LEXMARK

X652 - Printer LEXMARK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis X652 LEXMARK in PDF-formaat.

📄 335 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice LEXMARK X652 - page 13
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type de product Multifunctionele laserprinter
Merk Lexmark
Model X652
Afmetingen (B x D x H) Ongeveer 500 x 420 x 450 mm
Gewicht Ongeveer 20 kg
Stroomverbruik (actief) Ongeveer 600 W
Stroomverbruik (slaapstand) Ongeveer 15 W
Functies Afdrukken, kopiëren, scannen, faxen
Afdruksnelheid (zwart-wit) Tot 30 pagina's per minuut
Maximale papiercapaciteit 250 vel standaardlade + 100 vel multifunctionele lade
Papierformaten A4, A5, Legal, Letter, Enveloppen
Connectiviteit USB 2.0, Ethernet (RJ-45)
Scannen naar E-mail, USB, netwerkmap
Reiniging Reinig de scanner en papierrollen met een zachte, droge doek
Veiligheid Uitschakelen voor onderhoud; houd uit de buurt van water
Reserveonderdelen Tonercartridges, drum, papierlade
Reparatie Neem contact op met een geautoriseerd servicecentrum

Veelgestelde vragen - X652 LEXMARK

Hoe installeer ik de printerstuurprogramma's voor de Lexmark X652?
Download de meest recente stuurprogramma's van de Lexmark Support-website en voer het installatieprogramma uit. Sluit de printer aan via USB of Ethernet wanneer daarom wordt gevraagd.
Wat moet ik doen als de printer aangeeft 'toner bijna leeg'?
Vervang de tonercartridge door een originele Lexmark-cartridge. Volg de instructies in de handleiding voor het verwijderen van de oude cartridge en het plaatsen van de nieuwe.
Hoe kan ik papierstoringen verhelpen?
Open de voorklep en verwijder voorzichtig het vastgelopen papier. Trek het papier in de richting van de papierbaan om scheuren te voorkomen. Sluit de klep en druk op 'Doorgaan'.
Hoe scan ik een document naar mijn computer?
Plaats het document op de glasplaat of in de documentinvoer. Druk op 'Scannen' op het bedieningspaneel, kies de bestemming (bijv. 'Scannen naar pc') en bevestig.
Waarom worden afdrukken vlekkerig of streperig?
Dit kan worden veroorzaakt door een bijna lege toner of een vuile drum. Probeer eerst een reinigingspagina af te drukken via het menu 'Onderhoud'.
Kan ik de printer draadloos gebruiken?
De Lexmark X652 heeft geen ingebouwde WiFi. U kunt hem via Ethernet aansluiten op een router of een USB-adapter gebruiken voor draadloze verbinding.
Hoe voer ik een fabrieksreset uit?
Druk op het bedieningspaneel op 'Menu', navigeer naar 'Algemeen' > 'Fabrieksinstellingen herstellen' en bevestig. De printer wordt teruggezet naar de standaardinstellingen.
Wat is het maximale papiergewicht dat ik kan gebruiken?
De standaardlade accepteert papier van 60 tot 100 g/m². De multifunctionele lade kan zwaarder papier tot 200 g/m² verwerken.
Hoe vervang ik de beeldtrommel?
Schakel de printer uit. Open de voorklep en verwijder de tonercartridge. Verwijder vervolgens de oude drum en plaats de nieuwe. Zet de cartridge terug en sluit de klep.
Het display toont een foutmelding 'Service Fout'. Wat nu?
Noteer de foutcode (bijv. 900.03) en schakel de printer 30 seconden uit en weer in. Als de fout blijft verschijnen, neem dan contact op met de Lexmark-klantenservice.

Gebruikersvragen over X652 LEXMARK

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding X652 - LEXMARK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. X652 van het merk LEXMARK.

GEBRUIKSAANWIJZING X652 LEXMARK

Gebruikershandleiding

Juli 2008 www.lexmark.com

Lexmark en Lexmark met het diamantlogo zijn gedeponeerde handelsmerken van Lexmark International, Inc. in de Verenigde Staten en/of andere landen. Andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve houders.

Alle rechten voorbehouden.

Veiligheidsinformatie....13

Algemene informatie....15

Informatie zoeken over de printer....15

Printerconfiguraties....16

Een locatie voor de printer selecteren....17

Basisfuncties van de scanner....17

Informatie over de ADF en de glasplaat....18

Informatie over het bedieningspaneel van de printer....19

Informatie over het beginscherm....20

Knoppen op het aanraakscherm gebruiken....22

Extra installatieopties voor de printer....26

Interne opties installeren....26

Beschikbare interne opties....26

Klep van systeemkaart openen voor installatie van interne opties 27

Geheugenkaart installeren....29

Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren 31

Een Internal Solutions Port installeren....33

Vaste schijf van printer installeren 39

Faxkaart installeren....43

Kabels aansluiten....46

Printerconfiguratie controleren....46

Pagina met menu-instellingen afdrukken 47

Een netwerkconfiguratiepagina afdrukken 47

De printersoftware instellen....48

Printersoftware installeren....48

Beschikbare opties in het printerstuurprogramma bijwerken....48

Draadloos afdrukken instellen....49

Benodigde gegevens voor het instellen van een printer op een draadloos netwerk 49

Printer installeren op een draadloos netwerk (Windows) 50

Printer installeren op een draadloos netwerk (Macintosh) 52

De printer in een bedraad netwerk installeren....55

Poortinstellingen wijzigen na het installeren van een nieuwe netwerk-ISP....58

Serieel afdrukken instellen....60

De printer configureren voor faxen....62

Een faxverbinding kiezen 62

Een RJ11-adapter gebruiken 63

De printer rechtstreeks op een telefoonwandcontactdoos aansluiten (Duitsland)....66

Aansluiten op een telefoon....68

Aansluiten op een antwoordapparaat....69

Aansluiten op een computer met een modem 70

De naam en het nummer voor uitgaande faxen instellen....72

De datum en tijd instellen 72

Zomertijd inschakelen 72

Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen....73

Papiersoort en papierformaat instellen....73

Instellingen voor universeel papier configureren....73

Standaardladen of optionele laden voor 250 of 550 vel vullen....74

Lade voor 2000 vel vullen....77

De universeellader vullen....81

De enveloppenlader vullen....83

Laden koppelen en ontkoppelen....85

Laden koppelen....85

Laden ontkoppelen....85

Een aangepaste papiersoortnaam toewijzen....86

Naam voor Aangepast wijzigen 86

Richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal......88

Richtlijnen voor papier....88

Papierkenmerken....88

Ongeschikt papier 89

Papier kiezen 89

Voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier kiezen....90

Kringlooppapier en ander kantoorpapier gebruiken 90

Papier bewaren....91

Ondersteunde papierformaten, -soorten en -gewichten....91

Papierformaten die door de printer worden ondersteund 91

Door de printer ondersteunde papiersoorten en -gewichten....93

Door de finisher ondersteunde papiersoorten en -gewichten....94

Kopiëren....96

Kopieën maken....96

Snel kopieren....96

Kopiëren via de ADF 96

Kopiëren via de glasplaat....97

Foto's kopieren....97

Kopiëren op speciaal afdrukmateriaal....97

Transparanten maken....97

Kopiëren op briefhoofdpapier....98

Kopieerinstellingen aanpassen....98

Van het ene formaat naar het andere kopieren 98

Kopieën maken op papier uit een bepaalde lade....99

Een document kopieren dat verschillende papierformaten bevat 99

Kopiëren op beide zijden van het papier (duplex/dubbelzijdig)....100

Kopieën verkleinen of vergroten 100

De kopieerkwaliteit aanpassen....101

Exemplaren sorteren 101

Scheidingsvellen invoegen tussen exemplaren....102

Meerdere pagina's op één vel kopieren....102

Een aangepaste taak maken (taak samenstellen)....103

Taakonderbreking....104

Informatie op kopieën afdrukken....104

De datum en tijd boven aan elke pagina afdrukken....104

Een overlay-bericht op elke pagina afdrukken....104

Een kopieertaak annuleren....105

Een kopieertaak annuleren terwijl het document zich in de ADI bevindt....105

Een kopieertaak annuleren terwijl pagina's via de glasplaat worden gekopieerd....105

Een kopieertaak annuleren terwijl de pagina's worden afgedrukt 105

Informatie over de kopieerschermen en -opties ....105

Kopiëren van 105

Kopiëren naar....106

Schaal....106

Intensiteit....106

Inhoud....106

Zijden (Duplex)....107

Sorteren....107

Opties....107

De kopieerkwaliteit verbeteren....108

E-mailen....110

Voorbereiden op het per e-mail verzenden....110

De e-mailfunctie instellen....110

De e-mailinstellingen configureren 111

Een e-mailsnelkoppeling maken....111

Een e-mailsnelkoppeling maken met de Embedded Web Server 111

Een e-mailsnelkoppeling maken met het aanraakscherm 111

Een document per e-mail verzenden....112

E-mail verzenden met het aanraakscherm....112

Een e-mail verzenden door een snelkoppelingsnummer te gebruiken....112

Een e-mail verzenden via het adresboek....112

E-mailinstellingen aanpassen....113

Een onderwerp en berichtinformatie aan de e-mail toevoegen....113

Het bestandstype wijzigen voor verzending....113

Een e-mail annuleren....114

Informatie over e-mailopties....114

Origineel....114

Zijden (Duplex) 114

Afdrukstand 115

Inbinden....115

E-mailonderwerp 115

Bestandsnaam voor e-mail....115

E-mailbericht 115

Resolutie....115

Verzenden als....115

Inhoud....115

Geavanceerde opties....116

Faxen....117

Een fax verzenden....117

Een fax verzenden via het bedieningspaneel van de printer 117

Een fax verzenden via de computer 118

Snelkoppelingen maken....118

Een snelkoppeling voor een faxbestemming maken met de Embedded Web Server 118

Een snelkoppeling voor een faxbestemming maken met het aanraakscherm 119

Snelkoppelingen en het adresboek gebruiken....119

Faxsnelkoppelingen gebruiken....119

Het adresboek gebruiken 120

Faxinstellingen aanpassen....120

De faxresolutie wijzigen....120

Een fax lichter of donkerder maken....121

Een fax verzenden op een gepland tijdstip....121

Een faxlog bekijken....121

Ongewenste faxen blokkeren 122

Een uitgaande fax annuleren....122

Een fax annuleren terwijl de originele documenten nog worden gescand....122

Een fax annuleren nadat de originelen naar het geheugen zijn gescand....122

Informatie over faxopties....123

Origineel....123

Inhoud....123

Zijden (Duplex) 123

Resolutie....123

Intensiteit....123

Geavanceerde opties....124

Faxkwaliteit verbeteren....124

Faxen in een wachtrij zetten en doorsturen....125

Faxen in wachtrij....125

Een fax doorsturen....125

Scannen naar een FTP-adres....127

Scannen naar een FTP-adres....127

Scannen naar een FTP-adres via het toetsenblok....127

Scannen naar een FTP-adres met behulp van een snelkoppelingsnummer....128

Naar een FTP-adres scannen met behulp van het adresboek....128

Snelkoppelingen maken....128

Een FTP-snelkoppeling maken met de Embedded Web Server....128

Een FTP-snelkoppeling maken met het aanraakscherm....129

Informatie over FTP-opties....129

Origineel....129

Zijden (Duplex) 129

Afdrukstand 129

Inbinden....129

Resolution (Resolutie) 130

Verzenden als....130

Inhoud....130

Geavanceerde opties....130

FTP-kwaliteit verbeteren....131

Scannen naar een computer of een flashstation....132

Naar een computer scannen....132

Scannen naar een flashstation....133

Informatie over opties van het scanprofiel....133

Snel instellen 133

Bestandsindeling 134

Compressie 134

Standaardinhoud....134

Kleur....134

Origineel....134

Orientation (Afdrukstand) 134

Zijden (Duplex)....135

Intensiteit....135

Resolution (Resolutie) 135

Geavanceerde beeldverwerking....135

Scankwaliteit verbeteren....135

Afdrukken....137

Een document afdrukken....137

Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal....137

Tips voor het gebruik van briefhoofdpapier....137

Tips voor het afdrukken op transparanten....138

Tips voor het afdrukken op enveloppen....138

Tips voor het afdrukken op etiketten....139

Tips voor het afdrukken op karton....140

Afdrukken van vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij....140

Afdruktaken in de wachtstand zetten....140

Vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij afdrukken via Windows....141

Vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij afdrukken vanaf een Macintosh-computer ....142

Afdrukken vanaf een flashstation....143

Pagina's met informatie afdrukken....144

Een directorylijst afdrukken....144

Testpagina's voor de afdrukkwaliteit afdrukken....144

Een afdruktaak annuleren....145

Afdruktaak annuleren via het bedieningspaneel van de printer ....145

Een afdruktaak annuleren vanaf de computer 145

Storingen verhelpen....147

Papierstoringen voorkomen....147

Informatie over storingsnummers en -locaties....148

Papierstoring 200 en 201....148

202 Papier vast....150

230-239: papierstoringen....151

240-249: papierstoringen....152

250 Papier vast....153

260 papier vast....154

270-279: papierstoringen....154

280–282: papierstoringen....154

283 Nietjes vast....155

290–294: papierstoringen....157

Menu Papierformaat/-soort 160

Configuratie U-lader, menu 164

Envelopbescherming 164

Substitute Size (Ander formaat), menu 164

Menu Papierstructuur 165

Papiergewicht, menu 166

Menu Papier plaatsen 168

Menu Aangepast....170

Menu Aangepaste namen 170

Menu Aangepaste scanformaten....171

Menu Aangepaste ladenamen....171

Universal-instelling, menu....171

Actieve ntw.interf.kaart, menu 175

Menu's Standaardnetwerk of Netwerk ....175

Menu SMTP-instellingen....178

Menu Beheerrapporten 179

Menu Vertrouwelijke taken afdrukken 193

Menu Schijf wissen....194

Menu Logbestand beveiligingscontrole....196

Menu Datum/tijd instellen 196

Menu Instellingen....197

Menu Algemene instellingen....197

Menu Kopieerinstellingen 206

Fax Settings (Faxinstellingen), menu....212

E-mail Settings menu 223

FTP-instellingen, menu....228

Flash Drive Menu (Menu Flashstation)....231

Afdrukinstellingen....237

Menu Help....251

Printerberichten....252

Lijst met statusberichten en foutmeldingen....252

De printer onderhouden....271

De buitenkant van de printer reinigen....271

De glasplaat reinigen....272

Scannerregistratie aanpassen....273

De status van supplies op het bedieningspaneel van de printer controleren 275

De status van supplies controleren vanaf een netwerkcomputer....275

Supplies bestellen....276

Inktcartridges bestellen....276

Een onderhoudskit bestellen 277

Verhittingsstation bestellen....278

Een onderhoudskit voor de automatische documentinvoer bestellen....278

Overdrachtrol bestellen 278

Laadrollen bestellen 279

Grijprollen bestellen 279

Vervangende onderdelen voor de ADF bestellen 279

Nietcassettes bestellen....279

Het recyclen van Lexmark-producten....279

De printer verplaatsen....280

Voordat u de printer verplaatst 280

De printer verplaatsen naar een andere locatie 280

De printer op een nieuwe locatie installeren....280

De printer vervoeren 281

Beheerdersondersteuning....282

Geavanceerde netwerkinformatie en beheerdersinformatie weergeven....282

De Embedded Web Server gebruiken....282

Apparaatstatus controleren....282

E-mailmeldingen instellen....283

Rapporten bekijken....283

Helderheid van het display aanpassen....283

Spaarstand aanpassen....284

Fabrieksinstellingen herstellen....285

Problemen oplossen....286

Eenvoudige printerproblemen oplossen....286

Display op het bedieningspaneel van de printer is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven....286

Problemen met afdrukken oplossen....286

Meertalige PDF's worden niet afgedrukt 286

Er wordt een foutbericht over het lezen van het USB-station weergegeven....286

Taken worden niet afgedrukt....287

Vertrouwelijke en andere taken in de wachtrij worden niet afgedrukt....288

Het duurt heel lang voordat de taak is afgedrukt....288

Taak wordt afgedrukt vanuit de verkeerde lade of op het verkeerde papier....289

Er worden verkeerde tekens afgedrukt....289

Laden koppelen lukt niet....289

Grote afdruktaken worden niet gesorteerd....289

Er komen onverwachte pagina-einden voor 290

Problemen met kopieren oplossen....290

De kopieerfunctie reageert niet 290

De klep van de scannereenheid kan niet worden gesloten....291

Slechte kwaliteit van kopieën 291

Documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gekopieerd ....292

Problemen met de scanner oplossen....293

Een niet-reagerende scanner controleren....293

Scannen duurt te lang of de computer loopt vast tijdens scannen....293

Slechte kwaliteit van gescande afbeeldingen....293

Documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gescand....294

Kan niet vanaf een computer scannen 294

Problemen met faxen oplossen....295

Nummerweergave werkt niet 295

Kan geen faxen verzenden of ontvangen....295

Kan wel faxen verzenden, maar niet ontvangen....297

Kan wel faxen ontvangen, maar niet verzenden....297

Ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit....298

Problemen met opties oplossen....298

Optie functioneert niet goed of helemaal niet meer nadat deze is geïnstalleerd....298

Papierladen....299

2000 vel, lade voor 299

Enveloppenlader....300

Uitvoeropties....300

Flashgeheugenkaart....300

Vaste schijf met adapter....300

Problemen met de papierinvoer oplossen....301

Papier loopt regelmatig vast 301

Bericht Paper jam (Papier vast) blijft staan nadat storing is verholpen 302

Nadat de papierstoring is verholpen, wordt de vastgelopen pagina niet opnieuw afgedrukt....302

Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen....302

Problemen met afdrukkwaliteit opsporen 302

Blanco pagina's....303

Tekens hebben gekartelde of ongelijkmatige randen....303

Onvolledige afbeeldingen....304

Zwevende afbeeldingen....304

Grijze achtergrond 305

Onjuiste marges....305

Gekruld papier 306

Onregelmatigheden in de afdruk....306

Herhaalde storingen....307

Scheve afdruk....307

Effen zwarte of witte strepen 308

Afdruk is te licht....308

Afdruk is te donker 309

Volledig gekleurde pagina's 310

Verticale strepen 311

Op de pagina verschijnen lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond....311

De toner laat los ....312

Tonervlekjes....312

De afdrukkwaliteit van transparanten is slecht 313

Embedded Web Server wordt niet geopend....313

Controleer de netwerkverbindingen....313

Controleer de netwerkinstellingen ....313

Contact opnemen met klantenondersteuning....313

Kennisgevingen....314

Informatie over deze uitgave....314

Kennisgevingen van Industry Canada....316

Energieverbruik....320

Index....327

Veiligheidsinformatie

Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact dat zich dicht in de buurt van het product bevindt en dat gemakkelijk bereikbaar is.

Plaats dit product niet in de buurt van water of in vochtige omgevingen.

LET OP—KANS OP LETSEL: Dit product maakt gebruik van een laser. het toepassen van bedieningswijzen, aanpassingsmethoden of procedures anders dan in deze publicatie worden beschreven, kan blootstelling aan gevaarlijke straling tot gevolg hebben.

Dit product maakt gebruik van een afdrukproces waarbij het afdrukmateriaal wordt verhit. Door de hitte kan het afdrukmateriaal bepaalde stoffen afgeven. Bestudeer het gedeelte in de bedieningsinstructies waarin de richtlijnen voor het selecteren van afdrukmaterialen worden besproken om schadelijke emissies te voorkomen.

Ga voorzichtig te werk bij het vervangen van lithiumbatterijen.

LET OP—KANS OP LETSEL: Wanneer de lithiumbatterij niet juist wordt vervangen, bestaat er explosiegevaar. Vervang de batterij alleen door hetzelfde of een vergelijkbaar type lithiumbatterij. Probeer nooit lithiumbatterijen op te laden, open te maken of te verbranden. Houd u bij het inleveren van gebruikte batterijen aan de voorschriften van de fabrikant en aan de lokale voorschriften.
LET OP—HEET OPPERVLAK: Het binnenste van de printer is mogelijk erg warm. Om letstel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.
LET OP—KANS OP LETSEL: de printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getrainde personeelsleden worden verplaatst.
LET OP—KANS OP LETSEL: neem de volgende richtlijnen door voor u de printer verplaatst om te voorkomen dat u zich bezeert of dat de printer beschadigd raakt:

  • Schakel de printer uit met de aan-uitschakelaar, en haal de stekker uit het stopcontact.
  • Maak alle snoeren en kabels los van de printer voordat u de printer verplaatst.
  • Til de printer van de optionele lade en zet de printer opzij, in plaats van de printer en lade tegelijk te verplaatsen.

Opmerking: Gebruik de handgrepen aan de zijkanten om de printer van de optionele lade te tillen.

Gebruik alleen het netsnoer dat bij dit product is geleverd of een door de fabrikant goedgekeurd vervangend onderdeel.

Gebruik alleen het telecommunicatiesnoer (RJ-11) dat bij dit product is geleverd of een vervangend snoer met een minimale dikte van 26 AWG (American Wire Gauge) als u dit product aansluit op een openbaar vast telefoonnetwerk.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: controleer of alle aansluitingen (zoals Ethernet- en telefoonaansluitingen) correct op de aangegeven poorten zijn aangesloten.

Dit product is samen met specifieke onderdelen van de fabrikant ontwikkeld, getest en goedgekeurd volgens strikte, wereldwijd geldende veiligheidsnormen. De veiligheidsvoorzieningen van bepaalde onderdelen zijn niet altijd duidelijk zichtbaar. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor het gebruik van andere, vervangende onderdelen.

LEXMARK X652 - Veiligheidsinformatie - 1

LET OP—KANS OP LETSEL: U moet het netsnoer niet draaien, vastbinden, afknellen of zware objecten op het snoer plaatsen. Zorg dat er geen schaafplekken op het netsnoer kunnen ontstaan of dat het snoer onder druk komt te staan. Zorg dat het netsnoer niet bekneld raakt tussen twee objecten, zoals een meubelstuk en een muur. Als u het netsnoer niet op de juiste wijze gebruikt, is er een kans op brand of elektrische schokken. Controleer het netsnoer regelmatig op beschadigingen. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voor u het netsnoer controleert.

Neem contact op met een professionele onderhoudstechnicus voor onderhoud en reparaties die niet in de gebruikersdocumentatie worden beschreven.

LEXMARK X652 - Veiligheidsinformatie - 2

LET OP—KANS OPELEKTRISCHE SCHOK: Om het risico op elektrische schokken te vermijden, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maakt u alle kabels los die op de printer zijn aangesloten voor u de buitenkant van de printer reinigt.

LEXMARK X652 - Veiligheidsinformatie - 3

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer. Tijdens onweer moet u dit product niet installeren en geen elektrische verbindingen aanleggen, bijvoorbeeld voor de faxfunctie, of kabels en snoeren aansluiten, zoals een netsnoer of telefoonlijn.

LEXMARK X652 - Veiligheidsinformatie - 4

LET OP—KAN OMVALLEN: Op de vloer geplaatste installaties vereisen extra onderdelen voor stabiliteit. U moet een printerstandaard of printerstelling gebruiken als u gebruikmaakt van een invoerlade met hoge capaciteit, een duplexeenheid en een invoeroptie of meerdere invoeropties. Ook voor een multifunctionele printer (MFP) waarmee u kunt scannen, kopieren en faxen, hebt u mogelijk extra onderdelen nodig. Zie www.lexmark.com/multifunctionprinters voor meer informatie.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.

Algemene informatie

Informatie zoeken over de printer

Installatie-informatie

Beschrijving Locatie
De Installatie-informatie bevat aanwijzingen voor het instellen van de printer. Volg de aanwijzingen voor lokaal, netwerk of draadloos afhankelijk van wat u wilt.U kunt de Installatie-informatie vinden in de door of op de website van Lexmark op www.lexmark.com.

Help

Beschrijving Locatie
In de Help vindt u aanwijzingen voor het gebruik van de software.Klik in een programma van Lexmark op Help, Tips → Help of Help → Help-onderwerpen.

Klantenondersteuning

BeschrijvingLocatie (Noord-Amerika)Locatie (rest van de wereld)
Telefonische ondersteuningOns nummerVS: 1-800-332-4120Maandag-vrijdag (8:00 AM-11:00 PM ET)Zaterdag (twaalf uur 'smiddags-6:00 PM ET)Bel in de Verenigde Staten of Canada (1-800-539-6275).Maandag-vrijdag (8:00 AM-11:00 PM ET)Zaterdag (twaalf uur 'smiddags-6:00 PM ET)Mexico: 001-888-377-0063Maandag-vrijdag (8:00 AM-8:00 PM ET)Opmerking: Telefoonnummers en tijden voor de ondersteuning kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.Raadpleeg de gedrukte garantiever-klaring die bij de printer is geleverd voor de meest recente telefoonnummers.Telefoonnummers en ondersteu-ningsuren verschillen per land en regio.Bezoek onze website opwww.lexmark.com.Selecteer een land of regio en selecteer een koppeleing voor klantenondersteuning.Opmerking: Raadpleeg de gedrukte garantieverklaring die bij de printer is geleverd voor meer informatie over contact opnemen met Lexmark.
Ondersteuning via e-mailBezoek onze website op:www.lexmark.comvoor informatie over ondersteuning per e-mail.1 Klik op SUPPORT.2 Klik op Technical Support.3 Selecteer uw printertype.4 Selecteer het printermodel.5 Klik in het gedeelte Support Tools op e-Mail Support.6 Vul het formulier in en klik op Submit Request.Ondersteuning per e-mail verschilt per land of regio en is in sommige gevallen wellicht niet beschikbaar.Bezoek onze website opwww.lexmark.com.Selecteer een land of regio en selecteer een koppeleing voor klantenondersteuning.Opmerking: Raadpleeg de gedrukte garantieverklaring die bij de printer is geleverd voor meer informatie over contact opnemen met Lexmark.

Printerconfigurations

Opmerking: De configuratie van de printer kan verschillen afhankelijk van het model printer.

Basismodellen
LEXMARK X652 - Printerconfigurations - 1

1Automatische documentinvoer (ADF)
2Bedieningspaneel van de printer
3Standaarduitvoerlade
4Universeellader
5Lade voor 550 vel (lade 1)
6Lade voor 550 vel (lade 2)
7Optionele uitvoerlade

Een locatie voor de printer selecteren

Zorg ervoor dat er voldoende ruimte is om de laden, kleppen en deuren te openen wanneer u een locatie voor de printer kiest. Als u van plan bent opties te installeren, dient u hier ook voldoende ruimte voor vrij te houden. Het volgende is belangrijk:

- Zorg ervoor dat de luchtcirculatie in de ruimte voldoet aan de meest recente aanpassingen aan de ASHRAE 62-standaard.

- Plaats de printer op een vlakke, stevige en stabiele ondergrond.

•Houd de printer:

- uit de buurt van de directe luchtstroom van airconditioners, warmtebronnen of ventilators;

- uit de buurt van direct zonlicht, extreme vochtigheidswaarden of temperatuurschommelingen;

—schoon, droog en stofvrij.

- Zorg dat er tenminste de onderstaande hoeveelheid ruimte beschikbaar is rondom de printer voor een goede ventilatie:

5 4 3 2 1 2 3 4 5

1Rechterkant20 cm (8 inch)
2Linkerkant 31cm (12 inch)
3Voorzijde 51cm (20 inch)
4Achter 20 cm(8 inch)
5Bovenzijde 31cm (12 inch)

Basisfuncties van de scanner

De scanner is speciaal bedoeld voor grote werkgroepen en biedt mogelijkheden voor kopieren, faxen en scannen naar netwerk. Met de MFP kunt u:

- Snel kopieën maken en specifieke kopieertaken uitvoeren door de instellingen op het bedieningspaneel van de printer aan te passen.

- Een fax verzenden via het bedieningspaneel van de printer.

- Een fax naar meerdere faxbestemmingen tegelijkertijd verzenden.

  • Documenten scannen en deze naar een computer, een e-mailadres, een flashstation of een FTP-bestemming verzenden.
  • documenten scannen en deze naar een andere printer verzenden (PDF's gaan via een FTP-server).

Informatie over de ADF en de glasplaat

Automatische documentinvoer (ADF) Glasplaat

LEXMARK X652 - Automatische documentinvoer (ADF) Glasplaat - 1

Gebruik de ADF (automatische documentinvoer) voor documenten met meerdere pagina's.

LEXMARK X652 - Automatische documentinvoer (ADF) Glasplaat - 2

Gebruik de glasplaat voor één pagina, kleine voorwerpen (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften of lichte formulieren zonder carbon).

U kunt de ADF of de glasplaat gebruiken om documenten te scannen.

De ADI gebruiken

Met de automatische documentinvoer (ADF) kunt u meerdere pagina's scannen, inclusief dubbelzijdig afgedrukte pagina's. De ADF gebruiken:

  • Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de ADF.
  • Plaats maximaal 75 vellen normaal papier in de invoerlade van de ADF.
  • Scan formaten van 76,2 x 139,4 mm tot 215,9 x 355,6 mm.
  • Scan documenten met verschillende paginagroottes (Letter en Legal).
  • Scan afdrukmateriaal met een gewicht van 52 tot 120120 g/m ^2 .
  • Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

De glasplaat gebruiken

De glasplaat kan worden gebruikt voor het scannen en kopieren van losse pagina's of pagina's uit een boek. Ga als volgt te werk bij gebruik van de glasplaat:

  • Plaats het document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
  • Scan of kopieer documenten met een formaat van maximaal 215,9 x 355,6 mm.

•Kopieer boeken met een dikte van maximaal 25,3 mm.

Informatie over het bedieningspaneel van de printer

LEXMARK X652 - Informatie over het bedieningspaneel van de printer - 1

Onderdeel Beschrijving
1Display Scan-, kopieer-, fax- en afdrukopties en de status- en foutberichten bekijken.
2ToetsenblokLEXMARK X652 - Informatie over het bedieningspaneel van de printer - 2Hiermee voert u getallen of symbolen in op de display.
3KiespauzeIIDruk op "om een pauze in te lassen van twee tot drie seconden bij het kiezen van een faxnummer. In het veld "Faxen naar:" wordt een pauze weergegeven door een komma (.),In het beginscherm kunt u op "drukken als u een faxnummer opnieuw wilt kiezen.De knop werkt alleen in het menu Faxen of in combinatie met faxfuncties. U hoort een alarmsignaal als u buiten het menu Faxen, een faxfunctie of het beginscherm op "drukt.
4Back (Achter)LEXMARK X652 - Informatie over het bedieningspaneel van de printer - 3Druk in het menu Kopieren op om het meest rechtse cijfer van de waarde voor het aantal te kopieren exemplaren te verwijderen. De standaardwaarde 1 wordt weergegeven als het hele getal wordt verwijderd door meerdere keren op ← te drukken.Druk in de faxbestemmingslijst op ← om het meest rechtse cijfer van een getal handmatig te verwijderen. U kunt ook op ← drukken om de snelkoppeling volledig te verwijderen. Als de regel volledig is verwijderd, kunt u opnieuw op ← drukken om de cursor een regel naar boven te verplaatsen.Druk in de e-mailbestemmingslijst op ← om het teken links van de cursor te verwijderen. Komt het teken voor in de snelkoppeling, dan wordt de snelkoppeling verwijderd.
5BeginschermLEXMARK X652 - Informatie over het bedieningspaneel van de printer - 4Druk op om terug te keren naar het beginscherm.
6StartenLEXMARK X652 - Informatie over het bedieningspaneel van de printer - 5Druk op ◇ om de huidige taak op het display te starten.Druk in het beginscherm op ◇ om een kopieertaak met de standaardinstellingen te starten.Deze knop heeft geen functie als het apparaat bezig is met scannen.
7Indicatielampje Geeft de printerstatus aan:Off (Uit) - de voeding is uitgeschakeld.Blinking green (Knippert groen) - de printer is bezig met opwarmen, met het verwerken van gegevens of met afdrukken.Solid green (Brandt groen) - de printer staat aan, maar is niet actief.Blinking red (Knippert rood) - ingrijpen van gebruiker is vereist.
8Stop Hiermee wordLEXMARK X652 - Informatie over het bedieningspaneel van de printer - 6Er wordt een lijst met opties weergegeven op het moment dat Gestopt op de display verschijnt.

Informatie over het beginscherm

Nadat de printer is ingeschakeld en een korte opwarmperiode heeft doorlopen, wordt op het display het volgende beginscherm weergegeven. Gebruik de beginschermknoppen voor het uitvoeren van acties zoals kopieren, faxen, scannen, het openen van het menuscherm of het beantwoorden van berichten.

1 2 34567 8 Copy Fax E-mail FTP Ready Touch any button to begin.

Onderdeel van display Beschrijving
1Kopiëren Hiermee opent u de kopieermenu's.Opmerking: In het beginscherm kunt u de kopieermenu's ook openen door op een nummer op het toetsenblok te drukken.
2E-mailen Hiermee opent u de e-mailmenu's.
3Menu'sHiermee opent u de menu's.Deze menu's zijn alleen beschikbaar als de printer in de stand Gereed staat.
4FTP Opent de FTP-menu's (File Transfer Protocol).Opmerking: Deze functie moet door uw systeembeheerder worden ingesteld. Zodra de functie is ingesteld, verschijnt deze als een onderdeel van het display.
5StatusbalkHiermee wordt de huidige status van de printer weergegeven, zoals Gereed of Bezig.Hiermee worden printercondities weergegeven, zoals Toner bijna op.Hiermee worden berichten weergegeven waarin wordt aangegeven wat u moet doen om ervoor te zorgen dat de printer verder kan gaan met verwerken. Bijvoorbeeld Sluit klep of Plaats tonercartridge.
6Status/suppliesVerschijnt op het display als de status van de printer een bericht bevat waarvoor ingrijpen van de gebruiker vereist is. Raak deze knop aan om het berichtenscherm te openen voor meer informatie over het bericht en de manier waarop u dit kunt wissen.
7TipsIn alle menu's is de knop Tips aanwezig. Tips is een contextgevoelige Help-functie op de aanraakschermen.
8Faxen Hiermee opent u de faxmenu's.

Andere knoppen die op het beginscherm kunnen worden weergegeven:

Onderdeel van display Functie
Faxen in wachtrij vrijgevenAls deze knop wordt weergegeven, zijn er faxen in de wachtrij met een eerder ingestelde geplande wachttijd. Raak deze knop aan om de lijst met faxen in de wachtrij weer te geven.
Taken in wachtrij zoekenHiermee kunt u taken zoeken en weergeven op basis van de volgende criteria:Gebruikersnamen voor in de wacht geplaatste of vertrouwelijke afdruktakenNamen voor taken in wacht, exclusief vertrouwelijke afdruktakenProfielnamenBladwijzerhouders of taaknamenUSB-houder of taaknamen, alleen voor ondersteunde extensies
Taken in wachtrijHiermee wordt een scherm met alle taken in de wachtrij geopend.
Apparaat vergrendelenDeze knop wordt op het scherm weergegeven als de printer is ontgrendeld en het persoonlijke identificatienummer (PIN) voor de vergrendeling is ingesteld.Als u deze knop aanraakt, wordt een invoerscherm voor de PIN geopend. Als u de juiste PIN invoert, wordt het bedieningspaneel van de printer (de knoppen op het aanraakscherm en de normale knoppen) vergrendeld.
Apparaat ontgrendelenDeze knop wordt op het scherm weergegeven wanneer de printer is vergrendeld. De knoppen en snelkoppelingen van het bedieningspaneel van de printer kunnen niet worden gebruikt zolang de knop wordt weergegeven.Als u deze knop aanraakt, wordt een invoerscherm voor de PIN geopend. Als u de juiste PIN invoert, wordt het bedieningspaneel (de knoppen op het aanraakscherm en de normale knoppen) ontgrendeld.
Taken annulerenHiermee wordt het scherm Taken annuleren geopend. In het scherm Taken annuleren worden drie kopjes weergegeven: Afdrukken, Faxen en Netwerk.De volgende items zijn beschikbaar onder de kopjes Afdrukken, Faxen en Netwerk:AfdruktaakKopieertaakFaxprofielFTPE-mailverzendingOnder elk kopje staat een kolom met een lijst taken. In elke kolom kunnen slechts drie taken per scherm worden weergegeven. Elke taak wordt weergegeven als een knop die u kunt aanraken om informatie over die taak op te vragen. Als er meer dan drie taken voorkomen in een kolom, verschijnt een pijl waarmee u door de taken kunt bladeren.

Knoppen op het aanraakscherm gebruiken

Opmerking: Afhankelijk van uw opties en beheerdersinstellingen wijken uw schermen en knoppen mogelijk af van de weergegeven schermen en knoppen.

Voorbeeld van aanraakscherm

LEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 1

Knop Functie
Beginscherm Hiermee keert u terug naar het beginscherm.LEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 2Uerug naar het beginscherm.
Omlaag bladeren Hiermee geeft u een vervolgkeuzelijst weer.LEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 3Uerug naar het beginscherm.
Aflopend naar links bladerenLEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 4Hiermee kunt u in aflopende volgorde naar een andere waarde bladeren.
Oplopend naar rechts bladerenLEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 5Hiermee kunt u in oplopende volgorde naar een andere waarde bladeren.
Pijl naar links Hiermee kunt u naar links bladeren.LEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 6Hiermee kunt u in oplopende volgorde naar een andere waarde bladeren.
Pijl naar rechts Hiermee kunt u naar rechts bladeren.LEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 7Hiermee kunt u in oplopende volgorde naar een andere waarde bladeren.
IndienenLEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 8Back (Achter) Hiermee navigeert u naar het vorige schermLEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 9Hiermee wordt een waarde opgeslagen als de nieuwe standaardinstelling van de gebruiker.

Andere knoppen op het aanraakscherm

Knop Functie
Pijl-omlaag Hiermee bladert u LEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 10omlaag naar het volgende scherm.
Pijl-omhoog Hiermee bladert u LEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 11omhoog naar het volgende scherm.
Niet-geselecteerd keuzerondje LEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 12Dit is een niet-geselecteerd keuzerondje. Het keuzerondje is grijs om aan te geven dat het niet-geselecteerd is.
Geselecteerd keuzerondje LEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 13Dit is een geselecteerd keuzerondje. Het keuzerondje is blauw om aan te geven dat het geselecteerd is.
Taken annuleren LEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 14Hiermee wordt het scherm Taken annuleren geopend. In het scherm Taken annuleren worden drie kopjes weergegeven: Afdrukken, Faxen en Netwerk.De volgende items zijn beschikbaar onder de kopjes Afdrukken, Faxen en Netwerk:AfdruktaakKopieertaakFaxprofielFTPE-mailverzendingOnder elk kopje staat een kolom met een lijst taken. In elke kolom kunnen slechts drie taken per scherm worden weergegeven. Elke taak wordt weergegeven als een knop die u kunt aanraken om informatie over die taak op te vragen. Als er meer dan drie taken voorkomen in een kolom, verschijnt een pijl waarmee u door de taken kunt bladeren.
DoorgaanLEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 15Raak deze knop aan wanneer u nog meer wijzigingen voor een taak wilt uitvoeren of nadat u een papierstoring hebt verholpen.
AnnulerenLEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 16•Hiermee annuleert u een actie of een selectie.• U kunt met deze knop ook een scherm annuleren en naar het vorige scherm terugkeren.
Selecteren Hiermee selecteert uLEXMARK X652 - Voorbeeld van aanraakscherm - 17een menu of menu-item.

Functions

Functie Beschrijving
Menupad:Menu's→Instellingen→Kopieerinstellingen→Aantal exemplarenBoven in elk menuscherm wordt een pad weergegeven. De functie toont het pad naar het huidige menu en de exacte locatie binnen de menu's.U kunt elk onderstreept woord aanraken om naar het betreffende menu of menu-item terug te gaan."Aantal exemplaren" is niet onderstreept, aangezien dit het actieve scherm is. Als u op het scherm Aantal exemplaren een onderstreept woord aanraakt voordat het aantal exemplaren is ingesteld en opgeslagen, wordt de selectie niet opgeslagen en wordt dit niet de standaardinstelling van de gebruiker.
Waarschuwing interventiebericht Als er een interventiebericht wordt weergegevenwaardoor een functie als Kopieren of Faxen wordt afgesloten, verschijnt er een rood bolletje op de functieknop op het beginscherm. Dit geeft aan dat er een interventiebericht aanwezig is.

Extra installatieopties voor de printer

Interne opties installeren

LEXMARK X652 - Interne opties installeren - 1

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.

U kunt de aansluitingsmogelijkheden en de geheugencapaciteit van de printer aanpassen door optionele kaarten toe te voegen. Volg de instructies in dit gedeelte om de beschikbare kaarten te installeren; de instructies geven tevens aan waar de kaarten zich bevinden en hoe u ze kunt verwijderen.

Beschikbare interne opties

•Geheugenkaarten

-Printergeheugen

-Flashgeheugen

—Lettertypen

•Firmwarekaarten

-Barcode en formulieren

-IPDS en SCS/TNe

-PrintCryption ^TM

—PRESCRIBE

•Vaste schijf van printer

•Lexmark ^TM Internal Solutions Ports (ISP)

-RS-232-C seriële ISP

Klep van systeemkaart openen voor installatie van interne opties

LEXMARK X652 - Klep van systeemkaart openen voor installatie van interne opties - 1

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.

Opmerking: Hiervoor hebt u een kruiskopschroevendraaier nummer 2 nodig.

1 Open de klep van de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Klep van systeemkaart openen voor installatie van interne opties - 2

2 Draai de schroef(schroeven) van de klep van de systeemkaart los.

LEXMARK X652 - Klep van systeemkaart openen voor installatie van interne opties - 3

3 Verwijder de klep van de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Klep van systeemkaart openen voor installatie van interne opties - 4

4 Onderstaande illustratie geeft aan waar de juiste connector te vinden is.

Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken bij statische elektriciteit gemakkelijk beschadigd. Raak daarom eerst een metalen voorwerp aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.

LEXMARK X652 - Klep van systeemkaart openen voor installatie van interne opties - 5

1Connectors voor geheugen- en flashgeheugenkaart
2Connector voor geheugenkaart
3Connector voor Lexmark Internal Solutions Port of vaste schijf van printer
4Connector faxkaart

Geheugenkaart installeren

LEXMARK X652 - Geheugenkaart installeren - 1

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.

Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken bij statische elektriciteit gemakkelijk beschadigd. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.

Een optionele geheugenkaart kan afzonderlijk worden aangeschaft en op de systeemkaart worden bevestigd. U installeert de geheugenkaart als volgt:

1 Open de toegangsklep van de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Geheugenkaart installeren - 2

2 Haal de geheugenkaart uit de verpakking.

Opmerking: Raak de aansluitpunten aan de rand van de kaart niet aan.

3 Open de vergrendelingen van de connector voor de geheugenkaart.

LEXMARK X652 - Geheugenkaart installeren - 3

4 Breng de uitsparingen op de geheugenkaart op één lijn met de ribbels op de connector.

LEXMARK X652 - Geheugenkaart installeren - 4

1Uitsparingen
2Ribbels

5 Duw de geheugenkaart recht in de connector tot de kaart vastklikt.
6 Plaats de afdekking van de systeemkaart terug en sluit de klep van de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Geheugenkaart installeren - 5

Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren

De systeemkaart heeft twee connectoren voor een optionele flashgeheugenkaart of firmwarekaart. Slechts één van elk kan worden geïnstalleerd, maar de connectoren zijn uitwisselbaar.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 1

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.

Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken bij statische elektriciteit gemakkelijk beschadigd. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.

1 Open de toegangsklep van de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 2

Opmerking: Raak de elektrische onderdelen op de kaart niet aan.

3 Houd de kaart aan de zijkanten vast en breng de pinnen aan de onderkant op gelijke hoogte met de uitsparingen in de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 3

Extra installatieopties voor de printer

4 Druk de kaart stevig op zijn plaats.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 4

- De connector van de kaart moet over de gehele lengte in aanraking zijn met de systeemkaart. - Let erop dat de aansluitpunten niet beschadigd raken.

5 Plaats de afdekking van de systeemkaart terug en sluit de klep van de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 5

De systeemkaart ondersteunt één optionele Lexmark Internal Solutions Port (ISP). Installeer een ISP voor extra aansluitingsopties.

Opmerking: Hiervoor hebt u een kruiskopschroevendraaier nr. 2 nodig.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 6

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.

Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken bij statische elektriciteit gemakkelijk beschadigd. Raak daarom eerst een metalen onderdeel van de printer aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.

1 Open de toegangsklep van de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 7

2 Haal de ISP en het plastic T-stuk uit de verpakking.

Opmerking: Raak de onderdelen op de kaart niet aan.

3 Kijk waar de juiste connector zich op de systeemkaart bevindt.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 8

Opmerking: Als momenteel een optionele vaste schijf van een printer is geïnstalleerd, moet die harde schijf eerst worden verwijderd. U verwijdert als volgt de vaste schijf:

a Koppel de interfacekabel van de vaste schijf van de printer los van de systeemkaart, maar laat de kabel op de vaste schijf van de printer aangesloten. Als u de kabel wilt loskoppelen, knijpt u op de peddel aan de plug van de interfacekabel om de vergrendeling te openen alvorens de kabel eruit te trekken.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 9

b Verwijder de schroeven waarmee de vaste schijf van de printer is vastgezet.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 10

c Verwijder de vaste schijf van de printer door deze naar boven te tillen zodat de uitsteeksels loskomen.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 11

Extra installatieopties voor de printer

d Verwijder de duimschroeven waarmee de montagebeugel van de vaste schijf van de printer op die schijf is bevestigd en verwijder dan die beugel. Zet de vaste schijf van de printer opzij.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 12

4 Verwijder de metalen klep van de ISP-opening.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 13

5 Lijn de stukken van het plastic T-stuk uit met de openingen in de systeemkaart en druk het T-stuk dan naar beneden tot het vastklikt. Controleer of elk stuk van het T-stuk volledig is vastgeklikt en of het T-stuk stevig op de systeemkaart is bevestigd.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 14

6 Installeer de ISP op het plastic T-stuk. Houd de ISP schuin boven het plastic T-stuk en laat de ISP dan zodanig zakken dat alle overhangende connectors door de ISP-opening in de systeemkaartbehuizing kunnen worden geleid.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 15

7 Laat de ISP tot op het plastic T-stuk zakken tot de ISP zich tussen de geleiders van het plastic T-stuk bevindt.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 16

8 Plaats de lange duimschroef en draai deze rechtsom tot de ISP vastzit, maar draai de duimschroef nu nog niet stevig aan.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 17

9 Bevestig de twee meegeleverde schroeven om de ISP-montagebeugel op de systeemkaartbehuizing vast te maken.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 18

10 Draai de lange duimschroef stevig aan.

Opmerking: Draai de duimschroef niet te hard aan.

11 Steek de plug van de ISP-interfacekabel in de connector van de systeemkaart.

Opmerking: De pluggen en connectors zijn kleurgecodeerd.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 19

12 Als al eerder een vaste schijf van de printer is geïnstalleerd, bevestig dan de vaste schijf van de printer op de ISP. Zie "Vaste schijf van printer installeren" op pagina 39 voor meer informatie.

13 Plaats de afdekking van de systeemkaart terug en sluit de klep van de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren - 20

Vaste schijf van printer installeren

De optionele vaste schijf van de printer kan met of zonder een Lexmark Internal Solutions Port (ISP) worden geïnstalleerd.

Opmerking: Voor deze taak hebt u een kruiskopschroevendraaier nr. 2 en een schroevendraaier met platte kop nodig.

LEXMARK X652 - Vaste schijf van printer installeren - 1

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.

Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken bij statische elektriciteit gemakkelijk beschadigd. Raak daarom eerst een metalen voorwerp aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.

1 Open de toegangsklep van de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Vaste schijf van printer installeren - 2

2 Haal de vaste schijf van de printer uit de verpakking.

Opmerking: Raak de onderdelen op de kaart niet aan.

3 Kijk waar de juiste connector zich op de systeemkaart bevindt.

LEXMARK X652 - Vaste schijf van printer installeren - 3

Opmerking: Als momenteel een optionele ISP is geïnstalleerd, dan moet de vaste schijf van de printer op de ISP worden geïnstalleerd.

U installeert de vaste schijf van een printer als volgt op de ISP:

a Draai de schroeven los met de schroevendraaier met platte kop. Verwijder de duimschroeven waarmee de montagebeugel van de vaste schijf van de printer op die schijf is bevestigd en verwijder daarna de beugel.

LEXMARK X652 - Vaste schijf van printer installeren - 4

b Lijn de uitsteeksels van de vaste schijf van de printer uit met de openingen in de ISP en druk deze dan naar beneden op de vaste schijf van de printer tot de uitsteeksels stevig op hun plaats zitten.

LEXMARK X652 - Vaste schijf van printer installeren - 5

c Steek de plug van de interfacekabel van de vaste schijf van de printer in de connector van de ISP. Opmerking: De pluggen en connectors zijn kleurgecodeerd.

LEXMARK X652 - Vaste schijf van printer installeren - 6

U installeert een vaste schijf van de printer als volgt rechtstreeks op de systeemkaart:

a Lijn de uitsteeksels van de vaste schijf van de printer uit met de openingen in de systeemkaart en druk deze dan naar beneden op de vaste schijf van de printer tot de uitsteeksels stevig op hun plaats zitten.

LEXMARK X652 - Vaste schijf van printer installeren - 7

b Bevestig de twee meegeleverde schroeven om de montagebeugel van de printer van de harde schijf vast te zetten.

LEXMARK X652 - Vaste schijf van printer installeren - 8

c Steek de plug van de interfacekabel van de vaste schijf van de printer in de connector van de systeemkaart. Opmerking: De pluggen en connectors zijn kleurgecodeerd.

LEXMARK X652 - Vaste schijf van printer installeren - 9

4 Plaats de afdekking van de systeemkaart terug en sluit de klep van de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Vaste schijf van printer installeren - 10

Faxkaart installeren

Opmerking: Hiervoor hebt u een kruiskopschroevendraaier nr. 2 nodig.

LEXMARK X652 - Faxkaart installeren - 1

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.

Let op—Kans op beschadiging: De elektrische componenten van de systeemkaart raken bij statische elektriciteit gemakkelijk beschadigd. Raak daarom eerst een metalen voorwerp aan voordat u de elektrische componenten of aansluitingen van de systeemkaart aanraakt.

1 Open de toegangsklep van de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Faxkaart installeren - 2

2 Pak de faxkaart uit.

Extra installatieopties voor de printer

3 Verwijder de metalen klep van de faxkaartopening.

LEXMARK X652 - Faxkaart installeren - 3

4 Plaats de faxkaart in de opening en bevestig de montagebeugel van de faxkaart met de twee meegeleverde schroeven.

LEXMARK X652 - Faxkaart installeren - 4

Extra installatieopties voor de printer

LEXMARK X652 - Faxkaart installeren - 5

5 Steek de plug van de faxkaartinterfacekabel in de connector van de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Faxkaart installeren - 6

6 Plaats de afdekking van de systeemkaart terug en sluit de klep van de systeemkaart.

LEXMARK X652 - Faxkaart installeren - 7

Extra installatieopties voor de printer

Kabels aansluiten

Sluit de printer aan op de computer met een USB-kabel of een ethernetkabel.

Zorg dat het volgende overeenkomt:

- Zorg dat het USB-symbol op de kabel overeenkomt met het USB-symbol op de printer.

- Kies de juiste Ethernet-kabel voor de Ethernet-poort.

LEXMARK X652 - Kabels aansluiten - 1

Nadat alle hardware- en software-opties zijn geïnstalleerd en de printer is ingeschakeld, controleert u of de printer correct is ingesteld door het volgende af te drukken:

- Pagina met menu-instellingen—Gebruik deze pagina om te controleren of alle printeropties correct zijn geïnstalleerd. Onder aan de pagina verschijnt een lijst met geïnstalleerde opties. Als een geïnstalleerde optie niet is vermeld, is deze niet correct geïnstalleerd. Verwijder de optie en installeer deze opnieuw.

- Pagina met netwerkinstellingen—Als de printer is aangesloten op een netwerk, kunt u de netwerkaansluiting controleren door een netwerkconfiguratiepagina af te drukken. Deze pagina bevat ook informatie die van belang is bij de configuratie van het afdrukken via een netwerk.

Pagina met menu-instellingen afdrukken

Druk een pagina met menu-instellingen af om de huidige menu-instellingen te bekijken en te controleren of de printeropties correct zijn geïnstalleerd.

Opmerking: Als u nog geen wijzigingen hebt aangebracht in de instellingen van de menu-items, worden op de pagina met menu-instellingen alle standaardinstellingen weergegeven. Als u andere instellingen hebt geselecteerd en opgeslagen in de menu's, worden de standaardinstellingen vervangen door door de gebruiker gekozen standaardinstellingen. Standaardinstellingen van de gebruiker blijven van kracht tot u het menu opnieuw opent, andere waarden selecteert en deze opslaat. Zie "Fabrieksinstellingen herstellen" op pagina 285 als u de fabrieksinstellingen wilt herstellen.

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Reports (Rapporten) aan.
4 Raak Menu Settings Page (Pagina Menu-instellingen) aan.

De pagina met menu-instellingen wordt afgedrukt en de printer keert terug naar het beginscherm.

Een netwerkconfiguratiepagina afdrukken

Als de printer op een netwerk is aangesloten, kunt u de netwerkaansluiting controleren door een netwerkconfiguratiepagina af te drukken. Deze pagina bevat ook informatie die van belang is bij de configuratie van het afdrukken via een netwerk.

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Reports (Rapporten) aan.
4 Raak Network Setup Page (Pagina Netwerkinstellingen) aan.

De pagina met netwerkinstellingen wordt afgedrukt en de printer keert terug naar het beginscherm.

5 Controleer het eerste gedeelte van de netwerkconfiguratiepagina om te zien of bij Status wordt aangegeven dat de printer is aangesloten.

Als bij Status wordt aangegeven dat de printer niet is aangesloten, is het mogelijk dat het LAN-aansluitpunt niet actief is of dat de netwerkkabel niet goed functioneert. Vraag de systeembeheerder om dit probleem op te lossen en druk daarna nog een netwerkconfiguratiepagina af.

De printersoftware instellen

Printersoftware installeren

Een printerstuurprogramma is software die zorgt voor de communicatie tussen de computer en de printer. De printersoftware wordt geïnstalleerd tijdens de eerste printerinstallatie. Gebruik de volgende aanwijzingen als u de software wilt installeren na de printerinstallatie:

Windows

1 Sluit alle geopende softwareprogramma's.
2 Plaats de cd Software en documentatie in de computer.
3 Klik in het hoofddialoogvenster op Install (Installeren).
4 Volg de aanwijzingen op het beeldscherm.

Macintosh

1 Sluit alle geopende toepassingen.
2 Plaats de cd Software en documentatie in de computer.
3 Dubbelklik in de Finder op het cd-pictogram van de printer dat automatisch wordt weergeven.
4 Dubbelklik op het pictogram Install (Installeer).
5 Volg de aanwijzingen op het beeldscherm.

Internet

1 Ga naar de website van Lexmark op www.lexmark.com.
2 Klik in het menu Drivers & Downloads op Driver Finder (Stuurprogramma zoeken).
3 Selecteer uw printer en vervolgens uw besturingssysteem.
4 Download het stuurprogramma's en installeer de printersoftware.

Beschikbare opties in het printerstuurprogramma bijwerken

Nadat de printersoftware en eventuele opties zijn geïnstalleerd, is het wellicht nodig om handmatig de opties toe te voegen in het printerstuurprogramma om deze beschikbaar te maken voor afdruktaken.

Windows

1 Voer de volgende stappen uit:

Windows Vista

a Klik op
b Klik op Control Panel (Configuratiescherm).
c Klik op Hardware and Sound (Hardware en geluiden).
d Klik op Printers.

Windows XP

a Klik op Start.
b Klik op Printers and Faxes (Printers en faxapparaten).

Windows 2000

a Klik op Start.
b Klik op Settings (Instellingen) → Printers.

2 Selecteer de printer.
3 Klik met de rechtermuisknop op de printer en selecteer vervolgens Eigenschappen.
4 Klik op het tabblad Install Options (Opties installeren).
5 Voeg onder Available Options (Beschikbare optie) eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe.
6 Klik op Apply (Toepassen).

Macintosh

In Mac OS X versie 10.5

1 Klik op System Preferences (Systeemvoorkeuren) in het Apple-menu.
2 Klik op Print & Fax (Afdrukken en faxen).
3 Selecteer de printer en klik vervolgens op Options & Supplies (Opties en verbruiksartikelen).
4 Klik op Driver (Stuurprogramma) en voeg eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe.
5 Klik op OK.

In Mac OS X versie 10.4 en eerder

1 Kies Applications (Programma's) in het menu Ga.
2 Dubbelklik op Utilities (Hulpprogramma's) en op Print Center (Afdrukbeheer) of Printer Setup Utility (Printerconfiguratie).
3 Selecteer de printer en kies vervolgens in het menu Printers de optie Show Info (Toon info).
4 Selecteer Installeerbare opties in het pop-upmenu.
5 Voeg eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe en klik vervolgens op Apply Changes (Pas wijzigingen toe).

Draadloos afdrukken instellen

Benodigde gegevens voor het instellen van een printer op een draadloos netwerk

Opmerking: sluit de installatie- of netwerkkabel niet aan totdat dit wordt aangegeven door de installatiesoftware.

  • SSID: er wordt ook naar de SSID verwezen als de netwerknaam.
  • Draadloze modus (of netwerkmodus): de modus is infrastructuur of ad-hoc.

- Kanaal (voor ad-hocnetwerken): het kanaal wordt standaard ingesteld op automatisch voor infrastructuurnetwerken.

Voor sommige ad-hocnetwerken is de instelling automatisch ook vereist. Raadpleeg de systeembeheerder als u niet zeker bent over het kanaal dat u moet selecteren.

- Beveiligingsmethode: er zijn drie opties voor de beveiligingsmethode:

-WEP-sleutel

Als uw netwerk meerdere WEP-sleutels gebruikt, kunt u er maximaal vier opgegeven in de daarvoor bestemde plaatsen. Selecteer de sleutel die momenteel wordt gebruikt op het netwerk door de standaardsleutel voor WEP-verzending te selecteren.

of

-WPA- of WPA2-wachtwoorden

WPA bevat codering als een extra beveiligingsniveau. U kunt kiezen uit AES of TKIP. Codering moet op de router en op de printer zijn ingesteld voor hetzelfde type anders kan de printer niet communiceren op het netwerk.

—Geen beveiliging

Als uw draadloze netwerk geen beveiliging gebruikt, hebt u geen beveiligingsgegevens.

Opmerking: het is onverstandig om een niet-beveiligd draadloos netwerk te gebruiken.

Als u de printer installeert op een 802.1X-netwerk met de geavanceerde methode, hebt u wellicht de volgende gegevens nodig:

  • Verificatietype
  • Interne-verificatietype
    •802.1X-gebruikersnaam en -wachtwoord
    •Certificaten

Opmerking: Raadpleeg de Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie voor meer informatie over het configureren van de 802.1X-beveiliging.

Printer installeren op een draadloos netwerk (Windows)

Controleer het volgende voor u de printer installeert op een draadloos netwerk:

  • Het draadloze netwerk is geconfigureerd en functioneert correct.
  • De computer die u gebruikt, is aangesloten op het draadloze netwerk waarop u de printer wilt installeren.

1 Sluit het netsnoer aan en schakel de printer in.

LEXMARK X652 - Printer installeren op een draadloos netwerk (Windows) - 1

Zorg ervoor dat de printer en computer zijn ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt

LEXMARK X652 - Printer installeren op een draadloos netwerk (Windows) - 2

Sluit de USB-kabels pas aan als dit op het scherm wordt aangegeven.

2 Plaats de cd Software en documentatie in de computer.

LEXMARK X652 - Printer installeren op een draadloos netwerk (Windows) - 3

3 Klik op Install (Installeren).

4 Klik op Agree (Akkoord).

5 Klik op Suggested (Aanbevolen).

6 Klik op Wireless Network Attach (Aangesloten op draadloos netwerk).

7 Sluit de kabels aan in de onderstaande volgorde:

a Sluit tijdelijk een USB-kabel aan tussen de computer op het draadloze netwerk en de printer.

LEXMARK X652 - Printer installeren op een draadloos netwerk (Windows) - 4

Opmerking: nadat u de printer hebt geconfigureerd, wordt in de software aangegeven dat u de tijdelijke USB-kabel kunt losmaken, waarna u draadloos kunt afdrukken.

b Als de printer beschikt over een faxfunctie, sluit u de telefoonkabel aan.

8 Volg de aanwijzingen op het scherm om de software-installatie te voltooien.
9 Herhaal stap 2 tot en met 6 en stap 8 voor elke computer op het draadloze netwerk waarmee u de draadloze printer wilt gebruiken.

Printer installeren op een draadloos netwerk (Macintosh)

Configuratie van de printer voorbereiden

1 Zoek naar het MAC-adres op het vel dat bij de printer is geleverd. Noteer hieronder de laatste zes cijfers van het MAC-adres:

MAC-adres:

2 Als de printer beschikt over een faxfunctie, sluit u de telefoonkabel aan.

3 Sluit het netsnoer aan en schakel de printer in.

LEXMARK X652 - Configuratie van de printer voorbereiden - 1

Printerinformatie invoeren

1 Open de opties voor AirPort.

In Mac OS X versie 10.5

a Klik op System Preferences (Systeemvoorkeuren) in het Apple-menu.
b Klik op Network (Netwerk).
c Klik op AirPort.

Mac OS X 10.4 en eerder

a Kies Applications (Programma's) in het menu Ga.
b Dubbelklik op Internet Connect (Internetverbinding).
c Klik in de werkbalk op AirPort.

2 Selecteer print server xxxxxx (afdrukserver xxxxxx) in het pop-upmenu Network (Netwerk), waarbij de x-en de laatste zes cijfers aangeven van het MAC-adres op het vel met het MAC-adres.
3 Open de Safari-browser.
4 Kies Show (Toon) in het menu Bladwijzers.
5 Selecteer Bonjour of Rendezvous bij Collections (Sets) en dubbelklik op de printernaam.
6 Ga vanaf de hoofdpagina van de Embedded Web Server naar de pagina met de gegevens van het draadloze netwerk.

Printer configureren voor draadloze toegang

1 Typ de netwerknaam (SSID) in het betreffende veld.
2 Selecteer de netwerkmodus Infrastructure (Infrastructuur) als u een draadloze router gebruikt.

3 Selecteer het type beveiliging dat voor het draadloze netwerk wordt gebruikt.
4 Voer de beveiligingsgegevens in waarmee de printer kan worden toegevoegd aan het draadloze netwerk.
5 Klik op Submit (Verzenden).
6 Open de toepassing AirPort op de computer:

In Mac OS X versie 10.5

a Klik op System Preferences (Systeemvoorkeuren) in het Apple-menu.
b Klik op Network (Netwerk).
c Klik op AirPort.

Mac OS X 10.4 en eerder

a Kies Applications (Programma's) in het menu Ga.
b Dubbelklik op Internet Connect (Internetverbinding).
c Klik in de werkbalk op AirPort.

7 Selecteer uw draadloze netwerk in het pop-upmenu Network (Netwerk).

Computer configureren voor draadloos gebruik van de printer

Als u wilt afdrukken op een netwerkprinter, moet elke Macintosh-gebruiker een aangepast PPD-bestand (Postscript Printer Description) installeren en een afdrukwachtrij maken in Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.

1 Installeer een PPD-bestand op de computer:

a Plaats de cd Software en documentatie in het cd- of dvd-station
b Dubbelklik op het printerinstallatiepakket.
c Klik in het welkomstvenster op Continue (Doorgaan).
d Klik nogmaals op Continue (Doorgaan) nadat u het Leesmij-bestand hebt gelezen.
e Lees de licentieovereenkomst door, klik op Continue (Ga door) en klik vervolgens op Agree (Akkoord) om hiermee akkoord te gaan.
f Kies een bestemming en klik op Continue (Ga door).
g Klik in het scherm voor eenvoudige installatie op Install (Installeer).
h Voer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK. Alle benodigde software wordt op de computer geïnstalleerd

i Klik op Close (Sluit) wanneer de installatie is voltooid.

2 Voeg de printer toe:

a Voor afdrukken via IP:

In Mac OS X versie 10.5

1 Klik op System Preferences (Systeemvoorkeuren) in het Apple-menu.
2 Klik op Print & Fax (Afdrukken en faxen).
3 Klik op +.
4 Selecteer de printer uit de lijst.
5 Klik op Add (Voeg toe).

In Mac OS X versie 10.4

1 Kies Applications (Programma's) in het menu Ga.
2 Dubbelklik op Utilities (Hulpprogramma's).
3 Dubbelklik op Printer Setup Utility (Printerconfiguratie) of Print Center (Afdrukbeheer).
4 Kies Add (Voeg toe) in de printerlijst.
5 Selecteer de printer uit de lijst.
6 Klik op Add (Voeg toe).

b Voor afdrukken via AppleTalk:

In Mac OS X versie 10.5

1 Klik op System Preferences (Systeemvoorkeuren) in het Apple-menu.
2 Klik op Print & Fax (Afdrukken en faxen).
3 Klik op +.
4 Klik op AppleTalk.
5 Selecteer de printer uit de lijst.
6 Klik op Add (Voeg toe).

In Mac OS X versie 10.4

1 Kies Applications (Programma's) in het menu Ga.
2 Dubbelklik op Utilities (Hulpprogramma's).
3 Dubbelklik op Print Center (Afdrukbeheer) of Printer Setup Utility (Printerconfiguratie).
4 Kies Add (Voeg toe) in de printerlijst.
5 Selecteer het tabblad Default Browser (Standaardbrowser).
6 Klik op More Printers (Meer printers).
7 Kies AppleTalk in het eerste pop-upmenu.
8 Selecteer Local AppleTalk zone (Lokale AppleTalk-zone) in het tweede pop-upmenu.
9 Selecteer de printer uit de lijst.
10 Klik op Add (Voeg toe).

De printer in een bedraad netwerk installeren

Gebruik de volgende aanwijzingen om de printer op een bedraad netwerk te installeren. Deze instructies gelden voor Ethernet- en glasvezelnetwerkverbindingen.

Controleer het volgende voor u de printer installeert op een bedraad netwerk:

  • U hebt de eerste installatie van de printer voltooid.
  • De printer is op uw netwerk aangesloten met het juiste type kabel.

Windows

1 Plaats de cd Software en documentatie in de computer.

Wacht totdat het welkomstscherm wordt weergegeven.

Als de cd niet start binnen een minuut, doet u een van de volgende dingen:

Windows Vista

a Klik op .

b Typ bij Start > Zoeken D: \setup.exe in. Hierbij staat D voor de letter van uw cd- of dvd-station.

Windows XP en eerder

a Klik op Start.

b Klik op Run (Uitvoeren).

c Typ D: \setup.exe, waarbij D de letter van uw cd- of dvd-station is.

2 Klik op Install Printer and Software (Printer en software installeren).

3 Klik op Agree (Akkoord) om de licentieovereenkomst te accepteren.

4 Selecteer Suggested (Aanbevolen) en klik vervolgens op Next (Volgende).

Opmerking: als u de printer wilt configureren voor gebruik met een statisch IP-adres via IPv6 of printers wilt configureren via scripts, kiest u Custom (Aangepast) en volgt u de aanwijzigen op het scherm.

5 Select Wired Network Attach (Aangesloten op bedraad netwerk) en klik op Next (Volgende).

6 Selecteer de printerfabrikant in de lijst.

7 Selecteer het printermodel in de lijst en klik op Next (Volgende).

8 Selecteer de printer in de lijst met gevonden netwerkprinters en klik op Finish (Voltooien).

Opmerking: als de geconfigureerde printer niet wordt weergegeven, klikt u op Add Port (Poort toevoegen) en volgt u de aanwijzingen op het scherm.

9 Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien.

Macintosh

1 Stel in dat de DHCP-server van het netwerk een IP-adres toewijst aan de printer.

2 Druk vanaf de printer de netwerkconfiguratiepagina af. Zie "Een netwerkconfiguratiepagina afdrukken" op pagina 47 voor meer informatie over het afdrukken van een pagina met netwerkinstellingen.

3 Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het adres in het TCP/IP-gedeelte. U hebt het IP-adres nodig als u de toegang voor computers configureert op een ander subnet dan de printer.

4 Installeer de stuurprogramma's en voeg de printer toe.

a Installeer een PPD-bestand op de computer:

1 Plaats de cd Software en documentatie in het cd- of dvd-station.

2 Dubbelklik op het installatiepakket voor de printer.

3 Klik in het welkomstvenster op Continue (Doorgaan).

4 Klik nogmaals op Continue (Doorgaan) nadat u het Leesmij-bestand hebt gelezen.

5 Lees de licentieovereenkomst door, klik op Continue (Doorgaan) en klik vervolgens op Agree (Akkoord) om hiermee akkoord te gaan.

6 Kies een bestemming en klik op Continue (Doorgaan).

7 Klik in het scherm voor eenvoudige installatie op Install (Installeren).

8 Voer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK. Alle benodigde software wordt op de computer geïnstalleerd.

9 Klik op Close (Sluiten) wanneer de installatie is voltooid.

b Voeg de printer toe:

•Voor afdrukken via IP:

In Mac OS X versie 10.5

1 Klik op System Preferences (Systeemvoorkeuren) in het Apple-menu.
2 Klik op Print & Fax (Afdrukken en faxen).
3 Klik op +.
4 Selecteer de printer uit de lijst.
5 Klik op Add (Voeg toe).

In Mac OS X versie 10.4 en eerder

1 Kies Applications (Programma's) in het menu Ga.
2 Dubbelklik op Utilities (Hulpprogramma's).
3 Dubbelklik op Printer Setup Utility (Printerconfiguratie) of Print Center (Afdrukbeheer).
4 Klik op Add (Voeg toe) in de printerlijst.
5 Selecteer de printer uit de lijst.
6 Klik op Add (Voeg toe).

•Voor afdrukken via AppleTalk:

In Mac OS X versie 10.5

1 Klik op System Preferences (Systeemvoorkeuren) in het Apple-menu.
2 Klik op Print & Fax (Afdrukken en faxen).
3 Klik op +.
4 Klik op AppleTalk.
5 Selecteer de printer uit de lijst.
6 Klik op Add (Voeg toe).

In Mac OS X versie 10.4 en eerder

1 Kies Applications (Programma's) in het menu Ga.
2 Dubbelklik op Utilities (Hulpprogramma's).
3 Dubbelklik op Print Center (Afdrukbeheer) of Printer Setup Utility (Printerconfiguratie).
4 Klik op Add (Voeg toe) in de printerlijst.
5 Selecteer het tabblad Default Browser (Standaardbrowser).
6 Klik op More Printers (Meer printers).
7 Kies AppleTalk in het eerste pop-upmenu.
8 Selecteer Local AppleTalk zone (Lokale AppleTalk-zone) in het tweede pop-upmenu.
9 Selecteer de printer uit de lijst.
10 Klik op Add (Voeg toe).

Opmerking: Als de printer niet in de lijst verschijnt, moet u deze mogelijk toevoegen met behulp van het IP-adres. Neem contact op met de afdeling voor systeemondersteuning voor hulp.

Poortinstellingen wijzigen na het installeren van een nieuwe netwerk-ISP

Wanneer een nieuwe netwerk-ISP (Internal Solutions Port) van Lexmark in de printer wordt geïnstalleerd, moeten de printerconfiguraties worden bijgewerkt op computers die toegang hebben tot de printer, omdat de printer een nieuw IP-adres krijgt toegewezen. Alle computers die toegang hebben tot de printer moeten met dit nieuwe IP-adres worden bijgewerkt om erop te kunnen afdrukken via het netwerk.

Opmerkingen:

  • Als de printer een statisch IP-adres heeft dat ongewijzigd blijft, hoeft u de computerconfiguraties niet te wijzigen.
  • Als de computers geconfigureerd zijn om af te drukken op de printer met een netwerknaam die ongewijzigd blijft, in plaats van met een IP-adres, dan hoeft u de computerconfiguraties niet te wijzigen.
  • Als u een draadloze ISP toevoegt aan een printer die eerder voor een bekabelde verbinding was geconfigureerd, zorg er dan voor dat de verbinding met het bekabelde netwerk is verbroken wanneer u de printer configureert om draadloos te werken. Als de bekabelde verbinding verbonden blijft, zal de draadloze configuratie worden voltooid, maar zal de draadloze ISP niet actief zijn. Dat probleem kunt u verhelpen door de bekabelde verbinding los te koppelen, de printer uit te schakelen en weer in te schakelen.

Windows

1 Druk een pagina met netwerkinstellingen af en noteer het nieuwe IP-adres.
2 Voer een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista

a Klik op .
b Klik op Control Panel (Configuratiescherm).
c Klik op Printer bij Hardware en geluid.

Windows XP

a Klik op Start.
b Klik op Printers and Faxes (Printers en faxapparaten).

Windows 2000

a Klik op Start.
b Klik op Settings (Instellingen) → Printers.

3 Zoek de printer die is gewijzigd.

Opmerking: Als er meer dan één exemplaar van de printer is, werk ze dan allemaal bij met het nieuwe IP-adres.

4 Klik met de rechtermuisknop op de printer.

5 Klik op Properties (Eigenschappen).
6 Klik op de tab Ports (Poorten).
7 Zoek en selecteer de poort in de lijst.
8 Klik op Configure Port (Poort configureren).

9 Typ het nieuwe IP-adres in het veld "Printer Name or IP Address" (Printernaam of IP-adres). U kunt het nieuwe IP-adres vinden op de pagina met netwerkinstellingen die u in stap 1 hebt afgedrukt.

10 Klik op OK en daarna op Close (Sluiten).

Macintosh

1 Druk een pagina met netwerkinstellingen af en noteer het nieuwe IP-adres.

2 Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het adres in het TCP/IP-gedeelte. U hebt het IP-adres nodig als u de toegang voor computers configureert op een ander subnet dan de printer.

3 Voeg de printer toe:

•Voor afdrukken via IP:

In Mac OS X versie 10.5

a Klik op System Preferences (Systeemvoorkeuren) in het Apple-menu.
b Klik op Print & Fax (Afdrukken en faxen).
c Klik op +.
d Selecteer de printer uit de lijst.
e Klik op Add (Voeg toe).

In Mac OS X versie 10.4 en eerder

a Kies Applications (Programma's) in het menu Ga.
b Dubbelklik op Utilities (Hulpprogramma's).
c Dubbelklik op Printer Setup Utility (Printerconfiguratie) of Print Center (Afdrukbeheer).
d Klik op Add (Voeg toe) in de printerlijst.
e Selecteer de printer uit de lijst.

f Klik op Add (Voeg toe).

•Voor afdrukken via AppleTalk:

In Mac OS X versie 10.5

a Klik op System Preferences (Systeemvoorkeuren) in het Apple-menu.

b Klik op Print & Fax (Afdrukken en faxen).

c Klik op +.

d Klik op AppleTalk.

e Selecteer de printer uit de lijst.

f Klik op Add (Voeg toe).

In Mac OS X versie 10.4 en eerder

a Kies Applications (Programma's) in het menu Ga.
b Dubbelklik op Utilities (Hulpprogramma's).
c Dubbelklik op Print Center (Afdrukbeheer) of Printer Setup Utility (Printerconfiguratie).
d Klik op Add (Voeg toe) in de printerlijst.
e Selecteer het tabblad Default Browser (Standaardbrowser).
f Klik op More Printers (Meer printers).

g Kies AppleTalk in het eerste pop-upmenu.

h Selecteer Local AppleTalk zone (Lokale AppleTalk-zone) in het tweede pop-upmenu.

i Selecteer de printer uit de lijst.

j Klik op Add (Voeg toe).

Serieel afdrukken instellen

Bij serieel afdrukken worden gegevens bit voor bit verzonden. Hoewel serieel afdrukken doorgaans trager is dan parallel afdrukken, is dit de voorkeursmethode als de afstand tussen printer en computer erg groot is, of als er geen verbinding met een betere doorvoersnelheid beschikbaar is.

Nadat u de seriële printer hebt geïnstalleerd, moet u de printer en computer configureren zodat deze kunnen communiceren. Zorg ervoor dat u de seriële kabel hebt aangesloten op de seriële poort van de printer.

1 Stel de parameters in op de printer:

a Blader op het bedieningspaneel van de printer naar het menu met de poortinstellingen.
b Ga naar het submenu met instellingen voor de seriële poort.
c Wijzig zo nodig de instellingen.
d Sla de nieuwe instellingen op.
e Druk een pagina met menu-instellingen af.

2 Installeer het printerstuurprogramma:

a Plaats de cd Software en documentatie in de computer. De cd wordt automatisch gestart. Als de cd niet automatisch wordt gestart, voert u een van de volgende handelingen uit:

Windows Vista

1 Klik op .

2 Typ bij Start > Zoeken D: \setup.exe in. Hierbij staat D voor de letter van uw cd- of dvd-station.

Windows XP en eerder

1 Klik op Start.
2 Klik op Run (Uitvoeren).
3 Typ D: \setup.exe, waarbij D de letter van uw cd- of dvd-station is.

b Klik op Install Printer and Software (Printer en software installeren).

c Klik op Agree (Akkoord) om de licentieovereenkomst voor printersoftware te accepteren.

d Klik op Custom (Aangepast).

e Controleer of Onderdelen selecteren is geselecteerd en klik op Next (Volgende).

f Controleer of Lokaal is geselecteerd en klik op Next (Volgende).

g Selecteer de printerfabrikant in het menu.

h Selecteer het printermodel in het menu en klik op Add Printer (Printer toevoegen).

i Klik op + naast het printermodel bij Onderdelen selecteren.

j Controleer of de juiste printerpoort beschikbaar is bij Onderdelen selecteren. Dit is de poort van de computer waarop de seriële kabel is aangesloten. Als de juiste poort niet beschikbaar is, selecteert u de poort in het menu Poort selecteren en klikt u op Add Port (Poort toevoegen).

k Breng de benodigde wijzigingen in de configuratie-instellingen aan in het venster Nieuwe poort toevoegen. Klik op Add Port (Poort toevoegen) om de poort toe te voegen.

Controleer of het selectievakje naast het geselecteerde printermodel is ingeschakeld.

m Selecteer de overige extra software die u wilt installeren en klik op Next (Volgende).

n Klik op Finish (Voltooien) om de installatie van de printersoftware af te ronden.

3 Stel de parameters in voor de COM-poort.

Nadat het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, moet u de seriële parameters instellen voor de communicatiepoort (COM) die is toegewezen aan het printerstuurprogramma.

De seriële parameters van de COM-poort moeten overeenkomen met de seriële parameters die u hebt ingesteld op de printer.

a Open Apparaatbeheer. Voer de volgende stappen uit:

Windows Vista

1 Klik op .
2 Klik op Control Panel (Configuratiescherm).
3 Klik op System and Maintenance (Systeem en onderhoud).
4 Klik op System (Systeem).
5 Klik op Device Manager (Apparaatbeheer).

Windows XP

1 Klik op Start.
2 Klik op Control Panel (Configuratiescherm).
3 Klik op Performance and Maintenance (Prestaties en onderhoud).
4 Klik op System (Systeem).
5 Klik op Device Manager (Apparaatbeheer) op het tabblad Hardware.

Windows 2000

1 Klik op Start.
2 Klik op Settings (Instellingen) → Control Panel (Configuratiescherm).
3 Klik op System (Systeem).
4 Klik op Device Manager (Apparaatbeheer) op het tabblad Hardware.

b Klik op + om de lijst met beschikbare poorten uit te breiden.
c Selecteer de communicatiepoort van de printer waarop u de seriële kabel hebt aangesloten (bijvoorbeeld: COM1).
d Klik op Properties (Eigenschappen).
e Geef op het tabblad Poortinstellingen dezelfde seriële parameters op die u hebt ingesteld op de printer. Zoek naar de printerinstellingen in het gedeelte voor seriële instellingen op de pagina met menu-instellingen die u eerder hebt afgedrukt.
f Klik op OK en sluit alle vensters.
g Druk een testpagina af om de printerinstallatie te controleren. Wanneer de testpagina goed wordt afgedrukt, is de printerconfiguratie voltooid.

De printer configureren voor faxen

Opmerking: Faxvoorzieningen zijn niet op alle printermodellen beschikbaar.

Mogelijk zijn de volgende verbindingsmethoden niet van toepassing voor alle landen of regio's.

LEXMARK X652 - De printer configureren voor faxen - 1

LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer. Tijdens onweer moet u dit product niet installeren en geen elektrische verbindingen aanleggen, bijvoorbeeld voor de faxfunctie, of kabels en snoeren aansluiten, zoals een netsnoer of telefoonlijn.

Een faxverbinding kiezen

U kunt de printer aansluiten op apparatuur zoals een telefoon, een antwoordapparaat of een computermodem.

Opmerking: De printer is een analoog apparaat dat het beste werkt als deze rechtstreeks wordt aangesloten op een wandcontactdoos. Andere apparaten (zoals een telefoon of antwoordapparaat) kunnen worden aangesloten op de printer en gegevens doorsturen naar de printer, zoals is beschreven in de installatiestappen. Als u een digitale aansluiting zoals ISDN, DSL of ADSL wilt hebben, hebt u een apparaat van derden (zoals een DSL-filter) nodig.

U hoeft de printer niet aan te sluiten op een computer, maar u moet deze wel aansluiten op een telefoonlijn als u faxen wilt verzenden en ontvangen.

U kunt de printer aansluiten op andere apparatuur. Gebruik de volgende tabel om te bepalen op welke manier u de printer het beste kunt instellen.

Apparatuur Voordelen
•De printer•Een telefoonkabelFaxen verzenden en ontvangen zonder dat u een computer nodig hebt.
•De printer•Een telefoon•Twee telefoonkabels•De faxlijn als een normale telefoonlijn gebruiken.•Faxen verzenden en ontvangen zonder dat u een computer nodig hebt.
•De printer•Een telefoon•Een antwoordapparaat•Drie telefoonkabelsBinnenkomende telefonische berichten en faxen ontvangen.
•De printer•Een telefoon•Een computermodem•Drie telefoonkabelsFaxen verzenden met de computer of de printer.

Een RJ11-adapter gebruiken

Land/regio

•Verenigd Koninkrijk •Italië
- Ierland - Zweden
•Finland •Nederland
•Noorwegen •Frankrijk
•Denemarken •Portugal

Als u de printer wilt aansluiten op een antwoordapparaat, telefoon of ander telecommunicatieapparaat, dient u de telefoonlijnadapter te gebruiken die in sommige landen of regio's bij de printer wordt geleverd.

Opmerking: Als u DSL hebt, kunt u de printer niet aansluiten met een splitter omdat de faxfunctie dan mogelijk niet juist werkt.

1 Sluit de adapter op de telefoonkabel aan die bij de printer is geleverd.

LEXMARK X652 - Land/regio - 1

Opmerking: Op de afbeelding staat een adapter voor het Verenigd Koninkrijk. Uw adapter ziet er misschien anders uit, maar past op het telefoonstopcontact op uw locatie.

2 Sluit de telefoonlijn van uw geselecteerde telecommunicatieapparaat aan op het linkerstopcontact van de adapter.

LEXMARK X652 - Land/regio - 2

Als uw telecommunicatieapparaat een Amerikaanse (RJ11-)telefoonlijn gebruikt, dient u de onderstaande stappen te volgen om het apparaat aan te sluiten:

1 Verwijder de plug uit de EXT-poort 📞 aan de achterzijde van de printer.

LEXMARK X652 - Land/regio - 3

Opmerking: Als de plug is verwijderd, werkt land- of regiospecifieke apparatuur die u als adapter op de printer hebt aangesloten niet correct.

LEXMARK X652 - Land/regio - 4

2 Sluit uw telecommunicatieapparatuur direct aan op de EXT-poort 📞 aan de achterzijde van de printer.

LEXMARK X652 - Land/regio - 5

Let op—Kans op beschadiging: Raak de kabels of de printer niet aan in het aangegeven gebied als er een fax wordt verzonden of ontvangen.

LEXMARK X652 - Land/regio - 6

Extra installatieopties voor de printer

Land/regio

•Saudi-Arabie •Israël
•Verenigde Arabische Emiraten •Hongarije
- Egypte - Polen
•Bulgarije •Roemenië
•Tsjechië •Rusland
- België - Slovenië
•Australië •Spanje
•Zuid-Afrika •Turkije
•Griekenland

U sluit als volgt een telefoon, antwoordapparaat of ander telecommunicatieapparaat op de printer aan:

1 Verwijder de plug uit de achterzijde van de printer.

LEXMARK X652 - Land/regio - 1

2 Sluit uw telecommunicatieapparatuur direct aan op de EXT-poort 📞 aan de achterzijde van de printer.

LEXMARK X652 - Land/regio - 2

Opmerking: Als de plug is verwijderd, werkt land- of regiospecifieke apparatuur die u als adapter op de printer hebt aangesloten niet correct.

LEXMARK X652 - Land/regio - 3

Extra installatieopties voor de printer

Land/regio

•Duitsland
•Oostenrijk
•Zwitserland

Er is een plug geïnstalleerd in de EXT-poort 📞 van de printer. Deze plug is noodzakelijk voor de correcte werking van de printer.

LEXMARK X652 - Land/regio - 1

Opmerking: Verwijder de plug niet. Als u deze wel verwijdert, werkt mogelijk andere telecommunicatieapparatuur in uw huis (zoals telefoons of antwoordapparaten) niet.

De printer rechtstreeks op een telefoonwandcontactdoos aansluiten (Duitsland)

Sluit de printer rechtstreeks op een telefoonwandcontactdoos aan als u faxen wilt verzenden en ontvangen zonder een computer te gebruiken.

Opmerking: In Duitsland (en in sommige andere landen), wordt er bij de printer een speciale RJ-11-stekker in de EXT-poort meegeleverd. Verwijder de RJ-11-stekker niet. Deze is nodig voor een goede werking van de fax en de telefoon.

1 Controleer of u beschikt over een telefoonkabel (meegeleverd bij het product) en een telefoonwandcontactdoos.
2 Sluit het ene uiteinde van de telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer.

LEXMARK X652 - De printer rechtstreeks op een telefoonwandcontactdoos aansluiten (Duitsland) - 1

Extra installatieopties voor de printer

3 Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op de N-sleuf van een werkende telefoonwandcontactdoos.

LEXMARK X652 - De printer rechtstreeks op een telefoonwandcontactdoos aansluiten (Duitsland) - 2

4 Als u dezelfde telefoonlijn voor zowel de fax als de telefoon wilt gebruiken, sluit u een tweede telefoonlijn (niet meegeleverd) aan tussen de telefoon en de F-sleuf van een werkende telefoonwandcontactdoos.

LEXMARK X652 - De printer rechtstreeks op een telefoonwandcontactdoos aansluiten (Duitsland) - 3

5 Als u dezelfde telefoonlijn wilt gebruiken voor het opnemen van berichten op uw antwoordapparaat, sluit u een tweede telefoonlijn (niet meegeleverd) aan tussen het antwoordapparaat en de andere N-sleuf van de telefoonwandcontactdoos.

LEXMARK X652 - De printer rechtstreeks op een telefoonwandcontactdoos aansluiten (Duitsland) - 4

Extra installatieopties voor de printer

Aansluiten op een telefoon

Sluit een telefoon aan op de printer als u de faxlijn wilt gebruiken als een normale telefoonlijn. Installeer vervolgens de printer (waarbij het niet uitmaakt waar uw telefoon zich bevindt) om kopieën te maken of om faxen te verzenden en te ontvangen zonder gebruik van een computer.

Opmerking: Welke installatiestappen u precies moet uitvoeren, is afhankelijk van het land of de regio.

1 Controleer of u over het volgende beschikt:

•Een telefoon
- Twee telefoonkabels
•Een telefoonwandcontactdoos

2 Sluit een telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer en sluit de kabel vervolgens aan op een actieve telefoonwandcontactdoos.

LEXMARK X652 - Aansluiten op een telefoon - 1

3 Haal de beschermstekker uit de EXT-poort 📞 van de printer.

LEXMARK X652 - Aansluiten op een telefoon - 2

4 Sluit de andere telefoonkabel aan op een telefoon en sluit de kabel vervolgens aan op de EXT-poort van de printer.

LEXMARK X652 - Aansluiten op een telefoon - 3

Extra installatieopties voor de printer

Aansluiten op een antwoordapparaat

Sluit een antwoordapparaat aan op de printer als u binnenkomende telefonische berichten en faxen wilt ontvangen.

Opmerking: Welke installatiestappen u precies moet uitvoeren, is afhankelijk van het land of de regio.

1 Controleer of u over het volgende beschikt:

•Een telefoon
•Een antwoordapparaat
•Drie telefoonkabels
•Een telefoonwandcontactdoos

2 Sluit een telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer en sluit de kabel vervolgens aan op een werkende telefoonwandcontactdoos.

LEXMARK X652 - Aansluiten op een antwoordapparaat - 1

3 Haal de beschermstekker uit de EXT-poort 📞 van de printer.

LEXMARK X652 - Aansluiten op een antwoordapparaat - 2

4 Sluit een tweede telefoonkabel aan op de telefoon en het antwoordapparaat.

LEXMARK X652 - Aansluiten op een antwoordapparaat - 3

Extra installatieopties voor de printer

5 Sluit een derde telefoonkabel aan op het antwoordapparaat en de EXT-poort 📞 van de printer.

LEXMARK X652 - Aansluiten op een antwoordapparaat - 4

Aansluiten op een computer met een modem

Sluit de printer aan op een computer met een modem als u faxen wilt verzenden vanuit de softwaretoepassing.

Opmerking: Welke installatiestappen u precies moet uitvoeren, is afhankelijk van het land of de regio.

1 Controleer of u over het volgende beschikt:

•Een telefoon
•Een computer met een modem
•Drie telefoonkabels
•Een telefoonwandcontactdoos

2 Sluit een telefoonkabel aan op de LINE-poort van de printer en sluit de kabel vervolgens aan op een werkende telefoonwandcontactdoos.

LEXMARK X652 - Aansluiten op een computer met een modem - 1

3 Haal de beschermstekker uit de EXT-poort 📞 van de printer.

LEXMARK X652 - Aansluiten op een computer met een modem - 2

4 Sluit een tweede telefoonkabel aan op de telefoon en de computermodem.

LEXMARK X652 - Aansluiten op een computer met een modem - 3

5 Sluit een derde telefoonkabel aan op de computermodem en de EXT-poort van de printer.

LEXMARK X652 - Aansluiten op een computer met een modem - 4

Extra installatieopties voor de printer

De naam en het nummer voor uitgaande faxen instellen

Op de volgende wijze kunt u de toegewezen faxnaam en het faxnummer op uitgaande faxen afdrukken:

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Fax Settings (Faxinstellingen).
4 Klik op Analog Fax Setup (Analoge faxinstellingen).
5 Klik in het vak Stationsnaam en voer vervolgens de naam in die u op alle uitgaande faxen wilt afdrukken.
6 Klik in het vak Stationsnummer en geef het faxnummer op.
7 Klik op Submit (Verzenden).

De datum en tijd instellen

U kunt de datum en tijd instellen zodat op elke fax die u verzendt, de datum en tijd wordt afgedrukt. Als zich een stroomstoring voordoet, kan het nodig zijn om de datum en de tijd opnieuw in te stellen. U kunt als volgt de datum en tijd instellen:

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Links & Index (Koppelingen & Index).
3 Klik op Set Date and Time (Datum en tijd instellen).
4 Klik in het vak Manually Set Date & Time (Datum/tijd handmatig instellen) en voer de huidige datum en tijd in.
5 Klik op Submit (Verzenden).

Zomertijd inschakelen

De printer kan zo worden ingesteld dat deze automatisch de tijd aan de zomertijd aanpast:

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Links & Index (Koppelingen & index).
3 Klik op Set Date and Time (Datum en tijd instellen).
4 Selecteer Automatically Observe DST (Automatisch zomertijd gebruiken).
5 Klik op Submit (Verzenden).

Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de laden voor 250, 500 en 2000 vel en de universeellader moet vullen. Hierin vindt u ook informatie over de papierafdrukstand, het instellen van de papiersoort en het papierformaat en het koppelen en ontkoppelen van laden.

Papiersoort en papierformaat instellen

De instelling Papierformaat wordt automatisch vastgesteld aan de hand van de positie van de papiergeleiders in de laden, behalve de universeellader. U dient de instelling Papierformaat voor de universeellader handmatig in te stellen. De instelling Papierformaat staat standaard ingesteld op Normaal papier. U dient de instelling Papierformaat handmatig in te stellen voor alle laden waarin geen normaal papier is geplaatst.

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Paper Menu (Menu Papier) aan.
4 Raak Paper Size/Type (Papierformaat/-soort) aan.
5 Druk op de pijlen van de papiersoort voor de gewenste lade tot de juiste instelling voor formaat of soort verschijnt.
6 Raak Submit (Indienen) aan.
7 Druk op om terug te keren naar het beginscherm.

Instellingen voor universeel papier configureren

Universal Paper Size (Universeel papierformaat) is een door de gebruiker gedefinieerde instelling waarmee u kunt afdrukken op papierformaten die niet vooraf zijn ingesteld in de printermenu's. Stel Paper Size (Papierformaat) voor de betreffende lade in op Universal (Universeel) als het gewenste formaat niet beschikbaar is in het menu Paper Size (Papierformaat). Geef vervolgens alle onderstaande instellingen voor het universele formaat voor uw papier op:

•Maateenheden (inch of millimeter)
•Staand breedte
•Staand hoogte

Opmerking: Het kleinste ondersteunde formaat is 76 x 76 mm (3 x 3 inch); het grootste formaat is 216 x 356 mm (8,5 x 14 inch).

Een maateenheid opgeven

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Paper Menu (Menu Papier) aan.
4 Druk op de pijltoetsen tot Universal-instelling wordt weergegeven en druk op Universal Setup (Universal-instelling).

Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen

5 Druk op de linker- of rechterpijl om de gewenste maateenheid te selecteren.
6 Druk op Portrait Width (Breedte Staand) of Portrait Height (Hoogte Staand).
7 Raak de pijlen aan om de gewenste breedte of hoogte te selecteren.
8 Raak Submit (Verzenden) aan om uw selectie op te slaan.
Selectie verzenden... verschijnt, gevolgd door het menu Papier.
9 Druk op om terug te keren naar het beginscherm.

Standaardladen of optionele laden voor 250 of 550 vel vullen

De laden voor 250 en 550 vel zien er verschillend uit, maar u moet voor beide laden dezelfde procedure gebruiken om het papier te plaatsen. Ga als volgt te werk om papier in een van de laden te plaatsen:

1 Trek de lade naar buiten.

Opmerking: Verwijder een lade nooit tijdens de uitvoering van een afdruktaak of als het bericht Bezig op het bedieningspaneel wordt weergegeven. Dit kan een papierstoring veroorzaken.

LEXMARK X652 - Standaardladen of optionele laden voor 250 of 550 vel vullen - 1

Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen

2 Druk de breedtegeleiders naar binnen, zoals in de afbeelding wordt aangegeven, en schuif de breedtegeleider naar de juiste positie voor het formaat papier dat u wilt plaatsen.

LEXMARK X652 - Standaardladen of optionele laden voor 250 of 550 vel vullen - 2

3 Ontgrendel de lengtegeleider en druk het lipje ervan naar binnen, zoals op de afbeelding wordt aangegeven, en schuif de geleider naar de juiste positie voor het formaat papier dat u plaatst.

LEXMARK X652 - Standaardladen of optionele laden voor 250 of 550 vel vullen - 3

  • Stel de geleiders in op de juiste positie met behulp van de formaatindicatoren aan de onderkant van de lade.
  • Vergrendel de lengtegeleider voor standaardpapierformaten.

4 Buig de vellen enkele malen heen en weer om de vellen los te maken. Waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak op een vlakke ondergrond de stapel recht.

LEXMARK X652 - Standaardladen of optionele laden voor 250 of 550 vel vullen - 4

5 Plaats het papier als volgt in de lade:

  • Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden als u enkelzijdig wilt afdrukken.
  • Plaats het papier met de afdrukzijde omhoog als u dubbelzijdig wilt afdrukken.

Opmerking: de manier waarop u het papier in de laden moet plaatsen, is afhankelijk van of u een optionele StapleSmart™ II-finisher hebt geïnstalleerd.

Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen

Zonder optionele StapleSmart II-finisher Met optionele StapleSmart II-finisher

ABC

Enkelzijdig afdrukken

LEXMARK X652 - Zonder optionele StapleSmart II-finisher Met optionele StapleSmart II-finisher - 2

Enkelzijdig afdrukken

ABC

Dubbelzijdig afdrukken (duplex)

ABC

Dubbelzijdig afdrukken (duplex)

Opmerking: De lijn voor de maximale hoeveelheid aan de zijkant van de lade geeft de maximumhoogte voor het geplaatste papier aan. Plaats niet te veel papier in de lade.

LEXMARK X652 - Zonder optionele StapleSmart II-finisher Met optionele StapleSmart II-finisher - 5

6 Verstel zo nodig de papiergeleiders zodat deze licht tegen de zijkant van de stapel drukken en vergrendel de lengtegeleider voor de papierformaten die zijn aangegeven op de lade.

7 Plaats de lade terug.

LEXMARK X652 - Zonder optionele StapleSmart II-finisher Met optionele StapleSmart II-finisher - 6

8 Bij het plaatsen van een andere soort papier dan voorheen moet de instelling Papiersoort voor de lade via het bedieningspaneel worden gewijzigd.

Lade voor 2000 vel vullen

1 Trek de lade naar buiten.
2 Trek de breedtegeleider omhoog en schuif deze naar de juiste positie voor het formaat papier dat u wilt plaatsen.

LEXMARK X652 - Lade voor 2000 vel vullen - 1

3 Ontgrendel de lengtegeleider.

LEXMARK X652 - Lade voor 2000 vel vullen - 2

4 Druk de ontgrendelingshendel van de lengtegeleider in om deze te verhogen, schuif de geleider naar de juiste positie voor het formaat papier dat u wilt plaatsen en vergrendel vervolgens de geleider.

LEXMARK X652 - Lade voor 2000 vel vullen - 3

Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen

5 Buig de vellen enkele malen heen en weer om de vellen los te maken. Waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak op een vlakke ondergrond de stapel recht.

LEXMARK X652 - Lade voor 2000 vel vullen - 4

6 Plaats het papier als volgt in de lade:

  • Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden als u enkelzijdig wilt afdrukken.
  • Plaats het papier met de afdrukzijde omhoog als u dubbelzijdig wilt afdrukken.

Opmerking: de manier waarop u het papier in de laden moet plaatsen, is afhankelijk van of u een optionele StapleSmart II-finisher hebt geïnstalleerd.

Zonder optionele StapleSmart II-finisher Met optionele StapleSmart II-finisher

ABC

Enkelzijdig afdrukken

ABC

Enkelzijdig afdrukken

Zonder optionele StapleSmart II-finisher Met optionele StapleSmart II-finisher

ABC

Dubbelzijdig afdrukken (duplex)

ABC

Dubbelzijdig afdrukken (duplex)

Opmerking: De lijn voor de maximale hoeveelheid aan de zijkant van de lade geeft de maximumhoogte voor het geplaatste papier aan. Plaats niet te veel papier in de lade.

LEXMARK X652 - Zonder optionele StapleSmart II-finisher Met optionele StapleSmart II-finisher - 3

7 Plaats de lade terug.

De universeellader vullen

1 Trek de klep van de universeellader naar beneden.

LEXMARK X652 - De universeellader vullen - 1

2 Trek het verlengstuk naar buiten totdat het volledig is uitgetrokken.

LEXMARK X652 - De universeellader vullen - 2

3 Schuif de breedtegeleider helemaal naar rechts.

LEXMARK X652 - De universeellader vullen - 3

4 Buig de vellen papier of speciaal afdrukmaterial enkele malen om ze los te maken en waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak een rechte stapel op een vlakke ondergrond.

PapierLEXMARK X652 - De universeellader vullen - 4
EnveloppenLEXMARK X652 - De universeellader vullen - 5
Transparanten*LEXMARK X652 - De universeellader vullen - 6
* Raak de afdrukzijde van transparanten niet aan. Zorg dat er geen krassen op komen.

5 Plaats het papier of speciale afdrukmateriaal in de universeellader.Schuif de stapel voorzichtig zo ver mogelijk in de universeellader.

Zonder optionele StapleSmart-finisherMet optionele StapleSmart-finisher
LEXMARK X652 - De universeellader vullen - 7Enkelzijdig afdrukkenLEXMARK X652 - De universeellader vullen - 8Enkelzijdig afdrukken

Zonder optionele StapleSmart-finisher Met optionele StapleSmart-finisher ABC Dubbelzijdig afdrukken (duplex) ABC Dubbelzijdig afdrukken (duplex)

Opmerkingen:

  • Laat de stapel niet boven de maximale stapelhoogte uitkomen door te veel papier onder de indicator te duwen.
  • Laad of sluit geen lade wanneer er een taak wordt afgedrukt.
  • Plaats nooit afdrukmateriaal van verschillende formaten en soorten tegelijk.
  • Plaats enveloppen met de klepzijde omhoog.

Let op—Kans op beschadiging: Gebruik geen enveloppen met postzegels, klemmetjes, drukkers, vensters, bedrukte binnenzijde of zelfklevende sluitingen. Het gebruik van deze enveloppen kan de printer ernstig beschadigen.

6 Pas de breedtegeleider aan zodat deze licht tegen de rand van de stapel papier drukt. Zorg ervoor dat het papier losjes in de universeellader past, plat ligt en niet is omgebogen of gekreukt.
7 Stel via het bedieningspaneel van de printer het papierformaat en de papiersoort in.

De enveloppenlader vullen

1 Stel de envelopsteun in op de lengte van de te plaatsen enveloppen:

  • Korte enveloppen: sluit de envelopsteun volledig.
  • Enveloppen met gemiddelde lengte: stel de envelopsteun in op de middelste stand.
  • Lange enveloppen: open de envelopsteun volledig.

2 Kantel het envelopgewicht en beweeg het weer terug naar de printer.

LEXMARK X652 - De enveloppenlader vullen - 1

3 Schuif de breedtegeleider naar rechts.

LEXMARK X652 - De enveloppenlader vullen - 2

4 Zorg dat de enveloppen klaar zijn om te worden geplaatst.

Buig de enveloppen enkele malen heen en weer om de vellen los te maken. Waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak op een vlakke ondergrond de stapel recht.

LEXMARK X652 - De enveloppenlader vullen - 3

5 Plaats de stapel enveloppen met de klepzijde omlaag.

Let op—Kans op beschadiging: Gebruik geen enveloppen met postzegels, klemmetjes, drukkers, vensters, bedrukte binnenzijde of zelfklevende sluitingen. Het gebruik van deze enveloppen kan de printer ernstig beschadigen.

LEXMARK X652 - De enveloppenlader vullen - 4

Opmerking: Laat de stapel niet boven de maximale stapelhoogte uitkomen door te veel papier onder de indicator te duwen.

6 Pas de breedtegeleider aan zodat deze licht tegen de rand van de stapel papier drukt.
7 Laat het envelopgewicht op de papierstapel zakken.
8 Stel via het bedieningspaneel van de printer het papierformaat en de papiersoort in.

Laden koppelen en ontkoppelen

Laden koppelen

Het koppelen van laden is handig bij grote afdruktaken of bij het afdrukken van meerdere exemplaren. Als een van de gekoppelde invoerladen leeg raakt, wordt automatisch de volgende gekoppelde invoerlade gebruikt. Als de instellingen Papierformaat en Papiersoort voor alle laden hetzelfde zijn, worden de laden automatisch gekoppeld.

De printer detecteert automatisch de instelling Papierformaat aan de hand van de positie van de papiergeleiders in de laden, behalve de universeellader. De printer kan de papierformaten A4, A5, JIS B5, Letter, Legal, Executive en Universal detecteren. De universeellader en laden die andere papierformaten gebruiken, kunnen handmatig worden gekoppeld via het menu Papierformaat in het menu Papierformaat/-soort.

Opmerking: U kunt de universeellader koppelen door Configuratie U-lader in te stellen op Cassette in het menu Papier om Formaat U-lader als menu-instelling weer te geven.

De instelling Papiersoort moet voor alle laden worden ingesteld via het menu Papiersoort in het menu Papierformaat/-soort.

Laden ontkoppelen

Ontkoppelde laden hebben instellingen die afwijken van de instellingen van andere laden.

Als u een lade wilt ontkoppelen, wijzig dan de volgende lade-instellingen, zodat deze niet overeenkomen met de instellingen van andere laden:

  • Paper Type (Papiersoort), zoals Plain Paper (Normaal papier), Letterhead (Briefhoofdpapier), Custom Type (Aangepast )
    De papiersoort omschrijft de eigenschappen van het papier. Als de naam die uw papier het beste omschrijft al aan laden is gekoppeld, wijs dan een andere papiersoortnaam aan de lade toe, zoals Custom Type (Aangepast ), of geef uw eigen aangepaste naam op.
  • Paper Size (Papierformaat), bijvoorbeeld Letter, A4 of Statement
    Plaats papier van een ander formaat als u de papierformaatinstelling van een lade automatisch wilt wijzigen. U kunt de papierformaatinstellingen voor de universeellader niet automatisch wijzigen; deze dient u handmatig in te stellen via het menu Paper Size (Papierformaat).

Let op—Kans op beschadiging: Wijs geen papiersoortnaam toe die de in de lade geplaatste papiersoort niet nauwkeurig omschrijft. De temperatuur van het verhittingsstation is afhankelijk van de opgegeven papiersoort. Als een verkeerde papiersoort is geselecteerd, wordt het papier mogelijk niet goed verwerkt.

Een aangepaste papiersoortnaam toewijzen

Wijs een aangepaste papiersoortnaam aan een lade toe bij het koppelen of ontkoppelen van de lade.

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Paper Menu (Menu Papier) aan.
4 Raak Paper Size/Type (Papierformaat/-soort) aan.
5 Druk op de pijlen van de papiersoort voor de gewenste lade tot de juiste aangepaste soort verschijnt.
6 Raak het nummer van de lade of MP Feeder Type (Soort U-lader) aan.
7 Raak Submit (Indienen) aan.

Naam voor Aangepast wijzigen

U kunt de Embedded Web Server of MarkVision™ gebruiken om een andere naam dan Custom Type (Aangepast ) te definiëren voor elk van de aangepaste papiersoorten die zijn geplaatst. Als een Custom Type -naam wordt gewijzigd, wordt de nieuwe naam in de menu's weergegeven in plaats van Custom Type (Aangepast ).

Een Custom Type -naam (Aangepast -naam) wijzigen vanaf de Embedded Web Server:

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik onder Standaardinstellingen op Paper Menu (Menu Papier).
4 Klik op Custom Names (Aangepaste namen).
5 Typ een naam voor de papiersoort in een vak Aangepaste naam .

Opmerking: Deze aangepaste naam komt op de plaats van de naam van een aangepaste papiersoort in de menu's Custom Types (Aangepaste soorten) en Paper Size/Type (Papierformaat/-soort).

6 Klik op Verzenden.
7 Klik op Custom Types (Aangepaste soorten).

Aangepaste soorten wordt weergegeven, gevolgd door de aangepaste naam.

8 Selecteer een instelling voor Paper Type (Papiersoort) uit de lijst naast de aangepaste naam.
9 Klik op Verzenden.

Richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal

Richtlijnen voor papier

Als u het juiste papier of speciale afdrukmateriaal selecteert, vermindert het aantal afdrukproblemen. Voor optimale afdrukkwaliteit kunt u het beste eerst een proefafdruk maken op het papier of het speciale afdrukmateriaal dat u wilt gebruiken voordat u grote hoeveelheden hiervan aanschaft.

Papierkenmerken

De volgende papierkenmerken zijn van invloed op de afdrukkwaliteit en de betrouwbaarheid van de papierinvoer. Houd rekening met deze kenmerken wanneer u een nieuw type papier overweegt.

Opmerking: Raadpleeg de Card Stock & Label Guide (alleen Engelstalig) voor meer informatie over karton en etiketten. U vindt deze publicatie op de website van Lexmark, op www.lexmark.com/publications.

Gewicht

De printer kan automatisch papier invoeren met een gewicht van 60 tot 176 g/m ^2 met vezels in de lengterichting. Papier dat lichter is dan 60 g/m ^2 is mogelijk niet stevig genoeg om correct te worden ingevoerd, waardoor papierstoringen kunnen optreden. Gebruik voor de beste prestaties afdrukmateriaal van 75 g/m ^2 met vezels in de lengterichting. Voor papier dat kleiner is dan 182 x 257 mm (7,2 x 10,1 inch), raden wij u afdrukmateriaal aan van 90 g/m ^2 of zwaarder aan.

Krullen

Krullen is de neiging van papier om bij de randen om te buigen. Als afdrukmateriaal te veel krult, kan dat problemen opleveren bij het invoeren. Papier kan omkrullen nadat het door de printer is gevoerd en daarbij is blootgesteld aan hoge temperaturen. Als u papier in hete, vochtige, koude of droge omstandigheden buiten de verpakking of in de laden bewaart, kan het papier omkrullen voordat erop wordt afgedrukt. Dit kan invoerproblemen veroorzaken.

Gladheid

De gladheid van papier is rechtstreeks van invloed op de afdrukkwaliteit. Als papier te ruw is, wordt toner er niet goed op gefixeerd. Te glad papier kan invoerproblemen of problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken. Gebruik papier met een gladheid tussen de 100 en 300 Sheffield-punten. Een gladheid tussen de 150 en 250 Sheffield-punten geeft de beste afdrukkwaliteit.

Vochtigheidsgraad

De hoeveelheid vocht in papier is van invloed op de afdrukkwaliteit en bepaalt tevens of het papier goed door de printer kan worden gevoerd. Laat het papier in de originele verpakking tot u het gaat gebruiken. Het papier wordt dan niet blootgesteld aan de negatieve invloed van wisselingen in de luchtvochtigheid.

Laat het papier gedurende 24 tot 48 uur vóór het afdrukken in de originele verpakking en in dezelfde omgeving als de printer acclimatiseren. Verleng de acclimatiseringperiode met enkele dagen als de opslag- of transportomgeving erg verschilde van de printeromgeving. Dik papier kan een langere acclimatiseringsperiode nodig hebben.

Vezelrichting

Deze term heeft betrekking op de richting van de vezels in een vel papier. Vezels lopen ofwel in de lengterichting van het papier of in de breedterichting.

Voor papier met een gewicht van 60-176 g/m ^2 met vezels in de lengterichting, wordt papier met de vezel in de lengterichting aanbevolen. Voor papiersoorten met een gewicht van meer dan 176 g/m ^2 , wordt papier met vezels in de breedterichting aanbevolen.

Vezelgehalte

Kwalitatief hoogwaardig xerografisch papier bestaat meestal voor 100% uit chemisch behandelde houtpulp. Papier met deze samenstelling is zeer stabiel, zodat er minder problemen optreden bij de invoer en de afdrukkwaliteit beter is. Als papier andere vezels bevat, bijvoorbeeld van katoen, kan dat eerder leiden tot problemen bij de verwerking.

Raadpleeg voor meer informatie over kringlooppapier "Kringlooppapier en ander kantoorpapier gebruiken" op pagina 90.

Ongeschikt papier

Het gebruik van de volgende papiersoorten in de printer wordt afgeraden:

  • Chemisch behandelde papiersoorten waarmee kopieën kunnen worden gemaakt zonder carbonpapier, ook wel "carbonless copy paper" (CCP) of "no carbon required paper" (NCR) genoemd.
  • Voorbedrukt papier dat chemische stoffen bevat die schadelijk zijn voor de printer.
  • Voorbedrukt papier dat niet voldoende bestand is tegen de temperatuur in het verhittingsstation.
  • Voorbedrukt papier waarvoor een registrering (nauwkeurige positionering van het afdrukgebied op de pagina) van meer dan ± 2,3 mm is vereist, zoals OCR-formulieren (optical character recognition).

In sommige gevallen kan de registrering via een softwaretoepassing worden aangepast, waardoor afdrukken op deze formulieren toch mogelijk is.

  • Coated papier (uitwisbaar papier), synthetisch papier, thermisch papier.
  • Papier met ruwe randen, papier met een ruw of grof gestructureerd oppervlak, gekruld papier.
  • Kringlooppapier dat niet voldoet aan de norm EN12281:2002 (Europa)
    •Papier met een gewicht van minder dan 60 g/m ^2
  • Formulieren of documenten die uit meerdere delen bestaan.

Papier kiezen

Het gebruik van het juiste papier voorkomt storingen en zorgt ervoor dat u probleemloos kunt afdrukken.

U kunt als volgt papierstoringen of een slechte afdrukkwaliteit voorkomen:

  • Gebruik altijd nieuw, onbeschadigd papier.
  • Voordat u papier plaatst, moet u weten wat de geschiktste afdrukzijde is. Dit staat meestal op de verpakking vermeld.
  • Gebruik geen papier dat u zelf op maat hebt gesneden of geknipt.
  • Gebruik nooit papier van verschillend formaat, gewicht of soort in dezelfde papierbron. Dit leidt tot storingen in de doorvoer.
  • Gebruik geen gecoat papier, tenzij het speciaal is ontworpen voor elektrofotografisch afdrukken.

Voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier kiezen

Houd u aan de volgende richtlijnen als u voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier kiest:

  • Gebruik papier met de vezel in lengterichting voor papier van 60 tot 90 g/m ^2 .
  • Gebruik alleen formulieren en briefhoofdpapier die zijn gelithografeerd of gegraveerd.
  • Gebruik geen papier met een ruw of grof gestructureerd oppervlak.

Gebruik papier dat is bedrukt met hittebestendige inkt en dat geschikt is voor kopieerapparaten. De inkt moet bestand zijn tegen temperaturen van 230 °C zonder te smelten of schadelijke stoffen af te geven. Gebruik geen inkten die worden beïnvloed door de hars in de toner. Inktsoorten op basis van water of olie zouden aan deze vereisten moeten voldoen. Latex-inkt zou echter problemen kunnen opleveren. Neem in geval van twijfel contact op met uw papierleverancier.

Voorbedrukt papier, zoals briefhoofdpapier, moet bestand zijn tegen temperaturen tot 225 °C zonder te smelten of gevaarlijke stoffen af te scheiden.

Kringlooppapier en ander kantoorpapier gebruiken

Lexmark is een milieubewust bedrijf en stimuleert het gebruik van zakelijk kringlooppapier dat speciaal is geproduceerd voor gebruik in (elektrofotografische) laserprinters. In 1998 heeft Lexmark een onderzoek gepresenteerd aan de Amerikaanse overheid waarin werd aangetoond dat kringlooppapier dat door grote papierfabrieken in Amerika is geproduceerd, net zo goed kan worden ingevoerd door de printer als gewoon papier. Er kan echter geen absolute garantie worden gegeven dat alle soorten kringlooppapier correct worden ingevoerd.

Lexmark test haar printers voortdurend met kringlooppapier (gemaakt van 20 tot 100% hergebruikt materiaal) en verschillende soorten testpapier van over de hele wereld. Daarvoor gebruikt Lexmark klimaatkamers (testruimtes) om te testen bij verschillende temperaturen en vochtigheidsgraden. Lexmark heeft geen enkele reden gevonden om het gebruik van modern zakelijk kringlooppapier af te raden, maar normaal gesproken zijn de volgende richtlijnen van toepassing op kringlooppapier.

•Een laag vochtgehalte (4–5%)
- Geschichte gladheid (100-200 Sheffield-punten of 140-350 Bendtsen-punten in Europa)

Opmerking: Bepaalde papiersoorten die veel gladder (bijvoorbeeld premiumlaserpapier, 24 lb, 50-90 Sheffield-punten) of veel ruwer (bijvoorbeeld premiumkatoenpapier van 200-300 Sheffield-punten) zijn, zijn ontworpen voor gebruik met laserprinters, ondanks de structuur van het oppervlak. Raadpleeg uw papierleverancier voordat u deze papiersoorten gebruikt.

  • Een geschikte wrijvingscoëfficiënt tussen de vellen (0,4-0,6)
    •Voldoende buigweerstand in de invoerrichting

Kringlooppapier, licht papier (<60 g/m²) en/of dun papier (<0,1 mm]) en papier dat in de breedte is gesneden voor printers met staande invoer (korte zijde), hebben mogelijk een lagere buigweerstand dan nodig voor betrouwbare papierinvoer. Raadpleeg uw papierleverancier voordat u deze papiersoorten gebruikt in uw (elektrofotografische) laserprinter. Houd er rekening mee dat dit slechts algemene richtlijnen zijn en dat papier dat aan deze richtlijnen voldoet nog steeds invoerproblemen kan veroorzaken voor een laserprinter, bijvoorbeeld omdat het papier extreem omkrult bij normale afdrukomstandigheden.

Papier bewaren

Houd de volgende richtlijnen voor het bewaren van papier aan om een regelmatige afdrukkwaliteit te garanderen en te voorkomen dat er papierstoringen ontstaan.

  • Ukunt het papier het beste bewaren in een omgeving met een temperatuur van 21 °C en een relatieve vochtigheid van 40%. De meeste fabrikanten van etiketten bevelen een omgeving aan met een temperatuur tussen 18 en 24 °C en een relatieve vochtigheid van 40% tot 60%.
  • Zet dozen papier, indien mogelijk, liever niet op de vloer, maar op een pallet of een plank.
  • Zet losse pakken op een vlakke ondergrond.
  • Plaats niets boven op de losse pakken met papier.

Ondersteunde papierformaten, -soorten en - gewichten

In de volgende tabellen vindt u informatie over standaardladen en optionele papierladen en de papiersoorten die de laden ondersteunen.

Opmerking: Gebruik voor een papierformaat dat niet in de lijst voorkomt een universeel papierformaat.

Raadpleeg de Card Stock & Label Guide (alleen Engelstalig) voor meer informatie over karton en etiketten. U vindt deze publicatie op de website van Lexmark op www.lexmark.com/publications.

Papierformaten die door de printer worden ondersteund

Paper size (Papier-formaat)Afmetingen Laden voor 250 of 550 vel (standaard of optioneel)Optionele lade voor 2000 velUniverseel-laderDuple-xeenheid
A4210 x 297 mm(8,3 x 11,7 inch)
A5148 x 210 mm(5,8 x 8,3 inch)X
A6^1,2 105 x 148 mm(4,1 x 5,8 inch)XXX
JIS B5182 x 257 mm(7,2 x 10,1 inch)X
Letter216 x 279 mm(8,5 x 11 inch)
1 Dit formaat wordt alleen weergegeven in het menu Papierformaat als de papierbron de functie voor het automa-tisch vaststellen van het papierformaat niet ondersteunt of als deze functie is uitgeschakeld.2 Dit formaat wordt alleen ondersteund door de standaarduitvoerlade.3Deze instelling past de pagina aan voor 216 x 356 mm (8,5 x 14 inch) behalve als het formaat is opgegeven in de toepassing.4 U kunt alleen dubbelzijdig afdrukken als de breedte voor Universal is ingesteld op een waarde tussen 148 mm (5,8 inch en 216 mm (8,5 inch) en de lengte op een waarde tussen 182 mm (7,2 inch) en 356 mm (14 inch).
Paper size (Papier-formaat)Afmetingen Laden voor 250 of 550 vel (standaard of optioneel)Optionele lade voor 2000 velUniverseel-laderDuple-xeenheid
Legal216 x 356 mm(8,5 x 14 inch)
Executive184 x 267 mm(7,3 x 10,5 inch)X
Oficio^1 216 x 340 mm(8,5 x 13,4 inch)X
Folio^1 216 x 330 mm(8,5 x 13 inch)X
Statement^1 140 x 216 mm(5,5 x 8,5 inch)X
Universal^3,4 138 x 210 mm(5,5 x 8,3 inch) tot216 x 356 mm(8,5 x 14 inch)X
70 x 127 mm(2,8 x 5 inch) tot216 x 356 mm(8,5 x 14 inch)XXX
148 x 182 mm(5,8 x 7,7 inch) tot216 x 356 mm(8,5 x 14 inch)X
7 3/4-envelop(Monarch)98 x 191 mm(3,9 x 7,5 inch)XXX
9-envelope98 x 225 mm(3,9 x 8,9 inch)XXX
10-envelope105 x 241 mm(4,1 x 9,5 inch)XXX
DL-envelop110 x 220 mm(4,3 x 8,7 inch)XXX
^1 Dit formaat wordt alleen weergegeven in het menu Papierformaat als de papierbron de functie voor het automa-tisch vaststellen van het papierformaat niet ondersteunt of als deze functie is uitgeschakeld. ^2 Dit formaat wordt alleen ondersteund door de standaarduitvoerlade. ^3 Deze instelling past de pagina aan voor 216 x 356 mm (8,5 x 14 inch) behalve als het formaat is opgegeven in de toepassing. ^4 U kunt alleen dubbelzijdig afdrukken als de breedte voor Universal is ingesteld op een waarde tussen 148 mm (5,8 inch en 216 mm (8,5 inch) en de lengte op een waarde tussen 182 mm (7,2 inch) en 356 mm (14 inch).
Andere envelop98 x 162 mm(3,9 x 6,4 inch) tot 176 x 250 mm(6,9 x 9,8 inch)X X X
1 Dit formaat wordt alleen weergegeven in het menu Papierformaat als de papierbron de functie voor het automa-tisch vaststellen van het papierformaat niet ondersteunt of als deze functie is uitgeschakeld.2 Dit formaat wordt alleen ondersteund door de standaarduitvoerlade.3Deze instelling past de pagina aan voor 216 x 356 mm (8,5 x 14 inch) behalve als het formaat is opgegeven in de toepassing.4 U kunt alleen dubbelzijdig afdrukken als de breedte voor Universal is ingesteld op een waarde tussen 148 mm (5,8 inch en 216 mm (8,5 inch) en de lengte op een waarde tussen 182 mm (7,2 inch) en 356 mm (14 inch).

Opmerking: er is een aanpasbare lade voor 250 vel beschikbaar voor kleinere papierformaten dan A5, bijvoorbeeld indexkaarten.

Door de printer ondersteunde papiersoorten en -gewichten

De printer ondersteunt papiergewichten van 60-176 g/m². De duplexeenheid ondersteunt papiergewichten van 63-170 g/m².

Papiersoort Laden voor 250 of 550 vel (standaard of optioneel)Optionele lade voor 2000 velUniverseellader Duplexeenheid
Papier•Normaal•Bankpost•Gekleurd•Aangepast•Briefhoofdpapier•Licht•Zwaar•Voorbedrukt papier•Ruw/katoen•Kringlooppapier
Karton
Enveloppen X X X
1 Voor het afdrukken van etiketten is een speciale reiniger voor het verhittingsstation vereist waardoor dubbelzijdig afdrukken niet mogelijk is. De reiniger wordt geleverd bij de speciale cartridge voor etikettoepassingen.
Etiketten1•Papier•Vinyl
Transparanten
1Voor het afdrukken van etiketten is een speciale reiniger voor het verhittingsstation vereist waardoor dubbelzijdig afdrukken niet mogelijk is. De reiniger wordt geleverd bij de speciale cartridge voor etikettoepassingen.

Door de finisher ondersteunde papiersoorten en -gewichten

Gebruik deze tabel om de mogelijke uitvoerbestemmingen te bepalen van afdruktaken met ondersteunde papiersoorten en -gewichten. De papiercapaciteit van elke uitvoerlade is tussen haakjes weergegeven. De geschatte papiercapaciteit is gebaseerd op papier van 75 g/m².

De finisher ondersteunt papiergewichten van 60-176 g/m².

Papiersoort Standaardlader finisher (250 of 550 vel)Optionele uitvoer-lader (550 vel) of Optionele stape-leenheid met hoge capaciteit (1850 vel)5 - Mailbox met 5 laden (500 vel) ^1 StapleSmart-finisher (500 vel ^2 )
Papier•Normaal•Bankpost•Gekleurd•Aangepast•Briefhoofdpapier•Licht•Zwaar•Voorbedrukt papier•Ruw/katoen•Kringlooppapier
Karton X
Enveloppen X X
^1 Ondersteunt papiergewichten van 60-90 g/m ^2 . ^2 Maximaal 50 vellen per geniet pakket. ^3 Voor het afdrukken van etiketten is een speciale reiniger voor het verhittingsstation vereist waardoor dubbelzijdig afdrukken niet mogelijk is. De reiniger wordt geleverd bij de speciale cartridge voor etikettoepassingen.
Etiketten ^3 •Papier•VinylX
Transparanten X X
^1 Ondersteunt papiergewichten van 60-90 g/m ^2 . ^2 Maximaal 50 vellen per geniet pakket. ^3 Voor het afdrukken van etiketten is een speciale reiniger voor het verhittingsstation vereist waardoor dubbelzijdig afdrukken niet mogelijk is. De reiniger wordt geleverd bij de speciale cartridge voor etikettoepassingen.

Kopiëren

ADF Glasplaat

LEXMARK X652 - ADF Glasplaat - 1

Gebruik de ADF (automatische documentinvoer) voor documenten met meerdere pagina's.

LEXMARK X652 - ADF Glasplaat - 2

Gebruik de glasplaat voor één pagina, kleine voorwerpen (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften).

Kopieën maken

Snel kopiëren

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
4 Als u het document op de glasplaat hebt gelegd, raakt u Finish the Job (Taak voltooien) aan om terug te keren naar het beginscherm.

Kopiëren via de ADF

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF).
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Pas de papiergeleiders aan.

3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm of voer het aantal kopieën in met het toetsenblok. Het scherm Kopiëren wordt weergegeven.
4 Geef de gewenste kopieerinstellingen op.
5 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

Kopiëren via de glasplaat

1 Plaats het originele document met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
2 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm of voer het aantal kopieën in met het toetsenblok. Het scherm Kopiëren wordt weergegeven.
3 Geef de gewenste kopieerinstellingen op.
4 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
5 Plaats het volgende document op de glasplaat en raak Scan the Next Page (Volgende pagina scannen) aan als u nog meer pagina's wilt scannen.
6 Raak Finish the Job (Taak voltooien) aan om terug te keren naar het beginscherm.

Foto's kopiëren

1 Plaats een foto met de bedrukte zijde naar beneden in de linkerbovenhoek van de glasplaat.
2 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
3 Raak Options (Opties) aan.
4 Raak Content (Inhoud) aan.
5 Raak Photograph (Foto) aan.
6 Raak Done (Gereed) aan.
7 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
8 Raak Scan the Next Page (Volgende pagina) of Finish the Job (Taak voltooien) aan.

Kopiëren op speciaal afdrukmateriaal

Transparanten maken

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Copy from (Kopiëren van) aan en selecteer het formaat van het origineel.

5 Raak Copy to (Kopiëren naar) aan en raak vervolgens de lade met transparanten aan of raak Manual Feeder (Handmatige invoer) aan en plaats de transparanten in de universeellader.
6 Raak de gewenste grootte van de transparanten aan en daarna Continue (Doorgaan).
7 Raak de pijl omlaag aan tot Transparency (Transparanten) wordt weergegeven.
8 Raak Transparency (Transparanten) aan en daarna Continue (Doorgaan).
9 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

Kopiëren op briefhoofdpapier

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Copy from (Kopiëren van) aan en selecteer het formaat van het origineel.
5 Raak Copy to (Kopiëren naar) aan en daarna Manual Feeder (Handmatige invoer) en plaats het briefhoofdpapier met de voorbedrukte zijde naar boven en met de bovenkant van het papier eerst in de universeellader.
6 Raak de gewenste grootte van het briefhoofdpapier aan en daarna Continue (Doorgaan).
7 Raak de pijl omlaag aan tot Letterhead (Briefhoofd) wordt weergegeven.
8 Raak Letterhead (Briefhoofd) aan en daarna Continue (Doorgaan).
9 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

Kopieerinstellingen aanpassen

Van het ene formaat naar het andere kopieren

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.

3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.

4 Raak Copy from (Kopiëren van) aan en selecteer het formaat van het origineel.

5 Raak Copy to (Kopiëren naar) aan en selecteer het gewenste formaat van de kopie.

Opmerking: Als het geselecteerde formaat verschilt van het formaat onder "Kopiëren van", maakt de printer de kopie automatisch passend voor het afdrukmateriaal.

6 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

Kopieën maken op papier uit een bepaalde lade

Tijdens het kopieerproces kunt u de lade met het gewenste soort papier selecteren. Als zich in de universeellader bijvoorbeeld speciaal afdrukmateriaal bevindt waarop u kopieën wilt maken, gaat u als volgt te werk:

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Copy from (Kopiëren van) aan en selecteer het formaat van het origineel.
5 Raak Kopiëren naar aan en raak vervolgens Manual Feeder (Handmatige invoer) aan of de lade met het gewenste soort papier.
Opmerking: Als u Manual Feeder (Handmatige invoer) kiest, moet u ook de papiersoort en het papierformaat selecteren.
6 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

Een document kopieren dat verschillende papierformaten bevat

Gebruik de ADF om een origineel document te kopieren dat verschillende papierformaten bevat. Afhankelijk van de papierformaten die in de laden zijn geplaatst en de instellingen "Kopieren naar" en "Kopieren van", wordt elke kopie afgedrukt op verschillende papierformaten (voorbeeld 1) of passend gemaakt voor één formaat papier (voorbeeld 2).

Voorbeeld 1: kopiëren naar verschillende papierformaten

De printer heeft twee papierladen, één met papier van Letter-formaat en één met papier van Legal-formaat. U wilt een document kopieren dat bestaat uit pagina's van Letter-formaat en pagina's van Legal-formaat.

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.

3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.

4 Raak Copy from (Kopiëren van) aan en daarna Auto Size Sense (Automatische formaatdetectie).

5 Raak Copy to (Kopiëren naar) aan en daarna Auto Size Match (Automatische formaataanpassing).

6 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

De scanner herkent de verschillende papierformaten terwijl deze worden gescand. Kopieën worden afgedrukt op verschillende papierformaten, identiek aan de papierformaten van het originele document.

Voorbeeld 2: kopiëren naar één formaat papier

De printer heeft één papierlade. Deze is gevuld met papier van Letter-formaat. U wilt een document kopieren dat bestaat uit pagina's van Letter-formaat en pagina's van Legal-formaat.

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Copy from (Kopiëren van) aan en daarna Mixed Letter/Legal (Combinatie Letter/Legal).
5 Raak Copy to (Kopiëren naar) aan en daarna Letter.
6 Raak Copy It (Kopiëren) aan.
De scanner herkent de verschillende papierformaten terwijl deze worden gescand en maakt de pagina's van Legal-formaat passend voor Letter-formaat.

Kopiëren op beide zijden van het papier (duplex/dubbelzijdig)

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
3 Raak Kopiëren aan op het beginscherm.
4 Raak in het gedeelte Zijden (Duplex) de knop aan waarop de gewenste duplexmethode staat aangegeven. Het eerste cijfer verwijst naar het aantal zijden van het origineel en het tweede cijfer verwijst naar het aantal zijden van de kopie. Selecteer bijvoorbeeld de optie voor 1-zijdig naar 2-zijdig als de originele documenten enkelzijdig zijn en u dubbelzijdige kopieën wilt.

5 Raak Kopiëren aan.

Kopieën verkleinen of vergroten

Kopieën kunnen worden verkleind tot 25% van het originele formaat of vergroot tot 400% van het originele formaat. De standaardinstelling voor Schalen is Autom. Als u Schalen op Auto laat staan, wordt het origineel passend gemaakt voor het formaat van het papier waarop de kopie wordt afgedrukt.

Als u een kopie wilt verkleinen of vergroten, gaat u als volgt te werk:

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.

4 Raak in het gebied Scale (Schalen) de pijlen aan om uw kopieën te vergroten of te verkleinen.

Als u "Kopiëren naar" of "Kopiëren van" aanraakt nadat u Schalen handmatig hebt ingesteld, wordt de waarde weer ingesteld op Autom.

5 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

De kopieerkwaliteit aanpassen

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.

3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.

4 Raak Options (Opties) aan.

5 Raak Content (Inhoud) aan.

6 Raak de knop aan die het beste beschrijft wat u wilt kopieren:

  • Text (Tekst): als het origineel hoofdzakelijk bestaat uit tekst of lijnwerk.
  • Text/Photo (Tekst/foto): deze functie kunt u gebruiken als het origineel tekst en afbeeldingen of foto's bevat.
  • Photograph (Foto): als het origineel een kwalitatief zeer goede foto of afdruk van een inkjetprinter is.
  • Printed Image (Afgedrukte afbeelding): gebruik deze instelling om kopieën te maken van rasterfoto's, van afbeeldingen zoals documenten die zijn afgedrukt op een laserprinter, of van pagina's uit tijdschriften of kranten die overwegend uit afbeeldingen bestaan.

7 Raak Done (Gereed) aan.

8 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

Exemplaren sorteren

Als u meerdere exemplaren van een document afdrukt, kunt u elk exemplaar als een set laten afdrukken (gesorteerd) of de exemplaren als groepen pagina's laten afdrukken (niet gesorteerd).

Gesorteerd Niet gesorteerd

1 2 3 1 2 3 1 1 2 2 3 3

Standaard is Sorteren ingeschakeld. Als u niet wilt dat de kopieën worden gesorteerd, wijzigt u de instelling in Uit.

U kunt als volgt Sorteren uitschakelen:

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.

3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Gebruik het toetsenblok om het aantal exemplaren in te voeren.
5 Raak Off (Uit) aan als u niet wilt dat uw kopieën worden gesorteerd.
6 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

Scheidingsvellen invoegen tussen exemplaren

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Options (Opties) aan.
5 Raak Separator Sheets (Scheidingsvellen) aan.

Opmerking: Sorteren moet zijn ingeschakeld om scheidingsvellen tussen exemplaren te kunnen invoegen. Als Sorteren is uitgeschakeld, worden de scheidingsvellen aan het eind van de afdruktaak ingevoegd.

6 Selecteer een van de volgende opties:

•Between Copies (Tussen exemplaren)

•Between Jobs (Tussen taken)

•Between Pages (Tussen pagina's)

7 Raak Done (Gereed) aan.

8 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

Meerdere pagina's op één vel kopiëren

Om papier te besparen kunt u twee of vier opeenvolgende pagina's van een document met meerdere pagina's op één vel papier kopiëren.

Opmerkingen:

  • Het papierformaat moet zijn ingesteld op Letter, Legal, A4 of B5 (JIS).
  • Het kopieformaat moet op 100% zijn ingesteld.

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.

3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.

4 Selecteer een instelling voor dubbelzijdig afdrukken.

5 Raak Options (Opties) aan.

6 Raak Paper Saver (Papierbesparing) aan.

7 Selecteer de gewenste uitvoer.

8 Met de optie Print Page Borders (Paginaranden afdrukken) kunt u rondom elke pagina van het origineel een kader afdrukken.

9 Raak Done (Gereed) aan.

10 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

Een aangepaste taak maken (taak samenstellen)

U gebruikt Aangepaste taak om één kopieertaak samen te stellen uit een of meerdere sets originelen. Elke set kan volgens verschillende taakparameters worden gescand. Als een kopieertaak wordt verzonden terwijl Aangepaste taak is ingeschakeld, wordt de eerste originelenset volgens de opgegeven parameters gescand. De volgende set wordt volgens dezelfde of andere parameters gescand.

De definitie van een set hangt af van de scanbron:

- Als u een document scant via de glasplaat, bestaat een set uit één pagina.

- Als u meerdere pagina's scant via de ADF, bestaat een set uit alle pagina's die worden gescand totdat de ADF leeg is.

- Als u één pagina scant via de ADF, bestaat een set uit één pagina.

Bijvoorbeeld:

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.

3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.

4 Raak Options (Opties) aan.

5 Raak Custom Job (Aangepaste taak) aan.

6 Touch On (Aan).

7 Raak Done (Gereed) aan.

8 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

Wanneer de laatste pagina van de set wordt gescand, verschijnt het scanscherm.

9 Plaats het volgende document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde eerst in de ADF (Als u scant via de glasplaat, plaatst u het document met de bedrukte zijde naar beneden). Raak vervolgens Scan the Automatic Document Feeder (Scannen vanaf de automatische documentinvoer) of Scan the flatbed (Scannen vanaf de flatbed) aan.

Opmerking: Pas indien nodig de taakinstellingen aan.

10 Als u nog een document wilt scannen, plaatst u het volgende document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde eerst in de ADF (Als u scant via de glasplaat, plaatst u het document met de bedrukte zijde naar beneden). Raak vervolgens Scan the Automatic Document Feeder (Scannen vanaf de automatische documentinvoer) of Scan the flatbed (Scannen vanaf de flatbed) aan. Raak anders Finish the job (Taak voltooien) aan.

Taakonderbreking

Met de optie voor taakonderbreking onderbreekt u de huidige afdruktaak als u kopieën wilt maken.

Opmerking: deze functie werkt uitsluitend als de instelling is ingeschakeld.

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Druk op het bedieningspaneel van de printer op
4 Als u het document op de glasplaat hebt gelegd, raakt u Finish the Job (Taak voltooien) aan om terug te keren naar het beginscherm.

Informatie op kopieën afdrukken

De datum en tijd boven aan elke pagina afdrukken

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Kopiëren aan op het beginscherm.
4 Raak Options (Options) aan.
5 Raak Header/Footer (Koptekst/voettekst) aan.
6 Selecteer de positie op de pagina waar u de datum en tijd wilt plaatsen.
7 Raak Date/Time (Datum/tijd) en daarna Continue (Doorgaan) aan.
8 Raak Done (Gereed) aan.
9 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

Een overlay-bericht op elke pagina afdrukken

Op elke pagina kan een overlay-bericht worden geplaatst. U hebt de keuze uit Dringend, Vertrouwelijk, Kopie en Concept. U plaatst als volgt een bericht op een pagina:

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.

3 Raak Copy (Kopiëren) aan op het beginscherm.
4 Raak Options (Opties) aan.
5 Raak Overlay aan.
6 Raak de knop aan met de overlay die u wilt gebruiken.
7 Raak Done (Gereed) aan.
8 Raak Copy It (Kopiëren) aan.

Een kopieertaak annuleren

Een kopieertaak annuleren terwijl het document zich in de ADI bevindt

Als de ADI met het verwerken van een document begint, wordt het scanscherm weergegeven. U kunt de kopieertaak annuleren door op het aanraakscherm Taak annuleren aan te raken.

Het scherm "Scantaak wordt geannuleerd" wordt weergegeven. De ADI voert alle pagina's uit de ADI en annuleert de taak.

Een kopieertaak annuleren terwijl pagina's via de glasplaat worden gekopieerd

Raak Taak Annuleren aan op het aanraakscherm.

Het scherm "Scantaak wordt geannuleerd" wordt weergegeven. Wanneer de taak is geannuleerd, wordt het kopieerscherm weergegeven.

Een kopieertaak annuleren terwijl de pagina's worden afgedrukt

1 Raak Taak annuleren aan op het aanraakscherm of druk op ✗ op het toetsenblok.
2 Raak de taak aan die u wilt annuleren.
3 Raak Geselecteerde taken verwijderen aan.

De resterende pagina's van de afdruktaak worden geannuleerd. Het beginscherm wordt weergegeven.

Informatie over de kopieerschermen en -opties

Kopiëren van

Met deze optie opent u een scherm waarin u het formaat kunt invoeren van de documenten die u gaat kopieren.

  • Raak de knop voor een papierformaat aan om dit te selecteren als instelling voor "Kopiëren van". Het kopieerscherm wordt weergegeven met de nieuwe instelling.
  • Als u Kopiëren van instelt op Combinatie Letter/Legal, kunt u een origineel document kopiëren dat verschillende papierformaten bevat.

- Als u "Kopiëren van" op Automatische formaatdetectie instelt, bepaalt de scanner automatisch het formaat van het originele document.

Kopiëren naar

Met deze optie wordt een scherm geopend waarin u het formaat en de papiersoort kunt invoeren waarop de kopieën worden afgedrukt.

- Raak de knop voor een papierformaat aan om dit te selecteren als instelling voor "Kopiëren naar". Het kopieerscherm wordt weergegeven met de nieuwe instelling.

- Als het formaat onder "Kopiëren van" verschilt van het formaat onder "Kopiëren naar", maakt de printer de kopie automatisch passend voor de afdrukmedia.

- Als de papiersoort of het papierformaat waarop u wilt kopieren niet in een van de laden is geplaatst, raakt u Handmatige invoer aan en voert u het papier handmatig in via de universeellader.

- Als "Kopiëren naar" is ingesteld op Automatische formaataanpassing, is het formaat van de afdrukken hetzelfde als dat van het originele document. Als geen van de laden een overeenkomstig papierformaat bevat, wordt iedere kopie passend gemaakt voor het aanwezige papier.

Schaal

Met deze optie wordt een proportioneel geschaalde afbeelding gemaakt van uw kopie met een schaalpercentage variërend van 25% tot 400%. De schaling kan ook automatisch worden ingesteld.

- Als u van het ene papierformaat naar het andere wilt kopieren, bijvoorbeeld van Legal- naar Letter-formaat, hoeft u alleen de papierformaten in te stellen bij "Kopieren van" en "Kopieren naar", aangezien de schaal automatisch wordt gewijzigd zodat geen informatie van het originele document verloren gaat.

- Raak de linkerpijl aan om de waarde met 1% te verlagen en de rechterpijl om de waarde met 1% te verhogen.

•Houd uw vinger op een pijl om de waarde sneller te verhogen/verlagen.

- Houd uw vinger twee seconden op een pijl om de snelheid van de verandering te verhogen.

Intensiteit

Met deze optie geeft u aan hoeveel lichter of donkerder de kopie moet worden in vergelijking met het origineel.

Inhoud

Deze optie geeft aan de printer door wat voor soort document het origineel is. U hebt de keuze uit Tekst, Tekst/foto, Foto of Afgedrukte afb..

- Tekst: legt de nadruk op scherpe, zwarte tekst met een hoge resolutie tegen een schone, witte achtergrond.

- Tekst/foto: deze functie kunt u gebruiken als het origineel tekst en afbeeldingen of foto's bevat.

- Foto: hiermee geeft u aan dat bij het scannen extra aandacht moet worden besteed aan afbeeldingen en foto's. Met deze instelling duurt het scannen langer, maar worden alle dynamische tonen van het origineel zo goed mogelijk weergegeven.

- Afgedrukte afbeelding: gebruik deze instelling om kopieën te maken van rasterfoto's, van afbeeldingen zoals documenten die zijn afgedrukt op een laserprinter, of van pagina's uit tijdschriften of kranten die overwegend uit afbeeldingen bestaan.

Zijden (Duplex)

Gebruik deze optie om instellingen voor dubbelzijdig afdrukken te selecteren. U kunt documenten op een of twee zijden afdrukken, dubbelzijdige (duplex) kopieën van dubbelzijdige originelen maken, dubbelzijdige kopieën van enkelzijdige originelen maken of enkelzijdige (simplex) kopieën van dubbelzijdige originelen maken.

Sorteren

Met deze optie houdt u de pagina's van een afdruktaak op volgorde als u meerdere exemplaren van het document afdrukt. Standaard is de instelling voor sorteren ingeschakeld. De kopieën worden gesorteerd als (1,2,3) (1,2,3) (1,2,3). Als u alle kopieën van elke pagina bij elkaar wilt houden, schakelt u Sorteren uit. De kopieën worden gesorteerd als (1,1,1) (2,2,2) (3,3,3).

Opties

Als u de knop Opties aanraakt, wordt er een scherm geopend waarin u de instellingen kunt wijzigen voor Papierbesparing, Geavanceerde beeldverwerking, Aangepaste taak, Scheidingsvellen, Margeverschuiving, Rand wissen, Datum-/tijdstempel, Overlay, Inhoud en Duplex geavanceerd en instellingen voor Opslaan als snelkoppeling.

Papierbesparing

Met deze optie kunt u twee of meer vellen van een origineel document op dezelfde pagina afdrukken. Papierbesparing wordt ook wel n per vel genoemd. De n staat voor nummer. Bij de instelling 2 per vel worden bijvoorbeeld twee pagina's van uw document op één pagina afgedrukt. Bij de instelling 4 per vel worden vier pagina's van uw document op één pagina afgedrukt. Als u Paginaranden afdrukken aanraakt, maakt u de randen van de originelen wel of niet zichtbaar op de kopie.

Geavanceerde beeldverwerking

Met deze optie kunt u Achtergrond verwijderen, Contrast, Schaduwdetail, Rand tot rand scannen, Kleurbalans en Spiegelafbeelding aanpassen voordat u het document kopieert.

Aangepaste taak

Met deze optie voegt u meerdere scantaken samen tot één taak.

Scheidingsvellen

Met deze optie plaatst u een leeg vel papier tussen kopieën, pagina's en afdruktaken. De scheidingsvellen kunnen uit een aparte lade worden genomen die een andere soort papier of een andere kleur papier bevatten.

Margeverschuiving

Met deze optie vergroot u de marge met een opgegeven afstand. Dit is handig voor het creëren van ruimte voor inbinden of perforeren. Gebruik de pijlen voor verhogen en verlagen om de gewenste marge in te stellen. Als de extra marge te groot is, wordt de kopie bijgesneden.

Rand wissen

Met deze optie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van een document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen, of een bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles in het geselecteerde gebied, zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van het papier.

Koptekst/voettekst

Deze optie schakelt Datum/tijd, Paginanummer, Bates-nummer of Aangepaste tekst in en drukt deze af op de aangegeven locatie in de koptekst of voettekst.

Overlay

Met deze optie maakt u een watermerk (of bericht) dat als overlay over de inhoud van uw document wordt afgedrukt. U kunt kiezen uit Dringend, Vertrouwelijk, Kopie en Concept, of u kunt een aangepast bericht invoeren in het veld Aangepaste tekst invoeren. Het woord dat u kiest wordt bijna transparant en met grote letters weergegeven over elke pagina.

Opmerking: Een aangepaste overlay kan worden gemaakt door de systeembeheerder. Als er een aangepaste overlay is gemaakt, is een knop met een pictogram van deze overlay beschikbaar.

Inhoud

Met deze optie kunt u de kopieerkwaliteit verbeteren. U hebt de keuze uit Tekst, Tekst/foto, Foto of Afgedrukte afb..

  • Tekst: gebruik deze instelling als u originele documenten wilt kopiëren die hoofdzakelijk uit tekst of lijnillustraties bestaan.
  • Tekst/foto: gebruik deze instelling als u originele documenten wilt kopieren die een combinatie van tekst en afbeeldingen of foto's bevatten.
  • Foto: gebruik deze instelling als u kopieën wilt maken van een kwalitatief zeer goede foto of een afdruk van een inkjetprinter.
  • Afgedrukte afb.: gebruik deze instelling als u kopieën wilt maken van rasterfoto's, documenten die zijn afgedrukt met een laserprinter of pagina's die uit tijdschriften of kranten komen.

Duplex geavanceerd

Met deze optie bepaalt u of de documenten enkel- of dubbelzijdig zijn, de afdrukstand van de originele documenten en hoe de documenten worden ingebonden.

Opmerking: sommige opties van Duplex geavanceerd zijn mogelijk niet beschikbaar op alle printermodellen.

Opslaan als snelkoppeling

Met deze optie kunt u de huidige instellingen opslaan als snelkoppeling.

De kopieerkwaliteit verbeteren

Vraag Tip
Wanneer moet ik de modus Tekst gebruiken?•Gebruik de modus Tekst als het behoud van de tekst het belangrijkste doel is van de kopie en als het behoud van de afbeeldingen op het origineel van ondergeschikt belang is.•Deze modus is bij uitstek geschikt voor ontvangstbewijzen, carbonformulieren en documenten die alleen uit tekst of fijne lijnen bestaan.
Wanneer moet ik de modus Tekst/foto gebruiken?Gebruik de modus Tekst/foto als het origineel uit een combinatie van tekst en afbeeldingen bestaat.Deze modus is bij uitstek geschikt voor tijdschriftartikelen, zakelijke illustraties en folders.
Wanneer moet ik de modus Afgedrukte afb.gebruiken?Gebruik de modus Afgedrukte afb. als u kopieën wilt maken van rasterfoto's, afbeeldingen zoals documenten die zijn afgedrukt met een laserprinter of pagina's die uit tijdschriften of kranten komen.
Wanneer moet ik de modus Foto gebruiken?Gebruik de modus Foto als het origineel een kwalitatief zeer goede foto betreft of met een inkjetprinter is afgedrukt.

E-mailen

ADF Glasplaat

LEXMARK X652 - ADF Glasplaat - 1

Gebruik de ADF (automatische documentinvoer) voor documenten met meerdere pagina's.

LEXMARK X652 - ADF Glasplaat - 2

Gebruik de glasplaat voor één pagina, kleine voorwerpen (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften).

U kunt de printer gebruiken om gescande documenten via e-mail naar één of meerdere ontvangers te verzenden. U kunt op drie manieren een e-mail verzenden vanaf de printer. U kunt het e-mailadres typen, een snelkoppelingsnummer gebruiken of het adresboek gebruiken.

Voorbereiden op het per e-mail verzenden

De e-mailfunctie instellen

Om de e-mailfunctie te activeren, moet deze worden ingeschakeld in de printerconfiguratie en over een geldig IP-adres of gatewayadres beschikken. U stelt als volgt de e-mailfunctie in:

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.

Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.

2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik bij Standaardinstellingen op E-mail/FTP Settings (Instellingen E-mail/FTP).
4 Klik op E-mail Settings (E-mailinstellingen).
5 Klik op Setup E-mail Server (E-mailserver instellen).
6 Voer de betreffende informatie in de velden in.
7 Klik op Add (Voeg toe).

De e-mailinstellingen configureren

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.

Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.

2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op E-mail/FTP Settings (E-mail-/FTP-instellingen).
4 Klik op E-mail Settings (E-mailinstellingen).
5 Voer de betreffende informatie in de velden in.
6 Klik op Submit (Verzenden).

Een e-mailsnelkoppeling maken

Een e-mailsnelkoppeling maken met de Embedded Web Server

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik in Overige instellingen op Manage Shortcuts (Snelkoppelingen beheren).
4 Klik op E-mail Shortcut Setup (Instellingen e-mailsnelkoppeling).
5 Voer een unieke naam in voor de ontvanger en geef vervolgens het e-mailadres op.

Opmerking: Als u meerdere adressen invoert, dient u de afzonderlijke adressen door een komma (,) van elkaar te scheiden.

6 Selecteer de scaninstellingen (Indeling, Inhoud, Kleur en Resolutie).
7 Voer een snelkoppelingsnummer in en klik vervolgens op Add (Toevoegen).

Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.

Een e-mailsnelkoppeling maken met het aanraakscherm

1 Raak E-mail aan op het beginscherm.
2 Voer het e-mailadres van de ontvanger in.

Als u een groep met ontvangers wilt maken, raakt u de optie voor Next address (Volgend adres) aan en geeft u het e-mailadres van de volgende ontvanger op.

3 Raak Save as Shortcut (Opslaan als snelkoppeling) aan.
4 Typ een unieke naam voor de snelkoppeling en raak daarna Enter (Invoeren) aan.
5 Controleer of de naam en het nummer van de snelkoppeling juist zijn en raak vervolgens OK aan.

Als de naam en het nummer niet juist zijn, raakt u Cancel (Annuleren) aan en voert u de gegevens opnieuw in.

Een document per e-mail verzenden

E-mail verzenden met het aanraakscherm

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak E-mail aan op het beginscherm.
4 Voer het e-mailadres of het snelkoppelingsnummer in.

Als u meerdere ontvangers wilt invoeren, raakt u Next Address (Volgend adres) aan. Vervolgens kunt u de e-mailadressen of de snelkoppelingsnummers invoeren die u wilt toevoegen.

5 Raak E-mail It (E-mailen) aan.

Een e-mail verzenden door een snelkoppelingsnummer te gebruiken

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Druk op # en voer uw snelkoppelingsnummer in met het toetsenblok.

Als u meerdere ontvangers wilt invoeren, drukt u op Next address (Volgend adres). Vervolgens kunt u de e-mailadressen of de snelkoppelingsnummers invoeren die u wilt toevoegen.

4 Raak E-mail It (E-mailen) aan.

Een e-mail verzenden via het adresboek

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
3 Raak E-mail aan op het beginscherm.
4 Raak Zoeken in adresboek aan.
5 Voer de naam of een gedeelte van de naam in die u zoekt en raak Zoeken aan.

6 Raak de naam aan die u aan het vak Aan: wilt toevoegen.

Als u meerdere ontvangers wilt invoeren, drukt u op de optie voor volgend adres. Vervolgens kunt u de e-mailadressen of de snelkoppelingsnummers invoeren die u wilt toevoegen of in het adresboek zoeken.

7 Raak E-mailen aan.

E-mailinstellingen aanpassen

Een onderwerp en berichtinformatie aan de e-mail toevoegen

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
3 Raak E-mail aan op het beginscherm.
4 Typ een e-mailadres.
5 Raak Opties aan.
6 Raak Onderwerp aan.
7 Typ het onderwerp van de e-mail.
8 Raak Gereed aan.
9 Raak Bericht aan.
10 Typ een e-mailbericht.
11 Raak Gereed aan.
12 Raak E-mailen aan.

Het bestandstype wijzigen voor verzending

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.

3 Raak E-mail aan op het beginscherm.

4 Typ een e-mailadres.

5 Raak Options (Options) aan.

6 Raak de knop aan die overeenkomt met het bestandstype dat u wilt verzenden.

  • PDF: hiermee wordt een bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met Adobe Reader. Adobe Reader wordt gratis aangeboden door Adobe en kan worden gedownload vanaf www.adobe.com.
  • Beveiligde PDF: hiermee wordt een gecodeerd PDF-bestand gemaakt. Zo wordt de inhoud van het bestand beveiligd tegen ongeautoriseerde toegang.
  • TIFF: hiermee worden een of meer bestanden gemaakt. Als u TIFF met meerdere pagina's uitschakelt in het menu Instellingen van de Embedded Web Server, wordt met TIFF elke pagina opgeslagen in een afzonderlijk bestand. Een TIFF-bestand is meestal groter dan een gelijkwaardig JPEG-bestand.
  • JPEG: hiermee wordt voor elke pagina van het originele document een bestand gemaakt en toegevoegd. De pagina's kunnen worden weergegeven met de meeste webbrowsers en grafische programma's.
  • XPS: hiermee wordt één XML-papierspecificatie (XPS-bestand) met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met een viewer in Internet Explorer en .NET Framework. U kunt ook een zelfstandige viewer van derden downloaden.

7 Raak E-mail It (E-mailen) aan.

Opmerking: Als u PDF gecodeerd hebt geselecteerd, dient u uw wachtwoord tweemaal in te voeren.

Een e-mail annuleren

  • Als u de ADF gebruikt, raakt u Cancel Job (Taak annuleren) aan als Scanning... (Bezig met scannen) wordt weergegeven.
  • Als u de glasplaat (flatbed) gebruikt, raakt u Cancel Job (Taak annuleren) aan als Scanning... (Bezig met scannen) wordt weergegeven of als Scan the Next Page (Volgende pagina scannen)/Finish the Job (Taak voltooien) wordt weergegeven.

Informatie over e-mailopties

Origineel

Met deze optie opent u een scherm waarin u het formaat kunt invoeren van de documenten die u per e-mail wilt verzenden.

  • Raak de knop voor een papierformaat aan om dit te selecteren als de instelling voor Origineel. Het scherm E-mail wordt weergegeven met de nieuwe instelling.
  • Als u Origineel instelt op Combinatie Letter/Legal, kunt u een origineel document scannen dat verschillende papierformaten bevat.
  • Als u Origineel instelt op Automatische formaatdetectie, wordt automatisch het formaat van het originele document vastgesteld.

Zijden (Duplex)

Deze optie geeft aan de printer door of het origineel eenzijdig (simplex) of dubbelzijdig (duplex) is bedrukt. De scanner weet nu wat er moet worden gescand om in de e-mail te worden opgenomen.

Afdrukstand

Met deze optie kunt u de afdrukstand van het origineel (staand of liggend) doorgeven aan de printer en de instellingen voor Zijden en Inbinden aanpassen aan de afdrukstand van het origineel.

Inbinden

Geeft aan de printer door of het origineel aan de lange of de korte zijde is ingebonden.

E-mailonderwerp

Met deze optie kunt u een onderwerpregel toevoegen aan uw e-mail. U kunt maximaal 255 tekens invoeren.

Bestandsnaam voor e-mail

Met deze optie kunt u de bestandsnaam van de e-mailbijlage aanpassen.

E-mailbericht

Met deze optie voert u een bericht in dat met de gescande bijlage wordt verzonden.

Resolutie

Hiermee stelt u de uitvoerkwaliteit in van uw e-mail. Door een hogere afbeeldingsresolutie wordt het e-mailbestand groter en duurt het langer om uw originele document te scannen. Als u het e-mailbestand wilt verkleinen, kunt u een lagere afbeeldingsresolutie instellen.

Verzenden als

Met deze optie stelt u de bestandsindeling in voor de gescande afbeelding (PDF, TIFF, JPEG of XPS).

  • PDF: hiermee wordt een bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met Adobe Reader. Adobe Reader wordt gratis aangeboden door Adobe en kan worden gedownload vanaf www.adobe.com.
  • Beveiligde PDF: hiermee wordt een gecodeerd PDF-bestand gemaakt. Zo wordt de inhoud van het bestand beveiligd tegen ongeautoriseerde toegang.
  • TIFF: hiermee worden een of meer bestanden gemaakt. Als u TIFF met meerdere pagina's uitschakelt in het menu Instellingen van de Embedded Web Server, wordt met TIFF elke pagina opgeslagen in een afzonderlijk bestand. Een TIFF-bestand is meestal groter dan een gelijkwaardig JPEG-bestand.
  • JPEG: hiermee wordt voor elke pagina van het originele document een bestand gemaakt en toegevoegd. De pagina's kunnen worden weergegeven met de meeste webbrowsers en grafische programma's.
  • XPS: hiermee wordt een XPS-bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met een viewer in Internet Explorer en .NET Framework. U kunt ook een zelfstandige viewer van derden downloaden.

Inhoud

Deze optie geeft aan de printer door wat voor soort document het origineel is. U hebt de keuze uit Tekst, Tekst/foto of Foto. Kleur kunt u in- of uitschakelen bij elke optie onder Inhoud. Opties onder Inhoud hebben invloed op de kwaliteit en grootte van uw e-mail.

  • Tekst: legt de nadruk op scherpe, zwarte tekst met een hoge resolutie tegen een schone, witte achtergrond.
  • Tekst/foto: deze functie kunt u gebruiken als het origineel tekst en afbeeldingen of foto's bevat.

  • Foto: geeft aan dat de scanner extra aandacht moet besteden aan afbeeldingen en foto's. Met deze instelling duurt het scannen langer, maar worden alle dynamische tonen van het origineel zo goed mogelijk weergegeven. Hierdoor wordt de hoeveelheid opgeslagen gegevens groter.

  • Kleur: hier stelt u het scantype en de uitvoer van de e-mail in. Kleurendocumenten kunnen worden gescand en verzonden naar een e-mailadres.

Geavanceerde opties

Door deze knop aan te raken opent u een scherm waarin u de volgende instellingen kunt wijzigen: Geavanceerde beeldverwerking, Aangepaste taak, Transmissielog, Scanvoorbeeld, Rand wissen en Intensiteit.

  • Geavanceerde beeldverwerking: hiermee kunt u Achtergrond verwijderen, Contrast, Rand tot rand scannen, Schaduwdetail en Spiegelafbeelding aanpassen voordat u het document kopieert.
  • Aangepaste taak (taak samenstellen): hiermee combineert u meerdere scantaken tot één enkele taak.
  • Transmissielog: hiermee drukt u de transmissielog of de transmissiefoutenlog af.
  • Scanvoorbeeld: hiermee wordt de eerste pagina van een afbeelding weergegeven voordat deze in het e-mailbericht wordt opgenomen. Als de eerste pagina is gescand, volgt er een korte pauze en wordt vervolgens het voorbeeld weergegeven.
  • Rand wissen: met deze functie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van een document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen, of een bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles wat in het geselecteerde gebied ligt, zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van het papier.
  • Intensiteit: hiermee kunt u aangeven hoeveel lichter of donkerder uw gescande e-mails moeten worden.

Faxen

Opmerking: Faxvoorzieningen zijn niet op alle printermodellen beschikbaar.

ADF Glasplaat

LEXMARK X652 - ADF Glasplaat - 1

Gebruik de ADF (automatische documentinvoer) voor documenten met meerdere pagina's.

LEXMARK X652 - ADF Glasplaat - 2

Gebruik de glasplaat voor één pagina, kleine voorwerpen (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften).

Een fax verzenden

Een fax verzenden via het bedieningspaneel van de printer

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Fax aan op het beginscherm.
4 Voer het faxnummer of een snelkoppeling in via het aanraakscherm of het toetsenblok.

Als u ontvangers wilt invoeren, raakt u Next item (Volgende nummer) aan en geeft u het telefoonnummer of snelkoppelingsnummer op, of zoekt u in het adresboek.

Opmerking: Druk op " als u een pauze in het faxnummer wilt plaatsen. Deze pauze wordt als komma weergegeven in het vak Fax aan. Gebruik deze functie als u eerst een nummer moet kiezen om een buitenlijn te krijgen.

5 Raak Fax It (Faxen) aan.

Een fax verzenden via de computer

Door vanaf een computer te faxen kunt u elektronische documenten verzenden van achter uw bureau. Hierdoor hebt u de flexibiliteit om rechtstreeks vanuit softwareprogramma's documenten te faxen.

Opmerking: U hebt het PostScript-stuurprogramma voor uw printer nodig om deze functie te kunnen uitvoeren.

1 Klik in het softwareprogramma op File (Bestand) → Print (Afdrukken).
2 Selecteer in het afdrukvenster de printer en klik op Properties (Eigenschappen).
3 Selecteer het tabblad Other Options (Overige opties) en klik op Fax (Faxen).
4 Klik op OK en klik vervolgens opnieuw op OK.
5 In het faxscherm geeft u de naam en het faxnummer op van de ontvanger.
6 Klik op Send (Verzenden).

Snelkoppelingen maken

Een snelkoppeling voor een faxbestemming maken met de Embedded Web Server

U kunt een permanente faxbestemming maken en er een snelkoppelingsnummer aan toewijzen, zodat u niet elke keer als u een fax wilt verzenden het gehele faxnummer van de ontvanger hoeft in te voeren op het bedieningspaneel van de printer. U kunt een snelkoppeling maken voor één faxnummer of een groep met faxnummers.

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Manage Shortcuts (Snelkoppelingen beheren).
Opmerking: u wordt mogelijk om een wachtwoord gevraagd. Vraag uw systeembeheerder om een gebruikers-ID en een wachtwoord als u deze nog niet hebt.
4 Klik op Fax Shortcut Setup (Instellingen faxsnelkoppeling).
5 Typ een unieke naam voor de snelkoppeling en geef het faxnummer op.
Als u een snelkoppeling voor meerdere nummers wilt maken, dient u de faxnummers voor die groep op te geven.
Opmerking: u dient de afzonderlijke faxnummers via een puntkomma (;) van elkaar te scheiden.
6 Wijs een snelkoppelingsnummer toe.
Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.
7 Klik op Add (Voeg toe).

Een snelkoppeling voor een faxbestemming maken met het aanraakscherm

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Fax aan op het beginscherm.
4 Geef het faxnummer op.
Als u een groep met faxnummers wilt maken, raakt u Volgend nr. aan en geeft u het volgende faxnummer op.
5 Raak Save as Shortcut (Opslaan als snelkoppeling) aan.
6 Voer een naam in voor de snelkoppeling.
7 Controleer of de naam en het nummer van de snelkoppeling juist zijn en raak vervolgens OK aan. Als de naam en het nummer niet juist zijn, raakt u Cancel (Annuleren) aan en voert u de gegevens opnieuw in.
Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.
8 Raak Fax It (Faxen) aan om de fax te verzenden of raak 📋 aan om naar het beginscherm terug te keren.

Snelkoppelingen en het adresboek gebruiken

Faxsnelkoppelingen gebruiken

Faxsnelkoppelingen werken net als de nummers onder sneltoetsen op een telefoon of faxapparaat. U kunt snelkoppelingsnummers toewijzen als u permanente faxbestemmingen maakt. Permanente faxbestemmingen of snelkeuzenummers worden gemaakt via de koppeling Bestemmingen beheren bij Instellingen in de Embedded Web Server. Een snelkoppelingsnummer (1 - 99999) kan één of meerdere ontvangers bevatten. Als u een groepsfaxbestemming met een snelkoppelingsnummer maakt, kunt u snel en gemakkelijk informatie verzenden naar een groep.

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Druk op # en voer uw snelkoppelingsnummer in met het toetsenblok.

Het adresboek gebruiken

Opmerking: Als de adresboekfunctie niet is ingeschakeld, moet u contact opnemen met uw systeembeheerder.

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Fax aan op het beginscherm.
4 Raak Search Address Book (Zoeken in adresboek) aan.
5 Typ met het virtuele toetsenbord de naam of een gedeelte van de naam van de persoon wiens faxnummer u zoekt. (U kunt niet tegelijkertijd naar meerdere namen zoeken.)
6 Raak Search (Zoeken) aan.
7 Raak de naam aan en voeg deze toe aan de lijst Faxen naar.
8 Herhaal de stappen 4 tot en met 7 om nog meer adressen in te voeren.
9 Raak Fax It (Faxen) aan.

Faxinstellingen aanpassen

De faxresolutie wijzigen

Door het aanpassen van de instelling voor de resolutie wordt de kwaliteit van de fax gewijzigd. De instellingen variëren van Standaard (hoogste snelheid) tot Ultrafijn (laagste snelheid, hoogste kwaliteit).

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Fax aan op het beginscherm.
4 Gebruik het toetsenblok voor het invoeren van het faxnummer.
5 Raak Options (Opties) aan.
6 Raak in het gedeelte Resolutie de pijlen aan om de gewenste resolutie in te stellen.
7 Raak Fax It (Faxen) aan.

Een fax lichter of donkerder maken

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Fax aan op het beginscherm.
4 Gebruik het toetsenblok voor het invoeren van het faxnummer.
5 Raak Options (Options) aan.
6 Raak in het gedeelte Intensiteit de pijlen aan om de intensiteit van de fax aan te passen.
7 Raak Fax It (Faxen) aan.

Een fax verzenden op een gepland tijdstip

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Raak Fax aan op het beginscherm.
4 Geef het faxnummer op met de cijfers op het aanraakscherm of op het toetsenblok.
5 Raak Options (Opties) aan.
6 Raak Advanced Options (Geavanceerde opties) aan.
7 Raak Delayed Send (Vertraagd verzenden) aan.
Opmerking: Als de Faxmodus op Faxserver staat ingesteld, wordt de knop voor vertraagd verzenden niet weergegeven. Faxen die wachten op verzending, staan vermeld in de faxwachtrij.
8 Raad de pijlen aan om het tijdstip te wijzigen waarop de fax zal worden verzonden.
De tijdsduur wordt met stappen van 30 minuten verkort of verlengd. Als het huidige tijdstip wordt weergegeven, wordt de pijl naar links grijs weergegeven.
9 Raak Done (Gereed) aan.
10 Raak Fax It (Faxen) aan.
Opmerking: Het document wordt op het geplande tijdstip gescand en gefaxt.

Een faxlog bekijken

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.

Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.

2 Klik op Settings (Instellingen).

3 Klik op Reports (Rapporten).
4 Klik op Fax Job Log (Faxtaaklog) of op Fax Call Log (Kieslog faxnummers).

Ongewenste faxen blokkeren

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Fax Settings (Faxinstellingen).
4 Klik op Analog Fax Setup (Analoge faxinstellingen).
5 Klik op Block No Name Fax (Fax zonder naam blokkeren).

Deze optie blokkeert alle inkomende faxen zonder faxstationnaam of met een privégebruikers-ID.

6 Voer in het veld Lijst met geblokkeerde faxnummers de telefoonnummers of de faxstationnamen in van specifieke faxverzenders die u wilt blokkeren.

Een uitgaande fax annuleren

Een fax annuleren terwijl de originele documenten nog worden gescand

  • Als u de ADF gebruikt, raakt u Cancel Job (Taak annuleren) aan als Bezig met scannen wordt weergegeven.
  • Als u de glasplaat (flatbed) gebruikt, raakt u Cancel Job (Taak annuleren) aan als Bezig met scannen wordt weergegeven of als Volgende pagina scannen/Taak voltooien wordt weergegeven.

Een fax annuleren nadat de originelen naar het geheugen zijn gescand

1 Raak Taken annuleren aan op het beginscherm.

Het scherm Taken annuleren wordt weergegeven.

2 Raak de taak of taken aan die u wilt annuleren.

Er worden slechts drie taken weergegeven op het scherm. Raak de pijl omlaag aan totdat de door u gewenste taak wordt weergegeven en raak vervolgens de taak aan die u wilt annuleren.

3 Raak Geselecteerde taken verwijderen aan.

Het scherm Geselecteerde taken worden verwijderd wordt weergegeven en de geselecteerde taken worden verwijderd. Vervolgens wordt het beginscherm weergegeven.

Informatie over faxopties

Origineel

Met deze optie opent u een scherm waarin u het formaat kunt invoeren van de documenten die u wilt faxen.

  • Raak de knop voor een papierformaat aan om dit te selecteren als de instelling voor Origineel formaat. Het faxscherm wordt weergegeven met de nieuwe instelling.
  • Als u Origineel instelt op Combinatie Letter/Legal, kunt u een origineel document scannen dat verschillende papierformaten bevat.
  • Als u Origineel instelt op Automatische formaatdetectie, wordt automatisch het formaat van het originele document vastgesteld.

Inhoud

Deze optie geeft aan de printer door wat voor soort document het origineel is. U hebt de keuze uit Tekst, Tekst/foto of Foto. Kleur kunt u in- of uitschakelen bij elke optie onder Inhoud. De opties onder Inhoud hebben invloed op de kwaliteit en grootte van uw scan.

- Tekst: legt de nadruk op scherpe, zwarte tekst met een hoge resolutie tegen een schone, witte achtergrond.

- Tekst/foto: deze functie kunt u gebruiken als het origineel tekst en afbeeldingen of foto's bevat.

- Foto: geeft aan dat de scanner extra aandacht moet besteden aan afbeeldingen en foto's. Met deze instelling duurt het scannen langer, maar worden alle dynamische tonen van het origineel zo goed mogelijk weergegeven. Hierdoor wordt de hoeveelheid opgeslagen gegevens groter.

- Kleur: hier stelt u het scantype en de uitvoer van de fax in. Kleurendocumenten kunnen worden gescand en verzonden naar een faxbestemming.

Zijden (Duplex)

Deze optie geeft aan de printer door of het origineel eenzijdig (simplex) of dubbelzijdig (duplex) is bedrukt. De scanner weet nu wat er moet worden gescand om te faxen.

Resolutie

Met deze optie geeft u aan u hoe nauwkeurig de scanner het document bekijkt dat u wilt faxen. Als u een foto, een tekening met fijne lijnen of een document met zeer kleine lettertjes faxt, moet u de instelling Resolutie verhogen. Hierdoor neemt de scantijd toe, maar wordt de kwaliteit van de fax beter.

- Standaard: geschikt voor de meeste documenten

  • Fijn: aanbevolen voor documenten met kleine lettertjes
  • Superfijn: aanbevolen voor originele documenten met fijne details
  • Ultrafijn: aanbevolen voor documenten met afbeeldingen en foto's

Intensiteit

Met deze optie geeft u aan hoeveel lichter of donkerder de fax moet worden in vergelijking met het origineel.

Geavanceerde opties

Door deze knop aan te raken opent u een scherm waarin u de volgende instellingen kunt wijzigen: Uitgesteld verzenden, Geavanceerde beeldverwerking, Aangepaste taak, Transmissielog, Scanvoorbeeld, Rand wissen en Duplex geavanceerd.

  • Uitgesteld verzenden: hiermee kunt u een fax op een latere tijd of datum verzenden. Raak Delayed Send (Uitgesteld verzenden) aan wanneer de fax klaar is voor verzending. Voer vervolgens de tijd en datum van verzenden in en raak Done (Gereed) aan. Deze instelling kan vooral handig zijn als u informatie verzendt naar faxen die tijdens bepaalde uren niet beschikbaar zijn, of als faxen tijdens bepaalde uren goedkoper is.
    Opmerking: Als de printer uitgeschakeld is op de tijd dat de fax had moeten worden verzonden, wordt de fax verzonden wanneer de printer weer wordt ingeschakeld.
  • Advanced Imaging (Geavanceerde beeldverwerking): hiermee kunt u Achtergrond verwijderen, Contrast, Rand tot rand scannen, Schaduwdetail en Spiegelafbeelding aanpassen voordat u het document faxt.
  • Aangepaste taak (taak samenstellen): hiermee combineert u meerdere scantaken tot één enkele taak.
  • Transmissielog: hiermee drukt u de transmissielog of de transmissiefoutenlog af.
  • Scanvoorbeeld: hiermee wordt een afbeelding weergegeven voordat deze wordt gefaxt. Als de eerste pagina is gescand, volgt er een korte pauze. Vervolgens wordt het voorbeeld weergegeven.
  • Rand wissen: met deze functie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van een document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen, of een bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles wat in het geselecteerde gebied ligt, zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van het papier.
  • Duplex geavanceerd: hiermee houdt u overzicht over hoeveel zijden uw origineel heeft en hoe het geplaatst is, en of uw origineel langs de lange of korte zijde wordt ingebonden.

Opmerking: sommige opties van Duplex geavanceerd zijn mogelijk niet beschikbaar op alle printermodellen.

Faxkwaliteit verbeteren

Vraag Tip
Wanneer moet ik de modus Tekst gebruiken?Gebruik de modus Tekst als het behoud van de tekst het belangrijkste doel is van de fax en als het behoud van de afbeeldingen op het origineel van ondergeschikt belang is.Deze modus is bij uitstek geschikt voor ontvangstbewijzen, carbonformulieren en documenten die alleen uit tekst of fijne lijnen bestaan.
Wanneer moet ik de modus Tekst/foto gebruiken?Gebruik de modus Tekst/foto als het origineel uit een combinatie van tekst en afbeeldingen bestaat.Deze modus is bij uitstek geschikt voor tijdschriftartikelen, zakelijke illustraties en folders.
Wanneer moet ik de modus Foto gebruiken?De modus Foto moet worden gebruikt voor het faxen van foto's die zijn afgedrukt op een laserprinter of die uit een tijdschrift of krant komen.

Faxen in een wachtrij zetten en doorsturen

Faxen in wachtrij

Met deze optie kunt u ontvangen faxen in de wachtrij zetten zodat ze niet worden afgedrukt totdat u daar toestemming voor geeft. U kunt faxen handmatig uit de wachtrij halen of op een geplande datum of tijd.

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.

Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.

2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Fax Settings (Faxinstellingen).
4 Klik op Analog Fax Setup (Analoge faxinstellingen).
5 Klik op Holding Faxes (Faxen in wachtrij).
6 Typ een wachtwoord in het vak Wachtwoord voor afdrukken van faxen.
7 Selecteer in het vak Modus Fax in wachtstand een van de volgende opties:

•Off (Uit)
•Always On (Altijd aan)
•Manual (Handmatig)
•Scheduled (Gepland)

8 Als u Gepland hebt geselecteerd, gaat u verder met de volgende stappen. Anders gaat u naar stap 9.

a Klik op Fax Holding Schedule (Wachtschema fax).
b Selecteer in het menu Actie Hold faxes (Faxen in wachtrij).
c In het menu Tijd selecteert u de tijd waarop u de faxen in de wachtrij wilt vrijgeven.
d In het menu Dag(en) selecteert u de dag waarop u de faxen in de wachtrij wilt vrijgeven.

9 Klik op Add (Voeg toe).

Een fax doorsturen

Met deze optie kunt u ontvangen faxen afdrukken en doorsturen naar een faxnummer, e-mailadres, FTP-site of LDSS.

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.

Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.

2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Fax Settings (Faxinstellingen).
4 Klik op Analog Fax Setup (Analoge faxinstellingen).
5 Selecteer in het menu Fax doorsturen een van de volgende opties:

•Print (Afdrukken)
•Print and Forward (Afdrukken en doorsturen)
•Forward (Doorsturen)

6 Selecteer in het menu "Doorsturen naaar" een van de volgende opties:

- Fax (Faxen)
- E-mail
- FTP
- LDSS
- eSF 

7 Klik in het vak Doorsturen naar snelkoppeling en voer het snelkoppelingsnummer in waar de fax naartoe moet worden doorgestuurd.

Opmerking: Het snelkoppelingsnummer moet een geldig snelkoppelingsnummer zijn voor de instelling die is geselecteerd in het menu Doorsturen naar.

8 Klik op Submit (Verzenden).

Scannen naar een FTP-adres

ADF Glasplaat

LEXMARK X652 - ADF Glasplaat - 1

Gebruik de ADF (automatische documentinvoer) voor documenten met meerdere pagina's.

LEXMARK X652 - ADF Glasplaat - 2

Gebruik de glasplaat voor één pagina, kleine voorwerpen (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften).

Met de scanner kunt u documenten rechtstreeks scannen naar een FTP-server (File Transfer Protocol). U kunt per keer slechts één FTP-adres naar de server verzenden.

Als uw systeembeheerder een FTP-bestemming heeft geconfigureerd, wordt de naam van de bestemming beschikbaar als een snelkoppelingsnummer of staat deze in de lijst met profielen onder het pictogram voor taken in de wacht. Een FTP-bestemming kan ook een andere PostScript-printer zijn; een kleurendocument kan bijvoorbeeld worden gescand en vervolgens naar een kleurenprinter worden gestuurd. Een document naar een FTP-server verzenden lijkt op het verzenden van een fax. Het verschil is dat de gegevens via het netwerk in plaats van via de telefoonlijn worden verzonden.

Scannen naar een FTP-adres

Scannen naar een FTP-adres via het toetsenblok

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
3 Raak FTP aan op het beginscherm.
4 Typ het FTP-adres.
5 Raak Verzenden aan.

Scannen naar een FTP-adres met behulp van een snelkoppelingsnummer

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Druk op # en voer het FTP-snelkoppelingsnummer in.
4 Raak Send It (Verzenden) aan.

Naar een FTP-adres scannen met behulp van het adresboek

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADI) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
3 Raak FTP aan op het beginscherm.
4 Raak Zoeken in adresboek aan.
5 Typ de naam of een gedeelte van de naam die u zoekt en raak Zoeken aan.
6 Raak de naam aan die u aan het veld Naar: wilt toevoegen.
7 Raak Verzenden aan.

Snelkoppelingen maken

U kunt een permanente FTP-bestemming maken en er een snelkoppelingsnummer aan toewijzen, zodat u niet elke keer wanneer u een document naar een FTP-server wilt sturen het gehele adres van de server hoeft in te voeren op het bedieningspaneel. Er zijn twee manieren om snelkoppelingsnummers te maken: via een computer of via het aanraakscherm van de printer.

Een FTP-snelkoppeling maken met de Embedded Web Server

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik in Overige instellingen op Manage Shortcuts (Snelkoppelingen beheren).
Opmerking: u wordt mogelijk om een wachtwoord gevraagd. Vraag uw systeembeheerder om een gebruikers-ID en een wachtwoord als u deze nog niet hebt.
4 Klik op FTP Shortcut Setup (Instellingen FTP-snelkoppeling).

5 Voer de betreffende informatie in de velden in.
6 Voer een snelkoppelingsnummer in.

Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.

7 Klik op Add (Voeg toe).

Een FTP-snelkoppeling maken met het aanraakscherm

1 Raak FTP aan op het beginscherm.
2 Typ het adres van de FTP-site.
3 Raak Save as Shortcut (Opslaan als snelkoppeling) aan.
4 Voer een naam in voor de snelkoppeling.
5 Controleer of de naam en het nummer van de snelkoppeling juist zijn en raak vervolgens OK aan. Als de naam en het nummer niet juist zijn, raakt u Cancel (Annuleren) aan en voert u de gegevens opnieuw in.

Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.

6 Raak Send It (Verzenden) aan om het scannen te starten of raak 📋 aan om naar het beginscherm terug te keren.

Informatie over FTP-opties

Origineel

Met deze optie opent u een scherm waarin u het formaat van de documenten kunt kiezen die u wilt kopieren.

  • Raak de knop voor een papierformaat aan om dit te selecteren als de instelling voor Origineel formaat. Het FTP-scherm wordt weergegeven met de nieuwe instelling.
  • Als u Origineel instelt op Combinatie Letter/Legal, kunt u een origineel document scannen dat verschillende papierformaten bevat.
  • Als u Origineel instelt op Automatische formaatdetectie, wordt automatisch het formaat van het originele document vastgesteld.

Zijden (Duplex)

Deze optie geeft aan de printer door of het origineel eenzijdig (simplex) of dubbelzijdig (duplex) is bedrukt. De scanner weet nu wat er moet worden gescand om in het document te worden opgenomen.

Afdrukstand

Deze optie geeft aan de printer door of het origineel staand of liggend is en wijzigt vervolgens de instellingen voor Zijden en Inbinden zodat deze overeenkomen met de afdrukstand van het origineel.

Inbinden

Geeft aan de printer door of het origineel aan de lange of de korte zijde is ingebonden.

Met deze optie stelt u de uitvoerkwaliteit in van uw bestand. Door een hogere afbeeldingsresolutie wordt het bestand groter en duurt het langer om uw originele document te scannen. Als u het bestand wilt verkleinen, kunt u een lagere afbeeldingsresolutie instellen.

Verzenden als

Met deze optie stelt u de bestandsindeling in voor de gescande afbeelding (PDF, TIFF, JPEG of XPS).

  • PDF: hiermee wordt een bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met Adobe Reader. Adobe Reader wordt gratis aangeboden door Adobe en kan worden gedownload vanaf www.adobe.com.
  • Beveiligde PDF: hiermee wordt een gecodeerd PDF-bestand gemaakt. Zo wordt de inhoud van het bestand beveiligd tegen ongeautoriseerde toegang.
  • TIFF: hiermee worden een of meer bestanden gemaakt. Als u TIFF met meerdere pagina's uitschakelt in het menu Instellingen van de Embedded Web Server, wordt met TIFF elke pagina opgeslagen in een afzonderlijk bestand. Een TIFF-bestand is meestal groter dan een gelijkwaardig JPEG-bestand.
  • JPEG: hiermee wordt voor elke pagina van het originele document een bestand gemaakt en toegevoegd. De pagina's kunnen worden weergegeven met de meeste webbrowsers en grafische programma's.
  • XPS: hiermee wordt een XPS-bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met een viewer in Internet Explorer en .NET Framework. U kunt ook een zelfstandige viewer van derden downloaden.

Inhoud

Deze optie geeft aan de printer door wat voor soort document het origineel is. U hebt de keuze uit Tekst, Tekst/foto of Foto. Kleur kunt u in- of uitschakelen bij elke optie onder Inhoud. Opties onder Inhoud hebben invloed op de kwaliteit en grootte van uw FTP-bestand.

- Tekst: legt de nadruk op scherpe, zwarte tekst met een hoge resolutie tegen een schone, witte achtergrond.

- Tekst/foto: als het origineel een combinatie van tekst en afbeeldingen of foto's bevat.

- Foto: geeft aan dat de scanner extra aandacht moet besteden aan afbeeldingen en foto's. Met deze instelling duurt het scannen langer, maar worden alle dynamische tonen van het origineel zo goed mogelijk weergegeven. Hierdoor wordt de hoeveelheid opgeslagen gegevens groter.

- Kleur: hier stelt u het scantype en de uitvoer van het FTP-bestand in. Kleurendocumenten kunnen worden gescand en verzonden naar een FTP-server, computer, e-mailadres of de printer.

Geavanceerde opties

Door deze knop aan te raken opent u een scherm waarin u de volgende instellingen kunt wijzigen: Geavanceerde beeldverwerking, Aangepaste taak, Transmissielog, Scanvoorbeeld, Rand wissen en Intensiteit.

- Geavanceerde beeldverwerking—pas de beelduitvoerinstellingen aan voordat u het document scant.

  • Achtergrond verwijderen—hiermee past u het witte gedeelte van de uitvoer aan. Klik op de pijltoetsen om het witte gedeelte te vergroten of te verkleinen.
  • Kleur wegfilteren—wordt gebruikt voor de OCR-verwerking (Optical Character Recognition) van formulieren. Door een kleur te selecteren, wordt die kleur uit het formulier verwijderd, om zo verbeterde OCR-mogelijkheden mogelijk te maken.
  • Contrast—klik op de pijltoetsen om het contrast te verhogen of te verlagen.
  • JPEG-kwaliteit—klik op de pijltoetsen om de beeldcompressie te verhogen of te verlagen.
  • Afbeelding spiegelen—selecteer dit vakje om de afbeelding gespiegeld te scannen.
  • Negatiefafbeelding—selecteer dit vakje om een negatiefbeeld van de afbeelding te scannen.

  • Schaduwdetail—klik op de pijltoetsen om de zichtbare details in schaduwen te verhogen of te verlagen.

  • Rand tot rand scannen—selecteer dit vakje om van rand tot rand te scannen.
    — Scherpte—klik op de pijltoetsen om de scherpte te verhogen of te verlagen.

  • Aangepaste taak (taak samenstellen): hiermee combineert u meerdere scantaken tot één enkele taak.

  • Transmissielog: hiermee drukt u de transmissielog of de transmissiefoutenlog af.
  • Scanvoorbeeld: hiermee wordt de eerste pagina van een afbeelding weergegeven voordat deze in het FTPbestand wordt opgenomen. Als de eerste pagina is gescand, volgt er een korte pauze en wordt vervolgens het voorbeeld weergegeven.
  • Rand wissen: met deze functie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van een document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen, of een bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles wat in het geselecteerde gebied ligt, zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van het papier.
  • Intensiteit: hiermee kunt u aangeven hoeveel lichter of donkerder uw gescande documenten moeten worden.

FTP-kwaliteit verbeteren

Vraag Tip
Wanneer moet ik de modus Tekst gebruiken?•De modus Tekst moet worden gebruikt als het behoud van de tekst het belangrijkste doel is als een document naar een FTP-server wordt verzonden en als het behoud van de afbeeldingen van het origineel niet belangrijk is.•Tekst is de beste optie voor ontvangstbewijzen, carbon-formulieren en documenten die alleen uit tekst of fijne lijnen bestaan.
Wanneer moet ik de modus Tekst/foto gebruiken?•De modus Tekst/foto moet worden gebruikt als een document met tekst en afbeeldingen naar een FTP-server wordt verzonden.• Deze modus is bij uitstek geschikt voor tijdschriftartikelen, zakelijke illustraties en folders.
Wanneer moet ik de modus Foto gebruiken?De modus Foto moet worden gebruikt als het originele document voornamelijk bestaat uit foto's die zijn afgedrukt met een laserprinter of die uit een tijdschrift of krant komen.

Scannen naar een computer of een flashstation

ADF Glasplaat

LEXMARK X652 - ADF Glasplaat - 1

Gebruik de ADF (automatische documentinvoer) voor documenten met meerdere pagina's.

LEXMARK X652 - ADF Glasplaat - 2

Gebruik de glasplaat voor één pagina, kleine voorwerpen (zoals briefkaarten of foto's), transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften).

Met de scanner kunt u documenten rechtstreeks naar een computer of een flashstation scannen. De computer hoeft niet rechtstreeks op de printer te zijn aangesloten om afbeeldingen via Scan to PC (Scannen naar PC) te kunnen ontvangen. U kunt het document via het netwerk naar uw computer scannen door een scanprofiel op uw computer te maken en het profiel vervolgens naar de printer te laden.

Naar een computer scannen

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.

Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.

2 Klik op Scan Profile (Scanprofiel).

3 Klik op Create (Maken).

4 Selecteer de gewenste scaninstellingen en klik op Next (Volgende).

5 Selecteer een locatie op uw computer waarin u het gescande uitvoerbestand wilt opslaan.

6 Voer een scannaam in.

De scannaam is de naam die in de lijst Scanprofiel op het display wordt weergegeven.

7 Klik op Submit (Verzenden).

8 Bekijk de aanwijzingen op het scherm Scanprofiel.

Er is automatisch een snelkoppelingsnummer toegekend toen u op Indienen klikte. Als u klaar bent om uw documenten te scannen, kunt u dit snelkoppelingsnummer gebruiken.

a Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.
b Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
c Druk op # en toets daarna het snelkoppelingsnummer in met het toetsenblok. Of raak op het beginscherm Held Jobs (Wachttaken) en vervolgens Profiles (Profielen) aan.
d Nadat u het snelkoppelingsnummer hebt ingetoetst, wordt het document door de scanner gescand en naar de opgegeven map of het programma verzonden. Als u Profiles (Profielen) op het beginscherm hebt geselecteerd, zoek dan het snelkoppelingsnummer op in de lijst.

9 Ga terug naar de computer om het bestand te bekijken.

Het uitvoerbestand wordt op de opgegeven locatie opgeslagen of in het opgegeven programma geopend.

Scannen naar een flashstation

1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer (ADF) of met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

2 Als u een document in de automatische documentinvoer plaatst, moet u de papiergeleiders aanpassen.
3 Plaat het flashstation in de USB-poort aan de voorkant van de printer.

Het scherm Taken in wacht wordt weergegeven.

4 Raak Scan to USB drive (Scannen naar USB-station) aan.
5 Selecteer de scaninstellingen.
6 Raak Scan It (Scannen) aan.

Informatie over opties van het scanprofiel

Snel instellen

Met deze optie kunt u vooraf ingestelde bestandsindelingen selecteren en de scaninstellingen wijzigen. U kunt een van de volgende instellingen selecteren:

AangepastFoto - JPEG Kleur
Tekst - PDF Z-WFoto - TIFF Kleur
Tekst - TIFF Z-WTekst/foto - PDF Z-WTekst/foto - PDF Kleur

Als u de scaninstellingen wilt wijzigen, selecteert u Aangepast in het menu Snel instellen. Breng vervolgens de gewenste wijzigingen aan in de scaninstellingen.

Bestandsindeling

Met deze optie stelt u de bestandsindeling in voor de gescande afbeelding (PDF, JPEG, TIFF, SECURE PDF of XPS).

  • PDF: hiermee wordt een bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met Adobe Reader. Adobe Reader wordt gratis aangeboden door Adobe en kan worden gedownload vanaf www.adobe.com.
  • JPEG: hiermee wordt voor elke pagina van het originele document een bestand gemaakt en toegevoegd. De pagina's kunnen worden weergegeven met de meeste webbrowsers en grafische programma's.
  • TIFF: hiermee worden een of meer bestanden gemaakt. Als u TIFF met meerdere pagina's uitschakelt in het menu Instellingen van de Embedded Web Server, wordt met TIFF elke pagina opgeslagen in een afzonderlijk bestand. Een TIFF-bestand is meestal groter dan een gelijkwaardig JPEG-bestand.
  • Beveiligde PDF: hiermee wordt een gecodeerd PDF-bestand gemaakt. Zo wordt de inhoud van het bestand beveiligd tegen ongeautoriseerde toegang.
  • XPS: hiermee wordt een XPS-bestand met meerdere pagina's gemaakt dat kan worden weergegeven met een viewer in Internet Explorer en .NET Framework. U kunt ook een zelfstandige viewer van derden downloaden.

Compressie

Hier stelt u de compressie-indeling van het gescande bestand in.

Standaardinhoud

Deze optie geeft aan de printer door wat voor soort document het origineel is. U hebt de keuze uit Tekst, Tekst/foto of Foto. Opties onder Inhoud hebben invloed op de kwaliteit en grootte van uw e-mail.

Tekst: legt de nadruk op scherpe, zwarte tekst met een hoge resolutie tegen een schone, witte achtergrond.

Tekst/foto: deze functie kunt u gebruiken als het origineel tekst en afbeeldingen of foto's bevat.

Foto—geeft aan dat de scanner extra aandacht moet besteden aan afbeeldingen en foto's. Met deze instelling duurt het scannen langer, maar worden alle dynamische tonen van het origineel zo goed mogelijk weergegeven. Hierdoor wordt de hoeveelheid opgeslagen gegevens groter.

Kleur

Deze optie geeft aan de printer door wat de kleuren van het origineel zijn. U hebt de keuze uit Grijs, Z/W (zwart-wit) en Kleur.

Origineel

Hiermee stelt u het formaat in voor de documenten die u gaat scannen. Als u Origineel formaat op Combinatie formaten instelt, kunt u een origineel document scannen dat verschillende papierformaten bevat (pagina's van het formaat Letter en Legal).

Orientation (Afdrukstand)

Deze optie geeft aan de printer door of het origineel staand of liggend is en wijzigt vervolgens de instellingen voor Zijden en Inbinden zodat deze overeenkomen met de afdrukstand van het origineel.

Zijden (Duplex)

Deze optie geeft aan de printer door of het origineel eenzijdig (simplex) of dubbelzijdig (duplex) is bedrukt. De scanner weet nu wat er moet worden gescand om in het document te worden opgenomen.

Intensiteit

Met deze optie geeft u aan hoeveel lichter of donkerder het gescande document moet worden in vergelijking met het origineel.

Met deze optie stelt u de uitvoerkwaliteit in van uw bestand. Door een hogere afbeeldingsresolutie wordt het bestand groter en duurt het langer om uw originele document te scannen. Als u het bestand wilt verkleinen, kunt u een lagere afbeeldingsresolutie instellen.

Geavanceerde beeldverwerking

Met deze optie kunt u de instelling voor Achtergrond verwijderen, Contrast, Schaduwdetail, Scherpte en Kleur wegfilteren aanpassen voordat u het document scant. U kunt er ook mee van rand tot rand scannen of een gespiegeld scannen of in negatiefbeeld scannen.

  • Achtergrond verwijderen—hiermee past u het witte gedeelte van de uitvoer aan. Klik op de pijltoetsen om het witte gedeelte te vergroten of te verkleinen.
  • Contrast—klik op de pijltoetsen om het contrast te verhogen of te verlagen.
  • Schaduwdetail—klik op de pijltoetsen om de zichtbare details in schaduwen te verhogen of te verlagen.
  • Scherpte—klik op de pijltoetsen om de scherpte te verhogen of te verlagen.
  • Kleur wegfilteren—wordt gebruikt voor de OCR-verwerking (Optical Character Recognition) van formulieren. Door een kleur te selecteren, wordt die kleur uit het formulier verwijderd, om zo verbeterde OCR-mogelijkheden mogelijk te maken.
  • Drempelwaarde voor Kleur wegfilteren—klik op de pijltoetsen om deze drempelwaarde te verhogen of te verlagen.
  • Rand tot rand scannen—selecteer dit vakje om van rand tot rand te scannen.
  • Afbeelding spiegelen—selecteer dit vakje om de afbeelding gespiegeld te scannen.
  • Negatiefafbeelding—selecteer dit vakje om een negatiefbeeld van de afbeelding te scannen.

Scankwaliteit verbeteren

Vraag Tip
Wanneer moet ik de modus Tekst gebruiken?Gebruik de modus Tekst als het behoud van de tekst het belangrijkste doel is van de scan en als het behoud van de afbeeldingen op het origineel van ondergeschikt belang is.Tekst is de beste optie voor ontvangstbewijzen, carbon-formulieren en documenten die alleen uit tekst of fijne lijnen bestaan.
Wanneer moet ik de modus Tekst/foto gebruiken?Gebruik de modus Tekst/foto als het origineel uit een combinatie van tekst en afbeeldingen bestaat.Deze modus is bij uitstek geschikt voor tijdschriftartikelen, zakelijke illustraties en folders.
Wanneer moet ik de modus Foto gebruiken?De modus Foto moet worden gebruikt voor het scannen van foto's die zijn afgedrukt op een laserprinter of die uit een tijdschrift of krant komen.

Afdrukken

Dit hoofdstuk bevat informatie over afdrukken, printerrapporten en het annuleren van taken. De keuze en de verwerking van papier en speciaal afdrukmateriaal kunnen de betrouwbaarheid van het afdrukken beïnvloeden. Raadpleeg "Papierstoringen voorkomen" op pagina 147 en "Papier bewaren" op pagina 91 voor meer informatie.

Een document afdrukken

1 Plaats papier in een lade of de lader.
2 Stel in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer de papiersoort en het papierformaat in van het afdrukmateriaal dat u hebt geplaatst.
3 Voer de volgende stappen uit:

Windows

a Open een document en klik op File (Bestand) → Print (Afdrukken).
b Klik op Properties (Voorkeuren), Preferences (Eigenschappen), Options (Options) of Setup (Instellingen) en pas vervolgens de instellingen aan.

Opmerking: Als u wilt afdrukken op een specifiek papierformaat of op een specifieke papiersoort, past u de instellingen voor papierformaat en papiersoort aan voor het geladen papier of selecteert u de juiste lade of lader.

c Klik op OK en klik op Print (Afdrukken).

Macintosh

a Pas de instellingen naar wens aan in het dialoogvenster Pagina-instelling:

1 Open een document en selecteer File (Archief) > Page Setup (Pagina-instelling).
2 Selecteer een papierformaat of maak een aangepast formaat dat gelijk is aan het geplaatste papier.
3 Klik op OK.

b Pas de instellingen naar wens aan in het dialoogvenster Druk af:

1 Open het gewenste bestand en kies File (Archief) > Print (Druk af).

Klik zo nodig op een driehoekje om meer opties weer te geven.

2 Pas zo nodig de instellingen aan in het dialoogvenster Print (Druk af) of in de pop-upmenu's.

Opmerking: Als u wilt afdrukken op een specifieke papiersoort, past u de instellingen voor de papiersoort aan voor het geladen papier of selecteert u de juiste lade of lader.

Afdrukken op speciaal afdrukmateriaal

Tips voor het gebruik van briefhoofdpapier

  • Gebruik briefhoofdpapier dat speciaal is ontworpen voor laserprinters.
  • Maak eerst enkele proefafdrukken op het briefhoofdpapier voordat u grote hoeveelheden ervan aanschaft.

- Waaier de stapel uit voordat u het briefhoofdpapier plaatst, zodat de vellen niet aan elkaar blijven plakken.

- Wanneer u wilt afdrukken op briefhoofdpapier, is het belangrijk de juiste afdrukstand in te stellen. Voor meer informatie over het laden van briefhoofdpapier leest u:

- "Standaardladen of optionele laden voor 250 of 550 vel vullen" op pagina 74

—“Lade voor 2000 vel vullen” op pagina 77

—“De universeellader vullen” op pagina 81

Tips voor het afdrukken op transparanten

Maak eerst enkele proefafdrukken voordat u grote hoeveelheden transparanten aanschaft.

Houd u aan de volgende richtlijnen wanneer u wilt afdrukken op transparanten:

- U kunt transparanten invoeren vanuit een lade voor 250 vel, een lade voor 550 vel of de universeellader.

- Gebruik transparanten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Informeer bij de fabrikant of de leverancier of de transparanten bestand zijn tegen temperaturen tot 230 °C zonder dat ze smelten, verkleuren, verschuiven of schadelijke stoffen afgeven.

- Gebruik transparanten die 138–146 g/m ^2 dik zijn.

- Zorg ervoor dat er geen vingerafdrukken op de transparanten komen. Dit kan namelijk een slechte afdrukkwaliteit tot gevolg hebben.

- Waaier de stapel uit voordat u de transparanten plaatst, zodat de vellen niet aan elkaar blijven plakken.

- Wij adviseren Lexmark artikelnummer 12A5010 voor transparanten van het formaat A4 en Lexmark artikelnummer 70X7240 voor transparanten van het formaat Letter.

Tips voor het afdrukken op enveloppen

Maak eerst enkele proefafdrukken voordat u grote hoeveelheden enveloppen aanschaft.

Houd u aan de volgende richtlijnen wanneer u wilt afdrukken op enveloppen:

- Voer enveloppen in langs de universeellader of de optionele enveloppenlader.

- Stel de papiersoort in op Envelop en selecteer het envelopformaat.

- Gebruik enveloppen die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Informeer bij de fabrikant of de leverancier of de enveloppen bestand zijn tegen temperaturen tot 230 °C zonder dat ze sluiten, kreukelen, buitensporig krullen of schadelijke stoffen afgeven.

- Het beste resultaat bereikt u met enveloppen die zijn gemaakt van papier met een gewicht van 90 g/m ^2 . Gebruik enveloppen met een gewicht van maximaal 105 g/m ^2 , mits het katoengehalte lager is dan 25%. Katoenen enveloppen mogen niet zwaarder zijn dan 90 g/m ^2 .

-Gebruik alleen nieuwe enveloppen.

- Voor de beste prestaties en een minimumaantal papierstoringen wordt u aangeraden geen enveloppen te gebruiken die:

-gemakkelijk krullen;

-aan elkaar kleven of beschadigd zijn.

- vensters, gaten, perforaties, uitsnijdingen of reliëf bevatten;

—metalen klemmetjes, strikken of vouwklemmetjes bevatten;

—zijn samengevouwen;

—zijn voorzien van postzegels;

- een (gedeeltelijk) onbedekte plakstrook hebben als de klepzijde is gesloten of is dichtgeplakt;

-gebogen hoeken hebben;

—een ruwe, geplooide of gelaagde afwerking hebben;

- Pas de breedtegeleider aan zodat deze overeenkomt met de breedte van de enveloppen.

Opmerking: Een combinatie van hoge luchtvochtigheid (boven 60%) en hoge printertemperaturen kunnen de enveloppen kreuken of sluiten.

Tips voor het afdrukken op etiketten

Maak eerst enkele proefafdrukken voordat u grote hoeveelheden etiketten aanschaft.

Opmerkingen:

  • Etiketten van papier, dual web-papier, polyester en vinyl worden ondersteund.
  • Bij gebruik van de duplexeenheid worden speciaal ontworpen en geïntegreerde etiketten en etiketten op dual web-papier ondersteund.
  • Voor het afdrukken van etiketten is een speciale reiniger vereist om het etikettenverhittingsstation schoon te maken. Deze reiniger wordt geleverd bij de speciale cartridge voor etikettoepassingen. Voor meer informatie raadpleeg "Supplies bestellen" op pagina 276.

Raadpleeg de Card Stock & Label Guide (alleen Engelstalig) voor meer informatie over het afdrukken, de kenmerken en het ontwerp van etiketten. U vindt deze publicatie op de website van Lexmark, op

Let bij het afdrukken op etiketten op het volgende:

  • U kunt etiketten invoeren vanuit een lade voor 250 vel, een lade voor 550 vel of de universeellader.
  • Gebruik etiketten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Controleer het volgende bij de fabrikant of verkoper:

  • De etiketten kunnen tegen een blootstelling aan temperaturen van 230°C en plakken niet vast, krullen niet om of kreuken niet en geven bij deze temperaturen geen gevaarlijke stoffen af.

  • Etikettenlijm, de voorzijde (bedrukbaar materiaal) en coating zijn bestand tegen 25 psi (172 kPa) druk zonder delaminatie, lekken aan de randen of het vrijkomen van gassen.

- Gebruik geen etiketten met glad rugmateriaal.

  • Gebruik geen etiketvellen waarop etiketten ontbreken. Etiketten van onvolledige vellen kunnen losraken tijdens het afdrukken, waardoor de vellen kunnen vastlopen en de kleefstof de printer en de cartridge kan vervuilen. Hierdoor kan de garantie voor de printer en de cartridge vervallen.
  • Gebruik geen etiketten waarvan de lijm aan de oppervlakte ligt.

  • Druk niet af binnen 1 mm vanaf de rand van het etiket, vanaf de perforaties of tussen de snijranden van de etiketten.

  • Controleer of de kleefzijde van de etiketten niet buiten de randen van het vel uitsteekt. Gebruik bij voorkeur vellen waarop de lijm gericht is aangebracht op minstens 1 mm vanaf de randen. De lijm kan in de printer terecht komen hetgeen gevolgen kan hebben voor de garantie op de printer.
  • Als gericht aangebrachte lijm niet mogelijk is, dient u een strook van 1,6 mm te verwijderen van de voorste (bovenste) rand en moet u lijm gebruiken die niet lekt.
  • Druk bij voorkeur af in de afdrukstand Portrait (Staand), vooral bij het afdrukken van streepjescodes.

Tips voor het afdrukken op karton

Karton is een zwaar, eenlaags speciaal afdrukmateriaal. Veel variabele kenmerken ervan, zoals vochtgehalte, dikte en structuur, kunnen de afdrukkwaliteit aanzienlijk beïnvloeden. Maak eerst enkele proefafdrukken voordat u grote hoeveelheden karton aanschaft.

Let bij het afdrukken op karton op het volgende:

  • U kunt karton invoeren vanuit een lade voor 250 vel, een lade voor 550 vel of de universeellader.
    •Zorg ervoor dat de Papiersoort Karton is.
  • Selecteer de juiste instelling voor Papierstructuur.
  • Houd er rekening mee dat voorbedrukt, geperforeerd en gekreukt materiaal de afdrukkwaliteit aanzienlijk kan beïnvloeden en het vastlopen van papier of andere verwerkingsproblemen kan veroorzaken.
  • Informeer bij de fabrikant of leverancier of het karton bestand is tegen temperaturen tot 230°C zonder dat er schadelijke stoffen vrijkomen.
  • Gebruik geen voorbedrukt karton dat chemische stoffen bevat die schadelijk kunnen zijn voor de printer. Voorbedrukt materiaal kan tot gevolg hebben dat halfvloeibare en vluchtige stoffen in de printer terechtkomen.
  • Gebruik indien mogelijk karton met vezels in de breederichting.

Afdrukken van vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij

Afdruktaken in de wachtstand zetten

Als u een afdruktaak naar de printer verzendt, kunt u opgeven dat de taak in het printergeheugen moet worden opgeslagen totdat u de taak start via het bedieningspaneel. Alle afdruktaken die bij de printer zelf kunnen worden uitgevoerd door de gebruiker, worden taken in wacht genoemd.

Opmerking: Vertrouwelijke, gecontroleerde, gereserveerde en herhaalde afdruktaken kunnen worden verwijderd als de printer extra geheugen nodig heeft voor de verwerking van andere wachttaken.

Soort taak Beschrijving
VertrouwelijkWanneer u een vertrouwelijke afdruktaak naar de printer verzendt, dient u een pincode via de computer te maken. De pincode moet bestaan uit vier cijfers van 0 tot en met 9. De afdruktaak wordt vervolgens in het printergeheugen opgeslagen totdat u de pincode invoert via het bedieningspaneel van de printer en aangeeft of u de taak wilt afdrukken of verwijderen.
Verify (Gecontroleerd)Als u een gecontroleerde afdruktaak verzendt, wordt één exemplaar afgedrukt en blijven de overige exemplaren in het printergeheugen bewaard. U kunt zo controleren of dit eerste exemplaar naar wens is, voordat u de overige exemplaren afdrukt. Zodra alle exemplaren zijn afgedrukt, wordt de afdruktaak automatisch uit het printergeheugen verwijderd.
Reserve (Gereserveerd)Als u een gereserveerde afdruktaak verzendt, wordt de taak niet onmiddellijk afgedrukt. Deze wordt in het geheugen opgeslagen zodat u de taak later kunt afdrukken. De taak wordt bewaard in het geheugen totdat u de taak verwijdert uit het menu Taken in wacht.
Soort taak Beschrijving
Repeat (Herhaald)Als u een herhaalde afdruktaak naar de printer stuurt, worden alle door u opgegeven exemplaren afgedrukt en wordt de afdruktaak in het printergeheugen opgeslagen, zodat u later nog meer exemplaren kunt afdrukken. U kunt exemplaren blijven afdrukken zolang de afdruktaak zich in het printergeheugen bevindt.

Andere typen wachttaken zijn:

• Profielen van verschillende bronnen, waaronder Lexmark Document Solutions Suite (LDSS)
•Formulieren uit een kiosk
- Bladwijzers
- Niet-afgedrukte taken, ook wel geparkeerde taken genoemd

Vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij afdrukken via Windows

Opmerking: Vertrouwelijke en gecontroleerde afdruktaken worden automatisch verwijderd uit het geheugen nadat ze zijn afgedrukt. Herhaalde en gereserveerde taken blijven in de printer bewaard totdat u ze verwijdert.

1 Open het gewenste bestand en klik op File (Bestand) → Print (Afdrukken).
2 Klik op Properties (Eigenschappen), Preferences (Voorkeuren), Options (Options) of Setup (Instellen).
3 Klik op Other Options (Overige opties) en klik vervolgens op de optie Print and Hold (Afdruk- en wachttaken).
4 Selecteer de soort taak (Vertrouwelijk, Gereserveerd, Herhaald of Gecontroleerd) en wijs er vervolgens een gebruikersnaam aan toe. Voer voor een vertrouwelijke taak ook een viercijferige PIN-code in.
5 Klik op OK of Print (Afdrukken) en ga naar de printer om de taak vrij te geven.
6 Raak Held jobs (Taken in wacht) aan op het beginscherm.
7 Raak uw gebruikersnaam aan.

Opmerking: er kunnen maximaal 500 resultaten worden weergegeven voor taken in wacht. Als uw naam niet wordt weergegeven, raakt u de pijl-omlaag aan tot uw naam wordt weergegeven. Als er veel taken in wacht in de printer zijn opgeslagen, kunt u ook Taken in wacht zoeken aanraken.

8 Raak Confidential Jobs (Beveiligde taken) aan.

9 Voer uw pincode in.

10 Raak de taak aan die u wilt afdrukken.

11 Raak Print (Afdrukken) aan of raak eerst de pijltoetsen aan om het aantal exemplaren te verhogen en raak vervolgens Print (Afdrukken) aan.

Vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij afdrukken vanaf een Macintosh-computer

Opmerking: Vertrouwelijke en gecontroleerde afdruktaken worden automatisch verwijderd uit het geheugen nadat ze zijn afgedrukt. Herhaalde en gereserveerde taken blijven in de printer bewaard totdat u ze verwijdert.

1 Open het gewenste bestand en kies File (Archief) > Print (Druk af).
Klik zo nodig op een driehoekje om meer opties weer te geven.
2 In het pop-upmenu Aantal en pagina's of het pop-upmenu Algemeen selecteert u Job Routing (Taken doorsturen).
3 Selecteer de soort taak (Vertrouwelijk, Gereserveerd, Herhaald of Gecontroleerd) en wijs er vervolgens een gebruikersnaam aan toe. Voer voor een vertrouwelijke taak ook een viercijferige PIN-code in.
4 Klik op OK of Afdrukken en ga naar de printer om de taak vrij te geven.

5 Raak Held jobs (Taken in wacht) aan op het beginscherm.

6 Raak uw gebruikersnaam aan.

Opmerking: er kunnen maximaal 500 resultaten worden weergegeven voor taken in wacht. Als uw naam niet wordt weergegeven, raakt u de pijl-omlaag aan tot uw naam wordt weergegeven. Als er veel taken in wacht in de printer zijn opgeslagen, kunt u ook Taken in wacht zoeken aanraken.

7 Raak Confidential Jobs (Beveiligde taken) aan.

8 Voer uw pincode in.

9 Raak de taak aan die u wilt afdrukken.

10 Raak Print (Afdrukken) aan of raak eerst de pijltoetsen aan om het aantal exemplaren te verhogen en raak vervolgens Print (Afdrukken) aan.

Afdrukken vanaf een flashstation

Op het bedieningspaneel van de printer bevindt zich een USB-poort. Sluit een flashstation aan om de ondersteunde bestandstypen af te drukken. Tot de ondersteunde bestandstypen behoren: .pdf, .gif, .jpeg, .jpg, .bmp, .png, .tiff, .tif, .pcx, and .dcx.

Er zijn veel flashstations getest en goedgekeurd voor gebruik met de printer. Ga naar de website van Lexmark op www.lexmark.com voor meer informatie.

Opmerkingen:

  • Hi-Speed (hoge snelheid) flashstations moeten full-speed (volle snelheid) standaard ondersteunen. Flashstations die alleen Low-Speed USB-mogelijkheden ondersteunen worden niet ondersteund.
  • USB-apparaten moeten het FAT-systeem (File Allocation Tables) gebruiken. Apparaten die zijn geformatteerd met NTFS (New Technology File System) of een ander bestandssysteem worden niet ondersteund.
  • Als u een gecodeerd PDF-bestand wilt selecteren, dient u het bestandswachtwoord in te voeren via het bedieningspaneel van de printer.
  • Wilt u een gecodeerd PDF-bestand afdrukken, voer dan eerst het bestandswachtwoord in via het bedieningspaneel van de printer.
  • U kunt geen bestanden afdrukken waarvoor u geen afdrukmachting hebt.

Afdrukken vanaf een flashstation:

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.

2 Plaats een flashstation in de USB-poort.

LEXMARK X652 - Opmerkingen: - 1

- Als u het flashstation aansluit wanneer de printer een probleem heeft, zoals een papierstoring, negeert de printer het flashstation.

- Als u het flashstation aansluit wanneer de printer bezig is met een afdruktaak, zal het bericht Printer is bezig verschijnen. Nadat de andere taken zijn verwerkt, dient u mogelijk de lijst met wachttaken te bekijken om documenten vanaf het flashstation af te drukken.

3 Raak het document aan dat u wilt afdrukken.

Opmerking: Mappen die zich op het flashstation bevinden, worden als mappen weergegeven. Een bestandsnaam wordt gevolgd door een extensie, zoals bijv. jpg.

4 Raak de pijltoetsen aan als u het aantal af te drukken exemplaren wilt verhogen.

5 Raak Print (Afdrukken) aan.

Opmerking: Koppel het flashstation niet van de USB-poort los voordat het document volledig is afgedrukt.

Als u het apparaat in de printer laat nadat u het beginscherm van het menu USB hebt verlaten, kunt u nog steeds bestanden als wachttaken op het apparaat afdrukken.

Pagina's met informatie afdrukken

Een directorylijst afdrukken

Een directorylijst is een overzicht van alle bronnen die zijn opgeslagen in het flashgeheugen of op de vaste schijf van de printer.

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Reports (Rapporten) aan.
4 Raak de Pijl-omlaag herhaaldelijk aan tot Directory afdrukken wordt weergegeven.
5 Raak Print Directory (Directory afdrukken) aan.

Testpagina's voor de afdrukkwaliteit afdrukken

Druk de testpagina's voor de afdrukkwaliteit af om problemen met de afdrukkwaliteit op te sporen.

1 Zet de printer uit.
2 Houd 2 en 8 ingedrukt terwijl u de printer aanzet.
3 Laat de knoppen los wanneer het scherm met de voortgangsbalk wordt weergegeven.

De printer voert de opstartcyclus uit, waarna het menu Configuratie wordt weergegeven.

4 Raak de Pijl-omlaag herhaaldelijk aan tot Pagina's Afdrukkwaliteit wordt weergegeven.
5 Raak Print Quality Pages (Pagina's Afdrukkwaliteit) aan.

De testpagina's voor de afdrukkwaliteit worden afgedrukt.

6 Raak Back (Terug) aan.
7 Raak Exit Configuration (Configuratie afsluiten) aan.

Een afdruktaak annuleren

Afdruktaak annuleren via het bedieningspaneel van de printer

1 Raak Cancel Jobs (Taken annuleren) aan op het aanraakscherm of druk op ✗ op het toetsenblok.
2 Raak de taak aan die u wilt annuleren.
3 Raak Delete Selected Jobs (Geselecteerde taken verwijderen) aan.

Een afdruktaak annuleren vanaf de computer

U kunt als volgt een afdruktaak annuleren:

Windows

Windows Vista:

1 Klik op .
2 Klik op Control Panel (Configuratiescherm).
3 Klik op Hardware and Sound (Hardware en geluiden).
4 Klik op Printers.
5 Dubbelklik op het printerpictogram.
6 Selecteer de taak die u wilt annuleren.
7 Druk op de toets Delete op het toetsenbord.

Windows XP

1 Klik op Start.
2 Dubbelklik op het printerpictogram vanuit Printers and Faxes (Printers en faxapparaten).
3 Selecteer de taak die u wilt annuleren.
4 Druk op de toets Delete op het toetsenbord.

Via de taakbalk van Windows:

Wanneer u een afdruktaak naar de printer verstuurt, wordt rechts in de taakbalk een klein pictogram in de vorm van een printer weergegeven.

1 Dubbelklik op het printerpictogram.
Er wordt een venster met een lijst van afdruktaken weergegeven.

2 Selecteer de taak die u wilt annuleren.
3 Druk op de toets Delete op het toetsenbord.

Macintosh

Mac OS X 10.5:

1 Klik op System Preferences (Systeemvoorkeuren) in het Apple-menu.
2 Klik op Print & Fax (Afdrukken en faxen) en dubbelklik vervolgens op het printerpictogram.

3 Selecteer in het printervenster de taak die u wilt annuleren.
4 Klik op het pictogram Verwijder in de balk met pictogrammen bovenin het venster.

In Mac OS X 10.4 en eerder:

1 Kies Applications (Programma's) in het menu Ga.
2 Dubbelklik op Utilities (Hulpprogramma's) en dubbelklik vervolgens op Print Center (Afdrukbeheer) of Printer Setup Utility (Printerconfiguratie).
3 Dubbelklik op het printerpictogram.
4 Selecteer in het printervenster de taak die u wilt annuleren.
5 Klik op het pictogram Verwijder in de balk met pictogrammen boven in het venster.

Storingen verhelpen

Papierstoringsberichten verschijnen op de display van het bedieningspaneel en geven de plaats aan waar de papierstoring in de printer is opgetreden. Als er meerdere storingen zijn opgetreden, wordt het aantal vastgelopen pagina's aangegeven.

Papierstoringen voorkomen

De volgende tips kunnen papierstoringen helpen voorkomen:

Aanbevelingen voor papierladen

  • Zorg ervoor dat het papier vlak in de lade is geplaatst.
  • Verwijder geen laden terwijl de printer bezig is met afdrukken.
  • Plaats geen afdrukmateriaal in de laden, universeellader of enveloppenlader terwijl de printer bezig is met afdrukken. Plaats het materiaal voordat u gaat afdrukken of wacht tot u wordt gevraagd afdrukmateriaal te plaatsen.
  • Plaats niet te veel papier. Zorg ervoor dat de stapel niet hoger is dan de aangegeven maximale stapelhoogte.
  • Zorg ervoor dat de geleiders in de papierladen, universeellader of enveloppenlader op de juiste wijze zijn ingesteld en niet te strak tegen het papier zijn geplaatst.
  • Schuif alle laden geheel terug in de printer nadat u het papier hebt geplaatst.

Aanbevelingen voor papier

  • Gebruik uitsluitend aanbevolen papier of speciaal afdrukmateriaal. Zie "Door de printer ondersteunde papiersoorten en -gewichten" op pagina 93 voor meer informatie.
  • Plaats nooit gekreukt, gevouwen, vochtig, gebogen of kromgetrokken papier.
  • Buig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voordat u het in de printer plaatst.
  • Gebruik geen papier dat u zelf op maat hebt gesneden of geknipt.
  • Gebruik nooit papier van verschillend formaat, gewicht of soort in dezelfde papierbron.
  • Controleer of alle papierformaten en papiersoorten op de juiste wijze zijn ingesteld in de menu's op het bedieningspaneel van de printer.
  • Bewaar het papier volgens de aanbevelingen van de fabrikant.

Aanbevelingen voor enveloppen

- Gebruik het menu Envelopbescherming in het menu Papier om kreuken te beperken.

•Voer geen enveloppen in die:

-gemakkelijk krullen;
— vensters, gaten, perforaties, uitsnijdingen of reliëf bevatten;
—metalen klemmetjes, strikken of vouwklemmetjes bevatten;
—zijn samengevouwen;
—postzegels bevatten;
- een (gedeeltelijk) onbedekte plakstrook hebben als de klepzijde is gesloten of is dichtgeplakt;
-gebogen hoeken hebben;

—een ruwe, kreukelige of gedraaide afwerking hebben;

-aan elkaar kleven of beschadigd zijn.

Informatie over storingsnummers en -locaties

Als er een storing optreedt, toont de printer een bericht waarin de locatie van de storing wordt weergegeven. Open alle kleppen en verwijder de laden zodat u bij de locaties kunt waar het afdrukmateriaal is vastgelopen. U kunt de papierstoring alleen oplossen door al het vastgelopen papier in de papierbaan te verwijderen.

In de volgende tabel vindt u een overzicht van de papierstoringen die zich kunnen voordoen en de locatie van elke storing:

9 6,7,8 2 1 4 5 3

LEXMARK X652 - Informatie over storingsnummers en -locaties - 2

1 Raak Status/Supplies om de plaats van de storing te identificeren.
2 Laat de klep van de universeellader zakken.

3 Druk de ontgrendelingshendel in en open de voorklep van de printer.

LEXMARK X652 - Informatie over storingsnummers en -locaties - 3

4 Til de tonercartridge uit de printer.

Let op—Kans op beschadiging: raak de fotoconductortrommel aan de onderkant van de cartridge niet aan. Gebruik de handgreep om de cartridge vast te houden.

LEXMARK X652 - Informatie over storingsnummers en -locaties - 4

Let op—Kans op beschadiging: stel de cartridge niet te lang bloot aan licht.

Let op—Kans op beschadiging: Het vastgelopen papier is mogelijk bedekt met onverwerkte toner die vlekken op uw kleding en huid kan maken.

6 Verwijder het vastgelopen papier.

LEXMARK X652 - Informatie over storingsnummers en -locaties - 5

LET OP—HEET OPPERVLAK: De binnenkant van de printer kan heet zijn. Om letsel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.

Opmerking: Wanneer het papier niet eenvoudig te verwijderen is, opent u de achterklep en verwijdert u het papier aan die kant.

7 Lijn de tonercartridge uit en plaats deze in de printer.

8 Sluit de voorklep van de printer.

9 Sluit de klep van de universeellader.

10 Raak Continue (Doorgaan) aan.

202 Papier vast

Raak Status/Supplies aan om de locatie van de storing vast te stellen. Als het papier uit de printer wordt gevoerd, trekt u het papier naar buiten en raakt u Continue (Doorgaan) aan.

Doe het volgende wanneer het papier niet uit de printer komt:

1 Trek de bovenste achterklep omlaag.

LEXMARK X652 - Papier vast - 1

2 Verwijder het vastgelopen papier.

3 Sluit de bovenste achterklep.

4 Raak Continue (Doorgaan) aan.

230-239: papierstoringen

1 Raak Status/Supplies aan om de locatie van de storing vast te stellen.
2 Trek de standaardlade naar buiten.
3 Trek de onderste achterklep omlaag.

LEXMARK X652 - 230-239: papierstoringen - 1

4 Druk het lipje omlaag.

LEXMARK X652 - 230-239: papierstoringen - 2

5 Verwijder het vastgelopen papier.
6 Sluit de onderste achterklep.
7 Plaats de standaardlade terug.
8 Raak Continue (Doorgaan) aan.

240-249: papierstoringen

1 Raak Status/Supplies aan om de locatie van de storing vast te stellen.

2 Trek de standaardlade naar buiten.

LEXMARK X652 - 240-249: papierstoringen - 1

3 Verwijder vastgelopen papier en sluit de lade.

4 Raak Doorgaan aan.

5 Als het storingsbericht niet verdwijnt, trekt u de optionele laden naar buiten.

6 Verwijder het vastgelopen papier en sluit de laden.

7 Raak Doorgaan aan.

250 Papier vast

1 Raak Status/Supplies aan om de locatie van de storing vast te stellen.

2 Verwijder het papier uit de universeellader.

LEXMARK X652 - Papier vast - 1

3 Buig de vellen papier enkele malen om deze los te maken. Waaier de vellen vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak op een vlakke ondergrond de stapel recht.

4 Plaats het papier in de universeellader.

5 Schuif de papiergeleider naar de binnenkant van de lade totdat de geleider licht tegen de rand van het papier drukt.

LEXMARK X652 - Papier vast - 2

6 Raak Continue (Doorgaan) aan.

260 papier vast

Raak Status/Supplies om de plaats van de storing te identificeren. Bij de invoer van enveloppen in de enveloppenlader wordt telkens de onderste envelop ingevoerd. De onderste envelop is in dit geval dus vastgelopen.

1 Til het envelopgewicht omhoog.
2 Verwijder alle enveloppen.
3 Als de vastgelopen envelop in de printer is gevoerd en niet naar buiten kan worden getrokken, til dan de enveloppenlader omhoog en uit de printer en plaats de lader opzij.
4 Verwijder de envelop uit de printer.

Opmerking: Als u de envelop niet kunt verwijderen, moet de tonercartridge worden verwijderd. Zie "Papierstoring 200 en 201" op pagina 148 voor meer informatie.

5 Plaats de enveloppenlader terug. Zorg ervoor dat deze op zijn plaats vastklikt.
6 Buig de enveloppen en maak er een stapel van.
7 Plaats de enveloppen in de enveloppenlader.
8 Pas de papiergeleider aan.
9 Laat het envelopgewicht zakken.

10 Raak Continue (Doorgaan) aan.

270-279: papierstoringen

Als u een papierstoring wilt verhelpen in de hoge-capaciteitsuitvoerlader of de mailbox met 4 laden, gaat u als volgt te werk:

1 Raak Status/Supplies aan om de locatie van de storing vast te stellen.
2 Als het papier naar een uitvoerlade gaat, trekt u het papier recht naar buiten en raakt u Continue (Doorgaan) aan.
Ga anders verder met stap 3.

3 Trek de klep(pen) van de uitvoerlade(n) omlaag.

4 Verwijder het vastgelopen papier.

5 Sluit de klep(pen) van de uitvoerlade(n).

6 Raak Continue (Doorgaan) aan.

280–282: papierstoringen

1 Raak Status/Supplies aan om de locatie van de storing vast te stellen.
2 Trek de klep van de StapleSmart-finisher omlaag.
3 Verwijder het vastgelopen papier.

4 Sluit de klep van de StapleSmart-finisher.
5 Raak Doorgaan aan.

283 Nietjes vast

1 Raak Status/Supplies aan om de locatie van de storing vast te stellen.
2 Open de klep van het nietapparaat door op de ontgrendelingshendel te drukken.

LEXMARK X652 - Nietjes vast - 1

3 Trek de vergrendeling van de nietjeshouder omlaag en trek de houder uit de printer.

LEXMARK X652 - Nietjes vast - 2

4 Til de nietbescherming aan het metalen nokje omhoog en verwijder eventuele losse nietjes.

LEXMARK X652 - Nietjes vast - 3

5 Sluit de nietbescherming.

LEXMARK X652 - Nietjes vast - 4

6 Druk de nietbescherming omlaag totdat deze vastklikt.

LEXMARK X652 - Nietjes vast - 5

7 Druk de nietjeshouder stevig in het nietapparaat totdat de houder vastklikt.
8 Sluit de klep van het nietapparaat.

290–294: papierstoringen

1 Verwijder alle originele documenten uit de ADF.
2 Open de klep van de ADF en verwijder vastgelopen papier.

LEXMARK X652 - 290–294: papierstoringen - 1

3 Sluit de ADI-klep.
4 Open de klep van de scanner en verwijder vastgelopen pagina's.

LEXMARK X652 - 290–294: papierstoringen - 2

5 Open de ADF aan de onderzijde en verwijder het vastgelopen papier.

LEXMARK X652 - 290–294: papierstoringen - 3

7 Raak Taak opnieuw starten aan.

Printermenu's

Er zijn verschillende menu's beschikbaar waarmee u eenvoudig printerinstellingen kunt aanpassen. Raak 📄 aan in het beginscherm als u de menu's weer wilt geven.

Papier, menu Rapporten Netwerk/poorten

StandaardbronPagina Menu-instellingenActieve NIC
Papierformaat/-soortApparaatstatistiekenStandard Network (Standaardnetwerk) ^2
U-lader configurerenPagina NetwerkinstellingenInstellingen SMTP
EnvelopbeschermingConfiguratiepagina netwerk .Standard USB (Standaard-USB)
Substitute Size (Ander formaat)Draadloze-config.pag. ^1 Parallel
Paper Texture (Papierstructuur)Lijst snelkoppelingenSerial (Serieel )
PapiergewichtFaxtaaklog
Papier plaatsenKieslog faxnummers
Aangepaste srtnKopieersnelkoppelingen
Aangepaste namenE-mailsnelkoppelingen
Aangepaste scanformatenFaxsnelkoppelingen
Custom Bin Names (Aangepaste ladenamen)FTP-snelkoppelingen
Profielenlijst
Instell UnivrsalNetWare-install.pag.
Lade-instellingLettertypen afdr
Directory afdrukken
Asset Report (Activarapport)

^1 Wordt alleen weergegeven als er een draadloze kaart is geïnstalleerd.

^2 Afhankelijk van de printerconfiguratie wordt dit menu-item weergegeven als Standaardnetwerk of Netwerk .

Beveiliging Instellen Help

Beveiligingsinstellingen bewerkenAlgemene instellingenAlle handleidingen afdrukken
Overige beveiligingsinstellingenCopy Settings (Kopieerinstellingen)Copy guide (Helpgids kopieren)
Vertrouwelijke taken afdrukkenFaxinstellingenHandleiding voor e-mailen
Disk Wiping (Schijf wissen)E-mailinstellingenHandleiding voor faxen
Security Audit Log (Logbestand beveiligingscontrole)FTP-instellingenHandleiding voor FTP
Flash Drive Menu (Menu Flashstation)Handleiding met informatie
Datum en tijd instellenAfdrukinstellingenHandleiding voor afdrukstoringen
Handleiding voor supplies

Default Source (Standaardbron), menu

Menu-item Beschrijving
StandaardbronLadeU-laderEnveloppenladerHandm. invoer papierHandm. invoer env.Hiermee stelt u de standaardpapierbron in voor alle afdruktaken.Opmerkingen:"Lade 1 (standaardlade)" is de standaardinstelling.Alleen een geïnstalleerde papierbron wordt als menu-instelling weergegeven.Een door een afdruktaak geselecteerde papierbron heeft voorrang op de instelling Standaardbron voor de duur van de afdruktaak.Als u papier van hetzelfde formaat en dezelfde soort gebruikt in twee laden (en voor papierformaat en papiersoort de juiste waarden zijn ingesteld), worden de laden automatisch gekoppeld. Zodra een lade leeg is, wordt de taak verder afgedrukt op afdrukmateriaal uit de gekoppelde lade.In het menu Paper (Papier) stelt u Configure MP (Configuratie U-lader) in op Cassette om MP Feeder (U-lader) als menu-instelling weer te geven.
Menu-item Beschrijving
Formaat ladeA4A5A6JIS B5LetterLegalExecutive1Oficio1FolioStatement1UniversalHiermee wordt het papierformaat in elke lade opgegeven.Opmerkingen:"A4" is de internationale standaardinstelling. "Letter" is de standaard-instelling in de VS.Bij laden met automatische formaatdetectie wordt alleen het formaat weergegeven dat door de hardware is gedetecteerd.Gebruik dit menu-item om de laden automatisch te laten koppelen. Als u papier van hetzelfde formaat en dezelfde soort gebruikt in twee laden (en voor papierformaat en papiersoort de juiste waarden zijn ingesteld), worden de laden automatisch gekoppeld. Zodra een lade leeg is, wordt de taak verder afgedrukt op afdrukmateriaal uit de gekoppelde lade.De automatische formaatdetectie wordt niet ondersteund voor de papierformaten Oficio, Folio of Statement.De lade voor 2000 vel ondersteunt de papierformaten A4, Letter en Legal.
1Verschijnt alleen als de optie voor formaatdetectie is uitgeschakeld.Opmerking:Alleen laden en laders die zijn geïnstalleerd, staan in dit menu vermeld.
Soort lade <x>Normaal papierKartonTransparantenKringlooppapierEtikettenVinyletikettenBankpostBriefhoofdpapierVoorbedrukt papierGekleurd papierLicht papierZwaar papierPapier ruw/katoenAangepast <x>Hiermee wordt de papiersoort in elke lade opgegeven.Opmerkingen:"Normaal papier" is de standaardinstelling voor lade 1.Aangepast <x> is de standaardinstelling voor alle andere laden.Als u zelf een naam hebt opgegeven, wordt deze weergegeven in plaats van Aangepast <x>.Gebruik dit menu-item om de laden automatisch te laten koppelen. Als u papier van hetzelfde formaat en dezelfde soort gebruikt in twee laden (en voor papierformaat en papiersoort de juiste waarden zijn ingesteld), worden de laden automatisch gekoppeld. Zodra een lade leeg is, wordt de taak verder afgedrukt op afdrukmateriaal uit de gekoppelde lade.
Formaat U-laderA4A5A6JIS B5LetterLegalExecutiveOficioFolioStatementUniversal7 3/4-envelop9-envelop10-envelopDL-envelopOverige enveloppenHiermee wordt het papierformaat in de universeellader opgegeven.Opmerkingen:In het menu Papier stelt u Configuratie U-lader in op Cassette om Formaat U-lader als menu-instelling weer te geven."A4" is de internationale standaardinstelling. "Letter" is de standaard-instelling in de VS.De universeellader detecteert niet automatisch het papierformaat. U dient zelf de waarde van het papierformaat op te geven.
1 Verschijnt alleen als de optie voor formaatdetectie is uitgeschakeld.Opmerking: Alleen laden en laders die zijn geïnstalleerd, staan in dit menu vermeld.
Soort U-laderNormaal papierKartonTransparantenKringlooppapierEtikettenVinyletikettenBankpostEnvelopRuwe envelopBriefhoofdpapierVoorbedrukt papierGekleurd papierLicht papierZwaar papierPapier ruw/katoenAangepastHiermee wordt de papiersoort in de universeellader opgegeven.Opmerkingen:In het menu Papier stelt u Configuratie U-lader in op Cassette om Soort U-lader als menu-instelling weer te geven."Normaal papier" is de standaardinstelling.
Env.lader formaat7 3/4-envelop9-envelop10-envelopDL-envelopOverige enveloppenHiermee geeft u het formaat op van de enveloppen in de envelopppenlader.Opmerking: DL-Envelope is de internationale standaardinstelling. 10-Envelope is de standaardinstelling in de Verenigde Staten.
Env.lader soortEnvelopRuwe envelopAangepastGeeft aan welke soort enveloppen zich in de envelopppenlader bevinden.Opmerkingen:"Envelop" is de standaardinstelling.De instelling Aangepast kan worden gebruikt om zes soorten enveloppen op te slaan.
^1 Verschijnt alleen als de optie voor formaatdetectie is uitgeschakeld.Opmerking: Alleen laden en laders die zijn geïnstalleerd, staan in dit menu vermeld.
Papierformaat handm. invoerA4A5A6JIS B5LetterLegalExecutiveOficioFolioStatementUniversalHiermee wordt het papierformaat opgegeven dat u handmatig plaatst.Opmerking:"A4" is de internationale standaardinstelling. "Letter" is de standaardinstelling in de VS.
Papiersoort handm. invoerNormaal papierKartonTransparantenKringlooppapierEtikettenVinyletikettenBankpostBriefhoofdpapierVoorbedrukt papierGekleurd papierLicht papierZwaar papierPapier ruw/katoenAangepastHiermee wordt de papiersoort opgegeven die u handmatig plaatst.Opmerking:"Normaal papier" is de standaardinstelling.
Envelopformaat handm. invoer7 3/4-envelop9-envelop10-envelopDL-envelopOverige enveloppenHiermee wordt het envelopformaat opgegeven dat u handmatig plaatst.Opmerking:DL-Envelope is de internationale standaardinstelling. 10-Envelope is de standaardinstelling in de Verenigde Staten.
Envelopsoort handm. invoerEnvelopRuwe envelopAangepastHiermee wordt de envelopsoort opgegeven die u handmatig plaatst.Opmerking:"Envelop" is de standaardinstelling.
^1 Verschijnt alleen als de optie voor formaatdetectie is uitgeschakeld.Opmerking:Alleen laden en laders die zijn geinstalleerd, staan in dit menu vermeld.

Configuratie U-lader, menu

Menu-item Beschrijving
Universeellader configurerenCassetteHandmatigEersteHiermee bepaalt u wanneer de printer papier selecteert dat in de universeel-lader is geplaatst.Opmerkingen:"Cassette" is de standaardinstelling.Met de instelling Cassette configureert u de universeellader als automa-tische papierbron.Als Handmatig is geselecteerd, kan de universeellader alleen worden gebruikt voor afdruktaken met handmatige invoer.Als de universeellader papier bevat en Eerst is geselecteerd, dan wordt altijd eerst papier uit de universeellader gehaald.

Envelopbescherming

De envelopbescherming is een optie waarmee het aantal kreukels in bepaalde enveloppen aanzienlijk kan worden beperkt.

Menu-item Beschrijving
EnvelopbeschermingUit1 (laagst)23456 (hoogst)Hiermee wordt de optionele envelopbescherming in- of uitgeschakeld.Opmerkingen:De standaardinstelling is 5.Als geluidsreductie belangrijker is dan het voorkomen van kreuken, stel dan een lagere waarde in.

Substitute Size (Ander formaat), menu

Menu-item Beschrijving
Ander formaatUitStatement/A5Letter/A4Alles in lijstHiermee vervangt u een opgegeven papierformaat als het gewenste papierformaat niet beschikbaar is.Opmerkingen:"Alles in lijst" is de standaardinstelling. Alle beschikbare formaten zijn toegestaan.De instelling "Uit" geeft aan dat geen andere formaten zijn toegestaan.Als u een ander formaat instelt, wordt de taak afgedrukt zonder dat het bericht "Vervang papier" wordt weergegeven.

Menu Papierstructuur

Menu-item Beschrijving
Structuur normaalGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Structuur kartonGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het karton dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerkingen:"Normaal" is de standaardinstelling.Instellingen worden alleen weergegeven als karton wordt ondersteund.
Structuur transparantGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de transparanten die in een specifieke lade zijn geplaatstOpmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Struct. kringl.pap.GladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het kringlooppapier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Structuur etikettenGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de etiketten die in een specifieke lade zijn geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Structuur vinyletikettenGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de vinyletiketten die in een specifieke lade zijn geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Struct bankpostGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Ruw" is de standaardinstelling.
Struct envelopGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de enveloppen die in een specifieke lade zijn geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Structuur ruw envelopGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de ruwe enveloppen die in een specifieke lade zijn geplaatst.Opmerking:"Ruw" is de standaardinstelling.
Structuur briefhoofdGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Structuur voorbedruktGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Struct gekleurdGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Structuur lichtGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Structuur zwaarGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Structuur ruwGladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Ruw" is de standaardinstelling.
Struct aangep.GladNormaalRuwHiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de aangepaste papiersoort die in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.

Papiergewicht, menu

Menu-item Beschrijving
Gewicht normaalLichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Gewicht kartonLichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van het karton dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Gewicht transparanten LichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Gewicht kringl.pap.LichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van het kringlooppapier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Gewicht etiketten LichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van de etiketten die in een specifieke lade zijn geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Gewicht vinyletiket LichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van de vinyletiketten die in een specifieke lade zijn geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Gewicht bankpost LichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Gewicht envelop LichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van de enveloppen die in een specifieke lade zijn geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Gewicht ruwe envelop LichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van de ruwe enveloppen die in een specifieke lade zijn geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Gewicht briefhoofd LichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Gewicht voorbedrukt LichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Gewicht gekleurd LichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
Gewicht lichtLichtGeeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.
Gewicht zwaarZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.
Gewicht ruwLichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.Opmerking:"Normaal" is de standaardinstelling.
AangepastLichtNormaalZwaarGeeft het relatieve gewicht aan van de aangepaste papiersoort die in een specifieke lade is geplaatst.Opmerkingen:"Normaal" is de standaardinstelling.Instellingen worden alleen weergegeven als de aangepaste soort wordt ondersteund.

Menu Papier plaatsen

Menu-item Beschrijving
Karton ladenDubbelzijdigUitHiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Karton" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Kringl.papier ladenDubbelzijdigUitHiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Kringloop-papier" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Etiketten ladenDubbelzijdigUitHiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Etiketten" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Vinyletiketten ladenDubbelzijdigUitHiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Vinyleti-ketten" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Bankpostpapier ladenDubbelzijdigUitHiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Bankpost-papier" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Opmerkingen:Als u "Duplex" selecteert, wordt dubbelzijdig afdrukken als standaardmodus ingesteld voor alle afdruktaken, tenzij u enkelzijdig afdrukken hebt geselecteerd onder Eigenschappen in Windows of het dialoogvenster Druk af op een Macintosh-besturingssysteem.Als "Duplex" is geselecteerd, worden alle afdruktaken, waaronder enkelzijdige taken, verzonden via de duple-xeenheid.
Briefhoofdpap. ladenDubbelzijdigUitHiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Briefhoofd-papier" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Voorbedrukt plaatsenDubbelzijdigUitHiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Voorbedrukt papier" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Gekleurd ladenDubbelzijdigUitHiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Gekleurd" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Licht papier ladenDubbelzijdigUitHiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Licht" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Zwaar ladenDubbelzijdigUitHiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Zwaar" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Ruw papier plaatsenDubbelzijdigUitHiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Ruw" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
AangepastladendubbelzijdigUitHiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Aangepast" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt.Opmerkingen:Off (Uit) is de standaardinstelling."Aangepastladend" is alleen beschikbaar als de aangepaste soort wordt ondersteund.
Opmerkingen:Als u "Duplex" selecteert, wordt dubbelzijdig afdrukken als standaardmodus ingesteld voor alle afdruktaken, tenzij u enkelzijdig afdrukken hebt geselecteerd onder Eigenschappen in Windows of het dialoogvenster Druk af op een Macintosh-besturingssysteem.Als "Duplex" is geselecteerd, worden alle afdruktaken, waaronder enkelzijdige taken, verzonden via de duple-xeenheid.
Menu-item Beschrijving
AangepastPapierKartonTransparantenEtikettenVinyletikettenEnvelopHiermee koppelt u een papiersoort of een speciale materiaalsoort aan een standaardnaam, zoals Aangepastof een aangepaste naam die door een gebruiker is gemaakt via de Embedded Web Server of via MarkVision Professional.Opmerkingen:"Papier" is de standaardinstelling.U kunt alleen afdrukken maken met de aangepaste materiaalsoort als deze wordt ondersteund door de geselecteerde lade of de universeellader.
KringlooppapierPapierKartonTransparantenEtikettenVinyletikettenEnvelopGeef een papiersoort aan wanneer in andere menu's de instelling voor Kringlooppapier is geselecteerd.Opmerkingen:"Papier" is de standaardinstelling.U kunt alleen afdrukken maken met de aangepaste materiaalsoort als deze wordt ondersteund door de geselecteerde lade of de universeellader.
Menu-item Definitie
Aangepaste naamGeef een aangepaste naam op voor een papiersoort. Deze naam vervangt een Aangepast -naam in de printermenu's.
Menu-item Omschrijving
Aangepast scanformaatNaam scangrootteBreedte3–14.17 inches (76–360 mm)Hoogte3–14.17 inches (76–360 mm)AfdrukstandLiggendStaand2 scans per zijdeUitAanKracht ADF-grijprolStandaardinstellingen gebruiker30%40%50%60%70%80%Hiermee geeft u een aangepaste naam voor het scanformaat en de opties op. Deze naam vervangt de naam Aangepast scanformaatin de printermenu's.Opmerkingen:8,5 inch is de standaardinstelling in de Verenigde Staten voor Breedte. 216 millimeter is de internationale standaardinstelling voor Breedte.14 Inch is standaardinstelling in de Verenigde Staten voor Hoogte. 356 millimeter is de internationale standaardinstelling voor Hoogte.Liggend is de standaardinstelling voor Afdrukstand.Uit is de standaardinstelling voor 2 scans per zijde.Standaardinstellingen gebruiker is de standaardinstelling voor Kracht ADF-grijprol.
Menu-item Omschrijving
StandaarduitvoerladeHier kunt u een aangepast naam opgeven voor de standaardlade.
Lade 1Hier kunt u een aangepaste naam opgeven voor lade 1

Universal-instelling, menu

Met deze menu-items geeft u de hoogte, de breedte en de invoerrichting op voor het universele papierformaat. De instelling voor het universele papierformaat is een door de gebruiker gedefinieerde instelling voor papierformaat. De instelling staat in de lijst met de andere papierformaatinstellingen en biedt soortgelijke opties, zoals ondersteuning voor dubbelzijdig afdrukken en meerdere pagina's afdrukken op één vel.

Menu-item Beschrijving
MaateenhedenInchMillimeterHiermee worden de maateenheden aangegeven.Opmerkingen:In de VS wordt standaard gebruikgemaakt van inches.Millimeter is de internationale standaardinstelling.
Staand breedte3–14 inch76–360 mmHiermee stelt u de staande breedte in.Opmerkingen:Als de ingestelde waarde groter is dan de maximale breedte, gebruikt de printer de maximaal toegestane breedte.8,5 inch is de standaardinstelling in de Verenigde Staten. Inches kunnen worden verhoogd in stappen van 0,01 inch.216 mm is de internationale standaardinstelling. Millimeters kunnen worden verhoogd in stappen van 1 mm.
Staand hoogte3–14 inch76–360 mmHiermee stelt u de hoogte van de portretstand (staand) in.Opmerkingen:Als de ingestelde waarde groter is dan de maximale hoogte, gebruikt de printer de maximaal toegestane hoogte.14 inch is de standaardinstelling in de Verenigde Staten. Inches kunnen worden verhoogd in stappen van 0,01 inch.356 mm is de internationale standaardinstelling. Millimeters kunnen worden verhoogd in stappen van 1 mm.
InvoerrichtingKorte zijdeLange zijdeGeef de invoerrichting aan als het papier in beide richtingen kan worden geladen.Opmerkingen:"Korte zijde" is de standaardinstelling."Lange zijde" wordt alleen weergegeven als de langste zijde korter is dan de maximale breedte die wordt ondersteund in de lade.
Menu-item Omschrijving
UitvoerladeStandaarduitvoerladeLadeHiermee worden de uitvoerladen vastgesteld.Opmerking:"Standaardlade" is de standaardinstelling.
Laden configurerenMailboxKoppelenUitvoer is volKoppeling optioneelToewijzing soortHiermee geeft u configuratieopties voor uitvoerladen op.Opmerkingen:"Mailbox" is de standaardinstelling.Elke lade wordt door de instelling Mailbox als afzonderlijke mailbox gebruikt.Alle beschikbare uitvoerladen worden door de instelling "Koppelen" gekoppeld.Elke lade wordt door de instelling Mailbox als afzonderlijke mailbox gebruikt totdat de een lade vol raakt, waarna de printer de vellen automatisch omleidt naar een overlooplade.Alle beschikbare uitvoerladen worden door de instelling "Koppeling optioneel" gekoppeld, met uitzondering van de standaardlade en wordt alleen weergegeven wanneer er minimaal twee optionele laden zijn geïnstalleerd.Elke papiersoort wordt door de instelling "Toewijzing" toegewezen aan een uitvoerlade.
Soort/lade toewijzenLade normaal papierLade kartonLade transparantKringloopladeLade etikettenLade vinyletikett.Lade bankpostLade envelopRuwe-envelopladeLade briefhoofdLade voorbedruktLade gekleurdLichte ladeZware ladeRuwe ladeLade aangepastHiermee selecteert u een uitvoerlade voor elke ondersteunde papiersoort.De beschikbare selecties voor elke soort zijn:Disabled (Uitgeschakeld)StandaarduitvoerladeLadeOpmerking:"Standaardlade" is de standaardinstelling.

Opmerking: Wanneer u een menu-item selecteert in het menu Rapporten, wordt het betreffende rapport afgedrukt.

Menu-item Omschrijving
Pagina Menu-instellingenHiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over het papier in de laden, het geïnstalleerde geheugen, het totaalaantal pagina's, alarmen, time-outs, de taal op het bedieningspaneel, het TCP/IP-adres, de status van supplies, de status van de netwerkverbinding en overige informatie.
ApparaatstatistiekenHiermee wordt een rapport afgedrukt met printerstatistieken, zoals gegevens over supplies en afgedrukte pagina's.
Pagina NetwerkinstellingenHiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de instellingen van de netwerkprinter, zoals informatie over het TCP/IP-adres.Opmerking: Dit menu-item wordt alleen weergegeven op netwerkprinters of printers die zijn aangesloten op afdrukservers.
Configuratiepagina netwerk .Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de instellingen van de netwerkprinter, zoals informatie over het TCP/IP-adres.Opmerkingen:• Dit menu-item is beschikbaar als er meer dan één netwerkoptie is geïnstalleerd.• Dit menu-item wordt alleen weergegeven op netwerkprinters of printers die zijn aangesloten op afdrukservers.
Draadloze-config.pag.Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de instellingen van de draadloze netwerkprinter, zoals informatie over het TCP/IP-adres.Opmerkingen:• Dit menu-item is beschikbaar als een draadloze kaart is geïnstalleerd en Lexmark Document Solutions Suite is ingeschakeld.• Dit menu-item wordt alleen weergegeven op netwerkprinters of printers die zijn aangesloten op afdrukservers.
Lijst snelkoppelingenHiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over geconfigureerde snelkoppelingen
FaxtaaklogHiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de laatste 200 faxen
Kieslog faxnummersHiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de laatste 100 pogingen om een oproep te plaatsen, de ontvangen oproepen en de geblokkeerde oproepen
KopieersnelkoppelingenHiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over kopieersnelkoppelingen.
E-mailsnelkoppelingenHiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over e-mailsnelkoppelingen
FaxsnelkoppelingenHiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over faxsnelkoppelingen
FTP-snelkoppelingenHiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over FTP-snelkoppelingen
ProfielenlijstHiermee wordt een lijst van profielen afgedrukt die zijn opgeslagen op deze printer.
NetWare-install.pag.Hiermee wordt een rapport afgedrukt met NetWare-specifieke informatie over de netwerkinstellingen.Opmerking: Dit menu-item wordt alleen weergegeven op printers waarop een interne draadloze afdrukserver is geïnstalleerd.
Lettertypen afdrHiermee drukt u een rapport af van alle beschikbare lettertypen voor de printertaal die momenteel in de printer is ingesteld.
Directory afdrukkenHiermee drukt u een lijst af van alle bronnen die zijn opgeslagen op een optionele flashgeheugenkaart of de vaste schijf van de printer.Opmerkingen:•De buffergrootte mag niet zijn ingesteld op 100%.•Het optionele flashgeheugen of de vaste schijf van de printer moet correct zijn geïnstalleerd en goed functioneren.
Asset Report (Activarapport)Hiermee drukt een rapport af met activagegevens, waaronder het serie-nummer en de modelnaam van de printer. Het rapport bevat tekst en UPC-streepjescodes, die gescand kunnen worden naar een activadatabase.

Actieve ntw.interf.kaart, menu

Menu-item Beschrijving
Actieve ntw.interf.kaartAutomatischOpmerkingen:• Automatisch is de standaardinstelling.• Dit menu-item wordt alleen weergegeven als een optionele netwerkkaart is geïnstalleerd.

Opmerking: In dit menu verschijnen alleen actieve poorten. Alle inactieve poorten worden weggelaten.

Menu-item Beschrijving
PCL SmartSwitchAanUitHiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.De printer gebruikt in dat geval PostScript-emulatie als PS SmartSwitch is ingesteld op "Aan". Als PS SmartSwitch is ingesteld op "Uit", wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven.
PS SmartSwitchAanUitHiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PS-emulatie als dit door een afdruktaak wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.Als de Uit-instelling wordt gebruikt, gebruikt de printer PCL-emulatie als de PCL-SmartSwitch staat ingesteld op Aan. Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven.
NPA-modusUitAutomatischNetwerkbufferAutomatisch3K totHiermee geeft u aan of de printer de speciale verwerking voor bidirec-tionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPA-protocol.Opmerkingen:Automatisch is de standaardinstelling.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt.Hiermee stelt u de grootte van de netwerkinvoerbuffer in.Opmerkingen:• Automatisch is de standaardinstelling.• De waarde kan in stappen van 1-K worden gewijzigd.• De maximumgrootte die is toegestaan hangt af van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en of u het menu-item Bronnen opslaan hebt ingesteld op "Aan" of "Uit".• Als u het bereik van de netwerkbuffer wilt maximaliseren, kunt u de parallelle buffer, de seriebuffer en de USB-buffer uitschakelen of kleiner maken.• Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt.
Taken in bufferUitAanAutomatischHiermee slaat u afdruktaken tijdelijk op de vaste schijf van de printer op voordat deze worden afgedrukt. Dit menu wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde vaste schijf is geïnstalleerd.Opmerkingen:• Uit is de standaardinstelling.• Als "Aan" is ingesteld, worden taken in de buffer op de vaste schijf van de printer opgeslagen. Deze menuselectie wordt alleen weergegeven als er een onbeschadigde geformatteerde schijf is geïnstalleerd.• In de instelling "Automatisch" worden afdruktaken alleen in de buffer opgeslagen als de printer bezig is met de verwerking van gegevens uit een andere invoerpoort.• Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt.
Mac binair PSAanUitAutomatischHiermee stelt u de printer in voor de verwerking van binaire PostScript-afdruktaken voor Macintosh.Opmerkingen:• Automatisch is de standaardinstelling.• Als "Uit" is ingesteld, filtert de printer afdruktaken die gebruik-maken van het standaardprotocol.• Als "Aan" is ingesteld, worden ruwe binaire PostScript-afdruk-taken verwerkt.
StandaardnetwerkconfiguratieRapporten of netwerkrapportenNetwerkkaartTCP/IPIPv6AppleTalkNetWareLexLinkConfiguratie netwerk Rapporten of netwerkrapportenNetwerkkaartTCP/IPIPv6DraadloosAppleTalkNetWareLexLinkVoor beschrijvingen en instellingen van de netwerkconfiguratie-menu's leest u:“Menu Beheerrapporten” op pagina 179“Menu Netwerkkaart” op pagina 179“Menu TCP/IP” op pagina 180“IPv6 menu” op pagina 181“Menu Draadloos” op pagina 182“Menu AppleTalk” op pagina 182“Menu NetWare” op pagina 183“Menu LexLink” op pagina 184Opmerking:Het menu Draadloos wordt alleen weergegeven wanneer de printer met een draadloos netwerk is verbonden.

In het volgende menu kunt u de SMTP-server configureren.

Menu-item Omschrijving
Primaire SMTP-gatewayPrimaire SMTP-gatewaypoortSecundaire SMTP-gatewaySecundaire SMTP-gatewaypoortHiermee kunt u de gegevens voor de SMTP-server-poort opgeven.Opmerking:"25" is de standaard-SMTP-gateway-poort.
SMTP-timeout5–30Hiermee kunt u het aantal seconden opgevenwaarna de server een poging de e-mail te verzendenbeëindigt.Opmerking:30 seconden is de standaardinstelling.
AntwoordadressSSL gebruikenDisabled (Uitgeschakeld)OnderhandelenVereistHiermee geeft u de servergegevens op. Dit is eenvereist item.Opmerkingen:Het berichtvak mag maximaal 512 tekensbevatten.Uitgeschakeld is de standaardinstelling SSLgebruiken.
Verificatie SMTP-serverGeen verificatie vereistAanmelden/NormaalCRAM-MD5Digest-MD5NTLMKerberos 5Hiermee kunt u opgeven welk type verificatie voor de gebruiker is vereist om te kunnen scannen naar e-mail.Opmerking: “Geen verificatie vereist” is de standaardinstelling.
Door het apparaat geïnitieerde e-mailGeenSMTP-referenties voor apparaat gebruikenDoor de gebruiker geïnitieerde e-mailGeenSMTP-referenties voor apparaat gebruikenGebruikersnaam en wachtwoord voor de sessie gebruikenE-mailadres en wachtwoord voor de sessie gebruikenGebruiker vragenGebruikersnaam apparaatWachtwoord apparaatKerberos 5 RealmNTLM-domeinHiermee geeft u de servergegevens op.Opmerkingen:•Het berichtvak mag maximaal 512 tekens bevatten.•Geen is de standaardinstelling voor e-mail die door het apparaat of de gebruiker is geïnitieerd.

Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:

Netwerk/poorten → Standaardnetwerk of Netwerk → Inst Std-Net of Netwerk Instell. → Rapporten of Netwerkrapporten

Menu-item Beschrijving
Instellingenpagina afdrukkenPagina Netware-instellingen afdrukkenHiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de huidige netwerkinstellingenOpmerkingen:De instellingenpagina bevat informatie over de instellingen van de netwerkprinter, zoals het TCP/IP-adres.Het menu-item NetWare-install.pag. wordt alleen weerge-geven op modellen die NetWare ondersteunen en bevat informatie over NetWare-instellingen.

Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:

Netwerk/poorten → Standaardnetwerk of Netwerk → Inst Std-Net of Netwerk Instell. → Netwerkkaart

Menu-item Beschrijving
Kaartstatus weergevenAangeslotenVerbinding verbrokenHiermee kunt u de verbindingsstatus van de netwerkkaart bekijken
Kaartsnelheid weergevenHiermee kunt u de snelheid van een actieve netwerkkaart bekijken
NetwerkadresUAA LAAHiermee kunt u de netwerkadressen bekijken
Job Timeout (Time-out taak)0-225 secondenHiermee stelt u in na hoeveel seconden een vanaf het netwerk opgegeven afdruktaak kan worden geannuleerd.Opmerkingen:90 seconden is de standaardinstelling.Bij een instellingswaarde van 0 wordt de time-out uitgeschakeld.Als er een waarde tussen 1 en 9 wordt geselecteerd, wordt de instelling als 10 opgeslagen.
VoorbladUitUitHiermee kunt u een voorblad afdrukken op de printerOpmerking:Uit is de standaardinstelling.

Gebruik de volgende menu-items om de TCP/IP-gegevens te bekijken of in te stellen.

Opmerking: Dit menu is alleen beschikbaar voor netwerkmodellen of printers die zijn aangesloten op afdrukservers.

Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:

Netwerk/poorten → Standaardnetwerk of Netwerk → Inst Std-Net of Netwerk Instell. → TCP/IP

Menu-item Beschrijving
InschakelenUitUitActiveert TCP/IPOpmerking: On (Aan) is de standaardinstelling.
Hostnaam weergevenHiermee wordt de huidige TCP/IP-hostnaam weergegevenOpmerking: Deze kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server.
IP-adresHiermee kunt u het huidige TCP/IP-adres weergeven of wijzigenOpmerking: Als u handmatig het IP-adres wijzigt, worden DHCP inschakelen en Automatisch IP-adres inschakelen op Uit gezet. Tevens worden BOOTP inschakelen en RARP inschakelen ingesteld op Uit op systemen die BOOTP en RARP ondersteunen.
NetmaskerHiermee kunt u het huidige TCP/IP-netmasker weergeven of wijzigen
GatewayHiermee kunt u de huidige TCP/IP-gateway weergeven of wijzigen
DHCP inschakelenUitUitHiermee wordt de instelling voor het toewijzen van DHCP-adres en -parameters opgegeven
RARP inschakelenUitUitHiermee wordt de instelling voor het toewijzen van het RARP-adres opgegevenOpmerking:Aan is de standaardinstelling.
BOOTP inschakelenUitUitHiermee wordt de instelling voor het toewijzen van het BOOTP-adres opgegevenOpmerking:Aan is de standaardinstelling.
AutoIPJaNeeHiermee wordt de instelling voor Zero Configuration Networking (Configuratieloze netwerken) opgegevenOpmerking:Ja is de standaardinstelling.
FTP/TFTP inschakelenYesNeeHiermee wordt de ingebouwde FTP-server ingeschakeld, waarmee u bestanden naar de printer kunt verzenden via het File Transfer Protocol.Opmerking:Ja is de standaardinstelling.
HTTP-server inschakelenJaNeeHiermee wordt de ingebouwde webserver (Embedded Web Server) ingeschakeld. Als deze optie is ingeschakeld, kan de printer op afstand worden bewaakt en beheerd met behulp van een webbrowser.Opmerking:Ja is de standaardinstelling.
WINS-serveradresHiermee kunt u het huidige WINS-serveradres weergeven of wijzigen
DNS-serveradresHiermee kunt u het huidige DNS-serveradres weergeven of wijzigen

IPv6 menu

Gebruik de volgende menu-items om de IPv6 (Internet Protocol versie 6)-gegevens te bekijken of in te stellen.

Opmerking: Dit menu is alleen beschikbaar voor netwerkmodellen of printers die zijn aangesloten op afdrukservers.

Dit menu is beschikbaar via het menu Netwerk/poorten:

Network/Ports (Netwerk/poorten) → Standard Network (Standaardnetwerk) of Network (Netwerk ) → Std Network Setup (Std.netwerkconfiguratie) of Net Setup (Net -configuratie) → IPv6

Menu-item Beschrijving
IPv6 inschakelenUitUitHiermee schakelt u IPv6 op de printer in.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling.
Automatische configuratieUitUitHiermee stelt u in of de netwerkadapter de door een router automatisch geconfigureerde IPv6-adressen accepteert.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling.
Hostnaam weergevenAdres weergevenRouteradres weergevenHiermee kunt u de huidige instelling bekijkenOpmerking: deze instellingen kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server.
Schakel DHCPv6 inUitUitHiermee schakelt u DHCPv6 op de printer in.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling.

Gebruik de volgende menu-items om de instellingen van de draadloze interne afdrukserver te bekijken of te configureren.

Opmerking: Dit menu is alleen beschikbaar op modellen die zijn verbonden met een draadloos netwerk.

Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:

Netwerk/poorten →Netwerk < x> →Netwerk Instell. →Draadloos

Menu-item Beschrijving
NetwerkmodusInfrastructuurAd hocHiermee geeft u de netwerkmodus opOpmerkingen:In de modus Infrastructuur kan de printer toegang krijgen tot een netwerk via een toegangspunt.Ad hoc is de standaardinstelling. In de modus Ad hoc wordt de printer geconfigureerd voor direct draadloos netwerkgebruik tussen de printer en een computer.
Compatibiliteit802.11n802.11b/g802.11b/g/nHiermee wordt de standaard voor draadloos netwerkgebruik voor het draadloze netwerk opgegeven
Netwerk kiezenHiermee selecteert u een beschikbaar netwerk voor de printer
Signaalsterkte weergevenHiermee kunt u de kwaliteit van de draadloze verbinding bekijken
Beveiligingsmodus weergevenHiermee kunt u de coderingsmethode voor de draadloze verbinding bekijken "Uitgeschakeld" geeft aan dat het draadloze netwerk niet is gecodeerd.

Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:

Netwerk/poorten → Standaardnetwerk of Netwerk → Inst Std-Net of Netwerk Instell. → AppleTalk

Menu-item Beschrijving
InschakelenUitUitHiermee wordt AppleTalk-ondersteuning geactiveerdOpmerking:Aan is de standaardinstelling.
Naam weergevenHiermee wordt de toegewezen AppleTalk-naam weergegeven.Opmerking:De naam kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server.
Adres weergevenHiermee wordt het toegewezen AppleTalk-adres weergegeven.Opmerking:Het adres kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server.
Zone instellen<lijst met zones beschikbaar op het netwerk>Hiermee wordt een lijst met AppleTalk-zones weergegeven die op het netwerk beschikbaar zijn.Opmerking:De standaardinstelling is de standaardzone voor het netwerk. Als geen standaardzone beschikbaar is, wordt de zone die is gemarkeerd met een * gebruikt als standaard.

Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:

Netwerk/poorten →Standaardnetwerk of Netwerk →Inst Std-Net of Netwerk Instell. →NetWare

Menu-item Beschrijving
InschakelenYesNeeHiermee wordt NetWare-ondersteuning geactiveerdOpmerking: No (Nee) is de standaardinstelling.
Aanmeldingsnaam weergevenHiermee kunt u de toegewezen NetWare-aanmeldingsnaam bekijkenOpmerking: Deze kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server.
AfdrukmodusHiermee kunt u de toegewezen NetWare-afdrukmodus bekijkenOpmerking: Deze kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server.
NetwerknummerHiermee kunt u de toegewezen NetWare-netwerknummer bekijkenOpmerking: Deze kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server.
SAP-kaders selecterenEthernet 802.2Ethernet 802,3Ethernet Type IIEthernet SNAPHiermee schakelt u de frametype-instelling voor Ethernet inOpmerking: On (Aan) is de standaardinstelling voor alle menu-items.
Packet BurstYesNeeHiermee wordt het netwerkverkeer beperkt door de overdracht en ontvangstbevestiging van meerdere gegevenspakketten van en naar de NetWare-server toe te staan.Opmerking: Ja is de standaardinstelling.
NSQ/GSQ-modusYesNeeHiermee geeft u de waarde voor de NSQ/GSQ-modus opOpmerking: Ja is de standaardinstelling.

Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten:

Netwerk/poorten → Standaardnetwerk of Netwerk → Inst Std-Net of Netwerk Instell. → Menu LexLink

Menu-item Beschrijving
InschakelenUitUitHiermee wordt LexLink-ondersteuning geactiveerdOpmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Bijnaam weergevenHiermee kunt u de toegewezen LexLink-bijnaam bekijkenOpmerking:De LexLink-bijnaam kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server.

Standaard-USB, menu

Menu-item Beschrijving
PCL SmartSwitchAanUitHiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op de USB-poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.Wanneer de instelling "Uit" is, gebruikt de printer PostScript-emulatie als PS SmartSwitch is ingesteld op "Aan". Als PS SmartSwitch is ingesteld op "Uit", wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven.
PS SmartSwitchAanUitHiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PS-emulatie als dit door een afdruktaak op de USB-poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.Wanneer de instelling "Uit" is, gebruikt de printer PCL-emulatie als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Aan". Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven.
NPA-modusAanUitAutomatischHiermee geeft u aan of de printer de speciale verwerking voor bidirec-tionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPA-protocol.Opmerkingen:• Automatisch is de standaardinstelling.• Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt.
USB-bufferUitgeschakeldAutomatisch3K totHiermee stelt u de grootte van de USB-invoerbuffer in.Opmerkingen:• Automatisch is de standaardinstelling.Met de instelling 'Uitgeschakeld' schakelt u het opslaan van taken in de buffer uit. Afdruktaken die al in de schijfbuffer zijn opgenomen, worden afgedrukt voordat het normaal verwerken van nieuwe afdruktaken wordt hervat.De waarde van de grootte van de USB-buffer kan in stappen van 1-K worden aangepast.De maximumgrootte die is toegestaan, hangt af van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en of u het menu-item Bronnen opslaan hebt ingesteld op "Aan" of "Uit".Als u het maximale bereik van de USB-buffer wilt vergroten, kunt u de grootte van de parallelle, seriële en netwerkbuffers uitschakelen of kleiner maken.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt.
Taken in bufferUitAanAutomatischHiermee slaat u afdruktaken tijdelijk op de vaste schijf van de printer op voordat ze worden afgedrukt.Opmerkingen:• Uit is de standaardinstelling.Als "Aan" is ingesteld, worden taken in de buffer op de vaste schijf van de printer opgeslagen.In de instelling "Automatisch" worden afdruktaken alleen in de buffer opgeslagen als de printer bezig is met de verwerking van gegevens uit een andere invoerpoort.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt.
Mac binair PSAanUitAutomatischHiermee stelt u de printer in voor de verwerking van binaire PostScript-afdruktaken voor Macintosh.Opmerkingen:• Automatisch is de standaardinstelling.• Als "Uit" is ingesteld, filtert de printer afdruktaken die gebruik-maken van het standaardprotocol.• Als "Aan" is ingesteld, worden ruwe binaire PostScript-afdruk-taken verwerkt.
USB met ENAENA-adresENA-netmaskENA-gatewayHiermee stelt u het netwerkadres, het netmasker of de gateway-infor-matie in voor een externe afdrukserver die via een USB-kabel op de printer is aangesloten.Opmerking: Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USB-poort is aangesloten op een externe afdrukserver.

Dit menu wordt alleen weergegeven als een optionele parallelle kaart is geïnstalleerd.

Menu-item Beschrijving
PCL SmartSwitchAanUitHiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op een parallelle poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.De printer gebruikt in dat geval PostScript-emulatie als PS SmartSwitch is ingesteld op "Aan". Als PS SmartSwitch is ingesteld op "Uit", wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven.
PS SmartSwitchAanUitHiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PS-emulatie als dit door een afdruktaak op een parallelle poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.Als de Uit-instelling wordt gebruikt, gebruikt de printer PCL-emulatie als de PCL-SmartSwitch staat ingesteld op Aan. Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven.
NPA-modusAanUitAutomatischHiermee geeft u aan of de printer de speciale verwerking voor bidirec-tionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPA-protocol.Opmerkingen:•Automatisch is de standaardinstelling.•Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt.
ParallelbufferUitgeschakeldAutomatisch3K totHiermee stelt u de grootte van de parallelle invoerbuffer in.Opmerkingen:•Automatisch is de standaardinstelling.Met de instelling 'Uitgeschakeld' schakelt u het opslaan van taken in de buffer uit. Afdruktaken die al in de schijfbuffer zijn opgenomen, worden afgedrukt voordat het normaal verwerken van nieuwe afdruktaken wordt hervat.De instelling van de grootte van de parallelle buffer kan in stappen van 1K worden aangepast.De maximumgrootte die is toegestaan hangt af van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en of u het menu-item Bronnen opslaan hebt ingesteld op "Aan" of "Uit".•Als u het maximale bereik van de parallelbuffer wilt vergroten, kunt u de grootte van de USB-buffers, seriële buffers en netwerk-buffers uitschakelen of kleiner maken.•Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt.
Taken in bufferUitAanAutomatischHiermee slaat u afdruktaken tijdelijk op de vaste schijf van de printer op voordat ze worden afgedrukt.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.Met de instelling "Uit" slaat u geen afdruktaken op in de buffer op de vaste schijf van de printer.• Als "Aan" is ingesteld, worden taken in de buffer op de vaste schijf van de printer opgeslagen.In de instelling "Automatisch" worden afdruktaken alleen in de buffer opgeslagen als de printer bezig is met de verwerking van gegevens uit een andere invoerpoort.•Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt.
Uitgebreide statusAanUitHiermee schakelt u bidirectionele communicatie via de parallelle interface in.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als "Uit" is ingesteld, wordt onderhandeling op de parallelle poort uitgeschakeld.
ProtocolStandaardFastbytesHiermee stelt u een protocol in voor de parallelle poort.Opmerkingen:"Fastbytes" is de standaardinstelling. Deze instelling biedt compatibiliteit met de meeste parallelle poorten en is de aanbevolen instelling.De standaardinstelling probeert communicatieproblemen m.b.t. de parallelle poort op te lossen.
Honor Init (INIT honoreren)AanUitBepaalt of de printer printerhardware-initialisatieverzoeken van de computer honoreert.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling.De computer dient een initialisatieverzoek in door het INIT-signaal op de parallelle poort te activeren. Veel computers activeren het INIT-signaal telkens opnieuw als de computer wordt aangezet.
Parallelle modus 2AanUitHiermee bepaalt u hoe de gegevens van de parallelle poort worden gesampled aan de voor- of achterkant van de strobe.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Dit menu verschijnt alleen als een standaard of optionele parallelle poort beschikbaar is.
Mac binair PSAanUitAutomatischHiermee stelt u de printer in voor de verwerking van binaire PostScript-afdruktaken voor Macintosh.Opmerkingen:Automatisch is de standaardinstelling.Als "Uit" is ingesteld, filtert de printer afdruktaken die gebruikmaken van het standaardprotocol.Als "Aan" is ingesteld, worden ruwe binaire PostScript-afdruk-taken verwerkt.
Parallel met ENAENA-adresENA-netmaskENA-gatewayHiermee stelt u het netwerkadres, het netmasker of de gateway-infor-matie in voor een externe afdrukserver die via een parallelle kabel op de printer is aangesloten.Opmerking:Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via een parallelle poort op een externe afdrukserver is aangesloten.

Dit menu wordt alleen weergegeven als een optionele seriële kaart is geïnstalleerd.

Menu-item Beschrijving
PCL SmartSwitchAanUitHiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op een seriële poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.De printer gebruikt in dat geval PostScript-emulatie als PS SmartSwitch is ingesteld op "Aan". Als PS SmartSwitch is ingesteld op "Uit", wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven.
PS SmartSwitchAanUitHiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PCL-emulatie als dit door een afdruktaak op een seriële poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal.Opmerkingen:Aan is de standaardinstelling.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", controleert de printer de binnenkomende gegevens niet.Als de Uit-instelling wordt gebruikt, gebruikt de printer PCL-emulatie als de PCL-SmartSwitch staat ingesteld op Aan. Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", wordt de standaardprintertaal gebruikt die in het menu Instellingen is opgegeven.
NPA-modusAanUitAutomatischHiermee geeft u aan of de printer de speciale verwerking voor bidirec-tionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPA-protocol.Opmerkingen:Automatisch is de standaardinstelling.Als de instelling "Aan" is, past de printer NPA-verwerking toe. Als de gegevens niet in de NPA-indeling zijn opgesteld, worden deze als onverwerkbaar beschouwd en verwijderd.Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", past de printer NPA-verwerking niet toe.Als de instelling "Auto" is, controleert de printer de gegevens, controleert de printer welke indeling de gegevens hebben en past de printer de verwerking aan.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt.
Seriele bufferUitgeschakeldAutomatisch3K totHiermee stelt u de grootte van de serièle invoerbuffer in.Opmerkingen:• Automatisch is de standaardinstelling.Met de instelling 'Uitgeschakeld' schakelt u het opslaan van taken in de buffer uit. Afdruktaken die al in de schijfbuffer zijn opgenomen, worden afgedrukt voordat het normaal verwerken van nieuwe afdruktaken wordt hervat.De instelling van de grootte van de serièle buffer kan in stappen van 1-K worden aangepast.De maximumgrootte die is toegestaan hangt af van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en of u het menu-item Bronnen opslaan hebt ingesteld op "Aan" of "Uit".• Als u het maximale bereik van de parallelbuffer wilt vergroten, kunt u de grootte van de parallelle, USB- en netwerkbuffers uitschakelen of kleiner maken.• Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt.
Taken in bufferUitAanAutomatischHiermee slaat u afdruktaken tijdelijk op de vaste schijf van de printer op voordat ze worden afdedrukt.Opmerkingen:• Uit is de standaardinstelling.Met de instelling "Uit" slaat u geen afdruktaken op in de buffer op de vaste schijf.Als "Aan" is ingesteld, worden taken in de buffer op de vaste schijf van de printer opgeslagen.In de instelling "Automatisch" worden afdruktaken alleen in de buffer opgeslagen als de printer bezig is met de verwerking van gegevens uit een andere invoerpoort.• Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt.
Serieel protocolDTRDTR/DSRXON/XOFFXON/XOFF/DTRXON/XOFF/DTRDSRHiermee selecteert u de instellingen van de hardware- en software-handshaking voor de serièle poort.Opmerkingen:"DTR" is de standaardinstelling.DTR/DSR is een instelling voor hardware-handshaking.XON/XOFF is een instelling voor software-handshaking.XON/XOFF/DTR en XON/XOFF/DTR/DSR zijn instellingen voor gecombineerde hardware- en software-handshaking.
Robust XONAanUitHiermee bepaalt u of de printer zijn beschikbaarheid meldt aan de computer.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.•Dit menu-item is alleen van toepassing op de seriële poort als Serieel protocol is ingesteld op XON/XOFF.
Baud1200240048009600192003840057600115200138200172800230400345600Hiermee stelt u in met welke snelheid gegevens via de seriële poort kunnen worden ontvangen.Opmerkingen:“9600” is de standaardinstelling.•De baudwaarden 138200, 172800, 230400 en 345600 worden alleen weergegeven in het menu Std. serieel. Deze instellingen worden niet weergegeven in de menu's Serieel optie of Serieel optie 2.
Databits78Hiermee stelt u in hoeveel databits per transmissieframe worden verzonden.Opmerking: 8 is de standaardinstelling.
PariteitEvenOevenGeenNegerenHiermee selecteert u de pariteit voor seriële in- en uitvoerframes.Opmerking: "Geen" is de standaardinstelling.
DSR honorerenAanUitHiermee bepaalt u of de printer al dan niet gebruikmaakt van het DSR-signaal. DSR is een handshaking-signaal dat wordt gebruikt door de meeste seriële kabels.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.• DSR wordt door de seriële poort gebruikt om onderscheid te maken tussen gegevens die door de computer zijn verzonden en gegevens die zijn veroorzaakt door elektrische ruis in de seriële kabel. De elektrische ruis kan tot gevolg hebben dat er ongewenste tekens worden afgedrukt. Stel deze optie in op ON (Aan) om te voorkomen dat er ongewenste tekens worden afgedrukt.•Dit menu-item verschijnt alleen als Serieel RS-232/RS-422 op RS 232 is ingesteld.

Beveiliging, menu

Menu-item Beschrijving
Aanmeldingen via bedieningspaneelMislukte aanmeldingenTijdsbestek voor mislukte pogingenVergrendelingstijdTime-out voor aanmeldingBeperkt het tijdsbestek voor, en het aantal, mislukte aanmeldings-pogingen via het bedieningspaneel van de printer voordat het apparaat voorallegebruikers wordt vergrendeld.Opmerkingen:“Mislukte aanmeldingen” geeft aan hoeveel mislukte aanmel-dingspogingen zijn toegestaan voordat het apparaat voor gebruikers wordt vergrendeld. Het aantal kan variëren van 1–50. Standaard zijn drie pogingen toegestaan.“Tijdsbestek voor mislukte pogingen” geeft het tijdsbestek aan waarin mislukte aanmeldingspogingen mogen worden gedaan voordat het apparaat voor gebruikers wordt vergrendeld. Het instelbereik ligt tussen de 1 en 60 minuten. 5 minuten is de standaardinstelling.“Vergrendelingstijd” geeft aan hoe lang het apparaat voor gebruikers vergrendeld zal zijn nadat het ingestelde maximum-aantal mislukte aanmeldingspogingen is overschreden. Het instelbereik ligt tussen de 0 en 60 minuten. De standaardin-stelling is 5 minuten. 0 geeft aan dat geen vergrendelingstijd wordt gebruikt op de printer.“Time-out voor aanmelding” geeft aan hoe lang de printer inactief blijft in het beginscherm voordat de gebruiker automa-tisch wordt afgemeld. Het instelbereik ligt tussen de 1 en 900 seconden. 300 seconden is de standaardinstelling.
Aanmeldingen op afstandMislukte aanmeldingenTijdsbestek voor mislukte pogingenVergrendelingstijdTime-out voor aanmeldingBeperkt het tijdsbestek voor, en het aantal, mislukte aanmeldings-pogingen via een computer voordat het apparaat vooralleexterne gebruikers wordt vergrendeld.Opmerkingen:“Mislukte aanmeldingen” geeft aan hoeveel mislukte aanmel-dingspogingen zijn toegestaan voordat het apparaat voorgebruikers wordt vergrendeld. Het aantal kan variëren van 1–50. Standaard zijn drie pogingen toegestaan.“Tijdsbestek voor mislukte pogingen” geeft het tijdsbestek aanwaarin mislukte aanmeldingspogingen mogen worden gedaanvoordat het apparaat voor gebruikers wordt vergrendeld. Hetinstelbereik ligt tussen de 1 en 60 minuten. 5 minuten is destandaardinstelling.“Vergrendelingstijd” geeft aan hoe lang het apparaat voor eengebruiker vergrendeld zal zijn nadat het ingestelde maximum-aantal mislukte aanmeldingspogingen is overschreden. Hetinstelbereik ligt tussen de 0 en 60 minuten. De standaardin-stelling is 5 minuten. 0 geeft aan dat geen vergrendelingstijdwordt gebruikt op de printer.“Time-out voor aanmelding” geeft aan hoe lang de externeinterface inactief blijft voordat de gebruiker automatisch wordtafgemeld. Het instelbereik ligt tussen de 1 en 900 seconden. 300seconden is de standaardinstelling.
Menu-item Beschrijving
Max. ongeldige PINUit2–10Hiermee beperkt u het aantal keren dat een ongeldige PIN-code kan worden ingevoerd.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.• Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een vaste printerschijf is geïnstalleerd.• Wanneer de limiet is bereikt, worden de taken voor de desbetreffende gebruikersnaam en PIN verwijderd.
Vervaltijd taakUit1 uur4 uur24 uur1 weekHiermee beperkt u de duur dat een beveiligde taak in de printer blijft staan voordat de taak wordt verwijderd.Opmerkingen:•Uit is de standaardinstelling.• Als de instelling voor Vervaltijd taak wordt gewijzigd wanneer er zich vertrouwelijke taken in het RAM-geheugen of op de vaste schijf van de printer bevinden, wordt de vervaltijd voor die afdruktaken niet ingesteld op de nieuwe standaardwaarde.• Als de printer wordt uitgeschakeld, worden alle vertrouwelijke taken in het RAM-geheugen van de printer verwijderd.
Menu-item Beschrijving
Automatisch wissenUitAanMet Schijf wissen wist u alleen gegevens van afdruktaken die momenteel niet door het bestandssysteem van de vaste schijf van de printer worden gebruikt. Alle permanente gegevens van de vaste schijf van de printer, zoals gedownloade lettertypen, macro's en taken in de wachtrij, blijven behouden.Met Automatisch wissen wordt alle schijfruimte die door een vorige taak is gebruikt gemarkeerd zodat het bestandssysteem die ruimte niet opnieuw kan gebruiken voordat deze is opgeschoond.Alleen Automatisch wissen biedt gebruikers de mogelijkheid om Schijf wissen in te schakelen zonder dat ze de printer een tijd lang offline moeten plaatsen.Opmerkingen:· Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.·Uit is de standaardinstelling.· Door de grote hoeveelheid bronnen die vereist is voor Automatisch wissen, kunnen de printerprestaties afnemen als deze optie wordt ingeschakeld, met name als de printer sneller ruimte van de vaste schijf moet gebruiken dan dat ruimte kan worden gewist en weer beschikbaar kan worden gesteld voor gebruik.
Handmatig wissenNu startenNiet nu startenMet Schijf wissen wist u alleen gegevens van afdruktaken die momenteel niet door het bestandssysteem van de vaste schijf van de printer worden gebruikt. Alle permanente gegevens van de vaste schijf van de printer, zoals gedownloade lettertypen, macro's en taken in de wachtrij, blijven behouden.Met Handmatig wissen overschrijft u alle schijfruimte die is gebruikt om gegevens op te slaan van een afdruktaak die is verwerkt (afgedrukt). Bij deze vorm van wissen wordt geen informatie gewist die betrekking heeft op een niet-verwerkte afdruktaak.Opmerkingen:· Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.· "Niet nu starten" is de standaardinstelling.· Als de toegangscontrole Schijf wissen is geactivceerd, moet een gebruiker slagen voor de verificatie en over de vereiste toestemming beschikken om Schijf wissen te kunnen initiëren.
Automatische methodeEén doorgangMeerdere doorgangenMet Schijf wissen wist u alleen gegevens van afdruktaken die momenteel niet door het bestandssysteem van de vaste schijf van de printer worden gebruikt. Alle permanente gegevens van de vaste schijf van de printer, zoals gedownloade lettertypen, macro's en taken in de wachtrij, blijven behouden.Opmerkingen:· Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.·Eén doorgang is de standaardinstelling.· Het verdient aanbeveling om zeer vertrouwelijke informatie alleen met de methode Meerdere doorgangen te wissen.
Handmatige methodeEén doorgangMeerdere doorgangenMet Schijf wissen wist u alleen gegevens van afdruktaken die momenteel niet door het bestandssysteem van de vaste schijf van de printer worden gebruikt. Alle permanente gegevens van de vaste schijf van de printer, zoals gedownloade lettertypen, macro's en taken in de wachtrij, blijven behouden.Zowel bij handmatig als bij gepland wissen kan het bestandssysteem de gemarkeerde schijfruimte opnieuw gebruiken zonder deze eerst te moeten wissen.Opmerkingen:· Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.·Eén doorgang is de standaardinstelling.· Het verdient aanbeveling om zeer vertrouwelijke informatie alleen met de methode Meerdere doorgangen te wissen.
Geplande methodeEén doorgangMeerdere doorgangenMet Schijf wissen wist u alleen gegevens van afdruktaken die momenteel niet door het bestandssysteem van de vaste schijf van de printer worden gebruikt. Alle permanente gegevens van de vaste schijf van de printer, zoals gedownloade lettertypen, macro's en taken in de wachtrij, blijven behouden. Zowel bij handmatig als bij gepland wissen kan het bestandssysteem de gemarkeerde schijfruimte opnieuw gebruiken zonder deze eerst te moeten wissen.Opmerkingen:· Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een geformatteerde, niet-defecte vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.·Eén doorgang is de standaardinstelling.·Het verdient aanbeveling om zeer vertrouwelijke informatie alleen met de methode Meerdere doorgangen te wissen.· Gepland wissen wordt gestart zonder een gebruikerswaarschuwing of bevestigingsbericht weer te geven.
Menu-item Beschrijving
Log exporterenHiermee kan een bevoegde gebruiker het beveiligingslog exporterenOpmerkingen:Als u het log wilt exporteren vanaf het bedieningspaneel van de printer, moet een flashstation worden aangesloten op de printer.Vanaf de Embedded Web Server kan het log worden gedownload naar een computer.
Log verwijderenNu verwijderenNiet verwijderenHiermee wordt opgegeven of controlelogbestanden worden verwijderdOpmerking:"Nu verwijderen" is de standaardinstelling.
Log configurerenControle inschakelenExtern systeemlog inschakelenExterne systeemlogvoorzieningErnst van te loggen gebeurtenissenHiermee wordt opgegeven of en hoe de controlelogs worden gemaaktOpmerking:Standaard is het beveiligingslog ingeschakeld.
Menu-item Beschrijving
Datum/tijd weergevenHiermee kunt u de huidige datum- en tijdinstellingen voor de printer weergeven.
Set Date/Time (Datum/tijd instellen)Opmerking: De datum/tijd is ingesteld als JJJJ-MM-DD HH:MM.
TijdzoneOpmerking: GMT is de standaardinstelling.
Zomertijd gebruikenAanUitOpmerking: Aan is de standaardinstelling en gebruikt de toepasse-lijke zomertijd die gekoppeld is aan de tijdzone-instelling.
NTP inschakelenAanUitSchakelt het netwerktijdprotocol in, dat de klokken van apparaten in een netwerk synchroniseert.Opmerking: Aan is de standaardinstelling.

Menu Algemene instellingen

Menu-item Omschrijving
Display Language (Taal op display)EngelsFrançaisDuitsItaliano (Italiaans)EspañolDanskNorskNederlandsSvenska (Zweeds)PortugueseFinsRussischPoolsHongaarsTurkçeCeskyVereenvoudigd ChineesTraditional ChineseKoreaansJapansHiermee wordt de taal van de tekst op het display ingesteld.Opmerking:Niet alle talen zijn voor alle printers beschikbaar.
EcomodusUitEnergieEnergie/papierPapierHiermee gebruikt u zo min mogelijk energie, papier of speciaal afdrukmatieraal.Opmerkingen:Off (Uit) is de standaardinstelling. Met Uit worden de standaardinstellingen van de printer hersteld.De instelling Energie bespaart op het energieverbruik van de printer. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de prestaties, maar niet voor de afdrukkwaliteit.Met de instelling Papier gebruikt u minder papier of speciaal afdrukmatieraal voor een afdruktaak doordat elke pagina dubbelzijdig wordt afgedrukt. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de prestaties, maar niet voor de afdrukkwaliteit.Met de instelling Energie/Papier gebruikt u zo min mogelijk energie, papier en speciaal afdrukmatieraal.
Signaal ADF geladenIngeschakeldDisabled (Uitgeschakeld)Hiermee geeft u aan of de ADF een signaal geeft wanneer er papier is geladen.Opmerking: Uitgeschakeld is de standaardinstelling.
Quiet Mode (Stille modus)UitAanHiermee zorgt u ervoor dat de printer zo min mogelijk geluid maakt.Opmerkingen:Off (Uit) is de standaardinstelling.Met de instelling Aan maakt de printer zo weinig mogelijk geluid.
Eerste installatie uitvoerenYesNeeHiermee geeft u de printer de opdracht om de instellingenwizard uit te voeren.Opmerkingen:Ja is de standaardinstelling.Nadat de instellingenwizard is uitgevoerd en Gereed is geselecteerd in het scherm voor de landselectie, is de standaardinstelling Nee.
ToetsenbordType toetsenbordEngelsFrançaisFrancais CanadienDuitsItaliano (Italiaans)EspañolDanskNorskNederlandsSvenska (Zweeds)FinsPortugueseRussischPoolsDuits (Zwitserland)Frans (Zwitserland)TurkçeKoreaansAangepaste toetsTabblad Accenten/symbolenAanUitTabblad Russisch/PoolsAanUitTabblad KoreaansAanUitHiermee geeft u informatie op voor de taal en de aangepaste toets op het toetsenbord van het bedie-ningspaneel van de printer. Hiermee heeft u toegang tot extra tabbladen met accenttekens en symbolen vanaf het toetsenbord op het bedieningspaneel van de printer.
PapierformatenVSMetrischHiermee geeft u de standaardmaateenheden van de printer op. De standaardinstelling wordt bepaald op basis van het land of de regio die u selecteert in de instellingenwizard die aan het begin wordt weerge-geven.
Scannen naar PC Port RangeHiermee geeft u een geldig poortbereik op voor printers achter een firewall die poorten blokkeert. De geldige poorten worden opgegeven aan de hand van twee sets getallen die worden gescheiden door een puntkomma.Opmerking: 9751:12000 is de standaardinstelling.
Weergegeven informatieLinkerkantRechterkantAangepaste tekstZwarte tonerWeergeven wanneer supplies worden geregistreerdUitTijdig waarschuwingLaagBijna versletenVersletenType bericht dat moet worden weergegevenStandaardAfwisselendStandaardberichtAlternatief berichtHiermee kunt u opgeven wat in de rechter- en linkerhoek boven in het beginscherm wordt weergegeven.Kies voor de opties aan de linker- en rechterkant uit de volgende mogelijkheden:GeenIP-adresHostnaamContactpersoonLocatieDatum/TijdmDNS/DDNS-servicenaamZero Configuration-naamInktvoorraadAangepaste tekstOpmerkingen:IP-adres is de standaardinstelling voor de linkerkant.Bij de standaardinstelling wordt aan de rechterkant datum/tijd weergegeven.Uit is de standaardinstelling voor Weergeven wanneer supplies worden geregistreerd.Standaard is de standaardinstelling voor Type bericht dat moet worden weergegeven.
Weergegeven informatie (vervolg)Papier vastPlaats papierOnderhoudsfoutenDe informatie die wordt weergegeven voor Papier vast, Plaats papier en Servicefouten kunnen worden aangepast met de volgende opties:InschakelenYesNeeType bericht dat moet worden weergegevenStandaardAfwisselendStandaardberichtAlternatief berichtOpmerkingen:Nee is de standaardinstelling voor Activeren.Standaard is de standaardinstelling voor Type bericht dat moet worden weergegeven.
Het beginscherm aanpassenTaal wijzigenKopierenKopieersnelkoppelingenFaxFaxsnelkoppelingenE-mailE-mailsnelkoppelingenFTPFTP-snelkoppelingenWachttaken zoekenTaken in wachtrijUSB-stationProfielenverwijderenTaken op gebruikerEr kunnen extra knoppen aan het beginscherm worden toegevoegd en standaardknoppen kunnen worden verwijderd.De beschikbare selecties voor elke knop zijn:DisplayNiet weergeven
Date Format (Datumindeling)MM-DD-JJJJDD-MM-JJJJJJJ-MM-DDHiermee geeft u de datumindeling van de printer op.
Tijdsindeling12-uurs klok24-uurs klokHiermee geeft u de tijdsindeling van de printer op.
Helderheid van scherm20–100Hiermee geeft u de helderheid op het scherm van het bedieningspaneel van de printer aan.
Een pagina kopierenAanUitHiermee geeft u aan dat er één pagina per keer via de glasplaat mag worden gekopieerd.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.
Lampje uitvoerIndicatielampje standaardladeNomraal/Stand-bymodusHelderGedimdUitEnergiebesparingHelderDimmenUitIndicatielamjes optionele uitvoerladeNormale modus/Stand-bymodusHelderGedimdUitEnergiebesparingHelderGedimdUitHiermee geeft u de lichtsterkte voor de standaardlade of een optionele uitvoerlade op.Opmerkingen:In de modus Normaal/Stand-by is de standaard-instelling Helder.In de spaarstand is de standaardinstelling Gedimd.
Bladwijzers weergevenAanUitHiermee stelt u in of bladwijzers worden weergegeven in het gebied Taken in wacht.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling. Selecteert u "Aan", dan worden bladwijzers weergegeven in het gebied Taken in wacht.
Achtergrond verwijderen toestaanAanUitHiermee stelt u in of het toegestaan is de achtergrond van een afbeelding te verwijderen tijdens kopieren, faxen, e-mailen, FTP of scannen naar USB.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling. De achtergrond van de afbeelding wordt dan verwijderd.
Aangepaste scantaken toestaanAanUitHiermee kunt u meerdere taken naar één bestand scannen.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling. Selecteert u "Aan", dan kan de optie Aangepaste scantaken toestaan worden ingeschakeld voor een specifieke taak.
Herstel na scannerstoringTaakniveauPaginaniveauHiermee stelt u in hoe een gescande taak opnieuw moet worden geladen als er een papierstoring optreedt in de ADF.Opmerkingen:Wordt Taakniveau geselecteerd, dan moet de hele taak opnieuw worden gescand als er pagina's vastlopen.Wordt paginaniveau geselecteerd, dan moet de hele taak opnieuw worden gescand als er pagina's vastlopen.
Vernieuwingsfrequentie webpagina30-300Hiermee stelt u het aantal seconden in voordat een Embedded Web Server wordt vernieuwd.Opmerking:120 seconden is de standaardinstelling.
ContactpersoonHier kunt u een contactpersoon opgeven voor de printer.Opmerking:De contactpersoon wordt opgeslagen op de Embedded Web Server.
LocatieHier kunt u de locatie van de printer opgeven.Opmerking:De locatie wordt opgeslagen op de Embedded Web Server.
AlarmenAlarminstellingCartridge-alarmNietjesalarmHiermee wordt een alarm ingesteld dat klinkt wanneer de gebruiker moet ingrijpen.De beschikbare selecties voor elk alarmtype zijn:UitEén keerContinuOpmerkingen:"Eén keer" is de standaardinstelling voor Alarmin-stelling. Bij Eén keer geeft de printer drie korte alarmsignalen weer."Uit" is de standaardinstelling voor Toneralarm en Nietjesalarm. "Uit" betekent dat er geen alarm klinkt.Als "Continu" is ingesteld, herhaalt de printer de drie alarmtonen elke tien seconden.Nietjesalarm is alleen beschikbaar wanneer de finisher is geïnstalleerd.
TimeoutsTime-out taak in wachtrijDisabled (Uitgeschakeld)5–255Hiermee kunt u opgeven hoe lang de printer wacht op actie van de gebruiker voordat de taken waarvoor niet-beschikbare bronnen nodig zijn, in de wachtrij worden geplaatst en andere taken in de afdrukwachtrij worden afgedrukt.Opmerkingen:30 seconden is de standaardinstelling.Dit menu-item wordt alleen weergegeven wanneer er een vaste schijf van de printer is geïnstalleerd.
TimeoutsStand-bymodusDisabled (Uitgeschakeld)2–240Hiermee kunt instellen na hoeveel minuten inactiviteit het systeem overschakelt op de stand-bymodus.Opmerking:De standaardinstelling is 15 minuten.
TimeoutsEnergiebesparingsmodusDisabled (Uitgeschakeld)2–240Hiermee kunt instellen na hoeveel minuten inactiviteit het systeem overschakelt op de spaarstand.Opmerkingen:60 minuten is de standaardinstelling.De spaarstand heeft geen invloed op de stand-bymodus.
TimeoutsTime-out scherm15–300Hiermee wordt de tijd in seconden ingesteld die de printer wacht alvorens het printerdisplay terugkeert naar de werkstand Gereed.Opmerking:30 seconden is de standaardinstelling.
TimeoutsPrint Timeout (Afdruktime-out)Disabled (Uitgeschakeld)1–255Hiermee wordt de tijd in seconden ingesteld die de printer wacht om een melding voor einde taak te ontvangen voordat de rest van de afdruktaak wordt geannuleerd.Opmerkingen:90 seconden is de standaardinstelling.Als de ingestelde tijd is verstreken, wordt een gedeeltelijk afgedrukte pagina die zich nog steeds in de printer bevindt, afgedrukt en contro-leert de printer of er nog nieuwe afdruktaken in de wachtrij staan.Afdruktime-out is alleen beschikbaar wanneer PCL- of PPDS-emulatie wordt gebruikt. Deze instelling is niet van invloed op afdruktaken waarvoor PostScript-emulatie wordt gebruikt.
TimeoutsWait Timeout (Wachttime-out)Disabled (Uitgeschakeld)15–65535Hiermee wordt de tijd in seconden ingesteld die de printer wacht op verdere gegevens voordat de afdruktaak wordt geannuleerd.Opmerkingen:40 seconden is de standaardinstelling.""Wachttime-out" is alleen beschikbaar wanneer de printer PostScript-emulatie gebruikt. Deze instelling is niet van invloed op afdruktaken waarvoor PCL- of PPDS-emulatie wordt gebruikt.
AfdrukherstelAuto Continue (Auto doorgaan)Disabled (Uitgeschakeld)5–255Hiermee krijgt de printer opdracht automatisch door te gaan als bepaalde offline situaties niet binnen de opgegeven termijn zijn opgelost.Opmerkingen:Uitgeschakeld is de standaardinstelling.5–255 is een tijdbereik in seconden.
AfdrukherstelHerstel na storingAanUitAuto (Autom.)Hiermee geeft u op of de printer vastgelopen pagina's opnieuw afdrukt.Opmerkingen:Automatisch is de standaardinstelling. De printer drukt vastgelopen pagina's opnieuw af, tenzij het geheugen om de pagina's op te slaan benodigd is voor andere afdruktaken.Als "Aan" de instelling is, worden vastgelopen pagina's altijd opnieuw afgedrukt.Als "Uit" de instelling is, worden vastgelopen pagina's nooit opnieuw afgedrukt.
AfdrukherstelPage Protect (Paginabeveiliging)AanUitHiermee drukt de printer een pagina af die anders mogelijk niet zou worden afgedrukt.Opmerkingen:Off(Uit) is de standaardinstelling. Met de instelling "Uit" wordt een pagina gedeeltelijk afgedrukt wanneer er niet genoeg geheugen is om de hele pagina af te drukken.Met de instelling "Aan" verwerkt de printer de hele pagina zodat de volledige pagina wordt afgedrukt.
FabrieksinstellingenNiet herstellenNu herstellenHiermee zet u de printerinstellingen terug naar de standaard fabriekswaarden.Opmerkingen:"Niet herstellen" is de standaardinstelling. Als "Niet herstellen" is ingesteld, blijven de gebruikersinstellingen van kracht.Als "Herstellen" is ingesteld, worden alle printer-instellingen terug naar de standaard fabrieks-waarden gezet, met uitzondering van de menu-instellingen voor Netwerk en Poorten. Downloads die zijn opgeslagen in het RAM-geheugen worden verwijderd. Geladen bronnen die zijn opgeslagen in het flashgeheugen of op de vaste schijf van de printer worden niet verwijderd.
Menu-item Omschrijving
InhoudTekst/fotoFotoAfgedr. afb.wijzigenHiermee geeft u het type inhoud van de kopieertaak aan.Opmerkingen:"Tekst/foto" is de standaardinstelling. U kunt de instelling "Tekst/foto" gebruiken als het origineel tekst en afbeeldingen of foto's bevat.De instelling "Foto" geeft aan dat de scanner extra aandacht moet besteden aan afbeeldingen en foto's. Met deze instelling duurt het scannen langer, maar worden alle dynamische tonen van het origineel zo goed mogelijk weergegeven. Hierdoor wordt de hoeveelheid opgeslagen gegevens groter.De instelling "Afgedrukt afbeelding" wordt gebruikt als een taak hoofdzakelijk bestaat uit afbeeldingen. Met de instelling "Afgedrukte afb." worden afbeeldingen geconverteerd naar rasterkwaliteit. Rasteren maakt het mogelijk zwart-wit- of kleur-afbeeldingen af te drukken door ze om te zetten in een patroon van kleine puntjes met een beperkt aantal kleuren.Met de instelling "Tekst" wordt tekst scherp, zwart en met hoge resolutie afgedrukt op een helder witte achtergrond.
Zijden (Duplex)1-zijdig naar 1-zijdig1-zijdig naar 2-zijdig2-zijdig naar 1-zijdig2-zijdig naar 2-zijdigHiermee geeft u op of een origineel document tweezijdig (duplex) of enkelzijdig (simplex) is bedrukt, en of dit vervolgens tweezijdig of enkelzijdig moet worden gekopieerd.Opmerkingen:1-zijdig naar 1-zijdig—De originele pagina is bedrukt aan één zijde. De gekopieerde pagina zal ook aan één kant worden bedrukt.1-zijdig naar 2-zijdig—De originele pagina is bedrukt aan één zijde. De gekopieerde pagina zal aan twee zijden worden bedrukt. Als het origineel bijvoorbeeld uit zes vellen bestaat, omvat de kopie slechts drie, aan beide zijden bedrukte vellen.2-zijdig naar 1-zijdig—De originele pagina is aan beide zijden bedrukt. De gekopieerde pagina wordt slechts aan 鈾 n zijde bedrukt. Als het origineel bijvoorbeeld uit drie vellen papier met een beeld aan beide zijden van elk vel bestaat, omvat de kopie zes vellen met één zijde van elk vel bedrukt.2-zijdig naar 2-zijdig—De originele pagina is aan beide zijden bedrukt. De kopie vormt een exacte nabootsing van het origineel.
PapierbesparingUit2 op 1, staand2 op 1, liggend4 op 1, staand4 op 1, liggendHiermee drukt u twee of vier vellen van een origineel document af op één pagina.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Paginaranden afdrukkenAanUitHiermee geeft u aan of er randen rond de marges van de pagina moeten worden afgedrukt.Opmerking:On (Aan) is de standaardinstelling.
SorterenAanUitHiermee houdt u de pagina's van een afdruktaak op volgorde als u de taak meerdere malen afdrukt.Opmerking:On (Aan) is de standaardinstelling.
NietenAanUitHiermee kunt u nieten inschakelen.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
OrigineelLetterJuridischManagerFolioStatementUniversal4 x 6 in3 x 5 inVisitekaartjeAangepast scanformaatA4A5Oficio (Mexico)A6JIS B5Boek origineelAuto form.detect.Combinatie Letter/LegalHiermee geeft u het papierformaat van het originele document op.
Kopiëren naar bronLadeInvoer voor losse vellenInvoer voor meerdere vellenAuto formaataanpassingHiermeer geeft u de papierbron voor kopieertaken op.Opmerking:Lade 1 is de standaardinstelling.
Scheidingsvellen transparantenAanUitHiermee plaatst u een vel papier tussen transparanten.Opmerking:On (Aan) is de standaardinstelling.
ScheidingsvellenGeenTussen kopieënTussen takenTussen pagina'sHiermee plaatst u op basis van de geselecteerde waarde een vel papier tussen pagina's, kopieën of taken.Opmerking:"Geen" is de standaardinstelling.
Bron scheidingspaginaLadeHandinvoerEnveloppenladerHiermee geeft u een papierbron op.
Intensiteit1-9Hiermee geeft u het intensiteitsniveau voor de kopieertaak op.
UitvoerladeStandaarduitvoerladeLadeHiermee kunt u de uitvoerlade opgeven waarin de kopie wordt uitgevoerd nadat deze is afgedrukt.
Aantal exemplarenHiermee geeft u het aantal exemplaren op voor de kopieertaak.
Koptekst/voettekstLinksbovenLinksbovenUitDatum/TijdPaginanummerBates-nummerAangepaste tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepaste tekst invoerenHiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op voor linksboven aan de pagina.Opmerkingen:·Uit is de standaardinstelling voor Linksboven.·"Alle pagina's" is de standaardinstelling voor afdrukken.
Koptekst/voettekstMiddenbovenMiddenbovenUitDatum/TijdPaginanummerBates-nummerAangepaste tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepaste tekst invoerenHiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op voor het midden van de pagina.Opmerkingen:·Uit is de standaardinstelling voor Middenboven.·"Alle pagina's" is de standaardinstelling voor afdrukken.
Koptekst/voettekstRechtsbovenRechtsbovenUitDatum/TijdPaginanummerBates-nummerAangepaste tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepaste tekst invoerenKoptekst/voettekstLinksonderLinksonderUitDatum/TijdPaginanummerBates-nummerAangepaste tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepaste tekst invoerenHiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op voor rechtsboven aan de pagina.Opmerkingen:·Uit is de standaardinstelling voor Rechtsboven.·"Alle pagina's" is de standaardinstelling voor afdrukken.Hiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op voor links-onder aan de pagina.Opmerkingen:·Uit is de standaardinstelling voor Linksonder.·"Alle pagina's" is de standaardinstelling voor afdrukken.
Koptekst/voettekstMiddenonderMiddenonderUitDatum/TijdPaginanummerBates-nummerAangepaste tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepaste tekst invoerenHiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op voor het middenonder aan de pagina.Opmerkingen:·Uit is de standaardinstelling voor Middenonder.·"Alle pagina's" is de standaardinstelling voor afdrukken.
Koptekst/voettekstRechtsonderRechtsonderUitDatum/TijdPaginanummerBates-nummerAangepaste tekstAfdrukken opAlle pagina'sAlleen eerste paginaAlles behalve eerste paginaAangepaste tekst invoerenHiermee geeft u de koptekst- of voettekstgegevens op voor rechts-onder aan de pagina.Opmerkingen:·Uit is de standaardinstelling voor Rechtsonder.·"Alle pagina's" is de standaardinstelling voor afdrukken.
OverlayUitVertrouwelijkKopiërenConceptDringendAan- gepastHiermee geeft u de overlaytekst op die wordt afgedrukt op elke pagina van de kopieertaak.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Aangepaste overlayHiermee kunt u een aangepaste overlaytekst opgeven.
Kopieën met prioriteit toestaanAanUitMaakt onderbreking van een afdruktaak mogelijk om een pagina of document te kopieären.Opmerking:On (Aan) is de standaardinstelling.
Aangepaste scantaakAanUitStelt u in staat een document dat meerdere papierformaten bevat in één kopieertaak te kopieären.
Opslaan als snelkoppeling toestaanAanUitHiermee kunt u de aangepaste kopieerinstellingen opslaan als snelkoppelingen.Opmerking:On (Aan) is de standaardinstelling.
Achtergrond verwijderen-4 tot +4Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een kopie.
Automatisch centrerenAanUitHiermee kunt u de kopie automatisch centreren op de pagina.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0–255Standaarddrempelwaard groen0–255Standaarddrempelwaarde blauw0–255Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het kopieären moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterd.Opmerkingen:"Geen" is de standaardinstelling voor "Kleur wegfilteren".128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor de kleur.
Contrast (Contrast)0–5Beste instelling voor inhoudHiermee kunt u het contrast voor de kopieertaak opgeven.Opmerking:"Beste instelling voor inhoud" is de standaardinstelling.
SpiegelbeeldAanUitHiermee wordt er een afbeelding weergegeven als spiegelbeeld van het originele document.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Negatieve afbeeldingAanUitHiermee wordt er een negatieve afbeelding weergegeven van het originele document.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.
Schaduwdetail0-4Hiermee kunt u de zichtbaarheid van de schaduwdetails op een kopie aanpassen.Opmerking: 0 is de standaardinstelling.
Rand tot rand scannenAanUitHiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescand voordat het wordt gekopieerd.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.
Scherpte0-5Hiermee stelt u de scherpte van een kopie in.Opmerking: 3 is de standaardinstelling.
VoorbeeldkopieAanUitHiermee maakt u een voorbeeldkopie van het originele document.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.

Fax Settings (Faxinstellingen), menu

In de modus Analoge faxinstellingen worden faxtaken via een telefoonlijn verzonden.

Algemene faxinstellingen

Menu-item Omschrijving
FaxvoorbladFaxvoorbladStandaard uitgeschakeldStandaard ingeschakeldNooit gebruikenAltijd gebruikenVeld Naar toevoegenAanUitVeld Van toevoegenAanUitVanVeld Bericht toevoegenAanUitBerichtLogo toevoegenAanUitVoetnoottoevoegenVoetnoot
StationsnaamHiermee kunt u de naam van de fax binnen de printer opgeven.
StationsnummerHiermee kunt u het nummer opgeven dat bij de fax hoort.
Station-IDStationsnaamStationsnummerHiermee kunt u opgeven hoe de fax wordt aangeduid.
Handmatig faxen inschakelenAanUitHiermee kunt u de printer zo instellen dat hiermee alleen handmatig kan worden gefaxt. Dit vereist een telefoonlijnsplitter en een telefoonhandset.Opmerkingen:Gebruik vervolgens een normale telefoon om een binnenkomende faxtaak te beantwoorden en een faxnummer te kiezen.Raak # 0 op het numerieke toetsenblok aan om rechtstreeks naar de functie Handmatig faxen te gaan.
GeheugengebruikAlles ontvangenMeestal ontvangenGelijkMeestal verzendenAlles verzendenHiermee definieert u de toewijzing van de relatieve hoeveelheid niet-vluchtig geheugen voor het verzenden en ontvangen van faxtaken.Opmerkingen:Met de optie "Alles ontvangen" stelt u in dat in het hele geheugen faxtaken worden ontvangen.Met de optie "Meestal ontvangen" stelt u in dat in het grootste deel van het geheugen faxtaken worden ontvangen."Gelijk" is de standaardinstelling. Bij "Gelijk" wordt het geheugen gesplitst in twee gelijke delen voor het verzenden en voor het ontvangen van faxtaken.Met de optie "Meestal verzenden" stelt u in dat het grootste deel van het geheugen wordt gebruikt voor het verzenden van faxtaken.Met de optie "Alles verzenden" stelt u in dat het geheugen in zijn geheel wordt gebruikt voor het verzenden van faxtaken.
Faxen annulerenToestaanNiet toestaanHiermee bepaalt u of de printer faxtaken kan annuleren.Opmerking:Schakelt u de optie "Faxen annuleren" niet in, dan wordt dit niet weergegeven als optie.
NummerweergaveFSKDTMFHiermee geeft u aan welk type nummerweergave wordt gebruikt.Opmerking:FSK is de standaardinstelling.
Faxnummer verbergenUitVanaf linksVanaf rechtsHiermee geeft u op vanaf welke kant cijfers worden verborgen bij een nummer voor een uitgaande fax.Opmerking:Het aantal tekens dat wordt verborgen bepaalt u met de instelling "Te verbergen cijfers".
Te verbergen cijfers0–58Hiermee bepaalt u het aantal cijfers dat wordt verborgen bij een nummer voor een uitgaande fax.

Faxverzendinstellingen

Menu-item Omschrijving
ResolutieStandaardFine (Fijn)SuperfijnUltrafijnHiermee kunt u de kwaliteit in dpi (dots per inch) opgeven. Een hogere resolutie biedt een betere afdruk-kwaliteit, maar leidt bij uitgaande faxen tevens tot een langere transmissietijd.Opmerking:"Standaard" is de standaardinstelling.
OrigineelLetterJuridischManagerFolioStatementUniversal4 x 6 in3 x 5 inVisitekaartjeAangepast scanformaatA4A5Oficio (Mexico)A6JIS B5Boek origineelAuto form.detect.Combinatie Letter/LegalHiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescand.Opmerking:"Letter" is de standaardinstelling in de VS."A4" is de internationale standaardinstelling.
Zijden (Duplex)UitLange zijdeKorte zijdeHiermee geeft u op in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedrukt.Opmerkingen:De standaardinstelling is Off (Uit).Met de optie "Lange zijde" wordt ingebonden aan de lange zijde van de pagina (de linkerzijde bij de afdrukstand staand en de bovenzijde bij de afdrukstand liggend).Met de optie "Korte zijde" wordt ingebonden aan de korte zijde van de pagina (de bovenzijde bij de afdrukstand staand en de linkerzijde bij de afdrukstand liggend).
InhoudwijzigenTekst/fotoFotoHiermee geeft u het type inhoud op dat wordt gescand om te faxen.Opmerkingen:"Tekst" wordt gebruikt als het document hoofdzakelijk uit tekst bestaat.T"Tekst/foto" is de standaardinstelling. "Tekst/foto" wordt gebruikt wanneer documenten hoofdzakelijk bestaan uit tekst of lijnwerk."Foto" wordt gebruikt voor een document dat bestaat uit een foto van hoge kwaliteit of een afdruk van een inkjetprinter.
Intensiteit1-9Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerking:5 is de standaardinstelling.
KiesvoorvoegselIn het weergegeven numerieke invoerveld kunt u een prefixnummer invoeren.
Regels kiesvoorvoegselPrefixregelsHier kunt u een kiesvoorvoegsel opgeven.
Automatisch opnieuw kiezen0-9Hiermee geeft u op hoe vaak de printer moet proberen een fax naar het opgegeven nummer te verzenden.Opmerking:5 is de standaardinstelling.
Aantal keren opnieuw kiezen1-200Hiermee geeft u het aantal minuten op tussen elke kiespoging.
Achter een PABXUitAanHiermee kunt u het bellen zonder kiestoon inschakelen.
eCM inschakelenAanUitHiermee schakelt u de modus Foutcorrectie in voor faxtaken.
Faxscans inschakelenAanUitHiermee kunt u faxen verzenden door ze te scannen op de printer.
Faxen vanuit de driverAanUitBiedt de mogelijkheid om via stuurprogramma's faxtaken naar de printer te verzenden.
Opslaan als snelkoppeling toestaanAanUitHiermee kunt u faxnummers opslaan als snelkoppeling op de printer.
KiesmodusTone (Toon)Pulse (Pulskeuze)Hiermee kunt u opgeven of nummers met tonen of pulsen moeten worden gekozen.
Max. snelheid2400480096001440033600Hiermee geeft u de maximumsnelheid op in baud waarmee faxen worden verzonden.
Aangepaste scantaakAanUitHiermee kunt u een document dat bestaat uit verschillende papierformaten scannen naar 鈴 n bestand.
ScanvoorbeeldAanUitHiermee geeft u op of er een voorbeeld wordt weerge-geven op het display bij scantaken.
Achtergrond verwijderen-4 tot +4Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een kopie.Opmerking:0 is de standaardinstelling.
Automatisch centrerenAanUitHiermee kunt u de fax automatisch centreren op de pagina.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0–255Standaarddrempelwaard groen0–255Standaarddrempelwaarde blauw0–255Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het faxen moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterd.Opmerkingen:"Geen" is de standaardinstelling voor "Kleur wegfil-teren".128 is de standaardinstelling voor elke drempel-waarde voor de kleur.
Contrast (Contrast)Beste instelling voor inhoud0–5Hiermee kunt u het contrast voor de uitvoer opgeven.Opmerking:"Beste instelling voor inhoud" is de standaardinstelling.
SpiegelbeeldAanUitHiermee wordt er een afbeelding weergegeven als spiegelbeeld van het originele document.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Negatieve afbeeldingAanUitHiermee wordt er een negatieve afbeelding weerge-geven van het originele document.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Schaduwdetail0–4Hiermee kunt u de zichtbaarheid van de schaduwdetails op een fax aanpassen.Opmerking:0 is de standaardinstelling.
Rand tot rand scannenAanUitHiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescand voordat het wordt gefaxt.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Scherpte0–5Hiermee stelt u de scherpte van een fax in.Opmerking:3 is de standaardinstelling.
Kleurenscans fax inschakelenStandaard ingeschakeldNooit gebruikenAltijd gebruikenStandaard uitgeschakeldHiermee kunt u kleuren faxen.Opmerking: “Standaard uit” is de standaardinstelling.
Kleurenfaxen automatisch converteren naar zwart-witfaxenAanUitAllt uitgaande faxen worden geconverteerd naar zwart-witfaxen.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling.

Faxontvangstinstellingen

Menu-item Omschrijving
Faxen ontvangen inschakelenAanUitBiedt de mogelijkheid faxtaken te ontvangen via de printer.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling.
Aantal belsignalen1–25Hiermee stelt u het aantal belsignalen in voordat eeninkomende faxtaak wordt beantwoord.Opmerking: 1 is de standaardinstelling.
Auto Reduction (Automatisch verkleinen)AanUitHiermee kunt u een binnenkomende faxtaak zodanig schalendat deze op het papier in de opgegeven invoerlade past.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling.
PapierbronAuto (Autom.)LadeUniverseelladerHiermee stelt u de papierbron in die wordt geselecteerd als deprinter een inkomende fax afdrukt.
UitvoerladeStandaarduitvoerladeLade 1Hiermee stelt u een uitvoerlade in voor ontvangen faxen.Opmerking: Lade 1 is alleen beschikbaar als de finisher isgeïnstalleerd.
Zijden (Duplex)AanUitHiermee schakelt u dubbelzijdig afdrukken (duplex) in voorinkomende faxtaken.
Voettekst faxAanUitHiermee kunt u de transmissie-informatie die onder aan elkepagina van een ontvangen fax wordt weergegeven, wel of nietafdrukken.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling.
Max. snelheid2400480096001440033600Hiermee geeft u in baud de maximumsnelheid op waarmee faxen worden ontvangen.
Fax doorsturenVolgendePrintAfdrukken en doorsturenHiermee schakelt u het doorsturen van ontvangen faxen naar een andere ontvanger in.
Doorsturen naarFaxE-mailFTPLDSSeSFHiermee geeft u het type ontvanger op waaraan faxen worden doorgestuurd.Opmerking: Dit menu-item is alleen beschikbaar op Embedded Web Server op de printer.
Doorsturen naar snelkoppelingBiedt u de mogelijkheid het snelkoppelingsnummer in te voeren dat overeenkomt met het type ontvanger (Faxen, E-mail, FPT, LDSS of eSF).
Fax zonder naam blokkerenAanUitHiermee kunt u inkomende faxen blokkeren die verzonden zijn vanaf een apparaat zonder station-ID.
Lijst met geblokkeerde faxnummersHiermee schakelt u de lijst met geblokkeerde faxnummers in die in de printer is opgeslagen.
Faxen in wachtrijDe modus Faxen in wachtrijUitAltijd aanHandmatigeGeplandWachtschema faxHiermee kunt u de fax de hele tijd of voor een bepaalde tijd overeenkomstig een ingesteld schema in de wachtrij plaatsen.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.
NietenAanUitHiermee geeft u de standaardinstelling op voor nieten voor de aangesloten finisher.Opmerking: Alleen de instellingen die horen bij de geïnstalleerde finisher worden weergegeven.

Faxloginstellingen

Menu-item Omschrijving
TransmissielogLog afdrukkenLog niet afdrukkenAlleen afdrukken bij foutenHiermee stelt u in dat na elke faxtaak een transmissielog wordt afgedrukt.
Foutenlog ontvangenNooit afdrukkenAfdrukken bij foutHiermee stelt u in dat na een ontvangstfout een foutlog ontvangen faxen wordt afgedrukt.
Automatisch logs afdrukkenAanUitHiermee stelt u in dat automatisch faxlogs worden afgedrukt.Opmerking: Na 200 taken wordt telkens een log afgedrukt.
Log papierbronLadeHandinvoerHiermee stelt u de papierbron in voor het afdrukken van logs.
Weergave logsNaam station op afstandGekozen nummerHiermee stelt u in of op afgedrukte logs het gekozen nummer of de geretourneerde stationsnaam te zien is.
Opdrachtlog inschakelenAanUitHiermee hebt u toegang tot de faxtaaklog.
Kieslog inschakelenAanUitHiermee hebt u toegang tot de Kieslog faxnummers.
Uitvoerlade logStandaarduitvoerladeLadeHiermee geeft u de uitvoerlade op voor de afgedrukte faxlogs.

Luidsprekerinstellingen

Menu-item Omschrijving
LuidsprekermodusAltijd uitAan tot verbindingAltijd aanOpmerkingen:Met "Altijd uit" schakelt u de luidsprekers uit."Aan tot verbinding' is de standaardinstelling. De luidspreker is aan en geeft een geluid weer totdat er een faxverbinding tot stand is gebracht.Met de optie "Altijd aan" schakelt u de luidspreker in.
LuidsprekervolumeHigh (Hoog)LaagHiermee stelt u het volume in.Opmerking:"Hoog" is de standaardinstelling.
Volume belsignaalAanUitHiermee regelt u het belsignaalvolume van de faxluidspreker.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling.

Speciale belsignalen

Menu-item Omschrijving
Eén keerAanUitOproepen worden beantwoord met een eenmalig signaal.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling.
Dubbel signaalAanUitOproepen worden beantwoord met een dubbel signaal.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling.
Drie keerAanUitHiermee beantwoordt u oproepen met drie signalen.Opmerking: On (Aan) is de standaardinstelling.

Faxmodus (Instellingen faxserver), menu

In de faxservermodus wordt de faxtaak naar een faxserver verzonden voor transmissie.

Instellingen faxserver

Menu-item Omschrijving
Volgens indelingAntwoordadresOnderwerpBerichtHiermee kunt u gegevens invoeren met het virtuele toetsenbord op het aanraakscherm van de printer.
Primaire SMTP-gatewayHiermee kunt u de gegevens voor de SMTP-serverpoort opgeven.Opmerking:"25" is de standaard-SMTP-gatewaypoort.
Secundaire SMTP-gatewayHiermee kunt u de gegevens voor de SMTP-serverpoort opgeven.Opmerking:"25" is de standaard-SMTP-gatewaypoort.
BeeldformaatPDF (.pdf)XPS (.xps)TIFF (.tif)Hiermee kunt u het afbeeldingstype opgeven om te scannen naar fax.
InhoudwijzigenTekst/fotoFotoHiermee geeft u het type inhoud op dat wordt gescand om te faxen.Opmerkingen:"Tekst" wordt gebruikt als het document hoofdzakelijk uit tekst bestaat.T"Tekst/foto" is de standaardinstelling. "Tekst/foto" wordt gebruikt wanneer documenten hoofdzakelijk bestaan uit tekst of lijnwerk."Foto" wordt gebruikt voor een document dat bestaat uit een foto van hoge kwaliteit of een afdruk van een inkjetprinter.
FaxresolutieStandaardFine (Fijn)SuperfijnUltrafijnHiermee kunt u de resolutie opgeven om te scannen naar fax.
Intensiteit1–9Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerking:5 is de standaardinstelling.
Ori?tatieStaandLiggendHiermee kunt u de afdrukstand van de gescande afbeelding opgeven.
OrigineelLetterJuridischManagerFolioStatementUniversal4 x 6 in3 x 5 inVisitekaartjeAangepast scanformaatA4A5Oficio (Mexico)A6JIS B5Boek origineelAuto form.detect.Combinatie Letter/LegalHiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescand.Opmerking:"Letter" is de standaardinstelling in de VS. "A4" is de internationale standaardinstelling.
Multipage TIFF gebruikenAanUitHiermee kunt u kiezen tussen singlepage en multipage TIFF-bestanden. Bij een scan van meerdere pagina's ten behoeve van een faxtaak, kan een TIFF-bestand worden gemaakt dat alle pagina's van de taak bevat of kunnen meerdere TIFF-bestanden worden gemaakt die elk één pagina van de taak bevatten.Opmerkingen:On (Aan) is de standaardinstelling.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties.
Analoge ontvangst inschakelenAanUitHiermee kunt u analoge faxen ontvangen.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.

E-mail Settings menu

Menu-item Omschrijving
Instellingen e-mailserverOnderwerpBerichtHiermee kunt u de gegevens van de e-mailserver opgegeven.Opmerking:Het berichtvak mag maximaal 512 tekens bevatten.
Instellingen e-mailserverStuur mij een kopieWordt nooit weergegevenStandaard ingeschakeldStandaard uitgeschakeldAltijd aanHiermee ontvangt de opsteller van een e-mailbericht een kopie van het bericht.
Instellingen e-mailserverMax. e-mailgrootte0–65535 KBHiermee kunt u de maximumgrootte van een e-mail opgeven in kilobyte.Opmerking:Grotere e-mailberichten worden niet verzonden.
Instellingen e-mailserverWaarschuwing bij maximale bestandsgrootteHiermee wordt een bericht verzonden wanneer een e-mail groter dan de geconfigureerde limiet is.
Instellingen e-mailserverBestemmingen beperkenHiermee wordt een e-mail alleen verzonden wanneer de domeinnaam (bijvoorbeeld van het bedrijf) in het adres aanwezig is.Opmerkingen:Er kan alleen e-mail naar het opgegeven domein worden verzonden.De limiet is één domein.
Instellingen e-mailserverInstellingen webkoppelingServerAanmeldenPasswordPadBasisbestandsnaamWebkoppelingHiermee bepaalt u de padnaam.Opmerking:Hiermee bepaalt u het pad.Bijvoorbeeld:/directory/padDe volgende tekens en symbolen zijn niet toegestaan in een padnaam: * : ? < > |.
BeeldformaatPDF (.pdf)Secure PDFTIFF (.tif)JPEG (.jpg)XPS (.xps)Hiermee geeft u de indeling van het bestand op.
PDF-versie1.2–1.6Hiermee stelt u de versie in van het pdf-bestand die wordt gescand voor een e-mail.Opmerking:1.5 is de standaardinstelling.
InhoudTekst/fotoFotowijzigenHiermee geeft u het type inhoud op dat wordt gescand voor een e-mail.Opmerkingen:"Tekst/foto" is de standaardinstelling. "Tekst/foto" wordt gebruikt wanneer documenten hoofdzakelijk bestaan uit tekst of lijnwerk."Foto" wordt gebruikt voor een document dat bestaat uit een foto van hoge kwaliteit of een afdruk van een inkjet-printer."Tekst" wordt gebruikt als het document hoofdzakelijk uit tekst bestaat.
KleurGrijsKleurHiermee geeft u op of een taak wordt afgedrukt in zwart-wit of in kleur.Opmerking:"Grijs" is de standaardinstelling.
Resolutie75150200300400600Hiermee geeft u op met hoeveel dpi wordt gescand.Opmerking:150 dpi is de standaardinstelling.
Intensiteit1–9Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerking:5 is de standaardinstelling.
AfdrukstandStaandLiggendHiermee kunt u de afdrukstand van de gescande afbeelding opgeven.Opmerking:"Staand" is de standaardinstelling.
OrigineelLetterJuridischManagerFolioStatementUniversal4 x 6 in3 x 5 inVisitekaartjeAangepast scanformaatA4A5Oficio (Mexico)A6JIS B5Boek origineelAuto form.detect.Combinatie Letter/LegalHiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescand.Opmerking:"Letter" is de standaardinstelling in de VS. "A4" is de internationale standaardinstelling.
Zijden (Duplex)UitLange zijdeKorte zijdeHiermee geeft u op in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedrukt.Opmerkingen:•De standaardinstelling is Off (Uit).•Met de optie "Lange zijde" wordt ingebonden aan de lange zijde van de pagina (de linkerzijde bij de afdrukstand staand en de bovenzijde bij de afdrukstand liggend).•Met de optie "Korte zijde" wordt ingebonden aan de korte zijde van de pagina (de bovenzijde bij de afdrukstand staand en de linkerzijde bij de afdrukstand liggend).
JPEG-kwaliteitBeste instelling voor inhoud5–90Hiermee kunt u de verhouding tussen de kwaliteit van een JPEG-afbeelding met een foto en de bestandsgrootte instellen.Opmerkingen:“Beste instelling voor inhoud” is de standaardinstelling.Bij de instelling 5 is de bestandgrootte geringer, maar is de afbeelding van lagere kwaliteit.Een instelling van 90 biedt de beste beeldkwaliteit, maar heeft als nadeel dat de bestanden erg groot zijn.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties.
E-mailafbeeldingen verzenden als BijlageWebkoppelingHiermee geeft u op hoe afbeeldingen worden verzonden.Opmerking:"Bijlage" is de standaardinstelling.
Multipage TIFF gebruikenAanUitHiermee kunt u kiezen tussen singlepage en multipage TIFF-bestanden. Bij een scan van meerdere pagina's voor een e-mailtaak, kan één TIFF-bestand worden gemaakt dat alle pagina's van de taak bevat of kunnen meerdere TIFF-bestanden worden gemaakt die elk één pagina van de taak bevatten.Opmerkingen:On (Aan) is de standaardinstelling.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties.
TransmissielogLog afdrukkenLog niet afdrukkenAlleen afdrukken bij foutenHiermee kunt u opgeven of het transmissielog wordt afgedrukt.Opmerking:"Log afdrukken" is de standaardinstelling.
Log papierbronLadeHandinvoerHandm. invoer env.U-laderHiermee kunt u de papierbron opgeven voor het afdrukken van e-maillogs.Opmerking:Lade 1 is de standaardinstelling.
Uitvoerlade logStandaarduitvoerladeLadeHiermee kunt u een uitvoerlade opgeven voor het afgedrukte e-maillog.
Bitdiepte e-mail8 bit1 bitHiermee kunt u de modus Tekst/foto inschakelen om kleinere bestanden te verkrijgen door gebruik te maken van 1-bits afbeeldingen wanneer Kleur op Uit is ingesteld.Opmerking:"8 bit" is de standaardinstelling.
Aangepaste scantaakAanUitHiermee kunt u een document dat bestaat uit verschillende papierformaten kopieren naar een taak.
ScanvoorbeeldAanUitHiermee geeft u op of er een voorbeeld wordt weergegeven op het display bij scantaken.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Opslaan als snelkoppeling toestaanAanUitHiermee kunt u e-mailadressen als snelkoppelingen op te slaan.Opmerkingen:De standaardinstelling is Off (Uit).Als deze optie op Off (Uit) is ingesteld, wordt de knop Opslaan als snelkoppeling niet weergegeven op het scherm E-mailbestemming.
Achtergrond verwijderen-4 tot +4Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een gescande afbeelding.Opmerking:0 is de standaardinstelling.
Automatisch centrerenAanUitHiermee kunt u de kopie automatisch centreren op de pagina.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0–255Standaarddrempelwaard groen0–255Standaarddrempelwaarde blauw0–255Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het scannen moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterd.Opmerkingen:"Geen" is de standaardinstelling voor "Kleur wegfilteren".128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor de kleur.
Contrast (Contrast)0–5Beste instelling voor inhoudHiermee kunt u het contrast voor de uitvoer opgeven.Opmerking:"Beste instelling voor inhoud" is de standaardinstelling.
SpiegelbeeldAanUitHiermee wordt er een afbeelding weergegeven als spiegelbeeld van het originele document.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Negatieve afbeeldingAanUitHiermee wordt er een negatieve afbeelding weergegeven van het originele document.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Schaduwdetail0–4Hiermee stelt u in hoeveel schaduw zichtbaar is op een gescande afbeelding.Opmerking:0 is de standaardinstelling.
Rand tot rand scannenAanUitHiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescand.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Scherpte0–5Hiermee stelt u de scherpte van een gescande afbeelding in.Opmerking:3 is de standaardinstelling.
Cc:/bcc gebruiken:AanUitU kunt de velden cc: en bcc: gebruiken.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.

FTP-instellingen, menu

Menu-item Omschrijving
BeeldformaatPDF (.pdf)Secure PDFTIFF (.tif)JPEG (.jpg)XPS (.xps)Hiermee geeft u de indeling van het FTP-bestand op.Opmerking:"PDF (.pdf)" is de standaardinstelling.
PDF-versie1.2–1.6Hiermee stelt u de versie in van het pdf-bestand voor FTP.Opmerking:1.5 is de standaardinstelling.
InhoudTekst/fotoFotowijzigenHiermee geeft u het type inhoud op dat naar FTP wordt gescand.Opmerkingen:"Tekst/foto" is de standaardinstelling. "Tekst/foto" wordt gebruikt wanneer documenten hoofdzakelijk bestaan uit tekst of lijnwerk."Foto" wordt gebruikt voor een document dat bestaat uit een foto van hoge kwaliteit of een afdruk van een inkjetprinter."Tekst" wordt gebruikt als het document hoofdzakelijk uit tekst bestaat.
KleurGrijsKleurHiermee geeft u op of een taak wordt afgedrukt in zwart-wit of in kleur.Opmerking:"Grijs" is de standaardinstelling.
Resolutie75150200300400600Hiermee geeft u op met hoeveel dpi wordt gescand.Opmerking:150 dpi is de standaardinstelling.
Intensiteit1–9Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerking:5 is de standaardinstelling.
AfdrukstandStaandLiggendHiermee kunt u de afdrukstand van de gescande afbeelding opgeven.Opmerking:"Staand" is de standaardinstelling.
OrigineelLetterJuridischManagerFolioStatementUniversal4 x 6 in3 x 5 inVisitekaartjeAangepast scanformaatA4A5Oficio (Mexico)A6JIS B5Boek origineelAuto form.detect.Combinatie Letter/LegalHiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescand.Opmerking:"Letter" is de standaardinstelling in de VS. "A4" is de internationale standaardinstelling.
Zijden (Duplex)UitLange zijdeKorte zijdeHiermee geeft u op in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedrukt.Opmerkingen:De standaardinstelling is Off (Uit).Met de optie "Lange zijde" wordt ingebonden aan de lange zijde van de pagina (de linkerzijde bij de afdrukstand staand en de bovenzijde bij de afdrukstand liggend).Met de optie "Korte zijde" wordt ingebonden aan de korte zijde van de pagina (de bovenzijde bij de afdrukstand staand en de linkerzijde bij de afdrukstand liggend).
JPEG-kwaliteitBeste instelling voor inhoud5–90Hiermee kunt u de verhouding tussen de kwaliteit van een JPEG-afbeelding met een foto en de bestandsgrootte instellen.Opmerkingen:"Beste instelling voor inhoud" is de standaardinstelling.Bij de instelling 5 is de bestandgrootte geringer, maar is de afbeelding van lagere kwaliteit.Een instelling van 90 biedt de beste beeldkwaliteit, maar heeft als nadeel dat de bestanden erg groot zijn.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties.
Multipage TIFF gebruikenAanUitHiermee kunt u kiezen tussen singlepage en multipage TIFF-bestanden. Bij een scan van meerdere pagina's voor een FTP-taak, kan één TIFF-bestand worden gemaakt dat alle pagina's van de taak bevat of kunnen meerdere TIFF-bestanden worden gemaakt die elk één pagina van de taak bevatten.Opmerkingen:•On (Aan) is de standaardinstelling.•Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties.
TransmissielogLog afdrukkenLog niet afdrukkenAlleen afdrukken bij foutenHiermee kunt u opgeven of het transmissielog wordt afgedrukt.Opmerking:"Log afdrukken" is de standaardinstelling.
Log papierbronLadeHandinvoerHandm. invoer env.U-laderHiermee kunt u de papierbron opgeven voor FTP-logs.Opmerking:Lade 1 is de standaardinstelling.
Uitvoerlade logStandaarduitvoerladeLadeHiermee kunt u een uitvoerlade opgeven voor het FTP-log.
Bitdiepte FTP8 bit1 bitHiermee kunt u de modus Tekst/foto inschakelen om kleinere bestanden te verkrijgen door gebruik te maken van 1-bits afbeeldingen wanneer Kleur op Uit is ingesteld.Opmerking:"8 bit" is de standaardinstelling.
BasisbestandsnaamHier kunt u een basisbestandsnaam invoeren.
Aangepaste scantaakAanUitHiermee kunt u een document dat bestaat uit verschillende papierformaten kopieren naar een taak.
ScanvoorbeeldAanUitHiermee geeft u op of er een voorbeeld wordt weergegeven op het display bij scantaken.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Opslaan als snelkoppeling toestaanAanUitHiermee stelt u in of er een snelkoppeling wordt gemaakt voor FTP-adressen.Opmerking:On (Aan) is de standaardinstelling.
Achtergrond verwijderen-4 tot +4Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een kopie.Opmerking:0 is de standaardinstelling.
Automatisch centrerenAanUitHiermee kunt u de kopie automatisch centreren op de pagina.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0-255Standaarddrempelwaard groen0-255Standaarddrempelwaarde blauw0-255Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het scannen moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterd.Opmerkingen:"Geen" is de standaardinstelling voor "Kleur wegfilteren".128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor de kleur.
Contrast (Contrast)0-5Beste instelling voor inhoudHiermee kunt u het contrast voor de uitvoer opgeven.Opmerking: "Beste instelling voor inhoud" is de standaardinstelling.
SpiegelbeeldAanUitHiermee wordt er een afbeelding weergegeven als spiegelbeeld van het originele document.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.
Negatieve afbeeldingAanUitHiermee wordt er een negatieve afbeelding weergegeven van het originele document.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.
Schaduwdetail0-4Hiermee stelt u in hoeveel schaduw zichtbaar is op een gescande afbeelding.Opmerking: 0 is de standaardinstelling.
Rand tot rand scannenAanUitHiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescand.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.
Scherpte0-5Hiermee stelt u de scherpte van een gescande afbeelding in.Opmerking: 3 is de standaardinstelling.

Flash Drive Menu (Menu Flashstation)

Scan Settings (Scaninstellingen)

Menu-item Omschrijving
BeeldformaatPDF (.pdf)Secure PDFTIFF (.tif)JPEG (.jpg)XPS (.xps)Hiermee geeft u de indeling van het bestand op.
PDF-versie1.2–1.6Hiermee stelt u de versie in van het pdf-bestand die wordt gescand naar USB.Opmerking: 1.5 is de standaardinstelling.
InhoudTekst/fotoFotowijzigenHiermee geeft u het type inhoud op dat naar USB wordt gescand.Opmerkingen:"Tekst/foto" is de standaardinstelling. "Tekst/foto" wordt gebruiktwanneer documenten hoofdzakelijk bestaan uit tekst of lijnwerk."Foto" wordt gebruikt voor een document dat bestaat uit een foto van hoge kwaliteit of een afdruk van een inkjetprinter."Tekst" wordt gebruikt als het document hoofdzakelijk uit tekst bestaat.
KleurGrijsKleurHiermee geeft u op of een taak wordt afgedrukt in zwart-wit of in kleur.Opmerking: "Grijs" is de standaardinstelling.
Resolutie75150200300400600Hiermee geeft u op met hoeveel dpi wordt gescand.Opmerking: 150 dpi is de standaardinstelling.
Intensiteit1–9Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerking: 5 is de standaardinstelling.
AfdrukstandStaandLiggendHiermee kunt u de afdrukstand van de gescande afbeelding opgeven.Opmerking: "Staand" is de standaardinstelling.
OrigineelLetterJuridischManagerFolioStatementUniversal4 x 6 in3 x 5 inVisitekaartjeAangepast scanformaatA4A5Oficio (Mexico)A6JIS B5Boek origineelAuto form.detect.Combinatie Letter/LegalHiermee geeft u het papierformaat op van het document dat wordt gescand.Opmerking:"Letter" is de standaardinstelling in de VS. "A4" is de internationale standaardinstelling.
Zijden (Duplex)UitLange zijdeKorte zijdeHiermee geeft u op in welke stand de tekst en afbeeldingen op de pagina worden afgedrukt.Opmerkingen:De standaardinstelling is Off (Uit).Met de optie "Lange zijde" wordt ingebonden aan de lange zijde van de pagina (de linkerzijde bij de afdrukstand staand en de bovenzijde bij de afdrukstand liggend).Met de optie "Korte zijde" wordt ingebonden aan de korte zijde van de pagina (de bovenzijde bij de afdrukstand staand en de linkerzijde bij de afdrukstand liggend).
Foto JPeG-kwaliteit5–90Hiermee kunt u de verhouding tussen de kwaliteit van een JPEG-afbeelding met een foto en de bestandsgrootte instellen.Opmerkingen:50 is de standaardinstelling.Bij de instelling 5 is de bestandgrootte geringer, maar is de afbeelding van lagere kwaliteit.Een instelling van 90 biedt de beste beeldkwaliteit, maar heeft als nadeel dat de bestanden erg groot zijn.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties.
JPEG-kwaliteitBeste instelling voor inhoud5–90Hiermee kunt u de verhouding tussen de kwaliteit van een JPEG-afbeelding met een tekst of tekst/foto en de bestandsgrootte instellen.Opmerkingen:“Beste instelling voor inhoud” is de standaardinstelling.Bij de instelling 5 is de bestandgrootte geringer, maar is de afbeelding van lagere kwaliteit.Een instelling van 90 biedt de beste beeldkwaliteit, maar heeft als nadeel dat de bestanden erg groot zijn.Dit menu-item heeft betrekking op Tekst, Tekst/Foto en alle scanfuncties.
Multipage TIFF gebruikenAanUitHiermee kunt u kiezen tussen singlepage en multipage TIFF-bestanden. Bij een scan van meerdere pagina’s ten behoeve van een USB-taak, kan één TIFF-bestand worden gemaakt dat alle pagina’s van de taak bevat of kunnen meerdere TIFF-bestanden worden gemaakt die elk één pagina van de taak bevatten.Opmerkingen:On (Aan) is de standaardinstelling.Dit menu-item heeft betrekking op alle scanfuncties.
Bitdiepte voor scannen8 bit1 bitHiermee kunt u de modus Tekst/foto inschakelen om kleinere bestanden te verkrijgen door gebruik te maken van 1-bits afbeeldingen wanneer Kleur op Uit is ingesteld.Opmerking: "8 bit" is de standaardinstelling.
BasisbestandsnaamHier kunt u een basisbestandsnaam invoeren.
Aangepaste scantaakUitAanHiermee kunt u een document dat bestaat uit verschillende papierformaten kopieren naar één taak.
ScanvoorbeeldAanUitHiermee geeft u op of er een voorbeeld wordt weergegeven op het display bij scantaken.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.
Achtergrond verwijderen-4 tot +4Hiermee stelt u in hoeveel van de achtergrond zichtbaar is op een kopie.Opmerking: 0 is de standaardinstelling.
Automatisch centrerenAanUitHiermee kunt u de kopie automatisch centreren op de pagina.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.
Kleur wegfilterenKleur wegfilterenGeenRoodGroenBlauwStandaarddrempelwaarde rood0-255Standaarddrempelwaard groen0-255Standaarddrempelwaarde blauw0-255Hiermee wordt aangegeven welke kleur tijdens het scannen moet worden weggefilterd en in welke mate er moet worden gefilterd.Opmerkingen:"Geen" is de standaardinstelling voor "Kleur wegfilteren".128 is de standaardinstelling voor elke drempelwaarde voor de kleur.
Contrast (Contrast)0-5Beste instelling voor inhoudHiermee kunt u het contrast voor de uitvoer opgeven.Opmerking: "Beste instelling voor inhoud" is de standaardinstelling.
SpiegelbeeldAanUitHiermee wordt er een afbeelding weergegeven als spiegelbeeld van het originele document.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.
Negatieve afbeeldingAanUitHiermee wordt er een negatieve afbeelding weergegeven van het originele document.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.
Schaduwdetail0-4Hiermee stelt u in hoeveel schaduw zichtbaar is op een gescande afbeelding.Opmerking: 0 is de standaardinstelling.
Rand tot rand scannenAanUitHiermee stelt u in of het originele document van rand tot rand wordt gescand.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.
Scherpte0-5Hiermee stelt u de scherpte van een gescande afbeelding in.Opmerking: 3 is de standaardinstelling.

Afdrukinstellingen

Menu-item Omschrijving
exemplarenHiermee geeft u het aantal exemplaren op dat u wilt afdrukken.
PapierbronLadeU-laderHandm. invoer papierHandm. invoer envelopHiermee stelt u de papierbron in die wordt geselecteerd als de printer vanaf het flashstation afdrukt.
SorterenUit (1,1,1,2,2,2)Aan (1,2,1,2,1,2)Hiermee houdt u de pagina's van een afdruktaak op volgorde als u meerdere exemplaren afdrukt.Opmerkingen:Off (Uit) is de standaardinstelling. De pagina's worden niet gesorteerd.Met de instelling Aan wordt de afdruktaak op volgorde gehouden.
Zijden (Duplex)AanUitHiermee schakelt u dubbelzijdig afdruken (duplex).
NietenAanUitHiermee kunt u nieten inschakelen.Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.
Duplex inbindenLange zijdeShort Edge (Korte zijde)Hiermee definieert u hoe dubbelzijdig afgedrukte pagina's worden ingebonden en wat de afdrukstand is van de achterzijde van de pagina in relatie tot de voorzijde van de pagina.Opmerkingen:Long Edge (Lange zijde) is de standaardinstelling.Met de instelling voor lange zijde worden staande pagina's aan de linkerzijde en liggende pagina's aan de bovenzijde ingebonden.Met de instelling voor korte zijde worden staande pagina's aan de bovenzijde en liggende pagina's aan de linkerzijde ingebonden.
AfdrukstandAuto (Autom.)StaandLiggendHiermee kunt u de afdrukstand van een afdruktaak opgeven.Opmerking: Automatisch is de standaardinstelling.
N per vel (pagina's/zijde)Uit2 per vel3 per vel4 per vel6 per vel9 per vel12 per vel16 per velHiermee geeft u aan dat meerdere paginabeelden afgedrukt moeten worden op één zijde van een vel papier.Dit wordt ook wel papierbesparing genoemd.Opmerkingen:Off (Uit) is de standaardinstelling.Het geselecteerde aantal is het aantal paginabeelden dat per zijde wordt afgedrukt.
N per vel (rand)GeenEffenDe printer drukt een rand af rond elk paginabeeld wanneer u N per vel gebruikt.Opmerking: "Geen" is de standaardinstelling.
N per vel (stand)Horizontal (Horizontaal)Omgekeerd horizontaalReverse Vertical (Omgekeerd verticaal)VerticaalHiermee geeft u de positie op van afbeeldingen met meerdere pagina's als u N per vel gebruikt.Opmerkingen:Horizontaal is de standaardinstelling.De positie hangt af van het aantal afbeeldingen en de afdrukstand van de afbeeldingen (staand of liggend).
ScheidingsvellenGeenTussen exemplarenTussen takenTussen pagina'sHiermee plaatst u op basis van de geselecteerde waarde een vel papier tussen pagina's, exemplaren of taken.Opmerking:"Geen" is de standaardinstelling.
Bron scheidingspaginaLadeHandinvoerEnveloppenladerHiermee geeft u een papierbron op.
Lege pagina'sNiet afdrukkenPrintHiermee stelt u in of er lege pagina's in een afdruktaak worden ingevoegd.Opmerking:"Niet afdrukken" is de standaardinstelling.

Afdrukinstellingen

Instellingen, menu

Menu-item Beschrijving
PrintertaalPCL-emulatiePS-emulatieTaak in wachtrijAanUitHiermee wordt de standaardprintertaal ingesteld.Opmerkingen:PCL-emulatie gebruikt een PCL-interpreter voor het verwerken van afdruktaken. PostScript-emulatie gebruikt een PS-interpreter voor het verwerken van afdruktaken.De standaardinstelling voor printertaal is PCL.Als een bepaalde printertaal als standaardtaal is ingesteld, betekent dit niet dat softwareprogramma's geen afdruktaken kunnen verzenden die een andere printertaal gebruiken.Geeft aan dat afdruktaken uit de afdrukwachtrij worden verwijderd als ze niet-beschikbare printeropties of aangepaste instellingen vereisen. Ze worden in een aparte afdruk-wachtrij opgeslagen, zodat andere afdruktaken normaal kunnen worden afgedrukt. Wanneer de ontbrekende informatie en/of opties beschikbaar zijn, worden de opgeslagen taken afgedrukt.Opmerkingen:·Uit is de standaardinstelling.·Dit menu-item wordt alleen weergegeven als er een alleen-lezen vaste schijf in de printer is geïnstalleerd. Deze vereiste zorgt ervoor dat opgeslagen taken niet worden verwijderd als de stroomtoevoer naar de printer wegvalt.
AfdrukgebiedNormaalHele paginaHiermee stelt u het logische en fysieke afdrukbare gebied in.Opmerkingen:·Dit menu verschijnt niet als Rand tot rand is ingeschakeld in het menu Instellingen van de printer."Normaal" is de standaardinstelling. Als u probeert gegevens af te drukken in het niet-afdrukbare gebied dat is aangegeven via de instelling "Normaal", dan snijdt de printer de afbeelding bij op de begrenzing.Als de instelling "Hele pagina" is ingeschakeld, kunt u de afbeelding verplaatsen naar het niet-afdrukbare gebied dat is aangegeven via de instelling "Normaal", maar de printer snijdt de afbeelding bij op de begrenzing van de instelling 'Normaal".·De instelling "Hele pagina" is alleen van toepassing op pagina's die zijn afgedrukt met behulp van een PCL 5e-interpreter. Deze instelling is niet van invloed op pagina's die worden afgedrukt met een PCL XL- of PostScript-interpreter.
Download Target (Downloadbestemming)RAMFlashSchijfHiermee stelt u de opslaglocatie van geladen bronnen in.Opmerkingen:"RAM" is de standaardinstelling.Geladen bronnen die in het flashgeheugen of op de vaste schijf van een printer worden opgeslagen, zijn permanent opgeslagen. De bronnen blijven in het flash-geheugen of op de vaste schijf opgeslagen, ook als de printer wordt uitgezet.Bronnen die in het RAM worden opgeslagen, zijn tijdelijk opgeslagen.Dit menu-item wordt alleen weergegeven als een flash-station en/of optionele vaste schijf is geïnstalleerd.
TakenloggegevensAanUitHiermee stelt u in of de printer statistische informatie over de meest recente afdruktaken al dan niet op de vaste schijf moet opslaan.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling. Met de instelling "Uit" worden de taakstatistieken niet opgeslagen in de printer.De statistische informatie bevat een overzicht van afdrukfouten, de afdruktijd, de omvang van de afdruktaak in bytes, het geselecteerde papierformaat en de geselecteerde papiersoort, het totale aantal afgedrukte pagina's en het gevraagde aantal exemplaren.De instelling "Takenloggegevens" is alleen beschikbaar wanneer er een vaste schijf in de printer is geïnstalleerd en deze correct werkt. De schijf mag niet beveiligd zijn tegen lezen/schrijven of schrijven. De buffergrootte moet niet ingesteld zijn op 100%.Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw ingesteld. De menuselectie wordt bijgewerkt.
Bronnen opslaanAanUitHiermee stelt u in wat de printer moet doen met geladen bronnen, zoals lettertypen en macro's die zijn opgeslagen in het RAM, als de printer een taak krijgt die meer geheugen vereist dan er beschikbaar is.Opmerkingen:Uit is de standaardinstelling. Als "Uit" is ingesteld, worden de geladen bronnen in de printer bewaard tot het geheugen nodig is voor andere taken. Geladen bronnen worden verwijderd zodat afdruktaken kunnen worden verwerkt.Als "Aan" is ingesteld, blijven geladen bronnen bewaard, ook wanneer de taal wordt gewijzigd en de printer opnieuw wordt ingesteld. Als de printer onvoldoende geheugen heeft, wordt het bericht 38 Geheugen vol weergegeven. Downloads worden niet verwijderd.
Volgorde bij alles afdrukkenOp alfabetNieuwste eerstOudste eerstGeeft de volgorde aan waarin vertrouwelijke taken en wacht-taken wordt afgedrukt wanneer Alles afdrukken wordt geselecteerd.Opmerkingen:Op alfabet is de standaardinstelling.Afdruktaken worden altijd afgedrukt in alfabetische volgorde op het bedieningspaneeel van de printer.

Menu Afwerking

Menu-item Beschrijving
Zijden (Duplex)2-zijdig1-zijdigHiermee bepaalt u of dubbelzijdig afdrukken is ingesteld als de standaardinstelling voor alle afdruktaken.Opmerkingen:"1-zijdig" is de standaardinstelling.Voor Windows-gebruikers: als u vanuit het programma 2-zijdig afdrukken wilt instellen, klikt u op File (Bestand) → Print (Afdrukken) en klikt u op Properties (Eigenschappen), Preferences (Voorkeuren), Options (Opties) of Setup (Instellen). Voor Macintosh-gebruikers: selecteer File (Archief) > Print (Druk af) en pas de instellingen aan in het dialoogvenster voor afdrukken en de pop-up menu's.
Duplex inbindenLange zijdeKorte zijdeHiermee definieert u hoe dubbelzijdig afgedrukte pagina's worden ingebonden en wat de afdrukstand is van de achterzijde van de pagina in relatie tot de voorzijde van de pagina.Opmerkingen:"Lange zijde" is de standaardinstelling.Met de instelling voor lange zijde worden staande pagina's aan de linkerzijde en liggende pagina's aan de bovenzijde ingebonden.Met de instelling voor korte zijde worden staande pagina's aan de bovenzijde en liggende pagina's aan de linkerzijde ingebonden.
Exemplaren1-999Hiermee geeft u een standaardaaantal exemplaren op voor elke afdruktaak.Opmerking:"1" is de standaardinstelling.
Lege pagina'sNiet afdrukkenAfdrukkenHiermee stelt u in of er lege pagina's in een afdruktaak worden ingevoegd.Opmerking:"Niet afdrukken" is de standaardinstelling.
SorterenUit (1,1,1,2,2,2)Aan (1,2,1,2,1,2)Hiermee houdt u de pagina's van een afdruktaak op volgorde als u meerdere exemplaren afdrukt.Opmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling. De pagina's worden niet gesorteerd.Met de instelling Aan wordt de afdruktaak op volgorde gehouden.Beide instellingen zorgen ervoor dat de gehele afdruktaak zo vaak wordt afgedrukt als is opgegeven met de menuoptie voor exemplaren.
ScheidingsvellenGeenTussen kopieënTussen takenTussen pagina'sHiermee stelt u in of er lege scheidingsvellen worden ingevoerd.Opmerkingen:"Geen" is de standaardinstelling.Met "Tussen exemplaren" voegt u een lege pagina in tussen elke kopie van een afdruktaak als sorteren staat ingesteld op "Aan". Als Sorteren is ingesteld op Uit, wordt een lege pagina ingevoegd tussen alle sets van afgedrukte pagina's (alle pagina's 1, alle pagina's 2, enzovoort).Met "Tussen taken" voegt u een leeg vel in tussen afdruktaken.Met "Tussen pagina's" voegt u een leeg vel in tussen elke pagina van de afdruktaak. Deze instelling is handig als u transparanten afdrukt of pagina's voor aantekeningen in een document wilt opnemen.
Bron scheidingspaginaLadeUniverseelladerEnveloppenladerHiermee geeft u de papierbron voor de scheidingsvellen op.Opmerkingen:"(Lade 1) (standaardlade)" is de standaardinstelling.In het menu Papier stelt u Configuratie U-lader in op Cassette om Universeellader als menu-instelling weer te geven.
N per vel (pagina's-zijde)Uit2 per vel3 per vel4 per vel6 per vel9 per vel12 per vel60 per velHiermee geeft u aan dat meerdere paginabeelden moeten worden afgedrukt op één zijde van een vel papier.Opmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling.Het geselecteerde aantal is het aantal paginabeelden dat per zijde wordt afgedrukt.
N per vel (stand)HorizontaalOmgekeerd horizontaalOmgekeerd verticaalVerticaalHiermee geeft u de positie op van afbeeldingen met meerdere pagina's als u N per vel (pagina's-zijden) gebruiktOpmerkingen:"Horizontaal" is de standaardinstelling.De positie hangt af van het aantal afbeeldingen en de afdrukstand van de afbeeldingen (staand of liggend).
AfdrukstandAutomatischLiggendStaandHiermee stelt u de afdrukstand in van een vel waarop meerdere pagina's worden afgedrukt.Opmerking: Automatisch is de standaardinstelling. De printer kiest tussen de afdrukstanden Staand en Liggend.
N per vel (rand)GeenEffenDe printer drukt een rand af rond elk paginabeeld wanneer u N per vel (rand) gebruikt.Opmerking:"Geen" is de standaardinstelling.
Taak nietenUitAanGeeft aan of afdruktaken worden geniet.Opmerkingen:· Dit menu-item is alleen beschikbaar als de StapleSmart finisher is geïnstalleerd.· "Uit" is de standaardinstelling. Afdruktaken worden niet geniet.·Enveloppen worden niet geniet.
Pagina's verschuivenUitTussen takenTussen kopieënHiermee maakt u gescheiden sets van exemplaren of afdruktaken in een uitvoerlade.Opmerkingen:· Dit menu-item wordt alleen weergegeven als de StapleSmart finisher is geïnstalleerd.· "Uit" is de standaardinstelling. Er worden geen pagina's verschoven tijdens de afdruktaak.· Met "Tussen taken" verschuift u elke afdruktaak.· Met "Tussen exemplaren" verschuift u elk exemplaar van een afdruktaak.

Menu Kwaliteit

Menu-item Beschrijving
Afdrukresolutie300 dpi600 dpi1200 dpi1200 Image Q (Beeldkwaliteit 1200)Beeldkwaliteit 2400Hiermee stelt u de resolutie in van de afgedrukte uitvoer.Opmerking:600 dpi is de standaardinstelling. De standaardinstelling van het printerstuurprogramma is Beeldkwaliteit 1200.
PixelversterkingUitLettertypenHorizontaalVerticaalBeide richtingenHiermee verbetert u de kwaliteit van kleine lettertypen en afbeeldingen.Opmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling.Met Lettertypen wordt deze functie alleen toegepast op tekst.Met Horizontaal worden horizontale tekstregels en afbeeldingen donkerder gemaakt.Met Verticaal worden verticale tekstregels en afbeeldingen donkerder gemaakt.Met Beide richtingen worden horizontale en verticale tekstregels en afbeeldingen donkerder gemaakt.
Tonerintensiteit1-10Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.Opmerkingen:8 is de standaardinstelling.Als u een lager cijfer kiest, bespaart u toner.
Fine Lines-verbeteringAanUitHiermee schakelt u een afdrukmodus in die speciaal bedoeld is voor bestanden met nauwkeurige details, zoals bouwkundige tekeningen, kaarten, stroomcircuitschema's en stroomdiagrammen.Opmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling.Als u Fine Lines-verbetering wilt instellen via de Embedded Web Server, geeft u het IP-adres van de netwerkprinter op in een browser-venster.
GrijscorrectieAutomatischUitHiermee past u de grijswaarden van de afgedrukte objecten aan.Opmerking:"Automatisch" is de standaardinstelling.
Helderheid-6 tot +6Hiermee kunt u afdrukken aanpassen of donkerder maken. Tevens kunt u hiermee toner besparen.Opmerkingen:0 is de standaardinstelling.Met een negatieve waarde worden tekst en afbeeldingen donkerder. Met een positieve waarde worden tekst en afbeeldingen lichter en bespaart u toner.
Contrast0-5Hiermee kunt u de verschillen in gradaties van grijstinten voor afgedrukte uitvoer aanpassen.Opmerkingen:0 is de standaardinstelling.Als u een hogere waarde instelt, worden meer gradaties van de verschillende grijstinten weergegeven.

Menu Extra

Menu-item Beschrijving
Wachttaken verwijd.VertrouwelijkIn wachtNiet hersteldAlle(s)Hiermee verwijdert u vertrouwelijke taken en wachttaken van de vaste schijf van de printer.Opmerkingen:Als u een instelling selecteert, is dat alleen van invloed op de afdruk-taken die zich in de printer bevinden. Bladwijzers, taken op flash-stations en andere typen wachttaken worden niet beïnvloed.Als u "Niet hersteld" selecteert, worden alle afdruk- en wachtstand-taken die niet zijn hersteld van de schijf verwijderd.
Flash formatterenJaNeeHiermee formatteert u het flashgeheugen. Met het flashgeheugen wordt het geheugen bedoeld dat wordt toegevoegd door een flashgeheugen-optiekaart in de printer te installeren.Let op—Kans op beschadiging: Zet de printer niet uit als het flashgeheugen wordt geformatteerd.Opmerkingen:· Dit menu-item is alleen beschikbaar als er een goed werkende flashgeheugenoptiekaart in de printer is geïnstalleerd. De flashgeheugenoptiekaart moet niet zijn beveiligd tegen lezen/schrijven of schrijven.· Als u "Ja" selecteert, worden alle gegevens in het flashgeheugen verwijderd.· Als u "Nee" selecteert, wordt het verzoek om de vaste schijf te formatteren geannuleerd.
Downloads op schijf verwijderenNu verwijderenNiet verwijderenVerwijdert downloads van de vaste schijf van de printer, met inbegrip van alle taken in de wacht, taken in de buffer en taken in de geparkeerde stand. De takenloggegevens worden hierdoor niet beïnvloed.Opmerking: "Nu verwijderen" is de standaardinstelling.
TakenloggegevensAfdrukkenWissenHiermee drukt u een lijst af met alle opgeslagen takenloggegevens of verwijdert u de informatie van de vaste schijf van de printer.Opmerkingen:· Dit menu-item is alleen beschikbaar als er een goed werkende vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.· Als u "Afdrukken" selecteert, wordt er een lijst met takenloggegevens afgedrukt.· Als u "Wissen" selecteert, worden alle takenloggegevens op de vaste schijf van de printer verwijderd.· De te wissen selectie wordt alleen weergegeven als Takenloggegevens niet op MarkTrackTM is ingesteld.
Hex TraceInschakelenHiermee kunt u de oorzaak van een afdrukprobleem opsporen.Opmerkingen:· Als "Inschakelen" is geselecteerd, worden alle gegevens die naar de printer worden gestuurd, zowel in een hexadecimale weergave als in een tekenweergave afgedrukt en worden besturingscodes niet uitgevoerd.· Als u Hex Trace wilt verlaten of uitschakelen, schakelt u de printer uit of reset u de printer.
DekkingsindicatieUitAanHiermee wordt een schatting gegeven van het dekkingspercentage voor zwart op een pagina. De schatting wordt aan het einde van elke afdruktaak op een aparte pagina afgedrukt.Opmerking: Uit is de standaardinstelling.

LCD-contrast

1-10

Hiermee past u het contrast op het display aan.

Opmerkingen:

  • "5" is de standaardinstelling.
  • Als u een hogere instelling selecteert, wordt het display lichter.
  • Als u een lagere instelling selecteert, wordt het display donkerder.

LCD-helderheid

1-10

Hiermee wordt de helderheid van de achtergrondverlichting op het display aangepast.

Opmerkingen:

  • "5" is de standaardinstelling.
  • Als u een hogere instelling selecteert, wordt het display lichter.
  • Als u een lagere instelling selecteert, wordt het display donkerder.

Formaat passend maken

Ja

Hiermee past u de inhoud van een pagina aan het formaat van het geselecteerde papier aan.

Nee

Opmerking: "Nee" is de standaardinstelling.

Aantekeningen

Niet afdrukken

Hiermee drukt u aantekeningen in een PDF-bestand af.

Afdrukken

Opmerking: "Niet afdrukken" is de standaardinstelling.

PostScript, menu

PS-fout afdr

Uit

Hiermee wordt een pagina afgedrukt die de PostScript-fout bevat.

Aan

Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling.

Vrk-lettertype

Intern

Flash/Schijf

Hiermee bepaalt u waar de printer begint met het zoeken naar het gewenste lettertype.

Opmerkingen:

  • "Intern" is de standaardinstelling.
  • Dit menu-item is alleen beschikbaar als er een goed werkende geformatteerde flashgeheugenoptiekaart of vaste schijf in de printer is geïnstalleerd.
  • De flashgeheugenoptie of de vaste schijf van de printer mag niet beveiligd zijn tegen lezen/schrijven of schrijven of beveiligd zijn met een wachtwoord.
  • De buffergrootte mag niet zijn ingesteld op 100%.
Menu-item Omschrijving
LettertypebronInternSchijfSchijfFlashAllesHiermee stelt u de lettertypeset in die wordt gebruikt in het menu-item Lettertypenaam.Opmerkingen:"Intern" is de standaardinstelling. De standaardset met letter- typen die in het RAM is geladen, wordt hiermee weergegeven.Met de instellingen "Flash" en "Schijf" worden alle interne letter- typen weergegeven die in deze optie aanwezig zijn.De optionele flash- en schijfstations moeten op juiste wijze worden geformatteerd en mag niet beveiligd zijn tegen lezen/schrijven of schrijven of beveiligd zijn met een wacht- woord.Downloaden wordt alleen weergegeven indien van toepassing en alle lettertypen die naar het RAM-geheugen van de printer zijn gedownload, worden weergegeven.Met de instelling "Alle(s)" worden alle lettertypen weergegeven die bij een willekeurige optie beschikbaar zijn.
LettertypenaamHiermee wordt een specifiek lettertype weergegeven en de optie waarin het is opgeslagen.Opmerkingen:Courier 10 is de standaardinstelling.De afkorting van de naam van de lettertypebron is R voor Intern, F voor Flash, K voor Schijf en D voor Laadbaar.Hiermee wordt een specifiek lettertype weergegeven en de optie waarin het is opgeslagen.Opmerkingen:10U PC-8 is de standaardinstelling in de Verenigde Staten.12U PC-850 is de internationale standaardinstelling.Een symbolenset is een set met alfabetische en numerieke tekens, interpunctie en speciale symbolen. Symbolensets onder- steunen de verschillende talen of specifieke toepassingen, zoals wiskundige symbolen voor wetenschappelijke teksten. Alleen de ondersteunde symbolensets worden weergegeven.
Symbolenset10U PC-812U PC-850Hiermee wordt de symbolenset voor elke lettertypenaam weerge- geven.Opmerkingen:10U PC-8 is de standaardinstelling in de Verenigde Staten.12U PC-850 is de internationale standaardinstelling.Een symbolenset is een set met alfabetische en numerieke tekens, interpunctie en speciale symbolen. Symbolensets onder- steunen de verschillende talen of specifieke toepassingen, zoals wiskundige symbole voor wetenschappelijke teksten. Alleen de ondersteunde symbolensets worden weergegeven.
Instellingen menu PCL-emulatiePitch0.08–100Hiermee stelt u de lettertypepitch in voor schaalbare lettertypen met een vaste tekenafstand (monogespatieerd).Opmerkingen:10 is de standaardinstelling.Pitch heeft betrekking op het aantal niet-proportionele tekens per inch (cpi)Pitch kan worden aangepast in stappen van 0,01 cpi.Voor niet-schaalbare, monogespatieerde lettertypen wordt de pitch wel weergegeven, maar kunt u deze niet wijzigen.
Instellingen menu PCL-emulatieAfdrukstandStaandLiggendHiermee stelt u de afdrukstand in van tekst en afbeeldingen op de pagina.Opmerkingen:"Staand" is de standaardinstelling.Met "Staand" drukt u de tekst en afbeeldingen evenwijdig aan de korte zijde van het papier af.Met "Liggend" drukt u de tekst en afbeeldingen evenwijdig aan de lange zijde van het papier af.
Instellingen menu PCL-emulatieRegels per pagina1–255Hiermee bepaalt u het aantal regels dat op elke pagina wordt afgedrukt.Opmerkingen:60 is de standaardinstelling in de VS. 64 is de internationale standaardinstelling.De printer stelt de ruimte tussen de regels in op basis van de instellingen voor Regels per pagina, Papierformaat en Afdrukstand. Selecteer het gewenste papierformaat en de afdrukstand voordat u het aantal regels per pagina instelt.
Instellingen menu PCL-emulatieA4-breedte198 mm203 mmHiermee stelt u de printer in op A4-papierformaat.Opmerkingen:198 mm is de standaardinstelling.Met de instelling van 203 mm wordt de breedte van de pagina zo ingesteld dat er tachtig 10-pitch tekens kunnen worden afgedrukt.
Instellingen menu PCL-emulatieAuto CR after LF (Automatisch HR na NR)AanUitHiermee geeft u op of de printer automatisch een harde return moet geven na de opdracht om naar een nieuwe regel te gaan.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Instellingen menu PCL-emulatieAutomatisch NR na HRAanUitHiermee geeft u op of de printer automatisch op een nieuwe regel moet beginnen na een opdracht voor een harde return.Opmerking:Off (Uit) is de standaardinstelling.
Lade-nr wijzigenWaarde U-laderUitGeen0–199Waarde ladeUitGeen0–199Waarde handm. invoerUitGeen0–199Waarde hand-envUitGeen0–199Hiermee configureert u de printer zodanig dat deze werkt met printersoftware of toepassingen die andere laden als papierbron hebben gedefinieerd.Opmerkingen:Off (Uit) is de standaardinstelling."Geen" is niet beschikbaar als selectie. Deze instelling wordt alleen weergegeven als deze door de PCL 5-interpreter.Als "Geen" de instelling is, wordt de opdracht voor het selecteren van de papierinvoer genegeerd.Met 0–199 kan een aangepaste instelling worden toegewezen.
Lade-nr wijzigenFabr. instellingU-lader standaard inst. = 8T1 Std.inst. = 1Std. inst. T2 = 4T3 Std.inst. = 5T4 Standaardinstelling = 20Std. inst. T5 = 21Std.inst. env. = 6Std.inst. handm. inv. = 2Std.inst. env.inv. = 3Hiermee kunt u de standaardinstelling weergegeven voor elke invoerlade, zelfs als deze niet is geïnstalleerd.
Lade-nr wijzigenStd.instell. herstellenYesNeeHiermee worden alle invoerlade-instellingen teruggezet naar de standaardinstelling.
Menu-item Beschrijving
LettertypenaamIntl CG TimesHiermee stelt u het standaardlettertype voor HTML-documenten in Opmerkingen:Het Times-lettertype wordt gebruikt in HTML-documenten waarin geen lettertype wordt opgegeven.De volgende lettertypen worden alleen weergegeven als de juiste DBCS-lettertypenkaart is geinstalleerd: HG-GothicB, MSung-Light, MD_DotumChe en MingMT-Light.
Albertus MTIntl Courier
Antique OliveIntl Univers
Apple ChanceryJoanna MT
Arial MTLetter Gothic
Avant GardeLubalin Gothic
BodoniMarigold
BookmanMonaLisa Recut
ChicagoMonaco
ClarendonNew CenturySbk
Cooper BlackNew York
CopperplateOptima
CoronetOxford
CourierPalatino
EurostileStempel Garamond
GaramondTaffy
GenevaTimes
Gill SansTimesNewRoman
GoudyUnivers
HelveticaZapf Chancery
Hoefler Text
Menu-item Beschrijving
Lettertypegrootte1–255 ptHiermee stelt u de standaard lettertypegrootte voor HTML-documenten inOpmerkingen:•12 pt is de standaardinstelling.• De lettertypegrootte kan in stappen van 1 worden aangepast.
Schaal1–400%Hiermee stelt u het standaardlettertype voor HTML-documenten inOpmerkingen:•100% is de standaardinstelling.• Schaling kan worden vergroot in stappen van 1%.
AfdrukstandStaandLiggendHiermee stelt u de afdrukstand voor HTML-documenten inOpmerking:"Staand" is de standaardinstelling.
Margegrootte8–255 mmHiermee stelt u de paginamarge voor HTML-documenten inOpmerkingen:•19 mm is de standaardinstelling.• De margegrootte kan in stappen van 1 mm worden aangepast.
AchtergrondenNiet afdrukkenPrintHiermee geeft u aan of u achtergronden in HTML-documenten wilt afdrukkenOpmerking:"Afdrukken" is de standaardinstelling.

Menu Afbeelding

Menu-item Beschrijving
Autom. aanpassenAanUitHiermee selecteert u de optimale waarden voor papierformaat, schaling en afdruk-stand.Opmerkingen:"Aan" is de standaardinstelling.Als "Aan" is ingesteld, worden de instellingen voor schaling en afdrukstand voor sommige afbeeldingen genegeerd.
InverterenAanUitHiermee keert u tweekleurige zwart-witafbeeldingen om.Opmerkingen:"Uit" is de standaardinstelling.De lettertypegrootte kan in stappen van 1 worden aangepast.Deze instelling geldt niet voor GIF- of JPEG-afbeeldingen.
SchalingLinkerbvnhoek verank.Meest gelijkendMidden verankerenHgte/breedte passendAanpassen aan hoogteAanpassen breedteHiermee schaalt u de afbeelding zodat deze past op het geselecteerde papierformaat.Opmerkingen:"Meest gelijkend" is de standaardinstelling.Als "Autom. aanpassen" is ingesteld op "Aan", wordt "Schaling" automatisch ingesteld op "Meest gelijkend".
AfdrukstandStaandLiggendStaand omgekeerdLiggend omgekeerdHiermee stelt u de afdrukstand van een afbeelding in.Opmerking:"Staand" is de standaardinstelling.

Menu XPS

Menu-item Beschrijving
Foutpagina's afdrukkenUitAanDrukt een pagina af met informatie over fouten, waaronder XML-markupfouten.Opmerking:Uit is de standaardinstelling.

Het menu Help bestaat uit Help-pagina's die in de printer zijn opgeslagen als PDF's. Deze bevatten informatie over het gebruik van de printer en over het uitvoeren van opdrachten. Elke Help-pagina kan afzonderlijk worden geselecteerd en afgedrukt, maar u kunt ook alle pagina's tegelijk afdrukken door Alle handleidingen afdrukken te selecteren.

Er zijn Engelse, Franse, Duitse en Spaanse vertalingen opgeslagen in de printer. Andere vertalingen zijn beschikbaar op de cd Software en documentatie.

Menu-item Omschrijving
Alle handleidingen afdrukkenHiermee worden alle (help)gidsen en handleidingen afgedrukt.
Copy guide (Helpgids kopi?en)Bevat informatie over het maken van kopieën en het wijzigen van instellingen.
Handleiding voor e-mailenBevat informatie over het verzenden van e-mails met behulp van adressen, snelkoppelingsnummers of het adresboek en over het wijzigen van instel-lingen.
Handleiding voor faxenBevat informatie over het verzenden van faxen met behulp van faxnummers, snelkoppelingsnummers of het adresboek en over het wijzigen van instel-lingen.
Handleiding voor FTPBevat informatie over het rechtstreeks naar een FTP-server versturen van gescande documenten met behulp van een FTP-adres, snelkoppelings-nummers of het adresboek en over het wijzigen van instellingen.
Handleiding met informatie Biedt hHulp bij het zoeken naar aanvullende informatie.
Handleiding voor afdrukstoringenBiedt hulp bij het verhelpen van terugkerende storingen bij het kopieren en afdrukken.
Handleiding voor suppliesBevat de artikelnummers die u nodig hebt om supplies te bestellen.

Printerberichten

Lijst met statusberichten en foutmeldingen

Bezig met antwoorden

De printer is bezig met het beantwoorden van een faxoproep. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Bezig

Wacht tot het bericht is verdwenen.

Gesprek voltooid

Er is een faxoproep voltooid. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Wijzig in

is een lade of lader en is een papiersoort of -formaat.

U kunt de huidige papierbron wijzigen voor de rest van de afdruktaak. De opgemaakte pagina wordt dan afgedrukt op het papier dat in de geselecteerde lade is is geladen. Hierdoor kunnen tekstfragmenten of afbeeldingen worden bijgesneden. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

- Selecteer de papierlade met het juiste papierformaat of de juiste papiersoort.

  • Druk op Use current [src] (Huidige [bron] gebruiken) aan als u het bericht wilt negeren en de geselecteerde lade voor de afdruktaak wilt gebruiken.
  • Druk op Continue (Doorgaan) om door te gaan met de taak als het juiste formaat en de juiste soort papier in de lade zijn geplaatst en op het bedieningspaneel van de printer in het menu Papier dit formaat en deze soort zijn opgegeven.

Opmerking: Als u Doorgaan aanraakt als zich geen papier in de lade bevindt, wordt taak niet voortgezet.

- Druk op Cancel job (Taak annuleren) als u de huidige taak wilt annuleren.

Controleer aansluiting invoerlade

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

- Schakel de printer uit en vervolgens weer in.

Als de fout een tweede keer optreedt:

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de lade.
4 Plaats de lade terug.
6 Start de printer opnieuw op.

5 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.

Als de fout opnieuw optreedt:

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de lade.
4 Neem contact op met de klantenservice.

- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken zonder de lade te gebruiken.

Sluit klep of plaats cartridge

De cartridge ontbreekt of is niet juist geïnstalleerd. Plaats de cartridge en sluit alle kleppen.

Sluit zijklep van finisher

Sluit de zijklep van de finisher.

Verbinden bps

Er is een faxverbinding. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Opmerking: is de baudsnelheid per seconde.

Kiezen

Er wordt een faxnummer gekozen. Bij een lang nummer dat niet op het scherm past, wordt alleen het woord Kiezen weergegeven. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Schijf corrupt

De printer heeft geprobeerd om een beschadigde vaste schijf te herstellen, maar de vaste schijf kon niet worden gerepareerd. De vaste schijf moet opnieuw worden geformatteerd.

Druk op Reformat disk (Schijf opnieuw formatteren) om de vaste schijf opnieuw te formatteren en het bericht te wissen.

Opmerking: Als u de schijf opnieuw formatteert, worden alle momenteel opgeslagen bestanden van de schijf verwijderd.

Schijf vol - Scantaak geannuleerd

De scantaak is geannuleerd of gestopt vanwege onvoldoende ruimte op de vaste schijf van de printer.

Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.

Fax mislukt

Het verzenden van de fax is mislukt. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Faxgeheugen vol

Er is onvoldoende geheugen om de faxtaak te verzenden.

Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.

Faxpartitie werkt niet. Waarschuw uw systeembeheerder.

De faxpartitie lijkt beschadigd te zijn. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
  • Stel de printer opnieuw in door de printer uit en weer in te schakelen. Neem contact op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.

Faxserver 'Volgens indeling' is niet ingesteld. Raadpleeg de systeembeheerder.

De printer bevindt zich in de faxservermodus, maar de instellingen van de faxserver zijn niet voltooid.

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
  • Voltooi de faxserverinstellingen. Neem contact op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.

Naam faxstation is niet ingesteld

De naam van het faxstation is niet ingevoerd. Het verzenden en ontvangen van faxen is uitgeschakeld tot de fax correct is geconfigureerd.

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
  • Voltooi de analoge faxinstellingen. Neem contact op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.

Nummer faxstation is niet ingesteld

Het nummer van het faxstation is niet ingevoerd. Het verzenden en ontvangen van faxen is uitgeschakeld tot de fax correct is geconfigureerd.

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
  • Voltooi de analoge faxinstellingen. Neem contact op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.

Buffer wordt gewist

Wacht tot het bericht is verdwenen.

Plaats nietcassette

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Plaats een nietcassette. Het bericht wordt dan gewist.
  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en af te drukken zonder de nietfunctie te gebruiken.

Plaats invoerlade

Schuif de aangegeven lade volledig in de printer.

Plaats uitvoerlade

Probeer een van de volgende oplossingen:

-Plaats de aangegeven lade:

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Plaats de aangegeven lade.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Start de printer opnieuw op.

•Annuleer de huidige taak.

Plaats enveloppenlader

Probeer een van de volgende oplossingen:

-Plaats de enveloppenlader:

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Plaats de enveloppenlader.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Start de printer opnieuw op.

•Annuleer de huidige taak.

Plaats invoerlade

Probeer een van de volgende oplossingen:

-Plaats de aangegeven lade.

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Plaats de aangegeven lade.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Start de printer opnieuw op.

- Annuleer de huidige taak.

Ongeldige pincode

Geef een geldige pincode op.

Taak opgeslagen voor uitgesteld verzenden

Het scannen voor een faxtaak met uitgestelde verzending is voltooid. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Lijn bezet

Er is een faxnummer gekozen, maar de faxlijn is bezet. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Vul met

is een lade of lader en is een papiersoort of -formaat.

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

•Vul de lade met het aangegeven papier.

- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.

Als de printer een lade detecteert met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt het papier uit die lade ingevoerd. Als de printer geen lade kan vinden met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt de taak afgedrukt op het papier uit de standaardinvoerbron.

•Annuleer de huidige taak.

Vul handm. invoer met

is een papiersoort of -formaat

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Vul de universeellader met de opgegeven papiersoort.
  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.

Als de printer een lade detecteert met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt het papier uit die lade ingevoerd. Als de printer geen lade kan vinden met papier van het juiste formaat en de juiste soort, wordt de taak afgedrukt op het papier uit de standaardinvoerbron.

•Annuleer de huidige taak.

Vul nietjes bij

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Vervang de opgegeven nietcassette in de finisher.
  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
  • Raak Cancel job (Taak annuleren) aan als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.

Geheugen vol: kan geen faxen afdrukken

Er is onvoldoende geheugen om de faxtaak af te drukken.

Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen zonder af te drukken. Nadat de printer opnieuw is opgestart, zal worden geprobeerd faxen in de wachtrij af te drukken.

Netwerk/Netwerk

De printer heeft verbinding met het netwerk.

Netwerk geeft aan dat de printer gebruik maakt van de standaardnetwerkpoort die op de printersysteemkaart is geïnstalleerd. Netwerk geeft aan dat er een interne afdrukserver in de printer is geïnstalleerd of dat de printer is verbonden met een externe afdrukserver.

Geen analoge tel.lijn aangesloten op de modem: fax is uitgeschakeld.

De printer detecteert geen analoge telefoonlijn. Hierdoor is de fax uitgeschakeld. Sluit de printer op een analoge telefoonlijn aan.

Geen antwoord

Er is een faxnummer gekozen, maar er is geen verbinding tot stand gebracht. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Geen kiestoon

De printer heeft geen kiestoon. Wacht tot het bericht is verdwenen.

In wachtrij voor verzenden

Het scanproces voor een faxtaak is voltooid, maar de taak is nog niet verzonden omdat er een andere faxtaak wordt verzonden of ontvangen. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Gereed

De printer is gereed om afdruktaken te ontvangen.

Plaats uitvoerlade terug

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

•Schakel de printer uit en weer in.

Als de fout een tweede keer optreedt:

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de aangegeven lade.
4 Plaats de lade terug.
5 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
6 Start de printer opnieuw op.

Als de fout opnieuw optreedt:

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de aangegeven lade.
4 Neem contact op met de klantenservice.

- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en af te drukken zonder de aangegeven lade te gebruiken.

Plaats uitvoerlade - terug

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

•Schakel de printer uit en weer in.

Als de fout een tweede keer optreedt:

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de aangegeven laden.
4 Plaats de laden terug.
5 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
6 Start de printer opnieuw op.

Als de fout opnieuw optreedt:

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de aangegeven laden.
4 Neem contact op met de klantenservice.

- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en af te drukken zonder de aangegeven laden te gebruiken.

Plaats enveloppenlader terug

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

•Schakel de printer uit en weer in.

Als de fout een tweede keer optreedt:

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de enveloppenlader.
4 Plaats de enveloppenlader terug.
5 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
6 Start de printer opnieuw op.

Als de fout opnieuw optreedt:

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de enveloppenlader.
4 Neem contact op met de klantenservice.

- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en af te drukken zonder de enveloppenlader te gebruiken.

Ontvangst voltooid

De printer heeft een volledige faxtaak ontvangen. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Bezig met pagina ontvangen

De printer ontvangt pagina van de faxtaak, waarbij het nummer van de ontvangen pagina is. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Verwijder verpakkingsmateriaal: controleer .

Verwijder al het resterende verpakkingsmateriaal uit de aangegeven locatie.

Verwijder papier uit

Verwijder het papier uit de aangegeven lade. De printer detecteert automatisch dat het papier is verwijderd en gaat door met afdrukken.

Raak Continue (Doorgaan) aan als het bericht niet wordt gewist nadat u het papier hebt verwijderd.

Verwijder papier uit alle uitvoerladen

Verwijder het papier uit alle uitvoerladen. De printer detecteert automatisch dat het papier is verwijderd en gaat door met afdrukken.

Raak Continue (Doorgaan) aan als het bericht niet wordt gewist nadat u het papier hebt verwijderd.

Verwijder papier uit uitvoerlade

Verwijder het papier uit de aangegeven lade. De printer detecteert automatisch dat het papier is verwijderd en gaat door met afdrukken.

Raak Continue (Doorgaan) aan als het bericht niet wordt gewist nadat u het papier hebt verwijderd.

Verwijder papier uit standaarduitvoerlade

Verwijder de stapel papier uit de standaarduitvoerlade.

Plaats terug bij opnieuw starten van taak.

Een of meer berichten waarvoor een scantaak werd onderbroken, worden nu gewist. Plaats de originele documenten weer in de scanner om de scantaak opnieuw te starten. is een pagina van de scantaak.

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Cancel Job (Taak annuleren) als er een scantaak wordt verwerkt wanneer het bericht wordt weergegeven. Hierdoor wordt de taak geannuleerd en het bericht gewist.
  • Druk op Scan from Automatic Document Feeder (Scannen vanaf de automatische documentinvoer) aan als Herstel na scannerstoring actief is. Het scannen wordt direct na de laatste correct gescande pagina vanuit de ADF voortgezet.
  • Druk op Scan from flatbed (Scannen vanaf de flatbed) aan als Herstel na scannerstoring actief is. Het scannen wordt direct na de laatste correct gescande pagina vanaf de glasplaat voortgezet.
  • Druk op Finish job without further scanning (Opdracht afmaken zonder nog te scannen) als Herstel na scannerstoring actief is. De taak wordt na de laatste correct gescande pagina beëindigd, maar de taak wordt niet geannuleerd. Correct gescande pagina's gaan naar hun uiteindelijke bestemming: kopie, fax, e-mail of FTP.
  • Druk op Restart job (Taak opnieuw starten) aan als het herstel op taakniveau actief is. Het bericht wordt gewist. Er wordt een nieuwe scantaak met dezelfde parameters als die van de vorige taak gestart.

Vervang reiniger

Vervang de reiniger van het verhittingsstation of probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
  • Raak Ignore (Negeren) aan om het bericht te wissen. De volgende keer dat het apparaat wordt opgestart, wordt het bericht opnieuw weergegeven.

Wachttaken herstellen?

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Raak Continue (Doorgaan) aan om alle taken in wacht op de vaste schijf van de printer te herstellen.
  • Raak Do not restore (Niet herstellen) aan als u niet wilt dat afdruktaken worden hersteld.

Scandocument te lang

Het aantal pagina's van de scantaak is hoger dan het maximumaantal. Raak Taak annuleren aan om het bericht te wissen.

De klep van de ADI is open. Het bericht wordt gewist wanneer de klep wordt gesloten.

Klep voor toegang tot scannerstoring open

Sluit de onderste klep van de automatische documentinvoer om het bericht te wissen.

Veilig schijfruimte vrijmaken

Het verwijderingsproces van de vaste schijf van de printer moet herstellen. Het bericht verdwijnt nadat alle blokken zijn verwijderd.

Bezig met pagina verzenden

De printer verzendt pagina van de faxtaak, waarbij het nummer van de verzonden pagina is. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Serieel

De printer wordt aangesloten via een seriële kabel. De seriële poort is de actieve communicatieverbinding.

Klok instellen

De klok is niet ingesteld. Dit bericht wordt weergegeven zolang er geen ander faxstatusbericht wordt weergegeven. Het wordt pas gewist nadat de klok is ingesteld.

SMTP-server is niet ingesteld. Raadpleeg de systeembeheerder.

Er is een fout opgetreden op de SMTP-server of de SMTP-server is niet correct geconfigureerd. Raak Continue (Doorgaan) aan om het bericht te wissen. Neem contant op met uw systeembeheerder als het bericht opnieuw wordt weergegeven.

Sommige taken in wacht zijn niet hersteld

Raak Continue (Doorgaan) aan om de aangegeven taak te verwijderen.

Opmerking: Sommige wachttaken worden niet hersteld. Deze blijven op de vaste schijf opgeslagen en zijn niet toegankelijk.

Systeem bezig, bronnen worden voorbereid voor taak.

Niet alle benodigde bronnen voor de taak zijn beschikbaar. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Systeem bezig, bronnen worden voorbereid voor taak. Taken in wacht verwijderen.

Niet alle benodigde bronnen voor de taak zijn beschikbaar. Sommige taken in de wacht zijn verwijderd om systeemgeheugen vrij te maken. Wacht tot het bericht is verdwenen.

Schijfindeling niet ondersteund

Er is een niet-ondersteunde vaste schijf van de printer geïnstalleerd. Verwijder het niet-ondersteunde apparaat en installeer daarna een ondersteund apparaat.

Niet-ondersteund USB-apparaat, verwijder de hub

Verwijder het niet-herkende USB-apparaat.

Niet-ondersteunde USB-hub, verwijder de hub

Verwijder de niet-herkende USB-hub.

USB/USB

De printer wordt aangesloten via een USB-kabel. De USB-poort is de actieve communicatieverbinding.

Wachten op opnieuw kiezen

De printer wacht alvorens het faxnummer opnieuw te kiezen. Wacht tot het bericht is verdwenen.

30 Onjuist gevuld, vervang cartridge

Verwijder de inktcartridge en installeer vervolgens een exemplaar dat wel wordt ondersteund.

31 Vervang defecte printcartridge

Verwijder de defecte printcartridge en installeer een nieuw exemplaar.

32. Artikelnummer cartridge wordt niet ondersteund door apparaat

Verwijder de inktcartridge en installeer vervolgens een exemplaar dat wel wordt ondersteund.

34 Papier te kort

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Plaats het juiste papier of ander speciaal afdrukmateriaal in de betreffende lade.
  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en de taak af te drukken vanuit een andere papierlade.
  • Controleer de lengte van de lade en de breedtegeleiders en zorg ervoor dat het papier op de juiste manier wordt geplaatst.
  • Controleer de instellingen van Eigenschappen of het dialoogvenster Afdrukken om er zeker van te zijn dat de printer het juiste papierformaat en de juiste papiersoort vraagt voor de afdruktaak.
  • Controleer of het papierformaat correct is ingesteld. Als Formaat U-lader bijvoorbeeld is ingesteld op Universal, dient u ervoor te zorgen dat het papier lang genoeg is voor de gegevens die u wilt afdrukken.
    •Annuleer de huidige afdruktaak.

35 Onvoldoende geheugen voor ondersteuning van functie voor bronnenopslag

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om Bronnen opslaan uit te schakelen en door te gaan met afdrukken.
  • Als u Bronnen opslaan wilt inschakelen nadat u dit bericht hebt ontvangen, dient u ervoor te zorgen dat de koppelingsbuffers zijn ingesteld op Auto. Sluit vervolgens de menu's af om de wijzigingen in de koppelingsbuffers te activeren. Schakel de optie Bronnen opslaan in als het bericht Gereed wordt weergegeven.

- Installeer extra geheugen.

37 Onvoldoende geheugen voor sorteren

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

- Druk op Continue (Doorgaan) om het opgeslagen gedeelte van de taak af te drukken en de rest van de afdruktaak te sorteren.

•Annuleer de huidige afdruktaak.

37 Onvoldoende geheugen voor defragmentatie flashgeheugen

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het defragmenteren te stoppen en door te gaan met afdrukken.
  • Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens uit het RAM-geheugen van de printer.
    •Installeer extra printergeheugen.

37 Onvoldoende geheugen, sommige taken in wacht zijn verwijderd

De printer heeft enkele wachttaken verwijderd om de huidige taken te kunnen verwerken.

Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.

37 Onvoldoende geheugen, sommige wachttaken worden niet hersteld

De printer kon enkele of alle vertrouwelijke of in de wachtrij geplaatste taken op de vaste schijf niet herstellen.

Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.

38 Geheugen vol

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
    •Annuleer de huidige afdruktaak.
    •Installeer extra printergeheugen.

39 Pagina is te complex. Bepaalde gegevens worden mogelijk niet afgedrukt

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
    •Annuleer de huidige afdruktaak.
  • Installeer extra printergeheugen.

42.xy Regiocode van cartridge komt niet overeen

Installeer een tonercartridge die overeenkomt met de regiocode van de printer. x is de waarde voor de regio van de printer. y is de waarde voor de regio van de cartridge. x en y kunnen de volgende waarden hebben:

1V.S.
2Europa, het Midden-Oosten en Afrika
3Azië
4Latijns-Amerika
9Ongeldige regio

50 PPDS-lettertypefout

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
  • De printer kan een opgevraagd lettertype niet vinden. Selecteer in het PPDS-menu de optie Best Fit (Meest gelijkend) en selecteer vervolgens On (Aan). De printer zoekt een vergelijkbaar lettertype en maakt de betreffende tekst opnieuw op.
    •Annuleer de huidige afdruktaak.

51 Flash beschadigd

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
    •Annuleer de huidige afdruktaak.

52 Onvoldoende ruimte in flashgeheugen voor bronnen

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
    Geladen lettertypen en macro's die niet eerder zijn opgeslagen in het flashgeheugen, worden verwijderd.
  • Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens uit het flashgeheugen.
  • Voer een upgrade uit naar een flashgeheugenkaart met een grotere capaciteit.

53 Flash niet geformatteerd

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het defragmenteren te stoppen en door te gaan met afdrukken.
  • Formatteer het flashgeheugen. Als het foutbericht niet verdwijnt, is het flashgeheugen mogelijk beschadigd en moet het worden vervangen.

54 Netwerk softwarefout

is het nummer van de netwerkverbinding.

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om door te gaan met afdrukken.
  • Stel de printer opnieuw in door de printer uit en weer in te schakelen.
  • Upgrade (flash) de netwerkfirmware in de printer of afdrukserver.

54 Fout in seriële poort, optie sleuf

is het nummer van de seriële optie.

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Controleer of u de juiste seriële kabel hebt voor de seriële poort en of deze goed is aangesloten.
  • Controleer of de parameters voor de seriële interface (protocol, baud, pariteit en databits) correct zijn ingesteld op de printer en hostcomputer.
  • Druk op Continue (Doorgaan) om door te gaan met afdrukken.
  • Stel de printer opnieuw in door het apparaat uit en weer aan te zetten.

54 Softwarefout in standaardnetwerk

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om door te gaan met afdrukken.
  • Stel de printer opnieuw in door de printer uit en weer in te schakelen.
  • Upgrade (flash) de netwerkfirmware in de printer of afdrukserver.

55 Niet-ondersteunde optie in sleuf

is een sleuf op de systeemkaart van de printer.

Probeer een van de volgende oplossingen:

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de niet-ondersteunde optiekaart van de systeemkaart van de printer.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.

56 Parallelle poort uitgeschakeld

is het nummer van de parallelle poort.

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
    De printer negeert gegevens die via de parallelle poort worden ontvangen.
  • Controleer of het menu-item Parallelbuffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.

56 Seriële poort uitgeschakeld

is het nummer van de seriële poort.

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
    De printer negeert gegevens die via de seriële poort worden ontvangen.
  • Controleer of het menu-item Seriële buffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.

56 Standaard parallelle poort uitgeschakeld

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
    De printer negeert gegevens die via de parallelle poort worden ontvangen.
  • Controleer of het menu-item Parallelbuffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.

56 Standaard USB-poort uitgeschakeld

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
    De printer negeert gegevens die via de USB-poort worden ontvangen.
  • Controleer of het menu-item USB-buffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.

56 USB-poort uitgeschakeld

is het nummer van de USB-poort.

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen.
    De printer negeert gegevens die via de USB-poort worden ontvangen.
  • Controleer of het menu-item USB-buffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.

57 Configuratie gewijzigd, sommige wachttaken zijn niet hersteld

Sinds het ogenblik dat de taken op de vaste schijf van de printer zijn opgeslagen, is er iets in de printer veranderd waardoor de wachttaken ongeldig zijn. Mogelijke wijzigingen:

  • De firmware van de printer is bijgewerkt.
  • Papierinvoer, -uitvoer of duplexopties die voor de taak vereist zijn, zijn verwijderd.
  • De afdruktaak is gemaakt met behulp van gegevens van een apparaat in de USB-poort en het apparaat is niet langer op die poort aangesloten.
  • De vaste schijf van de printer bevat taken die zijn opgeslagen toen de schijf in een ander printermodel was geïnstalleerd.

Raak Continue (Doorgaan) aan om het bericht te wissen.

58 Te veel laden geplaatst

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de extra laden.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.

58 Te veel schijven geïnstalleerd

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de extra schijven.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.

58 Te veel flashopties geïnstalleerd

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder het flashgeheugen dat u niet gebruikt.

4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.

58 Te veel laden geplaatst

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Verwijder de extra laden.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.

59 Incompatibele enveloppenlader

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

•Verwijder de enveloppenlader.
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken zonder de enveloppenlader te gebruiken.

59 Incompatibele uitvoerlade

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Verwijder de aangegeven uitvoerlade.
  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken zonder de aangegeven uitvoerlade te gebruiken.

59 Incompatibele invoerlade

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

•Verwijder de aangegeven lade.
- Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken zonder de aangegeven lade te gebruiken.

61 Verwijder defecte schijf

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Raak Continue (Doorgaan) aan om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
  • Installeer een andere vaste schijf van de printer voordat u acties uitvoert waarvoor een vaste schijf van de printer is vereist.

62 Disk full (62 Schijf vol)

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Raak Continue (Doorgaan) aan om het bericht te wissen en door te gaan met verwerken.
  • Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens van de vaste schijf van de printer.
  • Installeer een grotere vaste schijf van de printer.

63 Schijf niet geformatteerd

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.
  • U moet de vaste schijf in de printer formatteren.

Als het foutbericht niet verdwijnt, is de schijf mogelijk beschadigd en moet u deze vervangen.

80 Gebruikelijk onderhoud vereist

De printer heeft geregeld onderhoud nodig. Bestel een onderhoudskit. Deze bevat alle onderdelen die u nodig hebt om de grijprollen, de laadrol, de overdrachtsrol en het verhittingsstation te vervangen.

88 Cartridge is bijna leeg

De toner is bijna op. Vervang de tonercartridge en druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.

88.yy Cartridge raakt op

De toner is bijna op. Vervang de tonercartridge en druk op Continue (Doorgaan) om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken.

88.yy Vervang de cartridge

De tonercartridge is leeg.

1 Vervang de cartridge.
2 Raak Continue (Doorgaan) aan om het bericht te wissen.

200–282.yy Papier vast

1 Maak de papierbaan vrij.
2 Druk op Continue (Doorgaan) om door te gaan met afdrukken.

283 Nietjes vast

1 Verhelp de storing in het aangegeven gebied of de aangegeven gebieden van het nietapparaat.
2 Druk op Continue (Doorgaan) om door te gaan met afdrukken.

290-294.yy Scan.storing

Verwijder alle originele documenten uit de scanner.

293 Plaats alle originelen terug bij opn. starten taak

De scanner kreeg een opdracht om te scannen via de automatische documentinvoer, maar de automatische documentinvoer bevat geen papier. Plaats papier in de automatische documentinvoer.

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

  • Raak Continue (Doorgaan) aan als er geen scantaak actief is wanneer het interventiebericht wordt weergegeven. Hierdoor wordt het bericht gewist.
  • Raak Cancel Job (Taak annuleren) aan als er een scantaak wordt verwerkt wanneer het interventiebericht wordt weergegeven. Hierdoor wordt de taak geannuleerd en het bericht gewist.
  • Raak Scan from Automatic Document Feeder (Scannen vanaf de automatische documentinvoer) aan als Herstel na scannerstoring actief is. Het scannen wordt direct na de laatste correct gescande pagina vanuit de ADF voortgezet.
  • Raak Scan from flatbed (Scannen vanaf de flatbed) aan als Herstel na scannerstoring actief is. Het scannen wordt direct na de laatste correct gescande pagina vanaf de flatbed voortgezet.
  • Raak Finish job without further scanning (Opdracht afmaken zonder nog te scannen) als Herstel na scannerstoring actief is. De taak wordt na de laatste correct gescande pagina beëindigd, maar de taak wordt niet geannuleerd. Correct gescande pagina's gaan naar hun uiteindelijke bestemming: kopieren, faxen, e-mailen of FTP.
  • Raak Restart job (Taak opnieuw starten) aan als Herstel na storing actief is en u de taak opnieuw kunt starten. Het bericht wordt gewist. Er wordt een nieuwe scantaak met dezelfde parameters als die van de vorige taak gestart.

Sluit de klep van de scanner.

840.01 Scanner uitgeschakeld

Dit bericht geeft aan dat de scanner door de systeembeheerder is uitgeschakeld.

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Controleer alle kabelverbindingen.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.

Als het servicebericht opnieuw wordt weergegeven, neemt u contact op met de klantenondersteuning.

900-999 Onderhoud

1 Zet de printer uit.
2 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
3 Controleer alle kabelverbindingen.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact.
5 Zet de printer weer aan.

Als het onderhoudsbericht opnieuw wordt weergegeven, neemt u contact op met de klantenondersteuning.

1565 Emulatiefout, laad emulatieoptie

Dit bericht verdwijnt automatisch na 30 seconden. Vervolgens wordt de geladen emulator op de firmwarekaart uitgeschakeld.

U kunt dit verhelpen door de juiste emulatorversie te laden vanaf de website van Lexmark op www.lexmark.com.

De printer onderhouden

Bepaalde taken moeten regelmatig worden uitgevoerd om een optimale afdrukkwaliteit te behouden.

De buitenkant van de printer reinigen

1 Controleer of de printer is uitgeschakeld en de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact is getrokken.
LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Om het risico op elektrische schokken te vermijden, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maakt u alle kabels los die op de printer zijn aangesloten voor u de buitenkant van de printer reinigt.
2 Verwijder het papier uit de standaarduitvoerlade.
3 Maak een schone, stofvrije doek vochtig met water.
Let op—Kans op beschadiging: Gebruik geen schoonmaak- of wasmiddelen. Hiermee kunt u de afwerking van de printer beschadigen.
4 Veeg alleen de buitenkant van de printer schoon, inclusief de standaarduitvoerlade.
Let op—Kans op beschadiging: Als u de binnenkant van de printer reinigt met een vochtige doek, kunt u de printer beschadigen.
5 Controleer of de papiersteun en standaarduitvoerlade droog zijn voor u een nieuwe afdruktaak start.

LEXMARK X652 - De buitenkant van de printer reinigen - 1

De glasplaat reinigen

Reinig de glasplaat als er problemen zijn met de afdrukkwaliteit, bijvoorbeeld als er strepen worden weergegeven op gekopieerde of gescande afbeeldingen.

1 Maak een zachte, pluisvrije doek of een papieren doekje enigszins vochtig met water.
2 Open de klep van de scanner.

LEXMARK X652 - De glasplaat reinigen - 1

3 Wrijf over de glasplaat totdat deze schoon en droog is.
4 Wrijf over de witte onderkant van de klep van de scanner totdat deze schoon en droog is.
5 Open de onderste ADF-deur.

LEXMARK X652 - De glasplaat reinigen - 2

De printer onderhouden

6 Veeg het scanglas van de ADF onder de ADF-deur schoon.
7 Sluit de onderste ADF-deur.
8 Veeg de glasplaat (flatbed) en het rugmateriaal schoon door de doek of het papieren doekje heen en weer te bewegen.
9 Sluit de klep van de scanner.

Scannerregistratie aanpassen

Scannerregistratie is een proces voor het uitlijnen van het scangedeelte met het papier. U kunt de scannerregistratie als volgt aanpassen:

1 Zet de printer uit.
2 Reinig de glasplaat en de beschermplaat.
3 Houd 2 en 5 ingedrukt terwijl u de printer aanzet.
4 Laat de knoppen los wanneer het scherm met de voortgangsbalk wordt weergegeven.

De printer voert de opstartcyclus uit, waarna het menu Configuratie wordt weergegeven.

5 Raak de pijl omlaag aan tot Scanner handmatig registreren wordt weergegeven.
6 Raak Scanner Manual Registration (Scanner handmatig registreren) aan.
7 Raak Print Quick Test (Testpagina snel afdrukken) om een registratiepagina af te drukken.
8 Kies het scangedeelte van de scanner dat u wilt uitlijnen.

U kunt de glasplaat (flatbed) zo uitlijnen:

a Leg de Sneltest-pagina met de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.

LEXMARK X652 - Scannerregistratie aanpassen - 1

b Raak Copy Quick Test (Testpagina snel kopiëren) aan.

De scanner drukt een exemplaar van de Sneltest-pagina af.

c Raak Flatbed aan.
d Gebruik het exemplaar van de Sneltest-pagina om de instellingen voor linker- en bovenmarge aan te passen.

e Raak Submit (Indienen) aan.
f Raak Copy Quick Test (Testpagina snel kopieren) aan en vergelijk het nieuwe exemplaar met het origineel. Herhaal de stappen voor de flatbeduitlijning tot de positie van de Sneltest-pagina nauw overeenkomt met het origineel.

U kunt de automatische documentinvoer als volgt uitlijnen:

a Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Als u de voorzijde van de automatische documentinvoer wilt uitlijnen, plaatst u de Sneltest-pagina met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer.
  • Als u de achterzijde van de automatische documentinvoer wilt uitlijnen, plaatst u de Sneltest-pagina met de bedrukte zijde naar beneden en de korte zijde als eerste in de automatische documentinvoer.

b Raak Copy Quick Test (Testpagina snel kopiëren) aan.

De scanner drukt een exemplaar van de Sneltest-pagina af.

c Raak ADF Front (Voorzijde ADF) of ADF Back (Achterzijde ADF) aan.
d Gebruik het exemplaar van de Sneltest-pagina om de instellingen voor de horizontale aanpassing en bovenmarge aan te passen.
e Raak Submit (Indienen) aan.
f Raak Copy Quick Test (Testpagina snel kopieren) aan en vergelijk het nieuwe exemplaar met het origineel. Herhaal de stappen voor de ADF-uitlijning tot de positie van de Sneltest-pagina nauw overeenkomt met het origineel.

9 Raak Back (Terug) aan.

10 Touch Exit Configuration (Configuratie afsluiten) aan.

Supplies bewaren

Bewaar supplies in een koele, schone ruimte. Supplies moeten altijd rechtop in de originele verpakking worden bewaard tot het moment waarop ze worden gebruikt.

Stel de printersupplies niet bloot aan:

•direct zonlicht;
•temperaturen boven 35 °C;
•hoge vochtigheidsgraad (boven 80%);
•zilte lucht;
•corroderende gassen;
•grote hoeveelheden stof.

Zuinig omgaan met supplies

U kunt op het bedieningspaneel van de printer bepaalde instellingen wijzigen om toner en papier te besparen. Raadpleeg voor meer informatie de menu's Supplies, Kwaliteit en Afwerking.

Wilt u meerdere exemplaren afdrukken, dan kunt u supplies besparen door het eerste exemplaar af te drukken, dit eerst te controleren en daarna pas de rest af te drukken. U weet dan zeker dat alle afdrukken correct zijn.

De status van supplies controleren

Er verschijnt een bericht op het display als er een vervangende supply nodig is of als er onderhoud moet worden gepleegd.

De status van supplies op het bedieningspaneel van de printer controleren

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak Status/Supplies aan op het beginscherm.

Opmerking: Als Status/Supplies zich niet op het beginscherm bevindt, drukt u een pagina met menu-instellingen af om de status van de supplies te bekijken.

De status van supplies controleren vanaf een netwerkcomputer

Opmerking: De computer moet met hetzelfde netwerk zijn verbonden als de printer.

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.

Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het IP-adres in het TCP/IP-gedeelte.

2 Klik op Device Status (Apparaatstatus). De pagina Apparaatstatus wordt weergegeven waarop een overzicht van de hoeveelheid supplies wordt weergegeven.

Supplies bestellen

In de V.S. belt u voor het bestellen van supplies +1-800-539-6275 voor informatie over erkende dealers van Lexmark supplies in uw omgeving. In andere landen of regio's kunt u terecht op de website van Lexmark op www.lexmark.com of neemt u contact op met de winkel waar u de printer hebt gekocht.

Opmerking: De geschatte resterende levensduur van de printersupplies is gebaseerd op gewoon papier van A4- of Letter-formaat.

Als 88 Cartridge is bijna leeg wordt weergegeven of als de afdruk vaag is, kunt u als volgt proberen de levensduur van de inktcartridge te verlengen:

1 Verwijder de inktdartridge uit de printer.

2 Schud de cartridge een aantal malen flink heen en weer, van voor naar achter en van links naar rechts, om de toner opnieuw te verdelen.

LEXMARK X652 - Supplies bestellen - 1

3 Plaats de cartridge terug en ga verder met afdrukken.

Opmerking: Herhaal deze procedure meerdere keren. Als de afdrukken vaag blijven, moet u de cartridge vervangen.

Aanbevolen inktcartridges en bijbehorende artikelnummers

Artikelnaam Cartridge in Lexmark RetourneerprogrammaNormale cartridge
Voor de VS en Canada
Cartridge X651A11A X651A21A
Inktcartridge met hoog rendement X651H11A X651H21A
Tonercartridge met extra hoog rendement X654X11A X654X21A
Retourneerprogramma tonercartridge met hoog rendement voor etikettoepassingenX651H04A Niet van toepassing
Retourneerprogramma tonercartridge met extra hoog rendement voor etikettoepas-singenX654X04A Niet van toepassing
Voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika
Tonercartridge X651A21E X651A11E
Inktcartridge met hoog rendement X651H21E X651H11E
Tonercartridge met extra hoog rendement X654X21E X654X11E
Artikelnaam Cartridge in Lexmark RetourneerprogrammaNormale cartridge
Retourneerprogramma tonercartridge met hoog rendement voor etikettoepassingenX651H04E Niet van toepassing
Retourneerprogramma tonercartridge met extra hoog rendement voor etikettoepassingenX654X04E Niet van toepassing
Voor Azië Pacific, Australië en Nieuw-Zeeland
Tonercartridge X651A21P X651A11P
Inktcartridge met hoog rendement X651H21P X651H11P
Tonercartridge met extra hoog rendement X654X21P X654X11P
Retourneerprogramma tonercartridge met hoog rendement voor etikettoepassingenX651H04P Niet van toepassing
Retourneerprogramma tonercartridge met extra hoog rendement voor etikettoepassingenX654X04P Niet van toepassing
Voor Latijns-Amerika
Tonercartridge X651A21L X651A11L
Inktcartridge met hoog rendement X651H21L X651H11L
Tonercartridge met extra hoog rendement X654X21L X654X11L
Retourneerprogramma tonercartridge met hoog rendement voor etikettoepassingenX651H04L Niet van toepassing
Retourneerprogramma tonercartridge met extra hoog rendement voor etikettoepassingenX654X04L Niet van toepassing

Een onderhoudskit bestellen

Als het bericht 80 Gebruikelijk onderhoud vereist wordt weergegeven, moet u een onderhoudskit bestellen. De onderhoudskit bevat alle onderdelen die u nodig hebt om de grijprollen, de laadrol, de overdrachtsrol en het verhittingsstation te vervangen.

Opmerkingen:

  • Bij gebruik van bepaalde soorten papier moet de onderhoudskit wellicht vaker worden vervangen. De laadrol, het verhittingsstation, de grijprollen en de overdrachtsrol kunt u zo nodig ook afzonderlijk bestellen en vervangen.
  • Controleer welk type verhittingsstation (T1 of T2) in de printer is geïnstalleerd door de tonercartridge te verwijderen en het etiket op het verhittingsstation te bekijken.
Naam onderdeel Artikelnummer
Onderhoudskit 40X4723 (T1-verhittingstation, 100 V)40X4724 (T1-verhittingstation, 110 V)
40X4765 (T1-verhittingstation, 220 V)
40X4766 (T2-verhittingstation, 100 V)
40X4767 (T2-verhittingstation, 110 V)
40X4768 (T2-verhittingstation, 220 V)

Verhittingsstation bestellen

Controleer welk type verhittingsstation (T1 of T2) in de printer is geïnstalleerd door de tonercartridge te verwijderen en het etiket op het verhittingsstation te bekijken.

Naam onderdeel Artikelnummer
T1-verhittingsstation40X1870 (100 V)
40X4418 (110 V)
40X1871 (220 V)
T2-verhittingsstation40X1872 (100 V)
40X1873 (110 V)
40X1874 (220 V)

Een onderhoudskit voor de automatische documentinvoer bestellen

De onderhoudskit voor de automatische documentinvoer (ADF) bevat alle onderdelen die u nodig hebt om het grijpmechanisme en de scheidingsrol van de automatische documentinvoer te vervangen.

Raadpleeg de volgende tabel voor het artikelnummer van de onderhoudskit voor uw printer.

Artikelnaam Artikelnummer
ADF-onderhoudskit 40X4769

Overdrachtrol bestellen

Wanneer de voor- of achterzijde van afgedrukte pagina's tonervlekken vertonen, bestel dan een nieuwe overdrachtrol.

Artikelnaam Artikelnummer
Overdrachtsrol 40X1886

Laadrollen bestellen

Bestel nieuwe laadrollen wanneer er lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond van afgedrukte pagina's verschijnen.

Artikelnaam Artikelnummer
Laadrolmechanisme 40X5852

Grijprollen bestellen

Bestel nieuwe grijprollen als het papier niet goed wordt ingevoerd vanuit de lade.

Artikelnaam Artikelnummer
Grijprollen 40X4308

Vervangende onderdelen voor de ADF bestellen

Bestel vervangende onderdelen voor de ADF als het papier niet per vel wordt ingevoerd of niet via de automatische documentinvoer wordt ingevoerd.

Artikelnaam Artikelnummer
Grijpmechanisme van ADF3017345
Scheidingsrol van ADF3017348

Nietcassettes bestellen

Als Nietjes bijna op of Nietjes op wordt weergegeven, moet u de aangegeven nietcassette bestellen. Raadpleeg de illustraties aan de binnenzijde van de klep voor het nietapparaat voor meer informatie.

Artikelnaam Artikelnummer
Nietcassettes - verpakking met 3 stuks25A0013

Het recyclen van Lexmark-producten

Ga als volgt te werk als u Lexmark-producten voor recycling wilt terugzenden naar Lexmark:

1 Ga naar onze website op www.lexmark.com/recycle.
2 Zoek het producttype dat u wilt recyclen op en selecteer vervolgens uw land in de lijst.
3 Volg de instructies op het scherm van uw computer.

De printer verplaatsen

Voordat u de printer verplaatst

LEXMARK X652 - Voordat u de printer verplaatst - 1

LET OP—KANS OP LETSEL: de printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getrainde personeelsleden worden verplaatst.

LEXMARK X652 - Voordat u de printer verplaatst - 2

LET OP—KANS OP LETSEL: neem de volgende richtlijnen door voor u de printer verplaatst om te voorkomen dat u zich bezeert of dat de printer beschadigd raakt:

  • Schakel de printer uit met de aan/uit-knop en haal de stekker uit het stopcontact.
  • Maak alle snoeren en kabels los van de printer voordat u de printer verplaatst.
  • Til de printer van de optionele lade en zet de printer opzij, in plaats van de printer en lade tegelijk te verplaatsen.

Opmerkingen:

  • Verwijder alle printeropties voordat u de printer verplaatst.
  • Gebruik de handgrepen aan de zijkanten om de printer van de optionele lade te tillen.

Let op—Kans op beschadiging: Schade aan de printer door onjuist transport valt niet onder de garantie.

De printer verplaatsen naar een andere locatie

U kunt de printer en de opties probleemloos verplaatsen als u de volgende voorzorgsmaatregelen neemt:

- Als de printer wordt verplaatst op een transportwagentje, moet de oppervlakte van het wagentje groot genoeg zijn om de gehele onderzijde van de printer te ondersteunen. Als de opties worden verplaatst op een transportwagentje, moet de oppervlakte van het wagentje groot genoeg zijn om alle opties te ondersteunen.

•Houd de printer rechtop.
•Vermijd schokken.

De printer op een nieuwe locatie installeren

Zorg dat er tenminste de onderstaande hoeveelheid ruimte beschikbaar is rondom de printer:

5 4 3 2 1 2 3 4 5

1Rechterkant20 cm (8 inch)
2Linkerkant 31cm (12 inch)
3Voorzijde 51cm (20 inch)
4Achter 20 cm(8 inch)
5Bovenzijde 31cm (12 inch)

De printer vervoeren

Als u de printer wilt vervoeren, dient u de originele verpakking te gebruiken of te bellen met de winkel waar u de printer hebt gekocht voor de benodigde verpakkingsmaterialen.

Beheerdersondersteuning

Geavanceerde netwerkinformatie en beheerdersinformatie weergeven

In dit hoofdstuk worden de standaardondersteuningstaken voor beheerders beschreven. Raadpleeg de Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie en de Embedded Web Server Administrator's Guide (beheerdershandleiding voor de Embedded Web Server) op de website van Lexmark op www.lexmark.com voor informatie over geavanceerde systeemondersteuningstaken.

De Embedded Web Server gebruiken

Als de printer op een netwerk is geïnstalleerd, is de Embedded Web Server beschikbaar voor een aantal verschillende functies, waaronder:

  • Een virtuele display van het bedieningspaneel van de printer weergeven
  • De status van de printersupplies controleren
  • Printerinstellingen configureren
  • De netwerkinstellingen configureren
    •Rapporten bekijken

Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser om de Embedded Web Server te openen.

Opmerkingen:

  • Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
  • Raadpleeg de Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie en de Embedded Web Server Administrator's Guide (beheerdershandleiding voor de Embedded Web Server) op de website van Lexmark op www.lexmark.com voor informatie.

Apparaatstatus controleren

Met behulp van de Embedded Web Server kunt u de papierlade-instellingen, de hoeveelheid toner in de tonercartridge, het percentage resterende levensduur van de onderhoudskit en de capaciteit van bepaalde printeronderdelen weergeven. U kunt als volgt de apparaatstatus weergeven:

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.

Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.

2 Klik op Device Status (Apparaatstatus).

E-mailmeldingen instellen

U kunt instellen dat de printer een e-mailbericht verzendt wanneer supplies op raken of wanneer het papier moet worden vervangen, toegevoegd of verwijderd.

U stelt als volgt e-mailmeldingen in:

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik bij Overige instellingen op E-mail Alert Setup (Instellingen e-mailmeldingen).
4 Selecteer de te melden items en voer het e-mailadres in.
5 Klik op Submit (Verzenden).

Opmerking: neem contact op met de systeembeheerder om de e-mailserver in te stellen.

Rapporten bekijken

U kunt een aantal rapporten bekijken vanuit de Embedded Web Server. Deze rapporten zijn handig voor het bepalen van de status van de printer, het netwerk en de supplies.

U kunt als volgt de rapporten van een netwerkprinter bekijken:

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.

Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.

2 Klik op Rapporten en klik vervolgens op het type rapport dat u wilt bekijken.

Helderheid van het display aanpassen

Als u problemen hebt met het aflezen van het display, kunt u de LCD-helderheid aanpassen in het menu Instellingen.

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Settings (Instellingen) aan.
4 Raak General Settings (Algemene instellingen) aan.
5 Raak de pijl-omlaag aan tot Screen Brightness (Helderheid van scherm) wordt weergegeven.
6 Raak de pijlen aan om de helderheid te verhogen of te verlagen.

De instellingen voor de helderheid kunnen worden aangepast van 5 tot 100 (100 is de standaardinstelling).

7 Raak Submit (Indienen) aan.

8 Raak aan.

Spaarstand aanpassen

Het instelbereik ligt tussen de 1 en 240 minuten. De standaardinstelling is 30 minuten.

U kunt als volgt het aantal minuten voordat de printer overschakelt naar de spaarstand verhogen of verlagen:

De Embedded Web Server gebruiken

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.

Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.

2 Klik op Settings (Instellingen) en op General Settings (Algemene instellingen).
3 Klik op Timeouts (Time-outs).
4 Verhoog of verlaag vervolgens in het vak Power Saver (Spaarstand) het aantal minuten dat de printer moet wachten voordat deze overschakelt naar de spaarstand.
5 Klik op Submit (Verzenden).

Het bedieningspaneel van de printer gebruiken

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Settings (Instellingen) aan.
4 Raak General Settings (Algemene instellingen) aan.
5 Raak de pijl omlaag aan tot Timeouts (Time-outs) wordt weergegeven.
6 Raak Timeouts (Time-outs) aan.
7 Raak de pijl-rechts of pijl-links naast Power Saver Mode (Energiebesparingsmodus) aan om de wachttijd van de printer voordat deze de energiebesparingsmodus activeert, langer of korter te maken. U kunt kiezen uit een waarde tussen 1 en 240 minuten.
8 Raak Submit (Indienen) aan.
9 Raak aan.

Fabrieksinstellingen herstellen

Als u een lijst van de huidige menu-instellingen wilt behouden voor naslagdoeleinden, druk dan een pagina met menu-instellingen af voordat u de fabrieksinstellingen herstelt. Zie "Pagina met menu-instellingen afdrukken" op pagina 47 voor meer informatie.

Let op—Kans op beschadiging: Door de fabrieksinstellingen te herstellen, worden alle printerinstellingen opnieuw op de standaardfabriekswaarden ingesteld. Uitzonderingen zijn: de weergavetaal, de aangepaste formaten en berichten en de instellingen voor de menu's Netwerk/Poort. Downloads die zijn opgeslagen in het RAM-geheugen worden verwijderd. Geladen bronnen die zijn opgeslagen in het flashgeheugen of op de vaste schijf van de printer worden niet verwijderd.

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Settings (Instellingen) aan.
4 Raak General Settings (Algemene instellingen) aan.
5 Raak de pijl-omlaag herhaaldelijk aan tot Fabrieksinstellingen wordt weergegeven.
6 Raak de linker- of rechterpijl aan tot Nu herstellen wordt weergegeven.
7 Raak Submit (Indienen) aan.
8 Raak aan.

Problemen oplossen

Eenvoudige printerproblemen oplossen

Als er algemene printerproblemen zijn of als de printer niet reageert, controleert u het volgende:

  • Het netsnoer is goed aangesloten op de printer en op een geaard stopcontact.
  • het stopcontact niet is uitgeschakeld met behulp van een schakelaar of stroomonderbreker;
  • De printer niet is aangesloten op een spanningsbeveiliger, een UPS of een verlengsnoer.

- Andere elektrische apparatuur die op het stopcontact is aangesloten, werkt.

- De printer is ingeschakeld. Controleer de aan/uit-schakelaar.

- de printerkabel goed is aangesloten op de printer en op de hostcomputer, en op de afdrukserver, optie of een ander netwerkapparaat.

- Alle opties zijn correct geïnstalleerd.

- De instellingen voor het printerstuurprogramma zijn correct.

Zodra u dit alles hebt gecontroleerd, zet u de printer uit. Wacht minimaal 10 seconden en zet de printer vervolgens weer aan. In veel gevallen is het probleem dan verdwenen.

Display op het bedieningspaneel van de printer is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven

De zelftest van de printer is mislukt. Zet de printer uit, wacht ongeveer 10 seconden en zet de printer weer aan.

Als Gereed niet worden weergegeven, zet u de printer uit en neemt u contact op met de klantenondersteuning.

Problemen met afdrukken oplossen

Meertalige PDF's worden niet afgedrukt

De documenten bevatten lettertypen die niet beschikbaar zijn.

1 Open het document dat u wilt afdrukken in Adobe Acrobat.
2 Klik op het printerpictogram.
Het dialoogvenster Print (Afdrukken) verschijnt.

3 Selecteer Print as image (Afdrukken als afbeelding).

4 Klik op OK.

Er wordt een foutbericht over het lezen van het USB-station weergegeven

Controleer of het USB-station wordt ondersteund. Raadpleeg de website van Lexmark op www.lexmark.com voor informatie over geteste en goedgekeurde apparaten met USB-flashgeheugen.

Taken worden niet afgedrukt

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen:

CONTROLEER OF DE PRINTER KLAAR IS OM AF TE DRUKKEN

Controleer of Gereed of Spaarstand op de display wordt weergegeven voordat u een afdruktaak naar de printer verzendt.

CONTROLEER OF DE STANDAARDUITVOERLADE VOL IS

Verwijder de stapel papier uit de standaarduitvoerlade.

CONTROLEER OF DE PAPIERLADE LEEG IS

Vul de lade met papier.

CONTROLEER OF DE JUISTE PRINTERSOFTWARE IS GEINSTALLEERD

  • Controleer of u de juiste printersoftware gebruikt.
  • Als u via een USB-poort werkt, moet u een ondersteund besturingssysteem en compatibele printersoftware gebruiken.

CONTROLEER OF DE INTERNE AFDRUKSERVER JUIST IS GEINSTALLEERD EN WERKT.

  • Controleer of de interne afdrukserver juist is geïnstalleerd en of de printer is verbonden met het netwerk.
  • Druk een pagina met netwerkinstellingen af en controleer of Verbonden wordt weergegeven als status. Als Niet verbonden als status wordt weergegeven, controleert u de netwerkkabels en probeert u opnieuw de pagina met netwerkinstellingen af te drukken. Neem contact op met uw systeembeheerder om te controleren of het netwerk goed werkt.

De printersoftware is ook beschikbaar op de website van Lexmark op www.lexmark.com.

GEBRUIK ALLEEN EEN VAN DE AANBEVOLEN USB- OF ETHERNET-KABELS OF SERIÈLE KABELS.

Meer informatie vindt u op de website van Lexmark op www.lexmark.com.

CONTROLEER OF DE PRINTERKABELS GOED ZIJN BEVESTIGD

Controleer of de kabelverbindingen met de printer en afdrukserver goed zijn bevestigd. Raadpleeg de meegeleverde installatiedocumentatie van de printer voor meer informatie.

Vertrouwelijke en andere taken in de wachtrij worden niet afgedrukt

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

GEDEELTELIJKE TAAK, GEEN TAAK OF LEGE PAGINA'S WORDEN AFGEDRUKT

De afdruktaak bevat mogelijk een formatteringsfout of ongeldige gegevens.

  • Verwijder de afdruktaak en druk deze daarna opnieuw af.
  • Voor PDF-documenten maakt u het PDF-bestand opnieuw en drukt u het daarna opnieuw af.

CONTROLEER OF DE PRINTER OVER VOLDOENDE GEHEUGEN BESCHIKT.

Maak extra printergeheugen vrij door de lijst met wachttaken te doorlopen en enkele ervan te verwijderen.

Het duurt heel lang voordat de taak is afgedrukt

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

VERMINDER DE COMPLEXITEIT VAN DE AFDRUKTAAK

Schakel het volgende uit: het aantal lettertypen en de grootte ervan, het aantal afbeeldingen en de complexiteit ervan en het aantal pagina's in de taak.

SCHAKEL DE FUNCTIE PAGINABEVEILIGING UIT.

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Settings (Instellingen) aan.
4 Raak General Settings (Algemene instellingen) aan.
5 Raak de Pijl-omlaag herhaaldelijk aan tot Afdrukherstel wordt weergegeven.
6 Raak Print Recovery (Afdrukherstel) aan.
7 Raak de Pijl-rechts naast Paginabeveiliging herhaaldelijk aan tot Uit wordt weergegeven.
8 Raak Submit (Indienen) aan.
9 Raak aan.

Taak wordt afgedrukt vanuit de verkeerde lade of op het verkeerde papier

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT

Zorg dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:

1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papiersoort in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor soort op voor u de taak verzendt voor afdrukken:

- Windows: geef de soort op die is ingesteld in Printereigenschappen.

- Macintosh: geef de soort op die is ingesteld in het dialoogvenster Druk af.

Er worden verkeerde tekens afgedrukt

ZORG DAT DE PRINTER ZICH NIET IN DE MODUS HEX TRACE BEVINDT.

Als Ready Hex (Gereed hex) op het display wordt weergegeven, dient u de modus Hex Trace te verlaten voordat u de taak kunt afdrukken. Schakel de printer uit en weer in om de werkstand Hex Trace uit te schakelen.

Laden koppelen lukt niet

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen:

PLAATS PAPIER VAN HETZELFDE FORMAAT EN DEZELFDE SOORT

  • Plaats papier van hetzelfde formaat en dezelfde soort in iedere lade die u wilt koppelen.
  • Schuif de papiergeleiders naar de juiste positie voor het papierformaat dat in iedere lade is geplaatst.

GEBRUIK DEZELFDE INSTELLINGEN VOOR PAPIERFORMAAT EN PAPIERSOORT

  • Druk een pagina met menu-instellingen af en vergelijk de instellingen voor iedere lade.
  • Pas de instellingen indien nodig aan in het menu Papierformaat/-soort.

Opmerking: De universeellader detecteert niet automatisch het papierformaat. U moet het papierformaat instellen in het menu Papierformaat/-soort.

Grote afdruktaken worden niet gesorteerd

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:

CONTROLEER OF SORTEREN IS INGESCHAKELD.

Schakel Sorteren in in het menu Afwerking of in Eigenschappen.

Opmerking: Als u Sorteren uitschakelt in de software, wordt de instelling in het menu Afwerking overschreven.

VERMINDER DE COMPLEXITEIT VAN DE AFDRUKTAAK.

Maak de taak minder complex door het aantal verschillende lettertypen en lettergrootten te reduceren, het aantal afbeeldingen te beperken en eenvoudigere afbeeldingen te gebruiken of door minder pagina's tegelijk te laten afdrukken.

CONTROLEER OF DE PRINTER OVER VOLDOENDE GEHEUGEN BESCHIKT.

Voeg extra geheugen toe of installeer een optionele vaste schijf.

Er komen onverwachte pagina-einden voor

VERHOOG DE WAARDE VOOR AFDRUKTIME-OUT

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Settings (Instellingen) aan.
4 Raak General Settings (Algemene instellingen) aan.
5 Raak de Pijl-omlaag aan tot Time-outs wordt weergegeven.
6 Raak Timeouts (Time-outs) aan.
7 Raak de Pijl-rechts of Pijl-links naast Afdruktime-out herhaaldelijk aan tot de gewenste waarde wordt weergegeven.
8 Raak Submit (Indienen) aan.
9 Raak aan.

Problemen met kopiëren oplossen

De kopieerfunctie reageert niet

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Kijk of er foutberichten op het display worden weergegeven.

Verwijder eventuele foutberichten.

CONTROLEER DE STROOMTOEVOER

Controleer of de stekker van de printer goed in het stopcontact zit, of het apparaat is ingeschakeld en of Gereed op het display wordt weergegeven.

De klep van de scannereenheid kan niet worden gesloten

Controleer of de klep niet wordt geblokkeerd:

1 Til de scannereenheid op.
2 Verwijder eventuele blokkades terwijl u de klep open houdt.
3 Laat de scannereenheid zakken.

Slechte kwaliteit van kopieën

Hier volgen enkele voorbeelden van een slechte kopieerkwaliteit:

  • Blanco pagina's
    •Dambordpatronen
    •Vervormde afbeeldingen
    •Ontbrekende tekens
    •Fletse afdrukken
    •De afdruk is donker
    •Scheve lijnen
    •Vlekken
    •Strepen
    •onverwachte tekens
    •witte lijnen op afdrukken

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Kijk OF ER FOUTBERICHTEN OP HET DISPLAY WORDEN WEERGEGEVEN.

Verwijder eventuele foutberichten.

DE TONER IS MOGELIJK BIJNA OP

Als 88 Cartridge is bijna leeg wordt weergegeven of als de afdruk vaag is, kunt u als volgt proberen de levensduur van de inktcartridge te verlengen:

DE GLASPLAAT VAN DE SCANNER IS MOGELIJK VUIL

Reinig de glasplaat met een schone, stofvrije doek die met water is bevochtigd. Zie "De glasplaat reinigen" op pagina 272 voor meer informatie.

DE KOPIE IS TE LICHT OF JUIST TE DONKER

Stel de kopieerdichtheid bij.

CONTROLEER DE KWALITEIT VAN HET ORIGINEEL

Zorg dat het document van goede kwaliteit is.

CONTROLEER DE PLAATSING VAN HET ORIGINEEL

Zorg dat het document of de foto linksboven op de glasplaat is geplaatst, met de bedrukte zijde naar beneden.

ONGEWENSTE TONER OP DE ACHTERGROND

  • Verhoog de instelling voor achtergrondverwijdering.
  • Wijzig de instelling voor intensiteit in een lichtere waarde.

OP DE UITVOER VERSCHIJNEN PATRONEN (MOIRÉ)

  • Raak het pictogram Tekst/foto of Afgedrukte afb. op het scherm Kopiëren aan.
  • Draai het originele document op de glasplaat.
  • Pas de instelling voor schalen aan in het scherm Kopiëren.

TEKST IS LICHT OF BIJNA NIET LEESBAAR

  • Raak het pictogram Tekst op het scherm Kopiëren aan.
  • Verlaag de instelling voor achtergrond verwijderen.
  • Verhoog de instelling voor contrast.
  • Verlaag de instelling voor schaduwdetail.

DE UITVOER ZIET ER FLETS OF OVERBELICHT UIT.

  • Raak het pictogram Afgedrukte afb. op het scherm Kopiëren aan.
  • Verlaag de instelling voor achtergrond verwijderen.

Documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gekopieerd

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE PLAATSING VAN HET ORIGINEEL

Zorg dat het document of de foto linksboven op de glasplaat is geplaatst, met de bedrukte zijde naar beneden.

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT

Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:

1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor formaat op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef het formaat op dat is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef het formaat op dat is ingesteld in het dialoogvenster Pagina-instelling.

Problemen met de scanner oplossen

Een niet-reagerende scanner controleren

Als de scanner niet reageert, controleer dan of:

•de printer aan staat;
- De printerkabel is goed aangesloten op de printer en op de hostcomputer, op de afdrukserver, optie of een ander netwerkapparaat.
- Het netsnoer is aangesloten op de printer en op een geaard stopcontact.
- Het stopcontact is niet uitgeschakeld met een schakelaar of een stroomonderbreker.
- De printer is niet aangesloten op een spanningsbeveiliger, een UPS of een verlengsnoer.
- Er zijn geen problemen met andere elektrische apparatuur die op het stopcontact wordt aangesloten.

Als u dit alles hebt gecontroleerd, schakelt u de printer uit en vervolgens weer in. In veel gevallen is het probleem met de scanner dan verholpen.

Scannen is mislukt

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties:

CONTROLEER DE KABELAANSLUITINGEN

Zorg dat de netwerk- of USB-kabel goed op de computer en op de printer is aangesloten.

MOGELIJK IS ER EEN FOUT OPGETREDEN IN HET PROGRAMMA

Schakel de computer uit en vervolgens weer in.

Scannen duurt te lang of de computer loopt vast tijdens scannen

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

ANDERE SOFTWAREPROGRAMMA'S VERSTOREN MOGELIJK HET SCANNEN.

Sluit alle ongebruikte programma's.

MOGELIJK IS DE SCANRESOLUTIE TE HOOG INGESTELD

Selecteer een lagere scanresolutie.

Slechte kwaliteit van gescande afbeeldingen

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER OF ER FOUTBERICHTEN OP HET DISPLAY ZIJN WEERGEGEVEN.

Verwijder eventuele foutberichten.

MOGELIJK IS DE GLASPLAAT VUIL.

Reinig de glasplaat met een schone, stofvrije doek die met water is bevochtigd. Zie "De glasplaat reinigen" op pagina 272 voor meer informatie.

PAS DE SCANRESOLUTIE AAN

Verhoog de resolutie van de scan voor een betere kwaliteit van de uitvoer.

CONTROLEER DE KWALITEIT VAN HET ORIGINEEL

Zorg dat het document van goede kwaliteit is.

CONTROLEER DE PLAATSING VAN HET ORIGINEEL

Zorg dat het document of de foto linksboven op de glasplaat is geplaatst, met de bedrukte zijde naar beneden.

Documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gescand

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE PLAATSING VAN HET ORIGINEEL

Zorg dat het document of de foto linksboven op de glasplaat is geplaatst, met de bedrukte zijde naar beneden.

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT

Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:

1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor formaat op voor u de taak verzendt voor afdrukken:

  • Windows: geef het formaat op dat is ingesteld in Printereigenschappen.
  • Macintosh: geef het formaat op dat is ingesteld in het dialoogvenster Pagina-instelling.

Kan niet vanaf een computer scannen

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Kijk of er foutberichten op het display worden weergegeven.

Verwijder eventuele foutberichten.

CONTROLEER DE STROOMTOEVOER

Controleer of de stekker van de printer goed in het stopcontact zit, of het apparaat is ingeschakeld en of Gereed op het display wordt weergegeven.

CONTROLEER DE KABELAANSLUITINGEN

Zorg dat de netwerk- of USB-kabel goed op de computer en op de printer is aangesloten.

Problemen met faxen oplossen

Nummerweergave werkt niet

Neem contact op met uw telefoonmaatschappij om te controleren of u bent geabonneerd op de dienst Nummerweergave.

Als er in uw regio meerdere patronen voor beller-ID's worden ondersteund, dient u mogelijk de standaardinstelling te wijzigen. Er zijn twee instellingen beschikbaar: FSK (signaal 1) en DTMF (signaal 2). De beschikbaarheid van deze instellingen via het menu Faxen hangt af van het feit of er in uw land of regio meerdere patronen voor beller-ID's worden ondersteund. Neem contact op met uw telefoonmaatschappij om vast te stellen welk signaal of welke instelling u moet gebruiken.

Kan geen faxen verzenden of ontvangen

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

Kijk of er foutberichten op het display worden weergegeven.

Verwijder eventuele foutberichten.

CONTROLEER DE STROOMTOEVOER

Controleer of de stekker van de printer goed in het stopcontact zit, of het apparaat is ingeschakeld en of Gereed op het display wordt weergegeven.

CONTROLEER DE AANSLUITINGEN VAN DE PRINTER

Zorg dat de snoeren voor de volgende hardware (indien van toepassing) goed zijn aangesloten:

•Telefoon
-Handset
- Antwoordapparaat

CONTROLEER DE TELEFOONWANDCONTACTDOOS

1 Sluit een telefoon aan op de wandcontactdoos.
2 Luister of u een kiestoon hoort.
3 Als u geen kiestoon hoort, sluit u een andere telefoon op de wandcontactdoos aan.
4 Hoort u nog steeds geen kiestoon, dan sluit u de telefoon op een andere wandcontactdoos aan.
5 Als u een kiestoon hoort, sluit u de printer op die wandcontactdoos aan.

WERK DEZE CONTROLELIJST VOOR DIGITALE TELEFONIE AF

De faxmodem is een analoog apparaat. U kunt bepaalde apparaten op de printer aansluiten om gebruik te maken van diensten voor digitale telefonie.

  • Als u een ISDN-lijn gebruikt, sluit u de printer op de analoge telefoonaansluiting (een zogenaamde R-interfacepoort) van een ISDN-adapter aan. Neem voor meer informatie en voor het bestellen van een R-interfacepoort contact op met uw ISDN-provider.
  • Als u een DSL-lijn gebruikt, sluit u een DSL-filter of een router aan die analoge signalen ondersteunt. Neem voor meer informatie contact op met uw DSL-provider.
  • Als u gebruikmaakt van een PBX dient u te controleren of u de printer op een analoge poort van de PBX hebt aangesloten. Als er geen analoge poorten aanwezig zijn, kunt u overwegen een analoge telefoonlijn voor de fax te installeren.

CONTROLEER OF U EEN KIESTOON HOORT

  • Plaats een testoproep aan het telefoonnummer waarnaar u een fax wilt verzenden om te controleren of alles correct werkt.
  • Als de telefoonlijn door een ander apparaat bezet is, wacht u met het verzenden van de fax tot de lijn weer vrij is.
  • Als u de functie Kiezen met hoorn op haak gebruikt, draait u het volume omhoog om te controleren of u een kiestoon hoort.

ONTKOPPEL TIJDELIJK ANDERE APPARATUUR

Sluit de printer rechtstreeks op de telefoonlijn aan om te controleren of het apparaat goed werkt. Ontkoppel eventuele antwoordapparaten, computers met modems of telefoonlijnsplitters.

CONTROLEER OP PAPIERSTORINGEN

Verwijder eventueel vastgelopen papier en controleer of Gereed op het display verschijnt.

SCHAKEL DE FUNCTIE VOOR WISSELGESPREK TIJDELIJK UIT

Wisselgesprek kan faxverzendingen verstoren. Schakel deze functie uit voordat u een fax gaat verzenden. Neem contact op met uw telefoonmaatschappij voor de toetscombinatie waarmee u de functie voor wisselgesprek kunt uitschakelen.

DE VOICEMAILSERVICE VERSTOORT MOGELIJK DE FAXTRANSMISSIE.

De voicemaildienst van uw telefoonmaatschappij kan faxverzendingen verstoren. Als u wilt blijven gebruikmaken van voicemail, maar ook binnenkomende oproepen door de printer wilt laten beantwoorden, kunt u overwegen om voor de printer een tweede telefoonlijn te installeren.

HET GEHEUGEN VAN DE PRINTER IS MOGELIJK VOL

1 Kies het faxnummer.
2 Scan het originele document pagina voor pagina.

Kan wel faxen verzenden, maar niet ontvangen

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER OF DE PAPIERLADE LEEG IS

Vul de lade met papier.

CONTROLEER DE INSTELLINGEN VOOR HET MAXIMALE AANTAL BELSIGNALEN.

Het maximale aantal belsignalen is het aantal belsignalen dat wordt doorgegeven voordat de printer antwoordt. Als u extra toestellen op dezelfde lijn als de printer hebt aangesloten, of als u bent geabonneerd op een telefoniedienst die per nummer een ander belsignaal laat horen, houdt u de belvertragingsinstelling bij Ring Delay (Belvertraging) op 4.

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Fax Settings (Faxinstellingen).
4 Klik op Analog Fax Setup (Analoge faxinstellingen).
5 Voer in het veld Aantal belsignalen het aantal belsignalen in dat u wilt horen voor u de oproep aanneemt.
6 Klik op Submit (Verzenden).

DE TONER IS MOGELIJK BIJNA OP

88 Cartridge bijna leeg wordt weergegeven als de toner bijna op is.

Kan wel faxen ontvangen, maar niet verzenden

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

DE PRINTER BEVINDT ZICH NIET IN DE FAXMODUS

In het beginscherm raakt u Fax Fax aan om de printer in de faxmodus te zetten.

HET DOCUMENT IS NIET CORRECT GEPLAATST

Plaats het document met de te verzenden zijde naar boven en de korte zijde naar voren in de ADF, of linksboven op de glasplaat met de te verzenden zijde naar beneden.

Opmerking: Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals knipsels uit tijdschriften) in de ADF. Gebruik in plaats daarvan de glasplaat.

CONTROLEER OF HET SNELKOPPELINGSNUMMER GOED IS INGESTELD.

  • Controleer of voor het snelkoppelingsnummer het nummer is geprogrammeerd dat u wilt kiezen.
  • U kunt ook het telefoonnummer handmatig intoetsen.

Ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

VERZEND HET DOCUMENT OPNIEUW

Vraag de afzender van de fax om:

  • Te controleren of het originele document van goede kwaliteit is.
  • Verzend de fax opnieuw. Er is mogelijk een probleem opgetreden met de kwaliteit van de telefoonverbinding.
  • Verhoog de scanresolutie van de fax (indien mogelijk).

DE TONER IS MOGELIJK BIJNA OP

Vervang de tonercartridge als het bericht 88 Toner bijna op wordt weergegeven of als uw afdrukken vager worden.

CONTROLEER OF DE FAXTRANSMISSIESNELHEID NIET TE HOOG IS INGESTELD

Verlaag de faxtransmissiesnelheid voor binnenkomende faxen:

1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
2 Klik op Settings (Instellingen).
3 Klik op Fax Settings (Faxinstellingen).
4 Klik op Analog Fax Setup (Analoge faxinstellingen).
5 Klik in het vak Max. snelheid op een van de volgende opties:

2400
4800
9600
14400
33600

6 Klik op Submit (Verzenden).

Problemen met opties oplossen

Optie functioneert niet goed of helemaal niet meer nadat deze is geïnstalleerd

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

STEL DE PRINTER IN OP DE BEGINWAARDEN.

Zet de printer uit, wacht ongeveer 10 seconden en zet de printer weer aan.

CONTROLEER OF DE OPTIE IS VERBONDEN MET DE PRINTER.

1 Zet de printer uit.
2 Trek de stekker van de printer uit het stopcontact.
3 Controleer de verbinding tussen de optie en de printer.

CONTROLEER OF DE OPTIE CORRECT IS GEINSTALLEERD.

Druk een pagina met menu-instellingen af om te controleren of de optie wordt vermeld in de lijst met geïnstalleerde opties. Als de optie niet voorkomt in de lijst, installeert u die opnieuw. Voor meer informatie leest u de documentatie voor de hardware-installatie die bij de optie is geleverd of gaat u naar www.lexmark.com/publications om de instructies van de optie te bekijken.

CONTROLEER OF DE OPTIE IS GESELECTEERD.

Selecteer de optie op de computer die u gebruikt om af te drukken. Zie "Beschikbare opties in het printerstuurprogramma bijwerken" op pagina 48 voor meer informatie.

Papierladen

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen:

CONTROLEER OF HET PAPIER OP DE JUISTE WIJZE IS GEPLAATST.

1 Open de papierlade.
2 Controleer op papierstoringen en verkeerd ingevoerd papier.
3 De papiergeleiders moeten tegen de randen van het papier worden geplaatst.
4 Zorg ervoor dat de papierlade goed sluit.

STEL DE PRINTER IN OP DE BEGINWAARDEN.

Schakel de printer uit, wacht ongeveer 10 seconden en schakel de printer weer in.

CONTROLEER OF DE PAPIERLADE CORRECT IS GEINSTALLEERD.

Als de papierlade wel voorkomt op de pagina met menu-instellingen, maar het papier vastloopt rond het punt waar het de lade in- of uitgaat, dan is deze mogelijk niet goed geïnstalleerd. Plaats de papierlade terug. Raadpleeg voor meer informatie de bij de papierlade geleverde documentatie over de hardware-installatie of ga naar www.lexmark.com/publications om de instructies van de papierlade te bekijken.

2000 vel, lade voor

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

DE LIFTLADE WERKT NIET CORRECT

  • Controleer of de printer correct op de lade voor 2000 vellen is aangesloten.
  • Controleer of de printer wel aan staat.

DE PAPIERINVOERROLLEN DRAAIEN NIET, ZODAT HET PAPIER NIET WORDT DOORGEVOERD.

  • Controleer of de printer correct op de lade voor 2000 vellen is aangesloten.
  • Controleer of de printer wel aan staat.

Enveloppenlader

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen:

STEL DE PRINTER IN OP DE BEGINWAARDEN.

Schakel de printer uit, wacht ongeveer 10 seconden en schakel de printer weer in.

CONTROLEER OF DE ENVELOPPEN GOED ZIJN GEPLAATST.

1 Stel de envelopsteun in op de lengte van de te gebruiken enveloppen.
2 Raadpleeg voor meer informatie "De enveloppenlader vullen" op pagina 83.

CONTROLEER DE INSTELLINGEN VOOR PAPIERSOORT EN PAPIERFORMAAT

Controleer of de instellingen voor papiersoort en papierformaat overeenkomen met de gebruikte enveloppen:

1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instellingen voor de enveloppenlader in het menu Papier.
2 Geef de juiste instellingen vanaf de computer op voor u de taak verzendt voor afdrukken:

  • Windows: geef de instellingen op die zijn ingesteld in Printereigenschappen.
  • Macintosh: geef de instellingen op die zijn ingesteld in het dialoogvenster Druk af.

CONTROLEER OF DE ENVELOPPENLADER CORRECT IS GEINSTALLEERD.

Als de enveloppenlader wel voorkomt op de pagina met menu-instellingen, maar een envelop vastloopt rond het punt waar het de invoer in- of uitgaat, dan is deze mogelijk niet goed geïnstalleerd. Plaats de enveloppenlader terug. Raadpleeg voor meer informatie de bij de enveloppenlader geleverde documentatie over de hardware-installatie of ga naar www.lexmark.com/publications om de instructies van de enveloppenlader te bekijken.

Uitvoeropties

Als de optionele uitvoerlade met hoge capaciteit, mailbox met 5 laden of StapleSmart-finisher wordt weergegeven op de pagina met menu-instellingen, maar het papier vastloopt op het punt waar het de printer verlaat of uitvoerlade ingaat, is deze optie mogelijk niet goed geïnstalleerd. Installeer de optie opnieuw. Raadpleeg de bij de optie geleverde documentatie over de hardware-installatie voor meer informatie.

Flashgeheugenkaart

Controleer of de flashgeheugenkaart goed is bevestigd op de systeemkaart van de printer.

Vaste schijf met adapter

Controleer of de vaste schijf goed is aangesloten op de systeemkaart van de printer.

Als de Lexmark Internal Solutions Port (ISP) niet correct werkt, kunt u deze mogelijke oplossingen uitproberen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE ISP-VERBINDINGEN

  • Controleer of de ISP goed is aangesloten op de systeemkaart van de printer.
  • Controleer of de juiste kabel wordt gebruikt en of deze op de juiste connector is aangesloten.

CONTROLEER DE KABEL.

Controleer of de juiste kabel wordt gebruikt en of deze goed is aangesloten.

CONTROLEER OF DE NETWERKSOFTWARE JUIST IS GECONFIGUREERD.

Klik op Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie voor informatie over het installeren van software voor afdrukken via een netwerk.

Geheugenkaart

Controleer of de geheugenkaart goed is bevestigd op de systeemkaart van de printer.

Problemen met de papierinvoer oplossen

Papier loopt regelmatig vast

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER HET PAPIER

Gebruik het aanbevolen papier of het speciale afdrukmateriaal. Raadpleeg het hoofdsstuk over richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal voor meer informatie.

ZORG ERVOOR DAT ER NIET TE VEEL PAPIER IN DE PAPIERLADE LIGT

Zorg ervoor dat u niet meer papier plaatst dan de maximale stapelhoogte die is aangegeven voor de papierlade of universeellader.

CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS.

Schuif de geleiders in de juiste positie voor het desbetreffende papierformaat.

HET PAPIER BEVOND ZICH EERDER IN EEN VOCHTIGE OMGEVING EN HEEFT DAARDOOR VOCHT OPCENOMEN.

  • Vervang het papier. Gebruik papier uit een nieuw pak.
  • Bewaar papier altijd in de originele verpakking en pak het pas uit als u het gaat gebruiken.

Bericht Paper jam (Papier vast) blijft staan nadat storing is verholpen

CONTROLEER DE PAPIERBAAN

Er zit nog papier in de papierbaan. Verwijder het vastgelopen papier uit de gehele papierbaan en raak vervolgens Continue (Doorgaan) aan.

Nadat de papierstoring is verholpen, wordt de vastgelopen pagina niet opnieuw afgedrukt

SCHAKEL HERSTEL NA STORING IN

In het menu Instellingen is Herstel na storing uitgeschakeld. Stel Herstel na storing in op Auto of Aan.

1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Raak aan op het beginscherm.
3 Raak Settings (Instellingen) aan.
4 Raak General Settings (Algemene instellingen) aan.
5 Raak de Pijl-omlaag herhaaldelijk aan tot Afdrukherstel wordt weergegeven.
6 Raak Print Recovery (Afdrukherstel) aan.
7 Raak de Pijl-rechts naast Herstel na storing aan tot Aan of Autom. wordt weergegeven.
8 Raak Submit (Indienen) aan.
9 Raak aan.

Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen

Met de informatie in de volgende onderwerpen kunt u problemen met de afdrukkwaliteit oplossen. Neem contact op met onze klantenondersteuning als het probleem door deze suggesties niet wordt opgelost. Mogelijk moet een printeronderdeel worden afgesteld of vervangen.

Problemen met afdrukkwaliteit opsporen

U kunt problemen met de afdrukkwaliteit opsporen door de testpagina's voor afdrukkwaliteit af te drukken.

1 Zet de printer uit.
2 Plaats papier van A4- of Letter-formaat in de lade.
3 Houd 2 en 6 ingedrukt terwijl u de printer aanzet.
4 Laat de knoppen los wanneer het scherm met de voortgangsbalk wordt weergegeven.

De printer voert de opstartcyclus uit, waarna het menu Configuratie wordt weergegeven.

5 Raak de Pijl-omlaag herhaaldelijk aan tot Pagina's Afdrukkwaliteit wordt weergegeven.

6 Raak Print Quality Pages (Pagina's Afdrukkwaliteit) aan.

De testpagina's voor de afdrukkwaliteit worden afgedrukt.

7 Raak Back (Terug) aan.
8 Raak Exit Configuration (Configuratie afsluiten) aan.

Blanco pagina's

LEXMARK X652 - Blanco pagina's - 1

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

DE CARTIDGE BEVAT MOGELIJK VERPAKKINGSMATERIAAL

Verwijder de cartridge uit de printer en controleer of u het verpakkingsmateriaal van de cartridge hebt verwijderd. Plaats de cartridge terug in de printer.

DE TONER IS MOGELIJK BIJNA OP

Bestel een nieuwe cartridge als 88 Cartridge bijna leeg wordt weergegeven.

Als het probleem zich blijft voordoen, heeft de printer misschien onderhoud nodig. Neem voor meer informatie contact op met klantenondersteuning.

Tekens hebben gekartelde of ongelijkmatige randen

ABC DEF

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE INSTELLINGEN VOOR AFDRUKKWALITEIT

  • Wijzig de instellingen voor de afdrukresolutie in het menu Kwaliteit in 600 dpi, beeldkwaliteit 1200, 1200 dpi of beeldkwaliteit 2400.
  • Selecteer Fine Lines-verbetering in het menu Kwaliteit.

CONTROLEER OF DE GEDOWNLOADE LETTERTYPEN WORDEN ONDERSTEUND

Als u gedownloade lettertypen gebruikt, controleert u of de lettertypen worden ondersteund door de printer, de hostcomputer en het programma.

Onvolledige afbeeldingen

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS

Schuif de breedte- en lengtegeleiders in de juiste positie voor het papier dat in de printer is geplaatst.

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT

Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:

1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor formaat op voor u de taak verzendt voor afdrukken:

  • Windows: geef het formaat op dat is ingesteld in Printereigenschappen.
  • Macintosh: geef het formaat op dat is ingesteld in het dialoogvenster Pagina-instelling.

Zwevende afbeeldingen

ABCDE ABCDE ABCDE

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT

Zorg dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:

1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papiersoort in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor soort op voordat u de taak verzendt voor afdrukken:

- Windows: geef de soort op die is ingesteld in Printereigenschappen.

- Macintosh: geef de soort op die is ingesteld in het dialoogvenster Druk af.

Grijze achtergrond

ABCDE ABCDE ABCDE

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR TONERINTENSITEIT

Selecteer een lichtere instelling voor Tonerintensiteit:

  • Wijzig deze instelling via het menu Kwaliteit op het bedieningspaneel van de printer.
  • Windows: wijzig deze instelling via Printereigenschappen.
  • Macintosh: wijzig deze instellingen via het dialoogvenster Druk af.

Onjuiste marges

ABC DEF

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS.

Schuif de geleiders in de juiste positie voor het desbetreffende papierformaat.

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT

Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:

1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papierformaat in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor formaat op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef het formaat op dat is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef het formaat op dat is ingesteld in het dialoogvenster Pagina-instelling.

Gekruld papier

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT

Zorg dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:

1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papiersoort in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor soort op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef de soort op die is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef de soort op die is ingesteld in het dialoogvenster Druk af.

HET PAPIER HEEFT IN EEN VOCHTIGE OMGEVING GELEGEN EN HEEFT DAARDOOR VOCHT OPCENOMEN

  • Vervang het papier. Gebruik papier uit een nieuw pak.
  • Bewaar papier altijd in de originele verpakking en pak het pas uit als u het gaat gebruiken.

Onregelmatigheden in de afdruk

ABCDE ABCDE ABCDE

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen:

HET PAPIER BEVOND ZICH EERDER IN EEN VOCHTIGE OMGEVING EN HEEFT DAARDOOR VOCHT OPCENOMEN.

  • Vervang het papier. Gebruik papier uit een nieuw pak.
  • Bewaar papier altijd in de originele verpakking en pak het pas uit als u het gaat gebruiken.

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT

Zorg dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:

1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papiersoort in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor soort op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef de soort op die is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef de soort op die is ingesteld in het dialoogvenster Druk af.

CONTROLEER HET PAPIER.

Gebruik geen papier met een ruw of vezelig oppervlak.

DE TONER IS MOGELIJK BIJNA OP

Vervang de tonercartridge als het bericht 88 Toner bijna op wordt weergegeven of als uw afdrukken vager worden.

HET IS MOGELIJK DAT HET VERHITTINGSSTATION VERSLETEN OF DEFECT IS

Vervang het verhittingsstation.

Herhaalde storingen

LEXMARK X652 - Herhaalde storingen - 1

Vervang de laadrollen bij storingen na iedere 28,3 mm (1,11 inch).

Vervang de overdrachtsrol bij storingen na iedere 51,7 mm (2,04 inch).

Vervang de inktcartridge bij storingen na iedere:

•47,8 mm (1,88 inch)
•96,8 mm (3,81 inch)

Vervang het verhittingsstation bij storingen na iedere:

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS.

Schuif de geleiders in de juiste positie voor het desbetreffende papierformaat.

CONTROLEER HET PAPIER

Zorg ervoor dat u papier gebruikt dat voldoet aan de printerspecificaties.

Effen zwarte of witte strepen

ABC DEF A B C C EF

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen:

CONTROLEER OF HET VULPATROON JUIST IS

Als het vulpatroon niet juist is, selecteert u een ander vulpatroon in het programma.

CONTROLEER DE PAPIERSOORT

  • Gebruik een andere papiersoort.
  • Gebruik uitsluitend transparanten die door de printerfabrikant worden aanbevolen.
  • Zorg dat de instelling voor papiersoort en papierstructuur overeenkomt met het papier dat in de lade of lader is geplaatst.

ZORG DAT DE TONER GELIJKMATIG VERDEELD IS OVER DE CARTRIDGE

Verwijder de tonercartridge uit de printer en schud de cartridge heen en weer om de toner gelijkmatig te verdelen en plaats hierna de cartridge terug in de printer.

DE CARTRIDGE IS MISSCHIEN BESCHADIGD OF BIJNA LEEG

Vervang de cartridge door de nieuwe cartridge.

Afdruk is te licht

ABC DEF

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE INSTELLINGEN VOOR DONKERHEID, HELDERHEID EN CONTRAST

De instelling Tonerintensiteit is te laag, de instelling Helderheid is te laag of de instelling Contrast is te laag.

  • Wijzig deze instellingen via het menu Kwaliteit op het bedieningspaneel van de printer.
  • Windows: wijzig deze instellingen via Printereigenschappen.

- Macintosh: wijzig deze instellingen via het dialoogvenster Druk af en de pop-upmenu's.

HET PAPIER HEEFT IN EEN VOCHTIGE OMGEVING GELEGEN EN HEEFT DAARDOOR VOCHT OPGENOMEN

•Vervang het papier. Gebruik papier uit een nieuw pak.
- Bewaar papier altijd in de originele verpakking en pak het pas uit als u het gaat gebruiken.

CONTROLEER HET PAPIER

Gebruik geen papier met een ruw of vezelig oppervlak.

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT

Zorg dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:

1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papiersoort in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor soort op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef de soort op die is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef de soort op die is ingesteld in het dialoogvenster Druk af.

Bestel een nieuwe tonercartridge als 88 Cartridge bijna leeg wordt weergegeven.

DE TONERCARTRIDGE IS MOGELIJK BESCHADIGD

Vervang de cartridge.

Afdruk is te donker

ABC DEF

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE INSTELLINGEN VOOR DONKERHEID, HELDERHEID EN CONTRAST

De instelling Tonerintensiteit is te hoog, de instelling Helderheid is te hoog of de instelling Contrast is te hoog.

  • Wijzig deze instellingen via het menu Kwaliteit op het bedieningspaneel van de printer.
  • Windows: wijzig deze instellingen via Printereigenschappen.
  • Macintosh: wijzig deze instellingen via het dialoogvenster Druk af en de pop-upmenu's.

HET PAPIER HEEFT IN EEN VOCHTIGE OMGEVING GELEGEN EN HEEFT DAARDOOR VOCHT OPCENOMEN

  • Vervang het papier. Gebruik papier uit een nieuw pak.
  • Bewaar papier altijd in de originele verpakking en pak het pas uit als u het gaat gebruiken.

CONTROLEER HET PAPIER

Gebruik geen papier met een ruw of vezelig oppervlak.

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT

Zorg dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:

1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papiersoort in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor soort op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef de soort op die is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef de soort op die is ingesteld in het dialoogvenster Druk af.

DE TONERCARTRIDGE IS MOGELIJK BESCHADIGD

Vervang de cartridge.

Volledig gekleurde pagina's

LEXMARK X652 - Volledig gekleurde pagina's - 1

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER OF DE TONERCARTRIDGE CORRECT IS GEINSTALLEERD.

Verwijder de tonercartridge uit de printer en schud de cartridge heen en weer om de toner gelijkmatig te verdelen en plaats hierna de cartridge terug in de printer.

DE CARTRIDGE IS MISSCHIEN BESCHADIGD OF BIJNA LEEG

Vervang de cartridge door de nieuwe cartridge. Als het probleem zich blijft voordoen, heeft de printer misschien onderhoud nodig. Neem voor meer informatie contact op met klantenondersteuning.

Verticale strepen

ABCDE ABCDE ABCDE

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen:

De toner is uitgelopen

Selecteer een andere lade of lader waaruit het papier voor de taak wordt ingevoerd:

  • Selecteer Standaardbron in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer.
  • Windows: selecteer de papierbron via Printereigenschappen.
  • Macintosh: selecteer de papierbron via het dialoogvenster Druk af en de pop-upmenu's.

DE CARTRIDGE IS DEFECT

Vervang de inktcartridge.

DE PAPIERBAAN IS MOGELIJK NIET VRIJ

Controleer de papierbaan rond de cartridge.

LEXMARK X652 - DE PAPIERBAAN IS MOGELIJK NIET VRIJ - 1

LET OP—HEET OPPERVLAK: De binnenkant van de printer kan heet zijn. Om letsel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.

Verwijder al het papier dat u ziet.

Neem contact op met de klantenservice.

Op de pagina verschijnen lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

DE CARTRIDGE IS MOGELIJK BESCHADIGD

Vervang de cartridge.

DE LAADROLLEN ZIJN MOGELIJK BESCHADIGD

Vervang de laadrollen.

Neem contact op met de klantenservice.

De toner laat los

ABC DEF

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT

Zorg dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:

1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papiersoort in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor soort op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef de soort op die is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef de soort op die is ingesteld in het dialoogvenster Druk af.

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSTRUCTUUR

Controleer in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer of de instelling voor Papierstructuur overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst.

Tonervlekjes

ABC DEF

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

DE CARTRIDGE IS MOGELIJK BESCHADIGD

Vervang de cartridge.

Neem contact op met de klantenservice.

De afdrukkwaliteit van transparanten is slecht

Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

TRANSPARANTEN CONTROLEREN

Gebruik uitsluitend transparanten die door de printerfabrikant worden aanbevolen.

CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT

Zorg dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst:

1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor papiersoort in het menu Papier.
2 Geef de juiste instelling voor soort op voor u de taak verzendt voor afdrukken:
- Windows: geef de soort op die is ingesteld in Printereigenschappen.
- Macintosh: geef de soort op die is ingesteld in het dialoogvenster Druk af.

Embedded Web Server wordt niet geopend

Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen:

CONTROLEER DE NETWERKVERBINDINGEN

Zet de printer en de computer aan en controleer of ze op hetzelfde netwerk zijn aangesloten.

CONTROLEER DE NETWERKINSTELLINGEN

Afhankelijk van de netwerkinstellingen moet u mogelijk https://typen in plaatse van http://vóór het IP-adres van de printer om toegang te krijgen tot de Embedded Web Server. Neem contact op met de systeembeheerder voor meer informatie.

Contact opnemen met klantenondersteuning

Als u voor klantenondersteuning belt, moet u het volgende bij de hand hebben: een beschrijving van het probleem, het bericht op het display en een beschrijving van wat u al hebt gedaan om een oplossing te vinden.

U hebt ook de modelnaam en het serienummer van de printer nodig. Deze gegevens vindt u aan de binnenkant van de bovenste voorklep van de printer. U kunt het serienummer ook vinden op de pagina met menu-instellingen.

Bel in de Verenigde Staten of Canada (1-800-539-6275). Voor andere landen of regio's bezoekt u de website van Lexmark op www.lexmark.com.

Kennisgevingen

Productnaam:

Lexmark X651de, Lexmark X652de, Lexmark X654de, Lexmark X656de, Lexmark X656dte, Lexmark X658d, Lexmark X658de, Lexmark X658dme, Lexmark X658dfe, Lexmark X658dte, Lexmark X658dtme, Lexmark X658dtfe

Apparaattype:

7462

Model(len):

0A1, 0A5, 2A1, 2A2, 2A5, 2A6, 4A2, 4A6, 031, 035, 231, 232, 235, 236, 432, 436

Informatie over deze uitgave

Juli 2008

De volgende alinea is niet van toepassing op landen waar de voorwaarden strijdig zijn met de nationale wetgeving: LEXMARK INTERNATIONAL, INC., LEVERT DEZE PUBLICATIE ALS ZODANIG ZONDER ENIGE VORM VAN GARANTIE, NOCH IMPLICIET, NOCH EXPLICIET, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT DE IMPLICIETE GARANTIES VAN VERHANDELBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. In sommige rechtsgebieden is afwijzing van expliciete of impliciete garanties bij bepaalde transacties niet toegestaan, het is daarom mogelijk dat deze verklaring niet op u van toepassing is.

Deze publicatie kan technische onjuistheden of typografische fouten bevatten. De informatie in deze publicatie wordt regelmatig herzien, wijzigingen zullen in latere uitgaven worden opgenomen. De producten of programma's die worden beschreven, kunnen te allen tijde worden verbeterd of gewijzigd.

Verwijzingen in deze publicatie naar producten, programma's of diensten houden niet in dat de fabrikant deze producten op de markt wil brengen in alle landen waar de fabrikant actief is. Een verwijzing naar een product, programma of dienst betekent niet dat alleen dat product, dat programma of die dienst kan worden gebruikt. In plaats daarvan kunnen alle functioneel gelijkwaardige producten, programma's of diensten, waarmee geen inbreuk wordt gemaakt op bestaande intellectuele eigendomsrechten, worden gebruikt. De gebruiker is verantwoordelijk voor de evaluatie en controle van de werking in combinatie met andere producten, programma's of diensten, met uitzondering van de producten, programma's of diensten die door de fabrikant zijn aangegeven.

Voor technische ondersteuning van Lexmark gaat u naar support.lexmark.com.

Voor informatie over supplies en downloads gaat u naar www.lexmark.com.

Als u geen toegang hebt tot internet, kunt u ook per post contact opnemen met Lexmark:

Lexmark International, Inc.

Bldg 004-2/CSC

Alle rechten voorbehouden.

Handelsmerken

Lexmark, Lexmark met het diamantlogo, MarkNet en MarkVision zijn als handelsmerken van Lexmark International, Inc. gedeponeerd in de Verenigde Staten en/of andere landen.

MarkTrack, PrintCryption en StapleSmart zijn handelsmerken van Lexmark International, Inc.

PCL(r) is een gedeponeerd handelsmerk van Hewlett-Packard Company. PCL is een aanduiding van Hewlett-Packard Company voor een verzameling printeropdrachten (printertaal) en printerfuncties in de producten van Hewlett-Packard. Deze printer is ontworpen om ondersteuning te bieden voor de PCL-taal. De printer herkent PCL-opdrachten die in diverse toepassingen worden gebruikt en emuleert de functies die met deze opdrachten corresponderen.

De onderstaande termen zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van de volgende ondernemingen:

AlbertusThe Monotype Corporation plc
Antique Olive MonsieurMarcel OLIVE
Apple-Chancery Apple Computer, Inc.
Arial The Monotype Corporation plc
CG TimesGebaseerd op Times New Roman onder licentie van The Monotype Corporation plc, een product van Agfa Corporation
Chicago Apple Computer, Inc.
Clarendon Linotype-Hell AG en/of dochterondernemingen
Eurostile Nebiolo
Geneva Apple Computer, Inc.
GillSans The Monotype Corporation plc
Helvetica Linotype-Hell AG en/of dochterondernemingen
Hoefler Jonathan Hoefler Type Foundry
ITC Avant Garde Gothic International Typeface Corporation
ITC Bookman International Typeface Corporation
ITC Mona Lisa International Typeface Corporation
ITC Zapf Chancery International Typeface Corporation
JoannaThe Monotype Corporation plc
MarigoldArthur Baker
Monaco Apple Computer, Inc.
New YorkApple Computer, Inc.
OxfordArthur Baker
Palatino Linotype-Hell AG en/of dochterondernemingen
Stempel GaramondLinotype-Hell AG en/of dochterondernemingen
TaffyAgfa Corporation
Times New RomanThe Monotype Corporation plc

Univers Linotype-Hell AG en/of dochterondernemingen

Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve eigenaren.

Dit is een klasse A-product. In een thuisomgeving kan dit product radiostoring veroorzaken, in welk geval de gebruiker mogelijk passende maatregelen zal moeten nemen.

Voorschriften van de Europese Gemeenschap (EG)

Dit product voldoet aan de veiligheidsvoorschriften van de richtlijnen 2004/108/EG, 2006/95/EG en 1999/5/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschap aangaande de onderlinge aanpassing van de wetten in de Lidstaten met betrekking tot de elektromagnetische compatibiliteit en de veiligheid van elektrische apparaten die zijn ontworpen voor gebruik binnen een bepaald spanningsbereik en in combinatie met radioapparatuur en apparatuur voor een telecommunicatiestation.

De CE-markering geeft aan dat een apparaat voldoet aan de veiligheidsvoorschriften.

CE

Een verklaring waarin staat dat het product voldoet aan de veiligheidseisen van de EG-richtlijnen kan worden verkregen bij de Director of Manufacturing and Technical Support, Lexmark International, S. A., Boigny, Frankrijk.

Dit product voldoet aan de eisen van EN 55022; de veiligheidsvoorschriften van EN 60950; de radiospectrumvereisten van ETSI EN 300 330-1 en ETSI EN 300 330-2; en de EMC-vereisten van EN 55024, ETSI EN 301 489-1 en ETSI EN 301 489-3.

ČeskySpolečnost Lexmark International, Inc. tímto prohlašuje, že výrobek tento výrobek je ve shodě se základními požadavky a dalšími příslušnými ustanoveními směrnice 1999/5/ES.
DanskLexmark International, Inc. erklærer herved, at dette produkt overholder de væsentlige krav og øvrige relevante krav i direktiv 1999/5/EF.
DeutschHiermit erklärt Lexmark International, Inc., dass sich das Gerät dieses Gerät in Übereinstimmung mit den grundlegenden Anforderungen und den übrigen einschlägigen Bestimmungen der Richtlinie 1999/5/EG befindet.
ΕλληνικήΜΕ ΤΗΝ ΠΑΡΟΥΣΑ Η ΣΧΜΑΡΚ ΙΝΤΕΝΑΤΙΟΛ, ΑΝΟ. ΔΗΛΩΝΕΙ ΟΤΙ ΑΥΤΟ ΤΟ ΠΡΟΪΟΝ ΣΥΜΜΟΡΦΩΝΕΤΑΙ ΠΡΟΣ ΤΙΣ ΟΥΣΙΩΔΕΙΣ ΑΠΑΙΤΗΣΕΙΣ ΚΑΙ ΤΙΣ ΛΟΙΠΕΣ ΣΧΕΤΙΚΕΣ ΔΙΑΤΑΞΕΙΣ ΤΗΣ ΟΔΗΓΙΑΣ 1999/5/ΕΚ.
EnglishHereby, Lexmark International, Inc., declares that this type of equipment is in compliance with the essential requirements and other relevant provisions of Directive 1999/5/EC.
EspañolPor medio de la presente, Lexmark International, Inc. declara que este producto cumple con los requisitos esenciales y cualesquiera otras disposiciones aplicables o exigibles de la Directiva 1999/5/CE.
EestiKäesolevaga kinnitab Lexmark International, Inc., et seade see toode vastab direktiivi 1999/5/EÜ põhinõuetele ja nimetatud direktiivist tulenevatele muudele asjakohastele sätetele.
SuomiLexmark International, Inc. vakuuttaa täten, että tämä tuote on direktiivin 1999/5/EY oleellisten vaatimusten ja muiden sitä koskevien direktiivin ehtojen mukainen.
FrançaisPar la présente, Lexmark International, Inc. déclare que l'appareil ce produit est conforme aux exigences fondamentales et autres dispositions pertinentes de la directive 1999/5/CE.
MagyarAlulírott, Lexmark International, Inc. nyilatkozom, hogy a termék megfelel a vonatkozó alapvetõ követelményeknek és az 1999/5/EC irányelv egyéb előírásainak.
ÍslenskaHér með lýsir Lexmark International, Inc. yfir því að þessi vara er í samræmi við grunnkröfur og aðrar kröfur, sem gerðar eru í tilskipun 1999/5/EC.
ItalianoCon la presente Lexmark International, Inc. dichiara che questo questo prodotto è conforme ai requisiti essenziali ed alle altre disposizioni pertinenti stabilite dalla direttiva 1999/5/CE.
LatviskiAr šo Lexmark International, Inc. deklarē, ka šis izstrādājums atbilst Direktīvas 1999/5/EK būtiskajām prasībām un citiem ar to saistītajiem noteikumiem.
LietuviųŠiuo Lexmark International, Inc. deklaruoja, kad šis produktas atitinka esminius reikalavimus ir kitas 1999/5/EB direktyvos nuostatas.
MaltiBil-preženti, Lexmark International, Inc., jiddikjara li dan il-prodott huwa konformi mal-ħtiġijiet essenzjali u ma dispożizzjonijiet oħrajn relevanti li jinsabu fid-Direttiva 1999/5/KE.
NederlandsHierbij verklaart Lexmark International, Inc. dat het toestel dit product in overeenstemming is met de essentiële eisen en de andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG.
NorskLexmark International, Inc. erklærer herved at dette produktet er i samsvar med de grunnleggende krav og øvrige relevante krav i direktiv 1999/5/EF.
PolskiNiniejszym Lexmark International, Inc. oświadcza, że niniejszy produkt jest zgodny z zasadniczymi wymogami oraz pozostałymi stosownymi postanowieniami Dyrektywy 1999/5/EC.
PortuguêsA Lexmark International Inc. declara que este este produto está conforme com os requisitos essenciais e outras disposições da Diretiva 1999/5/CE.
SlovenskyLexmark International, Inc. týmto vyhlasuje, že tento produkt spĺňa základné požiadavky a všetky príslušné ustanovenia smernice 1999/5/ES.
SlovenskoLexmark International, Inc. izjavlja, da je ta izdelek v skladu z bistvenimi zahtevami in ostalimi relevantnimi določili direktive 1999/5/ES.
SvenskaHärmed intygar Lexmark International, Inc. att denna produkt står i överensstämmelse med de väsentliga egenskapskrav och övriga relevanta bestämmelser som framgår av direktiv 1999/5/EG.

India emissions notice

De volgende metingen zijn uitgevoerd conform ISO 7779 en gerapporteerd overeenkomstig ISO 9296.

Opmerking: sommige modi zijn wellicht niet van toepassing op uw product.

Gemiddelde geluidsdruk in dBA op 1 meter afstand
Afdrukken 56 dBA
Scannen 52 dBA
Kopiëren 56 dBA
Gereed 30 dBA

Waarden kunnen gewijzigd worden. Zie www.lexmark.com voor de huidige waarden.

Temperatuurinformatie

Omgevingstemperatuur 15,6 °C32,2 °C
Verzend- en opslagtemperatuur40,0 °C - 60,0 °C

AEEA-richtlijn (Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur)

LEXMARK X652 - AEEA-richtlijn (Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) - 1

Het AEEA-logo geeft aan dat er in de Europese Unie specifieke programma's en procedures zijn voor het hergebruiken van elektronische producten. Wij moedigen het hergebruiken van onze producten aan. Als u meer vragen hebt over de mogelijkheden voor hergebruik, bezoekt u de Lexmark website op www.lexmark.com voor het telefoonnummer van uw lokale verkoopafdeling.

Verwijdering van het product

Gooi de printer of onderdelen niet weg met het huishoudelijke afval. Neem contact op met uw gemeente voor mogelijkheden voor afvoer en recycling.

ENERGY STAR

LEXMARK X652 - ENERGY STAR - 1

Laserinformatie

Deze printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als een product dat voldoet aan de vereisten van DHHS 21 CFR paragraaf J voor laserproducten van klasse I (1). Elders is de printer gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat voldoet aan de vereisten van IEC 60825-1.

Laserproducten van klasse I worden geacht geen gevaar op te leveren. De printer bevat intern een laser van klasse IIIb (3b), een galliumarsenide laser met een nominaal vermogen van 5 milliwatt en een golflengtebereik van 770-795 nanometer. Het lasersysteem en de printer zijn zodanig ontworpen dat gebruikers nooit blootstaan aan laserstraling die hoger is dan het toegestane niveau voor klasse I-apparaten, tijdens normaal gebruik, onderhoudswerkzaamheden door de gebruiker of voorgeschreven servicewerkzaamheden.

Waarschuwingsetiket voor de laser

Op de printer kan een etiket met informatie over de laser zijn aangebracht. Zie afbeelding:

LEXMARK X652 - Waarschuwingsetiket voor de laser - 1

Energieverbruik

Stroomverbruik van het product

In de volgende tabel worden de stroomverbruikskenmerken van het product weergegeven.

Opmerking: sommige modi zijn wellicht niet van toepassing op uw product.

Modus Beschrijving Stroomverbruik (Watt)
Afdrukken Er worden papieren kopieënvan elektro-nische invoer gemaakt met het product.700 W
Kopiëren Er worden papieren kopieën van papieren originelen gemaakt met het product.765 W
Scannen Er worden papieren originelen gescand met het product.165 W
Gereed Het product wacht op een afdruktaak. 95 W
Energiebesparing De spaarstand van het product is geacti-veerd.21W, 24W, 26W
Uitgeschakeld (hoog) Het product is aangesloten op een stopcontact, maar het apparaat is uitge-schakeld.N.v.t.
Uitgeschakeld (laag) (Uitgeschakeld (<1 W)De printer is aangesloten op een stopcontact, het apparaat is uitge-schakeld en verbruikt zo min mogelijk stroom.N.v.t.
Uit Het product is aangesloten op een stopcontact, maar het apparaat is uitge-schakeld.110 V = 0,15 W, 220 V = 1,25 W

De stroomverbruikniveaus in de vorige tabel zijn metingen op basis van tijdgemiddelden. Stroompieken kunnen aanzienlijk hoger zijn dan het gemiddelde.

Waarden kunnen gewijzigd worden. Zie www.lexmark.com voor de huidige waarden.

Spaarstand

Dit product werd ontworpen met een energiebesparende modus, genaamd Spaarstand. De spaarstand is het equivalent van de modus Slapen van EPA. De spaarstand bespaart energie door het energieverbruik te verlagen tijdens langdurige periodes waarin de printer niet wordt gebruikt. De spaarstand wordt automatisch ingeschakeld als het product niet wordt gebruikt tijdens een opgegeven tijdsduur, die de time-out voor de spaarstand wordt genoemd.

Standaard is de time-out voor de spaarstand voor dit product ingesteld op (in minuten):110 V = 45 minuten, 220 V = 60 minuten

U kunt de time-out voor de spaarstand via de configuratiemenu's instellen tussen 1 minuut en 240 minuten. Als u de time-out voor de spaarstand instelt op een lage waarde, vermindert het energieverbruik, maar kan de responstijd van het product toenemen. Als u de time-out voor de spaarstand instelt op een hoge waarde, reageert de printer snel, maar wordt er meer energie verbruikt.

Printer is uitgeschakeld

Als dit product een stand heeft waarin het is uitgeschakeld maar er nog steeds een kleine hoeveelheid energie wordt verbruikt en u wilt het stroomverbruik van het product volledig stoppen, moet u de stekker van het product uit het stopcontact trekken.

Totaal energieverbruik

Het is soms handig om het totale energieverbruik van het product te berekenen. Aangezien het stroomverbruik wordt aangegeven in watt, moet het stroomverbruik worden vermenigvuldigd met de tijd dat elke stand actief is op het product. Zo kunt u het energieverbruik berekenen. Het totale energieverbruik van het product is de som van het energieverbruik voor alle standen.

BEPERKTE GARANTIEVERKLARING EN LICENTIEOVEREENKOMST VOOR LEXMARK SOFTWARE

LEES HET VOLGENDE ZORGVULDIG DOOR VOOR U DIT PRODUCT GEBRUIKT: Deze Licentieovereenkomst ('Softwarelicentieovereenkomst') is een legale overeenkomst tussen u (een individu of een rechtspersoon) en Lexmark International, Inc. ('Lexmark') die, voor zover uw Lexmark product of Softwareprogramma niet op andere wijze onderhevig is aan een geschreven licentieovereenkomst voor software tussen u en Lexmark of zijn leveranciers, uw gebruik beheerst van enig Softwareprogramma dat is geïnstalleerd op, of wordt geleverd door Lexmark voor gebruik in combinatie met, uw Lexmark product. De term 'Softwareprogramma' omvat machineleesbare instructies, beeld- en geluidsmateriaal (zoals afbeeldingen en opnamen) en bijbehorende media, gedrukte materialen en elektronische documentatie, ongeacht of dit is opgenomen in, geleverd bij of wordt gebruikt met het Lexmark product.

DOOR DIT PRODUCT TE GEBRUIKEN, GEEFT U AAN AKKOORD TE GAAN MET ALLE VOORWAARDEN EN BEPALINGEN VOOR DEZE BEPERKTE GARANTIEVERKLARING EN LICENTIEOVEREENKOMST VOOR SOFTWARE. ALS U NIET AKKOORD GAAT MET DE VOORWAARDEN VAN DEZE BEPERKTE GARANTIEVERKLARING EN LICENTIEOVEREENKOMST VOOR DEZE SOFTWARE, MOET U HET PRODUCT ONGEBRUIKT RETOURNEREN EN HET BEDRAG TERUGVRAGEN DAT U HEBT BETAALD. ALS U DIT PRODUCT INSTALLEERT VOOR GEBRUIK DOOR DERDEN, GAAT U ERMEE AKKOORD DE GEBRUIKERS OP DE HOOGTE TE STELLEN VAN HET FEIT DAT ZE DOOR HET PRODUCT TE GEBRUIKEN, AANGEVEN DAT ZE AKKOORD GAAN MET DEZE VOORWAARDEN.

1 BEPERKTE GARANTIEVERKLARING VOOR SOFTWARE. Lexmark garandeert dat de media (bijvoorbeeld diskettes of cd's) met het Softwareprogramma (als dit geleverd is) bij normaal gebruik geen materiaal of bewerkingsfouten bevatten gedurende de garantieperiode. De garantieperiode is negentig (90) dagen en gaat in op de dag waarop het Softwareprogramma wordt bezorgd bij de eindgebruiker. De beperkte garantieverklaring is alleen van toepassing op Softwareprogramma's die zijn gekocht bij Lexmark of een geautoriseerde wederverkoper of distributeur van Lexmark. Lexmark zal het Softwareprogramma vervangen als er wordt vastgesteld dat de media niet voldoet aan deze beperkte garantieverklaring.

2 AFWIJZING EN BEPERKING VAN GARANTIES. BEHALVE ZOALS AANGEGEVEN IN DEZE SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST EN VOOR ZOVER MAXIMAAL TOEGESTAAN ONDER TOEPASSELIJK RECHT, LEVEREN LEXMARK EN ZIJN LEVERANCIERS HET SOFTWAREPROGRAMMA ALS ZODANIG EN WIJZEN HIERBIJ ALLE ANDERE GARANTIES EN BEPALINGEN, EXPLICIET OF IMPLICIET, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT EIGENDOM, NIET-INBREUKMAKENDHEID, VERHANDELBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL, EN AFWEZIGHEID VAN VIRUSSEN, VAN DE HAND MET BETREKKING TOT HET SOFTWAREPROGRAMMA. VOOR ZOVER HET LEXMARK BIJ WET NIET IS TOEGESTAAN ENIG ONDERDEEL VAN DE IMPLICIETE GARANTIES MET BETREKKING TOT VERHANDELBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL AF TE WIJZEN, BEPERKT LEXMARK DE DUUR VAN DERGELIJKE GARANTIES TOT DE PERIODE VAN 90 DAGEN VOOR DE EXPLICIETE BEPERKTE GARANTIEVERKLARING VOOR SOFTWARE.

Deze Overeenkomst moet worden geïnterpreteerd in combinatie met bepaalde wettelijke bepalingen, zoals die van tijd tot tijd van kracht kunnen zijn, die garanties of bepalingen impliceren of verplichtingen opleggen aan Lexmark die niet kunnen worden uitgesloten of aangepast. Als dergelijke bepalingen van toepassing zijn, beperkt Lexmark, voor zover Lexmark hiertoe in staat is, hierbij zijn aansprakelijkheid voor het schenden van deze bepalingen tot een van de volgende acties: levering van een vervangend exemplaar van het Softwareprogramma of teruggave van het bedrag dat is betaald voor het Softwareprogramma.

Het Softwareprogramma kan internetkoppelingen bevatten naar andere softwaretoepassingen en/of webpagina's die worden gehost en beheerd door derden die niet gelieerd zijn aan Lexmark. U accepteert en gaat ermee akkoord dat Lexmark op geen enkele wijze verantwoordelijk is voor het hosten, de prestaties, de werking, het onderhoud of de inhoud van dergelijke softwaretoepassingen en/of webpagina's.

3 BEPERKING VAN VERHAALSMOGELIJKHEDEN. VOOR ZOVER TOEGESTAAN OP GROND VAN TOEPASSELIJK RECHT IS DE AANSPRAKELIJKHEID VAN LEXMARK OP BASIS VAN DEZE SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST UITDRUKKELIJK BEPERKT TOT EEN MAXIMUM VAN VIJF AMERIKAANSE DOLLAR (OF HET EQUIVALENT HIERVAN IN DE LOKALE VALUTA) OF HET BEDRAG DAT U HEBT BETAALD VOOR HET SOFTWAREPROGRAMMA, INDIEN DIT HOGER IS. UW ENIGE VERHAALSMOGELIJKHEID BIJ LEXMARK IN ENIG GESCHIL DAT VOORTVLOEIT UIT DEZE SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST BESTAAT UIT HET TERUGVORDEREN VAN EEN VAN DEZE BEDRAGEN, WAARBIJ LEXMARK NA BETALING VAN HET BEDRAG VOLLEDIG IS GEVRIJWAARD VAN ENIGE VERPLICHTING OF AANSPRAKELIJKHEID TEN OPZICHTE VAN U.

IN GEEN GEVAL ZIJN LEXMARK, ZIJN LEVERANCIERS, DOCHTERONDERNEMINGEN OF WEDERVERKOPERS AANSPRAKELIJK VOOR ENIGE SPECIALE, INCIDENTELE, INDIRECTE, EXEMPLARISCHE OF PUNITIEVE SCHADE OF GEVOLGSCHADE (INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT VERLIES VAN WINST OF INKOMSTEN, VERLOREN SPAARTEGOEDEN, ONDERBREKING IN HET GEBRUIK OF ENIG VERLIES VAN GEBRUIK, ONNAUWKEURIGHEID IN OF SCHADE AAN GEGEVENS OF RECORDS, VOOR CLAIMS VAN DERDEN, OF SCHADE AAN ECHTE OF TASTBARE EIGENDOMMEN, VOOR SCHENDING VAN PRIVACY VOORTKOMEND UIT OF OP ENIGE MANIER VERWANT AAN HET GEBRUIK VAN OF HET NIET KUNNEN GEBRUIKEN VAN HET SOFTWAREPROGRAMMA, OF ANDERSZINS IN COMBINATIE MET ENIGE BEPALING IN DEZE SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST), ONGEACHT DE AARD VAN DE CLAIM, INCLUSIEF MAAR NIET BEPERKT TOT SCHENDING VAN GARANTIE OF CONTRACT, ONRECHTMATIGE DAAD (INCLUSIEF NALATIGHEID OF STRIKTE AANSPRAKELIJKHEID), EN ZELFS NIET ALS LEXMARK, OF ZIJN LEVERANCIERS, PARTNERS OF WEDERVERKOPERS OP DE HOOGTE ZIJN GESTELD VAN DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE, OF VOOR ENIGE CLAIM DOOR U OP BASIS VAN EEN CLAIM VAN DERDEN, BEHALVE VOOR ZOVER DEZE UITSLUITING VAN SCHADE NIET RECHTSGELDIG IS. DE VOORGAANDE BEPERKINGEN ZIJN ZELFS VAN TOEPASSING ALS DE BOVENSTAANDE VERHAALSMOGELIJKHEDEN NIET SLAGEN IN HUN ESSENTIËLE DOEL.

4 WETTEN VAN DE STATEN IN DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA. Deze Beperkte Garantieverklaring voor Software geeft u specifieke juridische rechten. Mogelijk beschikt u ook over andere rechten die per rechtsgebied kunnen verschillen. In sommige rechtsgebieden is vaststelling van de duur van impliciete garantie of uitsluiting of beperking van incidentele schade of gevolgschade niet toegestaan, waardoor de voorgaande beperkingen of uitsluitingen mogelijk niet op u van toepassing zijn.

5 LICENTIEVERLENING. Lexmark verleent u de volgende rechten op voorwaarde dat u zich houdt aan alle voorwaarden en bepalingen van deze Softwarelicentieovereenkomst:

a Gebruik. U mag één (1) exemplaar van het Softwareprogramma gebruiken. De term 'Gebruik' betekent het opslaan, laden, installeren, uitvoeren of weergeven van het Softwareprogramma. Als u het Softwareprogramma gebruikt met een licentie voor gelijktijdig gebruik, moet u het aantal geautoriseerde gebruikers beperken tot het aantal dat is opgegeven in uw overeenkomst met Lexmark. U mag de onderdelen van het Softwareprogramma niet van elkaar scheiden voor gebruik op meer dan één computer. U stemt ermee in dat u het Softwareprogramma, geheel of gedeeltelijk, niet zult gebruiken op enige wijze waardoor de visuele weergave van een handelsmerk, handelsnaam, woordmerk of kennisgeving voor intellectueel eigendom op een computerscherm die normaal gesproken wordt gegenereerd door, of als gevolg van, het Softwareprogramma, zal worden overschreven, aangepast, verwijderd, onleesbaar gemaakt, gewijzigd of verhuld.

b Kopiëren. U mag één (1) kopie van het Softwareprogramma maken die uitsluitend is bestemd voor back-up-, archiverings- of installatiedoeleinden, op voorwaarde dat de kopie alle eigendomskennisgevingen van het originele Softwareprogramma bevat. U mag het Softwareprogramma niet kopiëren naar een openbaar of gedistribueerd netwerk.

c Voorbehoud van rechten. Het Softwareprogramma, inclusief alle lettertypen, is auteursrechtelijk beschermd en eigendom van Lexmark International, Inc. en/of zijn leveranciers. Alle rechten die niet expliciet worden verleend aan u in deze Softwarelicentieovereenkomst, zijn voorbehouden aan Lexmark.
d Freeware. Niettegenstaande de voorwaarden en bepalingen van deze Softwarelicentieovereenkomst, worden alle gedeelten van het Softwareprogramma waarin wordt gebruikgemaakt van software die onder een openbare licentie wordt geleverd door derden ('Freeware'), aan u in licentie gegeven onderhevig aan de voorwaarden en bepalingen die horen bij dergelijke Freeware, ongeacht of deze de vorm heeft van een afzonderlijke overeenkomst, een in de verpakking opgenomen licentie of elektronische licentievoorwaarden ten tijde van het downloaden of installeren. Gebruik van de Freeware door u wordt volledig beheerst door de voorwaarden en bepalingen van een dergelijke licentie.

6 OVERDRACHT. U mag het Softwareprogramma overdragen aan een andere eindgebruiker. Elke overdracht moet bestaan uit alle softwareonderdelen, media, gedrukte materialen en deze Softwarelicentieovereenkomst en u mag geen exemplaren van het Softwareprogramma of onderdelen daarvan bewaren. De overdracht mag niet een indirecte overdracht zijn, zoals een zending. Vóór de overdracht moet de eindgebruiker die het overgedragen Softwareprogramma ontvangt, akkoord gaan met alle voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst. Bij overdracht van het Softwareprogramma wordt uw licentie automatisch beëindigd. U mag het Softwareprogramma niet verhuren, in sublicentie geven of afstaan behalve voor zover is toegestaan onder deze Softwarelicentieovereenkomst.
7 UPGRADES. Om een Softwareprogramma dat als upgrade wordt aangeduid, te mogen gebruiken, moet u beschikken over een licentie voor het originele Softwareprogramma dat door Lexmark is aangeduid als in aanmerking komend voor de upgrade. Na het uitvoeren van de upgrade mag u het originele Softwareprogramma dat de basis vormde voor de upgrade, niet langer gebruiken.
8 BEPERKING VOOR REVERSE-ENGINEERING. U mag het Softwareprogramma niet aanpassen, decoderen, onderwerpen aan reverse-engineering, disassembleren, decompileren of op andere wijze vertalen, of anderen hierbij helpen of hierin ondersteunen, behalve voor zover expliciet is toegestaan onder de toepasselijke wetgeving voor doeleinden met betrekking tot samenwerking, foutcorrectie en beveiligingstesten. Als u beschikt over dergelijke wettelijke rechten, moet u Lexmark schriftelijk op de hoogte stellen als u van plan bent reverse-engineering, disassemblage of decompilatie uit te voeren. U mag het Softwareprogramma niet decoderen tenzij dit vereist is voor het legitieme Gebruik van het Softwareprogramma.
9 AANVULLENDE SOFTWARE. Deze Softwarelicentieovereenkomst is van toepassing op updates van of aanvullingen op het originele Softwareprogramma die worden geleverd door Lexmark tenzij Lexmark andere voorwaarden levert samen met de update of aanvulling.
10 DUUR. Deze Softwarelicentieovereenkomst is van kracht tenzij deze wordt beëindigd of afgewezen. U mag deze licentie op elk gewenst moment afwijzen of beëindigen door alle exemplaren van het Softwareprogramma te vernietigen, samen met alle aanpassingen, documentatie en samengevoegde gedeelten in welke vorm dan ook, of zoals anderszins hierin beschreven. Lexmark mag uw licentie na kennisgeving beëindigen als u zich niet houdt aan de voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst. Bij een dergelijke beëindiging gaat u ermee akkoord alle exemplaren van het Softwareprogramma te vernietigen, samen met alle aanpassingen, documentatie en samengevoegde gedeelten in welke vorm dan ook.
11 BELASTING. U stemt ermee in dat u verantwoordelijk bent voor het betalen van eventuele belasting, inclusief, maar niet beperkt tot, belasting voor goederen en services en persoonlijke eigendommen, die voortkomt uit deze Softwarelicentieovereenkomst of uw Gebruik van het Softwareprogramma.
12 BEPERKING VOOR GERECHTELIJKE VORDERINGEN. Geen gerechtelijke vordering, ongeacht in welke vorm dan ook, die voorkomt uit deze Softwarelicentieovereenkomst, mag worden ondernomen tegen een van de partijen meer dan twee jaar nadat de oorzaak van de gerechtelijke vordering heeft plaatsgevonden, behalve voor zover is toegestaan onder de toepasselijke wetgeving.

13 TOEPASSELIJKE WETGEVING. Deze Softwarelicentieovereenkomst wordt beheerst door de wetgeving van het gemenebest van Kentucky, Verenigde Staten van Amerika. Het is niet mogelijk om de wetgeving van een bepaald rechtsgebied te kiezen. Het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (Het Weens koopverdrag) is niet van toepassing.
14 BEPERKTE RECHTEN AMERIKAANSE OVERHEID. Het Softwareprogramma is volledig op eigen kosten ontwikkeld. De rechten van de Amerikaanse overheid om het Softwareprogramma te gebruiken zijn zoals uiteengezet in deze Softwarelicentieovereenkomst en zoals beperkt in DFARS 252.227-7014 en in vergelijkbare FAR-bepalingen (of vergelijkbare bepalingen voor overheidsinstellingen of contractclausules).
15 TOESTEMMING VOOR GEBRUIK VAN GEGEVENS. U gaat ermee akkoord dat Lexmark, zijn partners en vertegenwoordigers de door u geleverde gegevens kunnen verzamelen en gebruiken voor ondersteuningsservices die worden uitgevoerd voor het Softwareprogramma en op uw verzoek. Lexmark stemt ermee in deze gegevens niet te gebruiken in een vorm aan de hand waarvan u persoonlijk kunt worden geïdentificeerd, behalve voor zover vereist om dergelijke services te kunnen leveren.
16 EXPORTBEPERKINGEN. U mag niet (a) het Softwareprogramma of enig direct afgeleid product daarvan aanschaffen, verzenden, overdragen of herexporteren als hierbij de toepasselijke exportwetgeving wordt geschonden of (b) toestaan dat het Softwareprogramma wordt gebruikt voor doeleinden die zijn verboden in dergelijke exportwetgeving, inclusief maar niet beperkt tot het verspreiden van nucleaire, chemische of biologische wapens.
17 INSTEMMING MET CONTRACT IN ELEKTRONISCHE VORM. U en Lexmark gaan ermee akkoord deze Softwarelicentieovereenkomst in elektronische vorm aan te gaan. Dit betekent dat wanneer u op de knop 'Ik ga akkoord' of 'Accepteren' op deze pagina klikt of dit product gebruikt, u aangeeft in te stemmen met de voorwaarden en bepalingen van deze Softwarelicentieovereenkomst en dat u dat doet met de intentie een contract met Lexmark te 'ondertekenen'.
18 VERMOGEN EN RECHT OM HET CONTRACT AAN TE GAAN. U verklaart dat u meerderjarig bent in het land of regio waar u deze Softwarelicentieovereenkomst aangaat en, indien van toepassing, dat u bent gemachtigd door uw werkgever of opdrachtgever om dit contract aan te gaan.
19 VOLLEDIGE OVEREENKOMST. Deze Softwarelicentieovereenkomst (inclusief eventuele aanvullingen of aanpassingen op deze Softwarelicentieovereenkomst die bij het Softwareprogramma worden geleverd) is de volledige overeenkomst tussen u en Lexmark met betrekking tot het Softwareprogramma. Behalve indien anders aangegeven in dit document, vervangen deze voorwaarden en bepalingen alle voorgaande of gelijktijdige mondelinge of schriftelijke communicaties, voorstellen en verklaringen met betrekking tot het Softwareprogramma of enig ander onderwerp dat onder deze Softwarelicentieovereenkomst valt (behalve voor zover dergelijke externe voorwaarden niet in strijd zijn met de voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst of enige andere geschreven overeenkomst die is ondertekend door u en Lexmark met betrekking tot uw Gebruik van het Softwareprogramma). Voor zover enige Lexmark beleidsrichtlijnen of programma's voor ondersteuningsservices in strijd zijn met de voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst, zullen de voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst van kracht zijn.

MICROSOFT CORPORATION NOTICES

1565 Emulatiefout, laad emulatieoptie 270

200–282.yy Papier vast 268

2000 vel, lade voor laden 77

283 Nietjes vast 268

290–294.yy Scan.storing 268

293 Plaats alle originelen terug bij opn. starten taak 268

  1. Artikelnummer cartridge wordt niet ondersteund door apparaat 261

34 Papier te kort 262

35 Onvoldoende geheugen voor ondersteuning van functie voor bronnenopslag 262

37 Onvoldoende geheugen voor defragmentatie flashgeheugen 262

37 Onvoldoende geheugen voor sorteren 262

37 Onvoldoende geheugen, sommige taken in wacht zijn verwijderd 262

37 Onvoldoende geheugen, sommige wachttaken worden niet hersteld 263

38 Geheugen vol 263

39 Pagina is te complex. Bepaalde gegevens worden mogelijk niet afgedrukt 263

42.xy Regiocode van cartridge onjuist 263

50 PPDS-lettertypefout 263

51 Flash beschadigd 264

52 Onvoldoende ruimte in

flashgeheugen voor bronnen 264

53 Flash niet geformatteerd 264

54 Fout in seriële poort, optie sleuf 264

54 Netwerk softwarefout 264

54 Softwarefout in

standaardnetwerk 264

55 Niet-ondersteunde optie in sleuf 265

56 Parallelle poort uitgeschakeld 265

56 Seriële poort uitgeschakeld 265

56 Standaard parallelle poort uitgeschakeld 265

56 Standaard USB-poort uitgeschakeld 265

56 USB-poort uitgeschakeld 266

57 Configuratie gewijzigd, sommige wachttaken zijn niet hersteld 266

58 Te veel flashopties

geinstalleerd 266

58 Te veel laden geplaatst 266, 267

58 Te veel schijven geïnstalleerd 266

59 Incompatibele enveloppenlader 267

59 Incompatibele invoerlade 267

59 Incompatibele uitvoerlade 267

61 Verwijder defecte schijf 267

62 Disk full (62 Schijf vol) 267

63 Schijf niet geformatteerd 268

80 Routineonderhoud nodig 268

841-846 Fout in service scanner 269

88 Cartridge is bijna leeg 268

88.yy Cartridge raakt op 268

88.yy Vervang de cartridge 268

900–999 Onderhoud

269

Symbolen

"naar computer scannen", scherm opties 133, 134, 135

A

Aangepast

naam wijzigen 86

aanraakscherm

knoppen 22

aansluiten, kabels 46

Actieve ntw.interf.kaart, menu 175

ADF

kopiëren via 96

ADF-onderhoudskit bestellen 278

adresboek, fax

gebruiken 120

afdrukken

directorylijst 144

installeren, printersoftware 48

netwerkconfiguratiepagina 47

pagina met menu-instellingen 47

testpagina's voor afdrukkwaliteit 144

vanaf flashstation 143

vanuit Windows 137

via Macintosh 137

afdrukken van vertrouwelijke taken

en andere taken in de wachtrij

vanaf de Macintosh-computer 142

vanuit Windows 141

afdrukken, problemen oplossen afdrukken taak duurt heel lang 288

er komen onverwachte pagina- einden voor 290

fout bij lezen USB-station 286

gekruld papier 306

Grote afdruktaken worden niet gesorteerd 289

laden koppelen lukt niet 289

meertalige PDF's worden niet afgedrukt 286

onjuiste marges 305

papier loopt regelmatig vast 301

taak wordt afgedrukt op verkeerd papier 289

taak wordt afgedrukt vanuit verkeerde lade 289

taken in wacht worden niet afgedrukt 288

taken worden niet afgedrukt 287

vastgelopen pagina wordt niet opnieuw afgedrukt 302

verkeerde tekens worden afgedrukt 289

afdrukkwaliteit

glasplaat reinigen 272

afdrukkwaliteit, problemen

oplossen

afdruk is te donker 309

afdruk is te licht 308

effen witte strepen 308

effen zwarte strepen 308

grijze achtergrond 305

herhaalde storingen 307

lage kwaliteit

transparantafdruk 313

lege pagina's 303

lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond 311

onregelmatigheden in afdruk 306

onvolledige afbeeldingen 304

scheve afdruk 307

tekens hebben gekartelde randen 303

testpagina's voor afdrukkwaliteit 302

toner laat los 312

tonervlekjes 312

verticale strepen 311

volledig gekleurde pagina's 310

zwevende afbeeldingen 304

afdruktaak

annuleren vanuit Macintosh 145

annuleren vanuit Windows 145

annuleren, taak

vanuit Windows 145

via het bedieningspaneel van de printer 145

via Macintosh 145

AppleTalk, menu 182

B

bedieningspaneel van de

printer 19

fabrieksinstellingen herstellen 285

bedieningspaneel, printer 19

bedraad netwerk gebruiken met Macintosh 55

bedraad netwerk, installatie met Windows 55

beginscherm knoppen 20

bekijken

rapporten 283

bellen met

klantenondersteuning 313

bestandstype voor verzending wijzigen 113

bestellen

ADF-onderhoudskit 278

Grijpmechanisme van ADF 279

grijprollen 279

laadrollen 279

nietcassettes 279

onderhoudskit 277

overdrachtrol 278

Scheidingsrol van ADF 279

verhittingsstation 278

bestellen, supplies 276

Bezig 252

Bezig met antwoorden 252

Bezig met pagina

verzenden 260

tips voor het gebruik van 137

vullen, lade voor 2000 vel 77 vullen, laden 74

vullen, universeellader 81

Buffer wordt gewist 254

buitenkant van de printer reinigen 271

C

Call complete (Gesprek

voltooid) 252

Configuratie U-lader, menu 164

configuratiegegevens draadloos netwerk 49

configurations

printer 16

configureren

poortinstellingen 58

Connect bps (Verbinden bps) 253

contact opnemen met

klantenondersteuning 313

Controleer aansluiting invoerlade 252

controleren, apparaatstatus

op Embedded Web Server 282

Custom Names (Aangepaste

namen), menu 170

Custom Scan Sizes (Aangepaste

scanformaten), menu 171

D

datum en tijd instellen 72

Default Source (Standaardbron), menu 160

directorylijst afdrukken 144

display, bedieningspaneel van de printer 19

helderheid aanpassen 283

displayproblemen oplossen display geeft alleen ruitjes weer 286

display is leeg 286

documenten afdrukken vanuit Windows 137

via Macintosh 137

draadloos netwerk configuratiegegevens 49 installeren met Macintosh 52 installeren, met Windows 50

Draadloos, menu 182

dubbelzijdig 100

E

e-mail

annuleren 114

melding dat ander papier vereist is 283

melding over lage hoeveelheid supplies 283

melding over papiertekort 283

melding over vastgelopen papier 283

E-mail, scherm

geavanceerde opties 116

opties 114, 115

e-mailen

bestandstype wijzigen voor verzending 113

e-mailfunctie instellen 110

e-mailinstellingen configureren 11

met behulp van het adresboek 112

met behulp van

snelkoppelingsnummers 112

met het aanraakscherm 112

snelkoppelingen maken met de Embedded Web Server 111

snelkoppelingen maken met het aanraakscherm 111

toevoegen, berichtregel 113

toevoegen, onderwerpregel 113

e-mailfunctie instellen 11

e-mailinstellingen

configureren 111

Embedded Web Server 282

beheerdersinstellingen 282

controleren, apparaatstatus 282

e-mailwaarschuwingen instellen 283

netwerkinstellingen 282

wordt niet geopend 313

Embedded Web Server,

beheerdershandleiding 282

emissiekennisgevingen 316, 317, 319

Envelopbescherming 164

enveloppen

laden 81,83

tips voor het gebruik van 138

Ethernet-netwerken Macintosh 55

Windows 55

Ethernet-poort 46

etiketten

tips voor het gebruik van 139

Extra, menu 243

F

fabrieksinstellingen herstellen bedieningspaneel van de printer, menu's 285

fax aansluiten via de RJ11-a

Fax failed (Fax mislukt) 253

Fax Mode (Fax Server Setup)

(Faxmodus (Instellingen faxserver)), menu 221

faxen annuleren, faxtaak 122

de datum en tijd instellen 72

fax verzenden op een gepland tijdstip 121

faxen doorsturen 125

faxen in wachtrij 125

faxen lichter of donkerder maken 121

faxlog bekijken 121

instellen, naam en nummer voor uitgaande faxen 72

kiezen, een faxverbinding 62

met behulp van het adresboek 120

resolutie wijzigen 120

snelkoppelingen gebruiken 119

snelkoppelingen maken met de Embedded Web Server 118

snelkoppelingen maken met het aanraakscherm 119

verbeteren van faxkwaliteit 124

verzenden met het bedieningspaneel van de printer 117

verzenden via de computer 118

zomertijd in- of uitschakelen 72

faxen doorsturen 125

faxen in wachtrij 125

faxen, problemen oplossen blokkeren van ongewenst faxen 122

kan geen faxen verzenden of ontvangen 295

kan wel faxen ontvangen, maar niet verzenden 297

kan wel faxen verzenden, maar niet ontvangen 297

nummerweergave werkt niet 295

ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit 298

Faxen, scherm

geavanceerde opties 124

opties 123

Faxgeheugen vol 253

faxkaart

installeren 43

faxkwaliteit verbeteren 124

Faxpartitie werkt niet. Waarschuw uw systeembeheerder. 254

Faxserver 'Volgens indeling' is niet ingesteld. Waarschuw uw

systeembeheerder. 254

FCC-kennisgevingen 316

firmwarekaart

installeren 31

flashgeheugenkaart

installeren 31

problemen oplossen 300

flashstation 143

foto's

kopiëren 97

FTP

adresboek 128

FTP-instellingen, menu 228

FTP-kwaliteit verbeteren 131

FTP, scherm

geavanceerde opties 130 opties 129, 130

G

Gecontroleerde afdruktaken 140

afdrukken vanaf de Macintosh-computer 142

afdrukken via Windows 141

Geen analoge tel.lijn aangesloten

op de modem: fax is

uitgeschakeld. 257

Geen antwoord 257

Geen kiestoon 257

Geheugen vol: kan geen faxen

afdrukken 256

geheugenkaart

installeren 29

problemen oplossen 301

geluidsniveaus 319

Gereed 257

Gereserveerde afdruktaken 140

afdrukken vanaf de Macintosh-computer 142

afdrukken via Windows 141

glasplaat

reinigen 272

glasplaat (flatbed)

kopiëren via 97

glasvezel

netwerkinstellingen 55

Grijpmechanisme van ADF

bestellen 279

grijprollen

bestellen 279

H

Handleiding netwerken 282

helderheid aanpassen 283

Help, menu 251

Herhaalde afdruktaken 140

afdrukken vanaf de Macintosh-computer 142

afdrukken via Windows 141

|

Image (Afbeelding), menu 250

In wachtrij voor verzenden 257

installatie

draadloos netwerk 50, 52

installeren

opties in stuurprogramma 48

printersoftware 48

installeren, printersoftware

toevoegen, opties 48

instellen

papierformaat 73

papiersoort 73

serieel afdrukken 60

TCP/IP-adres 180

Universeel papierformaat 73

instellen, printer

op een bedraad netwerk

(Macintosh) 55

op een bedraad netwerk

(Windows) 55

Instellingen, menu 237

poortinstellingen wijzigen 58

Invalid PIN (Ongeldige

pincode) 255

IPv6, menu 181

K

kabels

Ethernet 46

USB 46

karton

laden 81

tips voor het gebruik van 140

kennisgevingen 315, 316, 317, 319,

320, 321, 322

Kiezen 253

Klep voor toegang tot

knoppen, aanraakscherm 22

knoppen, bedieningspaneel van de

printer 19

knoppen, beginscherm 20

kopieerkwaliteit

aanpassen 101

verbeteren 108

kopiëren

aangepaste taak (taak samenstellen): 103

aanpassen, kwaliteit 101

ADF gebruiken 96

datum- en tijdstempel toevoegen 104

document dat verschillende papierformaten bevat 99

foto's 97

kopieertaak annuleren 105

lade selecteren 99

meerdere pagina's op één vel 102

op beide zijden van het papier (duplex/dubbelzijdig) 100

op briefhoofdpapier 98

overlay-bericht toevoegen 104

scheidingsvellen invoegen tussen exemplaren 102

snel kopiiëren 96

sorteren, exemplaren 101

transparanten maken 97

van het ene formaat naar het andere 98

verbeteren, kopieerkwaliteit 108

vergroten 100

verkleinen 100

via de glasplaat (flatbed) 97

kopiëren, problemen oplossen

documenten of foto's worden gedeeltelijk gekopieerd 292

klep scannereenheid sluit niet 291

kopieerfunctie reageert niet 290

slechte kwaliteit van gescande afbeeldingen 293

slechte kwaliteit van kopieën 291

Kopiëren, scherm

opties 105, 106, 107

koppelen van invoerladen 85

kringlooppapier

gebruiken 90

L

laadrollen

bestellen 279

lade koppelen 86

lade ontkoppelen 86

lade voor 250 vel (standaard of optioneel)

laden 74

lade voor 550 vel (standaard of

optioneel)

laden 74

laden

2000 vel, lade voor 77

briefhoofdpapier in de universeellader 81

briefhoofdpapier in lade voor 2000 vel 77

briefhoofdpapier in laden 74

enveloppen 81, 83

karton 81

koppelen 85, 86

lade voor 250 vel (standaard of optioneel) 74

lade voor 550 vel (standaard of optioneel) 74

ontkoppelen 85, 86

transparanten 81

universeellader 81

laden ontkoppelen 85

lampje, indicatie 19

Lijn bezet 256

M

Macintosh

draadloos netwerk installeren 52

meerdere pagina's op één vel 102

Menu Aangepast 170

Menu Aangepaste ladenamen 171

Menu Afwerking 240

Menu Controlelog voor

beveiling 196

Menu Datum/tijd instellen 196

Menu E-mailinstellingen 223

Menu Papierformaat/-soort 160

Menu Papierstructuur 165

Menu Parallel 186

Menu PCL Emul 246

Menu PDF 245

Menu PostScript 245

Menu Schijf wissen 194

Menu Serieel 189

Menu Vertrouwelijke taken

afdrukken 193

Menu XPS 250

menu's

Aangepast 170

Aangepaste ladenamen 171

Aangepaste namen 170

Aangepaste scanformaten 171

Actieve ntw.interf.kaart 175

Afwerking 240

Ander formaat 164

AppleTalk 182

Disk Wiping (Schijf wissen) 194

Draadloos 182

E-mailinstellingen 223

Envelopbescherming 164

Papierformaat/-soort 160

Papiergewicht 166

Papierstructuur 165

PCL Emul 246

PDF 245

PostScript 245

Rapporten 173

Security Audit Log (Logbestand beveiligingscontrole) 196

Serieel 189

Set Date/Time (Datum/tijd instellen) 196

Standaard-USB 184

Standaardbron 160

Standaardnetwerk 175

TCP/IP 180

Universal-instelling 171

Universeellader configureren 164

Vertrouwelijke afdruktaken 193

weergeven 250

XPS 250

N

Naam faxstation is niet ingesteld 254

NetWare, menu 183

Netwerk 256

Netwerk < x> 256

Netwerk, menu 175

netwerkconfiguratiepagina 47

Niet-ondersteund USB-apparaat,

verwijder de hub 261

Niet-ondersteunde USB-hub, verwijder de hub 261

niet-reagerende printer

controleren 286

niet-reagerende scanner

controleren 293

nietcassettes

bestellen 279

Nummer faxstation is niet

ingesteld 254

0

onderhoudskit

bestellen 277

onderwerp- en berichtinformatie toevoegen aan e-mail 113

Ontvangst voltooid 258

opslaan

papier 91

supplies 274

opties

faxkaart 26,43

firmwarekaart 31

firmwarekaarten 26

vaste schijf van printer 39

opties, aanraakscherm

e-mail 114, 115, 116

fax 123,124

FTP 129, 130

kopiëren 105, 106, 107

naar computer

scannen 133, 134, 135

overdrachtrol

bestellen 278

P

pagina met menu-instellingen afdrukken 47

papier

briefhoofdpapier 90

formaat instellen 73

gewicht selecteren 166

kenmerken 88

kringlooppapier 90

ongeschikt 89

opslaan 91

selecteren 89

soort instellen 73

universeel formaat instellen 73

Universeel papierformaat 171

voorbedrukte formulieren 90

Papier laden, menu 168

papierformaten

ondersteund door de printer 91

Papiergewicht, menu 166

papiergewichten

ondersteund door de finisher 94

papierinvoer, problemen oplossen

bericht blijft staan nadat storing is verholpen 302

papiersoort

aangepast 86

papiersoort, aangepast toewijzen 86

papiersoorten

geschikt voor welke lade(n) 93

ondersteund door de finisher 94

ondersteund door de printer 93

ondersteuning voor duplex 93

papierstoringen

voorkomen 147

Plaats alle originelen terug bij

opnieuw starten van taak. 259

Plaats enveloppenlader 255

Plaats enveloppenlader terug 258

Plaats invoerlade 255

Plaats lade 255

Plaats nietcassette 254

Plaats uitvoerlade 255

Plaats uitvoerlade -

terug 257

Plaats uitvoerlade terug 257

poortinstellingen

configureren 58

printer

configuraties 16

installeren op nieuwe locatie 280

locatie selecteren 17

minimale

installatieruimte 17,280

modellen 16

verplaatsen 280

vervoeren 281

printer aansluiten op

antwoordapparaat 69

computermodem 70

telefoon 68

telefoonwandcontactdoos in

Duitsland 66

printer vervoeren 281

printer, eenvoudige problemen

oplossen 286

printerberichten

1565 Emulatiefout, laad

emulatieoptie 270

200–282.yy Papier vast 268

283 Nietjes vast 268

290–294.yy Scan.storing 268

293 Plaats alle originelen terug bij opn. starten taak 268

  1. Artikelnummer cartridge wordt niet ondersteund door apparaat 261

34 Papier te kort 262

35 Onvoldoende geheugen voor ondersteuning van functie voor bronnenopslag 262

37 Onvoldoende geheugen voor defragmentatie flashgeheugen 262

37 Onvoldoende geheugen voor sorteren 262

37 Onvoldoende geheugen, sommige taken in wacht zijn verwijderd 262

37 Onvoldoende geheugen, sommige wachttaken worden niet hersteld 263

38 Geheugen vol 263

39 Pagina is te complex. Bepaalde gegevens worden mogelijk niet afgedrukt 263

42.xy Regiocode van cartridge onjuist 263

50 PPDS-lettertypefout 263

51 Flash beschadigd 264

52 Onvoldoende ruimte in flashgeheugen voor bronnen 264

53 Flash niet geformatteerd 264

54 Fout in seriële poort, optie sleuf 264

54 Netwerk softwarefout 264

54 Softwarefout in standaardnetwerk 264

55 Niet-ondersteunde optie in sleuf 265

56 Parallelle poort uitgeschakeld 265

56 Seriële poort uitgeschakeld 265

56 Standaard parallelle poort uitgeschakeld 265

56 Standaard USB-poort uitgeschakeld 265

56 USB-poort uitgeschakeld 266

57 Configuratie gewijzigd, sommige wachttaken zijn niet hersteld 266

58 Te veel flashopties geïnstalleerd 266

58 Te veel laden geplaatst 266, 267

58 Te veel schijven geïnstalleerd 266

59 Incompatibele enveloppenlader 267

59 Incompatibele invoerlade 267

59 Incompatibele uitvoerlade 267

61 Verwijder defecte schijf 267

62 Disk full (62 Schijf vol) 267

63 Schijf niet geformatteerd 268

80 Routineonderhoud nodig 268

841-846 Fout in service scanner 269

88 Cartridge is bijna leeg 268

88.yy Cartridge raakt op 268

88.yy Vervang de cartridge 268

900–999 Onderhoud 269

Bezig 252

Bezig met antwoorden 252

Bezig met pagina verzenden 260

Buffer wordt gewist 254

Call complete (Gesprek voltooid) 252

Connect bps (Verbinden bps) 253

Controleer aansluiting invoerlade 252

Fax failed (Fax mislukt) 253

Faxgeheugen vol 253

Faxpartitie werkt niet. Waarschuw uw systeembeheerder. 254

Faxserver 'Volgens indeling' is niet ingesteld. Waarschuw uw systeembeheerder. 254

Geen analoge tel.lijn aangesloten op de modem: fax is uitgeschakeld. 257

Geen antwoord 257

Geen kiestoon 257

Geheugen vol: kan geen faxen afdrukken 256

Gereed 257

In wachtrij voor verzenden 257

Invalid PIN (Ongeldige pincode) 255

Kiezen 253

Klep voor toegang tot scannerstoring open 260

Klok instellen 260

Lijn bezet 256

Naam faxstation is niet ingesteld 254

Netwerk 256

Netwerk < x> 256

Niet-ondersteund USB-apparaat, verwijder de hub 261

Niet-ondersteunde USB-hub, verwijder de hub 261

Nummer faxstation is niet ingesteld 254

Ontvangst voltooid 258

Plaats alle originelen terug bij opnieuw starten van taak. 259

Plaats enveloppenlader 255

Plaats enveloppenlader terug 258

Plaats invoerlade 255

Plaats lade 255

Plaats nietcassette 254

Plaats uitvoerlade 255

Plaats uitvoerlade - terug 257

Plaats uitvoerlade terug 257

Receiving page (Bezig met pagina ontvangen) 258

Scan Document Too Long (Scandocument te lang) 260

Scanner uitgeschakeld 269

Schijf corrupt 253

Schijf vol - Scantaak geannuleerd 253

Schijf wordt niet ondersteund 261

Serieel 260

Sluit klep of plaats cartridge 253

Sluit zijklep van finisher 253

SMTP-server is niet ingesteld. Waarschuw uw systeembeheerder. 260

Sommige taken in wacht zijn niet hersteld 261

Systeem bezig, bronnen worden voorbereid voor taak. 261

Systeem bezig, bronnen worden voorbereid voor taak. Taken in wacht verwijderen. 261

Taak opgeslagen voor uitgesteld verzenden 255

USB/USB 261

Veilig schijfruimte vrijmaken 260

Vervang reiniger 260

Verwijder papier uit 259

Verwijder papier uit alle uitvoerladen 259

Verwijder papier uit standaarduitvoerlade 259

Verwijder papier uit uitvoerlade 259

Verwijder verpakkingsmateriaal: controleer . 259

Vul met 256

Vul handm. invoer met 256

Vul nietjes bij 256

Wachten op opn. kiezen 261

Wachttaken herstellen? 260

Wijzig in 252

printeropties, problemen oplossen 2000 vel, lade voor 299

enveloppenlader 300

mailbox met 4 laden 300

optie functioneert niet 298

papierladen 299

uitvoerlader met hoge capaciteit 300

vaste schijf met adapter 300

problemen oplossen

contact opnemen met klantenondersteuning 313

niet-reagerende printer controleren 286

niet-reagerende scanner controleren 293

oplossen, algemene printerproblemen 286

problemen oplossen, afdrukken

afdrukken taak duurt heel lang 288

er komen onverwachte pagina- einden voor 290

fout bij lezen USB-station 286

gekruld papier 306

Grote afdruktaken worden niet gesorteerd 289

laden koppelen lukt niet 289

meertalige PDF's worden niet afgedrukt 286

onjuiste marges 305

papier loopt regelmatig vast 301

taak wordt afgedrukt op verkeerd papier 289

taak wordt afgedrukt vanuit verkeerde lade 289

taken in wacht worden niet afgedrukt 288

taken worden niet afgedrukt 287

vastgelopen pagina wordt niet opnieuw afgedrukt 302

verkeerde tekens worden afgedrukt 289

problemen oplossen, afdrukkwaliteit

afdruk is te donker 309

afdruk is te licht 308

effen witte strepen 308

effen zwarte strepen 308

grijze achtergrond 305

herhaalde storingen 307

lage kwaliteit transparantafdruk 313

lege pagina's 303

lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond 311

onregelmatigheden in afdruk 306

onvolledige afbeeldingen 304

scheve afdruk 307

tekens hebben gekartelde randen 303

testpagina's voor afdrukkaliteit 302

toner laat los 312

tonervlekjes 312

verticale strepen 311

volledig gekleurde pagina's 310

zwevende afbeeldingen 304

problemen oplossen, display display geeft alleen ruitjes weer 286

display is leeg 286

problemen oplossen, fax

blokkeren van ongewenste faxen 122

kan geen faxen verzenden of ontvangen 295

kan wel faxen ontvangen, maar niet verzenden 297

kan wel faxen verzenden, maar niet ontvangen 297

nummerweergave werkt niet 295

ontvangen fax heeft een slechte afdrukkwaliteit 298

problemen oplossen, kopiëren

documenten of foto's worden gedeeltelijk gekopieerd 292

klep scannereenheid sluit niet 291

kopieerfunctie reageert niet 290

slechte kwaliteit van gescande afbeeldingen 293

slechte kwaliteit van kopieën 291

problemen oplossen, papierinvoer

bericht blijft staan nadat storing is verholpen 302

problemen oplossen, printeropties

2000 vel, lade voor 299

enveloppenlader 300

mailbox met 4 laden 300

optie functioneert niet 298

papierladen 299

uitvoerlader met hoge capaciteit 300

vaste schijf met adapter 300

problemen oplossen, scannen

documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gescand 294

kan niet vanaf een computer scannen 294

klep scannereenheid sluit niet 291

scannen duurt te lang of de computer loopt vast tijdens scannen 293

scannen mislukt 293

R

rapporten

bekijken 283

Rapporten, menu 173

pagina ontvangen) 258

recycling

Lexmark-producten 279

WEEE-verklaring 319

reinigen

Automatische documentinvoer (ADF) 18

buitenkant van de printer 271

functies 17

glasplaat 272,18

registratie 273

resolutie, fax

wijzigen 120

richtlijnen

briefhoofdpapier 137

enveloppen 138

etiketten 139

karton 140

transparanten 138

RJ11-adapter gebruiken 63

S

Scan Document Too Long

(Scandocument te lang) 260

scankwaliteit verbeteren 135

scannen naar een computer 132

verbeteren, scankwaliteit 135

scannen naar een flashstation 133

scannen naar een FTP-adres

met behulp van het adresboek 128

met behulp van

snelkoppelingsnummers 128

snelkoppelingen maken met de computer 128

snelkoppelingen maken met het aanraakscherm 129

verbeteren, FTP-kwaliteit 131

via het toetsenblok 127

scannen, problemen oplossen

documenten of foto's worden worden gedeeltelijk gescand 294

kan niet vanaf een computer scannen 294

klep scannereenheid sluit niet 291

scannen duurt te lang of de computer loopt vast tijdens scannen 293

scannen mislukt 293

Scanner uitgeschakeld 269

Scheidingsrol van ADF bestellen 279

Schijf corrupt 253

Schijf vol - Scantaak

geannuleerd 253

Schijf wordt niet ondersteund 261

Serieel 260

serieel afdrukken

instellen 60

seriële poort 60

Sluit klep of plaats cartridge 253

Sluit zijklep van finisher 253

SMTP-server is niet ingesteld.

Waarschuw uw

systeembeheerder. 260

snelkoppelingen maken e-mail 111

faxbestemming 118, 119

FTP-bestemming 128, 129

Sommige taken in wacht zijn niet hersteld 261

sorteren, exemplaren 101

Spaarstand aanpassen 284

Standaard-USB, menu 184

standaardlade laden 74

Standard Network

(Standaardnetwerk), menu 175

status van supplies

controleren 275

storingen

cijfers 148

kleppen en laden zoeken 148

locaties 148

voorkomen 147

storingen verhelpen

200 148

201 148

202 150

230-239 151

240-249 152

250 153

260 154

270-279 154

280–289: papierstoringen 154

283 Nietjes vast 155

290-294 157

nietapparaat 155

Substitute Size (Ander formaat), menu 164

supplies

opslaan 274

status van 275

zuinig omgaan 274

supplies, bestellen 276

ADF-onderhoudskit 278

Grijpmechanisme van ADF 279

grijprollen 279

laadrollen 279

nietcassettes 279

onderhoudskit 277

overdrachtrol 278

Scheidingsrol van ADF 279

verhittingsstation 278

Systeem bezig, bronnen worden

voorbereid voor taak. 261

Systeem bezig, bronnen worden

voorbereid voor taak. Taken in

wacht verwijderen. 261

systeemkaart

toegang 27

T

Taak opgeslagen voor uitgesteld verzenden 255

taakonderbreking 104

TCP/IP, menu 180

testpagina's voor afdrukkwaliteit

afdrukken 144

transparanten

laden 81

maken 97

tips voor het gebruik van 138

U

Universal-instelling, menu 171

Universeel papierformaat instellen 73

universeellader

laden 81

USB-poort 46

USB/USB 261

V

vaste schijf met adapter

problemen oplossen 300

vaste schijf van printer installeren 39

Veilig schijfruimte vrijmaken 260

veiligheidsinformatie 13, 14

vergroten, kopie 100

verhittingsstation bestellen 278

verplaatsen van printer 280

Vertrouwelijke afdruktaken 140

afdrukken vanaf de Macintosh-computer 142

afdrukken via Windows 141

Vervang reiniger 260

Verwijder papier uit <naam

gekoppelde ladenset> 259

Verwijder papier uit alle

uitvoerladen 259

Verwijder papier uit

standaarduitvoerlade 259

Verwijder papier uit uitvoerlade 259

Verwijder verpakkingsmateriaal:

controleer . 259

via de RJ11-adapter 63

Vul met 256

Vul handm. invoer met 256

Vul nietjes bij 256

W

Wachten op opn. kiezen 261

wachtstandtaken 140

afdrukken vanaf de Macintosh-computer 142

afdrukken via Windows 141

Wachttaken herstellen? 260

Wijzig in 252

Windows

draadloos netwerk installeren 50

Z

zoeken, informatie

klantenondersteuning 15

publicaties 15

zuinig omgaan met supplies 274

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : LEXMARK

Model : X652

Categorie : Printer