur bevat die het dichtst in de buurt komt van de gewenste kleur. Aan de hand van de kleurencombinatie die bij het blokje wordt vermeld, kunt u de kleur van het object in een softwareprogramma aanpassen. Raadpleeg voor meer informatie de Help-onderwerpen bij uw software. Aangepaste kleurcorrectie kan nodig zijn om de geselecteerde kleurconversietabel voor het specifieke object in te stellen.
Welke set met kleurvoorbeelden de gebruiker gebruikt om een bepaald kleurovereenkomstprobleem op te lossen, hangt af van de instelling bij Kleurcorrectie (Auto, Uit of Aangepast), het type object dat wordt afgedrukt (tekst, afbeeldingen of beelden), en hoe de kleur van het object is gespecificeerd in het softwareprogramma (RGB- of CMYK-combinaties). Als de Kleurcorrectie van de printer is ingesteld op Uit, is de kleur gebaseerd op de informatie van de afdruktaak. Er vindt geen kleurconversie plaats.
Opmerking: De pagina's met kleurvoorbeelden zijn niet nuttig als het softwareprogramma kleuren niet specificeert met RGB- of CMYK-combinaties. Bovendien zal in bepaalde gevallen het softwareprogramma of het besturingssysteem de RGB- of de CMYK-combinaties die worden gespecificeerd in het programma, aanpassen door middel van kleurbeheer. De afgedrukte kleur komt mogelijk niet exact overeen met het verwachte resultaat volgens de pagina's Kleurvoorbeelden.
Wat zijn gedetailleerde kleurvoorbeelden en hoe krijg ik toegang tot deze voorbeelden?
Sets met gedetailleerde kleurvoorbeelden zijn alleen beschikbaar via de Embedded Web Server van een netwerkprinter. Een set met gedetailleerd kleurenvoorbeelden bevat een reeks kleurschakeringen (weergegeven als gekleurde blokjes) die vergelijkbaar zijn met een door de gebruiker gedefinieerde RGB- of CMYK-waarde. De overeenkomst met de kleuren uit de set is afhankelijk van de waarde die u opgeeft in het vak voor de kleurmarge van RGB of CMYK.
Toegang krijgen tot een set met gedetailleerde kleurvoorbeelden vanaf de Embedded Web Server:
1 Open een webbrowser.
2 Typ in de adresbalk het IP-adres van de netwerkprinter.
3 Klik op Configuratie.
4 Klik op Kleurvoorbeelden.
5 Klik op Gedetailleerde opties om de set in te perken tot één kleurenreeks.
6 Selecteer op de pagina Gedetailleerde opties een kleurconversietabel.
7 Geef het nummer van de RGB- of CMYK-kleur op.
8 Geef een waarde voor de stappen op tussen 1 en 255.
Opmerking: Hoe dichter de waarde bij 1 ligt, hoe dichter de kleuren bij elkaar liggen in de reeks kleurschakeringen die u ziet.
9 Klik op Afdrukken om de gedetailleerde set met kleurvoorbeelden af te drukken.
Embedded Web Server wordt niet geopend
Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:
CONTROLEER DE NETWERKVERBINDINGEN
Zet de printer en de computer aan en controleer of ze op hetzelfde netwerk zijn aangesloten.
CONTROLEER DE NETWERKINSTELLINGEN
Afhankelijk van de netwerkinstellingen moet u mogelijk https://typen in plaatse van http://vóór het IP-adres van de printer om toegang te krijgen tot de Embedded Web Server. Neem contact op met de systeembeheerder voor meer informatie.
Contact opnemen met klantenondersteuning
Als u voor klantenondersteuning belt, moet u het volgende bij de hand hebben: een beschrijving van het probleem, het bericht op het display en een beschrijving van wat u al hebt gedaan om een oplossing te vinden.
U hebt ook de modelnaam en het serienummer van de printer nodig. Deze gegevens vindt u aan de binnenkant van de bovenste voorklep van de printer. U kunt het serienummer ook vinden op de pagina met menu-instellingen.
Bel in de Verenigde Staten of Canada (1-800-539-6275). Voor andere landen of regio's bezoekt u de website van Lexmark op www.lexmark.com.
Kennisgevingen
Productinformatie
Productnaam:
Lexmark X730-serie
Apparaattype:
7526
Model(len):
235, 275, 295, 436, 476, 496, 636, 676
Informatie over deze uitgave
Mei 2009
De volgende alinea is niet van toepassing op landen waarin de volgende voorwaarden strijdig zijn met de plaatselijke wetgeving: LEXMARK INTERNATIONAL, INC. LEVERT DEZE PUBLICATIE IN DE STAAT WAARIN DEZE VERKEERT, ZONDER ENIGE VORM VAN GARANTIE, NOCH IMPLICIET, NOCH EXPLICIET, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT IMPLICIETE GARANTIES VAN VERHANDELBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. Some states do not allow disclaimer of express or implied warranties in certain transactions; therefore, this statement may not apply to you.
Deze publicatie kan technische onjuistheden of typografische fouten bevatten. De informatie in deze publicatie wordt regelmatig herzien, wijzigingen zullen in latere uitgaven worden opgenomen. De producten of programma's die worden beschreven, kunnen te allen tijde worden verbeterd of gewijzigd.
Verwijzingen in deze publicatie naar producten, programma's of diensten houden niet in dat de fabrikant deze producten op de markt wil brengen in alle landen waar de fabrikant actief is. Een verwijzing naar een product, programma of dienst betekent niet dat alleen dat product, dat programma of die dienst kan worden gebruikt. In plaats daarvan kunnen alle functioneel gelijkwaardige producten, programma's of diensten, waarmee geen inbreuk wordt gemaakt op bestaande intellectuele eigendomsrechten, worden gebruikt. De gebruiker is verantwoordelijk voor de evaluatie en controle van de werking in combinatie met andere producten, programma's of diensten, met uitzondering van de producten, programma's of diensten die door de fabrikant zijn aangegeven.
Voor technische ondersteuning van Lexmark gaat u naar support.lexmark.com.
Voor informatie over supplies en downloads gaat u naar www.lexmark.com.
Als u geen toegang hebt tot internet, kunt u ook per post contact opnemen met Lexmark:
Lexmark International, Inc.
Bldg 004-2/CSC
Alle rechten voorbehouden.
Handelsmerken
Lexmark, Lexmark met het diamantlogo, MarkNet en MarkVision zijn als handelsmerken van Lexmark International, Inc. gedeponeerd in de Verenigde Staten en/of andere landen.
MarkTrack en PrintCryption zijn handelsmerken van Lexmark International, Inc.
Mac en het Mac-logo zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de Verenigde Staten en andere landen.
PCL ^ is een gedeponeerd handelsmerk van Hewlett-Packard Company. PCL is een aanduiding van Hewlett-Packard Company voor een verzameling printeropdrachten (printertaal) en printerfuncties in de producten van Hewlett-Packard. Deze printer is ontworpen om ondersteuning te bieden voor de PCL-taal. De printer herkent PCL-opdrachten die in diverse toepassingen worden gebruikt en emuleert de functies die met deze opdrachten corresponderen.
De onderstaande termen zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van de volgende ondernemingen:
| Albertus The Monotype | Corporation plc |
| Antique Olive Monsieur | Marcel OLIVE |
| Apple-Chancery Apple | Computer, Inc. |
| Arial The Monotype Corporation plc | |
| CG Times | Gebaseerd op Times New Roman onder licentie van The Monotype Corporation plc, een product van Agfa Corporation |
| Chicago Apple Computer, Inc. | |
| Clarendon Linotype-Hell | AG en/of dochterondernemingen |
| Eurostile Nebiolo | |
| Geneva Apple Computer, Inc. | |
| GillSans The Monotype Corporation plc | |
| Helvetica Linotype-Hell | AG en/of dochterondernemingen |
| Hoefler Jonathan Hoefler Type Foundry | |
| ITC Avant Garde Gothic | International Typeface Corporation |
| ITC Bookman International Typeface Corporation | |
| ITC Mona Lisa International Typeface Corporation | |
| ITC Zapf Chancery | International Typeface Corporation |
| Joanna | The Monotype Corporation plc |
| Marigold | Arthur Baker |
| Monaco Apple Computer, Inc. | |
| New York | Apple Computer, Inc. |
| Oxford | Arthur Baker |
| Palatino | Linotype-Hell AG en/of dochterondernemingen |
| Stempel Garamond | Linotype-Hell AG en/of dochterondernemingen |
| Taffy | Agfa Corporation |
| Times New Roman | The Monotype Corporation plc |
Univers Linotype-Hell AG en/of dochterondernemingen
Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve eigenaren.
Geluidsemissie
De volgende metingen zijn uitgevoerd conform ISO 7779 en gerapporteerd overeenkomstig ISO 9296.
Opmerking: sommige modi zijn wellicht niet van toepassing op uw product.
| Gemiddelde geluidsdruk in dBA op 1 meter afstand | |
| Afdrukken 53 dBA | |
| Scannen 54 dBA | |
| Kopiëren 54 dBA | |
| Gereed 35 dBA | |
Waarden kunnen gewijzigd worden. Zie www.lexmark.com voor de huidige waarden.
AEEA-richtlijn (Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur)

Het AEEA-logo geeft aan dat er in de Europese Unie specifieke programma's en procedures zijn voor het hergebruiken van elektronische producten. Wij moedigen het hergebruiken van onze producten aan. Als u meer vragen hebt over de mogelijkheden voor hergebruik, bezoekt u de Lexmark website op www.lexmark.com voor het telefoonnummer van uw lokale verkoopafdeling.
Kennisgeving over kwik
In de lamp van dit product bevindt zich kwik (<5 mg/Hg). De afvoer van kwik is mogelijk wettelijk bepaald vanwege milieuoverwegingen. Neem voor informatie over afvoer of recycling contact op met uw gemeente of de Electronic Industries Alliance: www.eiae.org.
Kennisgeving over gevoeligheid voor statische elektriciteit

dit symbool duidt onderdelen aan die gevoelig zijn voor ontlading van statische elektriciteit. Raak eerst het metalen frame van de printer aan, voordat u iets aanraakt in gebieden die met dit symbool zijn gemarkeerd.
ENERGY STAR
Alle Lexmark-producten met het ENERGY STAR-logo op het product of op een beginscherm zijn gecertificeerd conform de ENERGY STAR-vereisten van EPA, als de configuratie zoals die is ingesteld door Lexmark nog van toepassing is.

Laserinformatie
Deze printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als een product dat voldoet aan de vereisten van DHHS 21 CFR paragraaf J voor laserproducten van klasse I (1). Elders is de printer gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat voldoet aan de vereisten van IEC 60825-1.
Laserproducten van klasse I worden geacht geen gevaar op te leveren. De printer bevat intern een laser van klasse IIIb (3b), een galliumarsenide laser met een nominaal vermogen van 7 milliwatt en een golflengtebereik van 655-675 nanometer. Het lasersysteem en de printer zijn zodanig ontworpen dat gebruikers nooit blootstaan aan laserstraling die hoger is dan het toegestane niveau voor klasse I-apparaten, tijdens normaal gebruik, onderhoudswerkzaamheden door de gebruiker of voorgeschreven servicewerkzaamheden.
Waarschuwingsetiket voor de laser
Het etiket met veiligheidsinformatie kan als volgt op de printer zijn aangebracht:

Energieverbruik
Stroomverbruik van het product
In de volgende tabel worden de stroomverbruikskenmerken van het product weergegeven.
Opmerking: sommige modi zijn wellicht niet van toepassing op uw product.
| Modus Beschrijving Stroomverbruik (Watt) | ||
| Afdrukken Er | worden papieren kopieën van elektronische invoer gemaakt met het product. | 490 W (X734): 560 W (X736, X738) |
| Kopiëren Er | worden papieren kopieën van papieren originelen gemaakt met het product. | 530 W (X734): 600 W (X736, X738) |
| Scannen | Er worden papieren originelen gescand met het product. | 90 W (X734): 105 W (X736, X738) |
| Gereed | Het product wacht op een afdruktaak. | 60 W (X734): 70 W (X736, X738) |
| Spaarstand | De spaarstand van het product is geactiveerd. | 24 W (X734): 26 W (X736, X738) |
| Uit Het product is aangesloten op een stopcontact, maar het apparaat is uitgeschakeld. | 0 W | |
De stroomverbruikniveaus in de vorige tabel zijn metingen op basis van tijdgemiddelden. Stroompieken kunnen aanzienlijk hoger zijn dan het gemiddelde.
Waarden kunnen gewijzigd worden. Zie www.lexmark.com voor de huidige waarden.
Spaarstand
Dit product werd ontworpen met een energiebesparende modus, namelijk de Spaarstand. De spaarstandmodus is het equivalent van de slaapmodus. De spaarstand bespaart energie door het energieverbruik te verlagen tijdens
periodes waarin de printer langdurig niet wordt gebruikt. De spaarstand wordt automatisch ingeschakeld als het product niet wordt gebruikt tijdens een opgegeven tijdsduur, die de time-out voor de spaarstand wordt genoemd.
Standaard is de time-out voor de spaarstand voor dit product ingesteld op (in minuten): 30
U kunt de time-out voor de spaarstand via de configuratiemenu's instellen tussen 1 minuut en 240 minuten. Als u de time-out voor de spaarstand instelt op een lage waarde, vermindert het energieverbruik, maar kan de responstijd van het product toenemen. Als u de time-out voor de spaarstand instelt op een hoge waarde, reageert de printer snel, maar wordt er meer energie verbruikt.
Printer is uitgeschakeld
Als dit product een stand heeft waarin het is uitgeschakeld maar er nog steeds een kleine hoeveelheid energie wordt verbruikt en u wilt het stroomverbruik van het product volledig stoppen, moet u de stekker van het product uit het stopcontact trekken.
Totaal energieverbruik
Het is soms handig om het totale energieverbruik van het product te berekenen. Aangezien het stroomverbruik wordt aangegeven in watt, moet het stroomverbruik worden vermenigvuldigd met de tijd dat elke stand actief is op het product. Zo kunt u het energieverbruik berekenen. Het totale energieverbruik van het product is de som van het energieverbruik voor alle standen.
Voorschriften van de Europese Gemeenschap (EG)
Dit product voldoet aan de veiligheidseisen die zijn omschreven in de Europese richtlijnen 2004/108/EG, 2006/95/EG en 1999/5/EG aangaande het harmoniseren van de wetten van de Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit en veiligheid van elektrische apparatuur die is ontworpen voor gebruik binnen bepaalde voltagegrenzen en voor radioapparatuur en telecommunicatieterminals.
De Director of Manufacturing and Technical Support, Lexmark International, Inc., S.A. in Boigny, Frankrijk, heeft een verklaring ondertekend waarin staat dat het product voldoet aan de veiligheidseisen van de EG-richtlijnen.
Dit product voldoet aan de eisen van EN55022 met betrekking tot klasse A-producten en de veiligheidsvoorschriften van EN 60950.
Kennisgevingen over regelgeving met betrekking tot terminalapparatuur voor telecommunicatie
Dit gedeelte bevat informatie over de regelgeving voor producten die terminalapparatuur voor telecommunicatie bevatten, zoals faxapparaten.
Kennisgeving voor gebruikers in de Europese Unie
Producten met de CE-markering voldoen aan de veiligheidseisen die zijn omschreven in de Europese richtlijnen 2004/108/EG, 2006/95/EG en 1999/5/EG aangaande het harmoniseren van de wetten van de Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit en veiligheid van elektrische apparatuur die is ontworpen voor gebruik binnen een bepaald spanningsbereik en in combinatie met radioapparatuur en apparatuur voor een telecommunicatiestation.
De CE-markering geeft aan dat het product aan deze richtlijnen voldoet.
CE
Een verklaring van conformiteit met de eisen van de richtlijnen is beschikbaar via de Director of Manufacturing and Technical Support, Lexmark International, S.A., Boigny, Frankrijk.
Zie de tabel onder aan het gedeelte Kennisgevingen voor meer informatie over conformiteit.
Kennisgeving over radiostoring
Waarschuwing
Dit product voldoet aan de emissievereisten van of EN55022 met betrekking tot limieten klasse A-producten en de immuniteitsvereisten van EN55024. Dit product is niet bedoeld voor gebruik in woonomgevingen.
Dit is een klasse A-product. In een thuisomgeving kan dit product radiostoring veroorzaken, in welk geval de gebruiker mogelijk passende maatregelen moet nemen.
Blootstelling aan hoogfrequentie-energie
De hoeveelheid hoogfrequentie-energie die door dit draadloze apparaat wordt uitgestraald, liegt ver onder de limieten voor hoogfrequentie-energie die zijn vastgesteld door de FCC en andere regelgevende instanties. Er moet minimaal 20 cm (8 inch) ruimte tussen de antenne en eventuele personen zijn om te voldoen aan de vereisten voor hoogfrequentie-energie van de FCC en andere regelgevende instanties.
Kennisgeving voor gebruikers in de Europese Unie
Producten met de CE-markering voldoen aan de veiligheidseisen die zijn omschreven in de Europese richtlijnen 2004/108/EG, 2006/95/EG en 1999/5/EG aangaande het harmoniseren van de wetten van de Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit en veiligheid van elektrische apparatuur die is ontworpen voor gebruik binnen een bepaald spanningsbereik en in combinatie met radioapparatuur en apparatuur voor een telecommunicatiestation.
De CE-markering geeft aan dat het product aan deze richtlijnen voldoet.

Kennisgevingen
Een verklaring van conformiteit met de eisen van de richtlijnen is beschikbaar via de Director of Manufacturing and Technical Support, Lexmark International, S.A., Boigny, Frankrijk. Zie de tabel onder aan het gedeelte Kennisgevingen voor meer informatie over conformiteit.
Producten die worden geleverd met de optie voor 2,4 GHz draadloos LAN voldoen aan de veiligheidseisen die zijn omschreven in de Europese richtlijnen 2004/108/EG, 2006/95/EG en 1999/5/EG aangaande het harmoniseren van de wetten van de Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit en veiligheid van elektrische apparatuur die is ontworpen voor gebruik binnen een bepaald spanningsbereik en in combinatie met radioapparatuur en apparatuur voor een telecommunicatiestation.
De CE-markering geeft aan dat het product aan deze richtlijnen voldoet.

Gebruik van het product is toegestaan in alle landen van de EU en EVA, maar is beperkt tot gebruik binnenshuis.
Een verklaring van conformiteit met de eisen van de richtlijnen is beschikbaar via de Director of Manufacturing and Technical Support, Lexmark International, S.A., Boigny, Frankrijk. Zie de tabel onder aan het gedeelte Kennisgevingen voor meer informatie over conformiteit.
| Česky | Společnost Lexmark International, Inc. tímto prohlašuje, že výrobek tento výrobek je ve shodě se základními požadavky a dalšími příslušnými ustanoveními směrnice 1999/5/ES. |
| Dansk | Lexmark International, Inc. erklærer herved, at dette produkt overholder de væsentlige krav og øvrige relevante krav i direktiv 1999/5/EF. |
| Deutsch | Hiermit erklärt Lexmark International, Inc., dass sich das Gerät dieses Gerät in Übereinstimmung mit den grundlegenden Anforderungen und den übrigen einschlägigen Bestimmungen der Richtlinie 1999/5/EG befindet. |
| Ελληνική | ΜΕ ΤΗΝ ΠΑΡΟΥΣΑ Η ΣΧΜΑΡΚ ΙΝΤΕΝΑΤΙΟΛ, INC. ΔΗΛΩΝΕΙ ΟΤΙ ΑΥΤΟ ΤΟ ΠΡΟΪΟΝ ΣΥΜΜΟΡΦΩΝΕΤΑΙ ΠΡΟΣ ΤΙΣ ΟΥΣΙΩΔΕΙΣ ΑΠΑΙΤΗΣΕΙΣ ΚΑΙ ΤΙΣ ΛΟΙΠΕΣ ΣΧΕΤΙΚΕΣ ΔΙΑΤΑΞΕΙΣ ΤΗΣ ΟΔΗΓΙΑΣ 1999/5/ΕΚ. |
| English | Hereby, Lexmark International, Inc., declares that this type of equipment is in compliance with the essential requirements and other relevant provisions of Directive 1999/5/EC. |
| Español | Por medio de la presente, Lexmark International, Inc. declara que este producto cumple con los requisitos esenciales y cualesquiera otras disposiciones aplicables o exigibles de la Directiva 1999/5/CE. |
| Eesti | Käesolevaga kinnitab Lexmark International, Inc., et seade see toode vastab direktiivi 1999/5/EÜ põhinõuetele ja nimetatud direktiivist tulenevatele muudele asjakohastele sätetele. |
| Suomi | Lexmark International, Inc. vakuuttaa täten, että tämä tuote on direktiivin 1999/5/EY oleellisten vaatimusten ja muiden sitä koskevien direktiivin ehtojen mukainen. |
| Français | Par la présente, Lexmark International, Inc. déclare que l'appareil ce produit est conforme aux exigences fondamentales et autres dispositions pertinentes de la directive 1999/5/CE. |
| Magyar | Alulírott, Lexmark International, Inc. nyilatkozom, hogy a termék megfelel a vonatkozó alapvető követel- ményeknek és az 1999/5/EC irányelv egyéb előírásainak. |
| Íslenska | Hér með lýsir Lexmark International, Inc. yfir því að þessi vara er í samræmi við grunnkröfur og aðrar kröfur, sem gerðar eru í tilskipun 1999/5/EC. |
| Italiano | Con la presente Lexmark International, Inc. dichiara che questo questo prodotto è conforme ai requisiti essenziali ed alle altre disposizioni pertinenti stabilite dalla direttiva 1999/5/CE. |
| Latviski | Ar šo Lexmark International, Inc. deklarē, ka šis izstrādājums atbilst Direktīvas 1999/5/EK būtiskajām prasībām un citiem ar to saistītajiem noteikumiem. |
| Lietuvių | Šiuo Lexmark International, Inc. deklaruoja, kad šis produktas atitinka esminius reikalavimus ir kitas 1999/5/EB direktyvos nuostatas. |
| Malti | Bil-preženti, Lexmark International, Inc., jiddikjara li dan il-prodott huwa konformi mal-ħtiġijiet essenzjali u ma dispożizzjonijiet oħrajn relevanti li jinsabu fid-Direttiva 1999/5/KE. |
| Nederlands | Hierbij verklaart Lexmark International, Inc. dat het toestel dit product in overeenstemming is met de essentiële eisen en de andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG. |
| Norsk | Lexmark International, Inc. erklærer herved at dette produktet er i samsvar med de grunnleggende krav og øvrige relevante krav i direktiv 1999/5/EF. |
| Polski | Niniejszym Lexmark International, Inc. oświadcza, że niniejszy produkt jest zgodny z zasadniczymi wymogami oraz pozostałymi stosownymi postanowieniami Dyrektywy 1999/5/EC. |
| Português | A Lexmark International Inc. declara que este este produto está conforme com os requisitos essenciais e outras disposições da Diretiva 1999/5/CE. |
| Slovensky | Lexmark International, Inc. týmto vyhlasuje, že tento produkt spĺňa základné požiadavky a všetky príslušné ustanovenia smernice 1999/5/ES. |
| Slovensko | Lexmark International, Inc. izjavlja, da je ta izdelek v skladu z bistvenimi zahtevami in ostalimi relevantnimi določili direktive 1999/5/ES. |
| Svenska | Härmed intygar Lexmark International, Inc. att denna produkt står i överensstämmelse med de väsentliga egenskapskrav och övriga relevanta bestämmelser som framgår av direktiv 1999/5/EG. |
BEPERKTE GARANTIEVERKLARING EN LICENTIEOVEREENKOMSTEN VOOR LEXMARK SOFTWARE
LEES HET VOLGENDE ZORGVULDIG DOOR VOOR U DIT PRODUCT GEBRUIKT: DOOR DIT PRODUCT TE GEBRUIKEN, GEEFT U AAN AKKOORD TE GAAN MET ALLE VOORWAARDEN EN BEPALINGEN VOOR DEZE BEPERKTE GARANTIEVERKLARING EN LICENTIEOVEREENKOMSTEN VOOR SOFTWARE. ALS U NIET AKKOORD GAAT MET DE VOORWAARDEN VAN DEZE BEPERKTE GARANTIEVERKLARING EN LICENTIEOVEREENKOMSTEN VOOR DEZE SOFTWARE, MOET U HET PRODUCT ONGEBRUIKT RETOURNEREN EN HET BEDRAG TERUGVRAGEN DAT U HEBT BETAALD. ALS U DIT PRODUCT INSTALLEERT VOOR GEBRUIK DOOR DERDEN, GAAT U ERMEE AKKOORD DE GEBRUIKERS OP DE HOOGTE TE STELLEN VAN HET FEIT DAT ZE DOOR HET PRODUCT TE GEBRUIKEN, AANGEVEN DAT ZE AKKOORD GAAN MET DEZE VOORWAARDEN.
LICENTIEOVEREENKOMST VOOR APPARAAT
De gepatenteerde printer wordt geleverd met een licentie voor, en is ontworpen om alleen te werken met, officiële Lexmark tonercartridges en onderdelen van de ontwikkelaar gedurende de levencyclus van de gepatenteerde printer. Conform de licentie voor dit gepatenteerde product, gaat u akkoord met het volgende: (1) u gebruikt voor deze printer alleen officiële Lexmark tonercartridges en onderdelen van de ontwikkelaar behalve indien hieronder anders aangegeven (2) u geeft deze licentie/overeenkomst door aan een eventuele volgende gebruiker van deze printer. De gepatenteerde Lexmark tonercartridges en onderdelen van de ontwikkelaar in dit product worden geleverd met een licentie die is onderworpen aan een bepaling dat ze slechts één maal mogen worden gebruikt. U gaat ermee akkoord dat u ze na afloop van dit eerste gebruik, retourneert aan Lexmark zodat ze kunnen worden gerecycled. Lexmark tonercartridges zijn ontworpen om te stoppen met werken nadat een vastgestelde hoeveelheid toner is gebruikt. Er kan een variabele hoeveelheid toner achterblijven in de cartridge wanneer vervanging is vereist. Vervangende tonercartridges zonder deze voorwaarden kunt u aanschaffen op www.lexmark.com. Deze cartridges mogen opnieuw worden gevuld door u, of een derde partij, en vormen het enige alternatief voor gebruik met deze printer met licentie.
LICENTIEOVEREENKOMST VOOR LEXMARK SOFTWARE
Deze Softwarelicentieovereenkomst ('Softwarelicentieovereenkomst') is een legale overeenkomst tussen u (een individu of een rechtspersoon) en Lexmark International, Inc. ('Lexmark') die, voor zover uw Lexmark product of Softwareprogramma niet op andere wijze onderhevig is aan een geschreven licentieovereenkomst voor software tussen u en Lexmark of zijn leveranciers, uw gebruik beheerst van enig Softwareprogramma dat is geïnstalleerd op, of wordt geleverd door Lexmark voor gebruik in combinatie met, uw Lexmark product. De term 'Softwareprogramma' omvat machineleesbare instructies, beeld- en geluidsmateriaal (zoals afbeeldingen en opnamen) en bijbehorende media, gedrukte materialen en elektronische documentatie, ongeacht of dit is opgenomen in, geleverd bij of wordt gebruikt met het Lexmark product.
1 BEPERKTE GARANTIEVERKLARING VOOR SOFTWARE. Lexmark garandeert dat de media (bijvoorbeeld diskettes of cd's) met het Softwareprogramma (als dit geleverd is) bij normaal gebruik geen materiaal of bewerkingsfouten bevatten gedurende de garantieperiode. De garantieperiode is negentig (90) dagen en gaat in op de dag waarop het Softwareprogramma wordt bezorgd bij de eindgebruiker. De beperkte garantieverklaring is alleen van toepassing op Softwareprogramma's die zijn gekocht bij Lexmark of een geautoriseerde wederverkoper of distributeur van Lexmark. Lexmark zal het Softwareprogramma vervangen als er wordt vastgesteld dat de media niet voldoet aan deze beperkte garantieverklaring.
2 AFWIJZING EN BEPERKING VAN GARANTIES. BEHALVE ZOALS AANGEGEVEN IN DEZE SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST EN VOOR ZOVER MAXIMAAL TOEGESTAAN ONDER TOEPASSELIJK RECHT, LEVEREN LEXMARK EN ZIJN LEVERANCIERS HET SOFTWAREPROGRAMMA ALS ZODANIG EN WIJZEN HIERBIJ ALLE ANDERE GARANTIES EN BEPALINGEN, EXPLICIET OF IMPLICIET, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT EIGENDOM, NIET-INBREUKMAKENDHEID, VERHANDELBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL, EN AFWEZIGHEID VAN VIRUSSEN, VAN DE HAND MET BETREKKING TOT HET SOFTWAREPROGRAMMA. VOOR ZOVER HET LEXMARK BIJ WET NIET IS TOEGESTAAN ENIG ONDERDEEL VAN DE IMPLICIETE GARANTIES MET BETREKKING TOT VERHANDELBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL AF TE WIJZEN, BEPERKT LEXMARK DE DUUR VAN DERGELIJKE GARANTIES TOT DE PERIODE VAN 90 DAGEN VOOR DE EXPLICIETE BEPERKTE GARANTIEVERKLARING VOOR SOFTWARE.
Deze Overeenkomst moet worden geïnterpreteerd in combinatie met bepaalde wettelijke bepalingen, zoals die van tijd tot tijd van kracht kunnen zijn, die garanties of bepalingen impliceren of verplichtingen opleggen aan Lexmark die niet kunnen worden uitgesloten of aangepast. Als dergelijke bepalingen van toepassing zijn, beperkt Lexmark, voor zover Lexmark hiertoe in staat is, hierbij zijn aansprakelijkheid voor het schenden van deze bepalingen tot een van de volgende acties: levering van een vervangend exemplaar van het Softwareprogramma of teruggave van het bedrag dat is betaald voor het Softwareprogramma.
Het Softwareprogramma kan internetkoppelingen bevatten naar andere softwaretoepassingen en/of webpagina's die worden gehost en beheerd door derden die niet gelieerd zijn aan Lexmark. U accepteert en gaat ermee akkoord dat Lexmark op geen enkele wijze verantwoordelijk is voor het hosten, de prestaties, de werking, het onderhoud of de inhoud van dergelijke softwaretoepassingen en/of webpagina's.
3 BEPERKING VAN VERHAALSMOGELIJKHEDEN. VOOR ZOVER TOEGESTAAN OP GROND VAN TOEPASSELIJK RECHT IS DE AANSPRAKELIJKHEID VAN LEXMARK OP BASIS VAN DEZE SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST UITDRUKKELIJK BEPERKT TOT EEN MAXIMUM VAN VIJF AMERIKAANSE DOLLAR (OF HET EQUIVALENT HIERVAN IN DE LOKALE VALUTA) OF HET BEDRAG DAT U HEBT BETAALD VOOR HET SOFTWAREPROGRAMMA, INDIEN DIT HOGER IS. UW ENIGE VERHAALSMOGELIJKHEID BIJ LEXMARK IN ENIG GESCHIL DAT VOORTVLOEIT UIT DEZE SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST BESTAAT UIT HET TERUGVORDEREN VAN EEN VAN DEZE BEDRAGEN, WAARBIJ LEXMARK NA BETALING VAN HET BEDRAG VOLLEDIG IS GEVRIJWAARD VAN ENIGE VERPLICHTING OF AANSPRAKELIJKHEID TEN OPZICHTE VAN U.
IN GEEN GEVAL ZIJN LEXMARK, ZIJN LEVERANCIERS, DOCHTERONDERNEMINGEN OF WEDERVERKOPERS AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE SPECIALE, INCIDENTELE, INDIRECTE, EXEMPLARISCHE OF PUNITIEVE SCHADE OF GEVOLGSCHADE (INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT VERLIES VAN WINST OF INKOMSTEN, VERLOREN SPAARTEGOEDEN, ONDERBREKING IN HET GEBRUIK OF ENIG VERLIES VAN GEBRUIK, ONNAUWKEURIGHEID IN OF SCHADE AAN GEGEVENS OF RECORDS, VOOR CLAIMS VAN DERDEN, OF SCHADE AAN ECHTE OF TASTBARE
EIGENDOMMEN, VOOR SCHENDING VAN PRIVACY VOORTKOMEND UIT OF OP ENIGE MANIER VERWANT AAN HET GEBRUIK VAN OF HET NIET KUNNEN GEBRUIKEN VAN HET SOFTWAREPROGRAMMA, OF ANDERSZINS IN COMBINATIE MET ENIGE BEPALING IN DEZE SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST), ONGEACHT DE AARD VAN DE CLAIM, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT SCHENDING VAN GARANTIE OF CONTRACT, ONRECHTMATIGE DAAD (INCLUSIEF NALATIGHEID OF STRIKTE AANSPRAKELIJKHEID), EN ZELFS NIET ALS LEXMARK, OF ZIJN LEVERANCIERS, PARTNERS OF WEDERVERKOPERS OP DE HOOGTE ZIJN GESTELD VAN DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE, OF VOOR ENIGE CLAIM DOOR U OP BASIS VAN EEN CLAIM VAN DERDEN, BEHALVE VOOR ZOVER DEZE UITSLUITING VAN SCHADE NIET RECHTSGELDIG IS. DE VOORGAANDE BEPERKINGEN ZIJN ZELFS VAN TOEPASSING ALS DE BOVENSTAANDE VERHAALSMOGELIJKHEDEN NIET SLAGEN IN HUN ESSENTIËLE DOEL.
4 WETTEN VAN DE STATEN IN DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA. Deze Beperkte Garantieverklaring voor Software geeft u specifieke juridische rechten. Mogelijk beschikt u ook over andere rechten die per rechtsgebied kunnen verschillen. In sommige rechtsgebieden is vaststelling van de duur van impliciete garantie of uitsluiting of beperking van incidentele schade of gevolgschade niet toegestaan, waardoor de voorgaande beperkingen of uitsluitingen mogelijk niet op u van toepassing zijn.
5 LICENTIEVERLENING. Lexmark verleent u de volgende rechten op voorwaarde dat u zich houdt aan alle voorwaarden en bepalingen van deze Softwarelicentieovereenkomst:
a Gebruik. U mag één (1) exemplaar van het Softwareprogramma gebruiken. De term 'Gebruik' betekent het opslaan, laden, installeren, uitvoeren of weergeven van het Softwareprogramma. Als u het Softwareprogramma gebruikt met een licentie voor gelijktijdig gebruik, moet u het aantal geautoriseerde gebruikers beperken tot het aantal dat is opgegeven in uw overeenkomst met Lexmark. U mag de onderdelen van het Softwareprogramma niet van elkaar scheiden voor gebruik op meer dan één computer. U stemt ermee in dat u het Softwareprogramma, geheel of gedeeltelijk, niet zult gebruiken op enige wijze waardoor de visuele weergave van een handelsmerk, handelsnaam, woordmerk of kennisgeving voor intellectueel eigendom op een computerscherm die normaal gesproken wordt gegenereerd door, of als gevolg van, het Softwareprogramma, zal worden overschreven, aangepast, verwijderd, onleesbaar gemaakt, gewijzigd of verhuld.
b Kopiëren. U mag één (1) kopie van het Softwareprogramma maken die uitsluitend is bestemd voor back-up-, archiverings- of installatiedoeleinden, op voorwaarde dat de kopie alle eigendomskennisgevingen van het originele Softwareprogramma bevat. U mag het Softwareprogramma niet kopieren naar een openbaar of gedistribueerd netwerk.
c Voorbehoud van rechten. Het Softwareprogramma, inclusief alle lettertypen, is auteursrechtelijk beschermd en eigendom van Lexmark International, Inc. en/of zijn leveranciers. Alle rechten die niet expliciet worden verleend aan u in deze Softwarelicentieovereenkomst, zijn voorbehouden aan Lexmark.
d Freeware. Niettegenstaande de voorwaarden en bepalingen van deze Softwarelicentieovereenkomst, worden alle gedeelten van het Softwareprogramma waarin wordt gebruikgemaakt van software die onder een openbare licentie wordt geleverd door derden ('Freeware'), aan u in licentie gegeven onderhevig aan de voorwaarden en bepalingen die horen bij dergelijke Freeware, ongeacht of deze de vorm heeft van een afzonderlijke overeenkomst, een in de verpakking opgenomen licentie of elektronische licentievoorwaarden ten tijde van het downloaden of installeren. Gebruik van de Freeware door u wordt volledig beheerst door de voorwaarden en bepalingen van een dergelijke licentie.
6 OVERDRACHT. U mag het Softwareprogramma overdragen aan een andere eindgebruiker. Elke overdracht moet bestaan uit alle softwareonderdelen, media, gedrukte materialen en deze Softwarelicentieovereenkomst en u mag geen exemplaren van het Softwareprogramma of onderdelen daarvan bewaren. De overdracht mag niet een indirecte overdracht zijn, zoals een zending. Vóór de overdracht moet de eindgebruiker die het overgedragen Softwareprogramma ontvangt, akkoord gaan met alle voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst. Bij overdracht van het Softwareprogramma wordt uw licentie automatisch beëindigd. U mag het Softwareprogramma niet verhuren, in sublicentie geven of afstaan behalve voor zover is toegestaan onder deze Softwarelicentieovereenkomst.
7 UPGRADES. Om een Softwareprogramma dat als upgrade wordt aangeduid, te mogen gebruiken, moet u beschikken over een licentie voor het originele Softwareprogramma dat door Lexmark is aangeduid als in
aanmerking komend voor de upgrade. Na het uitvoeren van de upgrade mag u het originele Softwareprogramma dat de basis vormde voor de upgrade, niet langer gebruiken.
8 BEPERKING VOOR REVERSE-ENGINEERING. U mag het Softwareprogramma niet aanpassen, decoderen, onderwerpen aan reverse-engineering, disassembleren, decompileren of op andere wijze vertalen, of anderen hierbij helpen of hierin ondersteunen, behalve voor zover expliciet is toegestaan onder de toepasselijke wetgeving voor doeleinden met betrekking tot samenwerking, foutcorrectie en beveiligingstesten. Als u beschikt over dergelijke wettelijke rechten, moet u Lexmark schriftelijk op de hoogte stellen als u van plan bent reverse-engineering, disassemblage of decompilatie uit te voeren. U mag het Softwareprogramma niet decoderen tenzij dit vereist is voor het legitieme Gebruik van het Softwareprogramma.
9 AANVULLENDE SOFTWARE. Deze Softwarelicentieovereenkomst is van toepassing op updates van of aanvullingen op het originele Softwareprogramma die worden geleverd door Lexmark tenzij Lexmark andere voorwaarden levert samen met de update of aanvulling.
10 DUUR. Deze Softwarelicentieovereenkomst is van kracht tenzij deze wordt beëindigd of afgewezen. U mag deze licentie op elk gewenst moment afwijzen of beëindigen door alle exemplaren van het Softwareprogramma te vernietigen, samen met alle aanpassingen, documentatie en samengevoegde gedeelten in welke vorm dan ook, of zoals anderszins hierin beschreven. Lexmark mag uw licentie na kennisgeving beëindigen als u zich niet houdt aan de voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst. Bij een dergelijke beëindiging gaat u ermee akkoord alle exemplaren van het Softwareprogramma te vernietigen, samen met alle aanpassingen, documentatie en samengevoegde gedeelten in welke vorm dan ook.
11 BELASTING. U stemt ermee in dat u verantwoordelijk bent voor het betalen van eventuele belasting, inclusief, maar niet beperkt tot, belasting voor goederen en services en persoonlijke eigendommen, die voortkomt uit deze Softwarelicentieovereenkomst of uw Gebruik van het Softwareprogramma.
12 BEPERKING VOOR GERECHTELIJKE VORDERINGEN. Geen gerechtelijke vordering, ongeacht in welke vorm dan ook, die voorkomt uit deze Softwarelicentieovereenkomst, mag worden ondernomen tegen een van de partijen meer dan twee jaar nadat de oorzaak van de gerechtelijke vordering heeft plaatsgevonden, behalve voor zover is toegestaan onder de toepasselijke wetgeving.
13 TOEPASSELIJKE WETGEVING. Deze Softwarelicentieovereenkomst wordt beheerst door de wetgeving van het gemenebest van Kentucky, Verenigde Staten van Amerika. Het is niet mogelijk om de wetgeving van een bepaald rechtsgebied te kiezen. Het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (Het Weens koopverdrag) is niet van toepassing.
14 BEPERKTE RECHTEN AMERIKAANSE OVERHEID. Het Softwareprogramma is volledig op eigen kosten ontwikkeld. De rechten van de Amerikaanse overheid om het Softwareprogramma te gebruiken zijn zoals uiteengezet in deze Softwarelicentieovereenkomst en zoals beperkt in DFARS 252.227-7014 en in vergelijkbare FAR-bepalingen (of vergelijkbare bepalingen voor overheidsinstellingen of contractclausules).
15 TOESTEMMING VOOR GEBRUIK VAN GEGEVENS. U gaat ermee akkoord dat Lexmark, zijn partners en vertegenwoordigers de door u geleverde gegevens kunnen verzamelen en gebruiken voor ondersteuningsservices die worden uitgevoerd voor het Softwareprogramma en op uw verzoek. Lexmark stemt ermee in deze gegevens niet te gebruiken in een vorm aan de hand waarvan u persoonlijk kunt worden geïdentificeerd, behalve voor zover vereist om dergelijke services te kunnen leveren.
16 EXPORTBEPERKINGEN. U mag niet (a) het Softwareprogramma of enig direct afgeleid product daarvan aanschaffen, verzenden, overdragen of herexporteren als hierbij de toepasselijke exportwetgeving wordt geschonden of (b) toestaan dat het Softwareprogramma wordt gebruikt voor doeleinden die zijn verboden in dergelijke exportwetgeving, inclusief maar niet beperkt tot het verspreiden van nucleaire, chemische of biologische wapens.
17 INSTEMMING MET CONTRACT IN ELEKTRONISCHE VORM. U en Lexmark gaan ermee akkoord deze Softwarelicentieovereenkomst in elektronische vorm aan te gaan. Dit betekent dat wanneer u op de knop 'Ik ga akkoord' of 'Accepteren' op deze pagina klikt of dit product gebruikt, u aangeeft in te stemmen met de voorwaarden en bepalingen van deze Softwarelicentieovereenkomst en dat u dat doet met de intentie een contract met Lexmark te 'ondertekenen'.
18 VERMOGEN EN RECHT OM HET CONTRACT AAN TE GAAN. U verklaart dat u meerderjarig bent in het land of regio waar u deze Softwarelicentieovereenkomst aangaat en, indien van toepassing, dat u bent gemachtigd door uw werkgever of opdrachtgever om dit contract aan te gaan.
19 VOLLEDIGE OVEREENKOMST. Deze Softwarelicentieovereenkomst (inclusief eventuele aanvullingen of aanpassingen op deze Softwarelicentieovereenkomst die bij het Softwareprogramma worden geleverd) is de volledige overeenkomst tussen u en Lexmark met betrekking tot het Softwareprogramma. Behalve indien anders aangegeven in dit document, vervangen deze voorwaarden en bepalingen alle voorgaande of gelijktijdige mondelinge of schriftelijke communicaties, voorstellen en verklaringen met betrekking tot het Softwareprogramma of enig ander onderwerp dat onder deze Softwarelicentieovereenkomst valt (behalve voor zover dergelijke externe voorwaarden niet in strijd zijn met de voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst of enige andere geschreven overeenkomst die is ondertekend door u en Lexmark met betrekking tot uw Gebruik van het Softwareprogramma). Voor zover enige Lexmark beleidsrichtlijnen of programma's voor ondersteuningsservices in strijd zijn met de voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst, zullen de voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst van kracht zijn.
MICROSOFT CORPORATION NOTICES
Dit product bevat software voor de Adobe® Flash®-speler onder licentie bij Adobe Systems Incorporated, Copyright © 1995-2007 Adobe Macromedia Software LLC. Alle rechten voorbehouden. Adobe, Reader en Flash zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.
Index
Cijfers
1565 Emulatiefout, laad emulatieoptie 278
31 Vervang defecte cartridge 271
32 Artikelnummer cartridge wordt niet ondersteund door apparaat 271
34 Short paper (34 Papier te kort) 271
Onvoldoende geheugen voor ondersteuning van functie voor bronnenopslag) 271
37 Insufficient memory to collate job (37 Onvoldoende geheugen voor sorteren) 272
37 Onvoldoende geheugen, sommige taken in wacht zijn verwijderd 272
38 Memory full (38 Geheugen vol) 272
39 Pagina is te complex. Bepaalde gegevens worden mogelijk niet afgedrukt 272
50 PPDS-lettertypefout 272
51 Beschadigde flash gedetecteerd 272
52 Onvoldoende vrije ruimte in flashgeheugen voor bronnen 273
54 Network
54 Standard network software error (54 Softwarefout in standaardnetwerk) 273
55 Unsupported option in slot (55 Niet-ondersteunde optie in sleuf) 273
Parallelle poort
Seriële poort
Standaard USB-poort uitgeschakeld) 274
58 Te veel invoerladen 274
(58 Te veel flashopties geïnstalleerd) 274
59 Incompatibele lade
61 Verwijder defecte schijf 275
62 Schijf vol 275
63 Unformatted disk (63 Schijf niet geformatteerd) 275
80 Verhittingsstation 275
80 Vervang verhittingsstation 275
82 Vervang toneroverloopbak 275
Toneroverloopbak ontbreekt) 275
83 overdrachtsmodule bijna versleten 276
83 Overdrachtsmodule ontbreekt 276
83 Vervang de overdrachtsmodule 276
84
84
84 Vervang fotoconductor
840.01 Scanner uitgeschakeld 277
840.02 Scanner Automatisch uitgeschakeld 277
88
88
88 Vervang cartridge
900–999 Service
"
"naar computer scannen", scherm opties 146, 147, 148
A
Aangepaste soorten 161
aanraakscherm knoppen 19
abonnement op speciale belsignalen
verbinding maken met 120
Active NIC (Actieve NIC), menu 165
ADI
kopiëren via 95
ADI-grijprolkussentje bestellen 248
ADI-onderdelen reinigen 240
vervangen 255
ADI, grijpmechanisme
bestellen 248
adresboek, fax
gebruiken 133
afdrukken
afdrukkwaliteit, testpagina's 91
directorylijst 91
foto's 90
lijst lettertypevoorbeelden 91
max. snelheid en max. rendement 92
pagina met menu-instellingen 44
pagina met netwerkinstellingen 44
printersoftware installeren 45
transparanten 84
van flashstation 89
vanuit Windows 83
via Macintosh 83
zwart-wit 92
afdrukken van vertrouwelijke taken
en andere taken in de wachtrij vanaf Macintosh-computer 87
vanuit Windows 87
afdrukken via een PictBridge-camera
foto's 90
afdrukkwaliteit
de glasplaat reinigen 240
de lenzen van de printerkop reinigen 244
fotoconductors vervangen 249
reinigen, ADI-onderdelen 240
toneroverloopbak vervangen 261
afdruktaak
annuleren vanuit Macintosh 93
annuleren vanuit Windows 93
Afdruktaken controleren 86
afdrukken vanaf de Macintosh-computer 87
afdrukken via Windows 87
Afdruktaken herhalen 86
afdrukken vanaf de Macintosh-computer 87
afdrukken via Windows 87
Algemene instellingen, menu 185
Analoge faxinstellingen, menu 199
annuleren, taak
vanuit Windows 93
via het bedieningspaneel van de printer 93
via Macintosh 93
AppleTalk, menu 171
Automatische documentinvoer (ADI) 14
B
bedieningspaneel van de
printer 16
fabrieksinstellingen, herstellen 265
bedieningspaneel, printer 16
bedraad netwerk gebruiken met Macintosh 51
bedraad netwerk, installatie met Windows 51
beginscherm knoppen 17
bekijken rapporten 265
bellen met de Klantenservice 323
bestandstype voor verzending wijzigen 112
bestellen
fotoconductors 248
tonercartridges 247
toneroverloopbak 248
verhittingsstation of overdrachtsmodule 248
Beveiligd afdrukken, menu 182
beveiligde afdruktaken 86
afdrukken vanaf de Macintosh-computer 87
afdrukken via Windows 87
briefhoofdpapier kopiëren naar 9
tips voor het gebruik van 83
vullen, lade voor 2000 vel 71
buitenkant van de printer reinigen 239
C
Change
configuratiegegevens draadloos netwerk 46
helderheid aanpassen 62
Spaarstand 61
Stille modus 60
verlichting standaarduitvoerlade 62
contact opnemen met
Klantenservice 323
Controleer aansluiting invoerlade
controleren, apparaatstatus op Geïntegreerde webserver 264
Copy Settings (Kopieerinstellingen), menu 194
Custom Scan Sizes (Aangepaste scanformaten), menu 162
Custom Type
D
datum en tijd
instelling 130
Datum/tijd instellen, menu 184
De printer instellen op een bedraad netwerk (Macintosh) 51
op een bedraad netwerk (Windows) 51
directorylijst afdrukken 91
display, bedieningspaneel van de printer 16
helderheid aanpassen 62
displayproblemen oplossen display geeft alleen ruitjes weer 292
display is leeg 292
documentatie zoeken 9
documenten, afdrukken vanuit Windows 83
via Macintosh 83
doorsturen, faxen 139
draadloos netwerk
configuratiegegevens 46
Installatie, met Macintosh 49
installeren, met Windows 47
dubbelzijdig 99
E
E-mail Settings (E-mailinstellingen), menu 209
e-mailen
adresboek gebruiken 111
bestandstype wijzigen voor verzending 112
e-mailinstellingen configureren 110
instellen, e-mailfunctie 109
met behulp van
snelkoppelingsnummers 111
met het aanraakscherm 111
snelkoppelingen maken met de Geïntegreerde webserver 110
snelkoppelingen maken met het aanraakscherm 110
toevoegen, berichtregel 112
toevoegen, onderwerpregel 112
e-mailfunctie instellen 10
e-mailinstellingen
configureren 110
e-mailscherm
geavanceerde opties 115
opties 113, 114, 115
annuleren 113
inschakelen 43, 267
melding dat ander papier is vereist 265
melding over lage hoeveelheid supplies 265
melding papier tekort 265
melding papier vast 265
uitschakelen 43, 267
Een kopie vergroten 100
een kopie verkleinen 100
enveloppen
laden 68
tips 84
Ethernet-netwerken
Macintosh 51
Windows 51
Ethernet-poort 42
etiketten, papier
ips 85
exemplaren sorteren 101
F
fabrieksinstellingen, herstellen
bedieningspaneel van de printer, menu's 265
faxen
aanpassen aan zomertijd in- of uitschakelen 130
adresboek gebruiken 133
annuleren, faxtaak 136
doorsturen, faxen 139
een faxverbinding kiezen 118
fax verzenden op een gepland tijdstip 134
faxen lichter of donkerder maken 134
faxinstellingen 117
faxlog bekijken 135
inschakelen 43, 267
instellen, de datum en tijd 130
naam en nummer voor uitgaande faxen instellen 129
resolutie wijzigen 134
snelkoppelingen gebruiken 133
snelkoppelingen maken met de Geïntegreerde webserver 131
snelkoppelingen maken met het aanraakscherm 132
uitschakelen 43, 267
verbeteren, faxkwaliteit 138
verzenden via de computer 131
verzenden via het bedieningspaneel van de printer 130
wachtrij, faxen in 138
Faxgeheugen vol 269
faxkwaliteit verbeteren 138
Faxmodus (Installatie faxserver), menu 207
Faxpartitie werkt niet. Waarschuw
uw systeembeheerder. 269
faxproblemen oplossen blokkeren van ongewenste faxen 135
kan geen faxen verzenden of ontvangen 301
kan wel faxen ontvangen, maar niet verzenden 303
kan wel faxen verzenden, maar niet ontvangen 303
nummerweergave werkt niet 301
ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit 304
faxscherm
geavanceerde opties 137
opties 136, 137
Faxserver 'Volgens indeling' is niet
ingesteld. Waarschuw uw
systeembeheerder. 269
Faxverbinding
aansluiten op een PBX of ISDN 120
Printer aansluiten op een telefoonaansluiting in de muur 119
verbinden met een DSL-lijn 119
faxverbindingen
abonnement op speciale belsignalen 120
antwoordapparaat 121
computermodem 128
regionale adapters 123
telefoon 121
FCC-kennisgevingen 330
Finishing (Afwerking), menu 225
firmwarekaart installeren 28
flashgeheugenkaart
installeren 28
problemen oplossen 305
flashstation 89
Flashstation, menu 218
foto's
wordt gekopieerd 96
fotoconductors
bestellen 248
FTP
adresboek 141
FTP Settings (FTP-instellingen),
menu 214
FTP-kwaliteit verbeteren 144
FTP-scherm
geavanceerde opties 144
opties 142, 143
G
Geheugen vol, kan geen faxen
afdrukken 270
geheugenkaart
installeren 26
problemen oplossen 306
Geïntegreerde webserver 264
beheerdersinstellingen 264
controleren, apparaatstatus 264
instellen, e-
mailwaarschuwingen 265
netwerkinstellingen 264
wordt niet geopend 323
Geïntegreerde webserver,
beheerdershandleiding 264
geluid
verlagen 60
geluidsniveaus 326
gereserveerde afdruktaken 86
afdrukken vanaf de Macintosh-computer 87
afdrukken via Windows 87
glasplaat
reinigen 240
glasplaat (flatbed)
kopiëren via 96
glasvezel
netwerkinstellingen 51
grijprolkussentje
vervangen 255
grijprolmechanisme
vervangen 255
H
Handinvoer vullen met
Handleiding netwerken 264
helderheid aanpassen 62
Help, menu 238
HTML, menu 235
|
indicatielampje knippert 43
problemen oplossen 267
Informatie over
emissie 326, 329, 330, 331
informatie zoeken 9
installatie
draadloos netwerk 47, 49
installeren
opties in stuurprogramma 45
printersoftware 45
instellen
serieel afdrukken 56
instelling
papierformaat 65
papiersoort 65
TCP/IP-adres 168
Universal papierformaat 65
instelling Ecomodus 59
Instellingen SMTP, menu 167
instellingen, milieu 58
Ecomodus 59
helderheid aanpassen 62
Spaarstand 61
Stille modus 60
verlichting
standaarduitvoerlade 62
Interne oplossingspoort, netwerk
Poortinstellingen wijzigen 54
invoerlade koppelen 74, 75
invoerlade ontkoppelen 74, 75
IPv6, menu 170
K
kabels
Ethernet 42
USB 42
Kabels aansluiten 42
karton
tips 85
kennisgevingen 325, 326, 327, 328,
329, 330, 331
kennisgevingen over
telecommunicatie 329
knipperen, indicatielampje 43
knoppen aanraakscherm 19
knoppen beginscherm 17
knoppen, bedieningspaneel van de
printer 16
kopieerkwaliteit
aanpassen 100
verbeteren 108
kopieerscherm
opties 105, 106
koppelen van laden 74
kringlooppapier
gebruiken 58,77
L
Laad
lade voor 2.000 vel
installeren 40
Lade voor 2.000 vel
laden 71
lade voor 550 vel
installeren 40
lade voor 550 vel speciaal
afdrukmateriaal
installeren 40
laden
briefhoofdpapier in lade voor 2000 vel 71
enveloppen 68
koppelen 74
Lade voor 2.000 vel 71
laden 66
ontkoppelen 74
transparanten 68
universeellader 68
laden ontkoppelen 74
lampje
standaarduitvoerlade 62
lampje, indicatie 16
LexLink, menu 172
lijst lettertypevoorbeelden
afdrukken 91
luchtfilter
vervangen 255
M
Macintosh
draadloos netwerk, installatie 49
max. snelheid en max. rendement afdrukken 92
meerdere pagina's op één vel 102
Menu Aangepaste namen 161
Menu afbeelding 236
Menu Draadloos 171
Menu extra 230
Menu Gemengd 181
Menu Logbestand
beveiligingscontrole 184
Menu PictBridge 237
Menu rapporten 163
Menu Standaardbron 152
Menu supplies 151
Menu universele instellingen 162
menu's
Aangepast, menu 161
Aangepaste scanformaten 162
Active NIC (Actieve NIC) 165
AppleTalk 171
Beveiligd afdrukken 182
Configure U-lader 155
Custom Names (Aangepaste namen) 161
Datum/tijd instellen 184
Default Source
(Standaardbron) 152
Draadloos 171
E-mail Settings (E-
mailinstellingen) 209
Fax Mode (Analog Fax Setup)
[Faxmodus (Analoge
faxinstellingen)] 199
Faxmodus (Instellingen
faxserver) 207
Finishing (Afwerking) 225
Flashstation 218
FTP Settings (FTP-
instellingen) 214
Image (Afbeelding) 236
Instellingen 223
Instellingen SMTP, menu 167
IPv6 170
Paper Size/Type (Papierformaat/- soort) 152
Papiergewicht 158
Papierstructuur 156
Parallel
PCL Emul 232
PDF 231
PictBridge 237
PostScript 231
Reports (Rapporten) 163
Schijf wissen 182
Serieel
Standaard USB
Standaard-USB 173
Standaardnetwerk 165
Substitute Size (Ander formaat) 155
Supplies 151
TCP/IP 168
Utilities (Extra) 230
XPS 238
menu's, diagram met 150
N
Naam faxstation is niet ingesteld 269
NetWare, menu 172
Netwerk
Niet-ondersteunde schijf 271
niet-reagerende printer
controleren 267
niet-reagerende scanner
controleren 299
Nummer faxstation is niet
ingesteld 269
0
onderhoudsteller fotoconductor opnieuw instellen 251
onderhoudsteller, opnieuw instellen 251
onderwerp- en berichtinformatie toevoegen aan e-mail 112
opnieuw instellen,
onderhoudsteller 251
opslaan
papier 79
supplies 246
opties faxkaart 23
firmwarekaart 28
firmwarekaarten 23
lade voor 2.000 vel 40
lade voor 550 vel 40
lade voor 550 vel speciaal afdrukmateriaal 40
netwerk 23
poorten 23
vaste schijf van de printer 35
opties, aanraakscherm copy 105, 106
e-mail 113, 114, 115
faxen 136, 137
FTP 142, 143, 144
scannen naar
pagina met menu-instellingen afdrukken 44
pagina met
netwerkinstellingen 44
Paper Loading (Papier plaatsen), menu 160
Paper Texture (Papierstructuur), menu 156
papier
briefhoofdpapier 77
instellen, formaat 65
kenmerken 76
kringlooppapier 58, 77
ongeschikt 77
opslaan 79
selecteren 77
soort instellen 65
Universal formaat, instelling 65
Universal papierformaat 162
voorbedrukte formulieren 77
Papierformaat/-soort, menu 152
papierformaten, ondersteunde 79
ondersteund door de printer 81
papierinvoer, problemen oplossen
bericht blijft staan nadat storing is verholpen 307
papierscheiding
bestellen 248
vervangen 255
papiersoort
aangepast 74
papiersoort, aangepast toewijzen 74
papiersoorten
ondersteund door de printer 81
waar laden 81
papierstoringen
voorkomen 278
papierstoringen verhelpen 200 280
200-201 281
201 282
202 283
203 286
230 286
24x 288
250 290
290-294 240, 291
papierstoringen, verhelpen 200 280
200-201 281
201 282
202 283
203 286
230 286
24x 288
250 290
290-294 240, 291
Parallel
PCL Emul, menu 232
PDF, menu 231
poortinstellingen configureren 54
PostScript, menu 231
printer
configuraties 12
minimale installatieruimte 10
modellen 12
selecteren, een locatie 10
verplaatsen 263
vervoeren 263
printer aansluiten op
abonnement op speciale belsignalen 120
antwoordapparaat 121
computermodem 128
regionale adapters 123
telefoon 121
printer vervoeren 263
printer, eenvoudige problemen
oplossen 267
printerberichten
1565 Emulatiefout, laad emulatieoptie 278
31 Vervang defecte cartridge 271
32 Artikelnummer cartridge wordt niet ondersteund door apparaat 271
34 Short paper (34 Papier te kort) 271
35 Insufficient memory to support Resource Save feature (35 Onvoldoende geheugen voor
ondersteuning van functie voor bronnenopslag) 271
37 Insufficient memory to collate job (37 Onvoldoende geheugen voor sorteren) 272
37 Onvoldoende geheugen, sommige taken in wacht zijn verwijderd 272
38 Memory full (38 Geheugen vol) 272
39 Pagina is te complex. Bepaalde gegevens worden mogelijk niet afgedrukt 272
50 PPDS-lettertypefout 272
51 Beschadigde flash gedetecteerd 272
52 Onvoldoende vrije ruimte in flashgeheugen voor bronnen 273
54 Network
54 Standard network software error (54 Softwarefout in standaardnetwerk) 273
55 Unsupported option in slot (55 Niet-ondersteunde optie in sleuf) 273
56 Parallel port
56 Serial port
56 Standard USB port disabled (56 Standaard USB-poort uitgeschakeld) 274
58 Te veel invoerladen 274
58 Too many flash options installed (58 Te veel flashopties geïnstalleerd) 274
59 Incompatibele lade
61 Verwijder defecte schijf 275
62 Schijf vol 275
63 Unformatted disk (63 Schijf niet geformatteerd) 275
80 Verhittingsstation 275
80 Vervang verhittingsstation 275
82 Vervang toneroverloopbak 261, 275
82 Waste toner box missing (82 Toneroverloopbak ontbreekt) 275
82 Waste toner box nearly full (82 Toneroverloopbak bijna vol) 261
83 overdrachtsmodule bijna versleten 276
83 Overdrachtsmodule ontbreekt 276
83 Vervang de overdrachtsmodule 276
84
84
84 Vervang fotoconductor
840.01 Scanner uitgeschakeld 277
840.02 Scanner Automatisch uitgeschakeld 277
88
88
88 Vervang cartridge
900–999 Service
Change
Controleer aansluiting invoerlade
Faxgeheugen vol 269
Faxpartitie werkt niet. Waarschuw uw systeembeheerder. 269
Faxserver 'Volgens indeling' is niet ingesteld. Waarschuw uw systeembeheerder. 269
Geheugen vol, kan geen faxen afdrukken 270
Handinvoer vullen met
Naam faxstation is niet ingesteld 269
Niet-ondersteunde schijf 271
Nummer faxstation is niet ingesteld 269
Restore Held Jobs? (Wachttaken herstellen?) 270
Scandocument te lang 270
Schijf corrupt 268
SMTP-server is niet ingesteld.
Waarschuw uw systeembeheerder. 271
Verwijder papier uit standaarduitvoerlade 270
Vul
printeropties, problemen oplossen flashgeheugenkaart 305
geheugenkaart 306
optie functioneert niet 304
USB-/parallelle interfacekaart 306
vaste schijf met adapter 305
printersoftware installeren opties toevoegen 45
printkoplenzen
reinigen 244
problemen met de afdrukkwaliteit oplossen
afdruk is te donker 314
afdruk is te licht 314
afdrukkwaliteit, testpagina's 308
foutieve kleurenregistratie 309
grijze achtergrond 311
herhaalde storingen 315
horizontale strepen 317
lage kwaliteit transparantafdruk 319
lege pagina's 308
licht gekleurde streep, witte streep of streep met de verkeerde kleur 312
lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond 318
onregelmatigheden in afdruk 313
onvolledige afbeeldingen 310
schaduwbeelden 311
scheve afdruk 316
smalle horizontale strepen 311
tekens hebben gekartelde randen 309
toner slijt af 318
tonervlekjes 319
verschillen in afdrukdichtheid 320
verticale strepen 317
volledig gekleurde pagina's 316
problemen oplossen
algemene printerproblemen oplossen 267
contact opnemen met Klantenservice 323
indicatielampje knippert 267
niet-reagerende printer controleren 267
niet-reagerende scanner controleren 299
veelgestelde vragen over afdrukken in kleur 320
problemen oplossen afdrukken
afdrukken taak duurt langer dan verwacht 294
er komen onverwachte pagina- einden voor 296
fout bij lezen USB-station 293
gekruld papier 313
grote afdruktaken worden niet gesorteerd 296
laden koppelen lukt niet 295
meertalige PDF's worden niet afgedrukt 292
onjuiste marges 312
papier loopt regelmatig vast 307
taak wordt afgedrukt op verkeerd papier 295
taak wordt afgedrukt vanuit verkeerde lade 295
taken in wacht worden niet afgedrukt 294
taken worden niet afgedrukt 293
vastgelopen pagina wordt niet opnieuw afgedrukt 307
verkeerde tekens worden afgedrukt 295
problemen oplossen kopieren
documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gekopieerd 298
kopieerfunctie reageert niet 296
scannereenheid sluit niet 297
slechte kopieerkwaliteit 297
slechte kwaliteit van gescande afbeeldingen 299
problemen oplossen scannen
documenten of foto's worden gedeeltelijk gescand 300
kan niet vanaf een computer scannen 300
scannen duurt te lang of de computer loopt vast tijdens scannen 299
scannereenheid sluit niet 297
problemen oplossen, afdrukken
afdrukken taak duurt langer dan verwacht 294
er komen onverwachte pagina- einden voor 296
fout bij lezen USB-station 293
gekruld papier 313
grote afdruktaken worden niet gesorteerd 296
laden koppelen lukt niet 295
meertalige PDF's worden niet afgedrukt 292
onjuiste marges 312
papier loopt regelmatig vast 307
taak wordt afgedrukt op verkeerd papier 295
taak wordt afgedrukt vanuit verkeerde lade 295
taken in wacht worden niet afgedrukt 294
taken worden niet afgedrukt 293
vastgelopen pagina wordt niet opnieuw afgedrukt 307
verkeerde tekens worden afgedrukt 295
problemen oplossen, afdrukkwaliteit
afdruk is te donker 314
afdruk is te licht 314
afdrukkwaliteit, testpagina's 308
foutieve kleurenregistratie 309
grijze achtergrond 311
herhaalde storingen 315
horizontale strepen 317
lage kwaliteit transparantafdruk 319
lege pagina's 308
licht gekleurde streep, witte streep of streep met de verkeerde kleur 312
lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond 318
onregelmatigheden in afdruk 313
onvolledige afbeeldingen 310
schaduwbeelden 311
scheve afdruk 316
smalle horizontale strepen 311
tekens hebben gekartelde randen 309
toner slijt af 318
tonervlekjes 319
verschillen in afdrukdichtheid 320
verticale strepen 317
volledig gekleurde pagina's 316
problemen oplossen, display display geeft alleen ruitjes weer 292
display is leeg 292
problemen oplossen, faxen
blokkeren van ongewenste faxen 135
kan geen faxen verzenden of ontvangen 301
kan wel faxen ontvangen, maar niet verzenden 303
kan wel faxen verzenden, maar niet ontvangen 303
nummerweergave werkt niet 301
ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit 304
problemen oplossen, kopiëren
documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gekopieerd 298
kopieerfunctie reageert niet 296
scannereenheid sluit niet 297
slechte kopieerkwaliteit 297
slechte kwaliteit van gescande afbeeldingen 299
problemen oplossen, papierinvoer bericht blijft staan nadat storing is verholpen 307
problemen oplossen, printeropties flashgeheugenkaart 305
geheugenkaart 306
optie functioneert niet 304
USB-/parallelle interfacekaart 306
vaste schijf met adapter 305
problemen oplossen, scannen
documenten of foto's worden gedeeltelijk gescand 300
kan niet vanaf een computer scannen 300
scannen duurt te lang of de computer loopt vast tijdens scannen 299
scannereenheid sluit niet 297
Q
Quality (Kwaliteit), menu 227
R
rapporten
bekijken 265
recycling
Lexmark producten 63
Lexmark
verpakkingsmateriaal 64
tonercartridges 64
WEEE-verklaring 326
reinigen
ADI-onderdelen 240
Automatische documentinvoer (ADI) 14
buitenkant van de printer 239
functies 13
glasplaat 240, 14
printkoplenzen 244
registratie 245
resolutie, fax
wijzigen 134
Restore Held Jobs? (Wachttaken
herstellen?) 270
S
Scandocument te lang 270
scankwaliteit verbeteren 148
scannen naar een computer 145
scankwaliteit verbeteren 148
scannen naar een flashstation 146
scannen naar een FTP-adres
adresboek gebruiken 141
met behulp van
snelkoppelingsnummers 141
snelkoppelingen maken met de computer 141
snelkoppelingen maken met het aanraakscherm 142
verbeteren, FTP-kwaliteit 144
via het toetsenblok 140
Schijf corrupt 268
Schijf wissen, menu 182
Serieel
serieel afdrukken instellen 56
seriële poort 56
Settings (Instellingen), menu 223
SMTP-server is niet ingesteld.
Waarschuw uw
systeembeheerder. 271
snelkoppelingen maken e-mail 110
faxbestemming 131, 132
FTP-bestemming 141, 142
Spaarstand
aanpassen 61
Standaard-USB
Standaardnetwerk, menu 165
standaarduitvoerlade lampje 62
Standard USB (Standaard-USB),
menu 173
status van supplies
controleren 247
Stille modus 60
problemen met de afdrukkwaliteit oplossen 311
storingen
voorkomen 278
storingsberichten
instructies voor verhelpen, vinden 279
Substitute Size (Ander formaat),
menu 155
supplies
kringlooppapier gebruiken 58
opslaan 246
status van 247
zuinig omgaan met 58
supplies bestellen
ADI-grijprolkussentje 248
ADI, grijpmechanisme 248
fotoconductors 248
papierscheiding 248
tonercartridges 247
toneroverloopbak 248
verhittingsstation of overdrachtsmodule 248
systeemkaart
toegang 24
systeemkaartklep
terugplaatsen 39
T
taakonderbreking 103
taken in wacht 86
afdrukken vanaf de Macintosh-computer 87
afdrukken via Windows 87
TCP/IP, menu 168
testpagina's voor afdrukkwaliteit afdrukken 91
tips
briefhoofdpapier 83
enveloppen 84
etiketten, papier 85
karton 85
transparanten 84
tonercartridges
bestellen 247
recycling 64
vervangen 252
toneroverloopbak
bestellen 248
vervangen 261
transparanten
afdrukken 84
laden 68
maken 96
tips voor het gebruik van 84
U
Universal papierformaat 162 instelling 65
universeellader
laden 68
USB-poort 42
V
vaste schijf met adapter
problemen oplossen 305
vaste schijf van de printer installeren 35
veelgestelde vragen over afdrukken
in kleur 320
veiligheidsvoorschriften 7,8
vergrendeling 15
vergrendeling, beveiliging 15
verhittingsstation of
overdrachtsmodule
bestellen 248
verplaatsen, printer 263
Verwijder papier uit
standaarduitvoerlade 270
W
wachtrij, faxen in 138
Website
zoeken 9
Windows
draadloos netwerk, installatie 47
wordt gekopieerd
aangepaste taak (taak
samenstellen): 102
ADI gebruiken 95
datum- en tijdstempel
toevoegen 103
document dat verschillende
papierformaten bevat 98
een kopieertaak
annuleren 104, 105
exemplaren sorteren 101
foto's 96
kopieerkwaliteit verbeteren 108
kwaliteit aanpassen 100
meerdere pagina's op één
vel 102
op beide zijden van het papier
(duplex) 99
op briefhoofdpapier 97
overlaybericht toevoegen 104
scheidingsvellen invoegen tussen
exemplaren 101
selecteren, lade 98
snel kopiiëren 95
transparanten maken 96
van het ene formaat naar het
andere 97
vergroten 100
verlagen 100
via de glasplaat (flatbed) 96
X
XPS, menu 238
Z
zoeken
informatie 9
publicaties 9
Website 9
zuinig omgaan met supplies 58
zwart-wit
afdrukken 92




































