AVIC-8DVD - Autonavigatiesysteem PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AVIC-8DVD PIONEER in PDF-formaat.

📄 158 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice PIONEER AVIC-8DVD - page 132
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PIONEER

Model : AVIC-8DVD

Categorie : Autonavigatiesysteem

Download de handleiding voor uw Autonavigatiesysteem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AVIC-8DVD - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AVIC-8DVD van het merk PIONEER.

GEBRUIKSAANWIJZING AVIC-8DVD PIONEER

+ Het Pioneer DVD navigatie-eenheid is uitsluitend bedoeld als hulp bij het vinden van de weg naar uw bestemming e.d. U mag het autonavigatiesysteem niet beschouwen als een vervanging voor uw eigen beoordelingsvermogen en alertheid tijdens het rijden. + Gebruik het DVD navigatie-eenheid niet wanneer u bijvoorbeeld in noodgevallen de weg naar een ziekenhuis of politiebureau wilt weten. De wegenkaart bevat namelijk niet alle informatie betreffende deze diensten. + Bedien het autonavigatiesysteem niet onder omstandigheden waarbij u alle aan- dacht voor de weg nodig heeft. Neem altijd de plaatselijke verkeersregels en de vereiste veiligheidsmaatregelen in acht.

  • In deze handleiding wordt de inbouw van het DVD navigatie-eenheid in uw auto beschreven. De bediening van het apparaat wordt beschreven in de afzonderlijke “Bedieningshandleiding” die bij het apparaat wordt geleverd.

EVENTUELE NASLAG … Aansluitingen … BELANGRIK . Alvorens u het apparaat inbouwt Voorkomen van beschadigingen Bijgeleverde accessoires Aansluiten van de systeemcomponenten Aansluiten van het stroomsnoer (1) Aansluiten van het stroomsnoer (2)

Inbouwen . BELANGRIXK . Voorkomen van elektromagnetische storing in het DVD navigatie-cenheid. Alvorens het apparaat definitief te bevestigen Alvorens de kleefstroken vast te plakken Inbouwen van het hoofdapparaat … e Opmerkingen betreffende het inbouwen e Hoofdapparaat en bijgeleverd montagemateriaal © BELANGRIK e Als de DVD navigatie-eenheid met de linker- en rechterzijde parallel aan de rijrichting wordt aangebracht DIN Voor/Achter montage DIN Voor-montage .. © Installatie met de rubber mo! © Verwijderen van het apparaat DIN A chter-montage…. un © Installatie met gebruikmaking van de schroefgaten aan de zijkanten van dit product Bevestigen van de GPS antenne … ©e BELANGRIK e Opmerkingen betreffende het bevestigen e GPS antenne en bigeleverd montagemateriaal e Bevestigen van de antenne binnenin de auto (op het dashboard of de hoedenplank) e Bevestigen van de antenne aan de buitenzijde van de auto (op de carrosserie) Bevestigen van de afstandsbediening © Afstandsbediening en bijgeleverde accessoires © Aanbrengen van de batterijen Opmerkingen betreffende de batterijen e Behandeling van de afstandsbediening © Bij het aanbrengen met dubbelzijdige plak- band Bevestigen van de microfoon 22 Opmerkingen betreffende de plaats voor de microfoon Microfoon en bijgeleverd accessoires Bevestigen van de microfoon op de zonneklep e Bevestigen van de microfoon op de stuurkolom © BELANGRIK

| SGANVTYAQIN Nadat het apparaat is ingebouwd

Lees de handleiding zorgvuldig door voordat u het DVD navigatie-eenheid gaat inbouwen. . Bewaar de handleïding voor eventuele naslag in de toekomst. . Neem alle waarschuwingsinformatie in acht en volg de instructies nauwkeurig op. . Dit DVD navigatie-eenheid is uitsluitend bedoeld als hulp bij het vinden van de weg naar uw bestemming e.d. U mag het systeem niet beschouwen als een ver- vanging voor uw eigen beoordelingsvermogen en alertheid tijdens het rijden. Bedien het DVD navigatie-eenheid niet onder omstandigheden waarbij u alle aan- dacht voor de weg nodig heeft. Neem altijd de plaatselijke verkeersregels en de vereiste veiligheidsmaatregelen in acht. .… Onder bepaalde omstandigheden kan het DVD navigatie-eenheid foutieve infor- matie op het scherm tonen betreffende de positie van uw auto, de afstand tot bepaalde plaatsen die u op het scherm ziet en de kompasrichting. Ook heeft het systeem een aantal beperkingen zoals het ontbreken van informatie over eenrich- tingswegen, tijdelijke verkeersomleidingen en eventuele gevaarijke routes. Uw eigen beoordelingsvermogen heeft daarom te allen tijde voorrang boven de infor- matie die het systeem geeft. . Evenals bij het gebruik van andere accessoires in uw auto dient u erop te letten dat het DVD navigatie-eenheid niet uw aandacht van de weg afleidt. Indien u moei-lijkheden heeft bij de bediening van het apparaat of als de informatie op het beeldscherm niet duidelijk is, parkeer de auto dan op een veilige plaats langs de weg voordat u het probleem probeert op te lossen. … Probeer het autonavigatie-systeem niet zelf in te bouwen of onderhoud aan het systeem te verrichten. Inbouwen en onderhoud van elektronische apparatuur en auto-accessoires door personen die niet de vereiste vakopleiding en ervaring hebben in dit soort werkzaamheden, kan resulteren in een elektrische schok of een andere gevaarlijke situatie. . Tijdens het rijden dient u altijd de veiligheidsgordel te dragen. Bij een ongeluk is de kans op letsel aanzienlijk groter als u de veiligheidsgordel niet draagt. 134 F

CRD3456A/132-158/DUT 5/15/01 11:08 PM Page 435 uw | nsluitingen AN BELANGRIUK Pioneer raadt u af het apparaat zelf in te bouwen of eventueel onderhoud te verrichten. Bij verkeerd inbouwen of onderhoud bestaat de kans op een elek- trische schok of een andere gevaarlijke situatie. Laat inbouwen en onder- houd van het apparaat over aan bevoegd Pioneer servicepersoneel. Maak alle draden met kabelklemmen of isolatietape vast. Let er tevens op dat er geen draden bloot liggen. Boor geen gat in het motorruimteschot om de geel draad van het apparaat naar de auto-accu te leiden. Door de motortrillingen kan de aangebrachte isolatie losraken op de plaats waar de draad van het interieur naar de motor- ruimte loopt, met een gevaarlijke situatie tot gevolg. Zorg ervoor dat u de draad op de diverse plaatsen stevig vastmaakt. Wanneer de GPS antennedraad of de microfoondraad zich rond de stuurkolom of de versnellingspook wikkelt, ontstaat een bijzonder gevaar- lijke situatie. Let er bij het inbouwen van het apparaat op dat u op geen enkele wijze gehinderd wordt bij de normale besturing van de auto. Zorg ervoor dat de draden de beweging van de diverse onderdelen van de auto zoals de versnellingspook, de handrem of het stoelverschuivingsmecha- as nisme niet hinderen. Laat de draden niet langs plaatsen lopen waar deze blootgesteld worden aan hoge temperaturen. Als de isolatie van de draden erg warm wordt, kunnen de draden beschadigd raken met kortsluiting tot gevolg. Maak de GPS antennedraad niet korter en ook niet langer. Wijzigen van de antennedraad kan resulteren in kortsluiting. Maak ook geen enkele andere draad korter. Het is anders mogelijk dat het beveiligingscircuit niet juist werkt. Tap nooit stroom af van de stroomtoevoerdraad van het DVD navigatie-een- heid voor de voeding van andere elektronische apparatuur. De stroomcapaciteit van de draad kan overschreden worden, met oververhit- ting tot gevolg. D — 135 + ENG/MASTER 96 | SGANVTYAQIN

Alvorens u het apparaat inbouwt + Dit apparaat is bestemd voor inbouw in voertuigen met een negatief geaarde 12-volts accu. Alvorens u het installeert in een auto, bus, vrachtwagen of ander voer- of vaartuig, dient u eerst te kontroleren of de accuspanning de juiste is. + Om kortsluiting te vermijden, dient u vooral voor het installeren de negatieve (-) accukabel los te maken. Voorkomen van beschadigingen + Wanneer u een stekker lostrekt, pak dan de stekker zelf vast. Trek niet aan de draad, want het is mogelijk dat u deze uit de stekker trekt. Bij inbouw van dit apparaat in een auto waarvan het kontaktslot geen “ACC” stand heeft, dient u de rode stroom- Fan draad van dit apparaat aan te sluiten op Fan LA een aansluitpunt waarvan de stroom LA wordt in- en uitgeschakeld door ON/OFF zetien van het kontakt- ACC stand Geen ACC stand sleuteltje. Als u deze stroomdraad aansluit op een punt dat altijd stroom krijgt, kan de accu leegraken als u de auto enkele uren ongebruikt laat. Om kortsluiting te voorkomen dient u de losgekoppelde draad af te dekken met isolatieband. Bijgeleverde accessoires Stroomsnoer Stekker Interstekker | 136 a

Aansluiten van de systeemcomponenten Dit product Antenne- aansluiting ‘ Cr Zie biz. 7-9 & RGB ingang Verborgen eenheid Naar beeldschermeenheid RGB kabel (bijv. AVD-W6010) (meegeleverd met het display) Microfoon Interstekker Cr Zie blz. 22. (meegeleverd) “ 6m E GPS antenne œ Cr Zie blz, 17. É 5m 5 Fan 1 37 | —È— + ENG/MASTER 96

CRD3456A/132-158/DUT 35/15/01 11:08 PM Page,338

Aansluiten van het stroomsnoer (1) Draad van snelheidsdetectiecircuit Motormanagementsysteem Opmerking: De plaats waar het snelheids- detectiecircuit zich bevindt, hangt af van het automodel. Zie voor nadere bijzonderheden de hierop betrekking hebbende documentatie van Pioneer. Wanneer u het systeem inbouwt in een auto die niet in de documen- tatie wordt vemmeld of waarbij het systeem niet op het snelheidsdetectiecircuit kan wor- den aangesloten, dient u de ND-PG1 snel- heidspulsgenerator (Los verkrijgbaar) op de roze draad aan te sluiten. Opmerking: De plaats waar de handrem- schakelaar zich bevindt, hangt af van het automodel. Zie het instructieboekje van de auto of vraag uw autodealer. Aansluitmethode Klem de stroomdraad van de handremschakelaar in de stekker vast. Ÿ Maak de stekkerhelften met een kabeltang dicht. Aansluitmethode Laat het verlengsnoer en de draad van het snelheidsdetec- tiecircuit op de afgebeelde wijze door de stekker lopen. Maak de stekker- helften met een kabeltang dicht.

Maak het dekseltje dicht Roze (RIJSNELHEIDSSIGNAAL) Via deze draad wordt het rijsnelheidssignaal aan het autonavi- gatiesysteem doorgegeven. U dient de draad te verbinden met het snelheidsdetectiecircuit van de auto of met de ND-PG1 snelheïdspulsgenerator (los verkrijgbaan). Indien deze verbinding niet wordt gemaakt, bestaat er een grotere kans dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven. Lichtgroen Via deze draad wordt de stand van de handrem (aangetrokken/ontspannen) aan het autonavigatiesysteem doorgegeven. De draad moet verbonden worden met de stroom- aansluiting van de handremschakelaar. As deze verbinding verkeerd wordt gemaakt of niet wordt gemaakt, zullen som- mige functies van het autonavigatiesysteem niet werken.

Dit product Opmerking: Snoeren voor dit product en overeenkomende sno- eren voor andere producten hebbem mogelijk ver- schillende kleuren ookal is de functie van de sno- eren hetzelfde. Zie voor het verbinden van dit prod- uct met een ander product daarom de installatichan- dleiding van beide producten en verbind de snoeren met dezelfde functie met elkaar.

Geel/zwart NP worden. Paars/wit (ACHTERUITVERSNELLING-SIGNAAL) Via deze draad wordt aan het navigatiesysteem doorgegeven of de auto vooruit of achteruit rijdt. U dient de paars/witte draad te verbinden met de draad waarvan de spanning verandert wanneer de schakelhendel in de Achteruit wordt gezet. De draad moet verbonden worden met de primaire draad van het achteruitrilicht. Als deze niet is aangesloten, zal de sensor die in de eenheid is aangebracht bepalen of de auto voor- of achteruit rijt. Opmerking : Als de ND-PG 1 snelheidsimpulsgenerator (@fzondentijk verkrijgbaar) wordt gebruikt, moet erop wor- den gelet dat deze wordt aangesloten. Zwart, oranje/wit, rood, geel Wanneer u het autonavigatiesysteem in combinatie met een Pioneer LE) carstereo installatie gebruikt en de car-stereo van geel/zwarte draden c is voorzien, lui u die draden hierop aan. Wanneer het auto-navi- gatiesysteem dan gesproken instructies geeft of als u het systeem via spraak bedient, zal het geluid van de car-stereo automatisch gedempt À Aansluitmethode Klem de draad van het achteruitrijlicht in de stekker vast. ? Maak de stekkerhelften 2 met een kabeltang dicht Zekeringweerstand Dread van achteruitrijlicht. Jlicht n de kofferuimte Kijk waar het achteruitrilicht van uw auto DT is (het licht dat gaat branden wanneer de G schakelhendel in de achteruit [R] wordt gezet) en zoek de draad van het achteruitri-

Aansluiten van het stroomsnoer (2) Dit product Opmerking: Snoeren voor dit product en overeenkomende sno- eren voor andere producten hebbem mogelijk ver- schillende kleuren ookal is de functie van de snoeren hetzelfde, Zie voor het verbinden van dit product met een ander product daarom de installatichandleiding van beide producten en verbind de snoeren met dezelfde functie met elkaar g® ® Zwart Naar een metalen gedeelte van de carrosserie. Zoëk een massapunt in de buurt van het hoofdapparaat om elektromagnetische storingen veroorzaakt door de car- rosserie te vermijden. Opmerking: Bi het vervangen van de zekering mag u uitsluitend een zekering gebruiken met het amperage aangegeven op de Opmerking: De gele, rode en oranje/witte draden moeten verbonden worden met de aansluitingen nà À 2 CR de zekeringenkast van de accu. À 7 D Geel Naar een aansluiting die altijd van stroom voorzien Zekeringhouder (7.5 A) wordt, ongeacht de stand van het contactslot. Rood Naar een aansluiting waarvan de stroomtoevoer geregeld wordt door de ON/OFF instelling van het con- tactslot (12 V gelijkstroom). Zekeringueerstand Sluit deze draad niet aan op een aansluiting die voort- durend van stroom voorzien word. Indien u dit wel doet kan de accu-accu leeglopen. Oranje/wit Naar de aansluiting van de lichtschakelaar. Zekeringweerstand Geel/zwart, paars/wit, roze, lichtgroen

Inbouwen AN BELANGRIUK + Pioneer raadt u af het apparaat zelf in te bouwen of eventueel onderhoud te verrichten. Bij verkeerd inbouwen of onderhoud bestaat de kans op een elek- trische schok of een andere gevaarlijke situatie. Laat inbouwen en onder- houd van het apparaat over aan bevoegd Pioneer servicepersoneel. Monteer het apparaat nooit op een plaats waar:

  • Het apparaat letsel kan toebrengen aan de bestuurder of de passagiers wanneer plotseling hard geremd wordt.
  • Het apparaat de bestuurder kan hinderen bij het besturen van de auto

iv. op de vloer vôér de bestuurdersstoel).

Controleer of er niets achter het dashboard of de panelen zit wanneer u hierin gaten gaat boren. Wees voorzichtig dat u geen brandstofleidingen, remleidingen of stroomkabels beschadigt. Wanneer u schroeven gebruikt, let er dan op dat deze niet in contact komen met de elektrische bedrading. De bedrading zou beschadigd kunnen raken door de voertuigtrillingen, wat kan leiden tot kortsluiting of andere storin- gen. Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de voorgeschreven wijze zodat het apparaat juist wordt ingebouwd. Indien u andere onderdelen gebruikt, kunt u beschadigingen aan het apparaat veroorzaken of het apparaat kan losra- ken. Wanneer de GPS antennedraad of de microfoondraad zich rond de stuur- kolom of de versnellingspook wikkelt, ontstaat een bijzonder gevaarlijke sit- uatie. Let er bij het inbouwen van het systeem op dat u op geen enkele wijze gehinderd wordt bij de normale besturing van de auto. Zorg ervoor dat de draden niet loshangen en geraakt kunnen worden door een portier of stoelverschuivingsmechanisme, met eventueel kortsluiting tot gevolg. Controleer nadat u het DVD navigatie-eenheid heeft ingebouwd of de andere apparatuur in uw auto naar behoren werkt. F 141

Inbouwen Voorkomen van elektromagnetische storing in het DVD navigatie-eenheid + Om geluiden te voorkomen moeten de volgende voorwerpen zo ver mogelijk van het hoofdapparaat van de DV D navigatie-eenheid alsmede andere kabels en draden worden geplaatst: - TV-antenne en antennekabel - FM:, MG-/LG-antenne met de kabel - GPS-antenne met de kabel Bovendien moeten de diverse antennekabels zo ver mogelijk van elkaar worden aange- bracht. Ze mogen niet samen worden bevestigd of elkaar kruisen. Bij elektromagnetische storingen is de kans groter dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven. Alvorens het apparaat definitief te bevestigen + Raadpleeg uw dichtstbijzijnde dealer als het voor het installeren van het apparaat nodig blijkt gaten te boren, of andere wijzigingen aan te brengen aan de auto. + Voor u het apparaat definitief installeert, is het raadzaam eerst alle aansluitingen tijdelijk te maken om te kontroleren of alles naar behoren funktioneert, zodat u later niet voor verrassingen komit te staan. Alvorens de kleefstroken vast te plakken D + Zorg dat het oppervlak waarop u de kleefstrook gaat aanbrengen droog is en vrij van T stof, olie, vet enz. | 142 F ENG/MASTER 96 +

Inbouwen van het hoofdapparaat Opmerkingen betreffende het inbouwen Monteer het hoofdapparaat niet op een plaats waar het apparaat blootgesteld staat aan hoge temperaturen of vocht, zoals:

  • In de buurt van verwarmingsroosters.
  • Op plaatsen blootgesteld aan direct zonlicht, zoals op het dashboard of op de hoeden- plank. Op plaatsen waar water op het apparaat terecht kan komen, zoals dicht in de buurt van een portier. De degelijkheid van de inbouw hangt af van de auto waarin het apparaat wordt inge- bouwd en de inbouwplaats. Kies een plaats uit waar u het apparaat stevig kunt bevesti- gen en monteer het apparaat zorgvuldig. Als het apparaat niet stevig is bevestigd, bestaat er een grotere kans dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven. Monteer het apparaat niet op de afdekplaat van het reservewiel of op andere plaatsen die blootgesteld worden aan sterke trillingen. Als het apparaat onder een van de voorstoelen wordt gemonteerd, let er dan goed op dat het apparaat niet de schuifbeweging van de stoel hindert. Monteer het apparaat niet op een plaats waar er voorwerpen op kunnen vallen. Bij harde schokken is de kans groter dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven. Monteer het apparaat niet op een plaats waar dit kan hinderen bij de toegang tot het reservewiel, de krik, gereedschappen enz. Fan Controleer of er voldoende plaats is om een disc of een PC-kaart in het apparaat te LA steken en eruit te nemen. Monteer het apparaat onder een hoek van maximaal +30 tot -15 graden (maximaal 5 graden near links of rechts van de rijrichting van uw auto). Als het apparaat te schuin wordt gemonteerd, is de kans groter dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven. Monteer het apparaat niet verticaal. Het apparaat zal dan niet juist functioneren. SGANVTYAQIN

Inbouwen Hoofdapparaat en bijgeleverd montagemateriaal Dit product Verwidersleutels (2 stuks) | 144 ENG/MASTER 96

Bevestigingschroef (6 X6 mm) (4 stuks)

Schroef met platte kop (5 x6 mm) (4 stuks)

AN BELANGRIUK + DVD navigatie-eenheid met de linker- en rechterzijde loodrecht op of even- wijdig aan de rijrichting van de auto aanbrengen. Niet diagonaal ten opzichte van de rijrichting aanbrengen, anders wordt de standplaats ver- keerd aangegeven. + Als de DVD navigatie-eenheid met linker- en rechterzijde parallel aan de rijrichting wordt aangebracht, moet de richtingshendel worden verwisseld en de bevestigingsbout aan de zijde “+” worden aangebracht, anders werkt de G-sensor in de DVD navigatie-eenheid niet correct. Tjrichiing van de

auto auto Ririchting van del auto

Voorzijde Voorzijde (Looärecht) = (Paralel) _ Montageplaats E\ Montageplaats é =) Ivan de bevestig- e van de bevestig-… (4 | ingsbout co? a ingsbout KV? a _ > “t'side “o" side T Als de DVD navigatie-eenheid met de linker- en rechterzijde parallel aan de rijrichting wordt aangebracht Als de DVD navigatie-eenheid met de linker- en rechterzijde parallel aan de nijrichting wordt aangebracht, moet de bevestigingsscrhroef onder de DVD navigatie-eenheid worden verwijderd en moet de richtingshendel worden omgezet. V ervolgens moet de montage- plaats van de bevestigingsbout van de “+ ” zijde in de “?’ zijde worden gewijzigd. Als de bout aan de “+ ” zijde wordt aangebracht, werkt de G-sensor in de DVD navigatie-eenheid niet correct.

1. Verwijderen van de borgbout op de richtingshendel.

Inbouwen DIN Voor/Achter montage Dit product kan naar keuze aan de voorkant (conventionele DIN voor-montage) of aan de achterkant (DIN achter-montage, met gebruikmaking van de schroefgaten aan de zijkanten van het chassis) bevestigd worden. V oor details hieromtrent dient u de hiemavolgende geïllustreerde installatie voorbeelden te raadplegen. DIN Voor-montage Installatie met de rubber mof Nadat u de houder in het dashboard hebt geplaatst, kiest u de juiste lipjes voor de dikte van het dash- board-materiaal en buigt u deze om. (Plaats zo stevig als mogelijk met gebruik van de boven- en onderipjes. Buig de lipjes 90 graden om te vergrendelen.) Rubber mof «< Schroef Verwijderen van het apparaat Steek de bijgeleverde verwijdersleutels in het appa- raat, zoals in de afbeelding aangegeven, tot ze op hun Si - plats vastklikken. Houd de sleutels tegen de zijkan- ten van het apparaat aangedrukt en trek het apparaat near buiten. | 146 F ENG/MASTER 96 +

DIN Achter-montage Installatie met gebruikmaking van de schroefgaten aan de zijkanten van dit product + Vastmaken van dit product aan de bevestigingsbeugel. Kies een positie waar de schroefgaten van de beugel en de schroefgaten van dit product in een lijn liggen (passe) en draai de schroeven op 2 plaatsen aan elke kant vast. Gebruik bevestigingschroet (5 x6 mm) of schroeven met platte kop (5 X6 mm), afhankelijk van de vorm van de schroefgaten in de beugel.

Inbouwen Bevestigen van de GPS antenne AN BELANGRIJK + Maak de GPS antennedraad niet korter en ook niet langer. Wijzigen van de antennedraad kan resulteren in kortsluiting. Opmerkingen betreffende het bevestigen De antenne dient op een zo horizontaal Le mogelijk oppervlak te worden beves- tigd op een plaats waar de ontvangst van de radiogolven zo min mogelijk wordt gehinderd. De antenne kan de radiogolven van de satelliet alleen ont- vangen als er geen obstakel tussen de antenne en de satelliet is. Het verdient aanbeveling de antenne op het dak of op het kofferdeksel van de auto te bevestigen. Dak Hoedenplank Indien u de GPS antenne binnenin de auto aanbrengt, gebruik dan het metalen plaatje dat bij het systeem wordt geleverd. Als dit plaatje niet gebruikt wordt, zal de ontvangst- gevoeligheid onbevredigend zijn. Maak het bijgeleverde metalen plaatje niet kleiner, aangezien dit resulteert in een lagere gevoeligheid van de GPS antenne. Trek niet aan de antennedraad wanneer u de GPS antenne wilt verwijderen. De magneet van de antenne is erg krachtig en u zou de draad kunnen lostrekken van de antenne. De GPS antenne wordt bevestigd met behulp van de magneet. Let er bij het bevestigen van de GPS antenne op dat u geen krassen op de carrosserie veroorzaakt. Wanneer u de GPS antenne op de buitenzijde van de auto heeft aangebracht, dient u deze los te maken en in de auto te leggen voordat u door een autowasserette rijdt. Indien dit wordt verzuimd, kan de antenne losraken en krassen op de carrosserie veroorzaken. Verf de GPS antenne niet, aangezien dit de prestatie van de antenne beïnvloedt. 148 F ENG/MASTER 96 +

GPS antenne en bijgeleverd montagemateriaal

GPS antenne Metalen plaatje Klem (5 stuks) Waterbestendig isolatieblokje Bevestigen van de antenne binnenin de auto (op het dashboard of de hoedenplank) Bevestig het metalen plaatje op een zo horizonvaal mogelijke ondergrond op een plaats waar de GPS antenne de golven van buitenaf kan ontvangen. Plaats de GPS antenne op het metalen plaatje. (De GPS antenne heeft een magneet aan de onderzijde.) GPS antenne Metalen plaatje Verwijder het beschermvel aan de onderkant van het plaate Zorg dat het oppervlak waarop u het metalen plaatje gaat aan- À brengen, droog is en vrij van À D stof, olie, vet enz. az Opmerking: De onderkant van het metalen plaatje bevat een sterk kleefmiddel, dat het dashboard kan beschadigen wanneer u het plate verwi- jdert. Klemmen Gebruik de klemmen om de draad op de vereiste plaatsen tegen het interieur van de auto te bevestigen. Opmerking: +_Leter bij het aanbrengen van het metalen plaatje op dat niet in kleine onderdelen wordt gesneden. +_ De ruiten van sommige auto's laten de signalen van de GPS satellieten niet door. In dat geval dient u de GPS antenne aan de buitenzijde van de auto te bevestigen. SGANVTYAQIN

Inbouwen Bevestigen van de antenne aan de buitenzijde van de auto (op de carrosserie) Bevestig de GPS antenne op een zo horizonvaal mogelijke ondergrond zoals op het dak of kofferdeksel. (De GPS antenne heeft een magneet aan de onderzijde.)

[De antennedraad via de bovenzijde van het = portier naar binnen leiden Maak een U-vorige lus in de draad | Klemmen GPS antenne À voordat u deze naar binnen leidt, | Gebruik de klemmen À D om te voorkomen dat regenwater | om de draad op de <- langs de draad in de auto druppelt. | vereiste plaatsen tegen het interieur van de LC auto te bevestigen.

De antennedraad via het kofferdeksel naar binnen leiden Waterbestendig isolatieblokje Zorg dat het waterbestendig isolatieblokje bij het sluiten van het kofferdeksel op de rubber afdichtstrip valt. Klemmen Gebruik de klemmen om de draad op de Maak een U-vormige lus in vereiste plaatsen tegen de draad voordat u deze over het interieur van de auto de rubber afdichtstrip leidt, te bevestigen. om te voorkomen dat regen- Rubber afdichtstip D D Fo dretince

CRD3456A/132-158/DUT 5/15/01 11:08 PM Page 451 uw | Bevestigen van de afstandsbediening Afstandsbediening en bijgeleverde accessoires Afstandsbediening Alkalibatteri Houder Dubbelzijdig plak- (UM-4, LRO3 1,5 V) band (groot) (2 stuks) Aanbrengen van de batterijen Verwijder de batterij-afdekking en breng twee alkaline Bi d a in batter (UM-4, AAA, LRO3, 1.5V) batterijen aan. Zie voor ij dit product ziin batterijen meer informatie de “Bedieningshandleiding” D oet eneer se eg maar inleveren als KCA. VAN BELANGRIJK —<- + Zorg ervoor dat u de batterijen in de juiste richt- ing aanbrengt, aan de hand van de + en - mark- AD eringen op de afbeelding. + Gebruik geen oude en nieuwe batterijen tegelijker- tijd. . Gebruik geen verschillende typen batterijen door elkaar. Ook batterijen van hetzelfde formaat kun- nen een andere spanningsafgifte hebben. + Verwijder de batterijen wanneer de afstandsbediening gedurende lange tijd buiten gebruik zal zijn. + Als een batterij heeft gelekt, maak het batterijvak dan eerst zorgvuldig schoon alvorens u nieuwe batterijen aanbrengt. + De bijgeleverde batterijen zijn niet oplaadbaar; probeer het niet uit.

  • Ter vervanging is het aanbevolen alkalinebatterijen te gebruiken. + Voer gebruikte batterijen af in overeenstemming met de overheidsbepalingen of openbare milieuverordeningen die in uw gebied/land van toepassing zijn. Behandeling van de afstandsbediening + Zorg dat de afstandsbediening niet is blootgesteld aan hoge temperaturen of direct zon- licht. Wanneer de afstandsbediening langere tijd aan hoge temperaturen of direct zon- licht is blootgesteld, kan deze vervormen, verkleuren of defect raken. + Vervang de batterijen wanneer het funktioneren van de afstandsbediening afneemt. (74

Inbouwen Bij het aanbrengen met dubbelzijdige plakband Bevestig de steun met behulp van de dubbelzijdige plakband (breed) uit de set. Horizontale montage Afstandsbediening Venvijderen (mag niet worden gebruikt) Dubbelzijdige plakband (breed) Fijaciôn en posiciôn elevada Dubbelzijdige plakband (breed) 152 D ENG/MASTER 96 +

Bevestigen van de microfoon Opmerkingen betreffende de plaats voor de microfoon + Monteer de microfoon op een plaats en in de richting waarin deze het stemgeluid van de persoon die het systeem via spraak bedient goed kan opvangen. Microfoon en bijgeleverde accessoires É Q Microfoon Microfoonclip Dubbelzijdig plakband Klemmen (klein) 6 stuks) SGANVTYAQIN

Inbouwen Bevestigen van de microfoon op de zonneklep

Bevestig de microfoonclip op de omhooggeklapte zonneklep. (Bij het omlaagklappen van de zonneklep zal het stemherkenningsvermogen van de microfoon afnemen.) Microfoonclip A Klemmen Gebruik de klemmen om de draad op de vereiste plaatsen tegen het interieur van de auto te bevestigen. 154 a

Bevestigen van de microfoon op de stuurkolom

1. Monteer de microfoon in de microfoonclip.

Laat de microfoondraad via de groef open. Microfoonclip

2. Bevestig de microfoonclip op de stuurkolom.

Dubbelzijdig plakband Klemmen Gebruik de klemmen om Bevestig de microfoonclip op de bovenkant van de “ qd a de veriste suurkolon, interieur van de auto te bevestigen. ÉN BELANGRIK + Wanneer de microfoondraad zich rond de stuurkolom of de versnellingspook wikkelt, ontstaat een bijzonder gevaarlijke situatie. Let er bij het aanbren- gen van de microfoon op dat u op geen enkele wijze gehinderd wordt bij de normale besturing van de auto. SGANVTYAQIN D — 155 | + ENG/MASTER 96

CRD3456A/132-158/DUT 35/15/01 11:08 PM Page,356 uw | Nadat het apparaat is ingebouwd

1. Sluit de accu aan.

Controleer nogmaals of alle aansluitingen op de juiste wijze zijn gemaakt en het apparaat correct is ingebouwd. Monteer de auto-onderdelen die u bij het inbouwen van het apparaat heeft verwijderd. Sluit tot slot de massakabel (-) weer op de massapool (-) van de accu aan.

3. Druk op de terugsteltoets van het apparaat.

Druk met een spits voorwerp zoals de punt van een pen op de terugsteltoets van het appa- raat. Terugsteltoets

4. Neem het autonavigatiesysteem in gebruik. Pa

Zie de “Bedieningshandleiding” van het DVD navigatie-eenheid voor nadere bijzonderhe- den. 156 D ENG/MASTER 96 +