AVIC-800DVD - GPS-navigatiesysteem PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AVIC-800DVD PIONEER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over AVIC-800DVD PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw GPS-navigatiesysteem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AVIC-800DVD - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AVIC-800DVD van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING AVIC-800DVD PIONEER
De kleuren van de snoeren van dit toestel zijn gewijzigd.
- Pioneer DVD navigatie-eenheid is uitsluitend bedoeld als hulp bij het vinden van de weg naar uw bestemming e.d. U mag het autonavigatiesysteem niet beschouwen als een vervanging voor uw eigen beoordelingsvermogen en alertheid tijdens het rijden.
- Gebruik de DVD navigatie-eenheid niet wanneer u bijvoorbeeld in noodgevallen de weg naar een ziekenhuis of politiebureau wilt weten. De wegenkaart bevat namelijk niet alle informatie betreffende deze diensten.
- Bedien het autonavigatiesysteem niet onder omstandigheden waarbij u alle aan-dacht voor de weg nodig heeft. Neem altijd de plaatselijke verkeersregels en de vereiste veiligheidsmaatregelen in acht.
- In deze handleiding wordt de inbouw van de DVD navigatie-eenheid in uw auto beschreven. De bediening van het apparaat wordt beschreven in de afzonderlijke “Bedieningshandleiding” of “Hardwarehandleiding” die bij het apparaat wordt geleverd.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSMAAT- REGELEN .... 3
LEES DEZE INFORMATIE BETREFFENDE UW DVD NAVIGATIE-EENHEID ZORGVULDIG DOOR EN BEWAAR DE INFORMATIE VOOR EVENTUELE NASLAG .... 3
Aansluitingen 4
BELANGRIJK 4
- Alvorens u het apparaat inbouwt
● Voorkomen van beschadigingen
- Bijgeleverde accessoires
Aansluiten van de systeemcomponenten ..... 7
- Verbonden met het display via een 26-pins-ingang (AVH-P7500DVD, AVH-P6500DVD, etc.)
- Verbonden met het display via een 20-pins-ingang
Aansluiten van het stroomsnoer (1) 9
Aansluiten van het stroomsnoer (2) 11
Inbouwen 12
BELANGRIJK 12
Voorkomen van elektromagnetische storing in de DVD navigatie-eenheid .... 13
Alvorens het apparaat definitief te bevestigen 13
Alvorens de kleefstroken vast te plakken ..... 13
Inbouwen van het hoofdapparaat 14
- Opmerkingen betreffende het inbouwen
- Bijgeleverde accessoires
- BELANGRIJK
- Als de DVD navigatie-eenheid met de linker-en rechterzijde parallel aan de rijrichting wordt aangebracht
DIN voor/achter-montage 17
DIN voor-montage 17
- Installatie met de rubbermof
- Verwijderen van het apparaat
DIN achter-montage 18
- Installatie met gebruikmaking van de schroefgaten aan de zijkanten van dit product
Bevestigen van de GPS antenne 19
BELANGRIJK
- Opmerkingen betreffende het bevestigen
- Bijgeleverde accessoires
- Bevestigen van de antenne binnen in de auto (op het dashboard of de hoedenplank)
- Bevestigen van de antenne aan de buitenzijde van de auto (op de carrosserie)
Bevestigen van de afstandsbediening voor de besturing 22
- Bijgeleverde accessoires
- Aanbrengen van de batterij
● Behandeling van de afstandsbediening - Het installeren van de houders en de afstandsbediening voor de besturing
Bevestigen van de microfoon 25
- Opmerkingen betreffende de plaats voor de microfoon
- Bijgeleverde accessoires
- Bevestigen van de microfoon op de zonneklep
- Bevestigen van de microfoon op de stuurkolom
- BELANGRIJK
Nadat het apparaat is ingebouwd ...... 28
LEES DEZE INFORMATIE BETREFFENDE UW DVD NAVIGATIE-EENHEID ZORGVULDIG DOOR EN BEWAAR DE INFORMATIE VOOR EVENTUELE NASLAG
- Lees de handleiding zorgvuldig door voordat u de DVD navigatie-eenheid gaat inbouwen.
- Bewaar de handleiding voor eventuele naslag in de toekomst.
- Neem alle waarschuwingsinformatie in acht en volg de instructies nauwkeurig op.
- Deze DVD navigatie-eenheid is uitsluitend bedoeld als hulp bij het vinden van de weg naar uw bestemming e.d. U mag het systeem niet beschouwen als een vervanging voor uw eigen beoordelingsvermogen en alertheid tijdens het rijden. Bedien de DVD navigatie-eenheid niet onder omstandigheden waarbij u alle aandacht voor de weg nodig heeft. Neem altijd de plaatselijke verkeersregels en de vereiste veiligheidsmaatregelen in acht.
- Onder bepaalde omstandigheden kan de DVD navigatie-eenheid foutieve informatie op het scherm tonen betreffende de positie van uw auto, de afstand tot bepaalde plaatsen die u op het scherm ziet en de kompasrichting. Ook heeft het systeem een aantal beperkingen zoals het ontbreken van informatie over eenrichtingswegen, tijdelijke verkeersomleidingen en eventueel gevaarlijke routes. Uw eigen beoordelingsvermogen heeft daarom te allen tijde voorrang boven de informatie die het systeem geeft.
- Evenals bij het gebruik van andere accessoires in uw auto dient u erop te letten dat de DVD navigatie-eenheid niet uw aandacht van de weg afleidt. Indien u moeilijkheden heeft bij de bediening van het apparaat of als de informatie op het beeldscherm niet duidelijk is, parkeer de auto dan op een veilige plaats langs de weg voordat u het probleem probeert op te lossen.
- Probeer het autonavigatie-systeem niet zelf in te bouwen of onderhoud aan het systeem te verrichten. Inbouwen en onderhoud van elektronische apparatuur en auto-accessoires door personen die niet de vereiste vakopleiding en ervaring hebben in dit soort werkzaamheden, kan resulteren in een elektrische schok of een andere gevaarlijke situatie.
- Tijdens het rijden dient u altijd de veiligheidsgordel te dragen. Bij een ongeluk is de kans op letsel aanzienlijk groter als u de veiligheidsgordel niet draagt.

BELANGRIJK
- Pioneer raadt u af het apparaat zelf in te bouwen of eventueel onderhoud te verrichten. Bij verkeerd inbouwen of onderhoud bestaat de kans op een elektrische schok of een andere gevaarlijke situatie. Laat inbouwen en onderhoud van het apparaat over aan bevoegd Pioneer servicepersoneel.
- Maak alle draden met kabelklemmen of isolatietape vast. Let er tevens op dat er geen draden blootliggen.
- Boor geen gat in het motorruimteschot om de gele draad van het apparaat naar de auto-accu te leiden. Door de motortrillingen kan de aangebrachte isolatie losraken op de plaats waar de draad van het interieur naar de motor- ruimte loopt, met een gevaarlijke situatie tot gevolg. Zorg ervoor dat u de draad op de diverse plaatsen stevig vastmaakt.
- Wanneer de GPS antennedraad of de microfoondraad zich rond de stuurkolom of de versnellingspook wikkelt, ontstaat een bijzonder gevaarlijke situatie. Let er bij het inbouwen van het apparaat op dat u op geen enkele wijze gehinderd wordt bij de normale besturing van de auto.
- Zorg ervoor dat de draden de beweging van de diverse onderdelen van de auto zoals de versnellingspook, de handrem of het stoelverschuivingsmechanisme niet hinderen.
- Laat de draden niet langs plaatsen lopen waar deze blootgesteld worden aan hoge temperaturen. Als de isolatie van de draden erg warm wordt, kunnen de draden beschadigd raken, met kortsluiting tot gevolg.
- Maak de GPS antennedraad niet korter en ook niet langer. Wijzigen van de antennedraad kan resulteren in kortsluiting.
- Maak ook geen enkele andere draad korter. Het is anders mogelijk dat het beveiligingscircuit niet juist werkt.
- Tap nooit stroom af van de stroomtoevoerdraad van de DVD navigatie-eenheid voor de voeding van andere elektronische apparatuur. De stroomcapaciteit van de draad kan overschreden worden, met oververhitting tot gevolg.
Alvorens u het apparaat inbouwt
- Dit apparaat is bestemd voor inbouw in voertuigen met een negatief geaarde 12-volts accu. Alvorens u het installeert in een auto, bus, vrachtwagen of ander voer- of vaartuig, dient u eerst te controleren of de accuspanning de juiste is.
- Om kortsluiting te vermijden, dient u vooral voor het installeren de negatieve (-) accukabel los te maken.

Voorkomen van beschadigingen
- Wanneer u een stekker lostrekt, pak dan de stekker zelf vast. Trek niet aan de draad, want het is mogelijk dat u deze uit de stekker trekt.
- Bij inbouw van dit apparaat in een auto waarvan het contactslot geen “ACC” stand heeft, dient u de rode stroomdraad van dit apparaat aan te sluiten op een aansluitpunt waarvan de stroom wordt in- en uitgeschakeld door ON/OFF zetten van het contactsleuteltje. Als u deze stroomdraad aansluit op een punt dat altijd stroom krijgt, kan de accu leegraken als u de auto enkele uren ongebruikt laat.
- Om kortsluiting te voorkomen dient u de losgekoppelde draad af te dekken met isolatieband.

Bijgeleverde accessoires

Aansluiten van de systeemcomponenten
Verbonden met het display via een 26-pins-ingang
(AVH-P7500DVD, AVH-P6500DVD, etc.)

text_image
Dit product 15 cm Als er sprake is van gavetoestel is er wel. In dat geval moet er (in de handel verkrij op de SP-OUT-plug 1 W max [8 Ω]) aan toestel. Niet gebruikt. Stroomsnoer Zie blz. 9-11. Antenne- aansluiting Zwart 26-pins-kabel (bij de levering) (Bijv. AVH-P7500DVD, AVH-P6500DVD, AVD-W6210, AVH-P6400CD, AVH-P6400R) Display-eenheid Geel Microfoon Zie blz. 25. GPS antenne Zie blz. 19. Opmerking: Als u, naast deze o van apparatuur die worden aangeslota geschikte in de ha antennesplitter. Resetten van ho Drukt u op de rese hoofdtoestel terwi het AV hoofdtoes AVH-P6500DVD P6400R) in comb zorg er dan voor d Wordt er op de res ACC AAN staat, niet neve behavenAls er sprake is van een gecombineerd weergavetoestel is er wellicht geen stembegeleiding. In dat geval moet er een externe speaker (in de handel verkrijgbaar) worden aangesloten op de SP-OUT-plug (3,5 ø, MINI PLUG, 1 W max [8 Ω]) aan de achterzijde van dit toestel.
Opmerking:
Als u, naast deze eenheid, gebruik maakt van apparatuur die op de FM antenne moet worden aangesloten, gebruik dan een geschikte in de handel verkrijgbare antennesplitter.
Resetten van het AV hoofdtoestel
Drukt u op de reset toets van het AV hoofdtoestel terwijl het navigatiesysteem en het AV hoofdtoestel (AVH-P7500DVD, AVH-P6500DVD, AVH-P6400CD, AVH-P6400R) in combinatie worden gebruikt, zorg er dan voor dat ACC op UIT is gezet. Wordt er op de reset knop gedrukt terwijl ACC AAN staat, dan werkt deze wellicht niet naar behoren.
Verbonden met het display via een 20-pins-ingang

flowchart
graph TD
A["Antenne-aansluiting"] --> B["15 cm"]
B --> C["Dit product"]
C --> D["Niet gebruikt."]
C --> E["Sproomsnoer"]
E --> F["Zie blz. 9-11."]
F --> G["Signaalsterkteregeling"]
G --> H["Deze schroef wordt gebruikt om de signaalsterkte te regelen van de audiouitgang. Als de schroef naar rechts wordt gedraaid, neemt het volume toe; door de schroef naar links te draaien neemt het volume af. (Normaal wordt de schroef volledig naar rechts gedraaid en wordt het volume door een extern apparaat, zoals een display, geregeld.)"]
G --> I["Audio-uitgang"]
G --> J["Video-uitgang"]
I --> K["CD-RGB26P (los verknjgbaar)"]
J --> L["RGB uitgang (groen) Gebruik deze aansluiting om de Pioneer display aan te sluiten."]
K --> M["Microfoon Zie blz. 25."]
L --> N["Groen"]
M --> O["RCA kabel (los verknjgbaar)"]
N --> P["Naar RGB-ingang van het display. (Bijv. AVX-7300)"]
O --> Q["*1"]
P --> R["*1"]
Q --> S["GPS antenne Zie blz. 19."]
R --> T["Zorg dat deze verbinding ook wordt aangesloten, anders kan het beeld van de DVD video niet worden bekeken."]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#fcf,stroke:#333
style H fill:#cff,stroke:#333
style I fill:#ffc,stroke:#333
style J fill:#cff,stroke:#333
style K fill:#ffc,stroke:#333
style L fill:#ffc,stroke:#333
style M fill:#ffc,stroke:#333
style N fill:#ffc,stroke:#333
style O fill:#ffc,stroke:#333
style P fill:#ffc,stroke:#333
style Q fill:#ffc,stroke:#333
style R fill:#ffc,stroke:#333
style S fill:#ffc,stroke:#333
Aansluiten van het stroomsnoer (1)

text_image
Draad van snelheidsdetectiecircuit Motormanagementsysteem Stekker Aansluitmethode Laat het verlengsnoer en de draad van het snelheidsdetectiecircuit op de afgebeelde wijze door de stekker lopen. Maak de stekker-helften met een kabeltang dicht. Maak het dekseltje dicht.Opmerking: De plaats waar het snelheidsdetectiecircuit zich bevindt, hangt af van het automodel. Zie voor nadere bijzonderheden de hierop betrekking hebbende documentatie van Pioneer. Wanneer u het systeem inbouwt in een auto die niet in de documentatie wordt vermeld of waarbij het systeem niet op het snelheidsdetectiecircuit kan worden aangesloten, dient u de ND-PG1 snelheidspulsgenerator (los verkrijgbaar) op de roze draad aan te sluiten.
Opmerking: De plaats waar de handremschakelaar zich bevindt, hangt af van het automodel. Zie het instructieboekje van de auto of vraag uw autodealer.
Via deze draad wordt het rijsnelheidssignaal aan het autonavigatiesysteem doorgegeven. U dient de draad te verbinden met het snelheidsdetectiecircuit van de auto of met de ND-PG1 snelheidspulsgenerator (los verkrijgbaar). Indien deze verbinding niet wordt gemaakt, bestaat er een grotere kans dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven.
WAARSCHUWING: EEN ONJUISTE AANSLUITING KAN ERNSTIGE SCHADE OF ERNSTIG LETSEL, MET INBEGRIP VAN EEN ELEKTRISCHE SCHOK, TOT GEVOLG HEBBEN. BOVENDIEN KAN EEN ONJUISTE AANSLUITING LEIDEN TOT EEN VERSTOORDE WERKING VAN HET ANTIBLOKKEERSYSTEEM, DE AUTOMATISCHE TRANSMISSIE OF DE INDICATIE VAN DE SNELHEIDSMETER.
Lichtgroen
Via deze draad wordt de stand van de handrem (aangetrokken/ontspannen) aan het autonavigatiesysteem doorgegeven. De draad moet verbonden worden met de stroom-aansluiting van de handremschakelaar. Als deze verbinding verkeerd wordt gemaakt of niet wordt gemaakt, zullen sommige functies van het autonavigatiesysteem niet werken.

flowchart
graph TD
A["Aansluitmethode"] --> B["Klem de stroomdraad van de handremschakelaar in de stekker vast."]
B --> C["Maak de stekkerhelften met een kabeltang dicht."]
D["Handremschakelaar"] --> E["Sroomdraad"]
D --> F["Massadraad"]

text_image
Dit productOpmerking:
Snoeren voor dit product en overeenkomende snoeren voor andere producten hebben mogelijk verschillende kleuren ook al is de functie van de snoeren hetzelfde. Zie voor het verbinden van dit product met een ander product daarom de installatiehandleiding van beide producten en verbind de snoeren met dezelfde functie met elkaar.

Wanneer u het autonavigatiesysteem in combinatie met een Pioneer car-stereo-installatie gebruikt en de car-stereo van geel/zwarte draden is voorzien, sluit u die draden hierop aan. Wanneer het auto-navigatiesysteem dan gesproken instructies geeft of als u het systeem via spraak bedient, zal het geluid van de car-stereo automatisch gedempt worden.
Paars/wit (ACHTERUITVERSNELLINGS-SIGNAAL)
Via deze draad wordt aan het navigatiesysteem doorgegeven of de auto vooruit of achteruit rijdt. U dient de paars/witte draad te verbinden met de draad waarvan de spanning verandert wanneer de schakel-hendel in de achteruit wordt gezet. De draad moet verbonden worden met de primaire draad van het achteruitrijlicht. Als de sensor niet is aangesloten, kan deze wellicht niet goed waarnemen of uw voertuig voor- of achteruit rijdt. De positie van uw voertuig zoals waargenomen door de sensor kan in dit geval afwijken van de actuele positie.
Opmerking : Als de ND-PG1 snelheidsimpuls-generator (afzonderlijk verkrijgbaar) wordt gebruikt, moet erop worden gelet dat deze wordt aangesloten.

flowchart
graph TD
A["Aansluitmethode"] --> B["Klem de draad van het achteruitrijlicht in de stekker vast."]
B --> C["Maak de stekkerhelften met een kabeltang dicht."]
D["Zekerstand"] --> E["Draad van achteruitrijlicht."]
F["Dezijlicht van uw uit branden gel in de stet en zoek de stijlicht in de stekker vast."] --> G["Next step"]

Kijk waar het achteruitrijlicht van uw auto is (het licht dat gaat branden wanneer de schakelhendel in de achteruit [R] wordt gezet) en zoek de draad van het achteruit-rijlicht in de kofferruimte.
Aansluiten van het stroomsnoer (2)

text_image
Dit product Stroomsnoer Opmerking: Bij het vervangen van de zekering mag u uitsluitend een zekering gebruiken met het amperage aangegeven op de zekeringhouder. Zekeringhouder (7,5 A) Zekeringweerstand Zekeringweerstand Geel/zwart, paars/wit, roze, lichtgroenOpmerking:
Snoeren voor dit product en overeenkomende snoeren voor andere producten hebben mogelijk verschillende kleuren ook al is de functie van de snoeren hetzelfde. Zie voor het verbinden van dit product met een ander product daarom de installatiehandleiding van beide producten en verbind de snoeren met dezelfde functie met elkaar.
Zwart
Naar een metalen gedeelte van de carrosserie. Zoek een massapunt in de buurt van het hoofdapparaat om elektromagnetische storingen veroorzaakt door de carrosserie te vermijden.
Opmerking: De gele, rode en oranje/witte draden moeten verbonden worden met de aansluitingen ná de zekeringenkast van de accu.
Geel
Naar een aansluiting die altijd van stroom voorzien wordt, ongeacht de stand van het contactslot.
Rood
Naar een aansluiting waarvan de stroomtoevoer geregeld wordt door de ON/OFF instelling van het contactslot (12 V gelijkstroom). Sluit deze draad niet aan op een aansluiting die voort-durend van stroom voorzien wordt. Indien u dit wel doet kan de accu leeglopen.
Oranje/wit
Naar de aansluiting van de lichtschakelaar.
Zie blz. 9-11.

BELANGRIJK
- Pioneer raadt u af het apparaat zelf in te bouwen of eventueel onderhoud te verrichten. Bij verkeerd inbouwen of onderhoud bestaat de kans op een elektrische schok of een andere gevaarlijke situatie. Laat inbouwen en onderhoud van het apparaat over aan bevoegd Pioneer servicepersoneel.
- Monteer het apparaat nooit op een plaats waar:
* Het apparaat letsel kan toebrengen aan de bestuurder of de passagiers wanneer plotseling hard geremd wordt.
* Het apparaat de bestuurder kan hinderen bij het besturen van de auto (bijv. op de vloer vóór de bestuurdersstoel).
- Controleer of er niets achter het dashboard of de panelen zit wanneer u hierin gaten gaat boren. Wees voorzichtig dat u geen brandstofleidingen, remleidingen of stroomkabels beschadigt.
- Wanneer u schroeven gebruikt, let er dan op dat deze niet in contact komen met de elektrische bedrading. De bedrading zou beschadigd kunnen raken door de voertuigtrillingen, wat kan leiden tot kortsluiting of andere storingen.
- Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de voorgeschreven wijze zodat het apparaat juist wordt ingebouwd. Indien u andere onderdelen gebruikt, kunt u beschadigingen aan het apparaat veroorzaken of het apparaat kan losraken.
- Wanneer de GPS antennedraad of de microfoondraad zich rond de stuurkolom of de versnellingspook wikkelt, ontstaat een bijzonder gevaarlijke situatie. Let er bij het inbouwen van het systeem op dat u op geen enkele wijze gehinderd wordt bij de normale besturing van de auto.
- Zorg ervoor dat de draden niet loshangen en geraakt kunnen worden door een portier of stoelverschuivingsmechanisme, met eventueel kortsluiting tot gevolg.
- Controleer nadat u de DVD navigatie-eenheid heeft ingebouwd of de andere apparatuur in uw auto naar behoren werkt.
Voorkomen van elektromagnetische storing in de DVD navigatie-eenheid
- Om geluiden te voorkomen moeten de volgende voorwerpen zo ver mogelijk van het hoofdapparaat van de DVD navigatie-eenheid alsmede andere kabels en draden worden geplaatst:
- TV antenne en antennekabel
- FM, MG/LG antenne met de kabel
- GPS antenne met de kabel
Bovendien moeten de diverse antennekabels zo ver mogelijk van elkaar worden aangebracht. Ze mogen niet samen worden bevestigd of elkaar kruisen.
Bij elektromagnetische storingen is de kans groter dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven.
Alvorens het apparaat definitief te bevestigen
- Raadpleeg uw dichtstbijzijnde dealer als het voor het installeren van het apparaat nodig blijkt gaten te boren of andere wijzigingen aan te brengen aan de auto.
- Voor u het apparaat definitief installeert, is het raadzaam eerst alle aansluitingen tijdelijk te maken om te controleren of alles naar behoren functioneert, zodat u later niet voor verrassingen komt te staan.
Alvorens de kleefstroken vast te plakken
- Zorg dat het oppervlak waarop u de kleefstrook gaat aanbrengen droog is en vrij van stof, olie, vet enz.
Opmerkingen betreffende het inbouwen
- Monteer het hoofdapparaat niet op een plaats waar het apparaat blootgesteld staat aan hoge temperaturen of vocht, zoals:
* In de buurt van verwarmingsroosters.
* Op plaatsen blootgesteld aan direct zonlicht, zoals op het dashboard of op de hoedenplank.
* Op plaatsen waar water op het apparaat terecht kan komen, zoals dicht in de buurt van een portier.
- De degelijkheid van de inbouw hangt af van de auto waarin het apparaat wordt ingebouwd en de inbouwplaats. Kies een plaats uit waar u het apparaat stevig kunt bevestigen en monteer het apparaat zorgvuldig. Als het apparaat niet stevig is bevestigd, bestaat er een grotere kans dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven.
- Monteer het apparaat niet op de afdekplaat van het reservewiel of op andere plaatsen die blootgesteld worden aan sterke trillingen.
- Als het apparaat onder een van de voorstoelen wordt gemonteerd, let er dan goed op dat het apparaat niet de schuifbeweging van de stoel hindert.
- Monteer het apparaat niet op een plaats waar er voorwerpen op kunnen vallen. Bij harde schokken is de kans groter dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven.
- Monteer het apparaat niet op een plaats waar dit kan hinderen bij de toegang tot het reservewiel, de krik, gereedschappen enz.
- Controleer of er voldoende plaats is om een disc of een PC-kaart in het apparaat te steken en eruit te nemen.
- Monteer het apparaat onder een hoek van maximaal +30 tot -15 graden (maximaal 5 graden naar links of rechts van de rijrichting van uw auto). Als het apparaat te schuin wordt gemonteerd, is de kans groter dat de voertuigpositie foutief op het scherm wordt aangegeven.

text_image
5°
text_image
5°
text_image
30° 15°- Monteer het apparaat niet verticaal. Het apparaat zal dan niet juist functioneren.

Bijgeleverd montagemateriaal

Verwijdersleutels (2 stuks)

Rubbermof

Bevestigingschroef
(5 × 6 mm)
(4 stuks)

Schroef met platte kop
(5 × 6 mm)
(4 stuks)

- DVD navigatie-eenheid met de linker- en rechterzijde loodrecht op of evenwijdig aan de rijrichting van de auto aanbrengen. Niet diagonaal ten opzichte van de rijrichting aanbrengen, anders wordt de standplaats verkeerd aangegeven.
- Als de DVD navigatie-eenheid met linker- en rechterzijde parallel aan de rijrichting wordt aangebracht, moet de richtingshendel worden omgezet en de bevestigingsbout aan de zijde “ ” worden aangebracht, anders werkt de G-sensor in de DVD navigatie-eenheid niet correct.

text_image
Rijrichting van de auto Voorzijde Voorzijde
text_image
(Loodrecht) Montageplaats van de bevesti- gingsbout "↓" zijde
text_image
Rijrichting van de auto Voorzijde
text_image
(Parallel) Montageplaats van de bevesti- gingsbout "←→" zijde
text_image
Rijrichting van de auto VoorzijdeAls de DVD navigatie-eenheid met de linker- en rechterzijde parallel aan de rijrichting wordt aangebracht
Als de DVD navigatie-eenheid met de linker- en rechterzijde parallel aan de rijrichting wordt aangebracht, moet de bevestigingsbout onder de DVD navigatie-eenheid worden verwijderd en moet de richtingshendel worden omgezet. Vervolgens moet de montageplaats van de bevestigingsbout van de “ ” zijde in de “ ” zijde worden gewijzigd. Als de bout aan de “ ” zijde wordt aangebracht, werkt de G-sensor in de DVD navigatie-eenheid niet correct.
- Verwijderen van de borgbout op de richtingshendel.
- Zet de hendel om en breng de bevestigingsbout aan de “↔” zijde aan.

text_image
BorgboutRichtingshendel aanbrengen
Onder de DVD navigatie-eenheid

Richtingshendel aanbrengen
DIN voor/achter-montage
Dit product kan naar keuze aan de voorkant (conventionele DIN voor-montage) of aan de achterkant (DIN achter-montage, met gebruikmaking van de schroefgaten aan de zijkanten van het chassis) bevestigd worden. Voor details hieromtrent dient u de hiernavolgende geïllustreerde installatievoorbeelden te raadplegen.
DIN voor-montage
Installatie met de rubbermof

text_image
Dashboard 182 53 Houder Nadat u de houder kiest u de juiste lij board-materiaal en (Plaats zo stevig a boven- en onderlij om te vergrendele Rubbermofof SchroefNadat u de houder in het dashboard hebt geplaatst, kiest u de juiste lipjes voor de dikte van het dashboard-materiaal en buigt u deze om.
(Plaats zo stevig als mogelijk met gebruik van de boven- en onderlipjes. Buig de lipjes 90 graden om te vergrendelen.)
Verwijderen van het apparaat
Trek naar buiten om het frame te verwijderen. (Om het frame weer aan te brengen, plaatst u de kant met de groef omlaag en bevestigt u het aldus.)

Steek de bijgeleverde verwijdersleutels in het apparaat, zoals in de afbeelding aangegeven, tot ze op hun plaats vastklikken. Houd de sleutels tegen de zijkanten van het apparaat aangedrukt en trek het apparaat naar buiten.

Installatie met gebruikmaking van de schroefgaten aan de zijkanten van dit product
- Vastmaken van dit product aan de bevestigingsbeugel.
Kies een positie waar de schroefgaten van de beugel en de schroefgaten van dit product in een lijn liggen (passen) en draai de schroeven op 2 plaatsen aan elke kant vast. Gebruik bevestigingschroef (5 × 6 mm) of schroeven met platte kop (5 × 6 mm), afhankelijk van de vorm van de schroefgaten in de beugel.

- Maak de GPS antennedraad niet korter en ook niet langer. Wijzigen van de antennedraad kan resulteren in kortsluiting.
Opmerkingen betreffende het bevestigen
- De antenne dient op een zo horizontaal mogelijk oppervlak te worden bevestigd, op een plaats waar de ontvangst van de radiogolven zo min mogelijk wordt gehinderd. De antenne kan de radiogolven van de satelliet alleen ontvangen als er geen obstakel tussen de antenne en de satelliet is.
Het verdient aanbeveling de antenne op het dak of op het kofferdeksel van de auto te bevestigen.

text_image
Dashboard Dak Kofferdeksel Hoedenplank- Indien u de GPS antenne binnen in de auto aanbrengt, gebruik dan het metalen plaatje dat bij het systeem wordt geleverd. Als dit plaatje niet gebruikt wordt, zal de ontvangstgevoeligheid onbevredigend zijn.
- Maak het bijgeleverde metalen plaatje niet kleiner, aangezien dit resulteert in een lagere gevoeligheid van de GPS antenne.
- Trek niet aan de antennedraad wanneer u de GPS antenne wilt verwijderen. De magneet van de antenne is erg krachtig en u zou de draad kunnen lostrekken van de antenne.
- De GPS antenne wordt bevestigd met behulp van de magneet. Let er bij het bevestigen van de GPS antenne op dat u geen krassen op de carrosserie veroorzaakt.
- Wanneer u de GPS antenne op de buitenzijde van de auto heeft aangebracht, dient u deze los te maken en in de auto te leggen voordat u door een autowasserette rijdt. Indien dit wordt verzuimd, kan de antenne losraken en krassen op de carrosserie veroorzaken.
- Verf de GPS antenne niet, aangezien dit de prestatie van de antenne beïnvloedt.
Bijgeleverde accessoires

GPS antenne

Metalen plaatje

Klem (5 stuks)

Waterbestendig isolatieblokje
Bevestigen van de antenne binnen in de auto (op het dashboard of de hoedenplank)
Bevestig het metalen plaatje op een zo horizontaal mogelijke ondergrond op een plaats waar de GPS antenne de golven van buitenaf kan ontvangen. Plaats de GPS antenne op het metalen plaatje. (De GPS antenne heeft een magneet aan de onderzijde.)

text_image
GPS antenne Metalen pla Verwijder ho de onderkan Klemm GebruikZorg dat het oppervlak waarop u het metalen plaatje gaat aanbrengen, droog is en vrij van stof, olie, vet enz.
Opmerking: De onderkant van het metalen plaatje bevat een sterk kleefmiddel, dat het dashboard kan beschadigen wanneer u het plaatje verwijdert.

Klemmen
Gebruik de klemmen om de draad op de vereiste plaatsen tegen het interieur van de auto te bevestigen.
Opmerking:
- Let er bij het aanbrengen van het metalen plaatje op dat niet in kleine onderdelen wordt gesneden.
- De ruiten van sommige auto's laten de signalen van de GPS satellieten niet door. In dat geval dient u de GPS antenne aan de buitenzijde van de auto te bevestigen.
Bevestigen van de antenne aan de buitenzijde van de auto (op de carrosserie)
Bevestig de GPS antenne op een zo horizonvaal mogelijke ondergrond zoals op het dak of kofferdeksel. (De GPS antenne heeft een magneet aan de onderzijde.)

text_image
GPS antenne De antennedraad via de bovenzijde van het portier naar binnen leiden Maak een U-vormige lus in de draad voordat u deze naar binnen leidt, om te voorkomen dat regenwater langs de draad in de auto druppelt. Klemmen Gebruik de klemmen om de draad op de vereiste plaatsen tegen het interieur van de auto te bevestigen.De antennedraad via het kofferdeksel naar binnen leiden

text_image
Klemmen Gebruik de klemmen om de draad op de vereiste plaatsen tegen het interieur van de auto te bevestigen. Rubberen afdichtstripWaterbestendig isolatieblokje Zorg dat het waterbestendig isolatieblokje bij het sluiten van het kofferdeksel op de rubber afdichtstrip valt.
Maak een U-vormige lus in de draad voordat u deze over de rubberen afdichtstrip leidt, om te voorkomen dat regenwater langs de draad in de auto druppelt.
Bevestigen van de afstandsbediening voor de besturing
Bijgeleverde accessoires

Afstandsbediening voor de besturing

Lithiumbatterij (CR2032, 3 V)


Bijgeleverde steeksleutel
Aanbrengen van de batterij
Verwijder de batterij-afdekking en plaats een lithium (CR2032, 3V) batterij. Zie voor meer informatie de “Hardwarehandleiding”.
⚠ WAARSCHUWING
- Installeer de stuurafstandsbediening niet op plaatsen waar het de werking van veiligheidsmecha-nismen, bijvoorbeeld een airbag, zou kunnen hinderen. Een verkeerde plaats kan ernstige ongelukken veroorzaken.
- Installeer de stuurafstandsbediening niet op plaatsen waar het het sturen of de bediening van de versnellingspook en andere mechanismen zou kunnen hinderen. Een verkeerde plaats kan ernstige ongelukken veroorzaken.
Bij dit product zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.


LET OP
- Voor het installeren van deze stuurafstandsbediening is ervaring vereist. Laat het installeren derhalve over aan uw handelaar of de plaats van aankoop.
- Installeer deze stuurafstandsbediening uitsluitend met de bijgeleverde onderdelen. Het gebruik van andere onderdelen kan de stuurafstandsbediening beschadigen of de stuurafstandsbediening zou bij het gebruik van verkeerde onderdelen los kunnen schieten met ongelukken tot gevolg.
- Installeer de stuurafstandsbediening zoals in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Dit nalaten kan ongelukken veroorzaken.
- Installeer de stuurafstandsbediening niet in de buurt van de portieren waar het gemakkelijk aan regenwater wordt blootgesteld. Vocht in de stuurafstandsbediening veroorzaakt mogelijk rook of brand.
⚠ WAARSCHUWING
- Bevestig de stuurafstandsbediening stevig aan het stuur met gebruik van de riem. Een loszittende stuurafstandsbediening kan het besturen van de auto hinderen met mogelijk ongelukken tot gevolg.
- Bevestig de stuurafstandsbediening niet aan de buitenrand van het stuur. Dit zou namelijk het besturen van de auto hinderen met mogelijk ongelukken tot gevolg. Bevestig de stuurafstandsbediening altijd aan de binnenrand van het stuur zoals u in de afbeelding ziet.
Behandeling van de afstandsbediening
- Zorg dat de afstandsbediening niet is blootgesteld aan hoge temperaturen of direct zonlicht. Wanneer de afstandsbediening langere tijd aan hoge temperaturen of direct zonlicht is blootgesteld, kan deze vervormen, verkleuren of defect raken.
- Vervang de batterij wanneer het functioneren van de afstandsbediening afneemt.
- Plaats de stuurafstandsbediening niet ergens waar het het zicht van de bestuurder zou kunnen verslechteren.
- De ideale plaats voor de stuurafstandsbediening is verschillend afhankelijk van het interieur van de auto. Kies een plaats waar de signalen goed van de stuurafstandsbediening naar het bleedscherm kunnen worden gestuurd.

Het installeren van de houders en de afstandsbediening voor de besturing
Opmerking:
- Voor het installeren van de stuurafstandsbe-diening in een auto met het stuur rechts moet u de horizontale posities omkeren.
- Zet de binnenste houder aan de binnenrand van het stuur vast met de riem.
- Bevestig de binnenste houder zodanig op het stuur dat de met een pijl gemarkeerde kant naar de bestuurder wijst, zoals in de afbeelding wordt getoond.

text_image
Binnenste houser Riem- Plaats de buitenste houder op de binnenste houder en zet met schroeven vast.
- Draai de schroeven goed vast met de bijgeleverde steeksleutel.

text_image
Schroef Buitenste houder- Knip het overtollige gedeelte van de riem bij het midden van de binnenste houder af.

- Plaats de stuurafstandsbediening in de houder.
- Bij het verwijderen van de stuurafstandsbediening uit de houder moet u het geribbelde gedeelte voor het ontgrendelen naar het stuur drukken en dan de stuurafstandsbediening naar u toe schuiven.

Gedeelte voor ontgrendelen
Bevestigen van de microfoon
Opmerkingen betreffende de plaats voor de microfoon
- Monteer de microfoon op een plaats en in de richting waarin deze het stemgeluid van de persoon die het systeem via spraak bedient goed kan opvangen.
Bijgeleverde accessoires

Bevestigen van de microfoon op de zonneklep
1. Monteer de microfoon in de microfoonclip.

text_image
Microfoon Microfoonclip2. Monteer de microfoonclip op de zonneklep.
Bevestig de microfoonclip op de omhooggeklapte zonneklep. (Bij het omlaagklappen van de zonneklep zal het stemherkenningsvermogen van de microfoon afnemen.)

text_image
Microfoonclip Klemmen Gebruik de klemmen om de draad op de vereiste plaatsen tegen het interieur van de auto te bevestigen.Bevestigen van de microfoon op de stuurkolom
1. Monteer de microfoon in de microfoonclip.

text_image
Laat de microfoondraad via de groef lopen. Microfoon Microfoonclip2. Bevestig de microfoonclip op de stuurkolom.

text_image
Dubbelzijdig plakbandBevestig de microfoonclip op de bovenkant van de stuurkolom.

text_image
Klemmen Gebruik de klemmen om de draad op de vereiste plaatsen tegen het interieur van de auto teKlemmen
Gebruik de klemmen om de draad op de vereiste plaatsen tegen het interieur van de auto te bevestigen.

BELANGRIJK
- Wanneer de microfoondraad zich rond de stuurkolom of de versnellingspook wikkelt, ontstaat een bijzonder gevaarlijke situatie. Let er bij het aanbrengen van de microfoon op dat u op geen enkele wijze gehinderd wordt bij de normale besturing van de auto.
1. Sluit de accu aan.
Controleer nogmaals of alle aansluitingen op de juiste wijze zijn gemaakt en het apparaat correct is ingebouwd. Monteer de auto-onderdelen die u bij het inbouwen van het apparaat heeft verwijderd. Sluit tot slot de massakabel (−) weer op de massapool (−) van de accu aan.
2. Start de motor.
3. Druk op de reset-toets van het apparaat.
Druk met een spits voorwerp, zoals de punt van een pen, op de reset-toets van het apparaat.

text_image
Reset-toets4. Neem het autonavigatiesysteem in gebruik.
Zie de “Bedieningshandleiding” of “Hardwarehandleiding” van de DVD navigatie-eenheid voor nadere bijzonderheden.