AVIC-X3II - Auto GPS PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AVIC-X3II PIONEER in PDF-formaat.

Page 150
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Inhoudsopgave Klik op een titel om naar de pagina te gaan
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PIONEER

Model : AVIC-X3II

Categorie : Auto GPS

Download de handleiding voor uw Auto GPS in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AVIC-X3II - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AVIC-X3II van het merk PIONEER.

GEBRUIKSAANWIJZING AVIC-X3II PIONEER

& FA Tornillo de uniën (6 mm x 6 mm)

@® Aansluitingen Voorzorgen voor het aansluiten van het system 153 Alvorens u dit product inbouwt 154 Voorkomen van beschadigingen 154 Bijgeleverde accessoires 155 Systeemcomponenten aansluiten Het stroomsnoer aansluiten (1) 158 Het stroomsnoer aansluiten (2) 160 Voor aansluiting op een los verkrijgbare eindversterker 162 Bij aansluiting van een achteruitkijkcamera 164 Bij de aansluiting van een extern videocomponent 165 — Bi gebruik van de AV: Input — Bij gebruik van de AV-2 Input Tijdens de aansluiting van de externe eenheid met videobron 166 Tijdens het aansluiten van het achterdisplay 166 — Tijdens het gebruik van een achterdisplay dat op de achtervideo-

uitgang is aangesloten _ 166 @ inbouwen Voorzorgen voor installatie 168

Voorkomen van elektromagnetische storingen 169

Voor de installatie 169

Dit navigatiesysteem inbouwen 169

Bevestigen van de GPS-antenne

Opmerkingen betreffende het inbouwen 169

Bijgeleverde accessoires 171 Inbouwen van de verborgen eenheid_ 172

DIN voor/achtermontage 173 DIN voormontage 173

DIN achtermontage 174 Bevestigen van het voorpaneel 175 Opmerkingen betreffende het bevestigen 175

Bijgeleverde accessoires 175 Bevestigen van de antenne binnen in de auto (op de hoedenplank) 176 Bevestigen van de antenne aan de buitenzijde van de auto (op de carrosserie) 177

@® Na installatie Na het inbouwen van dit

BETREFFENDE UW NIEUWE NAVIGATIESYSTEEM EN HET GEBRUIK VAN DEZE HANDLEIDING

+_ De navigatie-elementen van dit product (en de optionele achteruitkijkcamera, indien deze is aangeschaft) zin uitsluitend be- doeld als hulpmiddel voor de bedining van uw voertuig. U mag het autonavigatiesys- teem niet beschouwen als vervanging van uw eigen beoordelingsvermogen en alert- heid tijdens het rijden.

+ Gebruik dit navigatiesysteem nooit om in geval van nood naar ziekenhuizen, politie- stations of dergelijke instellingen te rijden. Bel dan het juiste hulpdienstnummer.

+ Gebruik dit navigatiesysteem (of de optio- nele achteruitkijkcamera, indien deze is aangeschaft) niet indien hierdoor op eni- gerlei wijze uw aandacht van het veilig be- sturen van uw auto kan worden afgeleid. Neem altijd de gangbare beperkingen en aanwijzingen voor weggebruikers in acht, boven het advies en de begeleiding die dit product biedi. Volg strikt de geldende ver- keersregels, ook als dit product tegenstrijdi- ge aanwijzingen geeft

+_In deze handleiding wordt de inbouw van het navigatiesysteem in uw auto beschre- ven. De bediening van het navigatiesys- teem wordt beschreven in de afzonderlijke Bedieningshandleiding die bij het naviga- tiesysteem wordt geleverd

+ Bouw de display-module of de verborgen eenheid niet in op plaatsen waar zij () het zicht van de bestuurder kunnen hinderen, (ii) de werking van een van de bedienings- systemen of veiligheïdsvoorzieningen van de auto, inclusief airbags en knoppen van waarschuwingsknipperlichten nadelig kun- nen beinvloeden of (ii) een belemmering kunnen vormen voor het vermogen van de bestuurder om het voertuig veilig te bedie- nen. In bepaalde gevallen is het wellicht niet mogelijk dit product in te bouwen van-

wege het type voertuig of de vorm van het interieur van het voertuig.(s])

HD ( BELANGRUKE VEILIGHEIDSMAATREGELEN LEES DEZE INFORMATIE BETREFFENDE UW NAVIGATIESYSTEEM ZORGVULDIG DOOR EN BEWAAR DE INFORMATIE VOOR LATERE NASLAG

1 Lees de handleiding zorgvuldig door voordat u het navigatiesysteem gaat inbouwen

2 Bewaar de handleiding voor latere naslag in de toekomst.

3 Neem alle waarschuwingsinformatie in acht en volg de instructies nauwkeurig op.

4 Onder bepaalde omstandigheden kan dit navi gatiesysteem foutieve informatie op het scherm tonen betreffende de positie van uw auto, de afstand tot bepaalde plaatsen die u op het scherm ziet en de kompasrichting. Ook heeft het systeem een aantal beperkingen, zoals het ontbreken van informatie over een richtingswegen, tijdelike verkeersomieidingen en eventueel gevaarlijke routes. Uw eigen be: oordelingsvermogen heeft daarom te allen tijde voorrang op de informatie die het sys- teem geeft

5 Evenals bij het gebruik van andere accessoi- res in uw auto dient u erop te letten dat het navigatiesysteem niet uw aandacht van de weg afleidt. Indien u moeilijkheden heeft bij de bediening van het apparaat of als de infor- mätie op het beeldscherm niet duidelik is. parkeer de auto dan op een veilige plaats langs de weg voordat u het probleem probeert op te lossen

6 Tijdens het rijden dient u altijd de veiligheids-

gordel te dragen. Bij een ongeluk is de kans

op letsel aanzienlik groter als u de veiligheids: gordel niet draagt

In sommige landen kan de wetgeving beper-

kingen opleggen aan de plaatsing en het ge-

bruik van navigatiesystemen in uw voertuig

Zorg ervoor dat bij de inbouw en de bediening

van uw navigatiesysteem alle toepasselijke

wetten en regels worden nageleefd

CN waarscHUWING Probeer het navigatiesysteem niet zelf in te bou- wen of onderhoud aan het systeem te verrichten: Inbouw en onderhoud van elektronische appara- tuur en auto-accessoires door personen die niet de vereiste vakopleiding en ervaring hebben in dit soort werkzaamheden, kunnen resulteren in een elektrische schok of een andere gevaarlijke situ atie.(»)

Voorzorgen voor het aansluïiten van het systeem

VAN WAARSCHUWING Pioneer raadt u af het navigatiesysteem zelf in te bouwen. Wij adviseren u om alleen be- voegd Pioneer onderhoudspersoneel, dat special is opgeleid en ervaring heeft met mobiele elektronica, dit product te laten in- stellen en inbouwen. VOER NOOIT ZELF ON- DERHOUD UIT AAN DIT PRODUCT. Bij verkeerd inbouwen of onderhoud van dit pro- duct en de aansluitkabels bestaat de kans op een elektrische schok of een andere gevaar- lijke situatie, en kan het navigatiesysteem schade oplopen die niet onder de garantie valt.

+_ Indien u besluit de installatie zelf uit te voeren, een speciale opleiding heeft gehad en ervaring heeft met het inbouwen van mobiele elektronica, volg dan nauw- gezet alle stappen van de installatiehand- leiding.

+ Maak alle draden met kabelklemmen of isolatietape vast. Let er op dat er geen dra- den blootliggen.

+_ Sluit de gele draad van dit product niet di- rect aan op de accu van de auto. AIs de draad direct is verbonden met de accu, kan de isolatie door de motortrillingen losraken op de plaats waar de draad van het interieur naar de motorruimte loopt. Als de isolatie van de gele draad door het contact met metalen delen scheurt, kan er kortsluiting ontstaan, hetgeen tot een zeer gevaarlijke situatie leidt.

+ Het is zeer gevaarlijk als de bedrading rond de stuurkolom, rond de versnellings- pook of andere bedieningsorganen vast komt te zitten. U moet dit product, de ka- bels en andere bedrading zo installeren dat deze het besturen van het voertuig niet verhinderen of belemmeren.

Zorg ervoor dat de kabels en draden zo worden geleid en bevestigd dat ze niet verstrikt raken in de bewegende onderde- len van de auto of deze niet hinderen. Dit geldt met name voor het stuur, de versnel- lingshendel, de handrem, de geleïings- rails voor de verstelbare stoelen, de portieren of een van de regelmechanis- men van het voertuig.

Laat de draden niet langs plaatsen lopen waar ze blootgesteld worden aan hoge temperature. Als de isolatie van de dra- den erg warm wordt, kunnen ze bescha- digd raken, waardoor er kortsluiting of een storing ontstaat en er mogelijk perma- nente beschadiging aan dit product op- treedt.

Maak de GPS antennedraad niet korter en ook niet langer. Wijzigen van de antenne- draad kan resulteren in kortsluiting.

Maak o0k geen enkele andere draad kor- ter. Wanneer dit gebeurt, is het mogelijk dat het beveiligingscircuit (zekeringhou- der, zekeringweerstand of filter) niet goed meer functioneert.

Tap nooit stroom af van de stroomtoevoer- draad van het navigatiesysteem voor de voeding van andere elektronische appara- tuur. De stroomcapaciteit van de draad kan overschreden worden, met oververhit- ting tot gevolg.

Het zwarte snoer is de aardverbinding. Dit snoer dient afzonderlijk van de aarding van producten met een hoog stroomver- bruik, zoals eindversterkers, te worden ge- aard, Aard niet meer dan één product samen met de aarding van een ander pro- duct. U dient bijvoorbeeld elke versterker- module afzonderlijk, los van de aarding van het navigatiesysteem te aarden. Door de aarding met elkaar te verbinden, kan er brand en/of schade aan producten ont- staan als de massaverbinding losraakt.

Alvorens u dit product inbouwt

+_ Dit product is bestemd voor inbouw in voer- tuigen met een negatief geaarde 12:volts accu. Controleer voor de installatie de ac- cuspanning van uw voertuig

+ Om kortsiuiting te vermiden, dient u vooraf voor het installeren de negatieve (-) accu- kabel los te maken

+ Zorg ervoor dat u de zekering alleen ver- vangt door een zekering met de waarde die op de zekeringhouder wordt aangege- ven.

+ Wanneer u een stekker uittrekt, pak dan de stekker zelf vast. Trek niet aan de draad, want het is mogelijk dat u deze uit de stekker trekt.

+_ Dit product kan niet worden geinstalleerd in een voertuig zonder ACC (Accessoire) stand op de contactschakelaar.

+ Om kortsuiting te voorkomen dient u de losgekoppelde draad af te dekken met iso-

latieband. Het is met name van belang alle ongebruikte speakerdraden te isoleren. Wanneer deze onbedekt blijven, kan er kort- sluiting ontstaan

+ Sluit de stekkers met dezelfde kleur aan op de corresponderende gekleurde poor, dwz. de blauwe stekker op de blauwe poort, zwart op zwart, enz.

+ Zie voor nadere informatie over het aanslui- ten van de eindversterker en andere toestel- len de gebruikershandleiding en voer de aansluiting vervolgens uit zoals hierin be- schreven.

+ Aangezien een uniek BPTL-circuit wordt ge- bruikt, mag de © zijde van de speaker- draad niet direct worden geaard en mogen de © zijden van de speakerdraden niet met elkaar worden verbonden. Zorg ervoor dat © zijde van de speakerdraad wordt verbon- den met de © zijde van de speakerdraad op het navigatiesysteem

+_ Indien de RCA-aansluiting op dit product niet wordt gebruikt, dan mogen de dopjes die aan het einde van de aansluiting zijn bevestigd niet worden verwijderd

+ Sluit nooit speakers aan met een uitgangs- waarde van minder dan 50 W of een impe- dantiewaarde die buiten de specificatie van 4 ohm tot 8 ohm voor uw navigatiesysteem valt. Wanneer er luidsprekers worden aan- gesloten met andere uitgangs- en’of impe- dantiewaarden, kan dit tot gevolg hebben dat ze vlam vatten, beginnen te roken of be- schadigd raken

Opmerking over de blauwe draad

+_ Via de blauwe draad wordt er een signaal geproduceerd voor de bediening van de an- tenne van uw voertuig. De timing hangt mede af van de bijbehorende instelling. (Raadpleeg de Bedieningshandleiding voor meer gedetailleerde informatie over het wij- zigen van de [Antenna Control] stand.)

+ Wanneer [Antenna Control] ingesteld is op [Radio], kan de antenne van het voer- tuig opgeborgen of uitgeschakeld worden door de hieronder vermelde instructies te volgen — Zet de radiobron (MW/LW of FM) op een

andere bron — Zet de bron uit — Zet de contactschakelaar uit (ACC OFF)

+ Wanneer de [Antenna Control] stand op [Power] is ingesteld kan de antenne alleen opgeborgen of uitgezet worden wanneer de contactschakelaar is uitgezet (ACC OFF)

+ Verbind deze draad niet met de systeembe- dieningsaansluiting van externe eindver- sterkers

+ Gebruik deze draad in geen geval als de stroomdraad voor de automatische anten- ne of de antenne-signaalversterker. Een der- gelijke aansluiting kan leiden tot een te hoge stroom en daardoor tot storingen en defecten

Opmerking over de blauw/witte draad

+ Wanneer de contactschakelaar wordt aan- gezet (ACC ON), wordt er een regelsignaal uitgevoerd via de blauw/witte draad. Ver- bind de draad met een op afstand bediende regelklem van een extern gevoed versterker- systeem (max. 300 mA 12 V DC). Het regel- signaal wordt uitgevoerd via de blauwAwitte draad, ook wanneer de audiobron is uitge- schakeld.

+ Verbind deze draad niet met de bedienings- aansluiting van het relais voor de automati- sche antenne of de bedieningsaansluiting van de antenne-signaalversterker.

+ Gebruik deze draad in geen geval als de stroomdraad voor externe eindversterkers. Een dergelijke aansluiting kan leiden tot een te hoge stroom en daardoor tot storin- gen en defecten.(s)

Bijgeleverde accessoires

De verborgen eenheicl

Verlengsnoer {voor achteruit-signaal)

{voor snelheidssignaal)

Systeemcomponenten aansluiten

30-pens kabel RCA-kabel

Ginbegrepen bij 3m Gel de levering) be (los verkrijgbaan ring) (VIDEO IN) srxrIgpaan , 3m

Lichtgriss Blauw Lichtgris

(geleverd met de Multi-DVD-speler)

IP-BUS-kabel (geleverd met verporgen eer de on (geleverd met de de USB-adapten XDy.pt)

Naar de video uitgangsaansluiting (FRONT)

IP-BUS-kabel (geleverd met de Bluetooth-adapten

Ç Q {CD-BTB200) {geleverd met de

USB-adapter (CD-UB100) we À (los verkrijgbaar) Multi-CD-speler _ los verkrijgbaar)

20cm WIRED REMOTE INPUT < Zie de handleiding voor de Adapt

af-fabriek Stuurwie ( rijgbaar).

20cm GUIDE SP OUTPUT* (Speakeruitgang voor de stembegeleiding)

+: Deze aansluiting is bestemd voor de ondersteuning van toekomstige apparatuur en

De display-module mag niet worden gebruikt als u

alleen gebruikmaakt van dit product | T Digitale uitgang* rsiepoort Ongebruikt Multi-DVD.

iPod® met Iterfacekabel voor 2/4 Dock Connector** 00 +:Raadpleeg de 200) Bedieningshandleiding voor (los verkrijgbaan 12 meer informatie over de Zwart bediening en compatibiliteit. 25-pens kabel (ge Muiti-DVD-speler) As --cuimne

+ Teneinde het risico van ongelukken en de mogelijke schending van toepasselijke wettelijke regels te voorkomen, mag dit product wanneer de auto rijdt uitsluitend voor navigatiedoeleinden worden gebruikt. Daarnaast mogen displays achter niet 6 geplaatst zijn dat ze een visuele afleiding vormen voor de

bestuurder. + In sommige landen is het bekijken van beelden op een display in een voertuig, zelfs door andere personen

dan de bestuurder, verboden. Indien dergelijke regels van toepassing zijn, dient men zich hieraan te houden en mag de videobron van dit product niet worden gebruikt.

SpUel19PON Hoofdstuk

03) (Aanslui ingen )

Het stroomsnoer aansluiten (1)

PA Opmerking A Opmerkingen

Afhankelijk van het soort voertuig, kan de + Wanneer een subwoofer (*8) op dit navigatiesysteem functie van *3 en *5 afwijken. Sluit in dit geval is aangesloten in plaats van op een

*2 op *5 en *4 op *3 aan. achterluidspreker, zet de uitgangsinstelling voor de

achterspreker dan op de corspronkelijke instelling. Gie de Bedieningshandleiding). De subwoofer.

1 uitgang van dit navigatiesysteem is monaural.

” e + Bij het gebruik van een subwoofer van 70 W (2)

3 N moet u ervoor zorgen dat deze wordt aangesloten op è— de paarse en paars/zwarte draden van dit

navigatiesysteem. Sluit niets aan op de groene en

) ès E— groen/zwarte draden

Zorg ervoor dat de draden die op elkaar worden aangesloten dezelfde kleur hebben

Accessoire Naar het elektrische aansluitpunt. of ondersteuning) bestuurd door het contactschakelaar {12 V DC) AAN/UIT.

1) er dit aansluitpunt niet —{ i Zekeringhouder 1 wordt gebruikt, verwifder het Zekering (10 A) Zekering (10 A) 1 dopje dan niet. l Fat __ o LD ! Geel (*3) Geel (2) 1 ! Onder ng Naar het aansluitpunt, staat altijd onder | | (of accessoire) stroom, onafhankelijk van de stand van! i het contactschakelaar. | 1 So) F+ T —C [ Rood (*5) Rood (*4) i Zekeringweerstand ! l ) ! l !

—c Oranje/Wit Zekeringweerstand Naar de aansluiting van de lichtschakelaar.

Zwart (aarding) Naar de (metalen) carrosserie van het voertuig.

Luidsprekerdraden wi linksvoor ®

t/Zwart: linksvoor © EA ©pmerking Grijs: rechtsvoor ® In sommige voertuigen bestaat de Gris/Zwart: _ rechtsvoor © 1SO-stekker uit twee aansluitingen: Groen linksachter ® of subwoofer @ (‘8) org ervoor dat met beide verbinding Groen/Zwart:_linksachter © of subwoofer © (*8) wordt gemaakt. Paars: rechtsachter ® of subwoofer ® (*8)

Geel/Zwart (MUTE) Wanneer u een apparaat met sluiten op het Audio Mute-snoer. ls dit ni Audio Mute-snoer.

n mutefunctie gebruikt, dient u deze aan te geval, sluit dan an op het

De audiobron wordt op mute of zacht gezet, terwijl de volgende geluiden van de

navigatie niet worden gedempt of verzwakt. Zie voor nadere gegevens de

Bedieningshandleiding,

— stembegeleiding van de navigatie

— inkomende beltoon en inkomende stem van de mobiele telefoon die via Bluetooth draadloze technologie op dit navigatiesysteem zin aangesloten

Deze antenne wordt automatisch ingeklapt of uitgezet, maar de timing is afhankelijk van de instelling.

Blauw (7) Naar de regelklem van het

Afhankelijk van het type voertuig verschilt autoantennerelais. Sluit aan op de de penstand van de |SO-stekker. Sluit *6 regelklem van de antenne en +7 aan wanneer pen 5 voor de krachiversterker indien het voertuig

n op het ruit bevestigde antenne

ax. 300 mA 12 V DC).

besturing van de antenne wordt gebruikt Bij andere typen voertuigen mogen *6 en *7 nooit worden aangesloten.

SpUel19PON Hoofdstuk

Het stroomsnoer aansluiten (2)

Draad van snelheidsdetectiecireuit

Verlengsnoer {voor snelheidssignaal)

Laat het verlengsnoer en de draad van het snelheïdsdetectiecircuit op de afgebeelde wijze door de stekker pe

Maak & stekkerhelften met een kabeltang dicht

Maak het dekseltie dicht

Roze (CAR SPEED SIGNAL INPUT) 1

Via deze draad wordt het rijsnelheidssignaal aan het navigatiesysteem doorgegeven. U diet

de draad te verbinden met het snelheïdsdetectiecircuit van de auto of met de ND-PG1 ulsgenerator (afzonderlijk verkrigbaar). Indien deze verbinding niet wordt gemaakt, bestaat er een grotere kans dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven

De positie van het snelheidsdetectiecireuit en de positie van de handremschakelaar variëren afhankelijk van het voetuigmodel Win advies in bij uw erkende Pioneer-dealer of een vakkundige installateur.

TRANSMISSIE OF DE INDICATIE VAN DE SNELHEIDSMETER.

Paars/Wit (REVERSEGEAR SIGNAL INPUT)

Via deze draad wordt aan het navigatiesysteem doorgegeven of de auto vooruit of achteruit ridt. U dient de

paars/witte draad te verbinden met de draai de achteruit wordt gezet, Als de sensor niet is aangesloten

waarvan de spanning verandert wanneer de schakelhendel in

deze wellicht niet goed waarnemen of uw

voertuig voor- of achteruit rijat. De positie van uw voertuig zoals waargenomen door de sensor kan in dit

geval afwijken van de actuele positie.

+ Als de ND-PG1 snelheïdsimpulsgenerator (los verkrijgbaar) wordt gebruikt, moet erop worden gelet dat deze kabel wordt aangesloten.

+ Wanneer u een achteruitkijtcamera gebruikt, zorg er dan voor dat deze kabel is aangesloten. Anders kunt u niet overschakelen op het beeld van de achteruitkikcamera.

À BELANGRIJK Gebruik alleen het meegeleverde verlengsnoer. Het gebruik van een ander verlengsnoer kan leiden tot brand, rook en/of beschadiging van dit navigatiesysteem.

De display-moduie Seel/Zwart (GUIDE ON)

Ingeval dit navigatiesysteem in combinatie wordt gebruikt met het andere Pioneer audiotoestel voor het voertuig en de stereo van de auto geel/zwarte draden heef, sluit de toestellen dan aan op deze draden. Hierdoor wordt het volume van de stereo installatie in het voertuig automatisch zachter wanneer:

— de stembegeleiding Klinkt — de mobiele telefoon wordt gebruikt via Bluetooth-adapter

Lichtgroen (PARKING BRAKE)

Via deze draac f de stand van de handrem (aangetrokken/ontspannen) aan het autonavigatiesysteem doorgegeven. De draad moet verbonden worden met de stroom draad van de handremschakelaar.

Als deze verbinding verkeerd wordt gemaakt of niet wordt gemaakt, zullen sommige functies van het navigatiesysteem niet werken.

À vaarscnuwnc TI DE LICHTGROENE DRAAD OP DE STROOMSTEKKER IS BESTEMD VOOR HET DETECTEREN VAN DE PARKEERSTATUS EN MOET WORDEN AANGESLOTEN OP DE STROOM DRAAD VAN DE HANDREMSCHAKELAAR. EEN ONJUISTE AANSLUITING OF EEN VERKEERD GEBRUIK VAN DEZE DRAAD OE LEIDEN DAT DE TOEPASSELUKE WETGEVING NET. WORDT NAGELEEFD EN KAN ERNSTIG LETSEL OF ERNSTIGE SCHADE TOT GEVOLG HEBBEN.

Maak de stekkerhelften met een kabeltang dicht:

Verlengsnoer {voor achteruit-signaal)

wanneer de schakelhendel in de achteruit [R] wordt gezet) en zoek de draad van het achteruitrijlicht in de

kofferruimte. CA Hoofdstuk

03) (Aansluitingen )

Voor aansluiting op een los verkrijgbare eindversterker

Subwooferuitgang of nonfading uitgang SUBWOOFER OUTPUT or NON-FADING 17 7

Breng deze aansluitingen tot stand bij J bruik van de optionele versterker.

Eindversterker {los verkrijgbaar)

RCAkabels (los verkrijgbaar)

Eindversterker (los verkrijgbaar)

L Eindversterker (los verkrijgbaar)

Achterluidspreker Achterluids.

Afhankelik van uw betreffende subwoofersysteem kunt u de RCA-uitgang van de subwoofer veranderen. (Zie de Bedieningshandieiding.)

Bij aansluiting van een achteruitkijkcamera

Wanneer dit product wordt gebruikt met een achteruitkijkcamera, kan er automatisch wor- den overgeschakeld naar het beeld van die ca- mera wanneer de versnelling in de ACHTERUIT (R). De Rear View stand stelt u ook in staat te controleren wat er achter u ge- beurt tenwijl u aan het rijden bent

À WAARSCHUWING GEBRUIK DEZE INGANG ALLEEN VOOR DE ACHTERUIT- OF DE SPIEGELREFLEXACHTERUIT- KIJKCAMERA. ANDERSSOORTIG GEBRUIK KAN LETSEL OF SCHADE TOT GEVOLG HEBBEN

+ _ Het beeld op het scherm kan omgekeerd wor- den weergegeven:

+ De achteruitkikcamera is een hulpmiddel om eventuele aanhangwagens of opleggers in de gaten te houden of om op een Kleine plaats in te parkeren. Gebruik deze functie niet voor amusementsdoeleinden:

+ Het voonwerp dat met de achteruitkijkcamera

wordt bekeken, kan dichterbij of verder weg lij-

ken dan in werkelijkheïd het geval is.

+ Houd er rekening mee dat de randen van de beelden die door de achteruitkikcamera wor den vastgelegd, enigszins afwijkend kunnen zijn, afhankelik van het feit of er volledige schermbeelden worden weergegeven tiidens het achteruitrijden, en of de beelden worden

gebruikt om de achterkant te controleren wan-

neer de auto vooruit rijdt.

Gebruik uitsluitend het meegeleverde ver- lengsnoer. Gebruik van een andere kabel kan tot brand, rook en/of schade aan dit naviga- tiesysteem leiden.

Acheruitkikcamera (ND-BC2/ND-BC20PA) | <— (los verkrijgbaar) Naar video-uitgang

RCA-kabels (los verkrijgbaar)

Bruin (REAR VIEW CAMERA IN) |

Verlengsnoer {voor achteruitsignaal)

Voor meer details omtrent de bedrading verwijzen we U naar Het stroomsnoer aansluiten (2)

+_ De [Camera] in [System] moet op [On] wor- den ingesteld wanneer de achteruitkijkcamera wordt aangesloten (Zie de Bedieningshandlei ding voor meer informatie.)

+ Aansluiten op de achteruitkikcamera. Niet aansluiten op andere apparatuur. (#)

Bij de aansluiting van een extern videocomponent

Bij gebruik van de AV-1 Input

De verborgen eenheid

Geel RCA-kabels os verkrijgbaar)

Al Naar video Î Ÿ Naar audio-uitgangen

uitgang VV Extern videocomponent (los verkrijgbaar)

+_ De [AV Input] in [System] moët op

[Video] worden ingesteld wanneer het ex-

terne videocomponent wordt aangesloten: (Zie de Bedieningshandleiding voor meer informatie.)

Bij gebruik van de AV-2 Input

CDRM10 (los verkrijgbaar)

RCA-kabels los verkrijg

Naar video- uitgang ++

Extern videocomponent (los verkrijgbaar)

Naar audio: uitgangen

+_ De [AV2 Input] in [System] most op [Video] worden ingesteld wanneer het ex- terne videocomponent wordt aangesloten (Zie de Bedieningshandleiding voor meer informatie.)

03) (Aansluitingen )

PIN BELANGRIJK Zorg dat u verbinding maakt met een CD-RM10 {los verkrijgbaan. Wanneer u andere kabels ge- bruikt ontstaat de kans op foutieve aansluitingen en verstoord beeld of geluid

OK L': Linkeraudio (Wit) AN ANS R: Rechleraudio (R V: Video (Geel) VGR[TRG V]G: Aaring

Tijdens de aansluiting van de externe eenheid met videobron

De verborgen eenheid Blauw

Naar IP-BUS RCAkabe “gens

(los verkrigbaar) Pioneer externe eenheid (los verkrijgbaar)

+_ De [AV1 Input] in [System] moet op [EXT] worden ingesteld wanneer het externe vide- ocomponent wordt aangesloten. (Zie de Be- dieningshandieiding voor meer informatie.) (»]

Tijdens het aansluiten van het achterdisplay

Achterdisplay met RCA ingangsaansluitingen

Tijdens het gebruik van een achterdisplay dat op de achtervideo-uitgang is aangesloten

FIN WAARSCHUWING Plaats het achterdisplay NOOIT zo dat de be- stuurder de videobron kan bekijken tijdens het rijden.

De achtervideo-uitgang van dit navigatiesys- teem is voor de aansluiting van een display zodat de passagiers op de achterbank de vide- obron kunnen bekijken.

U kunt via AV MENU" de achterschermmo- dus instellen. (Zie de Bedieningshandleiding voor meer informatie.)

+ De kaartnavigatiebeelden op het display ach ter wijken af van de beelden van het standaard NTSC-ormaat. Daarom hebben zij een slech tere kwaliteit dan de beelcien die op het dis play voor verschijnen

Het navigatiesyteem schakelt automatisch tussen de kleurensystemen (NTSC, PAL) voor elke video en stuurt de videosignalen naar het “Achterdisplay”, Om ervoor te zorgen dat het “Achterdisplay” de juiste videosignalen ont- vangt, adviseren wij een “Achterdisplay” te ge- bruiken met een functie die automatisch tussen de kleursystemen schakelt (bij. AVD- W7900V). (=)

KL Voorzorgen voor installatie

VAN WAARSCHUWING Pioneer raadt u af het navigatiesysteem zelf in te bouwen of eventueel onderhoud te ver- richten. Bij verkeerd inbouwen of onderhoud van dit product bestaat het gevaar op een elektrische schok of een andere gevaarlijke situatie. Laat inbouwen en onderhoud van het navigatiesysteem over aan bevoegd Pioneer servicepersoneel.

+_Installeer dit product nooit op plaatsen waar, of op een manier waardoor:

— Het letsel kan toebrengen aan de be- stuurder of de passagiers wanneer plotseling hard geremd wordt.

— Het een belemmering kan vormen voor de bediening van het voertuig door de bestuurder, zoals op de vloer voor de stoel van de bestuurder, of dichtbij het stuur of de versnellingshendel.

+ Controleer of er niets achter het dash- board of de panelen zit wanneer u hierin gaten gaat boren. Let erop dat u geen brandstofleidingen, remleidingen, elektro- nische componenten, communicatiedra- den of voedingskabels beschadigt.

+ Wanneer u schroeven gebruikt, let er dan op dat deze niet in contact Komen met de elektrische bedrading. Door de trilling kunnen isolatiedraden beschadigd raken, met als gevolg kortsluiting of anderssoor- tige beschadigingen aan het voertuig.

+ Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de voorgeschreven wijze, zodat dit product juist wordt ingebouwd. Indien u andere onderdelen gebruikt, kunt u beschadigin- gen aan het product veroorzaken of het product kan losraken.

+ Het is zeer gevaarlijk als de bedrading rond de stuurkolom, rond de versnellings- pook of andere bedieningsorganen vast komt te zitten. U moet dit product, de ka- bels en andere bedrading z0 installeren

dat deze het besturen van het voertuig niet verhinderen of belemmeren.

Zorg ervoor dat de draden niet loshangen en geraakt kunnen worden door een por- tier of stoelverschuivingsmechanisme, met eventueel kortsluiting tot gevolg. Controleer nadat u het navigatiesysteem heeft ingebouwd of de andere apparatuur in uw auto naar behoren werkt.

De wetgeving van sommige landen kan beperkingen opleggen aan de plaatsing en het gebruik van navigatiesystemen in uw voertuig of dit zelfs verbieden. Zorg er- voor dat bij het gebruik, de inbouw en de bediening van uw navigatiesysteem alle toepasselijke wetten en regels worden na- geleefd.

Bouw de display-module of de verborgen eenheid niet in op plaatsen waar zij (i) het icht van de bestuurder kunnen hinderen, Gi) de werking van een van de bedienings- systemen of veiligheidsvoorzieningen van de auto, inclu ags en knoppen van waarschuwingsknipperlichten nadelig kunnen beïnvloeden of (iii) een belemme- ring kunnen vormen voor het vermogen van de bestuurder om het voertuig veilig te bedienen.

Bouw de display-module in tussen de stoel van de bestuurder en de stoel van de voorste inzittende, zodat hij niet wordt ge- raakt door de bestuurder of inzittende als het voertuig abrupt afremt.

Bouw de display-module nooit in voor of naast de plaats in het dashboard, het por- tier of de stijl van waaruit een van de air- bags van het voertuig in werking wordt gesteld. Raadpleeg de Gebruikershandlei- ding voor nadere informatie over het toe- passingsgebied van de airbags vooraan. Installeer het navigatiesysteem niet op een plek waar het de werking van een van de voertuigsystemen, inclusief airbags en hoofdsteunen, kan hinderen.(=]

Voorkomen van elektromagnetische storingen

Om storingen te voorkomen moeten de vol- gende voorwerpen zo ver mogelik van dit navi- gatiesysteem alsmede andere kabels en draden worden geplaatst

+_TVantenne en antennekabel

+_ FM, MG/LG-antenne met de kabel

+ GPS-antenne met de kabel

Daarnaast dient u elke antennedraad zover mogelijk van de andere antennedraden te leg- gen. Bind de draden niet samen, leg ze niet naast elkaar en laat ze elkaar niet kruisen Door de elektromagnetische ruis die daardoor ontstaat, wordt de kans op fouten op de plaats waar het display bevestigd is vergroot.(s]

+ Raadpleeg uw dichtstbijzinde dealer als het voor het installeren van dit product nodig blijkt gaten te boren of andere wijzi- gingen aan te brengen aan de auto

+ Voordat u het apparaat definitief installeert, is het raadzaam tijdelijk alle aansluitingen te maken om te kijken of deze correct zijn en alles naar behoren functioneert. (sn)

Dit navigatiesysteem inbouwen

Opmerkingen betreffende het inbouwen

+_Installeer de display-module of de verbor-

gen eenheid niet op plaatsen waar ze kun-

nen worden blootgesteld aan hoge

temperaturen of vocht, zoals

— Dichtbij een radiator, luchtopening of airconditioningapparaat.

— Op plaatsen blootgesteld aan direct zon- licht, zoals op het dashboard of op de hoedenplank

— Op plaatsen waar water op het apparaat terecht kan komen, zoals dicht in de buurt van een portier.

Zorg er bij de inbouw van het apparaat voor

dat de ondergrond sterk genoeg is om het

gewicht ervan te dragen. Kies een plaats waar de display-module en de verborgen eenheid goed kunnen worden geïnstal- leerd, en zorg voor een stevige bevestiging

De actuele locatie van het voertuig kan al-

leen correct worden weergegeven wanneer

de display-module of de verborgen eenheid goed bevestigd zijn.

Monter de verborgen eenheïd niet op de

afdekplaat van het reservewiel of op andere

plaatsen die blootgesteld worden aan ster- ke trillingen

Als de verborgen eenheid onder een van de

voorstoelen wordt gemonteerd, let er dan

goed op dat het apparaat niet de schuifbe- weging van de stoel hindert

Kies voor de inbouw van de verborgen een-

heïd een plaats waar geen sprake is van

contact met de bagage. Wanneer de verbor- gen eenheid wordt blootgesteld aan een groot gewicht of plotselinge schok zal dit de weergave van de actuele locatie van het voertuig negatief beinvioeden

Monter de verborgen eenheïd niet op een

plaats waar deze kan hinderen bij de toe-

gang tot het reservewiel, de krik, gereed- schappen enz

Controleer of er voldoende plaats is om een

disc in de display-module te plaatsen en

+_Installeer de verborgen eenheid horizontaal op een oppervlak binnen een tolerantie van +80 graden tot -30 graden (maximaal 5 graden naar links of rechts van de rijrich- ting van uw auto). Wordt het toestel ver- keerd geinstalleerd en valt de helling van het oppervlak buiten deze toleranties, dan bestaat er een grotere kans dat het display gebrekkig functioneert en de kwaliteit van de beelden te wensen overlaat.

+ _ Indien het toestel met een hoek van meer dan 30° ten opzichte van een horizontale lin wordt geplaatst, is de kans groot dat de display-module niet optimaal functioneert

+_ De snoeren mogen het in onderstaande

Fig. weergegeven gebied niet bedekken, an-

ders kunnen de versterkers en het naviga- tiemechanisme mogelijk oververhit raken:

Bedek dit gebied niet:

LE De verborgen eenheid

Bedek dit gebied niet.

Ingeval van cververhitting wordt de halfge- leider-laser beschadigd. Bouw de display- module daarom niet in op een plaats waar deze te warm kan worden, bijvoorbeeld naast een radiator.

Wanneer de verborgen eenheid in de koffer- bak wordt ingebouwd, maak dan gebruik van de verlengkabel (bij CD-SC300E) (los verkrijgbaan)

Bouw de display-module niet in op een plaats waar de opening van het LCD-paneel wordt geblokkeerd door obstakels, zoals de versnellinghendel. De werking van de ver- snellingshendel kan hierdoor worden ver- stoord en het mechanisme van de display- module nadelig worden beinvloed

Zorg ervoor dat er voldoende ruimte blijft tussen het dashboard en het LCD-paneel van de display-module zodat het LCD-pa- neel open en dicht kan gaan zonder het dashboard te raken:

Bijgeleverde accessoires De met een asterisk (*) gemarkeerde onderde- len zijn reeds geïnstalleerd

Schroef met afdicht- ring {4 mm x 8 mm) (4st)

Zelitappende schroef Gmm x 16 mm) (4st)

Schroef voor het beves tigen van de zijbeugel* (6 mm x 6 mm) (2st)

Zijbeugel (groot) est)

Camouflageband Tweezijdige schroef

(5 mm x 6 mm) (4st) Schroef met platte kop Schroef

De verborgen eenheïd met de linker- en rechterzijde evenwijdig aan de rijrichting van de auto aanbrengen. Niet diagonaal ten opzichte van de rijrichting aanbren- gen, anders wordt de actuele locatie ver- keerd aangegeven.

Vooruit-/achteruitrichting van voertuig

Zorg ervoor dat de verborgen eenheid met de zeefdrukkant naar boven op de vloer is gemonteerd. Het navigatiesysteem werkt alleen in deze stand naar behoren.

SpUel19PON Hoofdstuk

Inbouwen van de verborgen eenheid

1 Verbind de zijbeugels met de verbor- gen eenheid.

Wanneer de verborgen eenheid wordt inge- bouwd op de vioer of het installatiepaneel onder de passagiersstoel, etc. dienen de zij- beugels met de eenheid te worden verbonden:

Gebruik de volgende gaten in de zibeugels.

Als de standen van de zibeugels zijn veranderd in een parallelstand kunt u ook andere gaten gebruiken die samenvallen met de gaten in de verborgen een- heid

& Schroef met afdichtring (mm x 8 mm)

Gebruik het installatiepaneel, wanneer de ver- borgen eenheid wordt ingebouwd onder de passagiersstoel.

2 Bepaal de installatieplaats en boor de gaten.

+ Boorgatenvan tussen 4 mm

3 Zorg voor een stevige bevestiging m.b.v. zelftappende schroeven.

DIN voor/achter-montage

De display-module kan naar keuze aan de voorkant (conventionele DIN voormontage) of aan de achterkant (DIN achtermontage, met

gebruikmaking van de schroefgaten aan de zij-

kanten van het chassis) bevestigd worden Raadpleeg voor details hieromtrent de vol- gende beschrijvingen en afbeeldingen van de installatiemethodes.

Alvorens het apparaat te installeren

© _ Verwijder het frame en de houder.

Buig de boven- en onderkant van het frame

naar buiten om deze te verwiideren. Maak ver-

volgens de schroeven (2mm x 3 mm) los om

de houder te kunnen verwijderen.

+ Bevestig eerst de houder en druk vervol-

gens het frame op het toestel tot hij vast Kiikt wanneer u deze terug wilt zetten

DIN voormontage Installatie met de rubbermof

1 Bepaal de plaats van de zijbeugels.

= Verander bij inbouw op sen nauwe plaats de stand van de kleine zijbeugels. Plak in zo'n geval camouflageband op de delen die uit het dash board steken. (Het frame wordt niet gebruikt.)

Schroef voor het bevestigen van de zijbeugel (6 mm x 6 mm)

= _Als ü daar ruimte voor heeft achter de modu- le, en als u dat mooi vindt, kunt u ervoor kiezen het voorpaneel ets terug te laten wijken door de grote zibeugels te gebruiken.

K AN Zijbeugel (groot)

Schroef voor het bevestigen van de zijbeuge (6 mm x 6 mm)

2 _installeer de module in het dashboard. Nadat u de houder in het dashboard hebt ge- plaatst, kiest u de juiste lipjes voor de dikte van het dashboardmateriaal en buigt u deze om. (Zo stevig mogelijk bevestigen met ge-

bruik van de boven- en onderlipjes. Buig de lip-

jes 90 graden om te vergrendelen.)

+ Tijdens het gebruik van de grote zijbeugels, moet u het frame opnieuw aanhechten:

Installatie met gebruikmaking van de schroefgaten aan de zijkanten van de eenheid

© Bevestig de eenheid op de fabrieks- steun voor de radio.

Kies een positie waar de schroefgaten van de beugel en de schroefgaten van dit product in een lijn liggen (passen) en draai de schroeven op 2 plaatsen aan elke kant vast. Gebruik, af- hankelijk van de vorm van de schroefgaten in de beugel, schroeven (4 mm x 3 mm), druk- kingsschroëven (5 mm x 6mm) of schroeven met platte kop (5 mm x 6mm)

#1 Gebruik alleen schroeven (4mm x 3mm)

+ Gebruik bij inbouw op een nauwe plaats de volgende schroefgaten. Plak in zo'n geval camouflageband op de delen die uit het dashboard steken

Drukkingsschroef (5 mm X 6 mm)

Radio bevestigingsbeugel van de fabrikant

Bevestigen van het voorpaneel Maakt ü geen gebruik van de verwiiderings- en bevestigingsfunctie van het voorpaneel, ge- bruik dan de bijgeleverde bevestigingsschroe- ven om het voorpaneel op de display-module te bevestigen

© Bevestig, na het verwijderen van het voorpaneel, m.b.v. bevestigingsschroeven het frame op de display-module.

—— Bevestigingsschroeven

Ç Inbouwen i - neet van de antenne is erg krachtig en u evestigen van de can dea serge ' zou de draad kunnen lostrekken van de an- antenne tenne. PIN BELANGRIJK + De GPS-antenne wordt bevestigd met be-

hulp van de magneet. Let er bij het bevesti- gen van de GPS-antenne op dat u geen krassen op de carrosserie veroorzaakt

+ Wanneer u de GPS-antenne op de buiten- zijde van de auto heeft aangebracht, dient u deze los te maken en in de auto te leggen voordat u door een autowasserette rijdt. In-

Opmerkingen betreffende het dien dit wordt verzuimd, kan de antenne

bevestigen losraken en kunnen krassen op de carros-

+_ Verf de GPS-antenne niet, aangezien dit de

prestatie van de antenne beïnvloedt

Maak de GPS antennedraad niet korter en ook niet langer. Wijzigingen aan de antenne- kabel kunnen leiden tot kortsluiting of storin- gen en permanente schade aan het navigatiesysteem.

+_ De antenne dient op een zo horizontaal mo- gelik opperviak te worden bevestigd, op een plaats waar de ontvangst van de radio- golven zo min mogelik wordt gehindercl De antenne kan de radiogolven van de sa Bijgeleverde accessoires telliet alleen ontvangen als er geen obsta- kel tussen de antenne en de satelliet is. Het verdient aanbeveling de antenne op het dak of op het kofferdeksel van de auto te > bevestigen

GPS-antenne Metalen plaatje

+_ Indien u de GPS-antenne binnen in de auto aanbrengt, gebruik dan het metalen plaatje dat bij het systeem wordt geleverd. Als dit plaate niet gebruikt wordt, zal de ont- vangstgevoeligheid onbevredigend zijn. Maak het bijgeleverde metalen plaatje niet Kleiner, aangezien dit resulteert in een la- gere gevoeligheid van de GPS-antenne Trek niet aan de antennedraad wanneer u de GPS-antenne wilt verwijderen. De mag-

Bevestigen van de antenne binnen in de auto (op de hoedenplank)

Bevestig het metalen plaatje op een 20 horizontaal mogelijke ondergrond op een plaats waar de GPS-antenne de got ven door de ruit kan ontvangen. Plaats de GPS-antenne op het metalen plaatje. (De GPS-antenne heeft een magneet

Verwijder het beschermvel aan de onderkant van het plaatje.

Zorg dat het opperviak waarop u het metalen plaatje gaat aanbrengen droog is en vrij van stof, olie, vet enz.

+ Het metalen plaatje bevat een sterk Kleefmid del, dat na verwijdering sporen op het opper- viak kan achterlaten

+_ Leter bij het aanbrengen van het metalen pla- tie op dat het niet in Kleine onderdelen wordt gesneden.

+ De ruiten van sommige auto's laten de signa- len van de GPS-satellieten niet door In dat geval dient u de GPS-antenne aan de buiten- zijde van de auto te bevestigen.

Kiemmen Gebruik de klemmen om de draad op de vereiste plaat- sen tegen het interieur van de auto te bevestigen

Bevestigen van de antenne aan de buitenzijde van de auto (op de carrosserie)

Bevestig de GPS-antenne op een 20 horizontaal mogelijke ondergrond zoals op het dak of kofferdeksel. (De GPS-anten- ne heeft een magneet aan de onderzijcle.)

DT Ab. 1 Afb.2 De antennedraad via het De antennedraad via de bovenzijde kofferdeksel naar binnen leiden van het portier naar binnen leiden Afb.1 Afb.2 Klemmen Waterbestendig isolatie

Gebruik de klemmen om blokje de draad op de vereiste … Zorg dat het waterbesten plaatsen tegen het interi- … dige isolatieblokje bij het eur van de auto te bevesti-_ sluiten van het kofferdek gen: sel op de rubberen af Maak een Uvormige lus in de draad voorcat u deze

dichtstrip valt. near binnen leidt, om te voorkomen dat regenwater langs de draad in de auto druppeit

Gebruik de klemmen om de draad op de vereiste plaatsen tegen het interi eur van de auto te bevestigen

Rubberen afdichtstrip Maak een Uxvormige lus in de draad voordat u deze over de rubberen afdicht strip leidt, om te voorko- men dat regenwater langs de draad in de auto drup

Na het inbouwen van dit navigatiesysteem

1 Sluit de accu aan. Controleer nogmaals of alle aansluitingen op de juiste wijze zijn gemaakt en dit product cor- rect is ingebouwd. Monteer de auto-onderde- len die u bij het inbouwen van het apparaat heeft verwijderd. Sluit tot slot de massakabel (2) weer op de massapool (-) van de accu aan

3 Druk op de RESET toets. Druk met een spits voorwerp, zoals de punt van een pen, op RESET toets van de module.

4 Voer de volgende instellingen uit: 1_Installeer het programma in het navigatie systeem. 2 Stel de tijd en de taal in 3 Rij totdat de geinitialiseerce sensors nor- maal gaan werken Zie de Bedieningshandleiding voor nadere bij- zonderheden omtrent de instellingen van het navigatiesysteem.

Na installatie van dit navigatiesysteem dient u op een veilige plaats te controleren of het voertuig normaal functioneert. (=)