DEH-P8100BT - Autoradio PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DEH-P8100BT PIONEER in PDF-formaat.
| Merk | PIONEER |
| Model | DEH-P8100BT |
| Producttype | Autoradio |
| Chassistype | DIN (montage voor/achter) |
| Voeding | 12 V gelijkstroom, accu van het voertuig |
| Max uitgangsvermogen | 50 W × 4 kanalen |
| Luidsprekerimpedantie | 4 Ω - 8 Ω |
| Zekering | Gespecificeerde waarde (zie handleiding) |
| Speler | CD |
| Radio | FM/AM |
| Bluetooth | Ja, voor handsfree bellen en audiostreaming |
| Spraakbediening | Ja, via ingebouwde microfoon |
| Afstandsbediening | Ja, draadloos (stuurwielmontage) |
| Microfoon | Ja, extern met clip voor zonneklep of stuurkolom |
| Ondersteunde audioformaten | Audio-cd, MP3, WMA (onder voorbehoud) |
| Display | LCD-scherm |
| Aansluitingen | IP-BUS, audio-ingangen/uitgangen, antenne |
| Onderhoud | Reinigen met een zachte droge doek, oplosmiddelen vermijden |
| Gewicht | Ongeveer 1,5 kg (schatting) |
| Afmetingen (B × H × D) | Ongeveer 182 × 50 × 160 mm (standaard DIN-schatting) |
Veelgestelde vragen - DEH-P8100BT PIONEER
Gebruikersvragen over DEH-P8100BT PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DEH-P8100BT - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DEH-P8100BT van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING DEH-P8100BT PIONEER
Installatiehandleiding
PykoBoIcTBo IIO yCTaHOBKe
Contents
Aansluiten van de toestellen 2
Aansluiten van het stroomsnoer 4
Bij aansluiting op een los verkrijgbare eindversterker. 6
Installatie 8
DIN Voor/achter montage 8
Verwijderen of bevestigen van de afwerkingsrand. 8
DIN Voor-montage 8
DIN Achter-montage 9
Bevestigen van de microfoon 9
Bevestigen van de microfoon op de zonneklep....9
Bevestigen van de microfoon op de stuurkolom 10
Instellen van de hoek van de microfoon 10
Installeren van de stuurafstandsbediening. 10
Installeren van de stuurafstandbediening in een auto met hetstuur links 11
Aansluiten van de toestellen

Opmerking
- Wanner dit toestel geinstalleerd is in een voertuig zonder ACC (accessoire) stand op het contactslot, moet de rode draad worden verbonden met een aansluiting die de stand van de contactseutel kan herkennen. Anders kan de accu leeglopen.

ACC stand

Geen ACC stand
- Gebruik van dit toestel onder andere dan de volgende omstandigheden kan leiden tot brand of storingen.
—Voertuigen met een negatief geaarde 12 V accu.
—Luidspekers van 50 W (uitgangsvermogen) en 4 Ohm tot 8 Ohm (impedantie).
- Om kortsluiting, oververhitting of andere storingen te voorkomen moet u de onderstaande instructies opvolgen.
—Koppel de negatieve pool van de accu los voor u begint met de installment.
Zet alle bedrading vast met kabelklemmen of isolatieband. Ter bescheming van de bedrading dient u deze te omwikkelen met isolatieband waar de bedrading met metalen onderdelen in aanraking komt.
—Houd alle bedrading uit de buurt van bewegende onderdelen, zoals de versnellingspook en de stoenrails.
—Houd de bedrading uit de buurt van zeer warme plekken, zoals bij een verwarmingsrooster.
—Leid de gele draad Niet door een gat maar het motorcompartment om aan te sluiten op de accu.
—Plak eventuale losse aansluitingen, draadeinden of stekkers netjes af met isolatieband.
Maak de kabels nicht korter.
—Tap in geen geval de stroomkabel voor dit toestel af om andere apparatuur van stroom te voorzien. Het vermogen van de draad is beperkt.
—Gebruik een zekering met het voorgeschreven vermogen.
—Sluit de negatieve luidsprekerdraden in geen geval direct op aarde aan.
Aansluiten van de toestellen
Bundel de negativc luidsprekerdraden in geen geval samen.
- Via de blauw/witte draad worden een stuursignaal geproduceder wonneer dit toestel is ingeschakeld. Verbind deze met de systeemafstandsbediening van een externe eindversterker, of met de stuuraansluiting voor het relais van de antennen van het voertuig (max. 300mA , 12 V gelijkstroom). Als het voertuig een ruitantenne heeft, dient u deze draad te verbinden met de stroomaansluiting van de stroumaansluiting van de stroomaansluiting (booster).
- Verbind de blauw/witte draad in geen geval met de stroomaansluiting van een externe eindversterker. Verbind deze draad ook in geen geval met de stroomaansluiting zich van de Antenne van de auto. Doet u dit toch, dan kan de accu leeglopen of kunden zich andere storingen voordoen.
- IP-BUS stekkers zijn kleurgecodeerd. Let erop dat u alleen stekkers vandezelfde kleur op elkaar aansluit.
- De Zwarte draad is de aarding. Deze draad en de aardingen van andere apparatuur (in het bijzonder producten met een hoog vermogen, zaals een eindversterker),要去en onafhankelijk van elkaar worden aangesloten. Doet u dit nicht, dan kan er brand ontstaan of hunnen zich storingen voorden wanneer de bedrading onbedoeld los raakt.
Aansluten van het stroomsnoer


Bij aansluiting op een los verkrijgbare eindversterker


Installatie

Opmerking
- Controller alle aansluitingen en systemen voor de uiteindelijke installment.
- Gebruik geen ongeautoriserde onderdelen. Gebruik van Niet-goedgekeurde onderdelen kan leiden tot storingen.
- Raadpleeg uw dealer als u voor de installmentie gaten moet boren of andere wijzigingen aan het voertuig zichmoet aanbrengen.
- Installee dit toestel in geen geval op een locatie waar:
— het de besturing van het voertuig kan hinderen.
— het een passagier zou können verwonden bij een moodstop.
- De halfgeleider laser zar kapot gaan als deze oververhit raakt. Installeer dit toestel nied in de buurt van zeer warme plekken, zoals bij een verwarmingsrooster.
- De optimale prestaties worden verkreten wanner het toestel geinstalleerd worden onder een hoek van minder dan 60^ .

- Om verzekerde te konnen zijn van voldoende ventilatie bij gebruik van dit toestel, dient u er bij de installmentie voor te zorgen dat uchter het中断paneel en rond het toestel voldoende ruimte vrij maar, en dient u eventuele losese bedrading samen te bundelen zodat deze de ventilatie-openingen Niet kan blokkeren.

Laat voldoende ruimte vrij Dashboard
- Let erop dat de snoeren Niet het gedeelte bedekken dat is aangegeven in de afbeeling. Dit om te voorkomen dat de ventilatie van de versterker worden belemmerd.
Dit toestel kan op de juiste manier worden vastgemaakt aan de Voorkant (conventionele DIN montage) of aan dechterkant (DIN achtermontage, met behulp van de schroefgaatjes aan de zijkanten van het chassis van het toestel). Voor details verwijzen we u waar de volgende installmentemthoden.
Verwijdersen of bevestigen van de afwerkingsrand
-
Buig de bovenkant en de onderkant van de afwerkingsrand maar buiten om deze te verwijderen.
-
Druk de afwerkingsrand op het toestel tot deze vastklijk wonneer u de afwerkingsrand waar vast.Maakt. (Als de afwerkingsrand ondersteboven gehonden worden, za deze Niet goed passen.)
- De afwerkingsrand is makkelijker los te make wonneer het voorpaneel verwijderd is.

DIN Voor-montage
Installatie met het rubber tussenstuk
-
Steek de bevestigingskraag in het dashboard.
-
Gebruik een andere bevestigingskraag bij installmentie op een relatief ondiepe locatie. Als er genoeg ruimtechyter het toestel is, kunt u de standarda meegeleverde bevestigingskraag gebruiken.
- Zet de bevestigingskraag vast doormet behulp van een schroevendraaierde metalen lipjes te verbuigen (90^)
- Installer het toestel zoals u kunt zien op de afbeelding.

Installatie
Verwijderen van het toestel
- Steek de meegeleverde ontgrendelingsstrips in beiden zijkanten van het toestel tot deze vastklikken.
- Trek het toestel uit het dashboard.

DIN Achter-montage
- Bepaal welke gaatjes in de beugelen in de zijkant van het toestel metelkaar overeenkomen.

-
Gebruik twee schroeven aan elke kant.
-
Gebruik schroeven met platte kop (5 mm × 8 mm) of verzinkbare kop (5 mm × 9 mm), afhankelijk van de vorm van de schroefgaatjes in de beugel.

Fabrieksmontagebeugel of steun voor bevestiging radio e.d.
Console
Bevestigen van de microfoon
Monteer de microfoon op een plaat en in derichting waarin deze het stemgeluid van de persoon die het systeem via spreak bedient goed kan opvangen.
BELANGRIJK
- Wanner de microfoondraad zich rond de stuurkolom de de versnellingspook wikkelt, ontstaat een bijzonder gevaarlijke situatie. Let er bij het aanbrengen van de microfoon op dat u op geen enkele wijze gehinder wordt bij de normale besturing van de auto.
Bevestigen van de microfoon op de zonneklep
- Monteer de microfoon in de microfoonclip.

-
Monteer de microfoonclip op de zonneklep.
-
Bevestig de microfoonclip op de omhooggeklapte zonnelep. (Bij het omlaagklappen van de zonnelep zal het stemherkenningsvermogen van de microloon afnemen.)

Klemmen om de draad op de vereisteplaatsen gegen het interieur van de auto te bevestigen.
Installatie
Bevestigen van de microloon op de stuurkolom
1. Monteer de microfoon in de microfoonclip.

- De microfoon kan worden bevestigd zonder gebruik te makeen van de microfoonclip. Haal in dit geval de voet van de microfoonclip. Schuif de voet van de microfoonclip om deze los te makeen.
2. Bevestig de microfoonclip op de stuurkolom.
Dubbelzigijdig plakband
Bevestig de microfoonclip op de bovenkolom van de stuurkomol.


Klemmen om de draad op de vereisteplaatsen gegen het interieur van de auto te bevestigen.
Instellen van de hoek van de microfoon
De hoek van de microloon kan worden ingesteld.

Installeren van de stuurafstandsbediening

WAARSCHUWING
- Installeer de stuurafstandsbediening Niet opplaatsen waar deze de werkking van verilgheidsmechanismen, bijvoorbeeld een airbag, zou kuren hinderen. Een verkeerde plaats kan ernstige ongelukken verroorzaken.
- Installeer de stuurafstandsbediening Niet opplaaten waar deze het sturen of de bediening van de versnellingspook en andere mechanismen zou kuren hinderen. Een verkeerde plaats kan ernstige ongelukken verroorzaken.

LET OP
- Voor het installereren van deze stuurafstandsbedieinig is ervaring vereist. Laat het installereren derhalve over aan uw handelaar of deplaats van aankoop.
- Installer deze stuurafstandsbediening uitsluitend met de bijgeleverde onderdelen. Het gebruik van andere onderdelen kan de stuurafstandsbediening beschadigen of de stuurafstandsbediening zou bij het gebruik van verkeerde onderdelen los kennen schieten met ongelukken tot gevolg.
- Installeer de sturufstandsbediening zoals in deze grubuiksaanwijzing worden beschrenen. Dit nalaten kan ongelukken veroorzaken.
- Installeer de stuurafstandsbediening Niet in de buurt van de portieren waar deze gemakkelijk aan regenwater worden blootgesteld. Vocht in de stuurafstandsbediening veroorzaakt maybeijk rook of brand.

WAARSCHUWING
- Bevestig de stuurafstandsbediening stevig aan het stuur met gebruik van de riem. Een loszittende stuurafstandsbediening kan het besturen van de auto hinderen met möglichng ongelukken tot gevolg.
- Bevestig de stuurafstandsbediening Niet aan de buitenrand van het stubur. Dit zou namelijk het besturen van de auto hinderen met möglichng ongelukken tot gevolg. Bevestig de stuurafstandsbediening altijd aan de binnenrand van het stuurzoals u in de afbeelding ziet.

Installatie

Opmerking
- Plaats de stuurfadstandsbediening Niet ergens waar het deze zich van de bestuurder zou(APennenverslechteren.
- De ideale plaats voor de stuurfstandsbediening is verschillend afhankelijk van het interieur van de auto. Kies een plaats waar de signalen goed van de stuurfstandsbediening maar de autostereinstallatie kannen worden gestuurd.
Installeren van de stuurafstandbediening in een auto met het stuur links

Opmerking
- Voor het installereren van de stuurafstandsbedeniing in een auto met het stuur rechts要去 de horizontale posities omkeren.
1. Haak de riem op de houder vast.

2. Bevestig de houder aan de binnenste rand van het stuur zodate de houder in de richting van de bestuurder wijst.

①② Wikkel de riem rond de buitenste rand van het stuur en plaats het uiteinde door de gleuf in de houder.
③ Trek de riem aan en zet hem cervolgens met de twee overige haken aan de houder vast.
3. ④ Knip het overtollige gedeelte van de riem af.

- ⑤ Als een gedeelte van de riem er nog steedsuitsteekt dan kutn u dit uiteinde in de gleufyouwen om te voorkomen dat dit uiteinde hetbesturen van de auto belemmerd.
4. Maak de andere riem opdezelfdemanier vast.
5. Plaats de stuurafstandsbediening in de houder.

Bij het verwijderen van de stuurafstandsbedieten iut de houder moet u het geribbede gedeelte voor het ontgreendelen aan het stuur drukken en dan de stuurafstandsbedieten aan u toe schuiven.
CoepeHHne
IopKIOUeHne yCtpoiCTB. 2
CoeHHTelbHbI uHyp nHTaHnA. 4