GEBRUIKSAANWIJZING DEH-80PRS PIONEER
Installatiehandleiding
- Als dit toestel wordt geïnstalleerd in een voertuig met een contactschakelaar zonder ACC-stand (accessoirestand), kan de accu leeglopen als de rode kabel niet wordt aangesloten op de aansluiting die de bediening van de contactschakelaar detecteert.

ACC-stand

Geen ACC-stand
- Gebruik van dit toestel onder andere omstandigheden dan de volgende kan leiden tot brand of storingen.
— Voertuigen met een accu van 12 volt en negatieve aarding.
— Luidsprekers van 50 W (uitgangswaarde) en 4Ω tot 8Ω (impedantiewaarde).
- Om kortsluiting, oververhitting en storingen te voorkomen, moet u onderstaande aanwijzingen opvolgen.
— Koppel de negatieve aansluiting van de accu los voordat u het toestel installeert.
— Gebruik kabelklemmen of plakband om de bekabeling veilig aan te brengen. Bescherm de kabels met plakband op plaatsen waar deze tegen metalen onderdelen liggen.
— Plaats de kabels niet in de buurt van beweegbare onderdelen, zoals de versnellingspook of rails van stoelen.
— Leg kabels niet op plaatsen die heet kunnen worden, zoals dicht bij de kachel.
— Sluit de gele kabel niet op de accu aan via een gat in het motorcompartiment.
— Dek alle ongebruikte kabelaansluitingen af met isolatietape.
— Maak de kabels niet korter.
— Verwijder nooit de isolatie van de voedingskabel van dit toestel om andere apparaten van stroom te voorzien. De stroomcapaciteit van de voedingskabel is beperkt.
— Gebruik een zekering met het voorgeschreven vermogen.
— Verbind de negatieve luidsprekerkabel nooit rechtstreeks met de aarding.
— Voeg de negatieve kabels van verschillende luidsprekers nooit samen.
- Als dit apparaat aan staat, wordt het bedieningssignaal doorgegeven via de blauw/witte kabel. Verbind deze kabel met de afstandsbediening van een externe versterker of met de bedieningsaansluiting van de automatische antenne van het voertuig (maximaal 300 mA, 12 V gelijkstroom). Als het voertuig is uitgerust met een glasantenne, verbindt u deze met de voedingsaansluiting van de antenne-booster.
- Verbind de blauw/witte kabel nooit met de voedingsaansluiting van een externe versterker of automatische antenne. Anders kan de accu leeglopen of kan er storing optreden.
- De zwarte kabel is de aarding. Dit toestel moet gescheiden worden geaard van andere apparaten (met name apparaten die veel stroom verbruiken zoals een versterker). Anders kan er brand of storing ontstaan wanneer de aarding per ongeluk losraakt.
Dit toestel

⑤ Zekering (10 A)
⑥ Ingang stroomkabel
⑦ Ingang voor bekabelde afstandsbediening Er kan een bekabelde afstandsbedieningsadapter op het toestel worden aangesloten (los verkrijgbaar).
⑧ Microfooningang
⑨ Microfooningang 4 m
⑩ Uitgang achter of uitgang hoog bereik
⑪ Uitgang vóór of uitgang middenbereik
⑫ Uitgang subwoofer of uitgang laag bereik
⑬ USB-kabel 1,5 m
- Als USB1 (USB-opslagapparaat 1)/iPod1 (de iPod die is aangesloten op USB-ingang 1) en USB2 (USB-opslagapparaat 2)/iPod2 (de iPod die is aangesloten op USB-ingang 2) tegelijkertijd zijn aangesloten, gebruikt u een Pioneer USB-kabel (CD-U50E) naast de bestaande Pioneer USB-kabel.
Stroomkabel

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
C --> D["④"]
D --> E["⑤"]
E --> F["⑥"]
F --> G["⑦"]
G --> H["⑧"]
H --> I["⑨"]
I --> J["⑩"]
J --> K["⑪"]
K --> L["⑬"]
L --> M["⑭"]
M --> N["⑮"]
N --> O["⑯"]
O --> P["⑰"]
P --> Q["⑱"]
Q --> R["⑲"]
R --> S["⑳"]
S --> T["⑴"]
T --> U["⑫"]
U --> V["⑬"]
V --> W["⑭"]
W --> X["⑮"]
X --> Y["⑯"]
Y --> Z["⑰"]
Z --> AA["⑱"]
AA --> AB["⑲"]
AB --> AC["⑳"]
AC --> AD["㉑"]
AD --> AE["㉒"]
AE --> AF["㉓"]
AF --> AG["㉔"]
① Naar ingang stroomkabel
② De functie van ③ en ⑤ kan afwijken afhanke-
lijk van het type voertuig. Verbind in dat geval
④ met ⑤ en ⑥ met ③.
③ Geel
Back-up (of accessoire)
④ Geel
Aansluiten op de constante 12 V-voedings-
aansluiting.
⑤ Rood
Accessoire (of back-up)
⑥ Rood
Aansluiten op een aansluiting die door de contactschakelaar wordt aangestuurd (12 V gelijkstroom).
⑦ Verbind kabels van dezelfde kleur met elkaar.
⑧ Oranje/wit
Aansluiten op de lichtschakelaar.
⑨ Zwart (chassisaarding)
Verbindingen
⑩ Blauw-wit
De pinpositie van de ISO-connector verschilt per type voertuig. Als pin 5 de antenne aanstuurt, verbindt u ⑩ en ⑪. In andere typen voertuigen verbindt u ⑩ en ⑪ nooit.
⑪ Blauw/wit
Aansluiten op de bedieningsaansluiting van de versterker (maximaal 300 mA, 12 V gelijkstroom).
⑫ Blauw-wit
Aansluiten op de bedieningsaansluiting van de gemotoriseerde antenne (maximaal 300 mA, 12 V gelijkstroom).
⑬ Luidsprekerkabels
Wit: Linksvoor ⊕ of middenbereik links ⊕
Wit/zwart: Linksvoor ⊖ of middenbereik links ⊖
Grijs: Rechtsvoor ⊕ of middenbereik rechts ⊕
Grijs/zwart: Rechtsvoor ⊖ of middenbereik rechts ⊖
Groen: Linksachter ⊕ of hoog bereik links ⊕
Groen/zwart: Linksachter ⊖ of hoog bereik links ⊖
Violet/zwart: Rechtsachter ⊖ of hoog bereik rechts ⊖
⑭ ISO-connector
Bij sommige voertuigen is de ISO-connector in twee delen verdeeld. Verbind in dat geval beide connectoren.
Versterker (apart verkrijgbaar)
Standaardstand met interne versterker
Belangrijk
- Zet de DSP-schakelaar op de standaardstand (STD).
Raadpleeg voor meer informatie over het wijzigen van de instelling de bedieningshandleiding of De DSP-instelling wijzigen op de volgende bladzijde.
- Bij deze verbinding geven de luidsprekerkabels het volgende signaal af.
Wit: Linksvoor ⊕
Wit/zwart: Linksvoor ⊖
Grijs: Rechtsvoor ⊕
Grijs/zwart: Rechtsvoor ⊖
Groen: Linksachter ⊕
Groen/zwart: Linksachter ⊖
Aansluiten op blauw-witte kabel.
② Versterker (apart verkrijgbaar)
③ Aansluiten op RCA-kabel (apart verkrijgbaar)
④ Naar subwoofer-uitgang
⑤ Subwoofer
Standaardstand zonder interne versterker
Belangrijk
- Zet de DSP-schakelaar op de standaardstand (STD).
Raadpleeg voor meer informatie over het wijzigen van de instelling de bedieningshandleiding of De DSP-instelling wijzigen op de volgende bladzijde.
- Als u dit systeem gebruikt, raden we aan de interne versterker van dit toestel uit te schakelen.
Raadpleeg de bedieningshandleiding voor meer informatie.
Verbindingen
- Bij deze verbinding worden de luidsprekerkabels niet gebruikt.

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
B --> D["④"]
E["⑤"] --> F["⑦"]
G["⑥"] --> H["⑧"]
I["⑦"] --> J["⑨"]
K["⑧"] --> L["⑨"]
M["⑨"] --> N["⑩"]
O["⑩"] --> P["⑪"]
Q["⑪"] --> R["⑫"]
S["⑫"] --> T["⑬"]
U["⑬"] --> V["⑭"]
W["⑭"] --> X["⑮"]
Y["⑮"] --> Z["⑯"]
AA["⑯"] --> AB["⑰"]
① Systeemafstandsbediening
Aansluiten op blauw-witte kabel.
② Versterker (apart verkrijgbaar)
③ Aansluiten op RCA-kabel (apart verkrijgbaar)
④ Naar output achter
⑤ Luidsprekers achterin
⑥ Naar output voor
⑦ Luidsprekers voorin
⑧ Naar subwoofer-uitgang
⑨ Subwoofer
Driewegnetwerk met interne versterker
Belangrijk
- Zet de DSP-schakelaar op de driewegnetwerkstand (NW).
Raadpleeg voor meer informatie over het wijzigen van de instelling de bedieningshandleiding of De DSP-instelling wijzigen op de volgende bladzijde.
- Bij deze verbinding geven de luidsprekerkabels het volgende signaal af.
Wit: Middenbereik links ⊕
Wit/zwart: Middenbereik links ⊖
Grijs: Middenbereik rechts ⊕
Grijs/zwart: Middenbereik rechts ⊖
Groen: Hoog bereik links ⊕
Groen/zwart: Hoog bereik links ⊖
Violet: Hoog bereik rechts ⊕
Violet/zwart: Hoog bereik rechts ⊖

flowchart
graph LR
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
C --> D["④"]
B --> E["⑤"]
E --> F["+"]
E --> G["-"]
B --> H["+"]
H --> I["-"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#ffc,stroke:#333
style F fill:#fcc,stroke:#333
style G fill:#ffc,stroke:#333
style H fill:#fcc,stroke:#333
① Systeemafstandsbediening
Aansluiten op blauw-witte kabel.
② Versterker (apart verkrijgbaar)
③ Aansluiten op RCA-kabel (apart verkrijgbaar)
④ Naar uitgang voor laag bereik
⑤ Luidspreker voor laag bereik
Driewegnetwerk zonder interne versterker
Belangrijk
- Zet de DSP-schakelaar op de driewegnetwerkstand (NW).
Raadpleeg voor meer informatie over het wijzigen van de instelling de bedieningshandleiding of De DSP-instelling wijzigen op de volgende bladzijde.
- Als u dit systeem gebruikt, raden we aan de interne versterker van dit toestel uit te schakelen.
Raadpleeg de bedieningshandleiding voor meer informatie.
- Bij deze verbinding worden de luidsprekerkabels niet gebruikt.
Verbindingen

flowchart
graph TD
A["①"] --> B["②"]
B --> C["③"]
B --> D["⑤"]
B --> E["⑦"]
B --> F["⑧"]
G["①"] --> H["②"]
H --> I["③"]
H --> J["⑥"]
H --> K["⑦"]
H --> L["⑧"]
M["①"] --> N["②"]
N --> O["③"]
N --> P["⑧"]
N --> Q["⑨"]
R["②"] --> S["③"]
S --> T["④"]
R --> U["⑦"]
V["②"] --> W["③"]
W --> X["⑥"]
V --> Y["⑦"]
Z["②"] --> AA["③"]
AA --> AB["⑧"]
① Systeemafstandsbediening Aansluiten op blauw-witte kabel.
② Versterker (apart verkrijgbaar)
③ Aansluiten op RCA-kabel (apart verkrijgbaar)
④ Naar uitgang voor hoog bereik
⑤ Luidspreker voor hoog bereik
⑥ Naar uitgang voor middenbereik
⑦ Luidspreker voor middenbereik
⑧ Naar uitgang voor laag bereik
⑨ Luidspreker voor laag bereik
De DSP-instelling wijzigen
Dit toestel heeft twee bedieningsstanden: de stand driewegnetwerk (NW) en de standaardstand (STD). U kunt naar wens tussen deze standen schakelen. De DSP-instelling is aanvankelijk ingesteld op de standaardstand (STD).
- U moet de microprocessor resetten nadat u een andere DSP-instelling heeft gekozen.

WAARSCHUWING
Gebruik het toestel niet in de standaardstand als er een luidsprekersysteem voor de stand driewegnetwerk op het toestel is aangesloten. Hierdoor kunnen de luidsprekers beschadigd raken.
1 Gebruik een dunne schroevendraaier met een platte kop om de DSP-schakelaar op de onderzijde van het toestel om te schakelen.

text_image
STD NW
2 Druk met een pen of een ander puntig voorwerp op RESET.
Raadpleeg de bedieningshandleiding voor meer informatie.
Audio-ingang
Als u het toestel aansluit op een audiotoestel met of zonder RCA-uitgang, kunt u het geluid van het audiotoestel laten weergeven door de luidsprekers die op dit toestel zijn aangesloten. Kies de juiste instelling afhankelijk van of het aangesloten toestel wel of geen RCA-uitgang heeft.
Raadpleeg voor meer informatie over het wijzigen van de instelling de bedieningshandleiding of Overschakelen tussen de RCA-ingangsstanden op deze bladzijde.
Als het toestel wordt aangesloten op een autoradio met RCA-uitgang

① Autoradio met RCA-uitgang
② Naar audio-uitgang
③ Aansluiten op RCA-kabel (apart verkrijgbaar)
④ Naar audio-ingang
Verbindingen
Als het toestel wordt aangesloten op een autoradio zonder RCA-uitgang

flowchart
graph LR
① --> ②
② --> ③
② --> ④
② --> ⑤
② --> ⑥
③ --> ⑦
④ --> ⑦
⑤ --> ⑦
⑥ --> ⑦
⑦ --> ⑧
① Autoradio zonder RCA-uitgang
② Naar luidsprekeruitgang
③ Rood: rechts ⊕
④ Zwart: rechts ⊖
⑤ Zwart: links ⊖
⑥ Wit: links ⊕
⑦ Luidspreker-RCA-conversiekabel (meegeleverd)
19 cm
⑧ Naar audio-ingang
Overschakelen tussen de RCA-ingangsstanden
- Gebruik een dunne schroevendraaier met een platte kop om de schakelaar van de RCA-ingang op de onderzijde van het toestel om te schakelen.

text_image
L H
- L (Laag) - Bij invoer van de RCA-uitgang van een aangesloten apparaat
- H (Hoog) - Bij invoer van de luidsprekeruitgang van een aangesloten apparaat
Installatie

Belangrijk
- Controleer alle aansluitingen en systemen voordat u de installatie gaat uitvoeren.
- Gebruik geen onderdelen van andere fabrikanten; deze kunnen storingen veroorzaken.
- Neem contact op met de dealer als er voor de installatie gaten moeten worden geboord of als er andere aanpassingen aan het voertuig nodig zijn.
- Installeer dit toestel niet op een plaats waar:
— het de besturing van het voertuig kan belemmeren.
— het de inzittenden kan verwonden bij een noodstop.
- De laser raakt bij oververhitting beschadigd. Plaats dit apparaat niet op plaatsen waar het erg warm kan worden, zoals in de buurt van een kachel.
- Dit toestel werkt het beste als het wordt geplaatst onder een hoek van minder dan 60°.

- Laat bij het plaatsen voldoende ruimte vrij achter het achterpaneel en wikkel losse kabels zo dat ze de ventilatiegaten niet blokke- ren; zorg altijd dat warmte goed wordt afgevoerd tijdens gebruik van het toestel.

text_image
Laat voldoende
ruimte vrij
5 cm
5 cm
DIN-bevestiging voor/achter
Dit toestel kan via de achterzijde of de voorzijde worden geïnstalleerd.
Voor de installatie hebt u los verkrijgbare onderdelen nodig.
DIN-voormontage
1 Schuif de montagebehuizing in het dashboard.
Gebruik voor installatie in een ondiepe ruimte de meegeleverde montagebehuizing. Als er voldoende ruimte is, gebruikt u de montagebehuizing van het voertuig zelf.
2 Zet de montagebehuizing vast door met een schroevendraaier de metalen lipjes op hun plaats te buigen (90°).

text_image
①
182
53
②
① Dashboard
② Montagebehuizing
3 Installeer het toestel zoals aangegeven.

- Controleer of het toestel stevig op zijn plaats is gemonteerd. Het toestel functioneert wellicht niet naar behoren als het niet goed is bevestigd.
DIN-achtermontage
1 Bepaal de juiste positie en breng de gaten in de klem en de gaten in de zijde van het toestel op één lijn.

2 Draai aan beide kanten twee schroeven vast.

Het toestel verwijderen
1 Verwijder de sierlijst.

① Sierlijst
② Lipje met inkeping
- De sierlijst is eenvoudig bereikbaar als u het voorpaneel verwijdert.
- Plaats de sierlijst terug met de kant met het lipje met de inkeping omlaag.
2 Plaats de meegeleverde uittreksleutels aan de beide kanten van het toestel totdat ze op hun plaats klikken.
3 Trek het toestel uit het dashboard.

Het voorpaneel verwijderen en terugplaatsen
U kunt het voorpaneel verwijderen om het toestel tegen diefstal te beveiligen.
Druk op de knop om het voorpaneel los te maken, duw het naar boven en trek het naar u toe.
Raadpleeg de handleiding voor meer informatie.

LET OP
Het is zeer gevaarlijk als het snoer van de microfoon zich om de stuurkolom of de versnellingspook kan wikkelen. Plaats de microfoon daarom zodanig dat deze het rijden op geen enkele wijze kan belemmeren.
Opmerking
Installeer de microfoon op een plaats waar de stem van degene die het toestel bedient, goed kan worden opgevangen.
Als u de microfoon op de zonneklep installeert
1 Plaats de microfoon in de microfoon-klem.

① Microfoon
② Microfoonklem
2 Plaats de microfoonklem op de zonne-klep.
Installeer de microfoonklem terwijl de zonneklep omhoog staat. (Als u de zonneklep lager zet, vermindert de herkenning bij stemopdrachten.)

Als u de microfoon op de stuurkolom installeert
1 Plaats de microfoon in de microfoon-klem.

① Microfoon
② Microfoonstatief
③ Microfoonklem
④ Zet de microfoonkabel vast in de groef.
- De microfoon kan ook zonder microfoonklem worden gemonteerd. In dat geval schuift u het microfoonstatief uit de microfoonklem.
De microfoon installeren
2 Plaats de microfoonklem op de stuurkolom.

① Dubbelzijdige tape
② Monteer de microfoonklem achterop de stuurkolom.
③ Klem
De hoek van de microfoon afstellen

U kun de richting waarin de microfoon staat aanpassen.
Соединения

Важно