AVIC-F320BT - Auto GPS PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AVIC-F320BT PIONEER in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Auto GPS in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AVIC-F320BT - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AVIC-F320BT van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING AVIC-F320BT PIONEER
BELANGRIJKE INFORMATIE BETREFFENDE UW NIEUWE NAVIGATIESYSTEEM EN HET GEBRUIK VAN DEZE HANDLEIDING 120 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSMAATREGELEN LEES DEZE INFORMATIE BETREFFENDE UW NAVIGATIESYSTEEM ZORGVULDIG DOOR EN BEWAAR DE INFORMATIE VOOR LATERE NASLAG 121 Aansluitingen Voorzorgen voor het aansluiten van het systeem 122 Alvorens u dit product inbouwt 122 Voorkomen van beschadigingen 123 – Opmerking over de blauw/witte draad 123 Bijgeleverde accessoires 124 Systeemcomponenten aansluiten 126 Het stroomsnoer aansluiten (1) 128 Het stroomsnoer aansluiten (2) 130 Voor aansluiting op een los verkrijgbare eindversterker 131
Bevestigen van de GPS-antenne 137 – Opmerkingen betreffende het bevestigen 137 – Bijgeleverde accessoires 137 – Bevestigen van de antenne binnen in de auto (op het dashboard of de hoedenplank) 138 De microfoon installeren 139 – Bijgeleverde accessoires 139 – Montage op de zonneklep 139 – Installatie op stuurkolom 140 – De hoek van de microfoon aanpassen 141 Na installatie Na het inbouwen van dit navigatiesysteem 142
Inbouwen Voorzorgen voor installatie 132 Voorkomen van elektromagnetische storingen 132 Voor de installatie 133 Dit navigatiesysteem inbouwen 133 – Opmerkingen betreffende het inbouwen 133 – Bijgeleverde accessoires 134 – Vóór het installeren van dit navigatieeenheid 135 – Installatie met de houder en zijbeugel 135 – Installatie met gebruik van de schroefgaten aan de zijkant van het navigatie-eenheid 136 Nl
BELANGRIJKE INFORMATIE BETREFFENDE UW NIEUWE NAVIGATIESYSTEEM EN HET GEBRUIK VAN DEZE HANDLEIDING ! De navigatie-elementen van dit product zijn uitsluitend bedoeld als hulpmiddel voor de bedining van uw voertuig. U mag het autonavigatiesysteem niet beschouwen als vervanging van uw eigen beoordelingsvermogen en alertheid tijdens het rijden. ! Gebruik dit navigatiesysteem nooit om in geval van nood naar ziekenhuizen, politiestations of dergelijke instellingen te rijden. Bel dan het juiste hulpdienstnummer. ! Gebruik dit navigatiesysteem niet indien hierdoor op enigerlei wijze uw aandacht van het veilig besturen van uw auto kan worden afgeleid. Neem altijd de gangbare beperkingen en aanwijzingen voor weggebruikers in acht, boven het advies en de begeleiding die dit product biedt. Volg strikt de geldende verkeersregels, ook als dit product tegenstrijdige aanwijzingen geeft. ! In deze handleiding wordt de inbouw van het navigatiesysteem in uw voertuig beschreven. De bediening van het navigatiesysteem wordt beschreven in de afzonderlijke handleidingen die bij het navigatiesysteem worden geleverd. ! Bouw dit product niet in op plaatsen waar het (i) het zicht van de bestuurder kan hinderen, (ii) de werking van een van de bedieningssystemen of veiligheidsvoorzieningen van de auto, inclusief airbags en knoppen van waarschuwingsknipperlichten nadelig kan beïnvloeden of (iii) een belemmering kan vormen voor het vermogen van de bestuurder om het voertuig veilig te bedienen. In bepaalde gevallen is het wellicht niet mogelijk dit product in te bouwen vanwege het type voertuig of de vorm van het interieur van het voertuig.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSMAATREGELEN WAARSCHUWING Pioneer raadt u af het navigatiesysteem zelf in te bouwen. Wij adviseren u om alleen bevoegd Pioneer onderhoudspersoneel, dat speciaal is opgeleid en ervaring heeft met mobiele elektronica, dit product te laten instellen en inbouwen. VOER NOOIT ZELF ONDERHOUD UIT AAN DIT PRODUCT. Bij verkeerd inbouwen of onderhoud van dit product en de aansluitkabels bestaat de kans op een elektrische schok of een andere gevaarlijke situatie, en kan het navigatiesysteem schade oplopen die niet onder de garantie valt.
LEES DEZE INFORMATIE BETREFFENDE UW NAVIGATIESYSTEEM ZORGVULDIG DOOR EN BEWAAR DE INFORMATIE VOOR LATERE NASLAG
oordelingsvermogen heeft daarom te allen tijde voorrang op de informatie die het systeem geeft. 6 Evenals bij het gebruik van andere accessoires in uw auto dient u erop te letten dat het navigatiesysteem niet uw aandacht van de weg afleidt. Indien u moeilijkheden heeft bij de bediening van het apparaat of als de informatie op het beeldscherm niet duidelijk is, parkeer de auto dan op een veilige plaats langs de weg voordat u het probleem probeert op te lossen. 7 Tijdens het rijden dient u altijd de veiligheidsgordel te dragen. Bij een ongeluk is de kans op letsel aanzienlijk groter als u de veiligheidsgordel niet draagt. 8 Bepaalde wetten en regels van de landelijke zowel als plaatselijke overheid kunnen de plaatsing en het gebruik van dit systeem in uw voertuig verbieden of beperken. Volg bij het gebruik, de installatie en de bediening van uw navigatiesysteem alle toepasselijke wetten en regels stipt op.
1 Lees de handleiding zorgvuldig door voordat u het navigatiesysteem gaat inbouwen. 2 Bewaar de handleiding voor latere naslag in de toekomst. 3 Neem alle waarschuwingsinformatie in acht en volg de instructies nauwkeurig op. 4 Wanneer het systeem de eerste maal wordt opgestart, kan het bericht “Preparing to start up system...please wait” verschijnen aangezien de resterende batterijspanning laag kan zijn. Als u dit bericht ziet, moet u het toestel niet bedienen totdat het bericht “Ready to start up system.” wordt weergegeven. 5 Onder bepaalde omstandigheden kan dit navigatiesysteem foutieve informatie op het scherm tonen betreffende de positie van uw auto, de afstand tot bepaalde plaatsen die u op het scherm ziet en de kompasrichting. Ook heeft het systeem een aantal beperkingen, zoals het ontbreken van informatie over eenrichtingswegen, tijdelijke verkeersomleidingen en eventueel gevaarlijke routes. Uw eigen beNl
Aansluitingen Voorzorgen voor het aansluiten van het systeem BELANGRIJK ! Indien u besluit de installatie zelf uit te voeren, een speciale opleiding heeft gehad en ervaring heeft met het inbouwen van mobiele elektronica, volg dan nauwgezet alle stappen van de installatiehandleiding. ! Maak alle draden met kabelklemmen of isolatietape vast. Let er op dat er geen draden blootliggen. ! Sluit de gele draad van dit product niet direct aan op de accu van de auto. Als de draad direct is verbonden met de accu, kan de isolatie door de motortrillingen losraken op de plaats waar de draad van het interieur naar de motorruimte loopt. Als de isolatie van de gele draad door het contact met metalen delen scheurt, kan er kortsluiting ontstaan, hetgeen tot een zeer gevaarlijke situatie leidt. ! Het is zeer gevaarlijk als de bedrading rond de stuurkolom, rond de versnellingspook of andere bedieningsorganen vast komt te zitten. U moet dit product, de kabels en andere bedrading zo installeren dat deze het besturen van het voertuig niet verhinderen of belemmeren. ! Zorg ervoor dat de kabels en draden zo worden geleid en bevestigd dat ze niet verstrikt raken in de bewegende onderdelen van de auto of deze niet hinderen. Dit geldt met name voor het stuur, de versnellingshendel, de handrem, de geleiingsrails voor de verstelbare stoelen, de portieren of een van de regelmechanismen van het voertuig. ! Laat de draden niet langs plaatsen lopen waar ze blootgesteld worden aan hoge temperaturen. Als de isolatie van de draden erg warm wordt, kunnen ze beschadigd raken, waardoor er kortsluiting of een storing ontstaat en er mogelijk perma-
nente beschadiging aan dit product optreedt. ! Maak de GPS antennedraad niet korter en ook niet langer. Wijzigen van de antennedraad kan resulteren in kortsluiting. ! Maak ook geen enkele andere draad korter. Wanneer dit gebeurt, is het mogelijk dat het beveiligingscircuit (zekeringhouder, zekeringweerstand of filter) niet goed meer functioneert. ! Tap nooit stroom af van de stroomtoevoerdraad van het navigatiesysteem voor de voeding van andere elektronische apparatuur. De stroomcapaciteit van de draad kan overschreden worden, met oververhitting tot gevolg.
Alvorens u dit product inbouwt ! Gebruik dit toestel uitsluitend met een 12 Volt accu met negatieve aarding. Doet u dit niet, dan kunnen brand of storingen het gevolg zijn. ! Om kortsluiting te vermijden, dient u vooraf voor het installeren de negatieve (–) accukabel los te maken.
Voorkomen van beschadigingen
WAARSCHUWING F O T Geen ACC stand
! Om kortsluiting te voorkomen dient u de losgekoppelde draad af te dekken met isolatieband. Het is met name van belang alle ongebruikte speakerdraden te isoleren. Wanneer deze onbedekt blijven, kan er kortsluiting ontstaan. ! Sluit de stekkers met dezelfde kleur aan op de corresponderende gekleurde poort, d.w.
Opmerking over de blauw/ witte draad ! Wanneer dit toestel is ingeschakeld, wordt er een stuursignaal geproduceerd via de blauw/witte kabel. Sluit deze aan op de afstand bedieningsaansluiting van een externe eindversterker of op de stuuraansluiting van het autoantennerelais (max. 300 mA, 12 V DC). Als het voertuig is voorzien van een ruitantenne, sluit de kabel dan aan op de stroomaansluiting van de antenne-signaalversterker. ! Verbind de blauw/witte kabel in geen geval met de stroomaansluiting van een externe eindversterker. Sluit deze kabel ook niet aan op de stroomaansluiting van de autoantenne. Dit kan leiden tot het leeglopen van de accu of tot storingen. ! Gebruik deze draad in geen geval als de stroomdraad voor de automatische antenne of de antennesignaalversterker. Een dergelijke aansluiting kan leiden tot een te hoge stroom en daardoor tot storingen en defecten.
! Gebruik luidsprekers van meer dan 50 W (uitgangsvermogen) en tussen 4 W t/m 8 W (impedantiewaarde). Gebruik geen luidsprekers van 1 W t/m 3 W voor dit toestel. ! Het zwarte snoer is de aardverbinding. Dit snoer dient afzonderlijk van de aarding van producten met een hoog stroomverbruik, zoals eindversterkers, te worden geaard. Aard niet meer dan één product samen met de aarding van een ander product. U dient bijvoorbeeld elke versterkermodule afzonderlijk, los van de aarding van het navigatiesysteem te aarden. Door de aarding met elkaar te verbinden, kan er brand en/of schade aan producten ontstaan als de massaverbinding losraakt. ! Zorg ervoor dat u de zekering alleen vervangt door een zekering met de waarde die op het product staat aangegeven. ! Wanneer u een stekker uittrekt, pak dan de stekker zelf vast. Trek niet aan de draad, want het is mogelijk dat u deze uit de stekker trekt. ! Dit product kan niet worden geïnstalleerd in een voertuig zonder ACC (Accessoire) stand op de contactschakelaar.
z. de blauwe stekker op de blauwe poort, zwart op zwart, enz. ! Zie voor nadere informatie over het aansluiten van de eindversterker en andere toestellen de gebruikershandleiding en voer de aansluiting vervolgens uit zoals hierin beschreven. ! Aangezien een uniek BPTL-circuit wordt gebruikt, mag de * zijde van de speakerdraad niet direct worden geaard en mogen de * zijden van de speakerdraden niet met elkaar worden verbonden. Zorg ervoor dat * zijde van de speakerdraad wordt verbonden met de * zijde van de speakerdraad op het navigatiesysteem.
Aansluitingen Bijgeleverde accessoires
De navigatie-eenheid
Aansluitingen Systeemcomponenten aansluiten 3,55 m Groen
De navigatie-eenheid
AUX-aansluiting Gebruik een kabel met een stereo-ministekker om externe apparatuur aan te sluiten.
USB-aansluiting Sluit de interfacekabel van een iPod of een geschikt USB-geheugenapparaat aan.
iPod met Dock-aansluiting *1
Antenne van het voertuig
RDS-TMC tuner Dock-aansluiting
*1 Raadpleeg de Bedieningshandleiding voor meer informatie over de bediening en compatibiliteit. USB-interfacekabel voor iPod (CD-IU50) (los verkrijgbaar)
WIRED REMOTE INPUT Raadpleeg de handleiding van de adapter voor een afstandsbediening met draad (los verkrijgbaar).
WAARSCHUWING Om het risico op ongevallen en mogelijke overtreding van toepasselijke wetten en regels te voorkomen, mag dit product terwijl er met het voertuig gereden wordt, uitsluitend voor navigatiedoeleinden worden gebruikt.
Aansluitingen Het stroomsnoer aansluiten (1) Opmerkingen
Opmerking Afhankelijk van het soort voertuig is het mogelijk dat de functies van 2* en 4* anders zijn. Let er in een dergelijk geval op dat u 1* op 4* en 3* op 2* aansluit.
· Wanneer er een subwoofer (*7) is aangesloten op dit navigatiesysteem in plaats van een achterluidspreker, moet u de instelling voor de achteruitgang veranderen in de Begininstellingen. (Raadpleeg de Bedieningshandleiding.) Dit navigatiesysteem produceert een mono subwoofer-uitgangssignaal. · Bij gebruik van een van 70 W (2 Ω), moet u voor de aansluiting de paarse en paars/zwarte draden van dit navigatiesysteem gebruiken. Sluit niets aan op de groene en groen/zwarte draden.
Sluit draden van dezelfde kleur op elkaar aan.
Geel (*2) Back-up (of accessoire)
Geel (*1) Naar een aansluiting die altijd van stroom wordt voorzien, ongeacht de stand van het contact.
Rood (*4) Accessoire (of back-up)
Rood (*3) Naar een elektrische aansluiting die aan/uit (ON/OFF) geschakeld wordt met het contactslot (12 V gelijkstroom). Oranje/wit Naar de aansluiting van de verlichtingsschakelaar. Zwart (aarde) Naar voertuigchassis (metaal).
ISO stekker Geel/zwart Het voertuig kan een dempingssignaal naar deze aansluiting sturen.
Opmerking In sommige voertuigen kan de ISO stekker in twee stukken gedeeld zijn. Sluit in een dergelijk geval beide stekkers aan.
Luidsprekerdraden Wit: Links voor Wit/zwart: Links voor Grijs: Rechts voor Grijs/zwart: Rechts voor Groen: Links achter of subwoofer (*7) Groen/zwart: Links achter of subwoofer (*7) Paars: Rechts achter of subwoofer (*7) Paars/zwart: Rechts achter of subwoofer (*7)
De navigatie-eenheid
Blauw/wit (*6) Naar de regelklem van het autoantennerelais (max. 300 mA 12 V DC).
De penposities van de ISO stekker hangen mede af van het type voertuig. Sluit *5 en *6 aan wanneer pen 5 de antenne aanstuurt. In andere typen voertuigen mogen *5 en *6 nooit worden aangesloten.
Aansluitingen Het stroomsnoer aansluiten (2) De navigatie-eenheid
Licht groen Voor het bepalen of de handrem is aangetrokken of niet. Deze draad moet worden aangesloten op de stroomkant van de handremschakelaar. Als deze verbinding verkeerd gemaakt wordt of helemaal niet, zullen bepaalde functies van uw navigatiesysteem niet gebruikt kunnen worden.
Stroomdraad Aarde Handremschakelaar
Voor aansluiting op een los verkrijgbare eindversterker RCA (tulpstekker) kabels (los verkrijgbaar)
De navigatie-eenheid
Eindversterker (los verkrijgbaar)
Achter- of subwoofer uitgang
Systeemafstandsbediening
Blauw/wit Naar de systeemregelklem van de eindversterker (max. 300 mA 12 V DC).
Opmerking Afhankelijk van uw subwoofersysteem kunt u de RCA (tulpstekker) uitgang van de subwoofer veranderen. (Raadpleeg de Bedieningshandleiding.)
Inbouwen Voorzorgen voor installatie BELANGRIJK ! Installeer dit product nooit op plaatsen waar, of op een manier waardoor: — Het letsel kan toebrengen aan de bestuurder of de passagiers wanneer plotseling hard geremd wordt. — Het een belemmering kan vormen voor de bediening van het voertuig door de bestuurder, zoals op de vloer voor de stoel van de bestuurder, of dichtbij het stuur of de versnellingshendel. ! Controleer of er niets achter het dashboard of de panelen zit wanneer u hierin gaten gaat boren. Let erop dat u geen brandstofleidingen, remleidingen, elektronische componenten, communicatiedraden of voedingskabels beschadigt. ! Wanneer u schroeven gebruikt, let er dan op dat deze niet in contact komen met de elektrische bedrading. Door de trilling kunnen isolatiedraden beschadigd raken, met als gevolg kortsluiting of anderssoortige beschadigingen aan het voertuig. ! Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de voorgeschreven wijze, zodat dit product juist wordt ingebouwd. Als bepaalde onderdelen niet bij het product zijn geleverd, moet u geschikte onderdelen op de voorgeschreven wijze gebruiken nadat u de geschiktheid van de betreffende onderdelen bij uw dealer hebt nagevraagd. Als u andere onderdelen dan de bijgeleverde onderdelen gebruikt of onderdelen die niet geschikt zijn, kunnen deze beschadigingen aan de interne onderdelen van het product veroorzaken of kunnen deze onderdelen en het product losraken. ! Het is zeer gevaarlijk als de bedrading rond de stuurkolom, rond de versnellingspook of andere bedieningsorganen vast komt te zitten. U moet dit product, de kabels en andere bedrading zo installeren dat deze het besturen van het voertuig niet verhinderen of belemmeren.
! Zorg ervoor dat de draden niet loshangen en geraakt kunnen worden door een portier of stoelverschuivingsmechanisme, met eventueel kortsluiting tot gevolg. ! Controleer nadat u het navigatiesysteem heeft ingebouwd of de andere apparatuur in uw auto naar behoren werkt. ! Bouw dit navigatiesysteem niet in op plaatsen waar het (i) het zicht van de bestuurder kan hinderen, (ii) de werking van een van de bedieningssystemen of veiligheidsvoorzieningen van de auto, inclusief airbags en knoppen van waarschuwingsknipperlichten nadelig kan beïnvloeden of (iii) een belemmering kan vormen voor het vermogen van de bestuurder om het voertuig veilig te bedienen. ! Bouw het navigatiesysteem in tussen de stoel van de bestuurder en de stoel van de voorste inzittende, zodat het niet wordt geraakt door de bestuurder of inzittende als het voertuig abrupt afremt. ! Installeer het navigatiesysteem in geen geval voor of naast plekken in het dashboard, portier of de stijlen van het voertuig waar een airbag zich kan ontplooien. Raadpleeg het instructieboekje van uw voertuig voor meer informatie omtrent de plekken waar de airbags zich bevinden en hoe zij zich zullen ontplooien.
Voorkomen van elektromagnetische storingen Om storingen te voorkomen moeten de volgende voorwerpen zo ver mogelijk van dit navigatiesysteem alsmede andere kabels en draden worden geplaatst: ! FM, MG/LG-antenne met de kabel ! GPS-antenne met de kabel
Inbouwen Daarnaast dient u elke antennedraad zover mogelijk van de andere antennedraden te leggen. Bind de draden niet samen, leg ze niet naast elkaar en laat ze elkaar niet kruisen. Door de elektromagnetische ruis die daardoor ontstaat, wordt de kans op fouten op de plaats waar het display bevestigd is vergroot.
04 ! Installeer de navigatie-eenheid op een horizontaal oppervlak binnen een hoek van 0 graden tot 30 graden (binnen 10 graden naar links of rechts). Een verkeerde installatie van het apparaat waarbij het oppervlak meer dan het toegestane aantal graden gekanteld is, verhoogt het risico op fouten in het locatiedisplay en leidt tot minder goede prestaties van het display.
Voor de installatie ! Raadpleeg uw dichtstbijzijnde dealer als het voor het installeren van dit product nodig blijkt gaten te boren of andere wijzigingen aan te brengen aan de auto. ! Voordat u het apparaat definitief installeert, is het raadzaam tijdelijk alle aansluitingen te maken om te kijken of deze correct zijn en alles naar behoren functioneert.
Dit navigatiesysteem inbouwen Opmerkingen betreffende het inbouwen
! Installeer dit navigatiesysteem niet op plaatsen waar ze kunnen worden blootgesteld aan hoge temperaturen of vocht, zoals: — Dichtbij een radiator, luchtopening of airconditioningapparaat. — Op plaatsen blootgesteld aan direct zonlicht, zoals op het dashboard. — Op plaatsen waar water op het apparaat terecht kan komen, zoals dicht in de buurt van een portier. ! Installeer dit navigatiesysteem op een plek die stevig genoeg is om het gewicht van het product te dragen. Kies een plaats waar dit navigatiesysteem stevig kan worden geïnstalleerd en zorg voor een veilige bevestiging. De actuele locatie van het voertuig kan alleen correct worden weergegeven wanneer het navigatiesysteem goed bevestigd is.
! Om verzekerd te kunnen zijn van voldoende ventilatie bij gebruik van dit toestel, dient u er bij de installatie voor te zorgen dat u achter het achterpaneel en rondom het toestel voldoende ruimte vrij laat, en dient u eventuele losse bedrading samen te bundelen zodat deze de ventilatie-openingen niet kan blokkeren.
Laat voldoende ruimte vrij
Inbouwen ! Ingeval van oververhitting wordt de halfgeleider laser beschadigd. Bouw de navigatieeenheid daarom niet in op een plaats waar deze te warm kan worden, bijvoorbeeld naast een radiator. ! Dit navigatiesysteem mag niet op een plaats worden ingebouwd waar het losmaken van het afneembare paneel van het hoofdtoestel kan worden belemmerd door de versnellingspook of een ander voorwerp. Voordat u het navigatiesysteem inbouwt, moet u controleren of er voldoende ruimte is zodat het afneembare paneel de bediening van de versnellingspook niet belemmert wanneer het paneel wordt losgemaakt. Dit om interferentie met de versnellingspook of een foutieve werking van het mechanisme voor het losmaken van het paneel te voorkomen.
Bijgeleverde accessoires ! De met een asterisk (*1) gemarkeerde onderdelen zijn reeds geïnstalleerd. ! De met een asterisk (*2) gemarkeerde onderdelen zijn alleen bedoeld voor gebruik in de winkel waar het product wordt verkocht.
De navigatie-eenheid
Zijbeugels*1 (2 st.)
Schroef*1 (3 mm × 6 mm) (8 st.)
Schroef voor het bevestigen van de zijbeugel*1 (5 mm × 6 mm) (4 st.)
Vóór het installeren van dit navigatie-eenheid
jes 90 graden om het navigatie-eenheid te vergrendelen.) Dashboard
1 Verwijder de afwerkingsrand. Buig de bovenkant en de onderkant van de afwerkingsrand naar buiten om deze te verwijderen.
2 Verwijder de houder. Draai de schroeven (3 mm × 6 mm) los om de houder te verwijderen.
2 Installeer dit navigatie-eenheid en draai de schroeven vast. Dashboard
Installatie met de houder en zijbeugel 1 Installeer de houder in het dashboard. Nadat u de houder in het dashboard hebt geplaatst, kiest u de juiste lipjes voor de dikte van het dashboardmateriaal en buigt u deze om. (Zo stevig mogelijk bevestigen met gebruik van de boven- en onderlipjes. Buig de lip-
Bevestig de afwerkingsrand.
Buig het palletje naar beneden indien het in de weg zit. Montageplaatjes van de orignele autoradio Afwerkingsrand
Installatie met gebruik van de schroefgaten aan de zijkant van het navigatie-eenheid 1
Verwijder de zijbeugels. Zijbeugel
Schroef (5 mm × 8 mm) (los verkrijgbaar)
Dashboard of console
Schroef voor het bevestigen van de zijbeugel (5 mm 6 mm)
2 De navigatie-eenheid op de montageplaatjes van de orignele autoradio vastzetten. Positioneer het navigatie-eenheid zodanig dat zijn schroefgaten op een lijn liggen (passen) met de schroefgaten van de beugel, en draai de schroeven op 3 of 4 plaatsen aan elke kant vast. Gebruik de schroeven (5 mm × 8 mm) (los verkrijgbaar), afhankelijk van de vorm van de schroefgaten in de beugel.
Bevestigen van de GPSantenne
Bijgeleverde accessoires
BELANGRIJK Maak de GPS antennedraad niet korter en ook niet langer. Wijzigingen aan de antennekabel kunnen leiden tot kortsluiting of storingen en permanente schade aan het navigatiesysteem.
Opmerkingen betreffende het bevestigen ! De antenne dient op een zo horizontaal mogelijk oppervlak te worden bevestigd, op een plaats waar de ontvangst van de radiogolven zo min mogelijk wordt gehinderd. De antenne kan de radiogolven van de satelliet alleen ontvangen als er geen obstakel tussen de antenne en de satelliet is.
! Indien u de GPS-antenne binnen in de auto aanbrengt, gebruik dan het metalen plaatje dat bij het systeem wordt geleverd. Als dit plaatje niet gebruikt wordt, zal de ontvangstgevoeligheid onbevredigend zijn. ! Maak het bijgeleverde metalen plaatje niet kleiner, aangezien dit resulteert in een lagere gevoeligheid van de GPS-antenne. ! Trek niet aan de antennedraad wanneer u de GPS-antenne wilt verwijderen. De magneet van de antenne is erg krachtig en u zou de draad kunnen lostrekken van de antenne. ! Verf de GPS-antenne niet, aangezien dit de prestatie van de antenne beïnvloedt.
Inbouwen Bevestigen van de antenne binnen in de auto (op het dashboard of de hoedenplank) WAARSCHUWING Installeer de GPS-antenne niet over andere sensoren of de ventilatie-openingen in het dashboard van het voertuig, want hierdoor kan de juiste werking van de sensoren of ventilatie-openingen belemmerd worden en is het ook mogelijk dat de GPS-antenne niet goed meer met de metalen plaat onderaan correct en stevig op het dashboard bevestigd kan worden.
Bevestig het metalen plaatje op een zo horizontaal mogelijke ondergrond op een plaats waar de GPS-antenne de golven door de ruit kan ontvangen. Plaats de GPS-antenne op het metalen plaatje. (De GPS-antenne heeft een magneet aan de onderzijde.) GPS-antenne
Metalen plaatje Verwijder het beschermvel aan de onderkant van het plaatje. Zorg dat het oppervlak waarop u het metalen plaatje gaat aanbrengen droog is en vrij van stof, olie, vet enz.
Opmerking Het metalen plaatje bevat een sterk kleefmiddel, dat na verwijdering sporen op het oppervlak kan achterlaten.
Klemmen Gebruik los verkrijgbare klemmen om de draad waar nodig binnenin de auto te bevestigen.
Opmerkingen ! Let er bij het aanbrengen van het metalen plaatje op dat het niet in kleine onderdelen wordt gesneden. ! De ruiten van sommige auto’s laten de signalen van de GPS-satellieten niet door. In dat geval dient u de GPS-antenne aan de buitenzijde van de auto te bevestigen.
04 De microfoon installeren ! Installeer de microfoon in de juiste richting en op de juiste afstand zodat de microfoon gemakkelijk de stem van de bestuurder kan opvangen. ! Sluit de microfoon aan op het navigatiesysteem nadat het systeem is uitgezet. (ACC OFF)
Bijgeleverde accessoires
Montage op de zonneklep 1 Plaats de microfoon in de microfoonklem. Microfoonklem
Inbouwen 2 Bevestig de microfoonklem aan de zonneklep. Microfoonklem
Installatie op stuurkolom % Bevestig de microfoon op de stuurkolom. Dubbelzijdig tape
Plaats de microfoon op de stuurkolom en houd hem uit de buurt van het stuurwiel.
Klemmen Gebruik los verkrijgbare klemmen om de draad waar nodig binnenin de auto te bevestigen.
Plaats de microfoon in de zonneklep terwijl de klep omhoog staat. De microfoon kan de stem van de bestuurder niet opvangen wanneer de zonneklep naar beneden is geklapt. Klemmen Gebruik los verkrijgbare klemmen om de draad waar nodig binnenin de auto te bevestigen.
De hoek van de microfoon aanpassen De hoek van de microfoon kan worden ingesteld.
Na het inbouwen van dit navigatiesysteem 1 Sluit de accu aan. Controleer nogmaals of alle aansluitingen op de juiste wijze zijn gemaakt en dit product correct is ingebouwd. Monteer de auto-onderdelen die u bij het inbouwen van het apparaat heeft verwijderd. Sluit tot slot de massakabel (–) weer op de massapool (–) van de accu aan. 2
3 Druk op de RESET toets terwijl het afneembare paneel is aangebracht. Druk met een spits voorwerp, zoals de punt van een pen, op de RESET toets van het navigatietoestel.
Maak de volgende instellingen. = Zie de Bedieningshandleiding voor meer details over de bediening. 1 Stel de taal in. 2 Rijd over een normale weg totdat de GPS het signaal begint te ontvangen. 3 Maak enkele vereiste instellingen. ! Instelling van de tijd ! Verander de andere instellingen naar wens Opmerking
Na installatie van dit navigatiesysteem dient u op een veilige plaats te controleren of het voertuig normaal functioneert.
Notice-Facile