FH-P80BT - Bluetooth autoradio PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis FH-P80BT PIONEER in PDF-formaat.

📄 72 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice PIONEER FH-P80BT - page 52
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PIONEER

Model : FH-P80BT

Categorie : Bluetooth autoradio

Download de handleiding voor uw Bluetooth autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FH-P80BT - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FH-P80BT van het merk PIONEER.

GEBRUIKSAANWIJZING FH-P80BT PIONEER

  • Inhoud Aansluiten van de toestellen p. 2
  • Aansluiten van de stroomdraad p. 4
  • Aansluiten op een los verkrijgbare eindversterker p. 6
  • Installeren p. 8
  • Voor u dit toestel gaat installeren Aansluiten van de toestellen Opmerking p. 8
  • Wanneer dit toestel geïnstalleerd is in een voertuig zonder ACC (accessoire) stand op het contactslot, moet de rode draad worden verbonden met een aansluiting die de stand van de contactsleutel kan herkennen. Anders kan de accu leeglopen. Instellen van de hoek van de microfoon ..... 11

Installatie met behulp van de schroefgaten in de zijkant van het toestel ...................... 9

Installatie met de houder en de zijbeugels ... 8 Geen ACC stand

  • Gebruik van dit toestel onder andere dan de volgende omstandigheden kan leiden tot brand of storingen. — Voertuigen met een negatief geaarde 12 V accu. — Luidsprekers van 50 W (uitgangsvermogen) en 4 Ohm tot 8 Ohm (impedantie).
  • Om kortsluiting, oververhitting of andere storingen te voorkomen moet u de onderstaande instructies opvolgen. — Koppel de negatieve pool van de accu los voor u begint met de installatie. — Zet alle bedrading vast met kabelklemmen of isolatieband. Ter bescherming van de bedrading dient u deze te omwikkelen met isolatieband waar de bedrading met metalen onderdelen in aanraking komt. — Houd alle bedrading uit de buurt van bewegende onderdelen, zoals de versnellingspook en de stoelenrails. — Houd de bedrading uit de buurt van zeer warme plekken, zoals bij een verwarmingsrooster. — Leid de gele draad niet door een gat naar het motorcompartiment om aan te sluiten op de accu. — Plak eventuele losse aansluitingen, draadeinden of stekkers netjes af met isolatieband. — Maak de kabels niet korter. — Tap in geen geval de stroomkabel voor dit toestel af om andere apparatuur van stroom te voorzien. Het vermogen van de draad is beperkt. — Gebruik een zekering met het voorgeschreven vermogen. — Sluit de negatieve luidsprekerdraden in geen geval direct op aarde aan. — Bundel de negatieve luidsprekerdraden in geen geval samen. Aansluiten van de toestellen
  • Via de blauw/witte draad wordt een stuursignaal geproduceerd wanneer dit toestel is ingeschakeld. Verbind deze met de systeemafstandsbediening van een externe eindversterker, of met de stuuraansluiting voor het relais van de antenne van het voertuig (max. 300 mA, 12 V gelijkstroom). Als het voertuig een ruitantenne heeft, dient u deze draad te verbinden met de stroomaansluiting van de antennesignaalversterker (booster).
  • Verbind de blauw/witte draad in geen geval met de stroomaansluiting van een externe eindversterker. Verbind deze draad ook in geen geval met de stroomaansluiting zelf van de antenne van de auto. Doet u dit toch, dan kan de accu leeglopen of kunnen zich andere storingen voordoen.
  • IP-BUS stekkers zijn kleurgecodeerd. Let erop dat u alleen stekkers van dezelfde kleur op elkaar aansluit.
  • De zwarte draad is de aarding. Deze draad en de aardingen van andere apparatuur (in het bijzonder producten met een hoog vermogen, zoals een eindversterker), moeten onafhankelijk van elkaar worden aangesloten. Doet u dit niet, dan kan er brand ontstaan of kunnen zich storingen voordoen wanneer de bedrading onbedoeld los raakt. Nederlands

Aansluiten van de toestellen Aansluiten van de stroomdraad Opmerking Afhankelijk van het soort voertuig is het mogelijk dat de functies van 3* en 5* verschillen. Let er in een dergelijk geval op dat u 2* op 5* en 4* op 3* aansluit.

Voor-uitgang Achter-uitgang Subwoofer uitgang Antenne-aansluiting

IP-BUS ingangsaansluiting (Blauw)

Sluit in het algemeen draden van dezelfde kleur op elkaar aan. Multi CD-wisselaar (los verkrijgbaar) IP-BUS-kabel Dop (1*) Laat het dopje zitten wanneer de aansluiting niet wordt gebruikt. Geel (3*) Back-up (of accessoire) Rood (5*) Accessoire (of back-up) Geel (2*) Verbinden met de continue 12 V stroomaansluiting. Rood (4*) Verbinden met een elektrische aansluiting die aangestuurd wordt via het contactslot (12 V gelijkstroom). Oranje/wit Verbinden met de aansluiting van de verlichtingsschakelaar. Zwart (chassis aarde) Aansluiten op een schone, blank metalen plek. ISO stekker Opmerking In sommige voertuigen kan de ISO stekker in twee stukken gedeeld zijn. Sluit in een dergelijk geval beide stekkers aan.

Geel/zwart Als u apparatuur met een zg. Mute functie (geluid uit/dempen) gebruikt, dient u deze draad te verbinden met de audio-dempingsdraad van de betreffende apparatuur. Maakt u daarvan geen gebruik, laat de Audio Mute dempingsaansluniting dan vrij, zonder hierop iets aan te sluiten. Aansluiten van de toestellen Dit product Microfoon ingangsaansluiting 14 cm

Microfoon AUX aansluiting (3.5 ø) Gebruik een kabel met een stereo ministekker voor het aansluiten van externe apparatuur. Zekering (10 A) Afstandsbediening met draad Er kan een adapter voor een afstandsbediening met draad worden aangesloten (los verkrijgbaar). 1,5 m USB kabel Sluit deze aan op een los verkrijgbaar USB apparaat. Blauw/wit Verbinden met de systeembedieningsaansluiting van de eindversterker (max. 300 mA 12 V gelijkstroom). Blauw/wit (7*) Verbinden met de stuuraansluiting van het relais van de antenne van het voertuig (max. 300 mA 12 V gelijkstroom). Blauw/wit (6*) De penposities van de ISO stekker hangen mede af van het type voertuig. Sluit 6* en 7* aan wanneer pen 5 de antenne aanstuurt. In andere typen voertuigen hoeft u 6* en 7* helemaal niet aan te sluiten. Nederlands Opmerkingen

  • Verander de basisinstelling van dit toestel (zie bladzijde de Gebruiksaanwijzing). De subwoofer weergave van dit toestel is in mono.
  • Bij gebruik van een subwoofer van 70 W (2 Ω), moet u erop letten dat u de aansluiting verricht met de paarse en paars/zwarte draden van dit toestel. Sluit niets aan op de groene en groen/zwarte draden. Luidsprekerdraden Wit: Links voor Wit/zwart: Links voor Grijs: Rechts voor Grijs/zwart: Rechts voor Groen: Links achte of subwoofer Groen/zwarte: Links achte of subwoofer Paars: Rechts achter of subwoofer Paars/zwarte: Rechts achter of subwoofer

Aansluiten van de toestellen Aansluiten op een los verkrijgbare eindversterker Microfoon ingangsaansluiting (Zie bladzijde 4 t/m 5.) Dit product 14 cm Voor-uitgang Achter-uitgang Subwoofer uitgang Antenne-aansluiting IP-BUS ingangsaansluiting (Blauw) Multi CD-wisselaar (los verkrijgbaar) AUX aansluiting (3.5 ø) (Zie bladzijde 4 t/m 5.) Zekering (10 A) Afstandsbediening met draad Er kan een adapter voor een afstandsbediening met draad worden aangesloten (los verkrijgbaar). Zie bladzijde 4 t/m 5. IP-BUS-kabel De penposities van de ISO stekker hangen mede af van het type voertuig. Sluit 6* en 7* aan wanneer pen 5 de antenne aanstuurt. In andere typen voertuigen hoeft u 6* en 7* helemaal niet aan te sluiten. Zie bladzijde 4 t/m 5. Blauw/wit (6*)

Blauw/wit (7*) Verbinden met de stuuraansluiting van het relais van de antenne van het voertuig (max. 300 mA 12 V gelijkstroom). Aansluiten van de toestellen Naar de subwoofer uitgang Aansluiten met RCA (tulpstekker) kabels (los verkrijgbaar) Naar de achter-uitgang Eindversterker (los verkrijgbaar) Eindversterker (los verkrijgbaar) Eindversterker (los verkrijgbaar) Naar de voor-uitgang Systeemafstandsbediening Voor-luidspreker Achter-luidspreker Subwoofer

Voor-luidspreker Nederlands Blauw/wit Verbinden met de systeembedieningsaan sluiting van de eindversterker (max. 300 mA 12 V gelijkstroom). Achter-luidspreker Subwoofer Voer deze verbindingen uit wanneer u de los verkrijgbare versterker gebruikt.

Installeren Voor u dit toestel gaat installeren Opmerking

  • Controleer alle aansluitingen en systemen voor de uiteindelijke installatie.
  • Gebruik geen ongeautoriseerde onderdelen. Gebruik van niet-goedgekeurde onderdelen kan leiden tot storingen.
  • Raadpleeg uw dealer als u voor de installatie gaten moet boren of andere wijzigingen aan het voertuig zelf moet aanbrengen.
  • Installeer dit toestel in geen geval op een locatie waar: — het de besturing van het voertuig kan hinderen. — het een passagier zou kunnen verwonden bij een noodstop.
  • Monteer het display niet op plaatsen waar het display (i) het zicht van de bestuurder kan hinderen, (ii) de prestaties van het bedieningssysteem of veiligheidsmaatregelen van de auto, zoals de airbags of knipperlichten, kan belemmeren of (iii) de bestuurder kan hinderen bij het veilig bedienen van het voertuig.
  • De halfgeleider laser zal kapot gaan als deze oververhit raakt. Installeer dit toestel niet in de buurt van zeer warme plekken, zoals bij een verwarmingsrooster.
  • De optimale prestaties worden verkregen wanneer het toestel geïnstalleerd wordt onder een hoek van minder dan 60º.
  • Verwijder de houder. Maak de schroeven (3 × 6 mm) los om de houder te kunnen verwijderen. Houder Schroef (3 × 6 mm) Installatie met de houder en de zijbeugels

1. Installeer de houder in het dashboard.

Nadat u de houder in het dashboard heeft gestoken, moet u de lipjes die overeenkomen met de dikte van het dashboard ombuigen. (Gebruik zoveel mogelijk van deze lipjes aan alle kanten om het toestel zo stevig mogelijk te kunnen monteren. Hiertoe dient u de lipjs 90 graden om te buigen.) Dashboard

  • Om verzekerd te kunnen zijn van voldoende ventilatie bij gebruik van dit toestel, dient u er bij de installatie voor te zorgen dat u achter het achterpaneel en rondom het toestel voldoende ruimte vrij laat, en dient u eventuele losse bedrading samen te bundelen zodat deze de ventilatie-openingen niet kan blokkeren. Dashboard Laat voldoende ruimte vrij 5cm 10cm

2. Installeer dit toestel en draai de

schroeven vast. Rubber tussenstuk Dubbele schroef

2. Bevestigen van het toestel aan de

in de fabriek gemonteerde radiobevestigingsbeugel. Plaats het toestel zo dat de schroefgaten in het toestel in lijn liggen met de schroefgaten in de beugel en draai aan elke kant de schroeven op 3 of 4 plekken vast. Dashboard Schroef (3 × 6 mm)

3. Bevestig de afwerkingsrand.

Buig de pal naar beneden als deze in de weg zit. In de fabriek gemonteerde radio-bevestigingsbeugel Afwerkingsrand Installatie met behulp van de schroefgaten in de zijkant van het toestel Zijbeugel U moet de schroeven gebruiken die meegeleverd worden met dit toestel. Nederlands

1. Verwijder de zijbeugels.

Bevestigingsschroef of schroef met platte kop Dashboard of console Opmerking Bij sommige typen voertuigen kan er ruimte zitten tussen het toestel en het dashboard. Als dit het geval is, kunt u het meegeleverde frame gebruiken om de ruimte op te vullen. Schroef voor het bevestigen van de zijbeugel (5 × 8 mm)

Installeren Bevestigen van de microfoon Opmerkingen betreffende de plaats voor de microfoon Monteer de microfoon op een plaats en in de richting waarin deze het stemgeluid van de persoon die het systeem via spraak bedient goed kan opvangen.

2. Monteer de microfoonclip op de

zonneklep. Bevestig de microfoonclip op de omhooggeklapte zonneklep. (Bij het omlaagklappen van de zonneklep zal het stemherkenningsvermogen van de microfoon afnemen.) Microfoonclip BELANGRIJK Wanneer de microfoondraad zich rond de stuurkolom of de versnellingspook wikkelt, ontstaat een bijzonder gevaarlijke situatie. Let er bij het aanbrengen van de microfoon op dat u op geen enkele wijze gehinderd wordt bij de normale besturing van de auto. Bevestigen van de microfoon op de zonneklep

1. Monteer de microfoon in de

microfoonclip. Microfoon Microfoonclip Klemmen Gebruik de klemmenom de draad op de vereiste plaatsen tegen het interieur van de auto te bevestigen. Bevestigen van de microfoon op de stuurkolom

Laat de microfoondraad via de groef lopen. Installeren

2. Bevestig de microfoonclip op de

stuurkolom. Dubbelzijdig plakband Bevestig de microfoonclip op de bovenkant van de stuurkolom. Klemmen Gebruik de klemmen om de draad op de vereiste plaatsen tegen het interieur van de auto te bevestigen. Instellen van de hoek van de microfoon Nederlands De hoek van de microfoon kan worden ingesteld door de microfoon op de microfoonclip naar voren of naar achteren te kantelen.