DEH-1020E - Autoradio PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DEH-1020E PIONEER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DEH-1020E PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DEH-1020E - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DEH-1020E van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING DEH-1020E PIONEER
Hartelijk dank voor het aanschaffen van dit Pioneer-product.
Lees de instructies in deze handleiding goed door zodat u het toestel op de juiste manier leert te bedienen. Als u de instructies heeft gelezen, bewaar deze handleiding dan op een veilige plaats zodat u hem altijd bij de hand heeft voor later.
01 Vóór u begint
Informatie over dit toestel 77
Bezoek onze website 77
Het toestel tegen diefstal beveiligen 77
- Het voorpaneel verwijderen 78
- Het voorpaneel bevestigen 78
02 Bediening van het toestel
Wat is wat 79
- Hoofdtoestel 79
- LCD-display 79
Basishandelingen 80
- Het toestel aanzetten en een signaalbron selecteren 80
- Het volume afstellen 80
- Het toestel uitschakelen 80
Tuner 81
- Naar de radio luisteren 81
- Zenderfrequenties opslaan en oproepen 81
- Op sterke signalen afstemmen 81
- Frequenties van de sterkste zenders opslaan 81
- Weergave van het RDS-display wijzigen 82
- PTY-nooduitzendingen ontvangen 82
- Alternatieve frequenties kiezen 82
- Verkeersberichten ontvangen 83
Ingebouwde speler 84
– Een disc afspelen 84
- Herhaalde weergave 84
- Fragmenten in willekeurige volgorde afspelen 84
– Fragmenten op een CD scannen 84
- Het afspelen van een disc onderbreken 84
Audio-instellingen 85
- De balans instellen 85
- De equalizer 85
- De equalizercurven aanpassen 85
- De loudness aanpassen 85
- Het bronniveau aanpassen 85
Overige functies 86
- De begininstellingen aanpassen 86
- De FM-afstemstap instellen 86
- De automatische PI-zoekfunctie in- of uitschakelen 86
- De externe ingang in- of uitschakelen 86
- Het energieverbruik van de accu verminderen 87
- Het geluid tijdelijk uitschakelen 87
Aanvullende informatie
Foutmeldingen 88
Richtlijnen voor het gebruik van discs en de speler 88
Dual Discs 88
Deponeer dit product niet bij het gewone huishoudelijk afval wanneer u het wilt verwijderen. Er bestaat een speciaal wettelijk voorgeschreven verzamelsysteem voor de juiste behandeling, het opnieuw bruikbaar maken en de recycling van gebruikte elektronische producten.
In de lidstaten van de EU en in Zwitserland en Noorwegen kunnen particulieren afgedankte elektronische producten gratis bij de daarvoor bestemde verzamelplaatsen inleveren. Als u een soortgelijk nieuw product koopt, kunt u het afgedankte product ook bij uw verkooppunt inleveren. Als u in een ander land woont, neem dan contact op met de plaatselijke overheid voor informatie over het weggooien van afgedankte producten. Op die manier zorgt u ervoor dat uw afgedankte product op de juiste wijze wordt verwerkt, hergebruikt en gerecycled, zonder schadelijke gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid.
Informatie over dit toestel
De frequenties waarop de tuner van dit toestel kan worden afgestemd, zijn in gebruik in West-Europa, Azië, het Midden-Oosten, Afrika en Oceanië. Gebruik van het toestel in andere gebieden kan een slechte ontvangst tot gevolg hebben. De RDS-functie (radiodatasysteem) werkt alleen in gebieden waar de FM-zenders RDS-signalen uitzenden.
LET OP
- Zorg dat dit toestel niet met vloeistoffen in aanraking komt. Een elektrische schok kan daarvan het gevolg zijn. Ook kan dit beschadiging van dit toestel, rook en oververhitting veroorzaken.
• "KLASSE 1 LASERPRODUCT"
Dit product bevat een laserdiode van een hogere klasse dan 1. Uit veiligheidsoverwegingen mag u de behuizing niet verwijderen en niet proberen toegang te krijgen tot de binnenzijde van het toestel. Laat al het onderhoud uitvoeren door een erkende reparateur.
- De Pioneer CarStereo-Pass wordt alleen in Duitsland gebruikt.
- Houd deze handleiding bij de hand zodat u de bedieningsprocedures en de te nemen voorzorgsmaatregelen kunt opzoeken.
- Stel het volume nooit zo hoog in dat u geen geluiden meer hoort van buiten het voertuig.
- Bescherm dit toestel tegen vocht.
- Als de accu losgekoppeld wordt of leeg raakt, wordt het voorkeuzegeheugen gewist en zult u het toestel opnieuw moeten programmeren.
- Als dit product niet naar behoren functioneert, kunt u uw leverancier of het dichtstbijzijnde erkende servicestation van Pioneer raadplegen.
Bezoek onze website
Hier vindt u onze site:
http://www.pioneer.nl
- Registreer uw product. Wij bewaren de gegevens van het product dat u heeft aangeschaft zodat u deze eenvoudig kunt opvragen als u die nodig mocht hebben voor de verzekering, bijvoorbeeld na verlies of diefstal.
- Op onze website vindt u de laatste informatie over Pioneer Corporation.
Het toestel tegen diefstal beveiligen
Het voorpaneel kan worden verwijderd om diefstal te ontmoedigen.

Belangrijk
- Wees voorzichtig bij het verwijderen en terugplaatsen van het voorpaneel.
- Stel het voorpaneel niet aan grote schokken bloot.
- Stel het voorpaneel niet bloot aan direct zonlicht en hoge temperaturen.

Het voorpaneel verwijderen
1 Druk op DETACH om het voorpaneel los te maken.
2 Pak het voorpaneel vast en verwijder het.

3 Berg het voorpaneel in het meegeleverde beschermende foedraal op om het veilig te bewaren.
Het voorpaneel bevestigen
1 Schuif het voorpaneel naar links tot het vastklikt.
Het voorpaneel is aan de linkerkant met het hoofdtoestel verbonden. Controleer of het voorpaneel goed met het hoofdtoestel verbonden is.

2 Druk vervolgens de rechterzijde vast tot het voorpaneel goed geplaatst is.
■ Probeer het opnieuw als het voorpaneel niet goed is bevestigd. Let op: het voorpaneel kan beschadigd raken als u te veel kracht gebruikt.
Bediening van het toestel
Wat is wat Hoofdtoestel

Druk op deze toets om de TA-functie in of uit te schakelen. Houd deze toets ingedrukt om de AF-functie in of uit te schakelen.
② FUNCTION-toets
Druk op deze toets om het functiemenu te openen terwijl u een signaalbron bedient.
③ ▲/▼/◄/►-toetsen
Druk op deze toetsen om handmatig af te stemmen, vooruit en achteruit te spoelen, en om naar fragmenten te zoeken. U kunt deze toetsen ook gebruiken om functies te bedienen.
④ AUDIO-toets
Druk op deze toets om te kiezen uit de diverse toonregelingsfuncties.
⑤ CD-laadsleuf
Plaats een disc in de speler.
⑥ EJECT-toets
Druk op deze toets om de CD te laten uit-werpen uit de ingebouwde CD-speler.
⑦ AUX-ingang (3,5 mm-stereoplug)
Gebruik deze ingang om externe apparatuur aan te sluiten.
⑧ DETACH-toets
Druk op deze toets om het voorpaneel van het hoofdtoestel te verwijderen.
⑨ Toetsen 1 t/m 6
Druk op deze toetsen om voorkeuzezenders in te stellen.
⑩ EQ-toets
Druk op deze toets om de verschillende equalizercurven te selecteren.
Druk op deze toets en houd deze ingedrukt om de loudness-functie in of uit te schakelen.
Het toestel wordt ingeschakeld zodra u een signaalbron selecteert. Druk op deze toets om alle signaalbronnen af te gaan.
Als alle signaalbronnen zijn uitgeschakeld, houdt u deze toets ingedrukt om het menu met de begininstellingen te openen.
Draai aan deze knop om het volume te verhogen of te verlagen.
⑫ BAND-toets
Druk op deze toets om te kiezen uit de MW/LW-frequentieband en de twee FM-frequentiebanden, en om de instelling van een functie te annuleren.
⑬ DISPLAY-toets
Druk op deze toets om een ander display te selecteren.
LCD-display

text_image
1 2 TRK CH A F T P T A RPT L O U D LOC 1 3 5 6 7 8 9① Hoofdgedeelte van het display
Hier ziet u informatie zoals de gekozen frequentieband, de weergavetijd, en andere instellingen.
- Tuner
De frequentieband en de frequentie worden weergegeven.
Bediening van het toestel
- RDS De programmaservicenaam, PTY-informatie of de frequentie wordt weergegeven.
- Ingebouwde CD-speler De verstreken weergavetijd wordt ge- toond.
- Audio en basisinstellingen De functienamen en de gekozen instellingen worden weergegeven.
② Voorkeuzenummer-/fragmentnummer-indicator
Toont het fragmentnummer of het nummer van de voorkeuzezender.
③ AF-indicator
Geeft aan of de functie AF (zoeken naar alternatieve frequenties) is ingeschakeld.
4 TP-indicator
Geeft aan of er is afgestemd op een TP-zender.
⑤ TA-indicator
Geeft aan of de functie TA (stand-by voor verkeersberichten) is ingeschakeld.
6 RPT-indicator
Geeft aan of herhaalde weergave is ingeschakeld.
⑦ LOUD-indicator
Verschijnt in het display wanneer loudness is ingeschakeld.
Geeft aan of op de geselecteerde frequentie in stereo wordt uitgezonden.
9 LOC-indicator
Geeft aan of automatisch afstemmen op lokale zenders is ingeschakeld.
Basishandelingen
Het toestel aanzetten en een signaalbron selecteren
U kunt de signaalbron selecteren waarnaar u wilt luisteren. Om naar de ingebouwde CD-speler over te schakelen, hoeft u alleen een disc in het toestel te plaatsen (raadpleeg blad-zijde 84).
- Druk op SOURCE om een signaalbron te kiezen.
Druk meerdere keren op SOURCE om te schakelen tussen de volgende signaalbronnen:
Tuner—Ingebouwde CD-speler—AUX

Opmerkingen
- In de volgende gevallen wordt er niet naar een andere geluidsbron overgeschakeld:
— Als er geen disc in het toestel is geplaatst.
— Als AUX (externe ingang) is uitgeschakeld (zie bladzijde 86). - AUX is standaard ingeschakeld. Schakel AUX uit als deze niet wordt gebruikt (raadpleeg De externe ingang in- of uitschakelen op bladzijde 86).
- Als de blauw-witte draad van dit toestel is aangesloten op de bedieningsaansluiting van de automatische antenne van het voertuig, schuift de antenne uit wanneer er een signaalbron van dit toestel wordt ingeschakeld. Als de signaalbron wordt uitgeschakeld, wordt de antenne weer ingeschoven.
Het volume afstellen
- Gebruik VOLUME om de geluidssterkte te regelen.
Het toestel uitschakelen
- Houd SOURCE ingedrukt tot het toestel uit gaat.
Tuner
Naar de radio luisteren
1 Druk op SOURCE om de tuner te selecteren.
2 Druk op BAND en kies een frequentie-
band.
Druk op BAND totdat de gewenste frequentieband (F1, F2 voor FM of MW/LW) op het display verschijnt.
3 Druk kort op ◀ of ▶ om handmatig af te stemmen.
4 Om automatisch af te stemmen, houdt u ◀ of ▶ ongeveer een seconde ingedrukt en vervolgens laat u los.
De tuner zoekt de frequenties in de aangegeven richting af tot er een signaal gevonden wordt dat sterk genoeg is voor een goede ontvangst.
■ U kunt het automatisch afstemmen annuleren door kort op ◀ of ▶ te drukken.
- Als u ◀ of ► ingedrukt houdt, kunt u zenders overslaan. Het automatisch afstemmen wordt hervat als u de toets weer loslaat.
Zenderfrequenties opslaan en oproepen
- Wanneer u heeft afgestemd op een frequentie die u in het geheugen wilt opslaan, houdt u een van de voorkeuzetoetsen 1 t/m 6 ingedrukt tot het voorkeuzenummer stopt met knipperen.
U kunt een opgeslagen zenderfrequentie op-roepen door op de voorkeuzetoets te drukken.
- Er kunnen maximaal 12 FM-zenders (6 voor elk van de twee FM-frequentiebanden) en 6 MW/LW (MG/LG)-zenders in het geheugen worden opgeslagen.
■ Druk op ▲ of ▼ om de opgeslagen zenderfrequenties op te roepen.
Op sterke signalen afstemmen
Met de functie automatisch afstemmen op lokale zenders kunt u het toestel laten afstemmen op zenders waarvan het signaal sterk genoeg is voor een goede ontvangst.
1 Druk op FUNCTION en selecteer LOCAL.
2 Druk op ▲ of ▼ om de functie automatisch afstemmen op lokale zenders in of uit te schakelen.
3 Druk op ◀ of ▶ om de gevoeligheid in te stellen.
Als u het niveau LOCAL 4 selecteert, wordt alleen afgestemd op de sterkste zenders. Bij lagere instellingen wordt ook afgestemd op zwakkere zenders.
Frequenties van de sterkste zenders opslaan
Met de functie BSM (Best Stations Memory, geheugen voor de beste zenders) kunt u automatisch de zes sterkste zenders opslaan onder de voorkeuzetoetsen 1 t/m 6. Daarna kunt u met één druk op de toets afstemmen op de opgeslagen frequenties.
- Merk op dat de zenders die via de functie BSM worden opgeslagen, mogelijk eerder door uzelf onder de toetsen 1 t/m 6 opgeslagen zenders vervangen.
1 Druk op FUNCTION en selecteer BSM.
2 Druk op ▲ om de functie BSM in te schakelen.
De zes sterkste zenders worden in volgorde van de signaalsterkte opgeslagen.
■ Druk op ▼ om het opslaan te annuleren.
Weergave van het RDS-display wijzigen
RDS (radiodatasysteem) bevat niet-hoorbare informatie die het zoeken naar radiozenders vergemakkelijkt.
- Niet alle zenders leveren RDS-diensten.
- RDS-functies zoals AF en TA zijn alleen ingeschakeld wanneer u heeft afgestemd op een RDS-zender.
● Druk op DISPLAY.
Druk meerdere keren op DISPLAY om één van de volgende instellingen te selecteren:
Programmaservicenaam—PTY-informatie—Frequentie
- De PTY-informatie en de frequentie van de huidige zender worden acht seconden op het display getoond.
PTY-lijst
| Specifiek | Programmatype |
| NEWS | Nieuws |
| AFFAIRS | Actualiteiten |
| INFO | Algemene informatie en adviezen |
| SPORT | Sport |
| WEATHER | Weerberichten/meteorologische informatie |
| FINANCE | Beursberichten, handel, zakelijk nieuws enz. |
| POP MUS | Populaire muziek |
| ROCK MUS | Eigentijdse moderne muziek |
| EASY MUS | Easy listening-muziek |
| OTH MUS | Overige muziek |
| JAZZ | Jazz |
| COUNTRY | Countrymuziek |
| NAT MUS | Nationale muziek |
| OLDIES | Gouwe Ouwe |
| FOLK MUS | Folkmuziek |
| L.CLASS | Lichte klassieke muziek |
| CLASSIC | Klassieke muziek |
| EDUCATE | Educatieve programma's |
| DRAMA | Hoorspelen en series |
| CULTURE | Nationale of regionale cultuur |
| SCIENCE | Natuur, wetenschap en techniek |
| VARIED | Licht amusement |
| CHILDREN | Kinderprogramma's |
| SOCIAL | Sociale aangelegenheden |
| RELIGION | Religieuze aangelegenheden of diensten |
| PHONE IN | Inbelprogramma's |
TOURING Reisprogramma's (niet voor verkeersberichten)
LEISURE Hobby's en recreatie
DOCUMENT Documentaires
PTY-nooduitzendingen ontvangen
Als de PTY-code voor noodgevallen wordt uitgezonden, wordt deze automatisch door dit toestel ontvangen (ALARM verschijnt). Als de uitzending is beëindigd, schakelt het toestel terug naar de oorspronkelijke signaalbron.
- U kunt een noodbericht annuleren door op TA te drukken.
Alternatieve frequenties kiezen
Als de tuner geen goede ontvangst kan verkrijgen, gaat het toestel automatisch op zoek naar een andere zender in hetzelfde netwerk.
- Houd TA ingedrukt om AF (zoeken naar alternatieve frequenties) in of uit te schakelen.

Opmerkingen
- U kunt de functie AF ook aan- en uitzetten via het menu dat verschijnt wanneer u op FUNCTION drukt.
- Als de functie AF is ingeschakeld, wordt bij automatisch afstemmen en gebruik van de BSM-functie alleen afgestemd op RDS-zenders.
- Als u een voorkeuzezender oproept, kan de tuner een nieuwe frequentie uit de AF-lijst van de zender aan deze voorkeuzezender toewijzen. (Dit is alleen mogelijk als u voorkeuzezenders op de banden F1 of F2 gebruikt.) Er verschijnt geen voorkeuzenummer op het display als de RDS-gegevens van de ontvangen zender afwijken van de gegevens van de oorspronkelijk opgeslagen zender.
- Het is mogelijk dat de geluidsweergave tijdelijk wordt onderbroken door een ander programma terwijl de AF-zoekfunctie actief is.
- De AF-functie kan voor elke FM-frequentie-band afzonderlijk worden in- of uitgeschakeld.
Bediening van het toestel
PI-zoeken
Als de tuner geen geschikte zender kan vinden of de ontvangst verslechtert, gaat het toestel automatisch op zoek naar een andere zender met vergelijkbare programma-inhoud. Tijdens het zoeken wordt PI SEEK weergegeven en wordt het volume gedempt.
Automatisch PI-zoeken voor voorkeuzezenders
Het toestel kan zo worden ingesteld dat bij het oproepen van een voorkeuzezender de PI-zoekfunctie automatisch wordt uitgevoerd als deze niet kan worden ontvangen (bijvoorbeeld wanneer u een grote afstand heeft afgelegd).
- De automatische PI-zoekfunctie is standaard uitgeschakeld. Zie De automatische PI-zoekfunctie in- of uitschakelen op bladzijde 86.
Alleen zenders met regionale programmering zoeken
Wanneer de functie AF wordt gebruikt, beperkt de regionale functie het zoeken tot regionale programma's.
1 Druk op FUNCTION en selecteer REG.
2 Druk op ▲ of ▼ om de regionale functie in of uit te schakelen.

Opmerkingen
- Regionale programmering en regionale netwerken kunnen per land verschillend georganiseerd zijn. (Ze kunnen bijvoorbeeld verschillen afhankelijk van de tijd, het land of het ontvangstgebied).
- Het voorkeuzenummer kan van het display verdwijnen als de tuner op een regionale zender afstemt die niet gelijk is aan de zender die oorspronkelijk was gekozen.
- De regionale functie kan voor elke FM-frequentieband afzonderlijk worden in- of uitgeschakeld.
Verkeersberichten ontvangen
Met de functie TA (stand-by voor verkeersberichten) kunt u automatisch verkeersberichten ontvangen, ongeacht de signaalbron waarnaar u aan het luisteren bent. De functie TA kan voor zowel een TP-zender (een zender die verkeersberichten uitzendt) als een uitgebreide TP-zender van een ander netwerk (een zender met informatie die verwijst naar andere TP-zenders) worden geactiveerd.
1 Stem af op een TP-zender of een uitgebreide TP-zender van een ander netwerk. De TP-indicator gaat branden.
2 Druk op TA om de functie stand-by voor verkeersberichten in te schakelen.
■ Druk nogmaals op TA om de functie stand-by voor verkeersberichten weer uit te schakelen.
3 U kunt het volume van de verkeersberichten regelen met VOLUME wanneer er een verkeersbericht wordt uitgezonden.
Het ingestelde volume wordt in het geheugen opgeslagen en opnieuw gebruikt bij volgende verkeersberichten.
4 Als u een verkeersbericht wilt annule- ren drukt u op TA terwijl het wordt ontvangen.
De tuner keert terug naar de oorspronkelijk ingestelde signaalbron maar blijft stand-by voor verkeersberichten totdat u nogmaals op TA drukt.

Opmerkingen
- U kunt de functie TA ook in- of uitschakelen via het menu dat verschijnt wanneer u op FUNCTION drukt.
- Na afloop van het verkeersbericht schakelt het toestel terug naar de oorspronkelijk ingestelde signaalbron.
- Als de functie TA is ingeschakeld, wordt er bij automatisch afstemmen of gebruik van de BSM-functie alleen afgestemd op TP-zenders en uitgebreide TP-zenders van een ander netwerk.
Ingebouwde speler Een disc afspelen
1 Plaats een CD in de CD-laadsleuf.
Het afspelen begint automatisch.
- Plaats de CD met de bedrukte kant naar boven.
- Nadat u de CD in het toestel heeft geplaatst, drukt u op SOURCE om de ingebouwde CD-speler als signaalbron te kiezen.
■ U kunt de CD uitwerpen door op EJECT te drukken.
2 Houd ◀ of ▶ ingedrukt om vooruit of achteruit te spoelen.
3 Druk op ◀ of ▶ om naar het vorige of volgende fragment te gaan.

Opmerkingen
- Lees de voorzorgsmaatregelen voor discs en de speler op bladzijde 88.
- Als er een foutmelding zoals ERROR-11 wordt weergegeven, raadpleeg dan Foutmeldingen op bladzijde 88.
Herhaalde weergave
Met herhaalde weergave kunt u hetzelfde fragment laten herhalen.
1 Druk op FUNCTION en selecteer RPT.
2 Druk op ◀ of ▶ en selecteer het ge- wenste herhaalbereik.
DSC – Alle fragmenten herhalen
TRK – Alleen het huidige fragment herhalen
- Als u een fragment zoekt of vooruit- of achteruitspoelt, wordt herhaalde weergave automatisch geannuleerd.
■ Druk op BAND om terug te keren naar het normale display.
Fragmenten in willekeurige volgorde afspelen
Met de functie willekeurige weergave kunt u de fragmenten op de CD in willekeurige volgorde laten afspelen.
1 Druk op FUNCTION en selecteer RDM.
2 Druk op ▲ of ▼ om de functie willekeurige weergave in of uit te schakelen.
Als willekeurige weergave is ingeschakeld, verschijnt RDM in het display.
■ Druk op BAND om terug te keren naar het normale display.
Fragmenten op een CD scannen
Met de functie scanweergave hoort u de eerste 10 seconden van elk fragment op de CD.
1 Druk op FUNCTION en selecteer SCAN.
2 Druk op ▲ om de scanweergave in te schakelen.
SCAN verschijnt op het display. De eerste 10 seconden van elk fragment worden afgespeeld.
3 Als u het gewenste fragment heeft gevonden, drukt u op ▼ om de scanweergave uit te schakelen.
- Als het display automatisch naar het weergavedisplay is teruggekeerd, kunt u SCAN opnieuw selecteren door op FUNCTION te drukken.
■ Wanneer het scannen van de CD is voltooid, begint de normale weergave van de fragmenten opnieuw.
Het afspelen van een disc onderbreken
Met de pauzetoets kunt u de weergave van de disc tijdelijk onderbreken.
1 Druk op FUNCTION en selecteer PAUSE.
Bediening van het toestel
2 Druk op ▲ of ▼ om de pauzefunctie in of uit te schakelen.
■ Druk op BAND om terug te keren naar het normale display.
Audio-instellingen
De balans instellen
U kunt de fader/balansinstelling aanpassen voor een optimale geluidsweergave voor alle inzittenden.
1 Druk op AUDIO en selecteer FAD.
2 Druk op ▲ of ▼ om de balans tussen de luidsprekers voorin en achterin in te stellen.
Tijdens het instellen wordt een waarde tussen FAD F15 en FAD R15 weergegeven.
■ FAD 0 is de aanbevolen instelling wanneer u slechts twee luidsprekers gebruikt.
3 Druk op ◀ of ▶ om de balans tussen de luidsprekers links en rechts in te stellen.
Tijdens het instellen wordt een waarde tussen BAL L15 en BAL R15 weergegeven.
■ Druk op BAND om terug te keren naar het normale display.
De equalizer
Er zijn zes voorgeprogrammeerde equalizerinstellingen, die u op ieder moment eenvoudig kunt oproepen: DYNAMIC, VOCAL, NATURAL, CUSTOM, FLAT en POWERFUL.
- CUSTOM is een aangepaste equalizercurve die u zelf maakt.
- Als FLAT is geselecteerd, wordt het geluid niet aangevuld of gecorrigeerd.
- Druk op EQ om een equalizer te selecteren.
Druk herhaaldelijk op EQ om tussen de volgende equalizerinstellingen te schakelen: DYNAMIC—VOCAL—NATURAL—CUSTOM—FLAT—POWERFUL
De equalizercurven aanpassen
U kunt de geselecteerde equalizercurve aanpassen. Aangepaste equalizerinstellingen worden opgeslagen in CUSTOM.
Lage, hoge en middentonen aanpassen
U kunt het niveau van de lage, hoge en mid-dentonen aanpassen.
1 Druk op AUDIO en selecteer BASS/MID/TREBLE.
2 Druk op ▲ of ▼ om het niveau aan te passen.
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen de waarden +6 en -6. De waarde wordt op het display getoond.
■ Druk op BAND om terug te keren naar het normale display.
De loudness aanpassen
De loudness-functie compenseert een tekort aan hoge en lage tonen bij lage volumes.
1 Druk op AUDIO en selecteer LOUD.
2 Druk op ▲ of ▼ om de loudness-functie in of uit te schakelen.
■ U kunt de loudness-functie ook aan of uit zetten door op EQ te drukken en deze toets ingedrukt te houden.
3 Druk op ◀ of ▶ en selecteer het ge- wenste niveau.
LOW (laag)—HI (hoog)
■ Druk op BAND om terug te keren naar het normale display.
Het bronniveau aanpassen
Met de functie SLA (Source Level Adjustment, bronniveauregeling) kunt u het volumeniveau van alle signaalbronnen afzonderlijk instellen. Hierdoor kunt u plotselinge volumewisselingen voorkomen wanneer naar een andere signaalbron wordt overgeschakeld.
Bediening van het toestel
- De instellingen zijn gebaseerd op het FM-volumeniveau, dat u niet kunt wijzigen.
- Het MW/LW-volumeniveau kan ook met de functie SLA worden aangepast.
1 Vergelijk het volumeniveau van de signaalbron die u wilt aanpassen met het FM-volumeniveau.
2 Druk op AUDIO en selecteer SLA.
3 Druk op ▲ of ▼ om het volume van de signaalbron aan te passen.
U kunt het volume van de signaalbron verhogen of verlagen tussen de waarden SLA +4 en SLA -4. De waarde wordt op het display getoond.
■ Druk op BAND om terug te keren naar het normale display.
Overige functies
De begininstellingen aanpassen
Uitgaande van de begininstellingen van het systeem kunt u verschillende instellingen aan uw wensen aanpassen.
1 Houd SOURCE ingedrukt tot het toestel uit gaat.
2 Houd SOURCE ingedrukt tot de functie-naam op het display verschijnt.
3 Druk op FUNCTION en selecteer een van de begininstellingen.
Druk meerdere keren op FUNCTION om één van de volgende instellingen te selecteren:
FM (FM-afstemstap)—A-PI (automatische PI-zoekfunctie)—AUX (externe ingang)—SAVE (energiezuinige modus)
Volg onderstaande instructies om deze instellingen aan te passen.
■ Druk op BAND om het aanpassen van begin-instellingen te annuleren.
■ U kunt de begininstellingen ook annuleren door SOURCE ingedrukt te houden tot het apparaat uit gaat.
De FM-afstemstap instellen
Standaard wordt er bij automatisch afstemmen een FM-afstemstap van 50 kHz gebruikt. Als de functie AF of TA is ingeschakeld, wordt automatisch een afstemstap van 100 kHz gebruikt. Maar soms verdient het aanbeveling om de afstemstap op 50 kHz in te stellen als AF is ingeschakeld.
- Bij handmatig afstemmen blijft de afstemstap 50 kHz.
1 Druk op FUNCTION en selecteer FM.
2 Druk op ◀ of ▶ en selecteer de FM-afstemstap.
Druk op ◀ om 50 (50 kHz) te selecteren. Druk op ▶ om 100 (100 kHz) te selecteren.
De automatische PI-zoekfunctie in- of uitschakelen
Het toestel kan automatisch zoeken naar een andere zender met gelijkaardige programma's, ook bij het oproepen van voorkeuzezenders.
1 Druk op FUNCTION en selecteer A-PI.
2 Druk op ▲ of ▼ om de automatische Plzoekfunctie aan of uit te zetten.
De externe ingang in- of uitschakelen
Dit toestel kan gebruikt worden met externe apparaten. Als er externe apparaten op dit toestel zijn aangesloten, moet u de externe aansluiting inschakelen.
1 Druk op FUNCTION en selecteer AUX.
2 Druk op ▲ of ▼ om de externe aansluiting in of uit te schakelen.
Het energieverbruik van de accu verminderen
Als deze functie is ingeschakeld, kunt u het energieverbruik van de accu verminderen.
- Als deze functie is ingeschakeld, kan alleen het bronsignaal worden ingeschakeld.

Belangrijk
Als de accu van het voertuig wordt losgekoppeld, wordt de energiezuinige modus geannuleerd. U moet de energiezuinige modus opnieuw aanzetten nadat de accu weer is aangesloten. Als de contactschakelaar van het voertuig niet is voorzien van een ACC-stand (accessoirestand), kan het, afhankelijk van de aansluiting, voorkomen dat het toestel de accu belast wanneer de energiezuinige modus is uitgeschakeld.
1 Druk op FUNCTION en selecteer SAVE.
2 Druk op ▲ of ▼ om de energiezuinige modus in of uit te schakelen.
Het geluid tijdelijk uitschakelen
Het geluid van dit toestel wordt in de volgende gevallen automatisch uitgeschakeld:
- Er wordt gebeld met een mobiele telefoon die op dit toestel is aangesloten.
- Er is een navigatiesysteem met spraakbegeleiding van Pioneer op dit toestel aangesloten.
Het geluid wordt uitgeschakeld en MUTE verschijnt op het display. Met uitzondering van het volume kunnen er geen audio-instellingen worden aangepast. De bediening keert weer terug naar de normale stand als het telefoongesprek of de spraakbegeleiding wordt beëindigd.
Aanvullende informatie
Foutmeldingen
Schrijf een foutmelding altijd nauwkeurig op en houd deze bij de hand als u contact opneemt met uw leverancier of het dichtstbijzijnde Pioneer servicecentrum.
| Melding | Oorzaak | Maatregel |
| ERROR-11, 12, 17, 30 | Vuile disc | Maak de disc schoon. |
| ERROR-11, 12, 17, 30 | Bekraste disc | Vervang de disc. |
| ERROR-10, 11, 12, 15, 17, 30, A0 | Elektrisch of mechanisch probleem | Zet het contact uit en weer aan, of schakel over naar een andere sig-naalbron en dan terug naar de CD-speler. |
| ERROR-15 | De geplaatste disc bevat geen gegevens | Vervang de disc. |
| ERROR-22, 23 | Het CD-formaat kan niet worden afgespeeld | Vervang de disc. |
| CD-ROM | CD-ROM is ge-plaatst | Vervang de disc. |

Richtlijnen voor het gebruik van discs en de speler
- Gebruik uitsluitend discs met onderstaand logo.

- Gebruik uitsluitend normale, ronde discs. Gebruik geen discs met een andere vorm.


- Gebruik CD's van 12 of 8 cm. Gebruik geen adapter als u CD's van 8 cm afspeelt.
- Plaats geen ander object dan een CD in de CD-laadsleuf.
- Gebruik geen gebarste, gebroken, kromme of op andere wijze beschadigde discs, omdat zulke discs de speler kunnen beschadigen.
- Niet-gefinaliseerde CD-R/CD-RW-discs kunnen niet worden afgespeeld.
- Raak de gegevenszijde van de disc niet aan.
- Bewaar discs in het bijbehorende doosje wanneer u ze niet gebruikt.
- Bewaar discs niet in een hete ruimte of in direct zonlicht.
- Plak geen labels op discs, schrijf er niet op en breng het oppervlak niet in aanraking met chemische middelen.
- Reinig CD's met een zachte doek en veeg van het midden naar de buitenkant.
- Condens en vochtvorming kunnen de werking van de speler tijdelijk negatief beïnvloeden. Laat de speler in een warmere omgeving ongeveer een uur op temperatuur komen. Veeg vochtige schijven met een zachte doek schoon.
- Sommige discs kunnen niet worden afgespeeld afhankelijk van het type disc, de indeling ervan, de toepassing waarmee deze is opgenomen, de omgeving waarin deze wordt afgespeeld, de manier waarop deze wordt bewaard, enzovoort.
- Tekstinformatie wordt soms niet correct weergegeven. Dat is afhankelijk van de manier waarop de disc is opgenomen.
- Schokken tijdens het rijden van het voertuig kunnen de disc laten overslaan.
- Lees de voor discs geldende voorzorgsmaatregelen voordat u ze gebruikt.
Dual Discs
- Dual Discs zijn dubbelzijdige discs met aan de ene kant een beschrijfbaar CD-oppervlak voor audio-opnamen en aan de andere kant een beschrijfbaar DVD-oppervlak voor video-opnamen.
Aanvullende informatie
- Aangezien de CD-zijde van Dual Discs niet compatibel is met de algemene CD-standaard, is het wellicht niet mogelijk de CD-zijde op dit toestel af te spelen.
- Het regelmatig plaatsen en uitwerpen van een Dual Disc kan krassen veroorzaken op de disc en tot afspeelproblemen leiden. Ook kan een Dual Disc vast komen te zitten in de CD-laadsleuf waardoor deze niet meer kan worden uitgeworpen. Om problemen te voorkomen wordt u aangeraden om geen Dual Discs te gebruiken met dit toestel.
- Raadpleeg de informatie van de fabrikant van de disc voor meer informatie over Dual Discs.
Aanvullende informatie
Technische gegevens
Algemeen
Spanningsbron 14,4 V gelijkstroom (10,8 tot 15,1 V toelaatbaar)
Aarding ...... Negatief
Max. stroomverbruik ..... 10,0 A
Afmetingen (B × H × D):
DIN
Chassis 178 × 50 × 162 mm
Voorkant 188 × 58 × 15 mm
D
Chassis 178 × 50 × 162 mm
Voorkant .... 170 × 48 × 15 mm
Gewicht 1,3 kg
Audio
Maximaal uitgangsvermogen
50 W × 4
Doorlopend uitgangsvermogen
22 W × 4 (50 Hz tot 15 000
Belastingsimpedantie .... 4 Ω (4 Ω tot 8 Ω toegestaan)
Toonregeling:
Lage tonen
Frequentie .... 100 Hz
Gain .... ±13 dB
Midden
Frequentie ...... 1 kHz
Gain ±12 dB
Hoge tonen
Frequentie .... 10 kHz
Gain ±12 dB
CD-speler
Systeem .... Compact Disc Audio
Bruikbare discs .... Compact Disc
Signaal-tot-ruisverhouding
94 dB (1 kHz) (IEC-A net-werk)
Aantal kanalen 2 (stereo)
FM-tuner
Frequentiebereik 87,5 MHz tot 108,0 MHz
Bruikbare gevoeligheid ...... 8 dBf (0,7 μV/75 Ω, mono, S/N: 30 dB)
Signaal-tot-ruisverhouding
75 dB (IEC-A netwerk)
MW-tuner
Frequentiebereik .... 531 kHz tot 1 602 kHz (9 kHz)
Bruikbare gevoeligheid ..... 18 μV (S/N: 20 dB)
Signaal-tot-ruisverhouding
65 dB (IEC-A netwerk)
LW-tuner
Frequentiebereik 153 kHz tot 281 kHz
Bruikbare gevoeligheid ...... 30 μV (S/N: 20 dB)
Signaal-tot-ruisverhouding
65 dB (IEC-A netwerk)

Opmerking
Technische gegevens en ontwerp kunnen ter productverbetering zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.